Page 1

Financiële sector staat diep in het krijt bij de samenleving - Kees Vendrik

Geld& Dienstverlening Zo kan het ook!

nummer 3 / voorjaar 2011 / € 12,50

THEMA VERRIJKING Ewald Engelen

Politici lopen aan de leiband van bankiers

Reportage

De onstuitbare opmars van crowdfunding

Het Gouden Ei

Coco-Mat: verdienen met duurzaamheid

Mark Anielski

Blauwdruk voor het meten van echte welvaart

Wetenschapper

Rick van der Ploeg

// De multinational als sekstoerist //

Hét platform voor de nieuwe financiële wereld Een uitgave van VVP en Banking Review


www.hypotheekshop.nl/plaats

Word 贸贸k franchisenemer bij De Hypotheekshop

Winnaar Financial Marketing Award 2010 Sluit u vandaag nog aan bij de koploper in de markt De Hypotheekshop heeft de toonaangevende Financial Marketing Award 2010 gewonnen. Dat hebben we vooral bereikt omdat we al twee jaar geleden zijn gestart met de invoering van een provisievrije beloningsstructuur. Onze organisatie is daar inmiddels volledig op ingericht en heeft nu een aanzienlijke voorsprong in de markt. Als nieuwe franchisenemer kunt ook 煤 van deze voorsprong profiteren. Groei mee met De Hypotheekshop en bel vandaag nog met Patrick de Vries via 06 - 2126 4607.

De Hypotheekshop Centrale Organisatie B.V. A. de Waalstraat 2a, 1272 CB Huizen, (035) 523 25 00 www.hypotheekshop.nl


Geld& Dienstverlening

nr. 3

8

20

26

Financiële sector staat diep in het krijt

Land van overvloed en onbehagen

Economie vanuit het hart

Ex-politicus Kees Vendrik

32

Politiek econoom Rick van der Ploeg

Gelukseconoom Mark Anielski

35

38

Je levenspad en je ethiek zijn één

Verdienen met duurzaamheid

Bankier Evert Nater

Ethicus Rinus van Warven

42

50

52

Vanuit liefde in beweging

Te weinig tijd voor echte literatuur

Politici lopen aan leiband bankiers

Zingeving op de Zuidas

Life planner Gisela Jansen

Politicus Wouter Koolmees

Ondernemer Paul Efmorfides

Hoogleraar Ewald Engelen

nr. 3 / Thema Verrijking

3


New Financial Forum Het platform voor iedereen die werkt aan een gezonde en gerespecteerde financiële sector Het New Financial Forum is hét platform voor financiële dienstverleners die samen willen bouwen aan de nieuwe financiële wereld. Het New Financial Forum is een initiatief van VVP Weekblad voor financiële dienstverleners en Geld & Dienstverlening, Zo kan het ook! Op 29 september a.s. halen we de Canadees Lance inspirators ter wereld, exclusief naar Nederland.

Secretan, een van de invloedrijkste business

Met zijn visie is hij inmiddels over de hele wereld beroemd. Secretan gaat alleen voor aantoonbare resultaten. Bedrijven die met Secretan in zee gaan, bereiken in vier jaar tijd de volgende doelstellingen: • Verdubbeling van de loyaliteit van klanten • Verdubbeling van het vakmanschap, de gedrevenheid en betrokkenheid van medewerkers • Verdubbeling van de financiële resultaten Tot de klanten van Secretan behoren grote ondernemingen, waaronder dertig van Fortune’s Most Admired Companies en elf van Fortune’s Best Companies to work for in America. Moed, authenticiteit, dienstbaarheid, eerlijkheid, liefde en effectiviteit zijn voor Lance Secretan belangrijke bouwstenen voor een succesvolle organisatie. Secretan weet waar hij het over heeft. Als CEO van Manpower Ltd wist hij dit bedrijf, vrijwel uit het niets, op te bouwen tot een wereldwijd concern met 72.000 medewerkers. Hij behaalde zijn doctorsgraad aan de London School of Economics en kreeg verschillende prijzen toegekend, waaronder de prestigieuze International Caring Award, die vaak als Amerikaanse equivalent van de Nobelprijs wordt beschouwd. Moeder Theresa en Jane Goodall ontvingen eveneens deze prijs.

Wilt u meebouwen aan de nieuwe financiële wereld?

newfinancial forum.nl

Laat het ons zo snel mogelijk weten. Bel voor inhoudelijke vragen over de inhoud van het programma en de verdere mogelijkheden met Willem Vreeswijk (010-4274191) en voor overige vragen met Petra Hesselink (010-4274153).


inhoud

Column

Interview

Rubriek

13 Regulering verrijkt

8 Financiële sector staat diep in het krijt bij de samenleving

18 Best Practice

Jaap van Ginneken

Kees Vendrik

25 Verrijking voor de

20 Multinationals vervolgen

boardroom

als sekstoeristen

Nicolette Loonen

Rick van der Ploeg

57 Stoppen met zoeken

32 Zingeving op de Zuidas

Dominique Haijtema

Evert Nater

42 Vanuit liefde in beweging Chris Das en Gisela Jansen

Essay

Ozewald Wanrooij

30 Productanalyse Jan Donselaar

38 Het gouden ei

Paul Efmorfides, Coco-Mat

46 Need to read Dominique Haijtema

48 De toekomst aan het woord Anne Leenstra

26 Genuine wealth accounting

50 De boekenkast van… Wouter Koolmees

Mark Anielski

Reportage

35 Voor wie loop jij hier?

14 De onstuitbare opmars

Rinus van Warven

van crowdfunding

Paul van den Bogaard

52 Angst, chantage en

verleiding in de financiële sector

Ewald Engelen

Geld&Dienstverlening Zo kan het ook!

uitgever Rinus Vissers (010) 4274110 hoofdredacteur Willem Vreeswijk (010) 4274191, w.vreeswijk@nijgh.nl eindredacteur Lennart Kik (010) 4274161, l.kik@nijgh.nl redactie Toon Berendsen (010) 4274185, t.berendsen@nijgh.nl

Hét platform voor de nieuwe financiële wereld

secretariaat Dora Pompe (010) 4274160, d.pompe@nijgh.nl account management Petra Hesselink (010) 4274153, p.hesselink@nijgh.nl Silvia van Staveren (010) 4274115, s.van.staveren@nijgh.nl mediaorder Carola Sjoukes, (010) 4274141, mediaorder@nijgh.nl

Paul van den Bogaard (010) 4274162, abonnementenadministratie Tini van Schijndel, Paulien Roos p.van.den.bogaard@nijgh.nl (010) 4274173, abo@nijgh.nl

abonnementsprijs 2011 jaarabonnement (4 nummers) E 45,00 excl. btw, losse nummers E 12,50 excl. btw medewerkers Jan Donselaar, Pepijn Dros, Ewald Engelen, Jaap van Ginneken, Dominique Haijtema, Nicolette Loonen, Christine Strik, Ivo Valkenburg, Ozewald Wanrooij, Rinus van Warven fotografie Frits de Beer, Erik van der Burgt, Jiri Büller, Merlijn Doomernik, TopShots basisontwerp en vormgeving Studio 3017

uitgave van Nijgh Periodieken Postbus 122, 3100 AC Schiedam drukwerk DeltaHage reproductie Overname van artikelen en foto’s is slechts mogelijk na schriftelijke toestemming van de uitgever. Deze derde editie van Geld & Dienstverlening, Zo kan het ook! verschijnt als speciale uitgave van VVP Weekblad voor financiële dienstverleners.

nr. 3 / Thema Verrijking

5


Verzekeren volgens

Samen sta je sterker Sommige schades zijn te groot om in je eentje te kunnen betalen. Daarom was er ooit een groepje boeren dat samen geld in een pot stopte, om zo de grote risico’s te delen. Wie niks uit de pot nodig had, kreeg weer geld terug. Dat doen wij ook.

En geld dat overblijft geven

Samen stoppen we dus geld

we weer terug aan u

in een pot

Door weinig schade te claimen en

Omdat we alles online doen, goede

preventieve maatregelen te treffen, kunt

partners hebben ingeschakeld en ons

u ieder jaar geld terugkrijgen via de

schadeproces hebben geautomatiseerd,

InShared Jaarbeloning. Hoe minder

kunnen we niet alleen sneller, maar

schade we met z’n allen maken, hoe

ook goedkoper werken. Vandaar dat

hoger de Jaarbeloning uitpakt.

InShared een van de laagste premies van Nederland heeft.

Een pot voor uw schade en onze vaste kosten InShared is er niet voor iedereen. Wij verzekeren alleen mensen die bewust in het leven staan en er alles aan doen om schade te voorkomen. Zo werkt u niet alleen mee aan een veiliger omgeving, maar blijft er ook geld over in ‘de pot’. Als enige verzekeraar in Nederland laten we u elk kwartaal precies zien wat er aan premies binnenkomt en wat er daadwerkelijk aan schade wordt uitgekeerd.

we all benefit Kijk wat u kunt besparen op inshared.nl een initiatief van


voorwoord

Willem Vreeswijk

Een nieuwe wereld Als we een grote stap willen zetten naar een duurzame economie die dienstbaar is aan medewerkers, klanten en de samenleving, zullen we open moeten staan voor andere inzichten. Vaak wordt de beroemde zin ‘je kunt een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt’ van Albert Einstein aangehaald. Er wordt dan veelal instemmend geknikt en vervolgens gaan we weer over tot de orde van de dag, business-as-usual. De problemen waarmee het bedrijfsleven en de mens te maken hebben, zijn echter zo omvattend dat ‘gewoon doorgaan op dezelfde weg’ geen optie meer is. Of we veranderen onze kijk op het leven en op onszelf fundamenteel óf we gaan ten onder. Een tussenweg is er niet. In het Westen veronderstellen we dat we met behulp van onze ratio alle problemen kunnen begrijpen, ontrafelen en ook weer oplossen. Is dit zo? Beslissingen worden genomen voor wij verstandelijk besluiten nemen en wij zijn ons slechts bewust van 15 tot 20 informatieprikkels per seconde, terwijl ons onderbewuste 11 miljoen prikkels per seconde te verwerken krijgt. In het onderbewuste huizen niet alleen onze gedachten en conditioneringen, maar ook die van onze ouders, voorouders en van alles wat vanaf het begin der tijden ooit heeft geleefd. Onze ratio is slechts het topje van een ijsberg. Heeft onze ratio wel de leiding? We zullen moeten beseffen dat wij deel uitmaken van de natuur; dat een duurzame

Komt een financieel planner bij een advocaat... Een advocaat en zijn vrouw leefden in een mooi, groot huis en hun drie kinderen gingen naar privéscholen van naam en faam. Ze konden zich alles permitteren. De advocaat wilde een financieel advies en raadpleegde een financieel planner. Die vroeg hem na verloop van tijd: “Wat wil je nu echt zelf in je leven?” De advocaat aarzelde, en antwoordde uiteindelijk: “Ik oefen met plezier mijn vak uit en voor een deel wil ik dat ook blijven doen. Maar al van jongs af aan heb ik clown willen zijn. Maar dat kan niet, mijn familie zou dit niet respecteren.” Toch wist de planner de advocaat ervan te overtuigen dat hij zijn wens met het gezin bespreekbaar moest maken. Een tijd later bezocht hij de advocaat weer. De advocaat had zijn gezin geïnformeerd en zei verbaasd te zijn over de reacties. Zijn vrouw was zo blij dat hij zijn diepste wens met haar deelde en was direct bereid kleiner te gaan wonen en eventueel ook weer te gaan werken. Zijn kinderen boden zelf aan naar een andere school te gaan en zeiden hem volledig te ondersteunen. Ook zijn werkgever moedigde hem aan. “Ik werk tegenwoordig drie dagen in de week als advocaat en twee dagen als clown,” zei hij. “Ik ben dolgelukkig.”

economie noodzakelijk is voor onszelf, onze kinderen en kleinkinderen; dat geluk niet hetzelfde is als financiële rijkdom. We moeten ons weer realiseren dat bedrijven bestaan bij de gratie van mensen. We moeten leren delen, voelen dat we niet meer dan een onderdeel zijn van een mooi groot geheel. En we zullen moeten vertrouwen op de intelligentie van ons hart. In het verleden zijn beschavingen ten onder gegaan aan zelfgenoegzaamheid en het onvermogen om te veranderen. Ik ben hoopvol dat onze beschaving wel op tijd wakker wordt. Het bewustzijn dat we een doodlopende weg zijn ingeslagen neemt toe. Voor steeds meer jonge mensen is duurzaam ondernemen geen optie waarmee misschien ook geld is te verdienen, maar een natuurlijke weg. De belangstelling voor spiritualiteit neemt in het Westen enorm toe. De behoefte aan een andere weg is blijkbaar groot. Elk boek of inzicht kan daarbij helpen. Maar uiteindelijk komt het op onszelf aan. Alleen als wijzelf honderd procent verantwoordelijkheid nemen voor alles wat er in ons leven gebeurt, kunnen concrete stappen worden gezet. Bewust worden en veranderen is een innerlijk proces. Hiermee begint alles of eindigt alles. Alle andere verrijking doet er niet wezenlijk toe. nn

Willem Vreeswijk, hoofdredacteur w.vreeswijk@nijgh.nl nr. 3 / Thema Verrijking

7


// Zonder een nieuwe financiĂŤle sector komt de duurzame economie van de toekomst niet van de grond //

8

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!


interview beeld Frits de Beer, tekst Willem Vreeswijk

Financiële sector staat diep in het krijt bij de samenleving “Vraag je niet af wat de wereld voor jou kan betekenen, maar wat jij voor de wereld kunt betekenen. Die vraag – vrij vertaald naar Kennedy – zou in het DNA van elke financiële dienstverlener moeten zitten. Na alles wat er is gebeurd, heeft de financiële sector de morele plicht zich maximaal dienstbaar aan de samenleving te maken.”

Kees Vendrik, die vorig jaar afscheid nam als Tweede Kamerlid voor GroenLinks, heeft nog niets van zijn gedrevenheid verloren. Wel viel het vertrek hem zwaar. De blues van het afscheid, noemt hij het zelf. ”Ik heb mijn werk met ongelooflijk veel plezier en passie gedaan. Dan valt een vertrek uit de politiek zwaar, ook al weet je dat het een juiste beslissing was.” Hij kijkt terug op spannende coalitiebesprekingen voor een Paars-Groen kabinet tussen VVD, PvdA, GroenLinks en D66. “Stel dat het was gelukt. Dan hadden we met Rutte als premier, die een sterk communicator is, wel de grote vraagstukken kunnen oppakken. Nu blijven de noodzakelijke hervormingen uit en gaat het over hard rijden en hoofddoekjes.”

Raison d’être Ongetwijfeld had de financiële sector met een PaarsGroen kabinet ook nadrukkelijker onder het vergrootglas gelegen. “Het enige goede van de kredietcrisis is dat het de financiële sector keihard met de neus op de feiten heeft gedrukt”, zegt Vendrik. “Door de crisis komt er eindelijk ruimte om na te denken

over de eigenlijke bestaansreden van de sector. De sector is vergeten dat ze een publiek belang dient en dienstbaar behoort te zijn aan de samenleving. Decennia lang stond in toenemende mate het eigen belang centraal. Men was vooral met zichzelf bezig en zo ontstond er een systeem zonder maatschappelijke ankers met dubieuze innovaties waar geen klant op zat te wachten en met exorbitante beloningen. De binding met de reële economie viel weg en iedere mate van bescheidenheid werd de sector vreemd. “De discussie dient echter breder gevoerd te worden. Het gaat niet alleen om de hervorming van het financiële systeem zelf, maar om veel meer dan dat. Naast een financiële crisis, is er sprake een water-, voedsel-, grondstoffen-, energie- en klimaatcrisis. Niemand kan hier zijn ogen voor sluiten. Er is een nieuwe economie nodig, een economie met werkelijk maatschappelijk verantwoord ondernemen als fundament. Dat is een zware opgave waar zowel politiek, bedrijfsleven als burgers hun steentje aan moeten bijdragen. “De vraagstukken zijn zo omvangrijk, zo omvattend dat er ook moedeloosheid en zelfs apathie kan ontstaan. Daarom is het zo belangrijk welk signaal nr. 3 / Thema Verrijking

9


Kees Vendrik Kees Vendrik studeerde politicologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en aan de Universiteit van Amsterdam. In 1988 ging hij werken voor de PSP en een jaar later werd hij sociaal-economisch beleidsmedewerker voor GroenLinks. Van 1993 tot 1998 was hij chef politieke programmering van ‘De Balie’ in Amsterdam en van 1998 tot 2010 lid van de Tweede Kamer voor GroenLinks. Vendrik was onder meer woordvoerder op het gebied van financiën, belastingen, economische zaken, milieu, zorg, hoger onderwijs, ontwikkelingssamenwerking en energiebeleid. Vanaf 2006 was hij tevens vice-fractievoorzitter. Hij liet zich kennen als een bevlogen idealist met kennis van feiten, een combinatie die voor veel mensen niet snel met elkaar te rijmen is. Vendrik werd door voor- en tegenstanders geroemd om zijn debatteervaardigheden en financiële kennis. Hij kreeg eind jaren negentig van VVD-

10

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!

coryfeeën Gerrit Zalm en Annemarie Jorritsma complimenten voor zijn gedegen financiële onderbouwing van het gedachtegoed van GroenLinks. Complimenten die hij niet altijd kreeg van zijn eigen partij, want Vendrik rekende ook door wat een extraatje voor de minima precies kostte. In 1998 publiceerde hij het boek De prijs van de euro, over de financiële gevolgen van de invoering van de euro. In januari van dit jaar gaf hij zijn visie in het VPROprogramma Tegenlicht met als titel: 2011: het jaar dat de euro valt. Voor De Groene Amsterdammer schrijft hij sinds zijn vertrek uit de Tweede Kamer columns over de instabiliteit op de financiële markten en over het wankele bestaan van de euro. Op 25 januari 2011 schreef hij bijvoorbeeld: “Na de hoogtijdagen van High Finance toen banken als private winstmachines werden gerund, wordt het tijd voor een oefening in Slow Finance waarin de dienstbaarheid van

de financiële sector aan de economie van alledag weer centraal staat. Een heidens karwei, maar er zit in het belang van ons allen weinig anders op.” Sinds zijn afscheid is hij betrokken gebleven bij GroenLinks. Hij zit in de Raad van Toezicht van de grootste Utrechtse koepel van scholen (PCOU/Willibrord), is voorzitter van de Raad van Toezicht van Stichting Democratie en Media en is commissaris bij de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (Nationale Hypotheek Garantie). Tevens is hij onbetaald bestuurslid van Wij willen zon, een stichting zonder winstoogmerk en opgericht door Urgenda en De Betere Wereld. Door bij Chinese bedrijven grote hoeveelheden zonnepanelen te kopen, kan een scherpe prijs worden bedongen. Ambitie is om nog dit jaar 50.000 panelen te plaatsen. Onlangs is Vendrik voorgedragen als lid van het College van de Algemene Rekenkamer te Den Haag. nn


interview

de politiek afgeeft. In de politieke arena wordt de toon gezet. En dan is het wel erg triest te constateren dat het huidige kabinet cruciale issues mijdt en zich vooral buigt over vraagstukken als het verhogen van de maximum snelheid op een aantal autowegen en het al dan niet toestaan van het dragen van hoofddoekjes. Ook het bedrijfsleven kan veel meer betekenen, met name de financiële sector zou de grote issues prominenter op de agenda kunnen zetten en zou ook zelf een duurzamer beleid moeten voeren. Op een paar koplopers als ASN, Triodos en voor een deel Rabobank na loopt de sector op het gebied van duurzaamheid juist achter. Men is nog altijd bezig om de klassieke rendementsdoel-stellingen te behalen. Dat kan echt niet meer. Die game is over.”

Morele plicht Volgens Vendrik is de uitspraak die John F. Kennedy vijftig jaar geleden deed bij zijn aantreden als president van de Verenigde Staten de essentie waar de financiële sector voor zou moeten staan. Kennedy zei: ‘Vraag je niet af wat het land voor jou kan betekenen, maar wat jij voor je land kan betekenen.’ Met deze woorden sloeg hij in tijden van crisis (Koude Oorlog, angst voor nucleaire vernietiging) een nieuwe koers in. “Financiële dienstverleners moeten dit in hun DNA krijgen. Dat vraagt om bezieling ten einde een wezenlijke rol in de samenleving te vervullen. Zonder een nieuwe financiële sector komt de duurzame economie van de toekomst niet van de grond. De financiële sector is dit ook verplicht aan de samenleving. Zij zullen zich diep bewust moeten zijn van hun bijzondere positie. Zij zijn de enige sector die met geld van de belastingbetaler noodgedwongen overeind is gehouden, ook al was er sprake van wanbeleid dat heeft geleid tot een wereldwijde crisis. “Met miljarden euro’s zijn deze instellingen gered. De gewone bevolking bwgrijpt dit niet goed. Als hun bedrijf failliet gaat, staan ze op straat en krijgen ze hooguit een bescheiden uitkering. Daarom hecht ik aan het principe van de wederkerigheid: bij zo’n grootschalige en bijzondere reddingsoperatie behoort ook een bijzondere inspanning van de sector om deze ‘schuld’ terug te betalen en zich dienstbaar aan de samenleving op te stellen. Tot nu toe is dit goeddeels uitgebleven en spreken sommige bankiers alweer van business-as-usual. Zij zullen echter tot op het bot moeten beseffen dat zij diep in het krijt staan bij de samenleving.“ Vendrik ziet wel een lichtpuntje. “Na het ontstaan van de financiële crisis staat er langzaam maar zeker

een nieuwe groep leiders op die wel degelijk een andere toon aanslaat en in de directiekamers ook duurzaamheid op de agenda durft te zetten. De houding is aan het veranderen. Zij begrijpen de boodschap wel degelijk en beseffen ook daadwerkelijk dat consumenten van financiële instellingen verwachten dat zij een bijdrage aan duurzaamheid leveren.” Volgens Vendrik hoeft het ook niet zo heel moeilijk te zijn. “Duurzaamheid is een kwestie van doen. Begin praktisch, zoals enkele banken al doen. Stel in je kredietbeleid eisen aan vermindering van CO2-uitstoot, stel eisen aan het bedrijfsbeleid op het brede gebied van duurzaamheid, vraag om verantwoording ten aanzien van de keten waarin bedrijven actief zijn. Stop met kredieten aan de oude economie. Leg de lat hoog en doe jezelf

// Het wordt tijd voor een oefening in Slow Finance waarin de dienstbaarheid van de financiële sector weer centraal staat // en je klanten pijn. Op de korte termijn verlies je misschien klanten, maar op de lange termijn draag je bij aan een betere wereld, zonder dat je winstgevendheid er echt onder hoeft te lijden. ASN en Triodos hebben aangetoond dat een duurzaam beleid ook rendabel kan zijn. Zij behalen groeicijfers van Chinese proporties.”

Politieke krachtenbundeling De mate van welvaart van een land wordt momenteel gemeten aan de hand van de hoogte van het Bruto Nationaal Product. Alles wat een prijs heeft en wordt geproduceerd en geconsumeerd, wordt opgeteld. Dat leidt tot een vreemde som: hoe meer mensen in een ziekenhuis liggen en naar de psychiater gaan of hoe meer milieurampen er zijn, hoe hoger het BNP. Over welzijn zegt het BNP echter niets. Wordt het niet tijd om een ander model in te voeren, een model waarin bijvoorbeeld ook schone lucht, duurzaamheid, het welzijn van mensen wordt meegewogen? “Het is onterecht dat de oude maatstaf voor welvaart is verabsoluteerd. Dat is ook nooit nr. 3 / Thema Verrijking

11


de bedoeling geweest. De politiek en maatschappij zijn met het begrip aan de haal gegaan, maar het BNP was ooit alleen bedoeld om de productie in een land te meten. Niet meer en niet minder. Overigens is dat al jaren een discussiepunt en hebben onderzoekers gekeken of er niet een cijfer te vinden is dat welvaart en welzijn van huidige en toekomstige generaties integreert. Dat is nog niet gelukt, maar de kritiek op het eenzijdig gebruik van het BNP staat als een huis. Zelfs Sarkozy heeft dat begrepen en top-economen als Amartya Sen en Joseph Stiglitz gevraagd om met een geïntegreerde benadering van welvaart en welzijn te komen, zodat de overheid daarop kan sturen. “Ook de Nederlandse overheid hanteert nu verschillende indicatoren die gezamenlijk aangeven hoe de vlag er in een samenleving voor staat. Naast het BNP zijn dit onder meer het niveau van CO2-uitstoot, inkomensgelijkheid, arbeidsparticipatie en sociale uitgaven. Dat heeft er echter niet toe geleid dat de almacht van het BNP voldoende is genuanceerd. Vaak worden voorstellen van politieke partijen afgerekend op hun bijdrage aan de groei van het BNP. Meer nuance kost teveel ruimte in de krant. Dat is jammer, want zo gaat veel inzicht verloren. “Of je nu het juiste cijfer hebt of niet, alles valt of staat met de politieke bereidheid om een beleid uit te stippelen dat daadwerkelijk is gericht op een duurzame samenleving. Helaas is dat nu niet het geval. Alleen de staatsschuld dicteert het beleid van de overheid en dit belet dat het kabinet breder kijkt en andere richtingen durft in te slaan. Maar elke samenleving krijgt het kabinet dat het verdient.” “Bovendien, en dan steek ik de hand in eigen boezem, hebben de progressieve partijen het gewoon niet goed gedaan. In vergelijking met de vorige Tweede Kamerverkiezingen in 2007 hebben deze partijen in juni 2010 slechts vier zetels ingeleverd, en behaalde GroenLinks een winst van drie zetels. Maar dat neemt niet weg dat we het in zijn geheel niet goed hebben gedaan. Ik ben er een groot

LEIDRAAD VOOR DUURZAAM BANKIEREN

• duurzaamheid is een kwestie van doen • begin praktisch • stel in je kredietbeleid eisen aan vermindering van CO2-uitstoot • stel eisen aan het bedrijfsbeleid op het brede gebied van duurzaamheid • vraag om verantwoording ten aanzien van de keten waarin bedrijven actief zijn • stop met kredieten aan de oude economie • leg de lat hoog en doe jezelf en je klanten pijn

12

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!

voorstander van dat PvdA, D66 en GroenLinks diepgaand gaan samenwerken. Juist op het gebied van duurzaamheid is er veel overeenstemming. Juist omdat dit voor de hele samenleving zo’n cruciaal issue is, zul je je minder moeten vastbijten in de verschillen die er natuurlijk ook zijn, maar zul je gezamenlijk een krachtig appel op de Nederlander moeten doen om te kiezen voor duurzaamheid. We bereiken meer als we de krachten bundelen.”

Hardnekkige misverstanden Volgens Vendrik is het daarbij ook van groot belang dat de kloof tussen overheid en kiezer wordt gedicht. “In de samenleving leeft een aantal hardnekkige misverstanden. Zo is er een onuitroeibaar geloof dat de samenleving ieder jaar onveiliger wordt, terwijl het tegendeel waar is. Het andere misverstand gaat over de integratie, alsof mensen van buiten Nederland niet zouden willen integreren in de Nederlandse samenleving. Dit terwijl de integratie al lang een feit is. Zie hoe goed studenten van buitenlandse afkomst presteren op scholen en universiteiten. Slechts een klein groepje houdt er uiterst dubieuze opvattingen op na en gebruikt het geloof als strijdwapen. Dat de Islam een gewelddadige godsdienst is, is ook aantoonbaar niet waar. Maar het doet er niet eens toe of het waar is of niet, veel mensen geloven dat het zo is en op dit gevoel speelt Wilders handig in. Dat gevoel van onrust en onveiligheid in de samenleving moet beter begrepen worden. “Misschien speelt het volgende: aan de ene kant merken mensen steeds nadrukkelijker dat zij hun lot niet meer in eigen handen hebben. Door de globalisering kiezen bedrijven er bijvoorbeeld voor om hun productie in China onder te brengen en dat betekent dat een Nederlandse werknemer, die altijd hard heeft gewerkt en zijn baan als zinvol heeft beschouwd, op straat komt te staan. Hij wordt een speelbal van krachten die niet zijn te beïnvloeden. Wat moet je als postbode met de mededeling dat je je baan verliest als gevolg van de marktwerking. “Aan de andere kant roept de overheid sinds de neo-liberalisering in de jaren tachtig dat de burger het vooral zelf maar moet uitzoeken. Dat is een rare boodschap. Van een overheid mag je juist verwachten dat het onzekerheden probeert te verminderen, uitlegt waar het kan bijstaan en hoe ze denkt bepaalde problemen op te lossen. Door als belangrijkste boodschap ‘we zijn er niet, zoek het zelf maar uit’ te ventileren, creëer je een vruchtbare bodem voor het gevoel van onveiligheid en onrust en dit kabinet is dit alleen maar verder aan het voeden.” nn


column beeld Jiri Büller

Jaap van Ginneken

Regulering verrijkt Wat werkt beter? Het pure AngloAmerikaanse laissez faire aandeelhouderskapitalisme, of het iets meer gereguleerde Europees continentale stakeholdersmodel? Het eerste werkte misschien beter op de korte termijn, maar het laatste veeleer op de lange termijn. Aldus een goed gedocumenteerd en prikkelend nieuw boek. De crisis was het gevolg van het blinde geloof in het neoliberale ‘vrije markt’ fundamentalisme, gepredikt door de Amerikaanse economiehoogleraar Milton Friedman en zijn (universiteit van) Chicago boys. Ze had makkelijk kunnen worden voorkomen door een beetje voorzichtiger beleid, aldus diens Koreaans-Britse tegenstrever Ha-Joon Chang van de Cambridge universiteit. In de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk is de afgelopen decennia namelijk een extreme scheefgroei ontstaan, die contraproductief werkt. Directeuren worden er bijvoorbeeld door ruime opties verleid om te streven naar kunstmatige koerswinst voor de aandeelhouders alléén; de degelijkheid van bedrijven wordt daardoor aangetast. De bedrijfstop verdient nu in de VS driehonderd maal zoveel als een gemiddelde werknemer. Dat was 45 jaar geleden nog maar dertig maal zo veel, zo rekent Chang voor. Het is verder helemaal niet waar dat die rijkdom naar beneden doorsijpelt

Jaap van Ginneken is media- en massapsycholoog

(‘trickle down’). Het uurloon van de gemiddelde werknemer is namelijk in al die tijd na inflatiecorrectie... vrijwel gelijk gebleven! Alleen doordat meer vrouwen zijn gaan werken, is het gezinsinkomen verruimd.

boek van Chang. Het is onder meer een wijdverbreide mythe dat het Amerikaanse systeem beter werkt dan het Europese. Alleen de alledaagse dienstverlening is er iets goedkoper.

Meer nog dan de directeuren zijn de kapitaalbezitters in de laatste decennia snel rijker geworden. De top 1 procent

Het inkomen in de meeste Scandinavische verzorgingsstaten is daarentegen wezenlijk hoger. Bovendien hebben mensen daar een

// De Oost-Aziatische draken en tijgers zijn dankzij hun regulerende industriepolitiek de winnaars van nu // trekt nu een ruim twee maal zo groot deel van het nationaal inkomen in de VS naar zich toe, de top 0,1 procent zelfs ruim drie maal zo veel. Er viel namelijk sneller geld te verdienen met flitskapitaal en speculeren in derivaten dan met echt productieve investeringen. De financiële economie in de wereld is zo inmiddels vier maal zo groot geworden als de reële economie. Het huidige ‘herstel’ van de groei schept bovendien opvallend weinig banen. Zo zijn er nog 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme, aldus de titel van het

betere gezondheid en minder misdaad, zijn ze minder overwerkt en veel gelukkiger. Het is zelfs een mythe dat een puur vrije markt in ontwikkelingslanden de snelste groei oplevert. De Oost-Aziatische draken en tijgers (zoals ook Zuid Korea) hebben allemaal een sterk regulerende industriepolitiek gevoerd – vaak tegen het advies van IMF en Wereldbank in – en zijn nu de grote winnaars. De overheid moet dus niet terughoudender, maar juist actiever worden, zo concludeert hij. Iets om over na te denken. nn nr. 3 / Thema Verrijking

13


reportage Tekst Paul van den Bogaard, beeld Topshots

De onstuitbare opmars van crowdfunding Door zijn sympathisanten naast hun stem ook om een kleine financiële bijdrage te vragen, zette Barack Obama in 2008 een nieuw wapen in voor de financiering van zijn verkiezingscampagne: crowdfunding. 2011 belooft het jaar van de waarheid te worden voor deze combinatie van social media en financiering die ook in Nederland in opmars is.

Op dit moment telt ons land tenminste zes initiatieven die zich in verschillende stadia van ontwikkeling bevinden. Op specifieke doelgroepen gerichte platforms als Sellaband en TenPages zijn er al wat langer en hebben hun succes inmiddels bewezen, maar de muziek- en literatuurliefhebbers die hier een investering doen worden enkel beloond met een wederdienst of product. Ook sites voor peer-to-peer-lending zoals – het overigens mislukte – Boober hebben raakvlakken met crowdfunding, al zijn er ook grote verschillen. Crowdfund platforms voor startende ondernemers waren er tot nu toe niet. Op de valreep van 2010 ging CrowdAboutNow hiermee als eerste van start. In februari dook WeKomenErWel op en in het tweede kwartaal verwacht SymBid de markt te betreden. Niet lang daarna zal ook Sprowd zijn entree maken. ABN Amro kondigde vorig jaar zomer al aan van start te gaan met Seeds.nl. De lancering is echter voorlopig uitgesteld. Wat al deze nieuwe initiatieven gemeen hebben is dat ze bedoeld zijn voor ondernemers. Het idee is dat investeerders binnen een bepaalde termijn hun geld weer terug kunnen zien en er in een aantal gevallen zelfs een aardig rendement mee kunnen behalen. Tot nu toe was een incentive als een gratis exemplaar van het eerste boek, een cd of een waardebon het enige dat een investering opleverde bij crowdfunding. Een platform als WeKomenErWel spreekt daarom liever van crowdfinancing om het onderscheid aan 14

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!

te geven. Een meer gangbare term is Equity Based Crowdfunding. Dit als tegenpool van de incentive based variant of het sponsorship.

Pitchen Het idee achter crowdfunding is dat een internetplatform bijvoorbeeld een startende ondernemer de mogelijkheid biedt om zijn of haar idee te pitchen. Mensen die daar in geloven kunnen er vervolgens op een veilige manier vanaf enkele tientjes in het idee investeren. De bedragen waar ondernemers funding voor zoeken kunnen bij de verschillende platforms variëren van enkele duizenden euro’s tot 2,5 miljoen euro. In het geval van CrowdAboutNow is er geen minimum. Naast de financiering is het marketing aspect bij crowdfunding minstens zo belangrijk. De investeerders – ook wel followers of believers genoemd – kunnen zelf bijdragen aan het succes van de onderneming door hun sociale netwerk op de hoogte te brengen en hen te bewegen ook te investeren of in een later stadium producten af te nemen. Crowdfunding wordt als een sympathiek fenomeen gezien omdat het van beide kanten gaat om relatief lage bedragen. Hierdoor kan in principe iedereen investeren en kan ook iedereen die een goed idee heeft investeerders zoeken en vinden. Daarnaast is de betrokkenheid van een investeerder bij een idee veel groter dan wanneer het via een bank of ander traditioneel kanaal zou gaan.

Equity Gap Vrijwel alle bouwers van crowdfund platforms en kenners van het principe zijn het er over eens dat crowdfunding niet de concurrentie met banken aangaat. Het zou juist een goede aanvulling kunnen zijn op bestaande financiering. Pascal Spelier van financieel innovatie weblog Finno volgt het fenomeen al een aantal jaren. Volgens hem zijn er zowel aan de onderkant als aan de bovenkant van de markt wel mogelijkheden om aan een financiering te komen,


Korstiaan Zandvliet: “We hebben onze banen al kunnen opzeggen.”

Governance is de grootste uitdaging Symbid is 2,5 jaar geleden gestart door vier studenten en gaat in het tweede kwartaal van dit jaar live. Op dit platform kun je vanaf 20 euro investeren in startende, maar ook in bestaande bedrijven die op zoek zijn naar een financiering van 20.000 tot 2,5 miljoen euro. Als een bedrijf bij Symbid de status van 100 procent funding heeft bereikt, kunnen ondernemer en investeerders binnen een gesloten internetomgeving met elkaar communiceren. Volgens Korstiaan Zandvliet, een van de initiatiefnemers van het platform, onderscheidt Symbid zich hiermee van andere initiatieven. “Het idee is dat je er als ondernemer niet alleen voor staat. De investeerders zijn vaak ervaren ondernemers die goede tips kunnen geven.” Inmiddels is het platform zelf voldoende gefinancierd zodat de initiatiefnemers hun banen naast Symbid hebben kunnen opzeggen. Er is een aantal grote mediapartijen betrokken waarvan de namen

tot de officiële start onder de pet moeten blijven. “Behalve onder eigen naam gaat Symbid ook met een whitelabel constructie werken waarbij partners onder hun naam onze diensten kunnen aanbieden. Zo kunnen we ook op specifieke doelgroepen targetten. Verder gaan we intensief samenwerken met social media platforms.” In tegenstelling tot Sprowd kiest SymBid er voor om zelf niet te selecteren aan de poort. Investeerders en experts geven op de website hun mening over businessplannen, daarna is het aan de believers zelf of ze willen investeren. Symbid is een equity based platform en rekent voor kapitaal stortingen een fee van 2,5 procent van het totale bedrag. Bij een 100 procent funding wordt 5 procent van de totale investeringssom in rekening gebracht. Volgens Zandvliet is het equity based model het meest geschikt voor ondernemers. Andere vormen passen in zijn ogen beter bij kunstprojecten of

maatschappelijke sponsorships. “Bij peerto-peer-leningen zijn de kapitaalkosten te hoog. Daarnaast is de rentabiliteit op een obligatie te beperkt voor het soort ondernemingen waar wij ons op richten. Ik heb ooit een casus gezien van een ondernemer die 5.000 euro nodig had voor de aanschaf van een espressomachine. Dat deed hij via een obligatielening tegen een verwacht rendement van 15 procent voor de investeerder. Dat lijkt me een erg dure oplossing. Dan kun je dat apparaat nog beter op afbetaling kopen bij Wehkamp.” Zandvliet vermoedt dat er wereldwijd zo’n 250 platforms online zijn. “Veel platforms worstelen met de vraag hoe ze om moeten gaan met governance en compliance. Ook wij zijn een groot deel van onze voorbereidingstijd hiermee bezig geweest. We hebben veel gehad aan de accountants en adviseurs van BDO en onze investeerders van het eerste uur die met ons meedenken.”

nr. 3 / Thema Verrijking

15


Thijs Geerdink: “Onderlinge activering speelt een grote rol bij crowdfunding.”

Sprowd: geen halfbakken introductie Verreweg het meest ambitieuze platform in Nederland is Sprowd. Dit wil meteen vanaf de start ondernemers uit de hele wereld de mogelijkheid bieden hun ideeën te pitchen. Eén van de vier initiatiefnemers van Sprowd is Thijs Geerdink. Naast zijn gewone baan als product manager bij Hyves werkt hij al twee jaar aan het platform dat inmiddels volledig startklaar is. Het vinden van een grote investeerder bepaalt het tijdstip van de lancering. “Als je het doet moet je het meteen groots aanpakken. Anders krijg je een halfbakken introductie en heeft het te weinig kans van slagen. We zijn op dit moment in gesprek met een groot aantal investeerders. Als zij bereid zijn onze lonen door te betalen kunnen we binnen een paar maanden van start gaan. We beschikken al over een ecosysteem aan partners. Daaronder bevinden zich ABN Amro, RBS, BDO, Docdata en Boekx

16

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!

Advocaten. Daarnaast hebben we een adviesraad met een aantal zwaargewichten uit de financiële sector. Dat zij meewerken aan ons idee zegt wel wat over de potentie. Zij geloven in ons idee en zetten zich ook belangeloos in.” Naast de wereldwijde ambities onderscheidt Sprowd zich door de mate van begeleiding en de mogelijkheden die het ondernemers biedt om zich te presenteren. Deze doorlopen een aantal stappen waarmee ze hun businessplan volgens een vast format online kunnen presenteren. Dit maakt het voor investeerders ook makkelijker om verschillende plannen met elkaar te vergelijken. “Wat we doen is het beschikbaar stellen van de tools en de machine waarmee je naast believers ook geld bij elkaar kunt brengen. Voor de investeerders selecteren we op kwaliteit zodat zij met een veilig gevoel in een project kunnen stappen”, aldus Geerdink.

Sprowd gaat gebruik maken van een stichting derden rekening zodat zij zelf niet aan het geld kan komen. Het geld wordt bij Sprowd alleen uitgekeerd wanneer de pitcher een 100 procent funding voor elkaar weet te krijgen. Wanneer de 100 procent niet gehaald wordt, gaan de reeds gedane investeringen terug naar de investeerders. Als de funding rond is, kan de ondernemer ook gebruik maken van het grote aantal partners dat al is aangehaakt voor de begeleiding bij het afhandelen van formaliteiten zoals patenten bijvoorbeeld. “Crowdfunding past bij uitstek bij het idee van een netwerkeconomie die aan het ontstaan is”, zegt Geerdink. “Als 10.000 mensen een tientje inleggen en een financieel belang hebben bij het slagen van jouw dienst of product, kun je samen heel wat voor elkaar krijgen. Het is alleen zaak om zoveel mogelijk mensen te vinden die geloven in je idee.”


reportage

maar gaapt er een gat voor ondernemers met een financieringsbehoefte van tussen de 30.000 en 150.000 euro. Crowdfunding zou bij uitstek geschikt zijn om deze – als ‘Equity Gap’ bekend staande – kloof te dichten, denkt Spelier, die in het dagelijks leven Senior Online Marketeer is bij ABN Amro. “Voor bedragen tot 30.000 euro lukt het vaak wel om bij vrienden en familie aan te kloppen of een persoonlijke lening af te sluiten. Met name onder de 10.000 euro wegen de kosten en de inspanningen niet op tegen de voordelen. Bovendien kan een serieus ondernemer zo’n bedrag ook wel zelf bij elkaar krijgen.” Informal investors of venture capitalists zijn meestal pas geïnteresseerd in investeringen vanaf 150.000 euro. Naast de hoogte van het bedrag zorgt ook het risicoaspect voor een kloof tussen financier en ondernemer. Banken willen zeker sinds de crisis geen risicovolle ondernemingen meer financieren. Innovatieve ideeën stranden daarom nu vaak op de financiering. Spelier: “Juist voor vernieuwende en creatieve ideeën is het moeilijk om een financiering rond te krijgen. Wanneer je een bakkerij wilt beginnen is het voor een bank niet lastig om te beoordelen of het wat gaat worden. Omdat het bij innovatieve zaken met name in de ICTsfeer lastig is in te schatten of deze kans van slagen hebben, wijzen banken een financiering vaak af.” Met crowdfunding kan een ondernemer mensen vinden die het idee snappen en daardoor eerder bereid zullen zijn erin te investeren. De makers van dit soort platforms geloven er heilig in dat er – naast het vullen van een leemte – meer mogelijkheden zijn om de positie van ondernemers te versterken bij hun zoektocht naar startkapitaal. Zo zou het met een paar honderd volgers achter je, die samen al een deel van het benodigde bedrag bijeen brengen, makkelijker kunnen zijn om een bank over de streep te krijgen om het resterende bedrag te financieren.

Toezicht Sprowd, SymBid en Seeds zijn al ruim twee jaar bezig om oplossingen te vinden voor het financieel-juridisch kader. Eén van de prangende vragen is of crowdfunding wel of niet onder de Wft valt – en daarmee het toezicht van AFM en DNB. Volgens de AFM is er bij crowdfunding in principe sprake van het aantrekken van geld door een bedrijf onder particulieren – en daar is een bankvergunning voor nodig. Deze zware vergunningseisen brengen hoge kosten met zich mee die voor een relatief kleinschalig initiatief als crowdfunding niet op te brengen zijn. Voor leenmarktplaats Boober werd destijds een vrijstelling voor een kredietvergunning opgesteld, omdat er sprake was van bemiddeling tussen par

ticulieren. Dit houdt in dat investeerders niet vaker dan honderd keer mogen investeren en in totaal niet meer dan 40.000 euro. Voor het platform zelf geldt dat zij zonder vergunning niet meer dan 200.000 euro per project mag aantrekken. Volgens de AFM wordt ditzelfde uitgangspunt in principe ook gehanteerd bij crowdfunding. Maar omdat er veel onderscheid bestaat tussen de verschillende platforms gaat dit niet altijd op. Zo is het bijvoorbeeld van belang of de investeerder zijn geld alleen uitleent óf er aandelen voor terug krijgt. In het laatste geval valt het platform onder het toezicht van de AFM en moet er een prospectus worden uitgegeven. CrowdAboutNow heeft geen bankvergunning en werkt vanuit het principe van leningen waarbij de ondernemer wel zelf kan bepalen wat het rendement is en wanneer de lening afgelost moet zijn. Daarnaast hoeft CrowdAboutNow naar eigen zeggen niet over een vergunning te beschikken omdat de investeringen worden verzameld in een stichting derdengelden, zodat het platform er zelf niet aan kan komen. Dit is ook de methode die Sprowd gebruikt. Voor zowel investeerder als ondernemer zijn er specifieke risico’s verbonden aan crowdfunding. Zo zal een ondernemer zijn plan online moeten zetten, zodat de hele wereld er naar kan kijken. De kans bestaat dus dat iemand anders met het idee aan de haal gaat. Mede om deze reden heeft Sprowd de hulp ingeroepen van gespecialiseerde advocaten. Zij kunnen de ondernemers adviseren wat hij wel en wat hij beter niet openbaar kan maken over het idee. Daarnaast bekijken de juristen wat er eventueel vastgelegd zou kunnen worden, zodat de kosten daarvan meegenomen kunnen worden in de financieringsaanvraag. Om de investeerders te beschermen ondergaan de starters die gebruik willen maken van Sprowd een strenge audit vooraf en moeten ze daarna vier keer per jaar rapporteren aan de believers die een investering hebben gedaan. Uit een audit kan ook een negatief advies voortkomen, waarna de pitch niet geplaatst wordt. “Met een relatief nieuw initiatief als crowdfunding kun je je geen flaters veroorloven”, zegt Thijs Geerdink, een van de initiatiefnemers van Sprowd. “Eigenlijk ook niet van concurrenten, want dan verliest het publiek zijn vertrouwen en is crowdfunding voor je het weet niet meer mogelijk.” nn

BLOGS OVER CROWDFUNDING

http://crowdfundnews.blogspot.com http://www.finno.nl http://www.smartermoney.nl

nr. 3 / Thema Verrijking

17


Uit de praktijk van een financieel planner

Oordelen komt later wel

Hoe creëer je toegevoegde waarde? Een vraag die bij Neutralis sinds de start in 2000 voorop staat. Sterker nog, een vraag die we onszelf bij ieder gesprek stellen. Een vraag die essentieel is bij de inrichting van iedere onderneming – en helemaal bij het ‘nieuwe adviseren’. Het antwoord hierop is eenvoudig: door niet te oordelen.

Oordelen gaat vanzelf en je kunt het zelfs doen met de beste intenties. Wanneer er een klant bij je komt met een vraagstuk waarvan je er al talloze hebt opgelost, is de neiging groot om dit direct voor de klant te willen oplossen. In dit geval beoordeel je het vraagstuk en geef je een oordeel over de oplossing. Het is de kunst om je hiervan bewust te zijn en om vooral te proberen dit niet te doen. Waarom het niet oordelen essentieel is voor het leveren van echte toegevoegde waarde leg ik uit in dit artikel. Graag neem ik je mee in het vervolg op de casus van Laurens en Sophie die ik heb beschreven in de eerdere uitgaven van Geld & Dienstverlening. De reden dat ze contact met mij hebben opgenomen was hun wens om een bestaande woning met praktijkruimte te kopen. Met een dergelijke vraag zou ik in het verleden direct aan de slag zijn gegaan om te berekenen wat hun mogelijkheden zijn. Inmiddels doe ik dit niet meer, want ik wil eerst inzicht krijgen in het ‘waarom’.

Exploratie Waarom willen Laurens en Sophie deze stap zetten? Om dit te achterhalen stel ik hen de vraag wat deze 18

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!

nieuwe woning voor hen betekent. Volgens Laurens biedt de nieuwe woning meer ruimte voor de kinderen; voor Sophie biedt het de mogelijkheid om er te zijner tijd een kinderdagopvang te beginnen. Ik stel hen daarom de vraag: “Stel dat jullie nu in de nieuwe woning zitten wat betekent meer ruimte dan voor de kinderen?” Hierop antwoordt Sophie dat dan alle drie de kinderen een eigen plekje kunnen hebben. Vervolgens laat ik een stilte vallen. Na enige seconden vult Sophie aan dat ze dit heel belangrijk vindt voor de kinderen, omdat zij vroeger altijd de kamer met haar zus heeft moeten delen en dat ze dat als zeer onprettig heeft ervaren. “Jullie hechten er dus grote waarde aan dat de kinderen een eigen plek hebben?” Hierop wordt bevestigend geantwoord. “Dan is dit iets dat zeker in jullie planning gaat terugkomen”. Hiermee laat ik zien dat ik dit belangrijke punt heb opgemerkt en dat ik er daadwerkelijk rekening mee ga houden. Het tweede punt dat ze aanhaalden in hun antwoord op de vraag wat de woning voor hen betekent was de mogelijkheid om er een kinderdagopvang te beginnen. Ook hier wil ik meer van weten en stel Sophie de vraag wat het voor haar betekent om een eigen kinderdagopvang te beginnen. Sophie antwoordt dat ze al vele jaren als hoofd van een kinderdagopvang werkzaam is en dat ze voor de gehele bedrijfsvoering verantwoordelijk is. Ze vindt dat ze hiervoor onvoldoende gewaardeerd wordt. “Wat ik nu in loondienst doe kan ik ook voor mezelf doen en dan kan ik ook nog meer verdienen”, zegt ze. Tijdens de exploratie probeer ik mijn vraagstelling positief te houden; een reden om niet direct in te gaan op haar gevoel van onderwaardering. Haar opmerking dat ze meer kan gaan verdienen zet me op een ander spoor. Persoonlijk geloof ik dat geld nooit het doel is maar een middel om iets anders te bereiken, dus ook bij Sophie wil ik graag weten wat er nog meer achter zit. Ik stel haar daarom de vraag: “Stel dat je nu je eigen kinderdagopvang hebt, wanneer geeft dat je dan de voldoening die het waard


best practice tekst Ozewald Wanrooij, financial life planner bij Neutralis

maakt om hierin nu te willen investeren?” Hierop antwoordt ze dat ze allereerst het beleid zelf kan bepalen en wijzigingen kan doorvoeren zonder dit met de directeur te moeten overleggen. Op dit moment duurt het allemaal ontzettend lang voordat de directeur een beslissing neemt. Wanneer ze een voorstel doet dat wordt afgewezen, gebeurt dit bovendien zonder opgave van reden. Verder zou ze verantwoordelijk zijn over het personeelsbeleid. Op dit moment zit er een dame die bevriend is met de directeur, die geen enkele afspraak nakomt maar hierop niet wordt aangesproken.

Twijfel over motivatie Met dit antwoord begin ik te twijfelen of de motivatie van Sophie om voor zichzelf te beginnen geboren is uit de wens om echt ondernemer te willen zijn of uit onvrede over de huidige werksituatie. “Hoe zie je jezelf en de kinderdagopvang over enkele jaren”, vraag ik haar. “Ik stel mijzelf als doel een goede naam op te bouwen als kinderdagopvang waar kinderen zich echt thuis voelen. Over enkele jaren zou de kinderdagopvang zo goed moeten lopen dat ik mensen in dienst kan nemen die een deel van mijn werkzaamheden overnemen”, zegt ze.

// Door niet te oordelen word je gedwongen om meer vragen te stellen // Vervolgens stel ik Sophie de vraag wat ze zou doen met de tijd die ze krijgt op het moment dat ze mensen in dienst heeft die een deel van haar werkzaamheden overnemen. Hierop antwoordt Sophie dat ze dan graag meer tijd met de kinderen zou willen doorbrengen. Hierbij straalt ze van top tot teen. Vervolgens kijkt ze weer serieus en zegt: “Ze worden zo snel groot”. “Stel dat geld geen enkele rol zou spelen en dat je voldoende geld hebt om in al je behoeften te voorzien, zowel nu als in de toekomst, zou je dan ook de kinderdagopvang beginnen?”. Dit is één van de vragen die life planners gebruiken om te onderzoeken welke rol geld speelt in het leven van mensen. Sophie antwoordt hierop dat ze dan geen kinderdagopvang zou gaan starten maar alle tijd aan de kinderen zou besteden.

Vervolgens laat ik een stilte vallen om hen de gelegenheid te geven om deze constatering op zich in te laten werken. Na enkele seconden – die als minuten aanvoelen – kijkt Sophie Laurens aan en zegt ze dat ze eigenlijk helemaal geen kinderdagopvang wil beginnen. Voor mij persoonlijk zijn dit het soort momenten die dit vak zo mooi maken en mij het gevoel geven echt iets bij te hebben gedragen. “Hoe zouden jullie het vinden wanneer ik een inzichtplanning opstel op basis van jullie huidige situatie, waarbij we samen gaan bekijken wat de mogelijkheden zijn om de jongens een eigen plek te bieden en waarbij Sophie meer tijd met de kinderen kan doorbrengen?” Hierop antwoordt Laurens dat dit volgens hem is wat ze echt graag willen en Sophie knikt bevestigend.

Inzicht geven Door niet te (be)oordelen word je gedwongen om meer vragen te stellen. Met de juiste vragen kun je achterhalen wat voor de klant echt belangrijk is. Ook mensen die van nature gesloten zijn zullen zich na het stellen van de juiste vragen open geven. Iedereen die voldoening haalt uit het oprecht helpen van zijn of haar klant kan aan de hand van diverse vaardigheden tot veel waardevollere gesprekken komen. Vaak is het geven van inzicht al van grote waarde. Wanneer je de klant vervolgens ook nog kunt helpen met het realiseren van de zaken die voor hem belangrijk zijn is je bijdrage zeker van toegevoegde waarde.

Verrassende wending Benieuwd naar de afloop van het adviestraject? De volgende keer laat ik zien welke verrassende wending dit in het leven van Laurens en Sophie heeft opgeleverd. nn

ADVISERING OP FEEBASIS

Neutralis financial life planners werkt sinds 2000 op feebasis en heeft hier al veel ervaring mee opgedaan. Het Hengelose advieskantoor voert een businessmodel waarbij het klantbelang altijd voorop staat. Dat de transitie van een verdienmodel op provisiebasis naar een verdienmodel op feebasis niet eenvoudig is, heeft Neutralis in de praktijk ervaren. De transitie vraagt niet alleen om een wijziging van de organisatie maar ook van de medewerkers en de manier van omgang met de klanten. Neutralis begeleidt ook collega’s bij deze transitie in de opleiding ‘het nieuwe adviseren’.

nr. 3 / Thema Verrijking

19


20

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!

// Veel grondstofrijke landen verkwanselen hun rijkdom //


interview tekst Lennart Kik, beeld Frits de Beer

De multinational als sekstoerist Sinds enkele jaren kunnen sekstoeristen in Nederland worden veroordeeld voor hun wangedrag in Thailand. Volgens Rick van der Ploeg zou het ook mogelijk moeten zijn om multinationals die zich in Afrika onethisch gedragen bij de winning van grondstoffen in Europa te vervolgen.

bedrijf. Dat is ook iets dat onze politiek treft, daar moeten we iets aan doen. Ik word daar emotioneel van. Ik ben er geweest en ik heb het gezien. Je kunt dat niet juridisch afpingelen en zeggen dat de bal bij een corrupte overheid ligt. Nee, die ligt bij Shell – en daarmee bij de Nederlandse pensioenfondsen en dus bij ons allemaal.”

Vuile olie Van der Ploeg gebruikt deze vergelijking naar aanleiding van zijn onderzoek naar de ‘vloek van de grondstoffen’. Ondanks hun rijkdom aan schaarse grondstoffen als olie en diamanten en zeldzame metalen als coltan, slagen Afrikaanse landen als Angola, Congo en Nigeria er niet in zich aan de armoedeval te ontworstelen. Veel van deze landen worden geteisterd door corruptie en instabiliteit. Bestuurders en ondernemers in deze zwakke staten hebben weinig oog voor goed bestuur en verstandige investeringen, maar des te meer voor het achterover drukken van de miljarden dollars die worden verdiend met de winning van grondstoffen. Westerse multinationals faciliteren het oppompen van olie en het delven van zeldzame metalen, maar knijpen maar al te vaak een oogje dicht als corrupte ambtenaren en bestuurders een groot deel van de opbrengst afromen voor eigen activiteiten. In Nigeria – het bevolkingsrijkste Afrikaanse land – verzaakt de ‘Nederlandse’ multinational Shell haar maatschappelijke verantwoordelijkheid, constateert Van der Ploeg in de lezing ‘De ijsbeer, de olie, de popcorn en de centen’ die hij op 14 december 2009 uitsprak voor de Evert Vermeer Stichting (waarin hij ook inging op de gevolgen van de klimaat-, de voedsel- en de financiële crisis voor ontwikkelingslanden, LK). “Ik ben benieuwd wat mijn oud-collega Wim Kok heeft gedaan in de board van Shell om te zorgen dat Shell niet meer in de Niger-delta 24 uur per dag gas affakkelt”, aldus Van der Ploeg. “Er zijn daar olielekkages, de lokale natuur sterft af en er gaan mensen dood door toedoen van een Nederlands

Mede naar aanleiding van de Zembla-documentaire ‘De vuile olie van Shell’ uit juni 2010 – waar Van der Ploeg aan meewerkte – houdt de Tweede Kamer eind maart een debat over de problemen van Shell in de Niger-delta. “Als de olie niet ten goede komt aan het volk, noem ik dat diefstal”, zegt Van der Ploeg in Zembla. “Shell moet ervoor zorgen dat dezelfde sociale en duurzaamheidsvoorwaarden die in de Botlek gelden ook in Nigeria gelden. Dat gebeurt niet. En het bedrijf komt daar mee weg.” Om multinationals te vervolgen voor hun wangedrag in ontwikkelingslanden moet de Nederlandse wetgeving worden aangepast. De kans dat het kabinet-Rutte wat dit betreft het voortouw zal nemen, acht Van der Ploeg klein. “Shell is al decennialang vergroeid met het politieke establishment en het koningshuis. Politici als Frits Bolkestein en Wouter Bos hebben bij Shell hun sporen verdiend. En binnenkort wordt mijn vriend Dick Benschop (PvdA-staatssecretaris voor Europese zaken in het tweede kabinet-Kok, LK) de hoogste baas van Shell Nederland. Nee, er zal niet veel gebeuren. Nu is de indruk: als Shell even zijn stem verheft, staat gelijk alles in het gareel. Er staan zulke grote belangen op het spel. Tien procent van de winst komt uit Nigeria, dat zullen ze niet snel opgeven. Maar Shell beseft ook dat het niet goed is voor zijn imago. Het bedrijf zal toch moeten proberen hier uit te komen.” Van der Ploeg wil niet de indruk wekken dat hij een persoonlijke vendetta tegen Shell voert. Ook andere olieconcerns als BP en Exxon liggen op dit moment zwaar onder vuur, onder meer door de enorme nr. 3 / Thema Verrijking

21


energieverspilling en milieuvervuiling bij de oliewinning uit teerzanden in Canada en de schaliegaswinning in Amerika.

Grondstoffencharter Aanvankelijk zag het er naar uit dat ontwikkelingslanden de rekening zouden betalen van de internationale financiële crisis. Inmiddels is die verwachting bijgesteld. Door de stijgende prijzen en de stijgende vraag kunnen grondstofrijke landen waarschijnlijk een enorme boom verwachten. Samen met ontwikkelingseconoom Paul Collier (bekend van de boeken The Bottom Billion en The Plundered Planet) heeft het instituut van Van der Ploeg gewerkt aan de ontwikkeling van een grondstoffencharter dat landen kan helpen om de ontginning van hun natuurlijke hulpbronnen goed te beheren. Het werk aan dit Natural Resources Charter werd gesponsord door de George Soros Foundation. Eind oktober 2010 werd het grondstoffencharter gelanceerd op de jaarlijkse bijeenkomst van het IMF en de Wereldbank. Het Charter biedt een informatietool voor de hele beslissingsketen bij de winning van grondstoffen – van hoe je de rechten verkoopt tot hoe je de inkomsten kan investeren. De bedoeling is dat alle grondstofrijke landen lid worden. Van der Ploeg: “Vroeger had je het Earned Income Transparancy Initiative. Dit gaat veel verder. Als boekhoudkundige vergelijkingen niet kloppen, kan je daaruit afleiden hoeveel geld het land heeft verlaten. Met het opstellen van deze berekeningen moet je erg oppassen. Twee jonge mensen die voor ons op pad gingen zijn met de dood bedreigd toen ze in Zambia navraag deden naar de koperinkomsten. Publish what you pump out of the ground, publish what you get and publish how you spend it – dat is de rode draad. Om daar achter te komen moet je een groot aantal vragen stellen: gaat het om een staatsbedrijf of is er sprake van een veiling van licenties voor de ontginning? Wat ga je doen met de opbrengsten: sparen of uitgeven? Ga je sparen in buitenlandse assets of ga je investeren in de eigen economie, waarbij de return veel hoger kan zijn? Laat je de bevolking meedelen in de opbrengsten of gaan deze naar de oligarchen? Door al deze vragen te stellen maken we de plussen en minnen van verschillende opties duidelijk. Je moet niet met het vingertje zwaaien, maar de dilemma’s benoemen. We vertellen lokale journalisten: dit zijn de soort vragen die je moet stellen en dat zijn de antwoorden die je krijgt in verschillende landen. Daarmee kan een kritische massa aan geïnformeerde burgers ontstaan.” “Een politicus uit Ghana zei letterlijk tegen mij: wij willen niet zo worden als Nigeria met z’n corruptie. 22

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!

Politiek econoom

Rick van der Ploeg (54) groeide op in Rotterdam en studeerde in zijn ‘moederland’ Engeland. Na een studie wis- en natuurkunde haalde hij een PhD Economie aan de universiteit van Cambridge. Op 29-jarige leeftijd werd hij benoemd als hoogleraar Kwantitatieve economie aan de Universiteit van Tilburg. In 1991 volgde een benoeming als hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam. Van der Ploeg leek voorbestemd voor een briljante loopbaan in de wetenschap, maar in 1994 koos hij op voordracht van oud-minister Jan Pronk voor een politieke carrière. Vier jaar was hij financieel woordvoerder van de Tweede-Kamerfractie van de PvdA. Daarna werd hij staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in het tweede Paarse kabinet onder Wim Kok (1998-2002). Een onverdeeld succes waren zijn jaren op het regeringspluche niet. Van der Ploegs maatregelen voor meer allochtonen en jongeren in de zalen en op de podia, meer cultuureducatie op middelbare scholen en behoud van cultureel erfgoed sorteerden minder effect dan gedacht en werden door zijn opvolgers voor een deel weer teruggedraaid. Spijt heeft Van der Ploeg niet van zijn politieke jaren, maar hij vindt wel dat hij zijn ‘intellectuele kapitaal’ beter had kunnen inzetten. “In de politiek heb ik acht jaar niet nagedacht. Ik had meer over problemen kunnen nadenken, dat was relevanter geweest”, zei hij vorig jaar in een interview in Elsevier. Door keihard te werken slaagde hij erin weer aansluiting te vinden bij de wereldtop in zijn vakgebied. Als hoogleraar politieke economie aan de universiteit van Oxford gaat zijn aandacht onder meer uit naar de armoede in Afrika en de ‘vloek van de grondstoffen’. Saillant detail: zijn leerstoel en instituut in Oxford wordt bekostigd door een riante donatie van olieconcern BP. “Het is heel bijzonder dat een commercieel bedrijf als BP bereid is onderzoek naar dit soort maatschappelijke projecten te bekostigen zonder te pogen enige invloed te hebben op de vragen die we stellen. Daar heb ik erg veel geluk mee gehad.” Samen met milieueconoom Cees Withagen van de Vrije Universiteit in Amsterdam gaat Van der Ploeg de komende jaren onderzoek doen naar een betere manier om vervuilers te laten betalen voor CO2-uitstoot. De onderzoekers hebben hiervoor een Advanced Grant van 3 miljoen euro van de European Research Council ontvangen.

Een collega in Oxford is betrokken bij het herschrijven van de grondwet van Ghana om ervoor te zorgen dat de opbrengsten uit grondstofwinning naar een onafhankelijke spaarrekening gaan waar niemand aan kan komen. De vraag is of het dan ook gebeurt, maar het is sowieso verstandig zoveel mogelijk dammen op te werpen tegen oneigenlijk gebruik. Het Charter heeft een benchmark-functie, vergelijkbaar met de rapporten van de Oeso voor de rijke landen. Je krijgt benchmarks voor cases of bad practice en cases of good practice.”

Oprecht sparen “Als landen goede instituties, een geloofwaardig rechtssysteem en goedwerkende financiële markten hebben en niet te corrupt zijn, dan weten we dat de vloek van de grondstoffen een zegen kan worden”, zegt Van der Ploeg. Dit geldt voor landen als Botswana en Noorwegen, maar overduidelijk niet voor Angola, Congo en Nigeria. Niet in alle gevallen waarin de


interview

opbrengsten uit grondstoffen worden omgezet in productief kapitaal, is er sprake van genuine saving, benadrukt hij. “Normaal is wat je spaart en investeert het spaaroverschot van een land. Nederland, Duitsland en China hebben jarenlang grote overschotten op hun betalingsbalans gehad en grote rijkdom verworven in het buitenland. Engeland en Amerika zijn juist armer geworden gezien hun hele grote tekorten. Dit is echter niet het hele verhaal. Je moet niet alleen kijken naar sparen, maar naar oprecht sparen. “Nederland heeft bijvoorbeeld een kapitaal aan aardgas uit de grond gehaald. Daar moet iets tegenover staan als een hoger opgeleide bevolking, meer productief kapitaal, betere wegen, betere ziekenhuizen of een lagere staatsschuld. Als je dat niet terugziet heb je geld verspild. Niet alleen wat je uit de aardkorst hebt gerukt moet je aftrekken van het spaaroverschot. Daarnaast is er de milieuschade die je aanricht door economische activiteiten. Daar moet je een sociale prijs voor rekenen en die aftrekken. In de derde plaats moet je corrigeren voor fijnstof. Ook moet je kijken naar hernieuwbare bronnen als bossen en de visstand. Dan zie je dat landen die de grootste resource booms kennen enorme tekorten hebben op hun lopende rekening. Dat betekent dat ze hun rijkdom verkwanselen. Nederland scoort bijvoorbeeld helemaal niet zo goed bij de reductie van CO2, ook al denken we van wel. Vergeleken met Engeland doen we het veel slechter. Genuine saving is een manier om een wat bredere kijk te krijgen.”

// Nederland is een land van overvloed en onbehagen // Van der Ploeg is minder enthousiast over de happiness benadering van Sarkozy en de premier van Bhutan. “Het wordt een stuk objectiever wanneer je de gevolgen van milieuschade of gezondheidsverbetering kan meenemen in je analyse. Als je de bodem leegrooft laat je minder over voor het nageslacht, daar zul je voor moeten corrigeren. De happiness benadering is subjectief. Je kan ook niet goed vergelijken. Sommige mensen zijn notoire zwartkijkers. Maar dat wil niet zeggen dat ze het ook zijn.” Je zou verwachten dat landen die de helft van hun nationaal inkomen in de schoot geworpen krijgen – in de vorm van bodemschatten als olie en aardgas – gelukkiger zijn. “Geld zou gelukkig moeten maken, maar in veel Afrikaanse landen komt het slecht

terecht. Zelfs in Nederland. Van de aardgasbaten hebben we spoorwegen van nergens naar nergens aangelegd. Jarenlang hebben we er de verzorgingsstaat van gefinancierd. We hebben het nog steeds heel goed, maar in vergelijking met twintig jaar geleden is Nederland een ontevreden en sacherijnig land geworden. In Engeland zie je veel meer optimisme, ook al is er minder welvaart. Nederland is toch een land van overvloed en onbehagen.”

Moreel dilemma Het is een misvatting dat economie over geld zou gaan, zegt Van der Ploeg. “Economie gaat over de meest efficiënte allocatie van grondstoffen, kapitaal en onze rijkdom aan mensen. Het gaat echter niet alleen om doelmatigheid, economie is ook een moraalwetenschap. Ik neig meer naar deze opvatting dan toen ik jong was. De verdeling van grondstoffen uit de Niger-delta, waarbij de lokale mensen niets krijgen en alle opbrengsten naar corrupte mensen in het centrum gaan – en die mogelijk wordt gemaakt door een multinational uit Nederland – is uiteindelijk een moreel vraagstuk. De afweging tussen doelmatigheid en rechtvaardigheid – hoe kun je de economie zo min mogelijk verstoren en de best mogelijke oplossing bereiken – heeft mijn hele leven beheerst.” Ongelijkheid in kansen is ook zo’n moreel dilemma waar Van der Ploeg al heel vroeg een speciale antenne voor ontwikkelde. Toen hij een jaar of twaalf was zat Van der Ploeg op een lagere school in Rotterdam op de grens van Terbregge en Hilligersberg. “De school had de leerlingen verdeeld in een a-stroom en een b-stroom. De a-stroom was voor havo, atheneum en gymnasium, de b-stroom voor lts en huishoudschool. Ik haalde veel kattenkwaad uit en was voorbestemd voor de lts. Ik heb toen nog een discussie met de bovenmeester gehad of hij het niet vreemd vond dat alle kinderen uit Hillegersberg naar de ‘dure’ scholen gingen en de kinderen uit Terbregge naar lts en huishoudschool. Ik betwijfel of het sindsdien veel beter is geworden. Er is nog steeds een stratificatie gebaseerd op de afkomst van je ouders. Natuurlijk zijn er kinderen die hieraan ontsnappen, maar zo goed is ons systeem hier niet voor. Zonde, zeg ik als econoom. Een heleboel getalenteerde kinderen uit Vogelaarwijken hadden naar de universiteit kunnen gaan en wij geven die kinderen geen kans. Dat er aan de poort van de universiteit selectie plaatsvindt, vind ik niet erg. Het hoger onderwijs mag marktgericht zijn. Maar niet de toegang tot het middelbaar onderwijs. Je moet kinderen tot in de brugklas alle aandacht geven. Dat is niet alleen rechtvaardig, maar ook efficiënter.” nn nr. 3 / Thema Verrijking

23


column

Nicolette Loonen

Verrijking voor de boardroom De laatste maanden verschijnen er steeds meer berichten in de media over het introduceren van quota voor vrouwen aan de top van het bedrijfsleven. Niet alleen Noorwegen heeft degelijke wetgeving al, ook België en Spanje hebben inmiddels regelgeving geïntroduceerd die bedrijven dwingt 30 à 40 procent vrouwen in de top te hebben. Daarnaast wordt in de Europese Commissie steeds vaker gesproken over een wettelijk quotum. De discussies die deze gedwongen maatregelen losmaken, kennen twee uiterste kampen. Tegenstanders motiveren dat deze regelgeving ten koste van de kwaliteit zal gaan, voorstanders geven aan dat de verandering te langzaam gaat als het aan de marktwerking wordt overgelaten. Dat de nuance in dit debat verloren gaat, omdat het invoeren van quota zulke hevige reacties losmaakt, is enorm spijtig. Onderbelicht hierbij blijft de toegevoegde waarde van een gezonde balans tussen mannen en vrouwen op alle niveaus in de organisatie. Vaak is die toegevoegde waarde al in kleine verschillen te onderkennen. Zo spreek ik regelmatig vrouwen die in de financiële sector op bestuurlijk niveau opereren. In veel gevallen waren zij de eerste vrouw die in een tot dat moment volledig uit mannen bestaande Raad van Bestuur toetreden. Stuk voor stuk geven hun mannelijke collega’s aan dat zij ‘iets extra’s’ toevoegen, dat de sfeer veranderd is en dat de discussies op

een ander niveau worden gevoerd. En dat deze mannen daar vaak met enige schroom aan toevoegen dat het een positieve verandering is. Vaak is het vooral de angst voor het onbekende, waardoor in veel Raden van Bestuur en Raden van Commissarissen tot voor kort niet actief gezocht werd naar

// Door een goede mix tussen mannen en vrouwen ontstaat een gezonde tegendruk tegen te grote ego’s // aanvulling door vrouwen. Door deze angst zien bestuurders eerder de problemen dan de positieve kant die een dergelijke verandering met zich meebrengt. Misschien gaat de besluitvorming trager en duren vergaderingen langer? Worden belangrijke beslissingen nog wel volledig op ratio genomen en blijft de intieme sfeer nog behouden? Vragen die vaak niet eens bewust opkomen bij bestuurders die nog niet eerder met vrouwen op topniveau hebben

Nicolette Loonen, voorzitter Women in Financial Services netwerk

samengewerkt, maar die op de achtergrond een belangrijke rol spelen. Wanneer zij dan toch met een vrouwelijke bestuurder gaan samenwerken is een veel gehoord compliment: “Je valt eigenlijk best mee.” Uiteraard geldt voor alle niveaus binnen een organisatie dat een goede mix tussen mannen en vrouwen een verrijking is. Er ontstaat een teamdynamiek waarbij er vanuit meerdere invalshoeken naar een vraagstuk wordt gekeken, bij besluitvorming wordt zowel de lange termijn als de korte termijn in ogenschouw genomen, en er ontstaat een gezonde tegendruk tegen te grote ego’s door het belang van het team naar voren te brengen. Zaken die juist in de financiële sector van toegevoegde waarde zijn, nu de sector uit een diep dal moet opkrabbelen en beoordeeld wordt op geloofwaardigheid, transparantie, veerkracht en het vermogen om te vernieuwen. Voor de transitie die de financiële sector in gang moet zien te brengen is moed en doorzettingsvermogen nodig. In het huidige klimaat, waarbij de dreiging van meer regelgeving zeer reëel is en waarbij het toezicht op de sector aan het intensiveren is, is het als bestuurder van een financiële instelling niet eenvoudig om stevige uitspraken te doen over de ambitie van jouw organisatie. En toch is dat precies wat nu nodig is om te kunnen profiteren van de verrijking die diversiteit de financiële sector zal brengen. nn nr. 3 / Thema Verrijking

25


Genuine Wealth Accounting Een nieuwe welzijnsmeter voor mensen, bedrijven en samenlevingen

26

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!

Foto: Jiri B端ller

Mark Anielski tijdens het New Financial Forum 2010.

In het manifest Genuine Wealth Accounting beschrijft gelukseconoom Mark Anielski de grondslagen van een nieuw boekhoudkundig systeem voor het meten en waarderen van de echte welvaart in landen en bedrijven. Het manifest dat afgelopen januari circuleerde in de wandelgangen van het World Economic Forum te Davos, verschijnt hier voor het eerst in vertaling.


ESSAY tekst Mark Anielski, vertaling Christine Strik

“Er moet een nieuw systeem bedacht worden dat het oude overbodig maakt” – Richard Buckminster Fuller Het is de hoogste tijd voor een volledige revisie van onze financiële verslaggeving. Het huishoudboekje van een individu vertelt weinig over zijn of haar kwaliteit van leven. De winst- en verliesrekening van een bedrijf of instelling zegt niets over welzijn, sociale verhoudingen of duurzaamheid. Het bruto nationaal inkomen is een maat voor de welvaart van een land, maar is allesbehalve een graadmeter van ons geluksgevoel. Er is behoefte aan een nieuw boekhoudkundig instrument dat de voorwaarden peilt van het welzijn dat het leven van de mensheid de moeite waard maakt en bijdraagt aan oprecht geluk en duurzame welvaart. Hier is wijsheid en moed voor nodig. Bij gebrek aan allesomvattende landelijke balansen die de werkelijke welvaart van mensen, bedrijven en landen meten, is een nieuw boekhoudkundig systeem nodig. Bij een menselijke economie hoort een nieuwe methodiek om groei en vooruitgang te meten. Het begrip welvaart is binnen ons economische denken gereduceerd tot louter materiële waarden. Een ramp of catastrofe is daarmee zelfs ‘goed’ voor de economie van een land. Hoe meer chemokuren, hoe hoger de economische groei. Voor een echte doorbraak richting een economie waarin de kwaliteit van leven voor mens, natuur en samenleving centraal staat, is het essentieel om nieuwe maatstaven toe te voegen aan het financiële systeem. Onontbeerlijk daarbij is het meten van aspecten die het meest kenmerkend zijn voor de fysieke, mentale, emotionele en spirituele gezondheid van miljarden mensen wereldwijd. Geld dient de mens De huidige economie staat niet langer ten dienste van de mensheid. Deels omdat we de authentieke betekenis van het woord economie – dat in het Grieks ‘het verstandig besturen van een huishouden’ betrof – uit het oog hebben verloren. In de letterlijke zin zijn we allemaal econoom. De economie is vergeten dat het handhaven van welzijn in haar huishouden, haar primaire zorg is. Economie komt niet meer uit het hart. Het is te ver van het oorspronkelijke pad afgeraakt. Een pad waarop geld de mens dient, niet andersom. Veel economen zijn de betekenis van woorden als welvaart vergeten, dat in dertiende-eeuws Oud Engels aanvankelijk ‘de voorwaarden voor welzijn’ betekende. Bovendien wordt het woord value (in het Nederlands: waarde), vaak geassocieerd met geld, van het Latijnse valorum dat ‘waardig of sterk zijn’ betekent, en komt competitie van het Latijnse woord competere, oftewel ‘samen floreren’.

In 1968 zei Robert Kennedy, de jongere broer van de Amerikaanse president John F. Kennedy, dat het bruto nationaal inkomen, de belangrijkste maatstaf voor economische vooruitgang, er nog niet in geslaagd was de dingen te meten die het leven werkelijk waardevol maken. Nobelprijswinnaar Simon Kuznets, één van de voornaamste architecten van het concept van het bruto nationaal inkomen, schreef: “Concepten rondom het nationaal inkomen zullen ofwel gewijzigd moeten worden of we moeten er deels van afzien, om plaats te maken voor parameters die meer inhouden en die minder afhankelijk zijn van de beoordeling van het marktsysteem.” Bruto nationaal geluk Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz benadrukte dat het bruto nationaal inkomen veel te weinig rekening houdt met welzijn in brede zin: “Het concept slaagt er niet in om vast te leggen wat de factoren zijn die het verschil maken in het leven van mensen en die bijdragen aan hun geluk (veiligheid, ontspanning, inkomensverdeling en een schone omgeving).”

NIEUW BOEKHOUDSYSTEEM

Het Genuine Wealth boekhoudsysteem is een instrument dat samenlevingen en organisaties helpt een inventarisatie te maken van de vermogensbestanddelen die het meest bijdragen aan hun welzijn. Dit boekhoudsysteem bestaat uit vijf elementen: 1. menselijk kapitaal = mensen 2. sociaal vermogen = relaties 3. natuurlijk vermogen = natuurlijke middelen en het milieu 4. bouwkapitaal = infrastructuur 5. financieel vermogen = geld Echte vooruitgang wordt bereikt als alle vijf kernbestanddelen in harmonie zijn en zich in een veerkrachtige en florerende toestand bevinden. Als het creëren van geld parallel zou lopen met de vijf elementen zou dit niet alleen nieuw leven blazen in de economie, maar ook in financiën en andere disciplines.

nr. 3 / Thema Verrijking

27


De Dalai Lama heeft gezegd dat “we een economisch systeem nodig hebben dat ons in staat stelt ons ware geluk na te streven”. Bhutan heeft de Westerse wereld al de loef afgestoken met een revolutionaire welzijnsmeter, het Bruto Nationaal Geluk genoemd. We hebben meer leiders nodig zoals Premier Jigme Yoser Thinley van Bhutan die ondubbelzinnig te kennen geeft dat “persoonlijke spirituele vervulling niet alleen een spirituele bezigheid is, maar overheidsbeleid. Het is mijn rol om mensen te helpen voorwaarden te scheppen die ons volk helpen geluk te vinden.” Het is tijd voor eerlijke daadkracht en een nieuwe vorm van authentiek kapitalisme geregisseerd vanuit het hart. Met het verstand als dienaar van het intuïtieve gevoel. We zullen daarbij kordaat moeten optreden door de wereldwijde economische architectuur te herstructureren, zodat het oude systeem (dat in de Tweede Wereldoorlog ontstond) overbodig gemaakt wordt. Een nieuw systeem voor mensen, bedrijven en landen waarin die elementen worden gemeten en beheerd die het meest van belang zijn voor de mens. Echte welvaart Het huidige kapitalisme is een vorm van religie. We leven in een wereld waarin de verborgen hand van de vrije markt en de verafgoding van geld en materie ons collectieve bewustzijn domineren. Als we de ziel van het kapitalisme onderzoeken, zullen we erachter komen dat het doordrongen is van individueel hedonisme. We zijn vergeten dat blijdschap komt van innerlijke rijkdom. De Middeleeuwse architecten van de kerk, zoals kerkvader Thomas van Aquino, veroordeelden individuele inspanningen gericht op een continue en ongelimiteerde verhoging van materiële

welvaart als een zonde. De moderne samenleving van vandaag juicht dit gedrag juist als een kwaliteit toe. Het is mogelijk om het maximale in menselijk kunnen te realiseren door een nieuw mondiaal boekhoudsysteem te ontwikkelen als welzijnsmeter van de belangrijkste kernwaarden voor mensen, bedrijven en samenlevingen. Met mijn achtergrond als beroepseconoom, hoogleraar in bedrijfsethiek en auteur van The Economics of Happiness: Building Genuine Wealth (2007, New Society Publishers), heb ik middels een routekaart uiteengezet hoe zo’n nieuw boekhoudkundig systeem voor het

// Het bruto nationaal inkomen is een maat voor de welvaart van een land, maar geen graadmeter van ons geluksgevoel // meten en beheren van de welzijnsvoorwaarden voor mensen, bedrijven en naties gebouwd kan worden. Ik heb dit systeem Genuine Wealth (echte welvaart) genoemd, dat letterlijk betekent: ‘het meten van de voorwaarden van welzijn in overeenstemming met wat we als het meest waardevol ervaren in ons hart’. Ik heb gemeentelijke en nationale overheden en ondernemingen in Canada, China, Nederland, Oostenrijk, de VS en Australië geadviseerd over de implementatie van het Genuine Wealth boekhoudsysteem. Het raakte bij velen gevoelsmatig de juiste snaar, door het accent op gezond verstand en gebruiksvriendelijkheid. Het Genuine Wealth boekhoudsysteem is een instrument dat samenlevingen en organisaties helpt een inventarisatie te maken van de vermogensbestanddelen die het meest bijdragen aan hun welzijn. Om echt doeltreffend te zijn moeten de indicatoren van welzijn en vooruitgang worden gestaafd aan de normen en waarden van een samenleving en aan wat inwoners het meest belangrijk achten voor hun kwaliteit van leven. Indicatoren voor welzijn Genuine Wealth bestaat uit een nieuwe balansopmaak, waarin de vermogensbestanddelen en risicofactoren van vijf elementen zijn opgenomen: 1) menselijk kapitaal = mensen, 2) sociaal vermogen = relaties, 3) natuurlijk vermogen = natuurlijke middelen en het milieu, 4) bouwkapitaal = infra-

28

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!


essay

structuur, 5) financieel vermogen = geld. Het is een combinatie van indicatoren voor welzijn die zowel objectief als subjectief gemeten kunnen worden. Het systeem dat ik heb ontwikkeld geeft tevens een volledig financieel kostenoverzicht van alle openbare en private investeringen. Op die manier kunnen de ‘opbrengsten ten dienste van het welzijn’ worden berekend die voortvloeien uit de investering van tijd en middelen voor het verbeteren en onderhouden van de vijf soorten vermogen van een land, samenleving of bedrijf. Hoe kan echte vooruitgang worden beoordeeld? Echte vooruitgang wordt bereikt als alle vijf kernbestanddelen in harmonie zijn en zich in een veerkrachtige en florerende toestand bevinden. Belangrijker nog: echte vooruitgang kan worden afgelezen van de vreugde op de gezichten van mensen en het oprechte geluk dat zij ervaren. Met oprecht geluk bedoel ik geluk volgens de oorspronkelijke definitie van Aristoteles van het woord eudemonia, dat betekent: “Een gevoel van welzijn, voortvloeiend uit het feit dat men het eigen menselijk potentieel maximaal heeft weten te vervullen”. Ik kan me voorstellen dat er een dag komt dat geldcreatie gepaard zal gaan met Genuine Wealth balansen op regionaal, nationaal of internationaal niveau. Het spreekt tot de verbeelding als het creëren van geld parallel zou lopen met de behoefte aan het ongeschonden handhaven van de vijf hoofdbestanddelen van naties. Dit zou niet alleen nieuw leven blazen in de economie, maar ook in financiën en andere disciplines. Op de achterbank Genuine Wealth Accounting is een eerste aanzet voor een grootschalige, vernieuwende en gedurfde

redding van de economie. Het zou duizenden jonge economen, accountants en bedrijfskundigen aan het werk zetten om het meten van menselijke en economische groei opnieuw in te richten, terwijl het politici en bestuurders van bedrijven en instellingen in staat zou stellen om kundiger leiding te geven. Het is volledig in lijn met het intuïtieve gevoel van mensen, burgers, medewerkers en klanten dat het de waarachtige rol van de economie is het geluk van de gemeenschap, de aarde, de mensheid, de toekomst en het leven zelf te dienen. Ik geloof dat de grote econoom John Maynard Keynes mijn visie deelde toen hij opmerkte dat “de dag niet ver weg is dat het economische probleem op de achterbank zit waar het behoort, en de ruimte van het hart en het hoofd druk in beslag zal worden genomen met de oplossingen voor de echte problemen – de problemen die er in het leven toe doen, de problemen rondom menselijke relaties, van creatie, gedrag en religie”. Hij zou overigens volgens geruchten op zijn sterfbed ook hebben gezegd: “Als ik het allemaal nog eens opnieuw zou moeten doen, zou ik meer champagne drinken!” nn

Economie vanuit het hart

Mark Anielski werkt met hart en ziel aan de co-creatie van een samenleving op basis van liefde. Bijna zou hij gekozen hebben voor het pad van priesterschap. In Jeruzalem, uitgerekend de plaats waar Jezus volgens de Bijbel de tafels en stoelen van de wisselaars in de tempel omkeerde, voelde hij zijn roeping om als econoom een bijdrage te leveren aan een florerende samen-leving en een leven in overvloed en echte welvaart. Anielski wil naar de visie van de dichter T.S. Eliot de mensheid aanspraak laten maken op het leven dat we tijdens het leven hebben verloren, de wijsheid die we hebben verloren in kennis en de kennis die we hebben verloren in informatie. Anielski staat voor een economie vanuit het hart en is auteur van de NoordAmerikaanse bestseller The Economics of Happiness: Building Genuine Wealth dat twee bekroningen heeft ontvangen. Hij is een wereldwijd gerespecteerd expert in de ontwikkeling van economische meetinstrumenten voor overheden, bedrijven en lokale gemeenschappen. “Om de dingen die het leven echt de moeite waard maken in kaart te brengen.” Dat deed hij bijvoorbeeld voor de regering van China, de minister van Financiën in Canada, de Wereldbank, de Canadese provincie Alberta en de Inuït bevolking in het Oostelijke Arctica. Anielski is positief gestemd over de toekomst van een menselijke economie als huis van welzijn en geluk voor mens, milieu en samenleving. Op 28 september 2010 was Anielski hoofdspreker tijdens het New Financial Forum in ’s-Gravenhage en gaf hij ook een voordracht voor het Nederlandse ministerie van Financiën. In 2009 introduceerde Ivo Valkenburg het werk van Anielski in Nederland, onder meer met een interview in het boek Spirit in Finance, een pleidooi voor de liefde als wettig betaalmiddel (uitgeverij Ankh-Hermes). Mark Anielski staat open voor samenwerking en uitwisseling van ideeën en suggesties. Website: www.anielski.com en www.genuinewealth.net. Email: anielski@gmail.com

nr. 3 / Thema Verrijking

29


Bancaire lijfrente:

Verdere innovatie gewenst Sinds 1 januari 2008 mogen ook banken lijfrenteproducten aanbieden. Vorig jaar werd het ook mogelijk om gouden handdrukken bij een bank onder te brengen. In deze bijdrage onderzoekt Jan Donselaar of de bancaire lijfrentepolissen een verbetering zijn vergeleken met de traditionele lijfrentepolis en welke verbeteringen nog denkbaar zijn op het gebied van lijfrenten. Het accent ligt hierbij vooral op direct ingaande lijfrenten.

Bij de lijfrenteproducten in de opbouwfase – beter bekend als ‘koopsommen’ – zitten de verschillen vooral in de prijs, zoals een recent onderzoek van MoneyView nog duidelijk liet zien. Het verzekeringselement heeft immers in het algemeen nooit veel voorgesteld. Alleen de begunstigingsmogelijkheden zijn bij verzekeren wat ruimer, maar dat is voor de meeste mensen niet echt van belang. Op grond daarvan hebben de bancaire producten inmiddels al bijna de helft van de markt in handen en dat zal gezien de grote prijsverschillen zeker meer worden. Dat is anders bij de lijfrenteproducten voor de uitkeringsfase.

// Aanbieders van verzekerde lijfrentes hoeven zich niet de kaas van het brood te laten eten // 30

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!

Als ik even uitga van het onderzoek dat MoneyView eind vorig jaar heeft gedaan naar de verschillende direct ingaande lijfrenteproducten, worden er circa dertig producten in de markt aangeboden waarvan één op de drie een bancair lijfrenteproduct is. Dat is op zich een tegenvallend aantal als we bedenken dat deze mogelijkheid al drie jaar bestaat. Maar het is natuurlijk wel zo dat er nog steeds meer verzekeraars dan banken zijn. Als het bancaire product beter zou zijn dan het verzekeringsproduct, zou dat echter niet uit mogen maken. Een betere maatstaf is daarom misschien het marktaandeel dat de bancaire lijfrenten in drie jaar hebben weten op te bouwen. En dan blijkt dat dit nog beperkt is: in 2009 was het marktaandeel 20 à 25 procent en het afgelopen jaar ging het richting 30 procent. Dat betekent dat het marktaandeel nog steeds achterblijft bij het aandeel in het productassortiment en bovendien maar beperkt groeit. Waar zou dat aan kunnen liggen? Zijn de bancaire lijfrentes toch minder ideaal dan sommigen ons willen doen geloven?

Geen goede dekking De bancaire lijfrentes zijn relatief goedkoper: de marges zijn lager, maar dat is deels wel te verklaren uit de lagere kosten. Er is immers geen sprake van een verzekeringselement, waardoor de administratie en het beheer van de portefeuille gewoon wat eenvoudiger is. Ook toont MoneyView aan dat de kwaliteit (afgemeten aan de flexibiliteit en keuzemogelijkheden) van de bancaire lijfrentes minder is. Verder is er natuurlijk het effect van de overlevingsbonussen die in verzekerde lijfrenten zijn verwerkt. Dat is bij lijfrenten op één leven het sterkst zodat deze – ondanks de hogere kosten – toch een meer aantrekkelijke uitkering opleveren. En omdat er primair met de aanstaande lijfrentenier zaken wordt gedaan, zal dat toch een belangrijke overweging zijn.


productanalyse tekst Jan Donselaar, beeld Jiri Büller

Zijn dat de redenen dat veel adviseurs hun klanten toch liever een traditionele verzekerde lijfrente aanbieden? Of is de beloning voor het advies te laag? Ik vermoed dat een belangrijke reden toch ook is dat het bancaire product geen goede dekking biedt voor langlevende lijfrenteniers (of degenen die hopen dat ooit te worden). Daarom is een bancaire lijfrente eigenlijk alleen maar interessant voor mensen die na hun pensionering al voldoende basisinkomen hebben. Alleen voor het luxe extra inkomen kun je er op speculeren dat het op een gegeven moment wegvalt. Wat dat betreft zou je het kunnen vergelijken met een beleggingslijfrente; die ga je ook niet inzetten voor je hele inkomen na pensionering.

Contraverzekering Verder zijn er nog wat bijzonderheden die voor de ene lijfrentenier als een voordeel worden beschouwd, maar voor de ander niet zo nodig hoeven. Zo wordt bij overlijden de waarde van een bancair product altijd aan de erfgenamen uitgekeerd. Bij de direct ingaande lijfrente op basis van een verzekering gaat de waarde van de polis dan geheel (op één leven) of gedeeltelijk (bij twee levens) naar de verzekeraar. Voor degenen die dat vervelend vinden is ooit de contraverzekering uitgevonden, af te sluiten door de erfgenamen. In dat geval biedt het bancaire product dan eigenlijk een betere dekking, met aanzienlijk minder poespas. Ik wil nog wel een waarschuwing uit laten gaan in de richting van verzekeraars die zich nog niet hebben gerealiseerd dat de bancaire lijfrente behalve een commerciële bedreiging ook nog een technische bedreiging met zich meebrengt. Het is immers aannemelijk dat mensen die zich minder gezond voelen – en dus een minder lang leven tegemoet zien – zullen kiezen voor de bancaire oplossing. Dan krijg je tenminste waar voor je al die jaren met hulp van de fiscus opgespaarde geld. Mensen die het eeuwige leven denken te hebben, zullen juist niet kiezen voor een bancaire lijfrente omdat die in de meeste gevallen na hun 85e niet meer uitkeert. De verzekeraars moeten er dus van uitgaan dat de waargenomen overlevingskansen binnen hun portefeuille gemiddeld zullen stijgen. Dit nog los van de algemene landelijke tendens dat we steeds ouder worden.

Innovatie gewenst Verzekeraars hoeven zich echter niet de kaas van het brood te laten eten. Dan is het wel noodzakelijk dat ze niet langer achterover leunen, maar gaan werken aan verbetering en innovatie van hun lijf

renteproducten. Een goed idee zou wat mij betreft zijn, om voor degenen met een levensverwachting die duidelijk beneden gemiddeld is, een lijfrente te bieden die daar op een of andere manier rekening mee houdt. Dat is eerlijker en zorgt er bovendien voor dat deze aanstaande lijfrenteniers niet een oplossing hoeven te kiezen waarbij hun spaarcenten vooral naar de nabestaanden gaan. Want dat is wat

// Behalve een commerciële bedreiging brengt een bancaire lijfrente ook een technische bedreiging met zich mee // er feitelijk gebeurt als je in die omstandigheden voor een bancaire lijfrente opteert. Een andere oplossing – die alleen door verzekeraars kan worden geboden – zou nog wat verder gaan. Door te anticiperen op mogelijke toekomstige verslechtering van de gezondheid en daarmee gepaard gaande hulpbehoefte. Niet iedereen kan immers tot zijn negentigste op zonnige palmstranden ronddartelen. En dan zou het mooi zijn als die hulp (deels) zou kunnen worden betaald uit een verhoogde lijfrenteuitkering. Die hoeft alleen maar in te gaan op het moment dat de zorgbehoefte optreedt en is dus een soort aanvullende zorgverzekering. Het zou op korte termijn een flinke zorg minder zijn. nn

Werk aan de winkel

Het marktaandeel van bancaire lijfrentes voor de uitkeringsfase blijft achter bij de verwachtingen. Zijn de bancaire lijfrentes toch minder ideaal dan sommigen ons willen doen geloven? Mogelijk komt dit doordat het bancaire product geen goede dekking biedt voor langlevende lijfrenteniers. Daarom is een bancaire lijfrente eigenlijk alleen interessant voor mensen die na hun pensionering al voldoende basisinkomen hebben. Verzekeraars hoeven zich niet door banken de kaas van het brood te laten eten. Het is dan wel noodzakelijk dat ze gaan werken aan verbetering en innovatie van hun lijfrenteproducten.

nr. 3 / Thema Verrijking

31


// Waar het om gaat is de vraag: ken jij de persoon die jij vandaag een betere dag hebt gegeven? 32

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!


interview tekst Toon Berendsen, beeld Frits de Beer

Zingeving op de Zuidas “We hebben niet de illusie dat we de wereld radicaal kunnen veranderen. Maar dat hoeft ook niet; we willen de wereld menselijker maken, gewoon door een klein beetje van onze tijd en energie aan andere mensen te geven.” Dat zegt Evert Nater, lid van de programmaraad van de Stichting Zingeving op de Zuidas.

Nater: “De Stichting Zingeving Zuidas is er niet op uit om de wereld te veranderen. Er hoeft ook niks radicaal anders. Ik geloof absoluut niet in destructieve verhalen over het einde van de wereld. Of dat het vroeger beter was. Ik voel me ook geen ideoloog of wereldverbeteraar. “Het idee is dat de financiële wereld na de crisis heel anders is geworden. Maar er is vooral bestaande wet- en regelgeving aangescherpt. Met als gevolg dat het voor banken alleen maar lastiger is geworden om met de tegenstrijdige invloeden om te gaan. Banken mogen immers minder uitlenen. De samenleving wil echter nog steeds evenveel kunnen lenen als voorheen. Ik geloof juist dat iedereen zich beter ontwikkelt als er minder, in plaats van meer regels worden opgelegd. Want daardoor ontstaat er ruimte om het verantwoordelijkheidsgevoel te versterken.” Nater is in het dagelijkse leven Treasury adviseur bij Rabobank International Corporate Clients Nederland. “Ik hedge het valutarisico voor bedrijven in de omzetcategorie van 10 tot 250 miljoen euro. Ik bezoek jaarlijks zo’n 100 tot 150 bedrijven in het hele land. Ik vind het ongelooflijk leuk om zoveel verschillende bedrijven van binnen te zien. “Mijn angst was dat een functie in de openbare sector mij zou afsluiten van een groot deel van de wereld. Tijdens een studiestage in de Tweede Kamer dacht ik dat heel Nederland om Den Haag draaide, dat iedereen wist wat zich daar afspeelde. Het is blijkbaar nog niet zo eenvoudig om je te verplaatsen in een ander. Dit wordt makkelijker als je in contact komt met de ander, of zelfs in een zelfde situatie als de andere mens bent geweest. Daarom zouden mensen niet jarenlang dezelfde functie moeten hebben; het is bevorderlijk voor de maatschappij en natuurlijk ook voor je eigen ontwikkeling als je regelmatig doorstroomt en iets geheel anders gaat doen. Dus mensen in de politiek moeten naar het bedrijfsleven gaan, van het bedrijfsleven naar de wetenschap en ga zo maar door. Op die manier ontstaat er meer verbondenheid in de

maatschappij omdat de andere kant van het verhaal beter wordt begrepen. “Ik heb altijd interesse gehad voor economie, belegde op mijn zestiende ook al in aandelen. Ik heb tijdens mijn traineeship ook geen moment het gevoel gehad dat de economen een enorme voorsprong hadden. Ook de commercie heb ik me snel eigen gemaakt. Bij politicologie leer je een eigen mening te vormen en die te uiten. Ik heb gemerkt dat je dat ook op een commerciële manier kunt inzetten.”

Dienen “Tijdens mijn traineeship en het eerste jaar daarna heb ik alleen maar gewerkt. Bewust, omdat ik mijn studietijd juist van alles en nog wat had gedaan en daardoor niet altijd het maximale resultaat heb behaald”, zegt Nater. “Ik vind werken belangrijk, maar ik wilde niet dat mijn levensmotto zou worden ‘ik werk, dus ik besta’. Toen ik me eenmaal comfortabel voelde in mijn werk, ben ik gaan nadenken over wat ik naast mijn werk kon doen voor de samenleving. “Natuurlijk lever ik ook een bijdrage aan de maatschappij door mijn werk. Ik hedge valutarisico, daardoor vallen bedrijven niet om en behouden werknemers hun werk. Met dat antwoord alleen was ik echter niet tevreden. Ook wilde ik mij niet verschuilen achter de maatschappelijk verantwoorde projecten van mijn werkgever. Waar het om gaat is de vraag: ken jij de persoon die jij vandaag een betere dag hebt gegeven?” Mede hierdoor sprak het project Zingeving op de Zuidas Nater onmiddellijk aan. “Naast leren en vieren is dienen namelijk een van de pilaren. Zo komen we in contact met mensen die we bovendien normaal gesproken niet zomaar ontmoeten, bijvoorbeeld ouderen, allochtone jongeren en mensen in een sociaal isolement. Zo hebben 120 jonge werknemers van de Zuidas op Valentijnsdag een date met alleenstaande ouderen gehad. Samen een dag op stap, waarbij de nr. 3 / Thema Verrijking

33


interview

yup en de senior tijdens een activiteit elkaar vertellen over wat hem of haar bezig houdt in het leven. “Bovendien kende ik Ruben van Zwieten al, een van de initiatiefnemers. Via zijn uitzendbureau voor studenten heb ik in 2006 geholpen bij de organisatie van een hockeytoernooi voor studentenverenigingen. Ik bezocht zijn kerst- en paasverhaal in de Amsterdamse Thomaskerk. Hij vroeg toen of ik mee wilde helpen bij het opzetten van het straatvoetbaltoernooi. Bij dit toernooi maakten we teams met daarin zowel mensen van bedrijven van de Zuidas als mbo-leerlingen uit Slotervaart. Dat maakte heel veel indruk op me. Dit waren kinderen die liever op school waren, omdat ze zich daar prettiger voelden dan thuis.”

Bijbelklassen Ruben van Zwieten is behalve ondernemer predikant. Hij kwam in aanraking met Ad van Nieuwpoort, predikant van de Thomaskerk bij het Amsterdamse zakencentrum Zuidas. Van Nieuwpoort was één van de initiatiefnemers van Zingeving op de Zuidas, een project dat met de komst van Van Zwieten een verdere en nieuwe impuls kreeg. Inmiddels is er een Stichting Zingeving Zuidas, waarvan Van Zwieten directeur is. Evert Nater zit in de programmaraad samen met vier young professionals uit de advocatuur, consultancy, finance en journalistiek. Deze raad organiseert evenementen rond de drie pilaren leren, dienen en vieren. De Thomaskerk is letterlijk de bühne van veel activiteiten, want de kerk heeft als enige in Nederland een theater. Daarin verzorgt Van Zwieten regelmatig bijbelklassen. Samen met zogeheten ‘existentiegesprekken’ met bestuurders en jonge professionals vormen zij de pilaar leren, waarbij het er vooral omgaat zichzelf te voeden. Young professionals zijn een nadrukkelijke doelgroep, vertelt Nater. “De groep die werkt maar nog geen kinderen heeft. Deze groep is vooral bezig met werken, het zijn de mensen waar de bedrijven op de Zuidas op draaien. Juist deze mensen willen we bewust maken: hoeveel doe ik voor mijn medemens? Dit is misschien niet alleen voor de medemens goed, maar ook zelf zou jij je daar wel eens een stuk beter door kunnen voelen. “Ruben gelooft dat iedereen existentiële vragen heeft. Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Er zijn mensen die toch vooral blij zijn met het verdienen van veel geld. Ik durf niet te zeggen dat iedereen op zoek is naar zingeving. Zelf heb ik feitelijk ook geen enkele reden om me in te zetten voor Zingeving op de Zuidas. Ik ben 28 jaar, ik besef dat ik in mijn leven nog geen werkelijke tegenslagen heb gehad en ik verdien goed. Maar ik voel me beter als andere 34

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!

mensen zich door mijn inspanningen en aandacht ook beter voelen.” Deelnemers aan de overigens drukbezochte bijbelklassen wordt niets religieus opgedrongen, wel worden Bijbelteksten gebruikt om mensen aan te zetten tot nadenken en zich persoonlijk te ontwikkelen. En om mensen met elkaar in gesprek te brengen. Nater: “De Bijbelklassen gaan niet over de vraag of Jezus werkelijk over water heeft gelopen of dat Mozes inderdaad de tien geboden ontving op een berg in de woestijn. Maar zo’n verhaal als over de exodus uit Egypte kun je ook lezen als een levensverhaal waarin men op zoek gaat naar een betere, menselijker wereld. Egypte is dan de maatschappij van slavernij en honger, Israël de wereld waarin men in vrijheid leeft en waar medemenselijkheid is. “Mensen die voor het eerst aan de Bijbelklas deelnemen, stellen vaak vragen als: ‘Ruben, denk je dat God bestaat?’ In de loop van de tijd ontstaat het besef dat het misschien niet gaat om de vraag of het daadwerkelijk gebeurd is, maar dat de bijbel ook figuurlijk, meer als een verhaal, gelezen kan worden. Je komt dan heel anders over een mogelijk bestaan van God te spreken. “Aan het consumeren van teksten doet iedereen wel mee, maar er ook wat mee doen is een ander verhaal. Vandaar dat de drie pijlers – leren, dienen en vieren – met elkaar verbonden zijn. Wanneer je het belang gaat zien van medemenselijkheid, volgt daar bijna vanzelf uit dat je mee gaat doen met zo’n straatvoetbaltoernooi. En wat het vieren betreft: een vast onderdeel is de borrel. Het is dus niet alleen binnenlopen en consumeren. Tijdens de borrel kun je verder in gesprek komen over wat je daarvoor hebt gelezen of gehoord, waarbij je je werkelijke zelf kunt laten zien.”

Gevoelens tonen “Binnen het bankbedrijf, de advocatuur, de consultancy – de belangrijkste sectoren op de Amsterdamse Zuidas – is een cultuur ontstaan waarin het moeilijk is om over je gevoelens te praten”, zegt Nater. “Je mag geen onzekerheid tonen naar de klant én je collega’s. Maar je komt alleen werkelijk in gesprek met de ander als je je gevoelens en onzekerheden toont.” nn

Geen eenduidig antwoord

Voor Nater is zijn betrokkenheid bij het project Zingeving op de Zuidas vanzelfsprekend. “Op de middelbare school vond ik maatschappijleer het meest interessante vak. Ik ben vervolgens politicologie gaan studeren, en dan vooral politieke filosofie. Hoe ziet de ideale samenleving er uit, is een vraag die ik me nog altijd stel. Ik denk overigens dat er meerdere antwoorden mogelijk zijn.”


ESSAY tekst Rinus van Warven

Voor wie loop jij hier? Een rabbijn wandelt ’s avonds in een luxe buitenwijk. Hij treft daar een bewaker. “Voor wie loop jij hier?” vraagt hij. De bewaker vertelt hem dat hij is ingehuurd door de eigenaar van nummer 33. De rabbijn bedankt de man en wil verder lopen. “Maar”, vraagt de bewaker aan de rabbijn, “voor wie loop jij hier eigenlijk?” Na een lange stilte vraagt de rabbijn of de man niet bij hem in dienst wil komen. “Waarom?” vraagt de bewaker. “Om mij elke dag aan die vraag te herinneren.”

Rinus van Warven doceert ethiek en cultuurfilosofie aan diverse opleidingen. Hij werkt als redacteur, schrijver en programmamaker voor diverse media. Hij houdt lezingen en coacht mensen en organisaties op weg naar volwassenheid.

Het gaat in de ethiek slechts om twee Latijnse woordjes: cui bono. Vertaald in het Nederlands: aan wie komt het ten goede? Je kunt de vraag op een zakelijke manier stellen. En dan luidt hij als volgt: wiens belang dien je? Of op de spirituele manier zoals in het verhaal van de rabbijn en de wachter: voor wie loop jij hier? Wie zich met ethiek bezig wil houden hoeft slechts enkele vragen te leren stellen. Wat is de consequentie van onze daden, gedachten en handelingen? Wie bewijs ik nu eigenlijk een dienst met wat ik doe? Aan wie komt mijn handelen ten goede? Maar ook: aan wie komt het ten kwade? Wie lijdt er schade onder wat ik doe? Gaan geld en ethiek wel samen? Gaan geld en dienstverlening wel samen? Dat hangt er helemaal vanaf wat je wil bereiken. Het doet er niet toe wat er gebeurt, het doet er niet toe wat het is. Het enige wat er toe doet is hoe jij er mee omgaat. Geld is niet smerig, het wordt smerig in de handen van mensen die het onttrekken aan de noden van anderen. Macht is niet vies, macht wordt vies als het gebruikt wordt om anderen uit te buiten. Het is niet het mes dat de koe doodt, maar de hand van de slachter. Zo is het niet de lucifer die het gas aansteekt onder de pan, maar de hand van de kok. De lucifer en de hand van de kok gaan uitstekend samen om een prachtige maaltijd te bereiden. De lucifer doet het ook goed in de hand van de pyromaan. Maar meestal gaat deze combinatie ten koste van het gebouw waar de lucifer in terecht komt. Er is een sympathieke bank die adverteert met een filmpje waarin wordt uitgelegd dat geld verwoest en geld beschermt. Niets is minder nr. 3 / Thema Verrijking

35


waar. Geld doet helemaal niets. Wij verwoesten, wij beschermen. En we gebruiken daar geld voor.

Geloven We leven in een wereld waarin mensen de prijs van alles kennen, maar de waarde van niets. Roy Disney, de neef van Walt, zei dat het niet moeilijk is een beslissing te nemen als je weet wat je waarden zijn. We hebben de financiële crisis te danken aan het feit dat er nooit gedacht is over de vraag welke waarden aan onze beslissingen ten grondslag liggen. En daarmee is de financiële crisis ten diepste een geloofscrisis. In de kerk wordt in het begin van de viering een credo uitgesproken. In dat credo, afkomstig van het Latijnse woord credere dat vertrouwen betekent, wordt verwoord wat men gelooft. In zo’n credo laat je zien waar je voor staat, wat je waarden zijn, waar je voor loopt… Het woord krediet is afkomstig van hetzelfde woord credere. “Ik geef je krediet” wil zeggen dat je de ander vertrouwt. De ander vertrouwen vergt rekenschap over en weer. Je vertelt elkaar waar je staat, wat je waarden zijn, wat de richting is die je op wil met je bedrijf, je organisatie, je samenleving en… je eigen levenspad. Dus hoe ziet de kredietcrisis eruit? Cheshire Kat geeft het antwoord aan Alice, het meisje in Wonderland. Zij stelde de belangrijkste levensvraag aan de kat: wil jij me alsjeblieft vertellen welke kant ik op moet? Dat hangt er vanaf waar jij naar toe wil, zei de kat. Dat kan mij niets schelen, zei Alice. Dan doet het er ook niet toe waar je naar toe gaat, zei de kat. Wij hebben ons niet afgevraagd waar we naar toe wilden met ons financiële systeem. Dat laten we aan de markt over, zou luidde te vaak het antwoord. Als het ons er niet toe doet welke kant we op willen, doet het er ook niet toe welke kant het op gaat. Op God en de markt vertrouwen wij. Alle anderen moeten eerst hun paspoort en hun geloofsbrieven laten zien.

Domeinen Als we niet weten welke kant het op zou moeten met onze organisatie, ons bedrijf, onze samenleving en ons innerlijke leven, dan staan we ook toe dat ze tegen elkaar uitgespeeld worden. Geloven doe je in de kerk, niet in het zakenleven. Daar worden geloof en vertrouwen als naïef gezien. Dus reserveren we ethiek en de religie voor onze privé-wereld. In het zakenleven hoeven we kennelijk niet ethisch te zijn, want… daar gelden andere wetten, andere spelregels. Zo creëren we de wereld van de zondag en de maandag, van de realiteit en het visioen, van het mannelijke en het vrouwelijke, van het huis en 36

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!

de zaak, van het privé-domein en de publieke sector. En al die terreinen hebben niets meer met elkaar te maken. En we kunnen daarin niet vreemdgaan, want we voelen ons overal thuis. Een ethische levenshouding maakt echter geen onderscheid tussen de wereld van de zondag en de maandag. Wie op zondag in de kerk zit, belazert de kluit op maandag niet. En we hebben recht op een vertrouwende levenshouding in het zaken doen. Zoals anderen van mij mogen verwachten dat ik laat zien waar ik voor sta, waar ik voor loop, welke keuzes ik maak, mag ik dat ook van anderen verwachten. We mogen van bancaire en andere dienstverlenende instellingen verwachten dat ze laten zien waar ze voor staan.

Dharma Er valt veel af te dingen op het oosterse denken. Ook het oosten heeft niet vooraan gestaan toen de ethiek werd uitgedeeld. Maar men trapt daar minder in de val van het scheidende denken. Zo kent men in het oosten geen apart woord voor ethiek, religie of

// De winst van de crisis is dat de financiële dienstverlening volwassen wordt // filosofie. Voor al deze betekenissen wordt het woord dharma gebruikt, wat ook nog eens verwijst naar je eigen levenspad, naar je persoonlijke bestemming. Je levenspad en je ethiek zijn één. Wij hebben van ethiek het spel tussen goed en kwaad gemaakt. In de oorspronkelijke betekenis verwijst het Griekse woord ethos naar de weide waarin de dieren grazen (1), waarin ze hun gewoonten leefden (2), hun eigen aard en wezen hadden (3) en hun eigenheid vormgaven in hun levenshouding (4). Hoe het woord dharma zich het best laat duiden vertelt het volgende verhaal. Een timmerman heeft 40 jaar voor zijn baas gewerkt. Hij voelt zich oud en wil onderhand met pensioen gaan. Hij stapt naar zijn werkgever om te overleggen wat het moment zou zijn waarop hij zijn gereedschap aan de wilgen kan hangen. Maar dan vraagt zijn baas of hij nog één huis wil bouwen. Dan mag hij gaan. Na wat gesputter besluit de man het te doen. Maar terwijl hij aan het werk is, merkt hij dat hij er met zijn kop en zijn handen niet bij is. De drempels liggen niet voor


ESSAY tekst Rinus van Warven

honderd procent perfect, de deurkrukken hangen net niet helemaal recht en ook de kozijnen zitten er niet zo in als hij van zichzelf gewend is. Hij besluit om het zo te laten. De nieuwe eigenaar zal het toch wel niet zien. Hij gaat naar zijn baas om te zeggen dat de klus geklaard is. Dan bedankt de baas hem, hij geeft de man de sleutel terug met de woorden: “Als dank voor wat je al die jaren voor me hebt betekent, overhandig ik je nu de sleutel van je nieuwe woning.”

Passie De moraal van het verhaal: bouw je huis, je wereld, je leven op een dusdanige manier dat je er zelf in wil wonen. Ik ben onder de indruk van dit verhaal. Het verhaal wil ons duidelijk maken dat we allemaal in ons leven wel eens dingen moeten doen die we eigenlijk niet zouden willen of niet zouden moeten doen. Eén van mijn beste vrienden die in de financiële wereld werkt, belde me in november voor een gesprek. Of ik hem kon helpen om zijn passie te verklanken. Hij vertelde me dat hij de afgelopen jaren het gevoel heeft dat hij wel eens producten heeft verkocht waar hij zelf niet voor 100 procent achter kon staan. En dat hij daarom ook het gevoel had dat het contact met de cliënten van de bank niet meer zo gemakkelijk verliep als het ooit was. En het ergste: veel van zijn collega’s bij de bank zag hij lijden aan futloosheid, ze raakten hun passie kwijt. Het was niet moeilijk deze vriend te helpen. Toen ik hem vroeg wat hij verlangde van het leven gaf hij zelf het antwoord. “Ik wil er weer in geloven wat ik doe. Ik wil geïnspireerd worden zijn om onze klanten producten te verkopen waar ik achter sta. En ik wil op een manier met klanten in contact zijn die inspirerend is voor mezelf en anderen.” Over dienstverlening gesproken. Het is niet de vraag of geld, dienstverlening en ethiek wel samen kunnen gaan, het is slechts de vraag welk drama zich voltrekt als ze niet samengaan. Een kwestie van financiële volwassenheid. Natuurlijk is er sprake van een dilemma. Er mag/moet geld verdiend worden. En de cliënt heeft ook zijn belangen. Hoe kan de dienstverlener daar mee omgaan zonder in een onoverbrugbare spagaat terecht te komen? Dat kan alleen maar als geld, gedrag en gevoel op een harmonieuze manier op elkaar afgestemd worden.

Begeerte Wat er gebeurt als geld, dienstverlening en ethiek niet samengaan vertelt het volgende verhaal. Een gebochelde man wordt door zijn dorpsgemeenschap uitgestoten. Hij gaat het bos in, komt bij een riviertje en komt in een grot waar een trol op hem wacht. De

trol vraagt hem wat hij van het leven verlangt. “Als je de linkerdeur binnengaat, vind je alle schatten van de aarde. Pak wat je pakken kunt.” Maar dat is niet wat de man verlangt. “Als je de rechterdeur neemt, staat er een gigantisch leger voor je klaar. Verover de wereld.” Ook dit verlangt de man niet. “Maar wat wil je nu echt?” En dan is antwoord: “Ik verlang ernaar als een geheeld mens te leven.” De trol loopt naar hem toe en pakt de bochel van zijn rug. Teruggekomen in zijn dorp vertelt de man wat hem is overkomen. Eén van zijn dorpsgenoten hoort het verhaal aan. Hij wordt vervuld van begeerte. Hij sluipt het dorp uit op zoek naar het bos en de grot. Daar aangekomen staat de trol die hem uitnodigt te zeggen wat hij begeert. “Je zult het krijgen”. De man antwoordt: “Ik kom ophalen wat mijn gebochelde vriend hier vanochtend heeft achtergelaten.” En vervolgens kreeg hij zijn bochel.

Volwassenheid We kunnen onszelf en onze samenleving verlossen van de bochel die kredietcrisis heet als we weer in contact komen met onze werkelijke passies, dromen, wensen en verlangens. En ons bevrijden van de illusie dat het geld is dat bouwt en verwoest, beschermt en bedreigt. Het zijn onze dromen, wensen en verlangens die zowel onze samenleving, maar ook ons innerlijke leven vorm geven. Het is ons handelen en kijken dat beschermt, verwoest, bouwt en schept. De winst van de crisis is dat de financiële dienstverlening volwassen wordt. Alle gebakjes zijn geschikt voor consumptie, maar niet elk gebakje is bestemd voor jouw mond. Volwassen worden betekent niet alleen dat je je financiële kennis over de ander heen stort, maar dat je leert luisteren naar de vragen die er leven. Rudolf Steiner zei eens dat je nooit antwoord moet geven op een vraag die niet is gesteld. Behalve als je als autoverkoper weet dat de remmen van de auto niet werken. Er zijn vele mogelijkheden: je verkoopt de auto niet. Of je wijst de koper naar de dichtstbijzijnde bank om tegen hoge rente geld te lenen voor nieuwe remmen. Ik nodig de ethische dienstverlener uit om te kijken welke mogelijkheid het best past. Een ding is duidelijk: wie de klant op weg laat gaan, verliest. En laat vooral je verantwoordelijkheid werken. Een beroemde evangelist vroeg een vijftienjarige jongen de weg naar de dichtstbijzijnde garage. De jongen wees de weg. Als dank stelde de evangelist de jongen voor om een dienst bij te wonen waarin hij de weg zou wijzen naar de hemel. Waarop de jongen antwoordde: “Als je de weg naar de garage niet kunt vinden, denk je dan dat je mij de weg naar de hemel kunt wijzen?” nn nr. 3 / Thema Verrijking

37


// Onze grootste prestatie is dat we laten zien dat je ook op een andere manier succesvol kunt zijn //

Coco-Mat in het kort

Paul Efmorfides begint in 1989 met Coco-Mat. Het bedrijfje houdt zich in eerste instantie bezig met het produceren van matrassen en kussens van natuurlijke materialen. Daarbij wordt er onder andere gebruikgemaakt van kokosvezel, paardenhaar, zeegras, natuurlijk rubber, katoen, wol, cactusvezel, linnen en ganzendons. Inmiddels beperkt Coco-Mat zich niet alleen tot de slaapkamer, maar wordt er ook allerlei ander meubilair gemaakt. Coco-Mat is uitgegroeid tot een gerespecteerd wereldmerk met meer dan veertig winkels in Griekenland, Nederland, BelgiĂŤ, Spanje, Frankrijk, Duitsland, de Verenigde Staten, Canada, China en Saudi-ArabiĂŤ. Daarnaast heeft Coco-Mat ook een aantal eigen hotels en maken hotels wereldwijd gebruik van de producten van het bedrijf. Een ander opvallend aspect aan Coco-Mat is dat het bedrijf veel lof toegezwaaid krijgt voor de duurzame manier van produceren. Zo gaat het bedrijf er prat op dat vrijwel al het materiaal dat overblijft na productie wordt gerecycled. De fabrieken van Coco-Mat hebben geen schoorstenen en binnen sommige steden worden de matrassen afgeleverd per fiets. Ook bijzonder zijn de medewerkers. Al sinds de oprichting werkt Coco-Mat veel met gehandicapten en mensen uit etnische minderheden.

38

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!


HET GOUDEN EI tekst Pepijn Dros, beeld Coco-Mat

Wie op de fiets komt krijgt opslag De Griekse ondernemer Paul Efmorfides is oprichter van Coco-Mat, een bedrijf dat beddengoed en meubilair maakt van natuurlijke producten. In een relatief korte periode is Coco-Mat uitgegroeid tot een wereldwijd succes. Bovendien wordt het bedrijf alom geroemd vanwege het gevoerde duurzame beleid. Zo recyclet Coco-Mat vrijwel al haar afval en werken er veel gehandicapten en mensen uit etnische minderheden. Het cv van Paul Efmorfides leest als een wereldatlas. Als zoon van een Griekse gastarbeider woonde hij in Duitsland. Hij voltooide een opleiding lichamelijke opvoeding, gevolgd door een studie economie in Athene. Voordat hij in 1989 met Coco-Mat begon, was hij onder meer gymleraar en docent Engels in Engeland, Frankrijk, Spanje en Nederland. Ook werkte hij als journalist voor de Engelse krant Daily Telegraph. Dankzij zijn omzwervingen spreekt hij Engels, Duits, Frans, Nederlands, Italiaans en Portugees. Momenteel woont hij met zijn Nederlandse vrouw in Barcelona. Samen hebben ze vier kinderen van wie de twee jongste nog thuis wonen.

Een echte fabriek “Dat ik Coco-Mat begonnen ben, is eigenlijk puur toeval”, begint Efmorfides in goed verstaanbaar Nederlands. “Eind jaren tachtig werkte ik in Athene als sportleraar en om wat bij te verdienen verkocht ik allerlei prullaria aan toeristen in het centrum van de stad. Omdat ik veel talen spreek, kon ik goed communiceren met toeristen. Zo raakte ik op een bepaald moment in gesprek met een Nederlandse ondernemer. De man bleek een winkel in matrassen te runnen in Nederland en vroeg mij of ik een goede fabriek in Griekenland wist waar matrassen geproduceerd werden. Toevallig had ik onlangs een matras gekocht en ik nam de man mee naar dat adresje. Daar aangekomen begon de Nederlander hard te lachen. Ik had hem meegenomen naar een werkplaats waar

een ambachtsman één matras per dag maakte. De Nederlandse man dacht dat ik hem naar een echte fabriek zou brengen en hij maakte mij duidelijk dat dit niet was wat hij bedoelde. Ik heb die man nooit meer gesproken, maar samen met die ambachtsman ben ik in 1989 begonnen met Coco-Mat. Wij zeiden destijds tegen elkaar dat we het allermooiste bedrijf ter wereld wilden maken. Voorlopig lukt dat aardig.” Coco-Mat is uitgegroeid tot een wereldmerk, maar daar zag het in het begin niet naar uit. Net als de meeste beginnende ondernemers kreeg Efmorfides te maken met de nodige tegenslagen. “Voordat ik begon met Coco-Mat, had ik geen enkele ervaring op het gebied van matrassen en bedden”, gaat hij verder. “Geld had ik ook niet. Ik heb hemel en aarde bewogen om geld los te peuteren bij de bank. Vervolgens kreeg ik te maken met opstartproblemen: machines die niet werkten, problemen met toeleveranciers, noem maar op. Er is ook drie keer brand uitgebroken en ik heb toentertijd vaak gedacht dat het me niet zou lukken.”

Afval is een schande Het succes van Coco-Mat is mede te danken aan het duurzame karakter van het bedrijf. Efmorfides: “Het was mij als beginnend ondernemer meteen duidelijk dat je onderscheidend moest zijn. Vanaf het begin wilden we het anders doen. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van kokosvezels. Maar het is niet nr. 3 / Thema Verrijking

39


RUBRIEK HET GOUDEN EI

In de rubriek Het Gouden Ei verschijnen portretten van ondernemingen die in de praktijk hebben bewezen dat met duurzaamheid ook geld is te verdienen.

zo dat ik alles van tevoren heb uitgedacht. Elke dag leer je weer iets nieuws. Zo is Coco-Mat uitgegroeid tot het bedrijf dat het nu is. Een van de eerste mensen die ik heb aangenomen was een gehandicapte man. Dat was destijds toeval, maar pakte goed uit. Ik werk graag met mensen die graag willen. Mensen met een bepaalde drive. Dat vind ik belangrijker dan dat iemand over de juiste papieren beschikt. “Een ander voorbeeld is recyclen. Op een gegeven moment bleek tijdens de productie van een matras of bed dat we veel restmateriaal overhielden. Dat kun je weggooien, maar je kunt het ook gebruiken om er iets nieuws van te maken. We gebruiken het restmateriaal om sloffen en tasjes te maken, om deze vervolgens cadeau te geven aan onze klanten. Maar je kunt het ook cadeau geven aan mensen die niets hebben. Onlangs hebben wij voor gehandicapte kinderen in Ivoorkust van restmateriaal 20.000 schooltassen laten maken. Die kinderen maken we daar ontzettend blij mee. Eigenlijk vind ik afval een schande. Ik ben zelf ontzettend arm geweest en wil misschien daarom nooit iets weggooien. Wat afval is voor de een, is voor een ander een enorm cadeau.”

Valkuil van het grote geld “Mensen vragen mij regelmatig wat mijn geheim is”, zegt Efmorfides. “Maar misschien is mijn geheim dat ik geen geheim heb. Ik ben gewoon mezelf en probeer mooie en goede producten te maken. Daarom wil ik ook niet naar de beurs en houd ik investeerders buiten de deur. Ik heb mooie bedrijven om mij heen kapot zien gaan, omdat ze na een beursgang de controle verloren over hun eigen business. Het gevaar van het geld is dat je op een bepaald moment alleen nog maar bezig bent met cijfers en koersen en zo je principes verliest. Dat is voor mij de valkuil van het grote geld.” “De huidige crisis komt voort uit gelddrift, maar in mijn beleving is er helemaal geen crisis. Het is pas crisis als mensen doodgaan omdat ze niet meer te eten hebben. Niet als banken geen leningen meer verstrekken voor een auto. Wat ik vreemd vind is dat mensen niet meer weten dat het eigenlijk niet normaal is om een auto te hebben. Auto’s zijn één voorbeeld, maar we consumeren natuurlijk veel te veel. De meeste dingen die we consumeren, hebben we helemaal niet nodig. We worden enorm gepusht om te consumeren, waardoor we vergeten dat we prima kunnen leven zonder al die materiële zaken.” “Zelf word ik gedreven door iets heel anders dan geld”, vervolgt Efmorfides. “Ik geef niets om uiterlijk vertoon of materiële zaken. Ik draag kleding waar 40

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!

// Wat afval is voor de een, is voor een ander een enorm cadeau //

ik me prettig in voel, zoals sportkleding. Een auto heb ik niet, want ik doe alles op de fiets. Ik probeer gezond te leven. Ik rook niet, drink niet en eet geen vlees. Daar voel ik me prettig bij. Ik stimuleer de kleine groep mensen om mij heen om ook gezond te leven. Mijn kinderen natuurlijk, maar ook mijn medewerkers. In Athene fietst niemand. Wij stimuleren mensen van Coco-Mat om te gaan fietsen. Wie op de fiets komt, krijgt 5 procent opslag. Mensen die stoppen met roken, krijgen ook een bonus. Ik ben ervan overtuigd dat iemand die goed voor zichzelf zorgt, ook goed zorgt voor de mensen om hem heen en de omgeving waarin hij woont. Allemaal kleine prikkels om mensen te tonen dat je ook anders en gezonder kunt leven. De grootste prestatie van Coco-Mat vind ik dat we laten zien dat je ook op een andere manier succesvol kunt zijn.”

Gelukkigste man ter wereld “Mijn gezin is mijn grootste inspiratiebron”, zegt Efmorfides. “Ik heb vier kinderen en zij zijn mijn grootste bezit. Mijn oudste zoon woont in Tel Aviv en is gefascineerd door taal. Hij spreekt nu negen talen en wil er nog negen bij leren. Ik moedig mijn kinderen aan om veel te reizen. Als je reist leer je de wereld echt kennen. Dan zie je hoe iemand in het ene deel van de wereld gelukkig kan zijn met drie euro, en hoe ongelukkig iemand in een ander deel van de wereld is met drie miljoen. Dat leer je alleen als je het met eigen ogen aanschouwt. Mijn oudste zoon heeft die boodschap ter harte genomen. Verder heb ik nog een dochter die op hoog niveau volleybal heeft gespeeld en momenteel studeert in Amerika. Mijn zoon James is voetballer en heeft in de jeugd van Ajax en Real Madrid gespeeld en speelt nu bij de beloften van FC Barcelona. Ook mijn jongste zoon speelt bij Barcelona, bij de pupillen. Ik ben trots op mijn kinderen en ik ben de gelukkigste man ter wereld omdat zij zich op een goede manier ontwikkelen. Dat is waar het voor mij om gaat in het leven. En als je me nu wilt excuseren, ik moet mijn zoon naar voetbaltraining brengen. Op de fiets natuurlijk.” nn

HET SUCCES VAN EEN WERELDCONCERN • Geloof in je intuïtie • Drive is belangrijker dan diploma’s • Beloon mensen die gezond leven • Ga niet voor het grote geld • Verloochen je principes niet • Gooi niets weg


42

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!


intErviEw tekst Toon Berendsen, beeld Erik van der Burgt/Verbeeld

vanuit liefde in beweging Chris Das heeft samen met zijn partner Gisela Jansen een praktijk familieopstellingen naast zijn kantoor Taurus Financiële Belevingen in Borkel en Schaft vlakbij Valkenswaard. Eens in de maand komt een groeiende groep mensen – waaronder ook Taurus-klanten – bij elkaar voor twee familieopstellingen. Een familieopstelling bewijst echter ook goede diensten in het kader van life planning. “Vanuit liefde in beweging brengen”, zo omschrijven Das en Jansen familieopstellingen ook.

Bij een familieopstelling, die anders dan de naam doet vermoeden niet per se op een gezin of familie betrekking hoeft te hebben, wordt de eventuele onbalans in het familie- of groepssysteem zichtbaar. Alleen al dat inzicht leidt vaak tot betere onderlinge relaties. Dat geldt natuurlijk helemaal als het lukt het evenwicht te herstellen. Het begrip ‘opstelling’ moet letterlijk worden opgevat; de opsteller plaatst zogeheten representanten – die bijvoorbeeld de ouders en andere gezinsleden verbeelden – in de ruimte zoals hij of zij dat voelt. Zo worden de onderlinge verhoudingen zichtbaar. Representanten kunnen daarbij meemaken dat zij de gevoelens van de oorspronkelijke gezins- of groepsleden voelen, bijvoorbeeld boosheid of verdriet. Familieopstellingen hebben Chris Das zelf onder meer laten zien dat hij een ‘pleaser’ was; hij maakte het anderen graag naar de zin. Dat ging zelfs zover dat hij de onroerend-goedmakelaar die hij in 2006 in huis haalde de dienst liet uitmaken. De organisatieopstelling die Das toen deed, voelde alsof hij anderhalf uur aan zijn stropdas – die droeg hij op dat moment nog – door het stof werd getrokken. “Er werden zoveel zaken inzichtelijk waarop ik in beweging mocht komen. De essentie was echter dat ik uit liefde voor mijn opa zijn probleem droeg. Dit patroon werkte vervolgens door in de rest van mijn leven, zodat situaties zoals met de makelaar op mijn pad bleven komen. Pas toen ik me bewust werd van het patroon, kon ik zeggen: nu bepaal ik.” Gisela Jansen: “Ook ik was geneigd de ander te veel ter wille te zijn. Mijn vader overleed toen ik achttien was, daarna heb ik als oudste van het gezin het huishouden draaiende gehouden. Tot mijn 27ste ben

ik thuis blijven wonen. Dankzij een familieopstelling zag ik dat ik heel veel dingen in het gezin op mijn schouders had genomen. Dat doe ik nu veel minder. Mijn moeder vond het niet fijn dat ik het ouderlijk huis verliet, ze bleef aan me trekken. Iedere keer als ik naar mijn moeder ging, kwam ik huilend terug. Ook daar heb ik meer rust in gevonden.”

lifE planning-baby Het inzicht dat een familieopstelling biedt, betekent niet dat een probleem direct is opgelost. Das: “Natuurlijk verandert er energetisch het een en ander, maar mensen mogen zelf in beweging komen. In de periode dat ik de organisatieopstelling deed, had ik een bedrijfscoach in de arm genomen. De makelaar wist een aantal medewerkers ervan te overtuigen dat de coach aan de drank was. Toen ik daarachter kwam, zei ik: we zijn niet goed bezig als jij achter mijn rug om communiceert, laten we uit elkaar gaan. De opstelling had dus iets in beweging gezet.” Soms is het nodig om dat ook bij Taurus-klanten te doen, al is een familieopstelling geen voorwaarde om een financieel advies of life planning van Das te kunnen krijgen. “Een tijdje geleden was ik bezig met een life planning, maar na een paar gesprekken liep ik vast. Ik stelde voor een familieopstelling te doen in plaats van nog meer gesprekken. Toen kwam er beweging in; de vrouw in kwestie gaf haar positie als zelfstandig accountant op en besloot in loondienst te gaan als controller, want dat was wat ze eigenlijk wilde.” Sommigen vinden dat een life planner het sec bij de (financial) life planning dient te houden. Das, een life planner van het eerste uur (Taurus was een van de pilotkantoren van het Pure Life-concept van Allianz, nr. 3 / Thema Verrijking

43


Chris Das: “ Volkomen terecht dat adviseur wordt aangepakt voor woekerfacturen.”

weet eigenlijk alles al.”

red.), ziet dat anders. “Ik had een paar dat graag een kind wilde als bevestiging van hun liefdesband, maar het lukte niet. Dan kun je als life planner zeggen: ik doe hier niets mee, maar ik vind dat je zo’n essentiële wens niet kunt negeren. Dus heb ik een baby tóch op de tijdslijn gezet. En het is inderdaad goed gekomen, de eerste life planning-baby is geboren!”

Gisela haar levenspartner hier in. Ook zij probeert familieopstellingen te integreren in haar werk, maar dat is een wat langere weg. “Ik ben programmacoördinator en verzorg de logistiek, marketing en communicatie bij de internationale opleidingstak van een internationaal IT-bedrijf. Internationaal

Das en Jansen geloven sowieso niet in een statische aanpak, ook niet bij familieopstellingen. “Sommige begeleiders dirigeren en controleren de opstelling. Dat past niet bij ons. Wij geven veel ruimte, want juist dan ontstaan er bewegingen. Er zijn begeleiders die vooraf zeggen: dit is het thema dat de opstelling zo meteen gaat bloot leggen. Dat is evenmin onze werkwijze. Je mag als opsteller zélf het inzicht krijgen. Dan dringt het beter tot je door.”

// Misschien moeten we met z’n allen eens de financiële sector gaan cleanen //

Das en Jansen zijn ook zeker niet statisch in hun praktijk. Zo introduceerden ze onlangs mandala-tekenen (tekenen vanuit het onderbewuste, red.) voorafgaand aan de familieopstellingen. “Je ziet dan mooi hoe het onderbewuste alles eigenlijk al weet”, zegt Jansen. Das en Jansen schakelden op een gegeven moment ook twee paranormaal begaafde mensen in, maar dat maakte de familieopstellingen meer tot healing sessies terwijl het paar juist vindt dat mensen het inzicht dienen te verkrijgen zodat ze zichzelf kunnen helen.

Ho’oponopono Toen Chris de familieopstellingen ontdekte was hij direct zo enthousiast dat hij de opleiding ging volgen. Aangestoken door zijn enthousiasme, volgde 44

Gisela Jansen: “Het onderbewuste

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!

zijn familieopstellingen – of de techniek van Neuro Linguïstisch Programmeren (NLP) die er mede aan ten grondslag ligt – nog niet overal ingeburgerd. Bij de Nederlandse organisatie maken ze er wel gebruik van, maar internationaal is het zoeken hoe ik het zakelijke en familieopstellingen op een natuurlijke manier kan verbinden. De technieken gebruik ik zelf echter wel al in mijn dagelijkse werk.” Wat Das en Jansen ook gebruiken in hun dagelijkse leven: Ho’oponopono, een oeroud cleaningsproces uit Hawaï, dat door Ihaleakala Hew Len nieuw leven is ingeblazen. Ho’oponopono betekent letterlijk ‘herstellen van fouten’. Het gaat ervan uit dat we in wezen perfect zijn, gecreëerd naar het evenbeeld van God, Liefde, Void of hoe je het ook wilt noemen. Die perfecte staat wordt echter verstoord door onze herinneringen, niet alleen onze eigen herinneringen, maar


interview

ook die van onze ouders en voorouders die opgeslagen zijn in ons onderbewuste. Als we deze herinneringen niet ‘cleanen’ zullen we dezelfde fouten blijven maken, dezelfde slechte relaties blijven opzoeken en telkens opnieuw bij horken van werkgevers terechtkomen. Om tot onze oorspronkelijke perfecte staat terug te keren, zul je moeten cleanen en zul je honderd procent verantwoordelijkheid moeten nemen voor alles wat er gebeurt in je leven en voor iedereen die je tegenkomt in je leven. ‘Cleanen’ kan op een aantal manieren en ze zijn allemaal simpel. Bijvoorbeeld door in jezelf ‘I love you, I’m sorry’ te zeggen. Gisela: “Een zus van mij was in verwachting. Na vier maanden verloor ze al vruchtwater. We hebben toen ho’oponopono toegepast; we zijn gaan cleanen en uiteindelijk is het gelukkig goed afgelopen en kreeg mijn zus een aantal maanden later een gezonde baby. Wij hebben het gevoel dat wij hier op onze manier aan hebben mogen bijdragen.” Das zag Hew Len voor het eerst op de VVP Meet the Masters-bijeenkomst in Amsterdam waar de meester uit Hawaï sprak. Das was zo enthousiast dat hij anderhalve week later al op een weekendworkshop van Hew Len in Londen zat. “Ik was in Amsterdam met een Pure Life-groep en een aantal mensen moest erom lachen toen we naderhand met elkaar gingen eten. Maar voor mij klopte Hew Len’s verhaal meteen. Ik voelde het in mijn lichaam. Ik kwam thuis en was helemaal enthousiast en geïnspireerd.”

Servicedocument Das past ho’oponopono toe in zijn financiële adviespraktijk. “Ik clean bijvoorbeeld elke dag de lijst met adressen van mijn klanten. Ook toen ik begin vorig jaar besloot een abonnementsgeld in te voeren en ik het gesprek met klanten hierover aanging, heb ik gecleand. Ik weet zeker dat zonder dat cleanen die gesprekken minder goed waren verlopen.” Das vertelt dat hij met zijn servicedocument van 175 euro per jaar bewust een andere route volgt dan MultiSafe (het financiële advieskantoor in Huis ter Heide dat vooropliep bij het invoeren van een servicevergoeding, red.). “Het abonnementsprincipe naast provisie vind ik goed, maar ik heb het alleen toegepast op de onrendabele klanten. Ik heb een selectie gemaakt van klanten die jaarlijks tussen de nul en honderd euro opbrengen. Die mensen heb ik aangeschreven en ik ben bij ze op bezoek gegaan. Overigens heb ik me met de bezoeken beperkt tot de regio Eindhoven. De uitkomst: 35 mensen betalen

voortaan voor een servicedocument en tien mensen zijn totaalklant geworden. Een groot aantal andere klanten is weggegaan. Maar het kantoor telt nu wel zo’n 1.000 klanten die bijna allemaal rendabel zijn.” Das heeft de afgelopen jaren meer keuzes gemaakt. Zo besloot hij de openingstijden van zijn kantoor aan te passen naar vier dagen in de week en niet langer op vrijdag te werken, om tijd te hebben voor onder meer de praktijk familieopstellingen en coaching.

// Familieopstelling kan goede diensten bewijzen bij life planning // “Voor calamiteiten hebben we een 06-nummer ingesteld dat 24 uur per dag bereikbaar is. En weet je wat? Het nummer wordt buiten de kantooruren nauwelijks gebeld.”

Brand New Day Omzet is voor Das ook niet zaligmakend. Hij vertelt zich bewust verre te hebben gehouden van beleggingsverzekeringen. “Ik heb mijn hypotheekklanten een beleggersrekening aangeraden, met daarbij een losse overlijdensrisicoverzekering. Had ik toen trouwens maar al een vaste fee gehad, zoals nu (3.000 euro, red.). Want de provisie op de losse onderdelen was lang niet zo hoog. Ik heb dus eigenlijk geld laten liggen… Maar voor mij voelde het gewoon goed zo.” Das vindt dat het intermediair dat wél beleggingsverzekeringen heeft geadviseerd en daar goed aan heeft verdiend, nu niet nog eens zou moeten willen profiteren van dezelfde klant. Toch gebeurt dat wel. “Ik was op een presentatie van Brand New Day voor het intermediair. Die presentatie was volledig opgehangen aan het omzetten van ‘woekerpolissen’ in het Brand New Day-product. De tussenpersoon kan tot 750 euro provisie daarvoor inregelen. Het lijkt dat de klant dus toch weer geld uit de zak wordt geklopt.” “Wat we nu ook gaan zien, zijn de ‘woekerfacturen’. Ik ben een factuur tegengekomen van 12.000 euro. Omgerekend is dat een uurtarief van 600 euro. Het is volkomen terecht als een adviseur daarop wordt gepakt. Misschien moeten we met z’n allen toch eens de sector gaan cleanen…” nn nr. 3 / Thema Verrijking

45


Need to read

Journalist en psycholoog Dominique Haijtema recenseerde businessboeken voor BNR Nieuwsradio en het Financieele Dagblad. Voor deze rubriek kiest zij steeds vijf boeken die haar zijn bijgebleven.

Waarom zijn wij bereid ons bestaansrecht en identiteit aan ons werk te ontlenen? Hoezo zijn de gedachten van een bankier of accountant 500 pond per uur waard en het werk van een Braziliaanse schoonmaker 7 pond? De Engelse filosoof Alain de Botton onderzoekt deze en andere relevante vragen in zijn boek ‘Ode aan de arbeid’. Weinig consumenten staan er volgens hem bij stil waar hun fruit vandaan komt, laat staan waar hun overhemden gemaakt zijn of wie de ringen heeft ontworpen waarmee hun doucheslang aan de cabine is bevestigd. “De herkomst en de omzwervingen van onze aankopen laten ons onverschillig, hoewel – in elk geval voor mensen met wat meer fantasie – de klamme bodem van een doos of een ondoorgrondelijke code op een computerkabel een verwijzing kan vormen naar productieprocessen en transportmiddelen die indrukwekkender en geheimzinniger zijn – en meer ontzag en aandacht verdienen – dan de producten zelf”, schrijft hij. Hij gaat op zoek naar de eigenaardigheden van de moderne werkomgeving. En verbaast zich vervolgens over gecompliceerde terminologie, over personeel dat uitsluitend koekjes binnenrijdt bij vergaderingen of een bestuursvoorzitter die vooral zijn best doet om zo weinig mogelijk te zeggen. Volgens De Botton zijn veel mensen op kantoor gekweld door het idee dat zij een of andere vergissing hebben gemaakt en daardoor hun ware roeping zijn misgelopen. Zijn bevindingen op een accountantskantoor en een loopbaanadviesbureau zijn hilarisch, confronterend en buitengewoon ontnuchterend. Ode aan de Arbeid. Alain de Botton. Uitgever: Atlas. ISBN 9789045015873

46

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!

Een boek dat ik iedereen zou willen aanraden is ‘Kiezen voor geluk’ van de Zweedse regisseur Kay Pollak. Pollak maakte de prachtige film ‘As it is in heaven’, maar schrijft ook boeken over persoonlijke ontwikkeling en geeft cursussen over leiderschap in het bedrijfsleven. Hij gelooft heilig in het menselijk potentieel en stelt dat wij van iedere ontmoeting met anderen kunnen leren. ‘Kiezen voor geluk’ heeft feitelijk een kernboodschap: iedereen is de regisseur van zijn eigen leven. Wij kunnen een ander niet veranderen, maar wel onze kijk op de wereld. De titel van het boek zegt het al: geluk is wat de regisseur betreft vooral een kwestie van kiezen. Het boek is geschreven als een oefenboek en is daarmee een soort verandercursus waarvoor je de tijd kunt nemen. Door het boek meerdere keren te lezen, ‘ontdek’ je net als bij een goede film elke keer iets nieuws. Met ‘Kiezen voor geluk’ leer je jouw eigen film of verhaal steeds beter begrijpen. Kiezen voor geluk. Kay Pollak. Uitgever: AW Bruna. ISBN 9789022995747

De meerderheid van de Nederlandse banken is failliet en als we het bankensysteem niet fundamenteel wijzigen, kan morgen weer een bank omvallen. Dit stelt Kilian Wawoe, auteur van het boek ‘Bonus’. Het boek is gebaseerd op zijn eigen ervaringen als HR-manager bij ABN Amro en zijn promotieonderzoek, waarvoor hij vragen stelde aan bijna 1500 medewerkers van verschillende banken. De discussie gaat volgens hem meestal ten onrechte over de hoogte van bonussen, terwijl iedereen verkeerd gedrag vertoont als hij een bonus krijgt voorgehouden.


inspiratie tekst Dominique Haijtema

Wawoe riep al jaren dat het beloningssysteem bij banken pervers en misdadig is. Omdat er niets veranderde nam hij ontslag en werkt nu als onderzoeker en adviseur. Zijn kritiek op het bonussysteem wordt grotendeels doodgezwegen. “Niemand durft aan de bonussen te komen. Uit angst vermoed ik”, zei hij in een interview hierover. Hij beleefde zelf vette jaren bij de bank. Zijn mening veranderde toen hij onderzocht wat werknemers tot goede werknemers maakt. Hij ontdekte dat de hoogste bonussen niet gingen naar de beste bankiers, maar naar de grootste haantjes binnen het bedrijf: assertieve en dominante persoonlijkheden omdat zij de meeste risico’s nemen. Het bonusbeleid is vooral een illustratie van de enorme machocultuur in de bankwereld, waar het nooit genoeg is. Volgens Wawoe zou de top van de bank een vast salaris moeten krijgen. De fundamentele vraag die iedereen moet stellen, is eenvoudig. “Hoeveel risico wilt u dat de banksector nog neemt? Goed wetende dat de belastingbetaler de rekening betaalt als het straks opnieuw misgaat.” Bonus. Een Nederlandse bankier vertelt. Kilian Wawoe. UItgever: De Bezige Bij. ISBN: 9789023462682

Je ontmoet iemand en er is meteen een klik. Of je kent iemand al jaren en de communicatie verloopt elke keer bijzonder moeizaam. Er is al veel geschreven over persoonlijke communicatie en interactie tussen mensen. Het gaat dan meestal over de inhoud en af en toe over non-verbale aspecten zoals de lichaamshouding. Er is volgens auteur Marie-José Falke echter een niveau dat vaak over het hoofd wordt gezien en van nog grotere invloed en betekenis is dan het verbale en het non-verbale niveau. Daar is volgens haar aanzienlijk minder over bekend omdat het niet direct tastbaar en meetbaar is. “Terwijl juist dat niveau de beleving van verbinding en oprecht

contact bepaalt. Ook de bekende ‘ruis in de communicatie’ ontstaat op dat niveau”, schrijft zij in haar boek. Falke noemt dit niveau het derde communicatieniveau of het energetische niveau. Op basis van dit energetische niveau bepalen wij of we iemand wel of niet aardig vinden, iemand vertrouwen, vermoeiend of inspirerend vinden, opgejaagd worden of juist gerustgesteld, begrepen of gedesillusioneerd. Kortom: het energetische niveau is bepalend voor de ‘klik’. Onzichtbare interactie. Waar het in communicatie werkelijk om draait. Marie-José Falke. Uitgever: Ten Have. ISBN 9789025960926

Als een ronde tafel wordt gebruikt bij een vergadering, nemen meer mensen aan het gesprek deel dan bij een vierkante tafel. Toen warenhuis Wal-Mart zijn winkelwagens groter maakte, nam de verkoop van grotere spullen met 50 procent toe. Als patiënten een groen uitzicht hebben in het ziekenhuis, neemt de duur van hun verblijf met 20 procent af. Kleine dingen hebben vaak een gigantische impact, wil de Amerikaanse managementgoeroe Tom Peters hier maar mee zeggen. In zijn boek ‘De kleine grote dingen’ bundelde hij zijn inzicht en ervaringen van de afgelopen jaren. Peters is er bijvoorbeeld van overtuigd dat veel innovatie of succes ontstaat uit onvrede met een systeem of product. Een beetje revolutie in onze rigide systemen kan dan ook geen kwaad. Leidinggevenden hebben volgens Peters maar één belangrijke taak en dat is het ontwikkelen van hun medewerkers. Een leider hoort dan ook geen strategie te ontwikkelen, maar de beste strategen te ontwikkelen. Het boek is een beetje als de auteur zelf: het gaat alle kanten op, is niet altijd even genuanceerd en bevat talloze voorbeelden, oneliners en verhalen. Tom Peters geeft waardevolle adviezen die misschien voor de hand liggen, maar onvoldoende worden toegepast. De kleine grote dingen. 163 manieren om je resultaat te verbeteren. Tom Peters. Uitgever: Spectrum. ISBN 9789049106522

nr. 3 / Thema Verrijking

47


// Als ik de lote rij zou winnen, zou ik meer dan de helft wegge ven //

48

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!


dE toEKomst aan hEt woord tekst Paul van den Bogaard, beeld Henk Jan Dijks / Topshots

het tolletje draaiend houden We hebben de samenleving van onze kinderen te leen. Maar hoe denken kinderen zelf over de samenleving waarin ze opgroeien? Als ambassadeur ASN Jeugdsparen 2010 leverde Anne Leenstra het afgelopen jaar een aanzienlijke bijdrage aan de samenleving. Door het organiseren van allerlei acties verzamelde ze bij elkaar ruim 1.500 euro voor Cordaid Kinderstem, een van de organisaties die ASN Bank ondersteunt. Maar misschien nog wel een grotere bijdrage leverde ze door aandacht te vragen voor de problemen van kinderen die leven in sloppenwijken. Zo hield ze een blog bij op voordewereldvanmorgen.nl, gaf ze verschillende radio- en kranteninterviews, schreef ze zelf verhalen en trad ze op tijdens evenementen. “Mijn verlegenheid ben ik in ieder geval kwijtgeraakt”, zegt Anne. Een reis naar een van de projecten van Cordaid in Tanzania ging helaas aan haar neus voorbij. Want dat gaat haar opvolger doen. Anne is veertien jaar en woont samen met haar ouders, haar broertje van zeven en haar zus van elf jaar in het Friese Buitenpost. Wat ze na het gymnasium – waar ze nu op zit – gaat doen, weet ze nog niet. “Ik kijk nooit verder dan een paar jaar vooruit en zie wel waar het schip strandt. Ik zou wel wat in de fondsenwerving voor goede doelen willen doen, maar fotograferen vind ik ook erg leuk.”

onrEcht Samen met haar afkeer van onrecht zorgde Anne’s hobby ervoor dat ze jeugdambassadeur werd. Haar opvolger of opvolgster die eind maart het stokje zal overnemen, wordt gekozen door een jury waar ze zelf ook in zit. Anne werd destijds ambassadeur door mee te doen aan een fotowedstrijd van ASN Bank. “Ik fotografeerde mijn broertje door een zeepbel en dat vonden ze erg mooi bij ASN.” “Als je iets aan de wereld wil veranderen, moet je daar zelf aan werken”, vindt Anne. Wat haar zelf het meeste bezig houdt is onrecht. “Ik kan er heel slecht tegen als ik op tv mensen zie die het slecht hebben, slecht behandeld worden of ziek zijn. Wat je vaak ziet is dat mensen dan medelijden krijgen, maar daar hebben ze in die landen zelf niets aan. In plaats van medelijden te hebben kun

je ze beter gaan helpen en dat is wat ik probeer te doen – en gedaan heb – tijdens mijn ambassadeurschap.” Anne’s eerste actie was ‘van paperclip tot één miljoen?’ Hiervoor verkocht ze het hele jaar spullen via Marktplaats en op rommelmarkten. De meest bijzondere verkoopwaar waren de zelfgemaakte tasjes van tafelzeil, vindt Anne zelf. “Om ze te promoten ben ik zelfs nog met Brigitte Kaandorp, Elske DeWall en Kim Stolker op de foto geweest. Het feest van het vijftigjarig bestaan van de ASN Bank en de jaarmarkt tijdens het tachtig jarig bestaan van de Botanische Tuin de Kruidhof in Buitenpost hebben ook veel opgeleverd. Verder hebben mijn eigen school (het Lauwers College in Buitenpost), basisschool De Lichtbron en de PKN kerken van Buitenpost geld gedoneerd aan mijn acties.”

straatKindErEn “Ik hoop dat met het geld dat mijn acties hebben opgeleverd, goede dingen gedaan zullen worden. Dat, figuurlijk gesproken, kinderen zullen leren vissen zodat ze zelf een goed bestaan kunnen opbouwen. Dat ze trots kunnen worden op zichzelf en hun dromen werkelijkheid kunnen laten worden.” Anne vindt het erg jammer dat haar taak er nu bijna opzit, maar gelukkig kan ze nog wel haar stempel drukken op de verkiezing van de nieuwe ambassadeur. “Mijn wens is dat de volgende jeugdambassadeur het tolletje draaiende zal houden, zodat 100 miljoen straatkinderen uiteindelijk de tol niet meer zullen hoeven te betalen.” Ook als het dan echt afgelopen is, gaat ze door met de acties waar ze in het afgelopen jaar mee begonnen is. “Ik zou wel vaker van dit soort dingen willen doen en daarom houd ik mijn ogen en oren open. Ik blijf ook doorgaan met het verkopen van zelfgemaakte ansichtkaarten via webwinkel sendasmile.com. Een deel van de opbrengst gaat naar Cordaid en zij kunnen de kaarten ook in hun eigen webwinkel zetten. Ik maak ze van foto’s die mijn ouders gemaakt hebben van de bloemen in onze tuin.”

rijKdom Of ze nu later fotograaf, fondsenwerver of iets anders wordt, rijk zal Anne nooit zijn, denkt ze zelf. “Ook al win ik de loterij, dan zou ik er nog voor kiezen om meer dan de helft weg te geven aan goede doelen denk ik. Zo veel heb je toch niet nodig? Geld maakt niet het gelukkigst, maar andere mensen helpen, daar word je wel gelukkig van.” Anne geeft ook toe dat ze geld niet zo belangrijk vindt. “Van het zakgeld dat ik krijg ben ik niet voor iets speciaals aan het sparen of zo. Ik zou niet weten wat ik er van moet kopen. Een Wii spelcomputer misschien, maar dat willen mijn ouders niet. Of een eend, want eenden zijn mijn lievelingsdieren. Maar of ze daar nu zo blij mee zullen zijn?” nn nr. 3 / Thema Verrijking

49


Wouter Koolmees is financieel woordvoerder van de D66-fractie in de Tweede Kamer. Daarnaast is hij ondervoorzitter van de commissie infrastructuur en milieu. Eind vorig jaar werd hij door de Nederlandse parlementaire pers verkozen tot politiek talent van het jaar. Ook dit jaar deed hij weer van zich spreken. Zo riep hij minister De Jager van Financiën op te voorkomen dat de bankierseed een dode letter wordt. In het tv-programma Kassa pleitte hij voor een onafhankelijke status van de financiële ombudsman. Vóór zijn politieke carrière was Koolmees van 2003 tot 2009 in verschillende functies werkzaam als ambtenaar op het ministerie van Financiën. Van 2009 tot juni 2010 was hij hoofd begrotingsbeleid.

50

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!


INspiratie tekst Pepijn Dros, beeld Frits de Beer

De boekenkast van...

Wouter Koolmees Welke boeken spreken leiders aan? Waardoor laten zij zich persoonlijk en zakelijk inspireren? Deze keer gunt Wouter Koolmees ons een blik in zijn boekenkast. Hij vertelt uit welke boeken hij inspiratie put.

“Laat ik beginnen te zeggen dat ik ontzettend veel lees”, glimlacht Koolmees. “Maar ik moet daarbij aantekenen dat ik vooral voor mijn werk veel moet lezen. Als Kamerlid moet ik veel dossiers en stukken doorworstelen. Daarnaast moet ik ook de actualiteiten in mijn vakgebied nauwgezet volgen. Ik merk dat door mijn drukke werkzaamheden het lezen voor mijn plezier er regelmatig bij inschiet. De laatste twee jaar heb ik veel te weinig romans en echte literatuur gelezen.”

Dagelijkse leesroutine “Mijn dag begint met de Volkskrant en NRC Next. Het Financieele Dagblad lees ik elke dag in de fractiekamer. Ook Elsevier, Vrij Nederland en soms HP/De Tijd blader ik hier regelmatig door. Verder wordt door onze fractiemedewerkers een knipselkrant bijgehouden van relevante artikelen die in de wereldpers verschijnen. Op die manier ben ik in staat om belangrijke stukken uit The Economist en dergelijke bladen tot mij te nemen. Dat is goed voor de nodige diepgang.”

Crisis boeken “Voor mij is de huidige crisis waarin de wereld momenteel verkeert een directe aanleiding geweest om me kandidaat te stellen voor de Tweede Kamer. Dit is namelijk hét moment dat er belangrijke beslissingen genomen moeten worden. Er staan allerlei hervormingen op stapel. Over alles wat er de laatste tijd is misgegaan in de financiële wereld, verschijnen heel veel boeken. Een verhelderend boek vind ik bijvoorbeeld Fools Gold van Gillian Tett, over het verpakken van hypotheken. Ook Project Homerus van Kirsten Verdel, over de val van DSB, geeft weer hoe het er achter de schermen bij die bank aan toe ging. Zulke boeken zijn voor een politicus met financiën in de portefeuille verplicht leesvoer. Maar naast het feit dat het interessant is, vind ik het ook spannend om te lezen.” “Naast boeken die voor mijn werk relevant zijn, vind ik het ook leuk om boeken te lezen die gelieerd zijn aan de politiek.

Zo heb ik laatst Je hebt het niet van mij, maar... van Joris Luyendijk gelezen. Net als Het minderheidskabinet van Willem Vermeend en Over rechts van Jos Heymans en Frits Wester. Allemaal boeken die zich afspelen in of rondom het Binnenhof. De meeste boeken koop ik bij Donner in mijn woonplaats Rotterdam. Ze hebben daar een grote afdeling politiek en economie. Maar ik koop daar ook weleens fictie hoor! Onlangs heb ik de nieuwe Umberto Eco, De begraafplaats van Praag, aangeschaft. Ik moet echter tot mijn schande bekennen dat ik er nog niet in begonnen ben.”

Verwachting en verval “De laatste roman die een grote indruk op mij heeft gemaakt, was Caesarion van Tommy Wieringa. Ik heb dat boek tijdens mijn vakantie in Mexico in één adem uitgelezen. Een prachtig boek! Wat ik mooi vind aan de schrijfstijl van Wieringa is dat hij met ogenschijnlijk gemak personages en beelden tot leven weet te brengen. Wat ik in dit specifieke boek erg mooi vond uitgewerkt, waren de thema’s verwachting en verval. Als metafoor voor het verval gebruikt hij bijvoorbeeld een huis dat is gebouwd op een eroderende klif. De manier waarop hij dat beschrijft, vind ik echt prachtig.” “Eigenlijk heb ik van kinds af aan altijd veel gelezen. Als jongen van een jaar of tien ging liep ik de deur plat bij de bibliotheek in Capelle aan den IJssel. Ik was groot fan van de Lemniscaat-serie, Thea Beckman met Kruistocht in spijkerbroek en de trilogie over de 100-jarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk met Geef me de ruimte!, Triomf van de verschroeide aarde en Het rad van fortuin. Later, op de middelbare school, was ik verzot op de zogenoemde ‘lijsters’. Dit was een serie boeken van grote schrijvers die je voor je lijst kon lezen, zoals Twee vrouwen van Mulisch en Herinneringen van een engelbewaarder van Hermans. Ik weet nog dat ik vooral Rituelen van Cees Nooteboom toentertijd erg mooi vond. Weer iets later raakte ik erg onder de indruk van De ondraaglijke lichtheid van het bestaan van Milan Kundera. Prachtig! Vanavond toch maar proberen om een beginnetje te maken in de nieuwe Umberto Eco.” nn nr. 3 / Thema Verrijking

51


Angst, chantage en verleiding

in de financiële sector Als de dooretterende eurocrisis iets heeft gedemonstreerd dan is het dat politici nog altijd aan de leiband van bankiers lopen, vindt Ewald Engelen. “Het is onbegrijpelijk dat de politiek zich laat chanteren en ook na de crisis de banken geen strobreed in de weg legt.”

Jarenlang hebben banken met goedkoop geld ongestoord zo groot mogelijke balansen kunnen bouwen op een zo klein mogelijke kapitaalsbasis om winsten en bonussen maar zoveel mogelijk te kunnen oppompen; bankieren op anabole steroïden. Toezichthouders stonden erbij en keken ernaar, marktfundamentalisten juichten en applaudisseerden terwijl politiek en burgerij zich verveeld afwendden om zich vol overgave te storten op het volgende hoofddoekjesincident. Toen het ondenkbare toch gebeurde en in september 2008 de balansen met oorverdovend geraas implodeerden, besefte de politiek plotsklaps dat de banken in hun val ook de burgerij konden meesleuren. Bankieren mocht dan het exclusieve domein zijn van hoogopgeleide jongens en meisjes met dure pakken, mooie schoenen, protserige horloges en intimiderend jargon, toen het mis ging bleek dat diezelfde jongens en meisjes doodleuk hadden zitten gokken met onze huizen, onze spaarcenten en onze pensioenen. En dus zagen overheden en toezichthouders zich genoopt om alles uit de kast te halen om de banken overeind te 52

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!

Ewald Engelen is hoogleraar Financiële Geografie aan de Universiteit van Amsterdam


ESSAY tekst Ewald Engelen

houden. Ook al betekende het de nationalisering van banken en ook al zadelden zij ons daarmee op met honderden miljarden aan schuld. Het levenselixer van onze economieën — kapitaal — moest koste wat het kost blijven stromen. In de maanden van ontnuchtering die er op volgden, leek zich het begin van collectieve bezinning aan te kondigen. Niet eerder immers hadden zo weinigen in zulke kort tijd zoveel schade toegebracht aan zovelen. Die onthutsende constatering was aanleiding voor grote vragen over de aard van het kapitalisme, de kwetsbaarheid van het Amerikaanse model en de superioriteit van het Europese. En niet weinig later voor kleinere vragen over het nut van banken en of ze niet te groot, te ingewikkeld, te winstgevend en onderling te veel verbonden waren geworden. Wat voor de crisis ondenkbaar was (voornamelijk omdat de financiële sector als de kip met de gouden eieren werd gezien), gebeurde in de maanden erna: een Britse toezichthouder die publiekelijk twijfelde aan het maatschappelijk nut van een groot financieel centrum en bankieren op anabole steroïden; een Amerikaanse oud-minister die namens de overheid de uitspraak deed dat de enige nuttige financiële innovatie de uitvinding van de betaalautomaat is geweest. Even leek de wereld in de gedaante van de G20 bereid om hard in te grijpen en banken weer dienstbaar te maken aan consument en ondernemer.

// Het zelfregulerend vermogen van de sector voor de crisis bleek even veel waard als de zelfcontrole van een alcoholist // Even maar. Want toen de aandacht verschoof naar de consequenties van de crisis voor de schatkist en alle politieke energie ging zitten in het voorbereiden van het electoraat op megabezuinigingen, kwam het temmen van banken al snel weer op het bord van technocratische toezichthouders te liggen. En dus zagen de banken hun kans schoon. Haastig betaalden zij de staatssteun terug om de handel en wandel van voorheen te kunnen hervatten.

In de Verenigde Staten ligt er nu een drieduizend pagina tellende wet die het speculeren voor eigen rekening aan banden moet leggen en onderhandse derivatentransacties op een echte beurs moet onderbrengen. Maar de uitzonderingsbepalingen zijn zo omvangrijk en de camouflagetechnieken van zakenbanken en hun juridische diefjesmaten zo geslepen dat de verwachting is dat bankiers simpelweg de zakenbank zullen verruilen voor een hedge fund en de banken zelf er weinig van zullen merken omdat de winsten gewoon elders in de boeken opduiken. Niet onder Fixed Income, Commodities and Currencies zoals voor de crisis, maar onder Prime Brokerage of Asset Management bijvoorbeeld. In Nederland is er een parlementair onderzoek geweest en ligt er een bancaire code die toch weer zwaar leunt op het zelfregulerend vermogen dat voor de crisis even veel waard bleek als de zelfcontrole van een alcoholist. En internationaal ligt er Bazel 3 die banken verplicht hogere kapitaalbuffers aan te houden om klappen als in 2008 beter te kunnen opvangen. Maar de hoogte ervan is lager dan de acht procent die Bazel 1 ooit eiste, terwijl banken net als onder Bazel 2 zelf mogen berekenen hoeveel kapitaal zij moeten reserveren voor verschillende soorten activa en de invoeringstermijn na Duits protest is uitgebreid tot bijna een decennium. 1. De politieke reactie staat in geen verhouding tot de omvang van de schade die is aangericht Voor de goede orde: bijna tien procent van het mondiale bruto product – pakweg 5 duizend miljard dollar – is in rook opgegaan. Zoveel schade, zo’n timide respons. Hoe is dat in godsnaam mogelijk? Angst is een deel van de verklaring. Toezichthouders en politiek zijn zich in september 2008 lam geschrokken. Na het failliet van Lehman Brothers stond de wereld aan de rand van de financiële afgrond. En dat is geen kattenpis. Denk aan Argentinië in 2001, maar dan op wereldschaal en vermenigvuldigd met een factor vijftien. Als er geen geld meer uit de pinautomaten komt en winkeliers weigeren op krediet te leveren, komt het dagelijkse leven krakend tot stilstand en gaan vroeg of laat de stoeptegels door de winkelruiten. Van dat moment van totale anarchie en wetteloosheid waren we in september 2008 niet ver verwijderd. Dat is de politiek niet in de koude kleren gaan zitten. En als je dan bedenkt dat Amerikaanse en Europese banken drie jaar na de crisis nog altijd voor honderden miljarden aan afschrijvingen voor de boeg hebben — Europese overigens meer dan Amerikaanse nr. 3 / Thema Verrijking

53


— snap je waarom toezichthouders als de dood zijn om banken aan strenge stresstests te onderwerpen, of voor te stellen om de Griekse staatsschuld te herstructureren, Ierse banken over de kop te laten gaan, obligatiehouders te laten meebetalen aan reddingsacties, of banken veel hogere kapitaaleisen op te leggen. De artsen zijn bang dat het herstel nog te fragiel is, de patiënt nog te kwetsbaar en dat iedere schok dus fataal kan zijn. Maar er is meer aan de hand. Omkoping en zelfs onverbloemde chantage zijn niet van de lucht. Niet alleen zijn banken in landen als de VS en Ierland de grootste financiers van politieke partijen en de voornaamste leveranciers van data over zichzelf aan hun toezichthouders, ook zijn ze vaak medeauteurs van wetgeving die is bedoeld om de eigen handelingsvrijheid in te perken. Ook in Nederland blijkt cruciale financiële wetgeving vaak ingefluisterd door banken. Sommige passages komen zelfs regelrecht uit het propagandamateriaal van de Nederlandse Vereniging van Banken. Verder zie je vaak het zogenoemde draaideur-verschijnsel: topbankiers die in de politiek terecht komen, daar de belangen van de sector behartigen en vervolgens weer terugkeren naar de bancaire hoorn des overvloeds – of omgekeerd. 2. Banken en hun belangenverenigingen hebben hun lobbyinspanningen alleen maar vergroot Je zou verwachten dat na de crisis alles anders is. Integendeel: Bazel 3 is opnieuw het eindproduct van ellenlange consultatierondes met de sector zelf. De internationale bankierslobby – het Institute of International Finance onder leiding van Deutsche Bank-bestuurder Ackermann – bestookt de G20 en het Bazelse Comité voor Bankentoezicht met de ene na de andere waarschuwing over de macro-economische gevolgen van strenger toezicht. Terwijl nationale lobbyorganisaties de bankiersbelangen met lezingen, rapporten, congressen, recepties, etentjes en zelfs cheques voor lokale overheden behartigen. Het bontst maakt het keurige Nederland het. Niet alleen subsidieert de overheid nog altijd de nationale lobbyclub Holland Financial Centre die door oud-minister Bos was opgericht om met gunstige belastingregelingen en meebuigend toezicht het pijnlijke verlies van ABN Amro te verlichten, sinds kort trekken verzekeraars en overheid in de vorm van de Financial Services Strategy Board gezamenlijk op om Brusselse beleidsmakers ervan te overtuigen toch vooral geen besluiten te nemen die ongunstig uitpakken voor Nederlandse instellingen. Volgens een hoge 54

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!

Europese ambtenaar een ‘zeer ongebruikelijke’ gang van zaken. Maar het schokkendst is nog wel dat zelfs na de crisis banken niet terugdeinzen voor onverbloemde chantage. Zwitserse en Britse bankiers hebben aangegeven het beu te zijn om steeds maar uitgemaakt te worden voor zakkenvullers en dreigen weer schaamteloos te vertrekken naar andere, gastvrijere oorden (Zuidoost Azië, Malta) als de politiek niet stopt met bankiertje pesten. Het is een bekende stijlfiguur die weer regelmatig in allerlei varianten opduikt: als de kapitaaldekkingseisen worden verhoogd, komt de kredietverstrekking aan het midden- en kleinbedrijf in gevaar. Als de securitisatiemarkt niet snel aantrekt, zullen Nederlandse huizenkopers meer moeten betalen voor hun hypothecaire lening. Als wij strenger zijn met bonussen dan elders, lopen onze beste mensen weg. Als wij strikter toezicht houden dan anderen, verliest het nationale financiële centrum terrein. Dat banken zelfs na de crisis hun toevlucht nemen tot chantage is niet verwonderlijk — als er aan je bonus wordt gemorreld zijn immers alle middelen geoorloofd. Hoe exorbitant en onverdiend die bonus ook is en hoe terecht de ophef erover in het licht van de publieke miljardenreddingen ook is. Onbegrijpelijk is waarom de politiek zich laat chanteren en ook na de crisis de banken geen strobreed in de weg legt. Mijns inziens komt dat door de verleidelijke sprookjes waarin de banken hun dreigementen hebben verpakt. Daardoor denkt de politiek uit eigen beweging te handelen (of beter: niet te handelen) en heeft zij niet in de gaten dat ze door de bancaire sector wordt gemanipuleerd. Bancaire sprookjes zijn er in vele soorten en maten maar het zijn allemaal varianten op de fictie dat banken cruciaal zijn voor het vergaren, laten stromen en uitgieten van dat levenselixer van het kapitalisme dat zorgt voor gelukkige en welvarende huishoudens en innovatieve en concurrerende ondernemingen: krediet. 3. De rol van banken is minder cruciaal dan pakweg vijftien jaar geleden Ga maar na: grote bedrijven verkiezen anonieme obligatiehouders boven bemoeizuchtige banken en weten steeds vaker zelf de weg naar de financiële markten te vinden. Ook de kredietverlening aan consumenten is de laatste jaren radicaal veranderd. Kwam rond 1980 nog tussen de 70 à 80 procent van de inkomsten van banken uit het verstrekken van reguliere kredieten, in 2007 was dat gedaald tot 35 à 45 procent. In plaats daarvan zijn banken steeds meer afhankelijk geworden van provisies en commissies.


essay

Onder de vlag van financiële innovatie is in twintig jaar tijd de eenvoudige kredietverlening – goedkoop lenen, duurder uitlenen – zo goed als verdwenen. Bij de meeste banken is de waarde van het depositobedrijf een fractie van de totale balans. In plaats daarvan zijn complexe samengestelde producten gekomen (voor particulieren en zakelijke cliënten), die de facto neerkomen op gedwongen winkelnering en koppelverkoop, en drie dingen tegelijk doen: het maximaliseren van bancaire provisies, het minimaliseren van fiscale lasten (voor bank en cliënt) en het verdoezelen van de kostenstructuur. Zo ontstaan woekerpolissen, kredietderivaten, synthetische collateralized debt obligations en al die andere innovaties waar de sector voor de crisis zo trots op was. Het bedrijfsresultaat was er naar. Zowel in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië als Nederland was de bancaire sector in de jaren voor de crisis veruit de winstgevendste bedrijfstak. Oliemaatschappijen, automatiseerders, autofabrikanten en pillendraaiers konden er niet aan tippen. Bij een vrijwel gelijkblijvend personeelsbestand en een verdrievoudiging van de balans, wisten banken hun marktwaarde te verviervoudigen en hun winsten te vervijfvoudigen. Overigens had de consument het nakijken. Europese burgers klagen al jaren steen en been over de abominabele kwaliteit van de pensioenproducten die banken verkopen. Ook in Nederland – ooit de pensioenkampioen van Europa – hebben matige beleggingsresultaten, onderfinanciering en hovaardige dienstverlening een bom gelegd onder de veelgeroemde verplichte deelneming. Van het vermogensbeheer zijn de Europese consumenten al evenmin onder de indruk. Dat is onder de maat terwijl de kostenstructuur van beleggingsproducten onduidelijk is en woekerpraktijken suggereert. Tenslotte is er in Nederland veel te doen over het hypotheekbedrijf: slecht advies, hoge provisies, ondoorzichtige producten en hogere kosten dan in ons omringende landen. En in plaats van rondborstige spijtbetuigingen en genereuze schadevergoedingen, geven bankbestuurders steeds andere verklaringen af of – nog erger -- hullen zich in arrogant stilzwijgen. 4. De buitensporige winsten zijn niet te danken aan de hogere productiviteit die het sprookje van financiële innovatie suggereert De bancaire rendementen afgezet tegen totale activa fluctueren al decennia tussen een weinig indrukwekkende 0,5 en 1,5 procent. Dat staat in schril contrast met de rendementen die worden geboekt op iedere

euro eigen vermogen. Die fluctueerden voor de crisis tussen de 5 en 20 procent met uitschieters van 35 procent voor Barclays, Deutsche Bank, Goldman Sachs. Het verschil tussen de twee ratio’s (Returns on Assets versus Returns on Equity) is cruciaal om te begrijpen hoe het bancaire bedrijfsmodel voor de crisis zo succesvol kon zijn en tijdens de crisis zo wankel bleek. In de vijftien jaar voor de crisis hebben banken drie dingen gedaan. Ten eerste hun balansen kunstmatig opgeblazen met goedkope interbancaire leningen (en na de crisis met goedkope kredieten van de ECB). Waren in de jaren vijftig hefbomen van vijf maal het eigen vermogen normaal, vlak voor de crisis hadden sommige banken hefbomen van boven de vijftig! Lage rendementen per activa werden zo vermenigvuldigd tot hoge rendementen per eigen vermogen.

// Politici moeten leren door de sprookjes die bankiers vertellen heen te prikken // Niet door slimmer bankieren, betere risicobeheersing, superieur management of financiële innovatie. Nee, simpelweg door met goedkope kredieten magere rendementen op te pompen tot winsten waar niemand aan kon tippen. Ten tweede hebben banken hun bufferverplichtingen zoveel mogelijk gemanipuleerd. Hoewel cfo Bert Bruggink van de Rabobank anno 2011 volhoudt dat de securitisering van hypotheken juist voor Nederlandse banken essentieel is omdat zij in vergelijking met buitenlandse concurrenten door de verplichte pensioendeelname van Nederlandse werknemers minder deposito’s zouden hebben (de zogenaamde ‘funding gap’), gebruikte diezelfde Bruggink in 1997 een heel ander argument voor securitisaties: arbitrage. Door hypothecaire leningen te securitiseren en de eigen hypotheekcontracten te verkopen en het geld te steken in de hypotheekobligaties van een ander kon Rabobank de rendementen opkrikken en – vooral – de kapitaaldekkingseisen halveren: geen acht procent, maar vier procent dood kapitaal. Tel uit je winst. Een variant hierop is het terugkopen van aandelen waardoor het eigen vermogen slinkt, de hefboom groeit en de winst per eigen vermogen als vanzelf toeneemt. nr. 3 / Thema Verrijking

55


essay

Ten derde bezondigden banken zich aan het kopen, doorverkopen en nog eens doorverkopen van elkaars kredietderivaten. Sommige hypotheekobligaties figureerden in wel vier of vijf Collateralized Debt Obligations. Andere obligaties werden wel vier tot vijf keer verpand in de race om de hoogste hefboom. Met kredietverstrekking had het allemaal niets te maken; met de jacht op rendement, het maximaliseren van provisie-inkomsten en het ontlopen van bufferverplichtingen des te meer. De beste vergelijking is die van drie antiquairs op een onbewoond eilandje die elkaar steeds opnieuw hetzelfde Biedermeier kastje verkopen en er goed van kunnen leven. 5. Bankieren op anabole steroïden komt vooral de bankiers ten goede De consument, zo hebben we gezien, klaagt steen en been over slechte en dure producten en arrogante bankiers. De belastingbetaler moet het doen met loze beloftes van werkgelegenheid en winstbelasting in goede jaren die niet opweegt tegen staatssteun als het mis gaat. Ook de aandeelhouder deelt slechts mee in fraaie beurskoersen en hoge dividenden als het goed gaat. Als de winsten kelderen heeft hij het nakijken. Goudgerand zijn alleen de beloningen van de bankiers. Een bank lijkt daarmee op een beursgenoteerde voetbalclub. De topbankiers krijgen net als de topspelers een gefixeerd deel van de rendementen van hun desk; de aandeelhouder krijgt wat overblijft. Zo heeft bankieren op anabole steroïden geleid tot buitenproportionele beloningen. In welke sector vind je bedrijven die hun werknemers gemiddeld – dus

// De anabole steroïden moeten er rücksichtslos uit, de pillendoos moet op slot // van postkamer tot aan de Raad van Bestuur – tussen de 400 en 450 duizend euro uitkeren? In welke sector vind je bestuursvoorzitters die naar huis gaan met 70 miljoen dollar, zoals Lloyd Blankfein van Goldman Sachs in crisisjaar 2007? Als je vroeger serieus rijk wilde worden, moest je voor jezelf beginnen. Tegenwoordig trekt iedereen naar The City of naar Wall Street, waar de aanvangssalarissen voor beginnende analisten inclusief bonus tussen de 120 en 150 duizend dollar bedragen. Met alle maatschappelijke 56

Geld&Dienstverlening / nr. 3 Zo kan het ook!

consequenties van dien. Welke samenleving kan het zich permitteren dat haar grootste wetenschappelijke talenten zich onledig houden met het construeren van kredietderivaten die vooral zijn bedoeld om de toezichthouder om de tuin te leiden, de klant een poot uit te draaien, de fiscus te omzeilen en – vooral – de eigen zakken te vullen? 6. Het bancaire bedrijfsmodel is door en door verrot Banken doen niet wat ze moeten doen – huishoudens en bedrijven degelijke kredieten verstrekken – en doen wel wat ze moeten laten: elkaar opgepompte onzin verkopen waar niemand wat aan heeft. Dat was voor de crisis zo en is – helaas – nog steeds zo. Bazel 3 is een lachertje, hoezeer banken ook jeremiëren dat hogere kapitaaleisen tot lagere economische groei leiden. De anabole steroïden moeten er rücksichtslos uit; de pillendoos moet op slot. Dat betekent kapitaalbuffers van 15 procent of hoger. Al was het maar om het relatieve rendement op sociaal nuttige investeringen – midden- en kleinbedrijf, infrastructuur, alternatieve energie, opkomende markten – te vergroten. Ook moet banken het speeltje worden afgepakt om zelf hun buffers te bepalen. Zolang ze dat mogen, houden ze een prikkel om risico te vermommen, rendementen te verdoezelen en verplichtingen te verhullen. Dat was de grote fout van Bazel 2. En die fout maakt Bazel 3 opnieuw. Ten derde moet er een wettelijk plafond komen op het percentage van de inkomsten dat banken als basissalaris en bonussen mogen uitkeren. In 2010 is dat percentage bij een aantal Europese en Amerikaanse zakenbanken weer opgelopen tot de 70 à 80 procent die voor de crisis gebruikelijk was. Een wettelijk maximum van vijftig procent dwingt banken om meer reserves aan te houden dan zij vrijwillig zouden doen. Alleen zo kan worden gebroken met de perverse logica van private winsten en publieke verliezen die het neveneffect is van bankieren op anabole steroïden. Tenslotte moeten politici leren door de sprookjes die bankiers vertellen heen te prikken. Alleen wanneer de politiek gaat beseffen dat het intimiderende jargon van de bankier bestaat uit een halfbakken mengsel van potjeslatijn, halfbegrepen economische theorieën en regelrechte bullshit hebben we een kans om de wereld te bevrijden van de roofzuchtige bankiers die ons in 2008 naar de rand van de financiële afgrond hebben gebracht en dat – bij ongewijzigd beleid – ongetwijfeld spoedig weer zullen doen. nn


column Dominique Haijtema | beeld Merlijn Doomernik

Dominique Haijtema

Stoppen met zoeken “Het is nooit te laat om je vooroordelen op te geven.” Dit schreef Henry David Thoreau. Ik moest aan dit citaat denken toen ik onlangs ‘De Goeroegids’ afrondde. Voor dit boek sprak ik met Nederlandse managementgoeroes. Wat zouden zij mij leren dat ik niet allang wist of ergens al had gehoord of gelezen? Ik had al vele internationale goeroes en wereldleiders geïnterviewd en honderden businessboeken gelezen. Ik was een beetje goeroemoe. Maar had ook deze keer weer een heleboel vragen. Kunnen wij bijvoorbeeld niet zelf bedenken dat je als leidinggevende het goede voorbeeld moet geven? Er is een gigantische markt voor persoonlijke en zakelijke ontwikkeling. We willen weten waarom veranderingen mislukken, hoe we succesvol kunnen worden, wat klanten willen en hoe we ons van concurrenten moeten onderscheiden. Het zijn dat soort vragen die zorgen dat we een coach of adviseur inhuren, een businessboek lezen of een seminar bezoeken. We willen ons ontwikkelen, laten inspireren, ons potentieel benutten en simpelweg leren. En we zijn ervan overtuigd dat een ander ons bij de zoektocht kan helpen. Wie zich wil laten opleiden of bijscholen ziet ondertussen door de bomen het bos niet meer. Er is overal een cursus voor of boek over geschreven dat het antwoord heeft voor communicatie, persoonlijke effectiviteit, organisatieverandering of leiderschap.

Dat er verwarring en onzekerheid ontstaat bij medewerkers en managers is niet gek. De wereld is complex en er komt dagelijks een stortvloed aan informatie op ons af waar je makkelijk in kunt verdrinken. Hoe weten we welke seminars we moeten bezoeken, welk boek we moeten lezen of welke coach we het beste inhuren? Leidinggevenden moeten bovendien inhoudelijk deskundig, bescheiden, inspirerend, visionair, zingevend, dienstbaar en het liefst

// Verandering kan nooit het doel zijn, maar is altijd een gevolg // authentiek zijn. Een vrouwelijke bestuurder vertelde dat zij moe werd van alle managementhypes. “Ik heb er jaren over gedaan om me aan te passen aan de mannelijke bedrijfscultuur. Alleen door me aan te passen kon ik de top behalen. Nu moet ik op een cursus authentiek leiderschap omdat ik mezelf moet zijn. Maar als ik mezelf was geweest, had ik nooit op deze plek gezeten”, zei ze. Het is een beetje vergelijkbaar met de geluksindustrie. Er verschijnen steeds meer

Dominique Haijtema is journalist en psycholoog. Haar nieuwe boek De Goeroe Gids verschijnt in april 2011. www.haijtema.com

boeken en onderzoeken hoe wij gelukkiger kunnen worden. Tegelijkertijd nemen 1 miljoen Nederlanders antidepressiva. Meer kennis over een onderwerp leidt dus niet noodzakelijk tot een verbetering. Is het mogelijk een betere manager of professional te worden door een boek te lezen of een cursus te volgen? Of is het zoals schrijver Hermann Hesse zei? “Das, was wahr ist, und wie das Leben eigentlich eingerichtet ist, das muß jeder sich selber ausdenken und kann es aus keinem Buch lernen. Finden heisst: frei sein und kein Ziel haben.” De gesprekken met Nederlandse managementgoeroes hebben mij uiteindelijk veel geleerd. Dat we zoals Ben Tiggelaar stelt meer compassie mogen hebben met anderen omdat we zelf bijna nooit doen wat wij van anderen verwachten. Dat mensen wel willen veranderen, maar niet veranderd willen worden. Persoonlijke verandering kan volgens Daniel Ofman nooit het doel zijn, maar is altijd een gevolg. “Ik heb jaren aan mezelf gewerkt en therapieën gevolgd. Het schoot niet op. Dat vond mijn omgeving ook. Dan is het uitgangspunt toch dat het niet goed is zoals het is. Dat is reactief en niet creatief. Ga op zoek naar waar je ja tegen zegt, je kwaliteiten en je uitdagingen. Niet om ergens vanaf te komen maar om iets toe te voegen. Als je stopt met anders te willen zijn dan je bent, verander je als gevolg daarvan.” nn nr. 3 / Thema Verrijking

57


NIET Het beste advies voor een tweede hypotheek:

DOEN Financier een verbouwing sneller, voordeliger en gemakkelijker met het WOZ-krediet. Met het WOZ-krediet van Credivance heeft u als hypotheekadviseur een uitstekend alternatief voor een tweede hypotheek. Uw klanten betalen gĂŠĂŠn taxatie- en notariskosten. De (op zich al aantrekkelijke) rente is aftrekbaar van de belasting als het krediet besteed wordt aan het verbouwen of verbeteren van een woning. En binnen een paar dagen kunnen uw klanten al over het geld beschikken. Kijk voor meer informatie op www.credivance.nl of maak een afspraak met Marianne Wansbeek, Hoofd verkoop, via 030 659 68 15.


advertorial

Gelukkig dat uw klanten allemaal hetzelfde zijn gebleven.

Of niet soms?

Marianne Wansbeek Hoofd Verkoop Credivance

Ach, er zullen er vast nog een paar zijn: mensen, klanten, doelgroepen die nooit veranderen. Maar kent u ondernemers die vandaag nog exact dezelfde producten kopen als – pakweg – tien jaar geleden? Niet dus! Veranderingen horen erbij: door productontwikkeling, technologische vooruitgang, andere wetgeving en steeds weer nieuwe klantwensen. Ook in de kredietwereld hebben grote aardverschuivingen plaatsgevonden. Toch is er een diersoort die probeert stand te houden in het veranderde oerwoud (van regels en klantwensen) en dat is de hypotheken-diehard. Huizenmarkt in het slop, minder nieuwbouw, minder verhuizingen, zwaardere wetgeving? Het deert ze allemaal niet, ze blijven hun product trouw. Andere tariefsverhoudingen, nieuwe gedragscodes, hogere kosten? Maakt niet uit, we blijven hypotheken verkopen. Verbouwen, aanbouwen, verbeteren? HYPOTHEEK, HYPOTHEEK, HYPOTHEEK! Spreek ik hiermee een oordeel uit over deze adviseurs? Heb ik een mening over deze standvastige club financieel-specialisten? Jazeker. Een hypotheek is namelijk een box 1-krediet met als overige kenmerken een lange looptijd, een gevestigd onderpand en een te kiezen rentevaste periode. Bovendien leggen we dit allemaal vast bij de notaris. Een mooi product voor een hele grote

// De hypothekendiehard probeert stand te houden in het veranderde oerwoud van regels en klantwensen // groep klanten. Nieuw huis, grote verbouwing? Prima product zo’n hypotheek. Maar ik wil even met u terug naar de klant. De klant die zo vaak wordt onderschat, die soms wordt gezien als enkel de afnemer van een product. De klant die zich op de adviseur verlaat, maar steeds meer door heeft hoe het gesteld is met zijn eigen behoeften en in toenemende mate op de centen let. De klant die kritischer is geworden. Die klant is de afgelopen jaren gestopt met roken (een keuze), is in een kleinere en

(dus) zuinigere auto gaan rijden (alweer een keuze). Hij gebruikt de fax niet meer en koopt vaker biologisch eten (opnieuw een eigen keuze). Die klant die zich voorbereidt op internet voordat hij iets koopt en (dus) veel eigenwijzer ­– en zelfbewuster – is geworden. Diezelfde klant, uw klant, heeft soms een krediet nodig. En u laat hem kiezen uit een hypotheek. Een eerste of tweede hypotheek, een aflosvrije of mooie annuïtaire hypotheek, de budget of lekkerleef hypotheek, de ga-voor-dat-kleine-bedrag-tochmaar-naar-de-notaris-hypotheek. Prima. Meestal is dat prima. Toch?

// De zelfbewuste klant van vandaag bereidt zich voor op internet voor hij iets koopt //


Als u kansen wilt benutten, moeten we ze eerst creĂŤren

De wereld verandert. Ondernemende intermediairs ook. Als intermediair van de toekomst past u het goede uit het verleden toe in de praktijk van morgen. Herkent u zich in dat profiel, dan ondersteunen we u graag met de kennis en kunde van Achmea. We willen u duurzaam succesvol maken. Met programma’s als Voorzie. Daarbij gaat het om plannen maken. Maar ook om zaken als outsourcing, segmentatie, nieuwe beloningsvormen en nieuwe vormen van marketing en producten. Dat vraagt om een enorme toewijding en veranderbereidheid. Van u. En van ons. Want als u kansen wilt benutten, moeten we ze eerst samen creÍren.

Geld Dienstverlening  

Test Geld en Dienstverlening

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you