Issuu on Google+

Bijlage bij

door

18 maart 2014

Business & kmo

innovatief ondernemen Tips bij overdracht van familiebedrijf  pag.7

Wouter Torfs over de kracht van het familiecharter

pag. 8

Vlaamse kmo’s staan voor grote uitdagingen  pag. 10-11

Content Connections vormt de schakel tussen de troeven van De Standaard en verhalen van merken en bedrijven. Samen met onze partners staat Content Connections in voor de inhoud van deze publicatie.


2

innovatief ondernemen

De Innovatiecentra organiseren brainstormsessies voor bedrijven die vragen hebben bij de haalbaarheid van hun innovatieplannen.

Innovatiecentra begeleiden kmo’s bij innovatieplannen

Wanneer is een idee innovatief genoeg om steun te krijgen? Vlaanderen telt vijf innovatiecentra. Bij deze ‘front offices’ van het IWT (Agentschap voor Innovatie) kunnen ondernemers terecht voor al hun vragen rond innovatie en voor individuele begeleiding van hun innovatieproject.

P

eter Goeman is directeur van het Oost-Vlaamse Innovatiecentrum. “Wij zijn het eerste aanspreekpunt voor kmo’s als ze op zoek zijn naar financiële steun van het IWT voor innovatie.” Innovatiecentra maken bedrijven wegwijs in het aanbod aan steunmaatregelen en stimuleren ondernemers om te innoveren. “Zeker voor bedrijven die voor het eerst

steun zoeken bij het IWT is een goede begeleiding nodig”, aldus Peter Goeman. Hoe die begeleiding er precies uitziet, hangt af van bedrijf tot bedrijf. “Het ene idee is al concreter dan het andere. Eerst proberen we uit te zoeken wat het is dat een ondernemer wil bereiken en welke stappen daar nog voor genomen moeten worden. De innovatiecentra gaan ook na of een idee vol-

In 2013 klopte recordaantal kmo’s aan bij IWT Uit de nieuwe cijfers van het Agentschap voor Innovatie (IWT) blijkt dat kmo’s het afgelopen jaar meer zijn gaan innoveren. Het agentschap kreeg vorig jaar 10 procent meer kmo-projectaanvragen binnen dan het jaar voordien. Ten op zichte van 2011 gaat het zelfs over 20 procent meer. Ook wat directe bedrijfsteun betreft, is er een positieve evolutie vast te stellen. In 2013 kre-gen kmo’s 41 procent van de directe bedrijfssteun van IWT, tegenover 35 procent in 2011 en 37 procent in 2012. Om nog meer in te zetten op innovatie trekt Vlaanderen het kmobudget in 2014 op met 2 miljoen euro tot 30 miljoen euro.

doende innovatief is om gesteund te worden”, legt Peter Goeman uit.

Opbrengst Als een bedrijf een partner zoekt om zijn innovatieproject mogelijk te maken, kan het innovatiecentrum ook daarbij helpen. Ze kunnen daarvoor een beroep doen op het Vlaams Innovatienetwerk, waarbij universiteiten, hogescholen en andere kenniscentra zijn aangesloten. Zo brengen ze ondernemers in contact met de juiste expertise. Ook de intellectuele eigendom komt op tafel te liggen. “Soms is een innovatie minder nieuw dan de bedenker verwacht. We helpen uit te zoeken of een gelijkaardige vernieuwing al be-staat en in welke mate die beschermd is”, zegt Peter Goeman. “We geven bedrijven ook uitleg over de mogelijkheid om hun producten of diensten intellectueel te beschermen via onder andere patenten en het merkenrecht.”

Om IWT-steun te krijgen, moeten ondernemingen een businessplan klaarstomen waarin staat hoe ze de innovatie praktisch voor elkaar zullen krijgen, welke aanpassingen dat op de werkvloer vergt, maar ook hoe ze de markt inschatten en hoe ze hun product in de markt willen zetten. “Zo’n dossier heeft twee grote hoofdstukken. Het eerste gaat over de aanpak en de ontwikkeling, het tweede over wat er daarna gebeurt: gaat dit voldoende centen opbrengen om de investeringen te laten renderen en hoe gaat het bedrijf dit aanpakken?”, aldus Peter Goeman.

Doorlichting De adviseurs van de innovatiecentra helpen bedrijven bij dit hele proces. Ze gaan ook na of een bedrijf een dergelijk project kan ‘dragen’. “Deze begeleiding is één van onze hoofdtaken, maar dat is niet alles”, zegt Peter Goeman. Innovatiecentra verlenen ook advies aan bedrijven die overwegen om een innovatieproject op te starten, maar nog niet zeker zijn van hun stuk, of van de markt. “Voor hen organiseren we bijvoorbeeld brainstormsessies om samen te ontdekken wat mogelijke pistes zijn en wat de markt wilt. Dit doen we vaak samen met leveranciers

Colofon • Verantwoordelijk uitgever: Hans De Loore • Product management: Manou Van Der Brempt • Redactie: Wim Verdoodt, Jan Bosteels • Coördinatie en eindredactie: Delphine Buyle • Beelden: Corbis images • Productie: Content Connections

en klanten van dat bedrijf”, legt Peter Goeman uit. “Daarna bekijken we de haalbaarheid van hun ideeën.” Bedrijven kunnen zich ook laten doorlichten door de Innovatiecentra om te weten te komen hoe innovatief ze zijn, vooral om bedrijven duidelijk te maken wat hun verbeterpunten zijn. Meer info over de begeleiding en de financiering van uw innovatieplannen vindt u op www.innovatiecentra.be www.iwt.be

Innovatiecentra in cijfers

1 In de periode 2011-

2012 bezochten de innovatieadviseurs van de Vlaamse Innovatiecentra 2.200 bedrijven.

2 Ongeveer 70 procent

van alle IWT-aanvragen worden goedgekeurd.

3 De Innovatiecentra

gaven in 2011-2012 zo’n 1.340 adviezen aan bedrijven (faciliteren van brainstormsessies, patentering, innovatieaudit, opzetten van business model …).


innovatief ondernemen

Dinsdag 18 maart 2014

3

16 projecten goedgekeurd, nieuwe oproep gelanceerd

CICI laat bedrijven out of the box denken Bedrijven, de creatieve industrie en de wetenschap laten samenwerken om tot meer innovatie te komen. Dat is het idee achter CICI, de Call voor Innovatie met de Creatieve Industrieën, die Flanders DC vorig jaar lanceerde. Inmiddels zijn zestien projecten goedgekeurd en is er een nieuwe oproep gelanceerd

E

en stapelbare honingraatvormige muur van slaapcellen waarin festivalgangers hun roes kunnen uitslapen, een creatieve zoektocht naar een manier om het hout van gerooide appelbomen een tweede leven te geven, een speelpleinwerking waarin kunstenaars kinderen iets bijbrengen over wetenschap en techniek … Het zijn drie van de zestien boeiende CICI-projecten die vorig jaar groen licht kregen van minister van Innovatie Ingrid Lieten. Zo wil de Vlaamse overheid innovatieve samenwerkingen tussen mensen uit de creatieve industrie, ondernemers en wetenschappers stimuleren. Via CICI kan, na het indienen van een dossier, per project tot 50.000 euro subsidie aangevraagd worden. Omdat de eerste oproep een groot succes was - Flanders DC en IWT telden 45 inschrijvingen -, verdubbelde de Vlaamse overheid het subsidiebudget zodat er een

Wat is CICI? CICI staat voor Call voor Innovatie met de Creatieve Industrieën en is een initiatief van Flanders DC en het IWT (Agentschap voor Wetenschap en Innovatie). Het doel is tot meer kruisbestuiving te komen tussen verschillende disciplines bij het opzetten van innovatietrajecten. Meer en meer wordt immers duidelijk dat innovatie vaak buiten het labo gebeurt en meer vergt dan onderzoek en ontwikkeling.

tweede oproep kon uitgestuurd worden. Nieuwe projecten kunnen ingediend worden tot en met 9 juni 2014.

Andere kijk Carlo Vuijlsteke is bij Flanders DC projectmanager voor het CICI-project. “De helft van de ideeën die bij bedrijven leiden tot innovatie komen niet van binnen maar van buiten het bedrijf. Door bedrijven te stimuleren om met externe partners samen te werken, willen we

deze innovatiestroom nog sterker maken. Het kan nooit kwaad om eens over de eigen bedrijfsmuren te kijken.” Om in aanmerking te komen voor een CICI-subsidie moet een project aantonen dat het nieuwe kennis opbouwt die kan leiden tot een nieuw product, dienst, proces, organisatiemodel of marketingmethode. De samenwerking met de creatieve industrie moet tot oplossingen leiden die er anders misschien nooit zouden komen. “Creatieven heb-

Carlo Vuijlsteke, projectmanager - creatieve industrieën Flanders DC

De helft van de innovatieve ideeën komt van buiten de organisatie

Het honingraathotel stond tijdens de Genste Feesten op de Korenmarkt.

ben de gave om vanuit hun eigen kijk op de werkelijkheid met oplossingen te komen”, zegt Carlo Vuijlsteke. “Vaak zijn dat pistes waar bedrijven zelf nooit aan zouden denken, omdat ze hun product altijd vanuit dezelfde invalshoek bekijken.”

Meer dan een ‘netje’

Ook dit zijn CICI-projecten… Naam: Honingraathotel Idee: Het ‘Honingraathotel’ bestaat uit transporteerbare, makkelijk monteerbare en modulair gestapelde slaapplaatsen in de vorm van een honingraat: ideaal voor festivals, feesten, evenementen, wedstrijden … Partners: Con Brio vzw, Achilles Design bvba, Labeur vzw, One Small Step bvba

Naam: Van plastiek naar draad - preventief oplossen van afval Idee: De partners van dit project willen een machine ontwikkelen om verschillende soorten plastics te verwerken tot een draadvormige structuur die kan gebruikt worden in 3D-printers. Partners: Flanders Plastic Vision, Ecover, OVAM, Kringwinkel Kust, Timelab vzw

Naam: TV Anywhere Idee: Een draagbare en verplaatsbare tv die de voordelen van elektronische handapparaten zoals een smartphone of tablet samenvoegt. Dat moet een slimme tv opleveren: draagbaar en verplaatsbaar. Partners: TP Vision Belgium nv, Bundl bvba

Professor Kristel Vonck, neurologe in het UZ Gent, herkent dit. Samen met het ontwerpbureau pilipili en technologiebedrijf Imec Gent diende UZ Gent een CICI-project in (zie interview op volgende bladzijde) om het meten van de hersenactiviteit bij epilepsiepatiënten aangenamer te maken. “We praten zelf al lang over dit idee. We hebben ook al geëxperimenteerd met het ‘mooier’ en aangenamer maken van die metingen. Toch blijft het in mijn hoofd nog altijd een ‘netje’ op iemands hoofd met lijm, elektroden en geleidingsgel. Het is pas toen we praatten met onze CICI-partners dat we dachten dat er toch een oplossing mogelijk is.”

Meer info over CICI en het indienen van uw innovatieproject vindt u op www.flanders.dc/cici


4

innovatief ondernemen

Kmo’s lopen warm voor innovatie Uit de nieuwe cijfers van het Agentschap voor Innovatie (IWT) blijkt dat kmo’s het afgelopen jaar meer zijn gaan innoveren. Het agentschap kreeg vorig jaar 10 procent meer kmo-projectaanvragen binnen dan het jaar voordien. Ten opzichte van 2011 gaat het zelfs over 20 procent meer. Ook

wat directe bedrijfsteun betreft, is er een positieve evolutie vast te

stellen. In 2013 kregen kmo’ s 41 procent van de directe bedrijfssteun van IWT, ten opzichte van 35 procent in 2011, en 37 procent in 2012. De minister van Innovatie nam de voorbije drie jaar extra maatregelen om meer kmo’s aan te zetten om te innoveren. “Vlaanderen is een kmo-land bij uitstek: 95 procent van onze bedrijven zijn kmo’s. Het zijn bovendien kmo’s die innoveren die voor groei zorgen. Kmo’s zijn honkvaster en zorgen daardoor voor duur-

zame en lokale jobs. Bovendien zijn ze flexibeler om in te spelen op nieuwe noden en opportuniteiten in onze samenleving. Daarom zorgen we via het IWT voor extra ondersteuning van de kmo’s”, aldus de minister. “Ik ben tevreden dat het Agentschap het budget voor het laagdrempelige kmo-programma optrekt van 28 miljoen euro tot 30 miljoen euro in 2014.” Minister Ingrid Lieten zette de voorbije jaren een specifiek beleid

Onze samenwerking met het Europees Investeringsfonds Makkelijker toegang tot startkapitaal voor een vlotte start van uw zaak.

U start een zaak? Dat treft: dat doen wij ook. Elke dag opnieuw en in uw buurt. Onze lokale specialist Business Banking geeft u onderbouwd advies en biedt u begeleiding op maat. Bovendien vertelt hij u meer over het Europees Investeringsfonds.

De financiering geniet een garantie verleend binnen het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie van de Europese Unie. Belfius Bank NV, Pachecolaan 44, 1000 Brussel – IBAN BE23 0529 0064 6991 – BIC GKCCBEBB – RPR Brussel BTW BE 0403.201.185 – FSMA nr. 19649 A.

De garantie van dat fonds kan ervoor zorgen dat u zelf minder waarborgen moet aanbrengen of dat u een korting op uw krediet geniet. Geïnteresseerd? Contacteer uw lokale specialist Business Banking of surf naar belfius.be/starters.

op om de competitiviteit bij kmo’s te vergroten door meer kmo’s aan te zetten om te innoveren. Ze verhoogde onder meer de maximumsteun voor kmo’s van 60 procent tot 80 procent. Door de samenwerkingsverbanden van de afgelopen jaren zoals de proeftuinen voor de zorgsector, de bouwsector en de elektrische mobiliteit, krijgen meer kmo’s de kans om samen te werken aan intensieve onderzoeksprojecten samen met grote bedrijven.


innovatief ondernemen

Dinsdag 18 maart 2014

5

Ontwerpbureau pilipili zoekt samen met UZ Gent en Imec Gent naar een gebruiksvriendelijk hoofddeksel om de hersenactiviteit te meten bij epilepsiepatiënten.

UZ Gent, Imec-UGent en ontwerpbureau pilipili slaan handen in mekaar

Op zoek naar een gebruiksvriendelijke EEG-headset In het UZ Gent komen dagelijks epilepsiepatiënten langs. Ze laten er hun hersenactiviteit meten. Dat gebeurt nog op dezelfde manier als vijftig jaar geleden, met lijm, gel en elektroden. “Dat kan veel gebruiksvriendelijker”, zegt Evelien Carrette van UZ Gent. “Samen met pilipili en Imec-UGent hebben we een CICI-project ingediend om naar een aangepast hoofddeksel te zoeken.”

D

at hoofddeksel moet een herdesign worden van de EEG-headset die UZ Gent nu gebruikt om de hersenactiviteit bij epilepsiepatiënten te meten. “We plakken nog steeds elektroden op de hoofdhuid van de patiënten, met lijm en gel. Dat is niet alleen een smurrie bij het opplakken en weghalen, het geeft patiënten ook weinig comfort, zeker bij lange sessies die tot een week kunnen duren. Dan zijn we echt met lijm en haardrogers in de weer”, legt Evelien Carrette uit. Bovendien kost het twee verpleegkundigen anderhalf uur werk om de elektroden aan te brengen. “Kinderen vinden dat verschrikkelijk”, weet Evelien Carrette. “Elektroden kunnen ook loskomen. Dat moet voortdurend gecontroleerd worden, wat ook extra werk is.”

Droge elektroden En dan is er nog de trend naar meer thuiszorg. Ziekenhuisbedden worden almaar schaarser. Elk onderzoek dat elders kan plaatsvinden is dan mooi meegenomen. “Nu vinden al die onderzoeken nog plaats in het ziekenhuis. Als we de patiënt de mogelijkheid willen bieden om thuis zelf metingen uit te voeren, hebben we sowieso een ander systeem nodig”, aldus Evelien Carrette. “Voor epilepsiepatiënten kan dit perfect. Die moeten echt geen week opgenomen worden. Maar dan hebben we wel een hoofddeksel nodig dat ze zelf kunnen gebruiken en waarmee ze gezien kunnen worden. Zoals het nu gebeurt, is dat niet echt een ‘zicht’.” Erg arbeidsintensief, weinig comfortabel en niet meer van deze tijd.

Redenen genoeg voor UZ Gent om op zoek te gaan naar alternatieven. Met de ingenieurs van Imec-UGent is het ziekenhuis op zoek naar een manier om metingen uit te voeren met droge elektroden. Maar dat volstaat niet. Ook droge elektroden moeten op één of andere manier in een vaste structuur worden geplaatst. “We zoeken naar een hoofddeksel dat alle elektroden op de juiste positie plaatst, dat voor voldoende druk zorgt, eenvoudig in gebruik is én dat ook nog eens mooi is”, zegt Evelien Carrette.

Mooie ‘muts’ Die mooie ‘muts’ ligt aan de basis van het innovatiedossier dat UZ Gent, pilipili en Imec-UGent vorig jaar indienden bij het CICI-project van de Vlaamse overheid. Hun

dossier werd eind vorig jaar goedgekeurd. Eind februari 2015 moet het ontwerp op tafel liggen. Wat het juist wordt, is een vraagteken. Een muts, een pruik, of wat anders … Alle pistes liggen nog open. Om die keuze zo goed mogelijk te kunnen maken, voeren de designers van pilipili momenteel gesprekken met patiënten en hulpverleners. “We betrekken de eindgebruikers van in het begin bij onze ideeën”, zegt Steven Dehollander, general manager van pilipili. Hij wil vooral een hoofddeksel ontwerpen dat niet alleen werkt, maar waarmee patiënten ook buiten kunnen komen. Het ontwerpbureau is niet aan zijn proefstuk toe. Het focust zich al enkele jaren op de gezondheidssector. “De combinatie van technologie en design boeit ons. Via CICI komen we in contact met professoren en wetenschappers die zich mee over het menselijke aspect van dit verhaal buigen”, zegt Steven Dehollander. De samenwerking tussen het ziekenhuis, het technologiebedrijf en het ontwerpbureau verloopt vlot, zegt Evelien Carrette. “Het is ook verfrissend. Ik ben gewend om met universiteiten te werken. De inbreng van pilipili zorgt meteen voor heel andere invalshoeken bij

Evelien Carrette, beleidsmedewerker UZ Gent

Dit is een stimulans om bij toekomstige projecten de creatieve benadering niet uit het oog te verliezen

het benaderen van dit probleem. De manier van denken is daardoor anders, wat altijd interessant is. Het is ook een stimulans om bij toekomstige projecten de creatieve benadering niet uit het oog te verliezen en de creatieve industrie erbij te betrekken.”


6

innovatief ondernemen

De nieuwe generatie is minder naïef. Ze zijn zich ervan bewust welk risico ze lopen, zeker in het huidige ondernemersonvriendelijk klimaat.

Emotionele, praktische en financiële aspecten bij de overdracht van familiebedrijven

Iemand anders voor je kind laten zorgen Vroeg of laat ziet elk familiebedrijf zich met de overdracht geconfronteerd – we hebben nu eenmaal niet het eeuwige leven, ook familiale ondernemers niet. Hoe pak je dat best aan?

D

e babyboomers gaan tegenwoordig massaal op pensioen, maar geldt dat ook voor familiale ondernemers? Kunnen zij ooit afscheid nemen van hun bedrijf, dat niet alleen hun troetelkindje is, maar vaak ook hun reden van bestaan? Psycholoog en bedrijfseconoom Louis Cauffman nuanceert: “De babyboomers die zelf een bedrijf gesticht hebben, gaan officieel wel met pensioen, maar blijven vaak actief in het bedrijf. Geen enkele stichter-eigenaar die ik ken trekt zich op zijn 65ste

volledig terug. Bij grote familiebedrijven waar de tweede, derde of vierde generatie aan het roer staat is dat anders: die 65ers verlaten het bedrijf en gaan elders in raden van bestuur zetelen.”

Leren sterven De overdracht van een familiebedrijf is geen sinecure, zegt Cauffman. “Het is, om met Plato te spreken, een oefening in sterven. Een complexe zaak met heel veel variabelen. Als de eigenaar-stichter de overdracht moet regelen, is het

in principe de eerste keer dat hij zoiets doet. Zijn bedrijf is zijn oudste kind en bovendien is het een beetje gehandicapt, want het kan niet voor zichzelf zorgen. Vergeet ook niet dat voor iedereen werk een belangrijk deel van de identiteit vormt, dus a fortiori bij iemand die monomaan genoeg is om een bloeiende KMO op te richten. Maar vroeg of laat moeten we allemaal aanvaarden dat we eindig zijn. Een tip: leren loslaten gaat beter als je iets anders vastpakt. Zoek een hobby, koop een ingewikkelde camera of leer desnoods golfen.”

De tijd dat de oudste zoon, of in het beste geval alle zonen, het bedrijf erfde en de rest met een kluitje in het riet werd gestuurd, is definitief voorbij. Misschien willen de kinderen wel helemaal niet in het bedrijf stappen. “De nieuwe generatie is minder naïef. Ze zijn zich ervan bewust welk risico ze lopen, zeker in het huidig ondernemersonvriendelijk klimaat.” Een ideaal scenario voor overname bestaat niet, want elke familie is verschillend, zegt Cauffman. “Maar ik kan u wel zeggen hoe het zeker niet moet: met bevelen van de pater familias, het uitsluiten van bepaalde kinderen, met geheimhouding.”

Flexibiliteit In complexe en veranderende

omstandigheden is het zaak om de nodige flexibiliteit aan de dag te leggen, weet Louis Cauffman. “De tijd dat opa drukker was en de zoon dat ook werd, is voorbij. Je moet het lef hebben om na te denken wat je wilt met wat je hebt opgebouwd. Heel vaak is dat: doorgeven. Daarom raad ik ondernemers aan om hun besognes te delen met de kinderen van als ze op middelbare schoolleeftijd zijn. Niets opdringen, maar in alle openheid vertellen over de geneugten en de miserie van het ondernemerschap. De beste overdrachten groeien dan ook organisch en spontaan. Maar elke geslaagde overdracht is ook een maatwerkoplossing én een compromis, waarbij iedereen wat water bij de wijn moet doen.” Een familiecharter kan helpen om de overdracht vlot te laten verlo-


innovatief ondernemen

Dinsdag 18 maart 2014

Louis Cauffman Psycholoog en bedrijfseconoom

Elke geslaagde overdracht is een maatwerkoplossing én een compromis

pen. “Maar dat is natuurlijk slechts een stuk papier. Het is vooral de weg ernaartoe, het feit dat het besproken wordt is belangrijker dan de puntsgewijze afspraken.”

Overnameplan Rudi Aerts is als Senior Wealth Manager bij Belfius Bank gespecialiseerd in de overdracht van (familie)bedrijven, zowel binnen de familie als naar derden. “Ook voor het financiële aspect van de overname geldt: begin tijdig aan een grondige screening van het bedrijf. En dan bedoel ik toch minstens drie jaar voor de overname rond moet zijn. Waar je naar moet streven, is een degelijk uitgeschreven overnameplan.” Een overname of overdracht brengt veel zorgen met zich mee. Aan wie laat je de zaak over? Aan (enkele van) de kinderen, aan een personeelslid, aan beiden of aan een derde partij? En hoe vinden overdrager en overnemer het best mogelijke compromis, waarbij ook het overleven op lange termijn van het bedrijf veilig gesteld is? Eén van de sleutelbegrippen hierbij is een correcte waardering – zeker ook bij interfamiliale overdracht, stipt Rudi Aerts aan.

Engagement “Een duidelijke trend bij familiebedrijven is dat het tegenwoordig niet alleen over pure schenkingen van de aandelen gaat maar meer en meer over verkooptransacties, of vaker nog over een combinatie van beide. Bedrijfsleiders hebben doorgaans de gewoonte om zeer spaarzaam te zijn en zo weinig mogelijk liquide middelen

aan hun bedrijf te onttrekken. Ze hebben vaak nagelaten om een vermogen buiten het bedrijf op te bouwen. Als ze dan hun aandelen wegschenken bij hun pensioen, houden ze te weinig over om nog twintig jaar of langer comfortabel te leven. Dus verkopen ze het bedrijf (gedeeltelijk) aan de volgende generatie. Dat is tegelijk een vraag naar concreet engagement. De kinderen krijgen het bedrijf niet zomaar in de schoot geworpen, maar zullen ervoor moeten werken en hun verantwoordelijkheid nemen.” Sinds begin 2012 is een nieuw Vlaams decreet over erven en schenken van kracht, dat familiebedrijven aanmoedigt om de overdracht al bij leven tot stand te brengen. Het schenken van aandelen kan zonder schenkingsrechten, terwijl bij erven 3 tot 7 procent successierechten moeten worden betaald. “Het Vlaams Parlement stimuleert overdragen bij leven, omdat het er terecht van uitgaat dat een goede continuïteit bevorderlijk is voor de tewerkstelling. Op het terrein zien we dat deze regeling ook echt helpt om een deel van de aandelen tijdig te schenken”, stelt Rudi Aerts. Als niet alle kinderen in het bedrijf willen stappen, zijn er verschillende scenario’s beschikbaar. Zo is het mogelijk om de niet-overnemers een billijke financiële compensatie te geven en de aandelen aan de overnemers te verkopen of te schenken.

De juiste prijs De juiste prijs van het familiebedrijf vaststellen, begint bij een goede waardering. Tegelijk moet de overdrager zeker zijn dat hij genoeg middelen verwerft én moet de overnemer in staat zijn om eventuele leningen af te betalen. Voor de waardering kan je een beroep doen op je boekhouder, op een bedrijfsrevisor of een externe specialist, zegt Aerts. “Dan beschik je over een objectieve, onafhankelijke schatting die bij mogelijke discussies met de fiscus van pas kan komen. Ook juridisch advies is bijzonder nuttig om de overdracht van de aandelen correct te laten verlopen en de nieuwe structuur volgens de regels van de kunst op te zetten.” Zelfs al lijkt alles prima en tot ieders tevredenheid geregeld, dan blijven er nog oncontroleerbare variabelen, zegt Aerts. “Ik pleit ervoor om de waardering altijd af te checken tegen de cashflow van het bedrijf. Beschikt het over voldoende middelen om verstrekte kredieten terug te betalen? Hoe zien de verwachte marktomstandigheden eruit? Is het mogelijk om de cashflow te doen stijgen? Of ligt de vraagprijs in het licht van deze factoren toch te hoog? Dat zijn de kwesties waar wij als bank naar kijken.”

Tien tips voor een geslaagde bedrijfsoverdracht Als adviseur familiebedrijven spreekt Guy Jans uit eigen ervaring: hij werkte 28 jaar in de bouwhandel die door zijn grootvader werd opgericht en die in 2006 werd verkocht aan de multinational Saint-Gobain. “De verkoop drong zich op omdat we verzuimd hadden om een verwatering van het aandeelhouderschap in de derde generatie tegen te gaan. Wanneer je met teveel familiale aandeelhouders rekening moet houden, word je eigenlijk een nv zoals een andere. Zeker bij een heel talrijke vierde generatie waarin iedereen nog maar enkele procenten van het bedrijf bezit, dreigt de band met de familie en de bijbehorende inzet zoek te geraken. Ik ben dan ook een groot voorstander van het tijdig snoeien van de familieboom, al zijn er uitzonderingen die deze regel bevestigen.” Wat zijn de belangrijkste aspecten waarop je volgens Guy Jans moet letten bij de overdracht van een familiebedrijf?

1. Geef ruimte “De jongere generatie moet ruimte krijgen om zichzelf te ontdekken. Laat ze fouten maken, daar leren ze van. Het is aan te bevelen dat ze na hun studies eerst elders ervaring opdoen en daardoor gesterkt in het familiebedrijf actief worden.”

2. Durf communiceren “Bij de jongere generatie heerst er vaak schroom om de overdracht ter sprake te brengen. Als dertiger is het nochtans essentieel dat er een duidelijk overdrachtsplan op tafel komt. Het gebeurt nog te weinig, maar het is essentieel om samen te zitten en goede afspraken te maken – een proces dat jaren kan duren. Hebben we een familiecharter nodig? Hoe verdelen we de functies in de toekomst? Enz.”

3. Begin er tijdig aan “Door tijdig en open te durven communiceren, kom je te weten wat de andere betrokkenen willen. Dat ligt nog wat moeilijk in onze Vlaamse aard, maar wachten tot de pater of mater familias is overleden en dan trachten uit te vissen wat hij of zij had gewild, daar komen bijna zeker brokken van.”

4. Wees geduldig “Tegen dat de afscheidnemende generatie zestig wordt en de volgende rond de veertig is moet duidelijk zijn wat het wordt: overdracht, verkoop, snoeien in het familiale aandeelhouderschap door de uitkoop van sommige partijen, een externe CEO aantrekken ... Daar komen veel emoties bij te pas en geduld is daarbij een schone zaak.”

5. Draag een gezond bedrijf over “Zorg als pater of mater familias ervoor dat alle lijken uit de kast zijn voor de overdracht begint.. Schuif geen fiscale, juridische, milieu- en andere problemen door naar de inkomende generatie”

6. Wees nuchter in de bekwaamheden van je (schoon)kinderen “Schat de capaciteiten van je (schoon)kinderen correct in. Sommigen zijn geschikt voor een functie in het bedrijf, anderen niet. Een onbekwaam familielid inschakelen, dat komt als een boemerang in je gezicht terug.”

7. Snoei tijdig de familieboom “Bepaal in onderling overleg wie het bedrijf voortzet en wie niet, en zorg voor een redelijke compensatie voor degenen die uit het bedrijf stappen. Hoe bepaal je een faire prijs? Ik pleit voor een regeling die gunstiger is voor degene die het bedrijf verder zet, want die persoon neemt risico, terwijl de andere voor zekerheid kiest.”

8. Verkoop desnoods tijdig “Als de generaties het onderling niet eens geraken, of als er onvoldoende animo is om het bedrijf als familie verder te zetten, wacht dan niet te lang met verkopen. Het is geen goed idee om te wachten tot je ruzie hebt of tot het bedrijf over zijn top is.”

9. Durf beroep te doen op extern advies “Zowel voor assessments van familieleden als voor het opstellen van een familiecharter en het regelen van de finesses van de overdracht zijn er gespecialiseerde adviseurs die kunnen helpen om dingen bespreekbaar te maken en de angel uit discussies te halen dankzij hun onafhankelijke blik.”

10. Hou het ultieme doel voor ogen “Het ultieme doel van elke overdracht is een rendabel bedrijf overlaten aan een gelukkige familie die de stormen van de toekomst kan doorstaan. Dat gaat niet vanzelf. Vaak ziet men niet meer de problemen, laat staan de oplossingen.” http://guyjans.blogspot.be/ www.hancon.be

7


8

innovatief ondernemen

De drie succesfactoren binnen familiebedrijf Torfs blijven openheid, transparante communicatie en een degelijk dividend.

De kracht van het familiecharter In amper drie generaties is het familiebedrijf Torfs uitgegroeid tot de bekendste schoenenketen van het land. Een uitgekiend en steeds evoluerend familiecharter biedt garanties voor de toekomst.

T

orfs is een voorbeeld van goede family governance en het bewijs dat een uitgebreid familiaal aandeelhouderschap geen rem hoeft te zijn op succes en groei. De derde generatie bestaat uit elf kleinkinderen-aandeelhouders uit vier familiale takken, en de vierde generatie met 27 achterkleinkinderen komt al om de hoek kijken. Zeven jaar geleden besloot de derde generatie een aantal afspraken formeel vast te leggen, daarbij geholpen door advocaat Jozef Lievens, expert inzake familiebedrijven en mede-oprichter van het Instituut voor het Familiebedrijf. Ceo Wouter Torfs licht toe: “We wilden uitmaken over welke waarden we het eens zijn als familie, over hoe we het binnenkomen van de vierde generatie zouden aanpakken en hoe we de carrière van familieleden in het bedrijf zagen. Het belangrijkste bij zo’n familiecharter is dat je praat en goede afspraken maakt. Een van de principes bij ons is: geen jobcreatie, alleen jobinvulling. Wie als familielid een managementfunctie wil opnemen

in het bedrijf, moet minstens een bachelordiploma hebben en eerst elders twee jaar relevante ervaring opdoen. Vervolgens wordt hij gescreend en wordt zijn kandidatuur behandeld door het renumeratiecomité van onze raad van advies. Ondertussen vinden we die eisen alweer wat te vaag en algemeen en hebben we besloten opnieuw rond de tafel te gaan zitten om het familiecharter te actualiseren.” De familie Torfs heeft ook afspraken over bemiddeling bij conflicten en verbiedt de verkoop van aandelen aan derden. Die laatste afspraak ligt al vijftien jaar vast. Vanwaar die vooruitziendheid? “Het is de beste les die we van onze ouders en grootouders hebben gekregen”, zegt Wouter Torfs. “Tracht te anticiperen op problemen en maak afspraken voor er zich problemen stellen. Het is makkelijker om principes vast te leggen voor mensen er persoonlijk door geraakt worden.”

Gouden eieren Zevenentwintig

achterkleinkin-

deren, dat betekent op termijn 27 aandeelhouders. Hoe hou je dat beheersbaar? “We moeten erover nadenken om de overdraagbaarheid van de aandelen te vergemakkelijken”, zegt Wouter Torfs. “Maar we blijven geloven in een stevige governance, een goede familieraad waarin iemand van elke familietak vertegenwoordigd is naast enkele heel competente externe bestuurders. Het systeem heeft zijn deugdelijkheid al uitgebreid bewezen en zal dat ook blijven doen.” De drie succesfactoren van het familiebedrijf Torfs blijven openheid, transparante communicatie en een degelijk dividend. “Op de raad van bestuur communiceren we elk jaar voor iedereen begrijpbare cijfers. We zorgen ervoor dat iedereen altijd weet wat er gebeurt. En het helpt natuurlijk voor het vertrouwen dat we de voorbije tien jaar in omvang zijn verdubbeld en een mooie winst blijven neerzetten. Tenslotte hanteren we een heel duidelijke dividendpolitiek, waarbij de aandeelhouders goed weten wat ze kunnen ver-

wachten. We zorgen daarbij voor een correcte verhouding tussen het dividend van de aandeelhouders op basis van het vermogen dat zij in het bedrijf investeren en anderzijds een goede honorering van het management, wat tenslotte de kip is die voor de gouden eieren zorgt. Dat alles samen zorgt voor een duurzame harmonie.”

Argusogen Bereidt Wouter Torfs zijn eigen kinderen op een rol in het bedrijf voor? “Mijn twee oudste dochters zijn actief in de non-profit en ze zijn daar heel gelukkig in. Mijn jongste dochter studeert marketing. Mijn zoon heeft gestudeerd voor handelsingenieur en zal eerst zijn sporen elders verdienen voor er zich eventueel een opportuniteit aandient bij het bedrijf. Het is niet zo dat er in ons gezin of bij de familieleden ‘s morgens bedrijfseconomie wordt gedoceerd aan de ontbijttafel. Het is een natuurlijk proces waarin iedereen vroeg of laat zijn plaats zal vinden. Eerlijk gezegd denk ik zelfs dat familieleden zich bij ons extra moeten bewijzen. Ze krijgen enerzijds veel krediet van de medewerkers, omdat het voor hen een waarborg is voor continuïteit. Maar anderzijds worden familieleden met argusogen gevolgd: zowel wat ze goed doen als wat ze minder goed doen, wordt hen als het ware dubbel aangerekend.”

Wouter Torfs, ceo Torfs

Het is belangrijk dat je praat en goede afspraken maakt. Een van de principes bij ons is: geen jobcreatie, alleen jobinvulling


innovatief ondernemen

Dinsdag 18 maart 2014

Er bloeit iets onder de oude eik Als tweede generatie de zaak helpen uitbouwen onder de vleugels van de stichter is een ingewikkeld maar fascinerend proces, ontdekte porceleinmaker Widukind Stockmans.

G

enkenaar Piet Stockmans is de favoriete porseleinmaker van sterrenchefs als Sergio Herman en Alain Ducasse. Hij vervaardigde het servies voor het huwelijk van Albert I van Monaco en blijft ook op zijn 74ste volop nieuwe stukken creëren. Om de continuïteit van zijn werk te verzekeren, vroeg hij zeventien jaar geleden zijn kinderen aan boord te komen in wat toen een eenmanszaak was. Dochter Widukind (44) zette de stap en krijgt dezer dagen volop erkenning voor haar inbreng in de familiezaak, met een export award van Unizo en een nominatie voor vrouwelijk ondernemer van het jaar. “In die jaren dreigde het werk mijn vader boven het hoofd te groeien”, vertelt Widukind. “Hij had vroeger al eens een faillissement meegemaakt en wilde de zaak graag in de familie houden. Mij had het ambacht altijd al geboeid, maar mijn broer was niet geïnteresseerd om in de familiezaak te werken. ‘Onder een grote eik kan niets groeien’, zei hij wel eens.” Formele regelingen, daar stond de familie aanvankelijk niet bij stil. “Mijn broer is altijd heel correct geweest, vanuit de overtuiging dat hij niet aan de groei van de zaak had bijgedragen en er dus ook geen recht op had. Hij is wel altijd een belangrijk klankbord voor mij gebleven. Maar in feite heb ik pas na acht jaar een deel van de aandelen aan mijn vader gevraagd om zo de zaken formeel in orde te brengen.” Onder impuls van Widukind werd de porseleincollectie van haar vader gevoelig uitgebreid en kwam er meer personeel in dienst. Momenteel werken er acht mensen voor Studio Pieter Stockmans. Widukinds echtgenoot Frank Claesen ontwerpt ondertussen 20 procent van de collectie. Het nog altijd kleinschalige en ambachtelijke atelier beschikt niet over voldoende middelen om ontwerpers voltijds te betalen. De snelle groei van Studio Pieter Stockmans bracht met zich mee dat er niet altijd even goede afspraken werden gemaakt, erkent Widukind. “Sommige familiebedrijven lopen daarop stuk. Op een bepaald moment hebben we op aanraden van andere familiale ondernemers een extern adviseur ingeschakeld. We beseffen heel goed dat we alle drie – mijn vader, mijn man en ik – hetzelfde willen, maar we hebben in het verleden

niet altijd genoeg vergaderd en overlegd.” De knowhow van Piet is ondertussen vastgelegd, terwijl stichter en schoonzoon elkaar blijven uitdagen in het zoeken van nieuwe productiemethoden. “Voor mijn vader is zijn werk een uit de hand gelopen hobby, een echte passie. Ik sta ervan te kijken dat hij nog altijd met nieuwe dingen komt, het blijft heel boeiend. Tegelijk heeft hij wel bepaalde zakelijke aspecten leren loslaten. Dat is

een hele opluchting voor mij, want het is niet goed als klanten voelen dat ze met twee verschillende partijen te maken hebben.” Ondertussen is ook duidelijk wat er – hopelijk pas over vele jaren – na het afscheid van Piet Stockmans met de Studio zal gebeuren. “Vanaf het begin heb ik een onderscheid gemaakt tussen het vrije werk van mijn vader en het merk Pieter Stockmans. Zijn vrij werk is erg persoonlijk, maar voor de collectie

geldt wat voor andere designers als Armani en Dior geldt: je behoudt de basis en de knowhow en je breidt het merk verder uit. Tegelijk moet je heel voorzichtig blijven om de essentie te bewaren en een voorloper te blijven.” En de volgende generatie? “Onze kinderen zijn 12 en 13, het is wat voorbarig om aan opvolging te denken. Is het mijn droom dat ze het bedrijf zouden verder zetten? Alleen als ze zelf de passie voelen, anders wordt de droom gegarandeerd een nachtmerrie. Voor het geld moet je het ook niet doen. Misschien moet ik ze binnenkort eens in het atelier laten werken, maar ze zijn nog zo jong.”

Widukind Stockmans, Studio Pieter Stockmans

We beseffen heel goed dat we alle drie hetzelfde willen, maar we hebben in het verleden niet altijd genoeg vergaderd en overlegd.”

Ook sterrenchef Sergio Herman kiest voor het porselein van Piet Stockmans

9


10

innovatief ondernemen

Interview: Jo Libeer, gedelegeerd bestuurder Voka

‘Halvering loonkosten levert 165.000 jobs op’ Aan de vooravond van de verkiezingen stelt Voka haar memorandum voor. De werkgeversorganisatie lijst daarin de prioriteiten op voor de Vlaamse bedrijven. Speerpunt is de halvering van de loonkostenhandicap. “Dat levert 165.000 jobs op”, zegt gedelegeerd bestuurder Jo Libeer.

D

e loonkostenhandicap halveren door een verlaging van de werkgeversbijdrage tot 22 procent - kostprijs: 8,9 miljard euro - kan tot 165.000 jobs opleveren. Dat is één van de prioriteiten die de werkgeversorganisatie presenteert luttele maanden voor de verkiezingen. Voka wil ook dat het beleid werk maakt van het optrekken van de belastingvrije som in de personenbelasting met 1.800 euro en dat er 150 miljoen extra per jaar wordt geïnvesteerd in infrastructuurwerken voor een betere mobiliteit en in lagere energietarieven. De financiering van dat alles moet komen van de plafonnering van de groei van overheidsuitgaven - op alle niveaus - tot 1 procent. Het overheidsbeslag is Voka al langer een doorn in het oog. In de ‘waarvoor-je-geldindex’ van Voka staat België op de 20ste plaats van 24 Europese landen. Voka maakt zich sterk dat ons land, met de door hen voorgestelde maatregelen, in die index opschuift naar de 12de plaats, tussen Nederland en Finland. “De verschillende overheden in ons land geven in 2014, interestlasten niet meegerekend, 197 mil-

De 5 prioriteiten van Voka

1 Verlaging werkgevers-

bijdragen tot 22 procent

2 Verhoging belastingvrije som met 1.800 euro

3 150 miljoen euro extra per jaar voor mobiliteit

4 Absolute uitgavennorm van 1 procent voor elke overheid

5 Competitieve energietarieven

jard euro uit als ze hun begrotingsdoelstelling realiseren. Voor 2019 is bij ongewijzigd beleid volgens het Planbureau 231 miljard voorzien. Voka wil dat beperken tot 210 miljard. Die 21 miljard euro minder bijkomend uitgeven, moet de overheid slanker en efficiënter maken en kan gebruikt worden om een daling van de loonkosten te compenseren”, zegt Jo Libeer. Welke signalen vangt u op bij ondernemers die deze maatregelen nodig maken? “Ik hoor dat de conjunctuur er iets beter voor staat dan een jaar geleden. Maar ik heb niet de indruk dat dit van die aard is dat het de onderliggende problemen wegneemt. Die problemen zijn structureel en bekend: hoge loonkosten, een energiekost die voor kmo’s tot 20 procent hoger ligt dan in onze buurlanden en te weinig investeringen in innovatie, zowel binnen de ondernemingen als vanuit de overheid. De mix van dat alles vloeit samen in een concurrentieel nadeel ten opzichte van de buurlanden. Dat verklaart meteen waarom we al een aantal jaar met een negatieve handelsbalans zitten, wat eigenlijk de enige echte barometer is van een economie. Onze koopkracht lekt weg naar het buitenland. De maatregelen in ons memorandum spelen daarop in.” Het halveren van de loonkostenhandicap is er daar één van. Dat kan volgens Voka voor 165.000 jobs zorgen. Hoe bent u daar zo zeker van? “Dat cijfer is het resultaat van econometrische modellen, onder andere van de Nationale Bank, maar ik hoor dat ook op de werkvloer. Onlangs was ik bij een bedrijf op bezoek waar tachtig mensen werkten. Die bedrijfsleider zei zonder verpinken dat bij een dergelijke daling van de loonkosten hij gemakkelijk werk kon verschaffen aan honderdtwintig mensen. Het is ook logisch. Als de loonkosten dalen, hebben bedrijven minder reden om te investeren in het

buitenland.” Alle economische knelpunten die in uw memorandum te lezen staan, gaan al een paar jaar mee. Veel is er nog niet veranderd. Verwacht u nu wel iets? “Ik denk dat er een bewustwording aan het komen is. Ik hoor dat het ACV een zeer goed congres over de industrie heeft gehad, waar het belang van de sector uiteraard werd erkend en waar ook de discussie over de loonkosten in beeld kwam. Drie jaar geleden was het voor bepaalde partijen en belangengroepen ‘not done’ om nog maar over de hoogte van de loonkosten te spreken. Het draagvlak daarvoor wordt steeds beter. Ik hoop dat we na de volgende verkiezingen naar een stabiele context van vijf jaar zonder verkiezingen kunnen gaan, waarin toch een en ander mogelijk moet zijn. Ik voel nu al dat de vraag niet zozeer meer gaat over of we de loonkosten zullen doen dalen, maar wel over hoe we dat zullen compenseren. Wat dat betreft zijn er twee scholen: de eerste wil de fiscale klemtonen verleggen, bijvoorbeeld van loonlasten naar btw, de tweede ziet meer graten in een daling van het overheidsbeslag.” Voka pleit overduidelijk voor een minder dure overheid. “Ons standpunt is dat er voldoende middelen te vinden zijn in wat we allemaal samen afdragen. Door de overheidsuitgaven minder snel te laten groeien dan bij ongewijzigd beleid, maak je middelen vrij om de daling van de loonkosten te compenseren. Onze overheid geven nu, zonder interestlasten,197 miljard euro per jaar uit. Wij pleiten niet voor een afname van die uitgaven, maar voor een vertraagde groei van die kost.” Tegelijk verwacht u van de overheid dat ze meer investeert, in innovatie bijvoorbeeld. “Absoluut. We vragen 150 miljoen euro extra per jaar voor mobiliteit en eenzelfde bedrag voor innovatie. Deze en onze anderen voor-


innovatief ondernemen

Dinsdag 18 maart 2014

Jo Libeer gedelegeerd bestuurder Voka

De politieke haalbaarheid van onze voorstellen hangt af van de moed van onze beleidsmakers. Durven ze voor een doorbraak te zorgen?

stellen, zoals het optrekken van de belastingvrije som in de personenbelasting met 1.800 euro, zijn financieel mogelijk als alle overheden van dit land de groei van hun uitgaven plafonneren op 1 procent.” Wat is de kans dat dit lukt? “De politieke haalbaarheid ervan zal afhangen van de moed van onze beleidsmakers. Hebben ze voldoende moed om maatregelen te nemen die voor een doorbraak kunnen zorgen of niet? Daar gaat het over. Binnen de overheid liggen de optimalisaties alvast voor het rapen. Professor Annemans, gezondheidseconoom, zegt drie miljard efficiëntiewinsten te kunnen boeken in onze gezondheidszorg. De voorbije vijftien jaar zijn er 100.000 ambtenaren bijgekomen. Doe er daar vijf jaar lang één procent per jaar af en je hebt nog altijd meer ambtenaren dan vijftien jaar geleden.” Zit het ambtenarenapparaat dan niet in dalende lijn, zoals federaal staatssecretaris Hendrik Bogaert en Vlaams minister Geert Bourgeois verkondigen? “Volgens het jaarverslag van de Nationale Bank is dit zo op het federale niveau. Sinds 2009 daalde het aantal ambtenaren er netto met ongeveer 5 procent. Bij de gemeenschappen, gewesten en lokale besturen stelt de Nationale Bank echter een stijging vast. Slechts de laatste jaren is er daar sprake van een stabilisering. Op het Vlaamse niveau werkt men ook niet met volledige cijfers. De Vlaamse overheid rekent bijvoorbeeld het personeel in het onderwijs en van De Lijn niet mee.” De voorbije jaren is de relatie tussen politiek en werkgevers erg verzuurd als gevolg van allerlei besparingen en wat ondernemers ‘pestmaatregelen’

noemden. Ziet u daar tekenen van beterschap? “Twee derde van de maatregelen die de regering Di Rupo genomen heeft, hebben gezorgd dat ondernemers nu meer belastingen moeten betalen. Dat is het laatste wat je moet doen op het moment dat bedrijven het moeilijk hebben. Dat zit nog altijd in het achterhoofd van de ondernemers. Tegelijk is het onze taak als werkgeversorganisatie om vooruit te kijken en met voorstellen, zoals ons memorandum, te komen om de concurrentiekracht van onze bedrijven te herstellen. Ondernemersvertrouwen is iets zeer ‘liquide’, dat heeft adem nodig. Maatregelen zoals minder loonkosten kunnen daarvoor zorgen.” Welke maatregelen heeft onze arbeidsmarkt nog nodig, naast een daling van de loonkosten, om aantrekkelijker te zijn voor werkgevers en voor meer jobs te zorgen? “Ons arbeidsmarktbeleid moet vereenvoudigd worden. De laatste jaren zijn er bijzonder veel initiatieven ontstaan die zich richten op doelgroepen zoals jongeren en 50-plussers. In totaal gaat het om 11 Vlaamse maatregelen en 23 federale. Als gevolg van de herverdeling van de bevoegdheden worden die 34 doelgroepmaatregelen, goed voor 2,5 miljard euro allemaal Vlaamse materie. Dat kan gerust minder complex en meer transparant geregeld worden. Minder maatregelen dus, maar meer gericht, die ondernemers aanmoedigen om mensen aan te werven.” Zullen die maatregelen volstaan om extra jobs te creëren en de arbeidsmarkt te flexibiliseren? “Neen, werknemers moeten zelf ook meer nadenken over hun loopbaan en zich bijvoorbeeld tijdig bijscholen. De focus verschuift zo van jobzekerheid naar werkzekerheid. Ondernemingen zullen het nog moeilijk krijgen in de toekomst, of zullen ervoor kiezen om een andere richting in te slaan. Het is in het belang van werknemers dat ze op zo’n moment voldoende wendbaar zijn.” Ook die werknemer wil flexibiliteit, bijvoorbeeld via tele- en thuiswerk. Springen kmo’s daar voldoende soepel mee om? “Ik denk dat ondernemingen best weten dat het aantal medewerkers dat lang en goed kan functioneren in de flexibiliteit die onze kenniseconomie vergt, almaar schaarser wordt. Bedrijven hebben er alle belang bij om de werkverhoudingen op de vloer optimaal te houden. Ideaal betekent dit dat werknemers weten wat de strategische doelstellingen van het bedrijf zijn én dat het humanresourcesbeleid daar op alle vlakken is aan aangepast. Enkel zo kunnen mensen gemotiveerd worden om samen een doel te bereiken. Ik merk dat veel kmo’s daar crea-

11

Jo Libeer gedelegeerd bestuurder Voka

We tellen 11 Vlaamse en 23 federale doelgroepmaatregelen. Dat moet en kan veel eenvoudiger

tief mee omspringen, maar er zijn natuurlijk ook grenzen aan verwachtingen zoals telewerk. Voor iemand die aan een draaibank staat, lukt dat niet. Bij dienstenbedrijven zie ik geen probleem, in productie en industrie is dit een ander verhaal.” De vergrijzing en het langer werken zijn nog zo’n uitdagingen die voor heel wat hoofdbrekens zorgt. “Een Belgische werknemer werkt gemiddeld 32 jaar. In Nederland is dat 39 jaar. Daarmee is al veel gezegd. Uiteindelijk hebben we geen keuze: we gaan meer mensen langer aan het werk moeten krijgen als we onze sociale zekerheid willen blijven financieren. Een actieve loopbaan van 30 jaar bij een levensverwachting van 80 jaar, dat klopt niet.” Dus wordt het werken tot 65 of kiezen voor de loopbaan van 45 jaar? “Ik zie geen andere mogelijkheden. Wij stellen voor om die evolutie langzaam op te bouwen, met een maand langer werken per jaar. Meer deeltijdse jobs lijkt me een goede oplossing, veel beter alleszins dan systemen zoals loopbaanonderbreking die er vooral voor zorgen dat wie dit niet neemt nog meer moeten werken. In Nederland, waar de loopbanen langer zijn, is het aandeel deeltijds werk ook veel groter.”


12

innovatief ondernemen

Sneller mobiel surfen met 4G Overal even snel surfen op je smartphone of tablet als thuis? Dat is wat 4G belooft. Maar wat is het precies en waar is het systeem al actief?

4

G staat voor de vierde generatie van mobiele telecommunicatie, de opvolger van 3G. Met 4G kan je tot tien keer sneller surfen dan met 3G. Bij een aantal mobiele operatoren kan je nu al in bepaalde steden of wijken van 4G genieten, met pijlsnelle down- en uploadsnelheden voor je smartphone of tablet, maar ook voor je laptop als je over een 4G-USB-stick beschikt. Er is heel wat te doen geweest over 4G. Het Brussels Gewest opteerde voor een extra strenge stralingsnorm die het onmogelijk maakte om het netwerk in Brussel uit te rollen. Na een versoepeling van de norm in januari sprong Proximus als eerste op de kar. Ondertussen

zou zo’n 30 procent van de Brusselse bevolking onder de dekking vallen. Proximus belooft eind 2015 een volledige 4G-dekking voor de hoofdstad. Ondertussen moet er nog een klein akkefietje worden opgelost. Door een bestaand commercieel akkoord met Mobistar blokkeert Apple 4G op iPhones van andere Belgische operatoren. Dus als je een iPhone gebruikt en bij Proximus of Base zit, kan je tot nader order niet op 4G. Een amendement op de telecomwet belooft daar weldra verandering in te brengen. Het gekke is dat Mobistar zelf nog volop bezig is met het uitrollen van zijn eigen 4G-netwerk. Aan het einde van deze maand zou het actief

moeten zijn in meerdere steden (nu is het dat al in een vijftigtal).

LTE-advanced Operator Base doet het beter: die biedt nu al 4G aan in meer dan 200 steden en gemeenten en beweert al 4,2 miljoen van de Belgen te kunnen bereiken. Base experimenteert overigens al met een nog straffere standaard: LTE-advanced, een technologie die voortbouwt op 4G en een theoretische maximumsnelheid van 300 Mbps mogelijk maakt. Proximus zorgt voor de grootste dekking met een 4G-aanwezigheid in 280 Belgische gemeenten. Is 4G nodig? Het is zeker een plus voor wie onderweg zware bestan-

den wil doorsturen, online films bekijken, muziek streamen of mobiel gamen. Maar zoals met de meeste technologische evoluties zal 4G voor een groot deel een nieuwe markt aanboren. Het zal wellicht niet zo lang meer duren voor we in de auto of op de trein muziek streamen en films, series en live tv bekijken. Dat is tenminste waar initiatieven als Stievie, Spotify en Netflix op hopen, al biedt die laatste vooralsnog geen Belgische diensten aan. Hoe dan ook, die streamers zullen pas echt succes kennen als de telecomproviders niet alleen een performant, maar ook betaalbaar 4Gabonnement aanbieden. Het blijft voorlopig koffiedik kijken, tenzij het 3G-verleden een goede indicator is voor de 4G-toekomst. Uit recent onderzoek van Test-Aankoop blijkt dat de kwaliteit van de 3Gnetwerken de afgelopen jaren sterk is verbeterd, maar dat er aanzien-

lijke verschillen blijven bestaan tussen de verschillende operatoren. Proximus blijkt de beste op het gebied van netwerkkwaliteit. De gemiddelde downloadsnelheid ligt er drie keer hoger dan bij Mobistar. Bij Base werpen de investeringen van de laatste jaren vruchten af: Base wordt tweede beste en Mobistar eindigt op de derde plaats. Maar hoe zat het nu weer met die gevaarlijke straling die 4G zou veroorzaken? Het departement Leefmilieu van de Vlaamse overheid drukt zich voorzichtig uit: “Wetenschappelijk onderzoek bewijst niet dat 4G-straling (of andere gsmstraling) schadelijk is, tenminste als de normen niet overschreden worden. Wetenschappers kunnen op dit ogenblik wel nog geen definitieve uitspraak doen over langetermijneffecten. Onderzoek hiernaar werd al opgestart, maar de resultaten zijn pas over enkele jaren ter beschikking.�

4G is handig voor wie onderweg zware bestanden wil doorsturen, online films bekijken, muziek streamen of mobiel gamen.


Standaard 20140318