Page 1

MEDEDELINGENBLAD

Vereniging van Vriend en van het Allard Pierson Museum opgericht 20 juni 1969

nr. 10, ju li 1975

VILLANOVA

EN ETRURIE IN AMSTERDAM

De afdeling van de Villanova kultuur en de Etruskische kollektie van het Allard Pierson Museum zijn de laatste tijd opmerke lijk uitgeb reid. De meeste voorwerpen die hier voor het eerst gepubl iceerd worden, zijn in de laatste twee jaar voor het museum verworven. Twee zeer belangrijke stukken zijn door de Vereniging van Vriend en van het Allard Pierson Museum geschonken: een bronzen gordel met schitterende dekoratie, die door een Villanova-dame is gedragen (afb . 1 en 2) en ee n te rracotta kin d, in doeken gewikkeld , dat door Etruskische ouders als votiefgeschenk aan een godheid is gegeven (afb. 12). Onze kennis van het dagelijks leven in de Villanova kultuur en van de Etrusken vertoont vele lacunes. De Griekse en R omeinse schrijvers laten ons hierover betrekkelijk weinig

DE VILLANOVA

KUL TUUR

Wie waren de 'VillanoPa's' ?

Toen een aanta l arc heologen in de vorige eeuw een grote groep homogene voo rwerpen in Villanova (in noordelijk Italië, bij Bologna) opgroef , noemde men de nog onbekende beschaving, naar de vindplaats, de Villanova kultuur; derhalve een m ode rn e archeo logische benaming. Men neemt aan dat deze Villanova kultu ur ongeveer drie eeuwen geb loeid heeft, van ca. 1000 tot 700 v.Chr. Zij besloeg een groot gedeelte van Italië en verbreidde zich vanuit het Noorden vooral langs de westkust, tot aan de

weten ; de Etruskische inskripties (zie beneden) , die weliswaar in een groot aantal bewaard zijn gebleven , hebben voornamelijk betrekking op grafteksten . De archeologische vondsten vormen de enige bron voor een inzicht in de Villanova kultuur en de belangrijkste bron voor de kennis van de Etrusken . De Villanova voorwerpen die hier besproken worden , zijn gebruiksvoorwerpen. Ze werden aan de overledene in het graf meegegeven ; men kon ze immers, zoals men dacht , nodig hebben op de tocht naar het hiernamaals of tijdens het leven na de dood. De tweede kategorie die hier ter sprake komt bestaat uit Etruskische votiefgeschenken die niet aan een over ledene in het graf werden meegegeven , maar aan een bepaalde godheid werden gewijd en op het heilige terrein van de tempel werden opgesteld.

' omgeving van Napels toe. De kultuur kan , zoals bijvoorbeeld in Tarquinia, ingedeeld worden in drie perioden , zg. Villanova I, II en III . In de tweede periode treffen we veel geïmporteerde voorwerpen aan, zoals aardewerk uit Griekenland en sieraden uit het Oostelijk deel van het Middellandse Zeegebied. Een ander kenmerk van Villanova II , dat, afhankelijk van de plaats , omstreeks het midden van de achtste eeuw v.Chr. begint , is het sterk toegenomen gebruik van ijzer. De Villanova's woonden in ovale hutten die in kleine dorpsgemeenschappen op hoge heuvels stonden . Ze wáren zeer vaardig in het bewerken van brons ; de hier afgebeelde voorwerpen geven daar blijk van (afb. 1 - 5) . In deze brons bewerking

Afb. 1

gestyleerde tekening van bronzen siergorde/

1


lelie lijnen met elkaar verbonden. Een bijzonder fraaie dekoratie is tussen en om de negen knoppen met een fijne 'naald' ingekrast: als men goed kijkt, herkent men hierin een meander-patroon. Op de linker- en rechterhelft is een zg. zonneschijf aangebracht. De stralenkransen doen inderdaad aan de stralen van de zon denken . Om de linker zonneschijf zijn drie, om de rechter vier 'Balkankruisen' gefuciseerd; bij de laatstgenoemde zien we bovendien nog een hakenkruis (swastika). Het platte uiteinde is met een visgraat- en schaakbord patroon versierd. Langs de rand loopt een band die men gemaakt heeft door een tand beitel met vijf tanden schuin in het brons te tikken. De scherpe randen zijn licht naar buiten toe omgebogen om te voorkomen dat ze pijn zouden doen.

Afb. 2

bronzen siergordel

was een eeuwenoude traditie ontstaan, die van vader op zoon overging. De gunstige omstandigheid doet zich namelijk voor dat zowel koper als tin (de grondstoffen voor brons) in het gebied ten Noorden van Rome voorkomen. In hun graven treft men bijzonder veel bronzen voorwerpen aan, waaronder ook stukken wapenuitrusting zoals helmen, borstpantsers en zwaarden. Men denkt dat de Villanova's goede krijgers geweest zijn. Zij begroeven hun doden op begraafplaatsen in de buurt van de woongemeenschappen. Aanvankelijk kremeerden zij hun doden en borgen de as van de overledene op in een urn. Deze pot, die in de beginperiode door een drinkschaal bij wijze van deksel werd afgesloten, plaatste men in een ronde put (zg. pozzo) in de grond; de put werd van boven met een stenen plaat afgedekt. In de loop van de achtste eeuw v.Chr. komt naast krematie ook inhumatie voor. De overledene werd in een rechthoekige sleuf (zg. fossa) in de grond bijgezet; ook de sleuf sloot men af met een dekplaat. In beide gevallen kreeg de overledene persoonlijke bezittingen en geschenken in zijn of haar graf mee; daarom zijn de graven een belangrijke bron van informatie.

EEN BRONZEN SIERGORDEL VAN EEN VILLANOVA-DAME Deze ovale, bronzen plaat (afb. 1 en 2) 1 vormde oorspronkelijk de voorzijde van een siergordel die door een vrouw werd gedragen. Zij droeg de versierde plaat aan een brede leren riem om haar middel; deze riem, die bijna 6 cm breed was, is niet bewaard gebleven. Het ene uiteinde van de plaat bestaat uit een pfat stuk met twee gaatjes boven elkaar (afb. 1 rechts). De randen van dit gedeelte zijn naar binnen toe omgebogen. Deze randen klemden de leren riem vast die bovendien nog met twee bronzen klinknagels door de twee gaatjes was vastgezet. Het andere, smalle, uiteinde van de plaat is naar binnen gebogen in de vorm van een haak; aan deze haak maakte men de riem vast. De gordel is zeer rijk en afwisselend versierd. Toen de gordel voor het Allard Pierson Museum werd gekocht, had niemand het vermoeden dat er onder het gekorrodeerde oppervlak een dergelijke fraaie dekoratie schuilging. Eerst na een zorgvuldige reiniging in het museum kwam deze tevoorschijn. In het midden (afb. 1) zien we drie rijen van drie knoppen, die naar buiten zijn 'gedreven'. Om elk van de negen knoppen zijn twee koncentrische cirkels gegraveerd door middel van een passer met twee scherpe punten. De ene punt werd op de knop gezet (de putjes zijn in het centrum van de knoppen zichtbaar) en de andere trok de cirkels. Deze cirkels zijn vertikaal door een bundel para-

2

Er zijn tamelijk veel van dit soort gordels bekend: meer dan zeventig. De vorm verschilt onderling nauwelijks, maar niet één gordel heeft dezelfde versiering. De Villanova bronsbewerkers konden hier hun fantasie de vrije loop laten. De gordels zijn uitsluitend in vrouwengraven uit de tweede helft van de achtste eeuw v.Chr. gevonden. Kort geleden trof men een graf aan waarin zich zowel een siergordel als een scheermes bevonden. Hierdoor is men even in verwarring gebracht: had men te doen met een mannenof vrouwengraf? Misschien gebruikte deze Villanova-dame dit scheermes bij het epileren? Hoe dit ook zij, de gordels waren, ook al zou het grove formaat het niet doen vermoeden, bronzen sieraden voorvrouwen. Onze gordel is inderdaad tijdens het leven gedragen en niet alleen als grafgift meegegeven . De antieke reparatie van de scheur langs de rand wijst hierop.

TWEE DELEN VAN EEN BRONZEN GESP De gespen waarvan deze bronzen haak en oog (afb. 3 A en B) 2 eens deel uitmaakten, waren geen echte pronkstukken zoals de grote siergordel (afb. 1 en 2). Onze stukken behoorden niet tot dezelfde gesp, want de rechthoekige gedeelten zijn verschillend van lengte. Aan het rechthoekige deel werd een leren riem bevestigd; waarschijnlijk zo, dat het uiteinde van de riem door de rechthoek naar binnen werd gestoken en met één of twee klinknagels werd vastgemaakt. De riemen die niet bewaard zijn gebleven, hebben een breedte gehad die overeenkomt met de lengte van het rechthoekige deel van de gespen: dit is bij A 4,6 cm en bij B 5.3 cm. Het bronzen stuk (afb. 3 A) is het hakende deel van een gesp geweest. De twee gekromde haken lopen uit in dierekopjes; deze zijn zeer gestyleerd weergegeven en zijn nauwelijks als zodanig te herkennen. Oren (of misschien hoorntjes) zijn te onderscheiden. Men moet zich voorstellen dat deze dierekopjes in de twee ogen van het andere deel van de gesp gehaakt werden. Als de gesp zo om het middel vastgemaakt was, vormde hij één geheel zoals bij een

Afb. 3

twee delen van bronzen gespen


Bijlage van het Mededelingenblad nr. 10

NOTEN

2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26

!nv . nr. 8922. Lengte 30 cm. Hoogte 21 cm. Gereinigd door H.E. Frenkel, 1974 . Ongepubliceerd . lnv.nr .A: 8967a, Breedte 5,8 cm; B: 8967b, Breedte 6,5 cm. Ongepubliceerd. Zie H . Stoepker, De Fibulae uit Europa in het A.P. Mvseum, Mededelingenblad VVAP, no. 6 {1973). !nv . nr. A: 8975, lengte 11,2 cm; B: 8976, lengte 12,5 cm. Ongepubliceerd. !nv. nr . 8974. Ongepubliceerd . Hierbij mijn dank aan Renée Magendans die mij informatie omtrent het scheermes verschafte. Het kaartje is overgenomen uit: Ellen Macnamara, De Etrusken (1974) 34. Herodotus , Historiae 1.94.2-7. Strabo, V 2 -3. Zie Hermeneus 45, 1973 4, nr. 5. Dionysius van Halikarnassos, Antiquitates Romanae 1.26, 29 -30. Zie M. Pallottino, L 'origine degli Etruschi (1947). Livius IV .23.4-5. Zie bijvoorbeeld L. Banti , The Etruscan Cities and their Culture (197 3) of M. Moretti-G.Maetzke, The Art of the Etruscans (1970). Gekocht in 1974 te Athene. lnv . nr . 8899. Max. bewaarde lengte 68 cm. Breedte 36 cm. Gerestaureerd door W. Meijer van Cassel. Ongepubliceerd. G. Hafner, Etruskische Togati , A ntike Plas tik IX, Pl. 13; zie ook Pl. 22. lnv. nr. 3419 . Hoogte 21 ,5 cm. Vroeger koll. Scheurleer. Gids nr. 2098. Jnv. nr. 3420 . Hoogte 20,5 cm. Idem als 3419 . Verg. M. Bonghi Jovino, Capua Preromana , Terrecotte Votive 1 {1965) D lil al, Pl. XI, 1 en Q XVI , Pl. XLVII , 2 . !nv. nr. 8766. Hoogte 25 cm. Ongepubliceerd. lnv. nr. B. 8767. Hoogte 25,5 cm. In bruikleen gegeven door Drs. E. P. van Dijk. Ongepubliceerd. Inv. nr. 6272. Hoogte 26 cm. Gekocht door de Allard Pierson Stichting in 1933/4; vroeger koll. A. Simpson , Maidstone. Herkomst Veji? !nv . nr. 342 l. Hoogte 28 cm. Vroeger koll. Scheurleer; gekocht tezamen met inv. nr. 3419 en 3420 . Gids nr. 2100. lnv. nr. 8771 . Hoogte 13 ,5 cm. Ongepubliceerd. Inv. nr. B. 8915/6. Lengte ca. 7 .5 cm. In bruikleen gegeven in 1974. Ongepubliceerd . lnv. nr. B 8930. Lengte 30 cm. In bruikleen gegeven in 1974. Ongepubliceerd. lnv. nr. 8770 en 8769. Hoogte 13 cm. en 8,8 cm. Ongepubliceerd. lnv . nr. 8774 . Hoogte 17,9 cm. Ongepubliceerd. !nv. nr. 8900. Lengte 40 cm. Max. breedte 10 cm. Dikte 5 cm. Ongepubliceerd. Verg. G . Bartolini, St.Etr . XXXVIII (1970) Pl.XIXa.

UITGELEZEN

LITERATUUR

OVER VILLANOVA'S

EN ETRUSKEN

algemee11 B. Oandinelli, Rome , La fin de L 'art antique (1970). L. Banti, The Etruscan Cities and their Culture (1973). H. Hencken, Tarquinia, Villanovans and early Etruscans {1968) . J. Heurgon, La vie quotidienne chez les Etrusques (1962). E. Macnamara, De Etrusken (1973). G. Mansuelli , Etrurie11 und die Anfange Roms (1965). M. Moretti-G. Maetzke, The Art of the Etruscans (1970). L.B. van der Meer e.a., Hermeneus {1973/4) no. 5. M. Pallottino, The Etruscans {1974); over 'herkomst': L 'origine degli E:truschi (1947). A. J. Pfiffig, Einfürung in die Etruskologie (1972). E. Richardson, The Etruscans (1966). Zie ook: Herme11eus, tijdschrift voor de antieke cultuur 45, l 97 3/4, deel 5. terracotta votiefgeschenken Q. F. Maule and H.R. W. Smith, Votive Religion at Caere: Prolegomena, Unil>ersity of Califomia publications in classica/ archaeology 4 ( 1959) nr. 1. M. Bonghi Jovino, Capua Preromana, Terrecotte Votive 1 (1965) en II (1971). G, Hafner , Frauen- und Mädchenbilder aus Terrakotta im Museo Gregoriano Etrusco, RM 72 (1965) 41-46. G. Hafner, Männer - und Jünglingsbilder aus Terrakotta im Museo Grego riano Etrusco, RM 73 (1966) 29-52 . G. Hafner, Etruskische Togati, Antike Plastik IX (1969) 23-43. G. Bartoloni, Alcune terrecotte votive dell collezioni Medicee oraal Museo Archeologico di Firenze, St .E tr. XXXVIIJ ( 1970) 257-270.

-


MEDEDELINGEN

BRU IKLEEN

Gaarne vestigen wij uw aandacht op de tentoonstelling 'Klassieke Kunst uit Particulier Bezit' ('Nederlandse Verzamelingen 1575-1975') die in Leiden (Rijksmuseum van Oudheden, Rapenburg 28) te bezichtigen is van 16 mei tot 13 juli. Dezelfde expositie zal vanaf 8 augustus tot 5 oktober opnit,.uw aan het publiek getoond worden in het Rijksmuseum G. M. Kam, Kamstraat 45 te Nijmegen. Deze tentoonstelling is kwalitatief en kwantitatief zeer zeker de moeite van een bezoek waard. Er is een uitgebreide catalogus met veel afbeeldingen. Bovendien is een meer gedetailleerde verhandeling over een groot aantal bijzondere stukken gepubliceerd in het feestnummer van het Bulletin van Antieke Beschaving. Dit deel van BABesch is verschenen naar aanleiding van het vijftig-jarig bestaan van de Vereniging Antieke Beschaving en is op de tentoonstelling te verkrijgen.

Met dankbaarheid mag worden bericht dat een grote en belangrijke collectie Egyptische oudheden door de eigenares, mevr. B. Boeke-Cad bury, aan het museum in bruikleen is gegeven. Enige topstukken zijn: een houten bootmodel met bemanning uit het Middenrijk, een Koningsstele uit het Nieuwe Rijk en een aantal fraaie fragmenten van een mummie-dekkleed, eveneens uit het Nieuwe Rijk. Wij hopen in een later nummer van dit blad beschrijvingen met foto's te kunnen publiceren.

ALLARD PIERSON MUSEUM Met vreugde kan gewezen worden op het feit dat vele vrienden van het museum met gulle hand geld gegeven hebben voor de verwerving van een grote sculptuur ter gelegenheid van de opening van het nieuwe museum. Er wordt gezocht naar de mogelijkheid om een monumentaal stuk beeldhouwkunst te verwerven: hiervoor is echter nog meer geld nodig. Wij hopen daarin alsnog, met uw hulp, te slagen. In verband daarmee is het niet uitsluitend met teleurstelling dat wij moeten mededelen dat onvoorziene omstandigheden de inrichting (vitrinebouw e.d.) van de zalen van het nieuwe gebouw hebben vertraagd. Dit heeft ten gevolge dat de opening van het museum uitgesteld zal moeten worden tot na aanvang 1976. Voorlopig blijft het oude museum dus nog enige tijd voor het publiek geopend. Nadere mededelingen volgen.

SCHENKINGEN Met grote erkentelijkheid mogen wij voorts vermelden dat een kleine smaakvolle collectie Iraanse oudheden (hoofdzakelijk bronzen voorwerpen) door de heer Th. W. Polet aan het museum vermaakt zullen worden. De merendeels kleine voorwerpen zijn van hoge kwaliteit en zullen een aantrekkelijke aanblik bieden wanneer zij in de 'Amlash-Luristan' opstelling zullen worden ingevoegd. Verder kan nog melding gemaakt worden van enkele kleinere schenkingen: een Koptische papyrus (Prof. Dr. M.S. H. G. Heerma van Voss), een houten Egyptisch poppetje (P. Mol) en een aantal kleinere voorwerpen uit verschillende tijden (Mevr. de Vries-de Reus). J. M. Hemelrijk

Adres van het secretariaat der vereniging: Archaeologisch-Historisch Instituut der Universiteit van Amsterdam, Oude Turfmarkt 129, Amsterdam-C. telefoon (020) 525 2543

bankrekening nr. 24.14.23 .643.0 bij Pierson, Heldring en Pierson, Amsterdam; postrekening 1142; gemeentegiro A 124 71; beide t.n.v. Pierson, Heldring en Pierson, Amsterdam, met vermelding 't.g.v. vrienden Allard Pierson Museum' (nr. 24.14.23.643.0).

leden-donateurs betalen een contributie van tenminste f50,- per jaar of tenminste F 1000, - ineens; zij ontvangen de publikaties van het museum kosteloos.

De leden van de vereniging genieten de volgende voorrechten: vrije toegang tot het museum tijdens de openingsuren; 2 uitnodigingen voor lezingen, rondleidingen, exposities en andere activiteiten van het museum; hieronder ten minste 3 lezingen of rondleidingen per jaar; reductie bij het aanschaffen van publikaties van het museum; 4 mededelingen over nieuwe aanwinsten van het museum; 5 mogelijkheid tot het raadplegen van de bibliotheek van het Archaeologisch-Historisch Instituut der Universiteit van Amsterdam volgens door dit instituut te stellen regelen.

gewone leden betalen een contributie van ten minste F 15,- per jaar of ten minste F250, - ineens.

student-leden betalen een contributie van tenmiste f6,- per jaar.


A

Afb. 4

twee bronzen sierspelden (fibulae)

Afb . 5

bronzen scheermes

koppelriem. De d.ierekopjes staken naar voren uit en waren goed zichtbaar.

BRONZEN SCHEERMES

Het bronzen stuk (afb . 3 B) bestaat uit een rechthoek en een oog. Aan het oog, dat hier een vierkante vorm heeft , werd de haak van het andere deel van de gesp vastgemaakt. De vorm van dit stuk is erg eenvoudig. Beide bronzen delen van de gespen (afb . 3 A en B) zijn uit één stuk gegoten . Ze zijn niet met gravering gedekoreerd , zoals de grote siergordel (afb. 1 en 2).

De scherpe zijde van dit halvemaanvormige scheermes (afb.5 . is enigszins afgebrokkeld ; waarschijnlijk is dit een gevolg van het dikwijls scherp slijpen waardoor deze zijde te dun werd . Het handvat is bijzonder klein ; men kan zich afvragen of dit gedeelte inder daad als handvat dienst deed of misschien alleen maar het haakje was waaraan het scheermes, na het gebruik, opgehangen kon worden . In dit geval werd het scheermes als een soort palet bij de holle ruimte bovenaan vastgehouden. Langs deze holle curve bevindt zich een opstaand randje van ongeveer 1 mm en op het uiteinde zijn twee kleine op elkaar geplaatste knopjes aangebracht. Het 'handvat ' bestaat uit een steel en een oog dat versierd is met twee tegenover elkaar staande halvemaantjes. Deze kleine halvemaantjes herhalen a.h.w. de vorm van het blad van het scheermes . Langs de holle bovenrand is een gegraveerde versiering aangebracht in de vorm van een band , bestaande uit parallelle lijnen en zg. wolvetanden. De oxydatielaag op dit scheermes is van een opvallend blauw-groene kleur. Evenals bij de fibulae, die sterk aan mode onderhevig waren , kan men in de vorm van de Villanova scheermessen een typologie aanbrengen. De vroegste Villanova scheermessen hebben een min of meer rechthoekig blad met het handvat aan de korte zijde. Daarnaast ontwikkelde zich een gebogen vorm waarvan ons halvemaanvormige scheermes een late uitloper is, die aan het eind van de achtste eeuw v. Chr. te dateren is. Het was zeer gebruikelijk om in mannengraven een scheermes als grafgeschenk mee te geven. Zo zijn er zeer veel scheermessen aangetroffen.

TWEE BRONZEN SIERSPELDEN (FIBULAE) Fibulae kunnen als verre voorlopers van onze veiligheidsspeld beschouwd worden 3 . Deze Villanova fibulae (afb . 4A en B) 4 bestaan uit een hoge beugel, twee spiraalwindingen die voor de vering zorgen, een lange naald en een ovale schijf. Naast de funktie van het vastspelden van kleding hadden deze fibulae ook een dekoratief karakter. De grote, met incisie versierde schijven doen aan een broche denken . De Villanova 's 'verpakten' vaak, na de krematie , de as van de overledene in een mantel en borgen deze op in een grote urn . Deze mantel werd dan met een fibula vastgespeld .

De twee spelden A en B (afb. 4) zijn van hetzelfde type , dat speciaal door vrouwen werd gedragen . Een opmerkelijk verschil is het feit dat het S-vormige verbindingsstuk tussen de boog en de schijf van A tijdens het gebruik van de draagster gebroken is geweest. Dit gebroken tussenstuk, dat als naaldhouder dienst deed , is in de oudheid door een nieuw onderdeel vervangen en met bronzen klinknagels aan de boog en schijf vastgezet: alweer een bewijs dat deze bronzen voorwerpen tijdens het leven werden gebruikt alvorens zij in het graf werden meegegeven . Van fibula B (afb. 4) , die uit één stuk was gemaakt, is de naald niet geheel bewaard gebleven , die van DE ETRUSK EN A wel. Ter versiering hangt aan de naald van A een bronzen ringetje. Het kerngebied van de Etruskische beschaving ligt in Op de beugels van beide fibulae is een eenvoudige versiering centraal Italië . In het noorden werd het begrensd door de rivier van ingegraveerde lijntjes aangebracht. Veel.·meer aandacht is bede Arno en in het zuiden door de Tiber (zie afb . 6) 6 . Het omsteed aan de sierschijven; langs de randen ziin banden geïnciseerd vatte het tegenwoordige Toscane en het noordelijk deel van bestaande uit evenwijdige lijnen , stippen en zg. wolvetanden. Op de Lazio , een gebied waarin, vóórdien , de Villanova kultuur schijven zijn onder de groene oxydatielaag (patina) met enige moeite bloeide. dekoraties te onderscheiden rtie we al eerder op-de siergordel (afb . 1) De Etruskische kultuur heeft ongeveer zeven eeuwen gezijn tegengekomen: A is versierd met twee gearcèerde hakenkruisen, duurd ( van ca. 700 tot in de eerste eeuw v.Chr.) ; de zesde eeuw B met drie zg. Balkankruisen. v.Chr. vormde het hoogtepunt.

3


Waar kwamen de Etrusken vandaan? Deze vraag werd al door de Grieken gesteld en beantwoord; ook nu leidt zij nog tot geanimeerde diskussies. Toch ligt zij niet voor de hand en in ieder geval is ze in deze uiterst simplistische vorm in hoge mate misleidend. Niemand immers zal vragen: waar komen de Nederlanders, Fransen of Italianen vandaan. Alleen in uitzonderlijke gevallen schijnt een dergelijke vraag ter zake, bijv. t.a.v. de huidige bevolking van Australië, Canada of de Verenigde Staten; maar ook dan is het antwoord veel ingewikkelder dan de vraag doet verwachten. Blijkbaar vonden de Grieken dat de Etrusken zulk een bijzonder geval vormden en inderdaad kunnen ook wij nog konstateren dat de kultuur en de taal van de Etrusken opvallende verschillen vertonen met die van de hen omringende stammen. leder onderzoek vereist een adequate vraagstelling. Met betrekking tot de Etruriërs zou men de vraag van herkomst in ten minste drie delen moeten splitsen: 1. 'Waar vandaan komt de Etruskische kultuur? ' Wij spreken van Etrusken en Etruskische kultuur vanaf circa 700 v.Chr. In de oudheid maakte men een dergelijk chronologisch onderscheid stellig niet: men wist van de tijd daarvóór zo goed als niets af. Omstreeks 700 v.Chr. valt een plotselinge, sterke bloei waar te nemen en verschijnen de eerste Etruskische inskripties. Het antwoord op de vraag is misschien vrij eenvoudig : deze kultuur is niet geïmporteerd doch waarschijnlijk uit de voorafgaande Villanova kultuur ontwikkeld, zij het onder invloeden uit het Nabije Oosten (door import van voorwerpen en vermoedelijk door immigratie van individuele handwerkslieden uit het Nabije Oosten). Kultureel gesproken kunnen wij de

Afb. 6

dragers van de Villanova kultuur dus Etrusken of Proto-Etrusken noemen. Van een grootscheepse immigratie in de achtste eeuw voor Christus kan geen sprake zijn. 2. 'Waar vandaan en wanneer zijn de stammen of ethnische eleménten in Etrurië gekomen die uiteindelijk hebben geleid tot de bevolking van Etrurië in de zevende eeuw v.Chr.?'. Deze vraag kan niet beantwoord worden, al meenden de Grieken waarschijnlijk het antwoord te kennen. 3. 'Waar vandaan en wanneer zijn die taalelementen in Etrurië geiinporteerd die uiteindelijk hebben geleid tot de Etruskische taal zoals de Grieken en de Romeinen die hebben gekend en die voor ons in de inskripties bewaard is gebleven? '. Het staat vrijwel vast dat het Etruskisch een niet-lndo-europese taal is geweest (zie beneden). Het antwoord op de vraag is wederom niet te geven, maar twee mogelijkheden kunnen worden aangeduid: A) De taal is een overblijfsel van oeroude taalfamilie die reeds vóór de komst van de Indo-europese talen in Italië (ca. 2000 v.Chr.) gesproken werd, doch die elders in Italië door de nieuwe talen werd verdrongen. B) De belangrijkste elementen van het Etruskisch zijn tegen het einde van het tweede Millennium v.Chr. uit Klein-Azië geïmporteerd. Beide theorieën zijn in de oudheid verkondigd, zij het in ietwat onduidelijke vorm. De Griekse geschiedschrijver Herodotus, die in de vijfde eeuw v.Chr. leefde , schreef dat de Etrusken uit Lydië, in KleinAzië , afkomstig zijn 7 . Hij dacht dat zij in de dertiende of twaalfde eeuw v.Chr. Lydië verlaten zouden hebben. In deze periode werden in Griekenland de Myceense steden verwoest, stortte in Klein-Azië de Hettitische beschaving ineen en werd Egypte door zeevolken aangevallen. Een grote volksverhuizing in het Oostelijk Middellandse Zeegebied was hiervan het gevolg. Het zou niet onredelijk zijn aan te nemen dat de mythe die Herodotus vertelt een kern van waarheid bevat. Dit zou betekenen dat de Etruskische taal (in archaïsche vorm vermoedelijk) in Etrurië geiinporteerd werd nog vóór het begin van de Villanova kultuur (mogelijkheid B). Een tegenovergestelde mening verkondigt Dionysius van Halicamassus, die in de eerste eeuw v.Chr. leefde. 8 Hij beweert dat de Etrusken de oorspronkelijke bevolking van Italië vormden (mogelijkheid A), en staaft dit met tal van argumenten die weloverwogen en steekhoudend lijken. Onze konklusie moet zijn dat de behandeling van dergelijke problemen onder alle omstandigheden een sterk vertekend beeld oplevert en zeker indien zij geschiedt in zo kort bestek als hier gebeurt. Wel is waarschijnlijk dat de 'Villanova 's' voorouders van wat wij de Etrusken noemen, zijn geweest .

Wat zeggen de archeologische vondst en ? In de loop van de achtste eeuw v.Chr. kwam, zoals we hebben gezien, naast lijkverbranding (krematie) ook teraardebestelling (inhumatie) in gebruik. Beide begraafgewoonten bleven naast elkaar bestaan , zoals tegenwoordig bij ons. Bij de inhumatie werd de overledene aanvankelijk zonder kist begraven , later werd de dode in een stenen sarkofaag teraardebesteld. Hieruit zou men kunnen konkluderen dat er een grotere welvaart was ontstaan . Van nog meer rijkdom getuigen de zevende en zesde-eeuwse grafkamers die, zoals nu nog in Cerveteri is te zien, door aarden heuvels (tumuli) waren bedekt. Dit type heuvelgraven kwam ook in Lydië voor, dus in het gebied dat Herodotus als herkomstland van de Etrusken zag. Zo zijn er meer overeenkomsten tussen bepaalde gebruiken van volkeren in Klein-Azië en de Etrusken aan te wijzen . Deze overeenkomsten treden op,vele eeuwen na de door Herodotus veronderstelde immigratie uit Lydië; men weet niet goed welke betekenis eraan gehecht moet worden.

4


Stijlperioden in de Etruskische kunst

Afb. 7

drie moderne, zilveren votiefplaatjes

Waarschijnlijk hebben de handelskontakten van de Etrusken met Griekenland en het oostelijk deel van het Middellandse Zeegebied de belangrijkste grondslagen geleverd voor de geleidelijke vorming van een kultuur die wij de Etruskische beschaving noemen. Etrurië was beroemd om zijn ijzermijnen; ook op Elba, het eiland voor de kust, trof men ijzererts aan. Het verhandelen van dit ijzererts bracht grote rijkdom en schiep de mogelijkheid tot kon takt met de kopers uit Griekenland en het oostelijk deel van het Middellandse Zeegebied. Het is bekend, dat zich vanuit deze gebieden vele kooplieden en handwerkslieden in het welvarende Etrurië metterwoon gingen vestigen. Twaalf belangrijke Etruskische steden waren verenigd in een konfederatie waarvan het godsdienstige middelpunt, volgens Livius 9 , het heiligdom van de god Voltumna in Volsinii was (het tegenwoordige Bolsena in zuidelijk Etrurië); naar deze tempel kwamen afgevaardigden uit de twaalf plaatsen ieder jaar bijeen. Ondanks de konfederatie bezaten de Etruskische steden een grote zelfstandigheid en sterke onderlinge onafhankelijkheid; dit komt tot uitdrukking in bepaalde gebruiken en kunstuitingen van de verschillende plaatsen. Zo treft men graf schilderingen voornamelijk in Tarquinia aan; asurnen met een deksel in de vorm van een menselijk hoofd (z.g. kanopen) komen vrijwel uitsluitend in Chiusi (in Centraal Etrurië) voor en zo zijn er meer voorbeelden op te noemen. Daarom wordt de Etruskische beschaving vaak per plaats bestudeerd 1 0 .

De ontwikkeling in de stijl van de Etruskische kunst loopt parallel aan die van de Griekse. Zo spreekt men van de oriëntaliserende periode (zevende eeuw v.Chr.), de archaïsche periode (van ca. 600 tot ca. 4 70 v.Chr.), van de klassieke periode ( van ca. 4 70 tot ca. 3 JO v.Chr.) en de Hellenistische periode (van ca. 330 tot ca.30 v.Chr.). In de oriëntaliserende periode zijn, zoals het woord al zegt, veel oosterse invloeden te bespeuren; deze zijn vooral te herkennen in de dekoratieve motieven, zoals bijvoorbeeld leeuwen en panters, die niet in Etrurië voorkwamen. Typisch oosterse materialen, zoals goud en ivoor, werden in deze periode veel geïmporteerd. Vanaf de zesde eeuw v.Chr. wordt de Griekse invloed op de Etruskische kunst overwegend. Voor de datering van de Etruskische voorwerpen moeten dan steeds Griekse parallellen bekeken worden. Door de grote afstand tussen de beide gebieden is de invloed van de Griekse voorbeelden op de Etruskische stijl pas na verloop van tijd merkbaar; men dateert de in Etrurië gemaakte voorwerpen dan ook enige tijd later dan hun Griekse parallellen. Dit geldt met name voor de beeldhouwkunst, waarover in de komende paragrafen gesproken zal worden.

VOTIEFGESCHENKEN Wat zijn votiefgeschenken? Dit zijn offeranden die aan een bepaalde godheid werden gewijd om zijn gunst te verkrijgen of om hem dankbaarheid te betuigen. Wijgeschenken kunnen van brons of, zoals hier het geval is (afb. 8 - 12), van gebakken klei (terracotta) zijn gemaakt. Ze werden geschonken om de Afb. 8 (links) terracotta votiefbeeld van een Etruskische man (A.P.museum). Afb. 9 (rechts) terracotta votiefbeeld van een Etruskische man (Bologna).

De taal De Etruskische inskripties zijn geschreven in archaïschGriekse letters, nauw verwant aan de letters die U thans leest; men kan ze dus zonder al te veel moeilijkheden ontcijferen. Vanaf het begin van de zevende eeuw v.Chr. komen inskripties in Zuid Etrurië voor. Het alfabet werd overgenomen van de inwoners van Cumae, een Griekse kolonie bij Napels. Er zijn zeer veel inskripties gevonden (wel 10.000), maar bijna alle zijn graf- of wij-teksten en daardoor weinig gevariëerd. Deze teksten worden nu wel min of meer begrepen, maar het materiaal dat zij verschaffen is te gering: slechts een gedeelte van de woordenschat en grammatika kan worden gereconstrueerd. Dientengevolge vordert het onderzoek slechts langzaam. Bovendien behoort het Etruskisch, naar het schijnt, tot een niet-Indo-europese taalfamilie waarvan men slechts zeer weinig weet: vergelijkingsmogelijkheden met andere talen ontbreken dus grotendeels. Indien niet een groter aantal uitgebreide teksten (liefst voorzien van een Griekse, Punische of Latijnse parallel-tekst!) gevonden wordt, zal het 'geheim' van de Etruskische taal voorlopig blijven bestaan.

5


.

hulp van een godheid in te roepen om een dreigend gevaar of onheil af te weren, of als dankzegging voor het afweren van een gevaar. Vaak hebben in dit geval votiefgeschenken de vorm van een hoofd (afb. 10), of zelfs van een gehele figuur, zoals de mannen (afb. 8 en 9) en het kind (afb. 12). Met het hoofd werd het gehele lichaam bedoeld (pars pro toto). Er zijn bijzonder veel votiefkoppen gevonden; gehele figuren zijn zeldzamer. Een belangrijke kategorie wijgeschenken vormen de terracotta modellen van menselijke lichaamsdelen of ingewanden. Ze werden voornamenlijk aan Asklepios gewijd, opdat zijn heilzame kracht de genezing van een bepaalde ziekte zou bewerkstelligen. Ook schonk men votiefgeschenken aan deze godheid, aan wie een tempel op het Tibereiland in Rome was gewijd, om hem dank te betuigen voor het genezen van een ziekte. Zo komen terracotta modellen van ogen, oren, armen, handen, borsten, benen en voeten (afb. 11) voor. Mannen konden om potentie vragen (of om genezing van een geslachtsziekte) door een terracotta model van een phallus (afb. 11) aan een godheid te wijden. Zwangere vrouwen konden om steun van de godheid bij de bevalling vragen door een terracotta model van een baarmoeder te schenken. De externe lichaamsdelen werden zeer natuurgetrouw weergegeven in de modellen; de ingewanden, zoals baarmoeders en darmen, daarentegen niet (ze waren immers niet te zien). Na het behalen van een overwinning werden vaal< bronzen beeldjes van krijgers gewijd. De krijgers zijn vrijwel allemaal van hetzelfde type. Ze staan in een aanvalshouding, dwz. de rechter arm opgeheven om een lans te werpen, een schild op de linker arm en één been naar voren. Op het hoofd dragen zij een helm met een grote helm bos ..Votiefgeschenken werden in het heilige terrein van de tempel opgesteld; in de loop der tijden werden dit echte musea. Wanneer het tempelterrein te vol werd, was men gewoon de votiefgeschenken op te ruimen en deze in een speciale kuil (bothros) te begraven, opdat er weer plaats zou zijn voor nieuwe votiefgeschenken. Wanneer een archeoloog bij een opgraving op een dergelijke kuil stuit, treft hij vaak genoeg materiaal aan om een hele museumafdeling te vullen. Het gebruik om votiefgeschenken te geven, leeft nu nog voort in sommige Katholieke en Grieks-orthodoxe streken. Wanneer op voorspraak van een bepaalde heilige genezing is verkregen, kan men uit dankbaarheid een votiefgeschenk in de vorm van een zilveren plaatje met de voÓrstelling van het genezen lichaamsdeel geven (zie afb. 7 midden) 1 1 . Deze plaatjes worden naast het altaar in de kerk opgehangen. Het terracotta beeld van een Etrusk (afb. 8) en het kind (afb. 12) kunnen beschouwd worden als verre voorlopers van de man en het kind die zijn afgebeeld op de zilveren plaatjes (afb. 7).

TERRACOTTA VOTIEFBEELD VAN EEN ETRUSK De schenker van dit bijna levensgrote votiefbeeld (afb. 8) 1 2 was waarschijnlijk geen on bemiddeld man. Indien men niet over zoveel geld beschikte, gaf men alleen een portretkop (zie afb. 10). Het beeld van de Etrusk (afb. 8) is slechts tot zijn middel bewaard gebleven; de onderhelft is in gips aangevuld door de restaurateur van het Allard Pierson Museum. De man is gekleed in een toga, waarvan een gedeelte zijn hoofd bedekt. Men mocht immers de godheid niet blootshoofds benaderen; ook bij het offeren was het voorschrift het hoofd te bedekken. De slip van de toga is over de linker schouder geslagen. Het hoofd is uit een negatieve mal (matrix) in klei gedrukt en apart op het lichaam gezet. Vele hoofden werden

6

-.

-

van eenzelfde mal gemaakt: een soort massaproduktie. In principe was elk hoofd van een serie identiek; maar om een hoofd een meer persoonlijk karakter te geven, werd bijvoorbeeld het haar op het voorhoofd verwijderd zodat een kale, oudere man werd gesuggereerd. Onze man draagt een baard; deze is nauwelijks zichtbaar. Moet men wel bedenken dat het hele beeld beschilderd is geweest. Het maakte dan een zeer realistische indruk door de zwarte haren, de baard en de ingekleurde ogen die de toeschouwer aankeken. Zijn lichaam is slecht geproportioneerd, de nek is te lang en de aflopende schouders te smal. Beide handen ontbreken nu; ze werden apart gemaakt en in de gaten die thans zichtbaar zijn, geplaatst. Zijn rechter hand stak net boven de rand van de toga uit, de linker was naar voren gestrekt. Misschien hield hij een offerschaal vast. De achterkant van het beeld is onbewerkt; deze was toch niet zichtbaar. Het onderstuk van het beeld is aangevuld naar,analogie van een soortgelijk beeld (afb. 9) 1 3 dat zich in Bologna bevindt. Het aangevulde deel is zeer gestyleerd weergegeven: er zijn geen plooien gemaakt en de voeten zijn weggelaten. Men kan nl. nooit met zekerheid zeggen hoe het origineel eruit gezien heeft. Typische overeenkomsten in stijl van beide beelden zijn de parallelle plooien die op de linkerarm te zien zijn. De beelden zouden in dezelfde plaats gemaakt kunnen zijn. Men neemt aan dat het beeld dat zich in het museum van Bologna (afb. 9) bevindt, in Veji (ten N.O. van Rome) gemaakt is. Dit geldt waarschijnlijk ook voor de Etrusk in het Allard Pierson Museum (afb. 8). De haardracht van deze man is typisch voor de Hellenistische periode; het haar is in kleine sikkelvormige lokjes a.h.w. op het hoofd gelegd. Waarschijnlijk is het beeld in de derde eeuw v.Chr. gemaakt.

VOTIEFKOPPEN EN MODELLEN VAN LICHAAMSDELEN In het Allard Pierson Museum bevinden zich zeven votiefkoppen; sommige daarvan zijn in Etrurië of Lazio vervaardigd, andere in Campanië (de streek rond Na_pels). Ze zijn, evenals het beeld van de Etrusk (afb. 8), uit mallen gemaakt. De beschildering is vrijwel overal verdwenen. Vermoedelijk is de vrouwen kop (afb. 10 E) 14 de oudste van de zeven koppen die op afb. 10 te zien zijn. Deze kop is massief en is steenrood van kleur, evenals de boerse jongenskop (afb. 10 D) 15 . Beide votiefkoppen zijn in Campanië gemaakt 16. De vrouwenkop E vertoont nog echt archaïsche trekken, zoals bijvoorbeeld de amandelvormige ogen en de z.g. archaïsche glimlach. D moet later gedateerd worden dan E, nl. in de Hellenistische periode (na 300 v.Chr.). Kenmerkend voor de stijl van deze twee koppen zijn de kleine, uitstekende oortjes. Eveneens van steenrode kleur is het vrouwenhoofd (afb. 1OA) 1 7 ; het haar is keurig gekamd, met een scheiding in het midden. Bij de votiefkop (afb. 10 G) 18 valt het haar in krulletjes langs het gezicht. Deze twee vrouwenkoppen zijn waarschijnlijk in de klassieke periode gemaakt (Se en 4e eeuw v.Chr.). De kop met de volle baard en gekrulde snor stelt een oudere man voor (afb. 10 B) 19 uit de Hellenistische tijd. Alle hoofden zijn door een slip van het gewaad bedekt om dezelfde reden als bij de Etrusk (afb. 8). Kwalitatief het beste van al deze koppen is het jongenshoofd (afb. 1OF) 20 ; zijn lange lokken vallen weelderig op het voorhoofd en op de schouders. Het lijdt geen twijfel dat Alexander de Grote (356 tot 323 v.Chr.) met zijn 'leeuwenkapsel' tot voorbeeld van deze kop heeft gediend. Het portret


Afb . 10 zeven terracotta votiefkoppen

•• GQ8 ••

7


van Alexander de Grote werd in de Hellenistische tijd als ideaal beschouwd. Ook halve votiefkoppen werden aan de goden gewijd. Een voorbeeld daarvan is de gedeeltelijk bewaard gebleven kop midden links (afb. 10 C) 21 ; de achterkant is vlak. Het is de vraag in hoeverre deze votiefkoppen werkelijk als portretten bedoeld zijn of alleen maar een stereotyp mannen- of vrouwengezicht uit een bepaalde periode voorstellen. Het is duidelijk dat de man in zijn konfektiepak uit de veertiger jaren, afgebeeld op het zilveren plaatje (afb. 7), niet een portret is van één bepaalde persoon maar een algemene voorstelling van een man moet zijn. Zoals we hebben gezien, gaven de Etrusken terracotta modellen van lichaamsdelen om de heilzame werking van een godheid voor genezing van een bepaalde ziekte te vragen. Gezonde voeten waren, in een tijd dat er nog nauwelijks vervoer bestond, van het grootste belang. Voor de genezing van zieke voeten (afb, 11) 22 gewijd; meestal werd een voet op bijna ware grootte in terracotta nagemaakt (afb.11) 23 . In het museum bevinden zich twee modellen van een phallus (afb.11 )24 , die misschien gegeven zijn om van geslachtsziekte genezen te worden of om potentie te verkrijgen. Een bijzonder wijgeschenk is de hoef van een koe (afb. 11) 25 , die bedoeld is de aanwezigheid van het hele dier te suggereren. Misschien wijdde een Etruskische boer deze hoef om genezing van zijn zieke koe te bewerkstelligen of om de hulp van een godheid bij het kalven in te roepen.

EEN KIND IN DOEKEN GEWI KKELD Het Etruskisch kind (afb. 12)26 kan zich niet verroeren. Het is van de schouders tot de enkels in een band, over de kleding heen, gewikkeld; de armen zijn stijf tegen het lichaam aan gebonden. Alleen het hoofd en de voeten steken er uit. De kleding vormt een soort kap om het hoofd en valt in plooien op de voeten. De rand van de kap hangt losjes om het ronde kindergezicht. De wangen en de onderkin zijn vol en op het bolle voorhoofd valt een krullende lok. Heel levendig zijn de

Afb. 12 een kind in doeken gewikkeld

voeten weergegeven: ze zijn schuin naar elkaar toe geplaatst, zó dat ze lijken te trappelen. Het is nog steeds gebruikelijk op het Griekse platteland om baby's tot hun eerste jaar 's nachts in een linnen band te wikkelen zodat ze zich niet aan hun scherpe nageltjes kunnen bezeren . Waarschijnlijk was dit Etruskische kind ook daarom in doeken gewikkeld. Het is door zijn ouders aan een godheid gewijd om bescherming tegen kinderziekten of in het algemeen tegen de gevaren van het leven te verkrijgen. Er zijn verschillende votiefbaby's gevonden, soms ook met onheilafwerende hangertjes (bullae) op de linnen banden vastgespeld. Waarschijnlijk stamt dit beeldje, zoals zeer veel votiefgeschenken, uit de Hellenistische tijd.

Afb. J I zes terracotta votiefgeschenken

8

H.A. G. Brijder

Druk:

Huisdrukkerij

Universiteit

van Amsterdam

(T4991)

APm : Allard Pierson mededelingen, afl. 10  

De Vereniging van Vrienden van het Allard Pierson Museum geeft per jaar drie nummers uit van het tijdschrift AllardPiersonmededelingen. In d...

APm : Allard Pierson mededelingen, afl. 10  

De Vereniging van Vrienden van het Allard Pierson Museum geeft per jaar drie nummers uit van het tijdschrift AllardPiersonmededelingen. In d...

Advertisement