Page 1


Colofon Uitgave TOP Delft en Werkplaats Spoorzone Delft, maart 2015 Het Techniek Ontmoetingspunt Delft (TOP) is een door burgers ge誰nitieerd platform voor informatieoverdracht, discussie en debat over innovatie, technologie en creativiteit. TOP richt zich op de stad Delft en omgeving. Werkplaats Spoorzone Delft (WeSD) is een non-profit vereniging, opgericht door burgers van Delft met het doel bewoners en bestuurders van Delft te betrekken bij de verandering van de Spoorzone. Auteur Rinske Wessels, programmaleider Gebruik de Lege Ruimte Eindredactie Eric Burgers | Tekst & Redactie Vormgeving Barteld Riemeijer | bcde.nl

Deze publicatie is financieel ondersteund door de volgende partijen: Spoorzone Delft, Gemeente Delft, Fonds 1818


Inhoud Inleiding 02 Gebruikte ruimte 06 • Programma Gebruik de Lege Ruimte • Pionieren in De Delftse Hout • Kunst in de wijken – Veld 23 • Monument te koop • Het Prinsenkwartier: de som der delen • Werkplaats Spoorzone Delft

06 14 17 19 21 24

Gebruik de ruimte!

27

1


Inleiding

“For the times, they are a-changin” Bob Dylan, 1964 Lege plekken in de stad, ze zijn een teken des tijds. Door economische tegenspoed en een krimpende overheid zijn kantoren, winkels en buurthuizen leeg komen te staan. Gronden liggen braak doordat, als gevolg van een haperende vastgoedmarkt, geplande gebiedsontwikkelingen en bouwprojecten meer tijd vergen. Of helemaal uitblijven. Een economische crisis laat nu eenmaal sporen na. Maar er is meer aan de hand. Veranderende betrekkingen tussen overheid en burger, digitalisering, vraagstukken op het gebied van voedselproductie, energiegebruik en klimaatverandering: ze bepalen in steeds hogere mate hoe stedelijke gemeenschappen functioneren en hoe de stedelijke ruimte wordt ingericht en gebruikt. Wie maakt de stad? In het licht van deze dynamiek is de vraag hoe de stad verandert en wie de veranderingen vormgeeft meer dan voorheen een met de stedelijke gemeenschap gedeelde vraag. Waar overheden, institutionele beleggers, projectontwikkelaars en woningcorporaties minder initiëren dan wel minder investeren en waar grootschalige ontwikkeling en nieuwbouw uitblijven, ontstaat ruimte voor ideeën en initiatieven van burgers, ondernemers en, bijvoorbeeld, culturele instellingen voor invulling van de stedelijke ruimte. Zij zijn evengoed stadmakers, die 2


in de vorm van kleinschalige, tijdelijke programmering en (her)bestemming een alternatief bieden voor lege plekken en leegstaande gebouwen. Deze praktijk, waarin meer disciplines zijn betrokken, levert een breder en meer gelaagd speelveld en een andere dynamiek op. Stedelijke ontwikkeling wordt niet uitsluitend ‘van bovenaf’, soms ‘van onderop’ en in ieder geval steeds vaker van beide kanten in gang gezet. Ontwerpers, kunstenaars, avontuurlijke ondernemers, maatschappelijk betrokken burgers, buurtverenigingen: al dan niet in georganiseerd verband zien ze mogelijkheden om nieuwe of andersoortige functies te creëren, aansluitend op de eigen behoeften. Ze bepalen zodoende mede hoe de leefomgeving eruitziet en hoe de stad functioneert. Gemeentebesturen en woningcorporaties onderkennen deze mogelijkheden in toenemende mate, vragen om ideeën en ondersteunen initiatiefnemers. Soms ontstaat een vorm van co-creatie. De gangbare programmering van de stad, waarin functies duidelijk zijn gedefinieerd en gescheiden (woonwijk, bedrijventerrein, winkelcentrum) maakt plaats voor een meer organische programmering. Institutionele grenzen vervagen, publieke en private domeinen overlappen en fysieke ruimte krijgt vaker vanuit gemeenschappelijke belangen een functie toegekend. Zie bijvoorbeeld de opkomst van stadslandbouw in de Randstad, de transformatie van voormalige industriële panden, scholen en kerken tot broedplaatsen voor kunstenaars en creatieve ondernemers, en de pop-upwinkels en -restaurants die overal in het land als paddenstoelen uit de grond schieten. Vallen en opstaan Hoe deze beweging tot stand komt, is per geval anders. Dikwijls is sprake van een proces van geven en nemen, een praktijk van vallen en opstaan. Verschillende partijen in het speelveld – overheid, burger, corporatie, ontwikkelaar – willen wel samenwerken maar koesteren uiteenlopende verwachtingen of hebben te kampen met tegenstrijdige belangen. Hoe een initiatief gefinancierd wordt, is een cruciale vraag die soms echter te lang onbeantwoord blijft. 3


Algemene spelregels ontbreken dus moet men met elkaar het wiel uitvinden. De praktijk zal het leren, kortom. Het is daarom zinvol voor alle betrokkenen om het geleerde, waar ervaring is opgedaan, te benoemen en ter harte te nemen.

Luchtfoto Spoorzone Delft - Foto: R.van Bree

De praktijk in Delft In Delft zijn in de afgelopen jaren verschillende initiatieven vanuit de gemeenschap ontstaan, al dan niet aangezwengeld of ondersteund door de gemeente. Elk van deze initiatieven heeft de ontwikkeling van de stad op de een of andere manier 4


beïnvloed. Vooralsnog in bescheiden mate. Niettemin is het belangrijk om te leren van deze praktijk. Zo hebben de twee burgerplatforms Werkplaats Spoorzone Delft (WeSD) en Techniek Ontmoetingspunt (TOP) naast de eigen activiteiten een gezamenlijk programma in het leven geroepen om bouwgrond in de Delftse spoorzone die niet direct in ontwikkeling wordt gebracht, een tijdelijke functie te geven. Het programma, Gebruik de Lege Ruimte (GLR), heeft een stroom van ideeën uit de Delftse gemeenschap opgeleverd. Twintig zijn er uitgewerkt tot een plan. Toch heeft dit tot slechts tot één structurele ruimtelijke ingreep geleid. Wel heeft het programma het denken over tijdelijk gebruik van gronden onder de officiële plannenmakers beïnvloed. WeSD heeft vanaf 2006 allerlei culturele activiteiten in en om de spoorzone georganiseerd om de bouw van een spoortunnel in het hart van de stad te vieren en bewoners van Delft bij het jarenlange bouwproces te betrekken. TOP en de gemeente hebben de handen ineengeslagen om, door middel van een prijsvraag, een degelijk plan voor een tijdelijke invulling van een braakliggend terrein in het recreatiegebied De Delftse Hout boven tafel te krijgen. Met succes. Kunst in de Wijken, een cultuurprogramma van de gemeente, heeft in de Harnaschpolder, een woonwijk in ontwikkeling, samen met nieuwe bewoners activiteiten ontplooid op een nog leegstaand bouwveld. Diverse Delftse organisaties en ondernemers hebben het voormalige Museum Nusantara eigenhandig een nieuwe bestemming gegeven. Het Prinsenkwartier is een publieksgerichte verzamelplaats van activiteiten op het gebied van cultuur en innovatie. En een groepje Delftse particulieren heeft de krachten gebundeld om tot een plan te komen voor herbestemming van een Rijksmonument. In deze publicatie leest u meer over deze voorbeelden van ‘stadmaken’. Aansluitend staat beschreven welke inzichten deze praktijk oplevert. TOP en WeSD, de afzenders van dit boekje, hopen hiermee een voedingsbodem te bieden voor verdere discussie over én toepassing van gemeenschappelijke ontwikkeling. In Delft én daarbuiten. 5


Gebruikte ruimte Programma Gebruik de Lege Ruimte In oktober 2011 lanceren de twee burgerinitiatieven Werkplaats Spoorzone Delft (WeSD) en Techniek Ontmoetingspunt (TOP) in samenspraak met gemeente Delft en projectorganisatie Spoorzone Delft het programma Gebruik de Lege Ruimte, werkplaats voor de tussentijd in Spoorzone Delft. Met het oog op tijdelijke gebiedsontwikkeling en verlevendiging van het spoorzonegebied worden Delftenaren uitgenodigd goede ideeën in te dienen en, in een volgende fase, hiervoor plannen uit te werken. Het programma bestaat uit drie delen. In deel 1 worden mensen geïnformeerd over de doelstelling en uitgenodigd deel te nemen door een idee aan te leveren. Op een startbijeenkomst volgen drie brainstormsessies, in oktober en november 2011. Deel 1 levert bijna 50 ideeën op, afkomstig uit de Delftse gemeenschap, en wordt afgesloten op 21 december 2011 met een presentatie en een discussie over de plannen (Parade van Plannen). Deel 2 bestaat uit een aantal bijeenkomsten: de plannenmakers krijgen advies en ondersteuning zodat zij hun idee verder kunnen uitwerken tot een projectbeschrijving. Deel 2 wordt eind 2012 afgesloten met een symposium en een presentatie van de plannen. De plannen worden overhandigd aan de portefeuillehouder van gemeente Delft. De kwantitatieve opbrengst van deel 1 en 2 van Gebruik de Lege Ruimte en het enthousiasme onder verschillende doelgroepen voor plannen voor de tussentijd zijn bemoedigend. 6


Ontvangst Plannen voor de Tussentijd in Spoorzone Delft. Foto: Nicolette de la Rambelje (Links: wethouder Lucas Vokurka. Rechts: programmaleider GLR Marjan van Gerwen)

Daar staat tegenover dat de ontwikkeling van het merendeel van de plannen minder vlot verloopt dan verwacht. Ook zijn de randvoorwaarden voor realisatie nog niet duidelijk genoeg. Ondanks de groeiende samenwerking met Spoorzone Delft is er nog geen strategie waarmee de samenhang en kwaliteit van een programmering van de tussentijd wordt gegarandeerd en de gezamenlijke uitwerking van plannen wordt gewaarborgd. De actieve participatie uit de stad moet nog verder worden aangehaald. Dit zijn voor WESD en TOP de belangrijkste redenen om met Gebruik de Lege Ruimte een derde fase in te gaan. GLR wil in de derde fase een bijdrage leveren aan de realisatie van plannen. Het GLR-platform biedt initiatiefnemers ondersteuning bij de verdere vertaling van het projectplan naar een businessplan. Verder wordt met alle initiatiefnemers en de projectleider van het Tussenstation (gemeentelijk loket) een overleg gevoerd om de kansen en belemmeringen voor uitvoering in kaart te brengen en de faciliterende rol van Spoorzone Delft dan wel de gemeente Delft per project te definiĂŤren. 7


Gebruik de Lege Ruimte stelt zich met dit programma drie doelen: 1. realisatie van ideeën, de ‘spade in de grond’; 2. zorgen voor kwaliteit en samenhang in de tussentijd; 3. een impuls geven aan de gebiedsontwikkeling. Marjan van Gerwen, programmaleider GLR: ”We doen hier niet wat leuks totdat het echte werk begint, we zetten de eerste stap in de ontwikkeling van het gebied.” Impuls gebiedsontwikkeling De rol die GLR op zich neemt is die van bemiddelaar tussen initiatiefnemers en overheid. Hiertoe zoekt GLR samenwerking met de gemeente Delft, in het bijzonder het gemeentelijk Ontwikkelingsbedrijf Spoorzone Delft (OBS). GLR breekt een lans voor de baten van tijdelijke gebiedsontwikkeling en pleit voor een aanspreekpunt voor initiatiefnemers. Dit komt er. Het Tussenstation is het gemeentelijk loket voor ideeën, plannen, vragen en spelregels rond de invulling van tijdelijk beschikbare locaties in het spoorzonegebied. Tijdelijke gebiedsontwikkeling wordt ook als thema uitgewerkt in het Integraal Ontwikkelingsplan 2015, Nieuw Delft. De bijdrage die GLR hieraan kan leveren wordt expliciet benoemd. De gemeente stelt een aantal duidelijke randvoorwaarden aan tijdelijk gebruik. Voorziene functies moet niet of in onvoldoende mate in Delft aanwezig zijn en initiatiefnemers mogen niet concurreren met bestaande ondernemers. Tijdelijke initiatieven mogen permanente ontwikkeling ook niet in de weg zitten. Kees Ruijgrok, voorzitter WeSD: “Wij zijn in de rol van makelaar en bemiddelaar gestapt omdat we vonden dat die nodig en nuttig was, maar die rol moet door de initiatiefnemer en het gemeentelijk Ontwikkelingsbedrijf wel als nodig en nuttig worden beschouwd, anders ben je een derde wiel aan de wagen.” Gebruik de Lege Ruimte slaagt er in tijdelijke gebiedsontwikkeling op de kaart te zetten. Zowel het aantal ingebrachte ideeën als de hoge mate van betrokkenheid van inwoners van Delft geeft een impuls aan gebiedsontwikkeling in de 8


spoorzone. Om echter tijdelijke gebiedsontwikkeling in te zetten als start voor de uiteindelijke gebiedsontwikkeling in ruimtelijke zin, is nog een brug te ver. Ambities De gemeente heeft vanaf het begin aangegeven te willen meewerken, mits er serieuze, haalbare en zakelijk goed onderbouwde plannen worden gesmeed. Daarnaast pleit de gemeente voor een groeimodel in plaats van ontwikkeling in één keer. Voor veel initiatiefnemers blijkt het te veel gevraagd om ideeën en projectbeschrijvingen om te zetten naar concrete ondernemersplannen, inclusief onderbouwde kostenplaatjes. De benodigde ervaring ontbreekt. Hiervoor is professionele begeleiding vereist. GLR opent voor een aantal projecten wel de deur naar subsidie, door middel van speeddates met de fondsenorganisaties. De programmaorganisatie van GLR is echter te klein, de benodigde inspanning te intensief en tijdrovend, om de vereiste begeleiding te kunnen bieden. De mate van zelfredzaamheid van initiatiefnemers en de slagvaardigheid van het programma blijken onvoldoende om de gestelde ambitie op het gebied van kwaliteit en samenhang te verwezenlijken. Jan Bloemberg, bestuurslid TOP: “De burgerinitiatieven hebben een nog beperkte slagkracht. GLR heeft relatief veel geld gekregen van de gemeente en andere instanties, maar we hebben te weinig aandacht gehad voor het ondernemer­ schap dat nodig is om ideeën tot een succes te maken.” De stedelijke gemeenschap meer bij de ontwikkeling van de spoorzone betrekken, vraagt ook veel van het gemeentelijk ambtenarenapparaat. Er moet worden gezocht naar nieuwe vormen van samenwerking met burgers en ondernemers. De gemeente probeert initiatieven voor tijdelijk gebruik te stimuleren. Met het Tussenstation beoogt ze initiatiefnemers een loket te bieden, plannen te verzamelen en te beoordelen. Met alle initiatiefnemers voert zij gesprekken over de haalbaarheid van plannen. Deze inspanningen vergen de nodige tijd en geld, en staan haaks op de bezuinigingsopgave van de gemeente en op een slinkend ambtenarenapparaat. Ook 9


blijken minder bouwvelden beschikbaar te zijn voor tijdelijk gebruik dan aanvankelijk wordt gedacht. Jan Brouwer, bestuurslid TOP: “Ik was onder de indruk van het grote aantal prima initiatieven dat bij dit project naar voren kwam. Goede ideeën omzetten in tijdelijke projecten en daarvoor de ruimte geven is echter iets dat door alle parijen geleerd moet worden. Er zullen nog genoeg kansen komen” Spade in de grond Uit de verschillende ideeën en plannen komen drie concrete projecten voort: Tingelen, Hoorbare Herinneringen en de Delftse PROEFtuin. De initiatiefnemers van plannen voor stadslandbouw en biologisch tuinieren voor en door inwoners van Delft verenigen zich in stichting Groenkracht. Groenkracht zet letterlijk de spade in de grond. In het voorjaar van 2015 gaan vele vrijwilligers aan de slag op Veld 8, het enige door de gemeente beschikbaar gestelde bouwveld, met de aanleg van een stadsproeftuin. Het initiatief Tingelen betrekt de buurt bij invulling van de publieke ruimte. De initiatiefnemers van Hoorbare Herinneringen geven een meer artistieke invulling aan de uitnodiging om de lege ruimte gebruiken. Marjan van Gerwen, programmaleider GLR: “Bij de aanleg van een tuin heb je veel meer tijd om in de rol van stadmaker te groeien en je aan te passen aan omstandigheden, dan wanneer je in één keer een fysiek object maakt en plaatst. Groenkracht laat zien wat organische ontwikkeling vermag.” Delftse PROEFtuin Stichting Groenkracht is opgericht in 2012 om mensen in Delft en de nabije omgeving bekend te maken met de productie en consumptie van duurzaam voedsel. De stichting is betrokken bij de aanleg en het gebruik van verschillende permacultuurtuinen in en rond Delft. In de permacultuur staan biodiversiteit, zelfvoorziening en functionele relaties tussen de tuinelementen, de gebruikers en de locatie centraal. Tuinen en plukplekken zijn dan ook wisselend op initiatief van buurtbewoners, scholen, woningcorporaties en de gemeente tot 10


Start aanleg van de Delftse Proeftuin op Veld 8 - Foto: Rutger Spoelstra

stand gekomen. Medewerkers van Groenkracht zijn actief in verschillende stadswijken en hebben ervaring opgedaan met buurt- en burgerinitiatieven. De stichting beschikt over een uitgebreid sociaal netwerk en heeft naamsbekendheid opgebouwd onder de bevolking van Delft. Stichting Groenkracht heeft zelf het initiatief genomen tot de aanleg van de Delftse PROEFtuin: een pluktuin, een boomen plantenkwekerij, een ontmoetingsplek en een educatief kenniscentrum. Met het Ontwikkelingsbedrijf Spoorzone Delft (OBS) is een gebruikersovereenkomst getekend voor Veld 8, gelegen in de hoek van de Papsouwselaan en de Westlandseweg. In de periode van september 2012 tot november 2014 heeft Groenkracht fondsen geworven voor de Delftse PROEFtuin. Crowdfunding, subsidies en sponsorgelden van verschillende bedrijven maken de aanleg mogelijk. De bedoeling is dat de PROEFtuin, centraal in de stad gelegen, gaat fungeren als een natuurlijk brandpunt in een groeiend netwerk van tuinen en plukplekken. En als ontmoetingsplaats van Delftenaren, bedrijven en maatschappelijke instellingen. De tuin wordt in het voorjaar van 2015 aangelegd. Zo’n 30 vrijwilligers helpen de PROEFtuin tot stand brengen. Ongeveer 200 supporters hebben een financiÍle bijdrage geleverd. 11


Esmeralda van Tuinen, oprichter Stichting Groenkracht: “Burgerinitiatieven zoals de PROEFtuin worden nogal eens afgeschilderd als sociale idyllen. Alsof er van alles gebeurt louter op basis van goede wil. Zo werkt het niet. Het is knokken geblazen. Je moet alles zelf ontdekken en van de grond af opbouwen. Je ideeën en bedoelingen duidelijk blijven uitdragen, crowdfunding en andere financieringsmiddelen organiseren, onderhandelen met de gemeente en andere partners, medewerkers en vrijwilligers werven én aansturen: het kost veel tijd en energie. Je moet bereid zijn tegenvallers te slikken en je plannen bij te stellen. Dat is de realiteit van stadmaken.”

Buurtkinderen planten bloembollen - Tingelen - Foto: Ron Blom

Tingelen Het project Tingelen is bedacht vanuit de idee en de urgentie om omwonenden, ondernemers en organisaties te betrekken bij het creëren van tijdelijke publieke ruimte op vrijgekomen plekken in de spoorzone. Het initiatief heeft voor 2014-2015 een activiteitenfinanciering van Stichting Doen ontvangen. Hiermee worden activiteiten in en rondom Veld 8 mogelijk gemaakt: een tekenwedstrijd met bloemen voor kinderen, die een kunstwerk voor het trafohuisje heeft opgeleverd, 12


en een gezamenlijk versierde kerstboom voor de buurt. De aanleg van een trapveldje ligt in het verschiet. Tingelen werkt samen met Groenkracht om met buurtbewoners een ontmoetingsplek te creĂŤren. Ook komt er een mededelingenbord voor de buurt.

Maaksessie Herrie: Horen met Andere Oren - Hoorbare Herinneringen - Foto: Taufan ter Weel

Hoorbare Herinneringen Op het raakvlak van geluidskunst en stedelijk onderzoek bevindt zich het idee om op verschillende plekken in de spoorzone geluiden vast te leggen en te verweven tot composities die de transformatie van het gebied door de tijd heen hoorbaar maken. In Hoorbare Herinneringen werken bewoners, kunstenaars en initiatiefnemers samen aan een gezamenlijke analyse van eigen leefomgeving. Zo worden behalve omgevingsgeluiden herinneringen van Delftenaren aan de spoorzone ten gehore gebracht. Dit gebeurt onder meer aan de hand van twee geluidswandelingen en een klankinstallatie. Ook zijn twee maaksessies met schoolkinderen georganiseerd. Alle geluidsbestanden zijn via het web voor iedereen beschikbaar. Het project, in feite een serie deelprojecten, beslaat de periode 2012 tot 2017.

13


Pionieren in De Delftse Hout In recreatiegebied De Delftse Hout komt in 2013 een terrein van 2,3 ha braak te liggen. De gemeente is voornemens het terrein via een prijsvraag vijf tot tien jaar te verhuren aan creatieve en ondernemende burgers. Voorafgaand aan de officiële procedure vraagt de gemeente aan TOP, als onafhankelijke partij met een netwerk in de Delftse samenleving, doelgroepen te benaderen en, bij wijze van voortraject, twee workshops te organiseren. Dit proces mondt uit in een aantal burgerinitiatieven en, uiteindelijk, in een huurovereenkomst. Op 31 mei 2015 gaat de particuliere Stadstuinderij BuitenLeeft van start. In de eerste workshop (2013) staan idee- en initiatiefvorming centraal. Maar liefst 65 belangstellenden laten zich informeren over de voorgenomen ontwikkeling en brengen ideeën in. Uit de workshop komen 5 collectieven naar voren. Zes weken later volgt een tweede workshop, bedoeld om initiatiefnemers te ondersteunen in het maken van een businessplan. Na een presentatie voor alle aanwezigen gaan de deelnemers met experts uit diverse disciplines in overleg over hun plan. Hiermee wordt de begeleiding door TOP afgerond. Michiel Brouwer, projectleider Proeftuin Delftse Hout: “Als de gemeente rechtstreeks om een businesscase had gevraagd, zouden alleen professionele partijen een bod hebben kunnen uitbrengen. De workshops van TOP hebben tot doel geïnteresseerde burgers, die niet gewend zijn om projecten te ontwikkelen, te helpen een plan te maken. Een leuk idee is echter niet voldoende, je moet het zelf verder willen en kunnen brengen. Met deze aanpak is de ondernemende burger bereikt.”

14


Van idee naar realisatie en positionering inzet TOP Schema: Michiel Brouwer

Gepaste plannen Het is vervolgens aan de initiatiefnemers om twee realistische business cases (voor 5 respectievelijk 10 jaar) in te dienen. Het plan moet passen in het Bestemmingsplan Delft Oost, voldoen aan wet- en regelgeving voor onder meer parkeren en (sociale) veiligheid. Het bouwrijp en gebruiksklaar maken 15


van het terrein moet in het financieel plaatje zijn meegenomen. In oktober 2014 worden uiteindelijk vier plannen bij de notaris ingeleverd, waarvan er twee afkomstig zijn van partijen die niet in het voortraject hebben meegedaan. Het winnende plan, dat hoog scoort op de criteria re-integratie, duurzaamheid en creativiteit, komt van Stichting BuitenLeeft, een initiatief van twee ondernemers. BuitenLeeft heeft aan beide workshops deelgenomen. Interessant is dat BuitenLeeft twee jaar eerder in een vergelijkbare prijsvraag van de gemeente Den Haag had meegedraaid. De initiatiefnemers waren bekend met het proces, veel denkwerk was al verricht en de planvorming bevond zich in een gevorderd stadium. Er was financiële ruimte gecreëerd om een professionaliseringsslag te kunnen maken. In de onderhandeling (contract voor 5 jaar) heeft de projectleider van de gemeente Delft de broodnodige vertaalslag kunnen maken van burgerinitiatief naar gemeentelijk apparaat. Margriet Knospe, een van de oprichters Stichting BuitenLeeft: “Wichert Noordeloos, de therapeut, en ik werken samen als een collectief. Wij verdienen straks hetzelfde. De therapie kan niet groeien zonder goede tuin of begeleider en vice versa. Wij dragen elkaar. Die vorm van economie, met elkaar samen werken, dat is er nog niet.” Aan de slag BuitenLeeft is van zins om op het terrein een therapiecentrum, een pluktuin en een zelfoogst-tuin tot stand te brengen. Dit gebeurt niet zonder slag of stoot. Bij oplevering van het terrein blijkt de grond niet goed gesaneerd. Uitdagingen waar BuitenLeeft met gemeente Delft uit probeert te komen. Op basis van een tijdelijk huurcontract van 5 jaar kan een investering in een nieuw gebouw niet worden terugverdiend. BuitenLeeft gaat daarom een nauwe band aan met het gemeentelijk werkleerbedrijf, de voormalige gebruiker van het terrein, dat naast het terrein een gebouw heeft. Het initiatief steunt op meer mensen dan de initiatiefnemers alleen. In 2015 neemt een groep van twintig sympathisanten de aanleg en realisatie van de tuinderij op zich. 16


Plaatsing van de kas op het terrein Buitenleeft - Foto: Magriet Knospe

Kunst in de Wijken Veld 23 Ten westen van Delft krijgt nieuwbouwwijk Harnaschpolder langzaam maar zeker vorm. In het kader van het gemeentelijk cultuurprogramma Kunst in de Wijken werken kunstenaars, bewoners en Stichting DelftsPeil samen in een meerjarig programma ter bevordering van de leefbaarheid en sociale samenhang in de wijk. Op bouwveld 23, een stukje ‘wachtend land’, worden verschillende activiteiten georganiseerd. Een wijkbeheerder fungeert 2,5 jaar lang, twee middagen per week, als aanspreekpunt en coördinator voor bewoners. Samen met en mede op initiatief zowel bewoners als medewerkers en kinderen van de Gabriëlschool, openbare basisschool De Schatkaart en de kinderdagopvang De Zeeparel brengt Kunst in de Wijken van 2012 tot in 2014 een gevarieerd programma tot stand, gebaseerd op de thema’s ‘sport’, ‘groen’, ‘cultuur’ en ‘bouwen’. Van speurtochten, zaai- en oogstfeesten tot de bouw van een huttendorp en de aanleg van een gemeenschappelijke moestuin. Ten slotte wordt het 17


Een Veldwegwandeling - Foto: Laura de Haan

geluidssculptuur De Veldweg van Hieke Pars samen met buurtbewoners gerealiseerd. Het hoorbare kunstwerk bestaat uit 56 windgeluidbuizen op een platform. Aan weerszijden loopt een getimmerd houten pad vlak boven het maaiveld het omringende land in. Na de beëindiging van het programma nemen bewoners het beheer van de moestuin over. Van het hout van de geluidssculptuur, een tijdelijk kunstwerk, worden tuinbankjes getimmerd. Geen icoon Sommige plannen komen niet verder dan het papier. Met architect Winy Maas wordt onderzocht of op Veld 23 het eerste en enige wilgentenenhuis van Nederland kan komen te staan. Dit plan blijkt om redenen van risicobeheersing niet levensvatbaar. Volgens Nathalie van der Hak, medewerker Kunst in de Wijken, een gemiste kans: “Hiermee had je een icoon gecreëerd met een enorme aantrekkingskracht. Ook mensen buiten Delft zouden hierdoor geïnteresseerd zijn geraakt in de Harnaschpolder en hadden er dan wellicht een huis willen bouwen!“

18


Monument te koop

Armamentarium te koop - Foto: hwrk.nl

Het is 2014. Het Rijksvastgoedbedrijf is begonnen aan de afstoot van een forse hoeveelheid vastgoed. In de binnenstad van Delft staat het Armamentarium te koop, een monumentaal gebouwencomplex uit de Gouden Eeuw. Het voormalig onderkomen van het Legermuseum wacht op een nieuwe bestemming. Ondernemende Delftenaren pakken de handschoen op en maken op eigen houtje een doortimmerd plan. 19


De kaders voor herontwikkeling liggen vast in een samenwerkingsovereenkomst tussen het Rijk en gemeente Delft. GeĂŻnteresseerden kunnen een totaalvisie op herontwikkeling indienen. Deze moet recht doen aan het historische karakter van het complex. De visie moet mede invulling geven aan de bestemming ‘creatief grachtengebied’. Op eigen kracht Verschillende betrokken Delftenaren zien mogelijkheden voor een nieuwe, bij de locatie en de waarden van de stad gepaste bestemming. Twee stichtingen ontwikkelen elk een plan. Het ene is vooral gericht op de cultuurhistorische aspecten van Delft, het andere meer op het innoverende, onderzoekende en duurzame karakter van de kennisstad. Dit tweede plan wordt uitgewerkt tot een integraal, tot in de puntjes uitgewerkt voorstel. De drie initiatiefnemers slagen erin hierbij deskundigen uit verschillende disciplines te betrekken: stedenbouwkunde, architectuur, evenementenorganisatie, bedrijfskunde, financiering en communicatie. Deze burgers en ondernemers dragen hun kennis en ervaring vrijwillig aan: goodwill voor een gedeeld belang. Zo maakt de stedelijke gemeenschap het op eigen kracht mogelijk dat een iconisch gebouw een tweede leven krijgt. Met nieuwe functies die de hele stad ten goede komen. De initiatiefnemers dienen het voorstel uiteindelijk bij het RVB in ter beoordeling. Dit doen zij samen met een strategische partner gespecialiseerd in herontwikkeling van monumentaal vastgoed.

20


Prinsenkwartier – Foto: Prinsenkwartier

Het Prinsenkwartier: de som der delen Wanneer voor gemeentelijk museum Nusantara in 2013 het doek valt, worden alternatieve bestemmingen overwogen voor het 1200 m2 tellende pand aan het St Agathaplein. Uiteindelijk komt het schuin tegenover Museum Het Prinsenhof en aan de rand van de spoorzone in ontwikkeling gelegen Rijksmonument in handen van een aantal gedreven Delftse stichtingen en organisaties. Hen staat een gezamenlijk centrum voor kunst, cultuur, techniek en innovatie voor ogen. In maart 2015 opent het Prinsenkwartier zijn deuren. De nieuwe bewoners en gebruikers zijn de HYPO Kunstsuper, het Techniek Ontmoetingspunt (TOP) Delft, kunstencentrum Kadmium, Stichting Stunt, de ondernemers van Het Collectief, Museum Prinsenhof, historische vereniging Delfia Batavorum, 21


Eerste sponsor-borrel Prinsenkwartier op 18 december 2014 - Foto: Jasper Bos

Klussen in het Prinsenkwartier - Foto: Tim Kock

22


ontwerpersvereniging Delft Design en Studium Generale van de TU Delft. TOP en Delft Design werken al lange tijd samen en organiseren samen lezingen, debatten en pilotprojecten op het gebied van innovatie, technologie en creativiteit. De Hypo Kunstsuper is een ontmoetingsplaats, etalage en verkoopexpositie voor kunst van allerlei disciplines. Deze drie partijen deelden eerder al tijdelijke behuizing. Kadmium biedt als kunstencentrum in Delft een podium voor kunstenaars uit de omgeving en culturele activiteiten. Inzet Na sluiting van museum Nusantara in 2013 zoekt de gemeente via een traditionele inschrijvingsprocedure naar geschikte partijen die er een onderneming met maatschappelijk belang wilden opzetten. Een aantal van de genoemde partijen besluit een gezamenlijk plan in te dienen voor een nieuwe invulling, aansluitend op het profiel van Delft als stad van geschiedenis en wetenschap en met een duidelijke publieksfunctie. Eind 2014 wordt het plan gehonoreerd. Daarna begint een proces van samenwerken, een nieuwe werkvorm moet worden uitgedacht. De tomeloze inzet van een zeer enthousiaste kern van vrijwilligers is van doorslaggevend belang. Zij worden geholpen door een grote groep vrijwilligers die incidenteel meewerken. Andere ingrediĂŤnten van een geslaagde realisatie zijn: een uitgebreid netwerk en een goede verstandhouding met de gemeente. Zelfredzaam Het pand wordt verbouwd, in nauw overleg met de afdeling Monumenten van de gemeente Delft, en geschikt gemaakt voor de verschillende activiteiten die er plaatsvinden: van lezingen en discussies tot tentoonstellingen, van kunstverkoop tot swingend restaurant. De horeca betreft de enige commerciĂŤle functie. Het Prinsenkwartier fungeert als ontmoetingsplaats voor een breed publiek en broedplaats voor nieuwe initiatieven en ideeĂŤn. De bewoners en gebruikers bedruipen zichzelf, er is geen sprake van subsidie door gemeente Delft. Minimaal 30.000 bezoekers per jaar zijn nodig om het Prinsenkwartier rendabel te maken. De ervaringen met deze locatie voeden het lopende debat over herbestemming van monumentaal erfgoed. 23


Werkplaats Spoorzone Delft Wanneer in 2005 het project Spoorzone Delft officieel van start gaat, staat de stad aan de vooravond van een jarenlang proces van sloop, bouw en herinrichting van centrum Delft. De aanleg van twee tunnelbuizen, de bouw van een ondergronds station, een nieuw vervoersknooppunt én de ontwikkeling van een nieuwe wijk gaan, vanaf 2009, minstens vijftien jaar duren. Betrokken burgers van Delft verenigen zich in 2006 in Werkplaats Spoorzone Delft (WeSD). Een bouwput en een gebied in ontwikkeling. Midden in de stad. Dit zijn de harde feiten waar Delftenaren jarenlang mee te maken krijgen. Om bewoners en bestuurders van Delft bij de metamorfose van de spoorzone te betrekken en het unieke project luister bij te zetten, brengt WeSD in de loop der jaren een reeks sociaal-culturele activiteiten tot stand, telkens uitgaand van wat er gebeurt in de fysieke ruimte. Bouw, techniek en stedelijke vernieuwing fungeren als voedingsbodem voor beleving en leefbaarheid. WeSD slaagt erin de verschillende bij het project betrokken spelers – Gemeente Delft, ProRail en verschillende aannemers – te verbinden met allerlei organisaties in de stad en weet het project een plek te geven in het dagelijks leven van Delftenaren. Neutraal WeSD is een burgerinitiatief zonder directe belangen bij het project. Deze neutrale uitgangspositie maakt het voor de vereniging mogelijk om zowel met de gemeente als met een aannemer in gesprek te gaan, bijvoorbeeld over onderwerpen die de leefbaarheid aangaan. Zo kunnen er afspraken worden gemaakt tussen de gemeente en de aannemer buiten de regels van een contract om. WeSD kan als derde partij en bemiddelaar nieuwe ruimte voor oplossingen creëren. Hoe kun je op een creatieve manier de bouwhekken versieren of ze gebruiken 24


De blauwe gevels – Foto: Fotoclub Delft

om informatie over het project te geven? Kun je Delftenaren niet eens uitnodigen om met sloopmaterialen straatmeubilair te maken en deze een plekje geven in het projectgebied? Kan het stationsgebouw ook een culturele functie krijgen? Bert Slagmolen, voorzitter WeSD 2006-2011: “Als mensen mij vroegen ‘waarom doet u dit, waar bent u van, welk belang hebt u?’ luidde mijn antwoord: ‘ik ben vader van vier kinderen en ik wil mijn kinderen laten zien wat je als burger kunt doen. Dus het gaat voor mij over burgerschap.’ ‘U verdient hier dus niets aan?’ ‘Nee ik verdien hier niets aan, maar ik wil gewoon dat mijn stad wat meer met dit project gaat doen dan er alleen maar over kankeren en klagen dat er zo veel overlast is.” Afscheid in stijl Een gedenkwaardig project van WeSD is het blauw schilderen van een serie dichtgetimmerde panden die aanmerking komen voor sloop. In 2009, in de beginfase van het project, wil WeSD met deze actie voorkomen dat de buurt rond het station verpaupert. Delfts Blauwe panden als tijdelijk kunstobject in de publieke ruimte is een idee van Lotti Hesper Projectontwikkeling; WeSD adopteert het project en bouwt het verder uit in samenwerking met scholieren van de Freinetschool Delft, amateurkunstenaars van VAK, het Delftse centrum voor de kunsten, en een aantal professionele kunstenaars. Een aantal scholen legt een verband met eigen creatieve projecten. De wethouder steunt het initiatief en stelt 25


Greep uit het aanbod WeSD heeft in bijna tien jaar tijd een zeer gevarieerd programma gerealiseerd. Zoals een serie concerten in de monumentale stationshal van Delft, op elke laatste vrijdagmiddag van de maand. In 2013 en 2014 brengt WeSD in samenwerking met VAK en andere Delftse organisaties het multidisciplinaire Spoorzone-festival, Bestemming 015. Op allerlei plekken rond de spoorzone zijn optredens, kunstworkshops en kunstmarkten te bezoeken. Verschillende Diners Pensants bieden Delftenaren in de loop der jaren gelegenheid om zich te laten informeren en mee te denken over de voortgang en de impact van het project en over de mogelijkheden om er als stad op in te spelen. WeSD initieert of werkt ook mee aan rondleidingen, tentoonstellingen, educatieve activiteiten – zoals een lespakket over de spoorzone voor basisscholen – en verschillende kunstzinnige en culturele activiteiten. Het programma van WeSD wordt in 2015 afgesloten met de Manifestatie Laatste Trein, waarvoor honderden Delftse amateurkunstenaars de verhalen over het Delftse spoor nog één keer tot leven wekken, voordat de trein voorgoed onder de grond verdwijnt. budget beschikbaar. De panden hebben een belangrijke symbolische waarde. Voor inwoners van Delft vertegenwoordigen ze het naderende afscheid van een vertrouwd stukje stad. De Spooracademie WeSD heeft in 2011 en 2012 in samenwerking met Stichting Buitenste Boven lesmateriaal – de map ‘Mijn Spoorboekje’, aanvullende lesbrieven en workshops – voor kinderen in het basisonderwijs ontwikkeld. Het lesmateriaal van De Spooracademie behandelt culturele, historisch en technische aspecten van het grote bouwproject. Wat kunnen kinderen leren van wat ze zien gebeuren? Het lespakket stelt kinderen in staat zich de Spoorzone toe te eigenen. Er is ook een kinderboek verschenen, ‘Het Spook van de Spoorzone’ en een film ‘Door de Spoorzone’.

26


Gebruik de ruimte! Stedelijke ontwikkeling in gemeenschappelijkheid is pionieren pur sang. Dat blijkt uit de Delftse praktijk, maar ook uit vergelijkbare initiatieven elders in Nederland. Om tot een werkbare, succesvolle praktijk te komen, is het nodig dat publieke en private partijen inzicht verkrijgen in de rollen die ze (kunnen) hebben en de speelruimte waarover zij (kunnen) beschikken. Je hebt de ander nodig en zonder begrip voor elkaars posities en helderheid over wederzijdse verantwoordelijkheden komt er van gemeenschappelijk ‘stadmaken’ weinig terecht. De overheid vraagt om een participatieve samenleving. Sommige burgers, die over steeds meer kennis en kunde beschikken, willen meer invloed uitoefenen op hun omgeving. Hoe dat werkt, hoe deze maatschappelijke tendensen samengaan, zijn ‘we’ – de verschillende partijen uit de besproken voorbeelden – aan het uitvinden. Voor buurtbewoners, plaatselijk ondernemers en andere vertegenwoordigers van de burgerbevolking begint het doorgaans met een idee. Maar een idee is niet genoeg. Je moet ondernemend zijn, over doorzettingsvermogen beschikken en tijd en energie willen investeren in het concretiseren van een plan. Je moet partners zoeken en kapitaal (sociaal en financieel) zien te verwerven. Als grote partij – gemeente, woningcoöperatie of projectontwikkelaar – krijg je te maken met een scala van spelers 27


die met name kleinschalige ontwikkeling voor ogen hebben. Je moet je bewust zijn van je verantwoordelijkheid jegens die kleine, particuliere initiatieven en ze ruimte willen geven. Ze willen werken aan leefbaarheid en handelen vanuit eigen, lokale belangen. Culturele en sociale belangen komen in dit geval doorgaans v贸贸r economische belangen. Er is in Delft ook nadrukkelijk ervaring opgedaan met de rol van bemiddelaar: een partij die schakelt tussen initiatiefnemers en instanties en die verbindingen legt. Die functie lijkt van groot belang voor het welslagen van gemeenschappelijke initiatieven.

Betrekken van mensen bij je plannen Visualisatie: Pakhuis de Zwijger Amsterdam

De praktijk zal het leren Uit de beschreven voorbeelden komen drie bepalende rollen naar voren: Initiatiefnemer, Overheid en Bemiddelaar. Voor elke rol zijn de belangrijkste lessen samengevat. 28


Initiatiefnemer: • Bedenk goed dat je tijd en geld moet kunnen en willen investeren om een idee verder te brengen. • Wees realistisch over de haalbaarheid van een plan. Zakelijkheid is geboden. Denk na over een verdienmodel of over de wijze waarop je aan geld, diensten of producten komt. • Deel je idee, je kunt het niet alleen. Zorg dat je een groep mensen om je heen verzamelt met verschillende achtergronden zodat je brede kennis binnen je groep ter beschikking hebt. • Wees creatief in het oplossen van problemen. Als pionier zul je sommige problemen op een informele manier moeten regelen, omdat je je buiten de gebaande paden begeeft. • Binnen iedere buurt ben je afhankelijk van anderen: bewoners, scholen, ondernemers, zorginstellingen. Beschouw ze als partners, zoek de samenwerking. Overheid: • Wees helder over ruimtelijke, financiële, juridische en organisatorische randvoorwaarden. Formuleer ze in de vorm van kansen in plaats van beperkingen. Wijk niet van de gestelde voorwaarden af. • Sta open voor nieuwe partijen aan tafel, je laat daarmee ideeën en creativiteit uit andere hoeken toe. • De juridische en vergunningstechnische procedures zijn voor veel initiatiefnemers een struikelblok. Teksten zijn vaak niet toegankelijk, risico’s worden in de optiek van de initiatiefnemer niet realistisch verdeeld. Een overheidsinstelling kan een burgerinitiatief bij het doorlopen van benodigde procedures ondersteunen. Dit is zelfs is van doorslaggevend belang. Betrokkenheid draagt er ook aan bij dat een initiatief binnen de organisatie gaat leven en gedragen wordt door verschillende afdelingen. • Onderzoek of er mogelijkheden zijn om wet- en regelgeving toegankelijker of flexibeler te maken. • Wie kan en moet het plan/voorstel beoordelen?

29


Bemiddelaar: • Zorg voor een neutrale en formele positie: een diverse groep mensen kan vanuit verschillende perspectieven het proces ondersteunen en een brug slaan tussen andere partijen. • Bouw een stevig lokaal netwerk, maak gebruik van de mogelijkheid om te lobbyen en zorg dat je serieus wordt genomen in dit krachtenveld. • Als begeleider van een proces, van idee naar realisatie, heb je toegevoegde waarde op drie onderdelen. De kwaliteit van het plan verhogen, door initiatiefnemers te koppelen aan experts. Massa geven aan het plan door er meer gelijkgestemde mensen bij te betrekken. Bemiddelen tussen partijen op juridisch, regeltechnisch en financieel vlak leidt ertoe dat ze gezamenlijk belangen ontdekken en begrip voor elkaars posities krijgen. • Je rol van bemiddelaar moet door de initiatiefnemer en overheid als nodig en nuttig worden beschouwd. Daarnaast moet de rolverdeling en verantwoordelijkheden helder zijn voor alle partijen. Maak daar afspraken over en bespreek het. • Bied de mogelijkheid proces en ontwikkeling vast te leggen, te evalueren en opgedane ervaringen met werkvormen en rolverdeling uit te dragen.

30


Drie sleutelbegrippen voor stadmakers Deze publicatie biedt een nadere beschouwing van recente ervaringen met nieuwe vormen van stedelijke ontwikkeling. Binnen en buiten Delft gaan tal van stadmakers aan de slag met nieuwe initiatieven. Voor hen, ten slotte, drie algemene uitgangspunten op een rij. 1. Gezamenlijkheid is de gemene deler. Voorkom dat je in een wij-zij verhaal belandt. Zoek elkaar op en definieer samen randvoorwaarden op basis van mogelijkheden, niet van beperkingen. 2. Kwaliteit moet meetbaar zijn. Experimenteren is prima, het mag misgaan, maar je moet er wel van kunnen leren om het volgende keer beter te kunnen doen. 3. Diversiteit, de aanwezigheid van veelsoortige kennis en ervaringen, stelt je in staat om vanuit verschillende perspectieven te kunnen denken en handelen in alle fasen van de ontwikkeling.

Nieuw Anders Ontwikkelen Met deze eerste geleerde lessen en ervaringen in Delft wil de groep Nieuw Anders Ontwikkelen binnen Delft Design een nieuw project ontwikkelen. Rond de tentoonstelling 1000 jaar verstedelijking; van uitbreiden naar herstructurering zal een inventarisatie worden gestart van lege ruimte(n) in de stad onder de titel: Atlas van de Lege Ruimte. Doel is om met behulp van burgers lege ruimte(n) in kaart te brengen, een kansrijke herontwikkelingslocatie op te sporen en een nieuwe vorm van hertontwikkeling ondersteunen. Techniek Ontmoetingspunt (TOP) blijft de ontwikkeling van de stad en andere vormen van ‘stadmaken’ met lezingen en debatten onder de aandacht brengen.

31


E Meer informatie

over de initiatieven en de deelnemers vindt u op: • • • • • • • • • • • • •

www.buitenleeft.nl www.delftspeil.nl www.driegeneraties.blogspot.nl www.gebruikdelegeruimte.nl www.groenkracht.nl www.hoorbare.net www.kunstindewijken.nl www.tingelen.nl www.topdelft.nl www.delftdesign.nl www.prinsenkwartier.nl www.werkplaatsspoorzonedelft.nl www.buitensteboven.nl/de-spooracademie/

I Deze uitgave

is mogelijk mede dankzij de medewerking van: • • • • • • • • • • • • • • 32

Jan Brouwer Bestuur TOP en GLR Jan Bloemberg Bestuur TOP en GLR Bert Slagmolen Voorzitter TOP Kees Ruijgrok Voorzitter WeSD en bestuur GLR Marjan van Gerwen MVG culturele programma’s & publieke ruimte Michiel Brouwer Voorzitter Delft Design en Projectleider Proeftuin Delftse Hout Esmeralda van Tuinen Stichting Groenkracht Ted van der Klaauw Stichting Groenkracht Ron Blom Tingelen Donia Jourabchi Broujerdi Hoorbare Herinneringen Taufan ter Weel Hoorbare Herinneringen Margriet Knospe Stichting BuitenLeeft Nathalie van der Hak Kunst in de Wijken Wytze Patijn Stadsbouwmeester Delft


Delft Stad Makers  
Delft Stad Makers  
Advertisement