Page 1

lectoraat fotografie • fotografie & industrie ➓ bakker: toekomst van de documentaire bedrijfsfotografie p1 van 14

fotografie & industrie ➓ wibo bakker de toekomst van de documentaire bedrijfsfotografie: overvloed en onbehagen? Wibo Bakker De toekomst van de documentaire bedrijfsfotografie: overvloed en onbehagen? Tekst geschreven in opdracht van het Fonds voor Beeldende kunsten, Vormgeving en Bouwkunst, Amsterdam \ Annelies Kuipers, intendant Documentaire Fotografie. Breda 2010 Nederland heeft een zekere traditie op het gebied van documentaire fotografie voor het bedrijfsleven. Zo kenden de jaren vijftig en zestig de opkomst en ondergang van het bedrijfsfotoboek. Hiervoor werkten vooruitstrevende fotografen nauw samen met tekstschrijvers en ontwerpers. Destijds was de reproductie van fotografie in drukwerk nog een duur proces. Nu is dat veel minder het geval. Dalende prijzen voor drukwerk en de komst van internet hebben ervoor gezorgd dat het aantal visuele uitingen van bedrijven sterk is toegenomen. Dit ging gepaard met een groeiende vraag naar fotografie. Tegelijkertijd geven bedrijven sinds de opkomst van ‘branding’ steeds strakkere richtlijnen over de eisen waar foto’s aan moet voldoen. Samen met de afnemende beschikbaarheid van budgetten lijkt dit voor een vervlakking te zorgen in de fotografische representatie van het bedrijfsleven. De vraag doet zich voor hoeveel ruimte er tegenwoordig nog is voor bijzondere vormen van samenwerking tussen fotograaf en bedrijfsleven. Deze en andere vragen worden aan de orde gesteld in een vergelijking tussen de omgang van bedrijven met fotografie in de jaren vijftig en nu. Daarnaast wordt een blik geworpen op de mogelijke toekomst van bedrijfsfotografie, voor fotograaf én bedrijf. Wibo Bakker (1974) is onderzoeker en designmanager. Na zijn opleiding tot grafisch ontwerper aan de academie voor beeldende kunsten Arnhem studeerde hij algemene letteren aan de Universiteit Utrecht met als specialisatie cultuurgeschiedenis van de moderne tijd. In 2009 promoveerde hij op het proefschrift Droom van helderheid. Huisstijlen, ontwerpbureaus en modernisme in Nederland, 1960-1975. Daarnaast werkte hij als grafisch ontwerper en dtp’er bij diverse ontwerpbureaus en was hij freelance docent aan de Universiteit Utrecht, de Universiteit Amsterdam en de academies voor beeldende kunsten akv|St. Joost (Breda) en St. Lukas (Gent). Hij heeft een bijzondere interesse in de professionalisering van het grafisch ontwerpen, management en bedrijfsgeschiedenis, huisstijlen, bewegwijzeringen en pictogrammen, verpakkingen, branding, typografie en bedrijfsfotografie. Recent publiceerde hij een artikel over: ‘De PAM-huisstijl’, in: Archief Total Design – PAM redactie: Marie Christine van der Sman Eindhoven: [Z]OO producties 2009


lectoraat fotografie • fotografie & industrie ➓ bakker: toekomst van de documentaire bedrijfsfotografie p2 van 14

De Nederlandse Steenkoolmijnen, personeelsblad Steenkool, jaargang 1950. Fotografie voorlichtingsdienst Staatsmijnen. Ontwerp M. Verjans

Rabobank website, 2010: sitegebruikers kunnen hun eigen jaarverslag samenstellen

De toekomst van de documentaire bedrijfsfotografie: overvloed en onbehagen De Grafische Cultuurstichting beklaagt zich er bij haar jureringen voor het ‘best verzorgde jaarverslag’ regelmatig over, dat de jaarverslagen van profitorganisaties minder goed van kwaliteit zijn dan die van non-profit organisaties.1 Dit geldt in het bijzonder voor de fotografie die wordt toegepast in jaarverslagen van profitorganisaties. Volgens haar is het vaak ‘volstrekt onduidelijk’ wat deze moet bijdragen aan de kwaliteit van het jaarverslag. Een van de vermoedens die ze uitspreekt, is dat fotografen niet ‘eenzelfde taal’ zouden spreken als opdrachtgevers in de profitsector. Dit terwijl bekend is dat deze opdrachtgevers in het verleden meer van kwalitatieve fotografie gebruik maakten.

Wat is hier aan de hand? Waarom lijken profitorganisaties hun interesse voor goede fotografie te verliezen? Om dit te bekijken stap ik bewust buiten het pad van wat normaliter als kwalitatief goede bedrijfsfotografie wordt gezien: de ‘documentaire bedrijfsfotografie’. Meestal staat dit begrip voor werk van ‘kunstzinnige’ en ‘kritische’ fotografen die het bedrijfsleven tot hun onderwerp maken.2 Zelden wordt de fotografie echter door de bril van het bedrijfsleven zelf bekeken. Dit is jammer want een dergelijke bredere blik kan veel zeggen over het gebrek aan belangstelling bij bedrijven voor deze vorm van fotografie.

1 Grafische Cultuurstichting, De bestverzorgde jaarverslagen 2009, 2010. 2 Mirelle Thijssen, ‘Het bedrijfsfotoboek’ in: Flip Bool, Mattie Boom, Frits Gierstberg e.a. (red.), Dutch Eyes: Nieuwe geschiedenis van de fotografie in Nederland, Zwolle 2007, pp. 449-456. 3 David E. Nye, Image world. Corporate identities at General Electric: 1890-1930, Cambridge [Mass.] 1985; Roy Stryker, U.S.A., 1943-1950. The Standard Oil (New Jersey) photography project, 1983. 4 Manfred Griger, Dirk Schlinkert, Sonja Meldau, Work exhibition 1. Photographs from the Volkswagen plant 1948-1974, Wolfsburg 2006; Deutsches Technikmuseum Berlin, Lieselotte Kugler, Kerstin Lange e.a., Die AEG im Bild, Berlin 2000. 5 Mirelle Thijsen, Het bedrijfsfotoboek 1945-1965. Professionalisering van fotografen in Nederland, Rotterdam 2002. 6 Mirelle Thijsen, Fotocollectie Stork: van staalkaart tot familiealbum, Rotterdam 2006. 7 Marga Altena, Visuele strategieën. Foto’s en films van fabrieksarbeidsters in Nederland 1890-1910, Amsterdam 2003.


lectoraat fotografie • fotografie & industrie ➓ bakker: toekomst van de documentaire bedrijfsfotografie p3 van 14

De Nederlandse Steenkoolmijnen, Steenkool, jaargang 1954. Fotografie voorlichtingsdienst Staatsmijnen. Ontwerp M. Verjans

Studies naar bedrijfsfotografie richten zich met name op het verleden en zijn vaak afkomstig uit landen met een belangrijke industriële traditie. Uit de Verenigde Staten zijn bijvoorbeeld de studies bekend van David E. Nye naar de manier waarop General Electric voor de Tweede Wereldoorlog fotografie inzette om verschillende doelgroepen te bereiken, en die van Roy Stryker naar zijn fotografieproject eind jaren veertig voor Standard Oil.3 Duitsland, een ander land dat snel industrialiseerde, heeft studies opgeleverd over de fotografie van AEG, Volkswagen en de industrie in het Ruhrgebied. 4 Engeland ontbreekt vreemd genoeg in dit rijtje, wat misschien te verklaren valt door de moeizame relatie tussen haar conservatieve zelfbeeld en de industrialisatie. In Nederland is het vooral Mirelle Thijsen die zich op dit gebied doet gelden met publicaties over bedrijfsfotoboeken. Dit is een voor Nederland typerend genre waarbij fotografen in samenwerking met schrijvers en ontwerpers – met name in de jaren vijftig en zestig – prachtige ‘Gesamt’-kunstwerkjes produceerden.5 Ook schreef Thijsen een essay over de fotocollectie van machinefabrikant Stork.6 Daarnaast mag Marga Altena niet onvermeld blijven met haar studie naar fotografie van fabrieksarbeidsters rond 1900.7

Het is eigenlijk opvallend dat er niet veel meer studies zijn verschenen over Nederlandse bedrijfsfotografie. Nederland bezit immers een aantal industriële en technische ondernemingen met een rijk en uitgebreid in beeld gebracht verleden zoals AKU, DAF, Hoogovens, NS, Philips, PTT, Shell, de Staatsmijnen, Unilever en Werkspoor. Welk fotografiebeleid hadden dergelijke bedrijven? En misschien nog wel interessanter, hoe gaan bedrijven nu met fotografie om? Dit is nog nauwelijks onderzocht. Door een vergelijking te maken tussen de Staatsmijnen in de jaren vijftig en zestig en enkele organisaties nu – waaronder ook niet-industriële – poog ik een antwoord te geven op de vraag waarom bedrijven minder belangstelling hebben voor goede fotografie, en wat de mogelijkheden zijn om deze onder de aandacht van het bedrijfsleven te brengen.


lectoraat fotografie • fotografie & industrie ➓ bakker: toekomst van de documentaire bedrijfsfotografie p4 van 14

De Nederlandse Steenkoolmijnen, Steenkool, jaargang 1950. Fotografie voorlichtingsdienst Staatsmijnen. Ontwerp M. Verjans

De Nederlandse Steenkoolmijnen, Steenkool, jaargang 1954. Fotografie voorlichtingsdienst Staatsmijnen. Ontwerp M. Verjans

Fotografie en communicatie bij Staatsmijnen 1950-1970 Een bedrijf dat in de jaren vijftig veel aandacht besteedde aan fotografie was Staatsmijnen, tegenwoordig bekend onder de naam DSM – destijds het grootste bedrijf in ZuidLimburg. In haar beeldbehoefte werd voorzien door de fotografiesectie van de Voorlichtingsdienst van het bedrijf, die destijds bestond uit maar liefst vier fotografen en drie dagloners. Uit verslagen blijkt dat de sectie gemiddeld 3.000 foto’s per jaar maakte, waaronder enkele honderden kleurendia’s. Daarnaast produceerde ze jaarlijks circa 10.000 fotoafdrukken en maakte ze bedrijfsfilms. Dit beeldmateriaal werd door de tentoonstellingssectie, de sectie grafisch ontwerp, de reproductieafdeling en de sectie bedrijfsbezoek – eveneens vallend onder de Voorlichtingsdienst – verwerkt in eindproducten als tentoonstellingen, drukwerkuitingen, film- en diavoorstellingen. Staatsmijnen was dus bijna geheel zelfvoorzienend in de ontwikkeling van communicatieuitingen.

De sectie fotografie van Staatsmijnen fotografeerde vooral nieuwe installaties en producten. Daarnaast werden natuurlijk verenigingsactiviteiten, jubilea en bijzondere bedrijfsbezoeken in beeld gebracht. Ook verzorgde zij de fotografie voor het tijdschrift Steenkool, dat mede de grootte van de sectie verklaarde. De publicatie werd tussen 1946 en 1957 uitgegeven door de gezamenlijke Nederlandse mijnbedrijven en was bedoeld voor mijnwerkers en hun gezin. Naast artikelen over cultuur en mijngeschiedenis, waren ontwikkelingen bij Staatsmijnen het belangrijkste onderwerp. De fotosectie registreerde hiervoor het hele functioneren van het bedrijf; van de werking van de postkamer, de kantoren van de mijnpolitie tot de bedrijfskapellen.


lectoraat fotografie • fotografie & industrie ➓ bakker: toekomst van de documentaire bedrijfsfotografie p5 van 14

Fotografiesectie van de voorlichtingsdienst Staatsmijnen in 1951: F. Cals, K. van Straaten, M. Grubben, H. Driessen

Fotoarchiefkaart van de voorlichtingsdienst Staatsmijnen, 1965

Daarnaast maakte ze reportages over het leven en wonen van mijnwerkers en bijvoorbeeld veiligheidsprocedures. Deze reportages waren natuurlijk ook bruikbaar om leerlingen van de eigen bedrijfsscholen of bezoekers inzicht te geven in de bedrijfsprocessen van Staatsmijnen. Het doel van Steenkool was om werknemers sterker te betrekken bij het mijnbedrijf. Nieuwe opvattingen over bedrijfsmanagement die na de Tweede Wereldoorlog uit de Verenigde Staten werden geïmporteerd – zoals de human relations-benadering – maakten duidelijk dat een magazineachtig bedrijfsblad als Steenkool daaraan bijdroeg.

Tegelijkertijd kreeg Staatsmijnen ook een grotere interesse in hun externe reputatie. Dit gebeurde wederom onder invloed van de Verenigde Staten, waar voorlichtings- en public relationsafdelingen het belang ervan eerder inzagen. In Nederland zelf werd de belangstelling voor de bedrijfsreputatie gestimuleerd door de interesse van de pers in de wederopbouw van de industrie. Een andere stimulerende factor was de vraag naar werknemers bij bedrijven. Een goede reputatie zou vooral tot stand komen, zo dacht men, door het publiek te informeren over het functioneren van een bedrijf. Dit zou zorgen voor begrip en daarmee voor waardering.

Diverse bedrijfsfoto’s van Staatsmijnen (1950-1975)


lectoraat fotografie • fotografie & industrie ➓ bakker: toekomst van de documentaire bedrijfsfotografie p6 van 14

Diverse bedrijfsfoto’s van Staatsmijnen (1950-1975)

Staatsmijnen bracht daarom boeken en brochures uit die de werking van het bedrijf, en het belang ervan voor de nationale welvaart toelichtten. Een belangrijke doelgroep waren bijvoorbeeld scholieren, potentiële werknemers, die het boekje Mysterie in de mijnen ontvingen. Voor een breder publiek was er het rijk geïllustreerde Wereld van groei (1959, 1962), waarin het bedrijf op circa 150 pagina’s werd ontleed. Deze fotopocket kende maar liefst twee herdrukken en werd in een oplage van vele tienduizenden verspreid. Een meer culturele tint had het bedrijfsfotoboek De wereld van het carboon (1959). Voor al deze publicaties werd gebruikgemaakt van de foto’s van de fotosectie, mede geschoten voor het tijdschrift Steenkool.

Net als andere bedrijven veronderstelde Staatsmijnen, dat informeren genoeg was om een gunstige reputatie te verwerven. Dit veranderde toen er eind jaren vijftig in het bedrijfsleven aandacht ontstond voor het ‘bedrijfsbeeld’, of ‘corporate image’. Reputatie was meetbaar en met nieuwe onderzoeksmethoden kon worden vastgesteld welk beeld mensen hadden van een bedrijf. Het bleek dat Staatsmijnen bekend stond als een ‘zwart’ en ‘verliesgevend’ mijnbedrijf. Zelf zag men echter toekomst in de sterk expanderende chemietak. Daarom legde Staatsmijnen vanaf de jaren zestig in hun communicatie de nadruk op de chemieactiviteiten. De bewustwording van het eigen imago leidde dus tot het presenteren van een selectiever beeld aan de buitenwereld. Net als veel andere industriële bedrijven kende Staatsmijnen in de jaren zestig en zeventig stevige reorganisaties. Dit vanwege de aanstaande sluiting van zijn mijnbedrijf en de verdere uitbouw van de chemietak. Hierbij werd de Voorlichtingsdienst – inclusief de sectie fotografie – sterk ingekrompen. Tegelijkertijd kwam het idee van het bedrijf als een gemeenschap vanaf het eind van de jaren zestig onder druk te staan door de individualisering in de samenleving. Met de opkomst van de verzorgingsstaat nam de overheid huisvestings-, zorg- en scholingstaken van het bedrijfsleven over. Hiermee verviel in toenemende mate de behoefte bij Staatsmijnen om het interne functioneren fotografisch te documenteren én uit te dragen.


lectoraat fotografie • fotografie & industrie ➓ bakker: toekomst van de documentaire bedrijfsfotografie p7 van 14

Veel andere bedrijven ondergingen een dergelijke reorganisatie pas in de jaren zeventig als gevolg van de toen afvlakkende economische groei. Opvallend is dat juist in deze tijd het jaarverslag bij veel bedrijven uitgroeide tot een bijzondere creatieve uiting. Gelijkopgaand met de interesse van het bedrijfsleven voor de eigen reputatie, was er in de jaren vijftig belangstelling ontstaan voor het jaarverslag. Zo stelde Het Financieele Dagblad in 1954 de Henri Sijthoff-prijs in voor het bestverzorgde jaarverslag en liet Lettergieterij Amsterdam in 1956 op een tentoonstelling zien dat een jaarverslag ook een promotionele waarde kon hebben. Het jaar daarop stelde de ‘Federatie der Werkgeversorganisatiën in het Boekdrukkersbedrijf’ jaarlijkse, eervolle vermeldingen in voor goed gedrukte en vormgegeven jaarverslagen. Onder invloed van deze ontwikkelingen groeiden jaarverslagen uit van typografische documenten tot geïllustreerde boekwerken. Dergelijke ontwikkelingen zijn ook zichtbaar bij Staatsmijnen: tussen 1902 en 1948 bleef de vormgeving van het jaarverslag nagenoeg ongewijzigd, maar vanaf 1949 veranderde de vormgeving om de paar jaar en gingen de foto’s van de fotografiesectie een belangrijker rol spelen.

Staatsmijnen, fotopocket Wereld van groei, 1962

fotografie & industrie ➓ bakker: toekomst van de documentaire bedrijfsfotografie  

fotografie & industrie ➓ bakker: toekomst van de documentaire bedrijfsfotografie

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you