Page 1


Kleur van Kodachrome is niet meer Rosan Hollak artikel | Donderdag 30-12-2010 | Sectie: Voorpagina | Pagina: 01 | Rosan Hollak Miljoenen snapshots en familiekiekjes zijn ermee gemaakt. Overal liggen de dia's in carrousels van projectors te verstoffen. Afdrukken met kleuren die nog zo vol en helder zijn als de dag dat ze werden genomen: Kodachrome. Jarenlang mochten de fotografen van National Geographic niets anders gebruiken. In 1973 zong Paul Simon erover. In de VS is er een park in Utah naar genoemd. Maar vanaf vandaag kan niemand meer werken met een van de oudste en beste kleurenfilms ter wereld. Vorig jaar maakte camera- en filmproducent Kodak bekend te stoppen met de Kodachrome- productie. Het ontwikkelen van deze analoge film bleek te duur en de afzetmarkt in het digitale tijdperk te klein. Wat Kodachrome, in de jaren dertig ontwikkeld door de Amerikanen Leopold Mannes en Leopold Godowsky, uniek maakt is dat de kleurstoffen pas bij het ontwikkelen worden toegevoegd. De lichtgevoelige zilverkristallen in de drie verschillende lagen waaruit de film is opgebouwd, zijn elk voorzien van een andere coating. Iedere laag reageert anders op de kleurstoffen. Hierdoor lopen kleuren niet in elkaar over. Gevolg: ongeĂŤvenaarde beeldscherpte en lange houdbaarheid. Magnum-fotograaf SteveMcCurry, beroemd door een Kodachrome-foto van een Afghaans meisje, schoot het laatste filmpje vol. Interview met Steve McCurry, en zijn foto's: Cultureel Supplement Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.

'Deze film heeft een prachtleven


gehad' Afscheid van het Kodachrome-fotorolletje ROSAN HOLLAK artikel | Donderdag 30-12-2010 | Sectie: Cultureel Supplement | Pagina: C14 | Rosan Hollak

Vandaag stopt het laatste lab met het ontwikkelen van Kodachrome-filmpjes. Magnumfotograaf Steve McCurry besloot dat het tijd was voor een eerbetoon en schoot nog één keer een rolletje vol. Hij staat er een beetje knorrig op, Robert De Niro, alsof hij nou niet echt zin had om te poseren. De foto van de wereldberoemde acteur staat in schril contrast met het beeld van de oude Indiase man die, met een sneeuwwitte tulband om zijn hoofd en een zwierige snor en puntbaard, al even serieus de camera inblikt. En wat doet dan ineens die foto van Grand Central Station tussen al die andere beelden? Wie de contactafdrukken van dit filmrolletje zomaar ergens zou aantreffen, zou er geen chocola van kunnen maken. Zijn de beelden misschien gemaakt op een filmset? Was de camera van de fotograaf wellicht gestolen in Amerika en is vervolgens iemand in India ermee aan de haal gegaan? Het antwoord valt niet te verzinnen. Wat wel opvalt, is dat de foto's door een kundig persoon zijn gemaakt. Een groot deel van de opnames is haarscherp, de kleuren opvallend intens. Dat is ook niet verwonderlijk want de beelden op het filmrolletje werden afgelopen jaar gemaakt door een wereldberoemde fotograaf: Steve McCurry. De Magnumfotograaf kwam op het idee om bij camera- en filmproducent Kodak aan te kloppen met het verzoek of hij hun laatste Kodachrome-filmpje mocht volschieten. Aanleiding was het feit dat Kodak in het jaar daarvoor had aangekondigd om te stoppen met de productie van Kodachrome. Omdat vervolgens Dwayne's Photo, het enige professionele vaklab in Kansas waar het Kodachrome-ontwikkelprocedé nog plaatsvond, eveneens liet weten dit jaar op 30 december de handdoek in de ring te gooien, besloot McCurry dat het tijd was voor een eerbetoon. Nog één keer zo'n film gebruiken leek mij een gepaste manier om afscheid te nemen, zegt McCurry (Philadelphia, 1950) aan de telefoon vanuit zijn studio in New York. De fotograaf ging op zoek naar onderwerpen met een 'iconische status'. En dus fotografeerde hij Grand Central Station, in zijn woorden 'een monumentaal gebouw', en ging hij in New York langs bij de studio van Robert De Niro. Ik beschouw hem als een van de belangrijkste mensen in de kunstwereld. Ondanks het feit dat de wereldberoemde acteur nogal stoïcijns de camera inblikt, was het volgens McCurry een aangename ontmoeting. Ik had hem nog nooit eerder gesproken, maar ik vond hem heel behulpzaam en aardig. Wist je trouwens dat hij een geweldig gevoel voor humor heeft?


Ook probeerde McCurry zanger Paul Simon te strikken voor een foto. De aanleiding was eveneens symbolisch: Simon is de schrijver van het liedje 'Kodachrome' dat in 1973 uitkwam op de plaat There Goes Rhymin' Simon. In dit nummer zingt hij onder meer de regels: I love to take a photograph. So Mama, don't take my Kodachrome away. Dat liedje blijkt een voorspellende waarde te hebben gehad, zegt McCurry. Het leek gepast om Simon te vragen te poseren. Helaas is het niet gelukt om tot een afspraak te komen. De fotograaf besloot het vliegtuig te pakken en af te reizen naar India om daar foto's te maken van de Rabari, een bedreigd nomadenvolk dat hij jaren terug ook al eens had gefotografeerd. Net als Kodachrome is hun voortbestaan eindig: de Rabari zijn veehouders die wonen aan de randen van de grote steden. Hun geiten en kamelen hebben veel ruimte nodig om te grazen maar inmiddels wordt hun levenswijze aangetast. Door de bouw van snelwegen worden de Rabari steeds meer belemmerd in hun vrijheid, daarnaast is het door droogte moeilijk om nog vruchtbaar land te vinden. McCurry maakte verschillende portretten van zowel mannen als vrouwen. Net als bij zijn andere foto's, die hij in de loop der jaren voor een groot deel in Zuidoost-AziĂŤ maakte, knallen de kleuren je tegemoet. Manipuleert het ontwikkelproces de Kodachrome-film op een overdreven manier zodat de kleuren onwerkelijk worden? McCurry meent van niet. In mijn archief bevinden zich inmiddels tachtigduizend Kodachrome-opnames. Ik heb juist altijd met deze film willen werken wegens het feit dat de prachtige, heldere kleuren zo dicht bij de werkelijkheid liggen. Ik vind vooral dat Kodachromehuidskleur, iets wat heel lastig is om goed te fotograferen, zo levensecht weet te vangen. Daarnaast is er ook de duurzaamheid een factor waardoor McCurry altijd met Kodachome heeft gewerkt. De meest kwetsbare kleuren verliezen pas na honderdvijftig jaar een klein deel van hun kracht. Als ik in mijn archief naar foto's kijk die ik in de jaren tachtig heb gemaakt, zien ze er nog perfect uit, dat is geweldig. Dat geldt ook voor zijn beroemde foto van Sharbat Gula, het Afghaanse meisje met de knallende groene ogen. McCurry ontmoette haar in 1984 in het Nasir Bagh-vluchtelingenkamp in Peshawar en zette haar in juni 1985 op de omslag van National Geographic Magazine. Het beeld, getiteld Afghan Girl, werd McCurry's beroemdste foto en kreeg de kwalificatie 'de meest herkende foto' in de geschiedenis van het tijdschrift. Is het wellicht ook de meest beroemde Kodachrome-foto? Ik denk het wel, zegt de fotograaf aarzelend. Daarna ineens stellig: Nee, ik weet het eigenlijk wel zeker. Dat beeld dankt zijn kracht aan het feit dat het is gemaakt met Kodachrome. Toen ik Sharbat Gula tegenkwam, had ze echt van die knallend groene ogen. Dat is precies wat de film heeft gevangen. Bovendien contrasteert dat groen weer prachtig met het rood van haar kleding. Het portret van Gula had destijds een grote impact, mede door het feit dat in die tijd nauwelijks Afghaanse vrouwen gefotografeerd konden worden. Na zeventien jaar spoorde McCurry haar met veel moeite weer op. Ik was bang dat ze misschien was overleden, maar ik vond haar uiteindelijk, met man en drie kinderen, terug in een afgelegen deel van het land. Ze herkende mij niet meteen maar vertelde wel dat ze zich het moment van die eerste opname nog heel goed herinnerde. Het was namelijk de eerste keer in haar leven dat ze werd gefotografeerd. Toen McCurry haar de cover van National Geographic liet zien, bleek dit de eerste keer te zijn dat Gula haar eigen beeltenis terugzag. Ik heb toen opnieuw een foto van haar gemaakt. Dat was de tweede keer dat ze werd gefotografeerd. Het beeld verscheen in april 2002 opnieuw in National Geographic, samen met een uitgebreid verhaal over haar leven. Die tweede foto ontlokte opnieuw veel reacties wereldwijd. Ondanks het feit dat Gula pas rond de dertig kon zijn, leek ze, met haar grimmig samengeperste lippen en met een huid van leer, eerder op een vrouw van in de vijftig. De twee beelden gaven in een notendop


weer hoe zwaar het is om, in een land dat decennialang is geteisterd door oorlog en onderdrukking, een menswaardig bestaan op te bouwen. Wat vindt McCurry van het feit dat hij telkens wordt geassocieerd met deze beelden? Ik ben blij dat ik op deze wijze een bijdrage kon leveren, zegt hij simpelweg. De foto's hebben Sharbat Gula ook geholpen. Ze heeft een financiële compensatie van National Geographic gekregen. Dat heeft haar leven een stuk dragelijker gemaakt. McCurry heeft, gedurende zijn carrière, altijd een duidelijke voorkeur gehad voor Zuidoost-Azië. Voordat hij in 1979 doorbrak als fotojournalist met beelden van de Afghaanse Mujahedeen vlak voor de Russische bezetting van Afghanistan, reisde hij twee jaar lang als freelance fotograaf door India. Wie naar zijn website gaat of door zijn fotoboeken bladert, ziet veel prachtige opnames uit Afghanistan, Birma, Nepal, India. Opvallend is dat McCurry, afgezien van hardrealistische beelden die hij in conflictgebieden maakte, in deze landen telkens op zoek gaat naar de schoonheid en momenten van esthetiek weet te vangen in de chaos en armoede die hij aantreft. Mijn favoriete foto heb ik in 1983 in Rajasthan in India gemaakt. Het is een opname van een aantal vrouwen die, midden in een zandstorm, bij elkaar beschutting zoeken. Dat beeld treft mij: je ziet mensen in barre omstandigheden en tegelijkertijd ontwaar je een vorm van saamhorigheid. In mijn eerste jaren in India werd ik telkens geconfronteerd met dat soort situaties. Ik zie daarin een vorm van schoonheid. Als ik fotografeer, zoek ik telkens naar iets poëtisch wat op een of andere manier die grootsheid van de wereld aantoont. Door al die reizen houdt hij er inmiddels een boeddhistische levensvisie op na: Leven en dood gaan hand in hand. Dat is onderdeel van het universele proces waar wij deel van uitmaken. Vindt hij het erg dat hij nu definitief afscheid moet nemen van zijn geliefde film? McCurry blijft er nuchter onder. Kodachrome is de beste film die ooit is gemaakt, het heeft een geweldig leven gehad. Wel voelt hij een zekere melancholie. Het is alsof een oude vriend is doodgegaan. Maar ook dan moet je de goede momenten blijven herinneren en je tegelijkertijd realiseren dat het leven doorgaat. De prachtige, heldere kleuren van Kodachrome liggen zo dicht bij de werkelijkheid 'Kodachrome' Kodachrome They give us those nice bright colors They give us the greens of summers Makes you think all the world's a sunny day, oh yeah I got a Nikon camera I love to take a photograph So mama don't take my Kodachrome away Het refrein van een liedje op Paul Simons album There Goes Rhymin' Simon (1973) Info: De laatste Kodachrome-film van McCurry gaat naar het George Eastman House International Museum of Photography and Film. Als afscheid heeft Kodak een kleine website aan Kodachrome gewijd met onder meer een Kodachrome-slideshow: http://1000words.kodak.com/post/?id=2388083. Zie ook www.stevemccurry.com Foto-onderschrift: Een van de beelden van het laatste Kodachrome-rolletje van Steve McCurry: een Indiase magiër uit de Rabari-stam, 2010. Grand Central Station in New York Magnumfotograaf Steve McCurry Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.


For Kodachrome Fans, Road Ends at Photo Lab in Kansas By A. G. SULZBERGER

PARSONS, Kan. — An unlikely pilgrimage is under way to Dwayne’s Photo, a small family business that has through luck and persistence become the last processor in the world of Kodachrome, the first successful color film and still the most beloved. That celebrated 75-year run from mainstream to niche photography is scheduled to come to an end on Thursday when the last processing machine is shut down here to be sold for scrap. In the last weeks, dozens of visitors and thousands of overnight packages have raced here, transforming this small prairie-bound


city not far from the Oklahoma border for a brief time into a center of nostalgia for the days when photographs appeared not in the sterile frame of a computer screen or in a pack of flimsy prints from the local drugstore but in the warm glow of a projector pulling an image from a carousel of vivid slides. In the span of minutes this week, two such visitors arrived. The first was a railroad worker who had driven from Arkansas to pick up 1,580 rolls of film that he had just paid $15,798 to develop. The second was an artist who had driven directly here after flying from London to Wichita, Kan., on her first trip to the United States to turn in three rolls of film and shoot five more before the processing deadline. The artist, Aliceson Carter, 42, was incredulous as she watched the railroad worker, Jim DeNike, 53, loading a dozen boxes that contained nearly 50,000 slides into his old maroon Pontiac. He explained that every picture inside was of railroad trains and that he had borrowed money from his father’s retirement account to pay for developing them. “That’s crazy to me,” Ms. Carter said. Then she snapped a picture of Mr. DeNike on one of her last rolls. Demanding both to shoot and process, Kodachrome rewarded generations of skilled users with a richness of color and a unique treatment of light that many photographers described as incomparable even as they shifted to digital cameras. “Makes you think all the world’s a sunny day,” Paul Simon sang in his 1973 hit “Kodachrome,” which carried the plea “Mama, don’t take my Kodachrome away.”


As news media around the world have heralded Thursday’s end of an era, rolls of the discontinued film that had been hoarded in freezers and tucked away in closets, sometimes for decades, have flooded Dwayne’s Photo, arriving from six continents. “It’s more than a film, it’s a pop culture icon,” said Todd Gustavson, a curator from the George Eastman House, a photography museum in Rochester in the former residence of the Kodak founder. “If you were in the postwar baby boom, it was the color film, no doubt about it.” Among the recent visitors was Steve McCurry, a photographer whose work has appeared for decades in National Geographic including his well-known cover portrait, shot in Kodachrome, of a Afghan girl that highlights what he describes as the “sublime quality” of the film. When Kodak stopped producing the film last year, the company gave him the last roll, which he hand-delivered to Parsons. “I wasn’t going to take any chances,” he explained. At the peak, there were about 25 labs worldwide that processed Kodachrome, but the last Kodak-run facility in the United States closed several years ago, then the one in Japan and then the one in Switzerland. Since then, all that was left has been Dwayne’s Photo. Last year, Kodak stopped producing the chemicals needed to develop the film, providing the business with enough to continue processing through the end of 2010. And last week, right on schedule, the lab opened up the last canister of blue dye. Kodak declined to comment for this article. The status of lone survivor is a point of pride for Dwayne Steinle,


who remembers being warned more than once by a Kodak representative after he opened the business more than a halfcentury ago that the area was too sparsely populated for the studio to succeed. It has survived in part because Mr. Steinle and his son Grant focused on lower-volume specialties — like black-andwhite and print-to-print developing, and, in the early ’90s, the processing of Kodachrome. Still, the toll of the widespread switch to digital photography has been painful for Dwayne’s, much as it has for Kodak. In the last decade, the number of employees has been cut to about 60 from 200 and digital sales now account for nearly half of revenue. Most of the staff and even the owners acknowledge that they primarily use digital cameras. “That’s what we see as the future of the business,” said Grant Steinle, who runs the business now. The passing of Kodachrome has been much noted, from the CBS News program ”Sunday Morning” to The Irish Times, but it is noteworthy in no small part for how long it survived. Created in 1935, Kodachrome was an instant hit as the first film to effectively render color. Even when it stopped being the default film for chronicling everyday life — thanks in part to the move to prints from slides — it continued to be the film of choice for many hobbyists and medical professionals. Dr. Bharat Nathwani, 65, a Los Angeles pathologist, lamented that he still had 400 unused rolls. “I might hold it, God willing that Kodak sees its lack of wisdom.” This week, the employees at Dwayne’s worked at a frenetic pace,


keeping a processing machine that has typically operated just a few hours a day working around the clock (one of the many notes on the lab wall reads: “I took this to a drugstore and they didn’t even know what it was”). “We really didn’t expect it to be this crazy,” said Lanie George, who manages the Kodachrome processing department. One of the toughest decisions was how to deal with the dozens of requests from amateurs and professionals alike to provide the last roll to be processed. In the end, it was determined that a roll belonging to Dwayne Steinle, the owner, would be last. It took three tries to find a camera that worked. And over the course of the week he fired off shots of his house, his family and downtown Parsons. The last frame is already planned for Thursday, a picture of all the employees standing in front of Dwayne’s wearing shirts with the epitaph: “The best slide and movie film in history is now officially retired. Kodachrome: 1935-2010.” The town of Parsons, Kan., is — for the moment — the worldwide epicenter of color film photography. That is where Dwayne’s Photo, a small family business, is processing the last rolls of Kodachrome. A. G. Sulzberger is there and has filed this report. Eastman Kodak stopped making the film in 2009 and gave the last roll to Steve McCurry. He shot the last three frames of that roll in Parsons before handing it in to Dwayne’s. They are displayed above.

The Final Rolls


Photographs by Steve Hebert for The New York TimesKodachrome central: Where

the last rolls are being processed.

Incoming: Cindy Strasser delivered more rolls for developing.

Out of the shell: A splicing machine removed film from canisters.


Little antiquities: Empty canisters sat in a bin.

Chemistry: Different formulas for different dye layers.

Seeing in the dark: Lanie George used infrared goggles in the lab.


Washed: After developing, film can be washed under light.

And dried: Rolls of Kodachrome running through the drier.

Ready for mounting: Cardboard mounts stood by.


Finished product: One of the slides from Jim DeNike’s 1,500 rolls.

So mama don't take my Kodachrome away  

So mama don't take my Kodachrome away

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you