Page 1

KAREN VERBOOM HUISARTS GEZONDHEIDSCENTRUM NEDERHOVEN ZWIJNDRECHT

“DE BAND MET BORSTKANKERPATIËNTEN KAN HEEL INTENS ZIJN” lees meer op pagina 23

Samenwerken is vermenigvuldigen

Albert

lees meer op pagina 5

“VEEL ANGST KUNNEN WE DIRECT WEGNEMEN” RADIOLOOG

MARC KOCK Vierde jaargang april 2017


>>

[editoria l H a n s ten Voord e]

Visitekaartje Op 17 mei vindt het 70e Albert Event plaats. Waarom meld ik u dat? Omdat dit het laatste Albert Event is dat ik zal organiseren. Maar ook omdat het Albert Event volgens mij de essentie belichaamt van optimale samenwerking tussen eerste en tweede lijn. Dat is precies waar ik mij als relatiebeheerder Huisartsen sinds 2010 voor heb ingezet.

Vóór die tijd hielden huisartsen en medisch specialisten voornamelijk contact over patiëntgebonden kwesties. Maar goed samenwerken vereist meer. Welke informatie heeft de ander nodig en hoe blijf je elkaar vinden in een continue veranderende zorgomgeving? Waarbij, naast huisartsen, ook specialisten Ouderengeneeskunde en POH’ers waardevolle partners zijn? Om intensief te kunnen samenwerken, moet je elkaars taal begrijpen. Dat lukt inmiddels aardig in onze regio.

Om intensief

te kunnen samenwerken, moet je elkaars taal begrijpen

De Albert Events vormen hiervan een mooi visitekaartje. Neem het Event van februari over de behandeling van mammatumoren. Het praktijkgerichte programmagedeelte, samengesteld door afgevaardigden uit eerste en tweedelijn, sprak aan. De avond bood bovendien volop gelegenheid tot contact. Het 70e Albert Event, over CVRM, wordt minstens even interessant – komt u dus vooral! In deze Albert Contact wordt de samenwerking binnen de borstkankerzorg verder uitgediept. Oncologie is terecht een succesvol speerpunt van ons ziekenhuis. Punt van aandacht blijft de vraag hoe u elkaar snel kunt bereiken. Handig hierbij is de app ‘Artsenwijzer’, een digitalisering van ons ‘smoelenboek’ die binnenkort verschijnt. Naast contactgegevens van onze medisch specialisten bevat deze app contactinfo van huisartsen en specialisten Ouderengeneeskunde in onze regio. Wij houden de app up-to-date, u heeft dus altijd een actueel adresboekje binnen handbereik. Mijn eigen visitekaartje draag ik eind mei over, ik ga van mijn pensioen genieten. Mijn opvolger is tegen die tijd bekend en stelt zich dan aan u voor. Ik dank u voor het in mij gestelde vertrouwen. En wens u een aangename voortzetting van de onderlinge samenwerking toe.

Hans ten Voorde Relatiebeheerder Huisartsen Albert Schweitzer ziekenhuis

[1]


inhoud 01

EDITORIAL

05

MET HART & ZIEL

Visitekaartje

>>

10

BELEID “We leveren optimale patiëntenzorg tegen acceptabele kosten”

“Veel angst kunnen we direct wegnemen”

[inhoudsopga ve A l ber t Contact]

16

WEDERZIJDS

19

EEN BIJZONDER VERHAAL

Dr. Marian Menke en dr. Carlo Holtzer over borstreconstructie

“Er is een Melati vóór en na de borstkanker”

23

MET HART & ZIEL “Je bouwt een band op met patiënten”

12 06

3 VRAGEN AAN…

07

STATE OF ART

THEMA “We bieden support op maat”

Barbara Lagendijk

Thomosynthese biopsietafel

24 14

UITGELICHT

08/09

UIT DE PRAKTIJK Streven naar een betere kwaliteit van leven

GASTEDITORIAL “We doen alles wat in onze macht ligt om de kans op genezing van borstkanker zo groot mogelijk te maken”

UITGELICHT

De tumorwerkgroep borstkanker “We zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het wel en wee van onze patiënten”

20/21

Systemische technieken in het Albert Schweitzer ziekenhuis “Voor sommige patiënten met een mammacarcinoom kan een chemokuur veilig achterwege blijven”

Wilt u reageren op ons magazine? Dat kan via huisartsen@asz.nl [3]


>>

[met h art & zie l]

Na een mammografie

krijgen patiënten direct de uitslag

Marc Kock I Radioloog Albert Schweitzer ziekenhuis

“Veel angst kunnen we direct wegnemen” Als mammaradioloog combineert Marc Kock de functies van arts, poortwachter én boodschapper van goed of slecht nieuws. Empathie en eerlijkheid noemt hij daarbij onmisbaar. “Ik besef heel goed welke impact zo’n boodschap kan hebben.” “Op jaarbasis zien wij ruim 6000 patiënten met verdenking van borstkanker, sommige zeer verdacht, anderen met pijnklachten of een fors verhoogd risico. Daarnaast zien we ruim 3000 mammacare controlepatiënten. Bij allen willen we borstkanker zo goed mogelijk uitsluiten en de techniek helpt ons daar steeds beter bij. Dankzij beeldvorming ontdekken we borstkankers van 5 tot 6 mm en zelfs voorstadia daarvan. Feitelijk heeft de beeldvorming in de afgelopen vijftien jaar de waarde van het diagnostische lichamelijk onderzoek ingehaald.” ONTLADING De mammaradiologen in het Albert Schweitzer ziekenhuis zijn volgens

Marc poortwachters, die mammografie in de eerste lijn verrichten op verzoek van huisartsen. “Voor de algemene zorg is dat een mooie ontwikkeling. Beeldvorming biedt patiënten snel zekerheid, zonder inzet van de tweede lijn. We zien vaak zeer angstige patiënten, vrouwen vertellen dat ze dagen niet geslapen hebben. Na een mammografie geven wij direct de uitslag, veel angst kunnen we direct wegnemen. Bij het merendeel van de verdenkingen blijkt er namelijk geen sprake van borstkanker. Dat brengt dikwijls een flinke ontlading van emoties teweeg, patiënten willen soms om je nek springen van blijdschap.”

AANGRIJPEND “Maar ik moet ook slecht nieuws brengen, dat is natuurlijk minder prettig. Dat vereist empathie en eerlijkheid, het heeft geen zin om eromheen te draaien. Vooral bij zwangere vrouwen of jonge moeders kan me dat aangrijpen, als vader van jonge kinderen besef ik heel goed welke impact zo’n boodschap op een gezin kan hebben. In onze vakgroep werken negen mammaradiologen en twaalf mammalaboranten, allemaal even toegewijd. Daardoor loopt de Breast Clinic zo gesmeerd. Als de wachttijden te lang worden, openen we een extra onderzoekskamer. Patiënten moeten zo snel mogelijk weten waar ze aan toe zijn.” [5]


[ 3 v r age n aan ] <<

3 vragen aan...

Barbara Lagendijk I Polikliniek verpleegkundige Breast Clinic

“Aandacht verhoogt het welbevinden van patiënten” JE VANGT BORSTKANKERPATIËNTEN OP DIE NET VAN DE CHIRURG SLECHT NIEUWS HEBBEN GEKREGEN. HOE DOE JE DAT? “In zo’n situatie is het belangrijk dat mensen de ruimte krijgen om te ervaren wat dit nieuws met hen doet. Er zijn emoties, vragen, de wereld staat even stil. Sommigen willen praten, dan luister ik. Als mensen niet willen praten dan zijn stilte en ‘er gewoon bij zijn’ ook goed. Mijn kennis en ervaring als verpleegkundige komen hierbij goed van pas, evenals de kennis die ik heb opgedaan bij de mammaopleiding in Rotterdam.”

[6]

GEBEURT DEZE BEGELEIDING INCIDENTEEL? “Nee, integendeel. Wij zijn aanwezig bij de slechtnieuwsgesprekken én vaak bij de controlegesprekken van de chirurg. Na afloop daarvan maken we extra tijd vrij voor de patiënt. Dat is mooi om te kunnen doen, aandacht verhoogt het welbevinden van mensen. Psychosociale zorg is heel belangrijk, zo staan we om de patiënt heen. Maar je kunt niet alles bespreken in één gesprek, daarom is het werk van de mammacareverpleegkundigen ook zo belangrijk. Onze bevindingen geven we altijd aan hen door, zij zijn het eerste aanspreekpunt voor patiënten in het chirurgietraject.”

WAT IS HET GEHEIM VAN GOED KUNNEN LUISTEREN? “Oprechte aandacht is het belangrijkste, maar daarvoor moet je wel ruimte in jezelf hebben. Pas dan kun je volledig geconcentreerd zijn op de ander en aanvoelen wat die persoon nodig heeft.”

Psychosociale

zorg is heel belangrijk voor patiënten


>>

Thomosynthese biopsietafel I in beeld

[state of art]

Tomosynthese is het sleutelwoord bij het nieuwe 3d-biopsieapparaat dat de Breast Clinic dit jaar in gebruik nam. Het biopsie apparaat maakt met tomosynthese meerdere opnames van de borst, zodat een driedimensionaal beeld ontstaat. Daardoor kunnen zelfs de kleinste verkalkingen en verstoringen in de architectuur gedetecteerd en gebiopteerd worden. Tomosynthese biopsie is essentieel, want onthult laesies die alleen gezien worden door tomosynthese mammografie (vooral architectuurverstoringen). Dat is de grote winst, want die verstoringen waren met de oude (stereotactische) biopsie techniek niet te zien en konden we dus niet biopteren.

“Controle, comfort en trefzekerheid” De aanwinst – officieel ‘Affirm 3D Tomosynthesis Breast Biopsy prone biopsy system’ – is in wezen een tafel waar de patiënt op de buik op ligt, met een gat waardoor de borst naar beneden hangt en gecomprimeerd wordt met een soort mammograaf. Hierdoor kunnen we onder de tafel biopteren en is de borst 360 graden toegankelijk voor biopsie. De tafel staat in een behandelkamer op de Breast Clinic in Dordwijk. Patiënten komen er terecht als een afwijking is geconstateerd die echografisch niet geprikt kan worden en zichtbaar is met tomosynthese of mammografie.

“We bieden hiermee vrijwel honderd procent zekerheid,” aldus Radioloog Marc Kock. “De kans dat we met dit apparaat net naast de afwijking prikken is echt nihil. We brengen eerst via een scherm het ‘target’ in beeld. De software geeft de x, y en z-coördinaten en zo sturen we de naald direct naar de goede plek. Omdat we werken met een dikke vacuümnaald, 9 gauge, nemen we relatief grote stukken weefsel uit. Bovendien kunnen we als de naald eenmaal op de goede plek zit, de naald nog draaien als we zien dat het target zich bijvoorbeeld nét links of rechts naast de naald bevindt.”

Het apparaat brengt de afwijking via tomosynthese in beeld, zodat de naald heel nauwkeurig naar de afwijking gestuurd kan worden om daar een biopt uit de borst te halen. Bovendien kan met deze nieuwe biopsietafel de stralenbelasting (alhoewel deze al vrij beperkt is) verder gereduceerd worden.

Ondanks de forse naald geven patiënten vaak aan dat de procedure zelf niet pijnlijk is. “Van het prikken merken ze eigenlijk weinig,” vertelt Marc. “De borst wordt van tevoren verdoofd en tijdens de procedure gespoeld met een zoutoplossing met verdoving. Ook hier wordt de borst samengedrukt, maar patiënten

vinden het lang in een bepaalde houding liggen het vervelendst. Gelukkig brengt de 3D-tafel de behandeltijd terug van drie kwartier naar 20 minuten.” Na het afnemen van het biopt laten we meestal een hydromarker achter. “Dit is een titanium spiraaltje met gel, zodat we later de goede plek snel weer terug kunnen vinden als de afwijking kwaadwaardig blijkt te zijn; dat is het geval bij ongeveer één derde van de patiënten die we op deze manier prikken. Als er dan geopereerd wordt, plaatsen we met behulp van echografie naast die marker een jodiumzaadje, wat de chirurg terug kan vinden. Deze biopsietafel geeft je als radioloog een optimaal gevoel van controle, het biedt de patiënt meer comfort én vrijwel honderd procent trefzekerheid. Is de uitslag goed of juist niet, dan ís dat ook zo. Er is vrijwel geen kans dat we iets gemist hebben.” [7]


“Tumorwerkgroepen hebben hun meerwaarde bewezen” Niet op vakgroepniveau naar patiëntenzorg kijken, maar per tumorsoort het behandeltraject ziekenhuisbreed monitoren en waar mogelijk verbeteren: zo houden tumorwerkgroepen in ons ziekenhuis beleidsmatig vinger aan de pols. Internist-oncoloog Jos Kitzen is enthousiast. “Zo’n bredere blik biedt scherper inzicht.”

Uitgelicht I De tumorwerkgroep borstkanker De tumorwerkgroep borstkanker is niet te verwarren met het MDO dat twee maal per week in de Breast Clinic plaatsvindt. De tumorwerkgroepbijeenkomst evalueert vanuit beleidsmatig oogpunt het zorgtraject van patiënten met borstkanker. Het MDO is een oncologische bespreking waarbij per patiënt diagnose en behandelopties worden besproken. Huisartsen zijn overigens altijd welkom om aan een MDO deel te nemen waarin eigen patiënten besproken worden, de inbreng van aanvullende informatie vanuit de eerstelijn wordt bijzonder op prijs gesteld.

[8]


>>

In de Oncologiecommissie van het Albert Schweitzer ziekenhuis bespreken zorgverleners vanuit hun vakgebied maandelijks het totale oncologiebeleid van het ziekenhuis. Toen internist-oncoloog Jos Kitzen in 2011 voorzitter werd van het dagelijks bestuur van deze commissie, stelde hij voor om spiegelgesprekken te organiseren. “We denken en hopen zelf altijd wel dat we het goed doen, maar hoe denkt de patiënt hierover?,” zegt hij. “Dat kom je direct te weten via spiegelgesprekken. De opzet is simpel: je vraagt patiënten die kritiek durven uiten om in een kring plaats te nemen. Artsen en hulpverleners gaan achter de patiënten zitten en mogen alleen maar luisteren. Een objectieve gespreksleider vraagt de patiënten naar hun ervaringen. We hebben zulke gesprekken opgestart en dat leverde waardevolle feedback, patiënten attendeerden ons op lacunes in het systeem.” ANDERS SAMENWERKEN Patiënten bleken bijvoorbeeld tevreden over het werk van de afzonderlijke behandelaars, maar misten dikwijls de onderlinge samenhang. “Dat sloot goed aan op mijn wens om binnen de oncologie op een andere manier met elkaar samen te werken: niet alleen op vakgroepniveau, maar ook rondom de patiënt en zijn of haar aandoening. Dit leidde tot de oprichting van meerdere tumorwerkgroepen in ons ziekenhuis.” TUMORWERKGROEPEN Deze tumorwerkgroepen zijn gericht op borstkanker, MDL-oncologie en gynaecologische oncologie; andere tumorwerkgroepen zijn in ontwikkeling. Elke tumorwerkgroep is samengesteld uit afgevaardigden van alle disciplines die bij de behandeling van de betreffende tumor betrokken zijn. De leden komen

[uitgelicht De tu mor w er k g r oep bors tkanke r]

maandelijks bijeen en bespreken niet alleen patiëntgebonden onderwerpen. “De werkgroepen monitoren onder andere het logistieke proces rondom patiëntenzorg binnen de specifieke oncologische aandachtsgebieden. Sluiten alle disciplines qua behandeling op elkaar aan, is de routing zo strak mogelijk voor de patiënt georganiseerd? Zo’n bredere blik biedt scherper inzicht en maakt beter bijsturen mogelijk. Doorlooptijden worden continu tegen het licht gehouden, ook kwesties zoals wetenschappelijk onderzoek en regionale samenwerking komen aan bod.” VERBETERINGEN Deze gerichte samenwerking heeft op verschillende fronten tot concrete verbeteringen geleid. “Als het proces rondom een patiënt te lang duurt, dan merken we dat en zoeken we gezamenlijk naar een oplossing. Soms kunnen verbeteringen snel gerealiseerd worden. Toen een collega in de tumorwerkgroep borstkanker mij vertelde dat het niet lukte om de behandeling van borstkankerpatiënten binnen de gewenste tijd te laten starten, heb ik slots in mijn polispreekuren laten inbouwen, speciaal voor borstkankerpatiënten. Binnen een maand was de gewenste doorlooptijd bereikt. De intensere samenwerking heeft eveneens gezorgd voor het opstarten van meer wetenschappelijk onderzoek, waardoor patiënten meer en sneller gebruik kunnen maken van de nieuwste behandeltechnieken. Opmerkelijk is ook de oprichting van het Comprehensive Cancer Network, een samenwerkingsverband tussen alle ziekenhuizen in Zuid-Holland Zuid waarin tumorwerkgroepen actief zijn. Gezamenlijk proberen we de oncologische zorg regionaal optimaal ingericht te krijgen. De

tumorwerkgroepen hebben hun meerwaarde bewezen, op meerdere fronten.” KRACHT Zulke successen werken inspirerend. Zo kreeg ook het Consultatief Palliatief Team (CPT) van het Albert Schweitzer ziekenhuis vanuit de Oncologiecommissie nieuw leven ingeblazen. “De palliatieve zorg willen we ziekenhuisbreed goed op poten zetten. Daarvoor benutten we het CPT, waarbij specialisten en specialistisch verpleegkundigen patiënten op elke afdeling kunnen beoordelen en zo hun collega’s kunnen bijstaan.

We zijn

gezamenlijk verantwoordelijk voor het wel en wee van onze patiënten

De kracht van de tumorwerkgroepen is dat de leden elkaar op een respectvolle manier op handelen kunnen aanspreken. Daar moet je voor openstaan, ja, en dat vergt onderhoud van de contacten. Maar we zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het wel en wee van onze patiënten, dat is onze gemeenschappelijke deler. We willen zorg verbeteren vanuit een gelijkgestemde bevlogenheid, een passie die mij althans veel energie geeft. Ik vind het oprecht leuk om een organisatie beter te laten functioneren, vooral natuurlijk vanuit het oogpunt van de patiënt. Als dat lukt, geeft dat een intense voldoening.” [9]


[be l ei d B re as t C l i n ic , l o c a t ie D o r d w ij k ] <<

Breast Clinic: maatwerk in mammacare De Breast Clinic op locatie Dordwijk ontvangt patiënten van heinde en verre. Zij komen er voor topkwaliteit mammacare, geleverd door een team zorgverleners met specialisaties in diverse disciplines. Bedrijfsleider Deni Kraus vertelt. “De toewijding van dit team is buitengewoon.” Al vóór 2000 waren er in het Albert Schweitzer ziekenhuis plannen om de zorg aan borstkankerpatiënten verder te concentreren. De ‘mammapoli’ op locatie Amstelwijck ging vooruitstrevend te werk, maar verdere stroomlijning van de zorg vereiste méér. Dat resulteerde in 2012 in de oprichting van de Breast Clinic (zie kadertekst), een diagnose- en behandelcentrum op locatie Dordwijk. Deni Kraus is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van deze Breast Clinic: “We leveren optimale patiëntenzorg tegen acceptabele kosten.”

15 procent patiënten waarbij twijfel bestaat of een maligne aandoening is vastgesteld, kunnen we voor vervolgonderzoeken snel doorverwijzen naar de chirurg. Deze werkwijze is bij verzekeraars niet onopgemerkt gebleven: VGZ heeft ons onlangs genomineerd voor de Zinnige Zorg Award.” TOPSNELHEID Tweede grote voordeel van de Breast Clinic is de snelheid van geleverde zorg. Nieuwe patiënten kunnen vaak binnen 48 uur na verwijzing gezien worden en ook daarna blijft het

We combineren kennis en kunde

met oprechte empathie HET BEGINT BIJ DE RADIOLOOG Uniek in de opzet van dit centrum is allereerst de routing: “In de meeste ziekenhuizen bezoeken patiënten met een afwijking in de borst eerst de chirurg, om daarna naar de radioloog verwezen te worden,” zegt Deni. “Echter, bij 85 procent van de ingestuurde patiënten blijkt na radiologisch onderzoek – gelukkig – geen of een goedaardige aandoening aanwezig te zijn. Die routing is voor patiënt noch chirurg ideaal én is qua kosten inefficiënt. Daarom komen patiënten bij ons éérst bij de radioloog. Bij de

[10]

tempo erin. “Als er geen afwijkingen zijn, krijgen patiënten na het radiologisch onderzoek dezelfde dag de uitslag, bij gebiopteerde afwijkingen is binnen zeven dagen een behandelplan klaar. De behandeling gaat vervolgens zo snel mogelijk van start. Dat gebeurt vanzelfsprekend volgens een multidisciplinaire aanpak. Twee maal per week worden patiënten ‘s avonds in een MDO besproken. In het zorgtraject werken artsen, röntgenlaboranten, verpleegkundig xspecialisten en assistenten nauw samen.”

KENNIS, KUNDE EN EMPATHIE Dat hier hoogwaardige kwaliteit zorg geleverd wordt, spreekt voor zich: “Onze specialisatie is mammacare, met maatwerk als toegevoegde waarde. Dus hebben we negen radiologen en vijf chirurgen die in mammadiagnostiek en behandeling gespecialiseerd zijn; één chirurg verricht uitsluitend mammachirurgie. Daarnaast vormen drie mammacareverpleegkundigen voor patiënten een vast aanspreekpunt gedurende het chirurgische traject. Om nog maar te zwijgen over de andere medewerkers van wie de betrokkenheid bij mammacare echt bijzonder is. Natuurlijk werken we met de modernste apparatuur en dito diagnose-en behandeltechnieken. Ik ben trots op de buitengewone toewijding van dit team. Borstkanker is een beladen onderwerp en brengt een specifieke patiëntenpopulatie met zich mee. Dat vergt van de zorgverleners niet alleen gedifferentieerde kennis en kunde, maar ook oprechte empathie en betrokkenheid. Dat alles is bij ons ruimschoots aanwezig.”


TOEGEWIJD TEAM Het team van de Breast Clinic bestaat uit radiologen, chirurgen (waaronder één mammachirurg), radiotherapeuten, pathologen, laboranten, mammacareverpleegkundigen, verpleegkundigen en polikliniekassistenten. Jaarlijks worden er bij ongeveer 10.000 patiënten mammografieën verricht (bij nieuwe patiënten en controlebezoeken). Bij 350 - 420 van hen wordt de diagnose borstkanker gesteld. De Breast Clinic werkt nauw samen met het Centrum voor Borstreconstructies van de afdeling Plastische Chirurgie van het Albert Schweitzer ziekenhuis. Daarnaast zijn er samenwerkingsverbanden met het Erasmus MC (radiotherapie) en het UMCU (wetenschappelijk onderzoek). De Breast Clinic wil graag voldoen aan het Europese Kwaliteitsregister en beschikt over het kwaliteitscertificaat van de Borstkankervereniging Nederland, het ‘roze lintje’. Zorgverzekeraar Menzis verleende al het Predikaat Topzorg. Meer weten: https://www.asz.nl/ specialismen/breast-clinic/

VGZ

heeft ons genomineerd voor de Zinnige Zorg Award

Deni Kraus I Bedrijfsleider [11]


>> Mammacareverpleegkundigen

Hanny, Sandra en Chandra

De gespecialiseerde mammacareverpleegkundigen in de Breast Clinic van het Albert Schweitzer ziekenhuis hebben een aanvullende opleiding Mammacare afgerond. Hiermee zijn zij gespecialiseerd in de verpleegkundige zorg en begeleiding van patiĂŤnten met borstkanker binnen het chirurgische traject. Wilt u meer weten over het werk van de mammacareverpleegkundigen? Voor vragen of meer informatie kunt u op werkdagen tussen 8.30 en 15.00 uur bellen naar (078) 654 18 08 / 664 29 40 / 654 14 61. Of stuur een e-mail naar mammacare@asz.nl, binnen twee werkdagen krijgt u antwoord.

[12]


>>

[ thema ma mma ca r ever pl eegkund igen]

HET WERK VAN DE MAMMACAREVERPLEEGKUNDIGEN:

“Patiënten kracht geven, daar gaan we voor” Voor de borstkankerpatiënten die in het Albert Schweitzer ziekenhuis geopereerd worden, zijn drie mammacareverpleegkundigen de rots in de branding. Zij monitoren het chirurgische zorgtraject, voorzien patiënten van praktische informatie én bieden psychosociale ondersteuning. “Als mammacareverpleegkundigen informeren, begeleiden en ondersteunen wij patiënten; wij zijn een schakel binnen het mammateam,” vertelt Sandra den Besten, één van de drie mammacareverpleegkundigen. “Ons werk begint direct nadat een patiënt van de chirurg te horen heeft gekregen dat er sprake is van borstkanker en dat een operatie nodig is. Deze patiënt zien wij binnen een aantal dagen op ons poliklinisch spreekuur in de Breast Clinic. Voor zo’n eerste gesprek trekken we een uur uit. We geven alle mogelijke informatie over de operatie en bieden psychosociale steun. We informeren over het traject na de operatie, kijken of thuiszorg wenselijk is. Support op maat dus, afhankelijk van de wens en mogelijkheden van de patiënt.” PRE- EN POSTOPERATIEF “Onze begeleiding is pre- en postoperatief,” vult collega Chandra Ramlal aan. “We bezoeken patiënten ook tijdens hun verblijf op de verpleegafdeling. Daar coördineren we de verpleegkundige zorg en zijn verantwoordelijk voor drainzorg in de thuissituatie. Er is dan dagelijks telefonisch contact met de patiënt, totdat de drain door ons verwijderd kan worden.” ADVIES EN SUPPORT “De dag na ontslag bellen we met de patiënt, om te horen hoe het

gaat,“ zegt collega Hanny Rikkers, de derde mammacareverpleegkundige in dit team. “Zo’n vier tot zes weken na de operatie zien we de patiënt nogmaals. Indien nodig verwijzen we dan door voor aanvullende zorg zoals fysiotherapie, huidtherapie of oncologische revalidatie. Patiënten mogen ons altijd mailen of tijdens kantooruren bellen, zelfs als het behandeltraject is afgerond. Dat gebeurt regelmatig, een patiënt kan een vraag hebben over het litteken, borstprothese of alsnog behoefte hebben aan een verwijzing.” Chandra: “Overigens zien we niet alleen patiënten met een maligne afwijking. Ook mensen met een benigne afwijking, of patiënten die een okselklierdissectie ondergaan in verband met een melanoom, komen ter voorbereiding op de operatie naar ons spreekuur. Deze patiënten bellen we na de operatie; daarna zijn we ook voor hen per mail of telefonisch bereikbaar.” BEST DRUK Naast patiëntgebonden zorg houden Hanny, Chandra en Sandra zich bezig met niet-patiëntgebonden taken. Deze variëren van het opstellen van een patiënteninformatiemap en patiëntenfolders tot het actualiseren van protocollen en het verzorgen van scholingen. Ze participeren in werkgroepen en verlenen medewerking aan (inter)nationale wetenschappelijke studies. Best druk,

met z’n drieën. Maar dat tempert het enthousiasme bij het team geenszins.

Het is mooi

als je ziet dat mensen kracht putten uit onze gesprekken

EMOTIES “Het is mooi werk, het geeft veel voldoening om mensen te informeren en begeleiden tijdens een hele moeilijke fase in hun leven,” zegt Sandra. “Patiënten die goed op de operatie zijn voorbereid, zijn minder angstig en dat komt het behandeltraject ten goede,” vult Hanny aan. “Het is echt mooi om te merken hoe patiënten kracht putten uit onze gesprekken,” besluit Chandra. “Wij leren daar ook van, tips van patiënten kunnen leiden tot waardevolle initiatieven. Zoals bijvoorbeeld het door ons ontwikkelde hartenkussen, dat de gevoelige borstomgeving van de patiënt na de operatie ondersteunt. Zo blijven we de zorg aan onze patiënten verder optimaliseren.” [13]


Als een borstkankerpatiënt uitbehandeld is Oncologiepatiënten die in curatieve zin uitbehandeld zijn, betreden een vaak zware laatste levensfase. Waar ligt de behandelgrens en hoe begeleiden we mensen daarna? Drie betrokkenen aan het woord, elk vanuit de eigen expertise. “Het vergt veel, maar ik kan ook veel brengen.”

“Ik bereid mensen voor op hun overlijden” therapieën geen resultaat opleveren. Wat wil je achterlaten? Hoe wil je je uitvaart regelen? Kun je zelf de regie houden? Indien mogelijk geef ik adviezen. Omdat ik bijvoorbeeld van andere patiënten gehoord heb dat zij een fotoboek voor hun kleinkinderen gemaakt hebben. Of een brief voor hun dochter, te openen op haar trouwdag. Veel mensen ervaren zulke suggesties als waardevol.

>> Joan

van den Bosch internist-oncoloog, voorzitter Consultatief Palliatief Team, Albert Schweitzer ziekenhuis

“Er komt een moment waarop de behandelgrens nadert. Bij oncologiepatiënten is dat voor mij het moment waarop ik geen bewezen zinvolle behandelopties meer kan bieden. Of wanneer een patiënt irreële verwachtingen heeft. Dan is het mijn taak om mensen voor te bereiden op hun overlijden. Met die boodschap wacht ik niet tot de laatste therapie afgerond is, meestal geef ik een signaal als er nog één of twee behandellijnen resteren. Voor zo’n gesprek neem ik de tijd. Ik vertel dat de therapieën niet hebben gebracht wat we hadden gehoopt en dat nog enkele opties resteren. Daarna vraag ik mensen in alle openheid om na te denken wat ze nog willen én kunnen, als de [14]

Na zo’n gesprek bel ik altijd met de huisarts of stuur een interne mail. De huisarts moet immers de begeleiding overnemen, ik respecteer zijn of haar regie. Daarnaast werk ik samen met de geestelijke verzorgers in ons ziekenhuis, de coördinerende oncologieverpleegkundigen en de casemanager van het Consultatief Palliatief Team. Ook mijn polikliniekassistente Babette speelt een belangrijke rol bij het opvangen van patiënten. Ik voer dagelijks één tot twee van deze gesprekken. Dat blijft verschrikkelijk, bovenal natuurlijk voor patiënten. Sommigen reageren heftig geëmotioneerd, anderen zeggen dat ze het eigenlijk al wisten. Ik ga bewust niet meer op huisbezoek, ik wil de huisarts niet voor de voeten lopen. Soms word ik gevraagd om euthanasie bij een patiënt thuis te verrichten, bijvoorbeeld omdat een huisarts dat liever niet doet. Vervolgens zal ik proberen er voor die patiënt te zijn.”

>> Florence

Guibert Buiron huisarts, kaderarts Palliatieve zorg, consulent Regionaal Palliatief Team Waardenlanden en CPT Rotterdam

“Palliatieve zorg is méér dan terminale zorg” “In onze regio zitten we beslist op één lijn als het gaat om de wens hoogwaardige kwalitatieve palliatieve zorg te verlenen. Maar bij het daadwerkelijke verlenen van die zorg blijkt jammer genoeg dat we nog dikwijls te veel op ons eigen eiland blijven. Palliatieve zorg is gebaat bij teamvorming rondom de patiënt, waarbij we samen breed alle aspecten van mogelijke zorg beoordelen. Als kaderarts Palliatieve zorg probeer ik de kwaliteit van palliatieve zorg in onze regio te verbeteren. Dat doe ik op bestuurlijk niveau én als consulent, waarbij ik collega’s waar mogelijk ondersteun. Dat gebeurt onder meer via het organiseren van PATZ-groepen, kleine MDO’s waarin alle eerstelijns zorgverleners rondom een patiënt betrokken zijn.


>>

Daarnaast werk ik samen met de HAP om een betere overdracht van palliatieve patiënten te bewerkstelligen. Ook geef ik als consulent Palliatieve zorg advies in de regio en ondersteuning aan professionals. Hoewel ik mij hierbij nu vooral op de eerstelijn richt, kan die begeleiding zeker ook voor de tweedelijn gelden. Zo mag ik sinds vorig jaar deelnemen aan de MDO’s van het interne palliatieve team van het Albert Schweitzer ziekenhuis, daar ben ik blij mee. Palliatieve zorg is overigens niet hetzelfde als terminale zorg, dat misverstand kom ik vaak tegen. Palliatieve zorg reikt veel verder, het behelst een breed scala zorg aan patiënten met een ernstige ziekte. Deze patiënten ervaren veel ongemakken, waar een curatieve arts in eerste instantie niet op focust. Palliatieve zorg doet dat nadrukkelijk en kan heel goed tegelijk met curatieve zorg worden ingevuld. Oók voor borstkankerpatiënten, die gezien de toegenomen overlevingskansen bijna als chronische patiënten beschouwd kunnen worden. En uiteraard, als de patiënt in curatieve zin uitbehandeld is, kijken we hoe we in de laatste levensfase zo veel mogelijk comfort kunnen bereiken voor een optimale kwaliteit van leven. Hoe ver we gaan met behandelen? Dat is voor iedereen – ook voor patiënten – een goede vraag. We moeten altijd streven naar een balans tussen respect voor de autonomie van de patiënt en het ‘niet-schaden’. Vooral bij cruciale ingrijpende beslissingen vereist dit van artsen veel inzicht, tact en optimale onderlinge communicatie.”

[ uit de p raktijk]

“Leg nooit je eigen kader op” “Strikt genomen komen mijn collega’s en ik bij palliatieve patiënten thuis voor het verrichten van verpleegkundig technische handelingen, denk aan intraveneuze danwel subcutane medicatietoediening, plaatsing van drainagelijnen en Venflon-naaldjes of het verzorgen van portocads. Maar we doen zoveel meer! We geven voorlichting en bieden patiënten en hun naasten een luisterend oor. We wandelen mee met de vragen die mensen hebben, ik ben daarbij altijd open en eerlijk. Ons werk is een aanvulling op dat van de medisch specialist en huisarts, eventuele problemen in de thuissituatie filteren we en spelen we door naar andere zorgverleners. Die samenwerking is enorm belangrijk en begint bij een duidelijke en volledig ingevulde behandelaanvraag. Ik werk al 18 jaar in het Transmuraal Team en heb die samenwerking in positieve zin zien veranderen. Top down zorgverlening heeft plaatsgemaakt voor zorg waarin artsen naast de patiënt staan en zo gerichter kunnen inspelen op wensen en behoeften. Hoe ver kunnen we gaan in de palliatieve zorg? Ik zou zeggen heel ver, maar daarbij mag je als zorgverlener nooit je eigen kader opleggen. Elk mens heeft een persoonlijke rugtas en moet mede daarvanuit beslissen over de eigen laatste stappen in het leven. Ik heb hier vaak hele open gesprekken over met patiënten, tot hoe ver moet of kun je gaan, kun je loslaten en zo ja, wie en wat laat je los? Opvallend is dat veel patiënten het lastig vinden om hierover met hun dierbaren te praten, vanuit een beschermingsbehoefte. Terwijl het ‘niet invullen voor een ander’ juist de openheid

in relaties ten goede komt. Ook daarover praat ik met patiënten. Zo mag ik dicht bij het echte ‘wezen’ van mensen komen, dat vind ik mooi. Het vraagt soms heel veel, maar ik kan ook heel veel brengen.”

Elk mens

heeft een persoonlijke rugtas en moet zelf beslissen over de laatste stappen in het leven

>> Rob

Verhoef verpleegkundige Transmuraal Team Albert Schweitzer ziekenhuis [15]


[ w ederz i j d s] <<

“Het resultaat ziet er redelijk natuurlijk uit”

Dr. Marian Menke I Mammachirurg, Breast Clinic, Albert Schweitzer ziekenhuis

Na een borstamputatie kan een borstreconstructie plaatsvinden. Via een directe of indirecte methode, elk met eigen indicaties, voor- en nadelen. Mammachirurg dr. Marian Menke belicht de directe methode. “Bij een primaire- ofwel directe reconstructie vinden in één sessie amputatie en borstreconstructie plaats,” zegt Menke, chirurg gespecialiseerd in oncologische chirurgie met mammachirurgie als speciaal aandachtsgebied. “Nadat de chirurg de tumor verwijderd heeft, plaatst de plastisch chirurg een vulprothese. Na enkele maanden komt de patiënt terug voor een definitieve prothese. Soms volgt een tepelreconstructie en bij een ongelijke situatie kan correctie van de gezonde borst plaatsvinden. Directe reconstructie betekent dus niet dat één operatie volstaat. Voordeel van een primaire reconstructie is dat een groot deel van de huid en soms tepel gespaard kunnen blijven. Het resultaat ziet er redelijk natuurlijk uit, de patiënt wordt wakker met een vulling in de borst. Voor patiënten is het eveneens prettig dat twee ingrepen in één sessie gedaan worden. Er zijn ook nadelen. Omdat we [16]

niet direct over de PA-uitslag beschikken, weten we niet altijd welke vervolgstappen nodig zijn. Vorm en symmetrie zijn toch anders na reconstructie, de verwachtingen van patiënten kunnen soms te hoog zijn. De directe methode kan goed worden toegepast als er sprake is van borstkanker in een voorstadium. Lichaamsbouw, vorm en grootte van de andere borst en niet-roken zijn andere criteria. Kans op bestraling naderhand moet klein zijn; bestraling en implantaten gaan niet goed samen. Ik werk nauw samen met de plastisch chirurg, dat begint al tijdens het pre-operatieve MDO van de Breast Clinic. We bespreken patiënten en stellen, op basis van foto en pathologisch onderzoek, een behandeladvies op. Bij grote afwijkingen denkt de plastisch chirurg mee over reconstructie. We houden regelmatig gezamenlijk poliklinisch spreekuur. Er zijn altijd

situaties waarin je nogmaals met elkaar wilt overleggen, bijvoorbeeld of je met een sparende oncoplastische techniek toch nog een deel van een borst kunt bewaren. De plastisch chirurg vraagt mij om te vertellen wat oncologisch gezien noodzakelijk is. Ik vraag hem om aan te geven wat vanuit cosmetisch oogpunt de beste optie is. Dat weerspiegelt onze samenwerking aardig: we houden rekening met elkaars aandachtspunten. Qua logistiek kan het ingewikkeld zijn om een plastisch- en oncologisch chirurg in de OK bij elkaar te krijgen. Speciaal daarvoor hebben we in onze agenda’s dinsdagen gereserveerd. Met dank aan het team, dat met de planning tot het uiterste gaat, lukt het om borstkankerpatiënten binnen de gestelde termijn te opereren. Voor patiënten én behandelaars is dat een prettige gedachte.”


>>

[wederzijds ]

“Elke vrouw is anders, elke reconstructie dus ook”

Dr. Carlo Holtzer I Plastisch chirurg, Centrum voor Borstreconstructies, Albert Schweitzer ziekenhuis Soms willen patiënten wat meer tijd hebben om hun keuze te bepalen. In dat geval kan besloten worden tot een indirecte of secundaire borstreconstructie. “De secundaire borstreconstructie biedt drie mogelijkheden. Allereerst de eenvoudige expandermethode: hierbij rekken we met een tissue expander de huid op, zodat ruimte voor een implantaat ontstaat. Deze methode wordt meestal toegepast als na de borstamputatie voldoende huid- en spierweefsel resteert,” zegt plastisch chirurg dr. Carlo Holtzer. “De expandermethode kan niet worden toegepast als mensen bestraald zijn of roken, dan zijn het bindweefsel van de huid, onderliggende weefsels en de bloedvoorziening beschadigd. Nadeel van de methode is dat implantaten in de loop der tijd vervangen moeten worden. Wij gebruiken overigens goed gecontroleerde siliconenimplantaten van hoge kwaliteit, die geregistreerd worden in een centrale database. Bij de Latissimus Dorsi-methode benutten we huid en spierweefsel van de rug. Deze methode wordt gebruikt als na borstverwijdering te weinig gezond huid- en spierweefsel

resteert. Voordeel van deze methode is dat we de borst iets mooier kunnen modelleren, doordat er extra weefsel toegevoegd wordt. Een derde mogelijkheid is de DIEPmethode, waarbij huid- en vetweefsel van de buik wordt gebruikt. Dat kan alleen als de patiënt daar voldoende huid- en vetweefsel heeft, niet eerder in de onderbuik geopereerd is, het bloedvatenonderzoek positief is en de patiënt niet rookt. Een BMI van minder dan 30 is vereist, het is een pittige operatie die van de patiënt een goede vitaliteit vraagt. Bij zo’n belangrijke keuze zijn er veel vragen. Daarom bezoeken patiënten met een geplande borstamputatie allereerst het poliklinisch spreekuur van verpleegkundig specialist Suzan Visser. Zij licht reconstructiemethoden uitgebreid toe, geeft antwoord op alle vragen en helpt patiënten om een voorlopige keuze te maken.

Daarna komen patiënten bij de plastisch chirurg, die alle opties nogmaals met de patiënt bespreekt. Daarbij probeer ik maatwerk te leveren. Elke vrouw is anders, elke reconstructie dus ook. Een gereconstrueerde borst is anders dan een oorspronkelijke borst. Er zijn littekens van de amputatie plus reconstructie; vorm en gevoel kunnen anders zijn. Het behandelplan is afhankelijk van het oncologisch voortraject en wordt in nauw overleg met patiënt én eventueel oncologisch chirurg opgesteld. Voor en tijdens de operatie werk ik nauw samen met de mammachirurg, hierbij ondersteund door een team dat op dezelfde golflengte zit. Tumorverwijdering is prioriteit nummer één. Maar daarna willen we patiënten een zo mooi mogelijk gereconstrueerde borst geven. We willen het beste voor de patiënt, daarin gaan we heel ver.”

Meer informatie over diverse soorten borstreconstructies vindt u op https://www.asz.nl/specialismen/plastische_chirurgie/borstreconstructies/ [17]


>>

[een bijz onde r v e rhaal]

Melati van der Kooij I Patiënt, Zwijndrecht

“Er is een Melati vóór en na de borstkanker” Haar lichaam is verminkt, daar kan ze niet omheen. Afgezien daarvan beschouwt Melati van der Kooij borstkanker als een positief keerpunt in haar leven. “Na de eerste chemokuur dacht ik: ‘Oké Melati, nu verder.’” Als voormalig röntgenlaborante bij het Bevolkingsonderzoek Borstkanker herkende Melati van der Kooij de symptomen direct: haar tepel en tepelhof waren anders van kleur, de tepel was kleiner en ingetrokken. “Dat klopt niet, dacht ik. Maar de verschillen waren subtiel, dus ik twijfelde. Zulk nieuws heeft ook tijd nodig om in te dalen. Na een maand belde ik de huisarts. Ik mocht meteen komen en kreeg een verwijzing naar de Breast Clinic. Ik zeg wel eens: in mei 2015 stapte ik in de TGV en een jaar later gingen de deuren weer open.” EERLIJKHEID Melati kon direct terecht en na diverse onderzoeken bleek er inderdaad sprake van borstkanker. Besloten werd tot borstamputatie, lymfekliertoilet, chemotherapie, bestraling en gedurende vijf jaar inname van Letrozol; binnen twee weken lag ze op de operatietafel. “De radioloog adviseerde direct om er rekening mee te houden dat het niet goed was, die eerlijkheid waardeer ik zeer. Dat geldt eveneens voor het medeleven van mijn huisarts en de geweldige begeleiding van het hele team. Gelukkig was mijn man net met vervroegd pensioen, hij heeft me overal bij gesteund.” WOEDEAANVAL “Na de eerste chemokuur kreeg ik een enorme woedeaanval. Maar ik moest verder. De borstkanker was zwaar, en toch ook in bepaald opzicht een positief keerpunt. Ik had

bijvoorbeeld nog iets af te ronden met mijn moeder, kon dat alleen door tot op de bodem te gaan. De borstkanker dwong me daartoe. Het gekke is dat ik sinds die tijd goed kan slapen.” ONDERZOEKSTAFEL CADEAU Na haar behandeling gaf Melati de Breast Clinic een bijzonder cadeau. “Toen ik tijdens het weefselonderzoek op die harde onderzoekstafel lag, dacht ik ‘wat een vrouwonvriendelijke tafel’. Nadat ik een jaar later 65 werd, heb ik geld gedoneerd. Dat leidde er mede toe dat een prettiger onderzoekstafel aangeschaft kon worden. Een fijne blijk van waardering voor alle zorg en betrokkenheid. Ik heb geen moeite met het feit dat ik één borst heb, maar sta wel anders in het leven. Er is een Melati vóór en na borstkanker. Voorheen was ik erg actief, nu houd ik meer rekening met mijn lichaam. Op advies van dokter Kitzen beweeg ik elke dag. Maar als mijn lijf moe is, houd ik rust. Borstkanker is een sluipmoordenaar, ik hoop écht dat het me lukt om hem te verslaan. Het gaat goed met me, ik ga ervoor.” [19]


Systemische therapie volgens nieuwste behandeltechnieken De kans om borstkanker te overleven, is wezenlijk toegenomen. Betere onderzoeken en nieuwe behandelmethodieken zijn daar debet aan. Internist-oncoloog Marija Trajkovic vertelt hoe de nieuwste systemische technieken in het ASz worden toegepast. “Wat zou ik willen als ik patiënt was? Die vraag staat centraal.”

Uitgelicht I Systemische technieken in het Albert Schweitzer ziekenhuis

[20]


>>

[ u i t g e l i c h t Sys t emi sch e tech n i ek en i n h et A l ber t Sch wei tzer zie ke nhuis ]

WELKE NIEUWE ONTWIKKELINGEN ZIJN ER IN SYSTEMISCHE THERAPIE? “Er zijn er twee die er uitspringen en die allebei in ons ziekenhuis toegepast worden. Allereerst zijn de indicatiecriteria bij de MammaPrint veel breder geworden. Deze test – waarmee aan de hand van een genenprofiel van de tumor de agressie van de borsttumor kan worden bepaald – is al langer in gebruik, maar het beleid is aangepast. Dankzij de bredere indicatiegrens van de MammaPrint kan voor meer vrouwen een chemokuur veilig achterwege blijven. De tweede nieuwe ontwikkeling betreft het feit dat we meer doelgerichte behandelingen tot onze beschikking hebben. Bij chemotherapie bijvoorbeeld wordt al langer Trastuzumab – Herceptin – gegeven, maar voor patiënten met borstkanker die Her2/neu receptor positief zijn, is nu ook behandeling met Pertuzumab mogelijk. Dit geeft duidelijk winst bij patiënten met uitgezaaide borstkanker. Daarom wordt nu gekeken of dit ook in curatieve situaties succesvol kan zijn. Patiënten krijgen in het Albert Schweitzer ziekenhuis deze nieuwe mogelijkheden aangeboden en kiezen het traject dat het beste bij hen past. Natuurlijk worden ze hierbij door ons gecounceld.” GEDEELDE BESLUITVORMING DUS. “Precies, daar zijn we heel bewust mee bezig. Patiënten krijgen de vooren nadelen van de – in hun geval mogelijke – systemische therapie uitgebreid toegelicht, dat kan endocriene therapie, chemotherapie en/of doelgerichte behandeling zijn. Samen maken we de uiteindelijke keuze. We beoordelen momenteel de mogelijkheden van een digitaal informatief keuzehulpmiddel,

waarmee patiënten thuis in alle rust en met hun dierbaren de mogelijkheden opnieuw op een rij kunnen zetten. Zodat ze beter kunnen kiezen voor de behandeling die het beste bij hen aansluit én beter voorbereid naar onze spreekkamer komen. Gedeelde besluitvorming passen we bij al onze patiënten toe, ook bij patiënten met een andere vorm van kanker.”

te zitten met mensen die wel kanker hebben en bijvoorbeeld al chemotherapie krijgen, wat door kaalheid zichtbaar kan zijn. Dat heeft ons doen besluiten om ons werk vanuit onze spreekkamers elders in het ziekenhuis te verrichten. Desondanks zijn de lijnen met de Breast Clinic erg kort en kan er, door optimale inzet van eenieder, snel geschakeld worden.”

WIE BEPAALT EIGENLIJK WANNEER PATIËNTEN OVERGAAN NAAR SYSTEMISCHE THERAPIE? “Die keuze wordt gemaakt tijdens het MDO van de Breast Clinic, waar elke patiënt met gediagnosticeerde borstkanker wordt besproken. Bij welk behandelplan valt de meeste winst te behalen en welke meerwaarde heeft systemische therapie daarbij, voor of na de operatie en wel of niet genezend? Die keuzes maken we samen, waarbij uiteraard de landelijke richtlijnen worden aangehouden. Op het moment dat patiënten overgaan naar systemische therapie, is de internist-oncoloog hoofdbehandelaar.”

RESPECT VOOR DE PATIËNT STAAT CENTRAAL DUS. “Dat is natuurlijk het geval bij alle zorgverleners in ons ziekenhuis, maar vooral bij patiënten met kanker zijn respect en empathie extreem belangrijk. We streven naar de beste behandeling, verlenen emotionele ondersteuning; kijken niet alleen naar getallen en scans, maar vooral ook naar patiënten en hun naasten. De oncologieverpleegkundigen spelen hierbij een belangrijke rol. Zij zijn speciaal opgeleid om patiënten tijdens deze intensieve periode te begeleiden. Daarnaast zijn ze opgeleid in het herkennen van bijwerkingen van behandelingen. Zij zijn deskundig, laagdrempelig bereikbaar en een prettig eerste aanspreekpunt.

REDELIJK UNIEK IS DE MOGELIJKHEID VAN BESTRALING IN DORDRECHT ZELF. “Zeker, en daar zijn wij ontzettend blij mee. De radiotherapeut is ook aanwezig bij het MDO, zo wordt met alle nodige experts direct het beste plan van aanpak opgesteld. Dat komt de snelheid van behandeling alleen maar ten goede. Met de radiotherapielocatie vlakbij hoeven patiënten dus niet naar Rotterdam.” DE INTERNISTEN-ONCOLOOG VAN HET ASZ WERKEN NIET IN DE BREAST CLINIC. WAAROM? “Bij de Breast Clinic komen patiënten die voor het merendeel geen kwaadaardige aandoening hebben. Voor die patiënten is het erg confronterend om in de wachtkamer

‘WAT ZOU IK WILLEN ALS IK PATIËNT WAS?’ Die vraag staat bij ons continu centraal, vanuit een gedeelde missie. We willen de kwaliteit van zorg zo hoog mogelijk houden.”

We werken

heel bewust volgens gedeelde besluitvorming

[21]


Jan Ketelaar


>>

[met h art & zie l]

Je bouwt

een band op met patiënten

Karen de Boom I Huisarts Gezondheidscentrum Nederhoven, Zwijndrecht

“Contact met ernstig zieken is soms heel intens” “Als je begint met werken als arts, kun je wel eens onderschatten dat het omgaan met mensen misschien nog wel belangrijker is dan de technische aspecten van je vak. Dat besef kwam bij mij althans na een aantal jaren praktijkervaring,” stelt huisarts Karen de Boom. “Ik ervaar nu dat juist de band die je opbouwt met patiënten mijn vak echt mooi maakt. Contact met ernstig zieke patiënten, zoals terminale borstkankerpatiënten, kan daarbij soms heel intens zijn. Je bent toch bij een vrouw betrokken tijdens een bijzondere fase in haar leven.” AANDACHTSPATIËNTEN De borstkankerpatiënten in haar praktijk verwijst Karen naar de Breast Clinic, waar ze de zorg uitstekend geregeld vindt. “Als huisarts blijf ik op de hoogte, het contact met

de internisten-oncoloog is heel goed. Maar de patiënt zie ik in die periode minder, terwijl ik wel graag betrokken wil blijven. Ik merk dat dát, in de hectiek van alledag, soms lastig consequent vol te houden is. Daarom houd ik een lijstje bij met aandachtspatiënten, die ik regelmatig bel om te vragen hoe het met ze gaat. Patiënten stellen dat op prijs.”

patiëntenzorg in hospice De Cirkel in Hendrik-Ido-Ambacht. “Met mensen die gaan sterven, heb ik soms indrukwekkende gesprekken. Ik vind dat heel mooi, het is bijzonder dat mensen je zo dichtbij laten komen. Sommige mensen raken je meer dan anderen, dat mag. Ik geef mijn patiënten in het hospice mijn 06-nummer, ze mogen mij altijd bellen. Palliatieve patiënten begeleid ik tot het levenseinde.”

INDRUKWEKKEND Als huisarts is Karen, samen met collega Peter Top, betrokken bij [23]


>>

[va n onz e ga streda cteur M a r i an Me nke]

Bijzondere puzzel ‘Overleef ik dit?’ Dat is de vraag die vaak als eerste opkomt bij vrouwen die de diagnose ‘borstkanker’ te horen hebben gekregen. De kans op genezing is de laatste jaren sterk toegenomen, zeker bij vroeg ontdekte borstkanker. Wetenschappers stellen de vijfjaarsoverlevingskans op ongeveer 85 procent, voor de tienjaarsoverleving geldt 76 procent. Maar dat zijn cijfers. En hoe positief onze prognoses ook kunnen zijn, angst om weer ziek te worden blijft voor veel patiënten een rol spelen.

Het team op onze Breast Clinic begrijpt dat en leeft oprecht mee met deze bijzondere patiëntengroep. De zorg wordt niet alleen geleverd volgens de nieuwste wetenschappelijke inzichten en behandeltechnieken, maar werkelijk met hoofd, hart en ziel. Betrokkenheid bij patiënten is hier echt voelbaar.

Colofon

Voor mij als mammachirurg is het daarbij de uitdaging om elke patiënt in korte tijd te leren begrijpen, om vervolgens samen een passend behandelplan op te stellen. Veel vrouwen staan middenin het leven met zorg voor familie, waarbij jongere vrouwen ook nog eens geconfronteerd worden met mogelijke onvruchtbaarheid door behandeling en erfelijkheidstesten. Ik heb ook een zwak voor oudere dames, die op hun eigen manier in het leven staan. Dat maakt de puzzel voor mij extra bijzonder.

Albert Contact is het relatiemagazine

Bij het leveren van zulk maatwerk kan informatie vanuit de eerstelijn meerwaarde bieden. Als huisarts kent u onze borstkankerpatiënten immers dikwijls veel langer én vanuit een andere context. Aarzelt u dus niet om aan te schuiven bij een multidisciplinair overleg waarin uw patiënt besproken wordt. Of deel op een andere manier uw kennis met ons.

Tekst Sacha Eikenboom,

We doen alles wat in onze macht ligt om de kans op genezing van borstkanker zo groot mogelijk te maken. Laten we daarbij vooral samen optrekken, alle puzzelstukken zijn welkom. De synergie die dat oplevert, komt tenslotte vooral onze patiënten ten goede.

Beeld- en eindredactie

van het Albert Schweitzer ziekenhuis voor huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde en medisch specialisten. Het verschijnt vier keer per jaar in een oplage van 850 stuks.

Martine Mous (p. 7) Fotografie Martin Waalboer, Frederike Roozen-Slieker (p. 7)

Martine Mous Contact huisartsen@asz.nl Uitgever BC Uitgevers bv

Dr. Marian Menke Mammachirurg Breast Clinic Albert Schweitzer ziekenhuis

Postbus 416, 8600 AK Sneek Telefoon 0515 429 429 Facebook www.facebook.com/bcuitgevers/ Twitter @VitaalJournaal Vormgeving Hannique de Jong Bladmanager & advertentieverkoop Digna Schoonen, Telefoon 06 442 099 10

[24]


KAREN VERBOOM HUISARTS GEZONDHEIDSCENTRUM NEDERHOVEN ZWIJNDRECHT

“DE BAND MET BORSTKANKERPATIËNTEN KAN HEEL INTENS ZIJN” lees meer op pagina 23

Albert lees meer op pagina 5

“VEEL ANGST KUNNEN WE DIRECT WEGNEMEN” RADIOLOOG

MARC KOCK

Samenwerken is vermenigvuldigen

Asz relatiemagazine 2017 1  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you