Page 1

DUCAL 60

Beste Frans / Charles, dames en heren, Men vraagt mij een laudatio, maar er is een probleem: eigenlijk zijn wij vijanden, Ducal en ik. In 1990 al, in zijn essay De belangrijkheid van de poëzie, schreef hij het: ' De weerloosheid tegenover recensenten vind ik erger dan de weerloosheid als examinandus tegenover middeleeuwse proffen.' Die vijandschap heeft niets persoonlijks. Zij komt voort uit een kernaspect van het dichterschap van Charles Ducal: de moeilijke relatie tussen poëzie en werkelijkheid. Van meet af aan stond die verhouding op scherp. De hele bundel Het huwelijk (1987) was een ontkenning van de werkelijkheid en een poging om door middel van taal en verbeelding een alternatief te creëren. 'Hij schrijft. Verder zijn er geen plichten.' luidt het daar over de dichter. Het was een harde, soms brutale en schokkende manier om de 'angsten, vernederingen, kwetsuren, ongelukken, mislukkingen en verliefdheden van mijn voorbije leven' te vangen in de noodzakelijke vorm van de woorden in het gedicht. Macht verwerven, daar ging het om: overwinning op de kwetsende, beknottende en bestraffende blik van alle familiale en maatschappelijke vaders. Die weerwraak was geslaagd. Na het drieluik Het huwelijk, De hertog en ik (1989) en Moedertaal (1994) was het angstige kind Frans Dumortier definitief veranderd in Charles Ducal, een klinkende naam in de literaire wereld. En zeer terecht. Zij het dat in de perceptie van veel lezers de klemtoon wat te eenzijdig viel op de psychische en autobiografische dimensie van dit dichterschap en te weinig op de poëtische. Te weinig op wat deze poëzie écht groot maakt: de bezwerende toon van beelden en formuleringen, de exactheid van het onzegbare. Maar als Ducal was hij niet alleen dichter geworden als de maker van gedichten, maar ook een personage in de literaire wereld. Waar hij zich in zijn gedichten juist los had geschreven van de vaders, de goden en demonen uit het persoonlijke leven, daar schiep hij er zich door te dichten nieuwe: 'Want zie, nauwelijks heeft de dichter enig succes geproefd of daar staat een nieuwe buitenwereld klaar om hem te wegen, te schatten en te oordelen.' En zo werden wij dus, zonder het te willen, vijanden. Onmacht, verlangen naar macht, ijdelheid, maar vooral eerlijkheid tegenover zichzelf en tegenover de taal hebben hem in de loop van de jaren '90 eerst in een impasse gestort maar er


nadien ook uit bevrijd. De diagnose stelde hij in het door zijn eerlijkheid soms onthutsende essay 'De valse wimpers van de muze', de genezing begon met de bundel Naar de aarde, die in datzelfde jaar 1998 verscheen. Met een ongekende walg en afkeer spreekt hij er over het dichterschap, dat het werkelijke leven vernietigt. Zo is het tweeluik 'Tot de vrouw' niet minder dan een smeekbede om van het schrijven verlost te worden: 'Krab de glans van mijn ziel. Schrap de vrouw van papier die ik opschrijf om mij te bezitten. Veeg de inkt van mijn lippen. Wek vijandschap tussen mij en mijn poëzie.' Hij heeft geschreven, zoals het luidt in de slotreeks 'De hand', terwijl buiten de wereld waaide en steentjes wierp tegen het raam. Die wereld, niet enkel die van de vrouw maar ook die van de sociale en politieke werkelijkheid, eist nu zijn rechten op en breekt als een vloedgolf zijn poëzie binnen:
 Van levend water stroomt de stad vol. Bevrijd uit benauwende kamers, weggevloeid uit fabrieken, kantoren en studiezalen, zoekt het zijn bedding, de straat. Het is ondiep, maar breed en onstuitbaar ruimt het de baan voor de duizenden zonder naam die de stad op hun ruggen dragen. En dat gaat zo maar door in een poëtisch sociaal visioen, zoals dat bij ons sinds Gorter niet meer vertoond is. Het is een nieuw begin. Moeizaam nog, want het duurt acht jaar voor er een nieuwe bundel verschijnt In inkt gewassen (2006). Niet enkel vinden ik en werkelijkheid er een evenwicht. Belangrijker is dat de taal, bevrijd uit het keurslijf van het narcistische spiegelbeeld, nu vrijer gaat zingen. Schuchter nog, maar toch: zingen in de plaats van zwoegen. Uitdrukkelijker nog in de recentste bundel, die niet toevallig Toegedekt met een liedje (2009) heet .


Hier bereikt Ducal wat hij de lezer voorhoudt in zijn recente gedichtendagessay Alle poëzie dateert van vandaag: 'Een dichtershart bloedt niet als hij een gedicht over zijn dode moeder voorleest. Het bloedt als hij merkt dat er in regel zeven een overbodig adjectief staat.' Of aanschouwelijker nog, wanneer hij het heeft over zijn groeiende fascinatie voor enkele schijnbaar ontoegankelijke gedichten van Lucebert, een dichter met wie hij op het eerste gezicht niets gemeen heeft: 'het gedicht had al mijn weerstand afgebroken, ik vond het een zaligheid het in de mond te hebben. Het zong mijn wrevel om de onbegrijpelijkheid gewoon weg. Ik was het geleidelijk gaan ervaren als iets af, onwrikbaar af, zoals een wijsje, een magische formule of een gebed.' Ik geloof dat wij daardoor toch nog vrienden worden en het ook altijd geweest zijn. Want het is niet nieuw. Vanaf het moment dat Ducal schreef heeft hij zich al schrijvende boven zijn thematiek geplaatst, boven al het persoonlijke dat hem aanzette tot schrijven. Niet zijn trauma's, niet zijn macht of onmacht maar zijn verzen hebben ons tot vrienden gemaakt. Binnen een strak keurslijf zongen de woorden er zich los van hun betekenis. Dat was al zo in zijn debuut en dat is, in een wat andere toonaard, ook zo in het latere werk. Ik blader graag in de mooie verzamelbundel. Op haast elke bladzijde word ik dan getroffen door beelden, losse verzen, formuleringen, waar zo'n kracht van uitgaat dat zij zich vasthaken, dat ze werelden doen vermoeden die ik niet kan benoemen, maar waarvan ik weet dat ze juist zijn. En ik weet niet waarom. Ik weet het wel: het is, dames en heren, beste Frans, omdat het poëzie is. Taal die niets uitdrukt of verwoordt maar des te meer oproept. Wie dat kan, iedere keer weer, die is een ware dichter, een groot dichter.

Charles Ducal 60 - laudatio Hugo Brems  

lofrede van Hugo Brems ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van Charles Ducal.

Charles Ducal 60 - laudatio Hugo Brems  

lofrede van Hugo Brems ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van Charles Ducal.

Advertisement