Page 1

Alkmaar fotogenieke monumentenstad

Monumentenroute in en om de oude stadskern


Alkmaar fotogenieke monumentenstad Monumentenroute in en om de oude stadskern

INHOUD

Voorwoord Door wethouder Nico Alsemgeest Monumentenroute Alkmaar fotogenieke monumentenstad Plattegrond Middenkatern Index Achterin geopend gesloten

1 1A

Monument Historische foto

Openingstijden 10.00uur tot 17.00 uur, tenzij anders vermeld.


Voorwoord De 24e editie van de Open Monumentendag heeft als thema ‘op de kaart’. Alkmaar stond al vroeg op de kaart, zoals te lezen is in de zesde uitgave in de themareeks, ´Alkmaar op de kaart gezet´. U leest er over de eerste kaartmakers, de groei van Alkmaar en over het wijdverspreide gebruik van ansichtkaarten. Fotogeniek Deze monumentenroute brengt u aan de hand van oude foto´s en prenten terug in de tijd. Sinds het eind van de 19e eeuw, toen de fotografie meer en meer in gebruik kwam, zijn talloze gevoelige platen geschoten. Daarop zijn vele monumentale huizen te zien, waar gezinnen trots op de stoep poseren. Deze foto´s belandden in een lijstje op de schoorsteenmantel of werden verstuurd als ansichtkaart. Zo raakte het stadsbeeld gekoesterd en verspreid. Net zoals vandaag gebeurt in het Regionaal Archief Alkmaar waar een grote collectie zorgvuldig wordt bewaard en via de Beeldbank -vanuit de hele wereld- digitaal is in te zien. Veel van de oude opnames zijn inmiddels verschoten en ik vind het vergeelde beeld met het bruine randje juist extra charme geven aan het voorbije Alkmaar. Met deze brochure in de hand wandelt u door het Alkmaarse stadsbeeld zoals dat ooit door stedelingen is vereeuwigd. En u zult zien dat Alkmaar nog altijd een fotogenieke monumentenstad is. Nieuw geopende monumenten Voelt u zich ook zo getrakteerd om binnen te mogen kijken op onbereikbare plekken? Daarom verheugt het mij zo dat dit jaar maar liefst negen nieuwe openstellingen zijn die stuk voor stuk de moeite waard zijn. Net als bij de andere monumenten staat hun deur speciaal voor de monumentenbezoeker open. Neemt u daarom vooral de tijd voor onderstaande adressen. En bekijkt u ook eens de overkapping van perron 2 op het Centraal Station. • Bunker WOII • Villa • Kantoor • Het souterrain • De Ambachtsschool • Huis met de Kogel • De Korenschoof • Vml. Huize St. Louis • Zoutziederij

Wilhelminalaan Kennemerstraatweg 11 Kennemerstraatweg 13 Wilhelminalaan 8 Bergerweg 1 Appelsteeg 2 Luttik Oudorp 81 Nassaulaan 30 Schelphoek 1

Monumentenwedstrijd Woningstichting Van Alckmaer en de gemeente hebben de handen ineengeslagen om Alkmaarse monumenten ‘op de kaart’ te zetten bij de jeugd. Dit gebeurt met een monumentenwedstrijd onder negen schoolklassen (groep 7) die elk een ‘eigen’ monument toegewezen kregen. Na een bezoek met een monumentenexpert hebben zij zich laten inspireren tot een kunstwerk. De negen kunstwerken zijn vandaag te bewonderen in de Grote Kerk en u kunt uw voorkeur met uw stem steunen. Ik wens u een kunstzinnige en monumentale dag toe. Nico Alsemgeest Wethouder monumentenzorg en archeologie


Alkmaar fotogenieke monumentenstad Monumentenroute in en om de oude stadskern

1

Grote- of St. Laurenskerk

Koorstraat 2-4

Het gebouw Deze 15de eeuwse kerk wordt vaak ‘de huiskamer van Alkmaar’ genoemd. Het is een enorme kerk en de bouw nam vijftig jaar in beslag (1470 tot 1520). De bouw stond onder leiding van vader en zoon Keldermans uit Mechelen. Er werd gekozen voor de bouwstijl van de Brabants gotiek, een importstijl uit de Zuidelijke Nederlanden. Karakteristiek zijn de buitenmuren van witte Gobertange steen en de zuilen van gelige Ledesteen in het interieur. Andere gebruikte steensoorten zijn Duitse tufsteen (in de muren van het schip) en inheemse rood-gele baksteen (transepten en in het interieur). Binnen valt het hoge houten tongewelf op met zijn gewelfschotels met stralenkransen. De zijbeuken en de kooromgang hebben stenen gewelven. Maar niet alleen in de hoogte ziet u mooie dingen, kijkt u ook eens naar de grafzerkenvloer met de vele bijzonder versierde zerken uit de 16de, 17de en 18de eeuw. Rooms-katholiek De Grote Kerk werd gebouwd voor de rooms-katholieke eredienst. Uit die tijd stammen het gotische koorhek met de koorbanken èn de unieke houten tombe voor graaf Floris V (vroege Renaissance). U vindt de tombe in het koor, onder het kleine orgel. De katholieke periode duurde tot 1572, toen ook in Alkmaar de Reformatie (hervorming) een feit was. Tijdens de Beeldenstorm in 1566 waren al vele kunstschatten verloren gegaan en gedurende het Spaans beleg in 1572 werd het kerkzilver omgesmolten om de strijd van Willem van Oranje te financieren. Zo bleef er weinig over van het katholieke ‘huisraad’. Hervormd Onder het beheer van de hervormden werden diverse interieurstukken, die bestemd waren voor de roomskatholieke dienst, vernietigd of verkocht. Zo werd ook het grote altaarstuk uit 1538-1542 van de beroemde Maerten van Heemskerck verkocht aan Rusland. Het altaarstuk kwam daar nooit aan, omdat het schip waarmee het vervoerd werd verging voor de kust van Zweden. De Zweedse koning schonk het kunstwerk aan de Lutherse dom van Linköping, waar het nog altijd is te vinden. Pas in 1903 werd de herkomst van het altaarstuk herkend.. De hervormde dienst bracht nieuwe interieurstukken in de kerk, zoals de preekstoel (1665) met rondom een doophek (1605), de herenbanken rond de zuilen (1651-1655) en grote koperen kaarsenkronen (16421643). Wereldberoemde orgels De kerk heeft maar liefst twéé wereldberoemde orgels. Het kleine gotische orgel uit 1511 in de kooromgang is gebouwd door Jan van Covelens. Het is het oudste nog bespeelbare orgel in ons land. Het grote orgel is gebouwd door de familie Hagerbeer in 1638-46. De orgelkas is ontworpen door de beroemde architect Jacob van Campen. De luiken zijn beschilderd door Cesar van Everdingen.Het instrument werd gemoderniseerd door Frans Caspar Schnitger, een telg uit een beroemd Noord-Duits geslacht van orgelbouwers (1723-1725). Hieraan dankt het instrument zijn schitterende klank. Gewelfschildering In het gewelf van de koorsluiting is een schildering van het Laatste Oordeel uit 1518, toegeschreven aan Cornelis van Oostsanen. U kunt het vanaf de begane grond niet zien, omdat het tot in 2011 wordt gerestaureerd.


1A

Zicht in de Kerkstraat vanaf de Heul, 1967 Op de foto ziet u de Kerkstraat in 1967 vlak voordat er werd overgegaan tot de sloop van de bebouwing aan de rechterzijde. Op de achtergrond de Dominicuskerk. Leuk detail is het verkeersbord.

1B

Hoek Koorstraat en Kerkstraat met mooie trapgevel, ca. 1870 Op de foto ziet u de Stads Bank van Lening met rechts een pand met trapgevelop de hoek Kerkstraat met de Koorstraat. Deze bank werd in 1843 overgebracht uit de Lombardsteeg naar de Koorstraat in het in 1779 voor de “Fransche jongeheerschool” aangekochte gebouw. De bank werd opgeheven in 1875. Het perceel werd tot sociëteit verbouwd in 1877. In het begin van de 20ste eeuw zijn de panden gesloopt voor de huidige bebouwing.


2

‘t Hooge Huys

St. Laurensstraat 1-3 Op de plek van het huidige Hooge Huys stond al in de 12de eeuw een pand met dezelfde naam. Onze archeologen hebben hier een omgrachting aangetroffen uit de 12de eeuw en vermoeden dat hier een grafelijk hof heeft gestaan. In de 14de eeuw verrees er een bakstenen toren die het pand zijn naam gaf. De (slot)gracht is omstreeks 1300 gedempt en de middeleeuwse bebouwing is verdwenen. In 1754 werd het complex gesloopt om het Kerkplein te maken. Bij de oprichting van de verzekeringsmaatschappij, twee-en-half eeuw later besloot men in de naam te verwijzen naar het allang verdwenen beroemde huis.

Claasz Corff van Boshuyzen In de 15de eeuw woonde Claasz Corff van Boshuyzen in het Hooge Huys. Corff was een belangrijk, maar weinig geliefd man. Hij was in de periode 1438-1491 ruim acht jaar burgemeester. In 1491 was hij rentmeester van de adbij en graafschap van Egmond en inde tevens de belasting in Kennemerland en WestFriesland. In dat jaar vond de Alkmaarse burgeropstand plaats van het ‘Kaas en Brood Volk’: de burgers kwamen in opstand tegen het hoge ‘ruitergeld’ dat zij moesten betalen voor de samenstelling van een leger voor de burgeropstand elders in Noord-Holland te bestrijden en de boze stedelingen trokken naar zijn huis om met hem af te rekenen. Toen zij bij ‘t Hooge Huys aanklopten, bleek Corff niet thuis te zijn. In zijn plaats werd zijn ongelukkige knecht door de woedende menigte doodgeknuppeld. Het oproer werd de kop in gedrukt, maar Alkmaar verloor door de onlusten wel enige tijd het stadsrecht (1492-1518). Het gebouw In 1930-31 kwam het grote monumentale hoekpand hier te staan. Het werd gebouwd in opdracht van de verzekeringsmaatschappij ’t Hooge Huys. De bekende architect A.J. Kropholler tekende het ontwerp. Kropholler kreeg opdrachten in het hele land, voor met name raadhuizen en openbare gebouwen. Ook de nieuwe Abdij van Egmond heeft hij ontworpen alsmede het voormalige Alkmaarse Politiebureau (Kerkplein 9). ‘t Hooge Huys en het voormalige Politiebureau laten duidelijk zien dat Kropholler in een traditionalistische stijl werkte. Hij liet zich daarbij inspireren door middeleeuwse voorbeelden (trapgevels), maar ook door de rustige, zware vormentaal van Berlage; grote, monumentale gevels, gecombineerd met steile zadeldaken. Veel van Krophollers gebouwen zijn uitgevoerd in grote, helderrode bakstenen, die ook hier is te zien. Een medaillon en een gedenksteen Tussen de ramen op de verdieping ziet u een rond stenen medaillon, met daarin een pelikaan die zijn drie jongen voedt met zijn eigen bloed. Dit is een veel gebruikt symbool van de naastenliefde en toepasselijk voor een verzekeringsmaatschappij. In de zijgevel aan de St. Laurensstraat zit een kleine terracotta gedenksteen met twee vissen. Deze is aangebracht ter herinnering aan Jacob Cabeliau. Hij was bevelhebber tijdens het Spaans beleg van Alkmaar in 1573. Cabeliau stierf in 1574 in ’t ‘oude’ Hooge Huys.

2A

Prinsenhof/Hoge Huis 1727, gezien vanaf de Grote kerk links. Op deze prent van Cornelis Pronk is het Hooge Huys afgebeeld naar de situatie van 1729. De St. Laurensstraat loopt ongeveer door het midden van de op de prent afgebeelde bebouwing.


2B

Het hoge huis rond 1900

Op de foto is het rechter huis nog in het straatbeeld aanwezig, namelijk huize “de Dieu”. Het linker huis is afgebroken voor de bouw van het huidige bankgebouw dat rond 1930 gebouwd is door Kropholler. De foto dateert van circa 1885.

3

Huize De Dieu

Langestraat 114 Burgemeesterswoning Deze 18de eeuwse villa is gebouwd in 1741-1742. Het is een vroeg voorbeeld in Lodewijk XV-stijl. Het pand werd gebouwd voor Carel de Dieu (1700-1789). Deze telg uit een Noord-Hollands regentengeslacht woonde enige tijd in Amsterdam, voordat hij naar zijn geboortestad Alkmaar terugkeerde om daar diverse ambten te bekleden, waaronder dat van burgemeester. Bij de bouw van het pand waren vele belangrijke bouwers en beeldhouwers betrokken. De architect is Jean Coulon uit Amsterdam, broer van de bekendere Anthony Coulon uit Leeuwarden. De leiding over de bouw berustte bij Daniël van Kleeff (1686- 1757), één van de belangrijkste aannemers die Alkmaar in die jaren kende. Bij het werk was verder o.a. de Amsterdamse steenhouwer François Absil betrokken en aan het interieur werkten o.a. de Amsterdamse beeldhouwer Asmus Frauen en de Alkmaarse beeldhouwer Willem Straetmans mee.

Exterieur De voorgevel van het pand is uitgevoerd in zandsteen uit Bremen. Aan weerszijden is de gevel voorzien van zogeheten geblokte hoeklisenen. De kroonlijst heeft triglieven (dat zijn groeven), met daartussen vlakke, onversierde metopen. De middenpartij springt iets naar voren en is rijk versierd. In de top prijkt het wapen van Carel de Dieu (links) en zijn vrouw Anna de la Croix (rechts).

3

Langestraat 105/107 Een mooi gebouw gesloopt in 1928. Op de foto die dateert van voor 1928 ziet u de Langestraat rechts van de Schoutenstraat. V.l.n.r. de hoek met de Schoutenstraat, filiaal van wasserij Krom, de naaimachinehandel van Leeuwensteijn, de Noorderbank, firma Jung & van der Hoek. De Noorderbank werd gesloopt in februari 1928.


4A

Breedstraat rond 1900 Vanuit het westen gezien, met Dominicuskerk.

4B

Breedstraat hoek Schoutenstraat Op foto 4A uit 1865 een blik in de Breedstraat met op de achtergrond de inmiddels gesloopte Dominicuskerk, nu rest hiervan uitsluitend nog een klein torentje aan de Laat in het winkelcentrum Domus. Op foto 4B uit circa 1920 vanaf hetzelfde punt genomen, maar nu naar links gezien ziet u de Bruinviskamer en kijkt u in de Schoutenstraat met een doorkijk naar de Langestraat. Dit was het feitelijk begin van het Stedelijk Museum. Het gebouw is eind jaren 60 gesloopt voor de uitbreiding van het stadhuis. 4

Voormalig Hofje Huis van Zessen

Schoutenstraat 2

Het oudste hofje Het Huis van Zessen is Alkmaars oudste nog bestaande hofje, al wordt het niet meer als hofje gebruikt. Het werd gesticht in 1510 door Dirk Simonszoon van Boshuyzen. Van Boshuyzen had een beroemde vader, de Alkmaarder Claes Corff die het nabijgelegen Hooge Huys aan de Langestraat bewoonde. Na het overlijden van Van Boshuizen realiseerden nabestaanden in 1511 dit hofje. Daarvoor werden twee oudere huizen afgebroken. Het hofje was bestemd voor zes oude rooms-katholieke mannen, van boven de 60 jaar! Volgens de huisregels moesten zij de vespers en de hoogmis bijwonen in de Grote Kerk, en dat terwijl die nog in aanbouw was! Verder mochten zij aan de eettafel alleen positief christelijke gesprekken voeren en geen ‘achterklap’ over de medebewoners naar buiten brengen. Pas in 1804 werd het reglement gemoderniseerd. In de 20ste eeuw ging het beheer over in handen van de bisschop van Haarlem, die de verbouwing van het interieur voor zijn rekening nam.


Oud en nieuw Slechts de voorgevel en de zijgevels zijn in kern nog laatmiddeleeuws. Verder wordt het uiterlijk sterk bepaald door verbouwingen in de 19de en 20ste eeuw. Zo kreeg de voorgevel in het begin van de 19de eeuw de hoge empire-ramen en een wit geschilderde pleisterlaag met diepe schijnvoegen. Binnen zijn enkele monumentale ruimtes in neorenaissance stijl verbouwd: de grote zaal met schouw en tegeltjes (1910) en de regentenkamer (1922). En nu? Jarenlang heeft het Huis van Zessen dienst gedaan als pastoraal centrum voor de Dominicanen in de binnenstad. Sinds 1998 maakt het pand deel uit van het stadhuis en vergaderen de fracties in de historische ruimtes.

5

Stadhuis

Langestraat 95-97

Oudste huis Het oudste nog bestaande huis van de stad is goed verscholen maar toch opvallend: hoek Langestraat/Schoutenstraat. Bij omvangrijke restauraties van het middeleeuwse stadhuis, dat nog steeds voor zijn originele bestemming wordt gebruikt, zijn uitvoerige archeologische en bouwhistorische onderzoeken gedaan. Bij dit complex hoorde ook een apart huis, op de hoek LangestraatSchoutenstraat, een vroeg-14de-eeuws pand dat ooit een rijkversierde gotische bakstenen gevel moet hebben gehad. In 1694 begon men aan een zeer grote verbouwing van het stadhuiscomplex, waarbij men waarschijnlijk zelfs het plan had de gehele buitenkant te voorzien van één nieuwe gevel in classicistische stijl. Er werd begonnen met de rechterzijde, waar de middeleeuwse gevel bouwvallig was geworden. Er was echter geen sprake van volledige nieuwbouw: er werd simpelweg een schil van metselwerk omheen gezet, waarbij het oude metselwerk eronder gehandhaafd bleef. Nog steeds is bij de ramen te zien, dat de muren erg dik zijn en binnen zijn op enkele plaatsen nog balken zichtbaar van de oude constructie. De zolder toont nog delen van het middeleeuwse dak en er blijkt aan de achterzijde nog muurwerk intact te zijn tot aan de dakgoot. Boven de nieuwe classicistische ingang bracht men een Latijnse tekst aan, die zoveel betekent als: ‘voor dit door ouderdom ingestort bouwwerk is door de vroedschap en burgemeesters het herstel verzorgd in 1694.’ Het is wel een vreemde gedachte, als je in de Langestraat staat, dat men de hele stadhuisgevel tot aan het traptorentje links op deze wijze had willen vervangen/bekleden! Voor zover nu uit bouwhistorisch onderzoek bekend, is het hoekhuis in de kern het oudste nog redelijk complete middeleeuwse huis uit de stad. De stadhuisvleugel die er aan de achterkant direct naast staat (nu de westkant van de binnenplaats) blijkt deels nog uit de 15de eeuw te stammen. Bij opgravingen op de binnenplaats werden funderingen, vloeren en een beerput opgegraven van nog twee 14de-eeuwse huizen van vergelijkbare dimensies. Deze huizen zijn gesloopt voor de bouw van het eerste stadhuis, omstreeks 1480. Exterieur 16de eeuw Het stadhuiscomplex, ingeklemd tussen Langestraat, Schoutenstraat en Breedstraat, is een samenstelling van bouwonderdelen van verschillende ouderdom rond een centrale binnenplaats. De oudste delen, gelegen op de hoek van de Langestraat en Schoutenstraat, stammen nog uit de 14de eeuw. Het hoofdgebouw langs de Langestraat is in 1509-1520 opgetrokken in dezelfde stijl als de Grote Kerk: de Brabantse gotiek. Het stadhuis kreeg daarbij een slanke traptoren met open peerspits. Kenmerkend voor de Brabantse gotiek is de toepassing van banden witte natuursteen (speklagen). 17de eeuw Rechts van het hoofdgebouw staat op de hoek van de Schoutenstraat een oudere vleugel die in 1694 ingrijpend werd vernieuwd in Hollands-classicistische stijl. Uit die tijd stamt ook de monumentale omlijsting van de ingangspartij. Als u omhoog kijkt, ziet u twee beelden en de wapens van de vier toenmalige burgemeesters. Het linkerbeeld (met spiegel) symboliseert de voorzichtigheid, het rechter (met weegschaal) de rechtvaardigheid. De deuren tussen deze twee dames gingen van tijd tot tijd open en vanaf deze hoge plek werden publiekelijk de vonnissen uitgesproken, die binnenskamers waren besloten. 19de eeuw In de 19de eeuw vonden diverse moderniseringen aan het complex plaats. Zo werd de zachte middeleeuwse handvorm baksteen van de voorgevel van het hoofdgebouw vervangen door een harde machinale steen.


Alleen de toren bleef de oorspronkelijke geelrood gemêleerde baksteen (dezelfde als in het muurwerk van de Grote Kerk en de Kapelkerk is toegepast) behouden. 20ste eeuw In de periode 1911-1913 vond een ingrijpende restauratie en renovatie van het oude complex plaats onder leiding van de bekende architect Jan Stuyt (1868-1934). Onder zijn leiding werden o.a. de houten kruiskozijnen in de voorgevel, die in de 19de eeuw waren verdwenen, opnieuw aangebracht. Van zijn hand is ook het trappenhuis aan de Schoutenstraat met de prachtige glas-in-loodramen. Een grote verandering aan het complex voltrok zich na de Tweede Wereldoorlog. Toen kwamen kantoorvleugels aan de Breedstraat (1968) en aan de oostzijde van het complex (1978). Archeologisch onderzoek in de tuin In het voorjaar van 2003 zijn op de binnenplaats archeologische opgravingen gedaan. Daarbij kwamen onder meer de resten te voorschijn van middeleeuwse bebouwing die in de 16de eeuw was afgebroken voor de aanleg van de siertuin van het stadhuis. Er werden funderingen getroffen van achteraanbouwen aan het oudste stadhuis. Het ging om twee bakstenen bijgebouwen met een keurig in visgraatpatroon bestrate steeg ertussen, aangelegd in de tweede helft van de 15de eeuw, waarin vermoedelijk keukenvoorzieningen waren ondergebracht. In een van de gebouwen, voorzien van een eenvoudige baksteenvloer, werd een brede haardplaats aangetroffen. De rechter ‘wang’ (zijkant) van de haard is na de opgraving in het zicht gelaten en te zien door een vierkant gemetseld ‘kijkgat’ in de tuin. Interieur Het inwendige van het oude deel van het stadhuiscomplex bevat een aantal bezienswaardige ruimtes met bijzondere interieurstukken. Het interieur is in 2003 grondig gerenoveerd. Begane grond Op de begane grond hangen in de oude hal (rechts achter de bordestrap) twee allegorische schilderingen in grijze tinten uit ca. 1694, vervaardigd door de bekende Haarlemse schilder Romeyn de Hooghe. Oorspronkelijk sierden zij een inmiddels verdwenen trappenhuis. Trappenhuis In het trappenhuis dat Stuyt tussen 1911-1913 toevoegde, is een reliëf uit 1723 opgehangen, waarop de wapens van de toenmalige burgemeesters te zien zijn. Oorspronkelijk was dit reliëf te vinden in de zaterdagse kamer van het gebouw van de Stadstimmerwerf aan de Keetgracht (zie daar). Raadzaal, interieur 1911-1913 modernisering 2008 Op de verdieping van het hoofdgebouw domineert de grote raadzaal. Oorspronkelijk werd hier recht gesproken. Pas sinds het eind van de 19de eeuw, toen de rechtbank werd ondergebracht in een eigen gebouw, komt de gemeenteraad hier bijeen. De huidige vormgeving wordt sterk bepaald door de restauratie van Stuyt uit de periode 1911-1913. Hij liet het eikenhouten moer-en kinderbalkenplafond vervangen door nieuw materiaal (de grote moerbalken die u ziet zijn van ijzer, bekleed met hout) en ontwierp het gehele interieur van de raadzaal, waaronder de bijzondere koperen kronen. De modernisering was noodzakelijk voor het maken van een nieuwe vergaderopstelling (van alle technische gemakken voorzien) en een ruimere publieke tribune. De schouw werd meer naar achteren geplaatst, deze stond tegen een wandje van stijl- en regelwerk en niet tegen de originele achterwand. De symmetrische opzet met een schijn-toren rechts van de schouw werd tbv ruimtewinst ongedaan gemaakt. Tijdens de ontmanteling werden op de schouwboezem en schijn-toren schilderingen aangetroffen. De schildering met de leeuwen, het wapen, krans en lint met de spreuk ‘Alcmaria Victrix’ is weer op de nieuwe schouw aangebracht door fijnschilder Leonieke Polman. Achter de schouw van Stuyt werden in de originele achterwand de bouwsporen van de originele vroeg 16de-eeuwse grote stookplaats gevonden van ruim 2.5 meter breed. Bij de bouw van de muur van wel 70 cm dik was de stookplaats in de muur uitgespaard. De achterwand was licht rond gemetseld en liep schuin naar achter om vuur en rook te begeleiden. Op de plek waar het vuur tegen de achterwand brandde is het originele metselwerk een halve steen weggehakt en vervangen voor een harder gebakken steen in visgraat motief. Waarschijnlijk was de originele muur kapot gebrand door de hitte van het vuur. De voegen tussen de stenen gemetseld in visgraat motief hadden een extra accentstreep gekregen om het patroon zichtbaar te houden door de roetaanslag heen. In het midden is geen roetaanslag aangetroffen en lijkt zich een gietijzeren haardplaat met kuif af te tekenen. Een haardplaat had verschillende functies. Het beschermde de achterwand tegen het vuur en nam de warmte van het vuur op en straalde deze weer uit; dit verbeterde de warmteopbrengst van het haardvuur. Haardplaten met een kuif horen tot het rijke ‘Hollandse’ type dat in de 17de eeuw opkwam.


Polderkamer Vlak naast de Raadszaal ligt de Polderkamer. In deze kamer vergaderden vroeger de polderbesturen. Momenteel is de ruimte in gebruik als trouwzaal. Bijzonder is hier de schouw in renaissance-stijl. Dergelijke schouwen, met beelden links en rechts, waren erg geliefd rond 1600. Nieropkamer Een van de mooiste kamers in het complex is de Nieropkamer, gelegen aan de Schoutenstraat. De kamer is vernoemd naar de apotheker Nierop, die in 1915 de collectie porselein die in de kamer staat aan het stadhuis heeft geschonken. Een tweede kast staat in de hal op de begane grond. Het vertrek heeft al vele functies gehad. Ooit was dit de burgemeesterskamer, in de 17de eeuw was hier de weeskamer en in de 19de eeuw diende de ruimte als bodenkamer. Nu wordt er in stijl vergaderd. De kamer heeft nog zijn oorspronkelijke gotische balkenplafond. In 1634 werd dit plafond voorzien van een rankenbeschildering in renaissancestijl. Bovendien bevindt zich hier een fraaie 18de-eeuwse schoorsteenmantel in rococostijl, die oorspronkelijk in een pand aan de Oudegracht gezeten heeft. Het stucwerktafereel op de schoorsteenboezem stelt de zeegod Neptunus en zijn vrouw voor.

Langestraat De Langestraat was van oorsprong een dijk tussen de Grote Kerk en het Hooge Huijs en de haven bij de Houttil. Deze dijk werd rond 1200 aangelegd vanuit de binnenstad en volgde vanaf de Houttil de westoever van de rivier de Rekere naar het noorden en boog vervolgens af naar de hogere zandgronden van Bergen – dit laatste deel is nog steeds aanwezig, namelijk de Kogendijk. De dijk is nog herkenbaar, want de Langestraat ligt hoger dan de omgeving. In de zijstraten gaat het wegdek over vrij korte afstand nog steeds bijna een meter omlaag.

6

Moriaanshoofd

Langestraat 93 (via ingang stadhuis) Een oude herberg Langs de Langestraat staan verschillende brede woonhuizen: de zogeheten dubbele woonhuizen. De herberg het Moriaanshoofd is ontstaan door samentrekking van twee oudere, smallere panden. De naamgeving van de herberg is waarschijnlijk een knipoog naar het apothekersgebruik om een moorse kop uit te hangen: in het Moriaanshoofd was namelijk ook ‘goede medicijn’ verkrijgbaar. De rijk versierde voorgevel met erker in Lodewijk XIV-stijl is het resultaat van een verbouwing uit ca. 1718-1720, die werd uitgevoerd in opdracht van de toenmalige bewoners, de rijke jurist mr. Simon Schagen.

De goede rechter De symmetrische voorgevel laat een strakke handvorm baksteen zien, met zeer dunne voegen. Opmerkelijk zijn de houten ramen met slanke ijzeren raamroeden. Zij werden aangebracht in de jaren ‘60 van de 19de eeuw ter vervanging van de oorspronkelijke houten roeden, in de tijd dat de bekende Alkmaarse burgemeester Maclaine Pont het huis bewoonde.Tot de pronkstukken van het huis behoort de dubbele ingangsdeur met in sierlijke krulletters de gespiegelde monogrammen van Simon Schagen (SS) en zijn vrouw Cornelia Craft (CC). Daarboven bevindt zich een rechthoekige erker. Deze is langs de onderzijde versierd met een reeks kleine reliëfs met symbolische voorstellingen van de deugden, waarover een goede rechter moet beschikken. Zo ziet men aan de zijkanten de waakzaamheid uitgebeeld, links door een haan met een ronde lantaarn, rechts door een leeuw vergezeld van een klokje (de leeuw lijkt te slapen, maar is wakker en let goed op). Aan de voorkant ziet men o.a. de boeken die een goede rechter moet raadplegen. Voorts is er een spiegel te zien: symbool van de voorzichtigheid waarmee een rechter zijn oordeel moet vellen. Bovenop de voorgevel staat een attiek (gesloten balustrade). In de attiek is boven de erker een grote houten beeldengroep opgenomen met een allegorische voorstelling die de goede rechter verbeeldt. In hoofdlijnen ziet u het volgende: bovenop in het midden staat een scherpziende adelaar, die de rechter zelf verbeeldt. Deze wordt bijgestaan door twee dames: links Dapperheid (met helm op), geleid door Eerlijkheid (zie het schild waar de goede leeuw het kwade zwijn overwint) en rechts de Overwinning (met laurierkrans op het hoofd en helm in de linkerhand), die door Eendracht (gesymboliseerd door de granaatappel in haar hand) tot stand komt. In het midden bevindt zich een ‘topless’ jongedame met


in de hand een stralende zon: dit is de Naakte Waarheid. Naast haar staat Vader Tijd die haar onthult. In 2007 is de beeldengroep opnieuw in kleur gezet. Marmeren vloeren en stucplafonds U moet bij het Moriaanshoofd zeker even naar binnen! U loopt door een brede gang met een vloer van grote platen Italiaans marmer. De wanden en het plafond zijn in het begin van de 20ste eeuw van een rijke stucwerk versiering in 18de-eeuwse trant voorzien. Links van de gang liggen twee grote kamers-en-suite, verbonden door een brede dubbele deur (‘portes-brisée’). Beide kamers hebben marmeren schoorsteenmantels in rococo stijl. Ook de stucplafonds zijn in deze stijl uitgevoerd. Kenmerkend voor de rococo of Lodewijk XV- stijl zijn de zwierige, asymmetrische krullen. 7

Logegebouw van de Vrijmetselaren

Gedempte Nieuwesloot 153

Korenfestival De loge organiseert ook dit jaar het ‘Korenfestival’. Ruim twintig koren verzorgen vele optredens in verschillende monumenten in de binnenstad van Alkmaar. Het programma is los verkrijgbaar. Loges In dit gebouw houden drie Alkmaarse Vrijmetselaarsloges hun bijeenkomsten: De Noordstar, De Morgenster en Noorderkroon en een loge van de Weefsters:VACE. De loge De Noordstar is de oudste. Al in 1800 beoefende deze de vrijmetselarij in Alkmaar. Zij kocht in 1893 een bescheiden gebouwtje, een voorganger van het huidige pand. Voordien stond hier het koetshuis, dat hoorde bij Huize De Dieu aan de Langestraat (zie daar). In 1924 werd het onderkomen van De Noordstar vergroot en kreeg het de moderne uitstraling naar het ontwerp van de twee bekende Alkmaarse architecten: D. Saal (1884-1945) en Laurens Groen (1879-1952). Zij ontwierpen de voorgevel in de stijl van de Amsterdamse School en maakten daarin de typerende ritmische raampartijen met de vele kleine ruitjes. Het dak kreeg een speelse ‘insnede’ boven de ingang. Binnen is een ruime zogenaamde voorhof met daarachter de tempel. De tempel heeft een imposant azuurblauw gewelf, dat is bezaaid met sterren, en is beladen met symboliek. Orde van Weefsters De orde van Weefsters bestaat uit vrouwen en is opgericht in 1947, de loge in Alkmaar in 1963. Het is een inwijdingsorde uitgewerkt in drie graden: Spinster, Weefster en Ontwerpster. Naast de bijeenkomsten in de tempel met rituele handelingen worden wekelijkse bijeenkomsten gehouden die gericht zijn op persoonlijke ontwikkeling door onder andere van elkaar te leren en met elkaar van gedachten te wisselen. Respect en ruimte voor ieders mening is daarbij het uitgangspunt. Naastenliefde en broederschap Veel mensen hebben een idee over de inhoud van de vrijmetselarij, maar weten toch niet precies wat het is. Kort gezegd: het is een methode voor het vormen van een levenshouding. In de praktijk betekent die methode het beoefenen van verdraagzaamheid en van liefde tot de medemens. Op die manier streeft de vrijmetselaar naar een wereldwijde broederschap (én zusterschap) onder de mensen. Uniek in dit streven is het begrip ‘arbeid’ dat aan de methode ten grondslag ligt. Wilt u weten hoe dát zit? Stap dan eens binnen, daar kunt u al uw vragen stellen. Er zijn rondleidingen. En als u op uw gemak nog eens verder wilt lezen, kijk dan op www.vrijmetselarij.nl of www.ordevanweefsters.nl. 8

Kunstuitleen – vml. Everardus Witte school

Molenbuurt 9 / Achter de Vest 3

Dit expressieve donkerrode bakstenen schoolgebouw is in 1931 ontworpen door de Amsterdamse architect J.Honekamp als katholieke jongensschool. Het is een fraai voorbeeld van de late Amsterdamse school-stijl; het heeft ook wat functionalistische trekjes. Vanaf de Molenbuurt maakt het een gesloten indruk; hier bevinden zich de gangen. De originele interieurafwerking van de gangen en trappenhuis zijn nog grotendeels intact. De trappenhuizen zijn duidelijk af te lezen in de gevel; het zijn grote verticale blokken. Aan de zijde van de speelplaats lagen de klaslokalen en via een reeks grote vensters kregen zij het benodigde daglicht. Bijzonder in het gebouw is het decoratieve gebruik van baksteen; naast het kettingverband zijn de bakstenen ook in een meanderend patroon toegepast rondom een kleine groene tegel.


100

Kunst Na de restauratie van het pand in 2000 zijn de Kunstuitleen en de stichting de Kunst in het pand gevestigd. De Kunstuitleen heeft het hek rondom het voormalige schoolplein en sculptuur op de schoorsteen aan het pand toegevoegd. Zo is ook het nieuwe gebruik van het pand af te lezen aan de gevel. Het hekwerk dat in 2006 werd onthuld, is ontworpen door Anna Mul. Het is een graslandschap waar zich vreemde wezens in ophouden. Het sculptuur van aluminium, roestvrij staal en bladgoud is van Bart van Elden.Maar het pand had ook al een aantal uitingen van toegepaste kunst uit de bouwtijd en van kort daarna. Aan de schoolpleinzijde bevindt zich een beeldje van een kleine schooljongen met het lam gods in de trant van Hildo Krop. De beeldhouwer van de sculpturen van de Beurs van Berlage. 9

Voormalige Rijks-HBS

Paardenmarkt 1 Toen in 1863 de Wet op het Middelbaar Onderwijs werd ingesteld, ontstond een nieuw schooltype: het burgeronderwijs. In Alkmaar kwam in 1867 aan de Paardenmarkt de Rijks Hogere Burgerschool, kortweg Rijks-HBS. Het pand is ontworpen door de toenmalige gemeentearchitect Du Croix in de zogeheten eclectische stijl. Dat wil zeggen dat diverse bouwstijlen zijn gecombineerd. Toch heeft het pand voornamelijk een klassieke uitstraling gekregen.

Naar Koedijk en terug Tot 1883 werd hier alleen onderwijs gegeven aan jongens, daarna werden er ook meisjes toegelaten. Er was een groot lessenpakket en vooral gymnastiek kreeg uitzonderlijke aandacht. Het leken wel excercitieoefeningen. Zo moesten de jongens ‘s morgensvroeg, met een geweer op de rug, lopend naar Koedijk en terug. In de Tweede Wereldoorlog werd het gebouw door de bezetter gebruikt voor de legering van militairen. Na die tijd raakte het gebouw, waar al sinds lange tijd geen onderwijs meer werd gegeven, steeds meer in verval. Nadat aanvankelijk zelfs aan sloop is gedacht, werd in 1988 besloten om over te gaan tot restauratie. Dat dit een goede keus is geweest blijkt wel uit het rijke aanzien dat het gebouw nu uitstraalt. Vermeldenswaard is de reconstructie van het oorspronkelijke tympaan op de kroonlijst boven de ingang. Driemaal is scheepsrecht Ook inwendig is het gebouw het bekijken waard. In het trappenhuis is in 2000 een groot glas in lood triptiek teruggeplaatst van de beroemde Haarlemse glazenier W. Bogtman. Er is een spreuk van Jacob Cats in opgenomen: “De derde strengh houdt den kabel.” Dit wil zeggen dat als iets niet direct lukt, het de moeite is om het nogmaals te proberen. We kennen deze wijsheid ook in de uitdrukking: driemaal is scheepsrecht. 10

Voormalig Kruithuis

Doelenstraat 4-6

Wapens en kruit Dit pand heeft in de loop van de tijd vele benamingen gekregen: kruithuis, bushuis of artilleriehuis. Het was al in de 16de eeuw in gebruik voor de opslag voor kruit en wapens, nog vóór de Spanjaarden de stad kwamen belegeren. Toen de Spanjaarden waren verdreven, werd hier het overgebleven wapentuig en ander gereedschap dat in de oorlog was gebruikt, opgeslagen. De Doelenstraat was een logische plek voor een kruithuis, omdat in deze straat in 1509 en 1561 twee schuttersgebouwen kwamen te staan (zie daar). Het was de taak van de schutters om de wapenvoorraad te verdelen bij onlusten en oorlog. De wapenvoorraad verhuisde in de 18de eeuw naar het kruithuisje op het bolwerk (zie daar), totdat het landsbestuur het beheer van alle kruitvoorraaden overnam in 1801. Gevelstenen In 1604 werd het Kruithuis verbouwd en kreeg het pand een nieuwe gevel met fraaie gevelstenen. In 1863 is de voorgevel weer afgebroken en zonder gevelstenen opgebouwd in 1870. Toen is ook de bovenwoning erin gebouwd. De begane grond bleef een open ruimte, die onder meer gediend heeft als kazerne, vleeswaag en kolenhandel. De laatste jaren stond hier het Alkmaars pierement. De meeste van de oude gevelstenen werden opgeslagen in het toenmalige Stedelijk Museum (opgericht in 1861, kort voor de sloop van deze gevel). In het pand zat onder meer een sluitsteen boven de toegangspoort en een leeuwenkop. Verder waren er twee kanonslopen, waarvan één in een pand aan de Bierkade nr. 17 is beland. De sluitsteen en leeuwenkop worden nog altijd bewaard in het huidige Stedelijk Museum. In 1998 zijn de overige gevelstenen teruggeplaatst.


Klooster met kapel Voordat het kruithuis op deze plek werd gebouwd, lag hier de oude kapel van het klooster Het Jonge Hof ofwel het Convent van Maria van Nazareth. Het kloostercomplex lag op het terrein tussen de Doelenstraat, Gedempte Nieuwesloot, Koningsweg en Paardenmarkt. Volgens archiefbronnen moet dit klooster al in 1415 zijn gesticht! Bij archeologisch en bouwhistorisch onderzoek is oud metselwerk aangetroffen, dat dateert uit de late 14de of vroege 15de eeuw. Dat klopt met de stichtingsdatum. Binnen zijn delen van deze oude kloostermuren nog te zien. In 1433 kreeg het klooster een nieuwe kapel, nabij de Gedempte Nieuwe sloot. Hoogstwaarschijnlijk verloor de bestaande kapel zijn functie en werd deze verbouwd tot refter (eetzaal), compleet met verdieping en een houten trappenhuis aan de zijde van de oude koorsluiting. Deze koorsluiting is tijdens archeologisch onderzoek ontdekt en deels weer opgebouwd. Daarvan zijn de twee steunberen met de typisch schuin gemetselde bakstenen nog goed te zien. Tevens zijn in de huidige zijmuren restanten van de eerste kapelmuren te aanschouwen. De zuidkant (links) is verbouwd in 1433 terwijl de noordzijde (rechts) met daarin een dichtgemetseld raam, nog stamt uit de vroegste bouwfase. Overigens is het pand inwendig verbonden met het hoekpand Doelenstraat 2, dat in 1602 was gebouwd als Herberg Het Hoofd. Momenteel zijn beide panden in gebruik als antiek- en curiosacentrum annex theehuis.

5

Op deze foto daterend uit circa 1900 genomen vanaf halverwege de Kanaalkade in de richting van het huidige politiebureau en het stadskantoor. Toen was het gebied in gebruik als een kleinschalig industrieterrein. De schoorsteenpijp die u op de achtergrond ziet is van Hoogstraten op de Wognumse buurt waar nu het UWV kantoor zit.

11

Voormalig kaaspakhuis

Kanaalkade 65

Kaaspakhuis en smeerkaas Dit pakhuis is ruim 100 jaar na de aanleg van het Noord-Hollands kanaal (1819-1824) gebouwd als vrijstaand pand aan de Kanaalkade op de plek van de voormalige gasfabriek. Het werd in 1919 gebouwd door de ‘Coöperatieve Zuivelexport Vereeniging Noord-Holland’ naar ontwerp van de N.V. Zytse Feddema’s bouwkundig bedrijf uit Leeuwarden. Ondanks het robuuste, industriële karakter van het pand zijn de oorspronkelijke ramen, deuren en het dakoverstek zeer fraai gedetailleerd en een duidelijk verwant aan rijkere Jugendstil panden uit dezelfde periode. De firma Eyssen kreeg het pand in 1928 in handen en het pakhuis werd uitgebreid en aangepast voor de productie van smeerkaas. Smeerkaas, of beter gezegd smeltkaas, is een uitvinding van Jan Eyssen uit 1898. Het succes dankt smeltkaas aan de langere houdbaarheid. Ook zijn mislukte, misvormde, beschadigde of bevuilde kazen bruikbaar voor smeltkaas. Op de verdiepingen heeft het pand kleine vensters, voorheen met luiken. Hier lag de kaas opgeslagen en door de kleine openingen kwam wel verse lucht, maar niet te veel licht naar binnen. Op de begane grond bevonden zich het lab, de kantine, de expeditie en de kantoren. Met de aanbouw aan de Doelenkluft werden deze ruimtes in de jaren ’60 op moderne wijze uitgebreid. In 1988 heeft Eyssen het complex verlaten. Het gietijzeren wapen van de Koninklijke Kaasfabriek Eyssen hangt nog aan de gevel aan de Kanaalkade. Het pand wacht op herbestemming tot woningen en wordt meegenomen in het project van de Paardenmarkt. Tot die tijd wordt het gebruikt als expositieruimte door de stichting KunstEyssen. In 2008 is het aangewezen als gemeentelijk monument.


6A

Koningsweg op locatie van lege plek naast Doelenkluft. Deze foto daterend uit circa 1950 ziet u de schamele restanten van arbeiderswoningen gelegen ter hoogte van de muur met hekwerk, het pand rechts ervan is nog in het huidige straatbeeld aanwezig.

6B

Koningsweg hoek Doelenkluft. Deze foto uit circa 1930 ziet u Café Restaurant “De Amstel”, tevens wachtkamer voor de autobussen en bergplaats voor rijwielen. Het was gelegen met zijn voorgevel aan de Doelenkluft en de zijkant aan de Koningsweg. Het pand is midden jaren 80 gesloopt en het is nog steeds een braakliggend terrein.

12

Woonhuis

Koningsweg 78 Een fraai woonhuis dat aan de hand van de teruggevonden bouwsporen grotendeels is gereconstrueerd naar de oorspronkelijke bouwtijd (1598). De sporen kwamen tevoorschijn na het verwijderen van grote hoeveelheden inferieur materiaal zoals spaanplaat, schrootjes en zachtboard. Niet voor niets stond dit pand bij sommigen destijds bekend als ‘zachtboarddoos’. 1598 Volgens archiefonderzoek moet het pand gebouwd zijn in 1598. Een groot deel van het balkenplafond inclusief de planken en de zijgevels dateren nog uit de bouwtijd. Dendrochronologisch onderzoek (jaarringonderzoek van de plafondbalken) tonen aan dat het om Scandinavisch eiken gaat en dat de kapdatum inderdaad van vóór de bouwdatum is. Het houtskelet met korbelen is voor een groot deel gereconstrueerd.

17de eeuw Na het verwijderen van verflagen op het plafond kwamen restanten tevoorschijn van guirlanders (beschildering van ranken met bladmotieven) in de kleuren oker en dodekop daterend uit de 17de eeuw.


Het gehele plafond is hier destijds mee versierd. Ook werd een bedsteekeldertje ontdekt alsmede een waterkelder en een welwaterput op de achterplaats. In de Oostelijke zijgevel zijn wandtegeltjes ontdekt die door de stucadoor destijds als opvulling waren gebruikt. Deze zijn na verwijdering gerestaureerd en toegepast als plint in de voorkamer. 18de eeuw In 1787 is de voorgevel vervangen en kreeg het de huidige sierlijke klokgevel. Om boven meer ruimte te kregen is in 1925 het gehele huis verhoogd. Hiervoor is de voorgevel deels afgepeld en zijn de afgebikte stenen opnieuw toegepast en het tekortkomende aangevuld met een vergelijkbare steensoort. De zandstenen rolvoluten zitten nu ongeveer een meter hoger dan in de oude situatie. In de jaren 1960-1970 is het houten fronton na een zware storm verloren gegaan. De huidige is een reconstructie naar oud voorbeeld. De empire raman zijn begin 20ste eeuw vervangen door zgn. ‘T-ramen. De aangebouwde keuken dateert uit 2001. Er is in dit huis zeer veel gebruik gemaakt van oude bouwmaterialen. Door de huidige bewoner zelf van de sloop gered of afkomstig uit de gemeentelijke monumentenloods.

13

Hofje van Bijlevelt

Koningsweg 83-89

Wist u dat hier een piepklein hofje staat? De weduwe Geertrui Willemsdr. Bijlevelt liet bij testament in 1657 geld na voor het kopen en inrichten van drie woninkjes aan de Koningsweg voor bejaarde Remonstrantse vrouwen of weduwen. Al in 1668 was het hofje woonklaar. In 1727 werd boven een regentenkamer aangebouwd en in 1751 kwam beneden een extra kamer voor een vierde bewoonster. Het hofje is in 1984 omgevormd tot zes wooneenheden. Aan de zijde van de Koningsweg is het 17de-eeuwse (lage!) poortje bewaard gebleven. Als u het onderdoor gaat komt u in een romantische binnentuin. Onder de galerij is nog de oude waterput aanwezig die door de vroegere bewoonsters werd gebruikt. Een van de woningen van het Hofje van Bijlevelt herbergt een zeldzame plafondschildering. Bijzonder is een naakt figuurtje dat boven op een paard staat, zij houden samen een banier vast met de tekst ‘Godt is mijn toevlugt, anno 1621. Dit moet hebben toebehoord aan een rijk huisinterieur van een woonhuis, dat naderhand is verbouwd voor het hofje.

14

Nieuwe of St. Sebastiaansdoelen

Doelenstraat 3-9

Schutter Het Alkmaarse schuttersgilde is waarschijnlijk in de 14de eeuw ontstaan. In die tijd was de ‘pijl en boog’ een gangbaar wapen in de oorlogvoering. Er werden voetbogen en handbogen gebruikt en hierop moest flink worden geoefend. Dat gebeurde op het Doelenveld, achter dit gebouw. Daar stonden losse ronde doelen opgesteld (een soort dartboards) waarop kon worden geschoten. Uit het gezamenlijke oefenen zijn de schuttersgilden gevormd en er werden wedstrijden georganiseerd met gilden uit andere steden. Burgerwacht De schutterij was een burgerwacht die zorgde voor de handhaving van de orde en veiligheid in de stad. Alle ‘weerbare’ burgers waren verplicht hun dienst voor de schutterij te vervullen. Het schuttersgilde heeft voortbestaan tot 1907, maar had al jaren eerder haar functie verloren. De schutters lieten zich veelvuldig afbeelden op enorme groepsportretten, die nu te zien zijn in het Stedelijk Museum. Nieuwe en Oude Doelen De naam Nieuwe of St. Sebastiaansdoelen suggereert het bestaan van een ouder gebouw. Dat klopt! Er was een Oude of St. Jorisdoelen die al in 1509 was gebouwd. Deze stond op de plek waar nu de voormalige Wilhelminaschool staat (zie daar). De schutters van de Oude Doelen gebruikten de voetboog en de schutters van de Nieuwe Doelen de modernere handboog. Als u de windwijzer bovenop het gebouw bekijkt ziet u daar een klein schuttertje met een handboogje staan.


Hollandse Renaissance Het gebouw van de Nieuwe Doelen was gebouwd als een nagenoeg spiegelbeeld van de Oude Doelen. Het pand kreeg twee vleugels haaks op elkaar, met een zeshoekige traptoren daartussen met een houten spiltrap. De oudste vleugel langs de Doelenstraat is neergezet in 1561. De buitenkant is sober, zonder enige versiering. In 1618 werd de tweede vleugel aangebouwd, haaks op de oude. Deze nieuwe vleugel werd uitgevoerd in de rijke Hollandse Renaissance stijl. Daarbij is rode baksteen gebruikt, afgewisseld met zandstenen ‘speklagen’. Karakteristiek voor deze stijl zijn de zandstenen vullingen in de bogen boven de kruisvensters. Links en rechts zijn schelpmotieven te zien, in het midden zit een leeuw die in zijn klauwen het wapen van Jeruzalem vasthoudt. In 1969-72 werden de huisnummers 3-9 gezamenlijk verbouwd voor de huisvesting van het Stedelijk Museum (tot januari 2000). Dit betrof onder meer de woonhuizen op nummer 1 en 7 en het kleine hofje Cornelis van Eyck op nr. 5 (gesticht in 1751). Op nr. 9 was in 1898 de ‘Bewaarschool’ ofwel kleuterschool, gebouwd naar ontwerp van een bekende Alkmaarse architect: Klaas Bakker Dz. Tentoonstelling ‘Op de Kaart’ In afwachting van herontwikkeling tot kunstcentrum Yxie wordt het complex beheerd door een antikraakwacht. De nieuwe gebruikers presenteren zich hier vandaag. Er is tevens een tentoonstelling ingericht van oude Alkmaarse stadskaarten en ansichtkaarten. 7

Hofje van Eyck Doelenstraat 5, De oude 17de eeuwse gevel Op de prent van C.W. Bruinvis uit 1880 naar de situatie van circa 1800 ziet u het Provenhuis van Cornelis van Eyck gesticht in 1751. De huidige gevel is in de jaren 60 ontstaan bij de verbouwing van het pand naar museum.

15

Voormalige Wilhelminaschool

Doelenstraat 21-23

De Wilhelminaschool werd gebouwd op de plek waar voordien de Oude Schuttersdoelen stond (zie Nieuwe Doelen). Het Oude Doelengebouw (uit 1509) is diverse malen doorverkocht en in 1870 kwam er een school in: de Christelijke School en Evangelisatielocaal. Het oude pand werd uiteindelijk in 1903 gesloopt en vervangen door het huidige fraaie jugendstilpand. De school voor Christelijk lager onderwijs ging toen Wilhelminaschool heten. De jugendstil was een toentertijd zeer moderne bouwstijl. Het ontwerp is van de bekende Alkmaarse architect C.J. Ooms en de eerste steen werd gelegd in 1905. Waterplanten Ooms verwerkte prachtige details in de gevel. Bijvoorbeeld boven de hoofdingang: een tegeltableau met waterplanten. Ook de vergaarbakken en de verankering van de regenpijpen zijn bijzonder. Maar het leukste is natuurlijk om zelf eens goed te kijken, naar de poort helemaal rechts bijvoorbeeld.


Grafisch atelier Via de deur van de voormalige onderwijzerswoning (links) kunt u naar binnen. Het gebouw is sinds jaren in gebruik als grafisch atelier. Er is een expositie en u kunt vandaag meekijken naar o.a. de techniek van de vlakdruk, hoogdruk, diepdruk, en doordruk.

8

Oude Doelen of St Jorisdoelen. PR 1000083 Op de prent uit 1750 naar de situatie van 1726 door H. Spilman ziet u de Oude of St.Jorisdoelen vanaf het Doelenveld. Deze is gesloopt in 1903 voor de bouw van het huidige gebouw van Wilhelminaschool aan de Doelenstraat 21-23. Deze school is gebouwd op de fundamenten van de St.Jorisdoelen. De voorgevel stond aan het Doelenveld. Het gebouw van de nieuwe Doelen (Doelenstraat 3) verderop in de straat is een spiegeling van het gebouw van de St.Jorisdoelen.

16

Vm. Gebouw voor Kadaster en Postkantoor

Gedempte Nieuwesloot 36

In 1877 werd het pand naar ontwerp van C.H. Peters gebouwd als Kadaster-, Hypotheek- en Koninklijk Postkantoor. Peters heeft in zijn functie als rijksbouwkundige, en later Rijksbouwmeester, vele postkantoren en andere rijksgebouwen ontworpen. Maar het postkantoor in Alkmaar is één van de eerste. Het pand is opgetrokken in neo-renaissance stijl. Meest opvallende gebouw van Peters’ hand is het hoofdpostkantoor in Amsterdam uit 1895-1899, nu beter bekend als Magna Plaza. Tot de verhuizing van het postkantoor in 1916 had deze zijn ingang in het midden van het symmetrische pand. Helemaal links zat de ingang tot het kadaster- en hypotheekkantoor. Uiterst rechts zat de voordeur van de woning van de directeur van het postkantoor, deze besloeg een groot deel van de rechtervleugel van het pand. Nu zijn beide deuren verdwenen en vervangen door vensters. Toen het postkantoor naar de Koorstraat verhuisde werd het pand ingrijpend verbouwd. Direct achter de centrale ingang kwam een nieuw trappenhuis. Deze werd op de binnenplaats van het U-vormige gebouw geplaatst. De rest van de binnenplaats werd volgebouwd met extra archiefruimte. Op zolder werden 2 kopieerkamers gebouwd, waar een dakkapel met grote vensters zorgde voor extra daglicht. Recent is een stadshotel met brasserie en bar in het pand geopend.

17

Hofje van Nordingen / Huis van Achten

Lombardsteeg 23

Provenhuis Het hofje van Johan van Nordingen bevindt zich net als het naastgelegen Hof van Sonoy op het oorspronkelijke terrein van het Witte Hof of Sint Maria Magdalena Klooster. Dit hofje werd in 1657 door Johan van Nordingen gesticht. Het stichten van een hof gebeurde in de regel bij wilsbeschikking, dus de stichter was al overleden voordat het hofje werd gebouwd. Daarom is de datum van stichting, nooit dezelfde als de daadwerkelijke oprichting van het gebouw.


Een hofje werd ook wel provenhuis genoemd. Een prove is een geschenk, dat was in dit geval uiteraard het onderdak. De bewoners van een provenhuis heetten ook wel proveniers. Het graf van Van Nordingen zou beschikbaar blijven als laatste rustplaats voor de bewoners. Huis van Achten Van Nordingen bepaalde in zijn testament dat het huis ingericht moest worden als tehuis voor zes, zeven of acht oude mannen. Het werden er uiteindelijk acht en daarom heet het hofje in de volksmond het ‘Huis van Achten’. Na de verbouwing zijn het er echter zeven geworden. Van Nordingen had uitdrukkelijk bepaald er niet gelet mocht worden op godsdienst van de bewoners. Dat het huis voor oude mannen was bestemd ziet men aan de beelden van de mooie gevel in Renaissance-stijl aan de Gedempte Nieuwesloot. De hoofdingang zit niet onder de voorgevel, zoals men zou verwachten, maar in de smalle Lombardsteeg. Aan de straatnaam ziet u de reden: ten tijde van de bouw van het hofje was de Nieuwesloot nog niet gedempt, dat gebeurde in 1871. Tot die tijd liep over het water een hoge boogbrug naar de Lombardsteeg. Het Provenhuis is in een U-vorm gebouwd, waarbij het Hof van Sonoy de open zijde afsluit. De opbouw is eenvoudig. Langs de Veerstraat en de Lombardsteeg treffen we de ramen van de oorspronkelijke acht kamers aan. Op de hoek met de Nieuwesloot is de fraaie regentenkamer. Langs de drie vleugels loopt een sfeerrijke overdekte gang met ramen aan de binnentuin. 9

Gedempte Nieuwesloot, Hof van Sonoy (met brug) Op de foto daterend uit circa 1860 is de toegang tot het Hof van Sonoy te zien met de brug over de Nieuwesloot. De Nieuwesloot is in rond 1870 gedempt.

18

Hof van Sonoy

(de toren is opengesteld) Hof van Sonoy 1 Sonoy Op de plaats van het huidige Hof van Sonoy lag sinds ca. 1430 het Witte Hof of Sint Maria Magdalena Klooster. Het klooster kwam in 1572 in handen van de stad en het hof werd toen gebruikt om stedelingen onder te brengen die dakloos waren geworden omdat hun huizen waren gesloopt voor de aanleg van de nieuwe stadsverdediging. Na het beleg werd het Hof verkocht aan Diederick van Sonoy, gouverneur van het Noorderkwartier, die hier enige jaren heeft gewoond. Sonoy had een sleutelrol in de overwinning op de Spanjaarden in 1573. Zijn naam is aan deze plek verbonden gebleven.


Bardes De volgende eigenaar was mr. Willem van Bardes. Hij heeft de markante achtkantige toren laten bouwen. Het poortje met het wapen van Bardes dateert uit het begin van de 17de eeuw. In 1743 kwam het Hof in bezit van de Nederlands Hervormde Gemeente, die hier een tehuis voor oude mannen en vrouwen vestigde. De later aangebrachte gevelsteen aan de buitenzijde van het poortje herinnert hieraan. Dit poortje is overigens in de jaren 1970 geadopteerd en gerestaureerd door de Historische Vereniging Alkmaar, die het als logo voert. Het linkerpand is tegenwoordig ingericht als restaurant en ook in de toren kunt u dineren. U kunt vandaag de trap (een kleine 100 treden) op gaan en genieten van het uitzicht. In 2005 en 2006 zijn uitgebreide restauratiewerkzaamheden uitgevoerd. De oudste delen van het complex kunnen nog uit de 15de eeuw dateren.

10

Hofplein, de panden van Schuurman, 1950 Op de foto ziet u het Hofplein rond 1950. Op de achtergrond ziet u de panden van elektronica groothandel Schuurman. Momenteel staat hier een nieuwbouwblok opgericht in 2000.

11

Lokaal Diligentia, afgebrand in 1912, sinds 1916 de Marktstraat Op de foto daterend uit 1910 ziet u lokaal Diligentia. Dit was een schouwburg die in 1912 is afgebrand. In 1916 is op deze plaats de doorbraak naar het Waagplein gemaakt, nu de Marktstraat.


19

Doopsgezinde Kerk

Koningsweg 10

Welkom in één van de oudste stenen doopsgezinde kerken in ons land. Deze doopsgezinde kerk is in 1617 gebouwd op initiatief van de beroemde voorganger Hans de Ries. Het was aanvankelijk een schuilkerk die achter de bebouwing van de Koningsweg lag. Waar nu het tuinhek is, stond tot 1856 gewoon een rij huisjes. Toen deze huisjes in 1856 werden afgebroken, kwam hier het voorplein met het bloemperk. Evenals de andere Alkmaarse schuilkerken kreeg ook deze een houten tongewelf. In de 19de eeuw werden het gebouw en de inrichting sterk gewijzigd. Zo tekende C.W. Bruinvis, de latere stadsarchivaris, in 1854 een nieuwe voorgevel in neoclassicistische stijl met rondboogvensters. Tot de oudste inventarisstukken behoort het neoclassicistische orgelfront uit 1819 van orgelbouwer J.C. Deytenbach. Het instrument erachter is een Flaesorgel uit 1866. In 1876 werd het gehele interieur veranderd naar ontwerp van stadsarchitect W.F. du Croix. Uit die tijd stammen ook de banken met hun neo-gotische detaillering.

20

Vm Kaaspakhuis

(winkel is geopend)

Gedempte Nieuwsloot 17 en 19

Het expressieve bakstenen gebouw in de Amsterdamse School-stijl is in 1931 gebouwd als kaaspakhuis met bovenwoning. Het ontwerp is van de Alkmaarse architect D.S. de Boer. Hij maakte het in opdracht van de kaashandelaar W. de Waal, die zelf de bovenwoning betrok. De woning heeft een fraaie erker op de eerste verdieping met glas-in-lood. In de gevel aan de Koningsstraat bevindt zich een groot glas-in-lood raam met daarin o.a. Mercurius (het symbool van de handel) en het wapen van Alkmaar. Bijzonder zijn ook de dakpannen. De gesmoorde romaanse pannen zijn gebaseerd op de Middeleeuwse holle en bolle pannen en geven het dak een mooi golvend uiterlijk. Deze dakpansoort is zeldzaam in de Alkmaarse binnenstad.

21

Voorm. Steenkolenloods / Papierfabriek

Kanaalkade 16 C

Dit beeldbepalende voormalige fabriekspand van de firma Vonk en Zoon, is omstreeks 1890 gebouwd. Het heeft een eclectische bouwstijl gekregen, dat wil zeggen: een mengelmoes van stijlen. In 1906 is het pand uitgebreid met een steenkolenloods met opvallende Jugendstil gevels, naar ontwerp van architect P.N. Leguit (Kanaalkade 17-18). Deze steenkolenloods heeft ingangen aan de Kanaalkade, de Pieterstraat èn aan de Koningsstraat. Tussen 1917-1919 heeft architect E. Kalverboer de oude fabriek in opdracht van de firma Hekket & Co omgebouwd tot papierwarenfabriek. Na jarenlange leegstand is het pand in 2001 gerestaureerd en zijn er kantoren en winkels in ondergebracht. Om de ruimte boven geschikt te maken voor kantoorgebruik heeft architect Rob de Vries van BRTA de zoldering een stukje opgetild en voorzien van een unieke dakkapel over de gehele lengte van het pand. Op de zolder is nu atelier Moos gevestigd. Voor het thema ‘Op de kaart’ zijn de volgende kunstenaars uitgenodigd in de panden Kanaalkade 16c en Pieterstraat 2 en 4. www.arnoldbakker.nl, www.rebeccajansen.nl, www.jeromebech.nl, www.moniquebruin.com, www.robdevrieswerk.nl en www.katjahoogeboom.nl. Het geheel wordt culinair omlijst door www.ceeskookt.nl


22

Voormalige Pakhuizen / Grapelli Dansstudio

Pieterstraat 2-4

De Pieterstraat is van oudsher een straatje vol pakhuizen geweest. Zowel met sobere als meer versierde gevels. De meeste pakhuizen in deze straat dienden voor kaasopslag. Dit voormalige 16de-eeuwse eenvoudige pakhuis heeft nog de karakteristieke gevelindeling met laaddeuren op de afzonderlijke pakzolders. Inwendig is de wand- en kapconstructie met bijzondere technieken door architect Rob de Vries aangepast aan het nieuwe gebruik als dansschool. Vandaag wordt hier beeldende kunst tentoongesteld, zie 21.

23

Vm. Bank van Wisselink

Achterstraat 1 (achterbebouwing Houttil 4)

De architectuur van dit voormalige bankgebouw is duidelijk beïnvloed door de Amsterdamse school, maar is een stuk strakker uitgevoerd. Het grote rechthoekige volume krijgt een verticale nadruk door de grote schoorsteen en de hoge ramen. De schoorsteen heeft een sculpturale beëindiging gekregen. Hoog bovenin de bakstenen gevel is een tegeltableau aangebracht met daarop de naam ‘Bank van Wisselink’. Naast het hoofdvolume ligt een poortje, deze was bedoeld voor het personeel. De hoofdingang lag aan de Houttil. Het gebouw aan de Houttil is gemoderniseerd in 1962 en huisvest nu het postkantoor. De bank is in 1886 opgericht onder de naam Firma D.A. Wisselink C.V. en in 1918 veranderde de naam in Bank van Wisselink NV. Vanaf 1911 had de Twentsche Bank een aandeel in de bank en uiteindelijk werd de bank ingelijfd. De grote financiële instelling die toen ontstond was één van de voorlopers van de ABN AMRO.

12

Dijk, huis aan Kaarsenmakersgracht, nu de straat naar Kanaalkade Op de foto uit 1880 ziet u een huis op de Dijk bij de Kaarsenmakersgracht. Het pand is door de gemeente aangekocht in 1894 en gesloopt in 1898. Hier is nu de doorgang naar de Kanaalkade.


24

Biermuseum De Boom

(geopend van 13.00-16.00 uur)

Houttil 1

In het 17de-eeuwse pand waarin dit museum is gevestigd bevond zich één van de grootste bierbrouwerijen die Alkmaar heeft gekend. Het biermuseum toont de geschiedenis van het bierdrinken en geeft een inzicht in het oude bierbrouwersproces. Boom In de 16de- en 17de eeuw werd bier gedronken als water. Het grachtenwater was namelijk niet zuiver, omdat er vrijelijk in werd geloosd. Opgevangen regenwater was niet altijd voorradig en dat maakte bier tot een gezond alternatief, aangezien voor het brouwproces duinwater werd gebruikt. Het bier werd in tonnen vervoerd. Dit gebeurde met een ‘boom’, een draagbalk die 2 mannen op de schouders namen en waar een ton met haken onder hing. 25

Monumentenloods

Torenburg 3 U staat voor de gemeentelijke Monumentenloods. Hier wordt historisch bouwmateriaal opgeslagen dat bij sloop of verbouwing vrijkomt. Vervolgens wordt het opnieuw toegepast bij monumentale herstelwerkzaamheden aan interieur en exterieur in Alkmaar en omgeving. Als u gaat restaureren of verbouwen en u wilt gebruik maken van oude paneeldeuren, glas-in-lood, vloertegels, marmeren schouwen, balken, trappen, deurklinken en dergelijke, dan kunt u hier terecht. De enige ‘keiharde’ voorwaarde is dat u een oud Alkmaars pand bewoont. Natuurlijk zijn we ook blij wanneer u historisch bouwmateriaal over heeft en voor de loods beschikbaar wilt stellen. Belt u in beide gevallen tevoren met de beheerder: Henk Krabbendam, telefoon 06-11326174.

13

Dijk 29, zuidzijde, foto uit ca 1880 met nog twee 17de eeuwse gevels Op de foto uit circa 1900 ziet u de zuidzijde van de Dijk gezien vanaf de Voordam. Het eerste pand aan de rechterzijde is nog steeds een café. De twee panden direct naast het hoekpand zijn kort na het nemen van deze gesloopt voor het oprichten van het huidige gebouw. De kelder van de panden zoals afgebeeld op deze foto zijn nog steeds aanwezig.


14

Zicht op het Waagplein met nog bebouwing,ca 1865. Op de foto ziet u het Waagplein rond 1865. Op het plein was toen nog bebouwing aanwezig. Niet lang daarna werd deze bebouwing gesloopt ter vergroting van het plein voor de kaasmarkt. Het pand met de trapgevel was genaamd “het rad van avontuur�. De gevelsteen is bewaard gebleven en te bewonderen in het Stedelijk Museum.

26

Het Huis met de Schopjes

Luttik Oudorp 110

Dit prachtige vroeg 17de-eeuwse pand mag in deze route niet ontbreken. Dit rijk versierde pakhuis uit 1609 heeft haar naam te danken aan de gevelsteen midden in het fries. Daarop zijn drie schopjes of scheppen te zien, die werden gebruikt in het bakkersambacht. Hier woonden en werkten namelijk Alkmaarse koekenbakkers. Het pand werd grotendeels gebruikt als pakhuis. Dat is te zien aan de laaddeuren in het midden op de verdiepingen (nu ramen) en de mooie hijshaak, helemaal bovenaan. Beneden was de voorzijde ingericht als winkel, met luiken om de waar uit te stallen en een luifel om de weersinvloeden enigszins tegen te gaan. Aan de achterzijde werd gewoond. De voorpui is vergelijkbaar met die van Kanisstraat 1 (zie daar). Langs het Luttik Oudorp hebben meerdere panden gestaan met een winkelpui als deze. Zij zijn in de 19de en 20ste eeuw drastisch verbouwd of verdwenen. In ieder geval is dit de enig overgebleven luifel langs de gracht. Het Huis met de Schopjes is in 1882 grondig gerestaureerd. Daarbij zijn de balkenplafonds bewaard gebleven. De begane grond is ingericht als kantoor en op de bovende verdieping wordt gewoond. De eerste verdieping is ingericht als gastensuite. Helaas is het pand dit jaar gesloten.

27

Het Huis met de Kogel

Appelsteeg 2

Kogel Het Huis met de Kogel dankt zijn naam aan de kanonskogel, die links bovenaan de gevel hangt. Volgens overlevering sloeg de Spaanse kogel in tijdens het beleg van 1573 in het huis van Jan Arendsz. (een van de eerste hageprekers van Nederland). Lang is gedacht dat het dit pand betrof, maar waarschijnlijk is dat een vergissing. Aan de binnenzijde van het pand is nu te zien hoe de kogel met een ketting bevestigd is. Het gaat hier waarschijnlijk om een tot gevangenenboei omgebouwde kanonskogel. De kogel heeft dus een veel langere weg afgelegd voordat hij hier in de gevel terecht kwam.


Houtbouw Het pand is vlak voor het begin van de Tachtigjarige oorlog gebouwd. Het is een mooi voorbeeld van hoe er in die tijd werd gebouwd in Alkmaar. Eikenhout was toen het belangrijkste bouwmateriaal. De voorgevel ligt aan de waterzijde en is één van de schaarse voorbeelden in Nederland van een houten gevel. Hier is goed te zien hoe er per verdieping ruimte werd gewonnen door de gevel steeds iets verder naar buiten te laten steken. Overhellende gevels hadden daarnaast het voordeel dat het regenwater snel van de gevel drupte en de lading bij het ophijsen naar de pakzolders niet de gevel schampte en beschadigde. De gevel aan de Appelsteeg is vermoedelijk in de negentiende eeuw versteend en voorzien van een winkelpui met twee etalage. Op een tekening van C.W. Bruinvis uit 1857 is een houten gevel met meerdere uitkragingen te zien. Sporen gevonden tijdens het recente bouwhistorisch onderzoek bevestigen dit. Op de verdiepingen is nu het houtskelet van het pand te bewonderen. Het is niet helemaal meer compleet, maar het geeft een goed beeld van de bouwwijze op dat moment. Het skelet bestaat uit twee gebinten (= balken ondersteund door houten staanders en geschoord met een korbeel), met daartussen zogenaamde tussenbalken. De gebinten op zolder hebben kromme staanders om zoveel mogelijk ruimte over te houden. Eikenbomen werden hiervoor speciaal krom gekweekt. Op het hout van de kap zitten verschillende tekens. Het gaat hier om telmerken (om alle onderdelen, die in de werkplaats zijn gemaakt op de bouwplaats weer netjes in elkaar te kunnen zetten) en eigendomsmerken. Deze laatste zijn getrokken in het hout met een speciaal mesje en ingewikkelder van vorm. Tijdens het bouwhistorisch onderzoek is het hout bemonstert voor dendrochronologisch onderzoek. Op basis van analyse van het jaarringenpatroon van het hout kon worden vastgesteld dat het huis rond 1557 werd gebouwd. Bovendien kon ook op die manier de herkomst van de eiken balken worden achterhaald. Een deel van het eikenhout kwam uit West-Zweden; de gekromde stijlen van de kapconstructie kwamen uit Oost-Nederland. Op de eerste verdieping is een ‘stijlkamer’ met imitatie goudleerbehang gemaakt rond 1948. Er is gebruikt gemaakt van originele 17de en 19de-eeuwse interieuronderdelen. De stijlkamer is ten behoeve van de restauratie zorgvuldig gedemonteerd. Ook in het naastgelegen keukentje zijn originele onderdelen gebruikt, zoals de hardstenen gootsteen. Bouwhistorisch onderzoek Het bouwhistorisch onderzoek is in opdracht van ‘van Alckmaer’, de nieuwe eigenaar, uitgevoerd in voorbereiding op de plannen. Het is belangrijk een oud pand goed te leren kennen voordat er plannen worden ontwikkeld. Recent is gestart met de restauratie, maar ook nu gaat het onderzoeken van dit bijzondere pand gewoon door. Zo is er ook kleurhistorisch onderzoek gedaan naar de kleurige afwerking van het interieur en de kenmerkende houten gevel.

28

Glazenier

Appelsteeg 1 Ronde hoek Op de hoek van de Appelsteeg en het Luttik Oudorp staat een groot pand met beneden een winkel en boven woonruimte. De gevel is gebouwd in 1887 (zoals te lezen op de gevelsteen op de hoek tussen de ramen van de eerste en tweede verdieping). De bouwstijl is die van de neorenaissance. Karakteristiek voor die stijl zijn onder meer de geblokte lisenen bij de hoeken. Zij vormen de verticale verbindingslijnen tussen de kroonlijst van de winkelpui en de kroonlijst van het bovendeel van de gevel. Bijzonder is de afgeronde hoek, compleet met de ramen met gebogen glas. Dergelijke ronde hoeken heeft men in de 19de eeuw op verschillende plaatsen in de stad gebouwd, maar er zijn er niet veel meer te vinden. Het pand is geschilderd in de originele kleuren.

Gevelstenen Behalve de gevelsteen met het jaartal 1887 is er een tweede jaartalsteen uit 1609, te vinden aan de zijde van het Luttik Oudorp. Deze steen komt uit een pand dat eerder op deze plek heeft gestaan. Er zijn nog twee oude gevelstenen te vinden. De ene, aan het Luttik Oudorp, laat een zeilschip zien met op de achtergrond een stad met een hoge torenspits. De andere, aan de Appelsteeg, toont een (appel)boom. Net als de straatnaam Appelsteeg is dit een verwijzing naar de appelmarkt die op de Zijdam werd gehouden. Ambacht In dit prachtige pand is de Alkmaarse Glazenier gevestigd, die in de winkel bijzondere oude en nieuwe glasin-lood-ramen heeft staan. Binnen kunt u zien hoe het bewerken van glas op ambachtelijke wijze wordt uitgevoerd. Tip: vandaag zijn in de Grote Kerk nog andere restauratie ambachten zien.


29

Grutterij / Kaaskelder

Fnidsen 54 / Luttik Oudorp 115

Met een ingang aan het Fnidsen èn aan het Luttik Oudorp is dit een hele bijzondere winkel annex kaaskelder in het Oostelijk stadsdeel. In dit gebied waren hoofdzakelijk ambachtslieden en middenstanders gevestigd. Het pand Fnidsen 54 loopt door tot aan het Luttik Oudorp, dat oorspronkelijk als pakhuis fungeerde. Aan de gevel langs de gracht is dit nog goed te zien. Het deel aan het Fnidsen is van oudsher ingericht als winkel. Tegenwoordig vindt u hier locale lekkernijen.

30

Vm. Pakhuis De Korenschoof / Kerssen de Ruiter architecten

Luttik Oudorp 81

Naast vele kleine, betrekkelijke lage pakhuizen, zoals Fnidsen 81, telt de Alkmaarse binnenstad ook diverse grote pakhuizen. Het 17de-eeuwse korenpakhuis ‘De Korenschoof’ aan het Luttik Oudorp is daar een goed voorbeeld van. Het pakhuis met tuitgevel heeft in het midden een rij brede laaddeuren, alle bekroond door een gedrukte boog met in het midden van de boog een kleine zandstenen sluitsteen. De grote ijzeren gehengen (voorlopers van scharnieren) zitten vast aan de zandstenen negblokken. Links en rechts van de laaddeuren zijn kleine boogvensters aangebracht. Ook in de top zijn drie van die rondboogvensters te zien. Bovenin de top zit de hijsbalk. Op de zolder van het pakhuis is nog het oude hijswiel aanwezig, dat vanaf alle verdiepingen bediend kon worden. Dit jaar is het pand geopend na een verbouwing door de nieuwe gebruikers Kerssens | De Ruiter architecten. Met eigentijdse toevoegingen als trappen, vides, glazen vloerdelen en verlichting wordt een uitgebalanceerd spanningsveld tussen het historische casco en moderne architectuur bereikt. U wordt vandaag gratis rondgeleid door het pand. 31

Ateliers Kerrebijn

Luttik Oudorp 79

Het voormalig magazijn van glas en verf aan het Luttik Oudorp heeft een zeer fraaie gevel in Amsterdamse School-stijl. In 1930 werd het linker deel opgetrokken in gele baksteen op een zwarte betonnen plint. Boven de dubbel houten toegangsdeuren bevinden zich 8 hoge vensters gevuld met gebrandschilderd glas-in-lood. Waarschijnlijk uit het atelier van de opdrachtgever zelf; de firma Kerrebijn, als voorbeeld voor de klanten. In 1939 werd het rechterdeel opgetrokken naar ontwerp van dezelfde architect als het eerste deel; P.J. van der List. Deze Alkmaarse architect heeft een flink aantal woningen in Amsterdamse School-stijl gebouwd in Alkmaar, variërend van villa’s tot arbeiderswoningen. Om een eenheid te vormen met het deel uit 1930 werd ook dit deel opgetrokken in gele baksteen. Het platte dak heeft een glazen lichtkap. In 1969 verhuisde de firma naar het industriegebied Oudorp. Begin jaren ’90 is het pand omgebouwd tot woningen en ateliers. 32

Voormalig Pakhuis De Koopman

Fnidsen 81

In al onze historische binnensteden treft men tussen de woonhuizen oude pakhuizen aan. Hier zijn de karakteristieke laaddeuren op de begane grond verdwenen, maar boven is de oorspronkelijke aanleg nog herkenbaar. Aan de voorgevels van de pakhuizen besteedden onze voorouders over het algemeen de nodige zorg. Het meest voorkomende type gevel dat in de 17de en 18de eeuw voor dergelijke gebouwen werd toegepast, is de tuitgevel. Deze kon aan weerskanten kleine schouderstukjes hebben. Als u toch omhoog kijkt, kijk dan eens naar het fel gekleurde duivelskopje bij de hijsbalk. Deze diende om de kwade geesten uit de handel te houden. Het kopje zit op een strategische plek! Dit pand is in particulier beheer zowel inwendig als uitwendig opgeknapt met historisch bouwmateriaal. Kijkt u zeker even binnen naar het resultaat.


33

Voormalige Winkel van Albert Heijn

(de winkel is geopend) Fnidsen 85 / Hekelstraat 2

Deze schoenenwinkel heeft een bijzonder onderkomen: het eerste winkeltje van Albert Heijn in Alkmaar! In 1897 liet de Zaanse firma Albert Heijn op deze hoek haar derde filiaal bouwen (in de Zaanstreek en Purmerend waren al eerder winkels geopend). De naam staat nog te lezen op de zwarte glazen plaat boven de pui: ‘Albert Heijn, kruideniers-grutterswaren’. Boven de Alkmaarse winkel was een bijbehorende woning (in de gevel aan de Hekelstraatzijde staat nog het woord ‘huisbel’ naast de deur) en aangrenzend in de Hekelstraat was een pakhuis voor opslag. Het complex heeft eigenlijk drie voorgevels gekregen: één aan het Fnidsen en twee in de Hekelstraat. De gevels zijn opgebouwd in de neorenaissance stijl, met vele versieringen in het metselwerk boven de ramen, uitbundig gekrulde muurankers, natuurstenen blokken en ver uitstekende gebeeldhouwde koppen. Aan de gevel in de Hekelstraat zijn twee ludieke koppen aangebracht die gelijkenis met personen doen vermoeden. De houten winkelpui heeft kundig snijwerk en let u ook eens op de regenpijp! Boven de winkelpui is een rand van Delftsblauwe tegels aangebracht. De winkelpui is in de originele bruine kleur geschilderd. Inwendig is een hedendaags winkelinterieur aangebracht. 34

De Waag / Kaasmuseum

Waagplein 2

Kapel Het Waaggebouw heeft een interessante geschiedenis. Oorspronkelijk heeft het gebouw, dat dateert uit de 14de eeuw, de bestemming gehad van Heilige Geestkapel. In het naastgelegen Heilige Geestgasthuis konden arme reizigers gedurende drie dagen en nachten gratis onderdak krijgen. Ook werden er zieken verpleegd. In 1566 gaf de bisschop van Haarlem toestemming om het Heilige Geestgasthuis in te richten tot waaghuis. Na het Spaanse beleg werd de Waag aan de stad geschonken, wegens betoonde dapperheid en trouw. In 1582 besloot men de Waag over te brengen naar de grotere Heilige Geestkapel, die inmiddels aan zijn bestemming was onttrokken. De verbouwing van kapel tot waag, waarbij een gedeelte werd weggebroken (de oorspronkelijke koorsluiting is in het plaveisel weergegeven), werd in 1583 voltooid. Het gebouw kreeg een rijk versierde gevel in renaissancestijl. In 1597 werd besloten tot vernieuwen en vergroten van de toren en het aanbrengen van een verdiepingsvloer. Kaas, vlees en graan De beroemde Kaasmarkt werd al in de 14de eeuw nabij het H. Geestgasthuis gehouden. Tot 1713 was er op vrijdag èn zaterdag kaasmarkt. Toen het H. Geestgasthuis in de 16de eeuw leeg kwam te staan is het koor afgebroken en omgebouwd tot Waaggebouw (1582). Hier zijn nog altijd de grote weegschalen in ondergebracht. Het deel van het Waaggebouw waar nu het VVV kantoor is gehuisvest, het schip van de voormalige H. Geestkapel, ging dienst doen als vleesmarkt. In 1597 kwam boven de vleesmarkt een verdieping voor de opslag van graan. Tijdens Open Monumentendag krijgt iedere bezoeker een blokje Campinakaas. Het Waagplein groeide met de eeuwen. In de 17de en 18de eeuw werden diverse woonhuizen aan de zuidzijde en westzijde (langs de Houttil) afgebroken om het marktterrein te vergroten. In de 19de eeuw werden de huizen die aan de noordzijde stonden afgebroken en zo ontstond het huidige Waagplein. Tot 1913 heeft ter hoogte van de stoep van de, nu gesloten, Oillily-winkel een tweede Waaggebouwtje gestaan. De kaas die op het plein werd verhandeld, werd aangevoerd uit het omliggende platteland. Grote boeren leverderden zelfstandig, kleine boeren verenigden zich in coöperatieve kaasfabriekjes. In de jaren 1920 kwam er een terugval in deze wijze van handel, er bleven weinig zelfstandige kaasmakers over en grote zuivelfabrieken maakten de markt overbodig. Na WOII werd op de markt alleen nog gewogen, de koop was vooraf al gesloten. De grootste afnemers zijn niet meer de regionale klanten, maar landen als Duitsland, Engeland, VS en Japan. Deze landen leveren nu de grootste groep toeristen, waaraan de kaasmarkt haar bestaan te danken heeft. Gelukkig klinkt van medio april tot medio september nog elke vrijdag om 10.00 uur de bel als startsein van de markt en wordt de definitieve koop gesloten met een traditioneel handjeklap!


Waagplein Bij de herinrichting van het plein in 2003 is terug gegrepen op de marktfunctie die het plein eeuwenlang had. De lijnen op het plein markeren de ‘molgoten’. Om de kazen uit te stallen had men namelijk een soort ruggetjes in de breedte van het plein gemaakt, waar de kazen in rijen opgetast werden, met daartussen dus een soort goten zodat bij regenachtig weer de kazen droog lagen en het regenwater snel naar de Mientgracht weg kon lopen. Langs de waterkant is een houten rand aanwezig. Dit heeft te maken met het feit dat het marktplein erg schuin afloopt naar het water en er op de markt nogal eens een ronde kaas wegrolde. De plank voorkomt dat zo’n rond kaasje in het water zou belanden. Overigens is de schuinte van het Waagplein ontstaan doordat de Houttil van oorsprong een vrij hoog opgeworpen dijk was. De Mientgracht was het verlengde van een waterloop (de Die) die vanuit het zuiden langs of door de stad stroomde, via de Baangracht. De bedding ervan is bij de Hofstraat en de Huigbrouwerstraat gedempt. Voorbij het Waagplein stroomde het water verder noordwaarts in de Rekere. Ter hoogte van Alkmaar kwam er vanuit het oosten nog een waterloop bij, namelijk het Zeglis, een natuurlijke waterloop vanaf het grote water van de Schermer. Via het Zeglis en de Schermer bereikten schepen uit allerlei windstreken Alkmaar. Die dijk is omstreeks 1200 opgetrokken en al snel ontstond er op deze plek een havengebied. De naam Houttil betekent letterlijk houtopslag en verwijst vermoedelijk naar houthandelaren. Dit hout was destijds onder meer belangrijk voor scheepsbouw én voor de huizenbouw. Bij een opgraving in 2003 vonden de gemeentelijk archeologen onder het Waagplein nog de onderste resten van middeleeuwse houten huizen. Het waren huizen met wanden van dunne en brede eiken planken, gebouwd met een soort houten frame dat rustte op ‘poeren’, een soort funderingen van houtblokken of losse bakstenen. Het inwendig was weinig rijk afgewerkt, met een vloer die bestond uit een dunne laag aangestampte grijze klei met een open vuurtje middenin voor verwarming, verlichting en om op te koken. Langs de Houttil stonden in die tijd, rond 1300-1350, al een heel ander soort huizen, namelijk hoge en brede bakstenen huizen van de eerste rijke kooplieden van Alkmaar. Van deze huizen zijn sporen gevonden bij opgravingen en hier en daar staat er zelfs nog een stukje van overeind, maar dan ingemetseld en verscholen achter behang en betimmeringen. Zo is bij verbouwingen achter Houttil 60 en 58 een deel gevonden van een enorm bakstenen huis uit omstreeks 1250/1300, dat zo groot was dat de archeologen het een ‘stadskasteel’ doopten. Van dit huis staan nog enkele muren zelfs geheel overeind, onder meer in de achtergevel van het nu nog bestaande winkelpand. Het onderzoek van dit soort bovengrondse muren en andere resten is een bijzonder bouwkundig specialisme, de ‘bouwhistorie’. De afdeling monumentenzorg en archeologie van de gemeente heeft daarvoor ook een eigen bouwhistoricus in dienst.

35

Voormalig Kaaspakhuis

Achterstraat 15

Het staat in grote letters op de gevel: Kaaspakhuis A. Henneman, anno 1914. Deze tekst is jarenlang verstopt geweest achter een betimmering en sinds het voorjaar van 2004 weer te lezen. Op de gevel zijn ook twee sierlijke kaasberries afgebeeld, die waarschijnlijk zijn gemaakt door keramist W.C. Brouwer. Rechts onderaan naast de ingang vindt u de eerste steen. De heer Henneman liet zijn kaaspakhuis bouwen in de sobere jugendstil. Dat is vooral aan het bovenste deel van het pand te zien, waar een lichtgekleurde baksteen is gebruikt. Nu u toch naar boven kijkt, kunt u zien dat het bovenste deel iets naar achteren ligt waardoor een terras is ontstaan. Op dit terras werden de buitenklusjes gedaan, zoals het oliën van de kazen. De oorspronkelijke ramen met houten roeden (ook een kenmerk van de Jugendstil) zijn na brand vervangen. Het pand heeft oorspronkelijk doorgelopen tot aan de Houttil, nu is dat niet meer zo. Na Henneman hebben diverse eigenaren het kaaspakhuis in gebruik gehad. Op de begane grond kunt u sinds jaar en dag winkelen. Tegenwoordig wordt het kaaspakhuis bewoond en op wel zeer bijzondere wijze. Het interieur is een feest voor het oog en binnen kunt u de kaas bijna nog ruiken. De bewoners wonen namelijk ‘gewoon’ op de oude houten vloeren en hebben zelfs enkele meubelstukken en objecten uit het kaaspakhuis zorgvuldig bewaard.


16

Langestraat/ Houttil 64, 17de eeuws winkelpand met pothuis, 1925. Op de foto uit circa 1925 ziet u het huis op de hoek Langestraat en Houttil. Het is een 17de eeuws winkelhuis met trapgevel en pothuis aan het Houttil. Op het bovenlicht is nog zichtbaar Jean Pierre Querelle (parapluhandel). Het pand staat te koop en werd nog in 1925 afgebroken. Nu staat er een pand waarin een lunchroom is gevestigd.

36

Winkel

(lunchroom is geopend)

Houttil 66

Het pand op de hoek van de Houttil en de Langestraat is opgetrokken in opvallende gele baksteen. De winkel met bovenwoning werd in 1925 gebouwd naar ontwerp van het architectenbureau van de Kamp & Zandstra uit Amsterdam. De gevels zijn erg gesloten en zijn asymmetrisch van opzet. Het is een expressionistisch bijna sculpturaal gebouw door de vlakken met uitkragende baksteen. Helaas is de originele pui verloren gegaan.

37

Winkel

(winkel is geopend)

Mient 14-16

Hier is de N.L. zaak gevestigd, de winkel voor elektrische artikelen, gereedschappen, autopeds, rijwielonderdelen en ijzerwaren. Het is zonde om u over dit pand veel te laten lezen, des te leuker is het om eens binnen te kijken. De winkel is een waar magazijn aan spullen en met name de authentieke grote etalagekasten zijn een bezienswaardigheid.


17A

Langestraat 64/66 (voormalige Spruyt panden), ca 1910 vlak voor sloop Op de foto ziet u de Langestraat in 1910. De panden die hier te zien zijn werden kort na het nemen van de foto gesloopt voor de winkel van Spruyt. Nu staat op deze locatie de grote winkel van Hennes en Mauritz en het Kruidvat. Wanneer u van een afstand naar het dak kijkt ziet u nog een deel van de oude reclame van Spruyt.

17B

Langestraat 64/66Teke ning door C.W.Bruinvis in 1900 naar de situatie uit 1573. Op de prent uit 1900 naar

de situatie van 1573 door C.W. Bruinvis ziet u Het ‘Reket’ of huis van de rentmeester van Noord Holland in het midden van de Langestraat. De toren is vanuit het Noorden (van de achterzijde) gezien. Het is getekend naar het schilderij van het beleg van 1573. In 1519 was dit het woonhuis van Andries Willems van Oudshoorn die gehuwd was met de enige dochter van Pieter Palinc, Wilhelmina. Het was het duurste huis van de stad. Van Oudshoorn (1490-1555) was rentmeester van Egmond en van zijn eigen talrijke bezittingen. Bij opgravingen in 2001 kwamen inderdaad de resten van een groot huis met torenfundering tevoorschijn. Evenals een scala van voor die tijd kostbare voorwerpen.


18A

Kraanbuurt 2, twee 17de eeuwse panden op locatie jugendstil pand Op de foto uit 1902 kijkt u richting Huigbrouwerstraat en ziet u aan de rechterzijde twee 17de eeuwse panden, een halsgevel en een klokgevel, op de plaats van het huidige Jugendstill pand.

18B

Mient/Langestraat, Apotheek de Eenhoorn in 1803. Op de prent, een repro naar de prent van J.A. Crescent uit 1803, ziet u apotheek de Eenhoorn op de hoek van de Langestraat en Groenmarkt (=Kraanbuurt). Het is een houten gebouw met luifel, pothuisje en twee spionnetjes (spiegeltjes aan het raam zodat men op straat kon kijken zonder uit het raam te hangen).

38

Voormalig Koopmanshuis De Keizerskroon

(winkel is geopend)

Mient 31

Dit pand is, zogezegd, een maatje groter dan het buurpand nr. 33. De grote kroon geeft het pand haar naam: De Kroon of Keizerskroon. In dit geval verwijst de kroon naar een gelijkluidende herberg van een familielid, elders in de stad. De stadwapens van Alkmaar (burcht) en Hoorn (hoorn) zijn aangebracht toen het pand omstreeks 1547 in handen kwam van Jacob Coren, een wijnkoopman uit Hoorn. Hij is degene die de gevel in de huidige vorm heeft laten brengen. Hoog op de gevel staan twee beelden: links het geloof (met kruis) en rechts de hoop (met anker). Op het rolwerk naast de beelden zijn zuidvruchten afgebeeld, toegevoegd in 1672. In 1566 overleed hij en liet een duur pand achter, waar een hoge belasting voor werd aangeslagen. Er woonden na hem dan ook alleen vermogende lieden. Aan het eind van de 16de eeuw hebben hier onder meer een burgemeester en een zijdekoopman


gewoond. Nadien is het huis met name gebruikt door rijke kooplui en renteniers. Bijzonder is dat de gevel al na ruim 450 jaar zijn originele aanzicht heeft gehouden. In 1925 kwamen Mient 31 en 33 in handen van de Vereniging Hendrick de Keyser, een vereniging opgericht in 1918 die zich op landelijk niveau inzet voor het behoud van bijzondere panden. 39

Voormalig Koopmanshuis De Zijworm

(winkel is geopend)

Mient 33

Dit pand is een koopmanshuis met een verhoogde halsgevel en grote krullende klauwstukken. De jaartalsteen geeft het jaar van deze verbouwing aan: anno 1672. De zijderups in de gevelsteen in het midden, verklapt dat hier zijde te koop was en het pand heet dan ook De Zijworm. Het kroontje boven de rups duidt op een status die vergelijkbaar is met hofleverancier. De nieuwe eigenaar was net als zijn voorganger zijdekoopman. Een opmerkelijk incident is de poging om in Alkmaar zijderupsen te kweken. U kunt wel raden hoe dit zal zijn afgelopen in ons klimaat. Van 1641 tot 1675 is hier zijde verkocht. Daarna hebben er diverse winkeliers hun geluk beproefd. Bij de restauratie in 2007-2008 is ontdekt dat achter de gevel een veel ouder pand schuilgaat. Delen van het houtskelet bleken zelfs uit 1501 te dateren.

Vismarkt De Egmonder kleding van de figuurtjes op de visbanken verwijst naar handel in zeevis. Alkmaar was zelf al rond 1500 intensief betrokken in haringvaart en Alkmaarders financierden waarschijnlijk een flinke haringvloot. Daarvóór was er in de middeleeuwen ook nog een omvangrijke binnenvisserij, zoals in d’Aalmeer (Daalmeer) maar daar is door de droogmakerijen vanaf 1560 een einde aan gekomen. De zoetwatervis was in de middeleeuwen dus een geduchte concurrent van de zeevis!

19

Mient 35/41 (de Buren)prent uit 1746 met op deze locatie een dubbelpand Op de repro uit 1950 naar de prent J.Punt uit 1746 ziet u de “Vis en Groenmarkt te Alkmaar”. Gezicht op het Verdronkenoord vanaf de Kraanbuurt. De prent laat goed het marktgewoel zien en ook een leuk detail zijn de vele uithangborden. Aan de linkerzijde ziet u een dubbelpand met twee identieke gevels, momenteel is hier restaurant de Buren gevestigd. Het is in oorsprong nog steeds hetzelfde pand alleen de gevel is gewijzigd. Aan de rechterzijde van het pand ziet u op de prent een stortkoker voor de wc.


40

De Visbanken

Hoek Verdronkenoord / Mient

In alle oude Hollandse steden waren vroeger verschillende marktpleinen of -straten waarop bepaalde producten werden verkocht, b.v. een botermarkt, een graanmarkt, een turfmarkt. Meestal was er ook een vismarkt, waar men één of twee kleine galerijen aantrof. Hieronder konden de visverkopers, beschut tegen weer en wind hun waren op stenen visbanken uitstallen. Uit oude rekeningen blijkt dat Alkmaar al in de 16de eeuw visbanken had. Via de deuren in de muur werd de vis, hangend in gevlochten korven, in het water van het Verdronkenoord vers gehouden. Natuurlijk is er in de loop van de tijd wel wat gewijzigd. Zo zijn in 1755 de oorspronkelijk houten kolommen onder de banken vervangen door stenen zuilen. De houten galerijen rusten nu op 19de-eeuwse gietijzeren kolommen. Op de kap van de gaanderij langs het water staan twee beelden: een visvrouw en een visser. Zij zijn in 2004 gerestaureerd en in kleur gezet. Ze dragen de klederdracht van Egmond aan Zee. Let u op de putroosters: in verband met het ‘bijtende’ visafval zijn in plaats van ijzeren roosters koperen exemplaren aangebracht. Tot in 1998 vond hier nog elke vrijdag de vismarkt plaats. Ooievaar Ludiek aan de Alkmaarse vismarkt is dat hier op marktdagen een ooievaar aanwezig was. Deze ooievaar was in gemeentedienst en met een heuze ambtketen om de nek, liep hij over de markt. Zijn taak was het wegwerken van het visafval. Het beest had gekortwiekte vleugels, zodat hij niet weg kon vliegen. De vraag is of hij dit wel wilde, met al die lekkernijen voor het opeten. 20

Verdronkenoord 38, ca 1930, nu staat er een jaren 30 pand Op de foto uit 1930 ziet u de hoek St. Annastraat/ Verdronkenoord. Dit 17de eeuwse pand met achterliggende tuin werd kort hierna gesloopt en het huidige pand werd ervoor in de plaats gebouwd.

41

St. Laurentiuskerk

Verdronkenoord 78 De rooms-katholieke Sint Laurentiuskerk werd gebouwd in 1859-1861 in neogotische stijl. Het is één van de vroegste werken in Noord-Holland van de beroemde architect Pierre Cuypers, uit Roermond. Het is een kerk op de plattegrond van een Latijns kruis. Tot de bijzonderheden behoren de luchtbogen aan de buitenkant van het gebouw. Deze dienen om de uitwaarse druk van de zware hoge muren op te vangen. Een andere bijzonderheid is de toepassing van Limburgse mergelsteen, o.a. voor het rijk versierde roosventer boven de monumentale toegangsdeur in de westgevel.

Interieurstukken In het interieur valt de fraaie neogotische detaillering op, bijvoorbeeld bij het houten tongewelf met de kleurige rozetten, of bij de reliëfs van mergelsteen langs de wanden. In de transepten bevinden zich kleurige wandschilderingen met de uitbeelding van het Heilige Bloedmirakel van Alkmaar, vervaardigd door J.A. Kläsener tussen 1874


en 1880. Eerder al had hij de reeks kruiswegstaties geschilderd (1866-1868). Er is ook een aantrekkelijke neogotische inventaris aanwezig met o.a. de oorspronkelijke door Cuypers ontworpen kerkbanken. Voorts een groot triomfkruis uit 1862 bij het begin van het koor, een Heilig Hartbeeld uit 1883, een Maria-altaar (links van het koor) en een H. Bloedaltaar (rechts van het koor). Opmerkelijk zijn ook de gebrandschilderde ramen. De oudste zijn in het koor, vervaardigd door het atelier van Nicolas in Roermond (1862 en 1895), de andere zijn gemaakt door het atelier van J. Dobbelaere uit Brugge (1895-1907).

42

Remonstrantse Kerk

Fnidsen 35-39

De remonstrantse kerk is van origine een schuilkerk, gelegen op een binnenterrein. Het gebouw met zijn eenvoudige exterieur werd in 1658 gebouwd op de plaats van een houten gorterij, waar men in het geheim bijeenkwam. De monumentale entree tussen de twee klokgevelhuisjes stamt uit 1728. In het sierlijke ijzerwerk boven de deuren zijn de letters RK, Remonstrantse Kerk, verwerkt. Interieur Bij binnenkomst merkt u direct dat de grenen vloer net als vroeger met fijn zand bestrooid is. Het kerkinterieur is zeer fraai. Binnen heeft het kerkgebouw een houten tongewelf en aan drie zijden galerijen die rusten op houten zuilen. Er is een 17de-eeuwse preekstoel en rondom een 18de-eeuws doophek met rijk versierde koperen doopbogen. Zowel op de preekstoel, als op het doophek staat een koperen lessenaar (resp. 1711 en 1698). Voor de verlichting beschikt men over diverse mooie koperen kronen, kaarsenarmen en blakers (17de en 18de eeuw). Het orgel (1792) is van de Amsterdamse orgelbouwer Johan Str端mphler. 21

Keizerstraat vanuit de St Annastraat gezien, Foto uit 1970 met nog oude gevels Op de foto uit 1970 kijkt u naar de noordzijde van de Keizerstraat vanaf de hoek met de St.Annastraat vlak voor de sloop. De foto spreekt voor zich.


43

Voormalige Bierbrouwerij / Kachelmuseum

Bierkade 10

Burgemeester De voorgevel van dit fraaie brede pand dateert uit 1716. Op dat moment woonde hier de toenmalige burgemeester Adriaen Sevenhuyzen Sijmonz. Hij liet twee oudere panden verbouwen tot één riante woning en daar kwam deze monumentale gevel voor te staan. De burgemeester heeft drie jaar van de nieuwe woning kunnen genieten, aangezien hij in 1719 overleed. Het pand is tot 1752 in het bezit van de familie gebleven. Bier In 1846 vestigde de heer C.M. Witte een bierbrouwerij in het pand. Hierbij is het 18de-eeuwse woonhuisinterieur logischerwijze grotendeels verdwenen. De straatnaam Bierkade zegt genoeg over de locatiekeuze van Witte. De bierbrouwerij heeft hier een gouden tijd beleefd. Kachels Bij een restauratie in 1970-1972 is besloten het woonhuisinterieur te reconstrueren. Daarbij is gebruik gemaakt van overplaatsing van onderdelen uit andere Alkmaarse interieurs. Zo is de prachtige 18de-eeuwse trap afkomstig van het pand Langestraat 97 (stadhuis) en zijn de eveneens uit de 18de eeuw daterende interieurs in de twee voorkamers, afkomstig uit het pand Bierkade 15. Het pand is sinds 1992 als Kachelmuseum in gebruik. De museumstukken vormen een goede combinatie met het 18de-eeuwse interieur.

44

Voormalig Woonhuis

Heiligland 7

Het Heiligland is aangelegd in ca. 1580. Tot de fraaiste huizen op het Schermereiland behoort onder meer dit 17de-eeuwse pand, Heiligland 7. In deze voormalige slagerij is nu het centrum voor oude muziek De Muselaer gevestigd. Inwendig is het aangepast aan de huidige bestemming, met eerbied voor de ‘ouderdom’ van het pand. In het begin van de 19de eeuw kreeg het pand de forse klokgevel, bekroond door een getoogde houten lijst. Op de begane grond bevindt zich de oude winkelpui compleet met grote houten luifel. Eén van de weinige die in Alkmaar nog over zijn.

45

Woonhuis

Bierkade 15 Het huis Bierkade 15, gelegen op de hoek met de Keizerstraat, is een pand met aan de zijde van de Bierkade een eenvoudige bakstenen klokgevel uit het einde van de 18de eeuw. Het 18de-eeuwse interieur is overgeplaatst naar Bierkade 10 (zie daar). Om de hoek, aan de Keizerstraat, is een sobere gedenksteen ingemetseld die opent met Hebreeuwse woorden: Le Zicharoon (= Ter herinnering). De tekst memoreert dat dit huis bewoond werd door I. Prins Azn. en R. Prins-Vlessing, geëerde burgers van Alkmaar, die op 2 maart 1942 uit hun huis werden weggevoerd en in Auschwitz om het leven kwamen.


46

Voormalig Weeshuis / Provadja

Verdronkenoord 12

Het pand werd oorspronkelijk gebouwd in 1818 als R.K. weeshuis door stadsarchitect Willem Hamer (1772-1854). Hamer was geboren in Amsterdam en leerde er het werk van de stadsarchitect Abraham van der Hart kennen. Vervolgens verhuisde hij naar Alkmaar om daar zelf stadsarchitect te worden. Hij werkte, net als zijn Amsterdamse leermeester, in de neoclassicistische stijl. Kenmerkende onderdelen van het pand zijn de monumentale ingangspartij met op de begane grond een rondboog-ingang en op de verdieping een reusachtig venster geflankeerd door pilasters. Deze dragen een driehoekig fronton. Niet alleen het gebouw zelf, maar ook de hardstenen stoeppalen werden door Hamer ontworpen. Als beloning voor zijn werk kreeg Hamer een mooie zilveren tabaksdoos, waarop het ontwerp voor het weeshuis stond ingegraveerd.

47

Accijnstoren

Bierkade 23 Dit fraaie torentje werd in 1622 gebouwd als belastingkantoor. Hier werd belasting gevraagd voor alle artikelen die per schip Alkmaar werden ingevoerd. Accijnzen vormden vroeger een belangrijke bron van inkomsten voor de stad. De Accijnstoren heeft een nagenoeg vierkante plattegrond en is opgetrokken in baksteen met natuurstenen banden. Boven de trans (= omgang) heeft het gebouwtje een sierlijke houten toren met luidklok. De toren wordt bekroond door een peervormige bekroning met een vergulde bol. De windwijzer is een binnenvaartscheepje. Tegenwoordig is dit historische onderkomen het kantoor van de gemeentelijke havenmeester.

Uurwerk Onder druk van het toenemende autoverkeer werd de Bierkade in 1924 verbreed. Daardoor zou de Accijnstoren midden op de weg komen te staan. Om het gebouwtje voor sloop te behoeden is het vier meter verrold. De gedenksteen naast de ingang herinnert hieraan. Tijdens het verrollen is het 17de-eeuwse uurwerk gewoon door blijven lopen. Als u op de eerste verdieping komt hoort u al het zware getik van het smeedijzeren uurwerk daarboven: de moeite van een klimpartijtje waard.

48

Zoutziederij ‘de Eendragt’

Schelphoek 1 Halverwege de 16de eeuw kwam er een nieuw soort ‘industrie’ op in Alkmaar; de zoutziederij. Hier werd het grof zeezout uit Spanje en Frankrijk en later zelfs uit het Caribisch gebied geraffineerd tot fijn kristalzout. Het ruwe zout werd opgelost in zeewater, dat uit de Noordzee bij Petten werd gehaald. Daarna werd het dagenlang en onder voortdurend roeren gekookt (zieden = koken) en vervolgens gedroogd.

Alkmaar kende meerdere zoutketens met name gelegen aan de Schelphoek; Alkmaars’ oudste industriegebied. De Eendragt was in 1782 de laatste keet die werd opgericht. De productie van fijnzout werd in 1918 gestaakt vanwege de opkomst van de zoutindustrie te Boekelo. In 1939 werd de productie van grof zout gestaakt en in 1970 stopte de handel in zeezout. Protesten tegen de sloop van de enige zoutkeet die Alkmaar nog had, resulteerde in restauratie van de zoutziederij en het bijbehorende woonhuis. Het pand heeft een fraaie symmetrische lijstgevel met lisenen. In het midden een entree met halfrond bovenlicht en aan beide zijden een boogvenster. De schoorsteen in de tuin is het fysieke bewijs van het industriële verleden. Het pand is nu in handen van ‘van Alckmaer’ en te huren als vergader- of feestlocatie.


21

Oudegracht, De stadswerf in 1887 Op de foto uit 1887 ziet u de stadswerf toen zij nog bewoond/beheerd werd door de stadsarchitect W.F. du Croix. Op de locatie van de achterliggende bebouwing is al vele malen iets nieuws gebouwd. Het huidige appartementencomplex is gebouwd in 2006.

49

Stadstimmerwerf

Keetgracht 1

Woningstichting ‘Van Alckmaer’ ontvangt u in de stadstimmerwerf. Elke stad had vroeger een stadstimmerwerf. Dit was vaak een kleine werf aan het water, waar het hout lag opgeslagen dat bestemd was voor gemeentewerken. Hier was tevens de werkplaats ingericht om ‘stadstimmerwerk’ te verrichten. In 1528 werd voor het eerst een stadsfabrieksmeester aangesteld, die de timmerfabriek ging leiden. Een bekend product is bijvoorbeeld de preekstoel in de Kapelkerk. In 1600 werd langs de Keetgracht op het terrein van de stadstimmerwerf een overdekte rechthoekige opslagplaats gebouwd. Hierin werd tevens een woning (links) en een vergaderkamer (rechts) ondergebracht. In de jaren 1723-1726 werd het gebouw van de stadstimmerwerf verbouwd en vergroot. Daarbij kwam de u-vormige plattegrond tot stand die het gebouw nog altijd heeft (deze u-vorm kunt u niet zien, maar in het oude deel is de open ruimte van de ‘u’ een binnenplaatsje). De gevels werden verhoogd met een zogeheten attiek en een kap. De oorspronkelijke goot is nog herkenbaar aan de lijst met consoles halverwege de gevel. Tijdens de verbouwing werden o.a. de twee monumentale ingangspartijen aan de Keetgracht gerealiseerd. Dat gebeurde in de toen heersende bouwstijl: de Lodewijk XIV-stijl. Kenmerkend voor die stijl zijn de fraai bewerkte houten consoles, voorzien van schubbenmotieven en sierlijk krullende acanthusbladeren. Die consoles zijn twee aan twee aangebracht langs de lijsten die over de zijgevels lopen, maar zij zitten ook bij de ingangen aan de Keetgracht. Zaterdagse kamer De vergaderruimte lag op de hoek bij de Oudegracht en werd de ‘zaterdagse kamer’ genoemd, omdat op die dag de belangrijkste vergaderingen waren. In deze kamer was een monumentale schoorsteenmantel met op de schoorsteenboezem een fraai zandstenen reliëf met de wapens van de burgemeesters van 1723. Dit reliëf is al vele jaren te bewonderen in het trappenhuis van het stadhuis (zie daar). In de jaren 1990 was in de zaterdagse kamer de afdeling Monumentenzorg en Archeologie van de gemeente Alkmaar gehuisvest. Het pand is vier eeuwen in gebruik geweest bij Openbare Werken. Tegenwoordig heeft Woningstichting ‘Van Alckmaer’ hier haar onderkomen. Laat u rondleiden door de bijzondere oud- en nieuwbouw. 50

De Vigilantie

Verdronkenoord 45 Waakzaamheid De meeste pakhuizen in de Noordelijke Nederlanden uit de 17de en 18de eeuw kregen een eenvoudige tuitgevel. Maar er zijn uitzonderingen. Zo’n uitzondering is dit pakhuis dat vermoedelijk in de tweede helft van de 17de eeuw gebouwd is. Het pand kreeg zelfs een naam: De Vigilantie. Wist u dat dat ‘waakzaamheid’ betekent? Koeienogen Aan de voorkant ziet u een rijk versierde ‘verhoogde halsgevel’, bekroond door een gebroken fronton met een stenen vaas erin. Aan weerszijden van de hals zitten uitbundig gebeeldhouwde klauwstukken met krullen en diverse soorten


bloemen en vruchten. Dit is een verwijzing naar de handel die hier werd opgeslagen. Opmerkelijk zijn de twee gebeeldhouwde ovalen cartouches eronder. In de bouwwereld worden zij op z’n Frans ‘oeil-de-boeuf’ genoemd, ofwel ‘koeienoog’. Vingboons-gevel Dit soort halsgevels hebben de bijnaam ‘Vingboons-gevels’, vernoemd naar de bekende Amsterdamse architect Philip Vingboons. Hij heeft tussen 1640 en 1675 veel van dit soort gevels ontworpen.Vaak werden de Vingboon- gevels geleed door pilasters. Ook bij De Vigilantie is dat het geval. Wie de ontwerper is van deze Alkmaarse gevel is overigens niet bekend. 51

Huis met de Kogel door de Kerk

Verdronkenoord 37

Dit woonhuis met zijn hoge trapgevel herbergt een bijzondere geschiedenis: zowel qua bouwgeschiedenis als bewonersgeschiedenis. Houtbouw met telmerken Al in de vroege 16de eeuw was op deze hoogte aan het Verdronkenoord de meest oostelijke bebouwing van de stad te vinden. Er stonden toen enkele houten huizen, waaronder één op de plek van nr. 37. Het houten huis heeft in de 17de eeuw een stenen omhulsel gekregen met een trapgevel (1623). Het is overigens de enig overgebleven trapgevel aan dit deel van de gracht. De onderpui heeft in de 19de eeuw het huidige uiterlijk gekregen. Van de oorspronkelijke houtbouw zijn in de westelijke zijmuur nog interessante restanten zichtbaar aanwezig. Zo is er op de begane grond een oud houten lichtkozijn te aanschouwen en op de etage zijn er nog diverse oorspronkelijke balken te bewonderen. In deze balken kunt u zogeheten telmerken zien, een gangbaar en handig bouwtrucje. Dit is te vergelijken met het merken van de tentstokken. Telmerken zijn in de balken ingekraste groeven (hier Romeinse cijfers), zodat de bouwers het huis als een eenvoudig bouwpakket in elkaar konden zetten. Liefde is mijn naam In 1589 kwam in het houten huis Aris Volkertsz. wonen. Aris bezat een eigen scheepswerfje (bij de huidige Turfmarkt). Het is echter niet als scheepsmaker dat hij de geschiedenis in ging. In 1603 verwisselde Aris zijn beroep voor een opleiding tot predikant. Vijf jaar later volgde zijn aanstelling als de eerste predikant van Oudorp na de victorie van Alkmaar. In dit ambt heeft hij een bepalende rol gehad in het streven naar godsdienstvrijheid. De gevelsteen in de onderpui verwijst hiernaar: Liefde is mijn naam. Bent u nieuwsgierig geworden? Binnen kunt u alles te weten komen over Aris Volkertsz.

52

Wildemanshofje

Oudegracht 45-91

Poortgebouw Het Wildemanshofje is het grootste hofje in de binnenstad van Alkmaar. Het kreeg zelfs een monumentaal poortgebouw, waarop het ‘logo’ van de stichter meer dan levensgroot op het poortgebouw prijkt: Gerrit Florisz. Wildeman. Het hofje werd in 1717 gebouwd en bood aanvankelijk plaats aan vierentwintig bejaarde vrouwen van verschillende geloofsrichting. De beelden op het poortgebouw zijn gemaakt door de Alkmaarse beeldhouwer Jacob van der Beek. U ziet naast de wildeman twee oude dames die de doelgroep voor deze woningen verbeelden: links de ouderdom en rechts de armoede. In 1849 werd het hofje gemoderniseerd. Toen werden de kruiskozijnen (ook bij de woningen) vervangen door de huidige vensters. Boven in het poortgebouw is de regentenkamer ondergebracht. Het interieur is nog in de staat van de verbouwing uit 1849. Ook het plafond is uit die tijd. Gaat u gerust de trap op om even te kijken. Eeuwenoude leilinden Op de binnenplaats is een mooie, symmetrisch aangelegde tuin, met rondom eeuwenoude leilinden. De bomen zijn circa tweehonderdenzeventig jaar oud! In de tuin zijn ook nog twee oude waterputten aanwezig. De bewoonsters putten (verleden tijd!) hier hun water, om onder andere de was te doen. De natte was werd in het gras neergelegd om te drogen en te bleken. De tuin was toen ingericht als bleekveld. Dat bleken gebeurde door zonlicht, maar vooral door het chlorifide in het gras. Daarom hangen vele waslijnen boven het gras. Via de achterdeur kunt u het hofje verlaten, maar kijkt u eerst nog even terug naar het poortgebouw, met de ludieke windwijzer.


23

Oudegracht 24, prent uit 1790 met brouwerij “het Zwaard”

53 Dieselgemaal

(geopend van 10:00 - 16:00 uur) Cort van der Lindekade 33

Op de prent van C.W. Bruinvis uit 1842 naar de situatie van 1790 ziet u bierbrouwerij het Wapen van Haarlem of het Zwaard gelegen tegenover het Wildemanshofje. Het huidige appartementencomplex, genaamd “het fortuin van Witte, genoemd naar een bierbrouwerij gelegen aan het andere einde van de Oudegracht, is in 2002 gebouwd. Er heeft voorafgaand aan de bouw een archeologisch onderzoek plaatsgevonden waarbij de resten van de bebouwing en de huisraad zijn teruggevonden.

Dit gemaal wordt aangedreven door een dieselmotor en is daarom van grote betekenis in de geschiedenis van de technische ontwikkeling in Nederland. Even terug in de tijd: na het afbranden van de poldermolen die hier stond, in 1912, besloot het bestuur van de polder ‘Het Overdie en de Achtermeer’ tot het installeren van een gemaal met dieselmotor. Alhoewel windenergie gratis was, was de opvoercapaciteit in windstille perioden toch een probleem. De stoommachine was voor het opwekken van kleine vermogens eigenlijk niet zo geschikt. Rond 1900 deed echter de dieselmotor zijn intrede, die juist voor deze toepassing geschikt bleek. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het polderbestuur besloot tot het installeren van een dieselgemaal. Voor dit doel werd het eenvoudige bakstenen gebouwtje neergezet, dat was ontworpen door de bekende Alkmaarse architect Laurens Groen. Het is één van zijn eerste werken in deze stad. Op de gevelsteen is het jaartal 1913 te lezen. Ondanks de ouderdom verkeert de authentieke installatie nog in perfecte staat. U kunt het met eigen ogen zien! 54

Woonhuis

Lyceumstraat 82

Deze markante woning is in 1935 gebouwd en staat dwars op de overige huizen aan de Lyceumstraat. Het pand is niet zo heel oud en behoort daarom tot de zogeheten ‘jongere monumenten’. De bouwer is J. Hoekmeijer, die in de late Amsterdamse Schoolstijl werkte. Hij had al eerder in deze middenstandsbuurt rijtjes woningen ontworpen, maar aan deze kopwoning besteedde hij extra aandacht. Het pand valt op door zijn hoogte en zijn platte daken waardoor het een ander silhouet kreeg en een meer expressieve uitstraling dan de bebouwing in de omgeving. Kenmerkend voor de Amsterdamse Schoolstijl zijn onder meer de ruim overstekende bakgoten en de helrode baksteen in het toegepaste metselverband. Het pand is in de afgelopen jaren opgeknapt en heeft daarbij verloren details weer terug gekregen. Ook is een deel van de verdieping ‘opgetild’ en wel met bakstenen afkomstig van de originele tuinmuur, dit om kleurverschil in het metselwerk te voorkomen. De tuinmuur moest daardoor wel weer opnieuw worden neergezet en ook hiervoor is met zorg een passende baksteen uitgezocht. De woning is uitgebreid met een schuur en een erker aansluitend bij de bouwstijl.


55

Volksbadhuis

Kwerenpad 11 In 1892 kwam aan het Kwerenpad een badhuis. Dit badhuis is jarenlang bezocht door de vele binnenstadsbewoners die thuis geen badvoorziening hadden. Het badhuis werd gebouwd in de periode waarin de eerste villa’s in het Emmakwartier werden voorzien van een eigen badkamer met badkuip. In het badhuis kende men voor heren en dames uiteraard gescheiden bezoektijden!

Regenbaden Dit badhuis is in 1892 ontworpen door stadsbouwmeester, G. Looman, in de toentertijd landelijk geliefde neorenaissance stijl. De buitenzijde is nog nagenoeg origineel gebleven. Opdrachtgever voor de bouw van dit badhuis was het Witte Kruis Alkmaar, waar Looman actief bestuurslid van was. In het badhuis waren vier regenbaden (douches) en twee kuipbaden 1ste klasse in ondergebracht. Voor de 2de klasse waren er vier regenbaden. Op zolder lagen goederen opgeslagen voor verpleging. In 1914 brandde het badhuis uit. Bij de heropbouw verdwenen de kuipbaden. Er kwamen elf douches aan een middengang en een wasplaats met wringer. Zingen onder de douche Het badhuis was aanvankelijk vrijstaand, maar is door vergroting bij de omringende panden aangesloten. In 1919 ontwierp P.N. Leguit een verlenging aan de achterkant, met ruimte voor zes douches extra. In 1928 werd de linkervleugel ontworpen in Amsterdamse Schoolstijl door architect D. Saal. Hier werd een vestibule en een wachtkamer in ondergebracht. Deze nieuwe vleugel vormde een geheel met de badmeesterswoning op nr 12, die gelijktijdig werd gebouwd. In de 20ste eeuw kreeg een groeiend aantal woonhuizen een eigen badvoorziening en het badhuis is verworden tot monument van de geschiedenis van medische zorg en hygiëne. Het stenen kruis op de toppinakel herinnert nog aan de zorginstelling het Witte Kruis. 56

Verlosserskerk/Woonhof Annie van Roeden

Kwerenpad

Kerk of hofje Is dit nu een kerk of een hofje? Op de gevel ziet u staat ‘Woonhof Annie van Roeden’, maar toch is het kerkgebouw. Deze Verlosserskerk werd in 1933 gebouwd naar ontwerp van de Amersfoortse architect B.W. Plooy in een stijl die verwantschap vertoont met die van de Amsterdamse School. Plooy gebruikte het ontwerp voor meerdere kerken, dus u kunt dit gebouw in het hele land tegen komen. De plattegrond is een kruisvorm en in de opbouw domineren de twee elkaar snijdende zadeldaken, met op de kruising een met leien gedekte dakruiter (torentje). Op 1 september 1991 zijn de deuren van de kerk dicht gegaan. De kerk zou worden afgebroken, maar mw. Annie van Roeden kocht het complex en realiseerde hier woningen. Vandaar dat u haar naam op de gevel ziet staan. Dankzij Annie van Roeden is dit gebouw nog altijd een markant herkenningspunt in de buurt. Brand In juli 2001 is het gebouw aan de zijde van het Kwerenpad geteisterd door brand. Het oorspronkelijke glasin-lood ging daarbij helaas verloren. Er is weer nieuw glas ingezet met de oude vormgeving. 57

Evangelisch Lutherse Kerk

Oudegracht 187 Alleen de spitsboogvensters verraden dat dit grote, sobere gebouw een rijk kerkinterieur huisvest. Hier was de schuilkerk van de Lutheranen. Een toren mochten de schuilkerken niet hebben, maar via deze spitsboogramen wilde men toch kenbaar maken dat we hier met een kerk van doen hebben.

Zwaan Het inwendige is echter veel rijker, zoals bij Lutherse kerken gebruikelijk. Als u binnen staat en omhoog kijkt ziet u een mooi houten tongewelf met een verhoogd middenveld. Voorts is er een fraaie preekstoel, geschonken door gemeentelid Daniël Rademaker. Het is zijn wapen dat u op de preekstoel ziet. De banken zijn in dezelfde stijl gemaakt. De zij-ingang, aan de Oudegracht, heeft een rijk gesneden tochtportaal uit 1695. Ook dit portaal was een geschenk.


Het meest waardevolle inventarisstuk is het schitterende orgel uit 1754. Het is opgesteld op een galerij boven de ingang. Het orgel werd vermoedelijk gebouwd door Pieter Müller, zoon van de bekende orgelbouwer Christian Müller. Het orgel heeft rococo snijwerk en bovenop een zwaan: symbool van Luther en van de Lutheranen. Vandaag wordt het voor u bespeeld. 58

Lectorium Rosicrucianum

(geopend van 12:00 - 15:30)

Oudegracht 114

Rozenkruis De Internationale School van het Gouden Rozenkruis baseert zich op een oeroude traditie van Mysteriescholen, maar is modern in haar boodschap en appelleert aan het sterk geïndividualiseerde bewustzijn van de mens in de 21ste eeuw. Het is geënt op vroegere impulsen van geestelijk ontwaken, zoals dat van de gnostiekenm de Katharen en de klassieke Rosenkruisers uit de 17de eeuw. Het Rozenkruis gaat uit van het bestaan van twee natuurorden. Ten eerste is er de ons bekende natuurorde, de wereld waarin wij leven en die niet meer dan een noodorde is - een doorgangshuis en die onderhevig is aan de kringloop van geboren worden, leven, sterven en weer geboren worden. Ten tweede is er oorspronkelijk, Goddelijke Natuur. In het hart van de mens is nog een laatste overblijfsel uit die Goddelijke Natuurorde bewaard gebleven. De Rozenkruiser noemt dit ‘godsvonk’ of het ‘geestvonkatoom’. Pand Het pand dateert uit 1642. In 1982-1983 is het gebouw uitgebreid gerenoveerd en aangepast aan de wensen van de gebruikers. Zo werd achter het monumentale pand een tempel gebouwd. Naast rondleidingen is er op deze dag tweemaal de mogelijkheid om de tempel te bezoeken. Hier zal dan een korte uitleg gegeven worden over de verschillende symbolen. 59

Kerk v/d Baptisten Gemeente / Voormalige Synagoge

Hofstraat 15

Op 10 mei 1604 stond de vroedschap van Alkmaar als eerste Hollandse stad de Joden toe om zich vrij te vestigen, mits ze zich zouden onderwerpen aan de alle stedelijke voorschriften. In juli 1609 werd een stuk grond in de buurt van Groet aangekocht om een eigen begraafplaats te stichten. Op een joodse begraafplaats geldt ‘eeuwige grafrust’. Dit betekent dat de graven ongemoeid gelaten moeten worden en slechts bij uitzondering, als de overheid dit eist, verplaatst mogen worden. Het voorschrift, dat begraafplaatsen niet geruimd mogen worden heeft tot consequentie dat ze meestal een eind buiten de stad liggen. In de 17de eeuw lieten echter hooggeplaatste joden zich begraven in de Grote Kerk, zoals de familie Duarte uit Antwerpen. In 1746 werd een stuk grond aangekocht in de Varnebroek dat nog steeds in gebruik is als Joodse Begraafplaats. Voor een volledige gebedsdienst is een ‘minjan’ nodig, een groep van 10 volwassen mannen. In de loop van de 18de eeuw was een zodanige groep ontstaan, dat in 1744 de joden vrijheid van godsdienstoefening werd verleend. De Joodse gemeenschap had geen vaste synagoge tot zij in 1792 een perceel aankochten aan de zuidzijde van de Laat, vlak bij de Bloemstraat. Tot die tijd kwamen zij bijeen in huissynagoges In 1802 kochten zij aan de Hofstraat het geboortehuis van Cornelis Drebbel (15721633), de beroemde Alkmaarse kaarttekenaar en uitvinder van de onderzeeboot, omdat het pand aan de Laat in bouwvallige staat verkeerde. Bouwsporen Er zijn in de 19de eeuw twee grote renovaties geweest. Twee steentjes in de voorgevel geven in de Hebreeuwse tijdrekening aan, overeenkomend met 1826 en 1844, wanneer de renovatie plaatsvond. Volgens de Waterstaattekening van 1826 betrof dit een nieuwe voorgevel, een galerij voor vrouwen en een tongewelf met daarin de Davidster. In 1844 werd de achtergevel vernieuwd. In de zuidelijke zijgevel zijn deze bouwfases te herkennen (zie foto op de voorzijde). Het is duidelijk te zien dat de vensters met ronde bovenzijde later in het metselwerk zijn aangebracht. Ook ziet een ophoging aan de voorzijde van het pand (waarschijnlijk al voor 1802) waar de gele baksteen overgaat in rode. Ter plaatse van de knik in de gevel loopt het gele metselwerk gewoon door tot aan de goot. Misschien had het huis van Drebbel een hoger achterhuis dan voorhuis. Aan de binnenzijde is niets te merken van de knik, want bij het maken van het synagoge-interieur is de muur aan de binnenzijde rechtgetrokken. De voor- en achtergevel zijn duidelijk vernieuwd. Ze zijn uit andere stenen opgetrokken dan de zijgevel. Tot slot bevindt zich vlak achter de tuinmuur de dichtgezette entree tot de vrouwengalerij.


In 1842 werd op het achtererf een school gesticht voor godsdienstig en burgerlijk onderwijs. Dit werd door de rabbi gegeven, die naast de synagoge woonde, op nummer 13. Omstreeks 1884 werd het ronde venster naar ontwerp van de stadsbouwmeester Du Croix boven de ingang aangebracht. Oorspronkelijk bevatte het een glas-in-loodvenster met Davidster. In 1932 werd in de school een ritueel bad, het mikwe, gemaakt. Het mikwe is bedoeld voor rituele reiniging. Dit is noodzakelijk in 3 gevallen; na zwangerschap of menstruatie, tijdens de overgang van niet-jood naar jood en tot slot wordt eetgerei, dat door niet-joden is vervaardigd, door reiniging geschikt voor gebruik in een joods huishouden. Tot 1875 was er ook een ritueel bad op het perceel aanwezig geweest, maar deze bleek niet meer te voldoen. Een perceel aan de Oudegracht werd aangekocht om een nieuwe te bouwen. De Tweede Wereldoorlog betekende het einde van het gebruik van de synagoge. In 1942 werden alle Alkmaarse Joden naar Amsterdam weggevoerd. Slechts enkelen keerden terug. Zij konden de synagoge niet voor de eigen gemeente behouden. In mei 1952 kocht de Baptistengemeente het complex, restaureerde de kerk en richtte deze in voor eigen gebruik. Zij maakten een bassin in de kerk, voor het doopritueel. Voor dit stuk tekst is gebruik gemaakt van het boek; Kaddiesj voor Joods Alkmaar. Geschreven door J.D. Kila. Uitgegeven door de Historische Vereniging Oud-Alkmaar. Zestiende jaargang nummer 4-1992. En de website van het Joods Historisch Museum www.jhm.nl

60

Borstels- en klompen winkel

Huigbrouwerstraat 3

U ziet het: ook in monumenten kunt u winkelen. De prachtige houten winkelpui stamt uit 1892, toen de gehele gevel werd vernieuwd in neorenaissance stijl. De pui heeft een symmetrische indeling, met aan weerszijden twee deuren (voor de winkel en bovenwoning) en onder het grote etalageraam zit een natuurstenen borstwering. In de bovenlichten ziet u ventilatieroosters, om te voorkomen dat het grote raam zou beslaan. Binnen staan langs de wanden nog de oude hoge kasten en de oude toonbank. Ook de oude inloop-etalagekasten zijn nog altijd in gebruik. Deze wordt aan de binnenzijde afgesloten met glas-in-loodramen. Daarin zijn afbeeldingen opgenomen die verwijzen naar de producten die hier werden (en nog altijd worden) verkocht. Kijkt u maar eens binnen: een gezellig borstel- en klompenwinkeltje waar u nog de authentieke ambachts-sfeer kunt proeven. Als u iets afrekent, zult u zien èn horen dat de kassa met de slinger hand matig wordt aangedraaid.

Kapelsteeg, Groot en Klein Nieuwland De Kapelsteeg, het Groot en Klein Nieuwland zijn van origine een gebogen dijktracĂŠ. In de oostelijke binnenstad zijn de meeste straten ongeveer haaks op de hoofdgrachten aangelegd. Dat is hoofdzakelijk gebeurd bij de eerste aanleg en de daarop volgende invulling van deze stadswijken tussen circa 1470 en 1600. Een opvallende afwijking is de bocht van de straat Groot Nieuwland. Via het Klein Nieuwland liep hij door en maakt een verdere knik naar het oosten bij de tegenwoordige straat Overdiepad. De oorzaak van deze bocht is een dijkaanleg. Het gaat om een dijk die ongeveer vanaf het Fnidsen naar het zuiden liep en dan naar het oosten afboog om een meertje heen, het Voormeer. Vanaf het Overdiepad ging deze dijk langs de Hooftstraat en dan langs de zuidoever van het Zeglis en vervolgens langs de Schermer. Deze dijk beschermde de Landen van Overdie (tegenwoordig de wijken Oud en Nieuw Overdie met wat aangrenzende gebieden) tegen het hoogwater in de Schermer, Zeglis en Voormeer. Bij een opgraving aan het Groot Nieuwland werden in 1998 huisresten ontdekt uit ongeveer 1350, waaruit blijkt dat de dijk op deze periode moet teruggaan. Het moet een vrij lage dijk zijn geweest, er is tegenwoordig behalve de bocht geen hoogteverschil meer zichtbaar. Aan weerszijden van de dijk liepen ooit slotenstelsels. Bij opgravingen zijn in de afgelopen jaren delen van deze sloten onderzocht. Ze zijn merendeels verlegd en/of gedempt bij uitbreidingen van de bebouwing in de 15de en 16de eeuw.


61

Kapelkerk

(geopend van 10.30-16.30 uur) Kapelsteeg 3

Burgemeestersbank Ten tijde van de bouw van de Kapelkerk was de Laat nog water. De ingang zit daarom in de korte gevel aan de Kapelsteeg. Ook het pand genaamd Het Landwijf, daar recht tegenover, heeft om die reden de ingang in deze steeg. Archeologisch onderzoek wijst uit dat de bouw van de Kapelkerk zal zijn begonnen omstreeks 1520, dus direct na het voltooien van de Grote Kerk. Opvallend zijn de zeer talrijke natuurstenen banden in de bakstenen muren. In 1707 werd de kerk uitgebreid met een hoge dwarsbeuk aan de noordzijde in rustige Hollands classicistische stijl. Hierin kwam een grote burgemeestersbank te staan, die alleen mocht worden gebruikt door de leden van het stadsbestuur. Het bankenblok werd uitgevoerd in een modernere stijl: de Lodewijk XIV-stijl. Kenmerkend voor die stijl zijn de krullende acanthusbladeren aan de opzetstukken van de deurtjes. Brand In 1760 werd het gebouw getroffen door een brand. Daarbij ging het middeleeuwse houten tongewelf verloren. Daarvoor in de plaats kwam het huidige stucgewelf met zijn verhoogde velden, voorzien van versieringen in rococo stijl. Een bewoonster van een buurpand van de Kapelkerk was zo blij dat haar huis bij de brand gespaard was gebleven, dat zij aan de kerk een preekstoel schonk. De fraaie houten preekstoel is in rococo stijl uitgevoerd, evenals de orgelkas met de bijbehorende monumentale houten omlijsting. Beide interieurstukken stammen uit 1762. Bij de vervaardiging waren Asmus Frauen uit Amsterdam en Willem Straatman uit Alkmaar betrokken. Er is nog meer te zien, zoals de grote koperen kaarsenkronen. Bezienswaardig zijn ook de kleurige glas-in-loodramen, vervaardigd in de jaren 1920-1940 door de bekende glazenier Willem Bogtman uit Haarlem. Archeologisch onderzoek Eind 2002 en begin 2003 vonden hier archeologische onderzoeken plaats. Er werd een twintigtal graven geborgen. Net als in de Grote Kerk werd in de Kapelkerk begraven in houten kisten, die ter aarde werden besteld en afgedekt door natuurstenen grafzerken. Oorspronkelijk bestond de ondergrond uit een in de 14de eeuw opgebrachte laag vuile klei. Geheel onderin werden nog enkele grafkisten aangetroffen uit een oudere periode, die in deze vuile kleverige grond waren begraven. Van enkele kisten uit de onderlaag, waaronder een mannengraf dat niet was begraven met het hoofd aan de west- maar aan de oostzijde (mogelijk een priester), is eikenhout bemonsterd voor een dendrochronologische datering. De uitkomst was verrassend: het hout van ĂŠĂŠn van de kisten dateerde uit circa 1579, een tweede na 1460 en een derde na 1461. Volgens de bestaande informatie werd door het stadsbestuur pas in 1575 besloten om de Kapelkerk als begraafplaats in gebruik te nemen, omdat de Grote Kerk door de bevolkingsaanwas te klein dreigde te worden. De vondsten wijzen evenwel op een al eerder bestaand gebruik als begraafplaats. Wellicht waren de begrafenissen slechts korte tijd onderbroken als gevolg van de Reformatie en diende de Kapelkerk van aanvang af ook als begraafplaats. In de viering en het oostgedeelte van de Kapelkerk werd gezocht naar de funderingen van oudere bouwfasen. Het zwaartepunt van het onderzoek van 2002 lag bij de plaats waar volgens Reder de oostelijke afsluiting van de oudste kapel zich moest bevinden, namelijk in het schip direct oostelijk van de viering met het dwarsschip van 1707. Tot onze grote verrassing werd hier van de oudste kapel evenwel geen spoor aangetroffen. Sterker nog, de onverstoorde ophogingslaag toonde aan dat hier nimmer een kapelfundering was geweest! Pal naast deze plek werd bovendien een beerput aangetroffen, waaruit een handvol 15deeeuwse scherven werd verzameld. Kennelijk is er tegen het einde van de 15de eeuw een woonhuis gesloopt om plaats te maken voor de Kapelkerk. Wat betekent dit voor de chronologie? De huidige Kapelkerk is dus in feite gebouwd in slechts twee bouwfasen. De eerste bouwfase betreft het volledige schip met zijbeuk met daarbij een oponthoud bij het voltooien van de noorderzijbeuk. Misschien kreeg men tijdens de bouw problemen met de ondergrond en heeft dit tot vertragingen geleid omdat men worstelde met de oplossing. Uiteindelijk blijkt de gekozen oplossing, die extra zware kolomvoet gevolgd door een koppelingsmuur onder de overige peilers, sterk onvoldoende! De tweede bouwfase was het herstel van de sterk verzakte en verzwakte Kapelkerk door het plaatsen van een dwarspand in 1707. Op grond van de stijl, met name de afwerking van het metselwerk met speklagen, lijkt de eerste bouw pas te dateren vanaf omstreeks 1500, waarbij het oponthoud aan de oostzijde ertoe leidde dat de bouw pas in 1540 is voltooid. Muziek In 2004 is het kerkgebouw grootscheeps gerestaureerd. Ook het orgel is gereviseerd en de orgelkas is in de oorspronkelijke kleur geschilderd (gemarmerd en gehout). Het orgel zal de voor u worden bespeeld door organisten uit de regio.


24

Laat 143 (linkerdeel V&D), ca 1935, panden die zijn gesloopt in 1969 voor V&D Op de foto uit 1930 ziet u de panden links van Vroom & Dreesman. v.l.n.r. Poetspommade de Vlag van fam.P.A. Jacobse ,steegje naar het Vijvertje, IJzerhandel M. de Wild, G.N. Meijroos poelier en handelaar in boter kaas en eiren, Tabaksfabriek van J.R.Keuss. (deels) Uiterst rechts ziet u een deel van de monumentale bebouwing van V&D. De panden rechts van de steeg zijn gesloopt voor de uitbreiding van V&D in 1969. Het pand links van de steeg is ook vervangen door nieuwbouw.

62

Vroom & Dreesmann

(winkel is geopend) Laat 143 Het warenhuis op de hoek van de Laat en de Ridderstraat is in 1925 opgetrokken in late Amsterdamse School-stijl. De details zijn daarentegen meer Art Deco. Het pand is gebouwd in opdracht van Vroom & Dreesmann naar ontwerp van GWJ Caron uit Amsterdam. Oorspronkelijk was de gevel langs de Laat symmetrisch van opzet, maar het gebouw is aan deze zijde in 1933 en 1969 uitgebreid. De winkelpui met luifel is niet origineel. In het raam van het trappenhuis is een indrukwekkende glas in lood partij aangebracht.

Jan Wils Het Warenhuis is gebouwd op de plek waar voordien het geboortehuis van Jan Wils stond. Wils geniet wereldfaam in de architectenwereld en is Alkmaarder van geboorte. Zijn bekendste werk is het Olympisch Stadion in Amsterdam. Om zijn bekendheid te vergroten is voor hem een gedenksteen in de pui geplaatst op initiatief van Piet Verhoeven, die ruim 30 jaar afdelingshoofd monumentenzorg en archeologie is geweest.

63

Villa Holland

Emmastraat 109-111 Deze royale stadsvilla is in 1907 ontworpen door J.A.G. van der Steur, in neo-renaissancestijl. Van der Steur heeft elementen uit de 17deeeuwse Hollandse Renaissance toegepast, zoals trapgevels en kruisvensters met raamluiken. Het pand is gebouwd als dokterswoning met praktijk en is een van de eerste grote villa’s die aan de rand van het Emmakwartier verrezen. Het pand ligt mooi gesitueerd op de hoek met de Nieuwlandersingel. Op de zijgevel is een groot natuurstenen reliëf te zien met de tekst ‘Holland 1907’ In het interieur is een interessante relatie gelegd tussen oude en moderne architectuur.


25

64

Woonhuis

Baangracht gezien vanaf het Bolwerk (hoge brug), ca 1870, links de banenkerk. De foto uit 1870 is genomen vanaf het bolwerk in de richting van de Oudegracht. Links naast de huidendroogrekken de Banenkerk. De banenkerk is gebouwd in 1646 in een bestaand woonhuis. Het was de missiestatie van de Gentse Dominicanen. De kerk werd na uitbreiding in 1715 in 1757 vervangen door een nieuw gebouw, dat tot 1866 als kerk in gebruik is geweest. Toen werd de St. Dominicuskerk aan de Laat in gebruik genomen.

Oudegracht 239

Een gevelsteen vertelt het bouwjaar van dit prachtige woonhuis: 1623. Aan de uiteinden van het fries ziet u twee gebeeldhouwde leeuwenmaskers aangebracht. Een leeuw heeft een wakende functie. De onderpui heeft een 18deeeuws uiterlijk, dit is te zien aan de raamindeling van de schuifvensters en aan de bouwstijl van de voordeur met het bovenlicht. Ook het buurpand 241 is op dezelfde wijze verbouwd.

65

Woonhuis

Oudegracht 241

In de gevel van dit woonhuis zijn twee kanonslopen aangebracht en twee in natuursteen gebeeldhouwde zeilschepen. In het midden ziet u een rijk versierde gevelsteen. Daarin is een familiewapen aangebracht met daarboven een helm met helmkleed. Volgens de overlevering verwijzen deze attributen naar de voormalige opdrachtgever, een uit Alkmaar afkomstige gezagvoerder bij de admiraliteit van West-Friesland. Ziet u iets opmerkelijks aan de zeilschepen? Deze varen tegen de wind in en dat houdt in dat de gezagvoerder met pensioen is gegaan. Het pand heeft een 17de-eeuwse kern, maar de onderpui van de voorgevel is (waarschijnlijk in de 19de eeuw) verbouwd naar 18de-eeuws voorbeeld. Ook binnen zijn allerlei 18de-eeuwse ogende aanpassingen. 66

Archeologisch Centrum C.W. Bruinvis

Oudegracht 245

Archief Hoewel het geen monument is, is dit pand toch interessant voor liefhebbers van de regionale historie. Dit gebouw stamt uit 1966. Toen in dat jaar het Gemeentelijk Archief werd ondergebracht in het buurpand Huize Oort (nr. 247), werd deze vleugel aangebouwd als depotgebouw en leeszaal. De gevel is afgestemd op die van Huize Oort, met bijpassende vensters en gevellijst.


In 1997 werd in dit gebouw het Archeologisch Centrum geopend: het gemeentelijk depot voor bodemvondsten met een werkruimte en een expositiezaal. Het gebouw kreeg de naam van C.W. Bruinvis (18291922), de eerste gemeente-archivaris van Alkmaar en tevens directeur van het Stedelijk Museum. Dit pand huisvest ook het kantoor van de Historische Vereniging Alkmaar. In het Archeologisch Centrum worden de vondsten van opgravingen geëxposeerd. Vandaag kunt u zich ook laten rondleiden door het vondsten depot. 26

Oudegracht 245, rechts “Huize Oort”, links twee gesloopte panden Op de foto uit 1900 ziet u Huize Oort met koetshuis en het in 1851 aangebouwde woonhuis. De panden links zijn gesloopt. In plaats daarvan verrezen de depots van de gemeentelijke archiefdienst, die van 1966 tot 1991 in Huize Oort was gevestigd. Momenteel is hier het archeologisch Centrum C.W. Bruinvis gevestigd.

67

Huize Oort

(de tuin is geopend, ingang via ged. Baansloot)

Oudegracht 247

Dit chique woonhuis is vernoemd naar dominee A.J.P. Oort, die het in 1851 kocht. Rechts naast het woonhuis ziet u een kleine aanbouw: dat was het koetshuis van de dominee. Hoewel het pand teruggaat tot de 17de eeuw, draagt het door allerlei verbouwingen een 18de-eeuws karakter. Deze zijn waarschijnlijk in de 19de eeuw aangebracht. De gevel heeft de neoclassicistische stijl met boven de voordeur een in hout gesneden bovenlicht met een alliantiewapen. Binnen is een marmeren vloer in de hal en gang. De tuinkamer heeft een schitterend gestukadoord schoorsteenstuk en een fraai stucplafond met in de hoeken afbeeldingen van de vier jaargetijden. Tot 1938 is het pand in bezit van de familie Oort gebleven. Het huis werd in 1957 door de gemeente aangekocht en gerestaureerd. Van 1966 tot 1992 was het Gemeentelijk Archief er gehuisvest. Sindsdien is het weer een particulier woonhuis. 68

Stadsvilla

Oudegracht 291 In de Alkmaarse binnenstad is dit pand een unicum. Het is het enige pand van dergelijke grootse allure in deze bouwtrant. In 1909 ontwierp Jan Stuyt deze monumentale villa in opdracht van stadsheelkundige Jan Dirken en paste de traditionalistische stijl toe. Stuyt greep daarbij terug op 18e-eeuwse voorbeelden die te herkennen zijn in de symmetrisch opgebouwde gevel, de monumentale entree, statige raampartijen en de geblokte pilasters. Het smeedijzeren stoephek is ontworpen in dezelfde stijl als het woonhuis. In de late jaren 1940 is het pand verbouwd voor gebruik als kleuterschool. Recentelijk was het een dependance van het Horizon College.

In 2006 zijn hier appartementen gerealiseerd door Woningstichting Van Alkmaer. Er wordt nu gewoond in het oorspronkelijk gebouw, maar ook in de bebouwing op de binnenplaats. Daarbij is een bijzonder binnenhof aangelegd. De hal van het hoofdgebouw heeft bij de restauratie de originele kleurstellingen terug gekregen. Medewerkers van Van Alkmaer zijn aanwezig om u te begeleiden door de hal en de binnentuin. De woningen zelf zijn vandaag niet toegankelijk.


69

Voormalige Meisjesschool

Oudegracht 182

De drie trapgevels aan de Oudegracht zijn het schoolvoorbeeld van de Hollands renaissancestijl. Het gebruik van natuurstenen waterlijsten, dekplaten op de trappen, hoekblokken en bogen in combinatie met baksteen is typisch voor deze periode. Elke gevel heeft een toppilaster rustend op een gebeeldhouwde kraagsteen. De buitenste toppen zijn bekroond door leeuwen met wapenschild, de middelste door een wereldbol. Bijzonder zijn ook de gesmeden ijzeren sierankers en fraaie hijsankers. De panden werden in 1817 door de stad Alkmaar aangekocht ten behoeve van de franse jongejuffrouwschool, later openbare meisjesschool en van 1936 tot 1959 de Tesselschadeschool. Deze lag op het achtererf en was bereikbaar via de poort met trapgevel aan de linkerzijde. Dit was eerder een heel klein pakhuis. Op een oude ansichtkaart van rond 1880 is de oude situatie te zien. Na 1880 is de voordeur in ieder geval nog 2 keer aangepast. Eerst is begin 20ste eeuw de entree in neo-renaissance stijl opgetrokken evenals de deur naar de steeg. Mogelijk zijn toen ook de toppen van de gevels aangepakt, want hier is een moderne baksteen toegepast. Na een bominslag op 13 januari 1942 is het pand helemaal verbouwd en is de deur verhuisd naar het meest rechter geveltje. Nu is het pand samen met het buurpand nr. 180 in bezit bij ‘van Alckmaer’ en zijn er enkele appartementen in gemaakt. 70

Voormalig Koopmanshuis

Laat 173

Een van de laatste woonhuizen aan de Laat wordt nu ook een winkel. Het huisje stamt van oorsprong uit de 17de eeuw, wat te zien is aan het siermetselwerk van het fries boven de begane grond en aan de versierde muurankers op de verdieping. Oorspronkelijk heeft dit pand een trapgevel gehad. Deze is in de 18de eeuw vervangen door de royale klokgevel met bovenop een getoogd (gebogen) kroonlijstje. De klok is versierd met kleine natuurstenen aanzetvoluten (krulwerk) aan beide zijden. In het fries ziet u een natuurstenen wapenschild met het bekroonde stadswapen van Amsterdam. Naar verluid heeft hier in vroeger tijden een Amsterdams koopman gewoond.

71

Voormalig Zusterhuis

Oudegracht 214-216

Dit pand heet in de volksmond ‘Het zusterhuis’. Het was een stedelijk kloostergebouw dat aan het eind van de 19de eeuw aan de Oudegracht verrees. Opdrachtgever voor de bouw was de Onze Lieve Vrouwe Stichting te Amersfoort. Deze stichting hield kantoor in het naastgelegen 18de-eeuwse pand op nr. 218. Bij een uitbreiding in 1925 werd deze gevel aan de bouwstijl van het klooster aangepast, waardoor het complex een uniforme uitstraling kreeg. De zusters verbleven in het rechterdeel (nr. 214) waar hun ‘cellen’ gelegen waren. De refter (eetzaal) lag daarnaast (nr. 216) en daarboven kwam op de verdieping de kapel. De kapel is vanaf de straat goed te herkennen aan het grote boogvenster met traceringen in natuursteen. Bouwstijl Het pand is een ontwerp van het Amersfoortse architectenbureau H. Kroes en Zn., die in 1925 tevens de uitbreiding ontwierp. De bouwstijl van het complex is neogotisch. De neogotiek grijpt terug op de vormentaal van de middeleeuwse gotiek. Dit is vooral te zien aan de hoge bogen boven de ramen en deuren. De bogen lopen uit in een spits puntje, wat een belangrijk kenmerk is van de gotiek. De gevel is verder rijk versierd met metselwerk in verschillende kleuren. Kostschool Voordat de Onze Lieve Vrouw Stichting nr. 218 betrok, was dat pand in gebruik als ‘kostschool voor jonge jufvrouwen’. Deze kostschool was opgericht in 1855 en de meisjes mochten hier ‘in de kost’ onderwijs genieten. Zij moesten dan wel o.a. zes eigen servetten, een porseleinen lampet- en waskom en zilveren bestek van thuis meenemen.


Wooneenheden Enkele jaren geleden hebben de laatste zusters dit klooster verlaten en is het complex verbouwd tot afzonderlijke wooneenheden.

Laat en Heul De Laat is genoemd naar ‘laten’ of wegstromen van water. Het was een afwateringsgracht voor het afvoeren van water vanaf de zandrug waar de westhelft van de Alkmaarse binnenstad op is ontstaan. Op de hoek Laat/Koorstraat is ook goed te zien dat de Grote Kerk is gebouwd op een natuurlijke zandheuvel, een soort duin. Inmiddels wordt verondersteld dat de Laat pas in de 14de eeuw is gegraven, in een periode waarin de stad enorm opbloeide en er aan alle kanten terreinen werden opgehoogd en volgebouwd. Bij opgravingen langs de Laat zijn er ook ophogingen uit ongeveer 1350 gevonden van uit grond die vermoedelijk afkomstig is van het uitdelven van de Laat. De Heul zou een verwijzing zijn naar een ‘haal’ of ‘overhaal’, dat is een soort sleephelling om een boot over een dam of andere hindernis te trekken. Mogelijk kon je op deze hoogte vanuit de Laat een bootje trekken naar een natuurlijk water of een stuk vestinggracht en misschien kon je vanaf dat punt wel doorvaren naar de Bergermeer aan de westkant van de stad. Helaas kunnen we hierover alleen maar speculeren want er is (nog)) niets van gevonden bij opgravingen.

27A

Koorstraat hoek Heul, “De Toelast” Herberg sinds heugenis, 1907 Op de foto uit circa 1907 ziet u hotel De Toelast dat in 1918 verbouwd werd tot kantoor van de Nederlandse Bank en in 1920 gesloopt voor de huidige nieuwbouw, nu Fortisbank. 27B

“De Toelast” in 1865 met de nog niet gedempte Heul Op de foto uit circa 1865 kijkt u in het Ritsevoort met in de verte de Kennemerpoort. Het rechterpand is nogmaals het hotel de Toelast op de hoek van de nog niet gedempte Heul en Laat. 28

Oudegracht 218, in 1876 is de top van het gebouw verwijderd Op de litho uit 1859 vervaardigd door C.W. Bruinvis ziet u de ‘Kostschool voor Jonge Jufvrouwen te Alkmaar’. De voorgevel van de kostschool aan de Oudegracht (thans nr 218) met het pand ernaast op de hoek van de Ruitersteeg (nu nr 220). De Rooms Katholieke zusterschool vestigde zich hier in 1855. De dakkapel en attiek (het hekwerk met vazen op het dak) van het hoofdgebouw is weggenomen in 1876.


72

Huis met de Dolfijnen

Oudegracht 218

De dolfijnen waar het pand zijn naam aan ontleent vindt u aan weerszijden van de voordeur. Oorspronkelijk stonden hier twee smalle ondiepe huizen met een steegje ertussen, die vermoedelijk kort na het beleg van 1573 zijn gebouwd. In de eerste helft van de 17de eeuw zijn zij samengetrokken tot één breed pand, dat in 1716 ook nog eens naar achteren toe is uitgebreid. In 1716 werd ook de voorgevel in Lodewijk XIV stijl verbouwd een werd de entree opgesierd met twee dolfijnen. In 1783 is de gevel opnieuw aangepast, ditmaal met detaillering in de Lodewijk XVI stijl, onder anderen bij de hardstenen platen onder de vensters op de begane grond. Naast dit grote pand werd in de 19de eeuw het Zusterhuis gebouwd (zie daar). In de tweede helft van de 19de eeuw hielden de zusters op Oudegracht 218 kantoor. In die tijd is het gebouw inwendig gemoderniseerd, waarbij vele 18de-eeuwse stucwerkplafonds zijn verdwenen, maar waarbij de allure van het grachtenpand bewaard is gebleven.

Lindegracht Van de middeleeuwse vestingwerken zijn nu nog maar een paar ‘sporen’ aanwezig: namelijk de Oudegracht en de Lindegracht, die ooit als verdedigingsgracht waren gegraven. Naar het westen toe liep de Lindegracht ooit rond de stad verder in een ‘gracht over de Geest’, ongeveer halverwege tussen de Molenbuurt en het huidige Canadaplein en dwars onder het theater de Vest door – dat theater heeft ook niet zomaar deze naam gekregen! Buitenlangs de Paardenmarkt ging de bocht vervolgens verder richting Kanaalkade. Het hele tracé langs de westkant van de stad is inmiddels verdwenen. De eerste stukken werden al rond 1575 gedempt bij de aanleg van de Paardenmarkt, andere delen verdwenen rond 1929/1930. Een opvallende herinnering is nog te zien aan twee straatnamen. Vanaf de Bagijnenstraat naar de Bergerbrug lopen tegenwoordig in één weg de Gasthuisstraat en het Zevenhuizen in elkaar door. Ooit werden ze gescheiden door de vestgracht met een stadspoort, de Geesterpoort. In 2003 zijn delen van deze poort nog opgegraven, vlakbij de achteringang van de tegenwoordige ABNAmrobank. Naar het oosten toe liep de Lindegracht aanvankelijk in de 13de/14de eeuw door in een nu verdwenen gracht achterlangs de Laat, de Vijversloot. De steeg Het Vijvertje herinnert nog aan dit water, waarvan het laatste stuk pas in de 19de eeuw werd gedempt. Alkmaar moest in 1492 haar vesting slopen als straf voor het belastingoproer van het Kaas en Broodvolk. Nadat de onbeschermde stad in 1517 was geplunderd door een bende Friezen, werden de vestingwerken herbouwd. Aan de zuidkant heeft men toen een strook grond extra in de stad getrokken door het graven van een nieuwe gracht, de huidige Oudegracht uit 1536. Bij de aansluiting op de oudere vestgracht, de tegenwoordige hoek met de Ruitersteeg, vertoont de Lindegracht-Oudegracht nog steeds een merkbare knik.

73

Hofje van Splinter

Ritsevoort 2

Zoals de gevelsteen laat zien, is dit hofje gesticht in 1646. Het geld hiervoor kwam uit de erfenis van Margaretha Splinter en het is haar wapen dat de voorgevel siert. Het hofje is gebouwd op de plek waar Margaretha woonde met haar man Floris van Jutphaes. Er was plaats voor acht ongehuwde arme dames, afkomstig uit een (ge)goede familie. De acht woningen worden nog altijd door oudere alleengaande dames bewoond. Zij kunnen hun huis bereiken via een charmante galerij met een houten tongewelf. In de tuin staan nog het oude washok (nu fietshok) en het buitentoilet. De regentenkamer lag vooraan aan het Ritsevoort. Aanvankelijk heeft hier een oudere gevel gestaan, waarschijnlijk een trapgevel. In de 19de eeuw is deze verbouwd tot de huidige vorm. De regentenkamer wordt gebruikt door een advocatenkantoor. Stap eens binnen in de 17de eeuw en ervaar de rust van de gezellige binnentuin in de toch wel rumoerige binnenstad van Alkmaar.


De vesting van Adriaan Anthonisz De molen van Piet staat bovenop een bolwerk uit 1573. Ooit stonden er ook op de andere bolwerken rond de stad molens maar deze is als enige overgebleven. De tegenwoordige singels buitenlangs de binnenstad zijn grotendeels gegraven in de angstige zomer van 1573. De Spanjaarden veroverden toen het opstandige Haarlem en richtten er een bloedbad aan, maar hun doortocht naar Alkmaar werd nog even vertraagd doordat er een muiterij losbrak over achterstallige soldij. Met man en macht heeft Alkmaar haar vestingwerken toen gemoderniseerd. En dat terwijl de stad nog maar een kleine 25 jaar daarvoor haar eerdere vestingwerken had voltooid. Deze waren dus al heel snel na oplevering alweer verouderd, vooral door de grote verbeteringen aan het geschut, waardoor men inmiddels in staat was om ook het dikste metselwerk aan puin te schieten. Het ontwerp van de vesting kwam van de geuzenleider François Boisot en de Alkmaarse landmeter Adriaan Anthonisz. Zij imiteerden de vernieuwingen die door Italiaanse ingenieurs werden geïntroduceerd in zuidelijke Nederlanden vanaf omstreeks 1535 (Antwerpen als eerste stad rond 1540), maar vertaalden dit in Alkmaar in toepassingen voor de noordelijke Nederlanden, met als kenmerken o.a. brede waterpartijen en gebruik van louter aarde in plaats van met baksteen beklede aarden wallen, en specifieke details zoals wallen met op lange stukken een kleine terugspringing, het zgn. ‘gebroken tracé’, en bastions met een heel eigen vormgeving. Bastions of bolwerken waren puntige uitsteeksels. Op de hoeken ervan stonden kanonnen zodanig opgesteld, dat een vijand die de wal zou bestormen, vanuit de bastions van opzij beschoten kon worden. De Spaanse troepen vielen dan ook uiteindelijk op 18 september aan op de nog niet vernieuwde noordoosthoek van de stad. In een bloedig man-tegen-man gevecht (volgens de legende stonden zelfs vrouwen en kinderen ‘hun mannetje’) werden de beroepssoldaten evenwel door de burgers afgeslagen. Na de mislukte stormloop besloten de Spanjaarden uiteindelijk af te zien van verdere strijd om Alkmaar, een strategische fout van Spaanse zijde omdat dit succes een grote betekenis had voor het moreel en de weerbaarheid van de Oranjegezinden: Van Alkmaar de Victorie! Na het succes van 1573 ontwierp Anthonisz de vestingwerken voor tientallen steden en versterkingen. De kenmerken van zijn ontwerp worden wel omschreven als ‘het Oud-Hollands vestingstelsel’. Van de originele vormen zijn in Alkmaar de details niet meer te zien, doordat de wallen en bolwerken zijn veranderd in stadsparken in de 19de eeuw. De bolwerken en de eromheen slingerende singelgrachten zijn in hoofdlijnen nog wel goed herkenbaar. Bij het Kennemerpark is nog de terugwijkende oever te zien van een ‘gebroken tracé‘ langs de Nieuwlandersingel.

74

De Molen van Piet

(geopend onder voorbehoud) Clarissenbuurt 4 Op oude kaarten is te zien dat vroeger wel tien molens op de vestingwallen rondom de stad hebben gestaan. Zij stonden op de hoge bolwerken waar zij veel wind konden vangen. Met uitzondering van deze molen zijn ze allemaal uit de binnenstad verdwenen. Dit oude bolwerk is in WOII ondergraven voor een bunker, die nu gebruikt wordt als bloemenstal.

Standerd & bovenkruier De voorloper van de huidige molen van een houten standerdmolen die in 1605 was gebouwd. Het was een kleine vierkante houten molen op een soort voetstuk of standaardje. Net als de huidige molen werd hier koren gemalen. Alle standerdmolens zijn inmiddels uit ons landschap verdwenen. De eerste steen voor deze molen werd gelegd in 1769. U ziet een zogeheten ronde stenen bovenkruier. Een bovenkruier wil zeggen dat de kap van buitenaf gekruid (gedraaid) wordt. Dit gebeurt met de houten staart, die bediend wordt vanaf de houten omloop halverwege de romp. Deze omloop heet een stelling en daarom noemt men dit ook wel een stellingmolen. Ook molen ‘t Roode Hert heeft dit model, maar die is van hout (zie daar). De molenaar is thuis om u rond te leiden.

75

Huize Bellevue-Tesselschade + tuinaanleg

Kennemerstraatweg 11

Door de eeuwen heen hebben hier vele verbouwingen en uitbreidingen plaatsgehad. De huidige opzet stamt vermoedelijk uit de late 18de eeuw. In 1786 kocht de Alkmaarse schepen Joan baron du Tour het huis met grote tuin, paardenstal en koetshuis (vermoedelijk gelegen aan de Nieuwlandersingel). Waarschijnlijk kreeg het huis kort na aankoop de huidige gevel in de, toen zeer geliefde, Lodewijk XVI stijl. Bijzonder is het gesneden bovenlicht boven de dubbele voordeur, hierin komen attributen voor van de visvangst: twee vissen met een fuik, een anker, een boothaak en een vissersbijltje. Ook heel kenmerkend is de lage aanbouw met driezijdige erker aan de rechterzijde. Deze wordt bekroond door een houten balustrade. Uit dezelfde periode stamt de gang met haar fraaie stucwerk. De wanden zijn verdeeld in vakken met daarin medaillons.


De medaillons gehangen aan elegante linten hebben liefelijke tafereeltjes met putti (naakte mollige kinderfiguurtjes). Links en rechts van de entree zijn 2 medaillons met gezichten ‘en profil’ in antieke stijl. De man draagt een laurierkrans en de vrouw een Romeins uitziend kapsel. Zouden dat de baron en zijn vrouw Johanna Carolina zijn? Vergissing Dit fraaie pand dankt zijn dubbele naam ‘Bellevue-Tesselschade’ aan een vergissing. Oorspronkelijk genaamd Bellevue vanwege het fraaie uitzicht, kreeg het pand in 1871 de naamsteen ‘Tesselschade’ op de gevel bevestigd door de toenmalige bewoner. Deze verkeerde in de veronderstelling dat Maria Tesselschade Roemers Visscher (dichteres, 1594-1649) hier had gewoond. Het was echter haar zuster Anna, die hier met haar echtgenoot resideerde. De naam ‘Tesselschade’ dankte Maria aan het feit dat haar vader, de beroemde reder-koopman Roemer Visscher, drie maanden voor haar geboorte twintig schepen voor de kust van Texel had verloren. Tuin Achter het pand ligt een fraai aangelegde formele tuin in Franse stijl. Deze stijl kenmerkt zich door een symmetrische opzet en strakke buxusheggen. De stijl werd geïntroduceerd door André le Nôtre, de hofarchitect van de Franse Koning. Het bekendste voorbeeld zijn de tuinen van Versailles. In Nederland kreeg deze stijl al snel navolging. Eerst aan het hof, zoals bij de tuinaanleg van Paleis ’t Loo, maar later ook op bescheidener schaal. Op de kaart van A. van Panders uit 1765 van de Alkmaarder Hout zijn meerdere van dergelijke tuinen te zien. Helaas valt deze tuin net buiten de kaart. Het huis is wel te zien. Het perceel wordt in de kadasterlegger van 1832 omschreven als ‘tuin van vermaak’. 75

Villa

Kennemerstraatweg 13 Het pand is in 1897 gebouwd in opdracht van Cornelis Bosman naar ontwerp van de Alkmaarse stadsarchitect Gerrit Looman. De vrijstaande monumentale villa is opgetrokken in neo-renaissance stijl. Een stijl die Looman ook toepaste bij het buurpand nr. 15 en het hofje van de stichting Laurens van Oosthoorn verderop aan de Kennemerstraatweg.

Interieur De hoofdopzet van het pand is ondanks de nodige wijzigingen nog steeds goed herkenbaar. Centraal zijn daarin de vestibule, gang en trappenhuis uitgevoerd in neo-renaissance stijl. De vestibule en gang hebben een marmeren vloer en lambrisering met een rand van fraaie reliëftegels. De wanden hebben stucwerkornamenten. Het hoogheemraadschap heeft recent het pand verlaten, maar heeft in het trappenhuis nog twee glas-in-loodramen achtergelaten. Het ontwerp uit 1954/55 is van de bekende Bergense kunstenaar D.Vis, de ramen zijn uitgevoerd door F. le Nobel. De ruime kamers op de begane grond hebben hun originele stucwerkplafonds nog. Het meest opvallende is het neo-rococo plafond in de zijkamer links met in het midden een tafereel van Amor en Psyche. De grote voorkamer aan de rechterzijde is geheel uitgevoerd in Lodewijk XVI stijl. Zowel het stucplafond met de ronde velden met vruchten en sierlijke linten, als de lambrisering met rozetjes en de marmeren schoorsteenmantel met gele zuilen. Eenzelfde stucplafond bevindt zich in de achterkamer. 77

Bunker WOII

De Hout / Wilhelminalaan

Nieuw geopend tijdens deze Open Monumentendag is de bunker, die verdekt staat opgesteld in het groen van de Alkmaarder Hout tussen de Kennemerstraatweg en de Wilhelminalaan. Deze bunker uit de 2de wereldoorlog is een Duitse telefoonbunker van het standaardtype R616. Gebouwd in 1943 was het een bomvrij onderkomen voor een kleine telefooncentrale en een kabelherstelploeg van 6 man met materieel. De bunker was opgetrokken uit gewapende beton van 2 meter dikte en was bestand tegen een directe treffer met een 500kg bom. De bunker was als camouflage voorzien van een bakstenen schil met nepramen. De daarin geschilderde kozijnen, gezellige gordijnen en geraniums zijn vrijwel geheel vervaagd. De bunker onder het Kennemerbolwerk, slechts op een steenworp afstand, was een iets grotere telefoonbunker (namelijk standaardtype R617).


Hergebruik Beide bunkers stonden op de nominatie om gesloopt te worden in 1948, maar zijn uiteindelijke als stille getuigen bewaard. In januari 2009 heeft de gemeente een openbare inschrijving uitgezet om een nieuwe eigenaar en functie voor de bunker te vinden. De plannen zullen tijdens Open Monumentendag te zien zijn, dus laat u verrassen. 78

Huize Voorhout

Kennemerstraatweg 2 In opdracht van mr. W.C. Bosman werd in 1906 de villa ‘Huize Voorhout’ gebouwd naar een ontwerp van de bekende Hilversumse architect J.W. Hanrath. Hanrath ontwierp het gebouw in een variant van de traditionalistische stijl, die gebaseerd was op het rustige 17de-eeuwse Hollands classicisme. Er kwam uiteraard een stijlvol interieur in.

Bejaardenhuis In 1938 kreeg Huize Voorhout een nieuwe bestemming: het werd een luxe bejaardenhuis. In verband daarmee werd een grote vleugel toegevoegd, die werd gebouwd in dezelfde stijl. Hiervoor maakte het bekende Alkmaarse bouwbureau van F.H. Ringers en Zn het ontwerp. Het bureau maakte ook het bijpassende monumentale tuinhek. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hier de Duitse Ortskommandatur gevestigd, na de bevrijding in 1945 hadden de Binnenlandse Strijdkrachten hier hun zetel. Daarna werd het pand opnieuw rusthuis, dit maal voor bejaarde religieuze zusters. Sinds 1999 is de vleugel uit 1938 is omgebouwd tot appartementencomplex en dient de villa tot advocatenkantoor.

79

Rooms-Katholieke Begraafplaats St. Barbara

Prins Bernardlaan 4

Deze begraafplaats is in 1887 aangelegd en gewijd aan de heilige Sint Barbara. U kunt het terrein betreden via een monumentaal gietijzeren hek. In de pijlers naast de doorgang ziet u gevleugelde zandlopers, die de voorbij vliegende tijd symboliseren. Bovenop de pijlers ziet u een sierlijke palmet ofwel bloemmotief. Vooraan op het terrein staat rechts en links een gebouwtjes. Rechts is het voormalig kantoor, het dient nu als schaftlokaal. Links staat de voormalige doodgraverswoning uit 1899. Sinds 1987 is hier het kantoor. De kapel staat recht tegenover de ingang. Het is een neogotisch gebouw en bovenin een nis ziet u een beeld van de heilige Barbara. Het interieur is in 1964-65 volledig gemoderniseerd. hierbij is ook het gewelf achter een verlaagd plafond verdwenen. Aan de buitenmuren hangen genummerde panelen, die verwijzen naar de kruiswegstaties. Aan de koorzijde van de kapel is een urnenwand geplaatst. De begraafplaats is aangelegd in rechte paden en velden, die verwijzen naar het katholieke symbool van het kruis.

80

Israëlitische Begraafplaats

Westerweg 107

De oudste begraafplaats Al sinds 1747 is dit terein in gebruik als Israëlitische Begraafplaats. Daarmee is het de oudste begraafplaats in Alkmaar. De Algemene Begraafplaats werd aangelegd in 1830, de katholieke begraafplaats St. Barbara in 1887. Voordien werden de Alkmaarders begraven in en bij de Grote Kerk en in de Kapelkerk. De Israëlitische begraafplaats herbergt nog zeer oude grafmonumenten die volgens joods gebruik niet mogen worden geruimd. Een Jugendstil hek Het begraafplaatsterrein is afgezet met een smeedijzeren spijlen hek. Deze is gesmeed naar een ontwerp uit 1902 van de Alkmaarse architect C. Ooms (1864-1948). Het dubbele toegangshek heeft siermotieven in Jugendstil. De enkele deuren ter weerszijden hiervan hebben vergelijkbaar siersmeedwerk en op een banderol staat in het Hebreeuws de tekst ‘van stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren’.


Lijkhuisje Het vierkante gebouwtje op het voorterrein is een zogeheten metaheer-huisje. Dit lijkhuisje is in 1923 door architect P.N. Leguit (1874-1941) ontworpen in late Amsterdamse Schoolstijl. De voor- en achtergevel zijn identiek. De naar onder toe schuin uitlopende steunberen verwijzen naar de Tempel van Jeruzalem. In dit gebouw vindt de laatste eredienst plaats voor de overledene. Sjabbath Zaterdag is het sjabbath voor de leden van de Israëlistische gemeente. Op deze rustdag werken zij niet en daarom kunnen zij u vandaag niet op deze begraafplaats ontvangen. 81

Algemene Begraafplaats

(geopend tot 16:00 uur)

Westerweg 250

De Algemene Begraafplaats dateert uit 1829-30 en is aangelegd kort na het verbod van koning Willem I (1825) om in kerken en op kerkhoven binnen de bebouwde kom te begraven. Alle grote gemeenten moesten begraafplaatsen buiten de bebouwde kom aanleggen. Beroemd ontwerper Voor de Alkmaarse begraafplaats werd een groot ontwerper aangesteld: de beroemde Haarlemse architect J.D. Zocher jr. (1791-1870). Zocher studeerde na zijn architecten-opleiding gedurende twee jaar aan de Ecole des Beaux Arts te Parijs. Daar leerde hij het neoclassicisme kennen, de stijl waarin hij ook zelf zijn gebouwen zou ontwerpen. Zocher was niet alleen architect van gebouwen, maar ook landschapsarchitect. Daarom is het niet vreemd dat hij voor deze Algemene Begraafplaats zowel het poortgebouw als de terreinindeling heeft ontworpen. Schijndood Het poortgebouw en de twee bijbehorende paviljoenwoningen zijn uitgevoerd in de neoclassicistische stijl. De vorm doet denken aan die van de tempels uit de klassieke oudheid. In het gebouw kwam rechts een wachtruimte en links een kamer voor het ‘bewaren’ van de dode. Deze bewaarkamer was speciaal toegevoegd aan het originele plan, omdat vanuit Duitsland het fenomeen ‘schijndood’ was overgewaaid. De schrik om levend te worden begraven zat er blijkbaar goed in. Een houten hek In de monumentale toegangspoort zit een dubbel houten toegangshek. Dit hek heeft spijlen met pijlpunten. De pijl werd gezien als drager van dodelijke ziektes, zoals de pest. Op de hoeken staan pijlbundels omwonden door een lint. Het hekwerk aan weerszijden van het poortgebouw is in 1860 vervangen door het huidige ijzeren exemplaar. Hier hebben de spijlen de vorm van omgekeerde toortsen (uitdoven van de levensvlam). Deze zijn verbonden door medaillons met eikenbladmotief (eeuwig durend leven). Engels landschap Als u de begraafplaats enkele meters op gaat, ziet u maar weinig grafmonumenten. Dit is bij de aanleg zo bedoeld. Zocher maakte namelijk in de eerste plaats een tuin. Dit deed hij in de toen zeer moderne Engelse landschapsstijl, een stijl die zoveel mogelijk een natuurlijke situatie nabootst. Zocher ontwierp slingerpaden en een diepe vijver in het midden die over het hele terrein vertakkingen had. Voor de grafvelden werden eilandjes opgeworpen en de centrale vijver vormde de geloofsscheiding tussen de verschillende grafvelden: rechts katholiek en links protestant. Het katholieke deel is weinig gebruikt, omdat al in 1887 de eigen katholieke begraafplaats St. Barbara werd aangelegd. Door aanplemping zijn de eilanden verdwenen, maar de vorm en het hoogteverschil is nog goed te zien. De oudste graven vindt u dan ook op de voorste, iets hoger gelegen, grafvelden. 82

Geestmolen

Hoeverpad 13 Deze poldermolen maalde in 1564-65 het water van de Geestmolenpolder van de Egmondermeer op de Schermerboezem. Het is bijna niet meer voor te stellen dat deze molen vrij in het landschap heeft gestaan. Inmiddels is het omgeven door de bebouwing van het uitbreidingsplan De Hoef uit het begin van de jaren 1960. Hoewel de windvang door de hoogbouw sterk is belemmerd, is de molen nog altijd in functie. Bedstee


Het model is een achtkante Noord-Hollandse binnenkruier, dat wil zeggen dat het eiken binnenwerk acht kanten heeft en dat de kap van binnenuit gekruid (gedraaid) wordt. Niet alle molens werden bewoond, ook deze niet. Er staat niet voor niets een prachtige woning aan de overzijde. Toch was het nuttig voor de molenaar om een slaapplaats in de molen te hebben. Zo kon hij bijvoorbeeld waken bij storm of even rusten bij bemaling in de nacht. Voor dit doel was een kleine bedstee in de molen gebouwd en die zit er bij deze molen nog in! 83

Villa

Wilhelminalaan 8 (souterain) Wilhelminalaan 8 is gebouwd als dubbel herenhuis samen met nr. 9 volgens ontwerp van de Alkmaarse architect Klaas Bakker Dz. in 1894-1895. Ze werden tegen het buurpand Wilhelminalaan 10 aangebouwd, dat al eerder was opgetrokken door dezelfde architect in opdracht van dezelfde opdrachtgever; notaris J.P. Backx. De neo-renaissance gevel is opgetrokken uit rode strakke baksteen met banden van pleisterwerk en boven de vensters zijn sluit- en aanzetstenen met diamantkoppen. Het souterrain is gepleisterd met grote blokken, dat ook wel ‘rustica’ wordt genoemd. Rustica is ruw blokwerk dat als basement van een gebouw dient. Het werd door de beroemde renaissance architect Bramante in de 15de eeuw in Italië geïntroduceerd. Door de hoogte van het souterrain is de voordeur te bereiken met een hardstenen trap. Deze heeft een sierlijk gietijzeren traphek.

Souterrain Tijdens deze Open Monumentendag is alleen het souterrain toegankelijk. Deze heeft nog de oorspronkelijke indeling met (van voor naar achter); een keuken, voorraadkelder en mangelkamer. Deze bevinden zich nog in vrijwel oorspronkelijke staat. 84

Villa

Wilhelminalaan 4 Dit woonhuis werd in 1904 ontworpen door de beroemde architect K.P.C. de Bazel. Opdrachtgever was dr. Moltzer. De Bazel wordt samen met architect H.P. Berlage gerekend tot de vernieuwende stroming aan het begin van de 20ste eeuw, het rationalisme. Het constructieve en ambachtelijke element werd voorop gesteld en elk op zichzelf staande versiering werd afgewezen. In dit pand bevindt zich de meest uitbundige versiering in de natuurstenen omlijsting van de ingang. De motieven lijken geïnspireerd door oosterse vormen.

85

Villa De Lange

Wilhelminalaan 2 Moderne kunstenaars Aan de statige Wilhelminalaan werd in 1917 begonnen met de bouw van dit pand. De opdrachtgever was bankier De Lange, vandaar de naam Villa De Lange. De Lange wilde een modern huis en vroeg daarom de vooruitstrevende Alkmaarse architect Jan Wils (1891-1971) voor het ontwerp. Wils maakte deel uit van de kunstenaarsgroep De Stijl, waar ook Piet Mondriaan en Gerrit Rietveld in zaten. In die groep zat ook Theo van Doesburg, die voor Villa De Lange het interieur ontwierp en er een gewaagd kleurenschema in toepaste. ook bij de versiering van de voorgevel was een moderne kunstenaar betrokken: ceramist W.C. Brouwer.

Rode bloemen Wils liet zich in belangrijke mate inspireren door zijn beroemde Amerikaanse collega Frank Lloyd Wright. Dit is te zien aan de horizontale geleding over de gevels, ver uitstekende gootlijsten, in de architectuur opgenomen gemetselde bloembakken en allerlei sierbeelden. Wils en Van Doesburg waren bij de uitvoering van het ontwerp zeer gericht op details, zo werd onder meer afgesproken dat in de bloembakken naast de voordeur alleen roodbloeiende planten zouden komen!


Interieur met kleur Veel onderdelen van het oorspronkelijke interieur en ook de kleuren van Van Doesburg waren in de loop der tijd verdwenen. Zo zijn de huidige glas in loodramen in het trappenhuis kopieën uit 1985. De originelen worden bewaard in het Museum Kröller Müller op de Veluwe. De huidige eigenaar heeft al vele originele onderdelen èn de opmerkelijke kleurencombinaties terug laten restaureren. Een bewonderenswaardig initiatief!

86

Odd Fellowhuis

Varnebroek 17 A

Het pand Varnebroek 17 is ca. 1875 gebouwd en in 1904 gekocht door de aannemers Gebr. Fr. en Jan Ringers om er een fabriek(je) in te bouwen. Nog in hetzelfde jaar werd Henk Ringers de eigenaar om er zijn chocoladeproducten te vervaardigen. Zijn broer Theo gaat optreden als administrateur en verkoper. Aanvankelijk met 4 werknemers zijn er in 1911 al 25 mensen aan het werk in de fabriek. Door onbekende oorzaak wordt de productie daarna overgebracht naar Rotterdam. In 1920 wordt het fabriekspand aan de Noorderkade gebouwd. Frits Ringers is inmiddels eigenaar geworden van het fabrieksgebouw en verhuurd het pand voor diverse doeleinden. In 1959 wordt het pand verkocht voor f 27.500,-- aan de Alkmaarse Odd Fellows verenigd in de Victorie Loge. De damesloge, Vertrouwen, is dan huurster. Oorspronkelijk wordt alleen de bovenverdieping gebruikt als samenkomstruimte en zowel de zolder als benedenverdieping verhuurt. In 1972 wordt de Geminiloge opgericht en heeft haar zittingen ook in dit pand. Aangezien het traplopen voor enkele oudere leden bezwaarlijk wordt, wordt in 1978 het besluit genomen de benedenverdieping als Tempel en vergaderruimte in te richten. De bovenverdieping wordt verhuurd aan oorspronkelijk “Het Advocatencollectief” en thans aan de advocaten Leijen en Nandoe. Het interieur is grondig gerenoveerd. Niets herinnert meer aan de bestemming welke het heeft gehad als chocoladefabriek.

87

St. Josephkerk

Nassaulaan 2

Deze kerk is in gebruik genomen op 1 januari 1910. Het ontwerp is van het Rotterdamse architectenbureau van de gebroeders Margry en Snickers. De gebroeders Margry waren beroemde kerkenbouwers en leerlingen van P.J.H. Cuypers. Eén van hen had eerder de St. Laurenstiuskerk in Oudorp ontworpen (1879). De Josephkerk is geheel in neogotische stijl gebouwd, wat onder andere te zien is aan de plaatsing van de torens en de gewelven. De kerk is fraai gesitueerd. De mooie gebrandschilderde ramen uit 1955 zijn van de Bergense kunstenaar Jaap Min. U kunt deze het beste van binnenuit bekijken. Aan de wanden hangen 14 kruiswegstaties uit 1927, gemaakt door de Bergense pater Raymundis. Het orgel dateert uit de jaren 1920 of 1930. De huidige speeltafel is overgeplaatst uit de Dominicuskerk aan de Laat, die in 1985 werd gesloopt. Het bronzen Christus-Koningbeeld dat buiten voor de entree staat, is in 1948 geplaatst ter herinnering aan in de oorlog omgekomen Alkmaarders. Hun namen staan vermeld op een gedenkplaat aan de muur van de kerk. Het gebouw heeft in 2006 inwendig een metamorfose ondergaan. Kom binnen en beleef het!

88

Huize Saint-Louis

Nassaulaan 30 Dit voormalig broederhuis Huize Saint- Louis is in 1925-1926 gebouwd in late Amsterdamse Schoolstijl naar ontwerp van de bekende Haagse architect Nicolaas Molenaar Junior. Het bestuur van de Vereniging Sint Joseph te Alkmaar liet het pand bouwen voor broeders die werkzaam waren aan de verschillende katholieke jongensscholen in Alkmaar. De keuze voor het bouwterrein aan de Nassaulaan hield verband met de geplande nieuwbouw van de achterliggende jongensschool aan de Koornlaan (uit 1927), die evenals de tegenoverliggende meisjes- en kleuterschool ook door Molenaar ontworpen zijn.


Molenaar was, evenals zijn vader, in het bisdom van Haarlem een veelgevraagd architect die vele kloosters, kerken en scholen op zijn naam heeft staan. In mei 1943 werd het broederhuis gevorderd door de bezetter om dienst te doen als kantoor van de Deutsche Feldpost Dienststelle. In 1956 werden de 18 zolderkamertjes verbouwd tot 10 ruimere. Het broederhuis werd in 1985 opgeheven. Twee jaar later is het gebouw in gebruik genomen door de Stichting Gezinsverzorging Noord-Holland. In 1997 werd het pand verbouwd tot advocatenkantoor. Het interieur verkeert nog deels in de oorspronkelijke staat in Amsterdamse Schoolstijl met een monumentale bordestrap en kapel op de 1e verdieping. De bordestrap heeft een fraai gevormde eiken houten trapleuning en trappaal. Het glas in lood in de kapelramen zijn symbolisch gevuld met een kruis, een versierde omranding van krulen golfmotieven en stippen in diverse kleuren. Het koor heeft een verhoogde vloer en een gestuct casettenplafond. Het rode glas van het koorraam verwijst naar het bloed van Christus.

89

Oud Katholieke Kerk

Nassaulaan 43

In 1953 werd dit kerkgebouw ontworpen door architect Tauber voor de apostolische vereniging. Aan de voorzijde heeft het pand twee bouwlagen met een schilddak evenwijdig aan de straat. Hierin bevonden zich de entree en op de verdieping een vergaderruimte. Het volume daarachter is de kerkzaal overkapt met een flauwe kap. De stalen kapconstructie wordt gevormd door vakwerkspanten volgens het principe van de franse ingenieur Polonceau (1840). Aan de achterzijde bevonden zich een keuken en spreekkamer. Eind 1953 werden de plannen aangepast met de aanvraag voor een orgelnis aan de achterzijde. Het sobere gebouw is opgetrokken in baksteen. De omlijsting van ramen en entree zijn van franse kalksteen. De voorgevel wordt bekroond door een gemetseld fries met ruitmotief hierop rust de geprofileerde gootlijst. In 1980/1981 werd het gebouw verbouwd tot gymzaal voor het Murmellius-gymnasium. Sinds 1993 is het in gebruik bij de Oud-katholieke parochie van de H. Laurentius. De Oud-Katholieke kerk is, evenals de Protestantse kerk, voortgekomen uit ontevredenheid met de leer van de Rooms-Katholieke kerk. De OudKatholieken hebben zich in 1723 formeel van de Rooms-Katholieke kerk “afgescheiden”. De relatief zeer jonge Oud-Katholieke parochie van de Heilige Laurentius te Alkmaar is ontstaan in 1949. 90

Basisschool De Kring

Koornlaan 2-4

Deze school is ontworpen in 1927 als de St. Theresia-kleuterschool. De architect was Nies Molenaar. De school heeft een L-vormige plattegrond en de ingangspartij bevindt zich in de knik. Het pand heeft een prachtig versierd interieur. De achtkantige hal in Art Deco stijl wordt bekroond door een binnenkoepel met glas in lood. De wanden zijn betegeld met zeer fraai tegelwerk en in de gangen en het trappenhuis bevinden zich tegeltableaus met charmante afbeeldingen van sprookjes.

91

‘t Arendshof

Geestersingel 11 Dit kleine gebouwtje dateert uit het begin van de 19de eeuw en is van oorsprong een theekoepel. Deze theekoepel werd niet zomaar gebouwd als losstaand object, maar behoorde tot de voormalige buitenplaats Arendshof. Langs de uitvalswegen richting Haarlem, Bergen en Egmond stonden diverse buitenhuizen met theekoepels op het bijbehorende landgoed. Leuk historisch feit is dat in deze theekoepel de beroemde Nicolaas Beets zijn verzen voor las. Tegenwoordig is hier Cantina Architectura gevestigd, een ontmoetingsplaats voor gesprekken over kunst en cultuur, onder het genot van een kopje thee en met een uniek uitzicht op het Clarissenbolwerk.


92

Murmelliusgymnasium

Bergerhout 1

Dit jongere monument werd in 1939-1940 gebouwd in de stijl van de Delftse School (eerste steen 12 juli 1939). Het gymnasium met zijn karakteristieke hoge toren heeft drie vleugels. In de korte vleugel aan de Geestersingel bevindt zich de aula, deze heeft vijf grote raampartijen met diverse soorten gekleurd glas. Boven de ingang van de aula is een kalkstenen reliëf van de Bergense beeldhouwer Tjipke Visser ingemetseld. Deze symboliseert ‘de overdracht van de klassieke cultuur op de hedendaagse jeugd’. Maar dit is niet de enige verwijzing naar de functie van het gebouw. Een tweede gevelsteen bevindt zich boven het gebrandschilderd venster van de hal. Dit reliëf van de Bergense beeldhouwster Marijcke Visser symboliseert ‘het licht der wetenschap verdrijft de donkere wolken der ontwetendheid’. Het gebrandschilderde raam hal toont een spreuk van Vondel: “Wat is de schoonheit? Wat’s de roem der jongkheit anders dan een Bloem”. Rond het tekstlint is een weelderige plantengroei aangebracht waarbinnen, toepasselijk voor een gymnasium, motieven uit de klassieke oudheid (ondermeer een zuil, een buste, een Griekse tempel, en een zon waarbinnen Apollo rijdend op een strijdwagen). Het trappenhuis aan het einde van de Westerwegvleugel heeft een betegeld trapbordes voorzien van een middenpatroon in de vorm van een Romeinse helm. Het interieur is grotendeels in oorspronkelijke staat gebleven. Bijzonder zijn onder meer de opdekdeuren bekleed met eikenfineer, vloeren en wanden van donker en licht travertin, betegelde gangvloeren, bordestrappen met treden van licht travertin en bronzen leuningen, het betonnen cassettenplafond van de centrale hal, en de aula voorzien van een toneel en kap op vijf paraboolspanten van gelijmd hout. De hoog opgaande toren had naast een architectonische ook nog een wetenschappelijk functie. Via steile ijzeren trappen kon de bovenste torenvloer worden bereikt. In elk van de vier dakvlakken bevinden zich twee luiken. Deze worden via staalkabels verbonden met de contragewichten in de open stalen gewichtkoker onder de spits. Door het openen van een luik kon met een sterrenkijker het heelal bestudeerd worden Naast het gebouw is ook de tuinaanleg beschermd. Bijzonder onderdeel hiervan is het uit de binnenstad afkomstige zandstenen poortje (uit 1616) van de Latijnse school en het verhoogde terras voor openluchtvoorstellingen betegeld met gele plavuizen. 93

Voormalige Ambachtsschool

Bergerweg 1

De Ambachtsschool aan Bergerweg 1 is sinds juli 2009 niet meer als school in gebruik. Het heeft vanaf 1913 onderdak geboden aan de ‘Vereniging van de Ambachtschool Alkmaar en omstreken’ en menig Alkmaarder heeft hier zijn opleiding genoten. In opdracht van deze vereniging is de school gebouwd in 1911-1912 naar een ontwerp van de architect J.W. Hanrath, die met name bekend is geworden door de door hem ontworpen villa’s in het Gooi, en de Alkmaarse architect P.N. Leguit. Het oorspronkelijke gebouw met classicistische kenmerken betreft het voorgebouw met twee lange vleugels aan de Zocherstraat en de Staringstraat en een korte vleugel in het midden met in het verlengde een gang naar de smederij aan de Krelagestraat. Te klein In de jaren daarna is het gebouw voortdurend te klein. Al eind jaren twintig wordt het noodzakelijk een extra vleugel toe te voegen aan de Staringstraat met op de begane grond een stijl die aansluit bij het hoofdgebouw en een verdieping die zonder architectuur is aangebracht. Mogelijk is deze vleugel ook in twee fasen gebouwd. In de jaren vijftig wordt de smederij aan de Krelagestraat vervangen door een vleugel met een lengte van bijna 100 meter en een hoogte van bijna 9 meter met een begane grond en een verdieping. Voor deze vleugel wordt een fijn gelede gevel ontworpen in Wederopbouwstijl. De laatste uitbreidingsactiviteiten vinden plaats eind jaren tachtig door het volbouwen van de binnenplaats met een staalconstructie waarin de schoolkantine wordt gevestigd. Een renovatie vindt nog plaats in de jaren 1990, waarbij de huidige ramen zijn aangebracht. Door het ontbreken van de roedeverdeling doen ze helaas afbreuk aan het oorspronkelijke ontwerp. Toekomst In 2010 wordt het Centrum voor Kunst en Erfgoed in de school gevestigd. Daartoe wordt alles dat na 1913 is gebouwd afgebroken, zodat het oorspronkelijke gebouw weer beter zichtbaar wordt. Op de plaats van de vleugel uit de vijftiger jaren komt een archiefdepot met daar bovenop jongerenwoningen.


Tentoonstelling De Fotoclub Alkmaar/de Horn heeft een tentoonstelling ingericht en maakt gratis uw portretfoto. Tevens kunt u kennis maken met de werkzaamheden van de diverse nieuwe gebruikers. Stapt u vooral eens rond in de fraaie hal waar een bijzonder uurwerk hangt. Op de 1e verdieping hebben diverse lokalen een balkon! De lokalen zijn later voorzien van bibliotheekkasten een opmerkelijke hangconstructie kregen. Overige bijzonderheden zitten nog achter gipsplaten. Op 1 juli 2010 is de heropening. Komt u volgend jaar nog eens een bezoek! 94

De Watertoren

Bergerweg 62 De watertoren is met haar ruim 28 meter hoogte een markant gebouw en zeer beeldbepalend aan de westzijde van Alkmaar. In het oorspronkelijke ontwerp uit 1900 van A. Holmberg de Beckfelt kreeg de toren kantelen, waardoor deze aan de burcht in het Alkmaarse stadswapen deed denken. In 1955 is de bovenbouw gerestaureerd, waarbij de kantelen zijn verdwenen.

800.000 liter De architect heeft elementen uit de Hollandse Renaissance toegepast, een stijl die vaker werd toegepast voor watertorens. Kenmerken zijn siermetselwerk en het sierreliĂŤf in de vorm van blinde bogen. Nog voor de komst van de watertoren kon in 1885 het eerste duinwater via leidingen in de stad worden getapt. Eind 1886 waren al zeshonderd aansluitingen gemaakt. Er waren op diverse plekken in de stad zogeheten standpijpen aangebracht, van waaruit het drinkwater werd verkocht (o.a. op de brug over de Oudegracht bij het Groot Nieuwland en op het Raaksje bij de Schelphoek). In 1889 werden ook de openbare scholen aangesloten op het duinwaterleidingnet. Het drinkwater was schaars. In 1880 werden van gemeentewege regenvergaarbakken geplaatst bij grote gebouwen. Stedelingen konden hier tegen kleine vergoeding emmers water kopen. De watertoren zorgde voor de benodigde druk om het water op te pompen. Bovenin zit het stalen waterreservoir, waarin 800.000 liter duinwater kan worden bewaard. Dit reservoir moet op bepaalde hoogte boven het waterpeil liggen om druk te krijgen. Bij gebrek aan een natuurlijk hoog punt (heuvel of berg) is een torenconstructie noodzaak. Vanuit het reservoir brengt een buizennet het water naar de gebruikers. Tegenwoordig zijn watertorens niet langer onmisbaar in de drinkwatervoorziening. In Nederland zijn vele gesloopt. De Alkmaarse watertoren is momenteel in gebruik bij een architecten- en ontwerpersmaatschap. Boven de toren is een glazen opbouw gemaakt met een monumentaal uitzicht over de stad. 95

Overkapping perron 2 Centraal Station

Stationsweg 47

Alkmaar werd in 1865 ontsloten door het spoor van staatslijn K. Deze spoorlijn werd aangelegd tussen Nieuwediep (Den Helder) en Amsterdam voor de bevoorrading van de marinehaven in Den Helder en het vervoer van goederen zodra het Noordhollands Kanaal in de wintermaanden bevroor. De lijn werd, in tegenstelling tot andere door de staat aangelegde lijnen, geĂŤxploiteerd door de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij. In 1865 werd ook het station gebouwd; een Waterstaatstation 3de klasse naar ontwerp van K.H. Brederode, dat naderhand meerdere malen is verbouwd en vergroot. De overkapping van perron 2 is opgetrokken eind 19de eeuw, mogelijk naar aanleiding van de inwerkingtreding van de spoorlijn Alkmaar-Hoorn in 1898. De overkapping behoort tot het standaardtype voor stations van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij. Eenzelfde is toegepast op het tweede perron van station Hilversum en was gemaakt door de Leidse firma D.A. Schretlen & Co. De circa 150 meter lange overkapping bestaat uit een luifeldak dat rust op 2 rijen gietijzeren kolommen.


96

Eendrachtsmolen

Kruseman van Eltenweg 2 Poldermolen de Eendracht is gebouwd in 1771. Het geheel is opgetrokken in een harde gele baksteen. De kap is gedekt met riet. Deze molen was bestemd om de Eendrachtspolder droog te houden. Inwendig is de molen nog grotendeels compleet. De molen is in de jaren 1998-2000 gerestaureerd en draait weer in volle glorie. Voor het al jarenlang ontbrekende scheprad is een nieuw teruggeplaatst. Met dit rad draait de molen niet langer ‘voor de prins’ en kan het zich weer de Noord-Hollandse titel aanmeten van oudst werkende stenen watermolen met scheprad. Het model is een ronde bovenkruier, dat wil zeggen dat de romp rond is en de kap van buitenaf gekruid (gedraaid) wordt . Het kruien gebeurt vanaf de grond, met de zogeheten houten staart.

97

Kruithuisje en IJskelder

(geopend van 12.00 - 17.00) Clarissenbolwerk Kruit Op het Clarissenbolwerk staat een vierkant huisje, dat hier in de 18de eeuw is neergezet. Het was gebouwd voor de opslag van de stedelijke kruit- en wapenvoorraad. Deze voorraad werd voordien bewaard in het Kruithuis aan de Doelenstraat (zie daar).Toen in dat stadsdeel in de loop van de 17de eeuw het aantal woonhuizen groeide, werd de kruitopslag verplaatst naar het bolwerk: veilig buiten de bebouwde kom. Het kruithuisje huisvest tegenwoordig een kunstnaarsatelier.

IJs Onder het kruithuis kwam een extra ondergrondse opslag in de vorm van een kelder. U kunt deze herkennen aan het poortje met het hekwerk ervoor. Het huisje en de kelder zijn in gebruik gebleven tot 1801. In dat jaar nam het landsbestuur alle kruitopslag over. Het Kruithuisje bleef ongebruikt en de Kruitkelder werd in 1850 geschikt gemaakt voor het bewaren van ijs. Het zal u niet verbazen dat het ijs dat hier werd bewaard uit de bevroren stadsgracht werd gehakt. IJskelders waren zeer gangbaar in de 18de en 19de eeuw en met name op grote landgoederen zijn ze nog bewaard gebleven. Tegenwoordig huizen in deze kelder vleermuizen. 98

Voormalige Winkel / Woonhuis

Kanisstraat 1

U bent in het oudste deel van Alkmaar en daarom is het niet verwonderlijk dat u juist hier voor één van de oudste stenen huizen staat. Het pand is omstreeks 1540 gebouwd, waarschijnlijk als uitbreiding van het hofje van Paling en van Foreest (zie daar). U ziet hier een overgangsvorm van houtbouw naar steenbouw. Binnen zijn nog de zware balken van het houtskelet aanwezig (in muren en plafond). De bakstenen zijn onregelmatig en variëren in kleur van geel naar rood. Winkeltje De voorpui is ingericht als winkeltje. De onderste grote luiken dienden als toonbank en omdat daarachter geen glas zat, had de winkelier(ster) een prima verkooploket. De luifel beschermde de handelswaar tegen zon en regen en als de winkel gesloten was, gingen de luiken dicht. Via de ramenrij boven de luifel had men binnen licht, net als bij het zogeheten ‘kruisraam’ op de verdieping: waar u de luiken ziet hangen zat geen glas, in de ramen daarboven wel. Schildersatelier Wat voor winkel hier in vroeger eeuwen was is niet overgeleverd. Bekender is het recente gebruik door de schildersvereniging Doorwerken. Menig Alkmaarder kan nog vertellen over de tekenlessen. Kanis U staat in de Kanisstraat. Wanneer men vroeger dreigde met ‘een klap voor je kanis’, dan moest je snel wegwezen. Een kanis was een marskramersmand (geen hoofd) en in het Stedelijk Museum hangt nog een mooi exemplaar. Deze kanis hing op de rug en zat vol met bijvoorbeeld sprokkelhout, bedel- of koopwaar. Als je daar een klap tegen zou krijgen, raakte je uit balans en viel je handel op straat. Omdat de kanis in dit deel van de stad veel was te zien, is deze straat er naar vernoemd.


99

Hofje van Paling en Van Foreest

Zevenhuizen 13-23

Pieter Claesz. Paling en zijn gemalin Josina van Foreest maakten hun testament in 1540. Hieraan dankt Alkmaar dit hofje. Hun familiewapens zijn nog te zien boven de ingang. Vroeger was hier een aardige trapgevel, maar deze is verdwenen bij een modernisering in 1860. Het complex wordt omsloten door het Zevenhuizen, de Geest en de Kanisstraat. Tot 1670 was er alleen de vleugel aan de Geest, bestemd voor oude katholieke dames. Daarna werd voor dames van ‘de gereformeerde religie’ een vleugel langs de Kanisstraat gebouwd. Maar zij kregen geen achterdeur naar de tuin. Die is er nu wel, in een later aangebrachte achteraanbouw. De laatste vleugel langs het bolwerk dateert uit 1885, waardoor een omsloten tuin ontstond. U kunt de hoftuin bezichtigen.

Koedijk 100

Raadhuis van Koedijk

Kanaaldijk Het Koedijker Raadhuis is gebouwd in de jaren 1920 in de stijl van de Amsterdamse School. Koedijk werd gesticht in 1302 om de verdreven inwoners van het dorp Vronen te huisvesten. Het dorp bestond uit een reeks huisterpjes tegen de 12de-eeuwse dijk langs de Rekere, met halverwege iets naar achteren een bakstenen kerkje. Het raadhuis stond naast de kerk. Wegens bouwvalligheid is het middeleeuwse kerkje in 1947 afgebroken en vervangen door een houten gebouw in Scandinavische stijl, het raadhuis werd herbestemd tot woonhuis nadat Koedijk in 1972 bij de gemeente Alkmaar werd gevoegd.

101

Stolpboerderij

Kanaaldijk 217 (entree aan de zijkant) De meeste stolpen langs de Kanaaldijk hebben nog het originele vierkant, maar hier is deze onbetimmerd gebleven. We noemen dat een ‘open vierkant’. In het pand is ook nog de zomer- en winterkamer aanwezig. Er is nog meer te zien, want in de woonkamer kunt u een schouw bewonderen met drie tegeltableaus met boerentaferelen er op afgebeeld.

102 Graanmaalderij met woonhuis en molen Kanaaldijk 236 Op deze plek aan de Kanaaldijk stond een windmolen die graan maalde. In 1847 werd Cornelis Bos eigenaar van de molen en in 1866 liet hij een meelfabriekje naast de molen bouwen, dat er nog altijd staat. Vlak daarnaast kwam in 1871 het kleine woonhuisje te staan (nr. 236). In 1919 stond de meelfabriek onder naam van weduwe C. Bos Czn (weduwe van de kleinzoon van de molenaar). In 1929 liet zij de meelfabriek ombouwen tot graanmaalderij. Een jaar later werd de oude molen gesloopt en op die plek staat nu een woning (nr. 237). Zoals u kunt zien is de molen dit jaar herrezen op een andere plek en vandaag voor u geopend. Op de stoep van de graanmaalderij liggen oude onderdelen van de Sluismolen: de bovenas en de vijzel. De Sluismolen (overzijde kanaal) had een belangrijke rol in de bemaling van deze omgeving. Overigens liggen de as en vijzel hier niet zomaar: de graanmaalderij wordt namelijk in de toekomst een museum van landbouwwerktuigen. Al deze initiatieven zijn van de Stichting Johannes Bos. De stichting heeft al resultaat geboekt met de restauratie van het woonhuisje. Deze is inclusief de inrichting teruggerestaureerd tot de oude situatie en wordt verhuurd als vergaderruimte. De Historische Vereniging Koedijk heeft er een tentoonstelling ingericht over het oude Koedijk, met nadruk op de Familie Bos. Tevens worden vandaag diverse handwerkambachten gedemonstreerd.


103

Kerk van de Christengemeenschap - Beweging tot religieuze vernieuwing

Oude Kanaaldijk 9 – 11

Deze kerk is heel bijzonder. Allereerst door de vorm, die relateert aan het nabijgelegen duinlandschap. De architect heeft zich overigens niet alleen laten inspireren door de duinen, maar ook door proefmodellen in klei die zijn gemaakt door de leden van de Christengemeente zelf. Heeft u al gezien van welk materiaal de kerk is gemaakt? Het is een opmerkelijke combinatie van beton en koper. Deze kerk is niet alleen bijzonder is om te zien, maar ook om te beleven: loopt u eens naar binnen en laat u verrassen door het interieur.

104

De Koedijker Vlotbrug

Over het Noord-Hollands Kanaal

Bij de aanleg van het Noordhollands Kanaal in 1819-1824 werden zoveel mogelijk de al bestaande waterlopen gebruikt. Ze werden verbreed en verdiept en oude bruggen werden vervangen. Voor de doorvaart van zeeschepen, toen nog stoere driemasters!, van Den Helder naar Amsterdam en terug ontwierp Jan Blanken bruggen met een tweedelig drijvend wegdek, ‘vlotbruggen’. Bij Koedijk was vanouds een brug aanwezig die van de Koedijk (een deel van de Westfriese Omringdijk) over de Rekere leidde naar de Kogendijk. Deze laatste was daardoor niet alleen een waterkering maar ook een belangrijke oost-west verbinding over land. De eerste brug was gebouwd in 1663, toen de Rekere al werd aangepast voor scheepvaart vanaf Alkmaar noordwaarts. In dat jaar verdween de sluis in de Rekere tussen de Kogerdijk en de Koedijk. Van de 16 vlotbruggen in het Noordhollands Kanaal is de Koedijker Vlotbrug de enige nog originele – en hij doet het nog steeds. Het is een provinciaal monument.

105

De Sluismolen

Helderseweg 85 De Sluismolen is gebouwd voor de droogmakerij van de Bergermeer in 1565 en de molen bevat nog houten delen uit die tijd. In die tijd lag er aan het einde van de Kogendijk nog een sluis in de Rekere, vandaar de naam. Het is een achtkante binnenkruier (het draaiwerk van de kap met wieken, voor het kruien ofwel naar de wind stellen, bevindt zich niet uitwendig maar inwendig). Een ingrijpende reparatie in 1732 werd gemarkeerd met een datum op het windbord bij de wieken. In 1926 werd er een dieselmachine in geplaatst. Bij het herstel van de molen na een rampzalige brand in 2001 zijn echter de wieken en het scheprad weer maalvaardig gemaakt, zij het dat het rad niet meer van hout is maar van staal.

106

Viaanse Molen

Bergerweg 151

De Viaan De Viaanse molen ofwel De Viaan staat hier al enkele eeuwen! Hij werd waarschijnlijk gebouwd in de tweede helft van de 16de eeuw. De naam was gegeven aan een voorganger en is mogelijk afgeleid van Vianen. De Heer van Bergen was namelijk ook Heer van Vianen en het kan zijn dat deze molen door Viaanse molenmakers is gebouwd. Deze voorganger was een poldermolen en diende (samen met twee kleinere molens) voor de bemaling van de Bergermeer op de Schermerboezem. In 1566 was het meer droog, maar door de Allerheiligenvloed stond het in 1570 al weer onder water. Ten tijde van de Spaanse Oorlog in 1573 is deze molen afgebroken. Er kwamen drie nieuwe molens en de huidige Viaan werd in 1579 overgeplaatst vanuit de Zijpe. Het bouwjaar ligt tussen 1560 -1570. De Viaan bleef als enige van de drie molens over en is tot in de jaren 1960 in bedrijf gebleven. Af en toe wordt hij nog voor bemaling gebruikt.


Filmheld Het model wordt een achtkante binnenkruier genoemd. Dit wil zeggen dat de molen acht kanten heeft en van binnenuit gekruid wordt. Kruien is het draaien van de kap, hier gebeurd dat op houten rollen. De Viaanse molen heeft in 2002 gefigureerd in de Amerikaanse film ‘Girl in hyacinth blue’. De film werd opgenomen ten tijde van de restauratie van de afgebrande Sluismolen aan de Helderseweg. Toen de regisseur hoorde van de brand doneerde hij spontaan een bedrag voor de restauratie van het scheprad. De Viaan is nooit bewoond geweest. Van oudsher stond er een molenaarswoning naast. Deze molen is gemakkelijk te bereiken als u de fietsbordjes in de Bergermeer volgt. Oudorp 107

Ambachtsmolen

’t Wuiver 35

Dit is een strijkmolen uit 1632 en is gebouwd vanwege het vervallen van de boeren capaciteit van het enorme drooggelegde meer de ´Heerhugowaard´. Hij ´streek´ het water van het Geestmerambacht naar het hogere peil van de schermer. Net als de molens langs de molenkade (zie daar) heeft ook deze molen in 1941 haar functie verloren. Toen is deze buiten werking gesteld. De molen zou worden afgebroken, maar door het uitbreken van WOII is dit uitgesteld en uiteindelijk nooit gebeurd.

108

‘De Terp’

Kerklaan 4

Deze kerk is zeer pittoresk gelegen. Het ligt enigszins verhoogd in de omgeving, op een natuurlijke duinheuvel. De ligging bezorgde de kerk de bijnaam ‘De Terp’. Vanwege het pleisterwerk, wordt het ook wel ‘Het Witte Kerkje’ genoemd. Het model is een zaalkerk, omdat het bestaat uit één rechte ruimte (zonder dwarsbeuken). Al in de 11de eeuw stond hier een kerkje, vermoedelijk van hout. In de 12e of 13e eeuw werd deze vervangen in baksteen met een forse kerktoren in Romaanse stijl. Het koorgedeelte werd later vergroot, zoals nog is te zien op 16de eeuwse schilderijen. Toen in 1573 de Spanjaarden ons land introkken en Alkmaar kwamen belegeren, hebben de Spaanse troepen hier hun kamp opgeslagen. Op historische schilderijen is de kerk duidelijk zichtbaar in het Spaanse kamp. Het gebouw heeft onder de oorlog flink geleden en kon door armoede van de dorpelingen pas aan het eind van de eeuw worden hersteld. Omstreeks 1850 was de oude kerk echter zo bouwvallig, dat een groot deel moest worden gesloopt. Ook de toren werd afgebroken en er kwam een houten exemplaar. De kerk kreeg toen haar huidige vorm. 109 Voormalig Raadhuis / Onderwijzerswoning Kerklaan 9 Oudorp was eeuwenlang een zelfstandig dorp, waar in 1635 een ´rechthuisje´ werd gebouwd voor het bestuur. In 1863 kwam er dit gemeentelijke Raadhuis voor in de plaats. In de gevel aan de Kerkelaan ziet u een gevelsteen met Vrouwe Justitia erop afgebeeld. De bouwstijl heeft invloeden van de chaletstijl, die u wel kent van de Duitse en Zwitserse vakwerkhuizen. De onderwijzerswoning van de toenmalige school zat onder één dak met het Raadhuis. Het deel aan de Kerkelaan was in gebruik als Raadhuis en secretarie, de rest was woning. Eind jaren 1920 werd er een nieuwe entree en een raadzaal aangebouwd in dezelfde stijl als het oude deel en in de jaren 1930 is de onderwijzerswoning bij het Raadhuis ingelijfd. Het pand is Raadhuis geweest tot in 1972 de gemeente Oudorp werd opgeheven en overging in de gemeente Alkmaar. Van 1980 tot 1987 is hier muziekles gegeven. Sindsdien is het kantoor. De buitenkant heeft nog altijd een historische uitstraling.


110

Rooms-Katholieke St. Laurentiuskerk

Herenweg 79

Deze kerk heeft een bijzonder hoge en steile torenspits, waardoor men van verre al kan zien waar het dorp Oudorp ligt. De kerk werd in 1879-1880 gebouwd op de plek waar een oudere kerk had gestaan. Door de oriëntatie op het oosten ligt de ingang niet aan de straatzijde, maar aan de ‘achterkant’. Ook in Alkmaar was al in 1859-61 een St. Laurentiuskerk gebouwd, naar een ontwerp van de beroemde architect Pierre Cuypers. Deze staat aan het Verdronkenoord. Voor de Oudorpse St. Laurentiuskerk werd een leerling van Cuypers uitgenodigd: E.J. Margry. Margry werd in 1910 nogmaals gevraagd een een kerk te bouwen, dit was de St. Josephkerk aan de Nassaulaan in Alkmaar. In deze St. Laurentiuskerk is de invloed van leermeester Cuypers o.a. te zien aan de neogotische versieringen van het altaar en de preekstoel. Het interieur werd in 1920 verrijkt met een orgel, gebouwd door de Alkmaarse firma Vermeulen. Het was een geschenk van de parochianen aan pastoor Maat bij zijn 40-jarig priesterjubileum. Vergeet u niet om even de prachtig gelegen begraafplaats met monumentale leilinden te bekijken?

111

Kasteel De Nieuwburg

Tussen Molenkade en Munnikenweg

In het weiland liggen de overgebleven funderingen van kasteel De Nieuw-burg. Bij de toenmalige ingang (bij de houten brug) staat een informatiepaneel. Daarop is een reconstructietekening gemaakt van het complex met de bijbehorende slotgrachten. Samen met het iets verderop gelegen kasteel De Middelburg (zie hieronder) diende De Nieuwburg als versterking in de strijd tegen de West-Friezen. Deze twee kastelen zijn gebouwd aan het eind van de 13de eeuw (12891290) door graaf Floris V en waren onderdeel van een reeks dwangburchten langs de Westfriese Omringdijk. Door deze verdedigingslinie konden de opstandige Westfriezen in bedwang worden gehouden. Gelijktijdig met deze kastelen werd ook de Munnikenweg aangelegd. De Nieuwburg is gesticht direct na de onderwerping van West-Friesland in 1287-1288. Het was gesitueerd nabij de zuidoever van de Vronermeer (de Hoornsevaart is een deel van de 16de-eeuwse ringsloot van de droogmakerij) en bij de lange zandrug waarop de dorpen Vronen (St. Pancras) en Oudorp waren gelegen. De Nieuwburg was eeuwenlang een grafelijk bestuurscentrum, bewoond door de baljuw van Kennemerland en West-Friesland. In 1517 is het kasteel door een bende Geldersen en Friezen vernield. De plattegrond, bekend dankzij de archeologische onderzoeken van 1971 en 1975-1976, is door de gemeente Alkmaar in samenwerking met de provincie Noord-Holland in 1999-2000 zichtbaar gemaakt.

112

Kasteel De Middelburg

Munnikenweg (tegenover de school Munnikenweg 20)

Het informatiepaneel staat bij de plek waar kasteel De Middelburg heeft gelegen. Op het paneel ziet u een reconstructie van de middeleeuwse situatie. Bij de opgravingen in 1942-1943 bleek de burcht te bestaan uit een zware hoofdtoren met ernaast een ommuurde binnenplaats, waaraan nog een woongebouw stond. Op de ruim 2 meter dikke muren rond de binnenplaats was plaats voor een weergang. Op de noordwesthoek en aan de zuidzijde staken kleinere muurtorens uit. Ook werden de houten brugpalen voor de ingang aan de oostzijde opgegraven. De Middelburg en De Nieuwburg werden in 1517 verwoest door de ‘Zwarte Hoop’, een bende Friezen en Geldersen onder leiding van Grote Pier. De bouwvallen werden in 1537 verkocht aan Alkmaar voor hergebruik van de bakstenen voor de nieuwe stadsmuren.


113

Molen B

Molenkade 6

114

Molen C

Molenkade 7

115

Molen D

Molenkade 8 Langs de Molenkade staan de vier strijkmolens van de voormalige Raaksmaatboezem. Ze werden rond 1630 gebouwd. Na de droogmaking van de Heerhugowaard kon men het water uit de andere polders niet meer kwijt en kwam men tot een extra trap in de molenbemaling. Al deze molens hebben tot 1941 dienst gedaan. De molens zijn allemaal zogeheten achtkante bovenkruiers. Ze hebben acht zijdes en worden van binnenuit gekruid (kruien is het draaien van de kap). Deze vier en de Ambachtsmolen zijn allemaal eigendom van de Molenstichting Alkmaar en omstreken. De molens langs de molenkade heten B, C, D en E. Voorheen stond bij de Halvemaansbrug een vijfde molen (A). Van molen C is de restauratie van ‘t casco klaar. Hopelijk waait het vandaag, want dan draaien de molens. Als de molenaars thuis zijn kunnen zij u alles vertellen wat u weten wilt. Bijvoorbeeld, hoe de kap wordt gekruid, of wat een Oudhollands wieken systeem is.

116

Molen ’t Roode Hert

Frieseweg 102

Oliemolen, volmolen, pelmolen, korenmolen Sinds het begin van de 17de eeuw hebben op deze plek diverse soorten molens elkaar opgevolgd: allereerst stond er een oliemolen. Deze werd verbouwd tot volmolen. Vollen is het pletten van weefsel tot een lap. In 1817 werd de volmolen vervangen door een pelmolen genaamd De Dordtsche Maagd. Deze kwam uit de Zaanstreek en werd omgedoopt tot ‘t Roode Hert. Toen deze op zijn beurt in 1924 afbrandde, kwam in 1925 opnieuw een pelmolen uit de Zaanstreek. Dat was De Witte Klok uit circa 1748. De Witte Klok werd omgebouwd tot de huidige korenmolen (nog altijd in bedrijf). Ook deze kreeg de naam ‘t Roode Hert. De molen is als korenmolen nog volop in bedrijf. Kom binnen en ervaar dit indrukwekkende industrieel erfgoed.


Index op categorie = geopend pand

Categorie

Routenummer

Begraafplaats Algemene Begraafplaats, Westerweg 250 Israëlitische Begraafplaats, Westerweg 107 R.K Begraafplaats St. Barbara, Pr. Bernhardlaan 4

81 80 79

Hofje Annie van Roeden / Verlosserskerk, Kwerenpad 15 Hof van Sonoy, Hof van Sonoy 1 Hofje van Bijlevelt, Koningsweg 85 Hofje van Paling en Van Foreest, Zevenhuizen 13 Hofje van Splinter, Ritsevoort 2 Hof van Nordingen/Huis van Achten, Lombardsteeg 23 Huis van Achten- Hof van Nordingen, Lombardsteeg 23 Huis van Zessen, Schoutenstraat 2 Wildemanshof, Oudegracht 45-91

18 13 99 73 17 17 4 52

Industrie Biermuseum, Houttil 1 Dieselgemaal, Cort v.d. Lindekade 33 Bierbrouwerij, Kachelmuseum, Bierkade 10 Glasfabriek, Luttik Oudorp 79 Graanmaalderij en woonhuis, Kanaaldijk 235-236 Stadstimmerwerf: Keetgracht 1 Steenkolenloods/papierfabriek, Kanaalkade 16 Watertoren, Bergerweg 62 IJskelder, Clarissenbolwerk Zoutziederij d´Eendragt, Schelphoek 1

25 53 43 31 102 49 21 94 97 48

Kasteelterrein De Nieuwburg De Middelburg

111 112

Loge Lectorium Rosicrucianum, Oudegracht 114 Logegebouw: Odd Fellows, Varnebroek 17 A Vrijmetselaarsloge, Gedempte Nieuwesloot 153 Molen en gemaal Dieselgemaal, Cort v.d. Lindekade 33 Ambachtsmolen, ‘t Wuiver 35 Eendrachtsmolen, Kruseman van Eltenweg 2 Geestmolen, Hoeverpad 13 Molen B, Molenkade 6 Molen C, Molenkade 7 Molen D, Molenkade 8 Molen ‘t Roode Hert, Friescheweg 102 Molen van Piet, Clarissenbuurt 4 Sluismolen, Helderseweg 85 Viaanse molen, Bergerweg 151 Militair- of oorlogsmonument Algemene Begraafplaats, Westerweg 250 Bunker WOII: De Hout / Wilhelminalaan Kruithuis en ijskelder Clarissenbolwerk

58 86 8

53 107 96 82 113 114 115 116 74 105 106

88 77 97


Categorie

Routenummer

Kruithuis, Doelenstraat 4-6 Schuttersgebouw De Nieuwe Doelen, Doelenstraat 3 IJskelder, Clarissenbolwerk

10 14 100

Openbaar gebouw Accijnstoren, Bierkade 23 Archeologisch Centrum, Oudegracht 245 Bank van Wisselink, Achterstraat 1 ‘t Hooge Huys, St. Laurensstraat 1-3 Kadastergebouw, Nieuwsloot 36 Monumentenloods, Torenburg 3 Museum Archeologisch Centrum, Oudegracht 245 Museum Huis Kogel door de Kerk, Verdronkenoord 37 Museum Biermuseum, Houttil 1 Museum Kaasmuseum, Waagplein 2 Museum Kachelmuseum, Bierkade 10 Raadhuis, Kerklaan 9 Raadhuis, Kanaaldijk Koedijk Stadhuis, Langestraat 95-97 Stadhuis, Moriaanshoofd, Langestraat 93 Station, Overkapping Perron 2, Stationsweg 47 Volksbadhuis, Kwerenpad 11 Waaggebouw, Waagplein 2 Weeshuis Theater Provadja Verdronkenoord 12

47 66 23 2 16 25 74 57 25 34 43 109 100 5 7 95 55 34 46

Pakhuis Graanpakhuis Huis met de Schopjes, Luttik Oudorp 110 Graanpakhuis De Koopman, Fnidsen 81 Graanpakhuis De Korenschoof, Luttik oudorp 81 Kaaspakhuis, Achterstraat 15 Kaaspakhuis, Nieuwesloot 17-19 Kaaspakhuis Eyssen, Kanaalkade 65 Pieterstraat 2-4 Vigilantie, Verdronkenoord 45 Religieus gebouw Broederhuis, Huize Saint-Louis, Nassaulaan 30 Baptistengemeente/Synagoge, Hofstraat 15 Christengemeenschap, Oude Kanaaldijk 9-11 Kerk De Terp, Kerklaan 4 Doopsgezinde kerk, Koningsweg 10 Evangelisch Lutherse kerk, Oudegracht 187 Grote- of St. Laurenskerk, Koorstraat 4 Kapelkerk, Kapelsteeg 3 Oud Katholieke kerk, Nassaulaan 43 Remonstrantse Kerk, Fnidsen 35-39 St. Josephkerk, Nassaulaan 2 St. Laurentiuskerk, Herenweg 79 St. Laurentiuskerk, Verdronkenoord 78 Synagoge/Baptistengemeente, Hofstraat 15 Verlosserskerk, Kwerenpad 15 Zusterhuis, Oudegracht 214-218 School Ambachtsschool, Bergerweg 1 Basisschool De Kring, Koornlaan 2-4 Lectorium Rosicrucianum, Oudegracht 114 Meisjesschool, Oudegracht 182

26 32 30 35 20 11 22 50

88 59 103 108 19 57 1 61 89 42 87 110 41 59 56 71

93 90 58 69


Categorie

Murmellliusgymnasium, Bergerhout 1 Rijks H.B.S., Paardenmarkt 1 Wilhelminaschool, Doelenstraat 21-23 Ev. Witteschool, Achter de Vest 3

Winkel en ambacht Albert Heijn, Fnidsen 85 Borstel- en klompenwinkel, Huigbrouwerstraat 3 Houttil 66 Electronische artikelen etc. Mient 14-16 Glazenier, Appelsteeg 1 Grutterij, Fnidsen 54 / Luttik Oudorp 115 Kanisstraat 1 De Keizerskroon, Mient 31 Theekoepel ’t Arendshof, Geestersingel 11 Visbanken, Verdronkenoord Warenhuis V&D, Laat 143 De Zijworm, Mient 33

Routenummer

92 9 15 8

33 60 36 37 28 29 98 38 91 40 62 39

Woonhuis Bierkade 15 Graanmaalderij met woonhuis, Kanaaldijk 235/236 Heiligland 7 Huis met de Dolfijnen, Oudegracht 218 Huis met de Kogel, Appelsteeg 2 Huis met de Kogel door de Kerk, Verdronkenoord 37 Huize de Dieu, Langestraat 114 Tuin Huize Oort, Oudegracht 247 Huize Tesselschade, Kennemerstraatweg 11 Huize Voorhout, Kennemerstraatweg 2 Kanisstraat 1 Kennemerstraatweg 13 Koningsweg 78 Koopmanshuis De Keizerskroon, Mient 31 Koopmanshuis De Zijworm, Mient 33 Koopmanshuis, Laat 173 Lyceumstraat 82 Moriaanshoofd, Langestraat 93 Onderwijzerswoning, Kerklaan 9 Oudegracht 114 Oudegracht 182 Oudegracht 239 Oudegracht 241 Oudegracht 291 Stolpboerderij, Kanaaldijk 217 Villa Holland, Emmastraat 109-111 Villa de Lange, Wilhelminalaan 2 Wilhelminalaan 4 Souterrain Wilhelminalaan 8

45 102 44 72 27 51 3 67 75 78 98 76 12 47 48 70 54 6 109 58 69 64 65 68 101 63 85 84 83

Overig Monumentenloods: Torenburg 3 Vlotbrug Koedijk

25 104


Samenstelling: Gemeente Alkmaar Afdeling monumentenzorg en archeologie De oude prenten en foto’s zijn beschikbaar gesteld door het Regionaal Archief Alkmaar. Opmaak Druk Oplage

: Team DTP - gemeente Alkmaar : Drukkerij Tijl Uilenspiegel - Alkmaar : 6500 exemplaren

September 2009 Contact : telefoon: 548 88 24 e-mail: post@alkmaar.nl websites: www.alkmaar.nl www.openmonumentendag.nl

Graag tot volgend jaar, dan laten wij u proeven van de ´smaak van de 19e eeuw´.

Alkmaar Monumentenstad  
Alkmaar Monumentenstad  

Alkmaar Monumentenstad

Advertisement