Page 1

}<(l(tp$=adbcb <

Een échte Haagse krant Actueel Ontmanteling Sijthoff City is begonnen

5

Vrijdag 1 november 2013 jaargang 7 nummer 338

€ 1,95

Interview Couturier Frans Hoogendoorn stopt met salon

Cultuur Voorpublicatie nieuwe boek Yvonne Keuls

10/11

15

Twee eeuwen Spui in vogelvlucht

1820

1885

1906

1965

2013

2018

Tot halverwege de 19de eeuw was het Spui één van de belangrijkste waterwegen van en naar Den Haag. De gracht, die in 1345 is aangelegd, verbond de Hofvijver met de Vliet. Op het water van het Spui kwamen diverse andere grachten en binnenhavens uit, zoals de Bierkade, de Veerkaden, Turfmarkt, Houtmarkt, Lange Gracht, Schedel-

doekshaven en Ammunitiehaven. Aan en rond het Spui was het een levendig handelsgebied. Tussen 1861 en 1904 werd het Spui stukje voor stukje gedempt; vooreerst vanwege de stank en de verspreiding van ziektes, maar het kwam op den duur ook goed uit voor de verkeersafwikkeling. De Nieuwe Kerk, ontworpen door

de timmerman Pieter Noorwits, domineert al sinds 1656 het beeld vanaf de Turfmarkt. Een vogelvlucht door de afgelopen twee eeuwen bij al het ophef over het Spuiforum dat deze week de (voorlopige) finale ingaat. >Zie ook pagina 5 > Illustraties: Gemeentearchief Den Haag/C&R/Neutelings Riedijk

Ingezonden mededeling

ToTale leegverkoop i.v.m. verhuizing

korTingen ToT 80% italian design furniture

Scheveningseweg 14 – Den Haag (t/o het Vredespaleis) ma t/m za van 10.00 – 17.00 uur


2>varia

Den Haag Centraal > Vrijdag 1 november 2013

haagse plaatjes

Onze pier van Scheveningen / Johnny Jordaan (1961) Ooit werd de tot ver buiten Den Haag vermaarde Scheveningse Pier liefdevol bezongen, zoals dat ook was gebeurd met zijn voorganger, het in 1901 geopende ‘Wandelhoofd Wilhelmina’. Deze populaire plek van verpozing voor de flanerende Haagse chic werd bijvoorbeeld in 1915 in deftige bewoordingen omschreven door Charles Heijnen: ‘Op de Pier in Scheveningen promeneert het blauwe bloed/ Sinds de banken en het windscherm is ’t leven er zoo zoet/ Jonkers voeren dweepgesprekjes met hun blik in ’t blauw verschiet/ Spreken af op knusse plekjes en de freule weigert niet’. De poëtische climax volgde in de slotzin: ‘Vol beminnelijken zwier savoureeren ze een exquisiet pleizier’. Tijdens de bezetting was het uit met pret. In 1943 sloopten de Duitsers het bouwwerk, nadat een deel in vlammen was opgegaan. Er kwam een nieuwe pier, die op 19 mei 1961 feestelijk werd geopend door Prins Bernhard. De plechtigheid werd muzikaal opgeluisterd door militaire kapellen, de Koninklijke ’s-Gravenhaagse Politie Muziekvereniging ‘Onderling Kunstgenot’ en een koor van de Haagse Prof. Bavinckschool, terwijl sirenes en scheepshoornen de muzikale feestvreugde verhoogden. De Koninklijke Militaire Kapel speelde de gloednieuwe ‘Scheveningse Piermars’ van Jurriaan Andriessen. Er was nog een ander, speciaal voor de gelegenheid geschreven lied. De

uitgebreide krantenverslagen in Het Vaderland, Het Binnenhof en Haagsche Courant maakten er geen melding van, maar volgens zijn biograaf Bert Hiddema zong de populaire Johnny Jordaan (‘in tegenwoordigheid van Prins

Bernhard’) zijn ode ‘Onze Pier van Scheveningen’, daarbij begeleid door een draaiorgel, zijn vaste accordeonist Jan Hillegers en het trio De Drie Jonge Volendammers. De Amsterdamse volkszanger woonde

sinds begin 1959 in de badplaats, waar hij het Jordaancabaret aan de Dirk Hoogenraadstraat, achter het Gevers Deynootplein, had overgenomen. Het Haagsch Dagblad meldde echter, bij de beschrijving van de aankomst van de prins op één van de piereilanden: ‘Het weer is er waarschijnlijk oorzaak van dat Johnny Jordaan hier niet aan het zingen van zijn pierlied toekwam’. In een volgende editie schreef dezelfde krant over de avondlijke feestelijkheden, die voornamelijk bestemd waren voor de bouwers van de nieuwe pier: ‘In de grote Kurzaal was er voor hen en hun echtgenoten een ontvangst, waarbij de Amsterdamse Scheveninger Johnny Jordaan zijn pierlied ten beste gaf. Hij had met één klap de stemming erin’. Het feestlied werd ook vastgelegd op een single. Op de hoesfoto poseert de zanger in winterjas op een houten trapje naar het, desolate strand, tegen de achtergrond van de in aanbouw zijnde pier. De nationale trots spat van het plaatje af. Dat begint al met het intro waarin arrangeur Cor Steyn de beroemde strofe ‘Ik heb u lief mijn Nederland’ inzet op zijn orgel. ‘Onze Pier van Scheveningen komt weer terug aan de kust en het wordt me een feest’, klinkt het even later monter vanuit de groeven, gevolgd door ‘Onze Pier van Scheveningen wordt zo mooi en beroemd als hij nooit is geweest’. Een tekst van Susanne Laming, op muziek van Jan van Weelden. Met gepast gevoel voor

overdrijving bezingt Jordaan de gloednieuwe attractie als ‘de trots van Neerlands roemrijk strand’, waarna hij het lied beëindigt met zijn handelsmerk, een heerlijk melodramatische uithaal: ‘Met die Pier wordt Scheveningen ’t allermóóist van Né-der-lááááánd’. Een paar jaar later bracht Toon Hermans, in zijn befaamde One Man Show, het ultieme lied over het nieuwe pierleven: ‘Op de Pier van Scheveningen/ Waar de zilte golven zingen/ Zie je zoveel malle dingen/ Op de Scheveningse Pier’. Hermans’ meesterwerkje van ruim zeven minuten nestelde zich vaster in het collectief geheugen dan het plaatje van Jordaan, dat nauwelijks aandacht kreeg op de radio. De meeste omroepen boycotten de volkszanger wiens liedjes van een te laag cultureel gehalte zouden zijn. Na die tijd zijn er vanuit het Nederlands artiestengilde weinig nieuwe lofzangen vernomen op de voormalige trots van ons roemrijke strand. Jimmy Tigges

Jimmy Tigges (1953) is publicist en discjockey. Hij geldt als een specialist op het gebied van sportliederen, maar heeft als geboren Hagenaar ook jarenlang onderzoek gedaan naar liedjes waarin Den Haag een rol speelt. In 2006 publiceerde hij samen met Paul Groenendijk het boek ' Het lied van Den Haag'.

Ingezonden mededeling

rode wijnen

ACTIES

keTel 1 jonGe jeneVer 1L

€ 12,

48

Van 13,98 voor

ruM SAnTiAGo de CuBA Añejo BlAnCo 1L

Frankrijk / Bordeaux Château Saint Cristophe Medoc A.C. 2006 Cru-Bourgeois van 12,50 voor € 8,95 Spanje / La Mancha Yugo reserva Tempranillo Cabernet Sauvignon van 7,50 voor € 4,98 Spanje – rioja Vina Albina Gran reserva 2004 (topjaar!) van 20,25 voor € 14,98

wiTTe wijnen

Van 19,45 voor € 17,98 Deze op fust gerijpte Cubaanse rum is de ideale rum voor de mix met cola-producten.

Portugal / Douro – Quinta de Ventozelo Branco van 8,55 voor € 6,45 Frankrijk / Bordeaux – Cuvée Clémence entredeux-Mers Sauvignon Blanc - Sémillon van 10,35 voor € 8,50

eSBjAerG VodkA 1L

fAMouS GrouSe 1L

oP=oP (max. 6 ltr per klant). 13,95 voor € 9,98

Van 19,95 voor

kAhluA 0.7L

whYTe & MACkAY 1L

Spanje / Penedès – Grimau Chardonnay barrel fermented van 16,25 voor € 12,50

Van 20,95 voor € 16,95 Door de lagering op zowel bourbon als sherryvaten ontstaat een uitzonderlijk zacht smaakpalet.

Zuid-AfrikA en Chili

Mexicaanse koffielikeur. 16,45 voor € 14,50

CoGnAC CourVoiSier V.S. 0.7L

€ 22,95

Van 27,60 voor

€ 17,50

johnnie wAlker BlACk lABel 12Y 0.7L Van 29,95 voor

€ 24,95

STrAThiSlA SinGle MAlT 12Y 1L Van 43,95 voor € 34,98 Deze Single malt uit de Highlands onderscheidt zich door haar rijke geurenbouquet en haar smaken van kruiden en vruchtencake.

jACk dAnielS TenneSSee whiSkY 0.7L

www.drinkland.nl den haag

Prinsestraat 57 070 364 29 25

Van 22,95 voor

€ 17,80

* Voorhout * noordwijk * oegstgeest Jacoba van Beierenhof 28 Maarten Kruytstraat 24 Lange Voort 19 071 364 93 37

071 361 21 82

071 301 55 83

Zuid-Afrika / Rhino – linton Park wines Drinkland importeert rechtstreeks wijnen uit Wellington van het wijnbedrijf Linton Park. Wij selecteren Rhino cape red en cape white. Een zeer aangename volle rode wijn met smaken van rijp rood fruit en een zeer frisse droge witte wijn met een tropisch karakter waarin citrus de boventoon voert. U steunt automatisch het goede doel: save the rhino. Per fles van 4,95 voor € 3,98 Chili – Tierra Alta reserva Uit de reserva wijnen, hebben wij een selectie gemaakt afkomstig uit: Casablanca Valley Sauvignon Blanc reserva: meest noordelijk gelegen regio met arme zand/kleigrond. Deze type grond is ideaal voor de elegante en complexe wijnen. Colchagua Valley Syrah reserva: met een Mediterraans klimaat, perfect voor de fruitige en geconcentreerde wijnen. Maule Valley Merlot en Carmenère reserva: deze valley ligt tegen de voet van de Andesgebergte. De grond uiteenlopend van vulkanisch tot graniet geven bodem aan volle rode wijnen met fris fruit en uitgebalanceerde zuren. deze 4 wijnen zijn nu voor een spectaculaire prijs te koop: van 11,10 voor € 7,50


3

actueel<

Vrijdag 1 november 2013 > Den Haag Centraal

Theater aan het Spui krijgt nieuwe zaal

‘Ik sluit niet uit dat hier straks schoffels staan’ Het oude theater Zeebelt stond sinds begin dit jaar leeg. Maar vanaf volgende maand krijgt het gebouw een nieuwe invulling: Zaal 3, een nieuw project van directeur Cees Debets van Theater aan het Spui. Het wordt een laboratorium voor jong theatertalent. Door Annerieke Simeone

Terwijl de meeste culturele instellingen de afgelopen tijd de broekriem flink hebben aangehaald, breidt Cees Debets, directeur van Theater aan het Spui, zijn territorium juist uit. In het oude theater Zeebelt aan het De Constant Rebequeplein 20a mag hij van de gemeente een half jaar lang zonder huurkosten het ini-

tiatief op poten zetten. Marjolein de Jong, wethouder van Cultuur, opent op 9 november de nieuwe ruimte, genaamd Zaal 3.

Hotspots “Het moet een broedplaats worden waar jonge theatermakers kunnen experimenteren. Een laboratorium voor de kunsten. Maar ook een plek waar de buurt een kopje koffie komt drinken. De ontmoeting staat centraal”. Debets probeert zijn nieuwe project zo goed mogelijk te duiden. Met Zaal 3 komt hij tussen twee culturele hotspots te zitten: de Elektriciteitsfabriek en de DCR, waar veel kunstenaars en ontwerpers een werkplek hebben. “Als ik hier rondloop en merk hoeveel creativiteit er

al zit, dan denk ik aan Berlijn: rauw, industrieel, bruisend”. Debets, die via de site van DCR wist dat het theater beschikbaar was, leverde het beste plan. Een plan dat volgens hem een hiaat in het lokale podiumkunstenaanbod moet opvullen. “In Den Haag heb je een productiehuis voor de dans, namelijk Korzo, maar een plek voor jong theatertalent is er niet. Soms krijg ik aanvragen van net afgestudeerde acteurs die in Theater aan het Spui willen spelen. Dan denk ik: “Nou, best risicovol om ze in een zaal met 170 zitplekken te programmeren. Dat gevoel heb ik minder nu Zaal 3 er komt. Daar kunnen maximaal 80 mensen in”. De jonge theatermakers moeten overigens niet verwachten dat Debets hun

projecten gaat financieren. “Geld wordt een gezamenlijk probleem. Zij moeten zichzelf afvragen hoe ze de voorstelling kunnen draaien met zo min mogelijk subsidie, bijvoorbeeld door crowdfunding of door te besparen op dure decors”. Als voorbeeld noemt Debets de vorig jaar afgestudeerde toneelklas uit Arnhem, Moeremans & Sons. De veertien leden hebben een voorstelling Plug & Play ontwikkeld waar ze de kosten laag houden, door zelf het decor op te bouwen en de techniek ter hand nemen. Stadstuin Naast theatervoorstellingen wordt Zaal 3 een plek voor educatieprojecten, verhuringen èn voor de buurt. Debets, die praktisch tegenover Zaal

3 woont, is zelf actief in zijn wijk. “Ik weet niet waar ik de tijd vandaan haal, maar ik zit ook nog in de buurtcommissie”, zegt hij glimlachend. “We zijn nu bezig een braakliggend stuk grond tegenover Zaal 3 om te vormen tot een tijdelijke stadstuin. Het is een idee van Andries Micke en Rene Jansen van DCR, dat het gras van de buren gaat heten. Die tuin wordt natuurlijk niet een op zichzelf staand iets. Ik weet zeker dat de bewoners in de buurt zich er mee gaan bemoeien. En dat is goed. Er moet een synergie ontstaan, die mensen moeten zich ook vrij voelen om bij ons naar binnen lopen. Ik sluit niet uit dat hier straks schoffels staan. Samen proberen we de buurt leuker te maken”.

Bosbrug weer in gebruik

De Bosbrug is zo goed als klaar. Een maand eerder dan verwacht. De komende weken moeten er nog wel werkzaamheden worden verricht, zoals het frezen van detectielussen in het wegdek en het afstellen van de verkeerslichten, maar voor het verkeer is het belangrijke verkeersknooppunt vanaf 1 november weer in gebruik. De tramlijnen die normaliter over de Bosbrug rijden, laten nog wel een flinke maand op zich wachten: dan zijn de nieuwe haltes bij het Centraal Station aan de Rijnstraat pas klaar. Volgend jaar komt de volgende brug aan de beurt, die bij de Dr. Kuyperstraat, de toegang tot de Mauritskade. En ook de Javastraat staat op de nominatie volgend jaar onder handen te worden genomen. > Foto: C&R

Notenbuurt eist schorsing bouwplan Oude Haagweg Door Adrie van der Wel

De Raad van State moet een deel van het bestemmingsplan Rosenburg voorlopig buiten werking stellen. Dat eisten het Wijkberaad Notenbuurt en bewoners van de Thorbeckelaan deze week tijdens een spoedzitting bij de Raad. Met het verzoek om schorsing van het plan willen de buurtbewoners voorkomen dat snel een bouwvergunning voor het project kan worden afgegeven. Het totale plan betreft de bouw van bijna 400 woningen, honderden parkeerplaatsen en enige bedrijfsruimten langs de Oude Haagweg aansluitend op de Thorbeckelaan. De Notenbuurt ligt direct achter het plangebied waar twee woontorens zijn gepland. Na protesten van de buurtbewoners is het aantal woonlagen van de torens teruggebracht van 9 naar 7 lagen.

Maar dat geldt nog niet voor het hele plangebied. Het Wijkberaad pleit ervoor om in het hele gebied niet hoger te bouwen dan 7 woonlagen. Volgens de gemeente zou hoogbouw in dit gebied passend zijn, omdat in de omgeving meer hoogbouw te vinden is. Maar voorbeelden in de directe omgeving kon de gemeente bij de Raad niet noemen. De buurtbewoners vinden dit tekenend voor de slechte onderbouwing van de bouwhoogte die de gemeente wenst. Hun advocaat Marco Erkens wees de Raad ook op het ontbreken van beleid dat die hoogbouw mogelijk zou maken. Daarnaast wees hij op het gemak waarmee de gemeente toekomstige parkeerproblemen op het bord van de projectontwikkelaar heeft gelegd. Verder zijn er twijfels in de buurt over de financiering van het plan. In een deel van het plangebied is de bo-

dem vervuild en onduidelijk is hoeveel het opruimen gaat kosten. Waarschijnlijk om die reden kan het relatief kleine plangebied intensief worden bebouwd. De nog onzekere saneringskosten moeten terugverdiend worden. De gevraagde schorsing van het plan betreft alleen het zuidelijke gebied. Daar zou al snel gebouwd kunnen worden. In het noordelijke deel ligt de bouwmarkt van Gamma. Voor dit gebied zal eerst nog een procedure gevolgd moeten worden om het bestemmingsplan te wijzigen. Maar ook de Gamma ligt dwars. De bouwmarkt sluit zich over een aantal maanden aan in de rij van bezwaarmakers als de bezwaren tegen het plan uitgebreid door de Raad worden behandeld. De uitspraak over het schorsingsverzoek van de buurtbewoners volgt over twee weken.

Ingezonden mededeling

Exclusieve brilmode

Hoogstraat 37 2513 AP Den Haag www.hofstede-optiek.nl


4>varia

Den Haag Centraal > Vrijdag 1 november 2013

stadsmens

Abdel Yousfi promoot bij jeugd en volwassenen liefde voor dichtkunst Abdel Yousfi glundert als hij vertelt over het succesvolle optreden van Poetry Galore, waarin hij met vijf andere dichters is verenigd. Onlangs debuteerde de groep in lunchkamer Den Engel. “We kregen veel bijval, ook op facebook. Daarna hebben we twee dagen met elkaar opgetrokken om te kunnen nagenieten. De bedoeling was om een lange strandwandeling te maken, maar vanwege het slechte weer kon die niet doorgaan. We zijn toen naar het centrum gegaan”. Poetry Galore treedt zaterdag 9 november opnieuw op in lunchkamer Den Engel aan de Willem de Zwijgerlaan. Naast Abdel bestaat de vaste kern uit Alice Anna Verheij, Bryony Burns, Dean Bowen en Peter van der Stoep. Net als in oktober worden er gastdichters uitgenodigd, zoals Mahmoud Najar, afkomstig uit Irak en de Iranees Rhaksin die zijn gedichten in het Perzisch voordraagt. Alle buitenlandse dichters brengen hun werk in hun moedertaal. De dichters zelf of collega’s van Poetry Galore zorgen voor een Nederlandse vertaling. Abdel: “De ene keer beginnen we met de Nederlandse vertaling, de andere keer met de oorspronkelijke taal. Het wis-

ten kindergedichten en zetten die op muziek. Het grappige is dat kinderen ze nog steeds zingen als zij van school naar huis lopen”.

Met Poetry Galore treedt Abdel Yousfi op in lunchkamer Den Engel. >Foto: Thomas Vahé

selt elkaar af. De vertalingen zijn best moeilijk; dat vraagt veel tijd”. De zes dichters leerden elkaar tijdens optredens kennen. “In alle hoeken van Nederland kom je elkaar tegen. Op een gegeven moment is het idee ontstaan om gezamenlijk iets te doen”. En: “We willen kwaliteit bieden, het tegelijkertijd laagdrempelig houden en daarnaast beginners een podium geven”. Op zaterdag 14 december komt Poetry Galore weer

bijeen in Den Engel. De groep zal daar ook in 2014 één keer per maand optreden. Marokkaan Abdel Yousfi, die op zijn vijftiende naar Nederland kwam, is min of meer een schakel tussen Poetry Galore en gastdichters. Hij grijpt die taak gretig aan. Immers, hoe meer hij voor de dichtkunst kan betekenen hoe beter. In Marokko was hij al jong in het Arabisch en Frans aan het dichten. “Samen met de leraar Frans. We maak-

Ingezonden mededeling

Dit is Helma uit Den Haag Helma houdt van zeilen, is getrouwd met Hans en leest alles wat ze te pakken kan krijgen. Samen met hun 2 prachtige dochters Merel en Iris kiezen ze regelmatig het ruime sop op zoek naar een nieuwe horizon. Helma is Teammanager Ontwikkelen & Leren bij Pieter van Foreest, een grote zorgorganisatie. “Bij excellente zorg passen excellente medewerkers én een excellente opleider! Een opleider die vraaggericht kan acteren en maatwerk kan leveren. Dat is belangrijk. Zeker gezien de dynamiek waarmee we in de zorg te maken hebben. Zo kwamen we terecht bij Menskracht 7. Samen met onze opleidingsadviseur bedachten we een plan om van onze medewerkers nog betere vakmensen te maken. Dat resulteert ondermeer in een betere performance, een toegenomen flexibiliteit en nog meer plezier in het werk.” Wilt u ook van uw personeelslasten, personeelslusten maken? Bel dan nu: 088-6661098 en maak kennis met uw opleidingsadviseur!

www.menskracht7.nl

Kunstschool Op zijn vijftiende volgde Abdel, inmiddels liefhebber geworden van literatuur, zijn ouders naar Nederland. Zijn zuster woonde al op de Rhijnvis Feithlaan. Vanaf Schiphol ging hij rechtstreeks bij haar op bezoek. “Daar dronk ik mijn eerste Haagse bakje koffie”, lacht hij. En serieus: “Toen ik naar de overkant keek, dacht ik: als ik eenmaal volwassen ben, ga ik in zo’n huis wonen. Dat is ook gebeurd”. Tijdens zijn vele zoektochten in bibliotheken in Den Haag ontdekte Yousfi dat Rhijnvis Feith een dichter uit de Gouden Eeuw is. “Ik heb toen een gedicht van hem naar het Frans en Arabisch vertaald”. De straten om hem heen dragen de namen van dichters uit hetzelfde tijdperk. Abdel heeft zijn buurtgenoten gevraagd om werk van de dichter naar wie hun straat is vernoemd, in hun moedertaal te vertalen. “Dat gebeurt in bijvoorbeeld het Arabisch, Spaans en Chinees”, zegt hij. “We beginnen er in januari mee. De gedichten zijn niet ge-

makkelijk te vertalen. Maar dat is dan meteen een stimulans voor mensen om naar de bibliotheek te gaan om daar woordenboeken te raadplegen”. Yousfi beperkt zich niet tot volwassenen, al even enthousiast probeert hij bij de jeugd belangstelling te wekken voor de dichtkunst. Dat doet hij onder meer als vrijwilliger op de Art-S-Cool, een kunstschool voor jongeren vanaf tien jaar uit de Schilderswijk. Hij kijkt uit naar het tweede optreden in Den Engel, waar elke zaterdag iets op cultureel gebied te beleven valt. “De sfeer daar is voor Poetry Galore heel passend. Dat vonden alle dichters”, zegt Abdel die 9 november twee gedichten voordraagt. “Eén gedicht gaat over de kern van het leven. Die kern is wat je nodig hebt. Voor mij betekent dat pen, papier en een rare fantasie”. Toch is er meer. Want, vertelde hij eerder: “Mijn droom is ooit een bibliotheek te hebben waar ik dan ook literaire avonden kan organiseren”. Joke Korving Poetry Galore, 9 november vanaf 16.00 uur in Lunchkamer Den Engel, Willem de Zwijgerlaan 50. Informatie www.lunchkamerdenengel.nl


5

actueel<

Vrijdag 1 november 2013 > Den Haag Centraal

Roofkunst in Haags museum

Figuren op het strand te Scheveningen van Kaemmerer.>Foto: PR

Schilderij Schevenings strand geveild in New York ‘Figuren op het strand te Scheveningen’ van schilder Frederik Hendrik Kaemmerer (1839-1902) komt op 8 november onder de hamer bij Sotheby’s in New York. Het is één van de top-

stukken uit het œuvre van deze Haagse schilder en volgens het veilinghuis een toonbeeld van de Belle Epoque. De richtprijs van het werk ligt tussen de 600.000 en 800.000 dollar (435.000-

580.000 euro). Kaemmerer schilderde het werk in 1874 toen hij vanuit Parijs weer even terugkeerde naar Den Haag. Het panoramische strandgezicht toont de vrijetijdsbesteding van

de hogere klasse, met dames die naar de laatste mode zijn gekleed, op een strook van zonbeschenen strand. De kunstenaar heeft ook zichzelf geschilderd op het doek.

PvdA hobbelt nu naar Spuiforum Door Jan van der Ven

Na maanden van vaak hevige interne strijd, stemt de fractie van de PvdA deze week in de gemeenteraad in met de komst van het Spuiforum. Waarna de volgende stap gezet kan worden op weg naar de komst van deze cultuurtempel in het hartje van de stad. De basis voor de instemming van de fractie van de PvdA werd maandagavond gelegd tijdens een ledenvergadering van deze partij in stadstheater De Vaillant. Daar stemden uiteindelijk 61 PvdA-leden voor de komst van het Spuiforum, 48 partijgenoten waren niet te vermurwen en deponeerden een rode kaart in de kartonnen stemdoos. Deze stemverhouding was voor de fractie (minus erkend tegenstander Gerard Verspuij) voldoende om later deze week akkoord te gaan met de komst van het Spuitheater. De steun die de fractie uiteindelijk aan de bouwplannen gaf, heeft de broze verhoudingen in de coalitie van PvdA, VVD, D66 en CDA over het Spuiforum hersteld. Een tegenstem van de fractie had bijna zeker tot een crisis in de coalitie geleid. Want vooral D66 hecht zeer aan de komst van het Spuiforum. Het was dan ook niet verwonderlijk dat met spanning werd uitgezien naar de uitkomst van de ledenvergadering van maandagavond. Vanaf deze week zit de coalitie hoe dan ook weer gevangen in het Spuifo-

rum-dossier. Gevangen, omdat de vraag wie de stekker eruit durft te trekken, op dit moment niet meer actueel is. De VVD had graag gezien dat het verzet in de PvdA ertoe zou leiden dat deze partij uiteindelijk het Spuiforum de rug zou toekeren. De liberalen voorzien namelijk teveel financiële risico’s, maar durven deze kaart niet openlijk op tafel te leggen. Daar komt bij dat het vier jaar geleden de liberalen waren die een ander ambitieus project van de PvdA’er Norder in de aanloop naar de raadsverkiezingen om zeep hielpen, de Cruiseterminal. De liberalen voelen er niets voor de tegenstribbelende PvdA’ers opnieuw de helpende hand toe te steken.

Draagvlak Uiteindelijk liet de PvdA die zich graag afficheert als betrouwbare bestuurderspartij deze week het belang van de coalitie zwaarder wegen dan het ontbrekende draagvlak, de ontstane tweespalt en de financiële risico’s die aan het cultuurpaleis kleven. PvdA-wethouder Norder verwoordde de positie van de PvdA in de coalitie als volgt: “We staan hier niet geïsoleerd in. We zitten in het college waarin we met andere partijen afspraken maken”. Volgens Norder betekent instemmen met de komst van het Spuiforum tevens investeren in het voortbestaan van de coalitie. Zijn woorden waren natuurlijk voor-

De Markies en Sijthoff City Terwijl aan de rechterzijde het gebouw De Markies op de hoek van de Grote Marktstraat en Wagenstraat zijn voltooiing nadert – de naam van Marks & Spencer valt zelfs al op de gevel te lezen – wordt aan de overzijde de gevel van Sijthoff City onttakeld. Op de plek waar tot 1982 de drukpersen van de vroegere Haagsche Courant elke dag ratelden, wordt de komende tijd met behoud van het oorspronkelijke skelet een nieuw winkel- annex kantorencentrum gerealiseerd. Alleen de naam, die herinnert aan de bekende Haagse uitgeversfamilie, blijft na de metamorfose hetzelfde. De

grootscheepse renovatie van Sijthoff City zal eind 2014 klaar zijn. Dan is De Markies al lang en breed in gebruik. Het deel aan de Wagenstraat werd al deze zomer door H&M in gebruik genomen. Nog dit jaar wordt het stuk langs de Grote Marktstraat opgeleverd; modewinkel Zara zal dan al snel de deuren openen. Het grootste deel – bestemd voor Marks & Spencer – wordt pas volgend voorjaar voor het publiek toegankelijk. Zolang heeft het Britse warenhuis nodig om het interieur en de inrichting voor elkaar te krijgen. >Foto: C&R

al bestemd voor de tegenstanders in de PvdA-gelederen. De leden van de PvdA lagen voor de zomer tenslotte al dwars toen ze een stokje staken voor de ambitieuze bouwplannen van PvdA-wethouder Norder met in zijn schaduw D66-wethouder Marjolein de Jong. De kritische PvdA-leden kregen gedaan dat het alternatief (verbouwing) een herkansing moest krijgen. Die kwam er en werd vervolgens door het college te duur bevonden en afgewezen. Waarna het oorspronkelijke bouwplan, kosten begroot op 181 miljoen euro, weer in volle gewicht op de politieke keuzetafel lag. Om de gespletenheid in de achterban niet teveel op de proef te stellen, werd afgelopen zondagavond tijdens een extra vergadering van de PvdA-fractie besloten de leden maandagavond niet teveel voor het blok te zetten. De sfeer moest er één worden van veel verdraagzaamheid, waardoor het voor twijfelaars mogelijk werd zich aan te sluiten bij de voorstanders van het bouwplan. Een verdere tweespalt moest hoe dan ook worden voorkomen. Tekenend was dat de ingediende moties waarin werd opgeroepen te stoppen met het bouwplan, vooraf niet waren voorzien van een advies van het partijbestuur in de vorm van ‘ontraden’ of ‘afwijzen’. Het was een gokje, maar uiteindelijk werkte de aanpak, in

combinatie met een zekere vorm van Spuiforum-moeheid bij de twijfelende critici. Dat de race in de PvdA na deze week gelopen is, is echter zeer twijfelachtig. Een nieuw moment dient zich binnenkort aan, tijdens de verkiezing van de lijsttrekker. Van de vier kandidaten is alleen Gerard Verspuij tegenstander van het Spuiforum. Over de uitkomst van de ledenvergadering was hij maandagavond zeer beslist: ‘De PvdA heeft nu verloren’. De uitslag van de stemming spoorde hem extra aan op zoek te gaan naar gewone PvdA-leden die het met zijn kritiek op het Spuiforum eens zijn. Lijsttrekker Verspuij houdt vast aan zijn verzet en zodoende wordt de lijsttrekkersverkiezing ook een mini-referendum voor de plannen voor het Spuiforum. Mocht Verspuij tot lijsttrekker gekozen worden, dan slaat weer verwarring toe in de gelederen van de PvdA en dus in de coalitie. Want wat moet de PvdA doen met een lijsttrekker die zich afficheert als tegenstander van het Spuiforum terwijl deze week in meerderheid gekozen is voor de bouw van het forum? En wat moet Verspuij straks met een verkiezingsprogramma waarin staat dat het Spuiforum er moet komen? Spuiforum, dat boek gaat voorlopig niet dicht, het wordt gewoon vervolgd.

Van de 41 Nederlandse musea die rond de Tweede Wereldoorlog 139 kunstwerken onrechtmatig hebben verkregen, spant het Gemeentemuseum de kroon: maar liefst negentien schilderijen heeft het in zijn bezit. Dit blijkt uit een onderzoek van de Nederlandse Museumvereniging. Het gaat om kunstwerken die via veilingen of handelaren voor een schijntje van Joodse families werden gekocht in de periode tussen 1933 en 1945. Onder de collectiestukken bevinden zich schilderijen van Ferdinand Bol, George Hendrik Breitner, Isaac Israëls en Henri Matisse. Benno Tempel van het Gemeentemuseum heeft nog geen serieuze claims ontvangen. Mochten zich ooit erfgenamen aanmelden, dan zou dit een gevoelige klap voor het museum kunnen zijn.

Huygens-prijs voor Lanoye De Jan Campert-Stichting, die jaarlijks de belangrijkste literaire prijzen van de gemeente Den Haag toekent, heeft dit jaar vier schrijvers bekroond: Tom Lanoye, Micha Hamel, Oek de Jong en Jan Paul Schutten. Tom Lanoye (1958) krijgt de Constantijn Huygens-prijs 2013 toegekend voor zijn hele œuvre. Micha Hamel (1970) krijgt voor zijn bundel Bewegend doel de Jan Campert-prijs 2013 toe en Oek de Jong (1952) voor zijn roman Pier en Oceaan de F. Bordewijk-prijs 2013. Jan Paul Schutten (1970) ontvangt de tweejaarlijkse Nienke van Hichtum-prijs voor jeugdliteratuur voor Het raadsel van alles wat leeft (en de stinksokken van Jos Grootjes uit Driel). Aan de Constantijn Huygens-prijs is een bedrag van € 10.000,– verbonden. De andere prijzen bedragen € 5.000,–. De feestelijke prijsuitreiking vindt plaats tijdens het Writers Unlimited Winternachten festival op zondagmiddag 19 januari in het Theater aan het Spui.

Service weg uit flat Arendsdorp Stichting Arendsdorp stopt met haar diensten in de gelijknamige serviceflat. Per 1 april volgend jaar krijgen de 25 medewerkers ontslag. Daardoor sluiten onder meer de 24-uursreceptie, de kapper en het winkeltje. Bewoners van het luxueuze complex mogen in hun appartementen blijven wonen, maar wie behoefte heeft aan zorg zal moeten verhuizen. Eerder was nog sprake van volledige sluiting door een dreigend faillissement. Doordat een groot deel van de bewoners inmiddels is overleden, zag Stichting Arendsdorp zich genoodzaakt de flat te verkopen.

Dubbel aantal spijbelaars Het aantal meldingen van schoolverzuim in Den Haag is verdubbeld ten opzichte van vorig jaar. Dit is het gevolg van strenger toezicht op middelbare en basisscholen. De gemeenten in de vier grote steden hebben deze taak op eigen verzoek overgenomen van de Onderwijsinspectie. In totaal werden er 7.500 spijbelmeldingen geregistreerd, vorig jaar waren dat er nog 3.900. Van de 113 onderzochte Haagse scholen bleken er 70 een onbehoorlijke registratie te hebben. Scholen hebben pas de wettelijke verplichting om een verzuimgeval te melden als het meer dan 16 uur betreft over een periode van vier weken.


6>Varia terugblik

Den Haag Centraal > Vrijdag 1 november 2013

foto’s uit het haags gemeentearchief

Den Haag Bloemen-Zee Wie denkt dat citymarketing iets van de laatste jaren is, heeft het mis. Begin jaren 50 was men al bewust bezig om Den Haag aantrekkelijk te maken voor zowel ‘landgenoten als vreemdelingen’. Dit was namelijk één van de redenen om in 1951 te starten met het zomerevenement ‘Den Haag Bloemenzee’. De organisatie was in handen van een stichting maar deze werd door een groot aantal lokale organisaties financieel ondersteund: het Haagse gemeentebestuur, bloemenkwekers, bloemenveilingen, winkeliersverenigingen maar ook grote bedrijven als KLM en Shell. Het evenement duurde een week en hierin werden tal van activiteiten georganiseerd. Er waren ruiterwedstrijden, politie- en brandweerdemonstraties en rally’s voor motorrijwielen. Maar zoals de naam van het evenement al doet vermoeden, stonden bij veruit de meeste activiteiten bloemen centraal: kindercorso’s, bloemententoonstellingen, wandelingen door parken en etalagewedstrijden. Het spectaculairste was het grote afsluitende bloemencorso: een stoet van versierde voertuigen van wel vijf kilometer lang trok stapvoets door Den Haag. Centraal in alle festiviteiten stond de bloemenkoningin wier installatie door de burgemeester de start van het evenement inluidde. De eerste jaren werd ze, vergezeld door haar hofdames, op een praalwagen de stad binnengereden. De kranten deden hier uitgebreid

verslag van. De installatieplechtigheid was via luidsprekers te horen en de radio deed live verslag. Niet alleen over de intocht, maar met name ook over de persoonlijke presentatie van de bloemenkoningin werd uitgebreid geschreven. De kledingkeuze was hierbij bijna even belangrijk als haar charmante voorkomen. Zo schrijft De Tijd in 1951: “Zij droeg een zacht blauwe jurk – zacht blauw is haar lievelingskleur verklapte ze ons vertrouwelijk – zij had zacht blauwe ogen en zij droeg het blonde haar kortgeknipt. Haar verschijning was inderdaad charmant en haar manieren zeer innemend”. De bloemenkoningin had in haar regeerperiode van één week een omvangrijk programma af te werken. Haar dagen waren gevuld met het openen van bloemententoonstellingen, het uitreiken van prijzen en het bezoeken van de wijken van de deelnemende winkeliersverenigingen. Ze was die week echt het gezicht van de stad. Buiten de activiteiten om, werd er hard gewerkt om de stad zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Door de hele stad werden bloembakken en bloemenzuilen geplaatst. Lantaarnpalen, gevels en zelfs trammasten werden versierd. Op de Haagse treinstations en de toegangswegen naar de stad werd ‘aan de burgerij een eenvoudige corsage’ uitgedeeld. Verschillende (jeugd) organisaties hielpen daarbij mee. Een medewerker van de Nederlandse Pad-

Boulevard, het bloemencorso ‘Den Haag bloemenzee’ op 14 augustus 1954 trekt veel aandacht, op de achtergrond het Kurhaus en het Palace Hotel. >Foto: Friezer

vinders verklaarde: “Onze jongens en meisjes moeten zo dikwijls vragen tijdens collectes dat ze het heerlijk vinden nu eens te geven”. Deze bloemen, meestal anjers, waren doorgedraaide anjers van de veilingen in Naaldwijk, Berkel en Rijnsburg. Er was een voorraad van meer 200.000 stuks nodig

om alle bezoekers van een bloem te kunnen voorzien. Alhoewel met name het afsluitende corso erg veel publiek trok en de organisatie steeds sprak van een uiterst succesvol evenement, waren de lokale media kritisch. De Haagsche Courant vroeg zich na de tweede editie in 1952

af of er nou werkelijk een bloemenzee was geweest of meer een bloemengolfje. Met name de povere straatversieringen werden teleurstellend genoemd. De Tijd formuleerde het treffend: “Den Haag Bloemen-Zee: het leek zo’n aardige woordspeling, maar het deed de veronderstelling postvatten, dat er iets van een zee aan bloemen vertoond zou worden. Had men gezegd: ‘we gaan het een en ander met bloemen doen’, dan was het publiek wellicht enthousiast geweest”. Ook was men kritisch over de overdaad aan reclame-uitingen die met enige regelmaat de bloemen naar de achtergrond verdrongen. Wat ook stak, was het keuzeproces voor de bloemenkoningin. Na de eerste twee edities kwam de koningin uitsluitend uit de geledingen van de grote sponsors. Dit alles deed het vermoeden ontstaan dat het evenement louter en alleen in het leven was geroepen voor het stimuleren van het bedrijfsleven die ‘een bak van onschuldige bloemen uitermate geschikt hebben gevonden om een lading vol reclame te dekken”. De stichting probeerde het evenement op een hoger kwaliteitsniveau te krijgen en de reclame-uitingen terug te dringen, maar hierdoor viel het evenement wel veel duurder uit. De gevraagde gemeentelijke subsidie groeide van 10.000 gulden in 1951 in zes jaar tijd naar 85.000 gulden. Het doek voor Den Haag Bloemen-Zee viel uiteindelijk in 1958 toen de financiële positie van de gemeente geen subsidie meer toeliet. Cynthia Hamberg www.gemeentearchief.denhaag.nl

Ingezonden mededeling

FREEK DE JONGE CIRCUS KRIBBE een kerstvertelling

Foto: Koos Breukel.

“CIRCUS KRIBBE IS EEN SUBLIEME VOORSTELLING, TEGELIJK ACTUEEL EN TIJDLOOS” ★★★★★

“FREEK CREËERT MET MEESTERHAND EEN KERSTVERHAAL” ★★★★★

Trouw

NRC

KONINKLIJKE SCHOUWBURG DINSDAG 12 NOV 2013 20.15 UUR Korte Voorhout 3 | 2511 CW | Den Haag | Tel: 070 356 53 06 | www.ks.nl

VAN QUICK LUNCH TOT UITGEBREID TAFELEN

Pearl 12-uurtje €12,50

ELKE MINUUT GENIETEN BIJ RESTAURANT PEARL

Of u nu veel of weinig tijd heeft tussen de middag: bij Restaurant Pearl is het elke minuut genieten. Van een ruime keuze aan smakelijke sandwiches, salades en soepen tot aan een complete verwennerij van meerdere gangen. Allemaal schitterend tot in de details, net als onze locatie, aankleding en bediening. Kennismaken met Pearl? Neem alvast een voorproefje op www.facebook.com/RestaurantPearl

Bestel kaarten bij de kassa o.v.v. van circus of kies prijstype circus op de bestelpagina van de voorstelling op www.ks.nl en ontvang € 5,- korting op kaartjes voor Circus Kribbe van Freek de Jonge!

Den Haag entraal

ZEESTRAAT 35 | 070 710 7025 | WWW.RESTAURANTPEARL.NL


7

regio<

Vrijdag 1 november 2013 > Den Haag Centraal

‘Mijlpaal’ wellicht naar museum Museum Rijswijk gaat onderzoeken of de Romeinse mijlpaal weer terug kan naar de historische afdeling van het museum. Vanzelfsprekend is dat niet, want de paal ‘weegt wel het één en ander’ en de historische afdeling bevindt zich op de eerste verdieping. Door Pieter de Leeuw

Rijswijk – Conservator Arjan Kwakernaak licht toe: “Natuurlijk zou de paal een enorme eyecatcher zijn, maar voor wij de gemeente Rijswijk een bruikleenverzoek kunnen doen, zal er toch eerst uitgerekend moeten worden of de houten vloer van het muse-

um het wel gaat houden”. In november 2005 werd de paal van circa 1 meter gevonden door hoveniers die bezig waren met de beschoeiing in een sloot op de hoek van de Sir Winston Churchilllaan en de Huis te Landelaan. Okke Dorenbos, archeoloog van de gemeente Rijswijk, had niet veel tijd nodig om tot de slotsom te komen dat de gevonden mijlpaal identiek was aan de palen die al eerder waren aangetroffen. In het huidige Wateringse Veld waren namelijk vier van dergelijke palen gevonden. Deze waren een stuk groter, circa 2 meter en met een doorsnede van circa 45 cm. De palen markeerden de toenmalige weg die, zo is althans nu de wetenschappelijke ver-

onderstelling, voerde van het Wateringse Veld via Rijswijk naar Voorburg, waar de Romeinse nederzetting Forum Hadriani was gevestigd. Afstanden Op de palen waren onder meer de afstanden te zien naar de dichtstbijzijnde bestemming. Dorenbos: “Sinds de vondst hebben we volop wetenschappelijk onderzoek verricht naar het materiaal en naar de teksten die op de mijlpaal staan”. Behalve nuttige reisinformatie stond op de meest recent gevonden paal bij wijze van eerbetoon, de naam van keizer Marcus Aurelius Antonius, bijnaam Caracalla. Dat maakte de mijlpaal makkelijk te date-

ren, want de keizer regeerde van 211 tot 217. “Heel veel onderzoek moet nog worden gedaan als we te weten willen komen hoe precies die Romeinse weg gelopen heeft, we denken nu dat hij deels dezelfde route had als de Winston Churchilllaan en ook weten we dat er naast de weg een waterloop moet zijn geweest, maar er is nog altijd veel meer dat we niet weten”, aldus Dorenbos. Tot de verbouwing van het Museum Rijswijk was de mijlpaal al even in het museum te zien. Maar, vertelt directeur Margriet Lestraden: “Toen bevond de historische afdeling zich op de begane grond, maar zo’n uniek object hoort hier natuurlijk thuis”.

Romeinse Mijlpaal wellicht te zwaar voor museumvloer. > Foto : Dirk Visbach

Beroep tegen windturbine

2 november is het natuurwerkdag.> Foto : Staatsbosbeheer

Natuurwerkdag: meer ruimen Leidschendam-Voorburg – Op zaterdag 2 november is het zagen en snoeien geblazen in de Duivenvoordse-Veenzijdse Polder. In het uitgestrekte natuurgebied langs de spoorlijn Den Haag- Leiden wordt dan de Natuurwerkdag gehouden. Dat is de jaarlijkse dag waarop voor één keer de achtertuin of het balkon als werkterrein kan worden verruild voor het bos. Boswachter Linda Groeneveld legt uit dat ‘dat de hakhoutbosjes om veel onderhoud

vragen’. Dat zijn bosjes met relatief jong hout die onlangs opnieuw in het bos zijn geïntroduceerd. “In de Middeleeuwen was het gebruik om de bosjes te planten en zo het hout te verzamelen voor de stookplaats of de bezem”. De vrijwilligers zullen dan ook vooral met de zaag en de snoeischaar in de weer gaan. “Belangrijk”, volgens Groeneveld, “want daarmee komt er meer licht en ruimte in het bos wat er voor zorgt dat andere vogelsoorten in het

bos opduiken. Eigenlijk ontstaat er zo een hele nieuwe biotoop”. Volgens de boswachter profiteert niet alleen het bos van de arbeid. “Want het is natuurlijk ontzettend lekker om de hele dag buiten bezig te zijn”. Wie mee wil doen aan de Natuurwerkdag meldt zich op 2 november om 10.00 uur op de parkeerplaats van de begraafplaats aan de Tuinenlaan in Leidschendam. Aanmelden kan op: www.natuurwerkdag.nl

Scholen ‘bieb’ in één nieuw gebouw Leidschendam-Voorburg – De verhuizing is al lang en breed achter de rug, maar een feestelijke opening moest afgelopen dinsdag luister bijzetten aan het nieuwbouwcomplex aan het Fluitpolderplein in Leidschendam. Twee onderwijsinstellingen en de bibliotheek zijn de nieuwe bewoners. Het STIP Dalton en het ROC ID College verwachten wel het één en ander van elkaars nabijheid. Want de leerlingen van het VMBO kunnen nu als zij hun diploma hebben gehaald, een beroepsopleiding gaan volgen van het ROC, op dezelfde locatie dus. Niet zo vreemd dat de eerste plannen voor een gemeenschappelijke huisvesting van de Leidschendamse onderwijsinstellingen al in 2002 ontstonden. Wat daar bij kwam, was de ondermaatse kwaliteit van de toenmalige locaties. In 2011 werd gestart met de bouw van het nieuwe onderkomen. De kosten bedroegen 7,5 miljoen euro. Deze zijn,

Leidschendam-Voorburg – Als het aan de gemeente LeidschendamVoorburg ligt, komt er geen windturbine in de Vlietzone, maar voorlopig houdt de gemeente Den Haag zich Oost-Indisch doof. Voor de tweede keer is er nu beroep aangetekend tegen de komst van het gevaarte dat bijna 150 meter hoog moet gaan worden. Het is een gevolg van de gemeentelijke herindeling in 2001 dat de beide gemeentes nu procedureel met elkaar overhoop liggen. Want aan de rand van Leidschendam-Voorburg is het sinds die herindeling weer Haagse grond en uitgerekend op die plek, in de landelijke Vlietzone, vlakbij de Zeeheldenwijk, heeft Den Haag nu gemeend een vergunning af te moeten geven voor de bouw van de windturbine. “We zijn groot voorstander van het zoeken naar alternatieve energie-

Het is geen vlees en geen vis in de Klein Plaspoelpolder in Leidschendam. De gemeente heeft dan ook de eerste stap gezet om het gebied ‘een ruimtelijke kwaliteit te gaan geven die nauw aansluit bij de locatie aan de Vliet’. Dat zegt de gemeentelijk woordvoerder.

Ingezonden mededeling

vertelt een woordvoerster, gelijkelijk gedragen door de gemeente en de onderwijsinstellingen. Vorige maand betrokken de bewoners het complex. Vooral voor de bibliotheek is er het nodige veranderd. Want de leerlingen hoeven hun tussenuurtjes niet meer

buiten door te brengen. “Ik heb begrepen dat het in de bibliotheek een stuk drukker is geworden”, zegt de woordvoerster. Op de opening trad zangeres Iris de Schepper op, al of niet bekend van haar aanwezigheid in het televisieprogramma The Next Pop Talent.

De Haagse Wethouder Baldewsingh laat via zijn woordvoerster weten dat ‘in een gebied dat vooral is omsloten door snelwegen en bedrijven, het probleem toch niet heel groot kan zijn’. In juli werd voor de eerste keer beroep bij de rechtbank aangetekend. De gemeente Den Haag had toen voor de eerste fase een vergunning verleend. Nu Den Haag een vergunning heeft afgegeven voor de volgende fase, tekent Leidschendam-Voorburg opnieuw beroep aan.

Klein Plaspoelpolder op de schop

Klein Plaspoelpolder ligt tussen Sijtwende, Damsigt, Leidschendam Centrum en de Vliet. Sinds jaar en dag is de wijk inderdaad een wat rommelig allegaartje van kantoren, al of niet leegstaand, en woningen. Met de verschillende vastgoedeige-

Het nieuwbouwcomplex aan het Fluitpolderplein in Leidschendam. > Foto: Gemeente Leidschendam-Voorburg

bronnen”, haast een woordvoerder zich te zeggen, “maar dit is een goede toepassing op de verkeerde plaats”. Daar komt bij dat volgens de gemeente Leidschendam-Voorburg met een provincie juist overeen is gekomen dat ‘gezamenlijk zou worden gekeken naar een geschikte locatie’. Den Haag lijkt die afspraken met het provinciehuis nu aan de laars te lappen.

naren en enige stakeholders in het gebied is inmiddels overleg gevoerd om een begin te maken met de veranderingen. De gemeente heeft zelf grond in de wijk. Het terrein waar zich nu nog een betonmortel centrale bevindt, is gemeentelijk eigendom. Deze centrale zal volgens de woordvoerder ‘plaats moeten gaan maken’. Van enige tijdsdruk is voorlopig geen sprake. In 2040 moet het nieuwe gezicht van Klein Plaspoelpolder af zijn. De gemeenteraad zal nog wel haar goedkeuring moeten geven aan de metamorfose.


8>opinie

Den Haag Centraal > Vrijdag 1 november 2013

Een nare droom . . . .

Nu zesde culturele stad van Nederland Door Ernst van den Berg

Kunnen we dieper zakken! In het begin van deze eeuw nog de tweede cultuurstad van Nederland en nu gezakt naar de zesde plek. Onze stad was in de eerste helft van de vorige eeuw zelfs het culturele centrum van ons land! Scheveningen daar gebeurde het! En nu ...? Wat ging er mis? Waar ging het fout? Wie is verantwoordelijk? Veel vragen maar wat is nu het antwoord? Ik houd het kort maar cruciaal moment is het najaar van 2013. In dat jaar hadden we in onze stad (ondanks de crisis) een behoorlijk bloeiend cultureel leven! En tweede cultuurstad van Nederland! De stad was bijna klaar maar er miste nog een cultureel hart met internationale allure! En drie top-instellingen van onze stad en ons land (en internationaal) zouden samen gaan wonen in het ‘Spuiforum’. Een plek met allure waar de crème de la crème van moderne dans en muziek hand in hand zouden gaan met de ontwikkeling van toptalent! Maar het heeft niet zover mogen komen. De politiek durfde de stap niet aan! Ja, het was financieel toen geen eenvoudige tijd en er was enige lef voor nodig een dergelijke beslissing te nemen maar het zou een geweldige stap zijn geweest! (en de gemeente Den Haag had een heel gezonde financiële huishouding). En nu ....? Het Nederlands Danstheater vertrokken uit de stad, Residentie Orkest geworden tot een modaal muziekgezelschap en Koninklijk Conservatorium haalt bij lange na niet meer het excellente niveau van

acht jaar geleden, maar wat wil je ook met een troosteloos gebouw dat al jaren een flinke metamorfose verdient. Wat had het ‘Spuiforum’ dan voor verschil kunnen maken zou u zeggen. Allereerst had de bouwsector (belangrijk in die tijd) een behoorlijke impuls gehad en zou het een signaal zijn geweest dat de politiek in die jaren nog wel vertrouwen had in de economie. Particuliere beleggers zouden dan zeker volgen met hun investeringen. Er werd overigens fors door particulieren geïnvesteerd in de binnenstad van Den Haag. Daarnaast hadden de 600 studenten van het Conservatorium de binnenstad behoorlijk kunnen verlevendigen. Publiek zou massaal toestromen om niet alleen te genieten van ons orkest en het NDT maar ook van de vele popconcerten die zouden zijn geprogrammeerd door popcentrum ‘het Paard van Troje’. Indiase dans en muziek, de toppers van eigen vaderlandse bodem en internationale sterren hadden samen met NDT en Residentie Orkest avond aan avond gezorgd voor leven op en rond het Spui! Maar ja ... het is niet zover gekomen!” Ik word wakker badend in het zweet, dit kan toch niet waar zijn!! Gelukkig, we leven nog in 2013 en er kan nog een verstandige beslissing worden genomen! Ik roep dan ook de Haagse politiek op om een juiste beslissing te nemen en straks in 2020 geen spijt te hebben van een dwaling in 2013. Ernst van den Berg is ambtenaar bij de gemeente Den Haag op de afdeling citymarketing

uw mening

Spuiforum is een goed initiatief De beslissing, ruim 20 jaar geleden, om het stadhuis en de centrale bibliotheek in het centrum, aan het Spui, te vestigen is één van de beste naoorlogse besluiten van een stadsbestuur geweest. Het witte stadskantoor was een uitmuntende oplossing voor het destijds kwakkelende Spuikwartier. De in het gebouw gecreëerde stadshal is één van de beste ontmoetingsplekken van de stad geworden. De plint van het stadhuis is het nog niet geworden. Hoe goed ook de bedoelingen, het Spuiplein en de Turfmarkt zorgen ervoor dat je niet lang in de omgeving van het stadhuis blijft. Alle gebouwen eromheen munten uit in treurnis, bieden bezoekers geen feestelijk verblijf. Het dieptepunt is het hotel met z’n overbodige trappen, maar ook de andere publieke gebouwen ontberen de nodige kwaliteit. Het Spuiforum komt op het juiste moment. We begonnen bijna te wennen aan het winderige Spuiplein, de afwerende theaters, de onaangename stedelijke ruimte en de abominabele verharding. Het zou een enorme vergissing zijn om met de bestaande situatie door te gaan. De theaters hebben hun tijd gehad; als het nu alleen ging om technische uitvoeringen van muziek en dans, dan zou een opknapbeurt volstaan. Maar de ambities liggen – terecht – veel hoger. Het zou geweldig zijn om het succes van het stadhuis nog eens over te

doen. Een gebouw aan het Spui dat vanwege z’n programma en vanwege z’n architectuur mensen aantrekt, verleidt en inspireert. Hoe fantastisch zou het zijn om een muziekuitvoering of een groot feest te hebben op 50 meter hoogte, mensen te ontmoeten in en om het gebouw, en binnen het gebouw de combinatie te hebben van jongeren in opleiding en professionals. En dat alles in een feestelijke omgeving die de hele dag beleefd wordt. Het Spui wordt eindelijk een voorname straat, net als de Turfmarkt langs het stadhuis. Het gebied zal passen bij de vernieuwde Grote Marktstraat, en daarmee de binnenstad als attractief verblijfsgebied versterken. Het sentiment is begrijpelijk, net als zorg over de impact van het Spuiforum op de stedelijke huishouding. Datzelfde was er ook met het stadhuis, maar het valt niet te ontkennen dat het ontzettend goed heeft uitgepakt. Richard Koek

Den Haag Centraal verwelkomt ingezonden brieven van maximaal 200 woorden. De redactie behoudt zich het recht voor deze te redigeren. Vermeld altijd uw adres (en liefst ook uw telefoonnummer), ook wanneer u e-mailt.

Preventief fouilleren door de Haagse politie bij station Hollands Spoor. > Foto: Patrick Post/Hollandse Hoogte

Politiewerk is ook gebaseerd op vooroordelen Amnesty International maakt zich druk over discriminatie door de Nederlandse politie. Met name bij preventieve acties worden gekleurde mensen eerder gefouilleerd en ondervraagd dan blanke autochtonen. De Nationale Ombudsman is het daarmee eens. Maar de politie zelf herkent zich niet in het beeld. Op dit moment doet de Universiteit Leiden juist een onderzoek naar het gedrag van de Haagse politie. Door Coos Versteeg

Midden in de nacht belde de politie aan bij mijn collega in het Benoordenhout. Of er soms bij hem was ingebroken? Slaapdronken liet hij weten zich van niets bewust te zijn, maar een paar stappen terug de kamer in waren voldoende om te zien dat op de eettafel een opengebroken spaarpot van dochterlief lag. “In wat voor auto rijdt U?”, vroeg de ene agent. “Een Opel”, luidde het antwoord kortaf. “Een oranje Opel Kadett?” Hij knikte, een tikje beschaamd vanwege die lelijke kleur, maar dat ontging de diender. “En die heeft U toevallig niet uitgeleend?”, vroeg de ander. “We hebben namelijk twee mannen aangehouden, die in uw auto reden”. Al spoedig was de situatie duidelijk. De inbrekers hadden – terwijl het gezin op de eerste en tweede verdieping lag te slapen – op de begane grond wat spullen van waarde meegenomen: een camera, portemonnee, de inhoud van het kinderspaarpotje en de autosleutels. “We hebben ze hier een paar straten verder aangehouden, terwijl ze in uw wagen reden”, liet de agent horen. “We vonden ze verdacht”. Mijn collega was inmiddels weer volledig bij zijn positieven en wilde weten wat er dan precies verdacht aan de mannen in zijn auto was. “Er lagen tennisrackets op de hoedenplank!”, sprak de agent heel stellig. “Wat is dáár nou verdacht aan?”, vroeg mijn collega nieuwsgierig. “Nou, heeft u ooit Surinamers op de tennisbaan gezien?” Politiewerk is gebaseerd op gevoel, aannames, intuïtie en ook op vooroordelen. Politiemensen met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond doen daar net zo hard aan mee. Wat maakt iets verdacht? Wat maakt iemand verdacht? De manier waarop iemand kijkt, hoe iemand loopt, hoe iemand eruit ziet! Op welke signalen slaat een surveillerende agent aan? Wanneer vertrouwt hij of zij de zaak niet? Begin jaren tachtig beschreef een al lang vergeten criminoloog uit Californië hoe hij tijdens zijn colleges altijd uitermate kritisch

op de politie was geweest, totdat hij een weekje elke nacht met de patrouilleauto was meegegaan. Binnen de kortste keren was hij erger dan de agenten zelf als het op vooringenomenheid, discriminatie en woede aankwam. Als je voortdurend met schorriemorrie wordt geconfronteerd, gaat je beeld van de werkelijkheid er niet op vooruit.

Marokkaan Mijn jongste zoon lijkt op een Marokkaan. Dat er geen druppel Arabisch bloed door zijn aderen stroomt, is feitelijk niet van belang. De combinatie van genen – een vader met een Mediterraan uiterlijk en een Indische moeder – maakt dat hij door alle dienders van Den Haag als ‘mocro’ wordt beschouwd. Eén, soms zelfs twee keer per week met zijn Vespa de kant in voor een willekeurige controle is voor hem de gewoonste zaak van de wereld. Na middernacht een wandeling naar huis, in zo’n modieuze sweater met capuchon, is ook weer goed voor een stapvoets rijdende politieauto die halt houdt bij de hoek. “Wat doe je hier, mogen we even je ID zien?” Op den duur ging dat irriteren, ging hij op hooghartige toon bijdehante opmerkingen maken, maar dat werkt ook niet bevorderlijk. In het ergste geval levert het zelfs een bekeuring op – ze vinden altijd wel iets. Kwalijker wat het die keer dat hij ’s avonds in zijn eentje op de Van Alkemadelaan op de bus stond te wachten. Toen die eraan kwam en richting abri manoeuvreerde, zag de buschauffeur dat er alleen zo’n ‘kutmarokkaantje’ stond, hij keek hem strak aan, en reed keihard door. De boze brief van mijn vrouw, inclusief tijdstip en locatie van deze handeling, leverde weinig resultaat op. In plaats van een intern onderzoek door de HTM en welgemeende excuses, kwam er een standaardreactie uit de computer rollen en daarmee uit. Van de Haagse politie heeft mijn zoon inmiddels minder last. De meeste agenten hebben hem inmiddels al eens gecontroleerd en weten nu dat hij gewoon een ‘echte’ Nederlander is met een Nederlandse achternaam en dat ook zijn Vespa niet van diefstal afkomstig is. “Oh, ben jij het weer”, heeft hij al meer dan eens te horen gekregen. “Rij maar door”, en dan tegen een collega-diender: “Nee, het is goed. Ik ken hem!”. Maar bovendien verblijft hij al anderhalf jaar voor studie en werk in achtereenvolgens de Italiaanse stad Perugia en de Spaanse hoofdstad Madrid. Daar heeft hij van de politie geen last, want die zien in hem een Italiaan c.q. Spanjaard. Die hebben hun pijlen gericht op Ghanezen, Somaliërs, Tune-

siërs en ander volk. Want het gaat daar bij de Hermandad natuurlijk niet anders. On-collegialiteit De wereld was te klein toen Omroep West onlangs een reportage bracht over discriminatie –gepaard gaande met mishandelingen – bij de Haagse politie, mede gebaseerd op verklaringen van (oud) politiemensen van de betrokken bureaus. Niet zozeer de feiten uit de reportage brachten de politie van haar stuk, maar de on-collegialiteit van oud-dienders om zo uit de school te klappen. Ook nu herkent voormalig korpschef Henk van Essen zich niet in de kritiek van Amnesty International. Discriminatie komt voor, maar niet stelselmatig, zegt hij. Van Essen bestrijdt dat het in de politiecultuur zit. Als nieuwbakken lid van de directie van de Nationale Politie noemt hij de beschuldigingen van Amnesty-directeur Eduard Nazurski ‘ongegrond en onjuist’. De Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer ziet het anders. Volgens hem zit het probleem van discriminatie wel ingebakken in de politiecultuur. Volgens de ombudsman bestaat het risico dat politiemensen zich bij pro-actief optreden ‘laten leiden door huidskleur’. Brenninkmeijer lijkt dichterbij de realiteit te staan dan Van Essen. De vraag is alleen wat eraan valt te doen? Want de misdaadcijfers bevestigen de politie natuurlijk heel vaak in hun vooroordelen. Plek voor een nadere gedachtegang over etnische afkomst, milieu, sociale omstandigheden en groepsgedrag is er op zo’n moment van razendsnel handelen niet. Het is goed de politie voortdurend op misstanden aan te spreken, maar de burger vraagt tegelijk ook waakzaamheid opdat men rustig kan slapen. De politie – van nature een conservatief instituut – moet ook niet meteen zo verkrampt op de beschuldigingen reageren, maar er lering uit trekken. Uitbannen van vooroordelen is een illusie. Niemand is daar helemaal vrij van. En bij de politie kun je gerust spreken van beroepsdeformatie. Het is afkeurenswaardig en moet ook voortdurend serieus worden aangepakt, maar het valt ook in de categorie ‘waar gehakt wordt vallen spaanders’. Mijn collega was destijds politiek correct geschokt dat Surinamers met een tennisracket op de hoedenplank klaarblijkelijk verdacht zijn. Maar hij was wel verdomd blij dat hij zo snel zijn gestolen spullen terug had. Coos Versteeg is hoofdredacteur van deze krant


9

economie<

Vrijdag 1 november 2013 > Den Haag Centraal

Meer starters en faillissementen

‘Ik heb het mooiste vak dat er is’ Het aantal startende ondernemingen in Den Haag blijft maar groeien. In het laatste jaar vanaf 1 oktober 2012 hebben zich maar liefst 12% meer starters bij de Kamer van Koophandel ingeschreven dan in het jaar daarvoor. Daar staat tegenover dat zij ruimschoots worden ingehaald door het aantal faillissementen dat met een toename van 23% ver uitkomt boven het landelijk gemiddelde van 14%.

nen lagen ten grondslag aan de recente start van zijn onderneming. Zijn liefde voor het hout (“Het is zulk een prachtig materiaal, daar kan ik nog steeds heel blij en enthousiast van worden”) en zijn ergernis over de massale import van Braziliaans hout terwijl het meeste hout uit Nederland (“Holland”, zegt Weerdenburg) in het beste geval eindigt als bodembedekker in de hamsterkooi”. Dat is niet heel logisch, toch?”

Door Pieter de Leeuw

Amerikaans “Het liefst werk ik met Esdoorn en Lariks, heel mooi hout en het gaat lang mee, net als de Amerikaanse Eik”. Amerikaans? “Ja, het gaat mij erom dat de bomen in Nederlandse grond staan. En een goede reden om voor de Amerikaan te kiezen is dat Staatsbosbeheer al enige tijd het beleid voert om alle exoten uit onze bossen te weren en dus worden die voor een redelijke prijs op de markt aangeboden”. Dat is in ieder geval een verandering die het onderne-

Maar relativeert een woordvoerster van de Kamer van Koophandel in Den Haag de strekking van het indrukwekkende en sombere cijfers: “In Den Haag lopen we altijd achteraan in het rijtje. Vorig jaar zag je landelijk een enorme toename van het aantal faillissementen terwijl dat in Den Haag relatief meeviel, terwijl dat verschil nu in zekere zin gecorrigeerd wordt”. Als belangrijkste oorzaak daarvoor noemt zij het hoge aantal dienstverleners aan de overheid”. Dat geeft nu eenmaal een vertragend effect. Als de cijfers er straks weer beter uitzien, zul je zien dat die ontwikkeling in Den Haag zich ook als laatste aandient”. Op zaterdag 2 november wordt door de Kamer van Koophandel weer de jaarlijkse startersdag gehouden. Vorig jaar bezochten circa 2000 kersverse ondernemers de dag. Op de startersdag kunnen starters van alle kanten informatie inwinnen over de valkuilen die hen als ondernemer te wachten staan en op welke manieren zij deze zo goedkoop mogelijk kunnen omzeilen. De woordvoerster: “Wat leuk is en ook zinvol is dat op de startersdag die overigens in het Provinciehuis wordt gehouden, er een fotograaf aanwezig zal zijn om foto’s te maken die kunnen worden ingezet bij social media”. Het almaar stijgende aantal faillissementen is voor veel starters blijkbaar geen reden om de droom van een eigen bedrijf nog maar even in de ijskast te zetten. Eén van die Haagse starters is Mannou Weerdenburg (36). Hij is meubelmaker van beroep en na een langdurig dienstverband besloot hij verder te gaan als de directeur/grootaandeelhouder van Nederhout, de naam van zijn eigen bedrijf.

‘Ik kan heel enthousiast worden over de meubels die ik maak en het hout waarmee ik werk, maar als het erom gaat een prijs te noemen, poeh, ik geloof dat ik al snel de neiging heb om mijzelf te duur te vinden’

Mannou Weerdenburg in de werkplaats van zijn jonge onderneming. > Foto : O. Schrijver

In zijn grote werkplaats in de Binckhorst zet Weerdenburg een fles Duindoornsiroop op tafel (de besjes heb ik in Meijendel geplukt) en kijkt

hij tevreden naar de houten eetkamerstoel van eigen makelij. Hij werkt alleen met hout dat afkomstig is uit Nederland. Twee goede rede-

merschap bij hem teweeg heeft gebracht. Prijsbewust zijn. Net zoals hij er bewust voor heeft gekozen om niet naar de bank te gaan voor een zak met geld. “Wat natuurlijk wel met zich mee brengt dat ik niet zo snel kan groeien als ik misschien zou willen, maar ik vind het een stuk gezonder om met eigen middelen stap voor stap vooruit te gaan. Wel is het zo dat ik met wat oudere machines moet werken”. Zijn onderneming is een fraaie en persoonlijke mix van ambachtschap en ideële motieven. Zijn visie op de

maatschappij illustreert hij met een eenvoudig voorbeeld. Zoals de meeste mensen met een tuin heeft hij de nodige tijd doorgebracht met het tevergeefs bestrijden van onkruid. Typerend voor Weerdenburg is dat hij besloot zich te verdiepen in de eigenaardigheden van het taaie rotplantje en wat bleek? De oude Romeinen wisten al dat zevenblad, zo heet het meest voorkomende onkruid, goed te eten was. “Die namen het speciaal mee op hun veldtochten”. De ondernemer wil maar zeggen, duurzaamheid is van alle tijden. Zelf noemt hij zich een ideëel realist. Daarmee is bedoeld dat hij binnen de grenzen van zijn opvattingen een fatsoenlijke boterham wil verdienen. Want in de korte periode dat zijn ondernemerschap nu duurt, heeft hij al kennis gemaakt met de weerbarstige praktijk, “Oh,oh, wat is het veel dat je moet betalen”. Dat is een kant waar, hij geeft het zelf toe, nog het nodige te leren heeft. Het opportunistische ‘fake it, till you make it’ lijkt hem niet op het bescheiden lijf geschreven. ‘Ik heb er wel eens aan gedacht om naar zo’n netwerkontbijt toe te gaan, maar ja”. Hij lacht bijna verontschuldigend. “Ik kan heel enthousiast worden over de meubels die ik maak en het hout waarmee ik werk, maar als het erom gaat een prijs te noemen, poeh, ik geloof dat ik al snel de neiging heb om mijzelf te duur te vinden”. Weerdenburg maakt gebruik van het coachingtraject dat door de Kamer van Koophandel wordt aangeboden. Zijn coach noemt hij “een geweldige vent waar ik echt wat van leer”. Nu werkt hij voor particulieren en bedrijven. “Het gaat nog steeds via,via”. Hij werkt inmiddels full time en “ja, ik kan er van leven”. “Hoe mijn bedrijf er over vijf jaar uitziet, tja, dan zit ik sowieso niet meer hier, maar op een andere locatie, meer representatief, zeg maar. Dan heb ik een mooi en goed klantenbestand. Ik denk niet dat ik personeel aanneem, zoals ik er nu tegenaan kijk, blijf ik werken met ZZP’ers die ik inhuur als ik daar behoefte aan heb”. Maar in de tussentijd doet Weerdenburg wat een ondernemer nu eenmaal doet, ondanks het economisch klimaat en de onheilspellende cijfers. “Want ja, echt waar, ik heb het mooiste vak dat er is”.

Gereedschap redden op open dag Het is opa’s gereedschapskist keer duizend. Stichting ‘Gered Gereedschap’ houdt op zaterdag 2 november in de Binckhorst open dag. Speciaal voor alle mensen die hun hart op willen halen aan de indrukwekkende collectie gepensioneerde zagen, nijptangen en handboren en die de gepensioneerde vrijwilligers aan het werk willen zien. Want zij zorgen ervoor dat het gereedschap ‘gered’ wordt. In de woorden van vrijwilliger Harry van Helden: “Wat wij hier doen is het gereedschap geschikt maken voor een tweede leven in Afrika”. Want dat is wat Gered Gereedschap doet. In onnut geraakt gereedschap wordt ingezameld, onder meer via de verzamelbakken bij de Praxis, opgeknapt in de werkplaats aan de Junostraat en vervolgens getransporteerd naar een project in een ver ontwikkelingsland. Waar het gereedschap

wordt gebruikt om leerlingen te helpen bij het uitoefenen van een vak als timmerman of loodgieter. In de Haagse werkplaats zijn zo’n dertig vrijwilligers actief, veelal gepensioneerden – de oudste vrijwilliger is 84 jaar – en enkele schoolverlaters. Onzeker is of Gered Gereedschap op de huidige plek in de Binckhorst zal kunnen blijven. Het pand wordt gehuurd van de gemeente Den Haag voor 1200 euro in de maand wat door de stichting steeds moeilijker valt op te brengen. De gemeentelijke subsidie is als gevolg van de bezuinigingen deels teruggedraaid. Van Helden legt een hand op de honderd jaar oude naaimachine en zegt: “We zijn hier natuurlijk ook niet zo één, twee, drie verhuisd”. Wie zelf wil gaan kijken, is welkom aan de Junostraat 12 A, op zaterdag 2 november van 14.00 tot 16.30 uur.

Vorig jaar werd de open dag van Gered Gereedschap goed bezocht. > Foto : PR


10>interview Vilan

Het pakje

“De chauffeur is onderweg,” meldde de webpagina. Prompt verloor ik alle concentratievermogen. Hoorde ik daar een auto stoppen? Van tafel sprong ik weg naar het raam. De straat was leeg, alleen keek ik rechts naar een zeer geschrokken rode kater. Wachten is een kunst die ik niet beheers. Er moet meer Zen in, vind ik, en die Zen kan ik helaas nergens kopen. Zodra het wachten officieel is begonnen, ben ik onrustig en ongeduldig. In alles. Pakjes, mails, de liefde, erop moeten wachten maakt me raar. Liever had ik een loket waar alles op een specifieke dag en uur af te halen was, ook de verrassingen des levens graag. Dan zou het thuis aangenamer toeven zijn. Ik veroorzaak het zelf, dat gedoe met die pakjes. Op het moment dat ik iets bestel, zie ik mezelf blij met dat pakje in mijn handen staan. Het tussenstuk is dan even uit zicht. In mijn hoofd bestaat het huisvrouwenland van de jaren 50 waarin ik – zijnde de vrouw in huis – de hele dag de tijd heb om mensen aan de deur te ontvangen. “Kopje koffie, postbode?” Na een uur heb ik het opgegeven om nog iets zinnigs te doen. Dan sta ik aan het raam geklemd en kijk naar links en naar rechts, want een auto kan van beide kanten komen. Die positie hou ik best lang vol, inclusief de rugpijn die opkomt door het leunen op een te lage vensterbank. Als ik naar de wc ga, sprint ik terug, want stel dat ondertussen de besteller is gearriveerd? Emotioneel gaat het mis, dat snapt u wel. Uit ongeduld ontstaat snel drift. Sta ik daar te vloeken voor het raam, en om het zinloze ervan vloek ik dan nog een keer. Dat zijn de momenten waarop ik besef, dat een mens geen vijanden nodig heeft. Een ieder heeft zichzelf om vrede mee te sluiten. Het mooie zelfbeeld blijkt precies dat: een beeld, een zelfgeschapen illusie, die weinig met de praktijk van doen heeft. Op zich zou ik dankbaar moeten zijn voor zo’n inzicht. Maar het pakje is er nog niet. Er is een grote kans dat elke chauffeur in Nederland een plezier schept in de wanhopige wachtende vrouw. Op het moment dat ze aanbellen (altijd meteen twee keer), en ik verwilderd opendoe, glimlachen ze ontspannen. “Een pakje voor u,” zeggen ze, alsof dat me zal verrassen. Ik teken voor ontvangst. Daarna moet ik bijkomen, van mezelf. Vilan van de Loo

Den Haag Centraal > Vrijdag 1 november 2013

Couturier Frans Hoogendoorn stopt met salon

Geen strakke lijnen en sterke kleuren meer voor de dames van stand

Met het vertrek van Frans Hoogendoorn (1943) uit de Molenstraat, komt er langzaam maar zeker een einde aan het tijdperk van couturiers in de Hofstad. Deze week sluit de ontwerper voorgoed de deur van zijn salon. Na bijna veertig jaar doet hij het rustiger aan om tijd te maken voor zijn andere passie: tekenen.

Door Jasper Gramsma Op het tapijt in Hoogendoorn’s deftige salon staan vele voetstappen van de Haagse beau monde. Er hangt een sfeer, zoals die ook in de internationale modehuizen van de jaren zestig gehangen moet hebben: intiem en tegelijk gepast afstandelijk. Aan het bureau, tussen de kleurrijke creaties, is te zien dat dit het werkterrein is van een creatieve vakman. Het ligt bezaaid met aantekeningen, stofstalen en een speldenkussen. Nog niets wijst erop dat de ruimte over een paar dagen leeg zal zijn. De couturier, als altijd onberispelijk gekleed, maakt niettemin een opgeruimde indruk als hij vertelt over zijn besluit om te stoppen. “Ach, weet je”, zegt hij met zijn typische hese stem, “ik ben inmiddels 70. Een poos geleden besloot ik al dat er een einde aan moest komen. Omdat dit pand gerenoveerd wordt, vertrek ik gewoon iets eerder”. Goed nieuws voor zijn trouwste klanten is dat Hoogendoorn het niet helemaal voor gezien houdt: “Hoewel ik dadelijk 47 jaar bezig ben, vind ik het nog altijd een leuk vak. Daarom blijf ik losse projecten doen, maar ik zal meer selecteren. Laatst vroeg een oudere klant: wat moeten we nu? Tegen haar zei ik: tot de laatste snik zal ik doorgaan voor u”. De rest van de tijd gaat de ontwerper zich richten op het maken van modetekeningen, een verwaarloosde liefhebberij. “Toen ik net van school kwam, was er nog nauwelijks fotografie bij modeshows. Er werd vooral getekend. Constance Wibaut was mijn grote voorbeeld. Voor Elsevier maakte ze magnifieke tekeningen die ik allemaal bewaard

heb. Ik probeerde te tekenen voor een reclamebureau, maar dat liep op niets uit. Als het mijn stijl niet was dan liet ik het namelijk zitten”, lacht de modeman. “Nu wil ik er weer mee aan de slag. Er komt misschien een boek met mijn belangrijkste tekeningen. Maar er zijn ook andere leuke dingen waaraan ik tijd wil besteden. Mijn vrind Jan Kuperus is vrij man, hij vindt het fijn voor me als ik eindelijk van die verantwoordelijkheid af ben”. Ambacht Gevoel voor mode zit er al vroeg in bij Hoogendoorn. “Als kleine jongen ging ik met mijn moeder mee om kleding en hoeden te laten maken. Bij de modiste trok ik alle dozen open met bloemen en veren en vertelde dan welke er volgens mij gebruikt moesten worden”, vertelt hij. “Later gingen we met het gezin ook veel naar theater, van opera en ballet tot de Snip en Snap-revue. Die kostuums vond ik fantastisch,

‘Laatst vroeg een oudere klant: wat moeten we nu? Tegen haar zei ik: tot de laatste snik zal ik doorgaan voor u’

dat boeide mij”. De couturier kenmerkt zijn jeugd als vrij. Dat hij als Kralingse jongen na de middelbare school per se naar de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten wil, juicht zijn vader dan ook toe. “Op de Academie kreeg ik wel een beetje les in kleermaken, maar het was niet voldoende om er iets mee te kunnen. Het ging vooral om het concept”. Om ook het ambacht onder de knie te krijgen, gaat Hoogendoorn naar de Rotterdamse Snijschool. “Dat is nog altijd handig, want ik kan daardoor makkelijk overbrengen wat ik bedoel”, zegt de ontwerper. In de periode waarin hij zijn vakmanschap ontwikkelde – de jaren zestig – was Parijs het centrum van de mode. Van prêt-à-porter was in die tijd nog geen sprake, dus was de mode voorbehouden aan een select gezelschap. Generatiegenoten van Hoogendoorn lieten zich in de lichtstad inspireren, zo ook hijzelf. “Als academiestudent ging ik met een goede vriendin naar Parijs. Met een hoop bravoure bezochten we Balenciaga op de Avenue George-V om te vragen of we de nieuwe collectie mochten bekijken. Dat mocht en we gingen in een enig gecapitonneerd roodleren liftje naar de salon, reuze spannend”, vertelt de couturier glunderend. “De show was geweldig, heel architecturaal. Eigenlijk is dat samen met de stijl van Givenchy en de kleurstellingen van Saint Laurent een voorbeeld voor me geweest”. Zoals het een jonge ontwerper betaamt, heeft ook Hoogendoorn op dat moment zijn muzen die met hun outfits de tijdgeest vangen. “Gut ja, dat waren vrouwen als Audrey Hepburn, Jackie Kennedy en de Duchess of Winsor”, herinnert

>Foto: Piet Gispen

hij zich. “Ik was er te nuchter voor om te denken dat ik hen ooit zou kleden, maar hun stijl is nog steeds duidelijk te herkennen in mijn werk: strakke lijnen en sterke kleuren”. Tegenwoordig laat Hoogendoorn zich vooral door zijn eigen cliëntèle inspireren, dames die hij als ambassadrices van zijn werk beschouwt. “Mijn werk is niet trendy, waardoor het jaren mee kan. Onlangs kwam er een dame die een jasje aanhad dat ik dertig jaar geleden voor haar moeder heb ontworpen. Dat vind ik wel een compliment”. Voordat de couturier zich toelegt op kleding, maakt hij zich het hoedenvak eigen met een langdurige stage bij Mimi de Graaf: “Zij werkte voor allerlei ontwerpers, onder wie mijn ontwerpleraar Jean Louzac. Gaandeweg ging ik mij steeds meer met mode bezighouden, omdat ik vaak niet vond kloppen wat er bij die hoeden werd gedragen. Uiteindelijk ben ik een paar jaar voor Louzac gaan werken”. Als een aantal klanten van Hoogendoorn suggereert dat hij maar eens voor zichzelf moet beginnen, waagt hij de overstap en opent in 1974 zijn eerste eigen salon op de Mauritskade. “Ik maakte sindsdien voornamelijk kleding, maar hoeden spelen tot op de dag van vandaag een belangrijke rol”. Zijn keuze voor Den Haag ligt voor de hand: “Al ben ik ge-


11

interview<

Vrijdag 1 november 2013 > Den Haag Centraal

‘Al ben ik geboren in Rotterdam, mijn hele leven ben ik al met Het Haagje verbonden’

boren in Rotterdam, mijn hele leven ben ik al met Het Haagje verbonden. Mijn grootouders hadden een huis op Scheveningen, ’s zomers werd er een huis gehuurd waar de hele familie introk en later gingen ook mijn broer en zusje hier wonen. Deze stad heeft dus altijd als een rode draad door mijn leven gelopen”. Trouwjurken Direct vanaf de start van zijn eigen salon verkeert Hoogendoorn in de hoogste kringen. “Eigenlijk heb ik vanaf het begin van doen gehad met Nederlandse diplomatenvrouwen”, legt hij uit. “Eén van mijn eerste grote opdrachtgeefsters was mevrouw Van der Kun. Haar man was ambassadeur en kreeg een post in Chili. Toen heb ik een hele garderobe voor haar ontworpen. Al snel kwamen ook de hofdames bij me”. En dan met wegwuivend handgebaar: “Men kent elkaar. Enfin, zo gaat dat”. Ook de buitenlandse diplomatenvrouwen die in Nederland gestationeerd zijn, weten hun weg naar de couturier te vinden: “De Amerikaanse ambassadeursvrouw Mary Dyess heeft in de jaren tachtig veel voor me betekend. Nog steeds heb ik aan haar klanten overgehouden. Maar in het algemeen blijven deze dames natuurlijk maar een aantal jaren”. Sommige klanten kleedt Hoogendoorn nu al veertig jaar, van de meesten weet hij zelfs

wat ze voor welke gelegenheid droegen. “Dan zeg ik weleens: let u erop dat u niet weer naar dit of dat diner gaat in uw groene ensemble? Het zit gewoon in mijn hoofd. Een heel enkele keer herken ik een pak, maar kan ik even niet op de naam van de dame komen”. De langdurige relaties leiden ertoe dat lief en leed in de salon worden gedeeld: “Van sommige families heb ik de grootmoeders, de moeders, de dochters en kleindochters meegemaakt. Een dame uit een familie waarvoor ik alle trouwjurken maakte, zei tegen me: ‘Frans, wat is het heerlijk dat we jou in de familie hebben’. Ik heb voor die mensen echt een rol. Ik leef met ze mee, tot aan begrafenissen en scheidingen toe. Met anderen blijft het zakelijker”. De verstandhouding met de Koninklijke familie valt wat Hoogendoorn betreft in een schemergebied: “Ook al kennen we elkaar goed en delen we in de loop der jaren iets met elkaar, zij bepalen tot hoever een zogenaamde vriendschap gaat”. De lijst met royals die ooit een bezoek brachten aan de salon is lang. Prinses Irene loopt in 1997 voor het eerst binnen, later neemt ze ook haar dochters mee voor een geschikte outfit bij de zestigste verjaardag van koningin Beatrix. Prinses Christina vertrouwt Hoogendoorn de opdracht toe enkele creaties te maken

om in op te treden en voor de kennismakingstour in 2001 klopt Máxima bij hem aan om vier ensembles te laten maken. Over deze laatste bijzondere klant zegt de ontwerper: “Je zou deze opdracht kunnen zien als de opbouw van haar garderobe. Dit moest in het grootste geheim, maar met twee bodyguards voor de deur tegenover een vol terras zoemde het al gauw rond zal ik maar zeggen”. De ensembles die Máxima toen kocht, duiken zo nu en dan weer op bij officiële gelegenheden. “Er wordt veel opnieuw gecombineerd, ook door anderen, en dat is heel goed”, aldus Hoogendoorn. Na een modeshow bij de Grootmeester thuis krijgt hij de opdracht om de trouwjurk te ontwerpen voor prinses Anita, de vrouw van prins Pieter-Christiaan. Een jurk die hem veel publiciteit oplevert: “Ik merkte direct effect. Ineens kwamen er heel veel bruiden binnen, maar ik kreeg de indruk dat ze het vooral interessant vonden om even rond te kijken”. Het Koninklijke hoogtepunt voor de ontwerper is het mantelpak dat hij maakte voor prinses Irene ter gelegenheid van de bijzetting van prins Bernhard. “Die beelden worden zo vaak herhaald, het is een beetje onderdeel geworden van de geschiedenis”, zegt Hoogendoorn die het pak in een krappe week maakt. “Er hing al iets klaar in het paars,

maar op het laatst werd besloten dat er toch wit gedragen zou worden. Dan leg je even al het andere werk neer en zet je alle zeilen bij”. Discreet Vanaf de jaren tachtig verwerft Hoogendoorn landelijke faam tussen de Molenaars, de Kolken en de Vossen. Hij geeft dan jaarlijks een modeshow in Hotel Des Indes voor klanten en pers. “De meeste ontwerpers zaten in Amsterdam. In Den Haag was ik zo’n beetje de enige, alleen Fred van Wordragen gaf in die tijd nog shows”, vertelt de couturier. “Naast de show in Des Indes gaf ik nog wat kleinere presentaties, later zelfs met honderd man hier in de salon. Gert-Jan Dröge vroeg me weleens of hij langs mocht komen voor zijn programma. Dat heb ik geweigerd, want mijn klanten stellen dat niet op prijs. Daarin ben ik altijd discreet gebleven. Ik had wellicht meer bekendheid kunnen hebben, maar dat was het me niet waard”. Ondanks zijn lange staat van dienst kent Hoogendoorn nog altijd onzekerheid. “Vooral over de outfits die ik als eerste maak voor de shows ben ik niet zeker. Daar kijk ik al maanden tegenaan en dan slaat de twijfel toe. Heel gek, want voor een specifieke opdracht ben ik meestal erg gedecideerd”. Voor zo’n opdracht werkt Hoogendoorn steevast op dezelfde

manier. “Vaak kijken de dames eerst rond wat er hangt. Vervolgens adviseer ik bijvoorbeeld dat sommige details anders moeten. Dat houd ik in gedachten bij het maken van een nieuwe schets. Ik zoek de stalen uit en maak het ontwerp. Bij het tweede bezoek wordt dat besproken. Als het akkoord is, wordt er een toile gemaakt, een katoenen pasmodel. De kleding maak ik uiteindelijk niet meer zelf, maar de patronen meestal wel”. De kleinschaligheid waarin Hoogendoorn werkt, ervaart hij als een pre. “Ik heb altijd het modehuis in eigen hand gehouden, door geen grote opdrachten aan te nemen van warenhuizen of voor bedrijfskleding. Zo heb ik nooit de bemoeienis gehad van anderen en hoefde ik geen concessies te doen, dat gaf me alle vrijheid”. De ambachtelijke werkwijze die hij hanteert, ziet Hoogendoorn om zich heen veranderen. “Er zijn veel nieuwe ontwerpers met talent, ook onbekende mensen die naar het buitenland verdwijnen en voor de grote modehuizen gaan werken. De nieuwe generatie werkt heel anders dan ik, die maakt alles met de computer. Dat levert nieuwe technieken op die interessant zijn, denk aan de museale stukken van Viktor & Rolf en Iris van Herpen”. Ook in het kleedgedrag signaleert de ontwerper een kentering: “Vroeger ging men met grote koffers op reis, tegenwoordig gaat alles voor het gemak in een klein valiesje. Ook de feesten waren in mijn tijd veel gekleder dan nu. Toch ben ik ervan overtuigd dat het vak zal blijven bestaan. Er zullen ten slotte altijd mensen blijven die creatief zijn en er zullen ook altijd mensen blijven die fortuin maken”


Ondernemen

SocialLane zet zi

Adressen & Informatie Rabobank Den Haag Dennis Werkman Directeur Grootbedrijf (06) 22 73 28 14 E-mail: D.Werkman@DenHaag. rabobank.nl

Met passie en kennis van zaken zet Petrouska van Loon zich in om ondernemers zichtbaar te maken op social media. De oprichtster van SocialLane reikt bedrijven de helpende hand om hun imago in- extern te vergroten door te communiceren met de doelgroep via kanalen als Facebook, LinkedIn, Twitter en blogs. Dat hier een strategie aan ten grondslag ligt, blijkt wel uit haar verhaal.

Henk Werlemann Directeur MKB (06) 10 68 84 59 E-mail: H.C.Werlemann@DenHaag. rabobank.nl

“Bijna iedere ondernemer wil iets met social media, maar weet niet altijd wat”, vertelt Petrouska. “Zomaar een Facebook bedrijfspagina beginnen heeft weinig zin als je je communicatiedoelstellingen niet helder voor ogen hebt. Bij SocialLane helpen wij klanten eerst hun doelstellingen te formuleren, waarna we de kansen onderzoeken om een product of dienst via de social media op de juiste manier zichtbaar maken. We kijken hierbij heel goed naar het bedrijf en de wijze waarop de ondernemer zich wil profileren.”

Zakelijk loket Telefoon (070) 371 88 00 Maandag-donderdag 8-20 uur Vrijdag 8-18 uur Zaterdag 9-13.30 uur Bezoekadressen: Bezuidenhoutseweg 5 2594AB 's-Gravenhage Korte Vijverberg 2 2513AB 's-Gravenhage

Ernst & Young Wassenaarseweg 80 2596 CZ 's-Gravenhage Tel: 070 - 88 40 71000

ScheerSanders advocaten ScheerSanders Advocaten Nassauplein 36 2585 ED 's-Gravenhage Tel: 070-3659933 info@scheer.nl www.scheer.nl

Werkgeversservicepunt Rob de Rooij (06) 52 02 6277 Rob.derooij@denhaag.nl www.werkgeversservicepuntdenhaag.nl

Marianne Westerhout, partner EY Den Haag

Social media als ijsbreker voor netwerken Het nieuwe netwerken, of netwerken 2.0. Wat is nu het grote verschil met het ‘oude’ netwerken? Marianne Westerhout, partner bij EY, neemt ons mee in haar visie op het nieuwe netwerken. Het belangrijkste verschil en de meeste toegevoegde waarde zit volgens Marianne in de vele mogelijkheden van social media om contacten te leggen en te onderhouden. Om zo op de lange termijn verbinding te creëren.

Dit is een initiatief van Den Haag Centraal. Alle hierop geplaatste artikelen vallen buiten de redactionele verantwoordelijkheid van de redactie.

dat social media zo laagdrempelig zijn, is het heel makkelijk om contact te onderhouden met relaties. En al heb ik zelfs niet direct contact met hen, toch blijf je op de hoogte van elkaar. Dit maakt het netwerken een stuk makkelijker en leuker. Ik heb zelfs een echte vriendschap opgebouwd via Twitter met iemand die ik anders nooit had leren kennen!”

Social media als ijsbreker “Er is geen afspraak meer waarbij ik niet eerst gevraagd wordt naar iets wat ik in mijn tweets of op LinkedIn verteld heb,” zegt Marianne. Dit voorbeeld schetst goed wat de functie is van social media bij (het nieuwe) netwerken. Social media geven je het gevoel dat je iemand al een beetje kent en het geeft je inzicht in wat iemand interesseert en wat iemand beweegt. Dit maakt het volgende contactmoment makkelijker, waarbij het goed als ijsbreker kan fungeren. “Ik word tegenwoordig zelfs al vóór een netwerkbijeenkomst op LinkedIn toegevoegd, met het bericht dat ze me graag zouden willen spreken tijdens de bijeenkomst.”

Durf: geven loont De mogelijkheden van social media maken het dus makkelijk om iemand wat beter te leren kennen en om contacten te onderhouden. Maar hoe creëer je nu deze relaties? “Ik denk dat het ook veel te maken heeft met persoonlijkheid. Dat geldt voor zowel het ‘oude’ als het ‘nieuwe’ netwerken. Je hebt een bepaalde mate van durf nodig. Je moet durven zichtbaar te maken wat je doet en je moet durven je kennis te delen. Dat is voor velen nog een brug te ver. Ik merk dat veel om mij heen, ook binnen EY. Ik vind dat zonde, als ik zie wat voor positieve dingen het mij gebracht heeft en nog steeds brengt. Binnen EY worden er daarom ook trainingen gegeven om de mogelijkheden van social media te leren kennen om het zelf in te kunnen zetten voor het werk.”

Verbinding Het nieuwe netwerken focust op de relaties en het in verbinding brengen van mensen met elkaar. Het is gericht op de lange termijn. Marianne herkent deze ontwikkeling: “Door-

De toegevoegde waarde van social media voor het nieuwe netwerken is dus groot volgens Marianne Westerhout van EY. Haar tips: laat je zien, doe mee en ervaar zelf wat het jou brengt!

Betrokkenheid vergroten Volgens Petrouska kan elke branche communiceren via social media. Oók als het in eerste instantie niet zo voor de hand liggend lijkt. “Neem bijvoorbeeld een technisch bedrijf: in de sector wordt nog weleens gedacht dat technische producten te statisch zijn om via social media te communiceren. Niets is minder waar. Je moet buiten de kaders durven denken. Zo kan een bedrijf dat stands opbouwt op een hele leuke manier laten zien via foto’s of filmpjes hoe dat in zijn werk gaat. De bezoeker krijgt een kijkje achter de schermen en tegelijkertijd wordt

Susanne Keulaerds.

een beeld geschetst van de sfeer op de werkvloer. Dat vergroot het imago zowel in- als extern. Of neem een

Van wetboek n Na een drukke werkdag stond ik thuis te koken, toen ik op mijn telefoon een melding ontving van Facebook. Het bleek niet te gaan om een bericht met de nieuwste roddels van mijn vriendinnen, maar om een bericht van een advocate uit de Dominicaanse Republiek met een internationale rechtsvraag over een echtscheiding. Ik heb haar met die vraag kunnen helpen en inmiddels is de zaak naar tevredenheid van beide partijen afgerond. Dit voorbeeld illustreert het enorme bereik van Facebook en andere social media en de potentie van social media voor ondernemingen, zoals advocatenkantoren.   Sinds enige tijd heeft ons kantoor zich, op initiatief van een collega en mijzelf, vol overgave in de wereld van de social media gestort. We hebben een zakelijk Facebook-, Twitter- en LinkedIn-account voor ons kantoor opgezet. Ikzelf ben belast met het upto-date houden van Facebook en Twitter en ik moet u eerlijk zeggen, dat is soms nog een hele uitdaging.    Hoewel wij advocaten veel interessante informatie hebben om te delen, moet die informatie kritisch gefilterd en gewogen worden op nieuwswaardigheid voor onze volgers. Onlangs kreeg ik van een professioneel Twitteraar – jazeker die

bestaan – de tip om vooral sociale en persoonlijke berichten te delen met onze volgers. Onze volgers zouden geïnteresseerd zijn in onze verjaardagen, trouwdata en de schoolprestaties van onze kinderen. Ik betwijfel of onze volgers belang stellen in dergelijke informatie over onze advocaten (als u het toch wilt weten: ík verjaar op 20 juni!); vermoedelijk zullen zij meer geïnteresseerd zijn in wat wij als kantoor te bieden hebben. Wij informeren onze volgers via social media dan ook bijvoorbeeld over door onze advocaten gepubliceerde artikelen, lezingen die wij verzorgen en interessante ontwikkelingen in het Nederlandse recht. Zo blijven onze volgers op de hoogte van nieuwe juridische ontwikkelingen én van de door ons aangeboden diensten.   Het is, naast het bepalen van de juiste inhoud, ook telkens weer een uitdaging om korte en krachtige berichten op te stellen. Wij advocaten zijn bedreven in het opstellen van adviezen en processtukken met betrekking tot ingewikkelde juridische vraagstukken. In dergelijke stukken moet de advocaat vaak aandacht besteden aan de kleinste details, omdat juist die details relevant kunnen zijn. In dit laatste zit hem de uitdaging van social media. Met berichten via social media wil je prikkelen en


d Den Haag nd

ich in voor Kenia

deel uiteindelijk een bijdrage heeft geleverd aan de overwinning op de TT van Assen. Door dat op ludieke wijze zichtbaar te maken, vergroot je de betrokkenheid met je bedrijf.” Benefietavond SocialLane is een jonge onderneming en groeiende. Daarom heeft het bedrijf onlangs via het WSP Den Haag een pas afgestudeerde werkzoekende in dienst genomen. Petrouska: “Wij willen mensen graag verder helpen en ik ben ontzettend blij dat we gekozen hebben voor iemand uit de database van het WSP Den Haag. Hij is ontzettend gemotiveerd en eager om te leren.” Maar ook buiten de eigen onderneming zet SocialLane zich in voor anderen. Zo vindt op 18 november de benefietavond plaats voor de bouw van waterputten in Kenia. “Het is een prachtig project van de Stichting Pamoja Kenia dat wij een warm hart toedragen”, eindigt Petrouska. “De benefietavond is een co-creatie van de stichting, het WSP Den Haag, Human Link en SocialLane. WSP Den Haag organiseert de avond en wij op onze beurt zorgen er voor dat alles in de social media gecommuniceerd wordt.”

bedrijf dat motoronderdelen maakt. Het is toch ontzettend leuk om te laten zien dat dit specifieke onder-

Dit gezegd hebbende, kunt ook u uw steentje bijdragen. Voor € 100,kunt u genieten van een verrassende netwerkavond met live muziek, lekker eten, een veiling, een loterij. Bovendien helpt u voor dat bedrag maar liefst tien families aan schoon water! Kijk voor meer informatie op www.pamoja-kenya.com

naar Facebook

Claudia Hartmann, advocaat ScheerSanders advocaten interesse wekken bij de lezer, je hoeft niet direct alle details op tafel te leggen.   Inmiddels hebben we ruim 10 maanden een goed gevulde Facebookpagina en sinds ongeveer een maand een

Twitterpagina. Ik heb het gevoel dat we langzaam maar zeker de smaak te pakken krijgen. Ik denk dat het zeker de moeite waard is om onze pagina’s te volgen. Nieuwsgierig? Bekijk het zelf op www.facebook.com/ scheersandersadvocaten.

Dennis Werkman (links) en Henk Werlemann.

Rabo Podium

DenHaagDirect: uniek Haags online platform door en voor Hagenaars en Hagenezen Van bekende bezienswaardigheden zoals het Binnenhof en Madurodam tot chique winkelstraten, hippe restaurants en diverse theaters, Den Haag heeft het allemaal. Een stad met een grote diversiteit aan hotspots, maar hoe kom je erachter wat the place to be is? DenHaagDirect is de grootste nieuwsblog in Den Haag en laat zien wat er in de stad gebeurt door de ogen van de mensen zelf. Hoe? Ruim 120 bloggers brengen authentieke verhalen in tekst, foto en video. Jeroen Mann is initiatiefnemer van dit unieke Haagse platform en vertelt als geboren en getogen Hagenaar meer over deze online community. DenHaagDirect & de stad “Sinds februari 2010 brengen onze bloggers interessante verhalen over het reilen en zeilen in onze stad. Wij brengen naast blogs over de nieuwste hotspots of evenementen, ook positief kritische verhalen over ontwikkelingen in Den Haag. Hiermee willen we de doelgroep, de inwoners van onze stad, laten meedenken over oplossingen om Den Haag verder te ontwikkelen. DenHaagDirect heeft een netwerk gecreëerd van bedrijven, instellingen en inwoners uit de Haagse regio. De bloggers zijn door hun inspirerende content onze belangrijkste ambassadeurs. De community is erop gericht om verbindingen te leggen tussen bewoners, bedrijven en instellingen in de stad. Dit faciliteren wij op het online platform maar ook door de evenementen die we organiseren zoals bijvoor-

beeld ‘Haagse Wijnen en Spijzen’, workshops en seminars over netwerken.” DenHaagDirect & het nieuwe netwerken “De toegevoegde waarde van het platform schuilt in het brengen van nieuws door de ogen van de mensen uit de stad. Nieuws vanuit een andere invalshoek die op een creatieve manier tot een mooi verhaal leidt. Wij richten ons primair op de inwoners van Den Haag en mensen die actief betrokken willen zijn bij onze stad en hun ervaringen willen delen. Dit doen wij door de nieuwsberichten in de community en via social media. Wij zijn zeer actief op Twitter, Facebook en LinkedIn. Voor ondernemers is DenHaagDirect ook een interessant platform. Wij kunnen ze door middel van het publiceren van online nieuwsberichten, redactionele artikelen, aanbiedingen en advertenties onder de aandacht brengen bij hun doelgroep. Online interactie met de doelgroep is echt

‘Online interactie met de doelgroep is voor bedrijven en instellingen onmisbaar’

iets van deze tijd en voor bedrijven en instellingen onmisbaar. Echter hechten wij ook nog erg aan persoonlijke ontmoetingen. De combinatie van het inzetten van social media en persoonlijk contact is erg belangrijk en werkt versterkend, ook voor onze partners. De kunst voor bedrijven is om de juiste informatie uit de social media kanalen te filteren en hier de dienstverlening op aan te passen. Mensen online binden en wanneer je ze ontmoet de unieke ervaring meegeven die ze niet zo snel vergeten. Hiermee kunnen bedrijven zich echt onderscheiden.” DenHaagDirect & de Rabobank “Bijna vijf jaar geleden zijn wij als Haags initiatief gestart waarbij de term betrokkenheid een belangrijke kernwaarde was. Bij het zoeken naar een geschikte partner op het gebied van zakelijk bankieren, kom je dan al gauw uit bij de Rabobank. De juiste partij die dezelfde waarde hoog in het vaandel heeft staan. Vanuit dit startpunt is een mooi partnership ontstaan waar onder andere netwerkevent Digitale Donderdag uit is voortgekomen. Een evenement waarbij het ging over de vraag hoe ondernemers social media op een succesvolle manier kunnen inzetten. Inspirerende verhalen uit de praktijk van ondernemers die over hun eigen ervaring vertelden. Kortom, de Rabobank is een goede partner als het gaat om financiële zaken enerzijds, maar ook bereid om actief mee te denken en lokale initiatieven te steunen.”


14>cultuur

Den Haag Centraal > Vrijdag 1 november 2013

Residentie Orkest begeleidt films

Charlie Chaplin was eigenlijk musicus omgekeerde volgorde gespannen. Uren kon Chaplin, aldus Laurel, met zijn viool in een hotelkamer doorbrengen, voortdurend improviserend. De Franse componist Claude Debussy – altijd te porren voor een goede variété-voorstelling – zei tegen hem: “Je bent meer een musicus dan danser”. In de Verenigde Staten kreeg Chaplin werk bij de filmindustrie. Daar ontwikkelde hij zich tot de goed gemanierde, aan lager wal geraakte aristocraat, die, altijd gekleed in hetzelfde afgedragen kostuum, het opneemt voor andere zielepoten en daarvoor de rekening betaalt.

Levende muziek bij films zonder geluid. Een praktijk van honderd jaar geleden is nieuw leven ingeblazen. Bij voorkeur niet meer met een pianist of een handjevol musici in een bioscoop, maar met complete orkesten in concertzalen. Het Residentie Orkest trekt naar Het Paard van Troje om twee films van Charlie Chaplin te begeleiden. Voor één daarvan, ‘The Pilgrim’, heeft Chaplin zelf de muziek geconcipieerd. Door Aad van der Ven

Charlie Chaplin als componist. Inderdaad. Weinig mensen die naar zijn films kijken zijn er zich van bewust dat zij in veel gevallen niet alleen de beroemde komiek zien maar ook muziek horen die hij bedacht heeft. Niet opgeschreven, want daarvoor had hij een assistent. Charles Spencer Chaplin speelde dan wel aardig viool en cello, het notenschrift beheerste hij niet. Dus zat de assistent nauwlettend te luisteren naar de melodieën die zijn werkgever voor hem neuriede en schreef die op, waarna een arrangeur aan de slag ging en de instrumentatie ter hand werd genomen. Op die manier ontstonden filmpartituren met melodieën, waarvan enkele zelfstandig verder gingen dankzij grote vocalisten die er zich toe voelden aangetrokken. ‘Smile’ (uit ‘Modern Times’) bijvoorbeeld, bekend geworden door Nat King Cole en Petula Clark en overgenomen door Elvis Costello en zelfs Michael Jackson. Of ‘Eternally’: Petula Clark, Engelbert Humperdinck en Sarah Vaughan. Of ‘This is my Song’: weer Petula Clark en zelfs Frank Sinatra. Toen hij jong was, voordat hij ging dansen en acteren, wilde Chaplin musicus worden. Maar het werk van zijn ouders, allebei actief in de Londense music hall, dreef hem automatisch in een andere richting. Terwijl zijn moeder optrad stond hij in de coulissen. Toen zij eens ziek werd en het toneel niet op kon kwam hij tevoorschijn en nam hij dansend en zingend haar taak over. De zaal stond op zijn kop. Professioneel Zijn carrière als professioneel danser begon hij toen hij negen was als één van The Eight Lancashire Lads. Later trad hij toe tot de Karno Company, die vaak op tournee ging. Stan Laurel, één van zijn collega’s in dat illustere gezelschap, heeft gezegd dat Chaplin overal waar dat kon zijn viool meesjouwde. Omdat de bespeler linkshandig was waren de snaren in

‘Ik heb nooit iemand ontmoet die zichzelf zo volledig wijdde aan het ideaal van perfectie als Charlie Chaplin’

De opvoering van Wagners ‘Tannhäuser’ in de New Yorkse Metropolitan Opera wakkerde zijn liefde voor de muziek weer aan. “De tekst was in het Duits”, aldus Chaplin, “en ik begreep er niets van. Maar toen de dode koningin – bedoeld wordt Elisabeth, nicht van de landgraaf, red. – werd binnengedragen op de tonen van het pelgrimskoor moest ik enorm huilen. Het leek wel of alles wat ik had meegemaakt en waaraan ik had gewerkt hierin werd samengevat”.

Charles Spencer Chaplin speelde wel aardig viool en cello. >Archieffoto

Geluidsfilm Rond 1930 werd de geluidsfilm geïntroduceerd. Dat leidde niet alleen tot een aanpassing van de manier van acteren, ook de rol van de muziek – voortaan in de vorm van een soundtrack – veranderde. Chaplin ging er toe over sommige van zijn oude films alsnog van muziek te voorzien. “Niets is avontuurlijker en opwindender”, schreef hij, “dan voor de eerste keer de melodieën horen die je zelf gecomponeerd hebt, wanneer die worden gespeeld door een groot orkest”. Over de rol van muziek bij de film had hij duidelijk eigen opvattingen. Hij herinnerde zich hoe in zijn jonge jaren eens uitbundig slapstick werd bedreven terwijl een orkestje eenvoudige, rustige barokmelodieën speelde. Dat was een sterk effect dat hem aansprak. “Ik probeerde elegante en ro-

mantische muziek te schrijven in contrast met het platte karakter van mijn komedies, want elegante muziek gaf mijn komedies een emotionele dimensie. Verreweg de meeste muziekarrangeurs begrepen dat niet. Zij wilden dat de muziek grappig was”. Meredith Wilson, een arrangeur die dat wel begreep, was één van Chaplin’s naaste medewerkers. Over zijn baas schreef hij: “Ik heb nooit iemand ontmoet die zichzelf zo volledig wijdde aan het ideaal van perfectie als Charlie Chaplin. (…) Ik was voortdurend verbaasd over zijn aandacht voor details, zijn gevoel voor de precieze muzikale frase of het tempo om de sfeer uit te drukken die hij zich voorstelde”. Vrienden Veelzeggend is dat Chaplin veel musici tot zijn vrienden kon rekenen. Zij beschouwden hem als een serieuze gesprekspartner. Waarschijnlijk voelde de beroemde filmkunstenaar zich bij Heifetz, Rachmaninov, Horowitz, Rubinstein en vele andere muzikale coryfeeën meer op zijn gemak dan bij filmacteurs en -regisseurs met hun voor hem voorspelbare verhalen over successen en intriges. Ook componisten als Schönberg en Stravinsky zag hij met enige regelmaat. Trots demonstreerde hij in Beverly Hills het pijporgel dat hij in zijn villa had laten bouwen nadat hij zijn eerste miljoenen dollars had geïncasseerd, zo lezen we bij de Vlaamse radiopresentator Marc Brillouet die in zijn boek ‘Hitriders’ dit alles uit de doeken doet. Een jongensdroom van Charles Spencer Chaplin, dirigent worden, stak soms weer de kop op tijdens de opnamen van de muziek voor zijn films. Dan ging hij wel eens voor het orkest staan om zijn bedoelingen te verduidelijken. Op zulke momenten viel er altijd iets te lachen. Het Residentie Orkest nodigde de Amerikaanse dirigent Timothy Brock uit, die zelf de muziek voor één van de twee films, ‘The Immigrant’, vervaardigde. Hij voorzag eerder werk van onder anderen Pabst, Lubitsch en Murnau (‘Nosferatu’, ‘Faust’) van een orkestbegeleiding en reconstrueerde ook een groot aantal partituren van andere bekende filmmakers. Hij geldt als autoriteit nummer één voor dit repertoire. ‘The Pilgrim’ en ‘The Immigrant’ van Charles Chaplin. Residentie Orkest onder leiding van Timothy Brock. Zaterdag 2 november, 20.15 uur, Paard van Troje. Meer informatie: www.residentieorkest.nl

jazz

Peter Beets bij papa DiCaprio

Peter Beets en Leonardo DiCaprio. Tot voor kort zou niemand die twee namen met elkaar verbonden hebben. Maar inmiddels weten we beter. Filmster DiCaprio en zijn vader George zijn jazzliefhebbers en hoorden Beets spelen in Birdland, New York. Hun enthousiasme voor diens spel bleek vorige week toen Peter een uitnodiging kreeg om in Los Angeles te komen spelen op de 70ste verjaardag van papa DiCaprio. In de

St Vibianakerk, een in Spaanse stijl opgetrokken kerk uit 1876, gebruikt voor grote partijen. “Héél bijzonder”, vertelt Beets, net terug. “Die vader is echt een bon-vivant, een type tussen Frank Zappa en Zorro in. Ik speelde met het Django Reinhardt Orkest, musici met wie ik in New York al diverse malen gespeeld had. Papa DiCaprio kreeg van zoon Leonardo een auto voor z’n verjaardag en ik werd uitgenodigd voor het

feest ná het concert. Maar ik mocht er op straffe van 50.000 dollar boete niets over naar buiten brengen qua verhalen of foto’s. Ik hoop maar dat ze de foto’s opsturen waarop ik met Leo en zijn vader sta. In elk geval ontmoette ik er ook de eigenaar van een New Yorkse jazzclub die mij voor de volgende zomer wil boeken”. Een Nederlandse jazzmuzikant naar Amerika en Amerikanen naar Nederland. Een aantal is deze week te horen in Den Haag. Om te beginnen neemt bassist Joris Teepe (ex-Hagenaar) in zijn kwartet de Amerikaanse tenorsaxofonist Rick Margitza mee. Margitza speelde ooit in de band van Miles Davis die via Blue Note-producer Tommy LiPuma een bandje van hem hoorde en simpel zei: ‘Tell this guy he has a job’. Via Miles kon Margitza een solo-

carrière starten. Bassist Teepe is leider van de jazzafdeling van het Groningse Prins Claus-conservatorium, woonde en speelde zelf in New York en hij brengt al enkele jaren jazzmusici uit de ‘Big Apple’ over om in Groningen gastlessen te geven. Met Margitza speelt hij hier op 2 november. De dag erna staat in diezelfde Regentenkamer bassist Chuck Israels (jarenlang bassist bij meesterpianist Bill Evans) met pianist Hod O’Brien en dat is een bop-stilist in de traditie van Barry Harris. Degene die ze er samenbrengt en met hen speelt is gitarist Axel Hagen, die eerder ook al opnames maakte met Lee Konitz. ‘Bebop heaven’ heet zijn project en dat zegt alles. Nog een Amerikaan in Den Haag: baritonsaxofonist Ronnie Cuber die in het Koorenhuis voor de jazzschool van

Robert Veen ‘masterclasses’ geeft. Op 4 november. Cuber hoort in het rijtje van de grote jazzbaritons van Serge Chaloff tot Gerry Mulligan. De diverse Haagse jazzpodia moesten hun planning toch maar eens beter op elkaar afstellen, want vorige week bracht Pro Jazz in Dakota saxofonist Benjamin Herman en deze week (1 november) is hij weer hier, nu in Studio 3. Gelukkig krijg je niet gauw genoeg van Benjamin, bovendien brengt hij naast zijn vaste begeleiders (Ernst Glerum, bas en Joost Patocka, drums), ook pianist Timothy Blanchet mee en die studeerde vorig jaar summa cum laude af aan het Amsterdams conservatorium (leraar Bert van den Brink). Bert Jansma


15

cultuur<

Vrijdag 1 november 2013 > Den Haag Centraal

Niet autobiografisch en toch ook wel

Yvonne Keuls op 11-jarige leeftijd, tijdens de Tweede Wereldoorlog. > Foto: privécollectie

Vorige maand bij de onthulling van het beeld ‘Indische Tantes’ in het Statenkwartier. > Foto: C&R

Yvonne Keuls was acht jaar toen de Duitsers in mei 1940 Nederland binnenvielen. Zij woonde met haar joodse vader en indische moeder, broer Hans en zus Greetje in het Statenkwartier. Begin 1942 moest de hele wijk worden ontruimd vanwege de aanleg van de Atlantikwall compleet met antitankgracht. De familie Keuls verhuisde gedwongen naar de Appelstraat. In ‘Koningin van de nacht’, de nieuwe roman van Yvonne Keuls, beschrijft ze die periode. “De tragiek van mijn schrijversbestaan is dat ik doorlopend aan mijn autobiografie schrijf”, noteert Yvonne Keuls in haar nawoord. “Ik improviseer op hetzelfde thema, steeds een octaaf hoger. Tijdens het schrijfproces heb ik dit niet in de gaten, pas bij nalezing dringt het tot me door. Bij ‘Koningin van de nacht’ is het anders verlopen. Ik koos bewust mijn novelle ‘Daniël Maandag’ als uitgangspunt, omdat ik altijd het gevoel heb gehad dat ik met het schrijven van die novelle een romangegeven verkwanseld heb”. (Ze schreef deze novelle in 1988 in twee maanden tijd als boekenweekgeschenk in opdracht van De Bijenkorf, red.). Inmiddels zijn er vergevorderde plannen om die 25 jaar oude novelle te verfilmen. Yvonne Keuls werkte zodoende aan het scenario en dat maakte voor haar de weg vrij om ‘Daniël Maandag’ alsnog om te werken tot de roman die ze al die jaren voortdurend in haar hoofd had. Het is geen autobiografische roman, maar ‘Koningin van de nacht’ (uitgeverij Anthos, € 16,95) bevat wel veel autobiografische elementen. De hoofdpersoon Daniël komt heel dicht bij de jeugdige Yvonne. Exclusief in Den Haag Centraal een voorpublicatie uit het boek dat 4 november wordt gepresenteerd.

Koningin van de nacht Bekkie en Leah kwamen opgewonden via de zijpoort de keuken in. Leah liep meteen door naar de trap en riep naar boven: ‘Daniël! Kom beneden! Belangrijk!’ Bekkie gedroeg zich iets rustiger. Ze opende de deur van de salon, keek rond en zag Isabel aan tafel zitten. ‘Kunnen we hier terecht?’ vroeg ze. Ze liep door en groette Isabel, die verbaasd was opgestaan. Gestommel op de trap kondigde Daniël aan, die even later met Leah de salon binnen kwam. ‘Ga zitten,’ zei Daniël. Hij wees naar de tafel, maar iedereen bleef staan. ‘Wat is er gebeurd?’ Bekkie en Leah keken elkaar aan. ‘Zeg jij maar,’ zei Bekkie. Leah deed haar handschoenen uit en draaide ze tot touwtjes. ‘Je weet nog die brief die we allemaal kregen en waarin stond dat de Duitsers een lijn door de stad hadden getrokken. Ten westen daarvan moesten alle mensen weg, evacueren. Ze zeggen dat een kwart van alle Hagenaars hun huis uit moest. Ze kregen een ander adres toegewezen als ze tenminste bindingen hadden met de stad. Zo niet, dan moesten ze binnen een week ergens anders naartoe. Naar Friesland, of de Veluwe of Drenthe. Nou, intussen is dat hele gebied met de grond gelijk gemaakt.’ Daniël begon ongeduldig te worden. Dat verhaal kende hij, ja. Zíj hadden geluk gehad, zij hoefden niet te evacueren want ze woonden net ten oosten van die denkbeeldige lijn. Hun huizen waren overeind blijven staan. Die andere huizen hadden plaats moeten maken voor de Atlantikwall, de verdedigingslinie die helemaal doorgetrokken werd tot in Frankrijk. ‘De tankgracht’ werd hij in de volksmond genoemd. Het Stokroos Lyceum – de trots van de buurt, waar Leonard, de man van Bekkie, lesgaf – was ook afgebroken. Het hele gebied werd verklaard tot verboden terrein, Sperrgebiet, en afgezet met prikkeldraad, bordjes met doodskoppen en gekruiste beenderen erop. De Duitsers hadden er een mijnenveld van gemaakt. Maar wat wilden die Bekkie en die Leah met haar herkauwersogen nou van hem? Dat werd hem al spoedig duidelijk. Leah smeet haar handschoenen, die ze intussen met de duimen aan elkaar had geknoopt, op tafel. Bekkie nam het woord van haar over. Een beetje timide zei ze: ‘Leonard zegt dat wij ook weg moeten gaan uit Den Haag. Wíj dan, Leonard en ik en de kinderen. Hij kan een baan krijgen op de Lorentz hbs in Arnhem. Het Stokroos Lyceum is overal ingekwartierd. Een klas hier, een klas daar, elke les moet hij naar een andere

Afbraak van de Stokroosstraat in 1942 ten behoeve van de aanleg van een tankgracht, die deel uitmaakte van de Atlantikwall. >Foto: Haags Gemeentearchief

school fietsen. Daar is voor hem geen lol meer aan. En Leonard vindt het hier ook te gevaarlijk worden voor mij. Vandaag of morgen word ik opgepakt, zijn de regels ineens veranderd en kan het de Duitsers niets meer schelen dat ik met een niet-jood getrouwd ben. Even buiten Arnhem heeft Leonard vrienden – ze wonen in een boerderij – bij wie ik meteen kan onderduiken als het moeilijk wordt. Er is ook plaats voor de kinderen.’ Bekkie keek een beetje schuldbewust naar Leah, die ogenblikkelijk haar gevoel van ‘in de steek gelaten zijn’ etaleerde. ‘Ja, en dan blijf ík hier zonder jou,’ snotterde ze. ‘Jullie zitten in dezelfde situatie als wij. Een joodse vrouw getrouwd met een

niet-joodse man, jullie moeten voor jezelf beslissen.’ ‘Maar hoe kan een dokter nou weg? Ger heeft hier zijn praktijk.’ ‘Ja maar jullie hebben geen kinderen, dat is een stuk makkelijker dan bij ons. Jezus, Daniël, waarom zeg jíj nou niks? Was jij van plan hier te blijven? Jij met je kinderen?’ ‘Zo op het oog,’ zei Daniël, maar daarna zweeg hij. De zusters keken naar Isabel en peilden haar mening, maar ze haalde slechts haar schouders op. ‘Mijn situatie is anders,’ zei Daniël ineens. ‘Ik was niet van plan jullie iets te zeggen, maar, ík heb mij ingedekt…’ Leah hield ogenblikkelijk op met snotteren. Alle drie keken ze Daniël onderzoekend aan. ‘Ingedekt?’ vroeg Isabel. ‘Wat is dat, in-

gedekt?’ ‘Ik zei al, het was niet mijn bedoeling om jullie ermee te belasten, maar… ik heb documenten gekocht, waarmee ik kan aantonen dat ik een geadopteerde zoon ben van joodse ouders. Van de familie Maandag dus. En dat mijn echte ouders Groningers zijn.’ Daniël wreef met een hand over zijn mond en neus. Hij keek er bijzonder ongelukkig bij want hij begreep dat zijn verhaal volkomen ongeloofwaardig overkwam. Als er iemand een joods uiterlijk had en niets Gronings, dan was hij het wel. Hij maakte het nog erger met het vervolg: ‘En dan heb ik ook nog gekocht, een protestants doopbewijs van een christelijke gemeente in Groningen.’ ‘En je persoonsbewijs?’ vroeg Bekkie. ‘Is ook vals.’

‘Mijn god,’ zei Bekkie. Het bleef even stil. De dames keken elkaar aan. Toen begon Bekkie zachtjes te giechelen. ‘Dit geloof je toch niet,’ zei ze. De anderen bleven perplex zwijgen. Bekkie schraapte haar keel en telde op haar vingers af. ‘Een geadopteerde zoon,’ ze stak haar duim omhoog, ‘van joodse ouders,’ haar wijsvinger, ‘met echte ouders die Groningers zijn,’ middelvinger, ‘die een protestants doopbewijs heeft,’ ringvinger, ‘van een christelijke gemeente in Groningen,’ pink; haar tweede hand kwam erbij, ‘met een vals persoonsbewijs, en die dan ook nog eens getrouwd is met een niet-joodse, katholieke vrouw, van wie de Duitsers nog niet weten dat ze dood is. Tssssss… dat geloof je toch niet…’


16>sport

Den Haag Centraal > Vrijdag 1 november 2013

Honkballer Kalian Sams bereidt zich voor in Mexico De successen van de Haagse honkballer Kalian Sams (27) zijn talrijk. Met Oranje werd hij wereldkampioen en als gevolg daarvan benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Het afgelopen seizoen werd hij bij het Rotterdamse Neptunus landskampioen om vervolgens naar Mexico te vliegen om voor Algodoneros de Guasave uit te komen in de wintercompetitie. Door Ronald Mooiman

“Het gaat wel oké hier”. Kalian Sams vat vanuit Mexico zijn eerste weken samen. “Het is wel even wennen hoor. De eerste paar wedstrijden sloeg ik drie homeruns. Nu houden

‘ADO heeft altijd een plek in mijn hart’ Aaron Falloon: ‘Maar ooit ga ik terug, want mijn leven zal eindigen in Nieuw-Zeeland. Dat is toch mijn thuis’. >Foto: Haagsetopsport.nl / Marcel van der Looij.

Falloon bouwt aan HRC voor heden en toekomst

‘De wedstrijden zijn het makkelijkst’ De Haagsche Rugby Club wil dit seizoen oogsten. Het driejarenplan, dat in een kampioenschap moet uitmonden, loopt dit jaar op zijn einde. Coach Aaron Falloon over zijn jonge ploeg: “In het vierde, vijfde of zesde jaar kunnen ze weer kampioen worden”. Door Klaas-Jan Droppert

In het clubhuis van HRC hangen de foto’s van de kampioensteams. Op de laatste twee, die van 2001 en 2002, staat een blije Aaron Falloon, te midden van zijn feestende ploeggenoten. “Ik hoop dat er straks een nieuwe foto hangt”, zegt de 37-jarige NieuwZeelander. “Eentje met mij op een andere positie”.

‘Als we gaan invallen, is het in de finale. Geintje natuurlijk. Hoewel ... je weet maar nooit’ Dat zou dan een foto met hem aan de rand van het beeld en in clubkostuum moeten worden, want Falloon is geen speler meer maar coach. “We doen mee om het kampioenschap. Je kan zeggen dat we op schema liggen, maar we zijn er nog niet. Het doel is de finale te halen. Daar richten we ons helemaal op”. De laatste jaren is er veel veranderd aan de Theo Mann Bouwmeesterpad.

Sinds 2005 stond HRC niet meer in de finale, nu is er een team opgebouwd waarmee de club jaren vooruit kan. “Eén van de belangrijkste dingen is dat de band tussen de senioren en de jeugd is verstevigd. Overal spelen we dezelfde patronen en is het technisch niveau omhoog gegaan. We vertellen de jeugd dat zij over tien jaar in het eerste spelen. Momenteel hebben we ook een jonge ploeg, de gemiddelde leeftijd is 22 jaar. Ze kunnen allemaal doorgroeien, dus na het derde kunnen ze ook in het vierde, vijfde en zesde jaar weer kampioen worden”. Ouderwets Opvallend is dat Falloon dit interview drie uur voor de (verloren) topper tegen Hilversum geeft. Voor hem geen complete afzondering, waarbij niets of niemand mag storen, om zich te concentreren op de wedstrijd. “Waarom? Het harde werk is op donderdag op de training al gedaan, nu houd ik alleen een praatje van tien minuten. Meer is niet nodig. De wedstrijden zijn namelijk het makkelijkst. Dan hoef je alleen maar de situatie te herkennen die we enkele dagen ervoor twintig keer getraind hebben. De donderdag staat dan ook helemaal in het teken van de patronen en het spelplan. Heel anders dan op onze andere twee trainingsdagen. Op maandag doen we veel met de bal en op dinsdag gaan we echt vlammen”. Dat zijn antwoorden geen bluf zijn, blijkt wel uit de wedstrijd. In een spannende wedstrijd, waarbij beide ploegen elkaar niet veel ontlopen, staat Falloon bijna tachtig minuten stoïcijns met de armen over elkaar. En dat terwijl om hem heen HRC’ers met veel kabaal hun ploeg aanmoedigen. “En daar ben ik wel blij mee. De laatste tijd is het ouderwets gezellig

bij HRC. Er komt weer veel publiek, de tribune zit vol. Dat heeft natuurlijk alles met de resultaten te maken”. Verliefd Falloon kwam in 1999 naar ons land. “Ik heb geen Nederlandse roots”, zegt de perfect Nederlands sprekende Kiwi. “Maar ik wilde iets van de wereld zien. Thuis in Nieuw-Zeeland bestond mijn leven alleen uit rugby, cricket en werk. Ik kwam hier voor negen maanden maar was direct verliefd op dit land. Scheveningen of Amsterdam, ik ben er graag en ook de rest van Europa is dichtbij. Nu heb ik een Nederlandse vriendin en een dochtertje van zes jaar. Ik hoef niet meer na te denken om Nederlands te praten, het gaat gewoon automatisch. Maar ooit ga ik terug, want mijn leven zal eindigen in NieuwZeeland. Dat is toch mijn thuis”. Maar niet voordat hij het Nederlands rugby, en HRC in het bijzonder, op een nog hoger plan getild heeft. “Dat doen die jongens eigenlijk al uit zichzelf. Ze volgen de sport op televisie en zitten elke dag in het krachthonk. Voor de kennis hebben ze twee Nieuw-Zeelanders, mijn assistent Zane Gardiner en mij. Bij ons zit het rugby nu eenmaal in het bloed”. En dat bloed kruipt soms waar het niet gaan kan. Hoe stoïcijns hij langs de kant ook oogt, soms zou hij graag zichzelf in de ploeg brengen. “Daarom is het goed dat ik niet op het wedstrijdformulier sta. Vorig jaar heb ik nog wel zeven wedstrijden meegedaan en daarvan hebben we geen enkele verloren. Daarom hebben Zane en ik al gezegd, dat als we gaan invallen, het in de finale zal zijn. Dat is een geintje natuurlijk. Hoewel... ik heb nog steeds een spelerskaart dus je weet maar nooit!” Zaterdag speelt HRC vanaf 15.00 uur het thuisduel tegen Amstelveen.

ze rekening met me en krijg ik alleen nog maar ‘offspeedballen’. Maar dat is alleen maar goed voor mijn ontwikkeling”. De Haagse honkballer speelt in de Liga Mexicana del Pacifico bij Algodoneros de Guasave. “We spelen elke dag behalve maandag. Het baseball is hier geweldig populair. Overal waar ik kom, word ik herkend. Heel de stad weet wie je bent. Als je over straat loopt, wordt er overal getoeterd en je naam geschreeuwd. Momenteel staan we derde in de competitie”. Mexico is niet het meest voor de hand liggende land om te gaan honk-

ballen wanneer je een baan zoekt in de VS. “Toch wel. Omdat ze een goede winterball league hebben, en het de kans voor mij was om deze winter in actie te blijven en zodoende meer teams kon aantrekken vanuit Amerika voor aankomend seizoen. Mijn droom blijft altijd natuurlijk om in de Major Leagues te spelen, het maakt niet uit voor welk team maar liever niet bij de Yankees. Voor mij is er geen niveau dat ik niet aan zou kunnen, mijn zelfvertrouwen is beter dan ooit! Ik ben klaar voor elk niveau. De Mexicaanse competitie loopt tot februari, maar ik zal er niet zo lang aan deelnemen. Ik kom eerder naar huis en begin ik mijn wintervoorbereiding met Hans Kroon in de sportschool en het Nederlands team en Neptunus en daarnaast mijn sprinttraining met Errol Essajas zodat ik aankomend seizoen weer klaar ben voor een nieuw seizoen in Amerika”. Dankbaar Eerder dit seizoen werd Sams ontslagen bij de Seattle Mariners, waarna hij op zoek moest naar een nieuwe werkgever. “Toch ben ik erg dankbaar voor dit jaar, veel nieuwe dingen gezien en mensen leren kennen. Mezelf heel goed mentaal leren kennen. Dus het is echt goed geweest voor mij dit jaar. Ik had het nodig”. Sams genoot zijn honkbalopleiding bij het Haagse ADO, de club die dit seizoen lang tegen degradatie vocht. “Ik heb ADO zeker gevolgd, ADO heeft altijd een plek in mijn hart. Het is mijn eerste club ooit geweest en ik wilde natuurlijk dat ze in de Hoofdklasse bleven. Ik heb de finalewedstrijd gezien en heb wel een paar keer bijna een hartaanval gehad. Maar uiteindelijk was het een goede wedstrijd met een goede afloop. Ik weet niet echt wat de situatie is, ben alleen blij voor de club dat ze weer in de Hoofdklasse zitten aankomend jaar”.

Kalian Sams komt in Mexico uit in de wintercompetitie. >Foto: Creative Images


17

sport<

Vrijdag 1 november 2013 > Den Haag Centraal

Groots boksfeest in oude loods

André

Door Vilan van de Loo

Een Amerikaanse belichting, een ring met een echte speaker, goed eten, een dansfeest, dat is de traditie van Food Fight Music All Night. Aanstaande zaterdag barst het feest voor maar liefst de zesde keer los. Locatie: een oude loods in de Saturnusstraat (Binckhorst). Iedereen is welkom, ook degenen die voor het eerst een echte bokswedstrijd willen bijwonen. In Den Haag zijn ze niet zo moeilijk. Die zaterdag staan er zeventien bokspartijen op het programma. Elke partij is op een andere manier spannend om naar te kijken, maar wat je zeker weet is dat elke bokser wil winnen. Dat geldt zeker voor de Haagse boksers, die voor een thuispubliek staan. Maar wil een Amsterdammer hier verliezen? Iedereen weet hoe dat zit. Vlak de beginners nooit uit. Niemand begint als wereldkampioen in het boksen, daar gaat een tijd van opklimmen voorbij. Dat maakt de partij van Sammy Abspoel tegen Mandy Coniglio interessant. Beiden één wedstrijd gedaan. De eerste won, de tweede verloor. Abspoel staat voor een thuispubliek. Natuurlijk wil hij graag kunnen juichen als de gong gaat. Maar is hij overmoedig geworden door het winnen? Coniglio komt van de Anda Boxing Club uit Zaandam. Hoe gaat hij de ring in? In de ring komt ook Laura Rehorst, met negen wedstrijden achter de rug. Dat zijn er twee meer dan Eileen Harrison, haar tegenstandster uit Ierland. Zij heeft meer ervaring, maar wel de spanning om voor het thuispubliek het extra goed te willen doen. Harrison heeft minder te verliezen. Boksen is voor een groot deel mentaal. Je moet sterk staan. In je kop doodkalm blijven terwijl je voeten je razendsnel brengen waar je wilt zijn. Hoe dat mentale tot uiting komt in de

Ranomi

Erdin Cetin zoek nog sponsors om profbokser te worden.> Foto: Creative Images

ring, dat maakt het boksen fascinerend. Laagdrempeligheid Het bijzonder van deze FFMAN – zoals de roepnaam luidt – is de laagdrempeligheid. Het is voor iedereen. Je kunt met je vader en moeder gaan of je kinderen meenemen. Je kunt doorgewinterd vechtsportliefhebber zijn of gewoon nieuwsgierig naar de sfeer op die avond. De geruchten over hoge VIP-prijzen gaan hier niet op. Iedereen betaalt hetzelfde bedrag van dertig euro, en daarvoor heb je toegang tot het hele feest. Dat die prijs zo laag is, komt door het grote aantal vrijwilligers. Bij de Haagse Directe kennen ze wel meer manieren om flink aan de slag te gaan.

Wie er speciaal voor uit Spanje overkomt, is bokstrainer Herman Rozemulder, die enkele weken geleden de middenpagina sierde. Hij groeide op bij de boksschool van John Kristalijn, daarna kwam hij met anderen naar de Haagse Directe. Daar leeft iets van de oude sfeer voort. Een tegel in de muur van de oude school herinnert daaraan. Old skool. Het is er nog. Profbokser Eén van de partijen waar reikhalzend naar uitgekeken wordt, is die van Erdin Cetin, een jonge bokser van Haagse Directe, die zich mede dankzij trainer Reinier van Delden blijft ontwikkelen. Van zijn zesentwintig wedstrijden won hij het leeuwendeel. De laatste jaren is hij sterker en

sneller geworden, en technisch beter. Dat heeft zich uitbetaald in een kamer vol bekers. De één voor een gewonnen wedstrijd, de ander met een titel. Het ene ontbreekt nog: een sponsor waarmee hij dat laatste stapje kan zetten naar profbokser. Maar hoe dan ook komt eerst deze wedstrijd tegen Elaige Camara uit Nijmegen. Een ervaren bokser: meer wedstrijden gedaan en meer verloren. Cetin is mentaal oersterk. Maar juist daarom zal Camera hem willen verslaan. Het kan meteen KO zijn of pas in de laatste ronde beslist worden. Zo is dat met deze sport. Onvoorspelbaar, maar je wilt het toch kunnen bedenken. Boksen is het leven zelf. er lezen en voor kaarten: www.ffman.nl

Glasheldere blik vanaf Het Dakje op De Diepput wedstrijden. Zijn naam komt nog ieder jaar naar voren bij de uitreiking van de Pasteur Beker, die ten deel valt aan de meest waardevolle speler van HVV van het voorgaande seizoen.

‘Het Dakje’ was ooit de plek waar de vaste kern van HVV-supporters stond. Die functie bekleedt het niet meer. Al is het nog wel de plaats waar je vanaf een aantal meters boven de grond het Openluchtmuseum, dat De Diepput heet, glashelder kunt overzien. En je kunt afvragen hoe dit Koninklijke instituut ooit naar de Derde Klasse kon afzakken. En of ze daar ooit nog uitkomen. Door Martin van Zaanen

Dat HVV in september van dit jaar tegen SV Erasmus de 2500ste competitiewedstrijd in haar bestaan speelde was verheugend, maar na twee opeenvolgende degradaties gebeurde dit wel in de Derde Klasse Zondag. Het was alsof Adèle stond te zingen op de Braderie in de Fahrenheitstraat; act en decor klopten niet helemaal bij elkaar. Sinds de komst van de Topklasse is de klasse waarin HVV uitkomt het vierde amateurniveau van Nederland. Wat in eerste instantie een draaglijke gedachte lijkt. Maar nadat eerst de HVB en later de Vijfde klasse KNVB verdwenen, is het ook het één na laagste amateurniveau. Pijnlijk. Brengt ons naar: Het Dakje. Bovenop de tribune, een aantal meters boven de grond. Ooit de plek waar de vaste kern van HVV-supporters stond. Al is de vaste kern tijdens de wedstrijden nu sterk verminderd en over het terrein verspreid. Maar vanaf hier kun je nog wel steeds glashelder het Openluchtmuse-

Het Dakje: bovenop de tribune, ooit de plek waar de vaste kern van HVV-supporters stond. >Foto: Archief HVV

um overzien, dat De Diepput heet. Sinds 1898 het onderkomen van HVV, voor vrienden & bekenden ook wel De Grote Haagsche. De kleedkamers en het clubhuis, dat bulkt van geel-zwarte voetbalrelikwieën als foto’s, prenten, shirts en medailles, zijn steeds in de oorspronkelijke stijl herbouwd en gerenoveerd. Terecht dat het verleden hier zo levend wordt gehouden, want HVV was de eerste topclub van Nederland. Jaren achtereen hofleverancier van Oranje en voorloper van talrijke baanbrekende ontwikkelingen. De eerste houten tribune verrees er, ze trokken als eerste Nederlandse club Europa in, hadden als eerste een Engelse trainer en bestuurder Carl Anton Wilhelm Hirschmann stond niet alleen aan de basis van de

KNVB, maar ook van de FIFA. Niet voor niets is HVV de enige amateurvoetbalvereniging ter wereld met een gouden ster op het shirt voor tien behaalde landstitels. Op het veld waar De Kroonleeuwen, zoals het eerste elftal aan de Van Hogenhoucklaan wordt genoemd, nu in de Derde Klasse Zondag spelen, werd in de jaren twintig door Law Adam ‘De Schaarbeweging’ bedacht. In zijn hoogtijdagen was Law de beste rechtsbuiten van Europa. Hij was jarenlang aanvoerder van HVV en speelde elf interlands, waarin hij zes doelpunten maakte. Het is ook het veld waar Fons Pasteur op was te bewonderen. De legendarische midvoor met het duizelingwekkende doelpuntengemiddelde: tussen 1927 en 1942 maakte hij 310 goals in 300

Geduld Zo kunnen we makkelijk een paar bladzijden doormijmeren over HVVhelden van weleer. Terug dan maar naar het heden. En vooral de toekomst. Voorlopig hebben de mannen van trainer Albert van der Dussen, eerder onder meer werkzaam voor VUC, Haaglandia en Jong Ajax, zich in hun van de van de derby’s druipende klasse weer in de top gemeld. Van der Dussen, tevens scout voor Jong Oranje en Fulham, heeft duidelijk voor ogen welk pad dient te worden gevolgd en legt dat steeds weer uit. Geduld is een sleutelwoord: ‘We worden vaak in één adem met Quick en HBS genoemd, maar voor we weer op gelijke hoogte met hen staan, moet er nog een hoop gebeuren. Voordat er bij HVV een structurele verandering zichtbaar is, zijn we vijf jaar verder’. Dat hij ondanks zijn status van toptrainer in het amateurvoetbal bij de Derdeklasser bijtekende, vindt Van der Dussen zelf niet opvallend. Op zo’n moment vertrekken, zou te makkelijk zijn geweest. Hij zet zich juist dubbel zo hard in om de organisatie en jeugdopleiding te helpen verbeteren. Wanneer dat eenmaal op de rails staat, hoopt Van der Dussen dat een door HVV zelf opgeleide trainer het op termijn kan overnemen.

Geschokt heb ik kennis genomen van het bericht dat onze eigen Ranomi heeft besloten te breken met haar coach en op een andere manier verdergaat. Met Marianne Vos, aan wie ik al eerder een column heb gewijd, is zij wat mij betreft het pronkstuk van de Nederlandse damestopsport. Wat zit hier in vredesnaam achter? Hoe is ze tot dit ingrijpende besluit gekomen? Mijn hoofd zit vol met vragen en complottheorieën. Natuurlijk is het talent van de sporter en zeker de individuele sporter de belangrijkste voorwaarde om te presteren. Maar de begeleiding van een goede en ervaren coach moet ook niet worden onderschat. Wie is die nieuwe coach dan wel en wat zijn de bijzondere kwaliteiten van de man, waardoor Ranomi denkt dat dit de juiste stap is? Het moment waarop dit gebeurt, ligt akelig dicht bij de bekendmaking van het vertrek van haar oude coach en mentor naar de Australische zwembond. Toeval ...? Ik heb geen argumenten om iets anders te beweren. Toch heb ik een raar gevoel in mijn onderbuik en dat heb ik eigenlijk al sinds ik heb vernomen dat Ranomi en Pieter nu een stelletje zijn. Het past allemaal niet in het beeld wat ik heb bij een topsporter die de beste van de wereld wil blijven. Het is mij allemaal te onrustig en te veel afleiding. Hoor jezelf nu toch eens praten en oordelen kunt u zeggen. Mag dit meisje misschien een eigen leven hebben en de dingen doen die haar leeftijdgenoten ook doen! Mag ze het misschien eerlijk zeggen als ze vindt dat ze met deze coach niet optimaal kan werken! Natuurlijk mag dat en ik gun het haar ook nog eens van harte dat ze geniet van de gewone dingen in het leven en zich 100% lekker wil voelen bij haar coach. Dat is tenslotte de man die ze elke dag weer ziet en dus vaker dan haar familie of haar beroemde vriend. Maar weinig mensen weten hoe zwaar deze mensen het hebben. Een bizar schema van trainen, rusten en goede voeding. Als monniken werken ze dag in dag uit en de belasting is op een niveau dat wij normale stervelingen niet voor mogelijk houden. Nogmaals … mag dat meisje alsjeblieft een normaal leven leiden? Natuurlijk mag ze dat. Maar pas op … gewone meisjes winnen geen gouden medailles. Ik neem dat bij haar reeds voor lief. Maar kunt u het ook aan? André Wetzel Oud-voetballer en trainer


Do 7 Nov in

Slow Fashion Alles rond het thema eerlijke en duurzame mode

Affiche foto: Lisandro Suriel Styling: Lydiëne Thomas Ontwerp: Kok Pistolet

20.00 - 24.00 uur • Toegang is €7,50 (in de voorverkoop) • €10,- (aan de deur) • Zie nutshuis.nl voor het programma

Meer programma op

www.nutshuis.nl


19

varia<

Vrijdag 1 november 2013 > Den Haag Centraal

De Mallemolen als kunstenaarsparadijs Na zijn dood liet schilder Dick Landsman zijn vrouw een bijzondere erfenis na: herinneringen aan zijn studententijd in de Mallemolen. In ‘Kunstenaars van de Mallemolen’ lezen we hoe net na de Tweede Wereldoorlog artiesten van divers pluimage voor de nodige reuring zorgden in het ‘Klein Montmartre’ van Den Haag. Door Annerieke Simeone

Kort na de bevrijding trokken veel kunstenaars naar de Mallemolen. De huisjes waren gehavend, al het brandbare interieur was verstookt, van enig gerief was dus geen sprake. Maar de woningnood was hoog en het aanbod schaars. Deze plek, tussen de Archipelbuurt en het Willemspark, was een goedkope uitwijkplaats. Nadat de eerste studenten van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, tussen de gewone mensen uit de arbeidersklasse een plaats in het hofje hadden veroverd, volgden er al snel meer. Eén daarvan was Dick Landsman. De kunstschilder woonde er een kwart eeuw. Volgens zijn vrouw Myra LandsmanMaas kon hij er uren over vertellen. “Iedere keer dat hem iets of iemand te binnen schoot, noteerde hij het. Ik werkte de aantekeningen uit en zo ontstond er een ruwe schets van de tijd en sfeer van toen”. Na zijn dood in 2006 bleef de weduwe zitten met zijn erfenis: schilderijen, muzikale composities en herinneringen aan het Mallemolentijdperk. Samen met kunsthandelaar Jan van den Elshout, die de buurt goed kende en veel contact had met kunstenaars, reconstrueerde ze de na-oorlogse periode die veel bekende kunstenaars en artiesten voortbracht. Het leidde tot het kleurrijke boek: ‘Kunstenaars van de Mallemolen’. Kleurrijk, niet alleen vanwege de geïllustreerde werken van de diverse kunstenaars, maar ook kleurrijk vanwege de mooie anekdotes. Zoals over de veel te vroeg gestorven Daan van Dorp (1923 - 1953) die na zijn dood in zijn huis bleef rondwaren. De nieuwe bewoner, Karel Bleijenberg, hoorde hem regelmatig de trap oplopen. Op een vroege ochtend, verscheen Daan zelfs aan het voeteneind van Dick, die hem vervolgens vertelde dat hij was overleden. Daar-

Lotti van der Gaag en Jan Cremer hielden van luidruchtige feesten. > Foto: PR

na werd Daan nooit meer gezien of gehoord. Geliefdes De bekendste geliefdes uit het hofje waren ongetwijfeld schrijver en kunstenaar Jan Cremer (1940) en beeldhouwster Lotti van der Gaag (1923 – 1999). Beiden hielden van luidruchtige feesten. We lezen: “Zelfs de hofjesbewoners die toch wel wat gewend waren schrokken ervan. De Haagse politie ook, want die moest geregeld komen opdraven (...) Jan noemt zijn verhouding met Lotti: op zijn zachtst gezegd een vulkanische”. De zeventien jaar jongere Cremer leefde drie jaar lang, van 1958 tot 1961, met Van der Gaag op nummer 55/58. Samen kregen ze in Parijs les van beeldhouwer Ossip Zadkine. Cremer die al voor zijn 20ste jaar exposeerde in het Gemeentemuseum en het Stedelijk Museum, vertrok na wat studiereizen uiteindelijk naar New York, waar hij begint aan een serie Hollandse landschappen. Van der Gaag verbleef nog steeds veel in de Franse hoofdstad waar haar werk in 1954 vertegenwoordigd was

tussen dat van Picasso en Giacometti. Grote en minder grote goden worden beschreven in het 119 pagina tellende boek. Bekende namen zijn naast Cremer en Van de Gaag, kunstenaars als Kees van Bohemen, Paul Citroen, Nol Kroes en Liselore Gerritsen. Uiteraard krijgt Dick Landsman (1922 – 2006) zelf ook een prominente plek in het naslagwerk. Achterin staan notities van hem uit de vijftiger jaren. Binnenin wordt zijn levensloop verteld. Landsman bleek een outsider, wenste zich aan te sluiten bij welke kunststroming dan ook. Zijn exposities, veelal over natuur, werden wisselend ontvangen. In 1972 vertrok hij naar Ardèche, waar hij eigenhandig een ruïne opknapte. Frankrijk werd zijn meest favoriete land, maar volgens zijn weduwe bleef de Mallemolentijd de mooiste periode uit zijn leven.

stadsgroen

Hoe heet die boom?

Dat er op het Lange Voorhout lindebomen staan en dat de Postzegelboom voor het Paleis Noordeinde een kastanje is, weet iedereen. Zou dit de reden zijn dat juist déze bomen niet vermeld staan op Bomenspotter, een app die door de gemeente Den Haag is aangekocht? Op Bomenspotter is met één klik te zien wat voor boom er voor je deur staat, en hoe oud hij is. De app deelt elektronische, voor het publiek vrij beschikbare informatie; het is ‘linked open data’. Andere voorbeelden van open data die in Den Haag tot je beschikking staan, zijn de wipkip-vinder, de energy-checker en greenpedia. De gebruikers van de Bomenspotter kunnen zelf ook data aanleveren. Weet je iets over een bepaalde boom, dan kun je dat delen via de ‘meldfunctie’. Ook als een boom gekapt of omgewaaid is, of per ongeluk nog niet op de kaart vermeld staat, kun je dit meedelen. De app is gekoppeld aan Google maps en Streetview, je kunt dus ook door de straten ‘lopen’ om de bomen te bekijken. Maar er is meer. Via de knop ‘Wiki’ krijg je algemene informatie over de bloeiwijze en de maximale hoogte van het groen. Scroll je naar de Hofvijver, dan zie je op het eilandje acht groene punten staan. Het blijken een Salix Alba, zes stuks Acer pseudoplatanus en een Populus x canadensis te zijn. Aan de overkant, langs de Lange Vijverberg staan volgens de app geen bomen en

voor het Kabinet van de Koning aan de Korte Vijverberg staat sinds 1992 een Aesculus hippocastanum. De dertien stuks Platanus x hispanica aan het Korte Voorhout, ter hoogte van de nieuwbouw voor de Hoge Raad zijn in maart 2013 allemaal (illegaal) gekapt, in de app staan ze nog overeind. Naast het achterhalen van informatie als soortnaam en plantdatum (de linden op het Binnenhof zijn in 1935 aangeplant, die van het Plein in 1970) kun je ook berichten posten. Bijvoorbeeld voor je geliefde; zo hoef je jullie namen niet meer in de bast te krassen. Selecteer een boom die voor jullie bijzonder is en schrijf een gedicht! Vooralsnog worden er echter voornamelijk kreten gepost als: ‘Deze boom is zomer 2013 gekapt’, ‘Deze boom is dood’, ‘Gekapt’, ‘Gekapt’, ‘Gekapt’, ‘Helaas de boom is er niet meer. 15 oktober 2013 is deze reus geveld’, ‘Foutje. Boom staat aan overkant’, ‘Alle 33 bomen in v lennepstraat zijn gekapt’ en ‘Dit is de boom die is omgevallen op 13-10’. De laatste mogelijkheid die de app biedt, is daarom de leukste. Claim je eigen boom. Kies een boom en hij wordt gewoon van jou! Je moet hem dan wel regelmatig een bezoekje brengen, kijken of het nog wel goed met hem gaat en ... met regelmaat wat knuffelen.

niet mocht aanmoedigen tot juichen langs een route waar vlaggen halfstok hingen. In de eerste jaren na de tragedie verscheen de ene na de andere hagiografie waarin Kennedy’s regeerperiode werd verheerlijkt. Vanaf de jaren zeventig kwamen de aanvallen van revisionistische historici als Michael Beschloss en Thomas Reeves. Kennedy zou koel en berekenend zijn geweest, weinig principieel ook en vanwege de vele vrouwenaffaires politiek chantabel. Het mythische beeld van Kennedy werd aan gruzelementen geslagen. Maar vooral sinds de JFK-film van Oliver Stone in 1993 was er wereldwijd weer een opvallende herwaardering voor JFK. In datzelfde jaar schreef ik samen met mede-Hagenaar Hans Veldman de eerste in de Nederlandse taal geschreven biografie: ‘John F. Kennedy. De Mythe-De Ontluistering’. Er was toen een echte media-hype. Zelfs nu in 2013, vijftig jaar na dato,

terwijl de generatie die het bewust heeft mee gemaakt uitdunt, komt een ongekende hype op gang. Ter gelegenheid van de vijftig-jarige herdenking verschijnen zo’n 200 boeken en meerdere films. Recent onderzoek van de Universiteit van Virginia geeft aan dat Kennedy verreweg de populairste president van de 20ste eeuw was. Tijdens een speciale JFK-lunch in restaurant Catch by Simonis op zondag 19 november (12.30-14.30 uur) mag ook ik mijn visie geven. Ik zeg u nu alvast dat Kennedy één van de belangrijkste presidenten van de twintigste eeuw was.

Wendy Hendriksen Bomenspotter: http://bomenapp.nl

‘Kunstenaars van de Mallemolen’ is te bestellen via ateliermagazine.nl of boekselect.nl, € 24,95. ISBN-nummer 978-90-70655-80

internationaal

John F. Kennedy in Den Haag

Die vrijdagavond 22 november 1963 werd ook over onze stad een rouwsluier getrokken. De 24-jarige telexist Cees van der Luytgaarden zat met een collega te schaken in het ANP kantoor aan de Parkstraat. Opeens klonk gerinkel van de alarmbel en werd buitenland bericht nr. 70 zichtbaar: ‘aanslag op kennedy’. ‘Ik zal die woorden nooit meer vergeten. Ik was de eerste Nederlander die van de aanslag wist’, vertelde Cees later. Op het acht-uur-journaal las Fred Emmer het bericht voor. De Nieuwe Limburger schreef: ‘Een ontroerende stilte

sloop de huiskamers binnen.’ In Den Haag werd onmiddellijk de gemeenteraadsvergadering geschorst want diverse leden gaven bij burgemeester Kolfschoten aan dat zij verstikt door emoties niet verder konden spreken. Buren kwamen elkaar het nieuws vertellen en iedereen kroop bij elkaar om via het nieuwe fenomeen televisie, juist in 1963 massaal aangeschaft, extra nieuws te vergaren. Maar dat viel tegen. Pas om tien voor negen kwam het eerste dramatische beeld op het scherm: een zwakke foto waarop mevrouw Kennedy in

de auto zich voorover boog naar het lichaam van haar echtgenoot. En toen pas kwam dan ook het bericht dat de president eerder die avond was overleden. Totale chaos was het gevolg. De populaire serie Bonanza werd niet uitgezonden. Het beeld viel weg, bordjes met pauze werden opgehangen en een onbekende geestelijke werd voor de camera’s gesleept om het volk toe te spreken. Uiteindelijk nam omroepster Hannie Lips ‘met een droef hart’ afscheid van de kijkers. Droefenis alom. Vara’s politiek commentator Gabri de Wagt zei op de radio: ‘Zijn heengaan is voor de wereld erger dan een grote natuurramp.’ Bij de Amerikaanse ambassade op het Voorhout werd een condoleanceregister geopend. Al gauw vormden zich lange rijen verslagen mensen. Er was treurmuziek op de radio en een minuut stilte bij het voetballen. In Scheveningen ging op zaterdag de Sinterklaasoptocht niet door. Het bestuur vond dat het kinderen

Willem Post Amerika-deskundige Lezing Willem Post met lunch bijwonen? zondag 17 november van 12.30-14.30 uur s? Mail dan naar info@partneronstage.com. Prijs € 29.50 euro inclusief een drankje. Onder meer Kennedy’s lievelingsgerecht ‘New England clam chowder’ wordt geserveerd.


20>varia

Den Haag Centraal > Vrijdag 1 november 2013

© Marcello's Art Factory

onder de haagse torens

‘Dit is ons laatste epische fokking liedje’

ergernissen Tips naar redactie@denhaagcentraal.net

Postzegels

Door Jasper Gramsma

E

lk bedrijf wordt zo nu en dan geconfronteerd met deurwaardersbrieven. Soms vanwege de vorige onderneming op dit adres, die nog altijd de rekening van Ziggo niet heeft voldaan. Of vanwege een (voormalig) personeelslid dat de ziektekostenverzekering niet heeft betaald. Of de directie even de volgende gegevens schriftelijk wil verstrekken …. Nu hebben deurwaarders het in deze tijd ook niet makkelijk. Van een kale kip kun je niet plukken en er blijken steeds meer kale kippen. Dus letten ze goed op de kosten. Briefpapier, een envelop en een postzegel; als er dagelijks een stuk of wat de deur uitgaan, loopt dat flink op. Daarom zadelen ze degene die om informatie wordt gevraagd

gemakshalve ook met de portokosten op. Want het adres waarnaar je het vragenformulier moet sturen is geen (kosteloos) antwoordnummer. Evenmin zit er een gefrankeerde antwoordenvelop bij. Gewoon in de papierbak gooien zou een logische reactie zijn. Maar de dreigende toon die van het schrijven uitgaat, maakt dat de meeste mensen onverwijld reageren. Een goede remedie is om die envelop gewoon niet te frankeren. PostNL bezorgt het stuk toch wel. Met zo’n kaartje voor strafport eraan.

Coos Versteeg

PLAATS

© Marnix Rueb

haagse harry

De grauwe loodsen op de Komeetweg in de Binckhorst wekken niet direct de associatie met gezelligheid. Maar als papierwarenfabriek Jero, autoschadeherstelbedrijf Spoelstra en lasbedrijf Bouwlas hun deuren afgelopen weekend openzetten, transformeert het industriegebied in een intieme locatie voor een industrieel buurtfeest. Tijdens het Komeetfeest – een minifestijn binnen het I’M BINCK Festival – staan vier uiteenlopende bands op het programma. Een gevulde maag komt het gehoor ten goede, dus de aftrap is bij Spoelstra met een eenvoudige doch voedzame Italiaanse dis. Met een paar ingrepen is de werkplaats omgetoverd tot restaurant en op de autobrug speelt dj Roet In the Mood het repertoire van Motown. Op de lange banken zitten mensen van divers pluimage: jong en oud, hip en kakkineus, maar iets elitairs heeft men wel gemeen. Er wordt gegeten wat de pot schaft en dat is niet verkeerd. Vooraf zijn er antipasti als Pecorino, geurige zoete uien en bruschetta. Hoewel de opkomst groter is dan gastheer Sandro Bruti had verwacht, krijgt iedereen een vegetarische penne alla putanesca (vrij vertaald hoerenpasta) met komkommersalade. De flessen wijn, die voor het kostendekkende bedrag van € 10,– worden verkocht, dragen bij aan de ontluikende feestvreugde. Eigenaar Spoelstra van het gelijknamige autoschadeherstelbedrijf glundert van oor tot oor dat dit allemaal in zijn zaak plaatsvindt. Hij schuift even bij alle tafels aan om zijn verwondering te delen. Op de vraag of zijn medewerkers er ook zijn, antwoordt hij: “Die houden niet van Italiaans eten. Ze gaan eerst ergens een hamburger eten en komen straks”.

De band Knotwilg zorgde voor een dromerige ambiance. > Foto: M. Janse

Bodempje Voldaan gaat het hele gezelschap naar de papierwarenfabriek, twee deuren verder. Het decor van deze jaren vijftigfabriek geeft de zigeunermuziek van Sintiromarus een extra melancholische dimensie. Gezeten op grote stapels karton – ook hier was niet op zo veel animo

gerekend – luistert het publiek naar een muzikale reis door Europa. Van Arabische invloeden tot typische Balkanklanken, alles komt voorbij. Met af en toe een parodie op een klassiek muziekstuk hebben de muzikanten de lachers op hun hand. De sfeer is gemoedelijk en gastheer Bruti blijft voortdurend in zijn rol. Bij het uitgeleiden waarschuwt hij voor de straatraces die in de weekends op de Binckhorst worden gehouden. Voorzichtig zijn dus. Het volgende optreden is bij een andere buur, het lasbedrijf Bouwlas. De driekoppige band Seed of Ayawaska knalt psychedelische rock de loods in. De muziek heeft vooral op de band van het Haags Montessori Lyceum zelf een meditatief effect. Volledig in trance rijgen ze het ene nummer aan het andere. De mannen zijn net 15, maar aan zelfvertrouwen ontbreekt het ze niet. “Dit is ons laatste epische fokking liedje”, klinkt het bij de finale. Met nog een bodempje wijn in de fles gaat de meute terug naar de papierwarenfabriek voor de sprookjesachtige performance van Knotwilg. De melodieën, in combinatie met de caleidoscopische muurprojecties brengen het publiek in

Een historisch gevormd ramptoerisme, de Hagenaar eigen, dwong mij tijdens de storm de Boulevard af te zakken. Uiteraard per auto. De zee lag te schuimbekken. Woeste golven spatten op de havenhoofden uiteen en waaiden van loef naar lij. De autoriteiten hadden de hekken gesloten, een machteloos gebaar van behoedzaamheid, want de uitwaaiers huppelden over de basaltblokken naar de spannende verboden gebieden. Soms verduisterden imposante wolkenpartijen de havenhoofden en leek er even sprake van twee zwarte pieren ... veel dichter zal ik in taal, althans in deze column, niet bij het meest besproken onderwerp van de laatste weken komen.

De zee was leeggeveegd, zelfs de kitesurfers die als onaantastbare insecten door vrijwel ieder weertype heen plegen te fladderen, waren aan wal gebleven. Evenmin zag ik vaartuigen met Costa Concordia-neigingen in de richting van de wenkende armen van de haven varen. Mijn gedachten gingen terug naar de aanleg van de havenhoofden. Er zijn foto’s waarop ik als knaapje op het ‘oude’ keurig gemetselde piertje sta. Je kan er nog steeds staan, turend in de soms kolkende binnenzee, maar meestal loop je toch door over de ‘nieuwe’ uitschuifarmen met hun basalten mouwen. Naar het baken! Op de zuiderpier wandelde ik nooit, wij woonden in het Statenkwartier. Tot-

een dromerige staat. Net als sommigen de slaap weten te vatten, is het optreden voorbij. Hongerig Het ontwaken maakt hongerig, dus nog even terug naar Spoelstra voor een grote portie bitterballen en smaakvolle satés. Het gezelschap is inmiddels – rond middernacht – behoorlijk geslonken. Blijkbaar heeft niet iedereen op uitloop van het programma gerekend. De één na laatste act is overgekomen uit het moederland van gastheer Bruti, Italië. Het is de formatie Taberna Vinaria die met haar muziek het wijdverbreide misverstand uit de wereld wil helpen dat de doedelzak een specifiek Schots instrument is. Sterker nog: het land van de dolce vita zou de bakermat zijn van de blaasbalg. Om dat te illustreren, put de groep uit overgeleverd repertoire in dialecten die voor de gemiddelde cursist Italiaans niet te volgen zijn. Het mocht de pret niet drukken. Hoe de afterparty verliep met de Nederlandse Rock ’n Roll-band Vuig Tuig, is voor ons gissen. Het zal, zoals bij elk buurtfeest, tot in de kleine uurtjes hebben geduurd.

Havenhoofden Marcel Verreck bespreekt heden en verleden van een bijzondere Haagse plek.

N

a de storm was er de stilte. In mijn geval was zelfs de vrede een stuk dichterbij gekomen. Enige volbladige delen van de boom tegenover mijn huis gingen ten gevolge van het waaigeweld liggen uitrusten op twee geparkeerde auto’s (niet van mij!). Dus heb ik nu onbelemmerd uitzicht op de toren van het Vredespaleis. Daar voegde zich een schilderachtige regenboog en een vlucht blijmoedig rondzeilende vogels bij. Schoonheid is overal, maar wie mooi wil zijn moet pijn lijden. De stad likte verlekkerd zijn wonden.

dat Radio Veronica letterlijk aan land kwam, ruim voordat dat officieel als losgeslagen omroep geschiedde. Met jongens en meisjes uit mijn klas (de zesde van de Duinoordschool) gingen wij op een avond naar de gestrande boot kijken. Ramptoeristjes in opleiding. Het zendschip lag als vanzelfsprekend op het zand, vlakbij het zuiderhavenhoofd. Er brandden lampjes, er klonk muziek, het zou goed kunnen dat ook Lou Reed gedraaid werd. Walk on the wild side. Tja, die pieren hebben veel voorbij zien komen. Wat zou er eigenlijk omgaan in die havenhoofden? Marcel Verreck

dhc-338  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you