__MAIN_TEXT__

Page 1

NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

HAPTIEK

Werkdruk • Werkdruk • Werkdruk • Werkdruk • Werkdruk • Werkdruk • Werkdruk • Werkdruk • Werkdruk • Werkdruk

COLUMN

WERKDRUK Regelmatig heb ik het gevoel dat ik een triathlon aan het doen ben op de huisartsenpost. De diensten bestaan uit verschillende onderdelen: de normale consulten, de visites en de overleggen. Het komt ook regelmatig voor dat je een niet meewerkende specialist, artsassistent of instelling aan de lijn hebt. Soms krijg ik dan het gevoel dat niemand zin heeft om te zijn waar hij of zij is.

Helaas moet ik ook constateren dat er regelmatig collega’s uitvallen. Dat de werkdruk zo hoog is geworden, dat ze zwichten. De zorgvraag is tegenwoordig zo hoog en zo urgent dat er bijna niet tegenop te werken is. De mensen die helaas uitvallen, zijn tijdelijk uit de running. En soms besluiten ze om te stoppen of om weg te gaan. Dat is erg jammer. Met de mensen die stoppen of weggaan gaat er ook kennis en kunde verloren. Kennis die we zo hard nodig

hebben, en de kunde die we nog harder nodig hebben. Elke keer moeten nieuwe mensen het wiel opnieuw uitvinden, terwijl de oude garde de nieuwe garde de tijd moet geven om de kennis en kunde te leren. Dit betekent een nog grotere druk op de oude garde. Een situatie die niet heel lang houdbaar is. Een oplossing is om medisch studenten in te zetten op de huisartsenposten. Iets wat op steeds meer posten te zien is. Erg leuk om met medisch >>>

1


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

COLOFON Huisartsenposten Rijnmond Glashaven 18 3011 XJ ROTTERDAM Tel. 010 - 206 0300

Redactie: Ellen Baatsen Nabil Bantal Chulyta Jubitana Peter Hak Robert Mol Erna van der Linden Wimmo van Geldrop Ellen Schras

studenten te werken en ook heel leerzaam voor hen. De vraag is of dit de beste oplossing is die we kunnen bedenken. De looptijd van medische studenten is over het algemeen een aantal jaren en dan zijn ze weer weg en begint het hele traject opnieuw met alle gevolgen van dien. Dat de werkdruk op de CHPR toeneemt is niet zo gek. Mensen in de stad zijn iets anders dan mensen op het platteland. Zoals de kinderen met koorts van de tweeverdieners in de stad die onze spreekuren in de avond vullen. De volgende dag willen de ouders wel naar het werk, dus is het wel handig om te weten of zoon of dochterlief de waterpokken, een oorontsteking of een verkoudheid heeft. Het heeft nogal wat consequenties voor de ouders. De belangrijke meeting die wacht, een voordracht die gegeven moet worden, of de patiënten die wachten. Ook wij hebben het probleem. We kunnen ons druk maken om het feit dat de mensen in de stad wat dwingender zijn, of dat ze sneller ongerust zijn. Ik denk dat we moeten kijken naar de rol van de huisartsenpost. Is de huisartsenpost nog de huisartsenpost zoals wij die ooit bedacht hebben? Is het niet tijd om na te denken over de positie van de huisartsenpost? Indien we onze rol herdefiniëren zijn we beter in staat om aan de vraag te beantwoorden van de huidige maatschappij. De huisartsenpost is al lang niet meer de post waar je voor de urgente zorg naar toe gaat. De zorg die niet kan wachten tot de volgende dag. De huisartsenpost is een verlengstuk geworden van de dag praktijk. Exemplarisch vind ik het aantal telefoontjes van mensen die een recept zijn vergeten te bestellen. De meeste recepten zijn uit het oogpunt van de dokter niet van een urgente orde. De vraag die we ons moeten stellen is of we over tien jaar nog steeds op deze manier kunnen blijven werken?

Blijf op de hoogte en

NABIL BANTAL, Waarnemend huisarts

kijk regelmatig op het intranet voor de laatste

Thema van deze HAPTIEK! is Werkdruk

nieuwtjes en mede-

Waar denken huisartsen en triagisten aan bij het woord werkdruk?

delingen.

ReageRen kan! Opmerkingen, suggesties en/of vragen? Stuur een e-mail naar: redactie@haprijnmond.nl

• • • • • • •

Meerdere U1’s tegelijk Wachtrijen op het scherm Een plotselinge ziekmelding Te lang vergaderen Overvolle wachtkamer Een onbereikbare achterwacht Storing op de computer

2

• • • • • • • •

Uitgevallen telefoon Te veel hectiek Trage dokters Boze mensen Agressie Weinig personeel Stress Te veel mails


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

WERVING & SELECTIE Soms zijn we ons werk even zat. Zeker in stressvolle tijden, met te weinig collega’s en teveel patiënten kun je je weleens afvragen of je nog op de goede plek zit? Ik denk nog weleens terug aan vroeger. Toen onze wereld qua beroepen bestond uit de kinderlijk beperkte beroepskeuze van brandweerman, zuster, prinses, moeder of juf. Zelf was ik graag prinses geworden, toen ik vijf was dan.

Om twee redenen: 1. We kunnen niet vroeg genoeg beginnen met het werven van goede triagisten. 2. Hoewel we vergeten waren hoe dat was, een klas met 5-jarigen, 28 in totaal, wilden we onze collega niet teleurstellen. De verkleumde kleuters, het was buiten –5 C en ze waren lopend, kwamen om 10.00 uur aan en moesten eerst worden bijgebracht met chocolademelk.

Terug naar nu. Om de werkdruk terug te dringen is uitbreiding van de bezetting nodig. We werven ons stuk, maar de vijver van doktersassistenten is momenteel nogal drooggevallen.

Zij en hun toch aanwezige spanning smolten door de warme drank en de wervelende introductie in de wachtkamer. Daarna mochten ze groepsgewijs verbinden, pleisters plakken, door een loupe kijken en op de tafel liggen. Het wisselonderdeel bestond uit zitten op een verhoogde stoel met een headset aan hun oor. In een andere ruimte werden aan hen telefonisch hulpvragen gesteld. We hielden de ingangsklacht eenvoudig en zanikten niet over structuur. Anders kwamen ze nooit meer retour.

Contact met het scholingsinstituut brengt enig licht. Opleiden en behouden, wat is er mooier? Ondertussen aan de gang met promotieflimpjes over het leuke uitdagende vak en via de universiteit worden studenten Geneeskunde ingevlogen om ons bij te staan in de telefonische triage. We kauwen en herkauwen over hoe mensen voor de toekomst enthousiast te maken. Moeten wij niet al op de scholen gaan vertellen over de zorg en urgentiebepalende triage?

Eenmaal gewend waren ze niet meer te houden. Het was een dolle boel en het liefst waren ze blijven logeren. Allemaal wilden ze triagist worden. Behalve één. Die wordt prinses. Omdat ze vijf is.

Midden in onze overpeinzingen kwam een interessante vraag. Een collega die moeder is, vroeg of er een kleuterklas mocht komen kijken op de post. Overdag. Wij vonden dat goed.

ELLEN BAATSEN

3


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

Wanneer de werkdruk te groot wordt INTERVIEW MET

LySETTE DEVILEE EN BERT PRINS Werken in de medische zorg, misschien wel het meest gerespecteerde en enerverende beroep op aarde. Geen dag is hetzelfde. Met veel liefde en toewijding zetten wij ons dan ook in voor de hulpbehoevende mens op medisch maar ook op psychosociaal gebied. We zijn nodig! Maar wat als de druk te hoog wordt? Wanneer je diezelfde hulpbehoevende patiĂŤnt maar een zeur vindt worden? Een diagnose mist omdat je door de druk geen focus kunt vinden? Dan nemen calamiteiten toe, ondanks de zorgvuldig ingebouwde veiligheden.

De laatste tijd ervaren veel medewerkers en artsen deze extra druk tijdens het werk. Hierdoor neemt de productiviteit af en lopen we ook het risico dat we minder alert zijn. Onder deze omstandigheden neemt tevens de welwillendheid om openstaande diensten op te lossen drastisch af. Als medewerker heb je al snel het idee dat er weinig aan gedaan wordt. Dat is vaak een onterecht gevoel. Achter de schermen wordt vaak met man en macht gewerkt aan betere werkomstandigheden. Net als de opbouwperiode tot een hoge werkdruk en herkenning hiervan, neemt ook het oplossen enige tijd in beslag eer het merkbaar is.

4


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

LySETTE DEVILEE centraal manager voor de Huisartsenposten Zuid en Ruwaard, is een betrekkelijk nieuwe eend in de bijt. Ze is binnen gekomen in de hoogtij dagen van de drukte. Al veel hulpkreten kwamen er van de werkvloer. Met het inzicht verschaffen in het NTS-systeem, openheid daarover en het bespreekbaar maken wat er knelt, maar ook door workshops te organiseren over deze drukte heeft zij het personeel een zekere stem gegeven en zelf inzicht verschaft. Nog altijd kijkt ze oplettend om zich heen.

Lysette’s visie over de druk is: Druk in zekere mate is juist productieverhogend. Is er geen druk dan verzandt men. Het is de motor achter de activiteiten. Juist een gezonde druk geeft saamhorigheid. “We hebben de klus toch maar mooi geklaard”.

BERT PRINS algemeen directeur Huisartsenposten Rijnmond, heeft alle ontwikkelingen meegemaakt. Van het pionieren tot een volwaardig bedrijf in samenwerking met meerdere ketenpartners. Met een zekere joie de vivre holt Bert van vergadering naar vergadering. Ook hij ervaart de toenemende druk door al de veranderingen maar blijft met ondersteuning van staf en management doorgaan.

Zijn motto is dan ook: Wij, de staf en management, zijn er ten dienste van de werkvloer. Zoals de triagist zich inzet voor de patiënt, zo zetten wij ons in voor de werknemers om te trachten een goed werkklimaat te behouden.

Daarbij moeten we onze spierballen van tijd tot tijd laten rollen om alle partijen tevreden te houden. Dat is in deze tijd geen sinecure. Zijn visie over werkdruk sluit aan op die van Lysette en hij vindt dat tot op zekere hoogte druk positief werkt. Het geeft een kik om samen de klus te klaren. Dan kun je met een tevreden gevoel naar huis. Echter, de werkdruk van afgelopen anderhalf jaar duurt te lang! Het is naar en belastend voor alle betrokken partijen. Het werkt allang averechts op de motivatie.

Hoe komt het dat de druk zo is toegenomen de laatste tijd? Bert kijkt graag terug over een langere periode en praat over jaren. Deze afgelopen jaren is er een versnelling en stapeling ontstaan aan eisen om de kwaliteit en veiligheid te optimaliseren. Consequentie is een toenemende druk en pressie. Dit wordt ook door hemzelf gevoeld. De maatschappelijke eisen zorgen voor druk op degenen die de kar moeten trekken. Daarentegen vindt hij het goed dat die kwaliteit en veiligheid onder het “maatschappelijk vergrootglas” blijven vallen.

Ligt de schuld hiervoor onder andere bij de Inspectie? Bert geeft een duidelijke NEE als antwoord. De Inspectie onderzoekt en handhaaft, met het oogpunt op kwaliteit en veiligheid. De enige druk die de Inspectie kan uitvoeren is hoe snel een nieuwe kwaliteitsnorm of systeem als hulpmiddel wordt ingevoerd. Lysette vult daarbij aan dat de IGZ bewaakt dat wij goede zorg leveren. Hoe dat wordt ingevuld bepalen wij

5

als huisartsenposten zelf via de koepelorganisatie Ineen. De IGZ beoordeelt of de invulling goede zorg borgt en handhaaft de uitvoering. Bert vindt dat de opgelegde pressie eerder vanuit beroepsvereniging en zorgverzekeraar voortkomt. In feite staat de Inspectie als toeziend orgaan zelf ook onder druk van media en de politiek.

De omgang met calamiteiten wordt door de arts en triagist nog altijd als negatief ervaren. Dit zorgt voor een onveilig gevoel waardoor de werkdruk verder toeneemt. Hoe zien jullie dit gegeven? Lysette kijkt me wanhopig aan. Ze vindt het jammer dat er nog altijd de gedachtegang is dat men het ervaart als afrekening terwijl het alleen bedoeld is als verbetering van functioneren algemeen ter bevordering van kwaliteit en veiligheid. Een calamiteit kan ons allemaal treffen. Belangrijk is om inzicht te krijgen hoe een calamiteit ontstaat zodat we het kunnen voorkomen in de toekomst. Ze begrijpt de grote impact die betrokkenheid bij een calamiteit met zich meebrengt. Tijdens een calamiteitenonderzoek wordt duidelijk welke rol het handelen van de betrokkenen bij het ontstaan van een calamiteit heeft gespeeld. Dat komt hard aan. Wij houden daar zoveel mogelijk rekening mee. In het onderzoek kijken we verder, door de achtergrond en het waarom te onderzoeken. Hierdoor komen we te weten waar we moeten verbeteren. Dit zijn bijna altijd organisatorische dingen. We zijn ons bewust dat er geen opzet in het spel zit. We willen inzicht in processen en zoeken zeker geen zondebok.


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

Werkdruk ontstaat vaak door veranderingen, dan is een goede communicatie tussen alle partijen enorm belangrijk. Hoe denken jullie daarover? Bert vindt communicatie zeker belangrijk maar geeft tevens aan dat de communicatie vaak moeizaam gaat wanneer je met zoveel mensen en verschillende partners te maken hebt. Dit is wel een ‘dingetje’ wat onder de loep ligt. Het is niet altijd even makkelijk om iedereen aan te horen en tevreden te stellen. We zijn in feite een logge organisatie door deze verschillende partners. Ieder vraagt zo zijn eigen specifieke aandacht en aanpak. Lysette vult aan dat er zeker sneller informatie doorgegeven wordt aan alle partijen. Het medium wat nu optimaal gebruikt wordt is Intranet. We moeten oppassen dat we nu niet te snel zijn met informeren anders moeten er weer rectificaties komen wat ook niet bevorderlijk is voor een goede communicatie. Ook te veel algemene informatie kan ervoor zorgen dat deze juist niet gelezen wordt. Met betrekking tot de grote toename van patiënten die naar de huisartsenposten bellen en komen is het misschien handig social media in te zetten om deze stroom een halt toe te roepen. Dit bijvoorbeeld door informatie te verschaffen over epidemieën, pandemieën, of eenvoudige informatie over bijvoorbeeld kind met koorts, enzovoorts. Is daar al eens over nagedacht? Bert geeft aan dat daar twee jaar geleden al over is nagedacht. Destijds vond men het niet effectief genoeg ten opzichte van de enorme

kostenpost die het plaatsen van informatie in de lokale bladen met zich meebracht. Misschien is het handig dit weer eens onder de loep te nemen en een werkgroep te vormen, onder het kopje “communicatie”, waar ook de interne communicatie onder kan vallen. Lysette vertelt dat er destijds al een speciaal onderzoek, door een externe partij, is gedaan naar de effectiviteit van patiëntenvoorlichting via de media. Conclusie was destijds dat het weinig voordeel zou opbrengen waardoor het van de agenda is geschrapt.

Hoe ervaren jullie werkdruk en hoe ga je er mee om? Lysette geeft aan zich in een luxepositie te bevinden. Wanneer er 10 taken op een dag gedaan moeten worden en ik red het niet, kan ik in overleg de meest belangrijke zaken aanpakken en de rest naar een ander tijdstip verzetten. Die luxe heeft de werkvloer niet. Zodra de dienst begint weet je van tevoren niet hoe het gaat lopen en heb je geen mogelijkheid iets op de langere termijn door te schuiven. Wat voor haar in haar eerdere beroepsfunctie als verpleegkundige altijd extra druk gaf was het uitvallen van apparatuur. Dat kan een goed lopende dienst helemaal in de war gooien. Bert beaamt dit. We zijn ons bewust dat door de huidige vernieuwingen er nog steeds uitval is op o.a. IT-gebied. Om dit te voorkomen wordt er, samen met Avantage, met man en macht aan gewerkt. Uitval van apparatuur werkt zeker stress verhogend, ook voor ons. Opnieuw geeft hij aan dat echter druk niet altijd vervelend hoeft te zijn. Het

6

zorgt ook voor teambuilding. Mis kan het gaan wanneer een periode van drukte te lang blijft aanhouden. Dan kan trots en samenwerken tot uitputting leiden. Belangrijk is om leren grenzen aan te geven, dat is een individueel proces.

Wat doen jullie om even los te komen na een hectische dag? Beiden halen de schouders op. Tja uhm daar hebben ze geen echte strategie voor. Voor allebei geldt wel dat het werken in de tuin veel rust geeft. Lekker in de natuur, met je handen bezig! Het zit er weer op, de volgende vergadering wacht. Om de druk van de dag niet hoger op te laten lopen gaan beiden weer aan de slag. Wij danken Lysette en Bert voor hun welwillendheid tot een gesprek over een heet hangijzer waar we indirect en direct allemaal mee te maken hebben... “de werkdruk”. ERNA VAN DER LINDEN


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

BOEKBESPREKING BETER MET EHEALTH Nederlandstalig | Paperback | Uitgeverij Haystack | 1e druk, 2016 EAN: 9789461261694 Ook verkrijgbaar als: E-book - € 12,50 Link voor meer info en inkijk boek: https://m.managementboek.nl/boek/9789461261694? Of http://liesbethmeijnckens.nl/2016/05/22/beter-met-ehealth/

In het begin van deze eeuw richtte een kleine club pioniers de Nederlandse Vereniging voor EHealth op. Doel was om de Nederlandse gezondheidszorg binnen 10 à 15 jaar te laten profiteren van de moderne ICT met communicatie over één spoor. Helaas is dit tot nu toe niet gelukt. Toch is er veel ten positieve veranderd. Huisartsen waren reeds in de negentiger jaren afgestapt van hun groene kaart en balpen en typten er lustig op los in hun Hissen. Ziekenhuizen volgden hierna, zodat er bij telefonisch overleg sneller van informatie kon worden voorzien dan voorheen. De Teledermatologie deed van zich spreken en de GGZ opende een nieuwe manier van online therapeutisch contact. Maar toch, ondanks dat we elkaar nu de hele dag via de app van de meest zinnige onzin voorzien, blijft de implementatie van echte snelle communicatie in de zorg achterwege. Nog te vaak moeten we een apotheek bellen voor de laatste medicatie-informatie, moeten we nog te vaak telefonisch overleg plegen met een specialist omtrent recente informatie, en wordt op de HAP nog gebruik gemaakt van een bijna ouderwets te noemen ICT-apparaat: de telefoon.

Er is dus nog veel te winnen op gebied van EHealth. Met dit boek wordt u er snel wegwijs in gemaakt. Het is inderdaad na 60 minuten uitgelezen en houdt u een mooie spiegel voor om toe te passen in uw praktijk. Voor de vaak te overbelaste huisarts is te overwegen: online afspraakspreekuur (weekagenda), recept aanvraag via email, stimuleren van patiënten om email te gebruiken voor communicatie met u, bij voorkeur met een foto, nasturen van uw kant van een kort resumé van het spreekuurcontact, promoten van websites zoals www.thuisarts.nl, en stimuleren internet bij uw POH-GGZ. Voordelen van gebruik van ICT in de zorg zijn er genoeg: efficiënt, gemakkelijk, tijd- en kosten sparend, zelf tijdstip gebruik bepalen. Helaas zijn er nog te veel nadelen: onzekerheid over privacy en veiligheid van vertrouwelijke gegevens, gebruiksonvriendelijke technologie, kosten aanschaf apparatuur en ontbreken vergoedingen, en onduidelijkheid wet- en regelgeving. Aan ons huisartsen is de boodschap dat we veel kunnen doen om EHealth nog meer bestaan te geven.

7

De raad van de auteur is: ‘Ga gewoon aan de slag, en benader EHealth als een duurzame verandering, niet als een eenmalig project. Het gaat om een meer jaren ontwikkeling met verschillende stappen en werkwijzen’. Ik ga na het lezen van het boek mijn patiënten meer motiveren om te communiceren via email, daar dit tot op heden stroef verloopt. Volgens mij nog steeds de meest efficiënte en duidelijke wijze van communiceren in de zorg zolang WhatsApp wettelijk niet is toegestaan. Hopelijk gaan we dit in de HAP ook doen, teneinde de stortvloed aan vaak onbenullige telefoontjes drastisch te verminderen. Daarbij is mijn persoonlijke hoop dat wij huisartsen in samenwerking met LHV en NHG dit onderwerp blijven promoten ten bate van de service aan onze patiënten. ROBERT MOL


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

HAPSNAP RTV Rijnmond kopte:

Huisartsenposten: Bezoekers tevreden Veel bezoekers van huisartsenposten zijn tevreden over de manier waarop ze worden geholpen. Wel is er nogal wat onduidelijkheid over hoe lang patiënten moeten wachten op hun behandeling, blijkt uit een publieksenquête van RTV Rijnmond en de andere regionale omroepen. De online-enquête werd landelijk door 15.000 mensen ingevuld. In Zuid-Holland reageerden 1500 mensen. Van hen bezocht driekwart afgelopen jaar de huisartsenpost. Ruim 80 procent in Zuid-Holland is tevreden over het bezoek. Zo zijn ze te spreken over hoe dokters naar hen hebben geluisterd en hoe ze zijn behandeld. Het merendeel (65 procent) vindt ook dat ze vriendelijk te woord worden gestaan als ze met

de huisartsenpost bellen voor een afspraak.

Wachttijden onduidelijk Zo'n 70 procent van de bezoekers kreeg bij binnenkomst niet te horen hoe lang ze ongeveer moesten wachten. Ook werden ze tussentijds niet geïnformeerd over wanneer ze aan de beurt waren.

Landelijk

Ruim 65 procent van de Zuid-Hollanders die de enquête invulden, werd binnen een half uur geholpen. Twee derde van de mensen heeft begrip voor de tijd die men moest wachten. Ook vonden ze het niet erg dat andere patiënten eerder werden behandeld.

De meeste mensen vonden dat het nodig was om te gaan. Slechts 3 procent vindt achteraf dat het bezoek had kunnen worden uitgesteld totdat de eigen huisarts beschikbaar weer was.

De cijfers in Zuid-Holland komen nagenoeg overeen met de landelijke gemiddelden. Dat geldt ook de noodzaak van het bezoek aan de huisartsenpost.

Bron: RTV Rijnmond

HUISARTS GEZOCHT! Huisartspraktijk Odedokter zoekt voor drie dagen in de week een huisarts. Zie voor meer informatie: https://odekerken.praktijkinfo.nl/upload/download.php?file=7/225.pdf of bel naar 010 - 483 55 78

8


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

HAPSNAP STAAND SPREEKUUR Leefstijl is voor 90% oorzaak van hart- en vaatziekten. Cardioloog Leonard Hofstra - sinds dit voorjaar bijzonder hoogleraar “Risk profiling in heart disease” aan het VUmc maakt er een sport van om die kennis te verpreiden. Onder het motto “ZITTEN IS HET NIEUWE ROKEN” is hij in zijn Utrechtse praktijk in de Cardiologie Centra Nederland gestart met een staand spreekuur aan een in hoogte verstelbare tafel.

EVA NyST

NIET-REANIMERENPENNING OF POLSBAND praktijk is een dergelijke penning steeds meer actueel en groeit de behoefte daaraan. Een niet-reanimerenpenning of polsband is voor de hulpverlening ook echt een reden om niet “aan de slag” te gaan en dient dus gerespecteerd te worden. Voorheen was het noodzakelijk lid te worden van de NVVE voor een dergelijke penning. Inmiddels zijn er particuliere aanbieders die een dergelijke penning of polsband kunnen maken. De prijs van een niet-reanimerenpenning of polsband ligt rond de € 30.

Website: o.a.

Voor de huisartsenpost is het belangrijk te weten of een patiënt een “niet-reanimeer” verklaring heeft. Door de toename van inventarisatie van kwetsbare ouderen in de dag-

www.niet-reanimeren.nl https://laatmegaan.nl

9


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

LAB OP DE HAP! Heeft u het al toegepast in een dienst? Op Huisartsenpost IJsselland bestaat deze mogelijkheid al enige tijd. Het is een leuke afwisseling en de volgende casus is een voorbeeld: Vrouw 61 jaar, heeft sinds gistermiddag last van bloederig slijmverlies per anum, zowel bij als zonder ontlasting. Heeft er geen controle over en klaagt over krampende buikpijn, linksonder. Ze is niet bekend met obstipatie en over 10 dagen staat via haar huisarts een colonoscopie gepland in verband met recidiverende onderbuikspijn. Overigens gezond, geen medicatie in gebruik. Urgentie: U2. ABCD-veilig. Lichamelijk onderzoek: soepele buik, met normale peristaltiek bij temperatuur 37.2. RR: 120-80, pols 80/min reg aeq, O2 sat 98%, iets zieke indruk, en bij rectaal toucher slijmerige, bloederige ontlasting. Overleg vindt plaats met assistente interne van SEH IJsselland Ziekenhuis i.v.m. verdenking diverticulitis. Lab doen, is het advies. Indien geen bijzonderheden naar huis met afspraak eigen huisarts. Zo gezegd, zo gedaan. Na een uur keurige resultaten: Hb 8.8, Leuco 12,5, Kreatinine 62, CRP 27 en ALAT 11.

Mevrouw is na bloedprikken naar huis gegaan en wordt door mij telefonisch op de hoogte gebracht van de uitslagen, met advies te bellen met de huisarstenpost bij verandering klachten. Volgende dag contact eigen huisarts. Lab in andere posten introduceren is zeker overweging waard.

ROBERT MOL Fotomateriaal publicatie met toestemming STAR-MDC

10


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

In gesprek met:

ROB DE VRIES

INTERIM-VOORZITTER VAN DE RAAD VAN TOEZICHT Raad van Toezicht:

DE SPIEGEL VAN DE RAAD VAN BESTUUR Definitie Raad van Toezicht: De Raad van Bestuur is aangesteld door de Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht is onafhankelijk en volgt het functioneren en het gevoerde beleid van de directie kritisch. Maar wat doet de Raad van Toezicht nu eigenlijk voor de organisatie? Middels een interview met de (interim) voorzitter Rob de Vries een verduidelijking.

Wat betekent het hiervoor staande nu concreet? De hoogste baas van een organisatie is de Raad van Bestuur (directie). De raad van bestuur is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken, neemt besluiten, neemt personeel aan of ontslaat mensen, etc. Maar aan wie legt de Raad van Bestuur verantwoording af? De externe toezichthouder is de Inspectie voor de Volksgezondheid. In Nederland hebben we voor het interne toezicht een tussenlaag: dat is de Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht is geen belanghebbende, ik verdien niet mijn brood met deze functie. We zijn onafhankelijk. Eens in de vijf à zes weken voeren we een zogenaamd ongemakkelijk gesprek met het bestuur. Wel in alle vriendelijkheid, maar het is onze taak om de Raad van

Bestuur kritisch te bevragen: waarom is deze verloning nodig? Leg maar uit wat je van plan bent te doen. Of een verantwoording indien er te veel geld is uitgegeven. We nemen niet de verantwoordelijkheid over, maar houden een spiegel voor. Zie ons als een soort extern geweten.

Zorgvuldigheid, wat betekent een besluit voor de rest van de organisatie? Zorgvuldigheid is de centrale vraag voor de Raad van Toezicht. We toetsen wat het bestuur doet en we adviseren. Als voorbeeld: één van de leden van de RvT is Hoogleraar, gespecialiseerd in gezondheidsrecht. Bij een calamiteit kan de bestuurder zich bijvoorbeeld afvragen of we een contract kunnen handhaven. Dan is het prettig om een hoogleraar Gezondheidsrecht te kunnen spiegelen. Door drukte en de dagelijkse gang van zaken kun je de grote lijn uit het oog verliezen. Het is de Raad van Toezicht die de grote lijn bewaakt. Op een hoog abstractie niveau kijken we naar wat hier gebeurt.

Toezicht, was het anders. De zorg voor bijvoorbeeld chronische patiënten was toen goed geregeld. Nu is dat anders, de chronische vraag komt meer op de posten terecht. Deze verandering leidt tot een nieuwe vraag. Voor een aantal van deze groepen kan een gespecialiseerd verpleegkundige wellicht van nut zijn. Dit is een typische vraag waarover we met elkaar in discussie gaan.

Hoe wordt de Raad van Toezicht benoemd?

Verandering leidt tot nieuwe vragen. Wat willen we bereiken als organisatie?

Via de ‘normale’ weg: door middel van een sollicitatieprocedure. Er wordt een advertentie geplaatst en dan volgt er een selectieprocedure. Er volgt dan ook een kennismaking met de ondernemingsraad. Wij als Raad van Toezicht beslissen, maar het Coöperatiebestuur moet de kandidaat goedkeuren.

We willen voorzien in de spoedeisende huisartszorg. Het gat dichten tussen de huisarts en het ziekenhuis tijdens anw-uren. Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Toen ik vijf, zes jaar geleden aantrad in de Raad van

Momenteel zoeken we een nieuwe voorzitter, eind volgend jaar stopt Bert Prins. Dit betekent dat er op meerdere posities binnen de organisatie nieuwe mensen op sleutel-

11

>>>


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

posities terecht komen. We hebben dan ook een persoon nodig die kan verbinden. Dat is 1 van de drie kerncompetenties voor de voorzitter. Bert Prins en Adri van der Born hebben de organisatie gebouwd en gemaakt tot wat het nu is. We komen nu in een nieuwe fase, waar willen we staan over vijf jaar? Gaan we door met vernieuwingen? Hoe ontwikkelt de externe omgeving zich? De nieuwe voorzitter mag helpen om beleid te ontwikkelen naar de toekomst, dat is de tweede kerncompetentie. Daarnaast is Bert altijd erg betrokken geweest bij de financiering van de huisartsenposten. Hij heeft veel know how over de financiële gang van zaken. Het is essentieel dat de nieuwe voorzitter van de Raad van Toezicht weet heeft van de bekostiging van de huisartsenpost. Tot slot, past hij of zij ook binnen het team? De voorzitter moet immers leidinggeven aan de Raad van Toezicht, daar heb je ook een bepaald charisma voor nodig.

Bent u betrokken? Ja, uiteraard ben ik betrokken. Onlangs heb ik een dienst meegelopen op de post. Ook ik wilde voorkomen dat ik niet weet hoe een triagist zijn werk doet. Het meelopen was leerzaam en boeiend. Wat werkdruk betekent voor de triagisten heb ik kunnen zien.

Wat was het meest opmerkelijke van het meelopen? Ik ben altijd op hoofdlijnen bezig. Op de post is het precies andersom. Je krijgt te maken met een heel ander perspectief en dat is heel leerzaam. Ook voor dokters is het

leerzaam. Dokters zijn altijd koning geweest in de spreekkamer. In het kader van de Huisartsenpost kan de bestuurder worden aangesproken door de Inspectie voor de Volksgezondheid. Wij vragen dan ook: wat heb jij als arts gedaan? Is je scholing op orde? Wat heb jij gedaan om kwaliteit te waarborgen. Dat is lastig, maar ook hierin zie je dat de Raad van Toezicht plotseling dwarse opmerkingen kunt maken. In alle vriendelijkheid kritische vragen stellen. Eén lid van de Raad van Toezicht komt niet uit de zorg. Ze schopt soms onbewust heilige huisjes om en stelt ontregelende vragen, dat is nuttig.

Rol van de Raad van Toezicht bij ontwikkeling Huisartsenpost in het Erasmus Medisch Centrum? Wij hebben met name erg toegezien op de zorgvuldigheid in de besluitvorming. Is iedereen voldoende gekend in de besluitvorming? Wij vonden zelf dat we niet te vroeg een oordeel moesten geven. Je moet goed luisteren naar de dokters, maar je kunt ook de wensen van de financiers niet negeren. Is er voldoende recht gegeven aan ieders inbreng alvorens je tot een besluit komt? Het Coöperatiebestuur heeft na raadpleging van de leden ja gezegd: als de verzekeraar dit wil zijn wij akkoord. Mits het geen extra belasting vormt voor de huidige deelnemende huisartsen. Dat is een goede uitkomst denk ik.

Welke uitdagingen ziet u voor de organisatie? Politiek gezien wordt er steeds meer zorg uit de tweede en derde lijn

12

weer naar de eerste lijn geduwd. Denk bijvoorbeeld aan dementie. De samenleving wordt ingericht om de krachten te bundelen, kinderen en buren moeten zoveel mogelijk opvangen. Deze beweging zal zich doorzetten, de eerste lijn wordt met veel vragen geconfronteerd. De eerste lijn is veelal alleen bereikbaar tijdens kantoortijden. Dit is in tegenstelling tot de 24-uur bereikbaarheid van vroeger. En dat is precies waar het om gaat de komende jaren: de maatschappelijke beweging staat er haaks op. Dat is lastig. Hoe lossen we dat op? Het anders inrichten van de Huisartsenpraktijk is een mogelijkheid. Of tuigen we de HAP meer op? Als Raad van Toezicht is een van onze rollen het monitoren van de externe ontwikkelingen en aan het bestuur vragen heb je hier al over nagedacht?

Hoe zit het met de werkdruk? Werkdruk is een lastig onderwerp. Waar hebben we het precies over? Waar zit het probleem nu echt? Is het op elke post? Op verschillende momenten? Hoe hoog is de werkdruk? Er is een verschil tussen posten. Voor een deel heeft het te maken met roostering. Het is onze indruk dat er wel degelijk een probleem is. Er is een tekort aan triagisten. Het Personeelsbeleid zit in een vicieuze cirkel. Door drukte melden mensen zich ziek, dan komt er meer druk op de rest van de organisatie. We hebben een nieuwe arbodienst, dat gaat hopelijk helpen om ziekteuitval te voorkomen. Maar er zijn dus te weinig triagisten, ze zijn er niet. Er worden nu studenten ingezet en de eerste ervaringen


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

De leden van de Raad van Toezicht: Van links naar rechts: Tanja Groenendijk, Rob de Vries, Hansmaarten Bolle, Sylvia Shackleton, Rolf de Groot, Marianne Hoelen

zijn goed. Bert Prins is in overleg met de opleiding huisartsen. Zou zo’n triage periode niet een vast onderdeel van de opleiding moeten zijn? Dat zou een permanente instroom betekenen! Welke organisatorische maatregelen kunnen er genomen worden? We kijken als RvT mee naar mogelijke oplossingen. Ik ben er niet optimistisch over, als je ziet dat het hele land problemen ervaart. Het oplossen gaat even duren. We zien het probleem heel goed, maar niet alles is 1 2 3 op te lossen.

Heeft de Raad van Bestuur weleens bemiddeld? Jazeker, tussen het Coöperatiebestuur en de Raad van Bestuur liep

het enige tijd geleden niet goed. Een klacht was dat het Coöperatiebestuur zich niet goed en tijdig geïnformeerd voelde. De Raad van Toezicht kan een dergelijk signaal niet negeren en we herkenden het ook. We hebben toen een aantal gesprekken gevoerd onder leiding van een externe partij en we zijn een verbetertraject gestart. Nu worden er in een eerder stadium plannen gedeeld. Op onderdelen heb je soms andere inzichten, maar het gaat erom dat je met elkaar een plan sterker maakt. Het gaat nu goed, de relatie is verbeterd. Er is ook een nieuw Coöperatiebestuur met Jan van Zellem als voorzitter aangetreden. Er nemen huisartsen uit de beleidscommissie deel in het

13

Coöperatiebestuur. Deze mensen weten waar het over gaat op de post. Dat draagt zeker bij aan een goede samenwerking.

Wilt u nog iets meegeven? We hebben voorop gelopen in den lande. Nu moeten we oppassen, denk aan de Wet van de remmende voorsprong. Het zal ons toch niet gebeuren dat we die voorsprong kwijtraken? Laten we open staan voor nieuwe inzichten en initiatieven. Welk voordelen zijn er te behalen, voor onze dokters, maar met name voor onze patiënten?

ELLEN SCHRAS


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

Acute huisartsenzorg in Erasmus MC M. Renée Kok is een van die huisartsen die ervaring heeft met het werken op de huisartsenpost in het Erasmus MC. ‘Ik werk ook regelmatig op de posten SFG en IJsselland. Een belangrijk verschil is de samenwerking met de SEHmedewerkers. Doordat de drempel om even bij elkaar 'te buurten' in het Erasmus MC zeer laag is, overleg je heel gemakkelijk. Zowel op medisch inhoudelijk vlak als op koffiekamer niveau. Dit is niet alleen heel leerzaam, maar maakt het werken ook prettig.’ Renée geeft aan dat de patiëntenpopulatie op de HAP Erasmus MC-anders is dan op de andere posten. Het zijn zelfverwijzers, die na de voorselectie door de SEHverpleegkundige een wat minder hoge urgentie hebben. Toch heeft ze het idee dat de HAP Erasmus MC in een duidelijke behoefte voorziet. ‘Naar mijn idee lukt het tot op heden goed om gezamenlijk, SEH-medewerkers en huisartsen, richting te geven aan de behoefte. Een aanzienlijke groep patiënten die de SEH binnenloopt kan door een huisarts gezien worden’, aldus Renée.

Sinds juli is er een huisartsenpost geopend direct naast de Spoedeisende Hulp van het Erasmus MC. Dit om de acute zorg die bij de huisartsen thuis hoort, ook door huisartsen te laten verrichten en de kosten voor de individuele patiënt te verminderen.

JENNy JANSSENS

Een SEH-verpleegkundige verwijst zelfverwijzers op basis van een selectieprotocol naar de HAP of de SEH. Patiënten die naar de SEH zijn verwezen of door de ambulance worden gebracht, worden rechtstreeks geholpen op de SEH. Huisartsenposten Rijnmond bemant de huisartsenpost in het Erasmus MC op werkdagen van 17.00 tot 23.00 uur en op weekend- en feestdagen van 8.00 tot 23.00 uur.

14


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

Met name tijdens de diensten is de werkdruk hoog; lange wachttijden, veel zelfverwijzers, alert zijn op de ABCD. Om te helpen ontspannen kan muziek wonderbaarlijk behulpzaam zijn. Spiegel im Spiegel is een muziekstuk dat in 1978 werd geschreven door de Estse componist Arvo Pärt. Hij zocht naar eenvoud en vond zijn inspiratie in de muziek van de Renaissance en het Gregoriaans. Eenvoud, harmonie, structuur en mystiek zijn sleutelwoorden. Zelf noemt hij dit de ‘Tintinnabular-stijl’, ofwel ‘klokjes-stijl’, waarin drieklanken en simpele melodieën de belangrijkste elementen zijn. De titel verwijst naar het oneindige beeld wat ontstaat wanneer men kijkt in twee tegenover elkaar opgestelde spiegels.

WONDERSCHONE MELODIE CD-RECENSIE

Hoewel Spiegel im Spiegel oorspronkelijk voor viool en piano geschreven is, geeft de uitvoering met cello een bijzondere klank. De CD op de afbeelding is een uitvoering door Sebastiaan Klinger, cello, met Jürgen Kruse op de piano.

Hectische tijden vragen om een tegenhanger en voldoende interventies. Na een drukke dag vol met ad-hoc, maar ook geplande activiteiten, wacht daar de spits op de weg en thuis. Halverwege de avond het herkauwen van wat passeerde. Hadden we moeten doorverwijzen of juist niet, zijn we aardig, zakelijk en besluitvaardig genoeg geweest en hadden we toch beter niet die overgebleven 33 mails toch vandaag moeten beantwoorden? Want hoe kunnen de zenders weten dat we wel response hebben gegeven op 67 andere e-mails?

Een ontroerende CD, ook heel prettig om bij weg te zakken in een lange nachtrust. EAN 509365917001 Bol.com. € 10,95

ELLEN BAATSEN

WEEK VAN DE KINDERZORG Van 14 - 18 november wordt binnen de CHPR de “Week van de Kinderzorg” georganiseerd; in deze week willen wij extra aandacht vragen voor Signalering Kindermishandeling & Huiselijk Geweld. Tijdens de avonddiensten zullen de aandachtfunctionarissen op de posten ondersteunend aanwezig zijn en eventuele vragen beantwoorden. Ook bij de ouders zullen

we dit thema onder de aandacht brengen door middel van posters in de wachtkamers en voor de kleine patiënten is er iets extra’s. Baukje Postema, arts van Veilig Thuis zal de posten een bezoek brengen. Dit onderwerp is, zoals bekend, een breed maatschappelijk vraagstuk. Op maandag 14 november zal op elke locatie een officiële aftrap worden gegeven. Op de posten IJsselland en Ruwaard zijn de respectievelijke wethouders met “Jeugdzorg” in de

15

portefeuille graag bereid gevonden om deze week te openen. Voor de locaties Zuid en SFG zijn uiteraard ook wethouders benaderd (Rotterdam, Barendrecht en Bergschenhoek), maar is nog geen reactie ontvangen bij het aanleveren van dit artikel.

ELLEN BAATSEN TEAM KINDERZORG CHPR


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

SEPSIS een instinker... Casuïstiek Sepsis (“bloedvergiftiging”) is een ziektebeeld dat veroorzaakt wordt door een ontstekingsreactie van het gehele lichaam door een infectie. De infectie kan worden veroorzaakt door bacteriën en minder vaak door gisten, schimmels, parasieten en virussen. Ook kunnen door bacteriën geproduceerde toxinen de oorzaak zijn, een bekend voorbeeld hiervan toxic-shock syndroom veroorzaakt door toxinen geproduceerd door streptokokken of stafylokokken. Sepsis ontstaat als vanuit het geïnfecteerde weefsel micro-organismen in de bloedbaan terecht komen. Het gevolg hiervan is een systemische ontstekingsreactie waarbij ook het stollingssysteem geactiveerd wordt. Het is een ernstig ziektebeeld, waarmee per jaar in Nederland ongeveer 13.000 patiënten worden opgenomen. Ongeveer een derde van hen overlijdt ten gevolge van dit ziektebeeld. Oorzaken liggen voornamelijk op gebied van urineweginfecties, pneumonie en diepe huidinfecties. Reden om dit onderwerp aan de hand van casuïstiek nader te belichten en een poging te doen om aler-

ter te zijn op deze medische instinker en om er adequater mee om te gaan. Het doel is ervoor zorgen dat deze groep patiënten juist in het beginstadium van dit ziektebeeld – wanneer behandeling nog relatief eenvoudig is – op een SEH worden beoordeeld en behandeld.

Casus 1: Partner van man, 68 jaar, belt. Sinds gisterenavond ligt hij op bed met hoofdpijn, temperatuur 39,0 en sedert een uur koude rillingen. Hij wordt vanwege sarcoïdose behandeld met MTX. Verdere medicatie: Prednison en bloedverdunners. Is daarbij gaan hoesten en kan vanwege dyspnoe niet zelf aan de telefoon komen. Is daarbij in de war en kreunt. Co-morbiditeit: COPD. Urgentie: U1, ABCD: veilig. Bij aankomst: zieke man, temp. 40,0. Urine: leuco 3+, ery 3+, eiwit 3+. O2 sat 93%; RR: 130-80. Pols 130/min reg aeq. AF: 15/minuut. Over rechter longveld: mogelijk verminderd ademgeruis, abdomen soepel. Huidskleur geen bijzonderheden. Alert. Op verdenking sepsis o.b.v. UWI en/of pneumonie: beoordeling via SEH IJsselland Ziekenhuis. Meneer na een week gebeld. Was na 5 dagen weer thuis en had tijdens

16

opname ab-infuus gehad i.v.m. bovenstaande diagnose.

Casus 2: Vrouw van 52 jaar. Gisteravond op werk koude rillingen, gingen weer weg. Geen aandacht aan besteed omdat het op de werkvloer ook niet al te warm was. Volgende dag periode van koude rillingen, verder niet ziek. Twee uurtjes geslapen, geen klachten meer. ’s Nachts rond twee uur ineens pijn links hoog thoracaal, uitstralend naar de linkerschouder en acute kortademigheid. Kan zelf aan de telefoon komen. Verder niet ziek. VG: Astma, M. Sjögren en twee jaar geleden ST-elevaties op ECG. Urgentie: U2, ABCD veilig. Bij aankomst: Niet zieke en niet ziek voelende, wel kortademige vrouw. Saturatie 95%, temp 38.1, RR 130/85 en pols 110/min reg aeq. Bij auscultatie: geen bijzonderheden. ECG: geen afwijkingen. Huidskleur geen bijzonderheden. Op verdenking longembolie beoordeling SEH. X Thorax: pneumonie links. Opname en start AB. Lab waarden verslechteren en anderhalve dag later sepsis o.b.v. pneumokok. Op IC andere AB via centrale lijn. Na acht dagen ontslag.


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

Waar moeten we mede aan de hand van deze casuïstiek op bedacht zijn? Bij de beoordeling van een patiënt met een infectie dient nagegaan te worden of er sprake kan zijn van sepsis. Vooral het basaal fysisch onderzoek kan richtinggevend zijn om een patiënt te laten beoordelen op een SEH. Overigens geldt het onderstaande voor volwassenen. Men dient te beoordelen: • temperatuur (verhoogd of juist verlaagd) • tachypneu (>20 /minuut) • centrale of perifere cyanose • de saturatie (ergo: er is zuurstof behoefte) • tachycardie (>100/minuut) • hypotensie (SBP<100mmHg, dan wel 40mmHg lager dan gebruikelijk is voor betrokkene)

• • • •

gemarmerde huid verwardheid nieuw ontstaan bewustzijnsverandering puntbloedingen (bij meningococcen-sepsis) Voorts dient er rekening gehouden te worden met patiëntgroepen met risico verhogende factoren op een ernstiger beloop van de infectie en de daarmee gepaard gaande sepsis: • immuungecompromiteerd (tgv medicatie of ziekte). • recentelijke (<6 weken) een invasieve procedure (bijvoorbeeld: endoscopische procedures), trauma of chirurgisch procedure ondergaan. • Hyposplenisme (afunctionele milt of na splenectomie).

kelt, is – veelal in het beginstadium van dit ziektebeeld – nog redelijk te behandelen waarbij verdere achteruitgang naar een septische shock en multi-orgaan falen nog te voorkomen kan zijn. Alertheid op eerste fysische tekenen van een mogelijk ernstig beloop van de infectie kan hierin veel uitmaken. Veranderingen van het bewustzijn/gedrag alsmede de ademhalingsfrequentie zijn vroege fysische parameters die aangeven of er sprake kan zijn van een sepsis en niet slechts een gelokaliseerde infectie. Met dank voor kritische beoordeling door Martijn Verkade, internist-intensivist IJsselland Ziekenhuis.

Dames en heren, een patiënt met een infectie die een sepsis ontwik-

ROBERT MOL NABIL BANTAL

Preventief Medisch Onderzoek

‘OP WEG NAAR DUURZAME INZETBAARHEID’ In de 3e week van november vindt wederom de nationale week van de werkstress plaats. Het is een belangrijk onderwerp als je je bedenkt dat stress op de werkvloer beroepsziekte nummer 1 is. Meer dan een miljoen mensen loopt jaarlijks het risico op een burn-out en andere werk gerelateerde psychische ziektes. In heel veel organisaties zijn er collega's die vanwege werkstress thuis zitten of hun werkdruk niet of nauwelijks aankunnen. Dat is alarmerend. Want als je eenmaal een burnout hebt gehad, dan is er een vergroot risico op een tweede burn-out. Het is daarom belangrijk dat werkgevers en werknemers met

elkaar in gesprek gaan over werkstress. Wie stress op het werk succesvol aanpakt, zorgt voor meer werkplezier en minder ziekteverzuim.

17


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

Binnen de CHPR zien we ook dat mensen de werkdruk op de post als hoog ervaren. Dit bleek onder meer uit het MTO van 2014-2015, maar ook als we kijken naar de oorzaken van verzuim. Binnen de CHPR zijn er ook mensen uitgevallen met werk gerelateerde psychische klachten. Dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn, dat je ziek wordt van je werk! We willen allemaal zonder klachten opstaan, ook na het werk nog vol energie activiteiten kunnen verrichten én lekker in ons vel zitten. De CHPR wil haar medewerkers hier graag in ondersteunen en heeft met dit oogpunt een PMO (preventief medisch onderzoek) georganiseerd voor haar medewerkers. Een PMO geeft inzicht in jouw gezondheid. Eventuele gezondheidsrisico’s (o.a. cholesterol, bloeddruk en hart- en vaatziekten) worden in kaart gebracht en je krijgt hierbij advies voor verbetering. Ben je benieuwd naar je lichamelijke conditie en wil je ook graag advies over voeding, beweging en leefstijl, doe dan vooral mee! Het PMO wordt uitgevoerd door bureau Adaptics.

Het PMO bestaat uit twee onderdelen: 1. Digitale vragenlijst Het eerste onderdeel is een digitale vragenlijst die je ter voorbereiding van het onderzoek invult. Het invul-

len duurt ongeveer twintig minuten. Je ontvangt 31 oktober een uitnodigingsmail van Adaptics. In deze mail staat jouw persoonlijke link naar de digitale vragenlijst voor het PMO. Deze vragenlijst zal ingaan op jouw werkomgeving en verscheidene leefstijlfactoren bespreekbaar maken. 2. Fysiek biometrisch onderzoek Het tweede onderdeel van het PMO is een 40 minuten durend fysiek biometrisch onderzoek, inclusief een aansluitend leefstijladviesgesprek. Het onderzoek zal plaatsvinden in een mobiel test- en meetstation: De Gezondheidsbus. Deze zal in week 48 een aantal dagen geparkeerd staan op het parkeerterrein van het Sint Franciscus Gasthuis en een paar dagen op het terrein van het Ruwaard van Putten medisch centrum.

Het fysieke onderzoek bestaat uit de onderstaande testen: • • • • • • • • •

Lengte & Gewicht (incl. BMI) Vetpercentage Bloeddruk en hartslag Bloedonderzoek vingerprik (cholesterol en glucose) Knijpkracht ECG (op indicatie) Longfunctie HRV-test Leefstijladviesgesprek Ten behoeve van het cholesterol en glucose onderzoek verzoeken wij deelnemers vriendelijk om (indien mogelijk) nuchter

18

te verschijnen, wat inhoudt dat je 3 uur voorafgaand aan het onderzoek NIETS meer gegeten of gedronken hebt (m.u.v. water en/of groene thee zonder toevoegingen). Na afloop van de testen ontvang je na circa 10 werkdagen een uitgebreid persoonlijk adviesrapport. Het volledig invullen van de vragenlijst is een voorwaarde om deel te kunnen nemen aan het biometrische onderzoek in de Gezondheidsbus. In de digitale planning, die verschijnt na het afronden van de digitale vragenlijst, kan eenieder naar zijn of haar beschikbaarheid een afspraak inplannen. Mocht je onverwacht toch niet kunnen op de gemaakte afspraak, dan is er de mogelijkheid om deze te wijzigen. Neem contact op met de servicedesk van Adaptics op telefoonnummer 024-3552579 of mailen naar info@adaptics.nl. Vanzelfsprekend worden jouw individuele uitslagen niet aan de CHPR overhandigd en zodoende enkel en alleen naar jou teruggekoppeld in het persoonlijke adviesrapport. In de statistische rapportages, die de CHPR zal ontvangen, worden deze resultaten geanonimiseerd verwerkt. Een onderzoeksgroep dient daarnaast minimaal uit vijftien personen te bestaan, zodat de resultaten niet te herleiden zijn naar het individu. Naar aanleiding van de uitkomst van het PMO zal de CHPR gericht investeren in de duurzame inzetbaarheid van haar medewerkers. We hopen dat iedereen het PMO ziet voor wat het is, een mooi cadeau van de CHPR aan haar werknemers!


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

IN HET KADER VAN INFECTIEPREVENTIE OP DE HAP:

GEZAMENLIJK VERANDEREN!

Dat bracht ons bij de vraag: maar hoe zit het nu op de overige HAP's? En is dat anders dan in de dagpraktijk? En hoe verschillen de richtlijnen van ziekenhuizen met die van HAP's/dag praktijken? En belangrijker nog: in hoeverre trekken we ons wat aan van die richtlijnen? Een rondje langs de deskundigen, wat googlen en persoonlijke observaties op de diverse HAP's gaf ons inzicht in de verscheidene gehanteerde Infectiepreventie protocollen en de toepassing ervan. Hieronder zetten we een en ander voor u op een rijtje. Ten eerste goed om te weten dat 4 - 8% patiënten die in Nederlandse ziekenhuizen worden opgenomen, tijdens opname een infectie oplopen. Dat zijn er zo’n 35 tot 70.000 per jaar. Niet iedere infectie is te voorkomen. Echter met relatief eenvoudige hygiënische maatregelen kan een deel hiervan worden voorkomen. Wij gaan in dit artikel alleen in op hoe verbeteren van de persoonlijke hygiëne hiertoe kan bijdragen. In de dagpraktijk geldt de Leidraad uit 2009 van het NHG, getiteld 'Hygiëne en Infectiepreventie in de huisartsenpraktijk' afgeleid van de richtlijn uit 2004 van de WIP groep (Werkgroep Infectie Preventie). De CHPR baseert zijn richtlijnen voor de HAP's hierop. Momenteel is een herziening in de maak, in samenwerking met het KNOV (verloskundigen).

Werken op HAP Erasmus MC heeft ons bewust gemaakt van de rol van persoonlijke hygiëne ter verbetering van de Infectiepreventie. Omdat deze HAP zich op het terrein van de SEH bevindt worden wij geacht ons te houden aan de persoonlijke hygiëne regels zoals ze gelden voor de SEH medewerkers die 'fysiek contact hebben met een patiënt of diens materiaal'. En die richtlijnen zijn uitgebreid omschreven. Dit heeft geresulteerd in huisartsen en medisch studenten die tijdens de dienst een marineblauw CHPR-poloshirt dragen met korte mouwen, en geheel ontdaan zijn van ringen, kettingen, oorbellen en andere piercings. Ook het horloge blijkt een potentiële besmettingsbron en wordt niet om de pols gedragen. De toepassing van de richtlijn voor de huisartsen is iets aangepast, maar komt nu grotendeels overeen met de overige zorgverleners in het Erasmus MC.

In de Leidraad van 2009 wordt met name de handhygiëne goed beschreven, waarbij ook geadviseerd wordt geen ringen, horloges e.d. te dragen. Ook geen kunstnagels of afbrokkelende nagellak. En wist u dat kloofjes in handen geen groter aantal micro organismen op de handen geeft, maar wel meer verschillende soorten? Goed vet houden dus, die handen.

19


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

Ook is er in deze leidraad uitgebreid aandacht voor het dragen van handschoenen, welke type, hoe ze aan en uit te trekken, etc. Wist u bijvoorbeeld dat steriele handschoenen gedragen dienen te worden als er met de hand geknoopt wordt tijdens het hechten? Wat betreft kleding wordt met name gesproken over beschermende schorten en jassen bij mogelijk spatten en spuiten en nauw contact met patiënten met kans op micro organisme overdracht. Verder is er een paragraaf aan gezichtsbescherming gewijd (maskers en brillen). In de herziening van de richtlijn, die nu al te vinden is op internet, wordt meer aandacht geschonken aan persoonlijke hygiëne en worden er meer adviezen gegeven over kleding. Het hele eerste hoofdstuk is hieraan gewijd. Deze herziening laat op die manier al meer overeenkomsten zien met de ziekenhuisrichtlijnen zoals op Erasmus MC. Het huidige CHPR Infectiepreventie protocol, d.d. 13-8-2015, schrijft t.a.v. persoonlijke hygiëne, het volgende voor: • Handen wassen als ze zichtbaar vuil zijn, voor en na iedere medische behandeling, na contact met patiënten materiaal of na toiletgebruik, anders gebruik handalcohol voldoende; • Tijdens de werkzaamheden papieren zakdoeken gebruiken, na gebruik direct weggooien en handen wassen met vloeibare zeep; • Bij mogelijk besmet materiaal, altijd handschoenen dragen; voor aantrekken handschoenen en na uittrekken handschoenen handalcohol gebruiken; • Wondjes en huidbeschadigingen afdekken met niet-vocht door-

latende pleister; Bij ieder handeling waarbij • gevaar voor spatten of spuiten van patiëntmateriaal bestaat bril, mondneusmasker en schort dragen; • Bij katheterisatie schort dragen; • Schoon en mogelijk besmet materiaal altijd gescheiden houden; • Altijd huishoudelijk schoonmaken alvorens te desinfecteren of regels van ziekenhuis volgen; • Draag geen sieraden; • Nagels dienen kort geknipt te zijn; • Lang haar gebonden; • Geen lange mouwen; • Etenswaren zoveel mogelijk gebruiken aan de eettafel. Daar aan zouden wij nog willen toevoegen: • Draag hoofddoek zodat tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het materiaal van de hoofdbedekking niet in contact komt of kan komen met de patiënt of met patiëntmateriaal. Het protocol schrijft verder dat, indien de HAP zich op terrein van een SEH bevindt, de gehanteerde richtlijn kan worden aangepast aan de ziekenhuisrichtlijnen, in overleg met de partijen.

Met dank voor medewerking aan dit artikel:

• Prof. Dr. Margreet C. Vos, Hoogleraar Zorg gerelateerde infecties, afdeling Medische Microbiologie en Infectie Preventie, Erasmus MC

• Mieke Waltmans-den Breejen, deskundige infectiepreventie, afdeling Medische Microbiologie en Infectie Preventie, Erasmus MC

• Lysette Devilee MRM, Manager Kwaliteit CHPR, Centraal Manager Zuidelijke Maasoever

En nu dus de vraag: hoe gaan wij hiermee om? Wij hopen u in ieder geval meer bewust gemaakt te hebben van uw eigen persoonlijke hygiëne tijdens de diensten. We kunnen hiermee een stap voorwaarts maken in een gezamenlijke aanpak van een probleem, dat nooit volledig te tackelen valt. Echter wel voor een behoorlijk deel, en infectiepreventie is toch één van onze kerntaken.

Bronnen:

• Hygiëne en infectiepreventie in de huisartsenpraktijk. Leidraad (2009, NHG)

• Richtlijn infectiepreventie in de huisartsen- en verloskundigenpraktijk, KNOV en NHG, Versie juli 2015 (commentaarronde)

• CHPR Infectiepreventie protocol d.d. 13-8-2015

• Erasmus MC Kwaliteitsinformatiesysteem, Algemene voorzorgmaatrege-

MARLEEN KOOIJMAN ROBERT MOL

20

len-Infectiepreventie


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

De future is HAPpening: ZELF AAN HET ROER!

In de werkelijk prachtige ambiance van de Laurenskerk vond de lustrumeditie van de HAGRO Meets Wagro netwerk bijeenkomst plaats. Een recordopkomst, maar liefst 110 mensen zijn gekomen voor ‘de future is HAPpening’. Een thema dat perfect aansluit op de actualiteit.

Een derde van de aanwezigen zegt in de toekomst alleen te willen werken in de dagpraktijk De avondvoorzitter prof. Dr. Patrick Bindels, huisarts en hoogleraar huisartsgeneeskunde Erasmus MC, trapt de avond af met enkele stellingen. Wie zitten er in de zaal? Het merendeel van de aanwezigen is waarnemend huisarts nl. 62%, 31% is gevestigd huisarts en 3% is AIOS. Aan de hand van de eerste stellingen worden de artsen geprikkeld. Zo geeft een derde van de aanwezigen aan in de toekomst alleen te willen werken in de dagpraktijk. En is 58% van de artsen het eens met de stelling dat huisartsen zich 24/7 verantwoordelijk moeten voelen voor de huisartsenzorg.

Na het orgelspel heet Hilde van der Kallen, waarnemend huisarts en voorzitter van de Wagro Rotterdam Rijnmond (LHV) iedereen welkom. Alle aanwezigen hebben de “stem app” gedownload en dan is het woord aan de avondvoorzitter.

21


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

Enkele belangrijke ontwikkelingen in de spoedzorg • Vergrijzing en meer mensen met chronische aandoeningen • Toenemende schaarste • Digitalisering • Substitutie naar de eerste lijn • Van zorg voor naar zorgen dat • Meer nadruk op preventie • Mondiger burger

Goede acute zorg bestaat uit een aantal componenten: Generalistisch, persoonsgericht en continu

1 2 3 4 5 6

Goed ontworpen zorg Patiënt is partner Kwaliteitsborging Digitale innovatie Cappucino financiering Dienend leiderschap

Prof. Bindels gaat door met de in 1959 vastgestelde kernwaarden van het huisartsenvak. De toekomstvisie van de LHV en NHG en het standpunt spoedzorg NHG aan te stippen. In het kort zijn de kernwaarden: • Generalistisch • Persoonsgericht • Continu De huisarts kent het gezin, de wijk, de patiënt. Wij zijn de constante factor. De toekomstvisie van de huisartsenzorg is gebaseerd op deze kernwaarden. En spoedzorg hoort bij de huisarts. Het standpunt van de NGH is o.a. dat spoedzorg een integraal onderdeel van de huisartsenzorg vormt. Onlangs kwam uit een enquête van de LHV over de diensten dat de werkdruk als (te) hoog wordt ervaren.

Schrijvers loopt nu 25 jaar mee in de zorg via literatuur en onderzoek. Als hij vanuit die ervaring kijkt, vraagt hij zich af hoe we de Nederlandse bevolking op kunnen voeden? Kan de bevolking zelf meer doen aan spoedzorg? Geef bijvoorbeeld chronisch zieken een cursus. Als de aandoening plotseling verergert kunnen zij dat zelf oplossen? Zorg voor een persoonlijk crisisplan. Een cursus EHBO gespitst op doelgroep, bijvoorbeeld een cursus voor jonge ouders.

Wat is de actualiteit in de dagelijkse praktijk?

Cappucino financiering is abonnementstarief

• • • • • •

De wereld van Schrijvers wil minder nadruk op betaling per verrichting. Er zijn diverse voorstellen zodat er betaald gaat worden op basis van kenmerken van de populatie. In plaats van op betaling per verrichting. Heb je veel 75-plussers? Dan krijg je meer geld.

Van zorgen voor naar zorgen dat

Administratieve lasten: het roer moet om POH/DA+ en Physician Assistent Kleinere praktijken Substitutie van 2e naar 1e lijn Wijkgerichte zorg Primaire preventie

Dienend leiderschap: het roer moet om! Het roer moet om, zegt Schrijvers nadrukkelijk. De huisarts moet aan het roer. Hij roept op om zelf met plannen te komen om de uitdagingen aan te pakken. De zorgverzekeraars zijn momenteel terughoudend. Pak het leiderschap op! Zorg dat de strategische visie berust bij professionals.

Zie voor de volledige sheets het intranet

De toekomst? Wat gaat de toekomst ons bieden? De gastspreker van vanavond Guus Schrijvers, oud-hoogleraar Public Health & Gezondheidseconoom schetste op kundige, maar ook relativerende wijze problemen en oplossingen. Zijn drijfveer: wetenschappelijk onderbouwd beleid.

Zie voor meer informatie de sheets op intranet en/of de website www.guusschrijvers.nl

22


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

Alle stellingen van de avond zijn te vinden op intranet. Om een beeld te geven van de avond onderstaand enkele stellingen waarover met elkaar gediscussieerd is.

zijn. Liefst dan ook met lokale pers erbij. Het feit dat we nu hygiënisch gedrag hebben, is aangeleerd. Alcoholgebruik is minder dan vroeger. En het aantal verkeersdoden is de afgelopen decennia sterk afgenomen. In Utrecht is er een rollatorroute voor ouderen zodat ze niet worden aangereden. Dat is een initiatief van huisartsen uit de regio. Chronisch zieken hebben veel risico om op een HAP of SEH te belanden. Zorg voor elk persoon met een chronische aandoening voor een crisisplan.

Zijn wij verantwoordelijk voor continue zorg? 86% eens

14% oneens

“Ja! Ik ben verantwoordelijk voor de mensen die bij mij staan ingeschreven”. “Ja! Ik vind dat we verantwoordelijk zijn voor de spoedeisende huisartsenzorg, dat moeten we ook vooral via de HAP blijven doen. Maar opvoeding over ‘wat is spoedeisend’. Denk aan de oma van vroeger die overal raad op wist”.

Spreekt de volgende mogelijke oplossing aan? Over triage aanpakken 3,7% oneens 55% eens (Een deel van de aanwezigen heeft bij deze vraag niet gestemd.)

Schrijvers vult aan: het buitenland kijkt naar ons. Mogen we trots op ons zijn. Zie het als een cultureel erfgoed dat we moeten bewaken.

Er heerst een cultuur van angst onder de triagisten. Ze houden zich aan het systeem, er is verkramping. We moeten ze trainen.

“Ik wil graag een pleidooi houden dat we wat we hebben opgebouwd, niet laten wegdrukken door de druktebeleving die we voelen. Laten we dat met elkaar oplossen. 20% van de zaal is 55 plus, over een paar jaar zijn die weg. Waarnemers stromen in en moeten zich verantwoordelijk voelen. Je leert veel, dingen die bij ons vak horen. Je leert samenwerken, feedback geven en ontvangen, leren van calamiteit” aldus een deelnemer.

Adri van der Born: er is een initiatief in Groningen dat het dwingende van de kernset af wil schaffen. Het is een landelijke klacht dat de triagisten niet goed met het systeem uit de voeten kunnen. Ook vanuit Rotterdam ondersteunen we deze landelijke discussie. De Inspectie zegt: jullie hebben zelf de norm gesteld, zo hanteren we ze. Maar er wordt dus aan gewerkt. Bindels doet een oproep: het gat tussen de dokter en de triagist aan de telefoon kan groot zijn. De triagist zit te springen om goede feedback. Waarom heb je dat zo gedaan? De ruggengraat van het werk is de telefoon! De expertise moet omhoog.

Spreekt de volgende mogelijke oplossing u aan? De patiënt als partner, bv. crisisplannen voor chronische aandoeningen en kinderen, NTS voor patiënt. 18% oneens 82% eens

Wil je leading zijn in de toekomst, aan het roer?

“Er is irritatie als je op de HAP mensen ziet die voor de dingen van overdag komen. Neem overdag meer de tijd. Astma crisismanagement. Kind met oorpijn overdag, wees heel duidelijk wanneer je iemand ’s avonds wilt zien.”

3% oneens

97% eens

Kortom: die 24-uurs zorg hoort bij ons! Conclusie van de avond door Adri van der Born: de 24 uurs zorg hoort bij ons. Ook de jongere artsen zeggen ja de spoedzorg hoort bij ons, daar ben ik blij om. Het is onderdeel van het continue vak. En ik ben blij dat we concluderen dat we zelf aan het roer willen staan. En dat er wat aan de triage moet gebeuren, dat is helder.

“Meer gebruik maken van Thuisarts.nl” Educatie hoeft niet per se door de huisarts gedaan te worden, dan kan ook door bijvoorbeeld scholen. Guus Schrijvers: ga voor een multicatoren beleid. Dus ook de jeugdarts moet wat doen. Losse interventies hebben geen zin. Het moet een gezamenlijke activiteit

ELLEN SCHRAS

23


NIEUWSBRIEF

november 2016

jaargang 2016 - nr. 3

CENTRALE LEDENRAAD 21 november 2016

Op maandag 21 november 2016 vindt de jaarlijkse Centrale Ledenraad plaats in Hotel van der Valk aan de Krommeweg 1, 2988 LB Ridderkerk.

Naast de jaarverslagen zal er aandacht gegeven worden aan:

1) Regiearts: Wie heeft de Regie? Inleiding door Gerard Bles, huisarts en medewerker op verschillende posten.

Daar de leden vertegenwoordigd worden door de dienstencommissies van de verschillende posten is er voor die commissies de gelegenheid om van te voren apart te vergaderen. Van 18.00 - 19.30 uur vindt de beleidscommissie vergadering plaats in verschillende vergaderzalen. Voor aanvang is er een broodje in de foyer. Om 19.45 â&#x20AC;&#x201C; 21.00 uur vindt de gezamenlijke CRL vergadering plaats.

2) Verpleegkundig Specialist op de HAP? Naar aanleiding van de te starten pilot op Hap SFG, een inleiding door verpleegkundig specialiste Linda Dul-Kortlever.

24

Profile for ATM vormgeving

Haptiek! 2016 03  

Haptiek! 2016 03  

Advertisement