Page 1

}<(l(tp$=adbcae<

Een échte Haagse krant Actueel Crisis dwingt Norder tot soberheid

Vrijdag 4 november 2011 jaargang 5 nummer 234

Boek Jansma in gesprek met Jansma

Interview Ashok Pathak: van het hof naar de Schilderswijk

10/11

5

€ 1,75

16/17

> Foto: Wendelien Daan

Maak kennis met nieuw modetalent

Wie gekleed wil gaan volgens de nieuwste mode, kan in de binnenstad de nodige inspiratie opdoen. Niet alleen in de standaard winkels. Misschien wel juist niet. In het centrum duiken namelijk allerlei

‘pop-up stores’ en exposities op tijdens het evenement Résidence de la Mode. Weg met de ‘veilige’ spijkerjasjes en ribbroeken. Tijdens Résidence de la Mode laten modeontwerpers uit Den Haag zien

dat het ook anders kan. Twee weken lang is er een speciale moderoute door de stad. De aftrap is vrijdag 4 november in de Grote Kerk, waar de winnaar van de Dutch Fashion Awards bekend wordt gemaakt.

Hart van het evenement is de Passage. De winkel ‘Le Magasin de la Mode’, tijdelijk gevestigd op nummer 40, is een informatiepunt voor alle modeliefhebbers. Naast diverse exposities die daar te zien zijn, is er

uiteraard kleding te koop. Er hangt onder meer kleding van de ontwerpers Spijkers en Spijkers, Avalon, SIS en Maryam Kordbacheh.

>Lees verder op pagina 5.


Den Haag Centraal > Vrijdag 4 november 2011

Š Teun Berserik

2>varia

Ingezonden mededeling

Bij Ziggo Digitaal vind je

vanaf 1 november op kanaal 30!


3

actueel<

Vrijdag 4 november 2011 > Den Haag Centraal

‘Walk of Truth’ wil depot van omstreden kunst

Walk of Truth, een nieuwe onafhankelijke non-profitorganisatie die zich zorgen maakt over het behoud van cultureel erfgoed in conflictgebieden, wil in Den Haag een internationaal depot creëren voor kunstvoorwerpen waarvan het eigendom omstreden is. In afwachting van rechtszaken zou de kunst daar veilig bewaard en tentoongesteld kunnen worden.

Walk of Truth is een initiatief van de Haagse zakenvrouw Tasoula Hadjitofi, voormalig honorair-consul van Cyprus, die zelf als 15-jarig meisje met haar familie op de vlucht sloeg voor de Turkse invasie van 1974. In de jaren nadien zag zij hoe eeuwenoude Cypriotische kunst uit Byzantijnse kerken aldaar werd vernield, gestolen en wereldwijd verhandeld. Tasoula Hadjitofi, die nu de Nederlandse nationaliteit heeft, liet in de achterliggende jaren geen kans onbenut om hiertegen te ageren. Najaar 1997 wist zij via een

louche Nederlandse kunsthandelaar in een opslag van gestolen Cypriotische kunst, werk op te sporen in de Duitse stad München en de complete buit aan Interpol over te dragen. Een expositie van deze gestolen kunstvoorwerpen was later dat jaar te zien in het Schamhartgebouw van het Haags Gemeentemuseum en leidde destijds nog tot protesten van de Turkse ambassadeur in Nederland. Met de organisatie Walk of Truth beoogt Tasoula Hadjitofi een breder doel, namelijk kunst en cultureel erfgoed in alle denkbare conflictgebieden ter wereld. Tasoula Hadjitofi beschouwt de vernietiging van cultureel erfgoed als een misdrijf tegen de menselijkheid en wil het probleem hoger op ’s werelds politieke agenda krijgen. Walk of Truth wil cultuur juist praktisch inzetten als verbindende schakel in conflictgebieden. Duurzame vrede kan volgens Tasoula Hadjitofi alleen worden bereikt door wederzijds begrip

van culturele verschillen, ongeacht ras, religie of geografische identiteit. Het Vredespaleis in Den Haag zal najaar 2012 gastvrijheid bieden aan een internationale top van deskundigen, die problemen die zich binnen het bestaande wettelijk kader voordoen, willen aanpakken. Het doel is om de de rollen en verantwoordelijkheden van alle partijen die betrokken zijn bij de bescherming van cultureel erfgoed te definiëren. Resultaten van de conferentie zullen worden samengevat in een lijst van aanbevelingen en een verslag zal worden gepubliceerd met de conclusies. Walk of Truth presenteerde zich onlangs met een expositie van Griekse, Turkse, Cypriotische en Nederlandse kunstenaars in Pulchri Studio. Die tentoonstelling is daar nog tot en met 13 november te zien, van dinsdag tot en met zondag van 11.00 tot 17.00 uur. Meer informatie www.walkoftruth.org

Kool vreest hypotheekproblemen Wethouder Henk Kool verwacht dat volgend jaar meer huiseigenaren in de problemen komen door hun hypotheken. De PvdA’er overweegt minder ‘terughoudend’ om te gaan met het hypotheekvangnet dat de gemeente heeft. Door Theodore Pronk

De economische prognoses stemmen Kool allesbehalve zorgeloos. Als wethouder van sociale zaken en economie moet hij ervoor zorgen dat Hagenaars, die door de crisis werkloos raken, op een of andere manier niet in een uitzichtloze positie belanden. Kool ziet daarbij een rol weggelegd voor de Gemeentelijke Kredietbank, maar daaraan zit ook een limiet. “Op dit moment monitoren we alles goed en zijn er bij de kredietbank geen wachtlijsten. Tegelijkertijd zien we een toena-

me van het aantal mensen dat in de schulden komt”. Kool wil daarom bij de dienst kredietverstrekking van de Gemeentelijke Kredietbank een ‘efficiencyslag’ maken. Dat moet eenvoudiger kunnen, derhalve blijven de strenge criteria om ervoor in aanmerking te komen, gehandhaafd. Op kleinere schaal boekt de gemeente in zijn strijd tegen de malafide ‘cashconverters’ naar eigen zeggen succes. Twee jaar terug breidde Kool het gemeentelijk pandhuis uit met een afdeling voor gebruiksgoederen. Meer zegt de PvdA’er niet te kunnen doen om een wildgroei aan louche pandjeshuizen te voorkomen. Preventief Over de aanpak van de problemen die ontstaan doordat mensen hun hypotheeklasten niet meer kunnen dragen, is Kool daarentegen somberder. “We hebben de regeling ervoor nog niet zo vaak

toegepast. Tot nu toe heeft-ie preventief gewerkt, maar ik ben er een beetje bevreesd voor dat meer mensen door hun hypotheken in de problemen komen”. Extra investeren in het verbeteren van het sociale vangnet lijkt niet reëel. De sociaal-democraat Kool maakt immers deel uit van een college dat vooral bezuinigt en bovendien ook nog eens geloof heeft in de vrije markt. “Politiek gezien ligt de regeling inderdaad gevoelig, maar onze liberale vrienden zijn er mee akkoord gegaan. We hebben wel beloofd er op een terughoudende manier mee te werken. We zien het aantal huisveilingen toenemen. Voor de banken, huiseigenaren en de stad is het beter als we dat kunnen voorkomen. Natuurlijk is het niet de bedoeling dat we alle hypotheken overnemen, maar de regeling repareert wel het falen van de particuliere markt waar geen beweging in zit”.

Alexander Münninghoff mag Rusland in, maar niet als waarnemer Alexander Münninghoff (67), al 18 jaar waarnemer namens de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), zou deze week voor de zevende keer vertrekken om de Russische verkiezingen van 4 december nauwlettend in de gaten te houden. Als enige van zijn vier Nederlandse collega’s werd de medewerker van Den Haag Centraal dit keer echter de toegang ontzegd. “Ik snap er helemaal niks van”, vertelt Münninghoff. Tegen mijn meereizende collega’s die niet in Den Haag wonen, zei ik vorige week nog: “Ik haal jullie paspoorten wel even op. Maar toen ik bij Buitenlandse Zaken in de hal stond te wachten, kreeg ik de vraag of ik toch maar even naar boven wilde komen”. Daar konden ze de correspondent ook niet vertellen waarom hij dit keer niet welkom was. Op het bureau van de BZ-medewerker las hij ondersteboven op een blaadje de vraag: Klopt het dat Alexander zijn visum niet heeft aangevraagd? Onzin, volgens Münninghoff. “Ik heb een permanent visum. Het is dus niet zo dat ik het land niet in mag, zoals Het Algemeen Dagblad afgelopen week schreef. Ik mag alleen het land niet in als waarnemer. Ondertussen heeft de Nederlandse ambassadeur Ron Keller werk gemaakt van deze kwestie en om een verklaring gevraagd. Münninghoff blijft in het ongewisse over de zaak. Al-

hoewel hij in de wandelgangen hoorde dat hij een slechte reputatie had. “Het zou te maken kunnen hebben met mijn toespraak die ik afgelopen april hield bij de Universiteit van Maastricht en waarin ik kritiek uitte op de het gedrag van Amerikaanse en Russische OVSE-waarnemers”. Ondanks dat hoopt de correspondent er de volgende verkiezing gewoon weer bij te zijn. “Ik heb niks tegen Rusland. Sterker nog, ik hou van de Russen, mijn eigen oma was een Russin. Ja, toen het nog een communistisch regime voerde, hekelde ik het bewind. Maar dat is al honderd jaar geleden!”

Schouwburg-medewerkers Niels van Elten van de techniek en Daphne Browne van marketing & publiciteit sjouwen het door fotograaf Koos Breukel vervaardigde portret naar een plek in de buurt van de afbeelding van het duo Mini & Maxi. > Foto: C&R

Senf in de eregalerij Impresario Jacques Senf noemt zichzelf graag de onbekendste bekende Nederlander. Welnu, vanaf heden hangt Senf – die deze week zijn 65ste verjaardag viert – met een levensgroot portret in de eregalerij van de Koninklijke Schouwburg. Want de in Den Haag geboren en getogen impresario is een fenomeen in de Nederlandse theaterwereld. Vrijwel geen voorstelling in Nederland wordt uitgevoerd of Jacques Senf, al vele jaren opererend vanuit Maasland, is erbij betrokken: als producent, boekingskantoor, tourneeorganisator of management. Artiesten als The Ashton Brothers, René Froger, Boudewijn de Groot en Tieneke Schouten behoren tot zijn stal. Jacques Senf, die oorspronkelijk Jaap heet maar als de eerste manager van The Golden Earrings door de band werd omgedoopt tot Jacques (omdat dat deftiger klonk), organiseerde als kind reeds poppenkastvoorstellingen in een garagebox in de Paul Gabriëlstraat in Den Haag, schuin tegenover zijn ouderlijk huis. Als tiener zette hij een eigen bedrijfje op dat met de inzet van vriendjes en klasgenoten tegen betaling de auto’s in de buurt waste.

Als 16-jarige organiseerde hij dansavondjes in kerkzaaltjes en via de Earring kwam hij volop in de wereld van de popmuziek terecht. Halverwege de jaren zestig exploiteerde hij zijn eigen dancing, Club 192, aan de Riviervismarkt. Alle grote Nederlandse bands als The Motions, T-set, Shocking Blue, After Tea, Sandy Coast, The Shoes, The Outsiders, Cuby & The Blizzards en ook buitenlandse acts als The Flower Pot Men traden daar op. Uiteindelijk keerde Senf de popmuziek echter de rug toe en richtte zich volledig op theater en muzikale theatershows, als impresario en manager en als producent van eigen programma’s. Tevens zette hij in Maasland zijn eigen theaterticketbureau op. Al vele jaren is hij tevens verantwoordelijk voor de binnenlandse tournees van alle reismusicals van Joop van den Ende. Ook de verkoop van toneelstukken door het Nationale Toneel uit Den Haag aan schouwburgen elders in het land zit in zijn pakket. Jacques Senf doet dat al lang niet meer alleen en zijn bedrijf heet inmiddels ook Senf Theaterpartners, maar hij piekert nog niet over met pensioen gaan.

Ingezonden mededeling

Exclusieve brilmode Alexander Münninghoff.

Ingezonden mededeling

Hoogstraat 37 2513 AP Den Haag T. 070 - 346 16 81 www.hofstede-optiek.nl


4>varia

Den Haag Centraal > Vrijdag 4 november 2011

stadsmens

Smaakweb wijst ‘kritisch en positief ’ de weg naar bijzondere winkels Een winkel binnenstappen, rondkijken en gelukzalig denken: hé. Voor Anneke Malherbe en Walda Goldbach is dat telkens weer hét moment, vertellen ze glunderend. “En het is helemaal geweldig als degene die erin staat het voor jou ook nog tot een feestje maakt om er te zijn. Klantvriendelijkheid is voor ons net zo belangrijk als de kwaliteit van producten”. Om anderen te laten delen in hun ervaringen, openden de twee afgelopen augustus de website Smaakweb.nl, die zich richt op Den Haag en omgeving. De site wijst bezoekers ‘kritisch en positief’ de weg naar winkels op het gebied van eten, drinken en aankleding, zoals potten, pannen en tafeldekking. Hun initiatief dient een duidelijk doel. Want: “Kleine winkels moet je koesteren. De winkeliers werken keihard en hebben hart voor hun producten; ze praten daar met zoveel liefde over”. Over het ontstaan van Smaakweb, zeggen ze: “Wij vinden allebei koken heel erg leuk, zitten samen op een kookclub en zijn al 25 jaar vriendinnen. Als wij etentjes geven wordt altijd aan ons gevraagd waar wij onze ingrediënten kopen. Zo zijn we op het idee gekomen”. Het plan kreeg een extra stimulans na-

groente- en fruithandel De Exotenhof in de Bankastraat. Beiden gingen ook op zoek. “Voordat iemand op de website komt, gaan we eerst spullen kopen. Want waarin onderscheidt de winkelier zich? Daar letten we op en we kijken of iemand in ons concept past”, zeggen Anneke en Walda die er ook randgemeenten bij willen betrekken.

Anneke Malherbe en Walda Goldbach ‘koesteren kleine winkels’. > Foto: Mylène Siegers

dat Walda en Anneke begin dit jaar een cursus websitebouwen hadden gevolgd. Waarmee zij hun website zouden vullen, stond toen al vast. “Over het raamwerk hebben we goed nagedacht. We vonden dat het vooral een duidelijke website moest zijn, waar je gemakkelijk doorheen loopt en waar je eenvoudig terugkeert naar het vorige onderwerp”. In die opzet zijn ze geslaagd. Op de site

zijn categorieën ingedeeld. Wie op bijvoorbeeld ‘vlees’ klikt, krijgt aanbevolen slagers te zien. Hetzelfde geldt voor onder meer ‘vis’, ‘groente & fruit’, ‘brood & patisserie’ en ‘keuken & eettafel’. Aanvankelijk beperkten ze zich tot hun eigen favorieten. Om er een paar te noemen: slagerij Engelbert op de Goudsbloemlaan, kaasspeciaalzaak Ed Boele in de Fahrenheitstraat en

Nieuwsbrief Inmiddels krijgen zij tips binnen via hun (gratis) maandelijkse nieuwsbrief. Zo wees iemand Smaakweb, met succes, op bbBrood op de Herengracht, “Na een tip gaan we kijken, maar het eindoordeel ligt altijd bij ons. Ook al nemen we niet alles op, we zijn altijd blij als mensen iets aanbrengen”. Zo’n adres is bijvoorbeeld groentezaak Valerie in de Reinkenstraat. “De eigenaar is een Turk. Hij heeft een groot assortiment en de klantvriendelijkheid is geweldig”. De afgelopen tijd hebben beiden ook proeverijen gehouden, bijvoorbeeld met verschillende soorten varkensvlees. “We hebben gekeken naar de prijs/kwaliteit verhouding en de soorten allemaal naast elkaar geproefd. Ze zijn allemaal lekker, maar smaken allemaal heel verschillend. Sinds we dat gedaan hebben,

ga je anders naar eten kijken en anders proeven”. Al het werk levert de twee financieel trouwens niets op. “Het kost ons tijd; met geld zijn we niet bezig. Maar we hopen wel zoveel mogelijk abonnees te krijgen op onze nieuwsbrief en daardoor tips. Uiteindelijk zouden we een soort grote krant willen worden, waarin winkels die iets extra’s willen dat in een advertentie kenbaar maken. Maar onze onafhankelijkheid willen we absoluut behouden. Mensen zouden niet meer op ons advies kunnen afgaan als we betaald zouden worden”. Hun nieuwsbrief geeft brede informatie. In de laatste wordt naast recepten onder meer gewezen op een televisiedocumentaire in november, met daarin de huidige chef-kok van restaurant Parkheuvel Erik van Loo. Hun mooiste moment in het korte bestaan van Smaakweb? Met een lach: “Het uitzenden van onze eerste nieuwsbrief. Dat hebben we tegen middernacht gedaan. We knepen in elkaars hand en zeiden: Nú”. Joke Korving Voor meer informatie: www.smaakweb.nl

Tim Binnendijk: ‘Helpt tegen lange lijst van kwalen’

‘Good vibrations’ in de PAS-stoel Door Casper Postmaa

De eerste conclusie bij het zien van dé stoel is meteen de verkeerde: nee, het is geen massagestoel (die werkt met mechanisch aangedreven rollen), terwijl het comfortabel achteroverleunende meubel waarmee Tim Binnendijk (26) van ‘de Groene Golven’ werkt, vibreert dankzij geluidsgolven. Therapeuten kennen het instrument als de PAS (Physio Acoustic Sound)-stoel. De lijst van klachten die met deze ‘good vibrations’ zou verminderen dan wel verdwijnen, is bijna ongelooflijk lang. Liefst dertig kwalen, variërend van hoge bloeddruk, spataderen, rugklachten, Parkinson, dementie, hoge cholesterol, burn-out en spierproblemen hebben baat bij een behandeling op de stoel. Tim Binnendijk, die aan de Weissenbruchstraat praktijk houdt onder de hoede van zijn vader, de bekende manueel therapeut Maarten Binnendijk, vertelt glimlachend dat de opsomming nog een stuk uitgebreider zou kunnen zijn. Hij schat dat op dit ogenblik in Nederland twaalf therapeuten deze behandelmethode gebruiken. “Zes speakers wekken de trillingen op die door computerprogramma’s, ik heb er zestig, worden gestuurd. De vibraties dringen tot diep in het lichaam door en zorgen ervoor dat de bloedtoevoer, bijvoorbeeld naar moeilijke plekken als gewrichten, verbetert. Tijdens de sessie voer je aangename trillingen die beginnen bij de benen en omhoog gaan naar het hoofd. Het programma is zo verfijnd dat de frequentie lager, en dus heftiger, is bij grote spieren en hoger bij kleine spieren die boven in de nek zitten”.

De stoel aan het ‘werk’. >Foto: PR

Spierspanning De geschiedenis van de PAS-therapie begint in de jaren zeventig als de Noor-

se psycholoog en muziektherapeut Olav Skille ontdekt dat geluidstrillingen met een lage frequentie een posi-

tieve invloed hebben op spierspanning van meervoudig gehandicapte kinderen. Dat het daarbij om het voelen van

de muziek ging en niet om het horen, bleek toen het experiment ook succes had bij doven. Zij werden onder meer

met hun rug tegen een piano geplaatst. De Finse psycholoog Petri Lehikonen ontwikkelde op basis van dat principe de PAS-stoel, die hij in 1989 presenteerde. De lijst van grootheden die sindsdien met de PAS-therapie hebben gewerkt, is indrukwekkend. Met name in de sportwereld. Steve McClaren, de vroegere bondscoach van Engeland en oud-trainer van FC Twente gebruikte hem toen hij bij Derby Country werkte. ”Al na het eerste jaar verminderde het aantal blessures met zeventig procent”, vertelt Tim. Andere gebruikers zijn het Finse Nationale ijshockeyteam, The San Francisco 49’ers (vijfmaal winnaar van de Super Bowl), het Duitse nationale basketbalteam en rolstoeltennisster Esther Vergeer. ” AC Milan heeft 22 stoelen staan”, weet Tim. “De coaches evalueren de wedstrijd terwijl de spelers in de stoel zitten. Afvalstoffen worden zo sneller afgevoerd”. De PAS-stoel is een instrument waarvan de werking nog niet in alle opzichten wetenschappelijk is bewezen. ”Daar is men volop mee bezig, bijvoorbeeld in het academisch ziekenhuis Radbout in Nijmegen. Er is een pilotonderzoek aan de gang naar de effecten op de ziekte van Parkinson. Maar wetenschappelijk onderzoek in Finland heeft uitgewezen dat patiënten met hoge bloeddruk er baat bij hebben en dat het helpt tegen pijnklachten”. Binnendijk heeft daarom goede hoop dat de ziektekostenverzekeraars de PAS-therapie (nu € 20,– voor twintig minuten) binnen enkele jaren zullen vergoeden: “De Amerikaanse Food and Drug Administration heeft de PASstoel erkend als een instrument dat spieren ontspant, pijn vermindert en de lokale bloedsomloop stimuleert”. Meer informatie bij www.degroenegolven.nl


5

actueel<

Vrijdag 4 november 2011 > Den Haag Centraal

Crisis dwingt tot sobere bouw

commerciële projectontwikkelaar een fraai en duur stukje centrum te creëren met winkels en woningen. Ontwikkelaar MAB trok zich echter dit jaar terug omdat er geen perspectief meer werd gezien. Nu zit wethouder Norder met de miljoenenrekening.

Door Jan van der Ven

PvdA-wethouder Norder heeft wel eens vrolijker tijden gekend. Toen nog sprake was van hoogconjunctuur, nog niet zo heel erg lang geleden, gaf hij keer op keer het startsein voor grote, prestigieuze bouwprojecten. De hoogconjunctuur heeft inmiddels plaats gemaakt voor een regelrechte crisis. De effecten daarvan waren op 12 oktober van dit jaar duidelijk zichtbaar toen de wethouder het startsein gaf voor de bouw van een kleinschalig appartementencomplex aan het Zieken. Normaal gesproken zou hij daar zijn neus voor hebben opgehaald. Maar nu leek hij met dit bouwproject aan het Zieken een tevreden mens. Hoe anders was de sfeer en de stemming drie jaar geleden, op 5 september 2008. Die dag ging het er iets verderop een stuk opzichtiger aan toe. Gestoken in zijn smoking stapte een tevreden Norder die avond in de lift van het Strijkijzer. Vuurwerk omlijstte toen de opening van de hoogste woonflat van Den Haag. Hoe sober de nieuwe koers is, waartoe de PvdA-wethouder is gedwongen, blijkt niet alleen uit de bescheiden blijdschap rond de bouw van slechts acht appartementen aan het Zieken. Onlangs ontvouwde hij zijn visie voor de komende jaren in een investeringsprogramma dat hij de gemeenteraad toestuurde. Op nagenoeg alle fronten wordt hij als gevolg van de economische en financiële crisis gedwongen zeer ingrijpende keuzes te maken. “De markt voor woningen, kantoren en bedrijfsruimtes lijkt zich structureel op een laag niveau te stabiliseren”, schrijft Norder aan de gemeenteraad. De effecten ervan zullen overal zichtbaar zijn. Het

Op de strook grond tussen de spoorlijn Den Haag-Rotterdam en de Megastores wordt al druk gebouwd voor studenten.> Foto: C&R

aantal te bouwen woningen gaat drastisch omlaag. Het effect ervan is dat het grondbedrijf, ooit de goedgevulde schatkist voor de gemeente, tientallen miljoenen minder aan inkomsten krijgt. Afgeblazen De tijd van grootschalige woningbouwprojecten is voorbij. Norder ziet meer toekomst in kleinschalige bouwplannen, zoals aan het Zieken. Om geen financieel risico te lopen, wil Norder het particulier opdrachtgeverschap in de koopsector gaan stimuleren. Daarbij raken duurdere nieuwbouwappartementen echter buiten beeld: er is hier steeds minder behoefte aan, zo blijkt. Het gevolg ervan is dat veel van dit soort projecten worden afgeblazen. Alleen op zeer aantrekkelijke locaties kunnen er nog duurdere nieuw-

Zusjes De Roode in etalage van warenhuis

Mode in de maak Tijdens Résidence de la Mode zijn er diverse moderoutes die leiden naar een kennismaking met nieuw talent. Leegstaande winkelpanden zijn speciaal ingericht als ‘pop-up stores’ waar modeontwerpers zich presenteren. De zusjes De Roode werken zelfs ‘live’ in een etalage aan ontwerpen. Door Miranda Fieret

De komende weken wordt het moeilijk om langs creatief warenhuis HOOP te lopen zonder in de etalage te spieken. Paspoppen maken daar vanaf vrijdag plaats voor het ontwerpersduo Marlous en Dorrith De Roode. De twee zussen hebben hun sporen al verdiend in de mode. Eerder waren ze in de Bijenkorf te zien met hun collectie ‘Rouge’. Marlous ontwerpt vooral accessoires zoals tassen en Dorrith richt zich op kleding. Voor Résidence de la Mode zetten ze een nieuwe collectie neer. Zo nieuw zelfs, dat het nog in de maak is. Dorrith de Roode: “De organisatie van het evenement vroeg ons om iets nieuws te presenteren, maar we zijn nog lang niet klaar met de nieuwe collectie. Daarom hebben we ervoor gekozen om in de etalage aan het werk te gaan”. De gezusters zijn van woensdag tot en met zondag, tijdens de openingstijden van het warenhuis, aan het werk. “We hebben petit fours als inspiratie gebruikt. We bouwen een grote, witte taart waarop we ons werk presenteren. Het wordt vrij surrealistisch, met op elke verdieping een ander gedeelte van het lichaam. Zo zijn er op de top stenen hoofden geplaatst, waar we hoofddeksels voor maken”. De zusjes werken met suikerzoete pastellen, zoals mintgroen, camel, zachtroze en geel. “Voor de laatste dag zorgen we voor een kers op de taart. Wat dat is, wordt ook voor ons nog een verrassing”.

De collectie Delicieux is een ode aan de Poolse Koning Stanislas Leszczynski (1677-1766). Hij had genoeg van het droge brood dat zijn chefkok voor hem klaarmaakte en vroeg hem eens iets anders te maken. Samen vonden zij uit, wat wij nu petit fours noemen. De Roode: “Dit mooie verhaal en de liefde voor lekkernijen vormen de inspiratie voor onze nieuwe creaties. We hopen er uiteindelijk drie te presenteren aan het eind van de Résidence la Mode”. Naast HOOP zijn ook de Haagsche Bluf, Albert Heijn op het Spui, Maison de Bonneterie, De Bijenkorf, de boetiek van Michael Barnaart van Bergen en hoedenontwerpster Berry Rutjes in de Papestraat, het Gemeentemuseum en het Haags Historisch Museum onderdeel van de route. Daarnaast is er op 11 en 12 november in de binnenstad een uitverkoop met kleding van Nederlandse modeontwerpers. En op zondagmiddag 13 november is er een tea party bij Michael en Berry in de Papestraat 1B. Voor meer informatie: www.residencedelamode.nl, www.dorrithderoode.com

bouwappartementen verrijzen. Het schrappen van woningbouwprojecten komt op een zeer ongelegen moment, want onlangs vierde Den Haag de komst van de 500.000ste bewoner. De vooruitzichten voor de kantorenmarkt in Den Haag zijn nog veel somberder. Nog niet zo lang geleden was Norder er volledig van overtuigd dat de stad Den Haag behoefte heeft aan zeer luxe kantoorpanden. Alleen op deze wijze kon Den Haag zich in deze vechtmarkt profileren. Intussen ziet de werkelijkheid er een stuk somberder uit. De gang van zaken rond het Wijnhavenkwartier is in dit geval exemplarisch. De gemeente kocht beide kantoorkolossen ten tijde van de hoogconjunctuur voor liefst 75 miljoen euro van de Rijksgebouwendienst. Het plan was om er na sloop samen met een

Mals “In de herijking van de kantorenstrategie wordt geconcludeerd dat de vraag naar kantoren zich op een laag niveau stabiliseert”, aldus Norder in zijn brief aan de gemeenteraad. De effecten zijn niet mals. Er worden tienduizenden vierkante meters kantoorbouw geschrapt. Zo komen er geen kantoren meer boven het busplatform bij het Centraal Station. “Deze uitgifte is niet realistisch in de huidige omstandigheden”, schrijft Norder. Bouwplannen worden geschrapt, maar soms ook aangepast. Aan de Laakhaven maken kantoren plaats voor studentenwoningen. Zo wordt het hele gebied rond het Hollands Spoor een studentenwijk. Want niet alleen in de Stationsbuurt verrijzen steeds meer studentenflats, ook op de strook grond tussen de spoorlijn Den Haag-Rotterdam en de Megastores wordt al druk gebouwd voor studenten. Het schrappen en aanpassen van alle bouwplannen zal het uiterste van de onderhandelingstechniek van de wethouder vragen. Deelnemende particuliere partijen zullen trachten de schade die zij ondervinden zoveel mogelijk naar de gemeentekas te schuiven. En in het college van B&W zal Norder steeds vaker (financiële) toestemming moeten vragen om de klappen op te vangen van het stilvallen van de bouw. Volgend jaar krijgt hij hiervoor ruim 20 miljoen euro. Maar daar zal het niet bij blijven, weten alle hoofdrolspelers nu al.

Mark van der Kallen in gevecht met Coca Cola Coca Cola en Mark van der Kallen (eigenaar van onder meer drukkerijen, autobedrijven, voetbalclub ADO Den Haag en partner in The Hague Jazz) bestrijden elkaar dinsdag 8 november voor de rechtbank in Rotterdam. Van der Kallen en zijn bedrijf Riva eisen het sponsorgeld op dat Coca Cola was overeengekomen bij te dragen aan het jazzfestival bij het voetbalstadion. Coca Cola heeft dat geld echter – met medeweten van The Hague Jazz-directeur Ruud Wijkniet – al betaald aan een leve-

rancier die dreigde met al zijn spullen op te stappen als er niet terstond werd betaald. Daarvan is zelfs een aparte akte van cessie opgemaakt. Van der Kallen heeft echter een ouder document waarin zijn bedrijf Riva en The Hague Jazz zijn overeengekomen, dat alle debiteuren zijn verpand aan Riva in ruil voor een lening van € 250.000. Coca Cola wist niets van deze verpanding, stelt dat Ruud Wijkniet dit ook heeft verzwegen en weigert nu nog een keer € 20.000 op tafel te leggen.

‘Gemeente moet proef met glyfosaat stoppen’ Het Haags Milieucentrum (HMC) is blij dat staatssecretaris Atsma (infrastructuur en milieu) het gebruik van bestrijdingsmiddelen met glyfosaat voor niet-commerciële doeleinden gaat verbieden. Volgens het HMC betekent dit verbod voor het gebruik door particulieren, overheden en terreinbeheerders dat de gemeente Den Haag de proef met het onkruidbestrijdingsmiddel Roundup kan beëindigen. Dit middel bevat glyfosaat. De fractie van GroenLinks in de gemeenteraad, die al eerder aandrong op beëindiging van de proef, meent dat, nu de staatssecretaris een verbod heeft aangekondigd, PvdA en D66 zich niet langer achter de proef kunnen scharen. Staatssecretaris Atsma voert met het verbod een motie van het Kamerlid Rik Grashoff (GroenLinks) uit die de Tweede Kamer in september heeft aangenomen. Atsma vindt een verbod gerechtvaardigd met het oog op de bescherming van kwetsbare groepen, waaronder kinderen, en de be-

scherming van oppervlaktewater en grondwater. Glyfosaat is een van de middelen die drinkwaterbedrijven vaak in te hoge concentraties tegenkomen in bronnen voor drinkwater. Den Haag heeft dit jaar een proef uitgevoerd met drie methoden van onkruidbestrijding: borstelen, het gebruik van heet water en het spuiten met Roundup. In zijn brief aan de Tweede Kamer schrijft staatssecretaris Atsma dat het juist zou zijn als gemeenten ruim voor het einde van de overgangstermijn ‘in ieder geval de stap naar niet-chemisch onkruidbeheer op verhardingen zouden overwegen’. De overgangstermijn houdt verband met de afschrijvingstermijn van spuitapparatuur van loon- en hoveniersbedrijven. Gemeenten kunnen bij het stoppen met het gebruik van glyfosaat gebruik maken van adviezen over een onkruidwerende inrichting van de openbare ruimte die binnenkort worden gepubliceerd, aldus Atsma.

Primarkt tegenover stadhuis Het oude defensiegebouw op de hoek van het Spui en de Kalvermarkt heeft eindelijk een bestemming. Kledingwinkel Primarkt gaat zich hier vestigen. De Ierse winkelketen krijgt 8000 m2 beschikbaar. Provast bouwt samen met ASR Vastgoed het nieuwe woonwinkelcomplex. Boven de winkel komen tachtig appartementen. In het najaar van 2012 wordt met de bouw gestart. Jarenlang werd er gespeculeerd over een nieuwe bestemming. Zo waren ProDemos (Huis van de Democratie) en het Nationaal Historisch Museum eerder geïnteresseerd.

Nieuwe locatie autobedrijven Wethouder Peter Smit (Binckhorst) tekende deze week de koopovereenkomst met de gemeente PijnackerNootdorp voor 2,9 hectare grond op het bedrijventerrein Heron. De gemeente Den Haag biedt deze grond aan, aan de autodemontagebedrijven die de Binckhorst moeten verlaten vanwege de toekomstige bestemming van het gebied en de aanleg van de Rotterdamsebaan. In 2013 beginnen in de Binckhorst de voorbereidende werkzaamheden voor de aanleg van de Rotterdamsebaan, op de locatie waar nu een aantal autodemontagebedrijven is gevestigd. Er wordt dan gestart met het verbreden van de Neherkade en het verlengen van de Regulusweg.

Convenant over Europese School De oprichting van de Europese School is weer een stap dichterbij. Deze week tekenden Minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt, wethouder Ingrid van Engelshoven en Maarten Knoester, bestuurder van de Stichting Het Rijnlands Lyceum, een convenant ten behoeve van de oprichting van de Europese School Den Haag Rijnlands Lyceum. De school zou er in augustus 2012 moeten komen.De Europese school wordt opgericht ten behoeve van de kinderen van de ambtenaren van de Europese organisaties in Den Haag. In de beginjaren van de school zal het onderwijs worden verzorgd in de talen Nederlands, Engels en Spaans, bij voldoende belangstelling mogelijk ook Italiaans.

Prijs landschapsarchitectuur Het ingenieursbureau van de gemeente Den Haag ontvangt deze week in het gebouw van de Raad van State de Bijhouwerprijs. De Stichting NHBos reikt deze prijs eens in de drie jaar uit aan een persoon of organisatie die een toonaangevende prestatie geleverd heeft op het gebied van landschapsarchitectuur. De prijs wordt in ontvangst genomen door wethouder Sander Dekker (Financiën en Stadsbeheer) en Albert Koolma, hoofd Landschapsarchitectuur.

Ingezonden mededeling

5 9 , 9 6 € r a a j r pe

>www.denhaagcentraal.net

Den Haag entraal


6>Varia terugblik

Den Haag Centraal > Vrijdag 4 november 2011

foto’s uit het haags gemeentearchief

Stempels voor het verzet De broers Sjoerd, Bouke en Leo Wartna steunden vanuit hun stempelwinkel in de Molenstraat en de stempelfabriek in de Oog in ’t Zeilstraat in de oorlog het verzet. De stempels uit hun fabriek waren nodig om vervalsingen van distributie- en identificatiepapieren zo goed mogelijk te laten lijken. De foto toont de stempelwinkel in de Molenstraat, zoals deze er omstreeks 1970 uitzag. De verzetsgroep, waartoe de gebroeders Wartna behoorden, stond onder leiding van Frans Mol, een ambtenaar van het

De stempels uit hun fabriek waren nodig om vervalsingen van distributie- en identificatiepapieren zo goed mogelijk te laten lijken Gewestelijk Arbeidsbureau. In zijn woning aan de Stationsweg 29 was Peter Marsman ondergedoken. Niemand van de verzetsgroep van Mol vermoedde dat deze onderduiker een V-man was, een verrader die werkte voor de S.D., de beruchte Duitse Sicherheitsdienst. Zijn verraad leidde op 19 juni 1944 tot een inval in de woning van Mol door Haagse agenten, die nauw samenwerkten met

de Sicherheitsdienst. In de woning vonden de agenten niet alleen vervalste papieren, maar ook valse stempels. Dit leidde tot de arrestatie van zowel Mol, zijn echtgenote Truus, als hun achtjarige zoontje Theo. Het verraad van Marsman leidde vervolgens tot een golf van arrestaties in Den Haag, onder meer op 20 juni 1944 in de winkel en de fabriek van de broers Wartna. De jonge Alida Schrijver deed illegaal werk voor Mol en was als winkelmeisje werkzaam bij Wartna. Zij had namens Mol verzocht of in de stempelfabriek valse stempels konden worden gemaakt. In september 1946 is haar verklaring en die van de broers Bouke en Leo Wartna opgetekend door de Politieke Recherche, die belast was met de opsporing van verdachte collaborateurs. Daardoor weten we wat er die dagen is gebeurd. Alida Schrijvers stond op 20 juni 1944 in de stempelwinkel in de Molenstraat, toen plotseling de beruchte Haagse agenten Cornelis Leemhuis en Johannes Krom de winkel binnenkwamen. Zij vroegen Alida waar de werkplaats was. Het winkelmeisje veinsde dit niet te weten. Helaas trad juist op dat moment Leo Wartna de winkel binnen. Hij kwam niet onder een arrestatie uit en moest de werkplaats tonen. Alida Schrijvers probeerde nog iets te redden. Ze holde naar de Oog in ’t Zeilstraat om Bouke Wartna en de onderduiker en typograaf Jan Palthe te waarschuwen. Maar ze was te laat. Krom en Leemhuis beschikten over een auto. Op het

>Foto: Dienst Stedelijke Ontwikkeling

moment dat Alida bij de werkplaats aankwam, gingen de politiemannen al naar binnen. In de werkplaats probeerde Palthe snel een paar stempels weg te gooien. Helaas zag Leemhuis dit en opnieuw vielen er arrestaties. Het winkelmeisje Alida was intussen verder gerend naar de woning van Mol,

maar ook aan de Stationsweg kwam ze te laat en liep – net als een aantal andere illegale werkers – in de val die de S.D. in deze woning had geplaatst. Sjoerd Wartna kon ontkomen. Acht maanden later op 22 februari 1945 werd hij alsnog in Den Haag gevangen genomen. Behalve Sjoerd kwamen de gearresteerden voor

de eerste verhoren terecht bij het bureau van de Documentatiedienst aan de Laan Copes van Cattenburch 6. Dit was de afdeling van de Haagse politie die in de Tweede Wereldoorlog onder meer belast was met het oprollen van verzetsorganisaties en het arresteren van ondergedoken joden. Door het verraad van Marsman konden de Haagse politie en de S.D. in die junimaand meer dan dertig personen gevangen nemen. Mol, de jonge Jan Palthe en vier andere verzetslieden uit deze verzetsgroep overleefden de oorlog niet. Alida Schrijvers kwam via de kampen Vught en Ravensbrück uiteindelijk in Dachau terecht. Hier is zij op 29 april 1945 door de Amerikanen bevrijd. Sjoerd Wartna kon op 9 mei 1945 kamp Amersfoort als vrij man verlaten. Bouke en Leo Wartna overleefden verschillende Duitse concentratiekampen. De drie broers keerden na de oorlog naar Den Haag terug. In 2003 is in Leidschenveen in de nieuwe verzetsliedenbuurt de Wartnalaan naar de broers Bouke en Leo vernoemd. In 2008 kwam van de Vereniging van Voormalig Verzet ’s-Gravenhage bij de gemeente een brief binnen met de wens de naam Sjoerd Wartna tien jaar na zijn dood aan het onderschrift van het straatnaambord aan de Wartnalaan toe te voegen. Deze week was het zover: in aanwezigheid van familieleden van de drie broers onthulde wethouder Sander Dekker op 31 oktober het nieuwe straatnaambord. Ook de Haagse verzetsman Sjoerd Wartna is nu vereerd met een straatnaamvernoeming. Corien Glaudemans

Ingezonden mededeling

Wonen in Den Haag, Wateringse Veld?

De Binnentuinen, Type Dille, koopsom vanaf € 274.850,- v.o.n.

De Binnentuinen, Type Hazelaar, vanaf € 669.850,- v.o.n.

De Binnentuinen, Type Lavendel, koopsom € 259.850,- v.o.n.

De Binnentuinen, Type Sering, koopsom vanaf € 659.850,- v.o.n.

De Binnentuinen, Type Wilde Roos, koopsom vanaf € 289.850,- v.o.n.

De Wateringse Vier, Halfvrijstaande woningen, koopsom vanaf € 379.850,- v.o.n.

Kwaklaan, Twee-onder-een-kapwoningen, koopsom vanaf € 419.850,- v.o.n.

(015) 276 04 00

(070) 308 46 56

www.bouwfonds.nl/wateringseveld


7

opinie<

Vrijdag 4 november 2011 > Den Haag Centraal

Wie hecht de rafelrandjes?

commentaar

Door Marko Fehres

Henk en Ingrid NRC-Handelsblad sprak met acht ambassadeurs over het Nederland van Mark Rutte. Zeven van hen zien een land dat zich steeds verder afsluit voor de buitenwereld. Dat lijkt een voorzichtige reactie, maar diplomaten lijden doorgaans aan koudwatervrees en wegen elk woord op een goudschaaltje. Als zij het nu hebben over islamofobie, in verwarring, navelstaarderig en sterk in het creëren van problemen, is dat bijna beangstigend. Al die ambassadeurs zijn gestationeerd in Den Haag. Daar werken ze en daar (of in Wassenaar) wonen ze. Hoewel hun focus vooral is gericht op wat zich in politiek Den Haag afspeelt, doen ze hun dagelijkse ervaringen op in de Haagse samenleving. Daar doen ze boodschappen, gaan ze naar de fitness, nemen ze deel aan het verkeer en gaan ze uit eten. In Den Haag ervaren ze, zoals het artikel duidelijk maakt, dat de bevolking doet alsof het gevaarlijk is op straat. De Indiase ambassadeur vertelt hoe ze op de Haagse markt tomaten koopt bij een Marokkaan, olijven bij een Nederlands-Frans stel en vis bij een Indonesiër. Zij snapt het hele probleem met de multiculturele samenleving niet. Het Nederlandse ijk-echtpaar Henk en Ingrid van de PVV is volgens de Britse ambassadeur bang voor immigranten, volgens de Afghaanse wil onze Henk zelfs niet met je praten als hij je niet kent. De Duitse diplomaat stelt dat wij de integratie zo serieus nemen, omdat we het als een probleem beschouwen, terwijl het volgens hem geen probleem is. “Het is de uitdaging immigranten de juiste middelen aan te reiken om beter te integreren”. Waaraan de Afghaanse zaakgelastigde toevoegt dat iedereen van de ene naar de andere plek zou moeten kunnen verhuizen. “Deze planeet hoort toe aan alle menselijke wezens. En daarom is Nederland erg provinciaals bezig”. Het zijn standpunten die we ook wel eens om ons heen horen. Maar als ambassadeurs van diverse landen ze uitspreken, komt het extra hard over in de internationale stad van vrede en recht. We zien onszelf graag als tolerant, gastvrij, humaan en ruimdenkend en ineens houden niet de minsten ons een spiegel voor. Maken ons duidelijk dat Henk en Ingrid uitgerekend in Den Haag wonen. VERSTEEG

Een kleine moeite vindt de medewerker het. Op een snippertje papier schrijft hij: IKW Juffrouw Idastraat 10. In het centrum, gemakkelijk te vinden. En zo gaat het bij de andere twee corporaties ook. ‘Nee, u kan uw tientje hier niet achterlaten. Dat kan alleen per giro of bank. Bij de IKW kunt u zich wel inschrijven bij Woonnet Haaglanden.’ En dat is maar één van de taken die het Steunpunt Wonen van de Interkerkelijke Kommissie Woningbemiddeling (IKW) op zich neemt. Niet iedereen heeft de beschikking over elektronisch betalen. Mensen met schulden hebben vaak geen functionerende bank- of girorekening meer. De uitkering wordt contant aan het loket verstrekt. Als je ook je huis bent kwijtgeraakt is het zaak om je als de bliksem in te schrijven bij Woonnet Haaglanden. Dat corporaties contant geld niet aanpakken, heeft een reden. Het kost qua inspanning een veelvoud aan tientjes om dat ene briefje op de rekening van de Sociale Verhuurders Haaglanden (SVH) gestort te krijgen. En corporaties moeten krimpen en hebben dus liever minder werk en kosten dan méér. Het systeem van woningtoewijzing dat door de SVH wordt beheerd, werkt prima voor de bulk. De mensen die op een sociale huurwoning zijn aangewezen behoren echter niet allemaal tot die bulk. Sinds jaar en dag wordt de IKW ondersteund door de kerken en door de Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO) van de gemeente Den Haag. Dat DSO subsidieert is heel bijzonder. Er zijn maar twee instanties die zich hiermee gelukkig mogen prijzen, het Huurteam en de IKW. Het Huurteam is een paradepaardje, daar komt niemand aan, maar de IKW wordt in drie jaar op nul euro gezet. In 2011 was een eerste korting van 10% een feit, dat is – weliswaar met het ontslag van twee medewerkers – te overleven. In 2012 moet van de subsidie opnieuw 50.000 euro (=25%) af en in 2013 nog eens. Het is niet dat de IKW niet voldoet, integendeel, de taken die het Steunpunt Wonen vervult oogsten alom lof. ‘Het IKW voorziet in een behoefte’, schrijft de gemeente in antwoord op schriftelijke vragen van CDA raadslid Nicolien van Vroonhoven. De IKW is de ideale partner voor corporaties als het gaat om het doorverwijzen van ‘niet doorsnee gevallen,’ voor het Veiligheidshuis als het gaat om Haagse ex-gedetineerden, voor het Maatschappelijk Werk als het gaat om huisvestingsza-

uw mening

Per 1 januari 2012 bezuinigt de SVH de Woonkrant weg. Reageren op het woningaanbod kan dan alleen via internet. > Foto: C&R

ken van hun cliënten enz. Zo werkt het al jaren tot ieders tevredenheid. ‘Nee,’ bitst wethouder Marnix Norder, ‘de instanties moeten het zèlf doen.’ Hij heeft de raad beloofd om de regie te nemen op het goed overnemen van de IKW taken door andere instanties. Dan gaat het om de contante betaling van de jaarlijkse tien euro, de cliënten met multi-problemen, de urgentieaanvragen en de ex-gedetineerden. De corporaties op hun beurt hebben de gemeente beloofd ‘de gaten in de clientbenadering te zullen dichten.’ De vraag is wanneer dit gaat gebeuren. Woonkrant Per 1 januari 2012 bezuinigt de SVH de Woonkrant weg. Reageren op het woningaanbod kan in het vervolg alleen via internet. Er komt een pilot met extra ondersteuning voor digibete woningzoekenden waar in Den Haag alleen Staedion vestiging Loosduinen aan meedoet. Als je in stadsdeel Cen-

Haagse Harry

‘Haagse Toren’ Haagse Toren kan vinden, zal deze naar de Grote Kerk sturen aan de Torenstraat/Kerkplein. Verwarring alom dus! Mijn advies aan de heer Giel is dan ook, wees wat origineler en blijf met je handen van oude tradities af! Peter Reijsbergen, Den Haag.

Den Haag Centraal verwelkomt ingezonden brieven van maximaal 200 woorden. De redactie behoudt zich het recht voor deze te redigeren. Vermeld altijd uw adres (en liefst ook uw telefoonnummer), ook wanneer u e-mailt.

© Marnix Rueb

Wat schetst mijn verbazing toen ik het artikel in Den Haag Centraal van 21 oktober van Joep van Zijl las. Initiatiefnemer Elwin Giel heeft bedacht dat het Strijkijzer op het Rijswijkseplein ‘Haagse Toren’ moet gaan heten! De eerste gedachte die in mij op kwam was ‘die Elwin is vast geen Hagenees’. Als hij dat wel geweest was, dan was hij niet op het onzalige idee gekomen het Strijkijzer zo te noemen. Zoals elke rechtgeaarde Hagenaar weet hebben wij sinds jaar en dag al een Haagse Toren in Den Haag. Onze aloude Haagsche Courant had zelfs een vaste rubriek die ‘Onder de Haagse Toren’ heette. Elke toerist die aan een Hagenaar vraagt waar hij of zij de

trum woont, een bank- of girorekening ontbeert en op de computer geen held bent, dan ben je de tweede keer de pineut. Een aardige suggestie voor de drie grote Haagse corporaties zou zijn om in het vervolg de IKW te betalen voor de taken die ze zelf laten liggen. Specialisatie kent zo z’n voordeel. De IKW heeft echter al van hen te horen gekregen dat daar geen sprake van zal zijn. De korting van in totaal 35% op de subsidie die de wethouder per 2012 op de IKW toepast, is voor het bestuur aanleiding om de organisatie in dat jaar af te bouwen. Er werken zes personen voor de IKW (waarvan twee Werkbijdetacheringen) met wachtgeldverplichting. Met deze korting is de hulpverlening met 8.000 klantcontacten per jaar niet voort te zetten. De medewerkers verlangen ook tijdig duidelijkheid over hun toekomst. Bijna traditioneel werd er geprotesteerd door verschillende fracties in de

raad, bij het vernemen van het aangekondigde IKW einde. Sommigen herinnerden zich misschien dezelfde exercitie in 2008, toen de IKW bij motie werd gered. Ingrid Gyömörei van de SP kondigde dit jaar opnieuw een motie aan bij de begrotingsbehandeling. De IKW is alleen geholpen met het overeind houden van het subsidiepeil 2011 voor een ononderbroken dienstverlening. Het hanteren van de (grove) kaasschaaf is niet acceptabel. Dan zal het bestuur in de loop van 2012 ‘contre coeur’ de stekker eruit trekken. Als we dan in de geruststelling zouden verkeren dat andere organisaties in het vervolg de rafelrandjes van de woningmarkt afhechten, dan hebben we daar vrede mee. Maar tot nu toe is het bij woorden gebleven. Wat betekent dat er opnieuw een zwakke groep in de samenleving letterlijk in de kou wordt gezet. Marko Fehres is bestuurslid van de IKW.


8>Regio verreck

Hapjes

Er is crisis, de koudste winter aller tijden komt eraan en één van de laatste zuilen in onze samenleving, het CDA, is eindelijk weer eens bezig met een succesvolle activiteit: de zelfvernietiging loopt gesmeerd. Al zullen ze op het volgende partijcongres, als dat er nog inzit, wel een motie aannemen dat het in het vervolg allemaal anders moet. Wat kunnen wij doen om al deze ellende het hoofd te bieden? Hapjes eten! Want die zijn er blijkbaar nog voldoende. Het leed wordt weggecaterd. Ik bezocht deze week een aantal bijeenkomsten, waar je als bezoeker met hapjes werd overspoeld. Op één van de avonden (het onvolprezen voordrachtsfestijn ‘Puur Gelul’ in het Paard) was het gebodene gelukkig erg basic: hompjes kaas en worst. Maar de avond ervoor, bij het jubileum van auteursrechtenorganisatie LIRA in het Letterkundig Museum kwam er geen eind aan de stroom dienbladen met vernuftige voedselfrutsels en allerlei andere intrigerende hapjesacrobatiek. De financiële reserve van deze organisatie moet gigantisch zijn. Ik heb zelf weleens wat moeten organiseren en dan weet je dat er voor één zo’n bakje met ingenieus kledderwerk al snel een euro gerekend wordt. Van bitterballen tot exotisch gemarineerde dierenonderdelen en geparfumeerde zalmsmurrie, alles kwam voorbij. Hier werden auteursrechten in natura uitgedeeld. Ik zou willen dat ik zo’n blad met lekkers zonder te graaien kon laten passeren. Maar ja. Zoals ik ooit op het podium heb uitgelegd, komt mijn impuls om toe te tasten voort uit diepere motieven. Ik denk aan de levensgeschiedenis van de ingrediënten. De lange weg die ze hebben afgelegd om tenslotte in het hapje te kunnen floreren. Neem bijvoorbeeld een aardappel. Heeft een jaar lang in weer en wind op een veld gestaan. Is daaruit met een martelwerktuig verwijderd, via een fascistoïde selectieprocedure in een zak terechtgekomen, dan middels oncomfortabel transport naar de supermarkt, met uitzicht op een suf netje uien. Vervolgens gekocht door een wildvreemde, geschild, gekookt, gesneden, in een hapje gepropt ... en dan nog de kans lopen dat je uiteindelijk niet wordt opgegeten! Wat een lot. Zoals ik op het podium, op mijn toen aanzienlijk grotere buik wijzend, zei: ‘Dit is geen vraatzucht, maar medelijden!’ Ook in mijn huidige staat en omvang blijft dit een impuls waaraan ik moeilijk weerstand kan bieden. Zal de komende Verelendung mij hiervan verlossen? En zal de catering bij het CDA binnenkort beperkt zijn tot vijf broden en twee vissen? Waarbij een wonderbaarlijke vermenigvuldiging niet meer nodig is. Marcel Verreck www.marcelverreck.nl

Den Haag Centraal > Vrijdag 4 november 2011

Raad verwijt college gebrek aan creativiteit De kwestie rond de kinderboerderijen, het sluiten van het servicepunt in Voorburg en het wegvallen van wijkbus 47. Tijdens de behandeling van de begroting 2012 van Leidschendam-Voorburg bleef geen pijnpunt ongemoeid.

LEIDSCHENDAM-VOORBURG – Gemeentebelangen verwijt het college een gebrek aan creativiteit in het zoeken van oplossingen. “De sluiting van het servicepunt Voorburg raakt veel Voorburgers. We zijn één gemeente met drie afzonderlijke woonkernen en identiteiten. Toon lef en creativiteit”, aldus de fractie. Met de programmabegroting is de menselijke maat uit het

oog is verloren, stelde GroenLinks. “Men wil een servicecentrum en kinderboerderijen. Er wordt slecht geluisterd naar de wensen van de burgers”. De verwijten vlogen over en weer. “Goedkope, persoonlijke aanvallen van GroenLinks en Gemeentebelangen op wethouders”, liet D66 weten via Twitter. Partijen eisten harde toezeggingen van verantwoordelijke wethouders. Allen vonden het belangrijk goed op de hoogte te willen zijn van de effecten van de bezuinigingen. Het college moet daarom meer doen dan de gebruikelijke tweejaarlijkse voortgangsrapportages. Een motie die daarover werd ingediend is met grote steun aanvaard. Gemeentebelangen pleitte met een motie voor

een ‘weigerambtenaarvrije’ gemeente. Dit betekent dat ambtenaren elke vorm van huwelijk moeten voltrekken, ook als het gaat om kandidaten van hetzelfde geslacht. Het CDA was het er niet mee eens. “Er moet wel ruimte zijn voor een ambtenaar om af te zien van een huwelijksvoltrekking”. Bijna alle raadsleden schaarden zich achter de motie. Slechts vier waren tegen. Businessplan Ten aanzien van de kinderboerderijen zei wethouder Van Ostaijen in 2012 met een businessplan te zullen komen. De gemeente wil één moderne kinderboerderij realiseren op de locatie Essesteijn. Andere vestigingen zoals Rusthout

worden wegbezuinigd. Van Ostaijen zei de verschillende scenario’s in kaart te zullen brengen. PvdA wees erop dat het openbaar vervoer in de gemeente op peil moet blijven en maakt zich grote zorgen over het wegvallen van wijkbus 47. Om het busje te redden wordt naar vrijwilligers gezocht. Van Ostaijen gaf toe best moeite te hebben met het vinden van de benodigde mensen, 20 tot 25, die én vrijwillig én gekwalificeerd zijn om de dienstregeling in stand te houden. Wethouder Schellings beloofde de gevraagde creativiteit ‘binnen de mogelijkheden zoals we die hebben’. Uiteindelijk stemden alle partijen behalve Gemeentebelangen en GroenLinks voor de begroting.

Noodwaterkering succesvol getest Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft de noodwaterkering Geestbrug met succes getest. De kering, die ligt tussen de Geestbrugweg in Rijswijk en de Prinses Mariannelaan in Voorburg, is onlangs gerenoveerd en verbeterd. Uit de test moest blijken dat de kering binnen een uur kan worden gesloten. De noodkering bestaat uit acht holle ijzeren pijpen (schotbalken) van 1,5 ton per stuk die in de constructie worden gehangen en dan een dam vormen. Met de noodkering Geestbrug kan een scheiding worden aangebracht tussen de Laakhaven en de Leidsche Vliet. Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft de afgelopen jaren twintig noodwaterkeringen gerenoveerd, waardoor deze sneller kunnen worden gesloten. De noodkeringen zijn ontstaan in de tijd van de Koude Oorlog. Op grond van de Wet Bescherming Waterstaatswerken in Oorlogstijd, die in 1952 in werking trad, moesten zij er voor zorgen dat in geval van nood het water gecompartimenteerd kon worden. De wet is in 1991 vervallen. Maar omdat ook buiten oorlogstijd calamitei-

De kering, die ligt tussen de Geestbrugweg in Rijswijk en de Prinses Mariannelaan in Voorburg, is onlangs gerenoveerd en verbeterd. > Foto: PR

ten als een kadebreuk of watervervuiling nooit volledig zijn uit te sluiten, heeft

Delfland drie jaar terug besloten de noodkeringen te handhaven en waar nodig te

renoveren. De kering onder de Geestbrug is het sluitstuk van deze operatie.

Rijswijkse collegepartijen in spagaat om Stanislascollege De herhuisvesting van het Stanislascollege in Rijswijk zorgt voor een flink meningsverschil onder de Rijswijkse collegepartijen. De school zou eerst naar het pand van de vroegere Technische Hogeschool verhuizen. Nu de plannen zijn gewijzigd en miljoenen op het spel staan, gaan drie collegepartijen niet zonder meer akkoord. Door Dominique Snip

RIJSWIJK – Vier jaar geleden sloten de gemeente en het schoolbestuur van het Stanislascollege een convenant met als doel de herhuisvesting van de school gezamenlijk op te lossen. Onderdeel van de afspraken was de aankoop van het pand waarin de vroegere Technische Hogeschool was gehuisvest. Deze zogenoemde ‘TH-locatie’ zou worden gebruikt om alle onder-

wijsvormen van het Stanislascollege, die nu op drie locaties in Rijswijk zijn verspreid, onder één dak te brengen. Alles leek in kannen en kruiken totdat het schoolbestuur aangaf toch bezwaren te hebben. Dus stuurde het college onlangs een nieuwe set afspraken naar de gemeenteraad. In het nieuwe convenant wordt de TH-locatie niet meer ingezet, tot groot ongenoegen van de collegepartijen CDA, VVD en Onafhankelijk Rijswijk. Een deel van het onderwijs, mavo, havo en vwo, blijft op de huidige locaties, terwijl het vmbo-onderwijs verhuist naar de Plaspoelpolder. Onacceptabel vindt Onafhankelijk Rijswijk, want de aankoop van de TH-locatie heeft miljoenen gekost. De fractie wil hoe dan ook dat het pand in gebruik wordt genomen, omdat een leeg pand een financiële strop voor de gemeente zal betekenen. Een koper vinden voor het ko-

Ingezonden mededeling

Moet je lezen: www.russelstart.nl

lossale gebouw zal in deze tijden van economische crisis immers niet makkelijk zijn. De gemeente zegt in een brief het bestuur op haar verplichtingen te kunnen wijzen, maar dat het vasthouden aan de uitvoering van de oude afspraken mogelijk zal leiden tot lange juridische procedures. Iets waar zij niet op zitten te wachten. Kritiek Er is de gemeente alles aan gelegen om er met het bestuur uit te komen. De drie collegepartijen houden echter vol en eisten vorige week in ieder geval een gedeeltelijke ingebruikname van het pand. De kritiek resulteerde in een gewijzigd raadsvoorstel dat deze week door de gemeenteraad is ontvangen. Daarin staat, dat de mogelijkheid om het vmbo-onderwijs en het praktijkcentrum naar het aangekochte pand te

verhuizen, wordt onderzocht. Een onderzoek naar de mogelijkheden betekent echter nog geen concrete toezegging. “Dit is één van de punten die we deze week in de raadsvergadering aan de kaak zullen stellen. Wij willen dat de TH-locatie nog steeds uitgangspunt blijft”. Mochten collegepartijen er niet uitkomen dan zal er mogelijk toch een meerderheid voor het raadsvoorstel zijn. Coalitiepartner PvdA is voor en de voltallige oppositie schijnt zich achter het plan te scharen. “We hebben natuurlijk liever een voorstel waar al onze partners achter kunnen staan”, aldus fractievoorzitter Yvonne Hagenaars van de PvdA. Zij ziet het positief in. “Het lijkt erop dat onder de huidige druk het schoolbestuur wel bereid is om in een deel van de TH-locatie te gaan zitten. Dat zouden wij het meest elegant vinden”.


9

Economie<

Vrijdag 4 november 2011 > Den Haag Centraal

Bakker Vlinder is opstap voor mensen met beperking

‘Doorstroom zien we graag’

IB opent kantoor aan Churchillplein Het International Baccalaureate (IB) heeft op 31 oktober een zogeheten Global Center geopend. Het kantoor in gebouw ‘The Statesmen’, gelegen aan het Churchillplein in Den Haag, is het hoofdkantoor voor Europa, Afrika en het Midden-Oosten. Het IB biedt studieprogramma’s aan voor leerlingen in de leeftijd van 3 tot 19 jaar. De internationale organisatie doet dat op ruim 3.200 scholen in 141 landen. Sinds 2007 is het programma ook voor Nederlandse leerlingen toegankelijk. Voor de nieuwe vestiging verwacht het IB dit jaar nog 60 nieuwe medewerkers aan te trekken. Bij het Haagse Global Centre werken eind 2013 ongeveer 250 mensen.

Groen licht voor HTM en Qbuzz

Bakker Vlinder is een opstap, een plek waar mensen onder begeleiding het bakkersvak leren. > Foto’s: C&R

‘Lekker, Bakker Vlinder in je buik’, luidt de slogan van de gelijknamige bakkerij in de Wagenstraat. De winkel, een nieuwe locatie van Steinmetz de Compaan, biedt werk aan 12 mensen met een verstandelijke beperking. Door Joep van Zijl

“Je doet het goed en we willen je graag houden. Het zou de logische reactie van een ondernemer zijn tegenover een medewerker die goed presteert”, zegt Peter Janssen. “Bij Bakker Vlinder werkt het net even anders”, vervolgt het locatiehoofd Werken met Begeleiding van Steinmetz de Compaan. “Bakker Vlinder is een opstap, een plek waar mensen onder begeleiding het bakkersvak leren. Ervaren hoe het is om te werken, te worden gewaardeerd en middenin de samenleving te staan. Vervolgens kunnen ze bij een andere bakker of winkel aan de slag. Die doorstroom zien we graag”, benadrukt Janssen. Een reguliere baan mag dan het einddoel zijn; voorlopig hebben de twaalf medewerkers van Bakker Vlinder hun handen vol aan het opstarten en runnen van hun eigen winkel. Ze worden daarbij bijgestaan door minimaal twee begeleiders, één in de bakkerij en één in het winkelgedeelte

waar alle zelfgemaakte producten worden verkocht. Staat Maison Kelder bekend om zijn hazelnoot-schuim taart en Bakkerij Hessing om zijn Haagsche Kakker; de huisgemaakte publiekstrekker van Bakker Vlinder heet Akkertje, een rond minitaartje met amandelspijs, karamel en hazelnootjes bovenop. Daarnaast worden onder meer eierkoeken, croissants met kaas of chocolade en rum, gevulde koeken en kaasstengels verkocht. Waldkorn en bruin brood wordt in de eigen bakkerij gebakken. Een ‘coffee to go’ behoort ook tot de mogelijkheden. Met de cappuccino of koffie voor onderweg probeert Bakker Vlinder de forenzen te trekken die iedere dag minimaal twee keer voorbij lopen. De locatie aan het zogeheten Wagenplein in de Wagenstraat is wat dat betreft niet de meest ideale. Voorbijgangers lopen namelijk niet pal langs de bakker en moeten dus wel weten dat deze er zit. Om de zichtbaarheid te vergroten zijn daarom een vergunning voor opvallende markiezen en een bord op straat aangevraagd. “Binnenkort kan de bezoeker hier ook zijn eigen belegde broodje, de zogeheten ‘Super Simple Sandwich’ samenstellen. Dit laatste gebeurt door het gewenste broodbeleg op een bestelformulier aan te vinken. In de toe-

komst wil de Bakker Vlinder ook broodjes aan bedrijven in de omgeving gaan leveren”, legt Janssen uit. Bijzonder De winkel verschilt volgens hem van alle andere ‘Werken met Begeleiding’ projecten van Steinmetz de Compaan omdat de organisatie hier zelf ondernemer is en ook het bijbehorende ondernemersrisico draagt. Janssen: “De banketbakker mag dan mede dankzij subsidie van onder meer Fonds 1818 en het VSB fonds tot stand zijn gekomen; de winkel is ook een gewoon bedrijf waar geld moet worden verdiend”. Tineke Duijvestein staat achter de kassa en vervult dus een belangrijke functie. Wie bij haar brood of banket komt afrekenen, kan alleen met zijn pinpas betalen. “Op die manier willen we de veiligheid van de medewerkers zoveel mogelijk garanderen”, legt Janssen uit. Brood en banket bakken was iets dat de cliënten van Steinmetz de Compaan al deden. “Het gebeurde alleen twee hoog achter in de Weesperstraat. De producten werden bovendien alleen aan bedrijven en niet rechtstreeks aan particulieren verkocht. Uit het idee om dat wel te doen, is Bakker Vlinder ontstaan. De naam dankt de winkel aan het logo van Steinmetz de Compaan waarin

eveneens een vlinder is verwerkt”. Het leuke aan werken met mensen met een verstandelijke beperking zit ’m volgens Janssen in wat hij ‘de kleine successen’ noemt. “Of eigenlijk zijn het helemaal geen kleine maar grote successen. Het feit dat iets voor ons ogenschijnlijk kleins is gelukt, de enorme voldoening en glimlach die daarop volgen. Dat moet je kunnen en willen zien”, legt Janssen uit. Bakker en begeleider Jan Koppen is het volledig met hem eens. Na een carrière van elf jaar als kok in onder meer de Zwarte Ruiter, Schlemmer en de Tweede Kamer maakte hij de overstap naar Vlinder. Naast het werk in de bakkerij volgt de voormalige chef een opleiding tot Persoonlijk Begeleider Gehandicaptenzorg (PBGZ). Het feit dat Koppen over veel horeca-ervaring beschikt, ziet hij als een groot voordeel. “Omdat ik bekend ben met alle processen kan ik mijn collega’s veel aandacht geven”. Wel moest hij even wennen aan het feit dat de dingen bij Vlinder niet zo snel gaan en dat ook niet hoeven. De charme van het werken bij Vlinder heeft hij inmiddels ontdekt. “Rustig uitleggen, je realiseren dat dingen stapje voor stapje gaan. Zien dat mensen groeien en steeds weer ontzettend tevreden en dankbaar zijn. Dat is wat mijn werk hier bijzonder maakt”.

Stadsvervoerder HTM mag samen met het busbedrijf Qbuzz een bod uitbrengen op buslijnen in de Haagse regio. Daarmee heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) ingestemd. Met HTMbuzz willen de vervoerders samen de opdracht voor het busvervoer vanaf 2012 binnenhalen. Uit onderzoek van de NMa is gebleken dat deze opzet de concurrentie bij de aanbesteding niet verstoort, aldus de kartelwaakhond. Eerder verbood de kartelwaakhond een soortgelijke samenwerking van de Rotterdamse vervoerder RET met Qbuzz. De ondernemingsraad van HTM is tegen de samenwerking. Volgens de OR is het HTM personeel beter af bij een zelfstandig bod van de vervoerder. Naast HTM en Qbuzz heeft ook Connexxion interesse om voortaan het busvervoer in Den Haag te verzorgen.. Veolia is uitgesloten van deelname, omdat het bedrijf al in de Haagse regio het streekvervoer verzorgt.

Van de Lustgraaf directeur KvK Eduard van de Lustgraaf wordt tijdelijk de algemeen directeur van de Kamer van Koophandel Den Haag. De nieuwe directeur bekleedt zijn nieuwe functie tot aan het moment dat de Kamers van Koophandel en Syntens opgaan in het Ondernemersplein. Van de Lustgraaf is sinds drie jaar interim-manager en was daarvoor algemeen directeur van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel. De huidige algemeen directeur, Gert Zandsteeg, gaat met pensioen en sluit daarmee een carrière van 37 jaar bij de Kamer van Koophandel af.

financieel

Betaal lijfrentepremie in jaar van aftrek Als met een bepaalde berekening aangetoond kan worden dat er een pensioentekort is, is het mogelijk om de lijfrentepremie of de inleg op een bancaire lijfrente fiscaal af te trekken. Vanaf dit jaar is aftrek alleen toegestaan als naast het aantonen van een pensioentekort, in het jaar van aftrek ook daadwerkelijk de premie of inleg wordt betaald. De premie/inleg is dus onder voorwaarden fiscaal aftrekbaar. De lijfrente-uitkeringen zijn te zijner tijd belast. Afhankelijk van de persoonlij-

beeld 1 februari 2011 de premie/inleg werd betaald kon, onder voorwaarden, de inleg over het belastingjaar 2010 fiscaal worden afgetrokken.

ke situatie kan het percentage waartegen de belastingplichtige in box 1 aftrekt hoger zijn dan het percentage dat te zijner tijd over de uitkeringen wordt betaald. In ieder geval hoeft over de waarde van de polis of over het spaarsaldo geen vermogensrendementsheffing in box 3 te worden betaald. Ook aan het tijdstip waarop de premie/inleg is betaald, zijn voorwaarden verbonden. Tot 2011 was dat: het jaar dat men de inleg aftrok of drie maanden daarna. Dus als op bijvoor-

Vanaf het belastingjaar 2011 dient in het jaar van aftrek ook daadwerkelijk de premie/inleg te worden betaald. Dus de premie/inleg die in het eerste kwartaal van 2012 wordt betaald, kan niet meer in aftrek worden gebracht in 2011. Het is in voorkomende geval-

Vanaf het belastingjaar 2011 dient in het jaar van aftrek ook daadwerkelijk de premie/inleg te worden betaald.

len raadzaam de lijfrentepolis te laten aanpassen door de datum waarop de premie is verschuldigd te vervroegen naar het kalenderjaar waarin de premie in aftrek wordt gebracht (bijvoorbeeld in de maand december). Heeft iemand een bancaire lijfrente waar zij of hij in het eerste kwartaal geld op inlegt en waarbij de storting in het jaar ervoor fiscaal wordt afgetrokken, dan is het advies om de inleg eerder te betalen, namelijk in het jaar van aftrek (bijvoorbeeld in de maand december). Aantonen Een pensioentekort kan worden aangetoond door een zogenaamde jaarruimteberekening. Deze berekening geeft aan hoeveel lijfrentepremie in een bepaald jaar fiscaal door de belastingplichtige mag worden afgetrokken in box 1. De hoogte van de aftrek wordt onder meer bepaald door de hoogte van het belastbare loon en

de pensioenaangroei (factor A, zie pensioenoverzicht) in het jaar voorafgaand aan de berekening (dus de jaarruimte in 2012 wordt bepaald aan de hand van gegevens uit 2011). De hoogte van de aftrek is wel beperkt. Indien in de afgelopen zeven jaar minder lijfrentepremie is betaald en afgetrokken dan op grond van de jaarruimteberekeningen mogelijk was, dan kan dit alsnog worden gedaan (reserveringsruimte). De hoogte van deze ‘inhaalslagaftrek’ is beperkt. De gezamenlijke maximale jaar- en reserveringsruimteaftrek bedraagt ongeveer € 40.000 per jaar. Ellen Bossink Directeur ABN AMRO MeesPierson Den Haag Ellen.bossink@nl.abnamro.com


10>interview Vilan

Zachte krachten

“U wilt naar Veenhuizen?”. De taxichauffeur keek mij vorsend aan. Vanaf het treinstation Assen reden er alleen regiotaxi’s en die moest je tevoren bestellen, met opgave van naam en bestemming. Een heel gedoe, waardoor snel misverstanden ontstonden. “Graag”, zei ik, “maar niet vandaag”. Daarna kon ik op de volgende regiotaxi wachten. Ik ging naar Grolloo, om met oudere Indische mensen te praten. Kom ik buiten de Randstad, dan kijken de mensen naar mij met behoedzame ogen. Ik hou van opschieten, dat is typisch ‘Hollands’, weten ze. En hoe ik praat, dat vinden ze ook raar. Alles dat bij ons gewoon is, is elders verdacht. Zeker in de provincies, waar het leven geen stadse invloeden kent. Het is wennen, voor mij en voor hun. De tweede taxi was een busje met een hoge opstap. Onhandig voor een vrouw als ik, op hakken en met een kokerrok aan. Moeizaam wurmde ik me op de zitplaats, eigenlijk vooral door mezelf omhoog te tillen en daarna in het busje te rollen. De taxichaffeur stak geen hand uit. Hij had het druk met de administratie en de vanille milkshake die in een grote beker zat. “Zo”, zei hij bij wijze van welkom. Ik zei kortaf “Ja”, terwijl ik van binnen een Haagse zin formuleerde die begon met: “Pleur op met je...”. Zelfbeheersing is een mooi ding. Tijdens de rit ontstond een stroef gesprek. De taxichauffeur hoorde dat ik van buiten kwam. Ja, uit Holland. In Drenthe vinden ze Hollanders nog minder dan varkens. Ik zei dat de mensen in Noord zo anders waren. De taxichauffeur zei: “Wij zijn liever”. Daardoor voelde ik me afgewezen en zweeg nors. Hij had ook niets meer te zeggen. De sfeer in het busje verhardde. We keken voor ons uit, op het asfalt van de snelweg. In de gevangenis van Veenhuizen was het ongetwijfeld gezelliger. Ik begon te wrokken over de hufterigheid van mensen die zichzelf lief noemen. De taxichauffeur dronk luidruchtig wat milkshake en negeerde mij. Grolloo leek ver weg. De weg draaide en de auto reed verder, een dorp tegemoet. Na een afslag verdween de snelweg. We reden door een lange laan, met aan weerszijden grote bomen, de bladeren vol roodgele herfstkleuren. Door de takken scheen een gouden licht dat recht de auto in viel en mij en de taxichauffeur verwarmde. Hij en ik keken elkaar aan en glimlachten. In de poëzie staat geschreven hoe de ‘zachte krachten’ zullen overwinnen, maar dat ik naar Drenthe moest om dat te leren, dat wist ik niet. Vilan van de Loo

Den Haag Centraal > Vrijdag 4 november 2011

Sitarspeler Ashok Pathak (62):

‘Ik kom uit een wereld die niet meer bestaat’

De Indiase sitarspeler Ashok Pathak woont al dertig jaar in Den Haag. Maar hij groeide op aan het hof van de maharadja van Cassim Bazar in Calcutta, waar zijn vader hofmusicus was. “Als kind studeerde ik dertien, veertien uur per dag. Als ik dat vertel, hebben mensen medelijden met me. Maar ik vond het heerlijk”.

Door Renate van der Zee “Zo nu en dan bezoekt mijn vader me in een droom. Dan geeft hij antwoord op een vraag waar ik mee rondloop. Of hij speelt op zijn sitar een stuk muziek voor waar ik naar op zoek was. Hij is twintig jaar geleden overleden, maar hij is nog steeds dicht bij me. Ook als ik wakker ben, kan ik hem soms horen spelen”. Ashok Pathak (62) komt uit India en hij is klassiek sitarspeler. Elk gesprek dat je met hem voert over zijn muziek, begint met zijn vader Balaram, die hofmusicus was in het paleis van de maharadja van Cassim Bazar in Calcutta, en hem alles heeft geleerd wat hij weet. Ashok Pathak groeide op aan het hof van de maharadja en was zich er al jong van bewust dat hij uit een beroemde familie stamde met een muzikale traditie die teruggaat tot de twaalfde eeuw. Generaties lang bestond de Pathak-familie uit vooraanstaande zangers en sitarspelers. Het stond bij Ashoks geboorte vast dat ook hij zijn leven aan de muziek zou wijden, net als zijn drie broers. “Ik kom uit een wereld die niet meer bestaat”, vertelt Pathak, zittend op een kussen in de woonkamer van zijn huis in de Schilderswijk. “Het hof van de maharadja vormde een besloten wereld. Het paleis stond midden in een uitgestrekte tuin en er liepen veertig bedienden rond. Dat was trouwens minder dan voor de Indiase onafhankelijkheid want toen waren er honderdvijftig. De maharadja was een zachtaardige, uitzonderlijk erudiete man, die mij hoogstpersoonlijk bijles gaf toen ik moeite had met Sanskriet. Hij was bescheiden en beleefd, altijd in het wit gekleed, zonder de juwelen

waarmee mensen gewoonlijk een maharadja associëren. Hij liep heel langzaam, met kleine pasjes. Er was voor hem geen enkele reden om snel te lopen, want alles werd voor hem gedaan. Mijn moeder vertelde me dat hij geen muntstukken kon herkennen omdat hij nooit geld aanraakte. Hij had geen idee hoe het er aan toe ging in de buitenwereld. In die beschermde wereld ben ik opgegroeid met alleen muziek en musici om me heen. Mijn vader had een eigen huis bij het paleis en daar kwamen de hele dag leerlingen en collega-musici over de vloer, van wie sommigen beroemd waren, zoals Ravi Shankar en Ali Akhbar Khan. Als er geen muziek werd gemaakt, werd er over muziek gepraat. Zelfs de grappen gingen over muziek. Aanbidden Ik was vijf jaar oud toen ik voor het eerst les op de sitar kreeg, eerst van mijn neef, daarna van mijn vader. Dat ging in die tijd anders dan tegenwoordig: in de Indiase traditie moet je je le-

‘Mijn moeder vertelde me dat hij geen muntstukken kon herkennen omdat hij nooit geld aanraakte’

raar, oftewel je guru, aanbidden als een godheid. Respect ging in die tijd heel ver en mijn vader was streng. Hij was allereerst mijn leraar en daarna pas mijn vader. Dat was niet makkelijk voor mij, maar nu ben ik er blij om, want ik heb daardoor veel geleerd. Toen ik een jaar of tien was, deed ik al radio-optredens. Toen ik veertien was, gaf ik les aan de dochter van de maharadja, een sitarspeelster van enige naam in de jaren zestig. Op een gegeven moment vonden mijn ouders een rijke familie die mij wilde sponsoren, zodat ik mijn leven aan de muziek kon wijden. Ik speelde toen dertien, veertien uur per dag, samen met mijn jongere broer Vinod, die tabla (Indiaas percussie-instrument, red.) studeerde. We waren altijd aan het studeren. Tussendoor aten we even en we sliepen vier uurtjes per nacht. Als ik dit vertel aan mensen, hebben ze medelijden met me. Ze denken dat ik een vreselijke jeugd heb gehad. Maar ik vond het heerlijk. Ik wilde niets liever dan spelen, want op die manier ontwikkel je een muzikaal brein. Klassieke Indiase muziek wordt niet opgeschreven, het gaat allemaal uit het hoofd. De composities, die we raga’s noemen, moet je dus gewoon onthouden. In mijn hoofd zitten duizend raga’s. Die krijg je er alleen in door heel veel te studeren”. Harrison In de jaren zeventig begon Ashok Pathak naam te maken in India en reisde hij ook naar Europa om concerten te geven. Klassieke Noord-Indiase muziek mocht zich in die tijd verheugen over veel belangstelling. Beroemdheden als George Harrison hielden zich er mee bezig en Harrisons leraar, de sitarspeler Ravi Shankar, groeide uit tot

>Foto: Raymond van Houten

een beroemdheid in het Westen. Pathak trad niet alleen op in Europa, hij reisde ook naar Suriname om daar les te geven en op te treden voor de Hindostaanse gemeenschap. In Suriname ontmoette hij Joyce, een jonge Hindostaanse vrouw uit een moslimfamilie, die klassieke Indiase dans studeerde. Hij trouwde met haar en dat was opmerkelijk: hij was immers hindoe en nog wel een Brahmaan uit de hoogste subkaste. “Ik heb het geen moment als een bezwaar gezien dat zij uit een moslimfamilie kwam. Mijn ouders hadden er evenmin problemen mee: Joyce werd de lievelingsschoondochter van mijn vader. Hij hield zich als musicus met heel andere dingen bezig dan met de vraag uit wat voor milieu mensen kwamen. Maar voor veel mensen in India was zo’n huwelijk onacceptabel. Daarom hielden we haar achtergrond voor de rest van de familie geheim”. Achtergrond Begin jaren tachtig besloot Pathak zich in Nederland te vestigen. “In India draaide het altijd om mijn vader, die daar een beroemdheid was. Ik trad


11

interview<

Vrijdag 4 november 2011 > Den Haag Centraal

‘Wij Indiase musici begrijpen niets van het Westerse concept van de pauze. Daarmee doorbreek je de concentratie en verbreek je de betovering’

samen met hem op, maar ik moest mij op de achtergrond houden. Respect vereiste dat ik mijn vader niet overtroefde. Dat sprak voor mij vanzelf, maar ik droomde tegelijkertijd van een eigen publiek. Daarom koos ik voor het Westen. Ik stond er alleen niet bij stil dat ik in Nederland helemaal overnieuw moest beginnen en dat ik totaal geen zakelijk talent heb. Ik ken nu eenmaal niets anders dan muziek. Dus heeft het een tijdje geduurd voor ik voor een volle zaal in het Tropeninstituut speelde”. Hij lacht en vervolgt: “Maar ik heb altijd mijn muziek gehad. Een dure auto of een villa interesseren mij niet. Als ik kan spelen en een rustig leven kan leiden, is het goed. En in het westen kun je rustiger leven dan in India, want mensen laten je hier meer met rust. Voor een musicus is dat prettig”. Dat hij meer met rust gelaten wordt in Nederland dan in India is trouwens maar betrekkelijk. Als hij naar de Haagse markt gaat, komt hij altijd laat thuis, omdat hij voortdurend wordt aangesproken door leerlingen, oudleerlingen en bewonderaars. Veel van die mensen komen uit de Hindostaan-

‘Respect vereiste dat ik mijn vader overtroefde’ se gemeenschap, maar er zitten ook Nederlanders tussen. “Sterker nog: mijn meest toegewijde leerlingen zijn Nederlands. Sommigen hebben al twintig jaar les van me. Zij hebben Nederland tot een vaderland voor mij gemaakt, al zal India altijd mijn moederland blijven”. Het opmerkelijke aan Indiase klassieke muziek is dat het gebaseerd is op improvisatie. De compositie, of raga, biedt alleen een raamwerk waarbinnen de musicus alle ruimte krijgt voor zijn eigen interpretatie, al naar gelang zijn stemming. Stemming, of ‘mood’, is een belangrijk element in de Indiase klassieke muziek. Voor bepaalde tijdstippen van de dag bestaan speciale raga’s. Een ochtendraga speel je niet ’s avonds, want de ochtend heeft een an-

dere ‘mood’ dan de avond. “Met elke raga bouw je langzaam iets op bij het publiek”, legt Pathak uit. “Het begint met de introductie, de alaap. Daarmee trek je de luisteraar langzaam de ziel van de muziek in, steeds dieper. Vervolgens gaat het tempo omhoog en dan sleep je de luisteraar steeds sneller mee. Wij Indiase musici begrijpen niets van het westerse concept van de pauze. Daarmee doorbreek je de concentratie en verbreek je de betovering. Liefhebbers van Indiase muziek hoeven ook helemaal geen pauze. Ik heb verschillende keren een concert gegeven dat een nacht lang duurde. Tijdens zo’n concert raakt het publiek in trance. En het is zo mooi om, als eindelijk de zon opkomt, een ochtendraga in te zetten”. Intensiteit Als telg uit de muzikale Pathak-familie, heeft Ashok Pathak een belangrijke missie. De muziek die door zijn voorvaderen is gecomponeerd, heeft school gemaakt vanwege de specifieke stijl. Zo zijn de Pathaks meesters van de alaap, het langzame, meditatieve stuk muziek waarmee de raga wordt

geïntroduceerd. Door een bepaalde techniek waarbij aan de snaren wordt getrokken (meend) geven ze hun spel een intensiteit die je in je ziel treft. “Ik zie het als mijn levensopdracht om de Pathak-stijl levend te houden”, zegt Ashok Pathak. “Dat is niet makkelijk in deze tijd. Mensen hebben geen geduld meer voor klassieke muziek. De wereld is veranderd, alles gaat veel sneller. In India is nu vooral filmmuziek populair. Maar er zijn bekende Bollywood-componisten die nog les van mijn vader hebben gehad en die invloed kun je soms horen in hun muziek”. Ashok Pathak wordt in zijn missie gesteund door zijn twee dochters, die allebei sitar spelen. De oudste, Shamika, heeft ayurvedische geneeskunde gestudeerd en de jongste, Shubhadra, studeert rechten en economie aan de Erasmus Universiteit. Zij doen daarnaast hun vaders management. Shamika zit er tijdens het interview bij om hetgeen haar vader vertelt aan te vullen. “Hij vergeet soms belangrijke dingen te vertellen”, zegt ze. “Mijn zusje en ik waren een jaar of vier, vijf, toen we mijn vader al tijdens zijn con-

certen begeleidden op de tanpura, een eenvoudig Indiaas snaarinstrument. We vonden dat geweldig, wij voelden ons echt thuis op het podium. Maar het heeft jaren geduurd voordat we er achter kwamen dat wij uit zo’n bijzondere familie afkomstig waren. Papa had het daar gewoon nooit over. Nu we ons ervan bewust zijn, zijn we heel trots op onze muzikale erfenis. Sitar spelen is voor ons belangrijk, maar mijn vader heeft ons nooit proberen te dwingen. Anders dan zijn eigen vader is hij voor ons altijd eerst een vader geweest en daarna pas een leraar”. “Het nadeel van die aanpak is wel dat je dochters tijdens de lessen met je in discussie gaan”, lacht Pathak. “Dat was in mijn tijd ondenkbaar”. Op dit moment hebben zijn dochters het druk met de organisatie van het herdenkingsconcert dat hij komende zaterdag in Korzo geeft voor zijn vader. Het wordt een uniek concert, want hij speelt met een orkest van negentien sitars – zijn beste leerlingen. Afgelopen week kwamen al die leerlingen bij hem thuis bijeen voor een repetitie. “Een heel huis vol musici, voor mij was het de hemel op aarde”, vertelt Pathak. “Het was alsof ik weer even terug was in mijn vaders huis in Calcutta, waar altijd musici in en uit liepen. Inwendig huilde ik van vreugde”.

The Sitar Orchestra, zaterdag 5 november om 20.00 in Korzo. Toegang: € 15,–.


12>economie

Den Haag Centraal > Vrijdag 4 november 2011

Druk gemeentelijke kredietbank neemt toe reguliere schuldhulpverlening hun problemen kunnen oplossen. Ook ons project voor mensen die geestelijk beperkt zijn en voor wie we inkomens beheren, draait goed”. Minder ‘fortissimo’ gaat het daarentegen op het vlak van de ‘sociale kredietverstrekking’, vindt Van der Hulst die goed beseft dat deze dienst nogal log is. Wie zich hier meldt, moet geen haast hebben en bereid zijn zich door een flinke stapel papier te wurmen om daarna misschien als aan alle voorwaarden wordt voldaan een lening te krijgen om een kapotte wasmachine te vervangen. “Dat kan echt beter”, zegt Van der Hulst die deze afdeling leniger wil maken zodat mensen met ‘beginnende’ betalingsachterstanden rapper kunnen worden geholpen en rekeningen niet onnodig hoog oplopen met bijvoorbeeld incassokosten.

Economieën wankelen, landen kampen met geldtekorten en ondertussen dringt de crisis ook steeds meer door tot het dagelijks leven. Burgers zoeken naar manieren om te overleven en wenden zich vaker tot de Gemeentelijke Kredietbank waar wordt gemerkt dat het nu echt menens is. Door Theodore Pronk

De toenemende drukte bij de Gemeentelijke Kredietbank is een helder symptoom van de economische recessie die mensen en bedrijven parten speelt. Het lijkt een slechte ontwikkeling dat steeds meer mensen voor hulp hun heil zoeken bij de bank maar Jan van der Hulst die al tien jaar aan het hoofd staat van de dienst, beziet het liever positief. “Niemand komt bij ons voor zijn lol, maar wie zich bij ons meldt kan het alleen maar beter gaan”. Vanuit dit optimisme moet worden afgerekend met de financiële problemen van mensen. “Door pech, dommigheid of onhandigheid ontstaat de ellende vaak. Iemand kan zijn baan kwijtraken, waarna huis en gezin kunnen volgen. De geldzorgen staan bijna nooit op zichzelf. We proberen door juist op andere vlakken de balans te herstellen, ervoor te zorgen dat iemand er weer bovenop komt”. Van der Hulst ziet dagelijks hoe de crisis verder om zich heen grijpt, met vijf divisies wordt geprobeerd af te rekenen met geldproblemen van Hagenaars. Het Gemeentelijke Pandhuis aan de Korte Lombardstraat is een instrument waarmee Van der Hulst probeert een alternatief te bieden voor de behoefte aan ‘snel geld’ die thans door allerlei louche bedrijven wordt uitgebuit. “Je schrikt je rot van de rentepercentages die ze vragen. Van dat soort constructies knapt niemand op. Het mooiste zou natuurlijk zijn als wij niet meer nodig zouden zijn, de realiteit is anders”. Sinds 2009 bestaat daarom hier ook de mogelijkheid gebruiksgoederen te belenen ter aanvulling van de sieradentak. Aan de balie in het pandhuis is heel concreet zichtbaar hoe hoog de nood is. Een medewerker vertelt over een sieraad dat is ingebracht door een Iraakse vrouw. “Dat is een deel van haar bruidsschat”, verklaart ze. In het depot van de gebruiksgoederen staan veelal huishoudelijke apparaten, muziekinstrumenten, computers, mobiele telefoons en gereedschap opgesteld om gefotografeerd te worden voor de veilinggids. Tijdens de veiling hoopt men de taxatiewaarde flink te overstijgen zodat de inbrenger van een voorwerp alsnog extra geld krijgt voor zijn oud-eigendom. Al wordt het weliswaar ook hier ‘drukker’, de malafide pandhuizen hebben nog altijd een veel steviger ‘marktpositie’ dan hun gemeentelijke tegenhanger. Van der Hulst ziet een pandhuisoorlog echter niet als de oplossing om met de dubieuze

Jan van der Hulst. > Foto: Eveline van Egdom

clubs af te rekenen, maar hij heeft het volste vertrouwen in de werking van de wet. “Onze huidige pandhuiswet dateert van 1910 toen burgers beschermd moesten worden tegen de praktijken van de Lombarden die 330 jaar geleden pandhuizen naar Nederland brachten. De wet wordt spoedig door de Tweede Kamer aange-

past”. Daarin wordt onder meer bepaald wat de maximale rente is en onder welke voorwaarden kan worden beleend. Daarbij zal de wet voorschrijven dat die condities ‘transparant’ moeten worden gemaakt zodat consumenten weten waar ze voor tekenen. Van der Hulst zegt dit jaar in het pandhuis

af te stevenen op 120 duizend beleningen, een fors totaal dat daarentegen slechts een klein deel van de problematiek illustreert. Want de toenemende drukte is ook bij andere afdelingen van de kredietbank merkbaar. “We zien landelijk een grote stijging bij ‘bewind-voering’ waar mensen komen die niet met

E SH T E O N P U P IT E G NC A U A N E

Ingezonden mededeling

Hypotheekvangnet Een belangrijke nieuwe activiteit van de kredietbank is het ‘vangnet hypotheken’ dat nu anderhalf jaar bestaat. Daarmee moeten ‘mensen die door of voor hun hypotheek in de problemen zijn gekomen’ uit de penarie worden geholpen. Niet alleen de huiseigenaren hebben daar baat bij. “Voor een stad is het heel slecht als panden in het bezit komen van huisjesmelkers. Wij willen voorkomen dat een huis op een executieveiling terechtkomt”. Door tussen bank en cliënt te springen probeert de gemeente zo tot een schikking te komen. “Een hypotheek van 3 ton kunnen wij bijvoorbeeld overnemen voor twee ton, terwijl het huis op de veiling misschien 180 duizend euro oplevert en er ook nog kosten moeten worden gemaakt. Bovendien raakt iemand vaak niet alleen zijn huis kwijt, maar hangt daar meer mee samen. Als we dat kunnen voorkomen, is dat fantastisch”. Heel vlot verloopt deze bemiddeling lang niet in alle gevallen. Banken staan niet per se te springen hun ‘verlies’ te nemen omdat ze volgens Van der Hulst nog teveel in kokers denken. “Daar zijn ze niet mee opgevoed, maar we merken steeds vaker dat ze meewerken. Soms moet je het wel persoonlijk maken als ze weer over ‘eigen verantwoordelijkheid’ beginnen. Dan stel ik een bankmedeweker wel eens voor hoe het zou zijn als hijzelf door een auto-ongeluk in de problemen zou komen. Geldt dan ook nog steeds die ‘eigen verantwoordelijkheid?”. Ondanks dat samenwerking met banken soms dus wel wat soepeler kan, ziet Van der Hulst voor het vangnet – dat huizenbezitters die vallen onder de nationale hypotheekgarantie (350 duizend euro) te hulp kan schieten – een waardevolle rol weggelegd. De komende tijd moet uitwijzen of de huidige capaciteit afdoende is voor de toenemende klandizie. “Het werkt en het zou mooi zijn als dit landelijk wordt uitgerold, maar we kunnen geen duizenden mensen helpen”.

12 NOVEMBER 11.00 UUR AANKOMST SCHEVENINGEN HAVEN FEESTELIJKE OPTOCHT DOOR DEN HAAG 16.00 UUR AANKOMST BINNENSTAD OP HET PLEIN

SINTERKLAASINDENHAAG.NL


13

cultuur<

Vrijdag 4 november 2011 > Den Haag Centraal

Jac. van den Bosch, eikenhouten stoel (opus 3) met gebatikte bekleding van Chris Lebeau, 1900, hoogte 83 cm. Collectie Faculteit Bouwkunde, TU Delft. >Foto: Hans kring behoorden welgestelde Schouten. en intellectuele kopers. ’t Bin-

Meubels van ’t Binnenhuis in Gemeentemuseum

De goede smaak bevorderen

Door Sjoerd van Faassen

Na de mooie tentoonstelling over de Haagse meubelfabrikanten Horrix en Mutters die er een jaar geleden te zien was, heeft het Gemeentemuseum nu uitgepakt met een even omvangrijke tentoonstelling over ’t Binnenhuis. Deze Amsterdamse firma, die bestond van 1900 tot 1929, verkocht ‘rationalistische’ meubelen, rechte stoelen voor rechtschapen burgers, zoals de titel van de tentoonstelling luidt. De ontwerpen van ’t Binnenhuis vormen in de geschiedenis van de meubelkunst een brug tussen de vaak overdadig versierde negentiende-eeuwse meubels van Horrix en de constructivistische stalen buismeubels die na 1928, mede onder invloed van de principes van De Stijl, in de mode kwamen. Het vernieuwende van tentoonstelling en begeleidende publicatie is dat ze uitgaan van het klantenbestand van ’t Binnenhuis. De woninginrichtingzaak ’t Binnenhuis werd geleid door Jac. van den Bosch (1868-1948) en de architect H.P. Berlage (1856-1934). De firma heeft sterk bijgedragen aan de vernieuwing van het Nederlandse meubel tijdens de eerste drie decennia van de twintigste eeuw. Tot de klanten-

nenhuis wilde, indachtig de theorieën van de Engelse ontwerper William Morris, de goede smaak onder de hele bevolking bevorderen en hun gebruiksvoorwerpen voor grote groepen beschikbaar maken. De hoge prijzen van de meubels maakte dat de firma in de praktijk alleen het hogere segment van de bevolking bediende. Wel werden van veel meubelen twee of meer uitvoeringen aangeboden, maar ook de goedkopere waren voor de arbeidersklasse onbereikbaar. Het moderne van de meubels van ’t Binnenhuis was de door mathematiek bepaalde vormgeving, de keuze van solide en eerlijke houtsoorten en het benadrukken van constructiepunten door het zichtbaar maken van pengatverbindingen. De meubels waren spaarzaam gedecoreerd. De vaak prachtige stoelen, banken, bureau’s, tafels en ander meubilair op de tentoonstelling zijn goed gekozen voorbeelden van deze ontwerppraktijk. Berlage, die de firma in 1913 verliet, heeft met zijn in 1904 verschenen publicatie ‘Over stijl in bouw- en meubelkunst’ de ontwikkeling naar deze meubels geschetst. Hij definieert in die publicatie een meubel als ‘de samenstelling van eenige staafvormige deelen tot een onwrikbaar geheel, van welke sommige als omlijstingen van vullingen dienst doen’. In deze klinische benadering wordt het meubel vooral als functioneel voorwerp beschouwd. De praktijk van ’t Binnenhuis laat echter zien dat er toch ook esthetische motieven bij de meubelontwerpen in het geding waren. Goedgeschreven De begeleidende publicatie is geschreven door Yvonne Brentjens, die eerder bijvoorbeeld even solide monografieën over G.W. Dijsselhof, K.P.C. de Bazel en een modernere ontwerper als Piet Zwart voor het Gemeentemuseum heeft gepubliceerd. Ook liet ze vorig jaar samen met Titus

Eliëns nog een prachtig geïllustreerd boekje over Berlage het licht zien. In al die goedgeschreven publicaties zit een enorme massa, voor het grote publiek niet altijd direct zichtbaar, onderzoek verwerkt dat het inzicht in Nederlandse toegepaste kunst bijzonder verrijkt. In het museum kan vanzelfsprekend maar een beperkt aantal interieurs worden getoond. Dat wordt goedgemaakt door de achterwand van de laatste grote zaal, die geheel in beslag wordt genomen door een kast met voorbeelden van bijna alles wat bij ’t Binnenhuis te koop was: stoelen, spiegels, klokken, kachels, paraplubakken, serviesgoed, textiel en dergelijke. Je kunt er een aangenaam uur naar staren. ’t Binnenhuis wist tal van architecten, meubelontwerpers, textielkunstenaars, glazeniers, grafici, edelsmeden en dergelijke aan zich te binden. Brentjens’ prachtig geïllustreerde boek besteedt nu eens niet veel aandacht aan deze producenten, maar biedt een volledig overzicht van het klantenbestand van ’t Binnenhuis en hun aankopen. Haar boek is daarmee een naslagwerk geworden dat nog ja-

ren na afloop van de tentoonstelling gebruikt zal worden. Klantenkring Een aantal van de klanten wordt in afzonderlijke hoofdstukken uitgebreider belicht, waarbij telkens verschillende aspecten en problemen van de relatie tussen ’t Binnenhuis en de klant aan de orde komen. De klantenkring omvat onder veel anderen de zenuwarts Pieter Bierens de Haan, de uitgever Leo Simons, de gloeilampenfabrikanten Gerard en Anton Philips (voor wie in 1901 de allereerste elektrische kroonlamp wordt gemaakt), de dichters C.S. Adama van Scheltema en Willem de Mérode, de Vlaamse schrijver Emmanuel de Bom, de historicus Johan Huizinga en de vakbondsman Henri Polak. De klantenkring concentreerde zich voornamelijk in Amsterdam, maar ook Hélène Kröller-Müller en haar echtgenoot deden een beroep op de firma voor de inrichting van hun huis in het Haagse Van Stolkpark en de assuradeur Carel Henny, die zijn door Berlage gebouwde huis aan de Scheveningsweg door ’t Binnenhuis liet inrichten.

De in het Gemeentemuseum tentoongestelde meubels worden begeleid door een soort ‘crime scene’-foto’s van Johannes Schwartz die in beeld brengt hoe ze tegenwoordig nog door de huidige bezitters gebruikt worden. Die foto’s zijn soms een beetje ontluisterend. De notie van een ‘Gesamtkunstwerk’, die sprak uit de oorspronkelijk door ’t Binnenhuis ontworpen interieurs, is in die hedendaagse interieurs vaak ver te zoeken. Het Gemeentemuseum toont vanzelfsprekend maar een beperkt aantal meubels en interieurs, maar slechts één daarvan toont een interieur waarin de meubels van ’t Binnenhuis doordacht worden gecombineerd met modernere ontwerpen als de vlinderstoelen van de Deense ontwerper Arne Jacobsen. Ze handhaven zich in een dergelijke combinatie overigens met verve. De foto’s tonen wel aan dat de meubels van ’t Binnenhuis ook daadwerkelijk aan hun doel hebben beantwoord en na een eeuw nog steeds intensief gebruikt worden. Tentoonstelling: ‘Rechte stoelen, rechtschapen burgers. Wonen volgens ’t Binnenhuis (19001929)’ tot en met 4 maart 2012 in het Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, dinsdag tot en met zondag 11-17 uur. Meer informatie: 070-3381111 of www.gemeentemuseum.nl. Boek: Yvonne Brentjens, ‘Rechte stoelen, rechtschapen burgers. Wonen volgens ’t Binnenhuis (1900-1929)’. W Books, Zwolle, ISBN 978 90 400 7827 9, 368 pag., € 39,95

H.P. Berlage, eikenhouten zitbank (opus 38) uit het bezit van ingenieur J.L. van Gijn, 1900-1901, hoogte resp. 84,5 en 85,7 cm. Collectie Gemeentemuseum Den Haag.

Arja van den Berg ruimtelijk en in boekvorm

Mauresque, 2010, keramiek met glas. >Foto: Piet Gispen

Een manifest zal deze kunstenares nooit schrijven. Daarvoor in de plaats misschien staan er gedichten afgedrukt in het luxueuze boek ‘Arja van den Berg onderweg’. Maar ik lees haar ‘Drieluik atelier’ uit 2003, dat met een totale maat van tachtig bij zestig centimeter het grootste schilderij in de tentoonstelling is, als een beginselverklaring. Rechts op de voorgrond een fraai geborduurde kimono met daarachter een oud ijzeren terrasstoeltje met gebogen poten. Dat zouden onderwerpen kunnen zijn en hier zijn ze dat ook. In het midden een ronde salontafel. Er staat maar één stoel (Thonet) dus zal het wel de werktafel zijn. Het uitzicht is riant en er staan wel twee boeketten op het tafelblad, waarvan één van echte bloemen is, nu geschilderd met verf vanzelfsprekend.

zijn er schilderijen te zien en ruimtelijk werk in een grote verscheidenheid, altijd beschilderd. De grens tussen ruimtelijk en vlak is soms klein, zoals in een aantal platte vazen met boeket of in een reeks lippenstiftende vrouwen die langs hun contouren zijn uitgeknipt. Omgekeerd krijgen de schilderijen op een formaat dat zo klein kan worden als de deksel van een doosje weer sterk het karakter van een object.

Symbolisch Het tweede is een beeld van beschilderd zink. Daarvoor liggen onder andere tekenmaterialen en een schetsboek. Arja van den Berg is allereerst een heel goede tekenares, die met een karige lijn en enkele kleurvlakken precies een model kan neerzetten. Achter het schetsboek staat een ouderwetse brievenweegschaal, die net als de beide boeketten symbolisch op-

Haar grafiek is wijd verspreid, er verschenen zo’n zestig prentbriefkaarten met reproducties van schilderijen van Arja van den Berg en ze exposeert met regelmaat in Pulchri. Nu wordt met een boek en een tentoonstelling bijna haar totale werk uitgelicht. Door Egbert van Faassen

De nieuwste dierenkoppen van Arja van den Berg, vrij klein en gevormd uit kopergaas en kralen, zijn doorzichtig. Glazen ogen hangen in holle kassen. In een vitrine staat een klein beeldje met uit metaal geknipt gebladerte waaruit een monsterlijke apenkop opdoemt. Griezelig kan je die dingen niet noemen, maar het is niet zo dat er een paradijselijke wereld wordt opgeroepen. Dat staat eigenlijk haaks op de voorstelling die menigeen zich inmiddels van het werk van Arja van den Berg heeft gevormd. Liefelijkheid is ver te zoeken, maar wel blijkt een intense aandacht voor haar onderwerp en het materiaal waarmee ze werkt. In Rijswijk wordt een overzicht getoond vanaf het begin. Al in 1971 exposeerde Arja van den Berg (1947) in het Gemeentemuseum in de toenmalige reeks ‘Haagse Ateliers’. Behalve grafiek

gevat moet worden. Links een slapende hond en een boekenkast, waarin boeken over Rousseau ‘le Douanier’ en Matisse. Dit zijn de inspiratiebronnen. Rousseau voor de quasi-naïeve vertekeningen, Matisse niet voor de grote kleurvlakken, maar voor de patronen en de trefzekere lijn. De hond om redenen die alleen Arja kent. Bij de inrichting in het Rijswijkse Museum, het Tollenshuis, is goed ingespeeld op de historische omgeving. Je zou achter Arja van den Berg geen installatiekunstenares zoeken, maar de opstelling van haar werken tussen het verzameld werk van de dichter in een boekenkast is heel slim. Bij Struktuur 68, de unieke werkplaats voor keramische sculptuur die achter enkele onopvallende gevels aan de Nieuwe Molstraat schuil gaat en waar Arja van den Berg haar beelden maakt, is zij het liefst alleen met een brok klei. Dan beschildert ze het beeld met pigment op een wit glazuur, waarna het opnieuw wordt verhit. De uitkomst is niet te zien tijdens het schilderen en daarom niet zonder risico. Ik bezocht de kleine keramiekfabriek, die wordt bemand door vaklieden die hun kennis in dienst stellen van wat de kunstenaar wil maken. Overal sporen van wie daar eerder werkte, maar het meest bijzon-

der was wel een soort boekenkast van meer dan tien meter lang met tegels als kleurstalen. Begonnen met nummer 100, kreeg de laatst gemaakte formule nummer 10255. “Arja gaat er steeds maar aan door”, zei keramist Theo van der Meer, doelend op de kralen en kettingen waarmee ze de door hun beiden geschapen dames versiert. Arja van den Berg, Museum Rijswijk, Herenstraat 67, dinsdag tot en met zondag 14 – 17 uur, zaterdag 11 – 17 uur, tot en met 13 november, John Sillevis e.a., Arja van de Berg onderweg. Uitgeverij Op de Thee ISBN 97890-817847-0-2, € 40,–. Ingezonden mededeling

meubel- en   gordijnstoffen lampvoeten en -kappen

Bentinckstraat 107 Tel.070-3318418 2582 ST Den Haag www.juffrouwbentinck.nl


14>cultuur

Den Haag Centraal > Vrijdag 4 november 2011

Hofstads Jeugdorkest speelt dubbelzinnige symfonie

Sjostakovitsj als ‘volksvijand’ Het Hofstads Jeugdorkest doet weer van zich spreken. Reken maar dat er grote-mensen-muziek te horen is tijdens het eerstvolgende concert. De machtige Vijfde symfonie van Sjostakovitsj staat op het programma, een werk dat een keerpunt in de carrière van de componist betekende. Aan het concert werken nog twee andere ensembles van de Vereniging Hofstads Jeugdorkest mee, namelijk de junioren en een groep blazers. Het wordt druk in de Philipszaal. Door Aad van der Ven

Een kniebuiging voor de Sovjet-autoriteiten? Een spijtbetuiging aan het adres van degenen die hem bekritiseerden? Het heeft er alle schijn van. Op die manier wordt ook in de boeken die het moeilijke leven van Dmitri Sjostakovitsj behandelen over diens Vijfde symfonie bericht. In elk geval betekent dit werk een keerpunt in zijn veelomvattende, veelzijdige œuvre. Alle spanning en experimenteerdrift die er toe hadden geleid dat zijn kort daarvoor voltooide Vierde symfonie uit haar voegen barstte waren nu plotseling onder controle. De Vijfde is niet alleen een van de sterkste, maar ook, althans qua vorm, een van de meest traditioneel georiënteerde werken van deze componist. Daar worden al snel buitenmuzikale oorzaken bij gezocht. Het gaat hier tenslotte om een kunstenaar wiens creaties voortdurend in verband worden gebracht met zowel zijn privé-omstandigheden als de maatschappelijke situatie van de mensen om hem heen. En kreeg deze Vijfde symfonie niet het motto mee ‘antwoord van een Sovjetkunstenaar op terechte kritiek’. Tientallen jaren lang ging men er van uit dat dit woorden van Sjostakovitsj waren. Maar ook daarover bestaat inmiddels twijfel. Bovendien heeft de componist veel van wat hij in die tijd heeft beweerd later teruggenomen. Artikel Los daarvan zijn de feiten rond het ontstaan van dit werk ondubbelzinnig gedocumenteerd. De componist was in 1936 van een gevierd kunstenaar plotseling in een volksvijand veranderd. Het dagblad Pravda had immers op 28 januari van dat jaar een artikel gepubliceerd, met als kop ‘Chaos in plaats van muziek’, waarin zijn succesvolle opera ‘Lady Macbeth van Mtsensk’ werd aangevallen. Sjostakovitsj was een ‘formalist’ – een vaak gebruikte term in die dagen – die veel te ge-

daar geen invloed op. Dat was voor de goede verstaander. Met de Vijfde symfonie werd een keten van meesterwerken ingezet, die nog steeds tot de meest gespeelde muziek van de 20ste eeuw behoren. Zou Sjostakovitsj na zijn Vierde met componeren zijn gestopt, dan was hij waarschijnlijk, ondanks zijn briljante talent, een componist in de marge gebleven, met hooguit zijn Eerste symfonie en de opera ‘Lady Macbeth van Mtsensk’ als opvallende wapenfeiten.

compliceerde muziek schreef en die dus niet begreep waaraan het Sovjetvolk behoefte had, zo heette het. Algemeen werd aangenomen dat Stalin, die kort daarvoor een opvoering van het werk had bijgewoond, er achter zat. Met als gevolg dat plotseling ook sommige collega’s en uitvoerende musici hem links lieten liggen of hem zelfs openlijk afvielen. Juist in die voor Sjostakovitsj zo catastrofaal eindigende januarimaand van 1936 werden voorbereidingen getroffen voor de première van zijn Vierde symfonie. Of de daaropvolgende beslissing van de componist zelf was of dat anderen het hem hadden ingefluisterd weten we niet zeker. In elk geval annuleerde hij ijlings de voorgenomen première. Hij moet zich onmiddellijk hebben gerealiseerd dat hij op dat moment op het punt stond met zijn Vierde een lont in het kruitvat te gooien. Pas 25 jaar later werd duidelijk dat hij waarschijnlijk geen ongelijk had. Bij de première, pas in 1961, bleek hoe radicaal deze partituur is. Het gigantische werk, dat een obsessieve kracht bezit en furieuze klankuitbarstingen bevat, overtreft alles wat de componist in zijn vroege, modernistische periode had geschreven. Reeds vier maanden nadat hij had besloten de Vierde op te bergen begon hij aan een nieuwe symfonie, die qua vorm en stijl een duidelijk andere Sjostakovitsj toont. Na voltooiing werd tijdens een vergadering van Leningradse componisten het voorstel om dit werk in het openbaar uit te voeren weliswaar welwillend beoordeeld, maar eerst diende het bestuur van de bond daarover te beslissen aan de hand van een auditie. De componist en zijn bevriende collega Nikita Bogolovski speelden een vierhandige pianoversie van de nieuwe symfonie ten overstaan van de bestuursleden. Besloten werd dat de toen nog weinig bekende, jonge dirigent Evgeni Mravinski de première zou leiden.

Maskerade Is de radicale verandering van zijn stijl na de Vierde symfonie uitsluitend het gevolg van de druk die van bovenaf werd uitgeoefend? In het Westen is al heel lang het idee ingeburgerd, dat het Sovjet-systeem de avantgardist Sjostakovitsj heeft vernietigd en van hem een conformist heeft gemaakt.

Het dagblad Pravda had immers op 28 januari van dat jaar een artikel gepubliceerd, met als kop ‘Chaos in plaats van muziek’

Maar de vraag blijft of de componist de experimentele stijl van zijn buiten haar oevers getreden Vierde had kunnen voortzetten. Prokofjev heeft eveneens op een bepaald moment zijn ‘wilde jaren’ afgesloten. Ook Bartók vond, zij het later in zijn carrière, een synthese van traditie en eigentijds. Om over de permanente maskerade van Stravinsky maar te zijgen. De Vierde van Sjostakovitsj bevat geniale, aangrijpende episodes, maar vertoont als totaal het beeld van een componist in crisis. Ook Sjostakovitsj zelf heeft herhaaldelijk twijfels geuit over de kwaliteit van dit werk. Met zijn Vijfde symfonie begon een nieuwe fase. Dat hij ondanks het geweldige succes van dit werk niet veilig zou zijn voor de terreur en de willekeur van het regime kon hij toen nog niet weten.

Triomf De eerste uitvoering van de Vijfde symfonie op 21 november 1937 werd een van de grootste triomfen in het leven van Sjostakovitsj. Talrijke malen moest de nerveuze componist het podium van de Philharmonie in Leningrad beklimmen om de toejuichingen in ontvangst te nemen. Sjostakovitsj had een vierdelige, uiterst dramatische symfonie volgens het sinds Beethoven bekende conflict-triomf-model geschreven, waarin de Sovjet-luisteraars hun eigen gevoelens herkenden. Nog lang werd met superlatieven over

het werk gesproken en geschreven. Weg was de volksvijand. De componist was weer een vriend van het volk geworden. Dat het laatste deel uiter-

mate dubbelzinnig is – de luidruchtige vrolijkheid heeft een bittere ondertoon, alsof Shakespeare’s Hamlet de draak steekt met zijn vijanden – had

American music’. Van boogiewoogie, bebop tot avantgarde. Hij was het die als eerste op meerdere blaasinstrumenten tegelijkertijd speelde. Soms zelfs door zijn neus. Op één van zijn beste platen ‘Rip, Rig and Panic’ (met drummer Elvin Jones) speelt hij tenorsax, hobo (!) en ‘stritch’ tegelijk. Dat laatste instrument is een rechte altsax, zonder hoorn. Kirk speelde de harmonieën dus in z’n eentje en was één van de eersten die de ‘circu-

lar breathing’-techniek gebruikte: een ononderbroken stroom lucht via mond en neus in het instrument houden zonder klassiek adem te halen. Hij zat niet met een moeilijkheidje meer of minder. Die kende hij allang. Want hij was blind vanaf zijn jeugd, moest later nog eens herstellen van een infarct waardoor hij zijn rechterhand niet meer kon gebruiken. Liet z’n instrumenten toen zó maken dat hij de kleppen met één hand kon bespelen. Kirk is het onderwerp van een theaterstuk dat passend ‘Het Alziend Oor’ heet en dat acteur John Buijsman, met ‘live’-begeleiding, hier op 9 november eenmalig in het Theater aan het Spui brengt. Met gebruik van teksten van Jules Deelder met wie hij eerder een theatervoorstelling over Chet Baker maakte. De komende week is er echt élke avond jazz te be-

leven in Den Haag, dus raadpleeg de agenda’s. Ik pik er een paar concerten uit: Prospero brengt maandag 7 november in de Kurzaal ‘Tunnelvision’ door het ensemble van trompettist Rob van der Wouw. Hij kreeg er vorig jaar de Jazz Edison voor en zijn muziek is een mix van live jazz, geprogrammeerde beats en andere effecten. Aan de toetsen Wiboud Burkens. Zal even wennen zijn in die Kurzaal, maar goed, de Stones hebben er ook gestaan dus …. Aan het maandelijkse Prospero-optreden van de New Generation Big Band in Pulchri komt op 10 november een eind, de band houdt ermee op, de musici gaan verder ieder hun eigen weg. Gast is ditmaal trompettist Robert Scherpenisse die als arrangeur al medeverantwoordelijk was voor de ‘funky sound’ van de band. Jazz uit Tsjechië is hier nauwelijks

Dmitri Sjostakovitsj. >Archieffoto

Hofstads Jeugdorkest onder leiding van Marcel Geraeds met de Vijfde symfonie van Sjostakovitsj. Ook optreden van Hofstads Jeugdorkest Blazersensemble en Hofstads Juniorenorkest. Zondag 6 november, 14.15 uur, Dr Anton Philipszaal.

jazz

Roland Kirk en ‘Tunnelvision’

Rahsaan Roland Kirk (1935-1977) was een hoofdstuk apart in de jazz. Als je hem het toneel zag opkomen, behangen met blaasinstrumenten en soms nog een tuinslang of een paar wekkers, schiep dat de verwachting van een clownsact. En ‘clownen’ deed hij ook. Met absurde teksten, met politieke statements. Maar zodra hij speelde hoorde je wat een inventief, origineel en goede muzikant daar stond. Hij speelde ‘black

bekend, maar de stad Praag telt meer jazzlubs dan Amsterdam en Den Haag samen plus een hoop goede jazzmuzikanten. Ooit mocht ik helpen om de prachtige pianist Emil Viklicky naar het North Sea en de groep Naima naar het leuke, maar alleen nog in slapende vorm bestaande Delta Jazz (Korzo, Koorenhuis destijds) te krijgen. Op dinsdag 8 november brengt Equinox in Pavlov de Tsjechische topsaxofonist Ondrej Stveracek met landgenoten Tomas Baros (bas) en Marian Sevcik (drums). En hé, aan de piano een oer-Hagenaar, Jan Reinen. Ooit nog eens bijna nachtburgemeester van de residentie en nu helaas vooral in Amsterdam te horen. Welkom thuis Jan.

Bert Jansma


P

15

cultuur<

Vrijdag 4 november 2011 > Den Haag Centraal

Ossalo aarzelt, Ekman knalt Door Astrid van Leeuwen

Eén van de mooiste fragmenten van ‘Fine Line’, de debuutchoreografie van Ken Ossalo voor Nederlands Dans Theater 2, is de scène waarin de vrouwen op de rug van de mannen staan en de mannen zich bijna onmerkbaar schuifelend op hun buik rond bewegen, waardoor het lijkt alsof de vrouwen in slow motion draaien, terwijl ze toch stilstaan. Ossalo, die van 1989 tot 1999 zelf danser was van het Nederlands Dans Theater, liet zich voor zijn nieuwe creatie inspireren door de menselijke communicatie die, zo schrijft hij in de programmatoelichting, de basis vormt van ons leven met elkaar. De van oorsprong Zwitserse choreograaf verbeeldt dit thema in abstracte solo’s, duetten en ensemblestukken voor het complete NDT2-tableau van zestien dansers. Daarbij balanceert hij fraai tussen grillige bewegingen en strakke lijnen – al schortte het in de uitvoering hier en daar wel aan precisie. Mooi zijn ook de ingenieuze lifts in zijn choreografie. Maar als geheel doet ‘Fine Line’ een beetje braafjes en conventioneel aan, alsof Ossalo nog zoekende is,

terwijl hij de laatste jaren – naast zijn werk als repetitor en balletmeester – toch al de nodige werken op zijn naam zette, waaronder in 2004 zelfs reeds een avondvullende choreografie voor het CaDance-festival. Het lukt Ossalo in elk geval niet om een spannend antwoord te creëren op de door hem gekozen composities van Mendelssohn, waaronder het ooit zo fraai door Hans van Manen gechoreografeerde ‘Octet’. Ook de functie van de circa veertig stoelen die boven het toneel hangen – en die pas tegen het einde van de choreografie zachtjes heen en weer beginnen te bewegen – blijft onduidelijk, en dat terwijl vergelijkbare toneelbeelden al zo vaak te zien zijn geweest.

Brutaal Waar Ossalo in zijn nieuwe creatie iets te aarzelend met zijn talent lijkt te zijn omgesprongen, heeft de jonge Zweed Alexander Ekman – ook een voormalig NDT-danser – alle registers opengetrokken. Zijn ‘Cacti’ uit 2010, dat prompt genomineerd werd voor de Zwaan voor Meest Indrukwekkende Dansproductie, is een brutaal, hilarisch en vaak meesle-

Scène uit ‘Fine Line’, de eerste choreografie die Ken Ossola maakte voor Nederlands Dans Theater 2, het gezelschap waar hij zelf meer dan twintig jaar geleden zijn danscarrière begon. >Foto: Joris-Jan Bos

pend spel van dans, muziek, decor en licht. Vooral de scènes waarin de zestien dansers in razend tempo op of achter vierkanten toneelverhogingen de ene na de andere visuele of fysieke frats uithalen, daarbij reagerend op de muziek van Beethoven en Schubert, zijn goud waard. De

jonge dansers – met onder hen zes nieuwe aanwinsten – genoten dan ook zichtbaar van dit werk. Hoewel de fragmenten met voice-over, waarin Ekman een cactus commentaar laat geven op de functie en betekenis van kunst, helaas wel wat minder geslaagd zijn.

fraaie ruimten beschikt. Maar daar mag geen gebruik van worden gemaakt, aangezien die alleen toegankelijk zijn voor leden van De Witte. De Witte, die zelf óók moeite heeft om het ledental en de kwaliteit ervan op peil te houden. Ook dat is al lang niet meer het zinderende middelpunt van de Haagse voorhoede.

Den Haag. Hij was Tweede Kamerlid van de fractie der vooruitstrevende liberalen en bewoog zich met groot gemak in alle sociale lagen van de stad en had connecties tot op zeer hoog niveau. Het was een grote eer om voorgedragen te worden als lid van ‘De Sphinx’. Zelf aanmelden kon niet, men moest gevraagd worden. Jarenlang functioneerde ‘De Sphinx’ zoals Makay dat voor ogen stond. Zowel het progressief-liberale Kamerlid Sam van Houten als de behoudende katholiek Schaepman was lid. En naast politici, hoge militairen en wetenschappers, al of niet van adel, werden er ook mannen van geringer allooi toegelaten. Apothekers, niet zeer hoge ambtenaren, rectoren van middelbare scholen. Een gevoelig verlies leed ‘De Sphinx’ toen Makay, die Schotse familiebanden had, Den Haag verliet en zich tot Brits onderdaan liet naturaliseren. Als Lord Reay bracht hij het tot in het House of Lords en werd later Gouverneur van Bombay.

DUCTIES Kleine geschiedenis over De Sphinx Door Thijs Kramer

Ze kampen allemaal met dezelfde problemen: een slinkend ledenbestand, vergrijzing, en een oubollige reputatie. De sociëteiten in Nederland zijn al decennialang op hun retour. ‘De Sphinx’ in Den Haag is daarop geen uitzondering. Ter gelegenheid van het 145-jarig bestaan van deze vereniging voor ‘personen met belangstelling voor wetenschap of kunst’schreef bestuurslid Dr. Jacques Zonneveld er een kleine geschiedenis over. De bijlagen achter in het boek waarin enkele leden hun licht laten schijnen over deze problemen, spreken boekdelen. De heer Van der Hoog, Luitenant-kolonel b.d. stelt spijtig vast dat er geen hoge militairen meer lid zijn van ‘De Sphinx’, net zomin als Kamerleden. En ook leden van de Haagse adel ‘denken er niet meer over’ om lid te worden. Juist het wegvallen van wat Van der Hoog ‘een maatschappelijke mix’ noemt, wordt ervaren als een groot gemis.

Waarom komen er nog zo weinig mensen af op de lezingen en vrije debatavonden; genoeglijke bijeenkomsten waar men een goed gesprek kan voeren met mensen van degelijke reputatie en onbesproken gedrag? ‘Men heeft het tegenwoordig veel te druk’, volgens Van der Hoog, ‘of men denkt dat te zijn. Bijna nooit onthaasten, en er blijft daarom geen tijd over om lezingen bij te wonen, laat staan een bestuursfunctie te aanvaarden’. Het huidige bestuur probeert ‘De Sphinx’ weer nieuw leven in te blazen, maar vooralsnog heeft dat nog niet veel opgeleverd. De leden komen tegenwoordig bijeen in een bovenzaaltje van Sociëteit De Witte. De heer Roelof Troost vraagt zich af of dat niet anders kan: ‘(...) de lezingen zijn van hoog niveau. Maar het kan na afloop best wat gezelliger worden gemaakt. Nu staan we allemaal wat opgepropt boven op elkaar bij de lift, in een nauwe ruimte. Er staan geen stoelen. De meeste leden gaan al snel naar huis’. En dat terwijl De Witte over zulke

Baron Het begon allemaal zo anders. In 1866 besloot Donald Jacob Baron Makay tot oprichting van een vereniging waar mannen met verschillende achtergrond samen konden komen om te praten over talloze onderwerpen, vooral wetenschap en kunst. Politiek en godsdienst werden als punt van discussie taboe verklaard, juist om mannen van diverse overtuigingen bijeen te brengen. Alleen mannen, inderdaad. Er was een decennialange stammenstrijd voor nodig om in 2004 (tweeduizendvier) vrouwen toe te laten. Makay was een zeer gezien persoon in

Naast Ossalo’s nieuwe en Ekmans recente creatie mochten de jonge NDT’ers zich ook vastbijten in een oud meesterwerk: ‘Lieder eines fahrenden Gesellen’ van Jirí Kylián, in 1982 gemaakt voor NDT1 op de gelijknamige compositie van Mahler. Deze lyrische choreografie over onbeantwoorde liefde en de vergankelijkheid van geluk blijkt – hoe ver verwijderd van de ‘latere Kylián’ ook – het gevoel nog steeds te beroeren. Al weten de jonge dansers er, logischerwijs, nog lang niet zo veel melancholie in te leggen als destijds NDT1dansers als Joke Zijlstra, Sabine Kupferberg, Gerald Tibbs en Nacho Duato. Jammer dat de jonge sopraan Barbara Kozlj te veel vibrato liet horen, terwijl Mahlers muziek juist om een ingetogen vertolking vraagt. Maar wel geweldig voor de jonge NDT’ers dat zij dit programma met live-begeleiding van haar en het in zijn bestaan bedreigde Holland Symfonia, onder de bezielende leiding van chef-dirigent Otto Tausk, mogen uitvoeren. Nederlands Dans Theater 2 met ‘Cacti’: nog te zien in het Lucent Danstheater op 2, 3 en 4 december. Voor info: www.nederlandsdanstheater.nl

Dit boek lijkt vooral geschreven voor leden van ‘De Sphinx’ zelf. Het is eerder anekdotisch dan volledig. Het geeft een aardig kijkje achter de schermen van deze club die altijd een geheimzinnig waas om zich heeft gehad. Na het lezen vroeg ik me af waarom het niet meer lukt om zulke verenigingen vitaal te houden. Ik denk dat de mechanismen die aanvankelijk werden ingesteld om het karakter ervan te beschermen, tegen zijn gaan werken. Ballotage, een strenge geheimhouding en de nadruk op decorum, schrikken mensen nu af. In het loffelijke streven om mensen uit verschillende sociale lagen op gereglementeerde wijze bijeen te brengen, was het juist een exponent van de standensamenleving van 1866. De samenleving anno 2011 brengt andere vormen van vereniging met zich mee. Sjaak Zonneveld: Vereeniging De Sphinx, Een Haagse club rijk aan historie. 102 blz. Uitgeverij De Nieuwe Haagse. Prijs € 19,95

Ingezonden mededeling

KORZO-adv-125x275-cs3.indd 1

02-11-2011 10:02:08


Zo wordt het kopen van een huis wel heel aantrekkelijk!

16>

Den Haag Centraal > Vrijdag 4 november 2011

Kees Jansma praat met broer Bert over ‘

‘Pa was mijn in

Karmøy, Den Haag – Wateringse Veld • Appartementen • Woonoppervlakte: 95 m2 tot 154 m2 Nieuwe koopsom € 219.500,- tot € 449.000,- v.o.n. Bel voor een bezichtiging of kom naar de modelwoning (Stavangerstraat 71), iedere zaterdag geopend van 11.00 tot 13.00 uur.

015 - 276 04 00

070 - 308 46 56

De v oo een r rd el en op ijtje:

géén k.k. e n ren n ieu w te bou w k w a l itie d irec t t te b e tre k en erg k en ie zu i n ig

www.bouwfonds.nl/karmoy

Introdans Vier40 – Speciaal

a Den lleen in live k Haag m Gelde oor en het r s O r et kest

Lucent Danstheater Vr 4 & Za 5 november 20.15 uur www.ldt.nl 070 88 00 333

41-020-24_DenHaagCentraal_Introdans_135.5x192.5.indd 1

dans aan het

Spuiplein 31-10-2011 16:52:30


17

jansma interviewt jansma<

Vrijdag 4 november 2011 > Den Haag Centraal

Door Bert Jansma

‘Kees’:

nspiratie’

‘Kees’ heet het boek kortweg. En de auteur en hoofdrolspeler kijkt me vanaf het omslag met een monkelende glimlach van verstandhouding aan. Met bijna iets verontschuldigends. Van: Ik kan er echt niks aan doen. Kees heet Jansma en hij is mijn broer. Alhoewel onze beroepswegen ver uiteen liggen (maar toch niet zover, zal hieronder blijken), vroeg deze krant me een broer-interviewt-broerverhaal te maken. Ooit had ik dat al eens gedaan voor Dagblad Het Binnenhof (‘Kees Jansma en het EK-effect’), maar dat was 1988 en dus erg lang geleden. We besloten gezamenlijk op herhaling te gaan. In hotel-restaurant Savarin in Rijswijk. Want Kees moest die middag een lezing geven in – ja, waar anders – het ADOstadion. Toen Kees me vertelde dat hij van plan was een boek te schrijven, had ik geroepen: waar begin je aan? Maar Kees begón, want naar je oudere broer (vijf jaar verschil) luisteren is maar zelden zinvol. Dus nog eens die vraag: waarom? “Ik ben eigenlijk door papa geïnspireerd”, zegt Kees, “door het boek dat hij over zijn leven schreef en ons op z’n tachtigste gaf. Ongelooflijk leuk, je leest dingen terug die je niet meer weet, of die je anders hebt gezien”. Pa Jansma’s boek heette ‘Mijn leven’, hij had het laten drukken in een oplaag van twintig stuks met als verspreidingsgebied alle leden van de familie. Kees: ‘‘Mijn jonge kinderen, Ruben en Sander, hebben er geen idee van wat ik met mijn leven heb gedaan. Ik wilde dat opschrijven, dat kwam een uitgever ter ore en opeens stonden ze op de stoep om te vragen hoe of wat. Toen heb ik doorgezet. Tot mijn grote ellende. Want een archief heb ik niet, dat heb ik bij één van m’n verhuizingen weggegooid en dat mis je dan wel. Ik heb ’t vrij simpel ingedeeld: 35 hoofdstukken opgedragen aan mensen die in mijn leven vanaf 66 een rol hebben gespeeld. Een heel raar gevoel nu ’t af is”. DWDD Dat rare gevoel zal nog wel versterkt worden door de hausse aan interviews en optredens die sportminnend Nederland van hem verlangt. Kees zucht: “Ik heb het eerste interview net gelezen. Je wilt niet weten wat je allemaal zegt, en je denkt: Tjeezus, dat bén ik helemaal niet. Over een maand heb ik vast een verschrikkelijke hekel aan mezelf ”. Hij mocht aanzitten bij Pauw & Witteman en bij De Wereld Draait Door. En vertelt: “Dat was onenigheid tussen beide redacties. Ze vragen exclusiviteit voor de tv. Mijn uitgever had aan DWDD beloofd dat ik zou komen, ík had al ja gezegd tegen Pauw & Witteman. Dat gaat dus niet. Na veel gehakketak werd dat een compromis. Bij de één mocht ik alleen praten naar aanleiding van dat boek over Rinus Michels en mijn boek zou alleen genoemd worden. In DWDD moest het alléén over mijn eigen boek gaan. Je hebt geen moer te vertellen”. Wél over de signeersessies, waarbij hij koos voor zelfstandige boekhandels. Onder meer Paagman in Den Haag (5 november) waar ras-Hagenaar Rob Andeweg hem interviewt en Sassenheim. Waarom Sassenheim, vroeg de uitgever? “Sentiment”, antwoordde Kees als rechtvaardiging, “mijn broer is hier geboren”.

Naar aanleiding van zijn boek ‘Kees’ interviewde Bert Jansma (l) zijn broer Kees. > Foto: Juriaan Brobbel

Doodnerveus Pa was dus de inspiratie en ‘Kees’ – het idee voor de simpele titel kwam van Paul de Leeuw – begint dan ook met een hoofdstuk ‘Voor pa’ en eindigt met ‘Na pa’– onze vader overleed in 2007. “De reacties zijn leuk, ik heb kortgeleden het laatste hoofdstuk ergens voorgelezen en dat vond men hilarisch. Dat gaat over het besluit van

mij en Petra (de vrouw van Kees, BJ) onze ouders te vertellen dat we bevriend waren. Petra haar ouders in Arnhem, ik de onze in Veenendaal. Stel je voor, ik ben dan 50 en doodnerveus. Ik zeg bij pa en ma thuis: ik heb eigenlijk wel een leuke mededeling te doen. ‘Vertel op’, zegt pa, ‘we trekken een fles wijn open, gezellig”. Ik vertel dat ik een nieuwe vriendin heb. Goed nieuws, vindt pa, waar werkt ze? Bij de politie, zeg ik. Dat was even lachen. ‘Hoe oud is ze?’ Ik zeg: ze is 25. Toen werd het stil en papa zei alleen: ‘arm kind’. En heeft verder gezwegen. Petra zou me na háár ouderbezoek oppikken en was daarvan verrassend snel terug. Niet zo goed verlopen, vertelde ze: ‘Ik zei dat ik een nieuwe vriend had’. ‘Wat leuk’, zei haar vader, ‘kennen we ’m?’ ‘Ik dénk van wel’, aarzelt ze. Zegt haar vader: ‘Toch niet Mart Smeets?’ En zij: ‘Nee, Kees Jansma’. Waarop hij: ‘Da’s nog erger’. Ook zij stond na een kwartier buiten”. Mislukkeling Kees privé, maar de rest is toch vooral sport. Van het sollicitatie-briefje aan Herman Kuiphof en de ‘Sportkroniek’ (‘Ik wil graag uw tas dragen’) tot het WK in Zuid-Afrika. Met hoofdstukken over Abe Lenstra, Rinus Michels, Aad Mansveld, Louis van Gaal, Willem van Hanegem, iedereen en alles dat in zijn sportcarrière een rol speelde. “Dat boek van papa was een inspiratiebron, maar dat waren jullie ook, jij en onze zus Anouk. Jullie leerden goed, maar ik was een totale mislukkeling op school. Jij hebt ’t heel lief gezegd in dat tv-‘Portret’ over mij bij de KRO, dat ik buiten school meer geleerd heb dan óp school, dat is ook zo, maar het heeft me toch lang erg aangepakt dat ik op school niks presteerde. Ik kreeg er wel het idee door dat ik iets moest dóen, dat ik op een bepaalde manier moest slagen”. Kentering Over het ‘hoe’ daarvan, de belangrijke momenten in zijn leven: “Ik word er wel moe van die beelden steeds terug te zien, maar 1988, dat EK-toernooi, heeft een hoop veranderd. Ik was toen freelancer, was tien jaar daarvoor met onenigheid bij de NOS weggegaan en voor dat EK door de NOS ingehuurd. Dat wordt door allerlei omstandigheden een succes en ik word gevraagd om chef Studio Sport te worden. Ik had geen ervaring, wist echt niet wat leiding geven was. Ik zie me nog staan voor die groep mensen: Ik wil ’t graag, maar ik heb geen idee of ik ’t kan. Dat was een kentering en dat was ’t ook toen ik met Will Moerer WK-producties begon. Ik had steeds vanuit de veilige wereld van de publieke omroep gewerkt en nu leerde ik hoe het is om te knokken voor een commercieel eigen bedrijf. We begonnen met nul omzet, en we hadden 25 man in dienst die je iedere maand dient te betalen. Een derde ijkpunt is toen ik tegen de stroom in besloot perschef te worden bij het Nederlands elftal. Er waren niet veel mensen vóór destijds, maar papa zei: ‘Je bent 58, laat de hele wereld de pest krijgen, als jij ’t leuk vindt moet je ’t doen’”. De petten De kritiek die Kees kreeg had te maken met de ‘petten’ die hij geacht werd op te hebben. Meerdere. Journalist, maar ook in dienst van zijn productiebedrijf en bovendien perschef bij de KNVB. Kees: “Ik doe ’t nu zeven jaar en je hoort er niets meer over. Mensen zeiden: je bent nu geen journalist meer. Je zit nu in het andere kamp. Wat nou, andere pet. Het is toch prachtig om op stoel nummer 23 in de dug out te zitten bij de WK-finale. Bij iets dat je je hele leven geweldig hebt gevonden. Hoe kan je daar nou staan juichen en springen en meeknuffelen, is dat niet raar?, zeiden sommigen. Daar heb ik toevallig hele-

maal geen spijt van. Ik heb wel tien weken vol spanning met al die mensen opgetrokken in Zuid-Afrika. Die verwijten, daar heb ik maling aan. Ik houd van wat ik zie, de ene keer minder goed dan de andere keer. Er ís altijd die betrokkenheid. Dat heb jij ook als ik je stukken en columns lees. Vergelijk het met theater. Acteurs moeten ook elke keer dat podium op. Of er nu honderd man in de zaal zitten of bij voetbal een paar miljoen meekijken, er moet gepresteerd worden. Dat geeft een enorme spanning. Ik was bij een WK waarin het Nederlands elftal een dramatisch toernooi had gespeeld. Het Nederlands elftal werd ‘een stelletje kansloze Oost-Duitse mijnwerkers op weg naar weer een klus’ genoemd. Ik ben toen naar Studio Voetbal gegaan om het Nederlands elftal te verdedigen. Dat is me enórm kwalijk genomen. Nee, ik heb geen medelijden, die spelers worden er goed voor betaald. Maar dat is geen excuus om ze te pas en te onpas uit te schelden. Mensen kunnen vaak meedogenloos zijn”. Kritiek “Het is net zoals jij een toneelrecensie schrijft. Je hebt kritiek, maar wanneer je leest dat je het met toewijding en gevoel hebt opgeschreven, dán wordt het gewoon geaccepteerd. Met

Een derde ijkpunt is toen ik tegen de stroom in besloot perschef te worden bij het Nederlands elftal. Er waren niet veel mensen vóór destijds, maar papa zei: ‘Je bent 58, laat de hele wereld de pest krijgen, als jij ’t leuk vindt moet je ’t doen’

voetballen precies hetzelfde. Ik houd van voetbal, ik ben aangesteld om er over te schrijven. Waarom zou ik dat met dédain doen? Ik had in VI (Voetbal International) een column. Ik links op de pagina, Johan Derksen rechts. Hij zei: ‘Raar, ik schrijf altijd de boel helemaal naar de kloten en ik krijg weinig reacties. Maar jij schrijft van die positieve stukjes en als daar iets negatiefs in staat, krijgen we opeens een zooitje post. Dan denken ze zeker: als híj ’t niet leuk vindt, zal er echt wel iets aan de hand zijn’. Vroeger durfde ik het niet te zeggen, nu wel: wat ik heel vervelend vind in de journalistiek in z’n algemeenheid is de toenemende oppervlakkigheid, de concurrentie die journalisten verplicht om voor een site te gaan weken, te gaan twitteren. Dat leidt allemaal tot massaliteit, tot kwaliteitsve r a r m i n g . I e m a nd d i e e e n genuanceerde mening heeft telt niet meer mee. Dan zeggen ze in die praatprogramma’s: ‘Nee, sorry, daar hebben we niks aan’. Er moet gescoord worden. Gisteren kwam Erwin Koeman (vertrokken als trainer bij FC Utrecht, BJ) naar me toe. Ik had een column over ’m geschreven. Hij zei: ‘Je bent de eerste en enige die getracht heeft bij de waarheid te komen’. En dat is – dacht ik – toch een móói ouderwets standpunt”.

Kees Jansma signeert zijn boek ‘Kees’ bij boekhandel Paagman op 5 november (13.00 uur) en wordt geïnterviewd door Rob Andeweg.


18>sport Troy

Den Haag Centraal > Vrijdag 4 november 2011

Bokskampioen Johan Visscher in de ring:

‘Ik ga vechten tot mijn laatste adem’

Geweldige sportweken

Wow! Wat waren dat geweldige sportweken. Allereerst mijn felicitaties aan het Nederlandse Honkbalteam. Goed gedaan, iedereen, van de technische medewerkers tot aan de spelers zelf. Toen ik in 1996 bij de Olympische Spelen was, zag ik het Nederlandse team voor het eerst. Ik vertelde mijn coach toen nog dat ik niet wist dat ze in Nederland honkbal speelden op zo’n hoog niveau. Dat heeft wat grappen opgeleverd. Jaren later zijn zij de wereldkampioenen. En dan de show rond de Televizierring, wat een grap. Ik ben blij dat Voetbal International heeft gewonnen, ik bedoel, zijn we niet vergeten dat een aantal jaar geleden ze de harten stalen van de mensen tijdens het WK voetbal. Dat is waar het allemaal is begonnen. Nou ben ik niet echt een fan van het programma maar heb ik wel respect voor wat het programma betekent voor een sport als voetbal. Andere sporten kunnen nog wat opsteken van een programma als Voetbal International. Mijn felicitaties, en ook aan onze drie Nederlandse topturners. Ze zijn niet door naar de Spelen in Londen, maar blijf hoop houden, jongens. Als jullie nog een keer de kans krijgen, zou ik deze met beide handen aanpakken. Ik kan niet wachten op de opening van het schaatsseizoen na het kijken naar Studiosport de hele dag zondag. Alles draait om de achtervolging. Ik zal met scherpe ogen kijken naar alle verwarring rondom dit teamonderdeel. Een aantal van de problemen die ze hebben bij het schaatsen, komen we ook tegen bij atletiek. Ik zal met een lerend oog kijken of ik wat tips eruit kan pikken over hoe de coaches dit kunnen oplossen. En verder moet Martin Jol terug naar zijn trainingspak en zijn pet, want zo ken ik hem. Ok, bedankt mensen, ik spreek jullie snel weer.

Troy Douglas Trainer, presentator en voormalig sprinter www.troydouglas.nl

Johan Visscher > Foto: Creative Images

Johan Visscher (31) praat zoals hij bokst. Snel. Goed kijkend waar het heen gaat. Dat oplettende. Even zwijgen, dan terugkomen met woorden als directe stoten. Over zijn tegenstander Gökhan Gedik: “Hij is sterk, hij denkt dat hij met kracht kan winnen”. Even stilte, dan bam, wat Johan zeker weet: “Dat gaat hem niet lukken”. Door Vilan van de Loo

Er zit spanning achter die woorden. Noem het concentratie. Want elke dag komt die wedstrijd dichterbij. Zaterdagavond heeft hij de zevende partij in het grote boksgala van de Haagse Directe. “Voor eigen publiek, dan kun je toch niet verliezen?”. Dus hij is gespannen. “Ik sta ermee op en ik ga ermee naar bed”. Maar op de goede manier. Niet beklemd. Alert. Dat zal de komende dagen sterker worden. Hij zal niet de fout maken om een tegenstander te onderschatten. Daarvoor heeft hij genoeg ervaring, als bokser en als mens. Sinds mei bezit hij de kampioenstitel van Nederland in zijn gewichtsklasse. Dat hij dus wat kan, wil hij zaterdag laten zien. Die Gedik heeft hij zelf uitgekozen. Hij vormt een uitdaging. Op de kampioenschappen in mei verloor hij van Tom Cohen, van wie ik in de finale won. Fysiek is Gedik sterk. Hij komt uit het kickboksen, dacht ik”. Er is recent een ontmoeting geweest in Apeldoorn, bij ABCC, de boksschool van Gedik. Johan lacht wat bij de herinnering. “Sparren was het. Een training, maar het wedstrijdelement zit er al gauw een beetje in. Kijk, ik kwam op zijn terrein, het is natuurlijk zijn boksschool, dus hij wilde zich laten gelden tegenover mij. Imponeren”. Het is duidelijk dat het niet gelukt is, maar Johan heeft wel uit die avond zijn conclusies getrokken voor zijn wedstrijdtraining. Die was de

laatste tijd toch al wat steviger. Hij is, evenals clubgenoot Erdinc Cetin, gevraagd voor het nationale boksteam Dutch Windmill. Dat bokst in de Bundesliga, een Duitse competitie. Het is er harder dan in Nederland. Dus is er hardere training nodig: “Intervaltraining voor de conditie. Denk aan sprinten afgewisseld met squats. En core training, omdat krachttraining erbij hoort op dit niveau”. Bij de Haagse Directe staat hij sinds kort met één van Nederlands beste profboksers twee keer per week in de wedstrijdring: zwaargewicht Richel Hersisia. Met merkbaar ontzag noemt Johan zijn sparringpartner ‘hoffelijk’. De uitleg: “Hij is groot en sterk, maar hij houdt zich in. Door hem leer ik het fysiek zware van het boksen. Hij zet je onder druk. En hij imponeert natuurlijk, hij domineert de ring door er alleen al te staan. Als ik met Richel kan sparren, dan kan ik Gedik zeker aan. Daarbij ben ik de betere technische bokser”. Rollercoaster Zaterdag is het Johans tweede wedstrijd van dit jaar. Soms is een boksjaar slecht gevuld. Andere jaren waren voller; in totaal staan er 43 wedstrijden op zijn naam, waarvan hij ruim het merendeel won. Een keurige score, vooral omdat daar de finalewedstrijd om de Nederlandse titel bijzat. Niet de gemakkelijkste wedstrijd van zijn boksloopbaan. Evenmin de mooiste. Zijn trainers hadden gezegd dat hij moest gaan. Dat hij er klaar voor was. Dus hij ging, maar wat het publiek niet zag, beleefde hij intensief voor zichzelf. Behoedzaam vertelt hij: “De wedstrijd was in mei. Begin april was mijn vader overleden. In de ring dacht ik aan hem, en ik wilde ook voor hem winnen. Voor mij was het een beladen wedstrijd. Het contact was slecht, maar ik denk dat hij in zijn hart trots

op mij was geweest. Al heeft hij dat nooit gezegd”. Afstandelijk: “Je blijft toch een kind van je ouders”. En weer over de wedstrijd: “Erna was ik kapot. Emoties. Maar ik wist ook, als ik dit kan, dan kan ik meer”. Hoe je bent als mens, zo ben je ook als bokser. Maar je weet nooit welke aspecten van jou in de ring naar voren komen. Dat maakt de sport zo fascinerend. In de ring is geen speelruimte meer. Dan komt het erop aan. Voor Johan zijn de laatste jaren een rollercoaster geweest van ups en downs. Dat dwong een karakterverandering af. Hij is volwassener geworden. Meer man. Verloor hij vroeger nog tijd in het uitgaansleven, nu neemt hij verantwoordelijkheid voor zijn doelen. Zondagochtend een harde training. Anders sliep hij uit. Die tijd is geweest. Tijd, weet Johan, tijd is kostbaar spul. Over zijn vader: “Het is nu klaar, de goede en de slechte dingen neem ik mee en die moet ik verwerken”. Hij heeft sinds begin dit jaar een vriendin en kijkt naar de toekomst: “Je weet nooit hoe lang iets duurt, maar ik ga ervoor. Misschien het gezin, ja, dat zou heel goed kunnen”. Over zichzelf: “Voor een bokser ben ik met mijn 31 jaar oud. Ik zet een volgende stap, en verder denk ik bewust niet”. Duitsland Die stap is dus de bokscompetitie in Duitsland. Of het bevalt, moet blijken. Dit jaar heeft Johan Visscher zijn wedstrijden hier, maar straks verwacht hij zowat elke maand in de ring te staan. “Dan bouw je een wedstrijdritme op en daardoor boks je beter. Ik ga eerst eens zien wat het hardere met me doet. Wanneer ik last krijg van de klappen, dan stop ik ermee. Het zijn toch je hersenfuncties die je misschien aantast. Daar moet je voorzichtig mee zijn”. Als je tenminste geraakt wordt. Hij is nog nooit KO gegaan. En wat hij

ook geleerd heeft in het afgelopen jaar: rustig blijven. “Als er een grote jongen de ring in komt met het plan mijn kop eraf te slaan, dan moet ik kalm blijven. Op de Haagse Directe zeggen ze dan: ‘je hebt het niveau, gedraag je ernaar’. Ik voel dan misschien wel angst, maar dan kan ik gewoon het gevaar tegemoet gaan”. Daarvoor is hij bokser. En door wat hij als mens heeft meegemaakt, is hij sterker geworden. Mentaal, emotioneel. Training doet wat er verder nog nodig is. Met dank aan anderen, want in het Olympisch boksen zit immers geen geld. Op de boksschool trainen Chris van Veen en Reinier van Delden met hem. Ze kennen hem door en door, want Johan bokst er al zo’n veertien jaar. Buiten de Haagse Directe begeleidt Rob Bueno de Mesquita hem deze keer met voedingsadvies en de core- en intervaltrainingen. En Johan zelf werkt nog als hovenier/boomverzorging en zoekt naar een passende baan in de HBO electrotechniek. De dagen zijn lang en zwaar. Zeker nu, met het grote Haagse boksgala op komst. Hij weegt zijn woorden zorgvuldig: “Ik zeg niet dat ik ga winnen, dat is gevaarlijk. Maar ik zeg wel dat ik er alles aan doe om te winnen. Gedik wil zich laten gelden? Daar ben ik verder niet mee bezig. Ik focus op mezelf en op mijn training. De stijlprijs hoef ik niet, het gaat me niet om mooi boksen”. Het is even stil en dan komt wat hij eigenlijk vindt. “Ik moet winnen”. En uiteindelijk: “Ik ga vechten tot mijn laatste adem”. Boksgala Haagse Directe. Er zijn nog kaarten voor Food Fight Music All Night (FFMAN) editie 2011. Een avondvullend programma met eten, entertainment en twaalf bokswedstrijden. Locatie: ‘De besturing’, Saturnusstraat, Binckhorst. Erna feest met dansen, tot half vier. Sfeer: laagdrempelig. Aanvang 18.00 uur. Zie: http://www.ffman.nl/


19

varia<

Vrijdag 4 november 2011 > Den Haag Centraal

Leidschendamse dierentrainster debuteert met konijnenboek

‘Gelukkige Stampertjes geven een high five’ Voetballen of dansen met je konijn. Het kan nog gekker. Wie goed voor zijn knaagdier zorgt, hem de juiste voeding voorschotelt, op motiverende wijze beloont en liefdevol met hem omgaat, kan Stampertje zelfs zo ver krijgen dat hij een high five geeft. Dierentrainster Bernice Muntz legt het allemaal uit in haar eerste boek dat afgelopen week verscheen. Door Sandra Put

Een dier een kunstje laten doen, gewoon omdat het leuk is. Nee, dat is voor Bernice Muntz uit Leidschendam niet de reden dat ze al jarenlang dieren traint. “Ik doe het omdat het de band tussen het baasje en het dier versterkt. Daardoor leer je je dier veel beter kennen en wordt je huisdier psychisch en fysiek veel meer gestimuleerd. Dat maakt een hond, een kat en zelfs een konijn veel gelukkiger”. Bernice begon al op jonge leeftijd met het trainen van dieren. Ze volgde een groot aantal nationale en internationale opleidingen en workshops. Inmiddels mag ze zich al heel wat jaren gedragsdeskundige en gecertificeerd trainer noemen. In 2002 richtte ze Hondenschool Vlietstede op. “Ik wilde mensen leren hoe je een hechte band kunt opbouwen met je hond”. Zelf begon ze haar inmiddels overleden konijn Diesel te trainen. “Hij rende altijd door mijn huis en begon dingen te slopen”, vertelt Bernice. “Dat wilde ik hem afleren. Ik begon hem te trainen en leerde hem spelletjes. Zo kon ik op een gegeven moment zelfs met hem een rabbitdance doen, inclusief twists en cirkels. Ik merkte aan hem dat hij er van genoot. Hij werd er gelukkiger van”.

hem ook nog eens de vrijheid geven die hij zo nodig heeft. Want konijnen zijn in de natuur ook erg actief”. Zeker omdat steeds meer mensen een konijn aanschaffen – die in verzorging nu eenmaal makkelijker is dan een hond of een kat – besloot Bernice haar trainingsmethode die ze inmiddels ook op schapen, dassen, exotische vogels en kooikarpers toepast, op papier te zetten.. “Een boek waarin ik al mijn kennis en ervaring op papier kon zetten, was al heel lang mijn wens. Ik hoop vooral dat mensen er door gaan inzien hoe ongelooflijk leuk konijnen zijn”.

Waarschuwen Maar Benice leert met haar boek ‘High Five met je konijn’ de lezer niet alleen trucjes. Sterker nog, het trainen en spelen beslaat maar een hoofdstuk. Verzorging, gezonde voeding, gezondheid en een stukje geschiedenis dat duidelijk maakt dat de Romeinen de eerste mensen waren die konijnen fokten (weliswaar om op te eten), zijn net zo belangrijk om respect te krijgen voor de hangoor, aldus Bernice. In iets meer dan zeventig bladzijden beschrijft ze onder meer hoe een konijn naast een high five geven ook kan leren dansen of voetballen. De methode heeft iets weg van

het opvoeden van een kind. Want net als bij een peuter adviseert Bernice het konijn eerst te waarschuwen als hij iets verkeerd doet. Pas daarna mag je hem afremmen bij zijn ongewenste gedrag, bijvoorbeeld wanneer hij aan de kamerplanten knaagt. Respect “Ik maak in mijn trainingen gebruik van de SATS-methode”, legt Bernice uit. “Dat staat voor Synergetische Alliantie Training Systemen. Het is een methodiek op basis van tweezijdige communicatie, van mens naar dier en andersom. De mens leert het karakter en gedrag van zijn dier herkennen en leert hoe hij daarop moet reageren om een verandering in dat gedrag aan te brengen. Het mooie van deze manier van trainen is natuurlijk sowieso het resultaat dat je ermee behaalt, maar nog meer het respect dat je naar je huisdier toont. Want het is prima dat een konijn een high five geeft, maar zijn welzijn staat altijd voorop. Dus als je een konijn hebt dat er niet van houdt om te dansen of over hindernissen te springen, dan zul je dat toch moeten accepteren”. ‘High Five met je konijn, verzorgen, opvoeden, trainen en spelen’ van Bernice Muntz. ISBN: 978-90-817713-0-6-NUR942. Prijs: € 34,50. www.dierentrainer.nl.

Bernice Muntz beschrijft onder meer hoe een konijn naast een high five geven ook kan leren dansen of voetballen. > Foto: Ronald van Driel

stadsgroen

Leren

We leren wat af. Niet alleen lezen, schrijven, met een schaar omgaan en veters strikken, maar ook de tafel van drie en de hoofdsteden in Europa. Tegelijkertijd leren we fietsen, zwemmen en hockeyen en daarna koken, strijken, golfen, motorrijden, beleidsplannen schrijven, mindfull te zijn, gelukkig te leven en om te gaan met Twitter. Wekelijks bezoek ik de boekhandel. Alvorens het gebruikelijke stapeltje tijdschriften af te rekenen struin ik graag even rond. In één van de kasten staan boeken die ons iets willen leren. Leren zoeken naar vergeten zaken, de

Waar gaat het naartoe met deze column, wat is de moraal van dit verhaal?

functie van ons brein te ontrafelen, uit patronen te stappen, gebrek aan inzichten te herkaderen, het lichaam te ontgiften, wrok om te buigen naar geluk, perfecte timing met behulp van de Keltische maankalender te agenderen, bewust te eten, iconografie in de Italiaanse kunst herkennen, mythologie te gebruiken in ons dagelijks leven, gitaar spelen, vrij tekenen en illustratief tekenen, nagelstylen met gel, coachend leidinggeven, klantgericht handelen, effectief gebruik van social media, omgaan met lastige klanten en

resultaatgericht vergaderen. Tot zo ver de boekenkast, tijd om de tijdschriften te vergaren. De tuinmagazines liggen niet op hun bekende plaats. Een korte blik bij woon- en kook-glossy’s levert niets op. Er komt hulp: ‘Het is november, dat is toch geen tijd meer voor de tuin? De tuintijdschriften liggen achter’. Waar gaat het naartoe met deze column, wat is de moraal van dit verhaal? Het gaat over leren. Uit boeken als het moet, en door te doén als het kan. En dat kan, ook al is het november! De stichting Hobbytuin Schimmelweg biedt deze, maar ook de volgende maand diverse tuinierworkshops aan. ‘Hoe haal je meer oogstresultaat uit je hobbytuin in vier lessen’. Op 13 november 2011 gaat het over composteren, op 27 november over inrichten en op 11 december over het maken van een goed teeltplan. In januari 2012 is er een vierde bijeenkomst, waarvan de deelnemers het onderwerp mogen bepalen. Geert van Poelgeest, projectcoördinator Natuur en Water van het Haags Milieucentrum is uw docent. Alle kosteloze workshops worden gegeven op zondagmiddag van 14.00 uur tot 16.00 uur. De locatie is Hobbytuinen Schimmelweg, naast nummer 200. Meld je aan via hobbytuinen@ gmail.com of per telefoon 070 -396 00 00, vraag dan even naar BOS. U zult mij hierbij even moeten missen. Ik heb nog een boel te lezen.

Wendy Hendriksen >Meer columns en een boek op www.wendyhendriksen.nl

Intelligenter Konijnen zijn volgens Bernice veel intelligenter dan de meeste mensen denken. “Het is een huisdier dat niet goed begrepen wordt. En ze verdienen het juist om met respect te worden behandeld. Als je de juiste aandacht aan je konijn besteedt en hem leert begrijpen, dan ga je echt inzien wat een konijn allemaal in zich heeft. Diesel rende zelfs terug naar zijn kooi als ik riep dat hij daarheen moest. En als je je konijn zindelijk maakt, kun je

financieel

De Haagse wetgever maakt overuren In de herfst is het spitsuur in politiek Den Haag. Het kabinet heeft zich uiterst actief betoond op fiscaal gebied. De inzet is minder belastingen, eenvoudiger fiscale wetgeving en het bestrijden van fraude. Nederland voert nu nog een kopgroep van landen in de wereld aan qua aantal belastingen, maar liefst 22. Het kabinet wil er zeven afschaffen. Dan hebben wij het ondermeer over de grondwaterbelasting, de afvalstoffenheffing, maar ook de accijns op pruim-en snuifta-

Politici willen graag problemen voor burgers en bedrijven oplossen door de inzet van fiscale instrumenten.

bak. Alles bij elkaar is daar 700 tot 800 miljoen euro mee gemoeid. Als het om de eenvoud gaat, dan worstelt iedere wetgever met een dilemma. Aan de ene kant klinkt eenvoudiger wetgeving altijd goed, maar wat komt er in de praktijk van terecht. Zelf merk ik niets van eenvoud en ik oefen het beroep van belastingadviseur al bijna 30 jaar uit. De wetgeving is de afgelopen decennia steeds ingewikkelder geworden.

Tegelijkertijd wil de wetgever oneigenlijk gebruik voorkomen, maar ook het budgettaire belang in de gaten houden. Uiteindelijk speelt de politieke afweging en prioritering een belangrijke rol. Een voorbeeld. In 2008 nam het toenmalige kabinet een hele serie van fiscale stimuleringsmaatregelen om de bestedingen en investeringen op peil te houden. Dit waren vaak tijdelijke en gerichte maatregelen. De gedachte was toen, dat wij economisch wel het ergste gezien zouden hebben na 2009 en 2010. Het tegendeel lijkt waar te zijn. Nu het einde van 2011 nadert, dreigen de landen van de Eurozone weer een recessie in te glijden. Voor de tijdelijke maatregelen ( zoals de willekeurige afschrij-

vingsmogelijkheid) is geen geld. De staat heeft een te hoge schuld en Nederland wil wel een triple-A status als debiteur houden. Dat is het verhaal van het kabinet, zelf denk ik dat er ook een andere politieke keuze denkbaar was geweest. In plaats van zeven belastingen af te schaffen die overwegend geen directe pijn doen bij de burger, had het kabinet een pot van 700 à 800 miljoen gehad om de economie te

kunnen faciliteren. Bijvoorbeeld door de faciliteit van de willekeurige afschrijving overeind te houden. Dat zou goed voor de lange termijninvesteringen in Nederland geweest zijn. En daar is werkgelegenheid mee gemoeid. Juist nu de werkloosheid fors oploopt is het alle hens aan dek om de economische groei een duwtje te geven.

Nederland voert nu nog een kopgroep van landen in de wereld aan qua aantal belastingen, maar liefst 22 Marnix van Rij Belastingadviseur bij Ernst & Young www.ey.nl


20>society

Den Haag Centraal > Vrijdag 4 november 2011

vilan, renate & de residentie

‘Raise your hand, mister Melody!’ We waren allemaal aanwezig in het mooie Carlton Ambassador Hotel: Urban Girls die met een glas in de hand uitkeken naar de boekpresentatie. Die avond verscheen The Urban Girl’s Manifesto. Dat mag u niet onderschatten in deze tijd van internationalisering en feminisering. Houdt u even de stoelleuning vast, want hier komt de ondertitel: ‘The ultimate guide to women-owned businesses in The Hague, featuring entrepeneurs YOU need to know’. Wij dachten dus, dat het Manifesto wel zo dik zou zijn als een old skool telefoonboek. Of zo dun als het visitekaartje van een helderziende. Daartussen leek ons niets mogelijk. Urban Girls dus, met enkele mannen, dat waren husbands of business partners, zei Suzy Ogé desgevraagd. Ook was er die avond een kind aanwezig. Suzy, die de community manager is van het Women’s Business Initiative International, is een hogere Urban Girl, maar nog niet de hoogste. Dat is Melody Biringer. Zij heeft het allemaal bedacht. Het Crave-concept. Alle Urban Girls luisterden aandachtig hoe Melody, speciaal overgevlogen uit the States, haar levensverhaal in optimistisch Engels vertelde. Ze was voor zichzelf begonnen in Seattle waar ze woonde met haar man. Die was hier ook aanwezig: ‘Raise your hand, mister Melody!’. De sukkel deed het. Nou, de business ging ooit knap beroerd bij Melody en ze maakte allerlei fouten (het boek daarover was te koop) en pas toen ze ontzettend had moeten huilen, kwam ze op het idee van Crave. Dat woord sprak toch voor zich! Everything a woman craves. En toen ging het snel, vertelde Melody, en kijk nou eens. In tientallen landen verscheen een Crave-gids, vol met female entrepeneurs, gidsen die steeds nieuwe edities beleefden. De Urban Girls vonden het great om te horen en wij ook. Zo’n sympathieke Melody die even een internationaal concept neerzet en daar ongetwijfeld slapend rijk van wordt. We gunden het haar van harte. Want hoe zit het met dat Manifesto: daar staan prachtige advertorials in, verrijkt met diepzinnige levenswijsheden en ontroerende foto’s van bijvoorbeeld bloemen. Wij vonden het een briljant verdienmodel. Om zo’n idee te krijgen, willen wij ook wel eens huilen in de huiskamer. De avond werd vooral gevuld met netwerken. Daartoe hadden de Urban Girls een sticker op hun kledij geplakt gekregen waarop alleen hun voornaam stond. Er werden producten en diensten van, voor en door de Urban Girls verloot, die natuurlijk ook in het Manifesto stonden. Er was gratis drank, gesponsord door een Urban Girl. Ook riep de alomaanwezige Melody alle vrouwen op met blauwe nagellak: ‘Raise your hands if you have blue nails!’. Wij zagen volop handen in de lucht en begrepen een beauty trend te hebben gemist. De blauwe nagels moesten in een kring staan en de vingers naar elkaar toe steken. Zo werd een foto gemaakt. Het was informeel en gezellig. Naarmate de uren verstreken, werd het aanzienlijk warmer (ventilatie was er dachten wij niet), de Urban Girls spraken luider en met steeds hogere stemmen, en wij moesten van alle opwinding even op een tafeltje met folders leunen. Zitplaatsen waren er niet.

En zien we daar links nu Mabel? Of is het Lousewies? > Foto's Otto Snoek

Maar staan blauw gelakte nagels bij een paars truitje?

Urban glasses.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we ons daarna terugtrokken met het schoolboekje dat het Manifesto bleek te zijn. In de lounge van het Carlton gingen we zitten. We waren nieuwsgierig om te zien wie er nu eigenlijk aanwezig waren. Daarna durfden we niet meer terug. Het aanbod van female entrepeneurs was overweldigend, van yoga tot masseuse, van advocaat tot makelaar. De vrouwen

op de foto leken stuk voor stuk intelligente vakvrouwen, bedeeld met een voor- en achternaam, vrouwen die we nauwelijks konden plaatsen in de zijzaal vol losgeslagen Urban Girls. Iemand gebeld hebben we dus nog niet, het beeld van de blauwe nagellak was toch wat beklemmender dan we dachten. Vilan van de Loo

Onze fotograaf is ook dol op het vastleggen van collega's.

dhc-234  

Interview Ashok Pathak: van het hof naar de Schilderswijk }&lt; ( l ( t p $ = a d b c a e &lt; Een échte Haagse krant Vrijdag 4 november 201...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you