Issuu on Google+

FOTOGRAFIE De allereerste foto verscheen in het tijdschrift Eigen Haard in 1883. Foto's werden in de loop van de jaren het onbetwiste kenmerk van tijdschriften. De technische ontwikkelingen zorgden voor steeds meer artistieke mogelijkheden.

Het tijdschrift als podium voor de fotograaf Het is nauwelijks nog voor te stellen: een tijdschrift zonder foto’s. Maar tijdschriften waren er al voordat de fotografie rond 1840 werd uitgevonden. Na die uitvinding duurde het nog veertig jaar voordat foto’s in tijdschriften gepubliceerd konden worden. Dat lukt door middel van het halftoon-procedé. Kenmerkend voor deze methode is het raster van zwarte puntjes, waarmee het mogelijk werd de grijstonen van een foto op goedkope wijze massaal te reproduceren. In Nederland plaatste het tijdschrift Eigen Haard in 1883 de allereerste foto bij een artikel met gebruikmaking van dit halftoon-procedé. De enorme populariteit dankt de fotografie aan het vermogen om de werkelijkheid realistisch en gedetailleerd weer te geven. Een foto lijkt bedrieglijk echt. Zien is geloven en de basis van dat geloof is fotografie. De journalistieke bewijslast werd daarmee op de schouders van de fotograaf gelegd. Zodra de techniek het toeliet werd het tijdschrift de natuurlijke bondgenoot van de fotograaf. Tijdschriften als Het Leven, de Katholieke Illustratie en Revue (in 1968 gingen de beide laatste titels samen verder als Nieuwe Revu), Panorama, hebben de fotografie – en vooral de fotoreportage – een centrale plaats in hun bladformule gegeven. Het geïllustreerde tijdschrift met pagina’s vol foto’s en fotoreportages ontstond tussen de twee wereldoorlogen in Duitsland. Daar werd al vroeg geëxperimenteerd met visuele en redactionele


mogelijkheden van het beeldverhaal. Veel van die fotografen en vormgevers vluchtten naar buitenlandse tijdschriften, zoals de Picture Post in Engeland en het legendarische Life in de Verenigde Staten. Daar werd deze ontwikkeling voortgezet.

Belangrijk Wat de Nederlandse tijdschriftfotografie betreft is Avenue (vanaf 1965) het meest markante tijdschrift. Avenue is het idee van Joop Swart (1925-1994), een bevlogen bladenmaker met een groot hart en oog voor fotografie. Swart was ook jarenlang de stuwende kracht achter World Press Photo. Hij voelde instinctief aan hoe belangrijk fotografie is voor een modern tijdschrift en de lezers ervan. De afgelopen vijftig jaar is fotografie voortdurend veranderd. Onder invloed van de techniek is de overstap gemaakt van zwart/wit naar kleur en van analoog naar digitaal. In 1990 bracht het Amerikaanse softwarebedrijf Adobe de eerste versie van het beeldbewerkingprogramma Photoshop op de markt. Hiermee kon de kwaliteit van fotografie in tijdschriften achteraf nog worden verbeterd. Uiteraard hadden deze ontwikkelingen grote gevolgen voor het vak. Adriaan Monshouwer


Foto: Inez van Lamsweerde, baanbrekende fotografie

Mode in Avenue

Zo ging het vroeger In de beginjaren van de fotografie moesten fotografen hun lichtgevoelig gemaakte glasplaten onmiddellijk na het belichten ontwikkelen en fixeren. Voor een studiofotograaf maakte dat niet veel uit, maar het maakte het werk van een reisfotograaf extra ingewikkeld. Behalve de grote, zware houten camera plus statief en de kwetsbare glasplaten moest hij ook nog de nodige flessen met chemicaliën meezeulen. En hij moest over een soort tent, die diende als draagbare donkere kamer, beschikken. Gelukkig werden camera’s steeds kleiner en lichter en de glasplaten vervangen door acetaatfilms. Ook konden fotografen het ontwikkelen en afdrukken van hun negatieven steeds langer uitstellen. De grote doorbraak ging vergezeld van een wervende, zuigende slagzin: ‘U drukt op de knop, wij doen de rest’. Die belofte werd door George Eastman in 1888 gedaan bij de introductie van de eerste Kodak camera. Voor 25 dollar kocht men een fototoestel plus een rol film voor honderd foto’s, ronde (!) foto’s met een doorsnede


van ongeveer drie centimeter. Voor tien dollar ontwikkelde Eastman de foto’s, drukte ze af en plakte ze op.

Plato De Griekse filosoof Plato wist het zeker: beelden (afbeeldingen) zijn niet te vertrouwen. Totdat de uitvinding van de fotografie het mogelijk maakte om met behulp van een apparaat – dus zonder de (ver)storende tussenkomst van de mens – een natuurgetrouwe weergave van de werkelijkheid te maken. Maar eigenlijk blijft de foto altijd vaag en kunnen bedoeling en boodschap op meerdere manieren worden uitgelegd. Vaak krijgt de foto zijn scherpte, zijn inhoudelijke helderheid door het begeleidende bijschrift. De foto is kneedbaar en Plato’s waarschuwing blijft van kracht.

Snapshot Een snapshot is een kiekje, een familiefoto zonder artistieke pretenties. Snapshots maak je zonder er lang bij na te denken: het is huis-, tuin- en keukenfotografie. Snapshots werden gemaakt door amateurs. Maar dat veranderde in de jaren zestig en zeventig van de voorbije eeuw, toen fotografen en critici nu juist in het snapshot de fundamenten van een nieuwe kunstfotografie meenden te herkennen: authentiek, oprecht en ongekunsteld. Eind jaren tachtig deed het snapshot zijn intrede in de mode. Uitgerekend in een industrie die gebaseerd is op schijn en schoonheid schittert het snapshot.

Polaroid Edwin Herbert Land (1909) is oprichter en eigenaar van de Polaroid Company. Na enkele jaren van experimenteren en verbeteren, demonstreerde hij in 1947 de eerste ‘direct klaar’-camera plus film. Direct betekent nog altijd minimaal zestig seconden en de bruine afdruk moet dan nog wel even van een laagje vloeibaar plastic worden voorzien om niet te verbleken. Vijfentwintig jaar en vele uitvindingen later,introduceerde hij in 1972 de SX-70, een volautomatische (opklapbare) camera, die al na twee seconden (automatisch) de belichte foto uitstoot, waarna (in het volle licht) langzaam het beeld verschijnt: scherp, kleurrijk en houdbaar. De SX-70 was jarenlang onmisbaar in de tijdschriftfotografie. De snelheid en het gemak is inmiddels achterhaald door de ontwikkeling van digitale camera’s. En Polaroid is failliet.


Het tijdschrift als podium voor de fotograaf