Issuu on Google+

Vrijdag 12 juni 2009

xxxxxx

<1

Met uitneembaar programma en een plattegrond

> Foto: Eveline van Egdom


R a a d va n Z e s

HERENHUIZEN IN DEN H E V E I S U L C A AG 6 EX

6

Verkoo p

gestar t!

Raad van Zes

Wonen in de Nieuwe Schoolstraat, gelegen in de historische binnenstad van Den Haag, betekent genieten van architectuur, theater en cultuur, winkelen en een heerlijk diner. Hier worden zes ruime exclusieve stadsherenhuizen gerealiseerd, welke zijn gedetailleerd met de rijke historische accenten van de omliggende bebouwing. De ruime vertrekken, de royale verdiepingshoogte, de veelheid aan indelingsmogelijkheden en de bijna twintig meter diepe achtertuin geven de woningen nog meer cachet. De woningen zijn voorzien van twee privé parkeerplaatsen in de geïntegreerde parkeerkelder, waarmee voor het parkeren een unieke oplossing is gevonden. Koopsommen vanaf € 1.125.000,= v.o.n. Voor uitgebreide verkoopdocumentatie kunt u contact opnemen met de makelaar. Nelisse Makelaarsgroep Statenlaan 128 2582 GW Den Haag Telefoon: 070 - 350 14 00 E-mail: nieuwbouw@nelisse.nl

www.raadvanzes.nl


Vrijdag 26 juni 2009

Dag van de Architectuur

<3

Van Spui tot Koningstunnel Lange tijd hadden auto’s maar gewoon te wachten als de brug omhoog moest voor een boot. Het waterverkeer gaat verder terug in de geschiedenis dan ’t wegvervoer en mocht zich beroepen op de oudste rechten. Nu zijn het veelal vaste tijden waarop de binnenvaart even vrij baan krijgt. Vormen van verkeer veranderen voortdurend, maar zijn al eeuwen bepalend voor onze leefomgeving. Architectuur & Mobiliteit is dan ook het thema van de Dag van de Architectuur (27 en 28 juni), sinds 1986 jaarlijks georganiseerd door de Bond van Nederlandse Architecten. Door Coos Versteeg

De meeste belangrijke middeleeuwse steden zijn gesticht direct aan zee of aan een rivier. Logisch, de aanvoer van alle denkbare goederen en materialen verliep destijds over water stukken gemakkelijker dan over de weg. Reizen over stoffige zandwegen was een gevaarlijke en tijdrovende onderneming, waarbij men op zijn hoede moest zijn voor struikrovers en afgedankte huursoldaten. In de winter veranderden de wegen in modderpoelen, die zelfs het vervoer per paard en wagen lastig maakten. Het dorp Die Haghe ontstond niet aan zee of een rivier, maar aan de rand van een duinmeertje, de huidige Hofvijver, in de luwte van een jachtslot. De bewoners van enkele boerenhoeven in het gebied leverden diensten aan het grafelijk hof. Timmerlieden, metselaars en steenhouwers bleken nodig voor werkzaamheden aan de bouw van het kasteel. Steeds meer mensen kregen werk in de stallen, in de smidse en in de grafelijke keukens waar maaltijden voor grote feesten werden bereid. Telde het dorp in 1300 nog maar 1200 inwoners, in 1370 waren het er al zo’n 6000. In die tijd raakte het dorp ook minder geïsoleerd. Omstreeks 1345 werd vanaf het Spui een aansluiting op de Vliet gegraven. Hiermee kwam een belangrijke verbinding tot stand met Leiden, Delft en Rotterdam. Het waterverkeer zorgde niet alleen voor aanvoer van koren, wijn, bier, zout, hooi en turf, maar ook voor de ‘export’ van Scheveningse vis. Scheveningse vissers en visvervoerders betaalden mee aan het graafwerk. In de daaropvolgende decennia zou deze vaarweg ook een belangrijke rol gaan spelen in de opkomende lakenindustrie in het gebied bij Spui en Wagenstraat. Spuikwartier Geen wonder dat tijdens de Gouden Eeuw als uitbreiding van het Spuikwartier de ene na de andere haven werd gegraven. Her en der ontstonden laad- en losplaatsen met kranen. Het Spuikwartier werd een drukke buurt met schipperskroegen, logementen, bordelen en markten. Als ergens de invloed van mobiliteit op de gebouwde omgeving zichtbaar werd, dan was het wel in het Spuikwartier: het handelscentrum van Den Haag. Straatnamen als Schedeldoekshaven, Ammunitiehaven, Nieuwe Haven en Kranestraat herinneren hier nog aan. Als onderdeel van de uitbreiding van het Spuikwartier werden in 1616 ook de Bierkade en de Dunne Bierkade gegraven. Veerdienst voor passagiers vertrokken vanaf 1630 onder meer vanaf de Amsterdamse Veerkade. Die Haghe maakte een periode van economische groei door. Gaandeweg ontstond een verstedelijking van het centrum. Gevelwanden werden hoger en strakker. Eenvoudige kooplieden wisten zich op te werken tot vermogende, invloedrijke inwoners die toe-

traden tot het stadsbestuur en fraaie huizen lieten bouwen. Zo ontstonden fraaie stadspaleizen aan het Buitenhof, Voorhout en de Vijverberg. Zo ontstond ook de Prinsegracht, die niet alleen de mooiste gracht van Europa moest worden maar tevens diende als aanvoerroute van groenten uit het Westland naar de Grote Markt – het marktplein dat was ontstaan door de sloop van het afgebrande Sint Elisabethklooster. Handel, vervoer en bebouwing, voortdurend grijpt het ineen. Want het waren ook de handel en transport die uiteindelijk maakten dat de Prinsegracht niet de chique woonbuurt werd die het stadsbestuur had beoogd. De huizen waren weliswaar fraai, maar het was er druk en lawaaierig met al die marktschippers die er hun schepen vol groenten en fruit afmeerden. Of zoals Jacob van der Does schreef: ‘Hier is het levendigh, hier krielen duysent luyden’. Met de komst van een Boterwaag en een Korenhuis werd het alleen nog maar erger. Pruiken Niet alleen de Hollandse tolerantie trok veel Portugese joden naar Den Haag. Nadat hun land door de katholieke Spanjaarden was veroverd, sloegen ze op de vlucht; rijke, aanzienlijke families en succesvolle zakenlieden. De ontwikkeling van Den Haag als welvarende handelsstad maakte dat sommigen zich hier vestigden in de rol van bankier en financier. Het paste allemaal goed in het beeld van een stad waar steeds meer winkels kwamen die niets meer met ambachtslieden en hun zelfgemaakte waar van doen hadden, maar waar luxe artikelen van elders zoals tabak, pijpen en snuif werden verkocht. Er kwamen modezaken die voorzagen in de behoefte aan hoeden en pruiken. Winkels in bijouterieën en galanterieën. Een periode waaraan in 1795 abrupt een einde kwam met de komst van de Fransen, toen de stadhouderlijke familie en een groot deel van de hofhouding op de vlucht sloeg en de winkeliers hun kapitaalkrachtige clientèle verloren. Maar als zetel van het nieuwe koninkrijk ging Den Haag na 1813 een nieuwe periode van bloei tegemoet. De regeringsstad en garnizoensstad kreeg met de aanwezigheid van regeringsfunctionarissen, hovelingen, ambassadeurs en ambtenaren mondaine aspiraties en nam snel in omvang toe. Er werden voor het eerst woonwijken buiten de historische grachtengordel gebouwd en Scheveningen ontwikkelde zich tot een internationale badplaats. In 1881 passeerden niet minder dan 30.842 schepen het havenkantoor aan het Zieken. Ieder jaar werd het drukker in de Haagse grachten. Op sommige plekken lagen ze wel drie rijen dik afgemeerd. Spoor Maar een nieuw tijdperk diende zich aan. Vanuit Leiden boorde zich de spoorweg naar Den Haag. Het ‘Hollands Spoor’ werd in 1843 geopend, uit veiligheidsoverwegingen op een flin-

Als ergens de invloed van mobiliteit op de gebouwde omgeving zichtbaar werd, dan was het wel in het Spuikwartier: het handelscentrum van Den Haag.

Detail van de plattegrond uit 1658 naar het anonieme origineel uit 1570. Duidelijk zichtbaar is het Spui dat toen diende als haven voor het binnenkomende scheepsverkeer.

ke afstand van de bebouwde kom. Het vormde het begin van nieuwe wegen, nieuwe bebouwing en bedrijvigheid. Langs de Stationsweg, die de verbinding het met centrum vormde, ontstond een compleet nieuwe woonwijk. Particuliere ondernemers stampten woningen uit de grond voor de snel groeiende stad. Een stad die steeds meer behoefte had aan van alles en nog wat. De Haagse grachten en binnenhavens waren niet berekend op de steeds groter wordende scheepstypen, die sinds de opkomst van de stoomvaart waren ontstaan. Steeds vaker werd vracht voor Den Haag in Delft overgeladen op zogenaamde ‘haagvaarders’, een kleiner type schip. Tegelijk groeide in Den Haag de weerstand tegen de stinkende grachten, vaak weinig meer dan open riolen die het kilmaat verpestten en de angst voor epidemieën aanwakkerden. Met het belangrijker worden van het wegverkeer verdwenen steeds meer grachten

uit het Haagse straatbeeld. De een na de ander werd gedempt. Fluwelen Burgwal, Herengracht, Lutherse Burgwal, Paviljoensgracht, Schedeldoekshaven en Ammunitiehaven maakten achter elkaar plek voor geplaveide straten. Het zou de voorbode zijn voor een nieuw stadsbeeld vol verkeer. Aanvankelijk waren dat handkarren, bespannen wagens en paardentrams, maar op den duur werden dat fietsers en gemotoriseerd verkeer. Opnieuw moest de stad, de architectuur worden aangepast. Bestaande routes werden keer op keer verbreed, geheel nieuwe verkeersaders sloegen bressen in eeuwenoude buurten. Totdat duidelijk werd dat het verkeer niet eindeloos kon groeien, dat er een eind kwam aan het incasseringsvermogen van de stad. Geplande dwarswegen eindigden na jarenlange planning op papier roemloos en liepen letterlijk dood op een middeleeuws hofje of een geliefde woonwijk, ingrepen als het Prins Ber-

nardviaduct werden weer (deels) ongedaan gemaakt. Of het autoverkeer ging onder de grond zoals bij de Koningstunnel. De tram heeft inmiddels als vorm van personenvervoer in de stad de prioriteit en boort zich onder titels als semi-metro, sneltram en Randstadrail een weg dwars door ministeries en onder het Spui door richting Prinsegracht. Op de plek waar ooit de binnenschepen aanmeerden, ligt nu een vrije trambaan. De stedelijke bebouwing zal zich ook in de toekomst blijven schikken naar de wijze waarop we onszelf en onze vracht willen vervoeren. Het oude systeem van grachten heeft zijn functie als waterweg verloren, maar krijgt nieuwe betekenis als sfeerbepalend element in het stadsbeeld. Parkeerplaatsen moeten hier en daar plaats gaan maken voor het terugbrengen van oorspronkelijke singels, al dan niet met een geautomatiseerde parkeergarage onder het spiegelende water.


Bouwfonds Ontwikkeling Dag van de Architectuur Zaterdag 27 juni 2009

Programma Villawijk Vroondaal Maak kennis met villawijk Vroondaal ndaal jdens van Bouwfonds Ontwikkeling tijdens de Dag van de Architectuur. U kunt de villawijk van 10.00 tot 16.00 uur op eigen gelegenheid bezichtigen. In de Vroonhof ligt voor u een beschrijving klaar die een toelichting geeft op de verschillende sferen en architectuurstijlen. Er wordt u tevens de mogelijkheid geboden een bijzondere woning van binnen te bekijken. Kijk voor de locatie van Vroondaal op www.vroondaal.nl Informatiepunt Vroonhof, Vroonhoevelaan 2, Den Haag

De Binckhorst Tijdens de Dag van de Architectuur zijn er ook activiteiten op de Binckhorst in Den Haag. Dit bedrijventerrein wordt getransformeerd naar een gemengd woon- en werkgebied.

Nieuwsgierig naar het totale woningaanbod van Bouwfonds Ontwikkeling? www.bouwfonds.nl/wonen of 015 - 276 04 00


Vrijdag 26 juni 2009

Dag van de Architectuur

Voedsel vormt de stad Klimaatverandering, energieschaarste en bevolkingsgroei dwingen ons na te denken over onze eerste levensbehoefte: voedsel. Stroom Den Haag, centrum voor kunst en architectuur, staat in een twee jaar durend programma ‘Foodprint - Voedsel voor de stad’ stil bij de invloed van voedsel op onze dagelijkse omgeving. De Engelse architecte Carolyn Steel vormde met haar boek ‘Hungry City’ één van de inspiratiebronnen. Door Wendy Hendriksen

“Als elfjarige tekende ik al talloze schriftjes helemaal vol met gebouwen, kleine en grote huisjes. Met straten en pleinen en vooral met parken en moestuintjes”, zegt Carolyn Steel. De auteur van het boek ‘Hungry City’ is tegenwoordig regelmatig in Den Haag. Ze reist sowieso veel en geeft bijna wekelijks lezingen. Steel beziet de stad vanuit het perspectief van voeding. Zij betoogt dat de omvang, de vorm en het functioneren van de stad zoals we die nu kennen, werd en wordt bepaald door ontwikkelingen in de productie, distributie en consumptie van voeding. In haar woorden: ‘food shapes the city’. Overvloedig aanbod van (goedkoop) voedsel in de stad lijkt vanzelfsprekend, maar Steel waarschuwt dat dit in de nabije toekomst wel eens zou kunnen veranderen. Het is daarom belangrijk, dat architecten en stadsplanners in hun ontwerp van steden ook aandacht besteden aan voedselvoorziening. Stroom Den Haag presenteert het mede op Steels boek gebaseerde programma Foodprint vanaf heden over een periode van twee jaar. Dit programma, ook wel ‘Voedsel voor de stad’ genoemd, gaat over de invloed van voedsel op onze cultuur, op onze inrichting van de stad en op het functioneren van een stad. En de invloed op de stad Den Haag in het bijzonder. Want, zoals op de site van Stroom staat: “Grotendeels aan het zicht van stadsbewoners onttrokken, zorgt een wereldwijd netwerk van producenten en supermarktketens als vanzelfsprekend voor ons dagelijks eten. Dat is op het eerste gezicht misschien prettig, maar er kleven ook nadelen aan. Dat de keuze wordt bepaald door een handvol distributeurs bijvoorbeeld, dat de producenten veelal onzichtbaar zijn, dat seizoenen kunstmatig omzeild worden, dat het vervoer een grote belasting is voor het klimaat, dat bevoorrading afhankelijk is van de beschikbare brandstof, dat er nauwelijks kennis is over hoe ons eten tot stand komt”. Carolyn Steel heeft sinds haar lagere schooltijd een fascinatie voor stedelijke structuren in haar eigen Londense omgeving. Een paar jaar later is ze afgestudeerd architect. Na het ontwerpen van diverse gebouwen voor The Central School of Speech and Drama en het ontwerpen van woningen dwalen haar ge-

Biologische markt op het pleintje voor de Tweede kamer in Den Haag. > Foto: Frank van Rossum/WFA

dachten af naar de tekeningetjes in de oude schriftjes. “Ik ben van jongs af aan erg geïnteresseerd geweest in de architectuur van gebouwen maar meer nog realiseerde ik me dat ik wilde weten hoe die gebouwen werken, hoe ze gebruikt worden. Ik ben altijd al gefascineerd geweest door de verborgen relaties die er zijn tussen zaken als binnen en buiten, tussen openbaar en privé en zelfs tussen boven en beneden”. Carolyn startte een onderzoek naar steden vanuit het perspectief van haar tweede passie: voeding. Ze begint met het in kaart brengen van de logistieke processen van productie, distributie en consumptie van voeding in een stad. “Mijn onderzoek bracht me naar Rome, waar ik een jaar lang de dagelijkse en historische gewoonten van een stadsdeel over de periode van de laatste tweeduizend jaar bestudeerde. Het duurde niet lang eer ik besefte dat mijn passie voor architectuur en mijn passie voor voeding twee kanten van dezelfde medaille zijn”. Zoals ze in haar boek

schrijft: ‘Food has always shaped our lives, and it always will’. Weggeraakt Haar fascinatie blijkt ook een geweldig uitgangspunt te zijn voor het samenbrengen van andere disciplines. De stedenbouwkundige, de bioloog, de agrariër, de architect, de parkbeheerder, de inwoners, de levensmiddelentechnoloog en de moestuinders discussiëren ieder vanuit hun eigen invalshoek mee. Uiteindelijk zal het onderzoek zeven jaren duren en resulteren in het boek ‘Hungry City’. Haar onderzoek raast door historie, geografie, economie en politiek en laat zien hoe een stad ‘eet’ en hoe een stad groeit als gevolg van de behoefte aan voedsel. “Door het wonen in een grote stad zijn we zover weggeraakt van de oorsprong van ons voedsel en van de kennis van wat we nu feitelijk op ons bord zien liggen, dat we ook de link tussen produceren en consumeren niet meer zien en ervaren. Het is noodzakelijk dat we opnieuw in contact komen met de ba-

sis. We moeten het thema voedsel gebruiken als een ontwerp-tool om onze wereld beter vorm te geven”. Door de logistieke voedselstroom

‘Food has always shaped our lives, and it always will’

Carolyn Steel.

<5

van stadsbewoners te volgen, blijkt dat je veel te weten kunt komen over de organisatie van een stad in zijn geheel. “De omvang en het functioneren van een stad wordt hoofdzakelijk bepaald door de productie, distributie en consumptie van voedsel”. Het maakt dat je conclusies kunt trekken over de organisatorische toekomst van steden en in dit geval van Den Haag. Carolyn Steel stelt voor om “onze afhankelijkheid van dit soort ingewikkelde distributiekanalen te verminderen en een ‘Sitopia’ te creëren (Sitos = voedsel, Topos = plek) waarin zelf voorzienende moestuinen en abattoirs opnieuw het straatbeeld bepalen”. De ideale door voedsel vormgegeven stad is echter zelfs in haar ogen een utopisch gegeven. Zolang het bewustzijn rond voedsel en voedselproductie maar gestimuleerd wordt, is er volgens haar al veel gewonnen. Stroom In het programma van Stroom wordt een hele reeks van activiteiten voor de stad geïnitieerd. Zo ontwikkelt architectenbureau Van Bergen Kolpa onder de titel ‘Landschappelijke Supermarkt’ een visualisatie van de consumptiemogelijkheden van producten uit stadsparken. Architect Winy Maas ontwerpt samen met The Why Factory (TU Delft) een varkensboerderij op het binnenstedelijk industrieterrein van de Binckhorst en Driessens & Verstappen volgt de groei van vijf tomatenplanten op diverse locaties. Nils Norman ontwerpt op zijn beurt een moestuin met info-paviljoen in het Zuiderpark en Atelier van Lieshout maakt een machine die ‘mensenvlees’ omzet in varkensvoer. Bovendien verschijnt in het najaar tijdens de Week van de Smaak de Haagse Foodprint Gids, die de foodprint van onze stad beschrijft: welke producten komen de stad in en wat gaat er uit, waar komen ze vandaan en waar gaan ze naar toe? En welke typische Haagse fenomenen, plekken, verhalen, personen en recepten gaan schuil achter deze producten? De droom van Carolyn Steel is om over de gehele wereld multidisciplinaire tafels te starten. Carolyn wil ervaren hoe de buitenruimte rond de door haar ontworpen woningen wordt gebruikt. Ze focust op het gebruik van tuinen, het telen van groenten en waar de voedselproducten vervolgens bewaard worden. In de keuken, denk je dan snel, maar dat kan evengoed in een koelkast in de garage zijn, of in de gangkast, zo blijkt uit haar inventarisaties. Carolyn onderzoekt ook het vervolg van de voedselketen: waar laat men in het algemeen het voedselafval? Denk hierbij aan de dichtgebonden grijze plastic zakken op smalle balkonnetjes en gaanderijen van flats, en hoe zit dat dan in een portiekwoning? Praten over voedsel en de stad, over productie en economie. En dat moet gebeuren voordat bepaald wordt hoe steden er in de toekomst uit zullen gaan zien. “In de basis zijn we door het wonen in een grote stad zover weggeraakt van de oorsprong van ons voedsel, zelfs over de kennis van wat we nu feitelijk op ons bord zien liggen, dat we ook de link tussen produceren en consumeren niet meer zien en ervaren. Het is noodzakelijk dat we opnieuw kennis maken met de basis”. Zie voor meer informatie: www.stroom.nl/ activiteiten en www.hungrycitybook.co.uk


Architectuur van het Rijk De Rijksgebouwendienst huisvest rijksdiensten, zelfstandige bestuursorganen en internationale organisaties. Wij beheren zeven miljoen vierkante meter bruto vloeroppervlak, verdeeld over circa 2.000 gebouwen in Nederland. Daaronder vallen, verspreid over het hele land, kantoorgebouwen, monumenten, paleizen, laboratoria, ruïnes, gevangenissen en (rijks)musea.

Voor onze klanten is de Rijksgebouwendienst zowel adviseur als projectmanager en beheerder. Wij adviseren en ondersteunen bij huur, bouw en ontwerp en verzorgen desgewenst ook het onderhoud van panden. Daarbij is het onze missie bij te dragen aan het succesvol functioneren van onze klanten door het bieden van efficiënte en effectieve huisvestingsoplossingen. En met het in stand houden van monumenten dragen we bij aan het behoud van ons cultureel erfgoed. Het Rijk heeft een voorbeeldfunctie als het zelf opdrachten voor nieuwbouw, verbouwing of renovatie geeft. De Rijksbouwmeester speelt daarbij een belangrijke rol. Zo bevordert en bewaakt zij de architectonische kwaliteit en de stedenbouwkundige inpassing van Rijksgebouwen en zij adviseert de regering gevraagd en ongevraagd over het architectuurbeleid, de Rijkshuisvesting, monumenten en beeldende kunst.

Dag van de Architectuur Architectonisch bijzondere gebouwen die voldoen aan alle functionele eisen van de gebruiker van het pand. Daarvoor staat de Rijksgebouwendienst. Op de Dag van de Architectuur zijn enkele van deze panden in Den Haag te bezichtigen, zoals het departement van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het pas gerenoveerde gebouw van het ministerie van Financiën. Nadere informatie over de Rijksgebouwendienst kunt u opvragen bij de Infofoon, via het gratis telefoonnummer 0800-8991103 of per e-mail: info.infofoon@minvrom.nl Of kijk voor meer informatie op www.rijksgebouwendienst.nl


Vrijdag 26 juni 2009

Dag van de Architectuur

<7

zaterdag 27 juni 2009 10.00 uur -16.00 uur aansluitend feestelijke afsluiting in Haagse Hogeschool

Kort programma 10.00 uur - 13.00 uur Mogelijkheid tot registratie voor de fietswedstrijd bij Stroom Den Haag 10.30 uur Officiële start Dwars door de stad - fietswedstrijd bij Stroom Den Haag, Hogewal 1-9 10.00 uur -16.00 uur Gebouwen en checkpoints geopend voor publiek 16.00 uur Feestelijke afsluiting in de Haagse Hogeschool, (Johanna Westerdijkplein 75) met bijdragen van wethouder Marnix Norder (Bouwen en Wonen) en architect Rein Jansma (Zwarts & Jansma) en een film over de Grote Marktstraat naar idee van Terry van der Heide met aansluitend een borrel Het Algemeen Informatie Punt van de Dag van de Architectuur bevindt zich in het Informatiecentrum Den Haag Nieuw Centraal aan de Rijnstraat. De ingang van het informatiecentrum is bij de taxistandplaats voor het Centaal Station. Naast de ingang staan drie grote gele vlaggen. Het informatiepunt is geopend van 10.00 – 16.00 uur. Kijk voor de meest recente informatie op: www.dvda-denhaag.nl.

3. DEN HAAG NIEUW CENTRAAL

1. MINISTERIE VAN FINANCIËN

Rondleiding 10.00-16.00 In de periode begin 2007 tot eind 2008 is het ministerie van Financiën aan het Korte Voorhout 7 in Den Haag ingrijpend gerenoveerd door Meijer en Van Schooten. Het gebouw van het ministerie van Financiën is één van de beste voorbeelden van de Brutalistische stijl in Nederland. Waar voorheen het originele gebouw zwaar, naar binnen gekeerd en onpersoonlijk was, heeft het gerenoveerde gebouw een eigentijdse en representatieve uitstraling. Van de zeven verdiepingen zijn er twee ondergronds, hier bevinden zich de parkeergarage, de sportvoorzieningen en het vergadercentrum. Op de begane grond en de vier bovengelegen verdiepingen bevinden zich de bibliotheek, het bedrijfsrestaurant, het serviceplein en de kantoren. Rondleidingen vanaf 10.15 elk half uur. Maximaal 15 personen per rondleiding. Legitimatie verplicht. Adres: Korte Voorhout 7.

2. MINISTERIE VAN VWS

Rondleiding 10.00-16.30 De departementsgebouwen van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn ontworpen door de Amerikaanse architect Michael Graves en de Nederlandse architect Sjoerd Soeters. Graves tekende voor het gebouw met de twee puntdaken, genaamd Castalia. Soeters is verantwoordelijk voor Helicon, de drie lagere gebouwen. Waar Michael Graves teruggrijpt op de architectuur van de Gouden Eeuw, heeft Sjoerd Soeters voor een Haagse verwijzing gekozen. De horizontale witte lijsten zijn een belangrijk element van de bouwstijl in vele Haagse wijken.

Gedurende openingstijden rondleidingen. Maximaal 10 personen per rondleiding. Legitimatie verplicht. Adres: Parnassusplein 5.

Bezichtiging en toelichting 10.00-16.00 Den Haag Centraal gaat in de komende jaren ingrijpend veranderen: een vernieuwd station en een nieuwe stationsomgeving, afgestemd op de eisen van de toekomst. Het project bestaat uit 6 deelprojecten waaronder de verbouwing openbaar vervoerterminal, bouw kantoren en woningen op Koningin Julianaplein met een ontwerp van Rem Koolhaas, ontwikkeling Anna van Buerenplein met o.a. een gebouw van Wiel Aretz, modernisering winkel- en dienstencentrum Babylon met een ontwerp van Meyer en van Schooten, overbouwing busplatform en Haags Startstation Erasmuslijn met ontwerp van Moshé Zwart. Maximaal 25 personen tegelijk bezichtigen. Adres: Koningin Julianaplein.

4. HOOFDKANTOOR ANWB

Rondleiding 10.00-16.00 Het in 1960 geopende kantoor is één van de mooiste wederopbouw panden van Den Haag en is in z’n ruimtelijke uitwerking, materiaalkeuze, detaillering en lichttoetreding uitgesproken monumentaal. Het bezoekerscentrum ‘De Rotonde’ lijkt in vormgeving geïnspireerd op een verkeersplein. In ‘De Rotonde’ staat de tentoonstelling ‘De grens over’ over de geschiedenis van het internationaal toerisme opgesteld. Daarnaast is in de kelderverdieping van de Rotonde tentoonstelling over de geschiedenis van de ANWB ingericht. Adres: Wassenaarseweg 220.

Hoofdkantoor ANWB

Het programma van Stroom Den Haag laat je zelf ervaren welke alternatieve manieren en ‘dwarse’ routes er zijn om de stad te doorkruisen. Op zeven bijzondere checkpoints vind je hier live en op film voorbeelden van: van de skateboarder en urban explorer tot de free runner en builderer. De ‘dwarse’ route van de fietskoerier maak je zelf door mee te doen met de Dwars door de stad - fietswedstrijd. Deze variant op de alley cat race (een informele fietskoerierswedstrijd) verbindt namelijk de opengestelde gebouwen, checkpoints met activiteiten en films en andere interessante plekken m.b.t. de geschiedenis van de Haagse mobiliteit. Tijd speelt geen rol: het gaat om het vinden van nieuwe routes door de stad door de op de kaart aangegeven locaties middels een zo kort mogelijke route met elkaar te verbinden. De drie kortste routes met de meeste locaties winnen een prijs.

OPENGESTELDE GEBOUWEN

Ministerie van Financiën

Wielerwedstrijd 1934, foto afkomstig uit Haags Gemeentearchief

Architectuur & Mobiliteit Het thema van de Dag van de Architectuur is architectuur en mobiliteit. In Den Haag zijn deze dag verschillende gebouwen te bezoeken die een relatie hebben met mobiliteit, zoals de Fokkerterminal, het ANWB-kantoor, Den Haag Nieuw Centraal en de RAC (Rijks Automobiel Centrale)panden. Daarnaast zijn ook gebouwen als de ministeries van Financiën, VROM en VWS geopend en zet villawijk Vroondaal de deuren open voor bezoekers. Vanuit Vroondaal kan tevens een helikoptervlucht (tegen betaling) over Den Haag gemaakt worden.

5. DE NEDERLANDEN 1845 (BERLAGE GEBOUW)

Rondleiding 10.00-16.00 Tussen 1921 en 1927 bouwde Berlage het tweede gebouw voor ‘De Nederlanden 1845’ in Den Haag. Het betonskelet is zichtbaar in de gevel, die bestaat uit baksteenvlakken en ramen. Het gebouw bevat weinig ornamenten,


8>

Vrijdag 26 juni 2009

A

Stroom Den Haag / Hogewal 1-9: Inschrijving en start Dwars door de stad / 10.00 - 13.00 Als fenomeen zijn fietskoeriers zo oud als de fiets zelf. De moderne fietskoerier die zich een weg baant door het drukke en chaotische stadsverkeer is echter in eerste instantie een naoorlogs en NoordAmerikaans fenomeen. Pas in de jaren tachtig van de vorige eeuw duiken ze weer in West-Europa op. Het werkterrein van de fietskoerier beperkt zich meestal tot de binnenstad en omliggende bedrijventerreinen. Fietskoeriers kunnen alleen succesvol opereren door de gereguleerde stedelijke werkelijkheid met een underground mentaliteit ‘te lijf te gaan’. Ingegeven door commercieel belang (en de uitdaging van snelheid) herinterpreteren ze iedere keer razendsnel het hun vertrouwde stedelijk decor om tot snelle alternatieve routes te komen (zelfs min of meer binnen de marges van de verkeersregels). Er bestaat niet zoiets als een typische koeriersfiets, maar de messengerbag is een uitrustingsstuk dat inmiddels stevig in de mainstream is verankerd. Kenmerkend is de mogelijkheid de tas over de schouder in een beweging naar voren te draaien, om de flap zonder de tas af te hoeven doen, open te kunnen maken. Alley Cat Race De (zoals bij iedere subcultuur) licht sektarische koerierswereld kent haar eigen officiële kampioenschappen. In 1993 wordt een eerste Cycle Messenger World Championship in Berlijn verreden en bij die gelegenheid komt ook het fenomeen alley cat race uit Noord-Amerika overwaaien. Er is geen typische alley cat race maar er zijn wel min of meer vaste kenmerken. De aanleiding en het thema kan van alles zijn maar de rode draad is het nabootsen van een koeriersrit door het ‘echte’ stadsverkeer. Daarom zijn de races bijvoorbeeld opgezet als een soort ‘vossenjacht’ langs checkpoints. De deelnemers zijn te herkennen aan zogenaamde spoke cards (kaarten die in de wielen worden gestoken) die dienen als startnummer en souvenir.

B

Bunker Commandopost 8711

C

Malieveld / Skateboarding – best trick contest D Skatepark / 12.00 - 15.30 Meer nog dan in het geval van de fietskoerier biedt de snelheid en de wendbaarheid van het skateboard de berijder de gelegenheid de stad te ontleden en, voor de duur van de rit, weer te assembleren. Banken, randen, rolstoelhellingbanen en leuningen krijgen daarbij (tijdelijk) een totaal andere betekenis. Skateboarders beoordelen de architectuur en inrichting van het urbane landschap als object, vlak, textuur en structuur. Net als builderers kiezen ze hun routes op basis van de verdeling van gebouwen en inrichting in losstaande fysieke elementen. Deze worden vervolgens aaneen geregen tot een nieuw maar tijdelijk geheel. Het skateboard floreert binnen de reservaten van de skateparks maar wordt elders zoveel mogelijk geweerd. De opgave bij de detaillering van het publieke domein lijkt erop gericht zowel zwervers als skateboarders (door onbegaanbare oppervakken) buiten te houden. Den Haag is één van de grootste skate-centra van de Benelux, met het Spuiplein als officieus en lang bevochten centrum van skate-scene in het ‘wild’. In verband met andere activiteiten op het plein deze dag, organiseert de Haagse Skate Unie (HSU) een best trick contest op Skatepark Malieveld. De HSU is in de zomer van 2000 opgericht met als doel een bijdrage te leveren aan de lokale skateboard-infrastructuur. HSU organiseert tal van wedstrijden en activiteiten en werkt aan de realisatie van een duurzaam indoor-skatepark in de Binckhorst. www.haagseskateunie.blogspot.com www.sbsc.nl

Fokkerterminal

Hubertusviaduct / Koninginnegracht: Buildering / 10.30 - 15.30 De term buildering is een samentrekking van building en bouldering, de Engelse woorden voor gebouw en korte sprint-beklimmingen zonder touw. Dus, buildering is het klimmen op gebouwen meestal zonder touw of toestemming. Het is ontstaan uit de zoektocht naar nieuwe uitdagingen voor klimmers die aangewezen zijn op een stedelijke omgeving. Buildering heeft een lange geschiedenis, maar de moderne variant kwam rond 1900 op in de Engelse universiteitssteden Cambridge en Oxford. Van daaruit verspreidde het zich, onder andere naar de Verenigde Staten. Een golf van showclimbs (liefst van landmarks) die ook in vroege Hollywood films opduiken is daarvan het resultaat. Inmiddels concentreert buildering zich in enge zin zich op veel kortere, en minder opvallende klimroutes. Deze routes worden bijvoorbeeld ter plekke met pijlen aangegeven of soms gepubliceerd op websites of in gidsen. In veel gevallen speelt de architectonische kwaliteit/waarde van het object en/of de curiositeitswaarde van de locatie ook een rol bij de selectie. Stichting BAZ! is voortgekomen uit de organisatie van de jaarlijkse wedstrijd Boulderen aan Zee! op het Scheveningse strand. In drie jaar groeide dit uit tot het grootste internationale klimevenement op kunstmatige wanden. In het laatste weekend van augustus komen ieder jaar de beste boulderers uit heel Europa naar Scheveningen om aan de wedstrijd deel te nemen. Op de Dag van de Architectuur wil BAZ! echter tonen dat Den Haag ook een geschiedenis heeft op het gebied van buildering. De klimmers zullen de wanden van het Hubertus-viaduct gebruiken om hun skills te trainen. http://baz.climbing.nl/

daklozen, maar bovenal de wet. Naast de (in)spanning van de verkenning zelf wordt de urban explorer op zijn of haar tocht beloond met een inzicht in de complexiteit en de historische gelaagdheid van de stad. Het officieuze begin van de Haagse Urbex is een illegale tocht door de tramtunnel van OMA in aanbouw. De ruim aanwezige bunkers van de Duitse Atlantikwall, waar de bunker aan de Badhuisweg deel van is, werden toen echter al jarenlang verkend. De Stichting Atlantikwallmuseum Scheveningen zet zich al sinds 2005 in voor een museum over het ‘Haagse’ deel van deze Duitse verdedigingslinie uit de Tweede Wereldoorlog en haar context. www.atlantikwallmuseum.nl/

Bunker Commandopost 8711/type 608 / tegenover Badhuisweg 119-133: Urban exploration (Urbex) / 10.30 - 15.30 Normaal ontoegankelijke delen van steden in de Verenigde Staten, Canada en Australië vormen al sinds de jaren tachtig het doel van illegale ontdekkingsreizen. Deze stadse wildernis bestaat uit riolen, tunnels, metrobuizen, bruggen, ruïnes, bunkers en bouwplaatsen, maar ook kelders van grote gebouwen als ziekenhuizen en hotels. De gevaren zijn legio: overstroming, giftige gassen en stoffen, agressieve junks en

E

Fiets & Stal / Buitenhof: fiets en stallen / 12.30 - 15.00 De Stadsridders en het Haags Milieucentrum verzorgen een brainstorm voor creatieven en een doorlopende discussie over het functioneren van Fiets & Stal en het parkeerbeleid van zowel de auto en de fiets in de stad. Bezoekers kunnen hun mening en ideeën geven en krijgen informatie over thema’s in relatie tot architectuur en mobiliteit. Stadsridders van Nieuwe Garde (netwerk organisatie voor jonge creatieven) organiseren verschillende activiteiten en nemen deel aan discussies. Inschrijven brainstorm: info@stadsridders.com. www.stadsridders.com. Haags Milieucentrum (HMC) is ontstaan als samenwerkingsverband van Haagse natuur- en milieuorganisaties. Het HMC geeft gevraagd en ongevraagd advies aan diverse instanties, op beleidsgebieden als energie, mobiliteit, duurzaam bouwen, stedelijke ontwikkeling en stadsnatuur. www.haagsmilieucentrum.nl. Met medewerking van Stichting Biesieklette , beheerder van Fiets & Stal.

G

Fokkerterminal / Binckhorstlaan 249 / Parkour & Free running: workshop door Team Unleashed / 12.00 uur en 14.00 uur De traceurs en traceuses, de deelnemers van de discipline die als Parkour bekend is geworden, geven in de jaren negentig in de Parijse voorsteden een nieuwe impuls aan de alternatieve interpretatie van het stedelijk landschap. Bij Parkour, gedefinieerd als l’art du déplacement, is het de kunst zo snel en efficiënt mogelijk een weg door een (stedelijk) landschap te vinden en daarbij alleen de mogelijkheden van het menselijk lichaam en de aanwezige objecten te gebruiken. Objecten en obstakels - daken, muren, niveauverschillen, barrières etc. worden geïnterpreteerd als uitdagingen en hulpmiddelen i.p.v. hindernissen. David Belle, die Parkour samen met een groep jeugdvrienden ontwikkelde, omschrijft de essentie van parkour als bewegen op de manier die het meeste terreinwinst oplevert - alsof je aan iets probeert te ontsnappen. Hij voert parkour via zijn vader Raymond, een beroemde en onderscheiden brandweerman, en de Franse soldaten in Vietnam terug op George Hébert, een Franse marine officier. Hébert’s Méthode Naturelle wordt begin twintigste eeuw van grote invloed op militaire training en lichamelijke opvoeding. De inmiddels zo goed als verdwenen civiele trimbanen in parken en duinen maar ook de recente adventure cources zijn nog schatplichtig aan Hébert’s ontwerpen voor trainingsmiddelen. Parkour kent verschillende samenwerkingsverbanden waarbinnen de traceurs van de eerste generatie vaak een rol spelen. Inmiddels duiken de traceurs en traceuses regelmatig op in (actie)films, documentaires en media. Het al even populaire free running, een vroege afsplitsing van parkour, legt meer nadruk legt op de vrijheid van beweging, esthetiek en acrobatiek. www.wmaker. net/parkour. Naast films over Parkour en free running geven de atleten van Team Unleashed deze dag twee workshops van een uur. Deelname is gratis, voorwaarde is dat je in goede conditie bent. Om verzekerd te zijn van een plek kun je je van te voren opgeven bij Fleur van Rijn (frijn@ stroom.nl). www.teamunleashed.nl. / Binckhorstlaan 36: H BINK36 Finish - Skateboarding - the movies / 10.30 - 16.00 Naast de wedstrijd op Skatepark Malieveld presenteren het Shoot Me Film Festival en de Haagse Skate Unie in PIP een programma van korte skateboardfilms en clips die de ontwikkeling van het skateboarden in de afgelopen 50 jaar laten zien. Tijdens de after-party in de Kwantum (de centrale locatie van Shoot Me) volgt de vertoning van de SOUR; een documentaire over een hechte groep skateboarders uit Israel en Jordanie. Na afloop is er een groot feest i.s.m. DJ collectief Kruipend naar Huis en optreden van Freddie en de Nobodies. www.shoot-me.nl, www.pipdenhaag.nl In BINK36 presenteert Stroom tevens de tentoonstelling Foodprint, die deze dag gratis te bezoeken is. Programma onder voorbehoud van wijzigingen. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

F

RAC-panden / 1e van der Kunstraat 282 - 284: Straight through town - By Car / 11.00 - 16.00 De Franse regisseur Claude Lelouch (o.a. Un Homme et Une Femme, 1996) wilde midden jaren zeventig graag een film over zijn geliefde Parijs maken maar vond een documentaire te saai. Als liefhebber van auto’s en snelheid koos hij daarom voor een razende en compromisloze autorit door de stad, gefilmd in één take. Op een zondagochtend in augustus reed hij in zijn Mercedes 450 SEL 6.4 in negen minuten en vijftig seconden van de Porte Dauphine grofweg via het Louvre naar de Sacré Coeur. Daarbij worden ettelijke rode stoplichten en andere verkeersaanwijzingen genegeerd. De camera is met behulp van een gyroscoop gestabiliseerd opgehangen aan de voorbumper van de auto. Een noodzakelijke omweg vanwege een uitladende vrachtauto in Rue Pigalle dwingt hem om nog harder te rijden om voor de film opraakt op het eindpunt aan te komen. Dat lukt. Het enige dat niet echt is aan C’etait une Rendez Vous (1976) is het motorgeluid dat waarschijnlijk van Lelouch’s Ferrari 275 GTB afkomstig is. De film krijgt cultstatus en brengt Lelouch kort in problemen met de autoriteiten. In interviews laat hij weten dat het besef van het gevaar en van de domheid van de actie al in de screeningroom tot hem door was gedrongen.

BINK36

Checkpoints

Hubertusviaduct

Dag van de Architectuur


Vrijdag 26 juni 2009

<9

Ministerie van VWS

Dag van de Architectuur

Gedurende openingstijden elk half uur een rondleiding. Maximaal 25 personen per rondleiding. Adres: hoek Groenhovenstraat en Raamweg.

6. HUBERTUSTUNNEL

Rondleiding 10.00 – 16.00 De Hubertustunnel is een voorbeeld van de combinatie mobiliteit en architectuur. Beide tunnelmonden zijn optimaal ingepast in het landschap. Dit is vooral duidelijk zichtbaar aan de zijde van het Hubertusviaduct, waar de tunnel in het Hubertusduin is opgenomen. De architect van de Hubertustunnel, Feite Broersma, vertelt over zijn ontwerp en hoe rekening is gehouden met zowel de stedelijke omgeving als het groen. De rondleiding start voor de Vrije School, Waalsdorperweg 12 en voert door het Hubertuspark naar de rand van de tunnelbak. Van daaruit is er zicht op de ingang van de tunnel en de directe stedelijke omgeving.

Rondleiding 13.00-16.00 De Remise is een Rijksmonument gebouwd in 1906 in de stijl van Berlage. Het monument is in 2008 gerestaureerd. Het gebouw bestaat uit drie hallen, een museum en een restaurant. In het museum is een compleet beeld gegeven van het vervoer in de Haagse regio van 1904 tot nu. Er worden 40 monumentale trams en bussen tentoongesteld en in vier zalen worden fotomateriaal en beeldvoorwerpen geëxposeerd. Vanaf 13.00 worden er onbeperkt rondleidingen gegeven. Adres: Parallelweg 224.

9. REGARDZ THE GLOBE

Bezichtiging 10.00-16.00 Vroeger was deze locatie een expeditieknooppunt voor het sorteren van post.Vergaderen, een (ijs)wand beklimmen, winkelen, duiken, het is allemaal mogeijk bij Regardz Meeting Center The Globe. Maximaal met 30 personen tegelijk te bezichtigen. Adres: Waldorpstraat 11-13.

10.ROC MONDRIAAN

Rondleiding 11.00-16.00 ROC Mondriaan is met dit gebouw winnaar vawn de Haagse Nieuwe Stadprijs 2008. Volgens de jury levert het gebouw een bijzondere bijdrage aan de vernieuwing en levendigheid van het Haagse Laakhaven. In het gebouw biedt Mondriaan middelbaar beroepsonderwijs op het gebied van Mode, Uiterlijke

Strijkijzer

Rondleidingen van 10.00-11.00 uur, 11.30-12.30 uur, 13.00-14.00 uur, 14.30-15.30 uur. Maximaal 15 personen per rondleiding.

8. TRAMREMISE

ROC Mondriaan

maar is toch niet saai dankzij de vele variaties. Op de hoek van het gebouw is een grote klok te zien In de oorlog werd het kantoorgebouw gedeeltelijk gesloopt, maar tussen 1952 en 1954 is het weer hersteld in de oorspronkelijke stijl. Daarnaast werd er in 1954 door de architect C. Kranenburg een tweede verdieping aan het gebouw toegevoegd. Met deze mogelijkheid was bij de bouw in de jaren ‘20 al rekening gehouden.

Checkpoints A. B. C. D. E. F. G. H.

Stroom Den Haag Hubertusviaduct Bunker Commandopost Skatepark Malieveld Fiets & Stal RAC-panden Fokkerterminal BINK36

OPENGESTELDE GEBOUWEN 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16.

Ministerie van Financiën Ministerie van VWS Den Haag Nieuw Centraal Hoofdkantoor ANWB De Nederlanden 1845 (Berlage gebouw) Hubertustunnel Strijkijzer Tramremise Regardz The Globe ROC Mondriaan RAC-panden BINK36 Fokker terminal Caballero Fabriek Nieuw Spoorwijk Vroondaal

7. STRIJKIJZER

Bezichtiging 10.00-14.00 Het Strijkijzer is de grootste woontoren van Den Haag, gebouwd op de kleinste kavel van Den Haag. Architect Paul Bontenbal van AAArchitecten liet zich bij zijn ontwerp inspireren door het Flatiron Building in New York. Het Strijkijzer telt 351 huurwoningen, waarvan 51 luxe appartementen. Uitzonderlijk is dat het Strijkijzer plek biedt aan 300 zeer gewilde jongerenwoningen in de sociale huursector. De onderste verdiepingen zijn bedoeld voor een Grand Café, een wasserette en volledige gefaciliteerde bedrijfsruimtes. Op de bovenste verdieping komt een panoramaterras met luxe restaurant en vergadercentrum – te bereiken met een glazen panoramalift. Tijdens de Dag van de Architectuur zijn de bovenste etages open voor publiek. Adres: Rijswijkseplein.

verzorging, Handel, Veiligheid en Zorg en Welzijn. In professionele leerbedrijven op de begane grond leren en oefenen de studenten hun ondernemerschap. Een lunchroom, een sociaal restaurant, een fitnesscentrum, een interieuradviesbureau, een stoffenwinkel, een giftshop en copyshop, een kapsalon en een Wellness Centre worden gerund door studenten. Gedurende openingstijden elk half uur van 11.30u tot 15.30u. Maximaal 25 personen per rondleiding. Adres: Leeghwaterplein 72

11.RAC-PANDEN

Rondleiding 11.00-16.00 De RAC-panden worden het culturele centrum van het gebied LaakhavenWest, dat helemaal opnieuw ingericht wordt met een robuust en industrieel karakter. Het gebouw bestaat uit twee aan elkaar gekoppelde hallen en een bijgebouw. De hallen worden geschikt


Vrijdag 26 juni 2009

Dag van de Architectuur

De Nederlanden 1845

gemaakt voor het organiseren van zowel culturele als commerciële evenementen. Gezien de locatie en het feit dat alles er nog moet ontstaan, richt de herontwikkeling van het werkgebouw zich op bedrijven in de creatieve sector. Gedurende openingstijden elk half uur van 11.15u tot 15.15u. Maximaal 30 personen per rondleiding. Adres: 1e van der Kunststraat 282 – 284.

12.BINK36

Bezichtiging 10.00-16.00 Vestia Den Haag Zuid-Oost ontwikkelt deze authentieke locatie tot een plek in de stad waar creatie, educatie en ondernemerschap elkaar versterken. Een plek voor kunst en cultuurmakers, (startende) creatieve en innovatieve ondernemers, studenten en scholieren. De locatie bestaat uit drie panden. Allereerst de Centrale, het gebouw van rode baksteen, gebouwd in 1920. Dit gebouw is de blikvanger bij het ‘betreden’ van de Binckhorst. Het tweede gebouw, het Magazijn, bestaat uit 5 verdiepingen en heeft een functionele uitstraling. Het is gebouwd in 1930. Het derde pand is Hangar36, dat in een driehoek is gebouwd. Het staat letterlijk tussen de treinsporen. Dit gebouw is omgetoverd tot een designcentre. Als laatst een klein apart gebouw genaamd ‘de Kazerne’ waar Place in Progress (PIP) haar ‘urban culture’ laat zien. Adres: Binckhorstlaan 36

Colofon

Dwars door de stad - spelregels

De Dag van de Architectuur is een initiatief van de Bond van Nederlandse Architecten (BNA) en wordt in Den Haag georganiseerd door de Stichting Dag van de Architectuur Den Haag, gemeente Den Haag, Haags Architectuurcafé en Stroom Den Haag.

Inschrijving: Dwars door de stad kan op eigen gelegenheid en in eigen tempo worden gereden. Om mee te dingen naar de prijzen (o.m. verschillende messengerbags) moet echter op de ochtend van de wedstrijd worden ingeschreven bij Stroom. Dat kan tussen 10.00 en 13.00 uur. Daartoe kan de, ook van te voren verspreide, flyer worden gebruikt waarop naam en mobiel nummer (is tevens startnummer) kunnen worden ingevuld. Deze kaart wordt vervolgens als spoke card tussen de spaken gestoken als teken van deelname. Om 10.30 vindt de officiële start plaats en vertrekt ook een groep van tien geselecteerde deelnemers die ter registratie van hun route met een GPS-tracker zullen worden uitgerust.

Met medewerking van: Bouwfonds Ontwikkeling B.V., BNA Kring Haaglanden, Haags Milieucentrum, Haagse Skate Unie, Motoko film & motion design, Petr Kazil, PIP, Rijksgebouwendienst, Shoot Me Film Festival, Stadsridders van de Nieuwe Garde, Stichting Atlantikwallmuseum, Stichting BAZ!, Stichting Biesieklette, Team Unleashed en Totzo! Organisatie Dag van de Architectuur: SPITZ congres & event Programma Dwars door de stad: Ernie Mellegers (Les Editions Finistères) i.s.m. Stroom Den Haag Productie Dwars door de stad: Fleur van Rijn (Pit Producties) Ontwerp programma: Thonik Dwars door de stad is mede mogelijk gemaakt door Stimuleringsfonds voor Architectuur, Haag Wonen en gemeente Den Haag.

Finish & tijdslimiet: Om mee te dingen naar de prijzen moeten de deelnemers voor 15h30 finishen in Bink36 (Binckhorstlaan 249) waar ook de jury is ondergebracht. De winnaars van de prijzen worden tijdens het afsluitende programma bekend gemaakt. Benodigdheden: Fiets, kilometerteller of fietscomputer (Stroom heeft voor noodgevallen een kleine voorraad eenvoudige tellers beschikbaar), zaklantaren (voor bunkerbezoek), klein geld, DWARS door de STAD kaart. Spelregel #1: Tijd speelt bij de deze wedstrijd geen rol. Het gaat om het vinden van nieuwe routes door de stad door de op de kaart aangegeven checkpoints middels een zo kort mogelijke route met elkaar te verbinden. Dit wordt nagegaan met een kilometerteller/fietscomputer waarmee elke fiets moet zijn uitgerust. De gereden afstand wordt gewaardeerd met punten: 1000 punten per kilometer ofwel één punt per meter. De winnaar is degene met de minste punten d.w.z. de kortste route. Spelregel #2: Het bezoek aan de checkpoints moet worden aangetoond door een daar klaarliggende specifieke flyer mee te nemen en aan de finish te tonen. Spelregel #3: Op de checkpoint-flyers staan z.g. points of interest in de buurt die de deelnemer in de route op kan nemen. Ieder point of interest levert een aantal, uiteindelijk van het totaal af te trekken, punten op. [Er moeten tenminste drie points of interest in de route zijn opgenomen]. Als bewijs voor het passeren van een point of interest kan bijvoorbeeld een ticket uit een parkeermeter in de betreffende straat dienen of een kassabon van een winkel of een foto. Spelregel #4: Naast de checkpoints en points of interest zijn er ook de in het kader van de Dag van de Architectuur opengestelde gebouwen. Het bezoeken van deze gebouwen – voor zover die niet overlappen met de checkpoints - levert ook extra punten op. De deelnemer moet dan wel een bewijs van het bezoek leveren bijvoorbeeld door een foto. De checkpoints en opengestelde gebouwen zijn ook buiten het wedstrijdverband te bezoeken. De points of interest zijn plekken die alleen (van buiten) te bekijken zijn. Verzamel alle flyers en je hebt een unieke gids over mobiliteit in Den Haag. De spelregels worden bij registratie nader toegelicht en kunnen ook van te voren geraadpleegd worden op www.stroom.nl. Deelname is gratis en op eigen risico.

13.FOKKER TERMINAL

Bezichtiging 10.00-16.00 De voormalige Anthony Fokker School stamt uit 1959 en is een karakteristiek industrieel gebouw met een ruimtelijke opbouw. Het hart van het gebouw wordt gevormd door een 9 meter hoge hal van 35 meter breed en 68 meter lang. In deze hangar stonden de vliegtuigen opgesteld waar de studenten aan sleutelden. De hangar wordt overspannen door een staalconstructie met lange lichtstraten. Aan beide zijden van de hangarhal zijn over twee verdiepingen klaslokalen gelegen. De Fokker Terminal, zoals het gebouw nu genoemd is, is onlangs gedeeltelijk gerenoveerd en is in gebruik als evenementen locatie. Adres: Binckhorstlaan 249.

14.CABALLERO FABRIEK

Rondleiding 11.00-16.00 De Caballero Fabriek aan de Binckhorst is volop in ontwikkeling. De gemeente Den Haag is druk bezig om de fabriek en de omliggende panden aan de Saturnusstraat, tussen de Maanweg en de Zonweg, te herontwikkelen tot een vernieuwend centrum voor innovatieve, culturele en creatieve bedrijven. In 1921 richtte de Egyptische Laurenssigarettenfabriek een vestiging in Den Haag op. Het bedrijf rolde er voor de Nederlandse roker de eerste filter-sigaret en vlak na de oorlog kwam Caballero.

In 1953 liet Laurens een nieuwe fabriek neerzetten op het terrein de Binckhorst. Later kwam de fabriek in handen van de British American Tobacco (BAT), dat de productie in 1995 verhuisde naar Zevenaar. De fabriekshal wordt op dit moment herschapen tot eigentijdse werkunits. Gedurende openingstijden elk half uur van 11.15u tot 15.15u. Maximaal 30 personen per rondleiding. Adres: Saturnusstraat 60.

15.NIEUW SPOORWIJK

Rondleiding 11.30 - 14.30 Na tien jaar slopen en bouwen is de vernieuwing van Spoorwijk bijna afgerond. komt uit de koker van 2 verschillende architecten. In de afgelopen tien jaar zijn er 1.300 woningen gesloopt en 750 nieuwe woningen met 158 overdekte parkeerplaatsen gebouwd. Daarnaast is circa 71.000 m2 openbare ruimte opnieuw ingericht. Daarmee is een derde deel van Spoorwijk vernieuwd. Duurzaamheid staat centraal bij de vernieuwing van Spoorwijk. Bij de bouw zijn voornamelijk milieuvriendelijke materialen toegepast. Ook werd het bruikbare bouwmateriaal dat bij de sloop vrijkwam opnieuw gebruikt. Verder zijn alle woningen uitgerustmet een warmtenet waarbij grondwater wordt opgepompt, als warmtebron voor de vloerverwarming en het tapwater. Spoorwijk is met dit systeem - dat de CO2-uitstoot flink reduceert - een van de eerste ‘vlamloze’ wijken van Nederland. In 2004 won Nieuw Spoorwijk Fase 1 nog De Nieuwe Stad Prijs voor het beste vernieuwingsproject in Den Haag. Rondleidingen vanaf 11.30 elk uur. Maximaal 25 personen per rondleiding. Adres: Hildebrandstraat 132

16.VROONDAAL

Bezichtiging 10.00 - 16.00 Vroondaal is de nieuwe villawijk van Den Haag, gelegen in het natuur- en recreatiegebied Madestein vlakbij Kijkduin. Een exclusief woongebied waar de consument het voor het zeggen heeft, oftewel het particulier opdrachtgeverschap. Niet alleen de grootte van de kavel bepalen consumenten zelf, maar ook wat voor woning gebouwd gaat worden. Hierdoor ontstaat een bijzondere diversiteit in architectuurstijlen. Naast particulier opdrachtgeverschap worden ook woningen en appartementen projectmatig ontwikkeld. Tijdens de Dag van de Architectuur kunt u kennismaken met Vroondaal. In informatiepunt de Vroonhof kunt u meer informatie verkrijgen. Ook is een toelichting beschikbaar op de verschillende sferen en architectuurstijlen. U kunt op eigen gelegenheid de villawijk bezichtigen en er is tevens een bijzondere woning van binnen te bekijken. www.vroondaal.nl Adres: Vroonhof, Vroonhoevelaan 2.

Caballero Fabriek

10>


Vrijdag 26 juni 2009

Dag van de Architectuur

<11

‘Een parkeergarage is het visitekaartje van de stad’ ‘My uncle’s garage’ noemde Peggy Guggenheim het kunstmuseum in New York dat haar familienaam draagt. Het gebouw oogt van buiten inderdaad als een parkeergarage, maar dan wel een heel mooie. De werkelijkheid is doorgaans anders. Hoewel de garage in de Torenstraat inmiddels monumentale status geniet en die onder de Grote Marktstraat eigenlijk ook te bijzonder is om zo aan het oog onttrokken te zijn. Door Floor de Booys

Het is bijna niet voor te stellen, maar in de jaren zestig kon je bij de Hema en de Bijenkorf de auto pal voor de deur kwijt. Parkeren kon in het centrum ook op grote hoogte: op het dak van Vroom & Dreesmann bijvoorbeeld. Met twee liften werden de auto’s stuk voor stuk naar boven gebracht. Toen de Grote Marktstraat werd afgesloten voor doorgaand verkeer raakte het parkeerdak in onbruik. Maar de lift is er nog steeds en er werd onlangs voor gepleit om het parkeerdak weer in ere te herstellen. Alleen niet voor auto’s maar voor fietsen. Wie denkt dat parkeerproblemen relatief nieuw zijn, vergist zich. Parkeren staat al tijden synoniem voor zorgen, weet Peter Staal van de ANWB in Den Haag. “Je wilt wél graag mensen naar het centrum van je stad trekken, maar niet dat het overal dichtslibt met geparkeerde vervoermiddelen”. Staal verdiepte zich in de geschiedenis van het parkeren. “Vierhonderd jaar geleden mochten karren en koetsen de binnenstad van Amsterdam niet meer in. Ze moesten parkeren op vier pleinen die daarvoor werden aangelegd: het Weesperplein, Leidscheplein, Muiderplein en Haarlemmerplein”. In Den Haag kwamen geen parkeerpleinen, maar kennen we zodoende wel de Wagenstraat, voordien het Zuideinde. “De Hofstad was toen nog een veredeld dorp”. Maar in de 19de eeuw werd het verkeer wel erg druk. “Op het Lange Voorhout was het een komen en gaan van koetsen. In het boek ‘Eline Vere’ beschrijft Louis Couperus voor het eerst in de Nederlandse literatuur het fenomeen files”. Rond 1900 hoopte iedereen dat het parkeerprobleem werd opgelost door de komst van de auto. Staal: “Die had minder plaats nodig. Maar dat viel tegen. En auto’s moesten worden bewaakt als ze langs de weg geparkeerd stonden. Dat was voortgekomen uit de regel dat een koets met paarden nooit zonder bewaking op straat mocht staan”. Sloebers In de economische crisis van de jaren dertig van de vorige eeuw werden auto’s vaak bewaakt door nepbewakers, die ‘sloebers’ werden genoemd. “Ze vroegen geld en als dat niet werd betaald, staken ze de banden lek of maakten krassen in de lak”, weet Staal. Om auto’s tegen dit soort vernielingen te beschermen, werden de eerste garages gebouwd. De Torengarage – gebouwd in 1930 naar ontwerp van architect Jan Greve – is daarvan een sprekend voorbeeld. “Het was de eerste ‘gestapelde garage’ in Nederland”, aldus Ernie Mellegers. Hij studeerde architectuurgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden en doet promotieonderzoek naar de invloed van auto’s op architectuur. “Den Haag heeft naast de Torengarage nog een juweel van een garage: die in de tramtunnel van architect Rem Koolhaas”.

De parkeergarage onder de Grote Markstraat, te mooi om onder de grond te zitten. > Foto: Hectic Pictures

‘Op het Lange Voorhout was het een komen en gaan van koetsen. In het boek ‘Eline Vere’ beschrijft Louis Couperus voor het eerst in de Nederlandse literatuur het fenomeen files’ Terug naar de Torengarage, die was bedoeld voor privé auto’s en bestelwagens van de PTT. Het verhaal gaat dat bij de oplevering van de garage bleek dat de postwagens te hoog waren. “Dus waren het de luxe wagens van de gegoede burgerij die er warm en droog werden gestald”. Maar de vraag naar garageboxen was niet groot genoeg. De Torengarage werd in 1931 gekocht door de RIVA (Reparatie Inrichting Voor Automobielen). In 1989 kocht de gemeente de Torengarage. Na een uitgebreide renovatie kreeg het in 1991 de oorspronkelijke functie van commerciële parkeergarage terug. Het gebouw – met invloeden van het Nieuwe Bouwen en het Expressionisme – werd bovendien opgenomen op de lijst van Rijksmonumenten. Het aantal auto’s in de steden nam vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw snel toe en daarmee ook de chaos van her en der geparkeerde auto’s. Zeker in de smalle straten van de binnenstad zorgden slordig geparkeerde auto’s voor opstoppingen en veel getoeter. In Den Haag werd daar iets op gevonden. Peter Staal van de ANWB: “Op even dagen mocht je in smalle

straten aan de kant met even nummers parkeren en op oneven dagen aan de andere kant. Aanvankelijk vonden veel mensen het een belachelijk idee. Maar het werkte wel. Zo goed zelfs, dat het Haagse parkeersysteem in Engeland werd overgenomen. In de jaren vijftig ontstonden nieuwe ideeën, zoals de parkeerschijf en de parkeermeter. In 1961 werden de eerste meters bij Schiphol neergezet. Voor een dubbeltje mocht je een half uur parkeren. In Den Haag werden de eerste meters rond 1963 geplaatst. Tegenwoordig telt Den Haag in totaal 81 parkeergarages waarvan zo’n twintig in het centrum. Twaalf daarvan worden geëxploiteerd door Q-Park. “Eind dit jaar komt er een grote garage achter het Centraal Station bij”, vertelt Fred Wilkes, woordvoerder bij Q-park. Hij vindt dat het belang van goed parkeren te lang is onderschat. Parkeergarages zijn de visitekaartjes van de stad, meent Wilkes. “Als ik na een dagje winkelen met autoschade een parkeergarage verlaat, herinner ik me later niet dat ik het zo leuk heb gehad in Den Haag, maar baal ik van die schade”. Hofvijver De bouw van parkeergarages stuit vaak op grote weerstand. Zeker als ze in de historische binnenstad moeten verrijzen. Begin jaren tachtig lanceerde VVDwethouder Chris Nyqvist het plan om een parkeergarage te bouwen onder de Hofvijver. “Het leidde tot emotionele discussies. Het idee dat de Hofvijver zou worden gereduceerd tot een laagje water op een parkeergarage raakte aan diepe Haagse gevoelens”, aldus René Vlaanderen van de Vrienden van Den Haag die destijds actie voerden tegen de garage. Maar het protest was ook gefundeerd op bouwtechnische onduidelijkheden.

Niemand kon garanderen dat de gebouwen van het Binnenhof niet zouden gaan verzakken. Uiteindelijk werd het plan door de gemeenteraad verworpen. Maar helemaal verdwenen is het idee nog steeds niet. Het duikt met enige regelmaat op als oplossing voor de parkeerdruk in het centrum. “Het blijft op zichzelf ook een goede plek voor een ondergrondse garage, maar de risico’s zijn te groot”. Een andere locatie die in wilde verhalen altijd weer opduikt, is het Lange Voorhout. “Ook daar geldt dat de monumentale panden aan het Voorhout zouden kunnen verzakken. Je ziet wat er nu gebeurt met de grachtenpanden langs de Noord-Zuidlijn in Amsterdam”. Maar wie het historische centrum van

de stad autovrij wil maken, krijgt elders in de stad onherroepelijk te maken met meer parkeerdruk. Daarom blijven creatieve oplossingen voor het parkeerprobleem welkom. In de toekomst zullen er waarschijnlijk meer volautomatische parkeergarages worden gebouwd. Een andere oplossing is het mooier en multifunctioneler maken van parkeergarages. Voormalig stadsstedenbouwer van Den Haag, Maarten Schmitt, liet zich inspireren door de flitsende glazen torentjes van Smart. Hij nodigde architect Udo Garritzman uit om met dat gegeven aan de slag te gaan. Het resultaat zijn de zogenaamde parkeerkiosken, ranke parkeertorens waarin op de begane grond winkeltjes zitten. Zó wordt parkeren elegant en grootstedelijk.

Het Plein, nu zinderend centrum van terrassen, was tot in de jaren zeventig een parkeerplaats. Een man op een trapje wees de automobilist waar nog een plekje was. > Foto: Haags Gemeentearchief


12>

Vrijdag 26 juni 2009

Dag van de Architectuur

Grote Markt, gebouw De Volharding met rechts de Grote Marktstraat, 1930. > Foto’s Haags Gemeentearchief.

Grote Marktstraat ter hoogte van de Bijenkorf, 1932.

Tragiek van een verkeersdoorbraak  De Grote Marktstraat was destijds een knieval voor het gemotoriseerd verkeer. Dat moest begin vorige eeuw reeds de kans krijgen om moeiteloos van de ene kant van het centrum naar de andere te razen. Die positie als verkeersader hield de straat tot eind 1996. Voetgangers kregen zelfs bij de zebra nauwelijks twintig seconden om over te steken. En nog steeds is men er niet veilig. De eeuwige zorg om de Grote Marktstraat blijkt een documentaire waard. Door Coos Versteeg

“Ik heb nooit gehoord dat iemand zei: ‘Ik vind het leuk om naar de Grote Marktstraat te gaan’. Hooguit zeggen ze: ‘We gaan naar de Bijenkorf of V&D’. Maar de Grote Marktstraat is toch iets identiteitloos wat daar tussenin ligt”. Het is de openingszin van de documentaire ‘Architectuur & Mobiliteit – De Grote Marktstraat’ van de Haagse televisie-producent Idee aan Zee TV. De tekst komt uit de mond van journalist Casper Postmaa, die in de jaren tachtig en negentig veelvuldig over architec-

tuur schreef in de Haagsche Courant, en in die paar zinnen feilloos het nonkarakter van de Grote Marktstraat definieert. De Grote Marktstraat is – of liever was – een soort halsslagader van Den Haag, maar wel eentje die kunstmatig is aangelegd. Het was een van de grote verkeersdoorbraken die stadsbouwmeester H.P. Berlage in de jaren twintig van de 19de eeuw realiseerde om het almaar drukker wordende autoverkeer te stroomlijnen. Overigens had zijn voorganger ir. I.A. Lindo hiertoe eerder al de aanzet gegeven. Dwars door de oude jodenbuurt werd tussen de Kalvermarkt en de Prinsegracht de Grote Marktstraat aangelegd. In de gevelwand van het Spui werden in 1920 simpelweg de huisnummers 75 tot en met 81 gesloopt. En alles wat achter die gevels lag. De documentaire naar een idee van Terry van der Heide (voorzitter van de Haagse afdeling van de Bond van Nederlandse Architecten) gaat nauwelijks in op de geschiedenis van de historische centrumbuurt, die bij de aanleg van de Grote Markstraat bruut werd doorkliefd. De film kijkt vooral vanuit

het heden terug naar de ontstaansgeschiedenis. Casper Postmaa, samen met de architecten Hans van Beek, Hans van den Berg en oud-stadsbouwmeester Maarten Schmitt een van de verbindende figuren in de film, vertelt terloops iets over de armoedige joodse wijk. Maar het tijdvak dat zich veel eerder afspeelt, is zeker zo interessant. De namen van zijstraten als Voldersgracht en Raamstraat herinneren nog aan de periode dat in dit stukje veengebied aan de rand van het dorp Die Haghe de Haagse lakenindustrie was gevestigd. De Vlaamse steden waren hierin voorgegaan en behaalden groot economisch succes. Met name Duitsland en Scandinavië bleken belangrijke afzetmarkten. Leiden, Schiedam en Delft keken de kunst af en Den Haag volgde vervolgens halverwege de 14de eeuw weer dat voorbeeld. Aan weerszijden van de Wagenstraat, de belangrijke uitvalsweg naar het Zuiden, ontwikkelde zich deze nijverheid. Ter hoogte van de huidige HEMA voltrok zich het proces van ‘vollen’, waarbij de wollen weefsels in water vermengd met urine en mergelklei werden gekneed opdat ze een stevige, viltachtige structuur kregen.

Dagen achtereen stonden arbeiders in een kuip te trappen met als resultaat een hagelwitte compacte stof. Water speelde een belangrijke rol in het fabricageproces en dat haalde men uit een sloot op de plek van de huidige Gedempte Gracht, het spoelen van de stof gebeurde in de Voldersgracht – een speciaal gegraven aftakking van het Spui. In het deel tussen Wagenstraat en Fluwelen Burgwal stonden de droogramen waarop de stof na een verfbeurt werd gespannen. De huidige Raamstraat is letterlijk het pad dat door het raamveld liep. Tussen Spui en Wagenstraat ontstond zodoende tussen 1375 en 1475 een drukbevolkte arbeidersbuurt. Omstreeks 1477 werd het aantal vollers op 750 geschat. De scheidslijn tussen zand en veen, tussen rijk en arm, was in die dagen aanmerkelijk kleiner dan nu. Jiddisch De rijke Portugese joden die zich in de tweede helft van 17de eeuw in Den Haag vestigden, begrepen die tweedeling heel goed en betrokken huizen in de omgeving van de Denneweg en het Voorhout. Hun Hoogduitse geloofsgenoten waren doorgaans minder welge-

steld en vonden onderdak in de buurt van de Nieuwe Kerk, aan de St. Jacobstraat, Bezemstraat, Lange Gracht en Voldersgracht. Hier ontstond gaandeweg een joodse buurt waar volop jiddisch werd gesproken en waar volop ritueel geslacht vlees en pluimvee te koop was, evenals koosjer brood en koosjere melk. Voor berooide joodse vluchtelingen uit met name Duitsland en Polen werd de buurt in het Haagse centrum een nieuw begin. Ze vestigden er zich als kleermaker, slager, glazenmaker, smid, horlogemaker, bontwerker, schoenmaker en kapper. Overal op straat waren kraampjes met negotie te vinden. Of de nieuwkomers probeerden waren langs de huizen te verkopen. Hun aantal nam zo snel toe, dat aan de Voldersgracht in 1723 een nieuw gebouwde synagoge in gebruik werd genomen. Het stadsbestuur was minder blij met de enorme toevloed. In 1728 kwam de verordening dat joodse bedelaars slechts twee nachten achtereen in de stad mochten blijven en toen desondanks de armen uit Oosteuropa bleven toestromen volgde een registratieplicht. Begin 19de eeuw werd de buurt rond de

Grote Marktstraat, reclamekaart van De Bijenkorf,1960.

Voldersgracht, gezien vanaf de Gedempte Gracht, 1900.


Vrijdag 26 juni 2009

Dag van de Architectuur

<13

Spui nrs. 75, 73, 53 en (gedeeltelijk 51-47), later gesloopt ten behoeve van de aanleg van de Grote Marktstraat en de bouw van het Haags Modehuis. Op nr. 73 ‘Robes M. de Leur’ (boven) en D.A. Borrebach (beneden, kapperszaak en winkel in toiletartikelen.

Nieuwe Kerk voor meer dan de helft door joden bewoond. In de St. Jacobsstraat werd in 1841 het Israëlitisch Oude Mannen- en Vrouwenhuis ingericht. De synagoge aan de Voldersgracht werd in 1844 verplaatsy naar een nieuw, veel groter gebouw aan de Wagenstraat. Die was nauwelijks dertig jaar later alweer te klein en aan de Voldersgracht werd opnieuw een sjoel gerealiseerd. Zodat er nu op korte afstand van elkaar twee synagogen in de buurt lagen. Onteigening Dwars door die joodse buurt plande Berlage in 1909 zijn Grote Marktstraat. Voor een gebied van twintig meter breed werd door de gemeente een onteigeningsvoorstel voor eigendommen van derden opgesteld. De kosten voor de aanleg van de Grote Markstraat werden geraamd op ruim anderhalf miljoen gulden. In de hele discussie speelde ook mee de erbarmelijk slechte staat van de krotten in het centrum. Januari 1912 ging de gemeenteraad met de plannen akkoord. De Eerste Wereldoorlog gooide roet in het eten, maar in 1922 werd toch daadwerkelijk

met de doorbraak begonnen. Met de sloop van de synagoge, de school plus nog vijftig andere panden, verdween een stuk Den Haag waarin zich zo lang joods leven had afgespeeld. Van de Voldersgracht bleef nog maar een klein stukje over. Alle woningen aan de Bezemstraat en een stuk Gedempte Gracht gingen meteen ook tegen de grond. De joodse woningbouwvereniging Misjkenot Israël realiseerde nieuwbouw voor de joodse gezinnen die moesten uitwijken naar de Marktweg. Toch zou dit deel van de binnenstad ook na de aanleg van de Grote Marktstraat een joodse buurt blijven. Tot 1943. De Grote Marktstraat stond symbool voor de nieuwe tijd die was aangebroken. Dit werd de boulevard van de grote magazijnen, zoals warenhuizen in die tijd naar Frans voorbeeld werden genoemd. Tegenover de Passage was al in juni 1906 de Grand Bazar de la Paix gevestigd, het eerste echte warenhuis van Den Haag met een oppervlakte van duizend vierkante meter en een grotendeels glazen dak. In 1928 verhuisde Vroom & Dreesmann van de Boekhorststraat naar deze plek. Maar het eerste nieuwe gebouw en de grootste trekker aan de Grote Marktstraat was natuurlijk De Bijenkorf. Toen het op 25 maart 1926 de deuren opende, trok de winkel, voorzien van de nieuwste snufjes als liften en roltrappen – de escalier roulant zoals dat toen heette – maar liefst 20.000 bezoekers. De do-

cumentaire laat er prachtige filmbeelden van zien. “De Bijenkorf heeft architectonisch de toon gezet, maar de tragiek van de straat is dat niemand die toon meer heeft gehaald”, zegt Casper Postmaa. Maar de baksteenarchitectuur van Peek & Cloppenburg ertegenover is ook niet mis. En het gebouw van de Haagsche Courant met Planetarium-koepel zou je vandaag de dag niet zomaar meer gesloopt krijgen. Het complex markeerde tot in de jaren tachtig de dominante positie van de krant. Het allermooist was het natuurlijk in de tijd dat je er achter de grote ramen de drukpersen kon zien draaien. En wat te denken van het monumentale gebouw De Volharding uit 1928 (nu Randstad uitzendbureau) op de kop van de straat bij de Grote Markt; een parel van architect Jan Buijs. Oude foto- en filmbeelden met flanerende mensen en prachtige automobielen van de jaren dertig tot de jaren vijftig tonen toch een straat met een zekere allure. Mannen droegen nog hoeden, het leven hier leek net iets eleganter. Ach, het fameuze Scala-theater lag er net om de hoek, Flora bood nog variété in plaats van seksfilms. De Wagenstraat was een uitgaansstraat, waar artiesten en journalisten elkaar ontmoettenen in café Kammijer. En wie heeft er geen mooie jeugdherinneringen aan de Sinterklaasetalages van Bijenkorf en V&D eind jaren vijftig, begin jaren zestig? Toen er nog werd gesproken over de oude en de nieuwe HEMA.

Wanneer is het fout gegaan met Grote Marktstraat? Voor architect Hans van Beek in elk geval bij de komst van de tramtunnel. In zijn optiek was er niets fouts aan trams in deze winkelstraat. Voor hem was de tunnel beter op zijn plaats geweest onder het Spui, want dan worden Spuiplein en het gebied bij de Nieuwe Kerk met elkaar verbonden. Wat Maarten Schmitt op zijn beurt weer bestrijdt. Waar iedereen het wel met elkaar over eens lijkt, is dat het nu heel wat beter kan in de Grote Marktstraat. Het fietspad is even onduidelijk als gevaarlijk. Architect Lana du Croq heeft op persoonlijke ingreep van verkeerswethouder Peter Smit de opdracht gekregen het gebied opnieuw in te richten; de commissie van deskundigen die was gevraagd hiervoor een keuze te maken had de voorkeur voor een andere architect. Maar goed, Lana du Croq wil het fietspad beter definiëren door het iets te verlagen, de in- en

uitgangen van de tramtunnel gaat ze met enorme banken opsieren en bovenal wil ze de sfeer in de straat veranderen met enorme moderne kroonluchters. Maar al twee jaar lijkt er helemaal niets te gebeuren. Voor voetgangers, fietsers en brommers blijft de situatie ronduit gevaarlijk. Af en toe wordt er wat bestrating uitgeprobeerd en naar verluidt breken technici hun hoofd op het stormbestendig bevestigen van die kroonluchters. Berlages plan uit 1909 bezorgt Den Haag honderd jaar later nog steeds hoofdbrekens. Bronnen: Historische plattegronden van Nederlandse steden, deel 10 Den Haag. Samengesteld door S. Groenveld, W.E. Penning en C.J. Stal. Uitg. Canaletto/Repro Holland, 2007. De verdwenen Buurt. Drie eeuwen centrum van joods Den Haag. I.B. van Creveld. Uitg. De Walburg Pers, 1989. Ach Lieve Tijd. 750 jaar Den Haag en de Hagenaars. Uitg. Waanders, 1984.

Op televisie De documentaire ‘Architectuur & Mobiliteit – De Grote Marktstraat’ wordt in verkorte versie zaterdag 27 juni uitgezonden door TV West. Het lokale Den Haag TV zendt de film wel in zijn geheel uit, te weten zaterdag 27 juni 17.30 uur en 20.00 uur, zondag 28 juni 17.30 uur, maandag 29 juni 19.30 uur, woensdag 1 juli 19.30 uur, donderdag 2 juli 19.30 uur en vrijdag 3 juli 19.30 uur. Op dit moment wordt nog bezien of de film ook te bekijken valt via de site van Den Haag Centraal: www.denhaagcentraal.net

Grote Marktstraat, herbestrating in verband met de herinrichting, 1999.


Hart voor de stad?

Den Haag Centraal zit er middenin

Elke week op de deurmat? www.denhaagcentraal.net of telefonisch tussen 09.00 en 17.00 uur , 070 – 750 44 42

13 weken voor € 16,95 26 weken voor € 33,95 52 weken voor € 57,95


Vrijdag 26 juni 2009

Dag van de Architectuur

<15

De nieuwe entree van Den Haag, hoog boven de Utrechtsebaan. > Foto: Eveline van Egdom

Een gevoel van vrijheid Lommerrijke lanen sneuvelden voor de aanleg van verkeersaders in de stad. Sfeervolle grachten werden gedempt en met asfalt bedekt. Viaducten, fly-overs en tunnelbakken veroverden dominant het stadsbeeld. We zien met afgrijzen aan dat er nog steeds bomen sneuvelen voor verkeersdoorstroming. Maar o wee als we zelf vast staan. De strijd tussen de liefde voor de omgeving en ons zoevende gevoel van vrijheid. Door Hans Schmit

In het voorjaar van 1945, direct na de bevrijding, zocht het gemeentebestuur van Den Haag contact met de Hilversumse architect W.M. Dudok voor het opstellen van plannen voor de wederopbouw en uitbreiding van de stad. Want hoewel Den Haag niet in de frontlinie had gelegen en er ook geen zware gevechten hadden plaatsgevonden, telde Den Haag in mei 1945 meer verwoeste woningen dan Arnhem, Nijmegen en Venlo tezamen – steden waar de geallieerden en de Duitsers wèl zware strijd leverden. Den Haag was als bestuurlijk en militair centrum van de Duitse bezetter uitgeroepen tot vestinggebied en daarmee onderdeel geworden van de Atlantikwall, de verdedigingslinie langs de Europese westkust. Dwars door Den Haag en Scheveningen, van Kijkduin tot het Noorderstrand, werden een tankgracht en tankmuren aangelegd. Meer dan 3.000 huizen werden gesloopt, evenals drie kerken, twee ziekenhuizen en zeven scholen. Naast deze dramatische ingreep in de stedelijke structuur gingen in maart 1945 bij het bombardement op het Bezuidenhout ook nog eens ruim 3.000 huizen verloren. Dudok, die in de jaren dertig al uitbreidingsplannen voor het zuidwesten van de stad en Mariahoeve had opgesteld, ging als eerste aan de slag met wederopbouwplannen voor de tankgrachtzone

en het verwoeste Bezuidenhout. Later volgden de uitbreidingsplannen om de snel groeiende Haagse bevolking te kunnen huisvesten. Mede door de naoorlogse geboortegolf en de terugkeer van repatrianten uit Indonesië groeide de Haagse bevolking in de eerste tien jaar na de oorlog van 464.00 naar 603.000 mensen. Groei In de zomer van 1949 boog de gemeenteraad zich over Dudok’s uiteindelijke structuurplan, de complete visie op de stad, gebaseerd op prognoses over zaken als economie en werkgelegenheid, omvang en samenstelling van de bevolking, recreatie en verkeer en parkeren. Wat de mobiliteit betreft, hield Dudok rekening met een sterke groei. Hij maakte voor het wegennet dat de Haagse agglomeratie in de toekomst moest ontsluiten een gridstructuur, een rooster dat de stad in vakken verdeelt. Dudok onderscheidde interlokale ontsluitingswegen, met daaronder lokale, wijk- en buurtontsluitingswegen. Eén van die lokale ontsluitingswegen liep door het oude centrum: een hachelijke onderneming waarvoor Dudok als enige dan ook drie varianten ontwierp. Geen enkele was echter uitvoerbaar zonder onherstelbare schade aan het Lange Voorhout en/of de Vijverberg. De grid van Dudok is nog duidelijk zichtbaar in de stad en ook de huidige Structuurvisie 2020 bouwt er deels nog op voort, onder meer met de Noordwestelijke Hoofdroute of Internationale Ring (‘de sluiting van het hoefijzer’). Injectienaald Rijkswaterstaat wilde na de oorlog de autoweg van Utrecht naar Den Haag doortrekken door het deels verwoeste Bezuidenhout naar het Malieveld en de Koekamp; de huidige Utrechtsebaan. Dudok wilde daar echter niets van weten. Hij zag de Utrechtsebaan als een injectienaald die het verkeer toevoerde naar een plaats waar het niet gelijkmatig kon worden verdeeld. Hij zag de weg

liever bij Zoetermeer naar het noorden afbuigen tot een noordelijke randweg: de huidige Landscheidingsweg, op de scheiding van Rijnland en Delfland. Door de toenemende naoorlogse welvaart groeide het autobezit in Den Haag tussen 1950 en 1960 van 8.500 naar 30.000 en in de jaren daarna kwam de auto binnen het bereik van steeds meer mensen. De auto is voor het individu het snelste en meest comfortabele vervoermiddel dat bovendien nog eens een gevoel van vrijheid geeft. De auto was er niet alleen om naar het werk en op vakantie te gaan, maar ook voor een dagje uit, een rondritje, een boulevardje pakken. Het verschijnsel bermtoerisme deed zijn intrede: zo werden de groene bermen van de Prinses Beatrixlaan in Rijswijk een geliefde oefenplek voor kampeerders die daar de zondagmiddag bij hun tentje doorbrachten. Grootschaliger De onstuimige liefde voor de auto werkte ook door in de stedenbouwkundige plannen. Die voorzagen in steeds grootschaliger ingrepen. Zo zou ook de autoweg uit Rotterdam, net als die uit Utrecht, naar de stad moeten worden doorgetrokken (de Rotterdamse Baan). En moest het Prins Bernhardviaduct, dat als een adelaar vanuit het Bezuidenhout over het spoor heen op het centrum van Den Haag neerdook, een vervolg krijgen met de aanleg van dwarswegen die, met een breedte van soms meer dan vijftig meter, de stad op vier plaatsen zouden doorklieven. Ook de ontsluiting van de stad vanuit noordelijke richting zou voortvarend ter hand worden genomen. De provincie Zuid-Holland wilde tussen Den Haag en Katwijk de Duinweg aanleggen, door het duingebied en de daarin gelegen Vallei Meijendel. Evenwijdig daaraan moest de Leidse Baan komen, een verbinding tussen de centra van Den Haag en Leiden, door het oude strandwallenlandschap, de polders en het landgoed de Horsten waar nu prins Willem-Alexander met zijn gezin

woont. In Den Haag moest de Leidse Baan aansluiten op de binnen- en buitenring rond het centrum en de automobilist dwars door de Schilderswijk naar de nieuwe wijken in het zuidwesten van Den Haag leiden. Daarvoor zouden 1600 woningen in de Schilderswijk moeten sneuvelen. Het openbaar vervoer in de Haagse regio werd het kind van de rekening. De railverbinding tussen het Staatsspoor (nu Centraal Station) was in de oorlog afgebroken, maar werd in 1946 heropend. Om in 1953 te worden afgebroken voor de aanleg van de Landscheidingsweg. Ook de blauwe trams, die het regionaal vervoer bedienden en waarmee je vanuit Den Haag naar Oegstgeest en Leiden en verder naar Katwijk en Noordwijk kon reizen, verdwenen in de tweede helft van de jaren vijftig uit het straatbeeld. De lijn Den Haag – Leiden werd in 1961 als laatste gesloten. Het streekvervoer zou voortaan per bus worden verzorgd. Aan het eind van de jaren zestig en begin jaren zeventig van de vorige eeuw groeide het besef dat de auto het individu de nodige vrijheid geeft, maar dat de massale automobiliteit veel ongewenste effecten heeft. Op de onveiligheid (het aantal verkeersdoden was in 1970 landelijk opgelopen tot boven de 3.000 per jaar), op de gezondheid door de uitworp van een mix van gevaarlijke stoffen (destijds ook nog lood) en geluidsoverlast en op de structuur van de stad. De plannen voor grootschalige verkeersontsluiting hingen als een zwaard boven saneringsgebieden als de Schilderswijk, het Kortenbos en

De onstuimige liefde voor de auto werkte ook door in de stedenbouwkundige plannen.

het Zeeheldenkwartier en leidden tot verdere verkrotting. Pas nadat die verkeersplannen van tafel waren, kon de stadsvernieuwing op gang komen. Verzet Het verzet tegen de massale afbraak van stad en landschap kreeg een professioneel gezicht met de oprichting van Werkgroep Milieubeheer van de Rijksuniversiteit in Leiden in 1969, die zich keerde tegen de Duinweg de Leidse Baan. De Duinweg werd in 1971 door de Kroon van tafel geveegd (voornaamste argument: aantasting waterwingebied) en een jaar later haalde provinciale staten de Leidse Baan van de kaart. Tegen deze laatste weg kwam in Den Haag ook de door architecten opgerichte Werkgroep Dooievaar in opstand, vanwege de schade aan het stadslandschap. Het plan voor de Dwarswegen werd in 1981 definitief naar de prullemand verwezen, waarna de helft van het 1200 meter lange viaduct werd gesloopt en woningbouw mogelijk werd in het Kortenbos en het Oude Centrum. In die jaren groeide het besef dat doorgaand autoverkeer niet thuishoort in woon- en verblijfsgebieden en in het oude centrum. De nota De Kern Gezond stelde in 1988 de openbare ruimte centraal, met parkeerroutes rond het centrum met overdekte en liefst ondergrondse parkeergarages. Maar dan niet onder de Hofvijver, dat is bijna onbespreekbaar. Grote projecten die nu nog in de pijplijn zitten, zijn het Trekvliettracé (de vroegere Rotterdamsebaan, net als de Hubertustunnel te boren) en de Internationale Ring. Ook hier zijn plannen tot ondertunneling. Tussen het Hubertusviaduct en de Stadhouderslaan (Museon, Gemeentemuseum) en dat is niet in ieders ogen op de meest voor de hand liggende plek. De bewoners van de wijken rond de Segbroeklaan en de Sportlaan vinden namelijk dat dáár een tunnel moet komen. De tijd dat we bredere wegen als symbool van vernieuwing zagen en letterlijk ruim baan aan de auto gaven, lijkt echt voorbij.


Den Haag Centraal logo.pdf

05-01-2009

12:59:52

DVA sponsorpagina 3 ol.indd 1

17-6-2009 17:01:46


dhc-bijlage_van_de_architectuur-111