Page 1

HISTORISCHE RUBRIEK 2008, nr. 3 VAN DE VOORZITTER Ledental Het ledental van de Historische Vereniging Bakkeveen is inmiddels 91. Wie wordt het honderste lid? Subsidie De gemeente heeft positief beslist op ons verzoek om een startsubsidie in het kader van het beleid ondersteuning cultuurpromotie. We voldoen aan de criteria voor toekenning. Helaas zat er niet genoeg geld meer in de subsidiepot om ons het hele gevraagde subsidiebedrag van 2000 euro voor 2008 toe te kennen. Het is ongeveer de helft. Voor het resterende deel zoeken we nu andere oplossingen. Contributie 2008 In de tweede helft van juni zal de contributie 2008 van 15 euro worden geïnd van alle leden die via het aanmeldingsformulier hebben ingestemd met automatische incasso van de contributie. De contributie van leden zonder automatische incasso zal op een andere manier worden geïnd. Verspreiding informatie aan leden We hebben besproken hoe we de leden informeren over de stand van zaken binnen de Historische Vereniging Bakkeveen. Inwoners van Bakkeveen worden geïnformeerd via het Klupblad. Leden die niet in Bakkeveen woonachtig zijn, krijgen via hun emailadres een verwijzing naar de informatie op het internet toegezonden. Indien zij geen email hebben, wordt de informatie opgestuurd. Tijdschrift Half september zal de eerste uitgave van het tijdschrift van de Historische Vereniging Bakkeveen verschijnen. U kunt een aantal boeiende artikelen die betrekking hebben op de historie van

Bakkeveen tegemoet zien. Leden van de vereniging ontvangen het tijdschrift gratis. Activiteiten voor leden In het najaar organiseert de Historische Vereniging een enkele activiteiten die voor leden gratis toegankelijk zijn. Het bestuur wil via deze activiteiten het contact met en tussen de leden versterken, en deze bijeenkomsten ook gebruiken om beter op de hoogte te raken van verwachtingen en wensen van de leden. Lezingen Op woensdag 17 september en op woensdag 19 november worden in de Dúnhoeke de eerste twee lezingen uit een serie van acht gehouden door Jan Slofstra over de geschiedenis van Bakkeveen. Noteert u alvast deze data. Excursie Op vrijdag 19 september organiseert de Historische Vereniging Bakkeveen een excursie naar het nieuwe Frysk Lânbou Museum (onder één dak met het bezoekerscentrum Nationaal Park De Âlde Feanen), dat binnenkort in Eernewoude wordt geopend. Wij zullen zorgen voor een goede ontvangst en een rondleiding. De reis naar Eernewoude zal – naar keuze – per fiets of per auto worden gemaakt. U kunt zich nu al opgeven bij de penningmeester en ledenadministrateur Jelly Hoekstra, Blauhûs 25, telefoon 541836, email: jellyhb@home.nl. Indien Jelly afwezig is kun u zich ook aanmelden bij Johan Sieswerda, Lange Singel 9, tel. 542300, email friesies@hotmail.com Geeft u in uw voorlopige aanmelding aan van welk vervoermiddel u gebruik wilt maken. Over het programma en de bijdrage in de kosten wordt U nog nader geïnformeerd. Fred Hoogenboom


Het vergeten verhaal van een minuut gratis winkelen Ongeveer een jaar of vijf geleden werd mij bij mijn bezoek aan het kantoor van de Woudklank in Gorredijk door de hoofdredacteur een foto in de hand gedrukt met de opmerking “deze is toentertijd per abuis blijven liggen en daardoor niet geplaatst”. Mijn gedachten gingen automatisch jaren terug naar een dag in 1987 toen Neeltje Haisma van de Weverswâl in Bakkeveen een prijs van één minuut gratis winkelen had gewonnen in de Kopak winkel aan de Nije Buorren van Rein en Nel Reinsma. Afgesproken werd dat ondergetekende de tijdswaarneming voor zijn rekening zou nemen. Fotograaf Harry Blokzijl kwam langs om een foto te maken voor de Woudklank. In een minuut tijd verzamelde Neeltje een grote hoeveelheid goederen, waaronder grote zakken met pampers, wasmiddelen en wijn. Neeltje Haisma is met haar gezin ondertussen verhuisd naar een boerderij in it Mandefjild en de Kopak winkel aan de Nije Buorren is overgenomen door de bekende supermarktketen Poiesz. De foto en het artikel zijn nooit eerder geplaatst, misschien toch wel goed dat er een Historische Vereniging Bakkeveen is. Willem Dolstra


HISTORISCHE RUBRIEK, 2008, nr. 3 (vervolg) EEN NIEUWE VISIE OP DE GESCHIEDENIS VAN DE LANDWEER Iedere lezer van het Klupblad kent waarschijnlijk de Landweer bij Allardsoog. Het is een ongeveer één meter hoge, met eiken en berken beplante wal aan „deze‟ kant van restaurant „De Drie Provinciën‟. Hij strekt zich uit langs de Fries-Drentse grens vanaf het begin van de Nije Drintse Wei tot aan de Verlengde Scheidingsweg en is ongeveer een kilometer lang. Een zwart-witte grenspaal in de sloot naast de wal geeft aan dat de Landweer nog net op Fries gebied ligt. Een keurig bord bij het begin vertelt ons dat het om een belangrijk cultuurhistorisch monument gaat dat dateert uit de middeleeuwen. De wal zou volgens het bord een strategische functie hebben gehad. Hij diende om vijanden („rondtrekkende, plunderende benden uit Drenthe‟) tegen te houden. Deze interpretatie komt ons Bakkeveensters bekend voor. Wij kennen de Landweer als sinds jaar en dag als een oud verdedigingswerk. In het vorige Klupblad heeft Frans Briedé een spannend jeugdverhaal geschreven waarin bij de Landweer zelfs een hele veldslag wordt geleverd. Maar klopt deze interpretatie van de Landweer als verdedigingswerk eigenlijk wel? In deze korte bijdrage wil ik een paar dingen nog eens kritisch tegen het licht houden. Het veld in Om te beginnen moeten we het veld in. De hoge wal blijkt vanaf de hoek bij restaurant „De Drie Provinciën‟ eigenlijk helemaal niet zo ver naar het zuiden door te lopen. Hij eindigt al na een paar honderd meter ter hoogte van de volgende grenspaal (afb.1).

Afb. 1. Grenspaal naast de nog niet beplante Landweer. Links van de waterlossing ligt Friesland, rechts Drenthe. (foto uit S.J.van der Molen, Onder Allard’s klokslag, Drachten 1957). Toen de Landweer nog niet beplant was in het begin van de jaren vijftig kon je dat nog veel beter zien. Tegenover de dobbe van Huizing (Hendrik Hús) - nu onderdeel van de camping - hield de wal op. Vanaf hier bestond het tracé van de Landweer nog slechts uit een strookje heide. Toch heeft ook hier mogelijk ooit een wal gelegen, want op 18de en 19de eeuwse kaarten wordt de Landweer als een lange, doorlopende wal van ongeveer anderhalve kilometer lengte aangeduid, lopende vanaf de huidige Verlengde Scheidingsweg in het zuiden tot aan de Groninger grens bij het latere drieprovinciën-punt. Ook het gedeelte van de Landweer dat vanaf de hoek bij het restaurant in noordwaartse richting liep is niet meer aanwezig. Oude kaarten maken duidelijk dat de huidige weg vanaf het restaurant tot aan het „huis met het oog‟ precies in het tracé van de oude Landweer ligt. Op de kadasterkaart van 1832 is de Landweer hier al verdwenen. Alleen het laatste stukje tot aan de Groninger grens wordt dan nog als een dijk aangeduid. Ook dat stukje is inmiddels verdwenen. Het komt erop neer dat we nu nog maar een klein gedeelte over hebben. Een foto uit het boekje van H.J.Popping over De nederzettingen langs den ouden verbindingsweg tussen Friesland en Drente over het Mandeveld bij Bakkeveen uit 1928 toont hoe dit overgebleven stukje Landweer er een kleine eeuw geleden uitzag. Links op de foto (afb. 2) zien we de zandweg naar Allardsoog, die dus is aangelegd op het afgegraven noordelijke deel van de Landweer.

Afb. 2. Waar de Bakkeveenster Landweer uitloopt in het weggetje naar ‘Allardsoog’ (bijschrift foto H.J.Popping, 1928)


Een middeleeuwse verdedigingswal ? Was onze Landweer inderdaad een middeleeuwse verdedigingswal? Die vraag is niet rechtstreeks bevestigend of ontkennend te beantwoorden, omdat concrete historische gegevens over een militaire functie ontbreken. Toch is het verleidelijk om in die richting te denken, alleen al vanwege de naam „Landweer‟ (die trouwens al in 1508 opduikt). Zo‟n naam verbind je al gauw met afweer, landsverdediging. En inderdaad, een landweer heeft in de middeleeuwen heel vaak een militaire functie gehad. Onderzoek in Duitsland (bijvoorbeeld in het nabijgelegen Münsterland) heeft aangetoond dat niet alleen kleinere regio‟s, maar ook stadjes vaak beschermd werden door een walsysteem (een enkele of een dubbele wal met bijbehorende greppels), dat werd aangeduid met de term „Landwehr‟. Het verschijnsel is vooral kenmerkend voor de periode tussen 1350 en 1450, wanneer grotere staatsverbanden nog ontbreken en talrijke adellijke en geestelijke elites elkaars grondgebied betwistten. De naam „landweer‟ duikt in dezelfde tijd ook in onze gewesten op (vooral in Limburg, in Twente en de Achterhoek) en het is dus geen wonder dat het begrip ook hier later vooral een militaire betekenis heeft gekregen. Dat geldt ook voor de Bakkeveenster Landweer. Voor de zojuist al genoemde H.J.Popping, de bekende uitgever van De Stellingwerver in Oosterwolde, was de militaire functie duidelijk. De Landweer was volgens hem aangelegd ter verdediging van Friesland. Hij lag haaks op de smalle zandrug tussen Een en Bakkeveen en sloot aldus de toegang tot Friesland af. Het punt was strategisch goed gekozen. De journalist en regionaal historicus S.J.van der Molen sloot zich in zijn bekende boekje Onder Allard’s klokslag van 1957 (in 1981 opnieuw uitgegeven onder de naam Rondom het Allardsoog), bij deze interpretatie aan. Sindsdien is er eigenlijk niet meer aan een militaire functie getwijfeld. Iedereen gaat er tegenwoordig voetstoots vanuit dat de Landweer een verdedigingswal is geweest. Ook het informatiepaneel van Staatsbosbeheer vermeldt dat als een vaststaand feit. Problemen Toch zijn er een paar problemen. Om te beginnen ontbreken concrete historische gegevens. Van gevechten bij de Landweer of van een legering van soldaten of gewapende boeren is niets bekend. Heel anders dan in het geval van de landweren in Duitsland, lijkt onze Landweer als verdedigingswerk ook niet erg geschikt te zijn geweest. Er hebben mogelijk braamstruiken of doornstruiken op gestaan, maar de wal heeft slechts een bescheiden hoogte en was door een vijand met heel weinig moeite te passeren.

Bovendien lijkt de lengte van de wal te groot om hem met voldoende mankracht effectief te kunnen verdedigen. Aan de zuidkant kon men er trouwens via de hoogten van de Stikelhaar en de Fockenhof vrij eenvoudig omheen trekken. Er zijn in de tijd dat de Landweer is opgeworpen (rond 1400) ook geen historische omstandigheden te bedenken, die de aanleg van zo‟n verdedigingswal begrijpelijk maken. Militaire conflicten tussen Friesland en de Landschap Drenthe zijn in deze tijd niet aan de orde. Ook van een politieke grens of grensafspraken tussen de Friezen en de Drenten is dan nog nauwelijks sprake. Beide gewesten werden in onze omgeving door grote veengebieden van elkaar gescheiden. Dat waren heel efficiënte, natuurlijke grenzen. Op grond van deze argumenten moet aan de militaire functie van de Landweer ernstig worden getwijfeld. Maar wat is de Landweer dan wel ? Grensscheiding tussen twee dorpen S.J.van der Molen heeft in het genoemde boekje over het Allardsoog en in zijn Opsterlân.Skiednis fan in Wâldgritenij (1958) argumenten aangedragen voor een heel andere interpretatie van de Landweer, zonder dat hij daar overigens de voor de hand liggende conclusies uit heeft getrokken. Hij vermeldt dat in het jaar 1508 inwoners van Eden (Een) tijdens een vergadering van hun marke tegenover Berneer Henring, de schulte van Norg, verklaren ‘van oer olders (hun ouders) ghehoert’ te hebben dat ‘de Lantweer de markscheijdinghe is tusschen de buer van Eden ende Wpsterland’. En dat was volgens hen al honderd jaar het geval. Op de zaterdag na Pinksteren van hetzelfde jaar 1508 lichten vertegenwoordigers van de buurschap Eden op een rechtszitting in Rolde nog eens toe hoe het zit met het grensgeschil dat zij op dat moment hebben met ‘die van backaveen’. Drost en etten van de Landschap Drenthe bevestigen daarop het recht ‘van de buren van Een (…) totden veld en lande by de lantweer tusschen den drentsche en vriessche landt’. Hieruit wordt duidelijk dat de boeren van Een van mening zijn dat al een eeuw lang (dus vanaf ongeveer 1400) de Landweer geldt als de scheiding tussen het markeveld van Een en het grondgebied van Bakkeveen. De bevestiging van de grens was van belang omdat zij de exclusieve toegang van de schaapskuddes tot het veld regelde. De graasgronden aan de westkant van de Landweer waren van Bakkeveen, die aan de oostkant van Een. Er waren dus wel degelijk grensgeschillen, maar die werden kennelijk na hoor en wederhoor door hogere, regionale instanties meestal redelijk soepel opgelost. En daarna hield men zich weer een tijd


lang aan de gemaakte afspraken. Rond de Landweer ging dat ook zo. Dat blijkt onder anderen uit een verklaring die meer dan een halve eeuw later (in 1576) over de grenssituatie wordt afgelegd door Harmen Roeleefs. Harmen is dan ongeveer 60 jaar oud (hij is dus van ca. 1516) en heeft meer dan 30 jaar in (Oud !)-Bakkeveen gewoond. Hij zegt (en ik vertaal het nu maar in modern Nederlands) ‘dat toen ook de priester die de overste was van Bakkeveen, namelijk Heer Cornelis van Mariëngaarde, gewend was zijn schaapherders te bevelen hun schapen niet voorbij de Landweer te laten grazen’. Het gaat hierbij ongetwijfeld om zowel de schaapskuddes van de uithof (de Mariënhof) als van het dorp Bakkeveen. Beide vallen immers onder de zeggenschap van het moederklooster Mariëngaarde bij Hallum. Hieruit blijkt dat de Landweer al rond 1400 moet hebben gediend als een grensscheiding tussen twee buurdorpen. Hij heeft geen militaire, maar een praktische betekenis binnen het agrarische systeem van de boerengemeenschappen van Een en Bakkeveen. Daarmee krijgt onze Landweer ook weer iets heel gewoons, want dergelijke grensscheidingen komen in deze tijd op de zandgronden overal voor. Grenzen in het veld worden gemarkeerd door vaste punten, zoals riviertjes, dobben, grafheuvels, bijzondere bomen en opvallende stenen en soms ook door speciaal opgeworpen wallen. Ook halverwege Veenhuizen en de Haule werd dwars over de smalle zandrug, die hier tussen de Fochteler en de Hauler venen doorliep, een landweer aangelegd. Ook die is nu nog zichtbaar, maar hij is wel veel minder goed bekend dan de Landweer bij Bakkeveen. Wie zouden overigens de grensregeling bij Bakkeveen hebben getroffen? Ik heb het vermoeden dat dat niet de gewone boeren van (Oud)-Bakkeveen en van Een zijn geweest, maar veeleer de heren van het klooster Mariëngaarde en de Noord-Drentse heren, die Een als bezit van het bisdom Utrecht beheerden. Wellicht dat in hun opdracht de van hen afhankelijke boeren van Een en Bakkeveen de Landweer hebben aangelegd. Dat moet trouwens nog best een flink karwei geweest zijn. Allard Scheltinga Toen op het eind van de 19de eeuw de schaapskudden verdwenen, heeft de Landweer zijn

oude functie als grensscheiding van twee graasgebieden definitief verloren. Eerder al was de Landweer ook een politieke grens geworden. In 1737 werd hier een definitieve grensregeling getroffen tussen Friesland en Drenthe. De Landweer begon toen ook al gaandeweg zijn traditionele betekenis te verliezen, omdat het grote veld tussen Een en Bakkeveen niet langer het exclusieve domein was van schaapherders, maar ook steeds meer het exploitatiegebied van verveners. In het vorige Klupblad heb ik iets geschreven over de verveningen rond de Bullebak en de Stikelhaar. Bij het noordelijke deel van de Landweer zijn vooral de turfgraverijen van de Harlinger koopman Allard Scheltinga van belang. Hij bouwt in 1785 op het eind van de nieuwe Meeuwmeerswijk de boerderij/annex herberg „Allardsoog‟ (het bekende „huis met het oog‟). Het moet nog eens verder worden uitgezocht, maar het zou mijn niet verbazen als blijkt dat Allard Scheltinga het gedeelte van de Landweer ten noorden van de oude verbindingsweg tussen Bakkeveen en Een heeft laten afgraven en op de vrijkomende grond een nieuwe zandweg naar zijn herberg heeft laten aanleggen (zie nogmaals afb. 2). Naast deze zandweg ligt een diepe sloot, die van oudsher in de buurt bekend staat als „de waterlossing‟. Ik heb wel eens gedacht dat die ook door Allard Scheltinga is aangelegd met de bedoeling de Meeuwmeerswijk, waar zijn turfpramen doorheen moesten, van voldoende water te voorzien. Het waterpeil in de wijken in het hooggelegen grensgebied was voor de verveners immers een voortdurende zorg. Ik herinner mij uit mijn jeugd dat in perioden met hevige regenval flinke hoeveelheden water door de waterlossing richting de Mieuwmeerswijk werden afgevoerd. Hoe dan ook, op het eind van de 18de eeuw moet het aanzien van de Landweer al behoorlijk zijn veranderd. Uiteindelijk is de oorspronkelijke betekenis ervan vergeten en is het fantasiebeeld van de Landweer als een verdedigingswal tegen vijandelijke troepen en „rondtrekkende, plunderende bendes uit Drenthe‟ in het leven geroepen. Het echte historische verhaal (de Landweer is de grenswal tussen de dorpsgebieden van Een en Bakkeveen) is veel minder spectaculair, maar eigenlijk ook veel interessanter. Staatsbosbeheer moet binnenkort maar eens een nieuw bord plaatsen. Jan Slofstra


Van het digitaliseringproject Bijgaande foto is 1 van de bijna 700 foto‟s van de historie van Bakkeveen die in de categorie “historie” zijn opgeslagen en voor een ieder toegankelijk. De foto is eigendom van Klaas Sikkema en is einde 2007 op de website geplaatst door Willem Dolstra. De foto is van 1930 en heeft een relatie van de vereniging van Volksvermaken. Er zijn verder weinig gegevens bekend. Kan iemand aangeven waar deze foto is gemaakt (welke boerderij) en wie heeft informatie over de personen die op de foto staan? Als de afdruk van de foto niet goed genoeg is om de personen goed te kunnen onderscheiden, kun je ook op www.bakkeveen.nl kijken. Op de voorpagina zal deze foto enkele weken staan. Eventueel kun je in het zoekvakje in de rubriek historie zoeken op “volksvermaken” en dan krijg je de foto ook. Voorzover de ruimte het toelaat zullen we vaker historische foto‟s plaatsen met het verzoek om meer informatie. Ook op www.bakkeveen.nl zullen we bij tijd en wijle foto‟s op de voorpagina plaatsen met het verzoek om meer informatie. Zoals hierboven al is aangegeven staan er meer dan 700 historische foto‟s op www.bakkeveen.nl. Siebren Roelsma heeft hiervan ongeveer 500 geplaatst uit zijn familie collectie ! Het plaatsen van nieuwe foto‟s zal gedurende de zomermaanden op een laag pitje staan. Pas in de herfst proberen we weer mensen zodanig enthousiast te maken dat de laatjes thuis opengaan om oude foto‟s te zoeken en deze aan te leveren om gescand te worden. Ook is inmiddels een bezoek aan “De Leijte” in Ureterp gepland (door Siebren georganiseerd) waar oude foto‟s zullen worden getoond en misschien nog oude verhalen en oude foto‟s van Bakkeveen en omgeving boven tafel komen. In de herfst zullen ook andere bijeenkomsten worden georganiseerd om de gegevens bij de foto‟s te controleren en waarmogelijk aan te vullen. Ieders hulp is daar vanzelfsprekend bij nodig. janvd

Profile for De Slûswachter Bakkeveen

2008 06  

2008 06  

Profile for bakkeveen
Advertisement