Page 1

€2,- • Jaargang 32 • sept - okt

2 0 0 6 • N r. 5

Een gestippeld portret door Jan Toorop Van der Helst-schilderij wordt gerestaureerd Hella Haasse en de 18de eeuw


Actueel COLOFON

Fly Me To The Moon Tijdens de verbouwing van het Rijksmuseum geeft een aantal hedendaagse kunstenaars hun visie op het museum en zijn collectie. Een van deze projecten is vanaf vrijdag 6 oktober te zien: het bijzondere Fly Me To The Moon van het Rotterdamse kunstenaarsduo Liesbeth Bik en Jos van der Pol. Centraal in dit project staat een maansteen, het oudste object in de collectie van het Rijksmuseum. Deze steen, meegenomen door de eerste bemande maanvlucht, staat symbool voor het exploreren van het onbekende, het koloniseren van verre gebieden en het meebrengen van schatten en kennis daar vandaan. De maansteen is bovendien het uitgangspunt voor een zoektocht naar de functie van Het Nieuwe Rijksmuseum. In een van de torens van het hoofdgebouw van het Rijksmuseum dat nu wordt gerenoveerd, wordt de maansteen in een vitrine gepresenteerd. Bezoekers Maansteen, meegebracht door de bemanning van de Apollo 11

Hoogte 2 cm, diepte 5,5 cm

kunnen onder begeleiding in kleine groepjes het gebouw binnengaan en de steen bezichtigen. Meer informatie over aanmelding en locatie op www.rijksmuseum.nl.

De Rijksmuseum Kunstkrant is een uitgave van de afdeling Educatie & Publieksinformatie van het Rijksmuseum Amsterdam. Eindredactie: Paulien Retèl Foto’s: afdeling Fotografie Rijksmuseum, tenzij anders vermeld. Vormgeving: Volta, Utrecht Lithografie en druk: Uitgeverij Waanders, Zwolle ABONNEMENTEN

Abonnement: €10 per jaar (6 nummers). Tien of meer abonnementen op één afleveradres: €7,55 per abonnement per jaar. Abonnementenadministratie: Waanders Uitgevers, Antwoordnummer 32, 8000 VB Zwolle. T: 038-4673400 F: 038-4673401 E: abonnementen@waanders.nl RIJKSMUSEUM AMSTERDAM

Bezoekadres en openingstijden:

Veel fashionistas op preview Fashion DNA Voorafgaand aan de officiële opening van de tentoonstelling Fashion DNA vond op 31 juli een preview plaats, ter ere van de afsluiting van de Fashion Week Amsterdam. Er werden heel wat fashionable BN’ers gespot in De Nieuwe Kerk, zoals Mart Visser, Frans Molenaar, Marlies Dekkers, Bracha van Doesburg, Otazu, Ans Markus, Irene van der Laar en de zanger Gordon. De tentoonstelling Fashion DNA; het Rijksmuseum in De Nieuwe Kerk is nog tot en met 22 oktober te zien.

Trompenburg Het Rijksmuseum is met de Rijksgebouwendienst overeengekomen dat het met ingang van september 2006 Huis de Trompenburg, een bijzonder monument in ’s-Graveland vlak bij het Gooi, zal mogen gebruiken. Huis de Trompenburg kwam rond 1678 gereed en was het buitenhuis van onder meer naamgever en bouwheer admiraal Cornelis Tromp. Sinds 1938 is het monument in beheer bij de Rijksgebouwendienst. Vanwege het bijzondere monumentale karakter kan Huis de Trompenburg gedurende het jaar maar een beperkte periode worden gebruikt. Het Rijksmuseum zal er onder meer publieke openstellingen, kleine ontvangsten en lezingen organiseren. Op 9 september 2006 kunt u in het kader van de Open Monumentendag Huis de Trompenburg bezoeken. Meer informatie en aanmelden op www.rijksgebouwendienst.nl.

De zanger en presentator Gordon tijdens de preview van Fashion DNA

Huis de Trompenburg in ’s-Graveland

Foto: Jørgen Koopmanschap

Foto: Arie de Leeuw

2 Nr.5 | 2006

Philipsvleugel: Jan Luijkenstraat 1, Amsterdam. Iedere dag van 9.00 tot 18.00 uur, vrijdag van 9.00 tot 22.00 uur, 1 januari gesloten. Bibliotheek en Rijksprentenkabinet: Frans van Mierisstraat 92, Amsterdam. Dinsdag t/m zaterdag van 10.00 tot 17.00 uur. Postadres: Postbus 74888, 1070 DN Amsterdam. T: 020-6747000 F: 020-6747001 E: info@rijksmuseum.nl I: www.rijksmuseum.nl AFBEELDING OMSLAG

Jan Toorop, portret van M. J. de Lange, 1900


Inhoud 4 DE GROTE REM BRAN DT In zijn nieuwe boek gaat kunsthistoricus Gary Schwartz op zoek naar de aanknopingspunten tussen Rembrandt en de maatschappij waarin hij leefde.

6 DE ‘SCH UTTERSMAALTI J D’ WORDT GERESTAU REERD Op zondag 25 juni beschadigde een museumbezoeker een van de topstukken van het Rijksmuseum met brandende aanstekervloeistof. Manja Zeldenrust en Laurent Sozzani vertellen over het restauratieproces.

8 H ELLA HAASSE EN DE 18DE EEUW Op 16 augustus nam Hella S. Haasse het eerste exemplaar in ontvangst van de uitgave Nederlandse kunst 1700-1800. Mevrouw Haasse sprak bij die gelegenheid over haar fascinatie voor de 18de eeuw.

10 FOTOGRAFEN VAN DE STRAAT Vanaf 8 september presenteert het Rijksmuseum 20steeeuwse foto’s in het Van Gogh Museum. Deze tentoonstelling heeft straatfotografie als thema.

16 U ITGELI J N D Vanaf de 16de eeuw komen deze langwerpige kussens regelmatig voor op schilderijen, maar is het nu een naaikussen, een bruidskoffertje of een juwelenkistje?

18 AANWI NST Sinds kort bezit het Rijksmuseum een uitzonderlijk schilderij, geschilderd door Jan Toorop in 1900.

20 I N DIASE SITSEN I N M I N IATU U R Niet alle textiel in de twee poppenhuizen van het Rijksmuseum komt uit Europa: veel stoffen zijn sitsen uit India.

24 H IGH TEA I N DE TU I N Vrienden vieren de 400ste verjaardag van Rembrandt.

3 KunstKrant


Gary Schwartz over zijn nieuwste boek

De grote Rembrandt In een brief van 10 augustus 1679 schreef Sir Henry Sidney, de Engelse ambassadeur in Nederland, vol ontzag en met een zekere afgunst het volgende over de macht van burgemeester Gillis Valckenier van Amsterdam: ‘Ik verzeker u dat de Grote Turk niet zoveel absolute heerschappij en macht heeft als hij [Valckenier] in Amsterdam bezit. Wat hij zegt wordt altijd zonder enige tegenspraak gedaan; hij zet af en stelt aan wie hij wil; int gelden zoveel hem goeddunkt, doet precies wat hij wil, en toch wandelt hij over straat als een gewone winkelier.’

D

e man over wie Sidney schreef, kan – als burgemeester van de rijkste stad van de wereld van toen – een van de machtigste mensen op aarde genoemd worden. Toch is zijn naam veel minder bekend dan die van Jan Six, over wie geen enkele Engelse gezant ooit aan het thuisfront rapporteerde. Veel afbeeldingen van Rembrandts portretten van Jan Six hebben als bijschrift ‘Burgemeester Six’, maar Rembrandt heeft Six nooit in die hoedanigheid gekend. De man is pas in 1691 voor één keer burgemeester geworden, 22 jaar na Rembrandts dood. Toen hij Six de eerste maal portretteerde had deze nog niet eens zijn eerste stap op de bestuurlijke ladder gezet. Dat gebeurde pas in 1656, toen Six Commissaris van Huwelijkse Zaken werd. De vergelijking van Gillis Valckenier met Jan Six is een treffend bewijs voor de effectiviteit van de kunst als instrument ter verkrijging van eeuwige roem. Niemand kent vandaag nog de ooit zo almachtige burgemeester Valckenier, terwijl burgemeester Six wereldberoemd is. Vriendschap als bindmiddel Eerder heb ik het netwerk van opdrachtgevers, kopers en andere bewonderaars van Rembrandts kunst in kaart gebracht, waardoor duidelijk werd in wat voor maatschappelijk systeem hij leefde. Veel van deze mensen bleken een band met elkaar te hebben. Het leidende principe was het stelsel van patronage. Vandaag de dag is dat synoniem met vriendjespolitiek en het old boys’ network, maar in de 17de eeuw heette dit gewoon

4 Nr.5 | 2006


Rembrandt van Rijn Zelfportret als apostel Paulus, 1661 Olieverf op doek, 91 x 77 cm Op zijn 55ste jaar schilderde Rembrandt zichzelf met de attributen van de apostel Paulus. Paulus’ brieven werden veel gelezen door de christenen van Rembrandts tijd, vooral door de mennonieten waarmee hij zich mogelijk verbonden voelde.

Rembrandt van Rijn, Jan Six, 1647 Ets, droge naald en gravure, 244 x 191 mm Jan Six, een rijke Amsterdamse lakenverver,

‘vriendschap’. Omdat er in die tijd weinig procedures bestonden voor het verwerven van ambten, was patronage de meest gebruikelijke wijze om banen, geld en macht te verdelen. Openbare aanbestedingen – met inbegrip van opdrachten voor kunstwerken – vielen onder die noemer, en zelfs ook veel privéopdrachten. Een burgemeester als Joan Huydecoper creëerde een onontwarbare kluwen van banden met schilders, graveurs, beeldhouwers, dichters, toneelschrijvers, cartografen en uitgevers om zijn politieke, diplomatieke, ambtelijke, financiële en familiebelangen te behartigen. Met deze inspanningen verwierf hij zich de naam van een groot beschermer van de kunsten, een mecenas. Deze kijk op de verhoudingen tussen de makers en kopers van kunst is heel anders dan het gebruikelijke beeld van de schilder als een kleine neringdoende, die zijn waren aanbiedt aan een anonieme markt. Het is ongelofelijk boeiend dat ook een kunstenaar als Rembrandt deel uitmaakte van dit systeem. Aan de ene kant was het harder en zakelijker dan je zou verwachten, maar aan de andere kant ook veel persoonlijker. Door aan de hand van Rembrandts contacten de kunstenaar in zijn omgeving te plaatsen ontstond een beeld van Rembrandts plaats in de maatschappij, en hoe dit zijn keuzes als kunstenaar beïnvloedde.

een breder beeld, waarin niet alleen de zakelijke kanten van Rembrandts carrière centraal staan. Een veel boeiender contrast is de tegenstelling tussen Rembrandt als Einzelgänger en als mens onder de mensen. In De grote Rembrandt ga ik daarom in op de betekenis die de wereld, de mens en God voor Rembrandt hadden. De ontwikkeling van Rembrandts kunst vond immers niet alleen plaats in zijn atelier, maar voor een belangrijk deel in zijn interactie met andere mensen en andere waardenstelsels. Rembrandt blijkt dus een socialere Rembrandt te zijn dan vaak wordt aangenomen, al heeft dat sociale ook asociale kanten. Als Rembrandt louter een creatuur van het atelier en de kunsthandel was geweest, zou hij niet tot zulke hoogten hebben kunnen klimmen in zijn kunstscheppingen, en was de fascinatie die hij bij het nageslacht heeft niet zo blijvend. Wanneer mensen Rembrandt bewonderen, gaat het natuurlijk om de kwaliteit van zijn penseelwerk of om wat hij met de etsnaald vermocht. Maar meestal gaat het over meer: over Rembrandts beeld van de mens, en in tal van Rembrandtbijbels en boeken over zijn religieuze kunst ook over Rembrandts beeld van God. De godsdienst was nu eenmaal onnoemelijk veel belangrijker in Rembrandts wereld dan de kunst. In zijn zelfportretten toont Rembrandt zichzelf vrijwel altijd in eenzaamheid. Dit bracht kunsthistorici ertoe te schrijven over Rembrandt als een hoogst individueel persoon die vooral bezig was met zijn eigen innerlijk leven en gedachten. Ik ben echter op zoek gegaan naar de aanknopingspunten tussen Rembrandt en de anderen, tussen hem en de maatschappij waarin hij leefde. Al had Rembrandt misschien de neiging zich in zijn atelier en in zijn eigen gedachten op te sluiten, het was hem niet gegeven om zo te leven en te werken. Zijn tijdgenoot John Donne zei het zo: ‘No man is an island, entire of itself.’ Gary Schwartz

dichter en mecenas, die later burgemeester werd, was een vriend en opdrachtgever van Rembrandt. Dit geëtste portret van Jan Six was het eerste waarin Rembrandt alle drie de etstechnieken toepaste: pure ets, droge naald en burijn. Na die tijd week hij steeds verder af van de pure etskunst.

Mens onder de mensen Maar als Rembrandt een carrièregerichte professional was, die soms handig maar meestal minder handig inspeelde op de aanwezige mogelijkheden, waar blijft dan ‘Rembrandt het Genie’? Volgens mij zijn dit geen eigenschappen die elkaar uitsluiten. Rembrandt kon tegelijkertijd een genie zijn in artistieke zin én een typische beoefenaar van zijn vak. In De grote Rembrandt geef ik dan ook

In De grote Rembrandt brengt Gary Schwartz de belangrijkste hedendaagse kennis over Rembrandt bijeen, terwijl hij aan de hand van tal van onderwerpen ook interessante, nieuwe dingen over de kunstenaar vertelt. Het boek telt 384 pagina’s en 650 afbeeldingen en is uitgegeven door Waanders Uitgevers. Prijs: € 69,95.

5 KunstKrant


Actueel

De ‘Schuttersmaaltijd’ wordt gerestaureerd

Manja Zeldenrust en Laurent Sozzani, restauratoren van het Rijksmuseum, onderzoeken het beschadigde schilderij.

Op zondag 25 juni 2006 beschadigde een museumbezoeker het schilderij ‘De schuttersmaaltijd ter viering van de Vrede van Munster’ (1648) van Bartholomeus van der Helst met brandende aanstekervloeistof. Om de schade te onderzoeken en te herstellen is het meer dan twee bij vijf meter grote schilderij overgebracht naar het restauratieatelier van het Rijksmuseum. De restauratie wordt uitgevoerd door Manja Zeldenrust en Laurent Sozzani. Op deze pagina’s vertellen zij over het restauratieproces.

Bartholomeus van der Helst De schuttersmaaltijd ter viering van de Vrede van Munster, 1648

De tweede stap is het regenereren (opnieuw

Olieverf op doek, 232 x 547 cm

transparant maken) van de vernislaag, die

Het door de aanslag

wit uitgeslagen is door de combinatie van

beschadigde schilderij, een van

de vloeistof die de dader gebruikte, de hitte

de topstukken van het Rijks-

Als eerste stap in het reinigingsproces werden de

van het vuur en het door de zaalwacht ge-

museum zal eind september na

roetresten, afkomstig van het verbrande vernis, ver-

bruikte bluswater. Deze schoonmaaktest

restauratie terugkeren in de

wijderd. Hoewel deze stap zich concentreerde op de

laat zien hoe het wit uitgeslagen vernis

Philipsvleugel.

beschadigde plek, is ter voorbereiding op het vernis-

weer transparant wordt door het gebruik

sen het hele schilderij gereinigd om ook ander vuil

van een eenvoudig oplosmiddel.

en aanslag van het oppervlak te verwijderen.

6 Nr.5 | 2006


Een klein gedeelte van 15 x 20 cm was ernstiger beschadigd dan de rest. Het kan zijn dat het schilderij hier langer in brand heeft gestaan en de hitte intenser was. Het gevolg: kleine blaasjes in de verf. Hier is een aantal verhoogde stippen witte verf in de mouw te zien. De verhoging/vervorming van de verf is veroorzaakt door de hitte. Dit witte stipje impasto is door een microscoop 25 maal vergroot gefotografeerd en heeft een doorsnede van slechts 3 mm. Het zit vol kleine door de hitte veroorzaakte blaasjes. Gelukkig zijn maar weinig stippen impasto zo erg beschadigd. Rond het stipje zit verbrand vernis, dat eruitziet als gekarameliseerde suiker.

Deze schoonmaaktest laat de resultaten van stap 2 (links) en 3 zien, waarbij het vernis hersteld is. De rechterhelft, die er lichter uitziet, toont De witte strepen zijn het gevolg van de vloeistof die langs het schilderij naar beneden is gelopen en gedurende een seconde in brand stond. Op deze witte plekken was de vloeistof zo dun en brandde zo kort, dat er gelukkig weinig schade aan het vernis ontstond en geen enkele schade aan het schilderij zelf.

het oppervlak na uitvoering van stap 3. Daarbij zijn de bovenste lagen van het zwartgeblakerde vernis verwijderd. Dit deel is nu veel lichter en zichtbaar schoner dan het linkergedeelte, maar heeft nog steeds een laag vergeeld vernis. Volledige verwijdering van het vergeelde vernis zou resulteren in de helderder kleur die te zien is in de dunne strook in het midden, maar dat wordt niet tijdens deze behandeling gedaan. Volledige vernisafname is alleen mogelijk als het hele schilderij gerestaureerd zou worden. De doelstelling nu is om het schilderij weer op zaal te kunnen hangen in de staat waarin het zich voor de aanval bevond. Om dit te bereiken worden de beschadigde stukken slechts ten dele behandeld, zodat ze in evenwicht zijn met de niet-beschadigde gedeelten.

7 KunstKrant


Collectie

De Intieme Eeuw Nederlandse kunst 1700-1800 is het derde deel van een

serie rijk geïllustreerde boeken over de collectie van het Rijksmuseum. Het is ook een nieuwe poging om de wereld duidelijk te maken dat de 18de eeuw op zijn minst zo interessant is als alle andere.

George van der Mijn Mr. Pieter Cornelis Hasselaer met zijn gezin, 1763 Olieverf op doek, 249 x 288 cm Ter gelegenheid van zijn tweede huwelijk liet Hasselaer dit groepsportet maken, om zijn eerste gezin (in Amsterdam) aan zijn nieuwe (in Batavia) voor te stellen. Zijn overleden eerste echtgenote is rechts op een schilderij afgebeeld.

8 Nr.5 | 2006

D

e 18de eeuw wordt nogal eens gezien als het brave neefje van de 17de. Vergeleken met de eeuw van Rembrandt en De Ruijter lijkt de 18de maar sloom, ‘sloom als de trekschuit’, zoals hoofddirecteur Ronald de Leeuw bij de presentatie van het boek zei. Dat is niet helemaal onterecht. De 18de eeuw kende in Nederland veel minder dynamiek dan de 17de. De dominante positie op het wereldtoneel verdween als sneeuw voor de zon. Er was lange tijd geen stadhouderlijk hof, er werd niet groots gebouwd, zoals paleis Het Loo of het Stadhuis (nu Paleis op de Dam) van Amsterdam. De kunst manifesteerde zich vooral op intieme schaal, in het interieur, de tuin of de garderobe.

Daar kwam bij dat de heersende mode in kunst (en politiek) Frans was, niet ‘Hollands’. Dat maakte de cultuur van de 18de eeuw in ogen van latere beschouwers minder authentiek. Een sprankelende tijd De veronachtzaming van de 18de eeuw is op zijn minst overdreven. Dat vinden niet alleen de schrijvers van Nederlandse Kunst 1700-1800; ook voor Hella Haasse, grande dame van de Nederlandse literatuur, is de 18de eeuw een sprankelende tijd. Haasse kent de periode van zeer nabij door de research voor haar historische romans, zoals Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter of Schaduwbeeld of Het geheim van Appeltern.


Mevrouw Haasse kreeg in het Rijksmuseum het eerste exemplaar van het boek aangeboden. Ze was er zeer over te spreken: ‘De 18de eeuw wordt altijd gezien als een tijd van decadentie, van slapte in de bevolking, maar als je ziet wat er gemaakt is, in die tijd, is het een eeuw geweest van – zelfs voor onze begrippen – onvoorstelbare luxe en een enorm vakmanschap. Ik vind het boek daarom zo prachtig, omdat het eigenlijk een hele geestesgeschiedenis is, een mentaliteitsgeschiedenis van die eeuw. Het heeft in mij veel doen opleven van wat je gewoonlijk in je gedachten en in je verbeelding verzamelt, door het lezen van die brieven, en door het intens bezig zijn met archiefwerk betreffende die tijd. Als je de beelden naast elkaar legt zie je hoe in de mensen een bepaalde ontwikkeling plaatsvindt, naar een soort besef van “in een bepaalde maatschappij leven”. Je ziet de groeiende belangstelling van de mensen voor elkaar, de nieuwsgierigheid die ook de aanleiding is geweest voor het ontstaan van de moderne roman. Dat komt tot uitdrukking in die kunstwerken: die geven aan waar mensen zich voor interesseerden, wat hun hoog zat, wat ze graag wilden.’ Het leven zelf werd een kunstwerk Reinier Baarsen, senior conservator meubelen, sluit zich daar onmiddellijk bij aan: ‘In de 18de eeuw staat kunst veel meer in het teken van de analyse van “het zelf”. Het is een tijd van brievenschrijven, van conversatie, van omgangsvormen, van fraaie positionering. In de 18de eeuw is de relatie tussen “kunst” en “leven” veel hechter dan in de 17de. 17de-eeuwse kunstvoorwerpen zijn vaak groot van omvang – enorme kasten, zware stoelen, grote schilderijen – en gericht op het tonen van de status van de eigenaar. Schuttersstukken zeggen wel iets over de status van de geportretteerden, maar het leven zelf wordt door die kunst niet aangeraakt.’ De waarde van de 18de-eeuwse kunst zit ’m dus in de samenhang, de ‘som der delen’. De artistieke ambities van de 18de eeuw worden vooral gerealiseerd in het interieur, een ‘geïntegreerd ensemble’ van meubels, stoffen, schilderingen, betimmeringen, gordijnen, beeldhouwwerk, serviezen en gebruiksvoorwerpen. Baarsen: ‘Het leven zelf werd een kunstwerk. In de kunst van de 18de eeuw kun je veel dichter bij het leven van de mensen zelf komen. Een zilveren broodmandje, een stoel – daardoor krijg je gevoel voor het leven zelf, het verkeren met elkaar. Neem bijvoorbeeld Diederik Baron van

Leyden, die in zijn huis aan het Rapenburg door Jan Xavery de grootste schoorsteen van Nederland laat maken. Of Jan Gildemeester, die zich door Adriaan de Lelie laat afbeelden als de spil van een groep kunstliefhebbers in zijn eigen huis, een elegant interieur vol schilderijen. Of Wilhelmina van Pruisen, de gemalin van Willem V, die met meubelmaker Matthijs Horrix een directe band had, zoals met een moderne interior decorator.’ De 18de eeuw in het Rijksmuseum Het is frappant dat op het ogenblik in de vaste opstelling van het Rijksmuseum de 18de-eeuwse collectie niet te zien is. De schilderijen en het Meissen-porselein zijn uitgeleend aan het Rijksmuseum aan de Grens in Enschede. Het is wachten op de heropening van het museum in Amsterdam. Baarsen: ‘In Het Nieuwe Rijksmuseum zal de 18de eeuw ook geïntegreerd worden getoond. Er is eigenlijk geen eeuw waarvoor dat beter werkt. De 18de eeuw krijgt een eigen vleugel op de hoofdverdieping, en zal daar de concurrentie aan moeten gaan met de ‘Nachtwacht’ en ander zwaar geschut. Ik ben ervan overtuigd dat ze dat met glans aankan!’ Koen Kleijn, kunsthistoricus en redacteur cultuur van weekblad

Op 16 augustus jl. ontving Hella Haasse uit handen van Ronald de Leeuw het eerste exemplaar van het boek over de 18de eeuw. Foto: ANP Foto/ Rick Nederstigt

Nederlandse kunst 1700-1800 is te koop in de Rijksmuseumwinkel en de reguliere boekhandel. Met de kaart in het hart van deze Kunstkrant kunt u deze uitgave met korting aanschaffen. U betaalt dan niet € 49,95 maar € 44,95. Deze actieprijs geldt van 1 september tot en met 31 oktober 2006.

De Groene Amsterdammer

9 KunstKrant


Tentoonstelling

Fotografen van de straat Vanaf 8 september presenteert het Rijksmuseum 20ste-eeuwse foto’s uit eigen collectie – vanwege de

verbouwing van het Rijksmuseum in

het Van Gogh Museum. Deze tentoonGeorge Hendrik Breitner (1857-1923)

stelling, getiteld De Straat, heeft

Oudezijds Achterburgwal,

straatfotografie als thema.

Amsterdam, 1894-1898 Ontwikkelgelatinezilverdruk

10 Nr.5 | 2006


H

oe keken fotografen naar het leven en de mensen op straat, en hoe veranderde in de loop van de 20ste eeuw deze visie, die in de late 19de eeuw ontstond? Die vraag wordt beantwoord met een vijftigtal foto’s van de vroegste straatfotografen John Thomson en Thomas Annan tot moderne meesters als André Kertész, Henri Cartier-Bresson, Diane Arbus en William Klein. Daarnaast is een aantal klassieke fotoboeken te zien zoals Street Life in London (1876-1877) van John Thomson, Paris de Nuit (1933) van Brassaï en Sweet Life (1966) van Ed van der Elsken. Het is de eerste keer dat het Rijksmuseum in een thematische tentoonstelling ook een overzicht geeft van de 20ste-eeuwse fotografie in zijn collectie. Tot voor kort legde het museum zich vooral toe op het verzamelen van foto’s uit de 19de eeuw, toen de fotografie werd uitgevonden. In Het Nieuwe Rijksmuseum zal straks echter ook de 20ste eeuw een belangrijke plek krijgen, en daarom besteedt het museum bij het verzamelen van fotografie nu ook aan die eeuw aandacht. Levendige beelden Voor de tentoonstelling in het Van Gogh Museum is doelbewust voor het thema ‘De Straat’ gekozen, omdat hiermee het verschil met de voorafgaande 19de eeuw goed in beeld gebracht kan worden. Om die reden is ook een aantal 19de-eeuwse foto’s in de tentoonstelling opgenomen. Vóór 1900 werden het leven van alledag en belangrijke gebeurtenissen op straat nauwelijks vastgelegd. Lange belichtingstijden en onhandig zware, grote, bijna onhandelbare camera’s waren daar een belangrijke oorzaak van. Het maken van een foto vergde tijd en moeite. Wat bewoog, werd niet geregistreerd en het snelle vastleggen van kortstondige gebeurtenissen was er niet bij. Steden waren in werkelijkheid dan ook niet de oases van rust die ze op 19de-eeuwse foto’s lijken te zijn. Het nieuws lag wel op straat, maar het werd nauwelijks gefotografeerd. Een klassieke serie foto’s is die van sloppen en stegen van Thomas Annan, die de achterbuurten van Glasgow vastlegde voor ze zouden verdwijnen. Overtuigend bracht hij in beeld hoe benauwd en donker de stegen (en dus de woningen) waren. Tegelijkertijd hebben de foto’s ook een zekere schoonheid en stemmigheid, met name door de verdeling in donkere en lichte partijen. Af en toe fotografeerde Annan ook de bewoners. Hij vond zijn evenknie in Charles Marville die in dezelfde periode in Parijs een vergelijkbare serie vervaardigde. In de loop van de 20ste eeuw werd de straat voor

Thomas Annan (1829-1887) Slop in Glasgow (Close, No. 31 Saltmarket), 1868 Kooldruk, gedrukt in 1877

fotografen steeds vaker de vindplaats van levendig beeld en menselijk drama. De eerste aanzetten zijn te vinden in de late 19de eeuw. Tot de bekendste en belangrijkste hiervan behoort een serie foto’s die John Thomson in 1876-1877 in Londen maakte van mensen die op straat hun brood verdienden. Het Rijksmuseum bezit een aantal delen van de uitgave Street Life in London waarin die foto’s, met de hand ingeplakt, werden gepubliceerd. In elke aflevering beschrijft de journalist Adolphe Smith bovendien de drie afgebeelde beroepen of straattypen, zoals de drager van reclameborden, de schoorsteenveger, de afficheplakker en de straatfotograaf. Met Street Life in London staat Thomson aan het begin van een lange documentaire traditie om het dagelijkse leven van mensen in de stad in beeld te brengen.

Harry Callahan (1912-1999) Wabash Street, Chicago, 1958 Ontwikkelgelatinezilverdruk Aankoop 2005 met steun van het Paul Huf Fonds

11 KunstKrant


William Klein (1928) Dansgezelschap op straat, Tokyo, 1961 Aankoop 2005 met steun van de BankGiro Loterij, het Paul Huf Fonds en het Johan Huizinga Fonds

Emmy Andriesse (1914-1953) Modereportage in Brussel, 1946 Ontwikkelgelatinezilverdruk

Betrapt Straatfotografie kreeg aan het eind van de 19de eeuw in Nederland een belangrijke impuls door de schilder-fotograaf George Hendrik Breitner. Hij zwierf met zijn camera door Amsterdam en fotografeerde wat zich bij toeval aan hem voordeed. Breitner was een van de eersten bij wie de straat tot leven kwam. Op zijn foto’s wordt zelden geposeerd: hij heeft zijn figuren vaak betrapt. Op een van de foto’s in de tentoonstelling is dat mooi te zien aan een jongen of man die staat te plassen en zich daarbij ongetwijfeld onbespied waant. Het was ongebruikelijk dat een fotograaf zo onopvallend en snel werkte dat niemand het doorhad. Mensen waren – het is nu moeilijk voorstelbaar – niet gewend om gefotografeerd te worden als ze op straat liepen. Wie zich wilde laten portretteren ging immers naar het atelier van een fotograaf. De camera’s waren in het algemeen zo groot en het werken ermee was zo omslachtig, dat het eerder een gebeurtenis was als een fotograaf zijn camera op straat opstelde. Op veel 19de-eeuwse foto’s is dan ook te zien hoe een menigte van nieuwsgierigen zich in beeld opstelt en naar de camera staart. Breitner was een van de eersten die met een kleine camera de straat opging. Hij werkte bovendien vaak haastig. Dat is goed te zien aan de technische en compositorische slordigheden van veel van zijn foto’s: de horizon loopt nogal eens scheef en er lopen geregeld mensen dwars door het beeld. Breitners foto’s zijn vaak drukbevolkt met mensen, en hij sneed het beeld willekeurig af, waardoor de indruk ontstond van beweging en dynamiek. Hij benaderde zijn onderwerpen met

12 Nr.5 | 2006

een dynamische, bijna filmische blik, en koos ongebruikelijke invalshoeken. Eigenlijk deed hij hetzelfde als andere amateurs uit zijn tijd die ook gefascineerd waren – niet door een strak gecomponeerd zakelijk beeld, maar simpelweg door wat ze op straat vonden. Breitner liet zijn foto’s maar aan weinigen zien, maar hij introduceerde een nieuwe manier van kijken die in de 20ste-eeuwse fotografie steeds meer in zwang zou raken. In die zin kun je Breitner bijna de ontdekker van het genre


Wouter Cool Jr. (1877-1947) Straatgezicht in Chicago, 1936 Ontwikkelgelatinezilverdruk

noemen: de straat werd steeds vaker de plaats waar belangrijke of typerende gebeurtenissen werden gefotografeerd en de reuring van de straat werd een onderwerp op zich. Dicht op het leven Hoe gingen na Breitner andere fotografen met een filmische benadering te werk, en in welke opzichten deden zij het anders? De Straat toont een doorgaande lijn in het steeds sterker ‘inzoomen’ op de mens. Terwijl John Thomson en Thomas Annan nog op (gepaste) afstand bleven, begaven latere fotografen zich steeds meer tussen hun publiek. Hun foto’s geven je als kijker soms het gevoel dat je dicht op het leven van toen staat. Op een van de foto’s in de tentoonstelling is duidelijk hoe ver dat kan gaan. De Amerikaanse fotograaf William Klein fotografeerde in 1961 in Tokyo een dansgezelschap dat de straat was opgegaan. Klein had de gewoonte om mensen en hun reactie op de camera van dichtbij vast te leggen. Van stilletjes over straat lopen was bij hem geen sprake: er is meestal interactie met het onderwerp. Op de foto van het dansgezelschap is goed te zien dat de acteur op de voorgrond als het ware naar de lens toegetrokken wordt. Zonder de aanwezigheid van de fotograaf zou het beeld er waarschijnlijk anders hebben uitgezien.

De straat In de tentoonstelling De Straat is zo nu en dan de confrontatie gezocht, bijvoorbeeld tussen Annans chocoladebruine kooldrukken en de bijna geheel zwarte foto van Harry Callahan uit 1958, een kleine honderd jaar later, van een vrouw onder het spoorviaduct boven Wabash Street in Chicago. Daardoor wordt duidelijk dat de fotograaf in de loop van de 20ste eeuw steeds dichter op de huid van de mens kroop en, gewild of ongewild, groot en klein menselijk drama in beeld bracht. Zo is de straat als de belangrijkste vindplaats van menselijk verkeer een eigen genre en een vast thema in de moderne fotografie geworden. Mattie Boom & Hans Rooseboom, conservatoren fotografie

In 2005 heeft het Rijksmuseum met steun van de BankGiro Loterij, het Paul Huf Fonds en het Johan Huizinga Fonds de fotoverzameling van het echtpaar Willem Diepraam en Shamanee Kempadoo verworven. Met ruim 500 foto’s is deze aankoop een belangrijke impuls voor het bijeenbrengen van een goede collectie internationale fotografie uit de 20ste eeuw. Wanneer straks Het Nieuwe Rijksmuseum opengaat, zal in de opstelling over de 20ste eeuw in wisselende presentaties fotografie een behoorlijk aandeel hebben. Voor deze toekomstige presentatie is De Straat een eerste vingeroefening. De tentoonstelling De Straat is van 8 september tot en met 3 december te zien in het Van Gogh Museum.

13 KunstKrant


De vele verschijningsvormen van de Het korporaalschap van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburch, bekend als de ‘Nachtwacht’, is het beroemdste schilderij van Rembrandt van Rijn en hét icoon van het Rijksmuseum. Nu dit jaar de 400ste geboortedag van deze schilder gevierd wordt, maakt dit topstuk ‘overuren’, om met de woorden van de hoofddirecteur van het Rijksmuseum Ronald de Leeuw te spreken. Niet alleen breekt het aantal bezoekers van het museum in dit Rembrandt 400-jaar tot nu toe alle records, ook staat de ‘Nachtwacht’ centraal in diverse projecten. Zo maakte de Britse cineast Peter Greenaway het schilderij tot het middelpunt van zijn multimediale schouwspel Nightwatching, waarvoor ook nog een speelfilm en een theaterstuk op stapel staan. En in de ‘magalogue’ Fashion DNA, het glossy magazine bij de gelijknamige tentoonstelling in De Nieuwe Kerk, vormt Rembrandts schuttersstuk zelfs de achtergrond van een modereportrage vol haute couture en een glimp van lingerie. Ook buiten het Rijksmuseum blijft de ‘Nachtwacht’ velen inspireren. Zo maakte fotograaf Michaël Ferron een collage van verschillende verschijningsvormen van de ‘Nachtwacht’ die in dit Rembrandtjaar te zien zijn. Van een versie in schoolbordkrijt tot een haring happende luitenant, en van de bronzen beelden op het Rembrandtplein tot het meisje in gobelin. Ook op de website van het Rijksmuseum is deze collage te zien: www.rijksmuseum.nl/nachtwacht-collage. Daar kunt u zelfs de verschillende figuren van het schilderij tevoorschijn toveren, zodat u zelf uw eigen ‘Nachtwacht’ kunt creëren. En we nodigen u natuurlijk van harte uit om Rembrandts meesterwerk in het echt te komen bekijken in de Philipsvleugel van het Rijksmuseum. Want wat was de laatste keer dat u de ‘Nachtwacht’ in het echt hebt gezien?

Michaël Ferron De Nachtwacht in 2006 Fotocollage

14 Nr.5 | 2006


‘Nachtwacht’

15 KunstKrant


Uitgelijnd Kussen: naaikussen, bruidskoffertje of juwelenkistje, ca. 1580-1620 Hout en bedrukt leer, 22 x 37,5 x 11,5 cm Te zien in de tentoonstelling Fashion DNA, tot en met 22 oktober 2006 in De Nieuwe Kerk Vanaf de 16de eeuw komen deze langwerpige kussens regelmatig voor op schilderijen: vrijwel altijd gesloten, op schoot liggend, en met strengen naai- of borduurgaren, linnengoed of kantwerk erop vastgespeld of er overheen gelegd. De meeste zijn bekleed met groen fluweel en voorzien van eikels met kwastjes op de hoeken. Sommige hebben een slot, andere weer niet. Op het eerste gezicht is het duidelijk waarvoor ze bedoeld zijn, of toch niet…? Een naaikussen met een slot? Een eenvoudige, effen buitenkant, maar een rijk interieur met vakjes en een spiegeltje? De Leidse Hester de la Faille gebruikte haar ‘groen fluwelen naey kussentgen mit gouden passement geboort’ rond 1600 om haar ‘3 coralen paternosterkens’ in te bewaren. Mogelijk werden dit soort kussens – eventueel gevuld met sieraden – cadeau gedaan aan de bruid als onderdeel van haar bruidsschat. Dit zou het aanbrengen van een slotje zeker rechtvaardigen. Daarnaast kunnen kussens zonder slot oorspronkelijk ook daartoe hebben gediend, maar werden ze daarna als naaikussen in gebruik genomen. De functie van het spiegeltje lijkt dan echter overbodig. Deze kussens werden in de 17de eeuw vaak geassocieerd met de deugdzaamheid van de vrouw en komen als zodanig voor op prenten en schilderijen. Aan de hoeveelheid geschilderde voorbeelden te oordelen, zouden er veel kussens moeten zijn geweest. In inventarissen komen ze echter sporadisch voor en tegenwoordig kunnen de bewaard gebleven kussens op de vingers van twee handen worden geteld. Opvallend is wel, dat deze kussens allemaal vrijwel dezelfde afmetingen en afwerking van het binnenwerk hebben. Bianca du Mortier, conservator kostuum

Dit is een vrij nauwkeurige navolging van een gravure van Delaune waarop de Dialectiek tussen twee walmende vazen en twee putti is afgebeeld. Zij draagt een Hermesstaf (Hermes is boodschapper van de goden) en een sleutelbos. Hieronder zitten een riviergod en -godin. De Dialectiek is een van de vrije kunsten: een reeks wetenschappen die onontbeerlijk werden geacht voor het praktische leven van een ontwikkeld mens.

16 Nr.5 | 2006


De eikels hebben een houten kern die

De deksels sluiten met een klein, draaiend

omwonden is met zijdedraad, en eindigen

messing plaatje met een pluizig groen

in vlechten met een pluizige kwast.

zijden kwastje. Ze hangen aan gekrulde messing scharnieren.

Het houten binnenwerk – bekleed met een rode stof – bestaat uit twee losse helften, die ingebed liggen in ongesponnen vlas en met grote steken door het hout aan het fluweel van de buitenkant zijn bevestigd. Het ‘scharnier’ in het midden bestaat uit grote rijgsteken tussen het hout en door het vlas.

De voorstellingen op het bedrukte leer worden omlijst door randen die met onder andere de bindersrol, het rolstempel en andere samengestelde handstempels zijn gemaakt. Waarschijnlijk het werk van een boekbinder.

De uitvoering van het stempelwerk is niet heel verfijnd, en de gekozen slingerende bloemenranken en vruchten zijn nogal plomp. Een herkomst uit Frankrijk of ZuidDuitsland – waar Delaunes werk veel werd nagevolgd – lijkt hierdoor onwaarschijnlijk. Het stempelwerk vertoont nauwe verwantschap met een aantal Friese boekbanden uit het einde van de 16de en begin 17de eeuw, nu in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.

Deze voorstelling is gebaseerd op een

Vergelijkbare, elkaar toegewende Romeinse

gravure van de Franse tekenaar, graveur

keizers komen – in combinatie met twee in

en goudsmid Etienne Delaune. Apollo zit

elkaar verstrengelde handen – voor op een

op zijn wagen die getrokken wordt door vier

17de-eeuws zilveren ‘knottekistje’ in de

paarden. Belangrijkste verschil met het

verzameling van het Rijksmuseum. Ook zijn

voorbeeld is de toevoeging van een

deze gebruikt op een binnenwerk van een

gekroonde tweekoppige adelaar en de

kussen dat in Berlijn bewaard wordt. De be-

letters ‘PG’. De betekenis hiervan is niet

tekenis van de slakken is niet duidelijk.

bekend.

17 KunstKrant


Aanwinst

Jan Toorop Portret van M.J. de Lange, 1900 Olieverf op doek 67 x 74 cm Deze aankoop was mogelijk dankzij de steun van de Vereniging Rembrandt, de BankGiro Loterij en het Rijksmuseumfonds

Marie Jeanette de Lange geschilderd door Jan Toorop

Een gestippeld portret Sinds kort bezit het Rijksmuseum een uitzonderlijk schilderij: een portret van Marie Jeanette de Lange, geschilderd door Jan Toorop (1858-1928). Het neemt zowel in het oeuvre van Toorop als in de collectie van het museum een bijzondere plaats in. Dit is namelijk een van de slechts twee geschilderde werken van Toorop waarin hij een portret uitvoerde in pointillistische techniek. 18 Nr.5 | 2006

B

ij het zachte schijnsel van een petroleumlamp zit Marie Jeanette de Lange (1865-1923) te lezen in een kamer vol kleur: de bloemen, het behang en het patroon op het tafelkleedje vloeien in elkaar over tot ĂŠĂŠn decoratief geheel. Zij lijkt zich niet bewust van die kleurenwerveling en evenmin van de blik van de schilder of de beschouwer, maar is in stille aandacht verdiept in haar boek. Haar roze japon past in het zachte kleurengamma, maar is in tegenstelling tot de dingen om haar heen eenvoudig en zonder ornamenten.


Reformkleding Marie Jeanette is dan ook gekleed in een reformjurk, een waarschijnlijk zelf ontworpen, eenvoudige jurk die gedragen werd zonder korset. Het was heel revolutionair voor een vrouw uit 1900 om zich zo te laten afbeelden en openlijk te laten zien dat zij niet wilde voldoen aan het heersende schoonheidsideaal dat een met een korset ingesnoerd figuur voorschreef. Maar Marie Jeanette wist wel beter. Zij was voorzitter van de Vereeniging voor Verbetering van Vrouwenkleeding, die ten strijde trok tegen dit verstikkende en vervormende kledingstuk. Meer dan welk vrouwelijk accessoire ook stond het korset symbool voor de onderdrukking van de vrouw. Het verhinderde haar zich vrij te bewegen en kostte haar veel energie. Jeanette de Lange was sinds 1884 getrouwd met Jan Bouman, een ambtenaar op het Ministerie van Financiën in Den Haag. Kinderloos gebleven en niet tevreden met het rustige leventje van een dame uit de hogere kringen, was zij op zoek naar een zinnige levensbestemming. Eerst had ze schilderaspiraties, maar die duurden niet lang. Wel ontmoette ze zo kunstenaars als vader en zoon Israëls, Jacob Maris en Philippe Zilcken, die haar een tijdje schilderles gaf. Mogelijk leerde ze zo Jan Toorop kennen, maar misschien ook ontmoetten beiden elkaar op de Tentoonstelling van Vrouwenarbeid in 1898 in Den Haag. Toorop had er het affiche en de omslag van de catalogus voor ontworpen, en Jeanette zat in een van de voorbereidende comités. Toorop deelde haar aandacht voor reformkleding. ‘U moet mij maar lid maken voor die vereeniging van dress Reforming. Ik ben bezig een zeer hygienisch-aesthetische heeren-zomerjas te maken, die gedragen moet worden op een fietspantalon en wandelcostuum’, schreef hij haar. Al vanaf 1898 was er ook sprake van een portret, maar pas in 1900 kwam het ervan. Jeanette beschreef de poseersessies in haar dagboek: ‘En nu na de derde pose staat kop, hals en hand al op het doek in volle gelijkenis en in oprechte menschelijke blankheid. Hij stippelt het portret, diviseeren heet het, in olieverf op glad blank doek.’ Pointillisme Met diviseren verwees Jeanette naar de wetenschappelijke kleurtheorie die door de Franse kunstenaars Georges Seurat en Paul Signac in de jaren tachtig van de 19de eeuw voor het eerst was toegepast, het divisionisme. Daarbij werd een kleur ontleed in de tinten waaruit hij is samenge-

steld. Die tinten werden vervolgens naast elkaar op het doek gestippeld (pointillé), zodat ze van een afstand voor het oog samenvloeien. Dit optische effect werd als een ‘objectieve’ waarneming hoog gewaardeerd. Toorop paste het pointillisme op zijn manier toe, niet zozeer wetenschappelijk maar eerder associatief en vooral zeer decoratief. Hij plaatste de stippen soms ver uit elkaar waardoor ook met het blote oog op sommige plaatsen de ondertekening is te zien, bijvoorbeeld de omtreklijnen van Jeanettes rechterwang en van haar linkerarm en -hand. Tijdens het schilderen riep hij vol vervoering uit: ‘Dit is het, dit is het eenige, dit is de weg dien we allen op moeten om ware pure kunst te geven. De natuur, zoo getrouw mogelijk de natuur volgen, zoo voorzichtig en getrouw mogelijk.’ Toch paste hij de techniek maar in één ander geschilderd portret toe, in ‘De prentliefhebber, portret van Aegidius Timmerman’ (Museum Kröller-Müller), ook uit 1900. Dat maakt het ‘Portret van Marie Jeanette de Lange’ dus heel bijzonder. Het schilderij is al die tijd in bezit van de familie gebleven en is in uitstekende, vrijwel ongerepte conditie. Toorop in het Rijksmuseum Toorop onderhield veel contact met andere kunstenaars, en was goed op de hoogte van de internationale avant-garde. In zijn oeuvre is die veelzijdigheid goed te zien. Het Rijksmuseum bezit een mooie collectie van zijn tekeningen en grafiek, die het hele gamma van sociaal geëngageerde, symbolistische en pointillistische stijlen laat zien. Vooral zijn portretkunst, waar hij een grote hoogte in bereikte, is goed vertegenwoordigd. Dat geldt echter niet voor de schilderijen. Naast het monumentale ‘Zee te Katwijk’ uit 1887 zijn er slechts twee kleinere schilderijen in de collectie aanwezig: ‘Vrouwen aan Zee’ (ca. 1891) en ‘De Schelpenvisser’ (1904). Nu is daar, met steun van de Vereniging Rembrandt, de BankGiroloterij en het Rijksmuseumfonds, een belangrijk schilderij bijgekomen. Toorop de pointillist en Toorop de portrettist zijn in het ‘Portret van Marie Jeanette de Lange’ op fenomenale wijze verenigd. Het schilderij is tot half oktober te zien in de Philipsvleugel van het Rijksmuseum. Jenny Reynaerts, conservator 19de- en 20ste-eeuwse schilderijen

Het ‘Portret van Marie Jeanette de Lange’ is tot half oktober te zien in de aanwinstenzaal in de Philipsvleugel van het Rijksmuseum.

19 KunstKrant


Collectie De twee 17de-eeuwse poppenhuizen behoren tot de populairste objecten van het Rijksmuseum. De inhoud van deze kasten – want grote kasten zijn het, met al hun poppenkamers – geeft een fascinerend overzicht in miniatuur van de interieurs en gebruiksartikelen van rijke Amsterdammers aan het einde van de 17de eeuw. Zilver, glaswerk, rieHet poppenhuis van

ten manden, biervaten, muizenvallen, je kunt het zo gek niet bedenken

Petronella Dunois

of het zit erin. Ook veel stoffen natuurlijk, in de vorm van kleding,

Amsterdam, ca. 1676

wandbehangsels, stoelbekledingen en beddengoed. Niet alle textiel in

Eikenhout, belijmd met notenhout, 200 x 149 x 56 cm

de twee poppenhuizen komt uit Europa.

Indiase sitsen in D

e directie van de Verenigde Oostindische Compagnie begon pas in de jaren zestig van de 17de eeuw met het importeren van Indiase katoenen stoffen. Men was tamelijk laat op het idee gekomen, terwijl het al bij de oprichting van de VOC in 1602 bekend was dat de Compagnie grote winsten kon behalen met het verschepen van Indiase textiel naar diverse regio’s in Zuidoost-Azië. Sterker nog, men wist dat de import van specerijen uit de Indonesische archipel onmogelijk was zonder betaling in de vorm van die stoffen. Deze zogeheten sitsen waren in een soort batiktechniek gedecoreerde stoffen – niet alleen mooi maar ook was- en kleurecht. Maar dat er thuis, in Nederland, een markt zou kunnen zijn voor dergelijke effen en geschilderde katoen uit India? Het duurde ruim zestig jaar voordat de Heren Zeventien zich dat realiseerden. De eerste vermelding van kamers in Nederland waarvan de wanden waren behangen met sitsen dateert van 1683. Het gaat om drie kamers in het Huis te Dieren, niet ver van Arnhem, dat de stadhouder als jachthuis gebruikte. Kort daarop lezen we van sitsen wandbespanning in de huizen van twee zakenlieden in Amsterdam, in respectievelijk 1685 en 1692. En zo zien we ook Indiase sitsen in het poppenhuis van Petronella Dunois, die de inrichting van haar poppenhuis omstreeks 1676 voltooide, en in dat van Petronella Oortman uit ca. 1686-1710, beide in het Rijksmuseum te zien.

20 Nr.5 | 2006


De kraamkamer in het poppenhuis van Petronella Dunois De wanden van de kraamkamer in Petronella Dunois’ poppenhuis zijn behangen met sits. De bedgordijnen en de sprei zijn van dezelfde stof.

miniatuur Onmiskenbaar Indiaas De VOC was uitstekend op de hoogte van de dessins die aftrek vonden in diverse gebieden in het Verre Oosten. Gevlamde patronen waren gewenst in Thailand, versierde stippen op Sumatra, boeddhistische voorstellingen op Ceylon, en ga zo maar door. Maar ook ‘puur’ Indiaas ornament was geliefd, zo blijkt uit oude vondsten in Indonesië. Het is interessant te volgen hoe in de loop van zeventig jaar het idee bij de VOC opkwam ook voor Nederland marktgerichte dessins te laten fabriceren. Dat kunnen we aan de hand van de dessins op sitsen in de twee Amsterdamse poppenhuizen en van die in twee poppenhuizen uit de jaren veertig van de 18de eeuw in respectievelijk het Gemeentemuseum in Den Haag en het Frans Hals Museum in Haarlem. De wanden van de kraamkamer in Petronella Dunois’ poppenhuis zijn behangen met sits met een dessin op een rood fond, met golvende takken waaraan grote rode bloemen hangen. De bedgordijnen en de sprei zijn van dezelfde stof. Nu is de golvende bloemtak niet per se een Indiaas textieldessin. Het is een dessin van alle tijden, bekend uit vele culturen. We kennen het uit de Griekse Oudheid, we zien het op Europese kunstwerken sinds de vroege Middeleeuwen, op Hindoe-Javaanse beeldhouwwerken en op twintig eeuwen oud Chinees lakwerk. En toch. Het dessin van de sits in de kraamkamer van Petronella Dunois’ poppenhuis is onmiskenbaar ‘Indiaas’.

Dat komt ten eerste door de unieke schildertechniek, waarbij met behulp van beitsen de katoen werd voorbewerkt om de daarna in te schilderen rode kleur te laten hechten op de stof. We zien bovendien de cultuur doorschemeren die de schilder in zijn genen had en waarmee hij was omringd: ornamenten op tempelwanden, in paleizen en huizen en op de sari van zijn vrouw. In de kraamkamer is het vrij simpele dessin van de golvende bloemtak verlevendigd doordat de richting van de bloemen beurtelings wisselt. Bovendien voorzag de schilder de bloembladeren van dunne lijntjes in donkerrood waarmee hij het dessin drie dimensies gaf, wat verder wordt versterkt door de witte ranken, kleine bloemen en groene blaadjes. Niemand zal dit dessin voor Europees houden. Veranderende smaak In de kinderkamer van Petronella Dunois’ poppenhuis zijn drie sitsen te vinden, alledrie met donkere fondkleuren: het jakje van het kindermeisje, een kinderjakje in de naaimand en de sprei op het hemelbed. Maar die donkere kleuren waardeerde men in Nederland al snel niet meer. In de zogeheten ‘eisen van retour’ – lijsten die in Amsterdam jaarlijks werden opgesteld met daarin de goederen die de VOC in Nederland wenste te

De kinderkamer in het poppenhuis van Petronella Dunois In de kinderkamer van het poppenhuis zijn drie sitsen te vinden: het jakje van het kindermeisje, een kinderjakje in de naaimand en de sprei op het hemelbed.

Het beddenspreitje in de kinderkamer van het poppenhuis van Petronella Dunois

21 KunstKrant


Het sitsen beddenspreitje in de wieg in de kraamkamer in het poppenhuis van Petronella Oortman

De kinderkamer in het poppenhuis van Petronella Oortman Amsterdam, ca. 1686-1705 Op het paviljoenbed ligt een sitsen spreitje.

importeren – lezen we aan het einde van de 17de eeuw kritiek op de donkere fondkleuren. Men wilde vooral sitsen met dessins op een wit fond. Aan die wens is tegemoet gekomen in het poppenhuis van Petronella Oortman: het patroon in blauw en rood van het sitsen beddenspreitje over de wieg in de kraamkamer steekt vrolijk af tegen het witte fond. Het patroon zelf – een soort netwerk van elkaar kruisende lijnen en bloemtakken met op de kruispunten veelpuntige bloemen en stervormen – stamt daarentegen eerder uit de islamitische wereld dan uit Europa. We kennen dergelijke patronen van 17de-eeuwse Perzische en

Noord-Indiase vloertapijten. Het andere sitsen spreitje in het poppenhuis van Petronella Oortman ligt op het paviljoenbed in de kinderkamer. Het dessin bestaat uit witte, blauw-rode en gele strepen die zijn gevuld met losse bloemtakjes en golvende bloemrankjes. In India waren dergelijke versierde streeppatronen in de 17de eeuw buitengewoon populair. Ze werden uitgevoerd in verschillende materialen, zoals zijde en pashimawol, waarbij het patroon meestal werd ingeweven, soms geborduurd. Het dessin van het spreitje is in feite een geschilderde imitatie daarvan, waarbij de schilder het voordeel had van zijn penseel, waarmee hij gebogen lijnen veel beter kon weergeven dan een wever. Met de schaal van de patronen op de twee spreitjes is iets bijzonders aan de hand: deze is opvallend klein. Zou de echtgenoot van Petronella Oortman, die textielhandelaar in Amsterdam was, zijn contacten hebben gebruikt om een paar sitsen met patronen in miniatuur te bestellen om zijn vrouw te verrassen? Europese invloeden Het poppenhuis dat Sara Rothé omstreeks 1743 liet maken (Gemeentemuseum Den Haag) en een tweede, nog rijker poppenhuis dat zij kort daarna inrichtte (Frans Hals Museum Haarlem), herbergen (ook weer in de kinder- en kraamkamer) sitsen met heel kleine patroontjes. Maar hier heeft Europa toegeslagen. De witte sitsen spreitjes dra-

Het beddenspreitje in de kinderkamer in het poppenhuis van Petronella Oortman

22 Nr.5 | 2006


Een gordijnkap afkomstig van kasteel Twickel bij Delden, ca. 1735-40 Europese dessins ontleend aan zijdeweefsels uit Lyon werden soms virtuoos omgezet op Indiase sitsen.

De kraamkamer in het poppenhuis van Sarah Rothé Amsterdam, ca. 1745 Frans Hals Museum, Haarlem Het witte sitsen spreitje draagt

gen een patroon van lieve, nogal onbepaalde bloemetjes. Het exemplaar in Haarlem draagt een meegeschilderde – dus niet aangezette – rand, zoals we die ook zien bij ‘echte’ beddenspreien van sits in die tijd. Ook hier weer een bestelling via kennissen van een uitvoering in miniatuur, speciaal voor de twee poppenhuizen? De schildertechniek is nog Indiaas, maar het dessin is een ‘voor elk wat wils-dessin’. Nu is het niet zo dat we de sitsen in de laatste twee poppenhuizen als graadmeter kunnen gebruiken voor de ‘teloorgang’ van de Indiase vormentaal. Sitsen met dergelijke eenvoudige dessins, maar dan met grote bloemen, zijn op grote schaal in Nederland geïmporteerd, getuige bewaard gebleven vrouwen- en kinderkleding en beddenspreien. Maar ook meer verfijnde patronen deden opgeld in Nederland. Deze zijn geïnspireerd op die van Europese stoffen. Dessins ontleend aan zijdeweefsels uit Lyon zijn soms virtuoos omgezet op Indiase sitsen. India kijkt daarbij soms even om de hoek, in een detail, zoals in de arcering van bloembladeren, waar de schilder ‘het even niet heeft kunnen laten’. Ebeltje Hartkamp, conservator textiel

een meegeschilderde – dus niet aangezette – rand, zoals we die ook zien bij ‘echte’ beddenspreien van sits in die tijd.

Verder lezen over de poppenhuizen van het Rijksmuseum: Hovelingen bij de troonsbestijging van Mogol-keizer Shah Jahan Indiase miniatuurschildering door Bichitr, ca. 1650 Koninklijke Verzamelingen,

Jet Pijzel-Dommisse, Het Hollandse pronkpoppenhuis. Interieur en huishouden in de 17de en 18de eeuw, Amsterdam/Zwolle, 2000. Gebonden, 448 pagina’s, ca. 500 afbeeldingen. Prijs: € 59,95

Groot-Brittannië Vergelijk de gestreepte stoffen met het gestreepte spreitje uit het poppenhuis van Petronella

De 17de-eeuwse poppenhuizen van het Rijksmuseum, Amsterdam, 1998. Paperback, 48 pagina’s. Prijs: € 9,95

Oortman.

23 KunstKrant


Vrienden van het Rijksmuseum

Vrienden vieren Rembrandts verjaardag

High Tea in de tuin De High Tea voor alle

Rembrandts 400ste geboortedag is

Vrienden in de tuin van het

15 juli ook door het Rijksmuseum

Rijksmuseum. Foto: Arie de Leeuw

groots gevierd. ’s Morgens schoven meer dan 2.000 mensen aan voor het gratis Rembrandtontbijt in de tuinen van het Rijks. En ’s middags vormde een High Tea voor alle Vrienden van het Rijksmuseum het verzamelpunt van

D

e Vriendenorganisatie van het Rijksmuseum is in het leven geroepen om iedereen de gelegenheid te geven een bijdrage te leveren aan het behoud van het Nederlandse cultureel erfgoed. De Vrienden bieden financiële ondersteuning. Maar zij hebben door mee te doen aan allerlei activiteiten ook de mogelijkheid zich te verdiepen in de collectie van het museum. Zo gingen 75 Vrienden en 50 kinderen in op de uitnodiging voor de viering van Rembrandts verjaardag met een High Tea, gevolgd door een rondleiding.

waaruit ze een rondleiding langs De Meesterwerken in de Philipsvleugel konden volgen. Ook kinderen waren deze middag meer dan welkom. 24 Nr.5 | 2006

High Tea Sommige Vrienden maakten er een heel dagje Rijksmuseum van. Zij begonnen de dag met een ontbijt van haring en wittebrood. Rembrandts favoriete maaltje, misschien nog een overblijfsel


uit zijn Leidse tijd. En ’s middags werden zij aan de poort van de tuin van het Rijksmuseum voor een High Tea verwelkomd door prinses Marilène, die de Vriendenorganisatie heeft opgezet. Lange tafels met lekkernijen in de zonovergoten tuin, een speciale espressowagen, en ballonnen en slingers vormden de feestelijke entourage. De Vriendenorganisatie had deze middag ook voor de kinderen speciale activiteiten geregeld. Zij konden zich tegoed doen aan de popcornkar, terwijl de ouderen een rondleiding kregen door de schitterende tuin, oorspronkelijk nog ontworpen door Pierre Cuypers, de architect van het Rijksmuseum. En natuurlijk was er een clown aanwezig die de kleintjes van ballonnen en vrolijk geschminkte gezichtjes voorzag. Kinderen De jeugd vormt een speciale doelgroep voor het Rijksmuseum. Niet alleen hebben jongeren tot en met 18 jaar gratis toegang, er is voor verschillende leeftijdscategorieën ook genoeg te beleven. De kleinsten krijgen tijdens hun ontdekkingstocht door de Gouden Eeuw in de Philipsvleugel met de Sesamstraat Audiotour uitleg van Tommy of Pino. De iets oudere kinderen kunnen met Joost de Suppoost of een van de vele andere speurtochten op onderzoek gaan langs De Meesterwerken. En de speciale kindergids Ik zie ik zie wat Rembrandt ziet… leidt kinderen vanaf negen jaar aan de hand van de jonge Rembrandt door het museum. Vanaf 10 september zijn er dit Rembrandt-jaar bovendien iedere zondagochtend speciale familierondleidingen, waarin Rembrandt en zijn tijd centraal staan.

Tijdens de rondleiding was er natuurlijk aandacht voor ‘het meisje van Verspronck’, het symbool van de Vrienden van het Rijksmuseum. Foto: Arie de Leeuw

De Sesamstraat Audiotour was gratis, en voerde langs ‘het piratenschip’. Foto: Arie de Leeuw

Leerzaam en toch leuk De kinderen leverden het bewijs dat kunst en geschiedenis ook op jonge leeftijd al leuk kunnen zijn. In kleine groepjes bezochten zij met rondleiders de hoogtepunten van het museum. Oogstte het scheepsmodel van de William Rex vooral luidkeels bewondering (‘Dat is vast een piratenschip!’), bij het beeld van Falconet was iedereen, door Cupido zelf daartoe aangespoord, als bij toverslag muisstil. Hoogtepunt was uiteraard het ijsvermaak op het schilderij van Hendrick Avercamp. Op dit zoekplaatje ontdekten de kinderen al snel een zoenend paartje in een hooiberg. En tot grote hilariteit ook een plassende man, en de blote billen die uit het kakhuisje steken. Vrienden Vrienden van het Rijksmuseum genieten tal van privileges. Gratis bezoek bijvoorbeeld aan het Rijksmuseum via de fast lane toegang, zodat in de rij staan tot het verleden behoort. Vrijkaarten voor verschillende exposities, zoals de tentoonstelling Fashion DNA, die tot 22 oktober in De Nieuwe Kerk is te zien. En er worden diverse activiteiten georganiseerd. Zo kunnen woensdagavond 20 september alle Vrienden in De Nieuwe Kerk een feestelijk drankje drinken en een presentatie bijwonen van Bianca du Mortier, die het concept van Fashion DNA bedacht. Zij geeft uitleg bij deze intrigerende tentoonstelling, die aan de hand van de kostuumcollectie van het Rijksmuseum parallellen trekt tussen vroeger en nu op het gebied van lichaam, identiteit en imago. Toon Vugts

25 KunstKrant


Het Nieuwe Rijksmuseum

Cuypers-decoraties keren terug least, de Voorhal van het Rijksmuseum. De enorm hoge Voorhal wordt weer geheel zoals Cuypers deze ruimte had bedoeld en zal het publiek zeker overdonderen wanneer het Rijks eind 2009 zijn deuren weer voor publiek opent.

Hard Hat Tour Wilt u een kijkje nemen in het hoofdgebouw? Dat kan tijdens een Hard Hat Tour! Onder begeleiding, met speciale schoe-

‘Ik kan gelukkig zeggen dat het allemaal super-voorspoedig verloopt, maar we hebben ook een heel bijzonder team mensen’. Aan het woord is Anne van Grevenstein, directeur van het Restauratie Atelier Limburg en, samen met haar team van 15 mensen, verantwoordelijk voor de glansrijke terugkeer van een deel van decoraties in het Rijksmuseum. Decoraties die eind 19de, begin 20ste eeuw overal in het museum waren te vinden maar die in de

Prijsvraag

loop van die laatste eeuw onder de witkwast verdwenen omdat de smaak veranderde. Bij de huidige grote renovatie en restauratie is ervoor gekozen een deel van het decoratieschema van architect Cuypers weer terug te laten keren. In de westelijke trapportalen is het rijke kleurenschema intussen weer te zien, aan de oostelijke trapportalen wordt op dit moment hard gewerkt. Nachtwachtzaal en Eregalerij liggen nog in de planning en, last but not

nen, een vest aan en een bouwhelm op, wordt u door ontmantelde ruimtes geleid en krijgt u de Cuypers-decoraties te zien. Kaarten zijn online verkrijgbaar via www. rijksmuseum.nl. Indien u niet over internet beschikt, kunt u de kaarten ook aanschaffen in het Infocentrum van Het Nieuwe Rijksmuseum, Jan Luijkenstraat 1 (open dinsdag t/m zondag 11.00 - 16.00 uur). U wordt vriendelijk verzocht de kaarten contant te betalen, pinnen is in het Infocentrum niet mogelijk. De tour kost € 15,-per persoon; maximaal 10 kaarten per persoon.

WELK OBJECT IS DIT? In deze quiz voor lezers van de Kunstkrant tonen we een detail van een voorwerp en u mag zeggen uit welk werk het afkomstig is. Onder de juiste inzenders worden drie boeken verloot, dit keer is dat het Rijksmuseum-dossier De dreigende liefde. Een beeld van Falconet. Uw oplossing moet voor 1 oktober in ons bezit zijn.

De oplossing van de vorige keer:

Jan Steen, ‘Een burgemeester van Delft en zijn dochter’, 1655. De winnaars, Mevr. A. den Hollander uit Wijdewormer, Mevr. A.J.M. van Tooren-Gieben uit Amstelveen en Dhr. J. Berghuis uit Groningen, hebben het Rijksmuseumdossier Rembrandt en de kunst van het tekenen inmiddels ontvangen.

26 Nr.5 | 2006

U kunt uw oplossing per briefkaart sturen naar de afdeling Educatie & Publieks informatie van het Rijksmuseum, Postbus 74888, 1070 DN Amsterdam, of mailen naar educatie@rijksmuseum.nl. Wij wensen u veel succes!


Nieuwe publicaties Het Rijksmuseum publiceert en verkoopt een gevarieerd aanbod van boeken, catalogi en tijdschriften over zijn collecties en over de tentoonstellingen die in het museum te zien zijn. Op deze pagina’s berichten wij u over de nieuwe uitgaven.

Deze zijn te koop in de Rijksmuseumwinkel, de reguliere boekhandel en via tel. 020-6747352 of via onze webwinkel op: www.rijksmuseum.nl/webwinkel. Prijzen en data onder voorbehoud.

De Oranjes. De kleurrijke historie van ons koningshuis

Nederlandse kunst 1700-1800

Han van Bree en Piet Lekkerkerk

Reinier Baarsen, Robert-Jan te Rijdt en Frits Scholten e.a.

In dit zeer toegankelijk geschreven en prachtig geïllustreerde boek wordt de geschiedenis van ons koningshuis beschreven en verbeeld aan de hand van de vele kunst- en historische objecten in de collectie van het Rijksmuseum. Het verhaal begint met de eerste Oranjes en Nassaus die in de 16de en

Dit boek geeft een uniek beeld van de Nederlandse kunst van de 18de eeuw aan de hand van de verzamelingen van het Rijksmuseum. De kunstproductie uit deze periode wordt gepresenteerd met kunstwerken van bekende en minder bekende kunstenaars als Cornelis Troost, Nicolaas Verkolje, Willem van Mieris, Jan Baptist Xavery, Jacob van Strij en vele

eerste helft van de 17de eeuw een leidende rol spelen op het slagveld en zich mengen in het politieke en religieuze leven. Al rond 1615 wordt Willem van Oranje gecanoniseerd als eerste nationale figuur en begint de mythevorming rond de Vader des Vaderlands en de Oranjes. De feitelijke en symbolische macht van de Oranjes, als stadhouders en later als koningen in een parlementaire democratie, wisselt door de eeuwen heen sterk. Deze machtspendule vormt een rode draad door dit boek. De 20ste eeuw is de eeuw van de koninginnen, en met hun zichtbaarheid en aanwezigheid groeit de symbolische macht van de Oranjes. Aan het begin van de 21ste eeuw is hun populariteit nog steeds ongekend hoog.

anderen. Daarnaast is er aandacht voor de bloei van de kunstnijverheid in de vorm van meubelen, zilver, beeldhouwkunst en faience en porselein uit de fabrieken in Delft en Weesp. Een aantal inleidingen besteedt aandacht aan de achtergrond van de verzamelingen, de historische context en aparte onderdelen zoals beeldhouwkunst en kostuum. Lezers van de Kunstkrant kunnen met de kortingsbon in het hart van deze Kunstkrant deze uitgave met € 5,- korting aanschaffen. Uitgegeven door Waanders Uitgevers en het Rijksmuseum Amsterdam Gebonden, ca. 360 pagina’s, 24,5 x 29 cm

Uitgegeven door Rijksmuseum Amsterdam en Nieuw

Ca. 130 afbeeldingen in kleur, 50 in zw/w

Amsterdam Uitgevers, verschijnt eind oktober

Prijs: € 49,95

Paperback, 64 pagina’s, 17 x 24 cm

ISBN 90 400 9017 3 (Nederlandse editie)

56 afbeeldingen waarvan 46 in kleur

ISBN 90 400 9018 1 (Engelse editie)

Prijs: € 14,95 ISBN 90 8689 000 8 (Nederlandse editie) ISBN 90 8689 017 2 (Engelse editie)

Nieuw in de Rijksmuseumwinkel Rijksmuseum-agenda

Rembrandt-schrijfgerei

De Rijksmuseum-agenda 2007 heeft de liefde als thema. Een keuze van werken uit de collectie, van de middeleeuwen tot en met de 20ste eeuw, getuigt van een van de populairste onderwerpen in de beeldende kunst.

Dit schitterende schrijfgerei is exclusief vervaardigd voor het Rijksmuseum Amsterdam. De kleuren van de inkt komen overeen met de kleuren die Rembrandt voor zijn schilderijen gebruikte: oker/goud, rood, omber.

De agenda heeft een afbeelding per week en is viertalig (Nederlands, Engels, Frans en Duits). Prijs: € 14,95

Set van pen, inkt en papierrol: € 19,95 Set van penseel, pen en 4 kleuren inkt: € 32,95 Veer en inkt (zie foto): € 33,95 Vergrootglas: € 27,95

27 KunstKrant


Verwacht Toon uw prent of tekening aan onze papierexperts!

Oktober papiermaand Is uw tekening misschien een echte Rembrandt? En is uw prent wel een prent of toch een gewone reproductie? Wat is eigenlijk inktvraat en wat is de beste manier om een kunstwerk van papier in te lijsten?

Antwoorden op deze vragen krijgt u op de vrijdagavonden in de maand oktober, wanneer conservatoren en restauratoren van het Rijksprentenkabinet voor u klaar staan. Zij geven verhalen op zaal en presentaties over hun vak, maar laten ook hun licht schijnen over door u meegebrachte papieren kunstwerken. Heeft u een vraag die u altijd al wilde stellen? Kom dan in oktober naar het Rijksmuseum en maak gebruik van de expertise van onze specialisten!

Voor deze ‘spreekuren’ moet u zich van tevoren aanmelden. Dit kan bij voorkeur via www.rijksmuseum.nl/avonduren of anders via tel. 020 674 71 11 (dagelijks tussen 9.00-13.00 uur). Aanleiding voor de papiermaand zijn de twee tentoonstellingen met alle tekeningen van Rembrandt in het Rijksmuseum – De verteller en De waarnemer – die beide in oktober te zien zijn. NB Medewerkers van het Rijksmuseum mogen geen werken taxeren!


Fotografen van de straat Rijksmuseum Photography  

Fotografen van de straat Rijksmuseum Photography

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you