Issuu on Google+

herinneringen in beeld


Liesbeth Ouwehand

Herinneringen in beeld Fotoalbums uit Nederlands-IndiĂŤ

kitlv Uitgeverij Leiden 2009


Herinneringen in beeld

inleiding Fotoalbums uit Nederlands-Indië

reclamealbums Pronkplaatjes van ondernemingen

7

familiealbums Van statige portretten tot gezellige kiekjes

13

137

uitgegeven albums Aantrekkelijke afbeeldingen in grotere oplage

161

regioalbums Landschappen, typen en stadsgezichten 35

tentoonstellingsalbums Indië geëxposeerd in binnen- en buitenland

191

reisalbums Met de camera op stap

afscheidsalbums De persoonlijke markering van een periode

221

59

militaire albums Van oorlog tot wetenschappelijke exploratie 87

bibliografie

studiealbums Restauratiekwesties in beeld gebracht

register

inhoud

247

255

111

5


De heer Lutgert temidden van een aantal jonge tijgers te Pangkalanbrandan, 1903. 14Ă—21 cm 27331

6


Fotoalbums uit Nederlands-Indië

De historische fotocollectie van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (kitlv) is een waardevolle bron om het verleden in beeld te krijgen. Via de foto’s wordt zichtbaar hoe Nederlands-Indië er in een bepaalde periode uitzag en hoe deze omgeving in de loop der jaren is veranderd. Deze publicatie vormt de afsluiting van het project Nederlands-Indisch Fotoarchief van het kitlv, gefinancierd door Stichting Het Gebaar. Binnen het kader van dit project zijn in vier jaar 60 000 foto’s uit de Nederlands-Indische historische fotocollectie van het kitlv beschreven en gedigitaliseerd teneinde dit cultureel erfgoed te ontsluiten en voor een breed publiek toegankelijk te maken. Dit boek geeft een selectie van het unieke materiaal, dat binnen het project aan de orde is gekomen. De selectie is beperkt tot een aantal foto’s uit albums. Kenmerkend voor deze fotoalbums is dat ze een tastbare herinnering zijn voor de personen die de bundels destijds hebben samengesteld. Dit boek geeft een indruk van de wijze waarop deze herinneringen zijn vastgelegd. Uiteraard is de manier waarop dit gebeurde tijdgebonden – zo heeft een typisch negentiende-eeuws fotoalbum een compleet ander aanzien dan een album uit de jaren ’30. Naast periode is ook het ‘genre’ waartoe het album behoort, van invloed op het uiterlijk: gaat het om een familiealbum, een souvenir de voyage of een speciaal

inleiding

afscheidsalbum? In totaal zijn er negen verschillende categorieën van fotoalbums te onderscheiden, die per hoofdstuk aan bod komen. Bij het maken van een selectie van fotoalbums is getracht om voorbeelden vanuit de gehele kolonie – inclusief de buitengewesten, van Sabang tot Merauke – te vinden en op te nemen. Dit blijkt in de praktijk lastig: daar Java sinds jaar en dag het administratieve en economische centrum van Nederlands-Indië vormde en dit eiland verreweg de meeste inwoners telde, is er veel meer ‘Javaans’ materiaal beschikbaar – van andere gebieden zijn eenvoudigweg minder fotoalbums voorhanden. Niet alleen geografische herkomst, ook de historische periode waarin het album is samengesteld, is een criterium geweest bij het maken van de selectie: voor elk genre is getracht om zowel vroegere, negentiende-eeuwse voorbeelden op te nemen als voorbeelden van fotoalbums van later datum. De negentiende-eeuwse herinneringen zijn anders vormgegeven dan die uit latere jaren. Kenmerkend voor deze negentiende-eeuwse albums is dat ze vrijwel altijd bestaan uit opnamen van professionele fotografen. Fotoalbums uit de jaren ’20 en ’30 staan vol kiekjes gemaakt door amateurs die in het bezit waren van een fotocamera. Dit betekent overigens niet dat er in die jaren geen professionele fotografen meer werkzaam

7


zowel reissouvenirs als in regioalbums terug te vinden zijn. Met andere woorden: er bestaat een overlap in commerciële opnamen tussen de verschillende genres van fotoalbums. Wanneer binnen een categorie van fotoalbums professionele foto’s vergeleken worden met kiekjes, wordt duidelijk dat commerciële afbeeldingen weinig vertellen over de persoonlijke context. In tegenstelling tot familieplaatjes zijn deze professionele foto’s geen privéherinneringen, maar eerder ‘publieke aandenkens’. Om de verschillen tussen de albums uit diverse perioden te illustreren, worden er in elk hoofdstuk voorbeelden van pagina’s uit verschillende fotoalbums getoond. het perspectief in de albums

Titelblad in het reclamealbum van de Nederlandsch-Indische Droogdokmaatschappij, ‘eerbiediglijk aangeboden aan z.k.h. Prins Hendrik der Nederlanden’, 1876. a659

waren in de archipel. Voor bepaalde doeleinden, zoals een ‘reclamealbum’ van een onderneming of een goed verzorgd afscheidsalbum, waren professioneel gemaakte foto’s nog altijd onmisbaar. De hoogstaande kwaliteit van professionele opnamen maakte dat ze goed verkoopbaar waren. Negentiende-eeuwse fotografen als C.B. Nieuwenhuis uit Padang verkochten hun werk daarom niet alleen aan zakelijke opdrachtgevers en instanties, maar ook aan particulieren – denk aan inwoners van een bepaalde stad of regio en toeristen. Het gevolg is dat dezelfde foto’s in

8

De foto’s uit de albumcollectie van het kitlv geven vooral een (Indo-) Europese kijk op Indië. Fotoalbums destijds samengesteld door Indonesiërs, die het zich konden veroorloven, zijn meestal in de archipel gebleven. Er zijn voorbeelden van interactie tussen (Indo-) Europeanen en Indonesiërs, maar ook dit contact wordt belicht vanuit (Indo-) Europees perspectief. Deze verhouding is bijvoorbeeld terug te zien in albums van de wereldtentoonstellingen (pp. 191–219) en militaire albums van expedities naar Nieuw-Guinea (pp. 87–109). Wat deze foto’s vooral laten zien, is hoe ‘anders’ de ander is. De opnamen moeten gezien worden in de context van het evolutionisme, dat destijds hoogtij vierde. Binnen het evolutionisme ging men er vanuit dat iedere samenleving dezelfde trap van ontwikkeling doormaakte, van ‘wild’ tot ‘geciviliseerd’. In Europa zou deze hoogste trap van civilisatie al bereikt zijn. Deze manier van kijken vormt tevens de legitimatie van de Europese overheersing in de archipel. De albums van expedities bijvoorbeeld

inleiding


dienen als wetenschappelijke onderbouwing van deze redenering. Negentiende-eeuwse fotografen toonden graag het ‘eigenaardige’ en exotische van de ander. Deze ‘exotica’ zijn ook te vinden in bijvoorbeeld reisalbums, waarin foto’s geplakt zijn van zogeheten ‘typen’. Bijvoorbeeld studio-opnamen van anonieme Minangkabau vrouwen in vol ornaat, Chinese slotenmakers of Javaanse satéverkopers. De lokale context was niet van belang, deze typenfotografie liet vooral het ‘vreemde’ en onbekende zien. Negentiende-eeuwse typenfotografie in de tropen was onlosmakelijk verbonden met de antropologie. De exotische ‘ander’ vormde destijds binnen de antropologie een interessant studieobject. Foto’s uit verre oorden waren de westerse antropoloog van dienst in de bestudering van deze gebieden. Dit wetenschappelijk gebruik van foto’s moet worden gezien in de context van bovengenoemd evolutionisme. Aanvankelijk werden er veelal zogeheten ‘antropometrische’ foto’s gemaakt. Foto’s van de ‘primitieve mens’ naast een meetlat. Opnamen, waarin het ‘onderwerp’ veelal naakt van voren en van opzij werd gefotografeerd. Deze wat saaie manier van fotograferen was de antropoloog, volgens onderzoeker en fotograaf Thurn (1893:184) niet altijd even goed van dienst: […] as to the use of the camera for the accurate record, not of the mere bodies of primitive folk – which might indeed be more accurately measured and photographed for such purposes dead than alive, could they be conveniently obtained when in that state – but of these folk regarded as living beings.

inleiding

Thurn (1893:186) vergeleek de antropometische foto’s zelfs met foto’s van slecht opgezette vogels en dieren. Wanneer de ‘wilde’ echter in zijn eigen omgeving werd gefotografeerd, werd tevens zijn context gedocumenteerd. Maar zoals onderzoeker Maxwell (1999:53) opmerkt, is het fotograferen van ‘de primitieveling’ buiten de studio, ook alleen maar mogelijk door de technische vooruitgang van de camera, zoals kortere sluitertijden. Fotograferen in de tropen was geen sinecure. Allereerst zijn er allerlei praktische zaken waar rekening mee gehouden moest worden. Zaken die van invloed zijn op het gebruikte materiaal en de kwaliteit van de foto; zoals de temperatuur, luchtvochtigheid en de stand van de zon. Daarnaast had men ook te maken met de ‘benaderbaarheid’ van het subject voor de fotograaf. Of zoals Portman (1896:77) het verwoordt: ‘In what grade of civilisation and friendliness are the people he is going to study?’ With regard to the photographing of savage races the following hints may be of use. It is absolutely necessary to have patience with the sitters, and to be in no hurry. If a subject is a bad sitter, and you are not using a hand camera, send him away and get another, but never lose your temper, and never show a savage that you think he is stupid, or, on the other hand, allow him to think that, by playing the fool, he can annoy you, put off your work, or that to stop him you will be willing to bribe him into silence. (Portman 1896:76–7.) Antropometische foto’s waren voor het brede publiek weinig interessant, echter de enthnografische foto’s van mensen ‘in vreemde oorden’, de ‘primitieve mens’

9


opgenomen in de studio of zijn eigen omgeving, vonden gretig aftrek bij bijvoorbeeld toeristen. Toeristen kochten foto’s bij fotostudio’s en stelden zo een reissouvenir samen. De fotograaf bepaalde hoe de ‘exotische’ inwoner op de gevoelige plaat werd gezet en daarmee was de invalshoek op ‘de ander’ eenzijdig. Ook de professionele opnamen in bijvoorbeeld reisalbums moeten dus gezien worden in het destijds heersende gedachtengoed van het evolutionisme en de daarmee samenhangende sociale verhoudingen in de kolonie. Deze ethnografische afbeeldingen staan in schril contrast met foto’s van het (Indo-) Europese deel van de Indische samenleving. Foto’s van bijvoorbeeld ziekenhuizen en ondernemingen, waarin de moderniteit, meegebracht door de kolonisator, centraal staat. Ondanks het feit dat de huidige collectie toch vooral uit (Indo-) Europese albums betaat, is het toch gelukt enkele Indonesische voorbeelden te vinden. In het eerste hoofdstuk over de familiealbums zijn drie albums opgenomen van (Chinees-) Indonesische families. In het

laatste deel over de afscheidsbundels komen eveneens twee voorbeelden aan bod. Dit boek geeft de diversiteit aan herinneringen weer in de albumcollectie van het kitlv. Diversiteit in vormgeving, periode en perspectief van de souvenirs die voor de samenstellers van toen een blijvend aandenken vormden aan reizen, wonen en werken in de Indische archipel. geografische namen en spelling De spelling van de plaatsnamen is met het overgaan van het oude Nederlands-Indië in de huidige Republik Indonesia diverse malen gewijzigd. Voor wat betreft de schrijfwijze van geografische namen, is uitgegaan van de Atlas van Tropisch Nederland uit 1938. Wanneer een plaatsnaam na de Indonesische onafhankelijkheid volledig is gewijzigd, wordt de eerste keer wanneer de verouderde naam wordt gegeven, tevens de huidige plaatsnaam genoemd.

Titelblad van het ‘Souvenir de Voyage’ van W. d’Harvant, 1896. a119

10

inleiding


inleiding

11


Familie van de heer Koo Kiem Tie voor het huis Tan Bie Sien te Jogjakarta, circa 1931. 9Ă—12 cm 81739

12


Van statige portretten tot gezellige kiekjes

Waarom beleven wij de vreugde aan reizen en trekken in de wijde wereld? Waarom bekoren ons kinderen, dieren, bloemen en een mooi landschap, als al deze indrukken dadelijk weer vernietigd worden in de sleur van het dagelijksche leven? Slechts de fotografie is in staat dit alles onvergankelijk te maken. Ook U heeft een camera waarmede U zich een schat van herinneringen kunt scheppen en waarmede U elk kostbaar oogenblik voor eeuwig kunt vastleggen. Laat haar derhalve nooit thuis – er is geen trouwer en waardervoller begeleider dan een camera! Indische Fotowereld 1934:6

Als in 1934 in Indië het eerste nummer van het tweetalige (Nederlands én Maleis) maandblad voor amateurfotografie De Indische Fotowereld verschijnt, is de fotocamera al aardig ingeburgerd. Een grote groep mensen in Nederlands-Indië is in deze periode in het bezit van een eigen fototoestel, en menig familiealbum wordt enthousiast gevuld met allerhande kiekjes van uitstapjes met de auto, gekostumeerde feesten in de sociëteit en theevisites op het erf. Hoe anders was dat in de negentiende eeuw. Op dat moment was men in de kolonie en overigens ook in het moederland voor het maken van familieportretten nog geheel aangewezen op professionele fotografen. Het

familiealbums

moderne fenomeen van de fotografie blijft daardoor voornamelijk voorbehouden aan de welgestelden. Anders dan de albums vol kiekjes uit bijvoorbeeld de jaren ’30, bestaat een familiealbum van rond 1900 doorgaans uit een verzameling professionele studioportretten. Een mooi voorbeeld van zo’n album binnen de collectie van het kitlv is het portretalbum van de families Voet en Wijckerheld Bisdom. Het bevat in totaal 76 foto’s die verzameld zijn over een periode van bijna veertig jaar, van circa 1870 tot 1910. Dat lijkt een zeer bescheiden aantal over zo’n lange tijd, maar het laten maken van een portret was destijds een kostbare aangelegenheid. De fotoportretten zijn stuk voor stuk op stevig karton geplakt, en komen voor in twee standaardformaten: de zogenaamde ‘carte-de-visite’ (circa 11×6,5 cm) en de ‘kabinetfoto’ van een iets groter formaat (circa 17×11 cm). Cartes-de-visite waren eigenlijk een soort visitekaarten, die populair waren om met famillie en vrienden uit te wisselen. Deze ‘kartonnen’ verzamelde men in speciaal ontwikkelde insteekalbums: albums met een leren band en voorzien van goud op snee. p. 17 Het album van de families Wijckerheld Bisdom en Voet telt 62 cartes-de-visite en 14 kabinetfoto’s, allemaal genomen in fotostudio’s in Europa en Nederlands-Indië. De foto’s gemaakt op Java en Sumatra zijn onder meer afkomstig uit de studio’s van de fotografen Nieuwenhuis

13


te Padang, Charls & van Es & Co. te Batavia (Jakarta) en Herrmann te Buitenzorg (Bogor). pp. 17–9 Naast de naam van de fotograaf (op de voor- en/of achterzijde), is op dergelijke kartonnen ook regelmatig een persoonlijke boodschap te vinden. Naam en leeftijd van geportretteerde staan vaak in inkt op de achterkant gekrabbeld, soms vergezeld van een korte groet voor degene aan wie de carte-de-visite gestuurd is. De carte-de-visite en kabinetfoto’s van de families Voet en Wijckerheld Bisdom zijn vermoedelijk per post van en naar Nederland en Nederlands-Indië gestuurd. Het album bevat daardoor niet alleen portretten van familieleden, maar ook opnamen van diverse vrienden en kennisssen. Meestal geven negentiende-eeuwse portretalbums weinig informatie prijs over de op de foto’s afgebeelde personen, hun onderlinge (familie-) verhoudingen en hun leefomstandigheden. Over R.F.J. Wijckerheld Bisdom, de vermoedelijke eigenaar van het familiealbum, weten we niet meer dan dat hij Nederlands-Indisch officier van gezondheid was en getrouwd met mevrouw Voet. En dat H.A. Voet, die ook in het album voorkomt, controleur was op Java en gehuwd met mevrouw VoetCroes. Maar hoe de familie Rahder, die ook in het album voorkomt, zich tot hen verhoudt is onbekend. Hoe en door wie deze portretten in dit specifieke album verzameld zijn, blijft dus helaas gissen. Insteekalbum van de families Wijckerheld Bisdom en Voet, 1870–1910. a361

uit het leven van een ambtenaar binnenlands bestuur In fotoalbums van later datum – zo vanaf begin 1900 – is het persoonlijke leven van families in de koloniën beter zichtbaar. Zo vormen de in totaal twaalf fotoalbums van bestuursambtenaar Gerard Louwrens Tichelman een ‘schat van herinneringen’, om met De Indische Fotowereld

14

te spreken, aan zijn bestuurstijd in de Archipel. Tichelman, geboren in 1893 te Palembang, begint zijn Indische carrière op een cultuuronderneming in Lampoeng. In 1916 treedt hij als aspirant-gezaghebber op de Molukken toe tot het Binnenlands Bestuur (Knaap 1995:9–10). Tichelmans persoonlijke fotoalbums geven een indruk van zijn dagelijks leven aan het begin van zijn bestuurscarrière op de Molukken tot aan het einde daarvan in Simeloengoen op de Oostkust van Sumatra. Gedurende zijn jaren bij het Binnenlands Bestuur wordt Tichelman diverse malen overgeplaatst: eerst na een periode van verlof van de Molukken naar Borneo (Kalimantan), vervolgens na een tweede periode van verlof naar Atjeh en ten slotte naar de Oostkust van Sumatra. Tichelman is een enthousiast amateurfotograaf, die na elke verhuizing zijn nieuwe standplaats uitgebreid vastlegt. Dat een overplaatsing de nodige kosten met zich meebrengt, blijkt wel uit de declaraties voor verhuiskosten die Tichelman indient. In 1934 is het weer zover: op donderdag 16 augustus van dat jaar houdt Tichelman, wegens overplaatsing, een openbare vendutie in zijn huis te Rantauparapat om een groot deel van zijn inboedel voor de verhuizing te verkopen, zoals gebruikelijk in die tijd: Vendutie (incl. nasi goreng, bamie en ijskoud bier). […] wegens overplaatsing naar Pematang Siantar. Verkocht zal worden zijn geheele, goedonderhouden inboedel, waaronder: Rottan zitjes, eet-, studeer-, zit-, slaap- en kinderkamer-ameublement uit zuiver djatti (soms niet); chevelure, orchideën en planten in potten, partij pluimvee, waaronder legkippen met een productie van 2 eieren per dag, enfin te veel om op te noemen. (kitlv h814/99.)

familiealbums


De familie Tichelman kan huis en haard dus weer achterlaten om op de nieuwe standplaats helemaal opnieuw te beginnen. Ondanks de wisselende geografische decors in de kiekjesalbums, vertonen de fotobundels veel overeenkomsten. Bepaalde thema’s komen herhaaldelijk in zijn albums terug, zoals straatbeelden van bijvoorbeeld Rantauparapat en Lhokseumawe, foto’s genomen tijdens dienstreizen door de (onder-) afdelingen, festiviteiten als koninginnedag. pp. 20–1 Naast foto’s die betrekking hebben op Tichelmans werkzaamheden als bestuursambtenaar, bevatten zijn albums ook talloze privéfoto’s. Kiekjes van de tennisbaan in Kandangan, Tichelman met zijn echtgenote S.M.E.A. TichelmanPosthuma op de galerij, uitstapjes in de omgeving. pp. 22–3 Al met al geven de albums van Tichelman een rijke blik in de – niet altijd even makkelijke – leefwereld van een bestuursambtenaar. chinees-indonesische albums Daar de albums die deel uitmaken van de collectie van het kitlv veelal zijn verkregen via in Nederland wonende nazaten van (Indo-) Europese families, geven de meeste familiekiekjes een beeld van dat deel van de Nederlands-Indische samenleving. Met andere woorden: in de familiealbums van het kitlv is de fotografie vooral een (Indo-) Europese aangelegenheid, de Indonesische bevolking blijft onderbelicht. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat Indonesiërs en andere Aziatische bevolkingsgroepen in de kolonie – onder wie Chinezen – destijds geen familiealbums hebben bijgehouden. In de collectie van het kitlv zijn slechts enkele voorbeelden van (Chinees-) Indonesische albums te vinden. Dat zijn geen negentiende-eeuwse

familiealbums

insteekalbums, maar albums van later tijd met kiekjes van families die beschikten over een eigen camera. Zo is er een fotoalbum van een onbekende Indonesische familie met opnamen die vermoedelijk gemaakt zijn tussen 1920 en 1930, waarschijnlijk op de Molukken. De familieleden zijn voornamelijk in en om het huis op de foto gezet. pp. 25–8 Dan is er ook nog het fotoalbum van de Chinese familie Koo Kiem Tie te Jogjakarta in de jaren ’30. Over de herkomst van dit album en achtergronden van de familie is weinig bekend. Ook in dit album staan diverse groepsportretten op het erf en de galerij. pp. 28–30 Een eveneens interessant album, afkomstig uit dezelfde regio, is dat van de regent van Koetoardjo, Bendoro Raden Adipati Ario Poerboadikoesoemo (regent van 1915 tot 1935). Het fotoalbum bevat familieportretten en kiekjes van uitjes naar het strand van Parangtritis en zwempartijtjes in de omgeving van Jogjakarta. In het familiealbum zijn ook foto’s te vinden van Breda. Sinds 14 september 1935 is de zoon van de regent, Raden Mas Toemenggoeng Poerbo Soemitro, daar namelijk in opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie. In 1935 stuurt Poerbo Soemitro zijn vader een ansichtkaart vergezeld van een foto. Op de achterzijde schrijft de kersverse cadet: ‘Ons eerste veldtenue, lorro dan van de oudere jaars. Uw liefh. z.’. p. 31 Verderop in het album toont een kerstfoto een geuniformeerde Poerbo Soemitro in het gezelschap van een Nederlandse familie en Javaanse bekenden – mogelijk zijn ouders en broertje – die hem met kerst in Nederland komen opzoeken. p. 32 Ook in de negentiende eeuw, op het moment dat professioneel gemaakte portretten in zwang waren, werden er opnamen gemaakt van de lokale bevolking. Het gaat dan vooral om foto’s van de inheemse elite en zogeheten typen, ofwel karakteristieke portretten van verschillende bevolkingstypen, die zo ‘exotisch’

Albums van de familie Tichelman, 1923–1928. a189, a188

15


mogelijk werden weergegeven. Dergelijke foto’s werden vaak door Europeanen die een rondreis door de archipel maakten of gedurende een periode in een bepaalde regio werkten, bij fotoateliers gekocht als ‘souvenirs de voyage’

Dochters van het echtpaar Wijckerheld Bisdom-Voet.

16

of herinneringen aan hun werkzame leven. Ze werden dikwijls in speciale albums geplakt: de zogenaamde regionale albums, die binnen de fotocollectie van het kitlv een genre op zich vormen.

C.J. Wijckerheld Bisdom, 2 jaar en 3 maanden oud, vermoedelijk te Batavia. Foto Charls & van Es & Co., circa 1895. 9×6 cm 80071 Manetje Sigrid Wijckerheld Bisdom, 10 maanden oud, te Batavia. Foto Charls & van Es & Co., 18 oktober 1905. 9×6 cm 80073

W.F.U. (Minnie) Wijckerheld Bisdom, vermoedelijk te Batavia. Foto Charls & van Es & Co., circa 1895. 9×6 cm 80072 Rudolphientje Frida J. Wijckerheld Bisdom, ruim 13 maanden oud, te Padang. Foto C.B. Nieuwenhuis, 4 november 1900. 9×6 cm 80074

familiealbums


familiealbums

17


Herinneringen in beelden Fotoalbums Nederlands Indie Photography