Issuu on Google+

Uitgave januari 2010

AARDAPPEL KOERIER Beste opbrengst door goed groeiseizoen Enkele dagen voor Kerst laadt chauffeur Richard Mulder van transportbedrijf Viersen in Haulerwijk en

'Maximale zekerheid in het middenblok' 'Een middel dat alle gevaren in het middenblok uitstekend afdekt'. Zo omschrijft Pieter Pateer in Kloosterzande de kracht van InFinito. De afgelopen jaren gebruikte hij het middel als vaste standaard in het middenblok.

vrachtwagen zetmeelaardappelen bij maatschap Meinen in Aalten (Gld.).

Meer op pagina 2

Met een gemiddeld onderwatergewicht van 483 gram - met zelfs enkele uitschieters tot 530 gram -

Finale: bewezen effectief in pootaardappelen

en een opbrengst van ca. 50 ton per hectare, hebben de Seresta's het uitstekend gedaan, zo vertelt Jan Meinen. ,,In een normaal jaar blijft het onderwatergewicht vaak rond 465 gram steken en de opbrengst rond de 44 à 45 ton. Maar afgelopen seizoen

Finale® SL 14 draait al 20 jaar mee als een van de belangrijkste loofdoders in de (poot)aardappelteelt. Het middel kenmerkt zich door een uitstekende effectiviteit, met name in de pootaardappelteelt. In combinatie met goed klapwerk scoort het bovengemiddeld goed voor wat betreft stengeldoding en onderdrukking van hergroei.

waren de groeiomstandigheden vrijwel perfect. Alleen op het eind kregen

Meer op pagina 3

de aardappelen hier en daar wat last van droogte; anders waren we misschien wel op 55 ton gemiddeld uitgekomen.''

'Al tien jaar prima ervaringen met Decis' ,,Ik ben echt niet met het middel getrouwd hoor, maar er moet wel een hele goede vervanger zijn wil ik er vanaf stappen''. Dat zegt pootgoedteler Arwin van Geel in Espel over het luisbestrijdingsmiddel Decis EC.

Meer op pagina 4

Minerale olie halveert virusinfectie

'Virusproblematiek niet onder laten sneeuwen'

Bij voldoende gebruik van minerale olie bij de vermeerdering van TBMpootgoed blijkt de virusinfectie van gevoelige rassen gehalveerd te zijn ten opzichte van geen gebruik van olie. Dat blijkt uit waarnemingen op het controleveld te Valthermond.

,,Bacterieziekten trekken momenteel alle aandacht in de pootgoedsector. Op zich is dat niet onterecht, maar hierdoor dreigt de aandacht voor virussen langzaam maar zeker wat onder te sneeuwen.'' Deze waarschuwing geeft Peter Oldenkamp, hoofd kweekbedrijf en productie bij handelshuis Van Rijn - KWS B.V.. Hij pleit voor meer scherpte en actie tegen virussen, zowel bij telers als bij handelshuizen.

Jaarlijks worden ongeveer 150 TBM-pootgoedmonsters beoordeeld en deze keer is het gebruik van minerale olie als variabele daarin meegenomen. Van de drie virusgevoelige rassen Avarna, Katinka en Seresta bleek de zwaarbontvirusbesmetting ruim 50% lager te zijn als tijdens het voorgaande productiejaar voldoende minerale olie was gebruikt voor de bestrijding van virusinfecties. Opvallend is, dat slechts in één op de drie partijen voldoende olie was gebruikt voor een voldoende preventieve werking. 'Alleen voldoende hoge dosering heeft effect', lees verder op pagina 5.

Vooral de in de hogere pootgoedklassen is de situatie behoorlijk zorgelijk, zo stelt Oldenkamp. Cijfers van de keuringsdienst NAK geven aan dat het percentage verlaging en afkeuring in de klasse S de afgelopen jaren vrijwel lineair is gestegen van 12 procent in 2003 naar meer dan 25 procent in 2009. ,,Het lijkt er dus op dat we een structureel probleem hebben in het hoogwaardige materiaal. Om onze exportpositie niet te verliezen, móeten we daar met z'n allen snel iets aan doen.''

dat is - samen met goed management - een absolute voorwaarde om de kwaliteit van het pootgoed op topniveau te houden''.

Schade door ritnaalden komt de laatste jaren steeds vaker en ook steeds heftiger voor. Met een goede monitoring en - zonodig - een behandeling met Mocap is echter veel ellende te voorkomen.

'Virusprobleem op meerdere fronten aanpakken', lees verder op pagina 3

Meer op pagina 6

Lijst Sencor-tolerante rassen verder uitgebreid In het Sencor-rasgevoeligheidsonderzoek zijn in 2008 en 2009 in totaal 16 rassen getoetst op gewasreactie (in loof en opbrengst) tegenover de gevoelige standaard Innovator.

Meer op pagina 6

'Op dit moment gewoon het beste middel'

Steeds minder aandacht per plant Oldenkamp beseft dat hij met zijn pleidooi de wind tegen heeft. ,,Bedrijven worden steeds groter, waardoor de aandacht per plant kleiner wordt. Die trend zal de komende jaren alleen maar verder doorzetten'', zo weet hij. Ook ziet hij dat het voor pootgoedbedrijven steeds moeilijker wordt om goed geschoold personeel aan te trekken. ,,En

Voorkom ritnaaldenschade in aardappelen

,,Met Moncereen hadden we al een prima middel tegen Rhizoctonia, maar Subliem doet daar nog weer een schepje bij bovenop.'' Zo vat Vincent Hooijman in Bant zijn ervaringen met Subliem samen. De afgelopen twee seizoenen heeft hij al z'n pootgoed ermee behandeld. Peter Oldenkamp

Meer op pagina 7


InFinito: het sterkste schild tegen Phytophthora InFinito heeft zich de afgelopen jaren bewezen als een absoluut topmiddel tegen blad- en knolphytophthora. Zowel preventief als curatief behoort het tot de sterkste middelen die momenteel voor de praktijk beschikbaar zijn. InFinito® bevat de werkzame stoffen fluopicolide en propamocarb-waterstofchloride. Fluopicolide gooit de celstructuur van de phytophthora-schimmel in de war en stopt de aanmaak van eiwitten. Propamocarb-waterstofchloride werkt als een soort hulpstof voor fluopicolide. Het zorgt ervoor dat een deel van de fluopicolide verder in het blad dringt. Daarnaast geeft propamocarb-waterstofchloride extra curatieve werking en zorgt het door een ander werkingsmechanisme voor een ingebouwd resistentiemanagement.

Tijdstip van toepassing InFinito kan het hele groeiseizoen worden toegepast. Maar door zijn combinatie van een zeer goede preventieve en curatieve werking, de herverdeling naar nieuw blad en de uitstekende knolbescherming, komt InFinito het meest tot zijn recht in het midden van het teeltseizoen wanneer de knolzetting begint. Technische vergelijking InFinito met fluazinam en cyazofamid vanaf de knolzetting Contactfungide (l/ha) product

bladbescherming preventief

Flexibele dosering: 0,9 - 1,6 l/ha Het standaardadvies voor InFinito is 1,2 l/ha. De hogere dosering (tot 1,6 l/ha) is van toepassing bij een zware phytophthoradruk. Bij zeer lage phytophthoradruk kan de laagste dosering toegepast worden De bespuiting moet met een interval van 5-10 dagen worden herhaald, afhankelijk van de infectiedruk, weersomstandigheden en gevoeligheid van het ras voor Phytophthora.

stopt sporenvorming

knolbescherming

curatief

fluazinam (0.3)

++

-

(+)

++

fluazinam (0,4)

+++

-

(+)

+++

cyazofamid (0,2)

++++

-

(+)

+++(+)

De kracht van InFinito • • • • •

Contact + lokaal-systemisch + systemisch (l/ha)

preventieve én curatieve werking tegen Phytophthora uitstekende werking tegen knolphytophthora snel regenvast uiterst bedrijfszeker vloeibare formulering

InFinito (0,9)

++(+)

(+)

+(+)

+++

InFinito (1,2)

+++(+)

++(+)

++(+)

+++(+)

InFinito (1,6)

++++

+++

+++

++++

– = geen werking ++++ = excellente werking

Bron: Bayer CropScience

'Maximale zekerheid in het middenblok' Flexibele dosering geeft rust Nog een mooi plusje van InFinito vindt Pateer de flexibele dosering. Vooral de periode rond het wisselen van middelen - bijvoorbeeld naar een volgend blok - is volgens de akkerbouwer altijd weer een gevaarlijk moment. ,,Vaak ga je dan ook over naar een iets ander werkingsmechanisme, waardoor je de kans loopt dat het gewas even wat minder beschermd is'', zo licht hij toe. ,,Met InFinito kun je vrij gemakkelijk iets omhoog in de dosering, bijvoorbeeld van 1,2 naar 1,4 liter per hectare. Vooral bij een hoge phytophthoradruk vind ik dat prettig; het geeft net iets meer rust in de bedrijfsvoering'', zo besluit hij. Pieter Pateer heeft in maatschap met zijn ouders een akkerbouwbedrijf in Kloosterzande (Z-Vl.). Jaarlijks verbouwen ze tussen 20 en 25 hectare consumptieaardappelen. Pieter is ook werkzaam als adviseur bij gewasbeschermingshandel Van Wesemael B.V. in Hulst.

'InFinito heeft de boel gered' 'Een middel dat alle gevaren in het middenblok uitstekend afdekt'. Zo omschrijft Pieter Pateer in Kloosterzande de kracht van InFinito. De afgelopen jaren gebruikte hij het middel als vaste standaard in het middenblok. Hoewel seizoen 2009 geen echt Phytophthora-jaar was, heeft Pateer het middel InFinito bewust als vaste standaard in het middenblok toegepast. Dat wil zeggen: na drie startbespuitingen met een ander middel, vier keer InFinito vanaf de knolzetting. De keuze voor InFinito is vooral ingegeven door de grote bedrijfszekerheid van het middel. Pateer: ,,De overgang van mei naar juni is één van de meeste kritische perioden van de aardappelteelt. Door het groeizame weer ontwikkelt het gewas zich op alle fronten. Er is veel loofontwikkeling met veel nieuw blad en de pas gevormde knollen groeien flink uit. Het gewas heeft dus op al die punten maximale bescherming nodig. Met InFinito ben je daar in mijn ogen het beste van verzekerd.'' De akkerbouwer erkent dat er ondertussen meer middelen zijn die ongeveer dezelfde eigenschappen bezitten, ,,maar zodra er iets Phytophthora in het gewas dreigt te komen heeft InFinito vanwege zijn ijzersterke curatieve component in mijn ogen beslist een streepje voor'', zo stelt hij.

2

Aardappel Koerier

,,Voor mijn ervaringen met InFinito ga ik het liefst even terug naar 2007. In dat jaar lagen mijn Agria's ongelukkigerwijs direct naast een perceel biologische aardappelen. Na een zeer natte periode met een enorm hoge ziektedruk gingen de biologische aardappelen in enkele dagen tijd helemaal 'op zwart'. Mijn eerste gedachte was: die Agria's van mij hou ik niet; die gaan er helemaal in mee. Ik had het doodspuitmiddel al op de veldspuit staan toen ik via mijn middelenleverancier Van Iperen wat InFinito toegeschoven kreeg. Uiteindelijk heeft dat middel het gewas gered. En dat zegt in mijn ogen toch wel iets over de enorme curatieve kracht van het middel.''

Teun de Jongh is akkerbouwer in Zuid-Beijerland. Komend seizoen verbouwt hij ca. 10 hectare aardappelen.


Vervolg van voorpagina

'Virusprobleem op meerdere fronten aanpakken' Om de virusbesmettingen in de hogere klassen terug te dringen, moet volgens Oldenkamp eerst goed duidelijk worden waar het probleem zit. En juist daarover is nog lang niet iedereen het eens, zo merkt hij in de praktijk. Een factor die nogal eens genoemd wordt als hoofdoorzaak van de huidige virusproblemen is de toename van de 'nieuwe' Y-virusstammen: Yntn en YnW. Volgens Oldenkamp waren deze twee varianten echter al vóór 2003 in grote getale aanwezig en kunnen ze daarom de toename van het virusprobleem niet verklaren. Om dezelfde reden kan ook het schrappen van de einddatum op S-pootgoed in 2007 volgens hem geen hoofdoorzaak zijn voor de toegenomen virusproblemen; de toename was er immers al vanaf 2003 en is daarna vrijwel lineair opgelopen. Weer en natuur speelt luis in de kaart Wél een belangrijke - maar helaas niet beïnvloedbare - oorzaak voor de virustoename is het weer. ,,De afgelopen jaren hebben we vrij veel warme en droge voorjaren gehad met een behoorlijk hoge virusdruk. Bovendien waren de virusbesmettingen door het scherpe weer niet altijd even goed te zien. Dat heeft zeker een stempel gedrukt op het hoge percentage verlaging en afkeuring'', zo stelt Oldenkamp. Volgens hem zou ook het toegenomen areaal natuur wel eens een belangrijke rol kunnen spelen, al is het lastig om dat concreet te maken. ,,Feit is dat luizen zich in en rondom natuurgebieden behoorlijk in de breedte kunnen ontwikkelen. Pootgoedpercelen in de buurt hebben daar onherroepelijk last van.'' Om dezelfde reden zouden ook de jaren met veel aardappelopslag wel eens een flinke boost aan het huidige probleem hebben kunnen geven, zo denkt hij. Nog een punt dat Oldenkamp zorgen baart is het steeds verder naar achteren schuiven van het groeiseizoen. ,,Omdat pootgoed tegenwoordig vrij lang en koud bewaard wordt, komt het groeiseizoen pas laat op gang. Om toch voldoende hoge opbrengsten te realiseren loopt het groeiseizoen steeds langer door. Dit betekent vaak meer virusdruk.''

'Meer scherpte en discipline gewenst' Om het hoge percentage virusbesmettingen in de hogere klassen terug te brengen moet er volgens Oldenkamp in alle lagen van de teelt meer scherpte en discipline komen, zowel bij telers als bij de handelshuizen. Wat hem betreft begint dit door het pootgoed voor eigen gebruik apart en bij een wat hogere temperatuur te bewaren. De poters zijn hierdoor fysiologisch ouder, waardoor de teelt wordt vervroegd en luizen daardoor minder kans krijgen om virus over te brengen. In dit licht pleit Oldenkamp ook voor het voorkiemen van aardappelen, al beseft hij dat de tendens naar schaalvergroting dit eerder tegenwerkt dan aanmoedigt. Tijdens het groeiseizoen zal nog meer de nadruk moeten worden gelegd op tijdig en onvoorwaardelijk spuiten tegen luizen, vindt Oldenkamp. ,,In de wetenschap dat het uitgangsmateriaal de laatste jaren steeds minder schoon is geworden en de luizen gemiddeld steeds vroeger komen opzetten, mag je in mijn ogen geen concessies doen aan de virusbestrijding. Een bespuiting uitstellen of iets oprekken - bijvoorbeeld omdat het dan mooi samenvalt met de phytophthorabestrijding - moet je als teler van hoogwaardig pootgoed gewoon niet willen. Datzelfde geldt voor het verlagen van de hoeveel water, omdat er dan met één tank een grotere oppervlakte kan worden gespoten; doe het niet, want vroeg of laat gaat dat mis.'' Voor wat betreft de loofdoding ligt het speerpunt bij het voorkomen van hergroei. ,,In de praktijk zien we nog teveel percelen met hergroei. Dat moeten we koste wat kost zien te voorkomen. Ook hier moeten we misschien weer een stapje terug doen in gemak of werksnelheid ten gunste van kwaliteit.''

Peter Oldenkamp

Zorgen over teelt uit miniknollen

Onderscheid maken in klasse S

Naast genoemde teelttechnische maatregelen zou volgens Oldenkamp ook de algemene productiewijze van hoogwaardig pootgoed nog eens goed tegen het licht moeten worden gehouden. Vooral de oprukkende productie van S-materiaal via miniknollen baart hem soms zorgen. ,,Op zich kan via deze methode uitstekend S-materiaal worden geproduceerd, maar dan zal het wel met maximale aandacht per plant moeten gebeuren. In de praktijk zie ik steeds grotere oppervlakten, die ook steeds sneller met de machine in plaats van met de hand worden gerooid. Ik wil niet zeggen dat deze methode minder is dan de traditionele stammenteelt, maar door de veel hogere productiesnelheid - en dus ook veel minder selectierondes - is de kans op vervuild materiaal toch aanmerkelijk hoger.''

Behalve telers zouden volgens Oldenkamp ook de handelshuizen de lat voor de stammenteelt wel iets hoger mogen leggen. Een mogelijke optie zou een (interne) differentiatie van de klasse S kunnen zijn. ,,Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan een S-plus-klasse, waarbij zowel virussen als bacteriën op nul procent zijn getoetst. Telers die hieraan voldoen worden daarmee een treetje hoger geplaatst, wat hun hopelijk extra zal motiveren om deze kwaliteit te behouden. Voor de andere S-telers kan het een motivatie zijn om de kwaliteit verder te verbeteren'', zo geeft hij zijn ideeën weer. Oldenkamp beseft dat aan zo'n differentiatie de nodige haken en ogen zitten, maar hij gooit het toch graag in de groep. ,,We zullen iets moeten doen om onze goede naam op het gebied van pootgoed ook de komende jaren overeind te houden. Alle ideeën die de virusbesmettingen structureel zouden kunnen verlagen moeten we op zijn minst een keer doordacht hebben.''

Finale: bewezen effectiviteit in pootaardappelen Finale® SL 14 draait al 20 jaar mee als een van de belangrijkste loofdoders in de (poot)aardappelteelt. Het middel kenmerkt zich door een uitstekende effectiviteit, met name in de pootaardappelteelt. In combinatie met goed klapwerk scoort het bovengemiddeld goed voor wat betreft stengeldoding en onderdrukking van hergroei. Een extra pluspunt van Finale SL 14 is zijn brede onkruidwerking. Hierdoor worden alle onkruiden probleemloos opgeruimd.

Basisadvies Spuit bij voorkeur op een droog gewas en bij windstil weer. Voor een optimaal effect is na toepassing een periode van 2 tot 4 uur droog weer nodig. Bij moeilijk dood te spuiten en/of zeer vitale rassen moet de bespuiting na 3 tot 5 dagen worden herhaald. Bij nieuwe uitloop moet de bespuiting zo snel mogelijk worden herhaald.

Advies consumptie- en zetmeelaardappelen De basisdosering is 3 l/ha. Afhankelijk van de vitaliteit van het ras en de mate van afsterving van het gewas kan de dosering bijgesteld worden. De waterhoeveelheid is 200 tot 400 l/ha.

Advies pootaardappelen De dosering bij een volveldstoepassing is 2,5 l/ha met ca. 250 l water. Bij een rijentoepassing is de dosering 1,25 l/ha met ca. 125 l water.

3

Aardappel Koerier


Amigo: de beste start voor uw aardappelen Virussen zijn een toenemend probleem in pootaardappelen. Naast minder schoon uitgangsmateriaal en schaalvergroting, lijkt een vroege luisdruk hierbij een grote rol te spelen. Een behandeling met Amigo zorgt voor een langdurige en brede bescherming tegen alle bladluissoorten. Het werkt direct vanaf opkomst van de aardappelen, onder alle weersomstandigheden en geeft de zekerheid van een luisvrije selectie. IJzersterk tegen Y-virus Amigo levert een duidelijk meetbare bijdrage aan het voorkomen van Y-virus, zo is in diverse proeven gebleken. In de periode 2005 - 2009 behaalde combinatie Amigo/pyrethroïden + olie een gemiddeld bestrijdingsresultaat van 83%. Bij alleen pyrethroïden + olie was dit 67% (zie grafiek).

Zeer lange werkingsduur Ook is uit meerjarig onderzoek duidelijk naar voren gekomen dat toepassing van Amigo een garantie is op minimaal 7 weken bescherming tegen bladluizen na opkomst van aardappelen en vaak nog langer.

Opbrengstverhogend effect Een derde bewezen pluspunt van Amigo is het opbrengstverhogende effect. Uit 14 afzonderlijke proeven is gebleken dat het middel de stressbestendigheid van de planten verhoogt en daardoor een betere en snellere beworteling geeft. Mede door dit 'stress-shieldeffect' is bij gebruik van Amigo (als toevoeging aan het rhizoctoniamiddel Subliem) een opbrengstverhoging van gemiddeld 3,6% aangetoond. Andere producten hebben dit effect niet. 100 83 80

67

De kracht van Amigo

% bestrijding

60

• • • •

40

20

Minimaal 7 weken na opkomst luisvrij Bladluisvrije selectie Extra zekerheid bij virusbestrijding Meeropbrengst door stress-shieldeffect

0

Amigo/pyrethroïde + olie

Pyrethroïde + olie

Vergelijking virusbestrijding met en zonder Amigo Virusresultaten 2005 – 2009

'Al tien jaar prima ervaringen met Decis' ,,Ik ben echt niet met het middel getrouwd hoor, maar er moet wel een hele goede vervanger zijn wil ik er vanaf stappen''. Dat zegt pootgoedteler Arwin van Geel over het luisbestrijdingsmiddel Decis EC. Samen met het gebruik van kwalitatief goed S-materiaal, een intensieve selectieperiode en een strak spuitschema houdt hij de virussen al vele jaren goed onder de duim. 'Van het begin tot het eind van het seizoen zoveel mogelijk potentiële risico's uitsluiten en daarbij niet op de laatste paar tientjes kijken'. Zo vat pootgoedteler Arwin van Geel zijn manier van virussen bestrijden samen. En die werkwijze is tot nu toe behoorlijk succesvol, zo blijkt uit de keuringsgegevens. In de tien jaar dat hij pootgoed verbouwt, is het percentage verlaging nihil. ,,Daarmee wil ik overigens niet zeggen dat mijn aanpak de enige goede is, maar op mijn bedrijf heeft het tot nu toe altijd goed uitgepakt'', zo voegt hij er bescheiden aan toe.

Vertrouwd S-materiaal Een belangrijke basis voor een virusvrije teelt is de aankoop van goed S-materiaal. Deze betrekt Van Geel bij een aantal betrouwbare stammentelers. Na twee jaar natelen (SE en E) gaat het pootgoed weer van het bedrijf. ,,Hierdoor blijft het risico van virusopbouw zeer klein'', zo geeft Van Geel aan. Ook de selectie krijgt veel aandacht op het bedrijf. ,,Zodra we de planten maar enigszins kunnen herkennen gaan we er meteen doorheen. Daarna wordt elk perceel nog een keer of drie intensief doorgelopen, ook al staat er nauwelijks iets in.''

Strak, vast spuitschema Ook bij de (preventieve) luisbestrijding wordt zo min mogelijk aan het toeval overgelaten. Bij de eerste drie bespuitingen hanteert Van Geel een vast interval van vijf dagen. Daarna rekt hij het schema langzaam op naar zeven dagen. Tussendoor wordt om de veertien dagen met een luisdodend middel gespoten. De afgelopen jaren kon de luisbestrijding vrijwel altijd gecombineerd worden met de phytophthorabestrijding. ,,Omdat wij in de maanden mei en juni vrijwel standaard tegen schurft beregenen, is er altijd wel sprake van enige ziektedruk in de percelen. Hierdoor kunnen we het hele seizoen door een gelijk schema aanhouden voor virussen en Phytophthora'', zo verduidelijkt hij.

Geen minerale olie In tegenstelling tot de meeste pootgoedtelers voegt Van Geel geen minerale olie toe aan de luisbestrijder. De reden hiervoor is dat hij veel waarde hecht aan het beregenen; het toevoegen olie zou het loof dan veel te slap maken, waardoor gewas plat gaat liggen en de selectie

veel lastiger wordt. Om de onmiskenbare voordelen van olie (minder overdracht van virussen) enigszins te compenseren, houdt hij bij de luisbestrijder wel een hoge dosering aan.

Arwin van Geel heeft een akkerbouwbedrijf in Espel. Op 115 hectare lichte zavel verbouwt hij pootaardappelen (40

Decis EC al jaren vaste partner

ha), zaaiuien (12 ha), plantuien (14 ha),

De afgelopen jaren heeft Van Geel altijd Decis EC gebruikt als luisbestrijder. En dat is weloverwogen gebeurt. ,,Elk jaar neem ik samen met teeltbegeleider Mark Ermers van Agrifirm het middelenpakket door. En daarbij kiezen we vooral voor zekerheid. Decis heeft zich al vele jaren bewezen op dit bedrijf. Dus ik zie voorlopig geen reden om van middel te wisselen.''

witlofpennen (14 ha), suikerbieten (9

4

Aardappel Koerier

ha) en wintertarwe (8 ha). Ca. 22 ha verhuurt hij voor de teelt van winterwortelen en bloembollen.


Minerale olie in TBM-pootgoed:

Vervolg van voorpagina

Alleen voldoende hoge dosering heeft effect

is, kunnen omringende planten de ontstane ruimte benutten en blijft de opbrengst op niveau. Echter, als het percentage zieke planten oploopt, wordt dat compenserend vermogen van het gewas minder en worden negatieve gevolgen voor de opbrengst ondervonden. Het is dan ook zaak om de pootgoedkwaliteit voor de zetmeelaardappelteelt goed te bewaken. Ernstig zieke partijen zullen vervangen moeten worden en selectie kan het niveau van geschikte en matig geschikte partijen opkrikken. Naast een afdoende bestrijding van virusoverdragende luizen is dat een beproefde methode. Insecticiden in combinatie met minerale olie toepassing, blijken een effectieve methode om de primaire infecties te voorkomen. Mits olie goed wordt gebruikt. Bron: LTO-Noord

Over dat gebruik van minerale olie valt nog veel te zeggen. Gebruik van enkele doseringen tijdens de teelt is gelijk als helemaal geen behandeling, zo bleek uit de waarnemingen in het controleveld. Te lage doseringen of een enkele toepassing met lange intervallen blijken geen significante verlaging van de virusinfectie te bewerkstelligen. Het gebruik van de minerale olie kan in dat geval worden beschouwd als een investering zonder positieve bijdrage aan de kwaliteit van het pootgoed. Daarentegen blijken regelmatige toepassingen van 5-8 liter per week wél te resulteren in een aanmerkelijke kwaliteitsverbetering van het pootgoed. De zwaarbontbesmettingen in Avarna werden verlaagd van 19,4% tot 14,1%, van Seresta van 27,6% tot 8,7% en van Katinka zelfs van 33,3% tot 9,0%. Hoog infectieniveau Over het algemeen was het infectieniveau hoog. Gemiddeld over alle veldjes werd er voldaan aan de 10% kwaliteitsnorm: de gemiddelde besmetting bleek 10,7%. Er waren echter een aantal uitschieters tot 50% of meer tot zelfs 96%. Tijdens de veldinspecties van 2008 bleken de meeste percelen geschikt voor de zetmeelaardappelteelt, waaronder ook sommige percelen die achteraf meer dan 50% infectie bleken te bevatten. In de periode tussen de inspectie en oogst is er klaarblijkelijk het nodige gebeurd. Dat kan een gevolg zijn van onvoldoende luizenbestrijding of late loofdoding. Ook nagroei kan nog vele primaire infecties mogelijk hebben gemaakt. Zeker de vrij hoge achtergrondbesmettingswaarde, heeft ertoe geleid dat infecties in korte tijd snel konden verspreiden.

Aanzienlijke opbrengstderving Dat hoge besmettingsniveau baart zorgen. Een vuistregel zegt dat elk procent besmetting boven de 10% een opbrengstderving van 1% tot gevolg heeft. Indien een enkele plant ziek

Schoon schip met Calypso Calypso® is een zeer breedwerkend, vloeibaar insecticide. Het bestrijdt alle luizen, inclusief de moeilijk te bestrijden wegedoorn- en vuilboomluis. Ook de larven van coloradokevers worden door Calypso goed bestreden. Advies consumptie- en zetmeelaardappelen In consumptie- en zetmeelaardappelen kan Calypso worden ingezet zodra de eerste moeilijke bladluizen, de vuilboom- en/of wegedoornluis, worden waargenomen. In gebieden waar de coloradokever van belang is, kan Calypso rondom het toproltijdstip worden toegepast. Op dat moment worden, naast de aanwezige luizen, ook de larven van de coloradokever bestreden.

Advies pootaardappelen In pootaardappelen kan Calypso ingezet worden tegen bladluizen ter ondersteuning bij het voorkomen van virusoverdracht. Als er tijdens het poten Amigo is toegepast, kan in de meeste gevallen de inzet van Calypso tot één keer worden beperkt. De toepassing dient dan ruim zeven weken na opkomst plaats te vinden.

Dosering en veiligheidstermijn In aardappelen is de adviesdosering 0,15 /ha. Spuit met ruim water (600 l/ha). Voeg eventueel een uitvloeier toe om de aanvangsnelheid te bevorderen. De veiligheidstermijn bij toepassing in aardappelen is 14 dagen.

De kracht van Calypso: • toegelaten in een zeer groot aan tal land- en tuinbouwgewassen • zeer breed werkingsspectrum (o.a. luizen, kevers, wantsen en cicaden ) • vloeibare formulering • veilig voor bijen en hommels • goede duurwerking • regenvast

5

Aardappel Koerier


Voorkom ritnaaldenschade in aardappelen Schade door ritnaalden komt de laatste jaren steeds vaker en ook steeds heftiger voor. Met een goede monitoring en - zonodig - een behandeling met Mocap is echter veel ellende te voorkomen. Ritnaalden zijn de larven van de kniptor. Ze worden actief wanneer de bodemtemperatuur gaat stijgen en gaan dan op zoek naar voedsel. Dit is een goed moment om monitoring te starten.

Risicovolle voorvruchten Kniptorren zetten hun eitjes bij voorkeur af in grasachtige, ruigere percelen. De volgende voorvruchten worden daarom als risicovol voor mogelijke ritnaaldschade beschouwd: • grasland • graszaadgewasssen • graangewassen • (gras)groenbemesters • (niet-zwarte) braakpercelen

Let op: ritnaalden ontwikkelen zich op een perceel via diverse larvestadia gedurende 3 tot 5 jaar tot kniptor. Ook op percelen waarop 2 jaar geleden deze voorvruchten hebben gestaan, kunnen daarom ritnaalden voor problemen gaan zorgen. De ervaring heeft geleerd dan de kans op schade in het tweede jaar na bijv. een graszaadgewas vaak het grootst is.

Enkele tips: • Gebruik halve aardappels, snijdt de knollen in de lengterichting door • Graaf de halve aardappels verspreid over het perceel in op 10 cm diepte • Doe dit zeker ook aan de perceelsranden (bij ruigere slootkanten etc. is de druk van ritnaalden aan de perceelsranden vaak het hoogst). • Leg de knollen met het wondvlak naar beneden. Ritnaalden komen na de winter van onderen omhoog en worden dan beter aangetrokken door het open wondvlak van de aardappel. • Markeer de plekken met ingegraven aardappels • Graaf de knollen weer terug in en hou het monitoren vol tot kort voor het poten van het aardappelgewas. Dat verhoogt de kans dat ritnaalden gesignaleerd worden.

Advies ritnaaldbestrijding in aardappelen Wanneer er één of meer ritnaalden of ritnaaldgaatjes in of bij de ingegraven aardappels gevonden worden, is het raadzaam om voor de teelt van aardappelen een behandeling met Mocap 20 GS uit te voeren.

Ritnaalden, of koperwormen, zijn de larven van de kniptor. Ze voeden zich met plantendelen, waaronder ook aardappelen.

Let op: wanneer bij de monitoring géén ritnaalden of ritnaaldschade gevonden worden, geeft dat geen zekerheid dat er in het seizoen geen ritnaaldschade op zal treden. Ook dan kan een Mocap-toepassing nodig zijn. De monitoring kan dus alleen de bevestiging geven dat ritnaaldbestrijding nodig is, maar geeft geen zekerheid dat een bestrijding weggelaten kan worden.

Monitoring van verdachte percelen

Volveldstoepassing:

Rijentoepassing:

Een van oudsher toegepaste methode om de aanwezigheid van ritnaalden te monitoren, is het ingraven van aardappelen op de percelen waarop ritnaaldschade verwacht kan worden.

20 kg/ha Mocap 20 GS. Inwerken in de bovenste 15 cm van de grond.

in de praktijk worden ook wel rijenbehandelingen toegepast met 12,5 kg /ha. Rijenbehandeling is in principe minder effectief maar kan afdoende zijn. Belangrijk is dat 2/3 in de pootvoor terecht komt en 1/3 ernaast.

Graaf verspreid over het perceel enkele gaten van ruim 10 cm diep.

Snij een aardappel in de lengterichting doormidden. Plaats een halve knol met de snijkant naar beneden in het gat.

Gooi het gat dicht en markeer de plek.

Controleer na ca. 2 weken de ingegraven aardappelen op ritnaalden.

Lijst Sencor-tolerante rassen verder uitgebreid In het Sencor-rasgevoeligheidsonderzoek zijn in 2008 en 2009 in totaal 16 rassen getoetst op gewasreactie (in loof en opbrengst) tegenover de gevoelige standaard Innovator.

reactie werd aangetroffen bij de voor-opkomsttoepassing met 1-2 kg/ha ligt toepassing in een Miranda-gewas dat voor pootgoed wordt geteeld minder voor de hand. De ervaring met Bellini, Diamant, Mondial en Vivaldi is - op basis van 1 jaar onderzoek - positief; het onderzoek wordt in 2010 voortgezet in de verwachting deze rassen als Sencor-tolerant te kunnen bestempelen.

Het onderzoek naar Annebelle, Carlita, Madeleine, Melody en Mozart werd in 2008 afgesloten. Op basis van het onderzoek in 2008 en voorgaande jaren is geconstateerd dat Carlita, Madeleine, Melody en Mozart tolerant zijn voor de voor-opkomsttoepassing van Sencor. Alle rassen bleken wel in lichte mate te reageren op een LDS-toepassing met 2 x 150 gram/ha na-opkomst, zodat de LDS-toepassing niet 100% veilig kon worden genoemd, maar gewasreactie was licht en had geen gevolg voor de opbrengst. Annebelle reageerde met een licht opbrengstverlies op voor-opkomsttoepassingen van 1-2 l/ha en is derhalve niet geheel tolerant gebleken.

Grote pootgoedrassen onderzocht Naar aanleiding van de toelating van Sencor in pootaardappelen zijn in 2008 en 2009 een aantal grote pootgoedrassen opgenomen in het onderzoek: Agata, Agria, Désirée, Nicola en Spunta; in 2009 is Kondor daar nog aan toegevoegd. Agria, Désirée en Nicola stonden al geruime tijd op de lijst van tolerante consumptierassen. Deze bekende rassen werden echter nogmaals getoetst om te zien of lichte Sencor-symptomen zichtbaar kunnen worden - deze kunnen immers selectiewerk in pootgoed bemoeilijken. Gebleken is dat al deze rassen in lichte mate nerfverkleuring kunnen tonen bij een vooropkomsttoepassing met 2 kg/ha, maar dat er bij de gebruikelijke voor-opkomstdosering van 0,5 kg/ha geen reactie optrad. Van opbrengstderving was bij deze dosering ook geen sprake. Het ras Nicola kon wel opbrengstderving laten zien bij een dosering van 2 kg/ha.

Nog enkele rassen in onderzoek In 2009 is het onderzoek voorts herhaald met het ras Miranda en zijn consumptierassen Bellini, Diamant, Mondial en Vivaldi toegevoegd. Op basis van de 2 jaar ervaring met Miranda kan worden gesteld dat Sencor veilig voor-opkomst en in LDS kan worden toegepast wanneer het gewas voor consumptie wordt geteeld. Aangezien er wel een keer lichte gewas-

6

Aardappel Koerier


Subliem: de nieuwe nummer één tegen Rhizoctonia Subliem® is een nieuw fungicide in poot- en consumptieaardappelen. Het biedt de best mogelijke bescherming tegen Rhizocotinia en heeft bovendien een goede nevenwerking op zwarte spikkel en zilverschurft. Subliem bestaat uit de werkzame stoffen pencycuron (o.a. in Moncereen) en fluoxastrobine (o.a. in Fandango). Beide stoffen vullen elkaar uitstekend aan waardoor er een ongekend hoog en consistent bestrijdingsniveau van lakschurft (Rhizoctonia solani) wordt bereikt. In meerjarige proeven (2003 - 2009) gaf Subliem een structureel betere werking dan andere middelen tegen Rhizoctonia (zie grafiek). Behalve tegen Rhizoctonia heeft Subliem ook een goede werking tegen zwarte spikkel (Colletotrichum coccodes) en zilverschurft (Helminthosporium solani),

Toepassing Subliem moet door middel van een rijenbehandeling bij het poten worden toegepast. Het middel moet goed worden verdeeld door de op te bouwen rug. De grondbehandeling met Subliem beschermt zowel de stengels als de nieuw te vormen knollen tegen een Rizoctoniaaantasting vanuit de grond. Na loofvernietiging wordt de vorming van Rhizoctonia op de knollen sterk tegen gegaan. Hierdoor kan later worden geoogst, waardoor de knollen beter af kunnen harden.

Veiligheid Subliem is zeer veilig voor de aardappel. Tijdens het poten kunnen de aardappelen worden geraakt met de spuitvloeistof zonder dat dit resulteert in een opkomstvertraging.

De kracht van Subliem

Subliem meest effectief tegen Rhizoctonia

• • • • •

Samengevat resultaat van 25 proeven (2003-2009) 100

81

Hoogste bestrijdingsniveau van Rhizoctonia Goede werking op zwarte spikkel en zilverschurft Perfecte schilkeur en hoogste netto-opbrengsten Veilig voor de aardappel Ingebouwd resistentie management

69

% bestrijding

50

0

Subliem

azoxystrobine

Gemiddelde rhizoctonia index in onbehandeld = 23

Vincent Hooijman over Subliem:

Rhizoctonia

zwarte spikkel

zilverschurft

'Op dit moment gewoon het beste middel tegen Rhizoctonia' ,,Met Moncereen hadden we al een prima middel tegen Rhizoctonia, maar Subliem doet daar nog weer een schepje bij bovenop.'' Zo vat Vincent Hooijman zijn ervaringen met Subliem samen. De afgelopen twee seizoenen heeft hij al z'n pootgoed ermee behandeld. ,,Pootgoed telen zonder een grondbehandeling tegen Rhizoctonia? Dat kun je hier gewoon vergeten. Door de lichte grond, de intensieve aardappelteelt en het vrij hoge organische stofgehalte is de druk is hier zodanig groot, dat je echt een goed middel moet gebruiken om schoon pootgoed te kunnen telen.'' Vincent Hooijman schetst in een paar woorden welke rol Rhizoctonia op de lichtere gronden van de Noordoostpolder speelt. Géén grondbehandeling toepassen is volgens hem vrijwel onmogelijk bij de pootgoedteelt. ,,Enkele jaren terug heb ik een klein stukje zonder grondbehandeling gepoot omdat het spuitje een deel van de gang niet aan stond. Al die aardappelen zaten zwaar onder de Rhizoctonia. Op zo'n moment weet je weer waarom je een grondbehandeling toepast'', zo geeft hij de noodzaak van de toepassing aan.

Eerst Moncereen, nu Subliem Jarenlang was Moncereen hét standaardmiddel om Rhizoctonia onder de duim te houden. ,,Een uitstekend middel, waarmee we de mogelijkheid kregen om de poters wat langer af te laten harden. Dat heeft het product merkbaar sterker gemaakt tijdens het rooien'', zo blikt Hoooijman terug. De afgelopen twee jaar heeft Subliem echter het stokje langzaam maar zeker overgenomen. Hoewel de pootgoedteler er geen hard bewijs voor heeft, is Subliem in zijn ogen net weer een fractie beter dan Moncereen. ,,De afgelopen twee jaar ben ik tijdens het sorteren vrijwel geen Rhizoctonia meer tegengekomen. Het kan niet anders of dit moet ook met het middel te maken hebben'', zo stelt hij. Illustratief voor de goede werking is een partij pootgoed (ras: Ditta) die het afgelopen seizoen op zeer rhizoctonia-gevoelige grond werd gepoot. Onlangs zijn deze poters probleemloos naar Israël verscheept; een land dat extra strenge eisen stelt aan de maximale hoeveelheid licht Rhizoctonia.

Ook proeven zeer positief Behalve zijn eigen ervaringen neemt Hooijman ook de ervaringen en kennis van zijn vaste middelenleverancier Profyto mee in zijn oordeel. En ook die zijn zeer positief. In vergelijkende proeven kwam Subliem vaak net even beter uit de bus dan Moncereen. De aardappelen waren gemiddeld genomen iets glimmender en gladder en ook zaten er net wat minder misvormden in.

Vincent Hooijman heeft een akkerbouwbedrijf in Bant (NOP). Op 53 hectare lichte zavel verbouwt hij pootaardappelen (ca. 35 ha), suikerbieten (8,5 ha) en uien (8,5 ha).

7

Aardappel Koerier


COLOFON

,,In de wetenschap dat het uitgangsmateriaal de laatste jaren steeds minder schoon is geworden en de luizen gemiddeld steeds vroeger komen opzetten, mag je in mijn ogen geen concessies doen

,,Met InFinito kun je vrij gemakkelijk iets omhoog in de dosering, bijvoorbeeld van 1,2 naar 1,4 liter per hectare. Vooral bij een hoge phytophthoradruk vind ik dat prettig; het geeft net iets meer rust in

,,Elk jaar neem ik met mijn teeltbegeleider het middelenpakket door. En daarbij kiezen we vooral voor zekerheid. Decis heeft zich al vele jaren bewezen. Dus ik zie voorlopig geen reden om van

,,Pootgoed telen zonder een grondbehandeling tegen Rhizoctonia? Dat kun je hier gewoon vergeten. De ziektedruk is hier zodanig groot, dat je echt alles uit de kast moet halen om schoon pootgoed te kun-

aan de virusbestrijding.''

de bedrijfsvoering.''

middel te wisselen.''

nen telen.''

Peter Oldenkamp, hoofd kweekbedrijf Van Rijn – KWS B.V.

Pieter Pateer, akkerbouwer in Kloosterzande (Z-Vl.).

Arwin van Geel, pootgoedteler in Espel (NOP).

Vincent Hooijman, pootgoedteler in Bant (NOP).

Puzzel mee en win een logeer- en dinerbon voor twee!

Concept en realisatie: L Bayer CropScience B.V. LReed Business B.V. Vormgeving en opmaak: LClaudia Roorda Fotografie: LBayer CropScience Drukwerk: L SMG Groep Dit is een uitgave van: Bayer CropScience B.V. Energieweg 1 P.O. Box 231 NL-3640 AE Mijdrecht Onze gebruiksadviezen, zowel mondeling als schriftelijk verstrekt, berusten op uitgebreide proefnemingen. Wij adviseren naar beste weten volgens kennis van zaken van dit ogenblik, echter zonder daarvoor aansprakelijkheid op ons te nemen, omdat opslag/bewaring en toepassing zich aan onze controle onttrekken. Beschrijvingen van een product, resp. gegevens over de eigenschappen daarvan betekenen niet, dat verantwoordelijkheid wordt gedragen bij eventuele schade. Lees voor gebruik altijd eerst het etiket.

Er even lekker tussenuit met z'n tweeën, lijkt u dat wel wat? Los dan de onderstaande fotopuzzel op. Uit de inzendingen worden drie prijswinnaars getrokken. Zij krijgen elk een luxe logeer- en dinerbon voor twee personen!

1: a: b: c:

Welke virusziekte is hier afgebeeld? Y-virus X-virus Bladrolvirus

2: a: b: c:

Welke vorm van besmetting is hier afgebeeld? primaire virusbesmetting secundaire virusbesmetting bacteriële besmetting

3: a: b: c:

Bij welke ziekte(n) kan – zoals op deze foto – het blad gaan rollen? Bladrol Bladrol en toprol Bladrol, toprol en rhizoctonia

BON Naam: Adres: Postcode:

Plaats:

Bedrijfstype/aantal hectare aardappelen: De oplossing van de puzzel is:

A 1

B

C

A

B

C

A

2

B

C

3 Actievoorwaarden

Deze prijsvraag loopt van 15 januari t/m 15 februari 2010. Uit de goede inzendingen worden drie winnaars getrokken. De prijswinnaars krijgen tussen 15 februari en 1 maart bericht. Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd.

8

Aardappel Koerier

Stuur de ingevulde bon uit deze krant in een ongefrankeerde envelop naar: Bayer CropScience B.V. T.a.v. Joniek te Giffel Antwoordnummer 55074 3640 WB Mijdrecht


Aardappel Koerier jan 2010