Page 1

T I J D S C H R I F T V O O R P I A N I S T E N O V E R P I A N O M U Z I E K , P I A N O ’ S , D O C E N T E N , P I A N O S T E M M E R S E N P I A N O D E TA I L H A N D E L OKTOBER 2014 - JAARGANG 1 - NR. 2 - € 5,95

Hélène

GRIMAUD MEESTERPIANISTE BEGAAN MET HET LOT VAN DE WOLF

EEN FASCINERENDE COMBINATIE

GLENN GOULD:

IN ALLES RECHTLIJNIG

Pleyel DE HISTORIE VAN HET BEROEMDE FRANSE MERK

LANG LANG:

WIL DE WERELD VERBETEREN

MET MUZIEK


V O O R W O O R D

Twee maten vooraf Ik had dit voorwoord willen beginnen met u uitgebreid verslag te doen van alle felicitaties en media aandacht die ons te beurt viel bij de lancering van het eerste nummer van Pianist. Echter de feestvreugde over de bliksemstart van Pianist werd overschaduwd door het vreselijke bericht dat mij van diverse kanten bereikte. Hans Goddijn, oud-collega en eigenaar/hoofdredacteur van collegablad Pianowereld, is op 28 september op 71-jarige leeftijd aan een hartstilstand is overleden. Sinds onze samenwerking voor het blad Luister, waar Hans als auteur mede verantwoordelijk was voor menig audioartikel, deelden we de passie voor het maken van bladen. Via deze weg wil ik de vrouw en ­k inderen van Hans condoleren met dit grote verlies en heel veel sterkte toewensen in de komende tijd. De realiteit dwingt ons echter toch ook weer vooruit te kijken en dit tweede nummer even met u door te nemen. We zijn natuurlijk heel blij en vereerd dat meesterpianiste Hélène Grimaud onze coverartieste is en dat ze sinds lang eindelijk weer tijd wilde nemen voor een gesprek met de pers. Dat uitgerekend wij de uitverkorenen waren, is uiteraard iets waar we natuurlijk heel trots op zijn. Net zo trots zijn we op ons bezoek aan het exclusieve Italiaanse pianomerk Fazioli. We waren twee dagen lang te gast bij de aller beminnelijkste

eigenaar Paolo Fazioli die ons vol trots zijn prachtige atelier en zijn nieuwe ­concertzaal liet zien. Naar aanleiding van de presentatie van een futuristische vleugel uit het Pleyel /Peugeot Design Lab dook Christo Lelie voor u in de historie van het Franse Pleyel en onthult en passant dat er opnieuw van alles te verwachten valt van dit prachtige pianomerk. En dan… In eerste instantie zou Pianist alleen verkrijgbaar zijn bij de Pianowinkels van de NPMB. Leuk voor de pianohandelaar en leuk voor u, want zo’n tochtje naar de pianowinkel levert naast ons magazine toch al snel weer een nieuwe partituur of een ander handige gadget voor uw instrument op. We worden echter nog dagelijks overstroomd met zoveel telefoons, e-mails en Facebookberichten met vragen over waar het blad verkrijgbaar is. Om die reden hebben we besloten om Pianist vanaf heden alsnog ook via de losse verkoop te verspreiden. Onze glossy is vanaf nu dus bij uw Pianospeciaalzaak èn bij de betere boekwinkels verkrijgbaar. Ik wens u namens de uitgever en mede­ werkers weer heel veel leesplezier toe met deze wederom super dikke Pianist JAN VREDENBURG HOOFDREDACTEUR

PIANIST

3


74. LANG LANG Wil de wereld verbeteren met muziek

24 FAZIOLI Een kijkje in de ziel van het prestigieuze pianomerk

8. HÉLÈNE GRIMAUD Conservationist in hart en ziel

4

PIANIST


Inhoud 8.

Coverstory – Hélène Grimaud – meesterpianiste, schrijfster van ­Wildernis Sonate en begaan met de wolf en zijn habitat

15. Jack van Poll – De Belgische Jazzpianist wordt 80 – tijd voor een groot feest

19. Daniël Wayenberg – 85 jaar – “Zes uur vind ik wel een goede tijd om te studeren”

44. NIEUWE MAENE FORTEPIANO Rembrandt Frerichs krijgt met behulp van het Nationaal ­Muziekinstrumenten Fonds en pianobouwer Chris Maene een fortepiano

110. TRISTANO EN OTT Knagen aan de uiterste randen van toelaatbaarheid

20. 24. 44. 56. 74. 82. 86. 90. 98. 103. 104.

Liszt Concours – Een tien voor de nieuwe zaal Fazioli – de Italiaanse state of the art vleugel Maene – het verfijnde geluid van een fortepiano Jef Neve – nam zijn soloalbum op in Abbey Road Studios Lang Lang - verbetert de wereld als Ambassadeur van UN Pianorepetitor - pianist bij de opera, veel meer dan pianospelen Elan Mehler – stomende Jazz uit hartje New York Pleyel - de historie van het roemruchte Franse pianomerk Boris Giltburg - winnaar Koningin Elisabeth concours, en nu? Paul Lewis – op herhaling in het Concertgebouw Cédric Tiberghien – het Franse pianogenie komt naar het muziekgebouw aan het IJ

110. Francesco Tristano en Alice Sara Ott – een duo waarbij woorden tekort schieten

114. Igor Levit – verslag van zijn cd-opname in Berlijn 118. Jeroen van Vliet – Trotse winnaar van de Boy Edgar prijs VASTE RUBRIEKEN 3. Twee maten vooraf 4. Inhoud 16. Nieuws uit de Detailhandel 33. Bladmuziek reviews 36. Proefspel 42. Proefspel 49. CD-recensies 54. Pianisten profiel – Glenn Gould 62. Vakpagina’s: Pianotechniek - stemmen in de praktijk 64. Vakpagina’s: Frank Bonarius - Vocht - de doodsteek voor een piano 66. Vakpagina’s: Educatie: HMC Amsterdam - Leerlingen aan het woord 69. Vakpagina’s: EPTA - voorstellen aan de lezer 70. Vakpagina’s: Pop op de piano 89. Uitgaan 97. Column – Daria van den Bercken 122. Colofon en volgende editie PIANIST

5


De Weense Staatsopera De Weense Staatsopera werd op 25 mei 1869 ceremonieel geopend ingehuldigd met een opvoering van Mozarts Don Giovanni in de aanwezigheid van Keizer Franz Joseph en zijn vrouw, Keizerin Elisabeth. Het gebouw werd in de rijke neo-renaissance stijl ontworpen door August von Siccardsburg en Eduard van der Nüll. Onder de leiding van de eerste charismatische artistiek directeuren Franz von Dingelstedt en Johann Herbeck groeide de populariteit van opera snel uit. Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de opera zijn de jaren tussen 1938 en 1945 toen veel leden van het theater vervolgd, verbannen en vermoord werden door het nationaal socialistische regime. Hierdoor konden vele operawerken niet meer worden uitgevoerd. Op 12 maart 1945, werd de staatsopera geraakt tijdens een luchtbombardement toen een geallieerde bommenwerper het operagebouw voor een treinstation aanzag. Het interieur werd volledig vernield door de brand die ontstond na het bombardement, maar het operagebouw werd al snel na de oorlog weer heropgebouwd door Erich Boltenstern die de renovatie voltooide in 1955. Het gebouw werd ontworpen in een hoog-renaissance stijl, met vooraan het gebouw een goed geproportioneerde loggia. De loggia is versierd met fresco’s van scenes uit de Magische Fluit.

Aan weerszijden van het operagebouw staat een marmeren fontein. De linkerkant is versierd met allegorische figuren die muziek, dans en vreugde uitbeelden. De rechterkant toont de Lorelei, de legendarische Sirene met standbeelden van smart, liefde en wraak. Wenen is sinds lang het Europese centrum van klassieke muziek en opera. De Wiener Philharmoniker weten zich, sinds de jaarlijkse traditionele uitzending van het Nieuwjaarsconcert, door meer dan een miljard kijkers over de hele wereld bekeken en beluisterd. Het orkest werd in oktober 2006 door kenners verkozen tot ‘beste orkest van Europa’, nipt gevolgd door ons Koninklijk Concertgebouworkest en op enige afstand de Berliner Philharmoniker. Beroemde componisten die in Wenen gewoond, gewerkt en hun naam en faam aan de stad gegeven hebben zijn onder meer: Wolfgang Amadeus Mozart, Johannes Brahms, Franz Schubert, Christoph Willibald Gluck, Ludwig van Beethoven, Joseph Haydn, Anton Bruckner, Johann Strauss sr., Johann Strauss jr., Gustav Mahler, Arnold Schönberg, Alban Berg, Antonio Salieri, Anton Webern, en György Ligeti. En de Grand Piano in de Weense Staatsopera? Dat is een Bösendorfer.

WENEN EN ­BÖSENDORFER.

­Bösendorfer 290 Imperial

s 6

PIANIST

Evenals de muziektheaters in Wenen is de fabrikant van Bösendorfer wereld­beroemd. Net buiten Wenen wordt door hooggekwalificeerde medewerkers aan Bösendorfer vleugels gewerkt. Mooi van klank en technisch hoogwaardig. Dat is men verplicht aan de muziekcultuur in Wenen. Bösendorfer levert aan vele muziek­ theaters in de Oostenrijkse hoofdstad, waaronder al vele jaren aan de Wiener Staatsopera. Een samen­ werking waarop Bösendorfer trots is.


“Happily, the reputation of Bösendorfer pianos is clearly so strong and illustrious that it may be difficult to add to it” Franz Liszt, in a letter to Ludwig Bösendorfer on 9 October 1870

“Sometimes pianists try to sound like singers: Me personally I try to sound like a Bösendorfer.” Placido Domingo


COVERSTORY

Hélène Grimaud

Wat mooi is, moet blijven De Franse pianiste Hélène Grimaud is een conservatieveling in meerdere opzichten. Ze zet zich niet alleen in voor het behoud van de klassieke canon, maar ook voor de wolf en zijn habitat. Een gesprek over haar relatie met niet-gedomesticeerde dieren, menselijke tekortkomingen en de fundamenten van Bach.


COVERSTORY


COVERSTORY

Solistenkamer, Herkulessaal, München. Het had niet mogen gebeuren, maar het gebeurt toch. Op het moment dat de deur opengaat en Hélène Grimaud haar gelaarsde voet over de drempel zet, stokt de adem in de keel en slaat het hart heel even op hol. Je zou ‘ooh’ of ‘aah’ willen roepen, zoals bij een vuurwerk of de schoonheid van een meesterwerk, maar je kunt je nog net beheersen: de beeldschone, charismatische pianiste is absoluut niet gediend van dit soort aandacht. Een citaat uit haar autobiografie Wildernis Sonate: “Man­

“Als musicus ben je het medium dat de innerlijke wereld van de componist ­verbindt met die van de luisteraar” nen zien niet mij, maar het beeld dat ze zelf van mij heb­ ben geconstrueerd; ze projecteren een misvormd beeld van hun eigen verlangens en remmingen op mij. Ik ver­ draag ze niet langer, die confrontaties en toevallige ont­ moetingen die mijn vak met zich meebrengt. Ik kan ze niet meer uitstaan, die op mij geprojecteerde droom­ beelden van wie ik in werkelijkheid ben; ik loop ervoor weg en heb niets dan minachting voor degenen van wie ik vermoed dat ze ze koesteren.” Probeer met die alinea in je hoofd, en de zekerheid dat Hélène Grimaud haar eigen schoonheid weerspiegeld zag in de ogen van haar ondervrager, nog maar eens een ontspannen interview te doen. Over haar leven met een roedel wolven hadden we het willen hebben, maar hoe doe je dat wanneer je weet dat zij omtrent dit onderwerp in de hoofden van mannen ‘de wildste, sek­ suele fantasieën’ vermoedt? Open kaart spelen dan maar, om nog te redden wat er te redden valt. Grim­ aud, gekleed in een spijkerbroek en een oversized legergroen jasje, schudt mijn uitgestoken hand en stelt voor plaats te nemen bij het open raam dat uitkijkt over de zonovergoten Hofgarten. Geluiden van buiten (gelach, flarden van gesprekken en joelende kinderen) mengen zich met die van het gebouw (de hoge c van een sopraan, de fiedelende toonladders van een viool).

10

PIANIST

Ik haal het boek Wildernis Sonate uit m’n tas, laat het zien aan Grimaud en zeg: Eigenlijk is dit interview een ontzettend onnatuurlijke gebeurtenis. Ik weet bijna alles van u, misschien zelfs meer dan ik wil weten, en u weet niets van mij… (Aarzelend glimlachend) “Ben ik helemaal met u eens. Maar wat zouden we daar aan kunnen doen?” (Wijzend op de coverfoto van het boek) Ik zou u iets kunnen vertellen over een hond die sprekend leek op deze wolf. “Akkoord. Ik ben benieuwd...” Ik heb in de jaren negentig een Owczarek Podhalanski-hond – ze worden ook wel Tatra’s genoemd - van iemand overgenomen. Hij was toen een half jaar oud en nauwelijks gedomesticeerd. Die honden zijn directe afstammelingen van de wolf. Het was een moeilijk dier, maar ik heb nog nooit een relatie gehad – mens of dier – die zó diep en onvoorwaardelijk was. Hij heeft mijn leven veranderd. Ik vroeg mij af: heeft uw relatie met wolven u ook tot een ander mens gemaakt? “Ik probeer altijd te vermijden om het te hebben over de relatie tussen één individu en een dier: het door mij opgerichte Wolf Conservation Center gaat over zoveel meer dan dat. Daar draait het om het grote geheel, het behoud van een diersoort. Het gaat over de rol van de wolf in de natuur. De wolf speelt daar een sleutelrol in. Wij maken ons sterk voor het in stand houden van de habitat van de wolf, wat weer te maken heeft met bio­ diversiteit en milieukwesties. Ook voelen wij dat we verplichtingen hebben met betrekking tot de generaties die na ons komen. Dus ik hoop dat je begrijpt dat ik mijn zorg en liefde voor de wolf niet wil terugbrengen tot de proporties van één mens dat van één dier houdt. Maar als ik volkomen eerlijk ben – en ik denk dat wij, omdat jij ook zo’n relatie met een wolfachtig dier hebt gehad, wel open kaart kunnen spelen – dan geef ik eer­ lijk toe dat de omgang met wolven een ongelooflijke waardevolle ervaring is die je nergens anders kunt vin­ den. Wie een relatie wil opbouwen met niet gedomesti­ ceerde dieren, moet dat doen op hún voorwaarden. Je kunt niet verwachten dat zij zich aan jou gaan aanpas­ sen. Daar leer je ontzettend veel van. Je leert écht kij­ ken, je leert om diep in jezelf te kijken, met als resultaat een prachtige, onvergelijkbare relatie. Het is een erva­ ring die zó immens en zó waardevol is, dat ik zou willen dat iedereen zoiets mee kon maken.” “Ik zelf heb door mijn werk met wolven geleerd wat het is om nederig te zijn. Je moet je ego in je zak stop­


COVERSTORY

pen en daar dan voor de zekerheid nog maar een doekje overheen leggen. Het grappige is dat de mate van aandacht, waakzaamheid en concentratie die je daarvoor nodig hebt - noem het maar mindful in het hier en nu zijn – sterk overeenkomt met de geestestoestand waarin ik verkeer wanneer ik studeer op de piano. Wanneer je wilt doordringen tot de geheimen van de partituur die voor je neus staat, dan moet je alles om je heen, inclusief jezelf, abstraheren. Je moet volkomen eerlijk zijn en voor honderd procent in het moment leven. Als dat niet zo is, gebeurt er niets. Dat is bij dieren ook zo: die zien niets door de vingers. Als je lichaamstaal iets anders zegt dan wat je zegt of voelt, dan haken ze af. Een muziekstuk geeft je natuurlijk niet meteen zo’n afwijzende reactie, maar uiteindelijk krijg je het toch op je bordje, en meestal gebeurt dat wanneer je op het podium zit.” “Maar, om terug te keren naar de vraag: ik weet nu wat het is om oprecht te zijn. Menselijke interactie is voor een groot deel nep.

Niet omdat mensen opzettelijk niet oprecht zijn. Taal is bijvoorbeeld de bron van een eindeloze hoeveelheid misverstanden. Zelfs bij native speakers uit dezelfde cultuur. Zodra je een gedachte onder woorden wilt brengen, heb je de oorspronkelijke gedachte al verraden. Bij emoties gaat het al helemaal verkeerd, om nog maar te zwijgen van het onderbewuste, het viscerale, juist díe elementen die essentieel zijn bij dieren. Hun communicatie is daarop gebaseerd. Wij zijn die gaven aan het verliezen, en wie dat verliest, verliest zichzelf. Het schijnt zo te zijn dat de ­primitieve mens ook veel meer non-verbaal, telepathisch ­communiceerde. Kinderen pikken ook veel meer signalen op dan volwassenen. De ratio blokkeert die gave. Dieren kunnen fungeren als een brug naar dat ‘andere’. En hetzelfde geldt voor muziek. Ik heb het over het luisteren naar de stem in je hoofd. Over het vertrouwen in die eerste reactie, waar de ratio nog niet aan te pas is gekomen. Je brein kan je grootste vijand worden, wanneer je dat toelaat.”

PIANIST

11


Componisten hebben het vaak over het contact dat zij maken met dat ‘andere’. Dat zij, wanneer zij in een creatieve flow zitten, iets aanboren dat buiten onze werkelijkheid valt… Geldt dat ook voor een uitvoerend musicus als u? “Ik vind het altijd fascinerend om daar over te lezen. Sommige componisten zijn daar heel open over. Eigenlijk komt het erop neer dat ze wachten op het moment dat het kanaal tussen hier en ‘dat andere’ zich opent. Dan ontstaat er een verbinding en de muziek gaat stromen, zodat ze het alleen nog maar hoeven op te schrijven. Wanneer je zoiets leest, dan klinkt dat gek en ongeloofwaardig, maar toch denk ik dat componeren zoiets is. Natuurlijk heb je de taal en de vaardigheden geleerd die je nodig hebt om die informatie te begrijpen en vast te leggen. Het ambachtelijke komt op de eerste plaats. Maar de essentie, de inhoud, komt ergens anders vandaan. Je kunt dan zeggen: het komt diep uit de mens zelf, maar tussen dat diepe innerlijke moet toch ook een verbintenis zijn met een andere werkelijkheid? Dat kan toch niet anders?” “Voor uitvoerende musici zoals ikzelf, geldt hetzelfde, maar dan op een lager niveau. Als musicus ben je het medium dat de innerlijke wereld van de componist verbindt met die van de luisteraar. Meer is het niet. Je neemt een enorme verantwoordelijkheid op je schouders, dat wel, maar je bent toch niet meer dan facilitair bezig. Ik vind dat een geweldige rol. Het heeft zo z’n voordelen om klein en onbetekenend te zijn. Ik krijg dat gevoel vooral wanneer ik intens werk aan het oeuvre van Johann

12

PIANIST

“Je brein kan je grootste ­vijand worden, wanneer je dat toelaat” Sebastian Bach. Zo’n gevoel dat je krijgt wanneer je boven op een berg uitkijkt over een adembenemend mooi landschap dat tot in het oneindige doorloopt. Dan besef je pas dat je behoort tot de nietige accessoires van een planeet. Maar gelijktijdig voel je een verbintenis met iets dat groter is dan jezelf en dat is een geweldig gevoel. Die twee uitersten moet je steeds weer met elkaar laten verzoenen. Je moet je plaats kennen, maar je moet je ook realiseren dat je als uitvoerder ieder werk die vonk kan geven die alleen jij in je hebt. Je moet nooit genoegen nemen met iets dat minder is. Wanneer die twee uitersten in een perfecte balans zijn, kun je jouw talenten steeds verder ontwikkelen. Wanneer één van de twee de overhand heeft, staat alles stil.” Heeft uw diepgaande studie van Bach de status van al die andere componisten aangetast? “Dat is een hele goede vraag, maar Bach doet al die anderen geen kwaad. Hij is, hoe je het ook wendt of


COVERSTORY

keert, tóch het fundament waarop iedereen zijn oeuvre heeft gebouwd. En juist daardoor heb ik heel veel tolerantie voor wat er allemaal na hem is gekomen. Wat niet wegneemt dat het soms moeilijk is om de werken van anderen met dezelfde devotie te spelen. Ik heb hetzelfde probleem wanneer ik heel veel tijd heb doorgebracht met Brahms, een componist die ik ook in mijn hart koester. Kort door de bocht voel je je sowieso verweesd wanneer je afscheid neemt van de ene componist om weer met een andere aan de slag te gaan. Wanneer je zó diep in het universum van een componist terecht komt, ga je je automatisch met hem identificeren. Het afscheid doet dan pijn. Ik heb vooral moeite met de overgang naar de muziek van de laat negentiende, begin twintigste eeuw. Die is kunstmatiger, zelfs het impressionisme – hoewel zowel Debussy als Ravel een hekel hadden aan die term. Dan moet ik de knop weleens omdraaien. Dat gezegd hebbende kun je ook niet bezig blijven met het uitdiepen van één en hetzelfde ding. Diversiteit is ook belangrijk: andere gezichtspunten en structuren verkennen. Maar verschillende dingen doen kost mij moeite. Ik mag mezelf graag verliezen in een vorm van tunnelvisie.” Hoe is dat dan wanneer u tijdens een concert binnen het tijdsbestek van anderhalf uur achtereenvolgens Mozart, Liszt, Berg en Bartók moet spelen? “Zo’n concert probeer ik te zien als een reis. Ik maak dan ook gebruik van de resonantie tussen de stukken onderling. Elk stuk werpt een ander licht op het andere. Op die manier maak je toch een onderlinge connectie, waardoor je van het ene stuk naar het andere kunt reizen. Bovendien is het interessant om te constateren dat de manier waarop je een stuk speelt sterk wordt beïnvloed door het voorafgaande stuk. Mozart na Bartók klinkt anders dan

– en speel ik anders dan - Mozart na Bach. Voor mij gelden geen ijzeren wetten voor hoe ik iets moet of wil spelen. Alles hangt af van het moment. Het is ongelooflijk hoe een muziekstuk je steeds weer iets kan leren, steeds weer een andere kant van zichzelf laat zien.” Ik vraag mij wel eens af waarom een uitvoerend musicus die zoveel van muziek af weet en alle wetten en voorbeelden kent, zelf geen prachtige muziek kan componeren. “Goeie vraag, maar ik heb er geen antwoord op. Ik denk dat ik die genen gewoon niet heb. Dat is iets dat zich al op

“Ik mag mezelf graag verliezen in een vorm van tunnelvisie” hele jonge leeftijd openbaart: je hebt het of je hebt het niet. Ik heb het niet. Maar de vraag is heel erg valide. Je zou denken dat het één – heel goed kunnen spelen - tot het andere – componeren - zou moeten leiden. Zeker omdat veel componisten goeie pianisten waren. Maar ik kan niet anders dan de muziek die er al is in leven houden. Wat dat betreft bent u, net als in uw toewijding voor wolf en natuur, óók een conservationist… “Haha! Zo heb ik het nog nooit bekeken, maar ja, zo ben ik: wat mooi is, moet blijven.” TEKST: RUUD MEIJER


Vleugels en Piano’s

“Bechstein vleugels hebben een klank, waarvan ik altijd heb gedroomd” Michel Dalberto

Algemeen Importeur voor Nederland en België: Bol Piano’s & Vleugels B.V. · Inductorstraat 32 · Veenendaal · Nederland Tel +31 (0)318 527 818 · www.bechstein.com · www.bolpianos.nl


UITGAAN

Jack van Poll wordt tachtig jaar De Belgische Jazz gigant Jack van Poll wordt tachtig jaar en dat laat jazzminnend België niet ongemerkt ­voorbijgaan. Jack van Poll werd geboren in 1934 in Roosendaal, Nederland. Hij begon op vierjarige leeftijd met piano spelen. Met zijn trio The Rose Valley nam hij als tiener deel aan het Nederlands Jazz Concours in Amsterdam in 1946. Vanaf het begin van de jaren vijftig verzorgde hij de muzikale backing van in Nederland en België rondtoerende Amerikaanse artiesten zoals Don Byas, Ben Webster, Johnny Griffin, Clark Terry, Tony Scott, Ted Curson, Buddy DeFranco en vele anderen. In de late jaren zeventig opent hij de September Jazz Club in Antwerpen, België. In 1984 richtte hij vervolgens het September Jazz Records label op, wordt lid van de Lionel Hampton band op hun East Coast Summer tour in 1985 en maakt hij zijn debuut in Manhattan met Dee Dee Bridgewater in datzelfde jaar. Hij gaf op vele internationale jazzfestivals acte de ­présence, waaronder ­A ntibes, Praag, JVC Jazz Festival NYC, Cork, San Sebastian, NSJF Den Haag, Wenen, Comblain La Tour, Berlijn, Milaan en Zürich. Naast het spelen van piano en tenorsax, ­componeert en schrijft hij

­teksten, presenteert hij wekelijks een radioprogramma, geeft hij muziekles, en is hij redacteur voor het Belgische tijdschrift Jazzmozaïek. Hij ondersteunt jonge muzikale talenten en is ondanks zijn respectabele leeftijd nog altijd actief op het ­i nternationale podium van de jazzmuziek.

Feest Onder de noemer ‘Jack 80’ wordt dit heugelijke feit op 29 November groots gevierd in de Roma in Antwerpen. De avond zal gevierd worden met ‘Onder Jacks Vleugels’, een programmaonderdeel dat al jaren een groot succes in België is en bestaat uit vier gastpianisten en twee vleugels. Jack 80 belooft een groot spektakel te worden met veel muziekvrienden uit binnen- en buitenland, onder wie de geweldige Italiaanse jazz pianist Dado Moroni.

Jack 80 29 November 2014 De Roma Adres: Turnhoutsebaan 286, 2140 Borgerhout, België Telefoon:+32 3 292 97 40

PIANIST

15


KORT

COLUMN

KWALITEITSBEWAKING IS HET MOTIEF VAN NPMB

RUUD VEENSTRA voorzitter NPMB

PIANOPRESENTATIE Clavis Pianoservice uit Amsterdam, Nieuwegein en Apeldoorn presenteerde tijdens de Drie Dwaze Dagen in zeven verschillende filialen van De Bijenkorf digitale piano’s van het merk Roland. De presentaties waren voor iedereen die geïnteresseerd is in de pianobranche. De filialen Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven, Maastricht, Amstelveen deden mee. Het is goed voor de pianosector dat een groot en bekend warenhuis aandacht schenkt aan het instrument. Zo bereikt de branche veel mensen.

16

PIANIST

FOTO: ERIC WATERSCHOOT/BCM

Vele pianozaken hebben een lange traditie. Zelfs méér dan honderd jaar. Dat kan alleen door vertrouwen op te bouwen naar de consument. In dit geval de piano liefhebber. Ook in 2014 geldt transparantie en goede service naar de clientele. De NPMB, de organisatie van pianozaken, koestert en eist van hun leden een goede voorlichting en bewaking van kwaliteit. Een ervaren pianostemmer is meestal verbonden aan de bedrijven. Veelal hebben adviseurs van de pianozaken zelf een opleiding gehad tot pianostemmer en anders de juiste adressen. Ook van een goed advies, als u wilt starten, met een occasion is het van belang dat u kunt rekenen op het keurmerk van de betere pianozaken.

PIANO ­PROMENADE 2014 De jaarlijkse Piano Promenade in Amstelveen werd op 2 november gehouden. Op twintig adressen, gelegen tussen de Keizer Karelweg en de Amsterdamseweg, waren verschillende huisconcerten voor iedereen gratis toegankelijk. Er was keuze tussen klassiek of lichte muziek. Met behulp van routekaarten konden bezoekers hun eigen programma samenstellen. Ondanks het gevarieerde aanbod vormde de piano steeds het middelpunt, vaak aangevuld met zang en andere instrumenten. De Piano Promenade wordt ieder jaar georganiseerd in Amstelveen, mede dankzij de vrijwillige medewerking van een groot aantal muziekliefhebbers en muzikanten. Voor informatie kunt u terecht bij www.vankerkwijkpianos.nl

PIANOCENTRUM ­MIDDEN-NEDERLAND Pianovakman Henk Hupkes en zijn collega Jaap Blaauwendraat ontwikkelen een Pianocentrum in Midden-Nederland. Op negenhonderd vierkante meter brengen zij, naast twee winkels en een concertzaal, verschillende initiatieven samen onder een dak. Een daarvan is het leveren van onderdelen en accessoires voor piano’s. Daarnaast wil het centrum hulp gaan bieden aan net afgestudeerde pianostemmers zonder werkervaring. Het centrum moet ook een ontmoetingsplek worden.


KORT

SCHUMER TROTS OP STEINWAY & SONS.

UITBREIDING

SHOWROOM Cox Pianoservice breidt haar Rönisch-assortiment uit met vleugels. Daarvoor opende het bedrijf een nieuwe showroom met de benodigde goede akoestiek, op een paar passen afstand van de winkel. Zo presenteert Cox de vleugels van het beroemde, Duitse pianomerk op een fraaie manier. In de showroom staat de meest verkochte vleugel van Rönisch, het model 1.86. Cox hield al een speciale Rönisch-avond op 3 oktober. Frank Kattijn, directeur van de Rönisch-fabriek in Leipzig, was daar ook aanwezig.

Piano- en orgelhandel Jos W. Simons uit Tilburg is vernieuwd. In juni kondigde de zaak aan bladmuziekwinkel Spiero Muziek uit de Willem II-straat over te nemen. Daarna volgden een grote uitverkoop en een verbouwing. Sinds 1 augustus kunnen klanten bij Jos W. Simons terecht voor de bladmuziek van Spiero. Simons verkoopt al sinds 1917 piano’s, vleugels, orgels en accessoires. Ook in repareren en restaureren heeft het bedrijf al jaren ervaring.

Met tevredenheid kijken de beide broers Philip en Bart Schumer terug in 2014 sinds ze mede LEVERANCIER zijn geworden van Steinway & Sons. De andere LEVERANCIER is Ypma VOOR NEDERLAND en VOOR België Maene. Schumer gaat richting de 100 jaar bestaan, sinds 1921. De beide broers hebben hun opleiding gehad bij Duitse pianofabrikanten en daardoor een grote basiskennis in huis gehaald. Dat maakt het grote verschil tussen een gerenommeerde pianozaak en online bestellen. Service en goede voorlichting is de kern van de NPMB leden in ons land. Naast SCHUMER IN Hengelo hoort het Arnhemse bedrijf Bender tot het bedrijf van de beide broers. Bender is een begrip in de ruime regio rondom Arnhem met een naam vol traditie (de uitgever van Pianist heeft daar zijn eerste Bechstein vleugel gekocht). Op donderdag 20 november verzorgen wij in onze showroom in Hengelo, een exclusief concert in combinatie met een lezing over Steinway & Sons met als titel “The Investment”. Op deze avond die begint om 19.00 uur wordt door iemand van Steinway & Sons uitgelegd dat Steinway & Sons het enige pianomerk ter wereld is wat door de jaren heen niet alleen als prachtig instrument bespeeld wordt maar ook een goede investering blijkt te zijn.

PIANIST

17


GROTRIAN-STEINWEG GmbH & Co. KG Pianofortefabrikanten Grotrian-Steinweg-Str. 2 D-38112 Braunschweig Deutschland Tel.: +49 531/210 10 0 Fax: +49 531/210 10 40 contact@grotrian.de www.grotrian.de

Passie voor klassiek

Luister is hét toonaangevende klassieke muziektijdschrift en N R 701 ,

S I N D S 1952 |

S E P T E M B E R | O K TO B E R 2014

Passie voor klassiek

verschijnt acht keer per jaar. Nu nog méér pagina’s vol interviews, recensies,

Franco Fagioli

Ode aan castratenleraar Nicola Porpora

beschouwingen en portretten van

Tigran Mansurian 75 jaar

De maestro volgens Patricia Kopatchinskaja en Anja Lechner

componisten en uitvoerenden!

De vijfde Cello Biënnale Artistiek directeur Maarten Mostert vertelt

Pumeza Matshikiza

Elke uitgave met een prachtige gratis compilatie cd.

Stersopraan en trots van Zuid-Afrika

€ 7.95

r ontvang Luiste Word nu lid en ng voor slechts la een half jaar

€ 25,-

Tel: 085 7600237 E-mail: abonnement@bcm.nl

Hoofdverdeler Yamaha en o.a. Kawai. pianos-driesen.com Rijksweg 370 • 3630 Maasmechelen • België Telefoon: +32(0)89/76 41 45

©BCM

www.luister.nl

Al 65 jaar een vertrouwd adres (1949) Kennis in huis als erkend pianozaak en stemmer. Voor een groot gedeelte van Oost-Belgie geven wij de optimale service met persoonlijke contacten.


INTERVIEW

Daniël Wayenberg

“Zes uur vind ik wel een goede tijd om te studeren” Op 11 oktober viert de Nederlandse pianist en componist Daniël Wayenberg zijn 85ste verjaardag, maar daar wil hij allerminst over praten. Zelfs een voorzichtige felicitatie met dit mooie jubileum wordt resoluut van tafel geveegd. “Leeftijd, wat is dat eigenlijk? In de kunst is leeftijd helemaal niet belangrijk. Het gaat er niet om hoe oud je bent, maar om hoe competent je bent. Competentie en professionalisme, dat zijn de criteria die ik boven alles verkies. Je moet competent zijn in alles wat je doet. Neem bijvoorbeeld mijn collega Martin Oei, met wie ik in november in een vijftal concerten optreed. Men vindt het interessant om bij onze uitvoeringen uit te rekenen hoeveel leeftijdverschil tussen ons zit terwijl ik hem niet als een 18-jarige pianist zie, maar als een competente muzikant.”

“In de kunst is leeftijd ­helemaal niet belangrijk”

Deze vijf jubileumconcerten hebben een heel gevarieerd programma, van quatre-mains stukken van Brahms tot liederen van Rachmaninoff en Gershwin. “Ik vind het heel leuk om samen met collega’s op het podium te staan. Ik heb altijd graag met orkesten opgetreden, maar de liedbegeleiding trekt me ook aan. Nu ik het zeg, bedenk ik me dat ik recitals ook fascinerend vind. Het komt omdat piano een mooi instrument is! Alles wat ik op piano kan spelen, doe ik graag: van solowerken tot kamermuziek en liedbegeleiding.” U speelt klassieke muziek, hedendaagse muziek en jazz. Welke componisten rekent u

tot uw favorieten? “Als ik over mijn favoriete componisten moet beginnen, dan komen alle grote namen voorbij. Russische muziek ligt me bijzonder aan het hart, mijn moeder was tenslotte een Russin. Maar als luisteraar, en dat geef ik eerlijk toe, heb ik één zwakheid en die heet Wagner. Ik kan uren naar zijn opera’s Parsifal of Götterdämmerung luisteren.” Naast de voorbereidingen voor nieuwe concerten, bent u dit najaar ook bezig met de opnamen van de nieuwe Liszt-cd. Hoeveel uur per dag studeert u? “De laatste tijd iets minder dan vroeger, maar toch nog steeds zes à zeven uur per dag. Zes uur vind ik een goede tijd, dan blijf je namelijk nog goed geconcentreerd. Geen zes uur achter elkaar natuurlijk, dat is niet alleen vermoeiend, maar ook zonde van de tijd. Na zes uur gaan je concentratie en energie achteruit, en machinaal studeren wil ik niet. Ik ben verschrikkelijk perfectionistisch. Je best doen is niet genoeg, als muzikant moet je veel meer dan alleen je best doen.” Hoe lukt het u om met zo veel energie en werkdiscipline te blijven studeren en optreden? “Ik ben muzikant, het woord musicus vind ik zo deftig klinken. Muzikanten maken muziek, zo simpel is het. Muzikant zijn is niet wat je doet, maar wat je bent. Je doet iets omdat je het bent, en ik ben mijn leven lang een muzikant! En zeg, alstublieft, niet steeds u tegen mij, anders begin ik me echt oud te voelen! (lacht)” TEKST: OLGA DE KORT-KOULIKOVA

PIANIST

19


FESTIVAL

Liszt Concours

Een tien voor de nieuwe zaal Het Internationaal ­Franz Liszt Pianoconcours vindt tot en met 8 november plaats in het nieuwe ­TivoliVredenburg. Elke drie jaar gehouden sinds 1986, zijn we toe aan aflevering nummer tien.

20

PIANIST

Vierentwintig jonge pianisten in de leeftijd van 17 tot 29 jaar, spelen voor de roem en voor de knikkers - meer dan € 50.000,- prijzengeld, plus een uitgebreid Career Development Programme, met o.a. concerten over de hele wereld. Dat programma is meteen de grootste troef waarmee het Utrechtse concours zich heeft opgewerkt tot een van ’s werelds meest prestigieuze en bekende pianoconcoursen. Dit voorjaar selecteerden Igor Roma, Frederic Chiu en Paul Komen in New York, Utrecht, Moskou en Beijing uit 59 kandidaten de 24 beste. Ze komen uit 15 verschillende landen en luisteren naar namen die zonder uitzondering een pseudoniem overbodig maken: Janos Balazs, Mariam Batsashvili, Sergey Belyavskiy, Wouter Bergenhuizen, Christophe Berruex, Serghei Constantinov, Yury Favorin, Ran Feng, Simon Ghraichy, Saskia Giorgini, Elena Gurina, Mengjie Han, David Huh, Vinsenso Julius Pratama Husin, Jin Hee Kim, Peter Klimo, Federico Nicoletta, Ivan Penkov, Jiuming Shen, Sophiko Simsive, Nicholas Susi, Tanguy de Williencourt en Chi Xu.


FESTIVAL

Impressie selectieronde.

Achter de schermen

Liszts Vleugels

Concoursdirecteur Quinten Peelen heeft ze allemaal al gehoord: “Het niveau lijkt dit jaar nóg hoger en het wordt heel spannend.” De rode doos langs de A2, waar het concours de afgelopen twee afleveringen wegens de trage verbouwing van Vredenburg werd gehouden, is nu verleden tijd. Langs die A2 getuigt nu alleen een enorm reclamedoek aan de gevel van het kantoor van hoofdsponsor Capgemini van het Utrechtse pianofeest. Quinten Peelen: “Het schitterende nieuwe TivoliVredenburg geeft ons de gelegenheid om ons randprogramma optimaal te presenteren, zoals een tentoonstelling van de Utrechtse fotografen Allard Willemse en Marco Borggreve, een kijkje achter de schermen van voorafgaande edities.”

Ook is hij trots op de bijzondere tentoonstelling met tien historische instrumenten uit Liszts tijd, afkomstig uit collecties van Ad Libitum (Frankrijk), Steingraeber & Söhne (Duitsland) en Maison Erard (Nederland). “Het zijn allemaal prachtige instrumenten om te zien, maar het mooie is vooral dat ze allemaal bespeelbaar zijn en we gaan ze ook laten klinken. Er zijn twee unieke vleugels van Erard uit 1795 en 1828 en een vroege Graf uit 1827. Daarnaast is er een Boisselot, identiek aan het instrument waar Liszt mee tourde in Zuid-Europa, de Bechstein uit zijn huis in Weimar, en zijn laatste Steingraeber-vleugel uit 1873. Tenslotte is er de vleugel uit Paleis het Loo, waarop Liszt speelde voor koning Willem III. Bijzonder, want deze vleugel heeft het paleis nooit eerder verlaten. Net zoals je nu met computers en telefoons steeds een nieuwe versie krijgt, zo ging het destijds met vleugels, die ontwikkeling laten we zien. Daarnaast zijn er originele brieven van Liszt aan Sébastien Érard te bewonderen.”

PIANIST

21


FESTIVAL

Liszt Cafés Vanaf 30 oktober zijn er alle dagen talkshows met live muziek tijdens de juryberaden, gepresenteerd door Maartje van Weegen, Lex Bohlmeijer of Hans Haffmans. Te gast zijn pianisten Hans Eijsackers, Daniël Wayenberg, Jan Wijn en Nino Gvetadze. Maar ook Annett Andriesen, directeur van het Internationale Vocalisten Concours, waarmee het Liszt Concours samenwerkt. Ze zal zeker haar licht laten schijnen over de liederen van Liszt die de kandidaten in de halve finale begeleiden. De vocalisten zijn Estefania Perdomo Nogales en Peter Gijsbertsen, die Joshua Ellicott vervangt. Ook harpist Remy van Kesteren komt langs - jazeker, Liszt op de harp - en hij zal samen met sopraan Bernadeta Astari optreden, die bij het IVC in 2012 in de prijzen viel.

Liszt Competition App Niet alleen om kennis te maken met de deelnemers en het concours te volgen, maar ook om te stemmen voor de publieksprijs is er een app. Quinten Peelen: “We stellen alle kandidaten voor via de app en ook via Facebook en onze web-

Erard Estrade.

site overigens. Kandidaten in de halve finale worden meteen na hun optreden geïnterviewd. We doen er alles aan om het concours dichter bij de mensen te brengen. Het stemmen voor de publieksprijs tijdens beide finaleavonden kan uitsluitend nog via de app en het internet, een primeur in concoursenland, en we hopen op stemmen uit de hele wereld!”

Vier jury’s Naast jury’s van het publiek en de internationale pers, is er een junior jury van Nederlandse pianotalenten van 12 tot 18 jaar, onder voorzitterschap van Nino Gvetadze. Quinten Peelen: “We willen ons meer verbinden met het Nederlands pianotalent en we verstevigen zo onze samenwerking met de Young Pianist Foundation. Winnaars van YPF geven ook een lunchconcert.” Tenslotte, last but not least, is er dan de jury die de hoofdprijzen mag verdelen, met klinkende namen als Paul Badura-Skoda, Nikolai Demidenko en Leslie Howard. Alle info over het programma, rondleidingen, masterclasses, lunchpauzeconcerten, naast rechtstreekse webcasting van het hele concours op www.liszt.nl Directeur Quinten Peelen.

22

PIANIST

TEKST: ERIC SCHOONES


Fazioli

Ferrari onder de vleugels Een bevriende pianiste omschreef de Fazioli-vleugel als volgt; het is het verschil tussen gas geven in een gewone auto en gas geven in een Ferrari, de Fazioli is een raspaard dat zich niet eenvoudig laat temmen. Een prikkelende omschrijving voor deze Italiaanse state of the art vleugel.


BEELD: ESTHER VAN BERK

25

PIANIST


REPORTAGE

Om het creëren van deze prachtige Italiaanse volbloed eens van dichtbij te mogen bekijken, bewegen we zo ongeveer hemel en aarde. Helaas worden al onze verzoeken aan het Italiaanse adres vriendelijk doch zeer beslist afgewezen. Echter, juist op het moment dat we het vervelende gevoel krijgen een blauwtje te lopen, steekt Evert Snel, importeur van Fazioli voor Nederland, ons de helpende hand toe. Het is zijn Hollandse overredingskracht die er voor zorgt dat we niet veel later in het vliegtuig richting Italië zitten.

Geschiedenis De naam Fazioli roept niet alleen het beeld op van de topvleugel, maar ademt ook de elegantie, prachtige cultuur en de kunst van het goede leven die zo verwant is aan Italië. We willen echter ook wat meer weten over de naamgever en oprichter Paolo Fazioli. Tijdens ons bezoek blijkt dhr. Fazioli een begeesterd spreker die met humor en glinsterende ogen vertelt over zijn imposante geschiedenis en de start van zijn even imposante bedrijf. Paolo wordt in 1944 in Rome geboren als de jongste van zes zonen en had als kind al veel interesse in muziek. Al op jonge leeftijd raakte hij naast het bespelen van de piano ook geïnteresseerd in pianotechniek. Naast zijn muziekstudie volgt hij een ingenieurs­opleiding aan de Universiteit van Rome. Hij bezoekt in die tijd diverse piano-ateliers en leest om zijn kennis te verdiepen veel vakliteratuur over ­pianobouw en -restauratie. In 1969 behaalt hij zijn ingenieursdiploma om vervol-

26

PIANIST

gens in 1971 af te studeren als uitvoerend pianist aan het R ­ ossini Conservatorium in Pesaro. Later studeerde hij ook nog af aan het Santa Cecilia Conservatorium in Rome en behaalde hij om zijn imposante studie te completeren ook nog een master in compositie aan de Muziekacademie in Rome.

De eerste Fazioli-vleugel In iedere vleugel die Paolo bespeelde, ontdekt hij wel iets dat hem niet beviel. Het duurt dan ook niet lang of hij besluit tot het ontwerpen en bouwen van een eigen vleugel. Een stoutmoedige beslissing van een jongeman die door de jaren heen ontzettend veel kennis over pianobouw vergaard heeft en dit wil combineren met zijn eigen nieuwe en inventieve methoden. Schrander als hij is, beseft hij dat hij dit niet helemaal alleen kan en stelt daarom een team samen van technici, mathematici, akoestiekexperts, houtdeskundigen, pianobouwers en pianisten om zijn piano te ontwikkelen. Na een studieperiode en voorbereidende werkzaamheden wordt de denktank teruggebracht tot een viertal adviseurs. Met behulp van professor Righini (akoestiekexpert) en professor Giordano (houtexpert) alsook Virgilio Fazioli en Lino Tiveron, wordt in 1979 de start voorbereidt voor de bouw van het model F183 (een kamervleugel met een lengte van 183 centimeter). Hiermee is de eerste Fazioli-vleugel die geheel aan de wensen en eisen van Paolo voldoet een feit. De firma Fazioli Pianoforti s.r.l. wordt formeel opgericht in januari 1981 en in hetzelfde jaar wordt in een oude meubelfabriek in Sacile de productieafdeling van de Fabbrica di Pianoforti Fazioli gebouwd.

Geen fabriek maar atelier Zoals dhr. Fazioli voor zijn vleugels zorgt, zo zorgt hij ook voor zijn gasten. Een bijzondere ervaring die al begint op het vliegveld


REPORTAGE

van Venetië. ‘s Avonds landen we met een late vlucht op het vliegveld. Terwijl de overige passagiers op dit late uur nog haastig op zoek gaan naar een taxi, staat er voor ons een glanzende ­Fazioli-bolide klaar en worden we snel en comfortabel naar ons hotel in Sacile gereden waar het pianoconcern gevestigd is. De volgende morgen ontmoeten we tijdens het ontbijt Evert Snel en zijn vrouw die speciaal om ons te

Hier wordt heel duidelijk gewerkt met enorme ­toewijding en discipline begeleiden ook naar Sacile zijn afgereisd. De eerste aanblik van het pand; een fraaie strakke en moderne architectuur met veel zonwerend glas, een ruime entree en een zeer smaakvol ingerichte lobby. Het doet in niets denken aan een bedrijf waar industriële werkzaamheden verricht worden. Het zachte muziekje op de achtergrond, de

wederom allerhartelijkste ontvangst met uiteraard een kopje espresso, en het ontbreken van fabrieksgeluiden doen ons vermoeden dat de fabriekshallen wellicht elders op het terrein zijn. Dat blijkt een misvatting. Aan het eind van de hal komen we via een normale deur in wat we in andere gevallen zeker de fabriekshal genoemd zouden hebben, maar na de eerste aanblik besluiten we dat Fazioli een pianofabriek noemen een grove belediging zou zijn. Iedere vergelijking met een fabriek ontbreekt, of het nu gaat om het volledig ontbreken van geluid van zware machines, de vloer waar je ‘op z’n Hollands gezegd’ van kan eten, of het absoluut ontbreken van rommel: hier wordt heel duidelijk gewerkt met enorme toewijding en discipline. De benaming atelier, maar dan wel een heel forse, is hier beter op z’n plaats. Het productiegedeelte is verdeeld in verschillende grote hallen met in iedere hal een ander deel van het bouwproces. De rondleiding begint, en dat is in Italië niet anders, bij de fabricage van de binnen- en buitenrim. Het hout voor de buitenrim is afhankelijk van het model opgebouwd uit zeven tot negen lagen. De lange stroken hout worden in lagen op elkaar gelijmd en na droging in de mal van de rim aangebracht. Vervolgens worden er meer dan twintig lijmklemmen aangetrokken en komt er op iedere klem een druk van 2,5 ton te staan. Dat op spanning brengen in de mal gebeurt niet machinaal maar langzaam. Om niets te forceren worden de klemmen handmatig door een Italiaanse

PIANIST

27


REPORTAGE

Fazioli is iemand die uit eigen ervaring precies weet wat hij wil horen en voelen als hij speelt meneer met enorme biceps langzaam op spanning gebracht. Fazioli: “Het hout moet zich langzaam voegen in zijn nieuwe vorm en dat moet met gevoel gebeuren, dus doen we dat handmatig.”

28

PIANIST

Als alle klemmen onder de juiste druk staan, gebeurt er iets dat ik nog niet eerder zag in andere fabrieken. Rond de gelijmde rim is een metalen plaat aangebracht die verwarmd wordt tot exact 50 graden Celsius. Zo wordt de rim in de mal 24 uur lang gedroogd, gevolgd door een nog eens 24 uur durende cool down-periode. Hierna kan de rim uit de mal gehaald worden en is hij klaar voor verdere bewerking.

Sierlijke verbindingen Het mooiste voorbeeld van hoe dicht Fazioli bij de traditionele meubelmakerij staat, is de sierlijke zwaluwstaartverbinding waarmee de steunbalken geconstrueerd zijn. Deze beproefde ouderwetse en ijzersterke verbinding wordt met veel precisie door de bouwers gemaakt. De verbinding is pas goed als er geen licht meer tussendoor schijnt. Voor andere delen wordt de pen- en ­gatverbinding gehanteerd en dat alles wordt gedaan door g­ especialiseerde vakmensen uit de hout- of meubelindustrie die overgestapt zijn om hun talenten te kunnen inzetten bij de bouw van deze bijzondere vleugels. Na iedere bewerkingsfase wordt een fase van rust ingelast om de bewerkte constructie


REPORTAGE

opnieuw de tijd te geven uit te harden en zich te zetten in de nieuwe vorm. We blijven stilstaan bij het nieuwste project van Fazioli; de Fazioli 308. De rim van deze enorme concertvleugel staat recht overeind en met m’n hoofd in de nek kijk ik verbaasd naar boven en realiseer me dat zelfs als ik er ooit het geld voor zou hebben een dergelijke vleugel niet eens in m’n huiskamer zou passen. Ik kan me dan ook goed voorstellen dat als deze vleugel klaar is er een enorme sound uit voort komt die met gemak de grootste concertzaal tot in de verste hoeken vult.

De zangbodem We komen bij de afdeling waar de zangbodem vervaardigd wordt. Dit is een van de stokpaardjes van dhr. Fazioli. De zangbodem wordt vervaardigd van een hoogwaardig speciaal soort sparrenhout (spruce) uit Val di Fiemme in Zuid-Tirol. Het is hetzelfde hout dat door Antonio Stradivari gebruikt werd voor de bouw van zijn beroemde violen. Na een selectie waarbij alleen de allerbeste delen overblijven, worden de geselecteerde stroken spruce tegen elkaar gelijmd en onder druk gehouden tot er een plaat ontstaat die vervolgens in de uiteindelijke vorm gezaagd wordt. Daar worden de ribben op gelijmd, waarna de complete zangbodem in een zelf ontwikkelde pers geplaatst wordt. Daarbij wordt iedere rib afzonderlijk door een stempel onder druk gehouden. De stempels worden afzonderlijk ingesteld op een bepaalde druk die bij de rib past. Omdat het hier om een door Fazioli zelf bedachte en gefabriceerde pers gaat, is dat het enige moment waarop onze fotografe teleurgesteld even werkloos moest toekijken.

Het oog van de meester Eenmaal uit de pers moet de zangbodem een bepaalde bolling vertonen. Iets dat dhr. Fazioli graag zelf met enige trots en plezier laat zien en controleert. Want zo is zijn uitleg, u kijkt nu eigenlijk naar de ziel van de Fazioli-vleugel. Wat ons tijdens onze rondleiding steeds opnieuw opvalt is dat dhr. Fazioli het hele bouwproces vanaf het buigen van de rim, tot aan de afstelling van de action niet alleen exact kent, maar ook controleert vanuit zijn kennis als pianist. Daarnaast heeft hij voor iedereen een hartelijk woord of een schouderklop over, en wisselt hij wat wederwaardigheden uit. Het is mooi om te zien dat hij duidelijk op handen gedragen wordt. Hij hoort erbij, is een van hen, kent de problemen en denkt mee.

30

PIANIST

Maar hij heeft ook humor. Hij wenkt ons mee naar de ruimte waar een medewerker met de hand fijne en kleinste correcties aanbrengt. Hij wijst op een houten doos waarin op een zachte zeemleren lap een scala van loeischerpe beitels en zegt: “Wat hier ligt is ons meest kostbare gereedschap.” En hoewel hij het als grap brengt, denk ik eigenlijk dat hij het meent en dat hiermee symbolisch de basis van zijn succes wordt vertegenwoordigd: vakmanschap en handwerk. Alles wat we zien bij Fazioli heeft te maken met toewijding, vakmanschap, en de aansturing van een man die naast zijn excellente managementkwaliteiten


bovenal concertpianist is. Iemand die uit eigen ervaring precies weet wat hij wil horen en voelen als hij speelt en daarmee z’n personeel kan inspireren. Dat hij dat kan, bewijst wel z’n meest recente uitvinding: het vierde pedaal op de Fazioli 308. De Fazioli 308 cm is de langste concertvleugel ter wereld en wordt op aanvraag ook gebouwd met een extra vierde pedaal in plaats van de gebruikelijke drie pedalen. Nu moeten we even technisch worden: dit vierde pedaal is een pedaal dat qua werking lijkt op het linkerpedaal van de normale piano. Het brengt de hamers dichter naar de snaren voor een makkelijker pianissimospel waardoor dit decibellenbeest óók fluisterzacht kan klinken. Het mooie is dat hierdoor de klankkleur niet zodanig verandert als bij het gebruikelijke linkerpedaal (het una corda-pedaal) op de vleugel, waarbij de hamers ten opzichte van de snaren verschuiven. Weer een nieuw snufje waar zelfs de grote sterren even aan moeten wennen, maar eenmaal onder de knie schijnt het een wereld van verschil teweeg te brengen.

Concertzaal Bij een vleugel hoort een concertzaal en om een eigen testlocatie te hebben en voeling te houden met wat hem er ooit toe bracht z’n eigen vleugel

te willen bouwen, vond Paolo Fazioli dat er bij het ­Fazioli-atelier een eigen concertzaal moest komen. Die is er inmiddels, maar dan uiteraard ook weer op de Fazioli manier. Prachtig, met panelen die het mogelijk maken om de akoestiek aan te passen en genoeg stoelen om ook de bevolking van Sacile zo nu en dan te ontvangen. TEKST: JAN VREDENBURG

Importeur voor Nederland: Evert Snel Piano’s Vleugels BV Nieuwendaal 66, 3985 AE ­Werkhoven Telefoon:0343 551 577 Website: www.evertsnel.nl/fazioli

PIANIST

31


Drie showrooms van Clavis • Makkelijk bereikbare locaties • Grote keuze in toetsinstrumenten • Enkel gerenommeerde merken • Kemble, Petrof, Roland, Schimmel en Yamaha • Selectie en proefplaatsingen mogelijk

Amsterdam: Marnixstraat 252, 1016 TL, Tel.: 020-622 14 04

Nieuwegein: De Liesbosch 4b, 3439 LB, Tel.: 030-231 42 12

Apeldoorn: Korenstraat 53, 7311 LN, Tel.: 055-521 99 38

Ronald Brautigam’s grote liefde voor Beethoven De complete sonates op 9 SACD’s

‘Ik zou met alleen Beethoven volmaakt gelukkig zijn ‘- NRC

BIS 2000

Ronald Brautigam viert zijn 60e verjaardag in het Concertgebouw: 1 November - Vierde Pianoconcert - Van Beethoven 15 November - Derde Pianoconcert - Van Beethoven 7 December - Eerste Pianoconcert - Van Beethoven

Bovendien op 11 januari een speciaal programma met Isabelle van Keulen met Ravel, Pärt en Proko�jev

DISTRIBUTED AND MARKETED BY NEWARTSINT.COM

©BCM

www.clavis.nl info@clavis.nl


PROEFSPEL

Muziek op papier

Recent verschenen bladmuziek voor piano De pianist die zich breed wil oriënteren op het gebied van de bladmuziek krijgt alle kansen. De muziekwinkel, het antiquariaat, muziektijdschriften, het internet: mogelijkheden genoeg om op de hoogte te komen en te blijven van de ongelooflijke rijkdom aan muziek voor zijn of haar instrument. Van de eerste composities voor de pianoforte van Cristofori tot moderne stukken voor de eenvoudige staande piano of de indrukwekkende vleugel, het is allemaal te vinden. Grote namen te over, van Mozart tot Milhaud, van Beethoven tot Bartók, van Clementi tot Cage, met honderden daartussen. En elke dag komen er nieuwe uitgaven bij.

Ook voor deze editie van Pianist wisten de uitgevers ons weer te vinden met nieuwe bladmuziek voor ons favoriete instrument. En er ligt een grote verscheidenheid aan stijlen op mijn bureau. Van traditionele Argentijnse muziek en Amerikaanse stukken uit het serieuze repertoire én uit de songs en de show business, tot een jazzy sonate van een bejaarde Oekraïner en stukken van een Turkse componist die de volksmuziek van zijn land soms combineert met swingende accenten.

Arr. Julian Rowlands: Argentinian Tango and Folk Tunes for Piano Na enige tekst ter introductie van de folkloristische Argentijnse muziek, de rol van de piano daarin en het vaak polyritmische karakter van melodie en begeleiding, volgen achtentwintig stukken van een bladzij of twee elk. De pianist met een paar jaar les achter de rug zal er wel raad mee weten. En mocht hij twijfelen of hij het Argentijnse karakter van de muziek wel recht doet (strak en stijf doorhameren

is niet het juiste recept), dan kan hij ter controle de bijgeleverde cd raadplegen, waarop arrangeur Rowlands zelf het album doorspeelt. Een heel prettige introductie van muziek die we niet elke dag horen. (Arr. Julian Rowlands: Argentinian Tango and Folk Tunes for Piano, uitg. Schott, uitg.nr. ED 13645)

Div. arr.: American Greats – 33 American masterpieces In dit dikke album komen we van alles tegen dat het Amerikaanse muzikale landschap zo boeiend maakt. Van oude favorieten als Scott Joplin’s The Entertainer, Stephen Foster’s Old Folks at Home en To a Wild Rose van Edward MacDowell, tot Bernstein, Copland, Duke Ellington, Gershwin en zelfs een piano arrangement van het Amerikaanse volkslied door Rachmaninoff! De arrangementen zijn niet gecompliceerd, maar bieden een idiomatisch goede weergave van de oorspronkelijke, vaak voor orkest gedachte muziek. Zo kan ook een

PIANIST

33


Importeur van Fazioli Dealer van o.a. Yamaha, Schimmel, Seiler, Grotrian Steinweg Tevens groot aanbod occasion instrumenten Inkoop, verkoop, restauratie, stemmen, onderhoud, verhuur, concertservice Bezoek- en correspondentieadres: Nieuwendaal 66 • 3985 AE Werkhoven Tel. 0343 551577 / 551741 • Fax 0343 552059 www.evertsnel.nl • info@evertsnel.nl


PROEFSPEL

gerzettingen, die bepaald geen luxe zouden zijn in de technisch hoogst complexe materie met een overvloed aan detail. Voor wie het allemaal even te onoverzichtelijk wordt: op YouTube kunt u Kapustin deze sonate zelf horen spelen. Een wereld van virtuositeit gaat voor u open. Maar voor u zelf zo ver bent kan het nog wel even duren. Extreem moeilijk, maar een prachtig klankresultaat als het eenmaal staat. (Nikolai Kapustin: Sonata No. 3 opus 55, uitg. Schott, uitg.nr. ED 21865)

Fazil Say: Fantasy Pieces

Nikolai Kapustin

uitbundige compositie als bijvoorbeeld Gershwins An American in Paris op de piano mooi tot klinken komen, zowel in het allegretto grazioso bij de start als in het afsluitende blues tempo. (Div. arr.: American Greats – 33 American masterpieces arranged for the intermediate pianist, uitg. Boosey & Hawkes, uitg.nr. ISMN 979-0-060-12392-4)

Nikolai Kapustin: Sonata No. 3 Het werk van Nikolai Kapustin (* 1937) was tot voor kort slechts gepubliceerd in moeilijk verkrijgbare Soviet- en Russische uitgaven. Nu geeft Schott een aanzet voor een grotere bekendheid van deze bescheiden en gereserveerde componist en zijn uitgebreide en flamboyante oeuvre. Zijn muzikale opvoeding aan het conservatorium van Moskou was traditioneel, met veel Russisch virtuoos pianorepertoire. Maar ook de jazz had zijn grote belangstelling, en hij maakte in jazz ensembles tournees door het hele land. “Maar,” zegt hij, “ik heb nooit geprobeerd om een echte jazzpianist te zijn. Ik ben niet geïnteresseerd in improvisatie, en wat is een jazzmuzikant zonder improvisatie?” Kapustin’s compositorische output is groot, en omvat al meer dan honderd opusnummers. De sonate die hier voorligt is opus 55 en dateert uit 1990. Het is een werk voor de (zeer) ver gevorderde speler, met een neus voor complexe jazzy ritmes en schrijnende harmonieën. De moeilijkheidsgraad wordt nog hoger door het ontbreken van vin-

De Turkse componist en pianist Fazil Say (*1970) kreeg na zijn studie aan het conservatorium van Ankara beurzen om aan de Robert-Schumann-Hochschule in Düsseldorf les te nemen bij David Levine en verder te studeren in Berlijn. In 1995 kwam zijn grote doorbraak toen hij in New York de Young Concert Artists International Auditions won. Hij speelt zowel Oosterse als Westerse muziek, van Turkse folklore tot Bartók, Stravinsky, Ravel en Gershwin. Voor een Turk is zijn persoonlijke instelling nogal gewaagd: een paar jaar geleden twitterde hij ‘Ik ben een atheïst en trots om dat luid en duidelijk te zeggen’. Maar wat zijn muziek betreft: de stukken in dit album zijn niet voor beginners weggelegd en vereisen een redelijk gevorderde techniek. In Vision treffen we een stuk met een mystiek karakter. Elegy of Old Istanbul is gebaseerd op het bekende Turkse volksliedje Katibim (kent u Uska Dara nog van Eartha Kitt?). In Dervish in Manhattan duiken plotseling swingende Amerikaanse bassen op in de Turkse traditionele klanken, terwijl Gipsy Girl een Oosterse solo dans suggereert via een abstracte en minimalistische benadering. Fascinerende muziek allemaal, in een verrassende synthese van verschillende stijlen. (Fazil Say: Fantasy Pieces opus 2, uitg. Schott, uitg.nr. ED 21183) TEKST: FRITS HAM

Fazil Say

PIANIST

35


PROEFSPEL

36

PIANIST


PROEFSPEL

PIANIST

37


VOELBAAR HOORBAAR, HERKENBAAR BETER

ECM 4810963

ECM 3792957

KATE MOORE / SASKIA LANKHOORN

MARCIN WASILWESKI TRIO / JOAKIM MILDER

Dances and Canons

Spark of Life

“Saskia Lankhoorn is a dedicated new music pianist, and she knows how to make Kate Moore’s music sing” - Manfred Eicher

“The Marcin Wasilewski Trio are masters in finding the beauty found in a melody” - somethingelsereviews.com

Voor data concerten in Nederland van Saskia Lankhoorn kijk op www.ecmrecords.nl

DISTRIBUTED AND MARKETED BY NEWARTSINT.COM


PROEFSPEL

PIANIST

39


Meesterpianisten in de Nieuwe Kerk in Den Haag Enig in BENELUX, Yamaha en Kawai handgemaakte vleugels zij aan zij. Graag laten wij U kennismaken met onze gepersonaliseerde service. Verkoop, verhuur, concertservice, onderhoud.

Zo 2 november – 15.00 uur

Ishay Shaer

Za 17 januari – 20.15 uur

Nikolaj Luganski

Serieprijs

€ 75

Zo 12 april – 15.00 uur

Alexander Gavrylyuk

Piano Goossens bvba Liersesteenweg 316 2640 Mortsel Telefoon +31 (0)03 449 94 46

@TheaterDenHaag 070 88 00 333 aanhetspuiplein www.ldt.nl/pianisten ©BCM

Nieuwe Kerk


PROEFSPEL

42

PIANIST


PROEFSPEL

PIANIST

43


REPORTAGE

Rembrandt Frerichs zoekt een verfijnd geluid

“Ik ben niet bezig met een product, maar met een proces” Rembrandt Frerichs koesterde de vurige wens om muziek te componeren op zijn eigen fortepiano. Met de hulp van het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds en de Belgische ­pianobouwer Chris Maene komt deze droom uit.

het bijzonder: Rembrandt Frerichs. Vandaag speelt hij voor het eerst op zijn nieuwe fortepiano, gebouwd door Chris Maene en zijn personeel. Het idee om een fortepiano te gebruiken kwam eigenlijk van drummer Vinsent Planjer. In het verleden speelde het Rembrandt Frerichs Trio op moderne vleugels vaak samen met artiesten uit Turkije, Iran, Syrië en Libanon. Die artiesten gebruikten dan de oed of qanûn, Arabische instrumenten met een zacht en menselijk geluid. Dat viel moeilijk te combineren met een moderne vleugel. “Die mensen vonden het heel leuk om met ons samen te spelen, maar ze vonden die Steinway zo hard. We zaten een keer terug in de auto en toen zei Vinsent: ‘Het is al de honderdste keer dat we dat horen, probeer nou een keer die fortepiano uit.’ Ik wist helemaal niks van dat instrument, maar het produceert een veel menselijker en intiemer geluid. Toen is het balletje gaan rollen.”

Punch in the face Op maandagochtend bij de pianofabriek van Maene in het West-Vlaamse Ruiselede ligt de rode loper al trots uitgerold over de trappen van de ingang. Wie een rondje door de showroom wandelt, kan zich vergapen aan de prachtige piano’s die in de etalage pronken. Deze ochtend is speciaal voor één man in

44

PIANIST

Na een telefoontje met de oom van zijn vrouw Klaartje van Veldhoven, dirigent van de Nederlandse Bachvereniging Jos van Veldhoven, kwam Frerichs tijdens zijn zoektocht uit bij Bart van Oort. In zijn studio staan drie fortepiano’s en na enkele oefensessies viel het oog van Frerichs op een


PIANIST

45

FOTOGRAFIE: WOUTER KOOKEN


REPORTAGE

oude Walter-piano, gemaakt in de fabriek van pianobouwer Chris Maene. “Toen ik op die piano speelde, hoorde ik meteen het geluid dat ik zocht. Dat was echt een waanzinnige punch in the face voor mij. Je hebt niet zo’n heel lange klank, waardoor je andere artiesten de ruimte kan geven voor hun instrument. We kregen een sleutel van Bart en daarna zijn we in zijn studio gaan repeteren met Arabische musici. Toen bleek dat het écht een goed idee was.” Sindsdien is er bij Frerichs een liefde ontstaan voor het instrument, zo vertelt hij. “Het is net als in het echte leven. Je bent verliefd, maar je houdt niet zomaar van iemand. Dat duurt wel even. Ik ben nu zo anderhalf jaar er mee bezig en dat is een langzaam proces.” Frerichs is inmiddels druk aan het experimenteren met de fortepiano, maar het wisselen tussen de Walter en een moderne vleugel blijft moeilijk. Hij las ooit dat de befaamde pianist Brautigam een week de tijd neemt om te switchen tussen de twee instrumenten. “Ik schrok me rot en vroeg me af hoe ik dat ging doen. Toen ik voor de eerste keer op een Walter-piano speelde, moest ik echt het systeem nog uitvogelen. Als ik van de Walter naar de vleugel ging, voelde het alsof ik een log moeras was beland. De techniek was in één keer verdwenen. Anderhalf jaar verder gaat het me beter af. Dat vind ik het leukste aan dit project, dat het zich nog ontwikkelt. De uitkomst is wat dat betreft ongewis. Ik ben niet bezig met een product, maar met een proces.”

Vanaf dat moment kreeg de wens voor de bouw van een nieuwe fortepiano gestalte. “Het is een enorme blokkade om even bijna 40.000 euro uit te trekken voor een experiment. Dit had nooit gekund zonder de hulp van het NMF en Maene. Het is ontzettend fijn om dat als maatschappij te hebben. Ik vind het ook goed te legitimeren, want wat er ook gebeurt met mijn project, het instrumentenfonds heeft nu een Walter, dus andere mensen kunnen er, mocht ik er ooit niet meer mee werken, ook op spelen”, aldus Frerichs. Het experiment werd binnen de klassieke muziekwereld met enthousiasme ontvangen. Zo werden er al concerten bevestigd

“Toen ik op die piano speelde, hoorde ik meteen het geluid dat ik zocht”

Weerklank Voor zijn experiment schakelde Frerichs begin 2013 de hulp in van het Nationale Muziekinstrumenten Fonds. Zij raakten enthousiast over het project van Frerichs om een oud instrument een heel nieuwe rol te geven in de hedendaagse muziek. Samen met Frits Schutte, collectiebeheerder bij het NMF, bewandelde Frerichs een uitgebreid traject waarbij hij allerlei instrumenten heeft uitgeprobeerd van verschillende bouwers. Uiteindelijk kwam hij uit bij de Belgische bouwer Chris Maene. Die werd op zijn beurt warm gemaakt voor het project van de jazzpianist en gaf hem een Walter-piano te leen. Maene: “Bart sprak heel positief over Rembrandt. Er zijn natuurlijk nogal veel mensen die contact met ons zoeken om gesponsord te worden, maar wij zijn beperkt in onze capaciteiten. Daarom moet je keuzes maken en Rembrandt kwam heel overtuigend over. We hebben toen een fortepiano aan hem geleend om te kijken of het wat voor hem was.”

46

PIANIST

in het muziekgebouw aan ‘t Ij en op Festival Classique, nog voordat er een piano was gebouwd. “Dat het zo resoneert in de muziekwereld, dat overviel mij ook een beetje. Binnen de jazzwereld zijn we wel bekend, maar er zijn zoveel mensen met fantastische talenten. Ik had van tevoren totaal niet verwacht dat er vanuit de klassieke muziekwereld zo’n interesse in ons project zou zijn.”

Verfijning Frerichs zoektocht naar het ideale instrument is atypisch te noemen, zo beseft hij. “Normaal, stel ik me voor, hou je van een bepaald soort muziek als Mozart of Haydn en dan kom je vanzelf uit bij een fortepiano. Bij ons is dat andersom. Eerst heb ik een klankideaal, wat dus zo’n fortepiano blijkt te zijn,


en dan doen we daar geen Mozart of Haydn mee. Het gaat ons om de klank, niet de muziek er mee wordt gespeeld. Het is een totaal andere aanvliegroute.” Die klankideaal vindt Frerichs in de fortepiano die Maene voor hem heeft gebouwd. De pianobouwer gaat secuur en met precisie te werk, waardoor er een piano wordt afgeleverd die qua geluid precies bij het werk van Frerichs past. “Als pianobouwer is het niet zo dat je het eindresultaat af moet wachten. Je werkt in een bepaalde richting. De klank moet ook in je hoofd zitten, anders weet je nooit waar het heen gaat”, aldus Maene. Frerichs: “Het past precies bij het motto van ons project: one size fits nobody. Bij een ­Yamaha-fabriek in Japan is alles natuurlijk eenheidsworst, maar een piano kan ook heel persoonlijk zijn, zo blijkt met dit project. De jazzwereld is een dynamische wereld, waar je als pianist vaak niet bezig bent met wat je geluid is en wat je wilt horen. De verfijning die ik in dit proces zo vind, draagt ook voor mij bij als ik op Steinway gewoon jazz speel.”

Bevalling Over het algemeen doet Maene er een jaar over om een ­fortepiano te bouwen. Echter gaat daar een heel proces aan vooraf, zoals de selectie van het hout, dat soms vijf tot tien jaar in de fabrieksruimte ligt voordat er een piano van wordt gebouwd. Maene: “De temperatuur en vochtigheid speelt een belangrijke rol in het maken van een piano. Daarom vinden wij het belangrijk dat het in dezelfde ruimte ligt als het atelier. Wij maken hier vaak meerdere zangbodems per keer van, dus het is niet zo dat dit hout bestemd is voor één piano. Deze fortepiano maakt bijvoorbeeld deel uit van een selectie van drie piano’s. Daarna worden ze individueel afgewerkt.” Die individuele afwerking is een secuur proces waarbij Maene nauw verbonden blijft. “Als je teveel seriewerk doet, dan komt er een vervlakking op.” Het is volgens Maene heel belangrijk om voldoende tijd te nemen bij de bouw van een piano. Niet alleen om de concentratie te behouden, maar ook vanwege de vervorming van het hout. Daarom zijn voldoende droogperiodes noodzake-

lijk. “Het is belangrijk voor de spanning van de snaren om voldoende de tijd te nemen. Anders ben je bezig met een instrument dat nog aan het vervormen is. Ook moet je zorgen dat elke keer met een frisse blik naar het instrument kijkt. Als de piano afgesteld is, dan kun je er de dag erna weer aan werken. Zo kom je telkens een stapje hoger. Op het einde ben je dan soms twee uur lang bezig om die laatste noot nog te verbeteren of een zindering weg te nemen. Er staat geen uur op wanneer de werkzaamheden gedaan zijn. Soms is het net als een zwangerschap: de laatste maand kan de laatste dag zijn, maar je kunt ook over tijd zijn.” Tegenwoordig heeft Maene een vakkundig team tot zijn beschikking waarmee hij de methodes bespreekt en nauw contact houdt tijdens het bouwproces. Op het einde werkt hij de piano’s samen af met zijn zoon. Dit doet hij nog altijd met plezier. “Om je een voorbeeld te geven: gisteren ben ik om vijf uur ’s ochtends opgestaan om aan een piano te werken tot acht uur ’s avonds. Dat is geen kwelling, maar plezier. Het is een soort genoegen dat je krijgt bij het maken van het instrument. Ik heb echt het gevoel dat elk instrument dat hier naar buiten gaan ook echt van mij is.”

Plezier Tijdens het bezoek aan de fabriek in Ruiselede wordt de nieuwe fortepiano voorzichtig vervoerd naar de kleine concertzaal in de showroom. Tijd voor Frerichs om het instrument aan een uitgebreide test te onderwerpen. De eerste kennismaking doet hem goed, zo vertelt hij later: “Gaaf! Echt mooi. Deze heeft in vergelijking met die geleende ­Walter-piano veel meer kleuren en timbres en het speciaal gemaakte una corda pedaal is écht een toevoeging. Het past bij de drie pijlers die wij er mee doen: mijn eigen moderne composities, oude muziek zoals Bach of wereldmuziek uit het Midden-Oosten. Het is lastig om één klank te vinden om alle drie te doen. Daar ben ik nu heel opgetogen over.” Kijk voor meer informatie en filmpjes van het project van Rembrandt op: www.thecontemporaryfortepiano.com TEKST: TEUN VAN ROOIJ

PIANIST

47


The Best of Both Worlds

Bösendorfer Artist Dora Deliyska

The Best of Both Worlds The Bösendorfer Silent Piano™ is an instrument without compromise which combines the best of the acoustic world – our hand built Bösendorfer pianos – and the best of the digital world – Yamaha’s revolutionary new SH Silent System.

Unlimited Passion So, whether your passion is playing Mozart at midnight or Gershwin at dawn, our Silent Piano™ removes the limits.

www.boesendorfer.com


RECENSIES

PIANIST-­ TIENEN

DIVERSEN YOURI EGOROV: A LIFE IN MUSIC Youri Egorov (piano) m.m.v. diverse solisten en orkesten KTC 1469 • 10CD + DVD Uitvoering ***** | Registratie *****

Hij zou eind mei van dit jaar zestig zijn geworden, de Russisch-Nederlandse pianist Youri Egorov. Hij overleed op zijn drieëndertigste aan de gevolgen van aids. Naar Russisch gebruik musiceerden violist Viktor Liberman, cellist Mischa Maisky en pianiste Elisabeth Leonskaja bij hun opgebaarde collega in diens woning aan de Amsterdamse Keizersgracht. Punt. Einde van een leven. Een leven dat in het teken stond van de Hoge Kunst van het musiceren, een leven ook dat een onuitwisbare indruk achterliet op iedereen die met hem te maken heeft gehad. Het gevoel dat overheerst bij het lezen en beluisteren van tekstboekje en opnames van ‘Youri Egorov, a Life in Music’ is weemoed. Omdat dit leven zo is gelopen, om de in het kader van zijn vroege dood bijna vergeefse strijd die Egorov heeft geleverd, om al het beloftevolle moois dat niet meer gezegd kon worden. Heel veel is wel gezegd, zo blijkt uit deze uitgave, Egorovs muzikale nalatenschap. Het betreft opnames van diverse omroepen, met

diverse orkesten en Nederlandse musici. Egorov is te horen in Beethoven, Brahms, Schumann, Liszt, Chopin, Tsjaikovski, Rachmaninov, Prokofjev en Bartók. Zijn spel werd unaniem integer, ongekunsteld, verfijnd en poëtisch genoemd. Hij werd vergeleken met de legendarische Dinu Lipatti, geboren in 1917 en ook op drieëndertigjarige leeftijd overleden. Er is veel over de mens Egorov geschreven en nog meer over de musicus. Een beoordeling van deze tien cd’s lijkt me dan ook niet op z’n plaats. Ik koos voor één werk, de sonate in c, D958 van Schubert. Een half jaar voor zijn dood opgenomen door de VARA. Dit is Egorov op zijn best. Expressief, een verteller waaraan niet valt te ontkomen, de vleugel meester, subtiel en krachtig, in staat de tijd stil te zetten. Tien sterren dan ook, voor de kwaliteit van de pianist, maar ook voor de documentaire waarde van deze uitgave. Marjolijn Sengers

CD-RECENSIES OVERIG

door een grote voorzichtig­ heid, die niet was niet ingegeven door onzekerheid over de stijl van het werk of de eigen vermogens inzake techniek en interpretatie. Bij deze cd is de onzekerheid in het spel het grootst wanneer ook de muziek meer zoekend dan vindend is, met name de Bagatellen opus 6. Is de energie niet te missen, met name in het ritme, dan komt Planès goed los. De lange lijn komt beter over, de dynamiek is gevarieerder, de balans tussen melodie, begeleiding en harmonie wordt spannender en de concrete ontleningen aan de volksmuziek en de meer geabstraheerde verwijzingen zijn in uitstekend evenwicht. Ook in zijn repertoire zijn op deze cd die laatste twee in evenwicht, wat opnieuw helaas betekent dat Bartóks meest abstracte pianowerken (Etudes en Improvisaties) schitteren door afwezigheid, terwijl de meer folkloristische stukken oververtegenwoordigd zijn. Heeft u deze werken nog niet en wilt u aan een uitvoering genoeg hebben, dan is Planès een uitstekende gids. Emanuel Overbeeke

Beethovens Derde pianoconcert heeft op het Vierde voor dat het opent met een lange orkestrale inleiding. Zoals ook in de voorbeelden van Haydn en Mozart: pas na zo’n vijf minuten zet de solist in. In het Vierde pianoconcert bijt de solist het spits af: slechts een paar maten en hij laat ons luisteraars verdwaasd achter: ‘Waar blijf je nou?’ Meteen aan het begin van nummer 3 is duidelijk dat Harding zijn orkest goed in de hand heeft: precisie en hartstocht zijn er allebei en zitten elkaar niet in de weg. Pires bespeelt een moderne vleugel. Hetzelfde geldt voor het Zweedse orkest: dat is geen gezelschap als het Orkest van de Achttiende eeuw. Dus een klank zoals we ook zestig of zelfs honderd jaar geleden konden verwachten en elke noot van A tot Z gelogen. Het zij zo: iedereen liegt, authentieken en niet-authentieken, alles is interpretatie. Pires’ spel is licht en ingetogen. In de staart van het eerste deel van nr. 3 dwarrelen opeens de guirlanden heel intiem neer. Dan schiet je even vol. Waar komen ze vandaan? Er zijn meer van dit soort momenten. De cd is een hommage aan Claudio Abbado, de betreurde maestro met wie Pires vaak heeft samengewerkt. Jurjen Vis

Ivan Illic (piano) Paraty 311.205 • DDD-71’ Uitvoering ** | Registratie ***

Hier schiet een doorsnee luisteraar niet veel mee op. Dit is hooguit van belang voor wie geïnteresseerd is in de kunst van het bewerken voor de linkerhand alleen. En hoe dat dan klinkt. In dit geval als een gehandicapte Chopin. Het is allemaal heel knap (‘kijk, mamma, met één hand’) en het is een fantastische serie oefeningen om met de linkerhand alleen muziek te maken die klinkt alsof er twee handen, twee redelijk virtuoze handen, in het spel zijn. Maar het klinkende resultaat is stroef en staat in schril contrast met hoe ongehinderde tweehandige virtuozen Chopins Études tot leven kunnen brengen. Hans Quant

JACOBTV COMPLETE PIANOWERKEN - PIANOCONCERT 2 Jeroen & Sandra van Veen, Ronald Brautigam (piano), Radio Kamer Filharmonie o.l.v. Thierry Fischer Brilliant Classics 94873(2) •

BARTÓK DANSSUITE - 15 HONGAARSE BOERENLIEDEREN - PIANOSONATE - ZES ROEMEENSE VOLKSDANSEN

LINKERHAND

DDD-1.12’ Uitvoering **** | Registratie ****

BEETHOVEN PIANO CONCERTOS 3 & 4

Alain Planès (piano)

Maria Joao Pires (piano),

Harmonia Mundi 902163 •

Swedish Radio Symphony

DDD-79’

Orchestra o.l.v. Daniel

Uitvoering **** | Registratie ****

Harding

GODOWSKY

Wat ik tot dusver hoorde van Planès kenmerkte zich vaak

ONYX 4125 • DDD-72’

22 STUDIES NAAR CHOPINS ETUDES VOOR DE

Uitvoering **** | Registratie ****

JacobTV is de rasechte Groningse componist Jacob ter Veldhuis. Zijn jongste wapenfeit is de video-opera ‘The News’, een ‘work in progress’, dit jaar voor het eerst in Nederland te horen bij de Nationale Reisopera. JTV noemt zichzelf een

PIANIST

49


RECENSIES

avant-popcomponist die zijn werken pepert met suiker. Hij doet dat o.a. in een serie werken waarin de ghettoblaster een hoofdrol speelt. ‘Samples’ uit populaire Amerikaanse TV-shows worden gemanipuleerd tot een ‘soundtrack’ waarmee een instrumentalist kan samenspelen. Een intrigerende combinatie van stijlen is het resultaat. ‘The Body of your Dreams’ op deze uitgave levert het perfecte voorbeeld, en probeert u maar eens stil te blijven zitten. Maar er is meer. Het wereldwijde pessimisme dat na de Golfoorlog toesloeg werd voor JTV gesymboliseerd in de term ‘Postnuclear Winterscenario’. Het is de titel van een pianowerk van tien minuten, dat op slechts vijf tonen gebaseerd is. JTV schreef het in twee uurtjes en een meesterwerk was geboren. Minimal music in de beste zin van het woord. Geen eindeloos gedoedel, maar zorgvuldig gekozen notencombinaties – fascinerend. Aan de volledige pianowerken is ook nog de live-opname toegevoegd van het Tweede Pianoconcert, gespeeld door Ronald Brautigam met de Radio Kamer Filharmonie onder leiding van Thierry Fischer. Een dijk van een cd. Siebe Riedstra

Ambroisie AM 205 •

Balázs Szokolay (piano)

DDD-1.05’

Piano Classics PCLD0067

Uitvoering **** | Registratie ****

(2) • DDD-1.54’

Liszt is een man met vele gezichten. Lugansky koos voor deze cd in meerderheid relatief intieme en rustige stukken. En de werken die zich meer lenen voor virtuoos vuurwerk, zoals Feux Follets en La Campanella, speelt hij alsof het relatief rustige en intieme stukken zijn. Enerzijds pleit dat voor zijn vermogen zover boven de materie te staan dat onze kijk op de materie daardoor van karakter kan veranderen. Anderzijds geeft het de cd nog meer een eenzijdig karakter, alsof de vriendelijke en zachtaardige delen uit ‘Années de pèlerinage’ de kern van Liszts oeuvre vormen. De interessantste delen zijn derhalve die delen die Lugansky een nieuw karakter geeft. Verder is het de zoveelste Liszt-cd van de laatste tien jaar waarin de lyriek het hoogste woord heeft en liefde voor virtuositeit grotendeels afwezig is, alsof men bang is anders te vervallen tot bombast, terwijl die bij Liszt soms ook zeer op zijn plaats is. Maar binnen die huidige mode is dit een van de beste cd’s. Emanuel Overbeeke

Uitvoering *** | Registratie ****

De paradox van brave muziek is dat men die het beste recht doet door schijnbaar braaf te zijn met onderhuids een zweem van opstandigheid. Mendelssohn schrijft ideale poldermuziek en had dan ook niet veel op met theater, dat immers drijft op conflicten. Szokolay is vooral braaf en een beetje opstandig. Die rebellie toont hij in de meer turbulente delen, waardoor de opstandigheid vooral bovenhuids wordt. Het gevaar is een interpretatie waar men niets op tegen heeft, maar die ook niet beklijft. Probleem is ook dat de stukken relatief weinig ruimte laten voor persoonlijke vrijheid, met als gevolg dat de beste uitvoeringen, bijvoorbeeld die van Brautigam, in hun expressieve middelen niet eens zo veel verschillen van de mindere. De opname is uitstekend, maar de concurrentie is zwaar in de zin van theatraler. Emanuel Overbeeke

MOESORGSKI SCHILDERIJENTENTOONSTELLING Kirill Gerstein (piano)

LISZT DIVERSE WERKEN VOOR PIANO SOLO Nikolai Lugansky (piano)

Myrios Classics MYR013 •

MENDELSSOHN LIEDER OHNE WORTE (COMPLEET)

SACD-63’ Uitvoering **** | Registratie ****

Kirill Gerstein ontving in 2010 de Gilmore Artist

Award. Een vierjaarlijkse onderscheiding zonder wedstrijd, met een respectabel prijzengeld: $300.000. Eerder uitgekeerd aan Leif Ove Andsnes, en dit jaar aan Rafal Blechacz. Reden genoeg om Kirill Gersteins nieuwste cd onder de loep te nemen. Gerstein zelf verzorgt de toelichting, waarin hij parallellen trekt tussen de Schilderijententoonstelling en Schumanns Carnaval, het aanvullende werk. Twee meesterwerken die hun sporen hebben getrokken in het componeren voor de piano, door met doodsverachting alle conventies overboord te zetten. Schumanns Carnaval was het product van een verliefde jongeman, die zijn idool in klanken wilde portretteren. Moesorgski drukt het verlies om zijn schilderende vriend uit in een expositie, waar hij als toeschouwer wandelt van schilderij naar schilderij. De combinatie van beide werken is verrassend en passend tegelijk. Gedurfd ook, want in dit repertoire is al het nodige gepresteerd. Sviatoslav Richter in Moesorgski en Arturo-Benedetto Michelangeli in Carnaval staan eenzaam aan de top in dit repertoire, beide uitgegeven in de serie Great Pianists of the 20th Century. Gerstein is een pianist van de 21st Century – hij kent geen vrees en heeft een visie: technisch meesterschap is geen doel in zichzelf. Muziek is poëzie - dat is wat hij hier laat horen. Siebe Riedstra

PÄRT COMPLETE PIANOWERKEN Jeroen & Sandra van Veen (piano) Brilliant Classics 94775 (2) • DDD-1.59’ Uitvoering **** | Registratie ****

Arvo Pärt (1935) componeert niet voor de piano, maar voor de stem. Zijn ‘complete’ pianowerken, zoals die hier tot klinken komen, zijn dan ook met de nodige fantasie tot stand gekomen. De fantasie van pianist Jeroen van Veen welteverstaan. Maar liefst vier verschillende uitvoeringen van ‘Für Alina’ presenteert hij, goed voor vijftig minuten muziek. Knap werk voor een stuk dat op twee velletjes genoteerd staat. Met behulp van echtgenote Sandra komen vervolgens nog een viertal werken tot klinken in eigengemaakte arrangementen: ‘Spiegel im Spiegel’, ‘Pari intervallo’, ‘Hymn to a Great City’ en ‘Fratres’. Dat Van Veen juist die stukken bij de kop nam is niet zo vreemd – Pärt zelf verschafte ze in meerdere versies. Deze uitgave verdient echter een eervolle vermelding voor de tweede cd. Daar vinden we stukken van de jonge Pärt, geschreven in de vijftiger jaren, en duidelijk ontstaan onder de indruk van Sjostakovitsj en Stravinsky. Twee Sonatines opus 1 (1958) en een Partita opus 2 (1959) volgen op ‘Vier leichte Tanzstücke für

PIANIST

51


RECENSIES

Kindertheater’ uit 1956/7. Muziek die niet is weg te denken van Sjostakovitsj, met één uitzondering: de stukjes uit 1956/7 laten in al hun onschuld horen hoe het de componist twintig jaar later muzikaal zou vergaan. Siebe Riedstra

SCHUBERT WERKEN VOOR FORTEPIANO

licht werpen op de sonates en andere klavierwerken van Schubert. Dat ligt deels aan het karakter van de fortepiano met een omfloerst laag register en een scherp en soms zelfs schel hoog register en deels aan de interpretatie van Vermeulen, die Schubert niet in het verlengde van Beethoven neerzet, maar als een onafhankelijke grillige en speelse geest. Soms mist de aandacht voor de melancholie enigszins, maar doorgaans krijgt Schubert bij Vermeulen meer karakter, meer speelsheid. En dat is ook wat waard. Paul Janssen

Jan Vermeulen (fortepiano) Etcetera KTC 1336 (12) • DDD-12.00’ Uitvoering **** | Registratie ****

In 2000 kwam de Belgische fortepianist Jan Vermeulen op zolder van het Kasteel Villain XIII een verwaarloosde fortepiano tegen, gebouwd door Nannette Streicher-Stein, dochter van de Duitse pianobouwer Johann Andreas Stein die aan het begin van de negentiende eeuw furore maakte. Omdat de fortepiano dicht staat bij de instrumenten waarop Schuberts werk in diens tijd klonk besloot Vermeulen in 2002 tot een ambitieus project: een immense impressie van het klavierwerk van Schubert. Nu is dit monument bijeen gevoegd in een box met in totaal zo’n twaalf uur Schubert. En hoewel de luisteraar die niet gewend is aan Schubert op de fortepiano af en toe even zal fronsen, blijven de vertolkingen van Vermeulen mooie mijlpalen die een ander, niet eerder gehoord

52

PIANIST

SCHUMANN, JANÁCEK DIVERSE WERKEN VOOR PIANO

andere kamermuziek. Vooral zijn brandende kwartetten, waarin de Tsjechische meester een stuk ongenaakbaarder is. Maar waar het Biss vooral om gaat, is te laten zien in hoeverre Schumann belangrijk is geweest voor de twintigste eeuw. Biss vindt dit blijkbaar nog steeds een onderbelicht aspect. Hoe dan ook, om een programmering op deze manier te doen is verfrissend. Dan Die Gesänge der Frühe opus 133 uit 1853. De berustende atmosfeer van deze laatst voltooide stukken, vlak voordat Schumann zijn poging tot zelfmoord pleegde, blijft imponerend. Biss speelt helaas slechts het laatste deel, maar deze hymne wordt luisterrijk neergezet. En de opname is uitstekend. Hoewel er de laatste tijd wel erg veel van Robert Schumann wordt opgenomen, is dit toch Schumann in een ander licht. Dat is de belangrijkste verdienste van deze schijf. Emile Stoffels

Jonathan Biss (piano) Wigmore Hall Live WHLive0068 • DDD-79’ Uitvoering **** | Registratie ****

Wat deze cd speciaal maakt is dat Biss er voor gekozen heeft de Fantasiestücke van Robert Schumann enigszins om en om te spelen met de bundel ‘On an overgrown path’ boek 1 van Leos Janácek, gecomponeerd tussen 1900 en 1911. Hier horen we dromerige, mijmerende en autobiografische muziek (het nationalisme uit die tijd blijkt andermaal een rijke voedingsbodem), die een totaal andere indruk achterlaat dan Janáceks

STRAVINSKY, DEBUSSY, RAVEL

Petroesjka voor piano vierhandig. Hij nam beide dus serieus. Het duo Scholtes & Janssens zegt in het boekje: “Tijdens onze ontdekkingsreis van dit werk hebben we ons in zowel de orkest- als de pianoversie verdiept. Naar aanleiding hiervan hebben wij enkele kleine veranderingen aangebracht in de vier-handenversie van Stravinsky, om zo een betere verklanking van de orkestrale kleuren te kunnen benaderen.” Mijn voorkeur gaat uit naar de orkestversie, maar zoals wel vaker geeft een transcriptie naar piano veelal meer inzicht in motieven en melodieën die normaal in een orkestversie wat ondergesneeuwd raken. Dat is bij dit duo zeker het geval. Ondanks dat Ravels Rapsodie espagnole in de gebruikelijke orkestuitvoering veel kleur heeft, is het met de pianoversie vierhandig bepaald niet behelpen. Per slot is die versie ook de oorspronkelijke. De opname had wat mij betreft ietsje droger mogen zijn, maar dit neemt niet weg dat deze cd erg geslaagd is. Mooie accurate uitvoeringen door een duo dat als een eenheid speelt. Mijn recensie-exemplaar heeft overigens een tik tijdens track 4 op 6:42 en ik vermoed dat deze fout in de productie zit. Emile Stoffels

PARIS! Pianoduo Scholtes & Janssens Etcetera KTC 1497 • DDD-64’ Uitvoering **** | Registratie ****

Stravinsky bewerkte zowel zijn eerste versie als zijn gereviseerde versie van

TSJAIKOVSKI PIANOCONCERT NR. 1 IN BES, OP.23 - PIANOCON-

CERT NR. 2 IN G, OP.44 Simon Trpceski (piano), Royal Liverpool Philharmonic Orchestra o.l.v. Vasily Petrenko Onyx 4135 • DDD-71’ Uitvoering **** | Registratie ****

Simon Trpceski is een Macedonische pianist met een enorme podiumpresentie, wat je noemt een podiumbeest. Hij een techniek om van de duizelen en in Petrenko heeft hij de perfecte partner gevonden. Samen maken deze mannen Muziek met een hoofdletter. In het eerste concert weten ze bovendien op een subtiele (en nog vaker spectaculaire) manier de aandacht te vestigen op interpretatieve details, met name in de tempokeuzes. Ik ken eigenlijk maar één opname die datzelfde gevoel weet op te roepen (en overstijgt), en dat is de live-opname die Emil Gilels in 1979 maakte in New York. Met het Tweede pianoconcert is iets merkwaardigs aan de hand. In een voorwoordje zegt Trpceski dat hij geen bijzondere reden heeft om de Siloti-versie van het langzame deel te spelen. Nu is die versie een door de componist zelf afgekeurde affaire, waarbij ongeveer de helft van het tweede deel geamputeerd is. Vroeger speelde iedereen deze abominatie, in de afgelopen kwart eeuw zijn pianisten tot de conclusie gekomen dat dat niet meer kan, zeker bij een cd-opname. Trpceski doet het toch. Voor het overige niets dan lof voor de verrichtingen van Trpceski en dirigent Petrenko, die met zijn Liverpudlians een pracht van een Russische orkestklank neerzet. Siebe Riedstra


RECENSIES

ULLMANN THE COMPLETE PIANO MUSIC Christophe Sirodeau (piano)

die muziek zou moeten gaan en niet over zijn lot, maar die twee zaken zijn zo indringend met elkaar verbonden dat mij dat niet lukt. Ik kan alleen zeggen dat het een prachtige aanvulling op de pianoliteratuur betreft, mede dankzij de indringende wijze waarop Sirodeau deze sonates speelt. René Seghers

BIS 2116 (2) • DDD-2.05’ Uitvoering **** | Registratie ****

Het oeuvre van Victor Ullmann (1898-1944) is sinds de jaren 80 van de vorige eeuw stapje voor stapje verder uitgegraven. Zijn vroege pianosonates op de eerste CD dateren uit de periode 1936-1941, voor zijn deportatie. Het is eigenzinnige, diepgravende muziek met invloeden van vooral Mahler en Janácek, maar ook Mozart en Bartók. De tweede CD brengt de pianosonates gecomponeerd in het ‘modelkamp’ Theresienstadt waar hij naar hartenlust kon componeren tot en met de opera Der Kaiser von Atlantis aan toe; een opera die het zelfs tot de repetitiefase bracht voorat Ullmann werd gedeporteerd naar Auschwitz, alwaar hij met vrouw, zoon en moeder werd vergast. Het lukt mij in beide CD’s niet naar deze muziek te luisteren zonder de desolaatheid van zijn leven voor mij te zien. Gek genoeg brengt de tweede schijf veel lichtvoetiger muziek, alsof hij de ellende erin om wilde draaien. Ik ben het met Sirodeau eens dat een beschouwing van Ullmanns muziek over

DIVERSEN OEUVRES POUR LA MAIN GAUCHE, ANTHOLOGIE VOL. 3 Maxime Zecchini (piano) Harmonia Mundi AV 131015 • DDD-66’ Uitvoering **** | Registratie ****

Het derde deel van een curieuze anthologie: pianorepertoire voor de linkerhand. Een project van de Franse pianist Maxime Zecchini (1979) die hiertoe enkele jaren geleden werd geprikkeld door het beroemde ‘Concerto pour la Main Gauche’ (1930) van Ravel. Veel pianoliefhebbers kennen de fascinerende geschiedenis van pianist Paul Wittgenstein (1887-1961), die in de Eerste Wereldoorlog zijn rechterarm verloor doch volhardde in het oefenen met zijn linkerhand. Als geluk bij een ongeluk stamde Wittgenstein uit een gefortuneerde familie. Daardoor kon hij zich opdrachten permitteren voor linkshandige pianomuziek

aan gerenommeerde componisten zoals Richard Strauss, Britten en Korngold. Franz Liszt maakte voor Wittgenstein een transcriptie van ‘Isoldes Liebestod’ van Wagner, waarin hij – zoals Maxime Zecchini op deze cd laat horen – de complexe chromatiek en melodiek ook voor vijf vingers op waarlijk verbluffende wijze reproduceerde. Ook Saint-Saëns schreef linkshandige pianomuziek; hij wijdde zijn Six Études opus 135 aan pianiste Caroline Montigny-Rémaury, die haar rechterhand had geblesseerd. Op dit album staan enkele bewerkingen van eerdere transcripties, zoals de Grande Fantaisie van Meyerbeer/Liszt/Fumagali. Verrassend zijn de Fauré-liederen ‘Après un Rêve’ en ‘Clair de Lune’, waarin arrangeur Gérard Auffray zowel de akkoorden in de pianopartij als de gebonden melodiek van de zangpartij knap intact laat. Margaretha Coornstra

de Zweedse (?) is te vlak en te eentonig of er is de fanatieke wil om flink uit te breken. Soms zitten die twee op een onberekenbare wijze in één stuk, zoals in de Sonate van Janácek. Soms overheerst de grilligheid zoals in de Pianosonate opus 4 van Kurt Wiklander (ge­ boren in 1950), die lijkt op een mix van Britten, Sjostakovitsj en Berg en waarvan ik de uitvoering interessanter vond dan de muziek. In Schumann en Liszt hoort men vooral kundigheid en de wil bij de pianiste om dramatisch te zijn. Op papier is de compositie van Wiklander het meest curieus. In werkelijkheid is het de bizarre mix van burgerlijke braafheid en zijn geforceerde tegendeel. Emanuel Overbeeke

HAYDN ZEVEN LAATSTE KRUISWOORDEN Alexei Lubimov (tangent piano) ZigZag Territoires ZZT 341

DIVERSEN PIANOWERKEN VAN JANÁCEK, WIKLANDER, LISZT EN SCHUMANN Eke Simons (piano) EKE-01 • DDD-73’ Uitvoering *** | Registratie ****

Ook al bracht deze cd een scala aan componisten, de stijl van spelen is vrij snel duidelijk, al is ze divers. Of het spel van

• DDD-64’ Uitvoering ***** | Registratie *****

Alexei Lubimov (1944) is een nieuwsgierige pianist. Altijd op zoek naar nieuwe invalshoeken op vertrouwde partituren. In die zoektocht spelen oudere en eeuwenoude instrumenten een cruciale rol. Debussy op een honderd jaar oude Bechstein, Mozart op een

tweehonderd jaar oude Walther, en nu Haydn op een tangent piano. De tangent was rond 1800 een modieus instrument, maar het werd al snel ingehaald door de fortepiano. Vandaag is het een uitgestorven specimen – er bestaan nog maar een stuk of twintig. De tangent is het vervolg op clavichord en klavecimbel. De klank wordt veroorzaakt door een houten hamertje dat tegen de snaar slaat (bij een klavecimbel plukt een haakje aan de snaar). Met een aantal hulpmiddelen kan de klank vervolgens gemanipuleerd worden. Een pedaal zorgt ervoor dat de snaren kunnen doorklinken, met een viltstrip kan de klank gedempt worden en met harde dempers kan een luit worden nagebootst. Op veel opnamen is de tangent niet te onderscheiden van zijn tijdgenoot, het Hammerklavier. Maar hier haalt Alexei Lubimov echt het onderste uit de kan: in Haydns Zeven Kruiswoorden heeft hij het perfecte stuk gevonden. Oorspronkelijk voor orkest geschreven gaf Haydn toestemming voor deze klavierbewerking, zonder twijfel het initiatief van een ambitieuze uitgever. Voor wie nieuwsgierig is naar de klank van dit fossiele instrument is hier de perfecte kennismaking. Siebe Riedstra

PIANIST

53


PIANISTEN PROFIEL

Glenn Gould

Pianist met een afkeer van publiek Er bestaat zelfs een kloon van hem. Ook de Franse pianist David Fray specialiseert zich in Bach, hij zit even laag aan de vleugel, oogt even bezonken en speelt even afstandelijk als Glenn Gould. De geest van het Canadese fenomeen waart ruim dertig jaar na zijn dood nog steeds rond in het muziekleven. En de cd’s met zijn uitvoeringen worden nog grif verkocht.

54

PIANIST

Over geen andere twintigste-eeuwse pianist zijn de meningen zo scherp verdeeld en is zoveel geschreven. Over onder meer zijn excentrieke ideeĂŤn, zijn rare, lage pianostoel en zijn gewoonte om voorafgaand aan een optreden zijn vingers twintig minuten in warm water te houden. Als een veulen in de wei, zo draafde Glenn Gould als 23-jarige door Bachs Goldberg-variaties. Met die opname uit 1955 vestigde hij de aandacht van de hele muziekwereld op zich. Op de cd met hetzelfde werk uit 1981, een jaar voor zijn dood, is het levendige thema een slepende meditatie geworden. In zijn manier van spelen, technisch gesproken, was hij in elk geval heel consequent, wat zijn klank heel herkenbaar maakt. Gould had een haat-liefdeverhouding met zijn instrument. Dat


PIANISTEN PROFIEL

besloot hij rigoureus te castreren. Hij liet veranderingen in het mechaniek aanbrengen, waardoor de aanslag directer en de klank droger en korter werd, een effect dat hij versterkte door slechts spaarzaam om te springen met het rechterpedaal. Want hij had een afkeer van het ‘macho-karakter’ van de na-oorlogse concertvleugel met zijn rijke resonantie, gonzende lage octaven en de felle klank van het hoge register. Gould had van meer dingen een afkeer. Van het muziekleven en van zijn rol daarin, met de publiciteit en alles wat zich daaromheen afspeelde. En van het publiek dat hem, meende hij, observeerde als een aapje in de dierentuin. Dus besloot hij, 31 jaar oud, in 1964 een punt te zetten achter zijn concerten en zich te concentreren op de mogelijkheden die de opnametechniek hem bood. Dit gaf hem de mogelijkheid, controlfreak als hij was, het werkproces in eigen hand te houden en naar harten­lust te experimenteren. Een technicus heeft eens beschreven hoe de eerste registratie van de Goldberg-variaties, die uit 1955, in zijn werk ging. Eerst nam Gould alle variaties op om aan het eind van de sessies bij wijze van terugblik aan het thema te beginnen. Na twintig takes van dat thema te hebben afgekeurd, toonde hij zich redelijk tevreden met de 21ste. Die kwam dan ook op de plaat te staan.

Intelligentie Wie Glenn Gould zegt, zegt Bach. En mochten er buiten ons zonnestelsel levende wezens bestaan met oren, een redelijke intelligentie en een cd-speler, dan weten zij dat ook. Want muziek van de Thomascantor, gespeeld door Gould, ging mee met NASA’s Voyager I om mogelijke verre beschavingen met de crème de la crème van onze cultuur in aanraking te brengen. Gould voelde zich bovenal aangetrokken tot muziek die intellectuele verdieping vraagt. Dat hij polyfone muziek prefereerde ligt dan in de lijn der verwachting. De verstrengeling van diverse stemmen is immers een soort intellectueel spel, dat een heldere geest vraagt en gediend is met een zekere afstandelijkheid. Toen de pianist alles van Bach onder de knie had, ging hij zich verdiepen in het verdere verleden van de meerstemmigheid. Zo kwam hij terecht bij de Engelse virginalisten van rond 1600. Gefascineerd als hij daardoor werd, legde hij enkele stukken van William Byrd en Orlando Gibbons vast. Dat hij deze voor klave-

cimbel geschreven muziek op zijn vleugel speelde, geeft aan dat historische nauwgezetheid voor hem slechts bijzaak was. Het oude toetsinstrument had hem te weinig te bieden, meende hij. Hij prefereerde de piano omdat deze in tegenstelling tot het klavecimbel een aanslaggevoeligheid bezit die de stemvoering ten goede komt. Niemand zal betwisten dat zijn manier van spelen zich bij uitstek leende voor barokmuziek en veel minder voor negentiende-eeuwse componisten. Maar dat kwam goed uit, want hun romantische gevoelswarmte liet hem onverschillig. Met enkele uitzonderingen, onder wie Brahms (de intellectueel onder de romantici), Skrjabin en Richard Strauss in zijn vroege werken. En af en toe maakte hij een uitstapje naar Bizet of Grieg. Zijn opname met muziek van die twee is een witte raaf.

Sonates Van Bach naar Haydn en Mozart is voor veel musici en muziekliefhebbers een kleine stap. Maar niet voor de excentrieke pianist uit Canada. Hij nam weliswaar een groot aantal sonates van beide componisten op, maar de uitvoeringen wekken de indruk dat dit niet van harte ging. Voor sierlijkheid en charme was hij niet in de wieg gelegd. Dat hij de vroege stukken van Mozart boven de latere prefereerde bracht hem zelfs tot de uitspraak dat het wonderkind van Salzburg niet te kort maar te lang heeft geleefd. In de wereld van de klassieke muziek, die veel heiligverklaringen kent, komt een dergelijke opmerking hard aan. Wie Glenn Gould als pianist wil leren kennen en bewonderen doet er dus goed aan zich op andere componisten te richten. Bach stond bij hem boven alles. Hij had vooral affiniteit met de ‘abstracte’ Bach (Wohltemperierte Klavier, Kunst der Fuge). Veel meer dan met de Engelse en Franse Suites en de Partita’s met hun allemandes, sarabandes en menuetten. Want die dansvormen hadden bij Gould vaak te lijden aan een onaangename, hakkerige rechtlijnigheid. Met de muziek van de oude Britten William Byrd en Orlando Gibbons, die Gould een sublieme lichtheid gaf, betreden we een andere wereld. Op een andere manier is ook zijn opname van late stukken van Brahms heel intrigerend. Op zijn hoogst individuele manier houdt Glenn Gould de muziekwereld in het algemeen en pianisten in het bijzonder nog steeds bezig. TEKST: AAD VAN DER VEN

PIANIST

55


INTERVIEW

Jef Neve

Sprong in het diepe Jef Neve nam zijn nieuwe soloalbum op in de legen­ darische Abbey Road stu­ dio’s. De uitnodiging om in Abbey Road bij de op­­ namen aanwezig te zijn, werd natuurlijk met twee handen aangepakt.

Niet alleen in zijn thuisland België is pianist Jef Neve in de af­­ gelopen tien jaar een waar ­feno­meen geworden dat moeiteloos grote concert­zalen uit­ver­koopt. De manier waarop hij jazz be­­ nadert en deze naar alle grenzen oprekt, bracht hem over de hele wereld. Neve is een open en intelligente persoonlijkheid, die uit­ spreekt wat hem bezig­houdt, ook op persoon­lijk vlak. Naast zijn solowerk en het werk met zijn vermaarde trio (Teun Verbruggen drums, Ruben Samama/Sean Fasciani - bas) heeft ook het duo­ project met José James (For All We Know, 2010) meegeholpen Neve groot te maken. De twee pianoconcerten met het Brussel Philhar­ monic en het opvallende Sons Of The New World-project – waarbij hij niet alleen jonge muzikanten de kans gaf, maar ook jonge Belgi­ sche kunstenaars – brachten hem een nog breder publiek. In Nederland bleef het succes een beetje achter, maar dat kan zomaar veranderen met het groten­deels in Londen opgenomen nieuwe album. De titel is ten tijde van het interview nog niet bekend. Hij twijfelt tussen Lush Life en Solitude, maar een volledig andere titel is ook een optie. Daarom laat Neve zijn fans bepalen en vroeg zijn volgers op Facebook wat volgens hen de beste titel is.

Opnemen in de fameuze Abbey Road studio’s is voor elke muzi­ kant een intrigerende, spannende stap. Direct bij binnenkomst maken de foto’s van de muzikanten die daar allemaal opnamen – Kate Bush, Pink Floyd, Queen en natuurlijk The Beatles – een grote indruk. De grote posters van de films The Lord Of The Rings of Skyfall, waarvan de sound­track hier met grote orkesten in Stu­

56

PIANIST

FOTO’S: DANIEL HISCHER

In de voetsporen van The Beatles


PIANIST

57


INTERVIEW

dio 1 werden opgenomen, al net zo. Je moet als muzikant stevig in je schoenen staan om in de voetsporen van deze keur aan artiesten je eigen composities te gaan opnemen. Neve speelt achter de grote vleugel in volle concentratie een geïnspireerde compositie. In zijn spel is geen enkele vorm van druk of stress te horen. Een overweldigend geluid klinkt door de speakers in de opnameruimte. Abbey Road-geluidsman Paul en vaste Neve-geluidsman Dennis zitten geconcen­treerd achter de knoppen. De opname is een Jef Neve op de toppen van zijn kunnen: los van andere muzikanten creëert hij op geheel eigen kracht een majestueuze sound waarin souplesse, emotie, kracht en muzikale genialiteit volledig op zijn plek vallen.

Bevoorrecht In de studio legt Neve uit hoe het in Abbey Road werkt. “Studio 2 was de ruimte waar The Beatles vrijwel al hun werk opgenamen. Ze waren hier in de laatste jaren zo vaak te vinden, dat ze hun eigen ingang hadden. Zo konden ze ongemerkt de fans aan de voorkant omzeilen en aan de achterkant de studio binnengaan. Paul McCartney schijnt dat nog steeds te doen als hij hier opneemt. Alleen al de verhalen van die opnamen van The Beatles maken dat je alles wilt geven om hier op je allerbest te

zijn. Ik voel geen druk, alleen maar inspiratie en die vleugel klinkt hier, in deze ruimte, zo geweldig dat ik me echt heel gelukkig voel. Bevoorrecht ook dat ik juist hier mag opnemen en dan ook nog een album dat ik helemaal alleen doe, zonder rekening te hoeven houden met andere muzikanten die ruimte binnen een compositie nodig hebben. En dat bedoel ik echt met alle respect voor de muzi­kanten met wie ik samenwerk. Ik voelde alleen het laatste jaar, vooral met het groot opgezette Sons Of the New World-project waarbij we naast het trio met vijf blazers speelden, dat het tijd werd dat ik eens volledig op eigen kracht een album ging maken. De ­solo-optredens van afgelopen jaren gaven me volop inspiratie, daardoor ging ik inzien dat ik nog veel meer uit mijn spel kon halen.”

Onuitputtelijk Tijdens een zwoele zomeravond in de binnentuin die tussen alle studio’s in ligt, vertelt Jef verrukt over zijn nieuwe album. “De eerste sessie deed ik in Sydney. Ik deed een herinterpretatie van het alom bekende Lush Life op de opvallende vleugel met twee extra octaven, gebouwd door de fameuze Wayne Stuart. Een geweldige ervaring! Daarna heb ik nog twee sessies opgenomen in onze vaste opname­studio in La Chapelle in de Ardennen. De composities uit de eerste sessies zijn meer jazz­georiënteerd. De opnamen in Abbey Road gaan de popkant op. Nou ja, pop op mijn manier dan. In Abbey Road wil ik in ieder geval de helft van alle composities opnemen. Na de opnamen kiezen we wat er op het album komt. Ik heb superveel energie, we nemen elke dag van twaalf uur ’s middags tot negen uur ‘s avonds op. In twee dagen Abbey Road staan al vier compo­sities op tape. Ongelooflijk hoe snel de tijd gaat hier. Het geweldige geluid en de ambiance zijn een onuitputtelijke bron en laten me maar door­spelen en nieuwe dingen uitproberen. Af en toe vraag ik aan de opnamekamer of ze het nog trekken, haha!”

Drukker en diverser Neve heeft twee pittige jaren vol veranderingen achter de rug. “Veel nieuwe

58

PIANIST


GRIFFIOEN Geeft vertrouwen!

TRANSPORT Sinds 1929

Transport van piano’s en vleugels in Nederland, België en Luxemburg Schumanweg 1 2411 NH Bodegraven

• Voor pianofabrikanten, winkels en particulieren

Tel.: 0172-612644

• Opslag van muziekinstrumenten

Fax: 0172-611161

• Inbouw van Silent- en PianoDisc systemen

www.griffioentransport.nl info@griffioentransport.nl

• Internationale transporten ©BCM


INTERVIEW

stappen: ik verliet het management waar ik vele jaren mee heb gewerkt. Ik ben ze eeuwig dankbaar voor het ongelooflijke werk wat ze voor me gedaan hebben, maar het voelde na al die jaren goed een andere weg in te slaan en nieuwe mogelijkheden te zoeken. Op het persoonlijk vlak blijft het onrustig als je veel van huis bent. Dat laat zijn sporen na, helaas. Een belangrijke ontwikkeling als muzikant was mijn optreden in 2012 op Pukkelpop, het grootste Belgische alterna­tieve festival: een heel bijzondere ervaring voor een jazzpianist als ik. De tent zat afgeladen vol en toen ik Zuurstof speelde, de compositie die ik schreef naar aanleiding van

“Als er één ding is wat ik momenteel doe, is het ongelooflijk genieten van alles wat er gebeurt” de verschrikkelijke stormramp op het festival een jaar eerder, voelde het zo ontzettend bijzonder. Zuurstof was door Studio Brussel al opgepakt en het publiek zag het als een soort van requiem. De reacties waren navenant emotioneel. Studio Brussel is sowieso heel goed voor me. Omdat ik een heel brede muziek­smaak heb, neem ik soms populaire songs op mijn eigen manier op. Studio Brussel hoorde mijn versie van Goose’s Sunrise en draaide die gelijk helemaal grijs. Ik zag het niet aankomen, maar mijn concerten waren drukker dan normaal en het publiek was nog diverser.”

Ambitie Onlangs sloot Neve een deal met de audiomeester Bowers & Wilkins, die hem de mogelijkheid bood om in Abbey Road op te nemen. De studio is volledig uitgerust met speakers van Bowers & Wilkins. “In Engeland is Peter Gabriel hun ambassadeur, omwille van zijn perfectie in geluid. Ik vind het dan ook geweldig om dit voor Bowers & Wilkins te mogen doen in de Lage Landen.” Terug in de opnameruimte spat de ambitie van zijn spel. “Als ik hier echt heel erg over ga nadenken, maak ik het heel moeilijk voor mezelf. Als er één ding is wat ik momenteel doe, is het ongeloof­lijk genieten van alles wat er gebeurt en alles geven wat ik in me heb om dit album mijn allerbeste ooit te maken.” TEKST: DICK HOVENGA

60

PIANIST


MUZIEKGEBOUWEINDHOVEN.NL

meester pianisten

Fazıl Say

VR 16 JAN ’15

Nikolai Lugansky VR 17 APR ‘15

Alexandre Tharaud

New sheet music for piano

VR 15 MEI ’15

Grigory Sokolov

Nasreddin Hoca‘nin Dansları, op. 1 Four Dances of Nasreddin Hoca 13,– € · ED 21182

VR 19 JUN ’15

Maria João Pires TICKETS & INFO

& Julien Libeer

Fantasy Pieces, op. 2

MUZIEKGEBOUWEINDHOVEN.NL | 040.244 2020

13,– € · ED 21183

Dance 4,– € · ED 21438

Ses, op. 40b 6,50 € · ED 22159

VERKOOP EN SERVICE IN ÉÉN HAND Verkoop: Van klassiek tot gloednieuw. O.a. Rönisch. Tevens huur(koop) - lid NPMB Stemmen: Gecertificeerde pianostemmers. (CPT) - lid VvPN Reparatie - revisie – restauratie: Gediplomeerde pianotechnici. U bent welkom in onze showroom en werkplaats!

©BCM

Meridiaan 25, 2801 DA Gouda 0182-524 528 www.coxpiano.nl

New Album

Say Plays Say Ses · Kumru · Black Earth · Nâzim · Sevenlere Dair · Bodrum · Paganini Jazz · Alla Turca Jazz · Yeni Bir Gülnihal · Nasreddin Hoca‘nin Dansları naïve classique V5400

www.schott-music.com/say


PIANOTECHNIEK

Stemmen met precisie Voor het stemmen van uw piano is het belangrijk dat u de juiste hulp inschakelt. Stemmers die lid zijn van de VvPN beschikken over een CPT-certificaat en bieden u een hoogwaardige kwaliteit.

VvPN-voorzitter Theo Mathot.

Beste pianisten, De Vereniging voor Pianotechnici Nederland (VvPN) streeft naar een hoogwaardige kwaliteit van dienstverlening en vakbekwaamheid. Als u een stemmer heeft die lid is van de VvPN biedt u dat een aantal voordelen. Ten eerste is de kans groot dat uw stemmer het CPT-certificaat heeft behaald. Hij/zij is dan Certified Piano Tuner en heeft daarmee voldaan aan internationale normen en zal dus uw instrument goed stemmen. Ten tweede heeft de VvPN een geschillenregeling en een geschillencommissie waar u, wanneer u er

62

PIANIST

met uw stemmer niet uitkomt, een beroep op kunt doen. Deze geschillencommissie is objectief en bestaat uit drie ervaren en gerespecteerde pianotechnici en een jurist. Op onze website www.vvpn.nl kunt u hier meer informatie over vinden. Op deze website treft u ook de zoekmachine aan waarmee u een VvPN-stemmer bij u in de buurt kunt vinden. Op de foto kunt u een aantal dingen herkennen die uw stemmer gebruikt. Niet alle stemmers gebruiken exact hetzelfde gereedschap. U ziet stemkeilen waarmee de snaren kunnen worden geïso-

leerd zodat ze gestemd kunnen worden. Alleen bij de lage bassen is dit niet nodig want daar heeft iedere toets maar 1 snaar. De reden dat het aantal snaren per toets van links naar rechts toeneemt heeft te maken met de gelijkmatige volume verdeling over de piano. Bij sommige instrumenten zijn er zelfs vier snaren per toets in de hoge tonen aangebracht. U ziet ook het stemlint of stemkoord. Hiermee kan de stemmer het middengebied doorlinten zodat van alle koren enkel de middelste snaar klinkt en de intervallen in het middengebied goed kunnen worden gestemd. Ook ziet u een stemvork en een stemapparaat. Een stemmer kan met beide werken. Meestal kijkt de stemmer ook naar toetsen die niet soepel reageren, naar hamerkoppen die te hard klinken, naar het functioneren van de pedalen enzovoorts. In die gevallen is het ook fijn als er voldoende ruimte om de piano heen is om overal goed bij te kunnen. Soms gaat het om een paar kleine zaken die snel bijgesteld kunnen worden, soms is er meer aan de hand en zal er een vervolgafspraak gemaakt moeten worden. Vaak ‘groeien’ pianisten mee met de ontstemming van de piano waardoor de ontstemming mee lijkt te vallen. Als de stemmer aan het stemmen is horen veel klanten dat het instrument toch valser is dan gedacht. Het stemmen is te vergelijken met de glazenwasser. Als deze klaar is heb je pas in de gaten hoe vies de ramen eigenlijk waren. Ik wil u namens de VvPN van harte uitnodigen om een kijkje te nemen op onze website. Mocht u vragen hebben dan kunt u op de site gebruik maken van het contactformulier. NAMENS DE VVPN, THEO MATHOT, VOORZITTER


Piano’s Piano’sen en vleugels vleugels nieuw nieuw&&gebruikt gebruikt

Revisie && taxatie taxatie Revisie

Piano’s en Piano’s en Piano’s en vleugels vleugels Piano’s en vleugels vleugels nieuw & gebruikt nieuw & gebruikt nieuw & gebruikt nieuw & gebruikt

Revisie taxatie Revisie taxatie Revisie && taxatie Revisie &&taxatie

Piano’s Piano’sen en vleugels vleugels nieuw & nieuw & gebruikt gebruikt

Revisie &&taxatie taxatie Revisie

Piano-&&vleugelverhuur vleugelverhuur Piano-

Stemmen Stemmen && onderhoud onderhoud

Pianovleugelverhuur Pianovleugelverhuur Piano&&vleugelverhuur Piano&& vleugelverhuur

Stemmen && onderhoud Stemmen &&onderhoud Stemmen onderhoud Stemmen onderhoud

Piano-&&vleugelverhuur vleugelverhuur Piano-

Stemmen Stemmen &&onderhoud onderhoud

Hétofficiële officiële verkoopverkoop- en en serviceadres serviceadres van Hét van Steinway Steinway & & Sons Sons in in Nederland. Nederland. De mooiste mooiste pianobeleving, pianobeleving, sinds De sinds 1868 1868

HétHét officiële verkoopen serviceadres serviceadres van Steinway & in Hét officiële verkoopen serviceadres serviceadres Steinway & in Hét officiële verkoopen van van Steinway & Sons Sons in Nederland. Nederland. officiële verkoopvan Steinway & Sons Sons in Nederland. Nederland. Robijnstraat 5, 1812 RBen Alkmaar, T 072-541 44 00, www.steinwaycenter.nl Robijnstraat 5, 1812 RB Alkmaar, T 072-541 44 00, www.steinwaycenter.nl


PIANOTECHNIEK

Klimaatverandering “Waar woont u?” Meestal vraag ik het maar zo aan mensen die in mijn winkel besluiten de zorg voor een van mijn instrumenten op zich te nemen. Eigenlijk bedoel ik te vragen hoe ze wonen, maar dat wordt een enorme omschrijving met details waar het mij in de vraag niet om gaat. Als dan in het antwoord ‘In een nieuw appartement vlak bij…’ voorkomt, gaan bij mij de alarmbellen rinkelen. Een piano is stevig gebouwd, maar in een ‘verkeerde’ omgeving gaat hij snel kapot. Zo’n mooi strak, comfortabel nieuw appartement kan net zo’n verwoestende uitwerking hebben op de piano als een vochtige schuur in een bos. Beide locaties zijn extreem, maar extremen helpen als je iets wilt uitleggen. In een nieuw apparte­ ment kan de relatieve luchtvochtigheid erg laag worden. Het klimaat ’s winters is dan binnen, als de verwarming aangaat, veel te droog voor de piano. De warme lucht vraagt aan mens, dier, plant en meu­ belstukken vocht af te staan. Mens en dier gaan met hun ogen knipperen of krij­ gen last van hun keel. Planten drogen uit en dat doen houten meubelen en muziek­ instrumenten dus ook. Onlangs verze­

64

PIANIST

kerde een van mijn stemklanten dat hij de piano goed bijhield aan de binnenkant. Ik keek met ontzetting naar de roestige besnaring en een vastlopend mechaniek, Met de plantenspuit?! Dat moet dus niet!

Luchtvochtigheid Er wordt door meubelmakers goed nage­ dacht welk hout ze kiezen en met welke verbindingen een houten voorwerp kan uitzetten en krimpen door invloed van vocht. Bij een piano en vleugel is dat anders. Deze worden gebouwd om toon te geven en een zeer belangrijk element in de piano is dan ook de zangbodem. Deze licht bollende, massieve vurenhouten

plaat brengt de trilling van de snaren over op de lucht. Neemt de luchtvochtigheid toe, dan zet de bodem uit en duwt deze zelfs de toonhoogte omhoog. Meestal ligt het probleem bij droogte, dan krimpt de zangbodem en zakt de toonhoogte. Beide bewegingen leiden tot ontstemming van zowel de piano als zijn bespeler. Om de toonoverdracht van de snaar op de bodem te verspreiden over een groter deel van de zangbodem zitten er kruislings ­ribben achter op de zangbodem gelijmd. Deze zetten bij een relatief hoge lucht­ vochtigheid door de lijmrichting minder uit in de lengte dan in de breedte. De


PIANOTECHNIEK

bodem kan dus door de kracht die ontstaat losspringen van de ribben.

lijker te controleren, maar het is een goede optie.

Andersom, als de bodem zeer droog wordt, krimpt de bodem in de breedte veel meer dan de ribben kunnen krimpen in de lengte. De bodem scheurt en omdat een bodem zo goed geluid kan overbrengen, hoor je soms dat die scheur er in springt, of na het ­scheuren kan je aan de klank van het instrument horen dat de scheur er in is gekomen. Kapotte bodems kunnen leiden tot een slechte toonvorming.

Het is een fabel dat 1 of 2 bakjes water aan de CV hangen afdoende zou zijn. Deze hebben vaak een zeer klein verdampend oppervlak en een minuscule inhoud. Zoals ik al heb genoemd, het gaat bij het verhogen van de relatieve luchtvochtigheid om liters water per dag.

Onderhoud Wat te doen om te voorkomen dat uw ­dierbare instrument lijdt: 1. Controleer de relatieve luchtvochtigheid met een hygrometer. 2. Zorg dat de relatieve luchtvochtigheid zo constant mogelijk blijft, liefst tussen de 50% en 60%. 3a. Als de gemeten waarde te laag is, verdamp dan tot de waarde weer goed en constant is. 3b. Als de gemeten waarde te hoog is, ­onttrek dan vocht aan de ruimte tot de waarde weer goed en constant is.

Een ramp Onze prachtige 2.30 m. Blüthner vleugel kreeg na 250 uur werk in onze werkplaats een plek als concertvleugel in een museum. De vleugel werd keurig afgeleverd met een beschermhoes en na ons vertrek tegen en deels over de lage centrale verwarmingsradiator geparkeerd. Vier weken later was het eerste concert. De relatieve luchtvochtigheid was onder de hoes gezakt tot onder de twintig procent. De toonhoogte was een kwarttoon gezakt, de stempennen en alle mechaniekschroeven zaten los en we konden de vloer zien door twee enorme scheuren in de zangbodem. We konden ­overnieuw beginnen.

Het drogen, vocht onttrekken aan een ruimte, wat in dit voorbeeld onbedoeld gebeurde, kan beter op een te controleren manier en komt eigenlijk alleen voor als het erg nat en warm is buiten. 1. Je kunt dan besluiten toch de verwarming aan te doen en goed te ventileren. Dat is echter niet comfortabel en erg duur. 2. Je kunt een droogapparaat kopen die vocht uit de ruimte trekt en opvangt in een reservoir. Deze maken vaak veel geluid en zijn daardoor alleen te gebruiken als u geen muziek aan het maken bent. 3. Ook nu kan een Piano Life Saver-installatie goed helpen, maar zoals gezegd helpt dat alleen bij het instrument en niet in de ruimte. U moet dit systeem wel zelf zorgvuldig bijhouden en controleren. Hoe woont u? Sta er eens goed bij stil. Het kan u veel ‘ontstemmen’ en nog meer euro’s aan reparatiekosten schelen. TEKST: FRANK BONARIUS

Verdampen of vocht toevoegen kan op veel manieren: 1. Het beste is en blijft de ruimte waar uw instrument in staat in zijn geheel te bevochtigen. Alle elementen in de kamer, inclusief uzelf, hebben daar baat bij. Dat doe je met een luchtbevochtiger, het eenvoudigste is een koudwaterverdamper. Deze verbruiken tegenwoordig weinig stroom en zijn in de laagste stand zeer stil. In een woonkamer verdamp je zomaar drie tot vijf liter per dag. 2. Breng in uw piano of onder uw vleugel een Piano Life Saver-systeem aan. Deze systemen meten zelf de relatieve luchtvochtigheid en verdampen of drogen automatisch. Het is wel aan uzelf om het systeem zorgvuldig te vullen en te controleren. 3. Pot water met een krant onderin de piano of een platte bak water onder de vleugel zetten kan ook. Het is wel moei-

PIANIST

65


EDUCATIE

Het ambacht en de toekomst, de opleiding Pianotechniek op het HMC in Amsterdam Daar zijn ze dan – de eerstejaars pianoleerlingen. Actief aan het kipwerpen, stokzwaaien en biebeleboppen in het Westerpark tijdens het kennismakingsspel in de introductieweek. Sportief clubje, produceren al wat herrie, werken samen of doen een poging daartoe. Ik heb er zin in, zij zo te zien ook. Waar komen ze vandaan, deze leerlingen die – zo leert het biebelebobspel - Stephen, Marcel, Jan, Sam, Roos, Romero en Sarah heten? Wat is hun leeftijd, hoe kwamen ze deze opleiding op het spoor? Zijn ze er wel klaar voor? Wat is de muzikale betrokkenheid van waaruit ze pianotechniek kiezen? Ook Gijs, Stefan, Karsten, Annemarie, Ruben en Nynke kozen voor een traditioneel ambacht, iedereen komt dit jaar aan bod in de Pianist. Introductieweek dus, kennismaken met klasgenoten, docenten en de opleiding. Maar ook een bezoek aan het Pianolamuseum, een stadswandeling en een masterclass van ­Willem Brons in de Sweelinckzaal van het Conservatorium. De introductieweek, gevolgd door de proefperiode. Die eerste negen weken op school staan in het teken van volop experimenteren met en ­ontwikkelen van vaardigheden die ons vak kenmerken. Zeker is dat we met zestien leerlingen beginnen, maar niet met zijn allen de eindstreep halen. Wie houdt het vuur en wie valt voor een andere passie? Is 42 jaar te oud, 16 jaar te jong? Is Groningen of Krabbendijke te ver? Amsterdam te dichtbij misschien? De klas te onrustig of stemmen te saai? De docente te streng? We zullen het gaan beleven.

gevolgd en na een niet zo succesvol examen­jaar heb ik er voor gekozen de opleiding niet verder te vervolgen. Geen spijt van gehad, het was een bewuste keuze, ondanks de liefde voor het vak. Ik ben iemand van veel interesses, daardoor is het lastig een goede keuze te maken. De opleidingen tot mediavormgever en sport en bewegen leken eerst heel leuk, maar gingen mij uiteindelijk toch tegenstaan. Pianotechnicus verveelde mij daarentegen na drie jaar nog lang niet. Ik ben altijd blijven stemmen binnen mijn vriendenkring en heb het leven als uitzendkracht behoorlijk leren kennen. Ik had weinig toekomstperspectief en het vak pianotechniek dat bleef me trekken. Waarom niet gewoon afmaken? Die vraag kwam al snel naar boven en ik heb er sindsdien geen moment meer aan getwijfeld. Nu ben ik weer met een frisse start begonnen, nieuwe gezichten, een leuke klas en gemotiveerder dan ooit! Ik heb mijn doelen gesteld en ben bereid er hard voor te werken. Een eigen stempraktijk ‘Berhitu Pianoservice’ met de mogelijkheid tot onderhoudsservice, een werkplaats en iedereen de mogelijkheid bieden kennis te maken met een mooi instrument.”

Stephen Berhitu

“Vol goede moed begon ik mijn eerste stemsessie. De opdracht leek simpel: stem een ‘koordje’. Er werd natuurlijk niet verwacht

“Ronde nummer twee als pianotechnicus in opleiding. Ik heb de opleiding eerder

66

PIANIST

Gijs Murray

dat we meteen een hele piano kunnen stemmen. Daarom moesten we koordjes op elkaar afstemmen. Een set van drie snaren, waarvan twee valse en een referentiesnaar, vormen een zogenaamd koordje. De opdracht was om het hele koor op dezelfde stemming te krijgen. Met dit kleine, basale onderdeel van het pianostemmen begon ik vrij naïef, in de wetenschap dat vele kleine stapjes uiteindelijk een grote sprong maken en dit dus wel mee zou vallen. Het tegendeel was waar. Zo makkelijk als dit allemaal klonk, zo moeilijk bleek de uitvoering. Met name het aandraaien van de stempennen had ik niet als zo’n breekbare bezigheid gezien. Later liet onze docent zelfs zien dat een halve draai van een stempen genoeg was om de snaar te doen knappen. Na onze eerste stemles, in de vroege ochtend van een grauwe dinsdag, was het alsof ik die dag een tweede keer wakker werd. Zó gefocust, zó bezig in de abstracte wereld van trillingen en harmonie, dit kan alleen maar een beroep voor een dromer zijn dacht ik. Ik wist al dat ik niet bang moest worden van een hele tijd alleen zijn, maar dat ik mij in een nieuwe, oneindige dimensie van geluid begaf, was een zeer intensieve eerste ervaring.”

Marcel den B ­ reejen “Op zesjarige leeftijd keek ik hoe mijn moeder orgel, piano en accordeon


EDUCATIE

speelde. Door te kijken heb ik mijzelf aangeleerd hoe ik deze instrumenten moest bespelen. Op vijftienjarige leeftijd ben ik begonnen met gitaar spelen. Na een aantal jaar ben ik mijzelf gaan ver­ diepen in de techniek van dit instrument, vervolgens ben ik als gitaartechnicus gaan werken. Dit beroep, naast uit­ voerend musicus, beoefen ik nu enkele jaren. In de tussentijd heb ik drie eigen prototypen elektrische gitaren gebouwd, maar het voelde voor mij alsof mijn ont­ wikkeling met instrumenten hiermee ten einde kwam. Via internet ben ik op zoek gegaan naar een vervolgopleiding, hier­ bij kwam ik uit bij de opleiding tot piano­t echnicus. Na een open dag te heb­ ben bezocht, kwam ik tot de conclusie dat ik graag meer wilde weten over hoe een piano werkt en is opgebouwd. Na een paar weken les te hebben gehad, durf ik te zeggen dat ik op deze opleiding enorm op mijn plek zit. Ik hou van het per­ fectionisme van de studenten om mij heen.

Het stemmen voelt erg natuurlijk aan. Wel moet ik toegeven dat ik heel anders ben gaan luisteren naar de tonen van de piano, naar de zwevingen onder en boven het reine punt. Ik ben erg perfectionistisch, hierdoor doe ik er soms iets langer over, maar heb ik wel het idee dat dit zijn vruch­ ten zal afwerpen. Het leukste vind ik het stemmen van de koren en het bestuderen van alle kleine verfijnde ­handelingen zoals de toetsen stomen en opnieuw invoeren. Alle verschillende taken die wij uitvoeren zijn in het begin nog lastig, maar zoals met vele zaken des levens geldt de regel: oefe­ ning baart kunst.”

Annemarie Pauw “Of het nou om spelen of repareren gaat: muziekinstrumenten fascineren mij enorm. Ik hou van muziek en speel piano, viool, gitaar, ukulele en ben ook gek op zingen. Toen ik hier op het HMC in Amsterdam kwam, voelde ik me direct op mijn gemak. De school is niet zo groot en

er hangt een ontspannen sfeer. Het is ook erg leuk om te zien hoe zoveel verschil­ lende leerlingen, met verschillende achter­ gronden, zo’n leuke klas kunnen vormen. De eerste lesweek doken we meteen de stemhokjes in en mochten we zelf gaan uitvogelen hoeveel kracht je moest zetten om een fractie omhoog of omlaag te gaan. Ook mochten we experimenteren op onze slooppiano’s. Stap voor stap leerden we hoe we een piano uit elkaar moesten halen en snaren en toetsen konden demonteren. Om en in de toetsen zit vilt en wij hebben geleerd hoe je dat vilt er netjes uit kunt halen en er weer nieuwe in kunt doen. Naast de praktijklessen in de stemhokjes en het pianotechnieklokaal, krijgen we ook één dag in de week les in houtbewer­ ken. De eerste vier of vijf weken ben je bezig met een plankje schaven. Dat lijkt heel makkelijk, maar de meeste leerlingen vinden het moeilijk om het waterpas te krijgen, en dat vond ik ook.” TEKST: CARINE KELDERMAN

PIANIST

67


EDUCATIE

Met een EPTA-docent kom je verder Er gaat bijna niets boven de magie van zelf muziek maken. Wie kent dat verlangen niet? Toch wordt het land bevolkt door mensen die hun droom om heerlijk piano te spelen niet hebben gerealiseerd. Kriebelt het nog altijd? Wilt u uw kinderen de kans wél geven? In dit artikel maakt u kennis met EPTA Nederland, de vakvereniging van professionele pianisten en pianodocenten in Nederland. In Nederland kunnen alleen pianisten en pianodocenten met een conservatoriumdiploma lid worden van EPTA, daarmee is het lidmaatschap een keurmerk voor kwaliteit. Aangesloten pianodocenten hebben niet alleen een professioneel speelniveau bereikt, ze zijn ook grondig geschoold in muziektheorie, harmonieleer, muziekgeschiedenis en pianomethodiek en -didactiek. Zij houden hun vak bij door het lezen van hun vakblad het Piano Bulletin, met bijdragen van experts uit binnen- en buitenland, en door het deelnemen aan onze congressen en studiedagen. Onderling wisselen zij informatie uit over nieuwe methoden, aanbevolen repertoire en mogelijkheden voor deelname van leerlingen aan examens, projecten, concoursen en pianodagen. De meeste EPTA-docenten hebben een stevige klassieke achtergrond, maar steeds meer docenten hebben ook ervaring met pop, jazz en improvisatie. U kunt gemakkelijk een EPTA-docent bij u in de buurt vinden. Op de website staat een lijst met aangesloten docenten, geordend naar postcode. ­Zie: ­ www.eptanederland.nl/onze-docenten.

Ook veel pianodocenten aan kunstencentra en conservatoria zijn EPTA-lid.

Pianoles anno nu Bestaat de karikatuur van de zure juf of meester nog die je streng op je fouten wijst en erin slaagt om elk plezier in pianospelen de kop in te drukken? Vast niet. De moderne pianolespraktijk in Nederland wordt gekenmerkt door diversiteit. Wie op zoek gaat, zal ontdekken dat er voor elk wat wils is: van zeer jonge kinderen tot volwassen beginners, van nieuwsgierige pubers tot ambitieuze toptalenten; van fanatieke hobbyisten tot koorbegeleiders of bandspelers – pianoles op maat van bevlogen vakkundige docenten bestáát. Wilt u klassiek, pop, jazz, improvisatie of een mix van dat alles? Groepsles of privéles? Het kan allemaal. Talent verplicht? Tegenwoordig overheerst het inzicht dat iedereen muzikaal is en dat je van pianospelen slim en sociaal wordt; het is een feest voor hoofd, hart en handen.

Kennismaken Een – vaak gratis – kennismakingsles kan duidelijk maken of er een ‘klik’ is, zowel in de manier van lesgeven als op persoonlijk vlak. Een EPTA-docent kan ook adviseren bij de aanschaf van een piano. Wilt u meer weten over EPTA Nederland, kijkt u dan op onze website. U kunt daar alles lezen over de studiedagen, congressen en ons interessante vakblad Piano Bulletin, waar ook niet-leden zich op kunnen abonneren. Daarnaast organiseert EPTA jaarlijks overal in het land graadexamens voor leerlingen van EPTA-leden. Deze worden af­­ genomen op alle niveaus en zijn openbaar toegankelijk. Flor Verhey vice-voorzitter www.eptanederland.nl

EPTA De European Piano Teachers Association (EPTA) bestaat al ruim dertig jaar, met zelfstandige afdelingen in vrijwel elk Europees land. Voorzitter van EPTA Nederland is David Kuyken.

PIANIST

69


EDUCATIE

Paul McCartney tijdens een opname met Wings.

Popliedjes op de piano Vaak wordt mij na een voorspeelavond, presentatie of open dag van een muziekschool de vraag gesteld hoe ik toch zo makkelijk die popliedjes op piano speel. Makkelijk is het, maar je moet wel weten waar te beginnen. Niet alle pianodocenten kunnen je hierbij helpen, er is een groot verschil tussen het spelen van klassieke muziek van blad en het naspelen van popliedjes op de piano. Het begint ermee dat jouw docent dit zelf ook beheerst en vooral leuk vindt. Er zijn een paar kanten aan het verhaal die ik zal beschrijven, waaronder theorie, bladmuziek en interpretatie. Jouw leraar kan je op weg helpen en gebruikt daarvoor een paar methodes. Het allerbelangrijkste daarbij is dat je gemotiveerd bent en speelt wat je wilt spelen. Kies je eigen muziek uit, kom naar de les met een paar nummers die je graag wilt spelen en als je het echt niet weet, vraag dan je leraar wat hij of zij mooi vindt. Jouw pianodocent is - meestal - naast een leraar ook een uitvoerend muzikant die concerten geeft en een hart heeft voor het

70

PIANIST

podium. Misschien mag je wel een keer mee of kunnen jullie de nummers die hij of zij speelt samen oefenen. En die nummers zullen niet de makkelijkste zijn, maar van een beetje uitdaging word jij niet bang. Uiteindelijk gaat het erom dat je wat je speelt ook zelf mooi vindt en daar mag je best kritisch op zijn, denk ik. Klinkt wat ik speel hoe ik wil dat het klinkt? Sluit het aan op mijn gevoel? Het spelen van muziek is natuurlijk het leukst als je dat met ande-

ren kan doen, daar leer je ongelooflijk veel van. Luisteren, communiceren met muziek, strak in een ritme spelen, soleren, begeleiden; door te spelen in een bandje leer je dit allemaal.

Bladmuziek Terug naar de piano. Je bent inmiddels zover dat je een paar nummers hebt gevonden die je wilt leren. Misschien ben je gewend uitgeschreven muziek te spelen,


EDUCATIE

klassiek of moderne klassiek zoals Yiruma of die mooie stukken van AmĂŠlie. Stuk voor stuk prachtige componisten en stukken, maar bladmuziek leggen we nu even aan de kant. Dat je die kunt spelen, betekent dat je zeker je weg weet op de piano, niet bang bent voor de zwarte toetsen en

moeilijke partij worstelen met een resultaat dat in de verste verte niet lijkt op het origineel en zeker niet swingend klinkt?

Theorie Daar gaat je enthousiasme waarmee je na de pianoles naar huis ging. Laat maar zit-

Het spelen van popmuziek doet zeker niet onder voor andere muzieksoorten

een bepaalde bagage aan techniek hebt. Dat komt allemaal goed van pas, want het spelen van popmuziek doet zeker niet onder voor andere muzieksoorten. Je hebt vast wel eens gezocht op internet naar bladmuziek van populaire nummers. Urenlang kun je zoeken en uiteindelijk tref je op betaalsites schier onspeelbare versies aan van twaalf blaadjes vol ingewikkelde en minutieus genoteerde partijen. Dat kan niet de bedoeling zijn, toch? Die leuke liedjes zou je zo moeten kunnen spelen. Stel je eens voor: BeyoncĂŠ in de studio die haar nieuwe nummer 1-hit opneemt. Denk je dat zij een twaalf blaadjes tellend arrangement voor zich heeft met precies de noten uitgeschreven zoals ze die moet zingen? Nee, natuurlijk niet. Deze artiesten kennen het nummer dat ze zingen uit hun hoofd. En daarbij improviseren ze vaak ook een deel. Ze hebben een globaal idee van de melodie en harmonie en zijn in staat dit on the spot tot een lekker lopende melodie te combineren die zo vrij en ongedwongen klinkt alsof ze het uit hun mouw schudden. Elke opname van een nummer kan weer anders zijn, dat is afhankelijk van interpretatie en het moment van de dag. Een groot verschil met klassieke pianopartituren waarbij iedere noot geschreven staat. Waarom zou jij je dan door een veel te

ten, denk je. Je wilt die popnummers met dezelfde schwung spelen als Elton John of Billy Joel, alsof het jouw eigen liedjes zijn, alsof je ze zelf geschreven hebt. Dat kan je best, maar daar heb je wel iets voor nodig

waar je misschien nog niet zoveel vanaf weet: theorie. Daar hoef je niet van te schrikken, want dom ben je zeker niet en het is geen rocket science. Een belangrijke bouwsteen van het spelen van popmuziek is - in mijn ogen - weten wat je speelt. Het is een openbaring om te leren wat akkoorden zijn, waar ze vandaan komen, de logica erachter en hoe je deze spelen kan. Een goed voorbeeld hiervan is het feit dat duizend-en-een nummers zijn gebaseerd op slechts een enkele akkoordprogressie. Het bewijs hiervoor levert de band Axis of Awesome, een Australische band die komische interpretaties van popnummers maakt met hun medley van tientallen liedjes met slechts vier akkoorden. Zoek dit eens op via YouTube, je zal verbaasd staan hoe eenvoudig muziek kan zijn. Het probleem van de onspeelbare partijen kan je oplossen door zogenaamde leadsheets te zoeken, bijvoorbeeld in de

Elton John live.

PIANIST

71


EDUCATIE

Billy Joel live.

reeks Popselections. Maandelijks de meest populaire hits in redelijk speelbare vorm, namelijk melodie en akkoordsymbolen. Soms best goed, soms nog steeds te ingewikkeld, maar een goede basis. Je kan ook aan je pianodocent vragen de melodie op te schrijven met de akkoordsymbolen erboven. Het sleutelwoord daarbij is eenvoud. Verder dan achtsten, m ­ isschien een paar zestienden en een enkele triool hoeft je docent niet te gaan bij die notatie.

Meezingen Dit brengt mij bij het daadwerkelijk spelen van de muziek. De melodie staat uitgeschreven, maar die is zeker niet heilig. Als je mee kan spelen met de muziek, bijvoorbeeld met YouTube of op je iPod is het gemakkelijker de melodie van de zanger te spelen. Het wordt helemaal makkelijker als je de tekst van een liedje kent of voor je neus zet. Ingewikkelde melodieën worden ineens makkelijker als je ze meezingt, hardop of in je hoofd. Dan wordt de ­bladmuziek alleen maar een soort geheugensteuntje voor de vorm of richting van de melodie.

72

PIANIST

Het zal best even wennen zijn om een partij te hebben waarop maar één notenbalk staat met akkoorden erboven. Hoe moet je hier nu wijs uit worden? Eenvoudig beginnen. Slechts de basnoot volstaat in het

Dit artikel is te kort om heel gedetailleerd in te gaan op alle benodigdheden en mogelijkheden voor het frank en vrij spelen van popmuziek. In de volgende artikelen zal ik deze ideeën meer in

Ingewikkelde melodieën worden ineens makkelijker als je ze meezingt

begin, later uit te breiden met de kwint en octaaf. Dit kan op verschillende manieren gespeeld worden: ineens of in een ritme. Er zijn talloze oefeningen te verzinnen om deze linkerhand en bijvoorbeeld akkoorden te studeren. Probeer eens alleen de akkoorden en bas te oefenen en een fijne groove neer te zetten. Ritme is het belangrijkste in muziek.

detail bekijken en je handvaten geven om zonder al te veel hulp van buitenaf jouw favoriete nummers uit te pluizen en te kunnen spelen. Het allerbelangrijkste heb ik je wel geprobeerd duidelijk te maken: enthousiasme en plezier in muziek en het gevoel dat de muziek van jou is. TEKST: JEROEN ZUIDWIJK


‘Een zaa l geschap en voor pianorec itals’ Het Paro ol

Cédric Tiberghien

Debuut Franse toppianist Tiberghien ZA 6 DEC / 20.15 UUR Cédric Tiberghien, geroemd om zijn subtiele klankgevoel, debuteert 6 december in onze Grote Zaal met prachtige werken van Bartók, Szymanowski en Ravel. Later dit seizoen ook recitals door topmusici als Enrico Pace (14 feb), Pierre-Laurent Aimard + Tamara Stefanovich (25 mrt) en Nicholas Angelich (4 apr). Bestel snel kaarten! WWW.MUZIEKGEBOUW.NL/PIANO 020 788 2000

Hoevestraat 37b 1755 Gooik - België www.taffijn.be

Piano’s, onderdelen & gereedschap, nieuw & tweedehands.

Ons volledige aanbod kan u vinden op www.taffijn.be ©BCM


Lang Lang

“Ik wil de wereld verbeteren met muziek”


Venijnige critici noemen hem ‘Bang Bang’, maar bewonderaars roemen zijn poëtische kwaliteiten. De Chinese pianovirtuoos Lang Lang (32) is de best verdienende pianist ter wereld. In China volgen 50 miljoen pianospelende kinderen zijn voorbeeld. In zijn business – van Lang Lang Steinways tot zijn eigen parfum – gaat jaarlijks 75 miljoen om. Als ambassadeur van de UN wil Lang Lang bijdragen aan de wereldvrede door kinderen in aanraking te ­brengen met muziek.

Lang Guoren, de vader van Lang Lang, was 24 jaar toen er een einde kwam aan de Culturele Revolutie in de Volksrepubliek China. Lang Lang: “Onder Mao Zedong vielen er tussen 1966 tot 1976 miljoenen slachtoffers. Wie kunstenaar wilde worden, ­eindigde in een strafkamp op het platteland. Volgens Mao waren alle kunstvormen feodaal, kapitalistisch en vunzig.” Ook de conservatoria werden gesloten, maar als bespeler van de erhu, een traditioneel strijkinstrument met twee snaren, droomde Lang Guoren ervan musicus te worden. Lang Lang: “Zijn grote kans kwam toen de universiteiten, kunstopleidingen en conservatoria weer geopend werden. Hij was toen 25 jaar, de maximale leeftijd om zich aan te kunnen melden. Op advies van zijn leraar vulde hij op de formulieren van het toelatingsexamen ’24 jaar’ in. Mocht hij niet worden aangenomen, dan had hij op zijn 25ste nog een laatste kans. Omdat mijn vader een eerlijk man is, schreef hij er tussen haakjes onder ‘Echte leeftijd: 25 jaar!’ Op de examens eindigde hij als beste erhu-speler, maar wegens fraude werd hij niet toegelaten.” Zo werd de vader van Lang Lang bij gebrek aan betere perspectieven politieman. En zijn moeder, die eigenlijk actrice had willen worden, moest genoegen nemen met een extreem slecht betaald baantje als telefoniste. Om zichzelf te troosten zong ze of luisterde ze naar muziek. “Volgens mijn moeder haalde muziek haar altijd uit de put. Mijn ouders waren straatarm en hadden het verkeerde beroep, maar muziek bracht hen altijd vreugde”, aldus Lang Lang. Niet verbazend dat het enig kind uit dit huwelijk, Lang Lang (Shenyang, 1982), een muzikaal jongetje bleek te zijn, die volgens zijn ouders voorbestemd was om ‘muziek in de wereld te brengen’. Lang Lang: “Op mijn tweede verjaardag kreeg ik een groot cadeau: een Xing Hai-piano, waarop ik al gauw imitaties speelde van het Kattenconcert van Tom and Jerry, geïnspireerd op de Hongaarse Rapsodie nr. 2 van Liszt. Vaak speelde mijn vader mee op zijn erhu.” Zo ontstond een diepe en krachtige band, die ook heel gevaarlijk was: “Onze liefde was vermengd met een meedogen­loze en overweldigende ambitie. Mijn kinderlijke plezier in pianospelen werd voor mijn vader een obsessie.” Op zijn derde kreeg Lang Lang zijn eerste pianolessen, op zijn

vijfde won hij het Shenyang Piano Concours en op zijn negende werd hij aangenomen op het Centrale Conservatorium van Beijing. Terwijl zijn moeder in Shenyang de kost verdiende, betrokken Lang Lang en zijn vader een armoedige flat aan de rand van Beijing. Daar zat Lang Lang onder leiding van zijn vader uren per dag te studeren, totdat zijn dogmatische leraar hem naar huis stuurde wegens ‘gebrek aan talent’. Lang Lang: “De toekomst lag aan diggelen en mijn vader flipte. Ik moest kiezen tussen van de flat afspringen of teveel slaappillen slikken, want na deze schande konden we niet terug naar huis. Maandenlang heb ik niet meer met mijn vader gepraat. Ik weigerde naar het conservatorium te gaan en zwierf door de stad. Totdat een straatventer me overhaalde weer piano te gaan studeren. Gelukkig kreeg ik toen een goede leraar: professor Zhao Ping-Guo.”

Van oost naar west In 1993 won Lang Lang het Xing Hai Cup Concours in Beijing, en het jaar daarop het vierde Internationale Concours voor Jonge Pianisten in het Duitse Ettlingen. “Voor het eerst in mijn leven zag ik huizen met tuinen. In Duitsland was alles zo groen, stil en vredig, dat heeft mijn spel enorm beïnvloedt. In China zag ik ­Beethoven nog als een cartoonfiguur, maar in Duitsland kwam hij voor mij echt tot leven. ­Reizen heeft enorm veel invloed gehad op de manier waarop ik componisten als Bach, Brahms en Chopin uitvoer. Pas toen ik door Parijs rondzwierf, begreep ik hoe ik Chopin moest spelen, door Wenen kon ik me beter verplaatsen in Haydn en Mozart. Maar toen ik in Beijing de mist inging, was het ook al Mozart

PIANIST

75


INTERVIEW

die me troostte. Een lerares zag hoe verdrietig ik was en liet me het langzame deel uit zijn Sonate KV 330 spelen. Mozart gaf me weer hoop.” Nadat Lang Lang in 1995 ook het Tsjaikovsky Concours voor Jonge Pianisten in Japan had gewonnen, kreeg hij een beurs om bij Gary Graffman (o.a. leerling van Horowitz) aan het Curtis Institute in Philadelphia te gaan studeren. Samen met zijn vader maakte hij de overtocht naar Amerika, zijn moeder zou hij jarenlang niet meer zien. Op dat moment was Lang Lang als virtuoos al onovertroffen, maar

“Reizen heeft enorm veel invloed gehad op de manier waarop ik componisten als Bach, Brahms en Chopin uitvoer” muzikaal nam Graffman hem stevig onder handen. “Van het ene moment op het andere mocht ik niet meer meedoen met concoursen. ‘Muziek gaat niet over winnen’, zei Graffman dan. Dat was voor mij en mijn vader een schok, want mijn hele jeugd stond alles in het teken van competities. Wie in China geen prijzen wint, telt niet mee. In Amerika veranderde winnen in bezinnen.” Lang Lang studeerde uren per dag piano, leerde goed Engels, las boeken, bezocht musea, pingpongde met zijn vrienden en maakte ruzie met zijn vader. Totdat in 1999 de verlossing kwam: Lang Lang mocht last minute invallen op het Ravínia Festival. “In de openlucht speelde ik het openingsdeel van Tjsaikovski’s Pianoconcert, met het Chicago Symphony Orchestra onder leiding van Christoph Eschenbach. Na afloop sprongen er dertigduizend mensen op en die riepen allemaal ‘Bravo!’ Daar is het mee

76

PIANIST

begonnen.” Diezelfde nacht werd Lang Lang door Eschenbach en Daniel Barenboim muzikaal op de proef gesteld. Hij moest voor hen de Goldbergvariaties van Bach spelen, uit het hoofd. Lang Lang: “Mijn vader verbleekte, want ik had die variaties al jaren niet meer gestudeerd. Maar ik voelde dat ik het moest doen. Dat het goed afliep was ook voor mijzelf een wonder. Daarna gingen Eschenbach en Barenboim me helpen en in no time was ik wereldberoemd. Aan Bach en Mozart heb ik misschien wel het meeste te danken.”

Muziek voor kinderen Inmiddels vliegt Lang Lang al vijftien jaar de wereld rond om elke twee of drie dagen een recital of een soloconcert te spelen met de beroemdste dirigenten en orkesten ter wereld. Hij speelt nog altijd even virtuoos piano, maar muzikaal blijft hij zich verdiepen. Openheid, spontaniteit en onuitputtelijke nieuwsgierigheid karakteriseren de musicus Lang Lang, die ook optrad met jazzpianist Herbie Hancock en metalband Metallica. Afgelopen zomer maakte Lang Lang een prachtig Mozart-album (Sony Classical 88843082532, 2 cd’s) met de Wiener Philharmoniker onder leiding van oude muziek-pionier Nikolaus Harnoncourt (84). Deze bijzondere samenwerking ontstond toen Lang Lang in 2006 tijdens de Salzburger Festspiele op de dirigent afstapte. “Harnoncourt


INTERVIEW

“Klassieke muziek heelt, verenigt en inspireert”

nodigde me meteen uit in zijn huis, en vroeg me de Goldbergvariaties van Bach voor hem te spelen. Na afloop riep hij: ‘Lang Lang, óók de noten van Bach moeten zingen!’ Zo is onze samenwerking begonnen. Ik heb nooit eerder een dirigent meegemaakt die met zoveel passie musiceert. Hij praat over Mozart alsof hij hem zelf nog heeft gekend. Dat is heel inspirerend. Harnoncourt is een vrije geest. Om Mozart goed te spelen, moest ik naar zijn idool Frank Sinatra gaan luisteren. Maar hij leerde me ook alles over articulatie. Nu klinkt mijn Mozart op Steinway soms een beetje alsof ik op een fortepiano speel.” Lang Lang trad op voor vorsten en vorstinnen, kreeg in Oxford een eredoctoraat, speelde in het Witte Huis en in 2008 tijdens de opening van de Olympische Spelen in Beijing. Hij verschijnt vaak op radio en tv, maakte vele cd’s, werd bejubeld en afgekraakt, maar gaat onvermoeibaar door met waar hij het meeste van houdt: “Pianospelen, muziek maken, mezelf verbeteren.” Lang Lang was ambassadeur van Unicef en maakte zich als woordvoerder van de WWF sterk voor een beter

milieu in China. Tegenwoordig is hij ambassadeur van de UN: “Kofi Anan zei eens tegen me: ‘Lang Lang, mooi piano spelen is niet genoeg. Je moet je ook inzetten voor de vrede.’” Zo kwam Lang Lang in 2008 op het idee om in New York zijn International Music Foundation op te richten, met als belangrijkste doelstelling kinderen over de hele wereld in aanraking brengen met klassieke muziek. In zijn foundation gaat op dit moment jaarlijks drie miljoen om. In China werden muziekscholen neergezet en in het Westen worden allerlei muziekprojecten gerealiseerd. Lang Lang zelf geeft overal masterclasses aan kinderen van zes tot zestien jaar. Op 23 november speelt hij met honderd pianospelende kinderen stukjes van Brahms, Schubert en Mozart in het Amsterdamse Concertgebouw. “Klassieke muziek heelt, verenigt en inspireert. Zelf heb ik zoveel moois te danken aan muziek, daar wil ik alle kinderen die ik kan bereiken graag in laten delen. Het gaat er niet om dat ze allemaal professionele musici moeten worden, het gaat erom dat ze de schoonheid van de muziek weer ontdekken en met veel plezier samen muziek kunnen maken. In China studeren wel vijftig miljoen kinderen piano, maar in het Westen komen kinderen bijna niet meer in aanraking met klassieke muziek. Orkesten worden opgeheven en musici kunnen nauwelijks overleven. Daarom probeer ik met mijn foundation de klassieke muziek weer op de agenda van het reguliere onderwijs te krijgen. Of kinderen nu arm of rijk zijn, door samen muziek te maken kan je hun leven enorm verrijken!” TEKST: WENNEKE SAVENIJE

PIANIST

77


Een NIEUW blad voor de pianoliefhebber met: • interviews met nationale en internationale sterren, • nieuws, concoursen en masterclasses • achtergrondartikelen, bladmuziek, ‘probeer’ partituren • een uitgebreid service katern voor alle vaktechnische informatie.

Kortom: onmisbaar voor iedereen die van piano houdt Uitgeverij BCM is ook uitgever van onder andere: Luister, Jazzism, Muziek.nl, Klankwijzer, Buitenleven, Toeractief, KOE, SINT, etc.


VLEUGEL VAN DE PIANO KLIEFHEBBERS ERS EN MUZIE - PIANOSTEMM

JULI - 2014

- PIANOZAKEN ELS - DOCENTEN NO’S EN VLEUG TEN OVER PIA NIS PIA OR VO TIJDSCHRIFT

TIJDSC

HRIFT

OKTOBE

VOOR

R 2014 -

TEN OV ER PIA NO

NG 1 - NR

. 2 - € 5,

95

MUZIE

K, PIAN O

’ S, D O C EN

OKTOBE R 2014

DNaDrEiaN

PIANIS

JAARGA

U BRAD MEHLDA

SE HEDENDAAG JAZZ

VA BERCKEN Hélène GRIMAUD

STEMM

ERS EN PIANO DE

TA I L H A

- JAARGA NG 1 - NR .2

ALE INTERNATION DE HELD IN

T E N, P IANO

OON SUCCES IS GEW N KE ER KEIHARD W

ROBERTO PROSSEDA EN ZIJN PEDAALPIANO

MEESTER PIANISTE BEGAAN MET HET EEN FASCLOT VAN DE WOLF INER

r Steve Jobs onde de pianisten

ARIUS

ENDE COMBINA TIE

FRANK BON

WIL DE LANG LANG: W VERBETERELD EREN MET MU

EN RESTAURER “NOEMEN WIJ EN” TERUGREPARER

GLENN

IN AL GOULD: RECHTLLES IJNIG

Pleyel

DE HISTO HET BERORIE VAN FRANSE EMDE MERK

Pianist verschijnt 4 keer per jaar. Een jaarabonnement bedraagt € 19,-

Abonnementenservice:

telefoon: 085 7600 237 (tijdens kantooruren) e-mail: abonnement@bcm.nl www.bcm.nl/pianist

ZIEK

NDEL


✤ Klassieke CD’s ✤ Bladmuziek ✤ Piano’s ✤ Stemmen en onderhoud ✤ Ook verhuur van piano’s en vleugels ©bcm

Binnenwatersloot 16 2611 BK Delft Tel.: 015-2123853 Fax: 015-2131913 Internet: www.cdklassiek.nl email: info@cdklassiek.nl

THE SOUND OF EXPERIENCE Piano’s en vleugels in de top-, midden- en beginklasse.

De mooiste pianobeleving van Nederland

Robijnstraat 5, 1812 RB Alkmaar, T 072 541 44 00, www.steinwaycenter.nl


BOEKBESPREKING

Dreams of Love De Russische schrijver Anton Tsjechov merkte ooit op dat een hangend geweer op de muur aan het begin van een toneelstuk geen toevallig rekwisiet kan zijn: nog voor het eind van de voorstelling zal het ongetwijfeld schieten. Met muziekinstrumenten is het niet anders. De piano op het toneel en witte doek is geen meubelstuk of ruimtevullende decoratie, maar een instrument met een grote symbolische lading. Breng een piano in beeld, laat een personage quasi-­ nonchalant de toetsen aanraken en de muziek zal meer over haar speler vertellen dan een gepassioneerde monoloog van een kwartier. Volgens menig scenarioschrijver en regisseur zijn piano­ spelende personages diepvoelende dromers of wereldvreemde excentriekelingen met een gebroken hart (en niet zelden lange haar). Ze lijden onder onbegrip en afwijzing van pragmatische, koude en onromantische zielen. Gelukkig is er altijd een reddende engel in de buurt: een mee­ levende heldin die bereid is om deze eenzame en gekwelde geest te troosten. Betoverd door piano­ klanken (meestal van Chopins Nocturnes) biedt ze een luisterend oor, warmte van haar comfortabele huis en een zeer welkome financiële ondersteuning. Dat pianisten ook keurig geknipt kunnen zijn en in plaats van begrip en zielsverwantschap slechts uit zijn op uitbreiding van hun vrouwelijke fankring, verandert weinig. Iemand die piano speelt kan onmogelijk een harteloze verleider zijn zonder een greintje rijke innerlijk gevoelsleven.

Stereotypen en clichés? Ongetwijfeld, maar ze bestaan echt en hebben meer invloed op kijkgedrag dan we beseffen. Voor zijn boek Dreams of Love verzamelde de Amerikaanse musicoloog Ivan Raykoff ruim honderd voorbeelden uit Europese en Hollywoodfilms. Hij bestudeerde de psychologische mechanismen van beeldvorming en de mythologisering van een romantisch pianist die teruggaat naar spraakmakende optredens van Ludwig van Beethoven, Franz Liszt en Anton Rubinstein. De drijfveren en verwachtingen van het publiek blijken weinig veranderd. Virtuositeit, spraakmakend gedrag en het originele uiterlijk van pianisten oefenen een net zo grote aantrekkingskracht uit op kijkers dan op de in onze ogen geëxalteerde dames die zich ooit massaal aan voeten van Liszt wierpen. In zijn toegankelijk geschreven en rijk geïllustreerde boek laat Raykoff zien hoe piano­ spelende filmhelden de nostalgische dromen over romantiek en liefde weer doen herleven. De foto’s, tekeningen en extra video- en muziekfragmenten zijn ook online te bekijken, via de bij Dreams of Love behorende website. Ivan Raykoff - Dreams of Love. Playing the Romantic pianist. Oxford University Press, 2014. 292 pp., ill. ISBN 978-0-19—989267-9. www.oup.com/us/dreamsoflove TEKST: OLGA DE KORT-KOULIKOVA

PIANIST

81


INTERVIEW

Pianist bij de opera

Peter Lockwood

Zoveel meer dan ­pianospelen alleen

Wie denkt dat een pianist bij de opera alleen maar de repetities begeleidt, die heeft het mis. Een pianorepetitor bij het belangrijkste operagezelschap van Nedervan koor, solisten en pianist. “Een pianorepetitor doet zoveel meer dan alleen pianospelen”, legt plek terecht? En waarom kies je voor zo’n rol achter de schermen? Tijdens een Ernst Munneke uit na afloop van bezoek aan de repetities voor de operette L’étoile van de Franse componist de repetitie. Samen met zijn collega-repetitor Peter Lockwood vormt ­Emmanuel Chabrier blijkt hoe veelzijdig het werk van een pianorepetitor is. hij de muzikale staf bij De Nationale Opera. “Je moet ook de parPianist Ernst Munneke zit achter een Steinway D concertvleugel tijen van de solisten kunnen zingen, bijvoorbeeld als een van hen die bezaaid is met bladmuziek. In een grote studio krijgen tientaler niet is.” Lockwood vult aan: “Natuurlijk staat het spelen van de noten voorop, maar uiteindelijk is dat bijna het minst belangrijke. len koorleden gedetailleerde aanwijzingen van regisseur Laurent Je moet het stuk bijna uit je hoofd kennen en ook de zanglijnen Pelly over de slotscène uit de eerste acte van Chabriers komische leren, om te controleren of zangers hun partij goed uitvoeren.” drieakter. Achter de vleugel staat een maquette van het decor, vol Tijdens het repetitieproces van iedere operaproductie, zes weken bij kleine trappetjes van ijzerdraad. Munneke begeleidt aan de piano een nieuwe productie en vier weken bij een reprise, coachen ze ook de repetitie. In z’n eentje speelt hij de muziek die het Residentie de vocale solisten. Afhankelijk van wat een zanger nodig heeft, werOrkest straks tijdens de voorstellingen in de orkestbak uitvoert. De Franse dirigent Patrick Fournillier leidt de repetitie ken ze aan taal en uitspraak, of wordt de rol geperfectioneerd.

land, De Nationale Opera, doet veel meer. Maar hoe kom je als pianist op zo’n

82

PIANIST


INTERVIEW

Niet alle noten De eisen op pianistisch vlak zijn hoog. De orkestpartituur, waarin de partijen van alle strijkers, blazers en slagwerk bij elkaar staan genoteerd, is in het klavieruittreksel zoveel mogelijk teruggebracht tot een partij die door één pianist gespeeld kan worden. Lockwood: “Een professionele techniek is absoluut een basisvoorwaarde, zonder dat kan je natuurlijk niets beginnen. Maar dat betekent niet dat je de hele tijd perfect piano speelt.” Munneke: “Pianisten met weinig opera-ervaring, hebben wel eens de neiging om alle noten te willen spelen. Ook al speel je fantastisch piano, voor de zangers is dat eigenlijk teveel informatie. Zij hebben juist heel gerichte muzikale informatie nodig, toegespitst op hun eigen partij. Een teveel aan noten leidt dan alleen maar af. Als repetitor ben je dus voortdurend keuzes aan het maken wat je wel en wat je niet speelt.” Iedere pianorepetitor doet dat op zijn eigen manier. “Het heeft geen enkele zin om alle noten van een klavieruittreksel te spelen”, zegt Munneke. “Door heel veel te luisteren, bijvoorbeeld naar opnames, leer je om de juiste keuzes te maken. Zo bootsen we de klank van het orkest heel duidelijk na. Een melodie van een klarinet speel je op de piano heel anders dan een fluitmelodie.” Lockwood beluistert liever geen studio-opnames. “Op een live-opname krijg je een veel beter idee van welke muziek er uit de orkestbak komt. Welke partijen komen het duidelijkst naar voren? Dát speel je, de rest laat je weg. Of je hoort een lijn in het orkest die helemaal niet in het uittreksel staat, die schrijf je er dan juist in. Verder is mijn pianospel vooral gericht op kleur.” Nog een belangrijke eigenschap voor een pianorepetitor, beamen Munneke en Lockwood, is het kunnen volgen van de dirigent. Lockwood: “De meeste pianisten kunnen dat niet! Ze zijn daar niet goed voor opgeleid. Als een pianist met orkest speelt, dan is hij doorgaans de solist en volgt

Ernst Munneke

iedereen hem.” Munneke: “Het is niet alleen een kwestie van training, maar ook een mindset volgens mij.” Lockwood: “Je moet willen begeleiden, en geen solist willen worden. Het gaat in dit vak als eerste over de muziek, en over de zangers.”

Liefde voor de stem Hoe kwamen ze erbij om repetitor te worden? Volgens Peter Lockwood begint het met liefde voor de menselijke stem. Ernst Munneke noemt ook de liefde voor zangers en voor tekst: “Je voelt gelijk of iemand tekstbegrip heeft. Dat is een eigenschap, niet iets dat je echt aan kan leren. Als je als repetitor alle muziek maar gewoon doorspeelt, zonder je rekenschap te geven van wat er in de tekst staat, dan is dit vak misschien niet voor je weggelegd.” “Het verschilt ook per land”, vertelt Munneke. “De Parijse opera is berucht vanwege de vreselijke audities die repetitoren-in-spe moeten doen. Ze worden gevraagd om Chopin etudes te spelen of het gedeelte uit Messiaens opera Saint-François d’Assise waar alleen maar vogels zingen [gespeeld door de piano, red.]. Dat komt hier bijna niet voor bij audities, want het is vrijwel niet te spelen op piano. Die Franse repetitoren zijn fantastische pianisten, maar als

PIANIST

83


MUZIEKGEBOUWEINDHOVEN.NL

Hélène Grimaud Frans pianofenomeen VR 14 NOV ’14

DIT SEIZOEN MEER MEESTERPIANISTEN IN EINDHOVEN VR 16 JAN ’15

Nikolai Lugansky VR 17 APR ’15

Alexandre Tharaud VR 15 MEI ’15

Grigory Sokolov VR 19 JUN ’15

Maria João Pires & Julien Libeer

TICKETS & INFO MUZIEKGEBOUWEINDHOVEN.NL | HEUVELGALERIE 140 | 040.244 2020


INTERVIEW

coach zijn ze niet heel geliefd. Ze zijn teveel bezig met hun eigen pianospel. Terwijl in Duitsland een repetitor veel meer geldt als een stap op weg naar een dirigentschap. Sommige repetitoren kunnen niet eens piano spelen! In de school van Karajan speel je met één of twee vingers de linkerhand van de Rosenkavalier, zodat je de rechterhand vrij hebt om te dirigeren.” De repetitor heeft bij de opera een belangrijke zelfstandige functie naast de dirigent. Lockwood: “Eigenlijk zijn wij een extra paar oren voor de dirigent. We luisteren in de zaal, we controleren de balans tussen het orkest en de zangers. Een van ons is altijd aanwezig bij de voorstellingen. Voor de dirigent is het heel prettig om in de pauze en na afloop van gedachte te wisselen over de voorstelling en de zangers.” Op de vraag hoe het is om je als pianist zo aan te moeten passen aan een dirigent, antwoord Munneke spontaan: “Als het een goede dirigent is, dan is dat een feest. Maar bij een minder goede dirigent kan het verschikkelijk zijn. Patrick Fournillier geeft alles goed aan. Als pianist volg je dan zijn slag van nature. Als een zanger te laat inzet, mag je niet meegaan. Ook al zou je dat vanuit je eerste neiging als begeleider wel willen.”

Robuust musiceren Munnekes ervaringen bij de opera neemt hij mee in zijn andere muzikale activiteiten. “In de opera­ wereld heb ik geleerd dat je niet per definitie altijd

volgt. Rudolf Jansen [de beroemde Nederlandse liedbegeleider, red.] noemde dat altijd de ‘velvet hammer’. Als pianist ben je eigenlijk de dirigent. Je geeft de zanger de indruk dat je hem volgt, maar

“Je geeft de zanger de indruk dat je hem volgt, maar toch heb je de leiding” toch heb je de leiding. In de liedkunst in het tegen­ woordig heel populair om alles exact gelijk te spelen en te zingen, tot op de medeklinker. Maar daardoor wordt het ook snel erg gemaniereerd. Bij de opera musiceren we robuuster, ook omdat een orkest uit­ eindelijk de muziek speelt. Dat zorgt voor veel drive.” Lockwood herkent dat ook: “De schaal in de opera is veel groter dan in de liedkunst. Ik zeg vaak tegen zangers dat ze te veel zingen alsof ze een aquarel schilderen, terwijl we hier bezig zijn met een huis! Het penseel is hier niet dun, maar breed. Bij ons gaat het om grote bogen en grote frases in plaats van individuele lettergrepen.” TEKST: FRANS BERNARD VAN RIEL

PIANIST

85


Elan Mehler

“Ik speel eigenlijk als een vocalist” Zet Elan Mehler achter een piano en niemand, jazzliefhebber of niet, blijft onberoerd. Dj en platenbaas Gilles Peterson hoorde in Zwitserland een soloset van Mehler en tekende hem meteen voor zijn Brownswood-label. Omdat Mehler niet genoeg geld in het laatje bracht en hij niets voelde voor diens remixplannen, stapte de ­pianist over naar het Nederlandse Challenge.

Een vroege zondagmorgen of liever gezegd een late zaterdagnacht. De vogels tsjirpen de dageraad goedemorgen. De laatste klant is vriendelijk doch beslist de bar uitgeduwd. De huispianist, vaalbleek vermoeid maar nog niet slaperig, speelt nog even door. Gewoon wat hij voelt, wat hij op dat moment in zijn leven nog te zeggen heeft. Geen woord teveel, geen observatie banaal. Zó klinkt het soloalbum Early Sunday Morning van pianist Elan Mehler. Hij is een man die Debussy, Satie, Monk en Ellington in de vingers heeft, maar toch gewoon als zichzelf blijft klinken. Mehler belt met ons vanuit zijn huidige woonplaats Parijs. U heeft wel eens gezegd dat Parijs het belangrijkste deel van uw opleiding was… “Ik had ontzettend veel geluk,” vertelt hij, “hoewel ik destijds dacht dat het normaal gesproken altijd zo ging. Ik liep een bar binnen en vroeg of ze een piano hadden en of ik er even iets op mocht spelen. Dat mocht. Ik deed een paar nummers en raakte aan de praat met de nieuwe eigenaar die net van plan bleek te zijn om in die bar een jazzclub te beginnen. Voor ik het wist, was ik de huispianist die er acht maanden, zes dagen per week

86

PIANIST

speelde. Ik nodigde al snel muzikanten uit voor jamsessies en ik heb inderdaad wel eens gezegd dat ik van hen meer heb geleerd dan tijdens mijn hele studie. Ik stuurde op de New York University, maar besloot een sabbatical te nemen. Eigenlijk is mijn studie in Parijs op die manier gewoon doorgegaan.” Hoe bent u eigenlijk in Parijs terechtgekomen? “Ik heb in 2010 een plaat gemaakt die Half Seas Over heette. Het was niet écht mijn plaat, maar een samenwerking met Adam McBride-Smith, een singer-songwriter. Ik kende hem uit Brooklyn. We namen ook twee songs op voor mijn tweede album. Hij was naar Parijs verhuisd omdat hij daar een vrouw had ontmoet, met wie hij later is getrouwd. Ik ben toen naar hem in Parijs gegaan om een nummer op te nemen voor de tweede plaat. Oorspronkelijk waren we van plan om een van zijn songs te gebruiken, maar toen we samen gingen schrijven ging dat zo goed dat we besloten om er een hele plaat van te maken. En terwijl wij daar mee bezig waren, ontmoette ik iemand met wie ik later getrouwd ben. Brian is na de opnames weer terug naar Amerika gegaan en ik ben in Parijs gebleven.” Ben je ook gebleven voor het jazzklimaat in die stad? “Historisch gezien werden de Afro-Amerikaanse musici daar beter behandeld, namelijk als artiesten, kunstenaars. De scene daar is nog steeds een warm nest. Het is makkelijk om musici te ontmoeten en ja, het feit dat mijn vrouw daar vandaan komt, heeft mijn keuze natuurlijk ook bepaald. Toen ik nog platen maakte voor Gilles werkte ik veel in de UK en nu ik bij Challenge zit, is het ook wel handig om in Europa te wonen. Toch ga ik over een paar maanden weer terug naar de States. Een belangrijk voordeel van Parijs – en dat geldt eigenlijk voor heel Europa – is dat de scene er veel kleiner is. De Europese scene is minder verzadigd. Je kan in Parijs veel makkelijker een tent binnenlopen en vragen of je wat mag spelen. Ik ben ook een groot liefhebber van Franse


INTERVIEW

Stan Getz zei ooit: ‘Als je een song goed wilt spelen, moet je de tekst kennen’. “Een leraar op de middelbare school zei dat ook altijd, maar toen begreep ik nog niets van die uitspraak. Nu ben ik het daar helemaal mee eens. Ik moet wel zeggen dat het niet altijd geldt voor de standards. Sommige liedjes uit het Great American Songbook hebben verschrikkelijke teksten. Daar kun je maar beter niet aan ­denken wanneer je aan het spelen bent.”

chansons. Ik ben geen expert hoor, maar ik luister er graag naar. Chansons hebben ook wel invloed op de manier waarop ik speel.” Je speelt heel anders dan je tijdgenoten. Wat is je filosofie? “That’s a big question, haha! Ik denk dat het zo is dat ik op een gegeven moment mijn spel ben gaan uitdunnen. Veel musici hebben zich behoorlijk laten beïnvloeden door hun idolen en veel van hen klínken ook als hun idolen. Er lopen op de wereld heel wat Herbie Hancocks rond. Dat heb ik niet gedaan. Ik ben gaan pellen tot er niets anders overbleef dan de kern. Ik heb alle licks weggegooid. Wat heb je aan een virtuoze speeltechniek als dat de boodschap verbergt? Daarentegen luister ik veel naar folkmuziek. Ik hou bijvoorbeeld erg van Gillian Welch. Daarom heb ik Half Seas Over gemaakt met Adam McBride-Smith. Ik ben een melodische speler die zich niet zo met harmonie bezighoudt. Natuurlijk is mijn muziek ook harmonisch onderbouwd, maar ik focus mij altijd op de melodielijn. Ik speel eigenlijk als een vocalist. Alles werkt bij mij een beetje achterstevoren. Ik heb een klassieke achtergrond en ben al heel jong begonnen met spelen. Daarna kwam de jazz. Ik had al een eigen trio toen ik dertien was. Dus door die klassieke achtergrond en die jazzervaring had ik speeltechnisch gezien behoorlijk wat tools in huis. Toen ik wat ouder werd, begon ik mij af te vragen wat ik daar nou aan had en begon ik naar muzieksoorten te luisteren die ik nog niet kende, zoals chanson en folk. En dat komt er nu uit als een soort terzijdes. Ik werk nu graag met vocalisten. Meestal zijn dat geen jazzzangers. Ik heb veel gedaan met Becca Stevens die niet alleen een geweldige zangeres is, maar ook een getalenteerde muzikant. Voor haar komt het liedje eerst, en dan pas het voertuig dat het liedje brengt. Ik vind de teksten ook heel erg belangrijk, daar besteed ik veel aandacht aan.”

Hebben zangers als Frank Sinatra u beïnvloed? “Dat soort gigantische talenten zijn moeilijk te vermijden. Er is een tijd geweest dat ik nergens anders naar luisterde. Die man zette de teksten en melodieën helemaal naar zijn hand. Becca heeft dat talent. Die zingt vaak zó laidback, dat de melodieën harmonisch gezien nergens meer op slaan. Maar, het wérkt, dat is juist spannend, dat is iets waar ik naar streef. Maar als ik My Funny V ­ alentine hoor dan denk ik niet aan de tekst, maar aan Miles Davis. Ik hou van folksongs omdat ze in mijn hoofd blijven hangen, door de melodie en door de tekst. Ik denk dat folksongs, korte liedjes, logischer zijn. Op mijn nieuwe album Early Sunday Morning staan zeventien tracks. Dat is veel voor een jazzplaat. Allemaal korte nummers. Ik probeer in drie minuten een verhaal te vertellen. Vroeger was zo’n liedje niet meer dan een aanleiding om te gaan improviseren. Nu probeer ik alles in dat korte tijdsbestek te doen.” Early Sunday Morning is een soloplaat. Was dat een droom? “Iedere pianist wil op een bepaald moment een soloplaat opnemen. Ik kan je zeggen dat het best wel eng is. Tot nu toe was ik er ook nog niet klaar voor. Solo spelen is namelijk een heel ander ding. Je communiceert niet met andere muzikanten. Vaak krijg je ook ideeën van je medemuzikanten. Nu sta je er helemaal alleen voor.” Je noemde het Early Sunday Morning, een titel die lijkt te verwijzen naar een easy listening plaat… “Haha! Dat was niet de bedoeling. Het was oorspronkelijk een titelloos stuk dat uit verschillende delen bestond. Ik speelde het vaak met een bassist die tegen me zei dat de muziek hem deed denken aan het schilderij Early Sunday Morning van Edward Hopper. Dus daar komt de titel vandaan. Maar ik had niet de vroege zondagochtend in gedachten, maar eerder een hele late zaterdagnacht. Die mood heb ik proberen te vangen. Ik hoop dat het is gelukt…” TEKST: RUUD MEIJER

PIANIST

87


J.P.BROUWER & ZN. BV WORMERVEER groothandel in piano- en orgelonderdelen

DROOGTE! De grootste vijand van uw kostbare instrument. Bescherm daarom uw piano of vleugel met de natuurlijke vochtverdamper:

HYDROCEEL-UNIT

©BCM

vraag er uw pianodealer of –stemmer naar

Cultuur Stad Brugge Piano’s Rombaux Brugge een fantastische combinatie, al bijna 100 jaar

Wij heten u welkom in onze zaken

Rombaux BVBA Mallebergplaats 13 8000 Brugge

Rombaux piano toonzaal Kelkstraat 13 8000 Brugge

Bösendorfer - Yamaha - Schimmel - Grotrian - Steinweg

©BCM

www.rombaux.be - music@rombaux.be - Tel: +32 50 33 25 75 - Fax: +32 50 34 70 90


UITGAAN

VIERDE PIANO PROMENADE AMSTELVEEN ZONDAG 2 NOVEMBER 2014

ULTIEME KERSTMUZIEK BIJ DE NEDERLANDSE BACHVERENIGING

Ook dit jaar organiseert het comité Piano Promenade Amstelveen een muziekmiddag in verschillende huizen en openbare locaties in Amstelveen. Het succes van de drie voorgaande edities vraagt om dezelfde formule, met natuurlijk kleine aanpassingen. Zoals het er nu uitziet zal de opening voor de tweede maal plaatsvinden in de Roelof Venemaschool aan de Amsterdamse weg, tegenover Van Kerkwijk Piano’s, waarna belangstellenden zich met een plattegrond in de hand kunnen begeven naar vijftien tot twintig verschillende adressen in de omgeving om verschillende huisconcerten van een half uur te bezoeken. Reserveren is niet nodig en ook niet mogelijk. Alle concerten zijn gratis toegankelijk soms nog aangekleed met een kopje koffie of zelfs een glaasje van het een of ander. Het publiek kan aan de hand van een programmaoverzicht kiezen of het wil luisteren naar pianomuziek van het klassieke genre, lichte muziek en/of gecombineerd met zang of met een instrument. De namen van - overwegend uitstekende dilettanten - staan op het programma vermeld, de uit te voeren muziek blijft een verrassing. Via deze website en tijdens de Piano Promenade van 2 november 2014, kunt u lid worden - ofwel donateur - met een bedrag van minimaal 10,- euro per jaar. Hiermee ondersteunt u het comité in de basale kosten als flyers, website, affiches en kleine attenties voor de gasthuizen en musici. Kijkt u hiervoor op de pagina ‘Vrienden’ op onze website www. pianopromenadeamstelveen.nl De organisatie is in handen van particulieren, met financiële ondersteuning van Yamaha en Van Kerkwijk Piano’s.

Al meteen na de eerste maten van Bachs Weihnachts-Oratorium is het duidelijk: het is Kerst. Op zijn eigen zo kenmerkende wijze zette Bach het kerstverhaal op muziek. Van de herders die de goede boodschap krijgen van de engelen en blij op zoek gaan naar het kerstkind, tot de komst van de drie koningen. De muziek sluit naadloos aan bij het verhaal. De tournee van de Nederlandse Bachvereniging - van 10 tot en met 23 december - voert door heel Nederland, met concerten in elf steden. In elke stad worden vier delen van het in totaal zes delen omvattende Weihnachts-Oratorium gespeeld. Zo klinken afwisselend cantate 1, 2, 3 en 4 en 1, 2, 5 en 6. De cantates worden afgewisseld met kerstmuziek voor viool van de zeventiende-eeuwse componist Heinrich Biber, gespeeld door concertmeester Shunske Sato.

Uitvoerenden Nederlandse Bachvereniging, solisten, ripiënisten en orkest Jos van Veldhoven, dirigent Monika Mauch, sopraan Meg Bragle, alt Nicholas Mulroy, tenor Matthias Winckler, bas

Concerten woensdag 10 december, Kampen, Bovenkerk, 20.15 uur donderdag 11 december, Maastricht, Theater aan het Vrijthof, 20.00 uur vrijdag 12 december, Groningen, De Oosterpoort, 19.30 uur zaterdag 13 december, Tilburg, Concertzaal, 19.30 uur zondag 14 december, Den Haag, Dr Anton Philipszaal, 14.15 uur maandag 15 december, Rotterdam, de Doelen, 20.15 uur donderdag 18 december, Naarden, Grote Kerk, 19.30 uur zaterdag 20 december, Haarlem, Philharmonie, 19.30 uur zondag 21 december, Eindhoven, Muziekgebouw Eindhoven, 14.15 uur maandag 22 december, Amsterdam, Muziekgebouw aan ’t IJ, 19.30 uur dinsdag 23 december, Utrecht, TivoliVredenburg, 20.15 uur

ZESTIGSTE ­KLANTENCONCERT Het nieuwe seizoen KlantenConcerten ging op 27 september van start in Centrum voor Kunst en Cultuur De Bovenkamer in Zeist. Een bijzondere opening, want organisator Henk Hupkes hield het zestigste KlantenConcert. Vier pianisten namen plaats achter de vleugels en brachten de Canto Ostinato van Simeon Ten Holt ten gehore. Er zijn regelmatig ­KlantenConcerten in De Bovenkamer. De concerten staan zowel in het teken van jazz als van klassiek. De toegang is gratis, maar een vrijwillige bijdrage wordt gewaardeerd. Wilt u op de hoogte blijven van de KlantenConcerten, dan kunt u mailen naar info@henkhupkes.nl

PIANIST

89


‘Non plus ultra’, met ander woorden: betere zijn er niet. Zo dacht Frédéric Chopin over de piano’s van Pleyel. Naast Chopin waren talloze andere grote pianisten en componisten uit de negentiende en twintigste eeuw verstokte Pleyel-spelers. Met hun heldere, slanke klank en gevoelige speelaard sloten de instrumenten van dit legendarische Franse piano­merk naadloos aan bij de verfijnde klavier­ muziek van componisten als Chopin, Saint-Saëns, Fauré en Ravel.

De oprichter van de inmiddels ruim tweehonderd jaar oude firma, Ignace Joseph Pleyel (1757-1831), was een in Oostenrijk geboren componist/dirigent, die bij Joseph Haydn het vak had geleerd. Hij schreef onder meer kamermuziek en symfonieën die nog regelmatig worden uitgevoerd. In 1783 werd hij kapelmeester van de kathedraal van Straatsburg. Na het uitbreken van de Franse Revolutie trok Pleyel naar Londen en ging daar aan de slag als dirigent. Toen de rust in Frankrijk was wedergekeerd vestigde hij zich in 1795 in Parijs. Omdat


HISTORIE

De geschiedenis van Pleyel (1807-2014)

“Een piano om een nocturne van Chopin op te strelen” componeren als broodwinning onvoldoende rendabel was, begon Pleyel in 1797 een muziekuitgeverij en in 1807 een pianofabriek. Dat een musicus van naam de muziekhandel in ging, was in die dagen vrij gebruikelijk. In Londen was bijvoorbeeld Muzio Clementi, de grootste piano­virtuoos van zijn tijd, even eens een pianofabriek begonnen en had componist Johann Baptist ­Cramer een muziekhandel.

Pleyels vroegste piano’s Van Pleyels instrumenten uit de periode 1808-1820 resteert slechts een handjevol, maar bekend is dat er in 1813 250 piano’s waren gebouwd. ­Aanvankelijk waren dat, net als bij de andere Franse pianobouwers uit die tijd, hoofdzakelijk tafelpiano’s, gebouwd naar model van de square piano zoals die in de laatste decennia van de achttiende eeuw in Londen ontwikkeld was. Deze lage, handzame, rechthoekige piano’s in de vorm van een side table waren in die jaren de huiskamerinstrumenten par excellence. Pleyel deed meer dan het slaafs kopiëren van de Engelse tafelpiano’s, maar ging er van meet af aan mee experimenteren: in 1810 werd bijvoorbeeld een tafelpiano met drie snaren per toon (in plaats van twee) ontwikkeld, evenals een piano à tambourin, waarin door middel van een pedaal een tamboerijn bespeeld wordt. In 1825 verwierf Pleyel een patent op een unicorde piano met slechts één snaar per toon, maar dan wel een extra dikke.

De meest inventieve onder Pleyels werknemers was Henri Pape, die later als zelfstandig pianobouwer vele patenten op zijn naam zou zetten, zoals dat voor de eerste kruissnarige, verticale piano en de vilten hamerkop. In 1815 ontwikkelde Pape voor Pleyel een kleine, verticale piannaar model van de Cottage Piano van Robert Wornum uit Londen. Pleyel introduceerde hiervoor de benaming pianino, dit vanwege de geringe hoogte van 120 cm. Met zijn pianino’s, waarvan de productie vanaf ca. 1830 die van tafelpiano’s overtrof, had Pleyel groot succes vanwege de pure, zangerige en intieme toon. Waren de tafelpiano en de pianino uitsluitend bedoeld voor huiselijk gebruik, voor het concertpodium waren er de vleugels. Ook die markt wist Pleyel te veroveren.

Engels design In de eerste jaren na de Revolutie werden in Parijs vrijwel uitsluitend piano’s uit Londen geïmporteerd en door lokale Franse bouwers nagebouwd. Pleyels voornaamste Parijse concurrent, Sébastian Érard, ontwikkelde op basis van de Engelse bouwwijze vernieuwende vleugels met daarin zijn in 1821 gepatenteerde mécanisme à double échappement. Deze mechaniek maakte zeer snel, virtuoos spel mogelijk. In het ontwerp van het klanklichaam was Érard gericht op het bereiken van een grote en felle klank. Zo creëerde hij instrumenten die het de rasvirtuoos Franz Liszt mogelijk maakten hierop zijn revolutionaire transcendente pianotechniek te ontwikkelen. In tegenstelling tot Érard bleef Pleyel in zijn

PIANIST

91


HISTORIE

vleugel­ontwerp vrij consequent de Engelse bouw­ wijze navolgen. Toch hebben zijn vleugels wel degelijk een eigen, ‘Franse’ klankkleur, waarmee ze zich onderscheiden van die van Broadwood & Sons, de grootste Engelse pianofabriek. Interessant is dat de verschillen tussen Érard en Pleyel beschreven zijn door toenmalige kenners, zoals de blinde pianobouwer Claude Montal: “Pleyel is er door wijzigingen in de Engelse mechaniek en een goed op elkaar afgesteld stelsel van hefbomen in geslaagd de stugheid van het klavier te overwinnen en het een gemak te geven, een gelijkmatigheid en een snelheid bij toonrepe­ tities, die zowel artiesten als bouwers voor onmo­ gelijk hielden. De aanslag van de hamer is zo uitgerekend dat een toon kan worden gemaakt die puur, helder, egaal en intens is.” Verder onderscheidde Pleyel zich door zang­ bodems te maken die meer op Weense dan op de Engelse leken en die een transparantere klank opleverden.

Pleyels glorietijd In 1824 trok Ignace Pleyel zich terug uit het bedrijf en de directie werd overgenomen door zijn zoon Camille. Die associeerde zich in 1829 met de suc­ cesvolle pianist, pianopedagoog en componist Friedrich Kalkbrenner, vanaf dat moment de mede-eigenaar van Pleyel. In die jaren maakte Pleyel et Cie. een enorme groei door. In 1827 won­ nen Pleyel, Pape en Érard als enige pianobouwers gouden medailles op de nationale nijverheidsten­ toonstelling. In dat jaar had Pleyel 65 arbeiders in dienst en was daarmee kleiner dan Érard (150 werknemers) en Pape (75 werknemers). In 1834 was Pleyel met 300 werknemers opeens bijna dub­ bel zo groot als Érard (170 ­werknemers) en werd daarmee de grootste Parijse p ­ ianofabrikant. Er is er een aanwijzing dat Pleyels kwaliteit in deze periode van sterke groei niet stabiel was: in 1839 beklaagde Franz Liszt zich in een brief aan Pierre Érard over een Pleyel-vleugel waarop hij in Bologna had geconcerteerd en die hij onregelma­ tig vond spelen. Liszt schreef dat hij hier met Rossini over had gesproken, die meende dat Pleyels productie te hoog was om kwaliteit te kunnen waarborgen en dat dit de bouwer ‘wel eens zou kunnen gaan opbreken’. In hoeverre Liszts kritiek in een brief gericht aan Pierre Érard, zijn pianoleverancier en de grote concurrent van Pleyel, gekleurd was, is natuurlijk de vraag. Feit is dat Pleyels faam almaar toenam.

92

PIANIST

Pleyel-tafelpiano uit ca. 1815 (Musée de la Musique).

Op 1 januari 1830 werd een eigen muzieksalon in het bedrijfspand aan de rue Cadet 9 in gebruik genomen waar pianisten zich op Pleyel-vleugels konden laten horen. Tijdens het openingsconcert presenteerde Kalkbrenner daar zijn derde pianoconcert. De bekende musicoloog en recensent Fétis schreef vervolgens dat Pleyels instrumenten niets te wensen over lieten en dat ze de Engelse, die er model voor hadden gestaan, onder andere door de lichte aanslag, overtroffen. In 1838 maakte de salon plaats voor een concertzaal met 300 zit­ plaatsen, de Salle Pleyel, ingericht in de nieuwe vestiging aan de rue de Rochechouart. Daar zouden in de loop van de negentiende eeuw vele grote solisten optreden. Auguste Wolff, die na Camilles dood in 1855 directeur werd, ontpopte zich niet alleen als een gewiekst zakenman, maar ook als een vooraanstaand concert­

Als Pleyel met één ­componist in het bijzonder wordt geassocieerd dan is dat Frédéric Chopin organisator. Wolff liet in 1865 een immense fabriek van 55.000 m2 bouwen in de Parijse voorstad Saint-Denis. In 1889 nam Gustave Lyon de directie over van zijn schoonvader Auguste Wolff. Datzelfde jaar won Pleyel een grand prix op de Wereldtentoonstelling in Parijs. Gustave Lyon was een vooruit­ strevend directeur. Hij moderniseerde de fabriek en lanceerde diverse nieuwe instrumenten, zoals een pedaalvleugel en de Piano


HISTORIE

De oude Salle Pleyel.

double (1890); dat was een tweelingvleugel, met aan weerszijden een klavier, waarop het repertoire voor twee piano’s perfect kan worden uitgevoerd. Ook ging Pleyel pianola’s bouwen (de Pleyela) en werden harpen en klavecimbels op de markt gebracht, onder meer bestemd voor de legendarische klaveciniste Wanda Landowska. In 1927 werd een nieuwe, immense Salle Pleyel met 3000 zitplaatsen gebouwd aan de Faubourg Saint-Honoré. De akoestiek ervan is wereldberoemd. Salle Pleyel is de thuisbasis van het Orchestre de Paris en het Orchestre Philharmonique de Radio France.

Vleugelmechaniek van Pleyel.

Chopin en Pleyel Talloze grote musici hebben Pleyel-vleugels in huis gehad, zoals Gounod, Chabrier, Saint-Saëns en Franck. Als Pleyel echter met één componist in het bijzonder wordt geassocieerd dan is dat Frédéric Chopin, die in 1831 uit Polen naar Parijs was gekomen. Via Kalkbrenner, die de geniale jongeman graag als student had aangenomen - Chopin sloeg dit aanbod van de conservatieve pianoleraar overigens wijselijk af -, kwam hij in contact met Pleyel en kreeg hij het aanbod zijn debuutconcert in de salon van Pleyel te geven. In een brief aan zijn vriend Titus Wojciechowski van 12 december 1831 blikt hij vooruit op dit concert dat op 26 februari 1832 zou plaatsvinden. Met Kalkbrenner zou hij diens Marche suivi d’une Polonaise voor twee piano’s en orkest spelen. Volgens Chopin bespeelde Kalkbrenner een ‘immense pantaleon’, waarmee hij een concertvleugel bedoelde. Zelf kreeg hij een ‘petit piano monocorde’, de hierboven genoemde piano unicorde. Tot zijn dood in 1849 had Chopin in zijn salon aan het Square d’Orléans een Pleyel-vleugel staan. Tevens bezat hij een Pleyel-­ pianino, waarop hij zijn pianolessen gaf. Ook tijdens de winter van 1838-39, die Chopin met de schrijfster George Sand in Valldemosa op Majorca doorbracht, beschikte hij over een Pleyel-pianino. Hierop voltooide hij zijn Préludes opus 28. Liszt schreef in zijn Chopin-biografie dat Pleyel-piano’s Chopin ‘in het bijzonder dierbaar waren vanwege hun zilverachtige en licht gesluierde klank, evenals de lichtheid van de aanslag’. Een belangwekkende uitspraak van Chopin zelf is opgetekend is door Maurycy Karakowski: “Als ik slecht gedisponeerd ben, speel ik op een piano van XXX [Chopin bedoelt Érard, red.], want die geeft me een kant-en-klare klank; maar als ik echt op dreef ben en sterk genoeg om mijn eigen klank te vinden, heb ik behoefte aan

PIANIST

93


HISTORIE

“...als ik echt op dreef ben en sterk genoeg om mijn eigen klank te ­vinden, heb ik behoefte aan een Pleyel” een Pleyel.” Dit Pleyel-pianino uit 1854 (privécollectie Delft). citaat bewijst dat Chopin dus niet uitsluitend Pleyel heeft gespeeld. De door de componist genoemde verschillen tussen Érard en Pleyel leidden tot twee scholen pianisten. Dat blijkt uit een artikel dat in 1834 in Le Pianiste verscheen: “Geef een piano van Érard aan Liszt, Herz, Bellini, Schunke; maar geef een piano van Pleyel aan Kalkbrenner, Chopin, Hiller; men heeft een Pleyel-piano nodig om een romance van Field te zingen, een

Pleyel-vleugel uit 1842 (collectie Edwin Beunk).

mazurka van Chopin te strelen, of een Nocturne van Kessler te zuchten; voor het grote concertwerk is een Érard noodzakelijk.” Interessant is wat Chopins leerlinge Emilie von Gretsch over dit onderwerp schreef: “Tot nu toe heb ik langduriger op klavieren met veel weerstand gestudeerd, dan op lichtere. Dat heeft mijn vingers lekker sterk gemaakt. Tegelijk is het op zulke zware instrumenten onmogelijk de fijnste nuances te verkrijgen. Ik heb ervaring opgedaan op Chopins prachtige piano, waarvan het toucher zo dicht ligt bij dat van de Weense instrumenten. Wat er op mijn solide en robuuste Érard perfect uitkomt, wordt grof en lelijk op Chopins piano. Hij vond het riskant om langdurig op een instrument met een fraaie, pasklare klank te studeren, zoals een Érard. Hij zei dat deze het toucher bederft.”

Pleyel in de periode 1934-2013 Ten gevolge van de beurskrach van 1929 en de depressie, kwam Pleyel in financieel zwaar weer en de productieaantallen daalden: van 2173 in 1928 tot 902 in 1932. Na de dood van Gustave Lyon in 1934 werden de inmiddels met concurrent Bord gefuseerde pianofabriek en de Salle Pleyel zakelijk van elkaar gescheiden: de concertzaal kwam in handen van de bank Crédit Lyonnais. Na de Tweede Wereldoorlog werd de pianomarkt meer en meer overheerst door goedkope Aziatische merken. Pleyels jaarproductie zakte tot onder de 500. Na een fusie met Érard en Gaveau in 1961, werd het totale bedrijf in 1971 opgekocht door Schimmel, die

94

PIANIST


jaarlijks in Duitsland een klein aantal piano’s onder de naam Pleyel ging produceren. In 1994 kocht de firma Rameau de merknamen Pleyel en Gaveau. Twee jaar later werd Pleyel zelfstandig en zo werden na een kwart eeuw eindelijk weer Pleyels op Franse bodem gebouwd, niet in Parijs maar in Alès (Gard). De toenmalige eigenaar van het bedrijf, Hubert Martigny, kocht in 1998 de Salle Pleyel van Crédit Lyonnais. Bij de viering van het tweehonderdjarig bestaan werd daar in 2007 een showroom gevestigd, alsmede de nieuw opgerichte muziekopleiding Pleyel Académie. Het leek allemaal zo mooi, maar na het intreden van de bankencrisis moest Pleyel in 2008 fors gaan inkrimpen. De pianoproductie verhuisde naar een klein bedrijfspand in Saint-Denis, de Parijse voorstad waar ooit de glorieuze Pleyel-fabriek had gestaan. In 2012 werd samenwerking aangegaan met het Peugeot Design Lab, dat een futuristisch ogende concertvleugel ontwierp met tal van innovaties, zoals een gloednieuw mechaniek. Toch kon Pleyel het economisch ongunstige tij niet keren door met de autofabriek in zee te gaan. In november 2013 kwam het nieuws dat Pleyel de (eigen) piano- en vleugelproductie had stopgezet. De muziekwereld was in rep en roer want het doek voor de Franse piano-industrie leek hiermee gevallen.

Pleyel anno 2014

Pleyel Peugeot Design Lab Piano

momenteel nog uit de voorraad piano’s die tot de sluiting eind 2013 van de fabriek gebouwd zijn. Maar er worden daarnaast ook nu nog incidenteel nieuwe instrumenten gebouwd: uitzonderlijke design-vleugels die uitsluitend op bestelling als unica voor Pleyel worden vervaardigd door een externe pianobouwer. Verder wordt gewerkt aan plannen de serieproductie van ‘klassieke’ A-klasse vleugels en piano’s te hervatten, eveneens door een derde partij en niet in een eigen fabriek. Op het moment dat dit artikel geschreven werd, kon Pleyel nog geen verdere mededelingen doen of dit in Frankrijk of elders zal gaan gebeuren, maar zeker is dat het bedrijf hard werkt aan een toekomst voor de Franse piano-industrie. TEKST: CHRISTO LELIE

Voor meer informatie over Pleyel nu zie: http://www.peugeot.com/ fr/produits-services/peugeot-design-lab/peugeot-piano-pleyel

Velen denken dat Pleyel geheel van het toneel verdwenen is, maar niets is minder waar. Pleyel is niet failliet en is anno 2014 volop aan het reorganiseren, onder meer door de showroom te verhuizen van de Salle Pleyel naar een andere locatie in Parijs. Pleyel verkoopt

PIANIST

95


C O L U M N

Overspel De ramen van mijn studeerstudio in Amsterdam hebben geen dubbel glas, daardoor hoor ik vaak gesprekken die buiten plaatsvinden als ik zelf even pauze neem. Ik hoorde laatst, tussen de studie van twee Mozartsonates in, een gesprek van buurvrouw Ellen en haar man. Eigenlijk was het geen gesprek, meer een hooglopende ruzie. “En jij altijd maar headbangen boven je klavecimbel, je hebt nooit eens tijd om naar mijn favoriete pianomuziek te luisteren!” Ellen had gegild zoals ik haar ook wel eens door de telefoon hoor praten in de tuin, en haar man antwoordde nu nijdig: “Blijf van mijn klavecimbel af. Moet jij nodig zeggen met al die kikkergeluiden van je natuurwinkel-yoga-cd’tjes. Neurotisch word ik er van.” Dat was weer tegen het zere been van Ellen, die haar man een duwtje gaf en antwoordde: “En al die veel te snelle Scarlatti’s dan, kan dat niet eens een keer normaal gespeeld worden?! Over neuroses gesproken...” Op dat moment hoor ik dat de overbuurman zich in het gesprek mengt, een beetje schuchter eerst, maar wat hij zei was niet mis: “Aad, ik moet je wat vertellen. Ellen en ik zijn… nou ja, laten we zeggen dat zij meer van mijn clavinova houdt dan van jouw klavecimbel.” “Clavinova?! Dat is pas een achterhaald instrument! Niemand speelt daar toch meer op? Nou, je mag ‘r hebben van mij. En Ellen, ik wilde je sparen, maar ik ga al een tijdje op bezoek bij Toos en haar spinet. Dat is tenminste een akoestisch instrument. Jij denkt dat ik dan nog op kantoor zit, haha.” “Echt… Zij?!” Ellens stem slaat over. “Ik wist het, ik wist het. Eigenlijk al toen je Sweelinck begon te studeren. Michiel hier, de schat, is tenminste bezig met de Canto. Beat that. Kunnen wij tenminste lekker ‘quatre-mainen’. Mét koptelefoon. Daarom hoor je ons ook nooit.” Ik had het hele verhaal aangehoord, en vroeg mij af of ik nu nog naar buiten durfde te lopen. Eerst moest ik mijn studio isoleren, besloot ik, alvorens ook nog maar één noot uit mijn Steinway te halen. Aan de andere kant wilde ik best wel laten horen wat ik vond. Dus ik deed het raam open… Deze column is gebaseerd op een door Daria van den Bercken geschreven verhalenserie over dagelijkse perikelen rond haar studio met als hoofdpersoon Ellen Spons. DARIA VAN DEN BERCKEN

PIANIST

97


98

PIANIST


INTERVIEW

Boris Giltburg

“Concertpianist is het beste beroep dat er bestaat” Boris Giltburg speelt piano vanaf zijn vijfde en is nog steeds blij dat hij als kind koppig genoeg was om zijn moeder te overtuigen dat dit instrument echt bij hem hoorde. In augustus trad de dertigjarige Giltburg in Nederland op tijdens de jubileum­editie van de 25ste Zeister Muziekdagen. Een uitgesproken kans om deze pianist die bekend staat om zijn virtuositeit, emotionele kracht en hartstochtelijke interpretaties beter te leren kennen.

Concertpianist, is dit waar u altijd van heeft gedroomd? “Ik denk het wel. Op het podium zijn en voor publiek te kunnen spelen, vind ik een hoogtepunt van muzikale ervaring, er is niets anders waar ik het mee kan vergelijken. Ik hou van de wijze waarop de tijd op het podium verstrijkt en je muziek steeds weer opnieuw kunt interpreteren. Ik vind het een mooie gedachte dat de muziek die jij maakt in staat is het publiek uit de dagelijkse werkelijkheid, tenminste voor de duur van concert, te ontvoeren en alle beslommeringen te doen vergeten. Ik geniet ook van kamermuziekuitvoeringen en de samenwerking met orkesten, dat geeft me dezelfde ervaring alleen vele malen groter.”

Wat zijn uw eerste herinneringen aan piano en piano­muziek? “Ik heb twee duidelijke herinneringen uit mijn kinderjaren, nog voordat ik met lessen begon. Eén was de televisie-uitzending van een concert van Emil Gilels. Ik weet nog hoe ik ‘een zelfde piano en een stoel’ wilde hebben. De tweede herinnering is van onze piano thuis, ik was absoluut overtuigd dat deze er voor mij stond om er op te kunnen spelen. Mijn moeder, die zelf pianolerares is, dacht er anders over. Mijn oma was pianiste, mijn overgrootmoeder was pianolerares, dus met zo veel pianisten in de familie hoopte ze voor mij op een iets praktischer beroep. Maar ik was al op mijn vijfde koppig genoeg en mijn moeder besloot me toch les te geven.”

PIANIST

99


INTERVIEW

U hebt uw beroep dus al op uw vijfde gekozen. Geen spijt tot nu toe? “Ik denk nog steeds elke dag dat er geen beter beroep bestaat! Het is eindeloos interessant en afwisselend, want je werkt met de beste muzikale composities die je geest ook nog verrijken en je intellect ontwikkelen. Het geeft me de kans om de wereld te zien, nieuwe mensen te ontmoeten en kennis te maken met nieuwe culturen, en het biedt me de mogelijkheid op voor het publiek live te spelen. Het kan ook lastig, frustrerend en heel competitief zijn, maar voor mij wegen de voordelen veel zwaarder dan de nadelen.” Wat zijn uw voorkeuren in pianorepertoire? “Ik voel me aangetrokken tot Russische en Duitse componisten, maar als ‘alleseter’ kan ik niet zonder Gershwin, Bartók, Ravel of Liszt. Pianisten hebben geluk om uit een enorm repertoire te kun­ nen kiezen. Vele composities hebben bovendien zo veel lagen dat ze je steeds nieuwe ervaringen bezorgen, elke keer dat je ze opnieuw oppakt.” Wanneer speelde u voor de eerste keer in Nederland? Welke herinneringen hebt u aan uw Nederlandse concerten? “Mijn eerste concert in Nederland was een recital in de kleine zaal van het Concertgebouw zes jaar geleden. Ik was onder de indruk van deze mooie zaal en het warme ontvangst door het publiek. Ik kreeg een lange staande ovatie en speelde drie toegiften. Dit sei­ zoen speel ik vaak in Nederland en België. Voor 28 november staat mijn debuut met het Rotterdams Philharmonisch Orkest gepland, gevolgd door recitals in december in het Amsterdamse Concertge­ bouw en Brusselse BOZAR. Ook speel ik de komende winter in

100

PIANIST

Maastricht, Eindhoven, Sint Niklaas, Deventer, Nijmegen, Gent en Haarlem. In augustus 2015 kom ik terug naar het Amsterdamse Concertgebouw, deze keer voor een concert met Israeli ­Camerata.” Wat zijn uw indrukken van de Zeister Muziekdagen? “De concerten in Zeist behoren tot mijn mooiste muzikale herin­ neringen van de afgelopen tijd. De samenwerking met de briljante musici van het Pavel Haas Quartet was meer dan inspirerend. Het publiek reageerde uitstekend, en de kerk had een fijne akoestiek. Alles bij elkaar, een onvergetelijke tijd dankzij de hart­ verwarmende gastvrijheid van het team van het Zeister festival.” In twee festivalconcerten speelde u werken van Liszt, Bartók en pianokwintetten van Sjostakovitsj en Dvorˇák. Hoe ziet u uzelf – als een solist, kamermusicus, of speelt u veel liever met orkest? “Voor mij vormen recitals, kamermuziek en concerten met orkest een driehoek. Geen van de drie is belangrijker, alle drie zijn ze nodig voor een complete ervaring. Een recital is de meest afwisse­ lende en uitdagende van alle drie. Ik zie het als een kans om diver­ siteit aan werken, stijlen en klanken te presenteren. Het geeft je ook de tijd om je relatie met het publiek op te bouwen. Kamermu­ ziek is pure vreugde als je met de meespelende musici op dezelfde golflengte zit. De intimiteit van een kamermuziekuitvoering ont­ breekt bij een orkestuitvoering. Er ontstaat een muzikale dialoog, de uitwisseling van ideeën, en het is fijn om je onderdeel van deze muzikale interactie te voelen. Je vindt de ondersteuning ook bij een orkest, maar soms moet je er een strijd mee voeren met als


INTERVIEW

“Op het podium zijn en voor publiek te kunnen spelen, vind ik een hoogtepunt van muzikale ­ervaring” resultaat enorm veel adrenaline, en heel vaak de aandrang om het concert onmiddellijk over te doen, maar dan is het al voorbij.” U probeert de vluchtige momenten ook in uw foto’s te vangen. Wat trekt u aan in de fotografie? “Fotografie is net een virus, je wordt er onverwacht mee besmet. Mij overkwam het in 2011, toen ik na het verlies van mijn oude camera op zoek was naar een nieuwe. Ik las de internetrecensies van verschillende camera’s en eindigde met de aankoop van een veel te geavanceerd apparaat, met als resultaat dat ik boeken over fototechniek, compositie en licht ging verslinden. Voor mij heeft de fotografie nog een bijkomend voordeel: met de camera in mijn handen kom ik veel vaker buiten. De laatste drie jaar zie ik veel meer van de plaatsen waar ik ben. Eén druk op de knop en je legt een deel van de wereld rondom jou vast.”

U schrijft een goed gelezen blog over klassieke muziek. Hoe stelt u zich uw lezers voor? “De blog Classical music for all (borisgiltburg.wordpress.com) is bedoeld voor iedereen die geïnteresseerd is in klassieke muziek. De eerste lezers waren mijn vrienden die ik jarenlang tevergeefs geprobeerd heb tot klassieke muziek te bekeren. Vroeger drukte ik ze mijn favoriete cd’s in handen, maar omdat het geen resultaat opleverde, besloot ik een gids voor luisteraars te schrijven om de klassieke muziek iets toegankelijker te maken. Geen algemene muziekpraatjes, maar gedetailleerde verhalen waarin men bijna per seconde kan zien hoe het stuk in elkaar zit en wat zijn innerlijke ‘mechanisme’ is. Mijn eerste blog schreef ik over het eerste deel van Bachs Cantate nr.39. Bach is een muzikaal genie, maar ook een ambachtsmeester. Het is fascinerend om zijn werk te mogen ‘ontleden’, je lijkt met onderdelen van een top-of-the-line Zwitsers horloge bezig te zijn. Tot mijn verrassing sloeg mijn blog aan. Ik kreeg van mijn vrienden te horen dat ze eindelijk mijn opwinding over de ‘saaie’ klassieke muziek konden begrijpen. Bij iedere nieuwe blog, helaas kan ik ze niet zo vaak schrijven als ik zou willen, hoop ik mijn liefde voor klassieke muziek met zo veel mogelijk lezers te kunnen delen.” TEKST: OLGA DE KORT-KOULIKOVA

PIANIST

101


Paul Lewis foto Josep Molina

vr 14 nov 20.15 uur Kleine Zaal

Nicholas Angelich en Pavel Haas Kwartet met Dvořáks Tweede pianokwintet

di 18 nov 20.15 uur Kleine Zaal

Gabriela Montero

speelt Brahms, R. Schumann, Schubert en eigen werk wo 19 nov 20.15 uur Grote Zaal vr 21 nov 20.15 uur Grote Zaal

Emanuel Ax en Bernard Haitink met Brahms

wo 17 dec 20.15 uur Kleine Zaal

AA_black-whiteC.eps ABN AMRO black-white for coated paper Width shield: 20 mm Overlap: 0,05 mm

Bestel nu kaarten

Paul Lewis en vrienden: Schuberts Forellenkwintet

Jef Neve – © Geoffrey Ketels

Showroom

Concertruimte

Showroom met meer dan 50 piano’s: vleugel& buffetpiano’s, digitale, zowel nieuwe als tweedehands. Tevens mogelijkheid tot huurkoop.

In de showroom bieden we een concertruimte voor akoestische set met plaats tot 99 personen.

Open: woe - vrij: 13.00 u - 18.00 u zaterdag: 10.00 u - 18.00 u

“Club de Loge”

Een eigen concert, workshop of bedrijfsevent organiseren kan in onze Club.

verkoop verhuur expertise verhuis onderhoud concertverhuur restauratie stemmen nieuw & tweedehands Fazioli, Bösendorfer, Ibach, Yamaha, Petrof, Samick, Pearl River,… digitale piano’s Nord, Kurzweil, Orla, …

Voor alle vragen of boekingen info@quatremains-pianos.be Chris Taerwe: 0495 54 63 92 www.facebook.com/QuatreMainsPianos

www. quatremains-pianos.be

Nieuwevaart 139 9000 GENT


INTERVIEW

Paul Lewis

“Kamermuziek is één van de moeilijkste d ­ isciplines” Dit seizoen trekt Paul Lewis meerdere malen langs Nederland. Zowel in het ­Concertgebouw als in De Doelen speelt hij repertoire van de vroege Weense romantici Beethoven en Schubert.

“Ik blijf maar terugkomen bij deze twee, en steeds ontdek ik weer nieuwe dingen”, verzucht Lewis. Met ‘deze twee’ bedoelt hij Beethoven en Schubert, de componisten die bij zijn eerstvolgende Nederlandse concerten de hoofdrol spelen. Oogstte Lewis al internationale lof met zijn opnamen van Beethovens pianosonates en Diabelli-variaties (bij Harmonia Mundi), hij profileert zich ook steeds meer als gezaghebbend Schubert-vertolker. De laatste jaren heeft hij zich diep ingegraven in de levensloop van de jonggestorven Wener. Ook al was Beethoven Schuberts grote idool, we praten hier wel over twee wezenlijk verschillende componisten, benadrukt Lewis. “Beethoven heeft iets vastberadens. Bij hem zie je altijd een duidelijke oplossing en een afsluiting, hij leidt je naar het einde van de reis. Maar Schubert stelt als het ware een vraag, waarop het antwoord in de lucht blijft hangen. Zijn muziek is bijna ongrijpbaar, fragiel… Beethoven is robuuster.”

Kamermuziek Op 17 december speelt Paul Lewis samen met zijn vrouw, celliste Bjørg Lewis, Beethovens Cellosonate opus 102. Daarna schuiven nog drie strijkers aan voor Schuberts Forellenkwintet. Onder hen bevindt zich Lisa Batiashvili, die op 23 augustus nog schitterde in het Prinsengrachtconcert. En op 16 april volgt Die Schöne Müllerin met tenor Mark Padmore, Lewis’ vaste duopartner. “Kamermuziek vind ik één van de moeilijkste disciplines”, bekent Lewis, grondlegger en artistiek directeur van het Britse kamermuziekfestival Midsummer Music. “Als solist speel ik uit het hoofd,

met een zekere vrijheid. Maar in een ensemble ben ik voortdurend gespitst op de partituur en op wat de anderen doen. Soms moet ik meer op de voorgrond treden, dan weer een stap terugdoen – dat wisselt vaak per seconde. Alles moet georganiseerd zijn. Eigenlijk voel ik me soms best onzeker. Dan bekruipt me plotseling het idee dat ik de partijen nog steeds niet goed genoeg ken.” TEKST: MARGARETHA COORNSTRA

PIANIST

103


INTERVIEW

Cédric Tiberghien speelt Karol Szymanowski

Een weg zoeken door duizenden noten Cédric Tiberghien is gepassioneerd over de muziek van Karol Szymanowski en hij maakte een schitterende en internationaal bejubelde CD met zeer virtuoze muziek van de belangrijkste Poolse componist na Chopin. Muziek die na honderd jaar toch wel eens meer gehoord mag worden, dat voelt voor Tiberghien bijna als een opdracht. Op 6 december speelt hij in Amsterdam.

104

PIANIST

Op het programma dan niet alleen Szymanowski, maar ook Ravel en Bartók. “Ik denk dat onbekende muziek eerder wordt begrepen als ze wordt gepresenteerd in een context. En Szymanowski was een kind van zijn tijd. Er zijn frappante overeenkomsten tussen bijvoorbeeld La Sérénade de Don Juan uit Masques van Szymanowski en Alborada del Gracioso uit Miroirs van Ravel. Daarom speel ik ook beide stukken in Amsterdam. Alborada gaat over het exotische Spanje, over de nacht, het water, de zon, het bloed, de gewelddadigheid. Net zoals bij Szymanowski, die op een verbluffende manier de indrukken van een lange reis door Noord-Afrika en het Middellandse Zeegebied verwerkte. Alles was er anders dan in zijn vaderland, en hij maakte een ongelooflijke evocatie van kleuren en atmosferen, van de erotiek en het exotisme. Szymanowski is een echte verhalenverteller, je kunt zo woorden bij de noten schrijven. Daarin is hij absoluut de gelijke van Ravel, al zal hij nooit zo beroemd worden als de Fransman.”


Szymanowski is voor de pianist zeer complex. Hoe ging de cd-opname? “Ik wist dat het een nachtmerrie kon worden, dus heb ik me zeer goed voorbereid en acht maanden gestudeerd. Szymanowski’s muziek is ongelooflijk gelaagd, vaak genoteerd op drie balken, bezaaid met duizenden noten. Ook zijn harmonische, vaak polytonale taal is moeilijk te doorgronden. In het begin tast je volledig in het duister, weet je niet wat de componist heeft willen zeggen. Je moet als een dirigent bepalen welke stemmen je wilt laten horen, de fluit of de fagot. Dat is een interessant proces.” Moeilijk voor het hoofd? “Ja, en daarna zeker ook voor de vingers. Ik heb eerder bijvoorbeeld de ballades van Chopin opgenomen en dat was relatief eenvoudig vergeleken bij Szymanowski. Nooit eerder was het voor mij zo lastig om me muziek eigen te maken.”

Charme Ravel vond het laatste deel van zijn sonatine voor hem te moeilijk. Was Szymanowski eigenlijk zelf een groot pianist?

“Nee, hij kon zijn virtuoze stukken zelf ook niet op hoog niveau spelen, in ieder geval niet zoals zijn dierbare vriend Rubinstein. Szymanowski schreef zijn muziek met Rubinstein in gedachte. Diens persoonlijkheid, charme en passie voor Spanje hoor je er duidelijk in terug. In 1915, het jaar dat Szymanowski zijn Masques opdroeg aan Rubinstein, schreef De Falla trouwens zijn Fantasia Baetica voor Rubinstein. Szymanowski’s vierde symfonie is ook opgedragen aan Rubinstein, maar de nog altijd forse pianopartij is minder veeleisend dan zijn solowerken. Hij schreef het werk voor zichzelf en ging ermee op tournee. Grappig trouwens, er zijn zoveel overeenkomsten tussen Ravel en Szymanowski. Ravel was natuurlijk de meest geniale orkestrator die je je kunt voorstellen, en ook Szymanowksi schreef uiterst geraffineerd voor orkest. Je voelt dat ook in zijn pianomuziek en als ik zijn werk speel, heb ik altijd de kleuren van het orkest in mijn hoofd.”

Verliefd Is er niet veel te veel interessante pianomuziek? “Ja, dat was vooral een groot probleem toen ik jonger was, toen wilde ik alles spelen. Ook nu nog is het moeilijk om de

PIANIST

105


CONCERT-CLASS PIANO PERFORMANCE FOR YOUR HOME DE NIEUWE ROLAND HP SERIE • HP508 - HP506 - HP504 • www.rolandce.com

ROLAND SCHENKT U EEN GRATIS CD!

De exclusieve SuperNATURAL Pianotechnologie brengt op vloeiende en natuurlijke wijze de klankkleurvariaties over in functie van de aanslag. Door hun groter dynamisch bereik en een klank die natuurgetrouw wegsterft, is de respons van onze piano’s qua subtiliteit vergelijkbaar met die van een akoestische vleugelpiano.Dankzij onze hamermechaniek met dubbel drukpunt en de pedalen met traploze detectie worden zelfs de geringste speelnuances tot in de perfectie weergegeven.

Ontdek de

ON T D EK DE S U P E R N A T U R A L P IANO -TE CH NO LO G IE ME T DIT K LASSI EK E MEESTERWERK

superNATURAL Piano-technologie

met dit klassieke meesterwerk .

De exclusieve SuperNATURAL Piano-technologie brengt op vloeiende en natuurlijke wijze de klankkleurvariaties over in functie van de aanslag. Door hun groter dynamisch bereik en een klank die natuurgetrouw wegsterft, is de respons van onze piano’s qua subtiliteit vergelijkbaar met die van een akoestische vleugelpiano.Dankzij onze hamermechaniek met dubbel drukpunt en de pedalen met traploze detectie worden zelfs de geringste speelnuances tot in de perfectie weergegeven. Deze exclusieve cd bevat werken van o.a. Debussy, Bach, Schubert, Chopin en vele anderen. Via www.rolandce.com/cd kunt u deze CD volledig gratis aanvragen. Een must voor elke pianoliefhebber! Dit aanbod is geldig zolang de voorraad strekt. De LX-15, HP-505 en HP-507 beschikken eveneens over een exclusief akoestisch projectiesysteem dat niet alleen de resonantie van de snaren maar ook die van het kader en de hele ombouw van het instrument weergeeft. Ga ze snel uitproberen bij een van onze dealers. /// www.rolance.com

1 • KIRNBERGER - Wiegeliedje /// 2 • STEINBELT - Adagio /// 3 • TCHAÏKOVSKY Ochtendgebed, uit ‘Kinderalbum opus 39’ /// 4 • BEETHOVEN - Bagatelle opus 119 nr 1 /// 5 • BACH - 2-stemmige inventie nr 4 in re-klein BWV 775 /// 6 • CLÉMENTI - Sonatine opus 36 nr 6 /// 7 • DEBUSSY - Doctor Gradus ad Parnassum /// 8 • CHOPIN - mazurka opus 17 nr 2 in mi-klein /// 9 • SCHUBERT - Impromptu in Lab opus 90 nr 4 /// Productie : Groep Express Roularta. • Deze CD werd opgenomen door het magazine Pianiste en samen met

OPGENOMEN MET EEN LX-15 DOOR HET MAGAZINE PIANISTE

de partituren ingevoegd in de editie van september 2012. • Promotionele CD, mag niet verkocht worden.


muziek te kiezen die echt bij je past. Ik speel ook graag barokmuziek. Als je niet een klavecimbel nadoet, maar de mogelijkheden van een moderne vleugel gebruikt, kun je aan Couperin en Rameau zeer interessante dimensies geven. Ik vind het fascinerend, als je denkt aan hoe die componisten begonnen met een leeg vel papier. Je weet nooit wat er gaat gebeuren. Ik hou ook van de Weense scholen, de eerste van Mozart, Haydn en Beethoven en de tweede van Schoenberg, Berg en Webern. Het is altijd zinvol en dankbaar om ze op een concert te combineren.”

In de serie pianorecitals van het Muziekgebouw aan het IJ, inmiddels een mooie pendant van de Meesterpianisten in het Concertgebouw, speelt Tiberghien op 6 december muziek van Ravel (Miroirs), Szymanowski (Masques) en Bartók (o.a. Suite op. 14). Angela Hewitt en Andreas Staier gaan hem voor. Ralph van Raat met Tai Murray, Enrico Pace, Pierre-Laurent Aimard, Tamara Stefanovich, Nicholas Angelich en Alexander Melnikov volgen nog met weinig gespeeld repertoire van Rachmaninov tot Boulez. Meer info: www.muziekgebouw.nl

De klassieken worden heel verschillend gespeeld. “Voor dat repertoire is Artur Schnabel mijn grote voorbeeld. Als kind studeerde ik heel veel Beethoven en ik had alle cd’s van Arrau, Kempff, Barenboim, Brendel, Pollini, noem maar op. Maar toen ik Schnabel hoorde werd ik verliefd. Zijn toon is zo mooi, hij heeft zo’n duidelijke opvattingen. Ook zijn uitgave van de Beethoven sonates is zeer interessant. Je hoeft het er niet altijd mee eens te zijn, maar je ziet hoe diep hij ging en hoe hij die muziek begreep. Luisteren naar Schnabel maakt me gelukkig, zo moet het.” Nog meer voorbeelden? “Ik ben natuurlijk opgegroeid met Lipatti, ik luisterde als kind altijd naar zijn walsen van Chopin. Cortot is voor mij ook een grootmeester, zijn opname van de preludes van Chopin is de definitieve versie. En natuurlijk Glenn Gould. Hij is werkelijk een genie. Ik ontdekte de Goldbergvariaties van Bach door hem, en ik heb misschien 300 keer

naar zijn opnames geluisterd. Dat is nu een deel van mijn persoonlijkheid geworden en als ik ooit die variaties zelf ga spelen, moet ik proberen dat te vergeten. Niemand kan spelen zoals Gould. Maar om eerlijk te zijn, als ik cd’s beluister is het vaker zang of orkest, en minder piano.”

Harde afspraak En de kamermuziek? “Ik zou niet zonder kunnen. Ik speel veel met Alina Ibragimova en ook met Pieter Wispelwey. Dat is echt een avontuur. Op het concert kan alles anders zijn dan op de repetitie. Soms is het gevaarlijk, maar het is noodzakelijk. Muziek is geen fotokopie, het moet spontaan ontstaan, te veel comfort is dodelijk voor de inspiratie.” Waar haal je de inspiratie vandaan? “Ik heb een harde afspraak met mezelf: maximaal twintig dagen van huis. De inspiratie verdwijnt als ik langer weg ben. Ik voel me enorm bevoorrecht in mijn werk, maar ik kan alleen een goed musicus zijn als ik ook een goed mens ben, voor mijn vrouw en mijn zoon.” En als de New York Philharmonic nu vraagt om Szymanowski te spelen in Carnegie Hall op dag 21? “Dan zou ik daar over nadenken, maar mijn agent zou wel een oplossing weten. Ik heb vrije tijd nodig om op te laden, daarom studeer ik zoveel mogelijk als ik op tournee ben. Dan zie ik alleen vliegvelden, hotelkamers en concertzalen. Alleen Amsterdam ken ik wel als toerist.” TEKST: ERIC SCHOONES

PIANIST

107


Erkende kennis. Veilig kopen

NEDERLANDSE PIANO- EN MUZIEKINSTRUMENTENBOND Groningen Hahn Piano’s B.V., Alb. Kuipers Muziekhuis Piano’s & Orgels Riemeijer, Pianohandel M.A. Steenhuis, Piano’s & Vleugels, H.P.

Groningen Leens Stadskanaal Glimmen

050-3128858 0595-571531 0599-614868 050-4062646

www.pianogroningen.nl www.kuipersmuziekhuis.nl

Zwolle 038-4535587 Hengelo (Ov) 074-2916058 Hengelo (Ov) 074-2455490

www.degraafmuziek.nl www.huigens.nl www.piano.nl

www.steenhuispiano.nl

Overijssel Graaf Muziek B.V., de Huigens Piano’s Orgels Muziekinstrumenten B.V Schumer B.V., Muziekhandel, J. Ph.

Gelderland Bender, Piano’s en Vleugels Arnhem Clavis Piano’s Apeldoorn Het Klavier, J.A. van Dodewaard (stemmen en reparatie) Vorden Oostendorp Muziekcentrum Wezep Souman, Muziekhuis G. Hattemerbroek Verhoog Muziek Nijkerk Nijkerk Waal, Piano’s & Vleugels, Leendert van der Randwijk Westera Piano’s & Vleugels Winterswijk Wijnen en van Oosterom, Piano’s & Vleugels Nijmegen Zuid-Nederland Piano’s Wijchen

026-4453541 055-5219938 0575-552794 038-3762954 038-3765004 033-2460444 0488-491317 0543-513049 024-3229992 024-6416382

www.bender-piano-hifi.nl www.clavis.nl www.het-klavier.nl www.oostendorp-muziek.nl www.souman.nl www.verhoogmuziek.nl www.leendertvanderwaal.nl www.westera-pianos.nl www.wijnenvanoosterom.nl www.zuidnederlandpianos.nl

Nieuwegein Bunschoten Zeist Vianen Houten Werkhoven Soest

030-2314212 033-2984376 030-6971310 0347-322556 030-6378919 0343-551577 035-6012968

www.clavis.nl www.piano-groep.nl www.henkhupkes.nl www.sapema.nl www.slijderink.nl www.evertsnel.nl www.pianohandelvantol.nl

Alphenaar, Muziekhandel Haarlem Andriessen Piano’s & Vleugels Haarlem Bockting, F. Piano’s en Vleugels Amsterdam Bos, Eduard (stemmen en reparatie) Hilversum Clavis Piano’s Amsterdam Gerh. Steinberg VOF Eemnes Kerkwijk B.V., van Amstelveen Moeskops Piano’s - Vleugels Hoorn PianoGallery Alkmaar PianoMall Nederland / Ypma Piano’s Alkmaar Schumacher Piano Service (stemmen en reparatie) Zaandam Spanjaard B.V. Alkmaar Steinway Center Nederland Alkmaar Wit en Zn. V.O.F, Firma S. de Nieuw Vennep (NH)

023-5320244 023-5322922 020-6239157 035-6420064 020-6221404 0355-330967 020-6413187 0229-219991 072-5616161 072-5414400 06-52678925 072-5154344 072-5414400 0252-672805

www.alphenaar.com www.andriessenpiano.nl www.bocktingpianos.nl

Utrecht Clavis Piano’s Groep, Muziekhandel van de Hupkes, Piano’s & Vleugels, Henk Sapema Piano’s & Vleugels Slijderink, Piano’s & Vleugels, Jef Snel Piano’s-Vleugels B.V., Evert Tol, Pianohandel van

Noord-Holland

www.clavis.nl www.gsteinberg.nl www.vankerkwijk.nl www.moeskopspianos.nl www.pianogallery.nl www.pianomall.nl www.schumacherpianoservice.nl www.spanjaardmuziek.nl www.steinway.nl www.sdewit.nl


www.npmb.nl Zuid-Holland Barning Piano’s en Vleugels Sassenheim Buytene, Muziekhandel C.A. van Delft Cox Pianoservice Gouda Heer Muziekinstrumenten, Joh. De Sliedrecht Keijzer, Pianobedrijf Arie Oud-Beijerland Leenen Piano’s, Emile van Leiden Liefde & Zn Piano’s & Vleugels, W.P. Joh. de, Den Haag/Scheveningen Mos en Spetter Pianohandel Waddinxveen Opus 1 Muziekinstrumenten V.O.F. Gouda Piano Select Zwijndrecht Piano Workshop Nieuwerkerk aan den Ijssel Pianometropool B.V. Rijswijk Pianoservice Octaaf BV Rotterdam

071-5122858 015-2123853 0182-524528 0184-419611 0186-617998 071-5891426 070-3555904 0182-611697 0182-527616 078-6127088 0180-316313 070-4159800 010-4361838

www.barning.com www.cd-klassiek.nl www.coxpiano.nl www.johdeheer.nl www.keijzerpianos.nl/ www.emilevanleenenpianos.nl www.pianohandeldeliefde.nl www.mosenspetterpiano.nl www.opus1.nl www.pianoselect.nl www.depianoworkshop.nl www.pianometropool.nl www.pianoserviceoctaaf.nl

Middelburg 0118-633310 Middelburg 0118-635252

www.hamernoot.nl www.mcmiddelburg.nl

Zeeland Hamernoot Piano’s & Vleugels Muziekcentrum Middelburg

Noord-Brabant Acustica b.v. Piano’s & Vleugels Derksen, Pianohandel Jan Gorp, Muziekcentrum van Hoorn, Piano’s & Vleugels van Koster Muziek Sande Piano’s en Vleugels, van de Simons Piano- en Orgelhandel B.V., Jos W. Willems B.V., Muziekhandel Arie

Breda Schaijk Roosendaal Eindhoven/Son Bergen op Zoom Tilburg Tilburg Helmond

076-5602423 0486-462738 0165-545824 0499-474545 0164-253508 013-5367010 013-5425374 0492-523801

www.acustica.nl www.pianohandelderksen.nl www.vangorp.nl www.vanhoorn.nl www.kostermuziekbergenopzoom.nl www.vandesandepianos.nl www.simonspiano.nl www.willemsmuziek.nl

Weert 0495-532081 Beegden 0475-582622

www.kolleemuziek.nl www.piano-technica.nl

Limburg Kollee Muziek Piano Technica - Jan Huijbers

De NPMB-erkende pianozaken altijd binnen bereik! ©BCM


110

PIANIST


INTERVIEW

Francesco Tristano en Alice Sara Ott

Perfectie is imperfectie

Het pianoduo Alice Sara Ott en Francesco Tristano knaagt aan de uiterste ­randen van de toelaatbaarheid. “Wat wij doen is heel fysiek: na afloop hebben

Paniek in de kleedkamer: het tablet chocolade van Alice Sara Ott is verdwenen. “Ik moet echt even iets aan mijn lage bloedsuikerspiegel doen”, zegt ze. “Daar heb ik altijd last van na een concert. Zeker wanneer ik met Francesco samenspeel. Voor mezelf heb ik wel een begrenzing in de dynamiek van mijn spel. Maar wanneer ik speel met iemand die over die grens heengaat, dan moet ik mee. Vanavond ging het er zo wild aan toe, dat ik zelfs mijn pols heb bezeerd.” Wij bevinden ons in de catacomben van de rocktempel Paradiso. In het kader van Yellow Lounge – ‘klassieke concerten in een ongedwongen clubsetting’ – speelden Alice Sara Ott en Francesco Tristano voor een uitverkocht huis. Twee vleugels midden in de zaal en daaromheen het laaiend enthousiaste publiek. Op het podium, waar op dit moment Max Richter met zijn Vivaldi Recomposed-project optreedt, zal Tristano aan het slot van de avond nog een elektronische soloset spelen. Het duo bracht recent Scandale uit, een album met naast de Soft Cell Groove van Tristano zelf, La Valse van Ravel en Le Sacre du Printemps van Stravinsky.

opwindend mogelijk te b ­ rengen. En als het ons lukt om iéts van de opwinding en het schandaal van toen over te brengen, dan is dat meegenomen. Maar nogmaals, het is geen doel op zich.” Ott: “Dat is precies hoe ik erover denk. Muziek heeft het ‘nu’ als beginpunt. Muziek leeft pas vanaf het moment dat je begint te spelen. Pas dan heeft het invloed op de omgeving waarin een stuk wordt gespeeld. Nu heeft de Sacre een andere invloed dan toen. En zo hoort het ook. Het is niet onze taak om verhaaltjes over vroeger te vertellen.” T: “Mijn wedervraag zou zijn: wat voel jíj wanneer je eigentijdse noise hoort, waarin geen enkele muzikale referentie herkenbaar meer is? In Japan heb ik undergroundmuziek gehoord van gasten die alleen maar met versterkers werken. Het doel is om zoveel mogelijk snoeihard overstuurde geluiden te laten horen. De impact die dat op ons heeft, is waarschijnlijk te vergelijken met de impact die de Sacre in 2013 op het premièrepubliek had. Wij hebben altijd een referentiekader nodig. Soms is het gezond om daar eens van af te komen, om helemaal van binnenuit eens een keer in een totale shocktoestand terecht te komen.”

Jullie plaat heet Scandale. Toch zullen wij met onze moderne oren nooit de werkelijke impact van de Sacre kunnen horen die in 1913 een schandaal veroorzaakte. Tristano: “Dat is inderdaad onmogelijk. Honderd jaar na dato is de wereld en het muzikale landschap erg veranderd. Globalisatie, televisie, satellieten: alles is anders. Wij hebben nu heavy metal, John Cage, free jazz, Lady Gaga gehoord. Dus de Sacre klinkt in onze oren niet zo extreem meer als toen. Maar ik moet eerlijk zeggen dat het ook ons doel niet is om een soort rollenspel te spelen waarin we het verleden doen herleven. Natuurlijk proberen we het stuk zo

Anderzijds: wanneer wij nu met moderne oren naar La Valse van Ravel luisteren, dan is dat stuk nog steeds far out, zeker wanneer het door jullie op twee piano’s wordt gespeeld. T: “Absoluut! Wij zijn nu meer dan een jaar bezig met dat stuk. De manier waarop we het nu spelen gaat steeds meer lijken op een deconstructie. We hadden echt het gevoel dat het die kant op moest. Het ontmantelen van een partituur door te kijken hoe ver je kunt gaan. We hebben een concert in Japan gedaan, waar het stuk letterlijk uit elkaar viel. Niet op een slechte manier hoor. Maar het kwam toch wel als een shock omdat we tegen de uiterste grenzen

we altijd het gevoel dat we een marathon hebben gelopen.”

PIANIST

111


“De schoonheid van een stuk is óók terug te vinden in de kleine imperfecties” van de uitvoeringspraktijk aan liepen. Toen hadden we zoiets van: okay, verder dan dit kunnen we dus écht niet gaan.” O: “Dat was extreem, ja. Maar Ravel schreef La Valse ook met die gedachte in het achterhoofd. Het stuk is supercynisch en ironisch. Om het grotere geheel te begrijpen, moét je juist afwijken van de vorm die op papier staat.” T: “We kunnen het natuurlijk niet iedere keer zo spelen als in Japan, want dan wordt dat ook weer een routineuze vingeroefening.” Vanavond speelden jullie ook wild en uitzinnig. Ott en Tristano in koor: “Yeah!!!” T: “Dat kwam ook door de omstandigheden. We hadden twee maanden niet meer samen gespeeld. We zagen elkaar pas weer twee uur voor de show en hadden nauwelijks tijd voor een soundcheck, laat staan een reptitie.” O: “We speelden op ons instinct. We kennen elkaar nu al een tijdje, dus dat werkt wel. Geen idee hoe de piano klonk. Ik hoorde het geluid alleen maar met vertraging uit de speakers. Laten we zeggen dat het een uitdaging was.” T: “Er was geen ruimte voor details. We hadden wél een lekkere smerige sound.” O: “Ruig!” T: “Door de omstandigheden gedwongen. Volgende week spelen we in de Philharmonie in Haarlem. Daar gaat het weer totáál anders zijn. Kleiner, rustiger. Dat nemen we ons altijd voor.” O: “Maar we kunnen ons nooit inhouden, vandaar die pijnlijk pols.” T: “Onze vorige concertreeks noemden we de Pain Tour. Na ieder concert zaten we onze blessures te vergelijken. Ik had ook iets aan mijn pols toen.” O: “En ik allemaal gebroken nagels. Wat wij doen is heel fysiek. We spelen anderhalf uur, maar na afloop hebben we het gevoel dat we de marathon hebben gelopen.” Hoe groot is de invloed van de zaal? Is de zaal een onderdeel dat van

een duo als het ware een trio maakt? T: “Zeker! De ruimte bepaalt net zo goed hoe ik speel als Alice dat doet. En dan bedoel ik de ruimte in de breedste betekenis van het woord. De geschiedenis van de zaal, de akoestiek, de piano waar ik op moet spelen – die factoren bepalen hoe ik speel, die bepalen op een heel andere manier weer hoe Alice speelt, waadoor wij samen ook steeds weer op een andere manier met elkaar spelen. En in die steeds weer wisselende omstandigheden dagen we elkaar steeds weer uit. We spelen geen duet, weet je, We hebben geen mooi, glad gepolijst geluid. Soms spelen we met elkaar en soms tegen elkaar. Soms is het een strijd, soms is het een samenwerking. Dat onderscheidt ons denk ik van de meeste pianoduo’s.” O: “Om nog even terug te komen op dat idee van het trio: uiteindelijk denk ik dat alles samenvloeit tot één geheel. Dan is er geen Tristano, piano, zaal of publiek meer. Dan is er nog maar één ding: de muziek.” T: “En dan zijn we weer terug bij John Cage die zei: ‘Wij ­hebben geen controle over de muziek, maar de muziek heeft ­controle over ons.’” O: “Een journalist vroeg een keer aan mij wat perfectie was. Weet je wat het antwoord was? ‘Imperfectie’. T: “De schoonheid van een stuk is óók terug te vinden in de kleine imperfecties.” O: “That’s life!” T: “Soms zit er het hele concert door een vent te hoesten. Zenuwslopend! Maar wat kan je daaraan doen? Hem de zaal ­uitzetten? Nee, dus. Gewoon doorspelen.” O: “Of soms doen je vingers gewoon niet wat jij wilt, of speel je op een instrument dat niet goed op jou reageert. Wat ga je dan tegen het publiek zeggen? Sorry, maar ondanks het feit dat jullie gewoon een duur kaartje hebben betaald, wordt het vanavond niet veel soeps? Nee, je gáát er gewoon voor en dan kan het best zo zijn, dat je juist door die slechte grondvoorwaarden een superspannend concert gaat spelen…” TEKST: RUUD MEIJER

PIANIST

113


INTERVIEW

Igor Levit

“Bach gaat over de kosmos en de diepste menselijke emoties. Bach is mijn held” Over zijn debuutalbum met de late Pianosonates van Beethoven schreef de Frankfurter Allgemeine: ‘Deze jongeman heeft niet alleen de potentie een van de grootste pianisten van de eeuw te worden. Hij is er al een!’ Geboren in Nizjni Novgorod, getogen in Duitsland en opgeleid aan de Hochschule für Musik in Hannover, trok Igor Levit (1987) in 2005 als jongste deelnemer sterk de aandacht op het Arthur Rubinstein Concours in Tel Aviv. De nu 27-jarige pianist staat onder exclusief contract bij Sony Classical. Binnenkort verschijnt zijn tweede album met Bachs Clavier-Übung I: de 6 Partita’s voor piano solo.

Op een afgelegen industrieterrein dat nog altijd de sfeer ademt van voormalig Oost-Berlijn, ligt Funkhaus Nalepastrasse erbij als een half overwoekerd monument uit vervlogen tijden. De zon staat al laag en het regent, maar bij de ingang van het oude radiogebouw verzamelen zich wat mensen om getuige te zijn van een bijzondere gebeurtenis. In de Grosse Sendesaal 1, de favoriete opnamestudio van Barenboim, Yo-Yo Ma en Perahia, zal pianist Igor Levit nog eenmaal de drie Partita’s van Bach spelen die hij er die week heeft opgenomen. De sobere, met hout bekleedde studio heeft geen podium maar een soort arena, waarin een pianostemmer de Steinway degelijk op stoom brengt. Met weinig microfoons en een klein mengpaneel, maakt de techniek een bescheiden indruk. In de studio ruikt het nog vaag naar kool en aardappelsoep. Terwijl de uitverkorenen plaatsnemen op vaalbruine stoelen, staat Levit in de gang druk te twitteren. Maar zodra hij zich achter de vleugel zet, vervaagt ieder besef van ons digitale tijdperk. Meteen al bij de inzet van Partita 3, BWV 827 klinkt een Bach die tegelijkertijd zo zangerig en zo helder is, dat je meegezogen wordt naar een andere wereld van schoonheid, esprit, toewijding en intense emoties. Levit, die zweert bij ambachtelijk handwerk en om die reden

114

PIANIST

al zijn kleren laat maken door een oude kleermaker in Napels, volgt de bewegingen van de Fantasia met zijn slanke lichaam en kruipt soms bijna weg in de vleugel, zodat zijn keurig gesneden pantalon steeds hogerop klimt, tot halverwege de kuiten. Ook als pianist kiest Levit voor handwerk, want het pedaal wordt summier ingezet. Al gauw bestaat de materiële wereld niet meer voor de jonge pianist, wat hoorbaar is aan de magische zeggingskracht van zijn genuanceerde articulaties en de kleurrijke sensitiviteit van zijn toucher. Bachs noten dansen, kreunen, zingen, stromen en verleiden als een meanderrijke rivier vol onverwachtse wendingen. Maar ze stijgen pas op tot het sublieme wanneer Levit, na zijn zangerige vertolkingen van de derde en vijfde Partita, BWV 827 en BWV 830, in een hogere state of mind lijkt te komen. Als hij geconcentreerd inzet met de rollende bewegingen van de Toccata waarmee de magistrale zesde Partita, BWV 830 opent, raakt Levit meteen de ultieme essentie, zodat je hart ervan op hol slaat en je adem bijna stokt. Daarna volgt een ingenieus Bach-bouwwerk van de hoogste orde, waarin de gestileerde dansvormen - Allemanda, Corrente, Air, Sarabande, Tempo di Gavotta, Gigue - metafysische vleugels krijgen. Na de slotmaat blijft het nog even doodstil.


PIANIST

115


INTERVIEW

Inspiratie De volgende ochtend treffen we Levit al in alle vroegte aan. Van vermoeidheid is geen sprake. Levit vertelt dat hij nooit meer dan zes uur slaapt. “Er valt nog zoveel te leren en ik voel me het meest relaxed wanneer ik piano speel.” Eigenlijk is alles wat hij meemaakt ‘werk’, want zijn gedachten, indrukken en emoties vertalen zich in de muziek die hij uitvoert. Wat valt er van hem te verwachten na de late Beethoven en Bach? Levit: “Om te beginnen een complete uitbarsting van Bach. De Franse Suites, het Italiaanse concert, misschien het Wohltemperierte Klavier. Luister bijvoorbeeld naar de Prelude en Fuga in E majeur uit het tweede boek, mijn God, dat is het grootste menselijke mirakel! Bach had Palestrina bestudeerd en als je een willekeurig thema uit die fuga neemt en het thema zingt, dan hóór je ook Palestrina. Die geniale man heeft dat weten te combineren tot een fuga, dat is zo knap. Dan wil ik ooit een complete Beethovencyclus opnemen, en muziek van Busoni. Ik ben bovendien geïnteresseerd in modernere componisten als Stockhausen, Morton Feldman en Frederic Rzewski. Het zal nog wel even duren, maar het gaat komen.” Op YouTube staat een ouder filmpje waarop Levit de Chaconne van Bach ten gehore brengt in de bewerking van Brahms. Het klinkt warm en romantisch, soms bijna als een stukje opera. Maar volgens Levit heeft zijn Bach van toen niets meer te maken met de manier waarop hij nu Bach speelt. Wat is er gebeurd? “In Hannover leerde ik twee pianisten kennen die een enorme invloed op me hebben gekregen: Andreas Staier en Lajos Rovatkaj. Staier heeft me een paar keer op zijn pianoforte laten spelen om meer te kunnen begrijpen van de klaviermethode van Carl Philipp Emanuel Bach. Over zulke zaken heb ik ook vaak contact met Andras Schiff, die misschien wel de allermooiste Bach-opnames heeft gemaakt. Erg belangrijke is arti­ culatie, of je de noten staccato speelt of juist slepend maakt, hoe je frases laat oplichten, accenten geeft. Staiers aanwijzingen waren heel leerzaam. ‘Heb je nog nooit naar de a capella werken van Josquin

116

PIANIST

geluisterd’, vroeg Rovatkaj me bij onze eerste kennismaking. ‘Hoe durf je!’ Toen zijn we oude muziek gaan bestuderen, wat in Hongarije trouwens heel normaal is. Josquin, Monteverdi, Palestrina, Frescobaldi, Mufat, stuk voor stuk fantastische componisten door wie ook Bach zich liet inspireren. Pas na een jaar of vier keerde ik weer terug naar Bach. Eerst verdiepte ik me in zijn vocale muziek, zijn motetten, cantates en oratoria. Het besef groeide dat eigenlijk alles om zijn harmonieën draait, die tot op de dag van vandaag ongeëvenaard zijn. Pas daarna begon ik weer aan zijn pianomuziek. Eerst de Inventionen en zo steeds verder en moeilijker. Het was een geweldige leerschool, want ik zag die stukken dankzij Staier en Rovatkaj nu vanuit een heel ander perspectief. Ik begon motieven te herkennen en met elkaar te verbinden. Zoals het verlossingsmotief in de Prelude en Fuga in b mineur uit Boek 1 van Das wohltemperierte Klavier, dat terugkeert in dat ongelooflijke moment met de sopraan en twee fluiten uit de Matthäus Passie. Daarin drukt Bach met enorme passie uit dat Jezus ons verlost door zich door de anderen te laten vangen.” Ondanks zijn bijna bezeten speurtocht naar kennis en wijsheid, moet Levit weinig hebben van de ‘ouderwetse’ historische uitvoeringspraktijk, waarin de muziek versimpeld wordt tot een starre aaneenschakeling van statische sjablonen. Voor hem moeten Bachs noten zingen en juist van bloed, zweet en tranen zijn. Meer zingend dan pratend legt hij uit dat Josquin en Bach misschien nog wel grotere romantici waren dan Brahms of Chopin. “Niet voor niets noemde Schumann de muziek van Bach ‘onmeetbaar’. Bach is voor mij de meest intense en gevoelige. Luister naar de Bach van Masaaki Suzuki. Hij is mijn favoriete Bach-dirigent, onder hem branden alle noten. Ook bij Herrewege en Gardiner vind je geen strijkers met bloedarmoede. Bij hen leeft en zindert alles. Bach gaat voor mij niet over wel of niet vibreren en met of zonder pedaal spelen, want dan stop je hem voor je het weet in een kooi. Bach gaat over de kosmos en de diepste menselijke emoties. Bach is mijn held.” TEKST: WENNEKE SAVENIJE


NIEUW OP SONY CLASSICAL

It’s rare to find someone who is so open-minded. I can only work with soloists who are ready to collaborate with me on a concept, and very seldom have I experienced a reading of the work that developed so quickly. Nikolaus Harnoncourt

www.mozart.langlang.com

A total and joyful experience. Authentic in the most profound meaning of the word. The Sunday Times, August 2014

A faultless collection of Bach’s Partitas (…) performed here with a winning blend of sensitivity and forthrightness by Levit. The Independent, August 2014

Played with great mastery and intellect by Igor Levit. The Independent On Sunday, August 2014

Every note in these six Partitas crackles with life. The sound is bright and brilliant. The Observer, August 2014

Effortless brilliance and scrupulous integrity, affecting naturalness and self-effacing beauty. New York Times

This is something very special... There’s so much more to this than just exceptional playing; there’s a palpable sense of discovery, of living the music. Gramophone


WINNAAR BUMA BOY EDGAR PRIJS

Jeroen van Vliet

Een dromer met anarchistische trekjes Door de uitverkiezing van pianist en componist Jeroen van Vliet kent de Buma Boy Edgarprijs 2014 een even onverwachte als terechte laureaat. De winnaar van de belangrijkste Nederlandse onderscheiding op het gebied van jazz en ge誰mproviseerde muziek wordt getypeerd als een nederig mens en musicus met een volstrekt eigen kleuridioom en een authentiek verhaal.


WINNAAR BUMA BOY EDGAR PRIJS

“Het zou bijna arrogant zijn om te beweren dat ik een eigen idioom zou hebben”, stelt Jeroen van Vliet in een van zijn openingszinnen. “Mijn spel is gebaseerd op alles wat er aan mij is voorafgegaan en daar heb ik gewoon een keuze uit gemaakt. Ik behoor tot een veld waarin ik een positie heb ingenomen. Dus het begrip ‘een eigen idioom’ is maar heel betrekkelijk.” Het heeft er alles van weg dat de bescheiden Brabander de bloemrijke lofuitingen in het juryrapport enigszins wil nuanceren, en dat typeert hem tot op het bot. We zitten aan de keukentafel van zijn recent betrokken Tilburgse woning, waarvan hij zojuist de heilige graal heeft getoond: een losstaande, voormalige bakkerij achter het eigenlijke woonhuis. Beneden komt het glasatelier van vriendin Kaat en op de eerste verdieping: de studio. Van Vliet straalt. Er moet nog wat verbouwd worden, maar in gedachten zit hij al achter zijn recent verworven Steinway. Terug in de keuken borduurt hij weer verder op wat muziek nou precies voor hem is. “Met muziek kan ik uitdrukking geven aan wie ik ben – en dáár kom ik steeds dichter bij in de buurt. Vroeger had ik een vastomlijnd beeld van wie ik was of wie ik zou moeten zijn. Dat was een beeld dat voor een groot deel werd bepaald door de buitenwereld, tot de groep waartoe je zou willen behoren, of de egobehoeftes van mezelf. Nu laat ik dat vastomlijnde beeld steeds meer los en laat ik mij meer en meer beïnvloeden door wat ik zelf op een bepaald moment voel.”

Op slot In die vroege periode, zo rond de twintig lentes, liep hij dan ook vast. Op het conservatorium studeerde Van Vliet ‘klassiek’ piano omdat de jazzopleidingen nog niet bestonden. De discipline die hij daar moest opbrengen, stond haaks op de ‘speel-maar-wat-je-wiltdoctrine’ die hij vanaf zijn tiende had geleerd van zijn leraar Willem Kühne. Hij trad al op, won prijzen – op zijn negentiende al de solistenprijs op het Middelsee Jazztreffen – en kon de onvrijheid van zijn studie niet meer aan. Hij ging letterlijk op slot, zijn armen weigerden hun verdere medewerking en hij kon niet meer spelen. Van Vliet: “Gelukkig kwam ik toen terecht bij een therapeute die mij vertelde dat muziek een taal is die je nodig hebt om je uit te drukken al mens. Iets wat je met die ándere taal niet kunt. En als je dat niet kunt, dan word je ziek. Dat was voor mij een openbaring. Precies wat er met mij aan de hand was.” Jeroen van Vliet bracht recent OGU uit, een trioplaat met gitarist Bram Stadhouders en drummer Etienne Nelissen, een album met volledig geïmproviseerde muziek. Van Vliet vertelt dat die manier van spelen toch wel heel erg bij hem past. Wanneer we stellen dat hard-

core impro grenzeloos en wetteloos is, wat zegt dat dan over de mens van Vliet? Maakt hem dat dan tot een anarchist? De pianist grijnst en antwoordt: “Nou, ik ben wel erg gesteld op mijn vrijheid en ik ben een dromer. Die twee elementen zijn op OGU wel hoorbaar. Muziek is voor mij erg een gevoelsding. Daarom voel ik mij meer verwant aan pop dan aan academische muziek. Niet dat er geen gevoel in academische muziek kan zitten, maar de insteek is gewoon anders. Bovendien heb ik altijd al improvisatiemuziek willen maken met een ander akkoordinstrument. Dat is een uitdaging omdat de harmonieën van die twee instrumentalisten soms wel eens kunnen clashen. Natuurlijk speelt Bram ook erg melodisch, dat maakte hem tot de ideale partner.” Jeroen van Vliet heeft een gedegen scholing achter de rug. Hij studeerde af als Docerend Musicus, en daarna – hij kreeg les van Jasper van ’t Hof en Bert van den Brink – als Uitvoerend Musicus. Je zou zeggen dat onderwijssystemen haaks staan op wat een vrijheidsbeluste dromer met anarchistische trekjes eigenlijk nodig heeft. Van Vliet pareert die stelling met de opmerking ‘dat hij geluk heeft gehad’. “Willem Kühne heeft in mijn ‘kinderkoppie’ de knop ingedrukt die spelen wat ik zelf

“Formeel gezien ben ik niet zo’n goede pianist” leuk vond voor altijd mogelijk maakte. Tijdens die klassieke opleiding heb ik het inderdaad even moeilijk gehad, maar toen op het conservatorium de opleiding ‘geïmproviseerde muziek’ werd geïntroduceerd, zat ik weer goed. Daar gaf Willem Kühne ook les, maar die zei al snel tegen mij: ‘ik geef jou geen les meer, want je gaat te veel op mij lijken.’ Dus vanaf dat moment kon ik mijn eigen koers weer gaan bepalen. En die lessen bij Bert van den Brink wilde ik zelf graag omdat ik nodig had wat hij mij kon bieden. Formeel gezien ben ik niet zo’n goede pianist, omdat ik niet zo goed op de hoogte ben van het idioom. Je hebt van die jongens die echt alles kunnen spelen. Ik kan dat niet, en die beperking is misschien mijn kracht. Ik zie dat niet als een verdienste, maar als een eindresultaat – dat wil zeggen tot nu toe, want ik ga natuurlijk verder.”

PIANIST

119


WINNAAR BUMA BOY EDGAR PRIJS

Gespletenheid Wie het oeuvre van Jeroen van Vliet overziet, zou ook een milde vorm van schizofrenie kunnen waarnemen. Waanzinnig grooven op de Fender Rhodes bij Eric Vloeimans’ Gatecrash, zwelgen in mooie pianoklanken als solopianist, de dromerige totale vrijheid van OGU, de fantasierijke componist van Sikeda, steunpilaar van het sterrencollectief ESTAFEST – hoeveel Jeroen van Vliets zijn er eigenlijk? Schizofrenie wil de pianist zich niet aan laten wrijven: al die onderdelen horen bij zijn persoonlijkheid. “Ik streef er wel naar om tot een soort synthese te komen. Ik heb daarvoor een nieuw bandje aangekondigd, waarvoor zelfs al optredens zijn geboekt. Maar ik heb nog geen idee wat dat gaat worden of met wie ik dat ga doen. Dit is de eerste keer dat ik het zo doe en dat vind ik ontzettend spannend. Het enige wat ik voel is dat ik terug wil naar eenvoud. Ik heb ooit iets gedaan met Kristina Fuchs, die had Zwitserse volksliedjes gearrangeerd. De eenvoud sprak mij enorm aan. Die eenvoud vond ik ook terug in de muziek van e.s.t., het trio van pianist Esbjörn Svensson. Ik wil met fijne, eenvoudige, aansprekelijke muziek mensen bereiken. Dat is denk ik de fase is waar ik nu in zit: terugkeren naar de essentie van de muziek.”

Moed Van Vliet erkent dat er veel moed voor nodig is, om in de muziek terug te keren tot de essentie. “Jazz kan inderdaad erg cosmetisch zijn. Je kunt de esthetiek zó

120

PIANIST

oppoetsen, of de complexiteit zo opvoeren, dat de luisteraar wordt verblind. Je maakt dan indruk met de opsmuk, en niet met de inhoud. In die opsmuk schuilt vaak de kern of de waarheid niet.” Heeft de mens Van Vliet soortgelijke evolutie doorgemaakt? Durft die ook ‘naakter’ door het leven te gaan? “Zeker”, beaamt hij. “Ik durf, zoals ik al eerder zei, dichter bij mezelf te blijven. Toen ik 19 was, hield ik mij vast aan waarheden die bepaalden hoe ik moest zijn. Zoals je in het leven vooral leert wat je allemaal niet weet, leer je ook wat allemaal niet waar is.” We willen weten of Van Vliet daarmee veronderstelt dat er zoiets als een waarheid is? Oftewel: waar staat de pianist spiritueel gezien? Of er een waarheid is, dat zou hij echt niet weten. En hij heeft al moeite met het woord spiritualiteit zelf. “Dat woord suggereert al dat er zoiets als een godheid is en daar wil ik verre van blijven.” En of muziek daar dan iets mee te maken zou kunnen hebben weet hij ook niet. “Als er hier op aarde een collectief hier en nu besef zou zijn, dan is muziek wel een vergroting van dat collectieve bewustzijn. Het ervaren van muziek is als een stap de andere kant op. En dat zou kunnen voelen als een ander universum, alsof je iets goddelijks hebt aangeboord. Maar met dat woord goddelijk heb ik het moeilijk, daar wil ik mijn vingers niet aan branden omdat ik niet weet wat het is. Het enige wat ik wel weet, is dat die plek mij heel gelukkig maakt en dat ik het fijn vind dat ik daar af en toe mag zijn.” TEKST: RUUD MEIJER


PIANIST 1e JAARGANG / NR. 2

COLOFON  ianist is een uitgave P van uitgeverij BCM Esp 101 5633 AA Eindhoven Tel.: 040-8447644 Uitgever Eric Bruger Henk Bruger Sr. Founder BCM Hoofdredacteur Jan Vredenburg e-mail: Pianist@bcm.nl Eindredactie Teun van Rooij Susanne Buijze (stagaire) Sander Zwiep (recensiekatern) Vormgeving Rik Janssen Publiciteit Peter Schrijver Tel.: 040-8447632 Mobile: +31653 21 15 35 E-mail: p.schrijver@bcm.nl

VOLGENDE EDITIE Nummer 1 / 2015 verschijnt op 13 februari en is los verkrijgbaar in de betere boekwinkel, bij uw pianovakhandelaar of bel voor een abonnement 0857600237 / e-mail: abonnement@bcm.nl

Uit het hoofd spelen Je gaat zitten, je speelt de meest prachtige stukken uit je hoofd en in een mum van tijd staan er drommen toehoorders om je heen, waarna een klaterend applaus je beloning is. Uit het hoofd spelen van muziek is echt niet zomaar iets en deze discipline is dan ook nog geen 200 jaar oud. Voor vele generaties pianisten en luisteraars lijkt het de meest natuurlijke speelwijze die er bestaat. Toch is het niet iets dat je zo maar even uit de mouw schudt. Olga de Kort-Koulikova schrijft hier een artikel over in de volgende editie.

Aanlevering Advertenties BCM, sales support Sia Eltink Tel.: 040- 8447667 E-mail: Support@bcm.nl Redactieadres Pianist Postbus1392 5602 BJ Eindhoven Tel.: 040- 8447644 E-mail: Pianist@bcm.nl Marketing / P.R. Anouk Leenders a.leenders@bcm.nl Samenwerkende instanties VvPN, NPMB, EPTA Medewerkers Daria van den Bercken, Frank Bonarius, Margaretha Coornstra, Marjolijn de Cocq, Joost Galema, Frits Ham, Agnes van der Horst, Paul Jansen, Olga de Kort-Koulikova, Christo Lelie, Ruud Meijer, Hannes Minnaar, Marietta Petkova, Emanuel Overbeeke, Frans Bernard van Riel, Teun van Rooij, Hans Quant, Siebe Riedstra, Wenneke Savenije, Eric Schoones, Emile Stoffels, Marcel van Tilburg, Aad van der Ven, Jeroen Zuidwijk Fotografie / Illustraties Carolien Sikkenk, Esther van Berk, Wouter Kooken, Joost Leijen Directie Luister BV Eric Bruger Abonnementen Pianist verschijnt 4x per jaar, elk nummer inclusief partituur. Een jaarabonnement kost € 19,= incl. BTW BCM Abonnementen Service Mirjam Schoenmakers tel.: 085-7600237 e-mail: abonnement@bcm.nl Een abonnement kan op ieder gewenst moment ingaan en dient twee maanden vóór de vervaldatum schriftelijk te ­worden opgezegd. Copyright 2014 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

122

PIANIST

Cremona In het laatste weekend van september werd in het Italiaanse Cremona de jaarlijkse Cremona Mondomusica gehouden. Op deze grootse beurs van handgemaakte muziekinstrumenten stond, net zoals vorig jaar, ook de piano groots in de spotlight. Wij waren er, maakten er voor u een prachtig beursverslag van en geven u alvast een voorproefje van wat er de volgende keer te zien is.

Pianoduo Festival Amsterdam We waren te gast bij de tweede jaargang van Pianoduo Festival Amsterdam. Vijf dagen klassiek, jazz en tango voor vier handen op twee vleugels met de crème de la crème uit de internationale wereld van de pianoduo’s. Een schitterend festival dat ruim aandacht verdient. In de komende editie heeft Wenneke Savenije dan ook een diepgaand interview over het hoe en waarom met Lestari Scholtes, de drijvende kracht achter dit nog jonge festival.


Pianist  
Pianist  
Advertisement