Issuu on Google+

A. Thomassen Ă  Thuessink van der Hoop ,, Vergeelde portretten. (Met 15 portretten) In: Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde 114 (1958), no: 1/2, Leiden, 121-132

This PDF-file was downloaded from http://www.kitlv-journals.nl


,VERGEELDE PORTRETTEN' et Prentenkabinet der Rijksuniversiteit te Leiden (Kloksteeg 25) bevat onder meer een uitgebreide foto-verzameling. De Mrecteur van het prentenkabinet is Prof. Dr. H. van de Waal, terwijl de dagelijkse leiding van de foto-verzameling berust bij Ir. J. J. Terwen b.i. De bedoeling van deze collectie is niet alleen materiaal te verschaffen bij het kunsthistorisch onderwijs maar ook en vooral, een overzicht te geven van de geschiedenis der fotografie. Er zijn dan ook vele oude stukken bij die foto-historisch zeer belangrijk zijn. Door de plaatsing van de verzameling in een prentenkabinet wordt uitdrukking gegeven aan de opvatting dat de fotografie behoort tot de grafische kunsten. Het publiek kan de verzameling raadplegen en reeds meermalen zijn uit dit materiaal belangrijke bijdragen geleverd voor. tentoonstellingen in het instituut en elders. De Heer Terwen was zo vriendelijk mijn aandacht te vestigen op een klein foto-album, dat in een kunsthandel te 's-Gravenhage werd aangekocht, en mij in de gelegenheid te stellen daaromtrent het hier volgende te publiceren, waarvoor ik hem gaarne dank "zeg. Aangezien de inhoud van het album een blik geeft op het oude Batavia omstreeks 1860, is het misschien voor sommige lezers van deze bijdragen van belang. Het kleine album is gebonden in een geperst lederen band en bevat 16 bladen van dik karton. In ieder blad is aan elke kant een foto in het bekende „visite"-formaat geschoven. Zo bevat het album 32 foto's, die wij in dit artikeltje naar volgorde genummerd hebben. Tussen de bladen liggen nog enkele losse foto's die wij met letters hebben aangeduid. . ' . Bij de foto's zijn de namen van de afgebeelde personen geschreven, soms ook een opdracht en/of een jaartal. Helaas zijn de voorletters en de functies niet altijd vermeld. Ik heb getracht de geportretteerden te identificeren en ben hierin in dé meeste gevallen geslaagd. De eerste vraag is: wie was de eigenaar van het album. Vóórin lag een visitekaartje van Mr. John F. Loudon, Koninginnegracht 8, 's-Gravenhage. Voorts draagt foto 21 de opdracht: „Aan den Heer John F.


122

A. N. J. THOMASSEN A THUESSINK VAN DER HOOP.

Loudon". Op foto 24a staat geschreven „Mijn vriend John F. Loudon 30/8, 1862". Nu leefden er echter in die tijd twee heren John F. Loudon. Het is wel van belang hier een kort uittreksel te geven uit de genealogie-Loudon, welk geslacht in het voormalige Nederlands Indië zulk een belangrijke rol heeft gespeeld. Wij zullen daarbij de generaties met romeinse cijfers aanduiden, waarbij wij de eerste Loudon die in Indië kwam met het cijfer I aangeven. I. Alexander Loudon, geboren 1789 te Tannadice (West Ogile) in Schotland, kwam in 1811 in Java als zeeofficier op een Engelse vloot. Hij was van 1811 tot 1816 Resident van Banjoewangi. Huwde te Semarang, 1815, met Susanna Gaspardina Valck, ging later naar Holland en overleed te Rotterdam in 1839. Uit dit huwelijk verschillende kinderen, onder andere Ha. Hugh Hope Loudon, geboren Semarang 1816. Lid van de Gemeenteraad te 's-Gravenhage. Overleden San Remo 1891. Trouwt ten eerste Soerakarta, 1841, Pauline Ignatia de Koek van Leeuwen, overleden 1846; ten tweede te Waardenburg 1856 Jacoba Wilhelmina Cornelia Barones van Pallandt. Uit het eerste huwelijk ondere andere John Francis Loudon, zie hieronder sub lila. Uit het tweede huwelijk onder andere James Hope Loudon, zie hieronder sub Illb. Ilb. Mr. Alexander Loudon, geboren te 's-Gravenhage 1822, VicePresident van de Raad van Indië, overleden te Batavia 1868. Trouwt te Batavia met Susanna Ignatia de Koek van Leeuwen. lic. John Francis Loudon, geboren Rotterdam 1821, overleden Den Haag 1895. Kamerheer des Konings in buitengewonen dienst, Hofmaarschalk van Prins Alexander der Nederlanden. lid. Jhr. Mr. James Loudon, geboren 's-Gravenhage 1824, overleden aldaar 1900. Minister van Koloniën 1861-1862, Gouverneur Generaal van Nederlandsch Indië 1872-1875. Verheven in den Nederlandsen adel 1884. Trouwt Jonkvrouwe Louise Wilhelmina Francoise Félicité de Stuers. Uit dit huwelijk onder andere Jhr. Ir. Hugó Loudon, volgt sub IIIc en Jhr. Dr. John Loudon, volgt sub Illd. lila. John Francis Loudon (zie hierboven sub Ila) geboren Djokjakarta 1844, overleden Semarang 1881. Controleur te Benkoelen. Illb. James Hope Loudon (zie hierboven sub Ila), geboren te 's-Gravenhage 1868. Lid der firma Maclaine Watson & Co te Londen. IIIc. Jhf. Ir. Hugo Loudon (zie hierboven sub lid), geboren te 's-Gravenhage 1860, overleden aldaar 1941. Directeur Koninklijke Maatschappij tot exploitatie van petroleumbrorinen in NederlandschIndië.


„VERGEELDE PORTRETTEN".

123

Illd. Jhr. Dr. John Loudon (zie boven sub lid), geboren te 's-Gravenhage 1866, overleden te Wassenaar 1955. Minister van Buitenlandse Zaken en Gezant te Parijs. Bovenstaande gegevens over het geslacht Loudon zijn geput uit het Nederland's Patriciaat 1933/34 en uit het Nederland's Adelsboek 1956, beide sub voce Loudon. De naam John. Fr. Loudon komt in de genealogie twee maal voor namelijk sub lic en sub lila. Wij kunnen veilig aannemen dat het album heeft toebehoort aan John Francis de jongere (lila), en wel om de volgende redenen: John Francis de oudere maakte zijn carrière te 's-Gravenhage en is voorzover mij bekend nooit in Indië geweest. Verder heeft Alexander Loudon, de latere Vice-President van de Raad van Indië in 1862 het gezantschap naar Siam geleid, waarover straks meer bij nr. 14 (Van Kinsbergen).' Hij schreef daarover een verslag: „Aanteekeningen gehouden op eene zending naar Siam door Mr. A. Loudon, Gouvernements-Commissaris. (Tijdschrift Bataviaasch Genootschap XII 1862 pag. 380 e.v.) Alexander schrijft daarin: „Aan boord van de Amsterdam hadden zich met mij ingescheept de heeren en John Fr. Lóudon, die de diensten van klerk zoude vervullen"-. Nu is het niet waarschijnlijk dat John Francis de oudere op 41 jarige leeftijd deze missie zou hebben meegemaakt in de nederige positie van klerk. Waarschijnlijk is het dat de andere John Francis, die toen 18 jaar was, toestemming heeft gekregen om zijn oom te vergezellen, en is aangemonsterd als klerk. Dat de eigenaar van het album wel iets met de reis naar Siam heeft te maken gehad blijkt ook uit de foto's. Zie hieronder nrs. 14, 22 en 23. John Francis junior stierf in 1881, zijn oom de kamerheer pas in 1895. Het kan zijn dat de laatste het album na de dood van zijn neef in handen heeft gekregen en dat zo het visitekaartje met het Haagse adres er in terecht is gekomen. In het album van John Francis Loudon, Controleur van Benkoelen, bevinden zich dan de volgende foto's: 1. „A. van Delden". Ambrosius Johannes Willebrordus van Delden werd geboren in 1819 te Goor (Overijssel). Hij kwam in 1838 in Indië, werd 1839 benoemd tot eerste klerk bij de Algemeene Secretarie, klom daar op tot hoofdcommies. In 1848 werd hij benoemd tot Secretaris van de Residentie Japara, waar hij opklom tot Assistent-Resident. Daarna Assistent-


124

A. N. J. THOMASSEN A THUESSINK VAN DER HOOP.

Resident te Bandoeng. Vroeg in 1851 ontslag. Belastte zich met de administratie van het particuliere land Kedong Halang te Buitenzorg. Trad in 1852 weer in 's Lands dienst bij de Algemeene Secretarie, eerst als Referendaris, daarna als Adjunct-Secretaris. Natn in 1855 wederom ontslag. Werd in 1864 President van de Kamer van Koophandel en Nijverheid te Batavia, welke functie hij vervulde tot 1874. Van 1855 tot zijn overlijden chef van de Firma Reynst & Vinju te Batavia. Schreef in 1875 de brochure „Blik Op het Indisch Staatsbestuur". Van Delden kreeg verschillende Nederlandse en buitenlandse onderscheidingen. Hij overleed te Kobe (Japan) 8 September 1887. „In Memoriam" in: Tijdschrift voor Nijverheid en Landbouw in Nederlandsch Indië, October 1887 blz. 464-468. 2. „Doctor Swart,. Buitenzorg". 3. „Hoogeveen, Rest. Batavia". 4. „Crone, Buitenzorg". In het werk: „H. G. Th. Crone 1790-1940, gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan der Firma op 2 Juni 1940" vinden wij als derde zoon van H. G. Th. Crone vermeld Thomas Crone. Hij ging in 1841 naar Java waar hij weldra een eigen handelszaak dreef. „Thomas Crone was de eerste uit onze familie, die naar Indië ging. Evenwel kwam de naam reeds op Java voor met een familie, die van anderen oorsprong is dan de onze". 5.„Gérard d'Abo". In het Nederland's Patriciaat XXV 1939 vonden wij vermeld Gérard Louis d'Abo, geboren Soerakarta 1819, overleden Arnhem 1905, landheer van Ploembon, Baros Tampir en Djoho Blanten; voorts Gerard Christiaan d'Abo, geboren Semarang 1840, overleden Soerakarta 1880. Landheer van Batoe Djamoes. De Heer Terwen dateert de foto, wat de uitvoering betreft, op ongeveer 1860, evenals verschillende andere foto's uit het album. Verder maakt de geportretteerde de indruk ongeveer 40 jaar oud te zijn. Blijkbaar is hier dus afgebeeld Gérard Louis d'Abo. 6. „Mr. A.H. Klein, Advoc. 1865". De voorletters zijn veranderd en daardoor onduidelijk. 7. „Mr. Udo Last, Procureur Generaal". 8. „Mr.' Eiken Sluiters". 9. „Colonel Menu". Petrus Henricus Menu, geboren 17 Maart 1790 te Bergen op Zoom, vocht in Saksen en Bohemen, daarna in Polen, Duitsland, Frankrijk en Nederland. Kwam in 1817 in Indië. Aldaar benoemd tot Adjudant 2de


„VERGEELDE PORTRETTEN".

125

klasse der Militaire Administratie. Doorliep alle rangen tot Inspecteur van deze tak van dienst. In 1839 Ridder Nederlandsche Leeuw. Trouwde ten eerste met'Wendelina van Kempen, ten tweede met Agraphina Augustina Michiels, Weduwe van Jacobus Anthony Beyvanck en dochter en erfgename van de schatrijke Augustijn Michiels, Majoor der Papangers, de beroemde „Majoor Jantje", eigenaar onder andere van het landgoed Tjitrap. Zo werd Menu eigenaar van dit land. Hij vertoefde veel in zijn huis in de Kerkstraat te Meester Cornelis, genoemd „Gedong Menu". Hij was zeer bevriend met de schilder Raden Saleh, die zijn portret schilderde in 1856. Dit stuk heeft voor de tweede wereldoorlog lang in bruikleen gehangen in het Museum van het Koninklijk Bataviaasch Genootschap. V. I. van de Wall schrijft er van: „Het portret... toont ons een deftig heer in de stemmige kleedij uit de eerste helft der vorige eeuw, getooid met de versierselen van de orde van den Nederlandschen Leeuw. Een streng gelaat, niet aangenaam van uitdrukking, met een barschen trek om den mond. Een militair, gewend te gehoorzamen en gehoorzaamd te worden." (V. I. van de Wall, Oude Hollandsche buitenplaatsen van Batavia, tweede druk deel'I, Deventer 1943 blz. 147/48.) Uit het huwelijk van Menu met de dochter van Michiels werden geen kinderen geboren. Uit zijn eerste huwelijk, met Wendelina van Kempen, had hij echter vier dochters en een zoon, waarvan de tweede dochter, Margaretha Catharina Menu, huwde met Mr. Hénricus Wilhelmus du Perron, grootvader van wijlen de schrijver Eduard du Perron. Zo kwam het dat deze laatste geboren is in het bovengenoemde huis Gedong Menu. In het bekende boek van du Perron „Het land van herkomst" kan men de familiegeschiedenis en de beschrijving van Gedong Menu uitvoerig vinden. De naam Menu is daar echter veranderd in Lami, du Perron in Ducroo. ' Petrus Hénricus Menu stierf op 85-jarige leeftijd in 1875. 10. „Schuurman, Offr. de Marine". De gegevens over de foto's 10 tot 13 werden mij zeer welwillend verstrekt door de Heer G. A. Cox, Directeur van hét Nederlandsch Historisch Scheepvaart Museum te Amsterdam,--wien ik daarvoor gaarne mijn dank betuig.. . . : Bij de marine dienden in de jaren zestig D. Schuurman en G. M. Schuurman. Deze laatste is van af 1 October 1863 geplaatst geweest als eerste officier op Zr. Ms. „Apeldoorn"'. Hij "werd adelborst eerste klas 11 Augustus 1857, luitenant, ter zee tweede klas 1859, eervol ontslag in Nederlandsch Indië in 1864.


126

A. N. J. THOMASSEN A THUESSINK VAN DER HOOP.

11. „Hugenholtz, Offr. de Marine, Commdt Apeldoorn". J. A. H. Hugenholtz, geboren 12 Maart 1825, adelborst Ie klas 1 October 1843, luitenant ter zee 2de klas 1 Januari 1848, eerste klas 1 Januari 1857, kapitein-luitenant ter zee 1 Juli 1867, overleden 24 Februari 1874. Hij was van 16 April 1861 tot 8 Januari 1865 commandant van Zr. Ms. „Apeldoorn". 12. „Eek, Offr. de Marine a bord de l'Apeldoorn". De foto draagt aan de achterzijde het merk van een fotograaf te Buenos Aires. De geportretteerde is in uniform met de distinctieven van luitenant ter zee tweede klas. Er zijn meer zeeofficieren van die naam in ongeveer dezelfde tijd geweest. Hier is blijkbaar afgebeeld G. Eek. Hij werd adelborst 1ste klas 16 September 1859, luitenant ter zee 2de klas 1 April 1862, overleden te Batavia 1869. Hij werd 1 Juni 1861 op de Apeldoorn geplaatst en heeft zo de reis van dit schip naar West Indië gemaakt. 13. „VApeldoorn". De Heer Terwen wees mij er op dat deze foto een merkwaardigheid op zichzelf is. Het is namelijk een amateur-opname en wel een instantané, beide voor die tijd zeer zeldzaam. De afdruk is verder een zogenaamde zoutdruk. Hierbij was het lichtgevoelige zilverzout niet aangebracht in een gelatinelaag. maar het papier zelf was gedrenkt in de zoutoplossing. Het beeld is dientengevolge ook aan de achterzijde van het papier enigszins zichtbaar. Zr. Ms. „Apeldoorn" was een schroefstoomschip vierde klasse, gebouwd te Amsterdam in 1859, lang 40,70 m, bewapend met 10 stukken en met een vermogen van 80 P.K. De schoorsteen is op de foto niet te zien; blijkbaar was deze, zoals in die tijd gebruikelijk, telescopisch (inschuifbaar). Verder was het schip als bark getuigd. Het is 16 April 1861 in dienst gesteld, in Juni van dat jaar naar West Indië vertrokken en in Suriname gestationeerd tot het in September 1862 weer naar Nederland vertrok. In de eerste helft van 1863 was het schip op weg naar Indië, waar het voornamelijk met standplaats Riouw dienst heeft gedaan tot omstreeks October 1865. Daarna komt de „Apeldoorn" niet meer in de lijsten van in dienst zijnde schepen voor. 14. „Van Kingsbergen, artiste peintre et photogr." . De naam luidt ten rechte Van Kinsbergen. Isidore van Kinsbergen werd in 1821 te Brugge geboren als zoon van een Amsterdamse muziekleraar en een Francaise. Hij ontving te Parijs een opleiding tot zanger en décorschilder en kwam in 1851 met een Franse operatroep te Batavia, waar hij iuim 50 jaren bleef tot zijn overlijden aldaar in


„VERGEELDE PORTRETTEN".

127

1905. Hij heeft zeer veel gedaan voor het opera-leven te Batavia, maar is vooral beroemd geworden als fotograaf. De Gouverneur-Generaal Sloet van de Beele droeg hem op de oudheden van Java te fotograferen, van welke taak hij zich op voortreffelijke wijze kweet. Bij dit uitgebreide werk werd door het Gouvernement het Bataviaansch Genootschap ingeschakeld. De uitstekende resultaten welke Van Kinsbergen bereikte zijn te meer bewonderingswaardig als men bedenkt dat de fotografische techniek toen nog in de kinderschoenen stond en veel moeilijker was dan tegenwoordig, terwijl Van Kinsbergen zich deze techniek als autodidact heeft eigen gemaakt uit een boek dat hij toevallig in Indië in handen kreeg. De opnamen moesten worden gemaakt op natte collodiumplaten en deze moesten onmiddellijk na de opname ter plaatse worden ontwikkeld. Hier te lande kan men de foto's bewonderen in het Rijksmuseum voor Volkenkunde te Leiden en in ons Koninklijk Instituut voor Taal-, Land en Volkenkunde te 's-Gravenhage. Reeds te voren had Van Kinsbergen de opdracht gekregen Mr. Alexander Loudon, toen nog Algemeen Secretaris, later Vice-president van de Raad van Indië, te vergezellen als „photographist" op de hierboven reeds vermelde reis naar Siam, waarbij Francis Loudon als klerk meeging. De tocht duurde van 25 Februari tot 15 April 1862. Doel van de reis was het voeren van onderhandelingen én uitwisseling der acten van ratificatie van het op 17 December 1860 tussen Nederland en Siam gesloten tractaat van vriendschap, koophandel en zeevaart. De toenmalige koning van Siam was Somdetch P'hra Paarmendr Maha Mongkut. Dezelfde koning die de hoofdrol speelt in het boek van Anna H. Leonowens, The English governess at the siamese court. Het boek werd in 1870 voor het eerst uitgegeven en is sedert dien herhaaldelijk herdrukt. Er werd een toneelstuk van gemaakt • getiteld „Anna and the King of Siam" en hiernaar werd weer de bekende film vervaardigd „The King and I", die terwijl ik dit schrijf wederom hier in Den Haag draait. Het boek is geïllustreerd met gravures, gemaakt naar foto's en ik kan niet zeker beweren dat dit de foto's van Van Kinsbergen zijn geweest. De „English Governess" en de Hollandse „photographist" waren tegelijkertijd aan het hof van Koning Mongkut, al vermeldt Anna Isidore niet in haar boek. Toen Mongkut in 1868 stierf werd hij overeenkomstig zijn wens opgevolgd door zijn oudste, toen 16-jarige zoon Chulalongkorn, de zeer begaafde lievelings-leerling van Anna Leonowens. Dit was de beroemde koning die ook Batavia bezocht en aan de stad de bronzen olifant ten geschenke gaf die prijkt voor het Museum aldaar.


128

A. N. J. THOMASSEN A THÜESSINK VAN DER HOOP.

Het verslag dat Alexander Loudon van zijn reis schreef is zeer lezenswaardig en het loont de moeite het te vergelijken met het boek van de Governess. Loudon klaagt herhaaldelijk over de ondragelijke hitte doch deze was blijkbaar voor Van Kinsbergen. geen beletsel om er telkens weer met zijn zware en omslachtige fotografische uitrusting op uit te trekken en zich in de snikhete donkere kamer op te sluiten. De verzameling van zijn foto's bevat tientallen afdrukken op groot formaat, voornamelijk stadsgezichten, tempels en paleizen. Verder een aantal afbeeldingen van'de lijkverbranding van een lievelingsdochtertje van Mongkut. Deze crematie wordt zowel door Loudon als door Anna Leonowens in détails beschreven. Over Van Kinsbergen plaatst Loudon de volgende tekenende opmerking: „De thermometer stond 's avonds om half zes op 90° in mijn kamer. Het getal zieken van ons gezelschap neemt steeds toe. De ontstemming is algemeen. Het gelukkige humeur van den Heer van Kinsbergen komt mij niet weinig te stade." Alexander Loudon spelt de naam van de fotograaf soms met, soms zonder g. In het begin van zijn verslag schrijft hij de naam als J. N. van Kingsbergen, doch de tweede voornaam, met N beginnende, vond ik nergens elders vermeld. Over Van Kinsbergen en de wijze waarop hij de stemming bij deze expeditie hoog hield vermeld Victor Ido (pseudoniem voor Hans van de Wall) aardige bijzonderheden in „Indië in den goeden ouden tijd", derde druk, Bandoeng 1936,'.hoofdstuk II. Van Kinsbergen organiseerde in Bangkok complete opera-uitvoeringen, waarvoor de costuums aan boord waren meegebracht, en waarbij Alexander Loudon, die een mooie tenor had, ijverig meedeed. Den Heer F. A. Batten te Amsterdam zeg ik gaarne dank voor de volgende inlichting: In de roman van Dr. Jan ten Brink, Oost-Indische dames en heeren ('s-Gravenhage 1881) komt voor de Heer Jonathan Mac-Killoch. Deze figuur is geïnspireerd op Van Kinsbergen. In het vierde deel, getiteld „De groote intrige" wordt hij als volgt beschreven: „een vrij gezet man over de dertig jaren, met een door. de zon geheel verbrand gelaat, een zware n zwarten knevelbaard en een kompleet wit costuum"; en verder: „'t Is noodig met een kort woord te zeggen,-dat Mac-Killoch een man van veelzijdige kleine talenten was — dat hij een weinig schilderde, teekende, etste en fotograaf was, geheel naar de behoeften zijner talrijke cliënten; dat hij eindelijk niet terugdeinsde voor de vervaardiging van toneeldekoratiën of elk ander voorwerp, waarbij doek, penseel en verf de hoofdbestanddéelen uitmaakten".. Hij woonde volgens Ten Brink op „Bazar-Baroe". Ten Brink doet Van


A. van Delden

Crone. Buitenzorg

GĂŠrard d'Abo

Colonel Menu


Van Kingsbergen, artiste-peintre et photogr.

Henri de Koek et sa fille

-•

1'Apcldoorn

— - —

- - * -

• • - . - • • . - • •

J


ÉtÉÉHIMik \ * \!

Mme Gevers a Boro. Kediri

Mme Netscher, Riouw

'i>

Kinderen Netscher

Douairr'' Van den Bosch. Pondok Gedee


s

Cornelis de Groot, Chef van 't Mijnwezen

Mevr. Cornelis de Groot

Chevr NapolĂŠon de Stuers

Mlle de Stuers, Fille de N. de S.


„VERGEELDE PORTRETTEN":

129

Kinsbergen eenigszins onrecht, althans in zoverre dat de' laatste als fotograaf zeker geen „klein talent" had. Een levensbeschrijving met litteratuuropgave van Isidore van Kinsbergen is opgenomen in de Encyclopaedie van Nederlandsch-Iridië, tweede druk deel II 1918 blz. 324-325. 15. „Henri de Koek et sa fitte". Ook dit is een amateur-foto, zilverzoutdruk, evenals de foto no. 13 van het schip Apeldoorn. Misschien zijn beide foto's door dezelfde amateur gemaakt. Jonkheer Hendrik Lodewijk Wendelin de Koek, geboren te Batavia 1829, was een zoon van Albert Hendrik Wendelin baron de Koek en Elisabeth Antoinette Verster, en een kleinzoon van de bekende generaal Hendrik Merkus Baron de Koek. Hij was ritmeester Oost-Indisch Leger, later directeur der gevangenis te Semarang, en overleed te Salatiga 1885. Huwde te Batavia 1857 Jonkvrouwe Johanne Christina Louisa Hora Siccama. Uit dit huwelijk werden zeven kinderen geboren. Het portret stelt blijkbaar voor het oudste dochtertje Jonkvrouwe Elisabeth Antoinette de Koek, geboren te Batavia 1858. Zie Nederland's Adelsboek 49ste jaargang 1956 blz. 333. 16. „L. Sapartas". De foto is gemaakt door Woodbury & Page, • Photographers, Java. Deze fotografen hadden hun zeer bekende atelier in de Rijswijkstraat te Batavia, en hebben fraaie series foto's van het oude Batavia nagelaten. 17. „Schéffer. Off. de Marine. Adviseur Marine Indes". 18. „Mme Gevers a Boro, Kediri". 19. „Gevers. Borro, Kediri". • De foto's 18 en 19 zijn van het atelier K. Buwalda, Soerabaya. Tussen beide laatstgenoemde portretten liggen los in het album : 18a. „Kinderen G\". 18b'. Jongste kind G.". 18c. „Kinderen G. 7/3 69". . Deze foto draagt de laatste datum van het album. De kinderen zijn afgebeeld met hun baboe. Dé foto is gemaakt door Woodbury & Page. Jonkheer Theodorus Jacobus Hendrik Gevers, geboren Brussel 1819, majoor der Genie O.I.L., na zijn pensionnering administrateur ener onderneming te Blitar, residentie Kediri, overleden op zee 1869. Trouwt te Amersfoort 1856 Johanne Wilhelmina Lans, geboren Menado 1831, overleden Zandvoort 1905. Uit dit huwelijk vier kinderen. Zie Nederland's Patriciaat XII 1921/22 blz. 185. Dl. 114

9


130

A. N. J. THOMASSEN A THUESSINK VAN DER HOOP.

22. „Mme Netscher, Riouw". 23. „Netscher, Rst. Riouio". Tussen 22 en 23 ligt los een foto: 22a. "Kinderen Netscher" (een jongen en een meisje). Elisa Netscher, geboren Rotterdam 1825, Gouverneur van Sumatra's Westkust (1870), Lid van de Raad van Indië (1878), overleden Batavia 1880. Trouwt aldaar 1854 Wilhelmina Elisabeth Theunisz. Uit dit huwelijk drie kinderen, waarvan het derde geboren werd op Riouw. Zie Nederland's Patriciaat IX 1918 blz. 273. Alexander Loudon schrijft in zijn verslag dat zijn expeditie op de terugreis van Bangkok naar Batavia van 8 tot 12 April 1862 Riouw aandeed, waar hij logeerde bij Resident Netscher. Bij die gelegenheid zal ook John F. Loudon met de Resident en zijn gezin kennis hebben gemaakt. 24. „Cornelis de Groot, Chef van 't Mijmvesen". 25. „Mevr. Cornelis de Groot". Zij is afgebeeld met een jongetje naast zich. Tussen 24 en 25 liggen twee losse foto's: 24a. „Corn. de Groot". Opdracht: „Mijn vriend John F. Loudon, 30/8 1862". Achterop het stempel Woodbury, Java. Blijkbaar had deze fotograaf zich in dit jaar nog niet geassocieerd met Page. Vergelijk hierboven 18c. 26. „Cornelis de Groot". Afgebeeld met een Dajakse zonnehoed en een lans. Cornelis de Groot van Embden werd geboren te Delft in 1817. Op dertienjarige leeftijd werd hij klerk op een kantoor. Toen hij 16 jaar oud was trad hij in militaire dienst als volontair bij het Regiment Lanciers No. 10 te Utrecht. Hij klom op tot brigadier, fourier en opperwachtmeester. In 1840 maakte een nieuwe bepaling het onmogelijk om uit de troep op te klimmen tot officier. De Groot nam daarom ontslag en bij de oprichting van de Koninklijke Academie te Delft werd hij „werkstudent". In 1846 behaalde hij het getuigschrift als civiel ingenieur voor de dienst in Nederlands Indië. Hij bekwaamde zich verder als mijningenieur. In 1850 ging hij als ingenieur tweede klasse en chef van het mijnwezen naar Java. In Indië heeft De Groot veel en belangrijk werk gedaan als mijningenieur, en verschillende artikelen geschreven in het Natuurkundig Tijdschrift voor Nederlandsch Indië, orgaan van de Natuurkundige Vereeniging in Nederlandsch Indië, waarvan hij mede-oprichter en, na zijn repatriëring, erelid was. Tijdens een verlof in Nederland vroeg hij ontslag uit 's lands dienst,


„VERGEELDE PORTRETTEN".

131

hetwelk hem per 1 Januari 1866 eervol werd verleend, doch in diezelfde maand ging hij naar Indië terug als vertegenwoordiger der Billiton Maatschappij. Deze betrekking legde hij in 1871 neer en hij keerde in datzelfde jaar terug naar Nederland als ambteloos burger. Hij was daar een werkzaam lid van vele verenigingen, onder andere lid van verdienste.van de Indologische Vereniging te Delft, achtereenvolgens bestuurslid, ondervoorzitter en voorzitter van het Indisch Genootschap en vele jaren bestuurslid en penningmeester van ons Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde. Cornelis de Groot overleed te 's-Gravenhage 11 Juni 1856. Een uitvoerige necrologie van de hand van mijningenieur P. van Dijk is te vinden in het Jaarboek van het Mijnwezen in Nederlandsch Oost-Indië XXVII 1898, wetenschappelijk gedeelte blz. 1-29. 27. „Douair-re Van den Bosch. Pondok Gedee". Foto Woodbury & Page. De foto stelt voor Johanne Adelaïde Bartholde Henriette Adolphine von Schmidt auf Altenstadt (1813-1867), weduwe van Mr. Johannes graaf van den Bosch (1807-1854). Haar kinderen Johannes Hendrikus Willem en Johannes Albert Otto werden op Pondok Gedeh bij Buitenzorg geboren, respectievelijk in 1840 en 1842. Haar echtgenoot was de zoon van de Gouverneur Generaal. Zie Nederland's Adelsboek en Encyclopaedie van Nederlandsch Oost-Indië, beide sub voce Van den Bosch. 28. „Chevr Napoléon de Stuers". 29. „MUe de Stuers, Fille de N. de S". Adrien Lambèrt Napoléon ridder de Stuers, geboren Parijs 1814, kapitein der infanterie N.I. Leger, overleden Batavia 1873. Trouwt Soerabaja .1853 Adriana Alberta van der Waal, geboren aldaar 1834, overleden Batavia 1858. Zij hadden twee dochters: Jonkvrouwe Marie Eugénie Adriana Elise Huberte, geboren Mr. Cornelis 1855, overleden 's-Gravenhage 1928, en Jonkvrouwe Adriana Joséphine Maria Eugénie Eliza, geboren Batavia 1857, overleden Salatiga 1859. Het portretje beeldt blijkbaar de oudste .dochter af. Zie Nederland's Adelsboek 1952 blz. 117. • 30. „Mine Haakman-Carimon". 31. „H. J. L. Haakman". 32: „Demang Leman, Chef des rebelles a Banjermassing (Borneo) quelques heures avant son exêcution". Deze Demang Lehman was een van de belangrijkste leiders in de Bandjarmassinse oorlog. Hij werd ten slotte met veel moeite gevangen, en terecht gesteld te Martapoera op 27 Februari 1864.


132

A. N. J. THOMASSEN A THĂœESSINK VAN DER HOOP.

Deze foto is gereproduceerd in W. A. van Rees, De Bandjermasinsche krijg 1859-1863 deel II, Arnhem 1865, tegenover blz. 52. De reproductie is in lithographie uitgevoerd. Op blz. 417 is het einde van Demang Leman kort verhaald. Meer uitvoerig wordt het verhaal gegeven door H. G. J. L. Meyners in: Bijdragen tot de geschiedenis van het Bandjermasinsche rijk, Leiden 1886. Omtrent de laatste uren van de gevangene bericht deze schrijver: „Gedurende de dagen zijner gevangenschap was het gedrag van Demang Lehman zeer kalm en gelaten . .. Tegen het nemen zijner photographie verzette hij zich niet, integendeel scheen hij veeleer daarmede ingenomen te zijn." Ook Meyners geeft een reproductie in steendruk van het portret, echter eenigszins gewijzigd. A. N. J. T H . A TH. VAN DER HOOP.


A. Thomassen à Thuessink van der Hoop,, Vergeelde portretten. (Met 15 portretten)