Page 1

Wat als ik topsporter zou zijn?

Henri Vervoort ItaliĂŤ Januari 2013


Wat als ik topsporter zou zijn?

Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................................................................ 3 Wat als ik topspeler zou zijn? .................................................................................................................... 5 Wat voor voorwaarden zijn er nodig om mijn top te halen? ..................................................... 7 Hoe kan Badminton Nederland dit proces begeleiden? ............................................................ 11 En Nederland? ................................................................................................................................................. 17 Bye bye Italy, welcome Oro! .................................................................................................................... 20

Henri Vervoort | ItaliĂŤ | Januari 2013

Pagina 2


Wat als ik topsporter zou zijn?

Inleiding Een wat late reactie, maar dat is de invloed van de Italiaanse cultuur op ondergetekende, geloof ik. Ik had aangegeven in mijn vorige technische artikel, dat ik ook wat zou schrijven over de hele topsport & NOC*NSF problematiek en dat ik dit deels uit oogpunt van een speler zou doen, dus bij deze. Wat ik echter belangrijk vind is om een haalbare, innovatieve oplossing te bieden. Ik heb een tijd nagedacht over wat ik als voorwaarden zou willen hebben als speler, combinerende met mijn visie als coach over wat er nodig is om wereltop te kunnen halen. Ik lees dat er op 5 januari wordt gesproken over het topsportbeleid, en hoewel dit artikel waarschijnlijk te laat komt, zou het mooi zijn als er over het idee op zich gefilosofeerd zou worden, maar dat kan ook via deze site denk ik. Want de centrale vraag is: wat is momenteel de beste oplossing om onze talenten de kans te geven wereldtop te halen? En hoe kunnen we dit doen op een manier die meer voordelen biedt dan enkel de top halen, maar ook exposure geeft richting sponsors, media en onze eigen leden. Het gevoel van betrokkenheid moet omhoog, dit genereert namelijk geld. En geld is meer dan ooit nodig in topsport. Nu is dit geen stuk over budgetten, omdat ik eerlijk gezegd weinig van de bondsfinanciĂŤn afweet. Wat we denk ik allemaal goed herkennen is dat als we ambities hebben, we meer zullen moeten doen met minder. Dat is iets waar ik wel veel van af weet. Ik denk tot een heel behoorlijk alternatief te zijn gekomen.

Topsport is hard Het is niet makkelijk, maar de enige manier om het te doen is om het zo goed mogelijk te doen, anders is het beter het helemaal niet te doen.

Henri Vervoort | ItaliĂŤ | Januari 2013

Pagina 3


Wat als ik topsporter zou zijn?

We hebben enkele problemen: 

NOC*NSF korting op subsidie.

Papendal niet beschikbaar.

Papendal is een ver-van-mijn-bed-show voor velen.

De kwaliteit is er niet voldoende gehaald en de progressie is in de ogen van het NOC*NSF onvoldoende.

De resultaten van Papendal zijn mager te noemen de laatste jaren.

Er is veel onrust en veel negatieve aandacht, wat het voor sponsors nu niet echt aantrekkelijk maakt en het voor leden ook niet iets maakt om trots op te zijn, tijd in te steken of meer contributie aan te geven.

Teruglopend ledenaantal en dus wederom inkomsten, mensen voelen zich niet verbonden met topsport.

Geldverspilling in bepaalde zaken die beter gebruikt zouden kunnen worden voor productieve dingen.

Nu ga ik iets dieper in op de materie.

Henri Vervoort | Italië | Januari 2013

Pagina 4


Wat als ik topsporter zou zijn?

Wat als ik topspeler zou zijn? Zoal aangegeven, volg ook ik als export-Nederlander het nieuws rondom de NOC*NSF gelden en de daaruit voortvloeiende problemen in het topsportbeleid van Badminton Nederland. De reacties komen voorbij: de één was blij, de ander in zak en as, weer een ander sterk verrast. Topsport is presteren of heel duidelijk hebben hoe dit moet gaan gebeuren, en laten we eerlijk zijn, daar was wel wat op aan te merken. Verschillende mensen hebben via sites al een en ander geschreven over alternatieve ideeen en natuurlijk worden ook de tweets, facebook en website berichten geregeld van commentaar voorzien.

Meezwemmen in de groep of... De spelers hebben, met enkele uitzonderingen, de laatste jaren, ook nooit echt ergens stelling over kunnen nemen. Het lijkt, bij het grote publiek, dat ze ook vrij weinig inbreng hebben in hun topsportcarrière, het is of meezwemmen in de groep, of je eigen weg volgen en zeker bij de single spelers lijkt dit laatste recentelijk meer op te leveren, ondanks dat ze niet meer gebruik maken van een topsportstructuur als op Papendal aanwezig is. Dat het grote publiek niet zo’n goed idee heeft van een en ander, en dus de spelers veroordeeld over hun uitlatingen, komt ook deels door de spelers zelf (sorry meelezende spelers) en Baminton Nederland. Want zelden tot nooit heb ik gelezen hoe het er nu op Papendal aan toe gaat, hoe de structuur is, hoe hun dagelijks leven is ingedeeld, wat het hun kost (letterlijk). Bovendien, hoge bomen vangen veel wind. Als je niet genoeg presteert, volgt er terecht of onterechte kritiek. Nu weet ik redelijk hoe de spelers het hebben op Papendal, maar men kan toch vraagtekens zetten bij hoeveel de gemiddelde liefhebber of Badminton Nederland lid hier van weten.

Creëer sympathie Mensen bij je leven of een project betrekken, helpt om sympathie te creëeren, sponsors te vinden, steun in moeilijke tijden te ontvangen, en vele andere dingen. In ons tijdperk van sociale media is communicatie gewoon van levensbelang, dus hoe kunnen we verwachten

Henri Vervoort | Italië | Januari 2013

Pagina 5


Wat als ik topsporter zou zijn?

dat gewone Badminton Nederland leden extra geld gaan bijdragen om iets als Papendal of een Papendal Light te redden? Het is helaas een ver-van-hun-bed-show, deels door Badminton Nederland deels door de spelers/coaches. Er is gewoon niet heel veel gedaan om Papendal het ‘huis van iedereen’ te maken, iets om trots op te zijn, een kenniscentrum, een ontmoetingspunt, niet een eindstation. Nu kan ik me ook wel enkele redenen voorstellen om je een beetje op te sluiten, het is namelijk makkelijker, niemand kijkt over je schouder mee, maar het werkt niet. Openheid is hetgeen het beste werkt vaak. Wanneer spelers dit echter doen krijgen ze nog wel eens de wind van voren, of worden ze verwend en naïef genoemd, daar heb ik zelf iets meer moeite mee, zeker bij de jongeren (onder 23 zeg maar) omdat die gewoon netjes hebben gedaan wat ze is voorgeschoteld. Dat doet 95% van de mensen dagelijks met reclames, verkopers enzovoorts, dus waarom moet hun aangerekend worden dat ze vertrouwen hebben in de mensen die hun dingen vertellen, zeker op hun leeftijd, maar ook daarboven? Dat de Carlton spelers in de kou stonden is inderdaad een heel nare pagina in het boek, maar we weten allemaal dat veel van de spelers die nu wat verwijten krijgen, toen 17-18 waren, en behoorlijk wat druk op hun schouders krijgen. Een oneerlijke situatie. Weten vele lezers wel dat ook de spelers (hun familie vaak) een aardig bedrag meenemen om maandelijks hun huur te betalen? Spelers doen meer opofferingen voor hun badmintoncarrière dan menigeen denkt. Daarom is het belangrijk ook mee te denken hoe we ze echt kunnen helpen naar de wereldtop te komen. De spelers denken namelijk dat op Papendal komen de beste oplossing is voor hun badmintontoekomst. Dit krijg je ook met de paplepel ingegoten van jongs af aan. Het is in ieder geval zeker makkelijker en goedkoper dan het allemaal zelf doen, maar waar ik nu graag over wil gaan schrijven is: Wat zou ik als speler nu graag willen? Dit combinerende met mijn kennis als coach, ben ik vervolgens tot een levensvatbaar alternatief voor topsport gekomen. En ik hoop eerlijk gezegd dat ook enkele spelers de moed zullen vinden om hier hun mening over te geven op hun eigen sites, twitter, facebook, mail en hier op badmintonline.nl.

Henri Vervoort | Italië | Januari 2013

Pagina 6


Wat als ik topsporter zou zijn?

Wat voor voorwaarden zijn er nodig om mijn top te halen? Jaren terug heb ik al eens een artikel geschreven over mijn ideeen over topsport in individuele open skills sporten (badminton, tennis, squash, golf, enzovoorts). Dit kwam voort uit een analyse van wat er gebeurt en hoe het mogelijk is om zoveel mogelijk resultaat uit een kort topsportleven te halen. Allereerst is het ontzettend belangrijk dat spelers eigen verantwoordelijkheid willen, hebben en nemen voor hun persoonlijke ontwikkeling. Vervolgens is badminton een sport waarin nog heel veel terreinen niet helemaal uitontwikkeld zijn (in tegenstelling tot bijvoorbeeld een marathon, daar volg je schema’s, dieet, rust, en je zult ongeveer op een bepaalde eindtijd uitkomen). De enige reden om een studie op een laag pitje te zetten, en volledig voor een kleine sport als badminton te gaan, zeker nu zonder subsidie, is als je doel simpel is: wereldtop.

Lekker gaan badmintonnen in eigen land? Dit is tevens de enige manier om de Olympische Spelen te halen. Immers top 25 wereldranglijst, met opschoning is wellicht net genoeg om er bij te zijn. Om dit te doen, zul je incidenteel van top-5 spelers moeten winnen en structureel het vuur aan de schenen kunnen leggen van alle Europeanen, en top 20 spelers. Tuurlijk mag het gebeuren dat je van lager geplaatste spelers een keer verliest, ranking is niet alles, maar je doel kan en mag niet anders zijn in topsport. Zo niet, dan is het beter gewoon lekker te studeren, 2-5 keer per week te trainen bij clubs en academies, wat zakgeld op te halen door competitie te spelen, wat toernooien te draaien en klaar. Badminton is een prachtsport, en je kunt tevens een gewoon leven blijven leiden. Dit is een goede keuze in veel gevallen. En ook de enige juiste keuze als we niet met een goed alternatief komen voor topsport. En het moet echt anders. Je moet vooroplopen, niet doen wat ze 10 jaar terug elders deden.

Henri Vervoort | ItaliĂŤ | Januari 2013

Pagina 7


Wat als ik topsporter zou zijn?

Mocht je er echter voor kiezen wél serieus met badminton bezig te willen, dan houdt dat in mijn mening het volgende in: 1. Ik wil een individueel technisch/tactisch ontwikkelingsplan voor mijn spel met allerlei korte, midden en lange termijn doelen en de weg hoe deze te halen. 2. Ik wil enkele coaches die mij hierbij helpen, deze hoeven niet exclusief met mij te werken, maar tijdens trainingen wil ik de aandacht vooral op mezelf hebben. 3. Deze coaches en ik moeten een visie hebben over wat er nodig zal zijn in het badminton op het moment dat ik wereldtop wil zijn. Zoals in een ander artikel aangegeven, wat Lin Dan tegenwoordig doet, is leuk voor de top 25 over 5-10 jaar. Je moet durven anderen voor te zijn. 4. Ik wil een eigen fysiek ontwikkelingsplan hebben, met piekmomenten, samengesteld op al mijn eigen parameters en ook hierbij korte, midden en lange termijn doelen zetten. 5. Ik wil hierbij samenwerken met een specialist op het gebied van badminton fysiek en iemand die hiernaar onderzoek doet en nieuwe technieken en programma’s ontwikkelt, die al mijn persoonlijke waarden meet, kent en aanpast. (Desnoods een student die hiervan ook een afstudeerproject of doctoraatonderzoek van maakt, dan kan ik dat samen doen met verschillende andere spelers.) Dit programma sluit aan bij mijn spelonderdeel, mijn speelstijl en wat ik wil kunnen uiteindelijk in punt 1. De enige echte wetenschappers die zich structureel met badminton bezig houden, wonen vooralsnog in Denemarken, maar het is een optie dit ook in Nederland op te zetten indien nodig. 6. Ik wil mijn eigen speelkalender kunnen samenstellen die precies aansluit bij punt 1. 7. Ik werk samen met een moderne diëtist, die mij een dieet voorbereid, wederom afgestemd op mijn sport, mijn lichaam, mijn energieverbruik enzovoorts. Ik leer hiermee zelf omgaan.

Henri Vervoort | Italië | Januari 2013

Pagina 8


Wat als ik topsporter zou zijn?

8. Het liefst ga ik in een land trainen waar badminton een grote sport is, waar het makkelijk is om sparring te vinden, verschillende coaches, en waar ik op hoogniveau competitie kan spelen. In Europa is dat Denemarken en in Azië zijn daar andere mogelijkheden. 9. Ik wil me op mijn sport kunnen concentreren, want hoewel het leuk is, een rijk sociaal leven kan een flinke afleiding zijn. Ik zal opofferingen moeten doen: zowel financieel (investeren) en sociaal, al krijg ik er andere ervaringen voor terug. Ik kan niet alles willen dus kies ik voor sport.

Dus... Mijn conclusie als speler: ik wil weg uit Nederland, want ik wil naar de echte wereldtop. Ik moet dus naar Denemarken, want Azië is een nog grotere stap, ingrijpender, duurder, lastiger. In Denemarken kan ik trainen, wedstrijden spelen, makkelijk ook naar huis (laten we dit sociale aspect ook niet vergeten, iemand die diep ongelukkig is, heeft meer problemen met motivatie, heeft meer kans op blessures enzovoorts). Het liefst moet ik afgeschermd zitten van vele verleidingen, maar ook niet te ver voor het geval dat ik dingen nodig heb. Er zijn enkele zaken die ik op afstand kan regelen: dieet, sportmedische begeleiding, fysieke trainingsprogramma’s. De makkelijk beantwoordbare vraag: wat is nodig voor deze dingen: geld. Om een dergelijk programma te draaien, kun je een eigen team opzetten, naar sponsors stappen, en hopen dat Badminton Nederland je iets geeft. Anders dan ga ik bij opa-oma bedelen, leen geld, enzovoorts. Op het moment dat ik beter presteer zal dit zich gaan uitbetalen en kan ik geld verdienen, maar alles moet in het teken staan van topsport. Natuurlijk zijn toppers soms ook tobbers, en niemand weet zeker wat de toekomst brengt, maar als je het wilt halen, zul je erin moeten geloven en investeren als anderen dat niet doen. Je hebt 1 leven, en er zijn al genoeg mensen die op hun 40ste zeggen, goh als ik het had geprobeerd, wie weet. Daar is niks mis mee, dat is gezellig achter een glas bier, maar het is niet wat je als topsporter later wilt zeggen.

Henri Vervoort | Italië | Januari 2013

Pagina 9


Wat als ik topsporter zou zijn?

Nu kan het gebeuren dat je niet ieder punt gelijk kunt realiseren, maar het doel moet dat zijn, alles wat minder dan dit is, zal ervoor zorgen dat je nooit op je echte top zult komen. Natuurlijk zijn er geen garanties om dan top 20 van de wereld te staan, maar je komt dichtbij. Maar je kunt weinig concessies doen aan kwaliteit. Mocht je dit alles in Nederland doen dan kan het wellicht tegen lagere kosten: bij ouders wonen, hal van de club, connecties enzovoorts. Maar niemand hoeft spelers uit te leggen, dat dat niet altijd bijdraagt tot het halen van je absolute top. Helaas zou ik zeggen, maar de trainers die de spelers kunnen begeleiden, zijn dungezaaid, lang niet altijd beschikbaar (sommige werken bijvoorbeeld), en misschien niet gespecialiseerd in jouw onderdeel, jouw speelstijl. Maar we hebben ook een bond die ervoor kan kiezen topsport te willen begeleiden, want tot nu toe heb ik het over de speler. Wat kan de bond nu doen om de spelers hierbij te helpen en zelf een interessant, innovatief middel te creĂŤeren?

Henri Vervoort | ItaliĂŤ | Januari 2013

Pagina 10


Wat als ik topsporter zou zijn?

Hoe kan Badminton Nederland dit proces begeleiden? Als ik mezelf de vraag stel: kan ik de punten die ik zoek in Nederland realiseren? Dan is mijn antwoord: dit kan nu de NOC*NSF gelden ontbreken, Papendal ontbreekt per augustus, slechts deels en eigenlijk was de beschikbaarheid van Papendal (niet fulltime uren in de hal) al een blokkade in mijn visie als trainer en speler. Je zult te vaak met groepen moeten werken en te weinig aandacht krijgen om je uiteindelijke doel te halen. Ik heb geen idee waar Badminton Nederland nu mee bezig is, als er een goed alternatief komt, zou ik er graag aan meewerken. Ik hoop enkel dat het niet een verzwakte uitvoering van Papendal is, omdat Papendal in zichzelf al grote problemen had: kijk naar het oordeel van NOC*NSF. We moeten de goede dingen proberen te behouden, maar vooral vele nieuwe dingen toevoegen. Nogmaals, topsport kan weinig concessies toestaan. Er waren niet enkel technische problemen, maar ook problemen van communcitie, presentatie, betrokkenheid, weinig spin-off opbrengst naar de leden, tecnici, spelers en bond als een organisatie die een balans moet rondkrijgen. Je wilt meer openheid, dingen beter presenteren, jezelf aantrekkelijk maken voor media, sponsors enzovoorts, en niet met make-up, maar door echt aantrekkelijk te worden. Een idee dat mij meer en meer inspireert is het volgende, welke voortkomt uit hetgeen ik boven heb beschreven. Je moet dus naar het buitenland, en of je gaat als privéspeler naar een Deense Academie. Dit kost veel geld en je zit met verschillende buitenlanders, en dat is leuk en heeft voordelen, maar het is een commerciële gebeurtenis en als bond zou je er vrijwel niks voor terugkrijgen. De trainers daar willen het liefst snel resultaat, zodat je blijft en geld blijft geven, en bovendien makkelijker andere spelers kunnen aantrekken. Logisch ze moeten geld verdienen. Dit doen gaat vaak op een andere manier dan consequent aan iemands spel werken, bovendien ga je niet gezamelijk een project in, dus mis je een beetje betrokkenheid. Dit werkt als je een individuele speler bent. Maar ik denk

Henri Vervoort | Italië | Januari 2013

Pagina 11


Wat als ik topsporter zou zijn?

niet dat het een alternatief is voor Badminton Nederland. Je verliest namelijk ook enkele uitstekende promotie en sponsormogelijkheden.

Maak een eigen product Als Badminton Nederland zou je juist je eigen product moeten willen hebben, samen met de spelers, en voor de spelers. Mijn suggestie en alsjeblieft, kijk over persoonlijke zaken heen, maar beoordeel het plan met het oogpunt topsport. Stel dat je de meest gemotiveerde en talentvolle (ook al houdt talent voor mij automatisch ook motivatie/passie in) neemt. Dat kunnen er 4 zijn of 10 en voor deze spelers open je je eigen academie in Denemarken. Daarvoor heb je een hal nodig, liefst met zoveel mogelijk uren per dag en werkt samen met bijvoorbeeld enkele badmintonidioten als mij en Ron Daniëls (degene die de hal heeft, vaardig is, en vele contacten heeft in Denemarken, wat zeker vele voordelen oplevert) en wellicht andere (parttime) trainers die naar de hal op Oro komen. Je zit nu in DK, hebt vele mogelijkheden tot sparring, competitie, andere trainers enzovoorts. Bovendien ken ik vrijwel geen plekken die aan zoveel gestelde voorwaarden beantwoorden voor topbadminton als dat eilandje. 

De hal is altijd beschikbaar met faciliteiten, internet (zometeen waarom dit zo belangrijk is en wat je ermee kunt).

Er zijn genoeg woningen voor spelers, er is weinig afleiding, maar op 20 minuten boot is een stad met behoorlijke club en alle mogelijke medische voorzieningen.

Op een uurtje is Kopenhagen, een badmintonwalhalla in Europa, waardoor het mogelijk is constant spelers en trainers uit te wisselen, te sparren, competitie te spelen enzovoorts en toch niet helemaal uit de wereld te zijn.

Airport Kopenhagen is op 45 minuten, goed openbaar vervoer, niet te ver van huis en haard.

De Deense mentaliteit van trainen zal makkelijker op te pakken zijn daar dan het in Nederland proberen te introduceren.

De vestigingsvoorwaarden beantwoorden aan de eisen die ik als topsporter wil. Ik hoef geen McDonalds te hebben (al is ie 4 minuten lopen vanaf de boot), maar de

Henri Vervoort | Italië | Januari 2013

Pagina 12


Wat als ik topsporter zou zijn?

mogelijkheid altijd bijna individueel te werken met de coaches. Terwijl de één misschien een krachttraining draait, sta jij op de baan, enzovoorts.

Verkopen van dit product? Ideaal gezien ga je via internet van het topsportproject een soort van reality maken (eerlijk is eerlijk ik ben geen bigbrother liefhebber, maar geeft toe dat het een commercieel succes is, en we hebben geld nodig) 

24 uur per dag enkele webcams in de hal aan hebt staan, trainingen zijn daardoor open en deelbaar. Niets is onthouden, er kan zelfs kritiek gegeven worden, coaches hoeven niet te reizen om te zien wat er gedaan wordt, wat er gebeurt enzovoorts, maar ook voor alle gewone leden, afgevaardigden enzovoorts is het zichtbaar.

Dit videokaneel is op een specifieke site voor dit project waarop spelers en coaches vervolgens een blog bijhouden, waarop iedereen vragen kan stellen. De coaches geven antwoord op vragen, delen informatie, in het kort: op deze manier kunnen we ons beter presenteren en comuniceren uit DK dan we ooit uit NL hebben gedaan.

Dit schept betrokkenheid, media-aandacht (het is interessant), sponsoren zien duidelijk en makkelijk een serieus project (je hoeft internet maar aan te zetten, je hoeft ze niet meer naar een hal te nemen). Op de site kun je sponsoren ruimte geven, in de hal en kantine, huisjes kun je laten sponsoren enzovoorts. Het maakt mij niet uit of er op het dak van de hal in enorme letters Yonex, Carlton of Forza staat, of achter de webcam een spandoek van andere sponsors staat.

Het is een inovatief project, hetgeen ook veel aandacht zal krijgen uit andere landen. Na een korte periode kun je het laten certificeren bij BE. Het is makkelijk spelers naar bekenden in DK te sturen, andere Deense en Nederlandse coaches en spelers uit te nodigen. Airport Kopenhagen is op 45 minuten van waar je de hele wereld over kunt, maar deze wereld ook bij jou kan komen.

Het is ook niet zo’n ingrijpende stap als een heel jaar Azië, je kunt makkelijker in geschikte periode naar je familie en vrienden, en deze kunnen makkelijker even bij jou langs komen. Bovendien heb je in Kopenhagen een universiteit waarmee je een akkoord kunt sluiten over een pilotproject.

Henri Vervoort | Italië | Januari 2013

Pagina 13


Wat als ik topsporter zou zijn?

Een doctoraat student bewegingswetenschappen doet zijn promotieonderzoek, (of anders enkele afstudeerstudenten doen hun scriptie), over het begeleiden van topbadmintonners. Deze zullen perfect in staat zijn om onderzoek te doen: zij kennen badminton al, kunnen suggesties geven en het lichaam van elke individuele sporter leren kennen en hiermee hun individueel begeleiden en ook na het onderzoek (wat wellicht gefinancieerd kan worden vanuit de universiteit als het een goed project betreft) te blijven samenwerken. Hetzelfde geldt trouwens voor fysiotherapie. Immers ook deze mensen kunnen op hun CV zetten in een Olympisch project te hebben meegewerkt. Bovendien na hun scriptie kennen ze de personen zo goed, dat ze grotendeels op afstand een uitstekende innovatieve begeleiding kunnen garanderen. Nu zal de attente lezer opmerken: Olympisch project? Het gaat toch om de wereldtop zei je net? Ja dat vind ik ook. Ik denk echter dat het makkelijker verkoopt op deze manier om ook via allerlei instanties en in de toekomst misschien NOC*NSF wederom steun te verkrijgen, maar je zult die voorwaarden eerst zelf moeten scheppen.

Kosten? Wat dit kost? Ik gok dat als je 2.000 euro per persoon (uitzendingen niet meegenomen) per maand rekent als totaal voor alles wat kosten betreft, en dat de speler hier zelf een bedrag voor meeneemt en de rest via Badminton Nederland gaat en vervolgens steeds meer via sponsoren binnenkomt, dat je meer dan een heel eind komt. De uitzendingen zul je als spelers en coaches ook zelf organiseren om je budget zo goed mogelijk te regelen. Laten we eerlijk zijn, slechts een enkeling heeft een kans op 2016, en dus gaan die meer de wereld rond, maar de andere spelers zullen zich moeten concentreren op flinke passen maken, veel investeren in ontwikkeling en in Denemarken is genoeg sparring te vinden voor de eerste periode. Bovendien als we geen sparring meer in Denemarken vinden, dan doen we het goed. Misschien dat Badminton Nederland in het begin meer moet investeren samen met de spelers, maar je krijgt er een project voor terug waarmee je inkomensstromen makkelijker kunt genereren. Enkel een paar foto’s en een ‘doe je mee’ is in deze moeilijke tijden niet genoeg. Je moet met een product komen, een visie.

Henri Vervoort | Italië | Januari 2013

Pagina 14


Wat als ik topsporter zou zijn?

Wanneer je via al de nieuwe communicatie, dus symphatie wint van zowel sponsors, media als Badminton Nederland leden, is het veel makkelijker en logischer om geldstromen te generen waarmee je niet je buik dik moet eten, maar juist gaat proberen wederom de volgende stap te zetten, namelijk meer en meer trainingsperiodes in Azië, wat ook goed aansluit bij het badmintontechnische ontwikkelingspad.

Betrek je doelgroepen bij het project Hierbij probeer je wel zoveel mogelijk iedereen er bij betrokken te houden. Met de huidige technologie moet je ook de hele trainingen uit Azië op internet kunnen krijgen en dagelijks twee minuten inspreken op video, sponsoren meenemen, toernooien spelen waarbij Aziatische media-aandacht is te krijgen. Je moet wel pro-actief zijn, niet hopen dat ze naar je mooie lange blonde spelers komen kijken, maar je schrijft de sportmedia in dat land zelf aan en informeert ze over je project, en gegarandeerd zul je meer mediatijd krijgen. Dit zet je op de site, facebook, enzovoorts, het is interessant voor sponsoren, leuk voor de ouders en opa en oma die er misschien ook wat euro’s in hebben zitten, en ook voor de Badminton Nederland leden interessant. Het hele voordeel van dit alles is bovendien dat spelers veel meer betrokken raken en inzicht krijgen in hun ontwikkeling, en niet enkel de kreten van trainers napraten. Ze zijn als het ware tastbaar. Bovendien doen ze zoveel bagage op over het zichzelf presenteren, werken in projecten, doelen stellen, doorbijten enzovoorts, dat ze ook na hun carrière als speler goed kunnen instromen in de arbeidsmarkt.

Harde keuzes, niet alleen voor spelers Topsport is hard. Als je zo’n project opstart, is dat met de intentie om de wereldtop te halen. Als je na 1-2 jaar merkt dat het er niet in zit, dan hou je op met de betreffende persoon. Dat kan een speler zijn, maar ook een trainer of andere begeleider. Simpel. Ik weet zeker dat menigeen een nogal angstig gevoel krijgt als er zulke stappen gemaakt moeten worden, daarom denk ik ook dat Oro een veel beter aanvangsplan is dan Azië, waar je nog meer investeringen zult moeten doen, en tevens meer opofferingen. Uit Denemarken kun je nog je familie zien, je vrienden soms, en vooral met de internetmogelijkheden en de voorgestelde presentatie van het project is het alsof je vlakbij

Henri Vervoort | Italië | Januari 2013

Pagina 15


Wat als ik topsporter zou zijn?

bent. In Azië is dit moeilijker en je zult veel sterker in je schoenen moeten staan. Dit is wel je uiteindelijke doel, maar je moet ernaar toe bouwen als het economisch en persoonlijk niet gelijk voor lange periodes kan. Een ongelukkige speler, heeft veel meer moeite met de motivatie, het doel, en ook meer kans op blessures en slechte resultaten die vervolgens weer doorwerken op de motivatie. Als de top van onze bond niet zichtbaar is en niet verkoopbaar en niet deelbaar, is het weggegooid geld. Als je je top zichtbaar krijgt (site, webcam 24/7, blogs, artikelen, betrokkenheid van coaches, talenten enzovoorts, deur open voor iedereen), wordt het ook goed verkoopbaar (media-aandacht, dit levert ook sponsorinteresse op, je kunt het ook makkelijker verkopen via een extern bedrijf, zelfs in Azië krijg je op termijn aandacht, want immers via de webcam(s), site, blogs en video’s is alles te volgen.

Je wordt pioneer Het wordt dus allemaal deelbaar, dus is het kapitaal voor Badminton Nederland en onze badmintonwereld. Je schept een veel grotere betrokkenheid van zowel leden, als nietleden, sponsoren e.d. Je krijgt in de toekomst ook makkelijker dat leden vrijwillig een bijdrage willen geven aan ‘onze jongens en meisjes’. Je laat dan namelijk een sectie open via de Badminton Nederland Oro-site en publiceert hun namen, wat ze sponsoren (van eten tot huisjes, tot fysio tot wat dan ook). Desnoods stuur je ze bij de kerst een gesigneerde shuttle, weet ik veel, maar je moet mensen betrekken. Onder de privé-sponsoren verloot je één Oro-reis per jaar. Natuurlijk zullen er veel Badminton Nederland leden ook in mijn voorstel nog steeds niets hebben met topbadminton, maar je krijgt zeker een flinke groep veel betrokkener. Ze kunnen zelfs langskomen wanneer ze willen en er vakantie van maken. Dit is ook aantrekkelijk om op Oro vervolgens je halkosten omlaag te krijgen: de gemeente zal makkelijker meewerken, iets over het hoofd willen zien, omdat je een stroompje toeristen genereert en veel naamsbekendheid geeft. Het mes snijdt dus vaak aan twee kanten, zowel technisch voor de spelers als organisatorisch en voordelen in binding, sponsoring, media voor Badminton Nederland.

Henri Vervoort | Italië | Januari 2013

Pagina 16


Wat als ik topsporter zou zijn?

En Nederland? Mocht je voor een Oro variant gaan, wat blijft er dan in Nederland? Heel simpel: clubs, scholen en academies, en privé-teams (die gebruik mogen maken van alle faciliteiten mits ze aan bepaalde voorwaarden voldoen, dus niet de 32-jarige nummer 98 van Nederland) waarvan de betere talenten meer direct door een jeugdbondscoach worden begeleid (deze reist dus veel in Nederland, misschien 3-4 dagen in een academie, kan thuis bij iemand slapen om de kosten te drukken, we zullen namelijk meer moeten doen met minder geld, en de week erna elders een andere academie etc.) en eens in de zoveel tijd, centrale trainingen die ook bij academies kunnen worden georganiseerd. Deze persoon werkt veel samen met Oro, kan alles via webcam en site volgen, komt daar regelmatig trainingen verzorgen en neemt daarbij immer een klein groepje jeugdspelers mee, zodat er een duidelijke structuur komt in talentevaluatie en begeleiding, dit gaat ook via videouitwisseling per internet, zodat de coaches als de spelers moe zijn en slapen, nog wat kunnen werken (zoals gezegd er is toch niks anders te doen op Oro). Alle spelers zijn hierdoor snel goed bekend bij zowel de coaches in Oro als de jeugdcoach(es), en ook academie- en clubcoaches. Deze dienen alle informatie te krijgen en mogen hier hun mening over geven. Dus niet ieder zijn eigen straatje en dit zoveel mogelijk schoonvegen, maar constant elkaar helpen, feedback en suggesties geven. Het is mogelijk zo ieder talent met een groep coaches: academycoach, clubcoach, jeugdbondscoach en Oro erg veel aandacht te geven. Twee weten meer dan één. Je kunt de jeugdbondscoach op deze manier ook makkelijker een deense trainersopleiding laten volgen indien nodig. Spelers zijn niet meer 100% afhankelijk van de vaste coaches.

Opleidingen voor trainers Als je door de locatievoordelen van Oro en de internetmogelijkheden vervolgens ook een selectie VBO trainers-academietrainers en andere geinteresseerden, laat samenwerken in enkele weekenden per jaar om zo de Nederlandse trainersopleiding aan te passen, te

Henri Vervoort | Italië | Januari 2013

Pagina 17


Wat als ik topsporter zou zijn?

verbeteren, te moderniseren, kun je ook daar grote stappen zetten en ik weet dat daar zeker mensen heel veel passie en kennis voor hebben.

Geen concessies Een groot voordeel voor de spelers is dat ze duidelijk weten dat als ze in aanmerking komen voor het Oro-project en de toekomstige Aziëperiodes, dat ze ook écht de mogelijkheid hebben om aan alle voorwaarden te voldoen die ik eerder heb genoemd en waaraan je heel weinig concessies zult moeten doen. Ze kunnen dus echt proberen de top te halen, in een nieuwe omgeving. In het kort: de topspelers naar Oro toe, jeugdtalenten veel intensiever op de academies begeleiden door de figuur van jeugdbondscoach(es) en de groep van trainers (van club tot Oro zoals aangegeven). Je kunt er zelfs aan denken meerdere part-time jeugdcoaches te nemen en dit deels laten bekostigen door spelers. Dat wil zeggen dat de groep interessante spelers extra trainingsuren kan ‘kopen’ van deze personen bij Badminton Nederland. Voor kwaliteit betaal je graag, en ouders die het niet kunnen opbrengen, geef je een studiebeurs. Het kost deze spelers nu ook honderden euro’s om op Papendal te zitten. Ze kunnen dit investeren in individuele trainingen van de Badminton Nederland trainers binnen hun clubs en academies, en wellicht blijft er geld voor ze over om in de zomer een maand Indonesië te doen, of Denemarken. Een volgende fase is dat de zich beter ontwikkelende spelers een beurs krijgen voor bepaalde dingen.

Talentontwikkeling in Nederland Concurrentie tussen academies? Leuk, maar ontzettend gevaarlijk. Resultaat haal je in de jeugd met fysiek spel, geconcentreerd op foutloos spel. Dit gaat ten koste van de ontwikkeling van mogelijkheden voor de toekomst. Hier zijn boeken over vol geschreven, en het is een feit dat je in een bepaalde fase van je leven makkelijker nieuwe bewegingen aanleert dan in een andere. En hoe gecoördineerder je wordt, hoe makkelijker je later leert.

Henri Vervoort | Italië | Januari 2013

Pagina 18


Wat als ik topsporter zou zijn?

Mocht je al je tijd stoppen in power, simpel spel en winnen, dan is dat gewoon een ontzettende rem om topspelers te ontwikkelen. Dat is een goed alternatief als je enkel hoopt dat een supertalent geboren wordt en met veel geluk zijn weg vindt, maar het is geen topsportbeleid.

Samenwerking Een andere suggestie om kosten te besparen: ga eens met een andere sportbond je secretariaat of andere zaken delen en dan heb ik het niet over squash ofzo, maar je kunt ook bij de krachtsportbond gaan zitten, daar kun je zelfs expertise weghalen. Of schaken, het maakt niet uit. Kosten drukken is geld overhouden, en dat kun je doen terugstromen in topsport en breedtesport. Ideaal gezien snijdt het mes altijd aan twee kanten zoals in Oro: je krijgt een topsportstructuur die lastig is op te zetten na het NOC*NSF probleem in Nederland, maar je schept gelijk een promotie-instrument.

Henri Vervoort | ItaliĂŤ | Januari 2013

Pagina 19


Wat als ik topsporter zou zijn?

Bye bye Italy, welcome Oro! Ik weet 100% zeker dat als de handschoen serieus wordt opgepakt door Badminton Nederland je met een uitstekende topsportgerichte structuur uitkomt, die zijn eigen inkomen gaat generen, betrokkenheid oplevert naast resultaten en een perfect mediavoertuig is. Nogmaals, als we binnen Nederland aan vrijwel al deze eisen kunnen voldoen, perfect. Ik heb er echter flinke twijfels bij. Van water bij de wijn doen, krijg je een makkelijk drinkbare wijn voor vele mensen, maar een wijnprijs win je er niet meer. Dus als we veel water bij de wijn doen is het beter niets te doen voor topsport. Wil je wel topsport dan is mijn voorstel een uitstekende innovatieve oplossing waarin ik zoveel vertrouwen heb dat ik graag verhuis en ook ik alles inzet op dit project (hoe kun je van spelers iets verwachten wat je zelf niet wilt doen?). Mocht BNL met een betere suggestie voor de wereldtop komen dan mijn Oro voorstel, dan lijkt me dit fantastisch en ik hoop ook daaraan mijn bijdrage te mogen geven, maar als we het over topsport hebben, dan zal ik goede argumenten moeten horen om niet dit project op te zetten. De kosten zijn lager dan tegenwoordig, de opbrengsten zijn hoger, je betrekt mensen op allerlei mogelijke manieren, je hebt een spin-off in je hele wedstrijdsport organisatie, je technisch kader, je media mogelijkheden, je sponsormogelijkheden, het betrekt mensen bij je bond, en het is zonder enige twijfel een uitstekende topsportsituatie voor de spelers, en dat zijn degene die de resultaten zullen moeten gaan neerzetten. Als je vervolgens na 2016 weer NOC*NSF geld kunt krijgen, omdat je zelf zo’n project hebt opgezet, is dat enkel een enorme bonus, maar je hebt het niet meer nodig en bent onafhankelijk. Ik sta open voor alle suggesties en reacties, zowel op de site als per e-mail (adres opvraagbaar bij de redactie). Nog een goed 2013 aan iedereen en ik hoop dat we samen de topsport echt de goede kant uitkrijgen. Henri Vervoort

Henri Vervoort | ItaliĂŤ | Januari 2013

Pagina 20

Wat als ik topsporter zou zijn?  

Trainer Henri Vervoort speelt in op de nieuwe topsportsituatie van Badminton Nederland: nóg minder geld en uitblijvende sportieve prestaties...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you