Page 1

HISTORISCHE RUBRIEK Mei 2011, nr. 5 INFORMATIE VAN DE HISTORISCHE VERENIGING VOORTGANG PROJECT ‟BEEKDALHERSTEL KONINGSDIEP‟ Op woensdagavond 15 juni 2011 organiseert de Dienst Landelijk Gebied in samenwerking met het Kenniscentrum Landschap van de Rijksuniversiteit Groningen, het Plaatselijk Belang Bakkeveen en de Historische Vereniging Bakkeveen een presentatie over de landschapsontwikkeling langs de boven- en middenloop van het Koningsdiep (it Alddjip). Als sprekers treden op: prof. T. Spek en zijn medewerkers Jeroen Zomer en Dennis Worst. Het Koningsdiepgebied maakt deel uit van de Ecologische Hoofd Structuur, waarvoor in de jaren negentig via een ROM-project de aanzet is gegeven. De Dienst Landelijk Gebied is verantwoordelijk voor het maken van een plan voor de uitvoering van het beekdalherstelproject van het Koningsdiep. De presentatie van 15 juni gaat over de resultaten van het onderzoek naar de landschapsontwikkeling en de cultuurhistorische waarden van het Koningsdiepgebied, vooral langs de bovenloop ter hoogte van Bakkeveen. Op de uitvoering van dit onderzoek was aangedrongen door de Historische Vereniging Bakkeveen. Het onderzoek is uitgevoerd door medewerkers van het bovengenoemde Kenniscentrum Landschap. Het is juist nu een interessant moment De presentatie van de uitkomsten van dit onderzoek komt om verschillende redenen op een interessant moment. Staatssecretaris Bleker heeft een stop gezet op het inzetten van geld voor grondverwerving in het kader van de ontwikkeling van de Ecologische Hoofd Structuur en voor het beheer van natuurgebieden. Weliswaar is het complete college van Burgemeester en Wethouders van Opsterland naar Den Haag gereisd om hem van dat besluit af te brengen, maar het ziet er niet naar uit dat dat bezoek veel effect gehad heeft. Het is ook een interessant moment in de ontwikkeling van natuurgebieden omdat er juist nu op een andere manier naar natuurontwikkeling wordt gekeken dan twintig, dertig jaar geleden. De theorie dat natuurontwikkeling op gang komt door aanschaf van en het laten verwilderen van gronden die eerder een andere bestemming hadden, en dat herstel

van populaties van dieren en planten en van diversiteit dan vanzelf plaatsvindt, blijkt wat te simpel. De werkelijkheid blijkt veel weerbarstiger. Het is éénmaal gelukt in de Oostvaardersplassen, maar binnen de Friese veenontginningsgebieden gaat het zo niet. Langdurig bemeste landbouwgronden laten zich heel moeilijk omzetten in natuurgebieden. De bijdrage van nieuw geschapen natuurgebieden en verbindingszones aan de kwaliteitsverbetering van natuur en milieu blijft daardoor ver achter bij de verwachtingen. Er blijken ook veel meer beheersinspanningen nodig te zijn om de ontwikkeling in de gewenste richting te sturen dan aanvankelijks is aangenomen. Nieuw startpunt voor het beekdalproject? Het is tenslotte een interessant moment omdat de waardering voor andere waarden dan de natuurwaarden van het landschap groeit. Het gaat dan bij voorbeeld over zichtbare tekenen van historische veranderingen en van menselijk ingrijpen in de loop van de tijd. In het Koningsdieplandschap vind je niet alleen sporen van het oude rond de laatste ijstijden - gevormde beekdal, maar ook van het verblijf van jagers en verzamelaars en van hun stenen gereedschappen van meer dan tienduizend jaar geleden. Je vindt sporen van landbouw van vóór het begin van onze jaartelling en van middeleeuwse bewoning en veenontginning rond het jaar 1000. En ook van de commerciële veengraverijen in de 17de/18de eeuw en van naoorlogse ruilverkavelingen. Waarom zou je alleen aandacht moeten schenken aan het herstel van een beekdallandschap en niet aan herstel of behoud van

Voorbeeld


landschapskenmerken uit andere periodes? Op die cultuurhistorische diversiteit heeft de Historische Vereniging Bakkeveen, en met name Jan Slofstra, al eerder gewezen. En op dat punt levert ook de inventarisatie waarover in de bijeenkomst van 15 juni gerapporteerd wordt, nieuwe inzichten op. Kort samengevat: er is geen geld meer, er is (terecht) scepsis ontstaan over het realiseren van natuur- en milieudoelen, en er is een ingewikkelder speelveld ontstaan waarin steeds meer belangen tegen elkaar moeten worden afgewogen. Ongetwijfeld zal de vraag: “Hoe moet het nu verder met de aanpak van het beekdal van het Koningsdiep” tijdens de bijeenkomst van 15 juni opnieuw en indringend aan de orde gesteld worden. Ik zou niet verbaasd zijn als dat er uiteindelijk toe zou leiden, dat een nieuw startpunt zal worden gekozen voor het herstelproject: minder ambitieus

en kleinschaliger, maar ook preciezer in de doelen die nagestreefd worden. Ik denk ook dat nog veel meer informatie verzameld moet worden en onderzoek gedaan moet worden om de verdere koers te bepalen, en om er zeker van te zijn dat gestelde doelen gerealiseerd kunnen worden. En ik denk dat de bewoners van deze omgeving en andere belanghebbenden bij de besluitvorming, de uitwerking en de uitvoering van het project nauwer betrokken zullen worden. Als je hart in Bakkeveen ligt, moet je je bij deze ontwikkeling ook wel betrokken voelen. Vandaar deze oproep om aan de uitnodiging tot deelname aan deze bijeenkomst gevolg te geven. Fred Hoogenboom Plaats van de bijeenkomst: Dúndelle, 20.00 uur

BAKKEVEENSTERS AAN DE DOOD ONTSNAPT ? In deze dagen is het belangrijk om enige aandacht aan de oorlogsjaren te besteden. Soms kunnen aan de al bekende feiten andere toegevoegd worden, waarvan men in Bakkeveen geen weet heeft. Hier volgt zo‟n verhaal. In ons land kwam vanuit de kerken verzet tegen alles, wat met het nationaal-socialisme te maken had. Verwonderlijk is dit niet, omdat we te maken hebben met twee totaal verschillende denkwijzen.

week kwam hij hier op zijn motor langs om zijn minnares, die in Beneden Haulerwijk (nu Waskemeer) woonde met een bezoek te vereren. Zij was trouwens ook lid van de N.S.B. Het gezegde ging hier: “Douwe Beintema, 80 in de bocht en 100 op het lange eind.” Het plan om hem onschadelijk te maken was eenvoudig. Omdat hij de enige was die een motor

Het was voor de Duitsers en hun aanhangers moeilijk om de Kerk het stilzwijgen op te leggen. Hierbij moet in acht genomen worden, dat het kerkbezoek toen veel massaler was dan tegenwoordig en dat godsdienst een belangrijke rol speelde. Toch waren de nazi‟s vast besloten de stem van de kerk, waar die tegen hen gericht was, te smoren. Nu was het niet zo, dat elke kerkvoorganger openlijk stond te verkondigen hoe hij er over dacht. De ene durfde wat verder te gaan dan de ander. Om dit probleem op te lossen hadden de Duitsers een soort „hoorcommissie‟ ingesteld waarvan de leden opdracht kregen bepaalde predikanten ‟s zondags te beluisteren en daarover rapport uit te brengen. Zij waren dus eigenlijk spionnen. Verscheidene predikanten zijn door deze verraders aangebracht. Eén van hen was Douwe Beintema uit Drachten, die geheim lid van de N.S.B. was. Toch rees op een bepaald moment bij de illegaliteit een vermoeden van onbetrouwbaarheid. Hij bleek inderdaad een gevaarlijke informant van de Duitsers te zijn. Zo gevaarlijk, dat de ondergrondse hem wilde liquideren. Douwe Beintema was bij de toenmalige Bakkeveensters wel bekend. Enkele keren in de

Douwe Beintema op zijn motor (Hilversum, 1934; bron: Tresoar)


bezat, hoorde men hem van ver al aankomen. Bij alle andere burgers was die door de Duitsers opgeëist (gevorderd) of een eigenaar was zo wijs geweest de motor te verbergen. Het was de bedoeling in het donker op Bakkeveenster grondgebied een staaldraad over de weg te spannen. Omdat Douwe altijd hard reed (hij deed zelfs een keer mee aan de T.T.) zou het zijn dood tot gevolg kunnen hebben. Gelukkig is het plan niet uitgevoerd, want dit zou voor inwoners van ons dorp fatale gevolgen kunnen hebben gehad. Bij dit soort zaken traden de Duitsers vaak zeer hard op. We hoeven alleen maar aan Trimunt te denken, waar in die tijd door een voorval, dat eigenlijk geen naam mocht hebben, zestien onschuldige burgers door de Duitsers gedood werden. Dit soort vergeldingsmaatregelen waren in het hele land aan de orde van de dag. Behalve bovengenoemde activiteiten moet Beintema meer op zijn kerfstok hebben gehad, want hij kreeg zes jaar gevangenisstraf. Hieruit blijkt dat hij niet tot de lichte gevallen hoorde.

Douwe Beintema was een verwoed motorrijder. Hij kreeg kennis aan een Duitser die in ruil voor kledingbonnen voor burgerkleding, hem benzinebonnen voor zijn zware B.M.W. verstrekte. Ook had hij een vrijstelling om zijn motor bij het Duitse gezag in te leveren. Zo staat het te lezen in het boek Drachten, mensen door de tijd van Douwe de Graaf, maar of diens informant het precieze wist, valt te betwijfelen. Waarschijnlijker is dat de Duitsers met graagte benzine aan de voor hen belangrijke persoon afstonden. Douwe Beintema overleed in 1974. Uiteraard hebben zijn nazaten geen enkele verantwoording af te leggen over het buitensporige gedrag van hun familielid. Behalve uit het boek van De Graaf is er informatie te halen uit Bezettingstijd in Friesland van P. Wijbenga (deel I, 1970). Klaas Sikkema

LANDLOPER ONDERWEG NAAR VEENHUIZEN In 1915 was Eerde van der Tuin (uit Surhuizum) wegens landloperij en bedelarij opgepakt; hij kreeg daarvoor drie maanden Veenhuizen. Veldwachter Wiebe de Vries uit Surhuisterveen moest hem lopend naar Veenhuizen brengen. Eerde was vluchtgevaarlijk en omdat hij zo hard kon lopen, kreeg hij een stok in zijn broek. Vlak voor Bakkeveen zei Eerde tegen De Vries dat hij een „grote boodschap‟ moest doen. De Vries, hij geen ervaring met Eerde en de verstandhouding tussen beide mannen was onderweg gemoedelijk geworden, zei tegen Eerde dat hij de stok eruit mocht trekken en dat hij maar in de slootkant moest gaan zitten om te doen wat hij moest doen.

Eerde trok de stok uit zijn broek en ging er als een haas vandoor. Na een paar weken werd hij weer opgepakt. De Vries moest hem voor de tweede keer naar Veenhuizen begeleiden. Onderweg zei Eerde weer dat „hij moest‟. De Vries had zijn lesje geleerd en zei tegen Eerde: “Schijt jij maar in je broek. Het kan me niets schelen of stink je ook een uur in de wind, maar de stok komt niet uit je broek”. (Overgenomen uit Douwe de Graaf, Achtkarspelen. Mensen door de tijd, Surhuisterveen 2006, p.127)

Profile for De Slûswachter Bakkeveen

2011 05  

2011 05  

Profile for bakkeveen
Advertisement