Page 1

PLEASE POINT YOUR CAMERA AT MY SUBJECT Verslag middag van de opdrachtfotografie in Nederland FOTODOK i.s.m. Stadsarchief Amsterdam en Stichting Stedelijke Fotografie Utrecht. 24 september 2010 Aanleiding voor deze middag over opdrachtfotografie in Nederland is het verschijnen van het boek In Opdracht. Amsterdam in foto’s. Het boek geeft een overzicht van de documentaire fotografie vanaf 1970 tot 1995, zoals gemaakt in opdracht voor het Stadsarchief Amsterdam en de afdeling Nederlandse Geschiedenis van het Rijksmuseum en is opgedragen aan historicus en eregast Wim Vroom. Tijdens de middag ligt de focus op opdrachten vanuit instellingen (cultureel, overheid) en bedrijven. Opdrachten waarin er vrijheid is voor de fotograaf om zijn ideeën te ontplooien binnen de voorgeschreven kaders. Waarom worden deze opdrachten geformuleerd en voor welke doelgroep? En hoe liggen de verhoudingen tussen fotograaf en opdrachtgever? De opdrachtfotografie wordt bekeken vanaf de jaren zeventig tot heden. De organisatoren zijn zich er van bewust dat zij niet alles kunnen behandelen, maar zij hopen met deze middag een begin te maken met een langerlopende, constructieve dialoog over opdrachtfotografie.

Het boek In opdracht bevat een keuze uit de foto-opdrachten die Wim Vroom namens het Gemeentearchief (nu Stadsarchief) en het Rijksmuseum verleende.

Stadsarchief & Rijksmuseum Wim Vroom stond samen met onder andere Oscar van Alphen en Dolf Toussaint in 1970 aan de basis van de opdrachten van het stadarchief Amsterdam. In de jaren dertig van de vorige eeuw waren er al beeldend kunstenaars die in opdracht Amsterdam vastlegden. Naarmate in de kunst de abstractie steeds meer op de voorgrond kwam ging men bij het archief op zoek naar nieuwe kunstenaars. Vanuit de behoefte om kwaliteitsbeelden, beelden die de sfeer en de geschiedenis van de stad weergeven, te verzamelen was het voor de hand liggend dat de overstap naar fotografie werd gemaakt. Gezocht werd naar fotografen die geinteresseerd waren in de (stads)mens en zijn activiteiten. In 1975 maakte Vroom de overstap naar het Rijksmuseum en startte daar, geïnspireerd door de ideeën van het Stadsarchief, een jaarlijkse fotografieopdracht ten behoeve van de afdeling Nederlandse Geschiedenis. Een afdeling geschiedenis heeft geen logisch einde stelt Vroom, geschiedenis zet zich voort en moet worden voortgezet. Fotografie was zijns inziens hét geschikte medium om de voortgang van de geschiedenis vast te leggen. In deze periode was de positie van fotografie in de samenleving totaal anders dan nu. Fotografen waren strijdvaardig maar de markt was klein. Er waren nauwelijks opdrachten vanuit kranten en tijdschriften en de opdracht als die van het Rijksmuseum was een aantrekkelijke aanvulling op het inkomen van fotografen. Uitvoerende fotografen ontvingen in de beginperiode tussen de 15.000 en 20.000 gulden voor een jaar lang werken. Daarnaast bleef het copyright van de foto’s in handen van de fotograaf, behalve bij het gebruik van de foto’s door het Rijksmuseum zelf. Een constructie die nog steeds wordt gehanteerd. De opdracht richt zich op (abstracte) maatschappelijke processen die niet eenvoudig kunnen worden vastgelegd, zoals werkeloosheid, schaalvergroting of armoede in Nederland. De fotograaf krijgt veel


vrijheid, maar ook richtlijnen. Het museum en haar adviseurs bepalen in de regel wat een relevant onderwerp is. De insteek van de opdracht was in eerste instantie het belang van de Nederlandse geschiedenis, niet zozeer het belang van de fotografie. De opdracht werd uitgeschreven, fotografen konden reageren met een voorstel en vervolgens koos een commissie de fotografen uit. Voor de allereerste opdracht in 1976 koos men voor Bert Nienhuis en Eddy Posthuma de Boer – een keuze waarbij het museum zeker wist dat de fotografen, beiden met een goede reputatie, ervoor zouden zorgen dat de opdracht bekend werd en in de volgende jaren verstevigd kon worden.

©Eddy Posthuma de Boer, 1976. Opdracht Rijksmuseum Werkeloosheid in Nederland. Links: Uitbetaling van de WW (Werklozen Wet)-uitkering aan een werkloze bouwvakker. Helomond, juni 1976. Rechts: Jongerenmanifestatie ‘Samen Sterk voor poen en werk’. Amsterdam, 7 februari 1976.

Photo(Works) in Progress en FOTOWERK Linda Roodenburg heeft in haar functie als curator van het Nederlands Foto Instituut in de jaren negentig Photo(Works) In Progress opgestart, in samenwerking met de Mondriaanstichting. In eerste instantie was er sprake van een polemiek tussen Vroom en Roodenburg in het NRC. Vroom vond de oprichting van een nieuwe foto-opdracht niet nodig. Maar licht Vroom nu toe, deze mening werd ook gevoed, door de op dat moment kwetsbare positie van de Rijksmuseumopdracht. De opdracht dreigde namelijk te verdwijnen. Roodenburg startte in 1995 met het verstrekken van opdrachten vanuit Photo(works). De opdrachten hadden een andere insteek dan de Rijksmuseum opdrachten, licht Roodenburg toe. Het was wel een nationale opdracht, maar de insteek was niet het historische perspectief (met als doel het bewaren) maar het perspectief van de actualiteit. De fotografie moest een rol spelen in die actualiteit en waar mogelijk discussie oproepen. Vanuit Photo(Works) was er ook aandacht voor de vorm waarin de fotografie verscheen. Er werd een boek gemaakt, dat ook in het Engels verscheen en waarin met presentatievormen van het werk werd geexperimeenteerd. Bij Photo(Works) moest de fotograaf verschillende strategieën inzetten om zijn boodschap over te brengen, fotografen dachten na over de vorm – film was bijvoorbeeld ook geoorloofd. Ook konden internationale fotografen meedoen. Een commissie met invloedrijke mensen uit de fotografiewereld (o.a. Photographers Gallery, London en George Eastman House, Rochester) zorgden voor voordrachten van internationale namen, daarnaast was de opdracht open voor inschrijvingen. Ook hier werd een jaar aan de opdracht gewerkt. Hoewel beide opdrachten gebeurtenissen uit het heden als aanleiding hadden was de uitkomst vaak verschillend. Ook bij Photo(Works) kreeg de fotograaf het copyright in handen. Veel van het werk dat destijds in de tentoonstelling is gebruikt is nog in het bezit van het Nederlands Fotomuseum. Vóór Photo(Works) in Progress was Roodenburg betrokken bij FOTOWERK – een publicatie en tentoonstelling geïnitieerd door Stichting Perspektief om de Nederlandse opdrachtfotografie van 1986 tot 1992 in zijn breedste vorm te laten zien. Het jaar 1986 werd gekozen als startpunt van het overzicht omdat toen fotografie uit de beeldende kunstregeling werd gehaald en als zelfstandige kunstvorm werd beschouwd. Het doel van FOTOWERK was opdrachtgevers te inspireren foto-opdrachten te geven, hen te laten zien hoe interessant foto-opdrachten kunnen zijn en wat fotografen hen konden bieden middels zo’n opdracht. In het verlengde hiervan werd Fotoplan opgericht om potentiële opdrachtgevers te bereiken. Fotoplan was een netwerk van opdrachtgevers in Nederland verdeeld over provincies en steden die ieder jaar opdrachten gaven. Op deze manier vond er structurering van opdrachten en uitwisseling van ervaringen plaats.


Bedrijfsopdracht: Sanquin Reynoud Homan gaat in op de invulling van opdrachten door Sanquin, instituut voor bloedvoorziening en transfusiegeneeskunde. Homan was betrokken als vormgever van de jaarverslagen en later het vakblad van het instituut. Hij stond aan de basis van de huidige vorm van de opdracht. In 1998 ging Henze Boekhout als eerste fotograaf aan de slag bij Sanquin, onder de titel ‘Bij wijze van kijken’. De foto’s werden vervolgens gebruikt in het jaarverslag. Van daaruit vloeide een jaarlijkse opdracht voort waarbij fotografen het instituut in beeld brengen. Belangrijk binnen de opdracht was de relatie tussen het instituut en de burgers; het instituut draait op (bloed)giften van burgers en de foto’s zijn in feite een gift terug aan de burgers waarmee ze inzicht krijgen in het instituut. Tot die tijd had de buitenwereld letterlijk en figuurlijk geen beeld van Sanquin. De Sanquin opdracht kende een paar praktische voorwaarden: een expositie in het COB, opname van de geëxposeerde werken in de bedrijfscollectie en gebruik voor representatieve doeleinden als het jaarverslag. De fotograaf kreeg een rondleiding en schreef daaropvolgend een plan dat goedkeuring aan de directie werd voorgelegd. Onderwerpen die aan de orde kwamen waren bijvoorbeeld toevalligheden in het instituut, het menselijke beeld van het COB en bedrijfskleding. In 2001 eindigde de jaarlijkse opdracht, maar in 2003 werd er gewerkt aan een nieuw relatieblad Bloedbeeld, waarin de opdracht voortgang vond. Het vakblad bestond voor de helft uit tekst en voor de helft uit beeld. De fotograaf van het huidige jaar geeft een onderwerpsuggestie aan de fotograaf voor het volgende jaar. De verbeeldingskracht van de foto’s is sterk. Alles wat er binnen het instituut gedaan wordt komt in beeld: transport, diagnostiek, productie, voorzieningen, techniek, onderzoek maar ook de kunstcollectie. Reinier Gerritsen heeft in 2009 de opdracht van Sanquin aangenomen. Gerritsen volgde met zijn foto’s de gang van het bloed door het hele bedrijf. Gerritsen fotografeert het liefst op straat, onzichtbaar en met een kleine camera. Bij Sanquin was hij meer dan zichtbaar, een jager op zoek naar zijn prooi. De werknemers waren niet altijd tevreden ver zijn foto’s. Ze zagen zichzelf terug met geconcentreerde gezichten en focus op hun werk. Niet het lachen en poseren dat men had verwacht te moeten doen. Gerritsen spreekt dan ook uit dat de opdrachtgever heel belangrijk is in zo’n situatie. De opdrachtgever bepaalt de grenzen waarbinnen de fotograaf kan werken. Hij moet zich hard maken voor de foto’s zodat ze niet in de prullenmand verdwijnen, draagvlak creëren zodat fotograaf betaald kan worden en ervoor zorgen dat de foto’s een plek binnen het bedrijf krijgen. De opdrachtgever moet de functie van de opdracht begrijpen net als de fotograaf de positie en uitgangspunten van de opdrachtgever moet inzien. De relatie tussen opdrachtgever en fotograaf is geen makkelijke. Ieder heeft zo zijn eigen ideeën over hoe het zou moeten.

©Reinier Gerritsen, 2009. Opdracht Sanquin Afbeeldingen uit: Bloedbeeld, nr 20, maart 2009.

Naast Sanquin heeft Gerritsen een ruime ervaring met fotografie in opdracht waaronder KLM, Delta Lloyd, ROC Amsterdam en het Rijksmuseum. Bedrijfsopdrachten beïnvloeden volgens hem het vrije werk, het bevrucht elkaar. De restricties die worden opgelegd maken je creatief – wat kun je als fotograaf bereiken binnen de gestelde grenzen? Gerritsen vindt het belangrijk dat de foto’s niet alleen in het desbetreffende


bedrijf zichtbaar worden, maar ook daarbuiten. Een mening die gedeeld wordt door Homan en door het publiek. De Sanquin opdracht is wat hem betreft te veel binnen het instituut gebleven, wat jammer is. Het preken buiten de eigen parochie zou meer aandacht moeten krijgen. Het wordt dan pas mogelijk om op meer plekken, goede en belangrijke foto-opdrachten te initiëren. Zo zouden er colleges moeten worden gegeven over de maatschappelijke waarde van opdracht-fotografie voor het bedrijf binnen opleidingen als Bedrijfscommunicatie en Instituut Nyenrode. Veel van de jaarverslagen zijn niet meer in te zien, de fotografie is niet meer zichtbaar. Ook zijn veel fotografen niet open over hun werk in opdracht. Flip Bool komt met de suggestie dat om een prijs uit te reiken voor het beste jaarverslag, of beste opdracht om zo de zichtbaarheid van opdrachten te stimuleren. Opdracht: Theatergezelschap ’t Barre Land (2001) en het Koningshuis (1991) Werry Crone werd in 2001 gevraagd door Stedelijke Fotografie Utrecht (SFU) om het theatergezelschap ’t Barre Land te volgen en te fotograferen, vanuit zijn fotojournalistieke blik. De tegenstelling tussen deze opdracht en Crone’s werk voor dagblad Trouw kon niet groter zijn. Het theatergezelschap woont en werkt in een oud universiteitsgebouw, en de rust en vrijheid binnen het gebouw stond in groot contrast met de wereld van het grote nieuws buiten. Het was de periode van de opmars van Pim Fortuyn; naast zijn opdracht bij ’t Barre Land moest Crone veel op pad om het nieuws te fotograferen voor Trouw. SFU verlangde maar twintig foto’s, maar Crone had het zo naar zijn zin dat hij de serie heeft uitgebreid en er een boek van heeft gemaakt, mede-gefinancierd door het theatergezelschap. De samenwerking met SFU verliep voorspoedig. Het bestuur kwam regelmatig langs om te voortgang van het werk te bekijken. Volgens Crone moet je als fotograaf flexibel zijn, de opdrachtgever geeft de grenzen aan. Daarnaast is contact tussen opdrachtgever en fotograaf belangrijk - door regelmatig werk te laten zien neem je de opdrachtgever als het ware mee in je beeldende proces. Geef de opdrachtgever de ruimte om mee te denken. Op deze manier worden misverstanden voorkomen en blijft de communicatie open.

©Werry Crone, 2001. ’t Barre Land in opdracht van Stedelijke Fotografie Utrecht

©Werry Crone, 1991. Opdracht Rijksmuseum, In Dienst van het Koninkrijk Secretaire Vergadering.

Van het gemak waarmee Crone zich inmengde bij het theatergezelschap, en als het ware een van hen werd, was bij de opdracht van het Rijksmuseum geen sprake. De moeilijke wereld van het koningshuis waar je als fotograaf niets kunt uitrichten zonder toestemming van de RVD (en de koningin), was in 1991 een jaar lang zijn werkterrein. De opdracht van het Rijksmuseum luidde: laat het koningshuis zien als bedrijf, de beperkingen de mogelijkheden, de zakelijke kant. De werkzaamheden van de koningin van 9 tot 17 uur. Crone tekende letterlijk de foto’s uit die hij wilde maken. Onderhandelen, tactieken, diplomatie alles was nodig om zaken voor elkaar te krijgen. Zo woonde Crone ook genoeg ‘onzinnige’ formele gebeurtenissen bij, die voor hem niet interessant waren, maar die hem konden helpen bij het kweken van goodwill om zijn wensenlijst voor elkaar te krijgen. Na een jaar lang intensief onderhandelen en werken was er een selectie voor tentoonstelling en het boek gemaakt en had de RVD akkoord gegeven toen iemand binnen de konklijke staf bedacht dat de koningin de foto’s misschien ook nog wel wilde zien. Zij besloot een aantal foto’s te verbieden, ondanks het akkoord van de RVD. De koningin was not amused met de selectie en het getouwtrek begon. Crone zelf wilde de foto’s niet uit het boek verwijderen. De toenmalige directeur van het Rijksmuseum, Henk van Os, kon zich door zijn goede connecties met het koningshuis geen faux pas veroorloven. In de tentoonstelling werden de foto’s, tot grote onvrede van Crone verwijderd. In het boek gebeurde dat niet: Crone trotseerde


het veto van de koningin en maakte het boek zoals hij het bedoeld had. Maar om diplomatieke redenen verdween in het boek wel elke naamsvermelding van het Rijksmuseum. De uitvoering van de opdracht heeft veel mooie en gekke anekdotes opgeleverd, maar dit maakte de opdracht niet minder intenstief en moeilijk. Een schril contrast met de vrijheid en vriendelijkheid bij ’t Barre Land. Opdracht: NRC Handelsblad en Crisis! Twee jonge fotografen die nog relatief kort werkzaam zijn in het veld en opdrachten doen voor kranten, tijdschriften en instellingen. Wat zijn hun ervaringen? Luciana Caputo heeft de afgelopen twee jaar gewerkt aan Hemel & Aarde voor NRC Handelsblad. Een samenwerking met journalist Anil Ramdas over religies, rituelen, tradities en geloof in Nederland. De reden dat dit project ter sprake komt, is dat er twee jaar lang om de week een verhaal met foto gepubliceerd werd. Caputo kreeg vrijheid wat invulling betreft op voorwaarde dat de foto’s ‘beschrijvend’ zouden zijn. Zij werkten dus eigenlijk aan een langdurige opdracht, die in alle vrijheid konden worden uitgevoerd. Best een bijzondere opdracht voor een dagblad. Caputo vond de samenwerking met journalist Ramdas in eerste instantie wennen, ze moest groeien in deze vorm van samenwerking. De ervaring leert ook dat het regelen van toestemming om te fotograferen veel tijd kost. Inmiddels zijn Caputo en Ramdas bezig met de reeks te verwerken tot een boek. Caputo was afgelopen jaar ook aan het werk voor FOTODOKs project Verzamelplaats, verhalen uit het Utrechtse Landschap. Het resultaat daarvan was na afloop van de middag te bewonderen tijdens de opening in het Lepelenburgpark. Inge Stolwijk werkt momenteel aan de Crisis!-opdracht, die op het initiatief van de intendant documentairefotografie van het BKVB in het leven is geroepen om opdrachtfotografie te stimuleren. Stolwijk voert de opdracht uit voor het CBK Gelderland en provincie Gelderland. Ze wil de gevolgen van de crisis laten zien voor grensstreek (Euregio), maar ook de kansen die de crisis creëert. Hoewel je voor aanvang van de opdracht een plan indient blijf je tijdens het fotograferen aan conceptontwikkeling doen. Tijdens het fotograferen ontstaan er bredere lijnen, in Stolwijks geval zijn dat migratiestromen in de geschiedenis van de provincie. Voor jonge fotografen geldt veelal dat opdrachten voortvloeien uit het eindexamenwerk en opgebouwde netwerken via stages en netwerkdagen. Caputo geeft ook aan dat voor haar de einddatum van een opdracht, een deadline helpt om ook daadwerkelijk een punt achter het project te zetten. Communicatie is in alle opdrachtsituaties van groot belang. Je ideeën uitleggen, koerswijzigingen toelichten om opdrachtgever bij je plan te blijven betrekken. Crone voegt toe dat ‘ je manier van doen’, ‘jouw zijn’ de opdrachtgever moet aanspreken. Al doende leer je steeds beter communiceren en leer je de politiek en strategieën doorgronden die erbij komen kijken. Ook de andere sprekers/fotografen beamen dat ze daar al doende beter in zijn geworden, verder zien zij niet zoveel verschil tussen deze beginnende fotografen en hoe zij zelf werken. Opdrachtgever: CBK Zeeland voor Crisis! Flos Wilschut coördineert de Crisis!-opdrachten die op initiatief van de intendant zijn uitgezet. Wilschut zorgt ervoor dat de insteek van de opdrachtgevers verschilt van elkaar en dat niet overal dezelfde fotografen worden aangesteld. Belangrijke speerpunten bij de Crisis!-opdracht zijn: dat de opdrachten zichtbaarheid krijgen, dat de verschillende kanten van documentairefotografie worden getoond, dat de opdrachten structureel worden en dat het een en ander op geheel nieuwe wijze wordt gecommuniceerd. Uit inventarisatie van opdrachtgevers bleek dat er in het zuiden nog geen organisaties waren die opdrachten verstrekten. Daar zijn organisaties benaderd. Een van deze organisaties is het CBK Zeeland, aanwezig in de persoon van Thom Schaar. Het CBK Zeeland wilde graag aansluiten bij het landelijke initiatief rondom het thema Crisis!, hoewel zij niet eerder fotografieopdrachten hebben uitgezet. Zeeland heeft de opdracht zeer gericht geformuleerd en richt zich op de positieve kanten van de crisis. Er zijn inmiddels vier opdrachten verstrekt voor elk € 5000. De fotografen gaan voor dit bedrag ongeveer een maand aan de slag. Het CBK krijgt het recht op de beelden om deze beschikbaar te stellen aan de kunstuitleen en bedrijvenkunstuitleen. De oproep voor deelname werd verstuurd naar de kennissenkring van het CBK maar was ook open voor inschrijving. Vanuit het publiek wordt inzicht gevraagd in het proces en financiën van de intendant ten behoeve van de Crisis!-opdracht. Hoe werkt het? Wie krijgt wat? En waarom de keuze voor CBK’s als partners voor de opdracht? De intendant is wegens omstandigheden verhinderd dus kan de vragen niet toelichten. Op dit moment is bekend dat het budget wordt verdeeld over verschillende speerpunten waarvan Crisis! er een is. De financiering betreft het boek en tentoonstelling. Instellingen financieren de Crisis! opdracht zelf, daarom


zijn er verschillen in aanpak, in financiën, in wijze van voordragen etc. Zo heeft het Stadsarchief Amsterdam een open inzending en vrije invulling van het thema door de fotografen in tegenstelling tot de redelijk strikt geformuleerde opdracht van het CBK Zeeland. Bert Janssen, SFU, vraagt zich af hoe het verder moet met het opdrachtgeverschap na de Crisis!-opdracht. De intendant is aangesteld om de infrastructuur van opdrachten in kaart te brengen, te stimuleren. Maar in hoeverre wordt geïnvesteerd in versterking en continuering van opdrachten? Welke mechanismen en budgetten zijn daarvoor nodig? Onder de noemer Crisis! worden allerlei organisaties en partners bij elkaar gebracht maar hoe gaat het na Crisis! verder? Wilschut legt uit dat de Crisis!-opdracht als eerste stimulans moet worden gezien om dingen meer zichtbaar te maken zowel het in opdracht gemaakte werk als de opdrachtgevers. Daarna moet inderdaad iemand of een organisatie(s) het oppakken en verder consolideren. Hoe dat moet en wie dat gaat doen is nog wel een discussie waard, waarvoor tijdens deze middag helaas geen tijd meer is. De ideale opdracht(gever) De middag van de opdrachtfotografie wordt afgesloten door Kim Bouvy. Zij draagt haar column voor over de ideale opdrachtgever en de noodzakelijke dialoog tussen opdrachtgever en maker. Klik hier om Bouvy’s tekst te lezen. Veel, maar nog veel meer..aanpakken maar. Er is veel en intensief gesproken deze middag, maar nog lang niet alles is aan bod gekomen en kan uitgebreider worden toegelicht of uitgewerkt. Wel is de conclusie dat meer zichtbaarheid van opdrachtgevers noodzakelijk is. Ook is er meer behoefte aan bruggen/bemiddeling tussen fotografen en opdrachtgevers. En dan niet alleen binnen de al gebaande paden, maar ook daarbuiten. Hoe spreek je andere parochies aan, om te spreken met de woorden van Reinier Gerritsen, en overtuig je hen van het belang van documentairefotografie in opdracht? Graag sluit ik deze tekst dan ook af met de oproep commentaar en suggesties naar info@fotodok.org te sturen. Het zou mooi zijn als organisaties of individuen die graag een aanvulling, omkering of andere insteek van het aangezwengelde onderwerp zouden willen aanpakken dat kenbaar maken, om het gesprek dat deze middag gestart is constructief te vervolgen.

© FOTODOK | Elsbeth Pijnappels met dank aan Patrick Sijben (audio-opname)

PLEASE POINT YOUR CAMERA AT MY SUBJECT  

PLEASE POINT YOUR CAMERA AT MY SUBJECT

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you