Issuu on Google+

P509221

JCWeetje nr. 4, oktober-november-december 2011 - driemaandelijkse uitgave van Jeugd, Cultuur en Wetenschap vzw, landelijk erkende jeugdvereniging

BELGIE/BELGIQUE P.B. GENT X BC10247 Afgiftekantoor 9099 GENT X

eetje Jeugd, Cultuur & Wetenschap

Water uit je uitlaat?!

>

10-11

Graven naar ons verleden

>

14-16

We wensen eeuwig matrozen te zijn

>

20-23


COLOFON

Beste JCW’ers

Verantwoordelijke uitgever Wim Van Petegem

Redactie Annick Van den Eynde Bart Bynens Ellen Flamaing

Onlangs waren we met een vijftiental mensen samen in Vilvoorde,

Els Bourgoignie

op zoek naar wat ons JCW’er maakt, wat ons bindt, wat ons nauw

Hendrik Hameeuw

aan het hart ligt. Met een prachtige herfstzon buiten, en nog meer

Katrien Coenen

licht binnen, zochten we naar waarden, onze kernwaarden, een opstapje naar een nieuw beleidsplan voor de volgende jaren.

Lode Melis Nina Antonissen Petra Nooyens Pieter Danneels

Ik wil hier niet vooruitlopen op die oefening, en wil nog niets van

Roeland Heerema

de mysterieuze sluier oplichten. Behalve misschien die ene waarde,

Stefaan Top

omdat ik ze zo mooi, zo treffend vind - de verwondering. Dat houdt

Sven Vervloet

iets verrassends, iets sprankelends, iets wonderbaars in, maar we

Veerle Breugelmans

moeten het zelf aanvoelen, zelf ontdekken, zelf verwerken. Geheel JCW-eigen …

Wim Van Petegem

Coördinatie publicaties Bart Bynens

Even proberen? Wat gebeurt er als we geesten oproepen en wat steekt er achter?

Lay-out

Komt er water uit onze uitlaat als we waterstof als brandstof

pnuts.be

gebruiken? Hoe kon David Rodinsky zomaar verdwijnen uit de kamer boven de synagoge in Princelet Street? Hoe diep kunnen we graven? Hoe zou het nu zijn met Fukushima zoveel maanden na de natuur- en kernramp? Hoe zou de wereld eruit zien zonder lettertekens? En wat hebben wij gemeen met onze Estse vrienden? Je komt het allemaal te weten in dit JCWeetje. En als je nog meer verwondering wil, aarzel niet om je lidmaatschap te hernieuwen we beloven je een wonderlijke verrassing! Veel leesplezier!

2

Coverfoto Boerderijkamp Goed Geboerd, Brakel, 14-20 augustus 2011


Inhoud

INHOUD 4

WetenschapsEXPOsciences 2012

5

Historische JCWeetjes over de melting pot

van Princelet Street 8

Zap-je-terug: oproepen van geesten

10

Ruimtekids: water uit je uitlaat?!

12

Flashback: onze afgelopen activiteiten in beeld

14

Graven naar ons verleden

17

JCW activiteitenkalender

18

Techniek, technologie en wetenschap:

Fukushima 8 maanden later

20

We wensen eeuwig matrozen te zijn,

internationale uitwisseling in Estland

24

Cultuurkriebels: waar komt ons schrift vandaan?

26

Wist je datjes

27

Word JCW-lid in 2012

28 Boekentips 29

Winadoe met hoge en lage druk

30 Breinbrekers 32

In de kijker: Dolle Kerstdagen

3


WetenschapsEXPOsciences INSCHRIJVEN Ben je gefascineerd door een bepaald wetenschappelijk thema en sta je op het punt hierover een experiment, literatuurstudie of uitvinding uit te werken? Schrijf je dan voor 20 februari 2012 in voor de wetenschapsEXPO. Met een groepje van maximum 5 personen kies je een onderwerp uit de brede thema’s wetenschap, techniek en samenleving. Je werkt het project in de loop van het jaar uit met de hulp van een volwassen begeleider. Het hoogtepunt beleef je op vrijdag 27 en zaterdag 28 april 2012 in shed 3 & 4 van Tour & Taxis waar je het project presenteert aan geïnteresseerde bezoekers, familie, vrienden en juryleden. De sterkste projecten worden uitgekozen om ons land te vertegenwoordigen op buitenlandse wetenschapsEXPO’s. Daarnaast worden er verschillende prijzen uitgedeeld, zoals uitstapjes, kadobonnen en nog veel meer! Alle documenten en informatie vind je op de website: www.wetenschapsexposciences.be.

FRANK DE WINNE, PETER VAN WETENSCHAPSEXPOSCIENCES In 2010 bracht Frank de Winne een bezoek aan ons evenement. Hij was zeer gecharmeerd door het enthousiasme van de jongeren en deelde er de Frank De Winne prijs uit aan zijn favoriete project: de zonne-ontzilter van de Broedersschool uit Sint-Niklaas. Vanaf 2012 presenteren we met trots Frank De Winne als peter van het evenement!

INTERNATIONAAL JAAR “DUURZAME ENERGIE VOOR IEDEREEN” Elk jaar trachten we in te spelen op actuele tendensen in het wetenschappelijke veld. Naar aanleiding van het Internationaal Jaar van Duurzame Energie voor Iedereen moedigen we jongeren aan om een project uit te werken dat kadert binnen dit uitdagende thema. Neem contact op met Veerle voor meer informatie op het nummer 02 252 58 08 of via veerle@jcweb.be.

WetenschapsEXPOsciences is een jaarlijks nationaal evenement waarbij jongeren uit het lager, het secundair en het hoger onderwijs hun eigen wetenschappelijk experiment komen voorstellen aan het grote publiek en een wetenschappelijke jury.

4


Historische JCWeetjes

DE MELTING POT VAN PRINCELET STREET door Lode Melis

© Anna Watson / 19 Princelet Street. Bezoekers in de vervallen synagoge. Dit wordt Europa’s eerste museum over migratie en diversiteit.

Princelet Street ligt niet direct in de

IJZEREN BOBIJN

chicste buurt van London. Op de zolder van nummer 19 woonde een zonderlinge man boven een vervallen synagoge. David Rodinsky, een Joodse geleerde, leefde als een kluizenaar. In 1969 trok hij de deur dicht en verdween. Niemand wist te vertellen hoe hij er precies uitzag en er bestond geen foto van hem. Wat deed die man zonder gezicht eigenlijk op die zolder? Pas elf jaar later werd de zolderkamer opengemaakt. Er stond nog een halve kop thee op tafel en het bed lag nog open. Iemand fluisterde dat je de afdruk van Rodinsky’s hoofd kon zien op het kussen. En dan waren er nog al die vreemde boeken en mysterieuze notities. David Rodinsky werd een stadslegende. Was hij een magiër en spookte hij nog rond?

Wanneer je gaat kijken naar het huis op nummer 19 in Princelet Street krijg je geen verhaal over spoken te horen maar één over verdraagzaamheid, migratie en diversiteit. In 1719 kwam Pierre Ogier er wonen met zijn familie. Ze waren uit Frankrijk naar Londen gevlucht. De Ogiers waren Hugenoten (Franse protestanten) en dat mocht niet van de Franse koning. Lodewijk XIV noemde zich wel “De Zonnekoning” maar liet de zon niet voor iedereen schijnen! Gelukkig vonden de Hugenoten asiel in Londen. De meeste Hugenoten waren wevers en Pierre begon een zijdeweverij in het huis in Princelet Street. Van die weverij zie je 5


Historische JCWeetjes alleen nog een ijzeren bobijn die boven de deur hangt. Het embleem van de wevers. En in de keuken zit nog altijd de originele gootsteen die de Ogiers gebruikten.

ZWARTE UNIFORMEN In 1845 mislukte de aardappeloogst in Ierland. Om aan de honger te ontsnappen emigreerden de Ieren massaal naar Amerika. Wie er niet geraakte, trok naar Engeland. Sommigen vonden een nieuwe thuis in de buurt van Princelet Street. Later kwamen er vele Joodse mensen in de buurt wonen. In Rusland en Polen werden ze vervolgd, gewoon omdat ze Joods waren, meer niet. In 1869 werd in de tuin van huisnummer 19 in Princelet Street een synagoge gebouwd. De kelderverdieping werd een ontmoetingsplaats. Het gebouw stond symbool voor generaties migranten die elkaar opvolgden en de buurt werd een smeltkroes van culturen, een “melting pot”, van mensen op de vlucht of op zoek naar geluk. Maar in de jaren dertig van de twintigste eeuw stak het fascisme de kop op in Europa. Niet alleen in Duitsland bestond een nazi partij, ook Groot Brittannië had een “Union of Fascists”, met alles erop en eraan; zwarte uniformen en geweld tegen andersdenkenden! Natuurlijk moesten hier ook de Joden het ontgelden. In de kelder van het huis in Princelet Street werd het protest en het verzet georganiseerd.

INTERCULTURALITEIT Vandaag zijn het huis en de synagoge helemaal vervallen, maar de “Friends from 19 Princelet Street” willen het gebouw restaureren als monument. Het wordt een museum over migratie en diversiteit. Het eerste in Europa. JCW kon een kijkje nemen in het huis en de synagoge tijdens een opendeurdag. Tussen de metalen stutten hadden kinderen een tentoonstelling opgezet over diversiteit en migratie: “Suitcases and Sanctuary”. Je zag reiskoffers die het verhaal van migranten vertelden. Eentje zat vol spoelen en klosjes garen. Dat waren de wevers, de Hugenoten. In eentje zaten aardappelen. Die moesten de Ierse migranten voorstellen maar het bijzondere was dat Somalische kinderen gedichtjes schreven over de Ierse hongersnood. We werden even stil bij een video-opstelling van moslimkinderen uit Bangladesh die een Joods volkssprookje naspeelden. Dat heet met een geleerd woord “interculturaliteit” maar de kinderen uit Princelet Street hebben geen geleerde woorden nodig om te begrijpen wat samenleven is.

© Matthew Andrews / 19 Princelet Street. De koffers op de tentoonstelling “Suitcases and Sanctuary”. Wat zou jij meenemen als je moest vluchten? © Suzi Blum / 19 Princelet Street. Zuid-Afrikaanse studenten luisteren geboeid naar gedichten van Britse kinderen uit Bangladese gezinnen. De gedichten gaan over Somalische kinderen die asiel zochten in Groot-Brittannië.

6


Historische JCWeetjes EN DAVID RODINSKY? Hij overleed in een psychiatrisch ziekenhuis, enkele dagen nadat hij uit Princelet Street wegging. Rodinsky was geen spook, maar een mens van vlees en bloed. Rachel Lichtenstein en Ian Sinclair schreven een boek over de échte Rodinsky. “Rodinsky’s Kamer” werd vertaald in het Nederlands en uitgegeven bij Meulenhof in 1999. Misschien hebben ze het in de bib of kan je het nog ergens op de kop tikken.

Ga zeker eens kijken op de website “19 Princelet Street”: www.19princeletstreet.org.uk.

© Matthew Andrews / 19 Princelet Street.

7


Zap(je) terug

OPROEPEN VAN GEESTEN EN WAT ER ACHTER STEEKT Door Prof. Dr. Stefaan Top In mijn boek Op verhaal komen - moderne sagen en geruchten uit Vlaanderen (Leuven, Davidsfonds, 2008) zijn 70 sagen en 4 geruchten in verband met het oproepen van geesten opgenomen (p. 111-136). Dit grote aantal bewijst dat dit soort verhalen zeer populair is onder de jeugd. Het is een vaststelling die Katrien Van Effelterre ook heeft gedaan, wat haar doet besluiten dat deze activiteit blijkbaar deel uitmaakt van de huidige jongerencultuur.1 Een aanvullend onderzoek bij mijn studenten in de periode 2008-2011 bevestigt deze trend duidelijk: van de 125 studenten waren er 103 of 82,4% die ofwel zelf nog geesten hadden opgeroepen en/of verhalen over het oproepen van geesten kenden uit de mondelinge overlevering, lectuur, internet enzovoort. Spiritistische verhalen blijven dus goed scoren.

Maar geesten, gevallen engelen en duivels werden ook al in het verre verleden opgeroepen. Toen sprak men van necromantie, een laatmiddeleeuwse term die impliceert dat men geesten opriep om zelf voordeel te verwerven of genoegen te beleven. Het was een praktijk van geleerden die oude teksten, veelal in het Latijn, konden lezen en wisten hoe ze moesten omgaan met de rituelen die erbij hoorden. In het toneelstuk Mariken van Nieumeghen (ca. 1518) lezen we onder meer dat heer Ghijsbrecht, de priesteroom van Mariken, de kunst kende van het beoefenen van de necromantie. In de middeleeuwen moest men de omstandigheden bij het oproepen van geesten goed in acht nemen. Verder blijkt dat het oproepen van de geest van een overledene ‘s nachts gebeurde aan zijn of haar graf. Men besprenkelde het met water dat gemengd was met kruiden. Dan volgde het bevel: “Verrijs en spreek tot mij”. Dit ritueel moest men drie nachten herhalen. In de derde nacht zou de geest van de afgestorvene verschijnen en vertellen wat men wilde weten. 2 Naast familieleden en vrienden willen jongeren in contact komen met figuren zoals Elvis Presley, Kurt Cobain en Albert Einstein. 8

In tegenstelling tot vroeger is het oproepen van geesten veelal een groepsgebeuren, dat gebaseerd is op een lust naar sensatie en lol (for the fun). Uit recente studies blijkt dat vooral meisjes het wagen om geesten op te roepen. 3 Dat gebeurt veelal ‘s avonds. Bij die enscenering maakt men dan gebruik van allerlei attributen zoals een houten bord, letters en cijfers, een glas en een kaars. Het is de uiteindelijke bedoeling om een overledene in zijn/ haar rust te verstoren, wat een negatieve reactie kan uitlokken. Naast familieleden en vrienden willen jongeren ook in contact komen met cultfiguren uit de popcultuur zoals Elvis Presley (1935-1977)4 en Kurt Cobain (1967-1994)5 of een genie uit de wetenschappelijke wereld zoals Albert Einstein (1879-1955).6 Als het contact zoeken met de geest lukt, dan probeert men met hem een gesprek te voeren dat meestal gepaard gaat met allerlei vragen onder meer naar de identiteit van de geest. Maar de nieuwsgierigheid gaat vaak verder en zo wordt ook geregeld gevraagd: wanneer zal iemand van de groep (vragensteller) sterven? Hoe zal dat gebeuren? Aan een opgeroepen geest dergelijke vragen stellen lijkt een brug te ver of not done. Een voorbeeld hiervan is het verhaal ‘In een lift’: Op een avond gingen drie


Zap(je) terug

vriendinnen geesten oproepen. Wat je nooit mag vragen aan een geest is wanneer je gaat sterven. Maar een van hen vroeg het toch. Opeens viel alle activiteit van de geest stil en ze konden hem niet meer oproepen. De volgende dag werd ze dood aangetroffen in een lift. Opgehangen. 7 De houding tegenover de dood is voor veel jongeren nu een soort challenge Even gevaarlijk blijkt het om een geest onder druk te zetten en van hem een bewijs te verlangen. Wie dat probeert, loopt het risico levenslang getekend te zijn zoals ‘Het meisje met de wijnvlek’: Een meisje riep geesten op en kwam steeds in contact met dezelfde geest. Ze vertelde dit aan haar vrienden, maar die geloofden haar niet. Toen ze de geest nog eens opriep, vertelde ze dat niemand haar wou geloven en vroeg ze een bewijs dat de geest echt bestond, zodat ze dat kon tonen aan haar vrienden. Na dit gesprek met de geest ging ze slapen. Toen ze ‘s morgens opstond en in de spiegel keek, had ze een rode wijnvlek in haar gezicht. Ze probeerde die af te vegen, maar het ging niet. Het meisje heeft die vlek nog altijd. 8 Het oproepen van geesten is een uiting van de moderne mentaliteit van jongeren, die alles of toch

1

K. Van Effelterre, Terugkerende doden in de Vlaamse mondelinge overlevering. Vergelijkende motievenstudie en cultuurhistorische duiding. Leuven, onuitgegeven proefschrift, 2006, p. 793, 812.

2

Zie W.L. Braekman, Middeleeuwse witte en zwarte magie in het Nederlands taalgebied. Gecommentarieerd compendium van incantamenta tot de 16de eeuw. Gent, 1997, p. 457-501, hier p. 456-461.

3

K. Van Effelterre, o.c., p. 795.

4

S. Top, Op verhaal komen, p. 131.

5

Idem, p. 132.

6

Idem, p. 130.

7

Idem, p. 119.

8

Idem, p. 122.

heel veel relativeren, zelfs de dood. Deconfessionalisering, ontmythologisering en rationalisering hebben angsten en onzekerheden niet helemaal weg gevlakt, integendeel zij hebben voeding gegeven om bepaalde zekerheden zoals de dood in vraag te stellen. Is iemand wel echt dood? Vroeger werd daar niet aan getwijfeld, wat de duizenden sagen van doden die om een of andere reden geen rust vonden en terugkeerden, illustreren. De houding tegenover de dood is voor veel jongeren nu een soort challenge, wat zich vertaalt in de vele verhalen over het oproepen van geesten. Dat daarmee ook heel wat psychologie gemoeid is, staat m.i. buiten kijf en vormt op zich boeiende stof tot verder onderzoek. Prof. dr. Stefaan Top studeerde Germaanse filologie aan de K.U. Leuven en p ro m ovee rd e er in 1974 tot doctor in de Letteren en Wijsbegeerte. Hij is een autoriteit in binnen- en buitenland die zich inzet voor de popularisering van volkskunde, is erevoorzitter van het International Committee for Folkpoetry en voorzitter van Volkskunde Vlaanderen vzw. 9


Ruimtekids

WATER UIT JE UITLAAT?! Door Pieter Danneels Waterstof Raceteam Delft. Op 16 augustus 2011 hebben enkele Nederlandse studenten van de Technische Universiteit Delft met hun zelf gebouwde racewagen het wereldsnelheidsrecord voor waterstofauto’s verbroken. Dat is natuurlijk heel mooi, maar wat is er nu bijzonder aan zo’n waterstofauto?

FOSSIELE BRANDSTOFFEN

BATTERIJEN EN WATERSTOF

Zoals jullie wellicht weten rijden op dit moment bijna alle auto’s op benzine of diesel, ook wel fossiele brandstoffen genoemd. Deze brandstoffen worden omhoog gepompt uit de aardbodem onder de vorm van ruwe aardolie en later verwerkt naar diesel en benzine. Er zijn echter enkele grote problemen met deze brandstof. De olievelden (zo worden de grote ondergrondse olievoorraden genoemd) raken stilaan op. En als de olie op is dan is er natuurlijk ook geen benzine of diesel meer.

Wetenschappers en ingenieurs zijn dus hard op zoek gegaan naar een alternatief voor de verbrandingsmotor waarmee auto’s al sinds 1906 rondrijden. Op dit moment hebben ze twee goede vervangers gevonden. Allereerst de batterij-auto, deze auto koppel je s’avonds aan het stopcontact in je garage. In de ochtend is de batterij opgeladen en kan je bijvoorbeeld boodschappen gaan doen. Het leuke aan een batterij-auto of elektrische auto zoals ze ook wel worden genoemd is dat je ze helemaal niet hoort. Omdat de elektrische auto met een zeer stille elektromotor rijdt in plaats van een bulderende verbrandingsmotor hoor je enkel de wind langszoeven als de auto voorbij rijdt. Het tweede alternatief is de waterstofauto. Zoals de naam het al zegt rijdt deze auto niet op batterijen maar op waterstof.

Dat is niet het enige probleem, rijden op fossiele brandstoffen is namelijk erg vervuilend voor het milieu. De brandstof wordt verbrand in de verbrandingsmotor van je auto waardoor je motor gaat draaien en zo via allerlei tandwielen, overbrengingen en ingewikkelde autodingen de autowielen doet draaien. Bij die verbranding in de motor komt jammer genoeg CO2 (koolstofdioxide) vrij. Deze chemische stof is één van de belangrijkste broeikasgassen en zorgt voor de opwarming van de aarde. Hier moeten we dus vanaf.

Een Ford model T met een verbrandingsmotor

10

WATER OF WATERSTOF? Eerst moet ik uitleggen wat waterstof precies is. Als je de naam hoort, denk je misschien dat waterstof een moeilijke naam is voor water. Maar dat is het helemaal niet. De chemische formule van water is H2O (diwaterstofoxide). Dat betekent dat het simpele water wat je drinkt, bestaat uit heel veel moleculen waarin 2 waterstof atomen zitten en 1 zuurstof atoom. Dus eigenlijk zit er waterstof in water. Water is bij kamertemperatuur een vloeistof net zoals benzine. Daarom kan je water in een glaasje gieten en benzine in een benzinetank. Waterstof


Ruimtekids De Forze IV waterstofauto die het wereldrecord verbreekt

is helaas niet vloeibaar. Waterstof is bij kamertemperatuur een gas, dat betekent dat je het in een goed afgesloten tank moet bewaren zodat het niet ontsnapt. Op de koop toe moet je waterstof ook nog eens onder grote druk zetten om genoeg in je kleine autotank te krijgen. De nieuwe waterstofauto’s hebben tanks waar wel 700 bar aan druk op staat (dat is 200 keer zoveel druk dan in je fietsband). Gelukkig weegt waterstof bijna niets, een volle tank waterstof is ongeveer 5 kg terwijl een volle tank benzine ongeveer 50 kg weegt.

HOE WERKT EEN WATERSTOFAUTO? Water kan dus gesplitst worden in zuurstof en waterstof, dit heet elektrolyse. Hiervoor

moet je elektrische energie toevoegen aan water. Dus water + elektriciteit => waterstof + zuurstof. Maar omgekeerd kan ook! Je kan namelijk zuurstof en waterstof samenbrengen waardoor water en elektriciteit geproduceerd worden. Waterstof + zuurstof => elektriciteit + water. Dit gebeurt in de waterstofauto in een apparaat dat een brandstofcel heet. De brandstofcel is als het ware het chemisch reactievat. Daar wordt de elektrische energie geproduceerd uit het waterstof dat in de tank zit en de zuurstof uit de lucht. Deze elektrische energie kan je dan gebruiken om net zoals in een batterijauto de wielen aan te drijven met een geruisloze elektromotor. Naast de nuttige elektrische energie produceert de brandstofcel ook water. Dit water komt dan uit de uitlaat gedruppeld!

LEUK FILMPJE OVER DE WATERSTOFAUTO: http://jeugdjournaal.nl/item/265013-auto-scheurt-op-waterstof.html MEER INFO OVER DE AUTO EN DE AVONTUREN VAN HET WATERSTOF RACETEAM DELFT: http://www.forze-delft.nl 11


Flashback Funweekend voor vrijwilligers

Zomerkampen

12


Dolle Zomerdagen in Vilvoorde

Projectweken bij KRAS Linkeroever

Vrijwilligersdate met Europarlementariër Jean-Luc Dehaene

 Meer foto’s vind je in het online fotoalbum op www.jcweb.be!

13


Extra

GRAVEN NAAR ONS VERLEDEN Door Hendrik Hameeuw

INTERDISCIPLINAIR ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK OP MENSENMAAT

Wetenschap is tof, boeiend en dynamisch! Hoezo? Heb je al eens gezien hoe oud professor Barabas is, hoe verstrooid professor Gobelijn wel kan zijn en hoe raar professor Zonnebloem er soms bijloopt.” Niet echt voorbeelden van toffe gasten, eerder rare snuiters. Maar zij bestaan natuurlijk niet echt, het zijn stripfiguren die vooral stereotiepe kenmerken hebben, zoals het beeld dat wetenschappers altijd een labojas dragen of er steeds verstrooid bijlopen. In de echte wetenschap gaat het er anders aan toe, laat ons eens kijken naar hoe archeologen het aanpakken en nadien kan je zelf beslissen of wetenschap tof, boeiend en dynamisch kan zijn.

AHA, EEN VONDST! Archeologen hebben net twee skeletten van mensen, dierenbotten, potten en vazen uit aardewerk, een bronzen pin en een beeldje met daarop rare tekens gevonden tijdens een opgraving in Syrië. Ze zijn opgetogen over deze spectaculaire ontdekking, maar weten dat het onderzoek nu pas begint. Gelukkig zijn ze goed voorbereid. Op de opgraving in Syrië werken niet alleen archeologen, maar ook andere wetenschappers. Een archeologische opgraving gaat zo lijken op een scène uit een Amerikaanse politieserie zoals CSI, NCIS of Bones. Alles wat de archeologen vinden, kan aanwijzingen bevatten over wat er op die plaats honderden, soms zelfs duizenden jaren geleden gebeurde. 14

Archeologe Evy graaft op en architecte Benedikt tekent

Op de opgraving in Syrië is het de archeologe Evy Cuypers die verantwoordelijk is voor het blootleggen van de skeletten (zie afbeelding op blz. 16). Samen met andere archeologen bestudeert ze eerst het aardewerk. Aan de hand van de vormen van de potten en vaasjes en de beschilderingen erop stellen ze vast dat ze uit de Midden Bronstijd afkomstig zijn, maar liefst 3700 jaar oud. Als ze ook aandachtig kijken naar de manier waarop het grote skelet ligt, zien ze dat deze de foetushouding aanneemt. Uit voorbeelden van andere opgravingen uit deze periode weten ze dat dit de typische houding is waarin iemand toen begraven werd. Samen met de vondsten rond de skeletten, giften voor in het hiernamaals, weten ze nu zeker dat de vondst


Extra een graf betreft. De kruik met zwarte lijnen op (TWE-A00934-C-002) trekt bijzondere aandacht. Het is een type kruik dat in de periode 1700-1600 voor onze tijdrekening op het eiland Cyprus vervaardigd werd. Dat de archeologen het hier in een graf in Syrië aantreffen, bewijst dat er reeds 3700 jaar geleden over de Middellandse zee met boten handel gedreven werd tussen Syrië en Cyprus.

Samen met Evy neemt de antropoloog stalen uit de tanden van beide skeletten (staal 1 = volwassen vrouw, staal 2 = baby) en stuurt ze op naar een laboratorium in België. Daar halen ze uit de cellen van beide skeletten het DNA (Desoxyribonucleïnezuur). Via dit genetisch onderzoek vergelijken ze het DNA en kunnen de onderzoekers van het laboratorium enkele weken later het resultaat doorsturen. Het DNA in Staal 2 is voor 50 % gelijkend op dat van Staal 1; of in mensentaal: de baby in het graf is het kind van de vrouw.

MAN OF VROUW? Maar als onderzoekster neemt Evy hier geen genoegen mee en stelt ze zich vragen als: Hoe oud zijn de personen in het graf? Is dit een man of een vrouw? Wat doet de baby in die armen? Zijn de skeletten familie van elkaar? Vragen die antwoorden verdienen, antwoorden die ze met behulp van andere wetenschappers kan oplossen. De Fransman Dr. François-Xavier Ricaut, fysisch antropoloog en lid van het archeologisch onderzoeksteam, bekijkt de botten van de skeletten. Hij kent alles over de anatomie van de mens. Door elk bot aandachtig te bestuderen, komt hij veel te weten over de mensen die hier lang geleden begraven werden. Zo stelt hij vast dat een inkeping in het heupbeen bij het grote skelet breed is, wat typerend is bij vrouwen. Ook wanneer hij de schedel bestudeert, komt de antropoloog tot dezelfde conclusies: het voorhoofd is verticaal en de kin is afgerond en niet hoekig zoals bij mannen. François-Xavier kan met zekerheid stellen dat de persoon in het graf een vrouw is. Aan de tanden ziet hij dat deze vrouw 20 à 30 jaar oud was en door ook het dijbeen te meten, weet hij dat haar gestalte ongeveer 1,63 m was. Over het baby’tje in de armen van de vrouw kan hij zeggen dat het tussen de 0 en 1 jaar oud was.

Rond het graf vond Evy ook niet-menselijke botten. Archeozoöloge Dr. Veerle Linseele (archeologe en dierkundige) wordt er bijgehaald. Met haar kennis kunnen deze botten geïdentificeerd worden. Ze komen allemaal van geiten; op sommige botten vindt ze zelfs snijsporen van messen terug. Samen met de archeologen kan Veerle zo concluderen dat de botten de resten zijn van voedseloffers die meegegeven werden in het graf.

EEN MYSTERIEUZE METALEN PIN … Nog twee zaken zit de onderzoekers dwars, op de borstkas ligt er een metalen pin en naast het skelet van de vrouw is er een beeldje opgedoken met op de achterkant spijkerschrifttekens. Voor het onderzoek daarop moet het onderzoeksteam er nog twee andere specialisten bijhalen: een mineraloog en een assyrioloog of spijkerschriftdeskundige. De mineraloog kan de samenstelling van de metalen pin achterhalen. Zo kan men zien dat de pin eigenlijk een samensmelting van twee metalen is: koper en tin, dat is brons. Ook kan de mineraloog zeggen vanwaar het koper in de metalen pin afkomstig is. Als hij het vergelijkt met het type koper dat in mijnen gedolven wordt op het eiland Cyprus, dan is het precies 15


Extra hetzelfde. Zo bewijst, samen met de kruik met de zwarte lijnen op, ook het onderzoek van de mineraloog dat er in 1700 voor onze tijdrekening reeds met boten handel gedreven werd tussen Cyprus en Syrië. Het laatste onderzoek gaat naar de spijkerschriftdeskundige. Eén voor één ontcijfert ze de inscripties op de achterkant van het beeldje. Het blijkt een naam van een vrouw te zijn: “Bishishaya de dochter van Binarum.” Daar de antropoloog eerder heeft kunnen vaststellen dat het volwassen skelet een vrouw is, kunnen de onderzoekers nu, 3700 jaar nadat ze samen met haar baby begraven werd, terug haar naam uitspreken.

De onbekende vondst heeft dankzij het teamwerk haar geheimen prijs gegeven. Op een opgraving gaat het er zo elke dag aan toe; specialisten komen en gaan, ze onderzoeken en ze schrijven hun resultaten neer. Hoe meer ze bestuderen, hoe meer ze zoals in het hier gevolgde voorbeeld te weten komen over het verleden. En nu is het terug aan jullie. Kunnen we nu echt stellen dat wetenschappelijk onderzoek dynamisch is? Kunnen we zeggen dat door de kennis van meerdere wetenschappen te combineren het onderzoek een boeiende zoektocht wordt? Beslis zelf of wetenschappelijk onderzoek tof is!

Eén opgraving, vele verschillende wetenschappen

Bovenstaande tekst is gebaseerd op één van de ontdekkingen van de Interdisciplinaire opgravingen te Tell Tweini in Syrië uitgevoerd door de K.U.Leuven; JCW biedt in haar werking op basis van dit onderzoek de workshop Graven om te Weten aan.

16


Op donderdag 5 en vrijdag 6 januari 2012 starten wij het jaar met de Dolle Kerstdagen, dan staan onze twee culturele, wetenschappelijke dagen vol fun geprogrammeerd. Wat er precies op het programma staat, kunnen we nog niet verklappen. Wat wel al met zekerheid vaststaat, is dat het allemaal weer tof, creatief, cool, kunstzinnig, leuk, cultureel, graaf, wetenschappelijk & bangelijk gaat zijn. Toch al een tipje van de sluier: op donderdag krijgen jullie de kans om onze nieuwste workshop “Geweldig Gewelf” uit te proberen! Dus pak je agenda en noteer alvast onze dolle JCW kerstdagen. Inschrijven voor deze twee dagen doe je via onze website www.jcweb.be, telefonisch via 02 252 58 08 of je springt eens binnen op ons secretariaat, Vlaanderenstraat 101, Vilvoorde. Voor wie? Waar? Wanneer? Kostprijs?

Iedereen van 8 tot 12 jaar (geboren in 2004 t/m 1999) Portaelsschool voor Beeldende Kunsten, Spiegelstraat 62, Vilvoorde Donderdag 5 en vrijdag 6 januari 2012 telkens van 10.00u tot 16.30u! € 11,00 per dag (niet-leden) / € 9,00 per dag (leden) drankje inbegrepen!

WETENSCHAPSEXPOSCIENCES 2012 Vrijdag 27 en zaterdag 28 april 2012 Je eigen wetenschappelijk project voorstellen kan op de wetenschapsEXPOsciences van 27 en 28 april 2012. Deze vindt opnieuw plaats in Tour & Taxis te Brussel. Meer info op bladzijde 3 van dit JCWeetje.

VRIJWILLIGERSNIEUWS Interesse om vrijwilliger-begeleider te worden bij JCW? We zijn steeds op zoek naar nieuwe mensen! Of wil je eerst gewoon wat meer informatie? Stuur dan snel een mail naar sven@jcweb.be

Voor meer info en inschrijvingen: kijk op www.jcweb.be, bel 02 252 58 08 of mail naar info@jcweb.be.

ACTIVITEITENKALENDER

DOLLE JCW KERSTDAGEN

17


Techniek, Technologie en Wetenschap

FUKUSHIMA 8 MAANDEN LATER Door Roeland Heerema In het vorige nummer van het JCWeetje hadden we het over kernenergie: wat is het, en wat waren de oorzaken achter die verschrikkelijke ramp met de kerncentrale? In dit vervolg gaan we dieper in op wat er precies gebeurd is en welke de gevolgen waren van de ramp.

KERNRAMP Eerst even recapituleren. In het kort komt het erop neer dat men in een kernenergiecentrale atomen uiteen doet vallen, waarbij energie vrijkomt. Die energie is nodig om water te verhitten, zodat het stoom wordt en een generator kan aandrijven, waarmee vervolgens de Japanners van elektriciteit voorzien worden. Op aardbevingen waren ze in Fukushima wel voorzien – hoewel men niet met deze omvang rekening had gehouden – maar niet op een tsunami. Die verhinderde dat de installatie gekoeld kon worden omdat de aanvoer van koelwater onmogelijk werd. Op die manier werd de temperatuur te hoog, ondanks dat de generatoren met een noodstop waren stilgezet. Oorzaak van die hitte is de resterende temperatuur van het radioactief materiaal, die eerst de beschermende lagen heeft doen smelten en vervolgens de brandstofelementen van de reactor. Daardoor werd het lekken van radioactief materiaal mogelijk. En toen kwam dus de ramp.

ISOTOPEN Het begon met explosies van waterstof in verschillende kernreactoren, wat uiteindelijk leidde tot het vrijkomen van het radioactief materiaal in de lucht, grond 18

en zee. Dat was de aanleiding voor het evacueren van 200.000 mensen uit de omgeving en bemoeilijkte de tussenkomst van hulpverleners. Reden daarvoor is dat de blootstelling aan radioactief materiaal heel erg gevaarlijk is. Het materiaal bevat namelijk “gewone” atomen zoals we die kennen, maar met een verschillend aantal neutronen. We noemen deze atomen isotopen. Sommige daarvan zijn instabiel en hebben als eigenschap dat ze straling afgeven die de chemische eigenschappen van cellen kan veranderen, dus ook de cellen in het menselijk lichaam. Zo worden onze DNA-moleculen direct aangetast. Er zijn verschillende mogelijke gevolgen: de cellen herstellen, sterven of veranderen door foutief herstel (dit noemen we mutatie). Stervende cellen kunnen de dood tot gevolg hebben, gemuteerde cellen worden op langere termijn vooral in verband gebracht met genetische afwijkingen.

HERHALING VAN TSJERNOBYL? Wie denkt aan rampen met radioactiviteit, denkt aan Tsjernobyl, een stad in Oekraïne waar 25 jaar geleden een verouderde en slecht beschermde kernreactor voor de verspreiding van heel veel schadelijk radioactief materiaal in de directe omgeving en de atmosfeer van een groot deel van Europa heeft gezorgd. Vraag maar aan je ouders, die kunnen het zich ongetwijfeld nog herinneren. In de directe omgeving zijn mensen ter plekke gestorven aan de radioactiviteit (celsterfte) en op grotere afstand kregen mensen op grote schaal kanker; zwangere vrouwen baarden


Techniek, Technologie en Wetenschap kinderen met ernstige mutaties. Kunnen we Fukushima nu vergelijken met Tsjernobyl? In beide gevallen betrof het de verspreiding van radioactieve waterstof, maar in Oekraïne is indertijd veel meer materiaal gelekt dan dit jaar in Japan door het ontbreken van beschermende lagen. Ook wordt regelmatig een andere voor de hand liggende vergelijking gemaakt met het verleden, namelijk de atoombom op Hiroshima en Nagasaki aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, hoewel het daar uranium betrof.

INES-SCHAAL Terug naar maart 2011. De straling werd tot op grote afstand gemeten en in de dagen na de ramp werden steeds meer mensen geëvacueerd, tot Tokyo toe. Overheden, deskundigen en milieuorganisaties gaven verschillende maten van ernst van de ramp; Greenpeace plaatste Fukushima net als Tsjernobyl bovenaan de INES-schaal, die een indicatie geeft van de omvang van nucleaire gebeurtenissen. De schaal is gebaseerd op de schaal van Richter (zie ook het artikel over de aardbeving

bij Japan eerder dit jaar) en verloopt dus niet lineair maar logaritmisch, wat wil zeggen dat per graad de omvang exponentieel groter wordt. De gevolgen van de betiteling ‘grote ramp’ zijn noemenswaardig geweest. De Japanse effectenbeurs reageerde hevig en zag haar koersen fors dalen; het land heeft een flinke economische klap opgelopen. Daarnaast heeft de Japanse premier Naoto Kan in eigen land de discussie van energievoorziening opnieuw aangeslingerd. Kernenergie zou in het aardbevinggevoelige Japan nog veiliger gemaakt moeten worden en de bouw van nieuwe kernenergiecentrales werd heroverwogen. Daarnaast zouden wind- en zonneenergie een prominentere rol moeten gaan spelen.

Tot slot moet gezegd worden hoe bewonderenswaardig Japan de ramp, zowel die van de kerncentrale als de tsunami, te boven komt. De foto hiernaast geeft een vergelijking ‘toen en nu’ weer.

19


Extra

“WE WENSEN EEUWIG MATROZEN TE ZIJN” Door Els Bourgoignie

VERSLAG VAN INTERNATIONALE UITWISSELING IN ESTLAND Halfweg juli trokken zes jonge jcw’ers, met Europese steun, op uitwisseling naar Estland. Ook kleine groepjes uit Italië, Spanje, Slovenië en Duitsland wilden die kans niet missen. “Care and act” heette het project. Met deze titel kon men vele kanten uit, maar het bleek vooral te gaan om milieubewustzijn, afvalpreventie door hergebruik en duurzaam ondernemen.

Op de agenda stonden workshops op het domein waar we verbleven, net ten zuiden van de hoofdstad, maar ook een bezoek aan een afvalverwerkend bedrijf en een energiecentrale. Verder zouden we meerdere dagen samenwerken met de “uuskasutuskeskus”, een grote kringloopwinkel in Tallinn.

 Kristin (Estland): “Ik leerde dankzij “uk” dat tweedehands kledij ook iets voor mij is.” Geen van ons zessen had eigenlijk een goed idee wat ons in Estland te wachten stond. Maar bij de voorbereidingen bleek al vlug dat het binnen ons groepje wel zou draaien: taken werden vlot verdeeld en iedereen ging aan de slag. Toch bleef het afwachten wat het “ter plaatse” zou worden ... Wellicht hadden we geen reden tot ongerustheid:  Pille (Estland): “Bij de meeste van mijn goede herinneringen aan deze uitwisseling waren de Belgen betrokken. Jullie waren de eersten die toekwamen op de luchthaven en we maakten meteen contact. Het was heel gemakkelijk om met jullie te praten, het voelde alsof ik jullie al heel lang kende. Onze 20

gesprekken betekenden veel voor me, ze deden me nadenken over mijn leven en de keuzes die ik maak. Voor mij was het zonder de Belgen een heel andere ervaring geweest.”

 Giulia (Italië):“Voor mij waren de Belgen een fundamenteel onderdeel van de “familie”, zij waren betrouwbaar


Extra

en erg grappig. Ze zorgden steeds voor de anderen, zonder bijbedoelingen.” Want “care and act” werd ook meer dan het voorziene programma. De titel “zorgen en doen” kon evengoed staan voor: veel begrip en openheid en vertrouwen. Het is als in een oceaan duiken, hopend dat daar niet teveel haaien zwemmen, en dan bemerken dat alle rugvinnen aan zachtaardige dolfijnen toebehoren.

 Giulia: “We leerden op elkaar vertrouwen en niemand misbruikte dat vertrouwen. Ook die uitdaging hebben we gewonnen.” Daar ons regelmatig gevraagd werd een eigen inbreng te maken in het programma (échte “open aanpak”!) en onze plan te trekken, namen we uiteindelijk ook meer en meer initiatief waar dit niet direct verwacht werd.

Via overleg verkregen we een tweede sauna-avond, werd de groep niet opgesplitst op de uitgaansavond en vertrokken we op de dag van vertrek wat vroeger naar het centrum om nog iets langer van de stad te genieten. Zo bewezen we dat overleg tussen personen van verschillende mening en achtergrond niet noodzakelijk stroef hoeft te verlopen!

 Nastja (Slovenië): “Ik was aangenaam verrast te zien hoe een groep met uiteenlopende leeftijden toch goed kon draaien.” 21


Extra  Marina (Italië): “Ik leerde dat elke mens kan bijdragen om van de wereld een mooier plekje te maken, onafhankelijk de cultuur of het land waar je vandaan komt.”  Mart (Estland): “Het belangrijkste was voor mij te beseffen dat ondanks de verschillende achtergronden alle deelnemers toch hetzelfde zijn: gewoon mensen, we hebben wensen, dromen, noden en problemen. Daarom is het spijtig dat mensen zoveel belang hechten aan een nationaliteit en zo vooroordelen of haat tegenover anderen opwekken. Na de uitwisseling denk ik de wereld een beetje beter te begrijpen.” Samen organiseerden we een tweedehands zomermarkt, van begin tot eind: reclame maken op allerhande manieren, flyers uitdelen, te verkopen materiaal uitzoeken, prijzen en opstellen, achtergrondmuziek voorzien ... Een uitgebreide brainstorm toonde ons tot hoeveel we samen in staat waren! De ideëen vloeiden, de plannen werden gesmeed, de dag kon niet meer stuk! Wat en hoeveel we uiteindelijk op de markt zouden verkopen, was onderge-

schikt aan de fijne voorbereiding en het groepsgevoel omdat we dit evenement zelf volledig aangepakt hadden. Een onverwachte stortbui (want de rest van ons verblijf was er een plaatselijke hittegolf gepasseerd) beëindigde voortijdig de marktstand, maar toch blijven we hierover een gevoel van succes behouden!

 Evy (België): “Die markt was echt wel hét hoogtepunt van ons kamp!” Eigenlijk hadden we vooral heel veel plezier: we hadden het gevoel dat het kamp langer had mogen duren dan slechts tien dagen! Velen van ons bleven ’s avonds (veel) te laat op om toch maar zo veel mogelijk tijd samen door te brengen. We waren dus doodop die laatste dag maar toen de deelnemers van Italië en Spanje ’s morgens vroeg als eersten vertrokken, stond echt iedereen hen uit te wuiven.

22


Extra En nu? We zijn naar huis teruggekeerd met een massa mooie herinneringen, met dromen voor “opnieuw”, vage plannen voor een vervolg. We blijven in meer of mindere mate contact houden (met dank aan de moderne sociale media), we blijven elkaar ondersteunen waar we kunnen. Velen van ons ondervonden, elk in zijn eigen thuissituatie, dat het niet meeviel om onze ervaring voor buitenstaanders onder woorden te brengen.

 Mart: “Ik had met vrienden afgesproken. Toen ze vroegen hoe het kamp geweest was en wat we gedaan hadden, merkte ik dat ik wel kon proberen om het uit te leggen maar dat zij dit nooit helemaal zouden begrijpen, vooral de inside jokes die we hadden. Er zijn gewoon geen woorden voor.”  Giulia: “Iemand zei me, hoe kan je huilen om iemand die je maar tien dagen kent, dat is stom. Ik wou antwoorden, maar besefte dat hij dit nooit zou snappen zonder de ervaring.” Niemand had kunnen voorspellen dat we met dergelijke ervaringen naar huis terug zouden keren. Niemand had verwacht dat we “Daar Ver Weg”, met al die “Vreemden”, zo op dezelfde golflengte zouden zitten. En elk van ons is veranderd teruggekeerd, heeft er bijgeleerd, is daar slimmer of gevoeliger geworden ...

 Pille: “Toen we onze stad aan de andere deelnemers toonden, bemerkte ik de gekste dingen. Ik keek naar mijn geboortestad door de ogen van een toerist en merkte een heleboel nieuwe zaken op aan de gebouwen die ik nochtans dagelijks zie.”  Giulia: “Ik leerde veel bij in Tallinn, voor mij was het de beste “school”. In die tien dagen groeide ik op en leerde ik nieuwe vrienden en andere culturen kennen. Ik leerde in steeds wisselende teams samenwerken, me uitdrukken in het Engels zonder schrik om fouten te maken en leerde mezelf beter kennen. Mijn zelfvertrouwen nam toe en ik ben nu meer bewust van mijn kwaliteiten.”  Alocha (België): “Estland heeft mij en zo velen laten bloeien en groeien. Het is moeilijk te vatten hoeveel deze ervaring ons bijgeleerd heeft. We kwamen terug met plannen om vrienden en contacten te behouden, alsof we een internationaal land wilden maken waarvan we allen inwoner zijn. Een afscheid is altijd moeilijk maar deze keer wuifden we 10 onvergetelijke dagen uit. Er zijn zoveel nieuwe vrienden, we weten dat we een anker hebben in talloze nieuwe havens en we wensen eeuwig matrozen te zijn.” 23


Cultuurkriebels

VAN TEKENINGETJES NAAR LETTERS: WAAR KOMT ONS SCHRIFT VANDAAN? Door Katrien Coenen

PICTOGRAFISCH SCHRIFT Meer dan vijfduizend jaar gele­ den hebben de Soemeriërs in Mesopotamië (nu het zuiden van Irak) hun eigen schrift bedacht. Uit de alleroudste bewaarde fragmenten van 3400 voor Christus blijkt dat het een pictografisch schrift was. Dat wil zeggen dat men de betekenis van een woord altijd gaat weergeven met dezelfde tekening. Met het verstrijken van de jaren, evolueerden deze tekeningen. De eerste stap in deze evolutie houdt in dat de pictografische tekens een kwartslag draaiden. Ze kantelden dus (zie fig. 1). Na verloop van tijd werden de tekeningen abstracter van vorm. Dit kwam door het gebruikte schrijfmateriaal. Het is veel gemakkelijker om met stokjes afdrukken te maken in kleitabletten dan in klei te tekenen met een takje. Hierdoor ging het schrift er helemaal anders uitzien. Het lijkt namelijk op een combinatie van spijkers. Vandaar de naam spijkerschrift. Sommige volkeren, zoals de Assyriërs en de Babyloniërs, namen het spijkerschrift

figuur 1: spijkerschrifttekens met pictografische voorgangers (naar Booij 1979:24)

24

over en ontwikkelden het verder. Andere volkeren creëerden hun eigen pictografisch schrift. Zo bedachten de Egyptenaren de hiërogliefen. FONOGRAFISCH SCHRIFT Geleidelijk aan evolueerde het schrift verder. In plaats van de betekenis van een woord te tekenen, ging men aan elke klank die in een taal voorkomt een bepaalde letter geven. Dit heet een klankschrift of een fonografisch schrift. Ons schrift is dus een klankschrift. Voor de klank ‘b’ schrijven we immers ‘b’. De eerste echte fonografische schriften zijn ontstaan in het huidige Libanon-SyriëIsraël rond 1500 voor Christus en zijn bedacht door Semitische volkeren. De Feniciërs, een Semitisch volk, hebben het eerste alfabet uitgevonden. In dit alfabet had elke letter een naam en deze naam begon altijd met de klank die de letter voorstelde. De vier eerste letters van het alfabet waren aleph, beth, gimel en daleth. Deze woorden betekenden os, huis, deur en kameel (zie fig. 2). In ons alfabet kennen we de letter aleph als de letter A. En de A is eigenlijk nog een overblijfsel van de tekening van de ossenkop, dus een restant van het pictografisch schrift. Als je de letter A ondersteboven houdt, dan zie je met wat verbeeldingskracht een ossenkop: twee uitstekende horens en een spitse kin (vergelijk het eerste teken in fig. 1 met het eerste van fig. 2). Dankzij de Fenicische zeevaarders is dit schrift verspreid geraakt in landen die aan de Middellandse Zee grenzen. Zo zijn uit


Cultuurkriebels het Semitische schrift hele belangrijke schriften zoals het Hebreeuws, Arabisch en Grieks ontstaan. KLINKERS & MEDEKLINKERS figuur 2: Enkele Fenicische lettertekens

De Grieken waren zeer enthousiast over het Semitisch schrift. Maar er was een probleem. De Semieten hadden geen aparte tekens voor de klinkers. Ze schreven enkel de medeklinkers op. Zo kan je voor het Nederlands bijvoorbeeld pt lezen als pit, pet, pot of put. Voor de Semieten was het duidelijk

negende eeuw voor Christus een volledig klinker-medeklinkerschrift en vele schriften zijn er zelfs van afgeleid, waaronder het Latijn.

ONS ALFABET

figuur 3: Waar komen onze klinkertekens vandaan?

hoe men het woord moest uitspreken, maar de Grieken hadden klinkers nodig omdat ze anders het woord niet zouden kunnen lezen. De Grieken bedachten voor dit probleem een oplossing. In het Semitisch schrift zijn er klanken die niet in het Grieks voorkomen. Er waren dus lettertekens te veel. De Grieken hergebruikten de overbodige tekens door er een nieuwe klank aan toe te kennen (zie fig. 3). De aleph-klank bestond niet in het Grieks. De Grieken kenden aan deze letter de a-klank toe. De letter Y werd door de Semieten als een w uitgesproken. Maar de Grieken hadden geen w-klank. Zij besloten om de Y als een u uit te spreken (het fonetisch teken voor de u-klank is [y]). Slechts één teken bedachten de Grieken zelf: de omega (Ω). Dit was een andere manier om de o-klank uit te spreken. Zo zijn er zeven klinkers ontstaan: A, E, H, Y, I, O, Ω! Dus dankzij de Grieken ontstond in de tiende of

Het Griekse schrift kwam uiteindelijk via de Etrusken bij de Romeinen terecht. Maar ook de Romeinen hadden een probleem. Het Latijn heeft geen zeven, maar slechts vijf klinkers (A, E, I, O, V; in plaats van een U schreef men een V). De omega verdween omdat er slechts één o-klank is. Het Latijn kende ook geen æ-klank, waardoor het H-teken overbodig werd, maar opnieuw gebruikt werd voor de h-klank. De Romeinen gaven het alfabet de vorm die het vandaag nog altijd heeft en ze verspreidden het Romeinse schrift over heel hun rijk. In de afgelopen 2000 jaar is er bijna niets meer veranderd aan het Romeinse schrift. In de middeleeuwen is de letter w bedacht door het u-teken te verdubbelen. Twee u’s naast elkaar vormen dus de w. Tot in de zeventiende eeuw gebruikte men de u en de v zelfs door elkaar. Pas in de vijftiende eeuw kwam er een puntje op de i te staan. Als twee i’s op elkaar volgden, dan schreef men voor de duidelijkheid ‘ij’ en niet ‘ii’. Pas in de zestiende eeuw werden de i en de j niet meer door elkaar gebruikt. 25


Wistjedatjes IK HEB EEN KANDELAAR MET EEN KAARS IN HET MIDDEN EN VIER EROMHEEN. WAAROM ZIJN DE BUITENSTE VIER ALTIJD EERDER OPGEBRAND? Om te branden hebben kaarsen niet alleen kaarsvet, maar ook zuurstof nodig. Een klein experiment met waxinelichtjes leert dat bij een kring van kaarsjes met eentje in het midden, de middelste minder heftig brandt. Dat komt doordat de door de kaarsvlammen aangezogen zuurstof vooral door de buitenste kaarsen wordt verbruikt. Dus de binnenste kaars krijgt gewoonweg minder zuurstof. WAAROM ONTHOUDEN WE NIET ALLES WAT WE GELEERD HEBBEN? Het korte antwoord: om niet gek te worden. Ons geheugen is zo gemaakt dat we heel veel vergeten. Dat gebeurt dagelijks. Zaken die in ons kortetermijngeheugen zitten, gaan na verloop van tijd naar het langetermijngeheugen. Daarbij worden allerlei (meest onbelangrijke) zaken vergeten. Weet jij nog wat je gisteren hebt gegeten? En eergisteren? De dag ervoor? Vergeten zorgt ervoor dat je ruimte hebt voor nieuwe indrukken en dat je niet constant wordt herinnerd aan dingen die fout gegaan zijn of aan pijnlijke momenten. NAAR WELKE KANT ZOU EEN KOMPAS WIJZEN ALS JE HEM IN DE RUIMTE GEBRUIKT? De aarde is een grote magneet met een plus- en een minpool: de magnetische noord- en zuidpool. Een kompasnaald doet weinig anders dan aangetrokken worden door de Noordpool van deze gigantische magneet. Vlieg je weg van de aarde, dan houdt die aantrekkingskracht na verloop van tijd op. De kompasnaald zal dan in een willekeurige richting wijzen. Tot je ergens in de ruimte een ander magnetisch hemellichaam (zon, planeet, ster) tegenkomt. Dan wijst je naald daarheen. WAAROM LAAT JE EEN EITJE NA HET KOKEN SCHRIKKEN? Veel mensen laten een ei schrikken omdat het daarna makkelijker te pellen zou zijn. Maar de echte reden is om het koken van het ei te laten stoppen. Want de warmte die in het ei aanwezig is, zorgt ervoor dat het eiwit en de dooier blijven stollen. Zo kan een zacht eitje buiten de pan nog harder worden. Door het ei in koud water te dompelen, stopt de stolling direct.

26

Bron: Quest scheurkalender 2011 (G+J uitgevers C.V.)


Ledenblad

HERNIEUW JE LIDMAATSCHAP EN ONTVANG EEN EDUCATIEF SPEL* Steeds meer JCW deelnemers maken gebruik van onze lidkaart om zo van de talrijke voordelen te kunnen genieten. Ook in 2012 is de lidkaart er voor de slimme JCW-er, omdat je 3 keer voordeel eruit haalt: 1. Je geniet van kortingen op ALLE activiteiten die JCW organiseert 2. Je krijgt voordelen en kortingen bij tal van partners, instellingen die op cultureel en/of wetenschappelijk gebied heel wat te bieden hebben (overzicht op www.jcweb.be) 3. Je maakt kans op prijzen die we doorheen het jaar weggeven.

EN AL DEZE VOORDELEN VOOR SLECHTS € 10,00 LIDGELD! Wil jij graag lid worden van JCW? Dat kan via het aanvraagformulier op www.jcweb.be, door te bellen naar 02 252 58 08 of een mail te sturen naar leden@jcweb.be met vermelding van volgende gegevens: naam, adres, telefoon- of gsm-nummer, geboortedatum en e-mail. Na ontvangst van deze aanvraag en overschrijving van € 10,00 op het rekeningnummer 001-3399772-95, wordt deze unieke lidkaart naar jou opgestuurd!

* CADEAUTJE VOOR SNELLE BESLISSERS! JCW bedankt snelle beslissers met een tof geschenkje: het spel “Dossier XI”. Deze is niet te koop! Maar misschien kan jij er één in de wacht slepen … - Alle JCW-ers die al lid waren in 2011, en zich opnieuw lid maken voor 31 december 2011, krijgen van ons een leuk extraatje: GRATIS dit spel “Dossier XI”! - We verloten eveneens 5 van deze speldozen aan nieuwe leden die zich voor 31 december 2011 aanmelden.

Dossier XI is een spannend en educatief spel rond volkscultuur. Het bevat de dossiers van tien kinderen die elk in een andere periode van de twintigste eeuw leven. De opdracht: de levens van de kinderen uit de jaren 1900, 1920, 1940,… tot 2000 reconstrueren. Als speler ben je in dit spel een echte detective. Zo komen verloren verhalen en vergeten herinneringen weer tot leven. (Actie geldig zolang de voorraad strekt)


Boekentips Kid Kat Operatie Tijger - Eric Bouwens Kid Kat is geheim agent voor de Geheime Dienst in kattenland Noensia. Hij heeft al heel wat duistere zaakjes opgelost. Nu moet hij de Elf Tijgers, de heilige dieren uit Noensia terugvinden. Het wordt een moeilijke opdracht voor Kid Kat en zijn team. Een superspannend avontuur vol humor en fantasie en met coole spionnengadgets. Vanaf 9 jaar, 122 p., € 16,95

Heinrich Ooooh en de zaak van de zwarte zeven - Hilde E. Gerard / Eric Bouwens Heinrich Ooooh woont samen met zijn tweelingzus Hannelore in hotel Geesten & Goulash. Op een dag staat de familie B.Zar voor de deur. Wat komen die vreemde snuiters in G&G Ooooh doen? Het gezelschap lijkt in niets op de gebruikelijke geesten, spoken en skeletten die normaal in het hotel logeren. Wanneer hun gasten één voor één op mysterieuze wijze uit het hotel verdwijnen, zijn Heinrich en Hannelore verplicht de zaak tot op het bot uit te zoeken … Vanaf 9 jaar, 144 p., € 15,95

Nachtraven. Het mysterie van de drie vazen - Hilde Vandermeeren / Juliette de Wit Tia, Vince, Glenn en Shu vormen samen de redactie van de schoolwebsite. Ze noemen zich de Nachtraven, altijd op zoek naar nieuws. Dit keer gaan ze op zoek naar een leuk verhaal in het Museum. En daar is iets mysterieus aan de hand. Maar ook op school gebeuren vreemde dingen. De Nachtraven moeten de mysteries oplossen. Vanaf 9 jaar, 154p., € 15,95

Groeten uit 2030! - Jan Paul Schutten In dit boek maak je een reis naar de toekomst. Hoe zullen we over pakweg 20 jaar leven? Zullen er nog bomen of planten bestaan? Wat zullen we eten? Zal alles computergestuurd zijn? Jan Paul Schutten vertelt hoe de wereld er volgens hem in de toekomst zal uitzien. Hij duikt de wondere wereld van de wetenschap in en toont je wat er binnenkort allemaal mogelijk zal zijn. Een boek boordevol verrassende voorspellingen, futuristische gadgets en wonderbaarlijke uitvindingen. Vanaf 10 jaar, 144 p., € 17,50

Wat je ziet, zit in je hoofd - Jan Van Coillie / Kristien Aertssen Jong of oud: iedereen kan van poëzie genieten! Speciaal voor de jonge lezers verzamelde Jan Van Coillie de beste kindergedichten van de afgelopen 10 jaar. Leuke, speelse, aanstekelijke, dromerige, diepzinnige gedichten over dieren, slapengaan, familie, school, natuur en veel meer. Een mooie mix van grote namen en onbekende pareltjes. Voor alle leeftijden, 156 p., € 19,95

28


Winadoe Voor deze proef neem je twee plastieken buisjes die je stevig verbindt door middel van een kleiner buisje dat er liefst precies inpast. Alleszins zorg je voor een lekdichte, smalle verbinding. Vervolgens maak je in het verbindingsbuisje een klein gaatje. Hou het geheel nu schuin en laat er water doorstromen. Dit water loopt van hoog naar laag door de buis. Wat zal er gebeuren? Denk eraan dat er een gaatje in de buis zit! Je stelt vast dat de buis niet lekt. Als je goed opgelet hebt, heb je zelfs gezien dat er in het tweede deel van de buis meer lucht zit dan in het deel voor het lek. De buis lekt niet omdat ze versmalt ter hoogte van het gaatje. Daardoor gaat het water sneller stromen. Dit heeft dan weer tot gevolg dat de druk binnen de buis lager is dan de luchtdruk erbuiten. We kunnen dus besluiten dat er lucht naar binnen stroomt in plaats van water naar buiten. Een stof beweegt zich steeds van een plaats met hoge druk naar een plaats met lagere druk. Ook in een pompstation wordt deze wet toegepast, maar dan omgekeerd. Het pistool van de pomp slaat automatisch af wanneer de tank van de auto vol is. Dit komt doordat er een klein gaatje in het benzinepistool zit. Bron: “De proefjeskoffer�, Winadoe vzw - http://users.telenet.be/Winadoe/


Breinbrekers BREINBREKER 1 Boer Hans is naar de veemarkt geweest en heeft daar nieuwe koeien en kippen gekocht. Samen hebben de dieren 25 koppen en 72 poten. Hoeveel kippen heeft Hans dan gekocht?

BREINBREKER 2 Los de rebus op. Een rebus is een woordpuzzel waarin afbeeldingen gebruikt worden om woorden of woorddelen voor te stellen. Bij de afbeeldingen staan letters die toegevoegd, verwijderd of vervangen moeten worden.

BREINBREKER 3

Dis een Sombrero-puzzel: plaats getallen in de witte vakjes, zodat de som van een rij overeenkomt met het getal in het zwarte vakje dat erbij hoort. En deze regels zijn van toepassing: - enkel getallen van één tot en met 9 kunnen ingevuld worden. - Je mag in één som niet twee keer hetzelfde getal gebruiken.

30


Geef het juiste antwoord op minimum twee van de drie breinbrekers op p. 30 en win dit leuke boek Heinrich Oooh en de zaak van de zwarte zeven! Stuur ons het antwoord op:

 per post naar het adres JCW,

Vlaanderenstraat 101, 1800 Vilvoorde

 per fax op het nummer 02 253 39 14  per mail naar het adres jcweetje@jcweb.be

Antwoorden van JCWeetje 2011, nr. 3: 1. 2. 3.

Ze hebben 4 dochters en 3 zonen. Elke dochter heeft 3 zussen en 3 broers. Elke zoon heeft 4 zussen en 2 broers. Je eigen naam is het antwoord. Jij bent namelijk de chauffeur van de bus, staat er in de eerste zin. Bovenste rij: 7 - 6 - 9 / in het midden: 5 / onderste rij: 8 - 1 - 2

Naam + voornaam Adres

Telefoonnummer Email Geboortedatum Antwoord 1 Antwoord 2 Antwoord 3

31

31


Dolle Kerstdagen Op donderdag 5 en vrijdag 6 januari 2012 starten wij het jaar met de Dolle Kerstdagen, dan staan onze twee culturele, wetenschappelijke dagen vol fun geprogrammeerd. Wat er precies op het programma staat, kunnen we nog niet verklappen. Wat wel al met zekerheid vaststaat, is dat het allemaal weer tof, creatief, cool, kunstzinnig, leuk, cultureel, graaf, wetenschappelijk & bangelijk gaat zijn. Toch al een tipje van de sluier: op donderdag krijgen jullie de kans om onze nieuwste workshop “Geweldig Gewelf” uit te proberen! Dus pak je agenda en noteer alvast onze dolle JCW kerstdagen. Inschrijven voor deze twee dagen doe je via onze website www.jcweb.be, telefonisch via 02 252 58 08 of je springt eens binnen op ons secretariaat, Vlaanderenstraat 101, Vilvoorde. Voor wie? Iedereen van 8 tot 12 jaar (geboren in 2004 t/m 1999) Waar? Portaelsschool voor Beeldende Kunsten, Spiegelstraat 62, Vilvoorde Wanneer? Donderdag 5 en vrijdag 6 januari 2012 telkens van 10.00u tot 16.30u! Kostprijs? € 11,00 per dag (niet-leden) / € 9,00 per dag (leden) / drankje inbegrepen!

v.u. : Wim Van Petegem, Vlaanderenstraat 101, 1800 Vilvoorde

In de kijker

Jeugd, Cultuur en Wetenschap vzw Vlaanderenstraat 101, 1800 Vilvoorde Tel. 02 252 58 08 - Fax: 02 253 39 14 info@jcweb.be - www.jcweb.be

Om in te schrijven op de JCW nieuwsbrief, mail naar nieuwsbrief@jcweb.be

Het JCWeetje wordt ondersteund binnen het Actieplan Wetenschapscommunicatie, een initiatief van de Vlaamse Overheid.


JCWeetje 2011, nummer 4