Issuu on Google+

HISTORISCHE RUBRIEK December 2011, nr. 10 INFORMATIE VAN HISTORISCHE VERENIGING BAKKEVEEN Cursus cultuurhistorisch dorpsgids De Historische Vereniging Bakkeveen heeft nog enkele deelnemersplaatsen kunnen reserveren in de cursus voor mensen die willen optreden als cultuurhistorisch dorpsgids, die begin 2012 door Tresaor en Plattelandsprojecten Zuidoost Fryslân wordt georganiseerd. Voor Bakkeveen is er een belang om te beschikken over goede verhalenvertellers, die de geschiedenis van het landschap en van het dorp beeldend kunnen vertellen, en daarmee de omgeving voor bewoners, toeristen en andere bezoekers nog interessanter kunnen maken. De aangeboden cursus sluit hierop aan. De Historische Vereniging Bakkeveen gaat ervan uit dat met een pool van goed opgeleide

dorpsgidsen nog beter kan worden ingespeeld op de wens van recreatieondernemers, scholen, en andere organisaties om cultuurhistorische informatie in hun aanbod op te nemen. Cursisten leren om dorpsbewoners en toeristen te boeien met verhalen van dorp en streek. Ze leren inspelen op vragen en wensen van verschillende groepen belangstellenden. De cursus bestaat uit vijf dagdelen (avonden), die vanaf januari in overleg met de deelnemers worden gepland. Als u overweegt om deel te nemen, laat u dat dan vóór 20 december aan mij weten. Fred Hoogenboom (tel: 0516 541446, email: hoogenboom.f@home.nl)

De Houtwâl (informatie voor kerstwandelaars) In de kerstwandeling van 2012 is de Houtwâl opgenomen. Jaap de Zee heeft hieronder wat informatie over dat stuk van de wandeling bijeen gezet. De Houtwâl dankt zijn naam aan de houtopslag: takkenbossen voor de ovens van de bakkers, schansen voor de zinkstukken voor dijkaanleg en houten palen voor mijnhout. Spar, den en larix waren voor mijnbouw geschikt, omdat die houtsoorten - in tegenstelling tot eikenhouten palen - kraakten alvorens te bezwijken. De Houtwâl was voorheen een zandweg, c.q. een modderreed. Aan de landkant lag tussen twee rijen bomen een fietspad dat verhard was met sintels. Het lage gedeelte in het land is een grote, maar ondiepe pingoruïne of dobbe met een hele hoge wal. Die wal loopt door tot achter de huizen aan de overkant van de vaart. Die wal wordt De Huchte genoemd. Er liepen later brede sloten door de laagte, die geschikt waren voor polstokspringen en in de winter gebruikt werden voor “skoske zetten” of schotjepiepen (het springen van de ene ijsschots op de andere). Halfweg stond een hok dat vóór de oorlog door jongeren als hanghok werd gebruikt. Toen het veen in de achttiende eeuw uit de dobbe werd gehaald stond er een lawei op de plaats waar nu Evert Russchen woont. In de eerste boerderij – vanaf het dorp na het pad naar de camping - woonden de gebroeders Wiering, dat waren de laatste bouwboeren. De Alde Drentse Wei liep vroeger langs de schaapskooi en ging aan de andere kant van de vaart verder over de rand van de pingo, door het terrein van de

54

camping „t Hout naar de Baekendijk. In het tweede huis woonden drie vrijgezellen, twee broers en een zuster, allemaal Wouda‟s. Zij was naaister, de broers hadden een klein boerenbedrijf, zaten in het losse werk, en waren agent in Wouda‟s zaden. In de Loryan (3e huis) woonde Siebren van der Veer (Lytse Siebren), ook een boertje en koopman in van alles en nog wat. Daarnaast woonden ook Wouda‟s, de grootouders van de voetbaltrainer Foppe de Haan. Deze laatste hield zijn buurman wel eens voor de gek. Die moest namelijk de draai openen voor de schepen en tevens was hij lantaarnopsteker. Foppe blies op zijn toeter, waardoor het leek dat er schip aankwam. De buurman (5e huis) woonde daar met zijn zuster en stiefbroer. Hun namen waren Spoelstra en Dupon. De zuster van Spoelstra sprak altijd in spreekwoorden en gezegdes. Met Sinterklaas had ze in de uitbouw van de woning een tafel staan met een wit laken erop. Ze verkocht dan eenvoudig houten speelgoed. Ze hadden wat vee en hielden bijen. Achter hun huis stond ook een schaapskooi. Naast hun huis liep een pad naar twee daarachter staande huizen. Het pad liep door naar de Biskop. De Nijefaensterwei was er nog niet. De Spoelstra‟s draai is de laatste ijzeren draai in de Drachtster Compagnonsvaart. Verderop stond alleen nog de boerderij van Staal (nu Cornelissen). Het viel vroeger ook al niet mee om aan de kost te komen. Caféhouder van der Meer (Ljibbe en Rolstje) hield ook nog vee. In de slechte dertiger


jaren van de vorige eeuw wilden ze overgaan op het boerenbedrijf. Aan de Houtwâl bij Spoelstra‟s draai werd de ruimte voor de fundering van een te bouwen boerderij uitgegraven. Alle benodigde bouwmaterialen werden per schip aangevoerd. Helaas ging Van der Meer failliet en de bouwmaterialen gingen per schip terug naar de

leverancier. De landerijen werden verkocht. Pas bij de ruilverkaveling na de oorlog is het land weer vlak gemaakt. Met hulp van omke Jarich van der Wielen kon het café Van der Meer blijven bestaan, ook omdat er soms gasten van het Allardsoog bleven slapen. J.J. de Zee

Nog een ontboezeming van Jaap de Zee In 1939 werden vanwege de oorlog de grenzen gesloten. De houtzaagmolens in de Zaanstreek kregen geen hout meer aangevoerd uit Scandinavië. Handelaren probeerden daarom overal hout te kopen, onder andere bij Jonkheer van de Goes, de eigenaar van het landgoed De Slotplaats. Het transport van het hout had Nicolaas van der Veer aangenomen. De bomen werden met langwagens naar wat nu de Weverswal heet gebracht en daar met een lier in pramen geladen. Drie pramen had Van der Veer gehuurd (onder andere in Zevenhuizen). Aan de lier stond mijn vader Uiltje de Zee. Net als vroeger de jonge Michiel Adriaanszoon de Ruiter stond hij de hele dag aan het grote wiel te draaien. Op ontdekkingstocht door het Mandefjild Een aantal leden van de Historische vereniging heeft het plan opgevat om de historie van het Mandefjild wat nader uit te diepen. Onder Mandefjild verstaan we dan het gebied vanaf Allardsoog, via Mandefjild en Mandewijk tot aan de Duurswouderheide. Of anders gezegd het gebied ten zuidoosten van Bakkeveen. De Biskop is al voor een groot deel beschreven door Bouke Dijkstra, maar wie weet wat er nog boven tafel komt. Er is al wat materiaal beschikbaar: foto‟s van de eerste woning in het gebied en de stoomploegen die de velden in cultuur hebben gebracht. Gemeentelijke archieven beschrijven de pogingen tot betere bereikbaarheid van het gebied: stemming over verharde wegen zoals Nije Drintsewei en Mandefjild medio jaren 50 van de

Als de drie pramen onderweg waren naar Buitenste Vallaat en er waren nog bomen over, dan werden er vlotten gemaakt. Die mochten niet te breed zijn, want er moest nog wel een schip kunnen passeren. Net als Michiel de Ruiter had mijn vader graag zeeman willen worden, en misschien dacht hij wel net zoals Michiel in dat bekende liedje. Had mijn vader in die jaren zijn zin toch maar gedaan, dan had ik nu ook gevaren over de wijde oceaan. Een doodgewone jongen werd later admiraal. Wie weet wat ik geworden zou zijn? Een vervlogen ideaal! J.J. de Zee

vorige eeuw. Enkelen wilden wegens de hoge kosten niet meewerken. In de omgeving van de Mandewijk zijn verwikkelingen over het voormalige fietspad tussen de Mandewijk en De Kreilen (De Bult). De Mandewijk van heden is precies 100 jaar geleden een “kunstweg” geworden. We zijn op zoek naar materiaal uit het verleden van dit gebied. Dat kunnen foto‟s zijn, krantenknipsles, koopaktes, kaartmateriaal en (mondelinge) herinneringen ……. Wie helpt ons? Mail uw tips, vragen naar historie@bakkeveen.nl Siebren Roelsma zal de informatie verzamelen. Namens allen, JanvD

55


2011 12