Page 1

Pak spint in de glastuinbouw met de juiste middelen aan


Spint een geduchte tegenstander in de glastuinbouw

‘Spint blijft lastige klant in hortensia’

Spint is een lastig te bestrijden plaag. Door de snelle ontwikkelingssnelheid kan een kleine populatie snel uitgroeien en schade veroorzaken. Daarnaast zit spint meestal aan de onderzijde van het blad en is daardoor moeilijk te raken. Het is daarom van belang om de verschillende middelen op een juiste manier in te zetten en een keuze te maken voor een middel dat voldoet aan de specifieke bedrijfsomstandigheden. Aan de hand van de diverse kenmerken van de beschikbare producten, kan een goede keuze worden gemaakt voor een goede strategie ter voorkoming van spintschade in de glastuinbouw. Deze brochure kan daarbij een goede hulp zijn.

“De afgelopen jaren zijn veel rozenkwekers in mijn werkgebied overgestapt op hortensia. In die teelt kan spint behoorlijk lastig zijn en snel om zich heen grijpen. Om het jaar schoon te beginnen spuiten veel kwekers de planten na de winter eerst schoon met Milbeknock. Daarna - als de planten elkaar gaan raken - neemt de biologie het geleidelijk aan over. Zodra de bloemen erop zitten kan er nog een chemische correctie nodig zijn tegen spint. Dat kan heel goed via een ruimtebehandeling (foggen/ LVM) met Cantack. Hierdoor komt het middel in alle ‘hoeken en gaten’ van plant en wordt spint zeer effectief bestreden, zónder dat de biologie eronder lijdt. Ook voorkomt deze behandeling dat de bloemen nat worden; smet krijgt daardoor niet of nauwelijks kans.’’

Schade door spint in de glastuinbouw Spint is een mijt die schade kan veroorzaken op veel planten. De mijten tasten met name de bladeren van de plant aan. Ze zuigen de sappen uit de plant door een gaatje in de bladcellen van de plant te prikken. Bij een zeer ernstige aantasting loopt de groei en productie terug. De bladeren vergelen en de plant kan zelfs zo verzwakken dat deze geheel afsterft. Daarnaast kan er cosmetische schade ontstaan door spinsel. Bij grote aantallen spintmijten worden de planten zelfs volledig bedekt met webben, waarin het kan krioelen van de mijten.

2

Tom Konijn is specialist gewasbescherming bij Horticoop

“Een ander groeiend probleem is wittevlieg. Vooral in gerbera moeten we daar steeds vaker en ook steeds krachtiger tegen optreden. In de praktijk wordt daarom steeds vaker Oberon in het spuitschema meegenomen. Behalve een uitstekende werking tegen wittevlieg heeft dit middel helaas ook als nadeel dat het schade toebrengt aan Phytoseiulus en Feltiella (spintgalmug), Daarom adviseren we het alléén in noodgevallen en dan ook alléén op de plekken waar wittevlieg oncontroleerbaar dreigt te worden. Het beste is om Oberon pleks- of vaksgewijs toe te passen; hierdoor blijft de biologie in de rest van de kas enigszins in stand en kan het ook sneller terugkomen. Nogmaals, het is en blijft een noodmaatregel, maar op deze manier kunnen we ernstige problemen met wittevlieg wél redelijk goed tackelen.’’

3


Spint een geduchte tegenstander in de glastuinbouw

‘Spint blijft lastige klant in hortensia’

Spint is een lastig te bestrijden plaag. Door de snelle ontwikkelingssnelheid kan een kleine populatie snel uitgroeien en schade veroorzaken. Daarnaast zit spint meestal aan de onderzijde van het blad en is daardoor moeilijk te raken. Het is daarom van belang om de verschillende middelen op een juiste manier in te zetten en een keuze te maken voor een middel dat voldoet aan de specifieke bedrijfsomstandigheden. Aan de hand van de diverse kenmerken van de beschikbare producten, kan een goede keuze worden gemaakt voor een goede strategie ter voorkoming van spintschade in de glastuinbouw. Deze brochure kan daarbij een goede hulp zijn.

“De afgelopen jaren zijn veel rozenkwekers in mijn werkgebied overgestapt op hortensia. In die teelt kan spint behoorlijk lastig zijn en snel om zich heen grijpen. Om het jaar schoon te beginnen spuiten veel kwekers de planten na de winter eerst schoon met Milbeknock. Daarna - als de planten elkaar gaan raken - neemt de biologie het geleidelijk aan over. Zodra de bloemen erop zitten kan er nog een chemische correctie nodig zijn tegen spint. Dat kan heel goed via een ruimtebehandeling (foggen/ LVM) met Cantack. Hierdoor komt het middel in alle ‘hoeken en gaten’ van plant en wordt spint zeer effectief bestreden, zónder dat de biologie eronder lijdt. Ook voorkomt deze behandeling dat de bloemen nat worden; smet krijgt daardoor niet of nauwelijks kans.’’

Schade door spint in de glastuinbouw Spint is een mijt die schade kan veroorzaken op veel planten. De mijten tasten met name de bladeren van de plant aan. Ze zuigen de sappen uit de plant door een gaatje in de bladcellen van de plant te prikken. Bij een zeer ernstige aantasting loopt de groei en productie terug. De bladeren vergelen en de plant kan zelfs zo verzwakken dat deze geheel afsterft. Daarnaast kan er cosmetische schade ontstaan door spinsel. Bij grote aantallen spintmijten worden de planten zelfs volledig bedekt met webben, waarin het kan krioelen van de mijten.

2

Tom Konijn is specialist gewasbescherming bij Horticoop

“Een ander groeiend probleem is wittevlieg. Vooral in gerbera moeten we daar steeds vaker en ook steeds krachtiger tegen optreden. In de praktijk wordt daarom steeds vaker Oberon in het spuitschema meegenomen. Behalve een uitstekende werking tegen wittevlieg heeft dit middel helaas ook als nadeel dat het schade toebrengt aan Phytoseiulus en Feltiella (spintgalmug), Daarom adviseren we het alléén in noodgevallen en dan ook alléén op de plekken waar wittevlieg oncontroleerbaar dreigt te worden. Het beste is om Oberon pleks- of vaksgewijs toe te passen; hierdoor blijft de biologie in de rest van de kas enigszins in stand en kan het ook sneller terugkomen. Nogmaals, het is en blijft een noodmaatregel, maar op deze manier kunnen we ernstige problemen met wittevlieg wél redelijk goed tackelen.’’

3


Bonenspintmijt (Tetranychus urticae)

Resistentiemanagement

In de glastuinbouw komen verschillende mijten voor, zoals o.a. bonenspintmijt, cyclamenmijt, ananasmijt, fruitspint en begoniamijt. De bonenspintmijt (Tetranychus urticae) komt verreweg het meeste voor en veroorzaakt dan ook de grootste schade.

Resistentiemanagement is noodzakelijk om middelen effectief en werkzaam te houden, dat is bij veel tuinders en adviseurs ondertussen wel bekend. Maar in de praktijk blijkt dit nog wel eens lastig. Resistentiemanagement vergt namelijk een duidelijk bestrijdingsplan waarvan niet zomaar afgeweken mag worden. Bij calamiteiten of onvoorziene omstandigheden kan dat lastig zijn. Er zijn tal van preventieve maatregelen mogelijk zoals de aankoop van schoon uitgangsmateriaal, een goede bedrijfshygiëne, wekelijks scouten en voor aflevering het gewas schoonspuiten. Over het algemeen zijn deze maatregelen wel bekend; het is vooral een kwestie van er naar te handelen. Verder is het noodzakelijk om voor de chemische bestrijding een goede preventieve resistentiestrategie uit te werken.

De volwassen mijten zijn 0,5 mm groot. In de zomer zijn ze lichtgeel tot donkergroen of soms rood met op de zijkanten twee donkere vlekjes. De oranjerode, bevruchte, overwinterende vrouwtjes zitten verscholen op afgevallen blad, in de grond en op andere delen van een kas. Een vrouwtje legt ongeveer 80 eitjes. Uit een eitje komt een larve, die zich via vervellingen ontwikkelt tot een volwassen spintmijt. Onder natuurlijke omstandigheden gaan de spintmijten, onder invloed van afnemende daglengte en lagere temperatuur, in winterrust (diapauze). Door belichting en constante temperatuur in de kassen wordt echter niet aan die voorwaarden voldaan en blijft de diapauze achterwege.

Werkingsmechanismen Voor de bestrijding van spint zijn diverse actieve stoffen beschikbaar. In onderstaand schema zijn ze gegroepeerd per resistentiegroep. Om resistentie te voorkomen is het wenselijk om zo veel mogelijk in blokken af te wisselen tussen middelen uit verschillende resistentiegroepen.

Dit betekent dat de mijten ook in de winter door gaan met hun levenscyclus. Wel neemt de populatieontwikkeling in de winter af, maar deze gaat wel door. Onder glas kunnen per jaar ± 25 generaties tot ontwikkeling komen. Spint heeft vijf ontwikkelingsstadia, namelijk ei, larve, 1e nimfenstadium (protonymf, 2e nimfenstadium (deutonymf) en volwassen mijt. Alle stadia zijn in het gewas waarneembaar. Fig. 1. Levenscyclus van spint Onderstaande tabel geeft de stadia en de ontwikkelingsduur in dagen bij 20 °C en 30 °C weer. Temperatuur Pre-ovipositieperiode

4

20 °C

30 °C

1,7

1,7

Larve

2,8

1,3

Protonymf

2,3

1,2

Deutonymf

3,1

1,4

Totaal ei – adult

14,9

6.7

Pre-ovipositieperiode

1,7

1,7

Totaal ei – ei

16,6

8,4

Om vroegtijdige resistentie te voorkomen moet er zoveel mogelijk in blokken worden gespoten. Dat wil zeggen: twee tot drie keer met hetzelfde middel en daarna weer twee tot drie keer met een middel uit een andere resistentiegroep. Het spuitinterval tussen twee blokken moet daarbij minimaal twee spintgeneraties bedragen. Bij geïntegreerde bestrijding moet erop gelet worden dat de gebruikte middelen zo compatibel mogelijk zijn met de in de kas gebruikte natuurlijke vijanden.

Werkzame stof

Merknaam

milbemectin

Milbeknock ®

6

abamectin

Vertimec ®

6

clofentezin

Apollo

10

etoxazool

Borneo ®

10

hexythiazox

Nissorun ®

10

acequinocyl

Cantack

20

pyridaben

Carex ®

21

tebufenpyrad

Masai

21

spiromesifen

Oberon ®

23

spirodiclofen

Envidor ®

23

cyflumetofen

Scelta

25

bifenazaat

Floramite ®

onbekend

azadirachtin

Neemazal ®

onbekend

®

®

®

®

Resistentie-groep

Vertimec is een geregistreerd handelsmerk van Syngenta Crop Protection B.V. Apollo is een geregistreerd handelsmerk van Makhteshim-Agan Holland B.V. Borneo en Masai zijn geregistreerde handelsmerken van BASF Agro B.V. Nissorun, Scelta en Floramite zijn geregistreerde handelsmerken van Certis Europe B.V. Carex en Neemazal zijn geregistreerde handelsmerken van Nufarm B.V. Cantack, Envidor en Oberon zijn geregistreerde handelsmerken van Bayer CropScience SA-NV, Milbeknock is een geregistreerd handelsmerk van Sumi Agro France S.A.S.

5


Bonenspintmijt (Tetranychus urticae)

Resistentiemanagement

In de glastuinbouw komen verschillende mijten voor, zoals o.a. bonenspintmijt, cyclamenmijt, ananasmijt, fruitspint en begoniamijt. De bonenspintmijt (Tetranychus urticae) komt verreweg het meeste voor en veroorzaakt dan ook de grootste schade.

Resistentiemanagement is noodzakelijk om middelen effectief en werkzaam te houden, dat is bij veel tuinders en adviseurs ondertussen wel bekend. Maar in de praktijk blijkt dit nog wel eens lastig. Resistentiemanagement vergt namelijk een duidelijk bestrijdingsplan waarvan niet zomaar afgeweken mag worden. Bij calamiteiten of onvoorziene omstandigheden kan dat lastig zijn. Er zijn tal van preventieve maatregelen mogelijk zoals de aankoop van schoon uitgangsmateriaal, een goede bedrijfshygiëne, wekelijks scouten en voor aflevering het gewas schoonspuiten. Over het algemeen zijn deze maatregelen wel bekend; het is vooral een kwestie van er naar te handelen. Verder is het noodzakelijk om voor de chemische bestrijding een goede preventieve resistentiestrategie uit te werken.

De volwassen mijten zijn 0,5 mm groot. In de zomer zijn ze lichtgeel tot donkergroen of soms rood met op de zijkanten twee donkere vlekjes. De oranjerode, bevruchte, overwinterende vrouwtjes zitten verscholen op afgevallen blad, in de grond en op andere delen van een kas. Een vrouwtje legt ongeveer 80 eitjes. Uit een eitje komt een larve, die zich via vervellingen ontwikkelt tot een volwassen spintmijt. Onder natuurlijke omstandigheden gaan de spintmijten, onder invloed van afnemende daglengte en lagere temperatuur, in winterrust (diapauze). Door belichting en constante temperatuur in de kassen wordt echter niet aan die voorwaarden voldaan en blijft de diapauze achterwege.

Werkingsmechanismen Voor de bestrijding van spint zijn diverse actieve stoffen beschikbaar. In onderstaand schema zijn ze gegroepeerd per resistentiegroep. Om resistentie te voorkomen is het wenselijk om zo veel mogelijk in blokken af te wisselen tussen middelen uit verschillende resistentiegroepen.

Dit betekent dat de mijten ook in de winter door gaan met hun levenscyclus. Wel neemt de populatieontwikkeling in de winter af, maar deze gaat wel door. Onder glas kunnen per jaar ± 25 generaties tot ontwikkeling komen. Spint heeft vijf ontwikkelingsstadia, namelijk ei, larve, 1e nimfenstadium (protonymf, 2e nimfenstadium (deutonymf) en volwassen mijt. Alle stadia zijn in het gewas waarneembaar. Fig. 1. Levenscyclus van spint Onderstaande tabel geeft de stadia en de ontwikkelingsduur in dagen bij 20 °C en 30 °C weer. Temperatuur Pre-ovipositieperiode

4

20 °C

30 °C

1,7

1,7

Larve

2,8

1,3

Protonymf

2,3

1,2

Deutonymf

3,1

1,4

Totaal ei – adult

14,9

6.7

Pre-ovipositieperiode

1,7

1,7

Totaal ei – ei

16,6

8,4

Om vroegtijdige resistentie te voorkomen moet er zoveel mogelijk in blokken worden gespoten. Dat wil zeggen: twee tot drie keer met hetzelfde middel en daarna weer twee tot drie keer met een middel uit een andere resistentiegroep. Het spuitinterval tussen twee blokken moet daarbij minimaal twee spintgeneraties bedragen. Bij geïntegreerde bestrijding moet erop gelet worden dat de gebruikte middelen zo compatibel mogelijk zijn met de in de kas gebruikte natuurlijke vijanden.

Werkzame stof

Merknaam

milbemectin

Milbeknock ®

6

abamectin

Vertimec ®

6

clofentezin

Apollo

10

etoxazool

Borneo ®

10

hexythiazox

Nissorun ®

10

acequinocyl

Cantack

20

pyridaben

Carex ®

21

tebufenpyrad

Masai

21

spiromesifen

Oberon ®

23

spirodiclofen

Envidor ®

23

cyflumetofen

Scelta

25

bifenazaat

Floramite ®

onbekend

azadirachtin

Neemazal ®

onbekend

®

®

®

®

Resistentie-groep

Vertimec is een geregistreerd handelsmerk van Syngenta Crop Protection B.V. Apollo is een geregistreerd handelsmerk van Makhteshim-Agan Holland B.V. Borneo en Masai zijn geregistreerde handelsmerken van BASF Agro B.V. Nissorun, Scelta en Floramite zijn geregistreerde handelsmerken van Certis Europe B.V. Carex en Neemazal zijn geregistreerde handelsmerken van Nufarm B.V. Cantack, Envidor en Oberon zijn geregistreerde handelsmerken van Bayer CropScience SA-NV, Milbeknock is een geregistreerd handelsmerk van Sumi Agro France S.A.S.

5


Natuurlijke bestrijders

‘Chemische correctie tegen spint blijft nodig’

Cantack

In de groenteteelt is het al jaren gebruikelijk om spint door middel van nuttigen te bestrijden. De laatste jaren zien we vooral in de sierteelt, vnl. roos en chrysant, een stormachtige toename van het gebruik van natuurlijke bestrijders.

De belangrijkste biologische bestrijders voor de glastuinbouw zijn;

Nuttig insect

Classificatie

Anthocoris spp. Amblyseius cucumeris

?

Amblyseius swirskii Aphidius spp.

?

Chrysoperla carnea Coccinellidae

?

Dacnusa sibrica

?

Diglyphus isea Encarsia formosa

• Macrolophus caliginosus • Amblyseius californicus • Amblyseius andersoni • Feltiella acarisuga • Phytoseiulus persimilis Het gebruik van natuurlijk bestrijders kan een goede bijdrage leveren in de bestrijding van spint en is een goed onderdeel van een resistentiemanagement strategie. Van groot belang is daarbij wel om te weten hoe de verschillende spintmiddelen te combineren zijn met deze nuttigen. Onderstaand een overzicht van de neveneffecten van de Bayer CropScience spintmiddelen.

Eretmocerus spp.

?

Feltiella acarisuga

?

Macrolophus caliginosus

?

Orius spp.

?

Phytoseiulus persimilis Typhlodromus pyri Milbeknock Nuttig insect

Classificatie

Anthocoris spp.

?

Amblyseius cucumeris Amblyseius swirskii Aphidius spp. Chrysoperla carnea Coccinellidae Dacnusa sibrica Diglyphus isea

?

Encarsia formosa

?

Eretmocerus spp.

?

Feltiella acarisuga Macrolophus caliginosus

“In de sierteelt blijft de opstart van de biologie tegen spint een moeilijk beheersbare materie. Vaak zijn er al kleinere of grotere spintproblemen voordat de biologie goed en wel op gang is gekomen. Pas bij de derde of vierde generatie is de populatie Phytoseiulus persimilis groot genoeg om de spint goed aan te kunnen. Tot die tijd blijft een chemische correctie nodig. In sierteeltgewassen is Cantack een goed integreerbaar correctiemiddel. Ik zet het daarom in bijna elke teelt weg. Groot pluspunt van Cantack is dat het op alle stadia van de spint werkt en dat er al na twee, drie dagen een duidelijk afdoding zichtbaar is. Je kunt het daardoor altijd snel even bijspuiten. Ook pakt Cantack de steeds verder oprukkende citrusspint goed mee; Phytoseiulus persimilis heeft daar duidelijk wat meer moeite mee, zo merken we in de praktijk. Cantack is dus behoorlijk breed inzetbaar en dat past de meeste kwekers hier wel. Over de veiligheid voor de biologie – waar aanvankelijk nog wat twijfels over waren – maak ik me geen zorgen. In de praktijk hebben wij nooit een wezenlijk effect op Phytoseiulus gesignaleerd. Wél kan het middel soms wat scherp reageren. Dat speelt met name bij enkele gevoelige rozencultivars. Enige voorzichtigheid is hier dus wel geboden, vooral bij jonge scheuten en een grote instraling.’’

Lowie Smolders is productspecialist geïntegreerde gewasbescherming bij Brinkman Agro B.V.

Orius spp. Phytoseiulus persimilis Typhlodromus pyri

?

Oberon Nuttig insect

Classificatie

Anthocoris spp. Amblyseius cucumeris Amblyseius swirskii Aphidius spp. Chrysoperla carnea Coccinellidae

?

Dacnusa sibrica

?

Diglyphus isea Encarsia formosa

Phytoseiulus persimilis

Eretmocerus spp. Feltiella acarisuga

6

Veilig

Macrolophus caliginosus

Licht schadelijk

Orius spp.

Matig schadelijk

Phytoseiulus persimilis

Schadelijk

Typhlodromus pyri

“Behalve in de grote teelten – chrysant, roos en gerbera – kan spint ook een behoorlijke plaag zijn in allerlei potplanten. Zelf kom ik veel bij buxuskwekers, waar spint – en ook buxustopmijt – vaak heel moeilijk te pakken zijn omdat ze zich diep in plant verschuilen. Bovendien krullen de aangeprikte bladeren vaak wat in, waardoor het nog lastiger wordt om deze insecten te raken. Hier adviseer ik vaak Milbeknock, een middel dat door het blad wordt opgenomen en daardoor een goede duurwerking heeft. Zowel spint als buxustopmijt wordt daardoor prima opgeruimd. Praktisch gezien is Milbeknock ook een fijn middel; het is zacht en past het in vrijwel elke cocktail.’’

n.v.t.

7


Natuurlijke bestrijders

‘Chemische correctie tegen spint blijft nodig’

Cantack

In de groenteteelt is het al jaren gebruikelijk om spint door middel van nuttigen te bestrijden. De laatste jaren zien we vooral in de sierteelt, vnl. roos en chrysant, een stormachtige toename van het gebruik van natuurlijke bestrijders.

De belangrijkste biologische bestrijders voor de glastuinbouw zijn;

Nuttig insect

Classificatie

Anthocoris spp. Amblyseius cucumeris

?

Amblyseius swirskii Aphidius spp.

?

Chrysoperla carnea Coccinellidae

?

Dacnusa sibrica

?

Diglyphus isea Encarsia formosa

• Macrolophus caliginosus • Amblyseius californicus • Amblyseius andersoni • Feltiella acarisuga • Phytoseiulus persimilis Het gebruik van natuurlijk bestrijders kan een goede bijdrage leveren in de bestrijding van spint en is een goed onderdeel van een resistentiemanagement strategie. Van groot belang is daarbij wel om te weten hoe de verschillende spintmiddelen te combineren zijn met deze nuttigen. Onderstaand een overzicht van de neveneffecten van de Bayer CropScience spintmiddelen.

Eretmocerus spp.

?

Feltiella acarisuga

?

Macrolophus caliginosus

?

Orius spp.

?

Phytoseiulus persimilis Typhlodromus pyri Milbeknock Nuttig insect

Classificatie

Anthocoris spp.

?

Amblyseius cucumeris Amblyseius swirskii Aphidius spp. Chrysoperla carnea Coccinellidae Dacnusa sibrica Diglyphus isea

?

Encarsia formosa

?

Eretmocerus spp.

?

Feltiella acarisuga Macrolophus caliginosus

“In de sierteelt blijft de opstart van de biologie tegen spint een moeilijk beheersbare materie. Vaak zijn er al kleinere of grotere spintproblemen voordat de biologie goed en wel op gang is gekomen. Pas bij de derde of vierde generatie is de populatie Phytoseiulus persimilis groot genoeg om de spint goed aan te kunnen. Tot die tijd blijft een chemische correctie nodig. In sierteeltgewassen is Cantack een goed integreerbaar correctiemiddel. Ik zet het daarom in bijna elke teelt weg. Groot pluspunt van Cantack is dat het op alle stadia van de spint werkt en dat er al na twee, drie dagen een duidelijk afdoding zichtbaar is. Je kunt het daardoor altijd snel even bijspuiten. Ook pakt Cantack de steeds verder oprukkende citrusspint goed mee; Phytoseiulus persimilis heeft daar duidelijk wat meer moeite mee, zo merken we in de praktijk. Cantack is dus behoorlijk breed inzetbaar en dat past de meeste kwekers hier wel. Over de veiligheid voor de biologie – waar aanvankelijk nog wat twijfels over waren – maak ik me geen zorgen. In de praktijk hebben wij nooit een wezenlijk effect op Phytoseiulus gesignaleerd. Wél kan het middel soms wat scherp reageren. Dat speelt met name bij enkele gevoelige rozencultivars. Enige voorzichtigheid is hier dus wel geboden, vooral bij jonge scheuten en een grote instraling.’’

Lowie Smolders is productspecialist geïntegreerde gewasbescherming bij Brinkman Agro B.V.

Orius spp. Phytoseiulus persimilis Typhlodromus pyri

?

Oberon Nuttig insect

Classificatie

Anthocoris spp. Amblyseius cucumeris Amblyseius swirskii Aphidius spp. Chrysoperla carnea Coccinellidae

?

Dacnusa sibrica

?

Diglyphus isea Encarsia formosa

Phytoseiulus persimilis

Eretmocerus spp. Feltiella acarisuga

6

Veilig

Macrolophus caliginosus

Licht schadelijk

Orius spp.

Matig schadelijk

Phytoseiulus persimilis

Schadelijk

Typhlodromus pyri

“Behalve in de grote teelten – chrysant, roos en gerbera – kan spint ook een behoorlijke plaag zijn in allerlei potplanten. Zelf kom ik veel bij buxuskwekers, waar spint – en ook buxustopmijt – vaak heel moeilijk te pakken zijn omdat ze zich diep in plant verschuilen. Bovendien krullen de aangeprikte bladeren vaak wat in, waardoor het nog lastiger wordt om deze insecten te raken. Hier adviseer ik vaak Milbeknock, een middel dat door het blad wordt opgenomen en daardoor een goede duurwerking heeft. Zowel spint als buxustopmijt wordt daardoor prima opgeruimd. Praktisch gezien is Milbeknock ook een fijn middel; het is zacht en past het in vrijwel elke cocktail.’’

n.v.t.

7


Oberon: langdurige werking tegen spint en wittevlieg Oberon is een middel uit de chemische groep van ketoenolen en heeft een werking op zowel spint als wittevlieg (ook Bemisia tabaci) en een goede nevenwerking op trips. Oberon wordt vastgelegd in de waslaag van de plant, waarin het zeer traag afbreekt. Door deze eigenschap heeft het middel een zeer lange nawerking.

Werking tegen spint Oberon heeft een uitstekende werking op zowel de eieren als de larven van de spint. Eén week na de bespuiting verkleuren de eieren naar oranjerood en zijn de larven dood. De volwassen vrouwtjes worden niet bestreden. Zij blijven enkele weken in leven maar vertonen minder activiteit. Zuigschade wordt daardoor sterk beperkt en verspreiding in het gewas vindt niet meer plaats. De eieren die nog wel geproduceerd worden en er aanvankelijk goed uitzien (blank) komen niet uit en vertonen dezelfde verkleuring als de eieren die aanwezig zijn op het moment van spuiten.

Werking tegen wittevlieg Oberon heeft een uitstekende werking tegen zowel kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum) als tabakswittevlieg (Bemisia tabaci). Van beide soorten worden zowel de eieren als de larven bestreden.

De eieren verkleuren gelig, worden iets rimpelig en zakken uiteindelijk scheef. De eieren komen niet meer uit. De larven verkleuren - als ze geraakt worden - na enige tijd lichtbruin. Oberon heeft geen effect op volwassen wittevlieg.

Advisering • Spuit Oberon twee keer met een interval van 7 tot 10 dagen • Wissel Oberon af met middelen uit een andere chemische groep • De werking vindt vooral plaats door contactwerking. Voor een goed resultaat is een goede spuittechniek van groot belang • Geen uitvloeier toevoegen • Dosering: 0,05% (50 ml/100 l water)

Toelating, voorwaarden en veiligheid • Oberon is toegelaten in veel belangrijke glastuinbouwgewassen, zowel grondgebonden als niet-grondgebonden. • De toepassing van Oberon blijkt in enkele komkommerrassen voor 1 maart risicovol te zijn. Oberon niet toepassen in jonge aanplant of in opkweekfase in verband met eventuele gewasreactie. • Oberon wordt, in verband met gewasveiligheid, in bloemisterijgewassen in de periode van 1 maart tot 1 september echter afgeraden. • Oberon is gevaarlijk voor bijen. Niet toepassen in gewassen waar honingbijenvolken zijn geplaatst. Oberon kan een effect hebben op het broed van hommels. Daarom bij inzet van hommels het middel uitsluitend toepassen als de hommels niet actief zijn en de hommelkasten gesloten zijn. De kasten pas weer open zetten 2 uur nadat het gewas volledig is opgedroogd.

De kracht van Oberon • Uitstekende werking op zowel wittevlieg, spint als tomatengalmijt • Zeer sterke werking op eieren en larven • Goede nevenwerking tegen tripslarven • Veilig voor de meeste nuttige insecten

8

9


Oberon: langdurige werking tegen spint en wittevlieg Oberon is een middel uit de chemische groep van ketoenolen en heeft een werking op zowel spint als wittevlieg (ook Bemisia tabaci) en een goede nevenwerking op trips. Oberon wordt vastgelegd in de waslaag van de plant, waarin het zeer traag afbreekt. Door deze eigenschap heeft het middel een zeer lange nawerking.

Werking tegen spint Oberon heeft een uitstekende werking op zowel de eieren als de larven van de spint. Eén week na de bespuiting verkleuren de eieren naar oranjerood en zijn de larven dood. De volwassen vrouwtjes worden niet bestreden. Zij blijven enkele weken in leven maar vertonen minder activiteit. Zuigschade wordt daardoor sterk beperkt en verspreiding in het gewas vindt niet meer plaats. De eieren die nog wel geproduceerd worden en er aanvankelijk goed uitzien (blank) komen niet uit en vertonen dezelfde verkleuring als de eieren die aanwezig zijn op het moment van spuiten.

Werking tegen wittevlieg Oberon heeft een uitstekende werking tegen zowel kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum) als tabakswittevlieg (Bemisia tabaci). Van beide soorten worden zowel de eieren als de larven bestreden.

De eieren verkleuren gelig, worden iets rimpelig en zakken uiteindelijk scheef. De eieren komen niet meer uit. De larven verkleuren - als ze geraakt worden - na enige tijd lichtbruin. Oberon heeft geen effect op volwassen wittevlieg.

Advisering • Spuit Oberon twee keer met een interval van 7 tot 10 dagen • Wissel Oberon af met middelen uit een andere chemische groep • De werking vindt vooral plaats door contactwerking. Voor een goed resultaat is een goede spuittechniek van groot belang • Geen uitvloeier toevoegen • Dosering: 0,05% (50 ml/100 l water)

Toelating, voorwaarden en veiligheid • Oberon is toegelaten in veel belangrijke glastuinbouwgewassen, zowel grondgebonden als niet-grondgebonden. • De toepassing van Oberon blijkt in enkele komkommerrassen voor 1 maart risicovol te zijn. Oberon niet toepassen in jonge aanplant of in opkweekfase in verband met eventuele gewasreactie. • Oberon wordt, in verband met gewasveiligheid, in bloemisterijgewassen in de periode van 1 maart tot 1 september echter afgeraden. • Oberon is gevaarlijk voor bijen. Niet toepassen in gewassen waar honingbijenvolken zijn geplaatst. Oberon kan een effect hebben op het broed van hommels. Daarom bij inzet van hommels het middel uitsluitend toepassen als de hommels niet actief zijn en de hommelkasten gesloten zijn. De kasten pas weer open zetten 2 uur nadat het gewas volledig is opgedroogd.

De kracht van Oberon • Uitstekende werking op zowel wittevlieg, spint als tomatengalmijt • Zeer sterke werking op eieren en larven • Goede nevenwerking tegen tripslarven • Veilig voor de meeste nuttige insecten

8

9


Cantack: veilig voor nuttige vijanden Cantack heeft een uitstekende werking op verschillende mijten, zoals bonenspintmijt, fruitspintmijt en citrusspintmijt. Het werkt tegen alle spintstadia, dus zowel eieren, larven, nimfen als volwassen mijten worden bestreden. De grote kracht van Cantack is zijn snelle werking en de goede combineerbaarheid met nuttige insecten.

Advisering Door de snelle werking is Cantack zeer geschikt om een opkomende spintpopulatie snel de kop in te drukken, hierdoor hebben de roofmijten een betere kans van slagen. Cantack inzetten in een bestrijdingsschema met middelen uit een andere chemische groep, zoals bijvoorbeeld uit de groep van ketoenolen (Oberon) of avermectine (Milbeknock). Spuit Cantack altijd in een blok van 2 tot 3 bespuitingen (dosering: 0,1% of 100 ml per 100 l water). Herhaal de eerste behandeling na 7 tot 10 dagen.

Gewasveiligheid Cantack is in diverse gewassen getest op gewasveiligheid. Over het algemeen is Cantack veilig toe te passen in de sierteelt. In (pot)roos is in meerdere cultivars gewasreactie waargenomen. Toepassing in roos wordt daarom ontraden. Omdat Cantack niet in alle gewassen veilig is gebleken, is het noodzakelijk vooraf een proefbespuiting uit te voeren om te testen of het betreffende gewas of variëteit het middel verdraagt.

De kracht van Cantack • snelle beginwerking • uitstekende werking op alle spintstadia • veilig voor belangrijke nuttige insecten • werkt ook bij hogere temperaturen

Cantack werkt via direct contact met de mijt. Zorg daarom voor een goede bedekking van de onderkant van het blad. Onderdoor spuiten met voldoende water verbetert het bestrijdingsresultaat.

10

11


Cantack: veilig voor nuttige vijanden Cantack heeft een uitstekende werking op verschillende mijten, zoals bonenspintmijt, fruitspintmijt en citrusspintmijt. Het werkt tegen alle spintstadia, dus zowel eieren, larven, nimfen als volwassen mijten worden bestreden. De grote kracht van Cantack is zijn snelle werking en de goede combineerbaarheid met nuttige insecten.

Advisering Door de snelle werking is Cantack zeer geschikt om een opkomende spintpopulatie snel de kop in te drukken, hierdoor hebben de roofmijten een betere kans van slagen. Cantack inzetten in een bestrijdingsschema met middelen uit een andere chemische groep, zoals bijvoorbeeld uit de groep van ketoenolen (Oberon) of avermectine (Milbeknock). Spuit Cantack altijd in een blok van 2 tot 3 bespuitingen (dosering: 0,1% of 100 ml per 100 l water). Herhaal de eerste behandeling na 7 tot 10 dagen.

Gewasveiligheid Cantack is in diverse gewassen getest op gewasveiligheid. Over het algemeen is Cantack veilig toe te passen in de sierteelt. In (pot)roos is in meerdere cultivars gewasreactie waargenomen. Toepassing in roos wordt daarom ontraden. Omdat Cantack niet in alle gewassen veilig is gebleken, is het noodzakelijk vooraf een proefbespuiting uit te voeren om te testen of het betreffende gewas of variëteit het middel verdraagt.

De kracht van Cantack • snelle beginwerking • uitstekende werking op alle spintstadia • veilig voor belangrijke nuttige insecten • werkt ook bij hogere temperaturen

Cantack werkt via direct contact met de mijt. Zorg daarom voor een goede bedekking van de onderkant van het blad. Onderdoor spuiten met voldoende water verbetert het bestrijdingsresultaat.

10

11


Milbeknock als je uit je biologische schema vliegt Milbeknock is een middel op basis van milbemectine, een actieve stof van natuurlijke oorsprong. Via fermentatie wordt deze gewonnen uit de schimmel Streptomyces hygroscopicus, subspecies aureolacrimosus, een schimmel die algemeen in de bodem voorkomt. Milbeknock heeft een zeer goede werking op alle stadia van spint. Het middel dringt in het blad neemt de mijt het middel op. Door deze opname wordt een langdurige werking verkregen.

Effect van Milbeknock op spint De kracht van Milbeknock tegen spint ligt hem vooral in het feit dat alle stadia, dus zowel eieren, larven, nimfen als volwassen mijten bestreden worden. De werkingssnelheid op de volwassen mijten is relatief langzaam. Het duurt 4 tot 5 dagen alvorens de mijten dood gaan. Zij worden trager en sterven uiteindelijk. Vastgesteld is dat eieren die nog wel gelegd worden geen levensvatbare larven voortbrengen.

Translaminair Milbeknock werkt translaminair en wordt snel opgenomen door het blad. Het middel dringt in het blad en via vraat of zuigen neemt het insect/mijt het middel op. Door deze opname in het blad wordt een langdurige werking verkregen.

Gewasveiligheid Een van belangrijke eigenschappen van Milbeknock is de gewasveiligheid. In diverse gewassen is dit getest en ook in de praktijk (o.a. in diverse rozen- en gerberavariëteiten) is nooit enige vorm van gewasreactie opgetreden. Het product is dan ook zeer gewasveilig.

Advisering Milbeknock is niet te combineren met de inzet van nuttigen. Zet Milbeknock dus juist in, in een periode dat er niet gewerkt wordt met natuurlijk vijanden. Bewaar actieve stoffen (uit andere resistentiegroepen) die wel compatibel zijn met nuttigen dan ook om deze te kunnen combineren met de inzet van nuttigen. Voor een optimaal effect zal herhaling van de behandeling noodzakelijk zijn. In het kader van resistentiemanagement dienen volgende behandelingen, na twee keer Milbeknock, met een middel uit een andere chemische groep uitgevoerd te worden. De dosering tegen spint bedraagt 0,05 % (50 ml per 100 L water).

De kracht van Milbeknock • Translaminaire eigenschappen (dringt door het blad) • Zeer goede werking via direct contact • Alle stadia van spint worden bestreden • Zeer gewasveilig • Een product van natuurlijke oorsprong

12

13


Milbeknock als je uit je biologische schema vliegt Milbeknock is een middel op basis van milbemectine, een actieve stof van natuurlijke oorsprong. Via fermentatie wordt deze gewonnen uit de schimmel Streptomyces hygroscopicus, subspecies aureolacrimosus, een schimmel die algemeen in de bodem voorkomt. Milbeknock heeft een zeer goede werking op alle stadia van spint. Het middel dringt in het blad neemt de mijt het middel op. Door deze opname wordt een langdurige werking verkregen.

Effect van Milbeknock op spint De kracht van Milbeknock tegen spint ligt hem vooral in het feit dat alle stadia, dus zowel eieren, larven, nimfen als volwassen mijten bestreden worden. De werkingssnelheid op de volwassen mijten is relatief langzaam. Het duurt 4 tot 5 dagen alvorens de mijten dood gaan. Zij worden trager en sterven uiteindelijk. Vastgesteld is dat eieren die nog wel gelegd worden geen levensvatbare larven voortbrengen.

Translaminair Milbeknock werkt translaminair en wordt snel opgenomen door het blad. Het middel dringt in het blad en via vraat of zuigen neemt het insect/mijt het middel op. Door deze opname in het blad wordt een langdurige werking verkregen.

Gewasveiligheid Een van belangrijke eigenschappen van Milbeknock is de gewasveiligheid. In diverse gewassen is dit getest en ook in de praktijk (o.a. in diverse rozen- en gerberavariëteiten) is nooit enige vorm van gewasreactie opgetreden. Het product is dan ook zeer gewasveilig.

Advisering Milbeknock is niet te combineren met de inzet van nuttigen. Zet Milbeknock dus juist in, in een periode dat er niet gewerkt wordt met natuurlijk vijanden. Bewaar actieve stoffen (uit andere resistentiegroepen) die wel compatibel zijn met nuttigen dan ook om deze te kunnen combineren met de inzet van nuttigen. Voor een optimaal effect zal herhaling van de behandeling noodzakelijk zijn. In het kader van resistentiemanagement dienen volgende behandelingen, na twee keer Milbeknock, met een middel uit een andere chemische groep uitgevoerd te worden. De dosering tegen spint bedraagt 0,05 % (50 ml per 100 L water).

De kracht van Milbeknock • Translaminaire eigenschappen (dringt door het blad) • Zeer goede werking via direct contact • Alle stadia van spint worden bestreden • Zeer gewasveilig • Een product van natuurlijke oorsprong

12

13


Eigenschappen van de middelen samengevat in een schema

‘Spintbestrijding in chrysanten blijft maatwerk’

Het is van belang om de verschillende middelen op een juiste manier in te zetten en een keuze te maken voor een middel dat voldoet aan de specifieke bedrijfsomstandigheden. Onderstaand schema, met een overzicht met de diverse kenmerken van de spintmiddelen die Bayer Cropscience in de portfolio heeft, kan daarbij een goede hulp zijn.

“In sierteeltgewassen is spint een veel voorkomend probleem in chrysanten. Met name de soorten waarin de roofmijt zich wat minder goed thuis voelt, kunnen behoorlijk snel en massaal onder de spint lopen. Om hier wat meer grip op te krijgen, onderzoeken we nu op een aantal praktijkbedrijven welke factoren een rol spelen bij de ontwikkeling van spint en welk gewicht deze in de schaal leggen. Zéker is dat het vochtgehalte in de kas en timing van de biologie-inzet een cruciale rol spelen. Maar welke handelswijze het meest passend is om spint onder controle te houden, dat verschilt vaak sterk per bedrijf. Een standaardadvies of -aanpak voor spint is dus niet te geven.’’

Eigenschappen Werking op andere insecten

+++

+++

-

Inpasbaar in IPM/ICM

++

+

+++

Duurwerking

+++

++

++

Werkzaam op alle stadia spint

++

+++

+++

Gewasveiligheid

+

+++

++

Snelle werking

+

++

+++

Translaminaire werking

++

+++

-

Spint (ei)

+++

+++

+++

Spint (larve)

+++

+++

+++

Spint (adult)

++

+++

+++

Weekhuidmijten (Tarsonemidae)

++

+++

++

-

++

-

Schildluis

+++

-

-

Wittevlieg

+++

-

-

Werkingspectrum

Mineervlieg (larve)

Gewassen Bedekte teelt van aardbeien;

Bedekte teelt van snijbloemen;

Bedekte en onbedekte vermeerderingsteelt van aardbeien;

Bedekte teelt van bonen;

Bedekte teelt van potplanten;

Bedekte en onbedekte teelt van bloemisterijgewassen;

Bedekte teelt van komkommer, augurk, courgette, pattison, meloen, kalebas, pompoen, squash, tomaat, paprika, aubergine, en Spaanse peper;

Onbedekte teelt van bloemisterijgewassen;

Bedekte en onbedekte teelt van boomkwekerij gewassen, vaste planten en openbaar groen

Bedekte teelt van bloemisterijgewassen

Onbedekte teelt van boomkwekerijgewassen en vaste planten;

“Voorlopig zal de spintbestrijding dus echt maatwerk blijven, waarbij we zowel de biologie als de chemie hard nodig hebben. Een onmisbare schakel hierin is het middel Cantack. Het werkt kort, snel en effectief en is daarom bij uitstek geschikt voor het afspuiten van de chrysanten. Door z’n sterke en betrouwbare werking is Cantack ondertussen een geliefd basismiddel geworden bij chrysantentelers. Extra prettig is dat Cantack veilig is voor Phytoseiulus persimilis en relatief mild voor het gewas; schade komen we daarom maar heel zelden tegen. Hoewel de meeste telers zich goed redden met alleen Cantack, kan er bij een hardnekkig spintprobleem ook gekozen worden voor een combinatie met Milbeknock. Dit geeft wat extra duurwerking tegen spint. Bij deze combinatiebespuiting moet dan wel iets eerder – tot maximaal een week voor het bossen – worden toepast.’’

Guido Halbersma is specialist gewasbescherming bij Van Iperen B.V.

Onbedekte teelt van aardbeien tot aan de bloei en na de pluk en de vermeerdering van aardbeiplanten; Onbedekte teelt van dahliaknollen

Sterkste punt

14

Wittevlieg & duurwerking

Translaminair & gewasveilig

IPM & snelle werking

15


Eigenschappen van de middelen samengevat in een schema

‘Spintbestrijding in chrysanten blijft maatwerk’

Het is van belang om de verschillende middelen op een juiste manier in te zetten en een keuze te maken voor een middel dat voldoet aan de specifieke bedrijfsomstandigheden. Onderstaand schema, met een overzicht met de diverse kenmerken van de spintmiddelen die Bayer Cropscience in de portfolio heeft, kan daarbij een goede hulp zijn.

“In sierteeltgewassen is spint een veel voorkomend probleem in chrysanten. Met name de soorten waarin de roofmijt zich wat minder goed thuis voelt, kunnen behoorlijk snel en massaal onder de spint lopen. Om hier wat meer grip op te krijgen, onderzoeken we nu op een aantal praktijkbedrijven welke factoren een rol spelen bij de ontwikkeling van spint en welk gewicht deze in de schaal leggen. Zéker is dat het vochtgehalte in de kas en timing van de biologie-inzet een cruciale rol spelen. Maar welke handelswijze het meest passend is om spint onder controle te houden, dat verschilt vaak sterk per bedrijf. Een standaardadvies of -aanpak voor spint is dus niet te geven.’’

Eigenschappen Werking op andere insecten

+++

+++

-

Inpasbaar in IPM/ICM

++

+

+++

Duurwerking

+++

++

++

Werkzaam op alle stadia spint

++

+++

+++

Gewasveiligheid

+

+++

++

Snelle werking

+

++

+++

Translaminaire werking

++

+++

-

Spint (ei)

+++

+++

+++

Spint (larve)

+++

+++

+++

Spint (adult)

++

+++

+++

Weekhuidmijten (Tarsonemidae)

++

+++

++

-

++

-

Schildluis

+++

-

-

Wittevlieg

+++

-

-

Werkingspectrum

Mineervlieg (larve)

Gewassen Bedekte teelt van aardbeien;

Bedekte teelt van snijbloemen;

Bedekte en onbedekte vermeerderingsteelt van aardbeien;

Bedekte teelt van bonen;

Bedekte teelt van potplanten;

Bedekte en onbedekte teelt van bloemisterijgewassen;

Bedekte teelt van komkommer, augurk, courgette, pattison, meloen, kalebas, pompoen, squash, tomaat, paprika, aubergine, en Spaanse peper;

Onbedekte teelt van bloemisterijgewassen;

Bedekte en onbedekte teelt van boomkwekerij gewassen, vaste planten en openbaar groen

Bedekte teelt van bloemisterijgewassen

Onbedekte teelt van boomkwekerijgewassen en vaste planten;

“Voorlopig zal de spintbestrijding dus echt maatwerk blijven, waarbij we zowel de biologie als de chemie hard nodig hebben. Een onmisbare schakel hierin is het middel Cantack. Het werkt kort, snel en effectief en is daarom bij uitstek geschikt voor het afspuiten van de chrysanten. Door z’n sterke en betrouwbare werking is Cantack ondertussen een geliefd basismiddel geworden bij chrysantentelers. Extra prettig is dat Cantack veilig is voor Phytoseiulus persimilis en relatief mild voor het gewas; schade komen we daarom maar heel zelden tegen. Hoewel de meeste telers zich goed redden met alleen Cantack, kan er bij een hardnekkig spintprobleem ook gekozen worden voor een combinatie met Milbeknock. Dit geeft wat extra duurwerking tegen spint. Bij deze combinatiebespuiting moet dan wel iets eerder – tot maximaal een week voor het bossen – worden toepast.’’

Guido Halbersma is specialist gewasbescherming bij Van Iperen B.V.

Onbedekte teelt van aardbeien tot aan de bloei en na de pluk en de vermeerdering van aardbeiplanten; Onbedekte teelt van dahliaknollen

Sterkste punt

14

Wittevlieg & duurwerking

Translaminair & gewasveilig

IPM & snelle werking

15


Lees v贸贸r gebruik eerst het etiket en de productinformatie. Gebruik gewasbeschermingsmiddelen veilig.

OBE-MIL-CAN-260612

Postbus 231, 3640 AE Mijdrecht

www.bayercropscience.nl

BAYER DRESSCODE - Maatwerk voor persoonlijke bescherming Het dragen van correcte persoonlijke beschermingsmiddelen is een essenti毛le factor in het kader van goede landbouwpraktijken. Bayer CropScience wil graag dat u in alle omstandigheden met de meeste geschikte beschermende kleding werkt. Ga daarom naar www.dresscode. bayercropscience.nl en maak gebruik van BAYER DRESSCODE voor een persoonlijk beschermingsadvies-op-maat. Onze gebruiksadviezen, zowel mondeling als schriftelijk verstrekt, berusten op uitgebreide proefnemingen. Wij adviseren naar beste weten volgens de kennis van zaken op dit ogenblik, echter zonder daarvoor aansprakelijkheid op ons te nemen, omdat opslag/bewaring en toepassing zich aan onze controle onttrekken. Beschrijvingen van een product resp. gegevens over de eigenschappen daarvan betekenen niet, dat verantwoordelijkheid wordt gedragen bij eventuele schade. Overigens zijn onze Algemene Verkoopvoorwaarden van kracht. Stand: juli 2012

Spintbrochure  

Spintbrochure

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you