Page 1

I ' l l

T'

tfiSiïS M

i'»!'*."S

'v

'

^•t-t^i-'^-i-r^-.


t^m


\

kt贸/-A tX-

%X-. 4"^

KONNKLJK NSTITUUT VD TROPEN BIBL OTHEEK

-59

|^\4

14 0000 0323 7991

:j4-^u^


I

Dankbaar

voor d e liefdevoile

waarmee

zij

m ij

erkent'lijk

voor

waardoor

dit

w ij d

m ij n

ik

ter

haar

werk

mij

Vrouw

foev/ijding,

zij d e stillen

stond, arbeid,

moog'lijk

werd,

dit

boek.


«NIEUW SOERABAIA» IS HET VERVOLG OP:

OUD

SOERABAIA

DOOR

G. H. VON FABER

WIE HET HEDEN WIL BEGRIJPEN MOET HET VERLEDEN KENNEN

KENNEN

IS

LIEFHEBBEN


/ V Cf'

fy-A^^i:

/n r. form

NIEUW SOERABAIA DOOR

G. H. VON FABER DE GESCHIEDENIS VAN INDIÊ'S VOORNAAMSTE KOOPSTAD IN DE EERSTE KWARTEEUW SEDERT HARE I N S T E L L I N G 19 0 6 =1 93 1 MET VELE ILLUSTRATIES EN EEN U I T S L A A N D E

KAART

UITGAVE: N.V. BOEKHANDEL EN DRUKKERIJ H. VAN INGEN * SOERABAIA * BUSSUM


TYPOGRAFISCHE CLICHÉS,

VERZORGING

FOTOMONTAGE

EN

DRUK N. V.

BOEKHANDEL

EN

DRUKKERIJ

V/H. H. VAN INGEN, SOERABAIA

OMSLAGTEEKENING VAN

DEN

LINNEN

BAND

G. HAASMANN, SOERABAIA •XINZAKE

NADRUK,

VERTALING ONDER

BEWERKING

STAAT

DIT

EN

WERK

DE BESCHERMING DER WET,

TERWIJL HET VOORTS

VERBODEN

IS DE

OPGENOMEN

IN DIT BOEK

PLATEN

NA

TE

^

DRUKKEN


INLEIDING Met de uitgave van „Nieuw Soerabaia", dat als een vervolg van „Oud-Soerabala" is te beschouwen, gaat een van mijn levenswenschen in vervulling. Het is voor mij een groote voldoening, de heele ontwikkelingsgeschiedenis van mijn geboortestad te hebben kunnen boekstaven, want, evenals een rechtgeaard Amsterdammer, Hagenaar of Rotterdammer trotsch is op zijn stad, zoo ben ik het op de mijne. En daar is reden voor. Soerabaia heeft zich steeds door eigen kracht omhoog gewerkt, in de vorige eeuw op betrekkelijk bescheiden schaal, in de laatste vijf en t w i n t i g jaren met toenemende voortvarendheid en dadendrang. Daar gaat een zekere bekoring uit van die mannelijke energie-ontplooiing, die echter lang niet altijd in al haar uitingen voldoende gekend en gewaardeerd wordt. Geslachten komen, geslachten gaan. Jachtend en zwoegend wordt gearbeid, in de eerste plaats voor eigen zaak, maar daarnaast ook voor den uitbouw en de verfraaiing van de stad. in weinig tijd moet veel bereikt worden. Elk geslacht wil nog tijdens het vaak korte verblijf resultaten zien van zijn arbeid. Een menschelijke eigenschap ! „Steeds voorwaarts, steeds grootscher en s c h o o n e r ' " is de leuze. Men gunt zich zelden tijd, eens terug te blikken op den afgelegden weg. W a t vroegere geslachten t o t stand brachten, wordt lang niet altijd voldoende geweten en begrepen. Er staan immers nergens wegwijzers. Dan maar afgebroken, hetgeen moeizaam werd opgebouwd. Opnieuw, met steeds opbruisende energie aan den slag. Voort ! Voort ! Fouten tellen niet. Dat hierdoor dikwijls veel menschelijke arbeid en groote kapitalen verloren gingen, is een feit, dat zich onder de bestudeering van de Indische geschiedenis en van die van onze stad bij den onbevooroordeelden historicus sterk naar voren dringt. Een middel tegen deze kwaal is af en toe eens o m te zien op den afgelegden weg en zich af te vragen . „ W a t was toch de bedoeling van dit of dat l" Daarna kan men weer met versnelden pas voorwaarts gaan en op efficiënte wijze de idealen van het nieuwe geslacht, rekening houdende met die van oudere generaties, zoo goed mogelijk trachten te verwezenlijken. In het k o r t heb ik dezen gedachtengang vastgelegd in het m o t t o van dit boek : „ W i e het heden wil begrijpen, moet het verleden kennen". Aan mijn streven ligt, behalve deze meer of minder materieele, ook een zuiver ideëele bedoeling ten grondslag. Door de geschiedenis van onze stad te bestudeeren, hetgeen thans met behulp van mijn beide boeken „Oud-Soerabaia" en „Nieuw-Soerabaia" op gemakkelijke wijze mogelijk is, zal men ongetwijfeld belangstelling gaan koesteren voor haar ontwikkelingsgang. Deze interesse, aan de stimuleering waarvan men t o t nu toe nog veel te weinig heeft gedaan, zie ik als een groot belang, zoowel voor het individu als voor de samenleving. Het individu zal de stad met andere oogen leeren zien, zal wat meer gaan voelen voor de plaats, waar hij een goed deel van zijn leven moet werken en verblijven, want : „Kennen is liefhebben". Kennen kan echter ook beteekenen : elkaar liefhebben, elkander waardeeren. Zoo kan de bestudeering van de geschiedenis van deze stad de verschillende bevolkingsgroepen meer t o t elkaar brengen. Men leert de beteekenis van iedere groep in haar ontwikkelingsgang en in haar daden ten opzichte van de andere groepen beter begrijpen. Met dat begrijpen komt misschien ook de appreciatie en die is noodzakelijk in een koloniale samenleving, waarin men trachten moet, niet gescheiden, doch hecht aaneengesloten het gestelde doel te bereiken : bevordering van de geestelijke en materieele ontwikkeling van land en volk. Dit wat de doelstelling van mijn streven betreft. Nu nog iets over den opzet van dit boek, dat een gevolg daarvan is. De daarin behandelde stof omvat een afgesloten tijdperk, nl. de eerste kwart eeuw van de historie van Soerabaia onder gemeentebestuur. In den regel werd een korte voorgeschiedenis gegeven in aansluiting met de feiten, welke in „Oud-Soerabaia" zijn vastgelegd. In enkele gevallen (zie o.a. de hoofdstukken „ D e Handel" en „ D e Industrie") werd de lijn iets verder doorgetrokken dan t o t A p r i l 1931. Dit geschiedde, om de groote wijzigingen, door de malaise


v e r o o r z a a k t , even aan t e stippen. In het algemeen echter bleef de Inhoud van de hoofdstukken binnen het vastgestelde r a a m . De opzet van dit boek k o m t in vele opzichten overeen m e t dien van „ O u d - S o e r a b a i a " . O o k voor „ N i e u w - S o e r a b a i a "

moest een keuze w o r d e n gedaan uit het overstelpende f e i t e n -

m a t e r i a a l . Slechts die o n d e r w e r p e n konden belicht w o r d e n , w e l k e voor een beter begrip van de ontwikkelingsgeschiedenis van onze stad onmisbaar zijn. De rest moest w o r d e n overgelaten aan geschiedschrijvers, die detailstudies wenschen t e m a k e n . Bij de samenstelling van d i t w e r k m o c h t ik van deskundigen op verschillend gebied groot e n en door mij zeer gewaardeerden d a a d w e r k e l i j k e n steun ontvangen. A a n het slot van d i t boek is onder den t i t e l „ E e r e wien e e r e t o e k o m t " een lijst van de n a m e n der m e d e w e r k e r s opgenomen m e t v e r m e l d i n g van hun bijdragen. Z i j kunnen v e r z e k e r d zijn van m i j n oprechten dank. O o k de vele andere personen, die een steentje bijdroegen t o t de t o t s t a n d k o m i n g van d i t w e r k , ben ik z e e r e r k e n t e l i j k . Mij rest nog een speciaal woord van dank t e richten t o t de uitgeefster van dit boek, de f i r m a H . van ingen te Soerabaia, die voor de keurige uitgave van d i t w e r k zorgde en t o t den H e e r R. J. W . V e r m e u l e n , leeraar aan de H.B.S. alhier, voor zijn bereidwilligheid, o m de d r u k p r o e v e n t e helpen nazien. I k prijs m i j gelukkig, in staat t e zijn geweest, d o o r de samenstelling van beide boeken, een geestelijk m o n u m e n t voor m i j n steeds in belangrijkheid t o e n e m e n d e geboortestad op t e richten.


NIEUW SOERABAIA A F D E E LI N G

1

DE STAD HARE

EN

INWONERS

HOOFDSTUK 1

DE STADSUITBREIDING

HOOFDSTUK

DE

2

STADSBEBOUWING

HOOFDSTUK 3

DE EUROPEESCHE

HOOFDSTUK

DE I N H E E M S C H E N

4

HOOFDSTUK 5

DE

CHINEEZEN

HOOFDSTUK Ó

DE

ARABIEREN

GEMEENSCHAP


VL

De frontgevel van het nieuwe gouverneurskantoor aan Passer Besar, een symbool van modern Soerabaia. Het gebouvy, dat een Oostersch open karakter vertoont, ligt in het centrum van de zaken- en winkelstad aan den hoofdverkeersader der stad. De zijgevel is gericht naar de Djoharlaan, den eventueel lateren toegang t o t het station-kotta der S. S. In Mei 1929 ving de N.V. Nederlandsche Aanneming Mij. „ N e d a m " aan met den bouw van het kantoor, volgens project van Ir. W . Lemei b.i., het toenmalige hoofd van den Landsgebouwendienst te Soerabaia. Het werk werd in Augustus 1931 opgeleverd, terwijl de ingebruikstelling op 10 December 1931 volgde. De Directeur B.O.W. sprak de openingsrede uit en Mevrouw De Man-Van Driessche, de echtgenoote van den Gouverneur van Oost-Java, plaatste in den frontgevel een gedenksteen. De kunstfoto van den Heer Isken werd genomen van onder het viaduct. Een dubbel stel tramrails verdwijnt in het verschiet. Tusschen een reeks lichtmasten, die tevens de bovengrondsche geleiddraden van de „electrische" torsen, is een lange vluchtheuvel aangelegd , deze verdeelt den breeden rijweg m twee ongeveer gelijke deelen, welke dienen voor het verkeer van en naar de bovenstad. Voor het Gouverneurskantoor : een plantsoentje met de kllometerpaal „ n u l " vanwaar in de toekomst alle provinciale wegen gekilometreerd zullen worden. Langs het gebouw rijden fietsers, krètèks, auto's en ook een exemplaar van het driewielige vervoermiddel: de Demmo. Boven de stad hangen dreigende donderwolken. Een stemmingsbeeld. Begin 1933, het diepste punt der malaise.


O D E STADSUITBREIDING.

w

Het verschil tusschen de plattegronden van Ned. Indische en Europeesche steden. — De stad omstreeks 1906. — De stadsuitbreiding in het tijdvak 1906- 1916. — De particuliere landerijen. — Het standpunt der Gemeente ten opzichte van de verdrijving der Inlanders. — De bestemming van de landen Embong Malang en Kepoetran Kidoel. — De bediendenkampongs. — De wegenplannen en de uitbreiding van bestaande stadsgedeelten. — Het begin der asfalteering in 1917.— Soerabaia van omstreeks 1916 t o t heden. — Factoren der stadsuitbreidng. — Het haventerrein. — Verbetering van de spoorwegtoestanden. — De „hooge baan". — Het bandjir-vrij maken van Soerabaia. — De moderne vervoermiddelen. — Ketabang beschouwd uit een verkeersoogpunt. — Het autobusvervoer. — De toegangswegen t o t de stad. — Verbetering der bruggen. — Het industrie-terrein Ngagel. — De vliegvelden te Darmo en Morokrembangan. — De kleinwoningbouw. — De wijze, waarop de stad zich heeft uitgebreid. — De toekomstige uitbreiding naar het Oosten.

anneer men een overzicht van de u i t b r e i d i n g van Soerabaia van 1906 t o t heden w i l samenstellen,

is het van belang eerst eenige algemeene kenmerken, die alle Nederlandsch-Indische steden, in tegenstelling m e t de Europeesche, bezitten, aan een bespreking te onderwerpen. H e t verschil in plattegrond tusschen Nederlandsch-Indische en Europeesche steden is in hoofdzaak een gevolg van verschil in k l i m a a t en woonzeden. In Nederlandsch-Indië w o r d t , als gevolg van het k l i m a a t en de woonzeden, bijna uitsluitend de eenverdiepingswoning gebouwd, t e r w i j l elk huis een kleiner of g r o o t e r erf bezit. H e t gevolg hiervan is, dat bij eenzelfde inwonersaantal het oppervlak eener Indische stad veel g r o o t e r is dan van een stad in Europa of A m e r i k a . Moet een aantal van 350 inwoners per ha in Soerabaia als hoog worden aangemerkt, in A m e r i kaansche, Europeesche en ook in vele Britsch-indische steden is in dichtbevolkte wijken d i t getal eenige malen zoo g r o o t . W a t Indië zoekt in de lengte en breedte, v e r k r i j g t men in Europa, A m e r i k a en meerdere Britschindische steden in de hoogte. Gebouwen in A m e r i k a m e t 30 en meer verdiepingen zijn niet zeldzaam. Nederlandsch-Indische

steden

hebben

derhalve

bij een b e t r e k k e l i j k

klein aantal

inwoners een

geweldig straatoppervlak en een uitgebreid leidingnet voor rioleering, goten, w a t e r l e i d i n g , gas, e l e c t r i c i t e i t en telefoon. Dat deze r u i m e opzet v r i j zwaar d r u k t op het budget, niet alleen van de inwoners direct, maar ook op dat van de gemeenschap, behoeft geen nadere toelichting, wanneer men bedenkt dat per 100 m weg in Europeesche of Amerikaansche steden drie t o t

zelfs vijftig

en meer

maal zooveel

menschen wonen

dan in Indië. Ofschoon vroeger, toen aan Vreemde Oosterlingen bepaalde stadsgedeelten werden aangewezen o m zich te vestigen, die wijken een eigen karakter hadden in overeenstemming m e t de zeden der bewoners, is sedert dien veel veranderd. W e l t r e f t men in bijna elke Nederlandsch-Indische stad nog bepaalde Chineesche en eventueel Arabische wijken aan, maar de bouw en indeeling der woningen vindt meer en meer plaats naar Europeesch model. Doordat de verschillende bevolkingsgroepen een veel inniger contact m e t elkander hebben dan vroeger, is een unificatie der woonzeden merkbaar. In het uitbreidingsplan eener groote Indische stad w o r d t m e t het verschil in woonzeden der t o e k o m stige bewoners weinig of geen rekening gehouden. Een contrast tusschen de Indische en Europeesche steden is het m e r k w a a r d i g g r o o t verschil in oppervlak, bestemd voor plantsoenen en speelplaatsen. In de steden rond den equator is d i t veel kleiner dan in de zustersteden in Europa.


LINKS: Gemblongan, zooals deze straat er ongeveer dertig jaar geleden uitzag. De weg rechts op de foto leidt naar Praban, dat toen (op de plaats, waar nu in het midden van den breeden verbindingsboulevard tusschen Kranggan en Gemblongan een t r o t t o i r ligt) met kleine huisjes was volgebouwd. Achter deze woninkjes lag een open goot, die de Krangganleiding met de Kali Mas verbond. Over die verbindingsleiding waren twee bruggen geslagen: de eene (links op de foto) was bestemd voor het gewone verkeer, over de andere (rechts op de foto) lagen de rails van de stoomtram. Geheel links ziet men nog juist een deel van de Ijsfabriek Gemblongan, indertijd het eigendom van den heer L. H. Olie die op 19 Januari 1933, op 86-Jarigen leeftijd, te Lawang is overleden. Schoolkinderen konden er tegen een kleine vergoeding limonade, ajerblanda of stroop drinken. Voor het gebouwtje, dat 's avonds aan weerszijden van den ingang door twee flakkerende gaspitten werd verlicht, staat een ouderwetsche tweewielige ijskar. Het dichte bladerdak der boomen, waaronder de weinige bovengrondsche telefoonleidingen verscholen gingen, belommerde den weg. U i t het heele beeld spreekt de stemming van rust en landelijkheid, die toen heerschte. RECHTS: Dertig jaar later. Gemblongan van precies hetzelfde punt opgenomen. Het geheele aspect van dit stadsdeel is totaal gewijzigd. Alle rust en landelijkheid zijn geheel verdwenen. De boomen zijn gekapt, de verbindingssloot gedempt, de bovengrondsche telefoonleidingen onder den grond gelegd. De oude stoomtram moest plaats maken voor de „electrische". De gaslantaarns werden vervangen door een brillante electrische straatverlichting. Er ontstond een moderne winkelstraat, door welke het snelle verkeer van auto, motorfiets en t r a m raast. Links het Engelsche warenhuis van Whiteaway en Laidlaw. Dit alles ontstond in een deel van een menschenleeftijd, wel een overtuigend bewijs, hoezeer de stad zich onder gemeentebestuur heeft ontwikkeld. (Foto Isken.)

A l h o e w e l d i t t e n deele is t o e t e schrijven aan den over het algemeen royalen opzet van een Indische stad, m e t haar lagen bouw, waar elke woning een, zij het dan soms klein, erf bezit, toch m o e t d i t als een nadeel w o r d e n beschouwd, vooral waar het o n t b r e k e n van t r o t t o i r s in de w o o n w i j k e n het wandelen over de door dwarsgoten onderbroken bermen niet bepaald t o t een genoegen m a a k t , t e r w i j l het wandelen over het verharde weggedeelte in verband m e t het autoverkeer gevaarlijk is. De behoefte aan wandelplaatsen, aan speelplaatsen voor kinderen en aan s p o r t t e r r e i n e n doet zich in een Indische stad dan ook gevoelen en in het t o e k o m s t i g uitbreidingsplan zal hiermede rekening dienen te worden gehouden. Soerabaia had in 1906 een oppervlak van rond 4.275 ha , de bevolking bestond u i t 8.063 Europeanen, 124.473 Inlanders, 14.843 Chineezen, 2.482 A r a b i e r e n en 327 V r e e m d e Oosterlingen, t o t a a l 150.188 inwoncTs. V e r g e l i j k t men daarmede het tegenwoordige oppervlak, hetwelk rond 8.280 ha is, t e r w i j l het aantal inwoners volgens de in 1930 plaats gehad hebbende t e l l i n g bestaat u i t 26.376 Europeanen, 260.537 inlanders, 38.928 Chineezen, 5.668 V r e e m d e Oosterlingen, t o t a a l 331.509 inwoners, dan springt wel de m e r k w a a r d i g groote vooruitgang in het oog. In 1906 bestond w i j k T, de w i j k begrensd door Simpang, Kaliasin, Lemah Poetro en Kajoon, re d; e wegen waren echter nog niet alle geasfalteerd. H e t zou nog een paar jaar duren voor het tegenwoordige Goebeng in e x p l o i t a t i e w e r d genomen, huidige Ketabang was een sawahcomplex, Julianaboulevard, Tegalsarie en omgeving, evenals het tegenwoordige Sawahan, waren nog geen Europeesche w i j k e n , de thans bestaande haven was ten deele vischvijver ten deele zee, t e r w i j l het Marine-Etablissement nog lang niet de uitgebreidheid had van thans. Aan e x p l o i t a t i e van de landen Koepang en D a r m o I en II w e r d nog niet gedacht. Overal doorsneden irrigatieleidingen tevens spoel- en afvoerleidingen de stad. De Krembanganleiding, langs het tegenwoordige Kranggan loopend, splitst zich bij Praban in twee t a k k e n . De eene t a k loosde via het tegenwoordige Praban nabij Genteng ( W h i t e a w a y ) op de Kali Mas. W a a r deze leiding Toendjoengan kruiste was een brug. De andere tak s t r o o m d e langs Boeboetan en d o o r de K r e m b a n g a n b u u r t via de Kali M o r o naar zee. V o o r a l de z. g. Krembanganleiding was zeer berucht door het malariagevaar. Een tweede g r o o t e spoel- tevens i r r i g a t i e l e i d i n g was een zijtak van de Djeblokanleiding en had haar beginpunt nabij de nadien gebouwde en thans nog bestaande brug over deze leiding in de Sumatrastraat. Z i j


LINKS: Simpang, zooals dit deel van de stad er ongeveer 30 jaar geleden uitzag. Linl<s: de ingang t o t het erf van de vironing van den Resident (thans Gouverneur). Rechts: het kantoor van den Controleur, eens het koetshuis van den Resident, waarin de pronkwagens stonden. Opzij hiervan : de traditioneele vlaggestok. De straatweg is nog niet geasfalteerd, het Kroesenpark — zoo genoemd naar wijlen J. C. Th. Kroesen, die hier van l888-'96 Resident was — nog niet aangelegd. De straatverlichting, door middel van gaslantaarns, was, vergeleken bij de huidige, primitief. Het eenige, dat nu nog duidelijk is te herkennen is de schilderachtige boom voor het controleurshuis, die thans voor ' t hulppostkantoor staat. Voor nadere bijzonderheden, omtrent de op Simpang dicht bij elkaar staande gouvernementsgebouwen, verwijs ik naar mijn „Oud Soerabaia." (Foto H. Salzwedel.) RECHTS: Dertig jaar later. Alweer Simpang, maar thans met een geheel veranderd aspect. Het rijvlak is keurig geasfalteerd T r o t t o i r s zijn aangelegd, 's Avonds schittert de lange lichtlijn. Het Kroesenpark is l<eurig aangelegd, het kantoor van den Controleur afgebroken en een nieuw hulppostkantoor voor de bewoners van de bovenstad opgetrokken. De oudmodische vehikels zijn geheel uit het straatbeeld verdwenen en hebben plaats moeten maken voor t r a m en auto. Dit alles kwam in dertig jaar t o t stand. Is d i t niet een feit, waarop een rechtgeaard Soerabaiaan trotsch kan zijn? (Foto isken.)

liep verder langs een gedeelte van de Sumatrastraat, langs het station Goebeng en over Ketabang (tegenwoordige Cannalaan), langs Kaliondo o m w e d e r o m op de Pegirianrivler te loozen. De verkeersmiddelen waren de bekende kossongs en de s t o o m t r a m van W o n o k r o m o langs Groedo, Kepoetran, Kallasin, Toendjoengan, Passer Besar naar de Oedjoeng. Z o o hier en daar k w a m schuchter een auto zijn plaats in het verkeer opeischen. Zeer veel Europeanen hadden eigen paard en r i j t u i g en gingen daarmede dagelijks naar kantoor, 's Avonds in den w a r m e n t i j d schepte men een koeltje door langs het mooie Kajoon

met

zijn

fraaie

boomen t e rijden, soms nam men de r o u t e langs de Tamarindelaan, toen nog een g r i n t w e g , maar d i t was al zeer ver en meer het laantje voor hen, die de eenzaamheid zochten. Een tijdlang was het rijden bij avond langs de Tamarindelaan niet erg veilig, men hoorde van het afpersen van geld van dengene, die het waagde zich daar 's avonds te vertoonen. 's Zondags ging men wel eens een dag m e t zijn f a m i l i e naar buiten, naar het strand bij Soekolilo, maar d i t behoorde t o t de zeer v e r r e tochten. U i t alles b l i j k t , dat er van het verkeer, zooals Soerabaia d i t thans kent, geen sprake was. De wegen, ofschoon reeds voor een gedeelte geasfalteerd, waren hierop ook niet berekend en behoefden d i t niet te zijn. Ze waren over het algemeen smal, de bruggen waren nauw en hoog; hoog in verband m e t de mogelijkheid van scheepvaart bij bandjirafvoer. ( H e t W o n o k r o m o k a n a a l en de bandjirsluis bestonden nog niet.) in den loop der jaren werden dan ook diverse bruggen verbreed en verlaagd, o.a. de bruggen Patook, Peneleh, Bibis, Kalianjar, Djagalan, Van Deventerlaan en T j a n t i a n . De sluis W o n o k r o m o ontbrak, zooals reeds w e r d gezegd. Het gevolg hiervan was, dat bandjirs in den regentijd via de Soerabaiarivier d o o r de stad moesten worden afgevoerd. Vele oud-Soerabaianen zullen zich nog herinneren, dat

bij zwaren

bandjirafvoer de halve stad

d i k w i j l s onder w a t e r stond. De kinderen gingen of niet, of d o o r het w a t e r wadend naar school. Aangezien het verkeer niet intens was en niet snel, was het

nog geen gebiedende eisch

hoeken

overzichtelijk te maken. Zoo ziet men op verschillende kruispunten van de Embongs m e t de Palmenlaan de bijgebouwen t o t op den hoek van het erf gebouwd, hetgeen thans, m e t gevaar

het tegenwoordige verkeer,

oplevert. O o k het kruisen van secundaire en woonwegen m e t den verkeersweg, de Palmenlaan,

is gezien m e t oogen, die het tegenwoordige verkeer kennen, fout, maar vergeeflijk, wanneer men aan de oude toestanden

denkt.

3


. * . , ' ,

- ' ^ ( f c - . ' • " • ' • » ^ > -

••^^'^l^u^,-

:;.'vli„ ^ « ^ ^ ^ '

. v^

' ^ "ïtr

.-.-""^..^ «#<*-.

Een prachtige luchtfoto (van de Knilm) van een deel van Ketabang. Deze nieuwe stadswijk wordt door de Kali Mas omgeven. Twee bruggen, n. I. de „Japansche b r u g " en die in het verlengde van de Van Deventerlaan, verbinden Ketabang met de stadsdeelen op den linkeroever der rivier. Op de foto zijn verschillende bekende gebouwen, o. a. „ H e t Raadhuis", te onderscheiden.

In d i t opzicht is de oude stad veel beter, o m d a t doorgaande wegen gewoonlijk

alleen

daar

door

onbereden kampongwegen

punten geasfalteerde secundaire wegen deze hoofdwegen

toevallige

omstandigheden

u i t k o m e n , t e r w i j l slechts op

op

de

enkele

kruisen.

Zooals in alle steden, waar de overheid niet doelbewust ingreep o m de stad aan die zijde u i t b r e i d i n g te geven, waar d i t in verband m e t oeconomische en stedenbouwkundige eischen gewenscht was, breidde ook Soerabaia zich in den loop der tijden u i t naar de zijde waar

d i t zonder

veel moeite mogelijk

was.

De lijn van den geringsten weerstand — een overal in natuur en maatschappij v o o r k o m e n d verschijnsel— w e r d gevolgd. Hoe langer hoe meer k w a m er een scheiding tusschen de zakenwijk, de city, en de Europeesche woonwijken. U i t gezondheidsoverwegingen

(malariagevaar), of o m d a t de wateraan- en afvoer eenvoudiger was,

of o m andere hierna te noemen oorzaken, kwamen de gronden gelegen ten Oosten en Westen van de bestaande w i j k e n , aan weerszijden van de r i v i e r gelegen, het eerst voor bebouwing in aanmerking. Z o o ontstonden tusschen 1906 en 1916 de wijken Goebeng, Sawahan, Julianaboulevard en omgeving, en de S. S. w i j k Patjarkling.

u . .^.jÉüd '

^

"'Pvi>av\

^

^

1 . i!

^

m

De brug bij Kebondalem. Deze tijdelijke houten brug, die in 1918 werd voltooid v o r m t de verbinding van het gemeenteland Ketabang met Simpang en de Palmenlaan. Het publiek noemt haar karakteristiek „de Japansche brug". Zij bestaat uit 7 overspanningen, elk van 7.70 m en is 8 m breed, van welke breedte 6 m voor rijvlak en 2 x 1 m voor t r o t t o i r s zijn bestemd. De uiterlijke verzorging geschiedde door architect C. Citroen. Deze brug zal binnen weinige jaren door een andere, in gewapend beton uitgevoerd en van dubbele breedte, vervangen worden. Voor de geschiedenis van den „Simpangschen T u i n " (Kebondalem) verwijs ik naar mijn „Oud-Soerabaia". (Foto Isken.)


Alleen het bouwklaar maken van Goebeng was gemeente-exploitatie. H e t land w e r d in 1908 aangekocht voor den prijs van f 145.000.—. De andere landen werden door particulieren geëxploiteerd volgens door de Gemeente goedgekeurde wegenplannen. H e t is hier misschien de plaats iets t e zeggen over de z.g. particuliere landerijen en de rechten van Inlanders, opgezetenen, op dien grond. Teneinde het hoofdstuk over de Stadsuitbreiding niet te gerekt te maken, kan deze aangelegenheid hier niet anders dan zeer beknopt behandeld worden. H e t meerendeel der complexen grond, die tusschen 1906 en heden zijn bebouwd, heeft toebehoord aan particulieren. Tijdens het Engelsche bewind, tijdens het bestuur van den Gouverneur-Generaal Daendels en ook nog later, verkregen particulieren groote stukken grond o m verschillende thans niet steeds meer na te speuren redenen. De op dien grond gezeten Inlanders hebben meestal echter rechten op dien grond, welke, alvorens t o t e x p l o i t a t i e van het t e r r e i n kan worden overgegaan, moeten worden afgekocht. Verschillende landeigenaren deden zulks, of wel ze verkochten hun grond m e t alle lasten en lusten daaraan verbonden aan derden, die de opgezetenen schadeloos stelden en t o t e x p l o i t a t i e overgingen. O m d a t in het algemeen exploitatie ten behoeve van woningbouw voor Europeanen alleen voordeel opleverde, werden de betrokken landerijen bijna uitsluitend bestemd voor Europeesche wijken, als gevolg waarvan de Inlanders van het land werden verdrongen. De Gemeente begreep echter spoedig, dat h i e r d o o r de Inlander v e r a r m d e , o m d a t hij, weinig spaarzaam zijnde, zeer spoedig de hem voor de afkochte rechten t e r hand gestelde som verteerde. H i j w e r d steeds meer u i t het stadscentrum verdreven, hetgeen niet wenschelijk was. O m hieraan een einde te maken keurde de Gemeente geen wegenplan voor een particulier land goed, tenzij op dat land plaats was ingeruimd voor een zelfde aantal Inlandsche woningen als oorspronkelijk daarop v o o r k w a m e n , zij het dan ook dat de erven veel kleiner konden worden. Thans gaat men nog verder, en wenscht het particuliere land Embong Malang en het land Kepoetran Kidoel, hetwelk in 1929 door de Gemeente m e t behulp van het Gouvernement w e r d gekocht, uitsluitend voor Inlanders t e bestemmen. Alleen de perceelen aan de noodzakelijk aan t e leggen doorgaande wegen w o r d e n . Een ondergeloopen kampong in den regentijd. Pittoresl< ' Misscliien, maar tevens een wantoestand — om het woord schandaal niet te gebruil<en — waarin gelukl<ig in de laatste jaren eenige verbetering wordt gebracht. Men moet zich in de plaats van de bewoners kunnen stellen, om het groote leed te begrijpen, dat na iedere flinke regenbui in de kampongs wordt geleden. De huisjes, van licht materiaal opgetrokken, lekken als zeven. Menschen, kleeren en voorwerpen worden drijfnat. Het water stijgt soms t o t aan de baleh-baleh, waarop men slaapt. Alles, wat niet op een verheven plaats is weggeborgen, spoelt weg. Buiten, in den kamponggang reikt het water t o t aan de knieën, ja soms zelfs t o t aan het middel. Na de regenbui, zakt het water langzaam, heel langzaam, poelen en plassen achterlatend, die een ondragelijken stank verspreiden en funeste broedplaatsen vormen voor de malariamuskiet. Als ik deze foto van G. Gleysteen bekijk, dan denk ik onwillekeurig aan het prachtige werk van den heer H. F. Tillema, die met zijn reeks van boeken „Kromoblanda" zoo'n intensieve en belangrijke propaganda voerde t e r oplossing van het vraagstuk van het „ w o n e n " in Kromo's groote land. Jammer, dat zulke menschen met zoo'n groote liefde voor land en volk, na hier hun carrière gemaakt te hebben, meenen dit land te moeten verlaten. W a t zouden zij met hun vergaarde kennis, na hun loopbaan in Indië blijvend, niet een opbouwenden en voldoening schenkenden arbeid kunnen verrichten !


ffiW .X.* De puntdeuren van den Noordwestelijken boezem, waarlangs men het overtollige water bij eb op zee kan loozen, een der belangrijke assaineeringswerken van Soerabaia. 's Zondags ziet men er liefhebbers van de vischsport met hengel of lijn hun geluk beproeven.

in verband m e t de belangrijkheid der panden aan die wegen, dieper en zijn derhalve bestemd voor beter gesitueerden. Deze maatregel is toe te juichen. H i e r d o o r worden de bediendenkampongs gehouden in da b u u r t van de Europeesche wijken, waardoor het transportvraagstuk eenvoudiger w o r d t . U i t hygiënisch oogpunt behoeft de maatregel niet te worden veroordeeld, o m d a t kampongs ook hygiënisch van opzet kunnen zijn. Daarbij k o m t , dat het directe contact tusschen Europeanen en Inlanders het meest gevaarlijk is voor besmetting, en d i t v o o r k o m t men niet d o o r de kampongs ver van de Europeesche wijken t e projecteeren. O m d a t voor Soerabaia geen algemeen uitbreidingsplan bestond, waren de wagenplannen, t o t o m streeks 1916 uitgevoerd, een u i t b r e i d i n g aan bestaande stadsgedeelten. De u i t b r e i d i n g geschiedde geleidelijk. Een bepaald jaar is derhalve niet te noemen. A l naar gelang de gronden werden verkocht, werden de straten gemaakt en de t e r r e i n e n bebouwd. Toch is het van belang eenige jaartallen te geven. De brug Sonokembang, de westelijke toegang naar de w i j k Goebeng, w e r d in 1911 gebouwd. Omstreeks dien t i j d werden de Goebengboulevard (vroeger Koninginneweg geheeten) en andere wegen op Goebeng geasfalteerd. In 1916 begon men, op kosten van den landeigenaar, de Julianaboulevard alsmede Tegalsarie een stofvrij wegdek te geven. Het zou t o t 1917 duren eer een aanvang werd gemaakt m e t het

asfalteeren

van de reeds bestaande steenslagwegen op het land Sawahan, welke door de Bouwmaatschappij Sawahan waren aangelegd. Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen, die vooral na

1916 de stadsuitbreiding sterk

hebben

beïnvloed en nog beïnvloeden. De meest op den voorgrond tredende factoren zijn wel geweest • Ie.

Het aanleggen van een haven te Soerabaia.

2e.

Het verbeteren van de spoorwegtoestanden in en o m Soerabaia.

3e.

H e t aanleggen van groote assaineerings- en afwateringswerken in en nabij Soerabaia.

4e.

De geweldige toename van het mechanisch verkeer, in hoofdzaak het snelverkeer. In het jaar 1907 adviseerde de Raad van Indië den toenmaligen Gouverneur-Generaal Soerabaia een

meer moderne haven te geven in verband m e t het steeds toenemende scheepvaartverkeer. in het jaar 1909 kwamen de heeren Professor Dr. J. Kraus en Ir. G. J. de Jongh, daartoe door de Regeering uitgenoodigd, naar indië, teneinde van advies te dienen. Hun „verslag over verbetering van haventoestanden te Soerabaia" verscheen in 1910. De commissie nam het reeds door den Ir. W . B. van Goor naar voren gebrachte idee o m de schepen direct aan kaden te laten m e r e n , over en o n t w i e r p een plan. Volgens d i t plan, nader in details gewijzigd, w e r d de haven van Soerabaia aangelegd. De bestaande vischvijvers werden ten deele uitgebaggerd t o t havenkommen, ten deele opgespoten. Z o o ontstond de haven m e t haar t e r r e i n e n , welke thans voor woonwijk, industrieën en opslagplaatsen benut worden.


Royaal aangelegde geasfalteerde wegen verbinden de haven m e t de stad, waarvan het c e n t r u m (Roode brug) 4 a 5 k m meer Zuidwaarts is gelegen. De dubbele weg naar Tandjong Perak, de voornaamste toagangswag t o t de stad, heeft een breedte tusschen de rooilijnen van 48 m. Aan weerszijden van de electrische t r a m op eigen baan is een weg m e t een verhardingsbreedte van 12 m aangelegd. H e t is de haven, gemaakt volgens moderne begrippen en goed geoutilleerd, die de voornaamste oorzaak is geweest van de geweldige uitbreiding van Soerabaia gedurende de laatste I 5 jaar. De haven t r e k t handel en industrie en industrieën t r e k k e n elkaar. Ofschoon d i t hoofdstuk niet toelaat h i e r o m t r e n t uitvoerige beschouwingen te geven, meen ik dat in de eerste plaats de haven Soerabaia heeft gemaakt t o t wat het thans is. W a r e in de nabijheid van deze stad een plaats te vinden geweest, die zich door verschillende omstandigheden beter zou hebben geleend t o t het maken van een haven, dan was Soerabaia geworden wat nu Pasoeroean en Probolinggo zijn. O o k het verbeteren van de spoorwegtoestanden in en o m Soerabaia heeft op de u i t b r e i d i n g van de stad grooten invloed gehad en zal ook in de t o e k o m s t dien invloed behouden. De moderne haven eischte spooraansluiting en een g r o o t rangeerterrein. Aangezien de handel zich meer en meer begon uit te breiden, en de spoorwegen daarop niet berekend waren, was d i t voor de S.S.-leiding het sein o m een algeheele verandering voor te stellen.

Een prachtige luchtopname van de Knilm van Darmo, Ngagel, W o n o k r o m o en Goenoengsarie, de meest zuidelijk gelegen deelen der stad. Ongeveer over het midden van de foto, van links boven naar rechts onder, stroomt de Soerabaia-rivier, welke binnen de bebouwde kom der stad den naam draagt van Kali Mas. Bij Wonokromo wordt een deel van het water langs het W o n o kromokanaal (door de sluis bij Djagir, welke nog juist te zien is) naar zee afgevoerd. Op de foto komt elk detail goed t o t zijn recht. Men ziet onder meer den in de laatste jaren sterk verbreeden toegangsweg t o t de stad met monumentale Wonokromobrug , daarnaast de hangbrug voor de waterleiding. Links-beneden kampong Wonokromo met het stationsemplacement der Staatsspoorwegen. Linksboven het stationsemplacement van de OostJava-Stoomtram. Langs den Dierentuin met het eenvoudige doch stijlvolle aquariumgebouw rijdt de „electrische" over het Darmoplein naar den Darmoboulevard. De stoomtram volgt den langen, rechten Reinierszboulevard. In de verte het z.g. „ w i t t e d o r p " met de tientallen woningen van de Gemeente-Spaarbank. Bij den driesprong Darmoplein — Darmoboulevard —Reinierszboulevard de kapitale woning van den agent der Javasche Bank. In het midden van de foto de nieuwe Wonokromosluis met behulp waarvan het waterniveau in het pand Wonokromo-Goebeng verlaagd kan worden , hierdoor verkrijgt men mettertijd een belangrijke verbetering in de afwatering van de wijken Kepoetran-Kidoel, Koepang, Darmo en Ngagel. Tenslotte lette men ook nog op de beide bruggen — de eene voor het gewone verkeer, de andere voor de S.S. — over het Wonokromokanaal , zij verbinden Wonokromo met het zuidelijke deel van de industriewijk Ngagel.


rWWWJ"!;^??''

Omstreeks 1916 is er tusschen de S.S.-autoriteiten en de Gemeente een vrij vinnigen strijd gevoerd over de plannen t o t verbetering der spoorvt^egtoestanden. De Gemeente gaf er de voorl<eur aan nabij W o n o k r o m o een groot station te bouv^en. Van d i t station zouden 2 lijnen N o o r d w a a r t s loopen, de Oostelijke t a k op voldoenden afstand ten Oosten van de bebouwde k o m , de W e s t e l i j k e tak ten Westen daarvan. De Oostelijke tak zou nabij Fort Prins H e n d r i k naar het Westen ombuigen en over de Pegirian en Kalimas gevoerd de Haven bereiken, de W e s t e l i j k e tak zou eveneens de Haven als eindpunt hebben. De logische gedachte, die hieraan ten grondslag lag, was, de lijnen op zoo groot e n afstand van de bestaande stad te leggen, dat voldoend groote complexen grond voor stadsuitbreiding aan weerszijden van de bestaande k o m en gelegen binnen de spoorbanen zouden blijven gereserveerd. De S.S. meende, in hoofdzaak o m oeconomische en andere bedrijfsbelangen, dat het meer gewenscht was de bestaande toestanden te verbeteren en het net uit te breiden. De directe besparing op aanlegkosten heeft hier den doorslag gegeven. De door de S.S. u i t g e w e r k t e plannen zijn slechts ten deele verwezenlijkt. Het z.g. a r m e plan, waarbij alleen de baan door de stad w e r d omhoog gebracht, k w a m t o t uitvoering. Ten gevolge hiervan ontstonden de viaducten W a r o e n g Toerie, Pasar Besar, Soeloeng, Semoet, Pegirian Oost en W e s t en Kaliondo. Het bouwen van een nieuw station nabij Semoet, het omhoog brengen van de baan aan de Oostzijde van de stad en van het station Goebeng, bleven als gevolg van de algemeene inzinking van het bedrijfsleven achterwege. W e l werden de groote emplacementen te Sidotopo en Kalimas aangelegd. In verband m e t de groote belangen voor haar daaraan verbonden, zal de Gemeente er steeds op moeten blijven aandringen, dat de baan ten Oosten van de stad gelegen, w o r d t omhoog gebracht. Alleen dan is het mogelijk de doorgaande wegen, welke van W e s t naar Oost loopen (Simpang, Borneostraat, Celebesstraat) onder

de baan door te voeren

en een logische u i t b r e i d i n g van Soerabaia

naar

het

Oosten

te verkrijgen. De w e r k e n , welke ten doel hebben gehad Soerabaia b a n d j i r v r i j te maken, en de mogelijkheid hebben geopend o m honderden hectaren t e r r e i n v r i j te laten afwateren, hebben een zeer grooten invloed gehad op den gezondheidstoestand van de stad en indirect de uitbreiding zeer bevorderd. W a r e n reeds voor 1916 de werken t o t stand gekomen o m een groot gedeelte van het w a t e r van de Brantas via de P o r r o n g r i v i e r op zee te loozen, de werken na 1916 uitgevoerd, hadden in de eerste plaats ten doel Soerabaia zelf b a n d j i r v r i j te maken. Tevens werden een reeks werken uitgevoerd ten gevolge waarvan het mogelijk w e r d , dat g r o o t e r e gedeelten van Soerabaia, welke t o t dusverre een zeer gebrekkige afwatering hadden gehad, v r i j hun oppervlakte-water konden loozen. H e t in Soerabaia gevestigde Assaineeringskantoor maakte in overleg m e t de Gemeente de verschillende plannen op. Er w e r d tusschen het Gouvernement en de Gemeente overeengekomen, dat de p r i m a i r e werken door en op kosten van het Gouvernement zouden worden uitgevoerd, de secundaire werken zouden door de Gemeente worden gemaakt en betaald.

De nieuwe groote sluis te Wonol<romo, die werd gebouwd ter vervanging van de sluis te Goebeng. Als eenmaal het waterniveau in het pand Wonokromo â&#x20AC;&#x201D;Goebeng zal zijn verlaagd, zal de afwatering van een belangrijk deel der stad verzekerd zijn.

8


De Wonokromobrug. Zij werd in gewapend beton uitgevoerd en in 1932 voltooid. Zij vervangt de oude, lange en smalle schroefpaalbrug en v o r m t een der voornaamste toegangswegen t o t Soerabaia, n.l. van de richting Malang—Sidoardjo. De brug bestaat uit 5 overspanningen van 13,60 m en is tusschen de leuningen 16 m breed. Van deze breedte wordt 12 m door het rijvlak ingenomen, terwijl aan weerszijden 2 m breede trottoirs zijn aangelegd. Het ontwerp der brug werd door den Heer C. Citroen architectonisch verzorgd. Op den voorgrond, een van de vele prauwen, die dagelijks de rivier op- of afwaarts worden geboomd. Men lette op het lange primitieve roer, dat tevens dienst doet om het vaartuig voort te wrikken. (Foto Fotax.)

Van deze p r i m a i r e werken dienen de volgende te worden g e n o e m d : Ie.

Het maken van den Noordwestelijken boezem, die via een stel puntdeuren zijn o v e r t o l l i g water bij eb op zee kan loozen, en tusschen de ebstanden in, het eventueel gevallen hemelwater in N o o r d - W e s t Soerabaia op kan nemen o m het bij het volgend laagwater wederom te spuien.

2e.

H e t vervangen van de kleine stuw te W o n o k r o m o door een groote spuisluis voor afvoer van bandjirwater, waardoor Soerabaia practisch bandjirvrij is geworden. H i e r m e d e ging gepaard het v e r r u i m e n van het W o n o k r o m o k a n a a l . Deze werken kwamen u l t i m o 1920 gereed. Thans heeft men een aanvang gemaakt m e t

3e.

Het maken van een groote sluis te W o n o k r o m o t e r vervanging van de sluis Goebeng, die zal worden opgeruimd. Men v e r k r i j g t daardoor dat het waterniveau in het pand Wonokromo—Goebeng een paar

m kan

worden verlaagd. H i e r d o o r w o r d t het mogelijk de wijken Kepoetran Kidoel (gedeeltelijk), Koepang, D a r m o en Ngagel (gedeeltelijk) vrij het regenwater op den verlaagden rivierstand te laten loozen zonder tusschenschakeling van een pompstation. W e r k e n , die hiermede één geheel u i t m a k e n en binnen enkele jaren uitgevoerd zullen worden, z i j n : 4e.

Het uitdiepen van het rivierpand Wonokromo—Goebeng, teneinde prauwenvaart na verlaging

van

den waterstand mogelijk te maken. 5e.

H e t verleggen van het beginpunt van de Djeblokanleiding, die thans nabij de brug in de Sumatrastraat uit de Soerabaia-rivier. w o r d t gevoed, naar W o n o k r o m o .


Links op den voorgrond een deel van Goebeng. Rechts Goebeng Podjok. Beide wijken worden door de nieuwe Goebengbrug met Sinnpang Kajoon en de Embongwijk verbonden. Rechts boven het Simpang Hospitaal. In de Kali Mas ziet men duidelijk de Goebengsluis. Langs Kajoon, aan den kalikant, ligt een groot w i t vlak , dit is geen zwembak, zooals men zou kunnen meenen, doch een viertal tennisbanen, iets verder stroomopwaarts ligt het bootenhuis van de Roeivereeniging. (Foto LuchtvaartAfdeeling van het N. I. Leger.)

• H e t ligt in de bedoeling deze leiding ten Oosten van de spoorbaan W o n o k r o m o — G o e b e n g te traceeren, een plaats, u i t een oogpunt van stadsuitbreiding bekeken, m i n d e r juist. A l de bovengenoemde werken hebben een grooten invloed, direct en indirect, gehad op de stadsuitbreiding, en zullen deze in de volgende jaren nog zeer sterk beïnvloeden. De moderne stad m e t haar ingewikkeld bedrijfsleven eischte moderne vervoermiddelen, waarop de wegen moesten zijn of worden berekend. Z o o w e l het interlocale als het locale verkeer nam snel toe, t e r w i j l het verschil in snelheid tusschen de soorten voertuigen aanmerkelijk g r o o t e r was dan voorheen. De O.J.S. verstond de teekenen des tijds, verving de s t o o m t r a m W o n o k r o m o — T a n d j o n g Perak door een electrische en breidde tevens het aantal lijnen belangrijk uit. De eerste electrische lijn w e r d 15 Mei 1923 geopend. D i t was, zoowel voor de stad Soerabaia als voor de Oost-Java S t o o m t r a m Maatschappij een mijlpaal op den weg naar het moderne verkeer.

DeGoebengbrug. Deze werd in 1923 en 1924 gebouwd ter vervanging van de oude, smalle schroefpaalbrug. Zij v o r m t de verbinding van Simpang met het station Goebeng der S.S. en de woonwijken Goebeng en Ketabang. De brug bestaat uit 2 eindoverspannlngen van I 3.50 m en een middenoverspanning van 22.50 m. Zij heeft een breedte tusschen de leuningen van 16 m, waarvan 12 m rijvlak, aan weerszijden waarvan een t r o t t o i r van 2 m breedte werd aangelegd. In het midden ligt de dubbelsporlge baan van de electrische tramlijn der O.J.S. De architectonische verzorging van het ontwerp geschiedde door architect C. Citroen. (Foto Isken.)

10


Koepang in vogelvlucht. Deze geheele nreuwe wijk, die in nauwelijks tien jaren uit den grond verrees, geeft, zoo uit de lucht gezien, een goed beeld van den modernen en systematischen aanleg van de jongste wijken onzer stad. De lange, breede boulevards, die het tuindorp met zijn vaak artistiek ontworpen villa's doorsnijden, schijnen langs een liniaal te zijn getrokken. De groene gazons brengen fleur en frischheid aan het stadsbeeld, dat wel zeer verschilt van dat van eenige decennia geleden. (Men sla er mijn „Oud-Soerabaia" maar eens op na.) Jammer, dat men zoo zelden realiseert, hoe veel ter verbetering van de stad werd gedaan in zoo'n betrekkelijk kort tijdsverloop. Luchtfoto's — de bovenstaande werd opgenomen door Fotax — kunnen niet door een ieder even gemakkelijk „gelezen" worden vooral niet, als men het stadsbeeld zelden of nooit van uiteen vliegmachine heeft gezien. De beide hoofdwegen, die elkaar op de foto kruisen, zijn de Koepangboulevard en de Coenboulevard , de eerste loopt ongeveer evenwijdig aan de onderzijde van de foto. Bij het kruispunt van de boulevards, in het midden van het plantsoen, ziet men het politieposthuis. Aan den Coenboulevard liggen de nieuwe R. K. kerk van het Heilige Hart en de Broederschool van St. Jozef.

Voorzoover mogelijk werden de electrische lijnen op eigendomsgrond van de O.J.S. gelegd. Daardoor

verkreeg men langs een gedeelte van het t r a j e c t een vrije baan, waardoor op die gedeelten een g r o o t e r e snelheid kan worden o n t w i k k e l d . Alleen de s t o o m t r a m

Wonokromo—Oedjoeng is gebleven. Gunstiger tijdsomstandigheden

zullen

moeten worden afgewacht, o m ook deze o m te bouwen. Door de geweldige toename van het auto- en autobusverkeer, waarnaast het langzame verkeer bleef bestaan (tjikars, sado's), werden de wegen te smal. Wegen m e t banen voor langzaam verkeer en snelverkeer werden wenschelijk, alsmede doorgaande wegen voor uitsluitend snelverkeer. Bij de stadsuitbreiding moest hiermede rekening worden gehouden. P r i m a i r e , duidelijk voor doorgaand verkeer aangewezen wegen, welke op enkele plaatsen worden gesneden door secundaire wegen, teneinde het verkeer van de t e r t i a i r e wegen op de p r i m a i r e te loozen, moeten breed zijn en op de kruispunten m e t de secundaire wegen, overzichtelijke hoeken hebben. In de wijken D a r m o en Koepang, t e r r e i n e n t o t een oppervlakte van ^

228,8 ha, die na 1916 door

particulieren in exploitatie werden genomen, is m e t deze beginselen rekening gehouden. Alleen is het aantal kruispunten van de secundaire m e t de hoofdwegen te g r o o t . Door reeds bestaande werken w e r d het blijkbaar moeilijk het kruispunt van den D a r m o - m e t den Reinierszboulevard te leggen tegenover de brug W o n o k r o m o , een oplossing, die ongetwijfeld beter zou zijn geweest.


Een deel van het industrieterrein Ngagel, dat thans geheel in gebruik is genomen en een oppervlakte heeft van 45.6 ha. Achter het terrein ligt het industrlespoor der S.S. In de verte slingert zich de Kali Mas. Zelfs de nieuwe Wonokromobrug en de sluizen zijn zichtbaar. Aan den overkant van de Kali Mas de nieuwe wijken Darmo en Koepang. Geheel rechts op den voorgrond ziet men nog juist een deel van de slgarettenfabriek van de British American Tobacco Co. Iets verder op de Bierbrouwerij, enz. Luchtopname Knilm.

â&#x20AC;˘

Het

over

het algemeen

geringe

plantsoenoppervlak

d e m o n s t r e e r t zich bij de boulevards

In

te

smalle b e r m e n . Deze zijn niet breed genoeg o m alle kabels en leidingen op te nemen en tevens r u i m t e te laten voor het planten van boomen. Het gevolg is, dat het noodzakelijke, leidingen en kabels, w o r d t gelegd en het wenschelijke, het planten van boomen, achterwege blijft. H e t was ook na 1916 dat het door de Gemeente aangekochte en in e x p l o i t a t i e genomen t e r r e i n Ketabang, groot 100,4 ha voor woningbouw w e r d opengesteld. Thans is d i t t e r r e i n volledig bebouwd. In het wegenplan vallen direct op de breede Cannalaan en de Ketabangboulevard. De Cannalaan is een gedeelte van den toekomstigen grooten verkeersweg Wonokromo-Ngagel-Goebengboulevard-Signaalstraat-Cannalaan-Kaliondoweg-Simokerto-Citadelweg

naar de Oedjoeng of Tandjong

Perak ; de breede Ketabang Boulevard houdt echter plotseling nabij het Cannaplein op. Deze oplossing is, bekeken uit een verkeersoogpunt en u i t een

oogpunt van stadsuitbreiding, niet

gelukkig. Verlenging van dezen weg t o t het kruispunt Kalianjar-Oendaan Koeion zal noodig blijken. Ketabang w o r d t , doordat daarop t e r r e i n w e r d gereserveerd voor het Raadhuis, de H.B.S., de Jaarmarkt, de Burgemeesterswoning en de woning voor den Marine-commandant meer en meer een middelpunt. Teneinde in de t o e k o m s t verzekerd te zijn van een voldoend breed wegoppervlak in de benedenstad, zag de Gemeente zich genoodzaakt voor de verschillende wegen rooilijnen vast te stellen. De toestand gaat hier echter zeer langzaam v o o r u i t , o m d a t

de verbreeding afhankelijk is van de

lust t o t bouwen en verbouwen van de eigenaars der gebouwen, aan die wegen gelegen. Een verschijnsel van de laatste jaren is de enorme o n t w i k k e l i n g van het autobusverkeer, zoowel interlocaal als locaal. Was een jaar of vijf geleden een autobus nog zeldzaam, verkeerstellingen gehouden van 20 t o t 28 Augustus 1928 wezen uit, dat gemiddeld 410 van deze vervoermiddelen per dag de brug W o n o k r o m o

pas-

seerden. H e t interlocale verkeer w o r d t thans in hoofdzaak bediend door autobussen. Goed berijdbare, stofvrije, voldoend breede toegangswegen t o t de stad zijn in verband hiermede gebiedende eischen geworden. O o k in de stad w o r d t meer en meer de u i t b r e i d i n g van het verkeersnet gevonden door het inleggen van diverse buslijnen. Is de t r a m als massavervoermiddel in de d r u k k e dichtbebouwde k o m niet te vervangen, de m i n d e r dichtbebouwde woonwijken worden oeconomischer m e t een buslijn bediend. Tengevolge van het steeds toenemende verkeer moesten ook verschillende bruggen worden verbreed en tevens verzwaard, o m d a t de t j i k a r , althans ten deele, het veld heeft moeten r u i m e n voor de vracht-auto m e t zijn veel hoogere asbelasting. W e r d in 1923 de oude smalle schroefpaalbrug over de Soerabaia-rivier in het verlengde van Simpang vervangen door een architectonisch verzorgde betonbrug m e t een rijvlak t e r breedte van 12 m en 2 t r o t -

12


Passer Besar met „de hooge baan" van uit de lucht gezien. Tot bij den viersprong bij Whiteaway en zelfs nog iets verder kan men Soerabaia's hoofdverkeersader volgen. Talrijke kantoren (o.a. het Gouverneurskantoor en het gebouw van den Raad van Justitie), winkelgebouwen, bioscopen en restaurants zijn te herkennen. (Luchtopname Knilm.)

t o i r s t e r breedte van 2 m elk, in 1930 volgde de W o n o k r o m o b r u g , die eveneens w e r d vervangen door een betonbrug m e t hetzelfde dwarsprofiel. De breedte van het rijvlak der verschillende wegen in Soerabaia w o r d t thans zoodanig gekozen, dat het een veelvoud is van drie m, de op de verschillende congressen aangenomen internationale maat voor de breedte van een verkeersbaan. Een stad als Soerabaia m e t zijn g r o o t achterland, waarin verschillende cultures worden gedreven waarvan de producten via Soerabaia worden afgevoerd, t r o k verschillende industrieën aan. De Gemeente begreep dat centralisatie een vereischte was en stelde het land Ngagel voor industrieën open. D i t t e r r e i n ligt aan het water (in indië van minder belang dan in Europa) en heeft een goede spooraansluiting. De Gemeente zorgde nog voor toevoer van koelwater voor te gebruiken m o t o r e n door het graven van een koelwaterleiding. H e t industrieterrein g r o o t 45,6 ha is thans volledig in gebruik. Er zullen stappen moeten worden gedaan o m nieuwe terreinen voor d i t doel aan te wijzen. Het historische oogenblik der officieele opening der „hooge baan". Over het met slingers versierde viaduct op Passer Besar rijdt de eerste t r e i n . De deelnemers aan dezen r i t staan en zitten in open goederenwagens. Beneden langs het viaduct stremt een t r e i n voor het laatst het verkeer. De stad vlagt. Er heerscht een vreugdevolle stemming. Binnenkort zullen de slagboomen verdwijnen en de rails worden opgebroken. Een verkeersobstakel, waaraan jarenlang duizenden Soerabaianen zich hebben geërgerd, gaat verdwijnen. Dit is wel een juichkreet waard. De foto van den heer Isken is ook daarom zoo interessant, omdat men er een beeld door krijgt van de verschillende moderne vervoermiddelen van een groote Indische stad.


Tandjong Perak, gezien van den Oedjoeng. Links de monding van de Kali Mas. Op den hoek van de Rotterdamkade het moderne havenkantoor met uitkijkpost en seinmast. Daarnaast het „gebouw"—beter zou het zijn, om van „goedang" of „ l o o d s " te spreken — van de Havendirectie. Aan de kade en ook op de reede (rechts) liggen stoomschepen. Ongeveer op het midden van de foto ' een jonk, waarvan de zeilen zijn gereefd en een prauwtje, waarmee de verbinding tusschen Madoera en Soerabaia onderhouden wordt ; het komt niet zelden voor, dat, vooral als het op de reede „spookt", zoo'n rank en in den regel overbelast vaartuigje omslaat. De aanleg van de haven was een der oorzaken, die vooral na 1916 de stadsuitbreiding sterk hebben beïnvloed. (Foto van Wingen.)


Tevens verdient het aanbeveling in de nabijheid van het i n d u s t r i e t e r r e i n woongelegenheid te scheppen voor w e r k v o l k . Hieraan w e r d t o t dusverre t e weinig aandacht geschonken. H e t duurde t o t 1929 voor Soerabaia werd aangesloten aan het burgerluchtvaartverkeer. H e t vliegveld D a r m o ligt t.o.v. de stad zeer gunstig. W e i n i g steden, zoowel in Europa als Indië, kunnen op een dergelijk voor d i t doel gunstig gelegen t e r r e i n bogen. Ook het m i l i t a i r e vliegterrein Morokrembangan, thans nog uitsluitend voor watervliegtuigen, dat m e t zijn werkplaatsen en hangars het grootste vliegkamp is beoosten de Kaap, ligt ten opzichte van de stad zeer goed, en heeft uitstekende toegangswegen. Ofschoon t o t dusverre het luchtverkeer v r i j beperkt is, zal Soerabaia in de t o e k o m s t vermoedelijk een v r i j groote luchthaven w o r d e n , zoowel voor de burgerlijke als voor de m i l i t a i r e luchtvaart. Soerabaia toch ligt ten opzichte van het eilandenrijk Insulinde en ten opzichte van Singapore en A u s t r a l i ë gunstig. Sedert het oprichten van de N.V. Volkshuisvesting in 1927, een vennootschap, waarvan drievierde der aandeelen in handen van het Gouvernement en een vierde deel in handen van de Gemeente is, zijn zeer belangrijke stadswijken of gedeelten daarvan ontstaan, zooals Ketabang-Oost, Oendaan ! en I I , Sidodadi I en II en het voormalige t e r r e i n van den Reinigingsdienst nabij de Viaductstraat. In het algemeen beteekende deze u i t b r e i d i n g het bouwen van woningen voor kleine beurzen. Zelfs werden woningen voor de allerarmste Inlanders verkregen. Dat zulks noodig was, wees een gehouden woningt e l l i n g uit

in l929-'30, die het ontstellend t e k o r t

van rond 20.000 huizen in Soerabaia

constateerde.

In hoofdzaak bestaat behoefte aan huizen m e t een huur van m i n d e r dan f 50.— per maand. Zooals reeds hiervoren w e r d aangegeven, ontwikkelde Soerabaia zich hoofdzakelijk langs de rivieren De zoogenaamde „ l i n t b e b o u w i n g " van Europa, waarop zooveel k r i t i e k w o r d t uitgeoefend, v i n d t men hier, zij het in gewijzigden v o r m , t e r u g . Zoowel uit stedenbouwkundig als oeconomisch oogpunt is deze langgerekte v o r m niet gunstig. Daarbij k o m t , dat een geweldig terreinoppervlak tusschen de Haven en de eigenlijke stad en tusschen het Marine-Etablissement en Fort Prins Hendrik onbebouwd ligt. Teneinde aan deze bezwaren tegemoet te kunnen k o m e n , zal de gemeentelijke g r o n d p o l i t i e k er in de t o e k o m s t op gericht moeten zijn de hierboven genoemde nog onbebouwde t e r r e i n e n t e trachten in exploit a t i e te brengen en de verdere u i t b r e i d i n g van de stad te dwingen in Oostelijke c.q. Westelijke r i c h t i n g . Z i j het m i j thans vergund een blik in de t o e k o m s t t e slaan, dan verwacht ik, dat de toekomstige stadsuitbreiding in hoofdzaak naar het Oosten zal plaats hebben. Aan de Zuid-Westzijde toch liggen Goenoengsarie en de Chineesche begraafplaatsen, t e r r e i n e n , in verband m e t de voor fundeering slechte grondgesteldheid m i n d e r geschikt voor het bouwen van woningen, t e r w i j l zich aan de Noordwestzijde de vischvijvers bevinden. A a n de Oostzijde t r e f t men nog uitgestrekte, voor bebouwing geschikte gronden aan ; de afwatering kan v r i j eenvoudig door het aanleggen van de noodige boezems worden verbeterd. Het is echter zaak, dat de Gemeente waakzaam blijft inzake het omhoog brengen van de S.S.-baan W o n o k r o m o —Goebeng, o m d a t

de

geschiedenis

leert, dat een dergelijke b a r r i è r e langen t i j d de uit-

breiding kan tegenhouden. De N. V. Volkshuisvesting, die m e t de haar gestelde taak nog pas een begin heeft gemaakt, zal ook in de komende jaren huizen blijven bouwen voor kleine beurzen, in hoofdzaak huizen m e t een huurwaarda t o t f 50.— per maand. Als gevolg hiervan zullen de slechte woontoestanden in de kampongs langzaam verbeteren. In de t o e k o m s t zien we de Pegirian gedempt, vermoedelijk ook de Kali Mas van W o n o k r o m o t o t de Roode brug. De gedempte rivieren kunnen uitstekend geschikt worden gemaakt voor groote boulevards. H e t electrische t r a m n e t zal gedurende de eerste jaren geen andere u i t b r e i d i n g ondergaan, dan het electrificeeren van de lijn W o n o k r o m o — O e d j o e n g . Het aantal buslijnen zal echter aanmerkelijk t o e n e m e n . Verschillende verkeerswegen, waarvan de rooilijnen reeds werden vastgesteld, zullen langzamerhand de breedte verkrijgen, waarop ze werden geprojecteerd, t e r w i j l andere nieuwe zullen worden gemaakt. Hierbij w o r d t gedacht aan het traceeren en in de t o e k o m s t aanleggen van een tweetal groote verkeerswegen aan weerszijden van de stad, loopende van Z u i d naar N o o r d , die tenslotte allebei Perak als eindpunt hebben. Deze wegen zouden moeten dienen o m het interlocale en ook het doorgaande locale verkeer o m de bestaande stad heen snel naar de haven te kunnen brengen. Het zal echter nog zeer vele jaren duren voor deze plannen kunnen worden verwezenlijkt.


Een deel van het havenemplacement. Als herkenningspunt kan het witte torentje van het Havenkantoor dienen, dat bij de monding van de Kali Mas ligt. Links daarvan: de Rotterdamkade met pakhuizen en kranen. Een schip ligt aan de kade gemeerd. Evenwijdig aan de Rotterdamkade strekt de Amsterdamkade zich uit. De breede Tandjong Perakweg wordt door de rails van de „electrische" in tweeen gedeeld. Achter de rij huizen, toko's, bars, enz. ligt het uitgestrekte emplacement van de S.S. Langs de Kali Mas: goedangs. Aan den overkant der rivier: de Oedjoeng; de nieuwe sociëteit „Modderlust" staat er nog niet op. Geheel op den achtergrond: Madoera. Op de reede ligt een oorlogsbodem. De haven van Soerabaia werd aangelegd volgens het In details gewijzigde plan van Ir. W. B. van Goor. (Foto Fotodienst „Moro Krembangan".)

Er is geen enkele reden aan t e voeren, w a a r o m Soerabaia niet geleidelijk zou uitgroeien t o t een zeer

groote stad. Thans is het oppervlak reeds 8.280 ha en het totaal aantal inwoners, zooals de jongste volkst e l l i n g heeft uitgewezen rond 337.000 inwoners. W e l is het achterland beperkt, maar als tusschenhaven tusschen Australië en Singapore en als m i d d e l punt van verschillende insulaire verbindingen, zoowel w a t betreft het scheepvaart-

als h e t vliegverkeer,

kan Soerabaia zeer belangrijk w o r d e n . Een kijkje

op het vliegterrein „Dermo" (schrijfwijze van de Knilm), tijdens de aankomst van de „Abel Tasman", welk

vliegtuig op 12 Mei 1931 van Soerabaia naar Australië vertrok en hier op 27 Mei d.a.v. terugkeerde. De ontvangst van de koene vliegers door het staat een

enthousiaste

publiek droeg een spontaan en hartelijk karakter. Op de kap van de auto (rechts op de foto)

persfotograaf, die het historisch moment vereeuwigt. Dat hier persfotografen dagelijks de belangrijkste gebeurtenissen voor kranten en tijdschriften op de gevoelige

plaat

vastleggen, dateert pas van de laatste jaren. Ook in dit opzicht '\ ^S^^BMSM^^

is Soerabaia met de eischen van den tijd meegegaan. In den linkerbovenhoek

de postzegel van I GId., die speciaal voor

deze eerste post-vlucht Java—Australië werd uitgegeven. In October 1929 kwam het vliegveld „Dermo" gereed, zoodat de dienst Batavia-Soerabaia op 1 November d.a.v. geopend kon worden. De tijdelijke loods, die in I 929 was gebouwd en slechts plaats bood voor een vliegtuig, werd in het laatst van 1930 afgebroken om plaats te maken voor een hangar van ongeveer lOOOm- vloeroppervlakte, annex werkplaats en garage. In de onmiddellijke nabijheid van de hangar staat het betrekkelijk kleine, doch practisch

en gerieflijk ingerichte stationsgebouw. Er is sinds

de opening van het vliegveld, zoowel door de Knilm als door de afdeeling Soerabaia der Ned. Indische Vliegclub. heel wat gedaan om het vliegen bij het publiek ingang te doen vinden , in dit streven Is men tenslotte volkomen geslaagd. (Foto Isken.)

16


0 D E STADSBEBOUWING. De onregelmatigheid in de stadsbebouwing.—De beide rivieren de oorzaak daarvan. — De uiterwaarden. — De embong-wijl<. — Goebeng, Tegalsarie en omgeving. — Sawahan, Ketabang, Koepang en Darmo. —De vaststelling van rooilijnen bracht verbetering in de bebouwing. —De ontwikkelingsgeschiedenis van het bouwtoczicht. — De eerste rooimeestersinstructie (1829). — Het eerste rooireglement (1884). — De verordening op het bouwen en sloopen /n de Gemeente Soerabaia (1910) en haar wijzigingen (1912 en 1915).— De slechte bebouwing der stad, aanvankelijk het gevolg van onvoldoende toezicht van Overheidswege en onvoldoende bouwkennis. — De manie om „ m o d e r n ' ' te bouwen. — Goede voorbeelden van modernen woningbouw. — Het werk van den bekwamen architect. — Hoe de bebouwing verbeterd kan worden.

V T

an alle groote

Indische

steden is Soerabaia zeker wel

de plaats m e t

de meest onregelmatige

stadsbebouwing, zoowel wat betreft het wegennet als de bebouwing zelve. H e t is aannemelijk, dat de stadsuitbreiding t o t voor ongeveer 30 jaren door niets anders w e r d geleid, dan door plaatselijke gesteldheid en individueel inzicht en wanneer we de hoofdlijnen, waardoor de bebouwing w o r d t beperkt en waarlangs logisch de uitbreiding plaats heeft, in beschouwing nemen, dan kan de onregelmatigheid van het wegennet geen verwondering wekken. De twee zich door de stad kronkelende rivieren, de Soerabaia-rivier en de zijtak daarvan, de Pegirianrivier, maken het scheppen van een regelmatigen toestand van bebouwing en verkeerswegen voor den meest bekwamen stedenbouwkundige t o t een moeilijk

vraagstuk.

Heeft men bijvoorbeeld te Batavia de rivieren reeds lang geleden genormaliseerd t o t het verkrijgen van regelmaat in de bebouwing en van een goede afwatering, te Soerabaia heeft men de rivieren vrij spel gelaten. Uitschuring en aanslibbing konden v r i j plaats hebben. W a a r de weg langs den oever liep, ontstonden aan de overzijde, tusschen den weg en den oever, uiterwaarden van zoodanige afmetingen, dat zij geschikt waren voor bebouwing, waarvan steeds een dankbaar gebruik w e r d gemaakt. (Kepoetran, Plampitan, Chineesche V o o r s t r a a t enz.) Een eigenaardigheid van Soerabaia is, dat slechts twee wegen van beteekenis toegang geven t o t de stad, de eerste u i t Westelijke richting komende van Grissee en de verderop langs de Noordkust gelegen plaatsen en de tweede u i t het Zuiden komende van Sidoardjo en Sepandjang, en dat deze beide wegen feitelijk hun eindpunt vinden in onze stad. U i t b r e i d i n g van de stad langs eerstgenoemden weg was niet mogelijk door de lage ligging van de terreinen aldaar. Daar een stad, waarvan de u i t b r e i d i n g aan zich zelve is overgelaten, zich zooveel mogelijk langs bestaande wegen u i t b r e i d t , s t r e k t e de bebouwing zich meer en meer langs den tweeden weg u i t en ontstond de langgerekte v o r m , waardoor thans het d r u k k e verkeer naar de kern van de stad is aangewezen op slechts enkele veel te smalle wegen. U i t d i t alles b l i j k t w e l , dat de ongunstige toestand van het wegennet van onze stad is toe t e schrijven aan de natuurlijke gesteldheid, en aan het ontbreken van de leidende hand, die de stadsuitbreiding over deze m o e i l i j k h e i d heen had kunnen helpen. De eerste u i t b r e i d i n g , welke t e Soerabaia is geschied volgens een v o o r u i t behoorlijk in studie genomen plan, is de w i j k omsloten door de wegen Simpang, Kajoon, Lemahpoetro en Kaliasin. Het ontstaan van deze woonwijk voor Europeanen is te danken aan het i n i t i a t i e f van de N, V. BouwMaatschappij Kepoetran.


De Kali Pegirian in de benedenstad. Met de normalisatie van deze â&#x20AC;&#x17E; k a l i " werd nog steeds niet begonnen. Het gevolg van deze nalatigheid is, dat op sommige plaatsen huizen werden gebouwd op de uiterwaarden, die ontstonden door uitschuring en aanslibbing. Dat deze uit den aard der zaak slordige bebouwing niet heeft bijgedragen t o t de stadsverfraaiing, toont bovenstaande foto (Isken) duidelijk. De bodem van de Kali Pegirian ligt een groot deel van het jaar droog en veroorzaakt dan een stank, waardoor de geheele omtrek wordt verpest. Een schandvlek van onze stad ! Binnenkort zal een begin worden gemaakt met het dempen van de kali om ze in een open riool te transformeeren.

â&#x20AC;˘

De voor dien t i j d breede Palmenlaan en de rechthoekig daarop geprojecteerde wegen tusschen Ka-

joon en Lemahpoetro, waardoor rationeele bouwblokl<en zijn verkregen, het sparen van een f l i n k e open r u i m t e (het Scheepsmakerspark) midden in de bebouwing, het sparen van grondstrooken voor aanleg van afwateringsgoten,

maken dat d i t

plan

gerekend

kan worden t o t

de beste, in latere jaren

gemaakte

plannen. A l mag de toestand niet ideaal worden genoemd, dan is d i t zeker niet toe te schrijven aan onvolkomenheden van het wegenplan, doch aan andere oorzaken, waarop hieronder nader w o r d t teruggekomen. H i e r n a k w a m , volgens een opgemaakt wegenplan, het land Goebeng in e x p l o i t a t i e , eveneens voor Europeesche w o o n w i j k , waarmede de overheid voor het eerst in behoorlijke m a t e blijk gaf van belangstelling in de Volkshuisvesting, i m m e r s deze e x p l o i t a t i e geschiedde van Gemeentewege. Hoewel voor het maken van een wegenplan ongunstig van v o r m , gelegen tusschen de spoorbaan en de Soerabaia-rivier, mag het wegenplan Goebeng over het algemeen goed geslaagd worden genoemd. Intusschen w e r d door meergenoemde N. V. Bouw-Maatschappij Kepoetran

het

land Tegalsarie

in

e x p l o i t a t i e gebracht. H i e r k o m t het gemis aan leiding van overheidswege wel sterk

t o t u i t i n g ; i m m e r s bij deze exploi-

t a t i e is uitsluitend rekening gehouden m e t het land zelf en is logische aansluiting op de e x p l o i t a t i e van het aangrenzende p a r t i c u l i e r e land Embong Malang en Kepoetran Kidoel, geheel buiten beschouwing gebleven. De weg Tegalsarie is eenvoudig op bouwblokdiepte van de grens van het land aangelegd, waardoor deze weg een zonderlinge bocht v e r t o o n t , welke bocht weder in het belang van een voordeelige e x p l o i t a t i e moest worden gevolgd door Pregollan Boender. Beide wegen sluiten aan op den breeden Juliana-boulevard, die overgaat in den smallen weg GedongSarie. V o o r de verdere e x p l o i t a t i e werden aangelegd de Mawarstraat, de Tjempakastraat en de B l i m b i n g straat. H e t is zeer twijfelachtig, of een behoorlijke

aansluiting van deze wegen op doorgaande wegen kan

worden gevonden. Het is w a a r l i j k een zeer slecht stukje wegenplan en het zal veel hoofdbrekens kosten o m het in te passen in het generale plan. Vervolgens kwamen k o r t na elkaar de landen Sawahan, Ketabang, Koepang en D a r m o in

exploitatie.

H e t is niet de bedoeling hier breedvoerige beschouwingen te houden over al deze wegenplannen ; genoeg zij, dat bij deze plannen de invloed van het Gemeentebestuur meer en meer merkbaar w e r d . De inpassing in het algemeene stadsplan heeft de volle aandacht, evenals het bepalen van de breedte van de wegen in verband m e t het te verwachten verkeer en het sparen van open r u i m t e voor aanleg van plantsoenen, de voorziening in woningen voor verschillende bevolkingsgroepen, enz.

18


Een luchtfoto (Fotax) van een dee! van S o c r a b a i a : Boeboetan, Passer Bcsar, Kramat Gantoeng, Peneleh, B a l i v / e r t i , Gemblongan, Kranggan, Praban. Tal van belangrijke gebouwen en hun onderlinge ligging kan men op bovenstaande foto bestudeeren, o.a. Onderling Belang, Singer Sewing Machine Co., P. I. M. - complex, Aniem, Protestantsche Meisjesweeshuis, Boeboetankerk, enz.

Een luchtfoto (Fotax) van een deel van „ n i e u w " Soerabaia. Even oriénteeren ' De weg die ongeveer parallel loopt met den onderkant van de foto is Toendjoengan. Daaraan liggen (v. I. n. r.) onder m e e r : het ijspaleis T u t t i Frutti (nog juist te zien), dan het nieuweJapansche warenhuis Tjijoda (vroeger Adier), Aurora, apotheek De Vos, muziekhandel Naessens, boekhandel Sluijter, Begeer, Van Kempen en Vos, K. K. Knies, Rathkamp, tenslotte het Oranje-Hotel (geheel rechts). Langs een van de vele kronkels van de Kali Mas, die op de foto zichtbaar is, ligt de oude uitbreidingswijk Genteng. Aan de Van Deventerlaan, den verbindingsweg tusschen Toendjoengan en Genteng, ziet men als biscuits-in-een-doosje de loodsen van Passer Genteng liggen. Op den achtergrond: Ketabang met het „Raadhuis". Bij het aandachtig bestudeeren van een foto als de bovenstaande zal men het met mij eens zijn, dat aan onze stadsbebouwing nog zeer veel ontbreekt. De hoofdwegen gaan nog, ofschoon men ook daarlangs nog wel schrikbarende abnormaliteiten aantreft. Tegen groote wink e l p a n d e n staan soms m i n u s c u l e , scheefgezakte tokotjes w e g g e l e u n d . De z o n d e n v a n een voorgeslacht I Maar wat tusschen het raamwerk der hoofdwegen ligt, is in den regel niet veel zaaks. W a t een rommel, wat een warwinkel ' ledere zwakke poging om in dezen misstand verbetering te b r e n g e n , is lofwaardig.

19 JJ.WM-,A.'«A.- ,^t^, ..•^^«mi.<ii>t..|T^ 'WiTlirHiil'' n^i«»^M«»


De schroefpaalbrug, die Genteng met Ngemplak verbindt. Links-Genteng. Rechts Plampitan. Op den voorgrond rechts Ngemplak. Een fraaie foto van Van Wingen.

â&#x20AC;˘

O o k w e r d bij het maken van laatstgenoemde plannen de noodzakelijkheid ingezien van het reserveeren

van t e r r e i n e n voor concentratie van de oorspronkelijk over het geheele land verspreide Inlandsche bevolking, hetgeen bij de eerste plannen achterwege is gelaten. Zooals hierboven onregelmatig.

reeds w e r d o p g e m e r k t ,

is het

wegennet van

beneden- en middenstad

zeer

De dichtheid van de bebouwing maakt het onmogelijk het wegennet zoodanig te wijzigen, dat de regelmaat, noodig voor het verkeer en een behoorlijke bebouwing kan worden verkregen. Het middel o m , ten eerste te zorgen, dat de toestand niet verergerde en ten tweede eenige verbetering aan te brengen, bestond u i t het den Raad toegekende recht t o t vaststelling van rooilijnen. Vroeger w e r d over het algemeen aangenomen, dat de bebouwing bepaald w e r d d o o r de eigendomsgrenzen van de perceelen en dus geheel afhankelijk was van de dikwijls zeer onregelmatige begrenzingen, waarmede de perceelen in eigendom waren uitgegeven. Door de vaststelling van rooilijnen, waarbij geen rekening w e r d gehouden m e t perceelsgrenzen, doch uitsluitend m e t verkeersbelangen en de regelmaat in de bebouwing, kon inderdaad verbetering worden gebracht. De Gemeenteraad is dan ook al zeer spoedig begonnen m e t d i t middel t e r hand t e nemen. H e t eerste besluit waarbij de rooilijnen werden vastgesteld (de W i l l e m s k a d e ) dateert van October 1914 en thans zijn bij 46 besluiten, waarbij niet m i n d e r dan 85 kaarten behooren, voor bijna de geheele stad de rooilijnen vastgesteld. Het vervaardigen van de voor de vaststelling van de rooilijnen benoodigde kaarten was een w e r k van niet geringen omvang, i m m e r s moest van lederen weg een nauwkeurige opname worden gemaakt, zoodat thans van alle wegen en de daaraan grenzende bebouwing kaarten zijn.

Kembang Djepoen, een der drukste zakenwijken in de benedenstad. Dit blijkt ook vyel uit de file van parkeerende auto's (links op de foto). Groote binnen- en buitenlandsche concerns en ook enkele advocatenkantoren zijn er gevestigd. Ongeveer in het midden op den achtergrond: The Bank of Taiwan Limited. Meer naar den voorgrond toe (links): de J. C. J. L., de Hongkong en Shanghai Bank Corporation en de Ned. Indische Escompto Mij. Overdag en ook 's avonds ontmoeten hier Oost en West elkaar; 's morgens en 's middags om zaken te doen, later op den dag in The Mercantile Club of in een der vele andere eet-en drinkgelegenheden van de Chineesche kamp. Dan is â&#x20AC;&#x17E;business good". Foto Tosari Studio.


K.

^ p

B B H B H .-T/^Lf^^ii

^R^VËIP 9

'

^ÊÊÜÊMm^ ^^^

w^wHt'Wmm il^Z^^^^ ^^HMH^V^^^'^I^^^Bl^^^^^^l^HLa^^^^^^^^^^^^l

w^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^K^^^^' 1 Een aardige doorkijk onder het viaduct op Passer Basar, ten rechte Aloon-Aloonstraat; deze naam Is echter noch bij het publiek, noch bij de bestuurders der openbare vervoermiddelen bekend. Passer Besar is nu een prachtige breede weg geworden; men kan gerust spreken van een boulevard. W a t een verschil met b. v. 20 jaar geleden, wat een vooruitgang ! Links: het t r o t t o i r langs den Stadstuin. Rechts: het K.P.M.-gebouw. Tusschen dit kantoor en het gebouw van het „Soerabaiasch Handelsblad" (vroeger: „ P r o t t e l " ) ligt tegenwoordig het nieuwe gebouw van de Mij. „Nederland". (De foto geeft nog den ouden toestand weer.) Op het krantengebouw volgt LIndeteves Stokvis, terwijl men in de verte nog juist den blanken voorgevel van het B.P.M.-paleis kan bespeuren. Foto Tosari Studio.

Intusschen w e r d het door den Raad toegepaste middel niet erg vriendelijl< ontvangen door de eigenaren,

w i e r perceelen door de rooilijnen werden getroffen. D i t werd door hen beschouwd als een verkapte v o r m van onteigening zonder toekenning van vergoeding. Gewoon als zij waren aan het onbeperkte recht op het gebruik van hun grond, verwekte deze beperking tegenstand bij de grondeigenaren, zelfs in die gevallen, waarbij geen schade kon worden aangetoond bij de uitvoering van het rooilijnplan. De r o o i l i j n verplicht niet t o t het brengen van verandering in bestaande bebouwingen en de waarde of kracht van een rooilijn blijft volkomen latent, t o t de eigenaar geheel u i t vrijen w i l overgaat t o t het sloopen van de bestaande en het oprichten van een nieuwe bebouwing, welke dan beperkt moet blijven t o t dat gedeelte van het perceel, hetwelk niet voor wegverbreeding moet dienen. Het ligt niet in de bedoeling hier beschouwingen t e houden over de veel besproken r o o i l i j n p o l i t i e k van de Gemeente. Genoeg zij, dat o m verbetering t e brengen in het wegennet van de beneden- en m i d d e n stad, de Raad over geen ander middel beschikt dan de vaststelling van rooilijnen en in ieder geval de consequenties van deze vaststelling heeft t e aanvaarden. Hierbij is het standpunt juist, dat aan niemand persoonlijk schade mag worden toegebracht in het belang van het algemeen, doch ook dat, wanneer geen schade kan worden aangetoond, geen schadeloosstelling w o r d t toegekend. H e t is een verblijdend verschijnsel, dat, nu de verspreide verbeteringen reeds hier en daar een geheel v o r m e n , en daardoor beter worden opgemerkt, de eigenaren van perceelen meer en meer gaan inzien, dat in zeer veel gevallen het verlies van enkele vierkante meters grond ruimschoots w o r d t vergoed

door de

waardevermeerdering van het perceel, door wegverbreeding en -verbetering. H e t zal jaren duren, maar er is gegronde hoop dat de Gemeente, voortgaande op den eenmaal ingeslagen weg, den huldigen deplorabelen toestand langzamerhand belangrijk zal verbeteren. Het Bultzingslowenplein, ook wel : Aloon-Aloon Tjontong genaamd. Voor een afbeelding van het monument en een levensbeschrijving van Von B. verwijs ik naar mijn „Oud Soerabaia". Links: de bekende Bombay-„Toko 6 1 " . Daarnaast : G. Kolff en Co. kortgeleden verplaatst naar het nieuwe gebouwencomplex op Simpang. Een gevolg van den steeds aanhoudenden „ t r e k naar boven" van het publiek en dus ook van den „middenstand". Op den achtergrond : het voormalige P.I.M.-gebouw, waarin o.m. het Japansche Handelsmuseum was gevestigd ; d i t is thans in het vrijgekomen pand van Hoffman ondergebracht, welke oud-Soerabaiasche zaak van Passer Besar naar Simpang is verhuisd. Ook hier weer een duidelijk voorbeeld van hoogergenoemden „ t r e k " . (Foto Koopmans.)

21

J


dat

uitbreiding

van de stad geleidelijk en niet volgens

U i t het bovenstaande b l i j k t ,

vooraf ge-

maakte plannen is geschied, waardoor het aan toezicht zich

niet

zoodanig

deed

gebrek

gevoelen

als toen in later dagen u i t b r e i d i n g meer sprongsgewijze geschiedde. Toezicht op het bouwen was er echter reeds lang. Reeds bij de resolutie van den Generaal

Gouverneur-

van 8 Februari 1825 No. 23 w e r d een

instructie

voor

den

gearresteerd, welke

rooimeester instructie

van

Batavia

in het jaar

1829

voor de rooimeesters van Soerabaia en Semarang van toepassing w e r d verklaard. Vermoedelijk bestond ook voor dien t i j d belangstelling van overheidswege voor het bouwen door particulieren, doch het toezicht w e r d uitgeoefend door een door den Resident aangestelden deskundige, die voorschriften gaf volgens eigen inzicht, naar gelang van plaatselijke behoeften en ge-

^(kjÊM

w o o n t e n , althans, zoo h i e r o m t r e n t een ordonnantie bestaan

heeft, dan is deze bij

van meergenoemde

instructie

de

arresteering

voor

den

rooi-

meester niet ingetrokken. De instructie artikelen,

bevatte, in niet m i n d e r dan 46

voorschriften

van allerlei aard, meest

bestaande uit verbodsbepalingen en zij geeft een interessanten kijk op de mate en het soort Het Rambaldo-monument in het Kroesenpark. Het opschrift onder het borstbeeld luidt „ I n memoriam A. E. Rambaldo, luit. ter zee 2de klasse. Geb. te Rembang den I6den Nov. 1879: verongelukt bij Blora op den 5den Aug. 1911 tijdens een tocht met den ballon „Batavia". R. is een der belangrijkste en bekendste pioniers uit de beginperiode der luchtvaart in Indie geweest. Op deze periode, die ongeveer van 1908 — 191 I heeft geduurd, en v/aarin slechts ballon-tochten werden georganiseerd, sloot die van de ontwikkeling der aviatiek in deze gewesten aan. Te Soerabaia werd in I 9 l 0 e e n afdeeling opgericht van de N. V. Vereeniging voor Luchtvaart, welke een jaar tevoren te Batavia waar ook het H. B. was gevestigd, het levenslicht zag. De oprichting van bovenafgebeeld monument is het eenige blijk van medeleven geweest van de Soerabaiasche afdeeling in het streven der Vereeniging. (Foto v. Benthem Jutting.)

toezicht, dat in onze stad voor

van

r u i m 100 jaren

door de overheid noodig w e r d geacht. Artikel

I van de instructie

„Ter voorkoming

van

alle

luidt: ongeregeldheden

„ e n geschillen, welke zouden kunnen ontstaan in „ h e t t i m m e r e n van huizen, opstallen en andere „ p a r t i c u l i e r e gebouwen, w o r d t een Rooimees„ t e r aangesteld, voor zoover het d i s t r i c t

der

„Stad- en Voorsteden, uitmakende het Noor„ d e r - k w a r t i e r dezer Residentie aangaat".

g

Het Husni-monument op het Darmoplein. Het opschrift op de marmeren plaat luidt „Ter nagedachtenis aan Achmad Dschewad Husni, geboren Constantinopel 5 September 1897, overleden Batavia den 8en Juni 1922 tengevolge van een vliegongeval boven Antjol bij den aanvang van de eerste civiele stedenvlucht Batavia-Soerabaia". Is het eigenlijk niet een schreeuwend schandaal, dat het mooiste openbare plekje van de geheele stad werd afgestaan voor de oprichting van een monument ter nagedachtenis van een Turk, die hier slechts korten tijd heeft gewoond, hoegenaamd niets in het belang van de stad of haar inwoners heeft gedaan en ergens anders is overleden ' Tientallen oud-Soerabaianen hadden en hebben meer recht om vereeuwigd te worden. Men vergelijke met dit artistieke Husni-monument eens de armzalige Van Goor-fontein op Perak, opgericht ter nagedachtenis van den ontwerper onzer haven. W a t een verschil in waardeering spreekt daaruit. Het Husni-monument is een voortdurende felle aanklacht-in-steen tegen de publieke mentaliteit !


H i e r u i t blijl<t, dat gelijktijdig m e t de inwerkingtreding van de instructie de mogelijkheid t o t aanstelling van een rooimeester w e r d geopend, waaruit kan worden afgeleid, dat deze functie, voor dien t i j d niet heeft bestaan. De instructie gaat dan v o o r t : A r t i k e l 2. „ N i e m a n d zal derhalve binnen die l i m i t e n eenige t i m m e r a a d j e s mogen o n d e r n e m e n , tenzij „ d e Rooimeester bevorens daarvoor geraadpleegd, en het fundament behoorlijk gerooid zijn, al w a r e „ h e t ook dat te voren een gebouw van denzelfden aard en g r o o t t e op dezelfde plaats gestaan h a d " . In deze bepaling schuilt de r o o i l i j n p o l i t i e k van 100 jaar geleden; hier toch moest door den Rooimeester worden beoordeeld of het wenschelijk was in het belang van het algemeen een zelfde bebouwing als bestond, toe te laten. Verkeersbelangen namen hierbij zeker de tweede plaats i n ; i m m e r s , het verkeer stelde in dien t i j d slechts geringe eischen en was in hoofdzaak aangewezen op de hoofdwegen, waarmede wij ons nu nog, m e t ons x-maal sneller en y-maal d r u k k e r verkeer, zij het dan onder toezicht van de verkeerspolitie, m o e t e n behelpen. Regelmaat in de bebouwing k w a m in de eerste plaats. De regelmaat in de

bebouwing, waarop onze

voorouders altijd zoo gesteld waren, heeft in de stad Soerabaia, in zekere m a t e bestaan, doch m o e t wel geleden hebben door verslapping in het toezicht, vermoedelijk tengevolge van bijzondere tijdsomstandigheden. De rooimeestersinstructie moest niet alleen een eind maken aan het verval, doch ook v e r b e t e r i n g brengen in de bebouwing ; a r t i k e l 3 zegt : „ H e t fundament, ingevolge de voorgeschreven rooiyng gelegd en de noten (neuten) gesteld zijnde, „ z a l niemand met zijne gebouwen verder mogen voortgaan dan nadat hij den rooimeester andermaal „daarover geraadpleegd zal hebben, en dat derhalve zal hebben onderzocht, of in het leggen van het „ f u n d a m e n t zijne rooiyng behoorlijk achtervolgd is geworden ; beide op verbeurte van f 50. — , te „betalen door den aannemer of eigenaar, ingeval geen aannemer bestaat, en bovendien onder gehou„denis

van t e moeten herleggen of vermaken, al hetgeen buiten

de rooiyng bevonden zal w o r d e n

..gelegd of gemaakt te z i j n " . Er w e r d dus niet, zooals thans, volgens een vastgesteld rooilijnplan gewerkt, doch de rooimeester had de bevoegdheid o m een bouwerij „ a c h t e r u i t te d r u k k e n " zooveel hij d i t , in verband m e t de plaatselijke gesteldheid noodig achtte ; dat perceelsgrenzen hierbij niet telden, spreekt vanzelf, t e r w i j l in de instructie geen enkele bepaling v o o r k o m t o m t r e n t uitkeering van schadeloosstelling voor beperking van de bebouwing op een perceel. V e r d e r bevat de instructie bepalingen t o t v e r m i n d e r i n g van het brandgevaar ; zoo mochten bijvoorbeeld geen arakbranderijen worden aangelegd op plaatsen, waar geen s t r o o m e n d water liep en ook dan nog niet zonder speciaal consent van de Hooge Regeering. H i e r v o o r was dus een vergunning van den Resident niet voldoende, doch deze moest door de Regeering worden verleend, wel een bewijs, dat in dien t i j d van gebrekkige bluschmiddelen, groote vrees bestond voor brand. Uitgebreid zijn in de instructie de rechten en verplichtingen van eigenaren van belendende perceelen geregeld, welke bepalingen in hoofdzaak overeenkomen m e t de desbetreffende bepalingen in ons huidig Burgerlijk

Wetboek.

Vervolgens zijn er bepalingen o m t r e n t den aanleg, de afmetingen en het schoonhouden van goten, de d i k t e van m u r e n , het maken van stoepen op den openbaren weg, het planten van boomen en het plaatsen van hoekpalen, het afbreken van bouwvallige gebouwen, het omheinen en effenen van braakliggende t e r r e i n e n , enz. Op welke wijze een bouwvergunning moest worden aangevraagd en verleend, v e r m e l d t de i n s t r u c t i e niet, doch ingevolge de instructie w e r d d o o r den rooimeester, t e n bewijze dat hij behoorlijk was geraadpleegd, een certificaat afgegeven. Deze certificaten, waarvan de leggers in het archief van het Bouwtoezicht teruggaan t o t 1845, bevatt e n de verklaring, dat voor een bepaald w e r k de rooiing of schouwing was v e r r i c h t en moesten tevens dienen als bewijs, dat de verschuldigde rooigelden waren betaald. De wijze van berekening van de rooigelden vond ik in a r t i k e l 39 van de instructie.


J"

I

Rooimeesterscertificaten uit I84S. Het baantje van rooimeester was vroeger, evenals dat van schout zeer gezocht, aangezien er bijzondere inl<omsten aan verbonden waren. Als men niet knoeide, kon men ook onmogelijk rijk worden; vele rooimeesters werden dat wel, natuurlijk ten nadeele van het stadsaspect. De meesten huldigden echter de leuze: „Après nous Ie deluge". Mede tengevolge van deze mentaliteit zit men nu met de gebakken peren, oftewel een op vele punten totaal verknoeid stadsbeeld. Het nageslacht moet bloeden voor de schraap- en winzucht der voorouders.

„ V o o r het rooyen van erven en huizen zal de rooimeester genieten f 6.— voor iedere roede breedte „ i n het f r o n t , en voor het visiteeren of schouwen en taxeeren van m u r e n f 20. — , voor iedere schou„ w i n g of t a x a t i e , zonder meer, invoege dat hieronder begrepen is het opmal<en, doch niet het zegel„ r e c h t van het taxatiebriefje, hetgeen de rooimeester verplicht is t e geven". De rooimeester was u i t hoofde van de weinig beperl<te bevoegdheden op zijn gebied, een man van wien

wel en wee van bouwlustige burgers afhing. I m m e r s door hem en volgens zijn inzicht w e r d uitgemaakt in hoeverre het noodig was o m een bebouwing te beperken, hetgeen in een stad, waar de bebouwing in niet geringe mate was verwaarloosd, veel te beteekenen had. Bovendien was de aan de b e t r e k k i n g verbonden betaling niet slecht ; behalve de betaling voor het verrichten van rooiingen en schouwingen, waarvoor, zooals u i t a r t i k e l 39 b l i j k t , een vrij hoog t a r i e f bestond, k w a m het derde deel van de verbeurde boeten wegens overtreding van de verbodsbepalingen, die varieerden van f 10.— t o t f 1.000.— ten bate van den rooimeester, van de resteerende -/j k w a m de helft aan den aanbrenger en de helft aan den Lande. De rooimeesters-instructie is voor Soerabaia gedurende meer dan een halve eeuw, behoudens een kleine wijziging in het jaar 1853, waarbij de door Inlanders verschuldigde gelden voor het v e r r i c h t e n van rooiingen en schouwingen t o t de helft werden v e r m i n d e r d , ongewijzigd van kracht geweest.

24


Een typisch staaltje van de hopeloos slechte bebouwing in het handelskwartier in de benedenstad. Velen zullen dit punt zonder nadere wegwijzing niet herkennen. Rechts: Kembang Djepoen. In de verte: het oude Gouverneurskantoor (thans afgebroken). Links: Kali Mati, vroeger een stinksloot, die dichtgeworpen werd — de „ k a l i " was „ m a t i " , dood — en natuurlijk maakte men van die gelegenheid schielijk gebruik om langs de voormalige oevers toko's, woningen en goedangs neer te zetten. Men bestudeere deze foto eens goed. Alle fouten, die men heeft kunnen maken om het aspect van dit stadsdeel zoo afgrijselijk mogelijk te doen worden, zijn inderdaad gemaakt. Niets deugt, niets staat op zijn plaats, alles is even afstootend en leelijk. Het geheel maakt een slordigen, morsigen indruk. Men heeft maar raak gebouwd. Er zijn echter nog veel meer zulke onooglijke punten in de benedenstad. W a t een tijd en geld zal het kosten, om hierin verbetering te brengen. Men ziet, hoe een stadsdeel kan verworden als het publiek weinig of niets voor de plaats zijner inwoning voelt. Onze voorouders hebben wel veel op hun geweten.

Eerst in 1884 werden de certificaten niet meer gegeven krachtens a r t i k e l 2 van de instructie, doch

krachtens een rooireglement voor de stad Soerabaia. D i t rooireglement, dat niet veel afwijkt van de instructie, is van kracht gebleven t o t de i n w e r k i n g t r e d i n g van de „ v e r o r d e n i n g op het bouwen en sloopen in de Gemeente Soerabaia", waarvan de afkondiging is geschied in de „Javasche C o u r a n t " van den 2en September 1910 no. 70. In 1912 w e r d deze verordening door den Gemeenteraad gewij'zigd o m in [915 t e worden vervangen door de thans nog van kracht zijnde ,,verordening op het bouwen en sloopen in de Gemeente Soerabaia", t e r w i j l thans het o n t w e r p voor een nieuwe bouwverordening voor onze Gemeente gereed ligt. Hoewel de oude instructie voor de rooimeesters zeer goede en wijze bepalingen bevatte, m o e t helaas worden gezegd, dat de regelmaat in de bebouwing ondanks deze bepalingen nog zeer veel te wenschen overliet. O m hiervan overtuigd te worden behoeven we maar een kijkje te nemen in de kampongs in de benedenstad. Op de meest willekeurige wijze werden de gebouwen opgetrokken. W i l d e men een woning bouwen en was het daarvoor beschikbare t e r r e i n niet voldoende diep, dan w e r d eenvoudig een stuk van den weg bij het perceel getrokken. Hygiënische eischen werden niet gesteld, goten en riolen stonden onder onvoldoende toezicht, vervuilden en werden verwaarloosd. A l l e soorten gebouwen werden door elkaar opgericht, houten en steenen, kleine en groote, gebouwen m e t en zonder verdieping. D i t alles is een gevolg van het feit, dat te veel aan het persoonlijk inzicht van den rooimeester w e r d overgelaten. Een sprekend staaltje van een z.g. „ m o d e r n " woonhuis te Soerabaia, in werkelijkheid een wangedrocht. Stijlloos, slecht geproportioneerd, de muren onvoldoende beschermd tegen weer en wind.... Hoe een modern Indisch woonhuis niet moet worden gebouwd.

Er zullen zeker rooimeesters zijn geweest, die voor hun taak berekend waren en hun best deden o m verbetering in den toestand t e brengen, doch er moeten er ook zijn geweest, die zich bepaalden t o t de berekening en de inning van de rooigelden, zonder er zich van bewust te zijn welk een belangrijke taak op hun schouders rustte. En het is nog niet zoo heel lang geleden, dat het toezicht op het bouwen van weinig beteekenis w e r d geacht. D i t b l i j k t bijvoorbeeld u i t de zeer slechte bebouwing van verscheidene hoekperceelen van de Palmenlaan en de Embongs. Hoewel deze perceelen over het algemeen rechthoekig van v o r m zijn en zich dus zeer goed leenen voor een goede hoekbebouwing, werden in zeer veel gevallen van de woningen, die m e t het f r o n t aan de Palmenlaan liggen, de bijgebouwen in de heklijn van de Embongs gebouwd. H i e r d o o r zijn de voor het verkeer zoo buitengewoon gevaarlijke hoeken ontstaan. Hiertegen mag worden aangevoerd, dat in dien t i j d de eischen, aan het verkeer te stellen,Theel wat m i n d e r waren dan thans. V o o r het aanzien van de stad waren dergelijke oplossingen ook in dien t i j d niet toelaatbaar.

25


Woning van den agent der Javasche Bank aan het Darmoplein, in 1921 ontworpan en uitgevoerd door het architectenbureau Job en Sprey. D i t huis is een van de grootste moderne v/oningen te Soerabaia. Het spreel<t Intusschen vanzelf—dit zij in het bijzonder opgemerkt voor den lezer, die niet met Indische toestanden en verhoudingen op de hoogte is en daardoor misschien verkeerde gevolgtrekkingen zou maken — dat hier lang niet iedereen een dergelijk „paleis" kan bev/onen. Een fraai voorbeeld van moderne Indische architectuur. Twee typen van moderne Indische woningen uit de middenklasse Links: woonhuis aan het Boengkoelpark, gebouwd in 1926 naar een ontwerp van Job en Sprey; uitvoering: Bouwk. Bureau Lobry. Rechts: woonhuis aan den Patjarweg, gebouwd in 1930 naar een ontwerp van Job en Sprey; uitvoering: Nedam.

26


Interieur-composities van een kwart eeuw geleden. Vergelijk nu eens met de bovenafgebeelde binnenkanners van ,,tempodoeloe" het aspect van Uw eigen zit- en ontvangkamer. Dan merkt U oogenblikkelijk den geweldigen vooruitgang op van de binnenhuiskunst in Indie. W a t zag zoo'n oude binnenkamer met meubels, voorzien van krullen en tierelantijnen, met de gebruikelijke onartistieke muurbordenversiering, met de afschuwelijke weezoete poppenbeelden op consoles, met rottanmatten — ideaal stof- en vuilnesten — op den vloer, met luierstoel plus openklapbare voetsteunen en rolkussens er toch schrikkelijk onrustig, overladen en ongezellig uit. Gelukkig, dat men hier dergelijke interieurs tegenwoordig nog maar hoogstzelden aantreft. Toch mag men de samenstellers van zoo'n ouderwetsch „binnenhuisje" niet te streng veroordeelen, want naast een gepaste piëteit voor hetgeen toen als gezellig en modieus gold, moet men aannemen, dat de toenmalige bewoners moesten roeien met de riemen, die zij hadden door de zooveel gebrekkiger verbinding met het moederland. Bovendien stond in dien tijd de binnenhuiskunst ook in Europa op een laag peil. De foto's zijn ontleend aan het tijdschrift „Thuis".

Dat de bebouwing in vele van onze stadswijicen in zoo depiorabeien toestand verkeert, moet, behalve

aan onvoldoende toezicht van overheidswege, ook voor een g r o o t deel worden toegeschreven aan het f e i t , dat het bouwen geschiedde door menschen, die daarvan totaal onvoldoende kennis bezaten. Met een eenigszins „ p i e n t e r e n m a n d o e r " , meende iedereen wel in staat te zijn een huis te bouwen en zoo werden huizen gebouwd, waaraan l e t t e r l i j k alles verkeerd was ° de stand ten opzichte van den weg, de architectuur, de i n ' deeling, de constructie, enz. In buitengewone mate is ook het aanzien van sommige stadsgedeelten bedorven door de pogingen van leeken o m de moderne Westersche architectuur te i m i t e e r e n . De meest dwaze producten van de manie, o m toch maar zoo modern mogelijk te zijn, kan men in onze stad vinden. Er is een t i j d geweest, dat de practische bruikbaarheid en de soliditeit van een gebouw eenvoudig werden opgeofferd aan den drang o m toch maar iets „ n i e u w s " te maken. Hoe gunstig steken hierbij de oude Indische woningen af, waaraan onze stad wel zeer a r m is, doch waarvan we toch nog zulke mooie voorbeelden kunnen vinden. Doch ook de in de laatste jaren gebouwde woningen steken daarbij gunstig af. W e l i s w a a r is over het algemeen gewoekerd m e t den bouwgrond en zijn de erven, wat r u i m t e b e t r e f t , niet te vergelijken m e t die van de oude Indische woningen, maar over het algemeen mogen de nieuwe woningen van Ketabang, Koepang, D a r m o enz., w a t architectuur betreft, gezien worden. N i e t alleen het exterieur, maar ook het interieur w o r d t beter en beter. Meer en meer w o r d t het den leek in het bouwen door de bepalingen moeilijk gemaakt, en, gaan er klachten op tegen de bepalingen, dan komen ze gewoonlijk van die bouwers, die zich bouwers of architecten noemen, doch wien het aan grondige, degelijke vakkennis o n t b r e e k t . Meer en meer zijn het bekwame architecten, die de bouwwerken o n t w e r p e n , zijn het ervaren aannemers, die ze uitvoeren. Vroeger w e r d het bestaan van een goed architect ernstig b e m o e i l i j k t door de concurrentie van den leek, die het o n t w e r p als een onbeduidend onderdeel beschouwde en hiervoor niets in rekening bracht, m i t s hij belast w e r d m e t de uitvoering. Thans begint hieraan een eind te komen. Het

spreekt vanzelf, dat een goede bouwverordening het d i l e t t a n t i s m e van onbekwame bouwers

sterk kan belemmeren, vaak zelfs beletten. Deze leeken, die de bedoeling van de eischen van welstand, hygiëne, enz. niet begrijpen, protesteeren in den regel dan ook sterk, wanneer er bepalingen in het leven worden geroepen, waardoor hun vrijheid op het gebied van bouwen in een enger hoekje w o r d t gedreven. Met weemoed gedenken ze „den goeden ouden t i j d " , toen het slechts een kwestie was van goede-maatjeszijn m e t den rooimeester o m alles gedaan te krijgen.


OPNAME VAN DE KAMPONS

Hoe de gemeente tracht om in den chaos op bouwgebied in de kampongs en aan de hoofdwegen orde en regelmaat te scheppen. Bijna de geheele stad is reeds op de bovenafgebeelde minutieuse wijze in !<aart gebracht. De dikke zwarte lijnen geven aan de bestaande wegen, of wat daarvoor door moet gaan. W a t een gewirwar van kronkelpaadjes, waarvan sommige doodloopen ! De streeplijnen geven aan, hoe de toestand in de kampongs Oendaan, Klimboengan en Djagalan in de toekomst worden moet. Het lijkt wel monnikenwerk om met de verbetering te beginnen. Men zou dan ook vaak wenschen geheel opnieuw de zaak te kunnen opbouwen en toch er is op dit gebied door de gemeente reeds verdienstelijk werk verricht.

â&#x20AC;˘

Hoewel het thans nog verloren gaat In den grooten chaos en daarom voor het publiek nog niet zoo

merkbaar is, is te Soerabaia in de laatste 25 jaren reeds heel w a t verbetering in de bebouwing g e b r a c h t ; dat niet veel meer is bereikt, m o e t worden toegeschreven aan de zware geldelijke offers, waarmede de verbet e r i n g gepaard gaat. Er moeten huizen w o r d e n gekocht alleen m e t het doel ze te sloopen en den grond t e bestemmen voor wegaanleg of v e r r u i m i n g van de dichte bebouwing ; er moeten wegen worden aangelegd of verbreed ; waar noodig, moeten langs onze hoofdwegen t r o t t o i r s worden gemaakt, enz. H e t verbeteren van een stad als Soerabaia is een m o e i l i j k e r vraagstuk dan het bouwen van een nieuwe stad. H e t is te betreuren, dat de tegenwoordige tijdsomstandigheden t o t bezuinigingen op alle gebied, ook op dat van stadsuitbreiding dwingen, want stilstand beteekent hier achteruitgang. Doch nu het vraagstuk de volle aandacht heeft van de Overheid en de eischen, die hygiĂŤne en orde stellen, meer en meer door het groote publiek w o r d e n begrepen, is m e t grond te verwachten dat, al is het dan niet mogelijk van Soerabaia een ideaalstad te maken, door een behoorlijke samenwerking tusschen Overheid en publiek toch iets goeds is te bereiken.


0DE

EUROPEESCHE GEMEENSCHAP.

Van de 19e naar de 20e eeuw. — Sarong en kabaja verdwenen. — Verdere moderniseering. — De Westersclie woning. — Het oordeel van Berlage. — De groei der bevoll<ing. — Kenschetsing van het maatschappelijke leven. — Het vereenigingswezen. — Vakvereenigingen. — De Gemeente en de politiek. — Er zijn rond 2900 vreemdelingen. — De Deutscher Verein. — De Engelsche kerk. — De Joodsche Gemeente. — De Armenianen. — De Japanners.

1 — * ^ e v e r k o r t i n g van den verbindingsweg

tusschen Nederland en Indië, door de opening van liet Suez-

kanaal in 1867, is van veel beteekenis geweest, daar moederland en kolonie dichter t o t elkaar werden gebracht , belangrijke wijziging van het maatschappelijk leven hier te lande veroorzaakte zij evenwel niet ; althans niet zoo heel spoedig en dan nog maar alleen in de hoofdplaatsen. Toch teekende zich reeds na enkele jaren eenige wijziging in het aanzien der Indische samenleving af. Van 1875 dateert de u i t t o c h t van de Soerabaianen van de benedenstad naar boven, al duurde het nog lang eer de „ b o v e n s t a d " was, zooals men haar thans kent. In 1877 k w a m hier de S.S., en in het zelfde jaar kreeg de Ned.-lndische Gas Mij haar eerste concessie ; van 1884 dateert de telefoon, in 1888 werd de Oost-Java S t o o m t r a m opgericht, in 1890 moet hier de eerste a u t o m o b i e l zijn verschenen en een jaar later

werden meisjes t o t de H.B.S. toegelaten.

Ziedaar enkele feiten uit de geschiedenis van Soerabaia, welke er toe kunnen bijdragen zich een beeld te v o r m e n van de samenleving bij den overgang van de 19e naar de 20e eeuw. Daarna k o m t in het begin der nieuwe eeuw, in 1903, de waterleiding ; de telefoon gaat in 1906 over aan het Gouvernement, de electriciteitsvoorziening begint in 1908 door de A.N.I.E.M., en in 1923 w o r d t het t r a m v e r k e e r geëlectrificeerd. Z o o ziet men, dat de stad zich bij haar o n t w i k k e l i n g moderniseerde. Met het toenemend gerief, dat het einde der vorige eeuw reeds had gebracht, maar dat het eerste k w a r t der 20e eeuw nog meer en in veel sneller t e m p o zou brengen — ook m e t vliegtuig en radio —ging al meer verloren van hetgeen de oude Indische samenleving k e n m e r k t e en velen oud-Soerabaianen dierbaar was. De specifiek en karakteristiek Indische dracht der dames, de sarong en kabaja, verdween. De slaapbroek en kabaja der heeren hadden al eerder afgedaan. De rijsttafel moest wijken voor het Europeesche middagmaal, al bleef zij een belangrijke plaats behouden, als bijzondere t r a c t a t i e . De woningen werden meer en meer naar Hollandsche smaak en behoefte ingericht en dienovereenkomstig vond steeds meer de Westersche architectuur ingang, soms vermengd m e t Oostersche stijl- en versieringsmotieven. De bekende architect, dr. H. P. Berlage, die in 1923 Indië bezocht, releveert in zijn reisdagboek het interessante uitbreidingsplan van Soerabaia, waarvan, zoo schrijft hij, de bebouwing het kenmerk draagt, dat ook daar de nieuwere architectuur kon doordringen. Hij zag er een paar landhuizen, zoo goed als de beste in H o l l a n d , m e t een prachtige vestibule als voorgalerij. Veranderde, zooals we zagen, het u i t e r l i j k aanzien der samenleving en het w o o n m i l i e u van de Europeesche bevolking, ook die bevolking zelf onderging belangrijke wijziging in haar samenstelling, onder den invloed van de u i t b r e i d i n g der cultures in den Oosthoek, welke een vermeerdering van handel en scheepvaart m e t zich bracht. Er valt een moderniseering te constateeren, welke voornamelijk de hoofdplaatsen ondergaan. De samenleving w o r d t meer een afspiegeling van die van het W e s t e n , naar zeden en gewoonten, dagindeeling, levenswijze, ontspanning enz. Een belangrijke factor is hiervoor ongetwijfeld ook geweest de toename van het v r o u w e l i j k deel der Europeesche bevolking. Onderwijs, opvoeding, sport en mode hebben daartoe eveneens bijgedragen.


D a m e in sarong en kabaja. D i t was vroeger, o o k voor de Europeesche dames, de huisdracht. Zelfs ging m e n zoo gekleed 's morgens bij elkaar op visite. W i e sarong en kabaja wisten t e dragen — een kunst op zichzelf,

die

m a a r weinig echt-Europeesche

dames

machtig

waren —

stond deze kleederdracht uitstekend. O o r d e e l t U m a a r zelf ! „Is'nt she

sweet ?" T e g e n w o o r d i g

ziet m e n deze

kleeding, althans door

Europeesche dames, bijna niet m e e r dragen, w e l door Chineesche en Inlandsche. Koningin M o d e begint ook in deze gewesten hoe langer hoe m e e r t e heerschen. De v r o u w e n in Indië — en het is m e t de m a n nen evenzoo gesteld — volgen zooveel mogelijk de Westersche m o d e . Bovendien

spreekt

de economie

een krachtig w o o r d j e

mee. Hoe

flatteus Oostersch de sarong-en-kabaja-dracht ook m a g zijn geweest, goedkoop was zij niet.

M o o i u i t de hand g e b a t i k t e

„ g e d r u k t e " droegen alleen de Inlandsche vrouwen kostten per stuk t i e n t a l l e n guldens,

ledere

sarongs

— de

uit het volk —

Indische

dame

had ze

in stapeltjes in haar kast. Tusschen de kleurige sarongs w e r d e n dan geurige

bloemen

gestrooid

of „ a k a r

wangi" (welriekende

wortels

van grassen) gelegd. D e kabaja's w a r e n afgezet m e t kostbare strooken

fijne

kant

en

gesloten

met

gouden

of

zilveren

spelden.

Reminiscentie aan een verdwenen m o d e !

Soerabaia o n t w i k k e l d e zich aldus t o t een moderne stad. Haar bevolking nam v o o r t d u r e n d in aantal t o e , naar u i t de volgende cijfers en staatjes kan blijken, waarvan

de gegevens ontleend zijn aan officieele bronnen, de publicaties der volkstellingen van 1920 en

1930 en aan inlichtingen, van gemeentewege v e r s t r e k t . A a n t a l Europeesche inwoners t e Soerabaia Jaar 1905 1) 19172) 1920 3) 1930 4) 1931 5)

Mannen

Vrouwen

Totaal

.. _

• m

• «

9615 13965 13916

Toename

10600 20998 17497 26463 26992

7882 12498 13076

^ 10398

_ 8966

529

Verhouding tusschen Europeesche en andere bevolkingsgroepen: Jaar

Europeanen

Inheemschen

Chineezen

Vr. Oosterlingen

Totaal

1920 1930

17497 26463

148411 265872

22118 38797

4164 5682

192190 336814

Komen we thans t o t het maatschappelijk leven, zooals zich d i t naar buiten openbaart, dan dient in d i t hoofdstuk het vereenigingsleven t e worden beschouwd, dat de behartiging van bepaalde vak- en groepsbelangen betreft, en het t e r r e i n der politiek. In de geschiedenis van het vakvereenigingsleven neemt de suikercultuur door haar overheerschende positie in den Oosthoek een belangrijke plaats i n . Soerabaia is dan ook de zetel van den Bond van Geëmploy1) D i t cijfer, v e r m e l d in een vergelijkingsstaat bij het verslag d e r Volkstelling van 1920, b e t r e f t het gewest Soerabaia ; m e n kan u i t e r a a r d a a n n e m e n , d a t het overgroote meerendeel d e r Europeesche bevolking in de hoofdplaats was gevestigd. 2) V o o r d i t cijfer geldt de zelfde toelichting. 3) Deze cijfers evenals die van 4 ) zijn ontleend aan de u i t k o m s t e n d e r Volkstellingen. 5) Volgens gegevens van de afdeeling Statistiek d e r G e m e e n t e .

30


ONS DOEL

M e d e d e e l i n g e n van het Bestuur.

HET DOEL V A N

Smt-Nicolaasdemonstratie

DE VEREENIGING

HUISVROUWEN

IS

VAN

bedragen

de taak van de Huis

De Sint N i c denionstrac e s een g r o o t succes geworden

makkelijken en op een hooger plan te brengen

avond hebben bijgedragen onzen hartel jkendank

w o r d e n gezocht met

een

het

verecniging

welke

verkrijgen

meer rechten voor de v r o u w nastreeft

enkel opzicht zal eenige dwang o p de worden uitgeoefend

van

In geen leden

De vereeniging staat klaar

om te allen tijde haar leden met raad en daad bij t e staan

doch geen

enkele maat egel

Is

receptenbo"kjes heb

ben wiJ den buitenledcn toegezonden

Zoolang

de

dic

voorraad

strekt

kumen

leden

demonstratie niet hebben kunnen b j w o n e n exemplaren

verkrjgen

aan

het

de nog

Secrecar aat

Pregollan Boender 16

dus

uitgesloten

in

dsze

O p i n i t a c c f van Soerabaia zal op

10 Dec

a s te Bandoeng een congres plaats hebben van alle be taande Vereen gmgen van Hu svi ouwen

Allereerst vrouwen onderhoud huishuur

dan w i l

de Vereeniging van Huis

Verlaging van de kosten van levens op

enz)

elk

gebied

(levensmiddelen

Passerpnjzen en m e n u s zuilen

geregeld In het orgaan w o r d e n

Pregollan Boender 18

Ons 1500» hd. W I J hebben ons 1500e lid geboekt

Zooals op onzen demonstratieavond reeds ge zegd IS ontvangt d i t lid een fraai geschenk Mevr

Briet Oendaan is ditmaal de gelulcklge

H e l p t n u allen mee o m binnen k o r t e n t i j d I et 2000 tal te bereiken

De punten welke w i

voor de^e vergader ng

hebben opgegeven z j n de volgende

m i.en stad als Soerabaia

1

Voorstel Sceraba a

Vereenigmgcn van

Stichting Bond

van

Husvrojwen

D r Theun ssen te l a w a n g deed ons de toezeg

houden over WJ

w e r p zal veler belangstell

g hebben

De zes weegs-halen t o t ongeveer K e i

welke w j bez tter

7(jn

i n h a l a t o r s v e r k r i j g b a a r , t t g e i vergoeamg

Eventueelc verkiez ng Bondsbestuur

var f O 25 per week

Ronavraag

tar aat

D o o r overgroote d r u k t e kan het

huishoud pas met

Kerstmis ten geschenke w o r d e n gegeven

Bureau voor Beroepskeuze

3

Ziekteverzekering

i

C o n t r o l e op huisvesting

van

den b |zonder lagen pnjs

verwachten

schoolgaande

die bulten

Soerabaia

wonen

wij

minimum

Contact met Holland op verschillend gebied Verbetering te brengen in het lage pensioen

Mevr

uitermate

verdeel ng van

J

E

Eckenhausen T e t z n e r

gesch kt

s

o o k aan onze verwan

galiane 9

Opbellen

w o r d t reeds propaganda voor deze kalender ge

gestort worden

8

H e t ageeren voor het t o t stand komen van een warenwet

Teneinde bij een bezoek aan Soerabaia k o r t i n g

schap doen t o e k o m e n

mits bij aanvragen hier

Inkoopen voor onze buitenleden.

in

de

plaatselijke

zaleen commissatesse w o r d e n benoemd die hier t e r stede inkoopen voor haar kan doen

Befeng

d e hier gaarne gebruik van zouden

w o r d t beleefd verzocht haar naam en

adres op te geven aan h e ' Secretariaat

Opgaven Januari

hiervoor

worden

tot

uiterlijk

ngewacht aan het Secretariaat

de batige saldi werkloozenkassen

kunnen

geroutineerde

Huisvrouwen van Soerabaia, Buitenlezers, Helpt ons verkoopen 1 Stelt U in verbinding met het Secretariaat

Leden die belangstellen in d i t oude Deensene met

Mevrouw

Daendelsstraat 67 Tel

A

Breunmg L o m b e r t

D

56

1

Evenzoo

Knippatronen voor kinderen verkrijgbaar, leeftijds-grens 15 jaar. Eiken Vrijdag van 9—11 uur kunnen onze leden

H e t s p j i ons zeer te moeten melden dat w i j nog met

Hedebo-kantwerk.

stellen

Bierbrouwerijen

beschikken

huisnaaisters

vragen te voldoen tingen te besparen

over

voldoende

o m aan alle aan-

hare bekwaamheden

kinderpatronen bestellen tegen f O 25 per pa t r o o n bij de Commissaresse Mevr Stokhuyzen

B

Tobias

van Imhofflaan 27

O m onzen leden teleurstel w o r d e n zij

die als huis

naaister in aanmerking willen k o m e n informatie bureau

af

Z u i d 157.1

Huisnaaisters.

werken van de weeskamer een

ts Mevr de Neve

stukjes van haar s c h i m m e k u l t u u r

handwerk kunnen zich na afspraak in verbinding

eenige d t i z e n d e n m Soerabaia kunnen plaatsen

kunnen

H e t oprichten van

A

echter

s morgens voor 8 uur o f

voor een bezoek aan d e bakkerijen

kostprijs betrokken w o r d e n

het geeft

Spreekuur

ten in Holland hopen w j van harte dat w j weer

van weduwen en weezen en het verouderde

7

4834 Z

te staan

maken

ederen Maandag en Donderdag van 11—12 Te s m ddags na half 5

maakt D e kalenders kunnen bij de V V H tpgen 6

bc reffende

Bezoek Ned Ind kalender

en I n d u s t n e ' c h o o l

inlichtmgpn 3an repatneerenden

koopen

O o k in verschillende andere plaatsen op JavB 5

tel

alleen na telefonische afspraak

s ellenden

letsel zal z jn een liefst meer dezer kalenders te

deze

Aanvragen

Inlichtingen aan repatneerenden. Inlichtingen

dat het voor niemand een be

voor nieuwjaarsattentie

huur

Tel 1260 Z

tevens

f 1 — en het goede doel dat ermee gebaat w o r d t

Daar kinderen van ouders

b e r o m t r e n t geeft Mevr

Merkusstraat 9

huishoudelijk budget en huishoudboekhouding

Werkloozenkalender 1933. Gezien

te

h e r v o o r aan de Huishoud

prografnma

2

af te halef aan het Secrc

Grassnijmachine

Uitgave Huishoudboek 1933 boek Inplaats van met Sint Nicolaas

scaac de leden met r a a d en daad terzijde)

Inlichtingen de Neve

Indien onze buitenleden er prijs op stellen

werken beschikbaar stellen Geregelde cursussen

Verzorging van huis en t u i n (de adviseuse

D

Thee-cider of limoen teh

v o o r een postzegel van f 012S w o r d t ingesloten

33 besproken

4

1

M

'en w j den buiten leden een bew js van lidmaat

3

Als meer Ideeele punten staan v e r d e r o p het

L

t e kunnen v e r k r j g e n bij contante betaling zul

2 A r d e r c punten van samenwerking

sussen) zullen w o r d e n gehouden

Z

Lidmaatschapskaarten bui ten-leden

, Moeilijke kinderen

t w j f e l e n n e t o f d t interessante onder-

alsmede in de toekomst ook inhoud en gewicht

k o o k en naaicur

geeft Mevr

Huese Ka/oon 27 tel 2939

g ng over een ge n aanden een lez ng te zullen

goede patronen voor

op huishoudelijk gebied (knip

schoolgaande

Holland als h er ter stede

Zoolang de voorraad s t r e k t

verschillende blikken Speciale afdeelingen z u l k n kinderkleeding en hand

die genegen z j n

kinderen een goed huis te verschaffen zoowel m

genegen

Baby weegschalen

gepubliceerd

Inl chtmgen o m t r e n t b e t r o u w b a r e adressen van families

lioerah 1

Lezing Samenwerking Zuitervereenigingen.

vereeniging

Adres

Is d i t zeer zeker mogel j k '

zal

worden opgedrongen Coöperatie

allen Hie t o t het welslage/i van dezen

D e d o o r on^ j i i g e g c v e n

Huisvesting'schoolgaande kinderen

T o t en mee 1 Januari kunnen nog m s c h r j v i n *

Zooals eerder gezegd zal de p r j s ongeveer f 1 —

v r o u w In den meesc uitgebreiden z n te verge Geen verband zal mogen

Band Jaargang van ons orgaan. gen plaats hebben v o o r bovengenoemden band

beproefd

eerst op

Dat d i t wat t i j d

en moeite kost behoeft geen betoog

Zoodra

Adresveranderingen Met hel oog op het v l o t t e toezenden van het maandblad

verzoeken w j

onzen leden

adres

WIJ echter geslaagd zijn in het vinden van goede

verander ngen t i j d i g op te geven o o k met ver

krachten

melding van het oude adres

w o r d t d i t in ons orgaan vermeld

Twee typografisch keurig verzorgde pagina's uit het Kerstnummer (1932) van het officieel orgaan van de Vereeniging van Huisvrouwen te Soerabaia (en Bandoeng). Dit blad kan als een der best verzorgde vereenigingsbladen van Indie worden beschouwd hetgeen voor geen klein deel te danken is aan de moderne typografische uitvoering door de Fa. H, v. Ingen hier ter stede. Hoewel de geschiedenis van de jonge vereeniging van Huisvrouwen juist buiten het bestek van dit boek ligt, is zij zoo'n typisch teeken des tijds, dat ik er tenminste de aandacht op wil vestigen. In de beginperiode van de fslederlandsche vestiging in indië bestond het Europeesche maatschappijtje in deze uitgestrekte gewesten practisch gesproken alleen uit mannen. W e r d de behoefte aan vrouwen (van het eigen ras) te groot, dan werden de anders stevig gesloten deuren van de vaderlandsche meisjesweeshuizen op een kier gezet. Stuitend, maar vergeeflijk, als men weet, dat „mutatis mutandis*' precies hetzelfde geschiedde voor andere koloniale gebieden. Eeuwen later treedt de tweede phase in het ontwikkelingsproces van de „vrouw in Indië" in. De man : spltsafbijter, de vrouw volgt, als de kat uit den boom is gekeken. Derde phase: man en vrouw komen samen (getrouwd) uit. Vierde phase: het grootste gevaar is geweken, de Nederlandsche vrouw komt alléén uit, om hier het geluk te beproeven, dat voor haar in het oude land niet is weggelegd. Vijfde en jongste phase: de vrouwen vereenigen zich. Ik heb achting voor het werk van de Nederlandsche vrouw in indië. De m a n : pacificator, de vrouw: civilisatrice. Zij schonk den man een „ h o m e " . Zij stelde hem in staat om „ g r o o t e " en ook goede daden voor dit prachtland te verrichten. Zij was het tenslotte, die van de kinderen menschen maakte, nieuwe krachtige „ b i b i t " vormde voor het steeds voortschrijdende beschavingsproces in deze gewesten. Men zou haar als een blijvende symbolische vereering een gedenkteeken kunnen oprichten, als als het koloniale Nederland niet zoo akelig nuchter, zakelijk en materialistisch was. De Soerabaiasche Huisvrouwenvereeniging werd op 23 Juni 1931 opgericht ten huize van mevr, G. H, de Man. Haar doel en streven kan men met een weinig goeden w i l op de linkerpagina hierboven ontcijferen. Het ledental nam sinds de oprichting enorm toe. Na het voorbeeld der Soerabaiasche huisvrouwen werden ook elders in Indië dergelijke vereenigingen opgericht. Jammer, dat ik één belangrijk punt op het werkprogramma mis, n.l, het bekend maken van en liefde wekken voor ons „Mooi-lnsulinde", opdat dit land voor meerdere Nederlanders ook inderdaad een „moederland" kan worden. Bij de samenstelling van het programma werd veel te weinig aandacht geschonken aan de levensverblijdende en blijvende, dus cultureele waarden. Altijd weer en altijd alleen : het directe belang en voordeel, het zuiver materialistische en d i t , t e r w i j l juist de fijnvoelende vrouw haar latente gaven op zoo uitstekende wijze zou kunnen aanwenden t o t meerdere cultureele ontplooiing dezer gewesten.


De frontpagina's van de drie plaatselijke dagbladen in de Nederlandsche taal („De indisclie Courant", „Het Soerabaiasch-Handelsblad", en „Nieuwe Soerabaia Courant"). Deze kranten vormen van dag tot dag de schakel, welke te Soerabaia de Europeesche gemeenschap onderling en deze weer met het vaderland-overzee en het buiten land verbindt. Wie wat meer wil weten van de geschiedenis der Nederlandsche journalistiek in Indië in het algemeen en van die te Soerabaia in het bijzonder, verwijs ik naar mijn boeken „A short history of journalism in the Dutch East-Indies" en „Oud Soerabaia".

BSRS7Ï U,AT>

ÜMtEe Blid Mjindiï S >pT«

SOERABAIASCH-HANDELSBLAD. STAAT- EN LErTERKUNDIG DAGBLAD VAN NEDERI.,ANDSCH-INDIE ÏIÏINC.

J „ ÊoO»J

ïsiW(s«m mmis

\s»Af. 11 Vt iCihiR

JÊUn\»e

oerabala ÖTotwant IMKK,

»i >™..v

DE INDISCHE COURANT Bti«lturH»atit™i«KMt W BtLONj^

LERSTE

8LAD.

Het einde der MuUerij. De , Zaven ProviiKiëït

Voonmnste

tueows.

geiwmktEleeKl.

MDOW-iAVA.

Sedert het verschijnen van beide boeken is er uiterlijk betrekkelijk weinig in het Europeesche perswereldje ter stede veranderd. Het spijt me echter één ding te moeten opmerken. De positie van den Nederlandschen journalist, die zoo'n belangrijke rol speelt in het onderhouden van het dagelijksch contact tusschen de leden der tamelijk kleine Europeesche gemeenschap hier, bleef labiel en ongeregeld. Het is in het algemeen belang te hopen, dat men langzamerhand de noodzakelijkheid zal gaan inzien van verbetering in dezen toestand. Na mijn vroeger neergeschreven vurig pleidooi, meen ik thans met het uitspreken van dezen wensch te kunnen volstaan.

32


eerden bij de Suikerindustrie op Java en Madoera,

k o r t w e g genaamd „ d e S u i k e r b o n d " , t e r w i j l hier ook

gevestigd zijn de Java-Suiker-Werkgeversbond en het Suikers/ndicaat, toegerust bovendien m e t instellingen en organen in het belang eener wetenschappelijke o n t w i k k e l i n g van deze cultuur. De Suikerbond stichtte de Suikerschool voor opleiding van employe's, welke instelling echter in 1931 tengevolge van den achteruitgang der suikercultuur tijdelijk w e r d opgeheven. Men vindt verder t e Soerabaia afdeelingen van den Spoorbond, den Bond van P.T.T. - ambtenaren en beambten (de Postbond) en van den Ned.-lndischen Douane-bond. H e t kantoorpersoneel heeft zijn organisatie in den Bond van Europeesche Geëmployeerden in den Handel, den Algemeenen Handelsbond. Van de andere vakvereenigingen releveer ik nog die van het Politie-personeel; ook de Geneesheeren en A p o t h e kers hebben hier hun eigen organisaties. V o o r t s zijn te Soerabaia gevestigd de Bond van Minder-Marinepersoneel en die van Onderofficieren der Marine. Het personeel van Gemeente en van Provincie hebben hun eigen vakvereenigingen. De Middenstand heeft zich georganiseerd in een f l i n k e en actieve vereeniging. Van eenig politiek leven deden zich de eerste verschijnselen voor in Januari 1906, in verband m e t de ipstelling der Gemeente m e t ingang van I A p r i l van dat jaar. Vooraanstaande personen u i t de Europeesche samenleving kwamen bijeen in den toen nog bestaanden schouwburg, voor het opmaken van een aan den Resident aan te bieden Jijst ?van candidaten voor de door de Regeering te benoemen leden van den Gemeenteraad. In 1909 werd het actieve kiesrecht voor den Gemeenteraad ingevoerd, hetgeen aanleiding gaf t o t de o p r i c h t i n g van de Soerabaiasche Kiesvereeniging. De belangstelling van de zijde der Europeesche burgerij d u u r d e echter slechts k o r t en het gevolg hiervan was, dat een groepje kiezers er in kon slagen o m zijn candidaten telkens, zelfs bij enkele candidaatstelling, gekozen te krijgen, ofschoon d i t groepje m e t haar denkbeelden een kleine minderheid v o r m d e . Eerst in 1914 k w a m hierin verandering, toen onder voorzitterschap van Mr. A . van Gennep een nieuwe kiesvereeniging w e r d opgericht, welke m e t den steun van het kiezerscorps geleidelijk de verschillende raadszetels wist te bezetten. In het bestuur van deze neutrale kiesvereeniging waren alle partijen zooveel m o gelijk vertegenwoordigd, zoodat zij het karakter van een federatie verkreeg, waardoor in den Raad een evenredige verdeeling der zetels w e r d bereikt. Op den d u u r k w a m hiertegen verzet van de zijde van de steeds s t e r k e r wordende groep van het in 1919 opgerichte indo-Europeesch V e r b o n d , voornamelijk wegens de gevolgde gedragslijn van wederzijdsche beoordeeling der voorgestelde candidaten. Het I.E.V. verlangde het grootste

deel

der

zetels,

in

1927 t r o k

het

I. E. V. zich t e r u g en de kiesvereeniging van

Mr.

Van

Gennep viel uiteen.

44 fh^

Mr. A. van Gennep, een van de oudste ingezetenen der stad, v/iens naam in dit boek heel wat l<eeren wordt genoemd. Hij is o.a. de initiatiefnemer en medaoprichter van de indertijd zeer werl<zame Soerabaiasche Kiesvereeniging. In den „Who's who"-stijl zou zijn biographie ongeveer als volgt opgesteld kunnen worden; geboren 17 Juli 18(26. te Batavia; opleiding: Gymnasium te Rotterdam ; gepromoveerd In de rechten te Leiden op de dissertatie „De staat van oorlog — de staat van beleg" ; loopbaan: in 1894 naar Indië vertrokken en te Soerabaia advocatenkantoor geopend ; functle's o.a. : secretaris Nederlandsche Staatscommissie t o t herziening van de Indische Wetboeken, voorzitter van het H.B. van „Oost en W e s t " , bestuurslid Moederland en Koloniën, voorzitter van het Landbouwsyndicaat, lid van den Volksraad, ld. van den Soerabaiaschen Gemeenteraad, later wethouder; heeft veel In kranten en tijdschriften geschreven; is een vlot en geestig redenaar. Naar aanleiding van zijn 70sten verjaardag werd hij op Woensdag 20 Juli 1932 in de groote raadszaal van het gemeentehuis op Ketabang op een hem waardige wijze gehuldigd.


Het ^ront van de oud-lndische woning op Genteng Kali, waarin jarenlang de „Deutscher Verein" gevestigd is geweest. Van 1909 — 1924 zag het gebouw er uit, zooals bovenstaande afbeelding laat zien. Daarna heeft een reeks van ingrijpende verbouwingen het exterieur en interieur totaal veranderd. De lommerrijke boomen, die op het erf staan, bemoeilijkten het fotografeeren; men zou bovenstaande foto dan ook den ietwat poëtischen titel kunnen geven van: „Spel van licht en donker".

Het front van het nieuwe gebouw van de „Deutscher Verein" op Genteng Kali, uitgevoerd naar een ontwerp van ir. B. Mobile de Vistarini. Onder de met kllmplanten en bloemen begroeide pergola is het vooral op een avond met maneschijn heerlijk zitten Op het voorerf is een met bloemen en plantenbakken omrand terras aan gelegd, waarop bij feestelijke gelegen heden gedanst en gedineerd wordt (Foto Fotax.)

Het knusse, stijlvol en artistiek ingerichte tooneelzaaltje in de „Deutscher Verein". Het is jammer, dat ik den lezer de attractieve kleurencombinaties en brillante lichteffecten niet kan voortooveren, want dan zou men zeker met mij enthousiast kunnen zijn over deze creatie van architect de Vistarini. Men lette op de gezellige „boxen'' boven, op de indirecte verlichting door middel van de schelpvormige lichtornamenten, bevestigd aan de stuttende pilaren, op de monumentale lichtkroon aan het plafond en op den zich onder het tooneel uitstrekkenden orkestbak. Een vermeldenswaardige bijzonderheid is het nog, dat d i t het eenige draaibare tooneel in Indië is. De Duitschers, ook die te Soerabaia wonen, houden van goede kunst. In den loop der jaren heb ik dan ook in het bovenafgebeelde intieme theatertje van menige verdienstelijke kunstuiting van verschillenden aard mogen genieten.

34


Als nieuwe organisatie verrees de Neutrale Partij. Met het samengaan op basis van evenredige vertegenvyoordiging vras het echter gedaan, al w e r d er nog naar samenwerking gestreefd. In 1929 w e r d de Vaderlandsche Club opgericht, welke sedert naast het I.E.V. zich een belangrijke positie in den Raad, naar ledental en gezag wist te verwerven. Verder vonden er vertegenwoordiging de Christelijke Staatkundige Partij en de Indische Katholieke Partij. De Indische Sociaal-Democratische Partij slaagde er niet in duurzaam een zetel t e veroveren. Na de beschouwing van de Nederlandsche groep volgt thans een en ander over de vreemdelingen t e Soerabaia. Volgens gegevens van gemeentewege verstrekt, waren er u l t i m o A p r i l 1930 te Soerabaia rond 2900 vreemdelingen, van niet m i n d e r dan een 25-tal nationaliteiten en m e t in totaal STS^gezinnen. Onderstaande specificatie geeft hiervan een overzicht.

Nationaliteit Armenranen Belgen Czechen Denen Duitschers Engelschen Franschen Grieken Hongaren Italianen Letten Noren Oostenrijkers Polen Portugeezen Roemeniërs Russen Turken Zweden Zwitsers

Aantal

Mannen

388 78 30 29 845 383 85 4 19 52 2 2 77 27 1 15 28 14 13 67

Vrouwen 194 38 13 10 338 166 34

194 40 17 19 507 217 24 4 9 32 1 1 42 12 1 9 18 6 7 41

10 20 1 1 35 15 — 6 10 8 6 26

Gezinnen 85 16 5 5 171 87 8 — 3 12 1 1 16 4 — 2 5 3 3 16

Gedenkplaat in de „Deutscher Ver e i n " . Gedurende de lange ernstige

Behalve deze Europeesche nationaliteiten zijn er te Soerabaia ook

oorlogsjaren was het in het clubge-

nog vreemdelingen uit andere werelddeelen gevestigd. Chineezen, Arabie-

bouw op Genteng-kali zeer rustig.

ren en andere Vreemde Oosterlingen, welke als vaste bevolkingsgroepen

In 1916 kwamen de leden met hun

kunnen worden beschouwd, blijven hier onvermeld.

dames en vrienden in het gebouw samen om op waardige wijze bovenstaande gedenkplaat te onthul-

Nationaliteit

Aantal

Mannen

Afrikanen Amerikanen Australiërs Japanners Philippino's

3 31 3 720 26

2 18 2 520 22

Vrouwen

Gezinnen

len voor de gevallen kameraden van

1 13 1 200 4

^

„Weddigen",

venden

na

een

avontuurlijken

tocht Arabië bereikte en daar den dood vond.

het

sterkst vertegenwoordigd, daarna volgen de Engelschen en de A r m e n i a n e n . Met veel kleiner aantallen komen hierna de Oostenrijkers, Belgen, Zwitsers, Italianen, Franschen, Denen en Russen.

schoener

welke kleine schaar vaderlandslie-

7 1 124 3

Van de Europeesche vreemdelingengroepen zijn de Duitschers

den


Twee omslagen van het vereenigingsblad der Duitschers te Soerabaia, getiteld â&#x20AC;&#x17E;MItteilungen des Deutschen Vereins Soerabaia". Door middel van dit blad wordt het onderling contact tusschen de leden bewerkstelligd. Het uiterlijk, zoowel van het gebouw als van het blad werd gemoderniseerd, het laatste door de kundige hand van de Firma H. van Ingen. De Duitschers weten wel met hun tijd mee te gaan.

De Duitsche kolonie heeft sedert 1902 als centraal punt den Deutschen V e r e i n , nadat reeds een jaar te voren een aantal landgenooten geregeld wekelijksche bijeenkomsten hadden gehouden. Opgericht als Deutscher Manner-Gesang-Verein kreeg de jonge organisatie al spoedig den naam, welken zij nog draagt. Haar eerste [evensjaren waren niet gemakkelijk, doch thans kan gezegd w o r d e n , dat de Deutscher Verein op hechten grondslag staat. Aanvankelijk k w a m men bijeen t e n huize van den heer Meinke, maar het Kerstfeest w e r d in het stichtingsjaar in de koffiekamer van den toenmaligen schouwburg gevierd. Toen men naar een vergaderplaats moest u i t z i e n , w e r d op B a l i w e r t i een huis gehuurd, waar een kegelbaan w e r d ingericht. O o k schafte men zich een b i l j a r t aan. Onder voorzitterschap van Dr. M. SchĂśppe ging de vereeniging vanaf 1904 een t i j d p e r k van krachtigen groei en bloei tegemoet. Onder het presidium van den heer Burghoff k w a m in 1909 de aankoop van het perceel op Genteng-kali t o t stand, waar de Deutscher Verein nog is gevestigd. H i e r is de vereeniging zich gunstig blijven o n t w i k k e l e n . De oorlogsjaren gingen rustig v o o r b i j , de eerste jaren daarna brachten ook nog niet den rechten opbloei, welke eerst k w a m na de reorganisatie der vereeniging door u i t b r e i d i n g van haar arbeidsveld t o t sport, tooneelvoorstellingen, concerten, voordrachten en, vervolgens, ook door de stichting van een Liedertafel.


H e t vereenigingsgebouw, dat oorspronkelijk een woonhuis was, heeft m e t eenige verbouwingen j a r e n lang aan de gestelde eischen kunnen beantwoorden. In 1924 en 1925 volgden ingrijpende verbouwingen, waarna medio December 1928 m e t de derde verbouwing, voornamelijk o m v a t t e n d zaal en tooneel, het geheele plan werd v o l t o o i d , dat den Deutschen Verein een vereenigingsgebouw gaf in architectuur en inrichting aan moderne eischen voldoende, m e t als cent r u m een stemmige tooneelzaal, waarbij zelfs een draaibaar tooneel behoort. Als o n t w e r p e r mag ir. B. Nobile de V i s t a r i n i hier niet onvermeld blijven. De Deutscher Verein onderhoudt m e t verschillende clubs en vereenigingen een geregeld contact op vriendschappelijken grondslag ; in de eerste plaats m e t de centrale organisatie in Ned.-lndië, de Deutsche Bund, en voorts moet in d i t verband voornamelijk worden genoemd de Kunstkring en zijn verschillende onderafdeelingen, t e r w i j l voor de kegcisport m e t de Simpangsche Sociëteit in relatie w e r d getreden. Onder leiding van den tegenwoordigen v o o r z i t t e r , den heer A . F. W . Becker, zet de Deutscher V e r e i n zijn goede t r a d i t i e v o o r t door een krachtig, actief vereenigingsleven, gericht op kunst en ontspanning. De Engelschen hier t e r stede vinden hun maatschappelijke vereeniging in een Protestantsche organisatie, de Congregation of British Protestants in East-Java, waarvan de oprichters, de heeren R. E. Bussell ( v o o r z i t t e r ) R. G. Macindoe (penningmeester), T. B. Murray (secretaris), A . T. Sturrock en M. A . M u r r a y (commissarissen) als trustees fungeeren. Sedert einde Mei 1931 heeft men voor de godsdienstoefeningen, welke volgens de Anglicaansche l i t u r g i e w o r d e n gehouden, aan den Reinierszboulevard een eigen kerkgebouw in vriendelijken, Engelschen, landelijken stijl. In 1910 en 1911 werden de kerkdiensten in een school op Simpang gehouden, daarna ging men over naar het gebouw der Vrijmetselaarsloge

op Toendjoengan. In 1912 k w a m voor het eerst het plan voor den

bouw van een kerk t e r sprake ; het werd 1926 voordat een definitief plan kon worden opgemaakt

en

tegen het einde van dat jaar w e r d het t e r r e i n aan den Reinierszboulevard gekozen, in Januari 1927 werden de kerkdiensten in het Kunstkringgebouw gehouden. In 1930 was men zoover, dat de bouw van een eigen kerk ook financieel vast stond en in September van dat jaar w e r d de eerste steen gelegd. De

inwijding

van het nieuwe gebouw, waarvan de architect C. C i t r o e n de o n t w e r p e r is, volgde op 31 Mei 1931 m e t een plechtigen dienst onder leiding van rev. C. Theodore Cribb, den Britschen Chaplain voor Java, te Batavia. De Joodsche gemeente is te Soerabaia slechts klein in getal. Z i j werd gesticht

in 1916 en vond

erkenning vanwege het Gouvernement in 1923. Omstreeks 1918— 1919 kreeg de Joodsche gemeente een eigen begraafplaats. De Synode dateert van 1923. De Zionistische beweging, ten doel hebbend het stichten van een eigen Joodschen staat in Palestina, leidde in 1919 t o t de oprichting van een Zionistische vereeniging alhier. De Joodsche gemeente draagt een zeer internationaal karakter ; er behooren toe Nederlanders, Engelschen, Duitschers, Italianen, Oostenrijkers, Russen, Hongaren en Arabische Joden uit Bagdad.

De „Christ Church" der Engelsche gemeenschap te Soerabaia, gelegen aan den Reinierszboulevard. De eerste steenlegging had plaats op 19 September 1930 endeceremonieele inwijding op 31 Mei 1931. Volgens het „Dedication Handbook", waarin men meerdata en feiten omtrent de ,,early beginnings of church work in Sourabaya" opgesomd vindt, cian ik hier kan vermelden, is de „ t o t a l cost of land, building and furniture approximately f 46.000,—". Het kerkje werd ontworpen door den architect C. Citroen. W a t voor de Duitschers te Soerabaia hun clubgebouw is, is voor de Engelschen hun kerk. Zij houden zich zeer apart, gaan samen uit naar bioscoop, soos of dancing, beoefenen samen verschillende takken van sport, vieren huisfeestjes of komen bij elkaar „bridgen", doch vermengen zich zelden met de leden van andere nationaliteiten.


w^

f Het interieur van de Armenische i<erl( op Ketabang, waarvan de inrichting geheel werd bekostigd door de Armenische gemeenten te Soerabaia, Makasser en Batavia. Voor de inwijding van de kerk werden af en toe door priesters uit Batavia diensten gehouden in de Ma^onnieke Loge en in het Kunstkringhuis. (Foto Fotax.)

De Armenische St. George-kerk, gelegen aan den Patjarweg op Ketabang. Op 9 October 1927 had de eerste steenlegging plaats van dit godsgebouw, dat ontworpen werd door het architectenbureau Fermont Cuypers te Batavia. Ongeveer twee maanden later, n.l. op 11 December 1927, werd de kerk ingewijd door Reverend V. S. Vardan. De geheele Armenische gemeente en ook enkele autoriteiten waren bij deze plechtigheid tegenwoordig. De kosten van het gebouw en den grond werden betaald uit fondsen, welke in de zeventiger jaren der vorige eeuw waren vermaakt door de Armenische dames, mevrouw Mariam Khatoen Arathoon en haar zuster mej. Thakouhie Manuk. Naast de kerk ligt een bibliotheek en een school t o t onderricht in de Armenische taal. (Foto Fotax.)

Een v r i j t a l r i j k e bevolkingsgroep is die der A r m e n i a n e n . Z i j moeten omstreeks het begin der 18e eeuw in IndiĂŤ zijn gekomen, vt^aar zij zich van Batavia u i t verspreid hebben t o t in Soerabaia. Bij de toeneming van hun aantal besloten eenige A r m e n i a n e n te Batavia in 1880 een gemeenschappelijk statuut op te stellen in het belang van een beter beheer hunner instellingen. D i t statuut kreeg de goedkeuring van de Ned.-lndische Regeering en w e r d in 1930 gewijzigd, ten einde de w e r k i n g ervan niet alleen voor Java, maar voor geheel IndiĂŤ te doen gelden. O o k op d i t gewijzigd statuut w e r d de goedkeuring van het Indische Gouvernement verkregen. Toen het aantal A r m e n i a n e n te Soerabaia t o e n a m , w e r d de behoefte gevoeld aan een eigen k e r k . Batavia had reeds een eigen kerkgebouw ; dat te Soerabaia w e r d dus het tweede. Deze St. George-kerk is in 1927 plechtig ingewijd. T o t het gebouwen-complex behoort, behalve k e r k en pastorie, de Edgarhall en een school. De hall, welke men te danken heeft aan de gebroeders Edgar, w e r d in 1927 geopend. Men v i n d t er een vast tooneel voor schoolfeestjes en voorstellingen. De hall dient ook als bibliotheek en leeszaal. In 1926 is een Armeniaansche Tooneel- en Muziekvereeniging opgericht, welke geregeld voorstellingen en uitvoeringen geeft ten bate van de Armeniaansche a r m e n . Een weldadigheidsvereeniging van Armeniaansche dames in 1925 opgericht heeft de zorg voor weezen en a r m e n op zich genomen. De school heeft men te danken aan de milddadigheid

van den heer

Sarkies. Deze school, waar een drietal onderwijskrachten w e r k z a a m zijn, t e l t 50-tal

L. M. een

leerlingen.

Reverend Vardan Simon Vardon, geboren te Julfa-lspahan (Perzie) op 9 December 1870, werd op I Januari 1930 benoemd t o t priester van de Armenische kerk te Soerabaia, welke herderlijke functie hij thans nog bekleedt.

38


Het gebouwencomplex van „The Japanese Association" aan den Djinnertoweg op Ketabang, feestelijk geopend op 21 Augustus 1927. Het hoofdgebouw, waarin zich het gezelligheidsleven der Japansche gemeente te Soerabaia centraliseert, bevat o.m. : een kantoor, een wachtkamer, een bibliotheek, een biljartkamer annex bar en een groote feestzaal. In de nabijheid hiervan liggen de vijf tennisbanen en de loods voor handboogschieten. De leden der vereeniging doen o.m. aan : baseball, pingpong, tennis, boogschieten en jiujitsu. in de feestzaal worden af en toe Japansche muziek- en tooneelopvoeringen gegeven, welke typische kunstuitingen voor den Westerling buitengewoon interessant zijn. Naast het vereenigingsgebouw ligt de Japansche school. (Foto Isken.)

I

Tenslotte moet nog de A r m e n i a n Sporting Club worden genoemd, welke in 1922 werd opgericht en over een uitgebreid s p o r t t e r r e i n beschikt, m e t fraaie golflinks, een goed tennisveld (gras) en een f l i n k

t

clubhuis m e t bar.

f

Er zijn 175 leden ; als sport worden beoefend : voetbal, hockey, korfbal, cricket, tennis en golf. De Armeniaansche gemeente in Ned.-indië nam een belangrijke plaats in handel en cultures in, t o t dat de o o r l o g u i t b r a k , waardoor verscheidene groote firma's zwaar werden getroffen, zoodat slechts een beperkt aantal hunner de gevolgen van den wereldoorlog doorstond. Hun energie en arbeidszin hebben de Armenianen echter behouden en zoo blijven zij v e r t r o u w e n d a t de kansen weer eens ten goede zullen keeren. Ten slotte moeten hier nog de m e t Europeanen gelijkgestelde Japanners worden genoemd. Z i j hebben zich eerst na 1900 in beduidend aantal te Soerabaia gevestigd. Voordien vond men er slechts enkelen, in 1907 waren er 200 en al naarmate de handel van Japan zich meer ontwikkelde, nam d i t aantal toe. V o o r de handelsbelangen werd het Handelsmuseum opgericht, beheerd door de vereeniging Nanyo Kyokai (Vereeniging voor Zuidzee-zaken). Doel van d i t museum, gevestigd aan A l o o n - A l o o n Tjontong, ( k o r t geleden verhuisd naar het oude gebouw van H o f f m a n aan Passer Besar) is de bevordering van den Japanschen handel m e t Ned.-indië door het houden van exposities en het introduceeren van Japansche goederen hier te lande en van Nederlandsche en Ned.-indische goederen in Japan.

39 1


Passer Blaoeran, gelegen op den hoek van Blaoeran en Kranggan. V o o r 1933 lag daar een open t e r r e i n , w a a r o p af en t o e circussen, m i n i a t u u r Lunaparl<jes en passers m a l e m hun t e n t e n , molens en kraampjes opsloegen, in het middengedeelte van het g r o o t e verdiepingsgebouw^ zal m e t t e r t i j d de passeradministratie vi^orden ondergebracht. I k schrijf „ m e t t e r t i j d " , o m d a t de eigenlijke passer, viraarvoor een „project-ln-hout" gereed ligt, vi^egens den slechten financieelen toestand der g e m e e n t e nog niet kan w o r d e n o p g e t r o k k e n . D o o r den breeden hoofdingang heeft m e n nog juist een kijkje op een deel van het a c h t e r t e r r e i n m e t de haastig en slordig neergezette kraampjes en stalletjes, die vroeger verspreid in de nabijgelegen straten w e r d e n opgeslagen en daar een r o m m e l i g e n indruk m a a k t e n . De nu reeds verkregen v e r b e t e r i n g zal nog m e e r t o t haar recht k o m e n , z o o d r a de eigenlijke passer is gebouwd. In het overige deel van het hoofdgebouw en ook in de beide zijvleugels zijn enkele Javaansche en Chineesche, m a a r vooral Japansche toko's (winkels) gevestigd. M e n bestudeere eens de opschriften ' (Saben hari ada barang baroe = lederen dag zijn e r nieuwe goederen ; H a r g a teroes m o e r a h = Prijs steeds goedkoop.) V o o r a l 's avonds is het in deze b u u r t een pêle-mêle van Oostersche n a t i o n a l i t e i t e n . De fietser op den voorgrond, ongeveer in het midden van de f o t o , is een Chinees. M e r k zijn typische kleeding o p : w i t , k o r t slagersjasje, z w a r t e b r o e k , w i t t e sokken, z w a r t e pumps en een vilten deukhoed op zijn hoofd. Een hadji ( i e m a n d die de tocht naar M e k k a heeft g e m a a k t ) steekt de straat over en w a n d e l t in de r i c h , t i n g van den passer. D a t hij w e r k e l i j k een hadji is, z i e t m e n aan het w i t t e kalotje, dat hij draagt. ( F o t o Isken.)

Een i n t e r i e u r o p n a m e op den openingsavond (eind l 9 3 3 ) v a n ' n g r o o t Japansch warenhuis t e Soerabaia. Ik heb bij de opening van een zaak nog zelden zoo'n geweldigen toeloop gezien ; alle rangen en standen, alle nationaliteiten w a r e n onder de e n o r m e menigte nieuwsgierigen en het op „koopjes" beluste publiek vertegenwoordigd. H e t warenhuis t e l t t a l r i j k e afdeelingen. ( Z i e de bordjes m e t opschriften.) Als a t t r a c t i e voor het publiek t r a d e n bevallige geisha's i n d e n C h e r r y blossom-dans op. W a r e n hier vroeger, behalve enkele bankinstellingen en i m p o r t z a k e n , bijna uitsluitend en alleen Japansche fotografen en kappers gevestigd, in de laatste jaren dringen de Japanners zich hier hoe langer hoe m e e r naar voren en t r a c h t e n een w i g t e drijven in het Europeesche en Chineesche blok van middenstand en tusschenhandel.


V o o r t s bestaat te Soerabaia een Japansche Handelsvereeniging, welke in 1928 w e r d opgericht. Z i j heeft t e n doel de behartiging van de Japansche zakenbelangen. V o o r z i t t e r dier vereeniging is de heer A . A r i m a , directeur van de f i r m a H. A r i m a & Co. L t d . De Japansche kolonie beschikt over een eigen lagere school aan den D j i m e r t o - w e g , in 1924 o p g e r i c h t ; het onderwijs is geschoeid op de leest van het lager onderwijs in Japan. A a n deze school zijn verbonden t w e e onderwijzers en een onderwijzeres. Het aantal leerlingen is85, verdeeld over zes klassen en een frรถbelschool. In 1931 w e r d een internaat gebouwd, als kosthuis voor kinderen van Japansche ouders buiten Soerabaia wonend. Aan den D j i m e r t o - w e g is ook gevestigd de Japanese Association, welke er een goed ingericht eigen clubgebouw heeft, m e t aangrenzende sportvelden. H e t meerendeel der vreemdelingen v i n d t zijn bestaan in direct of indirect verband m e t handel, scheepvaart of bankwezen. Vandaar dat de meeste nationaliteiten hier hun eigen consuls hebben, hetzij honoraire consuls, in welke functie men ook Nederlanders vindt, dan wel beroepsconsuls.


I

«!=|yae-(n><i:»<:*loJ|/f „,.—- i i . .— De „Gedong Nasional Indonesia", het vereenigingsgebouw van de „Indonesische" nationalisten (Gedong = huis, gebouw.) Links . de ruime „pendopo", welke emd 1931 in gebruik werd genomen. Er werden reeds talrijke drukbezochte vergaderingen en congressen gehouden, van welke sommige werden bijgewoond door Inheemsche vrouwen en meisjes, die dan volgens de adat op de voorste rijen plaats namen. Bij meetings Zitten de afgevaardigden der verschillende vereenigmgen achter een groene tafel op het tooneel.Voor het podium in de zaal staat de tafel waaraan de heeren van den Politieken inlichtingendienst en de verslaggevers van de Maleische, soms ook van de Europeesche bladen plaats kunnen nemen. Opzij daarvan : het spreekgestoelte. Aan den wand hangen de portretten van voormannen der nationalistische beweging Verder is hier en daar het inheemsche krachtsymbool, de bantengkop, aangebracht. Politiebeambten, met gummistok en revolver gewapend, houden een oogje in het zeil. Rechts op de teekening. het paviljoen, waarin de N. V. Bank Nasional Indonesia" en het kantoor van de „Soeara O e m o e m " zijn gevestigd.

42


0DE

B

INHEEMSCHEN.

Bevolkingscijfers. — Rasgroepeering. — De Soerabaiasche Javaan. — Zijn uiterlijk cachet ging verloren. — Zijn kleederdracht. — De inrichting van zijn huis. — De kampongs. — De kampong-huishouding. — De „sinomans" en „arisans". — Het vereenigingsleven. — „Boedi O e t o m o " . — De S.I., later : P.S.I. — De eerste volksvergadering in Ned.-lndië werd te Soerabaia gehouden op 26 Januari 1913. — De staking bij Younge en Gill (1913). — Relletjes op particuliere landerijen in 1914 en 1915.— Oprichting van de Kartinischool in 1914. — Het congres der P.S.I. te Soerabaia in Maart 1931. — Mohammadijah. — De P.K.I. — De oprichting van de Indonesische Studieclub op I I Juni 1924. — Doel en streven. — De Sinomanraad, later : „Gemeenteraad Bangsa Indonesia". — De „Soeloeh Indonesia", „Soeloeh Rajat Indonesia" en „Soeara Oemoem". — De werkzaamheden der Studieclub op sociaal gebied. — Het clubgebouw. — Bestrijding van het analphabetisme en bevordering van de volksontwikkeling. — De drukkerij. — De internaten. — Het Vrouwentehuis. — De Weefschool. — De Bank Boemipoetra en de Bank Nasional Indonesia. — De coöperatieve bankjes onder toezicht eener Studieclub-commissie. — De „Persatoean Djagal Boemipoetra". — Bevordering van de nijverheid. — Het meisjesinternaat van „Poetri Boedi Sedjati". — Reorganisatie der Studieclub in 1930. — De stichting „Gedong Nasional". — Het nationale gebouw op Boeboetan. — De P.N.I. — De inheemsche vakbeweging — De inheemsche jeugdbeweging.

lijkens de door de Regeering van Nederlandsch-Indië gehouden volkstelling in November 1920 telde

onze stad 148.441 Inheemschen (70.288 mannen en 78.123 vrouwen). In October 1930 w e r d door de Regeering wederom een volkstelling gehouden, waarvan de u i t k o m s t was : 265.872 Inheemschen (129.869 mannen en 136.003 vrouwen). in 10 jaar tijds had derhalve een toename plaats van 117.461 Inheemschen of gemiddeld r u i m 10.000 zielen per jaar. Vele factoren hebben deze belangrijke toename bevorderd. Speciaal

moet

de aandacht

worden

gevestigd op den vooruitgang van het verkeer, in het bijzonder het m o t o r v e r k e e r en op de economische o n t w i k k e l i n g der stad, waardoor lieden van het platteland naar Soerabaia zijn gestroomd, o m hier hun bestaan te vinden. De Inheemsche bevolking zelf bestaat uit heterogene rasgroepen en w o r d t dus niet uitsluitend gevormd door Javanen, die echter uiteraard nog altijd in de meerderheid zijn. A n d e r e rasgroepen van bijna den geheelen archipel zijn t e Soerabaia vertegenwoordigd : Madoereezen, Soendaneezen, Maleiers, Balineezen, Minahassers, A m b o n e e z e n , enz. Z i j zijn hier gevestigd als landsdienaren, handelsemplo/é's, kooplieden, enz. H e t spreekt vanzelf, dat de Javaansche bevolking niet alleen u i t de, uit Soerabaia zelf afkomstige Javanen bestaat. Een niet onbelangrijk contingent k o m t van buiten de stad, zoowel intellectueelen als anderen. N i e t onbeteekenend is het aantal Javanen u i t Lamongan, Babat en Toeban, dat hier een bestaan heeft gevonden bij stalhouderijen, bij de haven en bij verschillende industrieën. De echte Soerabaiasche Javaan is gemakkelijk te onderkennen aan zijn t a a l , welke in intonatie, uitspraak van bepaalde woorden en gebruik van sommige uitdrukkingen belangrijk verschilt van de Javaansche taal van Midden-Java. T i e n , t w i n t i g jaar geleden onderscheidde hij zich door zijn kleeding van zijn rasgenooten van buiten Soerabaia, speciaal van die van Midden-Java. Tegenwoordig is dat u i t e r l i j k verschil echter bijna niet meer te constateeren. D i t moet toegeschreven worden aan de zich sedert wijzigende mode in de inlandsche kleeding (o.a. het gebruik van de „ b l a n k o n " , dat is den in den handel gebrachten, pasklaar gemaakten en op zijn midden-Javaansch vervaardigden hoofddoek, van de pantalon en van de „ k o p i a h " ) . H i e r d o o r is het u i t e r l i j k cachet van den echten Soerabaiaan verloren gegaan, hetgeen betreurd mag worden. Toch is d i t verschijnsel verklaarbaar. H e t gejaagde groote-stadsleven laat zijn invloed ook gelden op het inheemsche deel der bevolking. De haast van den stadsmensch o n t n e e m t hem het geduld zijn hoofddoek op zorgvuldige wijze op te maken. Is het voor hem niet eenvoudiger en vlugger, o m naar zijn „ k o p i a h "


of „ b l a n k o n " t e grijpen ? Toch t r e f t men thans nog — hoewel sporadisch — Soerabaianen van den ouden s t e m pel aan. Z i j n kleederdracht laat zich als volgt beschrijven : een hoofddoek, gedragen op de v/ijze als thans nog gevolgd door het gilde van restaurantbedienden, een gestreken „djas t o e t o e p " , een „saroeng p l e k a t " en een paar „ t r o e m p a h s " (sandalen) ; een z w a r t e parasol c o m p l e t e e r t zijn u i t r u s t i n g . De i n r i c h t i n g van zijn woning verschilt eenigszins m e t die van den Javaan op het platteland of in M i d den-Java. Daar v i n d t men als hoofdversiering het praalbed, de „ a m b e n tengah", hoewel moet worden toegegeven, dat die hoofdversiering, behalve in de Vorstenlanden, hoe langer hoe meer in o n b r u i k raakt. H i e r w o r d t de „ a m b e n t e n g a h " nergens aangetroffen, doch het bezit van twee of meer wandspiegels en een hangklok is de t r o t s van lederen Soerabaiaschen Inheemsche en w o r d t mede aangemerkt als een bewijs van zijn welgesteldheid. Behalve de vooraanstaande intellectueelen, die in de gezonde Europeesche wijken wonen, huist het overige deel der Inheemsche bevolking in de kampongs en in de dessa's, welke binnen de grenzen en aan den rand der stad zijn gelegen. Het verschil tusschen dessa en kampong bestaat hoofdzakelijk h i e r i n , dat de eerste een d o r p m è t en de andere een d o r p zonder bouwgronden is. Soerabaia is eigenlijk een groep van kampongs. Het geheele gebied is in kampongs verdeeld. Het is daaro m onjuist te spreken van de Europeesche wijken en van de kampongs, aangezien de Europeesche wijken ook t o t het gebied van de kampongs behooren, doch het spraakgebruik m a a k t nu eenmaal een onderscheid tusschen beide. Men verstaat onder kampong dan ook alleen dat gedeelte der stad, waarin vele Inheemschen wonen. Aan het hoofd van een kampong staat een „ l o e r a h " , bijgestaan d o o r een „ t j a r i k " (schrijver), een „ k e bajan" (bode), enz. De „ l o e r a h " w o r d t gekozen door de kiesgerechtigden van de dessa of kampong, dat zijn zij —tenminste voor w a t betreft de stadskampongs — die een huis of erf bezitten. In de randdessa's w o r d t het kiesrecht bepaald door het bezit van bouwgronden, sawahs, vischvijver, huis of erf. De kampongs zijn autonome gebiedsdeelen. De bevolking heeft zelf t e zorgen voor het onderhoud van de wegen, gangetjes en slopjes in de kampong. Van lieverlede verliest menige g r o n d b e z i t t e r zijn erf, dat in de meeste gevallen in handen k o m t van niet-lnlanders, hetgeen ten gevolge heeft, dat hij elders zijn huisvesting zoekt of zich tevreden stelt m e t een huurhuisje achter de kamponggangen. In de meeste gevallen koopen de dienstplichtigen in de dessa hun dienstplicht af. Z i j s t o r t e n daarvoor jaarlijks een bepaald bedrag bij het kamponghoofd, voor welk bedrag dan koelies worden gehuurd, ten einde de openbare w e r k e n t e onderhouden. De afkoopgelden w o r d e n in de dessakas gestort. Er zijn kampongs, die duizenden guldens in kas hebben, waarmede de uitgaven voor openbaar nut worden bestreden. Geleidelijk aan heeft een penetratie plaats gehad van niet-lnlanders of Inlanders, die niet dessa-dienstplichtig zijn, b.v. landsdienaren. H e t gevolg hiervan is geweest, dat het aantal kampongplichtige personen zoo niet geheel dan toch voor een zeer belangrijk deet u i t de kampongs is verdwenen. Tengevolge hiervan verdween ook het kampongverband, zoodat w e r k e n van openbaar nut werden verwaarloosd. Z o o k o m t het, dat er in de kampongs ten hemelschreiende toestanden bestaan. De stadsgemeente kon daar niets tegen doen, o m d a t zij s t u i t t e op de a u t o n o m i e van de kampongs. H e t een en ander heeft geleid t o t de opheffing van het dessa- of kampongverband, waardoor de stadsgemeente vrijheid van handelen heeft gekregen. De opheffing heeft plaats gehad op I Januari 1931. Twee specifiek Soerabaiasche adatinstellingen, welke in het Javaansche kampongleven een voorname r o l spelen, zijn de „ s i n o m a n s " en „arisans". De „ s i n o m a n " is een vereeniging van onderling hulpbetoon bij huwelijken, besnijdenis en andere feestelijkheden, sterfgevallen, enz. De vereeniging o m v a t een heele kampong of dessa en in enkele gevallen hoogstens twee kampongs of dessa's. Het k o m t ook weleens voor, dat één kampong twee „ s i n o m a n s " heeft. Vaste contributies w o r d e n niet geheven, doch bij bepaalde gelegenheden w o r d t van de leden een bijdrage gevorderd.


Een groep voormannen der Inheemsche nationalistische beweging, allen leden der Studieclub. H i e r volgen hun namen. I . P a m o e d j i , 2. R. Koesmadi, 3. Roeslan Wongsokoesoemo, 4 . Achmaddjais, 5. D r . Soetomo, 6. T u w a n a k o t t a , 7. M r . D r . Soebroto, 8. R. P. S. Gondokoesoemo, 9. Soebiakto, 10. Soegiarto, I I . T j i n d a r b o e m i , 12. Soendjoto, 13. S o c d i r m a n , 14. S. N g i o n , 15. S. A b d u l l a t i p , 16. T o e k o e l en 17. Lengkong.

Aan het hoofd van een „ s i n o m a n " staat de „kepala sinoman", die in den regel geltozen w o r d t uit de invloedrijl<ste leden van den kampong. leder lid is verplicht, o m bij een sterfgeval uit te komen. Bij belangrijke gelegenheden moet hij persoonlijk hulp verleenen (baoesoekoe), hetzij o m de lijkbaar naar het graf te helpen dragen, het zij o m arbeid t e v e r r i c h t e n bij feesten (gasten bedienen, huis versieren, enz.). H i e r en daar bestaat het boetestelsel, volgens hetwelk ieder l i d , als hij v e r z u i m t diensten te bewijzen, in een boete vervalt. O o k zijn er „sinomans", waarbij afkoop van de verplichting o m op t e

k o m e n , mogelijk

is. In d i t geval is het zenden van een rempla9ant toch nog verplichtend. De „ s i n o m a n " voorziet haar leden bij feestelijke gelegenheden van het noodige servies, van een „ t e r o p " (afdak), van stoelen, tafels en ander huisraad. Hoe onafscheidelijk de „ s i n o m a n " is van het kampongleven van den Soerabaiaan, kan wel het duidelijkst blijken u i t het volgende adatgebruik. W a n n e e r iemand zijn dochter of een naaste vrouwelijke bloedverwant u i t h u w e l i j k t aan een man uit een anderen kampong — uithuwelijking aan een man van denzelfden kampong heeft t e Soerabaia bijna nooit plaats — dan w o r d e n de volgende ceremoniën in acht genomen. De bruidegom, w o r d t door zijn „ b o l o " — dat is in l e t t e r l i j k e n zin „ l e g e r " , in casu zijn leger van bloedverwanten, vrienden en kennissen, — in optocht gebracht naar den kampong van zijn b r u i d . Bij den ingang van den kampong v i n d t hij dezen afgesloten. Aan de andere zijde van de versperring bevindt zich de vader van de b r u i d , bijgestaan door diens „ b o l o " , welke g e v o r m d w o r d t door zijn bloedverwanten en de „ s i n o m a n " .

45


De „kapala sinoman

v o r d e r t van den bruidegom de „plangkah

wates" (grensoverschrijding), een

soort van t o l r e c h t , bedragende f 0 , 5 0 , f !,— of meer. D i t geschiedt, nadat de bruidegom hem gevraagd heeft o m de p o o r t te openen. Het w o r d t soms een loven en bieden, waarbij de noodige kwinkslagen t e n koste van den bruidegom of van den vader van de b r u i d niet van de lucht zijn. O o k gaat het weleens heftig toe. Als de vrede daardoor in gevaar gebracht dreigt te w o r d e n , g r i j p t de vader van de b r u i d in en geeft het teeken, o m de poort te ontsluiten. Deze „ a d a t " was niet alleen in zwang bij de bevolking, maar ook bij de „ p r i j a j a ' s " . Z i j is thans echter in o n b r u i k geraakt. Het k o m t nu slechts sporadisch voor, dat men het gebruik in acht neemt. Men ziet dan ook geen kamponggangen meer, welke van gardoe's (wachthuisjes) en sluitboomen zijn voorzien, hetgeen in de dagen van die „ a d a t " regel was. De „ a r i s a n " is een soort van onderlinge spaarkas. Z i j bestaat meestal u i t niet meer dan 40 a 50 personen. Z i j w o r d t opgericht op i n i t i a t i e f van één persoon, die dan de „ k e p a l a a r i s a n " w o r d t . In deze hoedanigheid kiest hij naast zich een „kebajan arisan". H e t lidmaatschap w o r d t toegekend door den „ k e p a l a a r i s a n " , die de leden uitkiest. Deze behoeven niet van denzelfden kampong te zijn. Z e w o r d e n in den regel gekozen u i t de beter gesitueerden. De „ a r i s a n " w e r k t als volgt: leder lid draagt elke week of maand een te voren vastgesteld bedrag bij, waarvan de „kepala a r i s a n " en de „kebajan " z i j n vrijgesteld. H e t elke week of elke maand gestorte t o t a a l bedrag w o r d t aan één lid uitgekeerd. De eerste en tweede u i t k e e r i n g komen respectievelijk t o e aan den „ k e p a l a a r i s a n " en zijn „ k e b a j a n " . De volgorde der uitkeeringen aan de overige leden w o r d t verder door het l o t bepaald. Een l i d , wiens n u m m e r door het l o t bijv. op 40 is bepaald, moet 40 weken of maanden wachten, voordat hij een u i t k e e r i n g ontvangt. H e t is dan ook bijna regel, dat een lid m e t een dergelijk hoog n u m m e r voor het lidmaatschap bedankt, in welk geval de „kepala a r i s a n " verplicht is de plaats van het uitgetreden lid in t e nemen en zijn bijdrage te betalen, waartegenover echter de reeds bovenvermelde voordeelen staan. Deze „ a r i s a n " bestaat ook thans nog. Behalve de bovengenoemde instellingen, welke op de oude „ a d a t " berusten, bestaan er nog tallooze Inheemsche vereenigingen op velerlei gebied. Naast school-, dans-, sport- en jeugdvereenigingen, heeft men ook politieke vereenigingen en vakvereenigingen. Vele vereenigingen moesten door gebrek aan belangstelling w o r d e n o n t b o n d e n , doch m e t enthousiasme werden en w o r d e n weer nieuwe opgericht. In d i t bestek is het niet doenlijk, o m al die vereenigingen afzonderlijk te beschrijven, ik volsta d a a r o m m e t de v e r m e l d i n g van de voornaamsten daarvan. Boedi O e t o m o (B.O.). Deze vereeniging w e r d in 1908 door eenige vooruitstrevende leerlingen van de S.T.O.V.I.A., onder andere Dr. Soetomo, opgericht. Z i j bezat w e l d r a in bijna den geheelen archipel — ook t e Soerabaia — haar afdeelingen. Lag aanvankelijk haar werkingssfeer buiten de p o l i t i e k — haar doel was: bevordering van de Javaansche c u l t u u r en van de geestelijke en zedelijke verheffing van het Javaansche volk — sedert de instelling van den Volksraad is de p o l i t i e k door den drang der omstandigheden in haar p r o g r a m m a opgenomen. De leden van B.O. zijn overtuigde nationalisten. De Vereeniging heeft echter steeds blijk gegeven van haar goeden w i l , o m in vertegenwoordigende colleges m e t de Regeering samen te w e r k e n . De leden behooren in hoofdzaak t o t de klasse der intellectueelen en die der ambtenaren. H i e r d o o r k o m t het, dat het oordeel der Vereeniging in den regel goed gefundeerd is en dat haar actie en meeningsuiting getemperd zijn. Reeds verscheidene jaren geleden heeft B.O. haar poorten ook voor m i n d e r o n t w i k k e l d e n opengesteld, doch het oorspronkelijk k a r a k t e r van Bond van Javaansche intellectueelen ging geenszins v e r l o r e n . De v o o r z i t t e r van het hoofdbestuur is de oud-Regent van Japara en Gedelegeerde |bij den Volksraad, R. M. A . A . Koesoemo O e t o j o (sedert 1926). In 1927 stelde hij in een a r t i k e l in de „ L o c o m o t i e f " een verhoogde actie op economisch gebied in uitzicht. V e r d e r streeft de Vereeniging naar opvoering van de a c t i v i t e i t en de energie van het Javaansche volk. Langs indirecten weg zal zij pogen, de massa economisch te mobiliseeren en haar t o t a u t o a c t i v i t e i t te p r i k k e len, t e n einde in „self h e l p " haar heil t e vinden.


De plaatselijke afdeeling te Soerabala heeft in den loop der jaren weinig van zich laten hooren. Z i j heeft n o o i t een g r o o t ledental bezeten en geeft thans nagenoeg geen teeken van leven meer. De Sarekat-lslam, later de Partij Sarekat Islam (S.i., later P.S.I.). In 1911 w e r d , onder voorzitterschap van H a d j i Saman Hoedi, onder de Inheemschen t e S o e r a k a r t a e e n vereeniging opgericht, welke den naam droeg van „ S a r e k a t Dagang I s l a m " . De vereeniging beoogde den handel der Inheemschen te bevorderen en te consolideeren. Men hoopte den handel aan de vreemdelingen, in het bijzonder aan deChineezen,te kunnen o n t t r e k k e n . H e t aantal leden van deze vereeniging breidde zich spoedig u i t en bedroeg reeds k o r t e n t i j d na de o p r i c h t i n g eenige duizenden personen. O o k elders op Java — o.a. te Soerabaia — werden plaatselijke afdeelingen opgericht. De heeren T j o k r o a m i n o t o en T j o k r o s o e d a r m o r i c h t t e n hier in hetzelfde jaar een plaatselijke afdeeling van de S.D.!. op, welke w e l d r a een ledental bezat van 25.000. In 1912 ging men over t o t de verwezenlijking van het streven der vereeniging door het openen van t a l van tokotjes. H e t bleek echter spoedig, dat men tegen den meer geroutineerden en handigen Chinees niet concurreeren kon, m e t het gevolg dat men de winkeltjes een voor een moest sluiten. Op 26 Januari 1913 w e r d te Soerabaia, onder voorzitterschap van den heer T j o k r o a m i n o t o , de eerste volksvergadering in Nederlandsch-Indië gehouden. Z i j w e r d door ongeveer 10.000 personen bijgewoond. Op die vergadering w e r d het v o l k het besef bijgebracht, dat men als mensch ook een menschwaardige behandeling verdient. In hetzelfde jaar brak in de machinefabriek Young en Gill een staking uit onder de arbeiders, die lid waren van de S.I., o m d a t hun verzoek, o m op Inlandsch Nieuwjaar m e t verlof te gaan, was geweigerd. In de jaren 1914 en l 9 l 5 t o o n d e de plaatselijke S.I., onder voorzitterschap van een zekeren Soeharijo, een bijzondere a c t i v i t e i t ten opzichte van aangelegenheden, betreffende particuliere landerijen. Zoo werden de opgezetenen dier landerijen opgeruid t o t het niet betalen van hun grondhuur. H e t gevolg hiervan was, dat ongeveer 4000 personen gedupeerd werden, doordat de landheeren krasse maatregelen namen en door beslagleggingen op de bezittingen van de opgezetenen, zich van de betaling van de achterstallige grondhuren verzekerden. De bevolking k w a m tenslotte t o t het besef, dat zij o m den t u i n geleid was. De gewetenlooze volksleider Soeharijo nam wijselijk de w i j k naar Demak. In 1914 had de S.I. toch eenig succes te boeken m e t de o p r i c h t i n g van de Kartini-school te Soerabaia, een onderwijsinrichting, waar speciaal aan Inheemsche meisjes lager onderwijs w o r d t gegeven. Die school had een afzonderlijk bestuur, waarin o.a. z i t t i n g namen de heeren Wondosoedirdjo als v o o r z i t t e r en Roeslan Wongsokoesoemo als secretaris. Aanvankelijk had men m e t groote moeilijkheden te k a m p e n ; vele ouders waren nog zeer conservatief en dachten er niet aan hun dochters eenig onderwijs te geven. Ze waren van méening, dat meisjes huisvrouwen moesten worden en dat het niet noodig was o m hen te leeren lezen en schrijven. H i e r d o o r k w a m het, dat de Kartinischool in den beginne slechts weinig leerlingen had, doch de oprichters lieten zich niet ontmoedigen. Men slaagde er in — o.a. door het maken van propaganda — de belangstelling in de onderwijsinrichting te doen toenemen, m e t gevolg, dat het aantal leerlingen t o e n a m . In 1918 w e r d aan de Kartinischoolvereeniging rechtspersoonlijkheid toegekend en w e r d de school d o o r de Regeering gesubsidieerd. W a s het onderwijs in den beginne gelijk aan dat der tweede klasse Inlandsche school, thans is het opgevoerd t o t het peil der Hollandsch-lnlandsche school. De onderwijsinrichting t e l t nu 7 klassen. A a n het hoofd staat een bevoegde leerkracht. H e t aantal leerlingen bedraagt ongeveer 150. Zooals de naam Sarekat Dagang Islam aanduidt, werd het zwaartepunt destijds gelegd op de actie in economische richting, doch al spoedig begon men aan politiek te doen. D i t had t o t gevolg dat de naam in dien van „Sarekat I s l a m " w e r d gewijzigd. H e t politieke streven der vereeniging w e r d gericht op het verkrijgen van meer staatkundige rechten voor de Inheemsche bevolking. De politieke organisatie deed in haar actie steeds van haar revolutionnair karakter blijken. Haar aandeel in de beruchte Tjimareme-zaak (1918), tengevolge waarvan haar leiders T j o k r o a m i n o t o en Sosrokardono in 1921 strafrechterlijk werden vervolgd, ligt nog versch in het geheugen.


Door haar a v o n t u u r l i j k e en gevaarlijke p o l i t i e k , w a a r i n de S.l. zich gedurende vele jaren had laten meeslepen, had de hoofdleiding de meer rustig-godsdienstige elementen van zich v e r v r e e m d . Felle aanvallen, ook van de zijde van haar concurrent, de P.K.I. (Partai K o m m u n i s Indonesia), werden gericht op het a d m i n i s t r a t i e f en financieel beleid van den v o o r z i t t e r en van andere leiders. Het contact m e t de afdeelingen w e r d niet voldoende onderhouden. Een en ander was oorzaak van het verloop van vele plaatselijke afdeelingen. Een periode van inzinking t r a d in en het kostte T j o k r o a m i n o t o en andere leiders groote inspanning o m de oude geestdrift te doen oplaaien. Een periode van volslagen inertie t r a d in. T j o k r o a m i n o t o verdween bijna geheel van het tooneel. W e l i s w a a r w e r d in Augustus 1924 te Soerabaia een congres gehouden, doch een periode van opleving t r a d niet in. De interesse van het volk r i c h t t e zich in sterke m a t e op de P.K.I., die de locale afdeelingen der S.l. d o o r celvorming rood kleurde en vervolgens geheel t o t zich t r o k als „Sarekat Rajat". W a t de S.l. zelve in het openbaar deed, bepaalde zich t o t eenige propaganda. W a t zij bereikte, was de o m z e t t i n g van de S.l. in 1925 en 1926 in een Partij S.l. (P.S.I.). Een „ D e p a r t e m e n t van Nationaal Onderwijs en Volksopvoeding" w e r d gesticht, dat ten doel had nieuwe scholen op te richten van het H.I.S.-type op nationalen en Mohammedaanschen grondslag. In 1927, toen de organisatie der P.K.I. en de daarmede samenhangende vereenigingen, waaronder bijna de geheele Inheemsche vakbeweging, vernietigd was, t r a d voor de S.l. een nieuwe phase van p o l i t i e k leven in. Op het congres te Pekalongan in Januari 1927 w e r d besloten, zich meer te wijden aan de nationaalIndonesische beweging. Het doel van de P.S.I. is thans : „ d e Islam te verbreiden en te versterken, banden m e t andere bewegingen in Ned.-indië aan te knoopen en voorts landbouw, nijverheid en handel te verheffen". De plaatselijke afdeeling der P.S.I. t e Soerabaia wist zich d o o r alle s t o r m e n heen t e handhaven. Van 1922 af staat zij onder leiding van den v o o r z i t t e r W o n d o s o e d i r d j o . In Maart 1931 w e r d hier een congres gehouden, waarbij de plaatselijke afdeeling als gastvrouw o p t r a d . De Mohammedaansch godsdienstige vereeniging „ M o h a m m a d i j a h " is opgericht in 1912 en stelt zich t e n doel : a.

Het bevorderen van onderwijs en studie van de Mohammedaansche godsdienstleer in Ned.-indië en

b.

Bevordering van het godsdienstig leven onder haar leden.

Reeds spoedig na de o p r i c h t i n g legde de vereeniging zich t o e op de bevordering van het onderwijs en van weezen-, a r m e n - en ziekenzorg. Z i j breidde zich onder de energieke leiding van haar stichter en voorz i t t e r H a d j i Dachlan en na diens dood van H a d j i I b r a h i m en H. Faihroedin gestadig uit. Overal werden afdeelingen opgericht en overal toonde zij haar groote a c t i v i t e i t , waarbij de p o l i t i e k buiten haar werkingssfeer w e r d gelaten. W a t zij elders in Ned.-indië aan zichtbare resultaten op het gebied van onderwijs en van weezen-, a r m e n - en ziekenzorg heeft bereikt, d w i n g t ieders bewondering af. Te Soerabaia heeft de Vereeniging haar H. l.-scholen m e t den Koran (voor jongens en meisjes) en haar poliklinieken. Aan die poliklinieken zijn dr. Sardjono en dr. Soetomo verbonden. Die instellingen zijn bij de bevolking zeer populair ; in 1929 telden zij 16761 patiënten tegen 13587 in 1928. Het aantal patiënten neemt nog steeds gestadig toe. In tegenstelling m e t de zeer rustig werkende M o h a m m a d i j a h is de P.K.I. de meest revolutionnaire vereeniging geweest, welke Ned.-indië o o i t heeft gekend. Z i j w e r k t e onder het vaandel van de Russische Sovjet Republiek en wist over geheel Indië — vaak door i n t i m i d a t i e — een grooten aanhang t e verkrijgen. O o k Soerabaia heeft van dat streven t e lijden gehad. H i e r maakte de vereeniging zich meester van de Inheemsche vakbeweging en bezorgde de Europeesche bedrijven g r o o t ongerief. In de Novemberdagen van 1926 brak een door de P.K.I. op t o u w gezette opstand tegen het NederlandschIndisch gezag uit, welke eindigde m e t de veroordeeling en interneering te Boven-Digoel van vele van haar voornaamste leiders en leden. De vereeniging w e r d verboden en verdween van het politieke tooneel. Als er een Inheemsche corporatie is geweest, welke zich over een groote belangstelling van velen, van Regeering en Volksraad, van Kamerleden, van Volkenbondskringen, ja zelfs van het buitenland heeft mogen


T a t i o « n k©-;2. ABONNEMENTEN. D«l«in NegeH f S, - 1 «ekwir L o u r Negeri I 7,50 i taal ADVERTENTIES • P t r biriB . . . . .

f 0,40

(S«dlk)t-<IlkftnJa to baHa) Kftblr familie, amal dan tontoiwn

r 2,50 (per 10 barte).

f t a b o MA A p r i l i 9 a a .

soEARA Mmm

Berlatigganan tarief speciaal.

DAGBLAD NASIONAL OENTOEK

Hoo.'dradaotaun (l, T TJINDARBOEMl

LEMBAR PERTAMA

Hoofdredacteur

M]'2 L ^ m b A f f - . N o . t 0 a .

kita.

Dihoekoem 1 tahoon 8 boeI an Setelah hoofdredacteur kita ini harl perkarania habtB dipenksa ol9h Landraad, maka hakim laloe m»nd)atoehkan hoekoeman padanja t t a h o e n 8 b o e l a n d«ngan dapat potongan selama ada dalam tahanan preventief Pepsreksaan atas itoe perkara pembatja diperetlahkan mombatfa dl lam bagian

Pemandangan: MvnghormatI kawankos TJifld^r-Boiml lal barl bagl klia jang mempoeojal pcfboeboeogao erat deogao Soeara Oemoem, adalah barl jang loear blasa Bockaakab barl lal, perkara Hoofd' redictfur kita saud"*a l Tjindar-Boeml •kan dl prik» dlmoeka Hakim T i fioekiQ ladja bagl kita. bail lol adslab bail jang peDClng. poen bag| laudara-aaudara kita jaog sedai apalagl bagl mrrcka jaog mcopelDdjaEl akan kctlerdaiiD dar! keadaaa tanah alt kita Inl, bait lul, akaa meDorlk peibatiiDnfa dloeg* • • • r I J Al C-,«..U.). I«l U.*l abitn

(didalam tabtuaa prevcnUeOi

tcntang hal Inl amat kakoenfa blngga peddjagaan dan pemelfbaraaa oraog orcog lang terpcilkia oleb pegawal politji Itoe berionia wocd|oeda|a tldak ada bedanja, pemeiibaraao antara t Tjindar BoamI mltsaloja dorgia orang pemboeaoeb, toekang t[opet dan pentjocri' Keadaan Inilab jaag oenjebakan, mtnjedibkaa dao meolakltkan ball kita Saudata kita TlIndsr-BoEml leioedabnfa dlbawa kc Hoofdbuiefu van Politie, goena dlprlkaa pcrkaranja oenderlta kesnkltan labli dao batlo jang meloekal bocloe bsti kita oemoemala Didelam pcnabinan Itoe aaudara kita baroei berlldoei di ataa djo-bla, tldak ber kelambor, memakal aeodok daa porok tldak dlldzlokao Pendek kat>, sebeloemnja teiojata kesslBbaonla, saudara kita soedah meodapat boekoemao lang berat plkoelaciDla IniUb aoFatoe keadaaa dan kedjadlan JaOQ soeaggoeb* socoggoeb tldak sesoeal dsngan slkep pcmetlotah oeget'. |ang humaan, Jang meogirgiti kemaooeilpan tcrbadap mereka j^og soedab teroJBia salabnja Ada lagl |asg menlcselkaa kfta, teibadap naslb aaudara kita T Tjlndaf Boeml Itoe Saudara kl'a beroemab tangga, nempoenlal anak -aaak jaog bersckolab, betknwio deogan poeteil laag terpeladjar, (Ooderwtjzeies dengan Hoofd acte), dan laoak - saudaranja berpanykat poela. Dllibatdsrl soedoet Inl banjaklab peogharapan jaog aeuJara Tjlodsr Eoeml la akan melarikao dlrlD|a, kalau bel'su ditabao d loear boet Poen kita |akla. Jong saudara Tflrdar Boeml ta' akan betboeat aoeatoe apa, sebeloemala pet' karaoja dlprlksa dimoeka Hakim. blngga kita bertaola, perloekab saudara kita Toean Tjlndcr Boeml Itoe dikoerorng didalam boel ? Bagalcnaaapoea djoega, tabaoan soe^ dab terdjadi, baianoksll pegawal negerl

Directeur > A. P S

Mingapakali tlsda terrtoeng lisniaknia drang sakit lang menoMtgoa-noenggos temboshnia ? Oleh ilbab mareka tiadak taoe, babwa

7 P

D E O C C U L T E GENEESWIJZE (PENQ03ATAN OENGAN

KEKOEATAN

GAIB)

lang dUakoekan dl KEBRAO N 255 (d«kat Soerabaja) Telefoon No 29 Spd SEP A N D J A N G akaa mclepaskan mareka deogan segera darl peujaklt atau sakitoja D|aiQ

INDONESIA.

bl t [ a ra

HarlkerdlaidJamS' 10 pagl „ 6 aore 8 mateai Harl Mlnggoe dao barl Ra)a dfam 8 - 1 a l a o g „ 5 aore - 8 maleo) D a n d j o e g a bisa dab b e r m o e f a k a t doeIoe

sesoe ieblb 522-5a

Saat pertjobaajr Didalam Hoofdartikel kita kemaren, tclsb kita teraogkan dengaa pandjang lebar, bet^pa Pers poetlb aekaraog semata nata bermakaoed mempeogaroebl sikap Pemerlotah terbadap pada kUa P*rhn»aran lann hrnla{ rnpna

GONDOKOESOEMO

vergadering Itoe btroes dl corlgeer jang keraa, dan baroea diteraogkao padaoja babwa mereka barocs memberi periolongao jang iclocaa - loeasoja didalam pemerekaaan, dan kalau tiada akan mendapat ontslag Tetapl jang dilaap darl djempolao jaltoe babwa oleb p>lji|l disaoa pfroah dlkatakao jang dl Trenggalek tIada ada corrupt e sedang ondfrzoek •ebetocln|a banfa dapat dlmlnta pada YaWereenlgingen, [aog akao menjoe tjlkan tjoetjlao jaog kotor dalam kalangao arodlil, sedang dalam Pemimptn Maart 1933 No 9 kita dapai batja I , In ontt motie bebben wlf duidelijk gefotmuleerd, dat een ondfizoek na ir corrupte toestanden In t prlDs'pleele Rtreven l'gt van de P P B B eo de V A i B maar dat Indien er werke'ljk termen beslaan voor oodcrzoek, d't m baadto d'eoal gesteld te worden lo banden van Iemand, op wiens baodel eo wandel oleis aan te merken valt (en wij zouden kuoneo toevoegen) en wiena repucatia ongejcboodeo Is ' Kallmat Inl dengan sengad'a tIada kita sallD Dlslol kita llbat babwa ambtenareo Trenggalek tIada akan mengbalang - balaogl aoeatoe pemeilksaan, tIada mlota aoepala vakvereeolging jang mengadakao penjelldikao, akan tetapf mempfoteat tentang ultvoerdernla pemerlkaaao jang tablat-tablata|a d|oega tjoekorp dlterangkao dalam soerat kepada toean Realdent Kedirl Blackhit beloem babfa, nommer liga adalab ambtenaren dl daerah Sldo«rd)o Tentang mereka dlCoellst „Kita Ingalkao babwa Inlandacb Bestuur didaetab Itoe telab «verg ftlgd ' aemoea oleb leiden Itoe [P B I Roekoen Tam ' M 7 | kepala jang aenjatanja disicoe adalab leldera tadl Laln-Ialo t|ai|ian terbadap

PENERBIT. N V Handel MIJ t St DruUktrlJ

KANTOOR. Boeboetan (Paviljoen ü N I) S o e r a b a l B. TELFFOONS. Redactie dan Adm

Z 3489

Hootdred (roemah)

Z 3438

DALAM NEGERI. OnderwijSGommissioVoorilttainla 'oem didapat

be-

Sampal aekaraog pemerantah mailh sad|a beloem blaa mendapatkao aatoa orang darl kalaogan ambtenaar-ambtenaar tloggl boeat mend|abat voorxltteiacbap boeat Oodeiwijicommlaile Soenggoab tldak adan|a «olmo boeat d|abaIao voorzitter darl Itoe Ooderwljscommlssla bIsa dlmcngaitl Soesoenanoja Oadarwijtcommiulc Itoe neooeroet / Bode ada itpettl berlkoet, dan terlebib doetoe diaeboct ledeo darl Volkaroad |aog doedoek didaUmola M r vao Helsdingeo. de Hoog. Kao, Koeaoemo Oetoyo, De Dreu M i Hart, Moood de Fcoldrvllle. Thamrio, W i raoatakoeaocma dan D i Wolff Kemoedlan toeao-loean i M I Muller, rector dail Lyceum dl ' Batavia. Van Kalken, paatooi dl Dlokjakarta Dr Slotemakei de Bruine, zendlogaconaul Geurtf, Inapecteur Inl Ooderwlji dl Batavia It Levedag.aod dirrcteurdail H B 3 dl Semarang. Popping directeur darl K W , S dl Batavia Schmidl plv Inapecteur EuroopctKb Onderwijl dl Semaiaog

Pertenoenan di ^

Sumatra.

Peagbaiapao-peag-

De frontpagina van de „Soeara Oemoem". Dit „Dagblad nasional oentoek Indonesia", verschijnend sinds A p r i l 1930, beoogt het gewone volk t o t lezen te brengen. Directeur is de heer R. P. S. Gondokoesoemo. De hoofdredacteur, de heer R. T. Tjindarboemi, zat bij het verschijnen van dit nummer (26 April 1933), zooals uit de wel wat vreemd aandoende vermelding inden „ k o p " blijkt, in preventieve hechtenis. Op denzelfden dag werd hij, wegens het publiceeren van ontoelaatbare uitdrukkingen inzake het opzienbarende geval van muiterij aan boord van den kruiser ,,Zeven Provinciën", t o t een gevangenisstraf van I jaar en 8 maanden veroordeeld. Het bericht in den linker bovenhoek en de beide volgende hoofdartikelen zijn aan de zaak van den heer Tjindarboemi gewijd. De abonnementsprijs van het blad bedraagt f 6 , — per kwartaal.

verheugen, dan is het zeker de Indonesische Studieclub t e Soerabaia geweest. Deze w e r d op I I Juli 1924 opgericht. De bevolking had het v e r t r o u w e n in sommige leiders der Inheemsche beweging verloren, onder meer omdat

men langzamerhand t o t het besef was gekomen, dat sommige leiders slechts quasi in het belang

van het volk hun a c t i v i t e i t hadden getoond, doch in werkelijkheid het volk als object van eigen materieel gewin hadden m i s b r u i k t . Met het v e r t r o u w e n in de leiders was ook het v e r t r o u w e n in de intellectueelen m i n of meer verloren gegaan. De oprichters van de nieuwe vereeniging zagen in, dat een andere weg moest worden ingeslagen, wilde men t e n behoeve van het volk n u t t i g werkzaam zijn, doch voor alles moest het verloren v e r t r o u w e n worden herwonnen. Een innerlijke band diende t e worden gelegd tusschen de intellectueelen en het volk, waardoor voeling tusschen beide partijen op intensieve wijze kon worden verkregen, maar voor alles moest aan het volk van de zijde der intellectueelen het bewijs worden geleverd, dat men de belangen van het volk metterdaad w i l d e behartigen, desnoods m e t opoffering van eigen belang en voordeel. Bezield door d i t principe, neergelegd in a r t i k e l 3 der Statuten, toog men aan den arbeid. In het bestuur van de Studieclub namen o.a. z i t t i n g : Dr. R. Soetomo ( v o o r z i t t e r ) , Mr. R. P. Singgih (secretaris), M. Soendjot o (penningmeester), R. M. Hario Soejono en R. Gondokoesoemo (leden).

49


De eerste daad van de nieuwe vereeniging was de intellectueelen aan elkander t e binden t o t één broederschap, o m zoodoende te geraken t o t v o r m i n g van een algemeene leiding t e r bevordering van het zedelijk en geestelijk peil en der stoffelijke welvaart van het volk. In die broederschap van intellectueelen stelt men zich niet alleen t o t taak de nooden en behoeften van het volk te bestudeeren, maar ook is het streven er op gericht, den intellectueelen gemeenschapsbesef en p o l i t i e k inzicht bij te brengen en door bespreking van belangrijke nationale vraagstukken en Indische problemen hen te bewegen t o t gemeenschappelijken constructieven arbeid. Als leden mogen t o e t r e d e n alle inheemsche intellectueelen zonder onderscheid van godsdienst of politieke overtuiging en zonder partijverband, intellectueelen, die u i t liefde voor land en v o l k zich gedrongen voelen o m zich aaneen t e sluiten. De Studieclub heeft men geplaatst boven en buiten de partijen door de kopstukken van alle t o e n t e r t i j d in Soerabaia bestaande politieke vereenigingen aSs leden op t e nemen. T o t goed begrip van de zaak dient te worden medegedeeld, dat tusschen de vereenigingen onderling de g r o o t s t mogelijke a n i m o s i t e i t bestond als gevolg van beperkten partijgeest ; zij w e r k t e n elkaar tegen en t r a c h t t e n elkaar t e verzwakken door elkaar leden afhandig te maken. Dat d i t geen gezonde toestand was, w e r d door de Studieclub juist ingezien en door de vooraanstaande personen u i t die vereenigingen in haar gelederen op te nemen, beoogde zij de tweedracht t e breken, hetgeen voor de vereenigingen zelve niet anders als van goeden invloed kon zijn. O p die wijze w e r d v o o r t d u r e n d contact verkregen m e t de destijds bestaande politieke en andere organisaties, zooals de P.K.I., S.i., M o h a m m a d i j a h , Sarekat A m b o n , Sarekat Madoera, Sarekat Minahassa, enz, waardoor het mogelijk w e r d dat, indien aan een of anderen socialen maatregel behoefte bestond, de taak o m aan deze behoefte te voldoen, aan een dier vereenigingen kon w o r d e n opgedragen. Z o o w e r d aan de Mohammedaansch godsdienstige vereeniging Mohammadijah de taak toegewezen om

i

poliklinieken te Soerabaia op t e r i c h t e n , waarvan Mohammadijah zich op verdienstelijke wijze heeft

gekweten. H e t uitgangspunt van de Studieclub is de groot-Indonesische gedachte. Een vast p o l i t i e k p r o g r a m m a

j

w o r d t niet gevolgd, doch haar p o l i t i e k is zuiver o p p o r t u n ' s t i s c h , waarbij alles w o r d t beheerscht door de vraag, hoe het volk op de beste wijze te dienen. In de Studieclub v i n d t men naast vele tegenstanders van samenwerking m e t de Regeering, ook meer gematigde elementen — onder wie dr. Soetomo — die samenwerking niet principieel weigeren.

I

Bij den arbeid gaat de vereeniging van de volgende grondgedachte u i t : Het volk kan men niet m e t theoretische beschouwingen, doch alleen m e t reëele voorbeelden overtuigen en in den opbouw der maatschappij betrekken. W o r d t het een of andere doel nagestreefd, dan w o r d t het betreffende vraagstuk in studie genomen. W a n n e e r het oogenblik voor een proefneming gekomen is, w o r d t de leiding van de onderneming aan bepaalde leden opgedragen. Slaagt de proef, dan t r e e d t de Studieclub t e n behoeve van de eigen organisatie t e r u g . De instellingen welke in het leven zijn geroepen, krijgen een zelfstandig bestaan m e t een eigen bestuur en zoo noodig m e t eigen rechtspersoonlijkheid. De leden krijgen dan de handen v r i j voor nieuwe proeven. Z i j hebben individueel, of in commissies vereenigd, hun speciale taak. De Studieclub heeft o.m. de volgende commissies : Ie. 2e,

Een commissie v o o r de bestudeering van het adatrecht ; Een commissie voor de bestudeering van het vraagstuk der kinderhuwelijken, in deze commissie hadden destijds zoowel d o k t o r e n als juristen en godsdienstleeraren ( k i j a h i W a h a b

en

kijahi

Mangsoer) z i t t i n g ; 3e.

Een commissie voor het onderhouden van het contact m e t alle p o l i t i e k e vereenigingen ;

4e,

Een propaganda-commissie en

5e,

Een commissie voor de behartiging van gemeenteraadsaangelegenheden.

W a t de gemeenteraadsaangelegenheden betreft moge hier terloops worden v e r m e l d , dat men bepaalde grieven had tegen de p o l i t i e k van den Soerabaiaschen gemeenteraad, welke zich destijds openbaarde in een t o t a l e negatie van cardinale belangen van de Inheemsche bevolking (b,v, kampongzorg, onderwijs, waterprijzen, rooilijnen, enz,).

50

i


Die grieven bepaalden de houding van de leden, die aanvanl<elijk in het College z i t t i n g hadden v o o r het meerendeel kopstukken der Studieclub. Z i j kwamen t o t de overtuiging, dat zij hun krachten

beter

buiten het College konden aanwenden, daar zij van hun arbeid in den gemeenteraad geen heil meer verwachtten. Z i j wachtten slechts op een geschikt oogenblik, dat er aanleiding zou zijn, o m en bloc u i t den Raad te t r e d e n . D i t oogenblik deed zich voor bij de benoeming t o t wethouder van het gemeenteraadslid Mr. A . van Gennep, die bij de Inheemschen o m verschillende redenen, die hier niet t e r zake doen, geen persona g r a t a was. H e t gevolg was, dat alle Inheemsche leden, die tevens bijna allen bestuursleden waren van de Studieclub, en bloc aftraden. H e t waren de heeren : Dr. R. Soetomo, M. Soendjoto, R. M. H a r i o Soejono en R. Sastrowinangoen. Als u i t i n g van de door de Studieclub gehuldigde opvatting van gemeenteraadsaangelegenheden, m o e t de o p r i c h t i n g genoemd worden van den „ S i n o m a n Raad". ( W a t „ s i n o m a n s " zijn, w e r d reeds medegedeeld.) De Studieclub heeft in 1929 alle bestuurders van de „ s i n o m a n s " in één lichaam vereenigd onder den naam van Sinoman-Raad. Deze instelling beoogde door eigen werkzaamheid verbeteringen aan te brengen in de toestanden van de kampongs. Later w e r d de Sinoman-Raad omgedoopt in : „Gemeenteraad Bangsa Indonesia". V o o r z i t t e r is de heer M. Soendjoto. H e t eerste orgaan der Studieclub was de „Soeloeh Indonesia", een maandblad, dat in het Hollandsch en Maleisch w e r d uitgegeven en speciaal bestemd was voor belangstellende intellectueele Inheemschen en Europeanen. Na de samensmelting m e t het orgaan van de Bandoengsche Studieclub, w e r d het omgedoopt in : „Soeloeh Indonesia Moeda". H e t telde in 1928 ongeveer 1500 abonné's. Later w e r d de behoefte gevoeld, o m de idealen van de Studieclub nog op andere wijze ingang te doen vinden, als door het houden van openbare vergaderingen, welke in verband m e t haar plaatselijk k a r a k t e r niet voldoende effect sorteerden. Daarom w e r d het volksblad „Soeloeh Rajat Indonesia" (Sri) opgericht. H e t aantal abonné's bedroeg in 1928 r u i m 1000. De inhoud van de Sri k w a m langzamerhand op een hoog, voor de p r i m i t i e v e massa zelfs een tè hoog peil te staan, zoodat het niet meer aan het oorspronkelijke doel beantwoordde. Naar aanleidinghiervan besloot men einde 1929 t o t de uitgifte van het volksblad de „Soeara O e m o e m " ( Z i e verder hieronder.) Zichtbare

resultaten heeft de Studieclub sedert haar o p r i c h t i n g mogen boeken, t e r w i j l zij uiteraard

ook niet van mislukkingen verschoond is gebleven, dikwijls zelfs na groote financieele offers. De benoodigde fondsen worden echter steeds door de leden zelf bijeengebracht. Onder meer werden opgericht : een adviesbureau voor de bestrijding van den woeker en voor de opr i c h t i n g van coöperatieve vereenigingen. H e t bureau kreeg reeds spoedig een omvangrijke taak. Z o o w e l in het volksblad der Club, de „Soeara O e m o e m " , als in het openbaar en in kleinen k r i n g geven deskundigen m e t stijgend succes v o o r l i c h t i n g o m t r e n t coöperatie, waarmede tevens aan een steeds algemeener wordende vraag tegemoetgekomen w o r d t . De ervaringen, welke m e t d i t bureau werden opgedaan, heeft het bestuur van de Club de overtuiging geschonken, dat hier te lande door coöperatie wonderen kunnen worden v e r r i c h t . De v o o r z i t t e r d r u k t e zich eens als volgt u i t : „ D e Regeering zou m e t behulp van het particulier inheemsch i n i t i a t i e f ontegenzeggelijk heel w a t groots t o t stand kunnen brengen". De Club waarschuwt m e t evenveel k l e m tegen ambtelijke bemoeizucht en a m b t e l i j k f o r m a l i s m e , als zij aandringt op ambtelijke v o o r l i c h t i n g en, waar noodig, op steun van Overheidswege. V e r d e r k w a m t o t stand een adviesbureau voor de vakbeweging, dat adviezen geeft aan vakvereenigingen en haar besturen, 14-daagsche cursussen op twee plaatsen organiseert en medewerkt aan de bijzondere cursussen v o o r reeds bestaande vakvereenigingen („Sarekat Chauffeur Indonesia", „ B o n d van Letterz e t t e r s " , „ B o n d van Personeel der O.J.S." en „Djongosbond"). De stichter van het bureau omschrijft zijn taak a l s v o l g t : „bewust maken der massa, bijbrengen van algemeene o n t w i k k e l i n g , v o r m i n g van bestuursleden en leden, die hun plichten en rechten kennen en doen eerbiedigen, aankweeken van liefde voor het w e r k en opleggen van den spaarplicht." De binnengekomen spaargelden en contributies worden terstond gestort bij de „ B a n k Nasional Indonesia", die ook van eenige vereenigingen het geheele geldelijke beheer v o e r t .


De v o o r z i t t e r der Studieclub deed een leidraad voor vakvereenigingsmannen verschijnen, de „ P e n j o e l o e h " , waarin de Noord-Europeesche vakvereenigingstactiek w o r d t aangeprezen en het Fransch Syndicalisme evenals de communistische methode w o r d e n v e r w o r p e n . Tenslotte w e r d ook nog een klachtenburipau opgericht, dat v o o r l i c h t i n g geeft aan vereenigingen en bijzondere personen, onder meer betreffende: zaken m e t de gemeente, ontslag zonder vergoeding, belastingzaken, moeilijkheden op p a r t i c u l i e r e landerijen, klachten over ruv/e behandeling d o o r de p o l i t i e , idem door werkgevers en zaken m e t woekeraars. Uitgaande van het beginsel der Studieclub, dat zelfstandigheid moet w o r d e n aangekweekt, beperkt het bureau zich t o t v o o r l i c h t i n g der hulpzoekenden, die zich verder zelf moeten helpen. De overige werkzaamheden en instellingen der Studieclub o m v a t t e n o.m. het volgende : H e t clubgebouw der vereeniging bevat een lees- en muziekzaal en een b i l j a r t k a m e r , v o o r n a m e l i j k ten behoeve van de georganiseerde jeugd. V e r d e r staat het t e r beschikking van alle te Soerabaia bestaande vereenigingen van Inheemschen, voor het houden van lezingen, vergaderingen, cursussen en het geven van uitvoeringen, t e r w i j l ook de I.S.D.P. er eenige malen vergaderde. Men is bezig fondsen te verzamelen voor het stichten van een passend clubgebouw. I ) V o o r de bestrijding van het analphabetisme heeft de Club een uiterst eenvoudige leidraad uitgegeven, die veel aftrek vond. Het daarbij gevolgde ongewone transcriptiesysteem schijnt echter een overwegend bezwaar t e zijn voor het bereiken van het beoogde doel. D i t is : aan volwassen eenvoudige lieden alleen het lezen te leeren, niet het schrijven, dat zij toch spoedig verleeren. V o o r t s worden door een c o m i t é van de Studieclub voorbereidingen getroffen voor het geven van avondcursussen in enkele schoolgebouwen te Soerabaia en wel in het lezen, Nederlandsch, Maleisch, boekhouden en Engelsch, t e r w i j l voor de bestrijding van het analphabetisme ook huisbezoeken zullen worden afgelegd. De georganiseerde onderwijzers ( „ P e r s e r i k a t a n Goeroe H i n d i a Belanda" en „ P e r s e r i k a t a n Goeroe Bantoe") hebben zich hiervoor beschikbaar gesteld. H e t blad, de „Soeara O e m o e m " , in het laag javaansch m e t Latijnsche karakters uitgegeven (sinds den aanvang, n.l. A p r i l 1930, driemaal 's weeks, later dagelijks verschijnend), beoogt het gewone volk t o t lezen te brengen. Volgens den o p r i c h t e r staat het blad buiten en boven alle politieke partijen ; het geeft v o o r l i c h t i n g , v o o r n a m e l i j k op economisch gebied en spoort aan t o t zelfwerkzaamheid en zelfkennis, waardoor men zelfordening hoopt te bereiken. Het mag dan ook alleen a r t i k e l e n van opbouwende s t r e k k i n g bevatten. 2) H e t aantal lezers is reeds t o t ongeveer 2500 gestegen, waarvan ca. 1000 buiten de stad wonen. Er zijn I I agenten voor den verkoop aangesteld. Men kan zich slechts bij v o o r u i t b e t a l i n g op het blad abonneeren. De snelle stijging van het aantal lezers baart in het bedrijf moeilijkheden. Men heeft slechts de beschikking over een d r i e t a l eenvoudige handpersen, m e t behulp waarvan de tijdschriften, brochures en s t r o o i b i l j e t ten van de Club g e d r u k t moeten w o r d e n . 3) Het oude blaadje van de Club, de „Soeloeh Ra'jat Indonesia", t e l t 1200 abonné's, van wie er 800 buiten Soerabaia wonen. H e t gaat, zooals boven reeds w e r d o p g e m e r k t , voor de massa te hoog en het is voor de Westersch gevormde intellectueelen door het gebruik van de Maleische taal betrekkelijk m o e i l i j k te begrijpen, t e r w i j l voor hen de inhoud te oppervlakkig is. H e t bevat nuttige a r t i k e l e n , doch de onbeheerschte t o o n en de onredelijkheid van den inhoud veler gedichten, waarmede het w o r d t geopend, doet zeer onaangenaam aan. Opgericht werden de internaten voor jongens van „Perlindoengan Peladjar", waarvan dat aan den. Julianaboulevard, later verplaatst naar Gedonganjar, voor meer bemiddelden (kostgeld f 40,— per maand) en dat te Soeloeng voor minder-gesitueerden (kostgeld f 25,— per maand) bestemd is. 1) H e t nieuwe clubgebouw („Gedong Nasional") op Boeboetan w e r d gedurende de

Kerstdagen 1931 geopend

met

het

eerste „Indonesia Raja"-congres, waaraan alle Inheemsche politieke vereenigingen d e e l n a m e n en dat t o t doel had o m voor één g r o o t ( = raja) „Indonesia" t e ijveren. 2 ) D a t m e n zich niet altijd aan d i t hooge beginsel heeft gehouden, kan o . m . blijken uit het f e i t , dat de hoofdredacteur van het blad in Februari 1933 op last van den procureur-generaal door de politie w e r d aangehouden, in verband m e t de publicatie van o n t o e l a a t b a r e u i t d r u k k i n g e n , inzake het opzien barende geval van m u i t e r i j aan boord van den kruiser „ Z e v e n Provinciën". 3) Sinds O c t o b e r 1930 heeft de Studieclub voor de „Soeara O e m o e m " , die een oplaag heeft van plusminus 6 7 0 0 e x e m p l a r e n , t w e e snelpersen aangeschaft, w e l k e electrisch gedreven w o r d e n .


Een Inlandsch weefstertje van de „Sekola Tenoen" (Inheemsche Weefschool) op Plampitan voor haar weefstoel. Deze onderwijsinrichting, v/eli<e door de Indonesische Studieclub te Soerabaia in 1929 werd opgericht, heeft in den loop der jaren reeds vele geroutineerde handweefsters opgeleid en afgeleverd. Deze kunnen, in haar dessa's teruggekeerd, in de plaatselijke behoafte aan geweven goederen geheel of gedeeltelijk voorzien, op haar beurt inde moderne handweefkunst onderricht geven en zoodoende een behoorlijk bestaan vinden. Met de oprichting van de Weefschool hebben de Inheemsche intellectueelen van de Studieclub verdienstelijken opbouwenden arbeid verricht, welke — jammer genoeg — door vele Europeanen nog te weinig gekend en daarom onvoldoende gewaardeerd wordt. (Foto Isken.)

Van den aanvang af is het de bedoeling geweest, geen rasverschil te maken ; zoowel Europeesche als Chineesche en Inheemsche jongelieden vinden er een plaats. In het bestuur der Soerabaiasche Internaatsvereeniging hebben naast Inheemschen ook Europeanen z i t t i n g genomen. V o o r het internaat te Soeloeng w e r d een fonds gevormd, dat later voor den bouw van een nieuw Tehuis w e r d aangewend. „ P o e t r i Boedi Sedjati", de vrouwenvereeniging van de Studieclub, heeft eveneens een internaat geopend en wel voor meisjes. N a een langdurige voorbereiding w e r d in Juni 1929 op Plampitan een Vrouwentehuis geopend, waarvoor men een aandeel in een l o t e r i j had gekregen. Deze vereeniging heeft een eigen bestuur, t e r w i j l de leden van de Studieclub, de heeren m r . R. Ng. Soebroto, en dr. R. Soetomo en de wedana van politie, de heer M. W i r j o w e r d j o j o , als adviseurs optreden. In 1929 werden 47 vrouwen opgenomen, onder wie één Chineesche. V o o r opname kwamen in aanmerking : vrouwen van andere plaatsen, die geen onderdak hadden ; jonge v r o u w e n , die dreigden den slechten weg op te gaan en enkele verwaarloosde meisjes. Z i j bleven gemiddeld 20 dagen in het Tehuis, waar zij moesten leeren wasschen, strijken, koken en naaien. 32 vrouwen werden aan een betrekking geholpen, 8 verlieten weer terstond het Tehuis, o m d a t zij niet wilden werken en 7 keerden naar haar gezinnen terug. De vereeniging z o r g t ook voor de plaatsing van vrouwelijke w e r k k r a c h t e n . In 1929 k w a m e n n.l. 56 aanvragen voor een bediende binnen ; slechts 9 Inlandsche werkzoekenden konden aan een baantje geholpen w o r d e n . Financieel stond het Tehuis er in 1929 niet al te best voor. In het gebouw van het Vrouwentehuis is tevens een weefschool gevestigd, welke in Mei 1929 met 5 leerlingen en 6 toestellen w e r d geopend en wel als een bedrijf m e t 9 w e r k u r e n daags. Van den oorspronkelijken opzet, o m de leerlingen te bezoldigen en wel die uit Soerabaia m e t f 5,— en die van buiten de stad met f 10.— 's maands, waartegenover zou staan, dat zij voor f 7.50 eenvoudige kost en inwoning zouden kunnen krijgen, is men teruggekomen. Thans kent men daggelden toe van f 0,10 voor leerlingen u i t de stad en van f 0,25 voor die van buiten de plaats en daarnaast premies voor goed w e r k van f 0,25 voor sarongs, van f 0,10 voor handdoeken, van f 0,05 voor servetten en van f 0,70 per el voor stoffen.

53


Het aantal aanvragen o m toelating was g r o o t e r , dan dat der beschikbare plaatsen: 37 personen moesten op plaatsing wachten. Van de zijde van de Zending (Swaroe, Modjowarno) en van „ M o e h a m m a d i j a h " w e r d belangstelling getoond. De leiding van de school w e r k t samen m e t een commissie u i t de Studieclub (de „ K a m e r van Koophandel"), waarin handelaren in manufacturen z i t t i n g hebben, die van v o o r l i c h t i n g dienen. In genoemd jaar werden 17 leerlingen I ) afgeleverd, van wie 9 een eigen bedrijf

trachtten

op t e

richten ; 4 leerlingen werden t e r verdere opleiding naar Bandoeng gezonden. De school levert ook de onderwijzeressen voor de weefscholen, welke men op verschillende plaatsen in Midden- en Oost-Java heeft opgericht, o.a, te Sampang, Bangkalan, M o d j o k e r t o , Swaroe, Malang, Madioen en Djokja. In aanmerking genomen, dat de Inheemsche bevolking huisarbeid niet t e l t , heeft de huisweefindustrie t o e k o m s t , m i t s de kwaliteitsgoederen, welke zij produceert, verkoopbaar zijn. In Juli 1927 w e r d de Bank B o e m i p o e t r a opgericht d o o r I I leden der Studieclub. H e t doel was : o m t e onderzoeken of een meer snelle, soepele en een meer aan de individueele behoeften aangepaste credietverschaffing mogelijk was, dan door de halfambtelijke volkscredietbanken kon geschieden. H e t k a r a k t e r van proefneming en het ontbreken der f a c i l i t e i t e n , welke de volkscredietbanken genieten, noopten t o t het eischen van een hooge rente-betaling (gemiddeld 2 0 % ) . Aan 48 leeners w e r d een som uitgeleend van f 10.610,— De bedrijfsmiddelen werden gevormd uit : Kapitaal

f

Deposito

»

1.020,-

Aflossing en interest

,,

2.036,-

f

13.056,-

Totaal :

10.000,-

In 1928 w e r d het kapitaal vermeerderd m e t f 4 0 0 , — en stegen de deposito's t o t f 6.662,—. Aan 101 leeners w e r d een bedrag uitgeleend van f 21.021, — . in 1929 steeg het bedrag der bedrijfsmiddelen aanzienlijk, doordat de deposito's t o t een som van f67.117,— opliepen, t e r w i j l aan rente en aflossing een bedrag van f37.754,— w e r d ontvangen. Aan 368 personen w e r d in totaal een bedrag van f95.547,— uitgeleend. in 21 2 jaar w e r d uitgeleend voor een bedrag van f 127.178,— aan 5 17 personen. Van 10 personen ( 2 % ) m e t een achterstandvan f 9 1 1 , — (0,7*\,) moest langsgerechtelijken weg betaling worden afgedwongen. A a n anderen w e r d door de Bank uitstel van betaling toegestaan. Op I Januari 1930 w e r d het bankje overgenomen door de Bank Nasional Indonesia. De Bank Boemipoetra droeg het k a r a k t e r van een proefneming en diende tevens als middel t o t bestrijding van den woeker. De Bank Nasional daarentegen beoogt kapitaalsverschaffing en heeft bedragen van f4.000, — , f 10.000,— en f 3 0 . 0 0 0 , — uitgeleend aan daarvoor in aanmerking komende personen; in t o t a a l w e r d een bedrag van f 137.000,— uitgeleend. (De Bank heeft een maatschappelijk kapitaal van f500.000,—, waarvan in 1930 f 180.000,— gestort was.) Naar het oordeel van de oprichters ligt de beteekenis van de bankinstelling niet zoo zeer in die credietverschaffing, welke i m m e r s door de overheidsinstellingen op veel g r o o t e r schaal geschiedt, doch in haar opvoedende kracht en opwekking t o t zelfwerkzaamheid en z e l f v e r t r o u w e n . Bij Gouvernementsbesluit

van 7 Mei 1929 No. 3 X is bewilliging verleend op de akte van

r i c h t i n g der bank en zij is mitsdien als rechtspersoon erkend. Bij ordonnantie van 4 November

op1929

(Staatsblad No. 437) is haar vergund credietverband te vestigen op dezelfde voorwaarden, welke voor volkscredietbanken gelden. Bij de opheffing der dessa's in de stadsgemeente Soerabaia rees de vraag, w a t m e t de dessabanken moest geschieden. O m z e t t i n g in coöperatieve bankjes bleek de eenige mogelijkheid. De organisatie van de leiding, het toezicht en de controle brachten echter moeilijkheden.

I)

54

Dit aantal is gedurende de volgende jaren sterk gestegen.


De Indonesische Studieclub verklaarde zich bereid het toezicht en de controle op zich te nemen. Een commissie w e r d samengesteld, waarin z i t t i n g namen de heeren : m r . R. N g . Soebroto ( v o o r z i t t e r ) M. Soend j o t o (secretaris tevens controlevoerder), R. M. H. Soejono, R. P. Soenarjo Gondhokoesoemo en R. Soedirman (commissarissen). De taak der commissie w e r d d o o r den adviseur voor Volkscredietwezen en Coöperatie

vastgesteld

bij besluit van 17 September 1928 No. 302 11. O p 9 December 1928 had de overdracht der bevoegdheden plaats. Volgens a m b t e l i j k e verslagen is door de Club zeer veel toewijding betoond, t e r w i j l vooral m e t de propaganda binnen een jaar bevredigende resultaten waren bereikt. Reeds k o r t e n t i j d na de overdracht werden drie nieuwe coöperaties opgericht, gevolgd door zeven andere, die echter op 31 December 1929 nog niet alle in w e r k i n g waren getreden in verband m e t de inschrijving d o o r den adviseur. De geheven rente bedraagt IO"ó. in A p r i l 1929 w e r d op i n i t i a t i e f van de Studieclub de „Persatoean Djagal B o e m i p o e t r a "

opgericht,

w a a r t o e t o t dusver I I van de plusminus 40 inheemsche slagers t e Soerabaia zijn toegetreden. H e t kapitaal w o r d t g e v o r m d door : inhoudingen op den prijs der aan de coöperatie geleverde natte huiden ( m e t een m i n i m u m van f 3 , 5 0 daags, een totaal opleverend t o t 31 December 1929 van f 13.493,—), u i t de opbrengst van afval (sèsètan) (f6.461,—) en u i t kleine vergoedingen, b.v. stallen van koeien ( f 2S0,—) ; derhalve bedroeg het kapitaal op 31 December 1929 f20.204,—. in t o t a a l w e r d t o t genoemden d a t u m voor f 115.811,— aan natte huiden van de leden ontvangen. Deze w o r d e n v e r w e r k t en rechtstreeks of d o o r tusschenkomst van exporteurs naar het buitenland verhandeld. Met de Bank Nasional Indonesia staat de Vereeniging in rekening-courant. Z i j s t o r t t e bij die bank een bedrag van f 12.225,— en ontving een som van f 9 . 8 0 0 , — . Niettegenstaande de aigemeene crisis een ongunstigen invloed heeft op o m z e t en prijzen, heeft de Vereeniging t o t dusver toch voordeelig gewerkt. Als adviseur der Vereeniging, waarvan het bestuur in handen is van de leden, t r e e d t de heer R. P. Soenario Gondhokoesoemo op. Deze verleent tevens gratis adviezen aan den Commissiehandel

„Tannebar",

opgericht voor den handel in Inheemsche producten van de Buitengewesten ( G r o o t e Oost). O o k de exporthandel van den heer Gondhokoesoemo zelve is, ofschoon een privaatbedrijf, als een door de Studieclub gesteunde proefneming t e beschouwen. De pogingen o m m e t uitschakeling van den tusschenhandel jongelieden k l o n t o n g w e r k te laten verrichten, zijn, na een aanvankelijk succes, opgegeven. Op 9 September 1929 w e r d vereenigingsvorm gegeven aan de onder den naam „ P e r t o e k a n g a n " door de Leden der Indonesische Studieclub gedane pogingen t o t bevordering van de inheemsche nijverheid d o o r inzendingen op j a a r m a r k t e n en tentoonstellingen. De vereeniging heeft alleen een bestuur, geen leden. De werkzaamheden worden o m niet v e r r i c h t door leden der Studieclub. Daarnaast staat de Nijverheidscentrale Pertoekangan, opgericht

door Dr. R. Soetomo, M. Soen-

d j o t o en R. P. Soenario Gondhokoesoemo, die ook het benoodigde kapitaal hebben bijeengebracht. Z i j stelt zich t e n doel : verstrekking van inlichtingen aan inheemschen op het gebied van nijverheid, verbetering van de k w a l i t e i t en bevordering van den verkoop der producten. Zij Art

heeft

een winkel

ingericht

in een pand te B a l i w e r t i

No. 10, genaamd

„Kunsthandel Java

Studio". De proefnemingen o m de suikerindustrie der bevolking m e t behulp van moderne middelen te bevor-

deren, hebben t o t dusver niet de gewenschte resultaten opgeleverd. Bij haar arbeid heeft de Studieclub medewerking gehad van de plaatselijke P.N.I.-leiders,

die

ook

lid waren van de Club. Op een in Mei 1929 gehouden vergadering van de P.N.i. w e r d echter het punt der partijdiscipline aangenomen, waardoor een einde k w a m aan die medewerking. Volgens het schema der Studieclub heeft de P.N.I. coöperatieve vereenigingen opgericht, welke echt e r , in verband m e t de politieke richting der p a r t i j , geen banden m e t het Volkscredietwezen hebben aangeknoopt en rechtspersoonlijkheid missen.


Ofschoon niet rechtstreeks door de Studieclub opgericht, moge hier vermeld worden de f i r m a „ S e t i a " , een c o m m a n d i t a i r e vennootschap op aandeelen, welke op 10 Januari 1929 door een v i e r t a l Soerabaianen w e r d opgericht. H e t statutair kapitaal bedraagt f 100.000, — , waarvan een bedrag van f 50.000,— is volgestort. Directeur-bedrijfsleider

is R. I b r a h i m , een der

oprichters,

en president-commissaris

Dr. Samsi

Sastrawidaga. De f i r m a bezit een t o k o op Djagalan t e Soerabaia, filialen t e D j o k j a k a r t a , Pekalongan, Tegal en Malang en agentschappen te Pemalang, Temanggoeng, Klaten, Bantoel, W a r o e n g d o w o , Gondanglegi, Bangil en Pasoeroean. Behalve het drijven van handel, stelt zij zich ten doel het aankoopen van gronden voor landbouw, waart o e echter in 1929 door gebrek aan kapitaal nog niet w e r d overgegaan. Van de in 1929 gemaakte winst w e r d I0"(, gestort in het reservefonds, t e r w i j l aan aandeelhouders een dividend van 45",, w e r d uitgekeerd. Tenslotte mag niet onvermeld blijven, dat het i n i t i a t i e f der Studieclub leidde t o t de instelling door de Regeering van de Commissie voor Inlandsche Rechtspersonen, waarin twee barer leden z i t t i n g namen, t e r w i j l ook in de Middenstandscommissie en in de Hollandsch-lnlandsche Schoolcommissie

de Studieclub

vertegenwoordigd is en op deze wijze bijdraagt t o t de oplossing van maatschappelijke problemen. Op instigatie van de Studieclub heeft de bij haar aangesloten

vrouwenvereeniging

„Poetri

Boedi

S e d j a t i " in 1930 een internaat voor te Soerabaia studeerende inheemsche meisjes opgericht. Deze o p r i c h t i n g b l i j k t in een reeds lang bestaande behoefte te voorzien. De middelbare scholen te Soerabaia t r e k k e n u i t den aard der zaak ook jonge inheemsche meisjes uit het achterland t o t zich, doch in de groote stad vinden zij, wanneer zij er geen f a m i l i e hebben, niet altijd een behoorlijk onderdak in een goed m i l i e u . Een groote stad als Soerabaia heeft n a t u u r l i j k haar gevaren voor de jeugd van beider kunne, doch voor de meisjes zijn de gevolgen van die gevaren dikwijls onherstelbaar. De vrees van de ouders, die hun dochters in een groote stad laten studeeren, is dus niet ongegrond. Daarom gaf de Studieclub blijk van een juist inzicht d o o r de stichting van een meisjesinternaat. Het internaat w e r d eerst ondergebracht in een huurhuis, gelegen aan de Irisstraat op Ketabang, derhalve in een goede Europeesche wijk. Het staat onder leiding van Mevrouw de weduwe Goenawan Mangkoekoesoemo. Reeds bij de opening bleek de vraag naar huisvesting zoo g r o o t te zijn, dat vele ouders moesten w o r d e n teleurgesteld. A c h t inheemsche meisjes, studeerende aan verschillende middelbare

onderwijsinstellingen

alhier, werden er gehuisvest. Sedert is het internaat verhuisd naar een g r o o t e r e woning aan de Sroen istraat, waar meer meisjes kunnen worden opgenomen. De kostprijs bedraagt f 30.— per maand m e t volledig pension en bewassching. In het bestuur hebben o.a. z i t t i n g m e v r o u w Soedirman als v o o r z i t s t e r en m e v r o u w Soejono als onderv o o r z i t s t e r , t e r w i j l als medisch adviseur aan de instelling verbonden is dr. R. Soetomo. Eind 1930 had een reorganisatie van de Studieclub plaats. Na 6 jaren arbeid had men het verloren vert r o u w e n van het volk weten te herwinnen. Direct contact m e t de bevolking, niet alleen t e r plaatse, doch ook in het algemeen, moest thans gezocht w o r d e n . Een en ander deed de leiders der Studieclub besluiten t o t het uitbreiden van haar werkingssfeer, welke t o t op dat t i j d s t i p steeds een locaal karakter had gedragen. De Studieclub w e r d omgedoopt in de „Persatoean Bangsa Indonesia". H e t hoofdbestuur w e r d gevormd door Dr. R. Soetomo ( v o o r z i t t e r ) . Mr. M. Soewono ( o n d e r - v o o r z i t t e r ) , Mr. R. Ng. Soebroto (secretaris), M. Koesmadi (algemeene secretaris), R. P. Gondhokoesoemo (penningmeester), R. M. H. Soejono, Roeslan Wongsokoesoemo, M. Soendjoto, Ngion, Lengkong, R. Soedirman en M. Toekoel (commissarissen). Met het oog op den arbeid in g r o o t verband werden plaatselijke afdeelingen opgericht. De Soerabaiasche Studieclub is zoo'n plaatselijke afdeeling van de P.B.i. geworden m e t R. Roeslan Wongsokoesoemo als v o o r z i t t e r en Syaranamual als secretaris. V e r d e r werden plaatselijke afdeelingen opgericht t e Bangkalan, Blitar en Banjoewangi.


H e t zou m i j t e ver voeren o m over deze nieuwe organisatie in details te treden ; moge daarom worden volstaan m e t de vermelding van haar stichting de „Gedong Naslonal". Deze „ G e d o n g "

is een aparte

stichting,

waarvan het doel is de v o r m i n g van een c e n t r u m van gedachten, welke op het volk zullen inwerken. Men is reeds begonnen m e t het optrekken van het nationale gebouw op Boeboetan. l ) H e t zal een monumentaal bouwwerk worden met een verdieping, waarin de „ B a n k Nasional" gevestigd zal w o r d e n . Daaronder zal worden ingericht een clubhuis voor de Inheemsche studeerende jeugd, waar zij gelegenheid k r i j g t zich t e ontspannen. Aan

weerszijden

Het gebouw op Soeloeng, waarin o.m. zijn ondergebracht de Inheemsche vereenigingen „Perlindoengan Peladjar", „Roekoen T a n i " en „Kahoeripan".

k r i j g t het gebouw een

vleugel. In een der vleugels zal de d r u k k e r i j van de

„Soeara

O e m o e m " ondergebracht en een

bibliotheek ingericht w o r d e n , t e r w i j l aan de andere zijde een winkelgalerij zal verrijzen, waar voorwerpen van Inheemsche nijverheid verkocht en algemeene handel zal worden gedreven. Op het binnenplein zullen bioscoopvoorstellingen worden gegeven, welke betrekking hebben op Volkshygiëne, enz. H e t benoodigde kapitaal bedraagt f 150.000,— waarvan de stichting reeds een bedrag van f 50.000,— heeft bijeengebracht. Reeds bij de behandeling van de Indonesische Studieclub is terloops het een en ander over de P.N.I. medegedeeld. Deze p a r t i j w e r d in 1927 t e Bandoeng opgericht en stelt zich t e n doel t e streven naar de onafhankelijkheid van Indonesië, welk doel zij t r a c h t te bereiken, o.a. door een bewuste nationale beweging, gebaseerd op eigen kracht en kunnen, en door samen te werken m e t en steun te verleenen aan andere vereenigingen van gelijk streven. Leden kunnen zijn Indonesiërs van 18 jaar en ouder, t e r w i j l t o t buitengewone leden kunnen worden toegelaten

alle andere A z i a t e n . Langs den weg van non-coöperatie w o r d t naar middelen gezocht o m

Indië los te maken van Nederland. Op het w e r k p r o g r a m m a is opgenomen: bevordering van

onderwijs,

economie, coöperatie en nijverheid, alles op nationalen grondslag. Zij

tracht

een

gens een bepaald bestaande mige

staat

systeem

algemeene.

kracht

en

Haar

in

den

een

staat

eigen

te

vormen

nationale

door

administratie

eigen in

krachten het

leven

te ontplooien te

roepen

banier voert als symbool de „ b a n t e n g k o p " , het zinnebeeld

en

binnen van

volde

onstui-

ontembaarheid.

De bekende inval der Regeering in December 1929 heeft de P. N. I. lam geslagen. De plaatselijke leiders t e Soerabaia, Ir. A n w a r i en Mr. Joesoef, zijn niet verschoond gebleven van aanhouding en huiszoeking, hetzelfde

lot,

dat

de

leiders

van het

hoofdbestuur, o.a. Ir. Soekarno en Mr.

Iskak

Tjokroadisoerio,

hebben ondergaan. Sedert de veroordeeling van Ir. Soekarno en 5 andere leiders is de P.N.I. en ook de plaatselijke afdeeling te Soerabaia m i n of meer verloopen. Aan de geschiedenis der Inheemsche vakbeweging, in het bijzonder te Soerabaia, is de naam van een a v o n t u r i e r verbonden, die in die beweging gedurende 3 maanden een d i c t a t o r s r o l heeft vervuld. Ik bedoel Jahja, een jongmensch van 23 jaar en Soerabaiaan van geboorte. H i j was het, die in 1920 hier alle Inheemsche werklieden bij verschillende Europeesche bedrijven in bonden organiseerde onder den naam van „ K a o e m Boeroeh"; zoo werden d o o r hem opgericht de bond van I)

Inmiddels kwam dit gebouw gereed en werd het in gebruik genomen. Zie noot bir. 52.


havenarbeiders, een bond van werklieden bij de technische bedrijven, een bediendenbond, een bond van opnemers en teekenaars, een bond van kleermakers, enz. Die vakbonden vereenigde hij in een plaatselijke centrale, onder den naam van „ P e r s e r i k a t a n Kaoem B o e r o e h " (P.K.B.), v«^aarvan hij v o o r z i t t e r was. H i j huurde daarvoor speciaal een huis te Peneleh, waar het bestuur kantoor hield. Op 31 October 1920 w e r d een g r o o t e vergadering van de P.K.B, gehouden, waarop verschillende klachten werden geuit. In begin N o v e m b e r 1920 legde het personeel van het Prauwenveer Kalimas het w e r k neer, gevolgd door een staking bij de f i r m a Führi (op I I N o v e m b e r ) , bij de Droogdok

Maatschappij (op 15 November) en bij

de kleermakerszaak C o l l i c a r t (op 16 N o v e m b e r ) , bij welke stakingen Jahja echec leed. De c o m m u n i s t e n gingen zich toen m e t de zaken van Jahja bemoeien, waardoor de invloed van laatstgenoemde taande, t o t d a t het v e r t r o u w e n van de bondsbesturen in hem geheel verloren ging en Jahja voor de „ r o o d e r i d d e r s " zijn m a t j e moest o p r o l l e n . De invloed van de communisten nam gestadig t o e en in 1925 was de toestand zoo, dat nagenoeg de geheele vakbeweging in hun handen was. De bedoeling van de communisten was duidelijk. Belichaamd in de P.K.I. en Sarekat Rajat (den onderbouw) waren zij er i m m e r s op uit, o m den strijd van de arbeiders in revolutionnairen zin t e leiden, w a a r b i j het stimuleeren van stakingen niet voldoende w e r d geacht en getracht moest worden o m de macht t e veroveren. Onder leiding van de communisten stonden de navolgende bonden : Sarekat Postel, Sarekat Pegawei Pelaboean dan Laoetan, de Federatie Sarekat Bingkil Boeroeh Electrisch, Sarekat Boeroeh Goela, Sarekat Boeroeh Marine-Etablissement, e.a. De besturen van die bonden werden gevestigd in het h o o f d k w a r t i e r van de communisten op Tambakbajan no. 2. Bij de in September 1925 uitgebroken stakingen, het eerst bij de f i r m a G.C.T. van D o r p , gevolgd door die bij de metaalindustrieën te Soerabaia had de P.K.I. de leiding, zooals d o o r het vanwege de Regeering gehouden onderzoek is gebleken. Staking had plaats bij de Nederlandsch-indische Industrie, Droogdokmaatschappij,

Machinefabriek

Du C r o o en Brauns, Machinefabriek Dapoean v. h. Young & G i l l , Machinefabriek N o o r d i j k ,

Machinefabriek

Polichram en Technisch Bureau H e l l e n d o o r n , nadat deze industrieën zich naar aanleiding van de haar d o o r de stakingsleiding toegezonden gestelde 21 eischen verbonden hadden en de eischen negeerden. A a n het ingrijpen van de Overheid was het einde der staking te danken. De bedoeling van de communisten was o m de staking te Soerabaia te doen uitgroeien t o t een g r o o t e zich westwaarts uitbreidende algemeene staking, doch tengevolge van bovengenoemd ingrijpen m i s l u k t e het plan.

De beweging onder de inheemsche jeugd v i n d t haar belichaming in tal van organisaties, welke te Soerabaia, evenals elders, haar afdeelingen hebben. De oudste was de in 1914 opgerichte vereeniging „Jong-Java" van de studeerende jeugd, gebouwd op den grondslag van regionaal sterk opgevat nationalisme. Naar

haar voorbeeld

zijn

later

de Jong-Sumatranenbond,

Jong-Minahassa, J o n g - A m b o n ,

enz.

ontstaan. H e t eng nationalisme, dat aan al deze jeugdbonden ten grondslag lag, moest plaats maken voor de „eenheidsgedachte", de groot-Indonesische gedachte, tengevolge waarvan in 1929 fusie heeft plaats gehad van die jeugdorganisaties onder den naam van „Indonesia Moeda". Een zeer voorname plaats in de jeugdbeweging neemt de in 1926 door Hadji August Salim opgerichte „Jong islamieten B o n d " (J.i.B.) in, welke bij de Inheemsche jeugd groote belangstelling heeft mogen verwerven. Zooals de naam aanduidt, draagt de bond een confessioneel karakter. De J.i.B. geeft het orgaan „ H e t L i c h t " uit.


Een zeer belangrijke r o l speelt ook de Inheemsche padvinderij in de jeugdbeweging. D o o r deze „ p a d v i n d e r i j " k w a m de eerste belangrijke verandering in het k a r a k t e r der jeugdbeweging hier t e lande, doordat m e t name Inheemsche politieke en godsdienstige organisaties van volwassenen haar t e r hand namen en inschakelden als middel voor hun p o l i t i e k e acties. De P.K.I. m i s b r u i k t e de padvinderij o m door middel van deze organisatie haar p o l i t i e k e denkbeelden aan de jongeren in t e prenten. Mohammadijah r i c h t t e de padvindersafdeeling „ H i z b o e l W a t h o n " op en zoo heeft de „Indonesia Moeda" haar K.B.I. (Kepandoean Bangsa Indonesia) en de J.I.B. de N a t i p i j (Nationaal Islamitische Padvinderij). Laatstgenoemde is te Soerabaia wegens gebrek aan belangstelling sedert opgeheven. De K.I.B. is hier de belangrijkste en t e l t thans 400 padvinders. T e r v o o r k o m i n g van misverstand w o r d e hier o p g e m e r k t , dat b.g. padvindersorganisaties niet aangesloten zijn bij de internationale federatie van L o r d Baden Powell. De Vereeniging „Ned-lndische Padvinders", die wel bij laatstgenoemde federatie aangesloten is, t e l t onder haar leden t a l van inheemsche padvinders en leiders. Er is wel aanleiding voor de verwachting, dat de t i j d en arbeidskracht, door velen aan het padvindersspel geschonken, in toenemende mate goed besteed zal worden.

„Les misérables de Sourabaya". Het was mijn streven om in de beide boel<en „Oud-Soerabaia" en „Nieuw-Soerabaia" in woord en beeld het weri<elijl<e leven in een groote Indische stad te schetsen, onopgesmukt, waar, niet slechter, maar vooral ook niet beter dan het is. in het buitenland — ook in Nederland — bestaan nog waanvoorstellingen omtrent ons Indië en het leven hier. Zoo lang het mogelijk is, dat personen, die dit land en zijn bewoners niet anders kennen dan u i t geschriften en van hooren zeggen, een belangrijken invloed uitoefenen op den gang van zaken hier, zoolang zal het noodig zijn om telkens weer de waarheid te openbaren. Daarom kan het zijn nut hebben om ook eens te wijzen op den zelfkant der Indische samenleving Nacht. Straten verlaten. Soerabaia slaapt : bezittenden en bezitloozen, onder een dak, of onder den inktzwarten hemel. Kentering. Broeierig w a r m . Stilte en regen hangen in de lucht. Kikkers kwaken. De menschen snakken naar de bui, die den een rust en verfrissching brengt, den ander 'n slapeloozen natten nacht. Aan den kant van 't donkere water, waarin enkele lichtvlekken vibreeren, ligt 'n vrouw te dutten, 'n Ligmatje, 'n paar zakken en manden met rommel is'r heele bezit. Gestolen! Ander tafereel. Tusschen de tramrails : vodden en onder die vodden 'n menschelijk wezen. Symbolisch : 't zich vernauwende levenspad van den maatschappelijk mislukte. Waarheen ? Dit vragen zoo velen zich af, die 's nachts in gangen en sloppen, portalen en galerijen, holen en kuilen, ja, waar al niet, 'n rustplaats zoeken. Overdag op prooi. (Ook paria's moeten eten !). Opgejaagd, verstooten, uitgeworpen, voortgezwiept. Politie —justitie —gevangenis —zwerven. De cirkelgang van 's paria's bestaan. Waarheen ? . .. Zoo is het in elke groote stad, ook te Soerabaia. Elders wordt echter iets gedaan, om het lot van deze schipbreukelingen op de levenszee te verzachten. W a t zal men in het algemeen belang doen voor „les misérables de Sourabaya" ?


Interieuropname van den eenigen Confuciustempel in heel IndiĂŤ op Kapasan te Soerabaia. De grond werd geschonken door den Majoor The Toan Ing, terwijl de collectie voor de oprichting van het gebouw een bedrag van f 29.900 opbracht. Op den achtergrond : het altaar nnet de zieletabletten van Confucius en zijn discipelen. Let op het van grooten kunstzin en bedrevenheid getuigende houtsnijwerk. (Foto Isken.)


0 D E CHINEEZEN. De „sienkehs" en „pranakans". — De afschaffing van het passen- en wijkenstelsel. — De verplaatsing van de klenteng in de Tamarindelaan (1931). — Invoering van den Burgerlijken Stand (1919). — Geringe animo voor den officiersrang. — Het onderwijsprobleem. — Begrafenisfondsen. — Jongeliedenvereenigingen. — Armenzorg. — Ziekenzorg. —Wat de N.V. Volkshuisvesting voor de Chineezen deed. — Sportorganisaties. — De tusschenhandel. — De invloed van de afschaffing van het monopolie der pachten op het Chineesche zakenleven. — De Chineezen thans overal werkzaam. — De „Siang Hwee". — De Chineesche passers malem. — Het Chineesche bankwezen. — De jongste depressie. — De nationalistische beweging en de politiek. — De vertegenwoordiging in openbare colleges. — Benoeming van een Chineesch gemeenteraadslid t o t wethouder (1929). — De „Chung Hua H u i " . — De aanbieding van het borstbeeld van wijlen burgemeester G. J. Dijkerman (1930).

M

en onderscheidt de Chineeschen in „sienl<ehs", dat zijn zij, die van China afkonnstig en de „ p r a n a -

kans", die hier te lande geboren zijn. Vroeger woonden zij in bepaalde wijken bijeen en slechts bij uitzondering w e r d hun toegestaan in andere deelen van de stad te wonen. H e t passenstelsel, dat toen voor hen een b e l e m m e r i n g was, w e r d begin 191! afgeschaft, waardoor zij een g r o o t e r e vrijheid van beweging kregen. Bij de instelling van den gemeentelijken Bevolkingsdienst t e Soerabaia in 1919 verviel intusschen ook het voor hen eveneens hinderlijke wijkenstelsel en sedert dien staat het den Chineezen v r i j zich te vestigen waar zij w i l l e n , zoodat men ze thans in eiken kampong en in elke w i j k van onze stad aantreft. Z i j blijven, niettegenstaande vele Indo-Chineezen zich de Westersche o n t w i k k e l i n g hebben eigengemaakt, nog gehecht aan hun voorvaderlijke zeden en gewoonten, getuige de nog steeds bestaande plechtigheden o.a. bij huwelijken en begrafenissen. In d i t verband moge een belangrijke gebeurtenis van betrekkelijk recenten d a t u m in herinnering w o r den gebracht, namelijk de verplaatsing van den Chineeschen t e m p e l (klenteng) aan de Tamarindelaan, over welke gebeurtenis nog al wat te doen geweest is, daar zij niet de i n s t e m m i n g had van de geheele Chineesche gemeenschap. In 1919 w e r d de Burgelijke stand voor de Chineezen ingevoerd, waarvoor die te Soerabaia in het bijzonder hadden geijverd. Hoewel het voor beschaafde en gegoede Chineezen niet moeilijk is m e t Europeanen te worden gelijkgesteld, is het voor velen nog een grief, dat die gelijkstelling niet, evenals voor de Japanners, en bloc geschiedt. H e t bekleeden van de traditioneele functies van de Chineesche officieren raakt thans langzamerhand u i t de mode en het is bekend, dat men daarvoor te Soerabaia zoo goed als geen liefhebbers meer kan vinden. T o t omstreeks 1900 bleef de Regeering onverschillig voor het onderwijs der Chineezen. Slechts bij hooge u i t z o n d e r i n g kreeg de Chineesche jeugd toegang t o t de Inlandsche scholen, t e r w i j l alleen kinderen van Chineesche officieren op de Europeesche Lagere School werden toegelaten. De Indo-Chineezen, die in d i t opzicht op zichzelf waren aangewezen, zagen toen de noodzaak i n , o m hun onderwijs te verbeteren. Op eigen initiatief richtten zij nationaal-Chineesche scholen op, de z.g. „ T i o n g H w a Hwee K w a n " , welke m e t Mandarijn-Chineesch als voertaal en een cursus in de Engelsche taal, als paddestoelen

op Java verrezen.

Intusschen ontstond een indo-Chineesche pers, waarin de Chineezen het orgaan vonden, dat u i t i n g gaf aan de bestaande grieven, o.a. betreffende het onderwijs. In 1908 werden de eerste Hollandsch-Chineesche scholen opgericht, die zich overal in een d r u k bezoek mogen verheugen.


No 90

HARI SAPTOE 22 APRIL 1933.

TAON KA 31

PEiaARTAIlSDERABAIA HARGA

ABONNEMENT

Per kwartaal

/ 6 50

Loear Indonesia

/ 9—

Ditjitak

T E R B I T SABEN d^terbltken oleh

HARI N. V.

(Pembajaran dirmnta lebih doeloe)

Pttbttctteitskantoor

De Olobe"

N Z Kolk 19^ Am^lcrdam

LEMBAR PERTAMA m i HARI SOERAT-KABAR „PEWARTA-SOERABAIA" DITERBITKEN TOEDJOE LEMBAR LANGGANAN

BARGE

Deugen kirim oewang barganja lebib doeloe

SEKOLA INGGRIS

Rasl beladjat bahau Inggrls pada tnak anak prampocan dan lelab, seperti atoeran dl lekota hao Singapore jang Idas tinggi orang boleb berluiEguuD .J'ewarta Soerabala" Tempo peladjarau moelai dan u i ban &ampe peniabiian j« kwaar djam 8 — n taal iQjj (JO September) n 3 - 5 BreDtl berlugganao melaenken boleb pada R A FONSCKA, Qualified Teacher, BubcD abis kwartaal Nieuw Tandjong rerakncg tg? — Soerabiia Adm Pw Sb

F 10.84

D

JANGAN semboentken ioeanpoen]a perasa an tlda pert]a|a dan keplngln taoe seperti orang |ang memangnja ttda maoe pertjaja soeatoe apa sebab kita ada laen sekali dengen int golongan. Bagi slapa jang anggep itoe ada barang Jang perloe dipoenjaken olebn)a maka ta nanti aken mendapet BOEKTI jaltoe boektl jang koeat sekali lentang PENGIDOEPAN LANGSOENG )ang sekarang soeda boekan djadl satoe resli lagl

„OCCULT

bEl.AENNJA HAR! MINGGOE DAN HARI BESAR M P E W A R T A — S O E R A B A I A " , Chmeesche Voorstraat 46, Soerabata

REDACTIE TJIOOK SEE TJIOE (Telefoon rountb 1780 N) TiO IE SOEI TAN KHWAT POH K U BINTARTI (TdefooB Toecuh 1830 N ) Tel. Kantoor Redactie 3504 N

Berlangganan paling sedikit satoe kwartaal Agent d) Europ.!

dao

1 L L U S T R E"

INSTITUUT BOEAT OCCULTE GENEESWUZE OENDJOEK KAPERLOEAN DENGEN BOEKTI» NJATA Kebrton 2S5 SEPANDjANG Trlf Spd 29 D|atn bitjara Saben harl kerdja dan djam 8—10 dan 6—8 Harl Mlnggoe dan harl besar darl djim 8—1 dan 5—8 Oan menoeroet perdlandjlan

PIDATONJA DR. W. W. YEN.

Directeuradmlnlftratev

THE KIAN 8XNa THE PINO OEN (Tel taemih N m o ) TAH 8WAH IE (Td roemah Z. S4o) Tel Kantoor Administratie SU N.

tang Inl commentaar inana la masl pegaJig legoe Kadoea di koetika batja rapportnja commissie sebaglan a n t a r a mana seperti soeda diketahoei Itoe rapport telah ambil seba^l r a p p o i t n j i sendlrl perloe diketahoei commissie peiijelidlkan telah diangkat menoeioet artikel XI dan kendati pamerentah Tlongkok blakangan mad]0"ken art X dan XV Itoe commissie teroes artiken lapoenja m a n d a a t menoeroet losolutie December 10 1931 Adalah l a n t a r a n Inl hlngga commissie soeda tlda begltoe berkeras mendesek tanggoengan tanggoengan tentang perboeatan jang soeda Uwat darl pada kaperloeannja boeat tjarl dJaKn oentoek singklrken pengoelangan dl harl kamoedlan Dengen gagalnja dala-oepaja dl fihaknja Assemblee boeat bere-ïken persellslhan denden djalan daml rapportnja com missie penjelldlkan moestl dibatja de ngen pemandengan baroe Bagian 11 d a n itoe rapport ada t]otjok sebagi rlngkesnja rlwajat darl djalannja !nl peisellsihan sedari la moentjoel s e b a g l m a m keada an blsa mengldzlnken Delegatie Tiongkok boeat bikin Itoe tjatetan tjatetan sclaloe terang a m bil kebranlan boeat kasl commentaar boekan dengen djalan saloeas loea= nja pertama di bagian i n dl m a n a Assemblee soeda dapet sakean conclussle dan pcrliaTlken berbagl - bagl feiten Jang lebih pcnllng Dlpandeng darl djoeiocsan hikajat politiek teell serla pengatahoean kebangsa a n Manchuria ada satoe bagian asell darl Tiongkok Darl Itoe delegatie Tlonghoa ada merasa poeas boeat perhatiken conclusie jang dldapet darl Itoe rapport boeat plsahken Inl provincie darl laen-Iaen bagian Tlongkok

HARGA

diktt 8 regets

Pemandengan pemandengan darl pamerentah Tlongkok atas soeal pemboycottan saoemoemnja soeda diserah ken berdoea dalem raad dan dalem As semjjlee daji delegatie Tionghoa dapet taoe itoe Raport poen ada njataken dlgoenaken pemboyeottan oleh Tlong kok sasoedanja kedjadtan kedjadlan pada 18 September 1931 ada ter masoek dalem kalangan pembalesan boeat pembela'an Delegatie Tlongkok ada perhatlken conclusie Jan;^ dldapet oleh Itoe Rapport p'>rn]ato'an p e m j a t a an penga doean Jang kadoea parti] ada mempoenjal terhadep satoe sama laen blsa dl beresken dengen methode pembltjara'an diplomatiek Jang normaal serta setjara daml dan dl waktoe Itoe kedjadlan koe tlka 18 September 1931 inl se moea djalan masl belon dlblkln abls sa ma sekali ' (Tap! orang koedoe Inget boekan dl flhak Tlongkok Jang tlda soedl diadsken pembttjara'an setjara dami tapt flhak moesoch Jang selaloe berdaja boeat teibltken fcasoekeran lebih besar hlngga soeker eekall pembltjara an daml blsa dllakoeken Ktta berpandapetan masklp^en rapport Jang sabegltoedjaoeh soeda dislarken mens^oendjook d e n ^ n pastl dan njata kesalahan - kes-lahan flhak J a p a n Inl negrl tlda nantl dan djoega soeda oendjoek sikep Jang la tlda maoe menjerah. Itoelah sebabnja mak^ samiK Inl vaktoe gerakan J a p a n dl Tionffkok djadl semlngkln mcradjalela ) f Aken

ADVERTENTIE

I Sekali moeat 40 cent per regel Paling se-

disamboengj

INDONESIA CONGRES F B I KA II (Samboengan kemareni Toean - to«an masklpoen keada an

Berlangganan laen harga

(Peimbajaran dl moeka) ker dan kawatnja oleh kerna dl dalem pamercksa an pamcreksa'an toean Karl Pintschovlus telah meneiangken monocultuur mendorong pada Imperialisme atawa menghTiiibaken d m ^endlil pada Impeiialiimc a s i n j itjonto» Toean voorzitter' Di dalem djaman jang amiL boesahnja Inl soeda selaiasnja bermoesjawarat goena menetepken s kep dan djlka perloe menggantl h a loean I Ha agar soepaja achirnja membrl keilnganan pada sepak terdjang kIta Lebih lebih dJlka kita memandeng dengen setadjemnja pada pamoeda-pa moeda kita jang dl kamoedian harl aken menggnnti kita Kita kaoem toea haroes mengakoehl ktta iebih lambat terhadep persatoean d a n pamoeda-pamoeda kita Hoe I M telah terlahir dengen tida berhalangan soeatoe apa poen Keada an persatoean dl dalem I M poen memoeasken hatl djoega Sekarang baglmanakah P P P K I kita Jang tertanera lebih doeloe darl IM") Sampe klnl djoega P P P K I belon dapet kita anggeo sebigl badan persatoean jang kita harcpkon walaupoen toean Ir Soekamo telah menggoenaken piklrannja membii obat pada P P P K I Apakih kita tlda merasa maloe? Menoeroet f a h a m saja tida Oleh kerna ktta telah berdaja oepaja dengen sasoenggoe soenggoenja goena mentjape persatoean jang kita harepken Itoe Masklpoen belon sah adanja persatoean kita Itoe telah kita akoehln tampiaklah sekarang tanda tanda perhoeboengan darl sasoeatoe party dengen party jang laen dengen lambat dan bersediklt - sedlklt Keada a n party party bangsa kita dapet kita bandingken dengen adanja differentiatie Integratie dan oiginisatle Di slni aken kita briken ijonto differentiatie Jang moedT bagl toean-toean sekallan Benih manocsia tatkala m i s l dlkan-

De frontpagina van het Chineesch-Maleische dagblad ,,Pewarta Soerabaia". Het werd I A p r i l 1903 opgericht door de heeren Kv/a Hok Ing en Tan Kiem Bok en verscheen dagelijks met twee bladen in klein formaat. Het kantoor was gevestigd in de Panggoeng. T o t eerste hoofdredacteur werd benoemd de heer H.F.R. Kommer, wiens dierenverzameling het begin van onze Zoo is geweest. Hij bekleedde die functie t o t 1917, in welk jaar hij gepensionneerd werd. In October 1926 verhuisde men naar een eigen gebouw in de Chineesche Voorstraat. In 1905 trad de heer The Kian Sing als directeur der naamlooze vennootschap op, welke functie hij thans nog bekleedt. De abonnementsprijs van het blad bedraagt f 6.50 per kwartaal.

V o o r deze scholen is in hoofdzaak hetzelfde leerplan vastgesteld als voor de Europeesche scholen. Als een leemte in het onderwijs van de Hollandsch-Chineesche School w o r d t echter gevoeld, dat haar abit u r i ë n t e n niets o m t r e n t de eigen c u l t u u r weten. Momenteel t e l t Soerabaia 10 particuliere, specifiek Chineesche scholen (8 lagere- en 2 muloscholen), 5 openbare Hollandsch-Chineesche Scholen, 2 Christelijke-, I Nationale- en I A d v e n t Hollandsch-Chineesche School, t e r w i j l

men hier op vrijwel elke i n r i c h t i n g van middelbaar onderwijs Chineesche

leerlingen

aantreft. Aan rasgevoel heeft het den Chineezen op Java nooit o n t b r o k e n . D i t heeft een groote mate van solidariteitsgevoel bij hen o n t w i k k e l d , waardoor zij zich in den loop der eeuwen op een bijzonder standpunt hebben weten t e plaatsen. V o o r verschillende Chineesche partijen bestaan te Soerabaia verscheidene begrafenisvereenigingen en -fondsen. Als de grootste kunnen worden genoemd de vereenigingen „ G i e Hoo**, „ H o o Hap*', „ H w a Kiauw Hap H w e e " oftewel „Sing Khie H w e e " .


fUflRTfllïsii

Front van het verdiepingsgebouw in de Chineesche V o o r s t r a a t , w a a r i n sinds O c t o b e r 1926 het ChineeschMaleische dagblad „ P e w a r t a Soerabaia" is gevestigd. Beneden: z e t t e r i j

en drul<l<erij ; boven

directie,

redactie en a d m i n i s t r a t i e . H e t was uiterst lastig o m in de smalle Chineesche V o o r s t r a a t , een der

oudste en

dichtstbebouwde

wijken der stad, een foto van dit gebouw t e n e m e n . (Foto Koopmans.)

Meerdere malen is getracht, o m deze vereenigingen in één grooten bond onder te brengen. D i t is echt e r n i m m e r gelukt, hetgeen te betreuren is, daar men hierdoor zijn krachten versnippert. V e r d e r zijn er nog 3 jongelieden-vereenigingen, die veel hebben bijgedragen t o t de bevordering van de geestelijke o n t w i k k e l i n g der Chineesche jeugd. Deze zijn de „ C h u n g H s i o k " , dat is de vereeniging van leerlingen der middelbare scholen, de „ H o a Hsiao Tsing Nien H u i " , opgericht door leerlingen a f k o m s t i g van de „ T i o n g H w a Hwee K w a n " en de „ A n g l o Chinese Association". In 1921 w e r d hier een inrichting gesticht voor Chineesche weeskinderen, waarin tevens werden opgenomen verlaten en verwaarloosde Chineesche jongens en meisjes. D i t weeshuis draagt den naam van „ T h a y Tong Bong Y a n " en is te Tambak Bajan gevestigd. T o t medio 1931 werden in die inrichting opgenomen 41 jongens en 20 meisjes. W a t de A r m e n z o r g betreft, kan worden gereleveerd, dat wijlen m e v r o u w Teng Sioe Hie — geboren Kwee daartoe in 1929 den stoot gaf. Ten gevolge van haar plotseling overlijden konden de bestaande plannen echter niet d i r e c t t e n uitvoer worden gebracht. Later w e r d onder haar naam een fonds gesticht t e n behoeve van Chineesche armlastigen. O o k kent Soerabaia nog verschillende Chineesche studiefondsen. De ziekenzorg heeft in de laatste jaren mede de belangstelling van de Chineezen gehad. Zoo w e r d hier in Juni 1931, na r u i m 2 jaar in één der lokaliteiten van de „Siang H w e e " te Tjantian t e zijn ondergebracht, de Chineesche polikliniek „Soe Swie Tiong H w a Ie W a n " te Kendjeran geopend, welke door particulier i n i t i a t i e f t o t stand k w a m . Behalve in de gewone poliklinische gevallen, verleent deze nuttige vereeniging ook hulp aan k r a a m vrouwen, opiumschuivers, enz. Gedurende 24 dagen van Juli 1931 werden in die inrichting 1874 patiënten behandeld, onder wie 830 Inlanders.

63


[' "''^ïïS,,,r (

De bekende eetgelegenheid van Kiet Wan Kie. Er zullen maar weinige Soerabaianen zijn, ook onder de Westersche bevolking, die er niet eens zijn gaan smullen van de lange lijst gerechten met vreemdklinkende namen. Het is er knus zitten in de kleine „ b o x e n " boven en velen geven er elkaar na afloop van „ b i o s " of dancing rendez-vous. Voor het gebouw : de Chineesche kok koopt i n ; Inlanders bieden hem kippen en duiven aan, maar ook schildpadden, kikvorschen, garnalen, kreeften, ja, wat al niet, worden dagelijks ingeslagen. (Foto Koopmans.)

in het hartje van de Chineesche kamp (Tjantian). Winkels, hotels en eetgelegenheden rijen hier aaneen. Op de groote uithangborden staat o.m. te lezen: „toekang mas" (goudsmid), „toekang gambar" (schilderijenverkooper en lijstenmaker), „roemah makan" (restaurant), enz. Vooral 's avonds als de electrische lichten branden, heerscht in dit stadsdeel een gezellige Oostersche drukte. De eindindruk, die de Westerling bij een bezoek aan de Chineesche kamp krijgt, is er een van kleurtjes en geurtjes; de laatsten zijn voor zijn reukzintuig lang niet altijd even aangenaam. (Foto Koopmans.)

K IJ K J E S

I.

IN

2.

Het gebouw van de Chineesche Handelsvereeniging „Tiong Hwa Tjong Siang Hwee" op Tjantian. De Tiong Hwa Bank (Tiong Hwa = Chineesch) op Tjantian, thans gesloten. Aangezien de straat op dit punt bijzonder nauw is, kon de fotograaf geen voldoende „afstand" nemen. Jammer, daar men anders ongetwijfeld een beteren indruk had kunnen krijgen van dit moderne verdiepingsgebouw, dat tusschen oude kavaljes weggedrukt staat. (Foto Koopmans.)

64

D


Chineesche manufacturenhandelaren. Er ligt in den regel in die oogenschijnlijk nietige winkeltjes voor een grootere waarde aan sitsjes en stoffen opgestapeld, dan men zou meenen. In normale tijden gaat er in dergelijke toko'tjes heel wat om. (Foto Koopmans.)

Een â&#x20AC;&#x17E; k l o n t o n g " (marskramer). Reeds vroeg in den morgen gaat hij met pak en mand op stap en pas 's avonds laat komt hij in z'n

stulpje

terug.

Een

harde

leerschool,

maar een, waardoor pas aangekomen Chineezen de taal, de

D EC H I N E E S C H E

KAMP.

en de toestanden kennen. Typisch,

zeden, de hier

dat

gewoonten

uitstekend men

te

leeren

Soerabaia,

zoowel als elders in Indie, alleen Chineesche klontongs aantreft. (Foto

Koopmans.)

Waar de Chineesche kamp in de Arabische overgaat : Songojoedan en omgeving. Op den voorgrond : de Kali Pegirian. Achter het moskeetje, dat nog juist te zien is, ligt de Arabische kamp. Links, dichtbij het water, staan oud-lndische verdiepingshuizen, waarin Chineezen wonen en werken. (Foto Isken.) Pasar Terang, aan het einde van Kembang Djepoen, is een van de Chineesche winkelgalerijen in de stad. Aan de kleine kraampjes kan men allerlei huishoudelijke artikelen, kleedingstukken, ijzerwaren, enz. tegen betrekkelijk lage prijzen koopen, tenminste als men weet te â&#x20AC;&#x17E; t a w a r r e n " (loven en bieden).

65


Een van de bekendste Chineesche sociëteiten. S o m m i g e zijn in werl<elijl<lieid niet anders dan v e r k a p t e dobbelhuizen. V a a k zijn de namen van vereeniging

en

hoofdbestuursleden

de

vlag, w e l k e de lading d e k t . D a t e r in deze sociëteiten dikwijls o m zeer hooge bedragen gegokt w o r d t , m e r k t m e n als buitenstaander pas, nadat de politie een inval heeft gedaan en de kranten erover schrijven. ( F o t o Isken.)

Een c e n t r u m van v e r m a a k voor de Chineezen : het A l h a m b r a - T h e a t e r op K e r t o p a t e n . Behalve de bioscoopvoorstellingen, t r e d e n er ook

vaak

Chineesche

tooneelspelers

op-

( F o t o Koopmans.)

Chineesch poppenspel, dat wordt

in het

tempel „Hok

soms

vertoond

gebouwtje gelegen voor den Tik

Hian"

in kampong Doe-

koeh. Loods en gebouwtje, t e r

w a a r d e van

f 3300.— w e r d e n geschonken door den

heer

T a n T i a n g King. ( B l i t z l i c h t o p n a m e Fotax.)


De N.V. volkshuisvesting bracht m e t de d o o r haar gebouwde woningen m e t lage huurprijzen te Simolawang, Sidodadi en Tambaksari (Ketabang-Oost) u i t k o m s t voor vele Chineesche minvermogenden. O p het gebied van sport zijn de Chineezen bij de andere bevolkingsgroepen in de stad niet achter gebleven. De hier bestaande sportvereeniging „ T i o n g het

beste

voetbalveld

van Java. Voorts

H w a " telt momenteel

r u i m 1000 leden en bezit

hebben verschillende Chineesche scholen sportorganisaties in

het leven geroepen t e r beoefening van het korfbalspel, pingpong, enz. Tenslotte kan nog w o r d e n g e m e m o reerd, dat hier verschillende andere Chineesche sportclubs bestaan, die tal van spelers t e l l e n , onder wie enkele bekende kampioenen. De Chineezen zijn voornamelijk tusschenhandelaars, zij vormen de schakel tusschen de g r o o t e Europeesche i m p o r t e u r s of exporteurs en de consumenten of producenten. Sommigen b e z i t t t e n een bedrijf, bijvoorbeeld een houtzagerij, glasblazerij,ijsfabriek, sigarettenfabriek, schoenmakerij, m e u b e l m a k e r i j , enz. Anderen weer vinden een emplooi

bij

kantoren of bankinstellingen; velen zijn daar als kassier

of boekhouder w e r k z a a m . Vroeger stonden t a l r i j k e

vooraanstaande Chineezen in connectie m e t

het

Nederlandsch-Indische

Gouvernement, vanwege het monopolie der pachten, dat zij bezaten. Bij de invoering der o p i u m - en pandhuisregie kreeg de Chineesche Maatschappij in Indië echter een gevoeligen knak in aanzien, macht en welvaart. I m m e r s vele bij de pacht betrokken Chineesche geëmployeerden moesten hierdoor naar een andere b r o o d w i n n i n g o m z i e n , zoodat het niet te verwonderen is, dat thans in elk beroep of bedrijf ook Chineesche werknemers worden aangetroffen. W e r d e n de Chineezen vroeger van de tewerkstelling in 's lands dienst uitgesloten en niet toegelaten t o t het klein-ambtenaarsexamen, dat t o t de lagere betrekkingen in gouvernements dienst toegang verschaft e , thans zijn, dank zij de meerdere

en betere onderwijsgelegenheden, op de overheidskantoren

te

Soerabaia verscheidene Chineesche ambtenaren en beambten w e r k z a a m . Met b e t r e k k i n g t o t den Chineeschen middenstand kan er op gewezen w o r d e n , dat het aantal winkeliers hier sterk is toegenomen. W i j denken bijvoorbeeld aan de winkelgalerijen te Passer Baroe, Kembang Djepoen, Toendjoengan en op den hoek van de Tamarindelaan, en verder aan den manufacturen- en kramerijenhandel in de Chineesche kamp en aan de provisiën- en drankenzaken in de bovenstad, welke up t o date zijn ingericht en voor lederen vreemdeling een bezoek waard zijn. In het belang van den handel werd door de Indo-Chineezen aansluiting m e t China gezocht, vooral door de o p r i c h t i n g van de Chineesche Kamers van Koophandel, de z.g. „Siang H w e e " , welke echter aanvankelijk niet geheel v r i j waren van politieken invloeden u i t China. Later werden zij te Soerabaia t o t een Chineesche Handelsvereeniging gereorganiseerd met het doel o m informaties in te winnen en handelsrelaties aan te knoopen. Echter zijn de standing en het belang van deze

Chineesche doodkistenmakers. Er zijn er maar enkele in de stad. De doodkisten worden van zware planken vervaardigd, welke men „langleven-planken" noemt. Zij worden als zij gesloten zijn, gebreeuwd en gevernist, zoodat niet de minste slechte lucht ontwijken kan. Men kan ze in soorten en prijzen krijgen. De duurdere zijn prachtig zwart of rood verlakt en met goud versierd. Ouderlievende zonen schenken hun vader op zijn 61 sten verjaardag dikwijls een fraaie doodkist, die in de voorhal van het huis te pronk wordt gezet en aan vreemden en bekenden als een hoog bewijs van kinderlijke deugd wordt vertoond. Dit gebruik raakt hoe langer hoe meer uit de mode. (Foto Isken.)


De tempel „ H o k An Kiong" ( .Verblijfplaats van Geluk en Rust") in de Chineesche Tempelstraat, gewijd aan Ma Tjoo Poo, de patrones der zeelieden, is de oudste ,klenteng" te Soerabaia; het gebouw moet omstreeks 1800 zijn opgericht. Op het voorplein had vroeger eens in het jaar — omstreeks Augustus — het z.g. „reboetan"-feest plaats. Dan werd volgens het Chineesche Boeddhistische geloof, de hellepoort wagenwijd opengezet en kregen de zielen, die in het vagevuur hadden moeten branden, vacantie, teneinde door de menschen op aarde onthaald te worden en zich voor een jaar aan al het geschonken lekkers te goed te doen. Bijna alles in en aan het gebouw heeft een symbolische beteekenis. Let op de gebogen daklijst, welke vorm waarschijnlijk ontleend is aan den tentvorm der nomadenvolken. (Foto Isken.)

Een interieuropname van het hoofdgebouw van den tempel van „ H o k An Kiong". De eerste indruk, die men krijgt bij het betreden van deze ruime, hooge maar betrekkelijk donkere zaal. Is er een van kleurenmengeling, welke zich oplost in een accoord van rood, goud en zwart met accenten van geel, groen, blauw en wit. Als men eenigszins aan de duisternis en de omgeving gewend is, begint men pas de verschillende voorwerpen te onderscheiden: koperen kandelabers met roode (kleur des geluks, die spoken en onheilen verjaagt) kaarsen, wierookvaten met smeulende stokjes, kaarsenrekken met houders, geborduurde strooken en lappen met kleurige Chineesche letterteekens, leelijke ouderwetsche petroleumlampen van Westersch maaksel, planken (de z.g. „paai's en „plans") met vergulde (goudgeel is de keizerlijke kleur) inscripties, enz. Op een tafel ziet men, nog juist, het beeld staan van Kwan Tee Yah, den God van Oorlog, Handel en Literatuur, met zijn beide wachters en achterde door ouderdom vale en ietwat groezelige gordijnen gaan de beelden van de Godin der Zeelieden, met haar beide schildknapen schuil. (Foto Isken.)

68


De voorzijde van den tempel „ H o k Tik H i a n " in kampong Doekoeh, gewijd aan Kwee Tiong Hok, den beschermgod van de provincie Hokkian. Deze tempel werd opgericht in 1899. Let weer op de gebogen daklijst. Links en rechts op de foto (achter het puntige hek) : ovens, waarin offerpapier verbrand kan worden; de rook ontsnapt dan door den typisch, maar fraai-gevormden schoorsteen. In de voorgalerij zijn te zien zes beelden van de adjudanten van Kwee Tiong Hok, lampions en schilden met opschriften, enz. in den linker en rechter afscheidingsmuur reliefs van een tijger en een draak. De tijger is het symbool van grootheid en macht (spookverdrijver), de draak Over dit zinnebeeld van regen, vruchtbaarheid, leven en zelfs van keizerlijke waardigheid zijn dikke boeken geschreven. Ik meen, dat in combinatie de tijger het vaste, materieele en de draak het vluchtige, opwaarts strevende symboliseert. Persoonlijk vind ik deze symboliek zeer treffend en uitstekend passen bij een godshuis, waarin de materieele mensch een oogenblik vertoeft, teneinde zich van zijn aardsche banden te ontdoen en zijn gedachten op hoogere waarden te vestigen. (Foto Isken.) Interieur-opname van het paviljoen, opzij van het hoofdgebouw van den tempel „ H o k An Kiong". Achter de tullen gordijnen (links op de foto) tronen de God en Godin van den Rijkdom, Thow Thee Kong en Thow Thee Poo, die tevens vereerd worden als de goden van het Geluk. Zoo heel vreemd is dit niet bij een volk, in welks oogen rijkdom en geluk vrijwel synoniem zijn. De muurschildering naast het altaar stelt een hert voor (symbool van geluk en geldelijken voorspoed). Aan den zijwand van de altaarkamer (rechts boven) ziet men een twaalftal geschilderde platen. Deze eenvoudige muurprenten illustreeren de verhalen uit het populaire Chineesche boek, getiteld: „Beroemde voorbeelden van Ouderliefde". De titel karakteriseert den inhoud. Inderdaad is het werk een soort van kroniek van brave Hendrikken en Hendrika's. Onder de muurschildering : een kaarsenrek. (Foto Isken.) Een „close up" in de voorgalerij van den tempel „ H o k Tik H i a n " in kampong Doekoeh. De beteekenis van den naam van den tempel is moeilijk weer te geven. Vrij vertaald beteekent „ H o k Tik H i a n " : „ ' t Gebouw, waarin de deugd van den mannelijken Phoenix". Aan het woord „Phoenix" moet hier de beteekenis worden gehecht van Oudere Broeders (in theosofischen zin), die waken over de menschheid. (Foto Isken.)

69


De voorzijde van den prachtigen tempel van Khong Hoe Tjoe (Confucius) op Kapassan, officieel geopend op 22 Sept. 1907. In China en overal waar Chineezen wonen werden, behalve voor goden en halfgoden, ook tempels opgericht voor wijsgeeren, bevorderaars van de wetenschap en groote letterkundige genieĂŤn ; die, welke ter eere van Confucius opgetrokken zijn, staan in deze catagorie bovenaan. Confucius (d.i. leeraar of meester Khong) was een Chineesch filosoof en godsdienstleeraar, geboren in 551 v. Chr. en gestorven in 479. Hij werd in meerdere feudale rijken t o t minister verheven en predikte, het rijk doortrekkend, Deugd en Gerechtigheid. Zijn leer vond pas na zijn dood aanhangers. Let op de gebogen daklijsten en de draak-omslingerde zuilen. (Foto Isken.) (Zie ook de interieur-opname op bladz. 60.)

handelsvereeniging helaas door omstandigheden en verkeerden opzet langzamerhand voor een g r o o t deel v e r l o r e n gegaan. Te v^elnig beseffen de Chineezen nog de noodzakelijkheid van een goed georganiseerde handelsvereeniging. Z i j zijn dan ook in de meeste gevallen geheel verstoken van juiste informaties over den w e r e l d handel in het product, waarin zij handel drijven. Verschillende passers malem werden hier in den loop der jaren voor liefdadige doeleinden op initiat i e f en m e t medewerking van vooraanstaande Chineezen gehouden; zij zijn f e i t e l i j k t e beschouwen als voorloopers van de in 1923 opgerichte Jaarmarktvereeniging, waaraan Chineezen eveneens een belangrijk w e r k zaam aandeel hebben gehad en waarin veel Chineesch kapitaal is gestoken. H e t bankwezen heeft in de laatste jaren mede de interesse van de Chineezen. Z o o werden hier gevest i g d de T i o n g H w a Bank, de Be Biauw T j w a n Bank en de Oei T i o n g H a m Bank. De t w e e eerstgenoemde moesten echter, helaas, door een samenloop van omstandigheden k o r t na de o p r i c h t i n g worden gesloten. H e t behoeft geen betoog, dat de huidige depressie ook op het Chineesche zakenleven te Soerabaia van nadeeligen invloed is. De scherpe concurrentie tusschen de Europeesche i m p o r t e u r s onderling heeft t o t gevolg het zelf bereizen van de binnenlanden m e t uitschakeling van den Chineeschen tusschenhandel, welke daardoor de economische o n t w r i c h t i n g in hooge mate voelt. Ondanks de vele moeilijkheden hebben de Chineezen t o t dusver den tusschenhandel kunnen beheerschen. D i t is ongetwijfeld t e danken aan hun g r o o t aanpassingsvermogen en hun plooibaarheid, hetgeen ech-

70


De groote vergaderzaal in het gemeentekantoor op Ketabang. Op den achtergrond het borstbeeld van wijlen ir. G.J. Dijkerman. In het marmeren voetstuk is de volgende opdracht gebeiteld : â&#x20AC;&#x17E; I n dankbare herinnering aan ir. G.J. Dijkerman, in leven burgemeester der Stadsgemeente Soerabaia. Eerbiedig aangeboden aan den stadsgemeenteraad van Soerabaia door de Chineesche burgerij,28 Januari 1930". De foto (van Fotax) werd genomen vanaf de publieke tribune. Daarvoor : de monumentale zitplaatsen van de gemeenteraadsleden met hoefijzervormige tafel. Op het marmeren podium (op den achtergrond) de zetels van den burgemeester, de wethouders, den secretaris, den adjunct-secretaris en de notulisten. Aan het open einde van het hoefijzer : de zitplaatsen voor de vertegenwoordigers van de Pers.

t e r niet wegneemt, dat niettegenstaande deze goede eigenschappen de Chineezen veel van hun beteel<enis in het economisch leven hier te lande zullen moeten verliezen. Effectief kapitaalsverlies is momenteel bijna overal te constateeren; groote Chineesche handelshuizen van decennia t e r u g verdwenen van het tooneei, t e r w i j l vooralsnog zuilen worden

niet is te

verwachten, dat

nieuwe

opgericht.

Bij de bespreking van de politiek zij er op gewezen, dat de hervormingen in China van grooten invloed zijn geweest op de volbloed-Chineezen in Ned.-indiĂŤ en niet minder op hen, die sedert geslachten hier te lande zijn gevestigd. De nationale opleving kreeg t e meer vat op hen, o m d a t bij de destijds bestaande belemmeringen van hun persoonlijke vrijheid (passen- en wijkenstelsel) en hun verwaarloozing (geen onderwijsvoorziening) nog d i t f e i t k w a m , dat door het afschaffen der pachten van o p i u m - en pandhuisregie een economische inzinking in de Chineesche Maatschappij voelbaar was, waardoor in dien t i j d onder deze bevolkingsgroep een geest van ontevredenheid heerschte. Z i j t r a c h t t e door solidariteit en samenwerking haar w e t t e l i j k e en maatschappelijke positie in IndiĂŤ te verbeteren. Door den invloed der groeiende nationale beweging en niet het minst door den diepgaanden invloed der jongere generatie werden zegenrijke verbeteringen ingevoerd, welke de groep der Chineezen

71


'%li$0n^

Interieuropname van het gelicenteerde speelhuis op Bongicaran, in het hart van het Chineesche kamp. Aan de speeltafel: spelers en croupiers. Deze dobbelgelegenheid, voor het houden waarvan de eigenaar den Lande dagelijks een belangrijk bedrag moet uitkeeren, staat doorloopend onder poh°tioneel toezicht. Slechts met zeer groot geduld kon de heer Isken deze foto opnemen ; telkens als hij zijn toestel wilde instellen, sprongen de Chineesche spelers van de zitbanken en vluchtten, om pas vele minuten later naar hun plaats terug te keeren.

op een hooger niveau hebben gebracht. Men denke aan de afschaffing van het belemmerende passen- en w i j k e n s t e k e l , de o p r i c h t i n g van uitstekend ingerichte Hoiiandsch-Chineesche scholen, de vervanging van de destijds voor Chineezen vernederende p o l i t i e r o l door het i n s t i t u u t van landgerecht voor aile bevolkingsgroepen, de unificatie der i n k o m stenbelasting, de toepassing van het Europeesche f a m i l i e - en erfrecht op Chineezen en de invoering van een burgerlijken stand, geheel op Europeeschen leest geschoeid, waarmede een einde is gemaakt aan de onzekerheid, welke t e n aanzien van het Chineesche f a m i l i e - en erfrecht bestond en aan de d a a r u i t voortvloeiende onereuze processen, welke vooral te Soerabaia schering en inslag waren. H e t is van belang er hier melding van t e maken, dat, nadat in 1910 m e t China reeds een consulaire overeenkomst was gesloten en Chineesche consuls in Indië hun intrede zouden doen, de W e t op het Nederlandsche onderdaanschap toepasselijk w e r d verklaard op de Chineesche pranakans. De zoogenaamde nationalisten echter wenschten, dat de Indo-Chineezen hun lot zouden verbinden aan China en zich zouden onthouden van deelneming aan het openbare leven, dus geen lid zouden w o r d e n van openbare lichamen. H e t is te begrijpen, dat deze nationalisten op de meerderheid van de Indo-Chineezen, ook op die t e Soerabaia, vat kregen en wel in verband m e t den bestaanden slechten socialen en economischen toestand. I m m e r s , de bovenvermelde verbeteringen lieten toen te lang op zich wachten. Degenen die beseften, dat zij „blijvers"-in-lndië waren, vonden het echter noodzakelijk, deel te nemen aan het Indische openbare leven, teneinde ook hun stem te laten hooren en mede hunnerzijds invloed u i t t e oefenen op de wetgeving, doch zij behoorden t o t de m i n d e r h e i d . D i t is dan ook de reden, dat in het begin der decentralisatie-jaren en zelfs t o t voor k o r t , van de zijde der Chineesche gemeenschap voor de gemeentehuishouding niet de minste belangstelling bestond. De Chineesche leden van den gemeenteraad waren destijds de in functie zijnde majoor-Chinees en enkele Chineesche notabelen, die of d o o r benoeming, of door enkele candidaatstelling hun zetels in het college verkregen hadden. Als representanten van de Chineesche gemeenschap konden zij echter m o e i l i j k w o r d e n beschouwd. Toen in 1919 de Chineesche Regeering verklaarde, dat de n a t i o n a l i t e i t van de Chineezen in Ned.-Indië uitsluitend w e r d vastgesteld volgens de Ned.Indisch wetgeving ( W e t van 1910), waardoor de nationale beweging tegen het Nederlandsche onderdaanschap een m i s l u k k i n g w e r d , k w a m een andere wending in de p o l i t i e k der Chineezen. De groep, die zich t o t op dat t i j d s t i p afzijdig had gehouden, begon zich eveneens te interesseeren voor de vertegenwoordiging in de openbare colleges. Men ijverde er voor bij de candidaatstelling voor het lidmaatschap van den gemeenteraad, dat candidaten u i t de eigen groep verkozen werden.

72


Deze belangstelling in gemeentezaken w e r d nog verhoogd, toen door den Soerabaiaschen gemeenteraad in 1929 een Chineesch lid van dien Raad t o t vy^ethouder w e r d benoemd. Bij de daarop volgende periodieke verkiezing in 1930 was de belangstelling dusdanig gegroeid, dat voor de Chineesche groep meerdere candidaten werden gesteld, zoodat toen ook voor hen voor de eerste maal een s t e m m i n g moest plaats hebben. Bij de in Juli 1931 voorgekomen tusschentijdsche verkiezing, t e r uitbreiding van het aantal zetels in den Soerabaiaschen gemeenteraad, w e r d w e d e r o m een verkiezingsstrijd onder de Chineezen gestreden. De in 1928 opgerichte vereeniging „Chung Hua H u i " , waarvan hier een afdeeling is gevestigd, stelt zich ten doel : Ie.

in het algemeen langs ordelijken weg den economischen, maatschappelljken en politieken v o o r u i t gang van alle bevolkingsgroepen in Ned.-lndië voor te staan en te bevorderen en

2e.

in het bijzonder, o m m e t alle wettige en geoorloofde middelen alle belangen van de In Ned.-lndië gevestigde Chineezen in den ruimsten zin van het w o o r d te behartigen en te streven naar het behoud en de versterking van ideëele en reëele betrekkingen m e t het stamland China. De vereeniging „ C h u n g Hua H u i " ijvert zoowel voor passief als voor actief kiesrecht, teneinde waardige

vertegenwoordigers van haar groep in den Gemeente-, Provincialen-, Regentschaps- en Volksraad te krijgen. Bij besluit van den Directeur van Justitie van den I7en September 1928 is deze vereeniging als reclasseeringsinstelling erkend, zoodat zij m e t reclasseeringsarbeid kan worden belast. Ten slotte moge hier onder de aandacht van den lezer worden gebracht, dat ook de Chineezen een beleidvol bestuur weten t e apprecieeren. Het f e i t namelijk, dat de prestaties van wijlen burgemeester Ir. G.J. D i j k e r m a n zoodanig werden gewaardeerd, dat de Chineezen t e r nagedachtenis van hem op 28 Januari 1930 een borstbeeld van dezen bij hen zoo populairen magistraat aan den Gemeenteraad aanboden, is daarvan een overtuigend bewijs.

Een opiumkit. Alle bestaande opiumkltten zijn aan de Soerabaiasche politie bekend en worden door haar geregeld gecontroleerd. Het ziet er in zoo'n schuifgelegenheid, naar men op bovenstaande foto (van Fotax) duidelijk kan zien, steeds armoedig uit. Luxe-opiumkitten, zooals die b.v. in de detective-verhalen van Sax Rohmer e.a. worden beschreven, vindt men hier niet. Op de lage slaaptafels liggen een paar opiumschuivers. Tusschen hen i n : de ingrediënten en benoodigdheden voor het toebereiden van de pijpen; verder theepot en kopjes. Op den grond : een kwispedoor. Aan de wanden : zinnenprikkelende reclameplaten, een kalender en een kapstok voor de uitgetrokken kleeren. Vele Chineezen, die niet over een eigen (doorgerookte) pijp beschikken, gaan bij vrienden of kennissen schuiven. De houder van de „ k i t " mag den schuivers geen opium leveren en ook geen betaling in ontvangst nemen. Dat dit echter nimmer in hei: geheim geschiedt, zou ik niet durven beweren. Bovendien wordt de kithouder reeds ruimschoots beioond, indien hij het restant van de opium in de pijpen der schuivers mag houden en verkoopen.


mOE

ARABIEREN.

Aantal Arabieren in langzaam tempo gestegen. — Hun onvermogen o m te assimileeren en de reden daarvan. — De reformbeweging. — De Kampementstraat en de omgeving. — Leven als in een bijenkorf. — De positie der vrouw. — Het „geboorte-overschot". — Opvoeding en onderwijs. — De sociët e i t " Moeara' atoe'l ichwan." — Sportvereenigingen. — Eenige jaarlijks terugkeerende feesten. — Handel en nijverheid. — Het groote bezit aan onroerende goederen. — Het politieke leven. — De strijd om de Seijidtitel. — Het typische contact tusschen Arabieren en Inheemschen.

H

et aantal A r a b i e r e n , dat hier gevestigd was, is, in tegenstelling m e t de andere bevolkingsgroepen,

in b e t r e k k e l i j k langzaam t e m p o gestegen. Er is zelfs een periode van t w i n t i g jaren geweest, n. I. van 1900 t o t 1920, w a a r i n d i t aantal een weinig

terugliep.

U i t ondervolgend staatje kan men zich een beeld v o r m e n van het verloop der toename in zielental van deze bevolkingsgroep. Z i j het ten overvloede, vestig ik er de aandacht op, dat de cijfers overzichtelijkheidshalve t o t honderdtallen zijn afgerond.

Jaar 1880 1890 1900 1910 1920 1930

Aan t a l ± ± ± ± ± ±

Arabieren 1.200 1.800 2.800 2.600 2.600 5.000

Van 1880 t o t 1900 was dus een geleidelijke stijging in het aantal der hier gevestigde A r a b i e r e n waar t e nemen. In het hierop volgende t w i n t i g j a r i g e tijdvak bleef hun aantal v r i j w e l constant, liep zelfs i e t w a t t e r u g , o m dan echter in de tienjarige periode van 1920 t o t 1930 m e t ongeveer 100% toe t e nemen. In een land nu, waar zoo vele verschillende volkeren elkaar als medeburgers o n t m o e t e n , is het niet t e verwonderen, dat men tegenstellingen o p m e r k t , die n i e t zijn ontstaan u i t een drang of dwang van omstandigheden, doch die het gevolg zijn van eigenschappen, welke niet alleen als raseigenaardigheid maar ook als beschavingsverschijnsel mogen worden beschouwd. Een dergelijke opvallende tegenstelling nu heeft zich in de laatste t w i n t i g jaren sterk o n t w i k k e l d tusschen de hier te lande wonende Chineezen en A r a b i e r e n . De evolutionaire machten namelijk, welke ook op onze koloniën van zulk een belangwekkenden i n vloed zijn geweest en volkeren, die vroeger als zeer vasthoudend bekend stonden, aan een westersche levensopvatting, — zij het ook vaak nog slechts naar den v o r m — hebben o n d e r w o r p e n , stootten bij hun aanval op het Arabische f r o n t op een onvermogen o m te assimileeren, dat wel een bij uitstek Arabische eigenschap kan worden genoemd. D i t onvermogen nu berust in hoofdzaak op de macht der t r a d i t i e ; op het gezag namelijk eener eeuwenoude m o r a a l , welke v o o r n a m e l i j k gebaseerd is op godsdienstige overwegingen en overleveringen. H e t niet te ontkennen feit, dat de Arabische bevolking in den algemeenen strijd o m een maatschappelijk hooger levenspeil zoo opvallend in de achterhoede is i'ebleven, m o e t derhalve ook niet slechts worden geweten aan een aangeboren stijfhoofdigheid of aan het gebrek aan eensgezindheid en ernstige voortvarendheid, doch mede aan een verstijfden eerbied jegens v o r m e n , die toch het diepste wezen van den Mohammedaanschen godsdienst reeds niet meer raken.


Bij de beoordeeling voorts der moderne beweging, well<e zich ten deeie ool< van de A r a b i e r e n t e Soerabaia heeft meester gemaaict, mag niet uit het oog worden v e r l o r e n , dat deze in hooge mate w o r d t beheerscht en geleid door een r e f o r m a t i e , die sedert vele jaren reeds van Caïro u i t onmiskenbaren en weldadigen invloed doet gelden. H e t is een reformbeweging, die weliswaar steunt op de

successen der

moderne

Europeesche wetenschappen, maar die ook zeer beslist haar Mohammedaansche beginselen zal blijven behouden. H e t verreweg grootste gedeelte der A r a b i e r e n t r e f t men aan in het noordoostelijke gedeelte der stad, langs beide zijden der breede Kampementstraat. Op deze straat dus, waar vroeger eens de officieren u i t het K a m p e m e n t gewoond hebben, komen de straten, straatjes, gangen en stegen uit, w a a r i n de woningen der zonen van H a d r a m a u t h gelegen zijn. Slechts weinigen bezitten aan den grooten weg een behoorlijk en respectabel huis, maar toch zijn er ook w e l , die in de wijken aan weerszijden van de Kampementstraat nog r u i me huizen bewonen. Indien men evenwel zoo veel belangstelling t o o n t , dat men t o t de nauwe verborgen en bochtige gangetjes d o o r d r i n g t , waar huis tegen huisje leunt, dan ziet men, hoeveel mannen, vrouwen en kinderen wegschuilen en verdwijnen achter krees en deuren, welke toegang verleenen t o t verblijfplaatsen, die een West e r l i n g niet altijd nog woningen zal w i l l e n noemen. A c h t e r d i t f e i t schuilt echter nog een waarheid, welke door Europeanen vaak u i t het oog w o r d t verloren. Er zijn namelijk onder de A r a b i e r e n , die van huis u i t toch al niet zelden overdreven spaarzaam zijn, slechts zeer weinigen, die boven hun stand leven en boven hun i n k o m e n . Helaas zijn er echter ook nog maar b e t r e k k e l i j k weinigen, die reeds t e n volle doordrongen zijn van het g r o o t e gevaar, dat de zeer onhygiënische toestand, waarin hun woonplaatsen verkeeren, oplevert voor het behoud van hun gezondheid en van die hunner vrouwen en kinderen. O o k die toestanden zullen alleen kunnen worden verholpen door een v e r r u i m i n g van den geest, vooral van den vaak nog bijna slaafschen familiegeest, i m m e r s ook z i j , die voldoende middelen bezitten o m deze vaak benauwende sfeer te verlaten, zullen voorloopig nog liever hier blijven wonen; gehecht als zij zijn — zij en in het bijzonder hun vrouwen— aan het m i l i e u , waarin zij zijn opgevoed en waarin zij hun vele f a m i lieleden gehuisvest w e t e n ; gehecht als zij zijn ook aan een zakenleven, dat nog niet a l t i j d , zooals het Westersche, gebonden is aan vaste k a n t o o r u r e n . O o k de moskeeën, aan welke zij gehecht zijn, liggen in deze b u u r t en de gang daarheen in de avonduren o m er het gebed te verichten is een wandeling, die nog vaak aanspraak en afwisseling biedt. De Kampementstraat, waar vroeger de officieren uit het Kampement gewoond hebben, is thans de hoofdverl<eersader door de Arabische l<amp. Aan deze straat en ool< aan de gangen en stegen, die er op uitl<omen, liggen de groote en l<leine woningen van verreweg het belangrijkste deel der Arabische bevolking te Soerabaia. In het tweeverdiepingshuis woont de familie Baagil, een der rijksten en invloedrijksten der zonen van Hadramauth. (Foto isken.)


Z o o leven zij dan hier als nnieren of als bijen, o m te vergaren en o m t e sparen. Alles blijft angstvallig gesloten, alle deuren

openen zich alleen maar,

om

menschen door te laten, mannen, kinderen, bedienden en ook vrouwen weliswaar, doch deze laatsten nog steeds m i n of meer door sluiers en doeken o m h u l d en het

liefst

ook pas na

zonsonder-

gang.

H e t zijn dan ook in het

bijzonder

de vrouwen, die vooral te beklagen zijn, want juist ten opzichte van haar w i n t de moderne opvatting nog slechts langzaam

terrein.

In

het gebied,

binnen

welks grenzen de voorwaarden gelden, welke aangeven w a t geoorloofd

is en

geboden, zwaait de t r a d i t i e — en niet Een van de vele sloppen en steegjes in de Arabische kamp. Schilderachtig? Zeker! Hygiënisch? Nu in elk geval meer dan vroeger, toen de gemeente deze kampong nog niet onder handen had genomen. In het midden van het steegje met zijn scheefgezakte uitgewoonde huisjes ligt het betonnen looppad. Achter de kree's: nieuwsgierig-kijkende kindergezichten.

altijd een heilige — nog steeds in v r i j wel

onbeperkte

mate

haar

roestigen

scepter.

Maar als men bedenkt, dat de v r o u Mesdjidoe 'IQuoebah (de Koepelmoskee) werd gebouwd door Seijis Aloei, een zoon van Pangeran Asseijid Asjarief Hassan bin Oemar Alhabshi Alalawi, die in het jaar 1270 der Moh. tijdrekening is overleden, dus ongeveer in het jaar 1850 der Chr. tijdrekening.

wen in A r a b i ë slechts geheel onherkenbaar gekleed op straat

verschijnen

en

dat het daar hoogst onwellevend is, op te zien naar hooge

de ramen van de

vaak

verdiepingshuizen, t e r w i j l

men

dan de gaarne achter de gesloten jalouzieramen

gezeten

kan zien, dan zal

vrouwen

toch

niet

men ook begrijpen,

dat de zoo jaloersche Arabische echtgenooten de wijze, waarop hun vrouwen hier leven,

reeds

verregaand

modern

vinden.

Zeer waarschijnlijk is deze angstvallige afzondering van vrouwen in niet bepaald luchtige r u i m t e n t e m i d d e n eener b u u r t , waar toch al nauwelijks zon en licht den zoo noodzakelijken natuurlijken reinigingsdienst kunnen verrichten, dan ook mede oorzaak, dat onder de v r o u wen zoo bijzonder worden

vele

aangetroffen

en

teringlijdsters dat

zoovele

vrouwen en kinderen vroegtijdig sterven.


Een verkooper van typisch Turksch-Arabisch snoepgoed: veel geconfijte vruchten en kleverig saccharine-zoete lekkernijen. Een dorado voor zoetekauwen. In de Arabische kamp te Soerabaia vindt men hoekjes, die doen denken aan sommige plekjes van Suez en Port-Said. Alles — de menschen, de interieurs, de kleeding en de uitstallingen — draagt een bijzonder cachet, dat voor dengene, die er oog voor heeft, interessant en belangwekkend is. Jammer, dat het Europeesche deel der Soerabaiasche samenleving hier zelden of nooit komt. (Foto Isken.) Toko van een Arabischen handelaar in batikgoederen, kain plekat en kain djerman. Een hoogst primitief steil trapje leidt naar de bovenverdieping, waar de handelaar woont. (Foto Isken.)

In 1930 toch bedroeg het geboorte-overschot minus 2, d i t w i l dus zeggen, dat er in dat jaar meer A r a bieren stierven (77), dan er geboren (75) werden. In het daarop volgend jaar (1931 ) bedroeg het geboorteoverschot slechts I; 88 nieuwe wereldburgers werden geboren en 87 Arabieren stierven. Deze cijfers steken schril af bij die, betreffende de geboorteoverschotten van de Europeesche en Chineesche bevolkingsgroepen, zooals u i t het onderstaande staatje kan blijken. Chineezen

Europeanen Mutatiën 1930

1931

1930

' 1931

Geboren

600

618

1155

MN

Overleden

210

188

461

430

+390

+ 430

694

+681

Geboorte-overschot

+

O o k percentsgewijze, gerekend naar het totaal aantal ingezetenen der verschillende

bevolkingsgroe-

pen, is het geboorteoverschot der A r a b i e r e n m i n i m a a l klein en het blijft ver beneden de cijfers voor de andere bevolkingsgroepen. Omtrent worden

onderwijs

en

opvoeding van de Arabische

jeugd

in

Soerabaia

moge

het

volgende

opgemerkt.

De groote moeilijkheid, welke door alle Arabieren spijtig erkend w o r d t , bestaat vooral h i e r i n , dat hun kinderen de voertaal van hun volk niet rechtstreeks kunnen leeren. Hun moedertaal toch is het Maleisch dan wel het Javaansch, o m d a t de Arabieren hier te lande niet gehuwd zijn m e t volbloed Arabische, doch m e t Indo-Arabische v r o u w e n , die de Arabische taal niet machtig zijn. D i t was dan ook de reden, dat men vroeger steeds t r a c h t t e , zijn kind, d.w.z. zijn zoon op zeer jeugdigen leeftijd reeds naar familieleden in Hadramauth te zenden, teneinde hem daar een zuiver Arabische opvoeding te doen geven. Deze gewoonte nu v e r d w i j n t langzamerhand. Ten eerste, o m d a t men toch reeds, zij het ook niet altijd luide, van meening is, dat het zeer eenzijdige en orthodoxe, welhaast nog altijd slechts uitsluitend op den godsdienst gerichte onderwijs in Arabië niet voldoet aan de merkbaar zwaardere eischen, welke de moder"

77


Twee schilderachtige hoekjes in de Arabische kampm moskee Quad Mohammedaan, op den achtergrond. De Rembraidtie htval geeft st

ne strijd o m het bestaan ook aan de jonge A r a b i e r e n begint t e stellen en t e n tweede, o m d a t de inmiddels hier door A r a b i e r e n gestichte scholen gelegenheid bieden t o t een volgens hun o p v a t t i n g reeds meer uitgegebreid onderv^ijs. Dat d i t s o o r t van onderwijs hier t e Soerabaia nog v e r r e van toereikend is, o m aan eenige l i m i e t t e r zake t e voldoen, w o r d t nog slechts door enkelen ernstig, naar den geheelen omvang van het gebrek, gevoeld, terwijl

niet

zelden ook afgunst en naijver, onderlinge verdeeldheid en ijdelheid de beste voornemens

doen falen. Alvorens enkele bijzonderheden te vermelden betreffende de te Soerabaia aanwezige o n d e r w i j s i n r i c h . tingen dient wel te worden gereleveerd, dat enkele vaders hun zonen reeds hebben onderbracht in een ins t i t u u t of school, waar zuiver Europeesch en neutraal onderwijs w o r d t gegeven. Van de te Soerabaia gevestigde scholen zijn er d r i e , welke hier nader behooren te worden v e r m e l d . In de eerste plaats dient te worden genoemd die school, t o t w e l k e r o p r i c h t i n g ongeveer vijf en t w i n t i g jaar geleden reeds het initiatief w e r d genomen door A l c h a i r i j a h , een partijvereeniging van Arabische Seijids en welke dan ook Almadrasatoe'lchairijah heet. H e t onderwijs op deze school blijft in hoofdzaak nog steeds alleen bepaald t o t den Mohammedaanschen godsdienst en t o t de hiervoor benoodigde moeilijke Arabische taal, zoomede t o t het leeren lezen en schrijven m e t Latijnsche karakters. Deze school heeft dus nog een duidelijk te onderkennen conservatief karakter, dat vooral ook opvalt door de verhouding, waarin de jonge leerlingen staan t o t het onderwijzend personeel. H e t aantal leerlingen bedraagt momenteel ± 200 jongens. De school, die in de tweede plaats m o e t worden v e r m e l d is er een, welke hier r u i m tien jaren geleden w e r d opgericht door de Vereeniging „ A l i r s h a d " , de partij der Arabische Sjechs en ook naar haar genoemd w o r d t „Madrasatoe'l islah wa'l irshad". O o k op deze school v o r m t het onderwijs in den godsdienst en in de Arabische taal de hoofdschotel, doch op de hieraan verbonden avondschool bestaat gelegenheid t o t het nemen van onderwijs in het Nederlandsch, onder leiding van een Europeesche leerkracht. De geheele school draagt een meer v o o r u i t s t r e v e n d , gereformeerd k a r a k t e r en staat onder bekwame leiding. H e t aantal leerlingen bedraagt heden ±

150 jongens en ± 50 meisjes.

Een derde school is de Madrasatoe Maarifoe Mislam. Z i j bestaat sedert ongeveer zeven jaren en w o r d t gefinancierd door een bekenden Arabischen bouwondernemer hier t e r plaatse. A a n het hoofd staat een kundig Egyptenaar en naast onderwijs in den godsdienst en in de Arabische taal als hoofdvakken w o r d t o.m. door een Inheemschen onderwijzer ook o n d e r r i c h t gegeven in de Nederlandsche taal. H e t aantal leerlingen be-

78


I m Imoskee Quad Seran, gesticht door een Britsch-lndischen idtie htval geeft stemming aan de beelden. (Foto Isken.)

droeg aan het einde van het laatste schooljaar, dat op alle Arabische scholen sluit m e t den dag, voorafgaande aan den eersten van de poeasamaand, ± 60 jongens en ± 30 meisjes. Hoewel zich langs de meergenoemde Kampementstraat meerdere sociëteiten bevinden, waar b i l j a r t w o r d t gespeeld, gelezen of gepraat, natuurlijk zonder het genot van sterken drank, verdient slechts die vermelding, welke den naam draagt van „ M o e r a ' a t o e ' l ichwan", een vereeniging t o t bevordering van broederschap. Z i j maakt bij de opname van leden geen onderscheid tusschen Seijids en Sjechs, en ook Inheemsche en Britsch-lndische Mohamedanen mogen als leden worden opgenomen. Men k o m t hier bij elkaar o m te prat e n , o m pingpong of schaak te spelen. De club t e l t thans ±

130 leden.

De sport w o r d t door het Arabische gedeelte der inwoners van Soerabaia eerst sedert k o r t beoefend. De verwachtingen echter, welke gekoesterd w o r d e n , schijnen wel van beteekenis te zijn, want de Arabische voetbalvereeniging n o e m t zich „annasr", „ d e o v e r w i n n a a r " en de tennisclub, welke bestaat uit jonge vooruitstrevende A r a b i e r e n draagt den naam „ a l f o u z " , „ h e t succes" dan wel „ d e o v e r w i n n i n g " . Alvorens nu over te gaan t o t een bespreking der zakelijke belangen, welke de Arabische gemeenschap in Soerabaia bezit, mag w e l , zij het ook slechts in het k o r t , melding worden gemaakt van enkele harer jaarlijks terugkeerende feesten. Aangezien de zonen van Hadramauth echter ook in het land van hun herkomst nog steeds niet een „ v o l k " v o r m e n , een nationale eenheid, maar slechts groepen van enkele groote families, welker macht en aanzien hoofdzakelijk gegrondvest zijn op hun aanhang onder de Bedoeïnen en op t r a d i t i e , kennen zij, naast hun familiefeesten geen nationale feestdagen, doch slechts godsdienstige. Hiervan nu zijn er slechts twee van zulk een algemeen en bepaald belang, dat het verloop van een Mohammedaansch jaar zonder viering dezer feesten even ondenkbaar is als een Christelijk jaar zonder Kerstmis en Paschen. Hoewel nu deze beide hier bedoelde feesten in de Arabische wereld gaarne genoemd worden het „ k l e i n e " feest en het „ g r o o t e " feest, is toch het eerstbedoelde zoo populair, dat het in de p r a k t i j k het eigenlijk „ g r o o t e " feest b l i j k t te zijn. D i t eerstgenoemde en meest bekende feest der Fitrah, de beëindiging der vasten, door de Inheemsche bevolking genoemd Garebeg Fitrah. Het valt op den eersten van de maand Shawal en w o r d t beschouwd als het Inheemsche Nieuwjaar. H e t andere is het zoogenaamde offerfeest. D i t valt op den tienden van de Hadjmaand, heet bij de i n heemsche bevolking Garebeg besar en w o r d t gevierd t e r herdenking van den dag, waarop alle pelgrims te

79

J


OP I.

WEG NAAR DE GROOTE MOSKEE VAN NGAMPEL

Oude Arabier,

met

tulband

op en kaftan aan, doet

zijn

middagwandelingetje naar de moskee. 2. De eerste monumentale poort. 3. Halverwege. 4. Tweede p o o r t ; daarachter : de moskee. (Foto's Isken.)

Medina in de nabijheid van Mel<l<a bij elkaar zijn, o m hun offerdieren te slachten. D i t feest w o r d t hier zonder veel

ophef

gevierd en het behoudt een zuiver gods-

dienstig karakter. H e t feest der Fitrah daarentegen is het feest der vreugde, de dag o m vergiffenis te vragen en te schenken, de dag

eener

nieuwe

belofte, zich zelve

en anderen

gegeven en het feest der b a r m h a r t i g h e i d , het feest voor de a r m e n en behoeftigen. Meestal d r i e of vier dagen van t e

voren

reeds

v i n d t in het openbaar de uitdeeling plaats van geld, dat de bezittende klasse in bepaalde mate verplicht is t e geven als jaarlijksche aalmoes. Op dien dag nu zijn de straten, waar de uitdeeling plaats heeft, overvuld van degenen, die vaak zelfs van Tega! en Cheribon herwaarts t r e k k e n , o m hun deel in ontvangst te nemen. In den nacht echter, voorafgaande aan het feest der Fitrah Zeloe m o e t door lederen huisvader vijf k a t t i rijst worden beschikbaar gesteld u i t naam van een ieder, klein

of g r o o t , die

zijn

gezin,

gerekend w o r d t te behooren t o t

bepaalde

bedienden

niet

uitgezonderd.

Afgaande op vorengenoemd aantal Arabische ingezetenen w o r d e n in dien nacht derhalve ongeveer d r i e honderd picol rijst verdeeld. Op den ochtend

van het feest zelf begeven zich

vrijwel alle mannen naar de moskee; zij gaan na de k o r t e godsdienstoefening weer naar huis t e r u g , o m bezoeken t e ontvangen en af t e leggen. Enkele andere religieuse feesten geboortedag

van

den

Profeet en de

gelden niet als verplichte feestdagen

nu, zooals

de

hemelvaartsdag en het

eerstge-

noemde w o r d t in de laatste jaren nog slechts door een bepaalde groep A r a b i e r e n herdacht en gevierd. De beide gebeurtenissen echter, welke wel door de

geheele

w o r d e n , dat

Arabische zijn

de

gemeente

feestelijk

herdacht

besnijdems

en meer

nog

het

huwelijk, vooral dan, als d i t w o r d t gesloten m e t een jong meisje,

o m d a t zoodoende de basis w o r d t gelegd voor

een nieuw familieleven. I m m e r s de A r a b i e r is een zeer goed huisvader en hij stelt nog steeds prijs op een g r o o t aantal nakomelingen.


« DER WEG ZURÜCK

»

Bij de viering van laatstgenoemd feest nu t r e e d t de godsdienst meer op den achtergrond en het zijn inzonderheid de vrouvyen, die dan voor enkele dagen de regeering in handen mogen hebben. Op deze dagen heerscht dan ook in de kamers en in de keukens een ongekende bedrijvigheid; de geuren van bloemen, van w i e r o o k en van de scherp gekruide Arabische gerechten zijn doordringend, t e r w i j l het d r u k k e gepraat, het gegiechel en het gelach der vele vrouwelijke gasten binnen de kamers, niet zelden de monotone klanken overheerschen der Arabische luit, welke in de voorgalerij of op het voorerf van het huis door de anders zoo stroeve Bedoeïnen m e t wassend fanatisme bespeeld w o r d t . I m m e r s d i t is het feest der vrouwen. O m r i n g d , o m z w e r m d , bediend en verzorgd, gelijk in een bijenkorf de koningin, z i t in een der fel verlichte en kleurig versierde kamers op een geïmproviseerden t r o o n de jonge b r u i d , omhangen met zilveren en gouden sieraden, gelijkende op een eendagskoningin, die geduldig wacht op de belangstelling en op de nieuwsgierigheid der velen, welke komen o m geluk te wenschen, o m te bewonderen, soms m e t vergeeflijke afgunst, en o m al die kostelijke vrouwelijke eigenschappen ten t o o n te spreiden, welke in de harten der Arabische vrouwen evengoed leven als in de harten van haar Westersche zusters. Een beschrijving echter van al hetgeen de Arabische samenleving ook te Soerabaia maakt t o t een ond e r w e r p , voldoende interessant o m t e worden besproken, zou ten eenenmale onvolledig zijn, indien op deze plaats niet w e r d gewezen op de groote belangen, welke zij heeft bij handel en nijverheid en welke zijn vastgelegd in zoo vele onroerende goederen. Het is algemeen bekend, dat de Arabieren zich reeds van vroeger af bezig houden m e t den handel in batikgoederen en m e t den verkoop van kain plekat als ook kain d j e r m a n , voor welke beide laatste soorten zij bijna altijd als eenige afnemers hebben bekend gestaan bij de groote Europeesche i m p o r t f i r m a ' s . In dezen zoo bij uitstek Arabischen handel is echter in de laatste jaren wel een bres geslagen door eenige niet m i n d e r nijvere Chineesche handelaren, die het bolwerk van d i t monopolie reeds ernstig bedreigen. Verscheidene A r a b i e r e n hebben zich van oudsher toegelegd op den handel in bouwmaterialen, terw i j l een zeer bekende f i r m a levendige handelsbetrekkingen onderhoudt met het eiland Soemba, van waar zij paarden i n p o r t e e r t en de zoo veel en gaarne geziene weefsels. Op het gebied van nijverheid zijn er, die kleine tegelfabrieken exploiteeren, drukkerijen en zelfs bioscoopondernemingen.


V e r m e l d dient t e w o r d e n , dat ongeveer duizend dogears in handen zijn van A r a b i e r e n . A i verheugt zich d i t bedrijf niet — en terecht — in een welwillende belangstelling van de meeste Europeanen, toch mag niet worden vergeten, dat het aan duizenden Inlanders den kost geeft. Zeer bekend ook, zelfs t o t ver buiten de grenzen der gemeente, zijn verschillende A r a b i e r e n als aannemers van bouwwerken en als leveranciers van de hiervoor en voor den aanleg van bruggen, wegen en waterleidingen benoodigde materialen. De religieuse gestrengheid nu van enkelen hunner jegens zichzelve en het verlangen van velen, o m van hun overgespaarde gelden een g r o o t e r heeft de meesten ertoe gebracht, o m

en het gemoed meer

bevredigend p r o f i j t te

trekken,

hun batig saldo niet te beleggen bij banken, doch in huizen

en gebouwen. Een wandeling door Soerabaia van den Panggoeng af t o t Simpang en verder, m e t een A r a b i schen gids,

die de gebouwen en woningcomplexen zou kunnen aanwijzen, welke het bezit zijn

A r a b i e r e n , zou

menig

passeert, verbaasd wijze

belegd

Soerabaiaan, die

doen

staan

van de

gewoonlijk

achteloos

r i j k d o m m e n , die

door

de

breede

fronten

de Arabische

van

van

steenwerken

medeburgers

op deze

zijn.

In d i t verband kunnen wegens gebrek aan r u i m t e slechts worden genoemd het gebouw op Kembang Djepoen, waar Mr. H. Zeydner c.s. kantoor houdt, het kantoorgebouw van de Bank of Taiwan en de daaronder gelegen winkelgalerij en in de Heerenstraat het perceel, waar de kantoren van de Mitsui Bank L t d . en van de Mitsui Bussan Kaisha L t d . gevestigd zijn, benevens dat, hetwelk geoccupeerd w o r d t door de f i r m a Tiedeman en van Kerchem. Gaande

in

de

richting

de restaurant van G r i m m

Simpang, v i n d t

een domine

indruk

meer,

het

gebouw,

aan zoo vele Soerabaianen

waar laatstelijk nog de Dunlop Rubber grootschen

men

Cy.

de plaats waar

in

vroegere

ontspanning en vermaak

L t d . , kantoor

het staat

waar

hield. A l

maakt

jaren heeft

het gebouw

het

beken-

geboden zelve

en geen

is, beschouwd van een zakelijk oogpunt, beslist

erende.

Den weg vervolgende door Passer Besar t o t A l o o n - T j o n t o n g t r e k t het gebouw van de Singer Sewing Machine Company de aandacht en meer nog het breede v i e r k a n t , waar t o t voor k o r t o . m . het Japansche Handelsmusuem

was

ondergebracht.

Dan volgen aan weerszijden van Toendjoengan de panden, waar de zaken van R.P. W i j b u r g , T u t t i Frutt i , W ü r f f e l , May Sun en Kanega gevestigd zijn, t e r w i j l het naast R.P. W i j b u r g liggende perceel bestemd is, o m r u i m t e te geven aan een te bouwen bioscoop en dancing. Een nieuwe aanwinst voor Soerabaia is wei het machtige gebouw, dat, nog niet lang geleden v o l t o o i d , den plaats inneemt tusschen het Oranje H o t e l en Embong Kenari en waar oude bekenden zijn neergestreken, zooals Kolff & Co., H o f f m a n , Van W i n g e n en Hellendoorn. Reeds nu is bekend, dat ook het perceel, gelegen tusschen den hoek van Embong Kenari en T o k o Piet In Arabische handen is overgegaan en weldra m e t één enkel massaal gebouw zal worden v e r r i j k t , t e r w i j l het winkelgebouw van N j o o Bros. mede aan een A r a b i e r toebehoort. Het Kantoor van de Borneo Cy. L t d . op Kaliasin is eveneens Arabisch bezit, ook de geheele w i n k e l galerij

op

Blaoeran,

die

in

meer

dan

een

opzicht

een belangrijke

Krangganbuurt.

Dolce far niente in de voorgalerij der moskee. Na het verrichten zijner godsdienstplichten is het zoet rusten.

aanwinst

is

voor de geheele


r

De A l Irsjad-school in de nabijheid van de ruines van liet oude fort Prins Hendrik.

Met deze weinige gegevens voor oogen zal men zich toch reeds een idee kunnen v o r m e n van den invloed, vt^elken de nijvere Arabische medeburgers van Soerabaia op de verdere ontv^ikkeling der stad kunnen hebben, vooral ook, o m d a t zij in hoofdzaak behooren t o t de groep der blijvers. Meer dan w e l l i c h t w o r d t verondersteld, stellen de Arabieren belang in het politieke leven, voornamelijk echter, zooals te begrijpen is, in die politiek, welke hun rasgenooten in A r a b i ë , Palestina, Syrië, Mesopotamië en aan de zuidelijke oever der Middellandsche Zee t o t voordeel of t o t nadeel s t r e k t . De i m m i g r a t i e van Joden op groote schaal in Palestina heeft meer hun aandacht dan men meent en men is er in Arabische kringen vaak verwonderd over, dat de Nederlandsche bladen terzake zoo weinig nieuws brengen, t e r w i j l die, welke u i t Egypte en uit Syrië ontvangen worden, wel melding maken van bloedige onlusten, waarover „ R e u t e r " en „ A n e t a " zwijgen. De groote politiek, die, welke de geheele wereld o m v a t , zou waarschijnlijk w o r d e n gevolgd, indien men

een meer

grondige

kennis

met meer

interesse

bezat van verschillende verhoudingen, waarin

de landen, die hieraan deelnemen t o t elkaar staan. De inheemsche politiek geniet slechts bij enkelen een betrekkelijke belangstelling. Een eigen politiek, een politiek dus, welke temidden der Arabische gemeenschap partijen heeft gev o r m d m e t een staatkundig doel, kan op grond van haar verhouding t o t de Nederlandsch-Indische regeering weliswaar niet worden vastgesteld, maar wel een zeer ernstig geschil, een verwoede s t r i j d , welke hier niet onvermeld mag blijven, o m d a t hij de Arabische samenleving ook hier in Soerabaia sedert jaren reeds in twee partijen heeft verdeeld en de gemoederen nog steeds in hooge mate gespannen houdt. Deze s t r i j d , oorspronkelijk en theoretisch althans gebaseerd op een zuiver godsdienstig beginsel, op het dogma namelijk van een logisch en fanatiek doordacht monothessme, heeft ook de — stellig niet slechts vermeende — rechten aangetast van bepaalde groepen van Arabieren op den t i t e l „ S e i j i d " . Het hier bedoelde dogma toch, dat o.m. een ontkenning eischt van het recht t o t vereering van heiligen en door geboorte bevoorrechte menschen, is spoedig ontaard in een feilen strijd o m den t i t e l van „ S e i j i d " en de uitsluitende aanspraken hierop door de nakomelingen van den profeet in H a d r a m a u t h . De wijze, waarop deze strijd gevoerd w o r d t , w e k t wel het vermoeden, dat het hierbij niet langer gaat o m een godsdienstig of democratisch principe, maar mede o m het op grond van den „ S e i j i d " - t i t e l verkregen prestige bij de inheemsche bevolking.


Het schitterende pand, gelegen tusschen het Oranje Hotel en Embong Kenari, waarin gevestigd zijn: Restaurant Hellendoorn (rechts op den hoek), Van Wingen, Kolff en Co., Hoffman en de Sun Life Insurance. Dit pand, dat werd opgetrokken naar een ontwerp van architect J. Th. van Oyen, is het eigendonn van een Arabier. Meer dergelijke panden in Soerabaia vormen een deel van het bezit van Arabieren.

Van deze beide partij'en nu, Alirshad en A r r a b i t a h is de Irshad-partij die, welke reeds r u i m

twintig

jaren geleden onder leiding van een Egyptisch intellectueel den aanval ondernonnen heeft. Het is begrijpelijk, dat aan beide f r o n t e n niet altijd slechts m e t eerlijke middelen gestreden w o r d t en verschillende Arabische en Inheemsche bladen hebben k o l o m m e n geofferd aan een s t r i j d , welke evenals elke andere, die tusschen menschen w o r d t gevoerd, aan waardigheid verliest, naarmate hij d u u r t . Terloops zij gezegd, dat Soerabaia momenteel drie Arabische journalisten herbergt, maar geen enkel dagblad of periodiek meer, dat geredigeerd w o r d t in het Arabisch. De bovenbedoelde t w i s t e n en de tijdsomstandigheden maken d i t blijkbaar vooralsnog niet mogelijk.

^

Aangezien hiervoor naar den godsdienst verwezen w e r d , dient tenslotte nog de aandacht te w o r d e n gevestigd op een omstandigheid, welke door een g r o o t deel van het Europeesche publiek niet ten volle begrepen w o r d t . Hoewel de A r a b i e r e n , vergeleken bij de Chineesche inwoners, numeriek en economisch beslist verre in de minderheid gebleven zijn, bestaat tusschen deze laatsten en de Inheemsche bevolking, ook de groote massa, een bepaald contact. Er bestaat aan beide f r o n t e n een stilzwijgende verstandhouding, welke gebaseerd is op een in beginsel volstrekt gelijke godsdienstige overtuiging, welke t o t dusverre zeer zeker nog niet door welke zuiver nationale of groot-oostersche gedachte ook kan worden vervangen. Hoewel de Inheemsche bevolking nog steeds streng onderscheid maakt tusschen den Arabischen woekeraar, den huisjesmelker en den Arabischen „ g e n t l e m a n " , gelijk zij dat (vooral vroeger meer nog dan nu) zeer beslist en daarom ook vaak sterk overdreven deed tusschen e e n „ o r a n g arab sadja" en een „ t o e w a n seiji d " , tusschen den Arabischen analphabeet en den „ A l i m " , onverschillig of deze was een „ S j e c h " dan wel een „ S e i j i d " , leeft in eiken geloovigen inlander een stille eerbied voor d i t ras als zoodanig, o m d a t uit zijn midden eens de profeet gekozen w e r d en o m d a t de koran, het onvergankelijke en onbetwistbare w o o r d van A l l a h , geopenbaard w e r d in een zuivere en „ d u i d e l i j k e " Arabische taal.

84


NIEUW SOERABAIA AFDEELING

2

BESTUUR EN OVERHEIDSZORG

HET

HOOFDSTUK

HOOFDSTUK

2

ALGEMEEN

INSTELLING

EN

BESTUUR

G R O E I DER GEMEENTE

HOOFDSTUK 3

DE S T A D S P O L I T I E EN HAAR ORGANISATIE

HOOFDSTUK

DE

4

MARINE

r


Deze prachtige foto, genomen uit de hal van het Paleis van Justitie op Passer Besar, werd vervaardigd door den kunstfotograaf J. C. Isken. Zij geeft op artistiek-symbolische wijze weer den overgang van het oude naar het nieuwe. Langs de rijzige zuilen van het oude gebouw ziet men op de smetteloosblanke facade van het nieuwe Gouverneurskantoor. Van het donkere verleden naar het lichtende heden, symbool van de ontwikkeling en vooruitgang van Soerabaia, waarbij Recht en Gezag vereenigd zijn.


o

D

HET ALGEMEEN BESTUUR. De uitvoering der Decentralisatie-wet 1903. — De Instelling van gemeenten als eerste locale ressorten. — Vrees voor mislukking, in het bijzonder voor verdringing van inheemsche belangen, deed In den aanvang het B.B. een domineerende positie innemen. — Democratiseering locale raden, gedeeltelijk Ingevoerd sinds 1908 en alleen voor gemeenten. — Sedert 1917 worden ook de niet-Europeesche leden der gemeenteraden gekozen. — Krachtiger ontwikkeling der gemeenten in tegenstelling met de gewesten. — Oorzaak van de achterlijke ontwikkeling der gewesten. — De opkomst der groote gemeenten vooral gestimuleerd door instelling burgemeestersambt. — De Volksraad versterkte de positie der locale ressorten t.o.v. de centrale regeering. — De voortschrijdende staatkundige evolutie van Ned.-lndie culmineerde In de grondwetsherziening 1922 en de z.g. bestuurshervorming. — Instelling van autonome provincies, regentschappen en stadsgemeenten.

e Decentralisatie-wet van 1903 opende de mogelijkheid o m te komen van een mechanische t o t een organische staatsordening. Z i j zou worden toegepast op gewesten en gedeelten van gewesten (afdeelingen en steden), welker ingezetenen dan niet langer volkomen passief de landsvaderlijke zorg zouden behoeven te ondergaan, zooals deze zich van één centraal punt langs zuiver mechanischen weg u i t s t r e k t e t o t alle deelen van den archipel, doch een auto-activiteit, een georganiseerde locale zelfwerkzaamheid zouden kunnen o n t w i k k e l e n t o t meerderen bloei van het gebied hunner inwoning. Het mag vanzelfsprekend worden geheeten, dat men bij de toepassing der Decentralisatie-wet 1903 in de eerste plaats het oog liet vallen op de Europeesche bevolkingsgroep, van wie i m m e r s op grond der ervaring, door haar in Europa opgedaan, een voldoende graad van politieke rijpheid mocht worden verwacht o m de decentralisatie te doen slagen. Zoo is te verklaren, dat de plaatsen, waar Europeanen samenwonen, de groote kotta's, het eerst werden gedecentraliseerd en toen den naam van „ g e m e e n t e n " kregen. Daarop volgden de residenties, die, in hun nieuwe hoedanigheid van gedecentraliseerd gebiedsdeel, den naam van „ g e w e s t " ontvingen. Er moesten dan ook twee jaren verloopen na de instelling van de gemeente Soerabaia, alvorens de gelijknamige residentie in een gedecentraliseerd gewest w e r d gemetamorphoseerd bij Stbl. 1908 No. 176. De decentralisatie maakte het centrale bestuursapparaat in de locale ressorten echter in geenen deele direct overbodig. En ook thans is een spoedige oplossing van het Europeesch en Inlandsch B.B. in de locale bestuursorganisatie niet te verwachten. Zoolang nog gegronde vrees bestaat voor separatistische neigingen bij de verschillende bevolkingsgroepen, zoolang de wetgever nog beducht is voor verdringing van de belangen der inheemsche bevolkingsgroep door andere, politiek en economisch meer weerbare groepen, k o r t o m , zoolang een Indische maatschappij nog niet t o t o n t w i k k e l i n g is gekomen, zal de samenbindende, leidende en controleerende functie van het centraal gezag onmisbaar blijven en hiermede het algemeene oriëntatie-zintuig van dat gezag, het corps B.B.-ambtenaren. Van d i t standpunt beschouwd, behoeft het geen bevreemding te wekken, dat aanvankelijk als voorz i t t e r s , dus als leiders van de gewestelijke-, afdeelings- en gemeenteraden ambtshalve optraden de gewestelijke en plaatselijke vertegenwoordigers van het centraal gezag, de residenten en assistent-residenten. De eerste v o o r z i t t e r van dën gemeenteraad van Soerabaia was de assistent-resident W . F . L u t t e r . Aan een dergelijke bezetting van de voorzittersplaatsen der nieuwe organisaties is bovendien d i t voordeel verbonden, dat ze meer in overeenstemming is met de concrete denkwijze van den „ o r a n g k e t j i l " . De nieuwe ordening van zaken toch bracht den Inlander onder drie overheden . zijn dessa- of kampongbestuur, het B.B. en den gewestelijken-, afdeelings- of gemeente-raad. Door echter één en denzelfden persoon te laten fungeeren als vertegenwoordiger van het centraal gezag en als leider van de locale bestuursorganisatie, bewerkte men niet alleen een geleidelijken overgang, maar werd ook de decentralistische bestuursvoering binnen de gemeente, welke, althans in den aanvang, reeds zooveel moeilijkheden en v e r w a r r i n g voor de ont-


wikkelde gemeentenaren schiep, niet in u i t e r l i j k e n v o r m voor den eenvoudigen Inlander waarneembaar. Een vraag, welke zich thans op den voorgrond d r i n g t , is: hoe reageerde de b u r g e r i j , zoowel de Europeesche als de niet-Europeesche, op de nieuwe instellingen; was het spoedig merkbaar, dat deze instellingen inderdaad brachten een betere behartiging van plaatselijke belangen; bloeide het locale autonome leven krachtig op? De politieke interesse der burgerij was in den beginne al heel m i n i e m , wat geweten m o e t w o r d e n aan de naar angst voor mislukking zweemende behoedzaamheid, waarmede de decentralisatie w e r d ingevoerd en die een ambtelijke meerderheid bracht in de raden, t e r w i j l het t o t 1908 zou duren voor en aleer verkiezingen werden gehouden en toen nog maar alleen voor de Europeesche leden der gemeenteraden. En ook pas in dat jaar w e r d de gerechtelijke onvervolgbaarheid der raadsleden voor hetgeen zij in de vergaderingen van den raad zeggen of schriftelijk aan den raad mededeelen, door de w e t uitgesproken. Maar toen scheen de ban gebroken, hetgeen zich manifesteerde in de o p r i c h t i n g van kiesvereenigingen. De â&#x20AC;&#x17E;Kiesvereeniging Soerabaia", bij Gouvernementsbesluit van 6 Maart 1907 No. 17 erkend, had t o t doel het stellen en ijveren voor de verkiezing van candidaten voor de vervulling van vacatures in de raden van de gemeente en het (gedecentraliseerde) gewest Soerabaia, en het streven naar u i t b r e i d i n g van den i n vloed der ingezetenen op het openbaar bestuur.

88


W a t den iet-Europeesche burgerij betreft, deze beleefde meer de w e r k i n g der nieuwe organisaties dan dat zij actief daaraan deelnam, zelfs geruimen t i j d nadat (in 1917) het kiesrecht voor de gemeenteraden was uitgebreid. O o k d i t verschijnsel is niet moeilijk te verklaren. De geringe bevoegdheden, welke de koloniale wetgever voorshands goed vond aan de locale raden te verleenen, deden Inlander en Vreemde Oosterling nog lang opzien t o t de plaatselijke vertegenwoordigers van het centraal gezag, aan wie de eindbeslissing in allerlei zaken bleef. Er bestond verder voor die bevolkinsgroepen nog geen genoegzame aanleiding o m zich over samenstelling of w e r k i n g der raden d r u k te maken. De aanvankelijk slechte personeele en financieele uitrusting van de locale ressorten — men moest zich behelpen m e t van het Land geleend personeel — was almede oorzaak, dat zij zich in die periode bepaalden t o t instandhouding van de hun overgedragen inrichtingen en openbare werken. Veel veranderde er in d i t opzicht dus niet. En de perspectieven, die de decentralisatie opende, bleven voor onze Oostersche medeburgers verborgen, t e r w i j l , toen intensiever locale overheidszorg zich mede begon u i t te strekken over inheemsche belangen, die zorg uit wanbegrip als onnoodig, hinderlijk en lastig w e r d aangevoeld door de groote massa van de bevolking. De politieke malaise uit die dagen heerschte in het bijzonder ten aanzien van het gedecentraliseerde gewest. H i e r w r e e k t e zich een f o u t in den opzet der decentralisatie van 1903. Men had den gewestelijke

De

centrale

hal van het Gouver-

neurs kantoor

m e t de hoofdtrap,

die naar de verdieping leidt. O p den beganen grond t r e f t

men

aan de kantoren van den Resident, van den Assistent-Resident, van den djaksa, de

bureaux

van

de

afd.

C o m p t a b i l i t e i t , benevens de vergaderzaal voor den Provincialen Raad en

de t r o u w k a m e r .

verdieping

bevinden

representatieve het gebouw de

O p de eerste zich

in

voorgedeelte kamer

van

het van den

Gouverneur, de Residenten t e r ben schikking, den Secretaris en de G e deputeerden. In de vleugels zijn de provinciale secretarie en bedrijvendienst, benevens het Landskantoor^ van den Gouverneur ondergebracht.' O p de t w e e d e verdieping liggen dej oude archieven van de diverse kan-_ tioren. ( F o t o Fotax.)

j

89 3 ^ , a h v « . j . t . . , . T ^ ^ . ^^•a^..«.-gLW.«„

^ji*\J'iif.h.


raden een te uitgestrekt ressort te besturen gegeven. Alleen dan toch kan men van de burgerij interesse voor de plaatselijke belangen verkrachten, wanneer die belangen inderdaad haar belangen zijn. Hoe r u i m e r de grenzen van het gebiedsdeel, hoe m i n d e r de v e r t r o u w d h e i d m e t de te behartigen belangen en hoe zwakker de p r i k k e l voor de burgerij t o t verwerving van wat aan theoretische kennis en practische vaardigheid nog o n t b r e e k t . Dompend w e r k t e verder het feit, dat de gewestelijke raden t o t aan hun opheffing bij de z.g. bestuursh e r v o r m i n g toe, door benoeming werden samengesteld en het a m b t e l i j k element daarin bleef domineeren. En waar overigens het gedecentraliseerde gewest een ten opzichte der gemeenten welhaast gelijkstandige positie innam, beider t a a k aan elkander gelijksoortig was, daar convergeerde de politieke belangstelling van de verspreid wonende plattelandsbevolking, voor zoover die bestond, in de brandpunten van vert i e r en

vermaak : de steden.

Het behoeft nauwelijks gezegd, dat in het gewest Soerabaia de stad(sgemeente) van dien naam, als afscheephaven voor de producten der Oost-Javasche cultuurgebieden, vooral na de v o l t o o i i n g der havenw e r k e n , als plaats van vestiging van industrieën, die de mechanische hulpmiddelen der ondernemingen vervaardigen of herstellen, waar de draden van het beheer dier binnenlandsche établissementen samenkomen, waar aan de oevers van de Goud-rivier, toen nog voor grootere vrachtschuiten bevaarbaar, de gouden winst van den handel w e r d binnengehaald en de Kali-Mas steeds m o n u m e n t a l e r gebouwen zag verrijzen, d r a haar zusteren in den Oosthoek verre achterliet in o n t w i k k e l i n g . Het was, als wachtte de in haar grenzen opgehoopte energie op een bepaalde impetus, op een aandrift o m , eenmaal bevrijd van den knellenden band van straffe centralisatie, de gemeente naar eigen welgevallen zich te doen ontplooien. De impetus k w a m in den v o r m eener aanvulling van Decentralisatiebesluit en Locale-raden-ordonnant i e , waardoor het mogelijk w e r d , dat de v o o r z i t t e r s der raden van de groote gemeenten althans, niet langer „ a m b t s h a l v e " zouden behoeven v o o r t te k o m e n u i t het corps B.B.-ambtenaren; dat voor die gemeenten zouden worden benoemd burgemeesters, die zich geheel zouden kunnen wijden aan de verzorging der gemeente-huishouding, die hun bevoegdheden en verplichtingen zouden vernemen, niet van de centrale Regeering maar u i t de w e t , en u i t deze alléén. O p 21 Augustus 1916 w e r d door den eersten burgemeester van Soerabaia, Mr. A . Meyroos, de leiding der Gemeente overgenomen van den gemeenteraads-voorzitter-B.B.-ambtenaar. Een enorme versterking van hun petitierecht, welke almede bevordelijk was voor de o n t w i k k e l i n g van het door hen bestuurde gebied, bracht voor de gemeenteraden de instelling in 1918 van den Volksraad, welks leden i m m e r s worden gekozen door o.a. de leden der gemeenteraden. H e t geschreven w o o r d kan nu in het openbaar steun ontvangen van de mondelinge behandeling in


ONZE

RESIDENTEN

EN

GOUVERNEURS (NA

1908)

I . J . E i n t h o v e n ( l 9 0 8 - ' l 3 ) , 2 . J . van Aalst ( 1 9 1 3 - ' l 8 ) , 3 . E . J.Schippers (1918—'19, w n d . en 1919—'20), 4 . F. E. Broekveldt (1919), S. M r . S. Cohen

Fzn. ( l 9 2 0 - ' 2 2 ) , 6. W . P. Hillen ( 1 9 2 2 — ' 2 4 ) , 7. J. M.

Jordaan (1924—'26), 8. W . Ch. H a r d e m a n (Res. v a n : 1928—'31, Gouv. 1931), 9. G. H . de Man (193 I - 3 3 ) , 10. J. H . B. (1933-...

Kuneman

.)

91

M


den Volksraad en de gelegenheid is geopend o m , w a t voordien feitelijl< onmogelijk was, te treden in een weerlegging van de overwegingen, waarop de centrale Regeering haar beslissingen heeft genomen. De instelling van den Volksraad was slechts het begin van een reeks hervormingen als gevolg van de in sneller t e m p o zich voltrekkende staatkundige evolutie van Indië, een organisch groeiproces, dat zijn w e t t e l i j k e erkenning vond in G r o n d w e t en Regeeringsreglement. Het gezegde, dat komende gebeurtenissen hun schaduwen v o o r u i t werpen, w e r d ook toen bewaarheid, want rond zes jaar voor de plechtige installatie van den eersten Volksraad, dus in 1912, waren reeds de eerste teekenen merkbaar, welke wezen op een ernstig streven, de inheemsche bevolking op te voeden t o t autonomie, door te beginnen, haar traditioneele hoofden op de hun wachtende gewichtige taak voor t e bereiden. W i j doelen hier op de z.g. ontvoogding van het inheemsch bestuur op Java, de overdracht van functies van het Nederlandsch bestuur in handen zijner inheemsche collega's, zoodat eerstgenoemde zich meer zou hebben t e beperken t o t leiding en toezicht. Deze verschuiving ving aan op kleine schaal in 1912 en w e r d geleidelijk voortgezet in 1918 en daarop volgende jaren. De volgende, van groote vrijzinnigheid en v e r t r o u w e n getuigende stap, die gedaan w e r d naar het einddoel : zelfstandigmaking van Ned.-lndië, was de wijziging in 1922 van de z.g. koloniale

artikelen

der

G r o n d w e t en in verband hiermede eenige jaren later van het Regeeringsreglement, dat herdoopt w e r d in ,,Indische Staatsregeling". De grondwetswijziging 1922 kan in haar beteekenis voor Indië het best geschetst worden in de klassiek geworden woorden u i t de m e m o r i e van toelichting, welke de Nederlandsche Regeering daarop schreef : „ Z o o w e l wetgeving als bestuur ten aanzien van de inwendige aangelegenheden moeten zooveel mogelijk worden gelegd in handen van in Indië zelf zetelende lichamen en overheden, en aan de aldaar gevestigde bevolking moet een zoo groot mogelijke invloed op een aandeel in de samenstelling dier lichamen worden toegekend." T r a d bij de grondwetsherziening van 1922 meer de positie van indië als geheel in het Staatsverband op den v o o r g r o n d , de z.g. Bestuurshervormingswet van hetzelfde jaar, welke een wijziging bracht in het Regeeringsreglement, betrof daarentegen vooral de t e r r i t o r i a l e onderdeelen. Op breeder grondslag dan de Decentralisatie-wet van 1903, heeft de Bestuurshervormingswet van 1922 aan de decentralisatie-gedachte uiting w i l l e n geven door de creatie t e bevelen van t e r r i t o r i a l e rechtsgemeenschappen (provincies) van grootere uitgestrektheid dan de oude gedecentraliseerde gewesten, t e r w i j l de mogelijkheid geopend w e r d t o t instelling van daaraan gesubordineerde kleinere gemeenschappen (autonome regentschappen en stadsgemeenten). H i e r m e d e w e r d de fout hersteld, welke de wetgever van 1903 beging, toen hij, zonder de noodige ontwikkelingsvoorwaarden, gewesten decentraliseerde, een fout, die ik boven signaleerde. Deze staatkundige h e r v o r m i n g , de instelling van a u t o n o m e provincies, regentschappen en stadsgemeenten, zou dan gepaard gaan m e t een administratieve h e r v o r m i n g , een v o o r t z e t t i n g van de ontvoogding der regenten en een overdracht van meedere bevoegdheden van de centrale regeeringsbureaux op de hoofden der nieuwe administratieve gewesten (welke van grootere uitgestrektheid zouden worden dan de oude residenties en w e l k e r grenzen zouden samenvallen m e t die van de nieuwe autonome gewesten, de provincies) en van die hoofden op lagere bestuursambtenaren. T e r verdere u i t v o e r i n g van de bestuurshervormingswet w e r d bij Staatsblad 1927 N o . 558, in afwacht i n g van de instelling van een provincie Oost-Java, het a d m i n i s t r a t i e v e gewest van denzelfden naam g e v o r m d , omvattende de v o o r m a l i g e residenties Soerabaia, Madioen, K e d i r i , Pasoeroean, Besoeki en Madoera, welke alstoen werden v e r s p l i n t e r d en gedegradeerd t o t (residentie-)afdeelingen. De slechts heel k o r t geduurd hebbende overgangstoestand, waarbij de oude autonome gewesten, die toen omsloten werden door de grenzen van het nieuwe administratieve gewest Oost-Java, werden opgeheven en vervangen door autonome afdeelingscomplexen, elk van geringeren omvang, is opzichzelf te onbelangrijk o m er nader over u i t t e weiden. I Januari 1929 bracht de instelling van de autonome provincie Oost-Java (Stbid 1928 No. 295) en de aanwijzing der daarbinnen gelegen regentschappen en gemeenten (w. o. de gemeente Soerabaia) als zelfstandige gemeenschappen, elk m e t een eigen huishouding. De eerste vergadering van den provincialen raad had plaats op 15 Januari 1929. Bij die gelegenheid hield de eerste gouverneur van Oost-Java, de heer W . Ch. Hardeman, als v o o r z i t t e r van dien Raad een rede


De groote vergaderzaal in het Gouverneurskantoor. Geheel links tafels en zitplaatsen van den G o u verneur, van de G e d e p u t e e r d e n , van den secretaris en van de diensthoofden. Daarvoor : de r u i m t e voor de notulisten, in de zaal : de tafels en zitplaatsen voor de leden, w a a r a c h t e r : die voor de persÂť O p het balcon : de publieke t r i b u n e . (Foto Fotax.)

(zie biz. 2 t 'm 13 van de notulen dier vergadering in het Provinciaal Blad serie A No. I ) , welke daarom zoo interessant is, o m d a t zij in groote lijnen het verloop der oude en de w o r d i n g der nieuwe decentralisatie schetst. V o o r de oude decentralisatie-gemeenten bracht haar aanwijzing ais stadsgemeenten practisch geen ingrijpende veranderingen. De in de practijk langzamerhand erkende sfeer eener eigen huishouding vond w e t t e l i j k e en ondubbelzinnige erkenning in a r t . 121 l i d 2 der Indische Staatsregeling; het reeds onder de oude decentralisatie-wetgeving bekende wethouders-instituut w e r d thans als normaal verschijnsel overgenomen in de nieuwe wetgeving. Het hooger preventief toezicht op de gestes der gemeenteraden w e r d voor een niet onbelangrijk deel van het centrale gezag afgewenteld op de colleges van gedeputeerden der provincies.

93 ^


De zijgevel en een gedeelte van den voorgevel van het raadhuis op Ketabang. Op de benedenverdieping, ter linker- en rechterzijde van den doorrit, zijn aangebracht : de centrale bedrijfsadministratie, wethouderskamers, kamers der afdeelingschefs, enz. en aan de andere zijde voornamelijk de afdeeling bevolkingsregistratie. Op de bovenverdieping ligt in het midden van het gebouw, boven den d o o r r i t , de raadzaal met ter linker- en rechterzijde de kantoren van burgemeester en wethouders, secretaris, diverse wachtkamers, afdeeling algemeene zaken, archief, enz. De hoofdafmetingen van het gebouw zijn : lengte ca. 102 m. bij een diepte over de vleugels van ca. 19 m. Was het aanvankelijk de bedoeling het gebouw op een plaatfundeering op te trekken, grondboringen wezen uit, dat dit te veel risico mee zou brengen ; tenslotte werd besloten op een paalfundeering te bouwen. De constructie van den opbouw bestaat uit een stelsel van gewapend-betonnen kolommen en balken waartusschen de baksteenen wanden als vullingsmuren zijn opgenomen. De kap is van ijzer, afgedekt met sirappen. Het bouwwerk is uitgevoerd door de N. V. Hollandsche Beton Mij. De bouwkosten bedroegen met inbegrip van de inrichting ca. f 500.000. (Foto Van Benthem Jutting.)

94


0

INSTELLING EN GROEI DER GEMEENTE. De instellingsordonnantie. — De eerste begrooting. — De eerste Raadsvergadering. — Het belangrijl<ste werk van den Raad in de jaren 1906—1916. — Het tijdval< van 1916 t o t heden. — De bedrijfswinsten. — De gemeentelijl<e belastingen, — De gemeentebegrooting van liet dienstjaar 1931.

L ^

en eersten A p r i l 1906 t r a d in w e r k i n g de Ordonnantie van den (sten Maart van dat jaar

(Staatsblad

149), regelende de instelling van de Gemeente Soerabaia. H e t bestuur van d i t v o o r m a l i g residentie-onderdeel werd vanaf dien dag gevoerd door den Gemeenteraad, onder voorzitterschap van den assistent-resident, hoofd van plaatselijk bestuur. Die raad kreeg t o t taak te voorzien in de behoefte aan : a.

Onderhoud, herstelling, vernieuwing en aanleg van openbare wegen, straten, pleinen, tuinen en parken, m e t de daartoe behoorende beplantingen, glooiingen, bermen, dijken, slooten, putten, mijlpalen, naamborden, bruggen, duikers, kaaimuren, steenglooiingen en andere w e r k e n ; ten algemeenen nutt e strekkende goten, riolen en spoelleidingen, openbare badplaatsen, urinoirs, latrines en paardenwedden, slachthuizen, passerloodsen;

b.

Besproeiing van openbare wegen, straten en pleinen en ophalen van vuilnis langs of van wegen, straten en pleinen; •

c.

Straatverlichting;

d.

Brandweer;

e.

Aanleg van begraafplaatsen. De w e r k e n , die einde 1905 nog onderhouden werden voor rekening van den Lande, zouden, voorzoo-

ver op de eerste begrooting der gemeente niet op de voltooiing daarvan was gerekend, op kosten van den Lande worden afgemaakt. De gemeente kreeg van het Land in beheer alle bovengenoemde zaken voorzoover deze tevoren aan het Land behoorden of t o t dusver door

het Land werden beheerd, m e t

uitzondering van de m i l i t a i r e - ,

marine- en staatsspoorterreinen, m e t de verplichting o m : a.

al die zaken bij v o o r t d u r i n g aan hun toenmalige bestemming te doen beantwoorden en ze daartoe in goeden staat te onderhouden en zoo noodig t e herstellen en te vernieuwen;

b.

te zorgen dat de brandspuithuizen, die tevens als wachthuis waren ingericht, ook aan laatstgenoemde bestemming konden blijven beantwoorden. De brandspuiten te Simpang ( N o . I) en spuithuis No. 5 aan den Grooten Boom werden niet in beheer

overgedragen. A l l e brandweermateriaal en een gedeelte van den inventaris van den Gewestelijken Waterstaatsdienst k w a m e n kosteloos in het bezit der Gemeente. T o t den w e r k k r i n g van den Raad zou verder behooren de voorziening in de behoefte aan plaatselijke verordeningen en in het algemeen de bevordering van de openbare gezondheid en het openbaar verkeer in de gemeente, zoomede van haar verfraaiing. De Raad w e r d bij dezelfde ordonnantie bevoegd verklaard bovendien in andere behoeften der Gemeent e t e voorzien, behoudens inachtneming van hetgeen aan de Regeering en andere a u t o r i t e i t e n w e r d voorbehouden.


Onze burgemeesters: Ie. Mr. A. Meyroos (1916—'20), 3e. H. I. Bussemaker (1929—'32), 4e. Mr. W . H van Helsdingen (1932—heden.)

De in A p r i l 1906 ingestelde gemeenteraad bestond u i t 23 leden n.l. : 15 Europeanen of m e t hen gelijkgestelde personen; 5 Inlanders; 3 Vreemde Oosterlingen. Deze leden werden voor de eerste maal allen benoemd. De begrooting voor de Gemeente Soerabaia w e r d den 8sten Maart 1906 bij ordonnantie door den Gouverneur-Generaal vastgesteld (Staatsblad 1906 No. 163) en sloot in uitgaven en ontvangsten m e t een t o t a a l van f 284.300,— De begrooting van ontvangsten bestond u i t t w e e onderdeelen n.l. : Ie

het u i t de algemeene geldmiddelen afgezonderde bedrag g r o o t

2e

andere ontvangsten : pro m e m o r i e geraamd.

f 284.300,—

en

D i t bedrag van f284.300,— zou jaarlijks t e r beschikking van de gemeente worden gesteld; het zou w o r den verhoogd naarmate de Gemeente meerder w e r k of onderhoud, tevoren ten laste van het Land komende, over zou nemen. Nog in 1906 w e r d het bedrag verhoogd t o t rond f 290.000,— wegens terbeschikkingstelling van 2 opzichters der B.O.W. aan de Gemeente, die tevoren u i t landsmiddelen werden bezoldigd. Aanvankelijk dienden alle uitgaven u i t d i t bedrag bestreden t e w o r d e n . De begrooting van uitgaven voor het jaar 1906 geeft al een zeer m e r k w a a r d i g beeld van den toestand van dat m o m e n t . Z i j was verdeeld in 6 afdeelingen m e t in t o t a a l 26 a r t i k e l e n . A a n personeel was op deze begrooting u i t g e t r o k k e n : jaarwedde f

I secretaris I k l e r k secretarie I

gemeentekas

I

publieke werken

/

I oppasser bij de brandweer

»» >» >» >»

1800,600,600,600,120,-

f 3720,In den loop

van het jaar kwamen er 2 opzichters bij m e t een gezamenlijk jaarlijksch

salaris

van rond f 600,— De

geheele

secretarie

vorderde

met

de

administratie

der

gemeentekas,

met

inbegrip

van

salarissen, f 3.800,— per jaar. De dienst van publieke werken w e r d begroot m e t inbegrip van den plantsoendienst op een bedrag van f 104.288,— v o o r onderhoudswerken en f50.739,— voor zware herstellingen van wegen en goten.


Wijlen Ir. G. J. Dijkerman, Soerabaia's tweede burgemeester, die hier van October 1920 t o t Januari 1929, aan het hoofd der gemeente heeft gestaan en hier in den vroegen ochtend van Maandag 28 Januari van laatstgenoemd jaar is overleden ; zijn stoffelijk overschot ligt begraven op het kerkhof te Kembang Koening. Hij werd op 22 januari I88S te Rhenen geboren, studeerde aan de Technische Hoogeschool te Delft voor civiel- en waterbouwkundig ingenieur. In 1909 werd hij ter beschikking van den G.G. gesteld, om benoemd te worden t o t aspirant-ingenieur bij de B.O.W. In 1914 t o t ingenieur benoemd, volgde op 25 Februari van dat jaar zijn toevoeging aan den chef der Irrigatie-afdeeling Brantas te Kediri. Aldaar ontwaakte zijn belangstelling voor de decentralisatie en weldra nam hij in den Kedirischen gemeenteraad een vooraanstaande plaats in. In 1918 werd hij toegevoegd aan den directeur van de haven te Soerabaia t o t welke functie hij in 1920 werd benoemd. Ook hier werd hij betrekkelijk k o r t na zijn aankomst in den gemeenteraad verkozen. Op 23 October 1920 benoemde de Regeering hem t o t burgemeester, in welke functie hij zeer veel ten bate van de stad heeft gedaan. Dat de burgerij zijn groote verdiensten op velerlei gebied hoogelijk waardeerde, bleek o.a. na zijn overlijden uit de oprichting van monumenten op de begraafplaats en op het Jaarmarktterrein en u i t de plaatsing van zijn borstbeeld in de vergaderzaal van het gemeentehuis op Ketabang. (Foto Isken.)

A a n besproeiing der wegen en ophalen van vuil kon f 59.000,— aan de brandweer f straatverlichting f

2.390,— en aan

5 2.000,— w o r d e n besteed.

Samengevat zag de ongeveer twee pagina's van het Staatsblad beslaande begrooting er als v o l g t u i t : UITGAVEN. Ie

Afdeeling.

Bestuur der Gemeente. Secretarie

f

3.200,-

Gemeentekas (schrijfloonen)

600,-

2e

f

3.800,-

Afdeeling.

A d m i n i s t r a t i e gemeentewerken. f

Bureaubehoeften en schrijfloonen

1.940,-

1.940,-

3e Afdeeling. Onderhoud van gemeentewerken. Gebouwen

f

775,—

Bruggen en duikers

2.535,—

W e g e n , pleinen, t r o t t o i r s , plantsoenen

„ 73.080,—

G o t e n , riolen en leidingen

„ 20.398,—

Kaaimuren en steenglooiingen

7.500,—

Reinigen en besproeien der wegen

59.000,—

f

50.739,-

f

163.288,-

4e Afdeeling. Z w a r e herstellingen en nieuwe w e r k e n

50.739,-


Voorgevel van het nieuwe Raadhuis op Ketabang. Indien later eens het geheele complex wordt uitgevoerd, zooals dat door architect C. Citroen werd ontworpen — zie den plattegrond — dan ligt dit gebouw aan een binnenplein. Het zal dan eindelijk zijn oorspronkelijke bestemming krijgen en dienen t o t het onderbrengen van de verschillende diensten. De ontwerper heeft daarom aan den op bovenstaande foto (van Isken) zichtbaren gevel het karakter van binnenpleingevel gegeven. Fraai is de oprit, geflankeerd door twee rijen koningspalmen.

5e Afdeeling. Brandweer

f

2.390,-

2,390,-

f

52.000,-

52.000,-

f

10.143,

6e Afdeeling. Straatverlichting 7e Afdeeling. Onvoorziene uitgaven

.. Totaal

10.143,-

f 284.300,-

U i t deze begrooting b l i j k t , dat er geen bedrijven door de Gemeente werden geëxploiteerd en dat overigens de geheele dienst zeer p r i m i t i e f was opgezet. Hoe p r i m i t i e f door den gemeenteraad gewerkt moest w o r d e n , b l i j k t wel uit de eerste z i t t i n g van dat college. De eerste vergadering van den Gemeenteraad onder voorzitterschap van den Assistent-Resident, hoofd van plaatselijk bestuur, had plaats in de kamer van den Gewestelijk Secretaris ten residentiekantore op den negenden A p r i l 1906. De v o o r z i t t e r was de A . R.: L u t t e r , als secretaris t r a d op de controleur K o t t a : Steynekamp. Na een inleidende speech van den v o o r z i t t e r w e r d overgegaan t o t de vaststelling van de bezoldiging van den secretaris, welke „ m e t het oog op de vele werkzaamheden aan die betrekking v e r b o n d e n " dadedelijk w e r d gesteld op het m a x i m u m van f 150,— 's maands.

98


T o t secretaris w e r d daarna benoemd de heer A . J. A . F. Eerdmans gep. assistent resident, die buiten de vergaderkamer had staan wachten en na de benoem i n g dadelijk de plaats innam van den c o n t r o l e u r H e / n e k a m p , die de zaal verliet. Het ging den eersten t i j d in de vergaderingen van den Raad inderdaad al zeer gemoedelijk toe. Zoo probeerde de v o o r z i t t e r in die eerste vergadering het Reglement van O r d e voor

de verga-

deringen van den Raad te doen vaststellen, zonder dat ook maar één der leden het o n t w e r p tevoren had kunnen inzien. Aangezien echter de Regeering verzocht had, die vaststelling zoo spoedig mogelijk te doen plaats

hebben, w e r d

m e t de aanwezige

vertegen-

woordigers van de pers overeengekomen, dat

het

o n t w e r p dienzelfden avond in de plaatselijke bladen zou worden afgedrukt. De Raad zou dan twee dagen later opnieuw bijeenkomen, teneinde het Reglement van O r d e t e behandelen. En inderdaad traden

de

plaatselijke bladen t o t dat doel in de functie van het tegenwoordige Gemeenteblad en w e r d reeds 11 A p r i l het Reglement vastgesteld. H e t zou m i j te ver voeren, hier verslag te geven van de geheele eerste vergadering, daarom zij nog

iT

slechts v e r m e l d , dat in die vergadering de eerste Financieele Commissie w e r d benoemd, waarin t o t leden C. Citroen, architect B. N. A., de ontwerper van het Raadhuis op Ketabang.

werden gekozen de heeren Bianchi en Bethbeder, waarna geruimen t i j d gediscussieerd w e r d over plaats en t i j d , waar in den vervolge zou worden vergaderd. Besloten w e r d voortaan 's avonds te half zeven te verga-

deren. Als mogelijke vergaderplaatsen werden genoemd : de binnengalerij van de residentswoning, daartoe door den hoofdambtenaar t e r beschikking gesteld, de pendoppo van de Regentswoning en het kantoor van den Assistent-Resident voor de Politie. De v o o r z i t t e r had bezwaar tegen beide eerste lokaliteiten in verband m e t het feit, dat dan tijdens de vergaderingen het archief niet bij de hand zou zijn, t e r w i j l indien in zijn kant o o r zou worden vergaderd zulks overdag zou dienen te geschieden, aangezien geen verlichting aanwezig was. De Raad had nu eenmaal besloten 's avonds te vergaderen, zoodat ook 's v o o r z i t t e r s kantoor niet gebezigd kon w o r d e n . De v o o r z i t t e r stelde daarom voor een commissie te benoemen teneinde naar een geschikt e l o k a l i t e i t voor 's Raads vergaderingen o m te zien. Edoch, het raadslid Van Ingen had een betere oplossing. Hij stelde voor te vergaderen in het kantoor van den Assistent-Resident en voor verlichting zou hij zorgen door twee gasolinelampen beschikbaar te stellen. D i t aanbod w e r d dankbaar aanvaard. In deze l o k a l i t e i t vergaderde de gemeenteraad eenige jaren, waarna verhuisd w e r d naar een pand te Gemblongan n.l. het gewezen woonhuis van notaris Mens Fiers Smeding, waar later de zaak in f o t o a r t i k e l e n „ W ü r f f e l " gevestigd is geweest. Later, omstreeks 1914 werd ook d i t gebouw verlaten en werden de kantoren ondergebracht in het op Toendjoengan recht tegenover de Van Deventerlaan gelegen verdiepingsgebouw, t e r w i j l de gemeenteraad vergaderde in het gebouw van de Loge de Vriendschap te Toendjoengan (een enkele maal in een zaal van de Sociëteit Concordia te Tegalsarie, de zaal van de Handelsvereeniging en de zaal van de thans opgeheven Kalimas-Club). In 1920 werden de kantoren te Toendjoengan verlaten o m eigen gebouwen te Ketabang te betrekken n.l. die, voor welke in 1927 het Raadhuis verrees, waarin eindelijk ook de gemeenteraad in een behoorlijke zaal kon vergaderen.

99


iü[Ko>\/ir, PEPPfytMATIEF SEDffllE

ONDO>V3HEN - V / E a lo

JO

30

40

50

1906.

6o

;c

eo

90

Plattegrond van het Raadhuis-complex op Kctabang. De eerste plannen t o t den bouw dateer^n van 1915, waarna de architect in den loop van 1916 eenige projecten ontwierp. Dit raadhuis zou in den Stadstuin worden opgetrokken. Het definitieve besluit t o t bouwen werd echter pas in 1920 genomen. Toen werd tevens een ander terrein aangewezen, n.l. op Ketabang. Op nevenstaande situatie-teekening is het daarvoor ontworpen raadhuis aangegeven. De aan het binnenplein gelegen achtervleugel zou dienen als kantoorgebouw voor gemeente-werken, rooiwezen, waterleiding, brandweer, enz. De aan den hoofdweg gelegen voorbouw was voornamelijk bestemd voor representatieve doeleinden ; de bovenverdieping daarvan zou o.m. bevatten : de raadzaal, de trouwkamer en een groote feestzaal. De zeer verspreide ligging van de bestaande gemeente-kantoren in de stad veroorzaakte intusschen zulke groote bezwaren, dat op den bouw en voltooiing van het raadhuis niet kon worden gewacht ; men begon daarom reeds eerder achter het geprojecteerde raadhuiscomplex tijdelijke kantoorgebouwen op te richten, teneinde aan deze bezwaren tegemoet te komen. Voor den geheelen bouw, inbegrepen de genoemde tijdelijke kantoren, was een bedrag gevoteerd, groot f2.580.000,—. Met grooten spoed is toen aan de uitvoering van deze belangrijke opdracht begonnen, doch de intredende malaise veroorzaakte, dat hoewel de projecten reeds gereed waren, het bouwen wederom werd uitgesteld. In 1925 werd eindelijk besloten, een deel van het toekomstige raadhuis, zij het dan ook op vee! bescheidener schaal uit te voeren. De plannen werden in zooverre gewijzigd, dat de tijdelijke gebouwen zouden blijven staan, totdat het geheele complex gereed zou zijn, t e r w i j l de achtervleugel, die oorspronkelijk bestemd was voor de kantoren van den dienst der gemeentewerken, voorloopig als tijdelijk raadhuis zou worden ingericht. Zelfs was er sprake van, de raadzaal, die nu hierin werd aangebracht, een tijdelijk karakter te geven; van dit idee is men echter tenslotte weer teruggekomen.

H e t is begrijpelijk, dat een stad, als Soerabaia in 1906 was, niet kon worden beheerd, onderhou-

den en verbeterd m e t een bedrag van rond f284.000,— per jaar. In de vijfde vergadering van den Raad stelde het raadslid Ter Kuile voor een commissie te benoemen, welke zou onderzoeken of de ten behoeve der gemeente u i t de algemeene (Lands) middelen beschikbaar gestelde som van f 2 8 4 . 3 0 0 , — al dan niet voldoende was o m in de behoeften der gemeente te v o o r z i e n . U i t e r a a r d was d i t bedrag niet voldoende, doch reeds dadelijk kon in meerdere behoefte worden voorzien door de overname van de Gouvernementsdrinkwaterleiding (1906) en door verhuur van aan de gemeente in beheer gegeven gronden, in hetzelfde jaar w e r d het beheer der Europeesche begraafplaats Peneleh overgenomen (kassaldo f 54.481,91). Vastgesteld werden een Reglement van O r d e v o o r de vergaderingen van den Raad, verordeningen op de waterleiding, brandweerverordening, Legerverordening, verordening op de melkerijen. N i e t onaardig is het t e vermelden, dat reeds in 1906 w e r d benoemd een Commissie t o t bestudeering der verkeerstoestanden en dat in hetzelfde jaar w e r d afgewezen een verzoek van Mr. A . van Gennep, hem een monopolieconcessie t e verieenen op nader overeen t e k o m e n voorwaarden, t o t e x p l o i t a t i e van een geregelden dienst van motorbussen. Door den Stadsgemeenteraad van Soerabaia w e r d in 1930 benoemd een „ M o t o r b u s v e r k e e r s c o m m i s s i e " onder voorzitterschap van denzelfden Mr. A . van Gennep. U i t e r a a r d werden verschillende technische werken als verbeteringen aan wegen, bruggen en duikers en afwateringswerken t o t stand gebracht, evenals in volgende jaren. 1907.

Vastgesteld werden een verordening op de Europeesche begraafplaatsen, een verkeersveror-

dening en een verordening op het tijdelijk in gebruik afstaan van gemeentegrond. 1908.

Een geldleening g r o o t f

145.000,— w e r d aangegaan t e n

behoeve van den aankoop

van

het land Goebeng Djepit. De passers werden door de gemeente in beheer genomen. Vastgesteld werden een nieuwe Verkeersverordening, een verordening t o t het heffen van een belast i n g op openbare vermakelijkheden en een verordening op het veeartsenijkundig toezicht in de gemeente Soerabaia. 1909.

H e t land Sidodadi w o r d t aan de gemeente in beheer gegeven.

Vastgesteld werden een verordening op het bouwen en sloopen en een verordening t o t het heffen van een belasting op het bouwen en sloopen (rooigelden).


1910.

Een gemeentelijke veeartsenijkundige dienst w e r d opgericht en de daarmede verband houden-

de verordeningen vastgesteld. V e r d e r werd vastgesteld een verordening op de broodbakkerijen en een verordening op de commensalenhuizen, logementen en restaurants. 1911.

Vijfjaarlijksche herziening der gemeenteverordeningen.

Vastgesteld w e r d de algemeene Soerabaiasche politieverordening. Besloten w e r d t o t aanleg van een tweede hoofdwaterleiding vanaf Tamanan t o t W o n o k i t r i . Deze verdubbeling, en dan nog slechts vanaf Sidoardjo, k w a m eerst in 1929 t o t stand. 1912.

De eerste Soerabaiasche ambtenaars- en bezoldigingsverordening

heeft, hoewel rooiwezen

meerdere malen sterk gewijzigd, gegolden t o t

werd

w e r d vastgesteld. Deze

1921. Een afzonderlijke

dienst

van

het

ingesteld.

De concessievoorwaarden der O.J.S. werden vastgesteld. Een eigen reinigingsdienst w e r d ingesteld. Tevoren w e r d het ophalen van vuil uitbesteed. Een particuliere slachtplaats te Kapassan w e r d in afwachting van den bouw van een eigen slachthuis ingehuurd m e t bestemming t o t gemeenteslachthuis. Een r i j w i e l r e g i s t r a t i e en -belasting werd ingevoerd. 1913.

Naast wegenverbetering en andere technische werkzaamheden hield de raad zich in d i t jaar

slechts bezig m e t wijziging der bestaande verordeningen en aangelegenheden van internen aard. 1914.

Een t e r r e i n te Kembang Koening werd aangekocht en bestemd t o t Europeesche begraafplaats.

Een Passerverordening w e r d vastgesteld. 1915—1916. In deze jaren w e r d sterk geijverd voor de benoeming van een burgemeester. De AssistentResident Schippers, toen v o o r z i t t e r van den gemeenteraad, was het, die vooral inzag dat, wilde de gemeente t o t o n t w i k k e l i n g komen, de voorbereiding van vele noodzakelijke zaken en werken — noodig geworden tengevolge van de zeer snelle toename der bevolking — gelegd moest worden in handen van een man, die zich geheel aan die taak kon geven. De dubbele taak van assistent-resident, hoofd van plaatselijk bestuur en voorz i t t e r van den gemeenteraad kon niet meer naar behooren worden vervuld. De gemeenteraad deelde die meening. In 1916 had deze ook door de andere groote gemeenten gevoerde actie succes en werden de eerste vier Indische burgemeesters benoemd. De eerste burgemeester van Soerabaiawas M r . A . Meyroos, tevoren adj. adviseur voor de Decentralisatie, in voorgaande jaren had uitleg van de Europeesche woonstad plaats gehad door bebouwing van het gemeenteland Goebeng. in 1915 begon een bouwmaatschappij m e t het land Sawahan. inderdaad hadden de Raad en zijn v o o r z i t t e r goed gezien, dat de groote Indische gemeenten burgemeesters van noode hadden, in de laatste jaren vanden w e r e l d o o r l o g en vooral in de jaren onmiddellijk daarna had de stad een dusdanige behoefte aan expansie en moest tengevolge daarvan zooveel werk worden verzet, dat d i t onmogelijk onder leiding van het hoofd van plaatselijk bestuur in snel t e m p o had kunnen geschieden. Toen Sawahan nog niet half was volgebouwd, bleek reeds, dat m e t volbouwing van d i t land nog in geenen deele in de zeer groote behoefte aan woningen zou zijn voorzien. Die woningbehoefte ontstond niet

Wijkende vlakken : een deel van den achterkant van het Raadhuis. (Foto Van Benthem Jutting.)


alleen d o o r sterken aanwas der bevolking, doch mede d o o r den drang t o t verplaatsing van verschillende zaken in de r i c h t i n g van de bovenstad en vestiging van nieuwe zaken en industrieën. Burgemeester Meyroos deed het voorstel t o t aankoop van de landen Ketabang en Ngagel en t o t o p r i c h t i n g van een gemeentelijk G r o n d - en W o n i n g b e d r i j f . H i j stimuleerde den particulieren woningbouw d o o r verstrekking van hypotheken van gemeentewege. H e t land Ketabang — voor een deel gekocht m e t Regeeringssteun — is thans geheel volgebouwd, behalve een deel van het voor kieine-woningbouw bestemde Ketabang Oost, o n m i d d e l l i j k grenzende aan de tevens in die jaren gebouwde Staatsspoorwijk Patjar Keiing. H e t land Ngagel w e r d bestemd t o t industriewijk. Vele tevoren in de benedenstad gevestigde fabrieken verhuisden naar d i t land, waarvan de grond in erfpacht w e r d uitgegeven O o k aan nieuwe industrieën w e r d op d i t t e r r e i n een plaats gegeven. H e t gedeelte gelegen tusschen de spoorbaan en de r i v i e r is thans

vrijwel

geheel m e t fabrieken bezet. H e t Gouvernement begon terzelfder t i j d m e t den aanleg van de haven, w a a r t o e , o m b o u w g r o n d t e verkrijgen, het geheele complex gronden gelegen tusschen Kalimas — reede — boezemkanaal en den weg naar Grissee m e t zeezand moest worden opgespoten. H e t verkeer nam e n o r m t o e en vooral de zeer smalle hoofdverkeersaderen konden d i t bijna niet meer verwerken. Langs Kepoetran-Toendjoengan-Gemblongan-Passer

Besar liep bovendien

nog op eigen

baan

de s t o o m t r a m , welke het verkeer langs die wegen al zeer belemmerde. De voordien reeds ingestelde dienst van het Bouw- en W o n i n g t o e z i c h t (Rooiwezen) begon toen op instigatie van den burgemeester een r o o i l i j n p o l i t i e k , waarvan de resultaten, vooral langs bovengenoemde hoofdwegen, voor een ieder, die de stad voor 1916 heeft gekend, duidelijk zijn. Doch ook elders in de stad w e r d de p o l i t i e k gevolgd van afstand van grond o m niet, waartegenover de gemeente verbetering van den weg voor de gebouwen, aanleg van t r o t t o i r s en hier en daar een gevelverbetering plaatste, t e r w i j l in de kampongs van vele perceelen de bezitsrechten werden afgekocht, teneinde grond in handen t e hebben v o o r ruilverkaveling t e n behoeve van plannen t o t kampongverbetering. De bebouwing der nieuwe wijken eischte uiteraard ook zeer veel van den dienst van Publieke W e r k e n . W e g e n , bruggen en duikers moesten overal worden aangelegd, t e r w i j l bovendien de v e r b e t e r i n g der wegen en de asfalteering m e t kracht werden doorgezet, in 1920 was in de gemeente Soerabaia — m e t u i t z o n d e r i n g van de landen Koepang en D a r m o , die k o r t tevoren d o o r de bouwmaatschappij Koepang en de O.J.S. in e x p l o i t a t i e waren genomen — v r i j w e l geen ongeasfalteerde weg meer te vinden. D o o r die enorme u i t b r e i d i n g van de stad zetten zich u i t e r a a r d de gemeentelijke diensten en bedrijven in gelijke mate uit. De reinigingsdienst, voordien gevoerd m e t sappietractie en handkarren, w e r d na een besmett e l i j k e veeziekte, waardoor bijna alle ossen verloren gingen, gemechaniseerd; de passers werden uitgebreid en vernieuwd. O o k de a d m i n i s t r a t i e groeide uit. Z o o w e l voor technische diensten als voor de a d m i n i s t r a t i e w e r d deskundig personeel uitgezonden. De bevolking — m e t uitzondering van de Inheemsche — w e r d geregistreerd (Bevolkingsbureau), t e r w i j l daarnaast een eigen belastingdienst w e r d ingesteld(l9l9—1920).

* Een der ingangen, welke zich aan weerszijden van den d o o m t bevinden. (Foto Schenkenberg van Mierop.)


In het steeds g r o o t e r wordende t e k o r t aan d r i n k w a t e r w e r d voorzien door den bouw van de rivierwaterzuiveringsinstallatie op het land Ngagel en den bouw van een tweede hoogreservoir te W o n o k i t r i , In Mei 1920 w e r d Burgemeester Mr. A . Meyroos in gelijke functie te Batavia benoemd en, na een waarneming van vier maanden door dr. A . van Dorsten, vervangen door burgemeester Ir. A . J. D i j k e r m a n , die — in 1922 tijdens zijn buitenlandsch verlof vervangen d o o r den heer T h . B. A . Faubel — aanbleef t o t zijn dood in Januari 1929. De heer D i j k e r m a n zette de door den heer Mr. A . Meyroos gevolgde p o l i t i e k krachtig v o o r t t o t einde 1922, toen een economische depressie inzette, welke der Regeering noopte, de vele jaren tevoren ingevoerde accresregeling te beknotten. De gemeenten toch kregen t e r financieering van den gewonen dienst, naast de vaste uitkeering van f296.000,—, waarmede in den beginne het bestuur moest worden gevoerd, van het Gouvernement uitgekeerd een bedrag gelijk aan hetgeen in het voorgaande jaar door de gemeentenaren aan belasting was opgebracht. D i t bedrag, dat in deze depressiejaren rond een m i l l i o e n had moeten bedragen, w e r d eerst gehalveerd, toen nog enkele malen v e r m i n d e r d en eindelijk gefixeerd op rond f200.000,—. Daarnaast liepen ook de eigen gemeentelijke middelen sterk t e r u g , t e r w i j l de dienst niet alleen moest worden gaande gehouden, doch door den e n o r m snellen uitgroei van de stad in voorgaande jaren was een achterstand in aanleg van belangrijke w e r k e n ontstaan, welke niet m o c h t aangroeien. In diezelfde voorgaande jaren echter vloeiden tevens de middelen r i j k e r dan de uitvoerende dienst, die toch reeds op topcapaciteit

w e r k t e , behoefde, t e r w i j l het projectwerk kon worden bijgehouden. H e t

gevolg daarvan was, dat in die malaise-jaren, toen het razend snelle uitbreidingstempo t o t rust was gekom e n , kon worden d o o r g e w e r k t aan het inhalen van den achterstand, daar er steeds voor gezorgd was de voordien t e r u i m vloeiende middelen t e voteeren en t e blokkeeren voor de wèl gereedgekomen projecties. Die malaisejaren k w a m de gemeente door, ondanks rigoreuze v e r m i n d e r i n g der accresuitkeering, zonder eenigen zwaarderen d r u k op de bevolking t e leggen en zonder ook maar iets na t e laten w a t t o t haar taak behoorde. Intusschen had Burgemeester D i j k e r m a n in 1921 de vele gemeentelijke diensten gereorganiseerd en in dienstgroepverband samengebracht. In 1925, toen tengevolge der malaise-jaren eenig hooger personeel was afgevloeid, t e r w i j l in dien t i j d tevens was aangetoond, dat de diensten niet geformeerd

mochten

zijn

naar de behoefte van t o p t i j d , w e r d het bestaande aantal dienstgroepen teruggebracht van vijf t o t d r i e , n.l. Secretarie en verdere administratieve diensten. Bedrijven, en Publieke W e r k e n ( m e t verdere technische diensten). Tevens w e r d in de malaisejaren de drang van den Raad o m

mede te werken

ook

aan

het

dagelijksche bestuur grooter, een verschijnsel, dat zich ook in de raden der andere groote gemeenten voordeed.

*

D e z e t e l van den burgemeester. De stoelen van B. e n W . , behoorend t o t het meubilair van de raadzaal, g e m a a k t naar o n t w e r p e n van architect C. C i t r o e n , zijn door de A n i e m aan de gemeente geschonken.


Soerabaia's beide eerste w e t h o u d e r s . Links : M. A. A. van Mool< (weth. van l 9 2 4 - ' 2 6 ) . Rechts: w i j l e n T h . B. A . Faubel (weth. van 1924—'25). De heer Faubel overleed hier op I Maart 1925 ; zijn stoffelijk overschot ligt op Kembang Koening begraven.

De bouw van goedkoope woningen w e r d nnet kracht aangepakt. In samenwerking m e t de Regeering k w a m de N. V. Volkshuisvesting t o t stand. Begin 1929 overleed de heer D i j k e r m a n . Na een i n t e r r e g n u m van ongeveer een maand t r a d in M a a r t 1929 de heer H. I. Bussemaker, tevoren Burgemeester van Malang als Burgemeester op. De heer Bussemaker ging een moeilijken t i j d tegemoet. Een nieuwe economische inzinking begon zich in 1929 reeds aan t e kondigen. Echter lagen vele groote plannen t o t kleine-woningbouw gereed, waarvoor de gelden aanwezig waren, t e r w i j l verder de gewone middelen der gemeente zich nog in stijgende lijn bleven bewegen, zoodat naast de zorg voor wegenverbetering en aanleg, de kampongverbetering m e t kracht t e r hand kon w o r d e n genomen. G r o o t e complexen goedkoope woningen verrezen t e Sidodadi, t e Simolawang en Oendaan, t e r w i j l zich in den aan de gemeente overgedragen desolaten kampongboedel reeds f l i n k e teekenen van verbetering begonnen te vertoonen, wat b e t r e f t de wegen, de afwatering, de v e r l i c h t i n g en de zorg voor bad- en waschplaatsen. In Februari 1930 ging de heer Bussemaker t o t November van dat jaar naar Europa en w e r d t i j d e l i j k vervangen d o o r den Resident C. J. t e r Poorten. Tijdens deze vervanging begon de inzettende malaiseperiode zich duidelijker af te teekenen, w a a r o m de heer T e r Poorten en de heeren wethouders het noodzakelijk oordeelden, het w e r k t e m p o te verlangzamen, teneinde aan de komende crisis, welke, naar het zich toen reeds l i e t aanzien, heviger en langduriger zou zijn dan die van de na-oorlogsjaren, zoo lang mogelijk het hoofd t e kunnen bieden. Mede tengevolge hiervan sloot het dienstjaar 1930 voor den gewonen dienst m e t een batig slot van rond f 1.080.000,—, welk saldo in 1931 aangroeide t o t f 1.616.000,—. Hoewel d i t w e r k handelt over de eerste 25 jaren van het bestaan der gemeente, dus t o t A p r i l 1931, zij hier nog v e r m e l d , dat de heer Bussemaker in 1931 in normaal t e m p o — voor w a t den kapitaalsdienst van het woningbedrijf en N. V. Volkshuisvesting betreft : in versneld t e m p o — l i e t d o o r w e r k e n en daarnaast een versobering van het ambtenarenkorps en de personeelregelingen projecteerde, welke einde 1932 in w e r k i n g t r a d . De heer Bussemaker legde uit. October 1932 zijn a m b t neer en w e r d opgevolgd door Mr. W . H. van Helsdingen. Hoewel nog niet gesproken w e r d over den leeningsdienst, behoeft het wel geen betoog, dat voor rendabele werken en bedrijven leeningen werden aangegaan, tegenover welke schuld behoorlijke bezittingen staan. De gemeente d r i j f t thans voor een zeer g r o o t deel op de bedrijfswinsten, waardoor de belasting laag gehouden

kan

w o r d e n . Geheven worden :

inkomstenbelasting,

vennootschapsbelasting,

belasting

op

openbare vermakelijkheden, wegenbelasting ( r i j - en voertuigen), hondenbelasting, drankbelasting, opcenten op de verponding en reclamebelasting. Ten bewijze dat de belastingen laag zijn moge dienen, dat iemand, die gehuwd is, een v i e r t a l kinderen heeft en een belastbaar inkomen van plus minus f 14.000,— per jaar plus minus f 160,— aan inkomstenbelasting per jaar betaalt. De unificatie (gouvernementsbelasting) der m o t o r r i j tuigenbelasting beteekent voor de gemeente Soerabaia een v e r m i n d e r i n g van inkomsten, van rond f 120.000.—

104


H i e r i n gesteund door den Burgemeester w e r d der Regeering verzocht, door wijziging der Locale Raden O r d o n n a n t i e de instelling van het wethoudersinstituut mogelijk te maken. Deze wijziging k w a m t o t stand en in 1924 benoemde de Raad het eerste College van Burgemeester en W e t h o u d e r s , w a a r i n naast den Burgemeester z i t t i n g hadden de leden van den Raad, de heeren T h . B. A . Faubel en M. A A . van Mook. D i t college w e r d in den loop der jaren uitgebreid eerst t o t d r i e , daarna t o t vier wethouders. Z i t t i n g namen verder in het College het raadslid Mr. A . van Gennep, die de plaats innam van den in Maart 1925 overleden heer T h . B. A . Faubel. De heer Van Mook t r a d in 1926 af en w e r d vervangen door den heer D. L. Rosenquist, bij de vernieuwing van den Raad in 1926. Toen w e r d tevens als 3e lid benoemd Mr. R. Ng. Soebroto, die aftrad toen hij bij de instelling van den Provincialen Raad benoemd werd t o t lid van het College van Gedeputeerden. H i j w e r d vervangen door den heer Askaboel Djojopranoto. In 1930 na de algemeene verkiezing t r a d de heer D. L. Rosenquist af en w e r d vervangen d o o r den heer H. Bach Kolling, t e r w i j l tevoren reeds als 4e lid benoemd w e r d de heer Lie Ping A n . Thans hebben z i t t i n g t o t de algemeene verkiezingen in 1934 de raadsleden Mr. A . van Gennep (loco-burgemeester), H. Bach Kolling, Askaboel Djojopranoto en Lie Ping A n . Gesteund door de heeren wethouders, gebruikte Burgemeester D i j k e r m a n , toen in 1925 de economische hemel weer was opgeklaard, de eerste jaren t o t het voeren van een financieele politiek, welke ertoe moest leiden w e d e r o m eenige reserve te kweeken voor eventueel weder komende slechte jaren. De inkomstenbelasting w e r d iets verhoogd, t e r w i j l het t e m p o , waarin diverse werken werden uitgevoerd, w e d e r o m iets achter bleef bij den drang naar expansie, daar de tevoren ingekrompen diensten ook toen niet ten volle aan dien drang konden voldoen. Tengevolge hiervan bezat de gemeente in 1927 weder een bedrag van f 1.200.000,— aan batige saldi van voorgaande jaren, t e r w i j l de ontvangsten zich wederom in sterk stijgende lijn bewogen. Toen, kon opnieuw hard worden aangepakt en w e r d in de eerste plaats doorgezet den o m b o u w van het hoofdwegennet der gemeente, dat, tengevolge van het steeds zwaarder wordende verkeer, in slechten toestand was geraakt. D i t geheele hoofdverkeersnet moest geleidelijk w o r d e n omgebouwd in asfaltbetonwegen, voor de vervaardiging van welk materiaal tevoren reeds een eigen „ M i x i n g p l a n t " was gebouwd. Tenslotte begaf de gemeente zich ook nog op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg. De gemeente bezit thans een zeer groote ambachtschool en een viertal volksscholen ; zij r i c h t t e een schoolartsendienst en een m e l k k e u k e n voor zuigelingenzorg op. Begon ik d i t inleidende hoofdstuk m e t het geven van een overzicht der eerste begrooting, ik zal d i t beëindigen m e t het geven van een v e r k o r t financieel overzicht van den toestand der gemeente bij den aanvang van het jubileumjaar 1931 en laat het t r e k k e n van conclusies daaruit gaarne aan den lezer over.


V e r k o r t overzicht van de financieele positie der Stadsgemeente Soerabaia bij den aanvang van het dienstjaar 1931 (afgerond op d u i z e n d t a l l e n ) : I.

2.

Kapitaalsuitgaven ten behoeve der Bedrijven. a.

A f te schrijven over den bed rijfswaard igen duur der vaste bezittingen

b.

T e r verkrijging van voorraden

f

14.757.000,00 412.000,00

Duurzaamheidsuitgaven.

f

15.169.000,00

a.

Te verdeelen over den aflossingsduur

2.171.000,00

b.

Bestreden u i t den gewonen dienst

3.

Vorderingen over vorige jaren.

4.

Voorschotten

5.

Beleggingen

6.

Kasmiddelen

7.

Obligatieleeningen

8.

Verdere

pro m e m o r i e . 176.000,00 657.000,00

4.547.000,00 261.000,00

(restant)

f

22.981,000

17.576.000,00

verplichtingen.

a.

Waarborgsommen

351.000,00

b.

Pensioenfonds

493.000,00

c.

Verzekeringsfonds

146.000,00

9.

Gereserveerde winsten op het grondbedrijf

10.

Overschotten. a.

Gereserveerde winsten der waterleiding

b.

Begrootingsoverschotten

c.

Overschotten ontstaan door

1.324.000,00

1.090.000,00

1.297.000,00

f

22.981.000,00

704.000,00

het bestrijden van buitengewone uitgaven

gewone middelen

uit

-.cr<i

Het officieele wapendiploma, dat aan de stadsgemeente Soerabaia werd uitgereikt. Bijzonderheden o.m. over het

106

't

ontstaan van het stadswapen en de officieele vaststelling daarvan treft men aan in mijn „Oud-Soerabaia".


O DE

STADSPOLITIE EN H A A R O R G A N I S A T I E .

Priesters nota. — De grondige verandering van het totaal verouderde politrewezen. — Geen gemeentepolitie. — Korte schets van de politie-organisatie in den schoutentijd. — Benoeming van de eerste hoofdcommissarissen (1911) — Het Staatsblad van 1914. —Waar de zes sectie- en twee afdeelingsbureaux te Soerabaia gevestigd zijn. — De posthuizen, de steunpunten in den bevtrakingsdienst. — Het hoofdbureau. — De afdeelingen : recherche, voerwezen, generale controle en politieke inlichtingendienst. — De stadsbewaking geschiedt volgens het drieploegen-stelsel. — De verplaatsingen van het hoofdbureau. — De kazerneering der Politie. — De verkeerspolitie. — De verschillende H.c.v.P.'s te Soerabaia. — De eerste adjunct-inspecteurs in Oost-Java.

n het begin van deze eeuw werd het duidelijk, dat het m e t de politie niet langer blijven kon, zooals het was. De snelle maatschappelijke o n t w i k k e l i n g , het opbloeien der drie groote steden op Java eischten dringend h e r v o r m i n g van het vigeerende

politie-systeem.

De heer Priester, assistent-resident van Semarang, had in zijn bekend geworden nota nieuwe denkbeelden ten opzichte van de middelen, waarmede rust, orde en veiligheid waren te handhaven, o n t w i k k e l d . Toch zou het nog geruimen t i j d duren voor de Regeering overging t o t grondige verandering van haar t o t a a l verouderd politiewezen. Nederlandsch-Indië kende en kent geen eigenlijke gemeente-politie. Het is wel merkwaardig, dat de eerste commissarissen van p o l i t i e , allen te voren inspecteurs van gemeente-politie in Nederland, zich i m m e r t e n sterkste tegen de gemeente-politie hebben gekant en hebben gestreden voor het behoud van de eenheid der p o l i t i e in geheel Nederlandsch-Indië. In de hoofdsteden en andere g r o o t e r e plaatsen dienden, ondergeschikt aan de ambtenaren van Binnenlandsch-Bestuur, de schouten, aan wie waren toegevoegd een aantal politiedienaren, de z.g. ,,geelvinken". Des avonds k w a m de Inlandsche stadsbevolking in heerendienst op, o m nachtronden te doen, waarbij zij dan niet alleen de eigen kampongs bewaakten, zooals is voorgeschreven in het Inlandsch Reglement, maar ook t o t taak hadden het beveiligen van de Europeesche wijken. Aangezien de Chineezen en andere Vreemde Oosterlingen mede in dezen dienst waren betrokken, kochten deze mannen, indien zij het betalen konden, de van hen gevorderde diensten af, en uit het zoo ontstane fonds werden wakers ingehuurd, meest ouden van dagen, zieken, paupers, enz. Tenslotte maakte de regeering een begin m e t de organisatie van haar ergerlijk verwaarloosd politiewezen, door de benoeming van een hoofdcommissaris van Politie op de drie hoofdplaatsen van Java m e t inbegrip van Meester-Cornelis. Z i j koos daartoe drie leger-officieren. Z o o zien wij te Soerabaia als eerste hoofdcommissaris optreden de heer C. J. Boon, ridder van de M i l i t a i r e W i l l e m s o r d e , drager van de eeresabel, enz. Aanvankelijk scheen het wel of de organisatie zich slechts zou bepalen t o t het veranderen van den naam schout in commissaris van politie. „ A l w a t doet denken aan den naam schout, dient te v e r d w i j n e n " , aldus heette het in een der voorstellen t o t reorganisatie. Inderdaad ging men aanvankelijk niet veel verder. In 1912 zond de Regeering drie aspirant-commissarissen van Politie naar Indië, geschoolde politiemannen, die als inspecteur van Politie in Nederland, jaren hadden gediend. H e t waren de heeren I. H. Misset, M. F. F. Beltgens en S. L. Oostmeyer. De twee laatsten hebben beiden te Soerabaia als hoofdcommissaris gediend.

107


Posthuizen,

v r o e g e r en n u . D e e e r s t e

p e s t h u i z e n zagen e r , zooals de a f b e e l d i n g linki n, hoogst w e i n i g v a n g e w o n e k a m p o n g h u l s j e s . De t o e n m a l i g e d r a c h t van dl iliscommar de b a n k e n ) was o n p r a c t i s c h en n i e t b e r e k e n d o p h e t d i e n s t d o e n in de t r o p e n ; de sergeklei) voorbeeld onderscheidden zich huizen (zie

de f o t o r e c h t s ) en o o k aan de u n i f o r m e n

van

het lager

De a u t o m a t i s c h e

p o l i t i e p e r s o n e e l , joiitie.)

verkeersregelaar

op ferkeersag

d r u k p u n t in h e t Chineesche k a m p . Opeerste O p s o m m i g e punten in onze langgerekten, d r u k k e n verkeersader zijn, m e t behulp v a n v e r k e e r s s p i j k e r s o f een m o z a i k w e r k i n h e t a s f a l t , v r i j e v e r k e e r s z ö n e s geschapen, w a a r d o o r het mogelijk w o r d t om v e i l i g v a n de eene z i j d e d e r s t r a a t n a a r de a n d e r e o v e r t e s t e k e n . H e t v e r k e e r m o e t v o o r d e z e zones s t o p p e n . B o v e n : m o e d e r en k i n d w i p p e n v e i l i g o v e r o n d e r h e t beschermende handgebaar van „ m a s o p p a s " . B e n e d e n de v e r k e e r s a g e n t kijkt u i t naar personen, die den weg w i l l e n oversteken. (Foto Politie.)

A g e n t e n i n o p l e i d i n g . D e t r o e p , g e r e e d o m een m a r s c h d o o r de s t a d t e m a k e n . ( F o t o P o l i t i e . )

ruitjes

van

de

automaat,

v e r l i c h t z i j n , staan

de

die

stac

's

av leersi-egelii

te

lei(warfwitte

woorden

„ s t o p " , „ a w a s " ( o p g e p a s t ) e n „ d j a l a n " Ijlagen t r e k In de eene r i c h t i n g h e e f t m e n 2 0 en ipe atjent a n d e r e 27 seconden d e n t i j d o m t e passeelet D o o r m i d d e l van wordt

men

op

i

riaakt

een a u t o m a t i s c h e d i e P r i i t i e ) het

wisselen

der

signSant eng, j

attent gemaakt. De

verkeersregeling

(Foto

voldoet

zee'

Politie.)

H e t g e b o u w v a n h e t p o l i t i e - c o m m i s i * ' ' 3e Secti<


3eelding I nksen, noogst primitief uit. De gebouwtjes waren van bamboe en gedek opgetrokken en dracht van dtdisccmmandant (staand en leunend tegen een bamboestijl) en van de agenten (zittend op n; de sergek lej)Voorbeeld was veel te w a r m . Later werd meer zorg besteed aan het aspect van de posttiepersoneel. ihtie.)

sregelaar op erkeersagent op de „hoededoos", het he kamp. Opeerste stadium in de techniek van de vert, die 's avikeersi-egeling op drukke kruispunten. De oorden te ieijwar'-witte strepen op ton en mouwomen „djalan" (llagen trekken vooral 's avonds de aandacht, men 20 en ipe a';ent in zijn grijsgroene uniform met I om te passeejet naakt een goed figuur. De foto (van omatische cl;|e Prlitie) stelt voor het begin van Kramat ïlen der signfant eng, gezien van de Passer Besar-zijde. doet

zee"-

«P

ilitie-commiss#i' 3e Sectie op Boeboetan. (Foto Politie.)

Het seintoestel t o t regeling van het verkeer op den vijfsprong AloonAloon Tjontong—Passer Besar—Gemblongan—Kramat Gantoeng—Penelehbrug. Boven: het oude toestel; op de ruiten en de borden is te lezen: stop (berenti) en vrij (djalan). Bene. den het nieuwe toestel met ingebouwden lichtmast. Ook het verschil in kleeding van het bedienend personeel valt op. (Foto Politie.)

De politiekazerne op Tandjong Perak. (Foto Politie.)


Onze hoofdcommissarissen van p o l i t i e :

Ie. C. J. Boon (1911 —'14), 2e. C. B. H. von Hombracht (1914 —'19),

T o e n t e r t i j d was het „ h o o f d b u r e a u " ondergebracht in het Residentiekantoor aan de Roode B r u g ; later w e r d het gevestigd in de tegenwoordige dependance van het Simpanghotel. H e t blee[< alras te klein, zoodat een o n d e r k o m e n w e r d gezocht in een huis op B a l i w e r t i , eveneens v o l k o m e n ongeschikt. Eindelijk in 1914 verscheen er een Staatsblad, waarin de grondslagen t o t de reorganisatie der algemeene p o l i t i e werden gelegd, het fundament, waarop nu nog in de drie hoofdplaatsen het politiegebouw is opgetrokken. Met al het oude w e r d gebroken. Men verdeelde de hoofdplaatsen en dus ook Soerabaia in twee afdeelingen en elk dezer weer in secties. Z o o kreeg Soerabaia oorspronkelijk vijf secties. De Iste, 2de en 3de sectie v o r m d e n de Iste afdeeling en de 4de en 5de sectie de 2de afdeeling. D i t bleef zoo t o t I 920, toen de aanzienlijke stadsuitbreiding in het Zuiden splitsing van de Ie sectie noodzakelijk maakte, en Soerabaia dus 6 secties r i j k w e r d . U i t e r a a r d waren voor deze secties geen geëigende bureaux beschikbaar en werden zij tijdelijk in part i c u l i e r e of landsgebouwen ondergebracht. De Iste sectie is gevestigd op den Reinierszboulevard, de 2de sectie kreeg een speciaal gebouwd, typisch bureau op Kaliasin, voor de 3de sectie verrees het mooie bureau op Boeboetan, waarin tevens het afdeelingskantoor ondergebracht is. De 4de sectie vond haar plaats op Sidodadi, in een model gebouw, tevens de zetel van den afdeelingschef der 2e afdeeling, de 5de sectie k w a m op den Grisseeschen weg in een oud landsgebouw, waar het t o t

Links: Het voormalige Residentiekantoor aan de Roode Brug, waa'in het eerste „hoofdbureau" van Politie was gevestigd, ^ a het in gebruik nemen van het Gouverneurskantoor op Passé Besar, is deze oude afbrokkelende sta-ln-den-weg afgebr ken. Zoodoende werd een behoorlijke verbinding verkregei tusschen den Grisseeschen weg en de Pangoeng. In het kast, a (rechts tegen den voorgevel) was reddingsmateriaal gebo gen. (Foto Politie.) Rechts: Het zelfde punt na de afbraak van het voormalige Gouverneurskantoor. Men heeft thans, nu de ouc e sta-ln-den-weg verdwenen Is, een schitterende verbindir.g verkregen tusschen den Grisseeschen weg en Kembar g Djepoen. Links ziet men nog juist den zijgevel van ce Ned.-lndische Handelsbank. Daarachter: verschillende ha.i-

110


3e. M. F. F. Beltgens (1919 -

'24), 4e. S. L. Oostmeyer (1924 - ' 2 5 ) , 7 e . F. Latour (1929 - '31), 8e. P. Jacobs (1931 — heden).

heden is gebleven, t e r w i j l v o o r de 6de sectie op Tandjong Perak een eigen bureau is gebouwd, tevens zetel van de 2de afdeeling. Als steunpunten in den bewakingsdienst werden tusschen deze sectiebureaux een aantal posthuizen gebouwd, waarvan er thans negentien aanwezig zijn. In het midden van deze organisatie, stichtte men een centraal bureau, het hoofdbureau. Hier zetelde de hoofdcommissaris m e t de centrale p o l i t i e a d m i n i s t r a t i e en zijn de speciale diensten gevestigd. Men bracht er onder • een afdeeling recherche, later gesplitst in de afdeelingen algemeene dienst en crimineele dienst (boven- en benedenstad), m e t de onderafdeelingen opsporingsdienst, zedenpolitie, vreemdelingendienst, valsche handelsmerken, vuurwapens, opiumrecherche, de afdeeling voerwezen en de afdeeling generale controle. Later k w a m er nog de afdeeling politieke inlichtingendienst bij. in het hoofdbureau van Politie w e r d tevens gevestigd een posthuis. Bij de reorganisatie van het politiewezen was voorgeschreven dat de bewaking der hoofdplaats zou geschieden volgens een wijkensysteem en dat het agentenpersoneel in drie ploegen zou worden verdeeld, waarvan elk acht uur zou dienst doen. Gebroken w e r d m e t de bewaking van de stad door lieden in onbetaalden dienst. H e t is duidelijk, dat bij de o n t w i k k e l i n g van deze gecompliceerde en moderne politiemachinerie, het hoofdbureau op Baliwerti veel te klein w e r d .

d." skantoren, ook de uitstekende voormalige kolonelswon g, thans geoccupeerd door den Plaatselijken Gezondh( dsdienst. Het laatste gebouw aan den linkerkant is dat V het Suikersyndicaat. Rechts (aan het W i l i e m s p l e i n ) : lit kantoorpaleis van de „ I n t e r n a t i o " . Als men deze foto (' n Fotax) vergelijkt met die op pagina 53 van mijn „ Jd-Soerabaia" ( I e kolom onderaan) dan springt het groot irerschil in aspect van het Willemsplein oogenblikkelijk ir net oog. W a t een kolossale verandering heeft dat plein it nog geen halve eeuv/ ondergaan! Men lette verder nog o de veelsoortige vervoermiddelen, die op bovenstaande fc o zijn te zien: tjikars (ossenkarren), auto's, een autobus g^'ieel rechts), de „electrische", fietsen, enz. Het verkeer Wordt geregeld door den agent op de „hoededoos".

I, i^iii

•E

' ü9f

.-«il

-^ 4 <•

mt t

III 11(1 l i l ^te^ * „ n»

""nil '}

t -~n ri ra


Motorbootjes van de W a t e r p o l i t i e op de reede. (Foto Politie.)

De heer Boon, de eerste hoofdcommissaris ging in 1914 heen, w e r d overgeplaatst naar Batavia. In zijn plaats kv/am de heer C. B. H. von H o m b r a c h t , in 1919 opgevolgd door den heer M. F. F. Belgtens. De heer Beltgens was de laatste chef, die in het oude huis op B a l i w e r t i diende. Hij wist t e bewerken dat het hoofdbureau w e r d overgebracht naar de H.B.S., waar nu het nieuwe Post- en Telegraafkantoor staat. Maar lang is de p o l i t i e ook daar niet gebleven. Z i j verkreeg ten slotte de mooie infanteriekazerne op het Paradeplein, waar het hoofdbureau van p o l i t i e t e Soerabaia thans nog is gevestigd, een gebouw dat, hoewel reeds te klein, toch voorloopig aan alle eischen kan voldoen. Een der grondslagen van de reorganisatie der algemeene p o l i t i e was het agentenpersoneel in de groote steden u i t de kampongs te doen verhuizen en te kazerneeren. De agenten werden namelijk als recruten eerst afgericht gedurende eenige maanden. Maar het verloop onder hen was verbazend g r o o t en bereikte te Soerabaia bijv. wel eens 7 0 % in een enkel jaar. Het was dus weggeworpen geld hen af te richten. D a a r o m en ook o m andere redenen, die er hier m i n d e r t o e doen, w e r d het wenschelijk geacht de agenten een d r i e j a r i g dienstverband te doen aangaan. Maar dan moest men hen ook kazerneeren, want in de kampong verleerde de agent in zijn vrijen t i j d de begrippen van orde en t u c h t weer. Bovendien zou in tijden van onrust de in de stad verspreid wonende p o l i t i e m a c h t niet kunnen opkomen, wanneer zij het meest noodig was. Verder waren de woningtoestanden slecht.

Hoe er opium wordt edragesmol<l<eld. Een var degen. ' belangrijke onderd< elenltaarn, van de S o e r a b a i ; schegeen p o l i t i e is de O p i u n r e t u b e s c h e r c h e . T u s s c h e n het per kunst soneel van d e z e n d enst,santei en de s m o k k e l a a r s i' hetop d t een v o o r t d u r e n d spe' vaidoosjÂŤ v e r b e r g e n en opspc renonsch Telkens weer w o deimosfl n i e u w e s m o k k e l m e t h â&#x20AC;˘dcifasser, u i t g e d a c h t , toegepas engeschc o o k o n t d e k t . D e z e f >to's holte ( v a n de P o l i t i e ) gever eenhet hvi d u i d e l i j k b e e l d vai de6. Get> v e r s c h i l l e n d e t r u c s . i . '"jes; he: een v e s t , o n d e r de jas hak v ^ r b o r ,


Het voormalige politiewachtschip „ D e Zwaan." (Foto

Politie.)

Maar het oprichten van kazernes voor de algemeene politie bleek voor Soerabaia, m e t weinig bouwr u i m t e in de stad, een moeilijke zaak. De eerste w e r d ingericht in een deel van den ouden Construct i e w i n k e l . Thans zijn er zes kazernes, nl. op Djotangan, in de Schrijnwerkerstraat, in de W e r f s t r a a t , in de Constructiestraat, op Tandjong-Perak en aan den Reinierszboulevard-West. De mooiste dezer kazernes is de nieuwe aan den Tandjong Perakweg bij de haven van Soerabaia. Deze kazerne, welke in 1930 in gebruik werd genomen, is gebouwd naar het type van de veldpolitiekazernes. In de politiekazernes beschikt elk agentengezin over een eigen geheel afgesloten kamer. Het verkeer van Soerabaia begon sedert de organisatie van 1914 steeds grootere afmetingen aan te nemen. Nergens in den archipel heeft het zich t o t zulke afmetingen o n t w i k k e l d . H e t gevolg hiervan was, dat de verkeerspolitie, de afdeeling Voerwezen, steeds moest worden u i t gebreid, te meer daar Soerabaia geen beperking van verkeerssnelheid heeft w i l l e n invoeren. Door den eigenaardigen lengtebouw van de stad heeft de politie er belang bij de auto-files zoo snel m o gelijk door de verkeerstrechter te drijven. Nijver Soerabaia zou zijn dringend verkeer niet aankunnen, wanneer er snelheidsbeperking was ingesteld. Maar daardoor w o r d t de taak van de verkeersregelaars natuurlijk zeer verzwaard. Thans is de afdeeling Voerwezen alléén, sterker dan de geheele politie te Soerabaia voor t e l t 12 Europeesche dienaren en 120 agenten, waarbij een kleine m o t o r b r i g a d e is ingedeeld.

(fordlfgedra n, is o p i u m g e b o r d'gen. ; De „ t o o v e r " - l a i i < elentaarn, in h e t r e s e r v o i r : c schegeen etroleum, maar I nrcitubes ,et o p i u m . 3. D r i e ; peflkunst. n a g e m a a k t e c h r y I enstsantet =n een b l o e m p o t ; hetop de b o d e m : luclfersvaidoosj€ vol o p i u m . 4 . Een renonsch dig u i t z i e n d e t h e r de'mosfl :h en zijn ver•deifasser. e i n h o u d . 5. H e t e"gescht r d e b o e k ; in de 'to'sholte igen de t u b e s m e t eenhet hv ilsap o p g e s t a p e l d . tl'S. G e h e i m z i n n i g e k l o m p • "jes; he: o p i u m was in d e n jaijiak v e r b o r g e n .

1908. Z i j


Onder zijn verschillende hoofdcommissarissen van politie, nl. de heeren C. J. Boon, 1911—1914, C . B . H , von H o m b r a c h t , I 9 I 4 - I 9 I 9 , M . F . F . Beltgens, 1919-1924, S. L. Oostmeyer, 1924-1925, en vervolgens de heeren C. Topsvoort, H. P. Smits, F. Latour en P. Jacobs, heeft het korps algemeene p o l i t i e hier t e r stede steeds zijn plicht gedaan, w e r d de rust n i m m e r v e r s t o o r d , hadden geen incidenten plaats van eenige beteekenis. Op het hoofdbureau, bij de afdeeling Recherche, o n t w i k k e l d e zich een wetenschappelijk i n s t i t u u t v o o r onderzoek, t e r w i j l de afdeeling statistiek een voorbeeld kan w o r d e n genoemd voor de overige p o l i t i e k o r p sen in indië. Toen de inspectie over de Politie w e r d u i t g e b r e i d , kreeg ook Oost-Java een adjunct-inspecteur v o o r de algemeene politie in Oost-Java. De eerste was de heer H. P. Smits, opgevolgd door den heer 1. G o t t l i e b . H u n standplaats is Soerabaia.

»


0

S

D

DE MARINE-BASIS').

e

Wanneer heeft de Nederlandsche oorlogsvloot het eerst het oog laten vallen op Soerabala ? — De tocht van Cornells de Houtman — Daendels, schepper van een Koloniale Marine. — Een v/einig hartverheffend nieuw begin (1817). — Waar zal Indië's vlootbasis voorden gelegd : te Batavia of Soerabaia, in den Riouwarchipel, te Semarang of Tjllatjap? —Indië verdeeld in 7 stations. —De deprimeerende stationsdienst.— De commissoreele kapstok. — Gedeeltelijke opheffing van het stationstelsel (1891). — Soerabaia vlootsteunpunt (omstreeks 1900). — De overgang van zeil- naar stoomvermogen. — Het vlootplan 1914. — De commissie Patijn (1922). — Nieuwe defensiegrondslagen (1927). — Het Marine-Etablissement, i Invoering van de artillerie-vuurleiding. — Graven van de torpedoboothaven (1910—'13). — De oorlogsjaren. — De M.L.D. — De onderzeedienst en torpedodienst. — Uitbreidingen. — De Radio-dienst. — Inheemschen op de vloot. — De zeemilitie. — De strijd tegen ziekten. — Vermaak en ontspanning. — Marine en rijmkunst.

oerabaia-Marinebasis, het k l i n k t of het nooit anders geweest is. Toch heeft het vele jaren van strijd gekost, voordat Soerabaia definitief verheven w e r d t o t hoofdvlootsteunpunt in Nederlandsch-Indië en ook nu nog steeds gaan er in Marine-kringen stemmen op, o m de basis, de haven, waar de v l o o t kan uitrusten, repareeren, ververschingen opdoen en zoowel dood als levend materieel aanvullen, te verleggen naar een andere plaats in ons Indië, welke uit strategisch en tactisch oogpunt daartoe beter geëigend is. De strijd o m de basis heeft zich, vroeger en nu, steeds afgespeeld op krijgswetenschappelijk gebied. Ja, in vroegere dagen is het ook de slechte gezondheidstoestand geweest, die de wensch o m de Marinebasis naar een ander deel van Indië over te brengen, naar voren bracht. Dat argument is echter gelukkig verdwenen, na de goed doorgevoerde en steeds nog fel doorgezette bestrijding van de malariamuskiet m e t haar ziekte overbrengende t r a w a n t e n . W a n n e e r heeft de Nederlandsche oorlogsvloot het eerst het oog laten vallen op Soerabaia ? De boeken en archieven geven daar géén definitief a n t w o o r d op. De eerste maal, dat de naam Soerabaia v e r m e l d w o r d t in het journaal van een Nederlandsch schip, weliswaar u i t handelsoogpunt naar de Indien gekomen, maar toch, tezamen m e t haar zusteren een strijdvaardig eskader v o r m e n d , is geweest op den 5den December 1596. Op dien dag ligt Cornelis de H o u t m a n , die het opperbevel heeft over de „ A m s t e r d a m " , „ H o l l a n d i a " en „ M a u r i t s i u s " , waarmede hij de eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-lndië volbracht heeft,

ten

anker even bewesten den ingang van w a t w i j heden ten dage het Wester-vaarwater noemen, en ziet

van-

daar de plaatsen Cidayo, Brandaon, Tubaon en Surubaya liggen. W i l l e m Lodewijckz, die deze reis beschrijft, v e r t e l t d i t . H e t later levend, alles uitpluizend, geslacht heeft uitgemaakt, dat het onmogelijk is geweest Soerabaia van die ankerplaats af te verkennen. -) Nadat De H o u t m a n deze onvriendelijke streek verlaten had, bleef de smalle verbinding tusschen de Javazee en het westelijk deel van Straat Madoera vele jaren in maritiem-historisch duister gehuld. Pas onder Daendels t r e e d t zij weer naar voren en dan in het heldere daglicht, dat echter slechts van zeer k o r t e n d u u r is. Daendels heeft het plan o m een Koloniale Marine te creëeren en voor deze Marine een t w e e t a l goed v e r s t e r k t e steunpunten in te richten. H e t eerste zal, zoo w i l hij, komen te liggen aan de Meeuwenbaai, doch in 1809, worden de werken daar gestaakt en de spade aan de baai van Merak in den grond gestoken, waar, in de nabijheid van A n j e r p u n t allereerst 2 batterijen van ieder 20 stukken geschut worden opgericht. ') Met nadruk wijs ik erop, dat in dit hoofdstuk de geschiedenis van de Marine te Soerabaia is vastgelegd t o t plusminus medio 1931. Het boekstaven van de daarna plaats gehad hebbende gebeurtenissen (o.a. het berechten van de muiters van de „Zeven Provinciën") behoort t o t de taak van den geschiedschrijver der volgende periode. ') Voor de avonturen, die De Houtman en de zijnen er beleefden, verwijs ik naar mijn „Oud Soerabaia", biz. 6 en 7.


Een fraaie tegenlichtopname (van Isken) van een Marine-vliegboot, zwevend boven de wateren van Morokrembangan.

Evenals te Merak w o r d t ook te Soerabaia, alwaar het tweede steunpunt moet komen, m e t harde hand geregeerd. H e t - w e r k aan den mond der r i v i e r schiet daar goed op, de beide batterijen bij Menare zijn reeds gedeeltelijk gearmeerd en als de G.G. in Juli 1809 het f o r t Lodewijk bij dat plaatsje inspecteert, vindt hij daar een bewapening van 79 kanonnen en 4 m o r t i e r e n ; een f o r t , dat niet voor eenig w e r k in Europa onderdoet en absolute veiligheid geeft aan wat daar achter ligt, althans dat r a p p o r t e e r t hij aan den Minister van Koloniën. Een constructiewinkel w o r d t opgericht en daar worden 1000 man werkzaam gesteld ; het geschut voor de vloot zal door de geschutgieterij, welke te Semarang gebouwd is, geleverd w o r d e n . Men ziet, Daendels zet alle zeilen bij o m de v l o o t , welke hij hoopt t e ontvangen u i t het m o e d e r l a n d , en die, welke hij denkt te bouwen, zoo sterk mogelijk te maken en een veilig huis te verschaffen. Dat mag ook w e l , want in 1807 is het laatste w a t Holland nog aan m a r i t i e m e macht in Indië bezit, door den Engelschen schout-bij-nacht Peliew vernietigd. *) Veilig vlootsteunpunt is Soerabaia in die jaren nog lang niet en het is aan Daendels te danken, dat men onder zijn bewind zich w e r k e l i j k ernstig gaat bezig houden m e t de i n r i c h t i n g eener echte basis. H e t is niet zijn schuld, dat het f o r t Lodewijk, nadat het Hollandsche veldleger verslagen is, zonder een schot gelost te hebben in handen van den vijand overgaat. De Nederlandsche Marine heeft dan in de Indische wateren opgehouden te bestaan, haar laatste t w e e schepen, de „ P l u t o " en „ R e v o l u t i e " , zijn in Engelsche handen overgegaan, zeer t o t tevredenheid hunner be*) Het comisch verhaal van den operette-oorlog, die bij Grissee plaats had, vindt men in mijn „Oud Soerabaia" op biz. 30 en volgende pagina's.

116


manningen, die geweigerd hebben den eed aan den Koning af te leggen en reeds gedreigd hebben m e t de schepen naar een Engelsche haven t e zeilen. De schepen, welke de Hooge Regeering u i t Europa geprobeerd heeft te zenden, de meeste slechts half bemand en meer uitgerust als koopvaarder dan als oorlogsschip, zijn één voor één d o o r den vijand opgevangen en ingepikt en Daendels pogingen, zelf een v l o o t te scheppen, zijn niet voleindigd kunnen worden door gebrek aan middelen. W e l k o m e n de slechte karaktereigenschappen van het Nederlandsche volk in deze tijden t o t u i t i n g , elk gevoel van eigen waardigheid en eigen kracht schijnen verdwenen te zijn. Indië moet zich t e r zee tegen Pellews eskader, dat zich op de kust van Bengalen weer gereed maakt t o t een nieuwen aanval, laten verdedigen door twee Fransche Keizerlijke fregatten : „ L a Canonniére" en „Le Laurel". Een v e r s t e r k i n g , welke u i t Nederland gezonden w o r d t , geeft zich bij den val van A m b o n zonder slag of stoot over ! De naam van Nederland is van de tropenzeeën verdwenen en pas veel later zal zij daar weer op terugkeeren. Pas in 1817 begint de vlag van ons land zich weer voor Soerabaia te vertoonen. De „ F r e d e r i k " brengt een nieuwen commandant der Marine aan, de schout-bij-nacht W o l t e r b e e k , die daar m e t de Commissarissen-Generaal Elout en Van der Capellen, zal confereeren. W o l t e r b e e k k o m t de schout-bij-nacht Buijskes vervangen, die in 1810 zich t o t taak gesteld had gezien een Marine te reorganiseeren, waarvan, zoo staat in zijn r a p p o r t aan den Minister van Marine, „geen schip van het laatste eskader meer aanwezig (is), zijnde alle, of onbruikbaar, of door den vijand vermeesterd of v e r n i e l d " . Tijdens d i t bezoek houdt de Krijgsraad z i t t i n g aan den wal o m de vele dienstweigeringdelicten en andere strafbare f e i t e n , welke bij tientallen op de reis uit Nederland zijn voorgekomen, te berechten. Officieren, onderofficieren en manschappen in alle rangen hebben zich schuldig gemaakt aan insubordinatie, zelfs de eerste officier van het schip, een kapitein-luitenant t e r zee, staat terecht. Het is allesbehalve hartverheffend, w a t Soerabaia van de eersteling dezer wedergeboren Marine meemaakt. Aangenamer is het voor haar, dat de reparatiewerf en constructiewinkel toch niet voor niets blijken gebouwd te zijn. De ,,Reigersbergen" opent in 1818 de lange reeks marinevaartuigen, welke Soerabaia zal gaan opzoeken als reparatieplaats. Langzaam en onzeker groeit w e e r e e n m a r i t i e m e macht op. Ministers en adviseurs wisselen, de volksbelangstelling d e i n t op en neer, soms ebt het geweldig, w a t de p o p u l a r i t e i t der Marine betreft. Met deze veranderingen in bewindslieden en in belangstelling, welke laatste zich uit in de jaarlijks t o e t e stane gelden, w o r d t ook telkenmale doelstelling, organisatie en uitbreiding der Marine in andere banen geleid.

Vliegtuigloodsen van Morokrembangan. Eenige vliegtuigen staan op de helling, gereed om in het r i m pellooze watervlak van „de Geul" te glijden. Het gebouwtje, dat men rechts op de foto (van den M.L. D.) ziet, is een overdekte landingspier, waar verongelukte vliegtuigen met behulp van een kleine hijschkraan op het droge worden gebracht.

117


Een luchtfoto (van den M.L.D.) van het Marine-vh'egkamp t ^ Morokrembangan. Links onder: een deel van den Boezem. Rechts onder; het vliegveld voor Landvliegtuigen. Links boven: „de Geul" en de reede; daaronder het eigenlijke kamp met haar vliegtuigloodsen, helling, werkr plaatsen, kazerne, enz.

Het is als een schip, dat laveert : v o o r u i t gaat het, doch langzaam, veel langzamer, dan wanneer het in rechte lijn op het doel had kunnen aanleggen. Nu zigzagt het heen en weer, evenals het j o l l e t j e , dat er achteraan is vastgemaakt. Dat j o l l e t j e is het vlootbasisprobleem. De strijd gaat tusschen Batavia en Soerabaia, doch ook namen ais de Riouw-archipel en Semarang w o r d e n genoemd, aanbevolen of verdedigd. Omstreeks 1886 w o r d t zelfs T j i l a t j a p aangewezen als het centrale punt, van waar

Indië verdedigd

m o e t w o r d e n . De Stille Oceaan heeft nog niet de belangstelling, die hij in later jaren zal krijgen. Z o o zijn de meeningen verdeeld en ook in Den Haag weet men niet t o t welke zijde men zich zal wenden. De oorlogen in het westelijk deel van den A r c h i p e l , de blokkades aldaar, maken het gewenscht

een

steunpunt t e b e z i t t e n , dat zoo dicht mogelijk bij dat t e r r e i n gelegen is. Het eiland O n r u s t in de Baai van Batavia is daarvoor de meest geëigende plek. Daar verrijzen pakhuizen, logeergebouwen en w o r d t een hooge mastbok opgezet. Later k o m t er een g r o o t droogdok t e liggen. Soerabaia zakt geheel weg t o t r e p a r a t i e w e r f ; de scheepsmacht s t u u r t slechts haar bodems naar OostJava, als O n r u s t het niet meer af kan. Zelfs gaat men nog eerder naar Singapore en Penang o m te repareeren en t e dokken, dan naar Soerabaia. De taak, welke de rest van de Marine t e n deel valt, het handhaven van orde en rust in de overige deelen van den A r c h i p e l , maakt ook, dat er geen al te groote behoefte aan een basis schijnt te bestaan. Nederlandsch-lndië is in eenige stations verdeeld, het aantal wisselt nog al eens, doch in hoofdzaak zijn er zeven en wel : I. N o o r d e l i j k Sumatra, 2. Riouw en onderhoorigheden, 3. Bangka en onderhoorigheden, 4. W e s t e r afdeeling Borneo, 5. Zuider- en Oosterafdeeling Borneo, 6. Celebes en onderhoorigheden, 7. Menado en onderhoorigheden. leder station heeft zijn eigen vaartuigen en slechts in zeer speciale gevallen k o m e n deze buiten de hun toegewezen gebieden. Reparaties worden zooveel mogelijk t e r plaatse uitgevoerd, hetgeen in die dagen mogelijk is, door den zeer eenvoudigen bouw en i n r i c h t i n g der schepen en machine-installaties. Java w o r d t sporadisch bezocht. Het k o m t wel voor, dat iemand zijn geheelen t o r n op de stations blijft en na 3 of meer jaren t h u i s v a a r t , zonder o o i t in Soerabaia te zijn geweest. Dat d i t eeuwigdurende „ i n de k n o e k e n " z i t t e n nu niet de prettigste wijze is o m een deel van het leven door te brengen behoeft geen betoog. in de vorige eeuw let men niet zoo erg op ontspanning en t o t rust k o m e n . Een oud-officier W . M.Visser f u l m i n e e r t tegen den stationsdienst in zijn boek : „ O n z e Z e e m a c h t " . De kapitein-Luitenant t e r Zee


Een kijkje in een der werkplaatsen van het Marine-vliegkamp te Morokrembangan. Inlandsche vyerklieden zijn bezig, om onder leiding van een Europeaan, een vliegtuigvleugel te herstellen. (Foto M. L. D.).

,t-'

Jansen, roept in 1858 in zijn „Proeve eener beginselmatige dienstregeling in Nederlandsch-Indië":

„De

Nederlandsche zeemacht is anti-organisch in Indië". Hij wijst op het varen op stationsbooten : „

de geest w e r d uitgedoofd, geïsoleerd op kleine

vaartuigen door den Archipel slenterend, verloor men, zoo men hem ooit gekend had, den kameraadschappelijken band, welken een geheel wapen bezielt en van edelen wedijver doet blaken". De Marine, vastgekluisterd aan het stationsdiensts/steem, schreeuwt o m een plaats, een stad, waar zij kan uitrusten, waar zij zich niet van de wereld afgesloten en verstoeten hoeft te voelen en waar zij nieuwen levensmoed kan opdoen. N i e t alleen als reparatiewerf voor het doode materieel is het noodzakelijk één der groote plaatsen van Java, dat de w e r e l d , de beschaving beteekent, te kiezen t o t verzamelplaats der vloot, ook als herstellingsoord voor het levende deel der zeemacht is het urgent. Zoolang het inzicht over de taak der zeemacht echter wisselt, m e t iedere nieuwe commissie, welke deze aangelegenheid te bestudeeren heeft, en dat zijn er vele, zoolang is er ook geen vlootbasis in te richten. Noch de Staatscommissie van 1852, noch de enquêtecommissies, ingesteld in

1862 en

1864,

komen t o t eenig resultaat en ook de vele daaropvolgende weten het hun opgedragen w e r k niet m e t een vastomlijnd plan te beëindigen. Men blijft steeds heen en weer sollen m e t de Marine en daarmede samen m e t het i m m e r nog te bouwen steunpunt. De Koninklijke Besluiten van September 1864, November 1866, Juli 1896 en 1897 en en daar tusschen en er na t a l r i j k e kleinere maatregelen, hebben alle andere ideeën over indeeling, g r o o t t e en taak van de vloot. D i t is niet een kwaal van de vorige eeuw, ook later t o t op den dag van heden blijven een g r o o t aantal meeningen over de grondslagen, waarop de Marine opgebouwd moet worden, bestaan. Soerabaia, eerste en eenige Marinestad van den Oost, ligt nog in het ver verschiet. W a t O n r u s t te veel heeft, w o r d t doorgestuurd naar Soerabaia, naar de fabriek voor de Marine en het Stoomwezen. Deze ligt echter niet aan den w a t e r k a n t , hetgeen een groot bezwaar is en een commissie onder voorzitterschap van den Edeleer J. A . de Gelder zal advies hebben uit te brengen, inzake ligging, capaciteit, organisatie en overbrenging dezer werkplaats naar de Oedjoeng. In 1891 gebeurt d i t laatste. O n d e r w i j l zijn sinds 1888 drie commissies bezig geweest o m na te gaan, of en hoe de voornaamste havens te gebruiken en te verdedigen zijn tegen een buitenlandschen vijand, commissies, welke ingesteld zijn na een vraag in de Tweede Kamer, of Soerabaia nu v e r s t e r k t zal worden of niet, en wat de ideeën van den Minister van Koloniën dienaangaande zijn.

119 «.


Z a l men nu Soerabaia t o t vlootsteunpunt promoveeren ? De bedrijvigheid g r o e i t . Onder Minister J. C. Jansen vervalt in 1891 een gedeelte van het stationstelsel, de schepen maken vanaf het centraal gelegen Java tochten door den A r c h i p e l , het v/ordt een gaan en k o m e n van en naar O n r u s t en Soerabaia. De voortgaande pacificatie van A t j e h doet O n r u s t eenigszins achteruit zinken. In het vlootplan van den bovengenoemden bewindsman komen schepen voor m e t een diepgang van 51 d. M. Een slibdam Oedjoeng F i r i n g — Djamoeang Rif is voorgesteld. „ D a n kunnen de nieuwe schepen t e n alle t i j d e ook het W e s t g a t inloopen en w o r d t Soerabaia practisch onblokkeerbaar." Z o o staat het in de T o e l i c h t i n g bij die vlootplannen. Zal Soerabaia alieenheerschend vlootsteunpunt worden ? Eerst m o e t de Atjeh-affaire beëindigd, de Marinemagazijnen t e Batavia, de werkplaatsen op O n r u s t opgeheven zijn en de stationsdienst nog meer ingekrompen w o r d e n , voor men de stad aan W e s t - en Oostgat zoo zal mogen noemen. Dat eerste geschiedt in 1883; wat de stations betreft, deze verdwijnen geleidelijk naarmate het telegraafnet, waarmede de buitenbezittingen dus snel hulp van Java kunnen vragen, zich dichter en d i c h t e r over den A r c h i p e l w e b t . Dan t r o o n t Soerabaia als eenig vlootsteunpunt in Indië, een steunpunt, dat nog lang geen basis is, waaraan veel nog o n t b r e e k t , doch aan welks verbetering g e w e r k t w o r d t . Men doet alles in het begin dezer eeuw echter op zijn gemak, ook bij de Marine. De oefeningen der schepen bijv., hoewel individueel soms zeer zwaar, getuigen van een zekere gemoedelijkheid, van een weinig ernstig doorvoelen van het : si vis pacem para b e l l u m . O o k de u i t b r e i d i n g van Soerabaia gaat t r a a g . W e l w o r d e n de werken aan de Oedjoeng i m m e r groot e r en beter ingericht, doch een punt, waar de vloot geleden schade snel zal kunnen herstellen, waar zij veilig zal kunnen liggen tijdens die reparaties, en waar zij nieuwe krachten zal kunnen opdoen, is Soerabaia nog lang niet. De groote o o r l o g zal t o o n e n , dat een reede, al heeft zij t w e e uitgangen, niet veilig is tegen aanvallen u i t de lucht, dat twee uitgangen geenerlei waarde bezitten, wanneer een onderzeeboot er niet ondergedoken, onopgemerkt dus door een blokkeerenden vijand, doorheen kan varen. De wereldbrand, die in 1914 o n t v l a m t , zal aantoonen, dat kustbatterijen, welke den doorgang kunnen betwisten, nog geen vernielend b o m b a r d e m e n t op grooten afstand kunnen v o o r k o m e n en dat op zee gevechtsafstanden b e r e i k t w o r d e n , die meer dan het tien-voud zijn van die, op welke de Marine het voor 1914 m e t weerlooze schijven klaarspeelde.


Toch heeft er o n t w i k k e l i n g plaats, toch is er verbetering t e zien en uitbreiding waar t e nemen. W a t Soerabaia zelf betreft, daarover zoo dadelijk. De Marine is aan het eind der vorige eeuw geheel en al bekeerd t o t den s t o o m . De pantserdekkruiser, het pantserschip en de t o r p e d o b o o t hebben hun intrede gedaan en rustig-aan groeit de scheepsmacht en moderniseert zich. De pantserdekkruiser van het type „ N o o r d - B r a b a n t " , in 1900 superieur in haar klasse, v e r o u d e r t ; het pantserschip, als „ D e Ruyter", „ D e Zeven Provinciën", in zijn jonge jaren geprezen als middelbaar slagschip, gaat in het niet verzinken bij de dreadnought, de torpedoboot moet wijken voor haar vernieler, de torpedoboot-jager. Men w i k t en weegt : m o e t de Marine weer als zoovele malen op een lager plan terugzakken, of m o e t zij intijds van nieuw bloed voorzien worden ? En opeens is daar het „ v l o o t p l a n 1914", m e t zijn slagschepen, torpedokruisers en destroyers, een v l o o t die, „ b i j partij kiezen in een conflict in de Pacific de weegschaal beslissend door zal doen slaan". Alles is gereed o m het plan aan de volksvertegenwoordiging voor te leggen, als te Serajewo de Servische student Gabriel Princip zijn welgelukten aanslag op den wereldvrede v e r r i c h t . Het vlootplan blijft liggen. H e t w o r d t weldra vergeten. En d i t is maar gelukkig ook. Een vloot als daarin voorgesteld was, valt w a t onderhoud betreft en w a t personeelssterkte aangaat, niet te betalen en te bemannen door een land als Nederland. De kleine scheepsmacht in Indië w e e r t zich in de neutraliteitsjaren boven haar krachten, zoo goed als de Marine in Nederland dat ook doet. „ E m d e n " , Duitsche kolenbooten, Japansche oorlogsschepen, geheime opdrachten, orde handhaven of herstellen, altijd door gevechtsgereed zijn, d i t alles sloopt in 4 jaar materieel en personeel. De aanbouw ligt d o o r gebrek aan grondstoffen bijna stil en als November 1918 daagt, bestaat de Nederlandsche Marine nagenoeg geheel uit oud roest en als dank voor de verrichte diensten, denkt men er hard over het p a r t i j t j e maar van de hand te doen. Moeilijke jaren volgen ; de a m b i t i e is verdwenen, daar dank en waardeering uitbleven, daar op schepen gevaren m o e t w o r d e n , die op, heelemaal op zijn. Langzaam o n t w a a k t nieuw leven, langzaam d r u p p e l t w a t nieuw materieel en wat nieuwe geest de Marine binnen. Dan k o m t het lang gehoopte : een vlootplan waaraan men wat heeft, waaruit men kan voelen, dat er helder en zakelijk gedacht is en dat de waarheid onder de oogen gezien is. En ook de noodzakelijkheid. De commissie Patijn (1922) zal onderzoeken, wat de financieele consequenties dezer plannen zijn, of zij u i t geldelijk oogpunt in deze tijden zijn u i t t e voeren.

121


De ingang van het bassin omstreeks 1904. Aan de overzijde: de cholerabaral<l<en en daarachter met laag water droog loopende modderbanl<en. Op den voorgrond rechts: de torpedoboothelling.

En nu k o m t weer de naam Soerabaia naar voren. N i m m e r is Soerabaia zakelijker en meer algeheel afgemaakt als marinebasis, dan in de inleiding van het verslag der commissie Patijn, waarin zij het v l o o t plan u i t strategisch oogpunt beschouwt. Op biz. I I zegt zij : „ H e t eenige steunpunt voor deze v l o o t in Indië is het onvoldoende verdedigde en tactisch weinig geschikt geoordeelde Soerabaia, welks marine-etablissement zonder nadere voorzieningen, behalve voor het bovenwatermaterieei, accomodatie kan bieden aan slechts 8 onderzeebooten". En dan op bIz. 13: „ M e t het oog op het f e i t dat onze hoofdmacht t e r zee waarschijnlijk hare h i e r v o r e n genoemde afwachtingsopstelling zal hebben te kiezen in het westelijk gedeelte der Java-zee, alwaar zij op de meest afdoende wijze het belangrijkste gedeelte van Java, dus ook het voor den vijand meest begeerenswaardige object en de daarheen voerende zeeroutes dekt, zal het duidelijk zijn, dat het huidige steunpunt in het Oostelijk gedeelte der Java-zee in strategischen zin n i e t

voldoet aan de eischen, aan een hoofd-

steunpunt te stellen. Bovendien scheppen aldaar de onvoldoende verdedigingsmiddelen en de aard der toegangen van u i t zee t o t de reede, voor den vijand de mogelijkheid, m e t zeer geringe middelen de toegangen zoo volkomen af te sluiten, dat een verder uitvaren en binnenvaren voor het eigen materieel geheel o n m o gelijk zal zijn gemaakt. W a a r de beschikking over een behoorlijk ingericht en afdoende verdedigd steunpunt een onmisbare voorwaarde is, o m het uit technisch oogpunt zeer samengestelde materieel in voortdurenden staat van gevechtsgereedheid t e kunnen houden, zal een vijandelijke handeling tegen Soerabaia, als hierboven bedoeld, de operaties der Nederlandsche onderzeebooten niet alleen in hooge mate bemoeilijken, doch bijna zeker, zelfs na een b e t r e k k e l i j k k o r t e spanne tijds geheel v e r l a m m e n " . Men ziet, van het principe Soerabaia-Marinebasis, blijft niet veel over. Het zal echter als hulpsteunpunt Marinestad mogen blijven. Tandjong-Priok zal hoofdbasis moeten w o r d e n . De commissie, op 2 leden na, n.l. : de Heeren Mr. R. J. H. Patijn en L. J. A . T r i p adviseert, o m de steunpunten in een dusdanig t e m p o in t e richten, dat zij in 1928 gereed zullen zijn. Met I stem minderheid in de Tweede Kamer gaat op den 26sten October 1923 d i t plan t e n onder. Dreigender dan o o i t zuigt het moeras. Een tweede vlootplan, dat w e r k t m e t halve toelaatbare m i n i m a , w o r d t in elkaar gezet. De vlootbasis en de steunpunten van het eerste plan zijn daaruit gelicht en in het tweede overgebracht. De Voiksraad neem deze v l o o t w e t aan. Nu nog het oordeel der Volksvertegenwoordiging in het moederland. Dan legt zich een mistige wade over vlootplan en betoogen, over Priok's gewenschte geboorte en Soerabaia's voorgestelde degradatie en als in 1927 de Regeering m e t nieuwe defensiegrondslagen voor den dag k o m t , waarin gelukkig de hoognoodige v l o o t u i t b r e i d i n g voorgesteld w o r d t , dan is het plots Soerabaia, dat u i t v e r k o r e n is t o t basis. De strategische beweegredenen voor Priok, neergelegd in het verslag der V l o o t wetcommissie 1922, de tactische bezwaren tegen Soerabaia, zij allen zijn verdwenen, er w o r d t althans o m heen gelispeld.


H e t „ G e l d spielt keine Rolle

moge door een tegenwoordig bewoner van Nederlandsch grondgebied

geuit zijn, het is niet doorgedrongen t o t hen, die voor de Nederlandsche belangen hebben te waken. Z o o zal Soerabaia in de naaste t o e k o m s t blijven, w a t het na veel s t r i j d geworden is: de eerste en eenige marinestad van ons Indië. leder nieuw oorlogsschip m o e t in zijn type het nieuwste, het meest moderne zijn, hetwelk op het oogenblik dat het op stapel gezet w o r d t , gebouwd kan w o r d e n . Het is dus begrijpelijk, dat een reparatiebasis deze o n t w i k k e l i n g op den voet m o e t volgen, w i l zij in staat zijn, de v l o o t steeds op waarde t e kunnen blijven houden en haar naam niet t o t een poch-titel maken. N i e t alleen haar inrichtingen, haar werkplaatsen, dokken en basins, moeten up t o date gehouden w o r d e n , ook de organisatie en de w e r k m e t h o d e n , moeten m e t den t i j d meegaan. De o n t w i k k e l i n g van het

Marine-Etablissement

te

Soerabaia zou dus onverbrekelijk

verbonden

moeten zijn, aan die van de oorlogsvloot in Nederlandsch-Indië. O m d a t , zooals u i t het voorafgaande b l i j k t , het vele jaren onzeker is geweest of het hoofdsteunpunt der Marine t e Soerabaia, dan wel elders gevestigd zou w o r d e n , heeft het Marine-Etablissement lang niet altijd ten volle aan bovengenoemde eischen voldaan. Vele malen is het in o n t w i k k e l i n g achtergebleven en heeft men het m e t lapmiddelen op de hoogte van zijn t i j d t r a c h t e n te houden. In de dagen, dat O n r u s t nog bestond en de marine-magazijnen zich nog te Batavia bevonden, was Soerabaia l o u t e r reparatiestation zonder meer. Na 1893 verandert d i t . H e t centrale marinepunt w o r d t in dat jaar van West-Java verplaatst naar het Oostelijk deel van dat eiland en direct is er reeds g r o o t e r e bedrijvigheid aan de Oedjoeng waar t e nemen. Twee dokken zijn reeds aanwezig, het derde het drieduizendtonsdok, bevindt zich nog te Priok, doch zal later ook in Soerabaia zijn ligplaats vinden. Een nieuwe bankwerkerij en draaierij zijn ingericht o m den toevloed van te repareeren materieel het hoofd te kunnen bieden, doch beiden blijken reeds o n m i d d e l l i j k te klein en moeten vergroot worden. In 1894 zijn de nieuwe ketel- en koperslagerijen gereed en dat is noodig ook, want de Lombok-oorlog bezorgt veel spoedwerk aan onderhoud van schepen. Na de Lombok-expedities k o m t er w a t rust. Een deel van het w e r k v o l k w o r d t ook

zelfs ontslagen en

kunnen de arbeidstijden ingekrompen worden. De o p r u i m i n g van vele oude vaartuigen en de aanstaande komst van modern materieel, doen verwach-

ten, dat k a l m e r dagen voor Soerabaia als reparatiewerf zullen aanbreken. Doch hierin heeft men misgezien. Kunnen de jaarverslagen, de eerste jaren na 1895, spreken van v e r m i n d e r i n g van arbeid, en veel u i t breidingen en verbeteringen aan het bedrijf zelve noemen, in 1900 en 1903, moet een deel van het w e r k door de p a r t i c u l i e r e industrie overgenomen w o r d e n , daar het etablissement het alleen niet meer af kan.

Een luchtfoto van een deel van Perak met goedangs, de Kali Mas en de Oedjoeng, waar onze vlootbasis ligt. W i e een weinig met de topografie van dit Noord-Oostelijke deel van Soerabaia bekend is, treft op deze foto (van den M.L.D.) vele herkenningspunten aan, o.a.: het Marine-Etablissement met bassin, detorpedoboothaven, het oude „Modderlust", zelfs de thans reeds gedemonteerde Wilhelmina-toren ontbreekt niet.


Toch zijn organisatie en werkplaatsen onderv/ijl verbeterd en uitgebreid en diverse moderniseeringen v e r r i c h t . Z o o zijn de locomobielen, die de machines der werkplaatsen aandrijven, astatkistookend gemaakt, is men bezig de Oedjoeng te voorzien van een waterleiding, welke aangesloten zal zijn op die der stad en heeft de helling, waarop de torpedodienst zijn vloot op het droge kan halen, een u i t b r e i d i n g ondergaan. Die vloot bestaat weliswaar nog slechts u i t 3 torpedobooten „ d e Cerberus" de „ H y d r a " en de „ S c y l l a " , maar de rest is op komst. De vele schepen, die in groot-onderhoud komen en o n t r u i m d moeten w o r d e n , vragen behuizing voor hun bemanningen en aan de debarkementsloodsen worden steeds nieuwe hokken geplakt. H o k k e n , meer zijn die verblijfplaatsen niet. Vele jaren later zal daar pas verbetering in k o m e n . Een nijpend gebrek is er aan deze debarkementsgebouwen, zooals zij dan officieel heeten. De t u i g loods w o r d t in 1900 daartoe ingericht, diverse kolenbergplaatsen eveneens, hoewel, van de laatsten kan men er niet te veel missen, daar het toenemend kolenverbruik door het i m m e r t a l r i j k e r worden van stoomschepen, t o t het ophoopen van telkens g r o o t e r voorraden steenkool op het etablissement noodzaakt. Z o o w o r d t o.a. het eerste soos-gebouw van „ M o d d e r l u s t " een slachtoffer van de steeds meer t e r r e i n en dakveroverenden brandstofvloed. In 1907 k o m t het zelf-gebouwde 1400-tons dok gereed, de helling van den torpedodienst is alweer verg r o o t en er overheen een kap aangebracht. U i t b r e i d i n g der koperslagerij, bouw eener kettingloods en van een galvaniseerinrichting vinden plaats, t e r w i j l werkindeeling en beheer gereorganiseerd w o r d e n . Op I Augustus 1908 doet de8-urendag zijn intrede in de ateliers en op Nieuwsjaardag van 1910 w o r d t hij algemeen ingevoerd. In 1908 begint men ook m e t de aanneming van Europeesche c o n t r a c t w e r k l i e d e n , die v o o r toezicht hebben t e zorgen en leiding hebben te geven als ploegbazen en voormannen, en w a a r u i t later de opzieners zullen worden gekozen. Een commercieele boekhouding w o r d t op aanwijzing van de Gouvernementsaccountant

die ingevoerd

van

en een bedrijfsboekhouder aangesteld. In 1909 w o r d t bepaald, dat voor alle door het M. E. verrichte werken de kostprijzen in rekening zullen worden gebracht. Een t a r i e f voor dokken en schilderen onder w a t e r w o r d t ingesteld en speciale betalingsvoorwaarden o n t w o r p e n voor gevallen, dat meerdere schepen t e g e l i j k e r t i j d in hetzelfde droogdok opgenomen

zijn.

In 1910 worden meer Europeesche c o n t r a c t w e r k l i e d e n aangevraagd en in dienst genomen o.a. een i n s t r u m e n t m a k e r . Deze laatste is noodig gebleken voor het verrichten van reparaties aan de vele fijne in-

gehe ringt raad gen wore

s t r u m e n t e n — slechts een l u t t e l aantal vergeleken bij de tegenwoordige hoeveelheid — die aan boord van de moderne oorlogsschepen opgesteld staan. De a r t i l l e r i e - v u u r l e i d i n g heeft haar intrede op de Nederlandsche oorlogsvloot gedaan en hoewel op-

gesla alle

t i e k en electriek nog bij lange na niet op die hoogte staan, die zij tijdens en na den w e r e l d o o r l o g sprongsgewijs zullen bereiken, toch is het noodzakelijk, deskundigen in Indië te b e z i t t e n , die de i n s t r u m e n t e n kunnen repareeren en onderhouden. Een deel van de reeds bestaande werfgebouwen w o r d t ingericht t o t i n s t r u m e n t m a k e r i j , later w o r d t daaraan nog eenige u i t b r e i d i n g gegeven maar pas in 1931 zal de eigen woning, een grootsch opgezet geheel aan den N. O. hoek van het tweede bassin, worden b e t r o k k e n . Invoering van een wekelijksche uitbetaling heeft plaats, als ook het op naam boeken der w e r k l i e d e n , waardoor het kundige en geroutineerde personeel beter kan worden vastgehouden. Langzamerhand w o r d t de inwendige organisatie van het etablissement verbeterd, gedwongen door het voortschrijden van de techniek. In 1901 w e r d begonnen m e t het graven van een torpedoboothaven, welke noodig was, daar Indië t o r pedobootjagers kreeg ; in 1913 is deze haven gereed, ongeveer tegelijk m e t het nieuwe mijnenmagazijn en de munitiebergplaatsen op het oostelijk deel van den houtopslag. V o o r dien t i j d is de m u n i t i e voor de Marine altijd te Kertosono opgeslagen geweest, doch nadat de landmacht in Juni 1909 haar pyrotechnische werkplaatsen van Soerabaia naar Bandoeng heeft overgebracht en de Marine in de v o o r m a l i g e legerwerkplaatsen haar eigen bedrijf heeft ingericht, is het wenschelijk gew o r d e n , de opslagplaatsen dichter bij huis te hebben. H e t hierboven genoemde deel van het M. E. leent zich daar nog ' t best t o e en in 191 3 kan Kertosono verlaten w o r d e n . De pyrotechnische werkplaatsen der Marine zijn aanvankelijk op kleinen voet ingericht. Een gep. kapitein der a r t i l l e r i e is t i j d e l i j k m e t het beheer belast en beschikt over eenige vuurmakers van het leger, o m het w e r k af te doen. Tijdelijk, want in 1911 w o r d t de geheele munitieaanmaak, voorzoover

124

het bep bree

aan mu

dat omtr met nieu> zijde leger D zuil de


H e t voormalige schroefstoomschip I e k l . „ V a n G a l e n " t e n anker liggend t e r reede van Soerabaia.

die in Indië plaats vindt, door het M. E. overgenonnen en den directeur van het Etablissement het beheer van alle t e Soerabaia opgeschuurde a r t i l l e r i e v o o r r a d e n opgedragen. De oorlog maakt, w i j l de uitzending van m u n i t i e van het moederland ongeregeld en soms in het geheel niet plaats vindt, het aanmaken van diverse soorten projectielen noodzakelijk. Met betrekkelijk geringe hulpmiddelen, worstelend m e t gebrek aan materiaal, moet d i t geschieden. Maar het moet, de voorraad granaten voor de kanonnen van 7.5 cm S. A u t . *j raakt eind 1917 uitgeput, de gevechtsschietoefeningen in dat jaar vinden

niet plaats m e t het oog op de schaarschte aan m u n i t i e . Het daaropvolgende jaar

worden zij slechts gedeeltelijk gehouden, het geschut van 24 cm en 15 cm zwijgt. Een p a r t i j schietkatoen, aangemaakt in 1914, die reeds niet v e r t r o u w d w o r d t en daarom apart is opgeslagen, o n t b r a n d t in Januari 1918 vanzelf. De hoeveelheid, die verloren gaat, is betrekkelijk gering, maar alle m u n i t i e m e t schietkatoen van 1914 moet door de schepen afgegeven en vervangen worden. Door gebrek aan grondstoffen kunnen de aangevraagde granaten van 7.5 c m , welke evenals die voor het semi-automatisch geschut van dat kaliber hoog noodig zijn, niet opgeleverd worden. Met een v l o o t zonder voldoende m u n i t i e hoeft men niet op t e treden. H e t bovenmenschelijke w o r d t beproefd : de voorraden op peil t e brengen en t e houden. De vrede brengt weer geregelden toevoer uit Nederland m e t zich, een rustiger tijd voor de P.

W.

breekt aan. Door het w e r k , dat v e r r i c h t moest w o r d e n , heeft niemand in die jaren eenige aandacht besteed aan de plaats, waar die werkzaamheden geschiedden. Als in de Vereenigde Staten van A m e r i k a een g r o o t munitie-depot in de lucht vliegt en de gansche omgeving mijlenver geraseerd w o r d t , bedenkt men plots, dat ook in Soerabaia, in loodsen en bergplaatsen, die totaal onvoldoende zijn berekend op beveiliging van den o m t r e k , duizenden kilo's explosiestoffen liggen opgehoopt. Onverwijld slaat men de hand aan den ploeg en m e t waarlijk on-Nederlandschen spoed begint men aan den bouw van moderne opslagplaatsen en een geheel nieuwe pyrotechnische werkplaats. N i e t in de naaste omgeving van stad en Oedjoeng, maar aan de overzijde van het Oostervaarwater, op den Madoerawal, waar een betonsteiger nu aan de grootste schepen gelegenheid geeft, direct u i t de magazijnen hun voorraden te laden, of die daar af te geven. Druppelsgewijs komen in de laatste jaren voor den oorlog de torpedobootjagers, die het nieuwe bassin zullen bevolken» in Indië aan. De „ W o l f " en de „ F r e t " arriveeren den Isten December 1912 in Soerabaia, dan de „Jakhals" en de „ B u l h o n d " , de „ L y n x " , de „ H e r m e l i j n " , de „ V o s " en de „ P a n t e r " . *) Semi-Automatisch.

125


Het voormalige flottieljevaartuig „Java".

En nu de Marine in Indië in het bezit is gel<omen van d i t achttal moderne s t r i j d k r a c h t e n , zal ook het nieuwste wapen, de onderzeeboot, zijn intrede doen. De „ K . I . " ( K = Koloniën) is op stapel gezet en Soerabaia heeft maatregelen te treffen, dat d i t o n d e r w a t e r v a a r t u i g de noodige verzorging zal kunnen genieten, wanneer het in Indië aangekomen zal zijn. Met de A . E. G. w o r d t een contract gesloten t o t levering van een onderzeeboot-krachtlaadstation. Terzelfder t i j d k o m t

een overeenkomst m e t de A n i e m t o t stand, o m het

Marine-Etablissement

electrisch t e verlichten. De o o r l o g gooit echter bij de A . E. G. roet in het eten en het is de A n i e m , die nu ook voor de o p r i c h t i n g van het laadstation te zorgen k r i j g t . De o o r l o g . . . . H e t Nederlandsch eskader houdt juist g r o o t e manoeuvres bij A m p e n a n , de schepen zijn geheel gevechtsgereed gemaakt voor deze oefeningen, als langs de antennes het bericht binnenboord glijdt, dat m e t spoed naar Soerabaia moet worden opgekomen. Slechts een oogenblik w o r d t daar vertoefd o m voorraden aan boord te nemen en overplaatsingen u i t t e voeren, dan gaat het verder naar Tandjong Priok waar van 4 t o t 7 Augustus verbleven w o r d t . In een nacht is het vroolijke w i t van

rompen

en gebouwen verdwenen onder het

krijgszuchtige

nevelgrijs en vier harde, zorgvolle jaren gaan in, vier harde j a r e n , gevolgd door nog vele andere, die, w a t zorgen betreft, niet onder doen voor hun voorgangers. O o k w a t Soerabaia-Marinestad aangaat. Is het niet teekenend, dat bij het eerste oorlogsgevaar de gevechtsvloot o n m i d d e l l i j k naar West-Java gedirigeerd w o r d t , naar Priok, een plaats, strategisch beter gelegen, dan eenig ander o m te ageeren, zoo dat noodzakelijk mocht worden? De Augustusdagen van '14, zijn een dreigende vingerwijzing dat Soerabaia niet geschikt w o r d t geacht een strategische rol te spelen. Z a l het terugvallen t o t tweederangs-marinehaven, t o t louter reparatieplaats, niets meer ? In de jaren, die volgen, heeft slechts beperkte uitbreiding en voorziening plaats, „alleen voor zoover noodig voor een behoorlijke instandhouding van het bedrijf, daar nog niet beslist is, waar de vlootbasis zal ingericht w o r d e n " . D i t is een ieder jaar terugkeerende zin in het verslag van het M. E. in het Marinejaarboekje. Dat d i t een ongunstigen invloed heeft op de arbeidsprestatie, behoeft niet gezegd te w o r d e n . Men r o e i t echter m e t de r i e m e n , die men t e r beschikking k r i j g t . Het laadstation voor onderzeebooten k o m t gereed. De „ K . 1". a r r i v e e r t en ook het groote 14.000 tonsdok, dat in tijdelijke e x p l o i t a t i e k o m t bij het M. E., in afwachting van een regeling door de Regeering te treffen m e t een particuliere maatschappij, een regeling, welke in A p r i l 1916 bij contract tusschen den Minister van Koloniën en de Soerabaia Droogdok Maatschappij vastgelegd w o r d t . Eindelijk dan kunnen de g r o o t e schepen in een Nederlandsch dok opgenomen w o r d e n . De „ Z e v e n Provinciën" heeft in de laatste helft van 1914 nog een bezoek aan Singapore moeten brengen, o m onder de w a t e r l i j n schoongemaakt en geschilderd te w o r d e n . Kleinere oorlogsbodems, zooals de andere pantsersche-


Het begin der twintigste eeuw bracht de pantserdel<l<ruiser met zicli. „ H r . Ms. Zeeland" het marinebassin verlatend.

pen, die m i n d e r waterverplaatsing hebben, .zijn wel eens in het 5000-tonsdol< van Soerabaia opgenomen geweest, doch m e t welke moeilijkheden! Z o o m o e t in 1911 de „ H e r t o g H e n d r i k " eerst haar geheele inventaris, steenkolenvoorraad en alle m u n i t i e ontschepen, anders is het schip te zwaar. Wanneer de „ N o o r d - B r a b a n t " , na den 31 en Mei van datzelfde jaar op een k l i p lek te zijn gestooten, het dok in moet, worden kolen, m u n i t i e , ankers en kettingen, plus andere zware lasten afgegeven, o m d a t het hefvermogen van het Soerabaia-dok te gering is. Gelukkig is d i t leed nu geleden. Zooals gezegd, u i t b r e i d i n g en i n r i c h t i n g van het M. E. blijven t o t het noodzakelijkste beperkt en door schaarschte en het gebrek aan materiaal kunnen de werkzaamheden niet dan m e t groote moeite v e r r i c h t en volbracht w o r d e n . De aanbouw van het 1500-tonsdok ondervindt groote vertraging en de opnemingsvaartuigen , , T y d e m a n " en „ E r i d a n u s " , die op de w e r f gebouwd w o r d e n , komen veel later gereed dan men bij de kiellegging geschat heeft. Toch houdt m e n , ondanks de moeilijkheden in het heden, het oog toch op de t o e k o m s t gericht. De organisatie van het personeel w o r d t verbeterd, het aantal ingenieurs voor scheepsbouw op 4 gebracht, waardoor het mogelijk w o r d t een student in dat vak op de Technische Hoogeschool in opleiding te plaatsen. De aannemingsvoorwaarden voor contractwerklieden worden v e r b e t e r d , het werfreglement

veranderd

in verband m e t de unificatie van Europeesch en Inlandsch personeel. V o o r t s worden in het ontwerp-begroot i n g 1917 voorstellen t o t tractementsherziening van het lager personeel gedaan. Deze herziening

vindt

plaats in dat jaar, t e r w i j l ook de contractwerklieden tegen ongevallen verzekerd worden. Eindelijk, na het sluiten van den wapenstilstand, eind 1918, komen weer materialen los en kunnen het 1500-tonsdok en de „ E r i d a n u s " afgebouwd w o r d e n . Aanvoer van voorraden vindt weer plaats en bestellingen, welke reeds jaren geleden gedaan zijn, doch door den oorlog niet konden worden uitgevoerd, worden nu afgeleverd. H i e r d o o r k r i j g t men een zoodanige ophooping van allerhande goederen in de magazijnen, dat de bestellingen van 1916 1917, 1917 1918 en 1918 1919 geschrapt worden en verzocht w o r d t slechts die van 1920 te zenden, doch dan m e t spoed. De buitendienststelling en in-conservatieneming van meerdere torpedobooten en jagers, die wegens personeelgebrek moeten opgelegd w o r d e n , v o r d e r t eveneens veel arbeid. De aankomst van de onderzeebooten, die tijdens de oorlogsjaren in aanbouw zijn gegeven, maakt verbreeding van het Oosterbassin noodig, het t e r r e i n bewesten Kali Semampir w o r d t opgespoten en de bouw van een accu-werkplaats en van een atelier voor den onderzeedienst aangevangen. Het laadstation w o r d t uitgebreid en een torpedo-atelier ingericht, t e r w i j l de fundamenten van moderne kazernes voor onderzeedienst en torpedodienst gelegd worden. De keel van de haven w o r d t v e r w i j d . V o o r de a r t i l l e risten der Marine w o r d t een panorama-inrichting-Henderson gebouwd. Na jaren van noodgedwongen bekrompenheid kan men weer de vleugels uitslaan. In 1920, wanneer de kazernegebouwen van torpedodienst en onderzeedienst gereed zijn, begint men woningen te bouwen voor het personeel van het M. E., in November van dat jaar w o r d t een tijdelijk vlieg-

127


•:-"^^^m-

r

De torpedojager „Van Galen" op de reede van Soerabaia (Foto M.L.D.)

k a m p , gelegen op de Oostzijde van den tegenwoordigen kop van het schiereiland, tusschen de twee bassins, in gebruik genomen. D i t kamp dient voor de proefvluchten Batavia-Soerabaia, voor een eventueel te organiseeren luchtpostdienst. Het w o r d t later afgebroken, o m d a t men andere plannen heeft m e t het t e r r e i n en de vliegdienst gaat zich, ver van het d r u k k e Oedjoenggedoe, een „ h o m e " inrichten bewesten de havens. Het Marinevliegkamp Moro Krembangan

ontstaat.

T e m i d d e n van modder en w a t e r verrijst een hangar, de fundaties voor een tweede en derde w o r d e n gelegd, ook die van een wachtgebouw. Een tijdelijke werkplaats w o r d t opgericht en eenige semi-permanente bureaugebouwtjes neergezet. Het begin van het nieuwe c e n t r u m M. L. D. staat overeind. De dagen van Tandjong Priok als zoodanig zijn geteld. Dat begin g r o e i t u i t , t o t er in 1931 een kleine fabrieksstad is ontstaan, t e r z i j d e van de havenemplacementen, een stad van hooge hangars en groote werkplaatsen, m e t een bevolking van meer dan 1000 koppen, waarvan 500 burgerwerklieden. Van 1921 af b r o m m e n dagelijks de m o t o r e n der watervliegtuigen boven reede en stad. De enkele W A , klein en fragiel, die in de eerste jaren boven Soerabaia cirkelde, w e k t e meer opzien en belangstelling dan de groepen zware Dornier-vliegbooten en Fokker-bommenwerpers, welke 10 jaar later t o t het gewone luchtbeeld van Tandjong Perak zijn gaan behooren. Slechts als er gecombineerde oefeningen m e t de Luchtvaart-Afdeeling der Landmacht worden gehouden en de marinevliegtuigen boven de stad o m z w e r m d worden door felle, nijdige jachttoestellen, zooals in begin 1931, bestaat weer bij elk m o t o r g e z o e m die hemelkijkerij van de kinderjaren van den

M.L.D.

in Indië. T e r w i j l in de jaren 1921 en volgende op M o r o Krembangan de vlieghallen en wat daar b i j h o o r t uit den grond w o r d e n gestampt en een landvliegterrein in aanleg is, z i t men aan de Oedjoeng niet stil. De u i t b r e i dingen aan de wal t e n behoeve van den onderzeedienst en torpedodienst gaan i m m e r v o o r t en in verband m e t de aanstaande k o m s t van de nieuwe kruisers w o r d t een betonkade aangelegd aan de Zuidzijde van den landtong, die Oosterbassin en reede scheidt, in dat bassin zelf worden twee overdekte dokken, alsmede eenige steigers gebouwd v o o r d e onderzeebooten ; I Juni 1924 is men hiermee klaar. V o o r t s w o r d t de o u t i l lage van smederij, gereedschapmakerij, bankwerkerij en draaierij uitgebreid en verbeterd. De t i j d is echter slap, teveel schepen zijn opgelegd o m het volle reparatie- en bouwbedrijf aan den gang te kunnen houden. W e l staat er het een en ander op stapel, wel komen de mijnenlegger „ P r o - P a t r i a " en het Gouvernements-s.s. „ F o m a l h a u t " gereed en kan de mijnenlegger „ K r a k a t a u " t e water worden gelaten, doch noch deze nieuwbouw, noch het onderhoud der in conservatie liggende vaartuigen en dat der enkele varende schepen, geven voldoenden arbeid voor het geheele bedrijf. In 1922 worden tijden in diverse

werkplaatsen v e r k o r t ; de zagerij stopt zelfs geheel, daar zij te duur is. Een

satie Is noodzakelijk.

128

de

werk-

reorgani-


De aanbouw der langshellingen op het schiereiland gaat niet door, daar men eerst den ieuwe gezichtspunten inzake nieuwbouw bestudeeren w i l . H e t nog t e besteden geld w o r d t g e b r u i k t o m een betondok acht e r in het Wester-bassin te maken, t e r vervanging van de oude dokken. Na het vallen van de V l o o t w e t op 23 October 1923 vloeit, nu het plan o m Batavia t o t basis te maken v o o r l o o p i g van de baan is, weer versch bloed door de aderen van Soerabaia-Marinestad, hetgeen hoognoodig is geworden. Een nieuw railbaannet w o r d t aangelegd door de f i r m a V o l k e r en Houdijk ; het ophoogen van het t e r r e i n bij de Kali Pegirian w o r d t

m e t kracht hervat en voortgezet, daar steeds bij hoog w a t e r

deze

r i v i e r haar modder in het Oost-bassin doet vloeien. Magazijnen en goedangs worden ingericht, een electrische lasscherij gebouwd en het mijnenmagazijn v e r g r o o t . Op de noordelijke landtong verrijst een gifgaslokaal, o m het personeel m e t het in gebruik genomen Draeger-gasmasker te kunnen oefenen. O o k aan de overzijde van de Kali Mas, bij Perak, zet de Marine zich vast. Daar zijn in het najaar van 1922 reeds 8 onderofficierswoningen neergezet; in 1923 w o r d t er een begin gemaakt m e t het bouwen van een kampong voor het Inlandsch marinepersoneel. In het begin van het daarop volgend jaar zijn de eerste 22

huizen

gereed.

Sindsdien is deze z.g. Marine-kampong, welke uit zeer nette woninkjes bestaat, die erg in t r e k zijn, v o o r t d u r e n d uitgebreid. Op de Oedjoeng zelf zijn de kazernes voor den onderzeedienst en van den torpedodienst â&#x20AC;&#x201D; de laatste is reeds spoedig omgedoopt t o t Marine Kazerne Oedjoeng â&#x20AC;&#x201D; in den loop der jaren telkens v e r g r o o t . Z i j zijn bestemd voor het personeel, dat op de kleinere schepen dient, op onderzeebooten, sommige mijnenleggers, hulpvaartuigen en t o r p e d o b o o t e n . De kruiser en jagerbemanningen en die der andere groote schepen debarkeeren slechts, wanneer hun bodems den z.g. grooten stilligtijd hebben. Een luchtfoto (van den M.L.D.) van een deel van Tandjong Perak en de reede. Op den voorgrond: een onzer oorlogbodems. Daarachter: de monding van de Kali Mas en de Rotterdam kade. Op den hoek: het bekende gebouw van het Havenkantoor. Schepen liggen langs de kade, voor de etablissementen van de groote stoomvaartmaatschappijen. Op den achtergrond (links boven) het uitgestrekte emplacement van de Droogdok Mij. Het water van de reede ziet er op deze hoogte uit als een gestolte gelatine-massa, waartegen de blanke zeilen van de kleine sampans als w i t t e vlekken zijn geprojecteerd.

129


De oude debarkementsgebouwen, waarover reeds geschreven is, zijn sinds jaren afgekeurd, doch heden ten dage, in 1931, nog i m m e r gebruik.

Ondanks het personeelsgebrek

de Marine

ook nog gebrek aan r u i m t e

in

heeft voor

het bestaande personeel ! Naar de eischen des tijds gebouwd, r u i m en frisch zijn de nieuwe logeergebouwen,

gelegen

op de reeds meergenoemde landtong, ten Noorden van het Oosterbassin, en aan de Kruiserkade, waar de groote schepen kunnen meren, hetgeen voor de werkzaamheden in den repar a t i e t i j d een g r o o t gemak is. Zooals gezegd, is de r u i m t e der oude barakken en loodsen nog i m m e r noodig, doch nu in 1931 in het Ooster„Hr. Ms. Piet Hein" het dol< voor de jagers binnenvarend, om daarin opgenomen te worden.

bassin de Steigers VOOr de

torpedobootjagers

gereed zijn gekomen en daar een conservatiegebouw voor dien dienst is opgericht, zal hope-

lijk een u i t b r e i d i n g dezer nieuwe debarkementsgebouwen, die aan d i t t e r r e i n voor de jagers grenzen, niet al t e lang op zich laten wachten. H e t afmattende bedrijf op deze laatste schepen, in welker machinekamers t e m p e r a t u r e n van 52

C.

worden gemeten, eischt dat de bemanningen in de stilligperioden een beter onderdak krijgen, dan de t o t nu toe door haar b e t r o k k e n onhygiënische en sombere hokken. De moderne schepen, m e t hun turbines en ingewikkelde electrische installaties, hun veel onderhoud vragende a r t i l l e r i e - en vuurleiding, hebben in de laatste jaren het M. E. als het ware v o o r u i t gedwongen. H e t is ondoenlijk de vele sprongen in de goede r i c h t i n g alle op t e noemen. Slechts m e t een enkele zal volstaan moeten w o r d e n . Daar is de nieuwe i n s t r u m e n t m a k e r i j , de nieuwe a r t i l l e r i e l o o d s en de nieuwe machinewerkplaats, de smederij, welke hoog boven de oude gebouwen u i t t o r e n t en het nieuwe dok, speciaal voor de jagers. A l les op modernen voet ingericht, ook de herbouwde bergplaatsen der onderzeebooten, in 1929 door een hevigen brand grootendeels v e r n i e l d . De machineschade van de „ S u m a t r a " w o r d t gerepareerd in Indië, in Soerabaia, dat t o t op den dag, dat deze kruiser m e t zijn turbine-averij w o r d t binnengebracht, nog n i m m e r op zoo'n uitgebreide schaal herstellingen aan deze soort voortstuwingswerktuigen heeft v e r r i c h t . Toch gaat het, gelukt het. Het verhaal, dat de kruisers, geregeld naar Europa t e r u g zouden m o e t e n , is geen fantasie geweest, maar het is ' t geworden. Ditzelfde geldt voor de andere schepen. Soerabaia is een w e r k e l i j k e reparatiehaven van de Marine geworden. Buiten Japan kan slechts Singapore het in A z i ë naar den k r o o n steken. En dat zal nog pas in de t o e k o m s t kunnen gebeuren. Een Marinebedrijf, dat ook op de Oedjoeng zijn c e n t r u m heeft is de Radio-dienst. Z i j n geschiedenis is nog jong, doch zeer zeker niet onbelangrijk. In December 1904 a r r i v e e r t het pantserschip „ H e r t o g H e n d r i k " in Indië m e t e e n antenne tusschen zijn masttoppen. De radio doet zijn intrede in de Indische Marine. Een tweede s t a t i o n , dat meegebracht is, w o r d t opgericht bij A n j e r o m de c o m m u n i c a t i e tusschen de vloot, die zich t e r handhaving der n e u t r a l i t e i t bij het Russisch-Japansch conflict in het Westen bevindt, en den Regeeringszetel mogelijk te maken. Na het passeeren van de Russische v l o o t onder Rodjeswenski w o r d t d i t tweede station op de „Koningin-Regentes" opgesteld. Een t i j d p e r k van experimenteeren in d i t voor de radio onbekende gebied vangt aan. Meerdere installaties worden opgesteld, allerlei proeven genomen. Het gelukt de „ K o n i n g i n W i l h e l m i n a " , t e Tjilatjap liggende, over de 3000 M. hooge Pangrango heen verbinding te krijgen m e t Batavia. D i t schip weet ook gedurende de Bali-expeditie in 1907 van A m p e n a n Soerabaia t e bereiken.


Daar is op het t e r reede liggende wachtschip een oefeningsstation ingericht, dat

nu

tijdens deze expeditie goede diensten bewijst. H e t gegarandeerd m a x i m u m bereik der scheepsstations w o r d t allengs van 500 op 650 km

gebracht. Toch

Radiodienst

gaat de

niet over

Soerabala van Karang

weg van den

rozen. Pogingen Asem

op

om

den Z. O.

hoek van Bali, van de Gedeh Baai op L o m bok en van de reede van Cheribon berichten t e zenden, mislukken allen. Geografische atmosferische niet de

omstandigheden

is men

en nog

baas.

Soerabaia zelf heeft

slechts een

zeer

zwak station ; in Marinekringen w o r d t daar zelfs schande van gesproken, vooral als W e s t Java de, voor die dagen, zeer krachtige installatie van de â&#x20AC;&#x17E; K o n i n g i n W i l h e l m i n a "

Kruiser op het M. E. liggend.

krijgt.

En dat juist in den t i j d , dat in Soerabaia het oefeningsstation gesloten moet worden wegens

personeels-

gebrek. De Regeering oordeelt echter dat een krachtige zender in West-Java, in verband m e t de defensiebelangen, meer noodig is dan in de marinestelling Soerabaia. Bovendien zal Sitobondo als zoodanig g e b r u i k t kunnen w o r d e n , want dat station zal telegrafisch verbonden worden m e t het marine-commandement in Oost-Java. Aldus geschiedt. Z o o blijft Soerabaia zelf verstoken van een krachtigen roepstem door den aether. W e l w o r d t de capaciteit van het wachtschip in 1921 opgevoerd t o t 275 k m , doch wat heeft men daaraan, wanneer telkens het station door gebrek aan telegrafisten gesloten moet worden ? Pas in 1918 w o r d t aan den wal een station opgericht: de zendinrichting op het M. E., de ontvangst vindt plaats t e Kandangan. Van het Soerabaia-station r a n k t nu de hooge mast omhoog, reeds van ver zichtbaar voor schepen, die door W e s t - of Oostgat binnenkomen, overdag als een dunne k o l o m van buizen en draden, 's nachts somwijlen als een stippellijn van roode lichtjes, wanneer in de duistere lucht de marinevliegtuigen rondzoemen. H e t station is v o o r t d u r e n d u i t g e b r e i d , nieuwe installaties zijn opgesteld en cursussen voor seiners en adspirant-seiners in de bijbehoorende gebouwen ondergebracht. N i e t alleen de Radiodienst heeft een school voor zijn personeel te Soerabaia ; voor meerdere takken van dienst v i n d t de opleiding van het personeel aldaar plaats. Ook zijn in den loop der jaren voor verschillende vakken

herhalingscursussen

ingesteld,

om

onderofficieren,

korporaals

en

manschappen

stilligperioden der schepen in de gelegenheid te stellen, hun kennis te onderhouden en zoo

in

de

noodig

w a t op te frisschen. Als voorbeeld hiervan kan op den bovengenoemden Radiodienst gewezen worden, waar ook gebrevetteerden gereed gemaakt w o r d e n voor het examen t o t verkrijging van een hoogeren rang, en waar dat examen zelf ook afgenomen w o r d t . W a t het Inlandsch telegrafistenpersoneel betreft, de opleiding hiertoe dateert van 1924 en is in 1926 uitgebreid m e t een opleiding t o t seiner. Het hoofd van den radiodienst is chef van deze cursussen. De Marine g e b r u i k t reeds zeer lang Inlanders op haar schepen; in 1885 k o m t het eerste Reglement van het Corps inlandsche schepelingen op Z . M.'s schepen van oorlog in N. I. t o t stand, een reglement, dat m e t den voortgang der tijden nog herhaalde malen gewijzigd en gemoderniseerd w o r d t . Eerst w o r d e n de Inlanders slechts g e b r u i k t voor allerlei hulpdiensten aan dek en in de sloepen, doch al spoedig ziet men de wenschelijkheid i n , hen t e bekwamen t o t een bepaald handwerk. N i e t alleen aan dek, maar ook in de machinekamer zullen zij zeer goed te gebruiken zijn. Zoo w o r d t in 1893 de opleiding voor Inlandsche vuurstokers op het wachtschip te Soerabaia ingesteld, in de ochtenduren krijgen de leerlingen les in het stoken en w a t daarbij te pas k o m t , in de middaguren worden zij geoefend in wapenhandel, roeien en ander m a t r o z e n w e r k .


Ondanks den naam vuurstoker, moeten zij dus weer een manusje van alles worden. De eerste jaren w o r d t weinig succes geboekt en in 1898 deze opleiding zelfs eenigen t i j d gestaakt. Op de schepen zullen enkele actieve schepelingen in de gelegenheid gesteld w o r d e n zich t e bekwamen t o t kundige stokers. Hiervan w o r d t echter spoedig teruggekomen en de opleiding op het wachtschip in eere hersteld ; de resultaten kunnen daarop zeer bevredigend genoemd w o r d e n , de toeloop eveneens. In 1907 is het vereischte aantal Inlandsche stokers b e r e i k t . Later gaat deze opleiding over naar de Kweekschool voor Inlandsche schepelingen en w o r d t in Soerabaia op den Isten Januari 1918 een opleiding van inlandsche stoker-olielieden t o t

korporaal-machinedrij-;

ver ingesteld. Deze w o r d t eerst op den torpedodienst gehuisvest, doch in Juli van dat jaar zijn de gebouwen voor deze school, een b a n k w e r k e r i j , een smederij, magazijnen en schoollokalen, gereed en w o r d e n die bet r o k k e n . U i t b r e i d i n g blijft niet uit. De complete machine van het Gouv. s.s. „ R e i g e r " w o r d t er onder dak gebracht, in 1921 stelt men er de geheele machinekamer-installatie van de t o r p e d o b o o t „ P y t h o n " op, t e r w i j l , na het uit den dienst afvoeren van de onderzeeboot „ K . I", de Dieselmotor van d i t vaartuig afgestaan w o r d t aan deze schooi. H e t zijn slechts de grootste aanvullingen in l e e r m a t e r i a a l , welke hier genoemd w o r d e n . De resultaten dezer opleiding mogen goed genoemd w o r d e n , het grootste s t r u i k e l b l o k b l i j k t , als i m mer, het Nederlandsch te zijn. Behalve de opleiding t o t stoker, w o r d t op het wachtschip in 1895 een cursus voor Inlandsche looders ingesteld, welke begint m e t 3 man. O o k worden in dat jaar eenige Inlanders t o t roerganger opgeleid. Met beiden heeft men succes. In 1899 w o r d t het aantal adsp. looders van 3 op 6 gebracht. De groote moeilijkheid bij het inlandsch personeel is wel het enorme verloop onder hen, dat vele jaren noodzaakt t o t aanname van 2 0 " „ boven de benoodigde sterkte. O o k is het aantal deserteurs

immer

g r o o t , in het jaar 1894 1895 bedraagt b.v. bij een aanname van 362 Inlanders, het verloop 330, waarvan 59 deserteurs. Deze cijfers veranderen m e t de j a r e n , in het jaar 1924/1925 is het desertiecijfer 4 , t e r w i j l er in dat jaar 8 van hun zelf-genomen vacantie terugkeeren. De opleidingen ondervinden zeer veel r e m m i n g door d i t verloop, dat pas l u w t , wanneer de Inlander meer het wezen van de Krijgstucht gaat v a t t e n , w a a r t o e de verandering der reglementen en de v e r b e t e r i n g der leermethoden veel bijdragen. De moeilijkheden zijn echter vele. Z o o geven zich in 1911 zeer veel A m bonneezen op voor de vloot, doch het grootste deel t r e k t zich weer t e r u g , wanneer het verneemt,

dat zij

geen apart corps zullen v o r m e n . Eerst vindt de aanneming van matrozen derde klas en l i c h t - m a t r o z e n slechts plaats op het wachtschip te Soerabaia ; wel werven de door den Archipel varende schepen soms eenige liefhebbers, doch d i t kan geen georganiseerd systeem genoemd w o r d e n . Later zal men zich daar pas mee bezig gaan houden. In 1910 k r i j g t de „ S e r d a n g " een nagenoeg geheel Inlandsche bemanningen t o t taak een uitgebreid onderzoek in te stellen naar de waarde van den Inlander als oorlogsmatroos, een opdracht welke later overgaat op de „Assahan", t e r w i j l ook bij den t o r p e d o dienst een t o r p e d o b o o t in de vaart k o m t , m e t alleen Inlandsch minder personeel, t e r bestudeering van hun geschiktheid bij dat bedrijf. Op de hierbovengenoemde

T w e e van onze torpedojagers, geconvoyeerd door d r i e in verband vliegende watervliegtuigen

van onze

Marine

boven de

reede van Soerabaia. De w i t t e vogels w e r p e n hun schaduw op het nagenoeg rimpelloos-gestolde gelatinevlak,

waardoorheen

de m e t topspoed-varende torpedojagers schuimvoren klieven, (Foto

M.L.D.)


Schepen b l i j k t het, dat gebrek aan schoolonderwijs een der grootste struikelblokken is voor een goede ontw i k k e l i n g t o t oorlogsmatroos en o m in d i t t e k o r t te voorzien, w o r d t niet in Soerabaia, waar de aanneming zich bevindt, doch in Sabang, waar de â&#x20AC;&#x17E;Assahan" gestationneerd is, een school opgericht. Een oude f o u t van de Nederlandsche Marine is, schepen of menschen voor meerdere diensten te w i l len benutten ; men zie de eerste opleiding t o t vuurstokers. Bij de o p r i c h t i n g van de K. I. S. te Makasser blijft weliswaar de gelegenheid t o t aanneming te Soerabaia nog wel bestaan, en wel op de Marine Kazerne Goebeng, doch de opleiding voor m a t r o z e n verhuist in 1915 naar Makasser, waar tegenwoordig voor alle takken van dienst de vooropleiding plaats v i n d t . Slechts de Inlandsche bedienden gaan niet naar die plaats ; zij ontvangen te Soerabaia op de M. K. G. eenig o n d e r r i c h t in het w e r k , dat van hen gevraagd zal worden. Op I Maart 1922 w o r d t een korps inlandsche bedienden ingesteld. De bedoeling is deze jongens uitsluitend als oppassers, gamellejongens, helpers in de kombuis, hofmeesters en koks te gebruiken. Z i j worden ook in deze diensten onderwezen. Op het moderne m a t e r i e e l echter, is bij a l a r m ieder paar handen noodig en zoo zijn langzamerhand deze bedienden ingedeeld geraakt bij munitie-aanvoer, kanonnen en andere gevechtsonderdeelen. Te Soerabaia bevindt zich voorts nog de opleiding t o t m a t r o o s - t i m m e r m a n , ziekenverpleger, m o n t e u r , k w a r t i e r m e e s t e r en t o t korporaal-konstabel. Een deel hiervan is op de M. K. O. ondergebracht. De ziekenverplegers ontvangen hun lessen in de marineafdeeling der C. B. Z., waar hen, behalve ziekenverpleging, geleerd w o r d t hoe sputumpreparaten t e maken, eenvoudig urineonderzoek te doen en meer van dergelijke werkzaamheden, zoodat zij eenigszins zelfstandig kunnen optreden, wanneer er, zooals op de kleinere schepen, geen d o k t e r bij de hand is. In 1926 is deze opleiding uitgebreid m e t een cursus t o t voorbereiding voor het

examen k o r p o r a a l -

ziekenverpleger. Een opleiding, die nog genoemd moet w o r d e n , is die t o t t o r p e d o m a k e r , welke sinds I Mei 1926 op het t o r p e d o a t e l i e r te Soerabaia plaats vindt, na voor dien t i j d te Makasser gevestigd te zijn geweest. Chef hiervan is het Hoofd van het atelier. De vliegdienst heeft m e t zijn gestadige u i t b r e i d i n g een groot contingent vak-personeel noodig en, hoew e l een deel hiervan verkregen w o r d t u i t de burgermaatschappij en als burger-werkman op Moro K r e m bangan arbeidt, zoo is het toch noodzakelijk ook zeer veel m i l i t a i r e vakwerklieden te hebben, Europeesche, zoowel als Inlandsche. Z i j v o r m e n de bemanningen der toestellen en de kernen van de reparatie- en onderhoudsgroepen, die bij manoeuvres of mobilisatie naar diverse punten van den A r c h i p e l worden gezonden. Het Europeesche vliegdienstpersoneel ontvangt zijn eerste onderricht op de vliegkampen en werkplaatsen in Nederland. De benoodigde kennis voor hoogere rangen w o r d t hen ook hier, in indiĂŤ, bijgebracht. V o o r de inlanders, die allen van de K. I. S. k o m e n , bestaan op het vliegkamp M o r o Krembangan verschillende opleidingen t o t de diverse vakken, als houtbewerker, metaalbewerker en bekleeder. Dan is Soerabaia nog het centraal

punt waarheen de

zee-militie

getrokken w o r d t o m in de M. K. G. de eerste lessen te ontvangen, waarna zij over de varende v l o o t

verdeeld

w o r d t , hetzij o m als matroos dienst te doen, hetzij o m opgeleid te worden t o t een hoogeren rang. Een deel w o r d t in de gelegenheid gesteld, o m officier

der

Koninklijke

Marine-Re-

serve te worden, in 1931 w o r d t eenige verandering in tijdsduur en wijze van in

rangopklimming dat

jaar

is

het

gebracht ook

voor

en het

eerst, dat de nieuwbenoemde reserveOnderzeeĂŤrs in het dok. (Foto Fotax.)


Het wachtschip „Koning der Nederlanden", algemeen bekend als „de Koning", dat in vroeger jaren ter reede lag, doch nu in het Oost-bassin dienst doet als logementschip der jagers.

officieren

tezamen

in

de

M. K. G.

beëedigd

w o r d e n , hetgeen t o t nu toe op de verschillende schepen en inrichtingen apart geschiedde. Op de M. K. G., het centraal depot van het Korps Mariniers, beoosten de Kaap, komen de miliciens direct bij hun intrede in de Marine in een omgeving, waar t u c h t en m i l i t a i r e v o r m e n op den voorgrond staan, hetgeen voor vele jongelieden, die hun vrije Indische jeugd nog niet vergeten en een bediendenschaar achter zich gewend zijn, een uitstekende leerschool voor het latere leven v o r m t . Nauw samengeweven m e t het verblijf van de Marine te Soerabaia is de strijd tegen de ziekte,

een

s t r i j d , waarvan in het geschiedboek der m a r i t i e m e weermacht vele donkere bladzijden te vinden zijn. Geen jaarverslag

kan opengeslagen w o r d e n , geen scheepsjournaal doorgebladerd, of Soerabaia w o r d t daarin

aangetroffen als een poel van kwalen en ellende. Pas na 1906 raakt zij langzamerhand deze blaam k w i j t en heden ten dage is de Oedjoeng niet meer voor velen het v o o r p o r t a a l van hospitaal of kerkhof, maar een w o o n w i j k , niet ongezonder dan die, welke meer naar boven gelegen zijn. Dat niet alleen de vloot, maar ook het etablissement veel van de ongezondheid der Oedjoeng te lijden heeft, is te begrijpen. In het verslagjaar 1876 1877 komen op de 255 man vast personeel van de W e r f 517 ziektegevallen voor, t e r w i j l op de v l o o t het aantal voor Indië afgekeurden in dat jaar 120 Europeanen van alle rangen bedraagt. Cholera, m a l a r i a en venerische ziekten zijn de groote ondermijners. Een contract m e t het gezondheidsetablissement te Sindanglaya w o r d t gesloten o m de malariapatiënten der Marine daar te verplegen. Men kiest Sindanglaya, w i j l het overgroote deel der schepen in die jaren in het W e s t e l i j k gedeelte van den A r c h i p e l v e r t o e f t . Velen worden echter tijdens een verblijf in het ongezonde Soerabaia besmet. Daar worden de bemanningen der in reparatie zijnde schepen zooveel mogelijk t e r reede op het wachtschip „ G e d e h " , ondergebracht: de kazernes op de Oedjoeng, welke geheel omgeven zijn door een modderbank, zijn te ongezond. De nieuwe woningen, welke gebouwd worden op het z.g. Zand, voldoen aan de in dien t i j d hoogste w e t t e n der hygiëne en krijgen o.a. een pas uitgevonden soort p r i v a t e n , systeem : Fosfos Mobiles. N i e t altijd kan het wachtschip al de bemanningen van de aan den wal liggende schepen bergen; in 1885 vlucht de heele v l o o t voor de cholera naar de reede van Besoeki. W a t in Soerabaia blijft aan personeel, heeft beperkt passagieren, t e r w i j l t a l r i j k e voorzorgsmaatregelen worden genomen. Een tijdelijke cantine w o r d t opgericht op het M. E., o m controle te kunnen hebben op eten en d r i n k e n in vrijen t i j d genuttigd. Van I October 1884 t o t half 1885 overlijden er 29 marinemenschen aan de cholera, t e r w i j l er 109 afgekeurd

worden.

De b e r r i - b e r r i , t o t dat jaar alleen onder de Inlanders woedend, tast nu ook het Europeesche deel der v l o o t aan. In 1890 zijn de totaalcijfers afgekeurden, resp. voor Europeanen en Inheemschen, 200 en 3 8 1 , die der gestorvenen 25 en 4 6 , t e r w i j l 128 berri-berri-lijders naar Holland t e r u g moeten. In de nu volgende jaren w o r d e n , wat de cholera betreft, schepen die besmet blijken te zijn, o n m i d dellijk naar zee gezonden, waar meestal de ziekte spoedig v e r d w i j n t . Z o o v e r t r e k t op 27 Augustus 1893 de „ A t j e h " overhaast u i t Soerabaia, als daar in k o r t tijdsverloop 4 sterfgevallen aan boord van dien bodem plaats vinden. Na een d r i e t a l weken buiten doorgebracht te hebben, keert zij weer t e r u g , doch o n m i d d e l lijk na aankomst op het M. E. b r e e k t de gevreesde ziekte w e d e r o m u i t , nu m e t 8 slachtoffers, waarop het schip de trossen weer losgooit en naar buiten s t o o m t , o m daar nog een doode te krijgen ; de andere aangetasten genezen. De „ E m m a " , die in het dok staat, w o r d t m e t spoed vaargereed gemaakt en o n t v l u c h t de onveilige haven. Een sterfgeval is haar deel.

134


leder jaar komen deze u i t t o c h t e n der v l o o t voor, steeds is het de cholera die aan de Oedjoeng m e t succes haar aanvallen op de schepen richt. In 1896 worden reparaties aan de vaartuigen, indien zulks maar eenigszins mogelijk is, t e r reede uitgevoerd. Men schuwt den w a l . Eind 1902 w o r d t over het afgeloopen jaar gerapporteerd: „ A a n boord der schepen voor den Algemeenen Dienst was de gezondheidstoestand goed te noemen, voorzooverre die schepen niet vertoefden op ongezonde plaatsen als Soerabaia en Tandjong-Priok". In dat jaar zijn43 Europeanen en 3 Inlanders op de v l o o t overleden. De gedebarkeerde bemanning der „ N o o r d - B r a b a n t " w o r d t , als zich bij ziekmelders

verschijnselen

van cholera voordoen, op de oude hulk „ B r o m o " ingescheept en naar de reede verhuisd. In 1905 t r e e d t eenige verbetering in, vooral door maatregelen te nemen tegen den verkoop van stroopjes aan den w a l . O o k het typhuscijfer, dat in de voorgaande jaren steeds vrij hoog was, zakt nu. Doch van het volgend jaar begint de victorie ! Een geneesheer w o r d t speciaal m e t de Oedjoeng belast en k r i j g t opdracht een studie te maken van het v o o r k o m e n van verschillende ziekten, in het bijzonder van p r i m a i r e malaria, welke in dien t i j d zeer sterk optreedt, vooral bij den torpedodienst. De eerste dokter, wien d i t w e r k ten deel valt, is de off. van gezondheid 2de klasse, J. H. A . T. T r e s l i n g ; hem is de Marine veel dank verschuldigd. Rigoureus bestrijdt hij de ziektebronnen. Badgelegenheden en privaten worden gebouwd en, waar zij reeds bestaan, verbeterd en periodiek gereinigd, plassen en poelen gedempt, gebouwen gegaasd. De Genie b o u w t in Malang een gezondheidskamp voor de Marine en op 15 Juli 1908 w o r d t d i t voor het eerst door een detachement van de „ T r o m p " betrokken. Sindsdien vertoeft het Europeesche deel der Marine geregeld eenigen t i j d in een koel k l i m a a t . De d o k t e r k o m t reeds spoedig t o t de conclusie, dat het vooral de omliggende moerassen zijn en de kampongs, waar de passagierende schepelingen vertoeven, welke de besmettingshaarden v o r m e n . Uitgebreide chinine-prophylaxis w o r d t , met veel moeilijkheden en nog meer tegenwerking ook van de zijde van eenige medici, die geen v e r t r o u w e n in deze bestrijdingswijze hebben, ingevoerd. Tegen de b e r r i - b e r r i w o r d t katjang-idjoe verstrekt. De opvolgers van Dr. Tresling zetten m e t kracht den door hem begonnen strijd v o o r t . De gezondheidstoestand, w a t betreft deze ziekten, gaat m e t sprongen v o o r u i t . Doch andere kwalen steken steeds weer het hoofd op. Het aantal lijders aan venerische ziekten stijgt onrustbarend. In 1913 berekent men dat sedert 1903 de toename daarvan bij Europeanen van 14.8 t o t 2 7 % en bij Inlanders van 24.1 t o t 2 5 . 3 % der totalen aan personeel gestegen zijn ! Een lichtpunt in dat jaar is, dat de v l o o t nagenoeg geheel gevrijwaard is gebleven van cholera, t e r w i j l het malariacijfer, ondanks het geweldigen grondverzet bij de in aanbouw zijnde havenwerken aan den West-

'w.

•« :.

"XtTA-i

ïi>.#>.».,

Het o p n e m i n g s v a a r t u i g „ W i l l e b r o r d Snellius". (Foto Fotax.)

135


oever der Kali Mas, slechts een zeer geringe stijging v e r t o o n t . Toch blijft Soerabaia een ongunstiger naam houden op malariagebied dan andere plaatsen. De mogelijkheid t o t d r o o g m a k i n g der omgeving w o r d t bestudeerd en nu een officier van gezondheid speciaal voor malariabestrijding aangewezen. Deze zet het proph/lactisch toedienen van chinine m e t kracht v o o r t , waarbij hij, evenals Tresling, veel tegenstand onderv i n d t van eenige collega's, die zeer sceptisch tegenover deze methode staan. H i j k r i j g t een muskieten-brigade onder zijn bevelen, welke in samenwerking m e t den Burgerlijken GeneesMariniers marcheeren naar hun kazerne op Goebeng. Tamboer kundigen Dienst ook den o m t r e k van de Oeen pijpers geven de maat aan. Rechts: een deel van het viaduct. djoeng in haar arbeidssfeer opneemt. Zeer gun(Foto Fotax.) stige resultaten worden hierdoor verkregen. Een wijle w o r d t in 1918 de aandacht van den medischen dienst geconcentreerd op een influenza-epidem i e , welke de geheele v l o o t aantast en op de cholera, die vanuit Priok overgebracht schijnt te zijn door de ,,Hertog H e n d r i k " en de hulpkruiser „ T a b a n a n " . Doch daarna zijn het weer de malaria en de venerische ziekten, die de volle a t t e n t i e krijgen. Nog eenmaal steekt in het daaropvolgende jaar de eerste ziekte het hoofd weer omhoog. Van de bemanning van het opnemingsvaartuig „ V a n D o o r n " , die 57 koppen g r o o t is, worden er 48 aangetast en op de M. K. O. doet de malaria zich opeens voor onder de daar wonende onderofficieren. A l l e n herstellen; de schrik z i t er nu op de v l o o t in en iedereen laat zich zonder tegenpruttelen inenten m e t cholera-typhus-vaccin. Een invasie van muskieten heeft van de havenwerken van Perak u i t plaats, doch de muskietenbrigade weet niet van wijken. Z i j zet zich vast in het vijandelijk kamp en weet het gevaar t e bezweren. De venerische]'patiënten worden overgebracht naar de M. K. G., teneinde de schepen te ontlasten van deze vrij-van-dienstgasten, die een belangrijk percentage der bemanningen zijn gaan v o r m e n en werkzaamheden bezwaarlijk maken. Eerst worden allen, die aan deze kwalen lijden, naar die kazerne overgeplaatst, later alleen de loopende patiënten, aan wie speciale diensten en werkzaamheden worden opgedragen; de anderen gaan naar de marineafdeeling der C. B. Z. Roeiles van zeemiliciens op de Kali Mas. (Foto Fotax.)

Prophylactica tegen venerische besmetting worden ingevoerd in de Marine en hierdoor zakt het hooge ziektecijfer een heel eind naar beneden, zoodat de M. K. G. als concentratiekamp niet meer noodig b l i j k t . Loopende patiënten worden nu aan boord behandeld. Door het uitvoeren van groote assaineeringen, het doorvoeren van scherpe maatregelen t o t w e r i n g en genezing van ziekten en het invoeren van proph/lactische geneesmiddelen, heeft men cholera, typhus, b e r r i - b e r r i en venerische ziekten, die allen in de Marine onuitroeibaar leken, grootendeels onder de knie weten te krijgen. Dat ook het feit, dat Soerabaia den marineman meer is gaan bieden op het gebied van ontspanning en tijdpasseering, een belangrijke factor is geweest in de gezondmaking van vloot en Oedjoeng, behoeft geen nadere verklaring.


Een luchtfoto (van den M.L.D.) van het Noordelijkste punt van den Oedjoeng. Aan zee ligt het nieuwe ,,Modderlust", dat op het moment der opname nog in aanbouw was. Verder ziet men op deze foto o.m.: de monding van de Kali Mas en een deel van Perak (rechts boven). Geheel links is nog juist zichtbaar het torentje van „Toekan plak". ( „ P l a k " is het verinlandschte woord vlag. „Toekan plak" beteekent dus „vlaggenist", d.i. de man, die door het hijschen van vlaggen aangeeft^ dat oorlogbodems het bassin in of uit willen varen. Later ging de naam van den man, die deze werkzaamheden verricht, over op de plaats, waar zij geschieden.)

p" Het nieuwe „Modderlust", dat in 1932 officieel in gebruik werd genomen. Van de terrassen van dit gebouw geniet men een prachtig panorama over Straat Madoera. Aan de eene zijde de haven van Tandjong Perak, met het aardige haventorentje, aan den anderen kant de Marinehaven met de Kruiserkade. In het front breekt Madoera het schoone zeegezicht af. Zoo werd Soerabaia een waarlijk prachtig punt rijker. Ook het inwendige van het gebouw, geheel betimmerd met djatihout, in smaakvolle decoratie, maakt een modernen, doch tevens deftigen indruk. De groote dancing ligt in het centrum van het gebouw en is op de foto zichtbaar. Op het terras daarboven heeft men een sprookjesachtig uitzicht over het water. (Foto Fotax.)

De rooksalon in het nieuwe „ M o d d e r l u s t " . Aan den wand het geschilderde p o r t r e t van K o n i n g i n Wilhelmina. (Foto Fotax.)

137


Tegenwoordig is voor hoog en laag vermaak en genoeglijke ontspanning te vinden in deze marinestad. V o o r het lager personeel nog niet In die mate, o m het geheel u i t kampong en Chineesche kroegen en k r o t ten te kunnen houden, doch vergeleken m e t een kwart-eeuw t e r u g Is Soerabala als woon- en passagierplaats voor de Marine m e t groote sprongen v o o r u i t gegaan en d i t staat gelukkig niet s t i l . De betere verbinding van de Oedjoeng m e t de stad, o.a. door het i m m e r meer Intensief en goedkooper wordend autoverkeer, heeft er veel toe bijgedragen o m het marine-etablissement m e t de daar en de t e r reede liggende schepen u i t hun Isoleering te verlossen. In vroeger dagen k w a m men er niet gauw toe o m na afloop der werkzaamheden naar boven te t r e k k e n . Men blijft aan boord en als men naar den wal gaat, dan Is het meestal „ M o d d e r l u s t " , waar de officieren hun heil pogen te vinden, en de cantine achter het „ B e z u l n " , (bassin) waar onderofficieren en manschappen den avond t r a c h t e n zoek te brengen. A c h t e r het M. E. l o k t de kampong H e t aantal Soerabala-gangers is te t e l l e n . De gelegenheid o m naar boven te komen is schaarsch

en

duur. Omstreeks 1895 betaalt men voor een r i j t u i g bij de, der Marine welbekende, v e r h u u r d e r i j Kannegiet e r , f 6 , — voor een heelen avond, terugbrengen naar de Oedjoeng Inbegrepen. Dat Is voor de t r a c t e m e n t e n van dien t i j d heel wat, doch In vereeniging is deze uitgave wel te dragen. De zekerheid ook weer thulsgebracht t e w o r d e n , moet men op waarde schatten. De kossong-koetslers voelen er niets voor, des avonds marineklanten te rijden; zij vinden den weg veel te ver en kunnen er zeker van zijn, zoo laat in den nacht geen vrachtje voor den t e r u g r i t meer te k r i j gen. Moeilijkheden van dien aard w o r d e n echter door den Ingewijde overwonnen, door eerst In te stappen en dan te zeggen, waar men heen w i l . Na eenig gelamenteer van den bok k o m t men dan wel beneden. De oud-officler J. A . Schell v e r t e l t In zijn boek „ T e m p o D o e l o e h " van al deze moeilijkheden. Soms weigeren de paarden op het laatste lange eind verder te gaan. „ A l s je nu maar k a l m bleef z i t t e n en zweeg," zoo v e r t e l t hij, „ d a n k w a m ook dat wel weer in o r d e ; de koetsier, die dat meer bij de hand had gehad, plaatste zijn zweep In den koker, mopperde niet en stapte gedwee van z'n bok af, nam z'n paarden bij het gebit en deed de koets een vollen slag In het r o n d maken, o m m e t deze manoeuvre z'n beesten in den waan te brengen, dat ze nu toch w e r k e l i j k rechts-om-keert naar stal gemaakt hadden en w a r r a t j e , het hielp, daar tippelden ze weer, wel w a t tegen elkaar aanleunend tegen het omvallen

"

Wandelen gaat slecht, vooral In de maanden van de stroopsulkerafscheep; dan Is de geheel kali-oever onbegaanbaar. Men v e r t r e e d t zich w a t op het Oedjoengterrein zelf, een eiland t e m i d d e n van water en moerassen. De t o k o van Moeder Jans, de v r o u w van den gewezen baas-zellmaker EIjkelenboom, Is het uiterste punt waar men m e t schoone schoenen kan k o m e n . W e l Is de s t o o m t r a m er reeds, „ d e m o o r d e n a a r " zooals hij door de Jannen genoemd w o r d t , doch deze r i j d t niet meer na zessen en Is dus van geenerlei nut voor hen, die u i t de stad t e r u g w i l l e n keeren. Slechts op tractementsdagen Is het v o o r den Soerabalaan duidelijk merkbaar, dat daar beneden, op en bij de Oedjoeng, een niet gering percentage van het Europeesch inwoner-aantal leeft. G r i m m en Hellendoorn weten daarvan mee te spreken. Toch is de Oedjoeng in die dagen voor vele burgers geen onbekende w i j k van de stad. „ M o d d e r l u s t " t e l t vele kunstllevende burgerlleden en haar feesten zijn In Soerabala v e r m a a r d . In het boek „Oud-Soerabala" Is een hoofdstuk aan deze sociëteit m e t haar merkwaardige en kostelijke geschiedenis gewijd. H i e r zij dus slechts g e m e m o r e e r d , dat zij er veel t o e bijgedragen heeft, de band tusschen burgerij en Marine te versterken. De vereenigingen, w a a r u i t zij ontstaan is, een zangclub en een praatcollege, m e t den zinspreuk „ A l pratende leeren w i j p r a t e n " , een en ander plechtig in het L a t i j n , zijn reeds lang t e r ziele. De sociëteit heeft moeilijke tijden te doorworstelen gehad, doch zij is blijven bestaan en gaat nu een nieuw leven tegemoet. Grootsche plannen voor een nieuw soosgebouw zijn gereed * ) . N i e t alleen deze sociëteit heeft er toe bijgedragen de Marine t o t de burgerij en omgekeerd de burgerij t o t de Marine te brengen ; als een der eersten op d i t gebied, m o e t de SImpangclub genoemd w o r d e n , welke aan officieren, die aan boord van schepen dienen, op lidmaatschap van „ M o d d e r l u s t " Introductie verleent en daarvoor voor velen een waar Tehuis voor Onbelmisden in de bovenstad is geworden. Op avonden, dat de C o m m a n d a n t der Marine, of een andere a u t o r i t e i t receptie gehouden heeft, Is In de Club goed waar te nemen, hoevelen wel van die gastvrijheid gebruik maken. Op andere dagen gaat de Nederlandsche Marineofficier, m e t zijn voorliefde voor het „ p o s t l e k j e " , schuil onder de b u r g e r i j . *)

In 1932 werd dit gebouw op luisterrijke wijze officieel in gebruik genomen.


O o k voor den lageren m a r i n e m a n heeft men in de bovenstad voor ontspanning en een rustplaats gezorgd. Nog is men er niet, nog dwaalt menig schepeling des avonds door de kampong, maar men is op den goeden weg. Met hulp der burgerij, verrijzen tehuizen van verschillend godsdienstige gez i n d t e n , waar ook voor andersdenkenden een hartelijk welkom klinkt. Het nieuwe Christelijk Marinetehuis, aan de Hoffmanstraat, verrezen op de plaats van het vroegere Matrozen-bondsgebouw, w o r d t geleid en gesteund door de Vereeniging „ O n z e H o o p " . Deze vereeniging, die den 22en A p r i l 1924 opgericht is, stelt zich ten doel de geestelijke belangen, zoowel van het Hollandsch, als het Maleisch sprekende deel der Marine te behartigen.

Het woonhuis van den Marine-commandant (Foto Koopmans.)

op

Ketabang.

Haar Tehuis, dat in 1929 nogmaals verbouwd is geworden, heeft nu o.a. l o g e e r r u i m t e voor 90 man. Ruime zalen en v e r t r e k k e n worden beschikbaar gesteld voor lezingen en vergaderingen. Vele vereenigingen, als de Indische Maatschappij voor

Mili-

t a i r e n , die een zeer groote Marineafdeeling heeft, maken daar dankbaar gebruik van. „ O n z e H o o p " staat in haar streven, de belangen van den minderen marineman te behartigen, niet a l l e e n ; v o o r het Katholieke deel van de Marine z o r g t de vereeniging „ S t e r r e der Z e e " , welke den 27en Augustus 1927 opgericht w e r d , o m het w e r k van de in 1924 opgeheven St. Michaelsvereeniging v o o r t te zetten.

«S..,y^<

„ S t e r r e der Z e e " heeft haar gebouw op T e m baan, waar voor 1931 de Weeskamer haar vendulokaal had. I n k r i m p i n g der door de Regeering in

'^w:^

Het gebouw der vereeniging „Sterre der Zee" op Tembaan, waarin het Katholieke Marine-personeel afleiding en vermaak kan vinden. (Foto Koopmans.)

1928 beloofde bijdrage en van de maandelijksche subsidie uit bezuinigingsoverwegingen, is oorzaak van het nog niet geheel v o l t o o i d zijn van d i t Tehuis, dat echter in zijn huldigen staat reeds zeer veel bezoekers t e l t , en evenals het Christelijk

Tehuis

gelegenheid geeft t o t nachtlogies. Zoowel

de Vereeniging

„Onze

Hoop"

als

„ S t e r r e der Z e e " genieten Regeeringssteun, t e r w i j l in haar Besturen resp. de V l o o t p r e d i k a n t

en de

Vlootaalmoezenier z i t t i n g hebben. Nog moet vermeld worden het vergaderlokaal van den Bond voor m i n d e r marinepersoneel,*) welke echter geen specifiek Soerabaiasche vereeniging is, doch waarvan het Hoofdbestuur in Nederland zetelt. Het Christelijl< Marine Tehuis. Dit Tehuis is gelegen in de Hoffmanstraat, en wordt geëxploiteerd door de vereeniging „Onze Hoop", die opgericht werd 22 A p r i l 1924 en goedgekeurd bij Gouv. Besluit van ! 0 November 1925 No. 10. Het doel van deze vereeniging is werkzaam te zijn t o t bevordering van het geestelijk en zedelijk welzijn van het personeel der Marine, zoowel van het Hollandsch als van het Maleisch sprekende deel. Zij tracht dit doel te bereiken : Ie. door de stichting en instandhouding van een Christelijk Tehuis; 2e. door stichting van een bibliotheek en verspreiding van lectuur en 3e. door alle andere middelen, welke kunnen dienen t o t het bovengenoemde doel. Het Tehuis heeft thans 36 logeerkamers, met 90 bedden. Bijna doorloopend zijn ze alle bezet. Voorts is er een ruime recreatiezaal en een keurige eetzaal, benevens een aardig vergaderlokaal. (Foto Koopmans.) *) Na de muiterij op de „Zeven Provinciën" werd deze Bond, welke in een woonhuis op Ketabang was gevestigd, opgeheven.


Er bestaat geen plekje t e r w e r e l d , of het is bezongen in een Marinelied. Z o o dus ook Soerabaia. Jamm e r genoeg voor deze stad w o r d t zij slechts in dichtregelen beschouwd door een thuisvaarder, wien het eindelijk zoo nabije Holland als het paradijs der paradijzen v o o r k o m t . Drie lange jaren doorgeworsteld in de t r o p e n , Vergrijsd en kaal, een menschelijk w r a k gelijk. Geen cent meer o m een winterjas te koopen. Toch voelen wij ons als een Koning rijk. W a n t Rooie Sien behoort t o t het verleden, En H o l l y w o o d w o r d t Pschorr en de Gaiëté. *) Het is v o o r b i j , het leed is nu geleden. W i j gaan naar huis, de m a i l b o o t neemt ons mee (Plechtig)

Soerabaia, we gaan je nou verlaten. Met je aaklig Indische gedoe. Met je Europeesche surrogaten, W i j gaan naar huis, wij gaan naar Holland toe !

Men m o e t het den m a n , wiens hart vervuld is van het „ N a a r huis. Naar huis !", niet al te zeer k w a l i j k nemen, dat hij zulke zure r i j m e l a r i j u i t g a l m t over de plaats, langs w e l k e r breede wegen hij zoo dikwijls getaxied heeft, in w i e r restaurants of clubs hij zoo vele avonden doorgebracht heeft en waar hij zich in een v r i e n d e n k r i n g heeft opgenomen gezien. Ja, waar hij w e l l i c h t Z o o menigmaal de glazen aangestooten, Z o o menigmaal een lieven mond gekust heeft. * * ) De Marine voelt zich thuis in Soerabaia, niet alleen op de wijze waarop een rechtgeaard varensman zich thuisgevoelt in iedere haven op dezen aardbodem, doch zij heeft hier een „ h o m e " gevonden v o o r de jaren, die zij u i t het moederland weg is. De strijd o m de basis is ten voordeele van Soerabaia beslist. U i t oogpunt van ontspanning en omgang m e t het n i e t - m i l i t a i r e deel der bevolking kan de Marine niet anders dan van harte zeggen : „ E l , ei, het zij zoo ! " *) *)

Dansgelegenheden in Rotterdam en Amsterdam. Bekend Marinelied.


NIEUW SOERABAIA AFDEELING

3

DE GEMEENTE HOOFDSTUK 1

AFWATERING

HOOFDSTUK

2

DE

REINIGINGSDIENST

HOOFDSTUK 3

DE

KAMPONGVERBETERING

HOOFDSTUK

DE

VOLKSHUISVESTING

4

EN RIOLEERING

HOOFDSTUK 5

HET

G R O N D B E D R I J F

HOOFDSTUK Ó

HET

PASSERBEDRIJF

HOOFDSTUK

7

DE

HOOFDSTUK 8

DE

BEGRAAFPLAATSEN

HOOFDSTUK 9

DE

B R A N D W E E R

STRAATVER

LICHTING

141


'"^If^-'^'^w^

De stuw Djagir in het Wonokromokanaal. Dit kanaal, dat in 1856 werd voltooid, diende voor den afvoer van de bandjirs der Soerabaia-rivier. Later werd het verruimd en de bovenafgebeelde nieuwe stuw- en spuisluis gebouwd. In het kolkende water bij de sluizen is het goed visschen.

142


0AFWATERING EN RIOLEERING. Beteekenis van afwatering en rioleering voor de volksgezondheid. — Toestand vroeger en thans. — Uitgevoerde en ontworpen werken. — Rapport der RIoleeringscommissie.

V » _ ^ / nder de vele belangrijke vraagstukken, voor de oplossing waarvan de overheid in de Indische steden zich geplaatst ziet, neemt dat der afwatering en rioleering zeker wel een eerste plaats in. D i t is in hoofdzaak het gevolg van den nauwen samenhang, die er tusschen d i t vraagstuk en dat van de volksgezondheid bestaat. Een algemeen ongunstige gezondheidstoestand in een bepaald gebied v i n d t meestal zijn oorzaak in een gebrekkige afwatering en rioleering. Het aanbrengen van verbeteringen hierin heeft veelal v r i j spoedig een gunstigen invloed op den gezondheidstoestand der bevolking. D i t is dan ook de reden, w a a r o m de Gemeenteraad van Soerabaia reeds k o r t na de instelling dezer Gemeente zijn aandacht aan d i t onderwerp wijdde. De eerste pogingen, o m t o t verbetering der bestaande toestanden te geraken, stuitten echter af op technische en financieele moeilijkheden. W e r d e n de eerste langzamerhand geheel overwonnen, de financieele bezwaren bleven t o t op den huldigen dag bestaan en zullen oorzaak zijn, dat nog geruimen t i j d gewacht zal moeten worden op het t o t stand komen van een afvoerstelsel, dat aan de gestelde eischen

beantwoordt.

D i t neemt echter niet weg, dat in het r u i m vijf en t w i n t i g j a r i g bestaan der Gemeente belangrijke verbeteringen t o t stand zijn gekomen en dat m e t name de afwatering van het grootste gedeelte der Gemeente thans goed kan worden genoemd. Onder afwatering w o r d t verstaan de afvoer van het gevallen h e m e l w a t e r ; onder rioleering de verwijdering der vloeibare afvalstoffen, d.w.z. van bad- en waschwater en faecaalstoffen. Beide afvoeren worden d i k w i j l s onder den verzamelnaam „ r i o l e e r i n g " samengevat. In Europeesche steden is het ook vrijwel regel, dat de afvoer van hemelwater en afvalstoffen door een zelfde leidingstelsel plaats heeft. In de Indische steden en vooral in de laag en vlak gelegen kustplaatsen worden beide afvoeren bij het o n t w e r p e n en uitvoeren van nieuwe plannen meestal gescheiden en is voor elk der beide stoffen een afzonderlijk afvoerstelsel aanwezig. Men spreekt dan van het „gescheiden stelsel" in tegenstelling m e t het „ g e m e n g d e " of „ g e c o m b i n e e r d e " stelsel. De redenen, w a a r o m in de Indische steden bij voorkeur het gescheiden stelsel w o r d t toegepast, zijn in hoofdzaak t e zoeken in de eigenaardigheden van het tropische k l i m a a t en wel inzonderheid in den regenval, die in vergelijking m e t Europa, over het algemeen veel sterker is en die bovendien in een betrekkelijk k o r t tijdsbestek n e e r k o m t . Bedraagt de jaarlijksche regenval in Nederland ongeveer 8 0 0 m m , verdeeld over het geheele jaar, in Soerabaia l i g t die tusschen 1700 en 1800 m m , welke hoeveelheid in een tijdsverloop van niet meer dan vijf maanden valt. Bovendien kennen wij hier veel grootere dagmaxima dan over het algemeen in meer gematigde luchtstreken. D i t maakt het noodig, dat geweldige hoeveelheden water

in korten t i j d afgevoerd kunnen w o r d e n .

Z o u men hiervoor dezelfde leidingen willen gebruiken als voor den afvoer der afvalstoffen, dan zouden die in de droge jaarperioden veel te g r o o t zijn, daar de hoeveelheid afvalwater, in vergelijking m e t het af te voeren hemelwater, uiterst gering is. Een goede d o o r s t r o o m i n g der riolen

zou derhalve

Bovendien zouden in plaatsen m e t eene vlakke ligging, in den regentijd krachtige zijn voor de v e r w e r k i n g der groote hoeveelheden rioolvocht.

niet mogelijk

zijn.

pompstations noodig


En technisch èn economisch blijitt dan ooi< in den regel

het

gescheiden stelsel

voor

plaatsen,

die in soortgelijke omstandigheden als Soerabaia verkeeren, de v o o r k e u r t e verdienen. Een bijkomend voordeel van de scheiding van den afvoer van het hemelwater en dien der afvalstoffen is nog, dat men beide onderdeelen van het vraagstuk afzonderlijk in studie kan nemen en m e t de uitvoering van werken in het belang der afwatering niet behoeft te wachten op de oplossing van het rioleeringsvraagstuk,

dat over het

algemeen

grootere moeilijkheden oplevert en ook meer t i j d vordert. Deze gedachtengang Terrein op Oost-Ketabang, bestemd voor kleine-woningbouw en kampongbouw met pompstation voor de afv/atering.

is

ook

te

Soerabaia

gevolgd, althans sedert men t o t een stelselmatige bestudeering van het afwaterings- en rioleeringsvraagstuk is gekomen.

Bij de instelling der Gemeente was hiervan nog geen sprake. In verschillende stadsgedeelten waren toen wel m i n of meer volledige afvoerstelsels aanwezig, die echter over het algemeen niet aan matige hygiënische eischen voldeden. De toen bestaande leidingen en riolen behoorden t o t het gemengde stelsel en bestonden grootendeels u i t de bekende spoelleidingen, die zoowel voor afvoer van regenwater als van afvalstoffen dienst deden en u i t verschillende irrigatieleidingen van spoelwater werden voorzien. Zoolang hiertoe een voldoende hoeveelheid spoelwater beschikbaar was, leek deze wijze van afvoer v r i j behoorlijk. Het groote gevaar, dat eraan verbonden was, bestond in hoofdzaak in het baden der Inlandsche bevolking in die leidingen, die een gemakkelijke overbrenging der in de afgevoerde afvalstoffen aanwezige ziektekiemen mogelijk maakten en dus een zeer nadeeligen invloed op den algemeenen gezondheidstoestand hadden. Minder hygiënische bezwaren brengen de gesloten spoelleidingen (spoelriolen) mede, zooals b.v. in de w i j k Goebeng thans nog aanwezig zijn. Evenwel loozen deze ten slotte toch weer op open leidingen, zoodat ook hier verspreiding der door het rioolvocht meegevoerde ziektekiemen plaats vindt. De toestand der spoelleidingen, en vooral van de open leidingen, w e r d door het v o o r t d u r e n d m i n d e r worden der beschikbare hoeveelheid spoelwater, gepaard m e t den snellen groei der bebouwing, hoe langer hoe meer onhoudbaar. Ik behoef hier slechts te m e m o r e e r e n de bij de meeste Soerabaianen nog in de herinnering voortlevende en tijdens haar bestaan in een niet te goeden reuk staande Krembanganleiding, één van de overblijfselen u i t vroeger dagen, waarvan wij het heengaan niet betreuren. Een tweede euvel, dat een goeden gezondheidstoestand in den weg stond, was de aanwezigheid, v o o r a l in het N o o r d e l i j k deel der Gemeente, van verschillende uitgestrekte, laaggelegen t e r r e i n e n , welke door het vrijwel

geheel ontbreken

van

afwatering

de geschiktste

broedplaatsen voor

de gevreesde

malaria-

muskieten v o r m d e n , en aldus op r u i m e schaal bijdroegen t o t de verspreiding van een der meest geduchte tropische ziekten. Ten slotte waren de telken jare in den Westmoesson terugkeerende overstroomingen van de laagstgelegen stadsgedeelten tengevolge van de hooge rivierstanden mede oorzaak van toestanden, die voor de volksgezondheid hoogst schadelijk waren. N i e t alleen veroorzaakten die overstroomingen

materieele

schade, maar ook w e r k t e n zij weer mede t o t het optreden en de verspreiding van verschillende z i e k t e n . Men zocht steun bij en samenwerking m e t het Gouvernement, welke pogingen in 1916 bekroond werden door de instelling van het Assaineeringsbureau, een t a k der nieuwe afdeeling Assaineering van het Departement der B.O.W., dat t o t taak had, in overleg m e t de Gemeente plannen te o n t w e r p e n voor de verbetering van den algemeenen afwateringstoestand.


U i t de vruchtbare samenwerking tusschen d i t bureau en den Gemeentelijken technischen dienst is een aantal ontwerpen v o o r t g e k o m e n , waarvan de uitvoering groote verbeteringen in de afwatering en, als u i t vloeisel daarvan, in den gezondheidstoestand ten gevolge heeft gehad. De voor de verbetering der afwatering noodige p r i m a i r e werken werden niet alleen d o o r het Assaineeringsbureau o n t w o r p e n , doch ook onder leiding daarvan uitgevoerd en door het Land bekostigd. De zorg voor de secundaire afvoerleidingen en daartoe behoorende werken (pompstations), alsmede voor de detailafwatering rustte op de Gemeente. W e r d e n particuliere landen in e x p l o i t a t i e gebracht, dan moesten de afwateringsplannen daarvoor door de Gemeente worden goedgekeurd en de u i t v o e r i n g der werken door de eigenaars worden bekostigd. Een k o r t overzicht van de belangrijkste der uitgevoerde werken moge hier volgen. H e t reeds in I 856 voltooide kanaal van W o n o k r o m o naar zee voor den afvoer van de bandjirs der Soerabaia-rivier was sinds lang onvoldoende gebleken. Een der eerste werken bestond nu in de z.gn. b a n d j i r v r i j m a k i n g van Soerabaia, waartoe het W o n o k r o m o k a n a a l v e r r u i m d w e r d en daarin een nieuwe stuw-

en

spuisluis, de stuw Djagir, gebouwd w e r d . Sedert de voltooiing dezer werken in 1920 behooren de jaarlijksche overstroomingen van de laagste gedeelten der benedenstad, waardoor uitgestrekte kamponggebieden dikwijls weken lang onder w a t e r stonden, t o t het verleden. Een tweede groote verbetering bestond in den aanleg van den N. W . boezem, gelegen bij het vliegveld Moro Krembangan. Deze boezem is de v e r z a m e l k o m voor de afvoerleidingen van geheel N.W. Soerabaia en loost door een zelfwerkende sluis bij elke eb zijn water in zee (Straat Madoera). Een dergelijke boezem is o n t w o r p e n voor de afwatering van N. O. Soerabaia, doch de uitvoering hiervan zal nog eenige jaren op zich laten wachten. T o t zoolang w o r d t in de meest noodzakelijke afwatering voorzien m e t behulp van eenige pompstations. D i t is ook het geval m e t Z. W . Soerabaia, dat thans in den regentijd door een tweetal pompstations (Koepang en D e r m o ) bemalen w o r d t . V o o r een vrije afwatering hiervan m o e t de waterstand in het riviervak Wonokromo-Goebeng verlaagd w o r d e n . De hiertoe bij W o n o k r o m o noodzakelijke stuw- en sluiswerken in de rivier zijn reeds v o l t o o i d , alleen moet m e t de verlaging nog worden gewacht op de omlegging der Djeblokanleiding, die de bevloei誰ng van de sawahs ten Oosten der Gemeente verzorgt. De v o l t o o i i n g van d i t omvangrijke en kostbare werk zal nog wel eenige jaren op zich laten wachten, doch dan zal de vrije loozing van Z. W . Soerabaia ook een feit zijn. In aansluiting op genoemde werken werden in het belang van de afwatering in het Noord-Westelijk gedeelte der Gemeente eenige afvoerleidingen verbeterd en in N.O. Soerabaia eenige nieuwe leidigen aangelegd. De Gemeente voerde in verband m e t deze p r i m a i r e werken verschillende afwateringsplannen in de benedenstad uit, en verbeterde tal van bestaande afvoerleidingen, waaronder de reeds meer genoemde Krembanganleiding, die voor een g r o o t gedeelte door een gesloten rioleering vervangen w e r d . W a a r geen vrije loozing mogelijk was, werden pompstations opgericht voor tijdelijke bemaling der verbeterde stadsgedeelten (Pesapen, Simolawang). Deze verbeteringen betroffen in hoofdzaak de benedenstad en kwamen daardoor voor een groot gedeelte aan de Inheemsche bevolking] ten goede.

LINKS: RECHTS :

Het leggen van een regenwater-riool langs Boeboetan. Rechts: de verzande, onvoldoende functionneerende Krembangan-lelding. Boven de boomtoppen gluurt het torentje van de Protestantsche kerk. De toestand op Boeboetan na het in werking stellen van het regenwaterriool.


In denzelfden t i j d , waarin genoemde verbeteringen t o t stand k w a m e n , had een zeer belangrijke uitbreiding der bebouwing plaats. U i t g e s t r e k t e woonwijken werden aan de stad toegevoegd, waarvan ik slechts noem Ketabang, Bagong, Kedoenganjar, Koepang en D e r m o . V o o r al deze nieuwe wijken moest gezorgd w o r d e n , dat zij een behoorlijke afwatering kregen. V o o r eenige dier wijken was vrije loozing op de r i v i e r (Ketabang) of op bestaande afvoerleidingen mogelijk (Bagong, Kedoenganjar); voor andere moesten tijdelijke bemalingsinrichtingen worden opgesteld (Koepang, D e r m o en later een deel van Bagong). De nieuwe afvoerstelsels bestaan voor het grootste deel u i t open, gemetselde leidingen. A l l e e n op verschillende plaatsen in de benedenstad moesten door plaatsgebrek o f t e diepe ligging overdekte leidingen of riolen gelegd worden. Behalve aan de uitvoering van verschillende belangrijke werken t e r verbetering van den waterafvoer wijdde het Assaineeringsbureau zijn zorgen aan de ophooging van laaggelegen t e r r e i n e n in het N o o r d e l i j k deel der Gemeente. Tusschen de Kali Mas en de Kali Pegirian werden uitgestrekte t e r r e i n e n opgespoten en daarna van afvoerleidingen voorzien, waardoor de gezondheidstoestand in die plaatsen en in de nabij gelegen kampongs aanmerkelijk verbeterde. Een dergelijken gunstigen invloed had de opspuiting van het Havent e r r e i n , waarmede bovendien een tweede doel w e r d bereikt, n.l. het verkrijgen van geschikte bouwgronden. V o o r d e a f w a t e r i n g was het mogelijk,de Gemeente in een g r o o t aantal van elkaar onafhankelijke gebieden te verdeelen en voor elk daarvan de technisch meest eenvoudige en tevens de voordeeligste oplossing te zoeken. V o o r de rioleering was een dergelijke w e r k w i j z e uitgesloten. H i e r b i j toch was het niet mogelijk, op de naastbij gelegen open wateren te loozen, waardoor de hygiënische bezwaren van de bestaande afvoerstelsels nog v e r g r o o t zouden w o r d e n . H e t rioleeringsvraagstuk moest in zijn geheel in studie genomen w o r d e n , wat m e t het oog op de g r o o t e , daaraan verbonden moeilijkheden een geruimen t i j d van voorbereiding vereischte. H e t lag voor de hand eerst te zorgen voor een goeden waterafvoer en ten opzichte van de verwijdering der vloeibare afvalstoffen voorloopig genoegen te nemen m e t aan zoo hoog mogelijke eischen voldoende, t i j delijke maatregelen. H i e r b i j kwamen de onderzoekingen, door Dr. P. F. E/ken van het Geneeskundig Laborat o r i u m te Batavia in 1916 ingesteld naar de zelfreinigende w e r k i n g van den bodem te Soerabaia, zeer te stade. Daardoor toch w e r d uitgemaakt, dat die bodem groote hoeveelheden afvalstoffen kon opnemen zonder dat d i t t o t een algemeene b o d e m v e r o n t r e i n i g i n g aanleiding zou geven. O p grond van deze u i t k o m s t e n w e r d dan ook overgegaan t o t het voorschrijven van septic-tanks in de nieuwe woonwijken. Later werden deze ook op de verschillende plaatsen in de oudere stadswijken toegepast, zelfs in de dichtbebouwde benedenstad. Deze septic-tanks nemen de plaats in van de vroegere beerputten, die op de open spoelleidingen loosden, of, waar d i t niet mogelijk was, van t i j d t o t t i j d geledigd moesten w o r d e n , in die tanks worden de faecaalstoffen grootendeels in m i n d e r schadelijke vloeibare stoffen omgezet, welke d o o r den bodem moeten worden opgenomen. Aanvankelijk w e r d het effluent der septictanks d o o r middel van draineersleuven, gevuld m e t steen, g r i n d en zand, in den bodem gebracht, later verving men deze door stapelputten. N i e t in alle stadsgedeelten voldeden deze inrichtingen even goed. De septictanks op zichzelf, m i t s van goede constructie, bleken wel SEPTICTANK MET STAPELPUT

•ZJ}^Ï

BEERPUT

In den septictank heeft een biologische reiniging plaats van de afvalstoffen, die 'er uit de privaten ingebracht worden. Het effluent van den tank ondergaat in den stapelput een verdere zelfreinigende werking, zoodat de vloeistof, die uit dezen put ten slotte in den bodem k o m t , wel niet geheel zuiver is, doch veel minder schadelijl< dan het vocht, dat uit den vroeger veel gebruikten beerput in den grond dringt. In den septictank blijven zoo weinig vaste stoffen achter,dat deze slechts na een groot aantal jaren verwijderd behoeven te worden.

146


aan het doel te beantwoorden, doch de opneming van het effluent door den bodem baarde hier en daar zorgen. Door aanleg van draineeringen, grindbedden en, v/aar niet anders mogelijk, aansluiting op afvoerleidingen, gelukte het evenwel in de meeste gevallen, een dragelijken toestand t e verkrijgen. Hiertegenover staat, dat in stadsgedeelten m e t een goed doorlatenden bodem de septictanks veelal ten volle aan de eischen bleken te voldoen en geen aanleiding gaven t o t klachten. De thans ongeveer 15-jarige ervaring m e t deze inrichtingen heeft dan ook wel uitgemaakt, dat zij, als tijdelijke maatregel beschouwd, aan v r i j hooge eischen voldoen. Dat zij in verschillende stadsgedeelten nog vele jaren de plaats der t o e k o m stige rioleering zullen vervullen, kan dan ook zonder bezwaar worden toegelaten. Behalve bij woonhuizen werden de septictanks op r u i m e schaal toegepast bij den bouw van openbare bad-, wasch- en privaatinrichtingen in de verschillende kampongs, die ten doel hebben, de Inheemsche bevolking van zuiver bad- en waschwater te voorzien en het baden, wasschen en defaeceeren in rivieren en leidingen zooveel mogelijk tegen te gaan. T o t nu toe is een 80-tal dier inrichtingen gebouwd, welk aantal nog jaarlijks w o r d t uitgebreid. Intusschen w e r d de bestudeering van het rioleeringsvraagstuk niet m e t rust gelaten. Op verzoek van de Gemeente w e r d hiertoe door de Regeering in 1927 een Commissie ingesteld, waarvan naast eenige medici en technici van den Dienst der Volksgezondheid enkele gemeente-ambtenaren deel u i t m a a k t e n , en die in Maart 1930 haar eindrapport uitbracht. Zeer in het k o r t komen de voorstellen dezer z.g.n. „Rioleeringscommissie" op het volgende neer : 1.

De Commissie beveelt voor de geheele Gemeente, m e t uitzondering van een klein gedeelte der benedenstad, toepassing van het gescheiden stelsel aan. Hierbij zal de afvoer van hemelwater door open leidingen kunnen geschieden, t e r w i j l de afvalstoffen door gesloten riolen moeten worden afgevoerd, waarop de huisrioleeringen rechtstreeks worden aangesloten.

2.

Het riolennet m o e t worden gespoeld m e t water o n t t r o k k e n aan de r i v i e r of een bevloeiïngsleiding, welk spoelwater van de eene sectie in de andere overgepompt moet worden t e r vermijding van onnoodlge spoelleidingen en te hooge pompkosten.

3.

Loozing der hoofdriolen m o e t geschieden op den N. W . en den toekomstigen N. O. boezem, zoo noodig na zuivering van het rioolvocht.

4.

Aanleg vanden reeds meer genoemden N.O. boezem en afsluiting van het Noordelijk gedeelte der Kali Pegirian, dat m e t dien boezem verbonden moet worden.

Ten aanzien van de verbetering der afwatering geeft de Commissie de volgende wenken :

5.

Demping van de sterk vervuilde K. Pegirian van het splitsingspunt bij de brug Ngemplak t o t de Pegirianbrug en vervanging daarvan door een gemetselde afvoerleiding. De kosten voor de uitvoering der o n t w o r p e n rioleering worden door de Commissie zeer globaal geraamd op r u i m f 9.000.000, welk bedrag zij aanneemt, dat in 20 jaar v e r w e r k t zal kunnen worden. De kosten voor de nog uit te voeren afwateringswerken zijn in d i t bedrag niet begrepen. In beginsel heeft de Regeering reeds haar instemming m e t de voorstellen der Commissie betuigd. Echt e r kan zij, zoolang de huidige ongunstige economische toestand blijft v o o r t d u r e n , geen toezegging doen t o t het verleenen

van subsidie

voor de uitvoering der rioleeringswerken. Daar hiermede zeer groote bedragen gemoeid zijn, is het duidelijk, dat de Gemeente

zonder

dezen steun van Landswege niet op uitgebreide schaal t o t uitvoering dier werken zal kunnen overgaan. J. T. Bethe, gewezen Hoofdingenieur in Algemeenen Dienst der Gemeente, die in het tijdval< l 9 l 6 - ' 3 4 een belangrijl< aandeel heeft gehad in den opbouw van nieuw Soerabaia. Tal van groote werken, in het bijzonder betreffende de rioleering en afwatering der stad, werden op zijn advies en onder zijn leiding uitgevoerd. Hij is 16 Aug. 1886 te Zierikzee geboren, deed daar in 1903 eindexamen der H.B.S., studeerde aan de Technische Hoogeschool te Delft en behaalde in Jan. 1909 het diploma van civiel ingenieur. Na bij den Rijkswaterstaat en de N.V. Werninks Betonfabriek te Leiden werkzaam te zijn geweest, kwam hij in 1911 in Indië. Gedurende 5 jaar werkte hij als ingenieur bij den aanlegdienst der Semarang-Joana en Serajoedal Stoomtram Maatschappijen en trad in 1916 in gemeentedienst. Van I 9 I 6 - ' I 9 was hij Ingenieur Gemeentewerken. In 1919 werd hij benoemd t o t Directeur Publieke Werken en in 1925 t o t Hoofdingenieur in Algemeenen Dienst, welke functie hij t o t zijn pensionneering in 1934 heeft bekleed.


0

DE REINIGINGSDIENST. Beknopt overzicht van de taak en werkwijze van den reinigingsdienst en van de verbeteringen, die in den loop der jaren aangebracht zijn.

W

at de rioleering is voor den afvoer van de vloeibare afvalstoffen, is de reinigingsdienst voor het

verwijderen van het droge vuil van straat en erf, maar terwijl het vloeibare vuil vanzelf zijn weg naar de rioleering vindt, moet het droge voortdurend opgezameld en vervoerd worden, waartoe een uitgebreide organisatie noodig is. Het groote publiek bemerkt van dezen tak van Gemeentezorg over het algemeen niet veel meer dan het ophalen van het huis- en erfvuil door de vuilniskarren en het vegen der wegen, en bekommert er zich weinig om, wat er nu verder met dit opgehaalde en opgeveegde vuil gebeurt. Het lijkt alles te eenvoudig, om er verder aandacht aan te schenken. En toch stelt de reinigingsdienst misschien wel de hoogste eischen van alle Gemeentediensten aan organisatie en leiding, daar de minste hapering onmiddellijk aan den dag treedt en tot klachten aanleiding geeft. Dat het aantal dier klachten de laatste jaren zeer klein is geworden, is een verheugend verschijnsel, en een bewijs, dat in het streven naar voortdurende verbetering de goede weg is ingeslagen. Gaat men de geschiedenis van den reinigingsdienst na, dan ziet men, dat in de gevolgde werkwijze sedert de instelling der Gemeente vele en belangrijke wijzigingen zijn gekomen, die over het algemeen verbeteringen zijn gebleken. In de eerste jaren van het bestaan der Gemeente werd het vegen van wegen en goten en het ophalen en vervoeren van het huisvuil door een aannemer verzorgd. De met dit stelsel verkregen uitkomsten schijnen op den duur niet bevredigend te zijn geweest en gaven den Gemeenteraad aanleiding, om in het jaar 1913 die taak te stellen in handen van een gemeentelijken dienst. O m de in den loop der jaren bereikte verbeteringen beter te kunnen overzien, zullen nu de voornaamste onderdeelen der taak van den reinigingsdienst afzonderlijk in beschouwing genomen worden. Het ophalen van het huisvuil geschiedde aanvankelijk huis aan huis. Hiervan kwam men terug in verband met de groote hoeveelheden vuil, die moesten worden opgehaald. Nu werden de bewoners der huizen verplicht, het vuil in daartoe op korte afstanden langs de wegen geplaatste bakken te doen storten. U i t die bakken werd

het

door

den

reinigingsdienst

in de vuilniswagens

overgebracht

en naar

de

belten

vervoerd. Dit systeem gaf aanleiding t o t vele en gerechtvaardigde klachten. Veelal werden de bakken meer dan volgestort, zoodat de omgeving daarvan soms het aanzien van een kleine vuilnisbelt kreeg, welke toestand nog verergerd werd door het zoeken en wroeten in de vuilnisbakken door menschen en dieren. De inwerkingtreding der â&#x20AC;&#x17E;Vuilnisverordening" in 1922 maakte aan dezen ongewenschten toestand een einde. Thans is een ieder weer verplicht, het vuil van zijn huis en erf in een op eigen erf geplaatste bak te verzamelen, welke dagelijks door den reinigingsdienst geledigd wordt. O m te voorkomen, dat, evenals vroeger, onbeperkte hoeveelheden vuil aan de vuilniswagens worden meegegeven, is de inhoud der bakken aan een maximum van 60 dm^ gebonden. Wenscht men meer vuil te doen weghalen, dan kan dit tegen vergoeding geschieden. Deze maatregel is voor den dienst van groot belang, daar men nu dagelijks voor het gewone vervoer hetzelfde aantal karren kan laten rijden, waardoor een regelmatige dienst gewaarborgd is.


Door deze wijziging zijn de groote vuilnisbal<l<en langs de wegen overbodig geworden. Van de 2 2 0 0 in 1924 in de Gemeente staande bai<l<en is thans nog slecPits een veertigtal over, dat eveneens gedoemd is spoedig te verdwijnen. H e t vervoer van het opgehaalde vuil geschiedde vroeger uitsluitend in open wagens. D i t bracht, vooral in den vliegentijd, groote hygiënische bezwaren mede, w a a r o m men eenige jaren geleden t o t het invoeren van m e t beweegbare deksels gesloten vuilniskarren is overgegaan. Oorspronkelijk beschikte men voor het vuilvervoer uitsluitend over ossenkarren. De omstandigheid, dat besmettelijke veeziekten gedurende eenige jaren heftig onder den Gemeentelijken veestapel woedden, was aanleiding o m te t r a c h t e n , de dierlijke t r a c t i e zooveel mogelijk te vervangen door mechanische. De in de jaren 1917 t o t

1920 m e t vrachtauto's genomen proeven wezen uit, dat het autotrans-

p o r t voor rechtstreeksch vervoer over groote afstanden voordeeliger doch dat laatstgenoemde vervoermiddel

vooralsnog

aangewezen

is dan het vervoer per ossenkar,

is voor

het

huis aan huis

ophalen

van het v u i l . De trekos w e r d dientengevolge in eere hersteld en het a u t o t r a n s p o r t beperkt t o t eenige op grooten afstand van de belten gelegen stadswijken, waarvan het vuil wel door ossenkarren w o r d t opgehaald, doch door deze in op vaste plaatsen staande aanhangwagens gestort w o r d t , welke door de vrachtauto's naar de belt getrokken worden. Op dezelfde wijze w o r d t het op de passers verzamelde vuil vervoerd. H e t vegen der wegen geschiedt van twee t o t acht keer per dag naar gelang van de intensiteit en den aard van het verkeer. H e t zal duidelijk zijn, dat wegen m e t e e n m i d d e l m a t i g d r u k karretjes-en grobakverkeer in veel grootere mate aan vervuiling onderhevig zijn dan wegen m e t zelfs een zeer d r u k autoverkeer. D i t b l i j k t ook zeer sprekend u i t de wegoppervlakte, welke per dag door een koelie geveegd w o r d t . In het drukste gedeelte der Chineesche w i j k bedraagt d i t oppervlak 2500 m- tegen 13700 m^, of r u i m vijf maal zooveel, in de woonwijken Koepang en D a r m o . De soort der verharding speelt hierbij te Soerabaia bijna geen r o l , daar vrijwel alle wegen geasphalteerd zijn. Nog altijd geschiedt het vegen door koelies m e t gewone bezems. Destijds w e r d een proef genomen m e t een veegmachine, waarbij bleek, dat de meeste wegen, in verband m e t de mindere gelijkmatigheid van het wegprofiel, daartoe niet geschikt waren. Op de van een asfaltbetonverharding voorziene wegen zouden veegmachines wel te gebruiken zijn. De kosten daarvan zouden echter een zoodanige stijging der uitgaven voor den reinigingsdienst meebrengen, dat voorloopig niet t o t aanschaffing dier machines overgegaan zal w o r d e n . H e t bijeengeveegde wegvuil w o r d t m e t kleine gesloten vuilniskarren naar de belten vervoerd.

Twee foto's uit de beginperiode van den Reinigingsdienst. Linl<s : Inlandsciie straatvegers en vuilophalers in actie. (Ze gaan niet bepaald volgens de laatste mode gekleed.) Zoo'n ,,ploeg van vier" bestond in den regel uit 2 vegers, I schepper en I mandjesdrager. Het straat-, huis- en erfvuil en alles wat men kwijt wilde zijn, wierp men in de groote bakken langs den kant van de straat. De letters „G.R." zijn de afkorting van „Gemeentelijke Reinigingsdienst". Rechts : De mandjes worden niet meer gepiekeld, maar voortgetrokken.


r».

Moderne straatvegersuitrusting. De poreuze, gammele bamboemandjes zijn vervangen door stevige kleeding van het personeel is er op vooruitgegaan.

handkarren. Ool< de

De t o t a l e te vegen weglengte bedraagt rond 185 k m , m e t een oppervlakte van bijna 1.5 m i l l l o e n m^. T o t het jaar 1923 werden de wegen ook regelmatig besproeid. D i t vereischte echter zeer hooge uitgaven en bleek in verhouding t o t de kosten van m i n d e r nut te zijn dan het zorgvuldig schoonvegen der wegen. Men liet daarom verder het geregelde besproeien na en beperkte d i t t o t bijzondere gevallen, waarin op en-

v<

kele wegen een buitengewoon d r u k verkeer te verwachten is, zooals b.v. tijdens de J a a r m a r k t en bij sportn

wedstrijden.

tl H e t schoonhouden der langs de meeste wegen in de woonwijken der bovenstad liggende

grasbermen

geschiedt d o o r afzonderlijke ploegen w e r k v o l k , welke tevens belast zijn m e t het reinigen der goten en r i o len. V o o r a l in de kampongs veroorzaken de open goten den dienst veel w e r k , daar deze door de bevolking nog maar al te veel als vuilnisbergpiaats g e b r u i k t worden. Deze goten moeten daarom elke twee of drie dagen schoongemaakt w o r d e n , t e r w i j l d i t in de meeste Europeesche wijken in den Oostmoesson slechts één keer, in den Westmoesson twee keer per week noodig is. H e t verzamelde vuil w o r d t , evenals vroeger, nog steeds op vuilnisbelten gestort. Toch is ook in d i t opzicht langzamerhand een aanmerkelijke verbetering bereikt, zoowel w a t de ligging der belten ten opzichte van de woonwijken als de behandeling van het gestorte vuil betreft. Bij het zoeken van t e r r e i n e n voor nieuwe belten heeft men ervoor gezorgd, deze op een behoorlijken afstand van de woonwijken te kiezen, zoodat binnen enkele jaren de eenige, thans nog in de nabijheid daarvan gelegen belt (Sidotopo) verlaten zal w o r d e n . Dan blijven drie op genoegzamen afstand buiten de bebouwde kom zullen

gelegen belten over,

welke voor

ongeveer

15 jaren voldoende

stortplaats voor

het

stadsvuil

bieden. De meeste hinder w o r d t door de belten veroorzaakt

in den vliegentijd. N i e t alleen in de onmiddellijke omgeving der belten t r e e d t deze plaag op, doch belten

naar de stad

terugkeerende

door

de van de

karren worden

de

vliegen d o o r verschillende buurten verspreid. Vandaar, dat men v o o r t d u r e n d naar middelen heeft gezocht, o m die vliegenpiaag te bestrijden. In den drogen t i j d kan d i t geschieden door

besproeiing

van

het

pas

gestorte vuil m e t residu, gevolgd door afbranden. In den regentijd is d i t n a t u u r l i j k niet

mogelijk en

w o r d t getracht, de vliegen en larven langs chemischen weg onschadelijk t e maken. Open vuilniswagen, thans niet meer in gebruik.

150

d b


Het op bepaalde plaatsen in de stad verzamelde vuil wordt met vrachtauto's naar de belten gereden, daar overgestort in lorries, die langs een decauville-baan naar de op te hoogen deelen van het terrein worden geduwd.

De Plaatselijke Gezondheidsdienst verleent hiertoe zijn medewerking en stelt personeel beschikbaar voor het bespuiten der belten m e t een oplossing van suiker en arsenicum in water. Een sedert eenige jaren gevolgde en even deugdelijk gebleken methode is het zoo spoedig mogelijk na het storten afdekken van het versche vuil m e t een laagje aarde. D i t geschiedt op de nieuwe beltterreinen thans algemeen. De eenige afdoende methode van vuilvernietiging is eigenlijk de verbranding van het vuil, waardoor d i t in geheel onschadelijke stoffen w o r d t omgezet. Eenige jaren geleden werden hiermede dan ook op bescheiden schaal proeven genomen, die echter, zooals te verwachten was, zeer ongunstige

uitkomsten

opleverden. Door zijn g r o o t gehalte aan plantaardige bestanddeelen bezit het vuil in de tropen een zeer geringe verbrandingswaarde, zoodat voor een volledige verbranding groote hoeveelheden brandstof aan het vuil toegevoegd moeten w o r d e n . N i e t dan ten koste van zeer hooge uitgaven zou hier dus een behoorlijke vuilverbranding t o t stand gebracht kunnen worden. U i t een economisch oogpunt zal men hiertoe dus niet spoedig overgaan en liever trachten, de aan de bestaande wijze van v u i l v e r w e r k i n g nog i m m e r klevende hygiĂŤnische bezwaren zoo goed en volledig mogelijk u i t den weg t e r u i m e n . O m een indruk te geven van de hoeveelheden vuil, welke door den Reinigingsdienst verzameld w o r d e n , moge dienen, dat in 1930 op de verschillende belten r u i m 282.000 m * vuil werd gestort (d.i. 772 m ' per dag), waarbij nog niet begrepen is een hoeveelheid van 25.000 m^ door verschillende stalhouderijen zelf op de belt gebracht stalvuil en bijna 20.000 m^ door den Reinigingsdienst aangevoerd vuil uit goten en riolen. Een k o r t e afzonderlijke beschouwing verdient de reiniging der kampongs. T o t voor eenige jaren beperkte de bemoeienis van den Reinigingsdienst in de kampongs zich t o t het schoonhouden van bekleede goten en afvoerleidingen welke deel uitmaakten van het algemeene afvoerstelsel. De v e r w i j d e r i n g en v e r w e r k i n g van huis- en erfvuil was aan de bevolking zelf overgelaten. Over het algemeen wist deze een dragelijken toestand te handhaven door regelmatige verbranding van het v u i l . Dat de hierbij veroorzaakte rook echter niet alleen de kampongbewoners doch eveneens de o m l i g gende wijken hinderde, behoeft nauwelijks vermeld te worden. Langzamerhand is dan ook van Gemeentewege getracht, verbetering in dezen toestand te brengen. Aanvankelijk werden hiertoe de gewone houten vuilnisbakken bij de kampongingangen geplaatst. Deze werden later vervangen door vaste bakken van gewapend beton, die goede diensten bewezen, t o t d a t ze door de invoering der Vuilnisverordening overbodig werden.


De kadaver-verwerkings-inrichting — wat een woord ! — op Pegirian. Het kadaver van een paard wordt naar de verdieping geheschen, waar de ketels staan. Als de fabriek in werking is, verspreidt zij een ondragelijken stank ; zij is dan een hevige concurrente van de kali ervoor.

Thans geschieden de verzameling en het vervoer van het kampongvuil geheel op dezelfde wijze als in de andere stadswij'ken. Elke kampongwoning heeft een eigen vuilnisbak, welke dagelijks geledigd w o r d t . O m t e v o o r k o m e n , dat deze ingrijpende wijziging den Reinigingsdienst plotseling te zwaar zou belasten en dadelijk te hooge uitgaven zou vorderen, is de Vuilnisverordening niet op alle kampongs tegelijk van toepassing v e r k l a a r d , doch geschiedt de invoering telkens in gebieden van beperkten omvang, t o t d a t de nieuwe maatregel in alle stadskampongs zal zijn ingevoerd. Van hoeveel invloed d i t op den dienst is, b l i j k t o.a. h i e r u i t , dat in 1930 een hoeveelheid vuil van 50.000 m'' meer w e r d opgehaald en vervoerd dan in 1929, welke vermeerdering in hoofdzaak een gevolg was van de invoering van de nieuwe wijze van kampongreiniging. Dat de kosten van den Reinigingsdienst in den loop der jaren belangrijk toegenomen zijn tengevolge van de u i t b r e i d i n g der Gemeente en van de steeds meer intensieve w e r k w i j z e , valt t e begrijpen. Toch is die v e r m e e r d e r i n g der kosten lang niet evenredig aan de d o o r den dienst bereikte resultaten. In 1919 w e r d een bedrag van f 342.000.— voor den Reinigingsdienst uitgegeven, dat v o o r n a m e l i j k door de tijdsomstandigheden in 1922 opliep t o t f 7 4 6 . 0 0 0 . — o m in 1925 weer t o t f 3 4 3 . 0 0 0 . — t e dalen. Van d i t jaar af ziet men een geleidelijke stijging t o t een bedrag van f 424.000.— in 1930. Dat deze vermeerdering niet het gevolg is van eene duurdere w e r k w i j z e b l i j k t het best, als men de kosten van de verschillende onderdeelen van den dienst nagaat, w a a r u i t b l i j k t , dat deze per eenheid (dus b.v. per m^ verzameld v u i l , per m- weg) een geleidelijke daling vertoonen. Behalve m e t zijn eigenlijke taak is de Reinigingsdienst nog belast m e t eenige bijkomende w e r k z a a m heden, als beerputreiniging en kadaververnietiging. Vooral ten opzichte van d i t

laatste is

een groote

hygiënische verbetering b e r e i k t door het t o t stand komen der inrichting, waarin de doode dieren worden v e r w e r k t t o t nuttige producten, in plaats van, zooals vroeger geschiedde, op k o r t e n afstand van de bebouwde k o m der Gemeente te worden begraven. In 1930 v e r w e r k t e de „ K a d a v e r v e r w e r t u n g " r u i m 1300 dieren. O o k de opgevangen honden w o r d e n , indien zij niet t i j d i g d o o r de eigenaars worden teruggehaald, na op pijnlooze wijze te zijn gedood, in deze inrichting verwerkt. De omzettingsproducten, beender- en vleeschmeel en vet, alsook de runder- en paardenhuiden leveren nog eenige inkomsten op.

152


Twee

inteneuropnamen

van

de

kadaver-verwerkings-innchting.

Links :

De

machinekamer.

Rechts :

De

ketelruimte.

U i t het vorenstaande moge de overtuiging verl<regen worden, dat door de Gemeente alles in het w e r k gesteld is en w o r d t , o m den Reinigingsdienst, zoo veel in haar vermogen is, aan zijn hygiĂŤnisch doel te doen beantwoorden. Dat die dienst hierbij in sommige opzichten nog t e k o r t schiet, beseft niemand beter dan de dienstleiding zelve, die er v o o r t d u r e n d naar streeft, de volmaking meer nabij te komen. Daar de nog bestaande t e k o r t k o m i n g e n ten deele een gevolg zijn van het ontbreken van de noodige middelen, moet niet uit het oog verloren worden, dat een verstandig beleid medebrengt, dat de Gemeente zich voor verbeteringen van betrekkelijk weinig nut geen geldelijke offers zal mogen getroosten, die naar verhouding te zwaar zijn.


Graven, ook Chineesche, zijn heilig en dus taboe. De grondnood moet dan ook wel zeer nijpend geweest zijn, toen men er hier toe overging, om letterlijk op de graven huisjes te bouwen, 't Invallend zonlicht, dat grillige vlekken toovert, wordt gezeefd door het dichte bladerdak van een ouden djamboe- en sawoboom.

154


0 D E KAMPONGVERBETERING. Ontstaan der slechte toestanden, wijze van verbetering, omvang en l<osten der verbetering. â&#x20AC;&#x201D; Stand van de uitvoering der verbeteringswerken.

I

^

at de kampongverbetering als een afzonderlijk en belangrijk onderdeel van de Gemeentetaak ge-

noemd w o r d t , bewijst w e l , dat in de kampongs, meer dan op andere plaatsen, behoefte bestaat aan een stelselmatige v e r b e t e r i n g van de daar op verschillend gebied heerschende toestanden. W a t is nu de oorzaak, dat de kampongs in de Gemeente er zooveel slechter aan t o e zijn dan de overige stadsgedeelten ? O o r s p r o n k e l i j k bestond het grootste deel van het thans bebouwde oppervlak der stad u i t m i n of meer aaneengesloten kampongs. De oudere stadsgedeelten hebben zich nu gevormd door het ontstaan van een randbebouwing o m die kampongs heen, waardoor deze langzamerhand werden ingesloten en van de hoofdwegen alleen nog toegankelijk waren door de daarop uitkomende kamponggangen. Van oudsher wijdde de overheid meer zorg aan het aanzien van de hoofdwegen en de daaraan staande bebouwing dan aan de erachter gelegen kampongs. Z u l l e n deze aanvankelijk in een toestand verkeerd hebben, als waarin zich thans nog de buiten de eigenlijke bebouwde k o m gelegen kampongs

bevinden, langza-

merhand is de tegenwoordige, ongunstige toestand ontstaan. Als n a t u u r l i j k gevolg van de voortdurende uitbreiding der Gemeente ontstond steeds meer behoefte aan Inheemsche w e r k k r a c h t e n , die zich zooveel mogelijk nabij de plaats van hun arbeid vestigden. De bevolking der stadskampongs nam dus v o o r t d u r e n d toe. Bijna elke beschikbare vierkante m e t e r is bebouwd m e t woningen van allerhande samenstelling. Goede steenen woningen wisselen af m e t k r o t t e n van halfvergaan h o u t of bamboe, resten van p e t r o l e u m b l i k k e n en dakijzer, in het k o r t elk materiaal, w a t zich maar eenigszins leent, o m er eene r u i m t e mee af te sluiten o f t e overdekken. Tusschen deze beide uitersten t r e f t men alle mogelijke overgangsvormen aan. V o o r het overgroote deel herbergen al die woningen een aantal bewoners, dat de grens van het toelaatbare ver overschrijdt. V o o r a l in de kampongs in de benedenstad, waar de tallooze hier t e r stede werkzame Madoereesche koelies huisvesting vinden in veelal den naam woning niet waardige verblijven, is d i t het geval. H e t onderhoud van wegen en werken in de kampong behoorde oorspronkelijk t o t de zorg van het desabestuur, doch daaraan kon zonder technische en financieele hulp van buiten, weinig meer dan het hoog noodige worden v e r r i c h t . H i e r b i j k o m t nog, dat de van buiten af gekomen nieuwe bewoners der kampongs weinig of niets hiervoor gevoelden, zoodat ook hierdoor het oude dessa-verband langzamerhand geheel verloren ging, en de invloed van het dessabestuur hoe langer hoe meer afnam. In den toestand van verregaande verwaarloozing, dien de Gemeente bij haar instelling aantrof, kon niet dadelijk verbetering gebracht w o r d e n . H e t groote aantal (eenige honderden) en de groote uitgestrektheid van de, zoowel op Gouvernementsg r o n d als op de verschillende particuliere landerijen binnen de Gemeente aanwezige kampongs maakte het vraagstuk der verbetering t o t een van de moeilijkste en meest kostbare. Niet alleen beschikte de jonge Gemeente niet over de noodige middelen, o m de kampongverbetering krachtig t e r hand te nemen, doch naast d i t vraagstuk waren er zoo vele andere, even belangrijke, waaraan de aandacht moest worden gewijd, dat het nog jaren zou duren, alvorens aan een stelselmatig onderzoek der kampongtoestanden en een daaruit voortvloeiend plan t o t verbetering gedacht kon worden. Van een strenge toepassing der door den Gemeenteraad vastgestelde verordeningen kon in de k a m pongs ook geen sprake zijn. Z o u men b.v. t o t het onbewoonbaar verklaren van de vele in de kampongs staande k r o t t e n zijn overgegaan, dan had men voor de moeilijkheid gestaan, al de daardoor ontstane dakloozen


te huisvesten.

Zoolang geen andere en betere woningen dan de bestaande beschil<baar waren, kon de

Gemeente niet

tot

dergelijke ingrijpende

maatregelen

overgaan

en moest zij het

voortbestaan

van

ongewenschte toestanden lijdelijk aanzien. Geheel werkeloos ten opzichte van de stadskampongs bleef de Gemeente echter niet. In de groote assaineerings- en afwateringsplannen waren uitgestrekte kamponggebieden begrepen, die op r u i m e schaal de gunstige gevolgen van de u i t v o e r i n g der werken ondervonden, zoodat althans de afwatering der kampongs een g r o o t e verbetering onderging. Hetzelfde was het geval m e t den afvoer van faecaalstoffen, die t o t nog t o e v o o r een g r o o t deel in de r i v i e r of in open leidingen plaats had. W a a r bij kampongwoningen privaten aanwezig w a r e n , bestonden deze in den regel slechts u i t een gegraven gat op het erf der woning. Ter verbetering van dezen toestand r i c h t t e de Gemeente een g r o o t aantal bad-, wasch- en privaatgebouwen in de kampongs op. Eerst in 1924 w e r d een algemeen plan t o t verbetering van de afwatering en rioleering der

kampongs

opgemaakt, waarvan de kosten globaal op f 600.000. — werden geraamd. Van 1925 af w e r d volgens d i t plan een begin gemaakt m e t de stelselmatige verbetering der kampongs, die zich voorloopig bepaalde t o t den aanleg van nieuwe en de verbetering van bestaande afvoerleidingen, daarop aansluitende goten en den bouw van pompstations en openbare bad-, wasch- en privaatinrichtingen. Jaarlijks w e r d voor d i t doel een bedrag van f 100.000.— op de begrooting gebracht. Buiten de u i t v o e r i n g v a n het plan werden in verschillende kampongs werken van geringen omvang uitgevoerd, in de kosten waarvan de bevolking dikwijls voor een deel bijdroeg. Op meer uitgebreide schaal kon de kampongverbetering t e r hand genomen w o r d e n , t o e n , na de vaststelling van normen daarvoor door de Technische Afdeeling van den Dienst der Volksgezondheid, de Regeering in 1929 toezegde, de helft van de kosten der u i t te voeren werken voor haar rekening te zullen nemen. Van toen af werden, behalve de afwatering en de rioleering, ook de kampongwegen en de verlichting onder de kampongverbetering opgenomen.

Hoe

men in de kampongs leeft !

Beter dan m e t w o o r d e n , kan ik den lezer

door deze reeks foto's een blik laten slaan op 's menschen bestaan in de onver-

b e t e r d e kampongs. Schrijnender ellende en schriller tegenstelling m e t het leven in de villa-wijken is ondenkbaar. H e t w a r e t e wenschen, dat iedere gegoede ingezetene van deze stad eens van den hoofdweg afweek en een kijkje ging nemen in de w o o n plaatsen van zijn huisbedienden, kantoorpersoneel e n . .

van zoo veel

landgenooten, die door de tijdsomstandigheden aan

lager wal geraakt zijn. V e e l , w a t nu onbegrijpelijk is, zou dan voor hen v e r k l a a r b a a r w o r d e n .

D i e r e n h o k k e n ? 'n

Bergplaats

van r o m m e l

en afval ? Mis geraden : in die s l e c h t - g e t i m m e r d e , wankele keet wonen eenige

families. D o o r de r e t e n d e r planken-omwanding en de gaten in het gegapte, doorgeroeste „ p l a f o n d " van gegolfd plaatijzer giert

de wind

en gutst

de regen. O v e r d a g is 't

k r o t j e een bakoven gelijk, 's nachts

is het er

vaak o m

t e rillen

van

de kou. Stakkers ! 'n H u t j e

neen, niet op de hei, m a a r in een van de vele kampongs, die door de Europeesche steenen randbebouwing

van de hoofdwegen w e r d e n geïsoleerd, 't K r o t j e w e r d van een paar houten l a t t e n , w a t gevlochten bamboe en blik in elkaar gezet, 't Blijft staan, zoolang 't niet t e hard w a a i t

en

anders

b o u w t m e n 't m a a r

opnieuw

op. De blikken

dak-

bedekking is b e z w a a r d m e t steenen. O p den achtergrond z i e t m e n nog juist de „ b a d k a m e r " , ('n W . C . o n t b r e e k t ; zoolang e r in de b u u r t nog kali's en goten zijn, is zoo'n gelegenheid i m m e r s overbodig.)


"^

W

'n Hokje in een anderen kampong. Alles ziet er al even troosteloos uit als op de vorige kiek. Menschen en dieren hokken op eenige tientallen vierkante meters grond bijeen.

'n Close-up van de badkamer. Zelfs 't zeepbakje (aan den boom) ontbreekt niet.

Vierentwintig uur na de bui.

Kees, lorre en de haan.

't Lijkt v/el 'n deel van 'n bastion, maar 't is 'n étagewoning. Zij bestaat uit 'n menschelijke bergplaats van I ' , bij 2 m. 'n Gat in den muur dient als venster, 't Dak bestaat meer uit gaten, dan uit pannen. Beneden werkt en boven woont men. Is 't niet idyllisch?

Aan den ingang van 'n kampongstraatje. Op den voorgrond: 'n „toekang-soldir". Aan de bamboestaken hoog boven de woninkjes, bengelen de kooien met „perkoetoets", Inlandsche geluksvogels. Hoe broos is hier 't geluk ! 'n Windhoos, 'n stortbui

157 J


WAT DOOR KAMPONGVERBETERING TE BEREIKEN IS: Foto's van een vijftal plekjes in Soerabaiasche kampongs, voor en na de v e r b e t e r i n g . ganzen snaterden in plassen, leidt

nu

een

betonnen

looppad

over

1/2 W a a r eens

een breed en diep riool

de

kampongbewoners naar hun woninkjes ; let op de houten palen, w e l k e dienen, o m t e v o o r k o m e n , dat van de niet voor rijverkeer bestemde gangen door rij- en voertuigen gebruik g e m a a k t w o r d t . 3/4 H o e een kampongaspect m e t b e t r e k k e l i j k eenvoudige middelen v e r b e t e r d kan w o r d e n . 5 / 6 V a n blubber t o t kampongweg. 7 / 8 Beelden zonder w o o r d e n ; let op de v e r b e t e r i n g der afwatering en r i o l e e r i n g . Wat

een

verschil !

Buiten deze m e t steun van het Land t o t stand gebrachte werken nam de Gemeente zelf de zorg voor de d r i n k w a t e r v o o r z i e n i n g en de kampongreiniging op zich. O m niet in herhalingen te vervallen moge de lezer voor de in d i t opzicht bereikte resultaten naar de hoofdstukken over de W a t e r v o o r z i e n i n g en den Reinigingsdienst worden verwezen. Hoewel voor de meeste kampongwegen reeds rooilijnen zijn vastgesteld, kan hiermede bij de uitvoering der kampongverbetering weinig rekening w o r d e n gehouden. H e t in die rooilijnen terugbrengen der bestaande gebouwen zou niet alleen zeer veel t i j d vorderen, doch m e t het afkoopen der daarvoor benoodigde gronden en van de daarop aanwezige bebouwing zou een zoo belangrijk bedrag gemoeid zijn, dat de kampongverbetering, zooal niet onuitvoerbaar, toch t o t een veel kleineren omvang beperkt zou w o r d e n . Alleen in zeer noodzakelijke gevallen w o r d t dan ook t o t dien afkoop overgegaan. Evenmin kan de verbetering der woningen zelve in de werkzaamheden w o r d e n b e t r o k k e n . V e r w a c h t mag w o r d e n , dat de bevolking in de verbeterde kampongs langzamerhand zelf t o t het bouwen van betere woningen zal overgaan. De bouw van aan behoorlijke eischen voldoende kampongwoningen door de Gemeente en de N. V. Volkshuisvesting, w a a r o m t r e n t in het hoofdstuk â&#x20AC;&#x17E;Volkshuisvesting" een en ander is v e r m e l d , zal in d i t opzicht een voorbeeld en tevens een p r i k k e l kunnen zijn. W e r d e n hiervoor de onderdeelen v e r m e l d , waarop de kampongverbetering betrekking heeft, thans zal worden nagegaan, op welke wijze de verbeteringen wK>rden uitgevoerd, en wel in dezelfde volgorde, waarin de werkzaamheden zelf plaats hebben.

158


De verbetering der afwatering o m v a t in hoofdzaak liet aanleggen van goten in de Icampongwegen en het in verbinding brengen daarvan m e t bestaande afvoerieidingen. Op drie verschillende wijzen worden de > PI

kampongwegen van goten voorzien en wel : ie.

•j H

2e.

H

3e.

H fl

van twee open goten t e r weerszijden van den weg in gangen, waar de volgens het rooilijnplan vastgestelde breedte ongeveer bereikt is. van één overdekte goot in het midden van den gang, waar d i t nog niet het geval is, en van één enkele open goot in gangen, die volgens het rooilijnplan later zullen vervallen, doch waarvan tijdelijke verbetering noodzakelijk geacht w o r d t . Behalve de afwatering verzorgen de kamponggoten ook tijdelijk den afvoer van bad- en waschwater,

*|

zoolang hiervoor geen afzonderlijke rioleering aanwezig is. De kampongwoningen kunnen daartoe op de

ml

nieuwe goten worden aangesloten.

De te verbeteren kampongwegen worden onderscheiden in wegen voor rijverkeer en wegen, uitsluitend

H

bestemd voor voetgangers. Zooveel mogelijk worden in elk kampongcomplex eenige rijwegen zoodanig aan-

H

gelegd, dat de kampongbewoners een niet t e grooten afstand, van t e n hoogste 200 m , naar hun woningen t e

^

voet behoeven af te leggen. Door den dikwijls zeer onregelmatigen v o r m en te geringe breedte der bestaande wegen kan aan dezen eisch echter niet overal voldaan worden.

y ;

De rijwegen, die, waar mogelijk, een breedte van 4.50 m krijgen, worden voorzien van een betrekkelijk lichte verharding en geasfalteerd, waardoor zij geschikt zijn voor het over het algemeen niet zware verkeer, dat erop t e verwachten is, in hoofdzaak u i t personenauto's en karretjes bestaande. De wegen, die alleen voor voetgangers bestemd zijn, krijgen in het midden een 0.80 m breed looppad van beton, t e r weerszijden waarvan een dun asfaltgrindlaagje w o r d t gelegd. D i t laatste is niet zoozeer bedoeld als verharding dan wel o m den grond eenigszins te binden en te v o o r k o m e n , dat bij zware regens grond van de kamponggangen afspoelt en in de goten t e r e c h t k o m t . In kamponggangen m e t een middengoot dient de u i t betonplaten bestaande afdekking hiervan tevens als looppad. O m te v o o r k o m e n , dat van de niet voor rijverkeer bestemde gangen door r i j - en voertuigen gebruik gemaakt w o r d e n , worden deze gangen bij de ingangen m e t palen afgesloten. in de kampongs, waarin de wegen en de afwatering verbeterd zijn, w o r d t een bescheiden electrische straatverlichting aangebracht, bestaande uit lampen vanjgeringe 'sterkte.'^in hoofdzaak, op^de boekenden kruispunten der wegen.

159 ( !

^

.1


Een kijkje in den nieuwen (verbeterden) kampong Sidodadi. Alles ziet er veel schooner en zindelijker uit, dan in de nog niet verbeterde kampongs. (Foto Fotax.)

Door de groote oppervlakte der gezamenlijke kampongs worden de bedragen, welke jaarlijks aan deze v e r l i c h t i n g besteed moeten w o r d e n , toch reeds aanzienlijk. Van de groote verbetering, welke de uitvoering der voren omschreven werken voor de kampongs beteekent, kan men zich het best een denkbeeld v o r m e n door een bezoek te brengen aan een nog niet verbeterden en daarna aan een verbeterden kampong. Men kieze daartoe bij voorkeur een dag in den regentijd, k o r t na het vallen van een f l i n k e bui. In den niet-verbeterden kampong zal men zich op vele plaatsen niet dan m e t moeite en m e t g r o o t gevaar eenige decimeters in den modder te verdwijnen, een weg kunnen banen tusschen de tallooze plassen van groen-drabbig vocht. De verbeterde kampong daarentegen biedt

een weiverzorgden aanblik, waarin

alleen de onregelmatige bebouwing op verschillende plaatsen nog opvalt. De kampongverbetering, die m e t steun van het Land t o t stand gebracht w o r d t , o m v a t uitsluitend de z. g. Gouvernements-kampongs en dus niet die op de verschillende particuliere landen, die zich nog binnen de Gemeente bevinden. De zorg daarvoor rust op de eigenaren dier landen. Zooveel mogelijk t r a c h t de Gemeente deze te bewegen t o t het aanbrengen der meest noodzakelijke verbeteringen. Met de algeheele verbetering moet echter in den regel gewacht worden t o t zoo'n particulier land geheel of gedeeltelijk in exploitatie gebracht w o r d t , waarbij door de Gemeente de noodige eischen kunnen worden gesteld. De t e verbeteren kampongs op Gouvernementsgrond beslaan een oppervlak van rond 590 ha, t e r w i j l die op particuliere landen ongeveer 100 ha in beslag nemen. De aan de buitenzijde der Gemeente gelegen kampongs zijn h i e r i n niet begrepen.


Van eerstgenoemde kampongs zijn t o t nu toe de volgende gedeelten v e r b e t e r d :

Kamponggebied

Sidodadie Srengganan

/

Kertopaten

)

Simolawang j Simokerto Tambak

Geheel of

Oppervlakte

gedeeltelijk

ha

V e r w e r k t bedrag

verbeterd

9

geheel

f

78.000.-

10

ged.

24.750.-

61

ged.

198.000.-

57

ged.

25.000.-

7

ged.

6.000.-

55

geheel

S

Gringsing

Maspati Plampitan en omgeving

Totaal

181.000.-

f

512.750.-

Van het geheele te verbeteren oppervlak van 580 ha is dus reeds geheel verbeterd 64 ha, en gedeeltelijk

135 ha. De reeds uitgevoerde gedeeltelijke verbetering bestaat over het algemeen

in die

der

afwatering. Met de uitvoering der geheele kampongverbetering zal een bedrag van rond f 3 . 0 0 0 . 0 0 0 . —

gemoeid

zijn. In 1932 is een begin gemaakt met de verbetering van het gebied, gelegen tusschen de beide r i v i e r a r m e n . Citadelweg en Handelsstraat, t e r g r o o t t e van 69 ha, waarin o.m. de groote kampongs A m p e l en Njamploengan gelegen zijn, en waarvan de kosten op f 283.940 zijn geraamd.

Kampong Plampitan, waarin de afwatering eveneens reeds verbeterd is. Dat niet alle huizen in den kampong wrak, bedompt en onhygiënisch zijn, laat bovenstaande foto duidelijk zien. (Foto Koopmans.)


Een van de d o o r de g e m e e n t e in veel t e geringe m a t e gebouwde bad- en waschplaatsen. P r i m i t i e f , m a a r t e n m i n s t e zlndelijl< en voldoende hygiĂŤnisch. ( F o t o

Gle/steen.)

Sommigen meenen, dat de u i t v o e r i n g der werken In het belang der kampongverbetering eerst mogelijk is geworden door de opheffing van het bestaan der zeifstandige'dessa's binnen deze Gemeente. In de Raadsvergadering van I Juli 1931 toonde Burgemeester Bussemaker duidelijk aan, dat d i t op een misverstand berust. Reeds lang voordat aan de opheffing der dessa-autonomie Iwerd gedacht, heeft de Gemeente haar aandacht aan de kampongverbetering

gewijd en daarvoor t a l r i j k e werken uitgevoerd,

waaraan g r o o t e bedragen ten koste werden gelegd. Toen dan ook ingevolge Gouvernementsbesluit van 21 October 1930 No. 21 m e t ingang van I Januari 1931 de autonome dessa's binnen Soerabaia werden opgeheven, bracht d i t alleen in zooverre verandering, dat de Gemeente voortaan w e r k t e aan wegen en w e r k e n , die bij haarzelf in beheer zijn. Z i j loopt thans niet meer de kans, dat de eigenlijke wegbeheerder (de autonome dessa) haar bij de uitvoering der werken moeilijkheden in den weg legt.

Waschbehandeling in kampong Krembangan. Temidden van m o d d e r , vuil en afval is de waschbaas bezig de h e m argeloos t o e v e r t r o u w d e kleedingstukken, m e t uit de naastbijzijnde kali geschept w a t e r , dat duizenden z i e k t e k i e m e n bevat, t e â&#x20AC;&#x17E; r e i n i g e n " en verder t e b e w e r k e n . D e z e b e w e r k i n g bestaat meestal uit het slaan van de n a t t e wasch op, of het wrijven en rollen ervan over een van ribbels voorziene plank. Is het dan t e verw o n d e r e n , d a t m e n vaak op o n v e r k l a a r b a r e wijze huid- en andere z i e k t e n oploopt en de in de wasch gegeven stukken zoo vlug slijten ? W e t e n is begrijpen. ( F o t o Gleysteen.)

162


0DE

VOLKSHUISVESTING.

Bestaande woontoestanden en gebreken daarvan. — W o n i n g n o o d en onhygiënische toestanden vooral in de l<ampongs. — Maatregelen door G e m e e n t e en particulieren getroffen t e r voorziening in den woningnood. — N i e u w e m a t e r i a l e n en bouwwijzen. — W o n i n g b o u w door G e m e e n t e en N . V . Volkshuisvesting. — Moeilijkheden Woningbedrijf.

bij de verbetering der

kampongtoestanden. — U i t k o m s t e n

van

het

— V e r d e r e plannen.

\ ^ _ ^ / fschoon de woontoestanden te Soerabaia ten tijde van de instelling der Gemeente in vele opzichten te wenschen o v e r l i e t e n , zou het t o t omstreeks 1915 duren, eer de Gemeenteraad zich daadwerkelijk m e t het vraagstuk der verbetering van d i t euvel zou gaan bemoeien. Bij de vele belangrijke onderwerpen, waaraan de jonge gemeente haar aandacht had te wijden, behoeft het geen verwondering te wekken, dat zij het zoo uiterst omvangrijke en ingewikkelde probleem der Volkshuisvesting niet o n m i d d e l l i j k t e r hand nam. Bovendien was de zorg voor de behuizing der bevolking hier t o t nog toe evenals overal elders vrijwel geheel aan het particuliere initiatief overgelaten en bepaalde de zorg der Overheid zich t o t de vaststelling en handhaving van rooilijnen i n d e voornaamste stadsgedeelten en het stellen van technische eischen aan de g r o o t e r e gebouwen en woningen. V o o r het overige liet men bouwers en huiseigenaren geheel v r i j . U i t deze g r o o t e vrijheid zijn voor een deel de ongewenschte toestanden geboren, waaraan de Overheid tenslotte niet kon nalaten, haar aandacht te geven. De redenen, die den Genneenteraad er toe brachten, zich m e t de Volkshuisvesting te gaan bemoeien, waren van tweeërlei aard. V o o r de Europeesche bevolking was het de langzamerhand ontstane woningnood, die aanleiding gaf t o t de gemeentelijke inmenging in t o t nog toe als zuiver particulier beschouwde aangelegenheden. Bij de huisvesting der Inheemsche bevolking waren het de zeer onhygiënische toestanden, die vooral in de dichtbevolkte kampongs der benedenstad algemeen werden aangetroffen, die een ingrijpen van de Overheid noodzakelijk maakten. Dat ik hier slechts de zorgen van de Overheid ten opzichte van de Europeesche en Inheemsche bevolking noem, w i l niet zeggen, dat de belangen der overige bevolkingsgroepen geheel verwaarloosd werden. Van de maatregelen, door de Gemeente getroffen t e r verbetering der woontoestanden, t r o k k e n in hoofdzaak de m i n d e r gegoeden van alle bevolkingsgroepen p r o f i j t . De meer gegoeden hadden die zorg niet van noode. V o o r zoover zij niet over eigen huizen beschikten, waren voor hen over het algemeen voldoende woningen in huur te verkrijgen, zij het dan niet altijd tegen even billijken prijs. De huiseigenaren toch t r a c h t t e n zooveel mogelijk voordeel te t r e k k e n van den gestadigen aanwas der bevolking, als gevolg van den toenemenden bloei van handel en industrie. Daardoor ontstond ook in de categorie der grootere woningen van t i j d t o t t i j d een t e k o r t , dat echter meestal spoedig weer w e r d aangevuld. Dank zij de t o t een aanzienlijke hoogte gestegen huurprijzen bleef het bouwen van grootere woningen, zelfs in de dure oorlogs- en na-oorlogsjaren, een gewilde geldbelegging. T o t het bouwen van middelmatige en kleine woningen voelde de particuliere bouwnijverheid zich echter niet aangetrokken, daar hiermede minder winst te maken viel. Eerst in de laatste jaren is hierin, voornamelijk onder invloed der minder gunstige tijdsomstandigheden, eenige verandering te bespeuren. H e t gevolg was, dat een hoe langer hoe g r o o t e r t e k o r t aan middelmatige en kleinere woningen ontstond en de huren dezer huizen een onevenredige stijging vertoonden. En door het groote t e k o r t en door die schrikbarend hooge huurprijzen moesten vele Europeesche gezinnen een onderdak in den kampong zoeken.


Ten slotte achtte de Gemeenteraad het noodzakelijk, in te grijpen en middelen te beramen o m op afdoende wijze in den woningnood te voorzien. De oorzaak van geringe animo bij de particuliere bouwers t o t het bouwen van kleinere woningen zocht men aanvankelijk in gebreken der bestaande bouwverordening, die, naar men meende, aan d i t soort woningen te hooge eischen stelde. Een nieuwe, op 2 A p r i l 1916 in w e r k i n g getreden, verordening v e r m o c h t echter niet dien gunstigen invloed uit te oefenen, dien men ervan verwacht had. Een tweede maatregel, dien de gemeenteraad dienstig achtte t o t leniging van den woningnood, was het beschikbaar stellen van goeden en goedkoopen bouwgrond voor alle bevolkingsgroepen. Met d i t doel werden in 1916 de landen Ketabang en Ngagel aangekocht. V o o r nadere bijzonderheden o m t r e n t de wijze, waarop hier door de Gemeente bouwgrond beschiktiaar gesteld w e r d , moge de lezer naar het hoofdstuk over het Grondbedrijf verwezen w o r d e n . Met de belangen der Volkshuisvestihg werd verder rekening gehouden bij het opmaken der plannen voor stadsuitbreiding, afwatering en rioleering en verbetering der spoorwegtoestanden in en o m Soerabaia, en men verwachtte van al deze maatregelen een spoedige en afdoende oplossing van het woningvraagstuk. Dat deze verwachting wel een weinig te optimistisch was, zou in de eerstvolgende jaren blijken. Later ging de Gemeente ook over t o t het verstrekken van bouwcrediet voor woningbouw op van de Gemeente gekochte perceelen. Reeds in 1916 bleek het wenschelijk, de nieuwe bouwverordening zoodanig te wijzigen, dat de bouw van kleinere woningen daardoor zou worden bevorderd. Het zou echter t o t 1930 duren, alvorens bepalingen, in het bijzonder den bouw van kleine en goedkoope woningen betreffend, in de Verordening werden opgenomen, ofschoon reeds lang tevoren in de p r a k t i j k a a n dergelijke woningen minder zware eischen werden gesteld, voornamelijk ten aanzien van oppervlakte en hoogte der v e r t r e k k e n , m u u r d i k t e en bebouwbaar oppervlak van de perceelen. Daar de uitbreiding van den woningvoorraad, ondanks de getroffen maatregelen nog steeds beneden het noodzakelijke bleef, zocht men naar andere middelen o m den woningbouw te bevorderen. De Gemeente ging er in 1917 toe over, zelf het goede voorbeeld te geven door den bouw van een 16-tal woningen van middelmatige g r o o t t e op het pas in exploitatie gebrachte land Ketabang. Bovendien schreef zij in dat jaar een prijsvraag uit voor type-ontwerpen van goedkoope woningen. De uitslag dezer prijsvraag was weinig bevredigend, zoodat geen woningen volgens de ingekomen ontwerpen werden gebouwd. De Gemeente liet zich hierdoor echter niet ontmoedigen en zette zich m e t kracht aan den bouw van kleinere woningen naar de ontwerpen van haar eigen technischen dienst. De Gemeentewoningen werden voor het grootste deel gebouwd op het land Ketabang, dat daardoor tevens meer bekend w e r d , zoodat ook de particuliere bouwers hier langzamerhand een t e r r e i n voor hun werkzaamheid vonden. In de jaren 1919 t o t en m e t 1922 werden door de Gemeente op het land Ketabang achtereenvolgens gebouwd 88 woningen met huurprijzen van f 3 5 . — t o t f 7 0 . — , 13 in prijzen van f 8 0 . — t o t 110.— en 24 waarvan de huur f 4 5 . — t o t f 8 0 . — bedroeg. Teneinde de bouwkosten der woningen in dezen t i j d van hooge materiaalprijzen en arbeidsloonen zooveel mogelijk t e d r u k k e n , werden de kleinere over het algemeen twee aan twee gekoppeld. De 24 w o n i n gen aan den Kanginanweg werden zelfs in geheel aaneengesloten rijen gebouwd. Ook de oppervlakte der v e r t r e k k e n w e r d zooveel mogelijk beperkt. Men gaf de voorkeur aan een g r o o t e r aantal v e r t r e k k e n m e t kleiner oppervlak, vooral ten gerieve van groote gezinnen. A l deze woningen waren in hoofdzaak bestemd voor de Europeesche bevolking. Ten aanzien van de belangen der Inheemsche bevolking beperkte men zich voorloopig t o t het verstrekken van woongelegenheid aan hen, die tengevolge van het in e x p l o i t a t i e brengen van het land Ketabang hun woningen hadden moeten o n t r u i m e n . Velen van hen gaven er echter de v o o r k e u r aan, zich in een ander stadsgedeelte dan wel buiten de Gemeente te vestigen. Zoo k o m t het dan ook, dat in de door de Gemeente op West-Ketabang, grenzend aan de spoorbaan, gestichte kampongs Ambengan en D j i m e r t o slechts weinigen van de oorspronkelijke bewoners van het land Ketabang t e r u g te vinden zijn. In genoemde kampongs bouwde de Gemeente 163 woningen m e t I en 2 kamers, die voor f2.25 en f 3 . —


per maand verhuurd werden. De constructie dezer huizen was zoo eenvoudig mogelijk gehouden, daar bij toepassing van een meer duurzame bouwwijze de huishuren te hoog geworden zouden zijn in verhouding t o t de draagl<racht der bewoners. De huizen bestonden uit een geraamte van rondhout op een gemetselde fundeering m e t wanden van gedek (gevlochten bamboe) en pannen dak. De vloer was samengesteld uit een laag m e t kalk en zand vermengden en daarna aangestampten grond. Dat deze in 1919 gebouwde woningen geen langen levensduur zouden hebben, was tevoren bekend. In de jaren 1925 t o t en m e t 1930 werden ze dan ook alle geheel vernieuwd en in een zeer verbeterde, zij het nog niet geheel permanente bouwwijze opgetrokken, waaraan ten minste een levensduur van 20 jaar kan worden toegekend. Na de vernieuwing werden de huishuren vastgesteld op f 6 . — , f6.75 en f7.50 per maand, waarvoor steeds in r u i m e mate huurders zijn te vinden, dank zij de practische indeeling en goede bouwwijze dezer woningen. In de jaren 1921 en 1922 w e r d op een t e r r e i n aan de Viaductstraat (land Goebeng) door de Gemeente een 30-tal semi-permanente woningen gebouwd ten behoeve van den dienst der Staatsspoorwegen, die een aantal toekanij^woningen in het belang der Gemeente o n t r u i m d en afgebroken had. Na de voltooiing dier huizen wenschte de S.S. daarvan echter geen gebruik te maken en verhuurde de Gemeente deze zelf aan huurders van verschillenden landaard. Van deze woningen werd in 1928 een twaalftal afgebroken, t e r w i j l de overige 18 v r i j w e l geheel vernieuwd en in een meer blijvende bouwwijze werden opgetrokken. O o k van particuliere zijde werden in deze jaren enkele pogingen in het w e r k gesteld, o m t o t een uitbreiding van den woningvoorraad en daardoor t o t verlaging der huurprijzen te geraken. Een der belangrijkste hiervan was de oprichting van de „Coöperatieve woningbouwvereeniging Soerabaia" in 1920 door een aantal ambtenaren in overheidsdienst m e t de bedoeling, voor gemeenschappelijke rekening woningen te bouwen en aan de leden tegen billijken prijs te verhuren. V o o r z i t t e r der Vereeniging was ir. G. J. D i j k e r m a n , toen nog Directeur der Haven, die k o r t daarna als Burgemeester van Soerabaia de belangen der Volkshuisvesting krachtig zou voorstaan. De coöperatieve vereeniging bracht het evenwel niet verder dan t o t de goedkeuring harer s t a t u t e n ; t o t practische daden k w a m het niet. Van en

goeden

1925 door

invloed

op

de

de Sociaaltechnische

waarop zoowel de technische

belangstelling voor Vereeniging

te

de Volkshuisvesting waren de beide, in 1922

Semarang

gehouden

Volkshuisvestingscongressen,

en hygiënische als de sociaal-economische zijde van het vraagstuk

be-

handeld werden. Door eenige bouwkundigen en aannemers werd inmiddels getracht door toepassing van nieuwe bouwwijzen en materialen den bouw van kleinere woningen tegen billijken prijs mogelijk te maken. Met enkele dezer nieuwe methoden werden goede u i t k o m s t e n verkregen, ofschoon het nog niet dadelijk t o t een uit" voering op groote schaal zou komen. Van deze nieuwe bouwwijzen noem ik de K o r v e r i t w o n i n g , waarvan de Gemeente er bij wijze van proef één in kampong Ambengan liet bouwen en de Burkhardtwoning, van welk type er langs den hoofdweg in dezelfde kampong in de jaren 1928 en 1929 een 13-tal verrees. Omstreeks het jaar 1925 begon ook het Gouvernement belangstelling in de verbetering der Volkshuisvesting te toonen en werden van die zijde pogingen in het w e r k gesteld, o m de Gemeenten in de vervulling dezer taak te steunen. De oplossing, die hiertoe gevonden w e r d , bestond in de o p r i c h t i n g van Naamlooze Vennootschappen, waarvan het Gouvernement en de betrokken Gemeenten de eenige aandeelhouders waren en die gerechtigd waren, leeningen te sluiten, waarvan aflossing en rentebetaling door het Gouvernement werden gewaarborgd. Nadat reeds eenige andere gemeenten waren voorgegaan werd op 8 Januari 1927 de „ N . V . voor Volkshuisvesting te Soerabaia" opgericht, waarvan bij Gouvernementsbesluit dd. 10 Mei 1927 No. 24a de acte van o p r i c h t i n g werd goedgekeurd. Het kapitaal dezer Vennootschap bedraagt f 1.000.000.—, waarvan 10 " „ is gestort. Van de aandeelen bevindt zich drie vierde deel in handen van het Gouvernement en behoort het overige vierde deel aan de Gemeente. T o t Directrice w e r d benoemd de Gemeente Soerabaia. In den Raad van Commissarissen hebben z i t t i n g een vertegenwoordiger van het Binnenlandsch Bestuur, een van het Departement der

Burgerlijke


WAT ER V O O R DE V O L K S H U I S V E S T I N G IS G E D A A N

A.

Toekang-woningen ( h u u r w a a r d e

B.

W o n i n g e n van de

f 6.50

C.

A m p a s b e t o n m o n t a g e - w o n i n g (f 12.50).

p.m.).

N . V . Volkshuisvesting op

Ketabang Oost ( h u u r w a a r d e : f 9 . — ) . D.

W o n i n g van de N.V. aan den Salakweg(f 2 2 . 5 0 ) ,

E.

G e m e e n t e - w o n i n g (huurprijs f 4 0 . — ) .

F.

idem

f

G.

Idem

f 80.—.

60.—.

H.

G e m e e n t e - w o n i n g op Oendaan (f

I.

idem

(De

opgegeven huurprijs is die van

90.—).

f iOO.-. begin 1932 ;

later zijn de huren verlaagd.)

uTÈ » h < ! A .-

166

U i t enkele foto's blijkt wel duidelijk, hoe het een sprookje is, dat inlanders in een n e t t e , hygiënische omgeving zich niet „ t h u i s " voelen. N a t u u r l i j k m o e ten ook zij een overgangstijd d o o r m a k e n , w a n t als m e n steeds heeft geleefd in een onzindelijke hel, m o e t m e n zich gewennen aan het verblijf in een hygiénischen h e m e l .


167 端^


Openbare W e r k e n , een van den Dienst der Volksgezondheid en een van het Departement van Financiën, welke allen door de Regeering aangewezen w o r d e n , benevens d r i e door den Stadsgemeenteraad aan t e wijzen vertegenwoordigers der

Gemeente.

De nieuwe Vennootschap begon haar werkzaamheid m e t het opmaken van een plan voor den bouw van 334 koeliewoningen op het land Sidodadie, dat in [ 928 door de Algemeene Bouw- en Aanneming Mij. in aanneming w e r d uitgevoerd. De woningen zijn naar het voorbeeld van het door de Gemeente in kampong Sidodadi gebouwde proefblok éénkamerwoningen, in lange rijen aaneengebouwd en gegroepeerd o m r u i m e rechthoekige binnenpleinen, t e m i d d e n waarvan gemeenschappelijke keukens, bad- en privaatinrichtingen en waschplaatsen zijn opgericht. Op twee hoeken zijn waronggebouwtjes geplaatst, waarin de bewoners der nieuwe w i j k zich van de meest noodzakelijke levensbehoeften kunnen voorzien. De helft der woningen werd volgens het systeem B u r k h a r d t , de andere volgens de normale bouwwijze m e t halfsteensmuren gebouwd. Deze woningen waren eigenlijk bestemd t e r verbetering van de behuizing van een deel der Madoereesche koelies, die zich in grooten getale in de kampongs der benedenstad (Sidodadi, Njamploengan enz.) in de meest ellendige k r o t t e n ophouden. Na voltooiing der woningen bleek evenwel, dat men den zuinigen Madoerees niet kon overhalen t o t het betrekken van deze goede en hygiënische woningen tegen een l u t t e l bedrag aan huur meer. W e l l i c h t w e r d het door

hem ook als een bezwaar

gevoeld, dat hij in deze nieuwe woningen onder v o o r t d u r e n d en

streng toezicht zou staan en dus de groote mate van v r i j h e i d , waarin hij t o t nog t o e verkeerde, zou moeten prijsgeven. Bleef daardoor een deel der woningen aanvankelijk leeg staan, op den duur slaagde men e r i n , deze alle te verhuren. Thans strekken deze éénkamerwoningen t o t verblijf aan lieden en kleine gezinnen van velerlei ras en landaard. Ook enkele behoeftige Europeanen hebben hier een goedkoop onderdak gevonden. Tegelijk hiermede begon de N. V. m e t den bouw van 70 kleine en 12 grootere woningen op OostKetabang, nabij den weg Ngaglik. Een 40-tal dezer woningen w e r d w e d e r o m volgens het systeem B u r k h a r d t gebouwd. In 1929 wilde de N.V. op het door de Gemeente gekochte t e r r e i n aan den weg Oendaan een proef nemen m e t den bouw van 15 gekoppelde verdiepingwoningen, met de bedoeling, het b o u w t e r r e i n zooveel mogelijk productief te maken en een economische bouwwijze te verkrijgen. Door den Gemeenteraad w e r d d i t plan evenwel op grond van verschillende daartegen gerezen bezwaren verworpen en er w e r d besloten, zelf een ander plan in de normale bouwwijze uit te voeren. Men achtte verdiepingwoningen voor m i n d e r gegoeden, die over slechts weinig bedienden beschikken, een g r o o t bezwaar en vreesde, daardoor moeilijk huurders te zullen vinden. Tegen koppeling van meer dan twee woningen had men de bedenking, dat zij aanleiding zou geven t o t mindere vrijheid der bewoners en overlast der buren onderling, t e r w i j l men bovendien een open zijgang langs de woningen wenschelijk achtte als toegang voor bedienden en rondventers t o t het achtererf. De bouw der 64 woningen volgens het Gemeenteplan k w a m begin 1930 gereed. V o o r het grootste deel zijn d i t 2- t o t 4-kamerwoningen m e t een huurprijs van f 40.— t o t f 80.—. Alleen langs den hoofdweg Oendaan werden grootere woningen gebouwd, daar men hier de kleinere typen minder op hun

plaats

achtte in verband m e t het aanzien van den weg. A l deze woningen hebben een gesloten voorgalerij, waardoor één v e r t r e k meer verkregen w e r d . De bouw van woningen èn door het gemeentelijk W o n i n g b e d r i j f èn door de N. V. Volkshuisvesting bleek intusschen eigenaardige bezwaren op te leveren. Z o o k w a m het voor, dat vrijwel gelijke woningtypen door beide lichamen tegen verschillende prijzen verhuurd werden. Op aandrang van den Regeeringscommissaris der N. V. besloot de Gemeenteraad dan ook in Januari 1930 den woningbouw in den vervolge uitsluitend aan de N. V. over te laten. Aansluitend aan het eerste complex woningen op Oost-Ketabang w e r d in de jaren 1929 en 1930 een tweede gebouwd, bestaande uit 254 woningen in huurprijzen van f 8 , 2 5 t o t f 13,—, nu geheel volgens het systeem Burkhardt. H i e r o p volgde de bouw van 182 woningen op een t e r r e i n in Simolawang, hoofdzakelijk bestemd voor m i n d e r gegoede Chineezen. Tegelijkertijd w e r d naast de reeds op het Gemeenteterrein te Oendaan gebouw-


de woningen en aansluitende daaraan een tweede groep bestaande uit 68 woningen op een door de N. V. aangel<ocht t e r r e i n t o t stand gebracht. Met de v e r m e l d i n g van den bouw van 74 kleine woningen te Sidodadief nabij de koeliewoningen, en een 26-tal huizen aan de Viaductstraat, in aansluiting van het daar door de Gemeente gestichte complex, is de o p s o m m i n g van den woningbouWf zoover deze voltooid is, vrijwel volledig. V o o r een goed overzicht volgt hier nog een opgaaf van alle door Gemeente en N. V. in den loop der jaren gebouwde woningen, waarin mede zijn opgenomen de met het perceel Kebondalem aan de Gemeente in eigendom overgegane 4 huizen en een tweetal tokogebouwen met woonhuis op den hoek van Genteng en de Van Deventerlaan. Aantal woningen Huurklasse Gemeente Beneden

f

10.—

N. V. Volkshuisvesting

163

256

Totaal 419

f

10.- tot „

25.-

31

286

317

,1

25.-

II

II

45.-

75

202

277

II

45.—

II

,1

65.—

39

113

152

1,

65.-

100.-

107

37

144

hooger

10

3

13

425

897

1322

10

334

344

435

1231

1666

II 100.—

en

Koelieloodsen: Aantal

kamers

TOTAAL

Van den aanvang af werden de door de N. V. gebouwde woningen na voltooiing aan het Gemeentelijk W o n i n g b e d r i j f in beheer en onderhoud gegeveni ofschoon de geldelijke administratie natuurlijk streng gescheiden bleef. In 1931 werden door den Raad van Commissarissen der N. V. en den Gemeenteraad nog eenige bouwplannen goedgekeurd. V o o r de uitvoering hiervan zou de N. V. een leening uitgeven. De Regeering deelde echter mede, in verband m e t den m i n d e r gunstigen financiëelen toestand de gevraagde garantie niet te kunnen geven. Tengevolge hiervan kon t o t nog toe slechts het plan voor den bouw van 34 woningen op twee t e r r e i n e n aan den weg Klein Kebalen worden uitgevoerd. Van de andere plannen zal dat voor Sidodadie IV van Gemeentewege worden uitgevoerd, t e r w i j l het de bedoeling is, dat de Gemeente den woningbouw verder weer voor eigen rekening zal voortzettenf want nog steeds is er behoefte aan kleine woningen tegen matigen huurprijs. Vooral in de tegenwoordige omstandigheden is d i t duidelijk merkbaar. Met de bedoelingf een goed inzicht te verkrijgen in den woningvoorraad en het w o n i n g t e k o r t binnen de Gemeente en o m een grondslag te hebben voor de verder door de Gemeente en de N. V. Volkshuisvesting bij den woningbouw te volgen gedragslijn, werd in de jaren 1928 en 1929 een woningtelling verricht. A l moet men voorzichtig zijn m e t het maken van gevolgtrekkingen uit de uitkomsten dier t e l l i n g , vooral ten aanzien van de beoordeeling der mate van bewoonbaarheid der woningen door de tellers, toch heeft zij wel eenig inzicht gegeven in de toestanden en in de nooden en behoeften der bevolking voor wat betreft haar behuizing. Op een t o t a l e n woningvoorraad van 4 3 4 3 2 werd een t e k o r t becijferd van 22173. Het grootste t e k o r t bestond in de huurklasse van f 2 , — t o t f 10,—, doch ook in de hoogere huurprijzen, t o t f 125,— toe, werd een t e k o r t aan woningen gevonden. Dat het w o n i n g t e k o r t in verschillende huurklassen echter ten zeerste samenhangt met de tijdsomstandigheden, b l i j k t thans overduidelijk. Heeft op het oogenblik een algemeene verschuiving naar de kleinere en lager in huur zijnde woningen plaats, zoodra handel en industrie weer gaan opleven, zal men het omgekeerde zien gebeuren.


De woningen der N. V. Volkshuisvesting werden van den beginne af zooveel mogelijk op basis van rent a b i l i t e i t gebouwd. Alleen voor de allerkleinste woningen bleek d i t niet geheel mogelijk. V o o r de dekking van het h i e r u i t voortvloeiende e x p l o i t a t i e t e k o r t stond het Gouvernement aan de N. V. een renteloos voorschot van f 2 0 0 . 0 0 0 , â&#x20AC;&#x201D; toe, dat nog slechts voor een deel behoefde te worden gebruikt. O o k het bedrijf der N. V. ondervindt n a t u u r l i j k den ongunstigen invloed der tijdsomstandigheden. De door de Gemeente en de N. V. Volkshuisvesting in het woningbedrijf vastgelegde kapitalen bedragen rond f2.600.000 en f2.400.000.â&#x20AC;&#x201D;.


0HET

GRONDBEDRIJF.

Instelling en doel van het Grondbedrijf. — V e r b a n d m e t de Volkshuisvesting. — A a n k o o p van gronden en wijze van e x p l o i t a t i e daarvan. — B e r e i k t e resultaten en geldelijke u i t k o m s t e n . — Huidige stand van het bedrijf.

1 ^

e geschiedenis van het Gemeentelijk grondbedrijf begint feitelijk m e t den aankoop van het

ruim

1.270.000 m^ groote particuliere land Goebengdjepit in 1909, al w o r d t deze koop niet dadelijk gevolgd door de instelling van een afzonderlijken dienst voor het beheer en de a d m i n i s t r a t i e der Gemeentegronden. Hiermede w e r d nog eenige jaren gewacht, t o t het grondbezit der Gemeente dergelijke afmetingen aannam, dat d i t een eigen beheer noodzakelijk maakte. H e t voornaamste doel, dat bij den aankoop van het land Goebeng voorzat, was het verkrijgen van t e r r e i n voor de inrichting eener nieuwe algemeene begraafplaats, daar de bestaande

begraafplaatsen

slechts voor k o r t e n t i j d meer plaats boden. H e t is een geluk t e achten, dat Goebeng niet voor d i t doel werd gebruikt. Een blik op de kaart doet toch zien, dat een begraafplaats daar thans temidden der nieuwere woonwijken zou hebben gelegen. Toch was d i t niet de reden, w a a r o m van het oorspronkelijke plan werd afgezien, veeleer waren d i t de t e hooge grondwaterstand en de t e verwachten groote kosten van ophooging. Intusschen was reeds een begin gemaakt m e t het in exploitatie brengen van het Z . W . deel van het land als woonwijk, welk gedeelte daartoe het gunstigst was gelegen. Na den aanleg van wegen, afwaterings- en rioleeringswerken werden de bouwterreinen aan particulieren verkocht en binnen enkele jaren ontstond het eerste deel der tegenwoordige w i j k Goebeng, die spoedig een der meest gezochte woonbuurten van Soerabaia werd. H e t ten Oosten der spoorbaan gelegen en grootste gedeelte van het land Goebeng leende zich minder goed voor woningbouw. H e t gebrek aan een voldoend aantal overgangen over de spoorbaan alsmede de moeilijkheid o m hier op niet te kostbare wijze een goede afwatering te verkrijgen zijn t o t op den huldigen dag een beletsel gebleven o m d i t gedeelte van het land geheel te benutten. W e l werden in den loop der jaren aanzienlijke oppervlakken voor verschillende doeleinden in gebruik genomen. In 1917 w e r d een t e r r e i n van ongeveer 250.000 m^ aan het Gouvernement verkocht voor de oprichting der Ned. Ind. Artsenschool (N.I.A.S.), de daarbij ontworpen Centrale Ziekeninrichting en het Gewestelijk L a b o r a t o r i u m . De Dienst der Staatsspoorwegen kocht een t e r r e i n van bijna 80.000 m^ voor de uitbreiding van het emplacement Goebeng. Een stuk grond nabij het viaduct over genoemd emplacement werd bestemd, voor den gemeentelijken taxidienst, ging na de opheffing hiervan over aan den Reinigingsdienst, en w e r d ten slotte in 1929 voor kleinwoningbouw in gebruik genomen, evenals een daaraan grenzend gedeelte, dat eenige jaren tevoren bebouwd w e r d . A c h t e r d i t t e r r e i n verrees in 1929 de nieuwe Ijsfabriek Petodjo m e t bijbehoorende woningen, t e r w i j l

nog eenige andere industrieën eveneens een plaats op

Oost-Goebeng

kregen. De overige t e r r e i n e n , voor zoover niet m e t kampongs bedekt, werden voor een deel als sawah verhuurd. De latere grondaankoopen der Gemeente zijn vrijwel alle voortgekomen uit de behoefte aan verbetering der Volkshuisvesting en leniging van den woningnood, waarin het particuliere initiatief t e k o r t schoot, zoodat de Gemeente het haar plicht achtte, hieraan krachtig mede te werken, in de eerste plaats door het op r u i m e schaal beschikbaar stellen van goeden en goedkoopen bouwgrond.


Evenals vroeger het land Goebeng, bevonden zich vrijwel alle buiten de bebouwde k o m der Gemeente gelegen en voor woningbouw geschikte gronden in handen van welgestelde Chineesche en Arabische eigenaars, die op de in hun bezit zijnde particuliere landen rechten als landheer uitoefenden en grondhuur van de opgezetenen hieven. Omgekeerd oefenden de opgezetenen der particuliere landen op de door hen bewoonde perceelen en bebouwde sawah- en tegalan- (droge) gronden erfelijke bezitsrechten uit. W i l d e men dus ten volle over zoo'n particulier land beschikken, dan kon men niet volstaan m e t d i t van den eigenaar t e koopen. Daarna moesten nog de rechten der opgezetenen afgekocht worden en deze schadeloos gesteld voor den afstand of het verplaatsen van hun woningen, v r u c h t b o o m e n en te velde staande gewassen. Met vorenvermelde bedoeling, het verstrekken van b o u w t e r r e i n tegen billijken prijs, werden in 1916 door de Gemeente de particuliere landen Ketabang N o o r d en Z u i d gekocht, waarvan de grens ongeveer samenviel m e t den tegenwoordigen Ambenganweg, en die tezamen een oppervlak van rond 1.200.000 mbesloegen. Door het Gouvernement w e r d aan de Gemeente een bijdrage in de kosten van aankoop dezer landen v e r s t r e k t onder voorwaarde, dat een deel hiervan voor den bouw van woningen voor de Inheemsche en m i n d e r gegoede Europeesche bevolking zou worden bestemd. Nog in hetzelfde jaar w e r d begonnen m e t het bouwklaar maken van het ten Westen der spoorbaan gelegen deel van Ketabang door ophooging daarvan m e t zand, spoedig gevolgd door den aanleg van de eerste wegen en afvoerleidingen. V o o r zoover noodig, werden tegelijkertijd de rechten der

opgezetenen

afgekocht en de kampongs, die het o n t w o r p e n bebouwingsplan in den weg stonden, o p g e r u i m d . H i e r b i j w e r d bepaald, dat de bewoners der afgekochte perceelen niet verplicht waren, hun woningen te v e r l a t e n , alvorens de Gemeente hun een nieuw erf rnet huis in huur beschikbaar zou hebben gesteld. Van deze mogelijkheid w e r d echter betrekkelijk weinig gebruik gemaakt, zoodat er van de oorspronkelijke bewoners van Ketabang slechts weinigen overgebleven zijn. In het jaar 1916 w e r d de Gemeente eveneens eigenares van het in het Z.O. gelegen particuliere land Ngagel m e t een uitgestrektheid van ongeveer 5.500.000 m-, waarvan het grootste gedeelte beoosten de spoorbaan gelegen was, welk deel daardoor voor onmiddellijke e x p l o i t a t i e niet in aanmerking k w a m . H e t ten Westen van de spoorbaan liggende gedeelte, dat aan de andere zijde t o t de r i v i e r doorliep, was echter bij uitstek gunstig gelegen voor industrieele doeleinden, daar het gelegenheid bood

zoowel voor

vervoer per spoor als te water. D i t w e r d dan ook als i n d u s t r i e t e r r e i n in e x p l o i t a t i e gebracht. Na den aankoop van deze uitgestrekte landerijen bleek aldra de instelling van een afzonderlijk grondbedrijf noodzakelijk, waarvan in 1917 de eerste a d m i n i s t r a t e u r w e r d benoemd. In December van d i t jaar stelde de Gemeenteraad tevens een verordening vast, regelende het beheer en de a d m i n i s t r a t i e van het G r o n d bedrijf. Door den Gemeenteraad werd aanvankelijk in beginsel besloten, aan particulieren alleen gronden op de nieuw aangekochte landen in erfpacht uit te geven, waartoe een erfpachtsverordening in het leven w e r d geroepen. Daar bij de bestaande hypotheekbanken bezwaren bleken te bestaan tegen het vestigen van hypotheek op erfpachtsperceelen, besloot de Gemeenteraad in October 1918 t o t de instelling van een eigen hypotheekbedrijf in het bijzonder voor het verstrekken van hypotheek op door de Gemeente in erfpacht uitgegeven perceelen. Door

de onmogelijkheid o m

in 1919 een gemeentelijke

leening van f

9.000.000

te

plaatsen

waarvan een deel voor de verstrekking van hypotheken zou dienen, kon de o p r i c h t i n g der Gemeentelijke hypotheekbank geen voortgang hebben en werd het hoe langer hoe moeilijker, gronden in erfpacht u i t t e geven. H e t best slaagde men hierin op het i n d u s t r i e t e r r e i n Ngagel, waar t o t 1927 toe t e r r e i n e n in erfpacht werden uitgegeven. De canon wisselde af van f 0,18 t o t f 0,60 per m- per jaar, en was afhankelijk van de meer of m i n d e r gunstige ligging van het t e r r e i n , t e r w i j l de eerste gronden tegen een b e t r e k k e l i j k lagen canon werden uitgegeven, teneinde de industrie naar Ngagel t e t r e k k e n . De duur van het erfpachtsrecht werd op 75 jaar vastgesteld, t e r w i j l de canon telkens na 15 jaar herzien, doch m e t niet meer dan 1 0 % verhoogd kon worden. Door den Dienst der Staatsspoorwegen w e r d midden door het t e r r e i n heen het z. g. industriespoor


aangelegd, waarop de verschillende erfpachtsperceelen m e t zijsporen konden worden aangesloten. Hiertegenover verbond de Gemeente zich, alleen perceelen uit te geven voor industrieĂŤn, die op een aanzienlijk vervoer per spoor aangewezen waren. Deze bepaling in de overeenkomst heeft in verschillende gevallen de uitgifte van gronden ernstig bem o e i l i j k t . N i e t t e m i n is sinds eenige jaren het Industrieterrein vrijwel geheel in erfpacht of in eigendom uitgegeven en zijn daarop tal van bloeiende industrieĂŤn verrezen, waarvan ik slechts noem de houthandel en zagerij der San Liem Kongsie, de Ijsfabriek, eenige constructie-werkplaatsen, de Rubberfabriek en niet te vergeten de B i e r b r o u w e r i j , die de dorstige Soerabaianen met Javabier laaft. De Gemeente zelf reserveerde te midden van het Industrieterrein een gedeelte voor den opslag van waterleidingmaterialen. Ten behoeve der verschillende fabrieken werd van W o n o k r o m o uit langs de spoorbaan een leiding aangelegd, w a a r u i t koelwater voor de machines kan worden betrokken. Op den duur bleken ook de oorspronkelijke erfpachters er meer voor te gevoelen, hun perceelen in eigendom te bezitten, waartegen de Gemeente zich ten slotte niet meer verzette. Zoodoende zijn verschillende erfpachtsperceelen aan de oorspronkelijke pachters verkocht, t e r w i j l de laatste jaren uitsluitend gronden in eigendom worden uitgegeven. Het ten Oosten der spoorbaan gelegen gedeelte van Ngagel, dat, zooals reeds werd opgemerkt, d o o r zijn afgesloten ligging en minder goede afwatering niet voor bebouwing geschikt was, werd nog zooveel m o gelijk productief gemaakt door den verhuur van sawahgronden aan de bevolking en aan verschillende landbouwondernemingen. Bovendien w o r d t een belangrijk gedeelte in beslag genomen door het b o o r t e r r e i n der Bataafsche Petroleum Maatschappij, waarvoor zij huur aan de Gemeente vergoedt. Op het land Ketabang was men minder gelukkig met het erfpachtsstelsel en slaagde men er slechts i n , een d r i e t a l perceelen in erfpacht u i t te geven, w.o. het J a a r m a r k t t e r r e i n . De verkoop van grond op W e s t Ketabang had evenwel een vlot verloop, zoodat thans nog slechts enkele perceelen daar onverkocht en onbebouwd zijn. Van d i t gedeelte van het land werd door de Gemeente zelf een vrij groot oppervlak in gebruik genomen. In de eerste plaats verrezen hier het Raadhuis en de Burgemeesterswoning, t e r w i j l verder een belangrijk aantal Europeesche woningen en een tweetal kampongs, Ambengan en D j i m e r t o , door de Gemeente op West-Ketabang werden gebouwd. O m het overigens gunstig gelegen Ketabang een betere verbinding met de overzijde der rivier te geven kocht de Gemeente het perceel Kebondalam, tegenover de u i t m o n d i n g der Palmenlaan op Simpang, m e t de daarop staande huizen en legde dwars door d i t perceel een toegangsweg naar Ketabang aan, t e r w i j l in 1918 de tijdelijke houten Kebondalembrug, in de wandeling de Japansche brug genaamd, die verbinding voltooide. Leek aanvankelijk Oost-Ketabang, van het Westelijke deel van het land door de spoorbaan der S.S. gescheiden, zich evenmin als de Oostelijke deelen van Goebeng en Ngagel, voor woningbouw te leenen, na eenige jaren bleek d i t t e r r e i n minder ongunstig gelegen dan men gedacht had. Op gemakkelijke wijze toch waren hier goede verbindingen m e t de omliggende woonwijken te verkrijgen, met West-Ketabang door den overweg in den Ambenganweg, die in verbinding m e t de Derxstraat en daardoor met de Zuidelijk gelegen w o o n w i j k der S.S Goebeng (Patjarkeling) werd gebracht. Naar het Noorden was het eenvoudig een verbinding m e t den weg Ngaglik en de Chineesche wijk te krijgen. Grenzend aan genoemden weg stichtte hier de N.V. Volkshuisvesting een woonwijk voor de Inheemsche bevolking en voor het m i n d e r gegoede deel der andere bevolkingsgroepen. In het midden en het Zuidelijke deel werden reeds belangrijke oppervlakken aan particulieren verk o c h t en bebouwd, t e r w i j l zoowel aan het Gouvernement als aan een tweetal R.K. vereenigingen terreinen voor den bouw van verschillende scholen werden afgestaan. Ten Zuiden der nieuwe woonwijk der N.V. Volkshuisvesting legde de Gemeente zelf beslag op een aan de S.S. baan grenzend t e r r e i n en r i c h t t e hier een asfaltmenginrichting en een betonwerkplaats op. Ten slotte werden k o r t geleden nog enkele terreinen aan voetbalvereenigingen verhuurd. Veel grond is op Oost-Ketabang dus ook niet meer beschikbaar. Met den aankoop der landen Goebeng, Ketabang en Ngagel was de mogelijkheid, o m de hand t e leggen


op groote t e r r e i n e n , die voor o n m i d d e l l i j k e bebouwing in aanmerking kwamen, vrijwel uitgeput. De overige, voor dat doel geschikte, particuliere landerijen, als Bagong, Koepang en D e r m o , waren intusschen in handen van particulieren of bouwmaatschappijen gekomen en werden door deze in e x p l o i t a t i e gebracht. Met den aankoop der landen Goebeng, Ketabang en Ngagel was de mogelijkheid, o m de hand te leggen op groote t e r r e i n e n , die voor o n m i d d e l l i j k e bebouwing in aanmerking kwamen, vrijwel uitgeput. De overige voor dat doel geschikte, particuliere landerijen, als Bagong, Koepang en D e r m o , waren intusschen in handen van particulieren of bouwmaatschappijen gekomen en werden door deze in e x p l o i t a t i e gebracht. In 1917 kreeg de Gemeente nog een t e r r e i n van ongeveer 64.000 m- in de kampong Simolawang, nabij passer Kapasan, in handen, dat zeer gunstig gelegen was voor uitbreiding der overbevolkte Chineesche woonwijk. Na verschillende pogingen van particulieren, o m d i t t e r r e i n van de Gemeente over te nemen en in e x p l o i t a t i e te brengen, welke geen resultaat opleverden, ging d i t ten slotte aan de N.V. Volkshuisvesting over, die het in 1930 bebouwde. Ook enkele andere t e r r e i n e n in het Noordelijk deel der stad, hoewel oorspronkelijk voor andere doeleinden bestemd, werden later voor uitbreiding der woonwijken benut. H i e r t o e behoort in de eerste plaats het uitgestrekte t e r r e i n der verlaten belt Sidodadi, welk t e r r e i n bij de Gemeente in beheer was en waarvan een g r o o t gedeelte aan de N. V. Volkshuisvesting w e r d overgedragen. Grenzend hieraan ligt het reeds in 1915 door de Gemeente voor den bouw van een slachthuis aangekochte t e r r e i n Karang-tembok, nabij het voormalige bastion aan de Pegirian. In 1926 verrees hier het nieuwe gemeentelijke slachthuis, waarnaast in 1929 de veepasser werd opgericht. O o k de gemeentelijke i n r i c h t i n g t o t v e r w e r k i n g van kadavers vond hier een plaats. Reeds sedert 1920 is de Gemeente in het bezit van een t e r r e i n op het land Boeboetan, nabij de N.I.S.laan, waarop in 1922 de gemeentelijke Burgerambachtsschool werd opgericht, t e r w i j l een ander deel voor den bouw eener ijsfabriek in erfpacht w e r d afgestaan. Een derde stuk werd in eigendom

uitgegeven en

bestemd voor een broodfabriek. Gedurende de laatste jaren slaagde de Gemeente er nog in door aankoop eigenares van verschillende voor

woningbouw geschikte t e r r e i n e n te worden. Het

belangrijkste, althans het grootste, daarvan is

het in 1927 gekochte land D e r m o I I , het bewesten den Reiniersz-boulevard gelegen gedeelte van het aan de O. J. S. toebehoorende land D e r m o , dat voor het overige deel door die Maatschappij zelve in

exploitatie

gebracht was. Van d i t land w e r d de Oostelijke helft reeds voor een groot deel aan particulieren verkocht, t e r w i j l ook het Gouvernement

eenige perceelen aankocht voor den bouw van een politiecommissariaat en een

politiekazerne. H e t westelijke gedeelte van D e r m o II kan voorloopig nog niet in e x p l o i t a t i e gebracht worden, daar d i t moet wachten op een verbetering der afwatering, die zonder kostbare pompstations eerst mogelijk is na de verlaging van den waterstand in de Soerabaiarivier tusschen W o n o k r o m o en Goebeng. Verder legde de Gemeente de hand op een t e r r e i n aan den weg Oendaan, dat door haar werd bebouwd, t e r w i j l o n m i d d e l l i j k hieraan grenzend een t e r r e i n , waarop voorheen de machinefabriek â&#x20AC;&#x17E; D e V o l h a r d i n g " haar bedrijf uitoefende, door de N. V. Volkshuisvesting werd gekocht en bebouwd, zoodat beide terreinen thans een aaneengesloten w o o n w i j k v o r m e n . Nog kwamen gedurende de laatste jaren eenige belangrijke, echter niet voor dadelijke bebouwing geschikte terreinen aan de Gemeente. Het voornaamste daarvan is wel het land Kepoetran Kidoel, gelegen tusschen de wegen Kaliasin, Kepoet r a n , Tamarindelaan en Kedoenganjar, dat, na inhanden van verschillende maatschappijen geweest te zijn, die geen van alle t o t exploitatie overgingen, ten slotte in 1929 door de Bankvereeniging â&#x20AC;&#x17E; B e Biauw T j w a n " aan de Gemeente te koop w e r d aangeboden. Daar tengevolge van de dichte bebouwing op d i t land een loonende e x p l o i t a t i e daarvan niet mogelijk w e r d geacht, wilde de Gemeente er geen hoogen koopprijs voor betalen. Na langdurige

onderhandelingen

k w a m evenwel m e t steun van het Gouvernement, dat den koopprijs als renteloos voorschot aan de Gemeente verstrekte, de koop t o t stand. Het ligt niet in de bedoeling, binnen afzienbaren t i j d t o t een stelselmatige e x p l o i t a t i e van d i t land over te gaan. W e l bracht de aankoop het groote voordeel mede, dat eindelijk t o t de reeds jaren noodige


Het begin van de exploitatie van het land Ketabang (1917). Voordat men met den aanleg van wegen en het bouwen der huizenrijen kon beginnen, moest er gezorgd worden voor een behoorlijke afwatering Op bovenstaande foto ziet men werkvolk bezig met het leggen van een siphon (op den voorgrond) onder de voormalige Kaliondo-leiding (rechtsboven). Weinige jaren later was op denzelfden woesten grond een compleet nieuw stadsgedeelte verrezen. W a t een werk moest daarvoor worden verzet en wat een kapitaal was er voor noodig ' (Foto Herrmann )

d o o r t r e k k i n g der

Palmenlaan kon worden overgegaan. Langs d i t verlengstuk der Palmenlaan, de z. g.

Palmenlaan Z u i d , worden geleidelijk de bezitsrechten op de aangrenzende perceelen afgekocht, teneinde op den duur langs dezen weg een meer passende bebouwing te verkrijgen. Ten slotte moet nog de koop van een tweetal terreinen in het hartje der stad, aan den weg Blaoeran, v e r m e l d w o r d e n . Het meest van belang hiervan is het t e r r e i n , dat begrensd w o r d t door de Prinsesselaan, Blaoeran en Kranggan, waarvan de hoek Blaoeran Kranggan bestemd is voor den bouw van een passer, terwijl voor het aan de Prinsesselaan liggende onbebouwde deel van d i t t e r r e i n reeds een bebouwingsplan werd opgemaakt, waarvan de uitvoering door de tijdsomstandigheden voorloopig echter niet zal plaats hebben. In het vorenstaande heb ik slechts de voornaamste gronden, die de Gemeente in den loop der jaren in eigendom verkreeg, vermeld en ik liet de minder belangrijke aankoopen weg. Hieronder kunnen o.m. gerekend w o r d e n t a l r i j k e kleinere perceelen, die ten behoeve van rooilijnverbetering of ruilverkaveling aangekocht werden. Met het eigenlijke doel van het Grondbedrijf hebben deze gronden niets uit te staan, ofschoon ze voor een deel onder beheer van d i t bedrijf werden gebracht. Evenmin maakte ik melding van de vele t e r r e i n e n , die de Gemeente bij haar instelling in 1906 en in de jaren daarna van het Gouvernement

in beheer kreeg

voor verschillende openbare doeleinden, als wegen, pleinen, plantsoenen, passers, vuilnisbelten e.m.a. T o t deze gronden behooren ook de uiterwaarden der Soerabaiarivier. Met deze gronden heeft het Grondbedrijf geenerlei bemoeienis.

175


U i t den hierna volgenden staat moge een denkbeeld verkregen worden van den omvang van het G r o n d bedrijf en het t o t I Januari 1931 daarin vastgelegde kapitaal, waarin mede begrepen zijn de belangrijke bedragen aan ophooging, wegaanleg en afwatering besteed.

O p p e r V 1 ak t e No.

L A N D E N

Goebeng-Oost ld. West

la b

samen 2a b

Ketabang-Oost ld. West samen

3a

ld.

4a b

5 6 7 8 9 10 1 1 12 13 14 15

1.015.734 257.870

West

Netto

Verkocht

28.100 75.157

987.634 182.713

358.813 182.713

39.482 266.040

291.066 620.950

100,959 518.143

2.600 5.170.432

153.161

In erfpacht gegeven 1.480

330.548 886.990

98.118

328.157

58.321

269.836

109.292

84.405

133.351

D e r m o II in e x p l . ^ „ III niet in ,. ±

423.560 420.269

1 19.785 118.655

303.775 301.614

samen

843.829

238.440

605.389

40.250 64.460 86.180 I.0I9.I62 228.050 10.730 14.750 49.426

8.750 29.000 1.220 5.200 — —

3 1.500 35.460 84.960 1.013.962 228.050 10.730 14.750 48.326

25.806 34.450 26.201 — — — — —

3.130 — — — — — — —

2.130 172.827 22.295

— — 22.295

— — —

757.010 9.793.010

1.616.238

Algemeen Totaal

280.170,75 429.783,79

190.107 „ 525.212,55 4.689 „3.378.916,56

9.650 5.007.621 „1.195.685,34

5.501.189

II Wonokromo Pandjoenan Boejoekan Oendaan

627.341 f „

1.217.538

samen

Boeboetan Simolawang Karang T e m b o k Kepoetran Kapas-krampoeng Kedong-anjar Blaoeran 1

Nog beschikbaar

Totaal aankoop bedrag met inbegrip der kosten van ophooging, wegen en afwatering.

1.273.604

5.173.032

Ngagel-Oost

b

B r u t o vol- Wegen en gens eigenplantdomsacte soenen

i n m^.

2.130 176.427 22.295 10.550.020

I.IOO

3.600

1 10.593 „ 1 * ) 16.600

653.423,88

219.370 „ 301.614 „

386.730,47 324.938,31

520.984 2.564 „ I.OIO „ 58.759 „ 1.013.962 „ 228.050 ,, 10.730 „ 14.750 „ 48.326 „

81.169,57 101.787.75 121.155,26 487.401,50 130.064,28 21.460,19.931,35 197.715,30

2.130 172.827 „ „ —

6.390,292.791,55 73.871,11

245.729 7.93 1.043 f 8.708.599,32

Bij de uitgifte van gronden in erfpacht en eigendom werden de canons en verkoopprijzen aanvankelijk door den Gemeenteraad vastgesteld. In den beginne werden die prijzen zoo laag mogelijk gehouden, t e n einde den grondprijs binnen de Gemeente te helpen d r u k k e n . Later paste men zich meer aan de geldende m a r k t w a a r d e aan en kreeg het College van Burgemeester en W e t h o u d e r s meer vrijheid in de vaststelling der prijzen, die evenwel aan de goedkeuring van den Raad bleven onderworpen. De geldelijke u i t k o m s t e n van het Grondbedrijf zijn over het algemeen bevredigend te noemen. Tegenover groote oppervlakken, welke eerst in een verre t o e k o m s t m e t voordeel in exploitatie zullen kunnen worden gebracht, en dus nog jarenlang renteverlies zullen veroorzaken, staan de gunstiger gelegen bouwt e r r e i n e n , waarvan het grootste deel m e t winst w e r d verkocht dan wel tegen loonende prijzen in erfpacht of huur w e r d uitgegeven. V o o r zoover de op den grondverkoop gemaakte winsten niet strekken t o t dekking der exploitatiekosten van het bedrijf, w o r d e n zij als reserve beschouwd. *) In huur afgestaan.


Ophoogingswerkzaamheden op het land Ketabang Langs het decauvillespoor worden zand en steenen aangevoerd voor de egahsatie van de uitgestrekte terreinen, v/aarop het nieuwe stadsdeel zal verrijzen. (Foto Herrmann )

De dienst van het Grondbedrijf w e r d , zoodra de Gemeente zelf met den bouw van woningen begon, vereenigd met het woningbedrijf, ofschoon beide als afzonderlijk bedrijf geadministreerd werden. Aanvankelijk zelfstandig, w e r d het Grond- en W o n i n g b e d r i j f in 1921 ondergebracht bij den dienst van Grond- en W o ningzaken, t e r w i j l in 1925 overgang naar den toen ingestelden dienst der Gemeentebedrijven plaats vond. Sedert Maart 1930 hield deze dienstgroep practisch op te bestaan en k w a m het Grond- en W o n i n g b e d r i j f weer op zichzelf te staan.

177


0HET

PASSERBEDRIJF.

W o r d i n g en groei van het gemeentelijk passerbed rijf. De organisatie en beteel<enis van het bedrijf voor de bevoll<ing en de gemeente. — Financiëele uitkomsten.

'

-^ e tegenwoordige gemeentelijke passers werden bij de instelling der Gemeente in 1906 niet dadelijk

aan haar in beheer gegeven. Zij bleven nog aan de zorgen van het Hoofd van Plaatselijk Bestuur toevert r o u w d t o t bij Ordonnantie van 30 A p r i l 1914 (Staatsblad 1914 No. 379 en 380) bepaald w e r d , dat het beheer der passers op Java met ingang van I Juni 1914 aan de verschillende locale raden zou worden overgedragen. Reeds in October van hetzelfde jaar besloot de Gemeenteraad, de passers met ingang van I Januari 1915 in eigen exploitatie te nemen, waartoe de eerste „ V e r o r d e n i n g op het gebruik en het beheer van de passers bij de Gemeente Soerabaia in beheer" w e r d vastgesteld. De Gemeente nam van toen af de verbetering der passers krachtig t e r hand. Dat deze in verschillende opzichten nog wel een en ander te wenschen overlieten, b l i j k t duidelijk u i t de M e m o r i e van toelichting, die den Raad bij het o n t w e r p van evengenoemde Verordening aangeboden w e r d , en die aldus aanvangt : „ O n g e t w i j f e l d zullen allen, die eenigszins van nabij bekend zijn m e t de toestanden op de passers, die aan de gemeente Soerabaia in beheer zijn gegeven (vide Staatsblad 1914 No. 379 en 380), erkennen, dat het wenschelijk ir, die passers onder direct gemeentelijk toezicht te brengen en daar verbeteringen aan te brengen, die zoowel uit een economisch als uit een hygiënisch oogpunt urgent zijn te achten. W a a r d i t t o t dusverre werd nagelaten, was zulks toe te schrijven aan een algemeenen tegenzin

om

van gemeentewege heffingen te doen op passers, waaraan door de gemeente t o t dusverre zoo goed als niets was ten koste gelegd en waar geen afdoende maatregelen waren getroffen o m een einde te

maken

aan ongewenschte toestanden. Het ligt dan ook in de bedoeling o m tegelijk m e t de invoering dezer verordening een begin te maken m e t het oprichten van nieuwe passerloodsen, zoowel van permanenten als van semi-permanenten aard, de bestaande loodsen te herstellen en te verbeteren, t e r w i j l een behoorlijk gecontroleerd

personeel er

voor zal hebben te waken, dat verdeeling en uitstalling der m a r k t w a r e n t o t hun recht komen en dat geen vexaties of bevoorrechting van den eenen gebruiker boven den anderen meer plaats zullen vinden. De voordeelen u i t die heffingen of retributies vloeiden t o t dusverre grootendeels in de zakken van personen, die zich weinig of geen moeite gaven iets t e r verbetering van de passers in het algemeen te verrichten, maar er zich hoogstens toe bepaalden de passers schoon te vegen, t e r w i j l een deel van den reinigingsdienst toch nog ten laste van de gemeente k w a m . W a a r die inkomsten van nu af aan bestemd zijn o m in de gemeentekas te vloeien, daar neemt de gemeenteraad stilzwijgend tevens de verplichting op zich o m deze gelden zooveel mogelijk in het belang dier passers aan te wenden en ze in het algemeen te bezigen voor dekking der uitgaven, die een algeheele verbetering van het passerwezen in deze stad zullen eischen." Ondanks alle vroegere regeeringsmaatregelen schijnen dus de toestanden op de passers voor 1915 verre van rooskleurig geweest te zijn, niet alleen in hygiënisch, maar ook in economisch opzicht. De vergunningen voor de op de passers staande particuliere loodsen werden op k o r t e n t e r m i j n inget r o k k e n , en die loodsen voor een deel door de gemeente van de eigenaars overgenomen. Het beheer der gemeente o m v a t t e aanvankelijk een t i e n t a l passers, t.w. Pabean, toen en nu nog de belangrijkste, Bong, A m p e l , Pegirian, Kapasan, Kalianjar, Toerie, Babakan, Genteng en Kepoetran. Achtereenvolgens werden nu verschillende van deze passers geheel of gedeeltelijk van nieuwe loodsen voorzien, het passerterrein werd verhard en een behoorlijke afwatering t o t stand gebracht. Geheel her-


bouwd werden de passers Kapasan, Babakan, en Toerie, welke laatste tegelijkertijd eenigszins verplaatst w e r d , t e r w i j l de overige zooveel mogelijk verbeterd werden. Bij verschillende passers stonden aan de verbetering van loodsen en t e r r e i n e n moeilijkheden in den weg, voornamelijk voortspruitend uit gebrek aan r u i m t e , o m tijdens den bouw der nieuwe loodsen het bed r i j f op of zoo dicht mogelijk bij het passerterrein onder te brengen. In d i t geval verkeerde in sterke mate passer Pabean, waar zelfs een deel der aangrenzende straten t o t passerterrein w e r d verklaard, teneinde van de daar hun bedrijf uitoefenende verkoopers r e t r i b u t i e te kunnen heffen. Het ligt echter in de bedoeling, dezen passer, alsmede Passer Bong zoo spoedig mogelijk geheel te vernieuwen, daar verbetering der bestaande oude loodsen vrijwel onmogelijk is. Het oude loodstype met de zware gemetselde k o l o m m e n , waarop de houten overkapping rust, is in de meeste gevallen vervangen door een geheel houten loods, m e t lichte stijlen, die weinig r u i m t e in beslag nemen. Slechts bij den gedeeltelijken herbouw van passer Genteng werd gebruik gemaakt van gewapend beton voor de nieuwe loodsen. Weliswaar verleent d i t materiaal den passer een goed aanzien en laat het zich gemakkelijk schoonhouden, doch de loodsen m e t hun platte daken blijken een minder goede ventilatie te bezitten dan de gebruikelijke, hoogere pannendaken. Over het algemeen w o r d t dan ook de voorkeur gegeven aan de houten loodsen, welke zich

bovendien beter aanpassen aan het m i n of meer

landelijke

karakter, dat een g r o o t deel van den passer, en vooral dat, waar landbouwproducten, groenten en vruchten verkocht worden, nog altijd draagt. A l l e loodsen zijn geheel open, behalve die, bestemd voor den verkoop van vleesch, welke met gaas zijn dichtgemaakt en voorzien van dubbele deuren, waardoor zij praktisch vliegenvrij zijn. De loodsen zijn verder voorzien van eenigszins hellende cement- of tegelvloeren, zoodat zij zeer gemakkelijk schoongemaakt kunnen worden. Na afloop van den passer kan men dan ook de loodsen dagelijks zien schoonspoelen, waartoe in of bij de loodsen waterleidingkranen zijn aangebracht. In de eerste verordening op het passerwezen werden nog geen bepalingen opgenomen ten aanzien van p a r t i c u l i e r e passers, die naast de Gemeentelijke bleven bestaan. De Gemeenteraad was van oordeel, dat hij m e t de aan zijn zorgen t o e v e r t r o u w d e passers het goede voorbeeld moest geven en eerst daarna eischen kon gaan stellen aan particuliere passer-exploitanten. De thans geldende verordening, die in November 1926 werd vastgesteld, bevat verschillende voorwaarden, waaraan particuliere passers in technisch en hygiënisch opzicht moeten voldoen. Daar echter de toepassing dier bepalingen in de p r a k t i j k groote moeilijkheden bleek op te leveren, heeft de Gemeente get r a c h t , zooveel mogelijk van die particuliere passers over te nemen en te verbeteren, waardoor het aantal gemeentepassers zich gestadig heeft uitgebreid.

LINKS:

Een doorkijkje op Passer Pabean, een der oudste markten van Soerabaia. Het plan bestaat, om dezen passer te laten verdwijnen en daarvoor in de plaats een nieuv/e te bouwen, welke aan alle eischen des tijds èn der moderne hygiëne voldoet. (Foto Isken.) RECHTS : Een straattooneeltje, dat men bijna bij lederen passer zich kan zien afspelen. Een officier van het Leger des Heils, die zoo juist allerlei passerartikelen heeft ingekocht, laadt de waren met de hulp van zich daartoe aanbiedende Inlandsche vrouwen, in een dogcart. Een mismaakte aast op een „presèn". Let op het tuigage met versierselen van het paard en op den aan het uiteinde omgebogen dogcartboom. Vroeger liepen deze boomen recht en spits toe, waardoor bij ongelukken de gevaarlijkste verwondingen werden toegebracht ; nu heeft de gemeente de bovenafgebeelde boomen voorgeschreven. (Foto isken.)


Een tafereeltje op Pasar Pabean : een groentenkoopvrouw bezig met sorteeren. U i t een artistiek-fotografisch oogpunt beschouwd, is dat licht en donker-contrast prachtig, maar in een modernen passer behooren licht en lucht te zijn. (Foto Isken.)

Een tegenlicht-opname in den ouden â&#x20AC;&#x17E;kippenpasser" Bong, Ook hier weer lietzelfde euvel. Alles is bedompt en rommelig. De dierenhokken zijn torenhoog opgestapeld. Voldoende uitstalruimte en licht en lucht ontbreken. Op de drukke uren is er geen doorkomen aan. (Foto Isken.)

Bovendien werden op verschillende plaatsen, v/aar daaraan behoefte bleek te bestaan, door de Gemeente geheel nieuwe passers opgericht, zoodat thans het aantal gemeentelijke passers 18 bedraagt. Hiertoe behoort ook de belangrijke passer W o n o k r o m o , die na een wijziging der Gemeentegrenzen in 1925 van het voormalige gewest Soerabaia werd overgenomen. K o r t daarop w e r d deze passer geheel herbouwd. Zij behoort thans t o t de passers m e t de grootste dagopbrengst. De passers dragen niet alle hetzelfde karakter, zij verschillen niet alleen in g r o o t t e , maar ook in den aard der verhandelde waren. Naast een achttal over de geheele stad verdeelde groote passers, die behalve in de behoeften der Inheemsche bevolking ook in die der Europeesche, Chineesche en andere bevolkingsgroepen voorzien, bestaat een gelijk aantal kleine, die meer het k a r a k t e r van buurtpasser dragen. Dan zijn er nog twee passers, die een zeer bijzonder karakter bezitten, n.l. passer A m p e l , waar uitsluitend geiten- en schapenvleesch w o r d t verkocht, ten behoeve van de nabij wonende Arabische bevolking, die daarvoor een bijzondere voorliefde heeft, en passer Bong, niet alleen in Soerabaia zelf, maar ver daarbuiten bekend als de passer, waar naast allerlei gevogelte, zoowel kippen en eenden als parkieten, kanaries en papagaaien, apen, m a r m o t t e n en andere kleine viervoeters te koop worden aangeboden. Een deel van den pluimveehandel heeft zich de laatste jaren naar den nieuwen passer Toerie verplaatst. De eerste Verordening op het passerwezen bepaalde, dat de passers onder v o o r t d u r e n d toezicht zouden staan van een door den Gemeenteraad benoemde Passercommissie. Deze Commissie werd later opgeheven, zoodat de leiding van het passerwezen thans opgedragen is aan den Chef van het Passerbed rijf, bijgestaan door een adjunctchef, een opzichter, passerchefs en marktmeesters. De laatsten oefenen het toezicht u i t op een kleinen of een deel van een grooten passer, t e r w i j l de passerchefs boven hen met het toezicht op een grooten of meerdere kleine passers belast zijn. De Chef van het bedrijf heeft de algemeene leiding in handen en oefent m e t zijn adjunct het toezicht over het ondergeschikt personeel uit. Door de marktmeesters worden aan de verkoopers hun plaatsen aangewezen en de daarvoor gestelde r e t r i b u t i e geĂŻnd. Als bewijs van betaling k r i j g t de verkooper een plaatskaartje, waarop

vast-

datum,

v o l g n u m m e r en het betaalde bedrag zijn vermeld. Vooral op d i t onderdeel van het bedrijf moet door het hoogere personeel een scherpe controle worden uitgeoefend o m te v o o r k o m e n , dat onbillijke bevoorrecht i n g van enkele verkoopers of andere ongewenschte en ontoelaatbare handelingen plaats vinden. Het passerpersoneel van hoog t o t laag heeft dus een betrekkelijk groote geldelijke

180

verantwoording,


w a a r o m sinds eenige jaren de ontvangen passeropbrengsten dagelijks in de Gemeentekas gestort w o r d e n . De chef van het bedrijf moet bij zijn indiensttreding een zekerheid stellen. De r e t r i b u t i e s , welke op de verschillende passers geheven worden, zijn ingevolge de passerverordening vastgesteld bij Besluit van Burgemeester en Wethouders, binnen de daartoe in de Verordening voorgeschreven grenzen. De tarieven zijn te onderscheiden in die per m- ingenomen oppervlak, zoowel in als buiten de passerloodsen, en in de tarieven voor rondventers. De laatste zijn voor alle passers gelijk, en wisselen alleen af met den aard der verkochte lekkernijen. De tarieven naar het ingenomen oppervlak zijn niet voor alle passers even hoog en maken verder onderscheid naar de soort der ten verkoop uitgestalde waren. Een groot deel van de verkoopers stelt prijs op een vaste plaats op den passer. Teneinde aan dien wensch tegemoet te komen worden dergelijke vaste plaatsen bij maandabonnement beschikbaar gesteld. Melden zich voor een zelfde plaats meerdere liefhebbers aan, dan w o r d t die plaats bij opbod geveild. W a r e n oudtijds voor eiken passer vaste passerdagen vastgesteld, zooals men ook nog in het binnenland aantreft, sinds lang is m e t deze gewoonte te Soerabaia gebroken en zijn alle passers dagelijks in bedrijf. Zelfs w o r d t op bijna alle passers ook avondpasser gehouden. Een avondpasser van bijzondere beteekenis is de groote Passer Malem ter gelegenheid van Garebeg Moeloed. Deze passer m a l e m w o r d t uitsluitend op de passers Genteng, Peneleh, Kalianjar, W o n o k r o m o en Patjarkeling gehouden. Het is een aardig schouwspel, de duizenden en nog eens duizenden gade te slaan, die zich op den Passer Malem van lekkernijen en snuisterijen voor den komenden feestdag gaan voorzien. Hoewel de passers volgens de verordening van des morgens 5 uur t o t zonsondergang geopend zijn, w o r d t aan die uren niet streng de hand gehouden. De meeste passers beginnen reeds in de zeer vroege m o r genuren, t e r w i j l de grootste d r u k t e tegen twaalf uur afgeloopen is. N a m de Gemeente oorspronkelijk de e x p l o i t a t i e der passers zelf t e r hand o m deze in hygiënisch en economisch opzicht te verbeteren en bestaande misstanden u i t den weg te r u i m e n , zonder dat aan het maken van winst met d i t bedrijf gedacht w e r d , op den duur bleek d i t geen onbelangrijke vruchten voor de Gemeente af te werpen. Zoo bedroeg de over het jaar 1930 op het passerbedrijf gemaakte winst f 271.893.94. Teneinde een denkbeeld te geven van den omvang en het belang van alle bij de gemeente in exploit a t i e zijnde passers volgt hier een staat van de opbrengsten van eiken passer afzonderlijk over het jaar 1930. Een kijkje — neen, niet in een van de „bazaar"-wijken van Cairo — maar op den „dievenpasser" te Kalimati, waar de oudroest-kraampjes zich aaneenrijen. Het is er schilderaclitig, maar ontzettend rommelig en vuil. Ook doet men er goed aan, zijn reukorgaan stevig dicht te knijpen. (Foto Isken.)


Passer Genteng, vroeger en nu. Het verschil is enorm. Voor den bouv^ van den nieuwen betonpasser was alles even gammel en goor. De ultstaltafeltjes, van wat ruwe kistenplanken in elkaar geknutseld, waren wankel. De beschutting tegen regen en zonneschijn liet alles te wenschen. Een afwatering bestond er niet. in den natten moesson waren de doorgangen in modderpoelen herschapen. Zoo was de toestand vroeger op bijna alle passers. Beziet U nu eens het rechtsche plaatje. Orde en netheid stralen U tegen. Alles ziet er eenvoudig, maar voldoende practisch-hygiënisch uit. Men moet erkennen, dat de gemeente in den loop der jaren ook op het gebied van passerbouw verdienstelijk werk heeft verricht.

PASSER

OPBRENGST

1.

Genteng

f

64.870.25

2.

Toerie

78.528.40

3.

Bong

4.

Pabean

136.670.14

5.422.22

5.

Peneleh

6.624.53

6.

Kalianjar

10.441.61

7.

Ampel

8.

Pegirian

9.

Kepoetran

33.339.65

Babaan

20.369.43

II.

Kapasan

60.260.94

12.

Kalimati

6.629.43

10.

1.589.40 12.632.73

13.

Pasiran

5.335.59

14.

Sawahan

1.1 3 1.89

15.

Wonokromo

16.

Krembangan

57.238.20 9.796.27

17.

Kembang

18.

Petjindllan

8.326.24

19.

Patjarkeling

9.839.52

Totaal

f

32.788.13

561.834.57

Ter toelichting dient hierbij vermeld te worden, dat de in dezen staat genoemde passer

Sawahan

die aan de O. J. S. in eigendom toebehoort, en gedurende een aantal jaren bij de Gemeente in exploitatie was, met I Augustus 1931 is komen te vervallen. Passer Patjarkeling is eerst sinds I Augustus

1930

in exploitatie. Behalve de passers zijn bij het Passerbedrijf nog in beheer het Karreplein aan de W e r f s t r a a t , waar ook r e t r i b u t i e geheven w o r d t , de wagenloodsen aan de W i l l e m s k a d e en een aantal waronggebouwtjes en ijshuisjes.


QDE

STIRAATVERLICHTING

De uitbreiding en verbetering der straatverlichting van 1906 t o t heden. — Overgang t o t gemengde electrische en gasverlichting. — Kosten der Straatverlichting. — Verlichting der kampongs.

I

oen de Gemeente w e r d ingesteld, verkeerde Soerabaia reeds niet meer in volslagen duisternis. De stad

was in het bezit van een voor die dagen vrij behoorlijke straatverlichting, bestaande uit gaslantaarns. De Nederlandsch-Indische Gasmaatschappij had daartoe bij Gouvernementsbesluit van 12 Februari 1901 No. 23 concessie verkregen. Deze concessie o m v a t t e de straatverlichting en de verlichting der openbare gebouwen van Batavia, Meester-Cornelis, Soerabaia, Semarang

en Buitenzorg, alsmede de uitsluitende

levering van gas aan particulieren voor verlichting, v e r w a r m i n g en beweegkracht. Tijdens den duur der concessie, die t o t I Januari 1920 liep, mochten de betrokken plaatsen voor de straatverlichting alleen van het door de N. I. Gas Mij. geproduceerde gas gebruik maken. Het aantal lantaarns werd voor Soerabaia vastgesteld op ten minste 1015, de afstand der lantaarns onderling mocht niet meer dan 60 meter bedragen. De lichtsterkte werd voor de open vlammen vastgesteld op 14 Engelsche „ p a r l i a m e n t a r y candles" en voor de gloeilichtbranders op 25 zulke kaarsen. (Deze een. heid van lichtsterkte was een weinig grooter dan de tegenwoordige meer gebruikelijke Hefnerkaars.) V o o r ten minste de helft van het aantal lantaarns zou gasgloeilicht worden toegepast. Het aantal branduren per lantaarn zou gemiddeld 2300 per jaar bedragen en werd na 1906 door den Gemeenteraad, zoo noodig in overleg met den Directeur van het Koninklijk Magnetisch en Meteorologisch Observatorium

vastgesteld.

D i t laatste had blijkbaar ten doel, zooveel mogelijk van het dag- en maanlicht gebruik te maken en de kunstmatige verlichting t o t het uiterst noodige te beperken. Wanneer men ziet, dat het jaarlijks per lantaarn te betalen bedrag f 5 1 . — was en de totale kosten der straatverlichting voor het jaar 1906 reeds f 5.765.— bedroegen, een voor dien t i j d zeker aanzienlijke som, dan behoeft die zuinigheid geen verwondering te baren. Toch zag de gemeente zich reeds spoedig genoodzaakt, t o t uitbreiding en verbetering der straatverlichting over te gaan. De branduren der lantaarns waren bij Besluit van den Directeur van Binnenlandsch Bestuur van 21 Februari 1905 No. 95 voor Soerabaia als volgt vastgesteld. De helft der lantaarns brandde van 6u. 30 n.m. t o t 5 uur v.m., de andere helft werd reeds o m 9 uur n.m. gedoofd. Bovendien bleven op de avonden van en na volle maan alle lantaarns gedoofd. Dat op deze wijze Soerabaia nog tal van duistere hoeken bezat, is duidelijk en k o m t in de vele t o t het Gemeentebestuur gerichte verzoeken o m verbetering der verlichting t o t uiting. Zoo vroegen in 1913 de bewoners der Roomsche Kerk Dwarsstraat o m in die straat des nachts althans één lantaarn te laten doorbranden, teneinde de bewoners in staat te stellen, 's avonds heelhuids thuis te kunnen komen. Bovendien werd gemeld, dat na 12 uur 's nachts in die duistere straat onzedelijke handelingen werden gepleegd. Daar de politie de juistheid dezer bewering in twijfel t r o k , werd het gedane verzoek van de hand gewezen onder mededeeling, dat hiervoor geen fondsen aanwezig waren en het niet mogelijk was, een"andere lantaarn in de nabijheid o m 9 uur des avonds te dooven. Intusschen o n t k w a m de Gemeente niet aan een geleidelijke uitbreiding der straatverlichting en we zien deze jaarlijks m e t eenige tientallen lantaarns toenemen, soms zelfs m e t 100 en meer, o.a. in de jaren 1907, 1915 en 1917, in welk laatste jaar 159 lantaarns aan de straatverlichting toegevoegd werden. Daar d i t aantal meer bedroeg dan 10 "„ van de aanwezige lantaarns verleende de N . l . Gas Mij. op den prijs volgens overeenkomst een reductie van f I.— per lantaarn per jaar.


Van de belangrijke uitbreiding der verlichting in 1907 t r a c h t t e de Gemeente gebruik te maken o m de vleermuisbranders langs den weg naar den Oedjoeng door gasgloeilicht vervangen te krijgen. De Gas Mij deelde hierop echter mede, dat langs dien weg vaak lantaarns door zeelieden, soldaten en burgers werden vernield, w a a r o m zij er de voorkeur aan gaf, de vleermuisbranders voorloopig niet te vervangen door de gemakkelijker weg te nemen gloeilichtbranders, die bovendien van dure glazen mantels voorzien waren. De Gemeente kon de Maatschappij niet t o t die verandering verplichten, daar reeds meer dan 50 ",, der lantaarns, het bij de concessievoorwaarden vereischte m i n i m u m van gloeilicht voorzien was. In 1918 werden, m e t het oog op den aanstaanden afloop van den concessietermijn, door de betrokken Gemeenten besprekingen gevoerd over gezamenlijke naasting van de bedrijven der N. I. Gas Maatschappij, waartoe die Gemeenten volgens de concessievoorwaarden gerechtigd waren. In verband met de tengevolge der toenmalige

bijzondere tijdsomstandigheden hooge naastingskos-

ten hebben die besprekingen t o t niets geleid, en werden m e t ingang van I Januari 1920, doch thans door elke gemeente afzonderlijk, nieuwe concessies aan de Gas Maatschappij verleend en nieuwe

overeenkomsten

voor de straatverlichting m e t haar aangegaan. Intusschen had men te Soerabaia nog op andere wijze getracht, aan een goedkoopere gasvoorziening te komen en wel door de winning van voor verlichting bruikbaar aardgas, dat in de onmiddellijke nabijheid van Soerabaia in voldoende hoeveelheid aanwezig heette te zijn. Verder dan een onderzoek door den dienst van het Mijnwezen bracht deze poging het niet ; p r a k t i sche resultaten werden niet bereikt. H e t verkeer en voornamelijk het autoverkeer, dat in de jaren na 1916 een geweldige vlucht genomen had, ging ook hoe langer hoe hooger eischen aan de verlichting van de hoofdverkeerswegen stellen, en de klachten over de onvoldoende gasverlichting bleven niet uit. D i t gaf aanleiding t o t het nemen van proeven in 1919 m e t het aanbrengen eener electrische verlichting langs de wegen Simpang, van Kajoon t o t de Palmenlaan, en Gemblongan. Deze verlichting bestond u i t een 20-tal lampen van 400 H.K. op onderlinge afstanden van 50 m. T o t een definitieve electrische straatverlichting k w a m het echter na deze proef nog niet en zoo w e r d in 1920 opnieuw voor den duur van 15 jaren de straatverlichting aan de N. I. Gas Mij. opgedragen, nu echter op geheel andere voorwaarden en tegen een aanmerkelijk lager tarief dan tevoren, waaraan de vrees voor den meer modernen concurrent wel niet vreemd geweest zal zijn. Tengevolge van die tariefsverlaging daalden de kosten der straatverlichting van f 75.762.295 in 1919 t o t f 5 1.5 I 7.85 in 1920, d.i. nog beneden het bedrag, dat in 1906 voor die verlichting w e r d uitgegeven. De nieuwe overeenkomst bepaalde o.m., dat de Gemeente verplicht was, het op I Januari 1920 aanwezige aantal gaslantaarns (1601 m e t 1680 lichten van 100 H.K.) voor de straatverlichting in stand te houden. Z i j was nu echter v r i j o m naast de gasverlichting ook andere wijzen van verlichting t o e te passen. De lantaarns moesten alle voorzien zijn van gloeilichtbranders met een lichtkracht van 100 H.K. A l l e lantaarns moesten branden van 6' .> uur n.m. t o t 5 uur v . m . H e t maanlicht w e r d dus als kostelooze hulp bij de straatverlichting prijsgegeven. Het zou niet lang duren of de Gemeente zou van de haar toegekende vrijheid gebruik maken. In 1922 werd n.l. m e t de A l g . Ned. Ind. Electriciteitmaatschappij ( A N I E M ) een overeenkomst aangegaan, waarbij bepaald w e r d , dat die maatschappij door het Gemeentebestuur

aan te wijzen wegen t e r lengte van ten

minste 18 k m zou verlichten met z. g. halfwatt lampen van 100 W a t t (200 H.K.) op onderlinge afstanden van ongeveer 30

meter.

De lampen zouden tusschen half zes en zes uur n.m. automatisch ontstoken worden en werden onderscheiden in z. g. avondlampen, die t o t 12 u. 30 's nachts, en z. g. nachtlampen, die t o t 's morgens 5 u. 30 zouden doorbranden. Evenals de Gas Mij. eigenares was van alle voor de straatverlichting noodige leidingen en lantaarns, zou d i t het geval zijn voor de A n i e m ten opzichte der electrische verlichting. Kosten van aanleg, onderhoud en lampenverwisseling waren alle in den abonnementsprijs begrepen, die voor de avondlampen f 4 . 8 0 en voor de nachtlampen f 5.15 per maand zou bedragen. Begonnen w e r d m e t de verlichting der groote winkelstraten en voornaamste verkeerswegen, die in den loop der jaren een belangrijke uitbreiding, samengaande m e t den groei der Gemeente, ondergingen.


Nadat de voornaamste wegen van verlichting voorzien waren, had een meer geleidelijke uitbreiding der straatverlichting plaats. De gasverlichting bestond op I Januari 1932 uit 2466 lantaarns. De electrische verlichting o m v a t t e 1223 lampen voor de eigenlijke s t r a a t v e r l i c h t i n g en 314 voor de kampongverlichting, varieerend van 25 t o t 300 W a t t per lamp. Daar de meest belangrijke gebeurtenissen m e t betrekking t o t de straatverlichting zich duidelijk afspiegelen in de schommelingen der kosten van die verlichting over de verschillende jaren, volgt hier een beknopt overzicht van die jaarlijksche kosten met een aanduiding der oorzaken, die t o t een bijzondere verhooging of verlaging daarvan hebben geleid.

Jaar.

Kosten der straatverlichting.

1906

f

51.765.-

1910

58.782.24

1915

>>

69.135.81

1919

>>

75.762.29'

1920

n

51.517.85

1922

n

62.383.16

1923

97.200.62

1924

»»

121.519.36

1925

»»

133.045.07

1930

»» 155.649.87 »» 1 5 9 . 8 8 3 . -

1931

Toelichtingen.

/ In d i t jaar werden proeven met electri^ sche straatverlichting genomen. / Van 1 Januari 1920 af nieuwe overeen\ komst met de N. 1. Gas Mij. / Overeenkomst

met

de A n i e m : aan-

^ leg der electrische straatverlichting.

Sedert 1930 is een nieuw element in de straatverlichting gekomen door invoering der electrische verlichting in de verbeterde stadskampongs. Aanvankelijk van bescheiden omvang, zal die kampongverlichting d o o r de g r o o t e uitgestrektheid der kampongs op den duur een belangrijken factor in de straatverlichting v o r m e n , die de kosten daarvan niet onaanzienlijk zal doen stijgen. Ondanks alle aangebrachte verbeteringen en uitbreidingen, welke de straatverlichting onder bestuur van den

Gemeenteraad

ondergaan

heeft,

het

kan die verlichting nog lang niet in alle opzichten

v o l m a a k t genoemd worden. Daar de kosten der verlichting echter, w i l men aan alle wenschen

tegemoet

k o m e n , te zeer stijgen, moet de Gemeente zich, vooral in deze ongunstige tijden, ook in d i t opzicht zooveel mogelijk beperking opleggen.


0DE

N

BEGRAAFPLAATSEN.

Oe bemoeienis der Gemeente met de begraafplaatsen der verschillende bevolkingsgroepen. — Aantal, ligging en toestand der begraafplaatsen. — Wijze van beheer en exploitatie. — Aanleg van nieuwe en uitbreiding en verbetering van bestaande begraafplaatsen. — Lijkverbranding,

aast de vele zorgen, welke de Gemeente heeft t e n opzichte van de levenden, rust op haar nog de

plicht, te voorzien in een voldoend aantal rustplaatsen voor de dooden. D i t nu is in een groote Indische Gemeente als Soerabaia lang geen gemakkelijke taak. N i e t alleen is d i t het gevolg van het groote aantal ingezetenen, doch meer nog van de groote verscheidenheid in samenstelling der bevolking naar landaard en godsdienst, die dikwijls geheel verschillende eischen aan de begraafplaatsen stellen, waardoor

men niet kan volstaan met een aantal algemeene begraafplaatsen,

bestemd

voor alle bevolkingsgroepen. In de Instellingsordonnantie der Gemeente (Staatsblad 1906 No. 149) is een belangrijke plaats inger u i m d aan de bepalingen betreffende de begraafplaatsen. Bij die ordonnantie werd aan de Gemeente niet alleen het beheer over alle binnen haar gebied gelegen openbare

begraafplaatsen opgedragen, doch ook

dat over de „ b u i t e n de Gemeente gelegen Soerabaiasche begraafplaatsen voor lijken van Chineezen". In dat beheer was de plicht t o t onderhoud begrepen, t e r w i j l ook de zorg voor aanleg van nieuwe begraafplaatsen aan de Gemeente werd opgedragen.

De ten aanzien der begraafplaatsen

bestaande regle-

menten bleven v o o r l o o p i g van kracht, alleen t r a d de v o o r z i t t e r van den Gemeenteraad in plaats van den Resident als v o o r z i t t e r der Commissie voor de Europeesche begraafplaatsen op en werden de leden dier Commissie in het vervolg door den Gemeenteraad benoemd en ontslagen. De in de Gemeente aanwezige begraafplaatsen kunnen in de volgende groepen worden onderscheiden : 1. 2. 3. 4.

Europeesche begraafplaatsen Inlandsche „ Arabische „ Chineesche „ Elk dezer groepen zal achtereenvolgens aan een k o r t e beschouwing worden onderworpen.

I.

Bij de instelling der Gemeente bestond slechts een enkele Europeesche

begraafplaats, Peneleh, die

reeds sedert 1850 in gebruik en daardoor voor het grootste deel in beslag genomen was. W e l bestond nog de gemengde begraafplaats Semaroeng, in het Noordoostelijk deel der stad gelegen, doch deze w e r d slechts zelden voor het begraven van Europeanen gebruikt ; alleen een enkele maal voor t e r reede overleden personen. De oude begraafplaats Krembangan was reeds sedert tientallen jaren gesloten. De Gemeente moest dus reeds spoedig uitzien naar een t e r r e i n , geschikt voor den aanleg eener nieuwe Europeesche begraafplaats. H i e r v o o r w e r d eerst een t e r r e i n van 50 bouw op het in 1909 door de Gemeente aangekochte land Goebengdjepit bestemd, dat evenwel later voor het beoogde doel door zijn te lage ligging en slechte afwatering niet geschikt bleek. In 1914 w e r d toen het t e r r e i n der tegenwoordige begraafplaats Kembang Koening, groot r u i m 150.000 m- tegen den prijs van f 0.20 per m- aangekocht en onmiddellijk daarna een aanvang m e t den aanleg der nieuwe begraafplaats en den daarheen leidenden toegangsweg langs de Goenoengsarileiding gemaakt. In 1916 werd de nieuwe begraafplaats voltooid en in gebruik genomen. De eigenlijke begraafplaats ligt in het heuvelachtige gedeelte van het t e r r e i n , t e r w i j l het daarvoor gelegen lagere en vlakkere deel bestemd w e r d voor den bouw van een opzichterswoning met kantoor en enkele dienstgebouwen. O o k w e r d hier een

186


De toegangspoort van de in 1916 voltooide nieuwe begraafplaats te Kembang Koening. Rechts : de pendopo, bestemd t o t het houden van redevoeringen, waarvan echter zelden of nooit gebruik gemaakt wordt.

Een kijkje op de modern-aangelegde en uitstekend onderhouden begraafplaats te Kembang Koening. Rechts: het sobere, maar in al zijn eenvoud toch indrukwek^'^^^ monument, opgericht op het graf van Burgemeester Dijkerman. 't Is er rustig en koel onder de slanke tjemara's met hun ruischende kruinen. Voetstappen worden gedempt door 't tapijt van naalden. Geen stemmengerucht. Slechts hoog op 'n tak kwinkeleert een vogel onzichtbaar Er heerscht vrede en stilte op den doodenakker.

pendopo gebouwd, bestemd t o t het houden van redevoeringen, vooral in den regentijd, waarvan echter zelden of nooit gebruik gemaakt w o r d t . De aanlegkosten der nieuwe begraafplaats bedroegen, met inbegrip van de koopsom voor het t e r r e i n , rond f 100.000.—. Evenals op de begraafplaats Peneleh gebruikelijk was, werden ook op de nieuwe begraafplaats aanvankelijk gemetselde grafkelders gemaakt. Spoedig bleek echter, dat deze niet geheel bestand waren tegen de w e r k i n g van den in den drogen moesson sterk scheurenden bodem op Kembang Koening, w a a r o m men de kelders in het vervolg in gewapend beton uitvoerde. Deze kelders bleken geen nadeeligen invloed van de w e r k i n g van den grond te ondervinden. De begraafplaats is in afzonderlijke afdeelingen onderverdeeld voor Protestanten, Katholieken en Joden, t e r w i j l als vierde een neutrale afdeeling aanwezig is. Deze afdeelingen zijn elk weer in 4 klassen gesplitst, waarvan de eerste drie een verschillend t a r i e f voor graf- en andere rechten hebben en in de vierde kosteloos begraven w o r d t . In de drie betalende klassen zijn zoowel grafkelders als aarden graven voor onbepaalden t i j d en voor 8 jaar beschikbaar. Behalve voor den aankoop of het huren van een graf zijn rechten verschuldigd voor elke begrafenis, voor het bijzetten van een lijk in een reeds bezet graf en het plaatsen van gedenkteekens.

1^

Het Dijkerman-mo— ' ^ ' : : : nument op de be- ^ ^ ^ ^ graafplaats te Kembang Koening. 'n Ideale laatste rustplaats voor den man met een warm voelend hart voor zijn m e d e m e n s c h èn voor de stad, aan het hoofd waarvan hij zoovele jaren heeft gestaan. Het eenvoudige in1-' ^ schrift onder de beeltenis luidt : „Aan de nagedachtenis van Burgemeester G.J. Dijkerman. De Soerabaiasche burgerij".

M^

'n Rij graftomben op Kembang Koening. Let op het looppad van losse betonplaten.

187


Sedert eenige jaren bezit de begraafplaats een afzonderlijke kinderafdeeling voor het begraven van kinderen beneden 12 jaar, waarop kleine betonkelders, bestemd voor één lijk, aanwezig zijn. Met betrekking t o t de Joodsche afdeeling der begraafplaats kan als bijzonderheid nog vermeld worden, dat hierop een afzonderlijk gedeelte voor het begraven van zelfmoordenaars afgescheiden is. In het jaar 1925 w e r d op het algemeene gedeelte der begraafplaats een gebouw m e t nissen, elk bestemd voor één of meer kisten, opgericht. Ofschoon de aanwezige nissen thans bijna alle bezet zijn, b l i j k t

deze

i n r i c h t i n g toch niet bijzonder aan de wenschen van het publiek te voldoen, zoodat men geen tweede nissengebouw heeft opgericht. In zeker opzicht is d i t te betreuren, daar op deze wijze groote ruimtebesparing kan worden verkregen. W e l l i c h t zal men bij eenigszins gewijzigde bouwwijze dergelijke nissengebouwen meer aantrekkelijk kunnen maken. V o o r l o o p i g is echter op Kembang Koening nog plaats genoeg voor het maken van graven, vooral sedert

in

1931 een aan de

Zuidzijde

der

begraafplaats

grenzend

terrein

voor

uitbreiding,

groot

J ; 100.000 m- (tegen f 0.25 per m-) w e r d aangekocht.

Eén van de vele oude Inlandsche begraafplaatsen in de stad. Orde en regelmaat zijn zoel<. De graven liggen kris-kras door elkaar. Er zijn geen paden en geen afscheidingen, hoe primitief dan ook. Alles maakt een vervallen en slordigen indruk.

Door de eigenaardige gesteldheid van den grond op Kembang Koening leverde het aanleggen van een behoorlijke verharding op de wegen en paden van den beginne af bijzondere moeilijkheden op. V o o r de voetpaden vond men ten slotte een goede oplossing in het beleggen daarvan m e t losse betonplaten, die zonder nadeel de bewegingen van den grond kunnen meemaken en, wanneer noodig, weer vlak gelegd kunnen worden. O o k voor de bezoekers der begraafplaats beteekent d i t een groote verbetering, daar zij thans niet


meer als vroeger, vooral in den regentijd, m e t groote klompen klei aan de schoenen de begraafplaats behoeven te verlaten. V o o r de hoofdwegen kunnen die betonplaten niet toegepast w o r d e n ; het dek daarvan begint echter, dank zij het v o o r t d u r e n d onderhoud, langzamerhand meer vastheid te vertoonen. Behalve het voor algemeen gebruik bestemde knekelhuis, waarin de overblijfselen u i t de o n t r u i m d e graven werden ondergebracht, is kortgeleden door een Japansche Vereeniging een afzonderlijk knekelhuis opgericht. De oude begraafplaats Krembangan werd in de jaren 1925 en 1926 geheel o n t r u i m d en het t e r r e i n in een plantsoen herschapen. De overblijfselen uit het grootste deel der graven werden in een gemeenschappelijk graf op Kembang Koening overgebracht, waarop de aanwezige gedenkplaten werden gelegd. Op verzoek van eenige nabestaanden werden de overblijfselen uit een klein aantal graven in afzonderlijke kelders op de begraafplaatsen Peneleh en Kembang Koening bijgezet. Het beheer der Europeesche begraafplaatsen bleef gedurende de eerste jaren na de instelling der Ge-

De nieuwe gemeentelijke Inlandsche begraafplaats te Prapatkoeroeng (Tandjong Perak). Elk graf heeft zijn nummer, is geregistreerd en kan dus steeds weer gemakkelijk worden teruggevonden. De stralen van de morgenzon, gezeefd door het fillgrain der wuivende tjemara's werpen grillige schaduwen over den doodenakker. Een enkel bloemetje verlevendigt den aanblik van deze dorre, zanderige verlatenheid in het uiterste Noord-Westen van onze stad. Op den achtergrond: de woning van den bewaker. (Foto Isken.)

meente opgedragen aan de ook voor 1906 bestaande Commissie, thans onder voorzitterschap van het Hoofd van Plaatselijk Bestuur, tevens v o o r z i t t e r van den Gemeenteraad. De Verordening op het beheer der Europeesche begraafplaatsen van 1910 bracht hierin eenige w i j z i ging en bepaalde, dat de v o o r z i t t e r dier Commissie een lid van den Gemeenteraad moest zijn, en dat verder in die Commissie z i t t i n g zouden hebben twee leden, behoorende t o t de Protestantsche Gemeente en twee

189


van de Roomsch-Katholieke Gemeente, alle door den Gemeenteraad te benoemen, t e r w i j l de Gemeentesecretaris en de Directeur van Gemeentewerken ambtshalve leden der Commissie waren. De thans nog geldende Verordening van 1916 maakte een eind aan het bestaan dezer Commissie en droeg het beheer der Europeesche begraafplaatsen op aan een der gemeentediensten. Zooals de uitvoerige t i t e l der Verordening aanduidt, zijn de Europeesche begraafplaatsen niet alleen bestemd voor Europeanen, doch ook voor „Inlanders en Vreemde Oosterlingen, die het Christendom bel i j d e n " , t e r w i j l ook meestal de Japanners hier begraven w o r d e n . Op de begraafplaatsen Kembang Koening en Peneleh worden jaarlijks ongeveer 350 overledenen t e r aarde besteld. Het beheer der Inlandsche begraafplaatsen is thans opgedragen aan twee Commissies, door den Gemeenteraad benoemd, elk van vijf leden. Eén dezer Commissies beheert de begraafplaatsen benoorden de lijn Doepakleiding, Tembahan, Pasar Besar W e t a n , Djagalan, Kalianjar, Kapassan en de tweede die bezuiden deze lijn. 2.

Ingevolge het Reglement voor het beheer der Inlandsche begraafplaatsen van het jaar 1902 was d i t be-

heer opgedragen aan een Commissie onder voorzitterschap van den Regent van Soerabaia, m e t den PatihW e d o n o als o n d e r v o o r z i t t e r , t e r w i j l verder leden der Commissie waren de Assistent-Wedono, de Hoofddjaksa en de Hoofdpenghoeloe. Als thesaurier en adjunct-thesaurier waren aan de Commissie toegevoegd de Ondercollecteur en de Adjunct-Hoofddjaksa. Deze regeling bleef bij de instelling der Gemeente van kracht. H e t aantal officieel erkende begraafplaatsen bedroeg slechts vijf, m e t name T e m b o k Gedeh, Kapas-Krampoeng, Karang T e m b o k , de regentenbegraafplaats Botopoetih en de begraafplaats voor leprozen Semaroeng. Buiten deze vijf waren er echter nog ongeveer 85 dessabegraafplaatsen, waarop nog betrekkelijk veel begraven w e r d . Door het gebrek aan plaats op de officieele begraafplaatsen en de groote afstand van de verschillende dessa's t o t die begraafplaatsen, moest men d i t wel oogluikend toelaten. U i t een oogpunt van hygiëne bracht d i t groote aantal begraafplaatsen, waarop moeilijk een behoorlijke c o n t r o l e u i t te oefenen was, vele bezwaren mede, w a a r o m het streven der Gemeente er van den aanvang op gericht was, te zorgen voor algemeene Inlandsche begraafplaatsen in verschillende stadsgedeelten, o m den afstand voor de belanghebbenden zoo klein mogelijk te maken. Vooral m e t het oog op de omstandigheid, dat de meeste inlandsche begrafenissen te voet plaats hebben, was d i t een factor van overwegend belang. De aanleg van nieuwe inlandsche begraafplaatsen begon in het jaar 1919 m e t dien van Poetat Gedeh, gelegen ten Westen van de groote Chineesche begraafplaats nabij de dessa Banjoe-Oerip, op een daartoe van het Gouvernement in beheer verkregen t e r r e i n . In hetzelfde jaar w e r d de aanleg van de begraafplaats m e t de daarop staande mandoerswoning en pendopo en den toegangsweg erheen nog v o l t o o i d . In 1927 volgde de aanleg van een nieuwe begraafplaats op het land Ngagel, beoosten de spoorbaan, die in 1928 v o l t o o i d en in gebruik genomen w e r d . Aanvankelijk had men hier te kampen m e t een zeker lijdelijk verzet der bevolking, die weigerde, van de nieuwe begraafplaats gebruik te maken. Bij onderzoek bleek, d a t de bewoners der betrokken dessa's door enkele personen verkeerd

waren ingelicht, vooral wat den

afstand der nieuwe begraafplaats t o t die dessa's betrof. Nadat de bevolking van gemeentezijde behoorlijk was ingelicht, w e r d geen tegenwerking meer ondervonden, en sindsdien w e r d een d r u k gebruik van de begraafplaats gemaakt. in 1929 w e r d op het W e s t e l i j k deel van het Haventerrein een derde Inlandsche begraafplaats aangelegd, op een daartoe aan de Gemeente in huur afgestaan t e r r e i n . I^et deze uitbreiding van het aantal begraafplaatsen is wel een belangrijke verbetering in den t o e stand gebracht, doch nog niet geheel aan de behoefte voldaan, temeer, daar de toestand der oude begraafplaatsen in verschillende opzichten te wenschen overlaat. De meeste daarvan zijn bijna geheel bezet, t e r w i j l de nog ongebruikte gedeelten dikwijls in den regentijd geheel onder water staan, dan wel een zoo hoogen grondwaterstand hebben, dat zij vrijwel onbruikbaar zijn. Deze laaggelegen gedeelten zijn blijkbaar ontstaan ais gevolg van ontgraving ten behoeve van de ophooging der het eerst voor begraafplaats gebruikte gedeelten. In deze gebreken is de Gemeente sedert eeni-

190


ge jaren bezig, verbetering te brengen, t e r w i j l zij tevens t r a c h t , door aanicoop van t e r r e i n e n , grenzende aan de bestaande begraafplaatsen, deze zooveel mogelijk uit te breiden. Reeds in 1915 werden aan de begraafplaatsen T e m b o k Gedeh en Kapas Krampoeng t e r r e i n e n van eenige duizenden vierkante meters toegevoegd, t e r w i j l gedurende de laatste jaren behalve genoemde begraafplaatsen ook die te Karangtembok gedeeltelijk werd opgehoogd en van een betere afwatering voorzien. De hiervoren v e r m e l d e door de Gemeente getroffen maatregelen hebben tengevolge gehad, dat het begraven op de oude dessabegraafplaatsen sterk v e r m i n d e r d is en thans vrijwel nog alleen in de meest afgelegen dessa's plaats heeft. Behalve de Regentenbegraafplaats Botopoetih is thans binnen de Gemeente een zestal officieel erkende Inlandsche begraafplaatsen aanwezig, waarop in 1931 rond 4000 personen werden begraven. De gemengde Inlandsche en Arabische begraafplaats bij de groote moskee A m p e l w o r d t voor dat doel niet meer gebruikt. Volgens vorengenoemde Verordeningen op het beheer der Europeesche en Inlandsche begraafplaatsen worden voor een g r o o t deel de grafrechten der graven voor onbepaalden t i j d verleend. D i t zou in de t o e k o m s t moeilijkheden kunnen opleveren, indien b.v. voor een logische stadsuitbreiding o p r u i m i n g van ĂŠĂŠn of meer begraafplaatsen noodig zou blijken. Teneinde d i t bezwaar op te heffen w e r d in de vergadering van den Stadsgemeenteraad van I Juni 1932 een wijziging der beide verordeningen vastgesteld, waarbij bepaald is, dat de na het in w e r k i n g treden dier wijziging verleende grafrechten van kracht blijven t o t dertig jaren, nadat de betrekkelijke begraafplaats bij

Raadsbesluit voor verdere uitgifte van grafrechten gesloten zal zijn verklaard. Tevens w e r d hierbij vastgelegd, dat op de begraafplaats Peneleh geen grafrechten meer worden ver-

leend. De rechten, die op de verschillende begraafplaatsen reeds voor onbepaalden t i j d verleend zijn, worden n a t u u r l i j k gehandhaafd. Mocht te eeniger t i j d o p r u i m i n g van een begraafplaats noodzakelijk blijken, dan zal over den afstand dier rechten m e t belanghebbenden moeten worden onderhandeld, zooals d i t ook bij de opheffing der oude begraafplaats Krembangan is geschied. 3.

Over de begraafplaatsen van de Arabische en Moorsche ingezetenen onzer gemeente valt weinig te

zeggen. Met de eenige voor deze bevolkingsgroep aanwezige begraafplaats, grenzende aan de Inlandsche begraafplaats Karangtembok, heeft de Gemeente slechts weinig bemoeienis. Alleen verleende zij eenigen steun bij het ophoogen van het voor uitbreiding der begraafplaats bestemde t e r r e i n en den aanleg en verbetering der toegangswegen. 4.

Een zeer bijzondere plaats in een Indische stad nemen de Chineesche graven in, zoowel d o o r hun

g r o o t t e als eigenaardigen v o r m en ligging. De graven der meeste welgestelde Chineezen werden en worden nog aangelegd op de Chineesche particuliere landerijen, waarvan Soerabaia er vroeger een g r o o t aantal r i j k was, die thans voor

een

deel in handen der Gemeente en van particuliere bouwmaatschappijen zijn overgegaan. Bij dien overgang werden de familiebegraafplaatsen der landheeren over het algemeen uitgesplitst, zooals o.a. op de landen Ketabang-Noord en - Z u i d . Door het langzamerhand in de bebouwde k o m opnemen van die verschillende particuliere landerijen kwamen de begraafplaatsen op den duur t e m i d d e n der bebouwing te liggen, waarvan men o.a. een sprekend

voorbeeld

kan zien

op het t e r r e i n , gelegen tusschen de wegen Toendjoengan en Embong

Malang. H e t grootste aantal Chineesche buurt

der

Europeesche

begraafplaats

graven vindt men echter Kembang

Koening,

waar

nabij men

de Goenoengsari-leiding, in de in

het

heuvelachtige

terrein

een zeer gewilde plaats voor het maken van graven aantrof. Behalve een aantal familiebegraafplaatsen, liggen hier ook eenige algemeene begraafplaatsen voor het minder bevolking.

welgestelde deel

der

Chineesche


Offerend

bij het graf van

Radenajoe

Pandansari t e Prapatkoeroeng. 'n

Kale

boomstronk

omhoog. A a n

kurketrekkert

den voet : 'n

poppen-

huis, w a a r i n 't graf. D a a r v o o r : t w e e Inlandsche

vrouwen

en

'n

Kanton-

neesch meisje in haar typische kleed e r d r a c h t . 'n Afdakje, schaduwen en 'n decor van t j e m a r a ' s tegen 'n vale lucht Soerabaia heilige

bezit

vele

plaatsen,

die

van

dergelijke

omweven

zijn

m e t legenden en overleveringen. ( F o t o Isken.)

H e t beheer over deze begraafplaatsen w o r d t gevoerd door verschillende Chineesche Vereenigingen, w e l k e r leden voor elke begrafenis een kleine bijdrage s t o r t e n . Hiertegenover hebben zij recht op een zeker aantal g r a f r u i m t e n op de begraafplaats der Vereeniging voor henzelf en hun naaste familieleden. O o k deze begraafplaatsen zijn in verschillende klassen verdeeld, t e r w i j l de armsten hier ook kosteloos w o r d e n begraven, meer in het bijzonder op de groote begraafplaats van de Vereeniging H o k k i a n Kongtiksoe op Koepang. A a n de Zuidzijde der Tamarindelaan t r e f t men nog een oude algemeene Chineesche

begraafplaats

aan, die evenwel tegenwoordig niet meer als zoodanig g e b r u i k t w o r d t . Met de Chineesche begraafplaatsen heeft de Gemeente geenerlei bemoeienis. Naast de bevolkingsgroepen, die hun dooden begraven, t e l t de Gemeente nog een groep inwoners, bij wie de lijkverbranding in gebruik is. In hoofdzaak zijn d i t de Britsch-lndiĂŤrs, die het HindoeĂŻsme belijden, t e r w i j l ook een deel der Japansche ingezetenen, dat denzelfden godsdienst belijdt,

lijkverbranding

toepast. Vroeger hadden die lijkverbrandingen plaats op een t e r r e i n aan den Griseeschen weg buiten de Gemeentegrens. Sedert k o r t echter heeft de Gemeente in de dessa Wonokoesoemo in het N. O. der Gemeente, een t e r r e i n voor lijkverbranding geschikt gemaakt. Deze lijkverbrandingen, die op zeer eenvoudige wijze plaats hebben, komen overigens slechts bij uitzondering voor.

192


0 D E

B R A N D W E E R .

Van vrijwilligerscorps naar dienstpersoneel. — Moderniseering van het materieel. — Brandputten. — Voorkomen van brandgevaar. — Controle in de theaters. — De opslagplaatsen van vuurwerk gecen-

W

traliseerd. — De Veillgheidsverordening. — Opleiding, verbandcursus, enz.

ie tegenwoordig, weinig minuten na het uitbreken van een uitslaanden brand, een van onze brand-

weerauto's, luid bellend door de straten ziet daveren en later de uitstekend getrainde manschappen, die op p r o m p t e , v l o t t e wijze op de fluitsignalen reageeren, bij hun blusschingswerk gadeslaat, v e r m o e d t

niet

dat het een jaar of vijftien geleden bij de Brandweer nog zoo heel anders toeging. Bijna alles: organisatie, m a t e r i e e l , opleiding der manschappen, enz., is totaal gewijzigd, verbeterd, moderner geworden. Deze gedaantewisseling was noodig, want Soerabaia groeide meer en meer uit ; de afstanden werden g r o o t e r , het aantal woningen, pakhuizen en kantoren en dus ook het brandgevaar namen toè. Er moest worden ingegrepen, de oude gemoedelijke slof-slof-toestand diende plaats te maken voor nieuwe gezonde

op-

vattingen o m t r e n t het bestrijden en — wat misschien nog belangrijker is — het v o o r k o m e n van branden. Als men de verhalen van oudgedienden hoort, dan moet het omstreeks 1918 bij de Brandweer nog een vrijgevochten bende zijn geweest. D i t kon ook niet anders, o m d a t behalve den commandant en eenige bedieningsmanschappen van de stoomspuit (met paardentractie) en van 22 handspuiten van verouderd type, het geheele personeel was samengesteld u i t vrijwilligers. Toen bestond namelijk nog de Schutterij en volgens de bepalingen was een schutter, ingedeeld bij de Brandweer, v r i j van zijn gewone schuttersplichten. Begrijpelijk, dat men liever brandweerman dan schutter was, maar de dienst leed onder den gemoedelijken toestand. Als een schutter b.v. voor het blusschen van een brand werd opgeroepen — gesteld dat men hem bereiken kon — dan verscheen hij eenvoudig niet, of pas na afloop van den brand. Hij kon d i t rust i g en ongestraft doen, daar de controle alles te wenschen overliet. Kwam er echter maar 5 of 6",, van het personeel opdagen — bij een langdurigen brand liep d i t percentage weleens t o t

10 a 15",, op — dan beschikte

men in den regel nog over voldoende personeel. Na de invoering der m i l i t i e zakte de geringe animo, o m bij branden aan het blusschingswerk daadw e r k e l i j k deel te nemen, geheel in ; slechts enkele getrouwen bleven opkomen. Begrijpelijk, want de m i n i m a l e vrees o m bij onvoldoende plichtsbetrachting bij de Brandweer ontslagen en bij de Schutterij ingedeeld te w o r d e n , was nu totaal verdwenen. Het gevolg was, dat men de Brandweer in den steek liet. Het werd hoog t i j d o m in te grijpen en d i t geschiedde dan ook. In 1920 werd het geheele v r i j w i l l i g e r s corps ontbonden. Van de 150 Europeanen bleven er slechts 8 over, n.l. I commandant, I ondercommandant, 2 brandmeesters en 4 adjunct-brandmeesters. De commandant ontving salaris, de zeven anderen kregen een kleine maandelijksche toelage. Verder werd van het plusminus 1400 man sterke Inlandsche personeel het meerendeel ontslagen. Slechts 72 man hield men in dienst. Geleidelijk aan werd de heele dienst op een hooger peil gebracht. Het materiaal werd gemoderniseerd. De handbrandspuiten werden buiten dienst gesteld. Daarmede kon geen brand van eenigen omvang meer worden gebluscht. In 1918 werd een Ahrens-Fox motorbrandspuit aangekocht, welke t o t op den huldigen dag dienst doet. Thans heeft de Brandweer de beschikking over 3 motorspuiten en I mechanische ladderwagen, t e r w i j l het personeel bestaat uit 9 Europeanen en r u i m 100 Inlanders. Maar m e t deze geleidelijke uitbreiding van het materieel, was het vraagstuk der

brandbestrijding

nog lang niet opgelost. Zoo zat men b.v. met de moeilijkheid, dat niet alle branden m e t rivier- of putwater gebluscht konden worden, ten eerste, o m d a t de afstand van het water naar de plaats van den brand soms veel te g r o o t was en ten tweede, omdat er dikwijls niet voldoende water voorhanden was ; d i t euvel deed zich


v o o r n a m e l i j k in den drogen t i j d gevoelen. W e l waren bij het aanleggen van de W a t e r l e i d i n g honderden straatbrandkranen geplaatst, doch bij ernstige branden zijn deze door den geringen w a t e r d r u k onvoldoende. Men is toen begonnen m e t het aanleggen van brandputten. Deze liggen zoo dicht mogelijk bij een hoofdwaterleiding en kunnen ongeveer een kubieke meter water bevatten. De voeding van deze putten heeft plaats door een speciale aftakking van de hoofdleiding. Als er nu bij een brand u i t deze putten gepompt moet w o r d e n , dan w o r d t een m o t o r s p u i t naast zoo'n put opgesteld en de zuigslang van de pomp daarin gelegd. De hoofdafsluiter w o r d t geopend en het w a t e r s t r o o m t in den put. De pomp van de m o t o r s p u i t zuigt het op en stuwt het onder hoogen d r u k door de persslangen naar den brand. Toen het bleek, dat d i t systeem uitstekend voldeed, is men m e t het aanleggen van de putten voortgegaan. Eind 1932 bezat Soerabaia (inclusief het haventerrein) 2 8 0 van deze putten. Practisch gesproken kan J. van Kleef, wnd. commandant, later commandant van de Soerabaiasche Brandweer, aan wien in 1920 werd opgedragen het corps te reorganlseeren.

men nu dus lederen brand blusschen zonder afhankelijk te zijn van toevallige omstandigheden. Steeds heeft men water bij de hand en men behoeft geen kostbaren t i j d te verspillen door er naar te zoeken.

O n d e r w i j l was de Brandweer ook op ander gebied

werkzaam

geweest. „ V o o r k o m e n

is beter dan

genezen". Deze zegswijze geldt a f o r t i o r i voor de brandbestrijding. Daarom w e r d hoe langer hoe meer aandacht geschonken aan het z.g. preventief optreden der Brandweer, door • a.

toezicht u i t te oefenen op de toepassing de voor bioscopen en theaters geldende veiligheidsvoorschriften;

b.

beleidvol optreden bij het ontstaan van brand en paniek. De noodzakelijkheid en het groote nut van preventief optreden zal nog duidelijker zijn, wanneer men

aan de gehouden Jaarmarkten denkt. Het vele, niet ongevaarlijke v u u r w e r k , dat bij deze gelegenheden w e r d afgestoken, was oorzaak dat meerdere malen, 7 a 8 keeren op een avond, een begin van brand gebluscht w e r d . Door scherpe controle u i t te oefenen op het geheel en speciaal in de vele stands, waar eetwaren door vuur bereid werden, kon steeds brand v o o r k o m e n worden. De oude brandweerkazerne op Passer Besar (thans afgebroken). Zoo hoogst primitief en onvoldoende als de behuizing was,zoo practisch bruikbaar was het materieel. Links op de foto, een avondopname van Fotax, ziet men de kleine m o t o r s p u i t ; in de middengarage: de ladderwagen en rechts : de groote „ A h rens Fox". Voor de loodsen: het Europeesch en Inlandsch brandweerpersoneel.

194


Een brandweerdemonstratie op de brug van Sonokembang (Kajoon-Goebeng). Tien forsche stralen vormen een gordijn van water. De roeier in de wherry trotseert de kunstmatige regenbui.

Motorspuit in werking. De haspel met slangen ligt voor het gebruik gereed.

De uitgeschoven ladder van den electrischen Op 't hoogste punt : 't waterkanon.

ladderwagen.

-/'•'f

De oude stoomspuit in actie. Zij doet, behalve bij een enkele groote demonstratie, nooit meer dienst.

De nieuwe ruime brandweerkazerne op Passer Toerie. W a t een verschil met het voormalige bamboekavalje tusschen Lindeteves en het „Soerabaiasch Handelsblad", waar nu een plantsoen Is aangelegd !

195


De verschillende groote theater- en bioscoopbranden in het buitenland waren oorzaak, dat de Brandweer een zeer nauwkeurig onderzoek instelde in alle gebouwen waar bioscoop- en tooneelvoorstellingen gegeven werden. Het resultaat was, dat snel en krachtig ingrijpen dringend noodzakelijk werd geacht. In Juni I 927 w e r d dan ook een t i e n t a l mandoers in dienst genomen, die speciaal voor c o n t r o l e w e r k werden opgeleid. D i t w e r k o m v a t a.

het kennen van de veiligheidsvoorschriften voor de gebouwen voor openbaar vermaak ;

b.

het toezicht op de naleving daarvan uitoefenen tijdens de voorstellingen en, zoo noodig, het in w e r k i n g stellen van de aanwezige brandbluschmiddelen ,

c.

het opsporen van opslagplaatsen van brandgevaarlijke stoffen. Verder werden van toen af lederen avond twee brandmeesters belast m e t de generale controle over

al deze gebouwen. Een en ander is nauwkeurig geregeld en van eiken gehouden wacht w o r d t een r a p p o r t ingediend. Teneinde het onder c genoemde goed t o t zijn recht te doen komen, w e r d een der brandmeesters in vasten dienst aangesteld. Er werd ook een einde gemaakt aan het w i l l e k e u r i g opslaan van v u u r w e r k . De Brandweer o n t d e k t e n.l. in 1927, dat in het hartje van de benedenstad en nog wel liefst op diverse plaatsen zeer groote hoeveelheden van d i t licht o n t v l a m b a r e materiaal waren opgeslagen. Het is haar w e r k geweest, er voor te zorgen dat de bestaande vergunningen niet werden verlengd. A l het v u u r w e r k w e r d toen u i t de dichtbewoonde w i j ken der stad verwijderd en op een veilige plaats opgeslagen, n.l. in het oude f o r t Prins Hendrik. Naar aanleiding hiervan heeft de Gemeenteraad eenigen t i j d later de eischen vastgesteld, waaraan dergelijke groote opslagplaatsen moeten voldoen. Tenslotte nog iets over de Veiligheidsverordening. Toen het brandweerpersoneel gedurende eenige maanden controle had uitgeoefend in de gebouwen voor openbaar vermaak, deed zich het gemis gevoelen van practische voorschriften. Bovendien o n t b r a k het ' t personeel aan de noodige w e t t e l i j k e bevoegdheid o m in alle gevallen te kunnen optreden, zooals de veiligheid d i t eischt. In 1928 w e r d een door den toenmaligen ondercommandant o n t w o r p e n Veiligheidsverordening ingediend, welke de Gemeenteraad, tengevolge van verschillende omstandigheden, pas in haar z i t t i n g van 9 Maart 1932 in haar e i n d v o r m kon aannemen. Nog op tal van andere verbeteringen, die in de laatste jaren hebben plaats gehad, zou ik kunnen wijzen. Zoo w o r d t het personeel door dagelijksche gymnastische oefeningen lichamelijk getraind. Het k r i j g t onderr i c h t in verbandleer en eerste hulp bij ongelukken en â&#x20AC;&#x201D; d i t spreekt vanzelf â&#x20AC;&#x201D; in de t h e o r i e der brandbestrijding. Aan de m o t o r s p u i t e n werden verscheidene technische verbeteringen aangebracht, waardoor b.v. het uitleggen der slangen op veel snellere wijze kan geschieden dan voorheen het geval was , in ongeveer 45 seconden worden nu 120 m persslang, gekoppeld en w e l , uitgerold. Verder brengt de Brandweer sedert 193 I advies u i t over het verleenen van vergunningen voor fabricatie en opslag van brandbare artikelen en w o r d t er controle uitgeoefend op reeds afgegeven vergunningen. Dat deze controle n u t t i g w e r k t , moge blijken uit het feit, dat ondanks de uitbreiding van het aantal fabrieken en opslagplaatsen, het aantal groote branden v e r m i n d e r d is.


NIEUW SOERABAIA A FD E E LI N G

4

DE ECONOMISCHE ONTWIKKELING DER

STAD

HOOFDSTUK

1

HAVEN

EN

S C H E ERVAART

HOOFDSTUK

2

DE

HANDEL

HOOFDSTUK 3

DE

INDUSTRIE

HOOFDSTUK 4

DE

JAARMARKT


^HAVEN

S

EN

SCHEEPVAART.

De geografische ligging van Soerabaia. — De achteruitgang van Grisee en de opkomst van Soerabaia. — De ontwil<l<eling van het prauwvervoer langs de Soerabaia-rivier. — De openlegging van het achterland en de opbloei der landbouwindustrie. — De Brantasdelta, het centrum der suikerindustrie. — Vestiging van de hoofkantoren der cultuurondernemingen en van een belangrijke machine-industrie te S. — Vroegere haveninrichting. — Plannen t o t verbetering der haventoestanden, als gevolg van de klachten der prauwenveren en de groote scheepvaart. — Het plan Van Goor. — Het advies der „Eerste Nederlandsche Havencommissie" (Prof. Dr. J. Kraus en G. J. de Jongh). — Een nieuwe douane-behandeling. — De verwezenlijking der plannen. — De werken en hun exploitatie. — Principes van den opzet. Algemeene inrichting. — Uitvoering der werken. — Uitbreiding. — Algemeene opzet der havenwerken. — Verdere outillage. — Aanlegkosten. — De toegangswegen. — Handel en scheepvaart.

oerabaia voldoet aan alle geografische voorwaarden, welke vereischt worden voor de

ontwikkeling

van een havenplaats. Aan het eind en in het nauwste gedeelte van de t r e c h t e r v o r m i g e Straat Madoera gelegen, m e t een veiligen toegang aan Oost- en W e s t z i j d e , vindt de reede in het eiland Madoera een n a t u u r l i j k e beschutting tegen s t o r m e n en deining, zoodat de mogelijkheid van overlading van zeeschip in lichter en omgekeerd zonder o n d e r b r e k i n g het geheele jaar door verzekerd is. De havenplaats Grisee, welke in vroeger eeuwen ontstond tusschen de monden der beide groote r i v i e r e n , de Solorivier en de Brantas (Kalimas), was oudtijds van g r o o t e r belang dan Soerabaia. Bij Grisee bereiken de heuvels, welke de n a t u u r l i j k e grens v o r m e n tusschen de Solo- en de Brantasdelta, de kust en t e r w i j l aan de N o o r d - en Zuidzijde van d i t stadje de kuststrook laag en slap van compositie is en van vroeger af bedekt is m e t bijna ontoegankelijke strandbosschen en -moerassen, konden t e Grisee d i r e c t aan de kust op vasten grondslag huizen en goedangs worden gebouwd. De vruchtbare Brantasdelta was reeds vroeg in c u l t u u r gekomen. De landbouwproducten van de Brantasdelta werden afgevoerd langs de r i v i e r en naarmate in d i t vruchtbare, reeds vroeg geïrrigeerde

gebied

meer producten voor de Europeesche m a r k t werden v e r b o u w d , w e r d de verzending via de Soerabaia-rivier belangrijker en ontstond aan de grens der strandmoerassen, waar voldoende vasten grond w e r d aangetroffen, de havenplaats Soerabaia, die w e l d r a Grisee zou overvleugelen. D o o r de e n o r m e toename van het verkeer konden de prauwen het vervoer niet meer aan en w e r d een krachtige o n t w i k k e l i n g van land- en spoorwegen noodzakelijk. De aan- en afvoer naar en van het binnenland via de Soerabaia-rivier is dan ook nagenoeg verdwenen, echter wijzen de schutsluizen naast de stuwsluizen Goenoengsari en Goebeng in die rivier, nog op de vroegere beteekenis van dat scheepvaartverkeer,

dat

door die opstuwing, welke voor irrigatie-doeleinden noodig was, onafhankelijk w e r d van de rivierstanden. Toen de scheepvaart op het buitenland t o e n a m en de daarvoor gebezigde schepen g r o o t e r werden dan de scheepjes van inlandsch maaksel, die het verkeer m e t de overige eilanden van den A r c h i p e l en de kustvaart onderhielden, konden deze buitenlandsche schepen w e l d r a geen ligplaats meer vinden in den r i v i e r m o n d , o m d a t deze onvoldoende diepgang bood. Men moest toen op de reede voor den r i v i e r m o n d voor anker gaan. Hoewel de omstandigheden in het achterland reeds zeer vroeg gunstig waren voor de o n t w i k k e l i n g van een d r u k vervoer, als exporthaven in het internationaal verkeer kreeg Soerabaia eerst beteekenis, toen zich in de vlakte van het vruchtbare achterland een bloeiende landbouwindustrie en in het gebergte belangrijke bergcultures o n t w i k k e l d e n , welke stapelproducten voor de buitenlandsche m a r k t gingen leveren. Een g r o o t e en regelmatige hoeveelheid w a t e r van de Brantas in den drogen t i j d , gepaard m e t een groote vruchtbaarheid van de gronden in haar delta, leidden reeds vroeg t o t de vestiging der suikerindustrie in deze


streek. Van nog g r o o t e r beteekenis w e r d deze vestiging, toen in de tachtiger jaren der vorige eeuw nabij M o d j o k e r t o grootsche w a t e r w e r k e n werden aangelegd. Sindsdien werd de Brantasdelta geleidelijk het belangrijke c e n t r u m van de s u i k e r i n d u s t r i e . O o k in het boven-Brantasgebied, gelegen in de residenties Madioen, Kediri en de afdeeling Malang der residentie Pasoeroean, ontstond reeds vroeg een bloeiende suikerindustrie. Het gevolg van een en ander is, dat thans 62 van de 180 suikerfabrieken, die Java op het oogenblik t e l t , naar Soerabaia afvoeren.') Behalve deze 62 suikerfabrieken liggen ten Oosten daarvan nog 38 suikerondernemingen, welke hun product rechtstreeks afvoeren naar de kleine kusthavens: Pasoeroean, Probolinggo, Besoeki, Panaroekan en Banjoewangi. De hoofdkantoren der cultuurondernemingen, welke deze 100 fabrieken a d m i n i s t r e e r e n , zijn te Soerabaia gevestigd en, voor zoover de machinerieën en verdere benoodigdheden voor deze ondernemingen op Java w o r d e n vervaardigd, worden deze voor een g r o o t deel van Soerabaia b e t r o k k e n , hetgeen de vestiging van een belangrijke machine-industrie en van constructiewerkplaatsen ten gevolge had, welke vrijwel alle benoodigde materialen via Soerabaia i m p o r t e e r e n . O o k voor de 62 bovenbedoelde suikerfabrieken w o r d e n de benoodigdheden van uitheemschen oorsprong geheel en voor de 38 Oosthoekfabrieken voor een deel via Soerabaia geïmporteerd. Hoewel de suikerindustrie voor Soerabaia van overwegend belang is, dragen het bestaan van verschillende bergcultures en de verbouw van andere stapel producten voor de buitenlandsche m a r k t , vooral van tapioca (cassave), koffie, rubber, agave-vezels, tabak en copra, veel bij t o t het goederenvervoer via Soerabaia-haven. Z o o o n t w i k k e l d e n zich reeds in de laatste helft der vorige eeuw te Soerabaia een scheepvaart en goederenbeweging, die deze plaats weldra t o t de belangrijkste Indische havenplaats zouden maken. Echter onderscheidde de wijze, waarop koopmansgoederen werden uit- en ingeklaard en verscheept, zich toen in wezen niet van die, welke tegenwoordig nog op de kleine kusthavenplaatsen plaats vindt. De importgoederen werden op de reede in lichters overgescheept, welke over 3' o k m afstand de Kaiimas werden opgesleept en hun lading losten aan een douane-emplacement op den linkerrivieroever, bij den z.g. „ G r o o t e n B o o m " , van waar zij na verificatie en betaling der rechten, werden vervoerd naar de pakhuizen der i m p o r t e u r s . De verscheping der producten geschiedde buiten d i t douane-emplacement o m u i t particuliere pakhuizen, die tegenover en benedenstrooms op den rechter rivieroever waren gelegen en voor een klein deel ook nabij den „ G r o o t e n B o o m " op den linkeroever gebouwd waren. Langs beide oevers bevond zich een straatweg, zoodat het goederenvervoer u i t de pakhuizen en naar de pakhuizen het straatverkeer moest kruisen, hetgeen voor beide belemmerend w e r k t e . Op beide rivieroevers was verder een klein spoorwegemplacement gelegen, dat door middel van zijlijnen, die aan de pakhuiszijde langs den rijweg gelegd waren, deze loodsen bediende. Langs ongeveer de laatste 2 k m der rivieroevers stonden geen pakhuizen. Aan den rechteroever staat nog steeds het Marine-Etablissement, dat een eigen haven voor de oorlogsvloot en de gouvernements-vaartuigen heeft. De lichters, welke de importgoederen naar den „ G r o o t e n B o o m " vervoerden, moesten, als gevolg van bovengeschetste situatie, de langs beide oevers liggende prauwen, welke bezig waren exportlading in t e nemen, passeeren. Daar de r i v i e r op vele plaatsen slechts 30 m breed was, is het duidelijk, dat het verkeer van óp- en afvarende prauwen, tusschen de t e r weerszijden gemeerde, soms in dubbele rij naast elkaar liggende, lossende en ladende lichters, slechts zeer langzaam kon plaats vinden en herhaaldelijk opstoppingen veroorzaakte. De hoeveelheid te behandelen goederen

werd

dientengevolge gelimiteerd niet zoozeer door de

vervoerscapaciteit van de prauwenvloot, dan wel door die van de Kalimas, waarop men voor de prauwvaart uitsluitend was aangewezen.

1) De 'malaise heeft ook in dezen toestand een enorme wijziging gebracht. Het zal t o t 'den taak van den geschiedschrijver der volgende periode behooren, om die veranderingen aan te geven.


De eerste plannen voor een eigenlijke zeehaven, waarbij directe verbinding tusschen zeeschepen en den v/al mogelijk zou worden gemaakt, ontstonden omstreeks 1875. De verkeersmoeilijkheden in de Kalimas hadden toen nog niet die ernstige afmetingen aangenomen, die tegen het begin dezer eeuw aanleiding gaven t o t steeds dringender klachten. De gunstige plaatselijke omstandigheden waren oorzaak, dat die plannen niet t o t u i t v o e r i n g k w a m e n . Na eenige andere voorloopige plannen w e r d door den toenmaligen ingenieur der Staatsspoorwegen, W . de Jongh, een zeehavenproject opgemaakt, dat in 1897 der Indische Regeering t e r autorisatie w e r d aangeboden. D i t plan o m v a t t e den aanleg van een havenbassin ongeveer op de plaats, waar zich thans de in de laatste jaren belangrijk uitgebreide Marinehaven bevindt. De hieraan verbonden kosten oordeelde men voor de toenmalige tijdsomstandigheden echter te hoog in vergelijking m e t het te verwachten n u t t i g effect. De zeehaven-plannen waren dientengevolge weder voor geruimen t i j d van de baan.

Drie plannen voor den opbouw van de haven van Soerabaia, ĂŠĂŠn van: ir. W . B. van Goor l(inl<s) en twee van dr. ir. J. Kraus en G. J. de Jongh (in het midden en rechts). Tenslotte werd de huidige haven volgens dit laatste plan aangelegd. Voor een nadere toelichting van deze drie plannen, verwijs ik den lezer naar den uitvoerigen tekst.

Intusschen deed zich naast de b e l e m m e r i n g van de vaart op de Kalimas, als gevolg van het steeds toenemend verkeer, ook langzamerhand, maar niet m i n d e r dringend, het bezwaar gevoelen, dat er gebrek aan ligplaats was o m de prauwen te laden en te lossen. De hierdoor veroorzaakte stagnatie in het goederenvervoer had ten gevolge, dat de zeeschepen t e r reede ongewenscht lang werden opgehouden. Daar omstreeks dien t i j d ook de tonnenmaat der schepen, die de haven bezochten, geleidelijk g r o o t e r w e r d en als gevolg daarvan de kosten van een onnoodig oponthoud per schip, per dag hooger werden dan voorheen, begon men nu ook, naast de reeds lang vernomen klachten der prauwenveren en van den handel, die van de g r o o t e scheepvaart t e vernemen. De steeds ernstiger wordende klachten leidden in 1903 t o t benoeming van een havencommissie, die een duur zeehavenplan nog niet urgent achtte en die de oplossing van het steeds nijpender wordende vraagstuk zocht in den aanleg van een prauwenhaven ten Westen van de Kalimas. D i t plan w e r d in beginsel door de Regeering goedgekeurd en zou ook vermoedelijk wel zijn uitgevoerd, als niet omstreeks 1907 als Chef der 4e Waterstaatsafdeeling te Soerabaia ware benoemd de hoofdingenieur W . B. van Goor, t o t wiens w e r k k r i n g o.m. behoorde de havenaanleg. De heer Van Goor, die zich m e t de inzichten der Commissie 1903 niet kon vereenigen, moest in deze functie ook advies uitbrengen over een nota van den toenmaligen chef van Kooy & Co's a d m i n i s t r a t i e k a n t o o r , den heer J. F. Gentis, destijds een van de leidende figuren in Soerabaia's handelswereld, welke f i r m a groote belangen had bij den havenaanleg.

200


Een schetskaart, aangevende de vaarwaters van Soerabaia volgens de zeekaarten van I 9 I 6 / ' I 7 en 1923 voor wat betreft het Westgat en van 1925 voor het Oostgat. Ook andere gegevens zijn in deze kaart verwerkt. De schaal Is: 1: 300.000.â&#x20AC;&#x201D;

De heer Gentis wilde de voorgestelde prauwenhaven niet doen uitvoeren, maar zich voorloopig beperken t o t een v e r g r o o t i n g der verkeerscapaciteit der Kalimas. De heer Van Goor, die geheel frisch en daardoor onbevooroordeeld voor het vraagstuk stond, m e r k t e t e r e c h t op, dat zoowel het plan der Commissie 1903 als dat van den heer Gentis, slechts de

201


ernstigste en t o t dusverre het meest direct aan den dag getreden bezwaren zouden ondervangen. Men zou steeds van lichters moeten blijven gebruik

maken, hetgeen e x t r a behandeling, dus e x t r a kosten,

tijdverlies en risico zou meebrengen. Bovendien zou men toch wegens het steeds toenemend goederenvervoer genoodzaakt worden over t e gaan t o t u i t b r e i d i n g der opslagplaatsen, daar het douane-emplacem e n t aan den „ G o o t e n B o o m " op den duur zeker te klein zou w o r d e n . De heer Van Goor stelde daarom in zijn advies voor, o m de oplossing van het vraagstuk te zoeken in het t o t stand brengen van een aanlegplaats voor zeeschepen m e t daarachter gelegen opslagplaatsen en w e l , in tegenstelling m e t de plannen van 1897, aan de Westzijde der Kalimas. H e t hiermede t e bereiken voordeel was t w e e ë r l e i . In de eerste plaats beperkte men op die wijze niet het Marine-Etablissement in de uitbreidingsmogelijkheid van zijn havenbassins en dokgelegenheid. In de tweede plaats w e r k t e men zich m e t het nieuwe haven-emplacement niet van den aanvang af vast tusschen twee bijeen gelegen r i v i e r a r m e n , welke bij een ( l a t e r al spoedig noodzakelijk gebleken) uitbreiding, hetzij deze in oostelijke dan wel in westelijke richting zou worden gezocht, een zeer ongewenschte scheiding zouden gevormd hebben tusschen de beide deelen van het vergroote

haven-emplacement.

Het plan Van Goor hield in o m , uitgaande van het verlengde van den Westelijken oever der Kalimas, in diep w a t e r , ongeveer evenwijdig aan de dieptelijnen en in ongeveer W e s t e l i j k e r i c h t i n g , een pier uit te bouwen, die zoowel aan de N o o r d - als aan de Zuidzijde door kademuren begrensd, aanleggelegenheid zou bieden voor zeeschepen. Deze pier zou door een breeden, aan te plempen d a m m e t het land w o r d e n verbonden. Er behoorde moed toe o m m e t een project voor den dag te k o m e n , dat zoo geheel van alle vroegere o n t w e r p e n afweek, k o r t nadat door de Regeering in principe het plan was goedgekeurd voor den aanleg van een prauwenhaven ten Westen van de Kalimas, welk plan door drie corypheeën van den W a t e r s t a a t , w. o. den bekenden hoofdingenieur A. G. Lamminga, was o n t w o r p e n . N i e t alleen, dat de voorsteller niet direct kon rekenen op instemming van de centrale bureaux, die nog k o r t geleden voor de prauwenhaven hadden geadviseerd, maar het voorstel ging ook lijnrecht in tegen het denkbeeld, dat door een der voormannen van den daarbij b e t r o k k e n handel, geopperd was. Tegen het plan Van Goor ontstond, zooals t e voorzien was, bij de plaatselijke belanghebbenden v r i j algemeen een geweldige tegenstand. Bij deze tegenstanders voegde zich nog als onverwachte bondgenoot het Departement van Marine, w a a r t o e ook de dienst van Scheepvaart behoort, waaronder ressorteeren het Loodswezen en de Kustverlicht i n g en Bebakening. Van die zijde bracht men o.m.als bezwaren te berde, dat de aanleg van de door den heer Van Goor voorgestelde pier voor den mond der Kalimas en meer oostelijk, aanslibbingen zou veroorzaken en dat het aanleggen van zeeschepen aan de N o o r d p i e r door „ d w a r r e l i n g e n in den g e t i j s t r o o m " bezwaarlijk zou zijn. De onjuistheid dezer vermeende bezwaren werden later afdoende bewezen. Intusschen leek het, of deze algemeene tegenstand aan het plan Van Goor het l o t van de overige zeehavenplannen zou doen ten deel vallen, hetgeen den voorsteller evenwel niet belette, m e t groote energie zijn plannen t e verdedigen. Als eerste succes kon de heer Van Goor boeken, dat zijn plan op voorstel der Indische Regeering in 1909 door den Minister van Koloniën t e r adviseering in handen w e r d gesteld van de z.g. „Eerste Nederlandsche Havencommissie", bestaande u i t de heeren Prof. Dr. Ir. J. Kraus en den bekenden D i r e c t e u r van Gemeentewerken te R o t t e r d a m , den heer G. J. de Jongh. Met i n s t e m m i n g van den Minister van Koloniën w e r d door de Commissie t e r plaatse een onderzoek ingesteld; de reis der Commissie had niet alleen voor de haven van Soerabaia, doch voor het geheele havenwezen in Nederlandsch-Indië, vérstrekkende gevolgen. W a t de directe aanleiding t o t haar k o m s t b e t r e f t , kan worden o p g e m e r k t dat zij zich in hoofdtrekken geheel m e t het project-Van Goor kon vereenigen ; zij wees er daarbij op, dat ondanks een buitengewoon gunstige geografische ligging en groote belangrijkheid van haar achterland, een haven slechts t o t grooten bloei kon k o m e n , als haar technische i n r i c h t i n g geheel in orde is.

202


In verschillende besprekingen m e t de belanghebbenden uit handel, scheepvaart en prauwenveren te Soerabaia, wist de havencommissie Kraus—De Jongh, den tegenstand tegen de uitvoering van het plan Van Goor te overwinnen. T o t dezen gunstigen keer droeg vooral bij het feit, dat deze adviseurs het beginsel propageerden, dat gebroken zou worden m e t het oude, t o t dusverre in Indië gevolgde havenexploitatiesysteem, hierin bestaande, dat krachtens het reeds 20 jaar oude douane-reglement alle aan rechten onderworpen goederen voor de verificatie naar één douane-emplacement moesten worden gebracht. De Commissie raadde daarom aan, bij aanleg van een oceaanhaven het Rotterdamsche systeem van douane-behandeling toe te passen, n.l. dat de douane-ambtenaren de goederen in de nieuw op te richten loodsen der scheepvaartmaatschappijen, veemen en van het Land zelf, zouden onderzoeken, of zooals men het u i t d r u k t e , de goederen zouden niet meer naar de douane gebracht w o r d e n , maar deze zou zich naar de goederen begeven. De verdere voorbereiding van het gewijzigde project-Van Goor had een zeer v l o t verloop, waartoe de omstandigheid, dat de heer Van Goor intusschen t o t Directeur van het Departement van Burgerlijke Openbare W e r k e n w e r d benoemd, wel zal hebben bijgedragen. Met het uitvoeren van het definitieve project w e r d in begin 1912 begonnen. Het

eerste deel der werken k w a m in 1916 grootendeels gereed. De e x p l o i t a t i e volgens de

de havencommissie

ontwikkelde

grondbeginselen

werd

in 1919 voorbereid en in

1920

door

daadwerkelijk

ingevoerd. Op het door Ir. Van Goor zeer juist uitgekozen b o u w t e r r e i n was men verder niet gebonden aan een bestaanden toestand, waaraan het nieuwe w e r k zich moest aanpassen. Men had daar een onbeperkt bouwt e r r e i n , waarop men geheel vrij was in zijn project, zoodat een r u i m opgevat, aan alle moderne eischen beantwoordend haven-emplacement kon worden o n t w o r p e n , dat in een verre t o e k o m s t voldoende r u i m t e zou bieden voor een zich uitbreidend verkeer. D i t emplacement is eventueel in later t i j d aan de Westzijde op gemakkelijke wijze uit te breiden, zoodat ook dan een logisch m e t het bestaande samenhangend complex van bassins en handelsterreinen kan ontstaan, waarbij ook op eenvoudige wijze spooraansluiting mogelijk is, t e r w i j l verder de aansluiting aan het stadswegennet gemakkelijk kan worden t o t stand gebracht. Bij het opzetten van het definitieve plan ging de Commissie Kraus—De Jongh van de volgende grondgedachten u i t : Ie.

Een haven enkel voor lichters is ten eenen male onvoldoende ; de zeeschepen moeten er o n m i d -

dellijk gemeenschap kunnen verkrijgen m e t den vasten w a l . 2e.

W a a r gunstige factoren voor den bloei eener haven, als gevolg van een gunstige geografische

ligging en de belangrijkheid van haar achterland, aanwezig zijn (en in het voorafgaande is reeds aan den dag gekomen, dat zulks voor Soerabaia zeer zeker het geval is), kan deze eerst t o t volle o n t w i k k e l i n g k o m e n , als hare technische werken aan hooge eischen voldoen. 3e.

Wanneer men werken o n t w e r p t , of gaat uitvoeren voor een haven, die als Soerabaia een groote

t o e k o m s t heeft, en t o t welker o n t w i k k e l i n g juist die werken zullen strekken, dan moet men bij eiken stap, dien men doet, zich afvragen, welke stap de volgende zijn zal. Wanneer men v e r t r o u w e n heeft in die toekomst, dan moet het uit te voeren werk

deel uitmaken

van een vooraf beraamd plan van verdere

strekking. 4e.

R u i m t e , overvloedige r u i m t e is voor een goede haveninrichting een eerste vereischte, opdat een

vlugge v e r w e r k i n g van goederen in alle richtingen mogelijk zij en men zich steeds naar voorkomende o m standigheden en behoeften kan inrichten. in het eerste deel van d i t hoofdstuk is aangetoond, dat de u i t k o m s t de juistheid van de sub I vermelde grondgedachte ten volle heeft bevestigd. H e t definitieve havenplan, dat de commissie Kraus—De Jongh voorstelde, voldeed op schitterende wijze aan het sub 2 genoemde desideratum. Als gevolg van de door haar voorgestelde nieuwe exploitatiewijze, kon zij u i t het plan Van Goor den bouw van loodsen en pakhuizen op rekening van het havenbedrijf laten vallen. V o o r een genoemd bedrag van f 12.800.000,— tegenover een raming van den heer Van Goor van zijn plan van rond f 10.000.000,— stelde de commissie een plan voor, dat in veel r u i m e r e behoeften voorzag, en dat zich op eenvoudige wijze ertoe leende, o m aan de te verwachten eischen voor verdere u i t b r e i d i n g te voldoen. Dank zij hun a u t o r i t e i t wisten zij d i t duurdere plan te doen aanvaarden.

203


T e r w i j l de heer Van Goor had voorgesteld ongeveer t e r plaatse van de dieptelijnen van 17 en 18 m een pier in nagenoeg Oost-Westelijke r i c h t i n g zoo ver in zee u i t te bouwen, dat daarachter dus aan de landzijde, zonder baggerwerk een voldoend diepe k o m overbleef o m gelegenheid te geven voor het aanleggen van groote zeeschepen, w e r d deze pier (later N o o r d p i e r genoemd) definitief 250 m meer landwaarts gebouwd, m e t haar v o o r k a n t ongeveer samenvallend m e t de dieptelijn van 16 m. Dientengevolge moest, o m ook aan de Zuidzijde aanlegplaats voor hetzelfde type zeeschepen t e v e r k r i j g e n , de benoodigde diepte door baggerw e r k verschaft worden. O o r s p r o n k e l i j k dacht men daarvoor een strook t e r breedte van 250 m evenwijdig aan den Z u i d m u u r van de pier t o t 13â&#x20AC;&#x201D;S.H.V.P. u i t te diepen, in aansluiting m e t deze strook w e r d ten Zuiden van de N o o r d p i e r een havenbassin uitgevoerd m e t een t o t a l e lengte en breedte van 1000 m. De N o o r d p i e r verkreeg aan de zeezijde en aan de landzijde een lengte van resp. 1200 en 8 0 0 m ' , zoodat een t e r r e i n s t r o o k van 4 0 0 m breedte beschikbaar bleef voor wegen t e r verbinding van de pier m e t de rest van het haventerrein en bovendien de gelegenheid w e r d geschapen o m tusschen de Kalimas en het Oosterboord van het bassin een r u i m spoorwegemplacement t o t stand te brengen. De N o o r d p i e r verkreeg een breedte van 200 m ; hiervan was achter de beide kademuren 50 m bestemd voor onbebouwde kade en loodsbouw. De eerste, voorloopig in houten vakwerk uitgevoerde, tijdelijke loodsen werden

Prof.

10 m van den v o o r k a n t der kade gebouwd en kregen derhalve een diepte

beide leden van de z.g. â&#x20AC;&#x17E; E e r s t e

Ir. J.

Kraus,

Nederlandsche

een

der

Haven-commis-

van 40 m. Van de resteerende 100 m breedte van de pier werden strooken

sie", die t e r plaatse een onder-

van 30 m achter de loodsen bestemd voor rijweg, waarin de sporen zou-

zoek

den worden aangelegd, zoodat als m i d d e n t e r r e i n 40 m overbleef.

mogelijkheid en wenschelijkheid

heeft

ingesteld

naar

de

van den aanleg van een haven.

Als toekomstige u i t b r e i d i n g van kadelengte was in het o n t w e r p gere-

D i t o n d e r z o e k leidde t e n s l o t t e

kend op een tweetal pieren, uitgaande van het O o s t e r b o o r d , evenwijdig aan

t o t de opstelling van een plan,

de N o o r d p i e r , elk lang 700 m en breed 200 m. Tusschen elk der drie pieren

dat bij de u i t v o e r i n g vrij nauwk e u r i g is gevolgd.

was een w a t e r o p p e r v l a k t e van 160 m breedte gedacht.

Een belangrijk m o m e n t bij d e n havenbouw:

het plaatsen

s t e m p e l j u k k e n van de lijke caissons.

204

der

noorde-


O p grond van deze toekomstige situatie w e r d direct bij de u i t v o e r i n g van de N o o r d p i e r aan het oostelijk eind van den Z u i d m u u r ( A m s t e r d a m k a d e ) en loodrecht daarop een 160 m lange kademuur (TandjongPerakkade) gebouwd. V o o r het overige zou het Oosterboord begrensd worden door een m e t steen t e bekleeden t a l u d . Het Zuider- en W e s t e r b o o r d van het bassin zouden door een dam worden begrensd, waarachter de u i t het bassin vrijkomende baggerspecie zou worden opgespoten t e r v o r m i n g van t e r r e i n voor de bovenbedoelde woon- en handelswijk in het Zuiden en verdere kade- en opslagterreinen in het W e s t e n . in het eerste deel der u i t te voeren werken waren verder begrepen de bouw van 300 m kademuur voor prauwen aan de Zuidzijde van het bassin, uitgaande van het Oosterboord en de v o l t o o i i n g van een in 1910 reeds onder handen genomen bekading van den linkeroever van de Kalimas, waaronder begrepen een lengtekademuur van 350 m t e r aansluiting aan den N o o r d m u u r (Rotterdamkade) van de pier. Vanzelfsprekend moest de dienst der Staatsspoorwegen den bouw van het spoorwegenemplacement t e r hand nemen, zoodra de daarvoor bestemde gronden opgespoten en verder gereed gemaakt zouden zijn. Het bestek van d i t hoofdstuk laat een beschrijving van de constructie en uitvoering niet toe. V e r m e l d zij, o m d a t het een belangrijk keerpunt in de wijze van uitvoering betreft, dat conform het advies Kraus—De Jongh verschillende groote Nederlandsche aannemers werden uitgenoodigd naar de uitvoering mede te dingen. Het w e r k te Soerabaia w e r d opgedragen aan de Hollandsche Aanneming Mij. ( H . A . M . ) . Men brak bij deze havenwerken derhalve voor het eerst m e t het t o t dien t i j d in Ned. Oost-indië algemeen toegepaste uitvoeringssysteem in eigen beheer, m e t behulp van kleine aannemers voor leverantie van materialen en uitvoering van enkele onderdeelen ; voor het eerst w e r d aan een groote Europeesche aanneming-maatschappij een g r o o t w e r k in zijn geheel opgedragen. De behoefte aan meerdere kadelengte deed zich reeds gevoelen, t e r w i j l men nog bezig was m e t de uitvoering van het eerste gedeelte der w e r k e n . De eerste uitbreiding was speciaal bedoeld voor den opslag van per schip aangevoerde steenkolen, die verder naar het binnenland moeten worden vervoerd of voor bunkerkolen bestemd zijn. V o o r dergelijke bulkartikelen is een terreindiepte van 50 m achter den kademuur, als op de N o o r d p i e r voor opslagterrein beschikbaar is, onvoldoende. Daar er van den beginne aan gedacht was, de lossing en het bunkeren te doen plaats vinden door electrisch bewogen kolentransporteurs, die r u i m 80 m diepte achter den v o o r k a n t der kade kunnen bestrijken, kon een groote

t e r r e i n d i e p t e worden toegepast, zoodat

de

kosten van den kademuur niet zoo zwaar per m- opslagruimte d r u k k e n . Rekenend op een voldoend aantal sporen achter de opslagplaats, k w a m men t o t een benoodigde terreindiepte van 100 m aan de voorzijde begrensd door een kademuur. Ten behoeven van andere reflectanten, voor wien de beschikking over r u i m e opslaggelegenheid hoofdzaak is, w e r d in 1918 besloten de aangevangen bouw der Genuakade van 4 3 0 m met 490 m te verlengen; in totaal w e r d deze kade dus 920 m waarbij w e r d gerekend op een eerst

breedte

van 10 m, tegen de

gebouwde N o o r d p i e r van 9 m. De aanvragen in 1919 en 1920 naar kadeterreinen

tot

een totaal w a t e r f r o n t l e n g t e van meer dan 3 k m leidden in 1920 t o t de uitvoering van de H o l l a n d - e n Javapieren, welke na ' t gereedkomen nog maar slechts aan circa 8 0 % van alle toenmalige aanvragen zouden hebben voldaan. Bij deze kaden zou

men

gaan t o t een diepte onder laag water van

zeer

12 m.

Met

groote voortvarendheid werd aan de uitvoering dezer beide pieDe Van Goor-fontein op Perak. Het opschrift l u i d t : „ I r . W . B. van Goorpiêin, genoemd naar hem, die den grooten stoot gaf t o t den bouw van deze haven."


De Rotterdam kade, gezien van de reede. Links: het havenkantoor, daarnaast het gebouw van de N. I. S. H. M. en dan volgen naar rechts toe, respectievelijk de loodsen en kantoren van de stoomvaartmaatschappijen „Oceaan", „Rotterdamschen L l o y d " en „ N e d e r l a n d " .

ren begonnen, nog voor men de aanvragers door een huurcontract had gebonden. De k o r t daarop ingetreden malaise was oorzaal<, dat alle aanvragers zich t e r u g t r o k k e n . Gelukkig geschiedde d i t laatste nog voor er m e t den bouw van de 2de (Java)pier daadwerkelijk was begonnen, maar op een t i j d s t i p , dat de werkzaamheden aan de Hollandpier reeds zoover waren gevorderd, dat men dien bouw niet meer kon staken zonder opoffering van vele millioenen aan reeds v e r r i c h t w e r k . De bouw van deze pier (1650 m lang) w e r d d a a r o m , m e t behoud van slechts één aanvraag voor 300 m kadelengte, voortgezet. Eind 1925 is zij gereed gekomen. Thans is nog slechts 300 m verhuurd en w o r d t 320 m ingenomen d o o r een opslagloods en - t e r r e i n in eigen beheer bij de Havendirectie, zoodat nog 1030 m beschikbaar zijn. Men zal zich afvragen, wat wel de reden is, dat in afwijking van het definitieve project Kraus—De Jongh de twee nieuwe pieren ( H o l l a n d - en Java-pier) niet van het O o s t e r b o o r d , maar van het Z u i d e r b o o r d uitgebouwd, werden o n t w o r p e n . De reden dezer afwijking is, dat men bij het geleidelijk in gebruik nemen der werken niet voldoende rekening heeft gehouden m e t den zoo juisten raad der commissie Kraus—De Jongh, dat men bij eiken stap, die men doet, zich moet afvragen, w a t de volgende zal zijn. H e t in [ 9 1 3 aan de Droogdok M i j . „Soerabaia" d o o r het Gouvernement in e x p l o i t a t i e gegeven 14.000 tons drijvende droogdok had men een ligplaats gegeven voor de Tandjong-Perakkade. Tevens had de D.M.S. v o o r eigen rekening een drijvend dok van 3500 t o n lichtvermogen aangeschaft, dat direct ten Zuiden van het g r o o t e dok ligplaats kreeg. Daar aan een d o k i n r i c h t i n g een goed geoutilleerde werkplaats verbonden m o e t zijn, had de D.M.S. deze opgericht aan het O o s t e r b o o r d , d i r e c t t e n Zuiden van de Tandjong-Perakkade, dus juist aan het w o r t e l e i n d e der door de commissie Kraus—De Jongh als eerste u i t b r e i d i n g o n t w o r p e n middenpier. Verplaatsing der D.M.S. zou m e t zeer groote kosten gepaard gaan en er bleef geen andere oplossing over, dan de pieren van het Z u i d e r b o o r d uit, u i t te bouwen, alhoewel deze oplossing ongunstiger was o.a. ten aanzien van de spooraansluiting en de navigatie van de schepen, vooral die aan de Tandjong-Perakkade moeten meren. O o k voor de D.M.S. is de ligging van dokken en werkplaatsen niet fraai.

206


Bij de N o o r d p i e r was gebleken, dat de scheepvaartmaatschappijen een onbebouwde 1<ade van I 5 m breedte voor hun bedrijf het meest gewenscht achtten, instede van de oorspronkelijk gedachte t i e n m e t e r breedte. Teneinde nu de loodsdiepte van 4 0 m e t e r t e kunnen aanhouden, w e r d de t e r r e i n d i e p t e op de H o l landpier op 55 m bepaald, tegen 50 m op de N o o r d p i e r . Daar verder bij de e x p l o i t a t i e was gebleken, dat naar m i d d e n t e r r e i n van de N o o r d p i e r weinig vraag was, w e r d de Hollandpier zonder m i d d e n t e r r e i n g e b o u w d ; de wegen werden r u i m e r genomen. De Hollandpier is, blijkens haar opzet, evenals de N o o r d p i e r , bestemd voor het gewone scheepvaartbedrijf. Sedert 1927 zijn aan de Noordpier, naast twee veemen, uitsluitend de groote scheepvaartmaatschappijen gevestigd. V o o r dien t i j d werden twee terreinconnplexen door het Havenbedrijf geĂŤxploiteerd. H e t m i d d e n t e r r e i n van de N o o r d p i e r is in beslag genomen door tanks voor residu en vloeibare melasse, pakhuizen van i m p o r t e u r s en exporteurs, kantoren voor i m m i g r a t i e - en douanedienst en het p o l i t i e b u r e a u . Er bestaan plannen de kantoren voor i m m i g r a t i e en douanedienst meer naar het c e n t r u m te verplaatsen, ook de tanks voor opslag van residu zullen mogelijk naar terreinen worden overgebracht, waar meerdere r u i m t e v o o r u i t b r e i d i n g beschikbaar is. Het oosterboord ten Zuiden van de D.M.S.-terreinen, is bijna geheel door pakhuisbouw in beslag genomen m e t voorliggende steigers voor lichters. De Genuakade is voor 3 33 m voor kolenopslagterrein ingericht, t e r w i j l daar verder zijn gevestigd t w e e veemen, een scheepvaartmaatschappij en een melassemaatschappij. Langs den Kalimas-Westoever zijn de meeste t e r r e i n e n op langen t e r m i j n v e r h u u r d . U i t deze k o r t e o p s o m m i n g b l i j k t , dat m e t uitzondering van de Hollandpier v r i j w e l alle t e r r e i n e n m e t kademuur- en w a t e r f r o n t verhuurd zijn en er geen overmaat zou zijn, als de Hollandpier kon worden v e r h u u r d . Een ander onderdeel der w e r k e n , dat op grond van zeer vele aanvragen in 1919 en 1920 w e r d t e r hand genomen, is een prauwenkanaal ten Westen van de Genuakade direct in zee uitmondende. Kali Perak genaamd. D i t kanaal zou een diepte van 6 m â&#x20AC;&#x201D; S.H.V.P. krijgen, maar w e r d niet afgebouwd, o m d a t alle aanvragers zich bij het intreden der malaise eind 1920 t e r u g t r o k k e n . Later werden van de beschikbare oeverterreinen eenige kleine stukjes verhuurd tegen billijken prijs Een luchtfoto van de Knilm, een overzicht biedend van een belangrijk deel van het haven-emplacement met kaden, kantoren, loodsen, dokinrichting, rangeerterrein, zwembad. Boven: het Westgat, links: Grisee, rechts: Madoera.


in verband m e t den onafgebouwden staat van het kanaal en den geringen vraag naar t e r r e i n e n aan ondiep water. In t o t a a l is er aan kadelengte voor zeeschepen t o t stand gebracht aan de N o o r d p i e r en Tandjong-Perak en Dokkade 2520 m ; aan de Genuakade, m e t den t e n Noorden daarvan gelegen houten steiger, 1000 m ; en aan de Hollandpier 1650 m lengte. A a n ondiep water, waar dus alleen prauwen kunnen aanleggen, is een t o t a a l oppervlak van rond 404.300 m- t e r r e i n voor loodsbouw en open opslag aanwezig. H e t rond 6 7 0 . 0 0 0 m- groote S.S.-emplacement is r u i m opgezet en zal in staat zijn het goederenvervoer, ook als het geheele havencomplex in e x p l o i t a t i e is genomen, op v l o t t e wijze t e bedienen. De door opspuiten van baggerspecie verkregen w o o n w i j k beslaat rond 1.542.000 m-, waarvan een derde v o o r Europeanen en de rest voor inlanders en Vreemde Oosterlingen is bestemd.

De twee moderne kolentransporteurs, met over 't water uitschuifbare laadbruggen, middel waarvan men â&#x20AC;&#x17E; t w e e d i k " langs de kade liggende schepen kan bedienen.

door

Rond 28 k m wegen werden aangelegd. V o o r het grootste deel is het wegdek geasfalteerd; v o o r de nieuwste wegen w e r d daarbij gebruik gemaakt van een asfaltbetondek. W a t de verdere outillage der haven betreft, kan worden o p g e m e r k t , dat de kaden voorzien zijn van totaal 33 electrische portaalkranen (waarvan 11 van de groote scheepvaart-maatschappijen) waarvan twee van 10 t o n max. hefvermogen, drie (waarvan 2 havenkranen) van 5 t o n max. hefvermogen en de overigen, die max. 3 t o n kunnen heffen. Verder beschikt de haven nog over 7â&#x20AC;&#x201D;2^ ^ tons electrische walkranen. V o o r het lichten van lasten, zwaarder dan 10 t o n , heeft het havenbedrijf de beschikking over twee drijvende s t o o m bokken van resp. 25 en 50 t o n max. hefvermogen, welke gezamenlijk lasten t o t 60 t o n kunnen lichten. Bij de Droogdok Mij is verder in aanbouw voor haar eigen rekening een drijvende kraan van 75 t o n hefvermogen. Over het geheele emplacement is electrische d r a a i s t r o o m van 220 Voltspanning ( v o o r het kraanbedrijf 440 V o l t ) van de fasen tegen aarde beschikbaar. V o o r krachtdoeleinden kan hoogspannings-draaistroom van 5850 V o l t spanning beschikbaar worden gesteld, welke d o o r t r a n s f o r m a t o r e n t o t elke gewenschte spanning kan worden getransformeerd. V o o r d e electriciteitsvoorziening is r u i m 25 k m hoogspannings- en 35 k m laagspanningskabel gelegd. H e t kolenopslagterrein, m e t een oppervlakte van 38.830 m^, is d o o r den dienst van Gouvernementsbedrijven voorzien van t w e e moderne kolentransporteurs m e t boven w a t e r u i t r i j d b a r e laadbrug, zoodat â&#x20AC;&#x17E; t w e e d i k " langs de kade liggende schepen daarmede kunnen worden bediend.

208


H e t t e r r e i n w o r d t geëxploiteerd door de „ N . V . Nederlandsch-Indische Steenkolen Handel-Maatschappij". Beide transporteurs m e t een eigen gewicht elk van ca. 380 t o n en een bruglengte van

100 m en uit-

schuifbaren a r m van 27 m lengte, zijn voorzien van g r i j p e m m e r s m e t een Inhoud van ca. 4 m ^ waarmede de kolen u i t de r u i m e n der schepen gegrepen worden en via een l u c h t r a i l op elke w i l l e k e u r i g e plaats van het t e r r e i n of rechtstreeks in wagons gestort kunnen worden en omgekeerd van het t e r r e i n in de b u n k e r r u i m t e n der schepen of op wagons gebracht kunnen w o r d e n . Met deze twee transporteurs kunnen de kolen aanvoerende schepen gelost w o r d e n m e t een gemiddelde snelheid van ca. 200 t o n per uur. V o o r de kolenwerkzaamheden elders in de haven heeft bovengenoemde maatschappij de beschikking over t w e e drijvende bunkerkranen, gemonteerd op lichters welke elk ca. 700 t o n kolen kunnen bevatten. Langs de kaden van N o o r d p i e r , Tandjong-Perakkade en Hollandpier zijn d r i n k w a t e r l e i d i n g e n aan-

Het voormalige tankstation van de Pure Cane Molasses Cy.

gelegd, o m de langs die kaden merende schepen direct van d r i n k - en ketelwater te voorzien. Daar de d r u k in de gemeentelijke waterleiding niet voldoende is, o m bij de standpijpen aan de kaden de benoodigde d r u k hoogte van 15 m te leveren, w e r d op den hoek van den Prapatkoeroengweg en den Tandjong-Perakweg (gelegen direct t e n Zuiden van het havenbassin) een aanjaagstation gebouwd. Aan den Noord-Oosthoek van het havenbassin heeft zich op de vroeger beschreven wijze een dokbedrijf o n t w i k k e l d , dat over drie drijvende droogdokken (14000— 3500 en 1400 t o n ) beschikt en verder voorzien is van r u i m e , uitnemend ingerichte werkplaatsen, waar nieuwbouw en alle aan schepen

voorkomende

reparaties vlug kunnen worden v e r r i c h t , zoodat Soerabaia, ook w a t d i t b e t r e f t , de concurrentie m e t alle groote havens in het Oosten kan voeren. Betreffende de oliebunker-facillteiten kan het volgende worden medegedeeld. Ongeveer in 1918 werden door de Bataafsche Petroleum Mij een 2-tal tanks opgericht voor den opslag van residu (stookolie) op een van de Haven gehuurd t e r r e i n gelegen in het midden van de N o o r d p i e r , Deze tanks werden m e t een enkele pijpleiding verbonden m e t de Rotterdamkade ten behoeve van de Maatschappij „ N e d e r l a n d " en den Rotterdamschen Lloyd, m e t de A m s t e r d a m k a d e ten behoeve van de K.P.M, en de J.C.J.L. en m e t de IJmuidenkade. D o o r de geregelde toename van de hoeveelheden residu, welke voor bunkerdoeleinden werden ingenomen en eveneens door de steeds grootere behoefte aan Dieselolie t e n behoeve van motorschepen, bleek deze installatie niet meer aan de eischen t e voldoen, zoowel w a t bunkersnelheid als w a t aantal aansluitingen bet r e f t , d i t laatste vooral ook door de belangrijke uitbreiding, die de haven Inmiddels had ondergaan.


m»^»-

Twee foto's van een prachtkarwei, door de N. V. Droogtlaatschappii Links: het geheele brugcomplex w o r d t van een schip ge'il. , ,, schip, de „ H e r m e s " . Op den achtergrond (rechts): de ï f , , „ o \ / ^opgelegde"

D a a r o m w e r d het wenschelijk geacht eenige jaren geleden, de diverse nieuwe kaden van leidingen voor residu en Dieselolie te v o o r z i e n ; aangelegd w e r d een dubbele 10" pijpleiding (I voor residu en 1 voor Dieselolie) vanaf het B.P.M.-terrein op den N o o r d p i e r , r o n d o m de haven naar den kop van de Hollandpier en langs de Genuakade. Met uitzondering van een klein gedeelte van de meest Oostelijke zijde van de A m s t e r d a m k a d e en van de Rotterdamkade is thans practisch op elk punt in de haven, residu en Dieselolie rechtstreeks u i t pijpleidingen leverbaar. Door de zeer snelle toename van het gebruik van motorschepen w o r d t de hoeveelheid Dieselolie, benoodigd voor bunkerdoeleinden, steeds g r o o t e r ; deze zal b i n n e n k o r t die van residu overtreffen. De ongunstige terreinsomstandigheden eenerzijds en het feit, dat een g r o o t deel der uitvoeringswerkzaamheden in de jaren 1919 en 1923 moest worden t o t stand gebracht, dus in een periode, waarin de materialen en werkloonen t o p p r i j z e n b e r e i k t e n , waren oorzaak dat de t o t a l e kosten van de haven en haar inrichting buitengewoon hoog waren. Volgens een in 1930 in samenwerking m e t de Gouvernements-Accountantsdienst gemaakte nieuwe opstelling bedroegen de bouwkosten f67.367.695,33. H i e r i n zijn de kosten van de volledige outillage begrepen, dus ook van de electrische hefkranen, de drijvende stoomkranen, het den Lande toebehoorend 14000-tons dok, twee sleepbooten van resp. 150 en 250 P.K., welke als brandspuit dienst kunnen doen, verder een d r i j vende m o t o r s p u i t m e t een vermogen van 20.000 l i t e r water per m i n u u t , vijf bakprauwen voor den vuilnisen asch-ophaaldienst te water, vrachtauto's voor

den vuilnisdienst te

land, enz. Verder

zijn

in

dat

210 j


I.V. Drooj aatschappij „Soerabaia" op lofwaardige wijze opgeknapt. n schip getij it hersteld moet worden. Rechts : het „doorgesneden" hts): «"opgelegde" schepen van de K. P. M.

bedrag ook begrepen de kosten der loodsen, welke de haven in eigen beheer exploiteert, en een som van r u i m één m i l l i o e n gulden voor den 13 k m langen stroomleidenden dam (Djamoeandam) in het W e s t e r v a a r w a t e r . De reede van Soerabaia is van de Java-Zee langs twee wegen bereikbaar, het Ooster- en Westervaarwater, waarvan het eerste de meeste diepte biedt en den voor de scheepvaart belangrijksten toegang v o r m t . In I 896 lag de t o p van den drempel van het Westgat op 62 d m beneden Soerabaiahaven-vloedpeil (S.H. V.P.). Ten gevolge van de w e r k i n g der door een nieuwen 13 k m langen leidam (vanaf Oedjoeng-Piring naar het Djamoeanrif) geconcentreerde getijdestroomen, was de diepte acht jaar later toegenomen t o t 65,5 d m beneden genoemd peil. Men begreep, dat voor snellere resultaten kunstmatige verdieping niet m o c h t uitblijven en bij gebrek aan geëigende baggerwerktuigen w e r d t o t den arbeid met slibraderen, d i t is het loswoelen van den bodem in s t r o o m e n d water, overgegaan. In het tijdsverloop van 1908 t o t en m e t 1919, zag men deze moeite bekroond door een afvlakking van den drempel t o t 88 d m beneden S.H.V.P. of met andere w o o r d e n : men stak eind 1919 op de ondiepste plaats 64 d m onder laagwaterspring. W a t betreft de diepte, deze w e r d sedert 1920 weinig verbeterd, wel is als een gevolg van den v o o r t gezetten slibarbeid een verbreeding van den vaargeul geconstateerd, welke de scheepvaart ten goede k o m t . De toestand is dus thans zoodanig, dat schepen m e t een diepgang van 74 d m minstens eenmaal per dag het W e s t g a t in of u i t kunnen. Ter vergelijking w o r d t hier v e r m e l d , dat in-het Suezkanaal de grootst toegelaten diepgang 97,5 d m bedraagt. Hoewel deze toestand voor de scheepvaart weinig gunstig is, hebben de vaste lijnen zich aan den bestaanden toestand aangepast en alhoewel belanghebbenden uiteraard een verdieping der toegangswegen zou-


HOE SOERABAIA^EN

De d r i e boven afgebeelde p a n o r a m a f o t o ' s , respectievelijk g e n o m e n in de j a r e n 1910, 1917 en 1926 van den v o o r m a l i g e n Wilhelmina-towi een duidi „lied

z o n d e r w o o r d e n " van d u r v e n , zwoegen en o v e r w i n n e n d v o l h a r d e n . 1910

noordelijke punt van „ d e O e d j o e n g " bestaat nog voor een g r o o t deel u i t

( b o v e n ) : P e r a k is kaal en leeg. A l l e schepen liggen P feet a en

b l u b b e r en strandbosschen.

1917 ( i n het m i d d e n ) :

Er

kwnige

teekt

eerste loodsen zijn v e r r e z e n : de haven in w o r d i n g . 1926 ( o n d e r ) : In nog geen 10 j a r e n tijd is het geheele c o m p l e x v o l g e b o u w d . ^ odweerc e kadi en een g r o o t d o k b e d r i j f opgezet, een u i t g e s t r e k t s t a t i o n s e m p l a c e m e n t

212

is v e r r e z e n

d a a r ligt

het h a r t van

H a n d e l en Scheepva^de „'3edjo(


1\

ABAIAb\EN ONTSTOND.

1910

^ilhelmina-toPh ee 1 duidelijk beeld van de w o r d i n g van het Kiavenemplacement en van een deel van „de O e d j o e n g " . Z i j ipen liggen 4^* reec 3 en het personen- en g o e d e r e n v e r v o e r den):

Er

kWnige t e e k e n i n g in

het

geheel.

De drassige,

heeft

plaats

modderige

met

behulp

landtong is

van

tambangans

herschapen

in

een

en

vormen tezamen

laadprauwen.

„opgespoten"

lap

Ook

het

grond, waarop

>ouwd. ^ odtflleerc a k a d e n , w a a r a a n g r o o t e m a i l b o o t e n liggen g e m e e r d , zijn aangelegd, een havenkantoor, etablissementen, t i e n t a l l e n

een

uiterste de

loodsen

en Scheepva^de „'Jedjoeng" heeft in die j a r e n een belangrijke gedaanteverwisseling ondergaan.

213


den toejuichen en deze verbetering zeker zouden l<unnen benutten, zal v o o r l o o p i g van verdere verdieping wel niets komen, daar belanghebbenden in het algemeen niet bereid zijn in de v e r z w a r i n g der lasten bij t e dragen. In afwijking van het advies der commissie Kraus—De Jongh w e r d het beheer niet opgedragen aan een commissie van beheer, staande onder oppertoezicht der Regeering en correspondeerende m e t den Direct e u r der Burgerlijke Openbare W e r k e n , maar aan een Hoofd-ingenieur van den W a t e r s t a a t , als havendirecteur. Den havendirecteur w e r d een commissie van advies, de z.g. Commissie van Bijstand t e r zijde gesteld. O m v a t de havenbouw den aanleg, de verbeteringen en uitbreiding van de haveninrichting, haar gewoon onderhoud en e x p l o i t a t i e v o r m e n het eigenlijke havenbedrijf, waaronder is te verstaan het beschikbaar stellen van aanlegruimte voor schepen, opslagruimte voor goederen, t e r r e i n e n voor den bouw van loodsen, werkplaatsen en kantoren, w e r k t u i g e n

voor

het lossen en beladen van schepen en het verwerken van

goederen, electrische energie voor verlichting- en krachtdoeleinden, en water hoofdzakelijk ten behoeve van de scheepvaart. Bedoelde e x p l o i t a t i e w o r d t beheerscht door verschillende haven-reglementen, welke voor alle in Nederlandsch-lndië door den Gouverneur-Generaal in bedrijf gestelde havens van toepassing zijn. V e r d e r : de voorziening in sleep-en brandbluschmateriaal, de bevordering van de vestiging van w e r k lieden in de nabijheid van de haven en het treffen van alle maatregelen, waaronder ook die van hygiënischen aard, welke voor een goed havenbedrijf noodig zijn. H i e r b i j zij aangeteekend, dat het niet noodzakelijk w o r d t geacht, dat al het bovenstaande d i r e c t d o o r het havenbedrijf zelf w o r d t v e r r i c h t ; uiteraard kan daartoe gebruik gemaakt worden van andere, t o t deze verrichtingen meer geschikte Landsdiensten of p a r t i c u l i e r e n , maar het havenbedrijf m o e t overwegenden invloed kunnen uitoefenen op de wijze waarop en de voorwaarden waaronder die verrichtingen geschieden; het i n i t i a t i e f zal echter veelal van het Havenbestuur uitgaan. H e t havengebied o m v a t t e r r e i n en wateroppervlak. V o o r zoover de waarde van gronden rechtstreeks beïnvloed w o r d t door de aanwezigheid van de haven, worden zij gerekend t o t het havengebied te behooren. De grenzen van het haventerrein worden door den Gouverneur-Generaal vastgesteld. Buiten het havent e r r e i n is in den regel nog een gebied, de belangenkring der haven, waarop het havenbeheer geen beheersDe „Jan van der Heyden" in actie. Het „waterl<anon" is dreigend omhoog gericht. Op den achtergrond: Madoera.

214


„Loverslane" op Perak. Vooral bij maneschijn is het er heerlijk toeren.

bevoegdheden behoeft u i t t e oefenen, maar w a a r b i j de belangen van de haven toch zoodanig zijn b e t r o k k e n , dat het wenschelijk is, aldaar geen maatregelen t e t r e f f e n , als afstand van v r i j staatsdomein en u i t v o e r i n g van belangrijke w e r k e n , zonder voorkennis van dat beheer, teneinde t e v o o r k o m e n , dat door onbekendheid deze belangen onnoodig w o r d e n geschaad. O o k de grenzen van dezen belangenkring w o r d e n door Gouverneur-Generaal

den

vastgesteld. Het „Zeemanshuis" aan den Nieuwen Kalimasweg op Tandjong Perak, een stichting van de Ned.-lndische Vereeniging „ M i c h i e l Adriaanz. de Ruyter". Deze vereeniging werd op 24 Maart 1907 te Batavia opgericht en wel t e r gelegenheid van den 300en gedenkdag der geboorte van onzen grooten zeeheld. „ H e t doel der vereeniging is het verschaffen, waar zulks wenschelijk is van hulp en steun aan den zeeman in Ned.-lndié o.a. door het stichten en in stand houden van Zeemanshuizen". Het Zeemanshuis te Soerabaia, met den bouw waarvan in Januari 1933 werd begonnen, kwam begin Juni 1933 gereed. De officieele opening vond plaats op I Juli 1933. Het geheel maakt een degelijken en gezelligen indruk.

r-^-«^iiSW:

••#£ ?*•• • ^ ^


De bevoegdheid t o t de v e r h u u r van alle zaken, welke t o t een haveninrichting behooren, is verleend aan den Directeur der B.O.W., die echter gehouden is, alvorens van d i t recht gebruik t e maken, het oordeel in te winnen van de Commissie van Bijstand. Tevens is genoemd departementshoofd gemachtigd onder d o o r hem t e stellen voorwaarden zijn bevoegdheid over te dragen. O m niet t e uitvoerig te w o r d e n , m o e t betreffende het tegenwoordige beheer m e t vorenstaande w o r d e n volstaan. De direct op de scheepvaart drukkende kosten zijn het zeehavengeld en de loodsgelden. Deze bedroegen in 1923 f 6 6 6 . 2 9 8 , - e n f 61 3 . 2 5 5 , - o f t o t a a l f 1 . 2 7 9 . 5 5 3 , - ;

in 1925 f 7 9 4 . 2 8 9 , - e n f 8 0 7 . 6 8 2 , - o f t o t a a l

f 1.601.97 I, in 1928 f 9 5 1 . 0 4 9 , - en f i . 0 8 2 . 3 2 0 , - of t o t a a l f 2 . 0 3 3 , 3 6 9 , - en in 1930 f 959.119, en f 1.179.261,â&#x20AC;&#x201D; of t o t a a l f 2.138.380,â&#x20AC;&#x201D;. Deze havenonkosten bedroegen dus gemiddeld per schip en per m3 n e t t o inhoud, in 1923 f 7 4 8 . 7 1 , - en f 0,12 in 1925 f 836,98 en f 0,12, in 1928 f 879,87 en f 0,12 en in 1930 f 8 5 1 , 9 4 en f 0,12. Per v r a c h t t o n aangebrachte of weggevoerde lading bedroegen deze kosten in 1923, 1925, 1928 en 1930 resp. f 0,59, f 0,54, f 0,52 en f 0,59. Per I Januari 1928 w e r d ingevoerd het algemeen goederengeld-reglement; per t o n goed in buitenlandsch verkeer w o r d t geheven f 0 , 5 5 ; voor enkele goederen van geringe draagkracht w o r d t t o t een zeker bedrag ontheffing verleend. A a n goederengeld w e r d ontvangen in 1928, 1929 en 1930 resp. f 1.177.676, f 1.219.240, f 1.078,3 7 2 . De zeehavengelden en het goederengeld komen ten bate van het havenbedrijf. De loodsgelden w o r d e n buiten den dienst van het havenbedrijf gehouden en door den onder het D e p a r t e m e n t van Marine ressorteerenden dienst van Scheepvaart geĂŻnd. In t o t a a l bedroegen de ontvangsten van het havenbedrijf t e Soerabaia in 1930 f5.058.318,90 en de bedrijfsuitgaven exclusief rente en aflossing f 1.911.288,28, zoodat een bedrijfsoverschot van f 3.147.030,62 w e r d Zonsondergang op Pei-ak. ( F o t o

Isken.)


verkregen. D i t resultaat was niet voldoende o m de groote op het bedrijf drukkende kapitaallast ( r e n t e en aflossing = f 1.665.958,03

annuïteit) t o t een t o t a a l bedrag ad f 4.812.988,65 te dekken, zoodat het nadeelig saldo bedraagt.

Volgens de begrooting 1930 draagt het Land bij aan subsidies voor overheidszorg en voor dure en voortijdigen bouw f 1.483.000,—, na boeking van d i t bedrag wijst de verlies- en winstrekening over 1930 aan een nadeelig saldo ad f 182.958.03. De splitsing van de inkomsten en uitgaven b l i j k t u i t de volgende tabel.

1 9 3 0 Bedrijven en diensten inkomsten

Uitgaven

Directie

151.785 66

Onderhoud havens en d a m m e n

852.216 29

Reinigingsdienst

36.650 63

Straatverlichting

27.924 45

Brandweer

36.029 61

Kosten

Hoofdbureau

Bijdrage kleine havens Diversen

42.000 14.000 — 34.125 57

24.911 27

Havengeld

1.074.857 6 3 *

Goederengeld

1.078.372 30

10.226 33 157.197 50

Waterbedrijf

707.532 76 317.411 52

Electriciteitsbedrijf

392.445 78

215.097 73

55.821 50 63.175 —

71.164 18

131.431 75

23.149 19

1.056.619 76

35.278 35

Grondbedrijf

Kraanbedrijf Materieel verhuurbedrijf Goederenopslagbedrijf Kade-, steiger- en boeienbedrijf

10.125 14

136.770 16

15.604 I I

Passerbedrijf

60.525 33

15.157 68

Dokbedrijf

72.000 —

50.000

5.058.318 90

1.91 1.288 28

D i t overzicht geeft wel een duidelijk beeld van den grooten omvang, waartoe het havenbedrijf te Soerabaia zich in een periode van 10 jaar heeft o n t w i k k e l d . Tevens b l i j k t daaruit, dat in 1930 niet minder dan 95''Q van de bedrijfsinkomsten noodig waren o m de groote kapitaalslasten te dekken en dat deze post samen m e t dien voor onderhoud van havens en d a m m e n (waarvan het baggerwerk het leeuwendeel v o r m t ) vrijwel het geheele bedrag der inkomsten verslindt. Teneinde zich een denkbeeld te v o r m e n aan welke eischen het complex der havenwerken moet voldoen, worden eenige cijfers gegeven betreffende den omvang der handelsbeweging en van de scheepvaart. Van vroegere jaren bestaan geen volledige en alleszins betrouwbare statistieken van het goederenverkeer, waardoor een volledig overzicht bezwaarlijk is op te stellen. Men kan daarvoor slechts gebruik maken van de douanestatistieken van den in- en uitvoer. Daar voor de invoering van het statistiekrecht de douane meer speciaal belang had bij de aan rechten onderworpen goederen en de rechten-vrije goederen niet m e t dezelfde zorg werden behandeld, zijn de cijfers, welke vroeger door dien dienst werden verzameld, slechts ongeveer juist. H e t voor Soerabaia belangrijke interinsulaire verkeer is verder niet in die cijfers begrepen. Deze douanecijfers geven verder de goederenbeweging niet volledig in tonnenmaat, maar wel in geldswaarde. *)

M e t inbegrip van een bedrag ad f I 15.738,63 aan binnenhavengeld.

217


Bij de beoordeeling der hieronder opgenomen cijfers m o e t t e n slotte rekening worden gehouden m e t de dikwijls zeer sterke prijsfluctuaties in de verschillende jaren, in het bijzonder voor den uitvoer van suiker, rubber, koffie enz. voor de jaren I9l9en 1920. De zeer hooge invoer in de jaren 1921 en 1922 is een gevolg van het feit, dat men direct na den o o r l o g en de eerste twee jaren daarna in indië groote bestellingen deed, welke orders eerst geruimen t i j d later in een b e t r e k k e l i j k k o r t e periode werden uitgevoerd. Zulks gaf aanleiding t o t verkeerscongestie, die er weer t o e leidde, dat door de belanghebbenden zeer sterk w e r d aangedrongen op u i t b r e i d i n g van kademuren en opslagterreinen.Toen daaraan in koortsachtige haast was tegemoetgekomen, was het s t r o o v u u r uitgebrand, de i m p o r t weder zeer sterk v e r m i n d e r d en t r o k k e n de aanvragers van kaden en t e r r e i n e n zich t e r u g . De cijfers van 1922 en volgende jaren demonstreeren duidelijk deze sterke i n z i n k i n g . O V E R Z I C H T V A N DE G O E D E R E N B E W E G I N G V A N S O E R A B A I A ( I N D U I Z E N D T A L L E N Jaar

Invoer

Totaal

Uitvoer

_

1900

GULDENS)

_

1 35.000.-

1911

102.000

98.000

200.000.-

1915

90.000

132.000

222.000.-

1916

118.000

162.000

280.000.-

1917

120.000

100.000

220.000.-

1918

167.000

125.000

292.000.-

1919

162.985

510.634

673.619.-

1920

335.640

505.228

840.868.-

1921

328.355

198.867

527.222.-

1922

198.103

162.565

360.668.-

1923

166.963

240.964

407.927.-

1924

184.137

278.507

462.644.-

1925

214.650

267.927

482.577.-

1926

204.817

21 1.448

416.265.-

1927

199.988

240.413

440.401.-

1928

236.755

255.451

492.206.-

1929

261.678

214.357

476.035.-

1930

192.727

174.405

367.132.-

GOEDERENBEWEGING

Java

V A N J A V A EN M A D O E R A T E Z A M E N EN V A N GEHEEL NEDERL. I N D I Ë (IN MILLIOENEN GULDENS) en

N e d e r 1. 1 n d ë i

Madoera

Jaar

Invoer

Uitvoer

Totaal

Invoer

Uitvoer

1910 1911

219.30

258.70

281.-

326.-

1920

812.31

1.501.78

1921

790.28

658.61

1922

495.42

1923

430.60

1924

466.53

1925

530.97

Totaal

478.-

315.-

412.70

727.70

607.-

400.-

524.-

924.-

2.314.09

1.116.21

2.225.-

3.341.21

1.448.89

1.077.85

1. i 88.70

2.266.55

516.77

I.0I2.I9

691.09

1.1 36.20

1.827.29

829.27

1.259.87

614.54

1.370.20

1.984.74

900.58

1.367.1 1

678.27

1.530.60

2.208.87

837.17

1.368.14

818.37

1.784.79

2.603.16

j 1.568.39

2.433.69

1926

535.85

741.25

1.277.10

865.30

1927

543.73

804.36

1.348.09

871.73

1.624.98

2.496.71

1.580.04

2.550.03

1928

609.47

839.70

1.449.17

969.99

1929

668.37

708.18

1.376.55

1.072.14

1.446.18

2.518.32

1.105.96

833.38

1.203.05

2.036.43

1930

527.84

578.12


Een beschouwing der cijfers van de tabellen I en II leert, dat voor geheel Indië en voor Java en Madoera de waarde van den e x p o r t die van den i m p o r t als regel o v e r t r e f t . De belangrijk hoogere waarde van den i m p o r t voor Soerabaia in sommige jaren v i n d t zijn v e r k l a r i n g in het feit, dat de meeste i m p o r t h u i z e n , welke het achterland van Soerabaia en haar invloedssfeer, t.w. den Oosthoek van Java, m e t inbegrip van K e d i r i en Madioen, van buitenlandsche producten voorzien, t e Soerabaia gevestigd zijn en daar de import-goederen opslaan, voor zoover deze niet op directe bestelling u i t Europa w o r d e n aangevoerd en alsdan zooveel mogelijk rechtstreeks in dichtbijzijnde „ k l e i n e " havens worden ontscheept. De dichter

cultuurproducten bij

een der

worden

kleine

scheping afgevoerd, o m d a t Soerabaia, voor vervoer

daarentegen,

Oosthoekhavens de hoogere

voor

gelegen

zoover

zijn,

de

Soerabaia

naar

die

ondernemingen

plaatsen t e r

ver-

kosten, die men daar, vergeleken m e t de afscheepkosten

per lichter van den wal naar het schip m o e t besteden, toch nog altijd

zijn dan het verschil in spoorkosten van de cultuurondernemingen naar

voortbrengende

rechtstreeks

naar die

te

lager

plaatsen eenerzijds

en

anderzijds.

Men ziet h i e r u i t hoe het ontbreken van waterwegen van den Oosthoek naar Soerabaia, als gevolg van de configuratie van het t e r r e i n , die kanaalaanleg onmogelijk maakt, reeds vroeg aanleiding moest geven t o t het ontstaan van kleine kusthavens voor verscheping van landbouwproducten. Daar de invloedssfeer van Soerabaia, niettegenstaande hoogere vervoerkosten, wel in hoofdzaak via Soerabaia i m p o r t e e r t , maar niet e x p o r t e e r t , zal allicht de vraag rijzen of er nog andere factoren in het spel zijn, welke d i t verschijnsel beïnvloeden. Inderdaad bestaan die. De voornaamste is wel naast de in n o r m a l e jaren b e t r e k k e l i j k lage winstmarges, die er toe nopen de kosten t o t het bereikbaar m i n i m u m te reduceeren, dat het rechtstreeksch afschepen der producten van de groote Europeesche cultuurondernemingen niet naar een centrale haven, maar naar een g r o o t aantal kleine kusthavens nog in de hand gewerkt w o r d t , doordat er in Indië geen s t a p e l m a r k t voor de daar voortgebrachte cultuurproducten bestaat en deze producten in den regel voor een zeer g r o o t deel rechtstreeks naar het moederland of buitenland worden verkocht en afgevoerd. Terugkeerende t o t de handelsbeweging van Soerabaia, kan worden opgemerkt, dat de groote verscheidenheid van i m p o r t - en e x p o r t a r t i k e l e n , die niet alle in hetzelfde jaargetijde worden geëxploiteerd, t e n gevolge hebben, dat de handelsbeweging en de scheepvaart v r i j regelmatig over het geheele jaar zijn verdeeld. H e t gebruik van de kaden en handelsinrichtingen v e r t o o n t aldaar derhalve niet die groote seizoenfluctuaties als in de kleine export-havens, zoodat de gebruiksdichtheid, v r i j groot en dus het rendement zeer gunstig kan zijn, als m e n er voor z o r g t niet veel meer objecten (kaden, loodsen, kranen enz.) t o t stand te brengen, dan men in de drukste periode noodig heeft. Een gunstige factor is daarbij nog, dat de periode, waarop een der belangrijke i m p o r t a r t i k e l e n , voor

Soerabaia

(rijst) w o r d t

aangevoerd, valt

belangrijkste e x p o r t a r t i k e l , de suiker. den Juni t / m van

het

September, de

groote

na de periode van de drukste verscheping van

De grootste rijstimport

suikerverscheping heeft toch plaats in de

daarentegen

in de laatste en de

eerste

het

maan-

maanden

jaar.

V o o r 1920 geschiedde nog alle vrachtvervoer per prauw. In 1921 en 1922, toen de etablissementen der scheepvaartmaatschappijen nog niet die u i t b r e i d i n g en volmaking hadden gekregen, die zij thans hebben, en de kaden nog niet van kranen waren voorzien, w e r d slechts 19% der lading via de kaden verscheept. Naarm a t e de moderne scheepvaart-etablissementen en de electrische hefkranen gereed kwamen, nam d i t percentage snel toe. In 1923 was het reeds t o t 2 5 % gestegen, in 1924 t o t 3 3 % , in 1925 t o t 4 5 % , in 1929 zelfs tot

67,7%. De toename van het vervoer via de kade had een sterke achteruitgang van de prauwenvloot t e n ge-

volge. Op I Januari 1923 waren aanwezig 448 prauwen m e t e e n gezamenlijken inhoud van 53.836 m^, hiervan waren dat jaar in m a x i m o (in Febr.) 361 m e t 44.679 m'* in de vaart. Op I Januari 1924 was het aantal afgenomen t o t 4 3 7 , waarvan in m a x i m o (Jan.) 295 m e t een gezamenlijken inhoud van 37.645 m'^ in de vaart waren. In de jaren 1925 28 waren in m a x i m o in de vaart resp. 273 (Aug.) met 35.675, 274 (Jan.) m e t 35.869, 21 7 (Juli 1927) m e t 27.767, en 2 2 2 (November 1928) m e t 28.18 3 mK


In 1929 waren in m a x i m o 2 4 0 m e t 30.919 m^ in de vaart (October) en in December waren er van de 4 4 8 prauwen nog slechts 2 6 2 m e t een gezamenlijken inhoud van 32.784 m'^ over, waarvan in die maand slechts 223 m e t 28.415 m^ inhoud in de vaart waren. Overzicht der te Soerabaia aangekomen schepen. Aantal schepen

Jaar

N e t t o - i n h o u d in m^ (0.353357 Reg. t o n )

1910

1 189

6.021.197

1914

1240

7.414.034

1915

1169

6.509.056

1920

1512

8.157.688

1921

1763

9.679.025

1922

1712 1709

9.708.693 10.510.254

1925

1914

13.1 19.562

1928

2311

17.084.728

1929

2580

19.342.206

1930

2510

18.547.425

1923

Dat bovenstaande cijfers slechts een onvolledig beeld geven van de geheele scheepvaartbeweging t e Soerabaia, kan blijken u i t de onderstaande statistiek van de t o t a l e scheepvaartbeweging in Soerabaia's haven in 1929. T e r vergelijking is daarnaast ook die van de 2de haven van N e d e r l . Indië, Tandjong-Priok, gesteld, waaru i t het zeer groote verkeer m e t kleine inlandsche zeilvaartuigen, te Soerabaia, duidelijk spreekt. Scheepvaartstatistiek (929 Tandjong-Priok en Soerabaia. Aangekomen schepen

Soerabaia

Tandjong-Priok Soort

Stoomschepen

Aantal

m'' n e t t o

Aantal

m^ netto

a

2504

16.291.051

2122

15.803.390

b

24

276

163

14.426

a

557

3.959.350

356

3.473.314

b

120

12.804

3

182

Zeilschepen

a

6

2.154

347

b

3318

74.095

1 5994

170.993

Zeilschepen

met a

26

23.613

6

5.273

Motorschepen Particuliere

b

1

96

Gesleepte

a

95

59.882

schepen

b

1

171

56

9.435

t o t a a l a en b

6556

20.363.514

8797

19.537.338

hulpvermogen

a = g r o o t e r dan, b - - kleiner dan 300 m^. H e t zal daarbij opvallen, dat Priok, (ondanks een geringere handelsbeweging) een g r o o t e r aantal binnengekomen groote stoom- en motorschepen t e l t . Zulks is een gevolg van de omstandigheid, dat de vaste lijnen van Java naar het W e s t e n en vooral die naar het moederland, Soerabaia als eindhaven hebben, t e r w i j l Priok v o o r hen aanloophaven is, zoodat laatstgenoemde haven op elke reis t w e e m a a l , tegen Soerabaia in den regel eens, w o r d t aangedaan. Daarentegen b l i j k t de gemiddelde inhoud in m^ per binnengekomen zeeschip te Soerabaia g r o o t e r te zijn dan t e Priok. Deze inhoud was t e Soerabaia in 1923, 1925, 1927 en 1929 resp. 6.150, 6.855, 7.028 en 7.389 m^ netto, t e Priok (incl. Batavia) 5.729, 5.451, 6.421 en 6.556 m^ netto.

220


Prauwenrevue op de reede. (Foto Fotax.)

De steeds toenemende beteekenis van de haven van Soerabaia voor 's Lands schatkist w o r d t t e n s l o t t e d u i d e l i j k gedemonstreerd d o o r het volgende overzicht van de douane-ontvangsten van het t o l k a n t o o r t e Soerabaia, afgerond in duizendtallen guldens.

Jaar

Do Liane-ontvangsten

1905

f

4.450,000

1910

6.830.000

1918

9.835.000

1919

12.730.000

1920

, 21.335.000

1921

, 24.829.000

1922

, 23.789.000

1925

, 25.640.000

1928

, 32.646.000

1929

, 34.897.000

1930

1

, 30.170.000

1

221


0 D E

HANDEL.

Historische inleiding. — Huisvesting handelshuizen en pal<huizen. — Keerpunt 1906. — Manufacturen. — Ruwe katoen. — Petroleum in blik. — Boter in vaten. — Faillissementen. — Wereldoorlog. — Opleving 1918. — Crisis 1920. — Zegel-, statistiek- en uitvoerrechten. — Goederengeld. — Ondernemersraad. — Hulpcultuurbank. — Kamers van Koophandel. — Handelsregister. — Metriek stelsel. — Lucifers en aanstekers. — Faillissementen-overzicht. — Suiker. — Asni. — Suikerconferentie 1932. — Koffie. — K. P. V. — Rubber. — R. P. V. — Tabak. — Coprah, maïs, gaplek. — Veevoederartikelen. Veemwezen. — Crediethulpbank. — Compensatie.

n 1602 w e r d de eerste Nederlandsche factorij in Java's Oosthoek te Grisee gevestigd, t e r w i j l van Soerabaia als handelsstad nog niet w e r d gerept. Toch telde laatstgenoemde plaats in 1625 reeds 50 a 60.000 zielen, t e r w i j l na enkele verwoestingen

in 1677 weer belastingen werden geheven, w a a r u i t de komende

belangrijkheid blijkt. In 1743 ging Soerabaia definitief aan de V . O . C , over, doch nog in 1746 was Gouveneur-Generaal Van Imhoff van meening, dat niet voldoende voordeel van de ligging van Grisee w e r d g e t r o k k e n . Onder Daendels ging Soerabaia in beteekenis v o o r u i t , doordat er een garnizoen in gelegd w e r d , door het oprichten van een c o n s t r u c t i e w i n k e l , de stichting van een f o r t , de verlenging van de havenhoofden en de uitdieping van de Kalimas. De verbetering van de haveninrichtingen, m e t de uitbreiding van de outillage t o t manipulatie van goederen in de opeenvolgende perioden van de 19e eeuw en in het hier beschreven tijdvak van 1906—1932, hebben Soerabaia t o t de belangrijke handelsstad doen o n t w i k k e l e n , welke het heden is. De behuizing van de meeste groote handelslichamen was bij den aanvang der 20e eeuw hoogst a r m o e dig. Pas even voor den oorlog begon men geleidelijk-aan moderne kantoorlocaliteiten te bouwen. Het vaak voorkomende t e k o r t aan voldoende scheepsruimte voor de uitvoerproducten, deed het gebrek aan pakhuisruimte duidelijk u i t k o m e n . De goedangs lagen t o t 1900 meest aan de Westzijde van de Kalimas, nabij den G r o o t e n B o o m , doch er was spoedig een t e k o r t aan r u i m t e , zoodat toen verlangend naar den aanleg van de thans bestaande spoorlijn aan den oostelijken oever werd uitgezien, waar nadien, als gevolg van die spoorweguitbreiding, groote pakhuizen zijn gebouwd. Daar

de handel ook na 1900 zich v o o r t d u r e n d bleef uitbreiden, kwamen langzamerhand aan beide

zijden van de Kalimas groote opslagplaatsen, na 1906 vooral voor den opslag van u i t v o e r a r t i k e l e n . H e t voor de Gemeente Soerabaia beteekenisvolle jaar 1906, was ook in de economische o n t w i k k e l i n g dezer landen een keerpunt. Een beschouwing van de dividenden sedert de tachtiger jaren van verschillende hier t e lande werkende ondernemingen, vooral van de landbouwgrootbedrijven, leert, dat de bedrijfsresult a t e n voor het jaar 1906 niet schitterend waren. Deze bedrijven hadden een k o m m e r v o l bestaan geleid. De opbloei sedert genoemd jaar kan grootendeels aan drie oorzaken worden toegeschreven : Ie.

De suikercultuur was de gevolgen van de crisis van 1884 te boven gekomen. Door de zuiverende werking van d i t regeneratieproces waren de zwakke ondernemingen ten onder gegaan of door de overblijvenden m e t behulp van de door d i t proces grootendeels ontstane cultuurbanken geabsorbeerd, t e r w i j l de sterkere door een wetenschappelijk bedrijfsbeheer het productieproces hadden gerationaliseerd en geperfectioneerd.

2e.

De landbouwindustrieën namen in belangrijkheid en beteekenis toe door de o p k o m s t van de rubberc u l t u u r en de expansie van de theecultuur ( K. A . R. Bosscha).

3e.

De p e t r o l e u m i n d u s t r i e w e r d door de toenemende vraag naar olie van de wereldscheepvaart en de industrie gestimuleerd t o t grootere productie en daardoor t o t expansie.


Een luchtfoto van een belangrijk deel van de „beneden"-stad, het centrum van de zakenwereld, met zijn vele kantoorgebouwen en moderne bankpaleizen naast oude sombere woonhuizen en lichtlooze, bouwvallige krotten. Het troebele water van de „ G o u d r i v i e r " vloeit traag zeewaarts. De legendarische „Roode Brug" (rechts op de foto) v o r m t reeds meer dan een eeuw de rechtstreeksche verbinding tusschen de Europeesche en Aziatische deelen van het uitgestrekte handelskwartier. Menig belangrijk punt zal men op bovenstaande kiek herkennen.

V o o r 1906 was Ned.-lndië nog niet in het wereldver[<eer opgenomen. De buitenbezittingen waren nog niet opengelegd, maar op Java, en in inet bijzonder te Soerabaia, bestond reeds een zel<ere economische ontwikl<eling, welke door de u i t b r e i d i n g van de bovenvermelde industrieën werd versneld. Ongeveer m e t den aanvang van de regeeringsperiode van Gouverneur-Generaal J. B. van Heutsz werden deze landen bij de wereldhuishouding b e t r o k k e n . Soerabaia was in het begin van deze eeuw meer een invoerhaven dan een uitvoerhaven, w a a r o m dan ook in de jaarverslagen van de in 1851 opgerichte plaatselijke Handelsvereeniging aan den

invoer de eerste

plaats w e r d i n g e r u i m d . U i t die gegevens b l i j k t de belangrijkheid van genoemde plaats als invoerhaven van katoenen stoffen. De handel in manufacturen k e n m e r k t e zich door t a l r i j k e „ups and downs", waarvan de laatsten werden veroorzaakt door scherpe concurrentie, ongeregelde en vaak te groote aanvoeren en v e r m i n d e r i n g van den k o o p k r a c h t der bevolking als gevolg van misoogsten. O o k de invoeren van katoenen garens, grootendeels ten behoeve van inlandsche weverijen, waren tam e l i j k g r o o t . Zij daalden in het begin dezer eeuw als gevolg van den achteruitgang van de inlandsche weefnijverheid, welke weer t o t oorzaak had de lage prijzen, waartegen sarongs enz. van Europeesch fabrikaat op de inlandsche m a r k t werden geworpen. In 1926 heeft Engeland de eerste plaats als exporteerend textielgebied aan Japan moeten afstaan. De boycot van Japansche manufacturen in de laatste jaren door de Chineesche handelaren, had niet veel invloed op den verkoop, o m d a t de inlandsche consumenten er o m bleven vragen, zoodat langs andere wegen, o.a. door tusschenkomst van Arabische handelaren, deze goederen toch werden geplaatst.

223


De Javasche Bank naar een ontwerp van Ed. Cuypers.

T e r w i j l in 1929 de prijzen van manufacturen in Europa slechts geleidelijk daalden, werden zij hier door de onderlinge concurrentie zoo sterk gedrukt, dat in vele gevallen verlies moest worden genomen. De belangrijke prijsdaling in cambrics in de tweede helft van 1929 heeft dan ook niet als directe oorzaak de b e t r e k k e l i j k geringe invoeren van Japan, doch de onveranderd groote zendingen uit Europa, t e r w i j l de opnemingscapaciteit der Inlandsche bevolking was afgenomen. Vele tusschenhandelaren wendden het op Europeesche goederen ontvangen crediet aan o m hun aankoopen op k o r t e n t e r m i j n van Japansche goederen te financieren. De verkoopen in het laatst van 1930 wekten den schijn van algeheele liquidatie onder den invloed der daartoe dwingende credietinstellingen, zoodat sommige i m p o r t z a k e n werden opgeheven. De geringe economische kracht der bevolking bleek u i t de vele betalingen in zilver door het binnenland, zoomede u i t den gang van zaken bij de pandhuizen. Er bestond alleen vraag naar goedkoope manufact u r e n , zoodat Japan in 1931 36,9 °o van den invoer als aandeel verkreeg. U i t de jaarverslagen van de Handelsvereeniging b l i j k t , dat Soerabaia i n d e periode van 1904â&#x20AC;&#x201D;1921 soms relatief belangrijke hoeveelheden ruwe katoen heeft verscheept. In 1903 w e r d m e t den aanleg van katoenaanplantingen door de bevolking in Java's Oosthoek een aanvang gemaakt, doch reeds dadelijk de verwachting uitgesproken, dat het product

ais

uitvoerartikel

onbeduidend zou blijven, o m d a t de planten teveel door insecten werden aangetast. De eerste verschepingen hadden in 1904 plaats en bedroegen rond 200.000 kg. Hoewel de uitvoer in 1906 t o t 900.000 kg steeg, waren de verkregen resultaten niet bemoedigend. In 1907 nam de productie t o t meer dan 1.000.000 kg t o e , doch Japan en China bleven het eenige afzetgebied. De vezel was voor de Europeesche spinnerijen ongeschikt en te k o r t , bovendien was de soms bij regen optredende gele kleur niet gewenscht.

224


'f-l

In vergelijking m e t de uitvoerproducten suiker, koffie en tabak bleef de katoen een a r t i k e l van weinig beteekenis ; deze volkscultuur w e r d dan ook niet uitgebreid. In 1918 leed de oogst van de abnormale droogte, doch de k w a l i t e i t bleek zeer goed, zoodat de prijzen van f 16.— stegen t o t f 2 1 . — a f 2 2 . — per picol, doch onder invloed van de prijsdaling der Amerikaansche katoen liepen zij weder t o t f 16.— t e r u g , w a a r u i t de invloed van den wereldprijs ook op d i t product b l i j k t . in 1919 was de uitvoer nog maar 130.000 kg, waarbij Japan verreweg als grootste kooper o p t r a d . Na d i t jaar verdwijnen de uitvoercijfers u i t de jaarverslagen, hoewel in 1920 nog 42.000 en in 1921 nog 69.000 kg werden uitgevoerd. De hoop op betere prijzen in 1931 voor de landbouwproducten van de inlandsche bevolking w e r d niet v e r v u l d , zoodat de koopkracht gestadig verminderde en voor Europeesche manufacturen geen plaatsing was t e vinden. Daartegenover geven de Japansche invoeren een belangrijke stijging te zien. Na het verlaten van den gouden standaard door Engeland, kon d i t land weder

eenigszins aan de concurrentie deelnemen,

doch

toen Japan eveneens dezen standaard prijsgaf, was daarvan geen sprake meer. Het aandeel in den invoer van garens en manufacturen door de Aziatische landen is in de laatste jaren sterk gestegen en wel van 36.26 % in 1929 t o t 54.9 % in 1931. De t o t a l e invoer van manufacturen is in 1931 m e t 3 l m i l l i o e n teruggeloopen, waarvan89 "^ voor rekening van Europa en A m e r i k a k w a m e n . In p e t r o l e u m ( b l i k k e n in kisten) w e r d in 1900 een scherpe concurrentie gevoerd tusschen A m e r i k a a n sche, Russische en Langkat-olie. De aanvoer van Russische p e t r o l e u m , welke meest speculatief in scheepsladingen w e r d aangevoerd en dan door den kooper van de geheele p a r t i j in detail gedistribueerd, nam na 1907 v o o r t d u r e n d af, o m d a t de binnenlandsche m a r k t langzamerhand door de Inheemsche en de Amerikaansche olie w e r d v e r o v e r d , waardoor de afzet meer w e r d gestabiliseerd. De invoer van boter in vaten, meerendeels t e n gebruike in hotels en restaurants, nam begin dezer eeuw gaandeweg af en bedroeg in 1906 nog slechts 511 vaten. Z o o w e l Australische als Europeesche boter in blik w e r d in de plaats daarvan in toenemende mate ingevoerd. N a de i n w e r k i n g t r e d i n g van de verhoogde invoerrechten op zout in 1907, hield de aanvoer daarvan geheel op, w i j l de prijs van het a r t i k e l die verhooging niet kon dragen. In het begin dezer eeuw k w a m de nadien steeds herhaalde klacht voor over lichtvaardige credietverleeningen aan Chineesche handelaren, m e t al de nadeelige gevolgen daaraan verbonden, welke alleen door verbetering van de faillissementswet en de werkwijze van de Weeskamers kunnen w o r d e n getemperd. De inning van vorderingen bij faillissementen w e r d in 1924 door de Weeskamer aan de Handelsvereeniging overgedragen, waardoor d i t deel vlugger kon worden behandeld. De verouderde werkwijze van de Weeskamer was echter oorzaak, dat geen afdoende verbetering k w a m in de afwikkeling van de faillissementen zelve. Aan deze samenwerking w e r d midden 1927 t a m e l i j k plotseling een einde gemaakt. Van het in 1925 ingediende r a p p o r t der commissie inzake de verbetering van de w e r k w i j z e der Weeskamers werden nog geen practische resultaten gezien. Nog steeds is de faillissementscura een deel van de overheidstaak en naar de meening van de Handelsvereeniging houden de daarvoor aangewezen organen niet voldoende rekening m e t de tijdsomstandigheden, w a a r o m zeer vaak de voorkeur aan een onderhandsch accoord w o r d t gegeven. N a m het aantal faillissementen na 1912 t e r plaatse af, dat in het binnenland nam toe, o m d a t het toenemend autoverkeer de i m p o r t e u r s gelegenheid gaf in directe relatie m e t de handelaren op het platteland t e t r e d e n . De nadien toegenomen invoeren van auto's werden door een steeds meer toepassing vindend afbetalingssysteem geplaatst. In andere branches is d i t nog niet zoo doorgedrongen, doch de hoe langer hoe meer in zwang komende lange c r e d i e t t e r m i j n e n moesten t o t een t o p z w a r e positie leiden, welke in deze ongunstige tijden t o t t a l r i j k e v e r w i k k e l i n g e n aanleiding heeft gegeven. Op faillissementen w e r d in 1913 8 t o n verlies geleden. O o k de Chineesche

tusschenhandelaren

hadden m o e i t e bij het incasseeren van hun vorderingen bij de bevolking.

225

\


Het kantoorpaleis van de Handelsvereeniging Amsterdam, dat in de plaats kwam van Soerabaia's derden schouwburg op het Komedieplein; het werd 18 A p r i l 1925 officieel geopend. Het gebouw werd ontworpen door het Architecten- en Ingenieursbureau Huiswit — Fermont — Cuypers (Weltevreden — Amsterdam). De totale opzet is een rechthoekige bebouwing om een groote binnenplaats heen. Hiervan zijn het frontgedeelte en beide zijvleugels uitgevoerd, t e r w i j l de achtervleugel als toekomstige uitbreiding geprojecteerd is, waardoor dan voor later ook een behoorlijke aansluiting t o t een groot geheel blijft gewaarborgd. Het gebouw is een van de weinige in Soerabaia, waarin kwistige versieringen zijn aangebracht. In de hall op den beganen grond zijn twee basreliefs geplaatst, voorstellende „ A r b e i d " en „ D e Vruchten van den A r b e i d " . Op het trapbordes tusschen de bel-étage en de Ie verdieping is een glas-in-lood-raam geplaatst, voorstellende de komst der eerste Hollanders voor Bantam. I n d e fries van de hall op de Ie verdieping werden eveneens voorstellingen „en relief" aangebracht, welke verschillende phasen van de suikerindustrie te zien geven, van het planten van het suikerriet t o t de verscheping van het product. Verder bevinden zich hier 2 paneelen, voorstellende het kantoor der H.V.A. te Amsterdam en het oude kantoor der H.V.A. te Soerabaia. In het middenvak der hall Ie verdieping is de bronzen plaquette van den Heer P. Reineke, den grondlegger der Cultuurzaken, geplaatst. De beeldhouwwerken werden vervaardigd onder leiding van den bekenden schilder W.O.J. Nieuwenkamp. W i e meer van dit bijzondere bouwwerk wil weten, verwijs ik naar het door de H.V.A. uitgegeven herinneringsalbum. (Foto Isken.)

Betrekkelijk k o r t na het uitbreken van den w e r e l d o o r l o g deden zich de gevolgen van d i t treurspel gevoelen. De stagnatie bij den invoer van Europeesche producten deed prijsverhooging ontstaan, t e r w i j l vele u i t v o e r p r o d u c t e n door de oorlogvoerenden als contrabande beschouwd werden, zoodat hout, huiden, rubber e.d. niet konden worden uitgevoerd, t e r w i j l maïs, arachides, cacao, koffie en thee verschillende keeren als voorwaardelijke contrabande werden aangehouden. Verschillende landbouwproducten hoopten zich in de pakhuizen op, doch in nog meerdere m a t e op de productieplaatsen zelve. De koopkracht van de Inlandsche bevolking, die haar producten niet in geld kon realiseeren, ging sterk achteruit, hetwelk van nadeeligen invloed was op den invoerhandel. H i e r b i j

kwam

een ongunstige weersgesteldheid, welke evenwel op de rijstproductie een gunstigen invloed had, waardoor althans voedseigebrek vooreerst w e r d v o o r k o m e n . De geringe aanvoeren deden den importhandel goede prijzen maken voor de aanwezige voorraden, hoewel men zich hierbij vaak r i j k heeft gerekend, t e r w i j l men inderdaad a r m is geworden. De oorlogsvrees deed de voorraden levensmiddelen bijna geheel verdwijnen, aangezien iedereen zich daarvan w i l d e voorzien. O o k de uitvoerhandel maakte goede prijzen voor bijna alle producten, doch de onverscheept gebleven hoeveelheden gaven belangrijke winstderving. De invloed van den o o r l o g begon zich in 1917 scherper af t e teekenen, aangezien de verscherpte duikbootactie de scheepvaart in Europa lam sloeg, w a a r d o o r de invoerhandel meer dan tevoren gedwongen w e r d andere productiegebieden t e zoeken in Oost-Azië en A u s t r a l i ë . Door de deelneming aan den o o r l o g viel A m e r i k a uit, o m d a t daardoor een uitvoerverbod w e r d uitgevaardigd voor verschillende a r t i k e l e n . Reeds toen liet het zich aanzien, dat, daar de invoer van Japan sterk

226

was toegenomen, ook na den o o r l o g d i t land een groote concurrent zou zijn,

^^^ r 8 V t o t " l 9 2 5 TnTe Chtneesche

speciaal voor de Nederlandsche t e x t i e l n i j v e r h e i d .

Voorstraat was gehuisvest.


Van de handelsvrijheid bleef in 1918 zoo goed als niets over. Overal, m e t uitzondering van Japan, zag zich de handel geplaatst tegenover belemmerende regelingen van in- en uitvoer. De moeilijkheden werden nog v e r m e e r d e r d door inbeslagname van Nederlandsche schepen in de havens der geassocieerden, w a a r d o o r de maatschappijen hun schepen in de havens hier te lande aanhielden en zoodoende afscheep van producten onmogelijk maakten. Door de Ned.-lndische Regeering werden geen schepen gerequireerd. W e l w e r d een u i t v o e r v e r b o d uitgevaardigd, teneinde daartegenover de invoer van hier noodige a r t i k e l e n te kunnen afdwingen. H i e r t o e w e r d voor den uitvoer van suiker, koffie, copra, hout, huiden, thee en peper een licentie van het Gouvernem e n t noodig v e r k l a a r d . V o o r de uitvoering w e r d 17 Juni 1918 te Batavia het Kantoor voor buitenlandsche handelsaangelegenheden ingesteld, welke instelling vele en nuttige diensten aan den handel heeft bewezen. A a n de bemoeiingen van het Gouvernement is het voorts te danken, dat ijzer- en staal producten en andere a r t i k e l e n u i t A m e r i k a konden worden ingevoerd, t e r w i j l de uitvoer van kapok, thee en koffie naar dat land en naar A u s t r a l i ĂŤ mogelijk w e r d . Vereenigingen van producenten van suiker, koffie, thee en rubber werden op instigatie der Regeering opgericht, waardoor m i n i m u m p r i j z e n konden worden vastgesteld en verliezen v o o r k o m e n . Kon de invoerhandel in de eerste helft van 1918 nog goede zaken maken, deze gunstige conjunctuur eindigde m e t het sluiten van den wapenstilstand, toen de prijzen m e t â&#x20AC;&#x17E;leaps and bounds" naar beneden gingen, waardoor op de voorraden en te ontvangen goederen gevoelige verliezen werden geleden. Langzamerhand openbaarde zich in de laatste maanden van het jaar een achteruitgang in den koopkracht van de Inlandsche bevolking als gevolg van de hooge rijstprijzen en verminderde oogstopbrengst van andere producten. De griep deed ook, vooral in den Oosthoek van Java, haar fnuikenden invloed gelden. Daar teruggang naar een lager niveau volgens de algemeene o p v a t t i n g naden oorlog moest volgen, verwachtte men lage aankoopprijzen van de invoerartikelen in 1919. Deze bleken evenwel niet lager te zijn waardoor de reeds geleden verliezen w a t konden worden gedekt. H e t buitenland hoopte hier een afzetgebied t e vinden voor industrieproducten en grondstoffen, u i t de eerste hand t e betrekken. H i e r d o o r kwamen vele buitenlandsche zaken, waaronder Japansche, zich hier vestigen. D o o r de vele belemmeringen van den rijstinvoer u i t Rangoon en Saigon, kwamen in den oorlogstijd, alleen voor rekening van het Gouvernement, nog belangrijke hoeveelheden van Saigon en Rangoon, welke door den dienst der voedselvoorziening werden opgeslagen en gedistribueerd. De invoer door den handel w e r d door het weigeren van invoerlicenties door de Regeering hier te lande onmogelijk gemaakt. In de oorlogsjaren heeft het Gouvernement met de monopoliseering van den rijstinvoer een taak volbracht, welke d o o r de omstandigheden dwingend was opgelegd, doch welke niet op het juiste m o m e n t weer aan den handel w e r d overgedragen (Selatdjaran). Tegenover de duurdere rijst in die jaren stonden de hoogere prijzen van de inlandsche landbouwproducten, zoodat de economische toestand van de Inlandsche bevolking niet ongunstig kon worden genoemd. De belangrijkheid van Soerabaia als rijsthaven b l i j k t wel hieruit, dat meer dan de helft van den rijstinvoer over deze plaats ging. De telegraaf, telefoon en spoorwegen konden direct na 1918 niet voldoen aan de eischen van het oplevend handelsverkeer, ook als gevolg van het steeds toenemend personeelgebrek bij genoemde diensten, w a a r i n door de regeering te laat w e r d voorzien. Een ware exodus van ambtenaren had plaats gehad, o m d a t de handel zich beter en soepeler aan de veranderde omstandigheden had weten aan te passen. Door d i t personeelsgebrek geraakte de invordering der belastingen ten achter. H e t jaar 1919 was een t i j d p e r k van overgang. V o o r een groot gedeelte bleef men aangewezen op de tijdens den o o r l o g aangeknoopte relaties, o m d a t die m e t West-Europa niet direct konden worden hernieuwd. Van verschillende Indische producten bleef de r u i l hier voortbestaan en het w e r d onwaarschijnlijk, dat o o i t de oogst van Indische producten weer in Nederlandsche of andere West-Europeesche havens zou worden verhandeld.

227


eerste verdieping, waar de kantoorlokaliteiten zalen, de goedang en het archief.

Het nieuwe gebouw van de Koloniale Bank aan de Willemskade. Als gevolg van de uitbreiding van haar cultuurbelangen in het derde decennium dezer eeuw, was het oude kantoorgebouw van de K.B. te klein geworden. Er werd besloten op dezelfde plaats, uitgebreid met het perceel tusschen dit oude gebouw en de Gemeente-Spaarbank, een nieuw en modern kantoorgebouw te doen verrijzen. Dit nieuwe gebouw, dat tegen het einde van 1928 gereed kwam, is een schepping van den architect Prof. C. P. W o l f Schoemaker te Bandoeng. De ca. 50 meter breede frontgevel aan de Willemskade kenmerkt zich door een domineerende horizontale lijn, welke slechts gebroken en daardoor geaccentueerd wordt door de iets hooger opgetrokken en sterker in relief gebrachte middenpartij, hetgeen de architectuur van het geheel verlevendigt. Deze frontgevel is in de hoofdas doorbroken door den hoofdingang, toegang gevende t o t een ruime vestibule; vandaar voert de breede hoofdtrap, welke .^.f;gv-w«Mwa!^ it,wf„^'sg .-«w Mitm ^ zich in twee armen splitst, naar de zijn ondergebracht; in den rez-de-chaussée bevinden zich slechts de eet-

De sprongsgewijze stijging der productenprijzen deed een geweldige speculatie ontstaan, waaraan velen deelnamen. Een ineenstorting w e r d v o o r k o m e n , o m d a t de noodwendige daling geleidelijk i n t r a d m e t kleine oplevingen. Begin 1920 w e r d het bestuur van de Handelsvereeniging als permanente commissie van arbitrage geïnstitueerd. In hetzelfde jaar w e r d ook het lidmaatschap dezer instelling voor de groote Chineesche handelsf i r m a ' s opengesteld. In het midden van het volgend jaar (1921) w e r d een koffie-arbitragebureau ingesteld en werden standaard-contracten voor koffie, coprah en rubber vastgesteld. Alhoewel in 1923 door de Handelsvereeniging een nieuw algemeen arbitrage-contract w e r d ingevoerd en aan de andere standaard-contracten aandacht besteed, w e r d een algemeene toepassing van de a r b i t r a l e rechtspraak op Java nog niet b e r e i k t . Aanvankelijk zette 1920 gunstig in, doch weldra deden zich ook hier de gevolgen gelden van de in Europa na den o o r l o g ingetreden malaise. De prijzen van alle goederen bleven aanvankelijk geweldig oploopen, waardoor de levensstandaard abnormaal hoog w e r d , zoodat de loonen moesten stijgen en de aanleiding t o t arbeidsconflicten was geboren. De i m p o r t e u r s hielden geen rekening m e t de mogelijkheid van een teruggang van de sterk opgedreven verkoopcijfers en gingen steeds v o o r t belangrijke hoeveelheden artikelen u i t Europa te bestellen, zelfs v o o r ver verwijderde t e r m i j n e n . D o o r een financieele crisis w e r d de m a r k t hier m e t Japansche goederen o v e r s t r o o m d , welke ondanks de m i n d e r e k w a l i t e i t de Europeesche goederen verdrongen, zoodat de i m p o r t e u r s ten slotte hun a r t i k e l e n ver onder de inkoopwaarde moesten verkoopen. Vele f i r m a ' s begonnen te wankelen, zoodat t a l r i j k e faillissementen moesten worden aangevraagd. O o k de valuta-concurrentie van de Duitsche industrie deed zich gevoelen, waardoor de Amerikaansche goederen werden verdrongen. De gevolgen van de vroeger in het w i l d e weg gedane bestellingen deden zich gelden, en zij, die bij het begin der daling zich van hun voorraden ontdeden, zijn er het best afgekomen. Noch A m e r i k a , noch Japan hadden voldoening gegeven ten aanzien van juisten levertijd en nauwkeurige effectueering van de bestellingen, zoodat in den loop van 1920 de handel zich weer naar Europaoriënteerde, waardoor de scheepvaart opnieuw kon opleven. O o k bij deze crisis kwamen gedachten op aan productiebeperking, kartelleering e.d., aangezien tegen het einde van 1920 de dalende prijzen der cultures buitengewonen tegenslag brachten. De kwestie van credietverleening w e r d netelig, o m d a t vele aanvragen als t e speculatief moesten worden afgewezen.

228


De toenemende v e r a r m i n g m Europa maakte, dat het afzetgebied voor Indische producten kleiner w e r d , t e r w i j l enkele landen bezwarende fiscale maatregelen namen, waardoor de handel hier w e r d getroffen. In 1921 traden de heffingen van uitvoerrechten op rubber, kina en kinabast, coprah, huiden, klapperolie, peper, tabak en t i n in w e r k i n g . Midden 1921 w e r d een productenbelasting op suiker, koffie, thee en tabak ingesteld m e t terugwerkende kracht t o t het begin van het jaar. V e r d e r w e r d de zegelordonnantie ingevoerd en verhooging van de i n k o m stenbelasting opgelegd. In 1925 w e r d de heffing van het statistiekrecht van kracht. In 1927 w e r d aan de Regeering verzocht d i t recht op I pro m i l l e t e stellen in plaats van ^ 4 % , doch m e t een beroep op den m i n gunstigen stand van 's Lands financiën w e r d d i t verzoek afgewezen. Sedert I Januari 1928 w o r d t een goederengeld geheven, zijnde voor de meeste artikelen een belasting van 31/2 cent per picol. Deze samenballing van belastingen, zooals zegelrecht, statistiekrecht, uitvoerrechten en goederengeld d r u k t zwaar op den handel. V o o r coprah bedraagt d i t alles ongeveer tezamen 46 cent per picol, tegen 4 cent courtage en 12 cent afscheepkosten. Naar de meening der Regeering is het goederengeld een r e t r i b u t i e v e heffing voor de door haven en inrichtingen bewezen diensten. Het

bracht in 1929 4 t o n meer op dan geraamd was (8 t o n ) .

D i t feit wijst nog op een belangrijke goederenbeweging, vooral van suiker, doch ook

artikelen

als ketellameel en maïs namen in beteekenis toe. O o k de invoerrechten en het statistiekrecht gaven voor 1928 een belangrijken vooruitgang aan. De invoer nam in 1928 m e t 4 4 m i l l i o e n t o e (totaal 243 millioen) en de uitvoer m e t 15 millioen (totaal 255 m i l l i o e n ) , zoodat in- en uitvoer elkaar naderden. In 1921 w e r d de Ondernemersraad voor Ned.-lndië opgericht, welke zich t o t taak stelde, de belangen van ondernemingen van landbouw, handel, industrie en transportwezen te bestudeeren en gegevens te verzamelen voor de beoordeeling van verschillende wijzigingen in de structuur van het economisch leven van deze landen. H i e r b i j sloten zich in 1931 de belangrijkste handelsvereenigingen in Indië aan. In de zorgvolle jaren na den w e r e l d o o r l o g heeft het Gouvernement door middel van een onder zijn auspiciën opgerichte h u l p c u l t u u r b a n k gepoogd credieten te verleenen aan die cultuurondernemingen, welke daarvoor in aanmerking kwamen. D i t i n s t i t u u t heeft van 1921 —1924 bestaan in den juridischen v o r m van de naamlooze vennootschap. Men verwachtte, dat de daling van de product e n p r i j z e n van tijdelijken aard zou zijn men wilde

de ondernemingen, welke

en

door

de lage prijzen in moeilijkheden waren geraakt, over zware tijden heen helpen. De voornaamste credietinstellingen, behalve de Javasche

Bank, brachten

kapitaal

bijeen t o t credietverstrekking, t e r w i j l het Gouv e r n e m e n t zich t o t 5 m i l l i o e n garant stelde voor

eventueele verliezen. H i e r o p

was

de

Javasche Bank bereid de noodige credieten t e verschaffen, m i t s elke aanvraag op zichzelve zou worden beoordeeld. De geboden hulp heeft zich slechts bepaald t o t hulpverleening op kleine schaal aan enkele ondernemingen. U i t alles bleek, dat het ziekteproces moest d o o r w e r k e n , zoodat het gestelde doel van de cultuurhulpbank niet

^^^^ ^^ .^ ^^^ modern Indisch kantooi-gebouw (n.l. in dat van de

w e r d bereikt.

Koloniale Bank) gewerkt wordt.


De Handelsvereeniging begon in 1922 een krachtige actie tegen de namaak van handelsmerken, waart o e een tentoonstelling w e r d gehouden op de Jaarbeurs t e Bandoeng, welke door den Gouverneur-Generaal w e r d bezocht. O o k in China, Japan en de Straits had deze actie de aandacht. In 1924 w e r d a r t . 393 W . v . S . gewijzigd, waarvan men gemakkelijker berechting van de overtreders verwachtte. Door de Handelsvereeniging w e r d in 1923 in a n t w o o r d op een ontvangen vraag geadviseerd t o t opheffing van de Kamers van Koophandel. H e t door den Directeur van Landbouw, Handel en Nijverheid in 1928 voorgestelde plan t o t opheffing van deze instituten en instelling van een Centrale Kamer kon niet de i n s t e m m i n g van belanghebbenden verwerven, o m d a t d i t lichaam niet voldoende georiënteerd zou kunnen zijn t e n aanzien van de locale belangen. In 1923 was een langzaam herstel t e bespeuren, ook d o o r d a t een verdere prijsnivelleering over de geheele wereld plaats vond. Door bezuiniging bij de overheidsdiensten kwamen de technische handelsondernemingen in moeilijke omstandigheden te verkeeren, hoewel ook geprofiteerd

kon

worden

van

prijs-

stijgingen in Europa. Van de instelling van een handelsregister heeft het

Gouvernement

in 1924 in verband m e t

de

ontvangen deskundige adviezen afgezien. Op aandringen van de Handelsvereeniging w e r d

het overgangstijdperk

voor

invoering

van

het

m e t r i e k e stelsel door de Regeering op 10 jaren gesteld. In verband hiermede w e r d in 1923 te Soerabaia een i j k k a n t o o r gevestigd. H e t Amsterdamsche pond, dat zoo'n grooten rol bij den suikerhandel speelde, zou m e t een t e r m i j n van 14 dagen u i t het verkeer moeten verdwijnen. Naar de meening der Regeering viel het echter onder de bepaling van a r t . 21, 2e lid van de I j k o r d o n n a n t i e , o m d a t suiker naar het buitenland bestemde koopwaar is, waardoor het voor d i t a r t i k e l in gebruik kon blijven. De invoering van het m e t r i e k e stelsel is langen t i j d geen succes gebleken, o m d a t de dessalieden aan de ingeburgerde maten en gewichten bleven vasthouden. Het bleek b.v. moeilijk t e zijn bij de z o u t w i n n i n g de picol t e v e r d r i n g e n . Verschillende standaardcontracten moesten w o r d e n veranderd door de invoering van d i t stelsel. De invoer van lucifers is gestadig afgenomen door het steeds meer in gebruik k o m e n van aanstekers, waarop evenwel — evenals op de vuursteentjes — de invoerrechten belangrijk zijn verhoogd als compensatie voor de v e r m i n d e r i n g van inkomsten op de lucifers. G r o o t e hoeveelheden aanstekers en vuursteentjes zijn nog tevoren ingevoerd, zoodat de invoerrechten op beide a r t i k e l e n den eersten t i j d nog relatief weinig opleverden ! Bovendien is de smokkelhandel zoo toegenomen, dat langs regelmatigen weg b e t r e k k e l i j k weinig vuursteentjes ingevoerd werden. De rechten bedragen f 300 per kg, doch de verkoopprijs was k o r t geleden nog belangrijk lager ! Medio 1926 w e r d een belangrijke verhooging van invoerrechten op sigarettenpapier ingevoerd, doch in hetzelfde jaar toezegging van een overgangsbepaling voor schadevergoeding verkregen. In het begin van 1928 w e r d de eerste frankeermachine op Java in gebruik gesteld. De laatste maanden van 1928 waren minder d r u k dan de eerste, zoodat zich hierin het begin van de naderende crisis liet onderkennen. De eene daling na de andere volgde in het laatst van 1929 voor de prijzen der producten, zoodat de crisis m e t volle zwaarte zich begon t e openbaren. Door de voortgezette prijsdaling liepen in 1930 de invoeren van k r a m e r i j e n sterk t e r u g . De provisiën en dranken, welke als luxe moeten worden beschouwd, gevoelden sterk den invloed der conjunctuur, ook daar de Inlandsche bevolking consument was geworden van een deel dezer a r t i k e l e n . V o o r de overige a r t i k e l e n dezer branche was het f e i t , dat ook andere zaken zich in combinatie m e t eigen a r t i k e l e n daarop gingen toeleggen, van ongunstigen invloed. Aangezien de uiterste zuinigheid bij het plaatsen van bestellingen voor vernieuwing of onderhoud van

230


—I

\

4

* * UI

• • • • lii^ W i »

«

Het gebouw van de Internationale Crediet- en Handelsvereeniging „Rotterdam" aan het Willemsplein, uitgevoerd naar een ontwerp van het A.I.A.-bureau.

fabrieken en installaties w e r d betracht, liep de invoer van technische artikelen sterk t e r u g : I929 8.557.000 2.277.000 1.226.000 1.910.000

machinerieën suikerindustrie pompen e.d. stoommachines en turbines dynamo's e. d.

I930 3.867.000 1.015.000 545.000 1.500.000

De scherpe concurrentie was oorzaak, dat een loonende verkoop niet mogelijk bleek, t e r w i j l steeds meer technische a r t i k e l e n door Japansche concerns werden ingevoerd, in 1931 w e r d de technische handel nog ernstiger getroffen, zoodat de indexcijfers van den invoer over 1929, 1930 en 1931 zijn te stellen op resp. 100 % 5 7 OQ en 19 %. De teruggang in waarde staat niet in verhouding t o t de verminderde hoeveelheden, aangezien ook de p r i j z e n belangrijk zijn gedaald, zoodat deze indexcijfers slechts relatieve waarde hebben. V o o r het eerst werden groote hoeveelheden Japansche gloeilampen van inferieure k w a l i t e i t in goed nagebootste Europeesche verpakking ingevoerd, t e r w i j l ook bij inschrijvingen voor het Gouvernement de Japansche concurrentie voor andere technische artikelen zeer merkbaar was. In 1931 werden 325 faillissementen uitgesproken m e t een gezamenlijk passief van bijna 5 m i l l i o e n . O m eenigermate een denkbeeld te krijgen van de w e r k i n g der conjunctuurfluctuatie van de laatste 10 jaren ontleenen we aan de jaarverslagen van de Handelsvereeniging de volgende cijfers : Jaar

Actief totaal

Aantal faillissementen

Passief totaal

Actief gemiddeld

Passief gemiddeld

Uitkeering %

1921

104

5,036,000

16,940,000

48,000

163,000

1922

195

1,353,000

10,948,000

7,000

56,000

12,5

1923

288

2,379,000

21,123,000

8,000

73,000

1924

245

1,186,000

12,602,000

4,900

51,000

II 9,4

30

891,000

12,350,000

5,000

70,000

7,2

481,500

6,369,000

2,100

70,900

7,5

207

828,000

6,702,000

3,600

20,600

17,6

207

1,040,000

6,416,000

5,000

31,000

16,2

238

551,200

2,795,000

2,300

1 1,700

19,7

335

909,900

4,211,000

2,700

12,500

21

325

356,500

4,784,600

1,097

14,280

1925

177

1926

228

1927 1928 1929 1930 1931

,

7.4


De voornaamste u i t v o e r a r t i k e l e n zijn s u i k e r , k o f f i e ,

tabak,

van

en

Soerabaia

rubber.

Omstreeks 1900 bedroeg de prijs van de ongeveer

suiker

f 5.— per picol, t e r w i j l het rendement

per

bahoe ongeveer de helft was van dat van heden. Vele fabrieken leden in dien t i j d belangrijke verliezen. Er waren in Oost-Java ongeveer 100 fabrieken in exploitatie, de vermalen aanplant k w a m van r u i m 90.000 bahoes en de productie bedroeg, buiten de zaksuiker, bijna 9 ^ -, m i l l i o e n picol. Gaandeweg ging

de

Javasuiker

haar

afzet

Oost-Azië vinden, vooral in Engelsch-lndië, t e r w i j l

in ook

China meer op den voorgrond t r a d . H i e r d o o r moesten de fabrieken zich meer

naar de eischen van de Oos-

tersche m a r k t e n richten. O n v e r w e r k b a r e stroop, al dan niet ingedikt, w e r d ook uitgevoerd.

De

verminderde,

in hoofdzaak naar het Oosten

uitvoer

omdat

van

suiker

naar

Hongkong

het daar geraffineerde

product

vroeger naar Engelsch-lndië w e r d gezonden, waarheen nu H e t nieuwe gebouw

van

de

Borsumij in de Sociëteit-

rechtstreeks

..

van Java hoogere n u m m e r s

werden

.

Uitgevoerd,

straat bij avond en „floodlight"-veriichtlng. ( F o t o Fotax.)

In 1906 t r a d de suikerbelasting in w e r k i n g , doch door

de

spoorwegen

zou reductie op de spoorvracht

worden gegeven als de prijs beneden f 6 . — per picol zou dalen. Deze gunstige voorwaarde w e r d begin 1909 weder ingetrokken. Aangezien Queensland meer en meer in de behoeften van geheel A u s t r a l i ë ging v o o r z i e n , kon genoemd werelddeel reeds in 1907 als afzetgebied voor Javasuiker buiten beschouwing blijven. In de b u u r t van M o d j o k e r t o w e r d in 1907 een groote fabriek opgericht voor de v e r w e r k i n g van melasse der omliggende suikerfabrieken ; toch nam de v e r w e r k i n g van melasse en ampas t o t molascuit voor u i t v o e r naar Engeland in den Oosthoek weinig toe. in latere jaren voerde een g r o o t e Amerikaansche maatschappij melasse u i t voor spiritusverwerking, enz. De uitvoer van zaksuiker bedroeg in 1912 nog maar 3417 t o n , t e r w i j l de bereiding van Javaansche suiker geheel was opgehouden. Deze suiker en melasse vonden tijdens den w e r e l d o o r l o g v r i j w e l geheele afzetgebied

in Oost-Azië. Bij de toen

gevolgde w e r k w i j z e

werd

bijna geen zaksuiker

hun meer

verkregen. Niettegenstaande de m e t ingang van I Juli 1911 geheven verbruiksbelasting, kon de Javasuiker de conc u r r e n t i e m e t het zoo sterk beschermde Formosa-product goed volhouden. De suikerprijzen f

7.SO,

f

13.— was.

doch

zij

bedroegen

gingen

met

op

sprongen

het

tijdstip

omhoog,

van

het

zoodat reeds

uitbreken in

van

September

den

wereldoorlog

1914 de

noteering

Medio 1918 bedroeg de prijs nog slechts f 5.50 per picol. De belanghebbenden sloegen de handen ineen en in Augustus 1918 w e r d de Vereenigde Java-Suiker-Producenten-Vereenlging in Nederland opgericht. D o o r de benoeming van een Commissie van Advies voor de suiker, welke onder meer t o t taak kreeg aan het op 24 Juni 1918 opgerichte Bureau voor Buitenlandsche Handelsaangeiegenheden te adviseeren o m t r e n t exportlicenties, w e r d in Indië zelf ook een vereeniging m e t hetzelfde doel opgericht, welke zich eerst van den steun der Regeering had verzekerd. H i e r d o o r w e r d een t o t a l e ineenstorting v o o r k o m e n . Als gevolg van d i t optreden steeg de prijs weer t o t f 19.50. O o k w e r k t e daartoe mede het sluiten van den wapenstilstand en de verwachting van een spoedige vredesiuiting, waardoor een algemeene opleving der zaken w e r d verwacht.


) ia

De vrees voor pas geïnstitueerden

r r Ie

voedselschaarschte ( s t e m m e n waren in den Volksraad opgegaan) gaf aanleiding t o t den

wensch van de Regeering het suikerareaal t o t 75",, te v e r m i n d e r e n . De vrijkomende gronden zouden aan de bevolking voor verbouw van voedingsgewassen moeten worden afgestaan, o m d a t de

rijst-

aanvoer u i t Rangoon en Saigon verboden was. De noodzaak hiervan stond niet vast, o m d a t buiten de in gebruik genomen gronden nog voldoende onbebouwde velden voor d i t doel aanwezig waren. De Regeering heeft zich er niet mede kunnen vereenigen, dat de zetel van de V.J.S.P. in Nederland gevestigd was, en, daar deze niet genegen bleek ze alsnog naar Indië over t e brengen, w e r d t o t

k

o n t b i n d i n g van de Commissie van Advies besloten, waardoor ook

n

minimum-verkoopvoorwaarden

s-

werden ingetrokken, hetgeen een slechts tijdelijken invloed op de

voor het verkrijgen van licenties

prijzen had, daar het einde van den w e r e l d o o r l o g een betere n g

s t e m m i n g deed ontstaan. Soerabaia staat als uitvoerhaven zoowel naar de waarde als naar volume en gewicht

n n

Het gebouw van het Suikersyndicaat In de Heerenstraat.

in de r i j van de Ned.-lndische havens

bovenaan. Het behoeft niet t e verwonderen, dat hier t e r stede v o o r een voornaam u i t v o e r p r o d u c t als suiker daarmede verband houdende instituten zijn gevestigd, zooals het in 1893 gestichte

h n

Algemeen Syndicaat van Suikerfabrikanten in Ned.-lndië. Hieraan is een dactyloscopisch bureau verbonden voor registreeren

van

Inlandsche w e r k k r a c h t e n . De Vereeniging

Machinefabrikanten

heeft

daardoor

Marine-Etablissement,

ook

het

zich na

1926 daarbij

het van

aangesloten en

dat buitengewoon lid

d i e r vereeniging is. In de eerste 10 jaren van zijn bestaan was het Asni niet veel m e e r dan een losse samenbinding van plaatselijke groepen van s u i k e r f a b r i k a n t e n , doch d i t veranderde geleidelijk, toen wijlen Mr. J.W. Ramaer in 190 3 v o o r z i t t e r w e r d en de tegenstellingen verzachtte. T o t dien t i j d was het inzicht in de sociale taak van de suikerindustrie

uiterst gering, doch in zijn openingsrede van

het

Het gebouw aan Kembang Djepoen, waarin o. m. de Java-China-Japan-Lijn is gevestigd. (Ontwerp Job en Sprey, 1927.)

congres van 1905 vroeg Mr. Ramaer grootere belangstelling voor de w e l v a a r t van de Inlandsche bevolking en het personeel door het stichten van verzekeringen tegen de gevolgen van ongelukken en o u d e r d o m , door steun aan ziekenhuizen, scholen, enz. Reeds in het jaarverslag van het Asni over 1927 gaf de toenmalige v o o r z i t t e r u i t i n g aan gevoel van ongerustheid. De naaste t o e k o m s t moest m e t meer bezorgdheid worden tegemoet gezien. De in 1929 gevolgde crisis heeft deze ongunstige verwachtingen o v e r t r o f f e n en de kern van het jaarverslag van 1930 culmineerde in de onomwonden mededeeling, dat de toestand van de suikerindustrie ongunstig was en dat op een spoedig herstel van den toestand niet m o c h t worden gehoopt. Hierbij kwam

nog, dat de V.l.S.P. u l t i m o December 1932

o p h i e l d te bestaan. De vereeniging bleef nog wel intact, doch de v e r p l i c h t i n g der aangesloten vereenigingen o m hun product in t e brengen, liep af, en, daar men zich m e t de gevolgde p o l i t i e k niet kon vereenigen, wenschte men over het algemeen geen hernieuwing.

Het gebouw op den hoel< van Kembang Djepoen - Panggoeng, waarin enl<ele handelsfirma's zijn gevestigd.

233


In verband hiermede was dan ook de v o o r z i t t e r van den Bond van Eigenaren van Ned.-lndische Suil<er-Ondernemingen (Beniso) bij de besprel<ingen op de Suikerconferentie, welke 21 September 1932 te Batavia m e t 50 deelnemers

aanving,

enkele plannen op

aanwezig.

die

Er

zouden

conferentie aan de

Regeering worden voorgelegd, doch t e n s l o t t e bleek, dat er behalve het plan van de Ned.lndische Landbouwmaatschappij, vervat in de brochure â&#x20AC;&#x17E; D e invloed van de huidige w e r e l d stroomingen

op

de

Java-suikerindustrie",

eigenlijk geen behoorlijk u i t g e w e r k t

schema

t e r tafel lag. H e t meerendeel der aanwezigen was

het

inzicht

toegedaan,

dat

door

het

uiteenvallen van de V.J.S.P. de situatie v o o r Het kantoorgebouw van Erdmann en Sieicken (Roomsche Kerkstraat, hoek Boomstraat), in 1924 opgetrokken naar een ontwerp van Job en Sprey.

waren

tegenstanders

van een dergelijk ingrijpen

het product d e r m a t e zou worden verslecht, dat zonder ingrijpen van de Regeering voor een debacle moest worden gevreesd. A n d e r e n

en waren van meening, dat de toestand te

somber

w e r d ingezien en dat na de inzinking een herleving van den uitvoer kon worden verwacht. De brochure van de Ned.-lndische Landbouwmaatschappij had ten doel, behalve het geven van een uiteenzetting der wankele positie der suikerindustrie, aan t e dringen op het in het leven roepen van regelende i n s t i t u t e n b i j : a. afzet,

b. financiering en c.

productie.

Als gevolg van de Suikerconferentie-1932 k w a m in plaats van de V.J.S.P. een andere instelling voor den afzet. Ten aanzien van de financiering heeft men het denkbeeld van een suikercultuur-hulpbank, waarbij oogstverband en consignatiecontract grondslagen voor de credietverleening zouden blijven, niet aanvaard. Het m e t de Regeering t e plegen overleg aangaande den jaarlijks in den grond te brengen aanplant, gaat in de r i c h t i n g van het plan, o m , zoolang de Javasuikerindustrie niet op volle capaciteit kan w e r k e n , alleen de fabrieken m e t den laagsten kostprijs in bedrijf t e houden. In 1696 zond Adriaan van O m m e n , commandeur van Malakka, eenige koffieplanten naar Java, welke onder den Gouverneur-Generaal W i l l e m van O u t s h o o r n werden uitgeplant. In 1741 w e r d de eerste zending van 354 pond naar Nederland verscheept en daar tegen 23^ g stuiver verkocht. D i t kleine begin is uitgedijd t o t de belangrijke koffiecultuur onder het cultuurstelsel en later de particuliere

tot

cultuur.

Gedurende verscheidene jaren voor het hier t e beschrijven t i j d p e r k , waarin de koffiecultuur m e t lage prijzen had te kampen, konden de meeste ondernemingen het door redelijke productie en zuinig beheer nog houden, doch het zag er naar u i t , dat verschillende den misoogst van 1907 niet zouden overleven. Indien in de lage prijzen en achteruitgang der productie geen keer t e n goede ware gekomen, zou de c u l t u u r t o t het verleden zijn gaan behooren. V o o r den o o r l o g werden meer en meer cultures van kina, thee, coca, cassave, vezels, aetherische oliĂŤn, rubber e.d. op de koffieondernemingen uitgeoefend, waarvan de uitkomst heeft geleerd, dat niet in allen deele aan de hooggestemde verwachtingen w e r d voldaan. Een belangrijk gedeelte van de koffie w e r d en w o r d t op Java aangehouden voor de plaatselijke consumptie. Meestal bleek d i t niet voldoende, zoodat t o t 1914 Santoskoffie moest worden ingevoerd. In het eerste decennium dezer eeuw w e r d in plaats van de Liberia-koffie een andere

soort, de

Robusta, aangeplant wegens de g r o o t e r e p r o d u c t i v i t e i t , snellere groei en zwaardere o n t w i k k e l i n g , vooral op boschgrond in het vochtige Banjoewangi. In soort

voor

het eerst op den

1908

werden

reeds 1300 picol geoogst en w e r d deze

productiestaat v e r m e l d .

De gouvernementskoffie w e r d t o t ongeveer 1918 nog in de verslagen van de Handelsvereeniging verm e l d , doch in het begin van dat jaar w e r d d i t overblijfsel van het cultuurstelsel in de residenties Semarang


en

Pekalongan

Hoewel de

opgeheven,

productie

zoodat

zij

daarna

een tijdlang door

betere

beperkt

bleef

tot

Pasoeroean, Besoeki

Robusta-oogsten w e r d

en

Madioen.

gesteund, ging deze toch lang-

zamerhand achteruit. De betere Javakoffie w o r d t geregeld uitgevoerd en de mindere k w a l i t e i t e n in de blnnenlandsche cons u m p t i e opgenomen. In 1910 begon de Robusta de aandacht in Europa en A m e r i k a te t r e k k e n . Z i j verving niet alleen de achteruitgaande Java- en Liberia-aanplantingen, doch werd ook als nieuwe ontginning aangeplant ; voor tusschenplanting bij Java- en Liberia-planten bleek de Robusta echter op den duur ongeschikt, evenals bij rubber. De productie nam snel toe : 1910

30.000

1911

124.000

1912

248.500

1913

295.000

picol

Bij het uitbreken van den wereldoorlog liep de prijs t o t f 2 4 , 5 0 t e r u g , nadat deze in den aanvang van 1914 f 3 4 . â&#x20AC;&#x201D; per picol was geweest. Aan de bereiding w e r d langzamerhand meer zorg besteed. Half Juni 1916 k w a m de onrustbarende t i j d i n g , dat slechts 3 0 % van den Robusta-oogst v r i j in Nederland kon worden ingev o e r d , waardoor de prijs sterk terugliep. H e t gebrek aan scheepsruimte werd nijpend, waardoor de pakhuizen te Soerabaia overvoerd werden en veel koffie op de ondernemingen zelf moest worden opgeschuurd. De Robusta was in A m e r i k a toen nog niet gewild, waardoor in 1917 slechts 7.600 t o n kon worden uitgevoerd, tegen 14.000 t o n in 1916. De Liberia w e r d grootendeels voor de binnenlandsche consumptie aangehouden, t e r w i j l 250 t o n bijna geheel voor Noorsche rekening werd verscheept. In Augustus 1918 k w a m verbetering d o o r de opkomende vraag voor buitenlandsche rekening m e t de zekerheid, dat de koopers voor

de

verscheping zouden zorgen. D i t viel samen m e t het naderend einde van den wereldoorlog en den steun van de Regeering door een facultatief uitvoerverbod.

In 1916 werd de Koffie-Producenten-Vereeniging opgericht, welke zich aanvankelijk zou belasten m e t den verkoop van de koffie van de aangesloten producenten. Z i j zou, daartoe door de Regeering gemachtigd, het bureau voor buitenlandsche handelsaangelegenheden van advies dienen voor de uitgifte van uitvoerlicenties en daarbij alleen gunstig adviseeren voor de aangesloten ondernemingen. Verder zou samengewerkt w o r d e n m e t de vroeger reeds genoemde C u l t u u r h u l p b a n k , waarbij door de K.P.V. de waarde van de voorraden zou worden bepaald voor de credietverstrekking. T o t centralisatie van den verkoop w e r d ten slotte niet overgegaan, o m d a t vele producenten bezwaar maakten hun product u i t handen te geven, t e r w i j l door het einde van den wereldoorlog deze regeling ook niet meer urgent bleek. De Regeering k w a m op haar besluit t e r u g o m alleen aangesloten vereenigingen consent te verleenen. in de laatste maanden van 1919 w e r d de K.P.V. opgeheven.

Het nieuwe Hoofdpostkantoor. (Foto isken.)

235


Een gedeelte van Toendjoengan, dat in de laatste j a r e n t o t a a l van aspect v e r a n d e r d e . Links: de n i e u w e frontgevel van het O r a n j e - H o t e l . D a n volgen naar rechts t a l van g r o o t e w i n k e l z a k e n . ( F o t o isken.)

Half 1922 w e r d definitief het standaardcontract voor eerste kosten en t e r m i j n (fraq-contract) vastgesteld. Naar A m e r i k a ging in 1922 3 1 % van den uitvoer, w i j l de Robusta daar meerdere waardeering begon t e vinden. O o k naar Frankrijk namen de rechtstreeksche verschepingen toe, t e r w i j l Singapore eveneens g r o o t e r e hoeveelheden ging afnemen ; hierdoor ging de uitvoer naar Nederland achteruit. Robusta-koffie u i t Palembang w e r d in hoofdzaak naar Frankrijk en Spanje verscheept, doch daar deze bevolkingskoffie in zeer vochtigen toestand w e r d geleverd, waren gewichtsverlies en kwaliteitsachteruitgang bij aankomst in Europa regel. O o k werden hiervan belangrijke hoeveelheden voor de binnenlandsche cons u m p t i e v e r w e r k t , hetwelk de inferieure ondernemingskoffie niet t e n goede k w a m . D o o r de wankele positie van het Braziliaansche Coffee Defence Institute, hetwelk de opgeslagen voorraden niet meer kon financieren, scheen een ineenstorting in 1929 van de k o f f i e m a r k t o n v e r m i j d e l i j k . Inderdaad zakte de Braziliaansche noteering begin October 1929 plotseling,doch van een debacle als in N e w - Y o r k was hier t e lande geen sprake, al was de m a r k t zeer onregelmatig. Slechts enkele speculatieve Chineesche f i r m a ' s zijn in moeilijkheden gekomen. H e t jaarverslag van de Vereeniging voor den Koffiehandel over 1931/1932 v e r m e l d t dan ook, dat deze branche niet zoo zwaar door de crisis w e r d getroffen en dat de o m z e t af en t o e zelfs bevredigend was, alhoewel betalingsmoeilijkheden op den omvang van den uitvoer invloed hadden. Koffie is uiterst gevoelig voor klimatologische invloeden en o m d a t een g r o o t beschot den kostprijs belangrijk doet dalen, c o r r e l e e r t deze m e t de productie. Er heeft risicoverdeeling plaats, daar de meeste ondernemingen belangrijke bijcultures hebben. H e t jaar 1932 was een goed koffiejaar, zoodat deze c u l t u u r e r in den crisistijd goed voorstaat.

236

NIEUW SOERABAIA I G. H. VON FABER  

«NIEUW SOERABAIA» IS HET VERVOLG OP: OUD SOERABAIA DOOR G. H. VON FABER

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you