BIOBASED update februari 2020

from CoE BBE

Scroll for more

Page 1

BIOBASED update

Centre of Expertise Biobased Economy MAGAZINE FEBRUARI 2020 CENTRE OF EXPERTISE BIOBASED ECONOMY

EEN KIEMPJE VOOR DE TOEKOMST CO2 EEN ZEGEN VOOR DE BOUW? STIKSTOF UITDAGINGEN


Inhoud

9

16

4

10

17

11

18

Twee biobased HBO-Postdocprogramma’s

6

Cashing Cashew

Bermgras verwaarden

Mooie resultaten voor Biobased Onderwijs

Structural health in biobased constructions

7

12

Student aan het woord: Jasper Rijkers

8

Productie mycelium

BEE’O INN

CO2, een zegen voor de bouw?

19

Levenscyclusanalyse

Stikstof uitdagingen

14

Kennis en inspiratie

20

Composteren biologisch afbreekbare plastics

Zeewier sterolen

4

Centre of Expertise Biobased Economy - 2

9


22

COLOFON

Een kiempje voor de toekomst

Redactie & vormgeving:

24

Wendy van Rijsbergen w.vanrijsbergen@avans.nl Bas Koebrugge b.koebrugge@avans.nl Š 2020 Centre of Expertise Biobased Economy. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, kopie, digitale reproductie of op welke wijze dan ook zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.

Krown.bio bouwt met mycelium

25

Growing pavilion

26

Landelijke Biobased Database

27

Lectorenplatform Biobased Economy in nieuwe fase

Meer weten over ons? Bekijk dan de website

Centre of Expertise Biobased Economy

WWW.COEBBE.NL

17

11

16

BIOBASED update februari 2020 - 3

24


Twee biobased hbo-postdocprogramma’s Om hogescholen te helpen hun ambities op het gebied van de koppeling tussen onderwijs en onderzoek verder te versterken, financiert de overheid sinds 2018 hbo-postdocposities voor gepromoveerde docentonderzoekers. HZ docenten Giuliana Scuderi, Civiele Techniek (CT) en Tanja Moerdijk-Poortvliet, Chemie deden een succesvolle aanvraag en gingen bij het CoE BBE aan de slag met biobased vraagstukken. Binnen dit tweejarige programma worden de postdocs ingezet voor onderzoek en onderwijs. Hierdoor wordt niet alleen de band tussen beide verstevigd maar ook nieuwe carrièremogelijkheden gegeven aan gepromoveerden in het hbo, wier inzet cruciaal is voor de gewenste kwaliteitsimpuls op onderzoeksgebied. Giuliana en Tanja vertellen over hun programma’s.

BACK TO THE MATERIALS OF THE FUTURE Wat zijn de mechanische eigenschappen van biobased bouwmaterialen als lignine, hout, biocomposiet en bamboe? Vormen ze op termijn een volwaardig alternatief voor de traditionele keuzes beton en staal? Het zijn vragen die het betrokken werkveld, dat zoekt naar veilige en duurzame bouwmaterialen, graag beantwoord ziet. In samenwerking met de onderzoeksgroep Biobased Bouwen, het werkveld, studenten van de opleiding Civiele Techniek en Scalda gaat Giuliana op zoek naar antwoorden. Zo ontwerpen de tweedejaars CT-studenten bijvoorbeeld een haven voor de biobased industrie, een opdracht die tot stand is gekomen in samenwerking met North Sea Port. De opbrengsten van het volledige onderzoek worden onder andere vertaald in kant-en-klare toepassingsrichtlijnen voor het werkveld en een portfolio met voorbeelden en toepassingen. Ook wordt een doorlopende leerlijn in het CT-curriculum ontwikkeld. Deze heeft tot doel de nieuwe generatie civiele ingenieurs bekend te maken met het bestaan en de toepassing van deze materialen, waardoor biobased bouwen geen toekomstmuziek blijft.

Foto: Audiovisule dienst van HZ UAS

Centre of Expertise Biobased Economy - 4

Meer weten? Giuliana Scuderi Postdoc onderzoek Biobased materials g.scuderi@hz.nl


LESSEN MET ZEEWIERMOLECULEN Volgens Tanja, aan de rechterkant op de foto, staat het onderzoek naar zeewier op dit moment nog “in de kinderschoenen” maar biedt het, zeker voor een provincie als Zeeland, “enorm veel kansen”. De kracht van zeewier is dat het bruikbare stoffen bevat en kan dienen als duurzame grondstof, bijvoorbeeld als alternatief voor dierlijke eiwitten. Vanuit de verbinding tussen het lectoraat Marine Biobased Specialities en de opleiding Chemie buigt Tanja zich samen met studenten en zeewierproducenten over de vraag hoe een beter inzicht in de smaak en textuur van zeewier verkregen kan worden. Hierdoor wordt een duurzamere productie en de verwerking van zeewier tot eindproducten voor de consument in de toekomst mogelijk. Door de breedte en maatschappelijke relevantie van het onderwerp liggen koppelingen met andere vakgebieden zoals marketing en teelt voor de hand. Eén van de speerpunten van Tanja is ervoor te zorgen dat het praktijkgerichte onderzoek geïmplementeerd wordt in het Chemiecurriculum, wat de opleiding nog concreter, kwalitatiever en leuker maakt.

Foto: Audiovisule dienst van HZ UAS

Meer weten? Tanja Moerdijk-Poortvliet Postdoc onderzoeker Marine Biobased Specialties tanja.moerdijk@avans.nl

Eén van de speerpunten van Tanja is ervoor te zorgen dat het praktijkgerichte onderzoek geïmplementeerd wordt in het Chemiecurriculum.

BIOBASED update februari 2020 - 5


Mooie resultaten voor Biobased Onderwijs Met de lancering van een digitaal biobased netwerk en een resultatenboek legt het project Grenzeloos Biobased Onderwijs de opgedane kennis en ervaring vast voor de toekomst en sluit daarmee het project af. Veertien Vlaamse en (Zuid-)Nederlandse onderwijs- en kennispartners en belangenbehartigers van de biobased sector hebben sinds de start van het project in 2016 gezamenlijk gewerkt aan de kansen en uitdagingen die de biobased economy in de grensregio biedt. Het resultaat van deze samenwerking heeft geleid tot meer dan 45 biobased lesmodules, nieuwe biobased trainings- en oefenfaciliteiten bij onderwijsinstellingen, grensoverschrijdende onderwijsprogramma’s, uitwisseling van docenten en studenten en een digitaal kennisplatform.

BIOBASED LESMATERIAAL Die gezamenlijke uitdagingen betreffen het goed in beeld krijgen van de vraag naar en kwaliteiten van toekomstig personeel voor de biobased sector, het huidige tekort aan gekwalificeerd technisch personeel en het onvoldoende aansluiten van het onderwijs op de vraag uit het bedrijfsleven. Omdat de biobased economy een zich nog ontwikkelende sector is, is het heel lastig voor onderwijsinstellingen om deze knelpunten alleen op te lossen. Samenwerking lag dus voor de hand. Op basis van de marktinventarisatie ontwikkelde het project onderwijsprogramma’s die voor onderwijsinstellingen uit Vlaanderen en Nederland te downloaden zijn via het ontwikkelde platform www.biobasednetwork.eu.

BIOBASED TRAININGS- EN OEFENFACILITEITEN Een andere reden voor samenwerking is het verbeteren, specialiseren en gezamenlijk gebruik van trainings- en oefenfaciliteiten. Elke onderwijsinstelling heeft zelf wat oefenfaciliteiten voor een specifiek onderdeel van biobased, maar meestal is het slechts een beperkte voorziening die hoofdzakelijk door ‘eigen’ studenten gebruikt wordt. Het project Grenzeloos Biobased Onderwijs investeerde in faciliteiten en apparatuur, bracht alle beschikbare trainingsen onderzoeksfaciliteiten in kaart en zorgde voor het grensoverschrijdend beschikbaar stellen van faciliteiten, ook voor het bedrijfsleven. Hierdoor zal er veel meer en efficiënter gebruik gemaakt gaan worden van deze (vaak kostbare) faciliteiten.

UITWISSELING VAN KENNIS De samenwerking tussen de veertien Vlaams – en Zuid-Nederlandse partners heeft ook geleid tot grensoverschrijdende onderwijsprogramma’s en een veel intensievere uitwisseling van docenten, studenten en faciliteiten van de deelnemende onderwijsinstellingen. Hierdoor ontstaat er een groot grensoverschrijdend netwerk van alle biobased gerichte opleidingen en zal er veel meer en beter op de vraag vanuit het bedrijfsleven geanticipeerd kunnen worden. Daarnaast is samenwerking nodig om de barrières tussen Vlaanderen en Nederland te slechten wat betreft uitwisseling van studenten en docenten en de beoordeling en waardering van opleidingen en diploma’s aan beide zijden van de grens. Deze beide aspecten zijn van groot belang om de grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit te bevorderen en beter te kunnen voldoen aan de vraag vanuit het bedrijfsleven.


Student aan het woord KENNISPLATFORM EN RESULTATENBOEK Tot slot heeft de samenwerking geleid tot het ontwikkelen van een digitaal biobased netwerk, waar al het ontwikkelde lesmateriaal, informatie over stages, onderzoeks- en testfaciliteiten, biobased experts en events is terug te vinden. Docenten, studenten en bedrijven die meer willen weten over biobased onderwijs en de biobased economy kunnen terecht op www.biobasednetwork.eu. In het resultatenboek blikt het project terug op de afgelopen drie jaar en laten we zien wat het project heeft opgeleverd aan kennis en informatie en toegevoegde waarde voor docenten, studenten en bedrijfsleven.

DIGITAAL BIOBASED PLATFORM

RESULTATENBOEK GBO

Meer weten? Bas Koebrugge Projectleider GBO b.koebrugge@avans.nl

Jasper Rijkers Student Environmental Science for Sunstainable Energy and Technology Avans Hogeschool Mijn naam is Jasper Rijkers en ik woon in Berkel-Enschot. Ik ben derdejaars student Environmental Science for Sustainable Energy and Technology (ESSET) bij Avans Hogeschool Breda. Ik heb onlangs mijn stage afgerond bij Centre of Expertise Biobased Economy en ben begonnen aan mijn specialisatie. Tijdens mijn stage heb ik een inventarisatie uitgevoerd naar verschillende biomassa reststromen in Zuid-Holland. In het kader van het actuele vraagstuk over biomassa en het waarderen hiervan, heeft de provincie Zuid-Holland deze opdracht uitgezet. Zij willen hiermee een duidelijk beeld schetsen van de potentie en de locatie van de hoeveelheid biomassa. Hiermee kan uiteindelijk worden onderzocht waar de kansen liggen om de biomassa zo duurzaam mogelijk te gebruiken. Van de inventarisatie heb ik uiteindelijk in ArcGis interactieve kaarten gemaakt.

“Als we alle biomassa die aanwezig is in Zuid Holland omzetten naar energie kunnen we mogelijk 480.000 huishoudens een jaar lang verwarmen. “ Het uitvoeren van de werkzaamheden tijdens mijn stage was een interessante en leuke combinatie van literatuuronderzoek en contact met deskundigen en bedrijven. Je kunt dus goed zelfstandig en samenwerken. Ik vond het tof om een steentje bij te dragen aan een beter milieu en meer te leren over de biobased economy. Ik heb er veel van geleerd en raad een stageplek bij CoE BBE zeker aan.

Zie links een van de ArcGis kaarten die Jasper maakte.. Deze is van GFT.afval.


Zeewier sterolen Plantensterolen zijn goed voor het menselijk lichaam. Ze komen niet alleen voor in gewassen die op het land groeien, maar onder andere ook in zeewieren. In het project ‘Zeewier Sterolen’ onderzoekt het Lectoraat Marine Biobased Specialties hoe de productie van sterolen uit zeewier kan worden geoptimaliseerd. Dat plantensterolen goed zijn voor het menselijk lichaam weten we al sinds de jaren ’50. Je hoeft niet verder te kijken dan je pakje boter om zinnen tegen te komen als: “natuurlijke kracht van plantensterolen verlaagt cholesterol!”. Net als planten maken zeewieren ook plantensterolen. Echter zijn die van zeewier vaak bijzonder van structuur en daarom kunnen die soms bijzondere werkingen hebben, waaronder ziektebestrijdende. Dat zeewier sterolen zo bijzonder zijn heeft onder andere te maken met het feit dat zeewier immobiel is, maar wel een sterk variabele leefomgeving heeft. Het zeewier moet zich dus op chemische wijze aan kunnen passen aan de omgeving.

LATER OOGSTEN Dat laatste exploiteren we bij het lectoraat Marine Biobased Specialties (MBBS): door zeewier expres te prikkelen met hoge of lage lichtintensiteiten, temperaturen of voedingsstoffen en vervolgens het effect op de plantensterolen te analyseren, kunnen we kweekomstandigheden vinden waarop de productie van sterolen hoger is dan normaal. Zo geeft dit onderzoek ons inzicht in de biochemie van zeewier en geeft het de zeewier-boer inzicht in de kweekomstandigheden waaronder waardevolle stoffen als sterolen meer geproduceerd worden.

lage nutriënten en hoog licht kweekt, de sterol-inhoud meer dan verdubbelt.”, aldus projectleider Dylan de Jong. “Voor de zeewierboer betekent dit dat het uitstellen van de oogst tot iets later in de zomer, waar deze omstandigheden gelden, een hogere opbrengst van deze waardevolle stoffen met zich meebrengt.”

VERDER ONDERZOEK Uiteraard is dit slechts één aspect van het totaal begrijpen en benutten van zeewier sterolen. Zo zijn er andere kweekomstandigheden om mee te prikkelen en is het bijvoorbeeld voor de commerciële vertaalslag ook belangrijk om te snappen hoe extractie- en verwerkingstechnieken de sterolen inhoud beïnvloeden. Deze vragen vertaalt het lectoraat MBBS naar onderzoek waar we ons nu en in de toekomst op storten.

“Zo hebben we bijvoorbeeld gevonden dat wanneer je suikerwier (een commercieel belangrijke kelp soort) onder

Centre of Expertise Biobased Economy - 8

Meer weten? Dylan de Jong Projectleider Zeewier sterolen dlc.de.jong@hz.nl


Cashing Cashew De wereldwijde cashewnoot productie is ongeveer 4 miljoen ton per jaar. Ongeveer 70% van de cashewnoot is schil. Deze schil wordt tijdens het verwerkingsproces verbrand als een ‘vieze’ en inefficiënte brandstof of het wordt direct weggegooid als afval. Dit creëert niet alleen een probleem voor de omgeving maar verspilt ook nog eens een waardevolle reststroom, zonde! Qian Zhou, onderzoeker bij het Lectoraat Biobased Energy, onderzoekt in het project Cashing Cashew hoe de schillen efficiënter en duurzamer gebruikt kunnen worden. De schil van de cashewnoot bevat ongeveer 20-30% bruine kleverige vloeistof, Cashew Nut Shell Liquid (CNSL). Dit is een natuurlijke product en bevat waardevolle chemische componenten, zoals cardanol, cardol en anacardinezuur. CNSL en alles daarvan afgeleid heeft meerdere mogelijke industriële toepassingen zoals biobased additieven, polymere bouwstenen en biodiesel. Het doel van het project is om de zuiverheid van de CNSL, verkregen door middel van pyrolyse, te verbeteren. Zhou:

“ Uiteindelijk zoeken we naar de meeste efficiënte manier om gebruik te maken van de CNSL olie en de biomassa (cashewnoten schillen).”

BIOBASED update februari 2020 - 9

Meer weten? Qian Zhou Projectleider Cashing Cashew q.zhou1@avans.nl


Bermgras verwaarden Een huis gebouwd met vezels uit bermgras. Duurzame, goedkope energie uit bermgras. Duurzamer en goedkoper bermbeheer? Samen met 12 partners onderzoeken de lectoraten Biobased Energy (BBE) en Biobased Bouwen (BBB), en het Biopolymeren Applicatiecentrum (BAC) in het Interreg 2 zeeĂŤn project Grassification de mogelijkheden om bermgras te verwaarden. Over een periode van drie jaar gaan de projectpartners uit Engeland, Nederland, Frankrijk en BelgiĂŤ samen het volledige traject van bermbeheer tot eindproduct onder de loep nemen. Via een multidimensionale aanpak gaan ze aan de slag om op die manier maximaal bermgras te valoriseren tot waardevolle eindproducten. De lectoraten en het BAC, onderdeel van het Centre of Expertise Biobased Economy, hebben een mooie rol in dit project.

EIWITTEN De onderzoekers van BBE doen samen met Inagro onderzoek naar de mogelijkheden om uit het sap van het bermgras eiwitten te halen, die kunnen worden gebruikt als voeding voor de kweek van insecten. Uit de resultaten blijkt dat de gehalten aan eiwit hiervoor helaas te laag zijn. Het sap is wel geschikt voor de kweek van algen en de productie van biogas. Hier wordt nog verder onderzoek naar gedaan. Evenals naar de mogelijkheden om eiwitten uit de vaste delen van gras te halen.

BERMGRAS PRODUCTEN Het lectoraat BBB en BAC kijken naar de toepassing van de vezels van het bermgras na drogen. Het BAC heeft hiervoor al verschillende gebruiksvoorwerpen gemaakt waaronder een visitekaarthouder. Het lectoraat onderzoekt de mogelijkheden om van de vezels, zo mogelijk tezamen met gemalen Japans Knoopkruid (invasief onkruid), een nieuw 100% biobased composiet materiaal te ontwikkelen dat tropisch hardhout kan vervangen. Het ontwikkelde materiaal wordt vervolgens in de vorm van een natuurpad en gevelplaat getest. Van het ontwikkelde materiaal wordt ook een levenscyclusanalyse gemaakt door het lectoraat BBE waarbij de biobased composiet wordt vergeleken met tropisch hardhout. Centre of Expertise Biobased Economy - 10

Meer weten? Jappe de Best Projectleider Grassification jh.debest@avans.nl


Structural Health in Biobased Construction In West-Europa draagt de bouwsector bij aan 30% van de emissie van broeikasgassen en wereldwijd gaat één derde van de totale grondstofwinning op aan de bouwsector. Duurzame biobased bouwmaterialen hebben een enorme potentie, zowel vanuit milieuperspectief als economisch perspectief voor de bedrijven. Afgelopen periode hebben de projectpartners zich gericht op de ontwikkeling van verschillende veelbelovende biobased technologieën en potentiële toepassingen hiervan. De bouwsector is nu echter nog zeer conservatief. Voordat dragende constructies van biobased materialen gemaakt kunnen worden, dient eerst inzicht verschaft te worden in het behoud van de constructieve betrouwbaarheid over een langere periode.

DRIE CONSTRUCTIES Het project Living Lab Structural Health in BioBased Constructions geeft hier invulling aan geven. De projectpartners doen eerst een materialen- en sensoringstudie doen waarin de verschillende combinaties van natuurlijke vezels zoals vlas en hennep, bioharsen, productiemethoden en sensoren getest worden in versnelde degradatie-experimenten. De resultaten hiervan worden op drie verschillende constructies getest. Dit is de Living Lodge Biesbosch, waarbij de resultaten worden toegepast op een wandconstructie. Het Strandpaviljoen te Renesse, waarbij de resultaten worden toegepast op een dakconstructie. En de Smart Circulair Bridge, waarbij de resultaten worden toegepast op een brugconstructie.

RECYCLING Voor Centre of Expertise Biobased Economy betekent dit dat we een aantal mooie taken op ons mogen nemen. Binnen Avans gaan we aan de slag met het uitvoeren van milieukundige levenscyclusanalyses rond de gebruikte composietmaterialen inclusief het toepassen van moleculaire recycling, moleculaire recycling van thermoset biocomposietmaterialen uit vlas en bioresin, verouderingsproeven in een klimaatkast en het opzetten van de MOOC voor studenten en bedrijven. HZ UAS richt zich in dit project op het mechanisch recyclen en hernieuwd tot product extruderen van de thermoplastische composieten materialen. Wij zullen zodoende demonstreren dat er een nieuw product kan worden gemaakt na eindelevensduur van het eerste thermoplastische biocomposietproduct.

De kennis en ervaringen hieruit wordt via verschillende communicatie uitingen gecommuniceerd. Denk aan een gloednieuwe MOOC, een deelname aan het duurzaamheidsfestival te Renesse in september 2020, publicaties en filmmateriaal. Daarnaast wordt er ook een economische en sociale haalbaarheidsstudie uitgevoerd die er voor moet gaan zorgen dat de resultaten sneller kunnen worden opgenomen in de bouwsector.

BIOBASED update februari 2020 - 11

Meer weten? Alwin Hoogendoorn Projectleider Structural Health in Biobased Construction a.hoogendoorn@avans.nl


Opinie De stikstof uitdagingen Sinds de zomer van 2019 is stikstof volop in de media, vaak in de context van de ‘stikstofcrisis’ of ‘stikstofproblematiek’. Dit probleemdenken maakt ons blind voor de kansen die deze kwestie ons biedt. Bijvoorbeeld om mest veel beter te gaan benutten. Zo kunnen we echt wat doen aan het stikstofprobleem, betoogt lector Biobased Energy Johan F. M. Raap.

Veel meningen in het huidige debat geven een verkeerd beeld van stikstof. Om te begrijpen waarom heb je basiskennis van chemie nodig. Stikstof komt in vele vormen in de natuur voor. De meest voorkomende, di-stikstofgas, is onschadelijk. Als we spreken over de stikstofproblematiek bedoelen we dus eigenlijk andere stikstofverbindingen. Bijvoorbeeld stikstofmonoxide en stikstofdioxide. Deze twee ontstaan als bijproduct bij verbrandingsprocessen, zoals in het autoverkeer en in de industrie. Minder rijden over kortere afstanden, langzamer rijden en industriële processen veranderen kunnen helpen de milieuschade door deze stikstofverbindingen terug te dringen.

STIKSTOFBALANS OPMAKEN Nog interessanter voor het stikstofdebat is ammoniak. Dat wordt niet alleen uitgestoten door de veehouderij via mest, maar ook door de industrie en zelfs door de waterzuivering. Het aanpakken van deze uitstoot begint met het in kaart brengen ervan. Dit doe je door een stikstofbalans te maken.

Daarbij ga je voor elk proces na hoeveel stikstof erin gaat en waar het vervolgens blijft. Als je bijvoorbeeld een voedingsmiddelenbedrijf bestuurt, dan wil je weten hoeveel grondstoffen in je producten gaan, welk aandeel daarvan stikstof is en hoe dat aandeel zich verdeelt over je producten, bijproducten en afvalstromen. Zo’n balans kun je ook voor een veehouderij maken. Je brengt dan in kaart welke stoffen er in veevoer zitten en hoeveel dierlijke ‘stoffen’ je produceert, zoals vlees en zuivel. En daarnaast neem je ook dierlijke mest en het stikstofaandeel daarin mee. Is je balans niet in evenwicht, dan is dus ergens in je bedrijfsproces ammoniak in bodem, water of lucht terechtgekomen.

MESTBEWERKING ALS OPLOSSING Nu wil ik graag inzoomen op die dierlijke mest. Niet alleen omdat die in de publieke opinie als hoofdoorzaak wordt bestempeld voor de stikstofproblemen, maar ook omdat hier

Centre of Expertise Biobased Economy - 12


naar mijn mening de oplossingen te vinden zijn. Momenteel wordt onbewerkte mest voor langere tijd opgeslagen tot het uitgereden kan worden. Maar tijdens deze opslagperiode komen veel schadelijke stoffen in de lucht terecht. Niet alleen ammoniak, maar ook methaan en kleine stofdeeltjes. Om dit tegen te gaan zullen we dus naar een systeem moeten waarbij we alleen nog maar bewerkte mest opslaan en benutten op de akkers. Daarvoor moeten we de mest zo rap mogelijk gaan bewerken nadat die het dier verlaten heeft. Iedere veehouderij zijn eigen mest laten bewerken, is een oplossing die hiervoor vaak wordt aangedragen. Maar daarvoor zijn de meeste van dit soort bedrijven te klein en ontbreekt het aan vakmanschap. Het kan een oplossing zijn voor de megabedrijven, maar lokaal samenwerken met een aantal veehouders, akker- en tuinbouwers in een soort coรถperatie is nog beter. En waarom maken we van die dierlijke mest ook niet meteen kunstmestvervangers?. Kunstmest is een problematisch product, dat wordt toegepast in particuliere achtertuinen, tuinbouw en akkerbouw. Het wordt geproduceerd uit moeilijk toegankelijke fossiele ertsen. De stikstofcomponent in de kunstmest wordt gemaakt met grootschalige inzet van het fossiele aardgas, wat leidt tot enorme CO2 emissies, wat mede aanleiding is tot de slechte footprint van onze voedselproductie.

WEG VAN HET PROBLEEMDENKEN Alle reden dus om te kijken naar de kansen die mest ons biedt. Maar helaas worden in het huidige debat vooral oplossingen vanuit probleemdenken aangedragen. Denk aan vermindering van het aantal dieren en zelfs het uitkopen van veehouderijbedrijven, met name nabij natuurgebieden. Het gaat mij in deze discussie niet over aantallen dieren. Mijn pleidooi is volledig een voorstel tot het bewerken van mest en het benutten van de stoffen daarin, zonder dat daarmee milieu en gezondheid worden geschaad. En ja, dat pleidooi geldt ook voor veehouderijen op grote afstand van die natuurgebieden. Conclusie is dat we dierlijke mest veel beter moeten gaan benutten als we echt iets willen doen aan het stikstofprobleem. En misschien moet de overheid dat in de toekomst maar stimuleren, bijvoorbeeld via heffingen op kunstmeststoffen. Ook moet de supply chain van mest veel beter en dat vraagt om bewerking van verse mest. Daarvoor zijn slimme processen nodig, kennis van zaken, van chemie en van technologie. Maar het vraagt zeker ook om partijen die zich bewust en constructief opstellen en acceptatie dat er in ons land nu eenmaal dierhouderij is, en dat deze dieren, net als mensen, mest produceren.

Meer weten? Johan Raap Lector Biobased Energy info@coebbe.nl

BIOBASED update februari 2020 - 13


Kennis & inspiratie Lectoraatsdag Biobased Energy Na een periode van acht jaar is het voor de lector van de onderzoeksgroep Biobased Energy, Johan Raap, tijd om het stokje over te dragen. Maar niet voordat het lectoraat nog even flink in het zonnetje werd gezet. Tijdens de Lectoraatsdag op 28 november jl. betraden verschillende onderzoekers van het lectoraat het podium om te vertellen over hun lopende onderzoeken. Daarnaast was er ruimte voor een lach, een traan en muziek en nam Johan Raap de tijd om zowel terug te kijken als vooruit te blikken naar de uitdagingen die zijn opvolger te wachten staan. In de volgende Biobased Update stellen we de nieuwe lector aan u voor.

BEKIJK DE VIDEO

Lectorale rede Han van Kasteren Er liggen volop kansen voor de biobased economy. Tegelijkertijd zijn er nog veel vragen: waar komen de grondstoffen vandaan en hoe duurzaam is dit? Kunnen we zonder fossiele brandstoffen? Hoe kunnen we het gebruik van biobased plastics en biobased additieven stimuleren?

Dit alles vereist veel kennis, innovatie en slim gebruik van praktijkvoorbeelden. Han van Kasteren, lector Biobased Building Blocks & Products, presenteerde zijn visie op deze vragen tijdens zijn lectorale rede vrijdag 15 november 2019 in Breda.

BEKIJK DE VIDEO

Centre of Expertise Biobased Economy - 14


BAC opent nieuwe werkplaats Het Biopolymeer Applicatie Centrum (BAC) bestaat al een aantal jaren. Ooit begonnen als slechts een idee op papier, opgestart met een paar machines en intussen uitgegroeid tot volwaardige innovatieve werkplaats. Door de grote groei in opdrachtgevers en projecten knapte het BAC uit zijn jasje. Daarom is er afgelopen zomer hard gewerkt aan een verbouwing binnen de muren van Avans Hogeschool, waarna het BAC intern kon verhuizen en helemaal klaar is voor de toekomst. Op donderdag 14 november vond de feestelijke opening van die nieuwe werkplaats plaats. Voor deze druk bezochte opening hebben we vele relaties uit het onderwijs en bedrijfsleven mogen verwelkomen, alsook veel oud studenten en oud collega’s die allen hun steentje hebben bijgedragen aan het succes van het BAC. Drie sprekers duidden het belang van het BAC: Diederik Zijderveld (College van Bestuur Avans Hogeschool) legde de relatie met vernieuwend beroepsonderwijs en duurzaamheid, Ralph Simons (directeur Centre of Expertise Biobased Economy) schetste de ontstaansgeschiedenis en de relatie met CoE BBE en Gertjan Visse (projectleider BAC) besprak de relatie met de bedrijven en de werkmethodiek met een multidisciplinair team van studenten en specialisten. Op het einde van de speeches werd gezamenlijk getoast op een mooie toekomst en werd er nog uitgebreid geborreld en nagepraat. We mogen terugkijken op een bijzonder geslaagde bijeenkomst en gaan vol vertrouwen de toekomst tegemoet met het Biopolymeer Applicatie Centrum.

PROJECTEN Studenten en medewerkers van het BAC werken doorlopend aan zo’n 60 onderzoeksprojecten op het gebied van toepassing van biopolymeren. Heb je ook een onderzoeksvraag die antwoord behoeft? Neem contact op met Werner Muller!

Meer weten? Werner Muller Projectleider BAC ww.muller@avans.nl

BIOBASED update februari 2020 - 15


Productie Mycelium Mycelium composieten zijn biobased composietmaterialen bestaand uit vezels van biomassa (stro, hennep) en mycelium als bindmiddel. Mycelium is het wortelstelsel van paddenstoelen. Deze biobased composieten hebben eigenschappen die vergelijkbaar zijn met piepschuim; ze zijn thermisch isolerend, lichtgewicht en vormvast. Momenteel is het produceren van deze materialen relatief duur. Joost Vette, onderzoeker bij het lectoraat Biobased Bouwen, onderzocht twee methoden om de kosten van dit proces te verlagen.

BIOMASSA EN OESTERZWAMMEN De eerste methode was gericht op het gebruik van de reststromen. In plaats van waardevolle materialen zoals stro of hennep te gebruiken, onderzocht Joost Vette of gemaaid riet of tomatenplanten gebruikt kunnen worden als vezels in het composiet. Bij de tweede methode werd de oesterzwam gebruikt voor zowel myceliumproductie als paddestoelproductie. Door de oesterzwam te gebruiken als bindende schimmel, kan het ontwikkelde materiaal worden gebruikt voor zowel de teelt van oesterzwammen als het beoogde isolatiemateriaal. In dit geval was het belangrijk te weten of de groei van de paddenstoelen de isolerende eigenschappen van het composiet beĂŻnvloeden.

MATERIAAL MET POTENTIE Het onderzoek begon met het maken van samples met gemaaid riet en tomatenplanten, waar vervolgens oesterzwammen op groeiden Daarna is met een zelfgebouwde setup de isolatiewaarde van de samples gemeten. Deze setup is gebouwd samen met studenten van de HZ University of Applied Sciences. De gemeten isolatiewaarden zaten nog boven de range van alternatieve (biobased) isolatiematerialen, maar lagen hier dicht genoeg bij om aan te tonen dat met verdere ontwikkeling mycelium composieten de potentie hebben een biobased bouwmateriaal te worden. Verder onderzoek is nodig om de isolatiewaarde te verbeteren, bijvoorbeeld door het variĂŤren van de vezelgroottes. Ook kan er onderzoek worden gedaan naar andere reststromen die geschikt zijn voor het maken van mycelium composieten, om zo een marktwaardig biobased isolatiemateriaal te ontwikkelen uit bestaande Nederlandse biomassa reststromen.

Meer weten? Joost Vette Onderzoeker Biobased Bouwen jf.vette@avans.nl

Centre of Expertise Biobased Economy - 16


BEE O’INN De afgelopen jaren is het regelmatig in het nieuws geweest dat het slecht gaat met veel bijensoorten. We spreken hier dan met name over wilde, solitaire bijen. Een groep insecten die erg belangrijk is voor de bestuiving van bloemen en planten en zorgt voor meer opbrengst van veel voedselgewassen. Lennart Zoeter, toen nog student bij de HZ UAS, bedacht voor zijn afstuderen een biobased oplossing.

te voegen. Met deze nieuwe samenstelling is het materiaal beter geschikt voor 3D-printen.

EEN BIJENHOTEL ALS MARKTTOEPASSING Voor de markttoepassing van ge-3D-print PHBV heb ik gelet op huidige trends. Door de groeiende trends dat men graag wil helpen om de biodiversiteit te verbeteren en de vele slechte bijenhotels op de markt, ben ik uitgekomen op een ge-3D-print bijenhotel.

DE BEE O’INN

Steeds meer mensen zijn bereid om een steentje bij te dragen aan het verbeteren van de biodiversiteit. Eén hulpmiddel om de bijenstand te verbeteren is door bijenhotels te plaatsen. Er zijn tegenwoordig helaas veel slechte bijenhotels op de markt te vinden. De mensen die graag een steentje willen bijdragen aan het verbeteren van de bijenstand, worden met deze hotels teleurgesteld door de grote leegstand in het hotel. Tijd om daar verandering in te brengen! Lennart vertelt over zijn project. “Tijdens mijn afstudeeronderzoek voor de opleiding Engineering aan de HZ UAS heb ik een showcaseproduct ontworpen van ge-3D-print PHBV. Ik heb dit onderzoek uitgevoerd voor het lectoraat Biobased Bouwen in samenwerking met colorFabb, een producent van 3D-print filamenten. Dit onderzoek bracht een aantal grote uitdagingen met zich mee: materiaalontwikkeling van PHBV tot 3D-print filament, het vinden van een markttoepassing voor ge-3D-print PHBV en een productontwerp voor het showcaseproduct.

PHBV ALS 3D-PRINT FILAMENT

Het ontwerp van het bijenhotel moest een showcase zijn van de mogelijkheden van 3D-printen en PHBV. Ik heb het hotel daarom een interessante vormgeving meegegeven die is afgeleid van een archetype bijenkorf. De kap aan de voorkant houdt vogels buiten die het bijenhotel als een gedekte tafel zien. De druppelvormen in de kap maken het mogelijk om het onderdeel zonder support te printen. Dit bespaart materiaal en laat de mogelijkheden van 3D-printen zien. Op het moment worden er een aantal prototypes gemaakt die binnen het kenniscentrum verspreid worden. Binnenkort zijn de bijenhotels dus in het echt te zien. Ze zijn dan nog wel gemaakt van PLA in plaats van PHBV. PHBV als 3D-print materiaal wordt nu verder doorontwikkeld en colorFabb is er inmiddels mee aan het testen. Hopelijk zien we dit in de toekomst ook terug als een materiaal voor 3D-print filamenten.” Na zijn afstuderen is Lennart in dienst gekomen bij het CoE BBE als junior onderzoeker. Zo kan hij biobased onderzoek voort zetten!

PHBV is een biobased en biologisch afbreekbaar kunststof dat voor 3D-printen een lastige eigenschap heeft. Het materiaal krimpt namelijk flink terwijl het afkoelt in de printer. Dit zorgt ervoor dat de prints sterk gaan ‘warpen’. Zelfs zó sterk dat de print vaak loskomt van het printbed. Ik heb de krimp in het materiaal kunnen verminderen door er een mineraal aan toe BIOBASED update februari 2020 - 17

Meer weten? Lennart Zoeter Junior Onderzoeker Biobased Bouwen zoet0019@hz.nl


CO₂ – een zegen voor de bouw? Kan ‘bouwen’ CO2 uit de lucht halen? De op het eerste zicht absurde vraag wordt met verve beantwoord door de Avans minor CO2-negatief ontwerpen. De Minor is het product van een samenwerking tussen de Academie voor Bouw & Infra, het CoE BBE én het lectoraat Biobased Bouwen o.l.v. lector Willem Böttger. Studenten ontdekken niet alleen hoe de bouwwereld kan bijdragen tot de vermindering van het CO2-gehalte in de atmosfeer, maar ook en vooral hoe de bouwwereld kan bijdragen tot het teveel aan CO2 te gebruiken als bouwmateriaal. Een paradigma shift die er mag zijn!

GEVEN EN NEMEN

project waaraan ze werken. Zij ontwerpen op de verschillende schalen van de gebouwde omgeving: van een portiersloge vervaardigd uit materialen uit reststromen en vakantiewoningen uit bio-based prefab elementen te Fjällnäs in Zweden tot huisvesting voor de lage kasten in Chennai India opgetrokken uit CLT.

Snel hernieuwbare materialen zijn bouwmaterialen die in een relatief korte tijd door de natuur worden geproduceerd. Tijdens hun groei halen zij CO2 uit de lucht en geven daarvoor zuurstof terug.

Er is geen nood aan CO2-uitstoot, er is nood aan CO2-opvang, er is geen nood aan een CO2-neutrale bouw, maar aan een CO2 negatieve bouw.

Onze studenten berekenden dat een appartement voor 4 personen, gebouwd met ‘klassieke materialen’ 63 ton CO2uitstoot méér produceert dan een appartement gebouwd met snel hernieuwbare materialen. Afhankelijk van automodel en kilometers per jaar, moet je, om dit verschil weer weg te werken gemiddeld 20 jaar rondrijden!

Aardig weetje: sinds kort is bekend dat de minor CO2-negatief ONTWERPEN genomineerd is als kandidaat winnaar voor de AVANS INNOVATIEPRIJS 2020. Van de 16 academies die Avans rijk is waren er 8 kandidaturen, waarvan er nu 4 weerhouden zijn voor de nominatie.

CO2 NEGATIEVE BOUW

INNOVATIEPRIJS

Studenten die het bouwen met snel hernieuwbare bouwmaterialen bestuderen, confronteren hun opdrachtgevers met de indrukwekkende mogelijkheden van dat bouwen. Ontwerpend onderzoek binnen het projectwerk is het middel waarmee drie opdrachtgevers bereikt worden die elk één project aandragen. Studenten kiezen zelf het

Centre of Expertise Biobased Economy - 18

Meer weten? Gie Steenput Projectleider Biobased Bouwen gjpl.steenput@avans.nl


Levenscyclusanalyse van Nederland tot in Brazilië Levenscyclusanalyse is één van de onderwerpen waar het lectoraat Biobased Energy (BBE) van Centre of Expertise Biobased Economy zich mee bezig houdt, onder andere binnen het kader van het OP-Zuid Proeftuin Pyrolyse project. Een levenscyclusanalyse geeft inzicht in de milieueffecten die gepaard gaan met een bepaald product of een bepaalde dienst. De milieueffecten worden uitgedrukt in 18 verschillende indicatoren, van het versterkte broeikaseffect tot ozonlaagdepletie en ecotoxiciteit. Dit wordt uitgedrukt in eenheden die voor veel mensen onbegrijpelijk zijn. Lectoraat BBE heeft een methode ontwikkeld die dit begrijpelijker en tastbaarder kan maken. Er bestaan al methodes die de milieueffecten afspiegelen tegenover de gemiddelde uitstoot die een persoon in een jaar uitstoot vanwege een bepaalde levensstijl. Avans onderzoekers Maurits Dorlandt en Alexander Compeer hebben samen met Braziliaanse stagiair Maria Thereza Guimarães Fonseca een methode uitgewerkt broeikasgas uitstoot te vertalen naar de doelstellingen van de Nederlandse overheid zoals deze in het klimaatakkoord van Parijs zijn opgenomen.

PYROLYSE Bepaalde producten die hedendaags bijvoorbeeld verbrand worden kunnen door innovatieve technieken zoals pyrolyse effectiever verwerkt worden, de totale broeikasgas uitstoot die hierbij plaatsvindt kan vergeleken worden met de broeikasgas uitstoot die anders plaats zou vinden bij verbranding van het product. Het verschil in uitstoot kunnen wij vertalen naar hoeveel dit positief of negatief bijdraagt aan het behalen van de Nederlandse overheidsdoelstellingen. Ditzelfde principe hebben de onderzoekers ook al uitgewerkt voor water gebruik.

WATERGEBRUIK Met betrekking tot watergebruik heeft de Nederlandse overheid de doelstelling om de natuurlijke aanvulling van zoet (grond)water niet meer te overschrijden met oppomping voor drinkwater, dit kan worden vergeleken met de waterbeschikbaarheidsdoelstelling van de VN. Daarnaast moeten we niet vergeten dat ook Nederland de afgelopen jaren droge zomers heeft gekend. De beschikbaarheid van water begint daarom een steeds grotere rol te spelen, maar er zijn ook landen waar gebrek aan water de orde van de dag is. De methodologie is aanpasbaar waardoor deze ook geschikt is om voor andere landen te gebruiken.

WORKSHOP BRAZILIË Living lab student Maria Thereza Guimarães Fonseca uit Brazilie heeft meegeholpen in de ontwikkeling van deze methode en toegepast in de casus van het Pyrolyse Proeftuin project van het lectoraat. Bij terugkomst in Brazilië is zij geselecteerd om dit onderwerp te presenteren op II Workshop de Tecnologias Limpas, een workshop voor schone technologieën, georganiseerd door de Universiteit van Minas Gerais (UFMG).

Meer weten? Alexander Compeer Projectleider/onderzoeker ae.compeer@avans.nl

BIOBASED update februari 2020 - 19


Composteren biologisch afbreekbare plastics Verzamel jij je GFT afval in een daarvoor bestemde biologisch afbreekbare plastic afvalzak? Enig idee hoelang het duurt voordat deze afvalzak biologisch afgebroken is? Momenteel vertragen deze afvalzakken het composteringsproces van afvalverwerkers en ze voegen niets toe aan de kwaliteit van de compost. Dat moet anders kunnen. Chiara Franchi is onderzoeker bij het lectoraat Biobased Energy en onderzoekt afbreekbaarheid van verschillende typen biologisch afbreekbare plastics door compostering. Meer kennis over de biologische afbreekbaarheid van plastic is zinvol voor producenten van bioplastic, de afvalverwerkers en uiteindelijk de consument. De eerste bevindingen zijn al gedaan! In dit project werkt Centre of Expertise Biobased Economy (CoE BBE) samen met afvalverwerker Attero, producent Coffee Based, het Biopolymeer Applicatie Centrum en Prinsentuin college aan het verkrijgen van meer kennis over biologische afbreekbaarheid van plastics.

COMPOST UIT JOUW CONTAINER De compost is in dit geval gemaakt van huishoudelijk GFT afval, gecomposteerd en opgewerkt tot compost. Attero levert zowel het GFT-afval als de compost voor de experimenten in het project. Chiara legt uit dat er binnen het onderzoek wordt gekeken naar het industriële composteringsproces.

“We willen de industriële omstandigheden nabootsen zodat we kunnen simuleren wat er met de biologisch afbreekbare plastics in het composteringsproces gebeurt.

TWEE SOORTEN BIOLOGISCH AFBREEKBARE PLASTICS Er worden in dit project twee typen biologisch afbreekbare plastics onderzocht op afbreekbaarheid; Solanyl (biologisch afbreekbaar plastic op basis van aardappel reststromen) en PLA (biologisch afbreekbaar plastic op basis van suikerriet). Beiden soorten worden ook getest met een toevoeging van koffiedrab. Wat gebeurt er als je in de toekomst een PLA afvalzakje bij het GFT afval gooit? Bij welke temperatuur breekt het af? En breekt het misschien sneller af als er koffiedrab verwerkt wordt in het PLA? Chiara en haar studenten van Avans en Prinsentuin testen de bioplastics en kijken hoe deze materialen zich gedragen in de compost. Versnellen ze de afbraak? Groeien er nieuwe soorten micro-organismen? Creëren ze een betere staat dan de normen die we momenteel hebben? Voegt het materiaal waardevolle stoffen aan het eindproduct toe?

KLIMAATKAST Hoe sneller het afbraakproces van de biologisch afbreekbare plastic gaat, hoe beter. Hier is de afvalverwerker bij gebaat, maar bij een goede kwaliteit compost zijn ook de boeren en uiteindelijk de consument gebaat. Vanuit de compost die op het land terecht komt groeit straks weer de aardappel die op je bord ligt”. Even terzijde, nu snap je ook dat het een circulair proces is en dat het voor jezelf en het milieu van belang is om je huisafval goed te scheiden.

Het Centre of Expertise Biobased Economy heeft een klimaatkast aangeschaft waar alle experimenten plaatsvinden. Deze staat bij het Prinsentuin college zodat zij er ook gebruik van kunnen maken. De experimenten worden heel precies uitgevoerd volgens verschillende ISO-normen rondom biologische afbreekbaarheid van plastics. Ook wordt er onderzocht of er verbeterpunten zitten in deze ISO-normen, aangezien ze niet altijd goed aansluiten bij de praktijk. Het project is nu vijf maanden onderweg en voorzichtig kan er al genoemd worden dat het er naar uitziet dat de biologisch afbreekbare plastic met koffiedrab sneller afbreekt dan die

Centre of Expertise Biobased Economy - 20


zonder koffiedrab. Meer details over de resultaten kan Chiara nog niet loslaten maar dat gaat zeker komen.

PLA

PLA + koffiedrab

Wat is Chiara’s persoonlijke visie op dit project? “Het mooie van dit project is dat veel partijen er baat bij hebben. Bedrijven kunnen hun producten verbeteren op het gebied van biologische afbreekbaarheid. Afvalverwerkers kunnen hun composteringsprocessen nog beter afstemmen op de samenstelling van de input. En uiteindelijk kan dat afvalzakje van PLA en koffiedrab dat terecht komt in jouw GFT container waardevolle stoffen toevoegen aan compost wat uiteindelijk de bodem ten goede zal komen. En dan niet te vergeten dat we hiermee fossiele plastics vervangen. Ik zie alleen maar voordelen”

na 6 dagen

DROOM Wanneer dit allemaal echt gaat gebeuren hangt af van onder andere het Landelijke Afvalplan dat leidend is. Momenteel is het alleen toegestaan om de biologisch afbreekbare plastic afvalzak in de GFT container te gooien. Maar wat zou het mooi zijn als je in de toekomst ook andere producten bij het GFT afval kan gooien en dat het ook nog eens waardevolle stoffen toegevoegd aan het compost. Dat is nog een toekomstdroom, maar tot het zover is werken we hard door aan de ontwikkeling van meer kennis over afbreekbare bioplastics. Stay tuned! Meer weten? Chiara Franchi Junior onderzoeker Biobased Energy mc.franchi@avans.nl

Klimaatkast

BIOBASED update februari 2020 - 21

na 6 dagen


Een Kiempje voor de toekomst Iedereen kent het gezegde ‘jong geleerd is oud gedaan’ wel. Zo ook Boerderij Wolfslaar in Breda-Zuid, waar kinderen en volwassen van alle leeftijden laagdrempelig kennis maken met termen als circulair en biobased. Dag in dag uit worden er kiempjes geplant voor een duurzame toekomst. In de dagelijkse gang van zaken op de boerderij zelf komen jaarlijks niet minder dan 200.000 bezoekers al veelvuldig in aanraking met circulaire en biobased materialen en producten. Daarnaast is Wolfslaar actief in veel activiteiten en samenwerkingen. Zo verzorgt ook CoE BBE er regelmatig workshops met bijvoorbeeld de bioplastic-straat en lopen er verschillende contacten om nog meer samenwerkingen op te starten.

UITDAGING Kinderen kunnen bij Wolfslaar al vroeg kennismaken met verschillende aspecten van duurzaamheid. Deze kunnen ze nu en later als referentiepunt gebruiken wanneer ze zelf voor beslissingen komen te staan. Maar tegelijkertijd kan het ook nu al de ouders van de kinderen beïnvloeden. En daar ligt ook gelijk een uitdaging. Het doel is om alle leeftijden te informeren en inspireren over de verschillende mogelijkheden van biobased en circulair. Maar hoe doe je dat? Door samen

de ontwikkelingen en de mogelijkheden van biobased en circulair onder de aandacht te brengen. En zo kiempjes te planten voor de toekomst. Daarin heeft Boerderij Wolfslaar een voorbeeldfunctie voor de Gemeente Breda

HELOFYTENFILTER Wolfslaar laat op eigen terrein zien hoe dagelijkse voorzieningen nog duurzamer kunnen. Neem bijvoorbeeld het onlangs gebouwde tuinhuis. De ramen zijn gemaakt met hergebruikte kozijnen en de muren zijn opgebouwd met op eigen akker verbouwd roggestro in een houten frame en afgestuct met leem. Regenwater en afvalwater uit de keuken en de wc’s wordt gefilterd door een helofytenfilter en vervolgens weer gebruikt om de wc’s mee door te spoelen. En dit is slechts een greep uit de toegepaste biobased en circulaire oplossingen voor dagelijks gebruik. Wolfslaar is zelfs al helemaal energie-neutraal!

Centre of Expertise Biobased Economy - 22


“Achter alles wat we doen zit een verhaal en we zijn altijd op zoek naar hoe we die verhalen op een pakkende wijze kunnen vertellen.� - Eric Franken, Boerderij Wolfslaar. Met al deze duurzame toepassingen is de boerderij zoals gezegd ook een proeftuin voor de gemeente Breda. Niet alleen om te kijken of het mogelijk is om deze toepassingen ook werkelijk te kunnen gebruiken, maar ook om te kijken wat het oplevert in kosten/besparing. De samenwerkingen, activiteiten, duurzame oplossingen en het maatschappelijk nut zorgen er voor dat Boerderij Wolfslaar een hele waardevolle instelling is en voorop loopt richting een duurzame toekomst van Breda. CoE BBE is trots op onze samenwerking!

BIOBASED update februari 2020 - 23


Biobased Business Krown.bio bouwt met Mycelium Krown gelooft dat de biobased economy steeds belangrijker wordt. Jan Berbee, Krown: “Biobased materialen hebben nog een enorm ontwikkelpotentieel. We weten al heel veel maar lang niet alles. Het biedt een geweldige kans als alternatief op eindige materialen. Groot voordeel is ook dat biobased materialen vaak lokaal gemaakt, verwerkt en gebruikt kunnen worden. ” Krown maakt zelf producten met reststromen van de landbouw en mycelium. In hun webshop kun je zo een mycelium lamp, tafeltje of wijnkoeler bestellen. Gaaf toch! Hoe gaat Krown te werk? En wat is de connectie met het Centre of Expertise Biobased

MEER ONDERZOEK Berbee heeft plannen om samen met CoE BBE nieuw onderzoek te doen naar de mogelijkheden met mycelium. Hij wil vooral ook de eindspecificaties van mycelium producten duidelijk krijgen zodat ze vergeleken kunnen worden met traditionele producten. ”Al eerder werkten we samen met CoE BBE toen we meededen aan opnames van de MOOC Biobased Economy. Sindsdien hebben we goed contact met o.a. Lector Biobased Bouwen Willem Böttger die de wereld van biobased bouwen een warm hart toedraagt. Nieuwe kennis is voor ons erg waardevol en dat kan het CoE BBE bieden”.

Economy? Krown is een bio-technologie bedrijf dat biobased producten maakt met landbouw reststromen en mycelium. Bij landbouwafval kun je denken aan landbouwafval zoals hennepresten, maaigras, kurkresten, lisdodde, maar ook koffieprut of zaagsel. Maar wat is mycelium precies?

“Het materiaal lijkt een beetje op piepschuim maar dan natuurlijk; zonder giftige stoffen en zelfs nog brandvertragend. Daardoor kunnen wij ons richten op markten als interieurs, verpakkingen of

NATUURLIJKE LIJM

bouwproducten”.

Mycelium is het wortelstelsel van paddenstoelen en groeit heel snel. Ook zijn ze sterk en licht. Wanneer mycelium wordt gemengd met landbouwafval gaat het dit landbouwafval ‘opeten’ en groeit tegelijkertijd. Het bindt zich tijdens de groei aan het landbouwafval en is dus een ‘natuurlijke’ lijm. Het groeiproces van vijf dagen gebeurt in een mal, waardoor er een bepaalde vorm ontstaat. Daarna wordt het product afgebakken in een oven, waardoor de schimmel doodgaat. Wat overblijft is een sterk, licht, schokabsorberend product. Berbee: “Het materiaal lijkt een beetje op piepschuim maar dan natuurlijk; zonder giftige stoffen en zelfs nog brandvertragend. Daardoor kunnen wij ons richten op markten als interieurs, verpakkingen of bouwproducten”.

MYCELIUM BOUWWERKEN Krown.bio heeft twee mooie projecten op haar naam staan. Voor de Milan Design Week werkten zij mee aan de realisatie van 60 mycelium bogen van vier meter hoog (zie foto). Op de Dutch Design Week was afgelopen oktober het Growing Pavilion de eyecatcher waar Krown een grote bijdrage aan heeft geleverd. (zie foto+ artikel over Growing Pavilion). Vol trots verwijst Jan Berbee naar de mooie foto’s van beide kunstwerken. Centre of Expertise Biobased Economy - 24


Growing pavilion Maatschappelijke opgaven als klimaatverandering,

MATERIALEN ATLAS

bodemdaling, CO2 uitstoot en schaarste van

In de materialen atlas wordt de verzameling van de materialen die zijn gevonden in onze zoektocht naar het biobased ontwerpen en bouwen van nu gedeeld. Hiermee kan het project laten zien hoe ver we op dit moment kunnen gaan in de ambitie om volledig biobased te creëren. Er hebben zich vele slimme en bewuste pioniers gemeld, die de wereld van ontwerpen en bouwen uitdagen om een nieuwe stap te maken; ook die zijn te vinden in deze atlas.

fossiele grondstoffen vragen om nieuwe, duurzame oplossingen. De roep om een meer biobased en circulaire economie wordt steeds groter en is noodzakelijk. Daarom zijn Stichting Nieuwe Helden en de Dutch Design Foundation het experiment aangegaan om voor de Dutch Design Week 2019 samen met andere pioniers een iconisch biobased paviljoen te bouwen: The Growing Pavilion. Met dit bouwwerk worden de mogelijkheden en bovenal de enorme schoonheid van biobased bouwen getoond. Het paviljoen is uniek in de wijze waarop een groot aantal biobased materialen, zoals hout, hennep, mycelium, lisdodde en katoen, samen een bijzonder bouwwerk vormen. The Growing Pavilion was tien dagen lang te zien en te beleven in het kloppende hart van de Dutch Design Week. Meer dan 75.000 mensen – professionals van bedrijven, overheden en organisaties maar ook heel veel reguliere dagelijkse bezoekers – hebben het paviljoen bezocht. De bijdrage van CoE BBE kwam tot uiting in gastlezingen van Willem Böttger, lector Biobased Bouwen en het bieden van achtergrondinformatie voor het samenstellen van de Materialen Atlas.

BIOBASED update februari 2020 - 25


Landelijke Biobased Database Er komt een landelijke biobased database waarin producten en materialen worden opgenomen die daadwerkelijk al verkrijgbaar zijn. Een ondersteunend naslagwerk voor overheidsinkopers, maar veel meer nog een extra afzetkanaal voor producenten van biobased producten waarin een groot inkoopvolume is vertegenwoordigd. Inkopers van overheden en bedrijven zetten op dit moment steeds routinematiger in op duurzaamheid. Een substantieel deel van de inkopers heeft doelstellingen ten aanzien van biobased producten of materialen; deze hebben een lagere footprint dan fossiele alternatieven. Deze inkopers en de bedrijven die, al dan niet met een bestaand biobased aanbod, op de biobased uitvraag in willen gaan, zoeken informatie over producten die al op de markt zijn.

CONCREET AANBOD Bij eerdere bijeenkomsten is geïnventariseerd wat belemmeringen zijn voor het behalen van de doelstellingen. Met afstand het meest genoemd was het ontbreken van een overzicht van beschikbare producten en materialen. Men is onvoldoende op de hoogte van het aanbod, en heeft geen tijd om zelf de prestaties uit te zoeken van de vaak innovatieve producten. Dergelijke informatie dient deels ter inspiratie, maar ook als ondersteuning van de uitvraag of een concreet aanbod.

Er zijn op dit moment meerdere online databases te vinden. Deze voldoen echter niet: de kwaliteit is onvoldoende, ze zijn te specifiek gericht op één categorie, ze zijn niet toegesneden op de Nederlandse markt of ze worden niet meer beheerd. Er is daarom behoefte aan een nieuw – financieel duurzaam en zelfdragend - platform om productinformatie ten aanzien van het biobased aanbod centraal beschikbaar te hebben, met voldoende continuïteit, kwaliteit en schaal.

INKOOPVOLUME Op initiatief van CoE BBE, Biobased Delta en de provincies Noord-Brabant, Zeeland en Zuid-Holland wordt nu gewerkt aan dit platform. Intussen zijn ook de provincies Overijssel en Noord-Holland aangesloten. Alle partijen stellen geld beschikbaar voor de ontwikkeling en tekenen een intentieverklaring voor gebruik van de database. Daarmee vertegenwoordigt de database dadelijk een enorm inkooppotentieel, wat gelijk de meerwaarde is voor bedrijven om hun producten en materialen op te laten nemen. CoE BBE gaat als onafhankelijke kennisinstelling toezien op de juistheid van de gegevens in de database en daarmee wordt de kwaliteit van de vermeldingen geborgd.

Centre of Expertise Biobased Economy - 26

Meer weten? Bas Koebrugge Projectleider Landelijke Biobased Database b.koebrugge@avans.nl


Lectorenplatform Biobased Economy in nieuwe fase Sinds twee jaar werken de lectoren die biobased onderzoek doen in Nederland samen in het Lectorenplatform Biobased Economy. Er zijn eenendertig lectoraten aangesloten, vanuit veertien hogescholen: zo’n twintig van deze lectoraten zijn exclusief met biobased onderwerpen bezig. Verdeeld over thema’s als Inhoudstoffen, Materialen, Energie en Maatschappij. De afgelopen twee jaar heeft het samenwerkingsverband zich op verschillende manieren verstevigd, onder meer door het onstaan van GoChem, een meerjarig subsidieprogramma binnen de topsector Chemie, en door een onderzoekslijn binnen Living Lab Biobased Brazil. In december is een volgende fase van twee jaar

naar aanleiding van de Kennis en Innovatieagenda’s. Met vertegenwoordigers van Wikimedia en Surfnet is nagedacht over hoe we op basis onze onderzoeksresultaten de publieke kennis kunnen verbeteren en tegelijkertijd als Platform herkenbaarder worden. We hebben mooie projectpresentaties gezien van Saxion en Foreco (toepassingen van gepyrolyseerde biomassa), Avans en Belén (biobased kleurstof in bioplastic weefsels), en HAN/Sweco (biobased materiaal in wegmeubilair).

ingegaan. De nadruk wordt verlegd naar het formuleren van gezamenlijke onderzoeksprojecten op prioritaire thema’s, naar communicatie over onderzoeksresultaten, naar de doorontwikkeling van het programma, bijvoorbeeld met een SPRONG. En naar meer inhoudelijke bijeenkomsten met lectoren, docent-onderzoekers en werkveld.

De dag werd afgesloten met workshops over de opzet van nieuwe projecten rond biobrandstof en rond de maatschappelijke percepties van biobased toepassingen. Hoewel er alle reden is om trots terug te kijken op wat we nu al bereikt hebben, markeerde de bijeenkomst toch vooral een nieuw begin met veel elan en nieuwe plannen.

LECTORENBIJEENKOMST Op 10 december is de eerste van dergelijke bijeenkomsten bij de HAN georganiseerd, samen met TKI BBE. Er waren zo’n veertig aanwezigen, zowel van hogescholen als uit het werkveld. Kees de Gooijer (TKI BBE) en Marcus van Leeuwen (SIA) beschreven de kansen voor biobased HBO onderzoek

BIOBASED update februari 2020 - 27

Meer weten? Douwe Frits Broens Portfoliomanager Business Support df.broens@avans.nl


WWW.COEBBE.NL Meer biobased nieuws, projecten en onderwijs? Bekijk dan onze website.

De volgende BIOBASED update komt uit in mei 2020. - CENTRE OF EXPERTISE BIOBASED ECONOMY -