Page 1

Onder een ‘journalistiek vergrootglas’: Estland, Letland en Litouwen dichterbij

BALTISCH Typ hier uw vergelijking.

OOSTZEE

DAGBOEK

nummer 4 januari 2013

THEMA: WINTER

Oostzee

Tallinn

Amsterdam

Vilnius

© P. Eestwold Zin & Beeld

Rīga

BALTISCH DAGBOEK en PRIK BOEK

2e Jaargang

EESTI

LATVIJA

|

LIETUVA

Nu ook BDB – PRIK BOEK actueel, 2 x per maand

Winter counterpoint – © Remo Savisaar 2012, Estland

BALTISCH DAGBOEK verschijnt in januari, mei en september

Uitgave: P. Eestwold Z & B

2e deel, p.36-72 Nida, Windvaan Nida, Windvaan


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

te bewaren. Bij de stichting werd goed naar de ervaringen van andere landen geluisterd en werden de volgende drie belangrijke doel- en taakstellingen op papier gezet.

FLORA & FAUNA in en om het BALTICUM Jochem Wouda

A. De natuur en de archeologische, etnografische en architectonische rijkdommen moeten behouden worden en toegankelijk gemaakt voor het publiek. B. De ecosystemen moeten beschermd worden en het gehele parkgedeelte dient zo ongerept mogelijk te blijven. C. Het park dient bij te dragen aan een verdieping van de kennis met betrekking tot de aldaar voorkomende planten- en dierenwereld.

NATIONAAL PARK LAHEMAA Lahemaa

NR. 4 | januari 2013

N.P.

Omdat het gebied al minstens vierduizend jaar is bewoond en overal landschapselementen, zoals akkers en velden zijn te vinden, die het resultaat zijn van landbouwkundige activiteiten als landbouw en veeteelt alsook bosbouw, is het park allesbehalve een stuk ongerepte natuur. Toch is het overgrote deel van het Nationaal Park Lahemaa, dat in onze taal zoveel betekent als ”het land of de streek van de baaien” of kortweg “baaienland”, een oorspronkelijk, natuurlijk landschap, dat maar weinig door de mens is aangetast. Op de kaart zijn de baaien goed te zien.

Tallinn

OUDSTE NATIONALE PARK (1971) VAN DE REPUBLIEK ESTLAND

Pärispea Juminda

”De liefde tot Moeder natuur is een ieder aangeboren” moeten haast wel de gedachten zijn geweest van de aanwezige parlementsleden, die op 1 juni 1971 het verstandige besluit namen om gezamenlijk het Lahemaa Rahvuspark, - de Estische naamgeving - te stichten. Het doel van dit besluit was om het park, groot 72.500 ha. (47.410 ha land- en 25.090 ha zeewaterterritorium) als een samenhangend geheel tot een cultuurhistorisch- en natuurreservaat voor de toekomst

Käsmu Vergi

Bij de indeling van het park in verschillende zones is duidelijk rekening gehouden met deze uitgangssituatie. De strengste bescherming genieten een vijftal strikte reservaten, die alleen voor wetenschappers toegankelijk zijn en 8% van de totale oppervlakte beslaan. Deze wetenschappelijke reservaten hebben de toepasselijke Estische naam gekregen van Suurekörve, Laukasoo, Udriku, Koljaku-Oandu en Vainupea. De naam Lahemaa werd destijds voor het eerst gebruikt door de professor in de geografie Johannes Gabriel Granö. De vooruitziende blik van de toenmalige initiatiefne36


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

mers hebben Estland’s eerste en oudste nationale park voor versnippering bewaard en behouden voor de duizenden, in het bijzonder voor de Esten, die er in elk jaargetijde van kunnen genieten.

Viinistu

dalbera 2012

Eru laht

Villu Lükk 2011

Käsmu laht

Kaarin Vask 2010

37

Het park ligt in het noorden van Estland, langs de kust van de Finse Golf; ongeveer 70 km ten oosten van de hoofdstad Tallinn. Vijf en twintig eilanden, waaronder het natuurrijke eiland Mohni, en talrijke riffen in de met zandbanken voorziene zee behoren tot het grondgebied van het Nationaal Park Lahemaa. De meanderende kustlijn is zeer sterk geleed en daarom onsamenhangend te noemen door de vier langwerpige schiereilanden die op de kaart van links naar rechts de volgende namen hebben gekregen: Juminda, Pärispea, Käsmu en Vergi. Vgl. de kaart op p. 36. Daar tussen in liggen een paar schilderachtige baaien die Kolga Laht, Hara Laht, Eru Laht en Käsmu Laht heten. Zie de tweede en derde foto links. Hemelsbreed bedraagt de kustlengte 45 km maar in werkelijkheid is de kustlijn dank zij die schiereilanden niet minder dan 145 km lang. De grenzen van dit immense park dat voornamelijk gevormd is door het landijs en de zee lopen over het grondgebied van de beide provincies Harjumaa en Lääne-Virumaa. Het reliëf van het park is matig golvend te noemen en omvat een langzaam afdalend landschap in noordelijke richting. Toch duwde het landijs de grond in het park tot vele hoogten op. Het hoogste punt in het gebied is toch nog altijd 115 meter. Karakteristiek voor het gebied zijn de door het landijs in de loop der tijden meegebrachte zwerfkeien. Deskundigen praten dan ook over het rijkste zwerfkeiengebied van Noord-Europa. Dit bos (foto) is er rijk mee be-

zaaid. De grootste kei in het Nationaal Park Lahemaa is de majakivi, in het Nederlands vertaald als huissteen van Juminda, diep in een met grove den harilik mänd begroeid veengebied gelegen.


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

Met een hoogte van 7 meter en een omvang van 580 m³ heeft hij toch wel een toepasselijke naam gekregen. Zie de foto hier onder.

Kalksteenformatie bij de Jägalawaterval Lauri Oherd 2004

Een ander bijzonder gevormde grote zwerfkei, die vaak bemost is, is de suurkivi van Jaani-Tooma bij Kasispea. Hier en daar bleef ook een laag keileem achter. Het is deze laag die voor een belangrijk deel het huidig aanzicht van het nationale park bepaalde. Regenwater om maar wat te noemen dringt niet door het keileem heen, zoekt dan alternatieve wegen en komt links en rechts als spontane bronnetjes weer aan de oppervlakte. Met gunstige gevolgen voor de flora en fauna. Geologisch ligt het park grotendeels op een kalksteenplateau met aarden wallen die tussen de 50 á 70 meter boven zeeniveau kunnen worden en de naam Glint heeft gekregen. In deze kalksteen gebieden, door de meeste noordelingen alvar genoemd, met zijn vaak karakteristieke karst verschijnselen, groeit ook de jeneverbes harilik kadakas.

Kalksteen is ontstaan uit in het water levende organismen. Veel van die levende wezens zitten in een omhulsel of skelet van kalk. Het materiaal waaruit deze skeletten bestaan is door de organismen opgenomen uit het water. Als deze organismen, zoals schelpdieren afsterven, vallen deze geraamten op de zeebodem en vormen daar een afzetting van kalkslib. Hierin zijn de fossielen te vinden van talrijke diersoorten die in de loop der tijd in zee geleefd hebben. De aanwezigheid van kalksteen in het Nationaal Park Lahemaa duidt er dus op dat het gebied eens onder water heeft gelegen. Ook rotsformaties bestaande uit zandsteen en het ietwat donkergekleurde leisteen komen voor. Bijna 20% van het nationale park is met veen bedekt.

Viru bog

Jason Mientkiewicz 2009

Een speciale positie heeft het Viru raba een hoogveengebied van 150 ha met diverse veenplassen. Vijf procent van het nationale park bestaat uit hoogveen. Zeldzame moerasplanten, waaronder ook de ronde zonnedauw umaralehine huulhein, een kleine vlees-

Jeneverbes

Niet voor niets is het kalksteen lubjakivi dan ook uitgeroepen tot een nationaal symbool van Estland. 38


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

etende plant die te herkennen is aan de rode blaadjes met kleverige klierharen, waarmee insecten en spinnen in een val worden gelokt, komen hier ook voor.

NR. 4 | januari 2013

Gelukkig zijn er in dit park ook vier strikte reservaten uitgezet voor de natuurlijke bescherming van de aanwezige flora en fauna. De namen van deze wetenschappelijke reservaten hebben we al eerder, in de aanhef van ons artikel, vermeld. Menselijke toegang is hier zonder uitdrukkelijke toestemming van de desbetreffende beheerders absoluut niet gewenst. Bijzondere culturele monumenten in het nationale park zijn de dikwijls door parken en vaak ook vijvers omgeven landhuizen, zoals het oorspronkelijke Baltische ridderlandgoed Palmse Mõis uit het jaar 1785, waar ook in bijbehorende gebouwen het parkbeheer in een bezoekerscentrum is gehuisvest. Het statige landhuis is in barokke stijl gebouwd.

Zonnedauw is zo’n vleesetend moerasplantje. http://belton-loes.blogspot.nl Over het algemeen gesproken is het klimaat in het nationale park continentaal en koud te noemen.

TOERISTISCHE BIJZONDERHEDEN Heden ten dage is er ook in het nationale park Lahemaa vaak een samenspel van ongerepte natuur en cultuur, al wordt het laatste onderwerp hier en daar weleens met een folkloristisch sausje overgoten. Palmse Mõis in de winter. Harry Pyrwanto 2011

Minder bekend, maar niet minder bezienswaardig is het imposante landgoed Sagadi Mõis uit 1749. In een eveneens in barokke stijl gebouwd landhuis is in een van de bijgebouwen een bosbouwmuseum metsamuuseum ingericht. Sagadi Mõis. Priit Halberg 2008. Flickr.com

De zeer oude herberg uit de 17e eeuw in het dorp Viitna, gerestaureerd in 1992, is daend.

Palmse Mõis

Sagadi Mõis

Jason Mientkiewicz 2009

39

Priit Halberg 2008


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

Ook in het pittoreske havenplaatsje Käsmu met haar oorspronkelijke bouwstijl, een bijzondere kerk - kirik, een kerkhof kalmistu en met een klein lokaal scheepvaartmuseum kan men heerlijk grasduinen op het mooie strand. Bezienswaardig is verder de kerk van Ilumäe uit 1729, die destijds geheel uit hout was vervaardigd. In 1843 werd de kerk gerestaureerd als stenen gebouw. Met gepaste trots werd dan ook in 2011 het veertig jaar jubileum van het nationale park gevierd. Wandelen en fietsen kan men overal. Er zijn in het nationale park niet minder dan twaalf uitstekende natuurpaden voor het publiek opengesteld dat dan ook dagelijks onder leiding van gidsen, door verschillende afwisselende landschapstypen van dit mooie gebied kunnen Meer bij Viitna. Zomerdag. Dmitry 2006 wandelen. Uiteraard is afspraak vooraf nodig. Toeristen en natuurvrienden kunnen o.a. over een ongemuuseum ingericht. De zeer oude herberg uit de 17e veer drie kilometer lange houten plankier een wandeling eeuw in het dorp Viitna, gerestaureerd in 1992, is maken door het hoogveen van Viru. Men adviseert bedagelijks geopend. zoekers wel om de gedragsregels betreffende het kamGeliefd bij de vakantiegangers is ondermeer het peren, vissen en het maken van kampvuren na te leven. historische dorp Võsu, waar men ook geregeld kan FLORISTISCH EEN INTERESSANT GEBIED overnachten. Voor kunstliefhebbers is het voormalige vissersdorp Ongeveer 70% van het nationale park is met bos beViinistu met een indrukwekkende kunstgalerie bijna dekt, waarbij in de helft van het areaal het zware groen een must. Het vierhonderd jaar zeer oude dorp van het naaldhout - vaak op een zandige bodem - doAltja met authentieke rietgedekte vissershuisjes en mineert. Over het algemeen gesproken oefent het bos dorpskroeg is eveneens de moeite waard om daar op iedereen een zeer grote aantrekkingskracht uit en niet eens een kijkje te nemen. ten onrechte! In welke tijd van het jaar we de bossen Altja

Tony Bowden 2010

ook een bezoek brengen, altijd gaat van deze levensgemeenschap een sterke bekoring uit. De overheersende boom van het naaldbos is de grove den harilik mand. Tussen haakjes, de Estische term ‘harilik’, die in de floraboeken veel voorkomt, betekent in onze taal ‘gewoon’ of ‘gewone’. In hetzelfde milieu treffen we de spar of fijnspar kuusk aan, die in mei/ juni bloeit. De vrouwelijke bloemen zijn tot 6 cm lang en staan als rechte purperrode kaarsjes aan de uiterste top der hoge twijgen. De geelbruine mannelijke katjes zitten er verstrooid onder. Eigenaardig is het feit, dat de sparren aan de zeekant wegens aanpassingen aan het harde klimaat zowel in de breedte als in de lengte groeien. Onder de loofbomen trekken vooral de berk kask en de els lepp onze aandacht. Ongeveer de helft van de 1674 voorkomende plantensoorten in Estland zijn in het Nationaal Park Lahemaa aanwezig. Botanici vinden er tal van plaatsen, waar zij de plantengroei - 838 soorten zijn er gedetermineerd, waaronder 34 zeldzame - kunnen bestuderen. Bij die 34 zijn vier zeer zeldzame soorten die in het rode boekje van Estland met de naam “Punane Raamat”zijn opgenomen. Deze vier soorten zijn dermate belangrijk dat ik u als

40


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

schrijver zowel de wetenschappelijke als de Estische namen ervan niet wil onthouden. Zie de tabel ‘Zeldzame soorten uit her rode boekje van Estland’. Daarnaast is in het park de identiteit van ruim 100 soorten mossen en van 250 soorten korstmossen vastgesteld. Voor determinatie hebben de mycologen met hun spiegeltjesliefhebberij nog ruim 150 soorten paddestoelen tot hun beschikking.

Jägala waterval.

Käsmu in de winter.

Lauri Oherd 2004

Anneli Alekand 2010

Zeldzame soorten uit het rode boekje van Estland

1 2 3 4

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Estische naam

Wilde judaspenning Vrouwenschoentje Gestrekte zegge Bruine snavelbies

Lunaria rediviva Cypripedium calceolus Carex extensa Rhynchospora fusca

Mets-kuukress Kaunis kuldking Randtarn Tume nokkhein

Gestrekte zegge

Nog wat andere zeldzame soorten zijn o.a.: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Noordse braam Strandlathyrus Waterlobelia Biesvaren Prachtanjer Kruipbraam; Veenbraam Bosorchis Gewone eikvaren Grote anemoon Siberische sla

Rubus arcticus Lathyrus maritimus Lobelia dortmanna Isoëtes lacustris Dianthus superbus Rubus chamaemorus Dactylorhiza fuchsii Polypodium vulgare Anemone sylvestris Lactuca sibirica

Soomurakas Rand-seahernes Vesilobeelia Järv-lahnarohi Aasnelk Rabamurakas Vööthuul-sõrmkäpp Kivi-imar Metsülane Siberi piimikas 41

Bruine snavelbies


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

FAUNA ZEER GEVARIEERD Allerlei soorten vogels hebben veel baat bij het zeer gevarieerde landschap van Nationaal Park Lahemaa. Volgens de brochure “Lahemaa Linnud” hebben ornithologen er dan ook 222 soorten vogels waargenomen, waaronder o.a. Auerhoen Metsis Bosuil Kodukakk Holenduif Öönetuvi Waterspreeuw Vesipapp Waterspreeuw

IJseend

Kraanvogel Sookurg Zwarte Mustooievaar toonekurg Schreeuwarend Väikekonnakotkas

Sperwer

Sperwer Raudkull Buizerd Hiireviu Zilvermeeuw Hõbekajakas Brilduikers

Kokmeeuw Naerukajakas Zilvermeeuw

Zeearend Merikotkas Knobbelzwaan kühmnokkluik Middelste zaagbek Rohukoskel Brilduiker Sõtkas IJseend Aul Toppereend Merivart

Zwarte zee-eend

Zwarte zee-eend Mustvaeras De Knobbelzwaan Kühmnokk-luik broedt aan de kusten van de Finse Golf. Het vogelleven is aan deze kusten dan ook heel intens te noemen. Gesignaleerd zijn ondermeer Middelste zaagbek Rohukoskel, Brilduiker Sõtkas, IJseend Aul, Toppereend Merivart en Zwarte zee-eend mustvaeras. In de lente en herfst zijn de baaien en de eilandjes voor de kust rust- en fourageerplaatsen voor vele honderden, zo niet duizenden

Zeearend

trekvogels van diverse pluimage. Zoölogen kwamen tot een aantal van 50 zoogdiersoorten, waaronder een aantal zeezoogdieren als de Kleine zeehond of Ringelrob Viigerhüljes, Grijze zeehond of Kegelrob Hallhüljes en Bruinvis Pringel. 42


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

Onder de landzoogdieren komt ook de Wasbeerhond Kährikkoer, die we in een volgend nummer van ons ”Baltisch Dagboek” nog eens uitgebreid onder de loep willen nemen, sinds 1950 in het nationale park voor, naast Bever Kobras, Otter Saarmas, Das Mäger, Boommarter Metsnugis, Nerts Naarits, Hermelijn Kärp, Bunzing Tuhkur, Haas Halljänes, Eekhoorn Orav, Ree Metskits, Edelhert Punahirv (zie de foto links boven), Eland Põder, Wild zwijn Metssiga , Vos Rebane, Lynx Ilves, Wolf Hunt en Bruine beer Pruunkaru. Zelfs de zeer zeldzame Vliegende eekhoorn Lendorav en de Veelvraat Ahm zijn er volgens de brochure “Lahemaa Imetajad” gesignaleerd. Ook de entomologen kunnen er de inheemse insectenwereld in de cyclus der jaargetijden - lente, zomer, herfst en winter - bestuderen. Ongeveer 9% is bedekt met moerassen en 14% bestaat uit stedelijk areaal. De gemiddelde jaartemperatuur bedraagt slechts 4,7 graden Celsius; de jaarlijkse neerslagsom ligt bij 600 mm, lager dan Amsterdam dat met ca. 850 mm beduidend hoger scoort.

RIVIEREN EN MEREN De rivieren van Nationaal Park Lahemaa zijn meestal klein. In hete zomers zijn enkele gereduceerd tot een aantal nietige stroompjes tussen de altijd aanwezige stenen. Van het achttal rivieren is de Valgejõgi of witte rivier met een lengte van 77 km de grootste.

Vos

Remo Savisaar

Veelvraat

Bunzing

Valgejõgi

Jaan Keinaste 2012 43


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

Deze rivier heeft een afwateringsgebied van 454 km². Daarna komt de zalmrijke Loobu met een lengte van 59 km en een afwateringsgebied van 308 km². Beide rivieren vragen met hun schilderachtige watervallen - Nõmmeveski, Joaveski en Vasaristi - en stroomversnellingen onze welgemeende aandacht, vooral in de perioden als het smeltwater van de sneeuw wordt afgevoerd.

Joaveski juga

Jaan Keinaste 2009

Udriku järv (meer)

PK & FB 2012

44


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

Blauwneus - Vimba Vimba

Vasaristi waterval

Een karakteristieke soort in de rivieren en beken is de Blauwneus die door de Esten Vimb genoemd wordt. Kopvoorn Turb en Winde Säinas zijn eveneens te vinden, hoewel in kleinere aantallen. In de meeste rivieren van het nationale park waaronder ook de Pudisoo jõgi schieten Forel Forell, Rivierprik Õesilm en Beekprik Ojasilm kuit. Uniek is het voorkomen van het tweekleppige weekdier, de Beekparelmossel Ebapärlikarp Langs de kust van de Finse Golf waar men de Rimpelroos Kurdlehine kibuvits kan ontdekken en al eeuwenlang vissers en zeelui wonen kan het gedurende de herfststormen soms behoorlijk spoken waarbij de hoge golven zeewier, waaronder het Blaaswier Põisadru of Harilik põisadru, op de kust werpen die de boeren weer gebruiken als meststoffen voor het vruchtbaar maken van hun akkers. Duinen zijn hier niet veel. Hier en daar grenst slechts een smal strandje aan de bossen en soms reikt een brede rietzoom tot ver in het water. Op het strand komt hier en daar Zeepostelein Merihumur voor. Toch kan het niet uitblijven of een goede waarnemer zal na een bezoek aan dit nationale park beseffen, een der mooiste plekken te hebben gevonden van Estland. Gelijk destijds mijn Groningse leermeester Dr. Foppe Inne Brouwer (1912 -1991) altijd zei, zal ook hij proberen om iedereen van de schoonheid van de natuur: van ”al wat leeft en groeit, en ons altijd weer boeit” te overtuigen.” Een eenvoudige, rake, gevleugelde zegswijze. J.O.W.

Tiina Gill 2011

Eveneens rijk aan stroomversnellingen, zijn de diep in de weelderige bossen gelegen rivieren Altja en Pärli jõgi. De rivier Võsu jõgi vloeit naar de baai van Käsmu. De 14 meren van het nationale park kan men desgewenst in twee groepen verdelen. Allereerst de jonge kustmeren die zijn ontstaan als overblijfselen of restanten van zeebaaien en de oude meren die ontstaan zijn na terugtrekking van het landijs na de laatste IJstijd. Het gebied van het grootste meer in deze groep is Udriku järv (23 ha). Zie de foto op p. 44. Tot de grootste van de kustmeren behoort het bijna cirkelronde Kahala järv (346 ha), tevens het grootste meer in het nationale park. Dit meer ligt in het westelijke deel van het park en heeft een gemiddelde diepte van ongeveer één meter. Het grondwater bevindt zich op een diepte van 1-2,5 meter, zelden boven de 7 meter. Volgens overlevering zou dit meer vroeger een baai zijn geweest. Bijna 150 bronnen vormen zich tot sommige fonteinen, uniek voor dit gebied. Ichtyologen komen tot een aantal van 24 vissoorten. De meest verspreide soorten zijn Snoek Haug, Baars Ahven en Blankvoorn Särg. Het eerder genoemde Kahala järv is een perfecte habitat voor Zeelt Linask. Karper Karpkala vindt men in het Lohja järv.

Altja - Schuren voor de vissersnetten

Zeelt

45


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

Rendierbok in Dierentuin Rīga verliest gewei vroeg in 2012

NR. 4 | januari 2013

dierentuin. We herinneren er aan, dat iedereen gedurende de lange donkere winteravonden wordt uitgenodigd om bij de ‘Winter Avonden’ evenementen van de vakantiesfeer in de dierentuin van Rīga te genieten, waar mensen de gelegenheid hebben om de dierentuin ’s avonds te bezoeken en te genieten van de lichten en de versieringen, en tegelijk de lieftallige bewoners te bewonderen. Dit is de derde keer dat de ‘Winter Avonden’ georganiseerd worden. Het evenement is van 14 december 2012 tot 27 januari 2013. De dierentuin bezit meer dan 3.000 dieren, verdeeld over 400 verschillende soorten.

Gisteren (13-12) verloor de rendierbok ‘Lacis’ (Beer) in de dierentuin van Rīga zijn gewei van 7,1 kg., hetgeen eerder was dan normaal, zo informeerde het informatiecentrum van de dierentuin LETA. De verzorgers van de dierentuin namen op maandag een opmerkelijk feit waar: ‘Lacis’ had aanvankelijk slechts één van zijn geweien verloren. Na twee dagen rondgelopen te hebben met slechts één gewei, verloor hij het andere gisteren.

De vier elegante giraffes, de innemende beren de actieve stokstaartjes en vele andere dieren zullen gedurende de ‘Winter Avonden’ af en toe buiten zijn.

De rendierbok verliest zijn gewei gewoonlijk enige tijd na Kerstmis, op 27 of 28 december. Vorig jaar gebeurde het op 17 december, tot dusver het vroegst. “Twaalf-twaalf-twaalf was klaarblijkelijk niet zo’n goede dag voor ‘Lacis’, omdat de vrouwtjesrendieren het respect voor hem verloren en van de gelegenheid gebruik maakten om wraak te nemen op alle ‘verdriet’ dat hij gedurende het jaar in hen had veroorzaakt. De bok heeft geprobeerd om hen met zijn kale hoofd te stoten, maar zonder beoogd resultaat. ‘Lacis’ is op het ogenblik echt ongelukkig, omdat de vrouwtjes rendieren ook geweien hebben, en die op het moment nogal actief gebruiken,” verklaarde de

Verder zal er een vreugdevuur in het centrum van de dierentuin ontstoken worden, waar mensen samen kunnen komen om zich op te warmen en tegelijk van een warme drank genieten. 46


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

Het is ook mogelijk om eerst telefonisch contact op te nemen en een privé excursie door het park met een gids te organiseren. Gedurende de ‘Winter Avonden’ evenementen is de dierentuin langer open en is de toegangsprijs lager dan overdag. Hier onder laten wij nog een keur van foto’s zien die bezoekers van verschillende dieren hebben genomen.

Giraffe. ‘Oef, kouwe drukte’

Stuart Taylor 2008

Beer. ‘Kijk, hoe mooi ik ben’

Zebra’s. ‘Kom, geef me die kus’ flickr.com

Stokstaartje. ‘Sta ik weer alleen’

Alya Zarakovska 2010

mrscaramelle 2012  Bronnen: Artikel: BC 14.12.2012; Foto’s p. 46: Rendier: Google; Vier Giraffes: mrscaramelle 2012 Stokstaartje: mylomilo 2011 flickr.com; p. 47: flickr.com Grijsnekkroonkraanvogel. ‘Wie is ’t mooist?’ Elena Jursina 2010

mylomilo 2011 47


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

Vervolg van het interview met Z.E. mr. Peep Jahilo, ambassadeur van de Republiek Estland in Den Haag (p. 21-23) “Over de chemische wapens - De Helsinki Commissie, of HELCOM, werkt ter bescherming van het milieu van de Baltische zee (Oostzee) voor alle vervuilingsbronnen, en doet dat door intergouvernementele samenwerking tussen Denemarken, Estland, de Europese Unie, Finland, Duitsland, Letland, Litouwen, Polen, Rusland en Zweden. De OPCW bevordert en controleert het naleven van de Conventie tegen Chemische Wapens die het gebruik van chemische wapens verbiedt en vernietiging ervan eist. Deze organisaties vullen elkaar aan en hebben hun eigen specifieke taken en agenda’s. Estland is van beiden lid. De veiligheid van het milieu van de Baltische zee is zeer belangrijk voor alle landen rond deze zee, en ook voor Estland. Om de oude chemische wapens die in zee gedumpt zijn kwijt te raken (het meest in de buurt van Bornholm en ook bij de Poolse en Litouwse kust) is uiterst belangrijk, maar het is tegelijk zeer gecompliceerd.”

Als u een andere keus had gemaakt bij het kiezen van uw beroep, waar had u dan voor willen kiezen? “Ik denk dat ik voor hetzelfde zou gaan – diplomatie en internationale betrekkingen zijn immers, vind ik, heel interessante terreinen. Toen ik jonger was, dacht ik er ook aan, journalist te worden.”

Wat willen uw kinderen graag worden? “Mijn oudste dochter is mode-ontwerpster, mijn zoon bioloog. Mijn tienerdochters zijn over hun toekomst nog niet tot een keuze gekomen.” Mr. Jahilo, we thank you very much for your hospitality, time and devotion.

Winters Tallinn. Stadhuis(plein)

– Ben Pieter Hes & Jan Sleumer.

Art-travel pics 2012 flickr.com.

48


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

Chemsea project. “Dit is met name het geval waar het ’t toxicologische onderzoek betreft. We vangen ter plaatse vis en zinken kooien met mossels af om te zien, of ze kanker ontwikkelen.” Met het oog op de verspreiding van het gif echter, zijn de Noordzee en de Baltische zee volstrekt verschillend, verklaart Broeg: “De Noordzee is veel zouter en heeft sterkere golven dan de Baltische zee.”

Een tijdbom onder de Noordelijke zeeën De zeeën rond Europa worden bedreigd door een nieuwe bron van vervuiling. Duizenden tonnen chemische wapens zullen doorroesten en beginnen te lekken. In de Baltische zee (Oostzee) worden de mogelijke consequenties onderzocht. Niet een gerust idee, voor iedereen die weet dat mosterdgas, chloropicrine, difosgene en arsenische eenheden verpakt zijn in kisten en vaten die vroeg of laat zullen doorroesten. Niemand weet wanneer dit precies gaat gebeuren, maar zeker is het wel.

Onderzoek van Chemsea en van anderen moet o.a. als leidraad voor vissers dienen. Wat moet je doen, als je een 150 mm cilinder tussen de visvangst aantreft? En welke acties moet je ondernemen als je een klomp mosterdgas tussen de haring vindt? Mosterdgas vervliegt niet in gasvorm, maar verandert in een kleverige massa die jarenlang in zee rond kan drijven.

Tien jaar geleden voorspelde de Russische geleerde Aleksander Korotenko dat ergens tussen 2020 en 2060 het roestproces zo ver zal zijn voortgeschreden, dat het gif er uit begint te lekken. Zestien procent is voldoende om alle leven in de Baltische zee (Oostzee) te vernietigen. “Dat is waar, maar het is erg onwaarschijnlijk dat alle wapens gelijktijdig zullen doorroesten,” zei Jacek Beldowski, en hij zette de verklaring daarmee in perspectief. Hij werkt op het Oceanologisch Instituut te Sopot, een havenstad in Polen. Beldowski is coördinator van Chemsea (Chemical Munitions Search & Assess project), een internationaal project dat in oktober met Europese subsidie is gestart. “Enerzijds zal het gif uitlekken, anderzijds wordt het minder gevaarlijk als het met water in contact komt,” zegt Beldowski. “De chemische wapens liggen over een enorm gebied verspreid, en zijn onderhevig aan heel verschillende omstandigheden. Ook zijn er locaties waar zij niet aan zuurstof worden blootgesteld, waardoor zij nauwelijks zullen corroderen.” Het probleem is er vooral een van onzekerheid. “Het enige wat zeker is, is dat er in de komende jaren een nieuwe vorm van vervuiling in de Baltische zee (Oostzee) is.

Bommen opruimen. Gecontroleerd tot explosie brengen van munitie uit WO II bij Wisch, Noord Duitsland, 2010.

Kort nadat de substanties in de jaren 50 waren gedumpt, meldden de eerste vakantiegangers in de DDR en Polen zich met mosterdgasbrandwonden. In Polen vonden er vierentwintig ernstige ongelukken plaats, het laatste in 1997, toe vissers een enorme klont mosterdgas in hun netten ophaalden. Het grootste risico vormt echter mechanische schade. Om die reden besloten de autoriteiten bijna overal om de ammunitie maar niet te bergen. Constructie-activiteiten kunnen een rampzalig gevolg hebben als een groot aantal cilinders gelijktijdig beschadigd wordt. Dit gevaar werd dankzij Northstream, de pijplijn die van Rusland door de Baltische zee naar Duitsland gelegd wordt, veelvuldig in de pers gemeld.

Een klont mosterdgas tussen de haring De resultaten van het onderzoek in de Baltische zee zal ook bruikbare informatie voor de Noordzee opleveren, is de mening van Katja Broeg van het Alfred Wegener Instituut te Bremerhaven, een van de partners van het

49


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

Volgens Beldowski is de gaspijplijn slechts een voorbeeld. “De zeebodem wordt in toenemende mate door bouwprojecten verstoord: kabels, windmolenparken en pijplijnen. Daarom moeten er snel procedures komen m.b.t. uitholling, bouw- en booractiviteiten in risico zones.”

NR. 4 | januari 2013

sloot de Belgische regering in 1919 om de wapens in zee te dumpen. Zes maanden lang, elke dag, verdween er een scheepslading ammunitie in zee, vóór de kust van Knokke en Heist. “We weten niet waarom zij niet verder in zee gingen. Ze wilden waarschijnlijk zo gauw mogelijk van hun lading af, het transport was al gevaarlijk genoeg,” volgens Tine Missiaen van het Renard Centrum voor Marine Geologie te Gent. Het resultaat is dat de Paardenmarkt, een zandbank niet ver van de kust, jaarlijks in de gaten wordt gehouden. Het is de laatste rustplaats voor ten minste 35.000 ton ammunitie, waarvan naar schatting een derde uit cilinders met gifgas bestaat. Het meeste is onder een dikke laag sediment verdwenen. In 1972 werden enkele cilinders uit het water gehaald. Zij bleken dankzij de zuurstofarme omgeving in opmerkelijk goede conditie. Eens moet ernstige corrosie echter beginnen.

Vierenzestig wapendumps vóór de Franse kust Volgens de OSPAR – een samenwerkingsverband tussen de Noordzeelanden – zijn er 31 plaatsen in de Noordzee en in de aangrenzende Atlantische oceaan waar chemische wapens aan het wegroesten zijn. Bovendien zijn er 120 dumpplaatsen van conventionele wapens op de bodem die naar bekend is zware metalen bevatten en andere gevaarlijke substanties, waarvan er zich 64 buiten de Franse kust bevinden. Na WO II werd er meer dan 1,5 miljoen ton aan ammunitie gedumpt, waarvan 90 ton uit chemische wapens bestond, bij het Duitse Bight, niet ver van de waddeneilanden. In het Skagerrak tussen Denemarken en Noorwegen dumpten de geallieerden minstens 45 schepen met chemische wapens. Tussen Ierland en Schotland werd een miljoen ton ammunitie gedumpt in Beaufort’s Dyke, waarvan een aanzienlijk deel uit chemische wapens bestond. Er zijn zoals bekend twee grote hoeveelheden gif in de Baltische zee verdwenen: bij het eiland Bornholm en in het bassin van Gotland, tussen het eiland Gotland en de Baltische landen. In de Middellandse zee moet de grootste concentratie bij Italië, nabij de stad Bari liggen. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn hier nl. 232 ongelukken door chemische wapens gebeurd, in het bijzonder m.b.t. mosterdgas.

 Ekke Overbeek,Trouw 16 november 2011. Via www.underwatermunitions.org/news.php. (de vertaling in het Engels - d. Stuart Buck- weer terug vertaald – d. bph). Hier treft u een lijst met verwijzing naar meer (en recentere) relevante artikelen in de pers. –red.

Over de dumping van chemische wapens door de Sovjet Unie tussen Gotland en de Baltische landen vond ik het volgende document:  Aug 6, 2009 Chemical Weapon Munitions Dumped at Sea: An Interactive Map (CNS)

Gotland Basin, Baltic Sea Producing country: Soviet Union (suspected). Disposing country: Soviet Union (suspected). Confirmed disposal(s). Exact location and depth are unknown. Date of disposal is undetermined.

Tonnen cilinders met giftig gas in de Belgische wateren

Dumping near these coordinates includes 2,000T of chemical munitions and 1,000T of chemical agents.

Een van de grootste dumps chemische wapens in de Noordzee bevindt zich voor de Belgische kust, niet ver van de grens met Nederland. Na WO I werden de slagvelden in België opgeruimd. Mensen werden regelmatig door vervoer en opslag van de wapens gedood; daarom be-

The munitions following:

dumped

consisted

of

the

a) CW aerial bombs: 512 mustard, 51 adamsite and 41 CN (chloroacetophenone);

50


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

b) CW artillery shells: 58 mustard, 5 adamsite and 3 CN; c) 27 mustard gas high explosive bombs and 4 mustard gas mines; d) 6 adamsite smoke grenade. Additionally, bulk weapons agents were dumped near here, including 2 drums of adamsite, 7 mustard gas encasements, 60 adamsite encasements, and 6 other encasements of unspecified type. The dumping occurred while this area was under the control of the Soviet Union. [1] [1] Report to the 15th Meeting of Helsinki Commission 8 to 11 March 1994, report delivered to the Ad–Hoc Working Group on Dumped Chemical Munitions by Danish Environmental Protection Agency, March 8–11, 1994, p. 12.  http://cns.miis.edu/multimedia/interactive_files/cw_dumping.htm

- bph

Op dit zeer belangrijke maar ook omvangrijke onderwerp komen wij zeker terug. Wij zijn blij, dat er in Nederland eindelijk een krant – Trouw – is geweest die, in 2011, aandacht aan deze zaak schonk. We zijn er nog lang niet. Laten we het er toch nog op aan komen? Op Youtube is de virtuele kaart te bekijken, waarop mogelijk alle plaatsen ter wereld staan waar chemische wapens in zee zijn gedumpt. De dumping in de Baltische zee (Oostzee) is het topje van de ijsberg. Het zal te kinderachtig zijn om te wijzen naar al die landen die de Sovjets al vóór gingen met dumpen, zij het elders, verspreid over de aarde. Maar ook dicht bij huis. In hoeveel gevallen moeten we maar afwachten? Waar, wanneer, hoeveel, uitwerking op mens en dier? Wat de Russen betreft: ook Kaliningrad zal een catastrofe met opborrelend gas niet ontgaan. Het oceanografisch instituut van Kaliningrad was op IDUM IV * in San Juan aanwezig. * Zie http://www.underwatermunitions.org. Ik ben benieuwd naar hun bijdrage daar. Hoe zit je erin, als je eigen land de dump pleegde? En niet erkent? Politieke en economische overwegingen zullen de boosdoeners resp. m.b.t. erkenning en kosten liever verre van internationale aandacht willen houden. Alleen internationale aanpak kan werken. Eens zullen de daders niet alleen met de billen bloot moeten, ook dienen mens en milieu van een ramp gespaard te worden. Nader onderzoek, gericht op het opruimen van het gif! Wat fondsen van de klassieke defensie naar milieudefensie schuiven? Wat minder marineschepen, tanks, straaljagers en ruimtevaart? In 2010 heeft Litouwen bij de VN met succes een resolutie m.b.t. chemische wapens doen aannemen. Het is slechts een document, daarom weet men nooit welke uitwerking het heeft op de internationale opinie, welke daadkracht het vervolgens in beweging zet; of het in een stoffige lade verdwijnt, zo niet, of het meer blijkt dan een druppel op een gloeiende plaat, waarna iedereen ‘jammer dan’ roept en zich tot de orde van de dag bepaalt. Litouwen speelt verder een actieve rol bij de internationale conferenties. Voormalig ambassadeur in Den Haag, dhr. Vaidotas Verba, was, nog vóór hij op de ambassade afscheid nam, op IDUM IV in San Juan in september 2012 een van de ‘key-speakers.’ –bph.

Het Estische paviljoen op de Floriade 2012 te Venlo – enige indrukken Estland-laat-zich-van-zijn-beste-houten-kant-zien-op-de-Floriade Het zogenoemde Koda-paviljoen is de winnaar van een architectuurwedstrijd in Estland. Uit 21 bouwwerken werd dit huis gekozen om het land te vertegenwoordigen op de Floriade. Het is ontworpen door het Estische architectenteam KUU bestaande uit Koit Ojaliv en Joel Kopli. De totale oppervlakte bedraagt bijna 74 m2, met een maximale hoogte van 5,24 meter. Het paviljoen is een houtskeletbouw-constructie bestaande uit zes modules die zijn afgewerkt in verschillende hoogwaardige, duurzame materialen en stijlen. De interieurafwerking van berken plaatmateriaal geeft het huis een warme en moderne uitstraling. Uiteraard zijn alle gebruikte 51


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

materialen afkomstig uit Estland. Het land heeft een lange traditie als het gaat om het bouwen van houten prefab-huizen. Op de Floriade in Venlo onderscheidde Estland zich met de veiling van een kant-en-klaar houten designwoning van zo’n 73,5 m2. Daarbij werd vooral gemikt op individuele kopers met een behoorlijk stuk grond, maar bijvoorbeeld ook vakantieparken kunnen gegadigden zijn. Houten woningen behoren tot de belangrijkste exportproducten van Estland, dat daarvan de vierde grootste exporteur in Europa is. Vooral Noorwegen, Duitsland en Frankrijk zijn grote afnemers van deze makkelijk te bouwen, geprefabriceerde kwaliteitswoningen. Ook in Nederland neemt de animo toe. Het huis was tot en met 7 oktober te bewonderen op de Floriade. De veiling liep tot 6 augustus via Marktplaats. Het hieronder afgebeelde huis is niet precies dat huis. Land tussen twee werelden Estland timmert niet alleen aan de woningen, maar wil zich ook steeds meer profileren als toeristische trekpleister. “We zijn duidelijk een land dat leeft tussen twee werelden. Enerzijds de westerse wereld en anderzijds Rusland. Dat zie je ook terug in de architectuur. Maar ook voor zon-, zee-, strand- en cultuurliefhebbers heeft Estland genoeg te bieden. Het landschap is met bijna 1.400 meren en 1.500 eilanden zeer gevarieerd, met veel bouwland en bossen. Niet voor niets zijn hout en bewerkte houtproducten belangrijke dragers van onze economie,” aldus Heiki Pant van Enterprise Estonia (EAS). Deze organisatie zet zich in voor businesspromotie en onder-steuning van regionale en landelijke ontwikkeling in en van Estland.  http://www.bijlpr.nl/persbericht/estland-laat-zich-van-zijn-beste-houten-kant-zien-op-floriade 11 juli 2012. Zie voor de pre-fab woningen http://www.greentec.ee.

FILATELIE toondertijd Estland In deze nieuwe rubriek aandacht voor oud en nieuw. Een van de interessante aspecten van filatelie is, dat postzegels een ‘spiegel’ van (de) geschiedenis en cultuur zijn. Kortom, wat een samenleving in het betreffende land beweegt, wordt in vaak fraaie postzegels uitge-drukt. Daarnaast worden deze op FDC’s, speciaal voor filatelisten uitgegeven - met een mooie illustratie en een apart stempel. Het plaatje kan nog zo mooi zijn, het gaat de ware postzegelverzamelaar nooit alleen daarom. Hij wordt gegerepen door een thema en/ of door de ‘geschiedenis achter de zegel.’ Dit geeft diepte aan de hobby. Door te ruilen met andere verzamelaars en door te kopen/ verkopen op postzegelveilingen komt men vaak goedkoop aan nieuwe zegels. In elk geval houdt men de liefhebberij betaalbaar. Naast postzegels geven prentbriefkaarten en enveloppen [met postzegel(s) en stempel(s)] ook inzicht in (een) geschiedenis. Daarom besteden we in deze rubriek ook daar enige aandacht aan. 52


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

In de Engelse Beadeker van 1914 lezen we over Reval: “…, de hoofdstad van de Estische regering, heeft 132.000 inw., en is schilderachtig gelegen aan de Finse Golf.” (In het Engels uiteraard).

Envelop met een tekening van een plein in het (grotendeels uit hout opgetrokken) stadje Viljandi, van Viirasti verzonden naar Tartu, 6 augustus 1985.  http://www.sijtzereurich.nl.

Deze site is voor liefhebbers van het thema Estland binnen de filatelie zeer interessant.

Dit poststempel, 25 VIII 1903, van het ‘crossed date’ type met het onderscheiden nummer ‘2’ werd tussen 1900 en 1904 gebruikt. De adreszijde. De originele printgrootte van deze voorstelling: 14,207 x 9,152 cm (dat is iets meer dan het poststuk). Deze voorstelling is gescand met 300 dpi. Daarna recht gezet en uitgesneden – gelet op de ware grootte – 25% verkleind en opgeslagen als jpg. Literatuur: Russia with Teheran, Port Arthur, and Peking : handbook for travellers / by Karl Baedeker. - First English edition 1914. – Reprint of this edition 1971. - p. 74-80.

Een fraaie kaart met uitzicht op het tsaristische Revel, het huidige Estische Tallinn. Op het poststempel –hieronder– wordt РЕВЕЛЪ (REVEL) gebruikt, dat wat op de Duitse aanduiding Reval lijkt. Revel is in deze periode de hoofdstad van de regering ЭСТЛЯНДСКАЯ (EHSTLYANDSKAYA) ГУБЕРНIЯ (GUBERNIYA), Estische regering. Het poststempel is 50% vergroot.

Zoals hier boven vermeld, Revel (Tallinn) was de hoofdstad van het Russische Gouvernement Estland, thans het noordelijke deel van Estland. Het zuidelijke deel van het huidige Estland was in de tsaristische tijd het noordelijke deel van het Gouvernement Lijfland. Op de Nederlandse kaart op p. 54, die in 1880 gedrukt werd, kunt u de grenzen tussen het tsaristische gouvernement Estland en het noordelijke deel van Lijfland zien.

‘Eesti post’ f: Urmas Luik / Pärnu Postimees 02-01-’13. 53


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

*1e Deel Europa. G.L. Funke Amsterdam 1880. Deze kaart is 50% verkleind. Detail van een kaart van de 'Wereld-Atlas voor kantoor en huiskamer’ */ door J. Kuyper.  Jan Kaptein in: ‘Het Baltische Gebied’ (filatelistisch tijdschrift).

De eerste 4 postzegels van Onafhankelijk Estland, uitgegeven in de periode 1918-1919. Fraai door de eenvoud.  http://www.stampcommunity.org/topic.asp?TOPIC_ID=17731.

Lepo Mikko (1911-1978), in 1939 afgestudeerd aan de Pallas Kunstacademie, was een erkend modernist. Zijn energieke creatieve inspiratie was de atmosfeer van vrijheid en verandering van de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw. In deze jaren schilderde Mikko een aantal poëtische werken van plattelandsleven in het vernieuwingsproces en ook landschappen. Zijn meest radicale artistieke zoektochten eindigden in stillevens. Een van de meest excellente voorbeelden is ‘Stilleven met mandoline’, uit 1958. In dat werk, als in zijn overige, gelijksoortige werk, is de basis de compositie van objecten die Mikko neerzet, waarin de dosering van vorm, terugkerende contouren en decoratieve verbindingen tussen kleurstellingen, meer dan materialisme en ruimtelijkheid, van overwegend belang. Een van de meest fascinerende kenmerken van Mikko’s werken is de perfecte verhouding tussen abstractie en werkelijkheid.  www.post.ee. – vertaling: - bph. 54


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

Tuletorn Suurupi Vuurtorens. Uitgifte 2010. Michel catalogus 662-663

59°28.30' N 24°24.99' E 1859. Active; focal plane 18 m (59 ft); white light, 1,5 s on, 1.5 s off. 15 m (49 ft) square pyramidal, 4-story wood keeper's house with Aframe roof, painted white. The light was formerly shown through a window on the top floor at one end of the building; it has been moved outside to the windowsill. 1937 (station established 1931). Active; focal plane 40 m (131 ft); white light, 3 s on, 2 s off, 3 s on, 7 s off. 32 m (105 ft) slender round cylindrical concrete tower with lantern and double gallery. JUMINDA Tuletorn Uitgifte 2007. Michel 578 59°38.799' N 25°30.623' E

 http://dzuj.blogspot.n l/2012/09/estonialighthouses.html. --------------- sarip63 – 2007 flickr.com.  Tekenaar: Annuka Grönlund

55

1760. Active; focal plane 66 m (217 ft); white light, 4.5 s on, 1.5 s off, 4.5 s on, 4.5 s off. 22 m (72 ft) round old-style stone tower with lantern and double gallery, incorporating 4-story keeper's quarters. Lighthouse painted white with black trim; lantern painted black.


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013 … Dan is er in het hoge Noorden nog het Noorderlicht! …

Licht aan!

Van links naar rechts: Xi Jinping, Herman Van Rompuy, Barack Obama. De eurozonecrisis in Europa, de 'fiscal cliff' in de VS: China vaart aan het begin van 2013 wel bij de economische problemen van het Westen. Het land ontwikkelt zich steeds verder en ziet zijn invloed in de wereld steeds verder groeien.

Wolfgang Ammer (1953) is een Oostenrijkse cartoonist. Sinds 1981 werkt hij voor de Wiener Zeitung maar zijn cartoons verschijnen ook in de Japanse krant Asahi Shimbun, het NRC Handelsblad, Die Welt, de Frankfurter Allgemeine Zeitung en de International Herald Tribune.  http://www.presseurop.eu/nl/content/cartoon/3232071-licht-aan. Wiener Zeitung – Wenen 4 januari 2013.

FILATELIE toondertijd Litouwen

Baltic Coastal Landscapes Date of issue: 15th September 2001 Designer: V. Jasanauskas, V. Lillemets, G. Smelters Paper: coated Printing process: offset Perforation: frame 13 1/4 Size of a stamp: 36 x 30 mm Size of the Souvenir Sheet: 125 x 60 mm Printing run: 50.000 Michel catalogue number: Block23 (766-769)

Baltic Coastal Landscapes

2 L. multicoloured. The coast near the resort town of Palanga 2 L. multicoloured. Typical coastal landscape in the Lahemaa National Park 2 L. multicoloured. The Vidzeme coast of the Gulf of Rīga

Date of issue: 15th September 2001 Designer: V. Jasanauskas Paper: coated Printing process: offset Perforation: comb 13 1/4 Size of a stamp: 36 x 30 mm Sheet composition: 50 (5 x 10) stamps Printing run: 500.000 Michel catalogue number: 766 1 L. multicoloured. The coast near the resort town of Palanga  http://dzuj.blogspot.nl/2012_09_01_archive.html 56


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

FILATELIE toondertijd Letland

NR. 4 | januari 2013

Along a sandy dune road, go to Akmeņrags and its 35 m tall lighthouse. The first lighthouse on this location was built in 1884, then destroyed during WWI and rebuilt in 1921.

Vuurtorens

Miķeļbāka Uitgifte 2004. Michel 621A 60 (S) Miķeļbāka lighthouse, which is 62 metres high, was built in 1884 and is the highest lighthouse in the Baltic region. It has an observation platform at the height of 56 metres. Earlier walls of the lighthouse were about one meter thick, however, the tower was too heavy for the sand-dune and, thus, over the course of time it slanted.

… Licht-loods … naar de veilige haven, of trouwe gids op woelige baren. f: Alvals 2008 flickr.com.

Akmeraga Bāka

Cartoon: ‘Ik ben blij dat we binnen zijn. ’t Was genoeg voor vandaag.’ Bewerkt (lichtstraal). Cartoonist: Mike Peyton.

Uitgifte 2008.

 http://edition.cnn.com/2012/09/14/world/europe/

Michel 733 63 (S) 57


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

Interview met Carla Meijsen en Hilly van der Sluis, - The Dutch Knitters - , schrijvers van het boek ‘Warme Handen’ – ESTLANDSE WANTEN EN POLSWARMERS Harm Jonker Eind 2011 vertelde een collega dat ‘ze’ (Carla Meijsen) in Estland was geweest om daar met een paar vriendinnen workshops te volgen over breien. Daarbij vermeldde mijn collega ook, dat er recentelijk een Nederlands boek was verschenen over Estisch breiwerk. Mijn interesse was gewekt, ik heb dus contact gezocht met de auteurs om meer te weten te komen over de achtergrond van dit boek, over de auteurs en hun interesse in Estland. De auteurs van dit boek, Carla Meijsen en Hilly van der Sluis, bleken twee professionele breisters te zijn. In 2009 hebben ze hun eigen bedrijf opgericht; in dit verband geven ze opleidingen voor gevorderde breiers, workshops in binnen- en buitenland en publiceren ze in diverse tijdschriften. In 2011 verscheen hun eerste volledige boek: 'Warme Handen'. In dit boek wordt ingegaan op de patronen en achtergrond van de verschillende Estische wanten en polswarmers. Onderstaand een interview dat ik in december 2012 met hen had.

Wat mijn eerste instantie verbaasde toen ik hoorde over jullie boek, is dat Nederlandse breisters zich in Estland interesseren. Waarom interesseren twee Nederlandse breisters zich in Estland?

 www.meijsen.net | www.thedutchknitters.nl

“De interesse is begonnen met een heel ander boek over breien: een boek van de Amerikaanse Nancy Bush, 'Folk Knitting In Estonia'. Door dit boek, waarin diverse voorbeelden van wanten en sokken uit Estland staan, werd duidelijk dat Estland erg mooi breiwerk heeft. Naar aanleiding van 'Folk Knitting In Estonia' hebben we via internet het boek 'Pitsilised Koekirjad' gevonden en eigenlijk slechts aangeschaft op basis van de kaft. In dit boek stonden allerlei foto's van Estisch breiwerk. Dit namen we mee naar de breigroep maar niemand vond de foto's mooi. Gelukkig hebben we door de oninteressante foto's heen gekeken en zagen de zeer mooie patronen die erin staan. Dat was eigenlijk het moment dat we om waren. In 'Pitsilised Koekirjad' staan met name kant-, maar ook een paar wantpatronen.”

Waren de kaft en de 'oninteressante' foto's van ‘Knitted Lace’ voldoende om jullie verdere plannen vorm te geven? “Het is wel de reden geweest om te zeggen: we moeten daar ook gewoon heen, daar moet zoveel te vinden zijn. We waren al diep onder de indruk van het boek van Nancy Bush met de wanten en de sokken. Maar toen het tweede boek binnen was, waarin meer over kantpatronen staat, werd duidelijk dat er heel veel te vinden moest zijn. We zijn verder gaan zoeken naar andere oude boeken en we kwamen erachter dat we via die oude boeken allerlei breisymbolen konden ontcijferen en begrijpen. We kwamen hiermee steeds verder en gingen er meer een studie van maken. 58


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

Door achter allerlei boeken aan te gaan, legden we ook contacten in Estland. Deze contacten bleken hele belangrijke vriendinnen te worden waaronder Monika Plaser. Zij helpt ons met het organiseren van de reizen, boeken te bestellen en zij tipt ons zodra er iets nieuws uitkomt. We kregen dus meer contacten en op gegeven moment was het erg makkelijk om te zeggen: zullen we een keer naar Estland komen. Er waren echter een aantal mensen die ook wel mee wilden. We hebben toen gevraagd, of er nog een paar vrienden mee mochten. Uiteindelijk waren dat de eerste keer 11 mensen. De tweede zomerreis waren er al 14 en afgelopen keer waren er 12. Er zijn ook een aantal deelnemers mee geweest uit andere landen: een Australische, Amerikaanse en een eigenaar van een wolwinkel in Londen. Het is geen groep die samen wordt gesteld, maar hij bestaat altijd uit bekende mensen in onze kring. Sommigen zijn helemaal niet zo fanatiek aan het breien, maar vinden het wel ontzettend leuk om mee te gaan. Onze insteek is natuurlijk wel om zoveel mogelijk van het handwerk en met name van het breien van Estland te zien. En daar hebben we Monika Plaser voor en die is daar fantastisch in. Die regelt daar workshops en zorgt dat we op mooie plekken komen. We zijn in depots van musea geweest die voor het gewone publiek niet toegankelijk zijn. Tijdens de laatste reis hebben we een lunch gehad in Setumaa echt helemaal op de ouderwetse manier. En we zijn daar ook in het museum en het depot geweest, daar komen Esten niet eens. Dat heeft Monika Plaser speciaal geregeld. Een lunch met zang, muziek, rijstepap en wodka. Hartstikke leuk. Het mooie is dat de traditie in Estland nog zo enorm leeft. Dat is zo'n verschil met Nederland. In Estland is het nog onderdeel van het leven. Dat is voor ons als brei- en handwerkfanaten fantastisch.”

Is dit onderdeel van het leven alleen op het platteland of ook in de steden? “Dit is ook zeker in de steden. De eerste keer dat we in Tallinn waren, stapten we het hotel uit en het eerste waar we tegenaan liepen was een breimarkt. Daar werden deels machine-gebreide spullen verkocht, maar ook handgebreide. Dat bleek later niet de allerbeste kwaliteit (er zijn veel mooiere breiwerken te koop), maar stel je voor: het eerste wat je daar ziet, heeft met breien te maken. Ze doen dat natuurlijk ook voor de toeristen (met name de Käsitoo ligt vol met handwerk). Ook zie je veel vrouwen op straat die voor een paar euro hun eigen spulletjes verkopen. Die zijn dan ook hartstikke blij als ze iets aan de toeristen kunnen verkopen.”

Naast veel plezier zijn deze reizen naar later bleek ook studiereizen geweest. Hoe ziet zo'n reis er voor jullie uit? “Er zijn twee verschillende reizen: met vrienden en om Mardilaat te bezoeken. Met vrienden gaan we met een groep van 10-14 mensen. We proberen dan veel activiteiten te doen, veel workshops, bekende breiers te ontmoeten en sinds kort ook conferenties. Monika zit bij de Crafts Union (Vereniging van Ambachten), ze heeft hier dan ook als eerste toegang tot deze dingen geen Nederlanders en haast geen buitenlanders aan mee doen (op deelnemers uit overige Scandinavische landen na). Soms doen we ook wat meer cultureels: schouwburg of opera.

59


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

Verder is het natuurlijk ook gezellig uit eten en borrelen. Die reizen zitten wel altijd heel vol. We doorkruisen een groot deel van het land: Tallinn, Tartu, Setumaa, Viljandi, Olustvere (educatiefcentrum m.b.t. handwerk), Kihnu, Haapsalu. En dan is het voor dat moment ook even voldoende. Je komt doodmoe thuis. Vol van alle indrukken. We proberen in die steden ook altijd leuke dingen te scoren wat er aan breiwerk is en oude (voor ons nog onbekende) boeken. De andere reizen die we gedaan hebben, draaien om Mardilaat. In november is er in Tallinn Mardilaat (St. Maartensdagbeurs). In 2011 zijn we uitgenodigd om ons boek te introduceren. Dit vonden we heel bijzonder, want je schrijft een Nederlands boek over Estisch breiwerk. En dan word je ook nog gevraagd om dit te introduceren. We hebben daar drie dagen gezeten. In 2012 ben ik (Carla) met mijn man geweest, omdat ik het zo leuk vond en Tallinn graag aan mijn man wilde laten zien.”

Nu zijn jullie specifiek naar Estland gegaan. Wat is er zo specifiek aan het Estische breiwerk? Je kunt naar Finland, naar Letland, maar is het in die landen ook vergelijkbaar? “Dat zijn we aan het ontdekken, over Letland zijn we steeds meer boeken aan het bestellen, dus die interesse begint steeds meer te groeien. Die hebben ook prachtige wanten (met name de motieven), ook meer kleuren dan de de Esten. Estland heeft echter de rijkste breitraditie, want het heeft drie verschillende soorten breiwerken en dat heeft men in Letland en Litouwen, tot zover bekend, niet. Estland heeft gesloten breiwerk (wanten en polswarmers), polsdragers met kraaltjes (waarschijnlijk overgenomen uit Letland en daar hun eigen tradities in gemaakt) en prachtig kantbreiwerk uit Haapsalu. Dat laatste past niet in het klimaat, want dat is heel ragfijn kant. Dit heeft dan ook een heel andere achtergrond. Dat is meer ontstaan door de modderbaden die er in Haapsalu waren. Dat trok Amerikaanse toeristen, die toeristen hadden het koud op de boulevard. Dus gingen ze sjaals breien, maar deze waren in eerste instantie te boers, dus werden ze verfijnd. En daardoor is alleen in Haapsalu een schitterende kantontwikkeling en -traditie ontstaan. Die is zo rond 1850 begonnen en heeft zich ontwikkeld tot ongeveer de eerste helft van de twintigste eeuw. Het wordt nog steeds gewaardeerd, maar niet meer verkocht op de boulevard. Alleen nog in de winkeltjes voor de toeristen. In vergelijking tot het overige breiwerk in Estland is ‘t iets wat niet vergelijkbaar is, het springt er echt uit. Typisch voor Haapsalu sjaals zijn de 'nupps' die er in zitten (kleine bolletjes van garen) en dat zie je nergens anders in kant verwerkt. Hier wordt ook echt traditioneel garen voor gebruikt. Ook de manier waarop de kantranden aan zijn gezet. Voor de moderne  Traditionele Haapsalu sjaal. ‘Waterlelie.’  versie worden andere garens, andere kleuren en een iets andere techniek gebruikt. Wel dezelfde patronen, maar de kantranden worden aangebreid.” Links: in dit sjaalfragment zijn de ‘nupps’ goed te zien. Het origineel bevindt zich in ‘t Museum van Muhu (JSM 556:E810:2). Rechts: een driehoekige Haapsaluu sjaal (‘Waterlelie’).    http://newlace.blogspot.com.

60


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

Waar komen die 'nupps' specifiek vandaan? “De vrouwen die de shawls breiden voor toeristen werden per gram afgerekend. Er was een soort coöperatie en daar werden de vrouwen per gram afgerekend en in een 'nupp' zit behoorlijk veel garen. Ook al is een shawl slechts 84 gram, als de 'nupps' er niet in hadden gezeten, was die misschien 60 gram geweest. Als je er goed in bent kun je 'nupps' vrij snel maken en de vrouwen kregen dus meer uitbetaald. Ook nu nog voegt het iets extra's aan de sjaals toe. Jullie hebben een paar reizen naar Estland gemaakt en op een gegeven moment is het idee voor een boek ontstaan. Wat was uiteindelijk de reden om een boek hierover te schrijven, specifiek gericht op Nederland? “Je gaat steeds verder. In eerste instantie waren we er nog nooit geweest en gaven we er al workshops over, want we vonden dat iedereen hiervan op de hoogte moest komen. Eigenlijk is de meest logische volgende stap om nog een bredere kring te bereiken om een boek te gaan schrijven. We hebben uiteindelijk een onderdeel uit de breicultuur genomen. Er zitten zoveel leuke dingen in, dat moeten andere mensen ook weten. Moderne Haapsalu sjaal Er is ook gewoon helemaal niets in het Nederlands en er is wel een grote behoefte. Door het boek direct tweetalig te maken, ontstond ook meteen de mogelijkheid om het wereldwijd te verkopen en dat gebeurt nu ook. In september 2012 kwamen we het boek ook in Estland tegen. Een Nederlands boek in Estland over Estisch breien. Daar zijn we best wel trots op. Dit is een boek waar de wanten helemaal uitgeschreven staan. In Estland zijn het zulke goede breiers, die hebben slechts een klein stukje patroon nodig en die weten gewoon hoe ze een want moeten maken. En dat geldt in Nederland en veel andere landen niet. Wij hebben de patronen van begin tot eind helemaal uitgeschreven in teltekeningen. Beschrijving erbij hoe je bepaalde steken moet doen, want er zijn allemaal mooie randjes en bandjes die je kunt maken. Pagina's over technieken, hoe je dingen op moet zetten en hoe je steekjes moet doen, die hebben zij niet. Ze gaan er vanuit dat je die al weet. Die basis is daar gewoon. Esten breien ook heel vast, op dunne naalden, zodat een stevig breisel ontstaat. Wij hebben dan gemiddeld 64 steken op een want en zij zitten op 90, soms wel 100. Dat is een behoorlijk verschil. En dan worden ze nog mooier, dat geven we ook graag toe.”

Dat garen moet dan behoorlijk stevig zijn. Wordt dat nog op een andere manier gesponnen? “Ja, we zijn ook in de fabriek geweest waar dat garen vandaan komt. Dat is echt een Oostblok fabriek met stampende machines, lange schoorstenen, meisjes met schorten en oorbeschermers. Het is ook duidelijk dat ze moeten strijden voor het bestaan van die fabriek. We willen dat heel graag steunen en verkopen dat garen ook. We leggen dat bij wolwinkels in pakketjes neer, zodat ze met het echte garen ook die wanten kunnen breien. Het geeft ook gewoon de beste resultaten. In dit geval worden de wanten lekker stevig en sterk, de kleuren passen mooi bij elkaar (zijn authentiek), de garens die ze daar hebben zijn daar dan ook het beste voor. 

61

Lees verder op p. 68.


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

Een staking, wat ik lang geleden zei, is niets dan de voortzetting van salarisonderhandelingen met andere middelen, die trouwens volkomen legaal zijn. In democratische landen krijgen manifestaties alleen verhoogde media-aandacht als ze gewelddadig worden. Of wanneer men openlijk melk de straten op gooit. Het verheugd mij dat onze burgers het noodzakelijk vinden om te benadrukken dat zij het recht hebben om vaker aan de politiek deel te nemen dan alleen maar eens in de vier jaar. Overheden op zowel staatsniveau als op lokaal niveau moeten leren om deel te nemen aan deze uitwisseling van ideeën. Verkiezingen zijn een overeenkomst tussen de kiezers en de gekozenen, niet alleen een éénrichting overeenkomst. Een verkiezingsoverwinning betekent niet dat iemand over de oppositie heen kan walsen door naar zijn mandaat te verwijzen. Democratie betekent voortdurend aan onze toekomst werken. Dit recht en deze verplichting kunnen niet aan wie ook overgedragen worden.

Doorloper Estland

Nieuwjaarstoespraak van de President van de Republiek, 31 december 2012 Beste mensen, Het jaar 2012 is ten einde. Ik zie het als een moeilijk jaar dat Estland zichtbaar volwassen maakte. We zijn niet langer tevreden met wat bereikt is. Zelfs als dit dingen betreft waarop Estland terecht trots mag zijn. Dit jaar kende een aantal stakingen. We zagen demonstraties, ontevredenheid met de Estische politiek. Dit is een natuurlijk verschijnsel in een volwassen democratie. In de plaats daarvan, zou het ontbreken ons verbazen. In een levende democratie is niet altijd iedereen tevreden met de besluiten. Ontevredenheid drijft ons voort. Als een groep die groot genoeg is om het eens te worden om voor voldoende, lange tijd tot vlugge en onvermijdelijke besluiten te komen, en als die hun ontevredenheid lang genoeg onderdrukt hebben, dan is het uiteindelijk gewoon normaal dat deze groep het ergens niet meer goed kan keuren. Dat is wat we in 1012 zagen. We gingen weer een eind in de richting van de vanzelfsprekendheid waarin we niet langer alleen maar omdat we wel moeten onder gekromde tenen lijden, juist omdat we gewend geraakt zijn om dat te doen. Politici die zowel gelogen als niet gelogen hebben kan men in zowel Vastseliina als in Wenen vinden, van Lääne-Virumaa tot West-Virginia. De relatie tussen geld en politiek brengt in elke westerse democratie teleurstelling teweeg. Je moet in plaats daarvan er haast ongerust op worden, of deze kwesties op een dag niet meer onderwerp van gesprek zullen zijn.

Voorlopig geen sneeuw meer - Zo, wie is nu de sterke man? Als je wilt, kan ik de tijd ook terugdraaien naar de zomertijd?  Urmas Nemvalts, postimees.ee 03.11.2012 12:11. Vertaling: Ethel Sömer. 62


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

Over een week alweer, op 7 januari, zal het mogelijk zijn om via de site van de Rahvakogu* om voorstellen te doen tot verandering van de verkiezingswet en de wet op politieke partijen. Gebruik deze mogelijkheid alstublieft. Actief en met volle verantwoordelijkheid.

Beste landgenoten, Het centrale thema van het jaar van de volkstelling is migratie en bevolkingsdaling geweest. Sommigen beschouwen dit als het begin van het instorten van zowel de staat als het volk. Ik ben ook ongerust. Maar laten we beseffen dat Estland jaren heeft gevochten voor het vrije verkeer van het volk. Kiezers zijn altijd voor visavrije regels met andere landen geweest, kiezers hebben het recht van vrij verkeer gesteund, om in het buitenland te wonen en te werken. Zij heben dit als een middel gezien om tot zelfontplooiing te komen. Emigratie is de keerzijde van de medaille. In de Tweede Wereldoorlog verloor Finland meer dan een half miljoen mensen die naar Zweden trokken. Vandaag werken er meer dan honderdduizend Zweden in Noorwegen. En weet u waarom? Omdat de salarissen in Noorwegen beter zijn dan in Zweden. Het feit is niet als troost bedoeld, maar als verklaring. Mensen emigreren ook uit veel rijkere landen dan dat van ons. Natuurlijk moeten we hier niet in berusten. We moeten ons erop toeleggen om het leven in Estland beter te maken. Ongeveer twintig jaar geleden klaagde een Est die in het buitenland woonde tegen mij over waarom dingen in Estland zus of zo gedaan werden, maar niet op de manier zoals hij dat graag gezien had. Ik antwoordde hem, dat we in Estland dingen doen op de manier die mensen die tegelijk willen leven in Estland dat wensen. 63

USA hakkab presidenti valima De verkiezing van de president van de Verenigde Staten begint - Zeg zoon, wie zou jij als president in het Witte Huis willen zien? - Ik? Ik zou graag een goed stuk varkensvlees en ovenaardappelen op tafel zien.  Urmas Nemvalts, postmees.ee 05.11.2012 21:27. Vertaling: Ethel Sömer.

Beste Esten, In iets minder dan twintig jaar zijn we geïntegreerd met het Westen. In februari zal ons onafhankelijk land 95 jaar oud zijn. Een maand daarna zal de dag komen waarop onze huidige onafhankelijkheid de facto langer geduurd zal hebben dan de eerste keer, vóór de oorlog. We herinneren ons toch nog het pessimisme dat volgde op het herstel van onze onafhankelijkheid? Het volk vroeg zich af: “Kunnen we het redden?” Ja! We speelden het toch maar klaar. De Europese Unie, NAVO en de euro zijn drie overtuigende bewijzen. En dus mijn laatste punt vandaag: laten we ons in 2013 op Estland concentreren en op de men-


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

sen die hier willen leven. We weten dat een minder gestratificeerde samenleving in het algemeen de neiging heeft om succesvol en gelukkig te zijn. Verschillen zullen nooit geheel verdwijnen; het leven op het platteland en in de stad is overal verschillend. Toch moeten staatsinstellingen niet in de hoofdstad geconcentreerd zijn. Wegen en andere infrastructuur moeten met meer kracht buiten de hoofdstad ontwikkeld worden. Elektriciteit en andere basisbehoeften voor het leven moeten op het platteland beter te verkrijgen zijn. Mensen moeten voelen, dat de politie en hulpdiensten overal in de buurt zijn. In een succesvol en ontwikkeld land hangt de kwaliteit van het leven niet af van de nabijheid van de hoofdstad. Het enige doel ter verbetering kan zijn om onze burgers van de beste en meest verstandige diensten te voorzien, niet de kostenbesparing die ten koste gaat van het welbevinden van ons volk. We creëerden onze staat om hier te leven. Waar wij dat willen. Waar ook maar in Estland. Dit heeft ook met het onderwerp veiligheid te maken. Ons nieuwe Nationale Defensie Plan rust voor een belangrijk deel op de Estische Verdedigings League. Maar als het land leeg is, kan zoiets niet bestaan.

De kunst van het juiste pakket kiezen

We zijn hier in Estland met weinigen. Dit bete- -

Beste landgenoten,

NR. 4 | januari 2013

Volgens mij zijn ze allemaal even duur? Maar misschien hebben sommige langere snoeren? Of meer kleuren? Ik raad aan om je neus te vertrouwen als je kiest voor een nieuw elektriciteitspakket.

kent dat iedereen, maar dan ook iedereen waardevol voor ons is.  Urmas Nemvalts, postmees.ee 23.11.2012 18:41. Het betekent echter ook, dat we sterker met elkaar verbonden zijn dan mensen in een groVertaling: Ethel Sömer.

ter land. Dit is een voordeel, omdat mensen die gelijk denken, elkaar vlug kunnen vinden. En hen die in nood zijn meteen kunnen helpen. Maar een klein en flexibel land kan alleen floreren als we ons op een beschaafde en tolerante wijze gedragen. Als we er voor elkaar zijn. Als we bedaard discussiëren in plaats van verhit en met dreigen. Laten we elkaar minder naar het leven staan en laat ons meer naar elkaar luisteren. Ruzie laat een naar gevoel achter en zal lang nadat de zaak vergeten is, nog zijn sporen nalaten. En hiermee wens ik u allen een gelukkig nieuwjaar, waarin we ons best zullen doen om het leven in Estland te verbeteren.

Skyline Tallinn

Gelukkig nieuwjaar, Estland!  www.delfi.ee (incl. foto – Tanel Meos, p. 63) 02.01.2013.

* Rahvakogu > zie PRIK BOEK 6. 64

f: Borja Iza 2010 flickr.com.


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

Recente aanwinsten van de Rīga Zoo (als aanvulling op PRIKBORD 4) Heremietibis

Sperweruil

Klaipėda II/ II Het eerste deel stond in Baltisch Dagboek 2/ 3, sept. 2012, p. 51-52.

Tussen 1629 en 1635 werd Memel geregeerd door Zweden. Toen de kooplieden van Memel in 1657 een privilege werd gegund om onafhankelijk de zeehandel te ontwikkelen, gaf dit een impuls om de stad sneller te ontwikkelen. Er werden nieuwe stadsmuren gebouwd en Memel werd een vesting. Tussen 1757 en 1762 werd de stad bestuurd door Rusland. Van 1807 tot 1808 was Klaipėda de hoofdstad van het koninkrijk Pruisen. Opnieuw werd Memel door de Russen bezet. Dit gebeurde in 1812. Een andere tegenslag was de brand van 1854, waarbij een groot deel van de stad in vlammen opging. Eind 1918 werd Klaipėda bezet door Franse en Engelse soldaten om een einde te maken aan de Eerste Wereldoorlog, waarna op 24 maart 1919 Litouwen het verzoek deed om Memel en de ge-bieden Het stadszegel van 1619 erom heen een nieuwe onafhankelijke status te geven. Het duurde tot juni 1919, toen ondertekenden de Duitsers het verdrag van Versailles, waarbij zij afzagen van de rechten op Memel (Klaipėda). Dit verdrag trad op 15 Februari 1920 in werking. Op 9 januari 1923 kondigde de regering van Litouwen aan, dat zij het bestuur over Memel met de intentie om het gebied gepast te verenigen met Litouwen over gingen nemen. De volgende dag vielen Litouwse troepen het gebied binnen en forceerden hiermee de terugtrekking van de Fransen. In december ondertekenden vervolgens Groot-Brittanniė, Frankrijk, Italiė en Japan een decreet, waardoor het district een autonoom gebied binnen Litouwen werd. Aldus fuseerde het autonome Memel op 8 maart 1924 met Litouwen. In 1925 werd de naam Klaipėda aan de stad toegekend, maar deze behield wel zijn autonome status. In oktober 1938 vaardigde Litouwen een krijgswet uit, waardoor de Het stadszegel rond 1900 macht van de locale autoriteiten verkleind werd. Een maand later boog Litouwen voor de Duitse wens om de krijgswet in Memel te  Heraldry of the World, www.ngw.nl. beëindigen en om de lokale plaatselijke Nazi partijleiders in Memel 65


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

Neumann, Bertuleit en Bottchner uit de gevangenis vrij te laten. Hitler gaf de oorlogsmarine bevel tot het plannen van een invasie De nationaal- socialisten wonnen op 11 december 26 van de 29 zetels in de locale assemblee (Landtag). De Duitse bevolking van Memel dreigde in opstand te komen en daarom verzochten de Franse en Britse ambassadeurs de Duitse minister van buitenlandse zaken von Ribbentrop om hulp bij het kalmeren van de spanningen. Vanaf 22 maart 1939 begonnen Litouwse militaire eenheden zich uit Memel terug te trekken. Memel, Hoofdstraat, 1915.  f: Bernhard Waldmann – flickr.com. De Litouwse districtsbestuurder trekken. droeg de macht aan de door nazi gedomineerde locale assemblee over. Er ging een Litouwse delegatie naar Berlijn om te praten over de status van de stad Memel en op 23 maart ondertekende de Litouwse minister van buitenlandse zaken Urbsys een conventie, waarin Memel weer aan Duitsland teruggegeven werd. Hierbij kreeg Litouwen een vrije zone in de haven van de stad toegewezen. Met deze zet probeerde Litouwen om Vilnius, dat op dat moment in Poolse handen was, weer opnieuw in te lijven. Hitler ging naar Memel om de hereniging van het gebied te vieren. Op 20 maart werd door het Litouwse parlement de conventie die Memel overdroeg aan Duitsland eenstemmig goedgekeurd. Ongeveer 21.000 duizend mensen verlieten de stad, om elders in Litouwen te gaan wonen. Onder hen waren ook 9.000 Joden. De stad leed in het einde van de Tweede Wereldoorlog zware schade. In oktober 1944 verliet de Memelse burgerbevolking de stad massaal en vanaf 28 januari 1945 was deze in handen van het Rode Leger . In 1947 verving men de naam Memel door Klaipėda en werd het gebied formeel toegevoegd aan de Socialistische Sovjet Republiek Litouwen . Voor de Sovjets was dit gebied belangrijk om zijn haven, juist voor de ontwikkeling van de economie.  www.elona.nl

Frankrijk, Mali en de EU. De reactie van de Baltische landen.

Eerst een fragment uit twee kranten: de Süddeutsche Zeitung van 16 januari (Martin Winter), en La Tribune (Parijs, Jean-Christophe Gallien) van 18 januari. Dan een korte Baltische reactie (p.67). NB. De inhoud van onderstaande kritische fragmenten is uitsluitend voor rekening van de auteurs. Wij plaatsen ze, als achtergrondinformatie, omdat dit de reactie van de Baltische landen in het licht van hun EU lidmaatschap kan verduidelijken. Overigens is het niet onwaarschijnlijk dat president Hollande de missie in Mali mede gebruikt om de aandacht van de binnenlandse problemen af te leiden en zijn blazoen op te poetsen. – red.

De Europeanen kunnen het niet zelf

Martin Winter

Frankrijk voert in Mali een eenzame strijd voor heel Europa, meent de Brusselse correspondent van Süddeutsche Zeitung. Dat de bondgenoten van Parijs zich er met een paar vliegtuigen vanaf willen maken, is niet alleen duikgedrag, maar ook een dolkstoot voor de Europese defensie. Als het in Mali alleen maar over Mali zou gaan, dan waren er waarschijnlijk niet zo snel Franse soldaten naar de oorlog tegen de islamistische milities gestuurd. Ook de belangen van de oude koloniale macht op het Afrikaanse continent rechtvaardigen zo'n riskante inzet van troepen en militair materieel niet. Frankrijk heeft ingegrepen, omdat de probleemstaat in de Sahel dreigt uit te groeien tot een gevaar voor heel Europa. En het land heeft ervoor gekozen dit alleen te doen, omdat de andere Europeanen het hebben laten afweten. Dat zegt veel over de toestand van het gemeenschappelijke Europese Veiligheids- en Defensiebeleid. Daar deugt namelijk helemaal niets van. Een Afghanistan voor de poorten van Europa Als Parijs voor zijn inzet van zijn Europese bondgenoten niet meer dan een broederlijk schouderklopje en een paar transportvliegtuigen krijgt, is er iets mis met de Europese Unie. Het is in het belang van heel Europa om islamisten en

66


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

terroristen te dwarsbomen in hun streven naar de verovering van Mali. De EU is ruim een jaar op de hoogte van het gevaar. Als Mali in handen valt van Al-Qaida en hun sympathisanten, wordt het land een soort Afghanistan, vlak voor de poorten van Europa. Een uitvalsoord, trainingskamp en rustplaats voor het internationale terrorisme. Dit gevaar heeft de EU absoluut onderkend. Zij is het echter nooit over een alomvattend antwoord eens kunnen worden. Een kleine trainingsmissie voor het Malinese leger was alles wat er in zat. De gemeenschappelijke Europese wil was niet tot meer in staat. Een preventieve planning voor militaire noodsituaties, zoals die waarop Frankrijk nu reageert, was er gewoonweg niet. Het grenst aan het belachelijke dat de trainingsmissie nu moet worden versneld. Daarmee wordt enerzijds het probleem niet verholpen dat de overige Europeanen met de armen over elkaar toekijken hoe de Fransen voor hen de kastanjes uit het vuur halen. En anderzijds zullen er weinig Malinese soldaten te vinden zijn die tijd hebben voor hun Europese trainers, zolang zij in het midden en noorden van het land verstrikt zijn in een oorlog met de milities. De Europese plannen zijn door de ontwikkelingen ingehaald. […]  http://www.presseurop.eu/nl/content/article/3277291-de-europeanen-kunnen-het-niet-zelf 16.01.2013. Hajo

----------------- De onzichtbare hand van Europa -----------Een week na het begin van de Franse militaire acties tegen de rebellen in het Noorden van Mali, zijn ze nog steeds de enige westerse troepenmacht die hier aan het werk is. Toch zijn de EU-lidstaten, hoewel ze hebben afgezien van een gemeenschappelijk militair optreden, op andere fronten we degelijk aanwezig, zij het discreter.

Jean-Christophe Gallien

Het lijkt wel of de EU in het beklaagdenbankje is beland: ze zou afwezig zijn, niet reageren op de crisis of overbodig zijn, maar ook telkens weer de bewering dat Frankrijk alleen zou staan! Als we de situatie objectief analyseren, worden deze beweringen weerlegd, zowel op politiek, als op financieel en humanitair vlak. Toch is er sprake van een feitelijke mislukking, namelijk die van het gemeenschappelijke veiligheids- en defensiebeleid. Wat is er gebeurd vanaf het moment dat de operatie Serval bekend werd? De Europese Unie organiseerde crisisbijeenkomsten om de agenda en de acties in het kader van de eigen Europese procedure af te stemmen met betrekking tot Mali waarover de EU-lidstaten een besluit hebben genomen, in het bijzonder over de EUTMtrainingsmissie voor Mali. De vergadering van ministers van buitenlandse zaken op 17 januari in Brussel vormde zowel de voortzetting als het bewijs van deze inzet van de Europese Unie, die solidair is met Frankrijk in Mali, in ieder geval politiek en symbolisch. Binnen zestig dagen 60.000 manschappen Concreet biedt de EU financiële steun aan de MISMA – de internationale missie die onder Afrikaanse leiding in Mali op de been wordt gebracht – van de ECOWAS (Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten), waarmee de salarissen van de Afrikaanse militairen worden betaald. Ook nu in het geval van Mali blijkt maar weer eens hoe moeilijk het is om het gemeenschappelijke buitenlands en veiligheidsbeleid in praktijk te brengen. Het GBVB (Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid) zag het licht in het verdrag van Maastricht in 1993 en was bedoeld om: “te komen tot een gemeenschappelijke defensie als het moment daarvoor was aangebroken". Tijdens de top van Helsinki in 1999 werd vastgesteld dat de Europese Unie voor het eind van 2003 in staat moest zijn om met behulp van luchtmacht en marine binnen een termijn van 60 dagen maximaal 60.000 manschappen op de been te brengen. Sindsdien zit de EU met het probleem om een operationele troepenmacht van deze omvang bijeen te brengen. In 2004 kwam de conferentie over de toezeggingen van militaire vermogens met een voorstel van gevechtstroepen van 1.500 man waarmee Europa sneller zou kunnen reageren op crisissituaties. De EU had als een van haar voornaamste militaire ambities aangegeven dat ze over de mogelijkheid wilde beschikken om snel en doeltreffend te reageren op conflicthaarden buiten de EU. Het is dus inderdaad zo dat er in Mali een Europese grondtroepenmacht had kunnen ingrijpen, waarmee de EU haar militaire en diplomatieke stempel had kunnen drukken. We worden geconfronteerd met een crisis buiten het grondgebied van de EU-lidstaten, die zich voordoet in een land dat minder dan 6.000 km van Brussel verwijderd is. Een crisis die een snelle interventie noodzakelijk maakt, a priori voor het grootste deel van de internationale gemeenschap, met een zwakke maar werkelijk Europese consensus, zonder voorbij te gaan aan het verzoek om hulp van de wettige regering van Mali, voordat het stokje wordt overgedragen aan een andere, Afrikaanse en regionale troepenmacht. […]  http://www.presseurop.eu/nl/content/article/3288541-de-onzichtbare-hand-van-europa 18.01.2013. De ministers van buitenlandse zaken van Letland en Litouwen deden na de conferentie in Brussel verslag van het algemene besluit van de EU voor een trainingsmissie naar Mali. In Estonian Review verklaart de Estische minister van BZ, Urmas Paet, dat Estland bereid is om twee Estische stafofficieren aan het hoofdkwartier van de missie toe te voegen. “De extremistische aanvallen, die heviger geworden zijn, moeten stoppen,” zei minister Paet. “We staan achter de snelle actie die de VN Veiligheidsraad, de Economische Gemeenschap van West Afrikaanse Staten [ECOWAS] en ook Frankrijk ondernomen hebben.”  Estonian review, Press Releas mfa LV 17.01.2013. 67


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

Vervolg van het interview ‘Warme Handen’ (p. 58-61). Ondanks dat het simpele kleuren zijn (zwart, wit, rood, etc.) ziet het er prachtig uit. Het is op zich ook heel goed te doen voor de iets gevorderde breier om deze wanten te breien.”

Nu hebben jullie dit boek geschreven en hebben jullie daar ook literatuur studie voor gedaan. Dat lijkt lastig in het Estisch. Hoe hebben jullie dat aangepakt?

Jullie richten je met name op breien, maar je gaf net al aan dat jullie ook verder kijken. Bijvoorbeeld ook naar klederdracht. Op de laatste reis zijn jullie ook op een conferentie in Tartu geweest waar de klederdracht meer werd uitgedragen. Verdiepen jullie je daar ook verder in? “Ja, dat doen we zeker. Het is niet iets waar we verder iets mee kunnen in de zin van breien. Eén op de vijf

68

tere (jälle) talv! Winter (wederom) welkom! - En begin nu niet dat ik weer onverwachts ben gekomen!!! Vanaf eind oktober werd al gewaarschuwd!  Urmas Nemvalts, postimees.ee 30.11.2012 18:41. Vertaling: Ethel Sömer.

Harju, Rapla

“We zijn begonnen met het eerder genoemde boek dat via internet was aangeschaft. Daar staan dan wel wat teltekeningen in, maar je weet nog niet wat ze precies bedoelen met een bepaald symbool. Dan kunnen we wel een aantal dingen zelf invullen, omdat we gevorderde breiers zijn. Je weet wel waar ze heen willen ook aan de hand van de foto's. Maar op een gegeven moment hebben we ook een ander boek gevonden en daar staan echt tekeningetjes bij, uitleg van hoe ze zo'n steek maken. Daar horen weer symbolen bij en zo kun je alles een beetje bij elkaar gaan zoeken van wat bij elkaar hoort. We hebben een boek uit 1957 - 'Silmus Kudumine' -, de eerste uitgave. Hier hebben we in eerste instantie mee zitten puzzelen. Iets van teltekeningen zitten erin, er staat een lijst in met de uitleg van symbolen die in de teltekening zijn gebruikt. En met behulp van grote Excelsheets zijn we gaan puzzelen: dit symbool zal wel dat betekenen, want daar zien we dat symbool weer terugkomen. En zo begonnen we te puzzelen. Net zolang totdat we een enorme lijst hadden en gelukkig konden we dat dan verifiëren bij Monika in Estland: klopt het wat we hier doen, is dit zoals jullie het doen en welke term gebruiken jullie daarvoor. We hebben hier echt wekenlang op zitten puzzelen. Uit een ander boek van Aino Praakli (ondertussen een oude dame) hebben we van alles gevonden over waar de wanten vandaan komen. Zij is heel erg bezig geweest met wanten en ook met sokken. Dat en andere boeken van haar zijn tweetalig: Ests en Engels. Dan is het ook wat makkelijker zoeken naar de oorsprong van een want. Dit is nu wel een beetje de tendens, je kunt zien dat ze veel meer bezig zijn met het uitdragen van de traditie. Ook de kantboeken worden in het Engels uitgegeven. Voor meer achtergrondinformatie zijn we in Tartu ook in het depot van een museum geweest en daar hebben we ontzettend veel informatie gevonden.”

Estische klederdrachten. Uitgifte 14.04.2011.


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

heeft daar een volledig kostuum. Sowieso leeft dat in Scandinavië nog veel meer. Je gaat verbanden zien. Want heel veel breipatronen komen uit kaartweven of van borduurpatronen. Motieven die gebruikt worden zie je bijvoorbeeld ook weer in sieraden terug of in borduurpatronen. Bepaalde patronen worden ook gebruikt op wanten (zie foto). Daardoor raak je ook meer geïnteresseerd in o.a. klederdracht. De interesse in ander handwerk begint te groeien en wat kun je daar weer mee in ‘t breien (wat bij ons weer de focus heeft). Dus we merken echt dat we breder aan het kijken zijn. Als we een techniek handig kunnen doen dan kunnen we het ook weer toegankelijk maken voor Nederlandse breiers. We hebben daar ook een term voor: The Dutch Touch. Dan leren we om iets op een traditionele manier te maken, maar dan op een iets eenvoudiger manier. Altijd met respect voor de traditionele manier. We laten ook altijd zien hoe zij het doen en waarom wij het anders doen.”

Jullie hebben verschillende workshops: van Haapsalu sjaals, moderne en traditionele wanten, Estlandse breitechnieken en ‘Warme Handen.’ Waar is de meeste interesse in? “Het wisselt, maar de traditionele Haapsalu sjaals loopt over het algemeen goed. Modern iets minder, want mensen vinden traditie ook leuk. En ‘Warme Handen’ gaat daar gewoon tussendoor, er was zeker toen het boek uitkwam veel animo voor. Meer naar het voorjaar toe, geven we nog Estlands kant en dat kun je natuurlijk langer door blijven breien (ook als het warmer wordt). Bij ‘Warme Handen’ ligt het accent natuurlijk echt op de wintermaanden.”

Is het dan specifiek iets uit Estland wat de mensen aantrekt? “Mensen weten vaak niet eens waar het ligt. Dan moeten we eerlijk zeggen dat toen we hadden besloten om erheen te gaan ook op de kaart hebben moeten kijken. Waar vliegen we precies heen, die noordelijke kant van Europa, die zat bij ons echt niet in het systeem. We hebben ook een beetje fragmentarische kennis van de Baltische landen. We weten heel veel over de breiwereld, we kunnen breipatronen haast zonder hulp vertalen. Maar we kunnen geen kop koffie bestellen in Estland. We weten wel waar we moeten gaan drinken, we komen er uiteindelijk wel uit met ze. Het is heel fragmentarisch, een hele aparte insteek eigenlijk. We hadden hele grootse plannen, woordenboeken gekocht en we zouden gaan oefenen en zeker voor Mardilaat vorig jaar. Uiteindelijk hebben we Monika wat dingen op laten schrijven, want we hadden onze wanten liggen en ze wilden die kopen. Dat was een hele rare gewaarwording. Toen heeft Monika op een gegeven moment opgeschreven dat de wanten absoluut niet te koop waren. 69


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013 Mardilaat 8 novemver 2012

f: Priit Halberg

flickr.com.

Met handen en voetenwerk kom je toch ook wel weer heel ver, het heeft ons nooit tegengehouden om dingen te doen. We hebben naast Kihnu Roosi gezeten, dat is de vrouw die heel erg bezig is met traditie uitdragen en daar boeken over heeft geschreven, die spreekt ook geen woord Engels. En we hebben daar schouder aan schouder gezeten, dingen nagedaan of met een paar termen of ergens op wijzen, kom je een heel eind.”

Zit er nog veel verschil in de breipatronen tussen bijvoorbeeld het eiland Kihnu en Viljandi? En is dat ook duidelijk zichtbaar? “Ja. Het leuke aan Kihnu is dat je heel duidelijk ziet dat er een link is met Zweden. Het is een eiland van slechts 500 mensen, heel klein. Ver uit de kust, dus het zat ook redelijk geïsoleerd. Het staat ook op de Werelderfgoedlijst vanwege de tradities en de natuur. Daar zie je het beste dat die technieken met elkaar te maken hebben. Ze gebruiken allerlei sierrandjes die duidelijk met twee draden zijn gemaakt en dat is in Zweden ook. De draden worden om elkaar heen getwijnd, dat is ook een overeenkomst. Het is niet exact hetzelfde, op 1 randje na (dat is helemaal hetzelfde). Dit zie je ook nergens anders, het is specifiek voor Kihnu.

70

Kantklossen (kant met bobbeltjes). Kristiina ja Priit Mardilaadal niplamas.


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

Dan heb je ‘t eiland Muhu, daar werken ze weer met hele felle kleuren en motieven. De felle kleuren kwamen door de bepaalde stoffen die uit de mijnbouw afkomstig waren. Dus hadden ze als eerste alkaline verfstoffen. Daardoor krijg je een heel ander kleurgebruik. Ze hadden vóór die tijd slechts natuurlijke kleuren, maar nadat ze deze verfstoffen hadden, was er ineens veel oranje, geel, (knal)roze, echt van die Oilily kleuren. Het kan ook zo bij Oilily hangen. Daar heb je ook sokken van. Je ziet hier een stukje geschiedenis van het land ook weer terug in het breiwerk, want ze hadden alleen maar plantaardige kleuren en zij hadden als eerste toegang tot die kleurstoffen. Dit zie je overigens ook in de rokken, kousen en dergelijke (zie de foto’s. Op p. 71-72). In het begin is het wel even wennen, het is behoorlijk heftig. Hoe meer we daar komen des te meer waardering we krijgen voor alles wat er is. Waar we de eerste jaren misschien nog een beetje om gelachen zouden hebben, vinden we nu mooi.”

En het verschil tussen het noorden en het zuiden van Estland, is dat nog te zien? “Setumaa is ook heel anders, het is meer streek gebonden. Setumaa ligt natuurlijk dicht bij de grens, daar zie je veel meer de Russische invloed. De eilanden hebben wel veel verschil. Muhu is dan heel uitgesproken, maar Saaremaa heeft ook wat felle kleuren. Kihnu heeft z'n eigen cultuur, dat ligt ook zo afgelegen. Dat had nergens wat mee te maken. Op het vasteland is het misschien zelfs wat meer dat de patronen over het vasteland zijn verdeeld. De eilanden zijn natuurlijk al wat meer geïsoleerd, dus dan is het verhaal al wat anders. Op het vasteland is alles wat meer over en weer gegaan, dat is logisch. Je ziet vaak een uitwisseling als er een zee tussen ligt, de zeelui brachten veel mee. Konden soms ook breien en hadden dus ook gebreide spullen bij zich en dan zie je echt die uitwisseling. Je ziet bijvoorbeeld ook invloeden van de Shetland eilanden terug in de Haapsalu sjaals. Dus blijkbaar is daar ook een link geMardilaat 2012. weest. Klederdracht van Harjumaa. En over land zie je ook dat dingen afzakken. We hebben zelfs f: Priit Halberg flickr.com. een Nederlands wantenpatroon dat waarschijnlijk ook de Noorse achtpuntige ster als basis heeft. Maar met name op de eilanden in Estland is het handwerk heel authentiek.”

Dan gaan jullie straks naar Letland toe en dat vergelijken met Estland. Jullie hebben al een beetje van Letland gezien, is dat drastisch anders of is dat toch vergelijkbaar, want het is over het vaste land? “Dat vergelijken doen we nu al een beetje. Het is absoluut vergelijkbaar, er zitten heel veel overeenkomsten. En zolang je je er niet in verdiept, zie je meer overeenkomsten dan verschillen. En hoe verder je je er in verdiept, hoe meer verschillen je juist weer ziet. Dat is ook het grappige. Met Estland hadden we dat in het geheel eerst ook. In eerste instantie zie je wanten met motiefjes. Kleurige motiefjes, minder kleurige motiefjes, dat is het verschil. Wij kunnen nu al aardig zeggen, dat komt uit het dorpje Halliste, want daar staan een aantal kruisjes in, of die komen weer daar vandaan. Dat kunnen we over Letland natuurlijk niet zeggen, want we zijn er nog niet geweest, maar we gaan ons best doen om dat snel in te plannen. Maar dat maakt het wel lastig, omdat we ook naar Estland willen blijven gaan, want daar is nog ontzettend veel voor ons. En we hebben een beetje ons hart verpand aan dat land. Maar we willen het wel graag uitbreiden, in eerste instantie naar Letland. Eerst staat er voor mei weer een reis naar Estland voor de boeg. Hopelijk in het najaar naar Letland en eventueel in november naar Estland voor Mardilaat.” Meer informatie over The Dutch Knitters, het boek ‘Warme Handen’, de workshops en de verhalen over de reizen naar Estland, is te vinden op de website: www.thedutchknitters.nl 71

Antje


2e jaargang

BALTISCH DAGBOEK

NR. 4 | januari 2013

Mardilaat 2012. Kinderklederdracht van Harjumaa. f: Priit Halberg flickr.com. 72

BALTISCH DAGBOEK  

BDBOEK 4, 2e deel, p. 36-72

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you