Issuu on Google+

NEP 25 jaar fietsclub Noordeindeplein 1982-2007


NEP 25 jaar fietsclub Noordeindeplein 1982-2007


Colofon Dit boek is samengesteld ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de fietsclub Noordeindeplein en gepresenteerd op 26 augustus 2007. Redactie: Theo Bijvoet, Paul BriÍt, Ben Crul, Simon Kooijman en Albert Roskam Vormgeving: Bibian Harmsen Omslagfoto: Henk Snaterse, Leiden Foto Bart van Bohemen pagina 46: De Beeldredaktie, Marco Okhuizen Zwartwit foto’s fietswinkels pagina 131: Regionaal Archief Leiden Met dank aan Carla Kramer en Elsevier Gezondheidszorg


NEP 25 jaar fietsclub Noordeindeplein 1982-2007


4


Inhoud De renners

Theo Bijvoet.................................................. 94 Bart van Bohemen......................................... 42 Pim Breebaart................................................ 58 Paul Briët...................................................... 24 Ben Crul....................................................... 12 Anton Dalhuijsen........................................ 156 Geertjan Goekoop . ...................................... 92 Rob van der Hoeve........................................ 64 Joost Horbach............................................... 47 Wim Issendonck......................................... 114 Kees Keijer ................................................... 72 Joke Kelderhuis............................................. 16 Rik van Klink.............................................. 140 Simon Kooijman........................................... 8 Henk Kraaijenhagen.................................... 148 Jan Pieter Molenaar....................................... 28 Jan Willem Langeler.................................... 124 Hennie Nieuwenhuizen............................... 106 Hekon Pasman.............................................. 86 Albert Roskam.............................................. 36 Marten Schreuder........................................ 128 Willem van Schie........................................ 120 Flip Tabeling................................................. 66 Antonie Taminiau......................................... 32 Herman Teenstra . ...................................... 104 Paul Theunissen........................................... 134 Adriaan Verhage............................................ 80 Gert Wassink................................................. 50 Jan Weening.................................................. 52

De tochten

1986 Luik-Bastenaken-Luik ......................... 22 1987 Luik-Bastenaken-Luik ......................... 31 1988 Nabij – Vinsobres................................. 35 1989 Spa....................................................... 41 1989 Thann.................................................. 49 1990 Zeeland................................................ 56 1990 Gourdon.............................................. 57 1991 Montplaisir.......................................... 62 1992 Cévennen............................................. 68 1992 St. Jean-de-Maurienne.......................... 70 1993 Omgeving Die...................................... 76 1993 St. Savin............................................... 78 1993 Veluwe Pfizer........................................ 79 1994 Bled...................................................... 84 1995 Proissans............................................... 90 1995 Ardennen Pfizer.................................. 100 1996 Sierra Nevada..................................... 101 1997 Levico Terme...................................... 110 1997 Maastricht – Nice............................... 112 1998 Wereldkampioenschap Valkenburg..... 123 1998 St. Michel l’Observatoire.................... 127 1999 Lorgues.............................................. 132 2000 Branceilles.......................................... 138 2000 Amstel Gold Race.............................. 143 2001 Corsica............................................... 146 2002 St. Claire............................................ 151 2003 Normandië......................................... 152 2003 Pyrenneeën......................................... 154 2004 Mollans.............................................. 160 2005 Mollans.............................................. 161 2006 Transalp.............................................. 162 2007 St. Agnan........................................... 164

De thema’s

Cols............................................................ 169 De Driesprong.............................................. 61 Fietsbureaucratie........................................... 75 Gastrenners................................................. 175 In en uit...................................................... 153 De Leidse Post............................................. 119 De dingen die voorbijgaan.......................... 166 Mr. A.J. Roskamfonds................................... 40 Trofeeën........................................................ 48 Valpartijen................................................... 144 Verzamelpunten............................................ 55 Wielerkleding................................................ 16 Wielerwinkels.............................................. 131 Woorden tussen de wielen............................. 99

Inleiding........................................................ 7

5


6


Inleiding Zilveren fietsclub Noordeindeplein

Fietsclubjes bestaan er in Nederland bij duizenden. Vooral op zondagmorgen komen de leden ervan uit hun - veelal door hun partners nog warm gehouden - holen. Op dat tijdstip hebben alleen kerkgangers last van ze. Sporadisch ook de bewoners van een huis waarvoor men na het woord ‘lek’ halt heeft gehouden. Het wisselen en oppompen van een binnenband, de discussie daarover maar vooral over al die andere zaken die fietsers belangrijk vinden, kan namelijk niet zonder geluid te maken. Daar kunnen de bewoners slapend aan de voorzijde van de panden aan het Leidse Noordeindeplein ook over meespreken. Al 25 jaar worden zij elke zondagmorgen omstreeks negen uur wakker gemaakt door een almaar ouder wordend groepje zichzelf coureurs noemende lieden. Hun gehoorverlies vereist een steeds hoger volume. Maar is dat nou allemaal een reden tot feest? Moet je speciaal daarvoor nou een nieuw fietsshirt en broek ontwerpen, een reünie organiseren en een jubileumboek samenstellen? Zo bijzonder is die op het Noordeindeplein verzamelde fietsclub toch ook weer niet? ‘Mis, helemaal mis’, zou onze president voor het leven uitroepen. Een functionaris die - als eerste onderscheidend punt - niet iedere fietsploeg heeft. Maar het ‘helemaal mis’ geldt natuurlijk vooral onze rijke in een kwart eeuw opgebouwde historie. Een historie waarvan de eerste kiemen bij de individuele leden doorgaans al lang voor het ontstaan in 1982 zijn gelegd, om in onze club uiteraard pas tot volle bloei te komen. Waar andere ploegen allang uit elkaar zijn gespat door conflicten, naijver, desinteresse, privéproblemen, ego’s, ziektes, rijkdom, echtscheidingen, armoede, carrièresprongen, ouderdom, vriendinnen, verhuizingen of overgang naar andere vermeende sporten, heeft de NEP-ploeg zich juist niets aangetrokken van dergelijke banaliteiten. Fietsen,

daar ging het toch om? Hoezo opgeven? Hoezo elkaar in de steek laten? Al raakten sommige renners bij tijd en wijle wat achterop, vormden anderen kopgroepjes of gingen alleen op avontuur, aan of voor de meet kwam alles toch weer samen. De uren die we met elkaar hebben doorgebracht zijn niet te tellen. Met de gezamenlijk gedronken liters wijn en pils is een zwembad te vullen. Onze grote en kleine avonturen zijn te talrijk om op te noemen. Elkaars nabijheid was soms letterlijk zeer gevaarlijk, maar in nood toch ook weer veilig. Onze conversatie over alles wat met fietsen te maken heeft, is monomaan en klinkt voor anderen volkomen ridicuul. De bedragen die we aan ons materiaal uitgeven, zijn nauwelijks te verantwoorden. We kúnnen gewoon niet zonder elkaar en onze gemeenschappelijke passie: de fiets. Als we ooit over vele jaren noodgedwongen weer terug moeten naar onze fiets met zijwieltjes, driewieler of wandelwagen, kunnen we toch nog wegdromen met dit boek. Mijmerend met dit boek op onze schoot en dromend over die heerlijke tijd waarin we met elkaar, staand op de pedalen, ons een Coppi, Anquetil, Raas, Armstrong of Bettini waanden. Dat moment is hopelijk nog heel ver weg. De redactie: Theo Bijvoet Paul Briët Ben Crul Simon Kooijman Albert Roskam

7


8


Simon Kooijman (1946) (lid 1982-heden)

I

Links: Simon en Ben in een ongestuurde twee, op de Rijn achter het Noordeindeplein.

n november 1979 ben ik met Emmy, Jolette, ­Manon en Femke vanuit Leiderdorp verhuisd naar het Noordeindeplein 2a , destijds de enige huisartsenpraktijk op dat rijtje. We woonden daar krap een jaar, toen we op een woensdagmiddag beweging ontwaarden in de voortuin van het al lang te koop staande huis op de hoek, nummertje 8a. Dat bleken Ben en Joke, druk bezig met het planten van hun huisarts-bordje. Of ik het erg vond dat drie huizen verder een tweede praktijk kwam te zitten. Tuurlijk niet, ben je gek, het was 1980, alles en iedereen hartstikke lief voor elkaar en hoe meer zielen hoe meer vreugd. Al direct eigenlijk een en al gezelligheid op dat plein. Veel wijn en bier (en ik nog dagelijks 25 sigaretten) en absoluut geen sprake van welke vorm van sportbeoefening dan ook. Daar ging in 1982 wat aan veranderen, vonden Ben en ik. In mei van dat jaar hebben we een paar keer geprobeerd in een ongestuurde twee ons beider roeiverleden nieuw leven in te blazen, maar een doorslaand succes was dat niet. Toen Ben en Joke een paar weken op vakantie gingen, heb ik via Kees Keijer en broertje Paul, die toen al volop aan het koersen was, een 3e hands racefiets gekocht (korenblauwe GazelleTour de France, gele transfers, gele kabels, een heus Rolls zadel, Sidi schoenen met plaatjes) en ben heel voorzichtig rondjes van een kwartier, later zelfs wel een halfuur gaan rijden. Ik vond het echt een vondst van mezelf en zodra Ben terug was, moest hij er natuurlijk ook aan geloven. Zijn initiatie heeft plaatsgevonden op een wrakkig en wiebelend stadsvehikel, stervend in mijn inmiddels al een aantal weken getrainde wiel. Maar ondanks die bijna-doodervaring was ook hij stante pede hooked. Direct de volgende dag naar Van Dam voor een echte 10-versnellingenfiets en voordat we het wisten, trainden we elke zondag van 9 tot 10 uur met de meters al direct vanaf de start diep in het rood, bij de spoor-

wegovergang lag hij al op de 13 (de 12 bestond nog niet, gelukkig). Langer dan een uur hielden we dat natuurlijk niet vol, maar dat mocht ook niet. We hadden namelijk inmiddels begrepen dat het langere duurwerk, tochten van uren achtereen met een hartslag ver onder de 120, de stiel was van de zogenaamde ‘trimmers’, een categorie die zo hard mogelijk en zonder groeten voorbijgescheurd diende te worden en openlijk door ons werd geminacht. Draadbanden! Zadeltasjes! Een bel! Hoefden niet langdurig op de bank te liggen na een training! Erg lang hebben we niet met z’n tweeën gereden, maar wie zich wanneer en in welke volgorde bij ons heeft aangesloten, kan ik me niet goed meer herinneren. Duidelijk mag zijn dat Ben en ik geen lid geworden zijn, wij zijn vanaf het allereerste moment lid geweest.

Mijn vele fietsen

Gazelle Tour de France, korenblauw, groep iets rommeligs met o.a. Suntour achterderailleur. Gazelle AA, ivoor, Campagnolo record. Voor f 1683,00 gekocht bij nog de oude Gijs van Dam. Zei dat ik een 58 cm frame moest hebben, maar ik had gehoord van renners rond Paul dat 56 mijn maat was, dat dus doorgedrukt en paar jaar op een te klein frame gereden, je kunt het nog zien op oude foto’s. BioRacer, rood, Campa, geweldige herinneringen aan de meetsessies in Elsloo en de openbaring om eindelijk op een echt goed passende fiets te zitten. Nog een keer een rode BioRacer van Haj, maar niet meer de sensatie van de eerste keer. Masi gekocht, Campa; weet niet meer waarom, maar moest weg.

9


10


Blauwe Colnago. Reed als een dweil. Bleek, toen ik hem al had ingeruild voor een titanium frame Carrera, veroorzaakt te zijn door het feit dat de spaken niet waren gesteld... Genoeg fietsen uit Wateringen, terug naar Elsloo. Concorde besteld en niet gekregen in de gewenste PDM-kleuren (die waren ‘op’, volgens Cis en daarom hadden ze maar een andere voor me uitgezocht. Na een jaar weer inruilen dus en opnieuw Gazelle een blauwe met verchroomde voor- en achtervork. Helemaal gelukkig, reed heerlijk, maar kapotgereden in valpartij in Wassenaar (trainingsrondje met Rik). Wim Borst heeft daarna een Gazelle AA (in rood-wit-blauwe TVM-uitmonstering) in elkaar gezet (met voor het eerst Shimano); Maastricht - Nice mee gereden. Tijdperk Schouten, lichtblauw Schouten aluminium frame (Shimano); wedstrijd in Frankrijk op gewonnen, helaas halfjaar later tot schroot gereden in botsing met auto. Nieuw lichtblauw frame; bleek ‘sloping’ te zijn met weliswaar carbon achter- en voorvork, maar niet mooi, dus na korte tijd naar de laatste aanwinst. Look 461 carbon, met Campagnolo record, tot mijn verbazing al weer 4 jaar.

modderen in de duinen. Voor mij uit in de verte een rustig pedalerende oudere heer met hoed op die maar niet dichterbij wilde komen.Was het zo verschrikkelijk met me? Na een verbeten en kilometerslange chasse met het bloed in m’n mond, hem toch bijgehaald: Batavus met hulpmotor! Opmerkelijk ook mijn eerste nationale kampioenschap bij de Medische Wielerkring in Hellendoorn. In de voorlaatste ronde op kop geraakt met Ben (andere leeftijdscategorie) en mijn laatst overgebleven concurrent. Tegen het heuveltje naar de finish demarreerde die en ik moest lossen wegens geen adem meer. Ben kon wel volgen, maar was zo vriendelijk om mij boven op te wachten en terug te rijden naar de koploper. Hele laatste ronde zitten bijkomen en mezelf bezworen dat ik zou stoppen met roken, in de eindsprint vernietigend toegeslagen. Joke won ook haar categorie, zodat we met drie truien naar huis gingen, een echte voor Joke, anderhalf voor Ben en een kleintje voor mij.

Hoge hoogtepunten

Links, van linksboven met de klok mee: Grossglockner (Transalp 2006); na een winterrit op een zondagochtend in 2003; Simon (met knieblessure) op de Glandon (1992); eerste buitenlandse fietsvakantie nabij Vinsobres (1988); idem; Levico Terme (1997); eerste keer Luik - Bastenaken - Luik (1986).

In de herinnering zijn natuurlijk met name alle eerste keren, eerste keer LBL, eerste vakantie in huisje met Hekon, Ab, Theo, Joke/Ben in de buurt van Vinsobres, eerste trektocht, eerste col boven de 2000 mtr (Croix de Fer?), MaastrichtNice, de toppers en natuurlijk de Mont Ventoux. In 1988 samen met Theo, misschien weet hij het juiste jaar nog: ­Bédoin 1 uur 44 min, maar werkwaardig genoeg vele jaren later weinig ‘verval’, want in 2006 vanuit Malaucène 1.45, vanuit Bédoin 1.48.

Buiten adem

Frustrerend was mijn - naar later bleek - eerste confrontatie met het fenomeen snorfiets. Na een ziekteperiode of blessure in m’n eentje met compleet verruïneerde benen aan het

11


Ben voor de start van het N. K. Medici 1985, Hellendoorn.

12


Ben Crul (1952) (lid 1982-heden)

V

rijdagmiddag 30 maart 2007 reed ik met ­Simon door de duinen naar Noordwijk. Op de plek waar ooit een favoriete sprintplek ‘bergop’ van onze ploeg had gelegen. Wegenbouwers en veiligheidsmaniakken hebben eind vorige eeuw zonder het ons te vragen dat fietspad richting zee verlegd en daardoor een rechte sprint voor eeuwig onmogelijk gemaakt (zelfs bij de nadering van Zandvoort staat sinds kort een sprintfrustrerend hek). Op die plek dus hadden Simon en ik ineens dezelfde gedachte. Hoe vaak hadden we hier de afgelopen 25 jaar al gereden? Hoeveel kilometers samen al afgelegd, in hoeveel uren en met hoeveel geklets onderweg en op hoeveel fietsen? Ja, en dan ga je samen terugdenken en tellen. Alles bij elkaar opgeteld een halfjaar in elkaars nabijheid met al dat fietsen? Maar ook een gedachte over mijn eerste echte racefiets (groene Cinelli) waarbij de fabriek de spatborden er dit keer zelf al had afgehaald. Gekocht op Simons aanraden nadat hij mij (lees zijn bijdrage hiervoor) fietsend op een oude paarse randonneur avant la lettre bij het Haagsche Schouw al astmatisch had weten te krijgen. De fietsclub Noordeindeplein was geboren, dat wel. Anderen beschrijven in dit boek de aanwas nauwkeuriger dan ik.

ren en wij beaamden dat natuurlijk. Vooral leuk was het delen van dezelfde kleedkamer met toppers als Gerrie Knetemannn en Jan Raas en natuurlijk het achteraf handtekeningen uitdelen aan onwetende supportertjes. Op mijn vakanties met Joke gingen in plaats van twee surfplanken voortaan twee racefietsen mee. Zelfs Sri Lanka, Thailand en Indonesië werden fietsend bereisd. Om de tijden bergop wat te drukken moest mijn fiets natuurlijk lichter worden: een mooie blauwe Colnago dus waarmee ik mijn snelste tijd ooit op de Ventoux haalde: 1.32 vanaf Bédoin, met fors wind mee bovenop, dat wel. Voor extra gewichtbesparing waren mijn 32 en 28 kransjes achter van (toen nog) heel duur titanium gemaakt. Om het kwart eeuw fietsbezit maar meteen af te ronden: de Colnago werd vervangen door een speciaal in Elsloo aangemeten bianchi-groene BioRacer, die ik nog steeds als reservefiets gebruik. Hierop liet ik als eerste van de ploeg het geïntegreerde rem-schakelsysteem monteren omdat ik hoopte daarmee eindelijk eens geruisloos te kunnen schakelen. Tevergeefs zoals jullie hebben gehoord. Daarna een oranje-gele - geloof ik als erkend kleurenblinde - Duell die licht van gewicht maar daardoor ook zeer buigzaam was. Tot slot de witte BioRacer annex Time die ik mede om budgettaire redenen nog steeds berijd.

Wedstrijden

Vallen

Een jaar later reden we in Medische Wielerkringverband al onze eerste wedstrijden. Aanvankelijk de B-categorie, dat ging nog wel. Een keer haalden we met onze ploeg in de A-categorie tot onze eigen verassing goud. Simon, Jan Weening en ik hadden daarvoor niets anders hoeven te doen dan (meer konden we ook niet) in het wiel van de ingehuurde Paul Kooijman te hangen. De leukste wedstrijden waren echter de prominentenraces in Leiden en Noordwijk. Joop Riethoven vond dat we daar als huisdokter prominent genoeg voor wa-

Mijn stuurmanskunst heeft nooit het niveau kunnen halen van dat van mijn collega-nestor van de NEP-ploeg. Misschien dat hij daardoor ook - zegt hij - maar één keer aantoonbaar gevallen is (Konijnenlaan in Wassenaar), terwijl ik de afgelopen jaren een redelijke reputatie heb opgebouwd. Alleen Flip Tabeling had mij - als hij lid was gebleven - ongetwijfeld naar de kroon kunnen steken. In willekeurige volgorde en alleen met vermelding van de prestigieuze valpartijen. In 1984 kwam ik in een bocht ten val toen ik alleen

13


Van linksboven met de klok mee: zomer 1983; tweede plaats N. K. Medici 1983, Hellendoorn; na een winterrit op een zondagochtend in 2003; eerste plaats Prominentenronde Noordwijk 1985; eerste keer Mont Ventoux 1983 (2.10); Grossglockner (Transalp 2006).

14


aan kop lag bij het NK Medische Wielerkring B-categorie. Mijn twee achtervolgers haalden mij in, maar getergd wist ik hen toch weer geniepig in te lopen en met een ‘erop en erover’ alsnog te winnen. In Frankrijk schoof ik in een afdaling meterslang onderuit op net nat geregend maar olieachtig asfalt. Samen met Hekon en Hennie die gezamenlijk in een aangrenzende voortuin belandden. Met een kilo ijsblokjes kon de brandschade nog enigszins beperkt worden. Vervelender was Lorgues waar het - behalve met afspraken over de introducees - ook met mijn middenhandsbeentje misging. Nieuwsweek 12 augustus 1984.

Onder het luisteren naar de enige goede cd in huis, van de Cubaanse Bueno Vista Social Club, heb ik de rest van de vakantie urenlang met mijn gipsarmpje omhoog in het boonvormige zwembad mogen staan. En dan natuurlijk mijn onderdompeling met fiets en al in de Gaag niet te vergeten; de vaart was mijn enige veilige uitweg vanwege een diepe richel op een koude zondagmorgen. Doordat ik nog net mijn voet onder de bovenbuis kon krijgen, was dreggen niet nodig. Nog kouder was het in de winter van 2005 toen ik bij Lisse onderuitging op een ijsplasje. Met een nog steeds geluxeerd linker sleutelbeen heb ik mij sindsdien mogen aansluiten in het klasje van asymmetrische renners aangevoerd door (natuurlijk) Willem. Omdat ik dolgraag eens in een ambulance wilde liggen, ben ik ten slotte (vooralsnog) eind 2006 bij Langevelderslag in een bocht uit mijn pedaal geschoten en hard op het asfalt geknald. Loos alarm wat betreft een eventuele bekkenbreuk maar met dat ritje had ik wel in één klap mijn no-claim opgesoupeerd. Toch zijn we - om onze meelezende partners niet te verontrusten - als groep steeds veiliger gaan rijden. Oké, elk stoplicht staat voor ons nog steeds op groen, maar iedereen - zelfs Simon en Paul T. - rijdt inmiddels met helm. Toeclips hebben allang afgedaan en voor (bijna) elk obstakel of tegenligger wordt met onze beperkte maar functionele woordenschat bestaande uit ‘paal’, ‘tegen’, ‘hobbel’, ‘lul’, ‘hufter’ of ‘binnen’ repeterend gewaarschuwd. Kortom, als we een beetje zuinig op elkaar en onszelf zijn, halen we samen dat volgende jubileum ook wel. Het is mij heel veel waard.

15


Wielerkleding

Van linksboven met de klok mee: zes ontwerpen voor het tweede Astra-shirt (1992); het TVM-voorbeeldshirt; nog een Astra-variant; eerste Astra-shirt (1986).

16


Van linksboven met de klok mee: enkele ontwerpen voor tweede Pfizer-shirt (1993); zes ontwerpen jubileumshirt (2007); officieel jubileumshirt en –broek (2007); Kees van Manen (artsenbezoeker van Pfizer) en Albert (draagt eerste Pfizer-shirt) bij de presentatie van het ontwerp tweede Pfizer-shirt (1993).

17


18


Joke Kelderhuis (1954) (lid 1982-2002)

H

et was 1982. Ben en Simon trachtten weer te sporten. De praktijk slurpte een hoop energie, maar we waren er wel achter dat, als we niets deden, we langzaam zouden dichtgroeien en opgebrand zouden raken. Het werd roeien voor Ben en Simon. Ik wist het nog even niet. Toen we terugkwamen van onze zomervakantie was er - zoals later bleek - een revolutionaire omwenteling gekomen. Simon kwam al direct naar ons toelopen. Op straat vertelde hij al dat hij het racefietsen ontdekt had. Samen met zijn broer Paul was hij in de zomervakantie gaan trainen. ‘Het zou ook wel wat voor Ben zijn.’ Het werd meteen een trainingsrondje Katwijk (ik dacht nog: wat een eind). Eigenlijk binnen een maand had ik ook een racefiets en deed mee. Katwijk werd Noordwijk en Noordwijk werd Zandvoort enzovoort. De kick van het fietsen sloeg toe en werd een passie. Paul Briët, Jan Pieter Molenaar, Simon, Ben en ik besloten ook op zondagochtend kleine tochtjes te fietsen (rond de kerk zeg maar, zo’n 30 km) en daarna gauw koffiedrinken bij Fokje (we zeiden iets anders, maar dat durf ik niet op te schrijven). Fokje gaf bij de koffie altijd marsen en stroopwafels. Het was weinig fietsen, maar met veel plezier. Het hield je van de straat, maar de fietskoorts sloeg toe. Wij werden lid van de Medische Wielerkring en gingen wedstrijden fietsen!

Eigenlijk zijn we dankzij Hekon lange tochten gaan rijden. Luik-Bastenaken-Luik (235 km) hebben we twee keer gereden: in 1986 en 1987. Voor alle andere tochten verwijs ik naar Hekon en Ab, die hebben alles bijgehouden. De fietsclub had zich inmiddels al aardig uitgebreid en onze rondjes zondag rond de kerk werden tochten van gemiddeld 90 km. Aanvankelijk was dit afzien: wat doe ik hier op de fiets? Ik kan mijn tijd wel beter besteden. De passie bleek tevens een vervulling. Soms was het liefde en haat tegelijk, vooral als ik ’s avonds om 20.00 uur nog op de fiets zat vanaf ’s morgens 10.00 uur. Daarover later, want dat gaat over onze vakanties.

Onze fietsvakanties

Het werd Frankrijk, de Drôme, een huisje van een collega kno-arts. Theo, Ab, Hekon, Ben, Simon en ik. Paul ­Kooijman kwam even op bezoek.

De wedstrijden en de lange tochten Links: Joke tijdens N.K. Medici 1985, Hellendoorn. De kersverse Nederlands Kampioene Medici 1985 wordt geïnterviewd.

Ik denk dat het ergens in 1984 was. Simon, Ben en ik deden alledrie mee - ieder in een ander categorie - aan de Nederlandse kampioenschappen wielrennen in Hellendoorn. Ik zal het nooit vergeten, we kwamen alledrie met de eerste prijs thuis. Ik was supertrots. Eindelijk een sport die bij me paste. Tennissen bleek het niet te zijn en volleybal al helemaal niet. Fietsen was het helemaal.

19


20


Links, van linksboven met de klok mee: Proissans (1995); eerste Mosselmaaltijd Noordeindeplein (1988); Casis (1983); Eupen (1987); verkleumd op de Pico Veleta (1996); Corsica (2001).

Een huisje onder de wijnranken. We aten asperges, dat kun je nog eten met zijn zessen. Het was 1986. Het werd een traditie. Sindsdien werd er ieder jaar tijdens de Mosselmaaltijd het prachtigste huis, in het mooiste fietsgebied uitgezocht. Er zijn vele herinneringen: Als ik zeg macadam, waar denk je dan aan...? Of regen? Of ’s avonds om acht uur nog op de fiets? Weten jullie nog dat heel lekkere eten in een restaurant aan de Middellandse Zee, waar een paar het zwembad indoken met fietskleren aan? Of de vraag van Henk wat we verder deden in onze vakantie. Het antwoord was: ‘Ga maar eens met Ab naar de supermarkt.’ Duidelijk waren we wel. Ben had een keer een nieuwe fietsbroek voor mij gekocht, met schuine banen. Theo: ‘Je lijkt wel een rolmops.’ Theo moest het laatste stukje van de Mont Ventoux lopen, hij had zich opgeblazen, het werd meteen Theo Tevoet. Heftig en duidelijk. Er was een stille onderlinge concurrentie. Hennie en ik hadden daar geen last van. Wij fietsten altijd gelijk op, behalve de berg af dan, daar was ‘de Hen’ een kei in. Vlak voor de top van een berg ging Hennie altijd even rustig rijden, voor zover het nog rustiger kon, en ook eten. ‘Nu kan het nog, straks stuiven ze weer weg.’ De Pico Veleta zal ik nooit vergeten. Ik dacht dat er iets los zat aan mijn fiets, want hij trilde zo raar. Het bleek dat ik heftig aan het klappertanden en schudden was. Bij de afdaling waren we Hennie kwijt. Hekon en ik dachten dat Hennie al naar beneden was, maar we waren er niet gerust op en gingen halverwege in een hokje staan wachten, dubbend of we de klim weer naar boven zouden maken. Godzijdank kwam Hennie er net aan. Hij was gevallen vanwege het ijs en de gladheid. Dat wachten op elkaar ging overigens volgens een code: boven op een berg is altijd wachten, net als bij een kruising. Echter nooit wachten aan het eind van een fietstocht en zeker niet zondagochtend klokke 9 uur. Wel bij lek rijden, maar liever niet bij fietsverwaarlozing. Wanneer de code

doorbroken werd, ging het vaak mis en werd dit ook duidelijk gezegd. Weet je nog Ben, die keer in regen en kou, jij fietste voor een keer door, toen iemand anders lek reed. Een paar minuten later reed jij lek. Dit moest je nog maanden horen.

De rituelen

Riten moeten er zijn. Ze verliepen vanzelf. Onze Mosselmaaltijden waren een jaarlijks ritueel en dat gaf onze wankele wielerclub de verankering die hij nodig had. In het begin was het elk jaar hetzelfde. Veel wijn, pils vooraf, paté (veel) met jam. Stokbrood en hotelmosselen. Voor Hekon en Wim: vis. Hekon at vaak nog wat mosselen na, zo laag hoefde het cholesterol nu ook weer niet. Wim werd al ziek als hij aan mosselen dacht. Daarna ijstaart van Maison Kelder (zo hard dat je er met een bijl nog niet doorheen kon). Als laatste koffie en bonbons. En veel cognac. Dat ging toen nog. Het feest ging door tot twee uur ’s nachts. Jaren later ging ik voorzichtig Thais koken en pasta’s maken. Maar het bleef natuurlijk ‘de Mosselmaaltijd’ heten. Riten moeten er zijn: het koffiedrinken op zondag meestal tussen half twaalf en twaalf. Niet naar huis fietsen omdat jullie nog iets moeten doen: het is belangrijk. Hiermee zet je de ervaring in het hart neer. Door even bij elkaar te zijn op een andere manier. Ik wil jullie bedanken voor alle waardevolle fietsjaren. Van 1982 tot 2002 mocht ik jullie ‘mascotte’ en een beetje moeder van de groep zijn. Het was een uniek groepsgebeuren: de saamhorigheid met Hennie, de vele goede herinneringen aan een ieder van jullie en Ben niet te vergeten. Het uiterste uit jezelf halen. Dit alles maakt dat ik zeer dankbaar terug kan kijken. Jullie toenmalige ‘mascotte’ en een beetje moeder van de groep.

21


18 mei 1986 Luik – Bastenaken – Luik (219 km) met Pim, Hekon, Paul B, Ben, Albert, Adriaan, Bart, ­Simon, Bart Breebaart, Jan Pieter en Joke.

22


1989 eddie Merkckx Cum vel inoborperos dolore facinisit, quamcon sequatummy nulpute do corer susci tis nullandre deliqui tat. Ut wisl utat.Em non et iustrud exeratie dolorem quisi bla feum iusto corem in utat volore vel utat ad dolore feui te feum velisim et, quat, con euisl utpatet dolore consequat. Duisim ipit, sequisit, vel dunt euisi.

Bij de start, staand van links naar rechts: Pim, Hekon, Paul B, Ben, Albert, Adriaan, Bart, Simon en Bart Breebaart, knielend Jan Pieter en Joke.

23


24


Paul (Pol) Briët (1939) (lid 1983-heden)

H

Links: President voor het leven (Transalp 2006). Montplaisir (1991).

et was 1900 zoveel. Er was een medische avond in het Diaconessenhuis. Ben en Joke Crul zaten ontspannen op de rand van een tafel. Mij werd met klem te verstaan gegeven dat ik ook moest gaan fietsen op de racefiets. Ik mocht er een lenen van mijn buurman Marius ‘Maas’ de Jong, een Gazelle Tour de l’Avenir . Hij was zelf andere sporten gaan doen. Eerst moest ik met Ben een proefrit maken door de duinen (Wassenaar - Katwijk). Uiteraard liet ik hem al het kopwerk doen. Het was oké, ik mocht voortaan meerijden. Toen in het Diac wat lieden bij elkaar gezocht: Jan Pieter Molenaar, de chirurg, Joost Horbach, de assistent-chirurg, Gert Wassink, de apotheker, Han Romein, kinderarts en voormalig Harley Davidsonrijder. Pim Breebaart en Ab Roskam werden erbij gehaald, bekend van respectievelijk het schaatsen en de Haanstra kleuterschool. De verzamelpunten waren het Noordeindeplein, vandaar naar het Plantsoen en vandaar weer naar de Roodborststraat te Leiderdorp waar Jan Pieter woonde. Jan Pieter had een geheim luik in de keuken met daaronder vele flessen cola. Hij heeft na de LBL van 1986 de Raleigh Competition (donkergrijs of voor de niet-kleurenblinde, paars) voor me meegenomen uit Elsloo, die ik voor f 1000,- van Haj Jansen gekocht had.

Dames en fietsen

Nadat Carolien I en ik uit elkaar waren gegaan in 1989 waren er enkele lieve vriendinnen, zoals Vera, die een paar goede taarten bakte voor de fietsclub en Carolien II, die

sportief meefietste en daarbij geduwd werd door Willem van Schie, wat hem op een hersenschudding kwam te staan. En in 1997 kwam Anke in mijn leven. Getrouwd in 2002, inclusief een verlate borrel (na drie jaar) voor de fietsclub. Mijn rijwielen waren: in 1970 Superia I (goud); 1980 Superia II (rood); 1983 leenfiets Tour de l’Avenir; 1986 Raleigh Competition (paarsgrijs) en in 1996 de door mijn moeder (foto) gesponsorde Fausto Coppi Campionissimo (geel). Hekon heeft volgens mij ook een Coppi gehad, in mijn herinnering maar heel kort, ik weet niet waarom. Hij was in elk geval niet geel. Mijn Coppi werd geassembleerd door Wim Borst, die er wat lakbeschadiging aan ontdekte en hem liet terugsturen naar de importeur. Ik zou een nieuwe krijgen. Dit is ook gebeurd en de nieuwe spoorde bovendien, in tegenstelling tot de oude. Maar het heeft wel een jaar geduurd. In dat jaar bereed ik een Giant Cadex, die er volgens Simon meedogenlozer uitzag dan de Coppi. Kort daarna is de importeur failliet gegaan en andere Coppi-fietsen zie ik nooit meer.

Crashes

Mijn valpartijen waren pijnlijk, meestal voor anderen. Het was 1993. Na lange tijd reed Flip Tabeling weer eens mee. Bij het uitrijden ter hoogte van begraafplaats Rhijnhof kwamen hij en ik in aanraking. Hij moest naar de Eerste Hulp en had flinke schade aan de fiets. Ik was er beter vanaf gekomen, dus bood ik mijn WA-verzekering aan. Uitkering duurde lang, hetgeen tot wrevel leidde. Dan een keer aan ’t begin van het seizoen, ik reed over een hobbel maar had het stuur niet goed vast. Val, waarbij Ab zijn frame brak althans een derailleurpadje of iets dergelijks. Mijn WA-verzekering moest er weer voor opdraaien en naar ik volmondig hoop, is de reparatie van Ab zijn fiets goed gelukt.

25


Van mijn Raleigh was de achteras al een paar keer doorgesleten; de snelspanner houdt dan de boel bij elkaar. Maar op een zondagochtend in 1994 op de terugweg, iets voorbij Ter Aar had ook de snelspanner het blijkbaar begeven. Plots blokkeerde het achterwiel, je hebt niet zo gauw in de gaten wat er aan de hand is, slingeren en tegen een boom knallen. Fiets in de sloot. Alleen geen pijn bij niet ademen. Hennie en Ben hebben me met de auto gelukkig niet naar het ziekenhuis, maar naar huis gebracht. Een dubbele wodka met paracetamol maakte het draaglijk. De gebroken ribben zijn vanzelf weer geheeld.

Hoogtepunten

Mijn snelste tijd op de Mont Ventoux: 1.59. De hoogste col: Col de la Bonette (2802 m) maar ook een mooie col was: Col d’Allos (2247 m), vanuit Castellane langs de rivier de Verdon omhoog. Maar mijn allermooiste moment was natuurlijk in Slovenië: de benoeming tot Monsieur le Président. Later President voor het leven geworden (zelf geregeld).

Presidentieel decreet

De President heeft de volgende regels vastgesteld: 1. Er mag hard gereden worden. Maar niet zo hard dat de achterste renner gedesillusioneerd omkeert en naar huis gaat. 2. Er wordt niet geknokt om de eenpersoonskamers (o.a. Pyreneeën). De President wijst toe. 3. Voortaan ‘eerlijk’ bepalen wie huiswaarts mag met de eerste auto (Normandië). De President doet zo nodig uitspraak. 4. De Mosselmaaltijd valt nooit te duur uit. 5. Namen worden niet uit adresboekjes geschrapt. Op de Grossglockner (Transalp, 2006); de presidentiële speech (Levico Terme, 1997).

26


Van linksboven met de klok mee: met moeder BriĂŤt in de ouderlijke tuin te Apeldoorn (1996); Medische Wielerkring tocht Voerstreek (1985); Mergellandroute (1985); Op de Passo Manghen (Levico Terme, 1997).

27


Nomen est omen (2006).

28


Jan Pieter Molenaar (1931) (lid 1983-1987)

V

erwoed schaatsliefhebber als ik was, maakte ik in 1978 in Lahti (Finland) kennis met Hein de Jong, die mij lid maakte van de Medische Wielerkring Nederland (MWN). Ik fietste al langer op een soort uitgeklede en aangepaste sportfiets, waarmee ik nooit goed kon meekomen. Ik kocht bij Walenkamp een echte fiets: Gazelle Champion Mondial, A-frame, die ik altijd trouw bleef en nog heb. Ik reed daarop in de zondagclub van Walenkamp mee, meestal door de duinen naar het kopje van Bloemendaal, gevolgd door koffie met gebak in Kraantje Lek. Ik trainde 3x per week een rondje van 60 km door de polder. Op 1 mei van datzelfde jaar reed ik mijn eerste Tilff-Bastenaken-Tilff (ook wel LBL genoemd) met Joost Horbach en zijn Marleen. Op 28 mei reed ik met mijn maatje Gert Wassink een

Voor de start van een wedstrijd van de Medische Wielerkring met onder anderen Jan, Adriaan, Bart en Joost (1986).

criterium van de MWN op Papendal en vaak ook reden we criteria op de wielerbaan in Hoorn. Ik natuurlijk altijd in de achterhoede met zo veel jonge knapen. We reden regelmatig in België, zoals de Waalse Pijl als de Ronde van Wallonië. Nog steeds bestond onze zondagclub niet, ik moest me dus behelpen.

Wankele wielers

En dan in 1983 gebeurde het tenslotte, in mei op zondagmorgen, voortaan fietsen met Paul Briët, Ben en Joke Crul en Simon Kooijman met af en toe diens broer Paul, de echte wielrenner als gangmaker. Het werd een hecht ploegje dat Paul en ik de ‘Wankele Wielers’ noemden, tot ongenoegen van enkele anderen. We verzamelden toen altijd op het Noordeindeplein en eindigden dan na een tochtje van 60-70 km bij mij thuis in Leiderdorp voor koffie. De zondagclub breidde zich snel uit en op 18 mei 1985, tijdens een tochtje langs Noorden bij Woerdense Verlaat en de Kromme Mijdrecht hoorde ik dat Ben en Simon in Astra een sponsor gevonden hadden, die ons kleding verstrekte, we reden met de merknaam Selokeen. Ik rijd er nog af en toe mee. We mochten er niet mee rijden bij de MWN vanwege botsingsgevaar met een concurrerende sponsor. Botsingen en valpartijen waren er toch wel. Ik herinner mij de val van Jan Weening die onder een viaduct langs de Zijl tegen een paaltje was gereden en wel twintig keer herhaalde: ‘Ik heb een retrograde amnesie.’ Ik fietste naar huis, haalde mijn Land Rover op en bracht de heer Weening naar het ziekenhuis waar hij nog meerdere nachtjes moest blijven (toch nog goed gekomen). Op 15 juni 1986, bij het inrijden voor een criterium in Zaandam, haakten Joke en ik elkaar en vielen, enkele schaafwondjes, verder gelukkig niets.

29


Op 16 augustus 1986 liep het minder goed af. Flip Tabeling viel tijdens de ronde van Leiden: hoofdwond, commotio, claviculafractuur, acetabulumfissuur.

Laatste rit

Van links naar rechts: trainen met Bart (1986); koffie op terras in Noorbeek (1985); Lek! (1985)

30

Hoogtepunten van het wielerclubgebeuren vond ik altijd de Mergellandroutes op Hemelvaartsdag, die als een voorbereiding voor LBL dienden en de klassiekers van de Maasvallei van de MWN. Mijn vierde en laatste LBL zal ik niet gauw vergeten. We hadden in Elsloo overnacht in een hotelletje met een Russische naam en kregen een ontbijt bestaande uit spa­ ghetti en een hele gebraden kip. ‘Dat was goed voer voor de wielrenners’, zei de waard. Ongeveer 10 kilometer voor de finish hoorde ik een klap achter mij en zag ik mijn fiets voor mij uitschieten, op hetzelfde moment lag ik op de motorkap van een suffige Belgische dame, die het rijverbod op die weg genegeerd had. Na een stukje liften liep ik met mijn

fiets op de schouder over de finish. De fiets leek total loss, maar na een revisie bij Haj Janssen kwam hij weer als nieuw terug. Mijn laatste rit met de zondagsploeg staat genoteerd op 28 juni 1987, ik werd helemaal los gereden. Waar dat gebeurde, weet ik niet meer, ik was te suf. Paul meent dat het gebeurde bij de opgang naar het spoorwegviaduct over de Oegstgeesterweg. Misschien was ik wat extra moe door mijn nevenactiviteiten in de 1/4 en 1/2 triathlon. Ik hoopte al langer dat het nog eens tot een opsplitsing zou komen met een veteranenploeg, maar dat is tot op heden nog niet gebeurd. En nimmermeer heb ik met de ploeg meegereden.


Pinksteren 1987 Luik - Bastenaken - Luik (220 km) met Simon, Adriaan, Hekon, Ben, Joke, Adriaan, Albert, Kees, Joost, Theo, Flip, Bart, Frits en Metty Lahr.

31


32


Antonie (Toon) Taminiau (1946) (lid 1983-heden)

F

Links: Pyreneeën (2003).

ietsend vanaf mijn achttiende (1964) op een Peugeot sportfiets waar de spatborden vanaf zijn gehaald, heb ik mijn eerste kilometers in groepsverband gemaakt met mijn fietsclub in Tilburg. Deze club noemde zich de ‘Heren Wieler Club’ en reed iedere eerste zaterdag van de maand ergens in Nederland op de locatie van een van zijn leden die daar als gastheer optrad. De tochten in Frankrijk waren een jaarlijks uitje waarbij de meer vermogenden de studenten enigszins ontlastten. In 1982 ben ik naar Leiden verhuisd en fietste ik nog incidenteel mee met die club. Mijn trainingskilometers maakte ik op een gele Zieleman met Ben en Simon door de week en soms op zaterdagen. Zondags werd er gehockeyd, dus aan het groepsgebeuren heb ik alleen heel incidenteel meegedaan, als een soort gastrijder. Op een van de trainingsrondjes (11 augustus 1984) in de buurt van Lisse ben ik fors onderuitgegaan en kon de paardenharen helm een ernstige contusie met schedelfractuur niet voorkomen. Dank aan Ben en Simon voor de eerstehulpverrichtingen. Ik weet niet (amnesie) hoe het anders zou zijn afgelopen. Na opname, intensive care en langdurig herstel weer gaan fietsen met nog wat angst voor grote groepen. Ik denk dat ik in 1986 weer eens heb meegereden op een Concorde, waarschijnlijk als gastrenner, want nog steeds waren de zondagen voor hockey gereserveerd. Na de hockeyperiode mocht ik wat frequenter van de partij zijn, nu wel op de zondagen. De Concorde werd een Colnago en ik participeerde enige keren in de buitenlandse reis. De eerste keer in Zuid-Frankrijk waar door de krapte in het gehuurde huis Henk Kraaijenhagen en ik moesten uitwijken naar een andere locatie! De tweede keer in een soort château met zwembad, waar ik met jullie de eerste beginselen van het

golfen heb doorgenomen. De hele week nog balletjes kunnen opduiken. De fietsvakantie in Zuid-Spanje blijft in mijn herinnering een prachtige fietstocht met fantastische vergezichten, met als hoogte- en dieptepunt de Pico Valeta in de sneeuw en de buiteling die mij een scaphoidfractuur opleverde. Net thuisgekomen van deze trip heb ik nog een serieuze ingreep (door een links-rechtsfoutje van mijn vervanger) gedaan met een hand in het gips, dat vergeet je niet snel. Mijn laatste buitenlandtocht in de Pyreneeën was eveneens gedenkwaardig, temeer daar ik ongeveer dezelfde tocht 30 jaar daarvoor al een keer had gemaakt met mijn oude fietsclub. Onkruid vergaat niet! Omdat ik steeds na vijf dagen weer vertrok, heb ik in tegenstelling tot de anderen aan deze tocht een prima gevoel overgehouden. Ik vraag mij af of ik het gastrijderschap ooit heb beëindigd. Desalniettemin heb ik altijd en nog steeds met veel plezier met jullie allen meegefietst, nu op een Look, en ik geniet nog steeds van het gezelschap. Het motto ‘hoe ouder, hoe mooier de fiets’ blijkt ook voor mij van toepassing. Nog vele jaren hoop ik.

33


Van linksboven met de klok mee: totaal verkleumd in cafetaria in Solynieve (2250 m) onder de top van de Pico Veleta (1996); Sierra Nevada (1996); PyreneeĂŤn (2003); PyreneeĂŤn (2003); Noord-Beveland (1999).

34


Pinksteren 1988 nabij Vinsobres (dr么me) met Joke, Ben, Simon, Theo, Hekon en Ab (later kwam Paul Kooijman nog twee dagen).

35


Medische Wielerkring tocht Voerstreek met Haj Janssen (1985).

36


Albert (Ab) Roskam (1947) (lid 1983-heden)

J

an Cottaar, Theo Koomen, Fred Racké, Jean Nelissen, Mart Smeets (die arrogante kwal), Herbert Dijkstra, Danny Nelissen en natuurlijk de onovertroffen Belgische commentatoren, mijn leven is, nu al, niet voor niets geweest. En er was nog meer. In de zomer van 1980 organiseerde ik de tentoonstelling ‘De Tour de France in Rotterdam’ en maakte een video over het leven van een profwielrenner (Martin Havik) en, samen met Tim Krabbé ‘Wenken voor wielerpubliek’ een cursus wielrennen-op-de-tv-kijken in 20 minuten. Een paar jaar daarvoor had ik mijn eerste racefiets gekocht, een rode (!) Bianchi met Campa, weinig op gereden. Het actieve geracefiets begon na de aanschaf (per telefoon) van een champagnekleurige Gazelle AB, bij Haj Jansen, voorjaar 1982. Dat jaar maakte ik een aantal tochten met de gebroeders Breebaart plus aanhang, sprinten bij elk plaatsnaambord. Ergens in 1983 vroeg Paul Briët of ik mee wilde komen fietsen met een doktersploegje. Dat leek me een gezonde gedachte. Vanaf 1983 verzamelden we elke zondag op het Noordeindeplein, reden naar het huis van Jan Pieter in Leiderdorp waar Bart, Joost, Flip, Kees en anderen zich vervoegden. We reden een kilometertje of 60 met vaak wisselende snelheid (vooral Joost kon soms ineens wegsprinten). Na afloop koffie bij Jan Pieter en Fokje en de even mooie als marathonlopende Sjoukje, met een mars of stroopwafel, soms in de tuin waarin zich een konijnenburcht bevond. Vanaf 1986 werd het Noordeindeplein de officiële startplaats. Was dat omdat Jan Pieter in ons teleurgesteld raakte, toen de ploeg tijdens de eerste Luik-Bastenaken-Luik die we reden (mei 1986) niet op hem wachtte, toen hij, naar later bleek, in de afdaling naar Luik gevallen was? In elk geval herinner ik me de laatste keer dat Jan Pieter meereed, op een zondagmorgen. Op weg naar de duinen sloeg de ploeg

linksaf naar het Rijksdorp en Jan Pieter rechtsaf naar Valkenburg. Ik zie nog zijn witte champignonhelm in de verte verdwijnen. In het voorjaar van 1984 reed ik voor het eerst in de bergen. Met een groep Rotterdammers rondom Hekon en Pim verbleven we een weekje in een huisje halverwege de Chamrousse, boven Grenoble. Haj Jansen was er ook bij. Dat was de tijd waarin nog geen helm werd gedragen, maar wel met 70 km van de berg werd gescheurd. Juni 1984 reed ik met Hekon en twee van zijn Rotterdamse fietsvrienden mijn eerste Luik-Bastenaken-Luik, 215 km in netto 8 uur en een kwartier. Daarna volgden vele tochten met (delen van) de ploeg: Voerstreek augustus 1985 met de Medische Wielerkring, Zuid-Limburg vele keren, twee keer Luik-Bastenaken-Luik (in 1986 in een kleine 9 uur netto en in 1987). In 1988 maakten we voor het eerst een meerdaagse uitstap naar het buitenland, met Joke, Ben, Simon, Theo en Hekon naar St. Maurice-Vinsobres. Voor het eerst de Mont Ventoux beklommen (2.04), in 1993 nog eens, toen in 1.46. Vanaf 1992 houd ik alle fietsritten bij met verste plaats, aantal kilometers en deelnemers.

Mooie tochten

Vele mooie tochten hebben we gemaakt, vanaf 1986 jaarlijks meerdaagse in een bij voorkeur bergachtig buitenland. In het voorjaar maken we traditiegetrouw de ‘Waterlandtocht’, vaak in het najaar nog een lange dagtocht. De laatste jaren rijden we vanuit Driebergen de rit over de Utrechtse heuvelrug. In de buitenlandse weekjes worden er meestal vanuit een gehuurd huis dagtochten gemaakt, een paar keer een trektocht van hotel naar hotel (Cévennen, Spanje, Corsica, Normandië, Pyreneeën, Alpen). Een paar keer heeft een kleiner groepje een hoogtestage gedaan in Alpen of Pyreneeën.

37


Fobia Descendens Tijdens de afdaling van de Pico Valeta (1996) overkwam mij iets waardoor mijn fietscarrière een dramatische keer heeft genomen: ‘speed wobble’. Na een volstrekt onverantwoorde beklimming waarvan de laatste 500 hoogtemeters over besneeuwd wegdek en in een ijskoude wind, daalden Ben, Paul Theunisse, Toon, Adriaan en ik volkomen verkleumd af. Na een paar honderd meter begon bij elk van ons het stuur te trillen. Gelukkig was de weg breed en leeg en kon iedereen tijdig stoppen. Armen warm wrijven en verder rijden. Nog één of twee keer gestopt tot we in de warme luchtlagen terecht kwamen. Het volgend jaar in de afdaling van de Passo Manghen in de Dolomieten, weer ijskoud geworden, begon mijn stuur opnieuw angstaanjagend te trillen. Ik dacht dat mijn laatste uur geslagen had, kon niet sturen en vrijwel niet remmen. Uiteindelijk lukte het om te stoppen, vlak voor de bocht. Enorm geschrokken en sindsdien mijn zelfvertrouwen in de afdaling kwijt. Steeds bang dat het weer zal gebeuren en daardoor juist verkrampend. Daarna nog tot en met de week in Lorgues (1999) mee de bergen in geweest. Boven de 500 meter keerde de daalangst terug en moest ik met een trillend voorwiel stoppen. Hoogtevrees, waar ik op de fiets nooit last van had gehad, heeft me voortaan bij de keel. Ik heb toen besloten geen lange afdalingen meer te doen. Lange beklimmingen zijn er zeer tot mijn spijt sinds die tijd ook niet meer bij, al had dat wel gekund als er een auto meereed en ik het eerste stuk afdaling in de bezemwagen had kunnen zitten.

Van linksboven met de klok mee: Casse Déserte (Col d’Izoard, 1997); Chamrousse (1984); Solynieve (Pico Veleta, 1996).

38


Van linksboven met de klok mee: Chamrousse (1984); Amstel Gold Race (2000); na een winterrit op een zondagochtend in 2003; eerste Luik-BastenakenLuik met Hekon en twee vrienden (1984); Proissans (1995).

39


Op 1 januari 1997 werd het Mr. A.J. Roskamfonds opgericht ter leniging van niet verhaalbare schade ten gevolge van fietsongevallen. Het fonds werd op 1april 1997 weer opgeheven. Er zijn geen uitkeringen gedaan.

De meeste indruk op mij heeft onze tiendaagse trip van Maastricht naar Nice (Antibes) gemaakt. Minimale bagage achterop de racefiets, overnachtend in aardige hotels, prachtig landschap, een stuk of tien cols waaronder de Roselend, de Iseran, de Izoard, de Vars en de Bonette. Zwaarste beklimmingen vond ik de Mont Ventoux, de Alpe d’Huez, de Passo Manghen en de Col de Spandelles (achterzijde Col d’Aubisque).

Hanen

Wielrennen gaat om winnen, ook voor plezierrijders als wij. Vanaf het begin van de club is er een sterke competitiesfeer, aanvankelijk soms ook in echte wedstrijden, als die van de Medische Wielerkring, Noordwijk of Rijnsburg, altijd in alle ritjes die we tot nu toe gemaakt hebben. In lange tochten, zoals Maastricht - Nice, werd er soms in ‘de bus’ gereden, maar dan toch vaak weer in de klim ieder voor zich. Het klassement stond al heel snel vast: Theo het eerst boven, Henk, Simon en Anton kort daarachter; Hennie, Wim en Joke de traagste klimmers; Hennie de snelste afdaler; de anderen daar tussenin (de precieze plek kon nog wel eens veranderen) en in de polder ook weer Theo, Anton en als het erop aankomt Simon. En toch elke zondagochtend een nieuwe wedstrijd. Degenen die niet goed rijden, protesteren (maar steken de volgende keer juist zelf het vuurtje aan), tijdens de Mosselmaaltijd wordt er afgesproken dat we volgend jaar .... Maar het volgend jaar blijkt het toch weer onweerstaanbaar verleidelijk om te laten zien dat je harder kunt dan een ander en dat gaat nu al 25 jaar zo. Toch zal er in de komende 25 jaar wel een moment komen dat de strijd definitief gestreden is, gezien de leeftijdsverschillen zal dat geleidelijk gaan. Moeten we naar dat moment uitzien?

Mijn fietsen

Bianchi met Campagnolo (ca. 1978), Gazelle AB met Campagnolo (1982 tot en met 1987), BioRacer (wit met zwarte voorvork, later grijs gespoten) met Shimano (1988 tot en met 1992), BioRacer Vision (wit met rode voorvork en blauwe zitbuis) met Shimano (1993 tot en met 1997), Eddy Merckx (aluminium, rood) met Shimano (1998 tot 2006) en in 2007 Canyon (carbon, zwart) met Shimano. Vanaf 2004 ook een Schouten ATB (aluminium, rood) met Shimano.

40


11 juni 1989 grand trophée européen cyclosportif (spa, 150 km) met Joke, Ben, Theo, Hekon, Adriaan, Koert en Frits Lahr.

41


42


Bart van Boheemen (1950) (lid 1983-1988)

I

Links: ‘De Hel van het Noorden’. Dit schilderij maakte Bart uit bewondering voor de renners in de voorjaarsklassiekers.

n 1975 kocht ik mijn eerste echte racefiets. Ik woonde in die tijd in Hoogmade en fietste zeer regelmatig met een aantal mannen uit de buurt onze vaste rondjes: ‘rondje Westeinderplas’, rondje ‘Alphen-Aarlanderveen’, rondje ‘Leiden-Noordwijk’, etc. Ook fietsten we een aantal keren mee met een tourclubje uit Alphen aan de Rijn. In 1978 verhuisde ik weer naar Leiden en fietste toen o.a. met een aantal huis- en studiegenoten mee met de toerclub van Swift. Dat heeft niet zo lang geduurd, voor zover ik me kan herinneren maar één seizoen. Om de een of andere combinatie van omstandigheden, studie en co-schappen, andere vriendinnen etc. heb ik de fiets toen een poosje laten staan. Wel pakte ik de fiets nog wel eens in de weekeinden en tijdens de vakanties, als het mooi weer was, maar dan voor een ontspannen tochtje, niet in de fietsbroek. In 1983 raakte ik bevriend met een collega arts-assistent, Joost Horbach. Hij bleek een echte fietsfanaat en hij maakte mij weer enthousiast om te gaan fietsen. We woonden vlak bij elkaar. Ik kocht een nieuwe racefiets en samen fietsten we wekelijks onze rondjes. Met hem ben ik op een zeker moment mee gaan fietsen met de fietsclub. Tot aan mijn vertrek uit Leiden naar Monnickendam in 1989 heb ik heel wat zondagochtenden meegefietst en meegedaan aan allerlei andere ritten. Ik bewaar daar heel goede herinneringen aan. Ik heb het altijd een hele gezellige en aardige club gevonden. Het was een mooie tijd. Vanaf 1987 toen ik in Den Haag en later in Nijmegen en Amsterdam ging werken, en ik in de week veel van huis en ook regelmatig in het buitenland was, werd de zondagochtend een moeilijk en niet meer geschikt moment in ons jonge gezin om te gaan sporten en heb ik steeds vaker tot mijn grote spijt het fietsen met de ‘club’ moeten laten schieten. In de eerste jaren in Monnickendam heb ik met een aantal

Amsterdamse collega’s en vrienden de fietsdraad weer opgepakt en als clubje zeer frequent veel rondjes gereden in het vlakke, winderige Noord-Hollandse landschap en regelmatig deelgenomen aan verschillende (soms zelf ) georganiseerde grotere tochten. In 1996 kreeg ik tijdens een vakantie in Zuid-Frankrijk een ernstige knieblessure (infectie). Na meerdere operaties en ondanks een intensieve revalidatie was het herstel niet volledig en was fietsen alleen nog mogelijk als ik dat beperkte tot maximaal één tot anderhalf uur per keer. Dat betekende geen lange tochten meer, maar af en toe een rondje Waterland van ca. 40 km. Dit heb ik met plezier nog jaren volgehouden. Zomers ging ik, als ik geen dienst had, om 6.30 uur in volledig tenue op de fiets naar het ziekenhuis via de Markermeerdijk. Een lekker ritje van 28 km. Douchen op de OK en dan kon de dag wat mij betreft beginnen.

Palmares

Met de Leidse fietsclub heb ik in de jaren dat ik meefietste, deelgenomen aan heel wat tochten en weekendtripjes. Ik denk dan natuurlijk aan Luik-Bastenaken-Luik, de ronde van Noordwijk, maar ook aan onze eigen Limburgweekenden vanuit Elsloo en het Zuid-Limburgweekend en de wedstrijden en tochten van de MWN. We waren zover ik me kan herinneren toen de eerste ‘ploeg’ die met een eigen sponsor in MWN-verband meedeed, wat niet de bedoeling was, omdat de evenementen al een eigen sponsor hadden, die een soort alleenvertoonrecht claimde. Met Joost Horbach heb ik in mijn Leidse jaren nog twee korte fietsvakanties gehouden. Eenmaal een weekje Ardennen en een keer een tocht vanaf huis door Oost-Nederland. Vanaf 1989 ging ik met het gezin met een caravan zomers kamperen in Zuid-Frankrijk, en dan ging de fiets altijd mee. We gingen ieder jaar naar een ander plekje en zo heb ik in de

43


Van linksboven met de klok mee: wedstrijd van de Medische Wielerkring (1987); Ronde van Noordwijk, op het podium samen met Ben en Joost (1986); tijdrit De Wijk samen met Joost (1986); wedstrijd van de Medische Wielerkring (1986); Luik-Bastenaken-Luik (1987).

44


diverse streken van Frankrijk heel wat kilometers liggen, ook bekende stukken uit de diverse koersen. Natuurlijk ook in de Pyreneeën en de Provence en met name op de helling van de Mont Ventoux.

Mont Ventoux

Ondanks dat ik beslist geen klimmer ben (95 kg), ben ik er drie keer tegenop gefietst. Twee keer met een gelegenheidsformatie vanaf de camping waar we verbleven, in 1989 en in 1991. Allemaal fietsenthousiastelingen, die elkaar toevallig op de camping tegenkwamen en spontaan besloten samen op stap te gaan. Deze beide keren ging het groepje uitgebreid pauzeren in Chalet Reynard, heel gezellig, maar zodoende heb ik toen geen tijd neergezet. Wel heel goede herinneringen aan deze twee barre tochten. De vliegen om je hoofd, de wind, de hitte, de ontelbare bochten, de dorst, het bizarre landschap en al die familieleden van al die fietsers langs de weg die je aanmoedigden als waren we echte Tour de Francedeelnemers. De derde keer, in 1994, was het mijn bedoeling mijn tijd te gaan klokken. Ik had me zeer goed voorbereid. In de weken voorafgaand in de buurt veel gefietst en op de voorlaatste dag van onze vakantie zou ik volgens plan een poging wagen een acceptabele tijd te realiseren. Helaas was het die dag zeer slecht weer en moest ik net voorbij Chalet Reynard mijn poging staken vanwege het onweer en de enorme wind, die mij met mijn gewicht zelfs dreigde van de fiets te blazen. Daarna is het er nooit meer van gekomen.

Valpartijen

Altijd een beetje bang voor geweest, zeker in de heuvels en in de bergen waar bij de afdalingen soms snelheden van 70 km/uur of nog meer werden gehaald. Je moet er maar niet bij stilstaan hoe kwetsbaar je dan bent. Zelf ben ik gelukkig maar een paar keer met de fiets onderuitgegaan of betrokken geweest bij een valpartij. Gelukkig alle keren zonder ernstige gevolgen. Een keer een krom wiel,

dat was alles. Geluk gehad of een kwestie van goed uitkijken en opletten. Fietsen met een groep was niet alleen heel gezellig en handig bij pech, maar het betekende ook tijdens het fietsen goed op elkaar letten. Gedisciplineerd fietsen, strak rijden, niet zomaar ineens de benen stil houden, van tempo veranderen of uit je lijn gaan. Ik heb met een aantal verschillende groepen gefietst, en heb altijd gevonden dat we met ‘onze club’ toch heel netjes en veilig hebben gereden; dat was met andere groepjes wel eens anders.

Mijn fietsen

Mijn eerste fiets was een Raleigh, gekocht bij Jan de Bruin in Alphen aan de Rijn. Een standaardracefiets uit de folder. In Leiden kocht ik later bij Walenkamp een Gazelle . Ook dit was een standaardfiets uit de folder, maar uit een hoger prijssegment dan mijn eerste fiets. Joost Horbach vond op een zeker moment dat het tijd werd dat ik een eigen fiets naar geheel eigen wens zou laten opbouwen, en daar was ik het uiteraard mee eens, onder het mom: aan de spullen moet het niet liggen. Het werd de fiets van Ekimov. Een bekende oud-wielrenner en nu fietsenbouwer in Waddinxveen, kennis van Joost, zijn naam ben ik vergeten, wist bij Batavus enkele frames te staan die door de Russische olympische ploeg waren besteld, maar niet waren afgenomen en toen ter verkoop werden aangeboden. Daar was er een bij in mijn maat. Ik denk dus zelf dat deze fiets bedoeld was voor Ekimov, vandaar. Die werd voor mij afgebouwd met een voor die tijd ‘mooi’ setje fietsonderdelen. Voor de totaalprijs van f 2600,Deze fiets heb ik nog steeds, maar inmiddels is deze fiets diverse keren ge-upgrade door de fietsenspecialist ‘Tweewieler Wim’ in Broek in Waterland, zodat nu alleen het frame, de voorvork en de zadelpen nog origineel zijn.

45


Ernstig ziek

Het fietsen heeft mij ook altijd veel voldoening en afleiding gegeven. Hoe vaak heb ik niet de fiets gepakt om me daarmee even los te maken van de werkelijkheid van dat moment. Ik heb een periode gehad waarin het allemaal niet zo lekker liep. Het werk, mijn huwelijk, etc. Ik heb toen wat afgefietst. Mijn conditie was in die tijd geweldig. Vaak denk ik ook terug aan al die leuke plekjes in binnen- en buitenland waar ik ben langs gefietst; de leuke restaurantjes in Frankrijk die ik op de fiets ontdekte in de buurt van de camping en waar we dan later lekker gingen eten. In het voorjaar van 2004 ben ik ernstig ziek geworden. Ik moest stoppen met werken en ook het fietsen moest ik toen helaas opgeven.

Bij monument Tommy Simpson (Mont Ventoux 1991), onder: Bart (foto bij interview Medisch Contact, 15 juni 2007).

46


Joost Horbach (1951-1995) (lid 1983-1992)

B

art schreef het volgende over hem: ‘Met Joost heb ik heel wat ritjes gemaakt en we hebben wat afgepraat, over van alles en nog wat. De beurs, wijn, fietsen, wielrennen, vakanties, Afrika, de Mont Ventoux, LBL, ons vak, het ziekenhuis, etc. Dat afschuwelijke ongeluk van Joost met de fiets in mei 1995, ik was er niet bij, maar heb het in gedachte vaak voor me zien gebeuren. Joost met gekromde rug op zijn fiets en dan even lekker doorhalen. Zo heb ik hem vaak meegemaakt en regelmatig moeten lossen. Zo moet het gebeurd zijn. Na dat dodelijke ongeluk van Joost ben ik nooit meer op de fiets gestapt zonder aan hem te denken.’

47


TrofeeĂŤn Van linksboven met de klok mee: cyclosportief Bahamontes (1994), Nederlands Kampioene Medici (1985); herinneringsmedaille Joop Zoetemelk Classic (2007); diploma Aubel (1999); jubileumglas 15de AGR (1990); herinneringsinsigne AGR (1990), diploma Ronde van Midden Nederland (1997).

48


Voorjaar 1989 Thann (Vogezen) met Hennie, Pim, Koert, Ben, Joke, Simon, Wim, Hekon, Paul B, Theo en Albert.

49


50


Gert Wassink (1943) (lid 1983-1986)

A

nekdotes opdiepen is moeilijk. Een paar gebeurtenissen zijn mij bijgebleven. Aan de start van de Amstel Gold Race in Heerlen bijvoorbeeld. Wij hadden elkaar nog niet gezien deze dag. Over de hoofden van het peloton riep Paul Briët mij toe: ‘Gert jij ook hier? En je kon toch zo goed leren op school?’ Hilariteit in het peloton alom. Ik herinner me nog het luid mopperen van Joke van achteren als Ben weer eens op kop erg doortrok, maar dat is misschien minder memorabel.

Links: koffiedrinken op een terras in Noorbeek, helemaal rechts spontane gastrenner van de dag Harry (met door zweetdruppels geroeste bovenbuis) (1985).

Het achteraf gevaarlijke incident met mijn Look-pedalen had ik verdrongen (posttraumatisch stresssyndroom?). Het komt mij nu weer helder voor de geest. Ik had net nieuwe fietsschoenen en bijpassende pedalen van Look aangeschaft bij Sjefke Janssen in Elsloo. Dat systeem was toen net op de markt gekomen. Het (ont)grendelingsmechanisme van de eerste serie Look-pedalen was niet afschermd voor opspattend vuil. Wij fietsten die dag in Limburg waar de dag tevoren stortbuien waren geweest met als gevolg dat een deel van ons traject bedekt was met gele bruine aarde die in het draaimechanisme van de pedalen terechtkwam. Bovenop een heuvel was een koffiedrinkplaats gepland, maar uit mijn pedalen komen: ho maar. Ik viel dus midden tussen achterop- en tegemoetkomende auto’s. Uiteindelijk heb ik mij van de fiets kunnen bevrijden door de schoenen uit te trekken terwijl ik mij op de fiets vasthield aan een lantaarnpaal. De schoenen heb ik thuis van de pedalen gekregen door met een schroevendraaier de aarde uit het draaimechanisme te peuteren. Nog dank aan degenen die mij van de straat hebben opgeraapt.

Lek! (Mergellandroute, 1985).

51


52


Jan Weening (1950) (lid 1983-1988)

In 1983 ben ik toegetreden tot de club Noordeindeplein en als ik het me goed herinner liep het eerste contact via mijn vriend Andy da Costa die enkele leden van de club kende. Ik woonde toen sinds ongeveer een jaar in Oegstgeest en werkte als patholoog op het AZL. Ik was in 1982 van Groningen naar Leiden gekomen en had in Groningen een aantal jaren geracefietst. Ik vond het een voorrecht deel uit te maken van de Noordeindepleinclub, die professionele klasse uitstraalde. Het vroege starttijdstip op zondagochtend was goed gekozen omdat na terugkeer van onze ritten nog een redelijk deel van de dag over was voor andere zaken. Mijn latere fietsclubs in het Gooi waren helaas minder matineus en niet over te halen om vóór 10 uur van start te gaan... Ik vertrok in 1988 uit Leiden naar Groningen, te ver weg om actief deel te blijven nemen aan de tochten door de duinen en de polders in het westen. Op het afscheidsfeest was de hele club aanwezig en kreeg ik als speciaal cadeau een replica van het fietspaaltje waarop mijn wielercarriere bijna voorgoed was gestrand (zie Memorabele momenten).

Memorabele momenten

Links: Eupen (1987)

Als club deden we regelmatig mee aan wedstrijden. Ik herinner mij een ploegenachtervolging in Limburg waar wij met 5 of 6 man aan de start kwamen, Paul Kooijman op kop vertrok en 40 km lang die positie vasthield door zo hard te rijden dat wij allen met een glanzende gouden medaille huiswaarts togen! Ook herinner ik mij een tweede plaats tijdens een Medische Wielerkring-evenement op de Veluwe. De prijzen vielen in het niet bij de trofee die je uit mocht zoeken bij het volbrengen van de monsterrit Milaan-San Remo. In september wordt ieder jaar deze klassieker georganiseerd voor amateurs en in 1986 had ik besloten het er - zonder de NE-plein wielerclub - op te wagen. ’s Ochtends bij het eerste licht verliet het peloton met zo’n 300 renners Milaan en reed

zuidwaarts naar Genua. Prachtige beklimmingen tussen de Po-vlakte en de kust en daarna westwaarts over de Capo’s richting San Remo. De Cipressa en de Poggio waren uit het parcours weggelaten om te voorkomen dat er ongelukken zouden gebeuren bij zo veel vermoeide en relatief onervaren, maar niettemin bloedambitieuze liefhebbers. De aankomst in San Remo was wonderschoon en bij de finish bevond zich een aantal tafels hoog opgetast met de fraaiste trofeeën die wij ooit hadden gezien: alle deelnemers mochten er een uitzoeken.... wat een weelde! De tocht was 300 km lang, maar toch niet zo vermoeiend als Luik, waar ik tweemaal aan mee heb gedaan, beide keren goed volbracht, maar wel totaal uitgewoond aan de meet. Andere hoogtepunten waren in 1983 de ronde van de Mont Aigoual, een fantastische rit door Tim Krabbé zo mooi beschreven in De Renner langs en over de Causses over een alsmaar stijgende en dalende weg, gekruld als een acht rond vertrek- en aankomstplaats Meyrueis; in dezelfde zomer de beklimming van de Mont Ventoux. Ik had daar warm, maar bewolkt weer, niet te zwaar, en bereikte de top na 1.52 (52/42 x 13/28). Dieptepunten waren er ook: tweemaal een vervelend ongeluk. Het eerste eind oktober 1986: een paaltje dat sluipverkeer van auto’s moest voorkomen en dat ik niet had opgemerkt omdat ik teveel kletste en bezig was met een van de eerste hartslagmeters die we toen aan het uitproberen waren. Hersenschudding, gebroken neus en tanden, ontveld gezicht met een paar lelijke snijwonden en drie maanden niet werken; maar gelukkig zonder restverschijnselen. Dat ongeluk was met helm, 19 jaar later (oktober 2005) deed ik het precies zo nog een keer, nu zonder helm. Ik was even alleen gaan fietsen en was met mijn gedachten elders toen ik er op onhandige wijze achter kwam dat Staatsbosbeheer een doorgaande weg tussen ’s Graveland en Hilversum, al jaren onderdeel van onze vaste route door de Vecht- en

53


Gooistreek, volledig had afgesloten met een grote slagboom, zonder waarschuwingsborden of andere signalen. Met 34 km per uur knalde ik er boven op, nog net genoeg tijd tussen het opkijken en de eerste impact om te denken (misschien riep ik het zelfs wel): ‘Oh nee, niet weer!’ Gevolg: precies dezelfde verwondingen als in ’86, alleen gelukkig geen hersenschudding en na 2 weken weer aan het werk. Dit alles valt natuurlijk in het niet bij wat onze Joost is overkomen. Het doet je realiseren dat we kwetsbaar zijn en verdomd goed op moeten letten, want een ongeluk zit in een klein hoekje.

Maar twee fietsen

Ik heb tot nu toe nog maar twee fietsen bereden: eerst een mooie goudkleurige Benotto - een heerlijke fiets die tot mijn verdriet volledig ontwricht raakte op het Leidse paaltje - en daarna een gitzwarte Vitus, fraai opgebouwd met een ijzersterk Cinelli stuur en dito stuurpen, die de knal van oktober vorig jaar wonderwel ongeschonden doorstond maar toch binnenkort aan de kant gaat voor een nieuwe fiets. Die heb ik nog niet uitgekozen, maar hij moet toch komen omdat ik de Vitus niet echt meer vertrouw én ik 26 augustus a.s. van de partij moet zijn - ik heb er zin in!

Van linksboven met de klok mee: het paaltje van Jan Weening (zonder paaltje). Tweemaal MilaanSan Remo (1987).;

54


Verzamelpunten

Leeuwerikstraat 13 (Leiderdorp)

Noordeindeplein 8a (Leiden)

55


14 april 1990 Zeelandtocht (Ouddorp, Westkapelle, 足Zeelandbrug, ca 140 km) met Theo, Wim, Marten, Hennie, Ab, Hekon, Joke, Willem, Ben en Kees van Manen (Pfizer).

56


19-26 mei 1990 Gourdon (alpes-maritimes, 511 km) met Hennie, Ben, Joke, Simon, Theo, Hekon, Pim, Koert, Marten, Jan Willem, Wim en Albert.

57


58


Pim Breebaart (1947) (lid 1984-1990)

I

k leerde Barbara en Hekon kennen tijdens mijn studie in Leiden en vanaf 1970 trokken Saskia en ik veel met ze op. Barbara en Hekon en Saskia en ik staken elkaar de loef af in het uitproberen van huwen, scheiden, andere relaties en weer samenwonen en daartussen door gingen Hekon en ik fietsen. Dat was een goede afleiding van al die andere verstandige dingen die wij in ons leven deden. Ik herinner me nog een fietstocht met Hekon in onze vrijgezellentijd, dus na de eerste huwelijkscrisissen eind zeventiger jaren, van Dover naar Dartmoor. Hekon leende de Puch van mijn jongere broer, framemaat 66, 12 versnellingen en ongeveer 19 kilo licht. En ik had net mijn Gazelle Mondial met een allegaartje van onderdelen. We hadden alleen een rugzakje op en zeven dagen striemende regen tegen want die kwam altijd met windkracht 7 uit het westen en wij fietsten westwaarts. Uit vrije wil. We aten als kannibalen. We gingen met de trein via Londen terug naar Dover. Ik zou hem altijd nog wel eens met wind mee willen fietsen, vanaf Landsend naar Dover met een flink windje in de rug, heerlijk lijkt me dat.

Kindermishandeling

Links: Pim en Koert in de Ardèche, 1984.

Hekon en ik zijn in de tachtiger jaren ook met onze kinderen fietstochten gaan maken. Ik herinner me een zevendaagse tocht door Nederland, met Mirko, Stefan, Koert en Andrea. Wij zeiden tegen elkaar dat dit tot de heel goede opvoeding van onze kinderen behoorde, anderen spraken over kindermishandeling. Andrea was de jongste en als we bij een jeugdherberg aankwamen, dan viel zij subiet in slaap van oververmoeidheid. Ernstiger werd het een jaar later, want Hekon en ik hadden voor de kinderen het plan gemaakt om naar de Vogezen te gaan fietsen met de Col du Donon (718 m) als climax. Zo gezegd, zo gedaan. We konden niet meer terug, dus daar gingen we, de kinderen op te zware

fietsen, in de Ardennen en in Luxemburg bleek al snel hoe zwaar dit was met twee vaders die hun vrijgezellenbestaan wilden compenseren. Maar we, ik bedoel ze, hebben het gehaald. Ik weet nog heel goed het moment dat wij met zijn allen boven op de Donon enorme stukken Tarte aux Myrtilles hebben gegeten. Paul en Carolien en Ab en Eva leerde ik kennen via de scholen van onze kinderen. Paul schaatste en ik gaf begin jaren tachtig schaatstraining aan volwassenen. Ik weet bijna zeker dat Paul mij op enig moment vroeg mee te gaan fietsen met een clubje vrienden, de fietsclub. Andersom begon ik in 1984 met de IJssportvereniging Leiden en vroeg Paul bestuurslid te worden. Paul en ik hebben ons enige jaren met veel plezier aan de schaatsvereniging gewijd. Daarnaast werd er gefietst. Ik deed mee aan de zondagochtendtochten en ben een aantal keren meegegaan naar het Mergelland, de Vogezen, het achterland van Nice, de Ardennen, etc. Met Koert en Andrea fietste ik veel bergen van Frankrijk en Italië op. Het zwaarste heb ik altijd de Mont Ventoux gevonden, hij is afschrikwekkend en tegelijk bijzonder mooi. Als ik het vergelijk met mijn elfstedentocht of de marathon van Amsterdam, dan vond ik die toch makkelijker dan de knoeperd in de Provence. Bij de Ventoux was het direct vreselijk raak in het bos. Ik dacht vaak aan stoppen, waarom vind ik dit leuk in mijn vakantie? Ik heb hem tweemaal gereden, eenmaal in 2.02 en de tweede keer in 1990 met Koert in 2.04. Ja, met Koert, ik bedoel we gingen gelijk van start in Bédoin. Het huwelijk met Saskia was weer gered, dus zij begeleidde ons met watervoorzieningen naar boven en nam foto’s van mijn lijden.

Dikke banden

Ik reed eerst op een Gazelle Mondial, gekocht bij Gijs van Dam! De onderdelen waren een allegaartje van Franse

59


merken. Later heb ik bij Haj Jansen in Elsloo een nieuwe Gazelle met Campagnolo Record gekocht. Ik was de koning te rijk. In 1998 kocht ik bij Van Herwerden een mooie zwarte Cannondale, een aluminium frame. Daar kon ik niet goed aan wennen, zodat ik enige jaren later door Van Herwerden een prachtige stalen fiets heb laten bouwen, op maat, eigen merk, in ItaliĂŤ bloedmooi gelast, ik geniet alleen al van de laskwaliteit, met prachtige onderdelen, een hybridefiets, een Rohloff-naaf, en wat dikkere banden. Hij rijdt heerlijk. Het ongehuwd samenwonen met Saskia heeft ook wat dikkere banden gekregen, ook dat rijdt prettiger. En echt veel fietsen doe ik al langere tijd niet meer!!!

Van linksboven met de klok mee: met Hekon en Ab huisje op de Chamrousse (1984); met Koert onderweg naar de top van de Mont Ventoux (1987); de top bereikt (1987); aan de start van LuikBastenaken-Luik (1986); op de markt van Bastenaken (1986).

60


De Driesprong

61


17-26 mei 1991 Montplaisir (languedoc, 515 km) met Ben, Joke, Hekon, Simon, Theo, JW en Barbara, Hennie, Wim en Kirstin, Willem, Rik, Adriaan, Paul B, Paul Th, Geertjan en Ab.

62


63


Rob met Henk van der Huls (rechts) (1989).

64


Rob van der Hoeve (1948) (lid 1984-1986)

I

n mijn studententijd werd ik meegezogen door mijn huisgenoten op de Hooigracht in het racefietspeloton. Na mijn actieve race-roeiperiode een fluitje van een cent. Op een veel te kleine tweedehands racefiets fietste ik iedereen eraf met net zo’n zelfde waas voor mijn ogen als op de fietsergometer bij universitaire sportarts Spook op de Stationsweg. Dan viel je na de test bij 420 watt, vlak voor de Head of the River, van dat ding af zonder ventrikelfibrillatie. Het was volgens mij in 1984 dat Ben en Joke mij dan ook al heel snel konden overreden om een keertje mee te fietsen met de Medische Wielerclub Leiden, afdeling Noordeindeplein. Ik wist tenslotte wat afzien was en het zou maar ongeveer een uurtje duren, daarna koffie in het clubhuis. Ik dacht: als ik nu niet eet, hoef ik ook onderweg niet te kotsen. Vijf kwartier later waren we echter nog op de heenweg ter hoogte van het Amstel-Drechtkanaal. Achter Jan Pieter Molenaar kwam ik lijkbleek, hypoglykemisch thuis. Toch had ik de smaak goed te pakken en werd van onder tot boven in het Selokeen gestoken. Van Ben leende ik een valhelmpje van schuimplastic en zijn oude fietsschoenen. Daar fiets ik nog steeds mee; mijn benen zijn na een ski-ongeval ongelijk en door het plastic blokje onder de linker zool weg te halen fiets ik weer zonder rugklachten. In die tijd fietste ook Joost van Rossum wel eens mee, maar het meest plezierig werd ik door Paul Briët uit de wind gehouden, toen ik op de terugweg vanaf Heemstede langs de Haarlemmertrekvaart bij Voorhout onderuitging. Ik ben hem daar nog steeds dankbaar voor.

Vallen en fietsen

toen door Simon Kooijman tot rust gemaand en klopte daardoor uiteindelijk Joost Horbach op de meet, die doorreed, daarna slipte en onderuit ging, waar ik weer met een salto overheen ging en mijn fiets total loss was met mijn kettingkastafdrukken op zijn borst. Ik hield er een prachtige Jan van Dalen fiets aan over door interventie van zijn verzekering. Op deze fiets was ik in het kielzog van Flip Tabeling getuige van diens heupfractuur tijdens de Wielerronde van Leiden. Hij viel in de bocht tegenover het urinoir naast Molen de Valk. De ambulancejongens vergaten de bloedplas op te dweilen, maar gooiden er water overheen. Tijdens de heat voor de professionals slipte Henk Lubberding exact op die plek over de bloedgel van Flip en ging eveneens onderuit en daarna naar huis tot grote ergernis van organisator Joop Riethoven. De fietsen waarop bovenstaande allemaal heeft plaatsgevonden: Peugeot tweedehands, 57 cm. Daarna een Superia Roodmerk Dusoswa 68 cm[!]. Vervolgens huismerk Tom Walenkamp 68 cm en na de tuimeling over Joost Horbach dus de Jan van Dalen met Shimano RX 100.

Versukkeling

Langzaam raakte mijn carrière in de versukkeling. Het visioen van een Mont Ventoux-limiet voor het eeuwigdurende klassement zag ik vervliegen. Alleen de schoenen van Ben zijn er nog, gestoken onder het onverslijtbare Selokeenpak, waarmee ik weer en wind nog steeds trotseer.

Furore maakte ik tijdens de Medische Wielerkring kampioenschappen in De Wijk, het zal 1985 geweest zijn. Ik werd

65


Flip (links) aan de start van LuikBastenaken-Luik (1987).

66


Flip Tabeling (1953) (lid 1984-1988)

N

et als Freek de Jonge heb ik de hbs in acht jaar gehaald, en ben daarna na een paar keer loten toch maar geneeskunde gaan studeren. Je moet wat en je had als dokter toen nog aanzien. Tijdens de studie is het fietsen begonnen, eerst nog voor de aardigheid, maar later kreeg dat dwangmatige trekjes. Voor het huwelijk bleek het niet goed: twee keer getrouwd en twee keer gescheiden. Ik heb er vijf kinderen aan overgehouden (en een lege portemonnee), twee bij de één (meisjes, 23 en 19), drie bij de ander (jongens 15, 13 en 9). De oudste Onder: de fietsende zoon Casper.

jongen fietst al een aardig stukje mee. Alle vijf zitten ze op hockey, dat hoort namelijk als je in Oegstgeest woont. Via ‘...de broer van...’ ben ik in 1984 ‘toegetreden’. Natuurlijk had ik daarvoor al wat gefietst. Bij Swift zelfs een seizoen bij de liefhebbers, maar het fanatieke en vooral gevaarlijke rijden van de doktersclub was pas echt nieuw.

Ventoux en vallen

Ik heb in 1979 de Mont Ventoux gereden en de eindtijd mocht er zijn: binnen twintig minuten beneden. Hoe lang ik erover deed om boven te komen, heb ik nooit geweten maar het duurde me veel te lang. Het was vreselijk heet, mijn bidon was al na 600 meter leeg en daarna heb ik twee maanden de fiets niet meer aangeraakt. Aardiger vind ik tochten in België, altijd lekker weer en niet te gek zwaar. Als echte fietser heb ik de sleutelbenen gebroken, links tweemaal en rechts tweemaal. En natuurlijk een keer in het ziekenhuis beland, buiten westen (1986? amnesie). Been in tractie, mitella en allerlei mensen die maar vroegen hoe ik heette. Ik kon die zomer niet mee naar Limburg en dat zit nog steeds dwars, maar ik lag wel op de kamer van prins Bernhard!

De fietsen en nu

Ik ben begonnen met een Jan Jansen, lastdragertype, daarna twee Koga’s, een Mercier (helaas geen rose, ik ben een groot Joop-fan), Duell, weer een Koga. Daarna een Cannondale (daar rijdt Casper nu op, de 15-jarige) en ik rijd nu op een Ridley. Ik ben eigenlijk met de Noordeindegroep gestopt omdat de tochten te lang waren, de kinderen tijd vroegen en na alle scheidingen ik in het weekend de kinderen wilde opvoeden. Ik rijd nu gewoon stukjes van 40 tot 60 kilometer, als het zo uitkomt. De dwangmatigheid is gesleten.

67


30 mei-5 juni 1992 CĂŠvennen (Joyeuse, Villefort, St.-Chely-sur-Tarne, St. Jean du Gard, 520 km) met Ben, Joke, Simon, Hekon, Theo, Adriaan, Hennie, Wim, Paul B, Jan Willem, Marten, Rik, Paul Th en Albert.

68


69


27 juni-1 juli 1992 St. Jean-de-Maurienne (alpen) met Hekon, Simon, Ben, Theo, Jan Willem en Ab.

70


71


Medische Wielerkring tocht Voerstreek (1985).

72


Kees Keijer (1956) (lid 1984-1989)

Tot mijn negentiende was ik een matig getalenteerde voetballer bij ASC. Mijn knieën hadden zo veel schade opgelopen dat het volgens de chirurg niet meer verantwoord was mij binnen de lijnen te begeven. Zijn advies was te gaan fietsen. Mijn jongere broer had een Batavus met vijf versnellingen, waarop ik toen drie keer per week een rondje reed. Ik vond fietsen alleen maar leuk, als je de zwaarste versnelling reed. Dit brak me natuurlijk op: kraakbeenirritatie achter de knieschijf. Toen ik ook in militaire dienst moest, bleef de fiets verder onberoerd en werd door mijn broer verhandeld voor een brommer.

Walenkamp

Het fietsvirus kreeg me pas echt in zijn greep toen ik wat fietspullen bij Tom Walenkamp kocht en hij mij en passant overhaalde om mee te fietsen met zijn zondagploegje. Al snel was ik aan een wat betere fiets toe. Bij Tom Walenkamp stond een aardige voorraad tweedehands fietsen. En toen ik daar om een fiets stond heen te dralen, was daar ook Paul Kooijman. Paul was een jaargenoot, maar we kenden elkaar nog nauwelijks. Hij had wat gereden op de fiets van zijn broer Wim Kooijman (een oude Peugeot) en het beviel hem wel. We verlieten beiden het pand met een lichtblauwe Koga Myata Gents de Luxe van ongeveer een jaar oud voor 600 gulden. Na het verdwijnen van de IJsboerkeploeg in 1978 had Walenkamp de hand gelegd op een aantal overtollige frames, Koga Miyata Full Pro. Ik heb toen een frame gekocht en met allerlei overtollige onderdelen (Dura Ace crank, Campagnolo remgrepen, Modolo remmen, etc.) met hulp van de chef in de werkplaats bij Walenkamp opgebouwd. De beste fiets die ik ooit gehad heb.

Paul Kooijman

Paul was duidelijk de betere fietser en eigenlijk heb ik jarenlang als sparringpartner met hem gereden. De wedstrijden in Nederland, waar Paul aan meedeed, waren niet voor mij weggelegd. Ik was niet fanatiek genoeg en de rondjes om de kerk trokken me absoluut niet. Het zal rond die tijd geweest zijn dat we Simon en Ben, op - in onze ogen zeer inferieur materiaal - wel eens tegenkwamen. Ik geloof dat hun clubje toen al min of meer in oprichting was, maar we voelden ons (met schaamrood op de kaken) te goed ons tot zo een oude lullenclubje te verlagen. Het clubje Walenkamp was inmiddels ook uit het oog verloren; de oude hap had de fiets aan de wilgen gehangen. Door mijn co-schappen fietste ik steeds minder. Amechtig hing ik zo nu en dan nog bij Paul in het wiel, die na zijn studie zijn topjaren kende. Simon kwam ik vaak tegen als we naar wedstrijden gingen kijken waar Paul reed en hij heeft me overgehaald op zondag mee te fietsen.

Oude lullen

En dat viel niet mee! Die eerder genoemde ‘oude lullen’ leken zich helemaal suf te trainen, al zeiden ze van niet, en het tempo lag, voor een aftrainende fietser als ik, verdomd hoog. Sturen konden ze nog niet, dus eigenlijk was iedereen al dolblij als we allemaal heelhuids in Leiderdorp aan de koffie konden. Het aantal medici was waarschijnlijk niet alleen hoog omdat ze zo aardig waren, maar ook om van hun vaardigheden tijdens of na een tochtje gebruik te maken. Het was een verdraaid gezellig altijd, maar een echt trouw lid ben ik eigenlijk nooit geweest. Het echte fietsfanatisme was er na al die jaren een beetje af en ik probeerde als huisarts aan de bak te komen door regelmatig diensten waar te nemen, dus ook zondagsdiensten. Eigenlijk konden die jongens van het Noordeindeplein alleen maar veel fietsen bij

73


Aan de vooravond van LuikBastenaken-Luik (1987); Kees met familie.

74

de gratie van waarnemers (als ik). Toen ik in 1990 een eigen praktijk had, deden we naast de reguliere diensten ook bevallingen. De vrije tijd moest, behalve aan fietsen, ook nog aan vrouw en kinderen besteed worden. Fietsen deed ik bij vlagen fanatiek. Het kon voorkomen, dat ik weken niet reed en dan opeens weer drie keer per week. Het was weer een fietsloze tijd geweest, toen de club besliste dat Luik-Bastenaken-Luik gereden zou worden. Na enig aarzelen besloot ik begin april (1987) te minderen met roken en meer te trainen om na 6 weken mee te kunnen. Eigenlijk heb ik me laten overhalen door de georganiseerde begeleiding en de beloofde volg/bezemwagen van de familie Lahr. Veel vertrouwen in mijn conditie had ik niet. Het vertrouwen kreeg ook nog eens een deuk. De dag voor LBL, tijdens een trainingsritje vanuit het logeerbungalowpark, demarreerde ik voor mijn gevoel knetterhard tegen het drielandenpunt op. Onder mijn arm zag dat ik zeker 50 meter had gepakt met de betere klimmers voor in het peloton. Ik voelde me geweldig. De pret duurde misschien 3 minuten. Opeens hoorde ik naast me: ‘Gaat lekker, he?’ Tot mijn, nog steeds,

grote verbazing reed Paul Briët naast me, zonder spoortje van een geleverde inspanning had hij dus gewoon die 50 meter dichtgereden en hij is zeker 14 jaar ouder dan ik. Toch heb ik hem uitgereden in een kleinere groep op ongeveer een uur van de snelle jongens. De onderlinge sfeer, een verse broek met overdosis broekvet uit de volgwagen, een haptonomische massage in Bastogne, een zak patat voor de Redoute om de door Ben Crul georganiseerde sportvoeding te neutraliseren hebben me daarbij geholpen. Tot mijn echtscheiding in 2000 heb ik jaarlijks nog wel ongeveer 1500-2000 km gefietst. Na die tijd is de verzorgende rol voor de kinderen groter geworden en kon ik het niet opbrengen ze in de weekeinden, als ze bij mij zijn, langere tijd alleen te laten. Als ik in de schuur moet zijn en daar mijn oude Koga en mijn nieuwere Giant zie staan, bekruipt me nog steeds een soort van schuldgevoel. Lopen, tennis, golf, etc. zijn toch eigenlijk allemaal minder leuk dan fietsen.


Fietsbureaucratie

75


21-28 mei 1993 Omgeving Die (dr么me, 569 km) met Wim, Joke, Willem, Albert, Paul B, Hekon, Simon, Ben, Rik, Theo, Hennie, Paul Th. en Jan Willem.

76


77


30 juni-4 juli 1993 St. Savin (PyreneeĂŤn, 354 km) met Ben, Simon, Jan Willem, Marten, Ab, en Paul Th (op camping met gezin).

78


29 augustus 1993 Veluwe (180 km) op uitnodiging van Pfizer met Rik, Theo, Simon, Ben, Joke, Hennie, Paul B, Paul Th, Willem, Hekon en Albert. Kees van Manen begeleidde ons en Janet reed mee als gastrenner..

79


80


Adriaan Verhage (1946) (lid 1984-heden)

N

a mijn studietijd in Utrecht met een sportieve carrière van vooral rugby en een beetje roeien en schaatsen, ben ik tijdens mijn huisartsenstage op de fiets geklommen. Het was een rode Gitane en ik was er trots op. Toen ik in juni 1975 naar Rijnsburg verhuisde en daar startte als huisarts, werd het fietsen definitief mijn belangrijkste hobby. Mijn eerste koers reed ik in april 1976 tijdens de Ronde van Rijnsburg. Het was een echt stratenparcours en ik won wel eens een premiesprintje bestaande uit een worst bij de plaatselijke slager. Een echte aankomer was ik niet. Eenmaal versloeg ik Henk Grimbergen in de sprint die altijd rapper was dan ik. Zijn reactie dat ik ‘gepakt’ zou hebben, was natuurlijk onzin. Ik rijd altijd schoon. In die tijd werd ook de Medische Wielerkring Nederland opgericht en ik was daarin vanaf het begin actief. Zo reed ik bij de MWN mijn eerste buitenlandse koers in Vichy, in de zomer van 1977. Daar reden snelle mannen als Lex Goudswaard, die ik nog uit Utrecht kende. In 1978 ging ik met mijn kersverse echtgenote naar Bordeaux om daar nog een gooi te doen naar een podiumplaats. Daar ontmoette ik ook Jan Pieter Molenaar die bij de veteranen meereed. Ik weet niet zeker of Ben en Simon toen al actief waren, in mijn herinnering heb ik ze pas later in de fietsclub ontmoet. Ben deed wel eens mee op een koers van de MWN in Papendal. Het was in ieder geval een nuttige en gezellige proloog . Mijn tweede fiets kocht ik bij de Grim: een hemelsblauwe Koga en wat was ik trots. De commandeurs nog aan de buis en een eenvoudige Dura Ace groep. Later heb ik deze ingeruild voor een oranje Koga. Dat was tevens de laatste fiets die ik bij de Grim kocht. Zijn service was beneden alle peil. Links: Ronde van Rijnsburg (1984).

Prima pr

Mijn eerste contact met de fietsclub stamt uit voorjaar 1984. Ik kende Joke via het bestuur van het Nederlands Huisartsen Genootschap en zij vroeg mij bij de club. Dat was de tijd waarin er nog werd verzameld in Leiderdorp bij Jan Pieter en Fokje thuis. Omdat ik bang was de eerste keer te laat te komen had ik - bloednerveus - mijn fiets in de auto geladen en die onzichtbaar vlakbij hun huis geparkeerd. Intussen raakte ik bezeten van fietsen en besteedde ik er volgens mijn omgeving (te) veel tijd aan, zelfs op vakantie moest de fiets mee. Ik trainde toen vaak en reed driemaal per jaar een wedstrijd in Rijnsburg: de Ronde van Rijnsburg, Koninginnedag - Paardenmarkt en tijdens de feestweek. Dat was natuurlijk ook een prima pr als huisarts in ons dorp. Mijn vierde fiets was een blauwe handgemaakte Koga waar ik heel lang op heb gereden. Ik heb eeuwig spijt dat ik die voor een schijntje heb verkocht aan mijn zwager die er volgens mij nauwelijks op heeft gereden. Samen met Ben heb ik nog eens een koppelkoers in Noordwijk gereden tegen o.a. Bart Zoet. We vielen toch in de prijzen. Ik herinner me dat Joke nog een haarkrulset mocht ontvangen. Ik keek in de kelder van het Hotel Noordzee - waar onze kleedkamer was - mijn ogen uit naar gladde benen van de eveneens aanwezige Peter Winnen, Gerrie Knetemann en Joop Zoetemelk. Wat een belevenis!

Onderschat

Ja, en dan mijn plek in de fietsclub. Die was in beginsel wel in de voorste groep van het peloton. Ik kon aardig bergop, was een rappe daler en kon redelijk afzien. Maar met de komst van Geertjan Goekoop en Theo en later Paul werd mijn rol wel wat meer bescheiden. Alhoewel... soms had je van die dagen dat alles leek te lukken. Dat was de eerste beklimming van de Ventoux. Ik had deze kale berg al eens van

81


de andere kant verkend tijdens een vakantie. Dat viel toen vies tegen. Ik moest halverwege stoppen om mijn gezin dat ik gemeld had even een croissant te halen voor het ontbijt in Malaucène niet al te ongerust te maken. Tegen lunchtijd kwam ik uitgewoond en zonder brood bij ons huis aan. Ik had deze berg zwaar onderschat. Maar nu dus de eerste echte beklimming vanuit de Drôme waar wij in dat fantastische huis van de gravin zaten. Ik was echt goed die dag en reed samen met Ben en Ab het bos uit richting het monument van Tommy Simpson. Ik weet nog goed dat ik Ab en Ben hoorde praten over samen naar de finish rijden. Ik versnelde op dat moment, maar 200 meter verder had ik mezelf opgeblazen en moest ik van de fiets. Koga Miyata (1985).

Ben en Ab passeerden mij. Ik zag hen pas boven weer terug. Daar vertelde Ben mij dat hij net zo kapot had gezeten als ik, maar mijn afstappen hem net dat beetje extra had gegeven. Wat baalde ik daarvan maar het was wel erg leerzaam want ik reed dus echt in het rood. Toch geen slechte tijd: 1.51. Die heb ik nooit meer verbeterd. De laatste beklimming vanuit Mollans 2 jaar geleden beëindigde ik op ruim 2 uur.

Lange tochten

Ik heb vooral goeie herinneringen aan onze buitenlandse tochten. De beste herinneringen bewaar ik aan de west-oostdoorsteek door de Pyreneeën en natuurlijk aan onze recente Transalp van Salzburg naar Venetië. In 2000 heb ik met een paar oude fietsmaten de Marmotte gefietst. Als voorbereiding reden we de Eddy Merckx in de Waalse Ardennen vanuit Huy. Die was echt loodzwaar, ik moest zelfs weer afstappen. Ik voelde me die dag steeds slechter, maar achteraf bleken we gewoon flink uitgedroogd. Een leerzame ervaring voor de Marmotte, want met ORS en een goede voorbereiding reed ik tot aan de voet van de Alpe-d’Huez. Helaas moest ik toen stoppen vanwege een hevige voetpijn. Ik blijf het eeuwig zonde vinden dat ik die Marmotte niet heb kunnen uitrijden.

Materiaalwisselingen

Oh ja, ik heb na mijn Koga nog een mooie klassieke Pinarello gehad. Die heb ik recent weer laten opknappen en hij hangt nog steeds in mijn garage. Daarna ben ik overgestapt op titanium en werd een Kees (Kees Bikeshop) in het peloton geïntroduceerd. Mijn laatste fiets (2007) is een carbon ­Pinarello.

Rechts: van linksboven met de klok mee: Criterium Noordwijk (1985); Cyclosportief in Spa met o.a. Koert Breebaart (1989); Pyreneeën (2003); Transalp (2006); Parador de Sierra Nevada op 2533 m (1996); Venetië (Transalp 2006).

82


83


juni 1994 Bled (sloveniĂŤ) met Ben, Joke, Hekon, Simon, Theo, Paul B, Jan Willem, Adriaan, Wim, Hennie, Paul Th, Willem en Marten.

84


85


86


Hekon Pasman (1949) (lid 1986-heden)

N

Links: in volle jacht (1980); mag het een onsje meer zijn (Maastricht-Nice, 1997).

a gevoetbald te hebben bij VUC (Den Haag, meest bekende medespeler: Bobby Vosmaer) en gevolleybald bij o.a. Blokkeer (Rijswijk), Tonegido (Voorburg) en Radius (Gouda) begonnen met fietsen op 1 juli 1979. Eerste grote tocht met Pim Breebaart: Dover-Plymouth (juli 1979) op een geleende fiets van Bram Breebaart. Eerste fiets (Faggin) gekocht op 22 augustus 1979, de dag waarop Jan Raas in Valkenburg wereldkampioen werd. Lid geworden van Excelsior (Gouda), waar men de gewoonte had in de kantine van alle (lange)toerfietsers een thermometer van gereden kilometers bij te houden. Deze werden geregistreerd in zogenaamde toerboekjes, die op elke plaats van bestemming moesten worden afgestempeld. De aldus ontstane fietsverslaving leidde tot een autoloos tijdperk en tot een lichte gezinsterreur, doordat diverse vakanties geheel op fiets met bepakking (en tenten) werden doorgebracht. Zo zijn wij met ons vijven van Souillac naar Bagnerre-de Bigorre getrokken, alwaar wij Pim met Koert en Andrea ontmoetten. Daar met de kinderen de Tourmalet en de Aspin beklommen. Door scheiding in november 1985 verhuisd van Gouda, via Rotterdam, naar Leiden (Oesterbank). Daardoor naast echtgenootloos ook fietsploegloos. Het eerste herstelde zich op 1 september 1989, het tweede al op 1 maart 1986. Dankzij Ab, die ik kende van onze gemeenschappelijke vrienden Pim - van hierboven, er komt lijn in - en Saskia en voor het eerst ontmoette in Beekbergen in 1976. Eerste rit met ijsmutsen op vanaf het huis van Jan Pieter Molenaar. Ik herinner me nog de ijsmuts van Rob van der Hoeve. Sinds die tijd ben ik trouw gebleven aan deze fietsploeg, hoewel er ook licht concurrerende ploegjes in mijn leven waren (Ger, Jan, soms Haj/Bére, Hans, Kees).

Evenementen in detail

Fietsen is mijn tweede natuur, zo niet verslaving geworden. Goed opgevoed in Gouda ben ik de kilometers blijven bijhouden: stand per heden 192.454 km. Mooiste lange tochten: Harwich - kust van Wales (met Steef van Duyvendijk); Seattle - Santa Barbara (symbolische aankomstplaats); 2300 km over de Mount Rainier, Mount Hood en Mount Helen (de beroemde kale berg na een vulkaanuitbarsting, ook met Steef ); Maastricht - Nice, over 14 Alpencols en 1350 km (met 6 fietsploegleden); Biarritz - Argeles-sur-Mer (met Bére en Hans), later herhaald met fietsploeg, maar dan vanaf Bagnère-de-Luchon afbuigend naar Barcelona; Salzburg - Venetië (2006, bekend). Beste cyclosportieven: ronde van Midden-Nederland (ca.160 km met 32 km/uur gemiddeld), op sleeptouw genomen door Henk, Simon, Ab en Boris; Samson Radmarathon, 254 km in 10 uur, over 4 cols (met Bére, Hans en Kees). Mooiste cyclosportieven: de Bahamontes (met zelfde ploegje als hiervoor) over Aubisque, Soulor, Tourmalet en finish op Hautacam. Deze laatste tocht was memorabel, omdat ik aan de voet van de Hautacam nog voor zilver ging, maar na een paar kilometers klimmen zo dood ging, dat ik tot tweemaal toe een beroep moest doen op hulp van bergbewoners en het Rode Kruis. Dankzij heel veel suikerklontjes ben ik uiteindelijk toch boven gekomen (waar Barbara mij bezorgd opwachtte); Dolomietenmarathon met het Sella-rondje, prachtig volledig autovrij parcours (met Bére en Hans). Verder natuurlijk goede herinneringen aan de jaarlijkse cyclosportieven, zoals Luik - Bastenaken - Luik (eerste op 1 mei 1980, in ijzige omstandigheden, na om drie uur ’s nachts met een bus met grote fietskar uit Gouda te zijn vertrokken), Waalse Pijl (waarvan één in de stromende regen, waaruit Haj halverwege opgaf ), Ronde van België, de Jubaru

87


(ook wel Steven Roche genoemd), Ronde van Vlaanderen (althans een variant daarop naar Jan Raas genoemd), de Eddy Merckx (met hele ploeg), de Criquelion (met Jan Willem, Willem en Marten, memorabel vanwege de wijze waarop de laatste al giechelend een slaapplaats voor ons regelde in een leegstaande caravan op een Belgische camping door te kruipen door een openstaande bovenraampje) en de

Amstel Gold Race. Ooit één keer aan een wereldkampioenschap meegedaan, namelijk van de Medische Wielerkring, in Hellendoorn, maar daarin niet in de uitslag opgenomen.

Bergen, dalen en fietsen

Als niet-klimmer kan ik toch melden vele bergen bedwongen te hebben. Er is maar één pas, die ik lopend over gegaan ben: de Wurzenpass bij Villach. De rest heb ik kunnen fietsen, al dan niet na een pitstop. De zwaarste: de Grossglockner en de Passo di Manghen (goede reserve: Marie Blanque) De mooiste: la Bonette (Barcelonette). En dan natuurlijk de Mont Ventoux: in totaal achtmaal beklommen, waarvan tweemaal vanuit Malaucène en eenmaal vanuit Sault. Beste tijd vanuit Bédoin: 1.52 (met hele ploeg, tijdens vakantie in de Drôme), slechtste tijd: 2.25 (laatste keer, ook met ploeg vanuit Mollans). De gebruikte fietsen voor dit alles: Faggin, Sjefke Janssen, Bioracer (3x, waarvan één randonneur), Fausto Coppi, Trek (heden), Tom Schouten (idem), Giant (mtb, idem). Mijn dieptepunt was een ruzie met Theo in Slovenië: ‘Als je nu niet ophoudt, sla ik je op je bek.’ Het heeft de vriendschap geen blijvende schade gedaan. Maar ook de valpartij in november 1999 toen een brommer mij in Woubrugge ondersteboven reed. Hierdoor een gebroken sleutelbeen (hoort ook weer wel bij de ware fietser) en gekneusde ribben, maar ook uiteindelijk een schadevergoeding. Verzekeraars zijn dol op ons.

Transalp ((2006).

88

Rechts van linksboven met de klok mee: AGR (2000); met Wim van der Voort (1979); afkoelen in een lavoir (Maastricht-Nice, 1997); oorkonde cyclosportief (1996); Venetië (Transalp, 2006); met Boris in Portugal (1989); na wielermedische keuring trouwen Hekon en Barbara voor de tweede en laatste keer (2006).


89


20-27 mei 1995 Proissans (Dordogne, 545 km) met Willem, Paul B, Hekon, Ben, Joke, Simon, Adriaan, Henk, Marten, Hennie, Theo, Rik en Ab.

90


91


92


Geertjan Goekoop (1955) (lid 1987-1992)

O

p de fiets die ik ooit met jullie hulp heb gekocht, rijd ik nog steeds tot tevredenheid. Laatst heb ik op een oneffenheid het orginele voor- en achterwiel ovaal gereden. De winkel waar ik toen twee mooie nieuwe Mavic velgen heb gekocht zei dat mijn fiets zo in het museum kon (‘mooi en orgineel’). Er zou een club bestaan waar ze allemaal op dergelijke fietsen blijven rijden, uit nostalgie. Kom nu met regelmaat mensen tegen op flitsende fietsen die het vervolgens moeten afleggen (beetje opscheppen mag toch nog wel toch? met het gevaar dat ik ga lijken op Jan Pieter Molenaar). Waar ik nu woon in Noord-Holland heb ik een tijdje gefietst met een ziekenhuisclubje. In het begin ging dat prima, maar nu heb ik altijd een fietsurenachterstand, wat ertoe leidt dat ik voorlopig heb afgehaakt (echt een ziekenhuisfietser geworden dus). Kom nu weer aan mijn uren met mijn twee zoons (een eigen en een stiefzoon). Weer heerlijk. Dus er is nog hoop. Ze lachen mij wel uit om mijn fiets, hoewel ze het eigenlijk wel leuk vinden.

Mijn vakgroep hier (anesthesiologie) vond dat ik weer moest gaan fietsen en heeft me twee jaar geleden, toen ik 50 werd, nieuwe gele banden en kleding gegeven, inclusief sokken. Maak daar nu dankbaar gebruik van.

Verkeerde sokken

Hierboven: tijdens de Mosselmaaltijd (1988); rechts: Montplaisir (1991). Links: ‘Ze lachen mij wel uit om mijn fiets, hoewel ze het eigenlijk wel leuk vinden’.

In het begin bij jullie had ik nog een fiets met bagagedrager en dikke banden en reed ik met verkeerde sokken. Mocht meerijden, maar een andere fiets en kleding moesten er komen en kwamen er ook. De gevierde Gazelle Champignon Mondial met het AB-frame (wit en rood). Op het vlakke land moest ik het altijd afleggen in de eindsprint langs het Oegstgeester kanaal. Mijn benen volledig zonder suiker en verzuurd, denk ik. In de bergen en heuvels echter ligt mijn kracht (zal wel iets met mijn bouw te maken hebben). Enorm genoten van de vakantie met de club naar Zuid-Frankrijk onderaan de Pyreneeën.

93


94


Theo Bijvoet (1957) (lid 1987-heden)

M

et het wielerbacil raakte ik danig besmet toen ik lid werd van de TWIJC, een Warmondse schaatsclub. Daar liep nogal wat wielervolk rond. Op een goudkleurige Koga Miyata Road Winner - gekocht bij Dusoswa met van mijn moeder geleend geld - scheurde ik in het niet-schaatsseizoen met een clubje bollenboeren door de polders rond Leiden. De heren hielden van een robuust tempo (gemiddeld ruim dertig was heel normaal). En omdat er verzameld werd bij Lisserbroek (om acht uur ’s morgens!), had ik er dikwijls bij thuiskomst zo’n 130 km op zitten. Erg productief waren die zondagen verder meestal ook niet. Mijn schaatscarrière was geen lang leven beschoren: door herniaperikelen moest ik er al na twee seizoenen mee stoppen. Maar fietsen bleef - goddank - mogelijk. Vanuit Den Haag, waar ik inmiddels woonde en werkte, ging ik op zoek naar een nieuw fietsclubje. Via een studiegenoot, Stance Eenhuis, hoorde ik van een aardig wielerclubje in Leiden. Zij bracht mij eind 1986 in contact met Paul Briët. Het wielerseizoen zat er toen al bijna op en Paul adviseerde me begin 1987 weer contact te leggen. Zo gezegd zo gedaan, met als resultaat dat ik sinds 1987 het wiel van mijn racefiets steevast op zondagochtend richting Noordeindeplein richt. Aanvankelijk vanuit de Residentie en sinds 1991 vanuit de Sleutelstad.

Luik - Bastenaken - Luik

Links: tijdens de Alpenstage in St.-Jeande-Maurienne (1992).

Mijn eerste LBL in 1987. Wij sliepen ergens in de Voerstreek en aten vooraf onnoemelijk veel pasta. Koolhydraten stapelen heette dat. De tocht reden wij onder vakkundige begeleiding van Fritz en Metty Lahr. De haptonomische massage die Metty ons tijdens de rit gaf, zal ik niet snel vergeten. Zij wierp daarbij haar volle, niet geringe gewicht in de schaal, letterlijk wel te verstaan. Kwam ik daardoor misschien de Redoute niet fietsend boven? Of kwam het door

de bergen geconsumeerde pasta of doordat Hekon, die toen nog op tubes reeds, ons net na het keerpunt in Bastogne trakteerde op vijf lekke banden op een rij? Aan mijn eerste echte racefiets (een Amstelrode Gazelle AB met Campa Record) kan het in ieder geval niet hebben gelegen. In die tijd reden we in een affreuze Astra-outfit en veel ‘mannen van het eerste uur’, die nu niet meer meefietsen, waren nog present: Flip, Kees, Jan Pieter en Joost.

Te voet

In 1988 ging het Noordeindeplein ook voor het eerst met fietsvakantie. Iets ten noorden van de Mont Ventoux, vlakbij Nyons, streken we voor een week neer in een mooi huis van de een of andere kno-arts. In die dagen was het nog een bescheiden clubje: Joke, Ben, Simon, Hekon, Albert en ik. Ook Paul(tje) Kooijman kwam nog langs, met een prachtige Peugeot 404. Fietsen met Paul had op mij (en waarschijnlijk niet op mij alleen) een licht frustrerende werking: zo placht hij steeds iets vóór de groep te blijven fietsen, en dat zowel in de klim als in de afdaling. En dan het verschil in verzet. Wij met een serieus bergverzet en hij met een standaard polderverzet van 13-18! Zo’n plezierig uitje kent uiteraard ook een dieptepunt en voor mij was dat - paradoxaal - het hoogtepunt van de week: de Mont Ventoux. Mijn eerst echte col! Hooggestemd stond ik in Bédoin aan de start: het werd Grote Fietsdeceptie Nr. 1. Ik herinner me nog goed dat ik kort na de bocht bij St. Estève Ben en Simon achter me liet en mijzelf parmantig op kop positioneerde. Wat een zelfoverschatting! Erg lang heeft mijn solo (en parmantigheid) dan ook niet mogen duren. Nog voor het einde van het roemruchte bos stond ik totaal verkrampt naast mijn mooie Gios en werd ik triomfantelijk gepasseerd door de heer Crul. In een ultieme wanhoops­ poging ben ik hem weer voorbijgereden, maar toen moest

95


ik andermaal verkrampt van de fiets. De top heb ik nog wel bereikt - uiteraard na de meer ervaren Ben en Simon - in ca. 1.50. Goddank was dat ruimschoots voor Hekon en Albert! Maar de rest van de week heette ik vanzelfsprekend Theo te Voet ... Mede daardoor staat natuurlijk na al die jaren deze prachtige, zonovergoten fietsweek, met onvergetelijke tochten door Les Baronnies en langs de Gorge de la Nesque, in mijn geheugen gegrift.

Moeders mooiste

Clubrenner bij Swift 1997-1999. Rechts van linksboven met de klok mee: Hekon chronisch lek (Luik-BastenakenLuik, 1987); Limburgs Mooiste (1997); haptomanie op de markt van Bastenaken (1987).

96

Vele malen heeft (een deel van) de ploeg deelgenomen aan de toereditie van de Amstel Gold Race, thans Limburgs (en door sommigen Moeders) Mooiste geheten. Gedenkwaardig is zeker de enige keer in 1990 dat we getracht hebben de gehele AGR van circa 250 km te rijden. Getracht, want de tocht had iets van het versje van de tien kleine negertjes. Gestart werd er toen nog in Heerlen en via een lange lus naar het noorden kwam je terug in Meerssen, de toenmalige finishplaats. Daar moest Simon door een knieblessure afhaken, vervolgens raakten we Wim onderweg kwijt - reed rechtdoor, waar je rechts moest, ik zie hem nog gaan. Het weer was miserabel en na zes à zeven uur rijden was de stemming suboptimaal. Toen we voor de zoveelste keer voor een lus de heuvels in werden gestuurd, haakte een groot deel van de club definitief af. Alleen de zeer sterken (Paul B., Geertjan, Albert en ik) reden natuurlijk door. Aan het slot werd door de haantjes Geertjan en schrijver dezes nog flink tempo gemaakt. Het toeval wilde dat wij in de straten van Meerssen op een auto stuitten met daarin Herman Krott, de grote man achter de AGR (zoals jullie allemaal wel weten). Instemmende blikken van Krott waren ons deel. Een moment van wielergeluk! Daarna moesten we met de bus terug naar de start in Heerlen, dat heeft uren geduurd. Het met een renner geïllustreerde fluitje dat je als aandenken meekreeg, heb ik jaren bewaard, maar is nu onvindbaar.

Heroïsche meerdaagse tochten

In augustus1997 werd een oud plan eindelijk ten uitvoer gebracht: per fiets van Maastricht naar Nice. De tiendaagse tocht werd logistiek voortreffelijk voorbereid door Henk Kraaijenhagen die de club inmiddels was komen versterken. Op zaterdag 9 augustus vertrokken zes man (Ben, Hekon, JW, Albert, Henk en ik ) per trein naar Maastricht en reden vervolgens per fiets - alle voorzien van compacte bagagedragers - naar La Roche en Ardenne. Daar pikten wij Simon op die vanuit zijn vakantieadres in Frankrijk kwam. De eerste echte etappe begon veelbelovend met een knallende kettingbreuk van Hekon die de tocht op een hybride meende te moeten rijden. Maar daarna ging het doorgaans van een leien dakje. Er was sprake van een roulerend wegkapiteinschap: per dag was er één iemand verantwoordelijk voor de route, wat voortreffelijk werkte. De teamgeest was optimaal, de klimatologische omstandigheden waren bijzonder voorspoedig en ook de hotels waren oké. Cortomo: nix aan de handa, om de vorig jaar overleden Grote Volksschrijver maar eens te citeren. Toch was het bepaald geen doorsnee toertochtje: per dag moest steeds zo’n 125 à 150 km worden overbrugd en de route voerde dwars door de Alpen. Dat was een bewuste keuze. Het collenboek zou zo flink gevuld kunnen worden. En aldus geschiedde: talloze bekende en minder bekende cols in de Jura en Franse Alpen werden door ons bedwongen (en dat alles met bagage!). Bijna tien jaar later heeft een aanzienlijk gedeelte van het Noordeindeplein zich nogmaals tot zo’n heroïsche tocht laten verleiden. Op instigatie van Paul Theunissen reden wij in juni 2006 in zes dagen van Salzburg naar Venetië. Oostenrijkse reuzen als de Grossglockner en legendarische Dolomietenpassen (Furcia en het Sella-rondje) werden verhapstukt. Met name de onbekende passen en beklimmingen in Oostenrijk, zoals Arthurhaus en Dienter Sattel, bleken loodzwaar. Goed dat de meesten van ons inmiddels aan de triple zijn.


97


Evenals bij Maastricht-Nice was de organisatie (uitbesteed aan Vasa Sport en ter plekke ingevuld door Machiel Ittman) voortreffelijk. Dat Gods zegen op dit type tocht rust, bleek uit het stralende weer en de ontstentenis van welke vorm van (technische) malheur dan ook. Het meest bizarre van de hele tocht was misschien wel de wandeltocht door Venetië - op onze fietsschoenen! - met de racefietsen aan de hand, naar het Piazza San Marco, vele verbaasde blikken van de andere toeristen daarbij trotserend. En eenmaal ter plekke kon door de grote drukte de ultieme groepsfoto niet worden gemaakt!

Mijn fietsen

Koga Miyata Road Winner (goudkleurig, Shimano 600 EX) Gazelle AB (Amstelrood, Campagnolo Record) Gios (rood, Campagnolo Record) De Rosa (rood, Campagnolo Record) Principia RSL (helderblauw, Campagnolo Record) Principia RSL (staalblauw, Campagnolo Record/Chorus) Principia RCS (grijs, Campagnolo Chorus)

Nog toekomst na 25 jaar? Van linksboven met de klok mee: twee hooikoortspatiënten (nabij Vinsobres, 1988); op de Grossglockner (Transalp, 2006); een ernstig moment tijdens de Mosselmaaltijd, 2003.

98

Zijn wij intussen niet een beetje uitgefietst? Welnee! Zeker als de benjamin van het gezelschap ben ik verplicht deze vraag met een hartgrondig neen te beantwoorden. Ook al gaat de gemiddelde leeftijd van onze club richting de zestig en kent de groep bij verschijnen van dit boek geen leden meer onder de vijftig, ik weet zeker dat er meer zijn die nog jaren door willen fietsen. Zo kochten begin dit jaar twee zestigjarigen een fonkelnieuwe racefiets. Kijk, daar spreekt vertrouwen in de toekomst uit! Eén van hen, Albert, liet zijn fiets afmonteren met een FSA crank. Desgevraagd wist hij niet te melden waar dit acroniem voor stond (ik geef toe: dat overkomt hem niet vaak). FSA staat vanzelfsprekend voor Full Speed Ahead. Albert was meteen opgetogen: ga ik doen. Ik dacht later: laat FSA ons motto zijn voor de komende jaren. Full Speed Ahead, Noordeindeplein! Achter de geraniums zitten kan altijd nog.


Woorden tussen de wielen In de zomer van 1996 was in het Letterkundig Museum, waar Theo toen werkte als conservator, een expositie te zien over ‘Woorden tussen de wielen. Een eeuw wielrennen in de Nederlandse literatuur’. Op de expositie waren handschriften, boeken, foto’s e.d. te zien van Nederlandse auteurs die over wielrennen hadden geschreven. Een ereplaats was uiteraard ingeruimd voor Tim Krabbé, met allerlei uniek materiaal betreffende De Renner. Krabbé’s oude, door Joop van Rossem voor de gelegenheid opgelapte Colnago was te bewonderen op de expositie, evenals de legendarische fiets van Van Est waarmee hij het ravijn van de Aubisque bezocht. De tentoonstelling was ingericht als een criterium met dranghekken en spandoeken. De vitrines met documenten, foto’s en boeken waren gelardeerd met fietsonderdelen remmen, derailleurs en pignons (allemaal Campa Record en Shimano Dura Ace!). Een grote wand was gevuld met wielershirts uit de befaamde collectie van Tonny Eijk. En – nec plus ultra - bij de opening verscheen een gelijknamige bloemlezing, in voortreffelijke harmonie samengesteld door Albert en Theo. Tim Krabbé sprak bij de opening van de expositie en Peter Winnen nam het eerste exemplaar van de bloemlezing in ontvangst.

Van linksboven met de klok mee: omslag bloemlezing; op de opening van links naar rechts Jan Kal, Jantje Siemons, Kees van Kooten, Jan Siebelink, Peter Winnen en Tim Krabbé; met Tim Krabbé bij de fiets van Wim van Est.

99


3 september 1995 Ardennen Pfizertocht (140 km) met Ben, Joke, Simon, Hennie, Theo, Hekon, Jan Willem, Paul B, Willem en Albert.

100


1989 1996 Sierra Nevada eddie Merkckx Cum vel inoborperos dolore facinisit, quamcon sequatummy nulpute do corer susci tis nullandre deliqui tat. Ut wisl utat.Em non et iustrud exeratie dolorem quisi bla feum iusto corem in utat volore vel utat ad dolore feui te feum velisim et, quat, con euisl utpatet dolore consequat. Duisim ipit, sequisit, vel dunt euisi.

101


8-15 mei 1996 Sierra Nevada (Capileira, Granada, Loja, Antequera, Torremolinos, 557 km) met Ben, Joke, Simon, Hekon, Theo, Toon, Henk, Hennie, Adriaan, Paul Th, JW en Albert.

102


103


Herman aan de grens (2006).

104


Herman Teenstra (1942) (lid 1988-1989)

O

mstreeks 1988 ben ik tot de club toegetreden. Simon en ik roeiden op zaterdagochtend bij ‘Die Leythe’. Aangezien op zaterdagmiddag de boodschappen voor de komende week werden gedaan, was de gehele zondag in principe nog ter vrije besteding. Onder het toeziend oog van Simon kocht ik bij Gijs van Dam - de oude Gijs leefde toen nog - mijn Batavus racefiets in de kleur pruisisch blauw. Vanwege de uitstraling van Batavus mocht ik zonder enige ballotage meerijden met de club. Op zondagmorgen. Meestal ongeveer 60 kilometer in de omgeving van Leiden, bij voorkeur door de duinen. Duin af en ook weer op. Bij terugkomst op het Noordeindeplein kwam ik wat bij dankzij de vele koppen pittige koffie. Verkwikt fietste ik huiswaarts, waarna omstreeks 15.00 uur de man met de hamer alsnog toesloeg. De zondagmiddag was verder verloren. Op deze middag moest ik toch nog vaak nog wat intellectuele arbeid verrichten. Na enkele jaren leek het me daarom verstandig afscheid te nemen van de club. Voor mij was het jaarlijkse rondje om de Haarlemmermeer een hoogtepunt, vroeg in het voorjaar. De zon scheen wel, maar de wind was schraal. Deze was zowel heen als terug tegen.

Mijn Giant heeft veel rust de laatste tijd. Ik overweeg het ‘bukfietsen’ aan anderen over te laten. Op internet toets ik in: ‘Ligfiets Plaza’ en vertoef daar in de wondere wereld van de ligfiets.

Ligfiets

Batavus bleef met slappe banden in de schuur staan en werd opgevolgd door de hybride Giant. Hybride: dus met bel, met spatborden, met bagagetas en een veertig spaaks achterwiel. Op mijn Giant maak ik nu vaak meerdaagse fietstochten. Zoals Maastricht - Groningen waarbij het geologisch landschap van Nederland zich ontvouwt. Maar ook langs de Loire en haar kastelen en over de zandpaden van Les Landes.

Tijdens de Mosselmaaltijd rondom 1988.

105


106


Hennie (de Hen) Nieuwenhuizen (1954) (lid 1988-heden)

N

a enkele jaren alleen gefietst te hebben, in een rustiger tempo met wat vrienden, werd ik door Joke diverse keren uitgenodigd om eens een keertje mee te fietsen. Via Els - die Joke en Ben kende - hoorde ik dat er ongeveer 33 à 34 km gemiddeld gereden werd. Helaas, dat haalde ik niet en ik besloot daarom maar niet op de uitnodiging in te gaan. Na een, zeg maar laatste verzoek van Joke, heb ik toch de stoute schoenen aangetrokken en ben op een zondagochtend mee gaan rijden. Het viel mij niet tegen en ik kon goed meekomen. Weliswaar was het wennen om in een klein pelotonnetje te rijden, maar het ging niet zo hard als werd beweerd. Ik werd meteen weer uitgenodigd, met ieders goedkeuring, en mocht ook de weken erna mee blijven rijden. Dit is nu ongeveer 20 jaar geleden en ik rijd nog steeds met plezier de rondjes mee. De eerste fietsvakantie was, een klein jaartje na mijn intreden bij de fietsclub, in de Vogezen.

Echte daler

Links: pfff... (Levico Terme, 1997).

Aan de vakantie in Grasse heb ik goede herinneringen, heerlijk genoten van de mooie tochten, toen nog zo’n 120 km per dag. Rond 11 uur na een lang uitgesteld ontbijt stapten we op de fiets om rond een uur of zeven weer in het huis te zijn. Daar werd voor de inwendige mens gezorgd. Zeker niet met voedsel alleen. Daarna een potje kaarten tot in de kleine uurtjes. Een belevenis voor mij was een wedstrijd van de Medische Wielerkring in Emmen waar alle medici uit onze fietsploeg het moesten laten afweten en de niet-medici moesten opdraven. Wij hebben een heerlijke dag gehad, een enorme ervaring om in een groot peloton de rondjes te moeten draaien. Mijn snelste tijd van de top van de Mont Ventoux naar Bédoin was een 19 à 20 minuten met een topsnelheid van

84 km per uur, in mijn beleving de snelste afdaling van de Mont Ventoux in dit fietsgezelschap. Aan een niet-klimmer ga je natuurlijk niet vragen hoe lang ie erover doet om boven te komen, het was in ieder geval te lang.

Keuvelen met Joke

Goede herinneringen heb ik aan de fietsvakanties waar Joke en ik meestal een 5 à 10 minuten vooruitgingen, omdat we al klaar waren voor vertrek waren en zodoende al keuvelend de eerste berg konden gaan beklimmen. Ook bij een lekke band mochten wij doorrijden, zodat de groep niet boven op de berg op ons hoefde te wachten. Een mooie tocht was de rondrit door Zuid-Spanje, waar ik samen met Simon in een auto vol fietsen naartoe ben gereden. De anderen gingen per vliegtuig naar Malaga. Ik herinner me de beklimming van de Pico Veleta. Op een hoogte van 2250 meter kwam je in de sneeuw terecht en in een bergpost heb ik mij samen met enkele medestrijders gelukkig wat kunnen opwarmen. Daarna kon je in de ijzige kou weer afdalen. Vanwege die kou had ik geen controle over de rem en ik heb mijn fiets toen tegen de bergwand ‘geparkeerd’, omdat het steeds harder en harder ging. De volgende dag ben je dan verschrikkelijk stijf. Toch maar weer op de fiets gestapt om niet al te stijf te worden. Met Ben de 2500 kilometers weer terug naar Nederland gereden, in de auto wel te verstaan. De rondrit op Corsica was ook prachtig. Willem en ik kwamen na een snelle autorit veel te vroeg in Marseille aan. Na vijf uurtjes in de stad te hebben gewandeld en de nacht op de veerboot te hebben doorgebracht, zagen we de volgende dag onze fietsmaatjes bij het hotel. Uiteindelijk moest er die dag door de groep wel gelijk worden gefietst, het zou een klein rondje worden. Tijdens dat rondje, waarbij Joke en ik een doorsteek hebben gemaakt om eerder terug te zijn, stond

107


er ineens een stier tijdens de afdaling midden op de weg. Wij waren evengoed toch dik tweeënhalf uur eerder thuis. Wij lagen al lang en breed op het heerlijke strand, toen de verdwaalde groep weer terug was. De tocht door de Pyreneeën in 2003 was weliswaar schitterend, maar helaas te zwaar voor mij. Daardoor is er een rem ontstaan om nog een berg spontaan te gaan beklimmen.

Mijn fietsen

Van links naar rechts: warm worden bij het haardvuur (Pico Veleta, 1996); Gourdon (1990).

Na een ongeluk met mijn brommer, een Kreidler Florett, ben ik weer gaan fietsen. Mijn eerste fiets was een blauwe Peugeot met spatborden, een bagagedrager en 10 versnellingen. Na daar een paar jaartjes op te hebben gereden, wilde ik weer wat anders en schafte een bruine Raleigh met 14 versnellingen aan. Met deze fiets ben ik de fietsploeg binnengereden, de eerste keren zonder helm maar al gauw had ik mijn eerste helm te pakken, zo eentje met een vulling van paardenhaar. Beide fietsen heb ik in Voorburg gekocht op de Koningin Julianalaan. De firma Van Herwerden verkocht toen alleen nog motoren. Toen ik eenmaal in Leiden woonde en het steeds wat harder op de fiets ging, is er een blauwe Gazelle met een Shimano

105-groep opgebouwd, gekocht bij de oude Gijs van Dam op het Noordeinde. Daar heb ik geweldig op kunnen rijden, hij stuurde goed en lag goed op de weg. Bij de firma Hopmans is er een rode De Rosa gekocht, waarmee ik in Zuid-Spanje de bergwand moest opzoeken. Een fiets waar ik niet lang plezier aan heb beleefd. Vanwege het nerveuze stuurgedrag van de fiets is deze weer snel de deur uitgegaan. De volgende fiets - ook weer een rode - is er een uit de stal van Tom Schouten, een aluminium Schouten frame en opgebouwd met Shimano Ultegra. Maar ook met een triple om in de bergen wat meer mee te kunnen en om niet voor elk uitstapje de pignon te moeten ombouwen. Ook hierop heb ik een aantal jaartjes met plezier gereden. Twee jaar geleden heb ik de fiets waar ik nu op rijd, gekocht bij Hopmans in Bergen op Zoom. Deze Trek, blauw met een grijze voorvork en blauw afgemonteerd, is een geweldige fiets, met hetzelfde gevoel van toen op de Gazelle, een carbon frame met een Shimano Ultegra-groep afgemonteerd en uiteraard weer met een triple, wat tegenwoordig wel gewoon is geworden

Rechts van linksboven met de klok mee: Branceilles (2000); Pyreneeën (2003); Limburgs Mooiste (1998); Lorgues (1999); na een winterrit op een zondagochtend in 2003.

108


109


1-6 juni 1997 Levico Terme (410 km) met Ben, Joke, Simon, Theo, Hekon, Willem, Wim, Henk, Adriaan, Paul B, Paul Th, Rik, Hennie en Albert.

110


111


9-20 augustus 1997 Maastricht-Nice (1392 km) met Hekon, Theo, Simon, Henk, Jan Willem, Ben en Albert. Rechtsonder: het eerste stuk van de Col d’Iseran werd met taxi’s afgelegd (goed bewaard clubgeheim).

112


113


114


Wim Issendonck (1949) (lid 1989-heden)

A

ls middelbare scholier had ik eind jaren zestig al een passie voor het fietsen. Ik moest altijd harder dan andere vriendjes van school. Joop Zoetemelk en Peter Post (vooral de zesdaagsen) spraken tot mijn verbeelding. Zo wilde ik ook worden. Is nooit gelukt! Van de fooitjes die ik kreeg als krantenbezorger van het Leidsch Dagblad kocht ik een tweedehands racefietsje. Een Locomotief, tubeless bandjes, sterk gebogen voorvork met vleugelmoeren en toeclips. Rechts zat nog een riempje bij het voorblad en links een touwtje. Had ik van m’n houten noren afgehaald. Een smerige kleur die fiets, dat wel, paars! Maar ja, wat verwacht je ook voor nog geen f 80. Maar ik was wel zo trots als een aap.

Aan de bak

Na de middelbare school en een niet afgemaakte studie heb ik een tijd door India gereisd. Terug van het reizen en met beide benen op de grond besefte ik dat ik aan de bak moest wilde ik nog wat van mijzelf maken. Ging avondstudies doen en werd ambtenaar op het Leidse stadhuis. Mijn Locomotief had ik verwaarloosd, de tubes waren uitgedroogd. Ik keek er vanaf die tijd weinig meer naar om. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Langzaam maar zeker kregen we in Leiden mooie fietswinkels. Van Dam aan het Noordeinde was al een begrip. Toen kwam er concurrentie van Tom Walenkamp aan de Turfmarkt. Ik kocht er van mijn salaris in die tijd een heel mooi racefietsje. Een Koga Miyata. Die fietsen waren erg populair in die tijd. Een stalen fiets met uitvalnaven en flinterdunne draadbandjes van 21 mm (nu gemiddeld 23). Ivoorkleurig was ie. M’n tubes had ik afgezworen. Is voor profs, dacht ik. Ik trainde wat af op dat ding. Zwaar was ie, dat wel. Maar een heerlijk stijf Links: de andere fietsclub (1984).

frame. In die tijd, ben 1.80 lang, schommelde mijn gewicht tussen de 80 en 83 kilo.

De andere fietsclub

In het stadhuis waar ik op de afdeling Voorlichting werkte, leerde ik Dirk van Schie kennen. Ik was een paar jaartjes ouder dan hij, net dertig en al snel wisten we van elkaar dat we ook een gezamenlijke passie hadden. Fietsen!!! Ik trainde voornamelijk alleen, had geen clubje, behalve dan de zondagsclub van Walenkamp op de Turfmarkt. Daar stoempte ik zo nu en dan mee, maar als je lek reed, dan was er niemand meer in velden of wegen te bekennen en o wee, als je het niet bij kon houden. En het ging toen hard, heel hard. Daarnaast was het heel nerveus en gevaarlijk koersen. Dwars door de duinen, richting Zandvoort en Kraantje Lek en/of Kopje Bloemendaal. Regelmatig hing er wel een fietser in het prikkeldraad in de duinen. Een helm had je in die tijd niet. Dirk vertelde dat hij sinds een paar jaar in een fietsclubje zat. School- en studiemaatjes waren het, deden mee aan wielerklassiekers en noemden zich Club Studenten. Hij nodigde mij uit een keertje mee te fietsen, zondags, klokke 9 uur in de Burchtsteeg. Daar woonde Dirk op kamers. Ik maakte kennis met Jan Willem, Marten, Onco en Willem. Het meefietsen bleef niet bij die ene keer. Kilometervreters waren we. Al snel spraken we af deze ritten ‘Zuid-Holland puntsgewijs’ te noemen. Refererend aan de appeltaartpunten waar we een tussenstop voor hielden en een cijfer aan toebedeelden. Ook Kraantje Lek was een vast koffierustpunt. Onco was na zijn afstuderen vertrokken uit Leiden. Ook Dirk kondigde aan met zijn Andrea het Rapenburg te verruilen voor het lommerrijke Bilthoven. Marten, Willem en Jan Willem en ondergetekende bleven weliswaar bij elkaar, maar van fietsen als clubje kwam weinig meer terecht. Zo gaan die dingen soms.

115


Voorzichtige aansluiting

‘Tussen Lago Maggiore en Como (1984) maakte ik in de afdaling een schuiver op het kersvers aangelegde asfalt. Met een snelheid van een kleine 70 per uur gleed ik richting de stalen omheining, waar een ijzeren paaltje de liggende achtervork van mijn fietsje opving. Vaarwel Koga Miyata!!’

Tijdens een feestje bij een bevriende journalist Willem Schrama op de Hoge Rijndijk, maakte ik kennis met Bart van Boheemen. Bart fietste wedstrijden met de Medisch Wielerkring Nederland en zat wekelijks met voornamelijk Leidse huisartsen op de fiets. Met zo’n 8 à 9 man en 1 vrouw, vertelde hij. Bart vroeg mij die avond of ik belangstelling had om voor hem een keer een sprint aan te trekken in een wedstrijd met de Medische Wielerkring Nederland. Het fijne ervan weet ik mij niet meer zo goed te herinneren, maar wat mij wel opviel, was dat ik tijdens de sprint Bart achter mij liet en hij er niet meer bij kon komen. We hadden er achteraf dikke pret om. Bart zag ik nadien wat vaker in de privésfeer, ook omdat hij net als ik Saabliefhebber was. In 1989 nodigde hij mij uit om een keer mee te rijden als gastrenner bij zijn fietsclub aan het Noordeindeplein. ‘We kunnen er wel wat mensen bij hebben, het liefst niet werkzaam in de medische sector’,

zo liet Bart weten. ‘We lullen toch altijd maar over ons vak!!’ Ik werd door Bart op zijn komische manier als ‘gastrenner Wim’ aan de fietsclub Noordeinde voorgesteld. Het contact, over en weer, was prima. Ik kreeg het gevoel in de groep geaccepteerd te worden en mocht, als ik daar zin in had, de volgende keer ook aansluiten. De tochten die de club wekelijks reed kwamen mij niet vreemd voor.Verschil evenwel met mijn ‘oude’ vriendenfietsclubje was dat er wekelijks bij iemand op de koffie werd gegaan en appeltaart werd geserveerd. Er werd dus tussentijds geen pauze gehouden, maar stevig doorgereden. Hoewel ik al ingefluisterd had gekregen dat ik mij lid van de fietsclub Noordeindeplein mocht noem, heb ik echter wel aangegeven, dat ik mijn vrienden, die nog over waren, van het ‘oude’ clubje niet in de steek wilde laten. Ik kreeg via Ben de mogelijkheid Jan-Willem, Marten en Willem van Schie te vragen of zij belangstelling hadden om aan te sluiten. Na een paar keer meefietsen was de ‘nieuwe’ fietsclub een feit.

Vogezen en nog hoger

In 1989 mocht ik een weekje mee naar de Vogezen. Behalve ik was ook Hennie nieuwbakken lid van de club. Cols als Le Grand Ballon en Van Kootens Col de la Schlucht waren wel even wat anders dan een rondje Lago Maggiore. Vijf keer mocht ik hem beklimmen, die grote steile kale berg, zoals de Mont Ventoux ook wel wordt genoemd: twee keer alleen, drie keer met de fietsclub. Ik ben geen klimmer. Het is takelen en met macht omhoog proberen te klauteren. Bédoin is mijn favoriete zijde. Daar kom je langzaam maar zeker richting het steile deel door het bos. Aan de beklimming via Malaucène heb ik een broertje dood. Sault vind ik de minst aantrekkelijke, ook al wordt deze kant als de meest simpele beschreven. De laatste keer met de fietsclub deed ik er ruim 2 uur over. De keren daarvoor bleef ik binnen 2 uur. Meest memorabel vond ik de afdaling. Mijn snelste was die toen ik met echtgenote Kirsten even voor Bédoin een

116


Van linksboven met de klok mee: Bled (1994); na een winterrit op een zondagochtend in 2003; de rose trui op de Tourmalet? (PyreneeĂŤn, 2003); in de keuken (Mollans, 2004).

117


vakantiehuisje huurde en ik regelmatig rond de heuvels van de Ventoux fietste en de kale berg weer zo nodig op moest. Tijdens de periode van chemokuren, 1995.

Gelukkig geen wind, zonnetje en na pak weg twee uur, de afzink in...83 km per uur!! Als een komeet!

Gelikt, maar prijzig

De Koga Miyata’s zijn inmiddels ingeruild voor snellere en lichtere fietsen. De helm kwam in beeld en moderne schakelsystemen, snufjes als stuur- en remschakelen. De commandeurtjes op het frame konden in de schoenendoos. Fietsen kregen Italiaanse gratie mee. Alles gelikt, maar ook prijzig.

Kanker

Je leven krijgt plotsklaps een ander wending als je getroffen wordt door een ernstige ziekte. Het was 1994.Tijdens een toertocht (Waalse Pijl?) kreeg ik last van vermoeidheidsverschijnselen. Ik had goed getraind, vele kilometers in de benen, maar te moe. Ik reed de tocht niet uit. Ik voelde thuis dat ik een flink opgezette zaadbal had ter grootte van een duivenei. Foute boel. Via Rik van Klink, die voor mij wist te bemiddelen in het Diac, kreeg ik een spoedonderzoek: diagnose teelbalkanker. Een spoedoperatie volgde, zaadbal eruit en afwachten maar. Nog geen drie maanden daarna kreeg ik te horen dat er uitzaaiingen waren en een chemotherapie bleek nodig. De prognose - zo vertelden vele vrienden uit de fietsclub mij was echter gunstig. In 1995 kreeg ik mijn eerste chemo. Het ging goed, ik zou volgens de dokter genezen. Dat vrienden in zo’n proces aan je zijde staan, heb ik mogen ervaren. Fantastisch was het om te ervaren dat de fietsvrienden onderling afgesproken hadden om mij tijdens de chemokuren op te komen zoeken in het LUMC. Kort na mijn laatste kuur in 1996 werd de natuur met behulp van tevoren ingevroren rietjes met sperma een handje geholpen en raakte Kirsten zwanger. Zomervakantie 1996 stond ik met mijn racefietsje weer aan het Noordeindeplein...

118


Leidse Post 11 augustus 1993

119


120


Willem van Schie (1951) (lid 1989-heden)

I

n 1972 kocht ik een tweedehands sportfiets met een derailleur (een blauwe Gazelle Sport E). Een derailleur vond ik toen nogal exotisch. Op die Gazelle begon ik langere stukken te rijden zoals heenen-weer naar Den Haag (toe maar!) waar Margo toen werkte. De Gazelle was een sportfiets - geen racefiets - met een Maes stuur en een smal racezadel; de fiets heb ik uiteindelijk tot ca. 1996 gebruikt om mee naar het station te rijden. Het frame is allang ter ziele maar het Maes stuur heb ik bewaard. Enkele jaren later kon ik een gebruikte Tenspeed op de kop tikken: een bronskleurige Gitane met wel 10 versnellingen en een racestuur. Spatborden en verlichting werden gesloopt en hoewel je een vuist tussen het wiel en de vorkkroon kon steken was het toch een vlotte fiets. Ik begon ook met anderen te rijden, onder wie broer Dirk. In 1976 begon ik te werken en was er dus geld. Eerst zaken als huis en auto op orde gebracht en daarna was het tijd voor een betere fiets. Niet meer knoeien met tweedehands fietsen die soms de verkeerde kleur hadden (brons!), nee een gloednieuwe Koga Miyata Gents Racer. Dat was zomer 1978 bij Walenkamp. Schitterende fiets met alles aluminium en roestvrije imbusbouten. Dure fiets (f 945 waar je ook voor f 600 terechtkon) maar jarenlang plezier van gehad.

Oude fietsclubje

Links: het oude fietsclubje staat klaar voor de start op de Nieuwe Rijn (1978).

In najaar 1978 onstond het eerste fietsclubje: broer Dirk, diens collega bij het Leidse stadhuis Marten, Jan Willem (studiegenoot van Marten) en Onco (weet niet meer wat de link met Onco was). Iedere zondag verzamelen om 9.30 uur, dan eerst uitgebreid theedrinken en snijkoek eten, om ruim na tienen nog eens te gaan fietsen. Onderweg steevast een koffiestop omdat een meerderheid (maar ik niet) dat graag wilde. Die koffiestops waren wel zeer gezellig, maar het betekende ook dat je steenkoud weer verder moest. En laat thuis-

kwam. Het was geen uitzondering als je rond drieën pas uit de douche kwam. Later kwam er een tijd, na de fusie met de Noordeindepleinclub, dat dit allemaal veel efficiënter verliep. Rond 1983 namen we afscheid van Onco: of verstoorde relaties tussen deze en gene nu de oorzaak waren of zijn verhuizing, feit is dat hij vertrok. Ene Wim Issendonck, werkzaam op het stadhuis, had al eens aangegeven mee te willen rijden. Hoewel wij toen uitblonken in ad-hoctoelatingsbeleid hebben we hem een tijdje laten zweten aleer hem toe te laten. The rest is history. In 1987 een upgrade van de fiets: remmen en derailleurs vervangen door Dura Ace, nieuwe stuurbocht waarbij de remkabels onder het stuurlint liggen, nieuwe remgrepen en het frame overgespoten in blauw. Die nieuwe remmen hebben mij meteen het eerste jaar vele schrammen en kneuzingen (en erger?) bespaard. In 1988 verhuisde Dirk naar Bilthoven (wegens een huwelijk) en kromp de club in tot vier man. Hoewel Dirk beloofde geregeld over te komen en mee te fietsen, kwam daar in de praktijk niet veel van terecht. Het was vooral Wim die zich ergerde aan zulk ja-zeggen-en-nee-doen-gedrag. Al snel bleek vier man te weinig, ook al omdat niet iedereen even trouw des zondags aan de start verscheen. Exemplarisch was Marten Schreuder: ging het goed met de liefde, dan ging het slecht met het fietsen en vice versa.

Fusie

Wim had contacten met fietsers van het Noordeindeplein en in no time had hij zich bij hen aangesloten. Kennelijk heeft hij toen een goed woordje gedaan voor de drie overgebleven musketiers, want in de zomer kwam er witte rook: wij drieën waren ook welkom. Daarover zullen we toen wel vergaderd hebben, maar ik kan me geen moeizame discussie herinneren: in september 1989 was de fusie een feit.

121


In 1993 ben ik verhuisd van de Piet Heinlaan naar het huidige adres. Het verlangen naar een nieuwe fiets heb ik onderdrukt totdat de verbouwingen achter de rug waren en de financiële rook opgetrokken. Na veel gespeur, wekelijkse telefonades met Jan Willem, die het bijna even leuk leek te vinden met mij te bespreken welke fiets te kopen als er zelf eentje te kopen, bestond de shortlist uit twee fietsen: een blauwe Pinarello Gavia van Columbus-buis en de flink duurdere, eveneens blauwe Presto Super Comp, met carbonframe, die het uiteindelijk is geworden. Ik herinner me nog hoeveel sneller je daarmee ineens was; het is een schitterend frame (gemaakt bij Andrea Pesenti die ook de carbo’s voor Colnago bouwt) en ik rijd er nog steeds met veel plezier op. Mijn toptijd op de Ventoux vanuit Bédoin: 2.03 (juni 1993, op de Koga!). Helaas nooit verbeterd op de veel lichtere Presto. Toen ik mijn eerste racefiets kocht, was ik 27, nu ruim het dubbele: ik fiets dus al de helft van mijn leven en hoop daar met jullie nog vele jaren mee door te gaan.

Van linksboven met de klok mee: Pyreneeën (2003); er werd gekampeerd in een gezinstent voor vier personen (Luik-BastenakenLuik, 1985); deelnemers Luik-Bastenaken-Luik (1985); idem aan de start (1985); Transalp (2006); Zeelandtocht (1990).

122


11 oktober 1998 Wereldkampioenschap in Valkenburg, op uitnodiging van Heineken Bier met Joke, Ben, Simon, Hennie, Theo, Hekon, Rik, Paul Th, Willem, JW en Albert.

123


124


Jan Willem (JW) Langeler (1954) (lid 1989-heden)

B

egonnen op een Oost-Europese racefiets in een vrolijk maar ongeorganiseerd clubje: Onco Domela Nieuwenhuis, gebroeders Van Schie, Marten Schreuder, Wim Issendonck en ikzelf. Boterhammen met ei en spek en lange en vooral chaotische tochten. In de jaren na het afstuderen dunde het clubje uit. Wim, hoe verstandig, reed al mee met wat hij noemde ‘de huisartsen’. Heel chic en we mochten fuseren. Dat hakte er aardig in. Afgelopen met starten tussen 9.00 en 9.30 uur en koffie met appeltaart onderweg. Nu stipt 9.00 uur weg en koffie achteraf. Da’s natuurlijk veel handiger, maar het was ff aanpassen. Het tempo ging met windkracht 10 omhoog en de outfit werd stukken professioneler. Sokken moesten van S­ imon en Theo wit en kort zijn en zadeltasjes waren verboden. Hartslagen bereikten maximumhoogten en we moesten door de weeks stevig trainen om in het weekend bij de nieuwe fu-

siepartners in de buurt te kunnen blijven. Het nieuwe sport­ leven was begonnen. Maar er kwamen nog allerlei leuke dingen bij: buitenlandtochten, dagtochten, mosselmaaltijden. Kilometers door Slovenië over macadam, rillen op de Pico Veleta en logeren bij de gravin (nou ja) in de Drôme. Intussen razen we nog steeds door stad en land. Frames van staal zijn vervangen door carbon en aluminium en het aantal versnellingen is kwadratisch toegenomen. High-tech spullen houden de vaart erin en ambitie en lol zijn onveranderd gebleven. En dus op naar de volgende 25 jaar!

Links: Pyreneeën (2003). Rechts: in de tuin van Marten (1987); een weekend in Mechelen met de oude club (1983).

125


Van linksboven met de klok mee: naakt 1 (Maastricht-Nice, 1997); Transalp (2006); naakt 2 (Sierra Nevada, 1996); op de Glandon (1992); naakt 3 (MaastrichtNice, 1997) .

126


7-12 juni 1998 St. Michel l’Observatoire (luberon, ca 400 km) met Ben, Joke, Simon, Hekon, Jan Willem, Hennie, Theo, Henk, Wim, Adriaan, Rik, Toon, Paul Th., Paul B en Albert.

127


128


Marten Schreuder (1954) (lid 1989-1995)

H

et begint in 1980. Op de blauwe Fongers met wollen fietsbroek met JW, Willem, ‘broer’ Dirk, Onk en later Wim.Verkenningen in de Ardennen, verzeild geraakt in een aflevering van LBL.Vrouw N ­ acken met zoon ‘der’ Jozef in een prachthuis met meterdikke muren in Mechelen. Met regen plastic zakken over sokken. Blind stoempen en afzien. In Esneux stinken in een tent met de bijbel van Krabbé binnen handbereik. In Honie op de camping met Gerrit en Johan. Tijdritten in duo’s van Esneux naar Aywaille. Natuurlijk wél een paar seconden smokkelen. De avond vóór LBL of TBT goed aan de Jupilers om des anderen daags beter te presteren. Koko met appeltaart bij Kraantje Lek. Eerst de sprint aantrekken voor Wim en een kort gesprek met de immer jenever drinkende man die wél ‘meester in de rechten maar de rechten niet meester is’.Terug naar huis. Zandvoort op zondag met slagregens én wind tegen door de duinen naar huis. Nat zijn is niet erg, nat worden wél. Toen Dirk en JW uitwaaierden en gastrijders geen soelaas boden, in de slipstream van Wim eind ’80 mee naar de mannen en vrouw die vanaf het Noordeindeplein rijden.

Flarden van na de aansluiting

Een ander jaar met beter weer in de Cevennen, Paul T. die het bracket van z’n onvolprezen Cadex met een hamer bewerkt. Een paar dagen later overleeft zijn fiets op het dak van m’n auto ternauwernood de botsing met een zonnescherm.

Links: Gourdon (1990).

1992, regen, koud, bevroren handen tijdens de afdeling van de Aspin. Géén gevoel meer in m’n vingers. Is stoppen tegen een rots een optie? Ben boos omdat het uit is tussen zijn zus en mij. De nabijheid van Lourdes biedt géén vertroosting. Was het Slovenië? Wim en Joke...en misschien óók Hennie die zich een lift in een camion laten welgevallen. Téveel citroentjes waren de reden. Zwemmen naar het eiland in Bled als er een dag niet wordt gefietst. Praten met Adriaan over life and leisure. 1993 Dordogne. Samen met Paul B. sieraden kopen voor onze gelieven. Op de fiets de esthetiek van Simon: pinkje(s) licht omhoog aan het stuur alsof het theedrinken in hoger sferen betrof. Line up bij het zwembad van de mannen om te zien wie de magerste fietsbenen heeft: Ab of ik? Tennissen met Henk. Thuis, de komeet Theo komt verrassend met prachtige wieler­ verhalen van Siebelink aan de deur. Steeds, de gulheid van Hekon, de roadcaptain, als het weer eens (te) zwaar is, met pufjes uit z’n inhaler. Ben, de meestal rustige roerganger of (tóch) niet van dit alles. De stuurkunsten van Willem en zijn late bekering tot één van de rapperen van de club. En in het najaar mosselen op het Noordeindeplein. Mooi om dit alles en meer binnenkort te herdenken!

1991, op weg naar Zuid-Frankrijk met JW en Hennie neemt de wedstrijd al vroeg een aanvang. Met 190 aan het uur verloopt de rit wél snel.

129


Van linksboven met de klok mee: Zeelandtocht (1990); Proissans (1995); CĂŠvennen (1992); met de oude club in La Roche-en-Ardenne (1986).

130


Wielerwinkels Van linksboven met de klok mee: H. Walenkamp en Zonen, Haarlemmerstraat 1, hoek Schapensteeg (1973); Gijs van Dam, Noordeinde 11 (omstreeks 1980); Gijs van Dam en zoon (omstreeks 1980); Tom Schouten Wielersport, Scheveningen (2007); in de werkplaats van Sjefke Janssen, Elsoo (1989); fietsanalyse eerste meetprogramma Bioracer (1987).

131


29 mei-5 juni 1999 Lorgues (var, 283 km), met Ben, Joke, Hekon, Theo, Simon, Henk, Wim, Willem, Jan Willem, Adriaan, Paul B, Paul Th, Rik, Hennie en Albert. Op linksboven 131 reclamefolder van sterrenrestaurant ‘Bruno’ nabij Lorgues.

132


133


134


Paul Theunissen (1954) (lid 1989-heden) 1964

Ik lees in de Donald Duck over de Tour de Frats, die in de omgeving van Arnhem wordt georganiseerd. Langdurig droom ik van deelname aan deze etappewedstrijd voor de jeugd, maar kom niet verder dan wedstrijdjes met vriendjes om ons huizenblok. Ook weet ik vrijwel altijd argeloze fietsers net nog in te halen voor de denkbeeldige finishlijn. 1966

Ik krijg een schrijven van spelletjesfabrikant Hausemann & Hotte: ‘Het door u ontworpen Tour de France spel kunnen wij helaas niet in productie nemen, omdat er al een spel bestaat, dat hier erg op lijkt.’ 1979

Broer Jan en ik krijgen ieder 600 gulden uit een erfenisje en kopen beiden een Batavus racefiets met 10 versnellingen bij Gijs van Dam op het Noordeinde. 1980

Het eerste wielrenclubje. Wekelijks op dinsdagavond verzamelen we op Rapenburg 52 om vervolgens heel hard en met voortdurend demarrages via Wassenaar en Katwijk te finishen op de Zoeterwoudse Singel. 1981

Onderweg naar de Franse Rivièra zie ik de Mont Ventoux liggen. Angelique wordt enkele uren op een camping in Bédoin geparkeerd en ik rijd mijn eerste echte col. Tijd: 2.05, eenmaal afgestapt. 1982 Links: driekwart de Port de Pailhères vastgelopen in de sneeuw (1991).

Met Anton Dalhuijsen driemaal de Ventoux op. Op de dag van aankomst na het opzetten van de tent gingen we even

infietsen wat resulteerde in een eerste beklimming vanuit Malaucène. We arriveerden boven in het pikkedonker en moesten toen nog afdalen. Snelste tijd vanuit Bédoin 1.41.45 (Verslag gepubliceerd in Afzien, destijds het blad van de Medische Wielerkring). 1989

Terug in de regio via vrije vestiging in Lisse en op zoek naar fietsmaten. Hoor op een reünie van het Stedelijk Gymnasium van Paul Kooijman over een wielerclubje. Hij kan me echter niet introduceren, want hij fietst inmiddels zelf niet meer mee. Het groepje gaat hem te langzaam. Later tijdens een wintersportvakantie belooft Geertjan Goekoop me te introduceren, maar steeds als ik het vraag, gaat hij die zondag toevallig niet fietsen. Dan een ontmoeting met Ben Crul op een nascholing in het Elisabeth Ziekenhuis in Leiderdorp. Eindelijk beet, ik word uitgenodigd om eens mee te komen fietsen. Mijn ouwe Giant en zwarte sokken vallen niet echt in de smaak, maar ik mag toch mee blijven rijden, zeker nadat al snel een Giant Cadex met carbonframe wordt aangeschaft. 1991

Voor het eerst op vakantie met de club. Mont Plaisir, zwemmen, biljarten, tennis en spannende Pyreneeëncols, waarbij we op de Port de Pailhères vastlopen in de sneeuw. Onovertroffen, zoals vaak met een eerste keer. 1994

Slovenië: bezoek aan een partizanenziekenhuis in een rotsspleet en na een uitgebreide lunch met wijn en sigaret onverwacht de Vršič op ons pad.

135


1996

2004

Fietsen door de sneeuw in een poging de top van de Pico Veleta te bereiken. Nooit zo koud gehad.

Opnieuw de Ventoux tijdens de fietsweek in Mollans. Vanuit Malaucène rijd ik exact volgens mijn voorspelling omhoog in 1.55. Het verval lijkt dus 1 minuut per levensjaar. 2005 Weer naar Mollans en weer de Ventoux op, nu alleen met Ben en vanuit Bédoin. Tijd ruim boven de 2 uur; de vervalcurve lijkt toch meer exponentieel dan lineair. Wat de tijd betreft in ieder geval weer terug bij af.

Ventoux 1993

Vanuit de Drôme doen we weer eens een poging de Ventoux te bedwingen. Bij Chalet Reynard moet ik even languit op de weg liggen wegens kramp in mijn rug, maar als ik Ben en Adriaan zie aankomen, geeft me dat nieuwe energie. Tijd: 1.45.

Huidige fietsen: racefiets en mountainbike merk Santos. Ambities: de Marmotte, ooit eenmaal de bergprijs, Transalp op de mountainbike.

Branceilles (2000).

136

Rechts van linksboven met de klok mee: altijd die rug... (Transalp, 2006); Transalp (2006); Transalp (2006); Mollans (2005); Col d’Aubisque (1993); Corsica (2001).


137


13-20 mei 2000 Branceilles (dordogne, 461 km), met Ben, Joke, Simon, Rik, Hekon, Willem, Jan Wilem, Paul B, Paul Th, Hennie, Wim en Ab.

138


139


140


Rik van Klink (1957) (lid 1991-heden)

O

Links: Transalp (2006).

p 1 juli1988 ging ik in het Diaconessenhuis te Leiden werken. Kort daarop werd ik benaderd door Joke en Adriaan, mij toen nog niet echt goed bekend. Zij vroegen of ik een nascholing over hiv kon geven voor de huisartsen. Bij de voorbereiding kwam het sporten ter sprake. Ik vertelde weer te willen gaan fietsen en roeien. Hierop vertelde dit duo in een waanzinnig goed fietsclubje te zitten. Ik werd uitgenodigd zondag mee te fietsen. Het leek me wel gezellig. Ondanks de sterke verhalen die volgden, kon ik me eerlijk gezegd niet voorstellen dat ik dit stel niet zou kunnen bijhouden. Mijn conditie viel echter toch wel tegen, maar ik had ook veel minder materiaal (een 15 jaar oude Koga Miyata en bovendien slecht onderhouden). De voorspelling in de groep was, hoorde ik achteraf, dat ik niet meer zou verschijnen. Ik zou wel een van die passanten zijn, die zich rotgeschrokken waren. Het commentaar van Kooijman: ‘Het is een roeier, die komt wel terug.’ Inderdaad, een week later stond ik er weer. Uit medelijden werd ik met name door Ben een beetje uit de wind gehouden. Een paar weken later bleek ik de spaken uit de velgen te hebben getrokken en er werd nagedacht (door de hele ploeg) over een nieuwe fiets. Ik werd naar een speciale winkel gestuurd. In die tijd waren er nog niet zoveel mobiele telefoontjes. De verkoper zag mijn mobieltje en semafoon. Waarop hij vroeg: ‘Fiets je bij die Leidse artsen?’ Toen ik ‘ja’ antwoordde, kwam het commentaar: ‘Het zijn liefhebbers, fietsen als amateurs en hebben materiaal van professionals.’ Kortom ik moest het niet wagen met minder genoegen te nemen. Ik kwam terug met een Basso, al gauw Brasso genoemd. Ik fietste ineens veel beter. Er volgde een Trek (de eerste in de ploeg) in 1995. De laatste jaren kwamen er meer Treks in de ploeg. Regelmatig komt er

nu commentaar wanneer ik nou eens een nieuwe fiets koop. Ik ben echter zeer tevreden met de fiets en de komst van nieuwe Treks bevestigt mijn tevredenheid.

Sponsorshirt

Toen ik enige weken meefietste, kwamen de Pfizer-shirts binnen, ik kreeg er ook een. Gelukkig, ik hoorde erbij, ik had natuurlijk al met scheve ogen naar de Astra-shirts gekeken die tot op dat moment domineerden in het peloton. Ik kwam thuis met mijn nieuwe aanwinst en werd begroet met de opmerking: ‘Hé, ben je door de ballotage heen?’ Toen ik jarenlang het laatst bijgekomen lid bleef (verdere details zal ik u besparen) was mij duidelijk hoe waar deze opmerking over de ballotage was. De groepsdynamiek kostte me wel eens moeite, maar ik bleef met veel plezier fietsen en kon met alle individuele leden goed door één deur. Intussen ben ik volledig ingeburgerd en gewend aan/resistent voor de diverse groepsprocessen.

Overleefd

Hoogtepunten in het bestaan van de club zijn voor mij eigenlijk wel de rit door de Pyreneeën en de Transalp. Dieptepunt de aanvaringen tijdens de Pyreneeënrit en in het huis te Lorgues. Dit heeft toch wel enige schade opgeleverd aan de onderlinge verhoudingen. Het positieve is wel dat ook dit weer is overleefd en we nog steeds met zijn allen fietsen.

141


Van linksboven met de klok mee: PyreneeĂŤn (2003); idem; Transalp (2006); Proissans (1995); Branceilles (2000).

142


1 juni 2000 Amstel Gold race (155 km) met Ben, Joke, Simon, Theo, Hekon, Adriaan, Paul Th, Hennie, Willem, Jan Willem, en Ab (gastrenners: Boris en Jan Arend).

143


Valpartijen Van linksboven met de klok mee: Pim viel in een bocht van de afdaling van de Chamrousse (1984); idem; Paul B brak zijn sleutelbeen en wat ribben bij Ter Aar in 1991; Albert brak zijn ringbot (en fietste daar nog 40 km mee door, 1994); Toon brak een middenhandsbeentje in Spanje (1996); idem rรถntgenfoto;

144


Van linksboven met de klok mee: Ben brak zijn middenhandsbeentje in de Luberon (1999); idem rรถntgenfoto; Theo viel op de afrit van de autobaan bij Loha (1996); Simon brak zijn klein duimpje in Wassenaar (2001); (boven) Hekon werd aangereden door een scooter bij Woubrugge (1999); Ben gleed uit in een beijzelde bocht bij Lisse (2004); Willem viel bij Zevenuizen en brak wat ribben (2007)(niet ver van waar hij minder dan een jaar daarvoor zijn sleutelbeen en wat ribben brak en ook nog een hersenschudding opliep); idem.

145


8-27 mei 2001 Corsica (520 km) met Ben, Joke, Hekon, Paul B, Paul Th, Hennie, Jan Willem, Willem en Adriaan.

146


147


148


Henk Kraaijenhagen (1944) (lid 1994-1999)

A

an mijn lidmaatschap van de fietsclub Noordeindeplein heb ik de beste herinneringen. Na een zeilvakantie op de Ionische zee met Lies, Joke en Ben, werd ik in september 1994 gevraagd voor de ‘Wankele Wielers’. Ruim 5 jaar heb ik bijna elke zondag Hekons tochten meegefietst, de lange discussies meegemaakt als hij er soms niet was en vooral ook genoten van de buitenlandse reizen. De Dordogne, Les Gets, sneeuw op de Sierra Nevada, Italië, de Luberon (huis van Pierre Boulez) en Lorgues (dikke ruzie over bezoekje Goke en Lies). Ik begon pas echt te fietsen op mijn 47ste op de Raleigh van Lies, hangend in het wiel van Antoni. Mijn eerste prestigieuze col was toevallig de Mont Ventoux, in 1993 op een witte Duell (destijds 1.43).Wat later nam een vriendje een Merlin Ultralight mee uit de VS, in mijn ogen nog steeds onovertroffen. Tegenwoordig fiets ik het meest op een Litespeed mountainbike, even een rondje om de Braassem. Golfen heeft nu mijn prioriteit. Rest mij een dronk uit te brengen op de volgende 25 jaar. En ook al staat die soms tegen, het ga jullie voor de wind!

Links: zwembad Lorgues (1999). Rechts: Col d’Izoard (Maastricht-Nice, 1997).

149


Van linksboven met de klok mee: Sierra Nevada (1996); Cime de la Bonette, 2802 m (MaastrichtNice, 1997); de Mosselmaaltijd (1997); bij de Eisingaatjes in Nyon (Maastricht-Nice, 1997).

150


1-8 Juni 2002 St. Clair (ardèche) met Ben, Toon, JW, Joke, Hennie, Paul B, Hekon, Paul Th, Simon, Adriaan en Willem.

151


14-17 mei 2003 NormandiĂŤ (Pont-Audemer, Falaise, Courseulles sur Mer, Campigny, 350 km) met Ben, Simon, Adriaan, Paul Th, Paul B, Theo en Albert.

152


In en uit Van linksboven met de klok mee: Vrouwenweg richting Leiden; Nieuweweg richting de Zijldijk; fiets- en spoorbrug over het Rijn-Schiekanaal.

153


23-31 augustus 2003 PyreneeĂŤn (biarritz-sitges, ca 600 km) met Theo, Simon, Hekon, Hennie, Willem, Rik, Ben, Jan Willem, Adriaan, Wim en Toon.

Middenonder bij de herinneringsplaquette van de valpartij van Wim van Est (zie ook pagina 99).

154


155


156


Anton Dalhuijsen (1952) (lid 2003-heden)

M

Links: Transalp, 2006. Onder: weer eens tijd voor een servicebeurtje?

ijn zwangerschap bij Fietsclub Noordeindeplein duurde 14 jaar. Op 7 april 1991 vond de conceptie plaats. Die zondag zag ik voor het eerst de gestileerde koppen van de renners. Van Ab Roskam, Simon Kooijman, René Pijnen, Marten Schreuder, Roy Schuiten, Paul en Gert-Jan Theunissen, Wim Issendonck, Harm Ottenbros, Adriaan Verhage en vele anderen. Met afgunst keek ik naar de gespierde en geschoren benen en het prachtige materiaal. Terecht besteedden de ontspannen eigenaren daarvan geen aandacht aan mijn 14 jaar oude Gazelle Racesprinter, waar ik de spatborden van had verwijderd. Stil, naar mijn aard, nestelde ik me in het laatste wiel, terwijl de mannen voor me een beuls tempo inzetten. Demarrages van Van Schie, de Kneet, Van Klink en nog meer mannen met Bordewijkse namen. Tussen hen een vrouw. De witte dame? Ik zag slechts haar rug en kon het niet beamen omdat ik de kracht, de souplesse en het koersinzicht niet had me naar voren te werken en haar van opzij gade te slaan. Zeker niet toen de demarrages van de mannen, van wie ik slechts de rug zag, talrijker werden. Gelukkig was er naast het fluiten van de wind, die het peloton op die bladstille dag creëerde, nog een geluid. Het staccato en met vanzelfsprekendheid achterin het peloton geuite ‘Theo’, ‘Giuseppe’, ‘Ben’ of ‘Hennie’ bij een nieuwe tempoversnelling of een prachtig staaltje kopwerk. Ondanks mijn zuurstofgebrek leerde ik de namen zo vrij snel kennen. Of ik was zo druk bezig met namen leren (vooral Taminiau en Anquetil kostten veel moeite) dat er niet genoeg bloed naar mijn beenspieren ging of ik

kon gewoon niet goed genoeg fietsen of ik had niet de goede fiets of ik had een veel te zware hutkoffer onder mijn zadel gemonteerd of ik had geen koersinzicht of ik reed te licht of te zwaar of ik zat niet goed, zeker is dat ik lééd en aan het elastiek hing. Daarbij - en dat is net zo erg als niet kunnen koersen - had ik niet de vereiste kleding, zoals me later ­fijntjes is verteld. De heren Briët en Pasman rouleerden voor me in hetzelfde hoge beentempo als kopman Langeler en spraken ontspannen over een tractaat van Plato. Hun blik viel bij het volgen van een passerende steenarend op mijn diepgezonken ogen, waar de dood in te zien was. De twaalf boterhammen en drie borden havermoutse pap van die ochtend waren uitgewerkt en vervangen door de hongerklop. Toen me een vijg werd aangereikt, voelde ik me even ook een echte renner en wel Bartali die in de etappe van Cannes naar Briançon op 15 juli 1948 een banaan kreeg, vermoedelijk van een priester. Alleen won de campionissimo de Tour en hoefde ik er nu pas een paar kilometer later definitief van af. Ik stamelde ‘Dank u wel’ en ontving een kort knikje. Goed dat ik niet had getutoyeerd! Toen werd met de blik op mijn fiets, de hand met uitgestoken wijsvinger twee keer kort heen en weer bewogen. Het gebaar was duidelijk: mijn fiets ‘kon niet’. Kort daarop heb ik een nieuwe gekocht - ook omdat inmiddels het frame was gebroken. Tijdens mijn zwangerschap ben ik 26 keer gastrenner geweest tijdens in totaal 2168 km, een gemiddelde van 83 km. Uiteraard heb ik nooit gepoogd het jaarquotum van drie invalbeurten te overschrijden. Regels zijn regels. Uiteraard heb ik nooit op een andere fiets gereden dan mijn rood-witte Gazelle Champion Mondial - met AB-frame zoals me vaak met veel dédain is meegedeeld. Dankbaar voor het ruimhartige gedoogbeleid hield ik - als ik mocht meedoen - de kopmannen uit de wind, haalde ik wa-

157


ter, trok ik sprints aan waarbij ik steevast als laatste eindigde, mocht ik gaatjes dichtrijden, kortom deed ik als een figurant mee. Gevraagd en ongevraagd werd ik bespreekgeval tijdens de Mosselmaaltijd. Ik reed de Elfstedentocht, stak Antarctica over met een slee gemaakt van luciferdoosjes, sloeg een hole-in-one, beklom de Everest zonder zuurstof, maar de bekroning van mijn leven bleef uit. De argumenten tegen het lidmaatschap waren te krachtig. ‘Te grote bek’, ‘We zijn al met zoveel’, ‘Zijn fiets is ongepoetst’, ‘Hij lijkt Theunissen wel met dat smeer op zijn ongeschoren kuiten’ .... Toch, toch heeft de veertien jaar lange zwangerschap geleid tot een bevalling. Het gelukzalige moment op de A4 ter hoogte van de Starrevaart, de vogelplas langs de Vliet, zal ik nooit vergeten. De president aan de telefoon. Als ik niet vier puberende hockeyers had moeten chaufferen, was ik in de houding gesprongen. De aan mij gestelde voorwaarden waren niet mals. Eén daarvan mag ik openbaar maken: de sympathieke tas onder mijn zadel met ruimte voor drie Marsen, twee binnenbanden, de Prisma Bloemen van veld en duin, tien vijgen (voor de heren die ik inmiddels mag tutoyeren, maar wel met de achternaam moet aanspreken), een reservestuurlint, een poetslap, een Agu regenpak en gewatteerde overschoenen, dat handige tasje mocht niet meer. Enfin, akkoord, niet zeuren, gewoon een man zijn, de club houdt niet van gemuts, is daar wars van en tolereert uitsluitend echte mannen, jongens van stavast, van Jan de Wit. Het was duidelijk ‘graag of niet’. Dat het voor mij meer dan ‘graag’ was, moge duidelijk zijn. Sinds mijn bevalling heb ik nog 51 keer meegereden zodat ik nu op 77 keer en 6325 km sta. Hoogtepunt is uiteraard de Transalp van 2006, toen ik voor het eerst in den vreemde mocht rijden. Dan zie je dat het peloton ook na bijna 25 jaar zeer serieus en professioneel is gebleven. ’s Ochtends eerst langs de apotheek, dan ontbijten, dan weer naar de apotheek om de voorraad aan te vullen, dan ‘verzorging’. Voordat ik een kilometer had getrapt was ik al doodmoe. De andere heren hadden daar geen last van, sms’ten met Patrick

158

Lefevere, namen financiële zaken door met Cees Priem of hadden overleg met hun Spaanse collega Fuentes. Rest de vraag wat het gezelschap is, waarom het is. In mijn schriftje van 7 april 1991 staat FC, voor fietsclub; tijdens mijn lange zwangerschap schrijf ik huisartsenclub, sinds 2005 Noordeinde. Een neutrale maar allesomvattende benaming die de vraag of we met een fietsclub of een vriendenclub te maken hebben, irrelevant maakt. Het is middel en doel en zin van het leven.

Fietsen:

- Gazelle Race Sprinter (Bordeaux rood) aanschaf 1977, gebroken frame mei 1991 (dus 1 keer aanschouwd door het gezelschap). - Gazelle Champion Mondial rood-wit Mont Ventoux: driemaal (13, 14 en 16 juli 1982) beste tijd Bédoin-kant uiteraard: 1.39 samen met Paul Th. die 1.40 reed (zie Medische Wielerkringverslag).


Van linksboven met de klok mee: viermaal Transalp, 2006; het jongste lid kent zijn plaats (St. Agnan, 2007).

159


15-23 mei 2004 Mollans (dr么me, 456 km) met Simon, Rik, Adriaan, Paul B, Hennie, JW, Paul Th, Willem en Hekon.

160


28 mei-4 juni 2005 Mollans (dr么me, 434 km) met Hennie, Adriaan, Simon, Rik, Paul Th, Ben Wim, Willem, Paul B en Hekon.

161


10-18 juni 2006 Transalp (Salzburg-VenetiĂŤ, ca 450 km) met Hekon, Ben, Simon, Theo, Willem, JW, Anton, Paul B, Paul Th, Adriaan en Rik.

162


163


9-16 juni 2007 St. Agnan (dordogne, ca 450 km) met Ben, Hekon, Simon, Theo, Adriaan, Paul B, Anton, Hennie, JW, Paul Th, Willem en Albert.

164


165


De dingen die voorbij gaan ... 1990, Gourdon.

166


2000, Branceilles.

167


2007, St. Agnan.

168


Cols

169


Télégraphe (1566 m), 1992

170

Mont Ventoux (1912 m), 1988

Madeleine (2000 m), 1992

Alpe d’Huez (1815 m), 1992

Croix de Fer (2067 m), 1992

Galibier (2640 m), 1992

Tourmalet (2115 m), 1993

Aubisque (1709 m), 1993

Glandon (1924 m), 1992

Aspin (1489 m), 1993


Soulor (1474 m), 1993

Pico Veleta (Parador, 2533 m), 1996

Vrišic (1611 m), 1994

Manghen (2047 m), 1997

Marchairuz (1449 m), 1997

Ferriere (592 m), 1997

Aravis (1478 m), 1997

171


Iseran (2770 m), 1997

Roselend (1968 m), 1997

Saisies (1650 m), 1997

Bonette (2802 m), 1997

172

Cenis (2084 m), 1997

Signal de Lure (1826 m), 1998

Izoard (2360 m), 1997

Vars (2109 m), 1997


Montgenèvre (2200 m), 1997

Vergio (1467 m), 2001

Izpegi (690 m), 2003

Bonaigua (2072 m), 2003

d’Ey (718 m), 2005

Furkel (1788 m), 2006

Sella (2240 m), 1993 en 2006

Grossglockner (2505 m), 2006

Pordoi (2239 m), 2006

Niet gefotografeerd, maar wel gereden o.a.: Ballon d’Alsace (1178 m), 1989 Grand Ballon (1424 m), 1989 Col de la Schlucht (1135 m), 1989 Col de Vence (963 m), 1990 Col de Jau (1506 m), 1991 Port de Paillières (2001 m), 1991 Mont Aigoual (1567 m), 1992 Col de Rousset (1254 m),1993 Puy-Mary (1787 m), 2000

173


174


Gastrenners (tentatief )

Carolien Bakker Bart Breebaart Koert Breebaart Menno BriĂŤt Jan Callenwaard Jan Robert Delver Floris van Gulik Hendrik Halbe Janet Karreman Paul Kooijman Willem van Leeuwen Kees van Manen Boris Pasman Erwin Planken Mark van Rhijn Han Romein Peter de Roode Joost van Rossum Dirk van Schie Boudewijn Taminiau Paul (vriend Mark van Rhijn) Aan deze lijst kunnen geen rechten worden ontleend.

175


176



Noordeindeplein jubileum fietsboek