Page 1

WORTEL MAGAZINE

Bejo Zaden B.V. bejo.nl

Diverse bedrijfsreportages vanuit de sector

PLUS Internationale ontwikkelingen Dit is biologisch De uitdaging van een veredelaar


WORTEL MAGAZINE

INHOUD 03 VOORWOORD 04 DE UITDAGING VAN EEN VEREDELAAR

07 “DIT IS BIOLOGISCH” 08 HOOGENDIJK AGRO GAAT

VOOR KWALITEIT IN DE GROVE SORTERING WORTELEN

08 HOOGENDIJK AGRO

11 ONTWIKKELINGEN POLEN 12 GRAAN TEN DIENSTE VAN PEENTEELT

16 SCHOTSE PEENSECTOR IN VOGELVLUCHT

18 BEMESTEN IN WORTELEN IS MAATWERK

21 NIEUWE VERPAKKING 22 WIJ WILLEN DAT DE NATUUR HET DOET

26 HET SNACKSEGMENT IS VOLWASSEN

29 PEEN IN DE SPOTLIGHTS

22 FAMILIE WESTERS

30 WORTELTEELT IN MIDDEL-

LANDSE ZEEGEBIED GROEIT

32 WORTELEN: BRON VAN GEZONDE STOFFEN

34 VERRAS DE CONSUMENT MET ONDERSCHEID

Dit Wortelmagazine

Redactie

Tekstschrijvers

Ontwerp

is een uitgave van

Perry Kuilboer

Theo Brakeboer

Design in Beeld

Bejo Zaden B.V.

Robert Schilder

Jeroen Vissers

Postbus 50

Joris Ursem

Egbert Jonkheer

Drukkerij

1749 ZH Warmenhuizen

Johan Voragen

Richard Crowhurst

Koopmans’ Drukkerij

T: 0226 396 162

Corina Huiberts

Hennie Tesselaar

F: 0226 393 504

Petra Tesselaar

E: bejonl@bejo.nl W: www.bejo.nl Aan de in deze Wortelmagazine vermelde informatie kunnen geen rechten worden ontleend. Overname van artikelen of gedeelten daarvan is uitsluitend toegestaan na toestemming van Bejo Zaden B.V. en onder bronvermelding.

2

36 STEGEMAN-HAGEVOORT

ONTWIKKELT EIGEN VISIE OP GRONDBEWERKING

40 ‘VERS VAN DE BOER’ VAN DE FAMILIE VAN ELVEN

44 IN HET HART VAN DE NIEUWE

DEELSTATEN - SEYDALAND VEREINIGTE AGRARBETRIEBE

46 VERKOOPTEAM BENELUX


WORTEL MAGAZINE

VOORWOORD

VOORWOORD Nieuwe tijd, nieuwe ideeën

M

et genoegen presenteren wij aan u het nieuwe wortelmagazine. In het proces er naartoe passeerden veel verha­ len en vragen de revue. Er zijn immers genoeg ontwikkelingen om over te schrijven. De sector verandert in hoog tempo, de wortelteelt kent veel vraagstuk­ ken en ons bedrijf is volop in beweging. Wortelen zijn een belangrijk ingrediënt van gezonde ­voeding. Over voeden en voeding is veel te doen. Steeds meer onderzoekers beweren dat het gebrek aan gezond voedsel zal toenemen door schaarste aan land en water en een groeiende wereldbevolking. Het is nauwe­ lijks voor te stellen wanneer u nu soms moet ‘leuren’ om uw product te kunnen verkopen. Boeren en telers wereldwijd hebben dus de uitdaging om de groeiende wereldbevolking van voldoende voedsel te voorzien. Gelukkig zijn de randvoorwaar­ den in de Benelux daarvoor gunstig. De teeltzekerheid is veel hoger dan in gebieden binnen een straal van pakweg 1000 kilometer om ons heen. Ook het rendement uit eigen

input is hoog en de lokale ecologische voetafdruk (CO2 uitstoot) laag. Daar komt bij dat we nog steeds een gidsland zijn in de agribusiness wereldwijd. Het is een mooi houvast voor de toekomst. Nog zo’n boeiende issue is de veranderende economie. Minder gelaagdheid en meer horizon­ tale samenwerking is het devies van de experts. En dan vooral nieuwe en op het eerste gezicht niet logische samenwerkings­ verbanden om innovatie te stimuleren.

verpakkingen. Een nieuwe huis­ stijl en verpakking, maar voor hetzelfde bedrijf met dezelfde gepassioneerde mensen. We hopen u te mogen ontmoe­ ten: in tijden van drukte en van ontspanning en overweging. Het hele team van Bejo wenst u een goed seizoen met een kwalitatief hoogstaand product en veel nieuwe ideeën. 

Wat betekent dit voor onze sector? Andere producten telen omdat er behoefte is aan nieuwe en natuurlijke varianten op bestaande kunstmatige voedingsingrediënten? Of gesprekken aangaan met de industriële sector om samen te ontdekken hoe uw prachtige product kan bijdragen aan mooie innovatieve voedingsmiddelen? Vernieuwen en innoveren zijn ook voor ons bedrijf van levensbelang. Onze identiteit van een innoverend familie­ bedrijf brengen we nu nog beter tot uitdrukking in onze nieuw vormgegeven uitingen en

Verkoopleider Benelux, PERRY KUILBOER

3


WIM ZWAAN UITDAGING VEREDELAAR

WORTEL MAGAZINE

DE UITDAGING VAN EEN VEREDELAAR In de 25 jaar dat Wim Zwaan wortelveredelaar is bij Bejo Zaden, is de belangrijkste eis aan een nieuw ras nooit veranderd: betrouwbaarheid. In een groot veredelingsprogramma voor uiteenlopende markten, gebruiksdoelen en teeltklimaten, brengt hij voortdurend de beste eigenschappen bij elkaar.

4

W

ie bij een ver­ edelaar denkt aan iemand met witte jas in een laboratorium of kas, zit er niet ver naast. Daar vindt immers het daadwer­ kelijke kruisingswerk plaats en wordt het basismateriaal uitvoerig getest. Maar gericht werken aan nieuwe rassen kan alleen als je goed weet wat de klant wil. Vandaar dat hoofdve­ redelaar Wim Zwaan klanten over de hele wereld bezoekt, met laarzen en regenpak als standaard bepakking. In de 25 jaar dat hij in dienst is, heeft hij alle uithoeken gezien. Wim: “Wij veredelen voor de hele wereld en moeten de


WIM ZWAAN UITDAGING VEREDELAAR

Nieuw uit ons veredelingsprogramma Regelmatig testen we nieuwe rassen uit ons veredelingsprogramma op geschiktheid voor de teelt in de Benelux. Nieuwe rassen worden uitsluitend geïntroduceerd na een uitgebreide proefperiode. De meest in het oog springende nieuwkomer is het vroege B-peen ras Nominator. Dit ras combineert vroegheid met een mooie cilindrische vorm en goede smaak. Nominator stompt snel af en valt qua oogst na het primeurras Napoli, maar vòòr de vroegste Nairobi en Nerac, en is daarmee een welkome aanvulling op het assortiment. Daarnaast wordt Bejo 2953 op praktijkschaal uitgetest, binnen de biologische teelt. Dit ras combineert uniformiteit, bedrijfszekerheid en groeikracht met sterk loof. Met name dit laatste is een pre, waardoor de keuze om eerst zijn waarde voor de biologische teelt te bepalen een logische is. Meer rasinformatie vindt u op de pagina ‘Assortiment’ op onze website www.bejo.nl.

peenmarkt dan ook in de volle breedte kennen: welke typen heeft een land en waarom? En wat wil de klant? Voor iedere markt moet je die vragen kunnen beantwoorden. Daarom is het voor mij ook

BOVEN Wim Zwaan: “Wij veredelen voor de hele wereld.”

belangrijk om nauw samen te werken met onze verkopers. Zij hebben hun voelsprieten in de praktijk en proberen in te schatten waar het de komende tien jaar naar toe gaat.”

UITWISSELEN

Gelukkig voor Wim gaan de veranderingen in de behoeften doorgaans vrij geleidelijk. Want het ontwikkelen van een nieuw ras is een zaak van lange adem. Wanneer er genetisch materiaal uit wilde bronnen moet worden ingekruist, kost het al gauw 12 jaar om hybriden te maken die deze nieuwe eigenschappen in zich dragen. Maar dankzij het brede veredelingsprogramma van Bejo is er soms ook een

kortere route mogelijk. Wim: “Omdat we veredelen voor de hele wereld, hebben we ook genetica van over de hele wereld in huis. Daardoor kunnen we goede eigenschap­ pen uit een van onze buiten­ landse veredelingsprogramma’s relatief eenvoudig inkruisen in een Europees ras, of vice versa. Zoiets biedt kansen voor meer­ dere markten.”

LOKAAL

Iedere markt stelt zijn eigen specifieke eisen. In landen met vaste grond en veel stenen zoekt men naar een korte peen. Vaak is dat het Chantenay-type, of in Azië de Kuroda. In tropi­ sche gebieden moet het loof

5


WIM ZWAAN UITDAGING VEREDELAAR

WORTEL MAGAZINE

extra sterk zijn om de hitte te kunnen weerstaan. Op zich is sterk loof ook in koelere klimaten gewenst, maar zou een tropische peen hier geteeld worden, dan gaat hij onherroepelijk schieten. Looftypen worden daarom aange­ past aan het klimaat. Dat geldt ook voor ziekteresistenties, waaraan de behoefte verschilt per klimaatzone. De aanwezigheid van bepaalde eigenschappen kan, via moderne technieken en kennis van de genen, al in een vroeg stadium worden aangetoond. Dat versnelt het selectiewerk. Ook de kiemkracht bij hitte of juist bij koude kan in het labo­ ratorium worden nagebootst. Zodra Wim en zijn collega’s de meest kansrijke hybriden hebben geïdentificeerd, is het de hoogste tijd om de zaden naar de proefvelden in de verschil­ lende teeltgebieden te brengen. Alleen daar is te beoordelen hoe ze onder de lokale omstandigheden presteren. De laatste stap, de zaadproductie, vindt eveneens plaats in het buitenland. Maar altijd komt het zaad terug in Warmen­ huizen, waar het geschoond, getest, behandeld en verpakt wordt. Vele kwaliteitstesten voor, tijdens en na dit proces garanderen een goede kwaliteit.

BEDRIJFSZEKER

Het grootste compliment voor Wim is wanneer een ras een vaste plek verwerft in de markt. Neem Nerac, dat zelfs na 20 jaar nog populair is. Het bewijst voor hem dat stabiliteit en rendement voorop staan: “Telers hebben er niks aan als een ras het ene jaar een 9 scoort en het andere jaar een 5. Ze hebben liever een ras dat ieder jaar een 7 of een 8 scoort.” Als akkerbouwerszoon laat Wim zich dan ook niet alleen leiden door mooie proefveldresultaten. “Ik wil weten hoe onze rassen in het veld presteren. Wij testen al ons nieuwe materiaal naast onze eigen rassen en de belangrijkste rassen van de concurrentie. Dat doen we in het veld, in de bewaring, in sapproeven en proeven met het uitstalleven. Het gaat er uiteindelijk om hoe de peen de con­ sument bereikt. Levert een ras een betrouwbare opbrengst en kwaliteit, dan mag het natuurlijk altijd iets egaler of iets gladder zijn of nog iets meer opbrengst hebben. Daar zit voor ons de uitdaging.” Tegelijkertijd probeert het team van Wim zo goed mogelijk in te spelen op nuanceverschuivin­ gen in de markt. Neem het Berlikumer-type, waarvan het gebruik verschuift naar iets minder grof; van D richting CD. Het wordt daarmee nog meer een multi-purpose-type. Ook regionale wensen worden meegenomen. Zo doet het Nantes-type Nairobi het goed op de Engelse markt omdat hij iets ‘molliger’ is dan bijvoorbeeld Nerac. Dat ‘maatje meer’ zien de Engelsen graag.

ZIEKTERESISTENTIE

Over alle typen heen wordt er voortdurend gewerkt aan vooruitgang op het gebied van ziekteresistenties. Het inkruisen ervan is lastig, omdat met de resistentiegenen vaak ongewenste eigenschappen meeliften. Die moeten er vervolgens weer uitgekruist worden. Een andere moeilijk­ heid is dat veldomstandigheden moeilijk reproduceerbaar

6

zijn. Om de verschillen in beeld te brengen, worden ook proeven gedaan onder laboratoriumomstandigheden. Rassen met bijzondere resistenties leveren in eerste instantie een belangrijke bijdrage aan Bejo’s biologische rassenpakket. Toch is de ontwikkeling in toenemende mate interessant voor de gangbare teelt, vanwege de afnemen­ de beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen en steeds strengere residu-eisen (MRL’s). Wim: “De komende jaren zal resistentieveredeling dan ook zeker een van onze speerpunten blijven.” 

Kweken is vooruitzien

De weg van kruising tot commerciële hybride duurt ge­ middeld genomen twaalf jaar, of zes teeltcycli. Omdat peen een tweejarig gewas is, kan Bejo’s wortelverede­ laar Wim Zwaan het kweekresultaat maar een keer per twee jaar beoordelen. Nieuwe eigenschappen komen uit lokale rassen of wilde soorten. Op die manier kun­ nen bijvoorbeeld ziekteresistenties uit wilde verwanten worden ingekruist. Vanuit dit basismateriaal ontstaan in gemiddeld vier jaar tijd de ouderlijnen. Daarna volgt veel selectiewerk en terugkruisingen, om de ongewenste eigenschappen van de wilde genen kwijt te raken. Na nog eens vier jaar kunnen de hybriden worden gemaakt. Hybriderassen hebben als voordeel dat ze meerde­ re goede eigenschappen combineren en een hoge opbrengst geven. Maar ook hier geldt dat het vooraf niet te voorspellen is welke eigenschappen er precies bij elkaar zullen komen. Veel kruisingen zullen dan ook alsnog afvallen in de veld- en laboratoriumproeven. Komt er een nummer bovendrijven dat een duidelijke aanvulling vormt op het bestaande assortiment, dan kan de productie van het commerciële hybridezaad beginnen.


WORTEL MAGAZINE

TIO ”THIS IS ORGANICS”

”DIT IS BIOLOGISCH”

SCHOTSE PEENTELER SCOORT De Schotse plaats Forres ligt in het hart van een belangrijk peenteeltgebied. Hier staat de hoofdvestiging van het biologisch teelt- en verwerkingsbedrijf Tio van William Rose. Dankzij een samenwerking met vaste telers in binnen- en buitenland lukt het hem om jaarrond peen te leveren van bekende kwaliteit en herkomst. Een heldere en simpele aanpak, die weerspiegeld wordt in de afkorting Tio. Die staat voor ‘This is organics’, oftewel ‘Dit is biologisch’. EEN RIJKE GESCHIEDENIS

William Rose is de vijfde generatie uit een Schots boeren­ geslacht, dat 100 jaar geleden neerstreek op Mid Coul Farm, gelegen in Dalcross, Inverness. In de 80’er jaren schakelde Rose het bedrijf om naar biologisch. Aanvankelijk bleef de focus liggen op de teelt. Dat veranderde in 1998, toen het idee werd geboren om zelf verwerking en marketing op te pakken. Het was de start van Tio. Sindsdien is het bedrijf gestaag gegroeid, investeerde het in een 5 miljoen pond kostende verwerkingsfaciliteit en nam het aantal medewerkers toe tot 65 mensen. Hoewel Rose nog steeds andere gewassen teelt, zoals pastinaak, koolraap en gerst (voor het maken van biologische whisky), vormen wortelen het hart van het bedrijf. Op de twee Schotse teeltlocaties groeien de wortelen die worden afgezet in de periode van september tot juni. Twee vaste contract­ telers in Engeland en Italië vullen het aanbod in de overige twee zomermaanden op. De dagelijkse leiding op Mid Coul Farm is in handen van William Campbell. Hij studeerde aan de universiteit van Aberdeen en was daarvoor werkzaam bij McCain Foods. De boerderij beslaat 1.200 hectare en er wordt ook vee gehouden. Via een uitgekiende kringloop, proberen Campbell en Rose de grond zo gezond mogelijk te houden. De teelt van de gewassen wordt hightech aangepakt, met o.a. c­ amera gestuurde wiedapparatuur. Met behulp van wiedbedden worden de laatste onkruidjes later in het seizoen handmatig verwijderd. Tijdens de piekdrukte in de zomermaanden heeft Campbell maar liefst 80 mensen aan het werk. Opgeteld over de twee locaties, teelt Tio ruim 200 hectare biologische peen per jaar, waarvan ongeveer de helft van het Bejo-ras Nairobi. Voor een deel wordt gebruik gemaakt van biologisch zaad. Vanwege het natte klimaat kan de oogst niet met een klembandrooier gedaan worden, maar halen

rooischaren het product uit de grond. Tot half december gaat het geoogste product direct de spoellijnen in. Zoals gebruike­ lijk in Schotland, worden de gewassen daarna ondergedekt, en kan Tio half mei vers Schots product leveren. Naast gebruikmaking van hightech apparatuur, proberen Rose en Campbell het maximale uit andere teeltmaatregelen te halen. Zo maken ze volop gebruik van afdekmaterialen, ruime vruchtwisseling en valse zaaibedden. Het achterwege laten van gewasbeschermingsmiddelen heeft volgens hen een duidelijke positieve invloed op de fauna rond het bedrijf, zoals bijen, vlinders en vogels. Eenmaal in de verwerkingsruimte, worden de wortelen ­gewassen en gesorteerd, voordat ze worden gesneden in de gewenste vorm en afmeting. Op elke zak is te lezen waar de peen vandaan komt en wanneer zij geoogst en verpakt is. Het productieproces wordt regelmatig geauditeerd en ­geaccrediteerd volgens de in het Verenigd Koninkrijk geldende regels. Op piekmomenten verwerkt Tio 700 ton wortelen per week, opgeteld over een jaar gaat het om ongeveer 13.000 ton.

AFZET

Tio levert aan vaste klanten wortelen onder private label, zoals supermarktketen Tesco en online winkel Ocado, maar heeft ook een eigen merk: Bare Necessities (BN). Onder deze naam verkopen zij peen, pastinaak, koolraap, komkommers en kool. De producten zijn verkrijgbaar in een deel van de Tesco-winkels, natuurvoedingswinkels en Ocado. Hoewel op de thuismarkt de verkoop van biologische produc­ ten terugloopt, vanwege de tegenvallende economie, floreert de export voor Tio. Zij verpakken steeds meer peen met bestemming Ierland, Duitsland, Nederland en Scandinavië. In combinatie met het sterke merk en de aandacht voor productvernieuwing, ziet het bedrijf de toekomst zonnig in. 

7


HOOGENDIJK AGRO GAAT VOOR KWALITEIT IN DE GROVE SORTERING WORTELEN


WORTEL MAGAZINE

HOOGENDIJK

NIET HARDER DAN 120 KM PER UUR, VOOR EEN OPTIMAAL RESULTAAT De firma Hoogendijk heeft zich toegelegd op het jaarrond leveren van grove kwaliteitspeen. Dat vraagt om een voorzichtige aanpak, want grove peen is een ‘juffertje’, volgens Michel en Stefan Hoogendijk. Hun motto: alles goed doen en soms even op de rem gaan staan.

I

n het hallencomplex van de firma Hoogendijk lost een drie-assige kipper zijn vracht peen in de stortbak. De peen is vanmorgen vroeg gerooid op een zandperceel, op een uur rijden van het bedrijf. Vanwege het warme weer rooit de firma Hoogendijk alleen in de vroege uurtjes, om uitdro­ ging van de peen te voorkomen. Nu komt het aan op snel spoelen, sorteren en in de koeling rijden, om de kwaliteit op peil te houden. Het oogstseizoen 2013 is twee tot drie weken later begonnen dan normaal, vanwege de lange, koude aanloop naar de zomer. Voor de kwaliteit van de peen heeft dat geen gevolgen gehad. Michel Hoogendijk laat zijn blik tevreden gaan over een zojuist gespoelde partij Bangor. “Zo zou ik ze het liefst het hele jaar zien. Een perfect glad uiterlijk en een mooie kleur. Jammer alleen dat het ras geen lange bewaarder is.”

JUFFERTJE

Voor Michel is de zomer de mooiste periode van het jaar. “Je oogst perfecte peen, er staan minder mensen aan de band en alles lijkt vanzelf te gaan.” Maar de kunst is natuurlijk om jaarrond die ­perfecte kwaliteit af te leveren. Naast een goede organisatie, die al begint bij de juiste rasen perceelkeuze, komt het ook aan op ervaring. Michel: “Grove peen is echt een juffertje. Je moet alles goed doen. Dat houdt niet op bij een perfect gewas in het veld. Later in de kist kan het toch nog tegenvallen. Als je niet weet wat je doet, kan je het in een dag verknallen.” Het bedrijf van Michel en zijn broer Stefan vindt zijn oorsprong in het akkerbouwbedrijf van hun vader Nico, die in 1986 op deze plek begon en nog altijd

volop meedraait. In 2002 kozen ze ervoor om zich te specialiseren in de teelt en verwerking van peen. Sindsdien zijn ze flink in omvang gegroeid. Het bedrijf telt tien medewerkers en kan per dag gemiddeld 120 ton product verzendklaar maken. De broers hebben de taken onderling voor een groot deel afgebakend. Stefan is de man van de teelt, Michel doet de handel. Uitzondering daarop is de gewasbescherming. Michel: “Dat doe ik graag zelf, ik houd daarmee contact met het product. Je ziet veel meer dan wanneer je even vijf meter het perceel in loopt.”

GEPASTE SNELHEID

De broers telen 30 hectare in eigen beheer. Verder doen ze zaken met een vaste groep contracttelers, van wie ze weten dat ze de teelt en bewaring goed in de vingers hebben. Er is regelmatig contact en dat werkt voor beide partijen plezierig. Ook aan de afzetkant werken ze met een vaste groep afnemers. Prijsafspra­ ken worden er op voorhand weinig gemaakt. “Juist de vrije handel maakt deze tak van sport zo interessant. Nederland is als exportland een ‘gatenvuller’ en daar springen wij zo goed mogelijk op in”, zegt Michel. Niettemin probeert hij pieken en dalen in de afzet zo veel mogelijk af te vlakken. “Uitgangspunt is kwaliteit leveren. Dat is de reden waarom klanten bij je terugkomen. Natuurlijk kunnen we ook wel 150 ton per dag door onze lijnen halen, maar dat gaat op een gegeven moment ten koste van de aandacht voor het product. Het is net als met autorijden. Maximaal 120 kilometer per uur, anders wordt het gevaarlijk en riskeer je bovendien een boete.”

Het bedrijf

Het peenteelt- en verwerkingsbedrijf Hoogendijk Agro B.V. in Wieringerwerf is gespecialiseerd in peen in de gewichtsklasse 200 tot 400 gram. Na spoelen en sorteren wordt het product in big bags of in 10 kilo verpakkingen afgezet. De broers Michel en Stefan Hoogendijk telen 30 hectare in eigen beheer en hebben daarnaast contracten met telers in de Flevopolder en in Brabant en Limburg. Ook kopen ze losse partijen bij. Het bedrijf heeft koelruimte voor 600 kisten gewassen product en kan 4000 kisten veldgewas opslaan. Het peenseizoen start met het vroege ras Bangor. Dan volgt Bergen, aangevuld met Narbonne en Nerac voor de wat fijnere partijen.

9


HOOGENDIJK

WORTEL MAGAZINE

RUGGEN FREZEN

Een goede kwaliteit peen begint voor de gebroeders Hoogendijk met goede grond. Ze besteden veel aandacht aan de perceelkeuze en hebben als vast uitgangspunt: onder droge omstandigheden ploegen en ruggen maken. Opvallend is dat ze de loonwerker de ruggen laten frezen. Stefan: “Loonbe­ drijf Zwart uit Wervershoof doet dat al jaren voor ons. De rug moet net vast blijven staan en evengoed luchtig zijn. De peen mag niet stikken. Zij hebben dat perfect in de vingers. Boven­ dien, als je goed gaat rekenen, kun je het zelf niet goedkoper.” Om op tijd een mooie grove peen te krijgen, zaaien de gebroeders in maart 400.000 zaden per hectare. Later in het voorjaar loopt dat op tot 800.000 zaden en bij de hoofdteelt 1,2 miljoen zaden. Af en toe kopen ze een perceel aan dat voor B-peen een te dunne stand

10

heeft. “Laatst hadden we een perceel Narbonne met 40 in plaats van 100 planten per meter. Superpeen. Maar ga je er op zaaien, dan lukt het niet.”

BREUKVAST

In de raskeuze wijken de broers zelden af. Ze beginnen het seizoen met Bangor en schake­ len dan over op Bergen, aange­ vuld met Narbonne en Nerac. Belangrijk is een betrouw­ bare opbrengst en een hoog rendement in de verwerking. “We hebben in Nederland nou eenmaal te maken met hoge productiekosten. Dan moeten er zoveel mogelijk netto kilo’s uit de kist komen. Bovendien kunnen we het ons als Nederlandse peensector niet veroorloven om een matige kwaliteit te leveren. Je moet je als exportland onderscheiden in de markt.” Een goede kwaliteit, een mooi uiterlijk en breukvastheid, zijn

BOVEN Snel koelen om de kwaliteit op peil te houden.

dan ook de eerste kenmerken waar de firma Hoogendijk naar kijkt bij het beoordelen van een ras. Aanvullende informatie en de adviezen van de ­specialisten van Bejo vinden ze daarbij waardevol. “Wij kunnen soms stevige discussies met elkaar voeren. Dat is belangrijk. Je moet het met de hele keten samen doen.”

TOEKOMST

Hoewel ze nog steeds verschil­ lende gewassen telen, zijn de broers blij met hun keuze voor peen als hoofdactiviteit. Zowel teelt als handel ligt ze goed. Verdere groei van het bedrijf is geen doel op zich. Michel: “Voorop staat een goede balans tussen privé en werk. Daarmee zeg ik niet dat we niet verder zullen groeien, maar het moet wel behapbaar blijven.” 


WORTEL MAGAZINE

ONTWIKKELINGEN POLEN

ONTWIKKELINGEN POLEN;

EEN UPDATE

In Polen werd de afgelopen jaren tussen de 22.000 en 24.000 hectare wortelen geteeld. Het areaal zakt licht, maar door steeds professioneler werkende telers daalt de totale productie niet of nauwelijks. Het areaal kent ruwweg de volgende verdeling: 2.000 tot 4.000 hectare is voor directe afzet, zoals bospeen en grovere peen voor de versmarkt. Bewaarpeen is goed voor ongeveer 14.000 hectare en industriepeen 6.000 hectare. De verse markt en bewaarwortelen zijn meestal van het Nantestype/B-peen, en voor een deel Berlikumer/ CD-peen. Er wordt hoofdzakelijk geteeld op ruggen met een zaaidichtheid van 1,2 - 1,5 miljoen zaden per hectare. Ook vindt er teelt op bedden plaats, met drie rijen en 1,5 -1,7 miljoen zaden per hectare. Er is een groeiende tendens te zien in het gebruik van geprimed zaad. De industrie is in Polen van oudsher een grote markt en bestaat uit diepvries, drogerij, sapproductie en meer recent - ook wat vers gesneden product.

De industriewortelen zijn van de typen Flakkese en Berlikum. Daarnaast gebruiken de verwerkers tweede kwaliteit uit de versmarkt. Polen heeft de laatste jaren veel ge誰nvesteerd in de teelt en verwerking voor de versmarkt. Dat gebeurde onder meer dankzij de hulp van EU-subsidies. Er is ge誰nvesteerd in bewaarplaatsen met moderne apparatuur voor koeling, uitlezen en verpakken. Dit betekent dat men er naar streeft om de eerste maanden van het bewaarseizoen in te vullen uit eigen productie. Wel blijven er voldoende organisatorische en klimatologische uitdagingen over om de wortelteelt en verwerking te optimaliseren. Echter door eerder genoemde investeringen en toenemende professionaliteit ontwikkelt de Poolse teelt zich gestaag naar een hoger niveau. In de markt is verder een kleine maar gestage toename te zien van kleurenwortelen voor diepvriesproducten, wortelchips en wortelpulp. Aan biologische teelt wordt wel gedacht, maar qua omvang stelt die nog weinig voor.

11


FOTO Koos Koop van Koop Landbouw te Usquert.

12


WORTEL MAGAZINE

KOOP LANDBOUW

Peen heeft twee levens, een op het veld en een in de bewaring

GRAAN TEN DIENSTE VAN PEENTEELT

AANGEPASTE GRONDBEWERKING DOOR NIEUWE INZICHTEN

K

waliteitspeen telen begint met een ruime vruchtwisseling. Ook belangrijk zijn een uitgebalanceerde bemesting, een goede ontwatering en een voldoende hoog percentage organische stof. Mede om daaraan tegemoet te komen, teelt Koop Landbouw in Usquert graan, ten dienste van de peenteelt.

KOOP LANDBOUW

Het bedrijf Koop Landbouw in het Groningse Usquert ligt in een bijzonder gebied: tot aan de zee opeenvolgende gebieden ingedijkt land, waar de teeltrichting van zuid naar noord loopt, van de ene dijk tot de andere. Aan de zuidzijde ligt kleigrond, die richting het noorden gaandeweg lichter wordt. “In de grondbewerking moeten we daar een modus in vinden. Daar zoeken we ieder jaar nog naar,” zegt Koos Koop glimlachend. De grond tussen de dijken is verdeeld in vier

percelen, waarbij de langste tot 750 meter lang zijn. Op de zwaarste percelen, direct achter de dijk, wordt geen peen geteeld. Dat betekent dat voor Koop Landbouw in Usquert van de 224 hectare er 160 geschikt zijn voor peenteelt.

JUISTE SNELHEID

In het najaar bewerkt Koop de grond voor de graanteelt met de schijveneg plus woelers en aandrukrol. “Zo hou je het bodemleven en de capillaire werking in stand,” zegt adjunctdirecteur Hans Knook. “Maar voor de peenteelt ploegen we altijd in het najaar. We willen de grond diep los hebben voor een goede waterberging. Het no-till systeem, het systeem waarbij geen diepe of kerende grondbewerking plaatsvindt, is iets van de laatste jaren. Dit jaar gaan we dat in de suikerbieten uitproberen. En wie weet, gaan we bij een positief resultaat ook in de peen eens een hectare proberen.” “Bij het frezen van de ruggen hebben we de

13


KOOP LANDBOUW

WORTEL MAGAZINE

grond het liefst niet al te fijn. Laat die maar een beetje grof. We zijn niet zo gauw bang dat de peen krom wordt. De tech­ niek heeft ons hier heel goed in geholpen. Onze trekkers zijn variabel instelbaar, van 1 meter tot 8 kilometer per uur. En er zit GPS op, dus de machinist kijkt naar zijn werk. Waar de grond lichter is, rijdt hij harder en freest hij dus minder intensief. Dat had je vroeger niet. Nu kun je de snelheid rijden zoals die moet. Een ervaren chauffeur kan aan de rug zien of het goed is. Vroeger was de chauffeur aan het eind van de dag bekaf en kon hij achteraf kijken of het goed was gegaan.”

GRAAN

“Peen heeft twee levens, een op het veld en een in de bewaring,” doceert Koop. “Dat betekent dat je er alles aan moet doen om gezonde peen te telen. Voldoende organische stof in de bodem is daarvoor de basis. Op de lichtere percelen plannen we daarom in 6 jaar minimaal twee keer graan. Het graan telen we ten dienste van de peenteelt. Op die lichte percelen laten we bovendien het stro liggen. We gebruiken ook alles wat voorhanden is om de organi­ sche stof op peil te houden. We zijn net begonnen met toepas­ sing van compost, 20 ton per hectare. Wat we al langer doen is groenbemesters zaaien, en in de stoppel zaaien, het liefst als de combine nog in het land staat.” “Vaak zaaien we de groenbe­ mester eind augustus, maar het liefst doen we dat begin augustus. De regelgeving rond bemesting heeft het telen van een groenbemester ook al niet eenvoudiger gemaakt. De toegestane 60 kilo stikstof is te weinig voor bladrammenas. De stoppel vreet nog veel stik­ stof weg. Zeker als je het stro onderwerkt, is er een tekort. Ook voor digestaat of drijfmest is er daardoor geen ruimte.”

14

1 OP 6

Koop teelt de peen in een vruchtwisseling van 1 op 6. Een nauwere vruchtwisseling is voor hem uit den boze. “We hebben het zien gebeuren bij iemand die voor ons peen ging telen. In 1991 wisselde hij graan in voor peen, in een rotatie met biet en aardappel. Het eerste jaar teelde hij superpeen, die gemakkelijk een seizoen in de koeling kon worden bewaard. Maar na acht jaar moest die peen na een paar weken al uit de schuur. Om hem voor de ondergang te behoeden, hebben we de teelt bij hem gestopt. Dat was voor ons een van de eerste tekenen dat het bij intensief telen niet goed gaat.” Knook sluit zelfs niet uit dat de vruchtwisseling naar 1 op 8, en voor wortels voor de lange bewaring naar zelfs 1 op 10 gaat. “Als je een aantal rondes van 1 op 6 hebt gedaan, neemt het risico op vlekjes toe. Dat kun je je niet permitteren, want peen is een dure teelt.”

MAAGDELIJK GEBIED

De peenteelt kwam zo’n 25 jaar geleden naar Groningen, toen AGF-handelaar Fatels er 30 hectare contracteerde. Koop Landbouw haakte daar op in. “Wij hadden een groot graan­ bedrijf van 200 hectare, met daarbij het nodige personeel. In de winter kon het ­personeel in een speciale regeling waardoor ze van de loonlijst gingen. In het voorjaar kwamen ze dan weer terug. Toen die regeling verviel, moesten we in de winter werk zoeken. Eerst dachten we aan witlof, maar gelukkig ­hebben we daar niet voor gekozen. Dit bedrijf van 80 hectare kwam toen te koop. Wij kozen ervoor om peen te gaan telen. We begonnen hier met 25 hectare peen, omdat de productie van 2500 kisten in de al aanwezige koelcel zou ­passen.” De productie kwam echter uit op 3000 kisten. De extra 500 kisten zette Koop via een commissionair af in België.

Die afnemer was enthousiast over de kwaliteit. “Logisch,” vindt Koop, “want we teelden hier in een maagdelijk gebied. Ziekten kenden we niet.” Koop teelde eerst Franse rassen. “Daar viel de produc­ tie van tegen, en bij de laatste oogst trok je het loof eraf. Toen kregen we beter inzicht in de teelt en de rassen. Dat gaf een enorme stap in opbrengst. Zo leerden we dat we niet 2,5 maar 1,9 miljoen zaden per hectare moesten zaaien, en we gingen ongeveer een week eerder zaaien dan in Flevoland.” Het tweede jaar teelde Koop 50 hectare peen. De helft van de


WORTEL MAGAZINE

productie koelde hij in de NOP. “Daar zat de handel, dus daar stond onze peen in de etalage. Al snel nam daardoor de vraag naar onze peen toe.”

TOP CARROTS

Onder het motto ‘hoe meer peen, hoe meer uitstraling’ liet Koop ieder jaar 50 hectare op contract erbij telen, tot uitein­ delijk 225 hectare. Hij introduceerde het merk ‘Waddenpeen’. Daar was veel vraag naar. “Maar we vroegen ons af of het niet wat teveel dreigde te worden. Bovendien wilden we landelijk opereren.” Om dat te bereiken, zocht

Koop Landbouw samenwer­ king met Agrifirm en Hiemstra in Beringe. Samen vormden ze de Dutch Carrot Group. “Hiemstra bedient het zuiden en oosten van de EU en wij het noorden en oosten”, zegt Koop. ‘Peenleverancier van de hele wereld’, staat er dan ook met enig gevoel voor overdrijving in de folder van de Dutch Carrot Group. “We kunnen als Dutch Carrot Group overal peen telen, waarbij Agrifirm de teeltbege­ leiding verzorgt,” zegt Koop. “Dat ontlast ook dit gebied en het zorgt voor risicospreiding. In het najaar van 2012 viel hier

HOUSE FEATURE

bijvoorbeeld 125 millimeter regen, waardoor bijna 40 hectare peen verloren ging.” De drie deelnemers hebben geen eigen peen meer, alles is van de Dutch Carrot Group. Deze zet de peen af onder het merk Top Carrots. Het merk Waddenpeen kwam op een laag pitje te staan, totdat afnemers er speciaal naar vroegen. Waddenpeen is daarom weer onderdeel binnen de afzet, ook voor klanten in het buitenland. “Ze kunnen ‘Waddenpeen’ niet uitspreken, maar ze weten wel duidelijk te maken dat ze die peen willen. Dat vinden wij een mooie verdienste.” 

15


SCHOTSE PEENSECTOR IN VOGELVLUCHT STRO VERSUS KOELING

S

chotland teelt bijna een kwart van alle wortelen in het Verenigd Koninkrijk, waarvan het gros thuishoort in het late segment en de onderdekkersteelt. De belangrijkste teeltgebieden van het land liggen in het oosten en het noordoosten, waaronder de regio’s Tayside, Grampian en Fife. In het zuiden, tegen de grens met Engeland, is een beetje vroege teelt te vinden, voornamelijk rond Ayrshire.

KNELPUNTEN

De komende jaren bestaat de kans dat de sector moet inves­ teren in koelruimte.

16

De reden hiervoor zijn de sterk gestegen stroprijzen. Vanwege een stimuleringsregeling van de Schotse overheid op het gebied van hernieuwbare energie, is de vraag naar stro namelijk sterk gestegen. Het stro wordt bijge­ stookt in elektriciteitscentrales die op biomassa draaien. De belangrijkste ziekten en plagen voor Schotse telers zijn cavity spot (Pythium), ­Sclerotinia en wortelvlieg. Vaak wordt de zaaidatum zo gekozen dat de eerste vlucht van de wortelvlieg kan worden omzeild. Vroege gewassen worden ook wel afgedekt om de wortelvlieg geen kans te geven.

BOVEN De vraag naar stro is sterk gestegen.

Voor biologische telers is onkruidbestrijding een grote kostenpost. Net als in andere agrarische sectoren, maken de Schotse peentelers zich zorgen over de snel gestegen dieselprijzen. De vele bewerkingen die nodig zijn voor onderdekken met stro en het rooien onder natte omstan­ digheden, maken brandstof tot een grote kostenpost.

SCHOTSE MARKT

De Schotse peenteelt verte­ genwoordigde in 2012 een waarde van 22,4 miljoen pond en is daarmee het belangrijkste groentegewas.


WORTEL MAGAZINE

SCHOTSE PEENSECTOR

De laatste jaren schommelt het areaal rond de 2.500 hectare. In vergelijking met 2003 is het areaal met 39 procent gestegen. Net als elders in het Verenigd Koninkrijk, zijn het vooral grote, gespecialiseerde bedrijven die de peenteelt voor hun rekening nemen. Ze telen deels op eigen grond en huren land bij. Velen van hen verwerken en verpak­ ken de peen in eigen beheer en zetten die dikwijls rechtstreeks af naar supermarkten. Vanwege het late teeltseizoen, kan er alleen geoogst worden met een gewone rooimachine. Tot december wordt er gerooid en direct ingeschuurd. Daarna worden rassen voor late oogst, zoals Nairobi, afgedekt met een laag plastic en een dikke laag stro. De oogst van deze overwinterende peen, kan bij gunstige omstandigheden

­ oorlopen tot in april. d Het grootste deel van de oogst wordt gewassen en vers verpakt afgezet via het retailkanaal. Daarnaast gaat er een deel naar de snijderij voor het maken van diverse wortelproducten, voor snack- en andere doeleinden. Verse bospeen is verkrijgbaar van augustus tot november.

BIOLOGISCH

Hoewel er geen duidelijke sta­ tistieken bestaan, is het aandeel biologische teelt op zijn top goed geweest voor ongeveer 20 procent van de markt. Dat was tussen 2000 en 2005. Sindsdien is het bio-areaal weer gedaald. Dit als gevolg van het beleid van supermarkten als reactie op de economische marktsituatie. Sinds er in 2007 een nieuw overheidsprogram­ ma van start is gegaan gericht op de biologische sector, neemt het areaal minder snel af. 

Wortelproductie Verenigd Koninkrijk

Teeltjaar 2009

2010

2011

2012

Areaal Schotland (ha)

2.488

2.868

2.463

2.533

Productiewaarde Schotland (mln £)

22.3

26.2

23.4

22.4*

Totaal areaal Verenigd Koninkrijk (ha)

11.026

11.262

11.548

11.135

Totale productiewaarde Verenigd Koninkrijk (mln £)

112.4

114.7

113.7

126.4

Bron: UK Department for Environment, Food & Rural Affairs en de Schotse overheid * Voorlopige data

17


FOTO Laurens Persoon van DLV.

18


WORTEL MAGAZINE

MESTSTOFFEN LAURENS PERSOON

BEMESTEN IN WORTELEN IS MAATWERK

“STEEDS MINDER STIKSTOF AAN DE BASIS” Laurens Persoon: “De bemesting moet gericht zijn op het vitaal houden van het gewas en zo de bewaarbaarheid te verbeteren. Soms betekent dat genoegen nemen met minder tonnen.”

H

et telen van goede peen is een optel­ som van allerlei beslissingen die op het juiste moment worden genomen en uitgevoerd, zoals over de bemesting. Dan is het prettig daarover te kunnen sparren met een teeltdeskundi­ ge, bijvoorbeeld DLV’er Laurens Persoon. “Bij peen heb je liever niet meteen veel loof.” Adviseur Laurens Persoon ziet zichzelf voor akkerbouwers vooral als sparringpartner. Sparringpartner als het gaat om zaken als strategie, bouwplan, bemesting en bewaring. “Ik kijk binnen de bedrijfsvoering op alle vlakken mee. Meekijken bij één aspect, bijvoorbeeld de bewaring, is niet echt zinvol. In de teelt kan er al veel misgaan, met negatieve effecten op de bewaarbaarheid. Die kun je in

de bewaring niet meer corrige­ ren.” Eenzelfde argument geldt voor alleen in het seizoen bege­ leiden. Persoon: “Als de basis niet goed is, kan je dit in het seizoen niet meer corrigeren met de kunstmeststrooier.”

BEMESTING

Als het gaat om begeleiding in bemesten, is Persoon al in het najaar en de winter veel bezig met het maken van bemestings­ plannen. Daar heeft DLV Plant een bemestingsprogramma voor dat hij met de akkerbouwer invult. Alle facetten van de teelt komen daarin aan bod, zoals voorvrucht, groenbemester, wat de verwachting is aan nale­ vering van stikstof, welke ge­ wasopbrengst wordt verwacht, enzovoort. Persoon: “Het maakt voor de afvoer van mineralen nogal wat uit of je 70 of 90 ton peen

van een hectare oogst. Aan de hand van oogstgegevens uit het verleden kun je dat redelijk inschatten. Met de huidige bemestingsnormen is het ver­ volgens belangrijk een goede afweging te maken tussen het gewas dat genoeg voeding moet krijgen en de bodem die je niet moet uitmergelen. De voor­ vrucht is daarin heel belangrijk. En is daar organische mest in toegepast? Daar moet je de bemesting op aanpassen.”

KALI

Persoon noemt peen ‘een echte kali-slurper’. “Van de totale kali­gift geef je het liefst ongeveer 2/3 vooraf, en de rest tijdens de teelt. Een gift kali-60 moet 2 maanden voor de opkomst zijn gegeven, om nadelige effecten van de daarin aanwezige chloor bij de kieming te voorkomen.

19


MESTSTOFFEN LAURENS PERSOON

De kali wordt in de grond vastgelegd, de chloor spoelt uit. Kali-60 is sowieso zouter dan patentkali. In de teelt bijbemes­ ten met kali heeft een positief effect op de opbrengst en kwa­ liteit. Veel kali-opname kan de magnesium-opname verstoren. Dit speelt vooral op de lichtere gronden met een lage pH. Op die gronden is tijdig bijbemes­ ten met magnesium nodig. Vanwege de hoge kali-behoefte moet een groot deel al aan de basis gegeven worden, in totaal liefst een beetje meer dan het gewas afvoert. Die afvoer is 350 kilo kali bij 100 ton peen. Kali is een belangrijk element voor de kwaliteit van de peen, voor de weerbaarheid van het gewas en voor de droogtegevoeligheid.”

STIKSTOF

Stikstof is belangrijk voor de groei. “Toch wordt de laatste jaren steeds minder stikstof aan de basis gegeven”, weet Persoon. “Peen is bij de kieming namelijk erg gevoelig voor zouten in de grond. Die kieming verloopt dan moeilijker en er kan vertakking ontstaan. Daar moet je terdege rekening mee houden”, waarschuwt hij. “Geef je teveel stikstof aan de basis, teel je loof in plaats van peen. Je hebt bij peen liever niet meteen veel loof. Beter is het dat de peen het hele seizoen fris loof kan maken.” De stikstofbijbemesting wordt soms gegeven als bladbemes­ ting, tot 25 kilo N per keer per hectare. In de vorm van korrel­ kunstmest gaat dat meestal in twee tot vier giften met 25 tot 40 kilo N per keer. Bij een lichte grond vaak vier keer, bij een zware grond 2 tot 3 keer. “In het bemestingsplan ga je van een aantal giften uit, maar in het seizoen passen we dit eventueel aan. Dit jaar was er een late mineralisatie, zodat je daar vroeg in moest bijsturen.” “Via sapmeting van het loof en de peen kun je bijbemesten.

20

WORTEL MAGAZINE

Zo kijk je echt naar de ontwik­ keling van het gewas. Dat geeft iets meer sturing dan bij het nemen van alleen bodemmon­ sters. Deze aanpak neemt toe en de resultaten zijn goed. Het gaat erom dat je de stikstof niet te laat moet willen geven. Het gewas moet stevig zijn en niet al te weelderig groeien.” Voor de stevigheid en vitaliteit van het loof raadt hij vanaf juli ook bladbemesting met ­magnesium aan. “Aan het eind van het seizoen wil je niet veel loofgroei meer hebben. De loofgroei kan dan wat geremd worden met bitterzout.”

FOSFAAT EN CALCIUM

Peen is fosfaatbehoeftig. “Blijkt de Pw-waarde voldoende, dan is bemesten echter nauwelijks nodig”, stelt Persoon. “Geef je dan toch verse fosfaat dan geeft dit geen meeropbrengst, alleen een iets snellere weggroei.” 100 ton peen voert 70 kg fosfaat af. In de volgteelten moet die afvoer dan wel worden gecom­ penseerd. De toepassing van calcium in peen is relatief nieuw. “We verwachten van calcium een betere productkwaliteit. Zeker in een stressperiode maakt het de plant sterker. Calcium be­ mesten lijkt goed in de praktijk, maar er zijn nog onvoldoende harde cijfers over.” In de praktijk wordt er steeds meer gewerkt met gips en brandkalk om calcium aan te voeren. Via bladmeststoffen kan calcium in het seizoen worden gegeven. De vraag is of dit door het gewas voldoende opneembaar is. Daar wordt nu bij nieuwe bladmeststoffen naar gekeken.”

KORREL OF VLOEIBAAR

“In principe is korrelkunstmest net zo efficiënt als vloeibare kunstmest; maar daar speelt het weer een belangrijke rol in”, ervaart Persoon. “Je geeft zo min mogelijk stikstof aan

de basis. Tot twee maanden na opkomst is er genoeg stikstof beschikbaar uit de bodem. Alleen bij een arme grond is een kleine stikstofgift aan de basis wenselijk.” Na 4 weken is meestal een eerste bijbemesting gewenst; een geschikte meststof hiervoor is de N/K meststof 16/32. “Die heeft een prima te verstrooien korrel. Hij is deels chloorhou­ dend, maar in het seizoen heeft dat geen nadelig effect op de groei.” “Met vloeibare meststoffen is de groei wat makkelijker te sturen met minder kans op een plotse­ ling sterke groei. Van belang is een meststof te nemen die niet zout is en je mag hem niet spui­ ten op het verkeerde moment: als het gewas nat is, of op het heetst van de dag. Het beste is spuiten aan het eind van de dag, voor de dauw.” “Vloeibare meststoffen bevatten naast stikstof vaak ook vele spoorelementen, maar als de groei verbetert, is de vraag: komt dit door de spoorelemen­ ten of door de stikstof? Dat is niet altijd duidelijk. Wil je naast korrelkunstmest spoorele­ menten geven, dan moet je nog apart spuiten, dus een keer extra rijden.” In peen is er geen grote toena­ me in het gebruik van vloeibare meststoffen. De bemesting moet in het alge­ meen gericht zijn op het vitaal houden van het gewas en zo de bewaarbaarheid te verbeteren”, stelt Persoon. “Soms betekent dat genoegen nemen met minder tonnen. Van belang is vooral een rustige loofgroei voor een goede loof/peen verhouding. Dit bete­ kent ook minder aantasting door Alternaria en Sclerotinia.” 


WORTEL MAGAZINE

NIEUWE VERPAKKING

In het seizoen 2013-2014 introduceert Bejo een nieuwe verpakking voor het complete assortiment zaden. Het design van de verpakkingen is vernieuwd en voor een deel van het assortiment stappen we over op een blokbodemzak.

M

et de nieuwe ver­ pakking willen we de functionaliteit voor onze klanten verder vergroten. Informatie over ras, gewas, partijnummer en behande­ lingen worden nog duidelijker gepresenteerd. Bovendien is de blokbodemzak makkelijker weg te zetten. Met het nieuwe design van de verpakking willen wij onze identiteit van een ondernemend familiebedrijf met een sterke

focus op innovatie nog beter tot uitdrukking brengen. In september 2013 is Bejo gestart met de introductie van de nieuwe verpakking. Bejo ­verwacht ongeveer een jaar nodig te hebben voor een ­volledige omschakeling. Tijdens deze transitieperiode kunt u er zeker van zijn dat alle Bejo­verpakkingen dezelfde hoge kwaliteit zaden bevatten. Wij wensen u veel succes in het nieuwe teeltseizoen.

Gebruik een schaar

Onze verpakkingen zijn ook technisch aangepast, waarbij een iets ander materiaal is gebruikt. Wij adviseren - zoals ook op de verpakking staat aangegeven - om bij het openen een schaar te gebruiken en de zak over het lijntje open te knippen. Om u van dienst te zijn, leveren we daarom een schaar mee. In de loop van komend seizoen zult u verpakkingen aantreffen met een scheurrandje die het gebruik van een schaar overbodig maakt!

21


FAMILIE WESTERS

WORTEL MAGAZINE

WIJ WILLEN DAT DE NATUUR HET DOET

“MESTLOOS MODEL IS VEEL EFFICIËNTER”

P

een leent zich uitste­ kend voor biologische teelt. Geen wonder dus dat dit gewas op veel biologische bedrijven is te vinden. Zo ook op het biologische bedrijf van de familie Westers in het Gro­ ningse Hornhuizen. Zij pakken de biologische teelt echter op geheel eigen wijze aan. Op de percelen van Harm, Riet en zoon Erwin Westers in Hornhuizen is er half november geen peen meer te bekennen. Wel zijn bijna alle percelen groen, dankzij wintergraan of groenbemesters. ”We willen dat alle grond voor de winter bedekt is, er moet iets groens of bruins, na vorst, op staan, liefst nog beide.” Hun biologische bedrijf heeft vooral veel percelen met rogge. “Rogge kan goed tegen laat zaaien, zelfs tot half januari. Dat is voor na de peen een zeer onderschatte groenbemester. Eerder in de herfst zaaien we tot 15 verschillende soorten in

22

mengsels. We hebben liever geen groenbemester als mono­ cultuur. Kan de groenbemester voor eind augustus worden gezaaid, dan zaaien we onder andere phacelia, haver, wikke, veldboon, klaver, tillradish, bladrammenas en rettich. Die rettich wortelt breed en diep en als die verteert, blijft er een gang tot diep in de grond over. Rettich is dus eigenlijk een biologische diepwoeler.” Op hun 110 hectare (waarvan 25 hectare kwelder) zit in het bouwplan van 1 op 6 een vol­ ledig jaar een groenbemester. “Een klavermengsel. Gras telen we niet meer, omdat we dat niet weg krijgen zonder te ploegen.” Daarnaast telen ze (poot)aard­ appelen, bieslook, pompoen en haver.

GEEN STALMEST MEER

Westers bemestte in het verle­ den veel met stalmest, totdat hij besloot daar geleidelijk mee te stoppen. “Biologische stalmest was niet in de buurt te krijgen. Handelaren beloven je schone

mest te leveren, maar of we nou geitenmest afnamen, of schapenmest, of van welk land­ bouwhuisdier ook, regelmatig was het vervuild met zuring en hanepoot. Die hanepoot is nog tot daar aan toe, maar zuring is echt een taaie jongen. Je moet zuring 12 cm diep weghalen, pas dan komt hij niet terug. Veel van onze percelen zijn ermee geïnfecteerd.” Westers’ ideaal was om stro en gras/klaver aan een veehouder te leveren en dat terug te krij­ gen in de vorm van mest. “Dat is ons niet gelukt. De boer wilde het voer en het stro wel, maar terugleveren lukte niet.” In plaats van ‘via de koe’, ging Westers daarom rechtstreeks bemesten. “Dat doen we sinds vier jaar. Het grote voordeel is dat je nu geen verliezen meer hebt aan het landbouwhuisdier, die het gebruikt voor energie en producten.” “We hebben het door Wage­ ningen laten uitrekenen: dit plantaardige, mestloze model is

FOTO Harm en Erwin Westers: “Wij halen onze meststoffen uit de lucht.”


23


MESTLOOS MODEL

WORTEL MAGAZINE

veel efficiënter, met 40% meer koolhydraten en eiwitten. Een dier is namelijk geen minera­ lenfabriek. Bovendien is het verteringsproces in een dier anaeroob (zonder zuurstof), terwijl de beste verteringspro­ cessen aeroob (met zuurstof) verlopen. Kijk maar naar je grond. Goede grond ruikt een beetje kruidig. Vooral de boven­ ste 10 centimeter ruikt lekker, iets dieper ruikt het al wat min­ der. Waar het nat blijft, stinkt de grond: daar vindt anaerobe vertering plaats, vergiftiging. Daarom ook moet organische mest in het bovenste laagje grond blijven.” “Wij halen dus onze meststof uit de lucht, via vlinderbloemigen, zoals klaver, wikke en luzerne.” Van groenbemesters is vrij lastig vast te stellen wat de afgifte aan stikstof is. Westers is dan ook blij dat Proefboerderij

24

Kollumerwaard daar nu onder­ zoek naar doet, onder de naam Planty Organic. Die onderzoekt een biologisch landbouwsys­ teem met 100% plantaardige bemesting. “Er wordt dus net als bij ons niets aangevoerd van buitenaf. Meerjarig wordt on­ derzocht wat het effect hiervan is op de mineralentoestand in de bodem.”

NIET PLOEGEN

Wat Westers betreft mogen groenbemesters en organische mest na het afsterven gewoon op de grond blijven liggen: “De wormen trekken het wel de grond in.” Ploegen is wat hem betreft uit den boze, omdat de groenbemester dan ingeslo­ ten raakt en deels anaeroob verteert. Niet voor niets stopte hij 7 jaar geleden met ploegen. Met name na hakvruchten, als de grond vastgereden is, tilt hij

de grond alleen even op met een bouwvoorlichter, waardoor deze slechts iets losser wordt. Dat geeft wat scheurtjes in de grond en dus lucht. In dezelfde werkgang wordt dan altijd weer een groenbemester ingezaaid. Westers is met nog 50 ­Nederlandse boeren lid van het Praktijknetwerk Niet Kerende Grondbewerking. Ook in Duitsland is hij lid van zo’n club, met 500 aangesloten boeren. “Met niet ploegen is de opbrengst gelijk of hoger”, weet hij inmiddels. Met peen haalt hij een productie van 110 kisten C/D-peen per hectare. Dat is sinds de niet-kerende grondbe­ werking niet veranderd.

WORMEN

“Het bodemleven bestaat voor het grootste deel uit wormen, schimmels en bacteriën”, doceert Westers. “Eén soort


WORTEL MAGAZINE

wormen - pendelaars - kunnen in een winter per hectare tot 6 ton stro in de grond trekken en verteren. Ze gaan tot een meter diep, waardoor ook de ondergrond belucht wordt. Ze kunnen slecht tegen ploegen, vooral doordat ze dan geen eten meer bovenop de grond kunnen vinden, en omdat hun gangen verstoord raken.” “We vroegen ons af wat goed is voor de bouwvoor: ieder jaar de grond bewerken en losmaken, óf vastlaten en gaatjes erin laten komen door wormen en planten.” Voor Westers is het duidelijk: “Op geploegde grond krijg je meer insporing en na spitten zijn de sporen nog dieper. Bij niet-kerende grondbewerking is er veel minder insporing en heb je dus meer i­nfiltratiecapaciteit. Ondanks de vastere grond is regenwater sneller weg dan na het ploegen. Geploegd land lijkt na regen eerder droog, maar onder de toplaag is deze veel natter. En dus moet je de gangetjes van de wormen intact laten”, besluit hij, “ook al is dat in combinatie met een ruggen­ teelt een lastige uitdaging.”

SCHIMMELS

In de grond is er een bepaalde verhouding tussen schimmels en bacteriën. Op landbouw­ grond zijn volgens Westers de schimmels in de minderheid, terwijl juist die voor weerbaar­ heid van de grond en de planten zorgen. Schimmeldraden zijn gevoelig voor bewerking van de grond. “Wat is er dus logischer dan de grond minder ­bewerken,

zodat de planten die erop groeien weerbaarder zijn tegen ziekten?”, stelt hij. “Eén van die schimmels die vol­ gens hem slecht tegen grond­ bewerking kan, is Mycorrhiza wat een hele nuttige schimmel is, ” legt zoon Erwin uit. “Die schimmel leeft in symbiose met de plant en zorgt ervoor dat het wortelgestel uitbreidt. Dat leidt weer tot een betere opname van bijvoorbeeld water en nutriën­ ten.” “Bij een goede structuur hoef je dus minder te bemesten”, vult vader Harm aan. “Bij een goede structuur wortelt een peen bo­ vendien tot 50 cm in de breedte en tot ruim 1,5 m diepte. Dat geeft peen een grote opna­ mecapaciteit, die je daardoor weinig voedingsstoffen mee hoeft te geven.” “De bouwvoor bevat alle be­ nodigde voedingselementen,” weet Westers. “Bij voldoende variatie in teelten worden al die verschillende elementen omhoog gehaald en komen via vertering van het loof weer in de bovenste teeltlaag. In de natuur neemt op deze wijze de voeding in de bovenste teeltlaag toe. Dat geldt ook voor spoorelemen­ ten”, verzekert hij. “De plant is niet zo weerloos als we denken. Wij willen dat de natuur het doet: wij beheersen niet, maar beheren.”

MESTLOOS MODEL

die vraag in de gaten met de nitracheck. “Zo houden we zicht op de nawerking van de groen­ bemesters en voorvruchten. Als we verwachten dat een voor­ vrucht te weinig levert, strooien we sporadisch korrels bij. Wel strooien we dan altijd een stukje niet, om te kijken of het ook zonder had gekund, en dat blijkt vaak het geval te zijn. Daarom hebben we het laatste jaar niet meer bijgestrooid.” Die korrels zijn van een klavergewas dat via de drogerij is verwerkt tot korrels. Om voldoende stikstof in de bouwvoor te krijgen, teelt Westers vlinderbloemigen. “Wij telen groenbemesters die stikstof gratis uit de lucht halen, met energie van de zon. Een groenbemester is voor ons daarom net zo belangrijk als een cultuurgewas. Wij geven de teelt daarvan veel aandacht. Meteen na een cultuurgewas proberen wij een ­groenbemester te zaaien om de energie van de zon maximaal te benutten. Groenbemesters zijn onze zonnecollectoren.” 

ZONNECOLLECTOR

Peen heeft voor zijn groei niet echt veel stikstof nodig. Zodra de peen echter flink uitgroeit, neemt de vraag naar stikstof wel sterk toe. Westers houdt

Hakselaar

Na een peenteelt wil Westers ook nog graag een groenbemester zaaien, maar dat lukt niet altijd. Eerst moet hij het peenloof egaal over de toplaag verspreiden. Hij zou daarom graag zien dat een constructiebedrijf een hakselaar op de klembandrooier ontwikkelt. “Achter een versnipperaar op het rooielement zou je direct de groenbemester kunnen zaaien. Dat past goed in onze filosofie om met zo weinig mogelijk bewerkingen toch een goed resultaat te halen. Nu moeten we na het rooien nogal wat moeite doen om het loof netjes over het perceel te verdelen. En regent het, dan duurt het verhipt lang voordat je de groenbemester kunt zaaien, plus dat je onder plukken loof een anaerobe vertering krijgt. Ook voor boeren die ploegen zijn die loofplukken lastig, dus ook voor hen zou zo’n versnipperaar uitkomst bieden.”

25


D

at peen lekker is als tussendoortje wordt steeds bekender bij consumenten, weet ook Johan Voragen, Bejo’s vertegenwoordiger in Noordoost Nederland/IJssel­ meerpolders. “Telers richten hun teelt er speciaal op in. Het marktvolume is er groot genoeg voor. De tijd dat er alleen over­ gebleven ondermaatse waspeen deze markt in ging, ligt echt ver achter ons.” De markt voor snackpeen is volgens Voragen grofweg in drie productvormen te verdelen: onbewerkte of licht geschrapte hele worteltjes, gepolijste balletjes en gepolijste snackstukjes. Voor het hele

26

worteltje is waspeen geëigend. Gepolijste worteltjes worden gemaakt uit waspeen en Impe­ rators.

WASPEEN

Van alle waspeen is zo’n 200 hectare bestemd voor het snacksegment. Een uniforme maatsortering is cruciaal. Voragen legt uit dat 60 tot 70 procent van het geoogste product de maatsortering moet hebben die de afnemer wenst. ”Telers kiezen hybriden van het type Amsterdamse Bak of ­rassen die een combinatie zijn van Amsterdamse Bak en Nan­ tes types. De rassen moeten bij de hoge zaaidichtheid van meer

dan vijf miljoen zaden per hectare genoeg lengte maken. Het is de kunst ervoor te zorgen dat afwijkende maten niet te grof of te fijn zijn. Alle maten moeten worden verkocht om de teelt te laten renderen.”

IMPERATOR

Waar waspeen altijd aan de basis staat van een onbewerkt snackpeentje, ligt dit bij het geschrapte en gepolijste product minder voor de hand. In de helft van de gevallen zijn Imperators het halffabricaat. Deze superlange en slanke peen is bij ­uitstek geschikt voor verwerking tot snackstukjes. Dat doen ze in de Verenigde


WORTEL MAGAZINE

SNACKPEEN

HET SNACKSEGMENT IS VOLWASSEN Smaak bepalend voor succes Een kleine tien procent van het Nederlandse peen-areaal bereikt als snackpeen de consument. Telers stemmen hun teelt speciaal af op het snacksegment. En of ze kiezen voor waspeen of Imperators: de smaak moet hoe dan ook goed zijn.

Staten al sinds jaar en dag. Sterker nog: Imperator is daar het meest geteelde type. In Nederland hebben twee grote bedrijven zich in de teelt ervan gespecialiseerd. De hoofdras­ sen in hun teeltplan hebben Amerikaans bloed. “Voor Ame­ rikaanse worteltelers is er geen noodzaak om te bewaren, dus is daar ook nooit op geselecteerd. Dat heeft Bejo wel gedaan. Ook na lange bewaring behouden onze rassen een goede smaak,” verklaart Voragen.

SMAAK

Daarmee heeft hij de succesfac­ tor voor snackpeen genoemd: smaak. Zonder goede smaak

geen herhalingsaankopen. Dus heeft Bejo daar in haar verede­ ling extra aandacht voor. Zowel in Imperators als in waspeen. Wie denkt dat veredelaars een worteltje even snel proeven tij­ dens een veldbeoordeling, heeft het volgens Voragen mis. “We zetten daarvoor professionele smaakpanels in van Wagenin­ gen Universiteit. Ze testen zeer uitvoerig en onderscheiden zelfs verschillende aroma’s. De markt kan er zeker van zijn dat al onze nieuwe snackpeenintroducties uitgebreid zijn getest op smaak.” 

Een sappige of juist stevige bite? Waspeen heeft een sappige bite, Imperator een stevige. De kleur van Imperators is intenser dan van waspeen.

27


Snackstukjes en balletjes

Snackstukjes worden geschrapt en gepolijst uit wortelbrokken van 6 cm. Voor balletjes volstaan brokken van 3 cm met een grotere diameter. Voor beide doeleinden worden waspeen en Imperators gebruikt.

De hele wortel

Hiervoor wordt uitsluitend waspeen gebruikt. Nadat het loof is verwijderd, wordt het product gewassen en soms licht geschrapt.

Over de grens

In Scandinavië lopen ze voorop in snackpeen. De onbewerkte hele worteltjes zijn veruit het meest in trek. Consumenten geven een mooie meerprijs voor product dat goed smaakt, heel uniform is en mooi ­gepresenteerd wordt. Dit motiveert telers om niet alleen in kilo’s te denken, maar juist extra te investeren in strakke maatsortering. Ze gebruiken rassen die uitblinken in smaak, sorteren heel nauw en laten de peen niet te ver doorgroeien. Er wordt ook uit bewaring geleverd. Het vroege product komt uit Zuid-Europa. Ook in Engeland is er een groeiende belangstelling voor peen als gezond tussendoortje.

28


PEEN

WORTEL MAGAZINE

PEEN IN DE SPOTLIGHTS

IN DE SPOTLIGHTS

Heeft u het gezien? De aflevering van Klokhuis die volledig in het teken stond van wortelen? Presentator Maurice komt over de vloer bij Hollandteelt en Bejo Zaden. Hij vertelt boeiend over de wortelteelt van zaadje tot oogst. Natuurlijk mag Willem van Oranje dan niet ontbreken! Geen idee waarom? Bij Klokhuis weten ze het wel. Kijk de uitzending maar terug. Ook een hoofdrol voor peen in de RTL Nieuws reportage over de groei en bloei van de zaadveredelingssector. U kunt de uitzending terugkijken op de website van RTL Nieuws, waar het filmpje begint met een close-up weergave van? Juist: peen!

RTL PEEN

KLOKHUIS

29


MIDDELLANDSE ZEE

WORTEL MAGAZINE

WORTELTEELT IN MIDDELLANDSE ZEEGEBIED GROEIT

EXPORTEREN IS NOG LASTIG Wortelen zijn een belangrijke en groeiende teelt in de landen rond de Middellandse Zee. Met name IsraĂŤl, Marokko en Algerije hebben de laatste tien jaar een flinke groei doorgemaakt.

30


WORTEL MAGAZINE

MIDDELLANDSE ZEE

Productie van wortelen (ton) Land

2000

2012

Marokko

200.000

430.000

Algerije

150.000

350.000

Israël

100.000

300.000

Egypte

130.000

300.000

Tunesië

40.000

60.000

Libië

25.000

35.000

400.000

500.000

Nederland

D

e meeste zuidelijke landen produceren hoofdzakelijk voor de interne markt. Israël is daarop een uitzon­ dering. Dit land bouwt aan een steeds stevigere exportpositie. Voor alle landen geldt dat de kwaliteit van het product toeneemt. Telers investeren in betere teelttechnieken en in moderne hybride rassen, die aangepast zijn aan de lokale omstandigheden. Israël is ook op het gebied van kwaliteit koploper en heeft bovendien een vrij omvangrijke biologische teelt. De beste kwaliteit peen gaat weg voor export. Rusland is de grootste afnemer.

Van de Noord-Afrikaanse landen is Marokko de grootste producent. De Marokkaanse overheid heeft een stimule­ ringsprogramma opgezet, dat de agrarische sector op een hoger plan moet brengen. Een belangrijk aandachtspunt hierin is een efficiënter gebruik van het schaarse water. Via drup­ pelirrigatie, precisiezaai en het gebruik van hybride rassen is zowel de productie als kwaliteit van de wortelen in snel tempo toegenomen. Tot dusver neemt de interne markt dit extra aan­ bod op. Exporteren is nog lastig. De logistieke keten is er niet op ingericht en het handels­ kanaal is erg gefragmenteerd. Zonder een meer betrouwbaar en traceerbaar aanbod, zal de uitvoer niet snel groeien. Ook Algerije heeft de wortel­ teelt in de afgelopen tien jaar flink opgeschaald. Net als Marokko produceert het land vooral voor de interne markt. De teelt is er echter minder professioneel. Algerije is een groot olieproducerend land en

de prioriteit van de regering ligt vooral bij die sector. Toch wordt verwacht dat het land, net als de omringende landen, een inhaalslag zal gaan maken. Of dat ook zal leiden tot export, is afwachten. De landen van ­Noord-Afrika ontwikkelen zich snel. De gemiddelde economische groei lag in de afgelopen tien jaar rond de 5%, in Marokko zelfs 6%. De middenklasse groeit snel en dat betekent dat meer mensen meer geld te ­besteden hebben. Zij kopen vaker groenten en ­verwachten een betere kwaliteit. ­Supermarkten spelen hierop in en vragen meer uniformiteit, kwaliteit, een betrouwbare aanvoer en een traceerbaar product. Deze beweging leidt op zijn beurt weer tot een ­professionalisering van de teelt en een verdere ontwikkeling van de handelsketen. 

31


FOTO Gele peen is in toenemende mate terug te vinden in het winkelschap.

WORTELEN: BRON VAN GEZONDE STOFFEN

HET GAAT OM DE INHOUD! 32


WORTEL MAGAZINE NITRAAT

W

ortelen bevat­ ten stoffen die bijdragen aan de gezondheid en waar de voe­ dingsindustrie baat bij heeft. Onderzoekers van Bejo meten daarom voor alle wortelras­ sen hoe rijk ze zijn aan deze stoffen.

DROGE STOF

Een belangrijk criterium voor het drogen en vriesdrogen. Iedere procent extra droge stof betekent een procent minder volumeverlies. Zo heb je minder product nodig en blijven de energiekosten beperkt.

Wortel is een ­nitraatarme groente. Dat is gunstig. Wanneer je groenten bewaart, bereidt of eet, wordt nitraat namelijk gedeeltelijk omgezet in nitriet, dat omgevormd kan worden in kankerverwekkende nitrosaminen. Het risico hierop is groter wanneer ­nitraatrijke groenten gegeten worden samen met vis, schaal- en schelpdieren (uitgezonderd zalm en makreel). Het advies is ook om nitraatrijke groenten met mate te eten. Ook teeltwijze, grondsoort en bemesting beïnvloeden het nitraatgehalte. Zo kan het voor­ komen dat het nitraatgehalte van één en hetzelfde ras bij twee verschillende telers met een factor twee verschilt. Als wortel van nature nitraatarm is, waarom meet Bejo dan toch haar rassen? Vooral de makers van babyvoeding, waarvoor wor­ tel een belangrijk ingrediënt is, willen dit weten. Zij zoeken altijd naar de laagste nitraatgehaltes in hun basismateriaal.

SAP

INHOUDSSTOFFEN

zet ze om in vitamine A en dat is goed voor de ogen, het haar, de luchtpijp en tand- en longweefsel. Ook beschermt vitamine A de huid en draagt het bij aan het afweer- en immuunsysteem. Een tekort eraan kan ­huidproblemen, dof haar, nachtblindheid en zelfs blindheid veroorzaken.

LUTEÏNE

Zit in geel pigment. Naast de functie van antioxidant, werkt het als UV-filter in het oog. Luteïne komt niet alleen in gele, maar ook in oranje wortelen voor. Gele wortelen hebben niet per definitie een extra hoog gehalte aan luteïne. Om een peen geel te laten kleuren, moeten alpha- en beta-caroteen afwezig zijn.

Fabrikanten van wortelsap heb­ ben - niet verwonderlijk - een voorkeur voor rassen die veel sap geven. Bejo’s onderzoekers bepalen het sapgehalte per kilogram wortelen.

LYCOPEEN

BRIX

ANTHOCYANEN

Het suikergehalte van peen wordt gemeten in brix. Het wordt gedefinieerd als het ­aantal gram sucrose in 100 gram oplossing. Een hoog suikergehalte betekent niet automatisch dat de wortel goed smaakt. Daar hebben nog veel meer stoffen invloed op, maar zoete wortels hebben in het algemeen wel een hoger ­suikergehalte. Bovendien is er een verband tussen het brix-getal en de hoeveelheid droge stof.

Zit in rood pigment. Deze caro­ tenoïde is vooral bekend van de tomaat en watermeloen. Het zit ook in rode peen. Het werkt ook als antioxidant.

CAROTENOÏDEN

Ze zorgen voor de oranje, gele en rode kleur van wortelen. Het zijn antioxidanten: stoffen die vrije radicalen neutraliseren. Daarmee kunnen ze bescha­ digingen van weefsels helpen voorkomen. In wortel komen met name alpha- en beta-caroteen, luteïne en lycopeen voor.

ALPHA- EN BETACAROTEEN

Komen voor in paarse wortelen. Afhankelijk van de zuurgraad geven ze een rode, blauwe of paarse kleur. Ze behoren tot de flavonoïden en hebben een sterke antioxidant werking. Er is twijfel of deze werking behou­ den blijft na vertering omdat ze dan snel afbreken en uitschei­ den. Anthocyanen zijn waterop­ losbaar. Daarom verkleurt het kookwater bij groenten die er rijk aan zijn. 

Door deze carotenen kleuren wortelen oranje. Het lichaam

33


P

een volgt de tradi­ tionele weg van de voedingsketen. De snelweg waarover het efficiënt en in hoog tempo naar retailers gaat. Ideaal om grote groepen con­ sumenten te bereiken met een uniform bulkproduct in grote volumes. Veel minder geschikt om een onderscheidend product naar de consument te brengen.

NIET ALLEDAAGS

Ondernemers in de wortelsector die de consument willen verrassen met niet alledaagse wortelen slaan daarom zijwegen in. Een netwerk van smallere paden brengt hen vaak bij de horeca. Chefs zijn immers

34

dol op bijzondere groenten. Via de horeca raken consumenten bekend met bijvoorbeeld paarse peen, zoals Purple Haze.

SAMENWERKEN

Maar hoe weet een chef dat er paarse wortelen bestaan? En als hij dat weet, wie kan deze produceren? Om zowel horeca als producent een handje te helpen, promoot Bejo haar bijzondere wortelrassen actief richting chefs en verbindt zij te­ lers aan horecatoeleveranciers. Het doel: de impasse tussen vraag en aanbod doorbreken. Zo vinden Bejo’s paarse en witte wortelen steeds vaker hun weg naar het bord in restaurants. Dit begint klein: vijf kistjes hier en

tien kistjes daar. Nog zo’n niet alledaags ras is Rainbow. Dit ras bestaat uit ver­ schillende kleuren. Pionierende ondernemers zien kansen en brengen Rainbow nu verpakt in een ‘stoomzak’ richting ho­ recagroothandels. Interessant voor restaurants door het rijke

BOVEN Afwijkende kleuren en vormen trekken de aandacht.


WORTEL MAGAZINE

ONDERSCHEIDENDE PRODUCTEN

VERRAS DE CONSUMENT MET ONDERSCHEID

SCOREN MET AFWIJKENDE VORMEN EN KLEUREN

Het is oranje, goed voor de ogen en in de winter heerlijk als hutspot. Zie hier de associatie met peen van de doorsnee consument. Des te groter de uitdaging om met een onderscheidend product succes te boeken. Dat is zeker niet onmogelijk. Het vraagt wel om handelsgeest, samenwerking en goede marketing.

De markt reageert hierop door mini Chantenays aan te bieden. Verder is ook het idee ontstaan om wortelen met een intense kleur, afkomstig van biologi­ sche teelt, per twee of drie op schaaltjes te verpakken. In dit geval het ras Komarno; klaar voor gebruik in de keuken. 

pallet aan kleuren én eenvoudig te bereiden.

KANSRIJK

De interesse van consumenten in seizoensgebonden traditio­ nele groenten groeit. Dit speelt wortelen in de kaart en biedt kansen voor de introductie van specialiteiten. Dat is goed nieuws voor telers die zich pro­ beren te onderscheiden en op zoek zijn naar hogere marges. De durf om klein te beginnen en om samen te werken zijn daar­ bij de sleutels tot succes. Naast gekleurde wortelen, zien we ook mini wortelen verschij­ nen van het type Chantenay. In Engeland heeft onderzoek

Springplank aangetoond dat kinderen de conische wortel als ideale ­wortel zien. Zij leggen waarschijnlijk de associatie met wortelen uit tekenfilms.

Vaak is de horeca een springplank naar een groter publiek. Tien jaar geleden werden de eerste gele wortelen bij restaurants geïntroduceerd. Je komt ze nu bij meerdere supermarkten tegen in voorge­ sneden groentepakketten en in diepvriesproducten.

35


36


WORTEL MAGAZINE

STEGEMAN-HAGEVOORT

FOTO LINKS Van links naar rechts: Bennie en Robert Hagevoort en Gert Stegeman: “Alles moet in het teken staan van lucht in de grond.”

STEGEMAN-HAGEVOORT ONTWIKKELT EIGEN VISIE OP GRONDBEWERKING

“GROND NIET DWINGEN TOT WAT HIJ NIET IS”

S

amenwerkingsver­ band StegemanHagevoort teelt in Bant veel peen op huurpercelen; ook op percelen die minder goed be­ kend staan. Toch weten ze ieder jaar weer prima peen te telen. Hoe doen ze dat toch? “Alles draait om lucht in de grond.” Begin mei is voor samenwer­ kingsverband StegemanHagevoort de tijd voor het zaaien van de bewaarpeen. Dan zaaien ze tot 15 hectare per dag. “Kwestie van doorrij­ den,” merkt Gert Stegeman op. Op ieder zaai-element zit een camera, waarmee de chauffeur goed kan zien of het zaad goed valt. “Op de trekker hoef je niets te doen, dus je kunt gemak­ kelijk een schuin oog op het scherm houden. Je ziet direct of het bakje leeg is, of de vulling niet goed.” Voor Stegeman is

het gebruik van een camera op het zaai-element een logische keuze.

2,5 CENTIMETER

Voordat kan worden gezaaid vindt eigenlijk het meest belangrijke onderdeel van de teelt plaats: de grondbewer­ king. Hun huurpercelen zijn meestal geploegd. Dat is geen probleem. Met de rotorkopeg op brede banden wordt de grond losgemaakt. “Dat doen we altijd bij 4 tot 5 kilometer per uur. Niet sneller, niet langzamer. Je moet de grond niet dwingen tot wat hij niet is. Zitten er nog kluiten in de rug: jammer dan. Daar heeft de peen helemaal geen last van.” Hagevoort: “We denken weleens, ‘dit lijkt helemaal nergens op’. Maar de peen kan daar zomaar de beste zijn. Waar de peen wél moeite mee heeft zijn valse kluiten. Die ontstaan door versmeren.

37


STEGEMAN-HAGEVOORT

Die moet je niet hebben.” Bovenop de ruggen komt de grond mooi fijn te liggen door de grote schijven in de front­ hef, en de Struikfrees achter de trekker op smalle banden. “Die Struikfrees van 3,15 meter breed, daar zijn we helemaal gek van. Bij een frees van 3,10 meter blijft de buitenste rug net wat losser. We praten over 2,5 centimeter extra aan beide zijden, en toch maakt dat een wereld van verschil. Daardoor gaat er precies genoeg grond mee de rug in. Dat gaat gewel­ dig. Wij rooien ook 30 hectare peen in loonwerk. Daar zien we allerlei ruggen en daarmee ook grote verschillen. Met onze uniforme vorm van de rug rooien we onze peen met twee vingers in de neus.”

38

WORTEL MAGAZINE

LUCHT IN DE GROND

Het centrale gegeven bij hun peenteelt is voor StegemanHagevoort: lucht in de grond. Hagevoort herhaalt het regel­ matig: “De grond moet open zijn.” Van een aantal percelen is het percentage afslibbaar 30%. Om die grond open te houden trekt de maatschap gelijktijdig bij het schoffelen achter de trekkerwielen een woelhaak door de grond, tot 15 centime­ ter diep. “Dat spoortje kun je nu, tegen de oogst, nog zien. Zo’n spoortje maken deden we vroeger al in de witlof. Trek je het wielspoor niet open dan weet je zeker dat er water in blijft staan. Het eerste regen­ water moet direct weg kunnen. Blijft er meteen al water tussen de ruggen staan, dan wordt

dat steeds meer en meer.” Schoffelen is heel belangrijk, benadrukt Stegeman. “Je doet het als je nog net niet over het loof rijdt. Soms tref je net voor het schoffelen een dauwige nacht en hangt het loof naar beneden. Ja, dan heb je er wel even de pest in.” “Bij het schoffelen rij je zo hard dat je een mooi laagje losse grond tegen en op de rug veegt.” Belangrijk is wel dat er dan geen onkruid staat. Voor opkomst spuit de maatschap 0,2% Centium. Sencor passen ze niet toe. “Die geeft groeirem­ ming, ook in een lage doserin­ gen systeem.” Na het schoffelen passen ze nog een keer 2,5 liter Boxer toe. “De percelen die rijker aan onkruid zijn, hebben we dan al een keer gedaan met


WORTEL MAGAZINE

de kappenspuit, met 3 liter RoundUp Ultimate per hectare. Daar zit al hechter en olie in en wij voegen nog antidrift toe. Bij het spuiten is met de camera goed te zien of een dop even­ tueel dicht zit.” Dat RoundUp spuiten bevalt ze prima. Dankzij de kappen is er geen sprake van drift. “We doen het ’s morgens als het mooi stil weer is. Als je dan tegen de middag van je trekker stapt, stel je soms wel vast dat het toch ietsje waait, maar het is altijd goed gegaan. Je ziet er nooit enig nadelig effect van.”

STEGEMAN-HAGEVOORT

Geijkt bouwplan

Gert Stegeman, Bennie en zoon Robert Hagevoort telen in een samenwerkingsverband circa 50 hectare peen in een 1 op 6 rotatie. Na aflevering van de peen wordt de opbrengst gemiddeld. Het machinepark hebben ze ook samen. Daarnaast telen ze ieder apart in het voor de NOP geijkte bouwplan van circa 1/3 pootgoed, 1/6 biet, 1/6 tarwe, 1/6 ui en 1/6 wortelen. Liever zouden ze de peen in een 1/8 cyclus telen. “Het is helaas niet anders,” zegt Stegeman. “We gaan dit jaar met dit bouwplan voor de vierde keer rond en het gaat goed. We kunnen er goede kwaliteit mee leveren, en daar draait het allemaal om.”

GEEN STOREND LAAGJE

In de rug mag geen storend laagje zitten waarop de peen stopt in lengtegroei. Hagevoort-Stegeman zaait de peen - naast 10 kilo ­Vydate met 20 liter Powerstart per hectare in de zaaivoor. “Daarvan wordt wel gezegd dat het erg duur is, maar wij hebben er goede ervaringen mee. We doen het al een jaar of negen en we hebben er nooit zoutschade van.” Wel ging het in een proef met Flex Fertilizer een keer fout. “De peen kwam mooi boven, maar na 10 dagen dacht je: ‘wat is er toch aan de hand?’. Het gewas kreeg een rare gloed. Je zag het direct. De wortels zaten toen al tot aan het laagje meststof. Dat laagje was te zout voor de peen. Die groeit dan niet dieper.” Waarmee Hagevoort extra duidelijk maakt dat een goede rug niet alleen bestaat bij de gratie van een goede grond­ behandeling met een goede doorwortelbaarheid. “Maar het is wel de basis: Alles moet in het teken staan van lucht in de grond; bij het maken van de rug, bij het zaaien en bij het schoffelen.” 

39


‘VERS VAN DE BOER’ VAN DE FAMILIE VAN ELVEN

“ONZE AMBITIE IS NIET ZOZEER OM TE GROEIEN” 40


WORTEL MAGAZINE

FAMILIE VAN ELVEN

LINKS Stefaan en Nele van Elven trekken hun eigen pad.

“Blijf jezelf, er zijn anderen genoeg”. Die tekst staat op een foto aan de wand in het kantoor van de firma Van Elven Agra BVBA in het Belgische Veerle-Laakdal. Een toepasselijker tekst is niet te bedenken voor het bedrijf van het echtpaar Stefaan en Nele van Elven-Devoghel, die volledig hun eigen pad trekken.

D

e locatie van het bedrijf alleen al, doet een leek aanvankelijk de wenk­ brauwen optrekken. Het familiebedrijf ligt namelijk in Veerle-Laakdal, onder de rook van Geel, in de provincie Antwerpen. Met de vele zandgronden – en dus verre van ideale teel­ tomstandigheden – is dat niet direct het gebied waar je veel aardappelen en wortelen zou verwachten.

TEELT VOOR DE VRIJE MARKT

“Een terechte constatering,” zegt Stefaan van Elven. Maar de familie Van Elven teelt dan ook zo’n zestig kilometer zuidoostwaarts, in Has­ pengouw, de streek waar de taalgrens dwars doorheen loopt en die heel vruchtbare en vaak zelfs nog maagdelijke leemgronden kent. Dat maakt het gebied bij uitstek geschikt voor de teelt van gewassen die in de bewaring gaan, zoals ook wortelen. Die groeien er langzaam, maar stabiel tot een product van hoge kwaliteit en een intense kleur en smaak.

Dat doet zij vooral op onderbuikgevoel, heel puur, maar op zo’n kundige manier tegelijker­ tijd dat een gediplomeerd marketeer daar nog wat van kan leren. Zo heeft de familie in 2007 de bekende Belgische kunstenaar en media­ figuur Herr Seele in de armen genomen om de aardappelen in de schappen een onder­ scheidend gezicht te kunnen geven. Kleurrijk, kunstzinnig bijna zelfs, met gevoel en respect bovendien voor de afkomst van het product. En ook nog eens met succes, want ‘de aardappelen van Van Elven’ zijn een begrip in grote delen van Vlaanderen. In de wortelen hebben Stefaan en Nele daarin inmiddels ook de eerste stappen gezet. ‘Vers van de boer’ heet het label dat zij hebben gecreëerd. Dat is geen trucje. Geen doortrapte reclame. Dat is echt. Authentiek. En de consu­ ment ziet dat en waardeert dat.

“Mijn ouders zijn begin jaren tachtig in dit ge­ bied gaan telen, omdat ze juist daar de ruimte hadden om hun landbouwbedrijf uit te breiden. Ik kon later mee in het bedrijf stappen, zolang ik zelf kon zorgen dat ik daar een extra inkomen uit kon halen. Daarop heb ik de handel opge­ pakt en uitgebreid.”

Verhuizen naar het teeltgebied is inmiddels geen optie meer. De firma Van Elven Agra BVBA heeft haar afzet strak georganiseerd. Lokaal (met een eigen boerderijwinkel in aardappelen, wortelen, uien en appels aan huis), regionaal en zelfs landelijk. En opnieuw blijkt het citaat aan de muur niet geheel willekeurig gekozen. Blijf jezelf, er zijn anderen genoeg: de familie teelt uitsluitend voor de vrije markt.

41


FAMILIE VAN ELVEN

WORTEL MAGAZINE

TEELT OP RUGGEN

Laten we ons voor dit artikel even richten op de wortelen: de familie Van Elven teelt zo’n 20 hectare. In eerste instantie teelde de familie de wortelen als contractteelt, maar omdat het de faciliteiten in spoelen en bewaren toch had, heeft zij op een gegeven moment ook de bewaring, verpakking en ver­ koop in eigen handen genomen. De klantengroep is heel divers; dit zijn zowel spoelbedrijven en groothandels als winkeliers.

42

Ook in het telen trekt ­Stefaan zijn eigen pad: “Zodra de grond uit de winter komt en de struc­ tuur goed is, strooi ik een blend van 250 eenheden patentkali, 70 eenheden fosfor en 60 eenhe­ den stikstof over het land. Met de rotorkopeg en rol maak ik een vast zaaibed. Op die manier houden we zoveel mogelijk vocht in de grond vast, wat het latere kiemproces ten goede komt. Ik strooi ook 2 ton kalk over het land om de PH in de bovenlaag op niveau te houden. Dan heb je minder

risico op korstvorming tussen zaai en opkomst. Zodra het weer het vervolgens toelaat, zo’n 4 tot 6 weken later, trek ik ruggen en zaai ik de peen in één werkgang.” Het zaaien en rooien besteedt Stefaan volledig uit. Alleen de gewasbehandelingen houdt hij in eigen hand: “Als ik ook dat uitbesteed, raak ik het gevoel met mijn gewas kwijt. Ik wil met eigen ogen zien wat er op het land gebeurt en daar vervolgens op eigen verantwoording naar


WORTEL MAGAZINE

kunnen handelen; zo snel als het mij goed dunkt.”

DE TOEKOMST

FOTO Stefaan van Elven (L) en Koen Verbruggen van Bejo Belgium (R)

Kijkend naar de toekomst, ziet het echtpaar Van Elven het are­ aal voorlopig niet groeien. “Dat is in ieder geval geen doel op zich. Enkel als we de ‘vrije af­ zetgarantie’ blijven hebben, zien we een toename van het areaal. We maken nu de keten een stuk korter en dragen er ons steentje aan bij dat de consument weer meer gevoel krijgt bij waar zijn eten vandaan komt. Juist daar is in toenemende mate behoefte aan, want in België komt steeds

FAMILIE VAN ELVEN

meer aandacht voor lokale pro­ ducten met een goed en eerlijk verhaal.” Het aanbod uitbreiden met ­extra producten is vooralsnog ook niet aan de orde. “We willen ons nog verder specialiseren in teelt en afzet van de wortelen en aardappelen. Nu nog beste­ den we bijvoorbeeld het verpak­ ken van de consumptiewortelen uit. Dat zouden we zelf kunnen gaan doen. Onze ambitie is niet zozeer om te groeien, maar om meer waarde uit de teelt te halen. En inderdaad: om lekker onszelf te blijven …” 

43


SEYDALAND

WORTEL MAGAZINE

IN HET HART VAN DE NIEUWE DEELSTATEN - SEYDALAND VEREINIGTE AGRARBETRIEBE

EEN VEELZIJDIGE AGRARISCHE ONDERNEMING STELT ZICH VOOR

G

ezien door Neder­ landse ogen kan je het Duitse land­ bouwbedrijf Seydaland gerust een gigant noemen. Want bij deze onderneming - die doet aan akkerbouw, landbouw en veeteelt - kunnen ze zonder blikken of blozen zeggen dat de 280 hectare peen slechts een zeer bescheiden deel is van het totale bouwplan. Het bedrijf beheert in totaal maar liefst 8400 hectare landbouwgrond. Aan ruimte is gelukkig geen gebrek in de Fläming-streek ten zuidwesten van Berlijn. Het heuvelachtig landschap wordt overheerst door grote opper­ vlaktes akker- en weideland­ schap afgewisseld met bossen. Je vind er duizenden hectares aan velden voor land- en akker­ bouw.

VEELEISEND

Die ruimte maakt de streek niet automatisch tot een droomge­ bied voor groenteteelt. Daar­ voor zijn de teeltomstandighe­ den niet toereikend genoeg. De Fläming kent vrijwel uitsluitend zandgronden (25 bodempunten) en de meeste velden zijn niet vrij van stenen. Er valt boven­ dien weinig neerslag: in het hele teeltseizoen gemiddeld slechts 300 millimeter (525 over het hele jaar). Veeleisende omstandigheden dus. Maar bij

44


WORTEL MAGAZINE

SEYDALAND

Een veelzijdig bedrijf Seydaland Vereinigte Agrarbetriebe GmbH werd in 1992 ­opgericht uit LPG Pflanzenproduk­ tion ‘Wilhelm Pieck’ en LPG Tierproduktion ‘Karl Marx’. Van de totale agrarische oppervlak­ te van 8420 hectare is 5800 hectare bestemd voor akkerbouw. Op ongeveer de helft van dit akkerbouwland worden granen verbouwd en een derde is bestemd voor mais. Van de 280 hectare wortelen is 30 hectare biologisch. Seydaland is ook een erkend veeteeltbedrijf dat melk levert en varkens houdt. De mais vindt zijn weg naar de zes biogasinstallaties die het bedrijf zelf runt. Sabine Mühlbach is de bedrijfsleidster en Udo Bergholz is verantwoordelijk voor gewasbescherming, bemesting en groenteteelt. Het bedrijf ligt ten zuidwesten van Berlijn, aan de rand van de Fläming.

Seydaland staan ze door jaren­ lange ervaring niet snel meer voor verrassingen. Ze kennen de wortelteelt door en door en weten welke rassen goed uit de verf komen. Er zijn er al velen getest en inmiddels vertrouwt het bedrijf op een vaste kern aan variëteiten. Voor Seydaland zijn een goede doorkleuring, gladde huid, goede gezondheid en hoge opbrengst zeer belang­ rijk. De Bejo-rassen voldoen op betrouwbare wijze aan deze eisen. Voor levering aan de sapindustrie zijn ook smaak en inhoudstoffen zeer belangrijk. Schotresistentie en ongevoelig­ heid voor splijten zijn voorwaar­ den voor hoge opbrengsten van de beste kwaliteit.

SCHIJVEN, BLOKJES EN SAP

Seydaland’s belangrijkste afne­ mers zijn diepvriezer ELBTAL Tiefkühlkost in Lommatzsch en sappenproducent Dohrn & Timm in Diedersdorf. De focus ligt bij ELBTAL op schijvenpeen van het Nantes-type. Voor deze markt teelt Seydaland al jaren de rassen Napa, Nagadir en Negovia. Voor het sapsegment zijn Berlikumer en Flakkese types het meest geschikt en is er in het teeltschema plaats voor Kingston en Komarno. Van de 13.000 ton door Seydaland geproduceerde oranje wortelen, wordt zo’n 60%

verwerkt tot schijven, 30% tot blokjes en de resterende 10% is bestemd voor sap. Dit jaar leverde Seydaland ook 1500 ton gele peen, dat vrijwel geheel werd verwerkt tot diepgevroren schijfjes.

transport. Door het koppen gaat ongeveer 15 tot 20% van de op­ brengst verloren. Die opbrengst is bij schijfwortelen 45 tot 60 ton per hectare. Bij wortelen voor blokjes ligt de opbrengst hoger: 70 tot 100 ton per hectare.

DE TEELT

TOEKOMST

In de herfst wordt de grond met een dieptecultivator bewerkt tot 35 cm diepte. In het voorjaar is het zaak de grond te ontstenen om daarna met een drierij-ige frees bedden te maken. Op elk bed staan vier rijen en iedere rij bestaat weer uit drie rijen. De zaaidichtheid van Nantes-typen ligt tussen de 2 en 2,2 miljoen zaden per hectare en bij wortelen voor blokjes op 800.000 zaden. De toediening van NPK-meststoffen voor opkomst is gebaseerd op een ­bodemanalyse. De ­Nmin-analyse is de basis voor de stikstofbemesting die ligt tussen de 70 en 110 kg/ha. Om goede ­opbrengsten te garanderen zijn ­aanvullende watergiften van 150 tot 200 mm noodzakelijk. Gewasbescher­ ming gebeurt overeenkomstig het waarschuwingssysteem van de voorlichtingsdienst.

In de visie van Seydaland blijft hun areaal wortelen de komende jaren stabiel. Ook de teelt van biologische peen houdt de onderneming al 10 jaar constant. Gele wortelen zijn vorig jaar aan het assortiment toegevoegd. 

Een zelfrijdende oogstmachine van Dewulf wordt ingezet om te rooien. Elk bed wordt gekopt, gerooid en vervolgens van de bunker overgeladen op het

45


VERKOOPTEAM

WORTEL MAGAZINE

Verkoopteam Benelux Verkoopleider Benelux

6

Perry Kuilboer M 06 51 440527 E p.kuilboer@bejo.nl

Noordwest Nederland

1

West België Dirk Vanparys M 0475 781527 E dirk.vanparys@bejo.be

7

Joris Ursem M 06 51 794575 E j.ursem@bejo.nl

Oost België Koen Verbruggen M 0495 537280 E koen.verbruggen@bejo.be

Zuidwest Nederland

2

Rob van den Bos M 06 53 427746 E r.vandenbos@bejo.nl

4

WARMENHUIZEN

Midden-Zuid Nederland

3

1

Pascal Staaks M 06 10 941722 E p.staaks@bejo.nl

Noordoost Nederland, IJsselmeerpolders

4

5

2

SINT KATELIJNE WAVER

3

Johan Voragen M 06 51 794687 E j.voragen@bejo.nl

6 Zuidoost Nederland

5

Maurice Deben M 06 53 562715 E m.deben@bejo.nl

46

7


BEJO ZADEN B.V. Postbus 50 1749 ZH Warmenhuizen Nederland T: (+31)226-396162 F: (+31)226-393504 E: bejonl@bejo.nl W: www.bejo.nl

BEJO ZADEN BELGIUM B.V.B.A. Berkenhoekstraat 6 2861 O.L.V. Waver BelgiĂŤ T: (+32)15 - 207771 / 207603 F: (+32)15 - 209940 E: info@bejo.be W: www.bejo.be

Bejo-Wortelmagazine 2014