Page 1

Strategisch beleidsplan Netwerk Basiseducatie

Basiseducatie over morgen Sterke netwerken werken 2017-2020

Brusselleer

ela

ere Kor

Leerpunt Waas & Dender

Voc

vo

ool Sch Op en

t Zu Lee rpu n

Fed era

tie

CB

E

CBE Open School regio Mechelen

id-O

ost

trij

k-R

-Vla

oes

and

Open School Antwerpen

Basiseducatie Kempen

re

n

Leerpunt Gent-Meetjesland-Leieland

CBE Open School Halle-Vilvoorde

open school Limburg Zuid

CBE Open School Leuven-Hageland

Centrum voor Basisedcuatie LiMiNo open-school Brugge-Oostende-Westhoek

Geletterdheid heeft een invloed op mensen hun zelfbeeld, hun interactie met anderen, hun welbevinden en hun inzetbaarheid. De mate van geletterdheid geeft aan in welke mate een samenleving klaar is voor de uitdagingen van de toekomst.


1

Inhoud

Voorwoord 2

Aanleiding 4

1. De huidige sectorwerking 7 2. Beleidsproces Basiseducatie over morgen 15 3. Netwerkorganisatie Basiseducatie 31 4. Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen 49 5. Bijlagen 97

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


2

Voorwoord Beste lezer,

Onlangs vierde de sector Basiseducatie haar 25ste verjaardag binnen het volwassenenonderwijs. Maar het ontstaan van de Basiseducatie gaat nog verder terug in de tijd. HET TRAJECT VAN DE SECTOR In de jaren 70 startten vrijwilligers met alfabetiseringswerk, eerste taallessen voor migranten en verschillende “opnieuw gaan leren” initiatieven binnen het sociaal-cultureel werk en de welzijnssector. Tien jaar later financierde het toenmalige Ministerie van Cultuur enkele van deze alfabetiseringsprojecten binnen het Volksontwikkelingswerk. Pas in 1985 werden de Vlaamse Centra voor Volksontwikkeling opgericht, als voorloper op een decreet op de Basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen. In 1990 zagen 29 Centra voor Basiseducatie het levenslicht. In 2007 werd de Basiseducatie volledig opgenomen in het volwassenenonderwijs en fuseerden ze tot 13 centra in Vlaanderen en Brussel. De sector Basiseducatie heeft dus al een heel traject afgelegd. ONTSTAAN VAN DE FEDERATIE BASISEDUCATIE Sociaal engagement en samenwerking kennen een lange traditie in de sector. Al snel na het intreden van de Basiseducatie binnen de sector onderwijs werd op 14 mei 1991 de Federatie opgericht. Ze behartigde de belangen van 28 centra en trad op als representatieve gesprekspartner ten aanzien van tal van actoren. In dat zelfde jaar verscheen al een eerste memorandum tegen de besparingen op de werkingskosten die het kabinet Coens wilde doorvoeren. De eerste jaren nam VOCB (Vlaams ondersteuningscentrum voor Basiseducatie) ook de belangenverdediging mee op en werden tal van andere activiteiten gezamenlijk gedaan. De werking van de Federatie draaide volledig op de mensen van de CBE. Pas in 1998 werd een deel van de Sociale Maribelmiddelen van de centra op Federatieniveau samengebracht. Via deze middelen kon de eerste stafmedewerker van de Federatie aangesteld worden. Doorheen de jaren werd het team van de Federatie verder uitgebreid. Begin 2017 telde het team 3 VTE en 4 medewerkers. EEN NIEUW SPOOR: BASISEDUCATIE OVER MORGEN In 2015 zijn we met ons beleidsproces ‘Basiseducatie over morgen’ een volgende fase ingegaan. We bouwen verder aan het spoor van intensieve samenwerking vanuit het perspectief van co-creatie. Dit is een vorm van samenwerking, waarbij alle deelnemers invloed kunnen hebben op het proces en het resultaat van dit proces. Co-creatie zal de volgende jaren het leidmotief zijn van de werking in de sector Basiseducatie. We geloven in de meerwaarde van intensieve samenwerking om als sector en als Centra voor Basiseducatie te winnen aan slagkracht.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


3

Bij aanvang van dit beleidsproces zijn we vertrokken vanuit de kernprocessen en niet vanuit organisatorische en technische kwesties. De kernvraag van het proces luidde: Hoe kunnen we door onze onderlinge samenwerking te vergroten, als sector en als regionale centra meer slagkracht ontwikkelen, zodat we snel en accuraat met een gepast agogisch project kunnen inspelen op de uitdagingen i.v.m. geletterdheid in een snel veranderende samenleving? GROEN LICHT VOOR DE NETWERKTREIN Na een co-creatief beleidsproces zijn we uiteindelijk geland met een gemeenschappelijk beleidsplan dat door alle Centra voor Basiseducatie wordt gedragen en mee uitgevoerd. De 13 centra werken voortaan samen in het nieuwe Netwerk Basiseducatie (Netwerk BE) om de uitdagingen van de toekomst samen aan te gaan. We hopen hiermee nog efficiĂŤnter en doelgerichter te kunnen inzetten op werken aan geletterdheids- en andere sleutelcompetenties bij laaggeletterde volwassenen. Meer dan ooit daagt de snel evoluerende samenleving iedereen uit om geletterd te zijn. De sector Basiseducatie hoopt met haar Netwerk BE krachtig te kunnen inzetten op het creĂŤren van meer kansen tot volwaardige maatschappelijke participatie van kansengroepen, want als je leert sta je sterker! We sporen samen de toekomst tegemoet. BEDANKT PASSAGIERS, KAARTJESKNIPPERS EN CONDUCTEURS Dit beleidsplan kwam niet vanzelf tot stand. Het heeft heel wat energie en tijd gevraagd van verschillende mensen in de sector. Onze dank gaat uit naar alle medewerkers, directies, bestuurders en cursisten uit de centra die hun steentje hebben bijgedragen bij het proces. Ook Bert Smits van Schoolmakers bedanken we voor de begeleiding en om ons op het juiste spoor te zetten.

Brussel, juni 2017

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


4

Aanleiding In een samenleving die de laatste decennia alsmaar sneller en ingrijpender verandert, worden organisaties voortdurend uitgedaagd om zichzelf aan te passen en soms zelfs opnieuw uit te vinden. Verschillende maatschappelijke trends triggeren ons om ons als sector te herpositioneren en onze ambities verder scherp te stellen. Hoe zorgen we ervoor dat ons agogisch project voldoende krachtig is uitgebouwd om in te spelen op de vele uitdagingen waar we voor staan? De snelheid waarmee onze samenleving evolueert dwingt ook mensen om voortdurend te leren (Levenslang en levensbreed leren). Inzetten op leren bij laaggeletterde volwassenen is een grote en belangrijke uitdaging voor zowel de leraren als de cursisten in de Basiseducatie. Het is van kapitaal belang om te werken aan probleemoplossend vermogen en creativiteit opdat mensen mee kunnen bouwen aan de samenleving. De alsmaar toenemende digitalisering creëert andere grote uitdagingen op het vlak van digitale, numerieke en geletterdheidscompetenties, maar houdt ook bepaalde risico´s in. De superdiverse samenleving daagt ons uit om in te zetten op gedeeld burgerschap en om bestaande waardenkaders in vraag te stellen. Het toenemende rendementsdenken dat zich heeft genesteld in alle segmenten van de samenleving, maakt werken aan geletterdheid tot een bijzondere uitdaging, die zeer veel tijd, energie, man- en vrouwkracht vraagt. De impact ervan is vaak zeer moeilijk te vertalen naar rendementsstatistieken. We moeten als sector rendement proberen definiëren en maatschappelijk kunnen aantonen. De lijst aan trends en uitdagingen is lang. Tijdens het beleidsproces hebben we gereflecteerd op de maatschappelijke impact die we willen genereren. We hebben ons ook de vraag gesteld of we vandaag voldoende impact realiseren met ons agogisch project. Spelen we voldoende flexibel in op de uitdagingen die er liggen? Hoe kunnen we nog krachtigere leerprocessen en leeromgevingen creëren voor en met laaggeletterden? Hoe zetten we het thema van laaggeletterdheid maatschappelijk op de kaart opdat een breed en structureel geletterdheidsbeleid mogelijk wordt? In ons beleidsplan proberen we alvast enkele antwoorden op deze vragen te formuleren en stellen we onze ambities verder scherp. De sector Basiseducatie wordt ook uitgedaagd om zich in het landschap van het volwassenenonderwijs en inburgering te positioneren. Bij aanvang van de huidige legislatuur werden heel wat hervormingen in het volwassenenonderwijs aangekondigd. Omwille van besparingen doekte men ook verschillende netoverschrijdende samenwerkingsverbanden op zoals de decretale stuurgroep volwassenenonderwijs en de consortia voor volwassenenonderwijs. Ondertussen wordt de schaalvergroting in het volwassenenonderwijs ingezet. Het aantal Centra voor Volwassenenonderwijs wordt binnen alle koepels en het GO! sterk gereduceerd. De Centra voor Volwassenenonderwijs zullen eveneens de Hogere Beroepsopleidingen en de specifieke lerarenopleiding moeten afstaan aan het Hoger Onderwijs. Dit zijn erg ingrijpende veranderingen in het landschap van het volwassenenonderwijs. De sector Basiseducatie bleef voorlopig gespaard van deze maatregelen, maar op termijn stelt zich de vraag in welke mate deze maatregelen al dan niet een impact op de sector zullen hebben.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


5

Ook binnen het beleidsdomein inburgering waren de laatste jaren heel wat verschuivingen. Binnen een schaalvergrotingsoperatie werden alle Huizen van het Nederlands, met uitzondering van Brussel, ingekanteld in de respectievelijke Agentschappen Integratie en Inburgering: het Vlaamse agentschap, het agentschap Atlas in Antwerpen en het agentschap In-Gent. Daardoor hielden alle regionale vzw´s, waarvan ook de Centra voor Basiseducatie lid waren, op te bestaan. Het is verder nog onduidelijk op welke manier de conceptnota NT2 verder uitgerold zal worden, maar ideeÍn om NT2-aanbod uit te besteden aan private spelers of kleuring van middelen op NT2 baren de sector Basiseducatie zorgen. De Centra voor Basiseducatie zijn echter niet bij de pakken blijven zitten en hebben besloten om na te denken over de manier waarop we al deze uitdagingen kunnen aangaan vanuit onze eigen kracht en met een sterk verhaal. Daarom besloten we in 2015 om via een co-creatief beleidsproces zelf onze toekomst in handen te nemen en in te zetten op het verhogen van onze maatschappelijke impact en slagkracht. Het resultaat daarvan kan u lezen in dit strategisch beleidsplan.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


7

1

DE HUIDIGE SECTOR­WERKING STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


de huidige sectorwerking

8

Tijdens het beleidsproces werd vaak geopperd dat we als sector Basiseducatie toch al heel veel samenwerken. Vaak werd dan ook in vraag gesteld in welke mate we al geen netwerkorganisatie zouden zijn. De analyse dat reeds heel wat samenwerking gebeurt in de sector klopt. Maar we stellen ook vast dat het engagement naar die samenwerking vrijblijvend is en dat de samenwerking nog te weinig systematisch en vanuit een perspectief van co-creatie gebeurt. Vandaag wordt naar de Federatie Centra voor Basiseducatie (Federatie CBE) veelal gekeken als een dienstverlenende instantie waar je als centrum beroep kan op doen. Ook dit is waardevol en noodzakelijk, maar de netwerkorganisatie voegt nog een extra dimensie toe. Ze heeft als doel meerwaarde te creĂŤren door samenwerking gebaseerd op co-creatie: 1+1 = 3. Om deze omschakeling kracht bij te zetten werd in de loop van het beleidsplanningsproces beslist tot een naamsverandering: de Federatie CBE zal voortaan verder als Netwerk Basiseducatie (Netwerk BE) door het leven gaan. De transitie naar een netwerkorganisatie bouwt verder op de eerder gelegde fundamenten van samenwerking. Bovendien kan de sector ook rekenen op een netwerk met externe partners. We zijn dus niet met een wit blad gestart.

Missie en visie

1.1

In 2012 ontwikkelde de Federatie CBE reeds een gemeenschappelijke missie- en visietekst op sectorniveau. Deze teksten zijn tot vandaag nog steeds de bakens voor de sector Basiseducatie. Mogelijk wordt deze tekst in de toekomst bijgestuurd en verder verfijnd. 1.1.1 MISSIE EN VISIE VAN DE SECTOR BASISEDUCATIE Geletterdheid is de competentie om informatie te verwerven, te verwerken en gericht te gebruiken. Dit betekent met taal, cijfers en grafische gegevens kunnen omgaan en gebruik kunnen maken van ICT. Geletterd zijn is belangrijk om zelfstandig te functioneren en te participeren in de samenleving en om zich persoonlijk te kunnen ontwikkelen. Geletterdheid heeft een invloed op mensen hun zelfbeeld, hun interactie met anderen, hun welbevinden en hun inzetbaarheid. De mate van geletterdheid geeft aan in hoeverre een samenleving klaar is voor de uitdagingen van de toekomst. MISSIE

De sector Basiseducatie bestaat uit 13 pluralistische Centra voor Basiseducatie in Vlaanderen en Brussel. In een maatschappij die steeds meer gekenmerkt wordt door een toenemende kloof tussen hoger- en lagergeschoolden, willen de centra de geletterdheid verhogen via onderwijs en vorming. VISIE

Onze centra bereiken met diverse opleidingen alle laaggeletterde volwassenen, ongeacht of ze Nederlandstalig onderwijs gevolgd hebben. Het opleidingsaanbod is dan ook gericht op het aanleren en verhogen van (geletterdheids)competenties, op het vlak van taal, wiskunde, informatie- en communicatietechnologie en maatschappijoriĂŤntatie. De sector bouwt

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


de huidige sectorwerking

9

een behoeftedekkend, toegankelijk en evenwichtig gespreid regionaal opleidingsaanbod uit in Vlaanderen en Brussel. De laaggeletterde cursist staat centraal in ons agogisch project. We benaderen onze cursist vanuit een integrale visie: als lerende en als persoon. (Leer)vaardigheden, leerstijlen, achtergrondkenmerken, rollen in de samenleving, persoonskenmerken en motivatie spelen een belangrijke rol. We zetten in op het uitbouwen van gepersonaliseerde leertrajecten en versterken de cursisten via leren: ―― We vertrekken vanuit de verscheidenheid van onze cursisten ―― We creëren condities die ‘leren’ bij de cursist mogelijk maken ―― We zetten maximaal in op functioneel en ervaringsgericht leren ―― We benutten de kracht van groepsleren en van individueel leren ―― We maken de cursist bewust van de eigen competenties tijdens het leerproces ―― We benutten de inbreng van de cursist maximaal in het leerproces ―― We werken aan leerplezier en creëren succeservaringen ―― We ondersteunen leren via trajectbegeleiding van de cursist ―― We zorgen actief voor doorstroom van cursisten naar interne en externe (opleidings)trajecten Via experiment en innovatieve methodieken spelen we in op de steeds evoluerende leernoden en behoeften van de laaggeletterde cursist. We zetten in op het versterken en delen van kennis en expertise, zowel op centrum- als sectorniveau. Via interne en externe (cijfer)analyses houden we voortdurend de vinger aan de pols van onze eigen prestaties en de maatschappelijke evoluties. Onze cursisten mogen rekenen op gedreven, deskundige en betrokken medewerkers in de centra. De brede inzetbaarheid van medewerkers en de multidisciplinaire teams zijn een meerwaarde in de integrale, trajectmatige benadering van de laaggeletterde cursist. De sector ijvert dan ook voor een degelijk en aantrekkelijk werknemersklimaat en werknemersstatuut dat deze meerwaarde kan borgen. De sector Basiseducatie wil en moet laaggeletterdheid niet alleen aanpakken en bouwt daarom verder aan een netwerk met relevante externe partners binnen en buiten onderwijs. We kiezen voor structurele samenwerkingsverbanden met als doel: ―― sensibiliseren en bereiken van onze doelgroep ―― uitbouwen van totaaltrajecten ―― vlotte doorstroom naar (vervolg)trajecten 1.1.2 MISSIE VAN DE FEDERATIE CENTRA VOOR BASISEDUCATIE Ook voor de Federatie CBE werd een missietekst geschreven in 2012. De omschreven opdrachten van de Federatie CBE blijven ook in de komende beleidsperiode uitgevoerd worden door het Netwerk Basiseducatie. Er zijn 13 centra die een opleidingsaanbod organiseren gericht op het verhogen van de geletterdheidscompetenties van alle laaggeletterde volwassenen ongeacht of ze Nederlandstalig onderwijs gevolgd hebben.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


de huidige sectorwerking

10

MISSIE

De Federatie Centra voor Basiseducatie is de belangenorganisatie van deze centra. Ze ondersteunt de uitvoering van de missie en de visie van de sector via: ―― belangenbehartiging namens de werkgevers ―― belangenbehartiging van de doelgroep ―― voorbereiding van beleidsdossiers opvolging en beïnvloeding van regelgeving met betrekking tot de sector ontwikkeling, bewaking en bijsturing van het agogisch project van de sector de ontwikkeling en ondersteuning van een cursistregistratiesysteem en management informatiesysteem communicatie sensibilisering met betrekking tot geletterdheid De Federatie CBE is eveneens het intermediaire aanspreekpunt tussen de centra en diverse stakeholders op Vlaams niveau.

Interne werkgroepen en samenwerkingen

1.2

In dit onderdeel maken we een overzicht van de reeds bestaande interne werkgroepen en activiteiten van de huidige Federatiewerking. Ook het netwerk van de Federatie met externe partners brengen we in kaart. Het strategisch beleidsplan geeft de accenten en ambities weer voor de volgende 4 jaar, maar daarnaast zijn er dus ook nog de andere activiteiten die verder lopen. We bekijken in de transitie naar het Netwerk BE op welke manier de huidige werk- en projectgroepen een plaats krijgen in de Netwerkorganisatie. (SD7) 1.2.1 INTERNE WERKGROEPEN De Federatie heeft verschillende interne werkgroepen waar over verschillende thema´s samengewerkt wordt: ―― De Federatie organiseerde reeds eerder een beleidsproces met verschillende visiedagen om tot een gemeenschappelijke missie en visie te komen voor de sector. Daaruit kwam eveneens de omschrijving van het agogisch project van de sector Basiseducatie. Dit agogisch project dat de cursist centraal stelt, zet de bakens voor de werking van de sector BE uit. Opleidingsprofielen, leerplannen, visieteksten en praktijken worden afgestemd op het agogisch project en creëren gelijkgerichtheid, zowel intern als naar externe partners. ―― Op basis van onze missie, visie en agogisch project werkten we in interne werkgroepen ook een memorandum uit voor de Vlaamse verkiezingen van 2014. Deze tekst is nog steeds up to date en wordt gebruikt als leidraad voor onze beleidsbeïnvloeding en netwerking. Dit memorandum bevat de eerste kiemen om te evolueren naar een netwerkorganisatie. ―― De Federatie startte i.s.m. Vocvo werkgroepen op die de ontwikkelcyclus van het personeel in de sector Basiseducatie hebben gemaakt. De sector koos ervoor om een gemeenschappelijk model van ontwikkelcyclus uit te werken. Ook de functie- en competentieprofielen werden samen ontwikkeld. Het kader voor dit proces was eveneens het agogische project van de sector.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


de huidige sectorwerking

11

―― De Federatie biedt ondersteuning op het vlak van het cursistregistratiesysteem (Administratix) en de ontwikkeling van software voor de elektronische personeelsdossiers (Personix). De 13 centra hebben gekozen voor éénzelfde softwarepakket. Gezamenlijk doen zij suggesties voor de verdere afstemming hiervan op de sector. Efficiëntiewinst, financiële voordelen en een pakket zoveel mogelijk op maat van de sector zijn hiervan het gevolg. ―― De Federatie organiseert systematisch werkgroepen met betrekking tot samenwerking tussen de sector Basiseducatie en externe partners. Thema´s die er aan bod komen zijn samenwerkingen in het kader van school en ouders, armoedeorganisaties, sociale economie, verenigingen socio-cultureel werk, Syntra, VDAB, VVSG,… In deze werkgroepen delen medewerkers uit de centra expertise en goede praktijken op sectorniveau. Deze expertisedeling resulteert vaak in projectgroepen. ―― De Federatie nam het project Toolbox Geletterdheid op de werkvloer over van Vocvo. We richtten een werkgroep op om verder in te zetten op de ontwikkeling van expertise inzake ‘werken aan geletterdheid op de werkvloer’ van bedrijven en organisaties. Dit project heeft een belangrijke pijler van beleidsbeïnvloeding in zich omdat ook geprobeerd wordt om structurele samenwerkingsverbanden op te starten met sectoren en sectorfondsen op Vlaams niveau. ―― De werkgroep NT2 buigt zich over beleidsmatige en organisatorische issues m.b.t. (Alfa) NT2. Er wordt expertise gedeeld en beleidsadviezen worden voorbereid. ―― In de projectgroep ‘Week van de geletterdheid’ werken we de jaarlijkse Week van de geletterdheid (8 september is de Internationale dag van de geletterdheid) met de sector uit. Deze projectgroep ontwikkelt ook ideeën en concepten ter voorbereiding van de Week van de geletterdheid die i.s.m. het departement Onderwijs van de Vlaamse overheid wordt georganiseerd. ―― De projectgroep promotie en communicatie ontwikkelt op sectorniveau promotiemateriaal en werkt communicatieacties en -strategieën uit. Spin-off werkgroepen zijn de werkgroep website-ontwikkeling, 25 jaar Basiseducatie ,… Ook deze werking leidt tot efficiëntiewinsten en financiële voordelen voor de centra. ―― De werkgroep ambassadeurs ondersteunt de jaarlijkse ambassadeursdag en werkt aan een visie over de ambassadeurswerking. Hiermee krijgen ook een deel van de cursisten een stem en een opdracht aangeboden in de sector Basiseducatie. 1.2.2 SAMENWERKING MET HET VLAAMS ONDERSTEUNINGSCENTRUM VOOR VOLWASSENENONDERWIJS (VOCVO) De Federatie werkt samen met het Vocvo in het kader van de ondersteuning van de centra: ―― Maandelijks structureel overleg tussen de Federatie en het Vocvo i.f.v. afstemming van de pedagogische ondersteuning op het agogische project van de sector Basiseducatie. ―― Samenwerking m.b.t. commissies voor de ontwikkeling van opleidingsprofielen en leerplanontwikkeling. De Federatie stuurt vooral het luik met betrekking tot visie vanuit het agogisch project. ―― Sectortraject over geïntegreerd en functioneel werken.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


de huidige sectorwerking

12

―― Opvolging stuurgroep onderwijs aan gedetineerden (Vocvo heeft onderwijscoördinatoren overgenomen van de consortia). ―― Opvolging en aansturing van het project ‘leervraagdetectie’ dat door studenten van de UA werd uitgevoerd in opdracht van het Vocvo. ―― Adult Learners Online project (ALO-project) opvolgen en mee aansturen voor de sector Basiseducatie. ―― Deelname aan en voorbereiding van de commissie voor de ontwikkeling van een opleiding voor de leraar Basiseducatie. ―― Trekken van de werkgroep sleutelcompetenties op sectorniveau. ―― Deelname aan de werkgroep ICT-leermiddelen. ―― Deelname aan het overleg leesplezier. 1.2.3 EXTERNE NETWERKEN EN OVERLEGPLATFORMS WAARIN DE FEDERATIE PARTICIPEERT Structurele overlegplatforms waar de Federatie een trekkende rol heeft of deelneemt: ―― Vlaams onderhandelingscomité Centra voor Basiseducatie (Vocbe): op dit platform wordt de regelgeving onderhandeld tussen de Vlaamse overheid, werkgevers en werknemersorganisaties. ―― Vlaamse Onderwijsraad (Vlor): hier zit de Federatie de commissie Basiseducatie voor en de gemengde commissies Basiseducatie en Volwassenenonderwijs (in beurtrol met de CVO). Daarnaast zit zij in het bureau dat de agenda van de Raad LLL bepaalt en in de Raad LLL. ―― Regelmatig overleg met de verschillende kabinetten: onderwijs en inburgering. ―― Lobbywerk naar politici op verschillende beleidsniveaus, maar vooral op Vlaams niveau. ―― Deelname aan het ‘informeel overleg’ met de onderwijsadministratie. Hier worden voornamelijk kwesties met betrekking tot beleidsuitvoering besproken. ―― De Federatie is lid van het Vlaamse NT2-overleg dat in het leven werd geroepen door het decreet integratie en inburgering. ―― De Federatie is lid van de werkgroep asielmiddelen die instaat voor de monitoring en verdeling van de middelen asiel. ―― De Federatie maakt deel uit van de overlegplatforms met betrekking tot de uitrol van de conceptnota NT2. ―― De Federatie heeft een aanzienlijke rol binnen de overlegplatforms van het Strategisch Plan Geletterdheid. (lid van de stuurgroep, deelname aan werkgroepen, week van de geletterdheid werk- en en lid van de kerngroep,…) ―― De Federatie zetelt in de Algemene Vergadering en Raad van Bestuur van de vzw Klasbak die opgericht is als Vlaamse afdeling van EPEA (European Prison Education association). Deze vzw werkt complementair aan de Vlaamse werking van onderwijscoördinatie aan het thema van educatie (breed) in de context van detentie. De focus ligt op beleidsbeïnvloeding en sensibilisering. ―― Deelname aan het directieoverleg m.b.t. het cursistregistratiepakket. Dit wordt georganiseerd door CVO Antwerpen. ―― Deelname aan het directiecomité van het Fonds Vrijetijdsparticipatie. ―― De Federatie heeft een structureel overleg met de 3 Vlaamse ouderkoepels.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


de huidige sectorwerking

13

1.2.4 PROJECTEN De Federatie nam of neemt ook deel aan diverse projecten die inzetten op werken aan geletterdheid: ―― De Federatie zetelt in de adviescommissie van het Europees GOAL-project (Guidance and Orientation for adult learners) ―― De Federatie zetelt in de verschillende overlegplatforms m.b.t. het AMIF-project, ‘een inburgeringstrajecten voor laaggeletterde, anderstalige moeders’. (Het Europees Fonds voor Asiel, Migratie en Integratie) ―― De Federatie trekt mee aan de kar van het project groeitrajecten. Dat zijn trajecten waar met kansarme, jonge ouders gewerkt wordt aan geletterdheid en diverse sleutelcompetenties. ―― De Federatie maakte deel uit van ELINET (European Literacy Network). ―― De Federatie onderhoudt structureel overleg met VDAB aan geletterdheid. ―― De Federatie heeft i.s.m. VDAB het pakket ‘Sector 2’(= vakspecifieke cursus Nederlands voor anderstaligen die voorbereidt op een beroepsopleiding of een job in de technische sector) uitgewerkt (inhoudelijk en organisatorisch). ―― De Federatie onderhoudt overleg met Syntra Vlaanderen en zet diverse projecten op in samenwerking. Het laatst project focust op werken aan geletterdheid in KMO´s.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


15

2

BELEIDSPROCES BASISEDUCATIE OVER MORGEN STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Beleidsproces Basiseducatie over morgen

16

In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de co-creatieve aanpak en de verschillende fasen in het beleidsproces dat de sector Basiseducatie heeft doorlopen.

Werk- en overlegstructuur

2.1

Om het proces in goede banen te leiden werd een werk- en overlegstructuur opgezet. ―― Stuurgroep: Raad van bestuur van de Federatie CBE en vertegenwoordigers van de centrumbesturen CBE (voorzien 4 à 5 keer overleg) • Bewaakt proces • Verzorgt terugkoppeling naar centrumbesturen • Communicatie met de Vlaamse overheid • Communicatie met vakorganisaties op Vlaams niveau • Neemt beslissingen • Creëert draagvlak ―― Werkgroep beleidsplan: 9 directeurs (voorzien 1 keer/ maand overleg) • Beleidsvoorbereiding ―― Procesbegeleiding: Bert Smits (Schoolmakers) ―― Coördinatie: Stefan Paredis en Steven Van den Eynde (Federatie CBE) In de praktijk bestond de stuurgroep voornamelijk uit de leden van de Raad van Bestuur van de Federatie. De vertegenwoordigers van de centrumbesturen werden wel uitgenodigd op het tweedaagse seminarie, de sectordag en op de Algemene Vergadering van de Federatie in juni 2016. In de loop van het beleidsproces werden nog twee andere werkgroepen opgericht die in co-creatie grote stukken van het beleidsplan hebben geschreven en beleidsvoorbereidend werk hebben uitgevoerd: ―― In de werkgroep beleidsdoelstellingen zaten stafmedewerkers, leraren en één administratieve medewerker. We zijn gestart met 14 personen. ―― De technische werkgroep bestond uit een zestal directies. Deze werkgroep nam de technische en organisatorische aspecten van het beleidsplan voor haar rekening. De werkgroep beleidsplan werd ontbonden.

2.2

Simon Sinek als inspiratie We opteerden ervoor om ons beleidsproces te laten begeleiden door een externe procesbegeleider. De aanpak van Schoolmakers sloot nauw aan bij onze eigen visie. Schoolmakers vertrekt vanuit het perspectief van co-creatie en impactdenken en vertrekt bij het opzetten van beleidsprocessen bij de kernprocessen van een organisatie, haar reden van bestaan. Geïnspireerd door de golden circle van Simon Sinek zijn we aan de slag gegaan. Vaak vertrekken beleidsprocessen die tot een nieuwe samenwerking of organisatievorm moeten leiden, vanuit de rationeel technische elementen van een organisatie

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Beleidsproces Basiseducatie over morgen

17

zoals bijvoorbeeld organisatiestructuren, juridische rechtspersonen, middelen, overlegstructuren, mandaten, ... Bij dergelijke processen komt de ‘waarom-vraag’ pas aan het einde van het proces. Daardoor loopt men het risico dat de opgezette structuren contraproductief blijken te zijn in relatie tot de kernprocessen en de cultuur van een organisatie of sector. Om dit maximaal uit te sluiten zijn we vertrokken vanuit de waarom-vraag. Wat is onze bestaansreden? Voor wie en wat is de sector Basiseducatie er? Waarom doen we bepaalde processen en activiteiten? Waarom doen we bepaalde zaken op een specifieke manier en niet op een andere manier? Wat willen we maatschappelijk bereiken? Waarom doen we wat we doen? Deze vragen vertrekken vanuit de kernprocessen en de cultureel-organische elementen van de organisaties en sector. Binnen deze aanpak moeten de technisch-organisatorische elementen en keuzes de kernprocessen van de sector ondersteunen en niet omgekeerd. Door te expliciteren waarin een organisatie of sector gelooft, blijkt het ook makkelijker te worden om alle relevante actoren mee in het doel of project te laten geloven. Het werkt inspirerend en stimuleert draagkracht.

WHY

motivation

HOW process WHAT product Vanuit deze visie stelden we dan ook onze centrale beleidsvraag op: Hoe kunnen we door onze onderlinge samenwerking te vergroten, als sector en als regionale centra meer slagkracht ontwikkelen, zodat we snel en accuraat met een gepast agogisch project kunnen inspelen op de uitdagingen i.v.m. geletterdheid in een snel veranderende samenleving? Het antwoord op deze meerledige vraag leidde tot een gemeenschappelijk en gedragen strategisch beleidsplan 2017-2020 voor en van de sector Basiseducatie. Tot slot is er gekozen voor co-creatie. Dit betekent dat het strategisch beleidsplan niet is ontstaan binnen een klein clubje van mensen, maar tot stand kwam in een intensief interactief proces van samenwerking. Daarbij hebben we geprobeerd om zoveel

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Beleidsproces Basiseducatie over morgen

18

mogelijk actoren ook invloed te laten uitoefenen op de processen en hun resultaten. We geloven in de meerwaarde van deze aanpak om meer draagkracht te creëren. Dit proces vergde meer tijd en capaciteit dan voorzien: zowel van de Federatiemedewerkers als medewerkers en directies van de centra. We moesten voldoende sectorbrede terugkoppelmomenten voorzien, werkgroepen bemannen, etc … Vermits we als sector naar een netwerkorganisatie Basiseducatie willen evolueren, was dit proces van co-creatie alvast een voorsmaakje van de toekomstige netwerkorganisatie. Het was een belangrijk leermoment waarbij we ook vaststelden dat het soms aan capaciteit en mentale ruimte ontbrak om voldoende voortgang te maken in het proces. Toch hebben we er voor gekozen om de tijd te nemen die nodig was om tot gedragen resultaten te komen.

Uitgangspunten voor het beleidsproces

2.3

Voorafgaand aan het beleidsproces formuleerde de Raad van Bestuur van de Federatie al enkele uitgangspunten. Dit zijn de principes die de centra erg belangrijk vinden om te respecteren tijdens en na het beleidsproces. Ze gaven tegelijk ook al een duidelijke richting aan het beleidsproces. ―― Een fusie tussen de Centra voor Volwassenenonderwijs en de Centra voor Basiseducatie binnen de verzuilde onderwijscontext is geen optie voor de sector Basiseducatie. Bij een dergelijke fusie dreigt versnippering van het opleidingsaanbod voor de laaggeletterde cursisten. Deze cursisten, waarin extra geïnvesteerd moet worden en die een specifieke aanpak vragen, vallen mogelijk in een concurrentiedynamiek van de koepels tussen de mazen van het net. Door als een aparte sector te blijven bestaan, kan meteen ook het pluralistische en niet-zuilgebonden karakter van de Basiseducatie gevrijwaard blijven. ―― De samenwerking op sectorniveau vertaalt zich niet automatisch in een fusie tussen de Centra voor Basiseducatie tot één Vlaams CBE met een centralistische aansturing. De sector heeft reeds in 2007 een fusieoperatie doorgemaakt. Bovendien wordt een centralistisch aangestuurd Vlaams Centrum voor Basiseducatie een mastodont. Dat zou kunnen leiden tot vervreemding en verlies aan betrokkenheid en aan lokale verankering. ―― De sector wilde nadenken over vormen van netwerkorganisaties waarbij de voordelen van de grote en de kleine schaal gecombineerd worden en moeten leiden tot meer slagkracht. ―― We hebben oog voor de lokale autonomie en de regionale verankering van de 13 Centra voor Basiseducatie. De sector wil evolueren naar een structurele en systematische samenwerking tussen de 13 Centra voor Basiseducatie. Deze is minder vrijblijvend dan de huidige sectorwerking. ―― We evolueren niet naar eenheidsworst en bewaken dat de diversiteit binnen de gemeenschappelijkheid mogelijk blijft. Daarom sturen we aan op de gemeenschappelijke impact en doelen die we als sector willen bereiken (outcome) veeleer dan op producten (output).

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Beleidsproces Basiseducatie over morgen

19

―― We engageren ons om middelen en expertise efficiënter in te zetten met het oog op meer slagkracht.

Realisatie van het beleidsproces

2.4

2.4.1 TIMING UITROL VAN HET STRATEGISCHE BELEIDSPLAN ORIËNTERENDE FASE

SEPTEMBER - DECEMBER 2015

2. Tweedaags werkseminarie

15 en 16 januari 2016

3. Terugkoppeling in de sector

februari - juni 2016

4. Werkgroepen uitwerking strategisch beleidsplan

mei 2016 - april 2017

5. Bekrachtiging strategisch beleidsplan

april - juni 2017

Initieel was voorzien om in najaar 2016 te landen met een gedragen strategisch beleidsplan. Daarin zijn we als sector niet geslaagd. Om de redenen die hierboven aangehaald zijn, hebben we de duurtijd van het proces verlengd. 2.4.2 DE ORIËNTERENDE FASE Bij aanvang opteerden we ervoor om het beleidsproces sectorbreed op te starten en om zelfs ook relevante partners buiten de sector te betrekken. Binnen de oriënterende fase lag de focus op trendanalyses. Een trend is een ontwikkeling in of van een bepaalde richting op langere termijn. Met deze analyses wilden we leren uit de toekomst. Wat zien we in de toekomst op ons afkomen? Hebben we impact op deze trends? Willen we hierop impact hebben? Hoe kunnen we impact hebben en wat moeten we daarvoor doen? We richtten focusgroepen op voor de medewerkers en bestuurders van de Centra voor Basiseducatie en voor externe stakeholders. Daarnaast organiseerden we een specifieke focusgroep waarop mensen van het kabinet onderwijs, de administratie, Ahovoks en de inspectie onderwijs werden uitgenodigd. Al deze focusgroepen dachten na over trends die we in de samenleving zien. Vervolgens zetten we deze trends in een impactdiagram. Zo konden we nagaan in welke mate de trends zeker of onzeker zijn enerzijds en beïnvloedbaar of niet beïnvloedbaar anderzijds. Met de focusgroepen bereikten we binnen de sector ongeveer 200 mensen en met de externe focusgroepen een 40-tal. Bij de focusgroep van de externe stakeholders stelden we aan de deelnemers ook de vraag op welke manier de sector Basiseducatie al dan niet zou kunnen inspelen op deze trends. Tijdens de interne focusgroepen is eveneens de idee gelanceerd om belangrijke kwesties en bezorgdheden van de medewerkers in de centra op te nemen. Daarvoor zetten we een document online waarop de medewerkers kwesties konden formuleren.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Beleidsproces Basiseducatie over morgen

20

We verwerkten alle impactdiagrammen van de focusgroepen tot één groot impactdiagram. Op basis daarvan kozen we trends waarop we als sector wel en niet willen inzetten. We vertrokken daarbij vanuit de centrale beleidsvraag uit ons strategisch plan. Deze werd in 4 stukken opgesplitst om de relevantie van de trends aan de vraag af te toetsen: samenwerking, slagkracht, gepast agogisch project en uitdagingen ivm geletterdheid. De werkgroep beleidsplanning selecteerde belangrijkste trends voor onze beleidsvraag. Vervolgens onderbouwden we de trends ook verder op basis van onderzoeksrapporten, cijfermateriaal en andere literatuur (zie 8.1 Bijlage trendanalyse). Oorspronkelijk was het ook de bedoeling om de cursisten te bevragen. Door het onverwachts uitvallen van een stagiair die daar een methodiek zou uitwerken, is dit helaas in deze fase van het proces niet gelukt. De cursisten werden in 2017 bevraagd over de dienstverlening van de centra voor Basiseducatie en hoe ze deze ervaren (zie 8.2 Bijlage cursistenbevraging). Behalve trendanalyses maakten we eveneens een vergelijkende analyse van de beleidsplannen van de Centra voor Basiseducatie. Op basis daarvan stelden we vast dat er grote gelijkgerichtheid is tussen de centra, met hier of daar enkele accentverschillen. Daarnaast maakten we ook een overzicht van de huidige activiteiten van de Federatie op sectorniveau. We gebruikten al het materiaal vervolgens op het tweedaagse seminarie. 2.4.3 TWEEDAAGS SEMINARIE Op 15 en 16 januari 2016 organiseerde de Federatie onder begeleiding van Schoolmakers een tweedaags werkseminarie. Een 40-tal mensen uit de sector Basiseducatie (directies, stafmedewerkers, leraren en leden van de centrumbesturen, de directeur en de coördinator PBD van Vocvo) tekenden samen de uitdagingen en strategische krachtlijnen voor de sector uit. Er werden ook al enkele eerste beelden en concepten met betrekking tot de netwerkorganisatie uitgewerkt. 2.4.4 TERUGKOPPELING IN DE SECTOR Na het tweedaagse seminarie werden de strategische krachtlijnen en uitdagingen besproken op de verschillende bestuursraden van de centra en bekrachtigd door de Raad van Bestuur van de Federatie. In sommige centra lichtte een medewerker van de Federatie de krachtlijnen toe. Op 2 mei organiseerden we een sectordag om met de medewerkers, directies en afgevaardigden van de centrumbesturen verder te werken op de krachtlijnen en uitdagingen. Ook bij dit event betrokken we de directie van Vocvo. Een 80-tal mensen nam deel aan de sectordag. Er werd gebrainstormd over de uitdagingen voor het Netwerk BE. Mensen kregen vragen die in verschillende groepen werden uitgewerkt per geformuleerde uitdaging:

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Beleidsproces Basiseducatie over morgen

21

―― Noteer in enkele zinnen de vraag/uitdaging. Waar gaat dit over? ―― Hoe ziet het eindresultaat eruit wanneer de uitdaging is opgelost? Wat betekent dit concreet in de praktijk? Wat is het effect? (outcome) ―― Wat loopt er nu al goed? Wat gebeurt er allemaal al? ―― Wie of wat is er nodig om de uitdaging goed te kunnen aanpakken? (randvoorwaarden: kennis, organisatie, partners, ….) ―― Welke mijlpalen (=tussenresultaten) zie je? Zet ze op een tijdslijn. ―― Wat zijn de volgende stappen om deze doelstelling verder uit te werken? ―― Welke vragen hebben jullie voor de ruime groep? Wat willen jullie graag afstemmen? De antwoorden op deze vragen vormden de bouwstenen voor de uitwerking van de strategische doelstellingen en mijlpalen. De eerste aanzetten tot mijlpalen, outcome en output werden geformuleerd. Dit materiaal was de input voor de werkzaamheden van de werkgroepen die daarna werden geïnstalleerd. Op 29 juni 2016 was er een Algemene Vergadering van de Federatie waarop de centrumbesturen de krachtlijnen en uitdagingen hebben bekrachtigd. Er werd ook een engagement aangegaan om tot één januari 2018 te voorzien in de financiering van drie extra VTE en werkingsmiddelen om het Netwerk BE te kunnen laten opstarten. De technische werkgroep kreeg de opdracht om de modaliteiten verder uit te werken. 2.4.5 WERKGROEPEN UITWERKING STRATEGISCH BELEIDSPLAN Voor de uitwerking van het strategisch beleidsplan richtten we twee werkgroepen op: ―― De werkgroep beleidsdoelstellingen bestond uit stafmedewerkers, leraren en één administratieve medewerker. ―― In de technische werkgroep zat een 6-tal directies. Deze werkgroep nam de technische en organisatorische aspecten van het beleidsplan voor haar rekening. WERKGROEP

DATUM VAN BIJEENKOMST

Werkgroep beleidsdoelstellingen

2016: 24/5, 13/6, 30/6, 21/9, 14/10, 7/11 (redactiegroep)

Technische werkgroep

2016: 22/6, 2/9, 21/9, 3/10, 23/11, 15/12 2017: 11/1, 24/1, 25/1, 23/2, 22/3

De werkgroep beleidsdoelstellingen heeft zich eerst gefocust op het formuleren van de strategische doelstellingen. Tijdens de bijeenkomsten bleek de complexiteit van dit proces en bleek ook dat er nog enkele inhoudelijke discussies gevoerd moesten worden om de focus helder te krijgen. In een volgende fase formuleerden we de mijlpalen en tot slot werkten we aan output, outcome, plan van aanpak en middelen. Aan het einde van deze reeks bijeenkomsten maakten we ook een eerste aanzet voor de timing. Vervolgens heeft een kleine redactiegroep de afwerking gedaan. Op de Raad van Bestuur van december 2016 werden de strategische doelstellingen voor een eerste keer voorgelegd aan de Federatie. De technische werkgroep heeft zich gefocust op organisatiemodel en -processen, middelen en timing. Het resultaat daarvan is het uitgetekende organisatiemodel,

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Beleidsproces Basiseducatie over morgen

22

fiches met de omschrijving van de opdrachten en mandaten van de verschillende teams en overlegorganen. Deze laatste zullen verder gefaseerd uitgewerkt worden in relatie tot de op te zetten beleidsprocessen van het Netwerk BE. Aan het eind van de rit bekeken we ook de compatibiliteit tussen de inhoudelijke ambities en het organisatiemodel van het Netwerk BE. De technische werkgroep kreeg ook de opdracht om een nieuw financieringsmechanisme uit te werken om het Netwerk BE te laten draaien. De formele bekrachtiging van dit beleidsplan is voorzien op 28 juni 2017.

Uitgangspunten en uitdagingen voor het Netwerk Basiseducatie

2.5

2.5.1 UITGANGSPUNTEN VAN DE SECTOR BE Bij het uitwerken van de uitgangspunten hebben we uiteraard onze missie en visie van 2012 ter hand genomen. Een aantal uitgangspunten hiervan blijven zonder meer gelden bij de opmaak van dit nieuwe beleidsplan. 2.5.1.1 De cursist is het uitgangspunt. De (leer)noden en behoeften van de cursist zijn de toetsstenen voor beleidsontwikkeling en acties in de sector Basiseducatie. In ons agogisch project staat de laaggeletterde cursist centraal. We benaderen onze cursist vanuit een integrale visie: als lerende en als persoon. (Leer)vaardigheden, leerstijlen, achtergrondkenmerken, rollen in de samenleving, persoonskenmerken en motivatie spelen een belangrijke rol. 2.5.1.2 Partnerschappen staan centraal in de werking. De sector Basiseducatie wil en moet laaggeletterdheid niet alléén aanpakken en bouwt daarom verder aan een netwerk met relevante externe partners binnen en buiten onderwijs. We kiezen voor structurele samenwerkingsverbanden met als doel: ―― sensibiliseren en bereiken van onze doelgroep ―― uitbouwen van (totaal)trajecten ―― vlotte doorstroom naar (vervolg)trajecten 2.5.1.3 We werken flexibel en op maat (op vlak van organisatie, personeel en aanbod). De leernoden en -behoeften van de cursist zijn het uitgangspunt. Dit vereist flexibiliteit en maatwerk, zowel op het vlak van de organisatie, het personeel als van het aanbod.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Beleidsproces Basiseducatie over morgen

23

2.5.2 UITDAGINGEN VOOR DE SECTOR BASISEDUCATIE 2.5.2.1 Op welke manier creëren we een gemeenschappelijk impact- en doelgroepenbeleid op sectorniveau? Een impact- en doelgroepenbeleid is de kapstok voor het inrichten van aanbod en het voeren van een beleid door de centra en de sector. Impact- en doelgroepenbeleid heeft een regionale/lokale dimensie, maar ook een sectordimensie. Een impact- en doelgroepenbeleid betekent keuzes maken in functie van bepaalde doelgroepen. 2.5.2.2 Hoe kunnen we zoveel mogelijk functioneel en geïntegreerd werken om het leerrendement bij de cursist te vergroten? (cfr. traject geïntegreerd werken van Vocvo) De geïntegreerde benadering houdt in dat geletterdheidsdoelen en andere doelen zo veel mogelijk in samenhang worden aangeboden. Ze worden op elkaar afgestemd, beïnvloeden elkaar wederzijds en worden afhankelijk van de context en de noden onderling verweven. Sleutelcompetenties zijn daarbij belangrijk. Zij zijn te definiëren als een complex geheel van algemene en transferabele kennis, vaardigheden en houdingen die bijdragen tot de verbetering van je eigen leren en presteren. Het integreren van de sleutelcompetenties over de leergebieden heen en daardoor schotten tussen leergebieden doorbreken, is daarom een belangrijk streefdoel. Door die geïntegreerde aanpak willen wij kansen creëren zodat laaggeletterden hun vaardigheden en competenties zoveel mogelijk blijven ontwikkelen. In functie van zelfontplooiing, om actief lid te kunnen zijn van de samenleving, maar ook om te slagen op de voortdurend veranderende arbeidsmarkt. 2.5.2.3 Hoe slagen we erin om aanbod te creëren buiten de muren van de centra (fysiek/virtueel)? Door het leren niet enkel aan te bieden in de leslokalen van een centrum of van een opleidingspartner, maar ook door als centrum zelf naar de setting te gaan waaraan laaggeletterden sowieso deelnemen (werkvloer, opleidingsvloer, verenigingen, school van de kinderen, …) bereiken we kwetsbare doelgroepen met belangrijke geletterdheidsnoden die zelf de weg naar onze centra niet vinden. Leertrajecten waarbij het leren meteen ook wordt ingebed in de setting/context waarin de cursist wil of moet functioneren, blijken bovendien ook de motivatie van de cursisten te verhogen. De sector Basiseducatie creëert daarom functionele leeromgevingen waardoor het leerrendement stijgt voor laaggeletterde cursisten. We realiseren dit door ons aanbod in te bedden in de samenleving, op de opleidingsvloer, op de werkvloer, in verenigingen en organisaties, leerplichtscholen, etc … Daarnaast ook door de buitenwereld binnen te trekken in de centra, ondermeer door levensechte situaties te creëren of te simuleren, ICT te gebruiken, ….

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Beleidsproces Basiseducatie over morgen

24

2.5.2.4 Hoe vullen we onze rol als beleidsbeïnvloeders in? De sector heeft een opdracht inzake beleidsbeïnvloeding op lokaal, regionaal, Vlaams en Europees niveau. De toetssteen van deze beleidsbeïnvloeding zijn de belangen van de cursist. 2.5.2.5 Hoe zorgen we ervoor dat de sector BE gevraagd/gezien wordt als hét expertisecentrum geletterdheid in Vlaanderen? De sector Basiseducatie profileert zich als expert in het ontwerpen en uitvoeren van leertrajecten voor laaggeletterde volwassen cursisten. We komen naar buiten als één (netwerk)organisatie. 2.5.2.6 Hoe kunnen we de maatschappelijke impact van het realiseren van onze missie definiëren/meten/concretiseren en hoe werkt dit? De missie van de sector is als volgt bepaald: In een maatschappij die steeds meer gekenmerkt wordt door een toenemende kloof tussen hoger- en lagergeschoolden, willen de centra de geletterdheid verhogen via onderwijs en vorming. De maatschappelijke impact van ons aanbod en ons beleid is een zeer belangrijk vertrekpunt om ons als sector op te oriënteren. Op het niveau van het opleidingsaanbod stelt de sector zich de vraag: Bereiken we en realiseren we met de manier waarop we vandaag werken aan de onderwijskundige eindtermen en sleuteldoelen de gewenste/verwachte maatschappelijke impact en opdracht? Daarbij gaat het er dus om te bepalen welke reële meerwaarde of toegevoegde waarde we in de samenleving creëren met ons aanbod. Deze impact situeert zich op het niveau van de cursist en maatschappij en moet worden bepaald, gemonitord en geëvalueerd . 2.5.2.7 Hoe creëren we een slagkrachtige lerende netwerkorganisatie? Een mogelijke definitie van netwerkorganisatie luidt als volgt: een expliciet of impliciet samenwerkingsverband dat zich kenmerkt door semi-stabiele relaties tussen autonome organisaties. Bij deze uitdaging ligt de focus op een slagkrachtige netwerkorganisatie waarin het leren centraal staat en waar de organisatie als dusdanig ook een lerend geheel wil worden/zijn. Leren vindt plaats bij en tussen alle belanghebbenden: cursisten, medewerkers, centrumbesturen en partners. 2.5.2.8 Hoe bouwen we een sterke pedagogische ondersteuning uit op maat van de sector? Een sterke pedagogische ondersteuning is een cruciale factor voor het realiseren van de missie van de sector.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Beleidsproces Basiseducatie over morgen

25

2.5.2.9 Op welke manier willen we de cursist actief laten participeren in de netwerkorganisatie? De (leer)noden en behoeften van de cursist zijn de toetsstenen voor beleidsontwikkeling en alle acties in de sector Basiseducatie. Daarnaast stellen we dat het ook belangrijk is dat de cursist in de netwerkorganisatie actief kan participeren. Zijn rol gaat verder dan te participeren als een met kennis en vaardigheden op te vullen recipiënt. 2.5.3 UITGANGSPUNTEN VAN DE GENETWERKTE ORGANISATIE 2.5.3.1 Wij (= alle centra) zijn de Federatie BE. De Federatie staat niet als een aparte entiteit los van de centra. De centra bepalen in een proces van co-creatie hun gezamenlijke koers. 2.5.3.2 Co-creatie vindt plaats tussen cursist(en), partners en medewerkers. Co-creatie is een vorm van samenwerking, waarbij alle deelnemers invloed hebben op het proces en het resultaat van dit proces. Bijvoorbeeld een plan, advies of product. Kenmerken van co-creatie zijn dialoog, common ground, enthousiasme, daadkracht en focus op resultaat (cfr. Wikipedia). De sector Basiseducatie wil zich organiseren volgens dit principe van samenwerking. Een sterk geheel is meer dan de optelsom van de delen. Als de centra met elkaar samenwerken in een proces van co-creatie, kunnen ze veel meer bereiken dan wanneer ze alleen op zichzelf staan. 2.5.3.3 We moeten de centra in de Federatie brengen en de Federatie in de centra. Expertise, opgeleverde producten, afspraken, beleidsbeslissingen, –plannen en –processen, werkgroepen, etc. , die gegenereerd worden in de Federatie én in de centra worden aan elkaar gekoppeld, gedeeld en geïmplementeerd binnen de genetwerkte organisatie met het oog op het maken van een slagkrachtigere sector. Het geheel is meer dan de optelsom van de delen. Dit overstijgt het vrijblijvende karakter van de huidige samenwerking in de sector. 2.5.3.4 We vertrekken vanuit één strategisch beleidsplan en linken de centrumplannen hieraan. Het strategisch beleidsplan van het grotere geheel staat niet los van de beleidsplannen in de centra. Het is een door de sector gemaakt en gedragen sectorplan waaraan de regionale centrumbeleidsplannen gekoppeld worden. Door te zoeken naar maximale afstemming en gelijkgerichtheid kunnen we de gemeenschappelijke outcome (impact/effecten) bereiken.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Beleidsproces Basiseducatie over morgen

26

2.5.3.5 Op het niveau van processen verdelen we middelen en bepalen we bevoegdheden vanuit de centra naar het Netwerk BE. We zullen specifieke middelen (tijd, competenties, enz.) moeten voorzien voor het kunnen functioneren in het Netwerk BE. We moeten bekijken op welke manier we middelen en bevoegdheden naar het groter geheel kunnen overbrengen om aan slagkracht te winnen en daar waar mogelijk efficiëntiewinsten te boeken. Hiervoor zal een technische werkgroep voorstellen uitwerken. 2.5.3.6 We ontwikkelen een genetwerkte organisatiecultuur van wendbaarheid en flexibiliteit om doelgericht en flexibel in te spelen op (leer)vragen uit de omgeving. Dit betekent dat de organisatieculturen van het geheel en van de centra op elkaar zijn afgestemd. Als we slagkracht willen genereren, moeten we de organisatiecultuur van het grotere geheel en van de centra op elkaar afstemmen. Beleid, praktijk, beslissingen en afspraken in het grotere geheel en binnen de centra moeten op elkaar afgestemd zijn en worden ingegeven vanuit flexibiliteit en wendbaarheid van het geheel en de delen. Indien niet zal het functioneren van het grotere geheel en de centra gehinderd worden. 2.5.3.7 We ontwikkelen een stappenplan/groeiscenario om de genetwerkte organisatie in haar verschillende dimensies te realiseren. Ook dit punt zal uitgewerkt worden in de technische werkgroep die de Federatie zal opstarten. De netwerkorganisatie kan enkel slagen indien ze geleidelijk aan wordt gecreëerd vertrekkend vanuit een organisch cultureel perspectief waarin de kernprocessen (agogisch project van de sector) centraal staan. 2.5.3.8 We ontwikkelen een sectorreflex: we zijn pas geslaagd in ons doel als ook het grotere geheel is geslaagd. Er doet zich een gedeeltelijke verschuiving van de organisaties of regionale entiteiten naar het netwerk of de grote entiteit voor. Niet meer enkel de prestaties van de afzonderlijke CBE staan centraal, maar ook de prestaties van het netwerk, die het resultaat zijn van het samenspel en de bijdragen van de verschillende CBE. Ook is er in de situatie van een grotere entiteit/netwerk nood aan een constructieve omgang met conflict. We moeten besluitvormingsprocessen ontwikkelen die systematisch het netwerkdoel en niet de specifieke doelen en belangen van de afzonderlijke organisatie bevoordelen. Daarnaast moeten we ook processen ontwikkelen die conflicten hanteerbaar maken. 2.5.3.9 We ontwikkelen een performant netwerkmodel met duidelijke mandaten dat de doorstroom van ideeën tussen de onderdelen faciliteert. Vanuit de delen worden issues naar het grotere geheel gebracht, waar bepaalde organen een beslissingsmandaat krijgen. Deze beslissingen gaan opnieuw naar de delen, waar ze vertaald worden naar de lokale context. De beslissingen hebben

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Beleidsproces Basiseducatie over morgen

27

ook impact op de bredere samenleving. Bij het nemen van beslissingen specifiëren we ook telkens duidelijk of de beslissingen al dan niet voor alle delen gelden. Daarnaast is het omgekeerd ook mogelijk en noodzakelijk dat vanuit de grotere entiteit processen/beslissingen geïnitieerd worden. 2.5.3.10 We werken in het genetwerkte geheel met pools van deskundigen. Deze pools worden door het groter geheel aangestuurd en dienen als vliegwielen om innovatie te creëren en te implementeren in de sector. Idem dito in functie van pedagogische ondersteuning. Ook dit is een manier om de expertise van de centra in het grotere geheel te brengen en omgekeerd. 2.5.3.11 We werken (een) samenwerkingscharter(s) uit voor het grotere geheel. We nemen afspraken best op in (een) samenwerkingsovereenkomst(en) zodat er transparantie gecreëerd wordt om het grotere geheel en de delen te kunnen laten functioneren. 2.5.4 BELANGRIJKE PRINCIPES VAN EEN LERENDE ORGANISATIE Eén van de belangrijke uitgangspunten is dat we als sector willen evolueren naar een lerende organisatie. Vanuit achtergrondliteratuur kwamen we tot een aantal belangrijke principes ten aanzien van een dergelijke organisatie. Binnen de Raad van Bestuur bereikten we hierover consensus dat we deze in ons lerend Netwerk BE willen realiseren. Een lerende organisatie is een organisatie die zich in de huidige tijd van snelle technologische vernieuwingen en van sociale veranderingen, flexibeler en meer open maakt. Zo is men beter in staat op externe ontwikkelingen te reageren en te anticiperen. Een lerende organisatie streeft ernaar bekwaam te zijn én te blijven. Met andere woorden: een lerende organisatie is een organisatie die in staat is zich permanent te verbeteren, te vernieuwen en te ontwikkelen. Een lerende netwerkorganisatie beantwoordt aan bepaalde eigenschappen die onderling moeten samenhangen: ―― Een lerende organisatie heeft zicht op en gerichte aandacht voor gewenste ontwikkelingen. Een lerende organisatie is bewust gericht op verbeteren, vernieuwen en ontwikkelen. Zij weet waar ze staat en wat haar zwakke en sterke punten zijn. Ook is er zicht op gewenste veranderingen, zonder dat het einddoel exact omschreven hoeft te zijn. De weg die bewandeld wordt, wordt gezien als leerweg die vraagt om tussentijdse evaluatie en zonodige bijstelling. Belangrijk daarbij is dat het bewustzijn van de richting waarin gewerkt wordt onduidelijkheden voorkomt. ―― Een lerende organisatie heeft brede aandacht voor leren. Een lerende organisatie stimuleert bewust leren. Het leren van de medewerkers is een onderdeel van de bedrijfsvoering en is gericht op de gewenste ontwikkelingen. Daarbij wordt erop gelet dat er veelzijdig geleerd wordt. Om een lerende

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Beleidsproces Basiseducatie over morgen

28

organisatie te zijn en te blijven is het belangrijk om naast bewust en veelzijdig leren ook expliciete aandacht te hebben voor het leren leren, het zogenaamde meta-leren. Dit draagt ertoe bij dat het leren als continu proces ingebed raakt in een organisatie. ―― Een lerende organisatie is een netwerkorganisatie. Veel mensen zien een organisatie als een systeem waarin ze zich voegen naar een hiërarchische orde. Een lerende organisatie zou echter meer de vorm van een netwerk moeten hebben: een sociale constructie waarin iedereen de mogelijkheid heeft invloed uit te oefenen. Het zogeheten actorschap. Belangrijk hierbij is dat een lerende organisatie gebouwd is op een mensbeeld waarbij de leden zichzelf en elkaar als volwassen individuen beschouwen: mensen die zelf verantwoordelijkheid willen en durven nemen voor hun eigen functioneren en hun functioneren in relatie tot de ander, en die van de ander hetzelfde veronderstellen. ―― Een lerende organisatie is gericht op samenwerking en afstemming. Elke organisatie is een configuratie van mensen, teams, afdelingen en grote eenheden. De kwaliteit van de verbindingen bepaalt de kwaliteit van de organisatie. Ook al zijn de afzonderlijke eenheden in een organisatie nog zo gekwalificeerd, als de verbindingen niet deugen gaat het resultaat omlaag. Vanzelfsprekend kan een organisatie alleen leren doordat de individuele leden van de organisatie leren. Individueel leren is een noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde voor het leren van organisaties. Van organisatiebreed leren is namelijk pas sprake als een gedragsverandering van het ene individu effect heeft op het gedrag van andere individuen. Een organisatie leert niet alleen doordat individuen leren, maar ook doordat individuen daardoor anders gaan functioneren. De basisgedachte van een organisatie is dat mensen met elkaar activiteiten willen verrichten vanuit de verwachting dat samenwerken meer oplevert dan wanneer iedereen individueel opereert. Het individuele leren is zo te beschouwen als een bouwsteen. Om een bouwsteen voor de lerende organisatie te zijn, moet het individuele leren op één lijn worden gebracht met het leren van de organisatie als geheel. Het gaat om samenwerking in dezelfde richting, met dezelfde doelen en een op elkaar afgestemde werkwijze. Dit gebeurt niet vanzelf. Individuele leerprocessen dragen niet altijd bij aan de organisatiedoelen en kunnen er zelfs mee in strijd zijn. Het management geeft leiding aan het leer-/veranderproces en is ervoor verantwoordelijk dat opvattingen over doelen op organisatieniveau, groepsniveau en individueel niveau op één lijn gebracht worden. Deze afstemming leidt dan tot de ontwikkeling van een gezamenlijke visie. ―― Een lerende organisatie communiceert helder en open Uit de voorgaande eigenschappen kan worden afgeleid dat een open en heldere communicatie van groot belang is voor een lerende organisatie. Dit geldt zowel voor interne als externe communicatie en heeft betrekking op alle lagen van de organisatie. Externe communicatie is met name van belang voor een organisatie om te weten wat er van buitenaf gevraagd en gewenst wordt. Dit kan een belangrijke rol spelen in het bepalen van de gewenste ontwikkelrichting (de eerstgenoemde eigenschap). Een goede interne communicatie is de basis voor

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Beleidsproces Basiseducatie over morgen

29

het bepalen van zwakke en sterke punten van een organisatie. Ook is het een onvermijdelijk onderdeel van ‘het zijn van een netwerkorganisatie’ en bij de afstemming en samenwerking met betrekking tot (leer)doelen en –trajecten. Willen regels en achterliggende inzichten en principes leiden tot collectief gedrag, dan zullen de betrokkenen onderling moeten uitwisselen welke betekenis iedereen eraan geeft en het eens moeten worden over een gedeelde betekenis.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


31

3

NETWERKORGANISATIE BASISEDUCATIE STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Netwerkorganisatie Basiseducatie

32

Organisatiemodel

3.1

²

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Netwerkorganisatie Basiseducatie

33

Het lerend Netwerk Basiseducatie is het samenhangend geheel van de 13 Centra voor Basiseducatie en de huidige Federatie CBE. Centra zijn divers en daarom afgebeeld in verschillende kleuren en groottes. Deze diversiteit in het Netwerk BE willen we ook behouden. De schaal staat in het model symbool voor de gedragenheid. Een belangrijke plek in deze schaal voorzien we voor de cursisten. In onze uitgangspunten stelden we al dat de (leer)noden en behoeften van de cursist de toetsstenen voor de beleidsontwikkeling en alle acties in de sector Basiseducatie zijn. Daarbij vinden we het belangrijk dat de cursist in de netwerkorganisatie ook actief kan participeren. We zien zijn rol veel breder dan die van een met kennis en vaardigheden op te vullen recipiënt. Het Netwerk wordt gevoed vanuit de brede inbreng van de sector. Dit zien we als een belangrijk principe om gedragenheid te creëren. Dit kan in de vorm van sectordagen, maar ook door de wisselwerking tussen de verschillende teams, projectgroepen en overlegstructuren in het Netwerk. De centrale idee is een lerend netwerk: in een proces van co-creatie ontwikkelen en delen we kennis en expertise. De schaal draagt het geheel en houdt het ook samen. In die schaal liggen eveneens de Raad van Bestuur en de Algemene Vergadering. Ze zijn de strategische beleidsorganen van het Netwerk BE. Ze zetten de strategische beleidslijnen uit waarbinnen de verschillende structuren handelen. Deze strategische beleidslijnen kregen hun weerslag in dit gemeenschappelijk strategisch beleidsplan. Het geeft de richting aan en zet de bakens uit voor de te realiseren doelen van het Netwerk BE. De huidige Federatie CBE evolueert naar een kernteam dat het operationeel uitvoerende orgaan van het Netwerk BE zal zijn. Het bestaat uit stafmedewerkers, een administratieve medewerker en de afgevaardigd bestuurder die de dagelijkse leiding opneemt. In het Netwerk worden teams opgericht. Dit zijn vaste werk- en overlegstructuren die georganiseerd worden rond inhoudelijke clusters. Deze teams worden ondersteund en aangestuurd door medewerkers van het kernteam van het Netwerk BE. Door of naast deze teams kunnen projectgroepen opgestart worden. Deze zijn tijdelijk van aard en werken aan een afgebakend thema. De teams en projectgroepen worden bemand met medewerkers uit de centra. In de teams nemen medewerkers uit de centra voor een langere tijd een substantiële en structurele opdracht op voor de lerende netwerkorganisatie. Voor de projectgroepen nemen medewerkers voor een kortere tijd en kleine volumes opdrachten op. (analoog aan huidige werking van de Federatie) De diverse pijlen in het Netwerk BE duiden op het feit dat er communicatie, overleg, samenwerking en dienstverlening wordt ontwikkeld tussen de verschillende delen van het samenhangend netwerk. Dit vertrekt steeds vanuit wederkerigheid. We evolueren niet naar een hiërarchisch model waarbij enkel top-down gewerkt wordt, maar werken net zo zeer bottom-up.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Netwerkorganisatie Basiseducatie

34

Om dit model te laten functioneren moeten nog verdere stappen ondernomen worden. De uitwerking daarvan ligt bij het team organisatie en interne communicatie. Per team en overlegorgaan ontwikkelden we al fiches waarin voor elk onderdeel volgende zaken zijn omschreven: de missie, verantwoordelijkheid en taken, competenties en rollen en de aard van het overleg. Deze fiches moeten we koppelen aan beleidscycli en de processen van het Netwerk BE. Deze moeten verder uitgewerkt worden. Op de beleidscycli zullen we de verschillende processen enten, zoals communicatie, besluitvorming, beleidsvoorbereiding, -uitvoering, -monitoring, -evaluatie e.a. De samenhang van al deze elementen zou ervoor moeten zorgen dat het netwerk functioneert. Een aanzet hiervoor werd opgemaakt door de technische werkgroep (zie 8.3. Bijlage beleidsprocessen en beleidscycli). We zullen het organisatiemodel gefaseerd invoeren. Het zal zowel op het organisatorische vlak, als op het vlak van organisatiecultuur en -culturen een omslag vragen. Voor de gefaseerde invoering van het organisatiemodel verwijzen we naar strategische doelstelling 7 van het beleidsplan.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Netwerkorganisatie Basiseducatie

35

Overzicht van missie, taken en verantwoordelijkheden van de structuren in de netwerkorganisatie.

3.2

3.2.1 ALGEMENE VERGADERING (AV) missie van het overleg(orgaan)

Met de Algemene Vergadering (AV) creëren we meer betrokkenheid en gedragenheid van de regionale partners voor het Netwerk BE. Als hoogste gezag van de vzw zal de AV eveneens controle uitoefenen over de Raad van Bestuur. Traditioneel neemt de AV de belangrijkste beslissingen, de RVB zal ze uitvoeren onder toezicht van de AV.

aard van het overleg

―― ―― ―― ――

taken en verantwoordelijkheden

―― Waken over de werkzaamheden en uitgangspunten ―― ―― ―― ―― ―― ―― ―― ―― ―― ――

beslissend bekrachtigend controlerend reflecterend (resonans) van de RvB en het Netwerk BE en ze controleren. De statuten wijzigen. Bestuurders benoemen en afzetten. Begrotingen en rekeningen goedkeuren. Leden uitsluiten. Het huishoudelijke reglement van de vereniging goedkeuren. De criteria voor de berekening van het lidgeld bepalen. De vereniging ontbinden. De meerjarenplannen, de jaarplanning en het jaarverslag goedkeuren. Kwijting verlenen aan de bestuurders. De statuten wijzigen conform de bepalingen van de vzw wetgeving.

3.2.2 RAAD VAN BESTUUR (RVB) Missie van het overleg(orgaan)

Aard van het overleg

De Raad van Bestuur ontwikkelt het beleid en de strategie in een proces van co-creatie met de leden van het Netwerk BE. De RvB zet de bakens en uitgangspunten uit in functie van een goed beheer en waakt over de goede uitvoering van het algemeen beleid van de organisatie.

―― ―― ―― ―― ―― ――

besturend beslissend strategisch beleidsvoorbereidend beleidsvoerend delegerend

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Netwerkorganisatie Basiseducatie

36

Taken en verantwoordelijkheden

Taken en verantwoordelijkheden in het kader van het Netwerk BE: ―― Verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het sectorbeleid(splan) en de strategie, zet de bakens uit voor het beheer van het Netwerk BE en bewaakt de uitvoering van de strategie. ―― De diverse beleidsontwikkelingen opvolgen. ―― Bepaalde bevoegdheden delegeren naar de afgevaardigd bestuurder (AB) en het kernteam en naar de teams. ―― Als klankbord functioneren voor de AB en het kernteam. ―― Voor betrokkenheid van bestuurders, medewerkers en cursisten bij het Netwerk BE zorgen. ―― Enkele afgevaardigden kiezen voor het team beleidsbeïnvloeding. Formele opdrachten volgens de vzw wetgeving: ―― Het personeelsbeleid binnen het kernteam ontwikkelen en opvolgen: aanwerving en tewerkstelling van de personeelsleden van het Netwerk BE en opvolging van het personeelsbeleid van de vzw. ―― goedkeuring van het arbeidsreglement ―― aanduiden van vertrouwenspersonen ―― instaan voor veiligheid en preventie ―― Het financieel beheer van de vzw nauwgezet ontwikkelen en opvolgen (begroting, afrekeningen, jaarrekeningen, …). ―― Zijn leden en voorzitter aanduiden. ―― De belangen behartigen vanuit het werkgeversperspectief (formele onderhandelingen, zoals Vocbe e.a.). ―― Bevoegd voor alle aangelegenheden met uitzondering van deze die door de de vzw wetgeving en door de statuten uitdrukkelijk aan de Algemene Vergadering zijn voorbehouden. ―― De vereniging vertegenwoordigen bij elke gerechtelijke en buitengerechtelijke akte. ―― De vereniging geldig vertegenwoordigen en verbinden, zonder bijzondere machtiging van de Algemene Vergadering, in alle gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen. De RvB kan voor bepaalde handelingen en taken en voor daden van dagelijks bestuur zijn bevoegdheid of zijn verantwoordelijkheid overdragen aan de voorzitter, aan één of meerdere van de bestuurders of aan personeelsleden van de vereniging. De duur waarvoor deze bevoegdheidsdelegatie plaatsgrijpt kan niet langer zijn dan drie jaar en het mandaat kan te allen tijde met onmiddellijke ingang worden ingetrokken door de RvB.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Netwerkorganisatie Basiseducatie

37

3.2.3 KERNTEAM Missie van het team

Taken en verantwoordelijkheden

Het kernteam is het operationele beleidsorgaan van het netwerk. Het faciliteert de werking van het Netwerk BE en stuurt aan op outcome.

―― Verantwoordelijk voor het efficiënt functioneren van de werking van het Netwerk BE.

―― Ervoor zorgen dat in een proces van co-creatie het ―― ―― ―― ―― ―― ―― ―― ―― ―― ―― ――

strategisch meerjarenbeleidsplan van het Netwerk BE wordt uitgevoerd. De werking van de verschillende teams en overlegstructuren van het Netwerk BE faciliteren en ondersteunen. De voorbereidende dossiers/voorstellen maken ten aanzien van de verschillende teams en overlegorganen van het Netwerk BE. De betrokkenheid van de sector organiseren. Alle relevante (beleids)dossiers opvolgen met betrekking tot Basiseducatie. Structureel overleggen met Vocvo en mee zorgen voor afstemming van de taken en werkzaamheden van de pedagogische ondersteuning. Samenwerking en overleg tussen het Netwerk BE en externe actoren faciliteren en ondersteunen. Als verbinding fungeren tussen teams en overlegorganen van het Netwerk BE en externe actoren. Structureel overleg met externe actoren faciliteren. Accuraat reageren bij gebeurtenissen op beleidsniveau. Beslissingen nemen op het operationele niveau van de werking van het Netwerk BE en voorstellen doen in functie van strategische beslissingen. Verantwoording afleggen aan de RvB en regelmatig terugkoppelen.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Netwerkorganisatie TITEL VAN HET Basiseducatie HOOFDSTUK

38

3.2.4 TEAM ORGANISATIE EN INTERNE COMMUNICATIE Missie van het team

Taken en verantwoordelijkheden

Het team organisatie en interne communicatie optimaliseert de organisatorische processen en de interne communicatiedoorstroming op alle niveaus in het netwerk.

―― De interne organisatie van de centra en het Netwerk BE in kaart brengen.

―― Een onderbouwde en gedragen visie uitwerken over goede organisatorische principes voor het netwerk.

―― Een gedragen visie ontwikkelen op de gewenste organisatiecultuur.

―― Goede praktijken en ervaringen m.b.t. organisatie verspreiden.

―― Het beleid inhoudelijk ondersteunen m.b.t.organisatie van het Netwerk BE.

―― Afstemmen met de teams human resources, administratieve processen en kennis- en expertisedeling.

―― Communicatiedoorstroming binnen het netwerk optimaliseren en faciliteren.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Netwerkorganisatie Basiseducatie

39

3.2.5 TEAM BELEIDSBEÏNVLOEDING Missie van het team

Taken en verantwoordelijkheden

Het team beleidsbeïnvloeding staat in voor het (beleids) voorbereidende werk inzake beleidsbeïnvloeding. De beleidsbeïnvloeding richt zich naar politici, kabinetten, administraties en agentschappen, strategische overlegorganen op Vlaams, regionaal, lokaal en Europees niveau.

―― In opdracht van de RvB een visie, een beleids―― ―― ―― ―― ―― ――

agenda en een strategie uitwerken inzake beleidsbeïnvloeding. Beleidsdossiers voorbereiden en opvolgen. Als klankbord functioneren voor het kernteam van het Netwerk BE. Leden uit het team kunnen als vertegenwoordiger aangeduid worden voor overleggen waarop de sector aanwezig moet zijn. De vinger aan de pols houden inzake beleidsbeslissingen en -gebeurtenissen en snel reageren. In overleg met de RvB de strategie en beleidsagenda bijsturen en de impact van de uitgevoerde acties evalueren. Verantwoording afleggen aan de RvB en regelmatig terugkoppelen.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Netwerkorganisatie Basiseducatie

40

3.2.6 TEAM KENNIS - EN EXPERTISEDELING Missie van het team

Taken en verantwoordelijkheden

Het team kennis- en expertisedeling ontwikkelt een gedragen visie op een lerende organisatie en zet innovatieve processen op. Centraal in de lerende organisatie staat: ―― het vergaren van kennis ―― het delen van kennis ―― het gebruiken van kennis Het gaat daarbij om alle processen in het netwerk, niet enkel de educatieve. De kennis moet ook extern uitwisselbaar zijn indien nodig.

―― Een systeem uitwerken om expertise vanuit de centra naar het netwerkniveau te brengen en vice versa.

―― Modellen/instrumenten/formats (intervisie, overleg-

groepen, blogs, …) uitwerken waarmee expertise ter beschikking kan worden gesteld en uitgewisseld. ―― Ervoor zorgen dat het lerend netwerk blijft leven, op alle niveaus (netwerk, centrum, team, individueel, …)

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Netwerkorganisatie Basiseducatie

41

3.2.7 TEAM EDUCATIEVE PROCESSEN Missie van het team

Taken en verantwoordelijkheden

Het team educatieve processen zorgt ervoor dat het Netwerk BE leerprocessen bij laaggeletterde volwassenen op een kwalitatief hoogstaande manier begeleidt en krachtige leeromgevingen ontwerpt die bijdragen tot een maximale leerwinst in functie van de zelfredzaamheid van deelnemers. Hiertoe ondersteunt dit team de brede groep van medewerkers van de hele netwerkorganisatie.

―― Op zoek gaan naar (succesvolle) vernieuwende ――

―― ―― ―― ―― ―― ―― ―― ―― ―― ――

educatieve processen in de sector in Vlaanderen en internationaal. Keuzes maken m.b.t. vernieuwende educatieve processen die op sectorniveau geïntroduceerd, aangemoedigd en bij de invoering ondersteund kunnen worden. Vb. de keuze voor geïntegreerd leren, leercoaching, … Opleidingsprofielen en leerplannen ontwikkelen. Visie ontwikkelen over educatieve processen. Experimenten opzetten m.b.t. vernieuwende educatieve processen. De educatieve/pedagogische noden van de centra en van het netwerk systematisch in kaart brengen. De deskundigheid van de medewerkers blijvend actualiseren. Een feedbacksysteem voor de ondersteuning opzetten. De expertise die in huis is (in de netwerkorganisatie en de 13 centra) in kaart brengen. Een pool van interne en externe experten uitbouwen. Deskundigheidsbevordering faciliteren. Ondersteuning op maat van teams van medewerkers en individuele centra organiseren.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Netwerkorganisatie Basiseducatie

42

3.2.8 TEAM EXTERNE COMMUNICATIE Missie van het team

Het team externe communicatie ontwikkelt het extern communicatiebeleid van het netwerk. Het zet het pad uit voor de profilering en de marketing van het Netwerk BE. Vertrekpunt daarvoor is de visie en de missie van de netwerkorganisatie. Het team externe communicatie zorgt voor sensibiliseringsacties over laaggeletterdheid en draagt het imago uit van het netwerk als expert in geletterdheid. Daarnaast buigt het team externe communicatie zich over de vertegenwoordigingspolitiek van het netwerk.

Taken en verantwoordelijkheden

―― Een communicatie- en promotieplan uitwerken, met

een inhoudelijk en financieel luik, en dat voorleggen aan de RvB. Na goedkeuring krijgt het team het mandaat om te beslissen zowel over de communicatiemiddelen (huisstijl, logo’s, brochures, ...) als over de acties (Week van de geletterdheid, Digitale week, …) die nodig zijn om het plan te realiseren. ―― Een beleid ontwikkelen dat erop gericht is alle medewerkers van het netwerk te betrekken en in te schakelen als externe communicator.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Netwerkorganisatie Basiseducatie

43

3.2.9 TEAM ADMINISTRATIEVE PROCESSEN Missie van het team

Taken en verantwoordelijkheden

Het team administratieve processen definieert de administratieve processen van de centra en zoekt manieren om de administratie van de centra te vereenvoudigen en op elkaar af te stemmen. Het ondersteunt de processen in de centra en zet in op gegevensregistratie en -verwerking, rapportering, kwaliteitssysteem en feedback.

―― De administratieve processen in de centra definiëren en uittekenen.

―― Die processen voor alle centra stroomlijnen. ―― De implementatie van deze processen opvolgen in de verschillende centra.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Netwerkorganisatie Basiseducatie

44

3.2.10 TEAM HUMAN RESOURCES Missie van het team

Taken en verantwoordelijkheden

Processen faciliteren en ondersteunen m.b.t. HR in functie van het optimaal inzetten en ontwikkelen van het menselijk kapitaal.

―― De implementatie en evaluatie van de ontwikkelcyclus opvolgen.

―― Functies, competenties en profielen uitwerken en een aanwervingsbeleid opstellen.

―― Een diversiteitsbeleid ondersteunen. ―― Processen van personeelsadministratie, contracten, statuten optimaliseren en op elkaar afstemmen.

―― Een VTO-beleid uittekenen. ―― Beleidsvoorbereidend werk leveren in

functie van belangenbehartiging m.b.t. personeelsaangelegenheden. ―― Dienstverlening aan de centra m.b.t.het personeelsstatuut.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Netwerkorganisatie Basiseducatie

45

3.2.11 TEAM PREVENTIE EN VEILIGHEID Missie van het team

Taken en verantwoordelijkheden

Het team preventie en veiligheid zorgt voor een goed preventie- en veiligheidsbeleid in het netwerk. Het zoekt efficiëntiewinsten op het vlak van veiligheid en preventie. Het introduceert een kwalitatieve manier van werken in de sector en bevordert expertisedeling hierover.

―― Voorstellen uitwerken om een overkoepelend veiligheidsbeleid op te zetten.

―― Onderzoeken hoe we dit beleid kunnen realiseren

en hoe we best kunnen omgaan met weerstanden.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Netwerkorganisatie Basiseducatie

46

3.2.12 TEAM AANKOOPBELEID Missie van het team

taken en verantwoordelijkheden

Het team aankoopbeleid gaat op zoek naar kostenbesparende manieren om aankopen te doen en/of efficiëntiewinsten te halen met de beschikbare middelen. Het team ontwikkelt een strategie om centra in hun aankoopbeleid te ondersteunen en verdere professionalisering op dit vlak te stimuleren.

―― Het aankoopbeleid van het netwerk uitwerken. ―― De sector professionaliseren en ondersteunen m.b.t. aankoopbeleid en hiervoor een manier van werken introduceren. ―― Indien mogelijk op zoek gaan naar subsidiekanalen en/of naar andere alternatieve manieren van financiering.

―― Netwerken met overheden en private actoren.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Netwerkorganisatie Basiseducatie

47

Financiering van het Netwerk BE

3.3

Om dit netwerk te laten functioneren is het noodzakelijk om middelen en menskracht gezamenlijk in te zetten. Op termijn moet dit resulteren in de vooropgestelde meerwaarden en efficiëntie. Door het bundelen van de krachten en door te investeren in diverse processen en activiteiten op sectorniveau moet er ruimte in de centra vrij komen. Bij de strategische doelstellingen is telkens een inschatting gemaakt van de nodige middelen en menskracht. Het is onmogelijk dat de centra bij aanvang van het beleidsplan alle nodige middelen en menskracht in één keer samenleggen. In juni 2016 besliste de Algemene Vergadering om reeds 3 extra VTE toe te voegen aan het kernteam van het Netwerk BE. Verder werd een groeiscenario uitgewerkt om gefaseerd op kruissnelheid te komen. Een eerste aanzet vind je hiervoor onder 8.4 (Bijlage overzichtstabel middelen). In het najaar van 2017 wordt een eerste evaluatie gemaakt. We zien 3 mogelijke manieren om menskracht in te zetten: ―― Het vast kernteam waarvoor mensen worden aangeworven van binnen of buiten de sector BE. Hiervoor leggen de centra zowel VTE als liquide werkingsmiddelen samen in één pot. In het kader van de statutarisering moeten we bekijken welk volume van de vrijgekomen middelen in het Netwerk BE geïnvesteerd kan worden. Dit is voorwerp van de onderhandelingen in het VOCBE. ―― Teams van medewerkers uit de centra aangestuurd door het kernteam. Medewerkers worden voor langere tijd structureel vrijgesteld in de centra om een opdracht in een team op te nemen. ―― Ad hoc projectgroepen of andere niet-structureel georganiseerde overleggen bestaan uit medewerkers van de centra die hiervoor eerder sporadisch of beperkt in de tijd worden vrijgemaakt in de centra.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Netwerkorganisatie Basiseducatie

48

3.3.1 OVERZICHT INZET PERSONEEL KERNTEAM TEAM

KERNTAAK

VOLUME

Beleidsbeïnvloeding

Teamverantwoordelijke

1 VTE

Educatieve processen

Teamverantwoordelijke (In tandem met medewerker Vocvo) Verantwoordelijke Geletterdheid op de werkvloer

1 VTE 1 VTE

Organisatie en interne communicatie

Teamverantwoordelijke

1 VTE

Kennis- en expertisedeling

Teamverantwoordelijke

Zie Organisatie en interne communicatie

Externe communicatie

Teamverantwoordelijke Ondersteuning interne communicatie

1 VTE

HR

Teamverantwoordelijke

1 VTE

Administratieve processen

Teamverantwoordelijke IT-support

1 VTE 0, 5 VTE

Veiligheid en preventie

Teamverantwoordelijke

0,5 VTE

Aankoopbeleid

Teamverantwoordelijke

0,5 VTE

Kernteam

Administratieve ondersteuning

0.5 VTE (op termijn uit te breiden)

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


49

4

ALGEMEEN OVERZICHT VAN DE STRATEGISCHE DOELSTELLINGEN EN MIJLPALEN STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

50

Overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

4.1

Hieronder vindt u een overzicht van de strategische doelstellingen (SD) en mijlpalen (MP) voor de beleidsperiode 2017 tot en met 2020. De kracht van dit beleidsplan zit in het gemeenschappelijk ontwikkelen van strategieën, expertise, kennis en processen. Op deze manier willen we de centra en de sector Basiseducatie in haar geheel versterken. Leeswijzer bij de strategische doelstellingen: ―― Een strategische doelstelling is de langetermijndoelstelling die we gemeenschappelijk willen realiseren. ―― Een mijlpaal situeert zich eerder op het niveau van de operationele doelstellingen en geeft aan wat we binnen een bepaalde tijd gerealiseerd willen hebben. ―― Voorziene projecten zijn de éénmalige activiteiten die we voorzien om de mijlpaal te kunnen realiseren. ―― Verwachte processen zijn weerkerende initiatieven die je goed kan inschatten. ―― Output is het product of de dienst die er is wanneer je de mijlpaal hebt gerealiseerd. Het product staat ten dienste van de outcome. ―― Outcome is het beoogde effect dat je met de mijlpaal wil realiseren. ―― De aanpak is de opeenvolging van activiteiten en processen in een logische samenhang. Deze zijn een eerste aanzet, maar moeten later verder uitgewerkt worden in concrete jaaractieplannen. ―― Link met andere processen duidt op het verband van de mijlpaal met andere mijlpalen en/of strategische doelstellingen van het beleidsplan. Dit is belangrijk om een overzicht te behouden op de consistentie van het globale plan. ―― Bij betrokkenen staat telkens een ruwe inschatting qua inzet van personeel (uitgedrukt in VTE) in het kernteam, teams, projectgroepen en inzet van Vocvo. Deze is indicatief en van belang om in te schatten hoeveel personeel we moeten vrijmaken om bepaalde opdrachten te kunnen realiseren. ―― Middelen geeft aan hoeveel geld we moeten begroten voor de uitvoering van de mijlpaal. ―― Impact op het Netwerk BE is gelijk aan de (mentale) energie die het uitvoeren van de mijlpaal of strategische doelstelling van dit plan vereist. Deze drukken we uit met een cijfer op een schaal van 1 tot 7. Als referentiepunt hanteerden we de ontwikkeling en implementatie van de ontwikkelcyclus. Daar lag de impact op niveau 4. ―― De timing wordt vermeld bij de mijlpalen maar staat ook in een overzicht bij dit plan (zie bijlage 8.5: tijdschema mijlpalen). Het begin en het einde zijn aangeduid op een tijdslijn. Het einde betekent dat de mijlpaal is gerealiseerd. Bij de mijlpalen worden teams benoemd. Deze komen terug in het organisatiemodel.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

51

SD 1:

Het Netwerk Basiseducatie voert een gemeenschappelijk impact - en doelgroepenbeleid om zijn maatschappelijke impact te vergroten.

MP 1.1: Er is een gedragen visie over de maatschappelijke impact die we met een gemeenschappelijk impact- en doelgroepenbeleid willen bereiken. MP 1.2: Er is een analyse van het huidige doelgroepenbeleid, de praktijk en de impact ervan op het bereik van doelgroepen in het Netwerk BE. MP 1.3: Er is een gemeenschappelijk en gedragen referentiekader impact-en doelgroepenbeleid. MP 1.4: Het referentiekader impact- en doelgroepenbeleid is geïmplementeerd en wordt gebruikt in het Netwerk BE.

SD 2:

Het Netwerk Basiseducatie ontwikkelt een gemeenschappelijke strategie om verder de omslag te maken van aanbod- naar leerbehoeftegericht werken. Daarbij werkt elke medewerker continu functioneel en in hoge mate geïntegreerd aan de leernoden van de cursist.

MP 2.1: De visie(tekst) functioneel werken is scherp gesteld en wordt gedragen door de leden van het Netwerk BE. MP 2.2: Het Netwerk BE wisselt structureel ervaringen en praktijken uit over functioneel werken. MP 2.3: Het beleid van het Netwerk BE ondersteunt de medewerkers om maximaal functioneel te werken. MP 2.4: Het Netwerk BE heeft het effect van functioneel werken in kaart gebracht als onderdeel van een bredere impactmeting. MP 2.5: Een gemeenschappelijk model van cyclische behoeftedetectie is ontwikkeld en geïmplementeerd in het Netwerk BE.

SD 3:

Het Netwerk Basiseducatie profileert zich extern op zo’n manier dat ze in de samenleving gezien en gevraagd wordt als deskundige in het ontwerpen en begeleiden van leerprocessen van laaggeletterde volwassenen.

MP 3.1: Het Netwerk BE heeft een gemeenschappelijke strategie voor externe communicatie. SD 4:

Het Netwerk Basiseducatie toont de maatschappelijke impact van zijn werking aan. Hierbij focussen we op de mate waarin onze doelgroepen meer zelfredzaam aan de samenleving kunnen participeren.

MP 4.1: Het Netwerk BE ontwikkelt een instrument om de impact van zijn doelgroepenbeleid en -werking te meten. MP 4.2: De impactmeting maakt deel uit van de kwaliteitsprocessen van het Netwerk BE. MP 4.3: Het Netwerk BE heeft een gemeenschappelijke strategie om zijn maatschappelijke impact zichtbaar te maken binnen de samenleving. We belichten zowel de output als de outcome.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

52

SD 5:

Het Netwerk Basiseducatie stelt een gemeenschappelijke beleidsagenda op en ontwikkelt een doeltreffende strategie om het beleid in de samenleving te beïnvloeden en zo laaggeletterdheid in Vlaanderen en Brussel te voorkomen en te bestrijden.

MP 5.1: De visie op beleidsbeïnvloeding, de beleidsagenda en de strategie zijn scherp gesteld. MP 5.2: De visie, beleidsagenda en de strategie zijn gekend en gedragen in het Netwerk BE. MP 5.3: De strategie en beleidsagenda met betrekking tot beleidsbeïnvloeding worden uitgevoerd (continu proces).

SD 6:

Het Netwerk Basiseducatie is een lerende organisatie die inzet op het verhogen van kwaliteit en op innovatie. Dit bereiken we door te werken aan een verbindende leercultuur en door het opzetten van systematische processen van kennisdeling en -ontwikkeling.

MP 6.1: Er is een gemeenschappelijke visie op wat een lerende organisatie is. MP 6.2: Er is een strategie om alle beschikbare kennis en expertise structureel in te zetten in het Netwerk BE. MP 6.3: Het Netwerk BE zet kennis en expertise doelgericht in. MP 6.4: Pedagogische ondersteuning heeft een structurele plaats in en wordt aangestuurd door het Netwerk BE. MP 6.5: Er is een opleiding voor de leraar Basiseducatie. MP 6.6: Het Netwerk BE beschikt over een interne expertenpool waarop externen beroep kunnen doen.

SD 7:

De Centra voor Basiseducatie zijn georganiseerd als het Netwerk Basiseducatie.

MP 7.1: Er is een transitietraject voor de implementatie van de netwerkorganisatie. MP 7.2: Het nieuwe organisatiemodel is geïmplementeerd in het Netwerk BE. MP 7.3: Het Netwerk BE heeft een systeem voor interne kwaliteitszorg. MP 7.4: Vocvo maakt deel uit van het Netwerk BE. MP 7.5: De cursisten zijn volwaardige participanten aan het Netwerk BE. MP 7.6: De centrumbesturen zijn structureel betrokken bij het Netwerk BE. MP 7.7: Het Netwerk BE creëert synergieën tussen de ondersteunende diensten van de centra.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

53

Uitwerking van de strategische doelstellingen en mijlpalen

4.2

STRATEGISCHE DOELSTELLING 1

Het Netwerk Basiseducatie voert een gemeenschappelijk impact- en doelgroepenbeleid om zijn maatschappelijke impact te vergroten. In deze strategische doelstelling ligt voor de volgende vier jaar de focus op het ontwikkelen van een gemeenschappelijk referentiekader impact- en doelgroepenbeleid. Dit kader focust zich in eerste instantie op de vraag: op welke doelgroepen/geletterdheidsproblematieken kunnen en willen we doelgerichter inzetten? Het bevat naast een gemeenschappelijke visie, ook een beslissingskader en -procedure om keuzes te kunnen maken. We vertrekken niet vanuit de vraag op welke doelgroepen we willen inzetten, maar welke maatschappelijke impact we willen genereren met een gemeenschappelijk doelgroepenbeleid. Een belangrijke krachtlijn is de ambitie om in te zetten op het versterken van kansen bij bepaalde doelgroepen door zowel in te zetten op de doelgroep(en) zelf, als op de omgeving(en) waarin die doelgroepen zich bevinden. Het gemeenschappelijke impact- en doelgroepenbeleid is de kapstok voor de rest van het gevoerde beleid in het Netwerk BE.     STRATEGISCHE DOELSTELLING 1 Het Netwerk Basiseducatie voert een gemeenschappelijk impact- en doelgroepenbeleid om zijn maatschappelijke impact te vergroten.    MIJLPAAL 1.1: Er is een gemeenschappelijke en gedragen visie over de maatschappelijke impact die we met een gemeenschappelijk impact- en doelgroepenbeleid willen bereiken. Om een gemeenschappelijk impact- en doelgroepenbeleid te kunnen voeren moeten we voorafgaand een duidelijke visie uitwerken. Welke impact willen we genereren? Waarom is een gemeenschappelijk impact- en doelgroepenbeleid daarvoor een geschikte aanpak? Moeten we de huidige missie en visie van de sector BE aanpassen? Eén van de rode draden in het impact- en doelgroepenbeleid is inzetten op het versterken van kansen bij de verschillende  doelgroepen. VOORZIENE PROJECTEN

1. Sectorevent opstarten m.b.t. het impactvraagstuk (juni 2017). 2. Een evenwichtig samengestelde projectgroep impact- en doelgroepenbeleid opstarten op het niveau van het Netwerk BE. Deze projectgroep krijgt een duidelijk mandaat om te werken aan de mijlpalen 1 tot 4. Vocvo en het kernteam ondersteunen en faciliteren het proces. Een externe expert begeleidt het proces waar nodig. 3. Een gedragen visietekst uitwerken die een antwoord geeft op de vragen waarom en welke (maatschappelijke) impact we willen genereren en hoe we dit met een gemeenschappelijk impact- en doelgroepenbeleid willen realiseren. 4. Bekrachtiging van de visietekst.

VERWACHTE PROCESSEN

1. Gedragenheid creëren door overleg en terugkoppeling tussen de verschillende overlegorganen en leden van het Netwerk BE.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

54

OUTPUT

1. Een aangepaste missie- en visietekst van de sector BE (indien nodig). 2. Een gedragen visietekst met onze visie op de maatschappelijke impact die we willen genereren en een visie op een gemeenschappelijk doelgroepenbeleid. Deze tekst is de basis voor de opmaak van een gemeenschappelijk beslissingskader voor het voeren van een gemeenschappelijk impact- en doelgroepenbeleid.

OUTCOME

1. Het Netwerk BE erkent het belang van een gemeenschappelijk impact- en doelgroepenbeleid en de nood aan gelijkgerichtheid. Er is voldoende motivatie en eensgezindheid om voor een gemeenschappelijk impact- en doelgroepenbeleid te gaan. 2. De medewerkers en de centrumbesturen zijn zich bewust van het feit dat een gemeenschappelijk impact- en doelgroepenbeleid een effect heeft op het eigen centrumbeleid. 3. Dankzij een heldere en gemeenschappelijke visie en begrippenkader inzake impact- en doelgroepenbeleid zijn er bakens uitgezet. 4. Iedereen herkent zich in de gemeenschappelijke visie en wil zijn handelen hierop afstemmen.

AANPAK

1. De Raad van Bestuur van het Netwerk BE zet de bakens uit voor het traject impact- en doelgroepenbeleid. 2. De projectgroep impact- en doelgroepenbeleid voert onderstaande opdrachten uit: ―― Een sectordag opzetten over het impactvraagstuk. ―― De huidige missie- en visietekst van de sector BE opnieuw onder de loep nemen vanuit het impactvraagstuk. ―― De trendanalyses, opgemaakt i.f.v. het beleidsproces Basiseducatie over morgen, opnieuw analyseren en gebruiken in functie van een gemeenschappelijk impact- en doelgroepenbeleid. ―― De reeds bestaande visies op impact- en doelgroepenbeleid van de centra en de sector inventariseren en analyseren op gemeenschappelijkheid en diversiteit. ―― De Vlaamse en Europese beleidslijnen met betrekking tot doelgroepenbeleid inventariseren en analyseren. ―― Een visietekst ontwikkelen waarin geëxpliciteerd wordt: ―― Wat de beoogde maatschappelijke impact van een gemeenschappelijk doelgroepenbeleid is. ―― Wat de beoogde impact van een gemeenschappelijk doelgroepenbeleid op de sector zelf is (slagkracht verhogen). ―― Wat we verstaan met termen in het gemeenschappelijke begrippenkader inzake impact- en doelgroepenbeleid, bv. impactbeleid, doelgroepenbeleid, doelgroep(en), prioritaire doelgroepen, moeilijk bereikbare doelgroepen, etc. ―― De visietekst bekrachtigen. ―― De visie verspreiden en bekend maken bij alle betrokken actoren in de sector.

LINK MET ANDERE ­PROCESSEN TIMING

―― MP 1.2: Analyse huidig doelgroepenbeleid maart 2017 - oktober 2017

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

55

BETROKKENEN

―― Kernteam: 0.25 VTE ―― Medewerkers CBE: 3 x 0.1 VTE/week ―― Vocvo: 0.25 VTE

MIDDELEN

―― Middelen Vocvo, 1 dagdeel per CBE (13 dagdelen), expertise

―― Voorlopig geen provisie voorzien. IMPACT OP HET NETWERK

5

BE

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

56

STRATEGISCHE DOELSTELLING 1 Het Netwerk Basiseducatie voert een gemeenschappelijk impact- en doelgroepenbeleid om zijn maatschappelijke impact te vergroten.   Mijlpaal 1.2: Er is een analyse van het huidige impact- en doelgroepenbeleid, de praktijk en de impact ervan op het bereik van doelgroepen in het Netwerk BE. Om een krachtig en gemeenschappelijk impact- en doelgroepenbeleid te kunnen voeren, is het nuttig om bij de CBE en het kernteam van het Netwerk BE het huidige doelgroepenbeleid, de praktijk en de impact ervan op het bereik van de verschillende doelgroepen in kaart te brengen. Dit omvat zowel aspecten op het vlak van visie als op het vlak van organisatie en de impact ervan op het bereik van bepaalde doelgroep(en). Hiervoor gebruiken we  de visietekst, ontwikkeld in MP 1.1, die na de bevraging nog eventueel aangevuld of bijgesteld kan worden.   VOORZIENE PROJECTEN

1. Een methodiek ontwikkelen om de centra te bevragen over hun doelgroepenbeleid, praktijk en de impact ervan. Dit kan ook een eerste aanzet zijn voor een monitoringsysteem op lange termijn (SD 4 MP 4.1). 2. Bevraging en dataverzameling uitvoeren. 3. De resultaten analyseren en conclusies trekken.

VERWACHTE PROCESSEN

1. (Tussentijdse) terugkoppeling naar alle relevante betrokkenen in de sector BE. 2. Regelmatig overleg met mensen op het terrein en uitvoerders van de bevraging.

OUTPUT

1. Een rapport over het door de CBE gevoerde doelgroepenbeleid en de impact ervan. 2. Een overzicht op sectorniveau van het gevoerde doelgroepenbeleid en de impact ervan op het bereik van doelgroepen.

OUTCOME

1. De eerste grote krijtlijnen voor een toekomstig monitoringsysteem zijn uitgetekend. 2. Het rapport over het huidige doelgroepenbeleid in de sector BE motiveert de CBE om meer gemeenschappelijke en onderbouwde beslissingen te nemen. 3. De CBE gaan bewuster om met het verzamelen en verwerken van data over bereik van doelgroepen.

AANPAK

1. Een bevragingsmethodiek ontwikkelen over het door de CBE gevoerde doelgroepenbeleid. Het proces m.b.t. visiebepaling levert de items voor de bevraging. Het kernteam en Vocvo doen voorbereidend werk. 2. Een methodiek ontwikkelen om het huidig bereik van de doelgroepen in kaart te brengen in relatie tot de eerder ontwikkelde visietekst (via data die opgevraagd worden bij de CBE of via andere databanken). Het kernteam en Vocvo doen voorbereidend werk. 3. De bevraging over het gevoerde doelgroepenbeleid en de dataverzameling uitvoeren. Bevraging gebeurt best mondeling met een schriftelijke voorbereiding vooraf. Bevraging wordt uitgevoerd door 4 personen (leden projectgroep?) die elk 3 à 4 centra bevragen. 4. De resultaten analyseren en conclusies trekken. De projectgroep impact- en doelgroepenbeleid bepaalt wie en hoe. 5. Het rapport bekrachtigen in de RvB van het Netwerk BE.

LINK MET ANDERE PROCESSEN

SD 4: Impactmeting

TIMING

juni 2017 – december 2017

―― Kernteam: 0.25 VTE ―― Medewerkers CBE: 3 x 0.1 VTE/week ―― Vocvo: 0.25 VTE

BETROKKENEN

MIDDELEN

nog geen provisie voorzien

IMPACT OP HET NETWERK BE

3

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

57

STRATEGISCHE DOELSTELLING 1 Het Netwerk Basiseducatie voert een gemeenschappelijk impact- en doelgroepenbeleid om haar maatschappelijke impact te vergroten.   Mijlpaal 1.3: Er is een gemeenschappelijk en gedragen referentiekader impact- en doelgroepenbeleid. Om een gemeenschappelijk impact- en doelgroepenbeleid te kunnen voeren is er op sectorniveau nood aan een gemeenschappelijk referentiekader impact- en doelgroepenbeleid. Het referentiekader geeft het doel (missie/outcome), de waarden (visie) en de normen (criteria) aan van het gemeenschappelijk impact- en doelgroepenbeleid. Het bestaat uit verschillende onderdelen: 1. Een gedragen visie(tekst) die antwoordt op de vragen waarom we een gemeenschappelijk doelgroepenbeleid willen voeren en welke (maatschappelijke) impact we hiermee willen realiseren. 2. Een duidelijk begrippenkader over het impact- en doelgroepenbeleid. 3. Een beslissingskader met criteria voor het maken van keuzes.   4. Een beslissingsprocedure die aangeeft op welke manier het beslissingskader wordt uitgevoerd. Het referentiekader impact- en doelgroepenbeleid moet toelaten om op sectorniveau voldoende gelijkgerichtheid te creëren. Dit met als doel de slagkracht op sector- en centrumniveau te verhogen. Het moet tegelijk de centra voldoende regionale autonomie garanderen, alsook toelaten om te kunnen inspelen op de regionale diversiteit en specifieke context(en). VOORZIENE PROJECTEN

1. Het referentiekader impact- en doelgroepenbeleid ontwikkelen op basis van de reeds eerder ontwikkelde visie en analyse van het huidige doelgroepenbeleid in de sector BE. 2. Een dynamisch beslissingskader en beslissingsprocedure ontwikkelen voor het maken van keuzes voor bepaalde doelgroepen en geletterdheidsproblematieken.

VERWACHTE PROCESSEN

1. Regelmatige tussentijdse terugkoppeling naar de relevante betrokkenen in de sector BE. 2. Het ontwikkelproces is cyclisch. De visie en missie zijn bepalend voor de ontwikkeling van het beslissingskader en -procedure, maar ze moeten mogelijk ook aangepast worden tijdens het ontwikkelproces.

OUTPUT

Een gedragen en gemeenschappelijk referentiekader impact- en doelgroepenbeleid.

OUTCOME

Het gemeenschappelijke referentiekader wordt als instrument geïmplementeerd in het beleid van de centra opdat meer maatschappelijke impact genereren met doelgroepenbeleid mogelijk wordt.

AANPAK

1. Voorbereidend werk door het kernteam, Vocvo en de externe begeleider: ―― Materiaal en ervaringen uit andere sectoren verzamelen over de werkwijze om een beslissingsmodel te ontwikkelen. Enkele modellen selecteren en voorleggen aan de projectgroep. ―― Het model: ―― moet bruikbaar zijn op sector- en centrumniveau ―― moet gebruiksvriendelijk zijn ―― moet dynamisch zijn en geen keurslijf ―― moet leiden tot het maken van duidelijke keuzes en moet dus ook de wijze van besluitvorming bepalen ―― geeft duidelijk aan welke engagementen de CBE opnemen en welke lokale accenten er gelegd kunnen worden ―― bevat ook een procedurebeschrijving: een stappenplan met een korte doorlooptijd   2. Beslissingskader en -procedure ontwikkelen. Weerstanden en drempels voor implementatie in kaart brengen en op basis daarvan de aanpak bijsturen. 3. Het globale referentiekader impact- en doelgroepenbeleid opleveren en laten goedkeuren door de RvB van het Netwerk BE.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

58

LINK MET ANDERE PROCESSEN TIMING

M.P. 1.1 en MP 1.2 november 2017 – februari 2018

―― Kernteam : 0.5 VTE ―― Medewerkers CBE: 13 x 0.1 VTE/week ―― Vocvo: 0.5 VTE

BETROKKENEN

MIDDELEN

Middelen Vocvo: zie 1.2 8000 euro

IMPACT OP HET NETWERK BE

5

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

59

STRATEGISCHE DOELSTELLING 1 Het Netwerk Basiseducatie voert een gemeenschappelijk impact- en doelgroepenbeleid om zijn maatschappelijke impact te vergroten.     MIJLPAAL 1.4: Het referentiekader impact- en doelgroepenbeleid wordt geïmplementeerd en gebruikt in het Netwerk BE. VOORZIENE PROJECTEN

1. Het opgeleverde referentiekader impact- en doelgroepenbeleid sectorbreed verspreiden en bekend maken. 2. Het referentiekader integreren in het eigen beleid(splan) en de werking van elk CBE. 3. Een eerste cyclus van de beslissingsprocedure doorlopen op het niveau van de sector en van de Centra BE.

VERWACHTE PROCESSEN

Het referentiekader evalueren en bijsturen.

OUTPUT

Een gemeenschappelijk impact- en doelgroepenbeleid, gericht op het verhogen van kansen bij en voor bepaalde doelgroepen, met een duurzame en grotere (maatschappelijke) impact.

OUTCOME

1. Het referentiekader impact- en doelgroepenbeleid maakt zowel voor de sector BE zelf als voor externen duidelijk waarvoor we staan en waarop we inzetten. 2. Het gemeenschappelijke referentiekader geeft richting aan het denken en handelen in de sector BE en aan de doelgerichte ontwikkeling en uitvoering van het agogisch project. 3. In de veelheid aan maatschappelijke uitdagingen wordt het maken van keuzes onderbouwd en gefaciliteerd. Dit zou moeten leiden tot doelgerichter handelen met meer slagkracht en maatschappelijke impact tot gevolg. 4. Een gemeenschappelijk referentiekader impact- en doelgroepenbeleid voorkomt dat dat elk centrum dezelfde discussies over de grote lijnen van het impacten doelgroepenbeleid voert. 5. Door het gemeenschappelijk referentiekader impacten doelgroepenbeleid denken de CBE bewuster na over hun doelgroepenbeleid en hebben ze een kader om het regionale doelgroepenbeleid vorm te geven. 6. Een gemeenschappelijk referentiekader maakt het mogelijk om op langere termijn volgehouden inspanningen te doen naar bepaalde doelgroepen. Het zorgt voor meer duurzame en coherente inspanningen en (maatschappelijke) effecten.

AANPAK

1. We werken acties uit voor de verspreiding en bekendmaking van het gemeenschappelijk referentiekader impact- en doelgroepenbeleid. 2. We werken acties uit om het gemeenschappelijk referentiekader te implementeren in het beleid en de praktijk van de centra en het geheel van Netwerk BE. 3. De centra en het Netwerk BE testen beslissingskader en -procedure uit. 4. We evalueren het referentiekader en sturen bij waar nodig.

LINK MET ANDERE PROCESSEN

MP 1.1 en MP 1.2

TIMING

maart 2018 – oktober 2019

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

60

―― Kernteam: 0.5 VTE ―― Medewerkers CBE: 13 x 0.1 VTE/week ―― Vocvo: zie eerder

BETROKKENEN

MIDDELEN

2000 euro

IMPACT OP HET NETWERK BE

5

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

61

STRATEGISCHE DOELSTELLING 2

Het Netwerk Basiseducatie ontwikkelt een gemeenschappelijke strategie om verder de omslag te maken van aanbod- naar leerbehoeftegericht werken. Daarbij werkt elke medewerker continu functioneel en in hoge mate geïntegreerd aan de leernoden van de cursist. In de sector Basiseducatie is al enige tijd een beweging ingezet om almaar meer functioneel en geïntegreerd te werken aan de leernoden en -doelen van de cursist. Toch zijn er nog veel mogelijkheden en kansen tot verbetering die we vandaag onderbenutten. We vinden dit zo belangrijk dat we hierop willen inzetten op sectorniveau en werken aan gemeenschappelijke strategieën. STRATEGISCHE DOELSTELLING 2 Het Netwerk Basiseducatie ontwikkelt een gemeenschappelijke strategie om verder de omslag te maken van aanbod- naar leerbehoeftegericht werken. Daarbij werkt elke medewerker continu functioneel en in hoge mate geïntegreerd aan de leernoden van de cursist. MIJLPAAL 2.1: De visie(tekst) geïntegreerd en functioneel werken is scherpgesteld en wordt gedragen door de leden van het Netwerk Basiseducatie. VOORZIENE PROJECTEN

In een trajectbegeleiding m.b.t. geïntegreerd werken door Vocvo werken we een visie uit. Deze visie heeft zowel impact op het concrete lesgebeuren als op het vlak van aanbod.

VERWACHTE PROCESSEN

1. Laatste aanpassingen aan de visietekst uit 2016. 2. Voorlegging ter goedkeuring aan de RvB van het Netwerk BE. 3. (Verdere) implementatie in de hele sector door een projectgroep onder begeleiding van Vocvo.

OUTPUT

Er is een gedragen visietekst m.b.t. functioneel en geïntegreerd werken die we zowel intern kunnen gebruiken als verspreiden onder stakeholders.

OUTCOME

De leden van het Netwerk BE hebben een eenduidige visie op geïntegreerd werken met als bedoeling hun beleid en werking hierop af te stemmen.

AANPAK

Om de gedragenheid van de visie te stimuleren, werken we een stappenplan uit.

TIMING

januari - juni 2017

―― Kernteam ―― Medewerkers centra ―― Vocvo

BETROKKENEN

MIDDELEN

Middelen voor vorming en ondersteuning (gereserveerd door de centra).

IMPACT OP HET NETWERK BE

1

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

62

STRATEGISCHE DOELSTELLING 2 Het Netwerk Basiseducatie ontwikkelt een gemeenschappelijke strategie om verder de omslag te maken van aanbod- naar leerbehoeftegericht werken. Daarbij werkt elke medewerker continu functioneel en in hoge mate geïntegreerd aan de leernoden van de cursist. MIJLPAAL 2.2: Het Netwerk Basiseducatie wisselt structureel ervaringen en praktijken uit over functioneel en geïntegreerd werken. VOORZIENE PROJECTEN

1. Vocvo ontwikkelt een inventaris in samenwerking met het team educatieve processen en garandeert verdere opvolging. De inventaris is een beschrijving van goede voorbeelden van intern aanbod en samenwerkingen met partners. 2. We zoeken een manier om uit te wisselen.

VERWACHTE PROCESSEN

1. Uitwisselings-, opvolgings- en evaluatiemomenten. 2. De inventaris updaten en informatie geven.

OUTPUT

1. De belangrijkste experimenten, knelpunten en good practices binnen de centra inventariseren: zowel het intern als het extern aanbod. 2. Tips voor leervraagdetectie binnen de lessen. (zie ook mijlpaal 2.5)

OUTCOME

1. De leden van het netwerk gebruiken elkaars expertise om experimenten op te zetten, zowel intern als met samenwerkingspartners. Dit met het oog op structurele inbedding van de praktijken. 2. De centra voeren een beleid gebaseerd op de visie m.b.t. geïntegreerd en functioneel werken. De visie komt zowel tot uiting in de organisatie van het aanbod als in de pedagogische aanpak. 3. Stakeholders kennen de visie van Basiseducatie op functioneel en geïntegreerd werken.

AANPAK

1. De inventaris opmaken. 2. Een stappenplan opmaken voor de uitwisseling en een tool ontwikkelen. 3. Experimenten binnen de sector ondersteunen door uitwisseling binnen een lerend netwerk.

―― SD 1: Impact- en doelgroepenbeleid ―― SD 6: Lerende organisatie

LINK MET ANDERE ­PROCESSEN TIMING

september 2017 - december 2017

―― Kernteam: 0.25 VTE ―― Medewerkers centra: 4 x 0.1 VTE/week • Team educatieve processen ―― Team kennis en expertisedeling ―― Vocvo: 0.25 VTE

BETROKKENEN

MIDDELEN

Indien nodig middelen voor externe expert (onder voorbehoud)

IMPACT OP HET NETWERK BE

3

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

63

STRATEGISCHE DOELSTELLING 2 Het Netwerk Basiseducatie ontwikkelt een gemeenschappelijke strategie om verder de omslag te maken van aanbod- naar leerbehoeftegericht werken. Daarbij werkt elke medewerker continu functioneel en in hoge mate geïntegreerd aan de leernoden van de cursist. MIJLPAAL 2.3: Het beleid van het Netwerk Basiseducatie ondersteunt de medewerkers om maximaal functioneel te werken. VOORZIENE PROJECTEN

1. Een plan uitwerken om: ―― professionaliseringsactiviteiten voor functioneel en geïntegreerd werken verder te introduceren in de ontwikkelcyclus en het VTO-beleid. Hiermee creëren we zowel bij het leidinggevende kader als bij de leraren een draagvlak voor functioneel werken. ―― functioneel werken als leidraad te implementeren in het beleid van de centra.

VERWACHTE PROCESSEN

1. Zicht hebben op ondersteuningsnoden van medewerkers. 2. Het professionaliseringsaanbod afstemmen op de ondersteuningsnoden. 3. Het ondersteuningsaanbod evalueren en bijsturen. 4. De organisatorische processen afstemmen op de inhoudelijke visie op functioneel werken.

OUTPUT

1. Professionalisering op vlak van functioneel en geïntegreerd werken maakt structureel deel uit van de ontwikkelcyclus. 2. De organisatorische processen zijn afgestemd op de inhoudelijke visie op functioneel werken.

OUTCOME

1. De centra programmeren behoeftegericht en flexibel om functioneel werken aan leerdoelen van de cursisten mogelijk te maken. 2. Medewerkers zijn opgeleid om functioneel aan leernoden van cursisten te werken en om geïntegreerde trajecten op te zetten en te begeleiden. Dit zowel in het intern georganiseerde aanbod als binnen samenwerkingsverbanden. 3. De medewerkers van het netwerk: ―― zijn in staat op leernoden van cursisten in te spelen met een functioneel en geïntegreerd aanbod; ―― hebben meer aandacht voor cyclische, geïntegreerde leervraagdetectie; ―― kunnen daardoor het leerrendement van cursisten verhogen; ―― zijn in staat om geïntegreerde processen en/of trajecten uit te tekenen; ―― zijn in staat om meer kansen te zien en te grijpen om functioneel en geïntegreerd te werken met cursisten; ―― kunnen gerichter communiceren met samenwerkingspartners over de waarde van functioneel en geïntegreerd werken.

AANPAK

1. Zie boven: voorziene projecten. 2. Aandacht voor functioneel en geïntegreerd werken inbouwen in het vormingsaanbod voor medewerkers.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

64

―― SD 1: Doelgroepenbeleid ―― SD 4: Impactmeting ―― SD 6: Lerende organisatie

LINK MET ANDERE PROCESSEN

TIMING

januari 2018 - juni 2018

―― Kernteam: 0.8 VTE ―― Medewerkers centra : • team educatieve processen: 4x 0.2 VTE/week • team HR (personeelsbeleid, professionalise-

BETROKKENEN

ring, VTO, …)

―― Vocvo: 1 VTE ―― Andere organisaties die een focus op functioneel en geïntegreerd werken hebben

MIDDELEN

Inhuren externe experten (door Vocvo)

IMPACT OP HET NETWERK BE

5

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

65

STRATEGISCHE DOELSTELLING 2 Het Netwerk Basiseducatie ontwikkelt een gemeenschappelijke strategie om verder de omslag te maken van aanbod- naar leerbehoeftegericht werken. Daarbij werkt elke medewerker continu functioneel en in hoge mate geïntegreerd aan de leernoden van de cursist. MIJLPAAL 2.4: Het Netwerk BE heeft het effect van functioneel en geïntegreerd werken in kaart gebracht als onderdeel van een bredere impactmeting. VOORZIENE PROJECTEN

1. Studie m.b.t. het effect van functioneel en geïntegreerd werken als onderdeel van een bredere impactmeting. 2. Het netwerk gebruikt de studie om verbeterpunten vast te leggen; zowel op vlak van aanbod als op pedagogisch vlak. 3. Het netwerk voert acties uit op basis van de vastgelegde verbeterpunten.

VERWACHTE PROCESSEN

1. Bevraging bij cursisten (kwalitatief onderzoek). 2. Bevraging bij samenwerkingspartners (kwalitatief onderzoek). 3. Wetenschappelijke studie (kwantitatief onderzoek).

OUTPUT

Er is een wetenschappelijk onderbouwde studie die het effect van functioneel en geïntegreerd werken in kaart brengt in al zijn aspecten.

OUTCOME

De leden van het Netwerk BE en alle betrokken stakeholders zien het belang in van een flexibel, leergebiedoverschrijdend aanbod. Ze handelen ernaar in hun beleid.

AANPAK

1. Een werkgroep brengt in kaart welke informatie het Netwerk BE wil bekomen met de studie(s). 2. Het kernteam zoekt (een) samenwerkingspartner(s) voor de studie en bestelt deze. (Zie ook SD 4 impactmeting) 3. Het kernteam volgt de studie op. 4. We stellen de studie voor op een sectordag. 5. Tijdens een sectordag worden op basis van de conclusies uit de studies acties voorgesteld. 6. Het kernteam coördineert de uitvoering van acties die voortvloeien uit de studie.

LINK MET ANDERE PROCESSEN

SD 4: Impactmeting

TIMING

januari 2019 - juni 2020

―― Kernteam: 0.1 VTE ―― Team organisatie en interne communicatie en

BETROKKENEN

―― ―― ―― ―― ―― ――

―― Studie: € 80 000 ―― Organisatie sectordag: € 10 000 ―― Kosten acties

MIDDELEN

IMPACT OP HET NETWERK BE

team educatieve processen Cursisten Basiseducatie Vocvo Onderzoeksinstellingen Samenwerkingspartners Overheid (financiële betrokkenheid) Stakeholders

2

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

66

STRATEGISCHE DOELSTELLING 2 Het Netwerk Basiseducatie ontwikkelt een gemeenschappelijke strategie om verder de omslag te maken van aanbod- naar leerbehoeftegericht werken. Daarbij werkt elke medewerker continu functioneel en in hoge mate geïntegreerd aan de leernoden van de cursist. MIJLPAAL 2.5: Een gemeenschappelijk model van cyclische behoeftedetectie is ontwikkeld en geïmplementeerd in het Netwerk Basiseducatie. Tijdens de intake brengen we de leefwereld van de cursist in kaart. We peilen naar zijn motivatie, zijn noden en de competenties waarover hij beschikt. Op basis daarvan zorgen we voor een gepast leertraject en leertrajectbegeleiding. De leervraagdetectie is een continu proces dat plaatsvindt tijdens het leertraject en de leertrajectbegeleiding. VOORZIENE PROJECTEN

Het team educatieve processen ontwikkelt in opvolging van het onderzoek over leervraagdetectie door UA-studenten een model voor cyclische leervraagdetectie.

VERWACHTE PROCESSEN

1. 2. 3. 4. 5. 6.

OUTPUT

1. Een model en een handleiding voor leraren en trajectbegeleiders waarbij de focus ligt op: ―― brede cyclische leervraagdetectie ―― breed screenen en intaken ―― beheer van cursistendossier (communicatie tussen cursist, intaker, trajectbegeleider, remedial teacher, opeenvolgende lesgevers, …) ―― stappenplan om dit gefaseerd in te voeren bij de centra ―― integratie van het model in het cursistregistratiesysteem Administratix

OUTCOME

1. Performantere leervraagdetectie en bijgevolg leertrajecten die nog meer op maat van de cursist zijn. 2. Meer aandacht voor cyclische leervraagdetectie: leervraagdetectie gebeurt niet alleen bij aanvang van het leertraject maar gedurende het hele leertraject van de cursist. 3. Input voor differentiatie, keuze van contexten en rollen, ... aan de lesgever. 4. De cursist kan een doelgericht en efficiënt traject doorlopen.

AANPAK

1. Vertrekken vanuit conclusies op basis van onderzoek over leervraagdetectie door UA i.s.m. Vocvo. 2. Het team educatieve processen is trekker van dit proces en ontwikkelt: ―― diverse systemen van leervraagdetectie en leertrajectbegeleiding (in kaart brengen, uitwisselen over de voor- en nadelen van elk systeem), ―― een model en praktijken, ―― een stappenplan voor de implementatie ervan, ―― testomgevingen om modellen en methodieken uit te proberen ―― evaluatieprocedures met het oog op bijsturen, ―― de mogelijkheden om het model te implementeren in het cursistregistratiesysteem Administratix.

LINK MET ANDERE PROCESSEN

Een model ontwikkelen Overleg Verder onderzoek (deskresearch) Modellen testen Draagvlak creëren Het model gefaseerd implementeren

―― SD1: Impact- en doelgroepenbeleid ―― SD4: Impactmeting

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

67

TIMING

januari 2017 - juni 2019

―― Kernteam: 0.1 VTE ―― Team educatieve processen: 4 x 0.2 VTE • Intakers uit diverse leergebieden • Trajectbegeleiders/leraren • Medewerkers remediëring ―― Cursisten ―― Vocvo ―― Onderzoeksinstellingen ―― Stakeholders

BETROKKENEN

MIDDELEN

geen extra kosten voorzien

IMPACT OP HET NETWERK BE

6

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

68

STRATEGISCHE DOELSTELLING 3

Het Netwerk Basiseducatie profileert zich extern op zo’n manier dat het in de samenleving gezien en gevraagd wordt als deskundige in het ontwerpen en begeleiden van leerprocessen van laaggeletterde volwassenen.

De sector Basiseducatie en de problematiek van laaggeletterdheid zijn nog te weinig bekend in de samenleving. Daarom zetten we in op een gemeenschappelijke strategie om naar externe partners te communiceren en willen we onze expertise inzake geletterdheid versterken en beter bekend maken. STRATEGISCHE DOELSTELLING 3 Het Netwerk Basiseducatie profileert zich extern op zo’n manier dat het in de samenleving gezien en gevraagd wordt als deskundige in het ontwerpen en begeleiden van leerprocessen van laaggeletterde volwassenen. MIJLPAAL 3.1: Het Netwerk BE heeft een gemeenschappelijke strategie voor externe communicatie. VOORZIENE PROJECTEN

1. Het Netwerk BE bepaalt zijn positie op basis van zijn missie en visie op doelgroepenbeleid (cfr SD1, MP1.1). 2. Het Netwerk BE vertaalt het impact- en doelgroepenbeleid en de positiebepaling in een gemeenschappelijke externe communicatiestrategie. 3. Het Netwerk BE kiest een nieuwe gemeenschappelijke naam en logo.

VERWACHTE PROCESSEN

1. De positie van het Netwerk BE bepalen. 2. Binnen het netwerk een draagvlak creëren voor de positionering. 3. We ontwikkelen een gemeenschappelijke strategie voor externe communicatie: per communicatiedoelgroep bepalen we de doelstellingen, boodschap, middelen, meerjarenplanning, monitoring en evaluatie. De gemeenschappelijke strategie is de basis voor lokale communicatieplanning in de centra. 4. We vertalen het bestaande imago in een nieuwe gemeenschappelijke naam en logo voor alle leden van het Netwerk BE. 5. We creëren gedragenheid voor de nieuwe naam en het logo binnen de sector. 6. We maken de nieuwe naam en logo bekend bij alle externe stakeholders.

OUTPUT

1. Een beschrijving van onze positionering op de opleidingsmarkt. 2. Een strategie inzake externe communicatie die kan vertaald worden in concrete jaaractieplannen. 3. Een nieuwe gemeenschappelijke naam en logo. 4. Aanpassing van de statuten en bestaande communicatiekanalen i.f.v. de nieuwe naam.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

69

OUTCOME

1. Medewerkers van het Netwerk BE weten waarvoor de sector staat en bouwen mee aan de verdere realisatie van de missie, visie en beleidsplan. 2. Medewerkers van het Netwerk BE kennen de prioritaire doelgroepen en samenwerkingspartners. 3. Medewerkers van het Netwerk BE identificeren zich met het merk Basiseducatie. 4. Basiseducatie is duidelijk herkenbaar als sector voor externe stakeholders. 5. Alle externe doelgroepen en stakeholders weten waarvoor Basiseducatie staat en waarvoor ze er terecht kunnen.

AANPAK

Het team externe communicatie werkt de strategie voor externe communicatie uit en maakt er een planning voor op.

―― SD 1: Impact- en doelgroepenbeleid ―― SD 7: Netwerk Basiseducatie (Cursisten participeren

LINK MET ANDERE PROCESSEN

TIMING

in het netwerk. Zij zijn betrokken bij de keuze van naam/logo)

november 2017 - augustus 2018

―― ―― ―― ――

BETROKKENEN

―― ―― ―― ―― ―― ―― ―― ―― ―― ――

MIDDELEN

IMPACT OP HET NETWERK BE

Kernteam: 0.5 VTE Medewerkers centra: 5 x 0.1 VTE Team externe communicatie Raad van Bestuur en Algemene Vergadering van het Netwerk BE Cursisten Communicatiebureau voor ontwikkeling nieuw logo en huisstijl + aanpassingen bestaande communicatiekanalen Eventueel een externe communicatiedeskundige Webdeveloper voor aanpassingen aan websites Communicatiebureau Webdeveloper Nieuw drukwerk Aanpassen statuten Huidig budget jaarlijks voorzien = € 15 000/ jaar In functie van deze mijlpaal nood aan € 25 000 extra voor de hele beleidsperiode

2

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

70

STRATEGISCHE DOELSTELLING 4

Het Netwerk Basiseducatie ontwikkelt een instrument om de impact van zijn werking te meten. Hierbij focussen we op de mate waarin onze doelgroepen meer zelfredzaam aan de samenleving kunnen participeren. We ontwikkelen een monitoringssysteem dat het mogelijk maakt om op centrum- en sectorniveau het gevoerde doelgroepenbeleid en de resultaten van dit beleid op te volgen. Impactmeting is een belangrijk gegeven in functie van de lerende netwerkorganisatie. De gegevens die verzameld worden binnen dit monitoringssysteem laten toe om onder andere het gevoerde gemeenschappelijke doelgroepenbeleid te evalueren en bij te stellen en om in te zetten op innovatie. STRATEGISCHE DOELSTELLING 4 Het Netwerk Basiseducatie ontwikkelt een instrument om de impact van zijn werking te meten. Hierbij focussen we op de mate waarin onze doelgroepen meer zelfredzaam aan de samenleving kunnen participeren. MIJLPAAL 4.1: Het Netwerk Basiseducatie ontwikkelt een instrument om de impact van zijn doelgroepenbeleid en -werking te meten. VOORZIENE PROJECTEN

Een monitoringssysteem ontwikkelen en introduceren in het Netwerk BE.

VERWACHTE PROCESSEN

1. Het ontwikkelproces koppelen aan de output van SD1 (impact- en doelgroepenbeleid) 2. Ontwikkelproces 3. Testproces 4. Regelmatig overleg 5. Gedragenheid creëren

OUTPUT

1. Een meetinstrument/monitoringsysteem dat de verschillende effecten van de werking van Basiseducatie aantoont (bv. zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van laaggeletterde volwassenen verhogen, kansen, …). 2. Er is een plan van aanpak voor een eerste meting.

OUTCOME

Oplevering van de eerste bruikbare informatie na een testfase van het meetinstrument.

AANPAK

1. Er is een gedeeld beeld van welke impact we willen bereiken. (Zie Mijlpaal 1.1) 2. We laten onderzoeken of er vergelijkbare meetinstrumenten bestaan (bv. in het buitenland). 3. We zoeken een externe deskundige. We nemen hiervoor contact op met een hogeschool of universiteit (bv. masterstudent). De ontwikkeling van een meetinstrument is het onderzoeksonderwerp. 4. Als promotor/‘leverancier van input’ optreden: ontwikkeling van het instrument van nabij opvolgen, uittesten, feedback geven. 5. Prototype verspreiden en laten uittesten in de centra. 6. Evalueren en aanpassen waar nodig.

LINK MET ANDERE PROCESSEN TIMING

―― SD 1: Impact- en doelgroepenbeleid ―― SD 6: Lerende organisatie november 2017 - juni 2018

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

71

―― Kernteam: 0.3 VTE ―― Medewerkers centra: 4 x 0.1 VTE • Team organisatie en interne communicatie • Mensen uit de projectgroep doelgroepenbeleid ―― Vocvo: 0.3 VTE ―― Mensen van andere belangenorganisaties (bv.

INTERNE BETROKKENEN

Netwerk tegen Armoede)

―― Hogeschool/universiteit/ procesbegeleider voor

ontwikkeling van het instrument, met feedback en bijsturing vanuit het Netwerk BE.

MIDDELEN

kosten externe procesbegeleider: minimum € 25 000

IMPACT OP HET NETWERK BE

2

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

72

STRATEGISCHE DOELSTELLING 4 Het Netwerk Basiseducatie ontwikkelt een instrument om de impact van zijn werking te meten. Hierbij focussen we op de mate waarin onze doelgroepen meer zelfredzaam aan de samenleving kunnen participeren. MIJLPAAL 4.2: De impactmeting maakt deel uit van de kwaliteitsprocessen van het Netwerk Basiseducatie. VOORZIENE PROJECTEN

De impactmeting is een onderdeel van de leer-, evaluatie- en verbeterprocessen van het Netwerk BE. We implementeren ze gefaseerd in de centra en in het kernteam van het Netwerk BE.

VERWACHTE PROCESSEN

1. Nulmeting per centrum , na 2 jaar een eerste echte impactmeting per centrum. 2. Impactmeting als actie opnemen in de jaaractieplannen van het Netwerk BE. 3. In jaarverslagen resultaten van de impactmeting opnemen en conclusies trekken. 4. Impactmetingen bundelen voor de hele sector. 5. Tweejaarlijkse resonansgroep op netwerkniveau, met externe partners. We leggen er de resultaten van de metingen voor.

OUTPUT

Impactbarometer: een impactverslag/-diagram per centrum en voor het Netwerk BE

OUTCOME

1. Er is een significante toename van de kansenversterking bij de gekozen doelgroepen. 2. De meetresultaten ondersteunen het diverse ‘leren’ in de lerende Netwerkorganisatie. Daardoor krijgen we ook een beter zicht op de sterke en zwakke punten van de werking. 3. Meetresultaten stimuleren innovatie en bijsturing van de werking met verhoging van impact en kwaliteit tot gevolg. 4. We krijgen inzicht in de impact van verschillende (context)factoren. 5. We gebruiken de resultaten van het impact- en doelgroepenbeleid bij belangenbehartiging t.a.v. de overheid en in functie van doelgerichte communicatie naar externe partners. 6. Impactmeting genereert correcte en bruikbare informatie voor toekomstige beslissingen. 7. De medewerkers van het Netwerk BE denken en werken outcome-/impactgericht. Ze zijn zich bewust van de impact die onze werking heeft. Zowel op de cursist die zich beter kan handhaven in de maatschappij, op de samenleving die meer begrip heeft voor de situatie van onze cursisten, als op het eigen functioneren en dat van het Netwerk BE.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

73

AANPAK

1. We implementeren de impactanalyse in het netwerk. Dit betekent dat ook de beleidsplannen van de centra op deze impactmeting afgestemd worden. 2. Er wordt bewust en actief gemeten. 3. Impactanalyse krijgt een plaats in de verschillende beleidscycli van het netwerk: beleidsvoorbereiding, beleidsuitvoering, beleidsmonitoring en -evaluatie en beleidsbijsturing. 4. We maken meetresultaten breed bekend in het netwerk en we gaan ermee aan de slag binnen diverse beleidsinitiatieven.

―― SD 1: Doelgroepenbeleid ―― SD 6: Lerende organisatie

LINK MET ANDERE PROCESSEN TIMING

januari 2019 - juni 2020

―― Kernteam: 0.5 VTE ―― Medewerkers centra: 6 x 0.1 VTE • Team organisatie en interne communicatie • Projectgroep impactmeting/medewerkers

BETROKKENEN

centra

―― Vocvo: 0.3 VTE ―― Cursisten in de centra ―― Partners in resonansgroep MIDDELEN

geen meerkost verwacht

IMPACT OP HET NETWERK BE

5

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

74

STRATEGISCHE DOELSTELLING 5

Het Netwerk Basiseducatie stelt een gemeenschappelijke beleidsagenda op en ontwikkelt een doeltreffende strategie om het beleid in de samenleving te beïnvloeden en zo laaggeletterdheid in Vlaanderen en Brussel te voorkomen en te bestrijden. De huidige Federatie doet al heel wat belangenbehartiging en beleidsbeïnvloeding. Vaak gebeurt dit ad hoc. Toch kunnen we dit nog meer systematisch organiseren zodat de beleidsbeïnvloeding meer doordacht, proactief en met meer slagkracht kan. STRATEGISCHE DOELSTELLING 5 Het Netwerk Basiseducatie stelt een gemeenschappelijke beleidsagenda op en ontwikkelt een doeltreffende strategie om het beleid in de samenleving te beïnvloeden en zo laaggeletterdheid in Vlaanderen en Brussel te voorkomen en te bestrijden. MIJLPAAL 5.1: De visie op beleidsbeïnvloeding, de beleidsagenda en de strategie zijn scherp gesteld. VOORZIENE PROJECTEN

Opstart van het team beleidsbeïnvloeding om de beleidsagenda en de strategie van beleidsbeïnvloeding uit te werken en scherp te stellen. Het team bestaat uit leden van de RvB van het Netwerk BE, eventueel aangevuld met stafmedewerkers uit de centra.

VERWACHTE PROCESSEN

1. Visieontwikkeling m.b.t. de beleidsagenda en de strategie. 2. Bijsturing van de (huidige) beleidsagenda en strategie. 3. Terugkoppeling naar de RvB van het Netwerk BE en de centrumbesturen. 4. Brede terugkoppeling van visie, beleidsagenda en strategie in de sector.

OUTPUT

1. Een sterk onderbouwde visie op beleidsbeïnvloeding. 2. Een beleidsagenda van de sector Basiseducatie. 3. Een doelgerichte strategie, organisatie-, overleg- en communicatiestructuren en afspraken m.b.t beleidsbeïnvloeding. 4. Een stappenplan voor de implementatie hiervan.

OUTCOME

Er is meer gelijkgerichtheid over beleidsbeïnvloeding.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

75

AANPAK

Taken van het team beleidsbeïnvloeding: 1. Evalueren van de huidige werking m.b.t.beleidsbeïnvloeding (SWOT analyse of andere). 2. De beleidsagenda opstellen: visie/missietekst en memorandum als basis. 3. Nagaan hoe andere organisaties efficiënt en doelgericht aan beleidsbeïnvloeding doen. 4. Organisatorische aspecten scherpstellen: ―― Niveaus en relevante actoren van extern beleidsnetwerk in kaart brengen, clusteren en prioriteiten toekennen: Europees, Federaal, Vlaanderen/Brussel, regionaal, lokaal. ―― Bepalen hoe we aan beleidsbeïnvloeding willen doen (visie en strategie): korte, middellange en lange termijn strategieën uittekenen. ―― Bepalen welke actoren binnen het Netwerk BE we betrekken in die beleidsbeïnvloeding (bv. kernteam, directies, centrumbesturen, cursisten, vakorganisaties, leraren) en hun opdracht/mandaat vastleggen. ―― Een concept voor organisatie- en overlegstructuur uittekenen m.b.t. de actoren van de netwerkorganisatie: overleg, communicatieacties,interne besluitvormingsprocedures, ...

―― SD 1: Doelgroepenbeleid ―― SD 7: Netwerk Basiseducatie

LINK MET ANDERE PROCESSEN TIMING

januari 2018 - mei 2018

―― ―― ―― ――

BETROKKENEN

Kerngroep: 0.25 VTE Medewerkers centra: 4 x 0.1 VTE Mensen uit verschillende niveaus van de sector Mensen van andere belangenorganisaties

MIDDELEN

Vergadertijd

IMPACT OP HET NETWERK BE

2

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

76

STRATEGISCHE DOELSTELLING 5 Het Netwerk Basiseducatie stelt een gemeenschappelijke beleidsagenda op en ontwikkelt een doeltreffende strategie om het beleid in de samenleving te beïnvloeden en zo laaggeletterdheid in Vlaanderen en Brussel te voorkomen en te bestrijden. MIJLPAAL 5.2: De visie, beleidsagenda en strategie zijn gekend en gedragen in het Netwerk BE. VOORZIENE PROJECTEN

1. Acties om de visie, beleidsagenda en strategie binnen het Netwerk BE bekend te maken. 2. Reflectie en feedback organiseren.

VERWACHTE PROCESSEN

1. Interne communicatie in het Netwerk BE. 2. Continu werken aan betrokkenheid en gedragenheid in het Netwerk BE.

OUTPUT

De visie, beleidsagenda, strategie, organisatie-, overlegen communicatiestructuren en afspraken m.b.t de beleidsbeïnvloeding zijn gekend en gedragen binnen de diverse niveaus van het Netwerk BE.

OUTCOME

1. Voor iedereen in het Netwerk BE is het duidelijk wat het maatschappelijk project van de Basiseducatie is. 2. Er is een grotere betrokkenheid m.b.t. beleidsbeïnvloeding bij de verschillende geledingen in de sector Basiseducatie. 3. Mensen uit de verschillende geledingen van de sector Basiseducatie voelen zich gesterkt en gemotiveerd om actief of passief deel te nemen aan beleidsbeïnvloeding.

AANPAK

1. Op een sectordag maken we de visie, beleidsagenda en de strategie m.b.t beleidsbeïnvloeding bekend. 2. De centra besteden structureel aandacht aan de visie, beleidsagenda en strategie van beleidsbeïnvloeding op de eigen overlegplatformen.

LINK MET ANDERE PROCESSEN

niet van toepassing

TIMING

juni 2018 - september 2018

―― Kernteam 0.25 VTE ―― Medewerkers centra: 4 x 0.1 VTE ―― Diverse geledingen van het Netwerk BE

BETROKKENEN

MIDDELEN

Vergadertijd

IMPACT OP HET NETWERK BE

3

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

77

STRATEGISCHE DOELSTELLING 5 Het Netwerk Basiseducatie stelt een gemeenschappelijke beleidsagenda op en ontwikkelt een doeltreffende strategie om het beleid in de samenleving te beïnvloeden en zo laaggeletterdheid in Vlaanderen en Brussel te voorkomen en te bestrijden. MIJLPAAL 5.3: De strategie en beleidsagenda met betrekking tot beleidsbeïnvloeding worden uitgevoerd (continu proces). VOORZIENE PROJECTEN

Acties ondernemen in functie van het uitvoeren van de beleidsagenda en strategie m.b.t. beleidsbeïnvloeding.

VERWACHTE PROCESSEN

1. De visie en beleidsagenda regelmatige updaten i.f.v. de veranderende beleidscontext(en). 2. De doelmatigheid waarmee aan beleidsbeïnvloeding gedaan wordt evalueren en in kaart brengen. Is onze beleidsagenda de juiste? Klopt de strategie? 3. De organisatie-, overleg-, beslissings- en communicatiestrategie evalueren en indien nodig bijsturen.

OUTPUT

1. Er is een werkende organisatie-, overleg-, beslissings- en communicatiestructuur opgezet voor beleidsbeïnvloeding. 2. Concrete acties met betrekking tot de beleidsagenda worden of zijn uitgevoerd. 3. Er is een sterker intern en extern netwerk in functie van beleidsbeïnvloeding op verschillende niveaus.

OUTCOME

1. Er is betrokkenheid binnen de hele sector Basiseducatie m.b.t. beleidsbeïnvloeding. 2. Verschillende geledingen in de sector Basiseducatie ondersteunen de beleidsagenda en -strategie en voeren ze mee uit. 3. De slagkracht van onze beleidsbeïnvloeding is vergroot (zowel proactief als reactief). 4. We worden als vanzelfsprekend gevraagd bij beleidsactoren als het gaat over thema´s die gelinkt zijn aan geletterdheid.

AANPAK

1. We tekenen een strategie uit voor de implementatie. 2. De beleidsagenda en de strategie voor beleidsbeïnvloeding gefaseerd uitvoeren.

―― SD 1: Impact - en doelgroepenbeleid ―― SD 7: Netwerk Basiseducatie

LINK MET ANDERE PROCESSEN TIMING

oktober 2018 - december 2020

―― Kernteam (AB): 0.5 VTE ―― Medewerkers centra: 4 x 0.05 VTE ―― Team beleidsbeÏnvloeding

BETROKKENEN

MIDDELEN

Afhankelijk van de specifieke acties die worden uitgetekend

IMPACT OP HET NETWERK BE

3

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

78

STRATEGISCHE DOELSTELLING 6

Het Netwerk Basiseducatie is een lerende organisatie die inzet op het verhogen van kwaliteit en op innovatie. Dit bereiken we door te werken aan een verbindende leercultuur en door het opzetten van systematische processen van kennisdeling en -ontwikkeling. Een lerende organisatie is een organisatie die zich in de huidige tijd van snelle technologische vernieuwingen van producten en sociale veranderingen, flexibeler en meer open maakt. Zo is men beter in staat op externe ontwikkelingen te reageren en te anticiperen. Een lerende organisatie streeft ernaar bekwaam te zijn én te blijven. Met andere woorden: een lerende organisatie is een organisatie die in staat is zich permanent te verbeteren, te vernieuwen en te ontwikkelen. ―― Een lerende netwerkorganisatie beantwoordt aan bepaalde eigenschappen die onderling moeten samenhangen: ―― Een lerende organisatie heeft zicht op en gerichte aandacht voor gewenste ontwikkelingen. ―― Een lerende organisatie heeft brede aandacht voor leren. ―― Een lerende organisatie is een netwerkorganisatie. ―― Een lerende organisatie is gericht op samenwerking en afstemming. ―― Een lerende organisatie communiceert helder en open. STRATEGISCHE DOELSTELLING 6 Het Netwerk Basiseducatie is een lerende organisatie die inzet op het verhogen van kwaliteit en op innovatie. Dit bereiken we door te werken aan een verbindende leercultuur en door het opzetten van systematische processen van kennisdeling en -ontwikkeling. MIJLPAAL 6.1: Er is een gemeenschappelijke visie op wat een lerende organisatie is. VOORZIENE PROJECTEN

1. Het team organisatie en interne communicatie omschrijft het concept lerende organisatie en vertaalt dit naar het Netwerk BE. 2. Een sectormoment Lerende netwerkorganisatie.

VERWACHTE PROCESSEN

1. Schrijf- en redactiewerk. 2. Brede aftoetsing binnen het Netwerk BE met het oog op draagvlak creëren. 3. Verspreiding van het resultaat in het hele netwerk.

OUTPUT

1. Een heldere en gedragen visietekst. 2. Uitgangspunten om het netwerk organisatorisch verder uit te bouwen.

OUTCOME

1. Het is duidelijk voor alle medewerkers van het Netwerk BE wat een lerende organisatie betekent en welke meerwaarde dit heeft. 2. Het is duidelijk voor alle medewerkers van het Netwerk BE hoe we een lerende organisatie willen zijn. 3. Er ontstaat in het Netwerk BE een goede voedingsbodem voor een duurzame cultuur van kwaliteitszorg en efficiënt kennismanagement. 4. Er ontstaat in het Netwerk BE een cultuur van leren die zijn leden met elkaar verbindt.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

79

AANPAK

LINK MET ANDERE PROCESSEN

TIMING BETROKKENEN

MIDDELEN

1. Het team organisatie en interne communicatie zoekt bruikbare modellen en voorbeelden van lerende organisaties. 2. Het team organisatie en interne communicatie inventariseert goede praktijken m.b.t leren als organisatie in de sector BE. 3. Het team organisatie en interne communicatie, in uitgebreide samenstelling, schrijft een visietekst over Lerende Netwerkorganisatie BE. 4. De Raad van Bestuur en Algemene Vergadering bekrachtigen de visietekst. 5. De visietekst wordt verspreid in het netwerk.

―― SD 1: Doelgroepenbeleid ―― SD 2: Functioneel en geïntegreerd werken ―― SD 4: Impactmeting maart 2017 - oktober 2017

―― ―― ―― ―― ――

Kernteam: 0.6 VTE Medewerkers centra: 5 x 0.2 VTE Team organisatie en interne communicatie Vocvo: 0.5 VTE Externe experten indien nodig

sectormoment (voorbereiding en infrastructuur)

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

80

STRATEGISCHE DOELSTELLING 6 Het Netwerk Basiseducatie is een lerende organisatie die inzet op het verhogen van kwaliteit en op innovatie. Dit bereiken we door te werken aan een verbindende leercultuur en door het opzetten van systematische processen van kennisdeling en -ontwikkeling. MIJLPAAL 6.2: Er is een strategie om alle beschikbare kennis en expertise structureel in te zetten in het Netwerk BE. VOORZIENE PROJECTEN

Het team kennis- en expertisedeling of het team organisatie en interne communicatie (eventueel aangevuld met andere medewerkers) ontwikkelt strategieën om kennis en expertise structureel in te zetten in het Netwerk BE. De strategie is vertaald in concrete systemen en instrumenten.

VERWACHTE PROCESSEN

―― Methodieken en strategieën ontwikkelen. ―― Terugkoppelen i.f.v. het creëren van gedragenheid. ―― Overleg.

OUTPUT

―― Er is zicht op de beschikbare en niet beschikbare expertise in het Netwerk.

―― Strategieën om de beschikbare expertise aan te wenden zijn uitgewerkt in: • systemen van kennisontwikkeling, • systemen van kennisdeling, • systemen van kennisbeheer, • instrumenten voor kennisbeheer en -deling.

OUTCOME

1. Er is gelijkgerichtheid in het Netwerk BE over hoe we expertise en kennis willen beheren en delen. 2. Er is een gezamenlijke strategie die toelaat om in alle delen van het Netwerk BE aanwezige kennis en expertise aan te spreken en in te zetten.

AANPAK

1. Het team dat de strategie, systemen en instrumenten ontwikkelt voert onderstaande opdrachten uit: ―― De visie over lerend netwerk vertalen in concrete strategieën en methodes die toepasbaar zijn in de praktijk. ―― Goede praktijken binnen en buiten de sector in kaart brengen. ―― Een strategie, systemen en instrumenten ontwikkelen om: ―― externe kennis en expertise in het netwerk te brengen; ―― kennis en expertise uit de centra toegankelijk te maken; ―― expertise te ontsluiten naar medewerkers van het Netwerk BE en externe partners. ―― Een stappenplan opmaken voor de invoering van de visie, strategie, systemen en instrumenten. ―― Onderzoeken of een leermiddelen databank wenselijk is. ―― Indien nodig hogescholen en universiteiten benaderen om hun methodologische expertise in te zetten.

LINK MET ANDERE ­PROCESSEN TIMING

―― SD 3: Expertisecentrum ―― Beleidsplan Vocvo september 2017 - december 2017

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

81

―― ―― ―― ―― ―― ――

INTERNE BETROKKENEN

EXTERNE BETROKKENEN

Vocvo

―― Kosten externe expertise en ondersteuning ―― ICT-kosten

MIDDELEN IMPACT OP HET NETWERK BE

Kernteam: zie 6.1 Medewerkers centra: zie 6.1 Team kennis- en expertisedeling Vocvo: zie 6.1 Alle andere teams Externe experten: • Ontwikkelaars / beheerders instrumenten • Universiteiten, hogescholen, ...

2

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

82

STRATEGISCHE DOELSTELLING 6 Het Netwerk Basiseducatie is een lerende organisatie die inzet op het verhogen van kwaliteit en op innovatie. Dit bereiken we door te werken aan een verbindende leercultuur en door het opzetten van systematische processen van kennisdeling en -ontwikkeling. MIJLPAAL 6.3: Het Netwerk BE zet kennis en expertise doelgericht in. VOORZIENE PROJECTEN

Het Netwerk BE voert gefaseerd de visie, strategie, systemen en instrumenten voor kennis- en expertisedeling in en gebruikt ze.

VERWACHTE PROCESSEN

1. Visie, strategie, systemen en instrumenten invoeren en toepassen: ―― in elk CBE, ―― tussen alle CBE, ―― met externe partners. 2. Het effect van de strategie, systemen en instrumenten monitoren, evalueren en eventueel bijsturen. 3. De leercultuur inbedden in de kwaliteitszorgprocessen en het VTO-beleid van alle leden van het Netwerk BE. 4. Het Netwerk BE hanteert een lerende houding in de toepassing van zijn ontwikkelcyclus voor medewerkers en stimuleert hen om vanuit een lerende houding te werken.

OUTPUT

1. Strategie, systemen en instrumenten van kennisontwikkeling, kennisdeling en kennisbeheer zijn operationeel en worden gefaseerd ingevoerd. 2. Toegankelijke interne en externe expertise en kennis. 3. Er zijn collectieve leerprocessen in de netwerkorganisatie. 4. Er zijn medewerkers uit elk centrum betrokken bij praktijkonderzoek. 5. Er zijn een aantal medewerkers betrokken bij de verwerving van kennis en inzichten via uitwisseling met organisaties uit binnen- en buitenland, die werken met laaggeletterde volwassenen. 6. Medewerkers uit alle centra participeren minstens 1x per jaar actief aan een centrumoverschrijdende leeractiviteit die hun eigen (les)praktijk overstijgt.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

83

OUTCOME

1. Het Netwerk BE kan zijn kennis en expertise efficiënt en doelgericht beheren en inzetten zowel intern als extern. Hierdoor neemt de slagkracht van de sector toe. 2. Er is een zichtbare verhoging van kwaliteit in alle processen van het Netwerk BE. 3. Het Netwerk BE innoveert structureel. 4. Medewerkers van het Netwerk BE zijn gericht op het verhogen van de kwaliteit van hun werk. 5. Medewerkers van het Netwerk BE voelen zich ondersteund door het netwerk in hun professionele leerprocessen. 6. De gedeelde leercultuur verbindt medewerkers van het Netwerk BE en is een wezenlijk onderdeel van de identiteit van het netwerk. 7. Externe partners doen een beroep op het Netwerk BE om hun eigen beleid en aanpak ten aanzien van laaggeletterdheid te verbeteren. 8. De medewerkers van het Netwerk BE hebben een onderzoekende houding en gaan actief op zoek naar wetenschappelijke inzichten en kennis.

AANPAK

1. De visie, strategie, systemen en instrumenten gefaseerd invoeren in het Netwerk BE volgens vooraf bepaalde procedures. Het kernteam van het Netwerk BE faciliteert dit proces. 2. Structureel ruimte voor experiment creëren binnen de centra en de teams van het Netwerk BE en dit door het beleid van de centra af te stemmen op de lerende netwerkorganisatie.

―― ―― ―― ――

LINK MET ANDERE PROCESSEN

TIMING

SD 2: Functioneel en geïntegreerd werken SD 3: Expertisecentrum SD 4: Impactmeting SD 5: Beleidsbeïnvloeding

januari 2018 - juni 2019

BETROKKENEN

―― Kernteam: zie 6.1 ―― Medewerkers centra: zie 6.1 • Team kennis- en expertisedeling • Team HR • Team organisatie en interne communicatie • Team educatieve processen ―― Vocvo: zie 6.1 ―― Externe partners

MIDDELEN

―― Kosten systemen voor kennisbeheer (onder voorbehoud)

―― VTO-trajecten van de medewerkers in de centra en van het kernteam van het Netwerk BE

―― Inkopen externe expertise (indien nodig) IMPACT OP HET NETWERK BE

3

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

84

STRATEGISCHE DOELSTELLING 6 Het Netwerk Basiseducatie is een lerende organisatie die inzet op het verhogen van kwaliteit en op innovatie. Dit bereiken we door te werken aan een verbindende leercultuur en door het opzetten van systematische processen van kennisdeling en -ontwikkeling. MIJLPAAL 6.4: Pedagogische ondersteuning heeft een structurele plaats in en wordt aangestuurd door het Netwerk BE. VOORZIENE PROJECTEN

De pedagogische ondersteuningsdienst van Vocvo wordt opgenomen en verankerd in het team educatieve processen van het Netwerk BE.

VERWACHTE PROCESSEN

1. Deelname van leden van het Netwerk BE aan het beleidsproces van Vocvo. 2. Beslissingen van directies van de CBE op de Raad van Bestuur van Vocvo met betrekking tot de mate van verankering van de pedagogische begeleidingsdienst van Vocvo in het Netwerk BE.

OUTPUT

De pedagogische ondersteuningsdienst is verankerd in het Netwerk BE en wordt hierdoor aangestuurd.

OUTCOME

1. De pedagogische ondersteuning sluit aan op het agogisch project van de sector Basiseducatie. 2. Er is meer gelijkgerichtheid tussen de pedagogische ondersteuning en de sector Basiseducatie. 3. Medewerkers van de centra worden meer en beter ondersteund op didactisch, agogisch en inhoudelijk vlak. 4. Daardoor worden ook de cursisten versterkt in hun leerproces. 5. Processen van kennis- en expertisedeling verlopen performanter en de medewerkers van de centra ervaren hiervan de meerwaarde.

AANPAK

1. N.a.v. de visietekst (zie MP 6.1) gesprekken opgestart met de huidige pedagogische ondersteuningsdienst. 2. Overleggen met Vocvo op welke manier deze transitie een plaats kan krijgen in hun beleidsproces. 3. Samen met Vocvo een ontwikkeltraject opzetten om te komen tot een mogelijk scenario.

LINK MET ANDERE ­PROCESSEN

SD 3: Expertisecentrum

TIMING

januari 2017 - september 2017

―― Kernteam: 1 VTE ―― Vocvo en RvB van Vocvo: 0.5 VTE ―― Vlaamse overheid

BETROKKENEN

MIDDELEN

geen extra kosten

IMPACT OP HET NETWERK BE

2

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

85

STRATEGISCHE DOELSTELLING 6 Het Netwerk Basiseducatie is een lerende organisatie die inzet op het verhogen van kwaliteit en op innovatie. Dit bereiken we door te werken aan een verbindende leercultuur en door het opzetten van systematische processen van kennisdeling en -ontwikkeling. MIJLPAAL 6.5: Er is een opleiding voor de leraar Basiseducatie. VOORZIENE PROJECTEN

1. De projectgroep Vocvo opleiding leraar BE (LOBE, al begonnen in 2016) opstarten. 2. De projectgroep stelt een referentiekader op voor een opleiding leraar BE. 3. De waarden en cultuur van BE in kaart brengen; deze moeten ook weerspiegeld zijn in de opleiding leraar BE.

VERWACHTE PROCESSEN

1. Overleg met de projectgroep en voldoende terugkoppeling met de leden van het Netwerk BE. 2. Zoeken naar consensus over inhoud en vorm van de opleiding. 3. Overleg met overheid, Vocvo, Hogescholen, universiteiten, ...

OUTPUT

1. Een opleiding leraar Basiseducatie die tegemoetkomt aan de verwachtingen van de medewerkers en van de centra. 2. Een toegankelijke opleiding die een reÍel voordeel biedt aan wie ze volgt (hogere kansen op tewerkstelling in de sector, erkenning, Banaba of Manama, Bewijs Pedagogische Bekwaamheid, ‌) 3. Een flexibele opleiding die rekening houdt met de eerder verworven competenties van de deelnemers. Delen van de opleiding kunnen ook ingezet worden in het VTO-traject van meer ervaren medewerkers. 4. Een breed referentiekader dat als basis kan dienen voor een opleiding op korte termijn en eventueel andere opleidingen op langere termijn.

OUTCOME

1. De onthaalprocedure en inwerking van nieuwe medewerkers vragen minder tijd. Nieuwe lesgevers verschijnen met meer kennis en zelfvertrouwen aan de start. 2. Lesgevers in de Basiseducatie staan sterker, de kwaliteit van de begeleiding en de leeromgeving stijgen. 3. Stages binnen deze opleiding zullen specifiek gericht op de sector verlopen en daardoor sneller een return voor het netwerk opleveren. 4. Een gezamenlijke lerarenopleiding versterkt de informele persoonlijke netwerken tussen medewerkers van verschillende centra en dus op termijn ook de collectieve identiteit van het netwerk. 5. Door de opleiding zelf wordt het Netwerk BE zichtbaarder voor externen.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

86

AANPAK

1. De Vocvo projectgroep LOBE werkt een referentiekader uit. 2. Vocvo en het Netwerk BE bepalen doelgroepen, finaliteiten en formule van de opleiding. 3. In functie hiervan worden interne expertise gezocht en eventueel externe partners aangesproken. 4. Regelmatig evalueren meerdere stakeholders de opleiding en op basis hiervan sturen we bij waar nodig.

―― SD 1: Impact en doelgroepenbeleid ―― SD 2: Functioneel en geïntegreerd werken ―― SD 3: Expertisecentrum

LINK MET ANDERE PROCESSEN

TIMING

januari 2017 tot september 2018

BETROKKENEN

―― ―― ―― ―― ――

MIDDELEN

―― Inzet medewerkers voor de ontwikkeling van de

Kernteam: 0,05 VTE Medewerkers Netwerk BE: 10 x 0.05 VTE Interne experten Vocvo: 0.5 VTE Eventueel hogescholen, universiteiten, ... opleiding

―― Inzet medewerkers voor de begeleiding van de opleiding

―― Mogelijk gederfde uren van medewerkers die deelnemen aan de opleiding

―― Mogelijk kosten voor de opleiding van medewerkers

―― Eventueel externe begeleiders en experten IMPACT OP HET NETWERK BE

3

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

87

STRATEGISCHE DOELSTELLING 6 Het Netwerk Basiseducatie is een lerende organisatie die inzet op het verhogen van kwaliteit en op innovatie. Dit bereiken we door te werken aan een verbindende leercultuur en door het opzetten van systematische processen van kennisdeling en -ontwikkeling. MIJLPAAL 6.6: Het Netwerk BE beschikt over een interne expertenpool waarop externen beroep kunnen doen. VOORZIENE PROJECTEN

1. Het Netwerk BE maakt profielen op van experten geletterdheid. 2. Het Netwerk BE brengt zijn aanwezige expertise in kaart. 3. Het Netwerk BE stelt een interne expertenpool samen. 4. Het team van experten maakt afspraken over de werking van de expertenpool.

VERWACHTE PROCESSEN

1. Expertise uitbouwen en actueel houden. 2. Nieuwe experten rekruteren/opleiden. 3. De bevindingen van experten in de expertenpool terugkoppelen naar het Netwerk BE.

OUTPUT

1. Profiel-, competentie- en functieomschrijving van experten geletterdheid. 2. Een inventaris van alle experten geletterdheid in het netwerk met hun specialiteit. 3. Een draaiboek voor de experten geletterdheid voor het opzetten en begeleiden van acties. 4. Concreet inzetbare (didactische) materialen voor acties van experten geletterdheid.

OUTCOME

1. Het Netwerk BE beschikt over een efficiënte expertenpool en kan zo snel inspelen op vragen van externe partners. 2. De deskundigheid en uitstraling van het Netwerk BE worden beter zichtbaar in een groter deel van de samenleving. 3. Het Netwerk BE kan meer invloed uitoefenen op het maatschappelijke beleid inzake geletterdheid.

AANPAK

Een projectgroep werkt profielen uit voor experten geletterdheid. Deze projectgroep: 1. brengt de aanwezige expertise in het Netwerk BE in kaart en onderzoekt welke meerwaarde onze expertise aan externe stakeholders biedt; 2. onderzoekt welke expertise nog ontbreekt; 3. stelt een eerste expertenpool samen; 4. zoekt manieren om medewerkers van het netwerk flexibel in te zetten als expert; 5. bepaalt een systeem om nieuwe experten aan te trekken en op te leiden.

LINK MET ANDERE PROCESSEN

―― ―― ―― ――

SD 1: Impact en doelgroepenbeleid SD 2: Functioneel en geïntegreerd werken SD 6: Lerende organisatie Statutarisering en financieringsmodel BE in functie van flexibele inzet van personeel in het Netwerk BE

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

88

TIMING

januari 2019 - mei 2019

―― Kernteam: 0.25 VTE ―― Medewerkers centra: 4 x 0.05 VTE ―― Team kennis- en expertisedeling, maar

BETROKKENEN

wordt tijdens overgangsfase opgenomen door het team organisatie en communicatie. ―― Vocvo: 0.5 VTE ―― Externe stakeholders MIDDELEN

promotiekosten: zie MP 3.1

IMPACT OP HET NETWERK BE

3

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

89

STRATEGISCHE DOELSTELLING 7

De Centra Basiseducatie zijn georganiseerd als het Netwerk Basiseducatie. De sector Basiseducatie heeft gekozen om heel wat zaken op sectorniveau te organiseren met het oog op meer slagkracht. We kiezen voor de netwerkorganisatie als structuur om gemeenschappelijk de missie en visie van de sector Basiseducatie te realiseren. De netwerkorganisatie gaat uit van de kracht van samenwerking: 1 + 1 =3. De ontplooiing ervan realiseren we in verschillende fases. STRATEGISCHE DOELSTELLING 7 De Centra Basiseducatie zijn georganiseerd als het Netwerk BE. MIJLPAAL 7.1: Er is een transitietraject voor de implementatie van de netwerkorganisatie. VOORZIENE PROJECTEN

1. Een transitieplan opmaken voor de overgang van de Federatiewerking naar de werking van een netwerkorganisatie. 2. De technische werkgroep specificeert duidelijk de mandaten, taken, rollen en competenties van het team en de nodige personeelsinzet. 3. De technische werkgroep maakt voorstellen voor de samenstelling van een evenwichtig team organisatie en interne communicatie.

VERWACHTE PROCESSEN

1. Met de centra afstemmen in functie van de regionale beleidsplannen of andere beleidsacties. 2. Draagvlak creëren door regelmatige terugkoppeling naar de verschillende betrokkenen. 3. Financiële berekeningen maken. 4. Profielen opmaken voor het aantrekken van medewerkers. 5. Beslissingen nemen.

OUTPUT

1. Er is een overgangsteam organisatie en interne communicatie. 2. Er is een definitief operationeel team organisatieontwikkeling en interne communicatie. 3. Het team organisatie en interne communicatie is geïnstalleerd en is operationeel. Er zijn mensen, middelen en tijd om kwaliteitsvol te werken. 4. Er is een uitgewerkt meerjarenactieplan om de transitie naar de netwerkorganisatie gefaseerd uit te voeren: ―― een doordachte en haalbare aanpak met het oog op slagen van het Netwerk BE, ―― een gefaseerde aanpak. 5. Er is een plan voor de uitbreiding en het goed functioneren van het kernteam. 6. Er is een flow van de organisatieprocessen uitgetekend.

OUTCOME

1. Alle leden zien de meerwaarden van het netwerk in. 2. Er is draagkracht voor de transitie bij de centrumbesturen. 3. De leden van het Netwerk BE percipiëren de uitrol van het Netwerk BE als haalbaar.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

90

AANPAK

1. De Afgevaardigd Bestuurder werkt de stafmedewerker organisatie in. 2. De technische werkgroep tekent profielen uit voor het aantrekken van medewerkers voor het team organisatie. 3. De RvB en AV maken afspraken over de mogelijke tijdsinvulling van het team. 4. Er is een procedure voor het aantrekken van teamleden. 5. Medewerkers uit de centra worden aangetrokken voor het team organisatie. 6. Afspraken maken over de werking van het team. 7. Het team organisatie maakt een transitieplan om het organisatiemodel gefaseerd in te voeren: ―― Het transitieplan wordt uitgewerkt op basis van de input die de technische werkgroep reeds heeft geleverd (fiches met opdrachten en mandaten van de teams, overleggen, processen in kaart brengen en verbinden met stakeholders, beleidscycli verfijnen, timing opmaken). ―― De match maken tussen de prioriteiten van het strategisch beleidsplan en de opstart van teams en projectgroepen. ―― Voorbereiden van de opstart en samenstelling van de verschillende teams. ―― Het huidige financieringssysteem en de verdeelsleutels worden herbekeken en herwerkt waar nodig. ―― Strategie en methodiek ontwikkelen voor het aantrekken en aanwerven van medewerkers voor de teams. ―― Bij de uitwerking van het transitieplan eveneens de aanzet van een IKZ-systeem (impactmeting) ontwikkelen voor de werking van het organisatiemodel. (zie MP 7.3)

―― Strategisch beleidsplan in zijn geheel ―― MP 7.3: Interne kwaliteitszorg

LINK MET ANDERE PROCESSEN TIMING

februari 2017 - april 2017

―― ―― ―― ――

BETROKKENEN

Raad van Bestuur en Algemene Vergadering Kernteam: 1 VTE Medewerkers centra: 5 x 0.1 VTE Technische werkgroep/overgangsteam organisatie en interne communicatie ―― Indien nodig een (externe) procesbegeleider

MIDDELEN

15 000 euro/jaar, voorzien voor 4 jaar

IMPACT OP HET NETWERK BE

4

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

91

STRATEGISCHE DOELSTELLING 7 De Centra Basiseducatie zijn georganiseerd als het Netwerk BE. MIJLPAAL 7.2: Het nieuwe organisatiemodel is geïmplementeerd in het Netwerk BE. VOORZIENE PROJECTEN

1. Gefaseerde implementatie van het organisatiemodel. 2. Een tussentijdse evaluatie voor 1 november 2017 met betrekking tot de reeds aangegane engagementen.

VERWACHTE PROCESSEN

1. Monitoren/bijsturen van de de werking van het Netwerk BE in zijn verschillende dimensies. 2. Beslissingsprocedures worden ingevoerd en bijgestuurd. 3. Aantrekken van medewerkers en samenstellen van teams en projectgroepen. 4. Beleidscycli worden ingepland, uitgevoerd, geëvalueerd en bijgestuurd. 5. Begrotingen opmaken. 6. Jaaractieplannen opmaken. 7. Financieringssysteem (mensen en middelen) monitoren. 8. Ontwikkelcycli van medewerkers opstarten en opvolgen. 9. IKZ-processen opstarten. 10. Administratieve processen opzetten en uitwerken.

OUTPUT

1. Alle onderdelen van het organisatiemodel zijn operationeel. 2. Tegen eind 2018 zijn de basisteams geïnstalleerd en daarna volgt verdere uitbouw.

OUTCOME

1. Het organisatiemodel van het lerend Netwerk BE genereert stelselmatig meer slagkracht voor de uitvoering van de missie en visie van de BE: 2. efficiëntiewinsten door bepaalde processen op sectorniveau aan te pakken i.p.v. 13x 3. de maatschappelijke impact van de sector vergroot 4. de wendbaarheid van de sector vergroot om in te spelen op de uitdagingen die op ons afkomen. 5. beslissingsprocedures lopen efficiënt 6. ...

AANPAK

1. Gefaseerde implementatie op basis van het transitieplan 2. Totale periode: 2017-2020, eind 2017 wordt al een tussentijdse evaluatie gemaakt. 2018-2019 is een volgende tussentijdse periode die geëvalueerd wordt.

LINK MET ANDERE ­PROCESSEN

Het Netwerk BE is het vehikel dat de sector Basiseducatie in staat moet stellen om haar ambities te realiseren. Bijgevolg is er een link met quasi alle strategische doelstellingen van het beleidsplan.

TIMING

september 2017 - december 2018

―― Kernteam: zie 7.1 ―― Medewerkers in de centra: zie 7.1 ―― Medewerkers van de verschillende teams en

BETROKKENEN

―― ―― ―― ―― ―― MIDDELEN

zie 7.1

IMPACT OP HET NETWERK BE

6

projectgroepen Raad van bestuur Centrumbesturen Indien nodig externe deskundige Departement onderwijs Vakbonden

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

STRATEGISCHE DOELSTELLING 7 De Centra Basiseducatie zijn georganiseerd als het Netwerk BE.

92

MIJLPAAL 7.3: Het Netwerk BE heeft een systeem voor interne kwaliteitszorg. VOORZIENE PROJECTEN

Het team organisatie ontwikkelt een actieplan om een systeem voor IKZ te ontwikkelen.

VERWACHTE PROCESSEN

1. Keuzeproces opzetten. 2. Ontwikkelproces i.f.v. afstemming van het systeem op het Netwerk BE. 3. Terugkoppeling naar alle betrokkenen. 4. Beslissingen nemen.

OUTPUT

1. Er is een keuze gemaakt voor een systeem voor IKZ van het Netwerk BE. 2. Het systeem voor IKZ is uitgewerkt voor het Netwerk Basiseducatie. 3. Het IKZ-systeem van het netwerk is afgestemd op dat van de leden of omgekeerd tegen het einde van de beleidsperiode. Hierover worden afspraken gemaakt. 4. Er wordt eveneens afgestemd met het IKZ van Vocvo.

OUTCOME

Monitoring en evaluatie van de organisatie Netwerk BE worden mogelijk gemaakt met het oog op: ―― opvolging van de beleidscycli (planning, uitvoering) ―― leren en bijsturen (welke aanpak werkt (niet)?) ―― onderbouwing van het eigen organisatiebeleid ―― focusbepaling van de organisatie ―― doeltreffendheid van de organisatie in kaart te brengen (impactmeting) ―― de organisatie krachtiger te maken ―― de meerwaarde van de organisatie naar alle stakeholders te verantwoorden.

AANPAK

1. Op voorhand goed bepalen wat we willen meten en evalueren (zuinigheid, efficiëntie, productiviteit, effectiviteit, kosteneffectiviteit,,...) 2. De juiste indicatoren bepalen (SMART-principe) 3. Keuze maken in de veelheid aan mogelijke IKZ-systemen 4. Zoeken naar afstemming op de IKZ-systemen van de centra en met het Referentiekader Onderwijs, ontwikkeld door de inspectie onderwijs. 5. De linken tussen de werking van de centra en het Netwerk BE expliciteren. Impactmeting impliceert indicatoren op centrumniveau en netwerkniveau en de relaties ertussen.

LINK MET ANDERE PROCESSEN

Het hele strategische plan Netwerk BE.

TIMING

september 2018 - december 2018

BETROKKENEN

―― ―― ―― ―― ――

MIDDELEN

―― Procesbegeleiders i.f.v. impactmeting en IKZ-systemen. ―― Eventuele kosten van externe consultancy ―― Afhankelijk van de keuze middelen voor een tool om

Kernteam: zie 7.1 Medewerkers centra: zie 7.1 Team organisatie en interne communicatie Raad van Bestuur Centrumbesturen

IKZ-systeem te kunnen gebruiken

IMPACT OP HET NETWERK BE

4

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

93

STRATEGISCHE DOELSTELLING 7 De Centra Basiseducatie zijn georganiseerd als het Netwerk BE. MIJLPAAL 7.4: Vocvo maakt deel uit van het Netwerk BE. VOORZIENE PROJECTEN

Het Netwerk BE doorloopt samen met Vocvo een beleidsproces en komt tot een gedragen resultaat over de plaats van Vocvo ten aanzien van het Netwerk BE.

VERWACHTE PROCESSEN

1. Toekomstvisie ontwikkelen over een gemeenschappelijk netwerkproject. 2. Gedragenheid creëren voor deze visie binnen het Netwerk BE en Vocvo. 3. Kerntakendebat voeren. 4. Afstemming van beleidsplannen en werking tussen beide organisaties.

OUTPUT

1. Er is een uitgewerkt scenario dat aangeeft op welke manier Vocvo deel uitmaakt van het Netwerk BE. 2. Er is een gemeenschappelijke toekomstvisie en -project. 3. Kerntaken en doelen zijn duidelijk afgelijnd.

OUTCOME

1. Vocvo maakt deel uit van het Netwerk BE. 2. Gemeenschappelijke doelen ontwikkelen en realiseren in co-creatie. 3. Beleid van het Netwerk BE en van Vocvo zijn op elkaar afgestemd. 4. Meer slagkracht genereren (efficiëntie en doelgerichtheid verhogen). 5. Duidelijkheid over mede-eigenaarschap en mede- verantwoordelijkheid in het Netwerk BE, ook met betrekking tot de activiteiten van Vocvo.

AANPAK

1. Vocvo en het Netwerk BE tekenen een gemeenschappelijk beleidstraject uit. 2. Vocvo en het Netwerk BE werken een visie op een gemeenschappelijk toekomstproject uit. 3. Vocvo en het Netwerk BE stellen een actieplan op dat voorziet in een gefaseerde implementatie van de vooropgestelde doelen.

LINK MET ANDERE ­PROCESSEN

MP 6.4: Pedagogische ondersteuning

TIMING

januari 2017 - december 2019

―― ―― ―― ―― ――

BETROKKENEN

Kernteam: zie 7.1 Medewerkers van de centra: zie 7.1 Vocvo Externe procesbegeleider indien nodig AV en RvB van de Federatie en RvB van Vocvo

MIDDELEN

Te begroten indien nodig

IMPACT OP HET NETWERK BE

5

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

94

STRATEGISCHE DOELSTELLING 7 De Centra Basiseducatie zijn georganiseerd als het Netwerk BE. MIJLPAAL 7.5: De cursisten zijn volwaardige participanten aan het Netwerk BE. VOORZIENE PROJECTEN

1. Cursistparticipatie definiëren. 2. Er wordt een systematiek uitgewerkt om de cursisten structureel te betrekken bij de werking van het Netwerk BE.

VERWACHTE PROCESSEN

Cursisten betrekken bij het Netwerk BE

OUTPUT

1. Visie op cursistparticipatie 2. Systematiek om cursistparticipatie en -betrokkenheid te realiseren in het netwerk

OUTCOME

1. De meerwaarde van cursistparticipatie in het Netwerk BE is duidelijk voor iedereen. 2. Er is een eerste beeld en goesting om meer te investeren in duurzame cursistparticipatie in het Netwerk BE op langere termijn.

AANPAK

1. Bevragen van cursisten over waarover ze zelf inspraak zouden willen hebben. 2. Op basis van de lopende cursistbevragingen eerste experimenten opzetten. 3. Deze testen op hun effectiviteit en meerwaarde en daarna in het Netwerk BE installeren.

―― SD 4: Impactmeting ―― SD6: lerende netwerkorganisatie

LINK MET ANDERE PROCESSEN TIMING

mei 2019 - mei 2020

―― Kernteam: zie 7.1 ―― Medewerkers centra: zie 7.1 ―― Cursisten

BETROKKENEN

MIDDELEN

zie 7.1

IMPACT OP HET NETWERK BE

2

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

95

STRATEGISCHE DOELSTELLING 7 De Centra Basiseducatie zijn georganiseerd als het Netwerk BE. MIJLPAAL 7.6: De centrumbesturen zijn structureel betrokken bij het Netwerk BE. VOORZIENE PROJECTEN

Er wordt een systematiek uitgewerkt om de betrokkenheid van de centrumbesturen te realiseren.

VERWACHTE PROCESSEN

De centrumbesturen worden systematisch betrokken bij de uitrol en werking van het Netwerk BE. Deze betrokkenheid gebeurt direct door het kernteam en indirect via de directies van de centra.

OUTPUT

1. Elk centrumbestuur heeft een vertegenwoordiger in de Algemene Vergadering van het Netwerk BE. 2. Bestuurders van de centra kunnen deelnemen aan diverse overlegstructuren van het Netwerk BE. 3. Leden van het kernteam worden jaarlijks 1 keer uitgenodigd op de bestuursorganen van de centra. 4. De directies overleggen structureel met hun centrumbesturen over het Netwerk BE (vast agendapunt op de RvB van de centra). 5. Er worden jaarverslagen gemaakt over de werking van de netwerkorganisatie. 6. Mensen uit de centrumbesturen worden mee uitgenodigd op sectordagen van het Netwerk. 7. Er is een visie op de betrokkenheid van de centrumbesturen zelf (maken van het project Basiseducatie).

OUTCOME

1. Bestuurders zijn actiever betrokken bij de werking van het Netwerk BE. 2. De gedragenheid met betrekking tot het Netwerk BE vergroot bij de centrumbesturen. 3. Via de betrokkenheid van de centrumbesturen wordt ook de buitenwereld meer binnengetrokken in het Netwerk BE (middenveld), waardoor het netwerk ook meer verankering in de regio´s krijgt en input van ‘externen’. 4. Het Netwerk BE kan beroep doen op de netwerken van de centrumbestuurders in functie van het algemeen belang van de sector BE. 5. Er ontstaat ook een grotere betrokkenheid van de centrumbesturen in het centrum zelf.

AANPAK

Zie output

―― SD 5: beleidsbeïnvloeding ―― SD 6: Lerende netwerkorganisatie

LINK MET ANDERE PROCESSEN TIMING

april 2017 - december 2018

―― Kernteam: zie 7.1 ―― Medewerkers centra: zie 7.1 ―― Centrumbesturen

BETROKKENEN

MIDDELEN

Zie 7.1

IMPACT OP HET NETWERK BE

4

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Algemeen overzicht van de strategische doelstellingen en mijlpalen

96

STRATEGISCHE DOELSTELLING 7 De Centra Basiseducatie zijn georganiseerd als het Netwerk BE. MIJLPAAL 7.7: Het Netwerk BE creëert synergieën tussen de ondersteunende diensten in de centra. VOORZIENE PROJECTEN

―― Het team organisatie en interne communicatie

VERWACHTE PROCESSEN

―― Het team organisatie en interne communica-

OUTPUT

―― Een procedure om mogelijkheden tot synergie

OUTCOME

―― Er is efficiëntiewinst en kostenbesparing bij de

en medewerkers van de centra onderzoeken welke organisatieprocessen een meerwaarde (in efficiëntie en/of kwaliteit) kunnen opleveren, indien ze op netwerkniveau worden opgenomen. ―― Het team organisatie en interne communicatie zoekt een geschikt model om de synergie vorm te geven.

tie zoekt voortdurend naar mogelijke nieuwe synergieën met betrekking tot organisatieprocessen van het Netwerk BE. ―― Het Netwerk BE volgt de gerealiseerde synergieën op en evalueert ze. tussen ondersteunende diensten goed in te schatten. ―― Expertise in het Netwerk BE om synergieën te verwezenlijken. ―― De synergieën die ontstaan. ondersteunende diensten van de centra.

―― De kwaliteit van de ondersteunende diensten neemt toe.

―― De centra bevragen over de mogelijke

AANPAK

synergieën

―― De mogelijkheden inventariseren ―― Keuzes maken ―― Teams opstarten die verder een plan van aanpak opmaken.

LINK MET ANDERE PROCESSEN

Geen

TIMING

januari 2018 tot juni 2020

―― Kernteam: 0.25 VTE ―― Medewerkers centra: 13 x 0.05 VTE

BETROKKENEN MIDDELEN

te begroten indien nodig

IMPACT OP HET NETWERK BE

3

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


97

5

BIJLAGEN STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


bijlagen

98

Bijlage: samenvatting trendanalyse

5.1

I. ZEKER & ONBEÏNVLOEDBAAR ARBEIDSMARKT 1. Vereisten op de arbeidsmarkt stijgen, we evolueren naar een arbeidsmarktgericht onderwijs. Jobs met manuele routinematige taken en niet routinematige taken blijven langzaam dalen, maar blijven relatief stabiel. jobs met routinematige cognitieve taken dalen gestaag en jobs met niet routinematige interpersoonlijke taken en niet routinematige analytische/cognitieve taken nemen sterk toe. 2. Arbeidsmarkt wordt stilaan meer competentiegericht en minder kwalificatiegedreven. 3. Het effect van de mate van geletterdheid op arbeidsmarktparticipatie en op loon is significant, naast het effect van scholingsniveau. 4. Rol van het bedrijfsleven in beroepsgerichte en duale trajecten neemt toe SAMENLEVING 5. ‘Participatiemaatschappij’ neemt toe 6. Nood aan levenslang leren neemt toe want de samenleving wordt complexer 7. Toename mobiliteit 8. Strategische vaardigheden (veranderingsbekwaam zijn, keuzes maken, probleemoplossend vermogen,…) worden meer essentieel in de samenleving DIGITALISERING & INFORMATISERING 9. Digitalisering van de samenleving (o.a. dienstverlening) neemt toe. 10. Informatisering neemt toe ( hoeveelheid aan beschikbare informatie neemt toe) 11. Toename van ondersteunende technologie die leren ondersteunt en leerproblemen opvangt POLITIEK 12. Vermarkting onderwijslandschap (private spelers nemen toe) 13. Terugtrekkende overheid (= taken worden uitbesteedt aan de privé) nieuwe spelers dwars door het middenveld (rationaliserende overheid) DEMOGRAFIE 14. Diversiteit in bevolking wordt groter! (publiek van de BE verkleurt en vergrijzing) 15. Terugplooien op eigen roots/identiteit (in relatie tot diversiteit bekijken) 16. Vergrijzing en vergroening nemen toe 17. Generatiekloof neemt toe in de samenleving ONDERWIJS EN LLL

18. Vraagstimulering bij kwetsbare doelgroepen blijft/wordt erg belangrijk 19. Verjonging publiek doelgroep BE & TKO 20. De participatie aan LLL (gefinancierd door de werkgever) van werknemers tewerkgesteld in laagvaardige elementaire jobs (low skilled jobs) en van low ICT skilled werknemers, is significant lager dan de participatie van werknemers in high skilled jobs en bij ICT high skilled werknemers 21. De participatie aan LLL van niet- actieven op de arbeidsmarkt is significant lager dan die van actieven en werklozen. 22. De participatie van laaggeletterden aan LLL is significant lager dan van hooggeletterden 23. Het opleidingsniveau van de ouders is significant voor deelname aan LLL. II. ZEKER & ONBEÏNVLOEDBAAR DEMOGRAFIE

24. Diversiteit in bevolking wordt groter (publiek van de BE verkleurt en vergrijzing) ECONOMIE

25. Toename alternatieve economische circuits (deeleconomie, kleinschalige initiatieven, sociale economie…) (beïnvloedbaar of niet?) POLITIEK

26. Toenemende invloed van Europa (beleid)(beïnvloedbaar of niet?) 27. Ontzuiling neemt toe

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


bijlagen

99

III. ONZEKER & BEÏNVLOEDBAAR ONDERWIJS EN LLL

28. Toenemende geïntegreerde flexibele geïndividualiseerde trajecten SAMENLEVING

29. Rendementsdenken neemt toe (dematerialiseringsdenken en handelen) 30. Dualisering (de kloven tussen arm en rijk vergroten, sociale ongelijkheid) 31. Samenwerking tussen sectoren neemt toe POLITIEK

32. Meer plichten, minder rechten, sociale verworvenheden op de helling 33. Responsabilisering van het individu die toeneemt 34. Lokale besturen krijgen meer gewicht (stadsregio´s ontstaan) 35. Toenemend lokaal/regionaal denken en handelen

Bijlage: cursistenbevraging

5.2

In onze uitgangspunten stelden we al dat de cursist centraal staat in onze organisatie. Het Netwerk BE wil er niet enkel voor de cursisten zijn, het moet ook van hen zijn. Daarom luidt mijlpaal 7.5 van ons beleidsplan: “De cursisten zijn volwaardige participanten aan het Netwerk BE.” Vanuit die doelstelling is het vanzelfsprekend dat we onze cursisten raadplegen en met hen nadenken over de toekomst van het Netwerk BE. We hebben daarvoor een cursistenbevraging uitgewerkt met een aantal medewerkers uit verscheidene centra Basiseducatie. Gezien de complexiteit van sommige vragen organiseerden we hiervoor een samenkomst met hen. We hebben gericht cursisten uitgenodigd waarvan medewerkers vermoedden dat ze geïnteresseerd waren om deel te nemen. Om de deelname laagdrempelig te houden, hebben we de bevraging in 3 regio’s georganiseerd. De eerste bevraging ging door in CBE Antwerpen op donderdag 19 januari 2017 (14 deelnemers), de tweede in het Huis van het Nederlands Brussel op vrijdag 20 januari 2017 (11 deelnemers) en de laatste vond plaats in CBE Gent op vrijdag 3 februari 2017 (26 deelnemers). De meerderheid van de deelnemende cursisten was actief als ambassadeur bij Basiseducatie. We telden daarnaast vooral Nederlandstalige deelnemers en 4 anderstalige cursisten. Na een inleiding over het waarom van deze bevraging en een korte schets van de sector Basiseducatie, stelden we de cursisten vragen over hun bevindingen en wensen m.b.t. de praktijk en het aanbod van Basiseducatie. ―― ―― ―― ―― ―― ―― ――

Wat maakt dat je je goed voelt bij Basiseducatie? Wat maakt dat je je soms al eens wat minder voelt bij Basiseducatie? Wat maakt iemand een goede leraar? Wanneer is een les geslaagd? Wat kan beter? Wat mis je nog? Was de oefening van vandaag zinvol en interessant voor jullie? Hoe kunnen we ook andere cursisten betrekken?

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


bijlagen

100

We legden hen ook enkele stellingen voor: ―― ―― ―― ――

“Cursisten die verplicht zijn om te komen zijn minder gemotiveerd.” “Wat ik in de les leer, kan ik gebruiken in mijn dagelijks leven.” “Ik beslis zelf wat ik wil leren.” “Bij Basiseducatie kan ik alles leren wat ik wil.”

De antwoorden op de vragen en gesprekken naar aanleiding van de stellingen, tonen aan dat de deelnemende cursisten erg tevreden zijn in hun centrum. Als voornaamste redenen voor die tevredenheid, verwezen cursisten naar het warme onthaal, het respect en de persoonlijke aandacht, de gedreven en gedegen lesgevers, het rijke en relevante aanbod … Ze vinden het ook belangrijk dat het aanbod gratis is en dat ze op eigen tempo vaardigheden kunnen leren die zij in hun dagelijkse leven nodig hebben. Verder ervaren cursisten dat ze met minder angst en meer zelfvertrouwen door het leven gaan. Zij geven meermaals aan dat Basiseducatie hun sociale kring vergroot en verrijkt. Als minpunt werd regelmatig een gebrekkige infrastructuur aangehaald en de spanningen die kunnen ontstaan in een cursusgroep die te groot is of waar het niveau van de cursisten te ver uiteen ligt. De aanwezige cursisten opperden enkele ideeën om in de toekomst meer cursisten te betrekken rond deze vragen (bv. alle cursisten via lesgevers bevragen of meer anderstalige cursisten aanspreken om ambassadeur van de Basiseducatie te worden). Zij beoordeelden deze bevragingen als een eerste stap in de goede richting, maar vinden verdere uitdieping en verbreding een must. Zij zijn vragende partij om op regelmatige basis bevragingen te organiseren. Vanuit deze groep cursisten blijkt dus duidelijk de wil om aan de realisatie van mijlpaal 7.5 mee te werken en volwaardig aan het Netwerk BE te participeren.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


bijlagen

5.3

101

Bijlage: tijdschema mijlpalen

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


bijlagen

102

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


bijlagen

5.4

Bijlage: organisatiemodel

²

103

STRATEGISCH BELEIDSPLAN NETWERK BASISEDUCATIE | BASISEDUCATIE OVER MORGEN


Ne tw l Br erk B ood a tha sisedu ers ca 106 plein tie 8 0B rus /5 sel info @fe der atie -ba sise duc atie .be

rce

Ma

ww .be

tie

uca

sed

asi

w.b

Basiseducatie over morgen. Sterke netwerken werken.  

Strategisch beleidsplan van het Netwerk Basiseducatie 2017-2020.

Basiseducatie over morgen. Sterke netwerken werken.  

Strategisch beleidsplan van het Netwerk Basiseducatie 2017-2020.

Advertisement