Page 1

}<(l(tp$=adbcb <

Een échte Haagse krant

Vrijdag 20 september 2013 jaargang 7 nummer 332

Cultuur Sportcampus Zuiderpark eindelijk rond

Economie Winkelcentrum New Babylon doet alles anders

€ 1,95

Varia Ten strijde tegen prostitutie

9

3

19

>ruimtes/functies vergeten >te kleine liften >stoelen te smal >onlogische indeling >zorgelijke brandvlucht

en

€2 mi 42 ljo ,7

Zie pagina 5

> Artist's Impression: Neutelings Riedijk

Ingezonden mededeling

SALE – SALDI – SOLDES italian design furniture

Hoe lang blijf je liegen en voor wie?

Vals nationaletoneel.nl/vals

Scheveningseweg 14 – Den Haag (t/o het Vredespaleis) ma t/m za van 10.00 – 17.00 uur

24 t/m 27 september Theater aan het Spui 070 3465272


2>varia

Den Haag Centraal > Vrijdag 20 september 2013

door vreemde ogen

Stad met een schouwburg We waren al drie maanden in Nederland (we woonden in een dorp waar ik drie maanden lang geen mens heb gesproken, behalve een keer iemand bij de kassa in een supermarkt) en ik mocht een stad kiezen om in te gaan wonen. Ik zei meteen: eentje met een schouwburg. En dus gingen we met de auto op reis, op zoek naar een stad met een schouwburg. Om 8 uur ’s avonds (het was al lang donker) parkeerden we ergens ondergronds. Toen we naar boven liepen, raakte ik de muur waarop bovenaan geschreven stond: Lucent Danstheater en ik vroeg: “Hoe heet het hier?” Het bleek Den Haag te zijn. Het was op een maandag, acht uur ’s avonds, winter. Alles dicht, het Danstheater ook, geen winkel open, niets. Op het moment dat het echte leven in Boekarest begint, gaat iedereen hier klaarblijkelijk naar huis. De avonden die in Boekarest de mens na een dag werken terug naar het leven brengen, brengen hier de werkende mens terug naar de rust. En dat was nog maar het begin van mijn verbazing. Groter was de verwondering over het feit dat je hier niet zoals overal (dacht ik), in Amerikaanse films maar ook in Boekarest, op straat je hand maar hoefde op te steken en er een gele taxi voor je stopte. Er was helemaal geen taxi, je moest weten waar je een standplaats kon vinden en lopen of de tram nemen naar HS of Centraal om er een te vinden. Maar als je eenmaal in de tram zat, wat voor nut had een taxi dan nog? Eenmaal de deur uit in Boekarest riep de chauffeur, die een zesde zintuig had: “En vandaag waarnaartoe? Zoals gisteren?”

Wanneer ik ziek was, stuurde ik de taxichauffeur om medicijnen te kopen, hij ging mijn energierekening betalen of ik liet hem wat vers fruit kopen op de markt, iets wat je je hier niet voorstellen kunt. Maar ik moet wel toegeven dat in een taxi in Boekarest nooit gehuild heb; hier wel, om het verhaal van een Iraanse chauffeur die in zijn eentje zijn dochtertje opvoedde na de dood van zijn vrouw en mij met betraande ogen vroeg of ik niemand kende om voor zijn dochter te kunnen zorgen. Wat ik in die eerste jaren in Den Haag deed? Om tien uur ’s ochtends in het Mauritshuis, met mijn kind in de kinderwagen en tien Japanners achter me, om naar de Anatomieles te kijken met een gevoel dat ja, als ik niet in staat was om naar het geluk te gaan, het geluk naar mij kwam: ik stond voor de Anatomieles, één keer, twee keer per week, tot het tot me doordrong dat ik dat vanaf nu iedere dag kon doen, vele jaren lang. Koffie drinken naast de fontein in de Haagse Bluf en mijn eerste gedicht in het Nederlands geschreven, de eerste naakte oude man op de fiets gezien, op datzelfde pleintje met het fonteintje, verbijsterd naar hem gekeken en gedacht: Wauw, hier heb je materiaal voor een roman en je dacht dat je niet eens een gedicht kon schrijven! Begrepen dat fietsen in Nederland niet zomaar een hobby is, maar een modus vivendi die Den Haag definieert: ’s ochtends op de fiets naar je werk kom je heel Den Haag tegen, van de directeur van het bedrijf waar je werkt tot de naakte oude man die, inderdaad, iedere ochtend na tien uur komt opdagen, vrouwen van een zekere leeftijd op de

fiets, met hun rokken opwaaiend door de wind die je het gevoel geven dat je honderden wat oudere Ninotchka’s met nylonkousen op de fiets ziet. Wat je in New York in de metro ziet, secretaresses in mantelpakjes op sportschoenen en met hakken in hun tas, zie je ook in Den Haag, alleen neemt de fiets hier de plaats in van de sportschoenen. Als ik onderweg naar mijn werk een halte eerder dan gebruikelijk uit de tram stap, loop ik door de Geleenstraat, de eerste keer uit nieuwsgierigheid (in de zomer gekleed alsof ik op weg was naar Siberië, om toch vooral maar niets van mijn lijf te laten zien, daar, waar lijven te zien en te koop zijn), de tweede keer uit nieuwsgierigheid (ik durf meer dan alleen naar de lichamen te kijken, ook naar de gezichten), de derde keer uit nieuwsgierigheid (om iets te kunnen snappen, een straat verder loop ik langs Irma la Douce – waaruit je opmaakt dat Arie Grotekop ook een filmliefhebber kon zijn). Na nog twee minuten lopen heb je aan de andere kant die kerk die geen kerk meer is, maar een soort van kleine Ziggo Dome (had Ceaușescu die in Roemenië kerken liet platgooien maar wat Nederlands bloed gehad!). Schuin daartegenover heb je de bieb, waar je veel van de klanten van de ongeklede lijven rond Irma la Douce tegenkomt. En verderop het Plein, waar men met regelmaat het recht op een beter leven komt opeisen – het Plein is mijn favoriete plek geworden in Den Haag. Je kunt daar protesteren tegen alle kwalen van de wereld en niemand schiet je dood, je mag “Weg met Assad ” roepen, maar ook “meer geld voor vertalers”. Het Plein heeft langzaam aan iets van de functie overgenomen van de heuvels uit mijn kindertijd in Roemenië,

je kunt daar hopen op een beter leven voor jezelf en voor degene die zijn wens door een megafoon roept – op de heuvel werkte dat altijd, God was altijd in de buurt, hier is de regering ook niet ver. Na een demonstratie op het Plein neem je de tram naar Scheveningen, en als je dan links kijkt zie jaar, het gebouw waar Slobodan Milošević zat opgesloten, ook Radovan Karadžić kwam er terecht, en Ratko Mladić; voor Nicolae Ceaușescu is het te laat, maar je zou gemakkelijk een plaatsvervanger kunnen bedenken. En als iemand mij nu zou vragen, nu ik acht jaar hier ben: “Ben je een Hagenaar of een Hagenees? En hoe word je één van die twee? Voor Roemenië of Amsterdam woon ik in Den Haag, voor Den Haag op het randje met Rijswijk, voor Rijswijk toch met een been in Den Haag. Wanneer ben je eigenlijk een Hagenaar of Hagenees? Als je exact weet waar Blonde Dolly heeft gewoond of waar precies in Den Haag Vladimir Poetin zijn gezicht heeft laten liften? Geen van beide, in mijn geval. Ik voel me van hier, na zoveel jaren eten kopen bij Appie Heijn, doordeweeks aan het Lorentzplein, met de feestdagen aan de Elandstraat. En wanneer je iets bij geen van beide kunt vinden, heb je er altijd nog eentje in de buurt van het Aloysius College. Mira Feticu Mira Feticu (1973) is een Roemeense journalist en schrijfster, die sinds acht jaar in Nederland woont. In 2012 debuteerde ze in het Nederlands bij uitgeverij De Geus met boek ‘Lief kind van mij’, dit jaar volgde ‘De ziekte van Kortjakje’. Opgegroeid in een dorp onder een communistisch regime, bekijkt deze expat nu door vreemde ogen de westerse samenleving. Verbazing over zaken die in Den Haag heel gewoon zijn.

Ingezonden mededeling

www.drinkland.nl

ACTIES

Boomsma pure graanjenever 1L

sCoTCh Whisky The dundee 1L

uit Leeuwarden, van 14,95 voor

Een goed uitgebalanceerde whisky voor een nu nog aantrekkelijkere prijs, van 14,95 voor € 13,95

€ 10,95

Bols vieux 1L De vieux met dat Franse vleugje van 15,45 voor

€ 11,

45

vodka drinkskaya 1L Gemaakt van de beste Nederlandse granen. Zuiver & zacht, van 15,95 voor € 13,95

Calvados Coquerel 0.7L Fijne, uitmuntende calvados met een krachtige appelsmaak, van 19,60 voor € 16,95

dalWhinnie 15 years single malT highland 0.7L

Tierra alta Collections

sauvignon Blanc syrah Cabernet sauvignon Per fles nu van 8,55 voor € 6,75

WiTTe Wijnen

Aromatisch, lichtrokerig met een weelderige, lange, lichtzoete afdronk. Nog even voor een hele lage vaste prijs van 38,75 voor € 32,95

Zuid-Afrika / Paarl – louis Fourie sauvignon Blanc Frisse, crispy, droge, witte wijn met smaken van passievruchten en citrus. Nu van 8,75 voo € 6,95

Coal ila 12 years single malT islay 0.7L Zeer complexe Islay met smaken van vanille en nootmuskaat, lichtkruidig, de afdronk is lang en zacht met tonen van turf en rook. Nog even voor een hele lage vaste prijs van 41,75 voor € 34,95

Drinkland importeert, reeds vele jaren, rechtstreeks wijnen uit Chili van het wijnhuis Tierra Alta. De wijnen komen uit de belangrijkste wijnregio’s de Maule en Colchagua Valley. Door het optimale klimaat van veel zonneschijn en de koelere bries van de Andes en de Pacific, ontstaan mooie kwaliteitswijnen, zoals de beroemde Carmenère druif. Voor U selecteren wij 1 witte wijn en 2 rode wijnen uit de Collection serie. Wijnen met een mooie fruitsensatie en zachte tannines door de houtrijping.

Spanje / Rueda – Cuatro rayas 100% Sauvignon Blanc, elegante, droge, witte wijn uit Noord Spanje. Nu van 8,95 voor € 6,50

op=op

rode Wijnen Frankrijk / Côtes de Duras – malbec Baraban 2005 Gitton Père et Fils. Bijzondere 100% Malbec, mondvullende, lichtkruidige, rode wijn met zachte tannines. Ideaal voor de koelere nazomer barbecues! Nu van 13,75 voor € 8,75 Spanje / Rioja – puerta vieja Tinto 100% Tempranillo druiven, door de korte houtlagering behoudt deze Rioja zijn frisheid. Nu van 7,85 voor € 6,48 6 flessen in linnen wijntas € 35,00 !

rosé den haag

Prinsestraat 57 070 364 29 25

* Voorhout * noordwijk * oegstgeest Jacoba van Beierenhof 28 Maarten Kruytstraat 24 Lange Voort 19 071 364 93 37

071 361 21 82

071 301 55 83

Chili / Central Valley – Tierra alta syrah / pinot noir reserva De combinatie van Syrah druiven uit Colchagua Valley en Pinot Noir druiven uit Casablanca Valley geven deze rosé een geweldig volle smaak met aroma’s van aardbeien, frambozen en zwarte bessen. Nu van 9,50 voor € 6,95


3

actueel<

Vrijdag 20 september 2013 > Den Haag Centraal

Sportcampus Zuiderpark eindelijk financieel rond

le breedtesporthal, vier gymzalen, een dojo en een danszaal worden gebouwd op de plek waar ooit het roemruchte stadion van FC Den Haag stond. Het voetbal blijft een prominente plek houden in het Zuiderpark. Acht voetbalvelden (waarvan minimaal twee met kunstgras) worden aangelegd. Daarop zullen de opleidingsteams van profclub ADO Den Haag spelen, evenals de huidige bewoners, de amateurclubs HDV en WIK. Bovendien komt er een multifunctioneel kunstgrasveld waarop verschillende sporten gespeeld kunnen worden.

Den Haag heeft er jaren op moet wachten, maar eindelijk kan de gemeente de plannen ontvouwen voor de Sportcampus Zuiderpark. Een lang gekoesterde wens van de gemeente en de Haagse Hogeschool zal rond september 2016 in gebruik worden genomen. Door Ronald Mooiman

De Haagse wethouders Karsten Klein (Sport) en Marnix Norder (Stedelijke Ontwikkeling) als ook Rob Brons van De Haagse Hogeschool kunnen opgelucht adem halen. De plannen voor Sportcampus Zuiderpark zijn nu ook financieel rond. De Sportcampus biedt onderdak aan topsport, sportonderwijs en breedtesport voor wijkbewoners. Met de bouw van het complex is in totaal 73 miljoen euro gemoeid. De gemeente Den Haag investeert 52 miljoen en De Haagse Hogeschool investeert een bedrag van 21 miljoen. De Sportcampus Zuiderpark zal naar verwachting in september 2016 in gebruik genomen worden. Karsten Klein: “Den Haag heeft de oudste sportacademie van Nederland en met Sportcampus Zuiderpark straks ook de modernste. Samen met de al aanwezige atletiekbaan, het zwembad, rolschaatsbaan en de speelweide wordt Sportcampus Zuiderpark het centrum voor zowel de top- als de amateursport. Met de nieuwe topsporthal is er per-

Het Zuiderpark wacht vanaf 2016 een nieuwe toekomst.> Artist's Impression FaulknerBrowns Architects

spectief op grote indoor sportevenementen in onze stad. De komst van de sportcampus betekent een verdere ontwikkeling van Den Haag als sportstad”. Vestia Na het afhaken van Vestia als geldschieter werd de bouw van de Sportcampus op de lange baan geschoven. Klein: “Vestia viel weg als medeontwikkelaar van de Sportcampus. Daardoor was er een tekort van 40 miljoen euro. Het heeft tijd gekost om dat financieel op te

vangen. Het heeft er ook voor gezorgd dat we de Sportcampus nu in iets afgeslankte vorm presenteren. Er komt geen ondergrondse parkeergarage. Bovendien komen bedrijfsruimten en een hotel niet langer voor in de plannen”. De noodzaak van een dergelijk topsportaccommodatie met vele extra’s was doorslaggevend, ondanks de crisis, vanwege de leemte die was ontstaan door de sloop van de indoorlocatie Houtrust in 2002. Karsten Klein: “Er was behoefte aan een grote indoor-

sportlocatie waar we grote internationale titeltoernooien kunnen houden. Maar het geeft ook ruimte aan de topsporten die wij nu als speerpunt hebben. Niet voor niets komt er een beachsporthal”. De sportcampus Zuiderpark, een ontwerp van het Engelse architectenbureau FaulknerBrowns Architects, bedient de Haagse topsport, het sportonderwijs en de sportieve bewoners rond het Zuiderpark. Een topsporthal, een beachsporthal, een turnhal, een dubbe-

Kansen De Haagse Hogeschool vestigt zich er met de opleidingen Leraar Lichamelijke Opvoeding (HALO) en Sportmanagement. Ook het ROC Mondriaan zal er verschillende opleidingen aanbieden. Rob Brons, voorzitter van het College van Bestuur van de Haagse Hogeschool: “De nieuwe locatie biedt veel kansen voor zowel de omliggende wijken en de regio Haaglanden als voor onze studenten van de HALO en Sportmanagement”. Om de buurt goed te informeren over de plannen, komt er een tentoonstelling in de wijk en houdt de gemeente Den Haag een inloopavond waarin de plannen verder worden toegelicht. Voor meer informatie: www.denhaag.nl/sportcampus

Plein voor HS wordt helemaal anders stopt in de nieuwe situatie niet meer aan de Stationsweg, maar aan de achterzijde van Hollands Spoor. Voor auto’s geldt straks eenrichtingsverkeer dat naar het Rijswijkseplein voert. Fietsers en voetgangers krijgen daarentegen meer mogelijkheden. Daarmee wordt het gebied het domein van langzaam verkeer, tot tevredenheid van de hele gemeenteraad. Een aantal fracties uitte wel zorgen over onder

Na jaren van verpaupering wordt het gebied rond het Stationsplein nabij Hollands Spoor eindelijk onder handen genomen. Ruim zestien miljoen euro maakt de gemeente vrij om de internationale entree van de stad allure te geven. Horeca, projectontwikkelaars en winkeliers laten echter nog op zich wachten.

meer het verdwijnen van de halte voor buslijn 18. “Een groot deel van de Stationsbuurt en de Schilderswijk wordt daarmee slecht ontsloten door het OV. In plaats daarvan zou lijn 25 doorgetrokken moeten worden richten het Centraal Station”, aldus Gerwin van Vulpen van de Haagse Stadspartij. Toch is de raad op grote lijnen akkoord en zal het nieuwe Stationsplein naar verwachting eind 2015 klaar zijn.

Door Jasper Gramsma

Het Quartier Latin van Den Haag. Dat is wat de gemeente al tientallen jaren voor ogen heeft bij een opknapbeurt voor de omgeving van het Stationsplein. De looproute naar het centrum moet een visitekaartje worden voor de stad met boetiekjes, ateliers en terrassen. Daarvoor blijkt een lange adem nodig, want er kwam steeds een kink in de kabel. De Belastingdienst trok zich terug uit de kantoorkolossen en projectontwikkelaars kwamen afspraken niet na. Ook de voortdurende economische crisis maakt het er niet gemakkelijker op. Nu is er dan toch een doorbraak met de forse investering om het Stationsplein grondig aan te pakken. De kern van het plan behelst een natuurstenen ‘Rode Loper’ die vanaf de stationsuitgang doorloopt over de Stationsweg. De loper zou het plein met het centrum moeten verbinden, maar bij de overgang tussen het brede en het smalle deel van de weg stopt de natuurstenen bestrating. “Er is onvoldoende budget om ook dat deel aan te pakken, maar we willen nu wel beginnen”, laat een gemeentewoordvoerder weten. Voor een klein deel van de leegstaande belastingkantoren is een oplossing

Ingezonden mededeling

Het plein voor het station krijgt een natuurstenen loper. > Artist's impression Gemeente Den Haag

gevonden. Onderin het grote kantoor opent Albert Heijn medio 2014 een filiaal van 1200 vierkante meter. In het tegenovergelegen kleine complex is nog ruimte voor winkels, terrassen, woningen en kantoren. Met nadruk op ruimte, want van concrete herontwikkeling door marktpartijen is voorlopig geen sprake. Projectontwikkelaar Gerard Stevers van de Geste Groep, eigenaar van het kleine kantoor: “Het is in principe verkocht en we zijn met wat hotelketens in gesprek, maar welke het wordt is nog niet duidelijk”. De etages van beide kantoorgebouwen blijven leeg en er ligt niets tastbaars in het vooruitzicht. Voor het complex aan de Stationsweg 140-166 ziet de toekomst er gunstiger uit. Na veel tumult over de al dan niet opzettelijke verkrotting van het karakteristieke huizenblok

door de Geste Groep, wordt er achter de historiserende gevels gebouwd aan nieuwe studentenwoningen en appartementen. Hier heeft de begane grond een horecabestemming, maar ook nog geen exploitanten. Een keurig aangelegde, maar vooralsnog kale entree van de stad dus. Informatieborden Verkeerstechnisch verandert het Stationsplein ingrijpend door deze herinrichting. Het railnet voor de trams wordt aangepast voor het nieuwe materieel van HTM. Daarbij daalt het aantal tramhaltes van drie naar twee, omdat de aparte halte voor de lijnen 11 en 12 aan de Stationsweg verdwijnt. De resterende haltes worden dan wel zogenaamde ‘tophaltes’. Die zijn ruimer, bieden meer beschutting en zijn voorzien van informatieborden. Buslijn 18

Exclusieve brilmode

Hoogstraat 37 2513 AP Den Haag www.hofstede-optiek.nl


4>varia

Den Haag Centraal > Vrijdag 20 september 2013

stadsmens

Annemarie Willems dirigeert nu als ZZP’er haar Jazzkoren in Koorenhuis Koordirigent en zangdocent Annemarie Willems verzucht: “Een bedrijf opzetten kost zoveel tijd. Ineens moet je zelf koortarieven bedenken, de kooradministratie regelen en algemene voorwaarden ontwikkelen. Er komt nog veel meer bij kijken. Je hebt bijvoorbeeld een website nodig en een bedrijfspagina op facebook”. Met hulp van familie en vrienden is ‘de gigantische klus’ geklaard. Annemarie kan zich nu ook weer concentreren op muziek, haar favoriete bezigheid. Ze blijft in het Koorenhuis, de plek waar ze sinds 1998 aan verbonden is. De afgelopen periode was zwaar en tegelijkertijd leerzaam. Dat laatste prikkelt haar wel. Voordat zij definitief koos voor muziek had zij allerlei banen: van de bank, het ziekenhuis, de Nederlandse Spoorwegen tot Thuiszorg en de Pizzahut in het Noordeinde. “Ik ben een heel nieuwsgierig mens en wilde weten hoe de wereld van bijvoorbeeld een bank in elkaar zit. De enige manier om er achter te komen, is om daar dan te gaan werken. Tot voor kort was zij bij het Koorenhuis in dienst als docente. Nu gaat zij verder als ZZP’er. Zij blijft haar Jazzkoren en Close Harmony Groepen leiden in een

Annemarie Willems: ‘Zingen ontspant en geeft tegelijkertijd energie’. >Foto: Eveline van Egdom

ruimte die ze daar heeft gehuurd. Het afgelopen jaar is voor haar en haar collega’s ingrijpend geweest. De aankondiging van de gemeente Den Haag de subsidie voor het Koorenhuis stop te zetten, kwam keihard aan. “Het was een grote bom die op ons neerkwam. In eerste instantie zijn wij in de vechtstand gegaan, hebben we nog actie gevoerd. Maar we beseften al snel dat het geen zin had”. Het Koorenhuis gaat verder als drie aparte onderdelen. “Om op te starten

wordt je hulp geboden. Als voormalig Koorenhuis-docent krijg ik bijvoorbeeld korting op de huur”. En: “Een deel van de docenten is lid geworden van het Koorenhuis Netwerk. Anderen gaan verder in nieuw gevormde collectieven”. Strijdmuziek Van jongsaf aan is zij opgegroeid met muziek. Haar vader was musicus en Annemarie kreeg al heel vroeg pianoen zangles. Toch zou pas later haar (in-

middels ex-) man Frenk van Meeteren, lid van de folkband King’s Gaillard, haar stimuleren voor muziek te kiezen. Begin jaren tachtig bezocht zij alsnog het conservatorium en vestigde zich in 1984 als zangdocent. “In dat jaar gebeurde van alles en het mooie was dat ik voor alles werd gevraagd”. Zo schreef zij muziek voor de korte film ‘Sophie’ en was ze in Bergen zangeres bij de multidisciplinaire voorstelling ‘Als varkens vleugels hadden’. Als zangcoach werd ze door het Muzisch Centrum in Delft ingezet voor ‘Mistero Buffo’ en had ze tevens de muzikale leiding. In dit toneelstuk van de Italiaan Dario Fo kwam veel strijdmuziek voor. “Dat moest ook heel strijdbaar worden gezongen. Drie jongemannen konden maar niet de juiste toonhoogte vinden. Ik heb toen ontdekt dat je door te trainen de juiste toonhoogte kunt leren horen. Tijdens de voorstelling zongen ze heel zuiver. Het Muzisch Centrum heeft me daarna gevraagd stemtrainingen te geven”. In Delft volgde de korte opera ‘Der Jasager’ van Brecht en Weill, waarvan zij de muzikale leiding had. Vijf keer werd de opera uitgevoerd. Otto Bentinck, toenmalig directeur van het Koorenhuis, was één van de en-

thousiaste toehoorders. Hij vroeg haar in 1998 bij het Koorenhuis de cursus stemvorming te gaan geven. Toen in 2000 de dirigente van het Jazzkoor vertrok, vroeg hij Annemarie als opvolgster. Binnen een paar jaar dirigeerde zij drie Jazzkoren, die tijdens optredens worden begeleid door een combo onder leiding van pianist Erik Doelman. Hij verhuist in de nieuwe opzet mee. “Ik heb lang naar deze vorm gezocht en weet dat die optimaal is. Dan wil je zo’n combo niet kwijt”. Er is naast het Koorenhuis nog een druk bestaan. Zo geeft Annemarie Willems workshops zang, privélessen thuis en leidt ze onder meer personeelskoren op ministeries, zoals op het ministerie van OCW. “Dat zingen gebeurt in de lunchpauze. Ik heb begrepen dat het echt ontspant en tegelijkertijd voor energie zorgt. Mensen kunnen ’s middags met een frisse blik verder aan het werk”. Joke Korving Tot de herfstvakantie zijn aanmeldingen mogelijk voor de Jazzkoren en Close Harmony Groepen. Informatie: www.annemariewillemsproducties.nl

Benoordenhout blijft boeien Door Coos Versteeg

Nog tot in de jaren dertig zwierf herder Nelis van Dijk met zijn kudde schapen door het Benoordenhout. Grote delen van deze polder tussen het Haagse bos en de Scheveningse duinen waren nog niet bebouwd, de Van Alkemadelaan bestond zelfs nog maar gedeeltelijk. In de Bosjes van Zanen bij Clingendael had Van Dijk een houten schaapskooi met een stenen kamertje dat hij zelf bewoonde. Hij liet zijn kudde onder meer grazen op de weilanden meteen achter de tuinen van de Van Soutelandelaan. Bij zijn dood in augustus 1988 liet Benoordenhouter Kees van Wermeskerken een reeks foto’s en teksten na met de wijk als onderwerp. Van Wermeskerken publiceerde regelmatig historisch getinte artikelen over de buurt in het wijkblad en speelde al geruime tijd met het idee daar een boek van te maken. Zijn weduwe Wies ordende uiteindelijk het materiaal en zorgde ervoor dat boekhandel Couvée aan de Van Hoytemastraat er in 1992 een succesvolle uitgave van maakte. Nu, een kwart eeuw na het overlijden van de auteur, is er een door wijkbewoner Diederick Cannegieter herziene editie. Met aanvullingen, correcties en een subtiele wijziging van de titel: ‘Benoordenhout Belicht’ heet nu ‘Benoordenhout in beeld’. De halve eeuw die in ‘Benoordenhout in beeld’ wordt belicht, speelt zich af tussen 1890 en 1940. Die einddatum is begrijpelijk, maar wel jammer. In de geschiedenis van het Benoordenhout is de Tweede Wereldoorlog niet alleen een ingrijpende cesuur, het luidt ook de periode in dat het karakter van de wijk ingrijpend zou veranderen. Inmiddels is wel de tijd aangebroken om ook op de periode 1940-1990 in te gaan. Want tot in de jaren zeventig was

deze wijk een burgerlijk bastion, waar iedereen op elkaar lette en waar het bijvoorbeeld niet op prijs werd gesteld als kinderen op straat voetbalden. De winkeliers in de Weissenbruchstraat kenden nog een zekere onderdanigheid tegenover hun cliëntèle en de Van Hoytemastraat was nog echt een winkelstraat met zaken voor de directe levensbehoefte en niet de halve modestraat die het de afgelopen decennia werd. Terzijde, er staat in het boek een foto van de Oostduinlaan met een blokbandtaxi die door het Haags Gemeentearchief in de beeldbank op 1945 wordt gedateerd. Dat is dus een wat vreemde eend in de bijt.

Scans Maar er is fotografisch wel meer curieus aan dit boek. Want het oorspronkelijke materiaal van de druk uit 1992 bleek bij Couvée niet meer te achterhalen, dus werd de oude tekst overgetikt en moesten van de foto’s in het boek scans worden gemaakt. Dat laatste is raar, want veel van het beeldmateriaal is ook digitaal in het Gemeentearchief aanwezig. Het scannen is de beeldkwaliteit niet ten goede gekomen. Bij de fotokeuze zijn ook wel wat vraagtekens te plaatsen: veel statische doodse opnamen, zoals de ingekleurde omslagplaat uit 1915 van de Jan van Nassaustraat. Terwijl er toch uit diezelfde periode ook veel dynamischer beeldmateriaal van die straat met mensen, een bierkar en zelfs een tram beschikbaar is. Ook komt er geen eind aan de bijna identieke foto’s waarop huizen worden gebouwd of straten aangelegd. Eigenlijk geldt dat statisch-saaie ook voor de vormgeving van het boek. Er is een indeling aangehouden van telkens een hoofdstukje rond een thema en dan een katern met zwart/wit-foto’s. De tijd was eigenlijk wel rijp geweest voor een wat eigentijdsere aanpak met groter en dynamischer beeld en een wat vlotter

De schaapskooi van Nelis van Dijk in de Bosjes van Zanen in 1930. > Foto: collectie Haags Gemeentearchief

geschreven tekst. Dat had nog steeds gekund met het basismateriaal van Kees van Wermeskerken. Niets ten nadele van de goede bedoelingen van historicus Diederick Cannegieter, maar een eindredactionele helpende hand van een journalist-in-ruste uit de wijk had een aantrekkelijker en leesbaarder werk kunnen opleveren. Toch is het goed dat Couvée het boek opnieuw in een oplage van 1.200 exem-

plaren uitbrengt. De editie van 1992 is nog louter tweedehands verkrijgbaar en het Benoordenhout heeft in de afgelopen 25 jaar diverse nieuwe lichtingen inwoners gekregen die met dit boek veel te weten komen over de geschiedenis van de wijk waarin ze leven. Zelf behoor ik tot de groep die zich pas in 1988 in deze wijk heeft gevestigd. Het geeft een gevoel van vervreemding om – als je dagelijks langs de Nir-

wana-flat komt – ineens een luchtfoto te zien, waarbij dit bijzondere staaltje van architectuur vrijwel geïsoleerd in het weiland staat. Om opnamen te aanschouwen van de feestelijke ingebruikneming van de Alexanderkazerne aan de Van Alkemadelaan die kortgeleden alweer is afgebroken. De straten zonder geparkeerde auto’s, de buitenplaatsen, villa’s, boerderijen en tuinderswoningen, de berenkooi in de Dierentuin; het zijn allemaal illustraties die vertrouwdheid en verbazing combineren. Het Benoordenhout is vandaag de dag een geliefde woonbuurt, waar de ineenstorting van de huizenmarkt maar in beperkte mate wordt gevoeld. De wijk is groen, mooi en kwalitatief goed gebouwd. Het Benoordenhout behoort na de Archipelbuurt, Duinoord en Statenkwartier tot de eerste stadsuitbreidingen van het oude Den Haag. Al is het grootste deel pas in de 20ste eeuw gebouwd, de contouren tekenden zich al aan het eind van de 19de eeuw af. Daardoor is het een wijk met verschillende gezichten geworden. Met name de Nassaubuurt ademt nog altijd de sfeer van Couperus, terwijl een paar straten verderop de nieuwe architectuurstijlen – met Nirwana als hoogtepunt – zich doen gelden. Ingegraven fietsboxen in voortuinen, dakterrassen, bakfietsen voor het vervoer van de kinderen en 50-plussers op Vespa’s, het gaat ook niet voorbij aan de meest behoudende wijk van Den Haag. Couvée kan over 25 jaar vast weer een heruitgave maken. Maar het zou mooi zijn als die niet in 1939 ophoudt. Zelfs in het Benoordenhout staat de tijd niet stil. Het Benoordenhout in Beeld. C. van Wermeskerken. Geheel herziene uitgave onder redactie van Diederick Cannegieter. Uitgever: Couvée. Prijs € 24,90. ISBN 978-90-78256-09-0


5

actueel<

Vrijdag 20 september 2013 > Den Haag Centraal

De Haagse Stadspartij laat vlnr. zien hoe het oorspronkelijke plan van 240 miljoen werd verkleind naar een schetsontwerp dat 181 miljoen moet kosten en tot slot het voorlopig ontwerp dat weer groter is dan het oorspronkelijke plan en nog steeds voor 181 miljoen moet kunnen. BBN Adviseurs berekende dat het ruim 61 miljoen meer zal worden.

Spuiforum ruim 61 miljoen duurder De bouw van het Spuiforum gaat geen 181,1 miljoen, maar tenminste 242,7 miljoen kosten. Dat stelt onafhankelijk adviesbureau BBN Adviseurs. De kans dat het nog veel meer wordt, is echter groot. Wanneer de rijksoverheid bijvoorbeeld de regels voor BTW-aftrek verscherpt, kan er nog eens 38 miljoen euro aan kosten bij komen. Door Coos Versteeg

Onafhankelijk adviesbureau BBN Adviseurs uit Rotterdam laat weinig heel van het voorlopig ontwerp en de daarbij behorende kostenberekening van het Spuiforum, die de wethouders Marnix Norder (PvdA) en Marjolein de Jong (D66) 18 juli jongstleden aan de gemeenteraad hebben gepresenteerd. Architectenbureau Neutelings Riedijk is volgens BBN in het ontwerp allerlei ruimtes en functies vergeten (in totaal ontbreekt 980 vierkante meter) wat straks tot aanzienlijke extra kosten zal leiden. Maar ook zijn bijvoorbeeld de theaterstoelen te smal getekend (waardoor de zaal groter moet om toch aan 1300 bezoekers plaats te kunnen bieden). Voorts is er onvoldoende capaciteit van liften en trappen en voor de horeca in het hele gebouw blijkt er maar één kleine afwaskeuken op de vierde verdie-

ping te zijn, terwijl het serviesmagazijn op de begane grond ligt. BBN constateert in een 18 pagina’s tellende notitie verder een reeks onhandige en onlogische oplossingen in het voorlopig ontwerp. Zo kunnen de artiesten op de eerste verdieping alleen via het toneel bij de lift komen, zijn sommige studio’s niet gelijkvloers te bereiken en zijn overal de toiletten voor minder validen alleen via lange, smalle doorgangen langs wastafels met wachtende medebezoekers te bereiken. “Zeer veel verblijfsruimten hebben geen daglicht”, schrijft BBN. “Dit is niet echt gebruiksvriendelijk. Het brengt ook extra exploitatiekosten met zich mee als gevolg van extra energieverbruik vanwege het benodigde kunstlicht”. BBN voorziet de noodzaak van ingrijpende aanpassingen aan het ontwerp, zoals inpassing van lichthoven of patio’s. Ook de verkeersafwikkeling van de parkeergarage klopt niet en leidt tot extra aanpassingen. Het ernstigste aandachtspunt is echter de zorg om de vluchtmogelijkheden bij brand op de bovenste bouwlagen. De grootste zaal met 1500 tot 2500 bezoekers bevindt zich bovenin. Gespecialiseerd BBN is een groot gespecialiseerd adviesbureau voor gebouw en gebied, waar 120

mensen werken voor opdrachtgevers uit het bedrijfsleven, de overheid en de non-profitsector. In Den Haag verzorgde BBN eerder onder meer het bouwmanagement bij de renovatie en verbouwing van de Koninklijke Schouwburg en het Paard van Troje, alsook bij het World Forum. Ook bij de eerste financiële verkenningen voor het Spuiforum was BBN destijds betrokken. Toen al kwam BBN op een aanmerkelijk hoger bedrag dan de beoogde 181,1 miljoen. Volgens BBN is het onmogelijk om het Spuiforum voor dat bedrag te realiseren. BBN heeft op verzoek van de Haagse Stadspartij reeds in juli jongstleden een ‘quick scan’ van het Spuiforum uitgevoerd. Die gaf al aan dat het gebouw nooit zou passen binnen het taakstellend budget waar de gemeenteraad met een nipte meerderheid ja tegen heeft gezegd. In de nu gereserveerde 181,1 miljoen is ook vier jaar tijdelijke huisvesting voor Residentie Orkest en NederlandsDansTheaterophetNorfolkterrein begrepen. Inmiddels is al duidelijk dat zelfs die tijdelijke huisvesting aanmerkelijk duurder gaat worden dan begroot. De Haagse Stadspartij heeft na de ‘quick scan’ aan BBN Adviseurs opdracht gegeven tot een uitgebreidere, grondige studie met risicoanalyse. Een soortgelijke doorrekening wordt ook binnenkort gepresenteerd door het college van burge-

meester en wethouders, maar dan uitgevoerd door het bureau Twynstra Gudde. Joris Wijsmuller van de Haagse Stadspartij liet al eerder weten dat hij dit geen goede keuze vond. “Twynstra Gudde is niet gespecialiseerd in bouwkosten, maar is een allround organisatie-adviesbureau. Niets ten nadele van Twynstra Gudde, maar de keuze van Norder is dubieus. Daarom hebben wij de zomer gebruikt om aan BBN Adviseurs een grondige second opinon te vragen”. Wijsmuller beschouwt BBN als een gerenommeerd bouwkostenadviesbureau met veel ervaring op het gebied van theaters en andere cultuurgebouwen. “Dit soort expertise is onontbeerlijk voor een gedegen second opinion”. De Haagse Stadspartij heeft de kosten van het onderzoek uit de eigen pot betaald. “We hebben hiervoor gespaard”. Voorwaarde Het geluid dat de kosten van het Spuiforum aanmerkelijk hoger uit zullen komen dan 181,1 miljoen is niet nieuw. De eerste becijferingen gingen destijds uit van 240 miljoen. VVD heeft steeds aangegeven dat het taakstellend budget voor die partij een absolute voorwaarde is om ermee in te stemmen. Op de avond van het raadsdebat werd door deskundige insprekers aangegeven dat het onmogelijk is een gebouw met zo’n groot

vloeroppervlak te realiseren voor het gereserveerde bedrag. Daarbij werden vergelijkingen gemaakt met tal van andere gebouwen van gelijke omvang. Het mocht niet overtuigen. Maar dat beeld wordt nu in feite door BBN Adviseurs bevestigd. De auteurs van de analyse laten zich niet uit over de wenselijkheid van het Spuiforum; alleen in de inleiding constateren zij sec dat er in de stad veel weerstand tegen het project bestaat. Maar puur op bouwkundige en cijfermatige gegevens wordt het voorlopig ontwerp beetje bij beetje ontleed. Daarbij wordt geconstateerd dat de bouwkundige tekeningen niet overeen komen met de constructieve tekeningen. En worden omissies, onwenselijkheden en oplossingen in strijd met de Arbo-wet geconstateerd. Elke noodzakelijke aanpassing laat zich vervolgens vertalen in extra bouwkosten. Daarnaast leiden diverse onlogische oplossingen in het gebouw tot hogere exploitatiekosten. Zo betekent de ligging van de afwaskeuken ten opzichte van het serviesmagazijn meer personeelsinzet. Joris Wijsmuller: “Iedereen weet dat bij grote projecten het budget bijna altijd uit de hand loopt. Maar dat nu al, in deze fase van Voorlopig Ontwerp, het Spuiforum tientallen miljoenen duurder blijkt dan de raad is voorgesteld, is ronduit ontluisterend”.

Dooievaar: geen steun voor aangepast Spuiplan Door Jan van der Ven

Architectengroep Dooievaar+ distantieert zich van het alternatieve plan voor het Spuiforum dat PvdAwethouder Marnix Norder volgende week presenteert. De werkgroep, die zelf afgelopen zomer sleutelde aan het alternatief, vindt het eindresultaat volstrekt onder de maat. “We kunnen dan ook absoluut niet instemmen met het voorliggende resultaat”, aldus Dooievaar+ tegenover deze krant. Vlak voor de zomer sprak een meerderheid van de gemeenteraad na een moeizaam debat uit dat het alternatief van Dooievaar+ serieus moest worden bekeken. Deze stap werd gezet nadat een meerderheid van de PvdA-leden tijdens een vergadering stelde dat het alternatief van Dooievaar+ een kans moest krijgen. Deze uitspraak leidde vervolgens tot een politieke crisis in de coalitie van PvdA, VVD, D66 en CDA, omdat D66 aanvankelijk weigerde het alterna-

tief mee te wegen. D66 bond later in. De PvdA raakte diep verdeeld, het PvdA-raadslid Mustafa Okçuoglu stapte woedend op en zegde vervolgens zijn lidmaatschap van de partij op. Het college besloot uiteindelijk het alternatief van Ooievaar+ nader te bestuderen. De voorwaarde die eraan werd gesteld was dat het plan, dat uitgaat van renovatie van de bestaande zalen, substantieel goedkoper moet zijn dan de ruim 181 miljoen die het nieuwe Spuiforum gaat kosten. Een tweede voorwaarde was dat het alternatief beter moest zijn dan de nieuwbouwplannen. Dooievaar+ distantieert zich nu, na weken, van het resultaat zoals Norder dat volgende week gaat presenteren. Voorafgaand aan dit besluit waren er al problemen, het proces verliep vaak uiterst moeizaam, de spanningen liepen soms hoog op. Zo stapte de belangrijkste tekenaar van het alternatief, ir. Jan Ledderhof, boos en teleurgesteld op. De werk-

groep Dooievaar+ is dinsdag tot de eindconclusie gekomen dat het alternatief uiteindelijk geen eerlijke kans heeft gekregen. Dat kwam niet zozeer door de inzet van betrokkenen, benadrukt de werkgroep.

Geheim Het struikelblok wordt gevormd door de eisen waaraan niet getornd mocht worden. Zo bleek het programma van eisen zoals dat was opgesteld voor de nieuwbouw heilig. Daarnaast was het nagenoeg ondoenlijk een financieel vergelijkbaar beeld op tafel te leggen tussen nieuwbouw en renovatie, omdat veel financiële gegevens geheim voor de nieuwbouwplannen moesten blijven. Het betreft hier de geheime financiële paragrafen die raadsleden wel in hun bezit hebben maar die niet openbaar gemaakt mogen worden omdat ze betrekking hebben op zaken als aanbestedingen. Een derde en onoverkomelijk struikelblok vormde het gebrek aan tijd.

Van de beloofde twee maanden kon in de praktijk slechts de helft effectief worden besteed aan het uitbroeden van het alternatief als gevolg van de vakanties. Eigenlijk was een half jaar nodig om tot een volwaardige uitwerking te komen, zo kreeg de fractie van de PvdA al voor de zomer te horen van de werkgroep. Dat het alternatief gemaakt moest worden door dezelfde architect die het Spuiforum tekende, Neutelings, hielp evenmin mee het gehele proces gladjes te laten verlopen. Verantwoording De presentatie van het alternatief door wethouder Norder vindt in dezelfde week plaats waarin de fractie van de PvdA verantwoording tegenover de leden moet afleggen over het gevoerde beleid van afgelopen collegeperiode. Dat gebeurt volgende week dinsdagavond. PvdA’ers die tegen het Spuiforum zijn, onder wie oud-wethouder Gerard van Otterloo, zullen daar de fractie ook vragen in te

gaan op de gang van zaken rond het alternatief voor het Spuiforum. In een email die is rondgestuurd staat: “Zoals Dooievaar heeft gezegd in hun brief is de opgave om een SO (schetsontwerp, red) te maken in formeel 8 weken, maar feitelijk vier weken in een vakantieperiode niet reëel. De fractie weet dit, maar heeft niettemin hiervoor akkoord gegeven. Een dergelijke irreële aanpak verdient geen goedkeuring. Dit is niet de manier voor een stadsbestuur om geloofwaardig te opereren. Het is in onze ogen ook niet de wijze waarop de PvdA met de burgers van onze stad dient om te gaan”. In de email wordt herinnerd aan het vertrek van het raadslid Mustafa Okçuoglu. “Sterker, door de voorstanders in de fractie van het Spuiforum zijn de tegenstanders dermate onder druk gezet dat er een uit de fractie is gestapt. Respect voor afwijkende standpunten ligt kennelijk moeilijk in de fractie”, aldus de tegenstanders van het Spuiforum.


6>Varia

Den Haag Centraal > Vrijdag 20 september 2013

terugblik

foto’s uit het haags gemeentearchief

Vredesmuseum Hugo de Groot

Na twee belangrijke vredesconferenties en de oprichting van de in Den Haag gevestigde instellingen op het gebied van internationaal recht, is er geen betere stad voor een vredesmuseum dan Den Haag. Het vredesvlammetje brandde in Den Haag al sinds de oprichting in 1870 van de Algemeenen Nederlandschen Vredesbond bij staatsraad Philip Bachiene op de Prinsegracht 77. Het vlammetje brandde wat harder tijdens de grote Haagse vredesconferenties in 1899 en 1907. Maar ondertussen gingen de oorlogen gewoon door. In 1919 gaf de oprichting van de Volkenbond weer nieuwe hoop op een betere wereld. Hoewel Genève de voorkeur kreeg als vestigingsplaats, behield Den Haag nog instellingen voor recht en vrede. Vrede bleef verbonden met Den Haag en op 29 mei 1927 opende het Comité voor de Vredeskamer op de Lange Vijverberg 6 een Vredeskamer, in 1928 verhuisde de tentoonstellingsruimte naar Plaats 25 en in 1930 naar de Laan van Meerdervoort 89. Het op 27 mei 1934 op de Laan van Meerdervoort 19 geopende Vredeshuis was de opvolger van de Vredeskamer. Tijdens de opening was er veel belangstelling van het publiek, onder de aanwezigen waren ook rechters van het Permanente Hof van Internationale Justitie. In het Vredeshuis kon

je kleine tentoonstellingen bekijken, bijeenkomen of lezen en studeren in de stilteruimte van het huis. Het Vredeshuis trok na de officiële opening een bevredigend aantal bezoekers. Aan het Vredeshuis was in 1930 de grote Vredes- en Volkenbondtentoonstelling voorafgegaan. De organiserende Vereeniging voor Volkenbond en Vrede durfde het project aan en had daar blijkbaar fondsen voor gekregen. De tentoonstelling vulde de grafelijke zalen op het Binnenhof ‘tot in de kleinste ruimtes’. Van 7 februari tot 6 maart kon men voorwerpen en documenten zien, die uit de hele wereld naar Den Haag waren gehaald, zoals over de vredesverdragen van Westfalen in 1648, en een maquette met tariefmuren tot een kaart die de verminderende reistijden door de eeuwen laat zien. Als je de catalogus doorleest, zie je het enthousiasme waarmee de samenstellers in hun onderwerp zijn gedoken en de moeite die ze namen bij het verzamelen van materiaal. Geestdrift en kennis blijken ook uit de educatieve teksten in de catalogus. Bij de opening vertelde de voorzitter, professor Anema, dat de tentoonstelling belangstelling wilde opwekken voor vrede in het algemeen en de Volkenbond in het bijzonder. De tentoonstelling trok niet minder dan 27.000 bezoekers.

Vredes- en Volkenbondtentoonstelling in 1930. >Foto: De Spiegel, weekillustratie voor het christelijk gezin

Na dit succes en de collectie die ze van de tentoonstelling op het Binnenhof overhielden, durfden de organisatoren aan een echt Vredesmuseum in Den Haag te denken. Volgens Het Vaderland was er in Den Haag nog plaats voor zo’n museum, maar er was niet voldoende geld. De lezers werd opgeroepen een donatie te doen bij de Incassobank op bankrekening 3827 van de stichting Vredes- en Volkenbondsmuseum ‘Hugo de Groot’. De stichting had vol-

doende financiën om in 1933 vijf lokalen van de voormalige meisjes-HBS aan het Bleijenburg te huren, maar het was niet genoeg om het museum te openen voor het publiek. In 1937 waren de museumplannen voorbij en verhuisde de stichting haar collectie naar een school in de Zwetstraat. Het was geen gunstige tijd voor vrede. In 1938 kwam het beoogde museum aan het Bleijenburg in gebruik als noodkazerne voor grenadiers van wie de diensttijd werd ver-

Ingezonden mededeling

MAGISCH MAGISCH SLAGWERK SLAGWERK Vr Vr 1818 oktober oktober 20.15 20.15 uuruur Za Za 1919 oktober oktober 20.15 20.15 uuruur Dr Anton Dr Anton Philipszaal Philipszaal Den Den HaagHaag

RESIDENTIE RESIDENTIE ORKEST ORKESTMEETS MEETS CHARLIE CHARLIECHAPLIN CHAPLIN Za Za 2 november 2 november 21.00 21.00 uuruur Paard Paard van Troje van Troje Den Den HaagHaag

Normaal Normaal gesproken gesproken bevindt bevindt het slagwerk het slagwerk zich altijd zich altijd Charlie Charlie Chaplin Chaplin is deiskoning de koning van de vanstomme de stomme film. film. ver achterop ver achterop het podium, het podium, maarmaar bij ditbijconcert dit concert Het Residentie Het Residentie Orkest Orkest vertoont vertoont tweetwee van zijn van zijn gaat gaat die vlieger die vlieger niet op. nietLaat op. Laat u verrassen u verrassen door door de defilmklassiekers filmklassiekers met live metmuziek. live muziek. spectaculaire spectaculaire klanken klanken van Martin van Martin Grubinger, Grubinger, een een jongejonge meester-percussionist meester-percussionist uit Salzburg. uit Salzburg. Santtu-Matias Santtu-Matias Rouvali Rouvali dirigent dirigent Martin Martin Grubinger Grubinger slagwerk slagwerk

Stravinsky Stravinsky Circus Circus PolkaPolka Corigliano Corigliano Conjurer: Conjurer: Concert Concert voor slagwerk, voor slagwerk, koperblazers koperblazers en strijkers en strijkers Stravinsky Stravinsky Le baiser Le baiser de la de feela fee

Timothy Timothy BrockBrock dirigent dirigent Charlie Charlie Chaplin Chaplin The Pilgrim The Pilgrim Charlie Charlie Chaplin Chaplin The Immigrant The Immigrant

INFORMATIE INFORMATIE EN KAARTEN: EN KAARTEN: 070070 88 00 88 333 00 333 of residentieorkest.nl of residentieorkest.nl

lengd. Het jaar daarop brak de Tweede Wereldoorlog uit. Het Vredeshuis aan de Laan van Meerdervoort bleef bestaan tot aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog bleef Den Haag als zetel van onder andere het Internationaal Gerechtshof een stad van vrede en recht, maar er kwam geen nieuw Vredesmuseum Hugo de Groot. In 1995 opende op Wagenstraat 124a het door enthousiaste Koreanen betaalde Yi Jun Peace Museum en het niet lang geleden aan de Prinsegracht 8 geopende Humanity House kun je ook in de categorie vredesmusea scharen. Het op de Laan van Meerdervoort 70 gevestigde International Network of Museums for Peace promoot en helpt vredesmusea en vergelijkbare instellingen over de hele wereld, maar ze merken daar tot hun spijt toch ook dat vredesmusea niet zo boeiend en aantrekkelijk worden gevonden als bijvoorbeeld oorlogsmusea. En toch, als je de tentoonstellingscatalogus van 1930 doorleest, krijg je de indruk dat een vredestentoonstelling boeiend kan zijn. Die tentoonstelling liet als beknopte wereldgeschiedenis zien welke factoren invloed hebben op het ontstaan van oorlog en vrede. Met alle kennis die tegenwoordig in Den Haag is verzameld op het gebied van geschiedenis, recht en vrede, zou je de tentoonstelling van 1930 in een modern jasje nog eens over moeten doen. Misschien komt er daarna alsnog een Vredesmuseum Hugo de Groot. Jan van Wandelen www.gemeentearchief.denhaag.nl


7

Actueel<

Vrijdag 20 september 2013 > Den Haag Centraal

Haagse architect bedenkt nieuw plan voor Pier Het zijn spannende dagen voor de stad. Volgende week is de veiling van de Pier – één van de iconen van deze stad. Dan wordt duidelijk wie de nieuwe eigenaar wordt, en wat de plannen zijn. De kans dat de Pier een publiekstrekker wordt, lijkt klein. Maar de Haagse architect Max Boekholt denkt daar anders over. Door Marc Konijn

Persoonlijk heeft Max Boekholt (75) er nooit zo veel mee gehad, met de Pier. “Ik heb hem als jongeman gebouwd zien worden. We kwamen na de oorlog uit Indië en kregen onderdak in Scheveningen, in een oud hotelletje in de buurt. Ik weet het nog heel goed. Ik was dertien, en kwam aan op het station van Scheveningen. Of eigenlijk moet ik zeggen: de ruïnes van het station. Dat maakte indruk. Precies op die plek bij het station is een paar jaar later de Pier gebouwd”. Sinds die tijd heeft Boekholt Den Haag nooit verlaten. In al die jaren is hij naar eigen zeggen misschien één keer op de wandelpromenade geweest. Toch is hij plots een van de voorvechters geworden. Boekholt: “De Pier is geen schoonheid, daar is iedereen het wel over eens. Maar hij is wel uniek. Er is maar één pier in Nederland, én in de landen om ons heen. Het is een gezichtsbepaler, net als het Vredespaleis. Hij behoort tot de iconen van de stad”. Het is dan ook curieus dat het nooit wat is geworden met de Pier, vindt Boekholt, die wel een idee heeft hoe dat komt. “De kern van het probleem is – en dat heb ik altijd al beweerd – dat Den Haag met zijn rug naar het strand ligt. Je had het Binnenhof. Dan had je een tijdje niets. En dan lag daar aan het strand het dorpje Scheveningen. Daaraan is eigenlijk nooit iets veranderd”.

“Kijk maar naar de belangrijkste wegen in Den Haag. Die lopen allemaal evenwijdig aan de kust, maar nooit ernaartoe. De afstand tussen het Binnenhof en het strand is nog geen vijf kilometer. Maar het is een drama om er te komen. De wegen die naar Scheveningen lopen, verzanden allemaal. Neem nou de Zwolsestraat. Die eindigt in een parkeergarage die altijd vol is”. Den Haag is de enige grote stad in het noordwestelijk deel van Europa die direct aan zee ligt. En dat kan veel beter worden benut, is de gedachte van Boekholt. “Die Pier, dat moet toch eigenlijk een enorme trekpleister zijn. Het zou twaalf maanden in het jaar moeten leven. Het zou de verbinding kunnen zijn tussen de stad en de badplaats. Maar daar is geen sprake van. In de winter gebeurt er niets. De Pier is eigenlijk niet meer dan een loopplank van driehonderd meter die de zee inloopt. Doodzonde!’’ De Haagse architect ging ter plekke kijken, maakte een studie en kroop achter de tekentafel. In de analyse van Boekholt heeft de Pier zijn oude functie verloren. “Vroeger gingen de mensen er wandelen. Een uitzicht vanaf zee op het strand, dat was toen bijzonder. Nu niet niet meer. Mensen reizen de hele wereld over. Als promenade heeft het afgedaan”. Daar komt bij dat zo ongeveer alles fout is aan wat Boekholt ‘de aanhechting’ van de Pier op het land noemt. “Het is heel industrieel, met een hoop staal, een kassa. Er is geen enkele verleiding om erop te gaan, om te denken: goh, gebeurt er ook iets leuks op een van die eilanden?’’ De Haagse architect heeft een oplossing gevonden die uitblinkt in eenvoud. “Leg een groot openbaar plein aan bij de ingang van de Pier, waardoor mensen ongemerkt, zonder drempels, de Pier oplopen. Dat Pierplein is 1200 vierkante me-

Ouderenpartijen ruiken kans Door Jan van der Ven

Ouderenpartijen ruiken hun kans om in maart volgend jaar tijdens de gemeenteraadsverkiezingen hun slag te slaan. Ze liften daarbij mee op de populariteit van de landelijk opererende 50Plus-partij van Henk Krol. Daarbij worden ze nog eens stevig geholpen door de kabinetsmaatregelen die ouderen treffen. Vorige week werd bekend dat voormalig PvdA-coryfee Constant Martini met zijn Haagse Onafhankelijke Ouderen Partij (HOOP) gaat deelnemen aan de raadsverkiezingen. Deze week dook een nieuwe partij op, de Ouderen Partij Den Haag. Het wordt dus dringen in de ouderenhoek. De Ouderen Partij Den Haag, onderdeel van de partij Ouderen Politiek Actief (OPA) zoekt samenwerking met de Groep De Mos. Medio oktober moet duidelijk worden hoe deze samenwerking vorm krijgt. “We komen met één lijst, maar beide partijen moeten hun identiteit behouden”, aldus Richard de Mos van de Groep De Mos. Zijn partij richt zich ‘op geel groen’. “Dus op alle Hagenaars”, aldus De Mos. Nieuwkomer Ouderen Partij Den Haag zet vooral in op de kleur grijs. De gezamenlijke kandidatenlijst moet beide bloedgroe-

pen op herkenbare wijze gaan vertegenwoordigen. De Ouderen Partij Den Haag is het geesteskind van Dick Schouw, die nog niet zo lang geleden wortels had in Trots Op Nederland van Rita Verdonk. Later dook hij op als campagneleider van 50Plus. Met een aantal leden van deze partij besloot hij vervolgens OPA op te richten. Deze partij wil in maart in een reeks steden, waaronder dus Den Haag, gaan deelnemen aan de raadsverkiezingen. Schouw zegt desgevraagd goede banden te hebben met de Groep De Mos. “We zijn nu samen bezig met het opstellen van een kandidatenlijst”, aldus de Bosschenaar Schouw. Schouw’s vriendschap met de groep De Mos heeft ook te maken met de gevulde verkiezingsklas waarover De Mos inmiddels beschikt. Hoeveel er in de kas zit wil De Mos niet zeggen. “Maar het is behoorlijk wat”. Een belangrijk deel van het geld is afkomstig van het bedrijfsleven. Eugene de la Croix, exploitant van de Uithof en voorzitter van de stichting Vrienden van De Mos, haalt er geld op. Voorman Martini van HOOP blijft rustig onder alle concurrentie die ineens opduikt. “De weg naar Parijs is nog lang”, aldus Martini.

verbinden. Ik zeg maar wat: dat het Mauritshuis een expositie heeft, die een directe link heeft met iets op het Pierplein”.

De Pier en een oude camera Fotograaf Ingrid Putker liet zich voor deze fotoserie inspireren door het artikel ‘Pier is niet meer dan een euro waard’, dat vorig jaar maart in deze krant verscheen. Afgelopen Koninginnedag kocht Putker voor twee euro een oude Fujica Half-camera en bracht het verval van de Pier in beeld onder het mom ‘twee euro fotografeert één euro’. De verticale zwarte lijnen die elke foto markeren, zijn de afmetingen van de oorspronkelijke half kleinbeeldfilm. Putker is in de laatste fase van haar studie aan de Fotoacademie Rotterdam. Eerder werd prijswinnend werk van haar tentoongesteld tijdens het fotofestival MAP in Toulouse. Meer informatie: www.taalenbeeld.nl.

ter, een kwart van het Malieveld, en staat voor een groot deel op pijlers aan de noordkant op het strand. Op zo’n groot

evenementenplein kan je van alles organiseren. Het biedt de mogelijkheid om de stad en Scheveningen met elkaar te

Boulevard Een fraai plein repareert volgens Boekholt bovendien een deel van de badplaats. “De nieuwe boulevard is prachtig geworden. Maar bij de Pier houdt het op. De discussie is steeds: de noordkant van de boulevard verloedert. Met het Pierplein heb je dat in een klap aangepakt”. De kosten schat Boekholt op vijftien tot twintig miljoen, op te hoesten door de gemeente. “Dat lijkt veel, maar het is peanuts als je het vergelijkt met de dure plannen voor de muziektheaters op het Spuiplein”. Het plan Boekholt biedt nog een derde voordeel. Er is de mogelijkheid om eindelijk een fraaie entree te krijgen naar Pier, boulevard en strand. Boekholt. “Nu moeten de mensen kruip door sluip door naar het strand. Toen het ontwerp al klaar was, kwam ik tot de ontdekking dat je een hoge loopbrug kan maken van de Palace Promenade naar het Pierplein. Dat paste wonderwel precies op het Pierplein. Dan heb je eindelijk een mooie entree, via het Gevers Deynootplein en de Palace Promenade”. De ideeën van Boekholt zijn omarmd door de Politieke Partij Scheveningen. Boekholt hoopt dat de politiek alsnog iets van de plannen oppakt. En wellicht dat de toekomstige eigenaar van de Pier hierdoor ook meer kansen ziet. Maar zijn handtekening onder het plan wil Boekholt niet. “Het is een geen plan dat iets oplegt. Het is een illustratie van een visie. Het kan ook anders ingevuld. Maar doe iets. De gemeente moet zich niet onttrekken. Maak dat openbare plein. Hier ligt een kans voor Den Haag om de badplaats te omarmen”.

VVD: OZB weer met 10% omlaag Door Jan van der Ven

De OZB-belasting moet in de volgende collegeperiode opnieuw met tien procent worden verlaagd. De gedaalde huizenprijs moet ook verwerkt worden in lagere tarieven voor de erfpacht. De jaarlijkse kosten voor een parkeervergunning voor de tweede auto moet met de helft omlaag naar 210 euro per jaar. Het aantal toezichthouders op straat moet worden uitgebreid tot 400. Dit zijn enkele hoofdpunten uit het concept-verkiezingsprogramma van de VVD dat lijsttrekker en tevens wethouder van financiën, Boudwijn Revis, woensdagavond heeft gepresenteerd. De VVD neemt alleen genoegen met een sluitende begroting. De wensen, zoals een lagere OZB, kosten ruim 68 miljoen euro. Daar staat een even groot bedrag aan bezuinigingen tegenover. “De VVD blijft zodoende een financieel degelijke partij”, aldus voorman Revis. Toen Revis lijsttrekker van de VVD werd, zei VVD-premier Rutte dat de VVD de grootste partij van Den Haag wordt. Revis wil deze belofte echter niet overnemen. “Nee, dat ga ik niet

zeggen. Wel zal ik voor iedere stem vechten”, aldus Revis. Andere punten uit het programma: de Ooievaarspas die allerlei kortingen voor de lage inkomens geeft, blijft uitsluitend beschikbaar voor kinderen uit een gezin met alleen bijstand, voor andere Hagenaars met een laag inkomen wordt deze pas afgeschaft. De gemeentelijke bijdrage voor de collectieve ziektekostenverzekering voor lage inkomens verdwijnt. Mensen met bijstand moeten als tegenprestatie drie dagen per week verplicht gaan werken voor de gemeente in de plantsoenen of als sneeuwschuiver in de winter. Immigranten kunnen gedurende de eerste tien jaar geen aanspraak maken op armoederegelingen van de gemeente. Nieuwkomers die geen uitzicht op een baan hebben, kunnen niet in Den Haag komen wonen. De VVD zet evenals in eerdere verkiezingsprogramma’s zwaar in op het thema veiligheid. “Er is een schreeuwend tekort aan handhavers”, weet Revis. De handhavers krijgen pepperspray. Er komen 50 extra tramconducteurs. Overlastgevers en notoire zwartrijders krijgen een ov-verbod. Niet Hagenaars die zich regelmatig

schuldig maken aan overlast of crimineel gedrag komen Den Haag niet meer binnen. Opnieuw pleit de VVD voor sluiting van de prostitutiestraten Geleenstraat en Doubletstraat. Er is geen geld voor gereserveerd. Armoedebeleid De VVD snijdt vooral in de uitgaven voor het armoedebeleid. Daar wordt 10 miljoen euro op bezuinigd. Daarnaast gaat voor 6,7 miljoen het mes in regels voor het kwijtschelden van schulden voor lage inkomens. Op uitgaven in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, die van het rijk naar de gemeente is overgeheveld, kan volgens de VVD 7,5 bezuinigd worden. Na de recente afslanking van het gemeentelijk apparaat met 1.000 ambtenaren is het volgens de VVD mogelijk in komende collegeperiode nog eens zo’n 18 miljoen te bezuinigen op het gemeentelijk apparaat. Er komt ergens in de stad een extra zwembad en er worden zes sportvelden aangelegd, waaronder eentje voor Klein Zwitserland. Vliegveld The Hague Airport moet per rail bereikbaar worden. Revis: “Zodat het sneller bereikbaar is dan Schiphol”.

Bordewijk en Sneller (D66) niet terug in gemeenteraad

D66-raadslid Martijn Bordewijk is niet herkiesbaar voor de Haagse gemeenteraad. Hij houdt er na deze raadsperiode mee op. Collega-raadslid Joost Sneller stopt er na de raadsverkiezingen van maart volgend jaar eveneens mee. Bordewijk is namens zijn fractie woordvoerder van het politiek zeer gevoelige thema Spuiforum. Met zijn be-

sluit na de verkiezingen niet terug te komen, hebben thans nagenoeg alle hoofdrolspelers in het dossier Spuiforum een politiek minder prominente positie. PvdA-wethouder Norder gaf kort na de zomervakantie te kennen dat hij niet meer beschikbaar is als wethouder en lijsttrekker. De tweede hoofdrolspeler

in het Spuiforum-dossier, D66-wethouder Marjolein de Jong, staat eveneens een trede lager. Als wethouder was zij een groot pleitbezorger voor de bouw van het ruim 180 miljoen euro kostende Spuiforum. Dit voorjaar bleek echter dat De Jong niet opnieuw lijsttrekker voor D66 wordt, het stokje is overgenomen door D66-wethou-

der Ingrid van Engelshoven. Het besluit van Bordewijk was intern al enige tijd geleden zichtbaar toen hij lid werd van een commissie die het werk van de zittende raadsleden moest gaan beoordelen. Dat was het signaal dat hij niet terug wilde keren in de nieuwe raadsfractie. Bordewijk werkt op het landelijk bu-

reau van D66 en wordt daarnaast zzp’er. Joost Sneller wil na meer dan 8,5 jaar fulltime actief geweest te zijn in de lokale en landelijke politiek – hij werkt voor de Tweede Kamerfractie van D66 – ruimte creëren om iets anders te gaan doen. Hij was succesvol voorzitter van de rekeningcommissie van de gemeenteraad.


8>regio

Den Haag Centraal > Vrijdag 20 september 2013

In de Bogaard bestaat vijftig jaar

‘Winkelcentrum zit diep verankerd in de regio’ De zoon van Henk Patat gaat nog lang niet somberen. Maar hij moet wel toegeven dat hij in winkelcentrum ‘In de Bogaard’ in Rijswijk steeds minder mensen ziet verschijnen aan zijn kar. “Het is gewoon een stuk minder gezellig geworden”, zegt Kees. Maar van weggaan wil hij niet horen. “We maken hier nog steeds winst en luister eens, Henk Patat staat hier al meer dan 30 jaar. Wij zijn loyaal aan de Bogaard”. Dat is in ieder geval een geruststelling voor het winkelcentrum dat deze maand 50 jaar bestaat. Door Pieter de Leeuw

Toen Leo Grunberg 10 jaar geleden aan de slag ging als centrummanager van In de Bogaard, kende de ruim 180 winkeliers het probleem leegstand alleen van horen zeggen. Nu niet meer. Nu staat 1 op de 6 winkelpanden leeg. Dat is een verontrustend eind boven het landelijk gemiddelde van 8%, maar, stelt Grunberg: “Als je gaat kijken naar vergelijkbare winkelcentra zoals Leidsenhage en het Stadshart in Zoetermeer, dan zie je dat de leegstandcijfers elkaar niet veel ontlopen”. Goed komt het niet meer, meent hij, niet dat er iets mis is met het jubilerende shoppingcenter, maar de redenen van de leegstand zullen niet meer overwaaien, nooit meer. Op enig moment zal de economische crisis zich wel weer terug gaan trekken, maar het koopgedrag van de mensen is door het internet zodanig veranderd dat vaker en vaker de oude, vertrouwde Bogaard wordt ingeruild voor een willekeurige webshop. “Die ontwikkeling zal zich door gaan zetten”, aldus Grunberg. “Nu heb je dat al door heel Nederland zien gebeuren met de verkoop van boeken en cd’s en reizen”, maar, klinkt het onheilspellend: “Andere branches zullen gaan volgen”. Hij gelooft dan ook stellig dat de Bogaard er over 10 jaar heel anders uit zal zien. “Zonder meer, dan hebben we een veel kleiner winkelaanbod en, wat ik mij voor kan stellen, veel meer sportfaciliteiten en ondersteunende voorzieningen. Dan zullen er bijvoorbeeld veel meer workshops worden gegeven”. Wat ook weer niet wil zeggen dat de centrummanager met de armen over elkaar gaat zitten wachten tot de Bogaard in een spookstad is veranderd, waarin alleen Henk Patat nog winst maakt. Grunberg: “Volgende week zal er in een leegstaand winkelpand een kinderopvang worden geopend. Kinderen van 3 tot 8 Ingezonden mededeling

Zoekt 2 nieuwe bestuursleden Meer informatie op

www.fonds1818.nl/vacature

‘1 op de 6 winkelpanden staan leeg in jarig winkelcentrum’. >Foto: Jurriaan Brobbel

jaar kunnen er à raison van € 2,50 per 2 uur worden opgevangen zodat de ouders de handen vrij hebben om te gaan shoppen”. Ook heeft hij contact gezocht met een lokale kunstenaarsvereniging om te kijken of de toch wat unheimische aanblik van een verlaten winkelpand kan worden verluchtigd met de werken van lokale kunstenaars. Tenslotte wordt er gekeken of de leegstand bestreden kan worden met het verhuren van werkruimtes aan het alsmaar uitdijende leger ZZP’ers. Nieuwe winkels komen er gelukkig nog wel bij. In het voorjaar opende het zoveelste filiaal van (‘leuk wonen hoeft niet duur te zijn’) Leen Bakker haar deuren en volgende maand zal Ecoplaza een winkel in de Bogaard openen. Luchtje Wie nu door de Bogaard loopt, vergeet gemakkelijk dat hij in Rijswijk is, want de winkelcentra in Hoogeveen en Venlo en nog een paar honderd steden zien er net zo uit. Nagenoeg allemaal filiaalbedrijven met de bekende namen en overal dat opdringerige luchtje van Douglas dat je pas in de auto weer kwijtraakt. Grunberg vindt de aanwezigheid van de ketens geen probleem. “Het is een wisselwerking met het publiek dat de zekerheid zoekt van de bekende namen omdat zij nu eenmaal weten wat ze daar kunnen verwachten. De mensen komen hier niet om op ontdekkingstocht te gaan. Ze komen hier naartoe omdat ze die ene spijkerbroek

van G Star willen hebben of dat overhemd van Boss”. Nog zakelijker geformuleerd: “Van authentiek alleen kun je de huurprijs niet betalen”. Overigens stelt hij dat het juist typerend is voor In de Bogaard dat er altijd lokale ondernemers zijn geweest. Van de circa. 155 winkels en horecabedrijven in het winkelcentrum, schat hij er dat zo’n 20 worden gerund door ondernemers uit de regio. Is de toekomst wat ongewis, de geschiedenis van In de Bogaard is er één om te onthouden. Tenslotte gaat het hier om één van de eerste grote winkelcentra in Nederland. Die geschiedenis kent wel een paar verdrietige bladzijden. Want in de jaren negentig brak er maar liefst drie keer achter elkaar brand uit. Fred den Dulk is directeur van Stichting Winkelcentra In de Bogaard en herinnert zich de eerste brand nog maar al te goed. Het was maart 1993. Van zijn winkel, Giftshop Nitty Gritty, was na de brand helemaal niets meer over. “Behalve een paar spijkers in de muur, de rest was weg”. Hij was de enige niet. In de toenmalige passage brandden alle winkels uit. Den Dulk denkt nog wel eens terug aan de tijd na de brand dat er aan de rand van het winkelcentrum op de parkeerplaats noodwinkels waren neergezet waar de getroffen middenstanders hun bedrijf voort konden zetten in afwachting van de terugkeer naar de Bogaard. “Het was heel intens om mee te maken”. In oktober van datzelfde jaar diende het aantal noodwinkels te worden uitgebreid want voor de

Wie nu door de Bogaard loopt, vergeet gemakkelijk dat hij in Rijswijk is, want de winkelcentra in Hoogeveen en Venlo en nog een paar honderd steden zien er net zo uit tweede keer brak er brand uit. Nee, een oorzaak is nooit gevonden. “We waren toen helemaal niet met die puzzel bezig. We deden er alles aan om onze winkels zo snel mogelijk weer open te krijgen en of een idioot met een lucifer of een kortsluiting achter de branden zat, boeide niet”. Maar na de derde keer, aan het einde van de jaren negentig, werd er toch wel nadrukkelijk gefluisterd dat deze brand was aangestoken, want: “Hoe kan er in een gang waar verder niks is, een brand ontstaan”. Hoe dan ook, de brandstichter hield het voor gezien en de Bogaard werd na de branden grondig aangepakt. Als wonderlijke voetnoot hangt er op de deur van de ‘Dutch Brand Store’ sinds kort een briefje waarop te lezen staat ‘wegens omstandigheden definitief gesloten’. De leegstand is vooral geconcentreerd op de bovenverdieping van de

3 passages. Grunberg legt uit dat dat geen verwondering hoeft te wekken. “Ieder winkelcentrum heeft er moeite mee om het winkelend publiek naar boven te dirigeren. In de Prinsenpassage zit de Media Markt, dus daar lukt het wel, daar gaan de mensen wel voor naar boven, maar zonder zo’n publiekstrekker is het ontzettend moeilijk om de mensen de roltrap op te krijgen”. Ideeën heeft de centrummanager nog genoeg. “Rijswijk is een relatief grijze gemeente, wat ik mij heel goed voor kan stellen is dat in samenwerking met de Media Markt computerles aan ouderen worden gegeven”. Alternatieven zullen er hoe dan ook moeten komen, want stelt hij onomwonden: “Het is een illusie om te denken dat we hier ooit weer terug zullen keren op het oude aantal winkeliers”.”Het winkelcentrum ziet er goed uit”, vindt Van den Dulk, “omdat we met 11 vastgoedeigenaren te maken hebben, is het niet altijd makkelijk om goede afspraken te maken over onderhoud van de panden. Er zitten er een paar tussen die zich niet bepaald betrokken voelen, maar voor het overgrote deel ziet het er piekfijn uit”.De zoon van Henk Patat weet niet of het ooit nog goed komt: “Daar heb ik niet voor gestudeerd, maar er zou hier wel eens wat vaker iets georganiseerd mogen worden, iets gezelligs”. Den Dulk is er zeker van dat In de Bogaard over 50 jaar nog bestaat. “Het winkelcentrum zit diep verankerd in deze regio”.


9

economie<

Vrijdag 20 september 2013 > Den Haag Centraal

New Babylon is uniek

Zelfs het licht is anders. Wie het oude winkelcentrum Babylon binnenkwam had toch sterk de gewaarwording dat ongevraagd een zonnebril op de neus werd geduwd, zo donker was het achter de draaideur, maar in het nieuwe Babylon of zoals ze zelf wat eigentijdser zeggen, in New Babylon, is het licht niet langer gedempt. Sowieso is alles anders geworden in het winkelcentrum dat deze week definitief opengaat. Door Pieter de Leeuw

In New Babylon dat, behalve uit het winkelcentrum, bestaat uit 2 woontorens (ruim 300 appartementen), kantoorruimtes en een hotel, is iedere vorm van kneuterigheid taboe. Daarbij is niets aan het toeval overgelaten. Het winkelcentrum heeft zelfs een eigen luchtje. Op het bureau van de communicatiemanager Octave Regout staat om het te bewijzen een kabouterflesje waarin een paar centiliter van het odeur (funny en energizing) het toekomstig winkelend publiek het gevoel moet gaan geven dat samen met ‘hele ontspannende muziek die speciaal voor New Babylon is samengesteld’, de stress en de haast uit het lichaam verdwijnen om plaats te maken voor een aangenaam gevoel van ontspanning waarna het ware shoppen kan beginnen. Regout: “Shoppen in New Babylon is veel meer dan shoppen alleen, het is een gevoel, het is een beleving”. Eén ding is zeker, New Babylon wil voor alles een winkelcentrum zijn van deze tijd, ‘de hotspot van Den Haag’, volgestopt met de laatste technische snufjes en met een aantal nieuwe en gedurfde concepten. De inrichting onderstreept die boodschap nog eens, veel kunst, veel design en ook, bij wijze van authentiek en eigenwijs, een moestuin. Het winkelcentrum telt twee verdiepingen. Op de begane grond bevinden zich 35 ondernemers met een paar bekende namen, Cool Cat is er zo één, net als De Tuinen, maar ook de Spar die toch meestal zal worden geassocieerd met de kruip door, sluip door supermarkt ver in de provincie, maar volgens Regout “een hartstikke slim concept in de markt heeft gezet. Eerst kijken ze heel zorgvuldig naar de doelgroep en daar stemmen ze vervolgens hun aanbod op af. In Amsterdam hebben ze dat ook gedaan, met heel veel succes. Bij de universiteit verkopen ze daar reusachtige hoeveelheden bier en condooms”. Niettegenstaande de geur en de muziek zal volgens de strategen van de Spar ‘haast’ het sleutelwoord zijn in New Babylon. Vandaar het royale aanbod van kant en klare maaltijden. Regout: “Met die haast valt het heus wel mee, maar het is hier natuurlijk wel een high traffic location”. Kluisjesverhuur Wie dat ook begrepen hebben, zijn de

‘Winkelcentrum New Babylon is open, ‘uniek voor Nederland’. >Foto: Jurriaan Brobbel

Buren, een onderneming die een originele vorm van kluisjesverhuur heeft bedacht. Regout: “Steeds meer mensen kopen producten via het internet die dan vervolgens thuis bezorgd worden”. Daar kan de schoen gaan wringen, want de virtuele shopper is natuurlijk niet thuis. De bezorger levert het pakketje dan ook af bij de buren wat betekent dat aan het einde van een lange werkdag er verplicht gesocialized moet worden. Wie heeft daar zin in. Het kluisje biedt uitkomst, want daar kan de aankoop naartoe worden gestuurd. Wie in een speelse stemming een gegrilde kip heeft besteld, laat deze natuurlijk opslaan in een gekoelde kluis. Vlakbij de uitgang naar de Bezuidenhoutseweg zit een nieuwe onderneming met een lange geschiedenis in Den Haag, Sticky Rice. Eigenaar Jeffrey Wener was naar eigen zeggen nog niet eens zo heel lang geleden als bedrijfsleider van Sarinah de man die het restaurant bij de hand zou gaan nemen, maar voor hij het stokje over kon nemen, volgden er een paar Dallas-achtige scènes met de eigenaren van het bekende restaurant dat uiteindelijk failliet ging. Dat was toen. Nu past Sticky Rice naadloos in het concept van New Babylon.

Wener: “In deze tijd is het slim om op een plek te gaan zitten waar je de mensen niet naar je zaak hoeft te trekken, omdat die mensen er al zijn”. In Sticky Rice wordt een nadrukkelijk verschil gemaakt ‘tussen slow en fast’. Wener: “De Indonesische en de Thaise keuken onderscheiden zich van elkaar door het gebruik van een paar grondstoffen, maar vooral in het slow cooking van Indonesië en de snellere wokgerechten uit Thailand”. Dat onderscheid komt op verschillende manieren terug in zijn restaurant. Aan de ‘quick bite counter’ krijgt de klant binnen 2 minuten de bestelling in zijn handen gedrukt. Maar wie een menu kiest of zelf een keuze maakt uit de tentoongestelde gerechten, kijkt daarvoor niet op een ouderwetse prijslijst, maar inspecteert de beeldschermen aan de muur. Heeft de klant zijn bestelling gedaan, dan hoeft hij niet als in de eerste de beste toko lusteloos te staan wachten tot zijn eten bereid is, maar gaat hij even lekker zitten en waant hij zich in Bali als hij de reusachtige afbeeldingen van de rijstvelden op de muur in zich opneemt terwijl hij achteloos met de ‘pager’ tussen zijn vingers speelt. Die ‘pager’ is een klein apparaat, formaat armband dat de klant

Beleggers kopen Vitalizee Door Pieter de Leeuw

De Haagse ondernemer Marco Ballemaker slaakt een diepe zucht voor hij het nog een keer uitlegt: ”Nee, ik heb niet onlangs het pand van Vitalizee in Scheveningen gekocht. Een paar maanden geleden heeft een groep van 8 beleggers waarvan ik er eentje ben, het pand aangekocht en nu staat het te huur, dat is alles. Van dat artikeltje in het AD klopt helemaal niks. Wat moeten de mensen wel niet van me denken”. De beleggers hebben er 2,4 miljoen

voor betaald. Ballemaker: “Wat ik mij heel goed voor kan stellen is dat een horecaondernemer er wel perspectief in ziet”. Ballemaker is één van de eigenaren van de Sir Winston Leisure Group in Rijswijk dat ondermeer het Asta Casino aan het Spui bezit. De voornaamste reden om gedurende de voorbije zomer de knoop door te hakken en het pand aan de Strandweg dat sinds 4 jaar leeg stond, aan te kopen, was volgens Ballemaker de, na de opknapbeurt weer tot leven gekomen promenade. “Dat gaf ons het vertrouwen dat het weer goed zit in Scheveningen”. De

veronderstelling dat hij als horeca ondernemer met een aantal goed lopende zaken wel in de ca. 3000 m2 aan de slag zal willen gaan, wijst hij resoluut van de hand. “Hier heb je te maken met seizoenshoreca, dat is een hele specialistische tak van sport”. Wat hij zich overigens wel voor kan stellen is dat ‘er iets met fitness’ zou komen. Dat zou hij dan eventueel wel zelf willen ontwikkelen. “Maar het is echt nog veel te vroeg om daar iets zinnigs over te zeggen”. In 1997 ging Thermen Vitalizee open, 12 jaar later werd het faillissement uitgesproken.

waarschuwt als zijn eten klaar is, met een groen lichtje als het snel moet en met een rood lichtje als het ietsje langer mag duren. Als de ‘pager’ begint te trillen, rukt de klant rukt zich los van Bali en vertrekt. Wener: “Het is supercommercieel, maar (de handen bezwerend opgeheven) we werken alleen met good food”. Publiekstrekker Op de eerste verdieping komt een heuse publiekstrekker, Fashion Factory Outlet. Op maar liefst 5000 m2 zullen A merken tegen B of C prijzen worden verkocht. Regout: “Je moet dan denken aan kortingen van 70%. Een dergelijke outlet is er in de Randstad niet, in ieder geval niet van deze omvang. Batavia Stad is wel een behoorlijk eindje rijden”. Overigens zal de outlet in november openen. “Dan gaan we dat echt vieren met een knalfeest, met BN’ers en alles erop en eraan”. Lang geleden, op 27 september 1978, begon het oude Babylon aan haar wat moeizame bestaan. Willem Duys werd er die dag bijgehaald om de zaak wat op te vrolijken. Eerst ging het goed met het winkelcentrum. Daarna ging het slecht. Babylon ging dicht, daarna ging het

weer open. Harry Jekkers zong: “Dat nieuw Babylon moest dat er trouwens eigenlijk nou wel zo nodig komen”. Achteraf wordt er gezegd dat het gebouw te gesloten was en te weinig in verbinding stond met de buitenwereld. Wie New Babylon nu betreedt, wordt opgevangen door een virtual host, een elektronisch aangestuurde pratende paspop die de argeloze shopper er met een ongevraagde spreekbeurt onmiddellijk na binnenkomst van dient te overtuigen dat dit een shoppingcenter is voor nu en in de toekomst. Net als de virtuele schermen binnen en kolossaal (80 m2 ) buiten het publiek up to date dienen te houden over de noviteiten van het winkelcentrum. Wie het allemaal teveel wordt en het contact dreigt te verliezen met alle touchscreens, interactieve etalages en apps, die kan voor nadere uitleg terecht in de Experience Store. Jeffrey Wener is hoopvol gestemd. “Ik verwacht er ontzettend veel van. In het Centraal Station is een onderzoek uitgevoerd waaruit naar voren kwam dat er iedere dag meer dan 150.000 mensen langskomen”. Regout: “New Babylon is uniek voor Den Haag en voor Nederland”.

Le Mastroquet is niet meer Vaste klanten zullen even opkijken als binnenkort de rood-witte benaming Le Mastroquet van de gevel wordt gehaald. Al meer dan 35 jaar is het buurtrestaurant een begrip in de Archipelbuurt. Maar het restaurant dat de laatste tien jaar werd bestierd door Karin Punt en chef-kok Maarten Kleijn, komt binnenkort in handen van ondernemer Eddie Knol en zijn vrouw Anita. Daarmee verandert ook de naam. Le Bon Ton gaat het etablissement heten, vernoemd naar het voormalig Scheveningse restaurant van Anita’s vader. “Anita wilde haar vader eer aan doen”, vertelt oud-tenniskampioen Knol. Half oktober richten

zijn vrouw en hij zich full time op het nieuwe avontuur. Alhoewel Le Mastroquet niet te koop stond, stapte Knol op een dag de zaak binnen. “Ik vond het een leuk zaakje en heb de stoute schoenen aangetrokken. Na een goed gesprek kwamen we er al snel uit”. De kaart blijft grotendeels Frans, maar Indisch op dinsdag blijft. “Vroeger had ik Toko Eddo in Voorburg, dus met dat Indisch koken komt het wel goed”, aldus Knol. Wat de oude eigenaren van Le Mastroquet gaan doen, is nog onduidelijk. “We willen een nieuwe start maken, maar gaan daar eerst eens goed over nadenken”, aldus Punt.


10>interview Vilan

Den Haag Centraal > Vrijdag 20 september 2013

Bokstrainer Herman Rozemulder vertrekt (1942)

‘Ze vergriepen de boel’

Weerloos

De trein naar Den Haag was voor de zoveelste keer te laat, maar kon ‘elk moment’ binnenkomen. Dus met z’n allen stonden we op het perron te wachten, alert, en elkaar inschattend wie het snelste zou zijn. Ik eerst, dacht iedereen. Links voor me, op twee passen afstand, zag ik een jong meisje. Zeventien jaar, zoiets. Haar zwarte haar hing net niet laag genoeg om dat ene lelijke op haar gezicht te verbergen. Donkerrode vlekken kropen vanaf haar kin omhoog, over haar mond en wangen, waarbij haar onderste lip monsterlijk groot was opgezwollen. Alles aan dat meisje straalde verlegenheid uit, en een diepe angst voor hetgeen de wereld om haar heen zou zeggen en doen. En terecht. Bijna naast haar stond een jongen die wist mooi te zijn. Recht van lijf en leden, vol van charme en schoonheid, hij werd elke dag vol zelfvertrouwen wakker. Deze jongen zag het meisje en haar mond en hij werd nieuwsgierig. Hoe zou die veel te dikke lip bewegen bij het praten? En die vlekken? Hij vroeg haar zomaar iets, half lachend, wel wetend dat ze hem geen antwoord zou durven weigeren. Terwijl ze zenuwachtig praatte, keek hij alleen naar haar gezicht, zonder te luisteren. Daarna wendde hij zich af. Ze zag er dubbel zo weerloos uit. Niemand went aan alledaagse wreedheid. En ik keek toe, met pijn in het hart. Om alles. Dat ik net als die jongen me had afgevraagd hoe zo’n lip zou bewegen en hoe die vlekken er dan uitzagen. En omdat ik als kind op vergelijkbare manieren bang was geweest voor de mensen. Beide kanten kende ik. Wat doen we met zulke meisjes en de anderen? Kijken, vragen stellen, negeren, alles lijkt even fout. Normaal doen kan haast niet. Iemand met slechte tanden, een rare knobbel in zijn nek, we staren ernaar alsof we iets zien dat ongepast is. Of een bedreiging. Als zij geen schuld dragen, is het pech of toeval dat ze zijn zoals ze zijn. Dan kunnen wij morgen ook zo zijn, zonder dat er iets tegen te doen valt. We zijn allemaal weerloos. Eindelijk kwam de trein. We stormden naar binnen. Niemand ging naast het meisje zitten. Ik ook niet, al wilde ik het juist daarom wel doen, maar het leek me net zo verkeerd. Dus zat ze alleen, alweer en nog steeds. En ik kon mezelf wel slaan, al was dat zinloos. Vilan van de Loo

Oud-bokser Herman Rozemulder, vroeger zeeman geweest, daarna een loopbaan aan de wal, en voor alles Hagenees uit de Schilderswijk. Half september zette hij een streep eronder. Herman is weg. Naar Spanje. En niet alleen vanwege zijn slechte longen.

>Foto: Piet Gispen

Door Vilan van de Loo Als Herman Rozemulder een kamer binnenkomt, weet iedereen dat. Een groot lichaam, een grote persoonlijkheid, een luide lach: hij is er meteen. “Ik praat met iedereen ”, zegt hij monter en zo is dat. Bij de boksschool Haagse Directe aan het Newtonplein is hij sinds jaar en dag één van de trainers. “We gaan naar de Costa Blanca, naar Albir. Dat ligt vlakbij Benidorm. Albir ligt aan de kust, dat is iets hoger. In Lanucia woont mijn ene dochter. Mijn andere dochter woont in Den Haag. In Lanucia wil ik niet wonen, omdat ik met mijn longemfyseem zit. Dat wordt steeds slechter. Ik heb nog 56 procent lucht. Omdat ik veel bezig ben, heb ik er iets minder last van, denk ik. Maar als het weer vochtig is, dan zit ik de hele tijd te hoesten. Soms sla ik dicht van de raarste geuren. Dan heb ik geen lucht meer”. Zo gemakkelijk als Herman Rozemulder over zijn longemfyseem praat, zo oorverdovend is zijn hoesten. Lange buien die pijn doen. Een lichaam op zoek naar de zuurstof die er te weinig is. Hij heeft er moeite mee. Altijd sterk geweest en nou dit. Dus liever vertelt hij over de emigratie. Dat is een fijner onderwerp, op zich. De Costa Blanca

is hem vertrouwd door zijn vakanties, en nu wordt het definitief.

Het is echt geweldig”. Kán niet beter, zou je denken. Er speelt meer.

“De inboedel gaat mee in de vrachtwagen. De bank hebben we verkocht. Het was een knappe bank, hoor, van rood leer. Alleen niks voor Spanje. Dan zit je met je kont de hele avond erop te zweten. Dus dat ging niet. We hebben een hond uit Spanje, Bobby, die gaat mee terug. We zijn gek met dat beestje. In Albir wonen mijn vrouw Bien en ik in zijn huis en we mogen in zijn mand slapen, dat is dan ons bed.

Vergriepen Meer Nederlanders emigreren de laatste jaren; de cijfers van landverhuizers stijgen. Een deel ervan vertrekt zoals altijd om elders iets te zoeken. Een liefde, een baan, een nieuw leven. Het andere deel van de migranten vertrekt uit onvrede over de ontwikkelingen in Nederland. Het land voelt niet meer eigen genoeg. Thuis zijn ze hier steeds minder. Bij Herman Rozemulder is het een combinatie van factoren. Dat longemfyseem is belangrijk. Maar ook die andere kant. Zoals hij zegt: “Het is hier niet zo gezellig meer. Wel op de boksschool, die zal ik zeker missen. Erbuiten vind ik er geen gein meer aan”. Bij hem in de buurt ziet hij in het klein wat er met de stad gebeurt: “Ze vergriepen de boel”. “Ik woon mooi hier op de Lozerlaan, negen hoog, in die driehoekflat, vlakbij de IJsbaan. Het is er prachtig. Voor onze flat stopt lijn 4. Daar is het beginpunt en het eindpunt. Tweehonderd meter aan de overkant hebben ze een heel Polenkamp gebouwd. Ik heb niks tegen Polen. Ik ga met iedereen om. Hier op de boksschool traint van alles, van straatboefje tot doctorandus. Maar

‘Het is hier niet zo gezellig meer. Wel op de boksschool, die zal ik zeker missen. Erbuiten vind ik er geen gein meer aan’

ik weet hoe dat gaat. Op campings heb ik meegemaakt dat er Polen bijkwamen. Het zijn hardwerkende mensen en het zijn ook harddrinkende mensen en luidruchtig! Brullen, schreeuwen, dat wil je niet weten. Wat denk je dat er gebeurt als ze op stap gaan? Die oude mensen bij mij in de flat durven nou al haast niet meer in de tram. Die zijn straks bang om met hun hondjes het bos in te gaan. En dat heeft niks met vooroordelen te maken. Ik weet gewoon hoe het werkt”. Voor de ontevreden burger zijn er natuurlijk inspraakmogelijkheden. Hij kan stemmen, de gemeenteraad schrijven, het bestuur wil transparant zijn en in dialoog met de bevolking staan. Met wethouder Norder heeft Herman enkele keren contact gehad. “Die verziekt alles in Den Haag, dus het is goed dat hij weggaat. Hij heeft maling aan wat je zegt”. Bij Herman’s flat bleef dus de vergrieping bestaan en die werd steeds erger. Bij het Polenkamp kwam de aanwezigheid van de BOA’s (Buitengewoon Opsporings Ambtenaren) waarvan sommigen in hun auto de oude mensen van het fietspad drukken. Herman: “Er gaat een mooi stuk van de Uithof naar de kloten. Het is er prachtig want we gaan er vaak lopen met Bobbie. We hebben daar ontmoetingen met andere mensen en de honden spelen


11

interview<

Vrijdag 20 september 2013 > Den Haag Centraal

‘Ik ging naar school op de schoenen van mijn zuster en ’s winters liep ik nog in een korte broek’ allemaal met elkaar. Ja, het klinkt misschien stom voor zo’n type als ik ben, maar dat is echt ontzettend leuk. Dan gaan al die honden met elkaar rennen, nou, dat is geweldig om te zien. Het dierenasiel zit er vlakbij, dus daar komen ook veel honden vandaan. Het is echt hartstikke leuk.” Die onschuldige gezelligheid nemen Herman en zijn Bien dus mee naar Spanje. “Bien wist alle namen van die honden. Dan vertelde ze: ‘Bobby heeft met die gerend en met die, en dan met de hele ploeg tegelijk’. Dat is toch geweldig?” Hij maakt zich er druk over. Boos. Ergert zich elke keer als hij eraan denkt. Dat is niet goed voor zijn gezondheid, maar wat doe je eraan als je zo bent? Het gaat hem aan het hart. Hij zag de stad veranderen, de maatschappij is ‘keihard’, vindt hij, en dat maakt het gemakkelijker om weg te gaan. Ooievaarspas Het oude Haagse waar hij in is opgegroeid, bestaat niet meer. Misschien nog in sommige sportscholen, waar mensen komen die de vorige generatie sportmannen nog hebben meegemaakt. Voor de Haagse Directe is dat de roemruchte trainer John Kristalijn geweest. Zijn boksschool aan de Galileïstraat bracht veel kampioenen voort. Zijn

hardheid was berucht, zijn hart voor wedstrijdjongens beroemd. “Met hem heb ik jarenlang een goede band gehad”, mijmert Herman. “We deden alles samen in het boksen, vergaderingen, wedstrijden, aan de ring, noem maar op. Sommige mensen dachten dat we broers waren”. John is er niet meer, maar aan een muur van de Haagse Directe hangt een stuk uit de vloer van toen. Een eerbetoon. Maar ook een boodschap: hier respecteren we de old skool normen. Ook aan zijn moeder denkt Herman met diepe gevoelens terug, vooral sinds hij besefte wat voor leven ze moet hebben gehad. “Geen”, vat hij samen. Dientje van Aggelen was echtgenote van een man die zijn inkomen omzette in jenever. Ze kreeg acht kinderen. “Ondanks de ellende die ze meemaakte, heeft ze toch voor ons proberen te zorgen. Ze had zelf niks, daar probeerde ze ons te eten van te geven”. Dat is in de Schilderswijk, in het geboortehuis aan de Breugelstraat. De goeie ouwe tijd, zeggen de mensen dan, toen de kinderen geen buren hadden maar alleen ooms en tantes. Nostalgie is mooi. Alleen vaak geen realiteit. Neem nou die naoorlogse tijd. Herman was een jong guppie. Hij weet nog: “We hadden niks. Ik ging naar school op de schoenen van mijn zusters en

’s winters liep ik nog in een korte broek. Ik droeg een colbert van mijn vader dat vermaakt was. De zakken zaten bij mijn knieën. Het was een slechte tijd. Mijn vader werkte wel altijd maar hij verzoop alles. Kinderen van wie de vader niet werkte, kregen van school kleding en schoenen en voeding. Wij kregen helemaal nakko. Dus we zagen er niet uit”. Dat ongelijke van toen is er nog steeds. Ook dat helpt hem om weg te gaan. “Alles gaat eraf. Ik heb een Ooievaarspas omdat ik onder het normale inkomen zit. Daar schaam ik me niks voor, want ik heb er hard genoeg voor gewerkt. Ik heb het nou eenmaal. Het is weer afgeschaft, tenminste, ze gingen het gauw naar 130 procent maken, en we zaten net erboven. Dus kreeg ik het niet meer. Dat is teruggedraaid en toen kreeg ik het weer wel. Maar heus niet alle bedrijven van het begin doen nog mee. Je staat nog voor lul ook want je voelt je toch een beetje een bedelaar. Dat had ik in het begin heel erg. Ik weet nog dat ik voor het eerst met mijn vrouw naar de bioscoop ging met die pas. We staan daar met andere mensen bij zo’n buffet. Het was bij Pathé aan het Spui. Dan moet je je pas laten zien. Het was meteen keihard van: ‘Oh, heeft u een Ooievaarspas?’. Ik dacht … ik voelde me

gewoon rot. Het is niet nodig dat ze dat zo doen, toch?” Postuur Ze is al een paar keer ter sprake gekomen: Sabina, zijn vrouw. Voor Herman is ze het wonder van Den Haag: “Dat die ooit bij me is gebleven”. Ze deelden lief en leed, maar Herman vindt zichzelf eigenlijk niet goed genoeg voor haar: “Ik kan heel vervelend zijn met opmerkingen. Daarna heb ik er meteen weer spijt van. Het is gewoon een wereldwijf, in alles. Je ziet aan mijn postuur hoe lekker ze kookt”. Dus nu ze samen naar Spanje gaan, neemt hij zijn dierbaarste stukje Den Haag met zich mee. Wat hij met spijt achterlaat is de dochter die hier woont, de boksschool en zijn huis, waar hij zo fijn heeft gewoond. “Ik heb altijd gezegd tegen Bien, hier wil ik uitgedragen worden”. Maar ja, het vergriepen. En het longemfyseem. Plus die dingen die er nog meer bijkwamen en waardoor hij steeds weer merkte, hoe hard het in de stad was geworden. Nieuw leven In Spanje krijgt Herman de status van ‘resident’, vaste bewoner. “Dus dan ga ik daar ook mijn belastingen betalen. Dat is zoveel goedkoper dan hier, het scheelt enorm. Ziektekosten scheelt 48 procent. We-

genbelasting betaal ik hier 52 euro per maand voor mijn auto, daar betaal ik 62 euro per jaar. Dan is het niet zo moeilijk, als je toch weg wil. Gewoon een ABC-tje”. “In Spanje voel ik me niet onwelkom. Ik praat gemakkelijk met mensen, en ik probeer Spaans te praten. Natuurlijk liggen ze in een deuk af en toe maar dat is hetzelfde als een Turk hier Nederlands spreekt. Ik probeer het gewoon. En ik heb tenten waar ik kom en als ze je niet mogen, laten ze het echt wel blijken hoor maar daar is het ‘Hé, El Capitano’”. Het goede leven wacht dus. Eerst het appartement inrichten en dan begint het dagelijks bestaan. Of hij Den Haag zal missen, heeft hij inmiddels tussen de regels door gezegd. Hij gaat ergens voor weg, hij gaat naar iets toe. “Het is vlakbij het strand en de winkels, en als ik dadelijk niet meer uit te voeten kan met een rollator of met een rolstoel ...”. Daar is dat ene onderwerp weer. Die rotlongen. Maar in ieder geval, Bien is bij hem, zoals altijd. En Bobby, die vast andere honden vindt om mee te rennen. Een nieuw tijdperk. Maar stel, zonder die longen en met de oude Haagse sfeer?


12>cultuur

Den Haag Centraal > Vrijdag 20 september 2013

Het Wonder van Jero

en enkele ZZP’ers. Maar ook zijn ouders en zus Natascha helpen een handje mee als het nodig is.

Hoewel een papierwarenfabriek op de Binckhorst misschien niet de meest logische plek lijkt voor een productie, heeft Jero met zijn ouderwetse machines en onveranderde jaren 50 inrichting een enorme aantrekkingskracht op artiesten. Begin oktober is de ruimte daarom het decor voor het theatrale sprookje Het Wonder van Jero. Door Annerieke Simeone

‘Buonsjiorno’ galmt het door de papierwarenfabriek. Sandro Bruti (43) die de chauffeur door zijn keukenraampje al heeft zien aankomen, groet hem terug. “Buongiorno”. De half-Italiaan schuift snel achter zijn ouderwetse typemachine. “Kijk zo doen we dat hier”, zegt Bruti, terwijl hij een vrachtbon in het schrijfinstrument draait. Zijn vingers drukken rap de lettertoetsen in. De Nederlandse chauffeur die hier al sinds jaar en dag over de vloer komt, wacht geduldig. Hij weet dat de mede-eigenaar van deze honderd jaar oude fabriek aan de Komeetweg geen computer en printer in huis heeft. “De fax is ons modernste communicatiemiddel”. Ook bellen gebeurt via een ouderwets toestel. Dat bevordert het persoonlijk contact, aldus Bruti die duidelijk hecht aan authenticiteit. Deze fabriek is al jaren familiebezit. De meeste machines die hier staan, zijn ouder dan hijzelf. Als hij de man zijn bon heeft gegeven en zijn hand heeft geschud, loopt de eigenaar richting hal. We passeren grote, ronde vellen papier waar bakken basilicumplantjes op staan. “Die zijn voor straks, voor in de pasta”, verduidelijkt Bruti, die in zijn vrije tijd graag kokkerelt. Even verderop houdt hij stil. Het geluid van ijzeren machinerie. Ratelend spuwen de apparaten elk op hun eigen ritme allerhande verpakkingsmaterialen uit. Fruitschaaltjes, pizzakartons en picknickbordjes. Sinds de jaren vijftig is er weinig aan de opstelling veranderd. Alsof de tijd heeft stilgestaan. “Veel mensen zijn onder de indruk van deze industriële plek”, vertelt Bruti. “Op artiesten hebben de machines helemaal een grote aantrekkingskracht. De robuustheid, de muzikaliteit. Dat vinden ze mooi”. Onlangs werd hij benaderd door muzikanten Roeland Drost en Julie Scott met de vraag of zij de papierwarenfabriek als locatie mochten gebruiken. De eigenaar die met zijn stichting Dramtune zelf ook actief is in het Haagse culturele leven, kon het idee alleen maar omarmen. Om

Papierwarenfabriek Jero heeft een enorme aantrekkingskracht op artiesten.> Foto: Jurriaan Brobbel

de voorstelling te kunnen bekostigen, maakte hij een filmpje voor de crowd funding site Voordekunst.nl. ‘Het Wonder van Jero’ gaat de muziektheaterproductie heten, waarin het verhaal van de papierwarenfabriek wordt ververwerkt. Een geschiedenis die teruggaat tot in 1913. Kippen Precies honderd jaar geleden begon de Pools-Joodse Jerozolimskie in Amsterdam een papierwarenfabriek. Na de Tweede Wereldoorlog verkocht hij de machines en de bedrijfsnaam Jero aan Maurits Kurz en Jacob van Vianen, de opa van Sandro Bruti. Korte tijd betrokken de mannen een pand aan de Cillierstraat in Den Haag, maar die locatie was al snel te klein. Ze weken daarom uit naar de pas gebouwde panden op de Komeetweg. “Voorheen werd deze plek gedomineerd door weilanden en volkstuintjes. Jero was de eerste fabriek die hier stond”, zegt Bruti. Nog steeds heeft de weg iets landelijks, al was het alleen al vanwege de wilde kippen die in het onbewoonde gebied het rijk alleen hebben. Na het overlijden van zijn opa kwam de zaak in handen van de jongste dochter Hendrika, Sandro’s moeder. De

blondine had tijdens haar vakantie in Zuid-Tirol haar oog laten vallen op de donkerharige carabiniere (politieman) Urbano Bruti. “Mijn vader wilde eigenlijk gevechtspiloot worden, maar in plaats daarvan werd hij de schoonzoon van de directeur”. Urbano Bruti kende in de jaren 60 een tijd van voorspoed. “Alles wat je draaide was al verkocht. Jero leverde niet alleen aan de detailhandel, de eerste supermarktketens hadden hier hun eigen machines waarin zij hun logo lieten graveren in de persvorm”. In die glorietijd trok de fabriek veel Italianen die hier als gastarbeider verbleven. “Het ging toentertijd als een lopend vuurtje: er was een Italiaan met een eigen fabriek. Dat vonden ze wel wat”. Veel van hen kwamen hier om te acclimatiseren. Na een paar maanden gingen ze verder, vonden bijvoorbeeld een baan in de horeca. “Mijn vader, zelf zoon van arme boeren, verwelkomde zijn landgenoten met open armen. Hij begreep maar al te goed in wat voor 3rd edition een moeilijke situatie zij zaten”. Het werkte prima, de Nederlanders met de Italianen, alleen elkaars eetpatroon deelden ze niet. Bruti grinnikt. “Ik ken de verhalen van mijn vader. De Italianen kookten daar in een

hoekje hun pasta op petroleumstelletjes, terwijl de Nederlanders ergens anders in de fabriek hun boterhammen smeerden. Ze hadden het niet zo op de knoflooklucht. Dat vonden ze maar stinken”. Na de jaren

In die glorietijd trok de fabriek veel Italianen die hier als gastarbeider verbleven. “Het ging toentertijd als een lopend vuurtje: er was een Italiaan met een eigen fabriek. Dat vonden ze wel wat”

2 - 6 October 2013

zeventig kwam plastic op de markt en daalden de inkomsten van de fabriek. Ook het aantal werknemers liep terug. Gelukkig heeft Bruti via natuurlijk verloop of omdat men zelf een andere baan vond, nooit iemand hoeven te ontslaan. Op het moment werkt Bruti met Jan, een vaste kracht

2 - 6 October 2013

Elfenkind Op dit moment kent Nederland twee gelijksoortige papierwarenfabrieken. “We kunnen voortbestaan omdat de machines allang zijn afgeschreven. Dat is ons geluk. De jongste snijmachine is veertig jaar oud, maar de meeste zijn rond de zeventig jaar oud”. Bruti praat over de apparaten alsof het zijn vrienden zijn. De liefde voor de ijzeren instrumenten komt terug in het Wonder van Jero. Een tijdloos sprookje volgens Bruti, over mensen en machines die zo met elkaar vergroeid raken, dat zij elkaars taal leren spreken. Zo goed zelfs dat zich op een nacht een wonder voltrekt: vanuit een machine wordt een elfenkind geboren. Bij volle maan speelt hij betoverende muziek op zijn viool en brengt daarmee andere machines tot leven. Drost vertelt het verhaal, de muzikale ondersteuning komt van celliste Maaike Peterse, contrabassist Andor Horvath en violiste Blichta Hoopman, tevens achterkleindochter van de befaamde orkestleider Tata Mirando. Bruti kookt tijdens deze avonden een maaltijd. Net als aan het eind van de maand wanneer ‘de Jero’ nog eenmaal dienst doet als podium. Dit keer tijdens het Komeetfeest op 26 oktober, als afsluiter van het I’m Binkfestival. Samen met zijn buren: lasbedrijf Bouwlas en autoschadebedrijf Spoelstra, organiseert Bruti een kleinschalig muziekfestival. “Het zijn stoere settings, dus ik programmeer stoere bandjes”. Met onder meer het zigeunerensemble Sintiromarus en de Nederlandstalige Rock ’n Roll-formatie Vuigtuig en de jonge Haagse band Seeds of Ayahuasca. Ook Knotwilg, die in Den Haag reeds een naam heeft opgebouwd, is uitgenodigd. De band geeft die avond een mystiek visueel concert. En omdat Bruti nu eenmaal Italiaans bloed door zijn aderen heeft stromen, kan hij het niet laten om er een band uit de streek van zijn vader te vragen: de folk-rockformatie Taberna Vinaria. Stevige middeleeuwse muziek uit Lazio. “Reken maar dat daar flink op 3rd edition gedanst gaat worden”. Het Wonder van Jero, Komeetweg 13, vrijdag 4 en zaterdag 5 oktober, € 20,00, inclusief maaltijd. Meer informatie: www.hetwondervanjero.nl Komeetfeest, zaterdag 26 oktober, liveoptredens van 18.00 tot 01.00 uur, € 25,00, inclusief maaltijd. Kaarten vanaf 14 oktober te koop bij de papierwarenfabriek zelf.

Ingezonden mededeling

Indiase cinema is meer dan zwoele Bollywooddansjes. Het Indian Film Festival The Hague bewijst dit door hedendaagse filmkunst uit dit Zuid-Aziatisch werelddeel op de kaart te zetten. Samen met Den Haag Centraal selecteerde het festival twee bijzondere arrangementen voor u als lezer. Op zaterdag 5 oktober kunt u tussen de films door aanschuiven bij het Indian pop-up restaurant Tita Kitchen voor een Indiaas driegangenmenu. 1) Zaterdag 5 oktober

2) Zondag 6 oktober

17:00 uur Touring Talkies (Pathé Buitenhof) 19:00 uur 3 gangen diner in het Indian pop-up Tita Kitchen (Pathé Buitenhof) 21:30 uur Oh My God! (Filmhuis Den Haag)

15.30 uur Upaj 19.00 uur Gangoobai 21.00 uur The Lunchbox

Prijs € 35,95 (normaal € 41,95) Pathé Buitenhof | Buitenhof 20 Interesse? Koop uw arrangement via booking@indianffth.nl

Deze drie films worden vertoond in Filmhuis Den Haag, Spui 191

Prijs: € 24,- (normaal € 31,-)

bursting with colourful

characters! 3rd3rd edition edition

22- -6 6October October2013 2013 www.indianfilmfestival.nl facebook.com/indianfilmfestivalthehague

bursting with colourful characters!

Interesse? Koop uw arrangement via Het Omniversum ligt aan de President Kennedylaan 5, 2517 JK Den Haag. www.filmhuisdenhaag.nl of aan de kassa.

www.indianfilmfestival.nl

bursting bursting Den Haag entraal with colourful with colourful characters!

characters!


13

cultuur<

Vrijdag 20 september 2013 > Den Haag Centraal

Ministadspark Humanity City

Verbeter de wereld, begin bij jezelf Humanity City is een verzameling tips die oogt als een tentoonstelling die laat zien wat mensen om je heen eraan doen om de wereld te verbeteren. Door Eric Korsten

Oost west thuis best. En toch moet je je zorgvuldig gekoesterde Den Haag prompt verlaten, want de situatie is acuut en uitermate bedreigend. Je slaat in paniek op de vlucht. Je belandt je weet niet waar, maar merkbaar in een mallemolen van wantrouwen, procedureel gezeur en pure achtervolgingswaanzin, met verlies van je identiteit als voornaamste gevolg. Je vrouw, vader, moeder, kind zijn trouwens zoekgeraakt. Humanity House, gevestigd aan de Prinsegracht in Den Haag, heeft over de humane aspecten die met rampen en conflicten verbonden zijn een ‘ervaringsreis’ samengesteld. “Veel bezoekers lieten ons nadat zij de reis hadden gedaan, weten dat het gevoel dat ze daar aan overhielden aan ze bleef knagen, dat ze zélf iets wilden ondernemen om bij te dragen aan een betere wereld, maar dat ze niet wisten wát dat dan moest zijn. Daarom hebben we Humanity City gemaakt, een verzameling tips die is opgebouwd als een tentoonstelling die laat zien wat mensen om je heen eraan doen om de wereld te verbeteren. Dat brengt onze bezoekers hopelijk zelf op ideeën”, aldus Lisette Mattaar, directeur van Humanity House, vol enthousiasme. “We hebben met Humanity City een ministadspark gecreëerd, dat is volgebouwd met woningen, huizen waarin verschillende mensen vertellen wat zij zelf doen aan een betere wereld, wat hun drijfveren zijn”. De stadsplattegrond vermeldt internationale weldoeners en BN’ers, naast leiders van bekende organisaties en ‘gewone’ mensen. De wandeling door het kunstmatige stadspark reikt van de ‘huizen’ van cabaretier Najib Amhali, Koningin Máxima, filmster George Clooney, U2-voorman Bono Vox, reisjournalist Floortje Dessing, voetbalster Clarence Seedorf en kunstenaar Ai Wei Wei tot de woningen van voorvechtster voor rechten van de mens Aung San Suu Kyi, computerontwik-

kelaar Bill Gates en BN’er Katja Römer-Schuurman. “Vanwege 100 jaar Vredespaleis hebben we ook enkele figuren gekozen die belangrijk zijn geweest voor de wereldvrede, zoals onder meer Andrew Carnegie, de oprichter van het Vredespaleis, en pacifiste en Nobelprijswinnares Bertha von Suttner. “Van haar wordt gezegd dat zij Carnegie wist over te halen tot de bouw van het Vredespaleis. De keuze voor deze mensen toont aan dat ook in vroeger eeuwen mensen met vraagstukken omtrent vrede, veiligheid en idealen bezield waren”. Wachtlijst Mattaar zegt persoonlijk met name geroerd te zijn door het verhaal van Hanna Verboom en Bas van Abel. Mattaar: “Hanna is opgegroeid in Kenia. Toen ze hoorde dat haar nanny aan aids was overleden en dat die ziekte ook haar dochter Cheruto had getroffen, schrok ze erg. Ze besloot een fonds op te richten voor het inzamelen van geld waarmee medicijnen kunnen worden gekocht. En Bas van Abel is de ontwerper van een milieuen mensvriendelijk te produceren mobiele telefoon, de FairPhone. Die wordt binnenkort echt in productie genomen. Uitverkocht inmiddels, maar ik sta op de wachtlijst”. Haar eigen bijdrage aan een betere wereld ziet ze in haar werk voor Humanity House: “Mijn werk is mijn missie. Mensen in aanraking brengen met mogelijkheden die er zijn voor het creëren van een betere wereld”. De tentoonstelling Humanity City wordt op vrijdag 20 september feestelijk geopend in aanwezigheid van Lilianne Ploumen, minster voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, en Katja Römer-Schuurman, oprichtster van Return to Sender. Met deze stichting wil ze in de armste gebieden van de wereld een duurzame ontwikkeling op gang helpen. Voor de prijs hoeft u een bezoekje aan de tentoonstelling niet te laten: een luttele 2 euro. Humanity City is van vrijdag 20 september tot en met medio februari 2014 te zien in Humanity House. Meer informatie: www.humanityhouse.org.

Humanity City geeft tips om de wereld te verbeteren > Foto: Evert Jan Daniels

> Foto: PR

Zeer lijvig boek over 100 jaar Vredespaleis

Koffietafelboek of omnibus? Door Thijs Kramer

Een slordige twee kilo weegt het boek ‘Bouwen aan vrede’, dat de honderdjarige geschiedenis van het Vredespaleis en de inwonende instituten beschrijft. Mijn benen werden gevoelloos toen ik er lange tijd mee op de bank zat. De afmetingen zijn die van een koffietafelboek, maar dat is het toch ook niet. Daarvoor heeft het te veel tekst. In feite is het een omnibus waarvan de delen ook op zichzelf zouden kunnen bestaan. Neem het fotokatern van circa 140 bladzijden. Dat had een fraai, groot boek op zichzelf kunnen zijn. De foto’s van Inge van Mill zijn prachtig, ze laat zowel het interieur van marmer en donker hout tot haar recht komen, als de bedrijfsmatige kant; de kelders, de werkhokken van de conciërges, de bedrijfskantine. Of neem het stuk Het Paleis van de Windstreken, geschreven door juriste, rechtsfilosofe en journaliste Heikelina Verrijn Stuart. In een boek van normale afmetingen zou het een bladzijde of 300 beslaan, schat ik. Het is een rondgang door het gebouw en een geschiedenis inéén. En dit zijn dan twee van de drie delen achterin het boek, als het verhaal van het Vredespaleis al is verteld. Ze worden niet eens genoemd in de uitgebreide inhoudsopgave. Het zijn extraatjes. Het derde bestaat trouwens uit brieven van een aantal internationale schrijvers ‘aan de vrede’. Van onze eigen Arnon Grunberg bijvoorbeeld, en van Ben Okri en de Mexicaans/ Braziliaanse auteur Juan Pablo Villalobos. Allemaal onvertaald, dus gewoon in het Engels, Duits, Frans, Spaans. Grunberg schrijft een lichtvoetig, maar beschouwend stuk: “De vrede is een compromis en ook al is zelfs in naam van de vrede niet elk compromis brandschoon, zonder gaat het niet. Rechtvaardigheid, trots en eergevoel zijn dikwijls de grootste vijanden van de vrede, vrede is dus noodzakelijkerwijs smerig. Die smerigheid omarmen lijkt mij

een belangrijke stap op weg naar vrede”. Bij het stuk van Günther Grass haakte ik na anderhalve regel al af. Niet vanwege het Duits, maar vanwege het hoge Günter Grass-gehalte: “Keiner darf sich ins Schweigen flüchten. Wir Schrifsteller haben die Pflicht …”, enzovoort.

Carnegie De hoofdtekst, laat ik het zo maar noemen, beschrijft zowel de geschiedenis van het Vredespaleis, als van de instellingen die er zetelen. Dat zijn: het Permanente Hof van Arbitrage, het Internationaal Gerechtshof, de Haagse Academie voor Internationaal Recht, de Carnegie-Stichting en de Bibliotheek. Het is een geschiedenis van het internationaal recht, die keurig begint bij Hugo de Groot met zijn ‘Het recht van oorlog en vrede’, uit 1625. Dan wordt er een flinke sprong in de geschiedenis gemaakt naar de oproep van tsaar Nicolaas II, die in 1898 opriep tot een vredesconferentie. Het jaar erop vond de eerste Haagse Vredesconferentie plaats en in 1907 de tweede. Tussendoor wordt het verhaal van Andrew Carnegie verteld. Staalmagnaat, puissant rijke filantroop en in dat kader financier van de bouw van het Vredespaleis. Bijna aandoenlijk is de optimistische stemming die om het hele proces hing. Of was het verkapte wanhoop vanwege de toenemende spanningen tussen de landen in Europa en de wapenwedloop die plaatsvond? Het was hetzelfde vooruitgangsgeloof dat tot uiting kwam in de wereldtentoonstellingen, waarin de nieuwste technische snufjes werden getoond. Voor de deelnemende landen was het een manier om de eigen grandeur onder de aandacht te brengen. De betekenis van deze wereldtentoonstellingen kan nauwelijks overschat worden. Die van Parijs in 1900 trok vijftig miljoen bezoekers! Dit succes zat ongetwijfeld nog in de hoofden van de initiatiefnemers toen er plannen werden gemaakt voor een ‘Paleis voor de Vrede’. Let ook op de termi-

nologie van die tijd; er wordt niet toevallig gesproken over een ‘tempel’ voor de vrede. Carnegie had naast financiële en filantropische, ook literaire ambities. Eén van zijn publicaties is getiteld: Gospel of Wealth. Dat hij over een vermogen van (omgerekend naar nu) 120 miljard dollar kon beschikken, maakte dat voor de bouw van het Vredespaleis flink uitgepakt kon worden. Naast de bouw van de Vredestempel, financierde Carnegie ook de bibliotheek die de grootste moest worden op het gebied van internationaal recht. Vredesindustrie Ik hoef er niet op te wijzen dat enige jaren na deze hoopvolle initiatieven, de Eerste Wereldoorlog plaatsvond en dat die nog maar het begin was van de tamelijk wrede twintigste eeuw. Maar het is onterecht om in de groef van de ironie te blijven hangen. Dat maakt dit lijvige boek ook duidelijk. Weliswaar uitgegeven door de Carnegie-stichting zelf, is er niettemin voldoende oog voor de zwakke kanten van bijvoorbeeld het Internationaal strafhof (niet alle landen zijn er lid van). Men schrikt er niet voor terug ook de minder spectaculaire kanten van de vredesindustrie te laten zien. De voor het grote publiek vaak onbekend gebleven, maar belangrijke uitspraken van het Permanente Hof van Arbitrage bijvoorbeeld. Echter, de lezer wordt hier en daar wel erg op de proef gesteld. Ik moest gapen bij de kop: ‘Aanloop tot veranderingen; Vervliet directeurbibliothecaris en Van Hoogstraten algemeen-directeur’. Waarmee ik de heren Vervliet en Van Hoogstraten natuurlijk geenszins te kort wil doen; zij hebben hun bijdrage aan de wereldvrede geleverd. Bouwen aan Vrede, honderd jaar werken aan vrede door recht. Het Vredespaleis 1913 – 2013, Johan Joor &Heikelina Verrijn Stuart, ISBN: 9789462360884, Uitgever: Eleven, 520 pagina’s, prijs: € 45,00


14>cultuur

Den Haag Centraal > Vrijdag 20 september 2013

Reinbert de Leeuw krijgt eigen festival

Dienaar van alle componisten Zijn eigen Asko/Schönberg Ensemble kreeg een verschrikkelijke klap. Maar we spreken af alleen over muziek te praten. Niet over het muziekleven. Want dan komen woorden als ‘afbraak’, ‘subsidies’ en ‘overheid’ voorbij. Dan schiet ook Reinbert de Leeuw meteen in mineur. Terwijl er toch iets te vieren valt. Door Aad van der Ven

Een prijs van de Haagse Johan Wagenaar Stichting. Een andere prijs van de gemeente Amsterdam. Ook een Edison. En omdat hij 75 jaar geleden geboren werd en 50 jaar docent is aan het Koninklijk Conservatorium krijgt hij voor één keer een eigen festival, ‘Reinbert’ genaamd, met muziek die hem dierbaar is. Hij moet er wel hard voor werken. Hij dirigeert onder meer een tot voor kort onbekend, groot, gecompliceerd orkestwerk van Claude Vivier, één van de componisten die, aldus Reinbert de Leeuw, zijn beeld van de muziek hebben veranderd. Net zoals Charles Ives, Olivier Messiaen, Mauricio Kagel, György Ligeti, Galina Oestvolskaja en nog een handjevol 20steeeuwse meesters dat in zijn visie hebben gedaan. Begonnen met piano. Maar nooit dromend van zalen vol juichend publiek en van jubelende recensies. Want de rol van virtuoos heeft hem nooit gelegen. Maar wat dan? “Als pianoleraar de hele dag in de weer te moeten zijn met amateurs trok me ook niet aan”, zegt hij. “Dus aan het Koninklijk Conservatorium ging ik naast piano ook muziektheorie studeren. Een paar jaar later kon ik daar voor dat vak als docent aan de slag”. De piano behield intussen zijn aantrekkingskracht. Hij trok de aandacht met buitenissige, vaak schimmige muziek die anderen zelden of nooit speelden. Ives en de late Liszt bijvoorbeeld. Satie, in dat slepende tempo dat alleen hij in deze muziek produceert, werd zelfs een hausse. Maar om daarmee de wereld in te trekken. Wat was zijn ambitie? “Die heb ik nooit gehad”, zegt hij “Ik heb me in de muziek ondergedompeld omdat ik niets anders wilde, maar zonder een duidelijk doel. Eigenlijk is alles me overkomen”. Vertolker Voor iemand zonder ambitie heeft Reinbert de Leeuw het nog ver gebracht. Befaamde orkesten vragen hem moeilijke twintigste-eeuwse stukken te dirigeren. Cd-maatschappijen zijn bij hem aan het goede adres als zij iets willen opnemen van de compo-

de piano gezeten. Ik had het gevoel dat ik totaal in die muziek verdween. Ik was nog nauwelijks aanspreekbaar. Dat had ik ook toen ik vorig jaar aan Schönbergs Gurrelieder werkte”.

nisten die hem dierbaar zijn. Dit alles overkomt een zorgeloos geklede, broodmagere man met sluik grijs haar, die een appartement in het rustigste deel van Amsterdam-Zuid bewoont. Met generatiegenoten als Louis Andriessen, van wie tijdens dit festival ‘De Staat’ wordt uitgevoerd, en Frans Brüggen behoort hij tot degenen die het Nederlandse muziekleven vanaf zeg maar de jaren zeventig kleur en onrust hebben gegeven. Dit waren de jongeren die het Concertgebouworkest vanwege de ‘ouderwetse’ programmering ter verantwoording riepen. En die Bernard Haitink het leven zuur maakten door te zeggen dat hij de nieuwe muziek beter kon overlaten aan een gespecialiseerde dirigent als Bruno Maderna. Amsterdam mag dan de plaats zijn waar hij zich het meest thuis voelt, een belangrijk deel van zijn activiteiten heeft zich in Den Haag afgespeeld. Dat laatste blijft waarschijnlijk zo. Want hij en het Residentie Orkest willen nauwer gaan samenwerken. Die vijftig jaar aan het Koninklijk Conservatorium hebben hun uitwerking niet gemist. Dat instituut bevond zich nog aan de Korte Beestenmarkt toen hij daar de eerste repetities en uitvoeringen leidde van het Schönberg Ensemble. Dat bleef hij trouw, ook na de fusie die maakte dat de groep Asko/Schönberg ging heten. Maar intussen werden de orkesten waarmee Reinbert de Leeuw te maken kreeg steeds groter en werd en de muziek die hij dirigeerde steeds omvangrijker en gewichtiger. In het afgelopen seizoen trok hij de aandacht met Schönbergs gigantische ‘Gurrelieder’ en – tot ieders verbazing – Bachs ‘Matthäus-Passion’.

Reinbert de Leeuw. >Foto: Carine Bijlsma

Duister Hij houdt niet van liflafjes, nietwaar? “Ik heb niet zoveel met muziek die wel aardig is, maar waarbij ik denk: als die er niet was, was het ook goed. Niet voor niets ben ik steeds meer in de duistere Laat-Romantiek terechtgekomen. Muziek die aan de grens zit, waarin de fataliteit van het einde lijkt te schuilen, terwijl tegelijk iets nieuws zichtbaar wordt. Fascinerend vind ik dat. Dat is de wereld van componisten als Schönberg en Skrjabin”. Zijn bewondering voor muziek is genereuzer geworden. “Benjamin Britten is een goed voorbeeld. Over hem praatte je eenvoudig niet toen ik jong was. Hij was niet modern. Nu vind ik hem een geweldige componist. Hetzelfde met Sjostakovitsj. Toen ik studeerde werd die volkomen genegeerd”. Daartegenover zijn weinig componisten van hun voetstuk gevallen. Ja, sommige voor-

beelden van modernistische, seriële muziek wel. “We hadden een sterk vooruitgangsgeloof. Het was een beetje een ziekte. Alles moest nieuw zijn. Dat komt eigenlijk van Schönberg vandaan. In zijn tijd was de muzikale taal uitgeput. Hij schiep een nieuwe, kunstmatige wetmatigheid. Na de Tweede Wereldoorlog is die visie wel extreem ver doorgevoerd, al zijn er ook in die stijl meesterwerken geschreven. Door Stockhausen bijvoorbeeld”. Hij moet aan Stockhausen denken tijdens de voorbereiding van de uitvoering van Claude Viviers ‘Siddhartha’. Acht orkestgroepen zijn in de weer, allemaal door elkaar. “Jarenlang lag de partituur op mijn bureau. Ik durfde het niet aan. Voor een dergelijk werk moet je een orkest hebben dat je kunt meekrijgen. Dat lukt met het Residentie Orkest vast wel. Met die musici heb ik al zo vaak samengewerkt”. Behalve Vi-

vier, ‘een componist die wel van een andere planeet lijkt te zijn gekomen’, koos Reinbert de Leeuw ‘Éclairs sur l’Au-delà’ uit, het laatste complete werk van Olivier Messiaen uit. Natuurlijk, wie anders. “Een jaar zonder Messiaen voelt niet prettig”, zegt hij. Met het orkest van het Koninklijk Conservatorium bracht hij ooit de overdonderende ‘Turangalila-symfonie’ ten gehore. Daar wordt nog over gesproken. Iedereen was verbaasd, Reinbert de Leeuw zelf ook, toen het Limburgs Symfonie Orkest hem vroeg Bachs ‘Matthäus-Passion’ te komen uitvoeren. Barokmuziek? “Eerst dacht ik: nee, dit kan niet. Maar ja, als je de kans krijgt al is het maar één keer in je leven om de Matthäus-Passion te dirigeren. Iets hogers is er niet. Ik zeg het Houellebecq na: ‘God bestaat niet, maar Bach komt er dicht bij’. Maandenlang heb ik dagelijks met de Matthäus-Passion aan

sicus absoluut niet zijn. ‘Commercieel is deze zaak een ramp’, zuchtte baas Allard eens, maar je speelde er wel voor een publiek met grote oren voor de jazz. Jazzstudenten, liefhebbers. Allard had al aangekondigd dat hij er – na bijna 30 jaar – mee stopt. De vraag ‘wat nu?’ waarde al rond tussen de late muziekvogels van Den Haag. Het antwoord is er inmiddels: cymbaalvirtuoos Marius Preda neemt de zaak over. Hij is er

met man en macht aan het poetsen en begint zaterdag 22 september te draaien. Marius speelt zelf in diverse etnische muziekcombinaties, met zijn eigen ensemble, in de Unknown All Stars, en geeft veel concerten in Frankrijk, onder andere met Vladimir Kosma. Maar hij woont hier, en kwam uit Roemenië naar Den Haag voor een jazzopleiding aan het conservatorium (vibrafoon). Het ging hem niet om zijn eigen muziek. “Ik schrok toen ik hoorde dat De Pater ophield. Ik heb daar meer van jazz geleerd dan op het conservatorium. De Pater mocht niet verdwijnen. Dit is helemaal nieuw voor mij, maar ik wil proberen er drie of vier dagen per week jazzmuziek te brengen. Op niveau. Met zondag mogelijk een matinee voor muziekliefhebbers met kleine kinderen”. Ik draai m’n dui-

men voor Marius. Nieuwe cd’s deze week van Haagse groepen: in Theater aan het Spui (donderdag 19 september) brengt The Hague Ethospheric Orchestra (THEO) bij een concert (met Michael Moore, klarinet en Oene van Geel, viool als gasten) de nieuwe cd ‘Earthing’ onder de mensen. Een internationaal Haags orkest met musici uit een tiental landen in de gelederen en een internationale klankkleur via de ongewone arrangementen van de Slowaakse pianist Michal Vanoucek. Equinox presenteert (vrijdagavond 20 september) de nieuwe cd ‘Face the music’ in Studio 3. De Regentenkamer biedt op 21 september de muziek van saxofonist Bart Wirtz die in New York, met Amerikaanse jazzmusici onder wie Nicholas Payton!, een nieuwe cd íDreamer opnam. Ook nieuw, al-

Bezieling Orkestmusici houden van Reinbert de Leeuw vanwege zijn enorme bezieling. Dat hij wel eens de handigheid van sommige collega’s mist, neemt men voor lief. Maar toch, iemand zonder professionele opleiding als dirigent, die zulke gecompliceerde muziek uitvoert. Hoe kan dat? “Ik hoor geen klachten. Alles klinkt op tijd en op de manier die ik in mijn hoofd heb. Ik heb het dirigeren in de praktijk geleerd. Dat voel ik niet als een nadeel. Er bestaat veel rimram rond dat beroep. Tijdens dat televisieprogramma Maestro zag je ook dat iemand die er gevoel voor heeft in korte tijd ver kan komen. Het gaat toch uiteindelijk om communiceren. Hoe breng je mensen er toe iets te doen op de manier zoals jij je dat voorstelt”. Dirigeren, soms pianospelen, maar ook – met grote onderbrekingen – componeren. Zo ziet zijn loopbaan er uit. In 1973 voltooide hij zijn eerste en tot voor kort laatste orkestwerk. Hij noemde het meteen maar ‘Abschied’. Desondanks dirigeert hij dit seizoen in februari tijdens een zaterdagmatinee in Amsterdam het Radio Filharmonisch Orkest in een nieuwe partituur van zijn hand: ‘Der nächtliche Wanderer’. Componeren deed hij al toen hij een jaar of elf was. Ontelbare vellen muziekpapier schreef hij vol. “Geweldig, dat uitvinden van akkoorden op de piano. Maar hoe meer muziek je kent, hoe moeilijker het wordt. Nu is er na veertig jaar weer een orkestwerk. Al die tijd spookten er ideeën door mijn hoofd. Maar ik aarzelde. Zou het de moeite waard zijn Tijdens het componeren dacht ik herhaaldelijk: laat ik maar stoppen, dit kan niet. Ik heb er toch alles uit gegooid. Honderddrieëndertig propvolle pagina’s, tweeënvijftig minuten muziek, dat alles in één deel zonder onderbrekingen. Ik verkeerde in een euforie. Nu zie ik enorm tegen die première op. Misschien vindt iedereen me wel megalomaan. Ik denk wel eens: je hebt je lelijk in de nesten gewerkt”. Festival Reinbert de Leeuw: Residentie Orkest, Asko/Schönberg, Koor Koninklijk Conservatorium, studenten Koninklijk Conservatorium en Codarts, Reinbert de Leeuw, Etienne Siebens, Manoj Kamps, Barbara Hannigan en Katja Herbers. Vrijdag 27/9 en zaterdag 28/9 in Dr Anton Philipszaal, Nieuwe Kerk, Korzo Theater en Theater aan het Spui. Meer informatie: www.koncon.nl

jazz

Met Marius blijft jazz in De Pater Elke Haagse jazzfan kent café De Pater. Oorspronkelijk een biercafé, dat in handen van eigenaar Allard Halberstadt een muziekcafé werd. Salsa, funk en véél jazz. Ik heb er een tijdlang tot in de late uurtjes de top van de Haagse jazzscene kunnen volgen. Ben van den Dungen, Jarmo Hoogendijk, Peter Beets, Juraj Stanik, Robert Rook, Simon Rigter, noem maar op. Voor het grote geld moest je er als jazzmu-

thans voor mij, was de naam Theater Ludens die ik in de agenda tegenkwam. Het is de nieuwe naam voor het Voorburgse Theater de Tobbe na de gedwongen fusie met Theater Camuz in Leidschendam. De Tobbe was in het verleden – door het werk van programmeur Paul Beyerling – een belangrijke speler op jazzgebied in deze regio. Ik had de Tobbe wat de jazz betreft al afgeschreven, maar zie, als Ludens staat er opeens weer jazz-van-kaliber op het programma. Tijdens de opening op zondag 22 september speelt drummer Eric Ineke met zijn JazzXpress (17.45) en op donderdag 26 zit pianist Michiel Borstlap er achter de vleugel. Of de jazz er blijft? Ervaring leert: Niet te vroeg juichen. Bert Jansma


15

cultuur<

Vrijdag 20 september 2013 > Den Haag Centraal

‘Who’s afraid of Virginia Woolf?’ door Dood Paard

‘Een spelletjesavond’ onder professoren In 2012 was het vijftig jaar geleden dat het legendarische ‘Who’s afraid of Virginia Woolf?’ op Broadway in première ging. Het werd nadien verfilmd, onder anderen met Richard Burton en Elizabeth Taylor. Door Eric Korsten

Stacey Steers: still uit ‘Night Hunter’. >Foto: PR

Spoken en moordenaars aan het Groenewegje In galerie West aan het Groenewegje is werk van drie kunstenaars te zien, samengebracht door Reynold Reynolds, de maker van de grote installatie ‘The Lost’ in de Elektriciteitsfabriek. Het is meer dan annex. De tentoonstelling heeft zijn eigen sfeer: spookachtig. Door Egbert van Faassen

De Amerikaanse kunstenares Stacey Steers (1954) gebruikt de beeldtaal van negentiende-eeuwse gravures in combinatie met spaarzaam ingezette filmbeelden. Soms wordt een voorwerp of een gezicht licht ingekleurd. Dat de scènes zich in het verleden afspeelden, blijkt uit de beeldtaal – kriebelige lijntjes in zwart-wit, maar ook uit wat getoond wordt: een olielamp, een meisje dat kleding verstelt of borduurt. Het is alsof een oud sprookjesboek tot leven komt. Haar werk is arbeidsintensief, eerder tekenfilm dan video. Dat draagt er toe bij dat het lijkt alsof je een spannend boek wordt ingezogen. Beelden van vergankelijkheid zijn er volop, een vlieg op een stuk fruit, een mot die rond een kaars fladdert of een worm in de snavel van een kraai. De vorm schept echter enige afstand. Het is niet zo dat de haren je te berge rijzen of dat al dat griezeligs dwingt de blik af te wenden. Het is meer iets om je aan te vergapen, zo knap is het gemaakt. Die enge dingen? Ach, die haal je je maar in je hoofd, lijkt de zwerm fladderende vleermuizen in één van de scènes aan te geven. Maar ze vliegen wel recht op je af. Steers is de enige exposant die ook iets tastbaars heeft bijgedragen. Een heel nauwkeurige maquette van een spookhuis, gemaakt van zwart geblakerd hout en neergezet in een nest van takken, die door het vuur aangetast lijken. Een verlaten poppenhuis eigenlijk, want je kan naar binnen

kijken. Daar zie je dan een piepklein schermpje met opnieuw Steers’ bewegende gravures. Steers is fascinerend en subtiel. Video Die laatste kwalificatie is op het eerste gezicht minder van toepassing op een video van de Deense kunstenaar Bjørn Melhus (1966). In één van zijn video’s legt een stevig gebouwde kerel precies uit hoe een badkamermoord werd gepleegd. Nu is het hier schoongemaakt, legt hij uit, maar er was onbeschrijflijk veel bloed. En dat, terwijl hij een cirkelzaag in de hand heeft. Een verwijzing naar Amerikaanse ‘slasher’films, natuurlijk. Grappig is dat de tekst – in het Duits – een opname is van Alfred Hitchcock, die ooit zijn badkamermoord-film ‘Psycho’ in nagesynchroniseerde versie heeft aangeprezen. Melhus richt de camera verlekkerd op de détails van de door hem gebouwde set. We zien jachttrofeeën voorbij komen: zebrahuid als bekleding van een barkruk, geweien aan de wand en olifantsvoeten op de vloer. Ook hij verwijst naar een tijd die achter ons ligt, maar dichterbij dan die waarin de

Verontrustend zijn de bewoners. Het zijn geen zombies zoals in pulpfilms, maar gewone, burgerlijke mensen

sprookjesboeken met gravures verschenen. Burgerlijkheid De tijd wordt werkelijk een probleem in de groot geprojecteerde video van Melhus in de achterzaal van ‘West’. Ook hier weer veel aandacht voor het interieur waarin hij zijn personages zet. Hier van een burgerlijkheid die zich ergens tussen de jaren vijftig en onze eigen tijd uitstrekt. Onduidelijk blijft of we in een flat anno 1970 kijken of in een vrijstaand huis uit dezelfde tijd; van beide worden de gevels getoond. Maar dat maakt niet uit. De woningen zijn volgepropt met ‘bibelots’ (snuisterijen). Verontrustend zijn de bewoners. Het zijn geen zombies zoals in pulpfilms, maar gewone, burgerlijke mensen. Maar eigenlijk zijn ze er niet meer. Ze zijn er geweest. ‘Je lijkt zo ver van me af nadat je terug kwam’, klinkt het in één van de – nu Engelstalige – dialogen. ‘Maar ik kwam gewoon niet als dezelfde terug’, luidt het lijzig uitgesproken antwoord. Steeds opnieuw klinkt alleen het intro van ‘Out of time’ van de Rolling Stones. Alleen dat tikje van de drum, de bas en de xylofoon, niet de tekst. Waar het liedje gaat over een liefje dat de zanger niet meer hoeft, wordt het hier gebruikt om aan te geven dat de personages uit de tijd zijn gevallen. Die verwijzing is dan wel weer heel subtiel. En ècht griezelig. De video’s van de Oostenrijkse Marc Aschenbrenner (1971) spelen in het nu. We zien een verklede figuur zich een weg vinden in hedendaagse ruïnes. Overlevingsdekens, vuilniszakken en versleten tapijten vormen de grondstof voor de kostuums. Van de hedendaagse ruimte kon hij geen sprookje maken. ‘Haunted Home’ in West, Groenewegje 136, woensdag tot en met zaterdag 12 – 18 u tot en met 12 oktober.

In Edward Albee’s roemruchte, onnavolgbare toneelstuk toont de toneelschrijver hoe wreedheid en zelfbedrog mensen ervan weerhouden om persoonlijke relaties met elkaar aan te gaan. Geen lange monologen, maar verhitte, op de spits gedreven dialogen, een slagveld vol in uptempo uitgesproken, bijtende oneliners. Een spelletjesavond. Zo kun je Who’s afraid of Virginia Woolf? ook zien. Een nachtelijke escapade ‘onder professoren’ die uitmondt in een uitputtingsslag: George en Martha komen thuis van een drankorgie op de universiteit, waar haar vader de scepter zwaait en hij het vak geschiedenis doet. Martha heeft in haar kielzog en op verzoek van haar vader de onlangs aangestelde bioloog Nick en zijn poppetje Honey meegenomen, want Nick is de beoogde opvolger van haar vader op de universiteit. Onder professoren, zogezegd. Wat volgt is een moedwillige, rituele dans die bol staat van gesar en glasharde, tergzieke verwijten en insinuaties. Die komen tot een hoogtepunt op het moment dat George besluit om hun fictieve zoon die hij en Martha na aan het hart ligt teneinde hun huwelijk niet te laten derailleren, te doden. Maar niet voordat Martha en Nick overspel gepleegd hebben, George daarbij lijdzaam heeft toegezien, en de tere Honey het eigenlijke kind van de rekening is als speelbal in handen van nietsontziende bruten. Ze blaft, siddert, kijft, spint, vit, donderjaagt, fluistert, schreeuwt – en wat niet al. Actrice Manja Topper trekt haar duivelachtige kleurenpalet volledig open in Who’s afraid of Virginia Woolf? van toneelgroep Dood Paard. “De tekst prikkelt de fantasie”, meent de actrice. “Maar het is vooral een erg goed stuk, wat eng, en toch ook grappig en hilarisch. De wat ‘ouderwetsige’ vertaling van

Gerard Reve die wij spelen, leidt er toe dat we niet wegglijden in realisme. Dat gevaar ligt in dit stuk wel steeds op de loer”. De versie van Dood Paard is uitverkoren voor het Theaterfestival 2013, dat de beste stukken van het vorige seizoen bijeenbrengt. Maar deze versie dateert eigenlijk uit 1994. Huisgezelschap Topper: “Toen we vorig jaar werden uitgeroepen tot het huisgezelschap van het Amsterdamse theater Frascati, kregen we de zalen een week tot onze beschikking en besloten we dit stuk terug te halen. We brachten het oorspronkelijk uit in 1994, toen we vers van de toneelschool kwamen. Deze versie benadert de manier waarop we het toen brachten, al zijn niet alle rollen hetzelfde bezet. Bij het repeteren dachten we nog eventjes dat het stuk, deze versie, misschien gedateerd zou aandoen, maar de mise-en-scène is zo sterk, met de vier als pionnetjes tegenover elkaar, zo zonder opsmuk, dat die nog steeds prima werkt. Het is een feest om dit te spelen”. In de voorbije twintig jaar is de tijdgeest veranderd, is toneelgenre als kunstvorm veranderd, en is Manja zelf ook veranderd. “Indertijd was ik eigenlijk te jong voor deze rol. Nu kom ik aardig in de buurt. Ik ben moeder van een kind, en dat zorgt ervoor dat ik mezelf meer herken in Martha”. In Theater aan het Spui is begin oktober trouwens nog een versie van Who’s afraid of Virginia Woolf? te zien, met George van Houts en Raymonde de Kuyper. En over een half jaar, op dinsdag 8 en woensdag 9 april 2014, een versie met Maria Kraakman en Jacob Derwig. Een Albee-minifestival in de dop dus! Ga kijken, laat u verbazen en zoek de tweeduizend verschillen. Who’s afraid of Virginia Woolf? door Dood Paard is op vrijdag 20 september te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie: www.doodpaard.nl en www.theateraanhetspui.nl. Telefonisch reserveren: (070) 346 52 72.

Manja Topper: ‘Het is een feest om dit stuk te spelen’. >Foto: Sanne Peper


16>sport Hans

Veertien voor twee

‘Ik heb niets met cricket’ sprak hij, op de toon van een autoriteit die geen tegenspraak duldt. De andere man – beiden zijn gelouterde sportjournalisten – deed zijn best. Hij haalde er de legendarische overwinning van Nederland op het heilige veld van Lords bij, maar het mocht niet baten. Op haast nog onverzoenlijker toon sprak de toehoorder opnieuw: ‘Ik heb niets met cricket!’ De reden van het aangesneden onderwerp was het landskampioenschap van Quick. Een titel die de ‘Haantjes’ al 27 jaar niet meer hadden binnengehaald. Ik had een te goede bui om me aan deze misplaatste arrogantie te storen. Of je nou van de sport houdt of niet, een Haags landskampioenschap is altijd reden tot vreugde. Punt. Vind ik, als echte sportliefhebber. Waarschijnlijk zal de man die niets met cricket heeft dat met hoongelach wegwuiven. Je moet immers als sportjournalist je emoties wegduwen en bij voorkeur je pen dopen in gif. Ik weiger dat categorisch, omdat ik dit vak juist heb gekozen vanwege de mooie emotie die sport losmaakt. Daarbij past geen gif. Je mag kritisch zijn, dat dan weer wel natuurlijk. Een week na dit voorval belandde ik toevallig bij Quick. De ADO Vrouwen werkten daar hun competitiewedstrijd af. Een aantal mij bekende Quickers zat buiten. Uiteraard feliciteerde ik ze met hun kampioenschap. Herinneringen werden opgehaald. Hoe ze de eerste wedstrijd, uit bij VRA, op wonderbaarlijke wijze hadden gewonnen. Hoe ze een week later op een vette thuisnederlaag werden getrakteerd en de rekening een dag later met rente vereffenden. Dit was de geestdrift die bij een Haagse titel hoort. Na deze vreugde volgde nog wat haarscherpe analyses. Voor leken onbegrijpelijke zaken als century, overs en veertien voor twee passeerden. Het bracht mij terug naar de jaren negentig. Ik was door de krant gestuurd naar het terrein van Quick, omdat daar een cricketwedstrijd werd gespeeld tussen Nederland en India. Ik wist niets van deze sport. In het clubhuis sprak ik een mij onbekende man aan en vroeg of hij de regels kende. Na zijn bevestiging vroeg ik hem om een kwartiertje naast me te komen zitten en het spel uit te leggen. Hij stemde in en allengs ontvouwde zich voor mij de schoonheid van deze sport. Twee weken later zat ik met het water in mijn handen te kijken naar een televisie-uitzending van een wedstrijd tussen Zuid-Afrika en Australië. Sindsdien ben ik fan van deze sport. Ik wel! Hans Willink

Den Haag Centraal > Vrijdag 20 september 2013

Raymond Ceulemans stuwt Jorissen tot grote hoogten

‘Hier heerst een pure biljartsfeer’ Hoe vaak krijg je in je leven de kans een ‘Levende Legende’ aan het werk te zien? Precies. Dus als zo’n Levende Legende zondagmiddag 15 september zijn thuisdebuut voor het team van Biljart Café Jorissen maakt, zet je koers naar de Heelsumstraat om daar de beroemdste biljarter van de wereld te aanschouwen. Licht uit, spot aan voor een inmiddels 76-jarige grootmeester. Door Martin van Zaanen

Je tuin aanharken. Je vakantiefoto’s inplakken. Bij je schoonfamilie op de koffie. Je teennagels bijknippen. Er zijn nogal wat dingen die je op een zondagmiddag kunt doen. Al gelden die niet voor zondagmiddagen waarop een wereldberoemde biljartgrootmeester je stad aandoet met als voornemen daar de ene na de andere sierlijke carambole uit zijn mouw te komen schudden. Er zijn cafés waar je vanaf de buitenkant op de ruit subtiel het logo van de biljartbond ziet. Of een bescheiden illustratie van twee keu’s en drie ballen. Bij Biljartcafé Henk en Catry Jorissen in de Heelsumstraat, die in de wijk Rustenburg-Oostbroek de Loosduinseweg met de Apeldoornselaan verbindt, wordt uit een ander vaatje getapt. Daar draagt de voorkant hemelsbreed en huizenhoog uit dat biljarten hier als serieuze kost wordt opgediend. Typisch voorbeeld van een café biljart als een klein stukje groen voor het eenzame hart. Inclusief dat tijdloze gevoel van ‘schuifje zegt klik, balletje tik, die ene ben jij en die ander ben ik’. In Biljartcafé Jorissen zie je mannen die hun jaar-in-jaar-uit door Heineken gesponsorde en danig over de riem hangende sportspoiler als een ware jachttrofee naar voren steken. Aan de bar houden ze zich vast aan hun glas en lijken er rechtstreeks uit een liedje van André Hazes plaats te hebben genomen. Al blijft de tongval Haagser dan het Hopje himself. Het feit dat biljarten in onze stad al jaren gestaag aan populariteit verliest en de groep beoefenaars stevig aan het vergrijzen is, trekken ze zich hier weinig van aan. Er zijn twee grote en vijf kleine wedstrijdtafels waarop zowel ’s middags als ’s avonds volop verenigingen met welluidende namen als TOGO, Raak Um en uiteraard het paradepaardje Jorissen 2000 actief zijn. De inrichting is er bruiner dan bruin. Met dikke Perzische kleedjes op houten tafels, witte kanten gordijntjes voor de ramen en op de achtergrond dag-in-dag-uit het zachte maar onmiskenbare geluid van proostend glas tegen glas, gemixt met de nergens anders mee te vergelijken klank van tegen elkaar ketsende biljartballen. Aan de muur hangen knipsels over de club en puilen prijzenkasten uit van de trofeeën. Maar goed, we komen hier niet voor het decor, maar juist het pronkstuk dat er op deze zondagmiddag 15 september met trots in wordt geplaatst. Dat dit pronkstuk die ochtend een kleine 150 kilometer vanuit zijn eigen etablissement ‘Mister 100’ op de Grote Markt in Lier, onder de rook van Antwerpen, was komen rijden,

Een bril met modieus montuur, het zilveren haar achterover, de grootmeester liep er patent bij. >Foto: Creative Images

was de inmiddels 76-jarige Raymond Ceulemans niet aan te zien. De beroemdste biljarter ter wereld leek door zijn succesvolle kilo-afvalrace van het afgelopen jaar zelfs een kleine verjongingskuur te hebben ondergaan. Een bril met modieus montuur, het zilveren haar achterover, de grootmeester liep er patent bij. En vergeet niet: met Ceulemans kwamen er wel even 35 wereldkampioenschappen, 46 Europese titels, 61 Belgische titels én het Ridderschap in de orde van de adel binnen gekuierd.

De kiem was gelegd, al ben je met het strooien van wat complimentjes natuurlijk nog niet door het plaatselijke team ingelijfd. Dat unieke feit werd in gang gezet toen Jorissen voor het eerst in haar bestaan Eredivisie ging spelen. Maar eindigde de ploeg vorig jaar dan niet tweede in Eerste Divisie? Jazeker, maar toen het de kans kreeg om de licentie van Eredivisionist Martens Cleaning uit Kapelle, dat het financieel niet meer kon bolwerken, over te nemen, greep de leiding die met beide handen aan.

Primeur In feite zou de bijnaam Mister 100 die hij na het veroveren van zijn honderdste titel kreeg, al lang moeten zijn bijgesteld. Deze Vlaamse Reus heeft er inmiddels meer dan 140 (een aantal dat nooit meer zal worden overtroffen) op zijn naam en het zou zo maar kunnen dat hij daar dit jaar de titel in de Nederlandse Eredivisie aan toevoegt. Ceulemans, ooit diamantslijper en talentvol spits bij de voetbalploeg uit zijn dorp, begon al op zijn zevende in het café van zijn vader met de biljartsport. Op 19 februari 1961 veroverde hij, destijds 23 jaar, zijn eerste Belgische titel in het driebanden. De drie daaropvolgende decennia ging hij door met de zeges in een nauwelijks bij te houden tempo aan elkaar te rijgen. Uniek: hij is de enige biljarter die ooit tot Sportman van het Jaar werd verkozen. En net als Johan Cruijff bij het voetbal heeft Ceulemans zijn eigen materiaalmerk. Hoe belandde zo’n monument in deze stad, bij deze biljartclub? Nou, dat ging zo. Een aantal jaren terug speelde Ceulemans, die samen met zijn zonen Kurt en Koen en kleinzoon Bart ook op het hoogste Belgische niveau uitkomt, een bekerwedstrijd in Café Henk & Catry Jorissen, keek eens om zich heen en zei: “Dit is zoals het hoort, hier heerst een pure biljartsfeer”.

Bovenaan Vervolgens maakten enkele tientallen mensen – stamgasten met hart voor de zaak, Ceulemans fans – de inlijving van de publiekstrekker door hun kroeg financieel mogelijk. Prachtig voor het prestige. Al zou gedurende dit seizoen best eens kunnen blijken dat de komst van Brabander Jean ‘The Iceman’ van Erp in speltechnisch opzicht van groter belang is. Hoe het ook zij, alleen al de aanwezigheid van Ceulemans bleek het team zondag tot grote hoogten op te stuwen. Dat het buiten waaide en regende, maakte het binnen extra knus. Daar was het warm en druk, zat je nergens naast een lege kruk en werd tegen Aardexpress uit Oss de maximale score van 8-0 behaald. Wanneer je als Haags biljartcafé op het hoogste niveau debuteert, houdt dat blijkbaar niet in dat je na twee speelrondes niet bovenaan de Eredivisie kan staan (weliswaar gedeeld met regerend kampioen Dallinga-Frans Bevers, maar toch). Vreugde alom dus, daar in de Heelsumstraat. Maar geen verrassing. Want er waren genoeg voortekenen geweest. Met als belangrijkste dat vorige week het eerste duel, ‘uit’ tegen A1 Biljarts uit Apeldoorn, al met 2-6 was gewonnen. Ervan genieten zo lang het duurt, luidde dan ook het motto. “Fotootje maken van teletekstpagina 619,” klonk na afloop meerdere ma-

len het advies van het opgetogen publiek. Forceren Vanaf het moment dat de Grijze Eminentie uit Vlaanderen zelf zijn eerste stoot plaatste, waren de verwachtingen hooggespannen. Maar de veelvoudig wereldkampioen had moeite met tegenstander René Wijnen en kon hem maar met een miniem verschil (50-49) in 45 beurten verslaan. Veruit de beste prestatie in Haagse dienst werd geleverd door de 39-jarige Van Erp. Onaantastbaar was die. Gedurende de 27 beurten waarin hij tegenstander Arie Weijenburg (tweevoudig nationaal kampioen) van de tafel veegde, was de spanning alleen ver te zoeken. Dan was de partij van Jeffrey Jorissen (29) aanzienlijk boeiender. Dat was een heus gevecht. Jorissen moest alles uit de kast halen om Marti Hermse in 56 beurten met 45-37 te verslaan. “Het lijkt erop dat ik me voor het thuispubliek te veel wilde forceren,” gaf hij na afloop als mogelijke verklaring. Ondertussen bleef het intrigerend om te zien dat mensen die door zo veel anderen worden bewonderd, zelf de kunst van het bewonderen vaak in nog hogere mate beheersen. Zo bleek maar weer bij de partij van Herman van Daalen (46). De aanstekelijk enthousiaste Leidenaar versloeg Bert Pijnenburg met 45-30 in 45 beurten. Op een regenachtige zondagmiddag halverwege september in Biljart Café Jorissen in de Heelsumstraat zat Raymond Ceulemans er met zijn neus bovenop, keek aandachtig toe en zag dat het spel van zijn ploeggenoot goed was. “Op de beslissende momenten liet Herman het iedere keer weer zien. Vanwege zijn spectaculaire stijl zie ik hem graag biljarten”, sprak de Levende Legende zwierig. Zo is voor Herman van Daalen het weekend in Den Haag niet onopgemerkt gebleven. En daar was hij niet de enige in.


17

sport<

Vrijdag 20 september 2013 > Den Haag Centraal

Een badmintontopper in wording

Mark Caljouw (18) aan vooravond grote doorbraak Hij werd verkozen tot grootste talent van de Eredivisie. Volgens de Europese badmintonbond behoort hij tot de vier voornaamste jeugdige troeven van het continent in de herensingle. Het gaat Rijswijker Mark Caljouw duidelijk voor de wind. De speler van het Haagse DKC maakt grote stappen in zijn ontwikkeling en heeft zichzelf een ambitieus doel gesteld: “In 2020 wil ik op de Spelen staan”. Door Joey Gardien

Wie Caljouw spreekt, zou niet denken dat hij pas 18 jaar is. De badmintonner komt zelfverzekerd over. Hij is zich duidelijk bewust van zijn talent. Dit seizoen is voor hem het laatste jaar dat hij in het juniorencircuit mag meedraaien. De DKC’er wil de komende maanden de stap naar de senioren maken. Die overgang verloopt voor veel spelers moeizaam. Daarom ondersteunt Badminton Europe de acht grootste Europese talenten (vier in herensingle, vier in damessingle) in het ‘Future Stars’ traject. Daarin krijgen zij vergoedingen om seniorentoernooien te bekostigen. Caljouw is erg verguld met de uitverkiezing. “Je ziet vaak dat veel Nederlanders moeite hebben met de overstap van de jeugd naar de seniorencircuit. ‘Future Stars’ moet ervoor zorgen dat die stap wat gemakkelij-

ker wordt. Het is daarom essentieel veel toernooien te spelen om ervaring op te doen. Dankzij deze steun is dat voor mij mogelijk geworden”. Caljouw gaat dit seizoen toernooien spelen van het laagste Europese niveau, vergelijkbaar met de Challengers bij het tennis. Zijn doel is om een goede ranking op te bouwen en daarmee rechtstreeks te worden toegelaten tot toernooien. “En dan hoop ik aan het einde van het badmintonjaar bij de subtop te horen. Zo wil ik elk seizoen kleine stappen maken. Het uiteindelijke doel is om de Olympische Spelen van 2020 te halen”. Klimaat Ondanks zijn grootse plannen in het seniorencircuit, ligt de focus van Caljouw tot begin november elders. Een van zijn laatste kunststukjes bij de jeugd moeten de Wereld Jeugd Kampioenschappen (WJK) worden in de Thaise hoofdstad Bangkok. Deze worden van 23 oktober tot 3 november gehouden. Caljouw, huidig nummer elf van de wereld bij de junioren en zilveren medaillewinnaar bij de Europese Jeugd Kampioenschappen, wil er de kwartfinale halen. “Maar dat wordt niet eenvoudig”, weet de 18-jarige. “In Thailand heerst een grote luchtvochtigheid en dat merk je ook in de hal. Daar ben ik niet aan gewend. Daarom reis ik met de jeugdselectie al twee weken voor het WJK af naar Jakarta voor een trai-

ningsstage om vast vertrouwd te raken met het klimaat. Ik hoop dat ik word geplaatst op het WJK. Dan ontloop ik in de eerste rondes de ‘grote’ jongens en kunnen het weleens eens mooie weken worden”. Deelname aan het WJK heeft voor Caljouw één nadeel: hij mist veel wedstrijden van zijn club DKC. De Haagse ploeg verloor vorig seizoen de finale om de landstitel en probeert dit jaar weer die eindstrijd te bereiken. Caljouw is voor het team een belangrijke troef. “Het is jammer dat ik de nodige duels mis, maar we hebben een brede selectie. Michiel (Kruijt, red.) en Dennis (van Daalen de Jel, red.) zijn ook goede singelaars. Maar bij eventuele play-offs wil ik er wel weer staan”. De ontwikkeling van Caljouw gaat dermate hard dat hij weleens snel de Nederlandse competitie zou kunnen ontgroeien. Zo vertrokken de afgelopen jaren al veel spelers naar de Duitse Bundesliga vanwege het hogere niveau. Caljouw denkt daar voorlopig nog niet aan. “Ik ben nog niet uitgeleerd in de Eredivisie, wil eerst een ‘steady’ seizoen spelen. Zo was ik vorig jaar nog te wisselvallig. Daarnaast zit ik bij DKC prima op m’n plek. Het is vooral mooi om voor zulke fanatieke supporters te spelen. Dat ga ik waarschijnlijk nergens anders meemaken”.

Badmintonner Mark Caljouw behoort tot de acht grootste talenten van Europa - >Foto: Nicoline Heekelaar

De Vrede’s marathon gaat voor een groot deel over het strand zoals hier bij de Laan van Meerdervoort Loop >Foto: creative Images.

De marathon is weer terug in Den Haag

Lopen voor de vrede Den Haag begint zo langzamerhand de hoofdstad van rennend Nederland te worden. De Residentie heeft grote evenementen als de CPC Loop, de Royal Ten, de Laan van Meerdervoort Loop omarmd. Dit weekeinde komen daar nog twee grote loopevenementen bij. Zaterdag wordt Den Haag bevolkt door lopers die deelnemen aan de Vredesloop, georganiseerd in het kader van het honderdjarig bestaan van HAAG Atletiek en het Vredespaleis. Een dag later is de ‘Den Haag Vrede’s Marathon’ het affiche waarnaar wordt (uit) gekeken. Door Ronald Mooiman

Den Haag is de stad van vrede, maar ook de stad van de grote loopevenementen. De Vrede’s marathon van zondag is een wedstrijd waar de lange afstanden van 21, 42 en 68 kilometer voor de echte duursporter een uitdaging betekent. Het is inmiddels vijftien jaar geleden dat er een heuse marathon binnen de grenzen van Den Haag heeft plaatsgevonden. De Konmarathon werd toen gehouden naar aanleiding van de 750-jarige verjaardag van de stad Den Haag. “Eerst waren er de plannen voor de marathon, later is de naamskoppeling gekomen met Den Haag als stad van de vrede”, vertelt initiatiefnemer Dick van der Kleij, lid van The Hague Road Runners, op het marathonbureau aan de Raamweg. “We organiseren al enkele jaren de strandmarathon. Het leek me leuk om ook weer een marathon te organiseren die niet alleen over het strand liep. Ik overtuigde Marcel van Sparta en snel begonnen we plannen uit te werken. We hebben het idee neergelegd bij de gemeente en die waren ook enthousiast”. De drie grote atletiekverenigingen werden benaderd en zo werd de organisatie steeds groter en groter. “The Hague Road Runners werkte direct mee. Niet vreemd omdat ik er zelf bij zit. Sparta kwam er redelijk snel bij. HAAG wilde meer aandacht besteden aan het honderdjarig bestaan. Opvallend is wel dat er veel vrijwilligers van HAAG aan ons evenement meewerken. Dat is een goed teken voor de toekomst van deze marathon”. Met deze opmerking geeft Van der Kleij direct aan dat deze wedstrijd ieder jaar weer op de atletiekkalender moet gaan komen. “Dat is wel de bedoeling. We hebben veel geïnvesteerd en willen daar vaker plezier van hebben. En met ons veel andere lopers. Het moet een marathon worden die iedere herfst weer terugkomt vlak na Prinsjesdag. We zijn begonnen met een klein groepje vrijwilligers. Daar zijn er het afgelopen jaar steeds meer fanatiekelingen bij gekomen. Bij ons is er vooral de uitdaging van de lange afstanden. Snelle tijden zijn leuk, maar niet heel belangrijk. We hebben vooral veel aandacht voor de ‘feel and look’. Geen medailles als herinnering, maar een mooi Haags groen/geel t-shirt met de Haagse ooievaar van Marnix Rueb erop”.

De route van de wedstrijden over de 21, 42 en 68 kilometer gaat over het strand waarbij er door tunnels wordt gelopen om naar Mariahoeve te komen. “We lopen langs de clubs Hague Road Runners, Sparta Voorburg en Zuiderpark en HAAG Atletiek. De clubs die nu en in de toekomst deze wedstrijd nog meer vorm moeten geven. Het moet qua sfeer een leuke wedstrijd worden, maar we willen ook graag een perfecte organisatie neerzetten zodat lopers graag terug willen komen. We hebben deze week pas de definitieve vergunningen binnen gekregen. Natuurlijk hebben we wel wat mondelinge toezeggingen gekregen zodat we aan de slag konden. We verwachten veel lopers. De formule met de wedstrijden over lange afstanden is voor de lopers die een uitdaging zoeken prima. We hebben zoveel parken en natuur in Den Haag dat daar ook ruimte voor is. Volgend jaar willen we weer verder groeien. De grote hoeveelheden lopers kiezen vaak voor de kortere afstanden. En dit jaar kiezen ze natuurlijk voor de Druk weekeinde Het is een druk weekeinde voor de Haagse lopers. De Vrede’s marathon Den Haag wordt zondag gelopen. HAAG Atletiek organiseert het eenmalige hardloopevenement, de Vredesloop Den haag, dat een dag eerder wordt gelopen. De loop wordt georganiseerd naar aanleiding van het honderdjarig bestaan van HAAG Atletiek en het Vredespaleis. Behalve de twee jeugdlopen zij er ook prestatielopen over vijf en tien kilometer. De Vredesloop wordt georganiseerd door Mario Kadiks, de man die met zijn bedrijf ook de ABN AMRO CPC Loop in het voorjaar organiseert. De Vredesloop Den Haag is geïnspireerd door Peace One Day dat tot doel heeft om op 21 september de Internationale Dag van de Vrede vorm te geven.

Vredesloop die zaterdag door HAAG wordt georganiseerd. Volgend jaar willen wij ook de kortere afstanden bij onze wedstrijd trekken. De organisatie is een hele klus. Op een gegeven moment hebben we moeten kiezen: of kappen of professionaliseren. We hebben voor het laatste gekozen. De wens om weer een martahon in Den Haag te lopen was voor de organisatoren een te grote wens. Stoppen betekende de zekerheid dat we er spijt van zouden krijgen. Het is een goede leerschool. We zijn fors op kosten gejaagd doordat we vanuit de gemeente aan verschillende voorwaarden moesten voldoen. Het is niet anders. De gemeente zijn we desondanks wel dankbaar dat we ook de steun van hen hebben gekregen”. Voor meer informatie: www.denhaagmarathon.nl


18>opinie

Den Haag Centraal > Vrijdag 20 september 2013

Piratenschip op verkeerde plek gestrand op een speelwerktuig te spelen terwijl er van alles in de buurt is (zee en strand in dit geval) werd bijna wereldnieuws. Bladergroen zou zeker wijzen op die aanwezigheid van strand en zee. Een kind met schepje en emmertje loopt langs boulevard; zal het aan de arm van zijn moeder trekken om naar het verdiept aangelegde speelschip te gaan of zal het hard hollend het strand opgaan? Ik denk dat dit overdreven dure werktuig er meer is voor de show dan dat het een antwoord is op de behoefte aan speelruimte.

Door Hans Franse

Tijdens de werkzaamheden aan de boulevard werd het strand opgevrolijkt door een speelobject: een piratenschip, dat er uitzag alsof het op de Scheveningse kust was aangespoeld. Op zich een fraai speelobject, dat misschien net iets extra’s gaf aan het strand. De omwonenden van de keerlus van lijn 11 kregen (nadat het piratenschip op verschillende locaties was aangeboden en niet geaccepteerd) de kans om een fraai speelobject (het voornoemde piratenschip) in de keerlus van lijn 11 geplaatst te krijgen. Wie kan tegen een nieuwe inrichting van de keerlus zijn? Straks, wanneer lijn 11 tot Randstadrail zal worden gepromoveerd, wordt de keerlus de nieuwe entree van dit deel van Scheveningen. In die zin kan er uitsluitend positief over worden gedaan. Helaas ben ik het met deze inrichting niet eens. Of ik recht van spreken heb, weet ik niet, maar gedurende een groot aantal jaren was ik verbonden aan de Stichting Ruimte voor de Jeugd, die zich bezig hield met studie, voorlichting, ontwikkeling en advies op het gebied van recreatieve voorzieningen. Vanuit die ervaring, ook weergegeven in vele artikelen en een aantal publicaties, wil ik reageren op dit ongetwijfeld goed bedoelde plan. Het speelobject moet worden geplaatst in het midden van een klein, door de bewoners destijds, ontwikkeld duinlandschapje. Dat duinlandschap in de keerlus is iets om erg zuinig op te zijn. Het verwijst naar een Nederlandse zeewering. Het kan een schitterende entree voor de tot Randstadrail groeiende lijn 11 zijn. Bovendien sluit het duingebiedje mooi aan bij het helmgras dat de stenen uitstraling van de boulevard wat verzacht. Men kan zich afvragen, waarom ontwerpers dit natuurlijke landschap – in plaats van het op natuurlijke wijze te verbeteren – kapot maken door de implantatie van een speelobject. De implantatie is nogal nadrukkelijk: je kunt het niet over het hoofd zien. Het ontwerp behelst het graven van een kuil en het plaatsen van een eerder elders geplaatst schip met toebehoren, wat bankjes en nog meer verlichting. Aan de natuurlijke ontwikkeling van het terrein zelf wordt niets gedaan. Een verbetering van de beplanting zodanig dat deze vol en kleurig is, bloeit, vlinders aantrekt en het kinderen mogelijk maakt om informeel

Tot mijn verwondering zie ik dat er nog meer verlichting wordt aangelegd, weliswaar een lage verlichting, maar of die verlichting noodzakelijk is voor een speelplek voor kinderen, waag ik te betwijfelen. Heeft die verlichting soms te maken met de openbare orde? Wie vreest men dan? Dan is het piratenschip inderdaad een object, dat meer om decoratieve dan om functioneel-pedagogische overwegingen wordt neergezet en dat vanwege deze falsificatie van de functie tot een aantrekkelijk punt kan worden voor ‘randgroepen’. Een lage verlichting lost dat probleem niet op. Dat er ruimte komt om honden uit te laten komt is logisch: er zijn veel goed gevoede viervoeters, die alle op hun beurt dat voedsel op hun natuurlijke wijze uitscheiden.

> Foto: C&R

te spelen, zou het terrein veel mooier maken. Als er wilde bloemen geplukt kunnen worden, zou dat erg plezierig zijn. Wat iets anders is dan het plukken van 40 narcissen uit een openbaar park. Natuurlijk Kinderen spelen liever in een natuurlijk gebied en hebben niet zozeer behoefte aan ‘speeldingen’. Ze prefereren onbewust een omgeving waarin ze hun creativiteit kunnen botvieren, in feite zelf hun omgeving maken. Dat kinderen in inspraakprocedures (ik heb er vele meegemaakt) vaak kiezen voor speelobjecten heeft te maken met het speeltuinsyndroom en het door pret- en vakantieparken opgewekt idee van speelvoorwerpen. Spelen in de woonomgeving is echter niet een dagje uit, maar een natuurlijke behoefte. Nog steeds is een opgebroken straat de beste speelruimte die je je

kan voorstellen. Het ontwikkelen van de lichamelijkheid gebeurt op een natuurlijke manier. En dan is er een keerlus met alles om een mooi natuurlijk speelterrein te ontwikkelen, ga je dat vervolgens als ontwerper kapotmaken door er iets neer te zetten dat strijdig is met die natuurlijkheid. Met een verwijzing naar de grote pedagoog Ivan Illich: “Een speelobject is iets dat ontwikkeld wordt voor kinderen, die de kunst van het spelen verleerd zijn”. Mijn Belgische collega’s van de zusterorganisatie van de stichting Ruimte voor de Jeugd, de Nationale Dienst voor het Openluchtleven, spotten wel eens met de Nederlandse regelzucht: Nederlandse ambtenaren gaan op een duin staan en kijken wat er nog veranderd en geregeld kan worden. Vandaar, aldus de Belgen, dat Nederlandse ontwerpen altijd evenwijdig lopen met de rand van het papier.

Eén van de argumenten om een ‘speelplek’ te ontwikkelen is de aanwezigheid van kinderen. Ik vraag me af welke sociografische onderzoekingen er zijn gedaan naar de hoeveelheid kinderen die bij de keerlus en omliggende gebieden wonen: ik zie hoe de speelkooi gebruikt wordt, en zie daarin weinig kinderen van de ‘piratenschipleeftijd’, waarbij ik ruiterlijk toegeef dat mijn observaties net zulk natte vingerwerk zijn als het ontwerp in de keerlus. Wel zie ik een uitstekend gebruik door wat oudere, voetballende en basketbal spelende jongeren. Eén van de meest bekende promotoren van het kinderspel was professor drs. Wilhelmina Bladergroen. Haar adagium was: een kind heeft nodig water, zand, vuur en ruimte: niet toevallig verwijzend naar de vier elementen. Haar opmerking dat een normaal kind zich zou schamen om

Speelruimte In mijn werkzame jaren kreeg ik vaak opdracht van een gemeente om de buurt, de wijk, zelfs de gemeente ‘door te lichten’ op kwaliteit van de openbare ruimte met betrekking tot kinderspel. Men probeerde toen het kind nog tot een reële factor in de stedenbouw te maken: kinderen en spelen werden als belangrijk ervaren. Ik krijg nu het gevoel dat andere belangen spelen. Ik kan de tijd niet terugdraaien, maar kan alleen pleiten voor een aanpak van buurten en wijken direct in en om de woon- en leefplek. Waarom zoeken we niet een plek in Den Haag, waar geen zee en strand en een potentieel mooi natuurlijk speelterrein aanwezig zijn zodat de kinderen die daar wonen kunnen ‘genieten’ van dit piratenobject? En waarom wordt het duingebiedje niet gewoon opgeknapt, zonder piratenmonument? Dat schijnt niet te kunnen. Het is alles of niets. Je zou denken dat er kennelijk andere belangen spelen. Hans Franse woont afwisselend in Scheveningen en Italië.

uw mening

uw mening

Woningsplitsing Nassaubuurt

Weer een zomer naar de bosjes

Bij de behandeling van het bestemmingsplan Benoordenhout is uitdrukkelijk stilgestaan bij woningsplitsing in deze wijk. Het oude bestemmingsplan liet in principe geen woningsplitsing toe, één van de redenen waarom de Nassaubuurt de afgelopen decennia haar karakter van hoogwaardige woonbuurt met representatieve herenhuizen heeft kunnen behouden en waar nodig heeft kunnen herstellen. Verontrust door het beleid van wethouder Norder de afgelopen jaren om woningsplitsing in de stad weer ruimhartig toe te staan en zelfs te stimuleren, is door druk vanuit de raad bij het nieuwe bestemmingsplan Benoordenhout bepaald dat splitsing van herenhuizen in de wijk in beginsel niet plaats vindt.

De inkt van het nieuwe bestemmingsplan was echter nog niet droog, of er kwamen plannen voor splitsing van dit soort panden. Een vergunning is al verleend voor Wassenaarseweg 43 en er zijn splitsingsplannen voor Nassau Ouwerkerkstraat 1. Wij dringen er op aan op korte termijn een halt toe te roepen aan deze ontwikkeling. Een ontwikkeling die, wanneer ze doorzet, leidt tot karakterverlies van buurten als de Nassaubuurt. Woningsplitsing in het Benoordenhout is ook helemaal niet nodig om te voorzien in een behoefte aan meergezinswoningen. Ruim tweederde van de woningvoorraad bestaat al uit meergezinswoningen. Verder staat in onze wijk zo’n 200.000 m2 aan kantoorruimte

leeg of komt leeg te staan, plaats biedende aan 1.500 à 2.000 flats van 100 m2 en meer dan het dubbele aantal flats van 40 m2 (zoals gepland in Wassenaarseweg 43). Namens de Stichting Werkgroep Nassaubuurt, Enny Kleikamp

Den Haag Centraal verwelkomt ingezonden brieven van maximaal 200 woorden. De redactie behoudt zich het recht voor deze te redigeren. Vermeld altijd uw adres (en liefst ook uw telefoonnummer), ook wanneer u e-mailt.

Als grootvader van dienst bezoek ik met de kleinkinderen regelmatig de Paleistuin zowel als de speelplaats/ zandvlakte in de Scheveningse bosjes. Voor de jongste kinderen zijn de speeltoestellen in de Paleistuin veilige plekken om het klimmen en klauteren te leren. Oudere kinderen kunnen er heerlijk spelen. Nog ouderen doen aan Tai Chi of liggen op een mooie dag te luieren of te lezen op het gras. De speelplaats in de Scheveningse bosjes is meer ingericht voor oudere kinderen, zij die al kunnen klimmen en klauteren. Bovendien staat daar op warme dagen een ijsverkoper. Kortom, uitstekende voorzieningen, goed passend in de stad. Maar waarom, waarom lukt het ons gemeente-

bestuur nu toch niet om op deze plaatsen een behoorlijke toiletvoorziening te realiseren? Het gemeentebestuur verwacht kennelijk dat de bosjes als toilet gebruikt worden. Als buurtbewoner loop ik nog wel eens een ommetje door de paleistuin, mij daarbij verheugend in al die bezoekers die daar zo ontspannen zitten en liggen. Maar waar gaan die dan, als de nood hoog is, naar het toilet? Doen die het allemaal in de bosjes? Of lopen die met samengeknepen billen de eerste de beste kroeg binnen om daar met een verwrongen gezicht te vragen waar het toilet is? Dat is ook voor geen van de betrokkenen een aangename situatie. Valentijn van Koppenhagen


19

varia<

Vrijdag 20 september 2013 > Den Haag Centraal

Ten strijde tegen prostitutie

stadsgroen

‘Hoe kunnen we het over meisjes van plezier hebben?’

De X Factor

‘Prostitutie. De Waarheid achter de Wallen’ heet het nieuwe boek van journalist/schrijfster Renate van der Zee. Maandag wordt het ten doop gehouden bij een symposium over prostitutie in Nederland in de Oude Zaal van het Tweede Kamergebouw. “Hoe kunnen we het in hemelsnaam over meisjes van plezier hebben?” Door Coos Versteeg

Geregeld schuift Renate van der Zee aan bij praatprogramma’s als Pauw & Witteman. Eerst als auteur van ‘Eerwraak in Nederland’. Daarna met ‘Een meisje voor dag en nacht’ over incest binnen een Marokkaanse familie, vorig jaar nog met ‘Bitter avontuur’ over moderne slavernij in Nederland en nu dan over prostitutie. Wat het laatste boek onderscheidt van de vorige, is dat hier de aanklacht van de schrijfster zelf nadrukkelijk doorklinkt. ‘Prostitutie. De waarheid achter de Wallen’ is een pamflet. Renate van der Zee, freelance medewerker van onder meer NRC, Opzij, HP/De Tijd, de Volkskrant en Den Haag Centraal is activiste geworden. “Mijn boek over eerwraak heeft me destijds met een klap op de feiten gedrukt. Dat een meisje de keel wordt doorgesneden omdat ze met een buurjongen staat te praten. Maar dan kom je er achter dat in mijn eigen cultuur ook vreselijke dingen gebeuren. Mijn boek over moderne slavernij heeft me persoonlijk echt heel kwaad gemaakt. Maar dan krijg je het gekke: bij uitbuiting van Poolse vrouwen die in een champignonkwekerij werken of au pairs die als slavin worden behandeld, spreekt iedereen schande. Maar bij prostitutie willen we heel ruimdenkend zijn. Dan hebben we het over vrije keuze en makkelijk verdienen. Maar het is zelden vrije keuze. Het is een keuze uit armoede of onder druk van een pooier. Geweld, psychische druk, chantage, een heel geraffineerd spel vaak. En de ouderwetse pooiers zijn inmiddels complete bendes van Roemenen en Hongaren geworden. Het is heel naïef geweest om prostitutie dertien jaar geleden te legaliseren en tegelijk het pooierverbod af te schaffen. De prostitutiewereld is doordrenkt van criminaliteit en dat proberen we nu in de hand te houden met wat regeltjes”.

Renate van der Zee was via haar vorige boek al bekend geraakt met de prostitutiewereld, maar voor dit pamflet las ze talloze onderzoeken en deed ze maandenlang research. Ze verbleef eindeloos op de Wallen om te praten met vrouwen uit het vak. Een passage uit het boek: “Eigenlijk kan je lichaam dat werk niet aan. Er waren dagen waarop ik bijna twintig klanten had. In het begin, toen ik nog niet wist hoe ik klanten voor de gek moest houden, scheurde ik uit. Je lichaam gaat er niet alleen kapot aan, maar je geest ook. Je krijgt van alles over de vloer. Klanten die hebben gedronken of gesnoven. Mannen die in je kamer kotsen, wiens

Renate van der Zee. > Foto: Otto Snoek

zweet op je druppelt, mannen met vieze sokken, die uit hun mond stinken. Sommige klanten zijn gevaarlijk: ik heb meegemaakt dat een vent mij wilde aanvallen met een mes. Je kunt nooit ontspannen. Je moet altijd op je hoede zijn”. Bladzijde na bladzijde werpt Renate van der Zee de vragen en commentaren op waarmee zij voortdurend wordt geconfronteerd door liberale geesten die haar moralistisch noemen en het opnemen voor het vrije prostitutiebeleid in Nederland. Argumenten als eigen keuze, makkelijk verdienen, eeuwenoude traditie, veiligheid voor andere vrouwen en de economische functie van sekswerk vliegen haar om de oren. Haar tegenargumenten ontleent ze aan de praktijk. “Vrouwen worden kapot gemaakt om grof geld te

verdienen. Ik heb me vreselijk gestoord aan dat vrolijke beeld dat rond die twee Amsterdamse zussen uit de film ‘Ouwe Hoeren‘ wordt opgeroepen. Die twee doen heel komisch op tv. Een columnist schreef zelfs over het ‘gezellige rosse leven’. Maar als je dan ziet dat die ene vrouw door haar man achter het raam is geslagen, dat ze haar eigen kind niet heeft mogen opvoeden en dat haar zus het werk uit armoede is gaan doen. Dat ze nu in de zeventig zijn en nog steeds moeten pezen. Wat is daar dan gezellig aan? Het zijn treurige levens. Er zullen heus wel wat vrouwen zijn die er bewust voor kiezen, die niet door een pooier worden gedwongen, maar het overgrote deel van de prostitutiewereld is pure uitbuiting. Hoe kunnen we het in hemelsnaam over meisjes van plezier hebben?” Oplossing Renate van der Zee wil met haar pamflet en het mede door PvdA en Christen Unie geïnitieerde symposium de samenleving wakker schudden. Zij: “Een pasklare oplossing voor het vraagstuk heb ik ook niet. Maar de politiek moet iets gaan doen. De legalisering heeft verkeerd heeft uitgepakt. Het is met de beste bedoelingen begonnen, maar we kunnen niet volhouden dat dit beleid iets ten goede heeft gebracht. Ja, voor de pooiers en uitbaters van seksbedrijven. Maar niet voor de vrouwen”. De van journalist tot vrouwenactivist geworden Van der Zee realiseert zich dat veel vrouwen achter het raam niet blij met haar oproep zijn. “Zo’n Maria uit de Dominicaanse Republiek die peest om haar kind te kunnen laten studeren, zit niet op mijn pamflet te wachten. Maar zij kijkt naar de korte termijn. Ik vind dat onze samenleving de ogen niet mag sluiten. Prostitutie is niet leuk, is niet gezellig. Het is een wereld die van leugens aan elkaar hangt. De hoerenlopers liegen thuis tegen hun vrouw, de prostituee liegt tegen zichzelf dat ze ervoor kiest omdat ze het anders psychisch niet volhoudt, de pooier liegt dat ze binnenkort mag stoppen en dat ze dan gaan trouwen, de prostituee liegt tegen de klant dat ze het fijn met hem vindt. Alles, alles is gebaseerd op leugens”.

Den Haag heeft de leukste koffietentjes, de fraaiste hofjes, het meeste stadsgroen, de leukste winkelstraatjes en de best bewaarde geheimen. En wie de grootste, de lekkerste, de oudste, de mooiste en de beste is, daar maken we jaarlijks graag een wedstrijdje van. Dit keer ging het over voortuinen. Een groep deskundigen, hierna te noemen: de jury, is op stap geweest om de mooiste voortuin van Den Haag te zoeken. Incognito, uiteraard. Zo’n jury wandelt en fietst wat af, in het almaar groeiend Den Haag. Speurend in alle stadsdelen,

Den Haag heeft de leukste koffietentjes, de fraaiste hofjes, het meeste stadsgroen, de leukste winkelstraatjes buurten en wijken zocht zij naar fraaie bomen, verzorgde perkjes en keurige hekjes; waarbij ze nogal eens het risico liep te struikelen over verroeste fietsen, blauwe, grijze en groene afvalcontainers, een verdwaald winkelwagentje, woest afgezaagde coniferen of treurende berken. Na de eerste ronde, die in het voorjaar plaatsvond, werden de tuinen in de zomer nogmaals bezocht. De verwachting om volop kleur en geur te vinden, was hoog gespannen. De jury wist een shortlist samen te stellen, waarop de tuinen met de echte X Factor kwamen te staan. Men lette daarbij op de algemene indruk, compositie, originaliteit, beplanting,

bloeirijkheid, de staat van onderhoud en de aanwezigheid van nestgelegenheid en vlindervriendelijke planten. U merkt, de voortuinkeuring is een serieuze zaak. En u, voortuinbezitter heeft geen enkele weet van dit hoge bezoek. U zit tegen elven rustig aan de koffie, met een boekje en een koekje. Vanuit een ooghoek lijkt u plots wat beweging te zien. Er ruist iets in het struikgewas! Weer die buurkat, denkt u, en met één handige beweging die routine verraadt, grijpt u de gereed staande emmer, opent de voordeur en gooit tien liter water over de geheime delegatie van Groei en Bloei. Natuurlijk zegt u sorry tegen de druipende jury onder uw Rododendron en biedt u de drijfnatte dames en heren rap een kop koffie aan. Het wordt zowaar nog gezellig ook. Snoei- en bloeitips vliegen over tafel. De jury blijkt echter na zelfs twee plakken eigengebakken cake onomkoopbaar, uw tuin valt buiten de prijzen. Want een wedstrijd van de mooiste voortuin, de tuin die uitblinkt in originaliteit, uitmuntend onderhoud en uitbundige bloeirijkheid, win je namelijk niet zomaar. Maar alstublieft, blijf toch vooral met plezier tuinieren en bedenk: het valt nooit mee om welke wedstrijd dan ook te winnen. Overigens, weet u wat ook erg moeilijk is? Haagse voortuinen jureren! Wendy Hendriksen De prijsuitreiking van de Groei en Bloei tuinkeuring vindt plaats op 25 september 2013 om 20.00 uur in de grote zaal van Duinhage.

Prostitutie. De waarheid achter de Wallen. Renate van der Zee. Uitgever World Editions. Prijs € 11,90. ISBN 978-94-6237-032-6

medisch

Second opinion

op dit pad begeven, dan is het eind zoek.

Net als ik leest u in de krant dat de gezondheidszorg te duur wordt. Er zijn meerdere redenen waarom dat allemaal is, maar een hele belangrijke is de vraag naar second opinions. Nu begrijp ik wel, dat als je van een dokter te horen hebt gekregen, dat deze niets meer voor je kan doen en dat je zo gezegd ‘uitbehandeld’ bent, dat je op zoek gaat naar andere opties. Of dat nu in het alternatieve circuit is of in de reguliere ‘super gespecialiseerde’ klinieken maakt voor mij niet zo veel verschil. Hoewel ik wel van mening ben, dat

Mevrouw X, eind 30, heeft klachten van haar maag en darmen. Na allerlei onderzoeken mijnerzijds heb ik haar verwezen naar een maag/ darm/leverarts hier in de stad. Niet de minste collega. Zij weet heel goed waar ze het over heeft, kijkt en onderzoekt iemand tot in detail en geeft dan haar oordeel. Zij vond na allerlei onderzoeken geen afwijkingen. Mevr X heeft wel adviezen van haar gekregen om met haar klachten om te gaan. Om voor mij onduidelijke redenen is zij nu door de arbo-arts naar een andere maag/ darm/leverarts gestuurd, die nu dezelfde onderzoeken gaat doen. De kosten zijn voor rekening van de gezondheidszorg, want de dokter gaat het niet zelf betalen. Zonder informatie in te winnen, start deze dokter het hele circus opnieuw.

verschillende niet-reguliere instellingen in binnen- en buitenland pretenderen een heleboel voor iemand te kunnen doen, maar het resultaat is vaak bedroevend. Misselijk hoeveel geld het dan heeft gekost. Kosten die meestal zelf betaald moeten worden. Wie er toezicht houdt op deze instellingen en de kwaliteit beoordeelt, weet ik niet. Echter, de afgelopen weken werd ik geconfronteerd met twee aanvragen van collega arbo-artsen. Ik was verbaasd. Als wij dokters ons ook al

Mijnheer Z, afkomstig uit Afganistan, heeft sinds een maand of acht last van zijn schouder. Na allerlei onderzoeken werd door de orthopeed vastgesteld dat er sprake was van een frozen shoulder, wat betekent dat hij zijn schouder niet of nauwelijks kan bewegen en ook veel pijn heeft. Hij heeft zijn armen nodig voor zijn werk als fietsenmaker. Hij werkt hard en altijd goed. Zijn baas is hem goed gezind. Het genezingsproces van een frozen shoulder is een lang traject. Met

Mevrouw X, eind 30, heeft klachten van haar maag en darmen

veel oefenen en begeleiding ben je gauw een jaar onderweg. Deze mijnheer oefent veel en werkt al weer een klein beetje. Zijn arbo-arts wil dat ik hem nu voor een second opinion stuur. Van de week heb ik een onaangenaam telefoongesprek met haar gevoerd. Als zij echt vindt, dat hij niet goed behandeld wordt dan moet zij dat met de specialist communiceren en niet met mij. Verder heeft de arbo-arts altijd nog de mogelijkheid om zelf expertise aan te vragen. De kosten zijn dan voor de arbodienst, maar indirect natuurlijk weer voor de gezondheidszorg. Laten we nu als dokters ernaar streven om alleen dat onderzoek en die behandeling te starten die echt nodig zijn. Emilie Bolsius Huisarts


20>varia

Den Haag Centraal > Vrijdag 20 september 2013

De boodschap van Máxima?

ergernissen Tips naar redactie@denhaagcentraal.net

Trottoirs

U

itgezonderd zondag zijn er elke ochtend verkeersopstoppingen op de Herengracht. Dat heeft niets met spitsuur te maken, maar dat ligt aan de leveranciers. Die komen hun spullen brengen bij de winkels en horecagelegenheden en zetten hun auto gewoon stil op de rijbaan. Ze kunnen ook niet anders, want er is geen parkeergelegenheid. Jaren terug heeft de Herengracht in het kader van de ‘upgrading’ trottoirs gekregen, zo breed dat een doorsnee schoolklas erop kan voetballen. Nu wordt er niet gevoetbald, want op de Herengracht wonen geen kinderen, daar zitten alleen bedrijven. Maar bij wijze van spreken dan. Die brede trottoirs geven een zekere allure, maar dienen verder eigenlijk geen ander doel dan te verhinde-

ren dat er kan worden geparkeerd. Daarom is-ie ook extra hoog. Een gewoon bestelbusje of vrachtauto van de brouwerij kan niet even half op de stoep staan, dat lukt je alleen met een Hummer. Er is niet één parkeerhaventje, waar de arme bezorger terecht kan. Dus neergooien die auto. Verkeer op weg naar de parkeergarage kan er nog omheen zo lang er geen tegenliggers zijn. Maar anders gaat het mis. En nog erger wordt het als ook aan de overzijde een bestelbus de motor afzet. De bedenkers van dit alles moeten zich schamen en hun werk over doen. Vanwege de CO2uitstoot kan er misschien voorlopig een bord komen, zoals bij bruggen: ‘Bij opstopping motor af’. Coos Versteeg

© Marnix Rueb

haagse harry

PLAATS

© Marcello's Art Factory

onder de haagse torens

Prinsjesdag is één van de favoriete modemomenten van ontwerper Michael Barnaart van Bergen. Elk jaar zit hij aan de buis gekluisterd om de outfits van koninklijk en politiek Den Haag aandachtig te bestuderen. Deze week deelt Barnaart van Bergen zijn modieuze kijk op de opening van het parlementaire jaar met Den Haag Centraal. Door Michael Barnaart van Bergen

Met haar keuze voor een goudkleurige jurk bewees koningin Máxima op Prinsjesdag eens te meer de tijdgeest feilloos aan te voelen. De rijke creatie van Jan Taminiau viel bij menig monarchist en republikein in de smaak. Ruitvormige decoraties van pailletten en glaskralen zijn een rechtstreekse verwijzing naar de Art Deco uit de roaring twenties, een tijdperk dat op dit moment een internationale revival beleeft op de catwalk en op het witte doek. De jaren twintig – vóór de beurskrach welteverstaan – symboliseren een positieve, creatieve en ideële tijd waarin de bomen tot in de hemel groeiden. Juist die jaren werden gekenmerkt door datgene waaraan nu behoefte is. Vanuit dit oogpunt liet Máxima met haar kledingkeuze misschien wel meer doorschemeren dan alleen een goed gevoel voor mode. Doordat tijdens Prinsjesdag alle ogen op de nieuwe koningin waren gericht, was de jurk bij uitstek geschikt om haar eigen boodschap te verkondigen. Zij het niet zo eenduidig als parlementariërs dat kunnen met ludieke protesthoedjes van koksmutsen, autobanden en straaljagers. Of de koningin met haar jurk daadwerkelijk een statement wilde maken, weten we niet. En als dat zo is, dan was de boodschap dus voor meerderlei uitleg vatbaar. Wat zou ze ons hebben willen vertellen? Dat betere tijden nu echt in aantocht zijn of dat we er vooral over moeten blijven dromen? Met een troonrede die niet al te optimistisch van toon was, ligt dat laatste nog het meest voor de hand. Over de bedoeling van de hoed kan daarentegen geen twijfel bestaan. Het hoofddeksel van ontwerpster Fabienne Delvigne

> Foto: Anneke Ruys

wekt de overduidelijke associatie met een kroon, zeker omdat koning Willem-Alexander er in jacquet helaas weinig koninklijk uitzag. Hoewel politiek wat omstreden, zou hem het ceremonieel uniform op Prinsjesdag niet misstaan. Bescheiden Hoe dan ook was de goudkleur van Máxima’s uitdossing wat voorbarig als er niet meer is dan ‘perspectief op herstel’. Om niet te zeggen: het is de goden verzoeken. Wat dat betreft kan Máxima beter een voorbeeld nemen aan haar schoonzus Laurentien. Zij koos namelijk bescheiden voor een outfit die ze eerder heeft gedragen. De donkerblauwe jurk van het Haagse modehuis Hardies was al eens te zien tijdens het inhuldigingsfeest van de nieuwe koning. Haar hoed met veer deed trouwens – toevallig of niet – erg denken aan de jaren twintig. Er waren meer dames op en rond het Binnenhof die in de jaren twin-

tig een bron van inspiratie vonden. Zo droeg VVD-kamerlid Helma Lodders een hoofddeksel dat naar verluidt is geïnspireerd op de hitfilm The Great Gatsby. De film, op basis van de gelijknamige literatuurklassieker van F. Scott Fitzgerald, snijdt thema’s aan als rijkdom en overdaad. Het is één van de films die de hang naar de jaren twintig zonder twijfel heeft aangewakkerd. Lodders heeft de trend opgepikt, maar is jammerlijk de mist ingegaan door het thema overdaad al te letterlijk te nemen. Het resultaat is te veel en zegt daardoor te weinig. Een partijgenote van Lodders, Anne-Wil Lucas, zinspeelde ook op de jaren twintig, maar dan wel van de 21ste eeuw. Zij liet zich voor de gelegenheid een hoedje aanmeten via de 3D-printer, het ambacht van de toekomst. De zwarte kunststof tooi is nog niet wat het zou moeten zijn, maar het begin van een nieuw creatief tijdperk is kennelijk in aantocht.

Ridderzaal Marcel Verreck bespreekt heden en verleden van een bijzondere Haagse plek.

D

aar zit je dan. De Troonrede die je wist dat zou komen. Er is hard geoefend, maar je weet dat ze klaar zitten: de jongens van Lucky TV en Koefnoen. Het geboefte op Twitter. Je kijkt de zaal nog eens rond. Dertiende eeuw. In die tijd van ongeëvenaarde omvang. En nu? Zo’n beetje als het Koninkrijk. Veel minder imposant, de wereld er omheen is groter geworden. En hoger. Vanaf een willekeurige duintop valt de Ridderzaal niet meer op tussen de nieuwe Haagse torens. Maar de zaak zit lekker vol,

alle wijze en onwijze mannen en vrouwen bij elkaar. Laat het plafond maar niet naar beneden komen. Dan is het land zijn politieke elite kwijt, voor zo’n ramp moet je iedereen behoeden. De dames zijn sowieso behoed en wel op extravagante wijze. Vandaag gebruiken ze hun hoofd eens op een goede manier, met een creativiteit die we niet van politici gewend zijn. Maar dat soort dingen mag je natuurlijk niet hardop zeggen. Je kijkt nog even naar de wandkleden en de eeuwenoude spanten. Dat dak zal er vandaag niet af gaan: je hebt de tekst van tevoren gelezen, daar wordt niemand vrolijk van. Bovendien is in deze tijd is elk

plafond onaanraakbaar. Nee, dan die troon. Je hebt al even mogen proefzitten. Gewoon thuis. Zat goed. Nu eerst die ellendetekst voorlezen. Zonder iPad helaas, dan had je lekker kunnen doorswipen. Hoeveel papiertjes zijn dit wel niet? Je moeder, die had er nog meer, met letters op leesbrilsterkte, vol echte bekkenbrekers. Soms had ze maar een zo’n onuitspreekbaar woord per blaadje. Je weet waar jouw bottleneckwoord zit: participatiesamenleving. Die geldt ook voor jou, je moet meedoen om de NV Nederland en de BV Oranje in de vaart te houden. En je weet: het blijft volksvermaak. Je onderdanen die zich ontroerd

vergapen aan je première. De honderdduizenden Twittercabaretiers. Je weet dat er in de Ridderzaal een camera hangt die de internetbezoeker naar believen 360 graden kan draaien. Dat past helemaal bij de politiek, zullen de grappenmakers gnuiven. Je weet dat het over bezuinigen zal gaan: kijk, de Koninklijke Familie is ook gekrompen. Haha. Tja. Eerst dat moeilijke begin over je moeder en je broer, dan volgt de rest vanzelf. De eeuwen kijken op je neer. Je bent er klaar voor.

Marcel Verreck

dhc_332  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you