Page 1

DE BESTE ARTIKELEN VAN

DE ARCHITECT 2016 NU GEBUNDELD IN ÉÉN GRATIS DIGITALE UITGAVE

HET BESTE VAN

2016 0


Ontwerp Nationaal Waterliniemuseum in Bunnik

Nieuwe Hollandse Waterlinie afgedrukt in beton Nationaal Waterliniemuseum Fort bij Vechten in Bunnik door Studio Anne Holtrop Op Fort Vechten bij Bunnik is een expositiegebouw gerealiseerd, waarin de unieke geschiedenis van de Nieuwe Hollandse Waterlinie op tastbare wijze aan het publiek wordt gepresenteerd. Het ingegraven gebouw, geheel uit gegoten beton vervaardigd, is het tweede permanente project van Studio Anne Holtrop.

Het Nationaal Waterliniemuseum Fort bij Vechten gaat op in de grillige lijnen van het landschap.

56 | de Architect, februari 2016


Projectpresentatie

Tekst

Bas Kegge Beeld

Bas Princen, Studio Anne Holtrop

Bevochten gebied Temidden van een druk bezet woonwerkgebied, oostelijk van Utrecht, is het nauwelijks voorstelbaar dat het gebied ooit ten dienste stond van de hoofdverdediging van Nederland. Oprukkende bebouwing en infrastructurele lijnen voor trein- en autoverkeer doorsnijden de ooit lege polders. In 1870 werd hier de 85 kilometer lange Nieuwe Hollandse Waterlinie in gebruik genomen, die van het IJsselmeer tot in de Biesbosch liep. Het verdedigingswerk bestond uit een systeem van forten, schootsvelden en onder water te zetten zogenaamde inundatievelden. Vestingsteden maken onderdeel uit van de verdedigingslijn. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een voortzetting van oudere waterlinies, die sinds het einde van de zestiende eeuw dienden als bescherming tegen vijandelijke legers uit het oosten. Door de inundatievelden van een paar kilometer breed met een halve meter water te bevloeien, konden ze niet worden overgestoken. Door hoogteverschillen in het landschap bleven sommige gronden droog. Op de doorgangen werden forten gebouwd om de aangrenzende gebieden te verdedigen. Het kabinet heeft de linie genomineerd om deze in 2019 toe te voegen aan de Unesco Werelderfgoedlijst. Om de geschiedenis van de verloren militaire functie te presenteren aan een breder publiek was een museum benodigd. Transformatie Fort Vechten Fort Vechten is het op één na grootste fort van de linie, dat werd verkozen als locatie voor het Nationaal Waterliniemuseum. De ligging van het fort halverwege de linie is extra bijzonder door de aanwezigheid van de ‘limes’, de noordgrens van het Romeinse Rijk, in oost-westelijke richting. Bij Fort Vechten kruisen de limes en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het fort werd diverse keren uitgebreid met onder meer een twee verdiepingen hoge bomvrije kazerne. Bijna alle bakstenen gebouwen zijn overdekt met aarde en begroeid met vegetatie. De provincie Utrecht vroeg architect Penne Hangelbroek en Adriaan Geuze (West 8) een masterplan op te stellen. Naast een grote schoonmaak van het terrein voorzag het masterplan in de aanleg van nieuwe onderdelen om publiek op het fort te ontvangen, waaronder een parkeerplaats en een nieuwe entree. Binnen het fort is een tachtig meter brede strook gemarkeerd en teruggebracht in de

toestand van 1880, zodat bezoekers kunnen ervaren hoe het er destijds heeft uitgezien. Twee nieuwe gebouwen zijn toegevoegd: een entreegebouw en een bezoekerscentrum met expositieruimten. Voor het ontwerp van het bezoekerscentrum schreef de provincie Utrecht in 2011 een besloten prijsvraag uit, die Anne Holtrop won. Landschap als architectuur De grillige hoogtelijnen op de aangeleverde locatietekening intrigeerden Holtrop dusdanig dat hij besloot die lijnen te gebruiken als basis voor het grondplan van het gebouw. De lijnen van de indeling zijn niet speciaal getekend of ontworpen, maar volgen uit de omgang met de aangetroffen contouren of preciezer: een selectie daarvan. Holtrop plaatste een grote rechthoek van circa vijftig bij zestig meter op de locatie en trok daarin een aantal hoogtelijnen over. De overgebleven selectie is de indeling van de expositieruimte geworden. Afwijkend van de golvende wanden zijn in het plan enkele vlakke dwarswanden aanwezig om de ruimten functioneel in te delen, maar Holtrop vindt het naar eigen zeggen prettig de gebogen ruimten ergens weer af te snijden. Het resultaat is een fluïde, doorwaadbare structuur. De elegantie van deze structuur is even toevallig als welkom. Toevallig, omdat de hoogtelijnen al getekend waren; welkom, omdat het grondplan nu betekenis krijgt als ware het de vingerafdruk van de Waterlinie. De idee om met water een defensielinie te maken, krijgt hier bijna een-op-een gestalte in de vorm van gegoten beton. De fascinatie voor grillige lijnen komt niet helemaal uit het niets. Eerder experimenteerde Holtrop er al mee in de installaties ‘Trail House’ te Almere in 2009 en het ‘Temporary Museum Lake’ te Heemskerk in 2010. Beide installaties toonden zich als fluïde, opzienbarend ruimtelijke sculpturen. Holtrop verwijst voor zijn projecten graag naar grafische lijnen in de natuur. Die keuze is even esthetisch als ideologisch. In alle gevallen, en ook in het Waterliniemuseum, zijn grote gaten in de contouren van het plan te zien die nadrukkelijk zicht bieden op de omringende natuur. Het is een soort naturalisme dat zich wat lastig laat uitleggen met zijn gerealiseerde werk. Wie zijn werk bestudeert, ontkomt niet aan de observatie van een vormvoorkeur voor grillige, vloeiende lijnen. Naar eigen zeggen vertrekt Holtrop graag vanuit vorm en materiaal van

de Architect, februari 2016 | 57


Ontwerp Nationaal Waterliniemuseum in Bunnik

Anne Holtrop ontwierp een ingegraven museum met een grote patio, waardoor een omgekeerd gebouw is ontstaan.

58 | de Architect, februari 2016


Projectpresentatie

Oude Hollandse Waterlinie In het Rampjaar 1672 is de Oude Hollandse Waterlinie gebouwd om Holland te verdedigen tegen de Franse, Duitse en Engelse troepen. De militaire verdedigingslinie functioneerde tot het einde van de achttiende eeuw. Vanaf 1815 werd de linie opgeschoven naar het oosten en kreeg de naam Nieuwe Hollandse Waterlinie.

buiten de architectuur, maar directer bereikt hij resultaten door de natuurlijke krommingen in te zetten voor een ontwerp. Voor het Waterliniemuseum gebruikte hij het landschap als vertrekpunt. Gebouw en landschap vallen hier letterlijk samen. Avontuurlijke ruimte Het grondplan is onder een hoek gepositioneerd ten opzichte van de voormalige kazerne. Een van de punten van de rechthoek verdween ten gunste van de onderlinge aansluiting, die hiermee even abrupt als resoluut is. Slechts via een eenvoudig beglaasd gat in de achterwand van de entreehal betreden bezoekers de nieuwe expositieruimte. De expositieruimte is daarmee als een ‘cadavre exquis’ gemonteerd aan de bestaande bouw. Bezoek benadert via het bestaande fort het nieuwe gebouw, dat analoog aan de fortenbouw ondergronds is aangebracht. De specifieke plek werd ingegeven vanuit het wedstrijdprogramma. Het nieuwe gebouw moest worden ingegraven in een bestaand grondlichaam achter de bomvrije kazerne. Het midden van het nieuwe volume bevat een acht tot twaalf meter hoge patio, bestemd voor een buitenmaquette. In het fort is een wandelroute opgenomen die over het museumdak de buitenexpositieruimte passeert en zo van bovenaf zicht biedt op de maquette. De vijftig meter lange maquette was een voorwaarde van het programma van eisen en is uitgevoerd in beton. Het model toont de Waterlinie op schaal 1:1600 en is handmatig te bedienen, wat het vernuft van de verdedigingswerken inzichtelijk maakt. Voor de binnenexpositie bevinden zich rondom de patio een aantal zalen. Vanuit bijna elke zaal is zicht op de patio. De curven van de indeling leiden een parcours in dat op een ontspannen manier is af te leggen. De volgorde van de routing wordt in hoofdzaak bepaald door de programmering van de expositie. Terloops passeert men een auditorium. Het parcours eindigt met een museumcafé. Het ruimtelijke effect van het plan is even simpel als verbluffend. Smalle en royale, fluïde ruimten wisselen elkaar af. De ruimten doen een appel op het verstand. Geen van de ruimten is dezelfde; rechte lijnen komen nauwelijks voor in het plan. Het interieur volgt uit de contour van het landschap, waardoor de binnenruimten verschillen in hoogte. Het ingegraven museum is in deze hoe-

danigheid als een gevelloos gebouw te benoemen. De buitenwanden die er zijn, behoren tot de patio die zo groot is, dat hier een omgekeerd gebouw is ontstaan. De buiten- en binnenruimten zijn hier even belangrijk en onlosmakelijk met elkaar verbonden. Waar in een regulier ondergronds gebouw daglicht soms moeilijk in het gebouw kan toetreden, komt hier veel prettig licht binnen door drie meter hoge vensters. Hoewel het plan zich tamelijk eenvoudig voordoet, vergden de uitwerking en de realisatie bijzondere inspanning. Er moest een civieltechnische aannemer aan te pas komen om het gebouw te bouwen. De architect wilde het gebouw graag precies maken zoals hij had getekend, met in het werk gestort beton. Hij verwees daarbij naar de solide bakstenen fortenmuren van tachtig centimeter meter dik. Het nieuwe gebouw moest dezelfde soliditeit vertonen. Holtrop stond erop dat de wanden doorgaande lijnen zouden zijn en wilde deze zonder dilataties laten uitvoeren. Om dat voor elkaar te

krijgen werd bijna driemaal zoveel wapening gebruikt als gebruikelijk. Bijna alle wandcurves zijn uniek, waartoe eenmalige betonmallen werden gemaakt. De wanden zijn opgebouwd uit drie schillen, waarvan de middelste een harde isolatielaag is. De wanden komen zeer solide over, doordat spouwonderbrekingen zijn omgezet naar de kozijnen. Het gebouw is gerealiseerd met gepigmenteerd, in het werk gestort schoonbeton dat na ontkisting licht gestraald is. Voor het juiste kleureffect werd acht procent ijzeroxide toegevoegd. Het beton heeft een subtiele kleur die verandert van grijsbruin tot bruinrood of purper, al naar gelang het invallend licht. Ramen in het buitenvlak volgen de gebogen contouren en zijn bekleed met gepatineerd messing. Op het dak is de buitenschil doorgetrokken ten behoeve van een balustrade. Ruimtekunst Het gebouw bezit een hoge mate van abstractie. Afwerkingen en bouwkundige details tonen zich

In de patio is een betonnen maquette van vijftig meter opgenomen, die de Waterlinie op een schaal van 1 : 1600 in beeld brengt.

de Architect, februari 2016 | 59


Ontwerp Nationaal Waterliniemuseum in Bunnik

Vijftig miljard De Nieuwe Hollandse Waterlinie is het duurste en grootste infrastructurele project van Nederland. De totale kosten van het project waren omgerekend vijftig miljard euro, terwijl de linie slechts zelden is gebruikt om Nederland te verdedigen. In de Tweede Wereldoorlog vliegen de Duitsers over de linie heen en blijkt de verdedigingswaarde van de linie verdwenen.

6

6

3

6 5

4

1 2

Begane grond (ondergronds)

1 entree 2 voormalige kazerne 3 patio met buitenmaquette 4 museumcafĂŠ 5 auditorium 6 tentoonstellingsruimte

60 | de Architect, februari 2016


Projectpresentatie

Atlas Nieuwe Hollandse Waterlinie In het boek Atlas Nieuwe Hollandse Waterlinie (2009) brengen C.M. Steenbergen, M. Gessel, J. Grootens en J. van der Zwart de waterlinie in kaart. Aan de hand van vier thema’s beschrijven zij de ligging van het landschap, het inundatiesysteem, het strategische stelsel en recente ontwikkelingen. Op deze manier ontstaat een relatie tussen de individuele forten en de linie.

3

Eerste verdieping (museumdak)

de Architect, februari 2016 | 61


Ontwerp Nationaal Waterliniemuseum in Bunnik

Paviljoen Bahrein Voor de World Expo 2015 in Milaan ontwierp Anne Holtrop het paviljoen van Bahrein. De plattegrond van het ontwerp verwijst naar de ruïnes die in het land te vinden zijn. Door het landschap dat Anouk Vogel tussen de witte wanden ontwierp, ontstaat een groene oase. Na de Expo is het paviljoen verhuisd naar Bahrein.

De kromming in de wanden is doorgezet in de ramen van het museum, waardoor een interessante wisselwerking tussen binnen en buiten ontstaat.

nauwelijks. Kozijnen zijn zelfs bekleed om de abstractie nog op te voeren. Verlichtingspunten hangen als condensdruppels min of meer toevallig verspreid aan het plafond. Alles is ten dienste van de ruimtelijkheid uitgewerkt. Onwillekeurig roept het project associaties op met de dikke gebogen stalen platen van beeldend kunstenaar Richard Serra. Na verloop van tijd neemt de lijfelijke ervaring het over van het verstand. De beweging door de zalen brengt de menselijke perceptie direct in contact met de architectuur van het gebouw, waarvan August Schmarsow heeft geschreven dat het de essentie is van architectuur. In veel moderne gebouwen is ruimte en de ervaring ervan een onbelichte vlek. Het is in dit gebouw dat de architectonische ruimte heel intuïtief te ervaren is. Met het door Holtrop ontworpen expositiegebouw heeft de Nieuwe Hollandse Waterlinie een prachtige aanvulling gekregen, waarin de unieke geschiedenis op tastbare wijze aan het publiek wordt gepresenteerd. Het zinnenprikkelende gebouw geeft een krachtige uitdrukking van de essentie van zijn programma. Het is Holtrop gelukt een tweede permanente gebouw met zeer hoge kwaliteit te realiseren. Het intuïtieve ontwerp is te beschouwen als rechtstreekse aanval op de rationeel beredeneerde Nederlandse gebouwlogica. Opdrachtgever Provincie Utrecht, Utrecht Ontwerp en supervisie Studio Anne Holtrop, Amsterdam Projectarchitect Anne Holtrop Medewerkers Arjen Aarnoudse, Gabriel Cuéllar, Sebastian Hürni, Akira Negishi, Shumpei Nitatori, Ryuta Sakaki, Remco Siebring, Esther Vonwil, Stijn de Weerd, Roderik van der Weijden, Samuel Jaubert De Beaujeu, Sophia Holst, Sander Manse, Francesco Apostoli, Dora Loncaric Adviseur constructie Corsmit, Amersfoort Bouwkundig adviseur Bartels Ingenieurs, Utrecht Adviseur installaties Hans Besslink, Geert Filippini, Royal Haskoning Adviseur omgeving Royal Haskoning Adviseur beton Henk Oude Kempers Aannemer Heijmans Civiel Projecten, Nijkerk Landschapsarchitect Penne Hangelbroek en Adriaan Geuze (West 8) Programma tentoonstellingsruimten, auditorium, museumcafé, winkel Bruto inhoud 1.848 m2 inclusief buitenruimte Datum voorlopig ontwerp 2011, aanvang bouw 2013 Oplevering 2015

62 | de Architect, februari 2016


Projectpresentatie

Door te spelen met het licht creĂŤert Anne Holtrop een vloeiende route door het Waterliniemuseum.

de Architect, februari 2016 | 63


Spotlight Centraal Station Arnhem door UNStudio

4

In Arnhem opende eind vorig jaar de nieuwe stationshal, een indrukwekkend sluitstuk van een bijna twintig jaar durend ontwerpproces door UNStudio. Het gefaseerd gerealiseerde masterplan dateert uit 1996 en omhelst naast de stationshal ook een complete gestapelde herinrichting van het stationsgebied. Aan de basis liggen een proces van ‘deep planning’ en een analyse van alle bewegingen, voortvloeiend in een gestroomlijnd ontwerp.

Tekst

Willem Wopereis Beeld

Hufton + Crow

Stations zijn tegenwoordig veel meer dan een aankomst-, vertrek- en overstappunt voor treinvervoer. Ook voor Arnhem Centraal lag de lat van begin af aan hoog. Vanwege de komst van de hsl en verwachte groeicijfers, geschat op 110.000 reizigers per dag in 2020 tegenover 65.000 in 1996, was het naoorlogse station toe aan vernieuwing. De gemeente greep deze kans aan om een ingrijpende ontwikkeling van het hele stationsgebied te realiseren. Zo voorziet het masterplan in zo’n 100.000 vierkante meter kantoren, winkels, woningen en horeca, naast de vernieuwing van de infrastructuur: een extra perron, grote parkeergarage, fietsenstalling, twee (trolley)busstations, kiss&ride-zone en bovenal een verbeterde voetgangersverbinding met het centrum. De complexiteit van de opgave, waar meerdere voorstudies op stukliepen, werd versterkt door de beperkte ruimte waarin al deze infrastructuur samen moest komen. Over het ontwerp van UNStudio is al in de ontwerpfase veel gesproken en geschreven. In 2000 noemde Hans van Dijk het masterplan een lakmoesproef waarin ‘architectuurconcepten en ontwerpwerkzaamheden die in studiesituaties zijn ontwikkeld, aan de harde praktijk van alledag worden getoetst’.1 Dat de toets niet zonder slag of stoot is verlopen, blijkt uit de overschrijdingen van budget en bouwtijd. Maar dat deze ook heeft geleid tot een goed functionerend station met een ongekende vernieuwende ruimtelijkheid kan nu door iedereen worden ervaren.

Vloeiende bewegingen Als je voor het eerst vanaf de perrons via de voetgangerstunnel de nieuwe stationshal binnenloopt, blijf je spontaan stilstaan. Hoewel de vloeiende lijnen uitnodigen tot bewegen is de ruimte zo indrukwekkend dat je even de tijd nodig hebt om die te begrijpen. Daglicht is in overvloed aanwezig. Een

52 | de Architect, april 2016


Thema: Stations & stationsgebieden

grote opening biedt zicht op de Eusebiuskerk en wijst direct de weg naar de binnenstad. Door verschillende daklichten treedt de zon naar binnen en zijn de bovenliggende kantoortorens goed zichtbaar. Dat de ruimte niet bedoeld is om stil te staan blijkt direct als je je erdoorheen beweegt. Door de diverse glooiingen en hoogteverschillen tekent zich op elk moment een ander perspectief af. Een referentie naar Saarinens Flight Center kan hier niet

ontbreken, maar de hoogteverschillen in Arnhem zijn vloeiender, waardoor een helling voor de hoofdroutes volstaat. Daar waar trappen nodig zijn lopen de treden geleidelijk over het oppervlak en vormen door hun riante maat tribunes en bankjes. Zo ontstaan op verschillende plekken informele wachtzones. De hal is op een kolom na verlost van constructieve elementen. Zichtlijnen tussen de vervoersmiddelen krijgen hierdoor vrij spel en de looproutes spreken

voor zich. Het reeds aanwezige hoogteverschil is slim uitgebuit en uitgebreid om op de beperkte oppervlakte toch alle stromen samen te laten komen. De stroom vanuit de binnenstad is gesplitst. Voetgangers lopen geleidelijk omhoog de hal in, terwijl fietsers de hieronder gelegen stalling binnen rijden en daarna langs de ‘twist’ hun weg omhoog vinden. Dit is de dubbelgekromde kolom die zich als ingesneden en gebogen vlak vertakt in vloeren, wanden en daken.

Zicht op het nieuwe Centraal Station Arnhem vanuit de binnenstad, met de achterliggende kantoortorens.

de Architect, april 2016 | 53


Spotlight Centraal Station Arnhem

Techniek uit de scheepsbouw Voor de constructie van de hal is gebruikgemaakt van een monocoque staalbouwsysteem. Deze techniek uit de scheepsbouw bestaat uit twee schillen van staal met een stalen raster daartussen. Op onderstaande website wordt de opbouw van de verschillende onderdelen van van de hal uitgelegd. www.arnhemcentraal.nu

Nie

3

4 Oude

n Statio

St uwe

atio

aat

nstr

straat

1 5 6 Willem

splein

7

Situatie 1 ov-terminal, 2 perrons met meubilair, 3 Rijntoren, 4 Parktoren, 5 K4 kantoren, 6 busstation, 7 binnenstad

De complexe vorm van de ‘twist’ zou oorspronkelijk uit gewapend beton worden gemaakt. Dat bleek zo lastig dat er uiteindelijk een scheepsbouwer aan te pas moest komen om hem uit computergestuurd vervormde staalplaten te kunnen realiseren.2 Ook het dak, met een vrije overspanning van veertig bij zestig meter, is uit een stalen ‘monocoque-constructie’ vervaardigd. Hoewel indrukwekkend van binnen, doet de buitenbekleding met betonnen panelen vanwege de dikke naden geen recht aan de gebogen oppervlakten. De treinen bereik je via een brede voetgangers-

54 | de Architect, april 2016

tunnel met een houten plafond waarin de verlichting in gleuven is opgenomen. Vanuit de hal vormt het plafond hierdoor een oppervlak waaruit bij elk perron aan beide zijden riante openingen zijn gesneden. Ruim beglaasde perronkappen lopen omhoog over de openingen waardoor in de tunnel veel daglicht binnenvalt. Deze kappen worden gedragen door V-vormige dubbele stalen kolommen waartussen steeds een houten zitje is. De gekromde doorsnede van de kap is bekleed met gebogen metalen platen en gaat over in de voetgangersbrug die uitkomt bij de hogergelegen

Sonsbeekzijde. Omdat de brug haaks over de perrons ligt, komen de vloeiende lijnen hier hoeken tegen waardoor ze af en toe een knik maken. Hierdoor komen de vormen soms wat geforceerd over. De lichtblauwe afwerking die we kennen van de Erasmusbrug zorgt samen met de grote daklichten voor een zeer lichte uitstraling van de perrons. Ook hier is het wachten aangenaam.

Diagrammen Werken met diagrammen is een van de ontwerpmethoden waar Van Dijk met de lakmoesproef op


Thema: Stations & stationsgebieden

4

3 2

1

Level 20.4 +nap 1 ov-terminal, 2 ondergrondse parkeergarage, 3 busstation (lokale bussen)

de Architect, april 2016 | 55


Spotlight Centraal Station Arnhem

1 ov-terminal, 2 platformtunnel, 3 busstation (regionale bussen), 4 busstation (lokale bussen), 5 platforms en platformdaken, 6 K2 kantoren, 7 K4 kantoren, 8 opgetild kantoorplein, 9 K3 kantoren

2

1

3

Level 24.5 +nap

56 | de Architect, april 2016

4


Thema: Stations & stationsgebieden

5

9

6

8

1

4

7

Level 32.5 +nap

de Architect, april 2016 | 57


Spotlight Centraal Station Arnhem

transferzone transferzone

nsferzone

cespace tationstraat cial space ycleparking erior space

kantoren officespace Nieuwe Stationstraat nieuwe stationstraat winkels commercial space fietsenkelder bicycleparking buitenruimte exterior space toegang platform platform access technischespace ruimte technical

nieuwe stationstraat commercial space bicycleparking exterior space platform access technical space

bicycleparking exterior space platform access technical space

platform access technical space 5

4 1

2

3

1 ov-terminal, 2 fietsenkelder, 3 parkeerkelder, 4 K5 kantoren, 5 K2 kantoren

58 | de Architect, april 2016


Thema: Stations & stationsgebieden

TWA Flight Center door Eero Saarinen De in 1962 geopende terminal op John F. Kennedy International Airport, New York verbeelt dramatisch de ruimtelijkheid en het plezier van reizen. De architectuur van Saarinen resulteerde in een terminal die niet als statisch besloten ruimte wordt beschouwd, maar als een plek van beweging en transitie.

Analyse van verkeersstromen. Dit diagram laat zien hoe mensen gebruikmaken van het station en vormt de basis voor het ontwerp.

Studie naar verkeersstromen in het stationsgebied

de Architect, april 2016 | 59


Spotlight Centraal Station Arnhem

Deep Planning UNStudio: “Deep Planning involves the definition of key issues underpinning the development of post-industrial, global locations, that is to say, specific, localized sites that link up with global networks. The expansion of such sites depends on communication and access, which is defined as the distance between nodes, measured in time. Their restructuring implies the incorporation of duration and use into architecture and planning.� Volledige tekst op: www.unstudio.com/media/essays/3759-deep-planning

1

2

3

1 sneden 2 wanden 3 twist 4 fles van Klein 5 daklandschap: ieder element bevat unieke eigenschappen wat betreft vorm, kromming en situering 6 hoofdstructuur in staal

60 | de Architect, april 2016

4


Thema: Stations & stationsgebieden

Backtwist

Twist

5 Flip

V-wand

Balkon

6

de Architect, april 2016 | 61


Spotlight Centraal Station Arnhem

Video met Ben van Berkel Bekijk de video van Prorail waarin Ben van Berkel je meeneemt door de stationshal en uitleg geeft over de ideeën achter het ontwerp. Zoek in youtube op ‘station arnhem prorail’, of gebruik onderstaande link. https://youtu.be/y8I8ct3cevU

doelde. Zo is de twist ontstaan uit een interpretatie van het model van de Fles van Klein, een doorlopend oppervlak dat zich in zichzelf keert en hiermee zowel het binnen- als buitenvlak van een gekrulde fles definieert. Naast zulke conceptuele modellen betreft het tevens diagrammatische weergaven van analyses van de locatie. Vanwege de vele onzekerheden en verschillende opdrachtgevers ging UNStudio op zoek naar gemeenschappelijke waarden en parameters die de partijen samen konden binden. Studies van voetgangersbewegingen tussen alle programmaonderdelen bleken hierbij de crux. Driekwart van de reizigers bleek alleen over te stappen in het station, dat dus bovenal een verbinding is tussen verschillende vormen van mobiliteit. In combinatie met onderzoeken naar wachttijden zijn de hiërarchie en de richting van de routes bepaald, evenals de logische plekken voor de winkels, de horeca en de wachtplekken.3 De rationele logica van deze uitkomsten en de diagrammatische weergaven vormen een overtuigend argument voor de ontwerpkeuzen. Waar het werken met parameters en analytische diagrammen vooral een pragmatische werkwijze is die zijn wortels heeft in het functionalisme, is het gebruik van conceptuele modellen juist een creatieve zet die voorbijgaat aan rationaliteit. Een verschil dat Patrik Schumacher al in 1999 helder heeft blootgelegd aan de hand van dit ontwerp.4 Het gebruik van de Fles van Klein en het enkelvoudig oppervlak blijkt echter een uiterst effectieve keuze te zijn voor deze plek. Het oppervlak in de stationshal vouwt zich op een manier waarop de verschillende stromen in een ruimte over meerdere lagen worden verbonden. Aan de westzijde ligt de kiss&ride-zone op het niveau van de entrees van de kantoren. Hieronder bevinden zich de taxistandplaats en de halten van de regionale bussen. Dit overdekte busstation is ondanks een aantal daklichten helaas erg donker en lijkt meer om de bussen dan om de passagiers te draaien. Door de focus op gemotoriseerd verkeer oogt het zuid-westelijke deel van het station erg gesloten. Weer een niveau lager, aan de oostzijde bij de fietsroute, liggen de trolleybushalten voor het stadsvervoer. Door het splitsen van de bushalten vormt de stationshal het hart van alle stromen. Vanwege deze samensmelting, de gewaagde ontwerp-

62 | de Architect, april 2016

technieken en hieruit resulterende vorm die dit mogelijk maakt, krijgt het station de stedelijke allure waar zo op gehoopt werd. Hiermee is niet de buitenruimte maar de hal zelf de belangrijkste publieke ruimte waar gewacht kan worden. Wat was het mooi geweest als op de centrale plek geen Burger King zou komen, maar slechts de publieke piano had gestaan. 1. Hans van Dijk, ‘Architectuur opgelost in infrastructuur’, Archis, nr. 11, 2000, p. 10-21. 2. Frank Kaltenbach, ‘Monocoques aus Metall‘, Detail, nr. 10, 2015, p. 1026-1032. 3. UNStudio Ben van Berkel & Caroline Bos, Move: 3 effects, UNStudio & Goose Press, Amsterdam, p. 142-147. 4. Patrik Schumacher, ‘Rational in Retrospect: Reflections on the Logic of Rationality in Recent Design’, AA Files, nr. 38, 1999, p. 32-36.


Thema: Stations & stationsgebieden

De stationshal met de twist die van fietsenkelder tot dak oriĂŤntatie biedt.

de Architect, april 2016 | 63


Spotlight Centraal Station Arnhem In het houten plafond van de brede voetgangerstunnel is de verlichting in gleuven opgenomen.

64 | de Architect, april 2016


Thema: Stations & stationsgebieden

Een scheepsbouwer werkte mee aan de gekromde staalplaten van de twist.

Het al aanwezige hoogteverschil is slim uitgebuit op de beperkte oppervlakte.

de Architect, april 2016 | 65


Spotlight Centraal Station Arnhem

Bij elk perron zijn aan beide zijden riante openingen in het dak gesneden.

66 | de Architect, april 2016


Thema: Stations & stationsgebieden

Fotoarchief bouwproces Ben je benieuwd naar het bouwproces? Vanwege het lange bouwproces lanceerde Arnhem een website om de bevolking op de hoogte te houden. Hierop vind je een chronologisch fotoarchief vanaf de sloop tot de opening. www.arnhemcentraal.nu/beeld

Daglicht dringt door tot in de fietsenkelder.

Het station voor de lokale trolleybussen is gescheiden van de regionale buslijnen.

de Architect, april 2016 | 67


Spotlight Centraal Station Arnhem

Eigentijdse ontwerptechnieken In het juli-augustusnummer 1997 van de Architect schrijft Janny Rodermond het artikel ‘Op zoek naar eigentijdse ontwerptechnieken’. De Any-conferentie in Rotterdam dat jaar wordt gedomineerd door de vraag of de ontwerptechnieken van Greg Lynn en Ben van Berkel, waarin computersystemen een belangrijke rol spelen, de nieuwe standaard zullen vormen binnen de Any-family. Het ontwerp voor het stationgebied van Arnhem door Van Berkel & Bos wordt uitgebreid belicht.

Arnhem Central Transfer Terminal, Stationsplein 38,

- Netto

Arnhem

- Volume ca. 90.000 m3

Opdrachtgever ProRail bv

- Transferhal 5.355 m2

Architect UNStudio

- Transfertunnel 2.475 m2

Constructiemanagement ProRail bv i.s.m. ondersteuning

- Fietsenstalling 6.145 m2

door diverse partijen

- Winkels 4.890 m2

Consultants en aannemers ontwerp- en

- Kantoren 2.885 m2

aanbestedingsfase

Masterplan

- Constructeur: Arup Amsterdam (ov-terminal), Van der Werf

- Kavel ca. 40.000 m2

& Lankhorst (busstation, parkeergarage, kantoorplein)

- Vloeroppervlak ca. 160.000 m2

- MEP/Installaties Arcadis

- Transferhal (station) 21,750 m2

- Brandveiligheid DGMR Bouw bv

- Ondergronds parkeren parking 44,000 m2

- Verlichting Arup Lighting

- Busstation 7,500 m2

- Wayfinding Bureau Mijksenaar

- Twee kantoortorens 21,800 m2

- Specificaties aanbesteding ABT

- Openbare ruimten 45,000m2

Consultants en aannemers engineerings- en

Programma De transferhal is het centrale deel van

constructiefasen

het ‘Arnhem Central Masterplan’, dat meerdere

- Hoofdaannemer Besix-Welling

programma’s en niveaus verbindt met het stations-

- Constructeur Arcadis (aanbesteding ontwerp)

gebied. Het gebouw verbindt de faciliteiten en wacht-

Ov-terminal fase 1 & afwerking voetgangerstunnel

ruimten voor treinen, lokale trolleybussen en

- Hoofdaannemer Bouwcombinatie BAM Ballast

regionale bussen met winkelgebieden en kantoren,

Arnhem, Centrum VOF (BBB, BAM & Ballast Nedam)

en dient als verbindingspunt tussen deze transport-

- Constructeur Arup Amsterdam

vormen, het stadscentrum, het Coehoorn-gebied,

- MEP/Installaties BAM Techniek, Unica

de parkeergarage, de fietsen-stalling en het

Ov-terminal fase 2

kantorenplein.

- Hoofdaannemer BouwCombinatie OV-Terminal

Ontwerpjaar

Arnhem, (BCOVTA, BAM & Ballast Nedam)

- Concept ontwerp 1998-2000

- Constructeur BAM Advies & Engineering, ABT

- Schematisch ontwerp 2000, 2002 & 2004

- MEP/Installaties BAM Techniek, Unica

- Definitief ontwerp 2005-2006

- Scheepsbouwers Centraal Staal, Groningen

- Aanbestedingsfasen 2007 (compleet), 2009 (fase 1),

Bouwinformatie

2010 (fase 2)

- Kaveloppervlak ca. 11.250 m2

- Werktekeningen 2009-2011 (fase 1)

- Bouwhoogte ca. 20 m boven straatniveau

- Support (werkvoorbereiding) 2012-2015 (fase 2)

ca. 27 m boven laagste verdiepingsniveau

- Supervisie 2009-2011 (fase 1), 2013-2015 (fase 2)

Vloeroppervlak

Bouwjaar

- Bruto 21.750 m2

- 2007-2008 structuur van platformtunnel - 2009-2011 fase 1: platformtunnel & fietsenstalling - 2013-2015 fase 2: grote transferhal Gereed oktober 2015 Opening november 2015

68 | de Architect, april 2016


Thema: Stations & stationsgebieden

In het golvende dak zijn de daklichten zichtbaar boven het busstation.

de Architect, april 2016 | 69


Essays Verbouwen in plaats van verhuizen

Kleine projecten

Verbouwen in plaats van verhuizen

Het concept van de blog ‘Ugly Belgian Houses’ is helder. De meest wonderlijke bouwsels van Belgische particulieren gaan, voorzien van smeuïge bijschriften, de wereld over. Met de uitzondering als regel is een onuitputtelijke bron van inspiratie en leedvermaak aangeboord. Trouwe volgers verklaren het groeiende rariteitenkabinet de liefde, terwijl de betreffende bewoners zich te schande voelen gezet. Ze zijn niet gediend van de smaakpolitie die hun eigenste thuis op het hakblok van de sociale media legt. Anders dan de titel doet vermoeden, is het platform echter meer dan een publieke schandpaal. Het wekt de belangstelling voor de verschillende beweegredenen en uitingsvormen van particuliere (ver)bouwers. En het adresseert de vraag wat nu precies zo lelijk, bijzonder of interessant aan deze woonhuizen is. Het zijn daarbij vaak de inpassingen en aanpassingen die de meeste reacties oproepen.

Kleine transformatieprojecten voor particuliere opdrachtgevers zijn geen ondankbare bijzaak meer. Voor architecten ligt een fijngevoelige uitdaging in het bemiddelen tussen veranderende behoeften en aanwezige karakteristieken. Dit sleutelen aan het bestaande materiaal gebeurt meestal binnen een samenspel van actoren en belangen. Naast de fysieke context is sprake van een sociale context, waarin over smaak heel goed te twisten blijkt. Hoe kunnen architecten en opdrachtgevers hiermee omgaan?

Don’t move, improve!

Aan de andere kant van het spectrum vinden we talloze woningverbeteringen met een hoog ambitieniveau. Steeds meer huiseigenaren, ook de meer vermogende, kiezen ervoor om te verbouwen in plaats van te verhuizen. Of ze verkiezen een opgeknapt huis in een bestaande wijk boven een luxe nieuwbouwwoning. Volgens architecten in Londen zijn moderne uitbouwen bijvoorbeeld bij deze doelgroep zeer in trek.1 Steeds meer bewoners zien de meerwaarde in van moderne architectuur en zijn bereid daarin flink te investeren. Ze vragen om uitgesproken toevoegingen die de organisatie en de beleving van het wonen

Tekst

Pieter Graaff

1 In veel voorbeelden van de beeldblog ‘Ugly Belgian Houses’ spelen inpassing en aanpassing een grote rol. Foto tempspournousblog. wordpress.com 2 Dit door cepezed getransformeerde herenhuis in Den Haag laat zien hoe een hoogwaardige ingreep de belevenis van het wonen totaal kan veranderen. De achtergevel van het pand is letterlijk en figuurlijk geopend en vervangen door een glaspui met een taatsdeur van twee meter breed en zesenhalve meter hoog. Foto Leon van Woerkom

28 | de Architect, mei 2016

1


Thema: Leegstand & Transformatie

2

de Architect, mei 2016 | 29


Essays Verbouwen in plaats van verhuizen

Volgens het boekje Onrust over de consolidatie van een ruïne in het Zuid-Spaanse Cádiz. Volgens bewoners en pers is de ruïne verpest en het gewaardeerde onderdeel van de horizon vervuild door een betonnen blok. Volgens erfgoedspecialisten is het echter een interessant voorbeeld dat voldoet aan het uitgangspunt om te behouden wat er nog is en geen historiserende reconstructie van verdwenen onderdelen te plegen.

1

2

30 | de Architect, mei 2016


Thema: Leegstand & Transformatie

Gezocht: kleine projecten (1) Op de oproep die de redactie via de website en sociale media verspreidde, volgden dertig inzendingen. Opvallend aan de inzendingen was dat er vrijwel geen foto’s van de straatzijde bij zaten. De meeste verbouwingen vinden plaats aan de informele achterzijde, op het dak of enkel binnen de woning.

verrijken. Door de stijgende huizenprijzen in de Britse hoofdstad zijn deze investeringen meestal binnen een paar jaar terugverdiend.2 Het besef dat de woning geen consumptiegoed is, maar een potentieel waardevolle asset, dringt ook bij Nederlandse huizenbezitters door. Hier wordt het gevoed door het besef dat huizenprijzen niet automatisch blijven stijgen en niet elk huis verkoopbaar is. Dat maakt het aantrekkelijk woningen duurzamer, functioneler en meer onderscheidend te maken. In de opkomende betekeniseconomie3 draait het niet om je wat je bezit, maar juist om wat je eraan toevoegt en daarmee aan de maatschappij. Aan met aandacht of zelfgemaakte spullen, versieringen en gearticuleerde verbouwingen valt steeds meer eer te behalen. Wonen is een werkwoord geworden. Voor de meeste Nederlandse architecten geldt dat het grootste deel van hun projecten zich in, aan, op of naast bestaande gebouwen of structuren afspeelt. Bij zowel kleine als grotere bureaus zijn particuliere (ver)bouwopgaven inmiddels een volwaardig onderdeel van hun portfolio geworden.

1 Het huis heeft de structuur van een klassieke Hollandse tussenwoning, met één brede en één smalle beuk. Met behoud van de laatst aanwezige oorspronkelijke details als de entreesluis en ornamenten gipsplafonds, is deze indeling op de begane gerond volledig doorbroken. De voormalige gang en keuken zijn bij de woonruimte getrokken, waardoor één grote ruimte is ontstaan. Foto Leon van Woerkom 2 De voormalige buitenruimte van het balkon op de eerste verdieping is bij de woning betrokken, waardoor een vide even hoog als de taatsdeur is ontstaan. Foto Leon van Woerkom

Op stand zonder welstand

3 Vergunningsvrije ruimte voor bijbehorend

Tussen beide uitersten van Belgische koterijen en architectonische highlights bestaat een rijke diversiteit aan zorgvuldige, pragmatische of poëtische ingrepen. Het bewaken van de kwaliteit van deze verbouwingen in relatie tot de woonomgeving is een klassieke taak voor welstand. Tegelijkertijd zijn er goede redenen om de regeldruk te verminderen. De rol van gemeenten en corporaties in de stedelijke vernieuwing is terughoudender geworden. Terwijl grote nieuwbouwwijken door krachtige planningsallianties werden gebouwd, is het sleutelen in en aan bestaande wijken een optelsom van particulier initiatief. Bestemmingsplannen en welstandnota’s boden zekerheden die nodig waren voor grote investeringen. In bestaande wijken met veel particulier bezit kunnen investeringen juist worden uitgelokt door meer vrijheid te bieden.4 Daarbij trekt de overheid zich terug en staat de rol van welstand ter discussie. Het autoriteitsargument om te bepalen wat passend, goed of mooi is, wordt niet meer geaccepteerd. Een gemeenschappelijk vocabulaire om verbouwingen te bespreken, ontbreekt echter. In plaats daarvan verschaffen vuistregels en

bouwwerk in het achtererfgebied. Bron vergunningsvrijbouwen.com

3

de Architect, mei 2016 | 31


Essays Verbouwen in plaats van verhuizen

Gezocht: kleine projecten (2) Het kleinste ingezonden project betrof een interventie van bureau Fields. Door het plaatsen van vilten figuren op het plafond van een woonkeuken werden sfeer en akoestiek van de ruimte verbeterd. Deze aankleding maakte een verdere bouwkundige interventie overbodig.

2 3

1

32 | de Architect, mei 2016


Thema: Leegstand & Transformatie

Crystal House Binnenkort wordt aan de P.C. Hooftstraat het Crystal House opgeleverd. In het ontwerp van mvrdv worden verlijmde glazen bakstenen, kozijnen en paneeldeuren toegepast. Hierdoor kan aan de wens van een glazen etalage voldaan worden zonder de historische gevelindeling te veranderen. Een voorbeeld van existentialisme.

checklists de burger inzicht in de aanpassingen en de uitbreidingen die zonder vergunning kunnen worden gerealiseerd. Geheel volgens de beelden die dergelijke richtlijnen ondersteunen, dreigen de gegeven vrijheden beperkingen te worden. Als vergunningsvrij de norm is, moet je een sterke wil hebben om hiervan af te wijken en het onzekere traject van een vergunningsaanvraag in te gaan. Een aanbouw wordt op deze manier al snel een moderne doos die tegen de bestaande woning wordt aangeschoven. Voor de architect resteert dan slechts de taak deze doos zo mooi mogelijk vorm te geven. Dit vertrekpunt leidt lang niet in alle gevallen tot passende oplossingen. Bovendien wordt het gesprek over wat passend is, in de kiem gesmoord.

Aanpassen in plaats van toevoegen

Boven Concept uitgerekt huis door Ruud Visser 1-3 Uitgerekt huis in Rijswijk. Het aanpassen van het bestaande bleek hier een betere oplossing dan het toevoegen van iets nieuws. Bron Ruud Visser Architecten

Een voorbeeld van hoe het ook anders kan, is het uitgerekte huis in Rijswijk door Ruud Visser Architecten. De slaapkamers op de verdieping waren in deze woning te klein. Een vergunningsvrije uitbouw van drie meter hoogte bood wel ruimte, maar geen oplossing hiervoor. Uiteindelijk besloot Visser de hele achtergevel twee meter naar achteren te verplaatsen. Het karakter van de woning bleef zo behouden, terwijl tegelijkertijd aan de woonwensen is voldaan. Het aanpassen van het bestaande leverde in dit geval dus een meer passende oplossing op. De vraag wat passend is, gaat echter niet uitsluitend over de plaats en de schaal van de interventie. Het gaat ook niet louter over de architectonische kwaliteit van de toevoeging zelf. Wat vooral aan de orde is, is de vraag hoe het nieuwe zich verhoudt tot het bestaande. Meer dan om het vastleggen van omvangsnormen, gaat het om het bespreekbaar maken van omgangsvormen.

Matchfixing

Om initiatiefnemers inzicht te verschaffen in de manieren waarop je met het bestaande materiaal kunt omgaan, is een vocabulaire nodig. Daarbij gaat het om de vraag hoe het bestaande wordt gewaardeerd en in hoeverre het nieuwe zich hierin voegt en mengt. Bij aanpassingen aan monumentale panden kun je ervoor kiezen de aanpassingen vrijwel onzichtbaar in het bestaande te verwerken of juist op gepaste afstand te houden. Maar deze bandbreedte treffen we ook aan bij gebouwen die geen erfgoedstatus hebben, maar als erfenis (inclusief de reeds verdwenen panden) of grondstof gezien worden. De dialoog tussen bestaand materiaal en toevoeging kun je voeren met behulp van termen die we kennen uit participatief onderzoek. Sociale wetenschappers die het gedrag van een groep mensen willen bestuderen, doen dat door op afstand te observeren of juist door deel te nemen. De observerend deelnemer doet mee, maar blijft zich ervan bewust dat hij eigenlijk onderzoeker is. De deelnemend observator kijkt vooral, maar mengt zich in de groep om het nog beter mee te krijgen. Op eenzelfde manier kan een toevoeging zich meer als deelnemer of als observator opstellen. Dergelijke termen helpen om de verhoudingen tussen interventie en bestaand materiaal bespreekbaar te maken. Deze verzameling omgangsvormen werkt inspirerend, maar heeft ook betekenis als communicatiemiddel. Behalve met een fysieke context, hebben kleine projecten bij uitstek te maken met een sociale context. Er zijn voldoende verhalen van rijdende-rechter-achtige proporties over met zorg ontworpen moderne toevoegingen. Meningen van buren die waardevermindering vrezen staan daarbij lijnrecht tegenover die van professionals. Voor architecten zijn dit leerzame anekdotes, voor de opdrachtgevers rechtstreeks van invloed op het woongenot. De manier waarop wordt omgegaan met de woning, zegt ook iets over de houding ten opzichte van de buurt. De plaatselijke hoogte van het spreekwoordelijke maaiveld kan daarin een rol spelen. Wie van het lelijkste huis van de straat iets moois weet te maken, krijgt sneller het voordeel van de twijfel.

de Architect, mei 2016 | 33


Essays Verbouwen in plaats van verhuizen

HET BESTAANDE ALS ERFGOED DEELNEMER

Zo veel mogelijk volgens het origineel;

OBSERVEREND DEELNEMER

Invulling Het bestaande completeren met nieuwe onderdelen

DEELNEMEND OBSERVATOR

Toevoegen van herkenbaar nieuwe delen die passen bij het origineel

OBSERVATOR

om bestaande in waarde te laten

HET BESTAANDE ALS ERFENIS DEELNEMER

OBSERVEREND DEELNEMER

DEELNEMEND OBSERVATOR

Analogie Niet toevoegen, maar het bestaande aanpassen aan nieuwe wensen

Verwijzen in het nieuwe naar het (mogelijk zelfs verdwenen) oude

met het origineel

OBSERVATOR

Palimpsest Een nieuwe historische laag over het bestaande projecteren

HET BESTAANDE ALS GRONDSTOF DEELNEMER

OBSERVEREND DEELNEMER

DEELNEMEND OBSERVATOR

OBSERVATOR

Bestaande vormen en nieuwe kwaliteiten van het nieuwe

1

34 | de Architect, mei 2016

toevoeging het bestaande overheerst

naast of aan bestaande plaatsen


Thema: Leegstand & Transformatie

1 Matrix 2 De organisatorische complexiteit van een zeer voor de hand liggende ruimtelijke ingreep. Beeld Pieter Graaff

2 Noten 1 Zie ook: T. Avermaete, ‘Sleutelen aan de

Op zoek naar transformatieruimte

In de documentatie die de redactie van veel kleine projecten ontving, ontbreken veelal de foto’s van de voorzijde van de woning. De ruimte om te sleutelen aan een huis bevindt zich aan de informele achterzijde. De representatieve voorgevel blijft meestal ongewijzigd. Een groot deel van de bestaande wijken is afhankelijk van particuliere investeringen. Om die laatste uit te lokken, is het van groot belang voldoende transformatieruimte te scheppen.5 De grote vraag is hoeveel ruimte de woningvoorraad biedt voor zo’n traditie van aanpassen. Vooral in de gestapelde particuliere voorraad ligt een grote uitdaging. Daarbij speelt niet alleen het gerealiseerde, samenhangende beeld een beperkende rol, maar ook de ruimtelijke en juridische schakeling van woningen en collectieve ruimten. Een simpel voorbeeld hiervan is een vergunningsvrije uitbouw aan twee benedenwoningen in Amsterdam Oud-Zuid. Toen de bovenburen een plat dak zagen verschijnen, ontstond de wens deze ruimte bij hun ondiepe balkon te betrekken. Daarmee zouden de uitbouwen echter vergunningsplichtig worden en zou de verbouwing moeten worden stilgelegd. Voor het wijzigen van de splitsingsakte zouden bovendien de overige zeventig leden van de Vereniging van Eigenaren én hun hypotheekverstrekkers goedkeuring moeten geven. Met juridische creativiteit en een goed procesontwerp is dit opgelost.

Wonen als werkwoord

De stedelijke ontwikkeling is op veel plekken afhankelijk van particulieren die sleutelen aan hun eigen woning.6 Het faciliteren en uitlokken van deze investeringen vraagt om goede communicatie en voldoende informele transformatieruimte. Tussen ‘Ugly Belgian Houses’ en onveranderbare woongebouwen ligt een rijke diversiteit aan oplossingen. Door creatief na te denken over de gewenste omgangsvormen met het bestaande, kunnen passende oplossingen gevonden worden. Binnen die condities is het verbeteren van de woning een dankbare taak voor zowel bewoners als architecten.

laat-moderne architectuur’, in: Jaarboek Architectuur in Nederland, 2014-2015, p. 16-21. 2 “Londoners’ ‘tastes have improved’ say architects as home-extension market explodes”, gepubliceerd op dezeen.com, 11 maart 2016. 3 En de investeringen zelf dragen op hun beurt weer bij aan het stijgen van die prijzen. 4 Zie onder meer de uitzending van Tegenlicht: ‘Rendement van geluk’, 3 april 2016. 5 Dit wordt ook wel omschreven als een verschuiving van ontwikkelingsplanologie naar uitnodigingsplanologie. 6 Stedebouwkundige Jurrian Arnold ontwikkelde een analysemethode om de transformatieruimte in beeld te brengen en ontwerpstrategieën om deze te vergroten. Zie: J. Arnold, Ontwerp voor co-creatie - Wijkontwikkeling door particulier initiatief in de Eilandenbuurt, Delft 2013. Eind maart is via de website van de Architect een oproep gedaan onder architecten om kleine projecten in te sturen naar kleineprojecten@dearchitect.nl. Een aantal van de inzendingen is in dit artikel verwerkt. Bekijk meer projecten op onze website www.dearchitect.nl

de Architect, mei 2016 | 35


Essays Verbouwen in plaats van verhuizen

Doorgetrokken Studio oiio maakte een fictief voorstel voor uitbreiding van het Guggenheim Museum in New York. De beroemde hellingbaan wordt in hun plan doorgetrokken om ruimte voor meer kunstwerken te maken. Het ontwerp van de uitbreiding is een direct gevolg van het bestaande.

Verbouwing schuur tot tuinkamer in Drenthe door Christiana Fuchs Architect In een woonhuis diende extra (werk)ruimte te komen. De oude rietgedekte schuur van acht bij negen meter naast het woonhuis was in gebruik als opslag en werkplaats. Christiana Fuchs ontwierp in deze schuur een atelier. De nieuwe tuinkamer is ontworpen als een ruimte met twee naar elkaar open delen. Aan de ene kant zijn de glazen puien gericht op het terras en het woonhuis, de scheidingswand doet dienst als boekenkast. Aan de andere kant ontstaat door grote ramen aan de tuinzijde een ruimte die direct in de tuin ligt, vandaar de naam tuinkamer. In het grotere gedeelte is de werkplek gevestigd. De eerdere functies van werkplaats en opslag zijn behouden en ondergebracht in de resterende ruimte. Foto Ard Bodewes

36 | de Architect, mei 2016


Thema: Leegstand & Transformatie

Uitbreiding rijksmonumentaal woonhuis in Enschede door schipperdouwesarchitectuur Het woonhuis is in 1923 gebouwd als pastorie bij de kerk op de Oude Markt. Het rijksmonument is in een eerste fase geheel gerenoveerd. In de tweede fase is aan de noordzijde een uitbreiding gemaakt voor een eetkamer, bijkeuken en garage met carport. Deze uitbreivisueel losgekoppeld door middel van een

9

ding staat op afstand van het monument en is glazen tussenbouw. De garage is op een lager niveau aangelegd, terwijl de eetkamer op hetzelfde peil als de woonkeuken is aangelegd. In het terras zijn de niveauverschillen opgelost. De gevelbekleding bestaat uit smalle mahoniehouten latten, ook de kozijnen zijn hierin uitgevoerd. Door de kozijnen in het gevelvlak te plaatsen is een rustig beeld zonder afleidende details gecreĂŤerd.

de Architect, mei 2016 | 37


Essays Verbouwen in plaats van verhuizen

Herinnering Een Berlijnse gebouweigenaar wilde zijn pand meer uitstraling geven. Op een oude geveltekening waren de rijke decoraties te zien die na de oorlog door een stuclaag zijn vervangen. Deze tekening is door architectenbureau Hild und k naar ware grootte opgeschaald en zonder verdere bewerking als reliĂŤf in het stucwerk aangebracht. Omdat de positie van balkons en ramen in de tussentijd is veranderd, geeft dit een spannend effect.

Woonhuis in Hoorn door TPAHG architecten Het pand aan de Grote Oost 38 is een rijksmonument in de binnenstad van Hoorn. Het woonhuis is verbouwd met een nieuwe uitbouw in de tuin waar de eethoek is gesitueerd. Er zijn openslaande deuren in de bestaande achtergevel gemaakt die toegang geven tot de patio. De zijmuur van de bestaande uitbouw is vervangen door een stalen glaswand met een open dak waarin twee grote daklichten zijn geplaatst. Voor deze nieuwe toevoegingen is qua materialisering duidelijk gekozen voor contrast. Het historische karakter van het monumentale woonhuis is behouden en met de toevoeging van moderne materialen is een versmelting tussen oud en nieuw ontstaan.

38 | de Architect, mei 2016


Issues Wat komt kijken bij het ontwerpen van gebouwen voor de zorg

Thema: Zorg

Het Nieuwe Gasthuis Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie riep in mei 2015 op tot het ontwikkelen van nieuwe concepten voor tijdelijke huisvesting van mensen met een lichte zorgvraag. Deze ontwerpopgave moet de tijdelijke zorgvraag in de wijk verankeren. Vijf voorstellen hebben vanuit het aaro-programma Zorghuisvesting een subsidie ontvangen voor de startfase van het project.

Gasthuis van Welzijn

gebouw, dat een plek zal vormen voor participatieve zorg als een ‘huis’ voor

Door de verschuiving van insti-

kwetsbare burgers.

tutionele zorg naar een informeel

Het Gasthuis van Welzijn is een

netwerk van vrijwilligers en

gebouw waar plaats is voor de uit-

mantelzorgers ontstaat er voor

wisseling van zorg en welzijn. Deze

mensen zonder toereikend sociaal

zorg-exchanger is het belangrijkste

netwerk een tekort aan zorg. Voor

programmaonderdeel. Het onderzoek

deze mensen biedt een ‘Gasthuis

omschrijft het pve hiervan en toetst

van Welzijn’ uitkomst. Deze zorg-

dit op haalbaarheid. Een geschikte

exchanger is een plek voor ont-

uitbreiding van het programma wordt

moetings- en welzijnsactiviteiten

in overweging genomen.

die zich richt op de integratie en zorg van buurtbewoners en kwets-

Zorg-exchanger

bare groepen. Het draait hierbij

Allereerst draait het om het creëren

zowel om welzijn als om lichte

van een ruimte voor de uitwisseling

Het schilderij ‘De zusters van het Gasthuis van Geel’ uit de zeventiende eeuw

(niet-medische) zorg.

van zorg. Deze ‘zorg-exchanger’ is

Beeld Gasthuismuseum Geel

een publiek toegankelijke plek waar In de huidige participatiesamenleving

zorgvraag en -aanbod elkaar vinden.

programma. Hierbij valt te denken

onderzoek wordt ruimtelijk vormge-

is zorg een gemeenschappelijke taak

Het draait hierbij zowel om welzijn

aan een tijdelijke woonvoorziening

geven aan maatschappelijke trends

van iedereen in de maatschappij.

als om lichte (niet-medische) zorg.

voor specifiek kwetsbare groepen,

(participatie en zelfredzaamheid) en

Helaas is er tegenwoordig onvol-

Het is dus een multifunctioneel deel

die de reïntegratie in de maatschappij

wordt op een ruimtelijk-programma-

doende sociale cohesie, met name

dat plaats kan bieden aan zowel

stimuleert. Door deze woonlocatie

tische manier een oplossing gezocht

bij kwetsbare burgers, om deze zorg

participatieve zorg als aan preventie.

te koppelen aan de zorg-exchanger

voor een maatschappelijk probleem.

te blijven garanderen. Medische hulp

De zorg-exchanger is een plek voor

kunnen zorg- en welzijnsbehoeften

Het toont daarmee aan dat architec-

blijft uiteraard gewaarborgd, maar

ontmoetings- en welzijnsactiviteiten

van zowel de kwetsbare groepen als

tuur ook een maatschappelijke rol

zorg is zoveel meer dan dat. Het be-

die gericht zijn op de integratie en

buurtbewoners worden geïntegreerd;

kan vervullen. Vanuit de ogen van

grip zorg is veel breder en draait ook

zorg van buurtbewoners en kwets-

zij betekenen wat voor elkaar.

een architect gaat het onderzoek om

om welzijn en aandacht voor elkaar.

bare groepen. De functies zullen

Enerzijds zal een deel van de woon-

het uitvinden van een nieuwe type

gericht zijn op zowel het aantrekken

voorraad gereserveerd worden

gebouw: de participatieplaats.

Huis voor kwetsbare groepen

van buurt- en stadgenoten als op het

voor kwetsbare groepen, anderzijds

Zorg voor elkaar is geloven in de

leveren van zorg en welzijn.

hebben we de ambitie om ook niet-

eigen kracht van mensen om de vita-

Om de zorg-exchanger te comple-

kwetsbare burgers als studenten aan

liteit in de samenleving te vergroten.

menteren, willen we kijken naar

te trekken. Door het samenbrengen

Initiators laura alvarez architecture i.s.m.

Dit is niet alleen van waarde voor

een mogelijke uitbreiding van het

van deze groepen en het aantrekken

mauroparravicini bv

degene die de zorg ontvangt, maar

van buurtbewoners, evenals het bie-

Partners X-tra Welzijn i.s.m. Staedion en

ook voor de zorgende. De burger

den van een diversiteit van functies,

Florence

Laura Alvarez

voelt zich immers van waarde voor

• Voor kwetsbare groepen met

brengen we een verloren gebouw

Team Mauro Parravicini, Laura Alvarez,

de samenleving. Een randvoorwaarde

een lichte zorgvraag is het sociale

weer tot leven en bevorderen we het

Willem Wopereis, Bram Dierckx,

voor het leggen van deze sociale

vangnet niet altijd toereikend.

welzijn van alle betrokkenen.

Bloeme Brusse, Maarten Kop, Arun Jansen

contacten is het creëren van een

• Het Gasthuis van Welzijn kan

aantrekkelijke omgeving. Wij ver-

daarin een rol spelen.

Maatschappijkritische architect

wachten dat dit zal leiden tot meer

• Deze zorg-exchanger verbindt

Architecten hebben vaak als taak om

zorg voor elkaar.

de kwetsbare groepen met

een bestaand programma van eisen

Ons onderzoek naar het Gasthuis van

buurtbewoners.

te vertalen in een ruimtelijk ontwerp.

Welzijn speelt in op bovengenoemde

• Op deze manier kunnen

Dit project gaat echter uit van een

maatschappelijke uitdagingen. Wij

beide groepen iets voor elkaar

meer sociale rol van de architect,

ontwikkelen hiervoor een integraal

betekenen.

die enigszins maatschappijkritisch

concept voor een nieuw type

is. Door middel van het ontwerpend

de Architect, september 2016 | 59


Ontmoeting Menselijke schaal in zorgontwerp

Menselijke schaal in zorgontwerp Radboudumc, afdeling Psychiatrie, Nijmegen

3

De in 1991 geopende kliniek van de afdeling Psychiatrie van het Radboudumc voldeed na 25 jaar niet meer aan de nieuwste inzichten op het gebied van klinisch psychiatrische patiëntenzorg. Op basis van de principes van de ‘healing environment’ maakte een team van architecten, managers en adviseurs een ontwerp waarin sfeer en beleving een belangrijke plaats innemen. Hoe kwam dit gebouw tot stand? En wat was de rol van architectuur in dit proces? Tekst

Harm Tilman Beeld

Matthijs Borghgraef

Aan het ontwerpproces van de kliniek

spreken over sfeer, beleving. In dit geval

ligt de holistische visie ten grondslag

waren deze aspecten vanaf de eerste

dat het ontwerp een nieuwe realiteit

stap zeer belangrijk.”

kan scheppen en veranderingen in

Het gebouw was ongeveer 25 jaar oud

gedrag kan bewerkstelligen. Het bete-

en toe aan wat ze in Nijmegen een ‘mid-

kent dat het ontwerpproces is gericht

life’ renovatie noemen. René Bleeker:

op welzijn en dat de omgeving die tot

“Psychiatrie biedt geïntegreerde zorg

stand wordt gebracht een antwoord

voor patiënten met psychiatrische en

dient te geven op een veranderende

somatische (lichamelijke) aandoenin-

samenleving. De nadruk in het proces

gen. Om de zorg te kunnen intensive-

verschuift van functionaliteit en komt

ren is een High & Intensive Care (hic)

te liggen op sfeer en beleving.

beschikbaar, waar patiënten met zeer

Het Radboudumc wil vooroplopen

complexe psychiatrische problematiek

in het ontwikkelen van duurzame,

kunnen worden behandeld.”

innovatie en betaalbare gezondheidsri-

Daniël van den Berg: “Het gebouw

sico’s. De keuzes die zijn gemaakt, zijn

is weliswaar gedateerd, maar we

gebaseerd op ervaringen, wensen en

ontdekten dat het vrij goed opnieuw

behoeften van patiënten, zorgprofes-

is te gebruiken. Wij hebben zorgvuldig

sionals en onderzoek. Ondanks alle

gekeken naar de bestaande structuur

‘evidence’ staat het echter niet voor

van het gebouw, en deze omgezet naar

honderd procent vast dat een interieur

een nieuwe kwaliteit die past bij de

bijdraagt aan een betere behandeling

behandelwijzen van Psychiatrie.”

of genezingsproces. René Bleeker,

Ondanks het beperkte budget wilde

directeur projectbureau Bouwzaken

Bouwzaken de renovatie niet op “een

Radboudumc: “Het was best een risico

standaard ziekenhuizenmanier” laten

om het interieur een hoogwaardige en

uitvoeren. Om deze reden is aan het

niet een standaard solide afwerking te

bouwteam met architect en techni-

geven. We wilden kijken of het mogelijk

sche adviseurs een interieurarchitect

is een ‘wellness’ omgeving te maken.”

toegevoegd en is uitgebreid onderzoek gedaan naar de principes van een he-

Vernieuwing en design guidelines

lende omgeving. René Bleeker: “Omdat

Projectbezoek

Dit streven betekende dat vaste ge-

patiënten langer dan een dag in de

Het projectbezoek aan Radboudumc,

woonten bij ziekenhuisbouw doorbro-

kliniek verblijven is die laatste van groot

Nijmegen vindt plaats op woensdag

ken dienden te worden. Daniël van den

belang. We willen dat ze hun autono-

28 september a.s. aanvang 14.00 uur.

Berg, partner egm: “Je hebt standaard in

mie kunnen behouden, ook al maken

De toegang is gratis en je kunt je

de gezondheidszorg een aantal trajec-

ze deel uit van een op dat moment

aanmelden via

ten die sterk functioneel zijn gericht.

gesloten systeem. Om dit voor elkaar

www.dearchitectprojectbezoeken.nl

Vaak kom je pas later in het proces te

te krijgen hebben we tuin, interieur

32 | de Architect, september 2016


Thema: Zorg

‘‘Een goede omgeving betekent voor patiënten meer privacy, meer autonomie, overzicht, veiligheid en comfort en een goede balans in prikkels. Het bevordert daarmee het herstel van patiënten.” René Bleeker, directeur projectbureau Bouwzaken

en gebouw aan elkaar gekoppeld. Een

wil een innovatief ziekenhuis zijn en is

‘design guidelines’ die de ontwerpers

belangrijke plaats in. Als je dit allemaal

goede omgeving betekent voor pati-

bereid daarvoor zijn nek uit te steken. In

de nodige vrijheid geven, maar goed

goed doet, kom je uit op wat wij profes-

enten meer privacy, meer autonomie,

een dergelijke omgeving kun je rustig

laten zien waar Radboudumc voor staat.

sioneel plus noemen.”

overzicht, veiligheid en comfort en een

dingen uitproberen zonder direct heel

Hobo: “Wat goed is, willen we graag

goede balans in prikkels. Het bevordert

het systeem te blokkeren. Keerzijde

behouden. Verder streven we naar open

Gastvrije omgeving

daarmee het herstel van patiënten.”

hiervan is wel dat het veel lastiger is te

en transparante instellingen. Daarna ko-

Het interieur is gemodelleerd naar

Deze vernieuwingsdrift hangt onge-

zorgen voor enige eenduidigheid in

men in de ‘guidelines’ zaken als eigen-

een hotelomgeving. Suzanne Holtz

twijfeld samen met het feit dat het

het design.”

heid, menselijke maat en verwondering

(Suzanne Holtz Studio) ontwierp het

Radboudumc een academisch zieken-

Om die reden ontwikkelde het pro-

aan de orde. De gewenste samenwer-

interieur van de kliniek van de afde-

huis is. Iris Hobo, design manager pro-

jectteam vanuit de kernwaarden die

king tussen architect, interieurarchitect

ling Psychiatrie. Als ontwerper heeft

jectbureau Bouwzaken: “Radboudumc

Radboudumc aanhoudt, een serie

en landschapsarchitect neemt een

zij veel ervaring met hotels. In haar

De scherpe punten van de natuursteenwand zijn weggehakt, zodat patiënten zich niet kunnen bezeren.

de Architect, september 2016 | 33


Ontmoeting Menselijke schaal in zorgontwerp

‘‘Patiënten worden in toenemende mate als gasten gezien. Dit vraagt om meer menselijke maat en zachtheid in het interieur” Suzanne Holtz, interieurontwerper

34 | de Architect, september 2016


Thema: Zorg

“Radboudumc wil een innovatief ziekenhuis zijn en is bereid daarvoor zijn nek uit te steken. In een dergelijke omgeving kun je veel dingen uitproberen” Iris Hobo, design manager projectbureau Bouwzaken

optiek verschilt een ontwerp voor een

concepten. Zij maken het structuurplan.

kliniek niet veel van dat voor een hotel.

Op het gebied van de indeling heb je

Holtz: “Vanuit de ‘hospitality’ gedachte

een overlap. Daarna maak ik het inte-

telt in een ziekenhuis niet alleen de

rieurconcept en tot slot maken zij het

relatie tussen patiënt en arts, maar

bestek waarin alles wordt geïntegreerd.”

worden patiënten in toenemende

De interieurarchitect komt dus

mate als gasten gezien. Dit vraagt om

eerder aan tafel te zitten en dat heeft

meer menselijke maat en zachtheid in

consequenties voor het indelingsplan.

het interieur. Dankzij deze extra laag

Suzanne Holtz: “In de kliniek bestaat

worden ze warmer, meer aangekleed en

de middenbeuk uit bogen, geheel in

omhullender.”

lijn met de architectuur van de Bossche

Met het ontwerp voor Psychiatrie speelt

School van het gebouw. Tijdens het pro-

het denken over hospitality een grote

ces ontstond de discussie of je die gaat

rol in het domein van de zorg. Daniël

behouden of niet. Ik heb voorgesteld de

van den Berg onderkent deze ontwik-

bogen te behouden en uit te breiden

keling, maar wijst op het verschil tussen

tot een middenbeuk met lichtstraten

representatie en behandeling. Van den

aan de zijkant. Dat heeft bovendien als

Berg: “Een groot verschil tussen het

gunstig neveneffect dat het gebouw

hotelwezen en gezondheidszorg is dat

herbergzamer wordt voor de patiënten.

je als patiënt alles ziet en meemaakt.

Egm bereikte vanuit zijn invalshoek

Als je wordt geopereerd, beland je in

dezelfde conclusie. Zo konden we goed

het technische hart van het ziekenhuis.

samen optrekken.”

Anders dan in een hotel, is er in een zie-

Ook de architect is zich ervan bewust

kenhuis geen coulisse of representatie.”

dat er meer middelen dan architectuur kunnen worden ingezet om het

Het interieur is door Suzanne Holtz gemodelleerd naar een hotelomgeving.

Samenwerking tussen architect,

gewenste resultaat te behalen. Van den

interieurarchitect en tuinarchitect

Berg: “Voor een patiënt staat de manier

In het ontwerp vormen de relaties

waarop hij wordt behandeld voorop.

tussen architect, interieurarchitect en

Techniek en gebouwde omgeving

tuinarchitect een soort heilige drie-

komen zo’n beetje op plek vijf. Ze zijn

eenheid. In het verleden volgden deze

de verzachtende omstandigheden die

ontwerpers elkaar op in het proces. In

een verblijf in een ziekenhuis draaglijk

Nijmegen hebben ze vanaf het begin

maken. Philips onderzoekt hoe projec-

nauw met elkaar samengewerkt. Dit is

ties gemaakt kunnen worden en met

gedaan vanuit de duidelijke wens van

behulp van verlichting de stemming en

het Radboudumc meer onderlinge

de gemoedstoestand van een patiënt

synergie te bewerkstelligen. Het lijkt te

kunnen worden beïnvloed. Uitzicht is

hebben gewerkt, want een feit is dat de

een simpel gegeven, het kunnen weg-

ruimte in Psychiatrie een geheel eigen

kijken. Het minste wat architectuur kan

karakter heeft gekregen.

bieden is een venster waardoor je weg

Vooral de samenwerking tussen archi-

kunt kijken en gedachten de ruimte

tectuur en interieurarchitectuur was

kunt geven.”

van groot belang voor het uiteindelijke

Een ander aspect dat de nieuwe kliniek

resultaat. De tijd dat een architect een

onderscheidt van vergelijkbare instellin-

gebouw opleverde en dat vervolgens

gen is de tactiliteit van het ontwerp. Op

een interieurarchitect zijn of haar ding

dit punt komt de wand van natuursteen

kon doen, is voorbij. Susanne Holtz:

vaak ter sprake. De materialen die op de

“Beiden kunnen elkaar juist versterken.

wanden in psychiatrie zijn toegepast,

Egm is een goede ziekenhuisarchitect

bleken hoekiger te zijn dan was voor-

die thuis is in techniek, logistiek en

geschreven in het bestek. Goede raad

de Architect, september 2016 | 35


Ontmoeting Menselijke schaal in zorgontwerp

‘‘Het minste wat architectuur kan bieden is een venster waardoor je weg kunt kijken en gedachten de ruimte kunt geven” Daniël van den Berg, partner architect egm Architecten

Architect en interieurarchitect hebben vanaf het begin samengewerkt aan het ontwerp, in plaats van achter elkaar aan.

was duur. Patiënten mogen zich niet

vestingsplannen. Met dat geld moet je

punt is de overlap tussen vakgebieden

onze processen op een andere manier

bezeren aan zo’n wand, maar het team

het doen. Als dan meer geld naar de ar-

als architectuur en interieur. Holtz: “Zo

te organiseren. Egm bestrijkt nog steeds

achtte ze voor de routing, helderheid en

chitectuur gaat, gaat dat ten koste van

ontwerp ik de wandafwerking en daarna

de volledige breedte van de opgave,

herkenbaarheid van het interieur nodig.

iets anders. In een ziekenhuis staan de

wordt ze nog een keer gemaakt. Maar

maar de wereld verandert zo snel, dat

Aanvankelijk overwoog men grote glas-

installatieadviseurs van oudsher sterk.

doe ik dat niet, dan weet de architect

je niet alles meer in huis kunt of hoeft

platen tegen de wanden te schroeven,

Maar we zetten in het Radboudumc ook

niet wat de afwerkingen zijn. Als je zo

te hebben. Daarvoor ga je vooral naar

maar uiteindelijk hebben drie steen-

sterk in op veiligheid. Dat leidt soms tot

met elkaar samenwerkt, ben je meer tijd

buiten en ga je de dialoog met de

houwers een week lang alle scherpe

de nodige discussie. Nog heel vaak hoor

kwijt maar bereik je een beter resultaat.

buitenwereld aan.”

punten ervan weg staan hakken.

je ‘dat doen we zo niet’. Maar dat is aan

Voor een opdrachtgever zijn deze

Van den Berg geeft aan dat dit het

Tactiliteit is op deze manier een vorm

het veranderen.”

dubbele uren echter lastig.”

nodige betekent voor het bureau zelf.

van intelligentie geworden.

Ook de demarcatielijsten, waarin wordt

Egm is al lang niet meer het specialis-

beschreven wat iedereen doet, sluiten

Herijking van het vak

tische zorgbureau dat het in de tradi-

Budgetten en demarcatielijnen

niet aan op wat feitelijk in het proces

Ook egm onderkent dat je als bureau

tionele, door de overheid bepaalde

De in Nijmegen gevolgde aanpak heeft

gebeurt. Rene Bleeker: “De integraliteit

nooit meer in zijn geheel het ziekenhuis

wijze van bouwen ooit was. Die laatste is

consequenties voor de budgetten die

die we nastreven zit daar nog niet in.

kan ontwerpen. Het valt samen met de

helemaal weg en de zorgmarkt is bezig

worden vastgesteld voor architec-

Komende tijd gaan we sleutelen aan de

herijking van het vak. Daniël van den

met een herpositionering. Van den

tuur. Bleeker: “De budgetten voor een

voorwaarden voor de vakgebieden en

Berg: “We zoeken het nu veel meer in

Berg: “Alertheid en acuutheid beginnen

project liggen vast in langetermijnhuis-

de normen voor het bouwen.” Heikel

samenwerking en zijn bezig het vak en

belangrijker te worden. Ook voor ons

36 | de Architect, september 2016


Thema: Zorg

worden dit belangrijke waarden.” Egm wil vanuit zijn traditie weliswaar een totaalbureau blijven, maar acht het niet meer nodig om altijd op een technische manier aan een project te werken. Met een eigen afdeling Research & Development denkt het een antwoord te hebben gevonden op de maatschappelijke ontwikkelingen die steeds sneller gaan. Daarnaast heeft het Powered by egm in het leven geroepen, dat ook separaat inzetbaar is voor de begeleiding van bim en de ondersteuning van processen. Ten slotte is ook bij egm een specifieke focus ontstaan op sfeer en beleving. Van den Berg: “Het mooie van ons vak is dat architectuur niets uitsluit en dat je haar iedere gewenste focus kunt meegeven. Samen met het aangaan van samenwerking, zie ik dit als de logische toekomst van ons bureau.” Menselijke schaal Die menselijke schaal of ervaring is de kern van het ontwerp van de kliniek. Door het middendeel met zijn bogen te behouden en daar zicht op te creëren, is het een herkenningspunt geworden. Met behulp van een lichtstraat rond het middendeel is de aanwezigheid van dit baken versterkt. Verder zijn alle gangen doorgezet naar de gevel, waardoor patiënten en verzorgers een andere ervaring van de omgeving en de ruimte zelf krijgen.

De middenbeuk met bogen is behouden en uitgebreid met lichtstraten aan de zijkant.

De gesloten, halfopen en open afdeling hebben elk een eigen tuin die aansluit op het interieur. Alle drie de afdelin-

nu toe positief. Als je er rondloopt,

gen hebben bovendien een zelfde

heb je niet het idee dat je in een

uitstraling gekregen. Rond de gesloten

psychiatrische kliniek bent. Een van

Een belangrijk uitgangspunt voor de reno-

afdeling staat een fors hek, maar door

de zorgprofessionals die ik sprak: “Je

vatie van de psychiatrische afdeling van het

de vormgeving merk je de geslotenheid

kunt je voorstellen dat het prettiger

Radboudumc was het behoud van de

minder. Alle patiënten hebben

is in een warme, zachte omgeving

monumentale uitstraling van het pand.

een eigen kamer met televisie die zo

te worden opgevangen dan in een

Vanuit de esthetische wens voor lange

nodig kan wegzakken in het meubel.

klinische omgeving met tl-balken.

panelen is uiteindelijk gekozen voor een

In de optiek van het Radboudumc

Daar wordt geen mens blij van.”

300c paneel van Hunter Douglas. Het geïnte-

Geïntegreerd klimaatsysteem

bevordert een dergelijke omgeving het

greerde klimaatsysteem is direct verlijmd

herstel van patiënten.

in de lamellen voor de beste warmte-

De kliniek is zo veel humaner geworden.

overdracht.

Zorgprofessionals en patiënten zijn tot

de Architect, september 2016 | 37


Ontmoeting

Naoorlogse ontwerpmodellen revisited

Herwaardering van ruimtelijke kenmerken

3

Naoorlogse woonwijken roepen associaties op met repeterende bouwblokken, armoedig materiaalgebruik en verwaarloosd groen. Bovendien zijn ze het toneel van leegstands- en leefbaarheidsproblematiek. Al sinds de jaren negentig wordt gezocht naar een effectieve aanpak om deze wijken te herstructureren. Tot nu toe hecht men opvallend weinig waarde aan het behoud van de ruimtelijke kenmerken uit de naoorlogse periode. Een groeiende groep architecten en stedebouwkundigen pleit voor een herwaardering van de wijkopzet en de architectonische ontwerpoplossingen uit de naoorlogse periode. Tekst

Alijd van Doorn Beeld

Sebastian van Damme

Van grootschalige vernieuwing

schijnlijk gebrek aan respect voor de

lossing, maar verwoest de veelal zeer

naar microchirurgie

historische waarden. Vastgoedstrateeg

subtiele architectonische detaillering. In

De discussie rondom de aanpak van

Bregit Jansen van HaagWonen wijt dit

plaats daarvan wordt nu vaak gekozen

naoorlogse wijken is niet nieuw. Al in

aan de beperkte budgetten. “We hech-

voor het toepassen van buitenisolatie

de jaren negentig ontwikkelden zich

ten veel waarde aan uitstraling, maar we

met steenstrips. Jansen: “Als ik mijn

hier socio-economische problemen

kunnen niet alles.“ De corporatie zoekt

architectuurhistorische hoed opzet

door een groeiende migrantenstroom

nu naar een gulden middenweg, die

denk ik ‘dat kan toch niet’, maar het iso-

en het wegtrekken van de bestaande

Jansen munt als het ‘vloeiend en zacht

leren aan de binnenzijde is gewoonweg

bevolking. In deze periode vond ook

omgaan’ met de historische waarden

te kostbaar.”

de bruteringsoperatie plaats waarmee

van de complexen.

Een ander voorbeeld dat ze noemt is

de corporaties werden geprivatiseerd.

Ze geeft de aanpak van gevelisolatie

het toepassen van een kleurenwaaier

Dat was het begin van de stede-

als voorbeeld. Het aan de buitenzijde

die is ontwikkeld op basis van historisch

lijke vernieuwing. Stedebouwkundige

isoleren met gevelisolatie en stuc-

kleurgebruik in Den Haag. Bij een

Wouter Veldhuis (must): “De wonin-

pleister is de meest betaalbare op-

renovatie kiest men dan niet per se

gen waren inmiddels afgeschreven, waardoor het sloop-nieuwbouwmodel voor de hand lag. In de slipstream van de woningen werden ook de waarden van de stedebouwkundige structuren afgeschreven.” Tijdens de stedelijke vernieuwing was het adagium om letterlijk en figuurlijk te breken met het oude. Bestaande complexen werden rücksichtslos vervangen door moderne gebouwen die in niets herinneren aan de idealen waarmee deze wijken ooit zijn gebouwd. In 2008 bracht de economische crisis een abrupt einde aan de grootschalige herstructureringsprojecten. Versterkt door de politieke druk vond een rigoureuze omslag plaats naar beheer en onderhoud op complexniveau. Wat hetzelfde is gebleven als in de periode van de stedelijke vernieuwing, is een ogen-

34 | de Architect, oktober 2016

Wielewaal in Rotterdam door kaw met een horizontaal systeem van balkons


Thema: Woningbouw

Rond de gemeenschappelijke hof staan vier losse volumes.

voor de oorspronkelijke kleur van het

Architect als hoeder van naoorlogse

naoorlogse wijk waarbij het bestaande

Met architectonische ingrepen die

betreffende complex, maar wel voor

architectonische waarden

in ere wordt gehouden.

verwijzen naar de vormentaal van

een kleur die uit de Haagse historie

“Architecten hebben zelf hard mee-

Deze werkwijze waarbij het bestaande

de omringende bebouwing, zoals de

en de betreffende bouwperiode komt.

gewerkt aan het in diskrediet brengen

een belangrijk uitgangspunt is, past

schoorstenen en de gevelritmiek met

“Recent hebben we voor het vervan-

van het naoorlogse gedachtegoed”,

kaw niet alleen bij renovatieprojecten

grote ramen, gaan de nieuwbouw-

gen van kozijnen toch voor kunststof

stelt Veldhuis. Volgens hem zagen de

toe. Ook bij herstructurering en zelfs

woningen bijna onzichtbaar op in hun

gekozen. Welstand was niet onverdeeld

babyboomers in de stedelijke vernieu-

in uitbreidingsprojecten zoekt kaw

omgeving. Het appartementencomplex

positief. Maar het is bedrijfsmatig

wingsdrang ook een kans om af te re-

aanknopingspunten in naoorlogse ont-

in het centrum van de wijk verwijst naar

onverantwoord om leeg te lopen op

kenen met hun voorgangers. Binnen de

werpmodellen. Voor de Zeeheldenbuurt

de Bossche School, waardoor het toch

de exploitatie. Ook in de toekomst

huidige beheeropgave is er aanzienlijk

in Den Bosch bijvoorbeeld ontwierp het

een couleur locale krijgt. Van oudsher

moeten we voldoende inkomsten

minder ruimte voor architectonische

bureau 150 nieuwe eengezinswoningen

leven mensen hier aan de buitenzijde.

genereren om passende, betaalbare en

statements. “Toch zie je ook hier vaak

en een appartementencomplex. Von

Daarom koos kaw voor een oriënta-

goed onderhouden woningen aan te

dat architecten krampachtig hun eigen

Meding: “We hebben eerst gekeken hoe

tie van de balkons aan de buiten- in

kunnen bieden aan mensen die

toevoeging willen doen, bijvoorbeeld

de buurt is opgebouwd. Die maat en

plaats van de binnenzijde. De balkons

daar zelf niet of moeilijk in kunnen

in de vorm van modieuze luifels”, stelt

schaal hebben we aangehouden. In de

hebben ook architectonisch betekenis

voorzien.”

Reimar von Meding, partner bij kaw

ring hebben we de eengezinswoningen

als schaalelement in relatie tot de oor-

Deze verhalen zijn niet uniek voor

architecten. Met de naoorlogse archi-

gepositioneerd. In plaats van de wonin-

spronkelijke laagbouw op deze plek.

HaagWonen. Alle corporaties worstelen

tecten deelt het bureau een fascinatie

gen simpelweg dertig procent groter

In het ontwerp voor de uitbreiding

met dezelfde problematiek. Geld is

voor rationele architectuur met een

te maken dan de bestaande, hebben

van de naoorlogse wijk Wielewaal in

echter niet de enige factor die een rol

hoge mate van detaillering. Von Meding

we ze binnen de bestaande contouren

Rotterdam maakt kaw gebruik van een

speelt. Ook de naoorlogse vormentaal

hoort bij een groeiende groep architec-

ontworpen. Hierdoor ontstaan nieuwe

aantal thema’s uit de naoorlogse wo-

wordt niet door iedereen gewaardeerd.

ten en stedebouwkundigen die zoekt

typologieën, die bijzonder geschikt

ningbouw. Binnen de gegeven stempel-

naar een transformatiemodel van de

zijn voor starters.”

vorm is een structuur opgezet uit vier

de Architect, oktober 2016 | 35


Ontmoeting Naoorlogse ontwerpmodellen revisited

Complex 40, Overtoomse Veld in Amsterdam “We zijn gaan kijken wat er al was. Zo kwamen we erachter dat er eigenlijk een heel mooi patroon in de kozijnen zat. Ook de plattegronden waren met 85 vierkante meter met een balkon fantastisch. Zie dat nog maar eens te vinden in de sociale woningbouw. Het enige dat we hebben gedaan, is de oorspronkelijke kozijnen en kleurstellingen teruggebracht. De balkons zijn in de bestaande vormentaal, detaillering en aansluiting ontworpen.� Reimar von Meding

De Zeeheldenbuurt in Den Bosch door kaw voegt nieuw programma toe met respect voor bestaande structuren.

36 | de Architect, oktober 2016


Thema: Woningbouw

Complex 40, Overtoomse Veld in Amsterdam “De ontsluiting op de begane grond is wel onder handen genomen. De portieken zijn aangepast. De bergingsdeuren zijn met de entree samengevoegd, waardoor je in plaats van heel veel verschillende entrees een overzichtelijke situatie krijgt. De relatie met de binnenhoven is verbeterd door de buitenranden van de hoven te formaliseren en de beganegrondwoningen zo te organiseren dat ze openslaande deuren naar buiten hebben.” Reimar von Meding

losse volumes rondom een gemeen-

“Als je verstand hebt van woningbouw

schappelijke hof. In de vormentaal van

en rationeel ontwerpt, hoeven de archi-

de gevel is een horizontaal systeem van

tectonische grondbeginselen helemaal

balkons die zijn ingevuld met penanten.

niet ter discussie te staan. Als je duide-

De galerij leunt op de penanten, zoals

lijk vertelt wat je wilt hebben, vinden

je ook in veel jaren vijftig woningen in

de meeste aannemers dat prima”, zegt

Pendrecht tegenkomt. Door de gedeel-

Von Meding. Ook Veldhuis vindt het

telijke afscherming van de galerij ont-

naar voor schuiven van de aannemer in

staat een kwalitatieve buitenruimte in

het proces een kwalijke zaak, omdat hij

plaats van een onaangename verkeers-

in die rol te veel vrijheid krijgt. Volgens

route. Een ander klassiek naoorlogs

hem kunnen we uit de naoorlogse pe-

thema is het toepassen van gevelkunst,

riode inspiratie putten voor wat betreft

in de vorm van ingemetselde projectie

de samenwerking met de industrie om

van een Wielewaal. Volgens Von Meding

snel stevig en duurzaam te bouwen. Dat

is het bij deze projecten steeds een

gaat over de manier waarop destijds de

zoektocht naar een balans tussen het

techniek in bouwsystemen werd geïn-

bestaande en het nieuwe. “Je kunt een

tegreerd, maar ook over het stroom-

nieuwe typologie niet oplossen met

lijnen van de keten.

oude vormen.” Dat wil vervolgens niet

Bij HaagWonen lopen de eerste pilot-

zeggen dat toevoegingen van een an-

projecten waarbij de aannemer een

dere planeet komen. Door voort te bou-

deel van het ontwerptraject voor zijn

wen op naoorlogse ontwerpthema’s,

rekening neemt. Bregit Jansen ziet hier

vindt Von Meding aansluiting bij de

wel een spanningsveld: “Je kunt niet

beeld dat architecten alleen het esthe-

voor elkaar.” Met zestig tot zeventig

bestaande stedebouw én het bestaande

tegen een aannemer zeggen dat hij

tische deel verzorgen, werkt volgens

procent uitgeefbare grond noemt

gebruik. Toch ligt in het gebruik van

rekening moet houden met cultuur-

hem tegen om deze rol uit te voeren.

hij de stad van nu armoedig. Wat we

naoorlogse vormentaal niet de essentie

historische waarden. Je moet veel con-

“Nog erger is dat architecten dit beeld

volgens Veldhuis kunnen leren van de

van zijn ontwerphouding. Von Meding:

creter zijn, bijvoorbeeld dat de originele

zelf in stand houden”, zegt hij.

naoorlogse stedebouw, is het geloof

“De naoorlogse woningbouw komt

raamindeling en detaillering zo veel

niet voort vanuit een vormentaal, maar

mogelijk moet worden aangehouden.

Actualiteit van de naoorlogse

sequenties van privé naar openbaar.

vanuit een programma. Het is vooral de

Maar om te bepalen welke historische

modellen

Zo ontstaat ruimte waar gemeenschap

houding van het ontdekken van patro-

elementen cruciaal zijn is kennis en

Het is één ding om bij herstructuring

wordt ontwikkeld.” De behoefte aan dit

nen in het gebruik en het van daaruit

kunde en onderzoek nodig. En daar is

van naoorlogse wijken rekening te hou-

soort plekken is in zijn ogen actueel,

ontwikkelen van een vorm waarvan ik

vaak geen geld voor.”

den met de bestaande kwaliteiten uit

getuige de opkomst van de cpo’s.

denk dat we die als architecten opnieuw

Het betrekken van de architect in een

de omgeving. Een vervolgvraag is of de

Veldhuis merkt op dat naoorlogse

moeten omarmen.”

traditioneel proces lijkt wat dat betreft

naoorlogse structuren an sich actueel

wijken de enige stedebouwkundige

een logische keuze. Volgens Von

zijn. Volgens Von Meding en Veldhuis

structuren zijn die grote ruimtevragers

De rol van de architect

Meding zijn architecten bij uitstek in

is dat het geval. Von Meding: “Ook nu

kunnen accommoderen, bijvoorbeeld

Dat er geen geld is voor het realise-

staat om historische en architectoni-

speelt een discussie over betaalbaar-

als het gaat om klimaatadaptatie.

ren van dit soort kwaliteiten, noemt

sche analyses uit te voeren, maatschap-

heid, beschikbaarheid en het recht

Veldhuis denkt dan ook dat naoorlogse

Von Meding een schijndiscussie. “Wij

pelijke patronen te ontdekken en van

van mensen om in de stad kwalitatief

wijken, zeker wanneer ze goed op

realiseren dit soort projecten binnen de

daaruit ontwerprichtingen te bepalen.

te wonen. De principiële route van de

de binnenstad zijn aangesloten, de

budgetten voor sociale huur.” Volgens

Ook in het proces kunnen architecten

naoorlogse architecten biedt hiervoor

potentie hebben om te transformeren

Von Meding lukt dit alleen als je hier als

volgens Von Meding een belangrijke

aanknopingspunten.”

tot aantrekkelijke stedelijke woon-

architect het voortouw in neemt. Het

rol vervullen: ”We zijn geen opbouw-

Veldhuis vindt dat de opzet van de na-

milieus voor nieuwe stedelingen en

leidt in zijn ervaring zelden tot meer-

werkers, maar we doen veel onderzoek

oorlogse wijk als geheel herwaardering

starters die op zoek zijn naar goede,

waarde om aannemers vroeg in het pro-

aan de voorkant, zodat we een gevoel

verdient. Het valt hem op dat corpora-

betaalbare woningen en ruimte voor

ces te betrekken. In de Zeeheldenbuurt

krijgen voor wat gaande is.” Willen

ties onzeker zijn over de kwaliteit van

het collectief. De naoorlogse structuren

is een traditioneel proces gevolgd en

architecten deze rol pakken, dan moet

de naoorlogse wijken. Volgens hem is

blijken ook nog eens heel adaptief voor

kon alles gebouwd worden zoals het

volgens Von Meding wel een imagover-

dat niet nodig. “De ruimte vormt een

nieuwe woonvormen. De Klusflat aan

was bedacht.

andering plaats vinden. Het algemene

luxe uit die tijd en krijg je nu niet meer

de Amsterdamse Klarenstraat noemt

in het collectief. “Alles is ontworpen in

de Architect, oktober 2016 | 37


Ontmoeting Naoorlogse ontwerpmodellen revisited

Klusflat Amsterdam Een voorbeeld van de bouwkundige en programmatische adaptiviteit van de naoorlogse woonwijk is de collectieve Klusflat in Slotervaart door Van Schagen met Slokker bouw. Hier zie je hoeveel je kunt met de casco’s die het tunnelen uit de naoorlogse periode hebben opgeleverd. Door de combinatie van een gunstige ligging, scherpe prijs en geboden vrijheid woont er nu een doelgroep in Slotervaart, die er anders niet snel was gaan wonen.

Begane grond

Woningtype 1

3

3

2

4

4

2

2

keuken 2 slaapkamer

4

2

1

1 woonkamer/

3

2

2

1 5

3 berging 4 badkamer 5 balkon

1 5

Eerste verdieping

Tweede verdieping

Begane grond

Woningtype 2

1

4 3

3

2 2

1

4

2 5

Begane grond

38 | de Architect, oktober 2016

Eerste verdieping

4

3 2

1

2

2

5 Tweede verdieping

Eengezinswoningen in de Zeeheldenbuurt


Thema: Woningbouw

De oriëntatie van de balkons is aan de buitenzijde. Ze worden ook ingezet als schaalelement in relatie tot de laagbouw.

hij een goed voorbeeld van de manier

gens Alkemade in de naoorlogse wijken

naoorlogse wijken. “Er is meer vrijheid,

ook onze binnensteden interessant.”

waarop de naoorlogse wijk moderne

grote problemen. Vereenzaming bij

radicaliteit en lef nodig om tot een

Een voorbeeld van hoe hij daar zelf

woonprogramma’s kan accommoderen.

ouderen is er daar een van. De fysieke

wezenlijke vernieuwing te komen“,

mee omgaat is het opslaggebouw aan

omgeving heeft hier direct invloed

stelt Alkmade. Bovendien was de

de Boulevard MacDonald in Parijs. Het

Andere visie

op. Alkemade: “De organisatie van

aanpak in het verleden te veel gericht

bestaande gebouw bleef behouden.

Rijksbouwmeester Floris Alkemade

het publieke domein is heel bepalend

op gebouwniveau. De prijsvraag die

Door een bewerking van de gevels, het

heeft een nadrukkelijk andere visie. Zijn

voor het gedrag van ouderen. Fysieke

de Rijksbouwmeester later dit jaar

toevoegen van een aantal bouwlagen

observatie is dat de woonwijken uit de

barrières zoals een te hoge stoeprand

uitschrijft voor het ontwikkelen van

en door zelfs een heel nieuw plein

naoorlogse periode alle gebouwd zijn

kunnen al aanleiding zijn om binnen

nieuwe leefomgevingen met een na-

uit het enorme gebouw te hakken,

op basis van een achterhaalde logica.

te blijven.” De levensverwachting in dit

druk op zorg, is daarom wat hem betreft

ontstaat een totaal nieuwe context.

Het gezin als hoeksteen van de samen-

soort wijken ligt tot wel negen jaar lager

ook expliciet een stedebouwkundige

“Het mooie van deze benadering is dat

leving is vervangen door een demo-

dan in andere wijken. Volgens Alkemade

opgave. In zijn ideaalbeeld voeg je aan

zaken die slecht functioneren door

grafie waarbij meer dan veertig procent

is dit een symptoom dat de vorm van de

de bestaande structuren een nieuwe

gerichte ingrepen zelfs binnen dezelfde

alleenstaand is, de geboortegolf heeft

naoorlogse wijk niet meer in staat is om

laag met andere karakteristieken toe.

vorm een totaal andere betekenis en

plaatsgemaakt voor vergrijzing en de

de te maatschappelijke behoefte van nu

Alkemade: “Doorbouwen op de

waarde krijgen. Dat is ook een vorm van

middenklasse maakt plaats voor een

te accommoderen.

oorspronkelijke ambities met andere

duurzaamheid en respect voor eerdere

scherpe tweedeling in de samenleving.

Hij stelt dat we tot nu toe te voorzichtig

vormen kan spannend zijn. Juist het

idealen. We moeten radicaal durven

Deze ontwikkelingen veroorzaken vol-

zijn geweest met fysieke ingrepen in

toevoegen van nieuwe lagen maakt

zijn”, aldus Floris Alkemade.

de Architect, oktober 2016 | 39


HET TEAM VAN DE ARCHITECT WENST U EEN HEEL GOED EN GEZOND 2017! LEES NOG MEER ARTIKELEN OP WWW.DEARCHITECT.NL

De Architect Beste van 2016  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you