Page 1

DECEMBER 2015

SPECIALE UITGAVE

Van dromen naar doen!


Bij de dokter?

3 goede vragen

INHOUD EN COLOFON

VAN DROMEN NAAR DOEN

Wat zijn mijn mogelijkheden?

Inhoud

08Wat zijn de voordelen

07

en nadelen van die mogelijkheden?In deze editie onder meer:

Wat betekent dat in mijn situatie?

16

22

07

Ben Tiggelaar

08

Spoedzorg, een jaar later

16

Interventie-zorgstraten, een jaar later

18

De initiatieven, van golf 1 naar golf 2

22

Bij de dokter? 3 goede vragen

Voor meer informatie: www.3goedevragen.nl

Colofon

Initiatief van:

Oplage: 4.000 exemplaren

Redactie en fotografie: afdeling

communicatie & patiëntenvoorlichting Bernhoven en Wim Roefs Vormgeving: deontwerppraktijk.nl Eindredactie: valleur.nl Bernhoven Afdeling communicatie & patiëntenvoorlichting Postbus 707 5400 AS Uden Telefoon: 0413 - 40 29 10

E-mail: communicatie@bernhoven.nl Website: www.bernhoven.nl December 2015

© Patiëntenfederatie NPCF

2


VOORWOORD

3

Voorwoord

O

p 1 januari 2014 startte Bernhoven met Droom. In het veranderende zorglandschap zetten wij op dat moment de eerste stappen op onze weg naar betere en beter betaalbare zorg. Dat deden wij niet alleen, maar samen met onze medewerkers en andere partijen die nauw bij onze zorg betrokken zijn, zoals onze huisartsen en zorgverzekeraars CZ en VGZ. In onze ambitie een Droomziekenhuis neer te zetten vroegen we: bouwen jullie mee? En dat deden jullie. En daar zijn we verschrikkelijk trots op. Steeds meer Droominitiatieven gingen van start en ook om die projecten heen ging de gedachte steeds meer leven. Droom werd meer en meer onderdeel van ons denken en handelen. Dat enthousiasme en die betrokkenheid vormen in 2016 onze bagage om definitief van dromen naar doen te gaan. Een verandering die ook door de buitenwereld met belangstelling wordt gevolgd. In deze brochure vertellen we erover. Is er een einddoel aan deze reis? Het antwoord is ja en nee. Ja omdat we onze hele organisatie erop richten om Droom zó te verweven met wat wij doen dat het geen Droom meer is, maar deel uitmaakt van ons DNA. Dat wij zijn geworden wat we droomden. Maar als we nee antwoorden, dan is dat omdat een ziekenhuis nooit stil staat. Zorg kan altijd beter. Efficiënter. Nog meer betrokken. Daar blijven we elke dag aan werken. Daar willen we elke dag nog meer voor zorgen. Bij een nieuwe fase hoort een nieuwe vraag:

zorgen jullie mee? Namens het directiecomité, Peter Bennemeer Algemeen directeur Bernhoven


4

VAN DROMEN NAAR DOEN

Bernhoven een droomziekenhuis wilden maken dat de zorg organiseerde op een manier die houdbaar is én van een goede kwaliteit. Als wij dat samen met hen zouden doen, dan zou het grote voordeel voor de zorgverzekeraars zijn dat zij de ‘best practices’ die we met elkaar hadden opgezet konden uitrollen naar andere ziekenhuizen. Daar is het concept van Droom ontstaan. Gebaseerd op het werk dat hier door de dokters al gedaan was.”

Je eigen toekomst schrijven. Wat kun je nu nog meer willen? Bernhoven. Een ziekenhuis in transitie. Van oude patronen zijn we onderweg naar een nieuwe manier van werken. Een koers die onder andere tastbaar wordt in de Droominitiatieven waarvan al een deel gerealiseerd is. Hoe kijkt algemeen directeur Peter Bennemeer terug op de afgelopen periode? En waar staat de stip op de horizon? Een verhaal over loslaten en omarmen.

D

e overstap van het bedrijfsleven naar de zorg heb ik gemaakt omdat ik gepakt was door de maatschappelijke uitdaging die zorg betaalbaar te houden, met een goede kwaliteit. Er stond echt iets te gebeuren in het zorglandschap. En de dokters hier voelden in hun onderbewustzijn dat het een andere kant uit moest gaan, maar ze konden het nog niet goed duiden. Zo zijn Bernhoven en ik op elkaars pad gekomen. En zo is uiteindelijk de Droom-strategie ontstaan. In mijn beleving is Droom ooit begonnen op een vrijdagochtend, tijdens een discussie bij CZ in Tilburg. Mijn verzoek aan hen was of zij samen met

Krachtig en uniek “Mijn concrete opdracht destijds was om de RvE-structuur op te zetten. Maar een van de belangrijkste observaties die ik deed was dat in een ziekenhuis, waar je een medisch product als kernproduct hebt, de dokters nergens op een positie stonden waar besluiten genomen kunnen worden. Dat vond ik heel bijzonder. Zo zijn we begonnen met de RvE’s, met de dokters ‘in the lead’. Een gedachte die verder werd uitgewerkt in het directiecomitémodel dat we nu hebben. Dat de dokters nu in loondienst zijn van het ziekenhuis maakt daar deel van uit, het draagt bij aan de gelijkgerichtheid van de belangen. Onze ultieme doelstelling: de continuïteit van dit ziekenhuis. Dat totale plaatje maakt het concept zo krachtig en uniek. Alle randvoorwaarden daarvoor zijn ingevuld.

Gerichtere zorg. Gezamenlijk met die patiënt doordacht en doorleefd. Ons ‘noorden’, onze richting is dat we als ziekenhuis in de regio betere zorg leveren aan de patiënt. Gerichtere zorg. Gezamenlijk met die patiënt doordacht en doorleefd. En dat we dat vervolgens goedkoper maken door de overbodige


5

zorg eruit te halen. Dat maakt ons voor een zorgverzekeraar een aantrekkelijke partner. En voor patiënten, die als ze horen dat de kwaliteit hier beter wordt meer naar ons toe zullen komen. Dat levert samen een gezonde groei op. En het geld dat dan vrijkomt kan vervolgens weer geïnvesteerd worden in nieuwe technologieën en innovaties, waardoor we met zijn allen een nog betere gezondheidszorg gaan krijgen. Ik hoop dan ook echt dat andere ziekenhuizen dit idee kopiëren. Dat we kunnen laten zien dat zorg beter en goedkoper kan.”

Je bewandelt samen een pad dat je niet kent, je weet alleen welke richting het op moet. “Ik had van tevoren niet kunnen bedenken dat we nu staan waar we staan. Maar ik denk wel dat als je op zoek bent, als je ervoor openstaat, er dingen gebeuren. Het is omdat er een bepaalde chemie tussen mensen is, een bepaald vertrouwen dat je dit soort dingen kunt doen. Anders werkt het niet. Je doet namelijk iets wat nog nooit is gedaan. Je bewandelt samen een pad dat je niet kent, je weet alleen welke richting het op moet. Dat geldt voor ons allemaal. Het komt niet vaak voor in je carrière dat je je eigen toekomst kunt schrijven. Ik denk dat iedereen in huis wel begrepen heeft dat ze dat nu kunnen. En als dat vervolgens vanuit het collectief zó wordt gefaciliteerd dat je de toekomst, zoals je die zelf bedacht had, je eigen vorm kunt geven, dan is de cirkel rond. Je eigen toekomst schrijven. Wat kun je nu nog meer willen? De snelheid waarmee deze trein gaat heeft wel tot gevolg dat sommige mensen denken: ik word veranderd zonder dat ik daar iets aan kan doen.

Ik realiseer me dat. En ik had het graag anders gewild, maar het kán niet anders. Soms zie ik een natuurlijke behoefte om daartegen in verzet te komen. Dat kun je niemand kwalijk nemen, dat hoort bij een veranderingsproces. Maar als je het oude niet kunt loslaten, dan kun je het nieuwe niet omarmen. Het loslaten van het oude is in 2015 een heel traject geweest, voor steeds meer mensen. Zoiets kost tijd. Maar er komt een moment dat je moet kiezen. En dat moment is nu gekomen. Voor ons allemaal. We moeten durven loslaten. En leren nieuwe initiatieven die langskomen niet te zien als een extra werklast, maar als iets wat in de plaats van iets anders komt. Tegelijkertijd is er een behoefte om wat we doen meer naar buiten te communiceren. Was Bernhoven drie jaar geleden een ziekenhuis waarvan mensen misschien wisten waar het lag zonder dat het een gespreksonderwerp was, nu is het hét gespreksonderwerp van de sector. Om wat we doen. Het is zichtbaar. We slaan golven in het meer. En dat willen we ook in 2016 meer en meer gaan doen en beleven.”

We slaan golven in het meer. Verantwoordelijkheid “Dat ik eind 2014 zelf ziek ben geweest en als gevolg hiervan een stevige operatie heb moeten ondergaan, heeft mijn overtuiging dat we hier in Bernhoven iets doen wat het verschil maakt alleen maar meer bevestigd. Wél heb ik me gerealiseerd dat de snelheid waarmee wij als sector proberen een patiënt te helpen in sommige gevallen helemaal geen hulp is. Soms is het technisch heel begrijpelijk dingen snel te doen, bijvoorbeeld om gevolgschade zo veel mogelijk te beperken. Maar denk bijvoorbeeld aan borstkanker. Die diagnose krijgen

is voor iemand zelf, maar ook voor de directe omgeving heel ingrijpend. Na de diagnose gaat direct een hele reeks van activiteiten van start. En het is heel moeilijk om als patiënt midden in de emotie zo’n snel proces van diagnose en beslissingen te doorleven en de afweging te maken of datgene wat de dokter voorstelt wel de meest relevante oplossing is. In die zin heeft het mij bevestigd dat wat onze dokters samen met onze huisartsen aan ideeën binnen onze strategie Droom hebben ontwikkeld, helemaal juist is. In het bijzonder dat we tijd moeten besteden aan onze patiënten en dat wij patiënten actief moeten betrekken in het voor hun situatie meest passende behandelplan.

De patiënt moet onze maximale aandacht en ondersteuning krijgen. Het heeft me er ook bewust van gemaakt dat áls er iets fout gaat, en in de hectiek van de dag gaan dingen weleens fout, de patiënt onmiddellijk onze maximale aandacht en ondersteuning moet krijgen. Dat is een verantwoordelijkheid die een ieder in ons huis heeft en waar wij ons nooit aan mogen onttrekken. Het is iets waar ik nu heel gevoelig voor geworden ben. We moeten onze verantwoordelijkheid nemen. En dat zeg ik niet als directeur van dit ziekenhuis, maar als mens van vlees en bloed.”


6

VAN DROMEN NAAR DOEN

Toekomstbestendige zorg voor de regio Droom. Het woord komt vaak langs in onze communicatie. En de inhoud ervan bepaalt veel van ons handelen. Maar wat ís Droom ook alweer? En waarom heeft Bernhoven er een strategie van gemaakt?

E

r was eens … een Droom. Een droom om de continuïteit van Bernhoven, en daarmee die van de zorg voor de regio Oss-Uden-Veghel te garanderen. Een droom om invulling te geven aan onze maatschappelijke verantwoordelijkheid de zorgkosten omlaag te brengen. Maar wél met kwaliteit als uitgangspunt. En een droom om die gedachten samen te brengen in deze ene zin: betere zorg leveren door juist minder zorg te verlenen. Betere zorg door minder zorg. Zo op het eerste gehoor leek dat haaks op elkaar te staan. Daarom lieten we een korte animatie maken om uit te leggen waar Droom over gaat.

Natuurlijk Bernhoven

Om onze Droom te verwezenlijken moeten er dingen veranderen. En dat veranderingsproces, die transformatie, daar zitten we nu middenin. Dit schema laat zien op welke terreinen we aan het werk zijn om van de transformatie een succes te maken. Want een verandering raakt alle aspecten van wat wij doen. En gaat dus niet over één nacht ijs.

Medisch beleidsplan

Scan deze QR-code om de animatie te bekijken

Samenwerking met partner ziekenhuizen Meest mensgerichte ziekenhuis

Samenwerking met zorgverzekeraars

Natuurlijk beter

Droom business case/ financiële continuïteit

Was er eerst een Droom, nu is het moment gekomen om onze dromen om te zetten in daden: van dromen naar doen. En daarmee zijn we de komende jaren op weg naar Natuurlijk Bernhoven. Naar een Bernhoven waarin onze prachtige Droom onze dagelijkse manier van werken is geworden.

Natuurlijk gastvrij

Natuurlijk inspirerend

Gastvrijheid en cultuur (Silk)

Optimaliseren zorgportfolio

Vitaliteit

Organisatie en aansturing

Specialisten participatie


7

Ben Tiggelaar: ‘Gedrag bepaalt of we dromen om kunnen zetten in daden’ In maart 2015 nam gedragswetenschapper Ben Tiggelaar ons mee op een inspirerende reis waarin hij liet zien hoe je dromen om kunt zetten in daden. “Wil je veranderen dan moet je gedrag veranderen, want gedrag is de zwakke schakel tussen plannen en resultaat”, aldus Tiggelaar.

G

edrag moet meetbaar, actief en persoonlijk zijn: de MAP-methode. Die methode richt zich op gedrag in plaats van harde resultaten. Zoek uit wat je kunt doen, bepaal vervolgens de concrete activiteiten die daarbij horen en stel dan vast hoe vaak je dat gaat doen. Zo zorg je ervoor dat je duidelijk krijgt hoe je resultaten bereikt en de MAP-methode vergroot de kans op het halen van je doelen met meer dan duizend procent. Zo vertelt Tiggelaar tijdens de kick-off van Droom voor alle medewerkers van Bernhoven in Markant Uden. ‘Ja, maar’ betekent nee Tiggelaar legt uit dat in een veranderingsproces twee automatismen een rol spelen. Ben je erg op de prestatie gericht, dan zul je iedere mislukking die je op je pad tegenkomt zien als een bevestiging van dat idee ‘zie je wel, het lukt niet’. Dat zijn de mensen die bij iedere verandering zeggen ‘ja, maar ...’ ‘Ja, maar’ betekent volgens Tiggelaar nee. Als je je richt op het leren, dan ben je ook veel meer gericht op het zoeken naar verbetering. Een leerproces houdt immers in dat zo’n proces verloopt met vallen en opstaan. En dat je tegenvallers

ziet als nieuwe kansen: oké, dit lukt niet, wat moeten we dan doen om te zorgen dat het op een andere manier wel lukt?’ Tiggelaar vergelijkt het met de koers van een vliegtuig. We denken dat een vliegtuig dat op de automatische piloot van Amsterdam naar New York vliegt dat in een rechte lijn doet. Voor 90 procent van alle vliegreizen geldt dat dat niet zo is. Onderweg naar het doel moet die koers telkens opnieuw worden bijgesteld, het vliegtuig vliegt dus feitelijk in een zig-zagkoers. Maar het bereikt uiteindelijk wél zijn doel. Zo is het ook in een veranderingsproces. Dat lukt niet van de ene op de andere dag. Je raakt zeker af en toe van je koers af en moet ook bereid zijn die koers onderweg naar je doel bij te stellen. Veranderen is dus geen statisch begrip maar een dynamisch proces. Daarbij gaat het om kleine overwinningen, kleine resultaten die je onderweg boekt. Die hebben de grootste impact op motivatie en prestatie. Ook voor Bernhoven geldt dat het zijn Droom niet binnen een bepaalde tijd zal realiseren. Droom is een dynamisch proces dat onderweg verandert en bijgesteld wordt. Maar wat telt is het resultaat.


8

SPOEDZORG, EEN JAAR LATER …

‘Droom is de nieuwe manier van werken’ Een jaar geleden had je veel zin in het realiseren van Droom. Hoe is het nu, een jaar later? Hoe kijk je terug op dit jaar? “Ik ben blij te zien dat we van dromen naar doen zijn gegaan in de organisatie. De initiatieven krijgen handen en voeten en op de SEH is het team enthousiast aan de slag met de implementatie. Inmiddels zien we daar ook de eerste resultaten van de initiatieven. Ik proef in het ziekenhuis een groter draagvlak. Was er eerst soms nog wat weerstand op de werkvloer, nu is er steeds meer begrip en zelfs ook bevlogenheid die zich uit in het spontaan aandragen van goede nieuwe initiatieven!” Wat is het belangrijkste verschil met een jaar geleden, voor jou? “Belangrijkste verschil is dat Droom nu niet meer van een klein groepje is, maar dat de medewerkers beseffen dat dit de nieuwe manier van werken is, voor iedereen in Bernhoven. Bij de meeste dokters is het al gemeengoed. Als een huisarts voorheen belde om te overleggen, lieten we een patiënt nogal snel naar de SEH komen. Tegenwoordig kijken we kritischer of dat ook echt nodig is.”

Wat is het belangrijkste verschil voor de patiënt? “Door het initiatief ‘Specialist aan de poort’ (SEH-arts, internist, cardioloog en een chirurg op de SEH) is de zorg beter afgestemd op wat de patiënt op dat moment nodig heeft”. Door naast elkaar en als team samen te werken kunnen we direct een beter advies geven aan de patiënt. We werken efficiënter, omdat de zorg passender en van hogere kwaliteit is. Deze werkwijze heeft tot gevolg dat de patiënt minder vaak opgenomen wordt en dat de opnameduur korter is. Hij hoeft ook minder vaak op de poli terug te komen.” (Zie tabel pagina 9) Waar staan we over een jaar? “Over een jaar hoop ik dat we weer grote stappen verder zijn, dat de processen weer rijper en verder uitgekristalliseerd zijn. Ik hoop dat we dan alleen nog maar ‘nieuw’ werken en het oude denken weer meer hebben kunnen loslaten.Verder hoop ik dat de samenwerking met de Huisartsenpost (HAP) verder geïntensiveerd is en dat ook de HAP en de huisartsen van onze regio meer onderdeel en mede-eigenaar zijn van Droom. En ik hoop dat ook bij de medewerkers op de werkvloer Droom nog meer gaat leven, zodat ook zij steeds vaker met vernieuwende ideeën komen. Zodat we samen een nóg betere kwaliteit van zorg leveren aan de patiënten uit onze regio.”


9

Voorbeeld van een initiatief en de resultaten ervan

Versterking aan de poort van Bernhoven

Z

even dagen per week, 24 uur per dag een SEH-arts op de Spoedeisende Hulp, tijdens kantooruren aangevuld met een internist, een cardioloog en een chirurg. En op maandag is er een geriater op de SEH beschikbaar. Resultaten Door de continue aanwezigheid van een SEH-arts op de Spoedeisende Hulp krijgt de patiënt altijd die zorg die hij nodig heeft, op een zo efficiënt mogelijke manier. Dat is niet alleen voor de patiënt zelf prettig, maar ook voor de verpleegkundigen en arts-assistenten; zij voelen zich hierdoor gesteund.De SEH-arts kan indien nodig als generalist meekijken, meedenken en behandelen. Hij kan ook inschatten of er opschaling van zorg nodig is met bijvoorbeeld een intensivist/IC-arts. De versterking van de bezetting op de SEH heeft tot gevolg dat het aantal opnames, de opnameduur en het aantal vervolgafspraken in het algemeen zijn afgenomen met zo’n 7%. De vervolgafspraken voor cardiologie, interne geneeskunde en chirurgie zijn afgenomen met respectievelijk 9, 7 en 13 %. Zijn er nog verbeterpunten? Iets wat nog niet altijd goed gaat, is dat de aanwezigheid van een specialist op de SEH bij sommige vakgroepen soms nog een sluitpost is. Met andere woorden: als er bij een vakgroep een zieke collegaspecialist is, wordt vaak als eerste de specialist van de SEH gebeld om bijvoorbeeld een poli te laten doorgaan. Ik snap dat we niet graag patiënten afbellen, maar we missen de inzet van de betreffende specialist dan wel op de SEH.

Opnamepercentage per specialisme Voor de start van de specialist versus na de start -9% 63%

58%

-7% 67%

-13%

62%

22%

Cardiologie

Interne geneeskunde

19%

Chirurgie

Wim Gielis, voorzitter Ondernemingsraad

“In 2015 liet de OR zich goed informeren. We zijn trots op de kwaliteitsslag die Bernhoven maakt, maar we zijn ons ook bewust van de zorgen die onder medewerkers leven. In 2016 neemt de OR een actievere rol in. We hebben een speciale commissie binnen de OR die zich bezighoudt met Droom en we gaan vaker in gesprek met medewerkers. De OR is vertegenwoordigd in de Klankbordgroep Project Droom (voorheen de Kerngroep). Bij de ontwikkeling van de nieuwe organisatie zijn we dan ook nauw betrokken. Droom in al zijn facetten staat bij de OR in 2016 boven aan de agenda!”


10

DIAGNOSE- EN INDICATIESTELLING, EEN JAAR LATER …

‘Minder zorg in het ziekenhuis, maar wel de juiste zorg op de goede plek.’ Til van Rooij, manager bedrijfsvoering bij Bernhoven en directeur Diagnostisch centrum Bernhoven, is lid van de klankbordroep Droom en nu ook kwartiermaker.

We zijn nu een jaar op weg met Droom. Wat is het belangrijkste verschil met een jaar geleden, voor jou? “De plannen die we in 2014 gemaakt hebben, zijn we in 2015 gaan uitvoeren. Een jaar geleden zijn we gestart met maar liefst 35 projecten in Golf 1. Inmiddels zijn we met Golf 2 gestart, dat zijn nog eens 30 projecten. Van dromen naar doen dus. Er is enorm veel werk verricht het afgelopen jaar. Het was een hele klus om de projecten goed op te starten. Voorwaarde was dat we ze goed konden monitoren en het heeft de nodige tijd en inspanning gekost om dat goed in te richten. Ik ben er trots op dat het ons gelukt is. We zijn allemaal enthousiast bezig waardoor Droom ook op de werkvloer steeds tastbaarder wordt.”

Wat is het belangrijkste verschil voor de patiënt? “Een grote verandering voor de patiënten is dat de denk- en werkwijze, de ‘mindset’ van de specialisten in Bernhoven veranderd is. Was het voorheen een automatisme om een patiënt naar het ziekenhuis te laten komen, nu bekijkt de specialist per individu wat nodig is. Kan de huisarts de controle uitvoeren, dan kiezen we daarvoor. Het is efficiënter en beter. Ik denk dat de patiënten dat merken. Zij krijgen minder zorg in het ziekenhuis, maar wel de juiste zorg op de goede plek. Om een voorbeeld te geven: we verwijzen CVRM-patiënten (hart- en vaatziekten) zo veel mogelijk terug naar de huisarts. Werden eerst alle controles in het ziekenhuis verricht, nu doet de huisarts dit. Dat hebben we uiteraard goed afgestemd met de huisartsen en ook aan de patiënten leggen we het uit.”


11

Waar staan we over een jaar? “Over een jaar zijn de projecten opgenomen in de gewone bedrijfsvoering. Dan is Droom geen project meer, maar is het onze staat van zijn. De mindset bij specialisten en medewerkers is dan aangepast. Een jaar geleden zei ik tijdens het interview: “We organiseren de zorg om de patiënt in plaats van om de specialist.” Om dat goed voor elkaar te krijgen voeren we nu een organisatiewijziging door. Deze nieuwe organisatie krijgt in 2016 verder gestalte. Pas dan kunnen we de patiënt écht centraal zetten in Bernhoven.” Kun je een voorbeeld van een initiatief noemen? “Een van de initiatieven van Droom is de anderhalve lijnszorg dermatologie. Op dit moment bezoeken onze dermatologen negen huisartsenpraktijken in de regio. Eenmaal per twee weken zien zij daar, samen met de huisartsen, de patiënten met een dermatologisch probleem.” Je merkt dat dit voor 80 tot 90% van de patiënten voldoende is. Van de 93 patiënten komen er nog maar 8 naar de dermatoloog in het ziekenhuis. Dat is een enorm verschil! Voor de patiënt betekent het dat hij specialistische zorg dicht bij huis krijgt tegen lagere kosten (eigen risico), omdat hij niet naar het ziekenhuis hoeft te komen. Het scheelt hem ook de wachttijden. Maar ook de huisartsen en de specialisten levert het wat op, want zij leren van elkaar. Ziet de huisarts een bepaalde klacht vaker langskomen, dan stelt hij makkelijker zelf de diagnose.”

1,5 lijnszorg Dermatologie reduceert zorgconsumptie in 2e lijn Verwijzen vanuit 1,5 lijn Tot september 2015: 1 praktijk

Verwijzen vanuit 1,5 lijn Vanaf september 2015: 9 praktijken

-78%

-91%

149

93

116

85 33

Aantal patiënten gezien

Patiënten blijven in 1e lijn

Patiënten gaan naar 2e lijn

8 Aantal patiënten gezien

Patiënten blijven in 1e lijn

Patiënten gaan naar 2e lijn


12

VAN DROMEN NAAR DOEN

Wat betekende Droom in 2015 voor ... Geen klachten is geen operatie, het is eigenlijk zo logisch! Peter van der Steen heeft er vandaag alweer een training golf en een flinke wandeling met de hond opzitten. Mét zijn liesbreuk, want tot zijn verbazing wordt hij hier door de chirurg van Bernhoven niet aan geopereerd.

B

egin van dit jaar ontdekte de zevenenzestigjarige Peter een bobbel in zijn lies. “Dit lijkt op een liesbreuk”, dacht hij en ging naar de huisarts. Deze bevestigde zijn vermoeden en verwees Peter naar Bernhoven. “Ik wist zeker dat ik geopereerd zou worden. Ik had zelfs op de site van Bernhoven een film gezien over een liesbreukoperatie. Ik ben niet zo’n held in dit soort situaties, dus ik had mijn vrouw meegevraagd naar het ziekenhuis. Daar zat ik, mentaal helemaal voorbereid op een operatie.” Maar het liep anders. Chirurg Stevens constateerde inderdaad een liesbreuk. “Stevens zei: dat is een hele mooie breuk”, zegt Peter lachend. “Hij vroeg

me of ik er last van had. Nee, dat had ik eigenlijk niet. En toen zei Stevens dus: nou dan stel ik voor dat we er niets aan doen! Mijn vrouw en ik waren op het eerste ogenblik verbaasd. Maar Stevens legde het heel helder uit.” Helder, simpel en logisch De redenen die Stevens aangaf tijdens het consult waren helder en simpel, en dus logisch. Peter vertelt: “Allereerst: een liesbreuk kan geen kwaad. Het ziet er wat raar uit, maar het is niet erg. Er gaat niets door kapot. Daarnaast is de lies een plek in je lichaam waar veel zenuwbanen lopen. Als het niet hoeft, opereren ze liever niet. En als laatste argument zei Stevens dat als ik er toch last van zou krijgen, ik maar hoefde te

bellen en dan zou ik de volgende dag geholpen worden. Dat is een prettig idee.” Peter en zijn vrouw waren direct overtuigd. Dus daar gingen Peter en zijn vrouw weer, opgelucht naar huis! Inmiddels is het een aantal maanden later en het gaat goed. Peter is actief in beweging en heeft nergens last van. Hij kan om de hele situatie hartelijk lachen; om zijn mentale voorbereiding op de operatie die uiteindelijk nooit plaatsvond. Hij is uitermate te spreken over deze nieuwe aanpak van de dokters van Bernhoven. “Het automatisme van opereren is weg, er wordt per situatie gekeken of een operatie nodig is. Bij geen klachten niet opereren, het is eigenlijk zo logisch!”


13

De dermatoloog komt naar je toe, een win-win-winsituatie! Lizzy van Hulst was blij verrast toen haar huisarts haar vertelde dat ze niet naar de dermatoloog in het ziekenhuis hoefde, maar dat de dermatoloog naar de huisarts kwam. “Dat de huisarts en de dermatoloog samen naar mijn huid keken gaf me veel vertrouwen. Hierdoor wist mijn huisarts precies welke behandeling nodig was.”

E

en half jaar geleden kreeg de vierentwintigjarige Lizzy van Hulst uit Oss last van plekjes op haar voorhoofd. En een plekje op haar arm werd, toen zij in de zon zat, een grote blaar. Dit voelde niet goed. Ze ging naar de huisarts. Die schreef een zalfje voor. Maar na een paar weken smeren was het niet over, het werd eigenlijk alleen maar erger. De huisarts vond het tijd om de dermatoloog ernaar te laten kijken. Hij vertelde dat een van de dermatologen van Bernhoven een keer per twee weken naar zijn praktijk komt om samen spreekuur te houden. Lizzy: “ Ideaal dat ik niet naar Uden hoefde. Maar wat ik vooral erg fijn vond, was dat de huisarts en de dermatoloog samen naar mijn huid keken. Ze spraken het samen door. Nu weet mijn huisarts, die de nazorg doet, precies wat er moet gebeuren. Dit gaf me veel vertrouwen. Daarnaast is het een voordeel dat ik mijn eigen risico niet hoef te gebruiken omdat het consult bij de huisarts plaatsvond. Dat is toch ook leuk meegenomen!” Als enige nadeel geeft Lizzy aan dat ze een maand moest wachten op de afspraak. “Maar ach, een gezamenlijke afspraak had zo veel voordelen, dat maandje kon ik nog wel wachten.” Lizzy is erg enthousiast over deze werkwijze van de dermatologen van Bernhoven. “Iedereen heeft er voordeel van, de huisarts, de dermatoloog en de patiënt. Ik noem het een win-win-winsituatie!” Inmiddels is haar huid herstellende. “Het nieuwe zalfje van de dermatoloog helpt goed!”

Judy Keijmann, aftredend voorzitter, en Hans Maertens, nieuwe voorzitter Cliëntenraad

“De Cliëntenraad (CR) is vanuit patiëntperspectief zeer tevreden met de voorgenomen veranderingen en inrichting van de zorg, waarbij de patiënt, zorg en kwaliteit centraal staan. De CR is van het begin af aan door de directie en projectmanager betrokken bij het project Droom en de uitvoering hiervan. We nemen actief deel aan de invulling en zijn vertegenwoordigd in de Klankbordgroep. In 2016 volgen we de verdere uitwerking. Essentieel is dat Bernhoven de patiënten actief betrekt bij de uitrol van de initiatieven. De CR heeft hierin een actieve rol in 2016.”


14

CHRONISCHE ZORG, EEN JAAR LATER …

‘Vanzelfsprekende automatismen zijn eruit gehaald’ Niek Haenen is vanaf het begin af aan betrokken bij Droom en bij de uitrol van diverse Droominitiatieven. In de chronische zorg voorziet Droom onder andere in een zogenoemde vermindering van de ziektelast voor de patiënt. Uitgangspunt is kwaliteit van leven. Niek Haenen vertelt hoe in het afgelopen jaar invulling is gegeven aan dat streven.

H

aenen stelt: “Ik kan nu al zeggen dat de initiatieven enorme effecten hebben op hoe wij de zorg voor onze chronische patiënten geregeld hebben”. Het cardiovasculair risicomanagement (CVRM) is daar een sprekend voorbeeld van. “Er is een groep patiënten die een hartinfarct heeft gehad, of een andere vorm van hartlijden, die standaard jaarlijks naar de cardioloog komt voor controle. We zijn heel bewust gaan nadenken over hoe zinvol dat eigenlijk is. Want de patiënt komt naar het ziekenhuis, vertelt hoe het met hem gaat; vaak is de situatie stabiel dus gaat het goed en dan kan de patiënt weer naar huis.” Na een intensief overleg tussen de cardiologen en de huisartsen werd besloten om deze stabiele controlegroep naar de huisarts terug te verwijzen. Huisarts Max Rubens uit Schijndel legt uit hoe het werkt. “CVRM wordt al jaren uitgevoerd in de huisartsenpraktijk door praktijkondersteuners. Het gaat om de groep patiënten die risico’s lopen door bijvoorbeeld een hoge bloeddruk, verhoogd cholesterol, of een rookverslaving. Dit noemen wij primaire preventie. Praktijkondersteuners begeleiden deze mensen en geven voorlichting over een andere, gezondere leefstijl. Sinds de start van het initiatief CVRM komt daar nu ook de controlegroep van de cardioloog bij. Het betekent wel iets meer werk, maar het heeft ook voordelen. De patiënt hoeft niet meer naar het ziekenhuis. Dat automatisme is eruit gehaald.” ’Max Rubens, huisarts

Het aantal terugverwijzingen naar de huisarts steeg het afgelopen jaar van tien naar vijftien procent. “Droom zorgt dat we met een nieuwe bewuste blik naar de zorg kijken”, zegt Haenen. “Dat geeft ruimte voor nieuwe inzichten. Belangrijk is wel dat we het goed uitleggen aan de patiënt. En niet minder belangrijk is dat de huisartsen hierin actief betrokken zijn.” De deur staat altijd open Haenen: “De min of meer automatische controleafspraak bij de cardioloog geeft de patiënt een veilig gevoel. Die veiligheid wordt niet minder als de patiënt naar de huisarts gaat. Want onze deur staat altijd open. Heeft de patiënt nieuwe klachten, dan kan hij gewoon terecht in het ziekenhuis.” Max Rubens vindt het CVRM-initiatief een verbetering voor ziekenhuis, huisarts en patiënt. De juiste zorg wordt op de juiste plaats gegeven. Zo ziet Niek Haenen het ook. “Onderzoeken als een fietstest, echocardiogram of


15

Aantal terugverwezen CRVM patiënten 2015 281% 202%

185% ø 166 123%

115%

MEI

JUN

88%

JAN

FEB

MRT

APR

holter vinden in het ziekenhuis plaats en kunnen nu aangevraagd worden door de huisarts. Voorheen vond daarvoor een verwijzing plaats en besprak de cardioloog de uitkomsten met de patiënt. Nu beoordeelt de cardioloog het onderzoek en geeft hij de huisarts de uitslag met een advies, waarna de huisartsen dit met de patiënt bespreken. Sinds eind 2015 kan dit in de hele regio. Ook hier geldt: zorg dicht bij huis en alleen naar de specialist wanneer het nodig is.” Mentaliteitsverandering en kwaliteitsverbetering Dat specialisten diensten meedraaien op de Spoedeisende Hulp (SEH) is ook een Droominitiatief dat in 2015 is gestart. Niek Haenen: “Wij zien patiënten direct op de SEH en kunnen zo direct de patiënten zien met hartklachten. Dat leidt tot een flinke opnamereductie. Daardoor worden patiënten niet onnodig in het

ziekenhuis opgenomen. Ik denk dat Droom wel voor een mentaliteitsverandering heeft gezorgd bij specialisten en huisartsen. Het kritisch kijken naar wat echt nodig is en wat anders kan, zorgt voor een kwaliteitsverbetering waar met name de patiënt profijt van heeft en daar gaat het om.” Dat neemt niet weg dat Niek nog wensen heeft voor de toekomst. “Ten aanzien van hartfalenzorg leeft bij ons de wens om ook deze zorg en begeleiding dichter bij huis te regelen, waarbij huisarts, specialist, hartfalenverpleegkundige en praktijkondersteuner samenwerken. Daarnaast hoop ik dat we in de toekomst meer gebruik gaan maken van digitale mogelijkheden in onze communicatie met de patiënten. We zien alleen al op het gebied van cardiologie nog een hoop kansen voor de toekomst. Tijd is op dit moment de beperkende factor.”

Arko Scheepmaker, cardioloog en Jos van de Kerkhof, nefroloog

“Droom heeft de ontschotting tussen vakgroepen realiteit gemaakt. De nieuwe organisatiestructuur maakt samenwerking tussen verschillende vakgroepen gewoonweg eenvoudiger. En dat is een grote kwaliteitsverbetering voor onze patiënten.”


16

INTERVENTIE ZORGSTRATEN, EEN JAAR LATER …

‘Ik ben weer dokter in plaats van handenschudder’ Chalmer Hoynck van Papendrecht was aanvankelijk kerngroeplid en voorzitter van de werkgroep interventie zorgstraten. Zijn rol is echter veranderd. Hij is nu kwartiermaker ‘chronische zorg’. De rolwisseling heeft geen invloed op zijn enthousiasme. Die is onverminderd groot.

A

ls Chalmer Hoynck van Papendrecht terugkijkt op het eerste Droomjaar is hij met één resultaat in ieder geval al zeer tevreden. “Die vreemde financieringsprikkel om zo veel mogelijk patiënten te zien in zo kort mogelijke tijd om maar productie te draaien, die is eruit! Dat is goed voor onze patiënten. Nu hebben we echt de ruimte om tijd te nemen voor de patiënt, zodat deze goed geïnformeerd wordt over welke behandelopties er zijn. Niet minder belangrijk: we voorkomen onnodige ingrepen.”

Vroeger knikte de patiënt braaf ja en amen Het belangrijkste verschil voor de patiënt én voor de dokter is volgens Chalmer dat er een omslag plaatsvindt in ons denken. “Vroeger dachten wij doktoren: ‘wij weten het’. Toentertijd ging het zo: de patiënt kwam binnen, vertelde welke klacht hij had, de dokter stelde een diagnose en zei vervolgens wat er moest gebeuren. En de patiënt knikte braaf ja en amen. Die tijd ligt achter ons.” Behalve een verbetering in de communicatie met de patiënt ziet Chalmer nog meer verbeteringen die effect hebben. “Nu specialisten patiënten op de Spoedeisende Hulp direct zien, merken wij op de polikliniek meer rust tijdens de spreekuren. Daardoor hebben we eveneens meer tijd voor de patiënt. En dat komt de communicatie ten goede. Zo hangt het een met het ander samen.”

Patiënt+: een digitale hulp Op 1 december 2015 heeft de vakgroep chirurgie Patiënt+ in gebruik genomen. “Patiënt+ is een systeem van keuzehulpen op de computer die de patiënt helpt zich beter voor te bereiden op een ingreep. In ons geval voor de liesbreukoperatie in een dag of de conventionele liesbreuk- en voor de galblaasoperatie. De patiënt leest de informatie, vult een aantal vragen in en geeft een score aan een aantal afwegingen die een rol spelen bij het maken van een juiste keuze. Die conclusies nemen patiënt en chirurg mee in hun gesprek. Zo komen we tot een gezamenlijke beslissing.” Over het effect kan Chalmer nu nog niets zeggen. “Natuurlijk wordt dat later geëvalueerd. Als iedereen tevreden is, is het niet ondenkbaar dat dit systeem verder wordt uitgerold in Bernhoven. De digitale wereld is nu eenmaal onderdeel van onze toekomst.”


17

Eigen verantwoordelijkheid Chalmer nuanceert vervolgens dat een dergelijk systeem een hulpmiddel is en zeker geen doel op zich. “Het helpt ons om het gesprek over een behandeling genuanceerd te voeren. Natuurlijk draag je als dokter ook een eigen verantwoordelijkheid. In het hypothetische geval dat een patiënt toch een operatie wenst terwijl ik daar als specialist om medische redenen niet achter kan staan, voer ik die operatie niet uit. Dan adviseer ik de patiënt een collega te consulteren. De intensievere manier van communiceren helpt de patiënt wél een keuze te maken op basis van zinvolle informatie.” Over Droom is Chalmer net zo enthousiast als een jaar geleden. Hoe komt dat? “Ik kan weer werken

als dokter en niet alleen als ‘handenschudder’. Ik lever zorg op hoog niveau en hoef geen dingen te doen waar ik niet achter sta. Ik merk het ook aan de collega’s. Natuurlijk is het wennen, voor de een wat meer dan voor de ander. Maar we zien dat dit werken vruchtbaar is. De communicatie met onze patiënt draagt daar veel aan bij.” Wat hoop je over een jaar te hebben bereikt? “Ik hoop dat het woord Droom dan niet meer wordt gebruikt. Want dan is het gewoon wat Bernhoven ís. En dat iedereen uit binnen- en buitenland bij ons komt kijken hoe we het doen in Bernhoven.” Meer weten over Patiënt+? Ga naar: www.keuzehulp.info.

Femke van der Mark, teamleider couveuseafdeling

“2015 heeft bij mij in het teken gestaan van het informeren van de medewerkers in mijn team over Droom. In teamoverleggen, nieuwsbrieven en op de werkvloer hebben we erover gesproken en ik heb de collega’s gestimuleerd naar de zeepkistsessies te gaan. Ik denk dat Droom inmiddels meer bekend geworden is bij mijn collega’s. In 2016 hopen we zelf ook enkele projecten te gaan uitvoeren. De ideeën zijn er, in 2016 gaan we het doen!”


18

VAN DROMEN NAAR DOEN

Roland Koopman, medisch directeur en Marina Canov, programmamanager Droom

Van Golf 1 naar Golf 2: we gaan een nieuwe fase in! Op 1 januari 2015 ging het programmabureau Droom van start. Focus van het programmabureau is het bieden van ondersteuning in de uitrol van de 100 initiatieven. In de eerste zes maanden gingen voor 35 initiatieven de seinen op groen, en vanaf september 2015 zijn we gestart met weer circa 35 initiatieven uit Golf 2. Hoe gaat het met de initiatieven? In gesprek met Marina Canov, programmamanager Droom, en Mieke Klerkx-Harkema, programmaleider Droom.

M

ieke: “Bij een omvangrijk programma als Droom komt veel kijken. We zijn in januari heel enthousiast begonnen. Het echt starten met een initiatief betekent een nieuwe manier van werken: het ene doen betekent dat je het andere niet meer doet. Daar hebben we veel gesprekken over gevoerd. Voor de start was het nodig om alle initiatieven goed te analyseren. Niet alleen om het doel en de inhoud ervan en daarmee de vereiste middelen helder te krijgen, maar vooral ook om iedereen te laten voelen wat de nieuwe manier van werken is. De meeste energie ging zitten in de vakgroepoverstijgende initiatieven, want die hebben geen natuurlijke eigenaar. Om die goed van start te kunnen laten gaan hebben we daar een medisch specialist eigenaar van gemaakt, samen met het programmabureau. Al met al hebben we de pijnpunten die er waren er redelijk snel uitgehaald. We zijn heel tevreden dat het

gelukt is om de 35 projecten die voor de eerste golf stonden opgesteld te starten. Als dat niet zo was geweest, had dat ook consequenties gehad voor de tweede golf. Je kunt niet zeggen: begin maar vast als de eerste fase nog niet goed staat.” Marina: “In september ben ik gestart als de nieuwe programmamanager en ben kennis gaan maken met de organisatie en het Droomproject. Wat een positieve energie en een uniek project in Nederland en in onze regio! Hartverwarmend om te zien hoe wij bezig zijn om het meest mensgerichte ziekenhuis te zijn. Voor mij, niet komend uit de zorg, was het heel fijn om een gevoel te krijgen wat het leveren van zorg echt betekent. Daarom heb ik meegelopen op een aantal poli’s en heb ik een operatie bijgewoond en heb ik meegedraaid op de SEH. Natuurlijk leg ik in deze rol verbinding tussen de verschillende partijen; de directie, de medisch specialisten, de OR, de Cliëntenraad, het Verpleegkundig Platform, de werkgroep Patiënt als Partner, managers bedrijfsvoering in het huis, en de betrokken huisartsen en verzekeraars die met ons meedenken. We zijn nu bezig om te kijken hoe ver we zijn na bijna één jaar ‘Doen’ en met het neerzetten van onze Droom. We hebben initiatieven van golf 1 en de nieuwe initiatieven van golf 2 onder de loep genomen. Van de eerste golf hebben we geleerd dat


19 het goed is om meer de diepte in te gaan. Meer te kijken naar: wat voor initiatieven zijn het nou precies? En wat zijn de consequenties ervan? Maar ook wilden we weten of er initiatieven tussen zitten die een relatie hebben met initiatieven uit die eerste golf. Onder andere om te bepalen of het qua capaciteit past om het initiatief te laten starten.” Beide dames zijn positief over de effecten van de initiatieven zover. De initiatieven zijn tastbare voorbeelden van hoe wij betere zorg leveren door minder zorg. Collega’s die betrokken zijn bij initiatieven, zijn enthousiast over de nieuwe manier van werken. Marina: ”Het enthousiasme voor Droom is groot. En dat is belangrijk, want je kunt het organisatorisch nog zo goed geregeld hebben, het moet wel gedragen worden. Overal zien we Droom-gedrag, ook om de Droom-initiatieven heen. Iedereen is ermee bezig, iedereen voelt zich verantwoordelijk. Ik vind dat een groot compliment waard. De initiatieven zijn hét boegbeeld van de veranderingen waar Droom voor staat. Een organisatie die nog beter recht doet aan de zorg voor de patiënt. Voor 2016 gaat het een punt van aandacht worden hoe lering te trekken uit de aanpak van dit jaar, wat meer aandacht te geven waar nodig en wat meer los te laten waar het kan bij een initatief. We gaan een nieuwe fase in, waarbij aan de ene kant focus leggen en projectmatig werken een rol gaan spelen. Daarnaast zien we in de organisatie een grote vraag naar verbreding en betrokkenheid, van managers bedrijfsvoering, teamleiders en verpleegkundigen. We zijn aan het kijken hoe we de successen van de initiatieven en de leidende arts en zijn team nog meer in het zonnetje kunnen zetten. Daarbij denken we ook aan een vast agendapunt bij teambesprekingen en aan ambassadeurs zoals bij de verhuizing, zodat Dromen en Doen van ons allen gaat worden!”

Dan Hoevenaars, huisarts in Uden en voorzitter Zorggroep Synchroon

“In 2015 is de nieuwe werkwijze van Droom op de werkvloer van de huisarts echt voelbaar geworden. De specialist verwijst patiënten voor chronische zorg terug naar de huisarts. Ik heb veel meer overleg met de specialist. Vaak kan ik, na zijn advies, met de patiënt verder. Op de Spoedpost van het ziekenhuis ziet de specialist de patiënten zelf. Dit heeft minder opnames tot gevolg en betekent dat de huisarts de nazorg doet. Ook is de opnameduur verkort; patiënten komen sneller naar huis na een ingreep. Bij dit alles staat de patiënt centraal: zorg op maat op de plek waar het thuishoort. Een missie die ik, en de overige de huisartsen, samen met de specialisten van Bernhoven uitdraag”. “In 2016 kunnen we nog veel dromen verwezenlijken. De samenwerking tussen huisartsen en specialisten gaan we verder verbeteren. Een gezamenlijk patiëntendossier maakt besluitvorming en consultatie makkelijker. We gaan voor meer en betere ICT die de patiënt ondersteunt in zijn zorgproces. En in 2016 gaan we de Droomgedachte nog verder uitdragen onder de zorgpartners. Ik wens voor de huisarts dat hij voldoende tijd, energie en middelen heeft om deze transformatie bij te houden.”


20

VAN DROMEN NAAR DOEN

Toekomstbestendige zorg voor de regio, een gesprek met onze patiënten Op donderdag 24 september 2015 organiseerde het programmabureau Droom de informatieavond ‘Toekomstbestendige zorg voor de regio’. Een eerste bijeenkomst voor patiënten waarin specialisten Marcel Schenkels, Heleen Huisman, Niek Haenen en Inge BlokzijlBoezeman, programmaleider Droom Mieke Klerkx en hoofd communicatie Stella van Emmerik in gesprek gingen met de vijftig bezoekers die naar de avond waren gekomen.

M

aar liefst vijftig bezoekers trok de informatieavond ‘Toekomstbestendige zorg in de regio’ die Bernhoven op 24 september 2015 organiseerde. Doel van de avond was om ze mee te laten ‘dromen’ over de zorg van de toekomst. Waar dromen onze patiënten van? Wat is voor hen de allerbeste zorg? En hoe organiseren we dat in de regio met partners? Het eerste deel van de avond werd ingevuld met een algemene inleiding door Marcel Schenkels over het waarom van Droom. Vervolgens werd bij elke van de vier zorgmodellen (acute zorg, diagnose & indicatiestelling, chronische zorg en interventie zorgstraten) toegelicht hoe we het ziekenhuis gaan organiseren om de zorg te verbeteren. ‘Minder zorg door betere zorg’, hoe doe je dat? Heleen, Niek, Inge en Mieke gaven voorbeelden uit de praktijk. Deze voorbeelden waren een mooie brug naar een dialoog met de zaal over: hoe gaan we onze plannen realiseren en wat verwacht u als patiënt daarvan? Tot slot sprak Hans Maertens namens de Cliëntenraad, het overlegorgaan dat de stem van onze patiënten vertegenwoordigt, zijn Droom uit voor de toekomst van Bernhoven.

Focusgroepen De mensen in de zaal waren enthousiast over onze plannen. Veel van hen deelden ook hun eigen dromen voor de zorg in de regio. En dat is belangrijk, omdat onze patiënten ons als geen ander kunnen voeden met informatie over hoe wij ‘de patiënt centraal’ vorm moeten geven. Aan Bernhoven de uitdaging om deze dromen in de komende jaren te realiseren. Volgend jaar starten er focusgroepen, waarbij we met

patiënten het gesprek blijven voeren. In de focusgroepen gaan we meer de diepte in, op zoek naar waardevolle patiënteninformatie om onze plannen te versterken. Dialoog Ook in 2016 blijven we graag in dialoog met onze patiënten. Via informatieavonden zoals deze, maar ook op andere manieren blijven we dichtbij. Via onze website; Bernhoven.nl, blijft u op de hoogte.


21

levert altijd op dat het goedkoper, betaalbaarder wordt. Dat zal zich gaan bewijzen. Daar geloof ik in. En daarom ben ik naar Bernhoven gekomen.”

De tuin en de regenwolk Het veranderingsproces waar Bernhoven in zit is een mooie weg. Maar ook een met een grote impact op de hele organisatie. Hoe houden we onderweg de juiste koers? En hoe zorgen we ervoor dat we het eindplaatje in beeld houden? Om ons daarin te ondersteunen en om voor de verbinding te zorgen zijn er twee transitiemanagers en vier kwartiermakers benoemd. Vijf van hen komen uit Bernhoven zelf. Een niet. Maak kennis met Gerrit Meijerink.

T

oen ik de vorige Droombrochure onder ogen kreeg werd ik meteen enthousiast: gelukkig, er zijn nog mensen in Nederland die het om de patiënt gaat. En die bereid zijn alles op zijn kop te zetten, die erin geloven. Dat sprak mij aan. Ik heb dat in mijn werk ook vaak gedaan. Dingen in beweging zetten. Mensen samenbinden. Daar liggen ook mijn passie en mijn kracht.

In de zorg heb je twee spanningsdriehoeken. De ene bestaat uit ziekenhuis, zorgverzekeraar en patiënt. Die laatste twee worden vaak gezien als vijanden, maar hier zien we dat de driehoek geplet is tot een dialoog. En dat geldt ook voor de andere, tussen het ziekenhuis, de patiënt en de maatschappen. De dokters zien dat ze veel beter tot hun recht komen als prestatie, de financiële kant, niet meer de drijfveer is, maar kwaliteit. Ze mogen zich volledig richten op de patiënt. Wat we bij Bernhoven doen, doen we om het beter te maken. En wat we beter maken

De verbinding “Binnen Droom maak ik deel uit van het team kwartiermakers en transitiemanagers. Soms lijkt dat misschien verwarrend: we hebben wéér iets nieuws. Maar het is niets nieuws. Zie het ongeveer zo voor je: de Droomgedachte hangt als een soort regenwolk boven de vier zorgmodellen die we hebben benoemd. En de gedachte aan het begin was dat als die wolk zwaar genoeg zou worden, hij vanzelf zou gaan regenen. Dat hij dan vanuit de werkvloer mooie initiatieven zou laten opkomen. En dat al die initiatieven samen vanzelf tot een mooie tuin zouden leiden. Maar zo werkt het (nog) niet. De initiatieven zijn er, en dat is een mooie ontwikkeling op de werkvloer. Maar daarnaast is er ook behoefte aan structuur voor de lange termijn. En dat is wat wij aan het voorbereiden zijn. Wij zorgen voor de verbinding. Een verbinding die in 2016 meer en meer vorm zal krijgen. Letterlijk. Want we verbinden bestaande en startende initiatieven met de uiteindelijke inrichting van de organisatie. Die kanteling, die is er niet van de ene op de andere dag. Die vindt onderweg plaats. Het is dus niet iets extra’s wat we nu aan het doen zijn. We brengen alleen structuur aan. En schuiven en kantelen. En elke beweging brengt ons dichter bij het eindplaatje.”


22

VAN DROMEN NAAR DOEN

daarmee te maken heeft”, zegt kinderarts Inge Blokzijl. “Maar toch gaat het nogal eens onbedoeld mis in de communicatie tussen zorgverlener en patiënt. Meer dan 90% van de patiënten wil graag in een gesprek met de dokter meebeslissen en toch geeft 60% aan dat dat onvoldoende gebeurt en dat niet alle vragen gesteld kunnen worden. Het punt is dat we wel informatie geven, maar informatie geven is nog geen dialoog. Bij een dialoog is sprake van een gesprek, van communicatie.” Inge is enthousiast over de campagne, want, zo stelt ze, “de dialoog leidt uiteindelijk tot veel betere zorg. En het is ook nog eens kostenbesparend. Als je namelijk samen met de patiënt praat over wat wel en niet mogelijk is, dan heb je een patiënt die veel meer betrokken is bij diens eigen proces. Daarnaast kost een consult met 3 goede vragen als uitgangspunt niet meer tijd. Ik denk dat het uiteindelijk tijdwinst oplevert!’’

Op 1 november is Bernhoven als een van de eerste ziekenhuizen in ons land gestart met de campagne ‘3 goede vragen’. De campagne is een initiatief van de Patiëntenfederatie NPCF en de Federatie Medisch Specialisten. Het doel hiervan is om de communicatie tussen patiënten en zorgverleners te optimaliseren.

‘Bij de dokter? 3 goede vragen’ Dat is de naam van een initiatief van Patiëntenfederatie NPCF en de Federatie Medisch Specialisten. Doel van het initiatief, dat zijn oorsprong in Australië en Engeland vindt, is patiënten te stimuleren mee te praten over hun zorg. De 3 vragen die voor de Nederlandse campagne werden geformuleerd luiden: 1. 2. 3.

Bij de dokter?

3 goede vragen Wat zijn mijn mogelijkheden? Wat zijn de voordelen en nadelen van die mogelijkheden? Wat betekent dat in mijn situatie?

Wat zijn mijn mogelijkheden? Wat zijn de voordelen en nadelen van die mogelijkheden? Wat betekent dat in mijn situatie?

“Artsen en verpleegkundigen doen absoluut hun best om de patiënt goed te informeren over hun behandeling en alles wat

Voor meer informatie: www.3goedevragen.nl Initiatief van:

© Patiëntenfederatie NPCF

Bij de dokter? 3 goede vragen

Beter voor patiënt en dokter Vanaf november 2015 zijn we gestart met de introductie van de 3 goede vragen. In januari wordt door middel van een enquête aan patiënten gevraagd of zij een verbetering hebben gemerkt. Ook met de artsen wordt het verloop geëvalueerd. Om de techniek van 3 goede vragen onder de knie te krijgen, kunnen de artsen kiezen uit drie methodes die hen helpen om die dialoog op gang te brengen of te verbeteren. Dat kan door een workshop, door consulten op video op te nemen of door een buddy in te schakelen die de arts coacht tijdens het consult. “Op die manier maken wij in Bernhoven serieus werk van 3 goede vragen. Ik ben ervan overtuigd dat de patiënt er beter van wordt, en de dokter ook.”


23

‘Zo houden we onze patiënten op de hoogte van actualiteiten binnen Bernhoven.’

Wachtkamertelevisie draagt bij aan goede patiëntencommunicatie Sinds half november 2015 is de communicatie met bezoekers en patiënten in Bernhoven verrijkt met wachtkamertelevisies. In de centrale hal, in de wachtruimte van de Spoedeisende Hulp en op twaalf plaatsen in de consultomgeving zijn narrowcasting-schermen geplaatst. Hierop tonen we algemeen Bernhoven-nieuws en informatie over de polikliniek.

V

ia de wachtkamertelevisies die sinds eind 2015 op een aantal plaatsen in het ziekenhuis hangen worden onze patiënten en bezoekers op een aangename manier geïnformeerd over actuele zaken in Bernhoven. Ook eventuele uitlooptijden van spreekuren zijn op de schermen te zien. Een sterke verbetering van onze patiëntencommunicatie! Wanneer zij hun wachttijd kunnen vullen met ontspannende beelden en zinvolle informatie over Bernhoven, wordt de gevoelswachttijd opeens een stuk korter of zelfs als positief ervaren. Maar ook voor andere bezoekers kunnen deze schermen van toegevoegde waarde zijn.

De beelden die we laten zien zijn erg divers. Denk aan de Droom-animatie (met ondertiteling!) die we hebben laten maken, onze ‘bedrijfsfilm’ en onze uitleg van de campagne ‘3 Goede Vragen’. Maar we laten ook steeds vaker polispecifieke informatie zien; berichtgeving die gericht is op een bepaalde groep kijkers. Zo houden we onze patiënten op de hoogte van actualiteiten binnen Bernhoven en wordt, voor wie dat van toepassing is, het wachten verzacht. In de centrale hal en in de wachtruimte van de SEH staan de beeldschermen 24 uur per dag aan. In de consultomgeving draaien ze van 08:00 tot 18:00 uur. De medewerkers op de poliklinieken kunnen zelf eventuele uitlooptijden en mededelingen toevoegen en bewerken via een eenvoudig online-systeem. Heb je suggesties voor nieuwsberichten? Laat het de afdeling communicatie & patiëntenvoorlichting weten (communicatie@bernhoven.nl), zij horen het graag!


24

VAN DROMEN NAAR DOEN

QUOTES

“De weg die Bernhoven heeft ingeslagen is uitermate relevant voor de gezondheidszorg: relevant voor de patiënt die echt centraal komt te staan, relevant voor de zorgprofessional die echt met kwaliteitsverbetering bezig kan zijn én maatschappelijk relevant doordat onnodige zorg voorkomen wordt. Bernhoven zet nu een volgende stap in deze strategie en durft ook de manier van aansturen ter discussie te stellen. Door de organisatie in te delen in vier zorgmodellen (acute zorg, diagnose- en indicatiestelling, interventie zorgstraten en chronische zorg) kan echt optimale en patiëntgerichte zorg verleend worden. Uniek!” Marcel Otten, Strategy&

“In de strategie Droom van Bernhoven zie ik dat een ziekenhuis, de directie en de professionals gezamenlijk nadenken over hun toekomst in het regionale zorglandschap, waarbij niet de zorgaanbieder centraal staat, maar de (veranderende) patiëntvraag. In de context van de samenwerking met de eerste lijn, dicht bij de burger in de eigen omgeving als het kan, en de steeds verder specialiserende tweede lijn, verder weg als het noodzakelijk is voor de kwaliteit, zoekt Bernhoven naar een toegevoegde waarde, daarbij eigen belangen niet vooropstellend. Wat mij betreft is dit invulling geven aan de maatschappelijke taak waar regionale ziekenhuizen ooit door ontstaan zijn: doen waar ze goed in zijn!” Wim van der Meeren, voorzitter Raad van Bestuur CZ

“We maken contractafspraken om de kosten beheersbaar te houden, maar bij voorkeur door een kwaliteitsagenda te maken met zorgaanbieders die het voortouw nemen. Artsen weten het best hoe de kwaliteit kan worden bevorderd.” “Via good practices uit de leertuinen, bijvoorbeeld actieve betrokkenheid van medisch specialisten bij de zorg in de eerste lijn, kunnen we van elkaar leren en vervolgens bewezen successen verspreiden via ons inkoopbeleid.” Ab Klink, lid Raad van Bestuur VGZ

Bernhoven van dromen naar doen  

Op 1 januari 2014 startte Bernhoven met Droom. In het veranderende zorglandschap zetten wij op dat moment de eerste stappen op onze weg naar...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you