Issuu on Google+

Virus special

Uitgave februari 2010

BLOEMBOLLEN KOERIER Vroege tulpen al flink gegroeid Nadat de laatste plukken sneeuw net zijn weggesmolten bekijken Stef (links) en Niels Ruiter uit Andijk hoever hun hele vroege tulpenbollen (soort: Victor Mundi) zijn doorgegroeid. Omdat de

Stress Shield beschermt plant Een bijzondere eigenschap van Admire is dat het de planten ondersteunt in hun zelfverdediging tegen ziekten, virussen en bacteriën. Dit effect heeft de naam “Stress Shield” meegekregen. Zowel in tulp als in lelie is er veel onderzoek uitgevoerd naar het Stress Shield-effect in relatie tot het bestrijden van virussen.

sneeuw lange tijd als een isolerende deken over de bedden heeft gelegen is

Meer op pagina 2

de grond nauwelijks bevroren geweest. Hierdoor zullen veel percelen naar verwachting snel 'op regel' staan. Wel kijken de broers met enige zorg naar een mogelijk nieuwe vorstperiode. Hierdoor zouden de groeipunten wellicht wat kunnen beschadigen, waardoor ziekten als Botrytis en vuur meer kansen krijgen om zich te ontwikkelen.

Magere melk prima wapen tegen virusoverdracht Het gebruik van magere melk tijdens het machinaal ontbollen van tulpen zorgt voor een duidelijk lagere toename van het tulpenmozaïekvirus (TBV). Dat blijkt uit onderzoek van Proeftuin Zwaagdijk dat in opdracht van Agrifirm is uitgevoerd.

Meer op pagina 3

'Zekerheid staat voorop bij virusbestrijding' ,,We hebben al jaren stabiel lage viruswaarden in onze hyacinten. En dat willen we ook graag zo houden'', zegt werkbollenkweker Micheal Dobbe uit De Zilk. Om die reden voegt hij standaard 0,15 liter Calypso toe aan zijn wekelijkse pyrethroïde-bespuiting.

Meer op pagina 4

TBV scherp in het vizier?

Henk Ritter en Marcel Duijkers:

Het tulpenmozaïekvirus (TBV) kenmerkt zich

,,Als elke teler direct na de oogst de bollen zou dompelen of douchen met Admire, dan zou het tripsprobleem in de bewaring zo goed als verdwenen zijn.'' Dat zegt Henk Ritter, technische commercieel medewerker bij Van Gent Van der Meer Nuyens in Zuidoost-Nederland. Hij raadt telers aan om Admire standaard in het behandelschema op te nemen.

op allerlei manieren en in velerlei vormen. Vaak zijn deze verschijningsvormen aan

'Admire onmisbaar in gladiolen'

bepaalde perioden van expressie gerelateerd. Maar ook binnen de cultivars of

Een onnodig probleem. Zo bestempelt Henk Ritter de tripsschades die elk jaar weer in gladiolen opduiken. ,,Elk seizoen zijn er weer een

groepen van cultivars zijn grote verschillen

aantal reclamaties van afnemers omdat ze trips in de bollen hebben gevonden. En dat kan voor een teler behoorlijk in de papieren lopen,

waarneembaar.

zeker als het om een grotere partij gaat. Mijn stelling is dat je dat risico gewoon moet afdekken met Admire.''

Met het voorjaar weer in het vizier is dit een

Als allround teeltspecialist weet Henk Ritter

goed moment om nog eens een aantal aan-

maar al te goed dat zijn advies op dit moment

tastingen in tulp voor het voetlicht te halen.

niet altijd in vruchtbare aarde valt. ,,Omdat

TBV-infecties tijdig herkennen Door op tijd te beginnen met selecteren kan het TBV-niveau in de meeste tulpencultivars redelijk goed worden beheerst. Maar daarvoor is het wél noodzakelijk om de verschillende verschijningsvormen te herkennen.

Meer op pagina 5

'Lelies gebaat bij vast schema met voldoende olie'

er afgelopen jaren weinig is verdiend in de

'De verschillende gezichten van het tulpenmozaïekvirus', lees verder op pagina 5.

bollen, letten telers extra op de kosten. Het gebruik van Admire, laat staan het investeren in een douchelijn, staat daarom niet bij iedereen hoog op het verlanglijstje.'' Toch vindt hij dat telers - als het even kan - het gebruik

,,Met bijna twintig jaar bedrijfservaring in de lelies weten we ondertussen aardig waar de risico's van de teelt zitten'', zegt René Kleinjan van het bedrijf Peltjes-Kleinjan in Bergentheim. Bij de virusbestrijding wordt daarom niet 'geëxperimenteerd'.

van Admire vast in moeten bouwen na de het spoelen. ,,Wie verder wil als een betrouw-

Meer op pagina 6

bare partner voor z'n afnemers, moet de zekerheid kunnen geven dat de partij tripsvrij is. Met Admire kan dat.''

Foto: BKD

,De hele bewaarperiode beschermd tegen trips', lees verder op pagina 3.

Adviseur Henk Ritter (rechts) en gladiolenteler Marcel Duijkers

'Spuitmoment belangrijk voor effectiviteit luizenmiddel' Bladluizen zullen de komende jaren een steeds vroeger en ook een steeds heviger terugkerend probleem worden in de bloembollenteelt. Dat voorspelt agrometeorologisch specialist Erno Bouma. Een deskundige inzet van luiswerende en luisdodende middelen zal daarom steeds belangrijker worden, zo stelt hij.

Meer op pagina 7


Admire: schone start voor elke bol Admire bestrijdt een breed scala aan insecten in bloembollen. Via een bol- of knoldompeling dringt de werkzame stof imidacloprid diep in de bol of knol door. Dit geeft het middel een unieke werkingsduur van meerdere maanden. Een belangrijke toepassing van Admire is die tegen luizen in lelie (o.a. katoenluis), tulp (o.a. groene perzikluis en zwarte bonenluis) en hyacint en dahlia (o.a. zwarte bonenluis). Proeven in deze bol- en knolgewassen hebben aangetoond dat dompeling in Admire een zeer goede bijdrage levert aan de bestrijding van virusoverdracht door luizen. Een andere toepassing is die tegen het leliehaantje in lelie. Ook bestrijdt Admire in de bewaring insecten als tripsen (gladiolen) en wolluis (iris). Verder heeft het een nevenwerking op diverse bodeminsecten, zoals ritnaalden, springstaarten en duizendpoten.

Aandachtspunten bij het dompelen De werkzame stof imidacloprid heeft de eigenschap zich te binden aan organisch materiaal. Het is daarom belangrijk dat het dompelbad zo weinig mogelijk vervuild raakt met organisch materiaal. Mede

De kracht van Admire:

om deze reden is de bijvulfactor 1,25 ten opzichte van de concentratie op het etiket.

• Effectieve bestrijding van een breed scala aan insecten • Krachtige en langdurige werking • Positieve effecten door Stress Shield op virusreductie, groeikracht, opbrengst

De werkzame stof imidacloprid breekt af bij blootstelling aan het licht. Stel daarom de gedompelde bollen of knollen niet langdurig bloot aan (zon)licht. Zet ook het dompelbad niet direct in het zonlicht.

katoenluis

en kwaliteit

zwarte bonenluis

Stress Shield beschermt plant Een bijzondere, extra eigenschap van Admire is dat het de planten ondersteunt in hun zelfverdediging tegen ziekten, virussen en bacteriën. Dit effect heeft de naam “Stress Shield” meegekregen. Het Stress Shield wordt gevormd door een combinatie van de werkzame stof imidacloprid en één van de afbraakproducten van imidacloprid; 6-CNA. Deze 6-CNA is ook van nature in de plant aanwezig als stress-verminderende stof. Door een ingenieus samenspel van beide stoffen wordt er een soort schild gevormd dat de planten beschermt tegen allerlei stressfactoren, zoals droogte en hitte. De afgelopen jaren is er zowel in tulp als in lelie veel onderzoek uitgevoerd naar het Stress Shield-effect in relatie tot het bestrijden van virussen. In de onderstaande grafiek is het Stress Shield onderzoek van 2008 en 2009 in lelie samengevat.

Samenvatting virusonderzoek in lelie (2008 en 2009) % LMoV in lelie

Minder virusoverdracht met Admire Om het effect van een boldompeling bij tulpen op de overdracht van virussen vast te stellen, zijn er de afgelopen jaren 28 verschillende veldproeven uitgevoerd. In 19 van deze proeven was er sprake van een significant lager viruspercentage bij de in Admire gedompelde bollen. In vier proeven was er geen verschil en in vijf proeven was er sprake van een hoger percentage virus. Gemiddeld over alle proeven was het viruspercentage bij de in Admire gedompelde bollen 2,4% en de niet gedompelde bollen 3,2%, ofwel een virusreductie van 25%. Een boldompeling in Admire levert dus een duidelijke bijdrage aan de vermindering van de overdracht van virussen en dus aan de kwaliteit van de bollenkraam.

Resultaten virus onderzoek in tulp (2009) Infectie met virus besmette luizen % TBV

50 10

met virus

zonder virus 9

40

9

8

7,3 7

30

6

23,2

5

4,7

Gemiddelde waarden 2008 en 2009

e

Str

20

4

3,7

3

10

2

5,7 1

0

0

niet besmet onbehandeld

met Admire

niet besmet Adm

De linker pijl geeft aan dat het viruspercentage duidelijk terugloopt, terwijl er geen extra virusbron aangebracht is of luizen in het spel zijn. Een soort herstellend vermogen van de plant dus, gestimuleerd door de Admire-behandeling.

2

zonder Admire

met Admire

zonder Admire

Dompeling met Admire zonder geïnfecteerde planten, maar met geïnfecteerde luizen geeft een gemiddelde virusverlaging van 1% Dompeling met Admire met geïnfecteerde planten en met geïnfecteerde luizen geeft een gemiddelde virusverlaging van 1,7%

Bloembollen Koerier


Vervolg van voorpagina

,De hele bewaarperiode beschermd tegen trips' ,,Twee belangrijk pluspunten van Admire ten opzichte van andere tripsmiddelen zijn z'n lange werking en z'n gebruiksvriendelijkheid'', zo weet Ritter. De duurwerking is volgens hem vooral belangrijk bij hoge droogtemperaturen. Veel telers drogen bij temperaturen van rond de 25°C. De cyclus van ei tot volwassen trips kan daardoor teruglopen naar minder dan een week. Hierdoor kan de tripspopulatie in korte tijd explosief toenemen. ,,Met Admire ben je vrijwel zeker dat alle trips wordt gedood, óók als er bijvoorbeeld een maand later nog een partij wordt toegevoegd waarin wat trips zit'', zo stelt de adviseur. De gebruiksvriendelijkheid van Admire zit 'm vooral Admire in de snelle en efficiënte toegepassing. Ritter: ,,In principe hoef je bij het douchen maar één keer op te zetten af te halen; bij andere middelen wil het ontsmetten nog wel eens wat meer werk vergen.''

Behandeling voor het planten en na de oogst Een teler die ruimschoots overtuigd is van de waarde van Admire is Marcel Duijkers in Castenray (L.). Jaarlijks plant hij ongeveer 15 hectare gladiolen, waarvan het grootste deel zowel voor de bloem als voor de bol wordt geteeld. Om trips voorgoed buiten de deur te houden ontsmet hij zijn plantgoed zowel na de oogst als net voor het planten. De Admirebehandeling voor het planten is bedoeld als extra zekerheid voor de bloementeelt; een tak van het bedrijf die de afgelopen jaren steeds belangrijker is geworden. Duijkers: ,,Trips kan een lelijke verkleuring van de bloemen geven en vaak gaan die bloemen ook niet goed open. Daarom wil ik op de snijbloemen absoluut geen trips zien'', zo stelt hij. Ook de meer gebruikelijke toepassing van Admire na het spoelen van de oogst gebeurt bij Duijkers al jaren standaard. De teler beschikt daarvoor over een douche-installatie waarop tien kisten tegelijk kunnen worden behandeld. Belangrijk is volgens Duijkers dat de concentratie goed wordt bijgehouden. Als basis gebruikt hij 400 gram Admire per 1000 liter water (0,04%). Bijvullen gebeurt met 0,05% Admire.

Sinds de toepassing van Admire is trips geen thema meer op het bedrijf, zo stelt Duijkers. ,,Problemen met afgeleverde partijen heb ik al lang niet meer gehad. En dat is voor een flink deel aan het gebruik van Admire te danken. Voor mij staat intussen vast dat gladiolen telen zonder Admire eigenlijk niet meer kan.''

Foto: PPO Lisse

'Zonder Admire gaat het niet' Adviseur Henk Ritter (rechts) en gladiolenteler Trips nestelt zich tussen de vellen van de gladiolenbol

Marcel Duijkers: 'gladiolen telen zonder Admire kan eigenlijk niet meer.'

Magere melk prima wapen tegen virusoverdracht Het gebruik van magere melk tijdens het machinaal ontbollen van tulpen zorgt voor een duidelijk lagere toename van het tulpenmozaïekvirus (TBV). Dat blijkt uit onderzoek van Proeftuin Zwaagdijk dat in opdracht van Agrifirm is uitgevoerd. Teeltadviseur Arno Vlaming licht de resultaten toe.

Virusoverdracht door ontbolmachine Zelf heeft Agrifirm zich de afgelopen twee jaar gericht op onderzoek naar virusoverdracht door ontbolmachines bij de broei van tulpen. Uit een eerste onderzoek in 2008 kwam naar voren dat het TBV-virus gemakkelijk kan worden overgebracht door ontbolmachines en dat dit tot een fors hoger viruspercentage kan leiden. Bij de gezonde cultivars die in de proef gebruikt werden kwam het percentage TBV bij machinaal ontbollen twee tot zes keer zo hoog uit als bij handmatig afbreken.

,,Onkruid en vuur kunnen we met het huidige middelenpakket vrij goed en trefzeker onder

Het afgelopen jaar werd verder onderzocht welke mogelijkheden er zijn om de virusoverdracht door de ontbolmachine te beperken. Voor dit

duim houden. Maar de virussen, die blijven - ondanks een redelijk compleet middelenpakket

onderzoek zijn vier verschillende desinfectiemiddelen geselecteerd, die tijdens het ontbollen met een doseerunit druppelsgewijs op het roterende

- telkens weer voor onverwachte tegenvallers zorgen. Wat ons betreft is het voorkomen van

mes werden toegediend.

virusoverdracht een absoluut speerpunt voor de komende jaren.'' Met deze woorden geeft

Voor de proef zijn de aanwezige virusplanten in de partij (cultivar: Kunie) voor het ontbollen verwijderd. Daarna is de partij kunstmatig geïnfec-

Arno Vlaming een duidelijke 'rangorde' aan in de aandacht voor ziekten en plagen in de

teerd door na iedere 20 planten twee viruszieke planten (één TBV plant en één TVX plant) te plaatsen. De viruszieke planten zijn vervolgens apart

tulpenteelt. Volgens hem is de huidige ongrijpbaarheid van virussen voor een deel het gevolg

verzameld en na het ontbollen meteen opgevangen en verwijderd. Bij het machinaal ontbollen is een klein stukje van de bol afgesneden. Na de

van gebrek aan kennis over virusoverdracht en viruspreventie. ,,Daar moeten we als sector

behandeling zijn de bollen tot begin juni opgeslagen.

dus veel meer bovenop springen met gedegen, praktisch onderzoek waar telers iets aan hebben'', zo stelt Vlaming.

Magere melk scoort het beste Om de resultaten van de proef enigszins exclusief te houden, wil Vlaming niet alle geteste desinfectiemiddelen prijsgeven. Wél wil hij kwijt dat magere melk als (mede) beste en als meeste gebruiksvriendelijke uit de bus kwam. ,,De andere drie middelen in de proef zorgden weliswaar ook voor een lagere toename van TBV, maar er kleefden wat praktische bezwaren aan. Zo verspreidden twee middelen een zeer onaangename geur en waren er ook twee behoorlijk corrosief voor de apparatuur. Magere melk heeft deze nadelen niet.'' Om de magere melk op een praktische manier op de ontbolmachine toe te kunnen passen, heeft Agrifirm onder de naam 'Virus versa' een vaatje met een speciale druppelaar op de markt gebracht (zie foto). Volgens Vlaming zijn er inmiddels 90 stuks van verkocht en zijn de gebruikers zeer tevreden over de werking ervan.

Relatie tussen koppen en virusinfectie Voor komend seizoen heeft Agrifirm plannen om de relatie tussen het koppen en virusinfecties nader te onderzoeken. ,,Om zo min mogelijk te hoeven nakoppen worden deze machines in de praktijk steeds iets lager gezet. Het gevolg hiervan is dat er ook steeds meer bladtoppen worden geraakt. Dat betekent: meer beschadigde massa, meer vochtverspreiding en daardoor ook meer kan op virusinfecties'', zo legt Vlaming uit. Volgens hem zijn er al telers die komend seizoen ook de kopmachine willen voorzien van een doseerunit voor magere melk. Arno Vlaming, Agrifirm: ,,Wat ons betreft is het voorkomen van virusoverdracht een absoluut speerpunt voor de komende jaren.''

3

Om de magere melk op een praktische manier op de ontbolmachine toe te kunnen passen, heeft Agrifirm onder de naam 'Virus versa' een vaatje met een speciale druppelaar op de markt gebracht.

Bloembollen Koerier


Calypso: de krachtige, vloeibare luizenbestrijder Calypso® is een zeer breedwerkend, vloeibaar insecticide. Het bestrijdt alle luizen en is bovendien zeer effectief tegen gladiolentrips, cicaden en leliehaantjes. Calypso bevat thiacloprid, een stof die behoort tot de chemische groep van de chloronicotinylen (afgekort CNI’s). Een van de kenmerken van CNI’s is dat ze zich zeer goed verdelen in en door het blad. Hierdoor worden ook insecten op moeilijk bereikbare plekken, zoals de onderzijde van het blad, uitstekend bestreden.

Spuiten bij hoge luizendruk In de bloembollen- en knollenteelt kan Calypso het beste worden gespoten op momenten dat er een hoge luizendruk is. Hierdoor kan het een belangrijke bijdrage leveren aan het voorkomen van virusoverdracht door luizen. Calypso voorkomt kolonievorming en gaat bovendien het invliegen van luizen op bloemen tegen.

Advies bloembollen en -knollen Het advies is om Calypso 2 à 3 keer rond de bloei te spuiten met een interval van 7 tot 10 dagen. De adviesdosering is 0,25 l/ha (met minimaal 600 liter water per hectare).

De kracht van Calypso: • Zeer breed werkingsspectrum (o.a. luizen, kevers, wantsen en cicaden) • Vloeibare formulering • Voorkomt kolonievorming en invliegende luizen op bloemen • Goede duurwerking • Snel regenvast • Veilig voor bijen, dus toepasbaar in bloeiende gewassen

'Zekerheid staat voorop bij virusbestrijding' ,,We hebben al jaren stabiel lage viruswaarden in onze hyacinten. En dat willen we ook graag zo houden'', zegt werkbollenkweker Michael Dobbe uit De Zilk. Om die reden voegt hij standaard 0,15 liter Calypso toe aan zijn wekelijkse pyrethroïdebespuiting. Kwaliteit. Dat woord komt tijdens het gesprek met Michael Dobbe meerdere malen voorbij. ,,Wil je als kweker van werkbollen een goede toekomst behouden, dan móet je voor kwaliteit gaan. Alleen dan blijven je bollen gewild en blijf je een interessante partij voor je afnemers'', zo is zijn stellige overtuiging. Het is dus niet vreemd dat viruspreventie en -bestrijding veel aandacht krijgen binnen het bedrijf. ,,Om de huidige lage viruswaarden vast te kunnen houden proberen we zoveel mogelijk potentiële infectiebronnen uit te sluiten'', zo geeft Dobbe zijn manier van werken weer. En dat uitsluiten van risico's begint al bij de perceelskeuze. ,,We willen onze werkbollen zoveel mogelijk isoleren van de normale handelspartijen. Om die reden proberen we bij te houden waar en wanneer onze buren hun hyacinten planten. Zo kun je voorkomen dat twee hyacintenpercelen onverwachts naast elkaar komen te staan.'' Een perceel met werkbollen: White en Blue Pearl

Intensief selecteren op grijsvirus Het tweede (en tevens belangrijkste) wapen tegen virusinfecties is het intensief selecteren van de werkbollen. In hyacinten draait het daarbij vooral om het grijsvirus. Deze veroorzaakt een onregelmatige, streepachtige zilvergrijze verkleuring in het blad. Omdat dit virus vrij lastig te zien is, vergt het volgens Dobbe veel ervaring en ook veel selectie-uren om het gewas goed schoon te krijgen. Tussen eind maart en eind juni is de kweker vrijwel full-time bezig met het nalopen van zijn gewassen. ,,Met wat hulp van mijn vader lukt het om wekelijks alle percelen te controleren. Per seizoen kom je dan op ongeveer dertien selectieronden. De laatste ronde doen we zelfs nog net voor de rooier uit'', zo geeft hij het grote belang van de selectie weer.

Consequente en zekere luisbestrijding Het derde wapen dat infecties tegen moet houden is een consequente en vooral zékere luisbestrijding. Samen met zijn vaste adviseur, Leen van der Heiden van Agrifirm, bespreekt Dobbe jaarlijks welke middelencombinaties hiervoor worden ingezet. De afgelopen vier seizoenen is 0,15 l/ha Calypso (in combinatie met een pyrethroïde) een vast onderdeel van luisbestrijding geweest. ,,En dat is ons uitermate goed bevallen'', zo vat de kweker zijn bevindingen samen. ,,De afgelopen jaren hebben we goede percelen gehad met zeer lage viruswaarden. Hoewel ik het niet echt kan bewijzen, heb ik de indruk dat Calypso hier beslist zijn steentje aan bij heeft gedragen. Ik heb het idee dat we door dit middel toch weer één- of twee-tiende procent zijn gezakt in virus ''

Extra zekerheid voor afnemers Naast een goede 'verzekeringspremie' voor zijn eigen bedrijf, heeft het middel ook een meerwaarde voor de afnemer, zo stelt Dobbe. ,,Als je zégt dat voor kwaliteit gaat, dan moet je het ook zoveel mogelijk kunnen bewijzen. Door consequent Calypso te gebruiken toon je aan dat je niet bezuinigt op de luisbestrijding. Verder pak je met dit middel ook een aantal andere belagers mee, zoals bijvoorbeeld cicaden. Ik merk dat afnemers deze consequente aanpak beslist waarderen.''

Michael Dobbe is hyacintenkweker in De Zilk (Z-H). Jaarlijks teelt hij ca. 3,5 hectare werkbollen (Pink, White en Blue Pearl)

4

Bloembollen Koerier


Vervolg van voorpagina

De verschillende gezichten van het tulpenmozaïekvirus (TBV)

Veel cultivars uit het gangbare sortiment (Monte Carlo, White Dream, Yokohama, Gander-typen, Couleur Cardinal-typen)

Als de planten beginnen te spreiden wordt in veel gevallen het licht- en donkergroene ruitjespatroon (mozaïek)

laten al vroeg de typerende onregelmatige roodverkleuring aan de buitenzijde van het blad zien.

zichtbaar.

Wanneer de bloemen beginnen te kleuren kunnen kleurbrekingen in de bloem ontstaan ('Rembrandttulpen'). Deze kunnen

Bloemen kunnen in volle bloei ook gaan ‘kieren’, waarbij enige ruimte tussen de bloemdekblaadjes ontstaat.

variëren in geel, (doorzichtig) wit, donkerrood, donkerroze, groen, etc.

Tijdens en na de bloei kan er eventueel nog geselecteerd worden op een afwijkende stempelkleur. Sommige cultivars

De groep Darwinhybriden tenslotte laat zo’n 3 weken na de bloei nog een rood-grijze marmering in het blad zien. Deze

tonen bij een TBV-aantasting een duidelijk gele of witte stempelverkleuring.

begint aan de bladtop en verspreidt zich naar verloop van de tijd verder naar de basis van het blad.

Foto's: Bloembollenkeuringsdienst

5

Bloembollen Koerier


Decis EC: onmisbare schakel in de virusbestrijding Al meer dan 20 jaar is Decis EC een vaste waarde in tal van land- en tuinbouwgewassen. In bloembollen is het een onmisbare schakel in de strijd tegen verspreiding van non-persistente virussen. In de virusbestrijding van bloembollen is de inzet van een synthetische pyrethroïde onmisbaar. Pyrethroïdes werken niet systemisch, hebben geen dampwerking en dringen niet door in het blad, maar wél in de waslaag van de plant. De synthetische pyrethroïde Decis EC werkt als contact- en maaggif. De werking is bijzonder snel en effectief. Decis EC dringt diep in de waslaag door en voorkomt dat luizen proefboringen uitvoeren waarbij het nonpersistente virus overgebracht wordt.

Stapeleffect Decis EC levert een belangrijke bijdrage aan de virusbestrijding. In combinatie met een boldompeling en de inzet van een luisdoder kan Decis EC het percentage virus duidelijk omlaag brengen. Een virusproef (zie grafiek) bij Proeftuin Zwaagdijk geeft dit 'stapeleffect' goed weer.

Virusproef in tulp (Proeftuin Zwaagdijk) 25

20,3

20

15 13,6

10

De kracht van Decis EC

9,5

• toepasbaar in ruim 60 gewassen • geen driftbeperkende maatregelen • mag in bloeiende gewassen gespoten worden (250 cc/ha) • zeer regenvast

% virus (TBV)

6,3

5

0 Onbehandeld

Decis EC

Decis EC + 5x Calypso

Decis EC + Calypso + Admire dompelen (0,05%)

Monte Carlo; 11 bespuitingen

'Met Rudis hoeft vuur 'Lelies gebaat bij vast spuitschema met voldoende olie' geen probleem te worden' ,,Met bijna twintig jaar bedrijfservaring in de lelies weten we ondertussen aardig waar de risico's van de teelt zitten'', zegt René Kleinjan van het bedrijf Peltjes-Kleinjan in Bergentheim. Bij de virusbestrijding wordt daarom niet 'geëxperimenteerd'. ,,Eigenlijk is de virusbestrijding in lelies helemaal niet zo moeilijk. Als je maar op tijd begint en je daarna consequent aan het vooraf opgestelde spuitschema houdt'', zegt René Kleinjan. Als contractteler weet hij ondertussen dat een vaste schema tegen virus vaak de beste en in ieder geval de meest zekere resultaten opleveren. Zelf spuit het bedrijf vanaf opkomst altijd om de vijf à zes dagen met een pyrethroïde + 11E Olie. ,,Alleen als we door weersomstandigheden echt niet het land op kunnen, rekken we het een dagje op'', zo geeft Kleinjan de stelregel weer. Bij kritieke weersomstandigheden - onder andere rond de bloei, als de knoppen er helemaal op staan - wordt er ook nog een luisdoder aan de tankmix toegevoegd. Hierdoor wordt de kans op virusinfecties tot een minimum gereduceerd.

11E Olie: zacht voor het gewas Om snel en zonder risico's te kunnen spuiten, werkt Kleinjan het liefst met middelen die zich ruimschoots in de praktijk hebben bewezen. In dat plaatje past ook het gebruik van 11E Olie, dat in 1000 liter vaten op het bedrijf worden aangevoerd. Volgens Edwin Smit van Van Gent Van der Meer Nuyens, die Kleinjan voor een groot deel bijstaat in zijn middelenkeuze, is het 'oliemerk' weliswaar geen doorslaggevende factor bij de viruspreventie, maar zijn er wel enkele kleine verschillen in gebruik. Belangrijkste pluspunt van 11E Olie is dat het zeer zacht is voor het gewas. ,,Het risico van gewasschade is daardoor uiterst klein'', zo weet Smit. Ook heeft 11E Olie bewezen dat het als toevoegmiddel aan bodemherbiciden een duidelijke meerwaarde heeft. ,,Met 11E Olie krijgen de bodemherbiciden ook enige contactwerking. En dat is vooral gunstig wanneer er al wat kleine onkruidjes staan'', zo legt Smit uit. Kleinjan voegt tenslotte nog toe dat de dosering van 1 liter per dag uiterst praktisch is. ,,Omdat je nauwelijks hoeft te rekenen, is de kans op fouten minimaal.''

René Kleinjan (links) is lelieteler in Bergentheim (Ov.). Edwin Smit is teeltadviseur bloembollen bij Van Gent van der Meer Nuyens.

6

Bloembollen Koerier

,,Met een stevige vorstperiode en een flink pak sneeuw achter de rug is 2010 behoorlijk 'winters' begonnen. En dat heeft ook zijn weerslag gehad op de bollen in de grond. Door de isolerende laag sneeuw - die de tulpenbollen bijna twee weken heeft afgedekt - zijn veel percelen stevig doorgegroeid. Half januari staken de vroegste soorten hun spruiten al boven de grond uit. Hoewel een vroege start op zich niet schadelijk hoeft te zijn voor het gewas, is het vanaf nu wél opletten met een nieuwe vorstperiode. Wanneer daarbij ook nog eens - tussen de bedrijven door - een onkruidbestrijding moet worden uitgevoerd, is de kans op schade aan de groeipunten zeer reëel aanwezig. Hierdoor loopt u de kans dat planten enigszins verzwakt het voorjaar ingaan. Komt dit scenario uit, dan is het extra belangrijk om op tijd met de vuurbestrijding te beginnen. Met een preventieve toepassing met Rudis bent u in ieder geval verzekerd van de best mogelijk bescherming tegen vuur en overige bladvlekkenziekten. En mocht het onverhoopt toch uit de hand lopen, dan is er ook nog de curatieve toepassing met Rudis. Kortom, vuur hoeft geen probleem te worden, mits u op tijd reageert. Een goed groeiseizoen toegewenst!''

Michel Jansen, technisch adviseur bloembollen bij Bayer CropScience


'Spuitmoment heeft grote invloed op effectiviteit luizenmiddel' Bladluizen zullen de komende jaren een steeds vroeger en ook een steeds heviger terugkerend probleem worden in de bloembollenteelt. Dat voorspelt agrometeorologisch specialist Erno Bouma. Een deskundige inzet van luiswerende en luisdodende middelen zal daarom steeds belangrijker worden, zo stelt hij. ,,De weersomstandigheden en het spuittijdstip hebben een zeer grote invloed op de werking van middelen; probeer daar zo veel mogelijk rekening mee te houden'', zo adviseert hij telers. Hij ziet het nog steeds veel gebeuren: bollentelers die uit efficiëntie-overweging allerlei middelen samen verspuiten. En dat ook nog op een tijdstip van de dag dat op z'n minst één van de middelen als 'weggegooid geld' kan worden bestempeld. ,,De gedachte dat huidige generatie middelen zó goed is dat deze onder alle omstandigheden werkt is een mythe. Sterker nog: ik verwacht met de steeds scherper wordende toelatingseisen voor middelen dat de werking ervan alleen maar méér afhankelijk wordt van de spuitomstandigheden'', zo stelt Bouma. Als voorbeeld haalt hij de oploscomponenten in tal van middelen aan die in de nieuwe Europese regelgeving stevig onder druk staan. ,,Alle fabrikanten zijn daarom naarstig op zoek naar alternatieve formuleringen. Hoewel er een aantal goede alternatieven op komst zijn - zoals Bayer met haar nieuwe OD-formulering - is het sterk de vraag of alle middelen even effectief blijven als de huidige generatie. Het kan dus beslist geen kwaad om je als teler wat meer in het optimale spuitmoment te verdiepen.''

Luizen: steeds vroeger en steeds vaker Een ander vervelend vooruitzicht is dat de luizen naar verwachting steeds vroeger en ook steeds massaler de kop op zullen steken de komende jaren. Volgens Bouma is dit meteorologisch ook goed verklaarbaar. ,,De afgelopen decennia is er veel meer bebouwing gekomen waardoor er ook veel meer warmtebruggen zijn ontstaan. Luizen hebben daardoor meer mogelijkheden gekregen om in de winter te overleven. Ook zijn er steeds meer plekken waar de temperatuur niet meer onder de minus 8 graden Celcius komt, de drempel waarop luizen het loodje leggen. De luizen krijgen het dus steeds beter naar hun zin in Nederland.'' Uit onderzoek is intussen gebleken dat elke graad temperatuursverhoging twee extra generaties luizen aan het begin van het seizoen oplevert. ,,Bollentelers mogen er dus vanuit gaan dat de luisbestrijding een steeds belangrijke factor wordt binnen de teelt'', zo vat Bouma de consequenties samen.

Agrometeorologisch specialist Erno Bouma: ,,Uit onderzoek is gebleken dat elke graad temperatuursverhoging twee extra generaties luizen aan het begin van het seizoen oplevert. ,,Bollentelers mogen er dus vanuit gaan dat de luisbestrijding een steeds belangrijke factor wordt binnen de teelt.''

Licht en temperatuur beïnvloeden effectiviteit Om de luizen de komende jaren onder de duim te kunnen houden, moet er volgens Bouma veel meer gekeken worden naar het optimale moment van toepassing. In algemene zin kunnen insecticiden het beste 's avonds worden gespoten. Ze kunnen dan een nacht lang onder optimale omstandigheden (met weinig straling) hun werk doen. Bij overdag spuiten wordt het middel onder invloed van zonlicht vele malen sneller afgebroken en verliest het daardoor zeer snel aan effectiviteit. Daarnaast is het ook belangrijk om de temperatuur in de gaten te houden. Voor pyrethroïden geldt dat ze bij 10°C ongeveer twee weken dodend werkzaam zijn. Bij 20°C is de acuut toxische werking naar schatting nog maar een tot anderhalve dag. Vooral tijdens de zomerperiode - die de laatste jaren een steeds grilliger verloop kent - kan de effectiviteit van een middel daarom enorm verschillen. Voor de direct werkende (systemische) middelen, zoals bijvoorbeeld Calypso, geldt dat ze juist een wat hogere temperatuur (vanaf ca. 15 °C) nodig hebben om goed te werken. Bij de werkingsduur van insecticiden moet er overigens nog een flinke slag om de arm worden gehouden, zo waarschuwt Bouma. ,,Wetenschappelijk is er namelijk nog maar weinig bekend over relatie tussen het weer en de werkingsduur. Het zou goed zijn om dat nog eens grootschalig te onderzoeken, want daarmee zouden we het spuitschema veel efficiëntere manier sluitend kunnen houden dan dat we nu doen.''

Rol van water nog steeds onderschat

Onder de weggeveegde buitenste waslaag is het ingebedde was te zien.

Olieachtige formuleringen, waaronder pyrethroïden, worden via het ingebedde was opgenomen. De oplossers in de formulering lossen de waslaag op, en zo komt de opgeloste werkzame stof snel in de waslaag. Daarna verdampen de spuitvloeistof en het oplosmiddel. Alle andere, waterachtige geformuleerde middelen moeten worden opgenomen via de cutinelaag van het blad.

olieachtige formuleringen waterachtige formuleringen buitenste waslaag

ingebed was

Bron: Weer en Gewasbescherming, Erno Bouma, 2006

Ook de rol van water - in de vorm van regen of beregening - wordt door veel bollentelers nog steeds onderschat. ,,Gewasbeschermingsmiddelen toepassen kort vóór een bui of beregening is zo goed als zinloos. Het grootste deel van de spuitvloeistof spoelt meteen weer van het gewas af'', zo benadrukt Bouma. Binnen alle bestaande formuleringen van middelen de zijn er echter flinke verschillen in regenvastheid. Voor de luisbestrijding maakt hij wederom een opsplitsing naar pyrethroïden en systemische middelen. De olieachtige pyrethroïden dringen met behulp van een oplosser de waslaag van de plant binnen. Een deel van het middel wurmt zich vervolgens vrij snel in het dieper gelegen ingebed was (zie tekening), maar er is ook een gedeelte dat zich over de buitenste waslaag van de plant verdeelt. Vooral dit gedeelte is gevoelig voor afspoelen. Uit onderzoek is gebleken dat als er tussen nul en 6 uur na een bespuiting twee tot vijf millimeter regen valt, ongeveer de helft van de werkzame stof afspoelt. Bij intensief beregenen is de afspoeling waarschijnlijk nog veel groter, omdat de waslaag zelf dan ook voor een deel eraf spoelt. Voor systemische middelen - die opgenomen worden door de dieper gelegen cutinelaag - is de kans op afspoeling kort na een bui waarschijnlijk nog wat groter, omdat deze geen 'houvast' hebben in de waslaag, zo redeneert Bouma. Zit het middel daarentegen eenmaal in het blad, dan is afspoeling niet meer mogelijk.

cutinelaag

Uit onderzoek is gebleken dat als er tussen nul en 6 uur na een bespuiting twee tot vijf millimeter regen valt, ongeveer de helft van de werkzame stof afspoelt. Bij intensief beregenen is de afspoeling waarschijnlijk nog veel groter, omdat de waslaag zelf dan ook voor een deel eraf spoelt.

7

Bloembollen Koerier


COLOFON

,,Virussen blijven, ondanks een rede-

,,De afgelopen jaren hebben we

,,Door toevoeging van 11E Olie krij-

,,De afgelopen decennia is er veel

lijk compleet middelenpakket, telkens

goede percelen gehad met zeer lage

gen de bodemherbiciden ook enige

meer bebouwing gekomen waardoor

weer voor onverwachte tegenvallers

viruswaarden. Hoewel ik het niet echt

contactwerking. En dat is vooral gun-

er ook veel meer warmtebruggen zijn

zorgen. Wat ons betreft is het voor-

kan bewijzen, heb ik de indruk dat

stig wanneer er al wat kleine onkruid-

ontstaan. Luizen hebben daardoor

komen van virusoverdracht een abso-

Calypso hier beslist zijn steentje aan

jes tussen de lelies staan.''

meer mogelijkheden gekregen om in

luut speerpunt voor de komende

bij heeft gedragen.''

de winter te overleven.''

jaren.''

Arno Vlaming, teeltadviseur bloembollen bij Agrifirm

Michael Dobbe, hyacintenkweker in De Zilk

RenĂŠ Kleinjan, lelieteler in Bergentheim en Edwin Smit, adviseur bij Van Gent van der Meer Nuyens

Erno Bouma, agrometeorologisch specialist in Dronten

Concept en realisatie: L Bayer CropScience B.V. LReed Business B.V. Vormgeving en opmaak: LClaudia Roorda Fotografie: LBayer CropScience B.V. Drukwerk: L Ascend Dit is een uitgave van: Bayer CropScience B.V. Energieweg 1 P.O. Box 231 NL-3640 AE Mijdrecht Onze gebruiksadviezen, zowel mondeling als schriftelijk verstrekt, berusten op uitgebreide proefnemingen. Wij adviseren naar beste weten volgens kennis van zaken van dit ogenblik, echter zonder daarvoor aansprakelijkheid op ons te nemen, omdat opslag/bewaring en toepassing zich aan onze controle onttrekken. Beschrijvingen van een product, resp. gegevens over de eigenschappen daarvan betekenen niet, dat verantwoordelijkheid wordt gedragen bij eventuele schade. Lees voor gebruik altijd eerst het etiket.

Puzzel mee en win een logeer- en dinerbon voor twee! Er even lekker tussenuit met z'n tweeĂŤn, lijkt u dat wel wat? Los dan de onderstaande vragen op. Uit de inzendingen worden drie prijswinnaars getrokken. Zij krijgen elk een luxe logeer- en dinerbon voor twee personen! 1. A. B. C.

Calypso heeft een sterke werking tegen: Luizen Luizen, cicaden en leliehaantjes Luizen, leliehaantjes, cicaden en gladiolentrips

2. Een dompeltoepassing van tulpenbollen in Admire bij het planten bestrijdt luizen tot: A. Eind maart B. Eind april C. In juni

3. Decis EC is toepasbaar in: A. Ruim 40 gewassen B. Ruim 50 gewassen C. Ruim 60 gewassen

BON Naam: Adres: Postcode:

Plaats:

Bedrijfstype/aantal hectare bloembollen: De oplossing van de puzzel is:

A 1

B

C

A

B

C

A

2

B

C

3 Actievoorwaarden

Deze prijsvraag loopt van 10 februari t/m 15 maart 2010. Uit de goede inzendingen worden drie winnaars getrokken. De prijswinnaars krijgen tussen 15 maart en 1 april bericht. Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd.

8

Bloembollen Koerier

Stuur de ingevulde bon uit deze krant in een ongefrankeerde envelop naar: Bayer CropScience B.V. T.a.v. Jessica Biermann Antwoordnummer 55074 3640 WB Mijdrecht


Bloembollen Koerier feb 2010