Page 12

leven in een gekkenhuis op Haïti (1958/'59), het harde leven van de arbeiders in smokey city Pittsburgh (1955/'56) en de vanuit het appartement in New York gefotografeerde straatbeelden uit 1957/'58.

Zijn laatste grote essay werd drie jaar voor zijn dood in 1978 in boekvorm gepubliceerd. Twee jaar lang fotografeerde Smith de gevolgen van de misdadige milieuvervuiling door de chemische industrie in het Japanse Minamata. Hij volgde de lijkverbranding van de slachtoffers met kwikvergiftiging, registreerde de machteloze woede van de nabestaanden jegens de fabrieksdirecteuren en de gruwelijke misvormingen die de vergiftiging bij de bevolking veroorzaakte. Het zijn harde en directe foto's, waaruit de woede van Smith onverholen spreekt. Alleen in de foto met de moeder die haar mismaakte dochter in bad tilt, spreekt nog het mededogen dat zijn oeuvre kenmerkt. Smiths actieve carrière als fotojournalist eindigde in het land waar zij dertig jaar eerder was begonnen. Van een land in oorlog had Smith Japan zien veranderen in een moderne industriële samenleving. Zijn onderwerpkeuze veranderde met de tijd mee, maar zijn manier van werken bleef in wezen onveranderd. Nooit met de machthebbers, maar met hun onderdanen vereenzelvigde Smith zich. Om de gratie van mijnwerkers, boeren en stedelingen te kunnen fotograferen, wachtte Smith geduldig af. Voor hen nam hij alle tijd.

Gratie voor de gruwel W. Eugene Smith Photography  

Gratie voor de gruwel W. Eugene Smith Photography

Advertisement