Page 17

In de jaren na 1860 ontstonden in veel grote steden fotostudio’s. Vaak hadden zij verschillende manieren van werken. Sommigen legden zich geheel toe op portretten. Anderen maakten, gestimuleerd door kolonialisme en massatoerisme, stadsgezichten, landschappen en foto’s van monumenten. Weer anderen probeerden de volksaard vast te leggen door klederdrachten en ambachten te fotograferen. Natuurlijk waren er ook fotografen die dit alles deden. Het fotografische medium bevond zich ook in de negentiende eeuw al in het schemergebied tussen artistieke expressie en wetenschappelijke waarneming. Fotograferen kon een winstgevende bezigheid zijn al gold dat niet voor alle fotografen. De uit Utrecht afkomstige fotograaf Jacobus Anthonie Meessen bijvoorbeeld investeerde duizenden guldens in apparatuur en expedities en maakte aan het einde van de jaren zestig van de negentiende eeuw talloze opnamen van landschappen en bewoners van de Indonesische archipel. Hij schijnt er alleen verlies mee gemaakt te hebben.40 James Walter Woodbury en Charles Page daarentegen bezaten al sinds de late jaren vijftig een succesvolle studio in Batavia. Zij waren meer allrounders en maakten zowel portretten als landschappen, stadsgezichten en oudheden. Overheidsopdrachten waren een andere vorm van inkomsten. Als officiële verslaglegger werden soms fotografen met staatsbezoeken meegenomen.41 Foto’s verschenen geregeld als litho in geïllustreerde bladen. Om niets van de sterke overtuigingskracht van de fotografie verloren te laten gaan werd hier vaak bij vermeld dat de afbeelding ‘naar eene photographie’ was.42 Ook wetenschappelijke genootschappen verlangden vaak foto’s.43 In deze tijd waarin men een groot geloof had in de kenbaarheid van de wereld had de fotografie voor velen de status van visueel feit en bewijsstuk. Niet de mens, maar de natuur zelf tekende door middel van de fotografie de werkelijkheid. Veel fotografen namen ook deel aan fototentoonstellingen. Deze werden soms als onderdeel van een wereldtentoonstelling, soms door fotografenverenigingen georganiseerd. Deze podia waren voor fotografen een uitgelezen manier voor de promotie van hun kunnen. De fotograaf kon bij deze tentoonstellingen waar vaak een 01/08/2007. 40 Matti Boom en Steven Wachlin, ‘Jacobus Anthonie Meessen’ in: Geschiedenis van de Nederlandse Fotografie in Monografieën en Thema-artikelen 36 (november 2004) 9. 41 Zoals bijvoorbeeld gebeurde tijdens het Nederlandse gezantschap naar Siam in 1862. De in Batavia gevestigde fotograaf Isidore van Kinsbergen reisde toen mee om foto’s te maken. Gerda Theuns-de Boer, Saskia Asser en Steven Wachlin, Isidore van Kinsbergen (1821-1905). Fotopionier en theatermaker in Nederlands-Indië (Zaltbommel, 2005) 29. 42 Bijvoorbeeld in Eigen Haard: geïllustreerd tijdschrift (1881) 75-78. 43 Idem, 39; zie ook hoofdstuk 4 van deze scriptie.

17

Het koloniale album als verhaal  

Het koloniale album als verhaal

Het koloniale album als verhaal  

Het koloniale album als verhaal

Advertisement