Page 43



DE OPKOMST VAN DE EGYPTISCHE BESCHAVING

De beschaving die in Egypte in de Nijlvallei ontstond, vertoont veel overeenkomst met de toenmalige beschavingen in het Nabije Oosten. De hoge waterstanden van de Nijl, de ‘koningsrivier’, hadden veel invloed op het leven van de oude Egyptenaren. Ze vormden een grens tussen de zwarte aarde, vruchtbaar door het slib dat het hoogwater meevoerde, en de eindeloze woestijn. Mesopotamië maakte eenzelfde ontwikkeling door: in het 4de millennium v.Chr. ontstaat het schrift, ten behoeve van een gecentraliseerde macht die zich mede kenbaar maakt door middel van monumentale kunstwerken, zoals stenen beeldhouwwerken en een imposante architectuur. De oudste teksten die bekend zijn – ze dateren van ongeveer 3200 v.Chr. – zijn iets recenter dan die uit het Oosten, wat echter niet wil zeggen dat het Egyptische schrift, dat de Grieken ‘heilig’ (de letterlijke betekenis van de term ‘hiëroglief’) noemden, ook voortkwam uit dat van Mesopotamië. De grafsteen (afb. 8) uit ongeveer 3000 v.Chr., afkomstig uit Abydos in het hart van Midden-Egypte, bekend vanwege zijn aan Osiris gewijde tempel, bevat vroege hiërogliefen waarop schijnbaar de naam Horus (tekening van een valk) staat en een eigennaam (Setchnoum, tekening van een ram). Hier werden de eerste farao’s begraven, onder wie de legendarische Narmer die naar men zei rond 3100 v.Chr. Opper- en Neder-Egypte zou hebben verenigd, ook al weten we tegenwoordig dat beide gebieden zich pas later bij elkaar zouden aansluiten. Uit deze predynastieke periode die aan de politieke eenwording van Egypte voorafging, kennen we steden, keramiekproductie en talloze soorten make-uppaletten die zo kenmerkend zijn voor deze cultuur. Het Fragment versierd met een jachttafereel (afb. 9) is uit een harde zandsteen (grauwacke) gehouwen en ongetwijfeld gebruikt voor een

heiligdom. Het fragment heeft een ronde uitholling – deels bewaard gebleven – waarin de kleuren werden fijngewreven. Maar pas in de periode die het Oude Rijk wordt genoemd (ongeveer 2700-2200 v.Chr.) organiseerde het land zich rond de hoofdstad Memphis en rond een oppermachtige koning, de farao, die werd omringd door een keur van ambtenaren. De vorsten van de vierde dynastie, onder wie de beroemde Cheops, Chephren en Menkaura (Mycerinus), kozen rond 2600 v.Chr. de hoogvlakte van Gizeh, ten noorden van Memphis, om hun piramides te bouwen die het begin vormden van een ware dodenstad. Hier ontwikkelde zich de kunst van de steenbewerking (beeldhouwkunst, architectuur) volgens de regels van de Egyptische kunst. Het Grafbeeld van een staande man (afb. 10) is ongetwijfeld een beeld uit de grafkelder van een van de ambtenaren van de koning; hij is helaas anoniem gebleven omdat de inscriptie op het voorwerp verloren is gegaan. Het beeld is volgens de geldende regels vervaardigd: hij staat met zijn rug tegen een zuil, draagt een pruik en maakt duidelijk een loopbeweging, de beide armen langs het lichaam, zijn linkerbeen naar voren. Het reliëf op de achterkant hoort bij het Brouwerijtafereel: decoratie van een grafkapel (afb. 11), het publieke gedeelte van de graftombe waar de familie offergaven neerlegde. De figuren zijn niet alleen decoratief, maar roepen momenten in het leven van de gestorvene op waarvan wordt verwacht dat ze zich in het hiernamaals zullen herhalen, in dit geval een tafereel in een brouwerij. Ook andere gebruiken uit de Egyptische kunst zijn eraan af te lezen: de rode huid van de mannen en het naast elkaar plaatsen van profielen en aangezichten van de vele ambachtslieden die in dienst waren bij een vooraanstaand adellijk huis.

Louvre Lens Museumgids 2014 NL  

Publié à l'occasion du 1er anniversaire du musée du Louvre-Lens le 4 décembre 2013