Page 1


Afstudeerproject | Bas Obdam Academie van Bouwkunst A’dam Architectuur 2011 / 2012

Afstudeercommissie: Gus Tielens (mentor) Rik van Dolderen Ludo Grooteman Examencommissie: Judith Korpershoek Arnoud Gelauff 2


Introductie_ Aanleiding voor dit afstudeerproject is een fascinatie voor industrieel erfgoed ontstaan tijdens mijn studie aan de Academie van Bouwkunst. Het verschuiven van havenactiviteiten naar grotere havens vlak buiten de stad resulteert in leegstaande, zeer specifieke industriĂŤle gebieden die vaak van grote invloed zijn geweest op de ontwikkeling van de stad waar ze gelegen zijn. Door de opkomst van luchttransport, grotere schepen en containertransport voldeden de bestaande locaties niet meer, dit omdat bedrijven niet meer konden groeien, door de oprukkende stad of doordat de schepen met een grotere diepgang niet bij de havens konden komen. Met het transformeren van oude industriĂŤle gebouwen en de herbestemming ervan behouden we de identiteit en de cultuurhistorische kenmerken van een stad. Om een herbestemming te laten slagen zullen er soms grote ingrepen in een gebouw en gebied moeten plaatsvinden waarbij het behoud van karakter centraal moet staan. Herbestemmen gaat over het zoeken naar mogelijkheden om aan unieke gebouwen met behoud van hun historische, functionele of culturele waarde een hedendaagse nieuwe functie en gebruiker te koppelen.

3


Inhoud_ 1_ Leegstand 2_ Het Oostenburgereiland 3_ Het verhaal van de Van Gendthallen 4_ Kwaliteiten & waarden 5_ Een geheim onthuld 6_ Made in Amsterdam 7_ Strategie 8_ Ontwerp 9_ Maquette 10_ Bronnen

4


Een geheim onthuld_Verborgen in de stad_ooit VOC werf_later fabrieksterrein_rusten de Van Gendthallen_5 hallen_productie en innovatie stonden centraal_156m lang_schitterend lichtinval_robuuste constructie_nu, leegstand en verval_

5


Leegstand, situatie in 2010, 4326 openbare gebouwen staan leeg in Nederland.

Catagoriën:

Kantoren (18% leegstand in Amsterdam) Bedrijventerreinen (aanname 15% leegstand in Nederland) Kerken en religieus erfgoed Boerderijen Industrieel erfgoed

Architectuurbiënnale Venetië – Ronald Rietveld

6


Leegstand in Nederland Nederland is een dichtbevolkt land waar vrije ruimte schaars is. Steden en dorpen worden steeds weer uitgebreid ten koste van het open landschap terwijl de leegstand in binnenstedelijke gebieden groeit. Er is echter sprake van onbalans in vraag en aanbod van huisvesting: er is een grote vraag naar woonruimte, terwijl er steeds meer utiliteitsgebouwen in de stad leeg komen te staan. Door deze leegstand ontstaat kwaliteitsverlies, verrommeling en een negatief effect op de leefomgeving, ook vaak met sloop als gevolg. Ook voor omringende buurten heeft leegstand een negatief effect. Wanneer de verrommeling toeslaat neemt het vertrouwen in een buurt al gauw af, mensen verlaten het gebied, het kapitaal vloeit weg, buurten worden minder waard en er wordt niet meer ge誰nvesteerd. De meeste gemeenten nemen een afwachtende houding aan en er is een gebrek aan leegstandsbeleid. Maar er is een positieve ontwikkeling gaande. Door initiatieven als het nationaal programma herbestemming, aanpassen monumentenwet 88, nota ruimte, campagne nieuw leven voor oude gebouwen etc. wordt er meer aandacht besteed aan herbestemmen.

Het ontstaan van leegstand Leegstand kan door verschillende omstandigheden ontstaan: -Functieverlies. De functies van de gebouwen zijn niet meer noodzakelijk in de moderne stad, bijv. watertoren of stadspoort. Of door sociaal-culturele ontwikkelingen, bijv. kerk

-Technische veroudering. Het gebouw voldoet niet meer aan huidige klimaattechnische, installatietechnische en/of bouwkundige eisen. Bijv. kantoor -De vraag van gebruikers en bedrijven voor veelal specifieke gebouwen. -Wet- en regelgeving vanuit de overheid (monumentenzorg) zorgen ervoor dat de levensduur van een gebouw niet verlengd kan worden of dat een nieuwe functie niet is in te passen.

1_ Leegstand & Herbestemmen 7


SESC PompĂŠia, Lina bo Bardi, Sao Paulo

8


Focus op industrieel erfgoed

Herbestemmen

In mijn afstudeeropgave richt ik me op industrieel erfgoed. Dit vanwege een persoonlijke fascinatie voor de ruimtelijke kwaliteiten van zowel de industriĂŤle omgeving als de gebouwen, schaal, materiaal, lichtinval en constructie.

Ik vind dat deze binnenstedelijke plekken, zoals oude havengebieden, rangeerterreinen, militaire complexen etc. een aantrekkelijke omgeving kunnen zijn om te wonen, werken en leven, en wil er dan ook voor pleiten deze gebieden en gebouwen te herontwikkelen. Hierdoor worden oude monumentale panden behouden en de nieuwe gebruikers niet aan de rand van de stad, maar midden in de stad geplaatst. Ook met het oog op de te verwachte krimp van de bevolking in de toekomst is het ongewenst om steeds weer nieuwe gebieden vol te bouwen.

Enkele kenmerken en kwaliteiten van industrieel erfgoed: -(Binnen)stedelijke omgevingen welke niet meer bruikbaar zijn voor de originele functie. Bijv. slechte bereikbaarheid of te weinig diepgang voor nieuwe grote schepen. -In de 19e en begin 20e eeuw zijn deze gebieden aan het rand van de steden tot bloei gekomen. Nu honderd jaar later zijn deze volledig opgenomen door de stad. -De industriĂŤle gebouwen en gebieden zijn van grote invloed geweest op de ontwikkeling van de stad waarin ze liggen. Bijv. havengebieden en rangeerterreinen.

Door tijdelijke (veelal creatieve) functies in leegstaande gebouwen toe te staan krijgen gebieden een nieuwe impuls. Daarnaast blijft door het sparen van gebouwen in de binnenstad ook de culturele en emotionele betekenis voor de stad bewaard. Herbestemming van bestaand erfgoed wordt volwassen en zal een steeds grotere en belangrijkere rol gaan spelen in het werkgebied van de architect. Het zal steeds meer gaan om invoegen in het bestaande in plaats van het produceren van het nieuwe.

1_ Leegstand & Herbestemmen 9


N

B Het bestaande gebouw is hiĂŤrarchisch ondergeschikt aan de nieuwe toevoeging of ingreep.

Voorbeeld:

Herzog & de Meuron _ Elbe Philharmonic Hall, Hamburg

N

B

De nieuwe ingreep is autonoom en reageert niet op het bestaande gebouw.

B + N Een samensmelting van het oude gebouw met de nieuwe ingreep. Identiteit van het gebouw blijft behouden ondanks nieuwe functie.

Voorbeeld:

Voorbeeld:

MVRDV, TU Delft _ Faculteit Bouwkunde

Westergasfabriek _ Amsterdam

10


Omgaan met een herbestemmingsopgave Er zijn grofweg drie principes om een herbestemmingsontwerp aan te pakken. Dit hangt direct af van het bestaande gebouw en de kwaliteiten ervan. Ook de nieuwe gebruiker en de door hun gevraagde ruimte en functie speelt mee in de afweging van de ontwerpaanpak. In mijn afstudeeropgave ben ik op zoek gegaan naar een samensmelting van het oude gebouw met de nieuwe ingreep en een nieuw programma. Herbestemmen is zoeken naar vanzelfsprekendheid, het zoeken naar en gebruik maken van de kwaliteiten van een gebouw en deze versterken.

B + N

De samensmeltingen tussen oud en nieuw moeten een harmonieus geheel gaan vormen. Bij een combinatie tussen oud en nieuw zal contrast altijd ontstaan, het is aan de architect om hiermee specifieke plekken te accentueren door dit contrast te versterken d.m.v. materiaal, kleur, textuur en/of vormentaal.

1_ Leegstand & Herbestemmen 11


Huidige ligging van de drie eilanden, opgenomen in de binnenstad van Amsterdam. Centraal gelegen tussen de recente ontwikkelingen op de Oostelijke handelskade, Javaen KNSM eiland, het Funen en IJburg en de momenteel in ontwikkeling zijnde projecten op het Oosterdok, het Marine terrein, de Dijksgracht en het Zeeburgereiland.

12


Ligging in de stad De eilanden hebben een structuur die afwijkt van de structuur in de binnenstad. De structuur van de Oostelijke Eilanden kenmerkt zich door een sterke relatie tussen land en water. De eilanden waren onderling verbonden door de weg langs de Nieuwe Vaart, die de verbinding vormde met de stad, de zogenaamde Eilandenboulevard. De hoge ligging van de Eilandenboulevard wordt verklaard door de buitendijkse ligging van het gebied. De eilanden hadden alle drie dezelfde opbouw met centraal over de lengte van het eiland een of twee hoog gelegen ontsluitingsstraten waaraan de woningen stonden. Daarachter, aflopend naar het water, lagen de kavels met bedrijven. De oevers waren van oudsher bestemd voor scheepswerven. Deze werven hadden een haakse oriëntatie op het water. Door de stadsvernieuwing is de stedenbouwkundige structuur van de eilanden ingrijpend veranderd. Ook de vele aanplempingen hebben geleid tot aantasting van de eilandenstructuur. Alleen Wittenburg is nog als schiereiland herkenbaar. De werkgelegenheid heeft plaatsgemaakt voor de woonfunctie en de functiemenging is grotendeels verdwenen. Het ontbreken van doorgaand autoverkeer op de eilanden draagt bij aan het rustige karakter van het gebied, dat tot de groenste buurten van de binnenstad behoort. Het zuidelijke deel van Oostenburg kent een grote verscheidenheid aan bebouwingstypologiën, met gesloten en half open bouwblokken, zelfstandige woon- en bedrijfsgebouwen direct aan het water en de 19e eeuwse ensembles aan de smalle Nieuwe Oostenburgerstraat. Hierdoor heeft het gebied een gefragmenteerd karakter.

Blauw, gebieden in ontwikkeling Paars, stadsvernieuwing jaren ‘80 Groen, nog resterende panden met historische waarde Stippellijn, hoofdstructuur infrastructuur

2_ Het Oostenburgereiland 13


Voorbeeld: Cultuurpark Westergasfabriek, Amsterdam

Voorbeeld:

- Na leegstand in eerste instantie gebruikt door kunstenaars / creatieve bedrijven.

NDSM werf, Amsterdam Noord

- Gebouwen gerenoveerd en herbestemd tot horeca/kantoor/onderwijs/verhuurbare ruimten.

- Na verplaatsing havenactiviteiten in eerste instantie ontdekt door kunstenaars. - Gebied raakt in herontwikkeling na de komst van kunststad en diverse (media-) bedrijven.

- De openbare ruimte is ingericht als park. - Impuls voor de omringende woonwijken Westerparkbuurt en Spaarndammerbuurt die het gebied voor recreatie, markten en kleine evenementen gebruiken. - Op stedelijke en landelijke schaal speelt het gebied een rol d.m.v. evenementen, tv-opnames, kermis en festivals.

- Door schaal en ruimte is het gebied geschikt voor grootschalige evenementen en festivals. Voorbeelden zijn de rommelmarkt, Robodock en Valtifest. - Door de nieuwe dynamiek op de werf is het mogelijk nieuwe functies te realiseren zoals hotels en woningen. Dit zorgt voor een extra laag in het stedelijk weefsel.

14


Potentie Net als de twee voorbeelden, Cultuurpark Westergasfabriek en de NDSM werf, heeft ook het Oostenburgereiland de potentie om ontwikkeld te worden en een bijzondere plek te krijgen binnen de stad. Als een volgende stap in de ontwikkeling van het eiland en een aanjager en ankerpunt voor toekomstige transformatie zie ik in de Van Gendthallen een kans.

De kenmerken en kwaliteiten van het eiland: - Groot en beperkt gebruikt gebied in de binnenstad van Amsterdam. - Weids (industrieel) landschap, met verborgen ligging versterkt door water. Ruimte en mogelijkheden voor een diversiteit aan evenementen en gebruiksvormen. - Stedelijke kwaliteiten als ruimte en water gecombineerd met een karakteristiek industriĂŤle sfeer. - Identiteit, gebied gekenmerkt door produceren en innoveren. - Positieve ontwikkelingen door pioniers als Roest, Theaterfabriek en Rosa&Rita.

De Van Gendthallen als kans!

2_ Het Oostenburgereiland 15


16


Historische context De aanleg van de Oostelijke Eilanden is op te vatten als een momentopname in de voortdurende ontwikkeling van Amsterdam als havenstad. De haven- en zeevaartgebonden activiteiten werden planmatig ondergebracht op nieuw aangeplempte, dan wel vergraven (ei)landen aan de periferie van de stad. De afstand tot de Dam werd daarbij steeds groter, de afstand tot het open water van het IJ daarentegen bleef gelijk. De oude, vrijkomende binnenstedelijke havengebieden ontwikkelden zich tot nieuwe woongebieden. De oostelijke én westelijke eilanden vormen het voorlopig sluitstuk van een reeks van maar liefst tien kunstmatige eilanden, ontworpen tussen het einde van de zestiende en het midden van de zeventiende eeuw. Deze ontwikkeling is voor wat betreft de Oostelijke Eilanden sterk verbonden met de uitleg van de befaamde grachtengordel, in dezelfde periode. In 1660 is Oostenburg aangelegd in het IJ. Op dit drietal kunstmatige eilanden, verbonden door een centrale as, bevond zich de scheepswerf van de Verenigde Oost-Indische Compagnie met scheepshellingen, het zeemagazijn (qua schaal drie keer zo groot als het Paleis op de Dam), een smederij en diverse makerijen voor o.a. nagels, zeil en schuiten. Op de werf zijn ongeveer 500 VOCschepen gebouwd die de hele wereld over zijn gegaan. Voor dit havengebied diende de bereikbaarheid over water optimaal te zijn. Omringd door water en gelegen in de meest noord-oostelijke hoek van de binnenstad hebben de Oostelijke Eilanden van oudsher een geïsoleerde ligging. Dit wordt versterkt als rond 1850 door de aanleg van de spoordijk van de Oosterspoorweg de eilanden worden afgesloten van het IJ. De Oostelijke Eilanden, met name het eiland Oostenburg, waren in de tweede helft van de negentiende eeuw exemplarisch voor de Amsterdamse Industriële Revolutie. Het verarmde havengebied werd nieuw leven ingeblazen door een nieuwe generatie ondernemers, waarvan Paul van Vlissingen wel de bekendste is. Zijn bedrijf, de Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen (vanaf 1929 Werkspoor, vanaf 1954 Stork en de NDSM), ontstaan in 1826 was rond 1850 een van Nederlands belangrijkste economische pijlers.

3_ Het verhaal van de Van Gendthallen 17


Legenda 1. Groot zeemagazijn 2. Corps de guarde 3. Makerijen van scheepstuig, blokken, schuiten, rolpaarden, spillen, braadspit, beeldhouwers en riemmakers. 4. Spijkerloods 5. Smederij 6. Nagelmakerij, apotheek, oliemolen 7. Scheepsbeschieterij 8. Scheepshellingen 9. Nieuw zeemagazijn, suikerhuis, herbestemd tot woningen 10. Zeilmakerij en vleesloods / Later modelmakerij, woning en kantoor 11. Woning meestertimmerbaas 12. VOC Lijnbaan 13. Werkplaatsen Koninklijke fabriek voor stoommachines 14. Scheepswerf KNSM 15. Geschutswerf 16. Portiershuisje en wachtlokaal 17. Ketelmakerij, smederij en wagenmakerij 18. Grofsmederij 19. Nieuwe smederij 20. Schilder- en bankwerkplaats 21. Centraal machinegebouw en ketelhuis 22. Schaverij en timmerwinkel 23. Houtloodsen 24. Houtdroogloods 25. Van Gendthallen, nr. 1,2 en 3, Gieterij 26. Van Gendthallen, nr. 1,2 en 3, Ketelmakerij 27. Van Gendthallen, nr. 5, Locomotief stelplaats 28. Van Gendthallen, nr. 4, Vergroten wagenmakerij 29. Van Gendthallen, nr. 4 en 5, Oude wagenmakerij verwoest na brand, herstel als 27 en 28. 30. Van Gendthallen, nr. 1 t/m 5, fabriekshal Stork, later tijdelijk verhuurd aan diverse bedrijven. 31. Kantoor Stork 32. Fabriekshallen Stork 33. Fabriek Stork, Scheepsmotoren 34. INIT verzamelgebouw 35. Rosa & Rita, restaurant 36. Theaterfabriek en Amsterdam convention factory 37. Roest, horeca

18


Bouwhistorisch onderzoek In het overzicht is de ontwikkeling van het Oostenburgereiland weergegeven. Na het vertrek van Stork is het terrein in 1998 verworven door projectontwikkelaar Heijmans Vastgoed. Heijmans Vastgoed ontwikkelde er het INIT gebouw. De woningcorporatie Stadsgenoot heeft in 2004 de op het Oostenburgereiland gelegen Van Gendthallen aangekocht, hierna is het grootste gedeelte van het terrein in december 2008 eveneens aangekocht door Stadsgenoot. Op dit moment zijn de hallen tot 2015 tijdelijk verhuurd aan verschillende bedrijven.

3_ Het verhaal van de Van Gendthallen 19


Hal I

Hal II

Hal III

Hal IV

Hal V

20


Ontwikkeling Van Gendthallen 1987 Ontwerp van Van Gendt, hal nr. 1, 2 en 3. De langgerekte hallen hebben allen een rechthoekig grondplan en gemetselde gevels. De hallen 1,2 en 3 hebben lange zadeldaken met lichtkap en gedeeltelijk met pannen. De middelste hal (hal 2) is hoger opgetrokken en heeft doorlopende bovenlichten. Gemetselde gevels op plint en decoratief gebruik van natuursteen boven bloktandlijsten. De voor- en achtergevels hebben een oplopend en getand fries met consoles en lisenen. Aan de achtergevel van hal 2 ontbreekt dit fries grotendeels. De vensters en deuren hebben vaak nog de oorspronkelijke gietijzeren kozijnen. Meerruits vensters met lichte toging en brede toegangen met houten schuifdeuren. De zijgevel aan de Wittenburgervaart heeft een serie 28-ruits vensters op de begane grond en een serie 12-ruits vensters daarboven. Enkele toegangs- en vensteropeningen zijn dichtgemetseld of vervangen. Interieur met houten kapconstructie.

1903 Ontwerp van Zonen Van Gendt, hal nr. 5. Hal 5 heeft een langgerekt en geknikt zadeldak. De gemetselde vijf traveeĂŤn brede voorgevel heeft een geknikte geveltop en oplopend getand fries en lisenen. Overwegend getoogde vensters met segmentvormige strek. GevelbeĂŤindiging met decoratief metselwerk. De gemetselde achtergevel heeft een geveltop met pleisterwerk en oplopend fries en lisenen en consoles op korte bloktandlijsten. Hier nog de oorspronkelijke meerruits roedenverdeling. Zijgevel met serie 28-ruits vensters op de begane grond en serie 12-ruits vensters daarboven. Nabij de ZO-hoek van de zijgevel bevindt zich een natuurstenen gedenkteken. Interieur met lichte ijzeren kapconstructie.

1910 Ontwerp van Zonen Van Gendt, hal nr. 4. Hal 4 heeft een langgerekte en gedrukte mansardekap met lichtkap. Skeletbouw met gemetselde voor- en achtergevel met hoge toegangen en ijzeren vakwerkverdeling. Interieur met gelede ijzeren staanders en spanten en resten van de oorspronkelijke geleiding van de loopkranen. De dichte delen van de kap hebben een samenstel van langs- en dwarsregels.

1922 Ontwerp van G.J. Langhout De huidige situatie is ontstaan nadat in 1922 de turbinestelplaats en locomotiefstelplaats deels waren uitgebrand. Onmiddellijk na de brand zijn de hallen in de oorspronkelijke stijl herbouwd, onder leiding van architect G.J. Langhout.

3_ Het verhaal van de Van Gendthallen 21


GENDT, ADOLF LEONARD VAN Geboren: Alkmaar, 1835-04-18 Overleden: Amsterdam, 1901-04-28

22


Bron: Nai / Vincent van Rossem

De architect Drie generaties Van Gendt hebben maar liefst zeven architecten en ingenieurs voortgebracht. De meesten van hen stonden bekend als ondernemende, initiatiefrijke persoonlijkheden, die niet opzagen tegen (soms verre) reizen, oog hadden voor de zakelijke aspecten van het architectenvak en, als het ging om economische en technische vooruitgang, gelijke tred hielden met de ontwikkelingen in de maatschappij. A.L. van Gendt, de bekendste van hen, was in 1874 de oprichter van een eigen bureau dat al spoedig tot de grootste van het land behoorde. Het bureau van vader Van Gendt en zijn beide zoons was decennia lang het meest productieve architectenbureau van Amsterdam. Het gold als een eer om bij Van Gendt als leerling te worden aangenomen. Toch heeft dit zakelijke succes niet geleid tot architectuurhistorische roem. Creatieve geesten zoals P.J.H. Cuypers, K.P.C. de Bazel, H.P. Berlage en W. Kromhout worden door historici van groter belang geacht. Zij bouwden niet alleen, maar deden ook aan theorievorming met lezingen en publicaties in tijdschriften. De geschiedenis van de architectuur wordt nog steeds gedomineerd door het idee dat architecten alleen interessant zijn wanneer ze nieuwe gedachten over de bouwkunst introduceren. Dit geeft, zoals de rubriek Amsterdam 1900 probeert duidelijk te maken, een sterk vertekend beeld van de historische realiteit in de bouwwereld. Steden worden niet gebouwd door beroemde architecten. Steden worden gebouwd door bescheiden ontwerpers die hun opdrachtgever waar voor zijn geld willen geven, terwijl de hooggestemde idealen van de bouwkunst op de tweede plaats komen. Ontwerp concertgebouw 1886

Van Gendt senior heeft veel gebouwd, maar zijn beroemdste gebouw is ongetwijfeld het Amsterdamse Concertgebouw uit 1883. De architect bouwde een concertzaal die wordt beschouwd als een akoestisch wereldwonder. A.L. van Gendt was van origine spoorwegingenieur, zo ontstond zijn eerste werk in Amsterdam, het viaduct bij de Haarlemmerhouttuinen, tegenwoordig bekend als ‘Onder de bogen’. In 1874 vestigde hij zijn eigen bureau in Amsterdam. Begin jaren tachtig, toen Van Gendt werkte aan het Concertgebouw, ontwierp hij ook de befaamde winkelgalerij bij het Paleis voor Volksvlijt, op het Frederiksplein. Het paleis is afgebrand in 1929 en de winkelgalerij werd in 1961 gesloopt om plaats te maken voor de Nederlandse Bank. Zo is een uniek ensemble verloren gegaan. De winkelgalerij had een voor Amsterdam ongekende allure en was als stedenbouwkundig gegeven een unicum. Het is niet moeilijk om de invloed van J.G. en A.D.N. van Gendt te herkennen wanneer hun vader terugtreedt in het bureau. Niemand in Amsterdam kon beter moderne kantoorgebouwen ontwerpen dan A.D.N. van Gendt. Hij was zelfs bereid om samen te werken met architecten die bijna revolutionaire ideeën hadden over de bouwkunst. J.M. van der Mey, M. de Klerk en P.L. Kramer zijn beroemd geworden met het Scheepvaarthuis (1913-1916) aan de Prins Hendrikkade, het eerste meesterwerk van de Amsterdamse School. Maar de essentie van dit kantoorgebouw, de plattegronden, het trappenhuis en het betonskelet, was ontworpen door Van Gendt. Zelfs het enorme bankgebouw aan de Vijzelstraat dat nu ‘De Bazel’ wordt genoemd, moet eigenlijk toegeschreven worden aan Van Gendt. Ook in dit geval heeft Van Gendt echter de grondslagen gelegd voor het ontwerp, met een betonconstructie en een geavanceerde visie op de plattegrond van grote kantoorgebouwen.

Ontwerp nieuwe hollandsche manege 1882

3_ Het verhaal van de Van Gendthallen 23


“Herbestemmen is zoeken naar vanzelfsprekendheid, het zoeken naar en gebruik maken van de kwaliteiten van een gebouw en deze versterken.�

24


Primaire kwaliteiten Autonome karakter en positie in stedelijk weefsel

Contourlijn gevel

Verborgen in het stedelijk weefsel, rust, weids industriĂŤel landschap. De vier gevels met elk een ander type aansluiting op de openbare ruimte en omringende bebouwing, namelijk; water, plein, straat, woningen.

De herkenbare contour van de voor -en achtergevel welke volgt uit de doorsnede van het gebouw. Daarnaast de hoge vensters, rondom identiek in opzet en de grote diversiteit aan afmetingen ‘deuren’.

4_ Kwaliteiten & waarden 25


Lengte en ritme kolommenstructuur

Ruimtelijke kwaliteit en unieke karakter

Het harde en strenge ritme van de kolommen op een stramienmaat van 6 meter over in totaal 156 meter lengte.

De ruimtelijke kwaliteit wordt gevormd door de afmetingen van de hallen, deze wordt versterkt door het ‘werklicht’, de transparante stroken in het dakvlak.

26


Kabelbanen

Dakconstructie en lichtinval

De karakteristieke en functionele doorsnede van het gebouw is ontstaan door de positie van de doorgaande kabelbanen binnen het gebouw.

Het daklandschap kenmerkt zich door een grote mate van repetitie over de lengte van het gebouw. Echter heeft elke hal een unieke opbouw met lichtstroken.

4_ Kwaliteiten & waarden 27


28


Concept Het Oostenburgereiland en de Van Gendthallen zijn eeuwenlang een verborgen plek in de stad geweest, enkel toegankelijk voor de arbeiders die op het eiland werkten. Al in de tijd van de VOC was het eiland een werkgebied waar de voor die tijd nieuwste technieken en innovaties werden uitgeprobeerd. Ook in de eeuwen na de VOC stond het ontwikkelen van nieuwe technieken centraal op het eiland. Mensen zijn van nature nieuwsgierig en hebben daarmee een drang tot leren. Ze willen uitgedaagd worden, gaan op zoek naar kennis en ontwikkelen vaardigheden. Ze willen weten hoe iets gemaakt wordt, hoe het in elkaar zit en hoe iets werkt. De van Gendthallen zullen een toneel worden voor de Amsterdamse maakindustrie, een plek waar het met grondstoffen vervaardigen van eindproducten centraal staat. Een plek waar de Nederlandse maakindustrie in contact kan komen met de consumenten, en andersom. Ook biedt dit de kans voor de maakindustrie om samen te werken en zo tot nieuwe innovatieve ontwikkelingen te komen. Het concept, een geheim onthuld, werkt door op drie verschillende schaalniveaus. De schaal van de stad, van het gebouw en van de functie. Door de komst van nieuwe bedrijven en bezoekers naar het Oostenburgereiland zal deze plek en de omliggende wijken een impuls krijgen en kan deze plek, grenzend aan de binnenstad van Amsterdam, ontdekt worden. Op gebouwniveau ervaart men de schaal van het industriĂŤle erfgoed, kan men door de nu openbare hallen lopen, langs de kolommen stijgen en door de kappen heen kijken. Tegelijkertijd krijgt men een kijkje in de keuken van de bedrijven die werken aan hun nieuwe producten.

5_ Een geheim onthuld 29


30


Een toneel voor de Nederlandse maakindustrie

Openbaar en collectief

Ondernemen en innoveren is de identiteit van Oostenburg. Het programma bestaat uit semi-openbare werkplaatsen, ateliers en hallen welke toegankelijk zijn voor het publiek. Men kan hier laten zien hoe hun producten worden gefabriceerd. Ook zal het mogelijk zijn zelf mee te werken, te denken en te bouwen onder begeleiding van professionals. Daarnaast wordt er in de werkplaatsen opgeleid of bijgeschoold. Het is mogelijk om deze werkplaatsen tijdelijk te huren, of in de loop der tijd uit te breiden of in te krimpen.

De twee binnenstraten en de drie pleinen zijn openbaar toegankelijk voor gebruikers en bezoekers van de Van Gendthallen. In hoeverre de werkplaatsen toegankelijk zijn voor het publiek en hoe deze ingericht is, is door de gebruikers zelf te bepalen.

De werkplaatsen grenzen aan twee binnenstraten en drie pleinen. De producten die vervaardigd worden kunnen hier direct worden verkocht. De producten zijn direct zichtbaar middels exposities, etalages, showrooms en marktkramen.

De hallen zijn als geheel af te sluiten in bijvoorbeeld de nacht. Er zijn separate toegangen voor de woningen en short-stay-appartementen zodat men altijd de woningen kan bereiken. De horecafuncties zitten aan de buitengevel op de hoeken zodat deze niet afhankelijk zijn van de openingstijden van het gebouw.

In de werkplaatsen zullen ook mensen bezig zijn met opleidingen, cursussen, stages, meerdaagse workshops en het vervaardigen van een eigen product. Ook kunnen de werkplaatsen tijdelijk worden verhuurd aan bijvoorbeeld kunstenaars of studenten. Specifiek voor deze mensen zal een hotel/shortstay-functie op het eiland worden toegevoegd.

Ook de verdieping is openbaar om de bezoekers de kans te geven de hallen ook vanuit een ander perspectief te kunnen bekijken, langs de kolommen te stijgen en vlak onder de spanten door te lopen.

De binnenstraten en pleinen, maar ook de gezamenlijke vergaderruimten, zijn collectief en door iedereen te gebruiken.

Ook in de ondersteunende horecafuncties als restaurants, een club en grand cafĂŠ heeft het vervaardigen van de eindproducten een centrale rol. Eten wordt in het zicht bereid waarna je het meeneemt naar een grote stamtafel. Ook kookworkshops en het zelf meewerken aan het bereiden van eten zal mogelijk zijn. Aan de pleinen grenzen ook de gezamenlijke ruimten, denk hierbij aan vergaderruimten, labs en workshopruimten welke o.a. de werkplaatsgebruikers, deelnemers van workshops/onderwijs en bezoekers van evenementen faciliteren. Ook mensen van buiten het Oostenburgereiland kunnen hier gebruik van maken. Het water rondom het eiland is een kwaliteit maar mogelijk ook functioneel bruikbaar, denk hierbij aan bijvoorbeeld een bedrijf dat woonboten maakt. Samen met de toekomstige bewoners kan een woning hier worden vervaardigd en direct naar de uiteindelijk locatie versleept worden.

De Van Gendthallen, een kleine stad.

6_ Made in Amsterdam 31


32


Werk-wooncombinatie

Flexibiliteit

Ik geloof in de kwaliteitsvermeerdering van een werkgebied en het publieke domein wanneer deze gemixt wordt met een niet-werk programma. Een goede mix zal een impuls geven aan het vernieuwingsproces van de gehele buurt.

Flexibiliteit is essentieel om een geleidelijke ontwikkeling van de hallen te bewerkstellingen. Bedrijven zijn dynamisch, groeien, krimpen, gaan samenwerken, fuseren, etc. en het is belangrijk dat het gebouw op een effectieve wijze toekomstige ontwikkelingen in gebruik kan absorberen en faciliteren. Herbestemmingprojecten hebben een lange looptijd. Een stapsgewijze verbouwing leidt tot een eenvoudiger exploitatiemodel en het complex hoeft dan niet in één keer rendabel te zijn. Het programma kan geleidelijk aan in het gebouw groeien.

De Amsterdamse binnenstad heeft een verhouding van wonen en werken van 1:1. Deze verhouding leidt tot stedelijkheid, levendigheid en een gewaardeerde stad. Het Oostenburgereiland is een plek waar veel Amsterdammers graag willen wonen: de ligging tegen de binnenstad, aan het water, de ruimte, de karakteristieke industriële sfeer en de unieke woningindelingen zijn fantastische uitgangspunten voor stedelijk leven. Intensiever gebruik van de wijk gedurende de dag en nacht zorgt voor een verlevendiging van het straatbeeld. Leefbaarheid wordt vergroot door vermindering van de nadruk op de functie. Bijvoorbeeld woonwijken waar gedurende de hele dag nauwelijks mensen aanwezig zijn, of industriegebieden waar ‘s avonds geen mensen lopen.

De flexibiliteit binnen het gebouw gaat verder dan alleen de bouwsystematiek of het installatieprincipe met maximale indelingsvrijheid voor de werkplaatsen. Door uitwijkmogelijkheden naar de algemene voorzieningen, horeca en vergaderruimten hoeft de gebruiker hier niet zelf in te voorzien. Daarnaast is er de mogelijkheid om op verschillende manieren gebruik te maken van de pleinen en de binnenstraten als gezamenlijke en multifunctionele ruimte in het gebouw. Flexibiliteit vergroot de levensduur van een gebouw.

Sociale integratie, mensen ontmoeten elkaar, de sociaal-economische verbetering van de wijk, en werkgelegenheid.

6_ Made in Amsterdam 33


1

2

3

2015

2020

2025

34


Scenario´s & Groeimodellen

Thematiek verhuur

De definitieve indeling is tot stand gekomen door deze in verschillende scenario’s en groeimodellen te toetsen. Hierbij is rekening gehouden met bedrijven van verschillende afmetingen en groei- en krimpsnelheden. De uiteindelijke structuur is flexibel van opzet en kan zich naar deze scenario’s aanpassen. De woningen zijn hierin een stabiele factor en zullen vanaf de start van de herontwikkeling gerealiseerd worden.

Om de nieuwe identiteit van de hallen te versterken en zich te onderscheiden van andere grote projecten in Amsterdam kan bij de selectie van komende huurders een specifiek thema gegeven worden. Hieraan kunnen ook een aantal reeds ingerichte werkplaatsen worden gekoppeld zoals een timmerwerkplaats, 3D printer/repro, ijzerwerkplaats of textielwerkplaats.

Dit kan één thema zijn voor het gehele complex maar ook een verdeling van thema’s per straat is een mogelijkheid. Onderstaande thema´s zijn ter illustratie verwerkt in de impressies.

Scenario 1 - Diversiteit aan kleine bedrijven, totaal 30 werkplaatsen . - Grote diversiteit aan typen horeca. - Viertal reeds ingerichte labs, timmerwerkplaats, ijzerwerkplaats, (3D) print lab en een textiellab. - Veel vergader- en presentatieruimten van verschillende formaten en met verschillende faciliteiten.

Voertuigen

Scenario 2 - 80% verhuurd aan twee grote bedrijven. - Zes werkplaatsen (overige kleine bedrijven) . - Vier reeds ingerichte werkplaatsen (labs) . - Entreehal voornamelijk gezamenlijk, de overige twee hallen grenzen aan de bedrijven en zullen dus met name één gebruiker krijgen. - Grote diversiteit aan typen horeca. - Inrichting labs eenvoudig(er). Grote bedrijven hebben eigen voorzieningen en materieel in huis. - Vergaderruimten van verschillende formaten, deels niet gezamenlijk te huur maar toegekend aan één van de bedrijven.

Evenementen: oldtimerdag, fiets- en scooterfestijn, themadagen, ‘drive in’ bioscoop, Sail.

Huurders/werkplaatsen: gespecialiseerde fietsenmakers, bijv. bakfietsen, vouwfietsen of de fietsfabriek, scooters, autodealers, oldtimer reparateurs, studenten autotechniek of ontwikkelaars van nieuwe vervoermiddelen (denk aan bijvoorbeeld Segways).

Mode Huurders/werkplaatsen: kleermakers, kledingmerken of modestudenten. Evenementen: modeshows, exposities of markten. Eten & drinken Huurders/werkplaatsen: biologische groenteboer, slager, restaurants, kookworkshops.

Scenario 3 - 50% verhuurd aan onderwijsinstellingen . - Elf werkplaatsen (overige kleine bedrijven) . - Vier reeds ingerichte werkplaatsen (labs) . - Er ontstaat een duidelijk onderscheid tussen hal 2 en 4. De drie hallen zullen een verbindende rol spelen in de ontmoeting van de student en de werkplaatsen. - Horeca is meer gericht op studenten, bijv. afhaalmaaltijden/snacks . - Volledige ingerichte labs, ter ondersteuning van de student. - Vergaderruimte deels ingericht voor studenten.

Evenementen: biologische markt, lunches en diners, kookworkshops, proeverijen, evenementen als rijdende keukens.

Duurzame producten: Huurders/werkplaatsen: meubelmakers, Evenementen: tweedehands design beurs, exposities, productpresentaties, beursen, kleinschalige festivals, innovatie-evenementen, markten.

6_ Made in Amsterdam 35


Hoofdstructuur & Openstellen

Binnenpleinen

De eerste ingreep is het openstellen van het gebouw. Door het introduceren van twee binnenstraten kan men door het gebouw heen lopen en zijn alle werkplaatsen die langs de binnenstraten gelegen zijn bereikbaar en toegankelijk. Ook de (vracht)auto’s kunnen via deze straten de werkplaatsen bereiken om te laden en lossen.

De tweede ingreep is het creĂŤren van een drietal pleinen. Deze liggen aan de twee kopgevels en in het midden van het gebouw. Aan de pleinen, die elk een andere afmeting hebben, liggen de belangrijkste entrees.

36


Kraanbaan ´labs´

Woningen

De derde ingreep is het toevoegen van volumes ter plaatse van de drie pleinen. De karakteristieke doorsnede van het gebouw is ontstaan door de positie van de doorgaande kabelbanen. Om de speciale plek van de kabelbaan binnen het gebouw te handhaven positioneer ik de gezamenlijke ‘labs’ en horecavoorzieningen in kaders ingeklemd tussen deze banen.

De vierde ingreep is het toevoegen van woningen in de kappen van het gebouw om te zorgen voor kwaliteitsvermeerdering van het werkgebied en een intensiever gebruik van het gebouw gedurende de dag en nacht. De woningen liggen in de twee buitenste hallen met uitzicht op de stad. In de middelste strook komen de short-stay-appartementen.

7_ Strategie 37


38


Begane grond Op de begane grond gaat het plein buiten over in de twee binnenstraten van de Van Gendthallen. Langs de twee binnenstraten bevinden zich de werkplaatsen, in totaal 5000m² verhuurbaar oppervlak. Op drie van de hoeken is een horecafunctie als restaurant, grand cafÊ, broodjeszaak of theehuis geplaatst. Aan de drie pleinen zijn de belangrijkste entrees gekoppeld; ook is hier de doorsnede en de breedte van het gebouw te ervaren.

De horeca en entrees aan de zijgevels zijn geaccentueerd door middel van vloervelden die van binnen naar buiten doorlopen waarmee ze de grens vervagen. Het koudgasgebouw komt als een paviljoen op het plein te staan. Langs de kade zijn de bestaande inhammen ingevuld met houten steigers; hier kan men aanmeren, lunchen, ontspannen en zonnen. Parkeren is langs de centrale hoofdweg gepositioneerd. Werkplaatsen: Bezoekers: Woningen: Totaal:

5000m2 | 1 per 100m2 5000m2 | 1 per 300m2 30 stuks| 0,8 per stuk

| 50 stuks | 16 stuks | 24 stuks | 90 stuks

8_ Ontwerp 39


40


Entrees De entrees van de Hallen krijgen een uniforme materialisering en detaillering. Grote taatsdeuren en schuifdeuren in de al bestaande grote gevelopeningen zorgen voor een uniform en uitnodigend entree. De van corten staal gemaakte portalen zijn rondom terug te vinden. Aan de zijgevel zijn de vier entreehallen van de woningen te vinden. Een deur van staal en glas geeft toegang tot de entreehal. Uitgangspunt materiaalgebruik van de entreeportalen/deuren: Aansluiting zoeken bij de bestaande gevel, eenduidig toegepast bij de entrees ter referentie. Esthetische kwaliteiten, veroudering en kleur. Deuren naar de woningen zijn stalen puien, antraciet.

8_ Ontwerp 41


Dagsituatie bezoekers: De hallen met daaraan de werkplaatsen zijn overdag rondom open voor het publiek. De entrees zijn met name geconcentreerd op de kopgevels van het gebouw.

Dagsituatie bewoners: Aan de zijgevels liggen de vier entreehallen naar de woningen toe. Deze zijn van buitenaf en van binnenuit bereikbaar. Naast deze privĂŠ-toegangen is het overdag ook mogelijk vanuit de werkplaats binnendoor via de trappen en loopbruggen naar de woning toe te gaan.

42


Organisatieschema’s

Nachtsituatie bezoekers: Op de hoeken van het gebouw komen de horecafuncties te liggen die langer open kunnen/moeten blijven. Na sluitingstijd is het voor de gasten van de short-stay-appartementen in de middelste hal mogelijk om naar hun appartement te komen via een privĂŠ-entree op de kopgevel.

Nachtsituatie bewoners: Wanneer de hallen gesloten zijn voor publiek kunnen de bewoners die van buitenaf komen via de vier entreehallen naar hun galerij komen. De entreehallen zijn verdeeld per zeven of acht woningen.

8_ Ontwerp 43


44


Gevels

8_ Ontwerp 45


46


Doorsnede

8_ Ontwerp 47


Doorsnede 1

Straat

Plein

Stoep

Binnenstraat Stoep

Plein

Stoep

Binnenstraat

Stoep

Plein

Stoep Steiger

48


Bestrating De bestrating is een belangrijk onderdeel van het ontwerp. Door het spel met doorgaande vlakken en accenten ter plaatse van horeca en entrees vervagen de grenzen tussen binnen en buiten. Het type bestrating is gerelateerd aan de positie binnen het gebouw (plein, straat, stoep etc.). De afwerkingen van de stoep, de licht grijze betontegel, loopt door in de werkplaatsen. Ook de buitenverlichting loopt vanaf het plein door in de twee binnenstraten.

Stedelijk plein/Binnenstraat Betontegel, antraciet Zonder facet 2000x2000mm Steiger Stoep Plein

Stoep Stoep Binnenstraat

Plein

Betontegel, licht grijs Zonder facet 600x600mm

Plein

Binnenstraat

Plein

Stedelijk plein

Betontegels, antraciet 200x300mm

Stoep

Straat Betontegels, grijs Dikformaat

Straat

1

2

Houten steigers

8_ Ontwerp 49


Doorsnede 2 Zie fragment

Straat

Stoep

Binnenstraat

Stoep

Stoep

Stoep

Binnenstraat

Stoep

Steiger

50


Verlichting

Fragment bestrating

Goot

Stoep

Stoep

Binnenstraat

Goot

Straat

8_ Ontwerp 51


52


Werkplaatsen In het plan is in totaal maximaal 5000m² verhuurbaar oppervlak aan werkplaatsen opgenomen. Deze variëren in afmeting vanaf 35m² tot 560m² en grenzen allemaal aan de binnenstraat. De werkplaatsen zijn rondom voorzien van glazen stalen puien welke aan de zijde van de binnenstraat volledig te openen zijn door middel van een stalen vouwpui. De vloerafwerking loopt vanuit de binnenstraat door in de werkplaatsen en is licht van kleur om zo het daglicht zo ver mogelijk de ruimte in te laten weerkaatsen. De werkplaatsen zijn flexibel in te delen en kunnen door de gekozen bouwtechniek en het installatieconcept snel de groei en krimp van werkplaatsen opvangen. De puien aan de binnenstraatzijde zijn identiek. De tussenwanden zijn mobiele panelen hangend aan rails en zijn in minuten weg te schuiven. De rails loopt op elk stramien en de positie van de tussenwanden is gerelateerd aan de kolommenstructuur van het gebouw. Het hoofdtracé loopt langs de kabelbanen.

8_ Ontwerp 53


Casco werkplaatsruimte.

54


Uitgangspunten materiaalgebruik werkplaatsen: Lichte vloer t.b.v. de reflectie van daglicht, kleurgebruik door invulling van gebruikers. Nieuwe staalwerk/stalen puien eenduidig qua kleur, antraciet, om verschil tussen oud en nieuw te laten zien. Door donker kozijn meer gevoel van transparantie. Paneelwanden donkergrijs.

8_ Ontwerp 55


Galerij langs de werkplaatsen op de tussenverdieping.

56


Werkplaatsen Integraal installatieconcept bestaand uit: - infra+ vloer; - demontabele vloerverwarmingpanelen en convector v.v. warmte-terugwin-convector; -vloerafwerking middels betontegels. Dit i.v.m. bereikbaarheid van leidingen onder de vloer; -Betonkernactivering; -vaste vloerverwarming in de woningen.

Toevoer warme lucht Retour warme lucht Permanente vloerverwarming

WTW Convector

Invoer koude lucht

Betonkernactivering

Toevoer warme lucht Retour warme lucht Demontabele vloerverwarmingpanelen

WTW Convector

Leiding/kabelverloop onder vloerpanelen

8_ Ontwerp 57


Doorzicht dwars over middenplein.

58


Pleinen & binnenstraat De pleinen in het gebouw zijn multifunctioneel inzetbaar en afhankelijk van de gebruikers of het thema van het gebouw. Hier ontmoeten de gebruikers elkaar, presenteren ze hun producten, lunchen of exposeren ze. Daarnaast kunnen er hier ook meer grootschalige evenementen worden gehouden als bijvoorbeeld een oldtimerdag of meubelmarkt.

8_ Ontwerp 59


Nationale Oldtimerdag

60


Markt duurzaam meubilair.

8_ Ontwerp 61


Kaders in gesloten situatie.

62


Kraanbaan ‘labs’ De karakteristieke doorsnede van het gebouw is ontstaan door de positie van de doorgaande kabelbanen. Om de speciale plek van de kabelbaan binnen het gebouw te handhaven positioneer ik de gezamenlijke ‘labs’ en horecavoorzieningen in kaders ingeklemd tussen deze banen. De negen kraanbaan-labs grenzen aan de pleinen en zijn een moderne interpretatie van de historische kranen. Het glazen volume, los gedetailleerd van het witte kader d.m.v. een staalprofiel, hangt vast in een kader. De voorste kaders kunnen langs de kabelbaan bewegen en refereren naar de oude kranen. Door panelen te laten zakken vanuit de onderkant van de kaders zijn deze voor diverse doeleinden te gebruiken. Bijvoorbeeld als bank, tafel, marktkramen, podium of cat-walk.

Uitgangspunten materiaalgebruik kraanbaan ‘labs’: Contrast opzoeken in kleur en detaillering glas. Wit kader, v.v. perforatie i.v.m. structuur en verlichting, volgazen afwerking rondom aan stalen constructie, antraciet. Donkergrijze industriële schuifdeur aan loopbrugzijde.

8_ Ontwerp 63


Een biologische markt

Een productpresentatie

64


Als bank

Als cat-walk / decor modeshow

8_ Ontwerp 65


Uitzicht vanuit een vergaderruimte.

66


Kraanbaan ‘labs’ - Horeca Ook de horecafuncties in de hoeken van het gebouw zijn geplaatst in de kraanbaan’labs’.

8_ Ontwerp 67


68


Verdieping De verdieping wordt bereikt via een netwerk van trappen, galerijen en loopbruggen. Via de loopbruggen en galerijen zijn de kraanbaan ‘labs’, woningen en short-stay-appartementen te bereiken. De verdieping is openbaar en geeft de bezoekers de kans de hallen op een ander niveau te ervaren, langs de constructie te stijgen en vlak onder de spanten door te lopen.

8_ Ontwerp 69


Uitgangspunten materiaalgebruik woningen/short-stay-appartementen: Verfijning in afwerking, galerijzijde volume grijs stucwerk gecombineerd met antraciet stalen kozijn. Binnen contrast opzoeken door lichte wandafwerking, versterken van kapconstructie. Glazen schuifpanelen in het dakvlak, kaders antraciet.

70


Short-stay-appartement In de middelste strook komen rug aan rug de short-stay-appartementen. Deze appartementen zijn 35m² groot en bestaan uit een slaapkamer, douche, toilet en woonkamer met keuken. Bij binnenkomst loopt men langs de slaapkamer met de trap omhoog naar de woonkamer die een geheel glazen dak heeft. Het toilet en de douche zitten in een volume gedrukt welke naar boven toe overgaat in de keuken. Vanuit de keuken kijkt men weer terug op één van de binnenstraten.

8_ Ontwerp 71


72


Woningen Aan de waterzijde bevinden zich veertien woningen van 85m². Via de galerij bereikt men de woning en bij binnenkomst ervaar je direct de volledige hoogte en ruimtelijkheid. Met de trap stijg je richting het daklicht waarin een schuifvenster is opgenomen. In het midden van de ruimte staat de badkamer welke naar boven toe overgaat in de keuken. Vanuit de keuken kijkt men weer terug op de binnenstraat. Op de onderste laag zijn twee slaapkamers gepositioneerd.

8_ Ontwerp 73


74


Woningen De zestien woningen aan de straatzijde zijn 115m² groot en hebben drie woonlagen. Na binnenkomst bevindt zich links een volume waarin toilet, berging en meterkast zijn opgenomen. Ook hier staat in het midden van de ruimte een volume met daarin de badkamer welke naar boven toe overgaat in de keuken. Op de tweede woonlaag de keuken met de mogelijkheid om achterin één of twee extra kamers te maken met daglichtinval van bovenaf. Bovenin bevindt zich de woonkamer met een groot schuifvenster.

8_ Ontwerp 75


76


9_ Maquette 77


78


9_ Maquette 79


80


Bronnen - literatuur Van VOC tot Werkspoor, het Amsterdamse industrieterrein Oostenburg, Matrijs Utrecht, 1986 De haven van Amsterdam, zeven eeuwen ontwikkeling, THOTH Bussum, 2009 Thys is Hybrid, an analysis of mixed-use buildings, a + t research group, Vitoria-Gasteiz, 2011 De spontane stad, Urhahn Urban Design, Bispublishers 2011 Oostenburg, eeuwen van innovatie, Gabor Kozijn, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2011

Herbestemming in Nederland. Nieuw gebruik van stad en land, Steenhuis, M. Meurs, P, Nai publ. 2011 Creatieve Fabrieken. Waardecreatie met herbestemming van industrieel erfgoed, Cerutti, V, THOTH 2011 Eastern Harbor District Amsterdam , Nai publishers, Rotterdam 2006 Build-On. Converted Architecture and Transformed Buildings, Klanten, R, Feireiss, L, Die Gestalten, 2009 Nieuwe ideeën voor oude gebouwen, Nai uitgevers, Rotterdam 2008 Op zoek naar nieuw publiek domein, Hajer, M., Reijndorp, A., NAi Uitgevers, 2001

De Oude Kaart van Nederland, Fons Asselbergs, Harmsen, Hilde, Atelier Rijksbouwmeester , Juni 2008 Daad Cahier - Industrieel erfgoed - zes thema’s voor hergebruik 2010 Visie Van Gendthallen op het Oostenburgereiland, Nanne, Kees en Stalenberg, Paul, Gemeente A’dam Herontdekking van ruimtelijke potenties, Tilman, Harm, De Architect, Sdu uitgevers, juli – augustus 2009 Lekker imperfect, Henfling, Merijn, Parool, augustus 2011 De architect interieur, thema Herbestemmen, De Architect, Sdu uitgevers, mei 2011

10_ Bronnen 81

Afstudeerproject Bas Obdam  

Afstudeerproject Bas Obdam

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you