Issuu on Google+

Infoblad 2011/2

www.avbg.be

Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis


2

Infoblad Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis, 2011/2

Bestuur van de

Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis vzw opgericht in 1963 tot juni 2007 Antwerpse Vereniging voor Bodem- en Grotonderzoek

Zetel: Gratiekapelstraat 24, 2000 Antwerpen Secretariaat: contact@avbg.be Leden: Tim Bisschops (voorzitter), Klapdorp 69, 2000 Antwerpen 03 220 42 62 - tim.bisschops@avbg.be Jerry Driesen, Lange Koepoortstraat 14, 2000 Antwerpen jerry.driesen@avbg.be Stefaan Grieten (penningmeester), Gratiekapelstraat 24, 2000 Antwerpen 0497 452 802 - stefaan.grieten@avbg.be Petra Maclot, Korte Brilstraat 7, 2000 Antwerpen 03 234 20 99 - petra.maclot@avbg.be Wim Strecker, Prinsesstraat 31 bus 2, 2000 Antwerpen 03 232 96 63 - 0475 847 622 Elke Van Severen, Groot Veerle 260, 2960 Sint-Lenaerts elke.vanseveren@avbg.be LIDGELD:

AVBG rekent geen lidgeld aan maar vrijwillige donaties zijn welkom. Rekeningnummer 320-0740973-60 IBAN BE73320074097360 – BIC BBRUBEBB Leden ontvangen regelmatig het INFOBLAD. Zij hebben toegang tot alle activiteiten, rondleidingen en voordrachten. Deze worden steeds aangekondigd in het Infoblad.

Website: www.avbg.be/ Webmaster: tim.bisschops@avbg.be Omslagillustratie: Advertentie van BP Belgium in de programmabrochure “Philarmonieconcerten 1967-1968” (Philarmonische vereniging van Antwerpen, seizoen 1967-1968). Verzameling Wim Strecker

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaandelijke schriftelijke toelating van de uitgever. Lay-out: Wim Strecker, Antwerpen Verantwoordelijke uitgever: Wim Strecker, Prinsesstraat 31 b2, 2000 Antwerpen www.avbg.be


Infoblad Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis, 2011/2

3

Laat-moderne architectuur in Antwerpen. Te oud voor behoud, te recent als monument? Stefaan Grieten Net als andere steden in België onderging het stadsweefsel van Antwerpen na de Tweede Wereldoorlog een grondige transformatie. Weliswaar kon de stad terugblikken op een lange geschiedenis van afbraak, zoals in de periode 1859-1866 toen de 16de-eeuwse omwalling met ingegrip van de monumentale stadspoorten verdween, gevolgd door de Blauwe Toren in 1879. 1 Deze en andere sloop- en urbanisatieprojecten, zoals de rechttrekking van de Schelde en de aanleg van de kaaien vanaf 1877, hadden een enorme impact, maar de schijnbaar onbeperkte sloop en nieuwbouw die vanaf de jaren 1950 decennia crescendo verliep, ging veel verder. Hoogbouwprojecten zoals de Theater Building alias Tijsmanstoren (1965-1971), gebouwd op de plaats van het gesloopte Vlaams Theater aan de Italiëlei, in de onmiddellijke omgeving daarvan de Antwerp Tower (1968) aan de De Keyserlei op de plaats van het Grand Hôtel Weber en de UFSIA-studententoren aan de Keizerstraat (1970) legden een zware en blijvende hypotheek op de architecturale en stedenbouwkundige kwaliteit van de binnenstad. Architectuurhistorisch belangrijke monumenten zoals het door Van Baurscheit verbouwde huis De Fraula in de Keizerstraat (1963) en het huis Dens op de Meir (1966) werden gesloopt, en zo goed als de volledige Vleeshuiswijk onderging hetzelfde lot. Andere plannen kwamen nooit ten uitvoer, zoniet was het bilan nog rampzaliger geweest. Het zou onterecht zijn om het volledige gebouwenpatrimonium dat in die periode tot stand kwam, te evalueren vanuit de nefaste aspecten van die historische context. De toen tot stand gekomen productie verdient het integendeel om, net als realisaties uit andere periodes, objectief getoetst te worden op architectuurhistorische, culturele en stedenbouwkundige waarden, een operatie die om verschillende redenen acuut aan de orde is. Om te beginnen draagt dit patrimonium nu eenmaal het odium van zijn ontstaansperiode mee, wat een objectieve kijk op de kwestie niet vergemakkelijkt en meer bepaald ook een obstakel kan vormen voor de verdediging van een selectie.Ten tweede ontbreekt voorlopig nog het juiste kennisinstrumentarium. Het monumentenbeleid op Vlaams en stedelijk niveau hanteert als doorslaggevende richtlijn de inventaris van het architecturale cultuurbezit, beter gekend als Bouwen door de eeuwen heen, waarvan de delen over de Antwerpse binnenstad in 1976 (3na) en 1979 (3nb) verschenen. Het historische belang van deze reeks kan nauwelijks overschat worden, meer bepaald ook omdat het opzet ervan gericht was op een betere, want op gekende en gecontroleerde gegevens gesteunde monumentenzorg. Dit pionierswerk besteedde evenwel weinig aandacht aan de periode na de Eerste Wereldoorlog, waardoor dit patrimonium het lange tijd zonder 1 P. Lombaerde (ed.), Antwerpen versterkt. De Spaanse omwalling vanaf haar bouw in 1542 tot haar afbraak in 1870, Antwerpen, 2009, p. 118-142.


4

Infoblad Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis, 2011/2

Panoramazichten van Antwerpen. Boven: het Centraal Station, de Theater Building alias Tijsmanstoren (1965-1971) aan de Italiëlei en de Antwerp Tower (1968) aan de De Keyserlei. – Onder: De Keizerskapel , hoogbouw met studentenhome annex univeriteitsrestaurant door J. Cols (1972), achteraan de Theater Building. – Foto’s WS resp. 2011 en 2007


Infoblad Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis, 2011/2

5

beleidsondersteunend kennisinstrument moest stellen. Nochtans waren in de periode 19711975 toch enkele standaardwerken over de architectuur na 1945 in België verschenen. 2 Pas in deel 3nc van Bouwen door de eeuwen heen (1989) kwam het moderne bouwen meer op de voorgrond. Niettemin blijft het kennishiaat op het terrein groot, a fortiori voor de historische binnenstad. Daarom, maar vooral ook omdat het monumentenbeleid de inventarisreeks Bouwen door de eeuwen heen als belangrijkste toetssteen hanteert, is de aan de gang zijnde herinventarisatie van de binnenstad door het VIOE een essentiële opdracht waarvan het resultaat veel ten goede kan keren. Hoe essentieel ook, toch zal een geüpdate inventaris alleen niet het verschil kunnen maken. Blijvend onderzoek naar het fenomeen van de laat-moderne bouwkunst op zich, samen met canonverbredende en -vernieuwende kennis over tal van vooralsnog zo goed als onbekende architecten, is minstens even essentieel, omdat daardoor feiten en realia duidelijker in een architectuurhistorische context kunnen geplaatst worden. De publicatie in 2003 van het Repertorium van de architectuur in België van 1830 tot heden bracht een encyclopedisch overzicht van stromingen, fenomenen en architecten, en betekende alleen daarom al een monumentale stap voorwaarts. 3 Ook standaardwerken vertrekken echter per definitie van een status quaestionis, zodat canonvernieuwing en architectuurhistorisch contextonderzoek voortdurend aan de orde blijven, a fortiori voor idiomen als het laat-moderne bouwen. Een belangrijke vernieuwende impuls wordt geleverd door het verzamelen en onderzoeken van relevante architectenarchieven, zoals publicaties van het Architectuurarchief van de Provincie Antwerpen illustreren. 4 Anderzijds ligt een beproefd recept om onderzoek, publicaties en publieksevenementen te stimuleren en te financieren bij de organisatie van jubilea, zoals in 2008 rond Expo 1958 5 en de architectuur van die periode, en in 2010 rond Renaat Braem. 6 Naoorlogse architectuur heeft duidelijk niet alleen te kampen met een gebrek aan basisen contextkennis. Die kennis is immers al decennia in toenemende mate voorhanden, al lijkt ze slechts moeizaam geïmplementeerd te worden in een monumentenbeleid. Anderzijds lijkt deze recente architectuur in brede kringen nog niet uitgegroeid tot een niveau van evidente “monumentfähigkeit”. De sloopwoede en onbedachte nieuwbouw uit 2 G. Bekaert en F. Strauven, Bouwen in België 1945-1970, Brussel, 1971; P. Puttemans en L. Hervé, Moderne bouwkunst in België, Brussel, 1975. 3 A. Van Loo en F. Strauven (ed.), Repertorium van de architectuur in België van 1830 tot heden, Antwerpen, 2003. Voor een status quaestionis van het het onderzoek naar deze periode in Vlaanderen, cf. het in 2008 opgestelde overzicht op de website van het VIOE: http://www.onderzoeksbalans.be/onderzoeksbalans/bouwkundig/ architectuurgeschiedenis/20ste_eeuw/1945_1975. 4 D. Laureys (ed.), Bouwen in beeld. De collectie van het Architectuurarchief van de Provincie Antwerpen, AntwerpenTurnhout, 2004; D. Laureys en S. Migom, Van Sprookjestuin tot modelstad. Antwerpen 1930 en de tentoonstellingswijk, Antwerpen, 2005. 5 M. De Kooning en R. Devos (ed.), Moderne architectuur op Expo 58: voor een humaner wereld, Brussel, 2006; C. Berckmans en P. Bernard, Bruxelles ‘50 - ‘60: architecture moderne au temps de l’Expo 58, Brussel, 2007. 6 Voor het volledige programma, cf. de portaalsite http://www.braem2010.be/index.php.


6

Infoblad Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis, 2011/2

De BP-building, in 1959-1967 gebouwd naar ontwerp van LÊon Stynen, in samenwerking met Paul De Meyer en A. Derboven. – Foto Wim Strecker, september 2008


Infoblad Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis, 2011/2

Het Administratief Centrum aan de Oudaan, in 1957 ontworpen door Renaat Braem en voltooid in 1966. – Foto Wim Strecker, september 2005 (vanop de toren van Sint-Andrieskerk)

7


8

Infoblad Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis, 2011/2

Het C &A-gebouw uit 1962-1971, ontworpen door LÊon Stynen in samenwerking met Paul De Meyer. Onder: details van de zijgevel in de Kolveniersstraat, voor en na de schilderwerken. – Foto Wim Strecker, 3 november 2007 (boven); 31 januari 2007 (links onder en 9 juli 2011 (rechts onder)


Infoblad Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis, 2011/2

9

de betreffende periode is daar zeker niet vreemd aan. Precies vanwege die weerbarstige combinatie van ontbrekende schakels en mentale hinderpalen zijn blijvende aandacht, onderzoek en publieke sensibilisering acuut. De huidige omgang met het naoorlogse modernisme – vermoedelijk niet in Antwerpen alleen – omvat een scala gaande van bescherming, esthetisch bedoelde aanpassingen, renovaties, dreigende en uitgevoerde sloop. De indruk bestaat dat een groot gedeelte van dit patrimonium daarbij beschouwd wordt als onbestemde, waardenvrije constructies die bijgevolg vrijelijk kunnen verbruikt worden, en dus niet als potentiële monumenten of waardevolle schakels in het historische architectuurpatrimonium van de stad. Uitzonderingen bevestigen de regel. Architecten die al geruime tijd deel uitmaken van de canon van de Belgische architectuur, zoals Léon Stynen en Renaat Braem, kunnen bogen op een indrukwekkende en nog steeds aangroeiende bibliografie, tentoonstellingen en andere vieringen. Deze erkenning uit zich evenzeer in de bescherming als monument van een groot aantal van hun realisaties. Onder de vroegste beschermingen zijn de eigen woning van Braem in de Menegemlei in Deurne (1956, beschermd in 1995) en de BP-building van Stynen en Paul de Meyer aan de Jan Van Rijswijcklaan in Antwerpen (1960-1963, beschermd in 2001). Doorgedreven onderzoek naar het oeuvre van Braem leidde in 2002-2003 tot een aantal beschermingen als monument, zoals het Administratief Centrum aan de Oudaan (1957, beschermd in 2002) en het Middelheimpaviljoen (1969, beschermd in 2002). Al bestaat er dus wel degelijk een selectie ontwerpen van gecanoniseerde architecten die erkenning geniet als waardevol erfgoed, toch wordt de overgrote productie van de naoorlogse periode met minder égards behandeld. Enkele recente renovaties illustreren een tendens om uitgesproken laat-moderne gevels te verzachten, te restylen op een toegankelijke en trendy manier. Onnodig te zeggen dat daardoor de karakteristieken van het ontwerp in kwestie in het gedrang komen en verdwijnen. Zo bijvoorbeeld het C&Agebouw op de Meir (1962-1971), ontworpen door diezelfde Léon Stynen in samenwerking met Paul De Meyer. Enkele jaren geleden kregen de buitengevels een hip paars tintje, een weliswaar omkeerbare ingreep die ingaat tegen het oorspronkelijke concept en het totaalbeeld van het gebouw grondig verdraait. Mogelijk wilde de opdrachtgever de overtuigd modernistische uitstraling van het gebouw, beleden in gevelcompositie, kleur- en materiaalgebruik, temperen en aanpassen aan de context van de Meir als territorium voor shopping en passief entertainment. Of zorgde de recente renovatie van de aanpalende Shopping Stadsfeestzaal voor een kleurige impuls? Een vergelijkbare ingreep overkwam in 2006 een appartementsgebouw uit de vroege jaren 1970 op Kipdorp. Tot dan toe werd de gevel gekenmerkt door een ritmiek van raamopeningen, geflankeerd door uitspringende betonnen panelen, die het gebouw een brutalistische dynamiek verleenden. Bij de renovatie werden enkele van die rijen panelen gerecycleerd als onderdelen van onooglijke terrasjes, en tegelijk kreeg de façade een afwerking in een geelgroene pasteltint. Ook de


10

Infoblad Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis, 2011/2

Appartementsgebouw op Kipdorp, verbouwd in 2006 – Foto Wim Strecker, juni 2011


Infoblad Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis, 2011/2

11

verbouwing van het voormalige HBK-Spaarkasgebouw in de Lange Lozanastraat, één van de hoogtepunten uit het oeuvre van Willy Van Der Meeren uit 1967-1969, ging ten koste van de manifest brutalistische zeggingskracht van het oorspronkelijke ontwerp, met name door de verbouwing van de voorgevel. Andere monumenten zijn de laatste jaren veel radikaler aangepakt, lees gesloopt. Voor het bedreigde Zeemanshuis, in 1952-1955 gebouwd naar ontwerp van Paul Smekens en Hendrik Wittocx, is het voorlopig nog niet zo ver. Niettemin speelt de intrinsieke waarde van dit gebouw als monument geen rol van betekenis in de besluitvorming van de stedelijke overheid en andere betrokkenen over gebouw en omgeving, althans niet in de overheidscommunicatie. Dat bleek ten overvloede op het conges over het Zeemanshuis dat op 22 februari 2010 georganiseerd werd in deSingel, en waar Luc Verpoest (KU.Leuven) en Inge Bertels (UA, V.U.B.) dit belangrijke criterium belichtten en verdedigden.  7 Tussen haakjes: Braem schreef in 1956 al een lovend artikel over het Zeemanshuis. 8 Andere gebouwen werden recent zonder enige commotie gesloopt. Zo verdween enkele jaren geleden het voormalige kantoorgebouw van de VTB-VAB aan de Sint-Jacobsmarkt, gebouwd in 1956 naar ontwerp van Jos Willems en gekenmerkt door abundant bouwbeeldhouwwerk, typisch voor veel gebouwen uit de jaren 1950. 9 Vorig jaar was het de beurt aan het aanpalende Medisch Centrum, ontworpen in 1952 door Joseph-Louis Stynen. 10 Samen met het aan de overkant gelegen kantoorgebouw van de brandweer dat momenteel verbouwd wordt, vertegenwoordigden deze gebouwen een staalkaart van de diversiteit en de kwaliteiten van de laat-moderne bouwpraktijk in Antwerpen. De verbouwing tot brandweervoorpost zal laatstgenoemd complex onherkenbaar wijzigen.  11 Ondanks dergelijke bedreigingen, verminkingen, verbouwingen en sloopoperaties kan de Antwerpse binnenstad voorlopig nog bogen op een rijk en divers patrimonium van laatmoderne architectuur, zoals de bebouwing op de Teniersplaats, die aan de zijde van de Frankrijklei een monumentale introductie vormen voor de as Leysstraat – Meir, net zoals een bouwblok stadinwaarts de complexen van Frans Van Dijk (1904) en Ernest Dieltiens (1901) op de hoeken Leysstraat – Kipdorpvest diezelfde as markeren. Een goed bewaarde realisatie, typisch voor de expo-stijl, is de winkelgalerij in de Huidevettersstraat en de Korte Gasthuisstraat, in 1952-1953 gebouwd naar ontwerp van de Brusselse architect Jean-Florian Collin (1904-1985) voor de door hem opgerichte immobiliënmaatschappij Etrimo. Deze lukraak gekozen voorbeelden kunnen makkelijk aangevuld worden met tal van andere. De huidige omgang met het laat-moderne architectuurpatrimonium van Antwerpen indachtig, is het echter van primordiaal belang een globale en praktijkge7 Cf. http://www.vai.be/nl/architectuur/actua_archi_detail.asp?id=2510 8 R. Braem, Het nieuwe Zeemanshuis te Antwerpen, in Bouwen en Wonen, 3, 1956, p. 248-261. 9 Het archief van Willems wordt overgedragen aan het Architectuurarchief van de Provincie Antwerpen. 10 S. Grieten, Medisch Centrum van Joseph-Louis Stynen gesloopt, in Infoblad Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis, 2010/3, p. 4-5. 11 http://www.agvespa.be/projecten/brandweervoorpost-sint-jacobsmarkt.


12

Infoblad Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis, 2011/2

Het gesloopte kantoorgebouw van de VTB-VAB aan de Sint-Jacobsmarkt, gebouwd in 1956 naar ontwerp van J. Willems – Foto Wim Strecker, februari 2005


Infoblad Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis, 2011/2

13

richte visie te ontwikkelen, waarin expertise en inventarisatie hand in hand gaan met een doordachte restautiefilosofie die er in slaagt om de kwaliteiten van deze architectuur te behouden. Nog al te vaak worden beeldbepalende onderdelen zoals ramen en deuren vervangen door nieuwe exemplaren die door materiaal en vormgeving het totaalaspect grondig en blijvend verstoren. Dit werpt vaak de kwestie op van eigentijds wooncomfort en isolatienormen, al staan restauratietechnieken niet stil en hoort ook die problematiek bij een omvattende visie. Niettemin wijst de praktijk nog een andere richting uit, zoals geïllustreerd wordt door de renovatie van een kantoorgebouw in de Keizerstraat, in 1960 door Marc Appel ontworpen. De gelaagde gevel wordt gekenmerkt door een rooster in beton, dat een verfijnend ritme verleent aan de gevelcompositie en als een façadescherm voor de wand met corresponderende raamopeningen zit. Voor de huidige verbouwing werd geopteerd voor donker getinte forse raamprofielen, die afbreuk doen aan de luchtigheid van het oorspronkelijke concept.

Internationaal Zeemanshuis aan de Falconrui, in 1952-1955 gebouwd naar ontwerp van Paul Smekens en Hendrik Wittocx – Foto Wim Strecker, april 2011


14

Infoblad Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis, 2011/2

Links: Kantoorgebouw van de brandweer aan de Sint-Jacobsmarkt 58, momenteel in verbouwing – Foto’s Stefaan Grieten, 23 juni 2011

Onder: het kantoorgebouw aan de zuidzijde van de Teniersplaats en Frankrijklei ontworpen door F. Blockx (voor 1948). – Foto uit ‘1848-1948, Jubelalbum K.M.B.A. Koninklijke Maatschappij der Bouwmeesters van Antwerpen’, Antwerpen, 1948, p. 57.


Infoblad Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis, 2011/2

15

Boven: de Teniersplaats met 19de-eeuwse bebouwing en de heraangelegde Leysstraat met de prominente hoekgebouwen van E. Dieltiens van 1901 (links) en Frans Van Dijk van 1904 (rechts). – Prentbriefkaart (te dateren voor augustus 1903), verz. Wim Strecker Onder: de Frankrijklei, Teniersplaats en Leysstraat in 2011. Links het kantoorgebouw aan de zuidzijde van de Teniersplaats en Frankrijklei ontworpen door F. Blockx (voor 1948), rechts de noordzijde van de Teniersplaats en Frankrijklei met een kantoorgebouw uit de vroege jaren 1950


16

Infoblad Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis, 2011/2

Appartementsgebouw met winkelgalerij in het bouwblok Huidevettersstraat en Korte Gasthuisstraat, in 1952-1953 gebouwd naar ontwerp van de Brusselse architect Jean-Florian Collin (1904-1985) voor immobiliënmaatschappij Etrimo. – Foto‘s Wim Strecker, 2007 (boven), 2001 (links), 2011 (onder)

Het naambord “Glasbeton / WENMAEKERS / ANTWERPEN” is te vinden aan de kant Huidevettersstraat. De firma Wenmaekers & C° N.V. (“lichttegels”) was in 1951 gevestigd in de De Leescorfstraat 29 in Borgerhout (cf. adresboek Ratinckx)


Infoblad Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis, 2011/2

Kantoorgebouw in de Keizerstraat, ontworpen door Marc Appel in 1960. Toestand voor verbouwing. – Foto Wim Strecker, augustus 2008

17


18

Infoblad Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis, 2011/2


Infoblad Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis, 2011/2

Links: niet alleen de auto maar ook de bijhorende architectuur eiste zijn plaats op in de naoorlogse stadscentra. Een van de meest markante voorbeelden in Antwerpen was de rond 1993 verdwenen parkeergarage op de Groenplaats. - Afbeelding uit ‘Antwerpen, beknopte gids door stad en haven’, Antwerpen, 1960, p. 42. Boven: dezelfde zone van de Groenplaats met het hoekgebouw uit 1993 – Foto Wim Strecker, 2011

19


www.avbg.be

AVBG ontvangt subsidie van het Provinciebestuur van Antwerpen

Verantwoordelijke uitgever: Wim Strecker, Prinsesstraat 31 b2, 2000 Antwerpen


Infoblad AVBG 2011-2