Issuu on Google+

Docenten en bestuurders aan het woord

Kloof tussen bestuur en ­werkvloer: fabel of feit Het Vakcollege Alternatief voor het mbo?

Doelmatigheid Beperk u tot de must haves‌

Loek Hermans We laten ons niet meer tegen elkaar uitspelen

#7

Op Be i ni e n roe e bl ed ps a d uc o n ov at d e e r ie rw ijs

Ba ck

sta ge

december 2010

mboraad.nl


3/3 2

4 Afstand tussen bestuur en personeel zal blijven bestaan Een probleem hoeft dit niet te zijn volgens Olaf McDaniel, projectleider voor de WEB in de jaren ’90 en partner bij organisatieadviesbureau CBE consultants.

28 Een bonte schakering van mogelijkheden

32 Een uitval van nul zegt genoeg

Veelzijdig mbo op de gevoelige plaat. Negen studenten aan het woord over hun deelname aan de 6-Daagse Beroepsonderwijs fotowedstrijd.

Hans Kamps, medeoprichter Vakcollege, in discussie met Jan van Zijl over de beloftes van het Vakcollege.

rubrieken 9 Column

18 In Beeld

26 Vijf vragen aan…

MBO Raad-voorzitter Jan van Zijl verwijt ­de

Studenten van ROC Tilburg lopen stage op

Back Stage-lezers voelen PVV-Tweede Kamerlid

overheid gebrek aan visie.

­wereldniveau.

Harm Beertema aan de tand. ‘Staakt de PVV het

10 Mboóhtjes

24 Column

Hoe staat het nou eigenlijk met de schooluitval?

Docent Elmer Veerhoff roept zijn collega’s op

35 Pittige Taal

wakker te worden.

‘De meerwaarde van onderwijstoezicht is

verzet tegen de invoering van cgo?’

12 Bezuinigingen zijn een kans om de stofkam door het onderwijs te halen

20 Publiek geld mag niet ­verkwist worden

MKB-voorman Loek Hermans schuwt revolutionaire ingrepen niet. Prestatiebeloning is een prima middel om het bedrijfsleven naar de klas te halen.

De oplossing: een zakelijke aanpak. Maar zonder kwaliteitsconcessies, stelt IVA-directeur Marc Vermeulen.

Tweede jaargang, nummer 7, december 2010 Overname van teksten is toegestaan onder bronvermelding en met toestemming van de redactie. Redactie Twan Stemkens (hoofdredacteur), Marije Hulsbosch (adviseur), Marie-José Linders (eindredacteur), Dagmar de Kruif-Pot (redacteur), Tanja Krieger (redacteur). Aan dit nummer werkten mee: Roel Smit, Somajeh Ghaeminia, S ­ ander Peters, Seb Jarnot, Hanneke Arts, Friso Keuris, Ed van Rijswijk, FMAX, Elmer Veerhoff, Luuk Obbink, Guus Mater, Jeroen Poortvliet, Sander van der Ploeg, Corien ­Lambregtse, Henk Veenstra. BACK STAGE

­onduidelijk’, stelt professor dr. Heinrich Winter.

Niet alle problemen worden veroorzaakt door

25 minister voor 1 dag

een ander, zo weet studente Hanneke Arts.

Aandacht voor intuïtie en creativiteit, dat wil docent van het Jaar José Jansen-Gulen.

Colofon Back Stage is het tweemaandelijks opinieblad van de MBO Raad. De MBO Raad is de brancheorganisatie voor middelbaar beroepsonderwijs en volwasseneneducatie.

15 Column

Concept en vormgeving Link Design, Amsterdam. Drukwerk: Senefelder Misset, Doetinchem. Coverfoto: Bram Petraeus/HH Abonnementen en adreswijzigingen: backstage@mboraad.nl. Back Stage wordt gericht, kosteloos, toegezonden aan onderwijsorganisaties en particulieren. Betaalde abonnementen kosten 30 euro per jaar inclusief BTW en verzendkosten. Opzeggen abonnement: ­schriftelijk en uiterlijk 1 juli 2011. Redactie-adres: H  outtuinlaan 6, 3447 GM Woerden tel. 0348 - 75 35 00 backstage@mboraad.nl www.mboraad.nl/backstage

16 Wat doet hij zoal? De week van Luuk Visser, voorzitter Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs.

8 Uitblinker ‘Overal waar ik kom probeer ik wat te betekenen voor anderen’ Juan Hofland volgt Ashwin Zondag op als Landelijk Ambassadeur Beroepsonderwijs.

BACK STAGE


5/5 4

Bestuurders en hun afstand tot de onderwijspraktijk

Hoe groot is de kloof ? Mbo-scholen zijn te groot geworden en er is een kloof tussen het college van bestuur en de docenten. Dat is het beeld, maar wat is de werkelijkheid? Wat vinden docenten, teammanagers en colleges van bestuur? Is er een probleem? En zo ja, is er een oplossing?

Tekst Roel Smit Beeld Iris Loonen/hh, iStockphoto

bestuur

docenten studenten BACK STAGE

“Jazeker”, antwoordt Joop Simonis, docent economie en marketing van ROC Aventus (200 mbo-opleidingen en 1.200 docenten op drie locaties in de stedendriehoek Apeldoorn­Deventer-Zutphen) op de vraag of er een probleem is. In de hiërarchie heeft ROC Aventus vier lagen: docenten, teammanagers, sectordirecteuren, college van bestuur. “Dat valt op zich dus wel mee”, zegt Simonis. “Ik heb niet veel contacten met het college van bestuur, maar dat is ook niet nodig. Onderwijsteams hebben veel vrijheid het onderwijs zelf in te richten.” Waar zit dan wel het probleem? “Naast het college van bestuur zijn er vijf stafafdelingen, voor zaken als automatisering, facilitair beheer, communicatie en dergelijke. Dingen die docenten vroeger vaak zelf deden. Hierover is nu vaak te weinig contact met de dagelijkse praktijk. Over ons, maar zonder ons.” Arnold Klunder is de leidinggevende van Joop Simonis. Hij geeft als manager van het team Mode (sector Ondernemen) van ROC Aventus leiding aan negentien docenten. Klunder bevestigt de irritaties over zaken die staf­ diensten hebben overgenomen van docenten. “Er is een gevoel van onbehagen; professionals vinden dat ze minder invloed hebben op de

omstandigheden waaronder ze les moeten geven. Ik denk dan aan zaken die betrekking hebben op de roosters, het gebruik van de lokalen, promotionele activiteiten, computer­ gebruik door studenten. Docenten zijn gewend dingen zelf te regelen. Ze voelen zich nu nogal eens geremd door teveel centralisme.” Betere communicatie zou al veel onvrede kunnen wegnemen, zeggen docenten en teammanagers van verschillende mboscholen. En: veel meer uitleggen waarom het efficiënt is soms voor centralisatie te kiezen. De voorzitters van colleges van bestuur zeggen op hun beurt dat ze daar zo veel mogelijk aan doen.

Op de thee

‘Een professional moet weten wat zijn speelruimte is’

Dat geldt bijvoorbeeld voor Heimen van Andel, die vorige maand met pensioen ging als bestuursvoorzitter van ROC Aventus. “Ik voelde geen afstand tot de docenten, maar ik weet dat die van de andere kant soms wel werd gevoeld. Daar heb ik begrip voor. Toch is het college van bestuur altijd beschikbaar. We laten regelmatig ons gezicht zien, maken een praatje. Mijn collega-bestuurder Anky Veldman heeft een spreekuur, waarvoor iedere medewerker zich kan aanmelden: ‘op de thee bij Anky’. BACK STAGE


7/7 6

Hoe groot is de kloof? vervolg

stafdiensten

docenten

‘Docenten voelen zich geremd door teveel centralisme’

industrieel bedrijf. Professionals kun je veel vrijheid geven.” Vanzelfsprekend zijn er verschillen tussen onderwijs en bedrijfsleven, maar de ­bestuurbaarheid van een roc hoeft niet persé

zaken die van bovenaf geregeld moeten worden. Het gaat ook om het peil houden van je eigen kennis. De wendbaarheid en de flexibiliteit van een docent is vaak minder groot dan je van een professional zou mogen verwachten.”

ingewikkelder te zijn, zegt Olaf McDaniel. McDaniel was midden jaren negentig ambtelijk

Geen slapjanussen

projectleider op het ministerie van Onderwijs

Is het dan allemaal de schuld van de docenten? McDaniel: “Nee, ik zeg beslist niet dat docenten slapjanussen zijn. Het versterken van de professionaliteit van docenten is ook een taak van het bestuur, absoluut! Dit is te lang ­verwaarloosd. Bij professionaliteit hoort ook het vermogen om leiding te geven en leiding te ontvangen. Een bestuurder moet niet op de plek van een docent gaan zitten en een docent niet op die van de bestuurder. Er wordt teveel gediscussieerd terwijl er gewoon leiding gegeven moet worden. Een professional moet weten wat zijn speelruimte is; die zit niet in zaken waarover de instelling als totaliteit een

voor de Wet Educatie en Beroepsonderwijs

Mijn opvolger, Gideon Alewijnse, gaat zelf gastlessen geven.” Bert Molenkamp, bestuursvoorzitter van Amarantis Onderwijsgroep, doet vergelijkbare dingen. Hij geeft leiding aan 60 scholen voor voortgezet en mbo-onderwijs met 3.300 medewerkers en 30.000 studenten. Enorme aantallen, maar toch heeft de kleinste school van Amarantis slechts 200 studenten en lopen er in het grootste gebouw van de onderwijsgroep niet meer dan 1.500 studenten rond. Qua structuur lijkt Amarantis op ROC Aventus. Ook hier: docenten, teammanagers en directeuren onder leiding van een college van bestuur. Molenkamp: “Ik ken de directeuren van alle scholen persoonlijk, net als vrijwel alle teammanagers.” “Natuurlijk sta ik niet bij elk school ‘s ochtends om negen uur onder de klok, maar ik ben wel degelijk zeer betrokken bij alles wat er speelt. De afgelopen week hebben we bijvoorbeeld een bijeenkomst gehouden voor de dertig teammanagers en schoolleiders die de afgelopen jaren nieuw bij ons zijn binnen­ gekomen. Wat zijn je ervaringen? Wat zijn je suggesties? We organiseren als college van bestuur ook ontbijtbijeenkomsten op locatie; medewerkers kunnen daarop intekenen.”

“Dat voelt slecht, vooral omdat ik weet dat

(WEB), waarmee de basis werd gelegd voor de

de werkelijkheid anders is. Dan krijg ik van

vorming van de huidige roc’s. Als partner van

docenten klachten over de afvalverwerking,

organisatieadviesbureau CBE consultants heeft

terwijl we die verantwoordelijkheid juist bij

hij de afgelopen jaren veel te maken gehad met

schooldirecties hebben neergelegd. En zo zijn

fusies, reorganisaties en interne problemen bij

er meer voorbeelden. Misschien heeft het ook

mbo-scholen.

een functie: je moet iemand de schuld kunnen

“Ik heb geholpen bij de reorganisatie van een

geven als het niet goed gaat.”

groot zuivelbedrijf in Friesland. De besturing van zo’n bedrijf is veel ingewikkelder dan van een

Tikkeltje eigenwijs

roc: veel meer producten, veel meer belang­

Heimen van Andel (ROC Aventus) signaleert

hebbenden, veel minder professionaliteit bij

een ander probleem. In theorie zijn onderwijs­

medewerkers.”

mensen wel doordrongen van de voordelen van schaalvergroting, maar de gevolgen wil niet iedereen accepteren. Van Andel: “Dankzij schaalgrootte kun je specialisten aan het

‘Dankzij schaalgrootte kun je

werk zetten om nieuwe methoden te laten ontwikkelen en bijvoorbeeld ICT beter te integreren in de onderwijspraktijk. Maar onderwijsmensen zijn van nature nogal eigenwijs; we vinden het wiel liever zelf uit.

specialisten

docenten

We gebruiken liever elkaars tandenborstel dan elkaars producten en werkmethoden. Dat is in het bedrijfsleven heel anders. Daar is het gebruikelijk dat nieuwe dingen die door specialisten zijn ontwikkeld snel in de praktijk worden

Waarom loopt het daar wel goed en soms niet

toegepast.”

bij een roc? Is de afstand tussen bestuur en

Zijn er echt zulke grote verschillen tussen

werkvloer te groot? McDaniel: “Die is groot,

een school en een ‘gewone’ onderneming?

maar dat hoeft geen probleem te zijn. Een

Slecht gevoel

Natuurlijk, zijn die er, zeggen de mensen uit de

organisatie met zoveel professionals; hoeveel

Maar Molenkamp draait er niet omheen. Het

praktijk. “Onderwijs is people business”, zegt

sturing hebben die nodig? Een bescheiden

raakt hem persoonlijk als het verwijt wordt

Arnold Klunder, teammanager bij ROC Aventus.

leiding moet voldoende zijn. Het gaat mis,

gemaakt dat hij te weinig betrokken zou zijn:

“Dat vraagt een andere benadering dan bij een

omdat het vaak ontbreekt aan professionaliteit. Het probleem zit vaak niet bij de bestuurders en bij de besturingswijze, maar bij degenen die bestuurd worden. Dat blijkt ook uit een

‘Het probleem zit vaak niet bij de bestuurders, maar bij degene die bestuurd worden’ bestuur docenten BACK STAGE

specialisten aan het werk zetten’

vergelijking die we gemaakt hebben tussen docenten en andere goedopgeleide beroeps­ beoefenaren. Ik realiseer me dat dit een generieke uitspraak is, maar ik leg graag de vinger op de zere plek.” Maar wat is dan ‘professionaliteit’? McDaniel: “Het vermogen te innoveren, kwaliteit te bewaken, problemen op te lossen. Dat zijn geen

helder beleid heeft. Bij een roc moet dat ook zo zijn: als het bestuur verlangt dat studenten 1.200 uur les per jaar krijgen, dan kun je nog praten over de haalbaarheid, maar dan is dat wel het uitgangspunt. Geen onderwerp van fundamentele discussie. Wie als professional denkt volledige vrijheid te hebben, krijgt het moeilijk binnen elke instelling. Net zo goed als een bestuurder zich niet met de gang van zaken in de les hoort te bemoeien.” Heeft McDaniel nog een tip van roc’s die zich in dit beeld herkennen? “Ja, begin met een krachtige professionalisering van het personeel en zorg voor effectief bestuur, dat stuurt op basis van harde gegevens. De afstand tussen bestuur en personeel zal blijven bestaan, maar hoeft geen probleem te zijn. Het gaat om het empoweren van beide kanten en een juiste rolverdeling.” BACK STAGE


Uitblinker

8/9

Column

Waarheen leidt de weg? Foto Friso Keuris

Ik ben niet zo van het Nederlandse levenslied, maar deze speelt hardnekkig door mijn hoofd: waarheen leidt de weg? Het gaat ­uiteraard niet om het chanson zelf, maar om de gestelde vraag; de tomtom voor de stuurloze overheid in roc-land.

‘Alles wat ik gaf, kwam in duizendvoud terug’ Juan Hofland (20) wil via sport de wereld verbeteren. De oud-student van de CIOS-opleiding sport- en bewegings­ coördinator van het ROC Nova College in Haarlem zegt het niet alleen, hij doet het ook. Daarom is hij tijdens de 6-Daagse Beroepsonderwijs gekozen tot de nieuwe Landelijk Ambassadeur. Tekst Somajeh Ghaeminia Foto Carel Anderson “Sport is een krachtig middel om mensen samen te brengen. Tijdens sportlessen aan kinderen kun je dat goed zien. Ik mix bewust jongens met meisjes, ook al zien zij dat eerst niet zitten. Uiteindelijk hebben ze het heel gezellig met elkaar en voelen: wij zijn allemaal gelijk.” “De stages tijdens mijn CIOS-opleiding deed ik in Suriname en Ghana. Naar Suriname ging ik samen met een vriend, om sportles te geven aan kinderen in de stad en bij primitieve volkeren in het binnenland. En op eigen houtje vertrok ik naar Ghana. Ik promootte sport aan kinderen van een weeshuis, een government school en privéschool. Maar ik wilde meer en dacht: hoe kan ik als sportleraar de mensen het beste bereiken? Zo heb ik een sportwinkel opgezet, gesponsord door een kringloopwinkel uit Castricum. Ik onderhandelde met Ghanese leveranciers om lage prijzen te creëren, zodat ook de allerarmsten goed materiaal konden aanschaffen. Dat werkte; ik zag de kinderen later op mijn voetbalschoenen lopen.” BACK STAGE

“Het weeshuis bood me een slaapplek, maar ik wilde bij een gastgezin logeren zodat ik de bevolking goed kon leren kennen. Drie maanden verbleef ik bij een complete Afrikaanse familie. Elke ochtend haalde ik water uit de put om te kunnen baden. Wat me in beide landen raakte was het enthousiasme van de kinderen. Die gaven zoveel liefde en energie! Zij zijn niet beïnvloed door media als een Playstation, ze genieten al van je aanwezigheid. Alles wat ik gaf kreeg ik in duizendvoud terug. Van hun foto’s en brieven heb ik een collage gemaakt die nu boven mijn bureau hangt.” “Ik kan me goed aanpassen in verschillende situaties. Dat heb ik op het Nova College verder kunnen ontwikkelen. Vanaf dag één werd ons geleerd je kwetsbaar op te stellen voor een groep. ‘Fouten maakt iedereen, leer ervan!’ Als mbo-ambassadeur wil ik studenten laten zien dat de stap naar het buitenland zo gemaakt is. Ik wil ze op het hart drukken: ik ben niet anders, jij kunt dit ook. Dus doe het, pak die kans, verbreed je horizon.” “In de toekomst wil ik nog een studie doen. Maar eerst ga ik terug naar Ghana. Ik wil daar CIOS-studenten inzetten bij verschillende projecten en mijn sportwinkel uitbreiden. De afgelopen maanden heb ik sportartikelen verzameld, die nu in een container liggen te wachten om naar Ghana te gaan. Zo probeer ik overal waar ik kom wat te betekenen voor anderen.”

In 1996 trad de WEB in werking, de overheidskroon op de vorming van regionale opleidingscentra. Doel: via deze centra het beroeps­ onderwijs aan laten sluiten op de vraag van de regionale arbeidsmarkt en een zo breed mogelijk scala aan bevolkingsgroepen opleiden. Jongeren via regulier mbo en volwassenen, zij-instromers en herintreders via educatie. Het (regionale) bedrijfsleven en de ­onderwijsinstellingen zorgen gezamenlijk voor onderwijs dat aansluit op de vraag van de markt. Gemeenten, roc’s, jeugdzorg en UWV werken samen om maatwerk te bieden aan jongeren die begeleiding nodig hebben, ouderen die willen om- en bijscholen en medelanders die willen inburgeren. Iedereen gelukkig, zou je denken. De realiteit is dat met name de educatietak van de roc’s sluipen­ der­wijs wordt uitgehold. Een voorbeeld: de introductie van markt­werking in de inburgering. De binnen de roc’s zorgvuldig opgebouwde infrastructuur voor inburgeraars raakt daardoor ­onherstelbaar afgebroken: scholen haakten noodgedwongen af omdat ze niet konden concurreren en te hoge verliezen leden. Het effect daarvan is nog terug te vinden in hun begrotingen. Met de plannen om inburgeraars voortaan zelf te laten betalen voor hun cursus, wordt het voor de roc’s onmogelijk de infrastructuur ­overeind te houden. Een ander voorbeeld: de kabinetsplannen om de opleidingen van 30-plussers niet langer te bekostigen. Daarmee zaag je aan de tweede poot onder de stoel van de roc’s: het pakket aan bij-, om- en herscholing dat mensen mogelijk maakt ten dienste van een veranderende arbeidsmarkt en hun eigen flexibiliteit bij te leren en te switchen. Deze maatregel gaat mogelijk nog van tafel, dat zou gezien het verzet ertegen logisch zijn. Waar het mij hier om gaat is het signaal dat van beide voorbeelden uitgaat. De overheid komt steeds met plannen die raken aan de ­elementaire educatietaken van de roc’s, schijnbaar zonder te ­denken aan de consequenties daarvan. Wat ik mis is visie! Wil de overheid af van het roc-concept, dan moet ze het daar over ­hebben en niet sluipenderwijs zagen aan de fundamenten ervan.

Jan van Zijl Voorzitter MBO Raad

BACK STAGE


10 / 11

MBOóhtjes

Personalia Edudelta Onderwijsgroep heeft sinds oktober een nieuwe bestuursvoorzitter in de persoon van Niek Barendregt. Barendregt was al lid van het college van bestuur en volgt Herman Laros op.

wist u dat? Aantallen nieuwe voortijdig schoolverlaters

2005-2006

36.274

Mbo Vavo

2006-2007

35.904

Mbo Vavo

979

Mbo Vavo

1.042

33.917

2007-2008

Mbo Vavo

30.735

2008-2009 40.000

30.000

20.000

10.000

0

De raad van toezicht van het Alfa-college heeft Louwe Dijkema benoemd als nieuw lid. Dijkema is algemeen directeur van Koninklijke Gorcum BV en onder meer vicevoorzitter van de raad van toezicht van het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen.

1.188

876 1.000

2.000

Bron: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Aantallen voortijdig schoolverlaters ten opzichte van de aantallen onderwijsdeelnemers in 2009

Mbo

Legenda

Schoolverlaters Mbo (30.735) Onderwijsdeelnemers Mbo (396.132)

Vavo

Schoolverlaters Vavo (867) Onderwijsdeelnemers Vavo (6.977)

Na acht jaar bestuursvoor­ zitterschap bij ROC Aventus neemt Heimen van Andel afscheid. Hij is eind november met pensioen gegaan. Vanaf 1990 was Van Andel voorzitter van de centrale directie van ROC Apeldoorns College en onder meer betrokken bij het fusieproces tussen drie roc’s,

dat uiteindelijk leidde tot ROC Aventus. Gideon Alewijnse is zijn opvolger. Hij is momenteel bestuursvoorzitter van het Zwolse Travers. Hans Verschoor heeft MKB-voorzitter Loek Hermans opgevolgd als voorzitter van de raad van toezicht van Skills ­Netherlands. Naast deze functie is Verschoor bestuurs­­voorzitter van het Utrechtse Nimeto en algemeen directeur van Vakcentrum Savantis. Het Kennis- en Ontwikel­ Centrum voor de uiterlijke Verzorging krijgt een onderwijsman als voorzitter. Rob Martinot begint in december aan zijn nieuwe functie. Naast het voorzitterschap blijft Martinot bestuurs­voorzitter van De Nassau, een vo-school in Breda. Eerder was hij bestuursvoorzitter van ROC de Leijgraaf.

BACK STAGE

Het Scheepvaart en Transportcollege heeft Jan Kweekel benoemd als bestuurslid. Kweekel was rector bij Meanchton, een scholen­ gemeenschap in Rotterdam. Hij begon zijn loopbaan als docent lichamelijke opvoeding en stapte na een studie bedrijfskunde over naar het onderwijsmanagement.

Nieuws? Berichten voor de rubriek personalia kunt u sturen naar: backstage@mboraad.nl

Kitty Oirbons begint op 1 januari als bestuurslid van Rijn IJssel. Tot eind dit jaar is zij bestuurslid van Wellant­college, een functie die zij vier jaar vervulde. MBO 2010-voorzitter Hans van Nieuwkerk mag zich ridder in de orde van Oranje Nassau noemen. Hij kreeg de onder­scheiding opgespeld tijdens de opening van de 6-Daagse Beroepsonderwijs door toenmalig staats­secretaris Marja van Bijsterveldt. “Deze man ademt mbo, al meer dan 20 jaar zet hij zich met hart en ziel in voor het beroepsonderwijs.”

Jan Kweekel bestuurslid STC Group, ging van vo naar bo Waarom de overstap van het voorgezet onderwijs naar STC? “De complexiteit trok mij aan: STC is een grote organisatie met vmbo, mbo, hbo, een master, een reguliere en commerciële poot. In de maritieme sector zit je ook dicht op het bedrijfsleven, dat had ik niet in het voortgezet onderwijs. Prachtig, zo’n nieuwe wereld.”

Bron: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Volg al het mbo-nieuws via: www.twitter.com/mbonieuws

Marc Otto is met ingang van 1 november benoemd tot bestuurslid van het Deltion College. Samen met waarnemend voorzitter dr. Albertjan Peters vormt hij het College van Bestuur. De heer Otto is als bestuurslid verantwoordelijk voor bedrijfsvoeringsprocessen als financiën, ICT, facilitaire zaken, vastgoedbeheer en administratie. Sinds oktober 2009 droeg hij al verantwoordelijkheid voor deze portefeuille als lid van de kerndirectie.

U studeerde lichamelijke ­opvoeding en bedrijfskunde. Klinkt als twee ­verschillende werelden. “Dat zijn het niet helemaal. Gymnastie-

kers zijn slagvaardige mensen, ik ben eigenlijk overal ingerold. Om de praktijk van een stevigere basis te voorzien ben ik ­b edrijfskunde gaan studeren.” Hoe omschrijft u uw bestuursstijl? “Je komt in een nieuwe wereld met een bestuursstijl. Bij STC kenmerkt deze zich door duidelijke en snelle besluitvorming. Er kan veel als je het goed beargumenteert. Ik ben heel toegankelijk. Ik ben de man van het gesprek met de mensen die het moeten doen.”

Wat wilt u bereiken? “Ik wil dat STC een excellente werkgever is en het beste kennisinstituut ter wereld in de maritieme sector. Ambitieuze doelen, maar doelen moet je hoog durven stellen.”

BACK STAGE


13 / 13 12

Loek Hermans, voorzitter MKB-Nederland:

‘De grootste uitdaging voor het mbo is het dreigend ­docententekort’

‘Haantjesgedrag is nu echt verleden tijd’ Intensieve samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijs, prestatiebeloning voor docenten en zijinstroom bevorderen. Enkele ambities van vertrekkend MBK-voorman Loek Hermans. Ook als VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer krijgt het mbo zijn aandacht, want “zonder vakmanschap gaat een samenleving failliet.”

Tekst Sander Peters Illustratie Seb Jarnot - Unit CMA “De kern van goed onderwijs? Jonge ­mensen een basis verschaffen, een fundament waarop ze een loopbaan kunnen bouwen. Een goede docent stimuleert en motiveert z’n studenten. Voelt aan waar ambities en talenten van jongeren liggen. En geeft ze als coach of begeleider een vliegende start op de arbeidsmarkt.” De ogen van MKB-voorzitter Loek Hermans (59) beginnen te glimmen als hij over onderwijs en lesgeven praat. Hier zit overduidelijk een man met een levenslange onderwijspassie. Toch? “Ja en nee. Ja, omdat ik oprecht warme gevoelens koester voor het onderwijs. Nee, omdat die gevoelens pas ontstaan zijn in 1998, als minister van Onderwijs. Ik ben ­weliswaar begonnen als docent, maar dat was meer een bijbaan tijdens mijn studie. Ik heb ook geen lesbevoegdheid. In mijn werkende leven heb ik me jarenlang vooral met andere terreinen bemoeid. Pas toen Jo Ritzen me in 1997 vroeg advies te geven over de studiefinanciering, kwam het onderwijs weer in beeld.”

In de jaren daarna was het onderwijs, en dan met name het beroepsonderwijs, wel een rode draad in uw werk… “Sterker nog: het beroepsonderwijs is mijn love baby. Klinkt misschien wat overdreven, maar het thema fascineert BACK STAGE

me mateloos. De liefde ontvlamde toen ik als kersvers minister een bezoek bracht aan EuroSkills, het Europees Kampioenschap Vakmanschap. Dat enthousiasme! Ik was onmiddellijk ­verkocht. Vakmanschap is wezenlijk voor een samenleving. Dingen maken. Als we dat niet meer kunnen, gaan we als maatschappij failliet. Onlangs merkte ik het zelf nog eens, in mijn privéleven. De buitenverlichting was kapot. Een monteur kwam langs en slaagde er in het in no time te repareren. Ik vertel je: zoiets is enorm complex. Ik heb grote bewondering voor mensen die een dergelijk vak beheersen. Het beroepsonderwijs is het betonnen fundament van onze arbeidsmarkt, economie en maatschappij.”

Vandaar uw inzet het afgelopen jaar voor de oprichting van de Centra voor ­Innovatief Vakmanschap? “Precies. Ik spreek wel eens over de commissie ‘gouden handjes’, om aan te geven dat daar de crux zit. In dat talent, of beter gezegd de vaardigheid om met je handen dingen te maken. Ik merk dat de ­waardering voor de stukadoor, de tegelzetter en andere vaklieden weer toeneemt. Ook in de politiek, waar het debat jarenlang toch vooral over po, vo en ho ging. Nu staat het beroepsonderwijs weer

in de schijnwerpers. Gelukkig maar, want juist in een moderne kenniseconomie is vakmanschap onmisbaar.”

Waarin verschillen de centra van de­ ­vakcolleges waarvoor Hans de Boer en Hans Kamps zich sterk maken? “Die colleges vormen meer de schakel ­tussen vmbo en mbo, terwijl de Centra voor Innovatief Vakmanschap bedoeld zijn voor studenten van mbo-niveau 3 of 4. Jongeren die anders misschien door­ stromen naar het hbo. Dat hoeft dus niet altijd. Sterker nog: het is juist goed dat dit niet altijd gebeurt. Want ook op het uitvoerende vlak is innovatief vakmanschap steeds belangrijker. Denk aan het beheer en onderhoud van hoogspannings­ netwerken. Of in de auto-industrie en de telecommunicatie. We hebben niet alleen ingenieurs nodig die het bedenken, maar ook knappe vaklieden die het uitvoerende werk verrichten.”

De samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven in het mbo kan beter. Draagt de intentieverklaring die ­sociale partners en de MBO Raad in maart ­hebben ondertekend, daaraan bij? “Dat is de bedoeling, maar het is een eerste stap. Het proces heeft tijd nodig, veel tijd. Hoe logisch het ook lijkt, soepele BACK STAGE


Column

14 15 / 15

‘Haantjesgedrag is nu echt verleden tijd’ vervolg

samenwerking tussen ‘hoe’ en ‘wat’ (onderwijs en bedrijfsleven, red.) is niet evident. Het onderwijs vindt dat ­bedrijven te veel op afstand opereren, terwijl het bedrijfsleven vindt dat het onderwijs niet altijd aansluit op de behoeften van werkgevers. Die wederzijdse pijnpunten de wereld uit helpen, dat is de uitdaging die Jan (Van Zijl, red.) en ik zijn aan­ gegaan. We kennen elkaar goed uit onze Haagse tijd. We hebben de handen ineen geslagen en gezegd: nu moet het écht opgelost worden. Wij ondernemen actie, dan volgt de rest ­vanzelf. Geen excuses meer. Als mensen er met elkaar uit willen komen, lukt dat ook. We hebben samen één doel: de kwaliteit van het beroepsonderwijs op peil brengen en houden. En dat bereik je niet met over en weer pittige nota’s uitbrengen en jij-bakken. Dat soort ­haantjesgedrag, leuk voor de pers, is echt verleden tijd.”

Ik verklaarde ons standpunt aan Jan van Zijl in de commissie ‘kwalificeren en examineren’, waarop hij meteen zei: ‘Loek, dat wil ik ook. Geloof me: het gaat waar mogelijk ook gebeuren, maar niet alles kan op korte termijn.’ Dan ga ik niet doordrammen. Nee, we moeten het samen doen. En dus toon ik begrip voor zijn situatie.”

Zonnestralen Foto Friso Keuris

Wat een eensgezindheid…

Als u dit leest is het december, de maand met de kortste en donkerste dagen. De winter heeft nu echt zijn intrede gedaan en het duurt nog even voordat het lente wordt. Ik betrap mezelf erop dat ik in deze ­periode wat negatiever denk. ‘s Ochtends draai ik me meestal nog even om want het is zo koud. Ik sport minder, met als reden: het regent zo hard buiten.

“Nou ja, eerlijk is eerlijk. Mijn a ­ chterban is nog steeds behoorlijk sceptisch. Veel werkgevers denken: eerst zien, dan ­geloven. Ook is er nog steeds een bepaalde rivaliteit tussen de sectoren, maar wel een gezonde. Dat houdt elkaar scherp. Een goede zaak. Als je maar altijd het doel voor ogen houdt. Ophouden met klagen, focussen op de zaken die goed gaan, en hard werken.”

Laten we eens kijken naar minder goed georganiseerde dingen en hoe je daar een positieve draai aan kunt geven. Laten we positieve gebeurtenissen gebruiken als zonnestralen die ons motiveren de negatieve dingen aan te pakken. Regelmatig hoor je studenten die bewust niet doorstuderen, maar praktijkgericht willen leren. Deze studenten zijn zo blij dat ze beroepsgerichte vakken krijgen. Voor sommigen zijn verplichte vakken als rekenen en taal een domper. Maar als deze geïntegreerd worden in het eigen vakgebied, kan het voor zowel de docent als de student zeer interessant worden.

Zeggen de voormannen. Het echte werk moet op de werkvloer gebeuren…

Wat is de grootste uitdaging in het mbo de komende jaren? Omgaan met de ­bezuinigingen?

“Klopt. Daarom stralen Jan en ik uit dat het deze keer hoe dan ook gebeurt. Als anderen niet mee willen of kunnen, houdt ons dat niet tegen. Onderwijs en bedrijfsleven gaan nauwer, beter en intensiever samenwerken in het mbo. Wij laten ons ook niet meer tegen elkaar uitspelen. Mooi voorbeeld: het mkb hamert al langer op meer doelmatigheid in het mbo. Met name in de kwalificatiestructuur, het Crebo-systeem en opleidingenaanbod.

“Ik zie de bezuinigingen eerder als een kans om de stofkam door het onderwijs te halen. Wat kan beter, wat kan effectiever? Laten we kritisch kijken naar macrodoelmatigheid. Anders gooien we misschien belastinggeld weg. De grootste uitdaging is het dreigende docententekort. De babyboomers gaan massaal met pensioen. Wie komt daarvoor in de plaats? Hoe houden we ervaren vaklieden voor de klas? Ik denk: onder meer door

Curriculum vitae Geboren: 23 april 1951 in Heerlen. Studie: HBS A, Politicologie (Katholieke Universiteit Nijmegen). Werk: docent Bestuursschool Gelderland (1972-1976), lid Tweede Kamer/ vicevoorzitter VVD-fractie (1977-1990), burgemeester van Zwolle (1990-1994), commissaris van de Koningin in Friesland (1994-1998), ­minister van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen (1998-2002), voorzitter MKB-Nederland (2003-2011).

BACK STAGE

‘Ophouden met ­klagen, focussen op de zaken die goed gaan en hard werken’

een slimme regionale spreiding. Geef les in de buurt van industriële sleutelgebieden: Rijnmond, Delfzijl, de regio rond DSM, noem maar op. Dan is de link tussen bedrijfsleven en onderwijs haast vanzelf intensief. Zo houd je ook het niveau van de docenten op peil.”

U wordt ­voorzitter van de Eerste ­Kamerfractie van de VVD. Blijft u zich met het b ­ eroepsonderwijs bemoeien? “Absoluut. Ik heb zoveel ideeën. Neem de toepassing van ICT in de les. Misschien lastig voor de huidige generatie docenten, maar van wezenlijk belang om jongeren te blijven aanspreken. Be connected! Verder wil ik me hard maken voor twee thema’s waar ik al als minister mee bezig was, maar die toen niet van de grond gekomen zijn: prestatiebeloning en zijinstroom. Ik ben groot ­voorstander van de Teach second-aanpak, zeker als je weet dat slechts 25 procent van onderwijs bestaat uit nieuwe dingen leren. De rest is herhaling in de praktijk. En dus moet je het bedrijfsleven naar de klas halen. Prestatiebeloning – nog altijd ­revolutionair in het onderwijs – is daar een prima ­middel voor. In mijn ideaalplaatje is de school het middelpunt van de ­samenleving. De muren van de school zijn bedoeld om het dak te dragen, niet om de rest van de wereld buiten te ­sluiten.”

Zeker wat de praktijk betreft wordt het mbo soms onderschat. In eerste instantie had ik veel kritiek, vooral op de organisatie. Kritiek die ik ook landelijk hoor. Uitval, op school zitten om uren te maken terwijl je weinig doet. Ikzelf merk sinds kort hoeveel ik geleerd heb tijdens mijn opleiding. Dat besef kwam pas toen ik kritisch naar mezelf ging kijken; wat gaat er goed, wat niet, waar sta ik nu en waar sta ik vergeleken met het eerste jaar? Wat heb ik gelachen om de taalfouten die ik het eerste jaar maakte! Door dit kritisch kijken besef ik dat sommige dingen ook bij mezelf liggen. Het is altijd makkelijker een ander de schuld te geven. Ik heb toch het meeste geleerd van de praktijk: mijn eerste stage en een aantal projecten. Projecten die ik mocht presenteren en van a tot z organiseren. Als ik bezig was met zo’n project was ik juist blij met elk uur dat uitviel. Dan kon ik nog even een paar dingen regelen. Het ging met vallen en opstaan. Ik keek vooral naar wat er goed ging. Als er dingen niet mogelijk waren, heb ik geleerd te kijken waar het dan fout gaat. Maar ik besefte meestal wel, hoe onmogelijk of onhaalbaar een situatie lijkt, als je alles hebt gedaan wat je kan doen dan moet je het loslaten. Sommige dingen zijn niet te veranderen, maar kritisch naar jezelf kijken en weten waar het fout gaat: kan je vooruit helpen. En op een dag komen dan de zonnestralen weer door de wolken heen.

Hanneke Arts Vierdejaars studente Journalistiek & Fotografie ROC Friese Poort

BACK STAGE


17 / 17 16

en wat doet hij zoal?

De week van Luuk Visser, voorzitter Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs

‘Ik irriteer me aan schoolbestuurders die zich verschuilen in hun ivoren toren’ Bang niet toegelaten te worden tot zijn opleiding Marketing en Communicatie aan ROC Eindhoven, verzweeg Luuk Visser (20) dat hij zwaar dyslectisch is. Zijn aandoening leidt tot onbegrip. Een handicap die niet zichtbaar is, is tenslotte geen handicap. Luuk vindt mond open te doen. Het voorzitterschap van JOB is hem dan ook op het lijf geschreven.

Vr

Di

Tekst Dagmar de Kruif-Pot Foto’s Ed van Rijswijk

De kantjes er vanaf “Ik vond het een mooie ­ervaring

Alle hulp is welkom “Studenten van een

jurylid te zijn bij de verkiezing van de Landelijk Ambassadeur Beroepsonderwijs. Er zit zoveel talent in het mbo. Ik denk dat Juan Hofland een terechte w ­ innaar is. Een energieke persoonlijkheid en niet op zijn mondje gevallen, eigenschappen die je als ­ambassadeur nodig hebt. Voordat ik gevraagd werd als jurylid had ik nog nooit gehoord van de Uitblinkers of Landelijk Ambassadeur Beroepsonderwijs. Zelf ben ik dan ook niet de ideale ­student, ik loop er nogal eens de kantjes vanaf. Al mijn tijd gaat momenteel naar JOB en mijn evenementenbedrijf.”

mini­onderneming van SintLucas demonstreerden vandaag hun ideeën voor de presentatie van de JOB Monitor, een onafhankelijk onderzoek naar ­tevredenheid onder 151.000 studenten. Ik vind het fijn dat we studenten met een startende onder­ neming zo kunnen helpen. Een eigen bedrijf is hard werken, alle hulp is welkom. Op mijn 14e organiseerde ik mijn eigen schoolfeest, op mijn 18e had ik een eigen bedrijf in evenementenorganisatie. Dat had ik niet gekund zonder de hulp van de juiste mensen in het Eindhovense evenementencircuit.”

Za Waar voor mijn geld “Ik hoop dat JOB aankomende studenten heeft kunnen helpen op de Studiebeurs. Veel jongeren weten niet wat ze willen na de middelbare school. Ikzelf net zo. Ik heb vmbo grafisch afgerond, maar die wereld prikkelde me na een tijdje niet meer. Na zes weken fietsen door Europa besloot ik voor mezelf te beginnen. Op mijn 19e maakte ik bewust de keus weer naar school te gaan. Ik wil terug kunnen vallen op een diploma. Vanwege mijn dyslexie is het hard werken. Niet erg, school is een investering, maar ik wil waar voor mijn geld. Ik zit niet te wachten op uitleg over overheadprojectors en dia’s. Daar werkt niemand meer mee!”

Ma

Do

zichzelf allesbehalve zielig. Hij weet wat hij wil, komt op voor anderen en is niet bang zijn

Weinig handvatten “Ik vind het jammer dat we JOB Academy, het leerbedrijf dat ondersteunt bij het opzetten van studentenraden, vandaag ­hebben af­gesloten. JOB heeft dit jaar niet de capaciteit ­stagiairs goed te begeleiden. Studenteninspraak blijft mijn persoonlijke speerpunt. Studenten ­hebben ­weinig handvatten om iets gedaan te ­krijgen op school. Ik heb dit aan den lijve ondervonden toen ik een studentenraad op wilde zetten. Scholen zijn verplicht mee te werken aan het opzetten van de raden, maar lijken in de praktijk vaak tegen te ­werken. De studentenraad op mijn school is er in elk geval, na twee jaar, nog steeds niet.”

Niet je ogen sluiten “Vandaag was ik voor het eerst op de radio: BNR. Onder ­begeleiding van Tweede Kamerlid Ahmed Marcouch d ­ iscussieerde ik met Jos Leenhouts, bestuurslid van de MBO Raad en bestuursvoorzitter van ROC Mondriaan, over het beboeten van scholen die zich niet aan de regels houden. Er gaat een hoop goed, maar ook een hoop fout. Daar moet je je ogen niet voor sluiten. Ik irriteer me aan schoolbestuurders die zich verschuilen in hun ivoren toren en problemen wegwuiven. Het is belachelijk dat studenten moeten vechten voor lessen! Achteraf sloegen de zenuwen toe; in die donkere radiostudio ben je je totaal niet bewust van de luisteraars.” www.job-site.nl

BACK STAGE

BACK STAGE


in beeld

19 / 19 18

‘Fantastics Gymnastics’ mede mogelijk gemaakt door mbo’ers Tekst ROC Tilburg Foto Nout Steenkamp (FMAX) Honderdvijftig studenten van de School voor Sport en Bewegen van ROC Tilburg hebben van 10 tot en met 24 oktober in Rotterdam meegewerkt in de organisatie van het WK turnen. Een fantastisch gymnastiekfeest voor deelnemers en duizenden fans op de tribunes. De activiteiten waren vooraf geïntegreerd in het studieprogramma. Met daarna twee weken lang hard werken op een groot internationaal sportevenement als beloning. Van opbouw in de hallen van Ahoy, tot aan het beweegplein met ­dagelijkse activiteiten voor Rotterdamse basisschoolleerlingen. Da’s nog eens een stage, een evenement op wereldniveau, die kans krijg je niet elke dag!

BACK STAGE

BACK STAGE


20 / 21

Macrodoelmatigheid in mbo

Een draak van een vraagstuk Volgend jaar bestaat het mbo-stelsel vijftien jaar. Tijd voor evaluatie: werkt het systeem zoals het moet? IVA/KBA deed in opdracht van de mbo-sector onderzoek naar het optimaliseren van de doelmatigheid in het mbo. Een gesprek met IVA-directeur Marc Vermeulen. “Juist in de publieke sector is doelmatigheid een must.”

Tekst Sander Peters Foto Erik van der Burgt/HH Illustraties Link Design, Amsterdam Doelmatigheid. Het is een terugkerend thema in de publieke sector, zeker in economisch zware tijden. Maar wat bedoelen we er eigenlijk mee? Wat betekent deze term precies? Digitale vraagbaak Wikipedia geeft de volgende definitie: “Een (voorgenomen) handelswijze is doelmatig of efficiënt als de betreffende inspanningen en uitgaven daadwerkelijk ­bijdragen aan de realisatie van het beoogde doel en als de kosten in verhouding staan tot de opbrengsten.” Duidelijke taal. Tenminste: als het doel helder en eenduidig is en de opbrengsten meetbaar zijn. En laat daar nu net de schoen wringen in het mbo.

Streven naar doelmatigheid in het mbo is ­onzin: het aantal betrokken partijen (en dus ook de diversiteit aan definities, belangen, perspectieven en doelen) is simpelweg te groot. “Nee, organisaties en sectoren moeten altijd streven naar doelmatigheid. Wel is het mbo zo ongeveer de ingewikkeldste sector om doel­matigheid te realiseren. We hebben hier BACK STAGE

te maken met een zogenoemd ‘wicked problem’. Dit soort vraagstukken gedraagt zich als mythologische draak: voor elke kop die je eraf hakt, komen er zeven terug. Grofweg zijn er drie ‘problemen’. Ten eerste is er de kwestie van de verschillende niveaus: micro, meso en macro. Wat op het ene niveau doel­ matig is, hoeft dat op een ander niveau niet te zijn. Daarnaast is het aantal verschillende doelen erg groot. Dat is een gevolg van het grote aantal betrokken partijen in het mbo. We onderscheiden onder meer de overheid, onderwijsbestuurders, docenten, werkgevers, studenten en ouders. Het derde dilemma is de beperkte meetbaarheid van doelen als de ­k waliteit van onderwijs of sociale integratie.”

‘Wie te veel doelen nastreeft gaat op al die aspecten de boot in’

Dan luidt de stelling dus: bij het streven naar doelmatigheid in het mbo moeten we ons beperken tot één doel, één regio of één aspect van de organisatie. “Ja en nee. Het gaat vooral om prioriteiten. Mijn eerste advies: beperk je in de optimalisering van de doelmatigheid tot de hoofdlijnen, BACK STAGE


22 / 23

Een draak van een vraagstuk vervolg

de zogenoemde must haves. Dit brengt me meteen bij mijn tweede tip: geef alle doelen en belangen een weging mee. Deze weging is momenteel in het mbo goeddeels afwezig. Alles lijkt even belangrijk te zijn op elk moment. Dat is echt funest, want wie te veel doelen tegelijk nastreeft, gaat op al die aspecten de boot in. Op zeker.”

Onderwijsinstellingen moeten bestuurd ­worden als een bedrijf.

Marc Vermeulen Prof. dr. Marc Vermeulen is sinds 2006 directeur van het IVA, een aan de Universiteit van Tilburg gelieerd instituut voor ­beleidsonderzoek en advies. Hij is hoogleraar onderwijssociologie aan deze universiteit, de Open Universiteit en Academic Director van de postacademische opleidingen voor onderwijsmanagement van TiasNimbas Business School. Daarnaast werkt hij als consultant voor het ministerie van OCW en scholen in binnen- en buitenland.

BACK STAGE

“We moeten de verschillen tussen bedrijfsleven en de publieke sector niet overdrijven. Overal speelt hetzelfde optimalisering­ vraagstuk: met zoveel mensen en zoveel middelen moeten we deze doelen halen. Persoonlijk vind ik dat juist de publieke sector heel bewust naar doelmatigheid moet streven. Publiek geld mag niet verkwist worden. Waar we geld kunnen verdienen door ondoelmatige structuren en processen uit de weg te ruimen, daar mogen we dat niet nalaten. Winst is geen vies woord in softe sectoren als onderwijs en zorg, als je er maar het woordje leer- of gezondheid voor kunt zetten. Ook het mbo is gebaat bij nuchterheid, een heldere focus, en verstandige investeringen. Inderdaad: bij een zakelijke aanpak. Maar: natuurlijk zonder onverantwoorde kwaliteitsconcessies. Daarvoor is het onderwijs in maatschappelijk opzicht te belangrijk.”

De diverse actoren houden onvoldoende ­rekening met de complexiteit van het ­vraagstuk en met elkaars belangen. “Die indruk heb ik inderdaad. De voor­gestelde oplossingen zijn vaak veel te simpel. Er wordt dikwijls uit de heup geschoten, terwijl deze problematiek vraagt om een ­weloverwogen aanpak. Bovendien kijken de partijen vaak slechts naar de korte termijn of eigen regio.

Het is ieder voor zich. Zo willen roc’s het onderwijs vooral zo effectief en efficiënt mogelijk inrichten. Dat uit zich bijvoorbeeld in de wens om brede, generieke opleidingen aan te bieden. Vanwege de schaalvoordelen inderdaad. Dit staat echter op gespannen voet met de behoefte aan maatwerk en flexibiliteit bij werkgevers en studenten. Ook veel werkgevers kijken vanuit een ­een­zijdig perspectief naar doelmatigheid, namelijk vanuit hun eigen vraag naar arbeids­ krachten. Zo willen grote bedrijven liefst generiek op­geleide jongeren, die ze nog kunnen

‘Er is geen blauwdruk om vanuit Den Haag

vormen. Kleine bedrijfjes zijn juist op zoek naar ­gespecialiseerde vaklieden, vaak in de techniek. Groot of klein, allemaal stellen ze hun eigen arbeidsmarktvraag voorop. En dat is slechts een van de vele perspectieven. De overheid ten slotte moet beseffen dat er geen blauwdruk is om vanuit Den Haag te sturen op doelmatigheid. Juist op regionaal niveau moeten bedrijven en scholen samen tot oplossingen komen. Landelijke maat­regelen, zoals het streven naar maximalisering van het opleidingsniveau of het sturen van de studiekeuze van jongeren, dragen wellicht bij aan macrodoelmatigheid maar kunnen volledig haaks staan op de vraag vanuit de regionale arbeidsmarkt. Met alle gevolgen – verdringing, onderbenutting – van dien.”

meteen ingegrepen. Het huidige mbo-stelsel bestaat vijftien jaar. Voor onderwijsvernieuwingen is dat relatief kort. We zitten nu nog in de overgangsfase. Daarin gaat er weleens iets mis, waardoor mensen terugverlangen naar de oude situatie. Dat is de normale ‘leercurve’. Het beroerde in het onderwijs is echter dat sommige generaties tussen wal en schip vallen. Maar dat mag geen reden zijn om alles radicaal om te gooien. Dan gaat het helemaal mis en komen we nooit te weten of de sector er uiteindelijk in slaagt zelf haar doelen te halen.”

Eén partij moet de lead nemen in het ­optimalisatieproces in het mbo. “Nee. Werken aan doelmatigheid is bij uitstek iets dat partijen samen moeten doen. Vergelijk het met een act van koorddansers. Op een slap koord welteverstaan. Die acrobaten moeten samenwerken. Vloeken en schelden mag best af en toe, maar blijf niet op elkaar mopperen. Ze moeten ook goed naar de ander kijken, en van elkaar leren. Elkaar niet voor verrassingen stellen. Precies dat geldt ook voor de partijen

te sturen op doelmatigheid’ in het mbo. Maar dit alles vereist vertrouwen. En dat heeft tijd nodig. Tijd die in het huidige politieke klimaat nauwelijks gegeven wordt. Gaat er iets niet helemaal goed, dan wordt er

glijdt het onderwijs verder van het doel af. Doodzonde. Maar ook studenten hebben hun verant­ woordelijkheid: natuurlijk is het weinig motiverend als er geen les gegeven wordt. Maar jonge mensen kunnen die tijd dan ­aangrijpen om aan zichzelf te werken. Het hoeft niet allemaal in hapklare brokjes aan­ geboden te worden. Ik heb pedagoog Luc Stevens ooit horen zeggen: ‘Op school zie je de ­docenten met bezwete koppen rondlopen, terwijl de ­leerlingen lui onderuithangen. Dat is de ­omgekeerde wereld.’ En zo is het maar net.”

Streven naar doelmatigheid is een proces met een duidelijk eindpunt. Als het doel bereikt is, kunnen we tevreden achterover leunen. “Het optimaliseren van doelmatigheid is een continu proces. Het vereist blijvende aandacht van alle partijen. Doelmatigheid moet ­g eïnternaliseerd worden, zeker in de ­u itvoering. In de frontlinie. Bij de docenten dus. Doelmatigheid is geen technischinstrumentele aanpak die van buitenaf wordt opgelegd. Nee, het hoort juist bij het vak. In het onderwijs stranden dit soort processen vaak, omdat uitvoerders het terzijde schuiven. Niemand voelt zich ‘probleemeigenaar’ en er treden perverse processen in werking. Dan

BACK STAGE


Column

24 / 25

minister voor 1 dag

In de aanval! Foto Friso Keuris

Helaas is het bijhouden en onderhouden van een bekwaamheids­ dossier bij veel docenten en management een probleem. Ik heb voor de certificering van Assessor in het mbo tijdens een eind­assessment mijn vakbekwaamheid moeten aantonen. Wat betekent dat ik als docent met bewijzen moet komen van nieuwe certificeringen, cursussen die ik heb gevolgd, dat ik getuigschriften overleg uit het beroepenveld, en ga zo maar door. We hebben het hier dus over bedrijven die mijn vakbekwaamheid toetsen. Ik was onlangs uitgenodigd bij de verkiezing van de leraar van het jaar 2010. Een uitstekend initiatief om de aandacht te vestigen op mijn beroep. De kwaliteit van de leraar stond voorop en mijn ­aandacht werd getrokken door flyers over het bekwaamheidsdossier. Voor goed onderwijs is de kwaliteit van leraren doorslaggevend. Sinds 1 augustus 2006 zijn de Wet op de beroepen in het onderwijs (wet BIO) en het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel van kracht. De wet BIO is te beschouwen als een concrete uitwerking van de overheidszorg voor de beroepskwaliteit van het onderwijs­ personeel. Vanaf 1 augustus 2006 moet de school aantonen dat leraren daadwerkelijk bekwaam zijn en dat het management hen in staat stelt hun bekwaamheid te onderhouden. De bekwaamheids­ eisen worden ontwikkeld door onze beroepsgroep. Radio, televisie en kranten klagen steen en been over ons mbo. Ook onze studenten laten zich regelmatig horen: docenten die niet ­weten waar ze het over hebben, die vaak ziek zijn, zelf te laat komen en vervolgens studenten aanspreken op hun te-laat-kom-gedrag. We hebben het steeds over studententevredenheid; vakbekwaamheid is hierbij in mijn ogen essentieel. Jij als docent moet energie stoppen in je vakbekwaamheid. Studenten hebben respect voor kennis en houding ten opzichte van het beroepenveld. Krijgen respect voor jou tijdens stage, als je met door het bedrijf erkende kennis een ­assessment afneemt. Elk mbo-management en elke mbo-docent zou met vakbekwaamheidsverbetering bezig moeten zijn. Het management zou moeten faciliteren in tijd, want met een lesrooster van 28 uur is investeren in vakbekwaamheid simpelweg onmogelijk. Kom op docenten, wordt wakker, pak je verantwoordelijkheid en ga in de aanval…..

Elmer Veerhoff Docent ICT Academie ROC Leiden en schreef als songwriter vele Nederlandstalige hits

BACK STAGE

José Jansen-Gulen, docente team Juridisch ROC Nijmegen en Leraar van het Jaar

‘Als ik Marja ben, zoek ik meer aansluiting bij de confettigeneratie’ Tekst Luuk Obbink Foto’s Nout Steenkamp (FMAX) Jongeren beschikken over een vaardigheid die eerdere generaties missen: het verbinden van ratio, emotie en intuïtie. Als studenten zich hier bewust van worden, kan dat leiden tot een revolutie op de werkvloer. De missie van ‘minister’ José Jansen-Gulen: dit gedachtegoed verspreiden in het mbo. “We hebben te maken met de eerste generatie van studenten die volledig digitaal en multi­ mediaal is opgevoed. Voor hen is internet er altijd geweest, net als de mobiele telefoon. HP/ De Tijd heeft er een term voor bedacht: de confettigeneratie. Jongeren krijgen als confetti van alles over zich heen en pikken eruit wat zij nodig hebben. Ze zijn in staat informatie van alle kanten te verbinden en creëren zo een breed wereldbeeld. Wetenschappelijk is aangetoond dat ze hiertoe in staat zijn doordat beide hersenhelften tegelijk worden aangesproken en dat ze die ook tegelijk gebruiken. Ze weten informatie en creativiteit te verbinden, op een manier die eerdere generaties niet kennen. Dat kan straks een enorme meerwaarde geven op de werkvloer. Je ziet het nu al: ze gaan niet alleen naar school, maar doen ook allerlei andere dingen, een hele waaier. Hebben een webwinkel en na een tijdje doen ze weer wat anders.” “In het mbo groeit de aandacht voor hoe deze generatie in elkaar steekt, maar het mag nog wat meer. Hier op het ROC Nijmegen heb ik drie jaar geleden een studieloopbaan­ programma opgezet met trainingen van het iq en het eq, maar ook het sq, ofwel de spirituele ­intelligentie. Het traint de studenten om aan de slag te gaan met hun creativiteit en meer op hun intuïtie te vertrouwen. Met het intuïtiespel leren ze de kracht hiervan kennen. Het is mooi ze te zien groeien: ‘heb ik dit allemaal zelf gedaan?’

Laat ze trots zijn, laat ze stralen. Die training is nodig, want als studenten zich niet bewust zijn van hun kunnen, worden ze op de werkvloer afgepoeierd door ouderen die zeggen dat ze het al veertig jaar doen zoals ze het doen en dat v ­ erandering onnodig is. Terwijl werkgevers er juist hun voordeel mee kunnen doen.” “Ook zij hebben steeds meer oog voor deze aspecten. We hebben hier gastsprekers, laatst nog iemand uit het bankwezen. Bij uitstek een sector van cijfers en getallen, maar hij kon goed uitleggen hoe intuïtie een belangrijke rol speelt bij beslissingen. Bij uitzendbureaus wordt steeds vaker niet alleen een iq-test afgenomen, maar ook een eq-test. Wij geven hier invulling aan door studenten voor hun stageplek niet een sollicitatiebrief te laten schrijven, maar een gevisualiseerde brief te laten maken, in de vorm van een tijdschrift over zichzelf. Dat wordt zeer gewaardeerd door stagebedrijven. Verder ­hebben twee hbo-studenten hier bij wijze van stage een training opgezet om studenten te helpen ontdekken wat hun passie is. Want dat is het mooist: als je werk je passie kan zijn. Jazeker, dat is ook bij mij beslist het geval.”

‘Laat studenten trots zijn, laat ze stralen’

“Als ik minister ben, zou ik hier meer aandacht voor hebben. Docenten trainen die hiermee kunnen werken. En ja, dat mag best een bak met geld kosten. Maar of het allemaal in één dag zou lukken? Ik weet het niet...” BACK STAGE


26 / 27

vijf vragen aan…

Aan:

Onderwerp:

Harm Beertema, Tweede Kamerlid PVV 

A  ls het aan de PVV ligt, is het gebeurd met de brancheorganisaties in het onderwijs. “Ze hebben hun onderwijskundige missie uit het oog verloren”, zegt PVV-Tweede Kamerlid Harm Beertema. Hij werkte zelf 34 jaar als leraar Nederlands, tot juni 2010 bij het Rotterdamse Albeda College. Lezers stellen vijf vragen aan het kersverse Kamerlid.

Vraag 1: De uitval bij de overgang van vmbo naar mbo is een probleem. Terugkeer van ambachtsscholen, een PVV-voorstel, kan daar toch geen antwoord op zijn?

Tekst Guus Mater Foto Jeroen Poortvliet

“D

e knip tussen vmbo en mbo is te hard. Dat moeten de roc’s zich aantrekken. De schaal­ vergroting heeft tot een vernielingsslag geleid. Die grote organisaties zijn moeilijk aan te sturen, zeker als het om de kerntaken gaat. Terugkeer naar de ambachtsschool van de jaren ’50 is niet reëel. Het idee staat voor nadruk op techniek, vakmanschap, ­discipline en ­structuur. Echte vakmensen afleveren, dat moet het ideaal van het mbo zijn. Vakcolleges en vaklycea zijn een stap in de goede richting. Als het maar kleinschalig gebeurt. Op het vmbo g ­ ebeuren mooie dingen, maar in het mbo verdwalen de studenten.”

Vraag 2: Het standpunt van de PVV tegen invoering van competentiegericht onderwijs is niet overgenomen in het regeerakkoord. Staakt de PVV het verzet?

“N

ee. Tegen het aanleren van competenties wil ik me zeker niet keren. De discussie wordt vervuild door de combinatie met de ideologie van het Nieuwe Leren, waar ik wel tegen ben. Het idee dat kennis er niet meer toe doet, is onderwijskundige prietpraat van kruidenvrouwtjes. De onderwijs­ kundigen die wat zien in het Nieuwe Leren moeten maar eens tien jaar voor de klas gaan staan. Alleen Greetje van der Werf en Jaap Dronkers mogen wat mij betreft op hun post blijven. Het mbo en de manier van leren heeft te weinig aandacht van de ­politiek, doordat politici het mbo onvoldoende kennen. Hun kinderen volgen havo, vwo. Als daar verdacht hoge examencijfers vallen, worden er Kamervragen gesteld. Met Beter Onderwijs Nederland wilden we de kwaliteit van de mbo-examens, die niet meer zijn dan een invuloefening, aankaarten. Aanvankelijk werden we als Gekke Gerritje weggezet.”

Vraag 3: Vindt u het niet erg, dat u met uw negatieve houding ten opzichte van het beroeps­onderwijs de meerderheid die keihard leert en trots is tekort doet?

“I

k vind de houding van de vragensteller niet juist. Zodra je kritiek hebt, ben je kennelijk ­negatief. De leiding van het mbo heeft geen contact met de BACK STAGE

dagelijkse werkelijkheid van de school. Ik zie een bestuur dat zich met pr-adviseurs heeft g ­ evestigd aan de Zuidas en zo nu dan op werk­bezoek gaat. Dan wordt een modelvoorbeeld getoond. De werkelijkheid is dat de financiële planning en de leerlingen­administratie niet op orde zijn. Dat het ziekte­verzuim te hoog is en er nauwelijks personeelsbeleid is. De kwaliteit van de ­managers is vaak slecht. Die hebben het docentenberoep uitgekleed tot er niet meer overbleef dan het invullen van een ­excelsheet. Waar zijn de ­bevlogen docenten? Als het gaat om ­integratie zouden die de studenten nieuwsgierig ­moeten maken naar Nederland. Dat gebeurt niet meer.”

Vraag 4: U heeft ervaring opgedaan in Rotterdam, de stad met het laagste opleidingsniveau. Wat ziet u als oorzaak en hoe is dat te herstellen?

“R

otterdam heeft het laagste besteedbare inkomen, het hoogste percentage uitkeringsgerechtigden en, tot enige jaren terug, de hoogste criminaliteitscijfers. Leefbaar Rotterdam heeft daar iets aan gedaan, maar het blijft de stad met de laagst opgeleide bewoners. Ten onrechte wordt gedacht dat de haven veel ongeschoold werk biedt. Maar het werk wordt vooral gedaan door operators en ICTspecialisten. Daar komt nog bij dat het je als laag opgeleide allochtone Rotterdammer erg makkelijk gemaakt wordt aan de kant te blijven staan. Je kunt als jonge Turk een compleet leven leiden in de ­parallelle Turkse samenleving. De stad is ­gesegregeerd. Maar allochtonen die verder willen komen moeten Nederlands leren en zich aansluiten bij de dominante Nederlandse cultuur. Met een boerka en hoofddoekje kom je er niet.”

Vraag 5: Wat wilt u over vier jaar bereikt hebben?

“O

bjectieve normering en landelijke centrale ­examens in het mbo. Dat geldt voor alle vakken, niet alleen voor taal en rekenen. En alle opleidingen. Liever nog in het hele spectrum van primair onderwijs tot en met hoger beroepsonderwijs. Verder moeten we af van de perverse prikkels die het onderwijssysteem managers geeft. Dan bedoel ik bijvoorbeeld de outputfinanciering. Dan hebben we veel bereikt.”

Kijk op www.mboraad.nl/­backstage om uw ­vragen voor de volgende ­aflevering in te sturen. BACK STAGE


28 / 29

Melvin Winkeler (20) Werkt om de opleiding aan de ­Fotoacademie te financieren.

Dat het mbo veelzijdig is bleek tijdens de 6-Daagse Beroepsonderwijs. Maar hoe breng je als student de

“Deze wedstrijd was een goede oefening. Ik

fotowedstrijd ‘Veelzijdig mbo’, hun inzending en afwisselend beroepsonderwijs.

bonte schakering van mogelijkheden het beste in beeld? Negen studenten over hun deelname aan de

had een model ingehuurd, maar hij werd ziek, Tekst Sander van der Ploeg

dus sta ik er zelf maar op. Dat ik een camera in mijn hand heb is natuurlijk geen toeval,

Winnaar van de MacBook Pro

geldt ook voor de gitaarversterker. Dat je ook een muzikantenopleiding kan doen, toont voor mij de veelzijdigheid van het mbo aan.”

Viola Gori (22) Student Fotovakschool “Ik deed eerst een secretaresseopleiding, maar wist

Nicole Reijnders (18) Student Communicatie en ­Marketing, ID-College

al snel dat ik creatiever wilde werken. Het mbo biedt die ruimte en gelukkig is het mogelijk te switchen als

fotowedstrijd Veelzijdig mbo en de winnaar is?

je toch een andere kant uit wilt. Voor de foto vond ik veel inspiratie bij mijn vriend, die ook op de foto staat. Hij volgt nu een modeopleiding aan de Hoge-

“Met papier wilde ik de diverse opleidingen

school voor de Kunsten.”

van mijn school verbeelden. Ik neem deel aan het leerbedrijf ClubID en we organi-

Romano de Graaf (21) Student Mediavormgever – Animatie/ AV-vormgeving, Grafisch Lyceum Utrecht “Mijn foto toont welke beroepen belangrijk

seren schoolfeesten, zaalvoetbaltoernooien en maken een blad voor studenten. Zo kom ik in aanraking met andere opleidingen. Mijn ­studie bevalt me, maar is eigenlijk te ­makkelijk, ik wil dan ook nog naar het hbo.”

zijn voor de samenleving. Zoals de politieagent en verpleegster. Zonder hen wordt het een zooitje. Het mbo is, net als de maatschappij, divers. Wie een mbo-opleiding wil moet verder kijken dan zijn neus lang is en zich goed laten voorlichten. Zo ontdek je welke studie het beste bij je past.”

BACK STAGE

BACK STAGE


veelzijdig mbo fotowedstrijd vervolg

31 / 31 30

Nicole Pulles (20) Student Projectleider Interieur / Exterieur, Sint Lucas Vakcollege

Wouter van der Linde (18) Student Fotografie ROC De Mare

“Mijn zus Marleen wees mij op deze wedstrijd. Ik heb dit jaar de studie vormgeving Product­presentatie afgerond en doe nu weer een creatieve studie. Het mbo biedt veel, dat zie je terug

“Ik doe de fotografieopleiding en deze wedstrijd was

in mijn foto. Ik ben tevreden over mijn studiekeuzes. Het on-

voor mij een kans mijn naamsbekendheid te vergroten

derwijs is praktijkgericht; dat past goed bij een doener als ik.”

en creatief bezig te zijn. Door mijn studie omring ik mij met creatieve mensen en dat is toch een ander slag mensen dan op het vmbo. Hier kan je echt jezelf zijn. Dat is voor mij het grote voordeel van het mbo.”

Marleen Pulles (22) Voltooide dit jaar de opleiding Marketing en Communicatie aan het Koning Willem I College

Marjolein van Ederen (17) Student In- en Outdoorstyling Clusius College

“Het voordeel van het mbo is de “Ik wil later verder in de fotografie, dus dit is een mooie kans. Ik koos dit ontwerp omdat je op het mbo veel vrijheid hebt, maar ook eigen verantwoordelijkheid. De zelfstandig­heid was voor mij wel even wennen, want ik ben pas twee maanden geleden ­begonnen. Maar tot nu toe ben ik erg ­tevreden!”

brede keuze, maar je moet wel een

Marjolijn Eggens (18) Student In- en Outdoorstyling, Clusius College “Het was een ingeving om mee te doen. Ik had weinig tijd, maar gelukkig was er een modeshow op school en kon ik foto’s maken. Deze is het mooist. En geeft de

idee hebben wat je wilt. Zelf had ik daar geen problemen mee. Ik erger mij aan het negatieve imago van het mbo. Middelbare scholieren moeten zich niet blind staren op de havo, het mbo heeft ook goede ­studies. Ik kan het iedereen ­aanraden. Dat wil ik aantonen met mijn foto.”

veelzijdigheid van het mbo weer: meerdere studenten werken aan de jurk en de styling van het ­model. De foto én het model laten de ­talenten van het mbo zien en wat zij in huis hebben.”

BACK STAGE

BACK STAGE


33 / 33 32

discussie

Hans Kamps in discussie met …jan van zijl Zetten de vakcolleges het mbo buitenspel?

vZ

“Het vakcollege is ontstaan vanuit het idee dat er voor kwetsbare jongeren een meer op de praktijk gerichte opleiding moest komen. Een vakopleiding voor jongens en meisjes die met de handen willen werken. Eerst was het er alleen voor techniek, nu ook voor de zorg en als we niet uitkijken ook in no time voor toerisme, horeca en sport. Een interessant idee en vooral: marketingtechnisch een voltreffer. Maar als MBO Raad moeten we er toch wat kritischer naar kijken. Die verhalen over megasuccessen gaan mij iets te vlug. Laten we eens kijken of die vakcolleges hun beloften wel waar maken, bijvoorbeeld als het gaat om stage- en baangarantie.”

K

“Wij zijn drieënhalf jaar geleden met dit idee begonnen, nu zijn er

BACK STAGE

Tekst Corien Lambregtse Foto’s Jeroen Poortvliet

Vakcolleges bieden studenten in zes jaar een opleiding in techniek en zorg tot mbo-niveau 2. Zonder tussentijdse overstap, mét stage- en baangarantie. En straks misschien ook tot niveau 3 en 4. Wat betekent dit voor het ‘gewone’ mbo-niveau 3 en 4? Hans Kamps, één van de oprichters van het Vakcollege in kritisch debat met Jan van Zijl, voorzitter MBO Raad.

ongeveer vijftig vakcolleges over het hele land. Op voorlichtingsavonden puilt het uit van ouders en kinderen die enthousiast zijn. En we hebben een uitval van ongeveer 0. Dat zegt genoeg.”

in dan kinderen die de theoretische kant volgen. Als ze een gieter in elkaar moeten lassen met een inhoud van 2 liter, dan krijgen ze algebra om te berekenen hoe dat moet. Het is een andere manier van leren.”

K

vZ

vZ

vZ

“Dat zegt in ieder geval dat de vak­ colleges niet per se de meest kwetsbare jongeren aantrekken, zoals oorspronkelijk de bedoeling was, maar vooral ook de getalenteerde.”

K

“Voordat die studenten op het vakcollege kwamen, werden ze als zwak gezien omdat ze niet konden leren. Achteraf constateren wij dat die studenten niet zwak zijn, maar sterk. Ze krijgen lesmateriaal dat helemaal op de praktijk is gebaseerd en vervolgens krijgen ze theorie aan de hand van de praktijk. Daar blijken ze dan zelfs beter

“Maar ik betwijfel toch of de zwakste studenten worden bereikt. En los daarvan: hoeveel allochtone studenten en meisjes zijn er bijvoorbeeld bij?”

K vZ

“Dat weet ik niet.”

“Ik ook niet, maar we weten wel dat meisjes het lastigst tot techniek te verleiden zijn. Als de vakcolleges erin slagen meisjes binnen te halen en op te leiden tot niveau 2, dan zou dat echt winst zijn. Wat mij niet bevalt, is dat de vakcolleges zijn neergezet als alternatief voor het mbo.”

“De vakcolleges zijn niet gestart om de concurrentie aan te gaan met het huidige mbo. Er is niet één vakcollege waar het mbo niet aan meedoet. De vakcolleges zetten het mbo absoluut niet buiten spel.”

“Ik zit toch met een paar inhoudelijke vragen. Als blijkt dat het werkt, dan moeten we als mbo en vakcollege natuurlijk bond­ genoten worden. Want het gaat ons om de studenten. Maar hoe zit het met die stage- en baangarantie? Krijgen jullie het bedrijfsleven mee?”

K

“Ja! We hebben een goede afspraak met USG People. Een beurs­genoteerd bedrijf dat overal in het land zit. USG geeft de garantie dat leerlingen die zelf geen baan vinden, bij hen op de loonlijst komen. En USG is een erkend leerwerkbedrijf.” BACK STAGE


discussie Hans Kamps in discussie met Jan van Zijl vervolg

ook kunnen. Wie wat doet en in welke institutionele vormgeving, maakt mij niks uit. Het gaat erom dat we het beste uit studenten naar boven halen. En dat hoeft zeker niet alleen binnen het vakcollege.”

vZ

“En mijn laatste punt: zou het niet verstandig zijn, voordat jullie ook een vakcollege horeca, sport en toerisme beginnen, de bestaande vakcolleges eerst goed neer te zetten? Laten we daar rustig de tijd voor nemen.”

‘Er moet een keurmerk komen voor de vakcolleges’

vZ

“En hoe zit het met de plannen om het vakcollege van niveau 2 uit te breiden naar niveau 3 en 4? Ik zou zeggen: zorg er eerst maar eens voor dat de studenten zo goed van niveau 2 komen dat ze kúnnen doorstromen naar niveau 3 en 4. Het is belangrijk dat we nu eerst werk maken van het keurmerk voor vakcolleges. Een keurmerk dat garandeert dat het diploma vakcollege hoogwaardige ­k waliteit heeft.”

K

“Dat willen wij ook: een keurmerk dat ­k waliteit garandeert. Want als elk vmbo ineens een bord ophangt: ‘Vakcollege’, dan heb je weer niks.”

vZ

“Maar begin dan als vakcolleges niet met het aanbieden van niveau 3 en 4! Het vakcollege is toch een inhoudelijk didactisch concept? Toch heel praktijkgericht? Het aanbieden van BACK STAGE

35 / 35 34

Pittige taal

niveau 3 en 4 vraagt een ander concept en een ander soort school. De roc’s zijn daar helemaal op ingesteld. Die laatste twee jaar van het vakcollege moeten ook binnen een roc worden georganiseerd, omdat daar de voorzieningen zijn, omdat de roc’s stages kunnen begeleiden en er al contacten zijn met het bedrijfsleven. Laten we het vooral praktisch en overzichtelijk houden.”

K

“We zijn met techniek begonnen, we hadden helemaal niet de intentie om dat met vakcolleges zorg uit te breiden, maar de scholen zeiden: als jullie het niet doen, doen wij het zelf. Toen hebben we steun gekregen vanuit het ministerie van VWS om die vakcolleges zorg aan te bieden.”

vZ

“Het techniekverhaal snap ik, maar bij de zorg heb ik er echt mijn twijfels over of die vakcolleges nu zoveel meer te bieden hebben dan de huidige roc’s. Het punt is dat er een hype ontstaat, waar scholen wel aan mee móeten doen om niet achter te blijven. Maar laten we dan ten minste duidelijk maken wanneer een school zich vakcollege mag noemen en wat er van een vakcollege verwacht mag worden.”

K

“Helemaal mee eens. Dat is in ons beider belang. Want op het moment dat je niet levert wat gesuggereerd wordt, is het einde oefening.”

vZ

“Als aan die voor­waarden is voldaan, zul je zien dat meer mbo-­scholen dan nu de samenwerking in het vak­ college zullen zoeken.”

Tekst Guus Mater Foto Henk Veenstra

De Nederlandse overheid spendeert jaarlijks zo’n 1 miljard euro aan toezicht. Toezicht op de gezondheidszorg, verkeersveiligheid, het onderwijs en andere terreinen van het maatschappelijke leven. Maar leveren deze inspecties waar voor hun geld? Pittige taal in de oratie van professor dr. Heinrich Winter, bijzonder hoogleraar toezicht en parttime hoofddocent bestuursrecht en bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hoezo? Doen de inspecties hun werk niet goed? “Dat is niet gezegd. Het is de vraag of toezicht een organisatie als het onderwijs daadwerkelijk beter maakt, de meerwaarde is onduidelijk. En die meerwaarde moet een belangrijke doelstelling zijn.” Volgens Winter wordt wel beweerd dat toezicht lijkt op zelfrijzend bakmeel. “Maar zolang we niet ­precies weten wat de effecten zijn, kan evengoed ­worden beweerd dat er te weinig toezicht is.”

‘Naming, blaming en shaming is goed ­instrument in toezicht’

Ranglijsten van roc’s op internet. Is dat een goed idee? “Naming, blaming en shaming is een goed instrument. Het laat zien welke instellingen voldoen aan de normen en vormt een prikkel voor scholen die onder de maat zijn. Het is in ieder geval ­transparant. Als je zegt dat je een minimumkwaliteit wilt hand­ haven, kan een ranglijst ook van pas komen. De inspectie moet dan wel aangeven waarom een instelling onderaan staat. Dat kan komen door de bijzondere studentenpopulatie of doordat het halve docentenkorps is opgestapt.”

K

“In principe leiden vakcolleges op tot niveau 2: gekwalificeerd vakman. Dat is wat we voor ogen hebben met de vakcolleges. Maar er zijn studenten die meer in hun mars hebben. Als het vak­college, waarin een vmbo en mbo samenwerken, hen de mogelijkheid wil bieden door te stromen naar niveau 3, 4, dan organiseren ze dat toch? En als een bedrijf dat aangesloten is bij het vak­college zegt: ik wil een interne opleiding op niveau 3 of 4, dan moet dat

Pittige taal van… Heinrich Winter

Hoe doet de onderwijsinspectie het? “Vergeleken met andere toezichthouders niet slecht. Dat de ­inspectie basisscholen bezoekt waarvan de cito-scores uit de toon vallen, die gegevens analyseert en maatregelen adviseert, geeft aan dat ze zich echt druk maakt de meerwaarde te vergroten.”

‘Ik betwijfel of de zwakste studenten worden bereikt’

Is het wel gewenst dat inspecties zelf onderzoeken of ze hun geld waard zijn? “Ja. Daarmee voorkom je dat een extra instantie in het leven moet worden geroepen. Bij wetgeving geldt ook vaak de verplichting tot

meten en evalueren van de effecten na een ­bepaalde periode. De minister moet daarbij ook dat inzicht ­verschaffen aan het parlement.” De roep om toezicht is de laatste jaren sterk toegenomen. Meer regels en meer marktwerking betekenen meer controle. “De Tweede Kamer vraagt voortdurend om meer toezicht, maar als Kamerleden zien wat die inspecties kosten, willen ze dat ­toezicht wel verminderen. Niet bepaald consistent. Probleem is dat over­heden, meer dan vroeger, verantwoordelijk worden gehouden voor allerlei risico’s. Dat is niet vol te houden. De burger zal een deel van die verantwoordelijkheid terug moeten krijgen. Bij elk incident wordt het toezicht geacht in actie te komen. Rampen en incidenten worden geanalyseerd, waarna passende maatregelen volgen. Misschien is het beter niet altijd mee te gaan in de waan van de dag. Een inspectie zou dan moeten zeggen dat ze een andere ­programma heeft. Dat maakt je niet populair bij de politiek.” Veel reacties gehad op uw oratie? Van verschillende kanten. Het havenbedrijf in Rotterdam, de Inspectie Verkeer & Waterstaat, de AFM. Het blijkt dat de ­meerwaarde van het toezicht latent op de agenda staat. Ik denk dat er we er meer van gaan horen de komende jaren.” BACK STAGE


‘De handjes, die maken de w ­ aarde. De praters, die zorgen voor ­toegevoegde waarde. Maar te veel praters, dat is bureaucratie.’

‘Misschien is dat wel de ­kwaliteit van de goede docent, dat hij ­leerlingen behandelt alsof het ­gewone mensen zijn.’

Boerenzoon Hennie van der Most die rijk werd als uitbater van attractieparken, laat in Elsevier zijn afkeer blijken van veelpraters.

Mbo-student Lisa van Roon geeft een heel heldere visie op de vakbekwaamheid van docenten in de Volkskrant. ­

‘In het begin liet ik mijn ­chauffeur nog wel eens stoppen bij de ­McDonald’s, om even een hamburger te halen.’

‘Ben in de ridderzaal voor ­Prinsjesdag. Voer voor 1 dag een kopvoddentax in en het gat in de begroting is dicht.’

Oud-minister Plasterk geeft de nieuwe ministers in het Nederlands Dagblad tips om in contact te blijven met het ‘gewone volk’.

SP-Tweede Kamerlid Harry van Bommel helpt Geert Wilders bij de uitvoering van zijn ­verkiezingsprogramma.

‘Het lesaanbod van mbo-scholen kun je vergelijken met de ­menukaart van een Chinees restaurant. Honderden opleidingen, maar geen leerling die weet hoe ze precies smaken. Dan wordt het dus kiezen op goed geluk en maar hopen dat het smaakt.’ Renk Roborgh, directeur-generaal en daarmee hoogste ambtenaar en beleidsadviseur van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, is kennelijk nog nooit bij een goede Chinees geweest.

‘Docenten kunnen nu jaren ­aaneen werken zonder bijscholing. Dat kan een hersenchirurg zich niet ­veroorloven - waarom een docent die elke dag bezig is met de hersens van onze kinderen dan wel?’ Nieuwbakken Minister van Onderwijs Marja van ­ Bijsterveldt laat in de Volkskrant zien dat een docent niet onder hoeft te doen voor een hersenchirurg.

‘Heb je ooit een kabinet gezien dat precies uitvoert wat het zegt?’ Bernard Wientjes, VNO-NCW, legt in het NRC uit waarom het schrijven van verkiezingsprogramma’s tijdverspilling is.

‘InHolland heeft voor tenminste 150 diploma’s onterecht een bonus ­ontvangen van ruim 10.000 euro. Er is dus minimaal 1,5 miljoen euro extra beschikbaar voor goed onderwijs.’ SP-Kamerlid Jasper van Dijk bewijst in zijn motie over onterecht ontvangen diplomabonussen door InHolland dat elk nadeel ook zo zijn voordeel heeft.

‘De mensen die hier komen, zijn hartstikke gemotiveerd. Heb je ooit een klas zo stil zien werken?’ Inburgeringsdocente Verschoor, beschrijft in BN ­ DeStem de voordelen van het lesgeven aan mensen die de taal niet spreken.


Back Stage, opinieblad over beroepsonderwijs en educatie