Page 1

Roekenbeschermingsplan Gemeente Berkelland Verspreiding, knelpunten en overwegingen Rapportnummer 0585


Roekenbeschermingsplan Gemeente Berkelland Verspreiding, knelpunten en overwegingen

Zelhem , januari 2006 Rapportnummer 585 Projectnummer 469

opdrachtnemer

Stichting Staring Advies Hummeloseweg 85, 7021 KN Zelhem | T 0314-641910 | F 0314641909 | www.staringadvies.nl

opdrachtgever

Gemeente Berkelland Postbus 200, 7270 HA Borculo

| T 0545-250 250

| Contactpersoon: Dhr. J.L. van Eijk


Voorwoord

De roek (Corvus frugilegus) broedt op verschillende locaties binnen de gemeente Berkelland. De soort komt voor in roekenkolonies die sterk in grootte kunnen verschillen. Het doel van dit rapport is het schetsen van het aantalsverloop van de roek in de afgelopen jaren (1990 t/m 1999) en de huidige situatie (2000 t/m 2005). Tevens worden knelpunten inzichtelijk gemaakt en worden overwegingen aangedragen. Het doel van het plan is bovendien het mogelijk maken van het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet mits er sprake is van belangrijke overlast. Het regionale Roekenbeschermingsplan (Gijzen et al., 2005) is richtinggevend geweest bij het opstellen van deze rapportage.

Stichting STARING ADVIES

|


Inhoudsopgave

1 Inleiding

5

1.1 Probleemstelling 1.2 Doelstelling 1.3 Vraagstelling 1.4 Methode analyse broedvogelgegevens

5 5 5 6

2 Soortbeschrijving en biotoopeisen

7

3 Verspreiding en aantalsontwikkeling

8

3.1 Verspreiding in Gelderland 3.2 Verspreiding Berkelland 1990 t/m 1999 3.3 Verspreiding Berkelland 2000 t/m 2005 3.4 Toekomstige ontwikkelingen

8 9 10 12

4 Knelpunten

13

4.1 Verslechtering van het (broed-)biotoop 4.2 Soorten klachten 4.3 Probleemlocaties 4.4 Conclusie

13 13 14 16

5 Oplossingsrichtingen en overwegingen

17

5.1 Wettelijke bescherming 5.2 Niets doen 5.3 Mogelijkheden ter voorkoming van overlast 5.4 Verjagen 5.5 Verplaatsen: aanwijzen nieuwe locaties 5.6 Ontwikkelen landschappelijke beplanting in beekdalen 5.7 Voorlichting bewoners

6 Conclusies en aanbevelingen

17 18 18 18 20 21 22

23

Stichting STARING ADVIES

|


Literatuurlijst

24

Bijlagen

25

Bijlage 1 Totaalstaat roeken Eibergen Bijlage 2 Totaalstaat roeken Neede Bijlage 3 Roekenverspreiding 1990 t/m 1999 Bijlage 4 Artikel ‘Verhuizing van de begraafplaatsroeken’ Bijlage 5 Historische kaart (circa 1900) Bijlage 6 Detailkaarten verplaatsingslocaties Bijlage 7 Eigendomssituatie Bijlage 8 Begroting voor het verplaatsen van roeken

Stichting STARING ADVIES

26 27 28 30 32 33 43 54

|


1 Inleiding

1.1 Probleemstelling De roek broedt op verschillende locaties binnen de Gemeente Berkelland. De soort leeft in de broedtijd in roekenkolonies die sterk in grootte kunnen variĂŤren. De roek is beschermd krachtens de Flora- en faunawet. Het is verboden om de soort te verontrusten ofwel te doden. Het doel van dit rapport is het schetsen van het aantalverloop en de verspreiding van de roek in de periode 1990 t/m 1999 en het huidige verspreidingsbeeld (2000 t/m 2005). Tevens wordt getracht inzicht te geven in de “problemenâ€?die de aanwezigheid van de roek kunnen veroorzaken en hiervoor overwegingen aangedragen. Met het opstellen van een Roekenbeschermingsplan geeft de gemeente Berkelland vorm aan het provinciaal en landelijk beleid om de verspreidingsgegevens, knelpunten en overwegingen te bundelen in een gemeentelijk roekenbeschermingsplan waarbij het volgen van huidig beleid en wetgeving randvoorwaarden zijn. De aanleiding voor gemeentelijke plan is de deelname van de gemeente Berkelland aan het regionale roekenbeschermingsplan (Gijzen et al., 2005).

1.2 Doelstelling Het doel is te komen tot een objectief plan waarbij alle knelpunten inzichtelijk worden gemaakt. Overwegingen worden aangedragen die passen binnen de huidige wetgeving waarbij de roek en zijn bescherming centraal staat.

1.3 Vraagstelling Wat is het verspreidingsbeeld van de roek in de gemeente Berkelland in de periode 1990 t/m 2005? Wat is het aantalsverloop van de roek in de periode 1990 t/m 2005? Wat zijn de knelpunten? Met welke maatregelen zijn de knelpunten op te lossen? Welke kosten zijn hiermee gemoeid?

Stichting STARING ADVIES

|

5


1.4 Methode analyse broedvogelgegevens Voor het analyseren van de gegevens is gebruik gemaakt van de Handleiding Landelijk Soortonderzoek Broedvogels van SOVON (Van Dijk et al., 2004). Door twee vogelwerkgroepen zijn de afgelopen jaren binnen de gemeente Berkelland nesten van roeken geteld. De waarnemingen van nesten in de periode van 15 april t/m 10 mei zijn hierin meegenomen. Er wordt minimaal ĂŠĂŠnmaal geteld. Zowel volledig uitgebouwde nesten, als nesten in aanbouw tellen mee. In de telperiode wordt het hoogste aantal nesten aangehouden.

Stichting STARING ADVIES

|

6


2 Soortbeschrijving en biotoopeisen De roek behoort tot de familie van de kraaiachtigen en komt voor in gematigde streken van Europa en Azië. De soort is een koloniebroeder (zie figuur 1). Nesten worden doorgaans in hoge bomen (populieren en eiken) gebouwd, maar soms ook in lage bomen zoals berken en elzen. De soort heeft een voorkeur voor een parklandschap met een afwisseling van bouw- en graslanden met vrijstaande boomgroepen (figuur 2). Ook wordt de soort aangetroffen in parken aan buitenrand van steden. De voorkeur voor stedelijk gebied kan mogelijk worden verklaard door een verminderde predatiedruk van roofvogels zoals havik binnen de bebouwde kom. Mogelijk speelt ook mee dat er binnen de bebouwde kom minder kans is op verstoring dit in tegenstelling tot het buitengebied (illegale verstoring en afschot). De roek kan jarenlang terugkeren naar dezelfde nestlocatie waarbij hetzelfde nest weer wordt gebruikt. Nesten worden gebouwd van takken en twijgen met aarde, gevoerd met wortels, gras, mos, stro en wol enz. Takroof van andere (roeken) nesten vindt regelmatig plaats. De roek is grotendeels een standvogel die in Nederland overwintert, de soort vertoont trekgedrag over korte en middellange afstanden. ’s Winters kan de roek vaak worden aangetroffen in gezamenlijke foerageer- en slaapvluchten met de kauw. Roeken foerageren op verschillende soorten insectenlarven (engerlingen en ritnaalden) in landbouwgebieden. Ook wordt plantaardig materiaal gegeten (o.a. zaaigoed). Vervolging en vergiftiging hebben de Nederlandse populatie in de jaren zeventig gedecimeerd. Na bescherming in 1977 groeide de Nederlandse populatie naar 64.000 paren in het jaar 2000. Met dit aantal lijkt de populatie momenteel aan zijn maximum te zitten (SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2002).

Figuur 1 & 2 (inzet) Roeken zijn koloniebroeders en broeden bij voorkeur in vrijstaande boomgroepen zoals eiken en/of populieren en foerageren graag op bouwlanden (Foto’s D.J. Stronks, Stichting Staring Advies)

Stichting STARING ADVIES

|

7


3 Verspreiding en aantalsontwikkeling 3.1 Verspreiding in Gelderland Grote populaties kunnen in Nederland worden gevonden in het oosten van het land. De soort wordt in Gelderland aangetroffen langs de Gelderse IJssel, in het dal van de Oude IJssel en het Berkeldal (figuur 3). In de meer beboste delen van de provincie ontbreekt de soort (Veluwe, Rijk van Nijmegen en centrale Achterhoek). Kolonies kunnen uiteen vallen als de omstandigheden minder geschikt worden. De dieren kunnen zich dan verspreiden in kleinere aantallen op meerdere locaties in de omgeving van de oude kolonie. Roeken van een uiteengevallen kolonie kunnen zich ook aansluiten bij andere kolonies of kunnen een nieuwe kolonie stichten (Stichting Faunabeheereenheid Oost-Gelderland, 2004).

Figuur 3 Actuele verspreiding van roekenkolonies in Gelderland (Bron: Provincie Gelderland)

Stichting STARING ADVIES

|

8


3.2 Verspreiding Berkelland 1990 t/m 1999 Eibergen De soort heeft in de periode 1990 t/m 1999 in de omgeving van Eibergen een duidelijke groei doorgemaakt (tabel 1). Tot 1990 waren er geen broedgevallen van de roek bekend in Eibergen. In 1991 vestigt zich een kleine populatie in ‘De Maat’. Deze kolonie groeide door tot 157 nesten in 1998. Deze kolonie werd in hetzelfde jaar verstoord. De dieren verspreidden zich hierdoor in 1999 over zeven kleinere roekenkolonies waarvan Flexovit (208 nesten) en Wolinkweg (85 nesten) tot de grootste behoorden. Het totale aantal roeken nam spectaculair toe van 157 in 1998 naar 468 in 1999. Deze groei is niet direct te verklaren. Een mogelijkheid is dat verjagingsacties elders hebben gezorgd voor deze verplaatsing. Een overzicht van het verspreidingsbeeld van de periode 1990 t/m 1999 is te vinden in bijlage 4. Tabel 1 Totaal aantal roeken Eibergen in de periode 1990 t/m 1999 Dorpskern Eibergen Eibergen Eibergen Eibergen Eibergen Eibergen Eibergen Eibergen Eibergen

kolonienaam Wolinkweg Vogelenzangstraat Oude Needseweg Jukkertweg Oldenkotseweg Flexovit Balastput Verosol De Maat TOTAAL

1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 0 0 0 0 0 0 0 0 0 85 0 0 0 0 0 0 0 0 0 3 0 0 0 0 0 0 0 0 0 45 0 0 0 0 0 0 0 0 0 21 0 0 0 0 0 0 0 0 0 68 0 0 0 0 0 0 0 0 0 38 0 0 0 0 0 0 0 0 0 208 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 3 6 22 26 47 90 164 157 0 0 3 6 22 26 47 90 164 157 468

Neede In de periode van 1995 tot 1999 laat het aantalsverloop van de roek in Neede een wisselend beeld zien (tabel 2). In 1995 is één populatie in Neede aanwezig. Het gaat hier om het oude begraafplaats met 477 nesten. Deze kolonie is volgens oudere inwoners van Neede al decennia lang op deze locatie aanwezig (mond. med. Vogelwerkgroep Neede). De kolonie wordt in hetzelfde jaar verstoord. De roeken verspreiden zich hierdoor in het opeenvolgende jaar over meerdere kleinere roekenkolonies waarvan Spilbroek (82 nesten) en Hoonteweg (158 nesten) tot de grootste roekenkolonies behoren. Door deze verstoringsactie groeit de populatie Koeweidendijk in 1997 sterk tot 107 nesten. De overige roekenkolonies zijn in dit jaar klein omdat nagenoeg alle roeken in de populatie Koeweidendijk nestelen. De overige roekenkolonies veroorzaken in 1997 nagenoeg geen overlast. Door verstoring van de populatie Koeweidendijk in 1998 worden de roeken weer verspreid over tien kleinere roekenkolonies waaronder Munsterjansdijk (42 nesten) en Bos Osterhaus (32 nesten). In 1999 zijn elf roekenkolonies in gebruik.

Stichting STARING ADVIES

|

9


Tabel 2 Totaal aantal roeken Eibergen in de periode 1990 t/m Dorpskern kolonienaam 1995 1996 1997 1998 1999 Hondelinkweg 0 0 3 3 3 Neede Dumasweg 0 0 2 0 2 Neede Oude Deldenseweg 0 0 0 19 3 Neede Spilbroek, achter spoorbaan 0 82 0 11 22 Neede Oude begraafplaats 477 0 0 6 9 Neede Hoonteweg 0 158 0 0 0 Neede Ter Weemepark + Peppelendijk 0 38 9 3 3 Neede Koeweidendijk, bos Steinkamp 0 46 107 14 0 Neede Stobbesteeg 0 34 7 14 5 Neede Villa Osterhaus 0 0 10 15 6 Neede Bos Osterhaus 0 0 12 32 45 Neede Haaksbergseweg 0 0 0 0 5 Neede Munsterjansdijk 0 34 31 42 49 Neede

TOTAAL

477

392

181

159

152

3.3 Verspreiding Berkelland 2000 t/m 2005 Eibergen In de periode 2000 t/m 2005 is het aantalsverloop in Eibergen minimaal, van 450 nesten in 2001 naar 432 nesten in 2005. Er treed regelmatig verschuiving op van kolonieplaatsen. In 2005 waren op de volgende locaties roeken aanwezig (zie tabel 3 & figuur 4): Vogelenzangstraat (66 nesten), Jukkertweg (36 nesten), Flexofit (28 nesten), Verosol (25 nesten) en Ballastput (276 nesten). De locatie Balastput is met 276 nesten de grootste kolonie rond de dorpskern Eibergen en tegelijkertijd ook de grootste binnen de gemeente Berkelland. Neede In de periode van 2000 t/m 2005 zijn er op vier locaties roekenkolonies aangetroffen. In 2000 was er een totaal aantal van 134 nesten. In 2005 was dit een aantal van 223. In 2005 waren op drie locaties roekenkolonies aanwezig: Spilbroek (41 nesten), Oude begraafplaats (106 nesten), Ter Weemepark (76 nesten). Het verspreidingsbeeld in Eibergen en Neede is sterk wisselend maar het totale aantal roeken is al tien jaar vrij constant. Dit duidt op continue verstoring van roekenkolonies. Dit is de reden dat roekenkolonies gaan zwerven maar het totale aantal niet afneemt. In de huidige situatie zijn geen roekenkolonies aangetroffen in of rond de dorpskernen Ruurlo en Borculo. Toch zijn hier potentiële locaties aanwezig waar de roek zich in de toekomst kan gaan vestigen. Een voorbeeld hiervan zijn enkele bosgebiedjes langs de Berkel aan de westkant van Borculo. Nabij deze locaties is de nieuwbouwwijk ‘t Elbrink 2’ ontwikkeld.

Stichting STARING ADVIES

|

10


Tabel 3 Maximale koloniegrote in gemeente Berkelland 2000 t/m 2005

Nr 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Dorpskern Eibergen Eibergen Eibergen Eibergen Eibergen Neede Neede Neede Neede Neede

locatie Vogelenzangstraat Jukkertweg Flexovit Ferosol Balastput Oude begraafplaats Ter Weemerpark Spilbroek Villa Osterhaus Bos Osterhaus

Max aantal 66 36 28 25 276 149 129 81 35 47

Figuur 4 Verspreidingsbeeld van de roek in de periode 2000 t/m 2005. Afgebeeld is de maximale grootte per kolonie.

Stichting STARING ADVIES

|

11


3.4 Toekomstige ontwikkelingen Hoewel de stand van de Roek in Nederland op dit moment terug lijkt te zijn op het niveau van de eerste helft van de 20e eeuw, is dat waarschijnlijk niet het geval (Bijlsma et al., 2001). In Nederland lijkt de roekenpopulatie momenteel aan zijn maximum te zitten, en het is niet onmogelijk dat de soort in toenemende mate zelfs voedselproblemen zal krijgen door verdroging van graslanden en de omzetting van grasland in bouwland (ma誰s). Doordat er in het buitengebied veel nestplaatsen worden gekapt, vestigen roeken zich vaker in het stedelijke gebied (SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2002). Gezien de huidige intensieve landbouw op verdroogde en vermeste gronden en de toenemende verstedelijking (verdwijning van kolonies uit grote steden is tekenend) lijkt het onwaarschijnlijk dat Roeken ooit nog hun oude niveau zullen bereiken (Bijlsma et al., 2001).

Stichting STARING ADVIES

|

12


4 Knelpunten 4.1 Verslechtering van het (broed-)biotoop Verstedelijking en intensivering landbouw Het oorspronkelijke habitat van de roek is ingrijpend veranderd of vernietigd. De afgelopen eeuw heeft een intensivering plaatsgevonden van de landbouw. Kleinschalige landschappen die kenmerkend zijn voor de Achterhoek zijn verdwenen en hiermee ook bossen en landschapselementen waar de roek in het verleden nestgelegenheid had. Zie ook paragraaf 3.4 ‘Toekomstige ontwikkelingen’. De stedelijke bebouwing en de infrastructuur zijn opgerukt om de vaak zeer oude broedlocaties van de Roek. Dit is bijvoorbeeld duidelijk te zien aan de historische kaarten van de probleemlocaties in Neede (Weemepark, oude begraafplaats) en Eibergen (Jukkertweg en Vogelenzangstraat) (zie historische kaarten in Bijlage 5). Verstoring Door illegale verstoring, afschot en het kappen van nestbomen kan de soort in het buitengebied veelal geen geschikt habitat meer vinden. De soort is hierdoor genoodzaakt binnen de bebouwde kom te nestelen, wat leidt tot klachten wegens overlast. Verstoring komt binnen de bebouwde kom minder vaak voor.

4.2 Soorten klachten Er zijn vier locaties binnen de gemeente Berkelland waar de aanwezigheid van een roekenkolonie als storend wordt ervaren door een beperkt aantal omwonenden (zie tevens § 4.3.1). Als overlast kan worden gedefinieerd: Geluidsoverlast Bevuiling door uitwerpselen Schade aan de landbouw Beschadiging van rieten daken Predatie van jonge vogels Geluidsoverlast Enkele bewoners in de directe omgeving van roekenkolonies ervaren geluid als overlast. De overlast start in februari, wanneer de roeken broedparen gaan vormen en beginnen aan de nestbouw. Ook tijdens het grootbrengen van de jongen kan geluid als storend worden ervaren. Geluidsoverlast is sterk persoonsafhankelijk en de beleving hiervan is subjectief. Wat de ene persoon als overlast ervaart, zal de ander niet storend vinden. Men kan dus niet aangeven of 10 dB wel geluidsoverlast is en 9 dB niet. Het hangt af van allerlei factoren. Klachten met betrekking tot geluidsoverlast kunnen worden ondersteund door feitelijke gegevens, bijvoorbeeld een geluidsmeting. Vaak worden ook kauwen

Stichting STARING ADVIES

|

13


voor roeken aangezien. De kauw en de roek scholen in het winterseizoen vaak samen. In de praktijk geldt een aantal van vijftien tot twintig nesten als acceptabel en niet als overlast gevend (mond. med. C. van Beinum, VWG Eibergen). Bevuiling door uitwerpselen De uitwerpselen van de roek kunnen als overlast worden ervaren. Het gaat hierbij om uitwerpselen op bijvoorbeeld geparkeerde auto’s, terrassen en wasgoed. Ook opeenhoping van mest en nestmateriaal rond de nestbomen kan als storend worden beschouwd. Schade aan de landbouw De roek veroorzaakt periodiek schade door te foerageren op landbouwgewassen. Het gaat hierbij voornamelijk om schade aan net gezaaid zaaigoed. Het foerageren op insectenlarven als engerlingen en ritnaalden kan als gunstig worden beschouwd voor de landbouw. Beschadiging van rieten daken De roek kan in omgeving van kolonie gebruik maken van riet uit daken. Predatie van (jonge) vogels De roek is een alleseter en zal naast plantaardig en klein dierlijk materiaal ook prederen op jonge (weide) vogels als hij daar de kans toe krijgt.

4.3 Probleemlocaties Niet alle roekenkolonies veroorzaken overlast. Naast omwonenden die klachten hebben met betrekking tot de roek zijn er ook tegengeluiden waar te nemen met betrekking tot roekenkolonies waarbij omwonenden de aanwezigheid van roeken als positief ervaren. Binnen de gemeente Berkelland zijn handtekeningenacties geweest voor het behoud van de kolonie op het Oude Begraafplaats. 4.3.1 Locaties met klachten Op basis van het aantal klachten door omwonenden zijn vier probleemlocaties binnen de gemeente Berkelland aan te wijzen. Het gaat hierbij in Neede om het Oude Begraafplaats en het Ter Wemepark. Gezamenlijk hebben deze beide locaties vijf tot tien klachten opgeleverd in het jaar 2005 (mond. med P. Busschers, Gem. Berkelland). In Eibergen zijn twee probleemlocaties aan te wijzen op basis van de klachten: Vogelenzangstraat en Jukkertweg. Over deze locaties werd in 2005 twee keer geklaagd (med. Telefonisch Informatie Centrum Gemeente Berkelland). Hierbij gaat het vaak om personen die over het jaar verdeeld meerdere keren klagen. Zowel in Neede als in Eibergen lijkt het te gaan om twee tot drie personen. Het kan natuurlijk zijn dat deze personen een grotere groep (bewoners) vertegenwoordigen. Dit lijkt het geval op de locaties Oude Begraafplaats en Ter Wemerpark in Neede. De locatie Oude Begraafplaats in Neede is al decennia lang in gebruik. Of er in het verleden ook over deze kolonie is geklaagd is niet bekend. Gezien de publiciteit die aan de problemen

Stichting STARING ADVIES

|

14


wordt gegeven, lijkt het om een vrij laag aantal klachten te gaan, dit in tegenstelling tot klachten met betrekking tot andere zaken zoals wespen, steenmarter en vleermuizen (mond. med. J.L. van Eijk, Gem. Berkelland). Desondanks het relatief lage aantal klachten moet er serieus met deze klachten worden omgegaan, en is het moeilijk direct oplossingen aan te geven. 4.3.2 Nestwaardering Op basis van de voor het regionale roekenbeschermingsplan verzamelde veldgegevens is een nestwaardering opgesteld (tabel 4). Hierbij zijn de volgende parameters meegewogen: Afstand nest tot bebouwing Is er voldoende afstand tussen het nest en de dichtstbijzijnde woonbebouwing 0-50 m = slecht , 50-100 m = redelijk, 100-150 m= goed Biotoopkwaliteit voor de roek Voldoet de locatie en de omgeving aan de eisen die de roek aan zijn biotoop stelt, gelet op de aanwezigheid van oude / hoge bomen en een half open landschap. Overmatige hinder van openbare functies = slecht, binnen de bebouwde kom= matig, buiten de bebouwde kom = goed Duurzaamheid van de locatie Is er in de toekomst een mogelijkheid om de locatie te handhaven, dan wel uit te breiden. Geen mogelijkheden voor handhaven of uitbreiden = slecht, redelijk duurzaam, geen uitbreidingsmogelijkheden = matig, duurzaam (bv. gezonde eikenopstand of populierenbos van voldoende oppervlakte om gefaseerd te verjongen) = goed Groeimogelijkheden van de locatie oppervlakte < 0,5 ha = slecht, oppervlakte 0,5 â&#x20AC;&#x201C; 1 ha = matig, oppervlakte > 1 ha = goed

Tabel 4 Locatiewaardering Dorpskern Borculo Borculo Borculo Borculo Borculo Neede Neede Neede Neede Neede + +/-

Nr. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Locatie Vogelenzangstraat Jukkertweg Flexovit Verosol Ballastput Spilbroek Oude Begraafplaats Ter Weemepark Villa Osterhaus Bos Oosterhaus

Afstand nest tot woonbebouwing (m) 25 25 75 100 150 200 25 15 20 75

waardering + + + + +/-

Biotoopkwaliteit +/ +/ + + + + + +/ +/-

Duurzaamheid +/ + +/ + + +/ +/ +

Groeimogelijkheden + + + + -

goed redelijk slecht

Stichting STARING ADVIES

|

15

Eindwaardering + +/ + + +/ +/-


4.4 Conclusie Op basis van de nestwaardering in combinatie met het aantal klachten kan geconcludeerd worden dat de locaties Vogelenzangstraat, Jukkertweg, Oude Begraafplaats en het Ter Weemepark een slechte beoordeling krijgen. Deze roekenkolonies zijn gelegen in de directe nabijheid van bebouwing, de biotoopkwaliteit heeft een score van slecht tot goed. De vier locaties zijn niet tot redelijk duurzaam, hebben weinig tot geen groeimogelijkheden. Dit resulteert voor deze locaties in een eindscore â&#x20AC;&#x2DC;slechtâ&#x20AC;&#x2122; (zie figuur 5 & 6).

Figuur 6 Het Ter Weemepark aan de zuidrand van Neede vormt op basis van de locatiewaardering en de klachten een ongeschikte locatie

Stichting STARING ADVIES

|

16


5 Oplossingsrichtingen en overwegingen Zoals genoemd in § 4.3.1 gaat het binnen de gemeente Berkelland om vijf tot tien klachten per probleemlocatie binnen Neede en twee klachten in Eibergen. Dit aantal is laag vergeleken bij het aantal klachten die bij de gemeente binnenkomen met betrekking tot andere problemen.

5.1 Wettelijke bescherming Uit: Faunabeheerplan Oost-Gelderland 2004-2008 (Stichting Faunabeheer OostGelderland, 2004): â&#x20AC;&#x153;De roek is beschermd in het kader van de Flora- en faunawet en is op grond van artikel 65 aangewezen als diersoort die "in delen van het land veelvuldige belangrijke schade kan aanrichten". De Provincie heeft vrijstelling verleend op het verbod van het opzettelijk verontrusten van roeken op schadegevoelige percelen. Tevens heeft de Provincie vrijstelling verleend voor afschot op percelen met fruitteelt (pit- en steenvruchten). Voor schadebestrijding bij andere teelten kan de Provincie ontheffing op grond van artikel 68 van de wet verlenen voor het doden van roeken. Ontheffingen voor afschot kunnen voor het hele jaar worden verleend, met uitzondering van de broedperiode van 15 maart tot 15 juni. Verstoring en afschot zal niet worden toegestaan binnen een afstand van 500 meter van een broedkolonie. Behalve schade aan landbouwgewassen, is roekenoverlast in bebouwde kommen voor een aantal Gelderse gemeenten een actueel probleem. Met name in het voorjaar komen er bij de Provincie klachten over roekenoverlast binnen. Deze klachten bestaan uit geluidsoverlast en bevuiling door nestelende en broedende roeken. Overlast is echter volgens de wet geen erkend belang op grond waarvan kan worden opgetreden tegen roeken. Om toch wat te doen aan deze problematiek, heeft de minister van LNV aangegeven ontheffing te zullen verlenen voor het verwijderen van oud nestmateriaal en het verjagen van roeken buiten de broedtijd op grond van artikel 75 van de wet, op titel van wetenschappelijk onderzoek. Er moeten dan wel voldoende alternatieve nestlocaties voor handen zijn. Dergelijke maatregelen mogen alleen genomen worden door gemeenten in combinatie met een deugdelijk intergemeentelijk roekenbeschermingsplan tot stand gekomen in overleg met Vogelbescherming Nederland en de Provincie.â&#x20AC;?

Stichting STARING ADVIES

|

17


5.2 Niets doen Als er in de huidige situatie voor wordt gekozen om niets te doen zullen de roekenkolonies op de huidige locaties gehandhaafd blijven. Afhankelijk van de algehele Nederlandse trend en verplaatsingsacties zal het totale aantal roeken geen grote groei of afname doormaken. De situatie met betrekking tot het aantal klachten zal niet verschillenen van de huidige situatie. Omwonenden zullen moeten wennen aan het feit dat het wonen in de directe omgeving van openbaar- en landschappelijk groen en dorps- of stadsrand nadelen met zich mee kan brengen. Dit geldt ook voor de overlast veroorzaakt door steenmarters, vleermuizen en hoornaars. Het gaat hierbij dus uiteindelijk om een acceptatieproces bij een klein aantal bewoners. Voordeel: lage kosten Nadelen: huidige probleemlocaties en klachten zullen blijven bestaan. Illegale verstoringsactiviteiten zullen blijven bestaan.

5.3 Mogelijkheden ter voorkoming van overlast Voor veel van de knelpunten genoemd in 搂 4.2 zijn niet direct oplossingen aan te dragen. Toch zijn er maatregelen te nemen ter voorkoming van overlast. Deze maatregelen voorkomen niet de oorzaak van het probleem maar bestrijden wel het symptoom. Een voorbeeld hiervan is het isoleren van woningen om geluidsoverlast te voorkomen of het afdekken van rieten daken met gaas. De verantwoordelijkheid voor het aandragen van oplossingen ligt niet enkel bij de Gemeente maar ook bij de burger zelf. Voordelen: door middel van het nemen van kleinschalige maatregelen kunnen klachten voorkomen worden en overlast nabij roekenkolonies worden tegengegaan Nadeel: Symptomen worden bestreden, niet de oorzaak van de mogelijke overlast

5.4 Verjagen Als het voork贸men van overlast door het stimuleren en uitvoeren van de maatregelen in paragraaf 5.1 niet leidt tot de gewenste effecten kan er worden gekozen om de roek te verjagen. Het versnipperde verspreidingsbeeld van de roek binnen de gemeente Berkelland en ervaringen in andere Nederlandse gemeentes leert dat verjagen zonder duidelijk doel niet leidt tot een duurzame oplossing van het roekenprobleem (Van Liere, 2005). In hoofdstuk 3 is aangetoond dat het verjagen van roeken met reguliere methodes binnen of in de directe omgeving van de bebouwde kom ertoe leidt dat de roeken zich verspreiden over meerdere locaties binnen dezelfde bebouwde kom en zo zorgen voor een verplaatsing van de overlast. Ook het Faunabeheerplan Oost-Gelderland 2004-

Stichting STARING ADVIES

|

18


2008 komt tot de conclusie dat het verjagen van roekenkolonies om deze reden geen structurele oplossing lijkt te zijn. Voor het verstoren of verjagen is een ontheffing van de Flora- en faunawet vereist (zie kader). Als het gaat om ‘schrijnende’ gevallen kan een provinciale ontheffing worden verleend op basis van artikel 68 van de Flora- en faunawet. Als schrijnend kan worden aangemerkt overlast voor ziekenhuizen of bejaardenwoningen. Is dit niet het geval dan is er sprake van een ontheffingsaanvraag op basis van artikel 75. Deze ontheffing kan bij LNV worden aangevraagd en verkregen. Voordeel: Burgers zien dat er ‘wat’ gedaan wordt Nadelen: Wettelijk meestal niet toegestaan, geen duurzame oplossing, verplaatsen van het probleem Verjagen van roeken? Inmiddels is het wettelijk mogelijk geworden om op grond van belangrijke overlast roeken te kunnen verjagen, zij het op ontheffing (ex art 75 van de Flora- en Faunawet) van de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV) en onder stringente voorwaarden. De gemeente speelt hier een centrale rol in en dient als aanvrager van een dergelijke ontheffing bij LNV op te treden. Wil zo’n aanvraag kans van slagen hebben, dan dient de gemeente samen met de buurgemeenten en de plaatselijke vogelbescherming een roekenbeschermingsplan op te stellen.

Verjagingsmethodes In de afgelopen jaren zijn verschillende methoden aangewend om roeken te verjagen. Voor het verjagen met deze reguliere methoden, zonder begeleidend roekenbeschermingsplan, wordt echter geen ontheffing van de Flora en faunawet meer verleend. Alarmpistool Door in het begin van de broedtijd nestelende roeken met knallen te verstoren kan worden bewerkstelligd dat plaatselijk minder roeken gaan broeden. Dit is echter wel een verplaatsing van het probleem.Voor het verjagen van roeken door middel van een alarmpistool moet een vergunning van politie worden verkregen. Het knallen kan echter weer overlast veroorzaken voor omwonenden. Het verjagen zonder duidelijk doel leidt niet tot een duurzame oplossing. Geluid (speakers) In het verleden zijn verschillende experimenten geweest met het verjagen van roeken door middel van geluid uit speakers. Geluid uit de speakers kan echter overlast veroorzaken voor omwonenden. Het verjagen zonder duidelijk doel leidt niet tot een duurzame oplossing.

Stichting STARING ADVIES

|

19


Vlieger Er is getracht om roeken te verjagen met vliegers. Dit heeft geen duurzaam effect gehad. Valkenier In het verleden is getracht door inzet van valkeniers roeken te verjagen. De ervaring leert dat met het verjagen met roofvogels de roeken zich verspreiden over kleinere populaties binnen stedelijk gebied. Binnen stedelijk gebied zijn roeken minder kwetsbaar voor predatie van roofvogels dan in het buitengebied. De mogelijkheid bestaat dat verjagen met een valkenier een tegenovergesteld effect heeft. Kappen van bos Door bomen of bos te kappen kan worden voorkomen dat roeken gaan nestelen. Bij uitvoering van deze maatregelen buiten de bebouwde kom is de Boswet van toepassing. Daarnaast zijn drie van de vier probleemlocaties in de nieuwe boomverordening van de gemeente Berkelland aangewezen als bijzondere groenstructuren. Kappen is hier dus niet toegestaan. Het kappen van bos is een duurzame manier op plaatselijke overlast te voorkomen. Regionaal gezien is deze oplossing echter niet duurzaam. Bovendien kan het kappen van bos tot klachten van omwonenden en belanghebbenden leiden.

5.5 Verplaatsen: aanwijzen nieuwe locaties Een mogelijke oplossing voor roekenkolonies die overlast veroorzaken kan worden gevonden in het verplaatsen van de roekenkolonie naar locaties waar de soort minder overlast kan veroorzaken, zoals locaties in het buitengebied. Het is echter wel zaak dit met beleid te doen. Verjagen en verstoren van roeken kan als effect hebben dat de soort gaat zwerven en dat grotere roekenkolonies uiteenvallen in verschillende kleinere ongewenste roekenkolonies. Het Faunabeheerplan OostGelderland 2004-2008 schrijft hierover: Kolonies kunnen uiteenvallen als de omstandigheden minder geschikt worden. De dieren kunnen zich dan verspreiden in kleinere aantallen op meerdere locaties in de omgeving van de oude kolonie. Roeken van een uiteengevallen kolonie kunnen zich ook aansluiten bij andere kolonies of kunnen een nieuwe kolonie stichten. Van Liere (2005) beschrijft een methode om roekenkolonies te verplaatsen door gebruik te maken van inprenting en leerervaring (zie tevens bijlage 4). Door gebruik te maken van belangrijke mechanismen zoals inprenting en leergedrag in sociaal verband kunnen roekenkolonies op de lange termijn worden verplaatst. Door nesten van de roek in oktober te verwijderen en een twintigtal nesten te verplaatsen naar geschikte locaties kan de kolonie worden verplaatst. De roeken zullen de volgende lente op de oude locatie (en nieuwe, ongeschikte locaties) proberen te broeden. Op deze locaties zullen de dieren echter moeten worden geweerd (verstoring en het verwijderen van nesten).

Stichting STARING ADVIES

|

20


De nieuwe generatie zal volgens de verwachtingen op den duur op de nieuwe, geschikte locatie gaan nestelen. Met deze methode zijn inmiddels in 2004 en 2005 goede resultaten geboekt in Hoogeveen (Van Liere, 2005). Het is echter wel de verwachting dat het enkele jaren kan duren voordat de roeken verplaatst zijn. Het kan dan, ondanks alle maatregelen, nog voorkomen dat de verplaatste roeken weer een oude locatie gaan gebruiken. De eenmaal aangewezen locaties dienen strikt te worden beschermd zodat de kolonie ter plaatse gehandhaafd blijft. Nesten en nestbomen moeten beschermd worden. Dit geldt ook voor de huidige te behouden locaties. Gemeentelijk beleid en bestemmingsplan moeten indien nodig worden aangepast. In het uiterste geval moet de gemeente ook bosjes van particulieren beschermen of de kap van bos (populieren) afkopen. Voordeel: Verplaatsen met een duidelijke visie, structurele oplossing Nadeel: Meerjarenplan (vrij duur), slagingskans is onzeker Nieuwe locaties in de gemeente Berkelland Binnen de gemeente Berkelland kunnen negen kansrijke verplaatsingslocaties worden aangegeven (zie figuur 6). Verschillende locaties komen hiervoor in aanmerking. Het gaat hierbij voornamelijk om de locaties die niet in de directe omgeving zijn gelegen van bebouwing (zie bijlage 6). Verder is van belang dat de locaties duurzaam kunnen worden behouden en kunnen worden gevrijwaard van verstoring en/of jacht zodat de roeken niet genoodzaakt zijn zich weer te verplaatsen. De verplaatsingslocaties zijn in eigendom van verschillende eigenaren (zie bijlage 7). De medewerking van terreineigenaren kan per locatie verschillen. Waarschijnlijk vormen de locaties in eigendom van Gemeente Berkelland, Waterschap Rijn en IJssel en Staatbosbeheer de meest kansrijke locaties; het gaat hierbij om de locatie Bijenkamp, Koeweidedijk 2, Zuiveringsinstallatie Haarlo, Kooibos en Groenlose Slinge. De locaties Kooibos en Groenlose Slinge nabij Eibergen zijn geselecteerd in verband met de mogelijkheid dat roeken zich vestigen in de bebouwde kom van Eibergen. De kosten voor het verplaatsen van de probleemlocaties zijn inzichtelijk gemaakt in bijlage 8.

5.6 Ontwikkelen landschappelijke beplanting in beekdalen Het valt te overwegen om op verschillende locaties in het buitengebied nieuwe bosjes aan te planten om zo roeken de kans te geven ook in de toekomst in het buitengebied te broeden. Aanplant van snelgroeiend populierenbos met als ondergroei elzen die later de functie van nestbomen kunnen overnemen, is de beste optie.

Stichting STARING ADVIES

|

21


Figuur 6 Mogelijke verplaatsingslocaties

5.7 Voorlichting bewoners De voorlichting aan burgers omtrent roeken en overlast zou een belangrijk onderdeel van de aanpak van de roekenproblematiek moeten zijn. Verschillende gemeentes hebben een daling van het aantal klachten ondervonden na voorlichting over de roek (Gijzen et al., 2005). Voorlichting kan plaatsvinden via verschillende kanalen: Voorlichtingsfolder van de provincie Gelderland Regionale bladen

Internet Berkelbericht

Stichting STARING ADVIES

|

22


6 Conclusies en aanbevelingen De roek heeft in de periode 1990 t/m 2005 op verschillende locaties gebroed binnen de gemeente Berkelland. De soort is in de huidige situatie (2000 t/m 2005) aanwezig op tien locaties. Vier van de tien locaties krijgen op basis van een locatiewaardering de beoordeling slecht. Het aantal klachten is relatief laag in vergelijking met de publiciteit die aan de klachten wordt gegeven. Genoemde klachten zijn geluidsoverlast, overlast door uitwerpselen. Uitbreiding van stedelijk gebied en infrastructuur hebben geleid tot het decimeren van het oorspronkelijke habitat van de roek. Nestplaatsen die van oorsprong in het buitengebied lagen, bevinden zich nu in stedelijk gebied. Illegaal afschot en verstoren in het buitengebied leiden tot een verplaatsing van de roeken naar de bebouwde kom. Door middel van verjagings- en/of verstoringsacties neemt het totaal aantal broedende dieren niet af. Ontheffing van de Flora- en faunawet wordt door LNV verleend indien er gekozen wordt voor het verplaatsen van de roeken naar aangewezen verplaatsingslocaties. Het verstoren van roekenkolonies zonder visie en met reguliere methodes is niet toegestaan. Door in de huidige situatie niets te doen zullen de huidige kolonies blijven bestaan, evenals het huidige aantal klachten. Het totale aantal roeken zal niet toenemen. Het isoleren van woningen, het afdekken van auto’s en wasgoed en het beschermen van rieten daken met gaas is een relatief eenvoudige oplossing om overlast nabij roekenkolonies te verhelpen. Verstoring door middel van reguliere methodes (knallen, verstoren met geluid, het verjagen met een valkenier) zonder verplaatsingslocaties aan te wijzen heeft geen duurzaam effect. Het kappen van bos is een duurzame oplossing om plaatselijke overlast te verhelpen. Het is echter geen duurzame oplossing van het regionale probleem. Verplaatsen van een aantal nesten en het verwijderen van overige nesten buiten de broedtijd, waarmee ervaring is opgedaan in de gemeente Hoogveen, lijkt een duurzame oplossing te zijn voor de probleemlocaties in de gemeente Berkelland. Het is mogelijk dat verplaatsingsacties niet direct leiden tot gewenst resultaat en jaarlijks herhaald moeten worden. De kosten hiervan komen jaarlijks terug. De geselecteerde locaties zijn in eigendom van verschillende (particuliere) eigenaars. Waterschap Rijn en IJssel en Staatsbosbeheer zijn het meest kansrijk en komen in aanmerking als verplaats- en beschermlocaties. De verplaatsingsacties kunnen worden uitgevoerd door bijvoorbeeld een gespecialiseerd boomverzorgingsbedrijf. Eenmaal aangewezen locaties dienen strikt te worden beschermd zodat geen verstoring meer optreedt. De aangewezen beschermingslocaties moeten worden vastgelegd in het bestemmingsplan. De opties ‘niets doen’ en ‘verplaatsen’ passen goed binnen de huidige regelgeving .

Stichting STARING ADVIES

|

23


Literatuurlijst Bijlsma, R.G., F. Hustings & C.J. Camphuysen, 2001. Algemene en schaarse vogels vanNederland (Avifauna van Nederland 2). GMB Uitgeverij/KNNV Uitgeverij, Haarlem/Utrecht. Gijzen, S., M. van Ham, L. Moll & B. Nijhuis, 2005. Roekenbeschermingsplan voor de regio Achterhoek. Regio Achterhoek. SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000.- Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertbrate Survey- Nederland, Leiden. Stichting Faunabeheereenheid Oost-Gelderland, 2004. Faunabeheerplan OostGelderland 2004-2008. Bureau Waardenburg, Culemborg. Van Liere, D.,2005. Roeken dagen uit. Argus (2): 8-11. Van Dijk, A.J. , F. Hustings & M. van der Weide, 2004. Handleiding Landelijk Soortonderzoek Broedvogels. SOVON, Beek-Ubbergen.

Stichting STARING ADVIES

|

24


Bijlagen

Stichting STARING ADVIES

|

25


Bijlage 1 Totaalstaat roeken Eibergen

Dorpskern Eibergen Eibergen Eibergen Eibergen Eibergen Eibergen Eibergen Eibergen Eibergen

kolonienaam Wolinkweg Vogelenzangstraat Oude Needseweg Jukkertweg Oldenkotseweg Flexovit Balastput Verosol De Maat TOTAAL

1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 0 0 0 0 0 0 0 0 0 85 ? 45 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 3 ? 0 0 15 37 66 0 0 0 0 0 0 0 0 0 45 ? 21 9 9 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 21 ? 28 42 41 35 36 0 0 0 0 0 0 0 0 0 68 ? 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 38 ? 44 43 48 36 28 0 0 0 0 0 0 0 0 0 208 ? 312 280 380 240 276 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 ? 0 0 0 20 25 0 3 6 22 26 47 90 164 157 0 ? 0 0 0 0 0 0 3 6 22 26 47 90 164 157 468 ? 450 374 493 368 431

Stichting STARING ADVIES

|

26


Bijlage 2 Totaalstaat roeken Neede

Dorpskern Neede Neede Neede Neede Neede Neede Neede Neede Neede Neede Neede Neede Neede

kolonienaam Hondelinkweg Dumasweg Oude Deldenseweg Spilbroek, achter spoorbaan Oude Kerkhof Hoonteweg Ter Weemepark + Peppelendijk Koeweidendijk, bos Steinkamp Stobbesteeg Villa Osterhaus Bos Osterhaus Haaksbergseweg Munsterjansdijk

TOTAAL

1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 0 0 3 3 3 0 0 0 0 0 0 0 0 2 0 2 0 0 0 0 0 0 0 0 0 19 3 0 0 0 0 0 0 0 82 0 11 22 50 81 68 38 38 41 477 0 0 6 9 24 60 130 149 130 106 0 158 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 38 9 3 3 5 28 50 100 129 76 0 46 107 14 0 0 0 0 0 0 0 7 14 5 0 0 0 0 0 0 0 34 6 8 34 32 35 8 0 0 0 10 15 0 0 12 32 45 47 20 9 9 0 0 0 0 0 0 5 0 0 0 0 0 0 0 34 31 42 49 0 0 0 0 0 0 477

392

181

159

152

134

Stichting STARING ADVIES

223

|

289

27

331

305

223


Bijlage 3 Roekenverspreiding 1990 t/m

1999

Stichting STARING ADVIES

|

28


Stichting STARING ADVIES

|

29


Bijlage 4 Artikel â&#x20AC;&#x2DC;Verhuizing van de begraafplaatsroekenâ&#x20AC;&#x2122;

Bionieuws 2005 Jrg 15 no 12 pag 10

VERHUIZING VAN DE BEGRAAFPLAATSROEKEN Schijtende en krijsende roeken veroorzaken veel overlast. Gedragsbiologen hebben in Hoogeveen een kolonie naar het buitengebied weten te verhuizen. Het is dat bosje aan de overkant van de snelweg,' roept gedragsbioloog Diederik van Liere. 'We hebben 127 nesten geteld, een daverend succes. Voor het eerst is het gelukt om roeken te verplaatsen naar een van tevoren aangewezen locatie.' Van Liere staat naast de A37, ten zuiden van Hoogeveen. Aan de overkant ligt een onopvallend loofbosje ter grootte van een voetbalveld, tientallen roeken vliegen van en naar de nesten in de eiken en berken. Hun monotone krassende geluid - kraa-kraa - wordt overstemd door het geraas van de snelweg. Roeken zijn beschermde vogels en lijken veel op kraaien. Ze broeden in grote groepen en die roekenkolonies veroorzaken veel overlast in zuidwest-Drenthe. Van Lier: 'Ze broeden in de bebouwde kom en daar krijsen en schijten ze. De gemeentes kregen veel klachten. In Dwingeloo, een toeristisch dorp, werden hotelgasten om zes uur gewekt. Op het terras van Hotel Wesseling stonden moesten de gasten met parasols tegen vogelpoep beschermd worden. Hier in Hoogeveen konden mensen in het voorjaar de overledenen niet rustig begraven, de roeken maakten teveel kabaal.' Vogelterreur Op de begraafplaats in Hoogeveen is nu weinig meer van de overlast te merken. Een bordje aan de ingang herinnert nog aan de vogelterreur. Bezoekers wordt om begrip gevraagd: om de roeken te verjagen, klinken af en toe luide knallen. Het is een rustige middag. Twee hoveniers kletsen met elkaar, een merel fluit en enkele duiven koeren. 'Je kunt je niet voorstellen wat een herrie het hier vorig jaar was, in deze eiken zaten driehonderdvijftig roekennesten', vertelt de Drentse gedragsbioloog. 'Nu zitten er nog maar elf, die zijn na begin april gekomen. Tot die tijd hebben brandweer en gemeente de nesten uit de bomen gehaald. Twintig nesten hebben we verhuisd naar de bomen aan de snelweg.' Roeken gericht verplaatsen is geen sinecure: ze komen steevast terug naar waar ze zijn opgegroeid. Gedragsbioloog Simon Reader van de Universiteit Utrecht verklaart: 'Er zijn aanwijzingen dat vogels - net als insecten - de omgeving onthouden waarin ze opgroeien en daar de rest van hun leven terugkomen. Habitat-inprenting heet dat. Ze onthouden bijvoorbeeld de bomen, de geuren, de geluiden. Het idee is dat vogels die in eiken in de stad opgroeien, later ook zullen broeden in eiken in de stad.' Samen met Reader en gesteund door het ministerie van natuurbeheer en vijf gemeenten probeert Van Liere de inprenting van de Drentse roeken om te buigen. Stichting STARING ADVIES

|

30


Niet de bebouwde kom, maar het buitengebied moet hun thuis worden. Het zou een duurzame oplossing betekenen. De jongen die buiten de stad opgroeien, zullen dan in het buitengebied blijven. In vijf gemeentes - Dwingeloo, Slagharen, De Stapel, Meppel en Hoogeveen - werden roeken verjaagd en op vijf plekken in het buitengebied werden de vogels gelokt. Van Liere verplaatste de nesten naar de gewenste gebieden, en zette er manden met granen en takken neer. Op drie plekken - overigens niet in Hoogeveen - hing hij CDspelers in de bomen, daaruit klonk 's ochtends en 's avonds het krasachtige geluid van de te verplaatsen groep roeken. Inprenting Van Liere weet dat inprenting kan veranderen. Uit de vogeltellingen bleek dat het aantal roekenkolonies in landelijke gebieden daalt en in steden stijgt. De populaties verplaatsen zich dus; 'Dat komt waarschijnlijk door illegale verstoringen. We weten dat nestbomen ingrijpend zijn gesnoeid of gekapt, en de vogels worden verjaagd met buksen en alarmpistolen. In de perceptie van veel boeren zijn roeken schadelijk. Dat is ten dele waar, ze eten graan en ma誰s. Maar in weilanden foerageren ze voornamelijk op wormen en larven van langpootmug en kniptor. Daarom lokken we de roekenkolonies naar weilandgebieden.' Reader noemt de verhuizing in Hoogeveen een mooie start, maar vindt het nog te vroeg om te juichen. 'Ik zou graag zien dat de roeken in de andere gemeenten in de komende jaren ook naar de gewenste plekken gaan.' In de vier andere gemeentes zijn de dieren ook met succes verjaagd, maar ze hebben zich niet genesteld in de door Van Liere gewenste bomen. Ook in Hoogeveen is de strijd tegen de begraafplaatsroeken nog niet gewonnen. Ongeveer honderd roekenparen hebben zich toch elders in de bebouwde kom genesteld, omwonenden hebben al bij de gemeente geklaagd. Van Liere: 'Dat hebben we niet snel genoeg in de gaten gehad, roeken kunnen binnen twee dagen een nest bouwen. Komende winter gaan we ze daar weghalen. Nu laten we ze met rust, er kunnen nog jongen in die nesten zitten.' Sociaal leren Reader wil ook weten hoe individuen hun nestlocatie kiezen en hoe ze informatie van anderen overnemen. Het broeden in roekenkolonies suggereert een mechanisme van 'sociaal leren': het leren van anderen. Om de nesteldrang van individuele roeken te kunnen volgen, was het nodig enkele roeken te ringen. Dat is nog niet gelukt, de roeken lieten zich niet vangen. Bij een andere koloniebroeder, de withalsvliegenvanger, is al wel experimenteel aangetoond dat deze van zijn buren leert wat goede nestelplekken zijn. Reader. 'Bij die vogel hebben Franse onderzoekers het aantal nakomelingen per nest gemanipuleerd. Ze verplaatsten jongen van het ene naar het andere nest. In het j aar erop bleken de nestlocaties waarvan het aantal nakomelingen kunstmatig was vergroot, populairder. Kennelijk kijken de vogels naar het succes van de buren en onthouden ze dat.'

Stichting STARING ADVIES

|

31


Bijlage 5 Historische kaart (circa 1900)

Stichting STARING ADVIES

|

32


Bijlage 6 Detailkaarten verplaatsingslocaties

Stichting STARING ADVIES

|

33


Stichting STARING ADVIES

|

34


1. Bijenkamp, 2. De Kiefte / Ballastput & 3. N 18

Š Topografische Dienst Emmen

Stichting STARING ADVIES

|

35


De locatie Ballastput is in de huidige situatie in gebruik als nestlocatie voor de roek. Er is echter ruimte beschikbaar om deze populatie uit te breiden met roeken uit de probleemlocatie Jukkertweg aan de rand van de bebouwde kom van Eibergen

Stichting STARING ADVIES

|

36


4. Koeweidendijk 1 & 2 1

© Topografische Dienst Emmen

2

© Topografische Dienst Emmen

Stichting STARING ADVIES

|

37


In het dunbevolkte natuurontwikkelingsgebied langs de Buurserbeek en Koeweidedijk zijn enkele potentieel geschikte verplaatsingslocaties aanwezig

Stichting STARING ADVIES

|

38


5. Griffel & 6. Zuivering Haarlo

Š Topografische Dienst

Š Topografische Dienst Emmen

Verschillende bosjes rond de RWZI van Haarlo vormen potentieel geschikte roeken locaties

Stichting STARING ADVIES

|

39


7. Spilbroek

Š Topografische Dienst Emmen

Verschillende landschappelijke beplantingen en bosgebiedjes vormen potentieel geschikte verplaatsingslocatie van het Ter Weemerpark, mits er op de nieuwe locaties geen verstoring plaatsvindt

Stichting STARING ADVIES

|

40


8. Kooibos

Š Topografische Dienst Emmen

Stichting STARING ADVIES

|

41


9. Groenlose Slinge

Š Topografische Dienst Emmen

Stichting STARING ADVIES

|

42


Bijlage 7 Eigendomssituatie

1. Bijenkamp

1

2

Stichting STARING ADVIES

|

43


2. De Kiefte/ Ballastput

1

2

4 3

5

6

Stichting STARING ADVIES

|

44


6

Stichting STARING ADVIES

|

45


N18

2

3

1 4

Stichting STARING ADVIES

|

46


4. Koeweidedijk

4 1

3

2

7 6 5

15 12

14 13

8

9

11

10

Stichting STARING ADVIES

|

47


5. Giffel

1

2

Stichting STARING ADVIES

|

48


6. Zuivering Haarlo

1

1

Stichting STARING ADVIES

|

49


7. Spilbroek

13

4 5 6

1 2 3

7

9 8

10 11

12

Stichting STARING ADVIES

|

50


8. Kooibos

1

Stichting STARING ADVIES

|

51


9. Groenlose Slinge

1

2

3

4 5

6

Stichting STARING ADVIES

|

52


10 7

9 8

Stichting STARING ADVIES

|

53


Bijlage 8 Begroting voor het verplaatsen van roeken

Op basis van de verplaatsingsacties in de Gemeente Hoogeveen is een indicatie te geven van de kosten voor het verplaatsen van nesten en roeken. In Hoogeveen zijn door het gespecialiseerd Boomverzorgingsbedrijf Brand boomverzorging 295 nesten (zie adres) met gaffel verwijderd, getransporteerd en weer geplaatst op de verplaatsingslocatie. De afstand tussen de kolonie en de verplaatsingslocatie is ongeveer 500 meter (zie http://www.brandboomverzorging.nl/productssimple2.html). Bij de werkzaamheden in Hoogeveen ging het om drie personen en ĂŠĂŠn week werk. De onderstaande kostenindicatie geeft de situatie weer voor een verplaatsingsactie voor de gemeente Berkelland. Het gaat hierbij om een indicatie. Berekening is op basis van het prijspijl 2004. Binnen de gemeente Berkelland is de verplaatsingsafstand voor de Vogelenzangstraat en Jukkertweg 1000 meter, het Ter Weemepark 500 meter en de Oude begraafplaats 1000 meter. In de berekening is hiermee geen rekening gehouden. Het merendeel van het werk zit niet in de verplaatsingsafstand maar in het verwijderen van de nesten. Er bestaat de mogelijkheid dat er verplaatsingsacties moeten plaatsvinden gedurende meerdere jaren. De verwachting is dat het aantal te verplaatsen nesten zal afnemen. Dorpskern Locatie Eibergen Vogelenzangstraat Eibergen Jukkertweg Neede Oude begraafplaats Neede Ter Weemepark TOTAAL

Aantal nesten (2005) Aantal uren 66 82,5 36 45 132 132 95 95 354,5

Kosten 2805,00 1530,00 4505,00 3230,00 12070,00

Brand Boomverzorging

Brand Boomverzorging Hoogeveenseweg 16 7931 TD Fluitenberg Tel: 0528-231344 Fax: 0528-231348 E-mail: info@brandboomverzorging.nl

Stichting STARING ADVIES

|

54


Profile for Ben Menting

Roeken bescherming Ruurlo  

Plan om roeken te beschermen

Roeken bescherming Ruurlo  

Plan om roeken te beschermen

Advertisement