Page 1

jaargang 2009: nummer 7

Inhoud 4

Dankzij de gezinsbegeleiding loopt alles weer op rolletjes Bruno en Hendrika vertellen over hun ervaring met de gezinsbegeleiding

10 Cluster NoordDeurningen Intensieve begeleiding en dagbesteding op een prachtige locatie

14 Hechting bij kinderen met een verstandelijke beperking De expertisegroep van de afdeling Zorgondersteuning en Behandeling legt uit

20 CCR-v ‘We moeten het goede behouden.’

Kahraman Durmus

op zijn plek in Noord-Deurningen


Colofon Uitgave Aveleijn Grotestraat Telefoon: E-mail: Internet:

260, 7622 GW Borne 074 - 255 66 00 info@aveleijn.nl www.aveleijn.nl

Doelgroep Spigul is bedoeld voor medewerkers, vrijwilligers, verwanten en externe relaties van Aveleijn. De redactie behoudt zich het recht voor om artikelen te weigeren of in aangepaste vorm te plaatsen.

Doelstelling Spigul wil een beeld geven van de ontwikkelingen binnen Aveleijn en de betrokkenheid van velen gestalte geven.

Van de redactie Er ligt weer een Spigul voor u. Later dan beloofd door de ontwikkelingen die u ongetwijfeld niet ontgaan zijn. Wij hebben afscheid genomen van onze bestuurder die tevens hoofdredacteur was van Spigul. Dat heeft zo zijn gevolgen.

Vertrouwenspersonen Gerda Zeijlstra (cliënten en verwanten) Telefoon: 06 - 136 97 407 Anneke Kosse (cliënten Dagbesteding) Telefoon: 0541 - 53 11 09 Annelies Schijf (medewerkers) Telefoon: 06 - 525 01 589 Siny Oude Nijhuis (medewerkers) Telefoon: 06 - 250 38 696

Klachtencommissie Telefoon: 074 - 255 66 07

(secretariaat)

Centrale Cliëntenraad-verwanten Telefoon: 0546 - 82 84 91

(secretariaat)

Centrale Cliëntenraad-cliënten Johan Ooink op den Dijk Telefoon: 06 - 237 08 992 (voorzitter)

De Centrale Cliëntenraad-verwanten en het managementteam van Aveleijn vertellen u in deze Spigul hoe zij de gebeurtenissen van de afgelopen weken ervaren hebben en vooral hoe zij nu naar de toekomst willen kijken. De OR kijkt vooruit met een 10-stappenplan. Dit plan is naar alle medewerkers gemaild en is bovendien in te zien op intranet. Het MT spreekt van een stormachtige herfst en werkt hard naar een rustige winter toe. De CCR-v kijkt kritisch naar wat er speelt en wil vooral voor de cliënten het goede behouden. De dagelijkse zorg aan onze cliënten blijft door de inzet van alle medewerkers van Aveleijn natuurlijk gewoon doorgaan. En ook de verhalen die daarbij horen vindt u in deze Spigul. Wij wandelen met u rustig door een prachtig gekleurd landschap van de intensieve begeleidingsgroep in Noord-Deurningen met een omweggetje langs de gezinsbegeleiding, dwars door de afdeling Zorgondersteuning en Behandeling naar de Cliniclowns bij de Klimop. Kijk vooral links en rechts van u. Er is veel te zien. Prettige feestdagen! Caren Snikkers


P&O Wij hebben zoals velen van u de afgelopen weken de berichtgeving gevolgd over onze organisatie.

!

We kregen reacties met een zeer diverse inhoud.

Opinie

De situatie liet ook ons niet koud. 3

Stormachtige herfst Een terugblik

bestuur Aveleijn in een volgende fase brengt. Een fase waarin, ondanks alles, onze 2300 cliënten voorop blijven staan en de 1700 medewerkers in de beste omstandigheden het werk kunnen verrichten. Natuurlijk realiseren we ons dat er, net als in iedere organisatie, verbeterpunten zijn. We zullen deze punten identificeren en in goed overleg met de verschillende geledingen adequaat aanpakken. Vanzelfsprekend mogen onze cliënten van ons verwachten dat ze de goede zorg blijven krijgen die ze gewend zijn. We hebben de nadrukkelijke wens uitgesproken om direct een vaste bestuurder aan te stellen en niet eerst een interim bestuurder.

In september werd bekend dat de Raad van Toezicht met de bestuurder een hypothecaire constructie was overeengekomen. We hebben toen direct, bij zowel de Raad van Toezicht als de bestuurder, onomwonden aangegeven deze constructie onjuist en maatschappelijk onverantwoord te vinden. Wij hebben vervolgens aan de Raad van Toezicht gevraagd om zich op haar positie te beraden. Toen vervolgens de verschillende partijen (Raad van Toezicht, de bestuurder, Ondernemingsraad, Centrale Cliëntenraad verwanten en Centrale Cliëntenraad cliënten) hun posities innamen en de pers er garen bij spon, hebben we opgeroepen met elkaar in gesprek te blijven om naar oplossingen te zoeken. Deze oproep hebben we steeds consequent naar partijen gecommuniceerd.

Saamhorigheid en betrokkenheid

De media Er volgde een ongekende media­ belangstelling. Geledingen binnen Aveleijn roerden zich, waarbij de positie van bestuurder en Raad van Toezicht in het geding kwamen. De diverse media berichtten over deze zaak maar gaven geen compleet en nauwkeurig beeld van de gang van zaken. We werden meer dan eens

afgedaan als een op winst gerichte instelling, waar zorgvragers, cliënten en ouders afgescheept worden met een ondermaats zorgaanbod. Dit deed ons pijn. Met z’n allen werken

we juist iedere dag keihard voor de beste zorg aan onze cliënten.

Een nieuw bestuur Van groot belang is dat een nieuw

Een ding is zeker: velen hebben zich bijzonder betrokken gevoeld bij de gebeurtenissen van de afgelopen periode. Mensen hebben laten zien dat het ze raakt als de organisatie geraakt wordt. Deze bijzondere vorm van betrokkenheid is iets om trots op te zijn. Het geeft energie van saamhorigheid. Energie die wij, zeker nu, nodig hebben om met elkaar weer in de goede groef te komen. Zodat wij gezamenlijk en met opgeheven hoofden de toekomst tegemoet kunnen treden. (het managementteam)


Bruno en Hendrika Mengerink krijgen gezinsbegeleiding van Aveleijn. Drie medewerkers ondersteunen het stel bij de huishouding en bij de opvoeding van hun dochtertje Elisa. In dit artikel vertellen Bruno en Hendrika openhartig

Interview Bruno (39) en Hendrika (35) Mengerink- Diekmann leven samen met hun babydochter Elisa en twee katten in een gezellige hobbykamerwoning in Enschede-zuid. Het is er gezellig, schoon en opgeruimd. Terwijl ze openhartig vertellen over hun ervaringen met gezinsbegeleiding, ligt baby Elisa op de grond te spelen. Af en toe kraait ze van plezier. Het stel heeft nog een dochter, Helma (8), zij is in 2006 uit huis geplaatst. ‘Je had hier anderhalf jaar geleden niet moeten komen,’ stelt Hendrika. ‘Toen was het echt een zooitje.’ De oorzaak waren relatieproblemen tussen haar en Bruno. Beiden kampten met depressies na de uithuisplaatsing van Helma. Omdat ze het samen niet aankonden, werd het stel via MEE Twente doorverwezen voor gezinsbegeleiding van Aveleijn. Hendrika bekent dat ze aanvankelijk wel huiverig waren, gezien hun negatieve ervaringen met een gezinsbegeleider van een andere instelling. ‘Die kwam hier wekelijks anderhalf uur zitten, een beetje kletsen en knutselen en dat was het. Terwijl ik graag ondersteuning wil bij het runnen van de huishouding en bij de opvoeding.’ ‘Dat is ook gebeurd’, bevestigt Ruth Ordelmans. Zij begeleidde het gezin van begin vorig jaar tot afgelopen zomer en keek samen met Bruno en Hendrika naar wat er nodig was. Ze begonnen ermee om samen het huis op orde te brengen. ‘We heb-

?

OR over hun ervaringen met gezinsbegeleiding.

CCR

P&O

Dankzij gezinsbegeleiding loopt alles weer op rolletjes OGW ben spulletjes uitgezocht en opgeruimd en ik heb samen met Hendrika en Bruno een huishoudschema gemaakt.’ Hendrika licht toe: ‘Door dat schema weet ik precies wat ik moet doen en kan ik het huis op orde houden. Ik doe elke dag iets, vandaag heb ik bijvoorbeeld de keuken uitgesopt.’ Ook Bruno heeft naast zijn baan in de vleesverwerkende industrie huishoudelijke taken af te werken, zoals stofzuigen, dweilen en de kattenbak schoonmaken. ‘Ik ben hartstikke blij met het schema, want het werkt gewoon goed. Al blijven het wel vervelende klusjes’, lacht hij.

Goed op de rit Daarnaast heeft het echtpaar behoefte aan hulp en advies bij de opvoeding van Elisa. Ruth ging daarom met Hendrika mee naar het consultatiebureau, zodat haar cliënt de informatie die ze daar krijgt later

nog eens met haar kan doorspreken. Inmiddels gaat Hendrika zelf, meldt ze trots. Ook adviseerde Ruth Hendrika over het voeden van haar kind. ‘Dat voedingsschema zat er niet in bij Hendrika. Maar nadat ik het met haar heb doorgenomen, had Hendrika het meteen wel goed op de rit.’ Hendrika knikt en somt – terwijl ze Elisa de fles geeft – de vaste tijden op wanneer haar kindje een fles, boterham, fruit of een warme maaltijd krijgt. Om ervoor te zorgen dat het hele gezin gezond eet, spreekt Hendrika wekelijks met Ruths opvolger Carolien Deterink het weekmenu door. ‘Carolien en ik kijken dan wat er in het pakket van de Voedselbank zit en stellen daar een menu mee samen’, vertelt Hendrika. Dat pakket is pure noodzaak, legt Hendrika uit. Zij en Bruno moeten rondkomen van nog geen tientje per dag. Iets wat niet meevalt,

zeker omdat luiers en voeding voor Elisa al de helf t van dit krappe budget opslurpen. Gelukkig krijgen ze ook hulp bij hun financiële zaken, hiermee assisteert Sonja Griepink hen. Sonja houdt zich als persoonlijk begeleider van het gezin tevens bezig met de grote lijnen. Bruno en Hendrika praten ook veel met haar, onder meer over persoonlijke zaken. Al moest Bruno daar wel eerst iets voor overwinnen. ‘Ik moest ze eerst niet, die begeleiders. Ik was wantrouwig, bang dat net als in het verleden dingen die ik vertelde tegen me gebruikt zouden worden. Maar er gebeurt gelukkig niets achter mijn rug om. Begeleiders hebben een open houding en zeggen waar het op staat. Je weet waar je aan toe bent en dat wekt vertrouwen.’

Een beetje ouwehoeren Bruno noemt de begeleiders ‘lieve meiden’, die op hun beurt ook streng kunnen zijn. ‘Ze tikken je op de vingers wanneer zaken niet goed gaan. Dat is niet leuk, maar soms wel nodig.’ De communicatie verloopt prettig. Bruno vertelt: ‘Natuurlijk bespreken we veel serieuze zaken, maar er is ook ruimte voor geintjes. Ik houd wel van een beetje ouwehoeren.’ Op de vraag hoe de gezinsbegeleiding hen bevalt, antwoorden Hendrika en Bruno eensgezind ‘heel goed’. De begeleiders helpen hen bij alles wat nodig is en zaken


5 lopen weer op rolletjes. Al vindt Hendrika het soms wel vervelend dat begeleiders soms later komen dan afgesproken. ‘Dan heb ik snel het huis aan kant gemaakt omdat er iemand komt en kan ik vervolgens gaan zitten wachten.’ Naast vaste tijden heeft Hendrika ook graag vaste begeleiders. ‘Toen Ruth wegging moest ik wel huilen. Gelukkig heb ik met haar opvolger Carolien nu ook een goede band.’ Dankzij Aveleijn hebben Bruno en Hendrika bovendien hun vriendenkring uitgebreid. Hendrika vertelt dat ze een leuke vriendin heeft ontmoet tijdens de wekelijkse inloop voor gezinnen die door Aveleijn worden begeleid. Zij woont enkele deuren verderop en heeft ook een partner, met wie Bruno regelmatig optrekt. ‘We gaan samen hardlopen of achter de pc’, vertelt hij. Ook bij de dagbesteding van Aveleijn aan de Lijsterstraat, waar Hendrika tweemaal per week naartoe gaat, heeft ze leuke contacten. Hendrika is tevens zeer lovend over de uitstapjes die de gezinsbegeleiders jaarlijks organiseren voor hun cliënten. Deze worden betaald uit kwaliteitsgelden. ‘We zijn al naar het Dolfinarium geweest en gaan nog naar Warner Bros Movie World. Dat zijn leuke dingen die we zelf niet kunnen betalen. Voor mij zijn die dagen pure ontspanning. Ik leef er echt naartoe en verheug me er al maanden van tevoren op.’ (martine de klein)

bruno, hendrika en dochter elisa


Achtergrond

?

OR

CCR

P&O

OGW

de gezinsbegeleiders van aveleijn

Gezinsbegeleiding is vrij nieuw binnen Aveleijn, vertelt Carla Oude Ophuis. ‘We bieden het nu zo’n jaar of vijf aan. Destijds bleek dat er vraag naar was. We kregen verzoeken voor gezinsbegeleiding via hulpverleners en van cliënten met kinderen.’ Inmiddels zijn er vele tientallen (assistent)gezinsbegeleiders bij Aveleijn actief. En hun aantal blijft waarschijnlijk toenemen gezien de groeiende vraag, verwacht Carla. Zij en Leonie Stokkentre focussen zich binnen de afdeling Zorgondersteuning en Behandeling op gezinnen.

Ouder-kindrelatie G ezinsbegeleiding

is volgens Leonie Stokkentre gericht op het in stand houden van de ouder-kind relatie. ‘Zodat ouders zelf op een veilige manier voor hun kinderen kunnen zorgen.’ Leidend hierin is de wens

Wat is gezinsbegeleiding en hoe krijgt dit vorm binnen Aveleijn? Gedragswetenschappers Carla Oude Ophuis-Pijfers en Leonie Stokkentre van de afdeling Zorgondersteuning en Behandeling geven uitleg.

Aveleijn investeert in gezinnen van de ouders om hun kinderen zelf op te voeden en de wens van kinderen om zich in de thuissituatie te ontwikkelen tot volwassenheid. De begeleiding is meestal langdurig van aard: ‘Want door de ontwikkeling van kinderen kampen ouders met steeds nieuwe opvoedingsvragen.’ Aveleijn richt zich op gezinnen waarvan tenminste één ouder of

kind kampt met een (lichte) verstandelijke handicap. Soms is er tevens sprake van psychische en/of psychosociale beperkingen. Gezinsbegeleiding kent een systeemgerichte aanpak. Dit betekent dat medewerkers bij de begeleiding van een gezinslid rekening houden met het hele gezinssysteem. Vaak werken begeleiders ook samen met

andere instanties die contact hebben met het gezin, zoals scholen, een gezinsvoogd of andere hulpverleners.

Opleidingen Bij Aveleijn zijn gespecialiseerde medewerkers in dienst voor gezinsbegeleiding. Assistent-begeleiders voeren werkzaamheden uit onder verantwoordelijkheid van begeleiders. Alle begeleiders hebben de cursus Intensief Ambulante Thuisbegeleiding (IAT) gevolgd, voor assistent-begeleiders is deze training niet vereist. Binnen Aveleijn hebben ongeveer vijftig medewerkers de cursus doorlopen. Begin 2010 start er weer een nieuwe groep. IAT bestaat uit twaalf theoretische dagdelen en een stage. Hierbij leren medewerkers om procesmatig en


7

methodisch te werken, waarbij ze ouders voortdurend betrekken bij gewenste veranderingen. Carla Oude Ophuis legt uit: ‘We oefenen praktische vaardigheden, zoals een kennismakingsgesprek en een observatie. Ook komt gestructureerd werken aan bod. Hoe zorg je ervoor dat je als begeleider niet teveel ad hoc bezig bent en geef je samen met cliënten richting aan doelen?’ Die doelen worden volgens Carla vaak het best bereikt in kleine concrete stapjes die begrijpelijk zijn voor de doelgroep. Ze noemt als voorbeeld een gezin dat de sfeer aan tafel wil verbeteren. ‘De begeleider heeft toen samen met moeder bekeken hoe zij meer interesse kon tonen in haar zoon. Doordat de moeder haar kind iedere avond ging vragen hoe zijn dag was geweest,

verbeterde de sfeer in het gezin aanzienlijk. Zo hebben kleine stapjes vaak een groot effect.’ Als vervolg op de IAT kunnen begeleiders kiezen voor de post-HBO opleiding Praktische Pedagogische Gezinsbegeleiding (PPG). Net als bij de IAT staat bij deze cursus opvoedingsondersteuning centraal. In 22 dagdelen en praktijkoefeningen leren begeleiders hoe ze ouders nog beter kunnen begrijpen en begeleiden. Verder volgden vorig jaar zes gezinsbegeleiders van Aveleijn een TOP-PPG. Door middel van een stage (die bestaat uit minimaal zestien huisbezoeken) en supervisiebijeenkomsten hebben deze begeleiders geleerd om de vaardigheden uit de basiscursus PPG toe te passen bij het werken met meer com-

plexe opvoedingsproblemen. Deze maand start er wederom een kleine groep begeleiders met de opleiding TOP-PPG.

Noviteiten Naast scholing is er ook intervisie, vertelt Leonie Stokkentre. ‘Niet alleen binnen teams, maar ook organisatiebreed. Zo hebben we vorige maand vanuit onze afdeling Zorgondersteuning en Behandeling voor het eerst een ochtend gehouden voor gezinsbegeleiders. We hebben toen verteld over nieuwe ontwikkelingen en mensen konden ervaringen uitwisselen. Het bleek dat veel begeleiders hieraan behoef te hadden. Om die reden zullen we vaker speciale bijeenkomsten gaan organiseren voor gezinsbegeleiders.’

Tijdens de informatieochtend werden ook noviteiten voor gezinsbegeleiders gepresenteerd. Zoals de koffer Kijk op Kinderwens, die eventuele kinderwensen bij ouders makkelijker bespreekbaar maakt. Ook was er uitleg over de gezinsvragenlijst, volgens Leonie een handig meetinstrument die begeleiders een goed beeld geeft van het functioneren van gezinnen. Leonie Stokkentre geeft met deze voorbeelden aan dat Aveleijn gezinsbegeleiding belangrijk vindt en daar volop in blijft investeren. ‘We volgen de ontwikkelingen op dat gebied nauwgezet en zorgen ervoor dat medewerkers beschikken over de juiste kennis, vaardigheden en houding en deze naar de praktijk toe kunnen vertalen.’ (martine de klein)


Peter van Beek woont in den Vijfhoek in

??

Kort nieuws OROR

CCR CCR

P&PO&O

Oldenzaal. Een tijdje geleden kon hij als extramurale cliënt voor zorg terugvallen op woonlocatie de Citadel van Aveleijn. Intussen is het aantal extramurale cliënten zo sterk

OGW OGW

gegroeid in Oldenzaal dat terugvallen op de Citadel niet meer goed in te richten is voor de cliënten die geen indicatie hebben voor

Veilig gevoel onderweg

peter van beek

Jubileum Op 10 november 2009 was Marian Everlo 40 jaar in dienst bij Aveleijn.

Peter mist deze terugvalmogelijkheid. Hij heeft epilepsie en heeft het gevoel van de veiligheid van een achterwacht nodig. Zijn broer hoorde van een pilot-project van Carint, waarbij mensen met behulp van een GPS-alarmsysteem gemakkelijk in direct contact kunnen komen met hulpverlening bij noodgevallen of moeilijke situaties. Peter wilde graag meedoen aan deze pilot. Sinds mei van dit jaar draagt hij het apparaatje (dat lijkt op een simpele mobiele telefoon) om zijn nek als hij de deur uit gaat. Peter gaat weer met een gerust hart een stuk fietsen. Het apparaatje werkt met satellietsignalen en heeft dus een onbeperkt bereik. Hij weet dat wanneer er iets gebeurt hij om hulp kan vragen. De hulpverleners kunnen zelfs zien waar Peter zich op dat moment bevindt als dat nodig mocht zijn. Drukt Peter op de noodknop dan is er een spreek- luister verbinding om de situatie te beoordelen. Er wordt dan overlegd met de verpleegkundige van Carint en deze schat in wat er moet gebeuren. Het kan dan bijvoorbeeld zijn dat er iemand van Carint bij hem aan huis komt.

Tijdens de receptie die voor haar werd gehouden keken de vele aanwezigen terug op Marian en haar grote inzet voor de organisatie. Marian werd alom geroemd om haar nimmer aflatende inzet, gedrevenheid en betrokkenheid. Ouders en verwanten vonden haar warm en toegankelijk, vertrouwd.

Peter weet ook heel goed dat deze mogelijkheid geldt bij noodsituaties en niet als hij bijvoorbeeld ruzie heeft met zijn vriendin of de begeleiding. De pilot was een groot succes, Peter voelt zich echt veiliger. Sinds augustus doet Peter dus definitief mee met het project. Dat is ook een grote geruststelling voor zijn ouders en zijn broer. Zij weten dat er hulp is voor Peter, mocht hij door zijn epilepsie ergens onderweg in de problemen raken.

Aveleijn is Marian zeer erkentelijk voor de wijze waarop zij in de afgelopen veertig jaar invulling en uitvoering heeft gegeven aan de diverse functies die zij heeft bekleed. Dit deed en doet zij altijd nog op een bijzondere betrokken en integere wijze met veel steun naar de cliënt waar het immer omgaat. Aveleijn hoopt nog een aantal jaren van haar kwaliteiten gebruik te mogen maken. (jacob pol, regiodirecteur)

24-uurs extramurale begeleiding.

marian everlo

‘Dit is een mooi initiatief en het geeft ook blijk van een goede samenwerking tussen twee zorgaanbieders’, vindt Erna Knip, clustermanager bij Aveleijn. Ook begeleider Lenie Bode ziet de voordelen: ‘Peter is mobieler en niet zo afhankelijk van anderen. Dat geeft hem een grotere vrijheid en zelfstandigheid.’


9

Even voorstellen…

v.l.n.r. mattijs schurink, chris wanrooij, sebastiaan van der valk, valerie rings en marieke nijland

Mattijs Schurink heeft de laatste anderhalf jaar gewerkt als ICT consultant in Den Haag. Daarvoor heeft hij Bestuurskunde – European Studies gestudeerd in Enschede en Munster. Mattijs heeft bewust gekozen voor de zorg en in het bijzonder Aveleijn, omdat hij een maatschappelijk waarde zoekt in de resultaten van zijn werk.

Misschien heb je de nieuwe managementtrainees al eens zien rond-

Valerie Rings heeft in Groningen sociologie gestudeerd. Door haar bijbaantjes en afstudeerstage heeft zij bij verschillende zorginstellingen kunnen rondkijken. Valerie heeft tevens cliënt-tevredenheidsinterviews afgenomen in de ouderenzorg en onderzocht waarom werknemers in de zorg ontslag nemen.

met de huidige managementtrainees Marjolein Vaags en Melinda

Sebastiaan van der Valk heeft de studies HEAO Commerciële Economie (HAN Nijmegen) en Strategic Management (Universiteit van Tilburg) afgerond. Hij kiest voor Aveleijn omdat hij graag werkt voor een organisatie waarin kwaliteit en passie voorop staan. De functie

lopen op een van de clusters. Sinds 1 september zijn ze begonnen; een diverse en enthousiaste groep met elk hun eigen specialiteit.

Wat doet een managementtrainee? Kort gezegd ondersteunen ze de organisatie op allerlei vlakken. Met nieuwe ideeën en een frisse blik zullen ze bijdragen aan een nog betere organisatie, deels in samenwerking

Deverson. De managementtrainees worden ondersteund door het MT.

‘Onze indruk van Aveleijn is dat het een levendige, groeiende organisatie is waarin met passie en professionaliteit op een unieke manier zorg wordt geboden aan haar cliënten.”

managementtrainee biedt hem de mogelijkheid verder bij te dragen aan deze eigenschappen en zichzelf verder te ontwikkelen in de toekomst. Chris Wanrooij heeft psychologie en onderwijskunde gestudeerd aan

de Universiteit Twente. Hij begon zijn loopbaan als docent aan een universiteit in China. Na een blauwe maandag bij de Gemeente Enschede is Chris blij aan de slag te kunnen als managementtrainee bij Aveleijn; een fantastische plek!

Marieke Nijland heeft psychologie gestudeerd in Groningen, met als master de richting arbeids-, organisatie- en personeelspsychologie. Hiervoor heeft Marieke als intercedent en assessmentpsycholoog gewerkt. Marieke hoopt met haar kennis en opgedane ervaring bij te kunnen dragen aan een nog betere organisatie en daarnaast een heleboel te leren. De managementtrainees werken aan verschillende projecten, enkele voorbeelden hiervan zijn: een onderzoek naar het toepassen van technologie in de zorg, Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, onderzoek naar de persoonlijke ontwikkeling van cliënten op dagbesteding, een onderzoek naar het ontwikkelen en implementeren van beleid, een plan voor de overstap naar zelfstandig wonen, verbetering van de informatievoorziening van het managementteam, verkennen van de mogelijkheden en kansen in Duitsland en het ontwikkelen van cursussen voor cliënten.


In Noord-Deurningen, op het terrein van de St. Nicolaas Stichting, wonen en werken cliënten van Aveleijn die intensieve begeleiding en individuele begeleiding krijgen. Het cluster biedt mogelijkheden voor een heel

Achtergrond

?

CCR brede groep, voor ‘werkers’ OR en ‘belevers’.

P&O

‘Ik wil hier blijven OGW werken tot 94 jaar’ migen zijn echte ‘belevers’. Bij hen draait het om de manier waarop zij bezig zijn en zintuiglijk en door handelingen leren.’

Structuur

De cliënten van de Intensieve Begeleidingsgroep (IBG) leven en werken met een vast dagschema. Zij zijn gebaat bij regelmaat en een begrensde prikkelarme omgeving. De rust en ruimte die de locatie biedt werkt daar goed aan mee. Robert Stege, begeleider van het cluster Noord-Deurningen, ziet hoe cliënten hier opbloeien. ‘Wij kunnen hier veel verschillende activiteiten aanbieden, legt hij uit. Vooral onze cliënten uit de IBG groep zijn gebaat bij echt ‘maatwerk’. Zij ontwikkelen zich het beste wanneer ze zich rustig en veilig voelen. Som-

Kahraman Durmus bijvoorbeeld is een 32-jarige man die zijn leef- en werkwereld met veel wantrouwen bekijkt’, vertelt zijn begeleider Carin Rouhof. ‘Sinds februari 2008 woont hij in zijn eigen appartement in Noord-Deurningen. Hij werkt hier ook in de dagbesteding. Door het bieden van een duidelijke structuur beleeft Kahraman veiligheid en bescherming. Zijn wantrouwen neemt af. Hierdoor hebben we veel minder te maken met gedragsproblemen. De talenten en de persoonlijkheid van Kahraman worden niet meer overschaduwd door spanning en agressief gedrag. Wij zien een hele duidelijke goede ontwikkeling’, aldus Carin. De begeleiders stellen elke dag een vast activiteitenschema op. Per seizoen passen ze de werkzaamheden van Kahraman aan. Hierbij letten ze nauwkeurig op wat hij aan kan en ze zorgen voor voldoende uitdaging in de handelingen. Kahraman zelf is duidelijk trots op de producten die hij maakt. Carin en haar collega Suze Sleiderink zijn ook bezig om de soci-

ale interacties van Kahraman stap voor stap meer inhoud te geven. Ze nemen hem mee uit wandelen of brengen een bezoekje aan boerderij Hoeve de Lange Braak. Het doel is Kahraman in de toekomst weer in kleine groepjes te kunnen laten functioneren. De begeleiders werken nauw samen met gedragswetenschapper Nadine van Asperen en de begeleiders van wonen. ‘Voor Kahraman is het heel prettig dat hij door de mensen om hem heen op dezelfde, voor hem duidelijke manier, wordt benaderd’, zegt Carin. ‘We hebben hierdoor de afgelopen anderhalf jaar steeds meer mooie en blije momenten met hem meegemaakt. Kahraman geeft zijn tevredenheid zelf weer met de vraag aan zijn begeleider: ‘Carin, ik wil hier graag blijven werken tot 94 jaar, hoe oud ben jij dan?’ Kahraman mag dus, net als de andere cliënten, activiteiten doen die goed bij zijn belevingswereld passen. ‘We wisselen wel zijn werkzaamheden af met andere handelingen, zodat hij ook zijn talenten op ander vlak kan ontwikkelen, benadrukt Robert. Die afwisseling houdt het voor de cliënt interessant. En als hij na een tijdje toch weer bezig wil met bijvoorbeeld zijn sieraden, dan is dat natuurlijk prima.’

‘Als cliënten aangeven iets anders te willen leren of doen, dan bieden de mogelijkheden die wij hier hebben altijd wel een oplossing’, zegt Robert.

Rendement De sieraden die Kahraman maakt worden ook verkocht in de winkel ‘de Gravenallee’. ‘Er wordt een soort van rendement gehaald uit de productie. Niet dat we veel geld gaan verdienen’, lacht Robert, ‘maar cliënten zien dat hun werkzaamheden iets opleveren. Dat geeft het gevoel dat er iets is bereikt. Dat maakt ze trots op wat ze


11

presteren. Dat geldt ook voor de werkzaamheden op de boerderij. Levende have en moestuinwerk is niet vrijblijvend, er moet elke dag iets gebeuren om het draaiende te houden. Dat vraagt van de cliënt verantwoordelijkheidsgevoel en betrokkenheid. ‘Een mooi voorbeeld is het grootbrengen van kuikens die als mesthaantjes worden verkocht. De cliën-

ten zien dat de inspanningen letterlijk iets laten groeien en vervolgens iets laten opleveren.’

kunnen werken en er zijn taken voor diegenen die veel structuur en begeleiding behoeven.

‘We hebben nog echte werkers nodig,’ zegt Robert. Er zijn industriële en creatieve werkzaamheden in een begrensde omgeving voor hen die zich beter voelen bij minder prikkels en meer vrijblijvendheid. Er zijn taken voor cliënten die heel zelfstandig

Door deze diversiteit aan activiteiten zien we hier ook een heel brede doorsnee van de doelgroep. Dat maakt het werken voor ons als begeleiders misschien complexer, maar ook uitdagender. Daarbij komt dat in Noord-Deurningen dagbeste-

ding en wonen naast en door elkaar lopen. Het team is goed op elkaar ingespeeld, vindt Robert. ‘In het begin moesten we veel leren van elkaar. Dagbesteding is toch een andere tak van sport dan wonen. We werken dan ook intensief samen om voor de cliënt de beste zorg te bieden. Dat vraagt wel iets van het team en ik vind dat iedereen zich vol daarvoor inzet.’


Cliniclowns bij de Klimop Speciaal voor kinderen met een verstandelijke of meervoudige handicap heeft Cliniclowns het Klein Zintuigenorkest ontwikkeld. Dit is een creatieve en vooral vrolijke voorstelling waarin alle zintuigen van het kind geprikkeld worden. Maud Miedema, spelbegeleider, haalde de Cliniclowns naar locatie de Klimop in Enschede: ‘We zijn bij de theatertour geweest en op de site van de cliniclowns stond dat je ze kon uitnodigen, dat liet ik me geen twee keer zeggen! De Clowns Gigi, Polleke en Biba lieten ons genieten van hun muziek maar ze hebben ons ook heel goed mee laten doen. Volgend jaar nodigen we ze zeker weer uit’, zegt Maud stellig.

Drie clowns speelden in een groot orkest, keurig netjes! Let goed op, zit goed stil. Maar wat als je daar niet zo goed in bent? Wat als je nou juist overal aan wilt zitten, alles wilt aaien, er naar graaien en eraan snuffelen? Dan spring je op een mooie dag de wijde wereld in, op zoek naar orkestleden die ook niet stil kunnen zitten… Kijken naar mooie kleuren, wapperende voel-de-wind-doeken, klepperende koele sleutelbossen. Snuffelen aan de geur van een mandarijntje en zachtjes meedeinen op zachte zwoele zinderende muziek.

niels

orlando

de rakkers

polleke en gigi


Vrijdagochtend, kwart over negen. Na een wandeling door het Van Heek park kom ik aan bij Wattez. Een prachtige lunchroom, dat zojuist haar anderhalf jarig jubileum heeft gevierd. 13

Net een schilderij! Na een begroeting door het hele team is het tijd voor een interview. Onder het genot van een kop thee begint ons gesprek. Vol trots vertellen de medewerkers, cliënten van Aveleijn, over hun werk. De taken zijn zeer divers. Logisch ook, onder begeleiding houden ze het hele bedrijf draaiende. Ze bereiden het voedsel, verzorgen de drankjes, bedienen de gasten en zorgen er voor dat Wattez er schoon uitziet.

complimenten. Nicole: ‘Pas nog kwam er een vrouw in de keuken en weet je wat ze zei? Jullie krijgen een 10!’ De complimenten uiten zich ook in de inhoud van de fooienpot, die twee keer per jaar onder de cliënten uitgedeeld wordt. Daar mogen ze zelf iets leuks van kopen. Maar wat is dan het geheim van al dat lekkers dat bij Wattez wordt gemaakt? Faizel: ‘Dat geheim vertellen we niet!’

Mevrouw en meneer zeggen De werkzaamheden zijn visueel vormgegeven in een schoonmaakmap en een voedselbereidingmap. Zo kunnen de medewerkers stap voor stap kijken hoe een taak gedaan moet worden en wordt niets vergeten. Vriendelijk zijn tegen de gasten en er verzorgd uitzien vinden de medewerkers van Wattez erg belangrijk. Seritha: ‘Je moet altijd netjes vragen of alles naar

Faizel werkt graag in de bediening. ‘Ik kan goed met de gasten overweg en ze komen graag terug.’ Ook is hij erg trots op de cappuccino die hij kan maken. Maar zijn specialiteit is toch de appeltaart. Vol trots laat hij zijn ‘handtekening’ zien: dunne reepjes die de hele bovenkant bedekken, zodat de appels lekker zacht blijven.

Goede cappuccino Op de vraag wat ze geleerd hebben sinds de opening anderhalf jaar geleden antwoordt de groep eensgezind: ‘We hebben heel veel geleerd!’ Over schoonmaken, broodjes maken, samenwerken, maar vooral: het maken van een goede cappuccino. Want dat is nog niet zo makkelijk. Het kloppen van de melk tot er een goede, stevige schuimlaag ontstaat is ware kunst. Anouk: ‘Een goede cappuccino is net een schilderij.’ De medewerkers van Wattez krijgen van de gasten veel

wens is.’ Anouk vult aan: ‘En mevrouw en mijnheer zeggen.’ Faizel: ‘Als je vriendelijk bent, dan komen de gasten terug.’ Begeleider Geke van de Vegt vertelt graag hoeveel iedereen is gegroeid sinds de start van Wattez. Ze is duidelijk erg trots op de groep en weet van iedere medewerker te benoemen waar zijn of haar sterke punten liggen. Geke is erg blij met de inzet van de vrijwilligers: ‘Ik wil graag een compliment geven aan alle vrijwilligers. We zijn er erg blij mee dat er mensen zijn die hun tijd en energie willen steken in onze lunchroom!’ Eén van de vrijwilligers is Jeltje. ‘Ik werk hier graag. Het zijn ontzettend leuke collega’s. En het is ontzettend leuk om te zien hoeveel ze geleerd hebben het afgelopen jaar.’ Anouk vind het ook erg belangrijk dat de medewerkers er verzorgd uitzien. Ilona: ‘We doen ook ons haar in een elastiek.’

Passie

van links naar rechts en van boven naar onder: mitchel kloost, ilona vermaat, seritha hiera, silvia van der molen, faizel ganeshi, gea brinks, malou overkamp (stagiaire), geke van de vegt (begeleider), anouk trebbe,jeltje van vree (vrijwilligster) en nicole veldhuis?

En dan is het tijd om aan het werk te gaan. Omdat er een duidelijke planning is, weet iedereen direct wat hij of zij moet doen. Wat nu het geheim is van al dat lekkers, daar ben ik nog niet uit. Wat ik wel weet is dat de passie en het enthousiasme van de cliënten, begeleiding en vrijwilligers zeker te proeven is in alles wat wordt geserveerd! (marjolein vaags)


Achtergrond

?

OR

CCR

P&O

OGW

Gehechtheid bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand of een verstandelijke handicap In de vorige Spigul spraken we over de ontwikkeling van een gehechtheidsrelatie, die in een viertal fasen verloopt. Daarnaast is er gesproken over de kwaliteit van de gehechtheidsrelatie, die worden aangeduid met de begrippen veilig en onveilig. In deze Spigul gaan we nader in op gehechtheid bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand of een verstandelijke handicap en de begeleiding- en behandelingsmogelijkheden.

Het is niet bekend wanneer kinderen met een verstandelijke handicap de mijlpalen van de gehechtheid doorlopen. Duidelijk is dat de ontwikkeling van de gehechtheid sterk vertraagd is. Redenen hiervoor zijn de cognitieve voorwaarden voor het herkennen van gezichten, het mentaal vormen van een visueel schema, een denkbeeldig plaatje van dit gezicht vormen in je hoofd. Het denkbeeldige plaatje van

dat gezicht wordt in je geheugen opgeslagen en kan weer opgeroepen, geactiveerd worden zodra het bijbehorende gezicht weer waargenomen wordt (Intern Werkmodel). Met dit intern werkmodel kan het kind sociale relaties waarderen, evalueren en voorspellen. Kinderen met een verstandelijke handicap zouden door hun beperkte denkcapaciteit meer moeite kunnen hebben om meer complexe verwach-


tingen over het gedrag van hun ouders op te bouwen. Het is niet ondenkbaar dat deze kinderen door hun cognitieve beperkingen alleen maar verwachtingen over het gedrag van anderen kunnen opbouwen als de ouder iedere keer op exact dezelfde wijze reageert (herhalen, herhalen en herhalen). Er is tot nog toe weinig onderzoek gedaan naar de gehechtheidontwikkeling van kinderen met een ontwikkelingsachterstand of verstandelijke handicap. Of deze kinderen een even grote kans hebben op het ontwikkelen van een veilige gehechtheidsrelatie is nog niet eenduidig te beantwoorden. De resultaten uit onderzoek bij kinderen met het syndroom van Down laten vergelijkbare beelden zien als uit het onderzoek bij kinderen met een stoornis binnen het autistisch spectrum; ze kunnen gehechtheidsgedrag laten zien, ze maken onderscheid tussen primaire verzorgers en vreemden en vertonen meer sociaal gedrag ten opzichte van ouders of verzorgers dan naar vreemden. Bovendien reageren zij net als normaal begaafde kinderen met contact zoeken als zij kortstondig gescheiden zijn geweest van hun ouders of verzorgers. Ook dit toont aan hoe sterk het vermogen om gehecht te geraken biologisch verankerd ligt in de ontwikkeling van elk kind. Voorlopig mag geconcludeerd worden dat kinderen met een verstan­de­lijke handicap veilige ge­hecht­­heidsrelatie met hun ouders of verzorgers kunnen ontwikkelen. Toch blijkt uit een nog beperkt aantal onderzoeken dat kinderen met een verstandelijke handicap vaak een

gedesorganiseerd reactiepatroon van gehechtheid laten zien. De volgende verklaringen hiervoor zijn mogelijk: 1. Kinderen moeten ten minste op een cognitief niveau van 9 tot 12 maanden functioneren. Voor de ontwikkeling van een gehechtheidsrelatie is het noodzakelijk dat zij het besef hebben dat personen en objecten blijven bestaan, ook al zijn ze even uit beeld. Kinderen die onder dit niveau functioneren, vertonen wel gehechtheidsgedrag en hebben net zo goed behoefte aan koestering en veiligheid. 2. De toekomstverwachting van de ouders voor hun kind kan uiteen vallen waardoor de vanzelfsprekendheid van handelen weg kan vallen. Dit kan bij ouders leiden tot onzekerheid waardoor het moeilijker wordt de signalen van hun kind op te pakken. Hierdoor kan de responsiviteit (mate waarin de reactie van de ouder/verzorger is afgestemd op de behoefte van het kind) verminderen. 3. Verwerkingsproblemen van ouders kunnen een belangrijke risicofactor in de ontwikkeling van de gehechtheidsrelaties zijn. Hierdoor kunnen ouders tijdelijk of permanent onvoldoende beschikbaar en sensitief zijn voor hun kind. 4. E en ander belangrijk punt is dat kinderen met een verstandelijke handicap zich langzamer ontwikkelen en gehechtheidssignalen vertonen die zwakker, complex en tegenstrijdig kunnen verstandelijke handicap zijn, waardoor zij voor iedereen lastig te interpreteren zijn. 5. Uithuisplaatsing en discontinuïteit in de zorgverlening. Uithuisplaat-

sing is een ernstige breuk in de ouder/kind relatie en daardoor een uiterst stressvolle gebeurtenis. Deze tast de gehechtheidsrelatie aan en kan daardoor een voorloper van gedragsproblemen zijn. Vertrek van begeleiders kan door de verstandelijk beperkte persoon als in de steek gelaten worden ervaren. Deze onveilige traumatische verlieservaringen kunnen leiden tot een onveilig intern werkmodel van gehechtheid.

Begeleidingaspecten Een algemeen uitgangspunt is om veiligheid en vertrouwen te creëren door afstand vanuit betrokkenheid en aansluiting bij het kind te zoeken. In alle gedrag van het kind met gehechtheidsproblemen is op de achtergrond de angst en de onveiligheid te herkennen. Of het nu in de vorm is van agressief gedrag dat de angst moet afweren of het vluchten in drank of drugs om haar te ontwijken, het verdraaien van de waarheid om de confrontatie met die waarheid niet aan te hoeven gaan, of de afweer van contact, omdat verlies van het contact weer zoveel pijn doet; in alles is de wereld te herkennen die door het kind/cliënt als onveilig wordt ervaren. Door deze angst en onveiligheid ontbreekt het de cliënt aan vertrouwen in zichzelf en de ander. Naast het bieden van veiligheid is het creëren van vertrouwen het tweede kernpunt in de begeleiding. Angst en wantrouwen geven stress. Eerst een veilige basis bieden is van belang, omdat bij teveel stress een mens niet kan leren. Je moet eerst tot rust komen. Het bieden van een veilige basis

houdt in dat de begeleider zijn persoon als instrument in de begeleiding hanteert en dat hij of zij: • In de relatie met het kind/cliënt, zijn eigen grenzen herkent en deze ook stelt. Deze begrenzing is een rolmodel voor het soms onbegrensde gedrag van het kind. Bovendien is de begrenzing nodig om veilig te kunnen zijn voor het kind/cliënt. • Echt en betrouwbaar in de relatie is. Het kind/cliënt is zo beschadigd, en daardoor zo voorzichtig in hun relaties, dat ze de kwetsbaarheid bij de ander meteen herkennen. Niet “echt’ zijn in de relaties, zoals gemaakte hartelijkheid, belangstelling of onzekerheid, wordt door het kind/cliënt direct doorzien en is een teken van de onbetrouwbaarheid van de ander. Onbetrouwbaarheid is onvoorspelbaar en onvoorspelbaar is onveilig. • Kinderen/cliënten met gehechtheidsproblemen hebben sterke behoefte aan veiligheid in de vorm van voorspelbaarheid. De begeleider kan dit bieden door vaste momenten waarop activiteiten zoals eten, drinken, slapen, verzorging en zinvolle activiteiten (leren, sporten etc.) plaatsvinden. Daarbij is duidelijkheid waar de verschillende activiteiten plaatsvinden, zoals een vaste plek aan tafel etc. van belang. Deze voorspelbaarheid dient in een zo’n positief mogelijke sfeer plaats te vinden. • De begeleider zich bewust is van het onvermogen tot ander gedrag dat achter het probleemgedrag van het kind/cliënt schuilgaat. Als je dit onvermogen herkent, dan is je

15


reactie afgestemd op dit onvermogen en niet (alleen) op het probleemgedrag. Niet het gedrag dat het kind laat zien is van essentieel belang, maar de communicatieve betekenis die dat heeft, de motivatie. • De begeleider herkent somatische uitingen als signaal van mogelijke oplevende spanningen en zal zijn reactie hierop afstemmen. Gehechtheidsproblemen kunnen leiden tot een verstoord lichaamsbesef en een verstoorde beleving van seksualiteit en intimiteit. • Hij/zij staat model voor gedrag dat een alternatief is voor probleemgedrag van het kind/cliënt. Door zelf het voorbeeldgedrag te vertonen laat de begeleider zien hoe mooie woorden omgezet worden in gedrag. Zo is bijvoorbeeld een schreeuwende begeleider die vraagt om normaal te communiceren net zo ongeloofwaardig als een begeleider die respect vraagt, maar het zelf niet geeft. Is de begeleider sensitief en responsief, afgestemd op de behoefte en de mogelijkheden van het kind/ cliënt. De begeleider kan een inschatting maken van datgene waar het kind/cliënt op dit ene moment behoefte aan heeft en wat hij aankan. Als het kind kan vertrouwen op de sensitiviteit en responsiviteit van de ander, geeft dat veiligheid. • Is hij/zij in staat situaties te herkennen en creëren die kansen bieden op ontwikkeling. Door bijvoorbeeld een probleemsituatie op te pakken met het kind/cliënt als een kans om iets te veranderen, in plaats van een gelegenheid om te straffen.

• Ook is hij/zij in staat achter het probleemgedrag van het kind/cliënt zijn angst te herkennen. Als de angst herkend wordt, zal de reactie van de begeleider gericht zijn op het bieden van veiligheid. Zoals bij agressief gedrag, reageert de begeleider zelf met angst, dan zal de angst van het kind/cliënt alleen maar versterkt worden, omdat hij geen veiligheid, maar paniek geboden krijgt.

Mogelijkheden voor behandeling De meeste vormen van behandeling zijn meestal niet gebaseerd op een enkel theoretisch concept maar eclectisch; een optimale samenstelling van verschillende methodes binnen de gegeven mogelijkheden. Vaak zijn deze methodieken gericht op het stimuleren van sensitief en responsief opvoedgedrag, met als doel van de behandeling het opdoen van positieve (gehechtheids)ervaringen die de ontwikkeling van zelfvertrouwen en het vermogen om vertrouwen te hebben in de ander te bevorderen. Enkele voorbeelden van methodieken zijn: - VIB: video interactie begeleiding - Differentiatie/fasetherapie - Basistherapie - Cognitieve gedragstherapie Video interactie begeleiding (VIB) is een verzamelnaam voor een methode van werken waarbij cliënten en professionele werkers in hun handelen en communicatie worden ondersteund, met behulp van video-feedback gebaseerd op het analyse schema basiscommunicatie. VIB gaat uit van de aanwezige capaciteiten van de cliënt en de hulpverlener;

geslaagde communicatie is hierbij het vertrekpunt als voorwaarde voor groei. Het sensitief maken van de hulpverleners voor de initiatieven van de cliënt en daaruit voortvloeiend het zich kunnen afstemmen op de ander, zonder de leiding over het contact te verliezen is de basis van VIB. Differentiatietherapie is ontwikkeld voor hechtingsgestoorde kinderen in een residentiële setting, in een pleeggezin of adoptiegezin. De behandeling richt zich op de ontwikkeling van hechtingsgedrag, waaronder verstaan wordt: zich richten op (nabijheid zoeken van) een specifieke volwassene. Het gedrag van het hechtingsgestoorde kind wordt wel eens getypeerd als allemansvriendgedrag. In dit gedrag zien we het niet differentiëren: het kind differentieert niet tussen de verschillende volwassenen. Op dit differentiëren wordt de behandeling gericht. Kunnen differentiëren zien we bij het hechtingsgestoorde kind als voorwaarde van hechtingsgedrag. Fasetherapie is ontwikkeld voor relationeel gestoorde kinderen en jongeren in een residentiële setting en voor kinderen en jongeren in gezinnen. De kernactiviteit van het psychotherapeutische proces is de fase behandeling: iedere ontwikkelings­fase krijgt aandacht, vandaar de naam fasetherapie. Hierbij staat het probleem van de jongere – nabijheid wensen en nabijheid weren- centraal. In de fase­therapie gaat het om het ervaren van de voor de elke leeftijdsfase kenmerkende nabijheidsvorm. Met de behandeling richten we ons allereerst op nabijheid.

Het doel daarbij is: de verschillende nabijheidsvormen in de ontwikkeling van baby tot adolescent ervaren. Het tweede aandachtspunt betreft de zelfwaardering. Het doel van de hele behandeling is bereikt als de nabijheidsvorm die bij de eigen leeftijd hoort verdragen wordt en de zelfwaardering positief is.

Basistherapie Basistherapie als behandelingsvorm voor gehechtheidsproblematiek bij volwassenen (relationeel gestoorde volwassenen) gaat uit van het werkmodel van volwassenen over zichzelf en anderen. De behandeling richt zich op de ontwikkeling van relationele vaardigheden, dat wil zeggen op de voorwaarden voor het aankunnen van intimiteit. De basistherapie richt zich daarnaast op het verwerken van trauma’s en het opbouwen van zelfvertrouwen. In tegenstelling tot de voorgaande behandelingen gaat het bij basistherapie niet om het ervaren van wat gemist is (nabijheid) maar om het bewerken van de verschijnselen die het probleemgedrag in stand houden: nervositeit, depressiviteit, lage zelfwaardering, ambivalentie in nabijheid zoeken en nabijheid weren.

Cognitieve gedragstherapie De cognitieve gedragstherapie gaat ervan uit dat gedachten, gevoelens en gedrag op een bepaalde manier met elkaar verbonden zijn. Iemands gedachten beïnvloeden zijn of haar gevoelens en gedrag. Negatieve gedachten zoals 'ik ben niks waard' of 'ik kan dat toch niet' kunnen psychische problemen veroorzaken of versterken.


De cognitieve gedragstherapeut zal samen met de cliënt nagaan welke ideeën hij heeft over zichzelf en anderen, wat anderen van hem denken, wat hij zou moeten doen en/of kunnen, of dat de cliënt schuld heeft aan iets, enzovoorts. De therapeut zal vervolgens met de cliënt in gesprek gaan over de mate waarin zijn ideeën op realiteit berusten. Het accent ligt op het aanleren van andere, meer positieve gedachten. Via het beïnvloeden van denkbeelden kan de cliënt zijn gevoelstoestand in gunstige zin veranderen. Daardoor verandert zijn doen en laten in positieve zin en verminderen zijn klachten. Hiermee willen we de drieluik over gehechtheid afronden. We hopen dat duidelijk is geworden hoe belangrijk een veilige gehechtheidrelatie voor de ontwikkeling van een kind is, ook voor mensen met een verstandelijke handicap. Wat risicofactoren zijn voor de ontwikkeling van een onveilige gehechtheidsrelatie, hoe je deze signalen herkent en hoe de begeleiding eruit zou kunnen zien samen met enkele behandelingsmogelijkheden zodat dat het lijden van de cliënt en de bedreiging van de fysieke veiligheid van deze cliënt of van anderen verdwijnen dan wel verminderen zodanig dat het leven voor de betrokken persoon en de directe omgeving weer draaglijk wordt. Namens de expertisegroep gehechtheid (joss schrijver, gedragswetenschapper zorgondersteuning en behandeling)

17


Achtergrond

CCR OR ? Studiedag loverboys

P&O

‘Staan loverboys OGW zomaar op straat?’ Aanleiding De studiedag is door Leerwijzer georganiseerd, op verzoek van de afdeling Zorgondersteuning en Behandeling (ZOB). Dit om (vrouwelijke) cliënten te wapenen tegen de praktijken van loverboys. Moniek Kolesˆa en Marjo Oosterik, werkzaam bij Leerwijzer, geven aan dat de focus van de dag is ‘de cliënten te laten zien wie de verkeerde jongens zijn en hoe ze te werk gaan’. Ook willen we ze tips geven over ‘wat moet je doen als je er mee in aanraking komt’.

Theatervoorstelling De studiedag start met een toneelstuk over Lisa, een meisje van 15 dat verliefd wordt op Mike. Gaandeweg het toneelstuk wordt Lisa steeds meer geïsoleerd van haar beste vriendin Marjon en haar moeder. Ook wordt Lisa gevraagd dingen te doen die ze liever niet zou doen. Na het toneelstuk gaan de acteurs in gesprek met de cliënten. De nabespreking is een belangrijk onderdeel van het toneelstuk. De acteurs vragen de cliënten hoe je kon zien dat Mike een loverboy is. En hoe echt was het gevoel dat hij Lisa gaf? Op de vraag ‘Hoe hebben Mike en Patrick (handlanger van

De opkomst is hoog op de studiedag voor (vrouwelijke) cliënten over loverboys. Vandaag leren deze cliënten wat loverboys zijn, hoe ze te werk gaan en wat je kunt doen als jij of iemand anders in aanraking komt met loverboys.

Mike) dit aangepakt?’ komen veel goede reacties. Één cliënt geeft aan dat er eigenlijk twee verhalen door elkaar liepen. Aan de ene kant zei Mike dat hij schulden had en Lisa hem niet hoefde te helpen, aan de andere kant gaf hij haar het gevoel dat zij hem wel moest helpen. Ook de vraag welke verschillen het publiek zag tussen Lisa (slachtoffer) en Marjon (beste vriendin van Lisa) is leerzaam. Het publiek ziet goed hoe verschillend ze zich gedroegen.

Achtergrond De acteurs geven het publiek veel informatie en handvatten. Ze hebben duidelijk kennis van zaken. Voor het ontwikkelen van de voorstelling heeft de groep dan ook veel gesprekken gehad met jonge vrouwen uit opvanghuizen en met de politie. Zo kreeg de groep inzicht in de werkwijze van loverboys. Ook hoorden ze zo waar de nadruk op moet worden gelegd. De groep heeft haar eerste optreden dan ook gedaan voor een groep jonge vrouwen die zelf te maken hebben gehad met een loverboy. Inmiddels loopt de voorstelling vijf jaar. De groep blijft over de opzet van de voorstelling in gesprek met de politie. Naar aanleiding hiervan worden bijvoorbeeld veranderingen in tactieken


19

van loverboys meegenomen in de voorstelling. Zo is de rol van de handlanger van Mike veranderd.

Workshops Na een welkome lunch kunnen de cliënten in groepen in gesprek met deskundigen Pauline Grobben (jeugdpolitie Twente), Marianne Rauhee (Jarabee), Maartje Westerhof en Carla Oude Ophuis-Pijffers (gedrags­w etenschapper Aveleijn). Er blijken veel vragen te leven bij de cliënten. Want hoe kun je het opdringerige gedrag van een loverboy stoppen? Kun je zomaar worden aangevallen door een loverboy? En wat doe je als je langs een groep jongens loopt en ze roepen je na? Goede vragen met goede antwoorden. Na een tweede workshop en een forum is de studiedag voorbij. Goed geïnformeerd vertrekken de cliënten naar huis. (marjolein vaags)

Deze studiedag is organisatiebreed geor-

Vragen en antwoorden Een selectie uit de gestelde vragen en de bijbehorende antwoorden.

Hoe herken je een loverboy? Een lastige vraag maar een hele goede vraag. Je herkent hem doordat hij je dingen wil laten doen die je eigenlijk niet wilt. Eerst begint hij met kleine dingen. Hij vraagt bijvoorbeeld of hij geld van je mag lenen. Dan laat hij je soms dingen doen die eigenlijk niet mogen, zoals winkeldiefstal plegen. Hij kan ook heel aardig voor je zijn. Je hebt het gevoel dat je iemand ontmoet hebt die je precies begrijpt en alles voor je doet. Hij haalt je bijvoorbeeld op

van je werk of zegt dat je lekker vroeg moet gaan slapen als je moe bent. Het lijkt alsof hij zich zorgen maakt om jou. Zo begint hij, heel lief en heel aardig. Maar soms kan het ook anders, dan is hij heel dreigend en eist hij dingen van je die je niet wilt. Hij zegt dan ook dat hij jou iets doet als je het niet doet.

Staan loverboys zomaar op straat bijvoorbeeld bij een winkelcentrum? Ja, dat kan. Hij probeert jou dan aan te spreken. Wat zou je kunnen doen als je aangesproken wordt door een vreemde jongen die je niet kent en meteen heel overdreven aardig doet?

Hoe kun je beste voorkomen dat je in handen valt van een loverboy? Je kunt nare geheimen altijd met iemand delen die jij vertrouwt. Bijvoorbeeld je ouders, je verzorgers, je buurvrouw of je tante. Het is beter, en trouwens ook gezelliger, om met een stel vrienden of vriendinnen uit te gaan; je kunt beter niet alleen uitgaan. Laat je ‘s avonds laat ophalen door een bekende die je vertrouwt. Als je een vriend krijgt kijk dan eerst goed de kat uit de boom. Zorg dat hij met je meegaat naar je ouders of naar je woongroep zodat anderen ook even kennis met hem kunnen maken.

Wat doet Aveleijn om cliënten weerbaar te maken tegen loverboys? • Jonge vrouwelijke cliënten worden met extra aandacht begeleid in de relaties die ze aan willen gaan

ganiseerd. Op aanvraag kan een vervolg op de locatie plaatsvinden. Neem hier-

• C liënten hebben de mogelijkheid de training weerbaarheid te volgen.

voor contact op met Leerwijzer (Gerty Dost, 074-2913205 of stuur een e-mail aan Leerwijzer cliënten).

• M edewerkers hebben de mogelijkheid een training over loverboys te volgen


De afgelopen maanden waren onze gedachten gevuld met de problematiek van Aveleijn. Wie had ooit gedacht dat

CCR

P&O Nieuws

een dergelijke situatie zich bij Aveleijn zou kunnen voordoen, en dan nog wel breed uitgemeten in de media.

‘We moeten het goede behouden.’

OGW

We hebben een goede organisatie die in staat is goede zorg te leveren. Dat wij als CCR-v daar wel eens de nodige kanttekeningen bij hebben, moet je zien als een bijdrage tot kwaliteitsverbetering. De problematiek waar we nu voor staan speelt zich af op directieniveau en op het niveau van de Raad van Toezicht (RvT). De ‘werkvloer’ zou daar eigenlijk weinig van hoeven te merken, ware het niet dat de pers gevoed werd met alle mogelijke vullis die mensen maar kunnen bedenken in dergelijke situaties. De CCR-v heeft zich steeds terughoudend opgesteld. Wij hebben verantwoording af te leggen aan de cliënten en hun verwanten en dat doe je niet via de krant. Verwanten hebben daar informatie over gekregen middels twee brieven met de nodige informatie zonder franje. Onze standpunten voor de nabije toekomst en de oplossing van de problemen waarin we verkeren, zal ik in dit artikel uit de doeken doen. De CCR-v is van mening dat er de hoogst mogelijke snelheid geboden is ter oplossing van het aanstellen van een bestuurder. De CCR-v gaat voor een éénhoofdige directie zoals

dat al 8 jaar de gewoonte was. Wij hebben de Raad van Toezicht, waarin wij het vertrouwen hebben opgezegd, aangespoord haast te maken. Nu klinkt het misschien een beetje vreemd dat die RvT er nog steeds zit, maar zo vreemd is dat nou ook weer niet, als je bedenkt dat zij de enigen zijn die een direc-

tie kan benoemen en zichzelf kan ontslaan of aanstellen. Derhalve blijven wij op speaking terms met deze RvT tot er een nieuwe bestuurder is. Wij willen in ieder geval geen ad interim bestuurder die dan puin zou moeten ruimen.

We vragen ons dan ook af waar dat puin dan wel zou moeten liggen. Ons aller insteek is gericht op samenwerking tussen de diverse inspraakorganen en voor alles op onze cliënten, want daar doen we het allemaal voor. In deze periode is ons duidelijk geworden dat er wel een aantal zaken moeten verbeteren. Zo zal de onderlinge communicatie moeten worden verbeterd en geïntensiveerd. Voorbeeld daarvan is dat de OR onze verslagen niet krijgt, maar dit is makkelijk te verhelpen door op intranet te kijken. Wij praten tijdens onze vergaderingen alleen met de bestuurder, we zullen meer gaan praten met de leden van het MT. Ook de nieuwe RvT zal besluitenlijsten en een jaarverslag moeten overleggen aan de medezeggenschapsraden. Er zal minder bureaucratie moeten komen. De statuten moeten worden aangepast en in overeenstemming moeten worden gebracht met Governancecode van het ministerie van WVS. Met de nieuwe bestuurder moeten we een nieuwe fase in, naar beter, waarbij we het goede moeten behouden. namens de ccr-v george snijder (voorzitter)


Bewegen is gezond! Op zaterdag 10 oktober bewogen een 25-tal cliënten uit Denekamp enthousiast bij de sport- en speldag in de sporthal Dorper Esch te Denekamp. 21

Cliënten Denekamp genieten van sport en speldag Deze dag werd mogelijk gemaakt door het (zuur)verdiende geld dat werd binnengehaald op 14 juni jongstleden. Toen liepen cliënten en medewerkers een sponsorloop van Denekamp naar Borne. De sportactiviteiten werden om 11.30 uur geopend

met een gezamenlijke warming-up. Vervolgens stond er een zeskamp op het programma. Cliënten konden hun spierkracht laten zien bij de kop van Jut, ze konden penalty schieten en springen op een springkussen. Wanneer iemand het even rustig aan

wilde doen kon diegene zijn of haar zangkunsten laten horen bij de karaoke. Natuurlijk stond er eten en drinken klaar in het sportcafé. De dag werd afgesloten met het uitdelen van de medailles voor de winnaars en de winnaar waren:…………Wij allemaal!

Als verrassing kwam een plaatselijke artiest Jürgen Scholte Lubberink de sterren van de hemel zingen. We dachten iedereen wel moe was, maar niets bleek minder waar want de voetjes gingen van de vloer. (jutta koning)


Sinds ongeveer een jaar is Aveleijn zich intensief gaan bezighouden met legionellapreventie. Zorginstellingen zijn volgens de wet extra kwetsbaar voor legionella en daarom is het verplicht dat zij gecontroleerd worden op

Achtergrond

?

CCR OR legionella. Ook bij Aveleijn is dit dus het geval.

P&O

Legionella OGW Per locatie zijn er vaste medewerkers aangesteld die dit op zich nemen. Zij nemen voortdurend maatregelen tegen legionella, zoals de watertemperatuur meten of kranen doorspoelen.

mei zijn er 3 trainingen legionellapreventie geweest in samenwerking met een externe organisatie. Ook is er een e-learning legionella.

Aveleijn is echt trots op deze mensen die in dit toch redelijk technische gebied zijn gedoken en trouw hun maatregelen uitvoeren. Vanaf

De bacterie die de legionellaziekte veroorzaakt, bevindt zich in zeer lage aantallen in de grond en in het (leiding)water. De legionella-

Wat is legionella en hoe raak je besmet?

bacterie vormt pas een probleem als zij zich heeft kunnen vermenigvuldigen. Dit kan plaatsvinden in water met een temperatuur tussen 25 en 60 graden Celsius. Er kunnen grote aantallen bereikt worden als het water langere tijd stilstaat. Er gaan weken en maanden overheen voordat de legionella gegroeid is. Bij lage temperaturen is er niet tot nauwelijks sprake van

Ervaring van Jose Hillenaar ‘We zijn op ons cluster best heel druk met van alles rondom legionella. Voorheen deden we dit helemaal niet. In eerste instantie zijn 2 mensen gezet op de legionella (ster)taak. We hebben samen het protocol voor ons cluster aangepast en letterlijk beschreven wat er wanneer door wie gedaan moet worden. (dat was een hele klus). Bouwtekeningen moesten opgezocht worden. We hadden alleen een map in handen gekregen en hadden in eerste instantie geen idee wat we precies moesten doen en wat bepaalde zaken precies betekenen. Nu, zeker ook na de cursus op e-learning en de training in Borne zijn we een stuk wijzer geworden. Op zich heel interessante materie. Het is bij ons onderwerp van gesprek. We nemen nu zeer trouw alle beheersmaatregelen die nodig zijn. Vooral ook omdat zowel ons koud als ons warm water regelmatig niet goed is. We hebben dus echt een cluster met een verhoogd risico.

vermeerdering en bij hogere temperaturen sterft de bacterie af. Besmetting vindt plaats via de longen. Bewezen is dat de infectie overgebracht wordt door het inademen van de bacterie in zeer kleine druppeltjes water, verspreid in de lucht (nevel). Zulke kleine waterdruppeltjes komen bijvoorbeeld uit een douchekop.

Ervaring van Marian Dijkhuis We hebben in een appartement echt moeten blijven hameren op het warme water wat regelmatig te koud was. Tot bleek dat de warmtewisselaar niet goed aangesloten was (de aan- en toevoerleidingen waren verwisseld). Dit is veranderd. We zijn nog steeds in gesprek met de woningbouweigenaar over de waterleidingen en de te hoge warmte van het koude water. Ze hebben nu toegezegd dit probleem bij de wortel aan te gaan pakken.   Het is soms lastig om de benodigde parafen van de juiste mensen te krijgen als ze iets gedaan hebben wat afgetekend moet worden in het logboek. We zijn nog bezig om hier een goed systeem in te krijgen. Ik maak een overzicht van alle mensen die een paraaf zouden moeten zetten bij het uitvoeren van elke klus.’

‘Het is natuurlijk van groot belang dat onze gezondheid in de maatschappij op nummer 1 staat. Je hoort rondom je heen allerlei nieuwe maar ook oude ziekteverschijnselen en legionella is er één van. Vaak wordt deze vergeten of mensen zijn zich er niet van bewust. Binnen Aveleijn hebben we het over het algemeen goed onder controle maar een training is zeer zeker opfrissend, want legionella ligt altijd op de loer. Ik vond de legionella training zeer belangrijk, met prima uitleg, enigszins te weinig praktijk, maar hier wordt in de toekomst rekening mee gehouden. Aveleijn neemt deze zorgplicht rondom legionella uiterst serieus en daar kan ik mij alleen maar bij aansluiten.’


23

“z involle en interessante training” “i k dacht echt te makkelijk over deze training” “d uidelijke en goede uitleg met veel praktijkvoorbeelden” “t rainers brachten boodschap duidelijk en helder over” “h et was best technisch zeg” “t raining is absoluut noodzakelijk” “t raining was te kort en hadden meer tijd nodig gehad om ervaringen uit te wisselen” Hoofdzaken • koudwater 'koud' <250C • warmwater 'warm' >600C • minimaal wekelijks gebruik alle tappunten (verversing alle leidingdelen)

“het bleef interessant”


Redactie Caren Snikkers en Marjolein Vaags Telefoon: 074 - 255 66 08 E-mail: redactie@aveleijn.nl

Redactiecommissie

’t Rugkaatsen

Femke Adolfsen, Theodora Bullet, Heleen Jägers, Micha Klaas, Caren Snikkers en Marjolein Vaags

Tekst en redactie Caren Snikkers en Micha Klaas

Tekstbijdrage Martine de Klein

Beeldmateriaal

Factuurscanning

Marjo Baas (Haverkort fotografie, voorpagina) Marlie Koggel Fotografie

Vormgeving Binnen Aveleijn worden jaarlijks zo’n 30.000 facturen centraal door de afdeling Financiële Administratie verwerkt. Deze facturen werden tot september 2009 zowel centraal op het bestuurscentrum als decentraal op de clusters ontvangen. De decentraal ontvangen facturen werden voorzien van akkoord door de budgethouders en verzonden naar het bestuurscentrum. De centraal op het bestuurscentrum ontvangen facturen werden om een formeel akkoord te krijgen, naar verschillende locaties in de regio gestuurd, om ze daarna, voorzien van handtekening weer retour te ontvangen op het bestuurscentrum. ‘Je kunt je voorstellen dat dit arbeidsintensief, tijdrovend, maar ook foutgevoelig was’, zegt Murat Demirhan, H.E.A.D. ‘Automatiseren van dit proces zou volgens ons ervoor zorgen dat de verwerking van inkoopfacturen veel effectiever en efficiënter verloopt.’ ‘Een groot voordeel is dat de facturen na de automatisering op elk moment door de gebruikers opvraagbaar zijn’, legt Murat uit. ‘Er raken

geen facturen ‘zoek’ onderweg, de papierstapel vermindert, de accordering van de facturen verloopt sneller en daardoor is een tijdige betaling realiseerbaar mits de gebruikers tijdig hun taken afronden.’ Anderhalve maand na de invoering in september 2009, bespraken administratieve en secretariële medewerkers van de clusters met medewerkers van Financiën & Administratie hun bevindingen. Ook konden ze aangeven wat zij nog missen of anders zouden willen zien in de digitale factuurverwerking. Deze punten zullen besproken worden met de leverancier van factuurscanning. Murat en zijn medewerkers zijn tevreden met hoe het proces nu loopt. ‘We verwachten hier veel voordeel van.’ Gebruikers die vragen hebben, kunnen terecht bij de volgende medewerkers van Financiën & Administratie:

Mark Nijenhuis m.nijenhuis@aveleijn.nl Frank Sturre f.sturre@aveleijn.nl

Morskieft Ontwerpers van Visuele Identiteit, Enter

Druk Graphic Improvements, Hengelo

Spigul 2009 jaargang 7  

Spigul 2009 jaargang 7

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you