Issuu on Google+

3

ECONOMIE 11 CULTUUR

15

SPORT

18

SERVICE

23

Boze wethouder Smit wast HTM de oren

3

Herstel hotelmarkt hapert

11

Verkiezingen: Randstad versus provincie

12/13

Overwinteren

Vrijdag 25 februari 2011

}<(l(tp$=adbcae<

ACTUEEL

jaargang 5 nummer 198

€ 1,75

Vraag een Hagenaar of hij/zij de winter liever doorbrengt in zonnig Afrika of in het gure Nederland en het antwoord laat zich raden. De ooievaar denkt daar anders over. Al jarenlang verkiest een groep van zo’n dertig exemplaren Den Haag boven een warme plek in Afrika. Waarschijnlijke oorzaak:  de winters zijn gemiddeld genomen minder koud geworden, aldus SOVON Vogelonderzoek dat landelijk al 592 ooievaars heeft geteld. Den Haag is een populaire plaats bij het dier; alsof ze weten dat de ooievaar hier het officiële stadswapen siert. > Foto: Eveline van Egdom


2>

Vrijdag 25 februari 2011

varia

afvallen

De strijd tegen de kilo's 8

Acht, negen of tien kilo minder, in zes weken Bij de naam Paul van Waarden denk ik meteen aan de lekkerste garnalenkroketjes van Den Haag. De chef-kok van het gelijknamige restaurant in Rijswijk heeft daarmee al heel lang geleden – toen stond hij nog in Seinpost – mijn hart veroverd. Toen op de redactie een pakketje arriveerde met zijn afzender erop, gingen mijn eerste gedachten dan ook uit naar een smakelijke inhoud. Een krabsalade? Een levende kreeft? Niets van dit alles: twee prachtige zwarte sportshirts in de maten XL en (voor later) L als steunbetuiging. Met op de achterzijde het logo van Pauls tweede zaak At Sea in Scheveningen. Hij laat me weten zelf in de loop der jaren ook liefst dertig kilo te hebben weggetraind. Hij voelt met me mee en vindt dat ik alle koks die verantwoordelijkheid dragen voor mijn overgewicht moet uitdagen een smakelijk laag-calorie-menu voor me te bereiden. Kort daarop zit ik met Van Waarden rond de tafel om te praten over een speciale lezersavond op 22 maart aanstaande, in zijn met een Michelinster bekroonde zaak. Dan bereidt hij een gezond 4-gangen-menu en verzorgen wij een geanimeerd programma met allerhande toelichting over lekker en gezond eten. Want tussen de begrippen lekker en gezond wil het natuurlijk nogal eens wringen. In de wereld van de fitness snappen ze helemaal niet waar ik me druk over maak. Ze zeggen het niet hardop, maar strakke personal trainers vinden mij – diep in hun hart – toch een soort nerd. Als ik bij Tjeerd, Dave of Margot over bisque begin, over bouillabaisse, foie gras of Sacher, kijken ze me aan alsof ik de taal van een andere planeet spreek. De speciale dieetproducten die ik sinds twee weken nuttig, noemen zij ‘wat minder lekker’, terwijl het voor een beetje gourmand simpelweg de hel is. Een vriendelijke lezeres maakt me onlangs per e-mail attent op het kookboek ‘Luxe Geheimen’ vol lekkere receptuur voor een slanke levenskunst. Maar een trouwe Den Haag Centraal-abonnee in Monaco, ja waarachtig die hebben we, schreef me: “Waarom doe je jezelf dit aan?!? Blijf toch lekker dik man! Geniet van het leven, en vertrek straks in ene keer in een Big Bang na die ene, enorme, fatale hartaanval!! ”. Rolstoel Ik kwam wel even in de verleiding om deze mens-durf-te-leven-filosofie te omarmen. Maar mijn huisarts gooide weer roet in het eten. “Dat klinkt inderdaad niet zo gek”, moedigde ze me eerst nog een beetje aan. “Alleen is niet iedereen die Big Bang gegeven. Daar kun je je niet apart voor aanmelden. De meeste mensen die leven zoals jij gaan er niet in één ruk tussenuit, maar eindigen dan

oogt als gemalen kattenbrokjes, maar smaakt acceptabel en dat geldt tot mijn stomme verbazing ook voor de pasta Bolognaise. Je zou het niet verwachten. Je scheurt een zakje open, giet er heet water op, roert goed door en zet het vervolgens drie minuten in de magnetron. Hoe erg kan het zijn? Daarna moet je het dan ook nog laten opstijven. Het kan zijn dat ik inmiddels zo murw ben dat ik alles toejuich wat anders is dan sla; in elk geval had ik van die Chili wel vijf porties achter elkaar op gekund. Maar dat mag weer niet. Want dat is ook iets waar ik aan moet

Je scheurt een zakje open, giet er heet water op, roert goed door en zet het vervolgens drie minuten in de magnetron. Hoe erg kan het zijn?

Elke zaterdagochtend zelfstandig trainen. >Foto: Pan Chen

voor een deel verlamd in een rolstoel. En dat wil je vast liever niet!”. Dus strijd ik manmoedig door tegen de kilo’s. “Hoeveel is er al af?, roept een lezer me op straat toe. Want sinds ik publiek ben gegaan lijkt het echt of iedereen met de lijn bezig is. Ook niet zo gek: vorige week berichtte het tv-journaal dat ruim de helft van de wereldbevolking aan overgewicht lijdt. Nou, die woont niet in Peru of op de Filippijnen. Die helft woont merendeels in Amerika en Europa. En zeker in Den Haag. “Negen kilo. In zes weken!”, reageer ik op de vraag. Tja, eigenlijk ben ik tien kilo vet kwijt, zo heeft Tjeerd in de nieuwe healthcheck afgelopen week gemeten, maar ik heb twee kilo nieuwe spiermassa opgebouwd, dus geeft de weegschaal een reductie van acht aan. Dat is op straat een moeilijk verhaal, zodoende middel ik op negen kilo. Ofwel anderhalve kilo per week. “Als je eind maart 17,5 kilo kwijt

Strokarton Ik heb op deze plek al verhaald over de speciale dieetproducten die ik – verwend tot op het bot als het om gastronomie gaat – dagelijks tot me neem. Zoals de niet te genieten pannenkoek met kaas uit een zakje. Inmiddels heb ik van alles en nog wat uit het assortiment geprobeerd. De ontbijtpuddinkjes wissel ik af in de smaken koffie, aardbei en chocolade, waarbij alleen de koffiesmaak enigszins valt te genieten. De repen en wafels als tussendoortje gaan wel, maar de koekjes smaken alsof ze vers uit de strokartonfabriek komen. De avondmaaltijd die luistert naar de naam Chili

een schare bezoekers en politieagenten trok hij zijn kleren uit en probeerde een piramide te beklimmen.’ Er zijn voor de hand liggender situaties denkbaar, waarbij een algehele ontkleding leidt tot een zekere beklimming. Onze landgenoot werd uiteraard weggejaagd, maar deed een piramide verderop een nieuwe poging. De politie kwam er

aan te pas. Over zijn motieven heerst onduidelijkheid, maar ‘getuigen verklaarden dat de man sterk naar kruiden rook.’ Het kan dus een of ander dwaas ritueel geweest zijn, maar wij moeten niet uitsluiten dat de man uit was op eeuwige roem. Want bekendheid en beruchtheid zijn tegenwoordig geaccepteerde vormen van roem. Zo was daar enige tijd geleden het knaapje dat de Taj Mahal geswaffeld had. Je moet er maar opkomen! Niet op de Taj Mahal, maar op het idee dit heilige gebouw met je eigen wijwaterkwast te onteren. Deze lompe daad werd uiteraard via YouTube de wijde wereld ingestuurd. Alles voor de roem. Het woord ‘swaffelen’ scoorde vervolgens hoog in de Nieuwe Woorden-toptien. Het slingeraapje

ben, trakteer ik je op een lunch bij De Bokkendoorns”, schrijft onze weerman Marc Putto me enthousiast. En meteen kan ik wegdromen bij wat ik me daar in Overveen door chef Lucas Rive zal laten voorschotelen.

wennen. Ik eet niet meer tot ik verzadigd ben. Ik behoor tot die types die steevast met erwtensoep of kaasfondue de fout in gaan. Dan ga ik lekker door tot het buikje kogelrond is en na een half uur voelt het alsof ik op uitbarsten sta. Die zakjes met een piepkleine avondmaaltijd stop ik in mijn holle kies. Maar als ik vijftien minuten verder ben dient zich evenzeer een verzadigd gevoel aan. Zal het me echt lukken hier een gewoonte van te maken? Simpelweg minder eten. Voorlopig ben ik al dolgelukkig dat ik Coca Cola Zero blijk te mogen drinken. De nasmaak is ronduit smerig, zoals elk light-product dat zoetstoffen bevat. Je raakt die nasmaak ook het eerste uur niet kwijt. Maar ja, de hele dag water is ook niet alles. Dus naast de cola Zero heb ik zelfs maar een fles Fanta Pomelo Zero aangeschaft. “Toch lijkt het alsof het je allemaal vrij makkelijk afgaat”, merkt mijn culinaire partner in crime Annerieke Simeone op. “Kwestie van karakter”, reageer ik koelbloedig. Om er in een adem aan toe te voegen: “Heb je gezien dat onze columnist Marcel Verreck nu dikker is dan ik?” Coos Versteeg Dit is aflevering 8 in een wekelijkse serie over afvallen met behulp van een personal trainer. Inleidende artikelen verschenen op 17, 24 en 31 december 2010 in Den Haag Centraal. Alle eerdere teksten zijn terug te lezen op www.denhaagcentraal.net en op www.getfitstayfit.nl

Tjeerd

GET FIT

STAY FIT personal fitness solutions

Resultaten

Nog een maand te gaan en dus tijd voor een tussenstand. Niet alleen het moment voor Coos om te zien of hij goed bezig is, maar ook het moment van de waarheid voor de trainer. Gelukkig kan ik melden dat we goed bezig zijn, ondanks de beren die we onderweg zijn tegengekomen. In onze HealthCheck doen we méér dan 16 belangrijke metingen om in kaart te brengen hoe de zaken ervoor staan. In deze column licht ik een tipje van de sluier op over de vooruitgang die Coos heeft geboekt. Allereerst de meest concrete waarde die we kunnen meten en die ik direct kon vrijgeven: het gewicht. Op de weegschaal is te zien dat Coos 8 kg is afgevallen. Hiernaast heeft u kunnen lezen dat hij goed in de gaten heeft hoe het werkt met gewicht. Het klopt dat hij 2 kg spiermassa heeft opgebouwd; met een totaal vetverlies van 10 kg in 7 weken is dat een keurig resultaat. De omvangmetingen worden gedaan bij de heupen, buik, armen en benen; ze zijn in totaal met 16 cm afgenomen. In gewone taal betekent dit dat hij dunner is geworden en dat hij dus binnenkort ongetwijfeld weer zal worden nagefloten door de bouwvakkers. De lenigheid in zijn onderrug heeft een boost gehad met een reikafstand van 9 cm in het begin tot 20 cm op dit moment. De kans op rugproblemen is daarmee drastisch afgenomen. Tot slot heeft hij het in zijn buikspiertest gepresteerd 34 sit-ups te maken, waar hij eerder het memorabele aantal van 0 scoorde. Een vooruitgang die lastig in een percentage is uit te drukken. Wanneer u dit leest zijn alle uitslagen bekend, dus ga er volgende week maar lekker voor zitten. Tjeerd Mouthaan Personal Trainer

verreck

Onsterfelijk belachelijk

Uit de grabbelton van maffe berichtjes die het eerbiedwaardige nieuws zo dikwijls tot onversneden amusement reduceren plukte ik een zorgwekkend verhaal: ‘Een Nederlandse toerist heeft vrijdag bij de archeologische opgravingen van Chichén Itzá in Mexico voor flink wat opschudding gezorgd. Ten overstaan van

zelf heeft met zijn lullige daad een onterechte plek in ons collectieve geheugen ingenomen. Nederland stond weer even op de kaart. Ik schaam me in het buitenland trouwens al voor mijn landgenoten ze als ze hun kleren nog wel aan hebben. Afritsbroeken! Wegwezen! Het eeuwen rondstampen door de modder heeft onze boertigheid tot onnavolgbare hoogten opgestuwd. In Zwitserland en Zuid-Afrika liggen nog steeds inheemse bewoners op psychiatrische sofa’s omdat ze een roedel Oranje voetbalsupporters in carnavalskledij voorbij hebben zien en vooral ook horen komen. Aandacht. Het kleine broertje van de onsterfelijkheid. Het allerhoogste doel. Vroeger leefde je voort door culturele of wetenschappelijke verdiensten. En toe-

gegeven, soms ook door op het juiste moment als massamoordenaar op te treden. Nu mag die onsterfelijkheid ook gerust op belachelijke wijze verkregen worden. Dat heeft het gilde van reclamemakers en spin-doctors al lang door. Gelukkig hebben we in de huidige verkiezingscampagne nog geen dergelijk ‘functioneel naakt’ te verstouwen gekregen. Dat had goed gekund: gaat het hier niet in principe telkens om een lid dat graag in een orgaan wil? Maar ach, ook hier geldt dat veel kandidaten met hun kleren aan al gênant genoeg zijn. Marcel Verreck www.marcelverreck.nl


Vrijdag 25 februari 2011

<3

actueel

Boze wethouder wast HTM de oren Door Jan van der Ven

De kans dat het nog goed komt tussen VVD-wethouder Smit en de HTM is na deze week een stuk kleiner. Woensdagochtend besprak de Haagse gemeenteraad een brief van de wethouder over de miljoenenbezuinigingen die het kabinet het Haagse openbaar vervoer heeft opgelegd. Het kabinet wil dat bereiken door openbare aanbesteding in Den Haag, Amsterdam en Rotterdam. Openbare aanbesteding, is de gedachte, leidt tot scherpere prijzen en meer efficiency en is dus goedkoper. De operatie in de drie steden moet 120 miljoen euro opbrengen.

Wethouder Smit haalde in het debat op bijna emotionele wijze uit naar de HTM. Dat de twee geen vrienden van elkaar zijn, was eerder al duidelijk. Smit was er vorig jaar bijvoorbeeld als de kippen bij om het idee van het kabinet-Rutte voor openbare aanbesteding vorm te geven. De grote onrust waartoe dit leidde bij de HTM, bracht hem gedeeltelijk tot inkeer. In opdracht van een verontruste gemeenteraad ging hij samen met zijn collega’s van Rotterdam en Amsterdam op bezoek bij minister Schultz van Haegen en pleitte voor uitstel. Met succes; de ingreep wordt uitgesteld tot 2013. De acties die de HTM vorige week voer-

de, hebben de broze verhoudingen tussen de wethouder en het Haagse vervoerbedrijf echter geen goed gedaan. De acties waren met name bedoeld het publiek te laten zien welke gevolgen de voorgenomen bezuinigingen kunnen hebben. Bedreigde lijnen werden daarom stilgelegd. Maar volgens de wethouder stemt het beeld dat vorige week geschetst werd, in het geheel niet overeen met de werkelijkheid. Zo zal volgens hem Randstadrail niet worden opgeheven, zoals vorige week werd gesuggereerd. Extra geprikkeld door kritische raadsleden die vonden dat de wethouder zich bij

het rijk niet sterk genoeg maakt voor het Haagse vervoerbedrijf, ging Smit in de tegenaanval. De koers van het kabinet is niet de zijne. “Ik heb mijn bezwaren tegen de bezuinigingsronde meermalen duidelijk gemaakt”, hield hij de raadsleden voor. “Maar we kunnen het regeerakkoord hier niet even openbreken”, voegde hij er aan toe. Even later gingen de remmen van de VVD’er los toen hij kwam te spreken over de overheadkosten van de HTM. “Die zijn veel en veel te hoog, bij het busbedrijf zelfs 33 procent. Dat is belachelijk veel. Er is dus bij de HTM nog heel, heel veel te doen”. De wethouder kreeg de smaak steeds

Panorama Mesdag breidt uit

meer te pakken. Wat denken ze bij de HTM wel, was de ondertoon. Nog een voorbeeld dat Smit in dit verband uit de mouw schudde: de onderstellen van een reeks HTM-trams moeten vervangen worden, maar bij de HTM denken ze alleen in dure oplossingen, zo hield hij de raadsleden voor. “Het plan was ze in Duitsland te laten renoveren”. Te duur, oordeelde de gemeente. Daarom werden tweedehands onderstellen uit België naar Den Haag gehaald. Daarmee werden miljoenen bespaard. “Het wordt tijd elkaar wat strakker aan te spreken”, concludeerde een getergde Smit.

Den Haag Centraal verschijnt dag later

Op zijn geboortedag werd woensdag de eerste steen gelegd voor de uitbreiding en renovatie van het beroemde Panorama dat H.W. Mesdag maakte. Dit gebeurde door buurtgenoot en vriend van het panorama, oud-minister Brinkhorst en zijn kleinzoon Claus-Casimir. De opknapbeurt moet het behoud van Mesdags kunstwerk voor de komende generaties waarborgen. Dankzij het verworven buurpand kan het museum zijn publieksvoorzieningen uitbreiden, zoals het museumcafé en de museumwinkel. Ook komt er ruimte voor educatieve doeleinden. Bovendien kan door de uitbreiding beter voldaan worden aan wettelijke eisen op het gebied van veiligheid en arbeidsomstandigheden; door de verbreding van de gevel wordt de uitstraling van het museum versterkt.Voor de volledige uitvoering van het plan is nog ruim anderhalf miljoen euro nodig. > Foto: Roger Dohmen/Hollandse Hoogte

In verband met de verkiezingen voor de Provinciale Staten verschijnt Den Haag Centraal volgende week niet op donderdag, maar op vrijdag. Dit komt doordat de uitslag van de verkiezingen pas woensdagavond 2 maart laat bekend zal zijn. Dit zou als gevolg hebben dat het een week duurt voordat de krant over de uitslag kan berichten. In verband met de actualiteit is er daarom voor gekozen de krant eenmalig een dag later te laten uitkomen.

Stationsplein als ‘waardige’ entree naar binnenstad

Het Stationsplein bij Hollands Spoor moet een plek worden waar mensen graag willen vertoeven. Meer terrassen en ruimte voor wandelaars en fietsers zorgen er volgens de gemeente voor dat het plein een waardige entree voor de binnenstad wordt. In de omgeving komt verder meer ruimte voor studentenhuisvesting; de NS beraadt zich over de komst van een hotel. Door Miranda Fieret

De gemeente wil dat het Stationsplein drastisch verandert. Met name het verbeteren van de uitstraling en de invulling van het plein en het brede deel van de Stationsweg hebben prioriteit. Daarom investeren gemeente en stadsgewest bijna twintig miljoen euro in een grootschalige metamorfose. De entree en het brede deel van de Stationsweg krijgen een natuurstenen vloer die als een ‘rode loper’ de voetganger richting binnenstad leidt. Dit deel van de Stationsweg wordt speciaal ingericht voor voetgangers en fietsers.

In 2013 gaan de werkzaamheden van start. Fijn op een terras zitten is er nu niet bij, aangezien het Stationsplein nog een belangrijke route is voor automobilist en forens. Met de invoering van het verkeerscirculatieplan gaat er zelfs nog meer verkeer via het Stationsplein. Deze stroom van automobilisten wil de gemeente ontmoedigen door de verkeersrichting te veranderen. Zo wordt het deel van de Parallelweg naar het Rijswijkseplein eenrichtingsverkeer. De uitvalsweg links naar de Stationsweg verdwijnt in de toekomst. De gemeente hoopt dat automobilisten in de spits meer gebruik zullen maken van de Centrumring. Ook het openbaar vervoer wordt aangepakt. Er komen twee overdekte tramperrons in plaats van de huidige vier; de lijn 9 en 11 worden een soort RandstadRail-achtige trams die over gras gaan rijden. De plannen voor de metamorfose van het Stationsplein zijn al in 2008 door Norder aan bewoners en belanghebbenden kenbaar gemaakt. Toen al wilde hij van het gebied een soort ‘Gare du Nord’ van Den

Haag maken. Met de investeringen moet de Stationsbuurt van haar enigszins ongure karakter afkomen en minder verkeersader en knooppunt voor forensen zijn. Rijksmonumenten als station Hollands Spoor, het hofje aan de Van Hogendorpstraat en het Paviljoen aan het Rijswijkseplein vallen slechts weinig op. Vooral de panden waar de Belastingdienst in zat zijn velen een doorn in het oog. De gemeente hoopt dat de opknapbeurt andere investeerders over de streep trekt. Een grote trekker is de Geste Groep, eigenaar van veel vastgoed aan de Stationsweg. Ze wil verder met de vernieuwing en renovatie van de horecapanden aan de Stationsweg. De NS bezint zich nog op de bouw van een hotel. Met het Strijkijzer op een steenworp afstand is de eerste stap gezet om de buurt aantrekkelijker te maken voor studenten. Aan de andere kant van het station is Staedion bezig met de herontwikkeling van het Rode Dorp waar studentenwoningen komen. In een volgende fase zouden in het Sigmagebouw en het kleine belastinggebouw ook jongerenwoningen moeten

worden gesticht. De behoefte aan studentenwoningen voor de periode 2010-2020 is geraamd op drieduizend. In de plannen is nog niet voorzien in de aanpak van de tunnel onder de sporen, die voor en achterzijde van het station met elkaar verbindt. Op de bewonersbijeenkomst waar ook Norder aanwezig was, bleek juist deze tunnel een groot pro-

bleem. Volgens de bewoners is het er donker en naargeestig. Daardoor remt ze de doorstroom van mensen richting centrum en, aan de andere kant, de Haagse Hogeschool en MegaStores. Volgens een woordvoerder van de gemeente “is de tunnel een traject voor de lange termijn”. “We zijn nog in gesprek met de NS en Prorail”, aldus de zegsman.

Ingezonden mededeling

Exclusieve brilmode

Stadspartij hekelt nieuwe snoepreis naar Austin (VS) De Stadspartij zet vraagtekens bij de manier waarop Den Haag zich presenteert op het muziek- en netwerkevenement SXSW (South by Southwest) in het Amerikaanse Austin (Texas). Evenals vorig jaar vertegenwoordigt Crossing Border Den Haag als popstad met een speciaal evenement, dat plaats heeft op 17 maart. Namens Den Haag treden op het festival de bands

Pop Up Animal Kids, Pitch Blond en The Deaf op. Daarnaast zijn twee internationale Crossing Border acts aan de lijst toegevoegd: The Black Box Revelation uit België en Erland & The Carnival uit Engeland. Volgens de Stadspartij kost het de gemeente 100.000 euro om zich op deze manier te presenteren als popstad. Raadslid Joris Wijsmuller: “Het snoepreisje van vorig jaar heeft hele-

maal niets opgeleverd. Geen enkele band heeft er optredens aan overgehouden, de beloofde Amerikaanse bedrijven en handelsmissies zijn er niet gekomen en nu worden zelfs buitenlandse bands uitgenodigd om Den Haag te promoten als popstad”. De partij wil van de gemeente weten of naast de Haagse bands ook de Britse en Belgische popgroep wordt gepromoot met Haags geld.

Hoogstraat 37 2513 AP Den Haag T. 070 - 346 16 81 www.hofstede-optiek.nl


4>

Vrijdag 25 februari 2011

varia

stadsmens

Beklimmen van Kilimanjaro in strijd tegen Alzheimer “Iets goeds doen voor de wereld en tegelijkertijd voor iemand die heel dicht bij je staat”. René Heidenreich vat in één zin samen waar hij al enige tijd vol inzet aan werkt. Met zijn broer Ronald en hun vader René (63) gaat hij van 24 september tot 5 oktober in Tanzania de 5895 meter hoge Kilimanjaro beklimmen. Eigenlijk maakt de zeven dagen durende tocht deel uit van de strijd tegen de ziekte Alzheimer. De (gesponsorde) klim moet geld opbrengen voor wetenschappelijk onderzoek. Want de broers Heidenreich ondervinden wat dementie betekent voor de patiënt en zijn omgeving. Hun

‘Wat zal het emotioneel zijn wanneer we alle drie de top halen!’ vader behoort in Nederland tot de groep van 12.000 jongdementerenden. Hij heeft fronto-temporale dementie, een aandoening van vooral het voorste deel van de hersenen. De ziekte is in 2006 bij Heidenreich geconstateerd. In ons land hebben 235.00 mensen dementie. De meest voorkomende vorm is Alzheimer (70 procent). Vandaar dat René en Ronald de stichting die zij hebben opgericht ‘Klimmen Voor Alzheimer’ noemden. Wetenschappelijk onderzoek is het enige middel waarmee dementie bestreden kan worden. Alzheimer Nederland financiert en stimuleert onderzoek. De totale opbrengst van de klim is bestemd voor deze organisatie. Onderzoek is dringend nodig, zegt Heidenreich: “Er zijn tot nu toe alleen medicijnen die in de beginstadia de symptomen wat verlichten”. Volgens Alzheimer Nederland zal als gevolg van de vergrijzing het aantal mensen met dementie in de toekomst explosief stijgen. In 2050 zullen er meer dan een half miljoen patiënten zijn. De familie Heidenreich wil met de klim een bijdrage leveren. Inmiddels zijn er vijf deelnemers voor de tocht, waaraan maximaal twintig mensen kunnen meedoen. René: “De klim is te doen voor ervaren bergwandelaars. De Kilimanjaro is

Ingezonden mededeling

giro 300 www.hartstichting.nl

Vader René Heidenreich (r) en zijn zoons trainen voor het goede doel >Foto: Mylène Siegers

de hoogste alleenstaande berg ter wereld die zonder specifieke klimcapaciteiten te bewandelen is. Het enige dat je parten zou kunnen spelen, is de hoogte. Je zou last kunnen krijgen van hoogteziekte, die erge hoofdpijn en hersenoedeem kan veroorzaken. Maar onze ervaren Nederlandse reisleider en de Afrikaanse gidsen herkennen de signalen en kunnen de risico’s inschatten”. René, Ronald en hun vader zijn ervaren bergwandelaars. Zo ook hun moeder. Het gezin bracht menige wandelvakantie door in Frankrijk en Zwitserland. Pa Heidenreich is volgens René hoe dan ook een sportieve man. “Hij heeft jaren gevoetbald bij de amateurs in Den Haag en heeft marathons gelopen. Vooral in de zomer fietst hij twee tot drie keer in de week tussen de 100 en 150 kilometer per dag. Daarnaast doen wij met z’n drieën twee keer in de week aan spinning”. Dat gebeurt in sportschool Fysio’s Gym aan de Leyweg. Op deze sportschool

wordt zaterdag 12 maart van 13.00 tot 17.00 een spinningmarathon gehouden ten bate van ‘Klimmen Voor Alzheimer’. Er zijn nog vijftien fietsen beschikbaar die voor 60 euro kunnen worden ‘gekocht’. “Als je dat met vier personen doet, kun je ieder een uur fietsen. Het hele bedrag gaat naar de stichting”, zegt Heidenreich. Bedrijven en particulieren kunnen ook de beklimming van de Kilimanjaro sponsoren. Zo is het sponsorpakket Summit samengesteld: wanneer René en Ronald de top hebben bereikt, wordt van hen een foto gemaakt met de vlag van de firma die de stichting sponsort. Ook kunnen bedrijven op de website reclame maken voor zichzelf en uiteen zetten waarom zij ‘Klimmen Voor Alzheimer’ financieel steunen. Particulieren kunnen een bedrag naar keuze – dat kan vanaf één euro – overmaken op het gironummer en krijgen dan een eervolle vermelding op de site. “Wij zijn met elk bedrag blij. Het gaat ons er ook

om dat mensen die geld hebben gestort, over dementie hebben nagedacht”. René had als zeventienjarige al de wens om ooit de Kilimanjaro te beklimmen. In 2006 nam het plan vastere vormen aan, nadat iemand had voorgesteld er een sponsortocht van te maken. Het goede doel was er immers al. Bij zijn vader was toen net dementie geconstateerd. De tocht, waarbij broer Ronald zich inmiddels had aangesloten, stond in augustus 2008 gepland. Vier weken voor vertrek scheurde bij René een achillespees volledig af, waarop operaties en een jaar revalidatie volgden. Eind 2009 kwam het plan opnieuw tot leven. De broers pakten de zaken grondig aan. Vriend Jeffrey van Diemen bouwde met zijn bedrijf DDIS een website en beheert die ook. René: “Het reisbureau IDtravel heb ik bereid gevonden deze expeditie te organiseren en te steunen. Voor iedere deelnemer die de top haalt, stort het reisbureau 125 euro op

de giro van de stichting en 75 euro voor mensen die de top niet halen”. Met de klim hopen ze minimaal 10.000 euro bijeen te krijgen. René, met klem: “Al het geld dat binnenkomt, is bestemd voor de stichting”. Zijn vader aarzelde aanvankelijk om mee te gaan, vertelt René Heidenreich. “Hij was bang dat hij door zijn ziekte op de berg verkeerde beslissingen zou nemen. Hij heeft meteen met zijn neuroloog overlegd. Die adviseerde hem om vooral nu te gaan. Volgend jaar is hij er misschien niet meer toe in staat”. Waar René naar uitkijkt? “Dat we met z’n drieën de top halen. Wat zal dat emotioneel zijn, ook als een van ons zou moeten afhaken”. Joke Korving Geld kan worden overgemaakt op gironummer 5528893 ten name van Klimmen Voor Alzheimer. Info: www.klimmenvooralzheimer.nl


Vrijdag 25 februari 2011

actueel

Pierre Wind bij presentatie nieuwe vakcolleges horeca

‘Uit een pakje zeker? Nooit meer doen!’

<5

Rijk beschermt het Zuiderpark Het Zuiderpark wordt een door het rijk beschermd stadsgezicht. De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschap en de minister van infrastructuur en milieu hebben dit besloten op verzoek van de Haagse gemeenteraad,. Het Zuiderpark, dat in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw aan de toenmalige stadsrand werd aangelegd, was het eerste echte volkspark in Nederland in de trant van de Britse en Amerikaanse parken die sinds het eind van de 19de eeuw werden aangelegd. In het park zijn moderne ideeën over opvoedkundige waarden en natuurbeleving terug te vinden. Cultuurhistorisch waardevolle elementen van het Zuiderpark zijn onder meer de parkaanleg, de eendenkooi, het Scheepstra- en Ligthartmonument (de beeldjes van Ot en Sien van beeldhouwer Frits van Hall) en de hoofdentree aan het Veluweplein. Het park, dat in 1936 officieel werd geopend, bestaat uit een kern met grote vijvers en speel- en ligweiden. Daar omheen ligt een serie min of meer zelfstandige parken met recreatieve, educatieve en sportieve voorzieningen die vrij toegankelijk zijn. De oude eendenkooi, waarvan in 1639 voor het eerst melding wordt gemaakt, moest volgens het parkontwerp sneuvelen, maar bleef na actie van natuurbeschermingsorganisatie AVN uiteindelijk behouden.

Reclamezuil als oplaadpunt Pierre Wind proeft van de soep die de leerlingen gemaakt hebben. Wethouder Van Engelshoven kijkt geamuseerd toe. >Foto: Pieter Pennings

Tv-kok Pierre Wind is ambassadeur van de nieuwe vakcolleges horeca die vanaf komend schooljaar zijn te volgen. Het betreft een samenwerking tussen de François Vatelschool, het Haagsch Vakcollege en het ROC Mondriaan. Dit weekeinde had de presentatie plaats. Door Elske Koopman

Talentontwikkeling. Dat is het sleutelwoord voor het vakcollege, waarin theorie en praktijk samenkomen. Er waren er al twee op het gebied van de techniek, met ingang van september komen er twee bij voor de horeca, voor kok en voor gastheer en -vrouw; dan zal ook duidelijk zijn wanneer de vakcollega’s zorg beginnen. Wethouder Ingrid van Engelshoven trekt een miljoen euro uit voor deze spe-

cifieke vorm van onderwijs. In totaal moeten er acht vakcolleges komen. Vakcolleges moeten de aansluiting van het VMBO op het MBO gemakkelijker maken en leerlingen motiveren op school te blijven en verder te leren. “In Den Haag valt de schooluitval gelukkig mee, het is in dat opzicht de best presterende gemeente”, zegt Jan Eliëns, sectordirecteur van Scholengroep Den Haag Zuid-West waaronder de vakscholen vallen. “Maar dat betekent niet dat je achterover moet leunen”, vult wethouder Van Engelshoven aan. “Hier komen vaak kinderen die moeilijk leren. Ze kunnen in de praktijk hun talent ontdekken en dingen maken waar ze trots op zijn”. De wethouder wil zelf beslist een les volgen, komend schooljaar en gaat zeker een keer met het college lunchen bij

Rijswijk kiest voor lange tunnel onder Beatrixlaan De toekomstige afwikkeling van het verkeer op de Prinses Beatrixlaan in Rijswijk kan het beste worden bereikt door de aanleg van een lange tunnel. Die beslissing heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk deze week genomen. In de visie van het college gaat de tunnel lopen vanaf de Admiraal Helfrichsingel en loopt ze door tot en met de Generaal Spoorlaan. Via de tunnel moet het doorgaande verkeer van en naar Den Haag worden afgewikkeld. Het lokale verkeer wordt gescheiden van het doorgaande verkeer en blijft op het niveau van het maaiveld; door een groene overkluizing wordt het aan het zicht onttrokken. Het besluit is gebaseerd op de haalbaarheidsstudie Prinses Beatrixlaan Rijswijk. Deze werd verricht met een subsidie van de regio Haaglanden. Daaruit kwam naar voren dat bij ongewijzigd beleid de problemen op de

Beatrixlaan in 2020 dusdanig groot zullen zijn dat zelfs het verkeer op Rijksweg A4 zal stagneren. Volgens prognoses rijden er tegen die tijd 47.000 auto’s per dag over de Beatrixlaan. De kosten van het project worden geraamd op 190 miljoen euro, met een onzekerheidsmarge van veertig procent. De investering moet worden opgebracht door de gemeente Rijswijk en de regionale partners. Maar ook rijk en provincie zullen een substantiële bijdrage moeten leveren. De gemeenteraad praat op 29 maart over het voorstel. Daarbij gaat het ook om aanvullende details, zoals de plannen voor bebouwing van het gebied rondom In de Bogaard, met name langs de randen van het Bogaardplein. Tevens moet er gelegenheid komen voor ondergronds parkeren, zodat de leefbaarheid in de wijk kan worden verbeterd.

het vakcollege, beloofde ze, roerend in de kaassoep in wording die was bereid ter gelegenheid van de presentatie van de vakcolleges. De leerlingen krijgen vanaf het eerste lesjaar met name praktijklessen. “En als ze andere vakken krijgen, zoals Engels, sluiten ze aan op de beroepspraktijk. Bijvoorbeeld door het vertalen van een recept voor de appeltaart die ze later moeten bakken”, aldus Eliëns. Arie Broodman, onderwijsmanager bij ROC Mondriaan, heeft zelf de opleiding gevolgd en is docent geweest. Hij weet inmiddels: “Jonge mensen haken af als ze zich vervelen. Daarom hadden wij indertijd al extra aandacht voor een goede doorstroming naar het HBO. Het vakcollege maakt die doorstroming nog soepeler. Zo is de overlap die er nog zat tussen het laatste VMBO-jaar en het

eerste MBO-jaar verdwenen. Gevolg is dat het eerste jaar voor de VMBO-leerlingen minder saai geworden is”. Tv-kok Pierre Wind heeft zich laten strikken als ambassadeur van de nieuwe opleiding. Ook gaat hij workshops geven. Hij gelóóft in het concept, in de samensmelting van theorie en praktijk, in het vakmanschap dat er het resultaat van moet worden. Als een wervelwind stormt hij bij de presentatie de keuken in, waar de leerlingen volop aan het werk zijn. Meteen heeft hij commentaar. “Wat is dat? Droge zooi? Dat komt zeker uit een pakje! Nooit meer doen”, roept hij, terwijl hij een leerling die kaassoep aan het koken is speels bij de keel grijpt. Ambassadeur Wind zal dinsdag 8 maart ook aanwezig zijn bij de informatieavond van het Regionaal Opleidingen Centrum Mondriaan.

Werkgelegenheid Haaglanden gedaald De werkgelegenheid in Haaglanden is in 2009 teruggelopen met 1 procent; tegelijk liep de werkloosheid op tot 6,5 procent. Het gaat om cijfers over 2009, volgens Monitor Werkgelegenheid Haaglanden 2010. Deze geeft zeer specifiek inzicht in de soort werkgelegenheid in heel Haaglanden, tot op het laagste niveau: wijk, buurt, straat; de cijfers over 2009 zijn de meest recente die beschikbaar zijn. Het

aantal banen slonk in dat jaar met 6.800 tot bijna 516.400. De hoeveelheid personen met een werkweek van twaalf uur of meer daalde met 8.000 tot ruim 469.100. De Monitor Werkgelegenheid Haaglanden beslaat nagenoeg alle in Haaglanden gevestigde bedrijven, instellingen en vrije beroepsbeoefenaren. De gegevens worden jaarlijks in opdracht van het Stadsgewest Haaglanden bijeengebracht.

Op het Kerkplein bij de Grote Kerk is deze week de eerste informatiezuil met elektrisch oplaadpunt in gebruik genomen. Consumenten met een ov-chipkaart kunnen hun elektrische brommer of scooter hier gratis opladen. Wethouder Rabin Baldewsingh (Duurzaamheid) onthulde de zuil, de eerste in z’n soort in Nederland. Met deze nieuwe ontwikkeling van oplaadpunten die worden opgenomen in het stadsbeeld bundelen energiemaatschappij Eneco en JCDecaux, exploitant van al dan niet reclamedragend stadsmeubilair hun krachten. Het streven is de oplaadzuilen op drukbezochte lokaties te plaatsen om het publiek te wijzen op elektrisch vervoer als duurzaam en goedkoop alternatief.

Ondergrondse afvalcontainers In de loop van dit jaar neemt wethouder Sander Dekker een besluit over plaatsing van ondergrondse afvalcontainers in Noordelijk Scheveningen. Er wordt nu bekeken of dit mogelijk is, naar aanleiding van klachten van Bewonersvereniging Noordelijk Scheveningen (BNS) over de plaatselijke meeuwenoverlast. BNS vond dat de gemeente deze kwestie niet serieus genoeg nam. Recent onderzoek van de gemeente bevestigt de ernstige overlast. BNS vindt dat de wethouder hieruit de consequenties moet trekken en de kustwijken met spoed van ondergrondse containers moet voorzien. Hiermee worden elders in de stad goede resultaten geboekt.

Ingezonden mededeling

Subsidie voor Westduinpark Omdat wij het kunnen! Televisiestraat 308

2525 LV Den Haag

Dealer van

Akoestische plafonds

Den Haag krijgt een Europese subsidie van ruim 600.000 euro voor een opknapbeurt van het Westduinpark. Met het geld wordt de kwaliteit van het natuurgebied verbeterd. Naast het Westduinpark, één van de grotere groengebieden in Den Haag, worden ook de Bosjes van Poot aangepakt. De werkzaamheden worden uitgevoerd in de periode tussen 1 november 2011 en 31 december 2013.


6>

Vrijdag 25 februari 2011

interview

Vilan

Schaakwonder Anish Giri (16)

‘Er zijn veel meer nerds die geen schaker zijn’

Op hoge hakken

Nadat ik een halve winter had rondgesjokt op platte laarzen, kwam eindelijk de dag dat ik op hakken naar buiten kon. Dat trof. Ik heb nieuwe schoenen, mooie zwarte pumps met een halfhoge hak. Nette schoenen zijn het, mevrouwenschoenen. Als ik loop, hoor ik de hakken tikken, dat geeft me ritme en het gevoel dat de lente komt. Dus ik op mijn hakken naar buiten. Tik-tik, de straat door, waar klusbusjes van de woningbouwvereniging stonden. Er waren mannen aan het werk. Ze zagen mij, stonden even als verlamd en hingen toen wat naar voren, terwijl ze nadrukkelijk begonnen te groeten. “Hallo”, zei de een, en de ander kende twee woorden: “Hallo mevrouw”. Even daarna passeerde ik achterlangs een bushokje en zag hoe een man zijn snuit tegen het glas drukte, hij staarde me hongerig aan. Dat zijn de momenten waarop ik ernaar verlang een grote man te zijn, extreem lelijk van uiterlijk en met een nors, afwerend gezicht waar de mensen van schrikken. Zo’n man die ongestoord en ongehinderd door de straten kan gaan, zonder aanspraak of dom gegroet. Zoiets is niet beleefd bedoeld, wat dacht u. Het is mannelijk hormoongedrag, vooral optredend bij mannen die ten eerste niet in staat zijn om normaal met een vrouw te praten en ten tweede bij wie de opvoeding door een lieve moeder niet is aangeslagen. Arme moeder, te weten dat je zoon zich op straat gedraagt als een varken dat de trog ruikt. Iets vergelijkbaars maakte ik kort geleden mee toen ik in een supermarkt diep nadacht over de vraag of ik nog brood in huis had. Een kennis zag mij en voegde me toe: “Wat kijk jij lelijk”. Ik antwoordde: “Dat komt omdat ik jou zie”, maar dat grapje kreeg geen applaus. Als ik nou zo’n grote lelijke man was geweest, dan had ik geen last gehad van de plicht altijd en overal een lief gezicht op te zetten. Want als je gezicht als vrouw even anders staat, krijg je meteen straf. Opmerkingen en aanmaningen. Zodat je het weer weet. Ik weet het, het ligt aan mij. Dus misschien moet ik terug naar de platte laarzen. En dan mijn hoofd kaal scheren, een oude vuilniszak als kleding aansjorren en een snor laten staan. Of zo braaf leven, dat ik in mijn volgende incarnatie terugkom als een grote foeilelijke man, die op straat door iedereen met rust wordt gelaten. Ideaal. Vilan van de Loo

Twee weken lang stond hij dagelijks in de schijnwerpers van het nieuws en vergaapten duizenden bezoekers zich aan zijn bij vlagen geniale spel op het Tata Schaaktoernooi in Wijk aan Zee: Anish Giri, wonderkind uit Rijswijk.

Door Alexander Münninghoff De schaakwereld heeft de frêle 16-jarige zoon van een Nepalese vader en een Russische moeder allang als toekomstige kandidaat voor de hoogste titel in schaakland herkend en gaat op voet van gelijkheid met hem om. Of het nu wereldkampioen Anand betrof, of bijna-leeftijdgenoot Magnus Carlsen, de qua ELO-punten hoogst geklasseerde ter wereld die door Giri werd verslagen, of routiniers als Shirov of Kramnik, zij allen luisterden onder de rook van de Hoogovens aandachtig als Giri bij de analyse achteraf het woord voerde. Want het is natuurlijk altijd van belang een kijkje te kunnen nemen in de gedachtewereld van een van je grote concurrenten in de komende decennia. De schaakgedachtewereld, wel te verstaan. Maar Anish Giri is behalve een schaakgrootmeester van bijzondere klasse ook een leerplichtige scholier in Nederland. Die zich, zoals hij het jolig uitdrukt op zijn website, na zijn succes in een van de meest prestigieuze schaaktoernooien ter wereld ‘voor lange tijd, misschien zelfs wel voor een paar weken, volledig op school gaat concentreren’. Dat is even omschakelen. Van de schaakwereld der volwassenen terug naar de schoolbanken van het Grotius College in Delft, toevallig dezelfde school als waar Jan Timman een kleine halve eeuw geleden op zat. Giri haalt er desgevraagd zijn schouders over op: “Ach, ik heb met de meeste vakken geen moeite. Wiskunde, scheikunde, natuurkunde en informatica, het zijn gebieden die mij goed liggen en ook al heb ik zowat elke dag een proefwerk, ik red het wel. Ik probeer vooral mijn huiswerk zo efficiënt mogelijk te doen, zodat er ook nog wat tijd voor schaakstudie overblijft. Want ja, ik moet binnenkort een weekeind naar Spanje om daar in de clubcompetitie te spelen. Zoals ik ook in Duitsland en Frankrijk voor clubs uitkom. En misschien straks voor een Russische club, ‘64’ uit Moskou. Terwijl ik ook nog in de Nederlandse competitie meespeel”. Vrienden Het is een schema dat een normale schoolgang bijkans onmogelijk lijkt

te maken. Zelfs voor een jongen als Anish die met een IQ-score van ongeveer 150 (“Dat was een momentopname van een paar jaar geleden en betekent dus niets”, haast hij zich te verzekeren) geacht moet worden moeiteloos met een bovengemiddeld rapport thuis te kunnen komen, lijkt er geen tijd over te schieten voor buitenschoolse sociale activiteiten. Met een besmuikt lachje geeft hij toe dat het contact met zijn klasgenoten nogal beperkt is: “Nee, ik heb niet veel vrienden, er is eigenlijk niemand die heel dichtbij komt. Daarvoor zijn er misschien ook te weinig raakvlakken en ben ik te veel weg. Dus hooguit af en toe een verjaardagsfeestje of een partijtje tafeltennis, wat ik heel graag doe. Ik zat in Petersburg, waar ik ben opgegroeid, op een club waar je zowel kon schaken als tafeltennissen, en ik bleek voor beide disciplines aanleg te hebben. Toen ik twaalf was verhuisden we naar Japan en daar ging ik op een voetbalclub. Ook deed ik aan zwemmen en atletiek, maar daar ben ik allemaal mee gestopt. Ik heb de handicap dat ik zonder bril heel slecht zie, ik heb min vijf, dat speelt een rol”. Te weinig raakvlakken: het is de spijker op zijn kop. Wie thuis Russisch spreekt, daarnaast Japans en een beetje Nepalees en bij het schrijven van schaakverslagen het Engels (‘comfortabele taal’, in zijn woorden) prefereert boven het Nederlands (op zijn website worden zijn analyses vertaald door een schaakvriend) zal niet vreemd opkijken als het op het schoolplein met de communicatie moeizaam blijft. Al is Giri’s Nederlands, in aanmerking genomen dat hij pas drie jaar in ons land is, uitstekend te noemen. Maar het gaat om het raakvlak schaken: daar scoor je niet mee bij de meisjes, zo deelt Neerlands jongste grootmeester de treurige

‘Ook al heb ik zowat elke dag een proefwerk, ik red het wel’

ervaring van zijn oude interviewer. Op Valentijnsdag bleef zijn brievenbus leeg, ‘volgens mij althans’ laat hij voorzichtig weten; in zijn schakersloze klas wordt ook niet over zijn waanzinnige schaaksuccessen gesproken. “Ze weten wat ik in het schaken doe en daarmee houdt het op. Maar het is ook weer niet zo dat ze me als een nerd zien. Daar is ook geen reden voor. Er zijn veel meer nerds die geen schaker zijn”. Max Euwe De vraag die veel schakers, en met name de sponsoren en schaakofficials van de Koninklijke Nederlandse Schaak Bond KNSB, bezig houdt is of Anish Giri voor het Nederlandse schaak behouden blijft. Want als dat zo is, doemt het aanlokkelijke beeld van een tweede Nederlandse wereldkampioen, na Max Euwe in 1935, onweerstaanbaar op. Hij heeft het in zich, de Rijswijkse Anish, en hij wil het ook graag, zoals hij meer dan eens heeft bevestigd. Maar zal hij, als hij straks de kroon op zijn werk zet en de wereldtitel behaalt, ook een Nederlands paspoort op zak hebben? Kunnen wij dan spreken van een nieuwe Nederlandse wereldkampioen, zoals we jarenlang dachten en hoopten dat Jan Timman deze megaklus zou klaren? “Het hangt voorlopig in principe van mijn vader af”, weet Anish Giri, “het gaat erom of hij hier in Nederland een vaste baan heeft of niet. Die heeft hij nu, als researcher bij Deltares, een bedrijf in Delft dat gespecialiseerd is in waterbeheersing. Mijn vader is in Japan gepromoveerd op dat terrein en ik geloof dat hij het hier erg naar zijn zin heeft. Dus ik denk dat we hier in Nederland zullen blijven. Daarbij denk ik ook dat ik een of andere universitaire studie zal gaan volgen. Iets met wiskunde of informatica, mijn lievelingsvak. Ja, ik weet dat een heleboel schakers vinden dat ik niet moet gaan studeren maar wereldkampioen moet worden, zo gauw mogelijk. Maar ik denk dat er nog veel meer te ontdekken valt buiten het schaken”. Hier komt zijn moeder Olga, die tijdens ons gesprek aan de keukentafel heeft meegeluisterd, tussenbeide. In razendsnel Russisch, kenmerkend voor de Petersburger intellectueel

‘Voor een schaker is het niet echt belangrijk waar hij woont’ die zij van huis uit is, geeft zij een karakteristiek van haar zoon: “Toen hij jong was absorbeerde hij alles wat hij niet kende. Letterlijk alles was voor hem interessant. Alles nam hij in zich op, als een spons. Maar dat is nu gereduceerd tot schaakkennis. Daar wil hij alles van weten en dat begrijp ik wel. Het is zijn leven en zijn grootste uitdaging. Stel je voor, wereldkampioen! Maar vroeger was hij anders”. Concurrentie Het zijn de woorden van een vrouw die zelf de geest uit de fles heeft laten ontsnappen. Immers, Olga was het die Anish op zijn zevende de regels van het spel leerde. Dat hij daarmee later in aanraking kwam met het spel der koningen dan menig grootmeester (velen van hen zaten al op vier- à vijfjarige leeftijd zinvol met de schaakstukken te rommelen) vindt Anish terecht irrelevant: “Je moet tegenwoordig wel zo vroeg mogelijk je talent in een sport ontwikkelen, want de concurrentie is op alle sportgebieden enorm geworden. Maar in het schaken gaat het er niet om of je op je vierde of je zevende het spel leert. Het gaat erom dat je op zeker moment kleine combinaties kunt herkennen, waarbij je het hele bord in een keer in je kunt opnemen. Dus dat je de kenmerken van een totale positie herkent en ook weet dat er een combinatie in zit. Dat gevoel voor de positie ontwikkel je volgens mij pas na je tiende”. We keren terug naar de vraag omtrent zijn Nederlander-blijven. “Voor een schaker is het niet echt belangrijk waar hij woont”, vindt Giri, die daarmee aansluit op een oud statement van Viktor Kortsjnoj, de man die in de jaren zeventig de Sovjet-Unie ontvluchtte en een tijd lang onderdak kreeg in Nederland. Kortsjnoj liet zich toen eens ontvallen dat, waar ter wereld hij ook verbleef, de vraag of hij in de Najdorfvariant van het Siciliaans met zwart de pion op b2 wel of niet kon pakken toch altijd de meest essentiële zou blijven. Dat is de manier waarop een Nurschachspieler tegen de zaken aankijkt. Anish Giri lijkt, gelukkig, een stuk genuanceerder. Hij vindt Nederland een prettig land en doorziet de voordelen van een Nederlands paspoort. Klein land, geen grote vijanden. Maar dat


Vrijdag 25 februari 2011

interview

van het ware: “Ze begrepen allebei dat de toekomst in de computer ligt. Dat hebben ze goed gezien en dat tekent hun inzicht. Maar voor het schaken zitten ze verkeerd. De computer heeft namelijk geen intuïtie of genialiteit nodig. De beste computers nu geven in 99 procent van de gevallen de beste zet, eenvoudig omdat ze dieper de concrete varianten kunnen doorrekenen en daar hun oordeel over kunnen geven. In dat opzicht zijn ze geen uitdaging meer voor de mens”. We komen nog even te spreken over zijn school. Voel je je nou niet eenzaam, vraag ik op de man af. “Nee, totaal niet”, is het besliste antwoord, “misschien dat er geen vriendjes hier over de vloer komen, maar daar staat tegenover dat ik tot voor kort op Facebook meer dan negenhonderd vrienden had. En in veel gevallen zijn dat heel goede contacten. Nou is negenhonderd natuurlijk wel erg veel hè. Dus ik heb er een paar honderd uit gehaald. Je moet de zaken ook niet overdrijven, vind ik”. De komende weken en maanden en jaren vervult Anish Giri zijn leerplicht in Delft. Het is even stil rondom hem geworden, de galmen van het megatoernooi in Wijk aan Zee, waar hij de wereldtop een zeer veelbelovend visitekaartje heeft gepresenteerd, zijn verklonken. Het Grotius College had hem de maand januari vrijaf gegeven zodat hij zich kon voorbereiden op de Hoogovens (waar we tegenwoordig Tata tegen moeten zeggen) en zal hem weer vrijaf geven als hij midden maart naar Monaco reist voor het Ambertoernooi, waar onder het gastheerschap van oud-Volmacbaas en miljonair Van Oosterom een jaarlijks felbegeerd toptoernooi met snel- en blindschaken wordt gehouden onder sprookjesachtig luxueuze omstandigheden. Het is de glitterwereld van het Grote Schaak die hem daar toelacht. En zo zijn er nog wel meer toernooien op de wereldschaakkalender. Vraag is, of Anish Giri daar met behoud van identiteit mee om zal kunnen gaan. En of die identiteit, tot ons aller schaakgeluk, ook een Nederlandse zal blijken te zijn. In elk geval: het nest van een toekomstige wereldkampioen is, tot nader order, gevestigd in Rijswijk (ZH).

>Foto: Wouter de Wit

houdt niet automatisch in dat Anish Giri bij gelegenheid het Wilhelmus zal zingen. Het zich verwerven van een echte Nederlandse identiteit is nog een duidelijk probleem voor hem. Zo vraag ik hem bijvoorbeeld of hij weet wie de naamgever van de straat waarin hij woont is: de dr. H.J. van Mooklaan. Nee, zegt hij een beetje schuchter, dat weet hij niet. En wat heeft hij zoal gelezen in het Nederlands, vraag ik opeens dictatoriaal-pinnig door. Anish Giri moet behoorlijk lang nadenken. “Het was het

<7

boek dat iedereen twee jaar terug las, van de bibliotheek”, weet hij weer. Oeroeg. En wie was de schrijver, vraag ik pesterig. Hij kan er niet op komen, maar beantwoordt de oplossing, Hella Haasse, met een ronduit betoverende glimlach: “Ja, die was het!”. Moedertaal Nee, Nederlands en Nederlandse literatuur, het zijn niet zijn favoriete vakken. Hij leest eigenlijk geen Nederlandstalige boeken, wel Engels

en natuurlijk Russisch, zijn moedertaal. Al kan hij zo een-twee-drie niet een favoriete schrijver opnoemen. Tsjechov misschien. Maar Poesjkin, daar werd hij veel te vroeg mee doodgegooid in Rusland, dat heeft hij niet echt kunnen incorporeren. Laat staan, nu in Nederland, Mulisch of Hermans (Van het Reve durf ik al nauwelijks onder de aandacht te brengen). En ook over de Nederlandse schaakliteratuur, waarin Max Euwe met bijna honderd boektitels de onbetwistbare roerganger is, weet

hij vooralsnog weinig te melden. Ik vertel hem dat ik ooit aanwezig was bij een beroemde discussie tussen Euwe en Botwinnik, beiden wereldkampioenen schaken, waarbij Euwe volhield dat de computer zaken als intuïtie en geniale inspiratie nooit zou kunnen programmeren, waartegen Botwinnik volhield dat deze elementen ‘nog niet herkende kennis’ waren en dus wel degelijk in computertaal overgebracht konden worden. Het antwoord van Anish Giri is van een aansprekende eenvoud, kenmerk

‘Ook deed ik aan zwemmen en atletiek, maar daar ben ik mee gestopt’


8>

Vrijdag 25 februari 2011

varia

terugblik

foto’s uit het haags gemeentearchief

Artisan in de strijd tegen het klasseverschil Binnenkort valt de slopershamer voor het gebouw in de Grote Marktstraat waar Marks & Spencer tot 2001 was gevestigd. Oorspronkelijk is dit pand in 1966 gebouwd ter uitbreiding van V&D, destijds de grootste winkel in de Haagse binnenstad. Hier komt de Nieuwe Haagse Passage. Een voorproefje ervan, een animatie van het door de Franse architect Bernard Tschumi ontworpen gebouw, is te vinden op www.spuikwartier.nl De voorloper van deze overdekte winkelgalerij in het centrum van Den Haag is natuurlijk de nog steeds bestaande 19de-eeuwse Passage. In 1975 kwam er bovendien nog een ander overdekt winkelcentrum in het hartje van Den Haag. Daar waar nu de Haagsche Bluf

Ze zagen een handwerksman voor zich, bijvoorbeeld een schoenmaker met een smerig kapot brilletje op, werkend aan een smoezelig tafeltje met erboven een zielig kaal peertje. Dat beeld moest om!

met zijn miniaturen van mooie Haagse gevels een open verbinding vormt tussen de Vlamingstraat en de Groenmarkt, is in 1975 het overdekte winkelcentrum Pasadenha gerealiseerd. Volgens de brochure uit die tijd ‘het meest progressieve winkelcentrum, gelegen op een plaats met een detailhandelstraditie van meer dan twee eeuwen’. De Pasadenha omvatte 31 winkels en een hippe verzonken ‘coffee-garden’ met moderne zitkuilen in het hart. Ook was het mogelijk in de Pasadenha te exposeren en demonstraties te geven. In 1977 deed Nederlands eerste ambachtscollectief dit, zoals op de foto te zien is. Willem Koopman, Frederick Schotte, Joseph Baas en Paul Stegen waren de oprichters van het ambachtscollectief Artisan, het Franse woord voor ambachtsman. Van de antiekrestaurateur Joseph Baas, die tegenwoordig in Frankrijk woont en werkt, kreeg ik de volgende informatie: “Op de foto zien we van links naar rechts Joop Fröhwein, pottenbakker, die later een winkel aan het Spui heeft gehad, Willem Koopman, houtdraaier, die nu atelier houdt op de Binckhorst, Paul Stegen, zilversmid, maakt nu websites, Josephine Bosman met affiche, naast haar echtgenoot Pieter Bosman, leerbewerker... De man met baard rechts behoorde niet tot het collectief”. Baas zelf is de ontwerper van het affiche en het logo op de foto. In 1977 gaf Artisan de hele maand december demonstraties in de Pasadenha. Het

>Foto: Haagsche Courant, R. de Hilster

collectief betrok in 1978 een pand aan de Prinsegracht, op nummer 86. Joseph Baas vertelde dat hij zich ergerde aan het beeld dat mensen van ambachtslieden hadden: ze zagen een handwerksman voor zich, bijvoorbeeld een schoenmaker met een smerig kapot brilletje op, werkend aan een smoezelig tafeltje met erboven een zielig kaal peertje. Dat beeld moest om! Baas stelde voor de gevel van het pand van onder tot boven − ook het dak − zwart te verven en van binnen ruimtes in te richten met strakke rijen

neonverlichting. Zo kreeg je van buitenaf gezien, een prachtig verlicht en opvallend pand. Gevel en dak zijn daadwerkelijk zwart geschilderd. Het idee allemaal met witte jassen te gaan werken, alsof men in een laboratorium bezig was, is helaas nooit doorgegaan. Financieel was de formule slim en eenvoudig. Je huurde met z’n allen een pand en deelde de kosten. Iedere deelnemer werkte als kleine zelfstandige met eigen verantwoordelijkheid. Uiteindelijk ging het collectief toch ten

onder. Sommige deelnemers waren onvoldoende zakelijk ingesteld. In sociaal opzicht heeft Artisan een nuttige bijdrage geleverd. Het ambachtsliedencollectief Artisan heeft geprobeerd het klasseverschil tussen ‘witte boorden’ en ‘blauwe boorden’ en het vooroordeel over handwerkslieden te doorbreken. Dit deden ze door hun schone en heldere manier van presentatie. Wendy Louw www.gemeentearchief.denhaag.nl

Ingezonden mededeling

Abonnementkeuze □ proef 10 weken € 10,00

□ kwartaal € 21,95

□ half jaar € 39,95

□ jaar € 69,95

* prijzen o.b.v. automatische incasso. Bij betaling met acceptgiro worden € 2,50 administratiekosten in rekening gebracht.

□ Ja, ik ontvang graag Den Haag Centraal

De compacte weekkrant die elke donderdag verschijnt. Een échte Haagse krant die diepgang en duiding biedt over zaken die er écht toe doen in de stad Den Haag.

Elke week op de deurmat?

Neem nú een abonnement op Den Haag Centraal

Naam Adres Postcode Telefoon E-mail

□ Ik machtig Den Haag Centraal tot eenmalige afschrijving van het abonnementsgeld van onderstaande bankrekening

Ingangsdatum

Handtekening

Meer informatie: www.denhaagcentraal.net of bel 0172 – 476085 (maandag t/m vrijdag 9.00 tot 17.00 uur)

Stuur de volledige ingevulde bon in een ongefrankeerde envelop naar: Den Haag Centraal Abonneeservice, Antwoordnummer 10016, 2400 VB Alphen aan den Rijn Den Haag Centraal gaat zorgvuldig om met persoonsgegevens.

BON1

Dé krant van Den Haag


Vrijdag 25 februari 2011

Non-profitonderneming zoekt het in schaalvergroting

‘We willen de Hema worden onder de kringloopwinkels’ Door Jan van der Ven

Nog niet zo lang geleden stonden er glanzend gepoetste tweedehands auto’s op de eerste etage van het pand aan de Brinckhorstlaan. Vanaf 3 maart wordt dezelfde enorme ruimte boven de Hyundai-garage in beslag genomen door de grootste kringloopwinkel van Den Haag en omstreken. Het wordt alweer de vijftiende winkel van het bedrijf Schroeder-van der Kolk, een van de twee grote Haagse kringloopketens. Terwijl de medewerkers druk in de weer zijn met het inrichten van de kolossale winkelruimte, neemt algemeen directeur Hans Klein vanuit een tweedehands leren fauteuil alle tijd om stil te staan bij deze mijlpaal. De nieuwste aanwinst van het kringloopbedrijf telt liefst 2300 vierkante meter. De klant wordt er vanaf volgende week donderdag in de watten gelegd. “We willen de bezoekers aanmoedigen langer in de winkel te blijven”, legt Klein uit. Daartoe wordt alles uit de kast gehaald. De tweedehands kleding wordt niet op een groezelige stapel gegooid. “Nee, alles wordt eerst gewassen in het centrale magazijn aan de Zilverstraat en vervolgens per kleur in rekken aangeboden”. Het zijn de kleine dingen die het hem doen, volgens Klein. Zoals de nette houten kleerhangers en de stellingkasten en paskamers van (natuurlijk) tweedehands steigerdelen. “Allemaal door onze mensen zelf gemaakt”, zegt Klein. Achterin is een coffeecorner voor de bezoekers, zodat een bezoek aan de kringloopwinkel meer wordt dan ’t snuffelen tussen stapels spullen. Meubels worden met zorg gerangschikt en de kleine voorwerpen keurig geëtaleerd, met als streven het interieur meer karakter te geven dan het geval is bij een doorsnee kringloopwinkel. “We willen de Hema worden onder de kringloopwinkels”, stelt Hans Klein. De van oorsprong uit Duitsland afkomstige Klein (“De liefde bracht me een aantal jaren geleden deze kant op”) kent zijn cijfers. Over de effecten van de economische crisis bijvoorbeeld. “Vorig jaar, toen de crisis op zijn dieptepunt was, wisten we desondanks onze omzet met twintig procent te laten groeien”. De omzet van de non-profitonderneming bedraagt 15 miljoen euro per jaar. Wasmachine De crisis heeft twee effecten op het bedrijf. Aan de ene kant is er de toenemende vraag van klanten naar tweedehands spullen; de aanschaf van een nieuwe wasmachine wordt noodgedwongen uitgesteld en daarvoor in de plaats komt een tweedehands apparaat. Maar daar staat vanuit de particuliere sector een verminderd aanbod van goederen tegenover: de vervanging van de oude bank wordt een paar jaar uitgesteld en dus wordt de ophaaldienst van Schroeder-Van der Kolk minder vaak gebeld. Het bedrijf onderving dit probleem door meer goederen dan voorheen op te knappen. “Goederen die we eerst weg zouden gooien, knappen we nu op, waarna ze alsnog in de verkoop gaan”. Een ander gevolg van de economische crisis is dat schaalvergroting noodzakelijk geworden is. De komst van de nieuwe winkel aan de Binckhorstlaan is daar een voorbeeld van. Hetzelfde geldt voor de nieuwe vestiging in Scheveningen aan de Westduinweg. Hier was

<9

varia

Gezondste friet in Bezuidenhout Nico’s Snackbar aan de Stuyvesantstraat in Bezuidenhout bakt volgens de Consumentenbond de gezondste friet van Nederland. De snackbar van de broers Martin en Paul Glisse kreeg het cijfer van 9,3 en deelt de eerste plaats met collegapatatbakkers uit Leiden en Amsterdam. De snackbar is volgens de eigenaren zo hoog geëindigd, omdat in verantwoord vloeibaar vet wordt gefrituurd dat regelmatig wordt ververst. De consumentenbond test de frieten om de twee jaar.

Debatteren over webcommunicatie Is internet een bedreiging of zegen voor communicatie en journalistiek? Dat is de vraag die centraal staat op de Haagse Communicatiedag (HCD) op donderdag 10 maart. Het evenement voor communicatieprofessionals, dat dit jaar voor de tweede keer wordt gehouden, heeft plaats in de Fokker Terminal op bedrijventerrein de Binckhorst. Er is onder meer een debat tussen internetexperts Andrew Keen en Charles Leadbeater over nieuwe ontwikkelingen, zoals het gebruik dat mensen maken van het web om informatie te verspreiden en hun mening te geven, waarmee ze marketingbeleid kunnen beïnvloeden en een zorgvuldig opgesteld communicatieplan in de war sturen. Leadbeater en Keen belichten de voor- en nadelen van ongebreideld internetten van alle kanten. HCD 2011 gaat in op de effecten van social media op het professionele marketingbeleid, communicatiestrategie, conceptontwikkeling en middeleninzet. Voor meer informatie : www.hcd2011.nl

Steenworp helpt 57 bedrijven Steenworp Vestigingadviseurs heeft vorig jaar 57 bedrijven aan een nieuw onderkomen in de regio Haaglanden geholpen. Hierdoor hebben 478 mensen in de regio een baan gevonden of behouden. Steenworp adviseert bedrijven die van plan zijn te verhuizen binnen de regio Haaglanden en bedrijven die zich in de regio willen vestigen. Daarnaast ondersteunt Steenworp gemeenten bij de huisvesting voor hun eigen organisatie. Met deze activiteiten wil de onderneming de werkgelegenheid in de regio behouden en waar mogelijk laten groeien.

Floor de Booys baas Straatnieuws

Directeur Hans Klein in zijn nieuwe kringloopwinkel. > Foto: Eveline van Egdom

geen sprake van uitbreiding, maar van schaalvergroting. “We hebben daar twee kleinere vestigingen in de buurt gesloten”, legt Hans Klein uit. Schaalvergroting is noodzakelijk om de kosten te drukken. Na de sluiting van de twee kleinere vestigingen in Scheveningen kan met minder filiaalhouders volstaan worden. Een besparing dus. Maar, zo voegt Klein er aan toe, de nieuwe grote vestigingen bieden ook meer kansen om met de nieuwe formule een groter publiek te trekken. Uiteindelijk, zo verwacht hij, loopt het aantal vestigingen als gevolg van de schaalvergroting terug van vijftien naar tien. Het hart van het bedrijf is gevestigd aan de Zilverstraat in de Kerketuinen. Daar komen niet alleen de ingezamelde goederen binnen, ze worden er ook schoongemaakt en opgeknapt. Zo is er een werkplaats waar de onbeheerde fietsen die de politie van straat plukt, een nieuw leven krijgen. Daarna gaan ze in de verkoop, voor een vriendelijke prijs. Klein wil de bestaande fietswinkels niet voor de voeten lopen.

“We knappen daarom alleen de slechtere fietsen op. Exemplaren waar nauwelijks iets aan gedaan hoeft te worden gaan naar de fietswinkel. We hebben geen zin in broodroof”, verzekert de algemeen directeur. Pornobanden Niet alle goederen die worden aangeboden vinden een plaats in de schappen van de kringloopwinkels. De gulle gever die dacht het bedrijf van dienst te zijn met 6000 pornobanden wist niet dat ze kort daarna zouden worden vernietigd. Hetzelfde gebeurde met een grote hoeveelheid drank. “Daar kunnen we niet aan beginnen, dus die drank hebben we weggespoeld”. De handelaar die in de kringloopwinkels met spiedende blikken de nieuwste aanwinsten bekijkt wordt met rust gelaten. “Laat ze maar komen grazen. Hij bedient een ander publiek”, zegt Hans Klein. De kans dat de handelaar of een nietsvermoedende bezoeker naar huis gaat met de hoofdprijs in de geest van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ is overigens klein. Deskundigen laten alles

door hun handen gaan voordat de goederen de winkel bereiken. Soms vissen ze er een waardevol stuk uit, zoals een Chinees theepotje. Dat werd ten slotte voor 3000 euro geveild bij het Venduehuis. Een schilderij ging zelfs voor 6000 euro naar een nieuwe eigenaar. Het geld komt de kas van het bedrijf ten goede. Daaruit wordt onder meer het personeel betaald van Schroedervan der Kolk, vernoemd naar een psychiater uit de negentiende eeuw die vond dat psychiatrische patiënten ook perspectief op een baan hebben. Het is een bont gezelschap dat het bedrijf draaiende houdt. Hans Klein: “Jaarlijks kloppen er 2000 mensen bij ons aan. Vijfhonderd in het kader van de sollicitatieplicht, de rest komt onder meer via justitie bij ons. Kansloos bestaat bij ons niet. Hier krijgen ze weer structuur in hun leven. Als ze dan later met hun blauwe zak op hun schouder de poort van de gevangenis van Scheveningen verlaten, hebben ze al arbeidservaring. Dat werkt. Uit onderzoek blijkt dat in deze gevallen sprake is van 75 procent minder recidive”.

Floor de Booys wordt de nieuwe hoofdredacteur van Haags Straatnieuws. Zij volgt per 1 maart Elke Swart op. Floor de Booys werkte meer dan tien jaar als verslaggeefster bij de Haagsche Courant. De afgelopen vier jaar werkte zij als freelancer voor Den Haag Centraal. De Booys blijft – zij het in beperkte mate – actief voor deze krant. Swart is tien jaar hoofdredacteur geweest van Haags Straatnieuws en wordt freelance journalist.

Ingezonden mededeling

€ 69,95 per jaar

www.denhaagcentraal.net


10>

Vrijdag 25 februari 2011

opinie

De economie vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat

noodzaak. Hoogopgeleide kenniswerkers zijn immers zeer mobiel en hechten aan een goede kwaliteit van leven. Als je deze groep kenniswerkers kwijt raakt, raak je ook de kans op banen voor lageropgeleide mensen kwijt. Dit is dan ook allerminst een discussie voor de elite.

De provinciale statenverkiezingen gaan over niets meer of minder dan het veiligstellen van onze toekomstige welvaart en welzijn. Door Geertjan Wenneker

De economie van Zuid-Holland zal in de nabije toekomst steeds minder een maak- en verplaatseconomie zijn en veel meer een denk- en diensteneconomie. In de visie van D66 zal alleen deze omslag ervoor kunnen zorgen dat de positie van Zuid-Holland en de Randstad binnen Nederland en de wereld een sterke blijft en voldoende kansen biedt voor werkgelegenheid voor alle groepen, hoog en lager opgeleid. Die economie van de toekomst vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Een klimaat dat niet alleen aantrekkelijk is voor bedrijven, maar vooral ook voor haar medewerkers. Een klimaat waarin het goed wonen is omdat voor hen de juiste woningen beschikbaar zijn, ze in een schone omgeving kunnen leven en recreëren en waar de culturele en onderwijsvoorzieningen van een hoog niveau zijn. Waar wonen, werk en vrije tijd goed bereikbaar zijn en de zorgvoorzieningen voor jong en oud in orde. Waar de burger zoveel mogelijk grip heeft op het inrichten van zijn eigen leven. De provinciale organisatie moet ondersteunend zijn aan het bereiken van deze doelen. D66 staat daarom voor de belangen van de inwoners en niet voor de belangen van de provincie als bestuurslaag. Randstad De economische motor van ons land is de Randstad. Uit diverse internationale ranglijsten blijkt de laatste jaren echter dat de Randstad achterblijft als aantrekkelijke vestigingsplaats voor bedrijven. Dit wordt mede veroorzaakt door de ruimtelijke en economische problemen die zich hier voordoen. Denk onder andere aan de mobiliteitsproblemen en het gebrek aan vertrouwen dat de overheid hier effectieve oplossingen voor zal realiseren. Keer op keer blijkt dat het de Randstad onvoldoende lukt om gebruik te maken van haar kennispotentieel en kennisinfrastructuur, om zo haar innovatiekracht te vergroten. In een economie die zich meer dan ooit als een globale economie voordoet, is dat een zorgelijk bericht. Ik ben van mening dat de huidige bestuurlijke inrichting in Nederland niet voldoende functioneert om ervoor te zorgen dat welzijn en welvaart in Nederland behouden blijven. De vier provin-

De verstopte Randstad. Fileleed op de A4 richting Den Haag.> Foto: WFA/Benelux Press

cies die samen de Randstad vormen zijn niet in staat gebleken om tot één samenhangend beleid te komen om ervoor te zorgen dat de economie vitaal blijft. Zo is bijvoorbeeld de verrommeling in het Groene Hart, dat drie verschillende provincies beslaat, er niet minder op geworden. Ook lopen er nog steeds wegen dood zodra een provinciale grens in zicht komt. Een samenhangend regionaal OVnetwerk ontbreekt wegens gebrek aan samenwerking nog steeds. D66 is ervan overtuigd dat dit probleem niet wordt opgelost door intensievere sa-

uw mening

CarTeun

Norfolkterrein onze melding, een aantal malen het terrein gecontroleerd, fysiek en met milieuvluchten. Uit mededelingen blijkt dat de gemeente voor het blok is gezet door de provincie. Zo is aangegeven dat de provincie bevoegd gezag is over het milieudeel van de vergunning en bevoegd is om op te treden. Deze kwestie laat mooi zien waarom een provincie nut heeft. Dat geldt dus ook voor de komende verkiezingen van 2 maart. Dus ga!... Cees de Jager, Platform Rust aan de Kust Den Haag Centraal verwelkomt ingezonden brieven van maximaal 200 woorden. De redactie behoudt zich het recht voor deze te redigeren. Vermeld altijd uw adres (en liefst ook uw telefoonnummer), ook wanneer u e-mailt.

© Teun Berserik

Vorig jaar is een grote hoeveelheid sloopafval van de Boulevard Scheveningen getransporteerd naar en verwerkt op het Norfolkterrein. Op basis van verontrustende berichten van omwonenden over stof in de lucht zijn door het raadslid Weening (GroenLinks) in juni vragen gesteld. Deze werden in september op onbegrijpelijke wijze beantwoord door het college van burgemeester en wethouders. In november gaf wethouder Baldewsingh toe dat de verwerking illegaal was. Met de brief van het college van 15 februari aan de gemeenteraad heeft de tragikomedie rond het sloopafval haar slotfase bereikt. Met deze brief lijkt het college de bewoners tegemoet te komen, maar deze geeft de werkelijkheid niet weer, zelfs minder dan de halve waarheid, en laat gedane toezeggingen en erkenningen ongenoemd. Van de zijde van de raad tot op heden geen reactie; wil ze niet op de inhoud ingaan of kan ze dan niet? De provincie heeft, na

menwerking tussen de verschillende bestuurslagen. De kortetermijnbelangen van afzonderlijke provincies en gemeenten zullen effectieve samenwerking dan blijven verhinderen. En het is misschien ook wel wat veel gevraagd om van een wethouder van Rotterdam te verwachten dat hij prioriteit geeft aan de oplossing van een mobiliteitsprobleem in de regio Den Haag. Bestuurders moeten dan wel erg ver over hun schaduw heen kunnen springen. Bestuurlijke reorganisatie is daarom onontkoombaar. Nieuw is deze analyse niet. Diverse com-

missies hebben zich de afgelopen 60 jaar gebogen over de gewenste aanpassing van het binnenlands bestuur. In 2007 presenteerde voormalig premier Kok een advies om de slagkracht en de economische ontwikkeling van de Randstad te verbeteren door het onder één bestuur te laten vallen. Een recent rapport van de OESO maakt eveneens gehakt van de inefficiënte bestuurlijke samenwerking op Rand-stadniveau. Ik vind dat we niet langer mogen wegkijken en zo de aansluiting met de toekomst missen. Deze discussie is nu pure

Samenvoeging Het wordt tijd te erkennen dat we de uitdagingen van de 21ste eeuw niet te lijf kunnen gaan met een organisatiestructuur die dateert uit de 19de eeuw. Het zal anders moeten. D66 pleit dan ook voor een samenvoeging van de huidige provincies tot één Randstadprovincie. Dat is het niveau waarop zinvol besloten kan worden hoe je woningen, bedrijventerreinen, natuur en verkeer en vervoer verdeelt over het grondgebied. Gelijktijdig kunnen we dan de huidige stadsregio’s opheffen. Hun schaal is immers te klein geworden voor het effectief kunnen oplossen van de ruimtelijke problemen en de daarmee gepaard gaande verkeersproblemen. Daarnaast missen zij de democratische legitimatie – ze zijn immers niet door ons gekozen – om belangrijke taken namens de burgers te kunnen regelen. De Randstadprovincie moet zich bezighouden met een beperkt aantal taken. Dit is wezenlijk anders dan in de huidige situatie, waarbij de provincies veelal de neiging hebben zich met alle terreinen van overheidsbeleid te bemoeien, zoals onderwijs, sociale zaken, buitenlandbeleid en cultuur. Andere overheidslagen zijn naar mijn mening voor deze belangrijke taken veel geschikter. De provincie moet gewoon doen waar ze goed in is: ruimtelijke ordening, mobiliteit, natuur en cultuurhistorie. Investeer vooral in bereikbaarheid en natuurontwikkeling en recreatie in de nabijheid van de steden. Laten we daarmee beginnen in de provincie Zuid-Holland. We zullen ook wel moeten, omdat het financiële plaatje van de provincie voor de komende jaren er niet gezond uit ziet. Afgelopen periode zijn de provinciale belastingen met maar liefst 29,6% omhoog gegaan onder de coalitie van VVD, CDA, PvdA en ChristenUnie/SGP. Dit kan niet nog een keer. We zullen de tering naar de nering moeten zetten en dat vraagt heldere en scherpe en soms ook pijnlijke keuzes. D66 is bereid die te maken. Geertjan Wenneker is lijsttrekker D66 Zuid-Holland


Vrijdag 25 februari 2011

economie

<11

Veel nieuwe kamers, boekingen blijven achter

Herstel Haagse hotelmarkt hapert

Het Crowne Plaza Promenade Hotel breidt uit met 79 kamers, er zijn plannen voor een NS-hotel bij Hollands Spoor en het vorig jaar geopende Hilton The Hague telt liefst 200 kamers. Aanbod genoeg, maar de hotelsector kampt met een lage bezettingsgraad van pakweg vijftig procent en terwijl de omzet per beschikbare kamer in Amsterdam vorig jaar met steeg, daalde ze in Den Haag. Door Joep van Zijl

“Een van de mooiste en meest bijzondere hotels van de Benelux”. Zo omschrijft Pierre-Henri Bovsovers zijn ‘Hotel Des Indes’ aan het Lange Voorhout. Deze maand is het precies drie jaar geleden dat hij als manager van het beroemde hotel aan de slag ging. “Het jaar 2008 was bijzonder goed maar toen 2009 begon, kwam daar abrupt een einde aan”, herinnert Bovsovers zich. De tijd die erna kwam, noemt hij “ontzettend leerrijk” omdat de economische crisis hem dwong “dezelfde hoogstaande kwaliteit met minder mensen en middelen te leveren”. “Daar zijn we hier goed in geslaagd. Het feit dat Des Indes een bijzondere aantrekkingskracht op veel mensen heeft, heeft daar ongetwijfeld aan bijgedragen”, zegt Bovsovers. Toch gaan de zaken de Belgische hotelier en vicevoorzitter van de Haagse Vereniging 3, 4 en 5-sterren hotels nog lang niet goed genoeg. “Het lichte herstel is erg fragiel. De gemiddelde bezettingsgraad van Haagse hotels ligt momenteel net iets boven de vijftig procent. Economische groei alleen is niet genoeg om ervoor te zorgen dat de Haagse hotelmarkt weer aantrekt. De Hofstad moet zich veel beter presenteren om meer zakenlieden, congresbezoekers en toeristen binnen te halen”. “Meer promotie in binnen- en buitenland dus”, vervolgt Bovsovers. Aan de kwaliteiten van de Hofstad kan het volgens hem niet liggen. Wel aan de slogan ‘Den Haag internationale stad van vrede en recht’. “Daar trek je geen zakenmensen, toeristen of congresbezoekers mee. Den Haag heeft genoeg kwaliteiten die je beter naar voren moet brengen”. “De Residentie is groen en aangenaam. Het winkel- en cultuuraanbod is er hoogstaand en veelzijdig. Daarnaast telt de stad veel goede restaurants en is het strand altijd in de buurt. Het uitgaansleven mag dan wat minder zijn; Den Haag biedt rust en ontspanning. Ook dat zijn belangrijke pluspunten waar je bezoekers mee kunt trekken,” benadrukt Bovsovers. Het nieuwe kabinet Rutte noemt hij een

Hotelmanager Krijn Taat: ‘Het zou ontzettend mooi zijn als de koningin wat meer openheid zou geven’. > Foto: Mylène Siegers

lichtpuntje en daarbij doelt de hotelmanager niet op de politieke signatuur. Want als er in overheidsstad Den Haag geregeerd wordt, neemt het aantal handelsdelegaties, staats-, diplomatieke en andere ambtelijke bezoeken toe. Wat verder helpt zijn de grote bedrijven zoals Shell en Siemens die voor een grote en kapitaalkrachtige expatgemeenschap zorgen. Toch heeft 80 procent van alle boekingen in Hotel Des Indes een zakelijke achtergrond. Bovsovers hoopt daarom dat Den Haag vooral in die sectoren bekender wordt, – denk aan congresgangers. Teneinde de Hofstad bij meer mensen onder de aandacht te brengen, organiseerde hij samen met collega’s de Haagse Hotelmaand. In oktober 2009 kon iedere gast een drie-, vier- of vijfsterrenhotel boeken voor 25 euro per ster; 24 hotels deden mee. Toen ze de actie later wilden herhalen, liet medeorganisator Den Haag Marketing volgens Bovsovers verstek gaan. “Geen geld, was het argument van de gemeente. Bijzonder jammer, omdat dit soort acties het juist van herhaling moet hebben”, zegt Bovsovers. Echt stunten met prijzen, doet hij niet.

“We zien nu bijvoorbeeld dat Hilton The Hague met wel érg lage prijzen een plekje op de Haagse markt probeert te veroveren. Zo kun je een prijzenoorlog ontketenen en maak je op den duur de markt kapot. Hier proberen we de prijzen daarom op een zeker niveau te houden”. Net zoals Bovsovers erkent ook hotelmanager Krijn Taat van Novotel Den Haag World Forum dat het nog niet goed gaat met de branche. “In Amsterdam steeg de omzet per beschikbare kamer – de totale kameromzet gedeeld door het aantal beschikbare kamers – vorig jaar met 18 procent ten opzichte van 2009 terwijl deze in Den Haag juist met 2 procent daalde”. Publiekstrekker Geen positieve cijfers. Ze bevestigen volgens Taat, die zes jaar de Haagse Vereniging 3, 4 en 5-sterren hotels voorzat en eerder 12 jaar manager van Novotel in de Haagse Passage was, een ontwikkeling die je in de Hofstad altijd ziet. “Als het slecht gaat met de markt reageert de overheidsstad wat trager. Hetzelfde zie je als de markt weer aantrekt. Het herstel komt hier wat later op gang dan in andere steden”.

“De nieuwe regering, die ook wel even op zich liet wachten, kondigt bovendien flinke bezuinigingen en de samenvoeging van ministeries aan. Net als het bedrijfsleven houdt ook de overheid daarom de hand op de knip. Dat merken we bijvoorbeeld aan de daling van zalenverhuur voor vergaderingen, trainingen en cursussen”, zegt Taat. Over samenwerking tussen de hotelbranche en de gemeente is hij positiever dan Bovsovers. “Samen met de gemeente, de Kamer van Koophandel Den Haag en Den Haag Marketing vormen we het Samenwerkingsverband Internationale Congressen (SIC). Als club hebben we diverse salesmanagers in onder meer het Verenigd Koninkrijk, België en Nederland rondlopen die Den Haag promoten Ze doen hun best, maar bij dit soort zaken moet je geduld hebben”, weet Taat uit ervaring. “De zogeheten associatiecongressen, voor mensen met gemeenschappelijke interesses zoals farmaceuten of wetenschappers, hebben een lange aanlooptijd. Eerst zaaien, dan oogsten, is dus het devies”. Een nieuwe slogan om Den Haag te promoten, is volgens Taat niet noodzakelijk.

“We moeten het in Den Haag toch vooral van de zakelijke markt hebben en daar kijkt men niet zo naar een campagne of slogan”. Om meer toeristen naar Den Haag te trekken heeft de hotelmanager wel een ander idee. “Het zou ontzettend mooi zijn als de koningin wat meer openheid zou geven. Zelf heb ik een rondleiding door de Koninklijke Stallen gehad. Daar staan veertig koetsen naast die gouden. Het was ontzettend leuk om een keer binnen te mogen kijken. Als je daar nog een paar zalen van het Noordeinde en een wandeling door de paleistuin aan toevoegt, heb je een nieuwe publiekstrekker. Hetzelfde geldt voor een op een vast tijdstip terugkerende wisseling van de wacht. Den Haag zou de benamingen Hofstad en Residentie op die manier echt eer aandoen”, zegt Taat. Dat Hilton naar Den Haag is gekomen en Crowne Plaza extra kamers bouwt, associeert hij niet direct met overcapaciteit. “Je moet dit soort zaken op de langere termijn bekijken. Het economisch tij zit nu even niet mee, maar het gaat hier altijd om een golfbeweging. Dát bekende ketens hier neerstrijken of uitbreiden, laat juist zien dat ze vertrouwen hebben in de stad”.

lijk in het buitenland wordt gestald of een buitenlands kenteken gaat voeren. Verzekeringsnemer is verplicht de verzekeraar hiervan terstond op de hoogte te brengen.”

uw specifieke situatie. Neem in dat geval het zekere voor het onzekere en bel uw verzekeraar of assurantieadviseur. In sommige gevallen (met name langdurig buitenlands verblijf) is er vaak maar één alternatief: uw Nederlandse auto verkopen (en lokaal een nieuwe auto aanschaffen) of uitvoeren naar het betreffende land, zodat u een lokaal kenteken krijgt. U dient dan uiteraard voor een plaatselijke autoverzekering te zorgen.

financieel

Autoverzekering in het buitenland

Vorige week sprak ik met Geert Offergelt, van onze afdeling Private Insurance. In dit gesprek kwam een bezoek van hem aan Frankrijk ter sprake, waarvan ik u de strekking niet wil onthouden. Tijdens zijn bezoek ging hij even langs bij een klant die in Zuid Frankrijk een imposant nieuw huis had gekocht. Hoewel de verbouwing van het prachtige pand nog niet was afgerond, was de klant druk doende zijn verhuizing te organiseren. Zijn huidige woning in Frankrijk heeft hij in de verkoop. Het pied-à-terre in Amsterdam blijft

vooralsnog aangehouden, maar de klant is voornemens nog meer tijd dan in het verleden in Frankrijk door te brengen. Toen zij de woning bezichtigd hadden en Geert weer in zijn auto wilde stappen, vielen de Nederlandse kentekenplaten op het voertuig op. Geert vroeg de relatie gekscherend waarom hij onverzekerd rond reed in Frankrijk. De verbazing en het ongeloof van deze klant vormden voor mij de aanleiding deze column aan dit onderwerp te besteden. Er zijn namelijk situaties waarin uw auto

(en soms ook uw caravan) in het buitenland niet verzekerd is. De kleine lettertjes van een verzekeringspolis vormen slechts zelden spannende lectuur. Toch kan het zinvol zijn ze goed te lezen. Veel Nederlandse autoverzekeringen gaan er namelijk vanuit dat het verzekerde voertuig de meeste tijd van het jaar binnen onze landsgrenzen vertoeft. Uitzonderingen zijn uiteraard de vakanties en andere korte uitstapjes. Dat soort polissen bevat niet zelden een clausule die bepaalt dat de verzekering (en dus ook de dekking!) onmiddellijk eindigt wanneer het betreffende voertuig zich voor langere tijd in het buitenland bevindt. De precieze polistekst bepaalt of dat in voorkomende gevallen problemen oplevert. Ik geef een tweetal voorbeelden (waarop talloze variaties bestaan): “De verzekering eindigt onmiddellijk indien het motorrijtuig gewoon-

“De dekking eindigt automatisch indien het voertuig gewoonlijk in het buitenland gestald wordt of zich langer dan 3 maanden per jaar in het buitenland bevindt.” Onze boodschap is duidelijk: verblijft u langere periodes met uw auto buiten Nederland, kijk dan uw polis eens goed na! Realiseert u zich goed dat de risico’s zich niet beperken tot kleine schades aan uw eigen auto. De ramp is niet te overzien indien u bij een aanrijding bijvoorbeeld ernstige letselschade veroorzaakt en uw verzekeraar geen dekking blijkt te verlenen. Opgemerkt zij nog dat de tekst van de polis niet in alle gevallen onmiddellijk uitsluitsel geeft over

Ellen Bossink Directeur ABN AMRO MeesPierson Den Haag Den Haag.Ellen.bossink@nl.abnamro.com


12>

Vrijdag 25 februari 2011

provinciale statenverkiezingen

Wethouder en oud-gedeputeerde Marnix Norder:

‘Status aparte voor Den Haag en Rotterdam’ Marnix Norder was gedurende een kleine vier jaar PvdA-gedeputeerde in Zuid-Holland; in 2004 werd hij wethouder in Den Haag. Vanaf dat moment trok Norder de aandacht wegens zijn bouwzucht. Ook nu het minder goed gaat met de bouwactiviteiten in Den Haag voelt hij zich echter als een vis in het water in de stad. Op de vraag welke baan het leukste is, die van gedeputeerde of wethouder, hoeft hij dan ook geen seconde na te denken. “Wethouder”, klinkt het zeer beslist. “Want je bent als wethouder veel meer verbonden met wat mensen bezighoudt: wonen, werk en leven in de stad”. Een voorproefje hiervan kreeg hij in 2003, toen hij als PvdA-lijsttrekker voor de statenverkiezingen een paar nachten bij de Haagse Riet Langendam sliep. Als hij nu aan zijn logeerpartijtje op de bank in het Laakkwartier wordt herinnerd, roept hij uit: “Mijn Riet! Ik was er laatst nog, ik heb er een bakkie gedronken. Ze belde me met klachten over de buurtwinkel, waar ’s avonds laat voor de deur bier wordt gedronken. Ik ben gaan kijken met de wijkagent en we hebben samen een oplossing gezocht”. Zijn liefde voor het wethouderschap wil echter niet zeggen dat een gedeputeerde een inferieure baan zou hebben. Norder blikt dan ook met genoegen terug naar de periode 1999-2004 waarin hij gedeputeerde in Zuid-Holland was. “Ik kan me erop beroepen dat ik de geestelijk vader ben van de oplossing voor de al decennia slepende kwestie van de A4 dwars door MiddenDelfland. Uiteindelijk wordt de weg op een nette manier in de natuur ingepast. In goed overleg met de agrarische sector en de milieubeweging”. Minder florissant liep het af met zijn plan voor gratis busvervoer tussen Den Haag en het ov-transferium van Leiden. De bussen zaten vol, maar na een jaar werd het experiment stopgezet. “Dat kindje van mij heeft het niet gehaald, omdat het aantal files niet aantoonbaar afnam”, constateert Norder. Maar de mislukking lag niet aan de PvdA’er, verzekert hij. “De proefperiode van een jaar was gewoon te kort”. Oer-Hollands Een voorbeeld waarop gemeente en provincie elkaar ontmoeten, is de ontwikkeling van de Nieuwe Driemanspolder tussen Voorburg-Leidschendam en Zoetermeer. Deze landelijke polder moet ontwikkeld worden tot een duurzaam recreatiegebied voor de inwoners van onder meer Den Haag. Het oer-Hollands landschap verandert daardoor van karakter. “De polder is voor ons als stad van groot belang, want we hebben behoefte aan meer toegankelijke natuur in de nabije omgeving van de stad. Maar het realiseren van zo’n project kun je niet overlaten aan de aanpalende gemeenten, want er zijn teveel factoren die de lokale belangen overstijgen, zoals bijvoorbeeld de waterberging in geval van hevige neerslag”. Norder plaatst wel een kritische kanttekening bij de rol van de provincie in dit project. “Het kan met die polder best wat sneller allemaal”. De invloed van de provincie op de stad is niet altijd even goed zichtbaar, weet ook Norder. Maar toch is ze onmiskenbaar aanwezig. Een voorbeeld ervan is de boulevard van Scheveningen. Nor-

der: “Eerst trok de provincie dat project in het kader van de noodzakelijke aanpassing van de zeewering”. Gaandeweg kwamen provincie en gemeente nader tot elkaar. Samen stelden ze een plan op, waarin niet alleen de kust versterkt wordt, maar ook de boulevard aantrekkelijker wordt gemaakt voor de toerist. “Daarover is onderhandeld met de provincie en uiteindelijk zijn voor de aanpassingen van de

boulevard tientallen miljoenen extra uitgetrokken. Het resultaat is dat de kust veilig wordt, terwijl de boulevard een extra impuls krijgt. Goed dus voor het toerisme”, aldus de PvdA’er. Liefdesverklaring De succesvolle samenwerking tussen beide bestuurslagen wil niet zeggen dat sprake is van een blinde liefdesverklaring tussen de twee. Op het gebied

van samenwerking met zuiderbuur Rotterdam vaart Den Haag een geheel eigen koers, die knaagt aan de provinciale bevoegdheden. Beide steden zoeken elkaar steeds vaker op, de twee colleges vergaderen soms samen en de beide stadsgewesten zoeken elkaar steeds vaker op. De innige samenwerking tussen de twee kreeg een concrete vorm door de naamsverandering van vliegveld Rotterdam dat sinds kort

Het worden spannende verki Staten. Het gevolg is dat prov nationale politici, die de kieze de kleur van de Eerste Kamer Senaat. Desondanks gaan de De Haagse PvdA-wethouder missaris van de Koningin in Z

Door Elske Koopman en Jan van der V

ook The Hague Airport heet. Norder zegt over de samenwerking tussen de twee steden: “Den Haag en Rotterdam hebben een soort status aparte in Zuid-Holland. Ze hebben veel kennis in huis, denk maar eens aan de ruimtelijke ordening en welzijn. Daarvoor hebben die twee steden de provincie dus niet nodig”. Kortom, de vorming van de metropool Den Haag-Rotterdam wordt door velen als positief ervaren. “De ontwikkeling van de metropool is ook een gevolg van het vervagen van de grenzen tussen de twee stedelijke gebieden. We pakken elkaar als het ware steeds

Commissaris va

‘Het is t Randst Zuid-Holland kan beter opgaan in een Randstadprovincie. Want minder provincies is goed, al moet er altijd een bestuurslaag tussen gemeenten en rijk blijven. Dat vindt de Zuid-Hollandse Commissaris van de Koningin Jan Franssen. Hij snapt dan ook niet dat partijgenoot Jozias van Aartsen, burgemeester van Den Haag, tegen zo’n Randstadprovincie is.

“De politieke partijen moeten bepalen wat de centrale thema’s zijn in de provincie. Daar ga ik als commissaris niet over. Er moet wel voldoende geld beschikbaar komen. Dat is een groot probleem in provincies en zeker in ZuidHolland. Wij hebben een smalle beurs met 150 miljoen euro aan eigen geld op een begroting van een miljard. Provincies als Gelderland en Brabant hebben een paar miljard, door de verkoop van hun aandelen in energiebedrijven”. Franssen vertelt zijn verhaal in z’n grondig opgeknapte werkkamer in het Provinciehuis. Buiten raast het verkeer de stad uit. Binnen legt hij uit waarom de provinciale belasting, de opcenten, in de provincie de afgelopen vier jaar met liefst 29,6 procent zijn gestegen. De grootste stijging in Nederland. Deze belasting is de enige manier voor provincies om zelf geld op te halen bij de burger. De rest van de financiering komt van specifieke rijkssubsidies voor bijvoorbeeld wegen of natuur.

Marnix Norder>Foto: PR

Bereikbaarheid en natuur Een van de voornaamste taken van de provincie naast ruimtelijke ordening en de economie, is natuurbeleid. Het leverde Zuid-Holland kritiek op van de Haagse wethouder Marnix Norder, die vindt dat de provincie te weinig vaart zet achter de ontwikkeling van de Nieuwe Driemanspolder. Franssen


Vrijdag 25 februari 2011

provinciale statenverkiezingen

<13

iezingen, volgende week woensdag voor de Provinciale vinciale kopstukken het in de publiciteit afleggen tegen ers om ’t hardst oproepen om via de statenverkiezingen r te bepalen; in mei immers kiezen de statenleden de eze verkiezingen in de eerste plaats over de provincie. Marnix Norder en Jan Franssen, namens de VVD ComZuid-Holland vertellen waarom dat zo belangrijk is.

Ven

meer vast. Bewoners uit Rotterdam stappen in de Randstadrail en gaan vervolgens naar het strand van Scheveningen. Mensen uit Den Haag werken in Rotterdam en andersom”. Het landelijk karakter dat de verkiezingen voor de provinciale staten hebben gekregen, vindt Norder logisch. Want er zijn problemen die de gemeentelijke en provinciale grenzen overstijgen. Zoals het vraagstuk van de integratie, waar Norder als verantwoordelijke wethouder in de stad mee te maken heeft. De wethouder: “Integratie is ontzettend belangrijk. Ieder-

een die in Nederland komt moet gelijkwaardig worden behandeld. Er mag nooit wetgeving komen die mensen ongelijk behandelt. De rol van de Eerste Kamer is daarom dus van ontzettend groot belang”. Ongelijke behandeling noemt de PvdA’er verschrikkelijk. “Denk eens aan de PVV, die maakt van de islam een ideologie. Die partij ontneemt op deze manier aan tienduizenden nieuwe Hagenaars hun geloof. De PVV zet die mensen in de beklaagdenbank en maakt er tweederangsburgers van. Dat moet voorkomen worden”.

an de Koningin Jan Franssen:

tijd voor één tadprovincie’ doet de kritiek af als zwartepieten. “Het toedelen daarvan komt in november wel als Sinterklaas weer in het land is. Verder doe ik als commissaris geen uitspraken over concrete projecten”. Dat de provincie nu de Milieufederatie Zuid-Holland gaat korten op de subsidie en deze in 2011 helemaal stopzet, heeft volgens de VVD’er Franssen niets te maken met het kabinetsbeleid de natuurlijke verbinding door Nederland, de Ecologische Hoofd Structuur, los te laten. “De heroverweging van de subsidie komt door twijfel aan de effectiviteit van de Milieufederatie en na een reeks intensieve gesprekken”. De provincie voert volgens Franssen nog een hard en heftig debat met het rijk over de aangekondigde bezuinigingen op natuur en het beschikbare geld voor de Ecologische Hoofd Structuur. Als het aan de commissaris ligt, worden de investeringen in natuur hooguit uitgesteld en niet afgesteld. Dit soort provinciale thema’s komt in de verkiezingsdebatten nauwelijks naar voren. Want: “De landelijke ontwikkelingen kapen alle verkiezingen. Niet alleen de provinciale. Dat daar nu extra lading op ligt, komt door de vraag of het de coalitie lukt een meerderheid te krijgen in de Eerste Kamer. Het is aan de provinciale politici daar doorheen te breken aan de hand van aansprekende thema’s”. Steden en provincie zouden volgens Jan Franssen meer in elkaar moeten investeren. En een stad moet dan niet naar het rijk stappen als de provincie ‘nee’ heeft verkocht voor een plan. Zoals de Haagse wethouder Peter Smit in de vorige collegeperiode deed door eigenhandig een deal te sluiten met het ministerie van Verkeer en Waterstaat over de tramtunnel bij de Koninginnegracht. Franssen vindt het geen probleem dat de steden Den Haag en Rotterdam steeds intensie-

ver samenwerken. “Wanneer steden elkaar opzoeken op terreinen waar ze over gaan, is daar niks mis mee. Maar op het moment dat ze ook zaken willen doen waar de provincie over gaat, hebben ze een probleem. Tenzij steden en provincie bereid zijn om in elkaar te investeren”. Franssen pleit voor een grote Randstadprovincie. Hij was verbaasd over een recente brief van de voorzitter van stadsgewest Haaglanden, zijn partijgenoot Van Aartsen, aan de gemeenteraden van Rotterdam en Den Haag. Daarin schrijft de VVD-burgemeester dat de komst van de Randstadprovincie de nadere samenwerking tussen beide steden in de vorm van een metropoolregio in de weg staat. Franssen heeft al met Van Aartsen gebeld over de brief. “Je kunt toe met minder provincies, met minder ministeries en minder gemeenten. Maar de bestuurlijke tussenlaag die het minst zichtbaar is voor de burger, de provincie, moet blijven. We gaan als provincie niet over de inrichting van de straat, maar zijn abstracter bezig. Dat is een zaak van langere adem. Wij zorgen voor de uitwerking en brengen partijen bij elkaar. Als je de provinciale bestuurslaag weghaalt, krijg je een grotere dikkere rijksoverheid, een zwaarder en opgefokter Den Haag. Intussen zie ik dat veel departementen bezig zijn met zaken die ze best aan ons kunnen overlaten”. Geheim De PVV maakt er geen geheim van alleen mee te doen aan de provinciale verkiezingen, omdat de statenleden de Eerste Kamer kiezen. “De PVV heeft patent op makkelijke oplossingen. Maar ik zie niet op tegen de komst van de PVV in de staten. De partij moet zich wel houden aan de democratische spelregels. En dat verwacht ik ook. Mocht de fractie zich aan het werk in

Jan Franssen >Foto:Eveline van Egdom

de staten onttrekken, dan zullen de andere partijen vanzelf corrigerend optreden. En als onafhankelijk voorzitter zal ik niet schuwen daar dan ook iets van te zeggen. Ik heb recent al een gesprek met de lijsttrekker gehad over de provincie”. Franssen had de naam van de commissaris met de vele bijbaantjes. Een groot deel heeft hij inmiddels afgestoten, of verlaat hij binnenkort, maar niet allemaal. “Ik vind het juist goed om in mijn positie een aantal nevenfuncties

te houden. Dat heeft een positief effect op mijn hoofdfunctie. Als voorzitter van de Raad van Toezicht bij revalidatiecentrum Rijndam in Rotterdam heb ik bijvoorbeeld de marktwerking in de zorg van dichtbij gezien, fusieperikelen meegemaakt, maar ook de verandering van de maatschappij ervaren. De Provinciale Staten oordelen of ik mijn werk goed doe en dat was in november nog positief”. Met minder bijbanen heeft Franssen tijd over. “Ik heb weer tijd voor het le-

zen van boeken. Maar ik maak nog steeds werkweken van zeventig tot tachtig uur. Als er een leuke nieuwe nevenfunctie voorbij komt, moet een ander afvallen. Verversing en verfrissing kan geen kwaad, dat verruimt je blik”. Franssen vervult zijn rol nu zo’n elf jaar. Dit jaar wordt hij zestig. Of hij in is voor een herbenoeming? “Daar doe ik nu nog geen uitspraken over. Maar inderdaad, ik ben nog geen zestig en je mag in deze functie door tot je zeventigste”.


Een subtiele mix van oud en nieuw

FEEST ???!!!!! Bij Emma vindt u alle accessoires.

Andrew Keen: ‘Internet kills culture’ Charles Leadbeater: ‘Boosts mass creativity’ Jeroen Smit: ‘Wat is jouw mening?’

• Prachtige sieraden van de merken: Les Néréides, Konplott, Michael Négrin, Ayala Bar, Camps & Camps, Jazu, SAS Design, Moliére en DeLuxe. • Kanten kleding in poedertinten van Ann Ferriday. • Feestelijke shawls, avondtasjes, hoedjes en haardecoraties. Molenstraat 22 (zijstraat Noordeinde en Prinsestraat) 2513 BK Den Haag, 070-3457027 Open: wo.t/m za. 11.00-17.30 uur

www.hcd2011.nl 10 maart 2011 09.00-18.00 organisatie:

support:

Fokker Terminal, Binckhorst


Vrijdag 25 februari 2011

cultuur

<15

‘Vluchtelingenjackpot’ anderhalf jaar gevolgd Door Babeth Knol

Jazztrompetist Eef van Breen brengt in zijn nieuwe programma 'Go Crazy' musici en artiesten samen. >Foto: Maurits van Hout

Eef van Breen brengt talent samen in Regentenkamer

‘Go Crazy’, op zoek naar kruisbestuiving Door Bert Jansma

Het lijkt er op dat jazztrompettist, zanger en componist Eef van Breen zaterdag 26 februari een complete overval op de Regentenkamer aan de Noord-West Buitensingel gaat uitvoeren. Want nog nooit hebben zoveel musici en kunstenaars daar op de affiche voor één optreden gestaan. Zestien namen presenteert Van Breen in een programma dat ‘Go Crazy’ heet: musici uit de jazz en de klassieke muziek, danseres Lonneke van Leth, een actrice, een sopraan, een theatermaker, een filmmaker en een beeldend kunstenaar. Voor een tocht door het gebouw – tussen zes uur en half elf – van kunstenaars die eerder met elkaar gewerkt hebben of plannen hebben om samen te werken. Een theatraal vormgegeven reis, van de dans van Salomé uit Oscar Wilde’s theaterstuk tot en met het geluid van de Eef van Breen Group zoals die klinkt op zijn laatste cd, ‘Playing games’. “Ik zag eens een documentaire over dichter, schilder en theatermaker Jean Cocteau”, legt van Breen uit. “Picasso deed het decor, Stravinsky componeerde de muziek. Alle helden bij elkaar. Dat komt niet meer zo vaak voor, dacht ik. Zo’n plek waar zoveel mensen bij elkaar komen om samen iets te maken. Ik kreeg het plan zoiets te doen met mensen met wie ik gewerkt heb. Dat leek me inspirerend, die mogelijke kruisbestuiving die er dan kan ontstaan. Ik heb laatst een stuk met danseres Lonneke van Leth gemaakt, pianist Wolfert Brederode is bezig met zijn muziek voor een theaterstuk, the-

atermaker Mathias Mooij heeft ‘Salomé’ voor de Toneelschuur gedaan en ik speel met hem een duostuk voor twee ukulele’s en zang. Dat voormalige kerkgebouw van de Regentenkamer is er een mooie plek voor. Wij beginnen meteen om zes uur met het programma, nemen het publiek mee door het gebouw en brengen het terug in de foyer waar wij verder spelen”. Romantiek Eef van Breen kreeg een opleiding als jazztrompettist met wortels in de bebop, maar ontpopte zich daarnaast opvallend genoeg ook als zanger. Hij kan extraverte bebopsolo’s ‘scatten’ waarin geen zee hem te hoog gaat, maar hij heeft ook een zachte manier van songs brengen waarin poëzie, melancholie of romantiek de boventoon voeren. Vorig theaterseizoen werd hij door regisseur Ivo van Hove uitgenodigd ‘live’ muziek te maken voor het Antonioni-programma van de Toneelgroep Amsterdam. Van Breen voerde het kortgeleden zelfs met het gezelschap in Londen uit. “Ik had de stukken voor mijn laatste cd niet kunnen schrijven zonder dat werk voor dat Antonioni-programma”, vindt van Breen. “Ik haal mijn inspiratie vaak uit andere kunstvormen dan muziek. Bij theater spelen andere factoren mee: de theatrale vorm, de lengte van de scènes, wáár de hoogtepunten moeten komen. Een stuk wordt dan misschien niet logisch qua vorm, maar het brengt me wel op dingen die ik anders niet had kunnen bedenken”. Die cd ‘Playing games’ met z’n combinatie van jazzimprovisatie, klassieke strijkers, de harp van zijn vriendin Eva

Tebbe, brengt een soort geluid dat je niet vaak hoort. Eef van Breen: “Ik ben begonnen met bebop en dat is nog steeds fantastisch om te doen. Maar ik wilde qua gevoel terug naar de tijd dat ik voor het eerst een gitaar had en dingen speelde die ik gewoon mooi vond. En dat wéér doen met de kennis die ik nu heb. Het hoeft niet vernieuwend te zijn of zo, want alles bestaat al op de wereld. Maar ik zoek een geluid met een eigen bestaansrecht, dat gewoon eerlijk en van mezelf is”. A capella in New York Op You Tube is een kersvers filmpje te vinden waarop Van Breen en zijn Group door New York wandelen en onderweg een a capella gezongen muziekstuk inzetten. “Ik moest een solo-compositie schrijven voor celliste Amber Docters van Leeuwen die ook deel uitmaakt van mijn Group. Ze heeft in New York een prijs gewonnen, een optreden in Carnegie Hall. Ik kreeg ook een invitatie en ik dacht: dan kan ik in New York misschien wel mijn cd presenteren. Dat is een beetje uit de hand gelopen. We zijn met z’n zevenen naar New York gegaan, filmmaker Floris Schönfeld en een geluidsman erbij. We wilden daar iets in de geest van ‘flashmobs’. Ik heb een zangstukje geschreven, we zijn begonnen in het Metropolitan museum, alle bewakers in paniek omdat ze door de ruime akoestiek niet konden horen waar de zang precies vandaan kwam, we zijn 5th Avenue afgegaan tot Grand Central. Dat hebben we gefilmd, dat materiaal gaan we monteren en iets van die ervaring kan je straks terugvinden op mijn volgende cd”.

Op de foto staan drie mannen en een vrouw voor het schap met groenten in de supermarkt. Op een reclamebord op de achtergrond prijzen enkele vrolijke vrouwen de waren aan, maar het viertal lijkt er weinig gerust op; achterdochtig kijkt het naar de stapel in plastic verpakte tomaten die voor ze ligt. Op een andere foto zien we de vrouw, een voormalige vluchtelinge – Hamida heet ze – met drie kinderen op het strand. Eén van de boterhammen die ze in een trommeltje heeft meegenomen klemt ze tussen haar tanden; haar handen heeft zij nodig om een plastic bekertje met dubbeldrank in te schenken. Hamida maakt deel uit van een groep vluchtelingen die op uitnodiging van de overheid naar Nederland is gekomen. Fotografe Karijn Kakebeeke (1974) en journaliste Eefje Blankevoort (1978) volgden een aantal van hen anderhalf jaar lang, tussen voorjaar 2009 en najaar 2010. In foto’s en geschreven teksten, met gevoel voor humor en bittere ernst, geven zij een persoonlijk en volledig beeld van de ervaringen van de groep. Vier keer per jaar reist een delegatie van de IND af naar buitenlandse vluchtelingenkampen, waar ze samen met de UNHCR een selectie maakt van vluchtelingen die in aanmerking komen voor vestiging in Nederland. Per jaar gaat het om ongeveer 500 mensen. Deze geselecteerde vluchtelingen worden uitgenodigd naar Nederland te komen; hun emigratie wordt voorbereid en begeleid: ‘de vluchtelingenjackpot’. Kakebeeke hoorde van het bestaan van deze ‘jackpot’ en besloot de IND te vragen of ze dit proces in beeld mocht brengen. Omdat er bij de beelden veel viel uit te leggen, nodigde ze Blankevoort, die als journalist veel over sociale onderwerpen schreef, uit voor een samenwerking. De bundeling van krachten mondde uit in een reizende tentoonstelling, die start in Gemak. Bij de tentoonstelling is een gelijknamig boek uitgegeven. De tentoonstelling volgt twee groepen vluchtelingen. Een ervan komt

uit het Keniase UNHCR-kamp Kakuma, waar vluchtelingen uit Soedan, Ethiopië, Rwanda, Burundi en Somalië soms al jaren wonen. De andere groep zijn Irakese vluchtelingen uit een kamp in Syrië. Ook Kakebeeke en Blankevoort maakten een selectie: ze kozen zes vluchtelingen die ze intensief volgden, van de selectieprocedure in het kamp waar ze woonden en de cursus die daar op volgde tot hun nieuwe thuis in Nederland. Deze keuze zorgt ervoor dat Kakebeeke en Blankevoort een zeer volledig beeld van het proces kunnen geven, zonder het persoonlijke verhaal uit het oog te verliezen. Dat werkt goed. Kakebeeke vangt in haar foto’s met humor de dingen die zorgen voor verbazing bij Nederlandse nieuwe buren – zoals de stapel was die over een heg is gegooid om te drogen – en keert die verbazing net zo gemakkelijk om, zoals blijkt uit de foto gemaakt in de supermarkt, voor de stapels ingepakte tomaten. De beelden zijn sprekend en nodigen uit tot verdieping – waar de uitgebreide teksten van Blankevoort uitstekend aan voldoen. Samen geven ze een kijkje in de lessen die mensen volgen voordat ze naar Nederland komen – over de kaart van Nederland, rijtjeshuizen, in bad gaan en een spelletje met rode draad: een teambuilding bedoeld om een band te creëren binnen de zeer diverse groep. Ze geven informatie over de achtergrond van de gezinnen en de reden voor hun vlucht. Ze slaan ook het ‘normale’ niet over. De oranjevlaggetjes op Koninginnedag, een dagje strand, een avond op de bank met ‘Mega Mindy’ of ‘Take me out’. Of de magnetron-hamburgers en -hotdogs, die ervoor zorgden dat de Iraakse Sarmmad flink wat kilos aankwam. De foto’s en teksten tonen rust, verdriet, vreugde, frustratie, een glimlach en zorgen hier en daar voor kromme tenen: een uitgebreid beeld van ‘nieuwe Nederlanders’ én Nederland. ‘Vluchtelingenjackpot’, tot en met 13 maart in Gemak, Paviljoensgracht 20-24 Den Haag. Dinsdag tot en met vrijdag 12.00 – 17.00 uur. www.gemak.org

Beeld van de expositie in Gemak.>Foto: C&R


16>

Vrijdag 25 februari 2011

cultuur

Verrassende tentoonstelling in Beelden aan Zee

Het geminachte succes van exotische dierfiguren

In de loop van de negentiende eeuw raakten exotische dierfiguren in de mode. Beeldhouwers die zich hierop toelegden zagen hun inkomsten groeien, maar stonden laag in de artistieke hiërarchie. Beelden aan Zee wijdt een verrassende expositie aan deze ‘Animaliers’. Door Egbert van Faassen

Een gorilla houdt een vrouw in een stevige greep. Tevergeefs zet ze zich af tegen zijn borst en hals. Haar benen slepen langs het rotsblok dat als sokkel dient. Met zijn andere hand omklemt de mensaap een stuk steen, dat hij misschien niet meer naar zijn achtervolgers zal kunnen werpen, omdat een pijl zijn rechterschouder heeft doorboord. Hij schreeuwt van pijn. Met die ontvoerde vrouw komt het uiteindelijk nog wel goed, wanneer ze ten minste niet alsnog wordt gebeten door de slang die langs de sokkel omhoog kruipt. Veel drama samengebald in een klein bronzen beeld van nog geen halve meter hoog. Een eerste versie veroorzaakte zo veel ophef dat deze voorloper van King Kong in 1859 achter een gordijn werd opgesteld op de Salon, de officiële kunsttentoonstelling van de Académie des Beaux Arts. Dit beeld van Emmanuel Frémiet (1824-1910) is van een voor hem ongewone dramatiek. Begonnen met dier sculpturen in het voetspoor van Antoine-Louis Barye (1796-1875), ontwikkelde hij zich tot een gewaardeerd leverancier van historische monumenten, een soort beeldhouwkunst dat aanmerkelijk hoger werd aangeslagen door de Académie. Barye maakte aanvankelijk kleine diersculpturen voor een goudsmid en was daarom veel te vinden in de Parijse dierentuin in de Jardin des Plantes. Toen hij in 1831 voor het eerst in de Salon exposeerde met zijn beeld van een leeuw die een slang doodt, werd dit door de staat gekocht. Louis-Philippe, net door een contra-conservatieve omwenteling op de troon gehesen, duidde de voorstelling alsof ze een ideologische betekenis bezat. De leeuw symboliseerde de burgerkoning die het oude régime, de slang, de nek omdraait. Alsof het om een historisch monument ging. Een nieuw, exotisch beeld werd geïnterpreteerd alsof het

Rembrandt Bugatti aan het werk in de Antwerpse Zoo, ca. 1909. > Archieffoto

Antoine-Louis Barye, Tigre dévourant un gavial uit 1831, brons. > Foto: PR

Emmanuel Frémiet: Gorilla die een vrouw ontvoert, tweede versie 1887, brons. > Foto: Galerie Univers de Bronze, Parijs

met dezelfde bedoelingen was gemaakt als de tot dan toe bekende sculptuur. Belangstelling voor het exotische werd ingegeven doordat delen van Afrika door Frankrijk werden gekoloniseerd. Dat de voorheen Koninklijke dierentuin voor het publiek toegankelijk was geworden, bood de dierboetseerders plotseling enorme studiemogelijkheden. Ze moesten een voor de beeldhouwkunst nieuw terrein ontginnen. Van veel van deze exotische dieren was geen voorbeeld in de oudere kunst te vinden. Barye wist met zijn figuren een enorme markt te ontginnen, door kleine beelden voor de huiselijke omgeving te leveren. Hij begon

zijn eigen bronsgieterij. Andere animaliers, zoals ze in die tijd geringschattend werden genoemd, bedienden de markt op dezelfde manier. Rondom de Antwerpse Zoo vormde zich later een centrum van animaliers. Leidende figuur was Rembrandt Bugatti (1884-1916) dezelfde die een olifantje maakte voor bovenop de radiator van de door zijn broer Ettore gemaakte zeldzame ‘Bugatti Royale’. De huid van Bugatti’s figuren toont niet meer een gedetailleerde vacht, maar de sporen van de klei waarmee hij had gewerkt. De Antwerpse beeldhouwer Albéric Collin (1886-1962) gebruikt een vleugel van een condor of de snuit en staart van een miereneter om open

en gesloten ruimtes te maken, waarbij hij aansluit op meer formele aspecten van de beeldhouwkunst. Ook de Franse kunstenaar François Pompon (18551933) maakte gestileerde beelden van dieren die aansluiten bij moderne ontwikkelingen. De tentoonstelling in Beelden aan Zee over dit veronachtzaamde gebied van de beeldhouwkunst is verrassend. In de Grote Zaal is veel werk te zien van Franse en Belgische kunstenaars die zich op de diersculptuur hebben toegelegd, waarbij elk beeld zijn eigen kwaliteiten ontvouwt. Bij de expositie verschijnt een publicatie met in het catalogusgedeelte korte introducties op de kunstenaars. Dick van Broekhui-

zen plaatst de animaliers in hun tijd en Paul Verbraeken zet de diersculptuur in Europees perspectief. Hij vergeet niet de Haagse beeldhouwers Charles van Wijk en J.C. Altorf; de laatste maakte de leeuwen op het monument voor prinses Juliana op het Stuyvesantplein, – zeker niet de enige gebeeldhouwde dieren die bij ons op straat te zien zijn.

– waarop Monty Alexander te gast is. In de serie concerten die Berner hier in de Regentenkamer (elke eerste woensdag van de maand) geeft, pakt hij ook vaak ‘Americana’ aan. Eerder deed hij dat met de muziek van Duke Ellington, op 2 maart doet hij dat met Elvis Presley. “Ik wilde wel eens uitvinden of het toen allemaal ‘hype’ was, of dat er ook muzikaal een beetje inhoud in diens stukken zit”, omschrijft hij het. Het wordt

niet zozeer de Elvis van diens SUNrecords periode (“toch vooral bluesnummers en een paar sentimentele ballads”, zegt Berner), maar de Elvis van ‘Jailhouse rock’, ‘It’s all right’ en ‘Are you lonesome tonight’. De muziek viel Berner honderd procent mee. En hij ontdekte dat een groepje vaste ‘songwriters’ dat muzikale gezicht van Elvis sterk mede bepaalde. “Dezelfde namen bleken steeds terug te komen”, vertelt Berner. “Zoals ene Doc Pomus, een blanke Amerikaan die zelf carrière wilde maken in de blues, maar vooral als componist bekend werd. Hij schreef onder meer ‘Viva Las Vegas’ – een van de raarste stukken van Elvis – en een leuk, niet zo bekend stuk als ‘Marie’s the name of his latest flame’ met een Bo Didley-achtige beat. Vaak muziek die de kwaliteiten van het zuiden van

Amerika heeft, net geen ‘folk’, met veel blues en country, maar anders in elkaar gezet”. Berner speelt met gitaristen Peter Tiehuis en Ed Verhoeff en met drummer Hans van Oosterhout. “Ik heb de stukken niet zo gearrangeerd dat ze niet meer herkenbaar zijn, maar dat is niet de insteek”, legt Berner uit. “Die muziek heeft een heel andere progressie dan jazz, dat zet je op een ander been, maakt ’t interessant. En het heeft – anders dan de jazz van die periode – iets uitbundigs dat aanspreekt. Een rockabillyachtig ‘joie de vivre’”. Berner maakt zijn Elvis-programma speciaal voor Den Haag. Op 6 april en 1 juni staat hij hier weer. Dan nog even deze week: de Nieuwe Slag (wegbezuinigd!) organiseert z’n laatste concert morgen, 26 februari, in Studio Loos. Zeer interessant,

want daar speelt dan de band van de in Amerika wonende Nederlander Jorrit Dijkstra (altsax, synthesizer). Zijn achtmansorkest brengt ‘Pillow circles’, met speciale rollen voor elektrische gitaar en kraakdoos. Geïnspireerd door Dijkstra’s invloeden: van Ernie Henry, Radioheads Johnny Greenwood tot Rogier van Otterloo. In de gelederen ook tenorsaxofonist Jasper Blom. In het nieuwe Korzo beginnen vanavond, 25 februari, trompettist Michael Varekamp en toetsenist Wiboud Burkens hun serie ‘Flowing jazz’, jazz en gesproken woord. Van dat laatste weet ik niets, medemusici zijn Eric Hoeke drums en Jeff Aries (bas)gitaar. En van die twee weet ik dat er vonken gaan spatten.

Van Barye tot Bugatti. Les Animaliers in Museum Beelden aan Zee, Harteveltstraat 1. Geopend van dinsdag tot en met zondag tussen 11 en 17 uur. Te zien tot en met 29 mei. Gelijknamige publicatie met tekst van Dick van Broekhuizen en anderen, uitgeverij Waanders, € 25,–.

jazz

Elvis Presley als jazz

Paul Berner groeide op in The Great Plains in Amerika, werd bassist in het orkest van Lionel Hampton, speelde zelfs in het Witte Huis, werd door pianist Monty Alexander gevraagd voor diens trio en kwam uiteindelijk in Nederland terecht. Met zijn eigen kwartet maakt Berner jazz waarin dat verleden op een persoonlijke manier doorklinkt. Die Great Plains in zijn cd’s ‘Back porch’ en ‘Open country’

Bert Jansma


Vrijdag 25 februari 2011

cultuur

<17

‘Dodeneiland’ in muziek en op film

Laatste schreden naar het hiernamaals Door Aad van der Ven

De acteurs werd gevraagd iets aan te trekken wat ze zelf bij hun uitvaart zouden willen dragen. Ze lopen door lange, onoverzichtelijke, rotsachtige gangen, met een lege blik in hun ogen. We horen een stroom van neerslachtige klanken, die zich soms hoopvol verheffen alsof plotseling troost geboden wordt. De muziek is van Rachmaninov. ‘Het dodeneiland’ (1909) heet diens symfonisch gedicht waarop regisseur Lucas van Woerkum een film baseerde. Die muziek wordt tijdens de vertoning door een orkest live uitgevoerd. Deze week, bij de première, neemt het Residentie Orkest onder leiding van de Duitse dirigent Jun Märkl deze taak op zich. Dan zal Van Woerkum zich tussen de musici bevinden. Want de techniek maakt het mogelijk tijdens de uitvoering de snelheid van de film aan te passen om klank en beeld op elkaar af te stemmen. Niet de muziek volgt het beeld, zoals bij begeleidingsmuziek, maar het beeld moet op de muziek aansluiten. Uitgangspunt bij ‘Symphonic Cinema’ is, aldus Van Woerkum, ‘het verhaal achter de muziek’ te tonen. Dat verhaal ligt in dit geval besloten in een beroemd schilderij van de negentiende-eeuwse Zwitserse symbolist Arnold Böcklin (hij maakte er vijf versies van), dat Rachmaninov er toe bracht dit orkestwerk te componeren. Het is een mysterieuze, onheilspellende afbeelding van een bootje op een donker water, dat afkoerst op een eiland. Daarop bevindt zich een vervallen burcht, zo lijkt het, met hoge cypressen. Beleving Van Woerkum startte bijna drie jaar geleden samen met de pianist Christiaan Kuyvenhoven – in 2005 derde prijs Franz Liszt Concours in Utrecht – het filmproductiebedrijf Certo Productions. Doel is aan de muziek een dimensie toe te voegen. Vooral voor jongeren, die moeilijk de weg naar de concertzaal kunnen vinden, zou dit een ‘versterking van hun muzikale beleving’ kunnen betekenen, zoals de in 1982 geboren regisseur het uitdrukt. Het visueel interpreteren van muziek – hij spreekt van ‘Visual Scores’– is echter niet de enige activiteit van het kleine, al opmerkelijk succesvolle bedrijfje. Van Woerkum, behalve filmmaker ook

Het schilderij ‘Het dodeneiland’ van Böcklin, waarop de gelijknamige film gebaseerd is. > Archieffoto

musicus (hoornist), vervaardigt verder muziekdocumentaires. Hij deed ervaring op als assistent van de documentairemaker Frank Scheffer, die vooral bekend werd met portretten van zo uiteenlopende componisten als Pierre Boulez, John Cage, Elliott Carter en Tan Dun en wiens film ‘Conducting Mahler’ sterk de aandacht trok. Ook Lucas van Woerkum kon niet van Mahler loskomen. Hij sloot zijn stageperiode af met een film over de Negende symfonie van deze componist in de interpretatie van Riccardo Chailly. Beeldregistraties van muziektheater behoren tegenwoordig eveneens tot zijn terrein. Zo legt Certo bij de Nationale Reisopera in Enschede het vierdelige, over vier jaar uitgesmeerde muziekdrama ‘Der Ring des Nibelungen’ van Wagner vast. Intussen is Van Woerkum met zijn gedachten al bij een documentaire

over Liszt en een verfilming van ‘Das klagende Lied’ van Mahler, terwijl zijn zakenpartner Kuyvenhoven als creatief producer en presentator actief is. Lokroep ‘Het dodeneiland’ werd in Italië gefilmd. Niet alleen dat de cypressen op het schilderij daar als vanzelf heen leidden, bekend is dat ook Böcklin, zoals zoveel kunstenaars uit het Duitse taalgebied, de lokroep van dat land niet kon weerstaan. Hij legde onder meer de weg van Florence naar Rome af. Lucas van Woerkum volgde zijn spoor. “Ik ontdekte dat een van zijn jong gestorven dochtertjes in Florence is begraven”, zegt hij. Ergens tussen Florence en Rome bevindt zich het Lago di Bolsena. Het is een meer met twee kleine eilanden. De regisseur begreep meteen dat dit de locatie van de film moest zijn. Hij ging aan het werk

met een aantal acteurs, zowel professionals als amateurs. Zij beelden de zielen van de overledenen uit, die, zoals dat al bij de oude Grieken gebeurde, met een boot naar het dodenrijk worden vervoerd. Maar één jonge vrouw is duidelijk niet dood. Van Woerkum: “Het positieve levensthema van Rachmaninov stuurt dit personage aan terwijl de geesten van het eiland haar achtervolgen”. Onlangs zag Lucas van Woerkum een verfilming van Stravinsky’s balletmuziek ‘Le Sacre du Printemps’, met aan het eind een groepsverkrachting. “Dat was zo smakeloos in beeld gebracht. Het drukte de muziek helemaal weg. Daar ben ik heel erg tegen”. Dat het werk van deze musicus en filmmaker in het teken van de poëtische verbeelding staat, blijkt behalve uit ‘Het dodeneiland’ ook uit ander werk van zijn hand. Zoals ‘Sophia’, een sereen requi-

em voor een meisje met leukemie, bestaande uit traag verglijdende beelden bij muziek van de Belgische componist Dirk Brossé. Of een kort, maar in zijn minimalistische eenvoud ontroerend filmpje waarin het levenseinde van een bejaard echtpaar wordt gesuggereerd – niet meer dan dat – met behulp van simpele voorwerpen uit hun omgeving, dit alles op lyrische orkestmuziek van Ottorino Respighi. Wijst dit alles bij deze regisseur niet op een preoccupatie met de vergankelijkheid van het leven? “Eerder met het transcendente”, corrigeert Lucas van Woerkum. Residentie Orkest onder leiding van Jun Märkl, met Christian Oelze (sopraan) en Lucas van Woerkum (regie). ‘Het dodeneiland’ van Rachmaninov en Symfonie nr. 4 van Mahler. Vrijdag 25 februari en zaterdag 26 februari, 20.15 uur, Philipszaal.

Pecha Kucha Night Den Haag:

‘Freestylen’ binnen een vaste presentatievorm Door Babeth Knol

Over eventuele aanraders in het programma wil Danielle Boelling, organisator van Pecha Kucha niet veel kwijt. “Van tevoren heb je geen idee wat mensen gaan doen. Mijn ervaring is dat iets waar je heel erg nieuwsgierig naar bent, soms tegenvalt en iets waar je niet veel van verwacht, soms heel erg goed is”. Een avond zonder thema, zonder vast genre, zonder vooropgezet plan – behalve dan één ding: elke deelnemer krijgt voor zijn presentatie 20 keer 20 seconden. Pecha Kucha, dat zich laat vertalen als ‘prietpraat’ of ‘kletsen’, staat voor een presentatievorm waarbij een spreker 20 dia’s mag gebruiken, die elk 20 seconden blijven staan. De eerste Pecha Kucha-avond werd in 2003 georganiseerd in Tokyo, door Astrid Klein en Mark Dytham, die samen een architectenbureau hebben. Zij beheren tevens het Pecha Kucha-netwerk, dat zich in-

Een spreker mag 20 dia's gebruiken, die elk 20 seconden blijven staan. > Foto: Dayna Casey

middels over de hele wereld heeft uitgebreid. Sinds 2009 heeft ook Den

Haag een eigen Pecha Kucha Night, die op woensdag 2 maart voor de zevende

keer wordt gehouden. Het is de eerste keer voor de Haagse organisatie in een nieuwe samenstelling: door uitwisselingen naar het buitenland (alle organisatoren studeerden aan de KABK) bleef van de oorspronkelijke oprichters alleen Bram van Hasselt over. Een nieuwe organisatie zorgt wel voor variatie in het programma, denkt Boelling. “We proberen elke een nieuwe groep sprekers te presenteren. Op deze manier zijn de nieuwe sprekers nog lang niet op”. De deelnemers kunnen uit elke denkbare creatieve hoek komen: uit de filmwereld, of uit de reclamebranche of de architectuur. Ze vullen de presentatietijd op hun eigen manier. Met de nieuwe organisatie zijn er ook meer sprekers uit andere Nederlandse steden aangetrokken. Er zijn Haagse sprekers als kunstenaars Bas de Boer en Rik Smits. Ontwerpersduo Miktor en Molf, reclamebureau Gummo en Red Light Radio komen uit Amster-

dam. Uit Rotterdam komt ‘sociaal ontwerper’ Eefje Ernst. Op het programma ook ‘Nederlands eerste sociale media redacteur’ Heleen van Lier. De site van Pecha Kucha Den Haag licht een tipje van de sluier op over het werk van de sprekers. Maar wat ze op 2 maart gaan doen, weten alleen de sprekers zelf. Zij zijn door de organisatie gevraagd te vertellen over hun eigen werk en wat ze daartoe geïnspireerd heeft. Daarvoor kunnen ze ‘gewone’ presentatiedia’s gebruiken, of foto’s of filmpjes. Wat wel heel zeker is, is dat er niet om een volgende dia of een pauze hoeft te worden gevraagd – dat gaat helemaal vanzelf. “En dat is soms nog wel eens even wennen voor de sprekers”, geeft Boelling toe. Pecha Kucha Night #7, Datum: woensdag 2 maart 2011, Locatie: Filmhuis Den Haag, Spui 181, Den Haag, Deur open: 20.20 uur, Eerste spreker start om 20.50. Entree: €7,– / Studenten: €4,50 www.pechakuchadenhaag.nl


18> Troy

Reuzenstap

Joop Nederpelt blikt terug op veertig jaar windsurfen

De snelle opkomst van de plank met stok en zeil Rijswijker Joop Nederpelt is de grondlegger van het windsurfen in Nederland. Hij streed met grootheden als Robbie Naish en Stephan van den Berg en werd in 1983 wereldkampioen. Deze maand verscheen ‘De wind werd mijn vrind’, zijn memoires over veertig jaar windsurfen. Door Ronald Mooiman

Zoals jullie inmiddels allemaal wel weten ben ik bondscoach van de estafetteploeg op de vier maal vierhonderd meter voor mannen. Ze deden het werkelijk zo goed op het Europees Kampioenschap, afgelopen zomer, dat ze van harte zijn uitgenodigd voor het Europees Kampioenschap indoor dat op 6 maart aanstaande plaats heeft in Parijs. Er wordt alleen een finale gelopen met de zes beste teams. Dat is een reuzenstap en als we echt verder willen komen moeten we leren kleine stapjes te maken en ervoor open staan wanneer zich de kans op succes voordoet. Jullie vragen je misschien af waar ik met dit verhaal heen wil. Welaan, we hadden een trainingsweekeinde op het complex Papendal en dat was goed voor de jongens. We hadden een indrukwekkende gast, te weten Henk Kraaijenhof, de beste sprintcoach die Nederland heeft. Hij sprak vol vuur over de training voor de vierhonderd meter en wat de sleutels daarvoor zijn. Een ervan is dat een sprinter boven alles zijn eigen persoonlijkheid moet ontwikkelen. Ja inderdaad, ken jezelf. Als coach van het enthousiaste team was het goed om te zien hoe de jongens met deze informatie omgingen. Na de inspirerende lezing van Henk Kraaijenhof, niet voor niets oud-trainer van tweevoudig wereldkampioen Nelli Cooman, hadden we twee trainingen en ik kon zien dat mijn pupillen met zichzelf bezig waren en met de nieuwe kennis die ze hadden opgedaan.

Vrijdag 25 februari 2011

sport

“In de Verenigde Staten was het windsurfen in de zestiger jaren al in de experimentele fase”, vertelt Joop Nederpelt, de zeventig inmiddels gepasseerd, maar nog altijd in een goede gezondheid. “De Amerikaan Jim Drake was de uitvinder van het windsurfen. Hij zocht naar een manier ook bij hoge golven te kunnen blijven staan op het ‘board met stok en zeil’. Het was de tijd van de beachboys. Behalve Drake hield ook Hoyle Schweitzer zich bezig met de nieuwe uitvinding. Met zijn commercieel inzicht werd hij er rijk van. Drake niet, hij kreeg slechts een kleine vergoeding”, herinnert Nederpelt zich, naar aanleiding van zijn herinneringsboek ‘De wind is mijn vrind’. “Samen met judoka Anton Geesink, beiden waren we Nederlands kampioen Grieks-Romeins worstelen, was ik op vakantie aan de Westkust van Amerika. Daar kwamen we met ze in contact. Dat leidde er uiteindelijk toe dat de nieuwe sport ook werd geïntroduceerd in Nederland. Het Almelose bedrijf Ten Cate stortte zich erop en deed vanaf 1971 de productie voor Europa en Azië”. Enkele maanden later was het windsurfen in Nederland een populaire sport. Iedereen was in het weekeinde

met plank en zeil te vinden op de plassen. “Zelf ging ik er ook mee aan de slag”, vertelt Nederpelt in zijn Rijswijkse woning. “Worstelen kon ik niet meer, er waren hartritmestoornissen bij me geconstateerd. Ik moest van de doktoren stoppen met topsport. Eerst nog wel even aftrainen om het lichaam te laten wennen. Dus ging ik aan de slag met het windsurfen”. Met als resultaat diverse nationale en internationale titels in het wind- en ijssurfen. Mede daardoor nam de populariteit van het windsurfen in Nederland een grote vlucht. Nederpelt: “Het is moeilijk uit te leggen waarom de sport ineens zo populair werd. In de zeventiger jaren stond bij wijze van spreken iedereen op een windsurfboard. We richtten destijds een windsurfclub op in Delft. We verwachtten enkele tientallen liefhebbers bij de oprichtingsvergadering, maar er kwamen er vijfhonderd. De pers dook erop en de sport werd nog groter. Sommige wedstrijden op Scheveningen werden bezocht door duizenden mensen”. Nederpelt organiseerde zelf ook wedstrijden in Nederland. Geregeld kwam zijn Amerikaanse vriend, de beste windsurfer aller tijden, Robbie Naish over. “Robbie is een geweldige vent”, vertelt Nederpelt die in talrijke wedstrijden tegen Naish uitkwam. “Johan Cruyff is wereldberoemd, maar Robbie Naish is nog veel populairder. Dat kwam omdat hij heel toegankelijk was. Hij nam de tijd voor iedereen. Wanneer hij uit zijn auto stapte om naar het strand te lopen, wilde iedereen een handtekening van hem, en met hem op de foto. Daar nam hij ook de tijd voor. Over een stuk waar hij normaal gesproken vijf minuten over

zou lopen, deed hij bijna een uur. Dat maakte hem geliefd bij het grote publiek”. Joop Nederpelt werd in 1983 wereldkampioen windsurfen, maar ook op het ijs was hij behendig. Het leverde hem op het bevroren water twee mondiale titels in 1985 en 1986 op. “Ik vond het leuk met deze sport nieuwe dingen te ontdekken. Daar kwam ook mijn fascinatie voor het ijssurfen vandaan. Ik maakte daar een board voor dat iedereen kon namaken. Dat was voor mij een eerste vereiste. Dat iedereen aan de sport kon meedoen zonder grote investeringen. Ik ben niet zo commercieel ingesteld. Het werd een stuk triplex met ijzers eronder in een v-vorm. Aan het ijssurfen heb ik een wereldrecord en een vermelding in het Guinness Book of Records overgehouden. In de Verenigde Staten haalde ik een snelheid van 102,8 kilometer per uur. Dat record staat nog steeds. Later zijn er nog heel wat pogingen gedaan het record te verbreken. Een Japanner en een Rus gingen sneller, maar niet over de vereiste 500 meter”. In het jaar 1986 werd Joop Nederpelt in de verkiezing ‘Sportman van het jaar’ vierde, achter Joop Zoetemelk, Evert van Benthem en Hein Vergeer. Dat leverde hem uiteindelijk een vriendschap op met de koninklijke familie. “De zonen van koningin Beatrix wilden ook wel eens proberen op een windsurfboard te staan. Nadat mijn antecedenten waren nagetrokken werd ik uitgenodigd voor een eerste kennismaking. De eerste echte wedstrijd die we samen zagen was de World Cup in Scheveningen. Maurits, Bernard en Floris wilden direct aan de slag. Fanatiek waren ze. Willem-

Ik moet zeggen, ik kan niet wachten tot ik ze over een paar weken kan zien lopen in Parijs. Ik denk dat we sterker zullen worden en er iets goeds kunnen laten zien. Duim dus maar voor ons en kijk naar ons uit in Parijs. Ik wil ook graag de andere coaches bedanken die ons hebben bijgestaan. Het laat zien dat we elkaar allemaal nodig hebben om de persoonlijkheid van jonge sprinters te vormen. Wat zou ik overigens graag beschikken over de jongens van de Nederlandse Antillen voor de estafetteploeg! Het is een geweldige aanwinst voor de Nederlandse atletiek dat ze voortaan voor Nederland uitkomen. Een welgfeemeend Welkom! En veel succes voor de cricketers op het wereldkampioenschap!

Troy Douglas

Oud-wereldkampioen Joop Nederpelt stond aan de wieg van het windsurfen in Nederland. > Foto: Creative Images

Alexander was er ook altijd bij, maar hij wilde niet op het board staan. Prins Claus wel, een rustige manen altijd in voor iets bijzonders”. Verhalen vertellen kan Joop Nederpelt als geen ander. “Zoals die ene keer”, vertelt de Rijswijker, “tijdens een World Cup, toen ik de bronzen medaillewinnaar Scott Steele versloeg. Na de wedstrijd werd ik gebeld door radiogrootheid Karel Prior. Hij had mijn overwinning gezien op CNN en vroeg me of ik zo snel mogelijk naar de studio kon komen. Die stond ergens in Finland. Mijn ticket naar Finland lag op Schiphol al klaar. De sportredactie zat toen in het hoge noorden, omdat daar de Alternatieve Elfstedentocht werd geschaatst. Dus ging ik voor een radiointerview naar Finland. Mooie tijden waren dat”. Commercieel onderlegd was Joop Nederpelt niet, maar met één van zijn vindingen verdiende hij veel geld. Hij ontwierp een windsurfboard met negen zeilen erop. “De eerste optredens van dat ding bleven beperkt tot wat optredens bij buurtfeesten. Toen onze grootste surfplank ter wereld eenmaal bij de TROS op televisie als pauzefilmpje te zien was geweest, werden we voor een jaar volgeboekt. Later zag Coca Cola er brood in. De letters TROSPAUZE werden ingeruild voor COCA-COLA. Het leverde alle surfers veel geld op. Bovendien verbraken we met de negenmaster het wereldrecord in de open klasse. We haalden destijds 54 kilometer per uur”.


Vrijdag 25 februari 2011

sport

Warmdraaien in de sneeuw van de Uithof

<19

VUC: routiniers helpen club en jonge spelers Eersteklasser VUC won zondag het thuisduel tegen subtopper SCO’63 met 5-3. Inmiddels heeft het elftal van trainer Toon Brakus en Mark Moen de aansluiting met de middenmoot te pakken. Wij spraken met assistenttrainer Mark Moen.

Dit is de periode dat VUC punten pakt. Moen: “Het zat er al aan te komen. VUC miste gewoon een afmaker”. De routiniers staan te trappelen om te helpen? “Trappelen is een groot woord. Maar er zijn inderdaad spelers die het eerste en tweede elftal uit de brand willen helpen”. Men wacht nu op de terugkeer van Mark Moen in het eerste elftal. “Dat zal alleen in noodgevallen gebeuren. Kijk, een Danny Kettenis speelt in een lager elftal, maar heeft eigenlijk niet veel met de selectie te maken. Ik ben assistent-trainer. Het zal raar overkomen bij de jongens wanneer we besluiten dat ik de voorkeur krijg boven een jonge speler. ”. Zondag de kraker tegen koploper RKAVV. “Ik denk zeker dat we kans maken tegen RKAVV. Wanneer we de komende weken punten blijven pakken, kan het zo maar zijn dat je aanhaakt bij de subtop. Komende weekeinde komen er weer jongens terug van een schorsing, dan hopen we een beroep te kunnen doen op de routiniers”.

Tip 5 Voorbereiden op de wintersport. > Foto’s: Creative Images

Dit weekeinde heeft de jaarlijkse uittocht plaats naar skigebieden in Zwitserland, Oostenrijk en Frankrijk. Dichter bij huis heeft deze seizoensmigratie ook invloed. Op de sneeuwbaan in de Uithof is het in de aanloop naar de wintersport traditiegetrouw druk. Door Eppo Ford

Christèl Brasz is manager van de skischool. Na het faillissement van afgelopen zomer, een ingestort dak en lekkages in de koelleiding krabbelt de sneeuwbaan weer uit het dal. Werd ze in de zomer nog gesloten, inmiddels skiën, snowboarden en sleeën alweer tientallen mensen op de piste, ook op maandagavond, de rustigste avond van de week. “Halverwege januari gaan de meeste mensen zich hier voorbereiden op de wintersport in de krokusvakantie”, vertelt Brasz in het café naast de skipiste, terwijl snowboarders aan de andere kant van het raam door de bocht van de sneeuwbaan vliegen. “De skischool is geen vereniging waarvoor de leden contributie betalen. Wel geven wij kinderen en volwassenen skicursussen van een aantal weken”. Hoewel er in de zomer ook geskied wordt, merkt ze dat vanaf oktober de eerste wintersportkriebels ontstaan bij de bezoekers. Het aantal cursisten loopt dan snel op, totdat de drukte haar piek bereikt eind januari. En de economie trekt weer aan, als de cijfers van de skischool ten minste maatgevend zijn. Volgens Brasz ‘is het aantal cursisten bijna verdriedubbeld ten opzichte van vorig jaar’.

René de Vries (21) is één van de ongeveer zestig skileraren die part-time voor de skischool werkt. Hij merkt aan den lijve de toename van het aantal cursisten. “Ik sta bij het uitgifteloket en op de sneeuwbaan. Meestal geef ik af en toe les, maar dit jaar ben ik op zaterdag bijna de hele dag bezig”. Soms is het dringen, geeft hij toe. “Maar de onderlinge communicatie is goed. Dan vraag ik aan een collega of hij een beetje kan opschuiven”. Eentonig wordt het lesgeven op de baan van tweehonderd meter nooit, vindt hij, ook al is slechts een tiental meters te kwalificeren als een rode piste. “De les duurt één uur. Voor dat uur heb je een doelstelling. Het is niet moeilijk die op een leuke manier te bereiken”. De beperkte mogelijkheden hebben ook een voordeel, stelt De Vries. “Er zijn mensen die na de wintersport met angst in de benen terugkomen. Met name de snowboarders worden in Zwitserland en Oostenrijk snel bovenaan een berg neergezet. Wij kunnen ze op deze baan van hun angst afhelpen”. Bovendien, stipt hij aan, wordt de piste geregeld ingericht met het complete assortiment aan attributen van het funpark, zodat de snowboarders ook in de beperkte ruimte hun stunts kunnen oefenen. De skischool beschikt niet over faciliteiten voor topsporters, hoewel ze nauw samenwerkt met de in Den Haag gevestigde Nederlandse Ski Vereniging. De voornaamste functie bestaat uit het bijschaven van de techniek van beginners en gevorderden. In het verleden was er wel een freestyle team dat meedeed aan wedstrijden, maar onder meer door wisselingen

over de piste gaan”. Zelf hebben De Vries en Brasz niet de ambitie zich te ontwikkelen tot topskiër. Wel pikken ze graag de krenten uit de pap. Bijna jaarlijks wordt ze gevraagd mee te reizen naar het buitenland met schoolgroepen die op de Uithof het skiën als keuzevak beoefenen. Brasz: “Je merkt dat het lesgeven daar intensiever is. Hier hebben we één keer per week een uur, in Frankrijk, Oostenrijk of Zwitserland sta je zes dagen achter elkaar op de ski’s. Dan leer je veel sneller”.

Snowboarder Dimi de Jong, vijfde bij een World Cup wedstrijd in Stoneham Canada.

van de directie van de Uithof is er momenteel geen team. De Vries: “Maar ik zie hier veel jonge snowboardtalentjes

Krokusvakantie Hoewel de meeste mensen gebruik maken van de skischool ter voorbereiding op de wintersport, blijft de sneeuwbaan vol in de vakantie. Brasz: “Het is dan net als in het buitenland ook bij ons topdrukte. Er zijn toch veel mensen die niet op wintersport gaan, maar graag een leuke activiteit willen doen tijdens de vakantie. Die komen naar ons toe”. Voor meer informatie: www.deuithof.nl

In 1996 werd in Zoetermeer de eerste indoorskibaan van de regio geopend. Al snel volgde de skipiste van de Uithof, ondanks hevige protesten van Snowworld Zoetermeer, op basis van een rapport dat betoogde dat een skipiste niet levensvatbaar was met een andere faciliteit in de nabije omgeving. De indoorsneeuwbanen spelen voor de ontwikkeling van Nederlands talent een belangrijke rol, ook de baan bij de Uithof. Ongeveer tien jaar na de opening werd snowboarder Dimi de Jong vijfde bij een World Cup wedstrijd in Stoneham Canada. Hij bracht veel tijd door op de Uithof. René Rijsdijk, bondstrainer talentontwikkeling bij de dames, heeft zijn roots in de Uithof. Snowworld Zoetermeer heeft met Pim Stigter ook een internationale subtopper. Hij werd tiende in dezelfde wedstrijd waarin De Jong vijfde werd, op het onderdeel Big Air.

Ook komende week staan er interessante sportevenementen op de agenda. Den Haag Centraal maakte voor u een kleine selectie. Wat valt er allemaal te doen, zien en beleven?

Haaglandia – RAS > Het Rijswijkse Haaglandia en RAS uit Den Haag zijn beide promovendi uit de derde klasse. De voetballers van Haaglandia vechten tegen degradatie, terwijl RAS een plek in de middenmoot bezit. Zaterdag 26 februari, 14.30 uur, Prinses Irene Sportpark, Schaapweg, Rijswijk. HRC – Castricumse RC > De Haagsche Rugby Club maakt een zwaar seizoen door. Zaterdag 26 februari, 16.00 uur, Theo Mann Bouwmeesterlaan. Quintus – Hellas > De handbalderby tussen de dames van Quintus en Hellas levert doorgaans een aantrekkelijk potje op. Hellas strijdt nog mee in de race om de titel, terwijl Quintus in de middenmoot bivakkeert. Zaterdag 26 februari, 20.15 uur, Van der Voorthal, De Leeuwerik, Kwintsheul. RKAVV – VUC > Een aansprekende voetbalderby in de eerste klasse B. Zondag 27 februari, 14.00 uur, Kastelenring, Leidschendam. Quick – GDA > Nog een voetbalderby in de eerste klasse B. Quick leek even voor de titel te gaan, maar het elftal van trainer Frans Danen heeft enkele dramatische weken achter de rug. Het GDA van scheidend trainer Edwin Grünholz doet het de laatste weken juist verrassend goed. Zondag 27 februari, 14.00 uur, Savornin Lohmanlaan.


BioToppers!

Jägerland presents: Crowley, DUF en Los Jalapeños VR. 25 FEB | zaal open 18.00 uur | HJVU meepakken! | entree €3,50 Een avondje rake harde rock, meeslepende blazende blues en pittig gepeperde garage & roll. Drie vernieuwende rockende bands uit onze eigen Haagse stad waar we trots op kunnen zijn met de geest van AC/DC, Led Zep en de Ramones op schoot.

Geldig van 28 februari t/m 6 maart 2011

330live Comedy Night met: Jovanka Steele (USA), Martijn Oosterhuis & Fardor ZA. 26 FEB | zaal open 20.30 uur | aanvang 21.00 uur | entree €9,- voorverkoop | €12,- aan de deur VIP tafel: 4 personen entree + fles Piper Heidseck | www.330live.nl/tickets Oefen het spitsen van je oren maar alvast, want deze sneltrein van gevatte grappen raast voorbij als een malle. Na afloop kunnen de voetjes van de vloer met de enige echte (naar eigen zeggen: old, fat and ugly) Infaders!

Vanille- of chocoladevla beker Weerribben 500 gram 1.55

Wonky Woensdag! Aucan (IT) & TEEBS (US) WO. 2 MRT | zaal open 20.30 uur | aanvang 21.30 uur | entree €3,50 De eerste Wonky Woensdag in 330live. En wat voor één! Met TEEBS (US) en Aucan (IT) wordt het een wicked Wonky Woensdag die nog we allemaal nog lang zullen heugen.

1+1 gratis

Boerensalade Proef 200 gram

Korte Molenstraat 2 / www.330live.nl

1.

99

Maïsbroodje kaas-pompoenpit

LI

TUUR EC

IE ECT L L O G E C CHTIN T E L MP VERLI O C SEL DIE

TARCHI T CH

BAVA

SYLVAIN POONSSTRAAT 14 2548 XX DEN HAAG 070-345 00 45 WWW.BAVA.NL

Zonnemaire per 6 stuks 2.45

1.

95

Voor meer informatie en openingstijden: www.ekoplaza.nl EkoPlaza Grote Marktstraat 115 en Theresiastraat 292 Den Haag Natuurwinkel EkoPlaza Torenstraat 140 en Weimarstraat 153 Den Haag Zetfouten, prijswijzigingen en uitverkochte artikelen voorbehouden


Vrijdag 25 februari 2011

eten & drinken

<21

koken met henk savelberg

Vietnam De Chinese invloed op de Vietnamese keuken is groot, maar ook de buurlanden en niet te vergeten Frankrijk, dat het land koloniseerde, drukten hun stempel op het culinaire plaatje. Zo is Vietnam het enige Aziatische land waar de bakkers stokbrood, croissants en patisserie verkopen. Stokbrood met kaas van ‘la vache qui rit’ is een populaire snack in Vietnam. De steden Hanoi (inmiddels Ho Chi Minh City, maar iedereen zegt nog Hanoi) en Saigon ademen nog steeds een Franse sfeer, met hun brede boulevards en Franse architectuur, ook al heeft de oorlog diepe sporen nagelaten. Het is echter voornamelijk aan deze treurige periode in de geschiedenis van het land te danken dat het westen kennismaakte met deze keuken. In de oorlog probeerden de Vietnamezen massaal naar het westen te vluchten en de gelukkigen wier vlucht een goed einde nam, begonnen al snel te werken aan een nieuw bestaan. Handeltjes werden opgezet en voor menige Nederlander bestond de eerste kennismaking met de Vietnamese keuken uit de loempiaatjes uit de mobiele keukentjes die inmiddels een vertrouwd beeld zijn op markten en evenementen en bij winkelcentra. Het is het bekendste traditionele gerecht in Vietna,m waarbij fijngesneden varkensvlees en/of garnalen samen met groenten in rijstpapier worden gerold en gebakken. Het succes van de loempiaatjes maakte dat men nieuwsgierig werd naar de Vietnamese keuken. Met hun handelsgeest en aanpassingsvermogen begonnen de loempiabakkers restaurantjes en catering te exploiteren en gingen ertoe over ook andere Vietnamese producten te importeren, hetgeen inmiddels de omvang heeft van een kleine industrie.

de eetrubriek

Mazie Frans georiënteerd

8 Oordeel: + prijs-kwaliteitverhouding + wijn - vis enigszins flauw en droog

Sinds een half jaar zit restaurant Mazie in het kleine, gelijknamige zijstraatje van het Noordeinde. Ik was getipt door een vriendin die me bijna verweet dat ik daar nog niet gegeten had. Ik wist dat Trias, een gezellig tapasrestaurant, daar sinds jaren gehuisvest is, maar Mazie? Het blijkt in dezelfde ruimte te zitten waar ooit, in de jaren tachtig, sterrenkok Henk Savelberg zijn nouvelle cuisine introduceerde. Een plek met historie dus. De huidige eigenaar, Koen Cramer, nam het over van een minder lopend cateringbedrijf. Cramer startte zijn carrière als jongste bediende van Auberge de Kieviet in Wassenaar en als sommelier bij restaurant de Moerbei in Warmond. Toen hij zijn eigen restaurant opende, benoemde hij oud-collega Takis Panagakis tot chefkok. Deze half-Griekse kok houdt van klassieke gerechten bereid in een modern jasje. Hoewel de keuken Frans georiënteerd is, geeft hij af en toe een Griekse draai aan zijn spijzen. Zo verschijnt bij onze prosecco (€ 4,25) een amuse van linzensoep met fetakaas en bij mijn voorgerecht van kreeft zit kritharaki (€ 12,00). Het ziet er uit als een rijstkorrel, maar is gewoon pasta. Griekse rijst wordt het ook wel genoemd, in Italië heet het orzo of risoni. Dit type pasta gaat vaak in soepen of in stoofschotels. Zo ook hier. De kaart vermeldt alleen de kreeft, maar eigenlijk is het een bisque. Met wat pasta en een dotje yuzuschuim. Aan dat laatste is niets Grieks. De vrucht yuzu, afkomstig uit Japan, heeft een minder zure smaak dan citroen en zit ook in Iki-bier. De voedzame bisque krijgt hierdoor een frisse smaak. Mooie combinatie. Bij de tartaar van zeebaars met pompoen (€ 12,50) van mijn tafelgenoot, past de frisse Riesling uit het wijnarrangement (€ 15,00). waarvoor we hebben gekozen; mijn Grüner Veltliner ruikt naar natte hond, maar is o zo lekker. Het is een feestelijk gezicht: de vier zeebaarsrolletjes hebben allemaal een dakje van pompoen gekregen. Om de versiering compleet te maken, liggen hier en daar nog wat geschaafde pompoenpitjes, blokjes pompoen en kokosschuim. Overigens kregen we vóór de voorgerechten nog wat snacks in de vorm van zelfvervaardigde tortillachips (veel beter dan de Doritosversie!), groentebitterballetjes met een pipetje van piccalillysaus en een friszure komkommershot met yoghurtschuim. Tussen de gerechten biedt de bediening non stop bolletjes brood aan. Deze zijn speciaal voor Mazie gebakken door de populaire patissier Philippe Galerne aan de Aert van der Goesstraat. Ik stel voor dat Philippe deze broodjes ook voor z’n eigen klandizie gaat fabriceren, want ze zijn bijzonder

aangenaam van smaak en knapperig. Mazie stroomt in de loop van de avond voor driekwart vol. In totaal is er plek voor zo’n dertig mensen. De sfeer is losjes, Cramer en zijn collega-ober dragen dezelfde overhemden op een spijkerbroek. Waarom hij de gifgroene stoelen heeft overgenomen van de vorige eigenaar, ontgaat mij enigszins, maar wie weet wordt in de toekomst nog iets meer over het interieur nagedacht. Het mist de finishing touch, die je wel terugziet in de mooi opgemaakte borden die uit de keuken komen. In de parelhoen en zuurkool (€ 19,50) wil je direct je vork prikken. De malse stukken vlees worden vergezeld van champignons, aardappelschijfjes en twee dikke strepen pastinaakpuree. De puree smelt op je tong. Weer een gerecht om mee thuis te komen. Mijn heilbot (€ 23,50) is niet slecht, maar wat flauw en net te gaar. Gelukkig smaken de bijgevoegde langoustines met spinazie prima. Ik drink er een volvette ZuidAfrikaanse Chardonnay van Simonsig bij, mijn tafelgenoot krijgt een Spaanse rode wijn. Als nagerecht verschijnt voor mij een appelkaneel-, rozijnen- en rumvariatie (€ 9,50) op een rechthoekig bord, met daarop een kleine apfelstrudel, een rumbolletje, boerenjongensijs, granita van appelkaneel, semifreddo van rum en rozijn. Dit alles op een bedje van kaneelappelkruimels. Het bolletje is vrij waterig, maar je dat alles in huis gemaakt is. Geen ijs uit een doosje, de apfelstrudel is nog lauwwarm. Daar is over nagedacht. De overzijde heeft misschien nog wel een spannender slot: een panna cotta van kwark met structuren van hibiscus (€ 9,50) met een suikerspinnetje, vanille-ijs en zoetzure hibiscus en een blokje Turks fruit. Ze weten niet alleen hoe ze een dessert moeten presenteren, maar ook hoe ermee te verrassen! Ook waar het om de wijn gaat toont Cramer opnieuw zijn vakmanschap: de dessertwijnen zijn uitstekend. Bij de dubbele espresso (€ 2,25) en de thee (€ 2,25) liggen er voor ieder drie bonbons. Aan het eind van de avond maakt de kok Panagakis een rondje langs de tafels om te horen wat zijn gasten er van vinden. Wanneer ook Cramer dat doet, zeg ik eerlijk dat de koffie te zuur is. Hij verontschuldigt zich een paar maal. Het blijken bonen van de buren te zijn, omdat hun voorraad op was. De volgende keer zal hij zeker betere koffie in huis hebben. Ik geloof hem. Samen met een halve liter Chaudfointaine (€ 3,75) rekenden we € 125,25 af. Voor een driegangenmenu met bijpassend wijnarrangement is dat prima.

Adres Maziestraat 10 Telefoon (070) 302 02 86 Geopend Dinsdag tot en met zaterdag van 18.00 tot 22.00 uur Alle creditcards

Voorgerechten vanaf Hoofdgerechten vanaf Nagerechten vanaf Dagmenu vanaf

Annerieke Simeone € 9,00 € 14,50 € 8,70 € 29,50

Vietnamese loempiaatjes (Nem)

voor 20 goed gevulde loempiaatjes: >100 gram gaar kippen- of varkensvlees > 100 gram garnalen > 50 gram taugé >50 gram worteljulienne >50 gram transparante vermicelli (Bún Tàu) >5 sjalotjes >1 teentje knoflook > 40 gram gedroogde zwarte champignons (nam meo) >10 gram verse shii take >peper, zout >1 ei, losgeklopt >1 eiwit >20 kwart- rijstvelletjes of 5 grote (Bánh Tráng) >arachide- of rijstolie >20 slabladeren

Week de gedroogde champignons 30 minuten in warm water, laat ze uitlekken op een zeef en vang het weekwater op; het wordt voor dit gerecht niet gebruikt, maar zeef het en vries het in, we hebben het volgende week nodig. Week ook de vermicelli 30 minuten in warm water en laat uitlekken. Snijd alle ingrediënten voor de vulling klein, meng alles zorgvuldig met het losgeklopte ei, breng op smaak met peper en zout. Maak de rijstvellen één voor één nat in lauw water en laat ze zacht worden op een vochtige theedoek. Knip de grote rijstvellen in vier kwarten. Leg op elk velletje een flinke eetlepel vulling en vouw er op de volgende wijze een klein loempiaatje van: leg het velletje met de punt naar voren. Vouw het puntje over de vulling, vouw nu de zijkanten over de vulling naar binnen en rol het velletje op; plak het laatste puntje met een beetje eiwit vast. Bak de nem in olie van 180 graden tot ze mooi bruin zijn. Serveer de nem met een kommetje nuoc mam saus erbij. Eet de nem warm, gerold in een slablad, na ze in de saus gedoopt te hebben.

Pierre Wind: ‘duurzame rookworst is niet lekker’

Lekkere duurzame rookworsten bestaan niet, merkte tv-kok Pierre Wind op naar aanleiding de duurzaamheidsen smaaktest voor rookworst van Stichting Natuur & Milieu. De resultaten werden deze week gepresenteerd. Wie toch een smaakvolle en milieuvriendelijke rookworst wil eten, kan het beste de Gelderse rookworst van Albert Heijn of de magere varkensrookworst van Lifestyle kopen, aldus Wind, die meewerkt aan het onderzoek. In totaal werden 21 rookworsten getest op duurzaamheid; elf daarvan deden mee in de smaaktest. De puur plantaardige worsten van Tivall en Vivera scoorden het beste op de uitstoot van broeikasgas, energiegebruik en ruimtebeslag. ‘Duurzaam, maar niet lekker’, was het oordeel van Wind. “Smaak is wel degelijk van belang. Als een duurzame rookworst niet te eten is, zal het marktaandeel nooit groter worden”. De bekende Hema-rookworst en de Gelderse rookworst van Unox scoorden matig op duurzaamheid, ze kwa-

Veel smaakverschil bij rookworst.> Foto:PR

men niet verder dan respectievelijk een zestiende en twaalfde plaats. Natuur & Milieu geeft de worstenmakers een paar tips voor duurzaamheid: “Stop meer plantaardige ingrediënten in rookworst, maak meer gebruik van kip en gebruik verantwoorde soja in het veevoer. Rookworsten met minder vlees zijn beter voor het milieu. Als alle Nederlanders een dag per week

geen vlees eten, scheelt dit een hoeveelheid CO2-uitstoot gelijk aan 5,2 miljard kilometer autogebruik, vijf procent van de totale hoeveelheid. Minder vlees is ook nog eens gezonder, omdat we dan minder verzadigde vetten binnenkrijgen”, aldus Wind. Het overzicht van alle onderzochte rookworsten is te vinden op www.natuurenmilieu.nl


22>

Vrijdag 25 februari 2011

varia

stadsgroen

Lente op het plein

Dekker: “Op wangedrag hebben we vanaf nu een passend antwoord: de wielklem”. > Foto: P.J.L. Laurens

Onmiddellijk wielklem voor buitenlandse foutparkeerder

Buitenlanders die hun wagen fout parkeren, krijgen in het vervolg te maken met de wielklem. Daarmee willen de wethouders Dekker (Financiën) en Smit (Verkeer) het parkeergedrag van bestuurders van auto’s met een buitenlands kenteken verbeteren. Volgens Dekker ‘lappen duizenden buitenlandse automobilisten de regels aan hun laars en kwakken ze links en rechts hun auto’s neer. Op dat wangedrag hebben we vanaf nu een passend antwoord: de wielklem’. Het is de bedoeling dat met behulp van klemauto’s en gele wielklemmen

voortaan zichtbaar wordt gehandhaafd in de stad. ‘Iedereen ziet dan dat de gemeente werk maakt van het innen van parkeerbonnen”, aldus wethouder Smit. “Dat zal uiteindelijk het parkeer- en betaalgedrag verbeteren”. Nu nog is het alleen mogelijk de persoonsgegevens achter Belgische en Duitse kentekens te achterhalen. Alle andere buitenlanders kunnen hun schouders ophalen over een parkeerbon, omdat hun adres niet bekend is. Dit leidt tot rechtsongelijkheid ten opzichte van Nederlandse kentekenhouders. Voortaan krijgen buitenlandse foutparkeerders meteen een wiel-

klem, als er één bon langer dan veertien dagen openstaat. Wie dan nog een etmaal wacht met het betalen zal merken dat zijn auto is weggesleept. Een wielklem kost 306 euro, wegslepen kost nog eens 306 euro plus 25 euro per dag bewaarkosten. In 2009 werden 8200 bonnen uitgedeeld aan foutparkeerders van zo’n zestig nationaliteiten, van wie geen adresgegevens te achterhalen waren. Slechts een kwart van die bonnen werd betaald. Het zijn met name OostEuropeanen die de fout in gaan (30 procent). Ook Fransen (10 procent) en Britten (5 procent) ontlopen betaling.

De afgelopen dagen was het nog gemeen koud in Den Haag. Toch wordt door diverse instanties geroepen dat Nederland almaar warmer wordt en dan ook het voorjaar nog eens wéken eerder begint dan ‘normaal’. Dat laatste schijnt goed af te lezen te zijn aan de bladontplooiing van de paardenbloem. Begon die ontwikkeling doorgaans zo rond de vijftiende maart, de laatste tien jaar is het groene blad al rond vijftien februari te zien. En wat te denken van het klein hoefblad en het speenkruid! Die bloeien nu respectievelijk rond 26 februari en twee maart, ook een maand

Volgens de berekeningen zal de natuur dit voorjaar zo’n drie weken voor lopen

eerder dan we gewend waren. Het groei- en bloeiritme van planten hangt nauw samen met de wisseling in temperatuur. Vroeg bloeiende planten reageren het sterkst op de nieuwe warmte na een koude winter. Hazelaars zijn begin januari al voldoende opgewarmd om tot bloei te komen, acacia’s zijn pas in juni zover.

Sinds jaar en dag worden voorspellingen gedaan over de te verwachten bloeitijden van het groen. De warmtesom, de gemiddelde temperatuur gemeten tussen 1 november en 1 februari, is daarvoor maatgevend. Het lijkt er inmiddels echter op dat die warmtesom beter al op 1 januari berekend zou kunnen worden. Zo zacht zijn ze inmiddels, die winters van ons. Volgens de berekeningen zal de natuur dit voorjaar zo’n drie weken voor lopen. En inderdaad, de sneeuwklokjes bloeien al ruim een week en de elzen staan te stralen. Op het lijstje van de Nederlandse Phaenologische Vereniging staat dat de gele kornoelje op 1 maart zijn knoppen zal ontvouwen, de zwarte els begint te stuiven op 2 maart, de forsythia uitloopt op 5 maart, de krokussen op 7 maart gaan bloeien en de gele trompetnarcis op 11 maart in vol ornaat te zien zal zijn. Voor mijn eigen voorjaar kijk ik niet zozeer naar lijstjes met bladontplooiingen. Ik let liever op het nog steeds lege plein op het Buitenhof. Eerdaags zet Raoul de stoelen weer buiten. En de tafels. En de parasols. Het is nog stil, op het plein. Zodra de eerste stoel verschijnt, bent u de eerste die het hoort. Dán wordt het lente in Den Haag. Wendy Hendriksen >Meer columns en een boek op www.wendyhendriksen.nl

Ingezonden mededeling

€ 39,95

per half jaar www.denhaagcentraal.net

onderwijs

Waarom kiezen ze nu wel beta?

Het heeft lang geduurd, maar je ziet nu, met name op het VWO, een sterke toename van de keuze voor de profielen ‘natuur en gezondheid’ en ‘natuur en techniek’. Simpeler gezegd: beta is terug van weggeweest. Allerlei dienaren van overheidsinitiatieven zullen op hun borst roffelen en zeggen dat ‘kies exact’ effect heeft gehad. Dat is zeer de vraag. Als je leerlingen spreekt, komt een beeld naar voren dat sterk gericht is op de wens biomedische studies te volgen. Dat het om veel meer meisjes dan jongens gaat wisten we al. Ik geloof niet dat deze meisjes zo geïnspireerd

zijn geraakt door theoretisch-natuurkundige vraagstukken of gefascineerd zijn door chemisch-technologische processen. Als ze geen medicijnen gaan studeren, zie je ze in grote aantallen terug bij bouwkunde en industrieel ontwerpen. Kortom, ze kiezen voor ‘sociaal exact’ of ‘kunstzinnig exact’. Het enorme aanbod van studenten dat arts wil worden blijft opmerkelijk. Het beeld van de man of vrouw met losjes een stethoscoop in de zak blijft aanspreken. Ouders vinden het ook fijn als de kinderen medicijnen studeren. Al na een half jaar studie worden aan deze

kinderen op verjaardagen indringende vragen gesteld over de akeligste zweren en zwaarste migraines. Bovendien zijn deze studenten altijd verzekerd van werk, desnoods als huisarts of in de groeiende ouderenzorg. Dat is niet zo ‘cool’ als kindergeneeskunde of chirurgie, maar het heeft toch status. Er is nog een sterk groeiende wetenschap die veel studenten aantrekt en waarvan je op school al de voorbode ziet: biologie is een groot en belangrijk vak geworden. Het spreekt zeer tot de verbeelding vanwege alle ontwikkelingen in DNA-onderzoek en de grote vlucht van de hersenwetenschappen. Probleem van veel studenten in deze sector is wel dat ze liever geen onderzoeker worden. Ze denken dat laboratoriumwerk saai is. Dat beeld zie je ook terug bij bouwkundestudenten. Ze willen allemaal architect worden met een loft in de Amsterdamse binnenstad. Als je dan ambtenaar wordt in een middelgrote gemeente is de glamour

er wel van af. Al deze beta-leerlingen worstelen zich op school door een pittig wiskunde-B-programma en hopen een universitair geschoolde natuurkunde- en scheikundedocent voor de klas te vinden. Dat is voor VO-scholen één van de grootste uitdagingen van de komende jaren. Er zijn geen masterstudenten wiskunde, die voor het leraarschap kiezen. Alle eerstegraads docenten wiskunde van de nabije toekomst zijn ingenieurs tussen de veertig en vijftig jaar, die door de school moeten worden opgeleid. Soms lukt dat, soms

Het enorme aanbod van studenten dat arts wil worden blijft opmerkelijk

lukt dat niet. Datzelfde geldt voor natuurkunde en scheikunde. Bij biologie ligt dat anders. Net als bij geschiedenis in de alpha-hoek kan je als school altijd goede eerstegraads biologen vinden. We treuren niet. De herleefde keuze voor betavakken moeten we positief duiden. Het betekent namelijk ook dat we steeds meer leerlingen de kans geven door te gaan in de beta-hoek. Ik herinner me nog levendig de tijd dat alleen de allerbeste leerlingen door mochten in de wiskunde-B en natuurkunde. Misschien is dát wel de grote winst van alle acties om meer betastudenten te werven: meer leerlingen kansen geven in wat voorheen als te moeilijk voor ze werd gezien. Daar goede docenten bij zetten is de grote uitdaging voor de komende jaren. Hugo Dirksmeier Rector Haags Montessori Lyceum www.hml.nl


Vrijdag 25 februari 2011

oplossingen van vorige week 1 3 8 4 5 7 9 2 6

6 9 4 3 1 2 5 7 8

S C H E R P

O L B D I S E E T

A L D A A R

M E E O T S S O O

2 5 7 8 9 6 1 3 4

3 1 6 5 7 4 2 8 9

D A A A D N A T T E E K R A N E R E E N E K K E A A N A S S T E

4 8 9 6 2 1 3 5 7

5 7 2 9 3 8 4 6 1

7 6 5 1 4 3 8 9 2

T M E T O K E R I O N A A L K E N S E E T T R E D A T A S T A G A N M E R K G E N A A E N D N A R T R

9 2 1 7 8 5 6 4 3

8 4 3 2 6 9 7 1 5

H O D A I L P A A K A D E N T E R L A D M O M L E O E R I

kruiswoordpuzzel

sudoku

9

3 5 4 4 1 3 7 8 3 6 2

7 3 9 4 5 6 8 9 1 7 8 5 7 3

E K S T E R D E E R N E

Tijdelijk zacht en periodiek wisselvallig De koude lucht, er werd in deze rubriek al geruime tijd op gezinspeeld, heeft ons aan het begin van de bijna voorbije week inderdaad bereikt. We kregen een bescheiden en iets verlaat Valentijnswintertje voor de kiezen. Vooral afgelopen maandag en dinsdag waren winters koud in de Hofstad met een gevoelstemperatuur tegen de -10 graden. In Groningen kon tot woensdagavond zelfs worden geschaatst op voorbeeldig natuurijs van zo’n 7 centimeter dikte. Woensdagmiddag kwam zachtere oceanische lucht via het zuidwesten naar onze regionen vergezeld van wat winterse neerslag. De temperatuur is inmiddels opgelopen tot bijna in de dubbele cijfers. Van vrijdag tot en met zondag blijven

vrijdag

we gevoelig voor zwakke regenstoringen en ook de zachte luchtaanvoer blijft gewoon doorgaan. Vooral richting zaterdag (ochtend) lijkt het enige tijd te gaan regenen en kan er zo’n vijf millimeter water vallen in Den Haag. In de nieuwe week gaat een opkomend hogedrukgebied trouwens voor wat beter weer zorgen. We mogen nu toch wel concluderen dat van langdurig winterweer geen sprake meer zal zijn met bijna maart op de kalender. Overigens zal het in de periode van 3 tot 5 maart wel weer kouder worden, met de bekende gure maartse buien. Er zijn indicaties op de weerkaarten dat dit er straks uit zal rollen. Al met al was de winter niet echt indrukwekkend als we op dit mo-

zaterdag

5 8 20 20 zzw 4-5

ment de balans opmaken. December leverde andermaal ongewoon veel sneeuw op (tot een kwart meter tegen Kerst) en was ook een zeer koude maand, maar januari en februari waren ouderwets zacht en leverden louter anti-winterse taferelen op. Afgelopen week scheelde het werkelijk een haar of Nederland had ook volledig in de ijskoude vrieslucht gebivakkeerd, maar de atmosfeer vond het kennelijk nodig dat de allerkoudste lucht net voor Groningen stokte en dus buiten onze landsgrenzen bleef. Sneeuwjacht rond 5 maart? Bel de weerprimeurlijn eens op 0900-1234554 Weerman

zondag

6 8 35 85 w 4-5

Alarmcentrale Politie Haaglanden

SMASH is een samenwerkings­verband van alle huisartsen in Den Haag, Leidschendam, Rijswijk, Voorburg, Voorschoten en Wassenaar. SMASH regelt spoedeisende huisartsenhulp buiten kantoortijden. Iedere dag tussen 17.00 uur ‘s avonds en 8.00 uur ’s morgens; gedurende het hele weekend en op alle erkende feestdagen. www.smashaaglanden.nl

maandag

3 7-8 60 20 nw 4

3 7 70 20 n4

112

0900 - 8844 Meldnummer dierenbescherming 0900 - 20 21 210 (10ct./min.)

Tandartsendienst avond- en weekenddienst alleen spoed 070 - 311 03 05

Dierenartsen weekenddienst

(dag en nacht bereikbaar) www.dierenambulancedenhaag.nl

3

www.dierenbescherming.nl (Spoedgevallen nacht en weekend)

0900 - 2226 333 en 0900 - 2222 456 www.dierenartsenkring-denhaag.nl

4

5

6

10 13

14

19

8

23 29

15

16

17

24

25

30

26

31

32

27 33

35

37

38

44

39

40

45

48

49

52

18

21

34

53 57

9 12

20

22

36

7

11

58

41

42

46 50

51 55

59

43

47

54 60

61

56 62

63

© www.puzzelpro.nl Horizontaal: 1 teerling 10 reeks 11 uitgestrekt 13 heilige 14 deel v.e. trap 17 lage rivierstand 19 schaakterm 20 hoofdsieraad 21 koordans 22 ad acta 24 sine anno 25 en dergelijke 27 voor de vuist 28 vissersboot 31 allooi 34 watering 35 vlaktemaat 36 trio 40 filmer 44 onderofficier 45 mijns inziens 46 anno domini 47 per adres 48 stremsel 49 liever 51 huid 52 boom

54 godin v.d. vrede 56 maanstand 57 mode 60 muggenlarve 63 Europees land. Verticaal: 1 lidwoord 2 bid (Latijn) 3 bouwkundig ingenieur 4 domheid 5 vers 6 rangtelwoord 7 water in Friesland 8 vordering 9 Nederduits (afk.) 10 oogziekte 12 slijtage 13 waterdeeltje 15 vreemd 16 bakmengsel 18 kerkgebruik

23 leefregel 26 hoofddeksel 29 profeet 30 Europeaan 32 pl. in België 33 bijbelse figuur 36 torenkraai 37 oxidatie 38 pl. in Zuid-Holland 39 hijstoestel 40 pl. in Frankrijk 41 denkbeeldig 42 grove tarwe 43 hard vet 50 uitroep van vreugde 53 voordat 55 domoor 58 rijksgrens 59 nikkel 61 familielid 62 Laus Deo.

colofon Den Haag Centraal B.V. Korte Poten 9, 2511 eb Den Haag Hoofdredacteur Coos Versteeg

Stadsredactie Floor de Booys Nynke Feenstra Joke Korving Alexander Münninghoff Casper Postmaa Theodore Pronk Hans Schmit Dominique Snip Adrie van der Wel

Informatie dienstdoende apotheken 070 - 345 10 00

Stichting Dierenambulance Den Haag 070 - 328 28 28

2

Coördinatie redactie Miranda Fieret Annerieke Simeone

Marc Putto

spoedgevallen

SMASH (Stichting Mobiele Artsen Service Haaglanden)  070 - 346 96 69

1

28

het weer in den haag

Min (⁰C) Max (⁰C) Zon (%) Neerslag (%) Wind

<23

service

Gemeentepolitiek Jan van der Ven (coördinator) Elske Koopman Economie Alexandra Sweers Joep van Zijl Cultuurredactie Egbert van Faassen Sjoerd van Faassen Bert Jansma Babeth Knol Eric Korsten Thijs Kramer Astrid van Leeuwen Doron Nagan Roos van Put Anneke Ruys Jill Stolk Aad van der Ven Sportredactie Ronald Mooiman (coördinator) André Buurman Eppo Ford Bert Tielemans Hans Willink Chris Willemsen Martin van Zaanen Eindredactie Dick Toet Wouter Storm (corrector)

t 070-3644040 f 070-3633570 Voor een compleet overzicht:

www.denhaagcentraal.net Algemene Zaken Marianne ten Have

Directeur/Uitgever Liesbeth Brackel

Columnisten Marc Delissen Troy Douglas Kees Jansma Vilan van de Loo Marcella Mesker Marcel Verreck

Advertenties Suzanne Kooijman (hoofd verkoop) kooijman@denhaagcentraal.net mobiel: 06 30396125 Dennis Lageweg lageweg@denhaagcentraal.net mobiel: 06 41976024 Mayka Postma postma@denhaagcentraal.net mobiel: 06 52579972

Rubrieken Teun Berserik (cartoon) Emilie Bolsius (medisch), Hugo Dirksmeier (onderwijs) Wendy Hendriksen (tuin) Bas Martens (juridisch) Marc Putto (weerbericht) Marnix van Rij (financieel) Henk Savelberg (culinair) Renate van der Zee (society) Illustraties Marcello’s Art Factory Vormgeving Anneke de Zwaan Fotografie Jurriaan Brobbel C&R Pan Chen Creative Images Eveline van Egdom Mylène Siegers Otto Snoek Wouter de Wit en fotopersbureau’s Hollandse Hoogte en WFA

Advertentiebeheer Suzanne Kooijman advertentie@denhaagcentraal.net t 070-3644040 Administratie Ida Leferink leferink@denhaagcentraal.net t 070-3644040 Correspondentie • Advertentie advertentie@denhaagcentraal.net • Redactie redactie@denhaagcentraal.net • Algemeen info@denhaagcentraal.net Abonnementsprijzen Kwartaal € 21,95 / Halfjaar € 39,95 / Jaar € 69,95 *Bij betaling met acceptgiro worden € 2,50 administratiekosten in rekening gebracht.Verzendkosten buitenland zijn voor rekening van de abonnee.

>Abonnementenservice< Voor opgave abonnementen, verhuizingen, bezorging en wijzigingen:

Bel 0172 – 476085 (ma t/m vr: 9 – 17 u),

of per e-mail:abonnementen@denhaagcentraal.net. Voor opzeggingen (uitsluitend schriftelijk, uiterlijk 4 weken voor einde abonnementsperiode).


24>

Vrijdag 25 februari 2011

society

vilan, renate & de residentie

‘Hé hallo, wat enig!’ La Radier had een bijzondere gaste in haar literaire salon, een oud-diplomate die over haar jaren in het vak zou vertellen, en voorlezen uit haar boek dat die middag gepresenteerd werd. Dus wij togen naar de Regentenkamer, in de hoop op onthullingen en ontmoetingen met diplomatieke kringen, zodat we hier en daar aan Wiedergutmachung konden doen. De Residentie schrijft alles op zoals het is, behalve het allerergste dat wij zien gebeuren (de Haagse matras bestaat, wat dacht u), en na zo’n confrontatie met de werkelijkheid is soms wat nazorg onmisbaar. Voor de literaire salon begon, toonden de familie, vrienden en bekenden zich blij elkaar te zien. “Hé hallo, wat enig!” werd afgewisseld met de verzekering dat de ander de afgelopen vijf tot tien jaar werkelijk niets veranderd was: “Ik zag meteen dat jij het was!” Dat kon ook komen door de legendarische zuinigheid van het Haagse oude geld, want een mantelpak van kwaliteit gaat hier een half leven mee. Schoenen kunnen verzoold worden, sieraden en horloges erft men van de ouders, dus ja, dan is de uiterlijke herkenbaarheid best groot. Actrice Tatiana Radier keek met enige zorg naar haar gaste, de oud-diplomate An E. de Bijll Nachenius. Een beschaafde vrouw, maar die stem, o, die stem, zou die wel enig volume hebben? Die zorg deelde het higher management Thea van Loon; wij zagen haar dan later ook het mengpaneel van de geluidsinstallatie bedienen. Tatiana werd innig begroet door twee jonge aantrekkelijke heren, in wie wij ogenblikkelijk haar minnaars vermoedden. Maar het bleken de muzikanten van die middag te zijn, al sluit het een het ander natuurlijk niet uit. De literaire salon nam een aanvang. Op het eenvoudige toneel zaten aan weerszijden van een Gamma-tafeltje links de gastvrouwe en rechts de gaste die onbewogen de zaal inkeek. Geheel links bevond zich het naamloze muzikale duo, bestaande uit gitarist Vincent Koning en bassist Noah Nicoll. Bij ons steeg de spanning. Geheimen, Wikileaks, kiss and tell, wat zou het leven die middag brengen? Het was al goed begonnen. Bij de deur hadden we kneepjes gekregen van een charmante slecht Nederlands sprekende man die ons aan Charles Aznavour herinnerde. Hij bleek Moshé Liba, de echtgenoot van Ann, te zijn. Moshé verkocht de boeken van zijn echtgenote, dus die middag mocht hij heer en meester zijn van het geldtrommeltje. Al in de eerste minuten werden wij uit de droom geholpen. Niks onthullingen. Het betrof hier een publicatie van vroeger geschreven rondzendbrieven, die Ann E. de Bijll Nachenius pende tijdens haar posten in landen als de DDR, Tanzania en Polen. En Ann E. de Bijll Nachenius benadrukte, dat deze publicatie tot stand gekomen was op aandringen van vrienden en familie: “Daar moet je eens iets mee doen”. Zodat niemand zou denken, dat hier iemand zat die aan bestsellers en geldverdienen dacht. Het was overbodig, want een De Bijll Nachenius staat daar natuurlijk boven. Het werd een genoeglijke middag. Vertellen, voorlezen, muziek. Wij hoorden geestige anekdotes over Gorbatsjov en de Freie Deutsche Jugend,

Een literaire salon waar ook nog wat viel te lachen. > Foto's: Otto Snoek

Gewapend tegen de kou.

Moshé Liba, de echtgenoot van Ann, verkocht de boeken van zijn echtgenote.

weetfeitjes wie er ebenbürtig was aan de sultan van Oman en uiteenzettingen over de plicht tot eten in de diplomatieke wereld. Dat zit zo. Je hebt multilateraal overleg, dan vergader je zonder eten. Maar je hebt ook bilateraal overleg, dat is vooral met diners. Want ja, je moet elkaar toch ontmoeten en gastvrijheid hoort erbij. Viergangendiners eet je op als ze er zijn en nee-zeggen bestaat niet. Wat ons betreft leek het meer op gastendwingerij.

Gastvrijheid laat de gast immers vrij. Iedereen schafte een boek aan, de meesten zelfs twee. Moshé deed uitstekende zaken en zag zijn trommeltje lekker vol worden. Toch weer een paar weken zakgeld, en hij kneep ons nog een keer. Gewoon, uit hartelijkheid.

Vilan van de Loo

Oud-diplomate Ann E. de Bijll Nachenius, geen onthullingen wel anekdotes en uiteenzettingen over de plicht tot eten in de diplomatieke wereld.


dhc-198