Issuu on Google+

anne’s wereld Een kamer vol dromen ‘Schrijven of stikken’ Anne Frank als schrijfster ‘Een heel andere Anne’ Otto Frank over het dagboek


Een dag in het

achterhuis

k, Anne Fran 41 december 19

761 dagen hebben de onderduikers in het achterhuis g ­ ezeten. Hoe komen Anne en de andere onderduikers al die lange dagen door? In haar dagboek heeft Anne nauwkeurig beschreven hoe een door­deweekse dag er voor haar van uur tot uur uitzag.

Wie is Anne Frank? Anne Frank is geboren op 12 juni 1929 in Frankfurt am Main (Duitsland). Naast vader Otto en moeder Edith heeft Anne een zus, Margot. Als Adolf Hitler in 1933 aan de macht komt, krijgen joden steeds meer te maken met discriminatie. De joodse familie Frank verhuist naar Amsterdam in de hoop daar veilig te zijn, maar in mei 1940 bezet het Duitse leger Nederland. Al snel blijkt dat joden ook hier niet veilig zijn. Om aan deportatie te ontkomen, duikt de familie Frank op 6 juli 1942 onder. In de schuilplaats schrijft Anne in haar dagboek. Het schrijven biedt afleiding en geeft Anne moed. Na ruim twee jaar, op 4 augustus 1944, worden de onderduikers verraden en naar concentratiekampen gedeporteerd. Kort voor de bevrijding sterft Anne Frank in kamp Bergen-Belsen. Otto Frank overleeft als enige de kampen. In juni 1945 is hij terug in Amsterdam. Miep Gies – één van de helpers – geeft Otto het dagboek van Anne. Otto leest het dagboek en laat het in 1947 uitgeven. De schuilplaats is sinds 1960 een museum.

De ochtend

6.30 – 7.30: wakker worden

‘“Sst... vader, stil Otto, sst... Pim! Het is halfnegen.”’ Margot en Edith zijn zenuw­achtig en roepen Otto in de badkamer. ‘Klokslag halfnegen moet hij in de kamer zijn. Geen druppel water, geen wc, niet lopen, alles stil.’

7.38 – 7.55: aankleden, bed afhalen

Anne Frank, 23 augustus 1943

7.30: vader wekken

8.00 – 8.15: naar de badkamer, wassen, haar doen en aankleden 8.15 – 8.30: boeken en po halen, want de wc mag het volgende half uur niet gebruikt ­worden 8.30 – 9.00: lezen en stil zijn, want de ­magazijnmedewerkers mogen niets horen 9.00 – 9.30: ontbijten in de kamer van de familie Van Pels 9.30 – 10.00/10.30: aardappels schillen 10.30 – 12.00: studeren, praten, dagboek schrijven, kletsen en niets doen

2


De middag ‘Kwart over één: De grote uit‑ deling. Ieder van beneden krijgt een kopje soep en als er eens een toetje mocht zijn, ook iets hiervan.’ Anne Frank, 5 augustus 1943

12.00 – 12.45: voorzichtig frisse lucht ­happen op zolder 12.30 – 14.00: de magazijnmedewerkers zijn naar huis voor hun middagpauze 12.45 – 13.00: de wastafel schoonmaken 13.00 – 13.15: naar het radionieuws luisteren op de kamer van de familie Van Pels 13.15/13.30 – 13.50: lunch, vaak eten een paar helpers en Jan Gies een hapje mee 13.50 – 14.00: kletsen 14.00 – 14.30: lummelen in de kamer van de familie Frank of in de kamer van de familie Van Pels 14.30 – 15.45: studeren, lezen 15.45 – 16.00: boterhammen eten 16.00 – 16.15: even opfrissen 16.15 – 16.30: koffie drinken en aardappels halen 16.30 – 17.15: Frans oefenen met Peter

De avond ‘No. negen is geen Achterhuis‑familielid, maar wel een huis‑ en tafel­genote. Bep heeft een gezonde eetlust. ’ Anne Frank over Bep Voskuijl, 9 augustus 1943

17.15 – 18.00: vrijheid (omdat de medewerkers van het magazijn naar huis zijn), rommel opruimen 18.00 – 18.15: radio, nieuws luisteren bij de familie Van Pels 18.15 – 18.30: ‘Kletsen, lummelen en niets doen’ 18.30 – 19.00: eten, Bep eet voor de gezelligheid vaak wat mee 19.00 – 19.30: afwassen 19.30 – 20.30: lezen, schrijven, praten 20.30 – 20.50: uitkleden

3

20.50 – 21.15: naar de badkamer 21.15 – 21.30: avondtoilet, klaarmaken om naar bed te gaan 21.30 – 21.45: ouders en Margot goede nacht zeggen, licht uit 21.45 – 22.15: ‘Denken, dromen, bidden en genieten’ 22.15/22.30 – 7.00: slapen


Een kamer vol dromen Net als veel tieners, plakt Anne Frank posters en plaatjes op de muur van haar kamer. Op het eerste gezicht lijkt het niet meer dan een bonte verzameling van filmsterren, historische figuren, kinderfoto’s, kunstwerken en royalty. Maar Annes plaatjes vertellen een verhaal: zij geven een duidelijk beeld van haar wereld, haar dromen èn van haar volwassenwording in de schuilplaats.

Royalty

Anne is Oranjegezind, dol op ‘royalty’ en verdiept zich graag in de stambomen van Europese vorstenhuizen.‘Met vele ben ik al erg ver gevorderd, temeer daar ik allang uit al de biografieën of geschiedenisboeken die ik lees aantekeningen maak.’ (6 april 1944) Bep Voskuijl, één van de helpers, geeft Anne in december 1943 een illegaal verspreide prentbriefkaart van de Nederlandse koninklijke familie. ‘Juliana ziet er daarop erg jong uit, evenals de koningin. De drie meisjes zijn snoezig’, noteert Anne in haar dagboek op 30 december.

De Duitse acteur Heinz Rühmann en Hollywoodster Greta Garbo. De beroemde Amerikaanse actrice Ginger Rogers.

De door het illegale dagblad Trouw uitgege­ ven ansicht van de Nederlandse koninklijke familie in ballingschap in Canada (1943).

Hollywood…

De dertienjarige Anne heeft een grote droom: actrice worden in Hollywood. Op de wanden van haar kamertje plakt zij een flink aantal – vooral Amerikaanse – idolen. Van helper Victor ­Kugler krijgt zij elke maandag het tijdschrift ‘Cinema & Theater’. Anne kijkt er naar uit, op 28 januari 1944 schrijft zij in haar dagboek:‘Mijnheer Kugler maakt me elke maandag blij als hij de Cinema & Theater meebrengt.’ Anne vindt het zonde om daarin te knippen, de plaatjes van de filmsterren op haar wanden komen uit oude exemplaren van het damestijdschrift ‘Libelle’.

De Engelse prinses Elizabeth of York (de huidige Koningin Elizabeth II) en haar zus Margaret Rose.

4


E

en van de eerste dingen die Anne Frank in de schuilplaats doet, is haar kamer gezellig maken.‘Ons kamertje was met die strakke muren tot nu toe erg kaal; dankzij vader die m’n hele prentbriefkaarten- en filmsterrenverzameling van tevoren al meegenomen had, heb ik met een lijmpot en kwast de hele muur bestreken en van de kamer één plaatje gemaakt.’ (11 juli 1942) Eerst deelt Anne deze kamer met haar zus Margot. In november 1942 krijgt Anne een nieuwe kamergenoot, Fritz Pfeffer. ­Margot verhuist dan naar de kamer van haar ouders.

Deze foto van Annes kamer is gemaakt toen het achterhuis voor een film tijdelijk werd ingericht.

Journaliste en schrijfster

Antiek beeld: de Griekse god Hermes.

Tijdens restauratiewerkzaamheden is men tot de ontdekking gekomen dat er achter sommige plaatjes andere afbeeldingen schuilgaan. Zo heeft Anne bijvoorbeeld ­Leonardo da Vinci over een kinderlijke prentbriefkaart geplakt. En nadat Anne in december 1943 haar droom om filmster te worden definitief opgeeft, plakt ze de Pietà van Michel­angelo over de foto van de Hollywoodactrices ­Rosemary en Priscilla Lane. Op dat moment heeft de bijna vijftienjarige Anne een nieuwe passie: schrijven. En een paar maanden later een nieuwe droom: zij wil na de oorlog een beroemde journaliste en schrijfster worden…

Zelfportret van Leonardo da Vinci.

Detail van de Pietà van Michelangelo.

Rembrandt: portret van een oude man.

Londen & Parijs

Tijdens de onderduikperiode raakt Anne meer en meer geïnteresseerd in kunstgeschiedenis en de Griekse en Romeinse mythologie. In haar dagboek schrijft ze op 8 mei 1944 wat ze wil doen als de oorlog voorbij is:‘Ik zou graag een jaar naar Parijs en een jaar naar Londen gaan om de taal te leren en kunstgeschiedenis te studeren.’

Twee van de drie ‘Lane Sisters’: Rosemary en Priscilla Lane.

5


‘Schrijven o Anne Frank als schrijfster Bij ‘het dagboek van Anne Frank’ ­zullen veel mensen een beeld hebben van één dagboek en dan meestal het roodge­ ruite dagboek. Maar Annes ­‘dagboek’ bestaat uit veel meer…

Korte verhaaltjes In de zomer van 1943 krijgt Anne steeds meer plezier in het schrijven van korte verhaaltjes. Soms compleet verzonnen, soms gebaseerd op een concrete gebeurtenis in de schuilplaats. ‘Blurry de Wereldontdek‑ ker’ is een voorbeeld van de eerste categorie. Het gaat over een klein beertje dat de wereld wil ontdekken en uiteindelijk weer bij zijn moeder terugkomt. En in ‘Zondag’ beschrijft Anne nauwkeurig hoe de onderduikers een zondag doorbrengen. Ruim dertig verhaaltjes worden door haar goed genoeg bevonden en krijgen een plekje in een speciaal schrift: ‘Verhaaltjes en gebeurtenissen uit het Achterhuis’.

3

‘Het Achterhuis’ ‘Eindelijk na heel veel overpeinzingen ben ik dan met m’n “Achterhuis” begon‑ nen, in m’n hoofd is het al zover af als het af kan, maar in werkelijkheid zal het wel heel wat minder gauw gaan, als het wel ooit afkomt.’ Anne Frank, 20 mei 1944

Op 28 maart 1944 luisteren de onderduikers in het achterhuis naar een radio-uitzending van ‘Radio Oranje’ uit Londen. In die uitzending roept minister Bolkestein van de Nederlandse regering in ballingschap de Nederlanders op om dagboeken en documenten te bewaren zodat na de oorlog het leven tijdens de bezetting nauwkeurig kan worden gereconstrueerd. Voor Anne vormt die toespraak de aanlei-

ding om haar dagboek te gaan herschrijven met het oog op een mogelijke publicatie na de oorlog. Een titel heeft zij ook al: ‘Het Achterhuis’. Op 20 mei begint Anne serieus aan haar ‘roman van het Achterhuis’. De basis vormt haar dagboek, maar over veel teksten is zij niet tevreden. Soms laat zij grote stukken weg, soms schrijft zij compleet nieuwe teksten. Maar Annes Achterhuis komt niet af… Als de onderduikers op 4 augustus 1944 gearresteerd worden, is Anne gevorderd tot en met 29 maart, precies de datum waarop zij in haar dagboek over de radiouitzending schreef. In een relatief korte tijd – 76 dagen – schreef zij bijna 200 gekleurde vellen vol. Daarnaast hield Anne ook nog haar reguliere dagboek bij.

6

5


of stikken’ Anne’s roodgeruite dagboek Dit is Annes beroemde roodgeruite dagboek. Zij krijgt het voor haar dertiende verjaardag. Een paar weken later moet Anne onderduiken. In de schuilplaats voelt Anne zich alleen en doet alsof zij met een club vriendinnen correspondeert. Het idee en de namen van de vriendinnen ontleent Anne aan boeken van haar favoriete schrijfster van dat moment: Cissy van Marxveldt. Al snel heeft zij een duidelijke favoriet: het liefst schrijft Anne aan ‘Kitty’.

2

Twee schriften…

2

‘Het fijnste van alles vind ik nog dat ik dat wat ik denk en voel tenminste nog op kan schrijven, anders zou ik compleet stikken.’

1

Anne Frank, 16 maart 1944

Op 5 december 1942 is Annes roodgeruite dagboek bijna vol. Van haar vader en van haar zus Margot krijgt Anne schriften, zodat zij verder dagboekbrieven kan schrijven aan Kitty. Twee schriften zijn bewaard gebleven. Samen beslaan ze de periode 22 december 1943 tot 1 augustus 1944, drie dagen voor de arrestatie van de onderduikers. Van de dagboekaantekeningen tussen 6 december 1942 – 21 december 1943 is alleen Annes tweede versie bewaard gebleven, de versie die zij schreef met het oog op een mogelijke publicatie na de oorlog.

4 Een ‘mooie zinnenboek’ ‘Een uitvinding van Pim’ noteert Anne op de eerste pagina van dit kasboek. ‘Pim’ is haar koosnaam voor haar vader. Hij raadt haar aan om ‘mooie zinnen’ die zij tegenkomt in de boeken die zij in het achterhuis leest, over te schrijven. Enthousiast gaat Anne in de zomer van 1943 met dat idee aan de slag. In de periode augustus 1943 tot juli 1944 schrijft Anne allerlei korte en lange stukken over in een speciaal schrift. Auteurs variëren van Goethe tot Oscar Wilde en van Multatuli tot John Galsworthy.

7


Het achterhuis (groen) van het bedrijfspand is vanaf de Prinsengracht niet te zien.

Een ideale schuilplaats Op zondagmiddag 5 juli 1942 brengt de postbode een oproepkaart voor Margot Frank. Zij moet zich bij de nazi’s melden om in Duitsland te werken. Eén ding staat vast: Margot gaat niet. Otto en Edith Frank hebben een oproep aan zien komen en voorzorgsmaatrege­ len genomen. Vanaf het voorjaar van 1942 zijn zij in het bedrijfspand aan de Prinsengracht een geheime schuilplaats aan het inrichten.

N

iet alleen de familie Frank is van plan onder te duiken in het achterste gedeelte – het achterhuis – van het bedrijfspand aan de Prinsengracht 263. Er is ook plaats voor Hermann en Auguste van Pels en hun zoon Peter. Hermann is Otto’s compagnon in het bedrijf. In de maanden daarvoor hebben zij samen met enkele medewerkers meu­belen en voedsel naar de schuilplaats gebracht.

schuilplaats. Otto, Edith en Anne lopen vanaf het Merwedeplein. De familie is dik aangekleed om nog zo veel mogelijk kleren mee te kunnen nemen. Verder draagt ieder twee volgepropte tassen. Na drie kwartier komen ze aan bij het bedrijf van Otto Frank. ‘Op de Prinsengracht 263 aangekomen’, schrijft Anne enkele dagen later, ‘nam Miep ons gauw mee de lange gang door, de  houten trap op, regelrecht naar boven, het Achterhuis in. Ze sloot de deur achter ons en we waren alleen.’

Op maandag 6 juli duikt de familie Frank onder. Vroeg in ochtend haalt Miep Gies Margot op. Miep en Margot fietsen samen naar de

10 juli 1942

8


De onderduikers

Hermann en Auguste van Pels, 16 juli 1941.

Margot, Otto, Anne en Edith Frank op het Mer­ wedeplein in Amsterdam, maart 1941.

Wat gebeurt er tijdens het onderduiken? Bekijk de tijdlijn…

Fritz Pfeffer, rond 1938.

Peter van Pels, mei/juni 1942.

Bep Voskuijl is secretaresse op de  verkoopafdeling. Net als Miep doet Bep boodschappen voor de onderduikers. Bovendien bestelt zij in haar naam cursussen voor de onderduikers.

De helpers Johannes Kleiman (links) en Victor ­Kugler houden tijdens de oorlog het bedrijf van Otto Frank draaiende.

Jan en Miep Gies op hun trouwdag, 16 juli 1941. Miep Gies geeft voor­ lichting over de verschillende pro­ ducten van het bedrijf. Zij haalt de boodschappen voor de onderduikers. Jan is op de achtergrond betrokken. Hij regelt extra voedselbonnen.

De groentezaak van Riek en Henk van Hoeve op de Leliegracht. Dit is een van de adressen waar Miep en Bep voor een normale prijs en zonder distri­ butiebonnen inkopen kunnen doen.

Jodenvervolging Net als in nazi-Duitsland krijgen ook joden in Nederland te maken met discriminatie en vervolging. In 1941 worden alle persoons­ bewijzen van joden voorzien van een ‘J’. Op steeds meer plaatsen verschijnen borden: ‘Voor joden verboden’. Joden mogen bijvoorbeeld geen bioscopen en zwembaden bezoeken of een eigen bedrijf hebben. Vanaf 3 mei 1942 is het dragen van een Jodenster voor alle joden van 6 jaar en ouder verplicht. Twee maanden later krijgen de eerste joden een oproep zich te melden voor dwangarbeid in Duitsland. De nazi’s organiseren razzia’s om joden op te pakken en te deporteren. Op 15 juli 1942 vertrekt van doorgangskamp Westerbork de eerste trein richting concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz in het bezette Polen.

De arrestatie

Op vrijdag 4 augustus 1944 stopt er rond half elf een auto voor de deur van Prinsengracht 263. Het is een warme zomerdag. In het magazijn en in het kantoor wordt gewerkt, in het achterhuis zijn de onderduikers stil bezig. SS-officier Karl Josef Silberbauer en drie Nederlandse agenten stappen uit. Ze lopen het magazijn binnen. Al snel ontdekken ze de schuilplaats. Ze arresteren de acht onderduikers en Victor Kugler en Johannes Kleiman en brengen ze direct naar het bureau van de Duitse politie. Iemand heeft de onderduikers verraden… 9


Het achterhuis

Op 6 juli 1942 duikt de familie Frank onder in het leegstaande gedeelte van het bedrijf van Otto Frank. De eerste dagen is de familie druk met het inrichten van hun schuilplaats. Ze hebben geen idee hoe lang dit hun geheime onderkomen zal zijn.

11 juli en 13 juli 1942

9 oktober 1942

‘Het Achterhuis is als schuilplaats ideaal’, schrijft Anne op 11 juli in haar dagboek. ‘…hoewel vochtig en scheefgetrokken, zal men in heel Amsterdam, ja in heel Holland misschien, voor schuilers niet meer zo iets gerieflijks ingericht hebben.’ Een week na de familie Frank, op 13 juli, duiken Hermann en Auguste van Pels en hun zoon Peter onder in het achterhuis.

Via de helpers horen de onderduikers dat steeds meer joden worden opgepakt en gedeporteerd. Op 9 oktober schrijft Anne: ‘Wij nemen aan dat de meesten ­vermoord worden. De Engelse radio spreekt van vergassing, misschien is dat wel de vlugste sterfmethode.’

27 april 1943

‘Ons eten is miserabel’, verzucht Anne op 27 april. ‘Ontbijt met droog brood en koffiesurrogaat. Diner al veertien dagen lang: spinazie of sla. (…) Wie wil vermageren logere in het Achterhuis!’

13 januari 1943 ‘Buiten is het verschrikkelijk’, noteert Anne op 13 januari in haar dagboek. ‘En elke nacht komen er honderden vliegtuigen over Nederland, vliegen naar de Duitse steden en ploegen daar de aarde met hun bommen om.’

10 maart 1943 Kamer van Edith, Otto en Margot. Op 10 maart schrijft Anne dat ze ’s nachts vaak bang is als geallieerde vliegtuigen beschoten worden.‘Ik heb m’n angst voor alles wat schieten of vliegers is nog niet afgeleerd en lig haast elke nacht bij vader in bed om daar troost te zoeken.’

21 augustus 1942 ‘Onze schuilplaats is nu pas een echte ­schuilplaats geworden’, schrijft Anne op 21 augustus. Johan Voskuijl, één van de magazijnmedewerkers en vader van Bep, timmert de draaikast.

1942 juli

augustus

september

16 november 1942 Op 16 november komt er een achtste onderduiker bij. Fritz Pfeffer is de tandarts van Miep Gies en een goede bekende van de familie Frank. Margot verhuist naar de slaapkamer van haar ouders en Anne deelt voortaan haar kamer met Pfeffer.

oktober

november

december

januari

februari

maart

april

1943

oktober 1942

mei 1943 Samen met Bep Voskuijl zorgt Miep Gies voor de dagelijkse boodschappen van de onderduikers. Ook zij merken dat voedsel schaars wordt. ‘Elke keer leken de winkels iets leger en de rijen iets langer’, vertelt Miep. Op de foto staat een lange rij voor een vis­ winkel in Den Haag, mei 1943.

mei

juni

26 mei 1943 De nazi’s organiseren een grote razzia in Amsterdam. Drieduizend joden worden uit hun huizen gehaald en gedeporteerd. Een apotheker op de Geldersekade heeft de deportatie van zijn buren stiekem vastgelegd.

De Slag om Stalingrad. In de zomer begint het Duitse leger met een groot offensief in een poging de Sovjet-Unie definitief te verslaan.

29 april 1943 Nederlandse vrijwilligers vertrekken naar het Oostfront. In totaal vechten ruim 22.000 Nederlandse mannen aan Duitse zijde.

15 december 1942 ‘Maak in zolang het kan. Alles komt op de bon!’, is te lezen op een bord bij een groente­winkel in Den Haag. Met behulp van bonnen probeert men de beperkte hoeveelheid voedsel en andere schaarse producten eerlijk te verdelen.

17 en 18 juli 1942 Heinrich Himmler, leider van de SS, inspecteert bouwwerkzaamheden in kamp A ­ uschwitz.

september 1942 Joden op de binnenplaats van de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam. Een deel heeft gehoor gegeven aan de oproep van de nazi’s om zich te melden voor dwangarbeid in Duitsland. Anderen zijn opgepakt bij razzia’s. Vanuit de Hollandsche Schouwburg worden duizenden joodse mannen, vrouwen en kinderen naar doorgangskamp Westerbork gedeporteerd.

6 juli 1942 – 4 augustus 1944

19 februari 1943 Adolf Hitler bespreekt met enkele generaals de tactiek aan het Oostfront. Begin februari is de uitputtingslag om Stalingrad in het voordeel van de Sovjet-Unie beslist. Velen zien de Slag om ­Stalingrad als het keerpunt in de Tweede Wereldoorlog.

april / mei 1943 Op 19 april breekt er een opstand uit in het joodse getto van Warschau (Polen). Na enkele dagen van zware gevechten, beginnen Duitse troepen de huizen een voor een te verwoesten. Op de foto ­drijven Duitse soldaten joden uit hun s­ chuilplaatsen, waarna zij naar vernietigingskampen worden gedeporteerd. Binnen vier weken, op 16 mei, is de opstand voorbij.

ju


10 juli 1943

29 maart 1944

In het achterhuis hoort men het nieuws over de landing van ­geallieerde troepen op Sicilië. Het nieuws geeft de onderduikers hoop. Anne schrijft een dag later dat haar ‘vader weer op een “spoedig einde” ingesteld’ is.

‘Gisteravond sprak minister Bolkestein voor de Oranjezender erover dat er na de oorlog een inzameling van dagboeken en brieven van deze oorlog zou worden gehouden. (…) Stel je eens voor hoe interessant het zou zijn als ik een roman van het Achterhuis uit zou geven.’

6 juni 1944 Op 6 juni zitten de onderduikers een groot deel van de dag aan de radio gekluisterd. ‘“This is D day”, zei om twaalf uur de Engelse radio en terecht, “This is the day”, de invasie is begonnen! (…) Het Achterhuis in opschudding!’ Otto Frank knipt een kaartje van Normandië uit krant en houdt met punaises de opmars van de geallieerden bij.

Anne Frank

17 juli 1943

16 september 1943

Verwoeste huizen in Amsterdam-Noord. In plaats van de vliegtuig­ fabriek van Fokker zijn de nabijgelegen woonwijken door geallieerde bombardementen zwaar getroffen.Twee dagen later schrijft Anne in haar dagboek: ‘Je hoort van kinderen die verloren in de smeulende ruïnes naar hun dode ouders zoeken. Rillingen krijg ik als ik nog aan het doffe, dreunende gerommel in de verte denk.’

In de loop van de tijd nemen de spanningen toe tussen de onderduikers in het achterhuis. ‘De onderlinge verhouding hier wordt hoe langer hoe slechter’, noteert Anne op 16 september. ‘Aan tafel durft niemand z’n mond open te doen (…), want wat je zegt wordt óf kwalijk genomen óf verkeerd opgevat.’

augustus

september

oktober

november

Edith en Otto houden de lengte van hun dochters bij door streepjes te zetten op het behang. Margot groeit in twee jaar vijf centimeter en Anne ruim dertien centimeter. Het laatste streepje van Anne dateert van 29 juli. Zes dagen later worden de onderduikers gearresteerd.

Vanaf begin 1944 zitten Anne en Peter regelmatig samen op zolder. Het is de enige plek waar ze ongestoord samen kunnen zijn. Ze worden verliefd op elkaar. ‘Onthoud de dag van gisteren, want hij is heel belangrijk in mijn leven’, schrijft Anne op 16 april. ‘Is het niet voor ieder meisje belangrijk als ze haar eerste zoen te pakken heeft?’

29 december 1943 Anne is begaan met joden die opgepakt worden. Ze denkt ook aan haar vriendin Hanneli. Op 29 december schrijft Anne in haar dagboek:‘En ­Hanneli? Leeft zij nog? Wat doet zij? O God, bescherm haar en breng haar naar ons terug.’

1944

uli

29 juli 1944

16 april 1944

december

januari

31 maart 1944 Anne schrijft over de oprukkende Russische legers aan het Oostfront. De stemming in het achterhuis is optimistisch, maar ook somber. Anne noteert: ‘Hongarije is door Duitse troepen bezet, daar zijn nog een miljoen joden, die zullen er nu ook wel aangaan.’

februari

maart

april

mei

juni

juli

17 januari 1944 Generaal Erwin Rommel inspecteert Duitse verdedigingswerken aan de Atlantische kust in Frankrijk. In verband met de toenemende dreiging van een geallieerde aanval laat Rommel de Atlantikwall – de Duitse verdedigings­­ linie van Noorwegen tot aan de grens van Spanje – versterken.

23 juli 1943 Op een zomerdag in 1943 kijken bezoekers naar een optreden van de beren in dierentuin Blijdorp in Rotterdam. Plaatsen voor ontspanning, zoals dierentuinen en bioscopen, zien hun bezoekersaantallen tijdens de oorlog stijgen.

10 juli 1943 Amerikaanse troepen net voor de landing op Sicilië.

november / december 1943 Jozef Stalin, Franklin Roosevelt en Winston Churchill zijn van 28 november tot 1 december in ­Teheran (Iran) bijeen om de geallieerde strategie tegen nazi-Duitsland te bespreken. Er wordt besloten om in het voorjaar van 1944 een tweede front in West-­Europa te openen.

1 juni 1944 Aankomst en selectie van Hongaarse joden in Auschwitz-Birkenau, eind mei/begin juni 1944. De foto is gemaakt door een SS-officier.

mei 1944 Joodse gevangen en twee SSofficieren in doorgangskamp Westerbork. In totaal worden vanuit het kamp ruim honderdduizend joden gedeporteerd. Onder de mensen die op transport gesteld worden, zijn ook 245 Roma en Sinti (zigeuners). De meeste treinen gaan naar de vernietigingskampen Auschwitz en Sobibor.

6 juni 1944 Landing van geallieerde troepen op de kust van Normandië.


Op 4 augustus 1944 belt iemand de Duitse politie met de mededeling dat er op het adres Prinsengracht 263 joden onderge­doken zit­ ten. Wie? Na de oorlog zijn er ­verschillende pogingen ondernomen om de dader te vinden.

A

l kort na de oorlog dringen Otto Frank en de helpers aan op een onderzoek naar de verrader. Voor de helpers is het een uitgemaakte zaak: hoofdverdachte is Willem van Maaren, die in het magazijn werkte. Hij stelde vragen over het achterhuis en probeerde er op allerlei manieren achter te komen of er na sluitingstijd mensen in het magazijn kwamen. Veel getuigen worden verhoord, maar bewijs wordt er niet gevonden. Dit onderzoek wordt in 1948 afgesloten. In 1963 ontdekt Simon Wiesenthal dat Karl Josef Silberbauer, de SS-officier die de onderduikers arresteerde, werkzaam is bij de Weense politie. Dit vormt een aanleiding voor een nieuwe poging om de verrader te vinden. Ook dat levert niets op: Silberbauer verklaart dat hij niet weet wie toen de Duitse politie gebeld heeft. Hij wordt geschorst, maar keert later weer terug in zijn functie. Karl Josef Silberbauer sterft in 1972. In 1998 geeft Melissa Müller in haar biografie over Anne Frank aan dat Lena Hartog-van Bladeren het verraad wel eens gepleegd zou kunnen hebben. Lena was de vrouw van magazijnknecht Lammert Hartog.Vier jaar later komt Carol Ann Lee in haar biografie over Otto Frank met een nieuwe theorie op de proppen.Volgens haar was Tonny Ahlers, een kennis van Otto Frank, de schuldige. Naar aanleiding van deze nieuwe theorieën doet het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) in 2003 opnieuw onderzoek. Beide nieuwe theorieën worden gewogen, maar te licht bevonden.Vermoedelijk zal de verrader nooit gevonden worden.

‘Wil u zo g o tweetal on ed zijn een d te laten ha erduikers weg len (2 z Minnah ­ assas­ tra oons) at 63 Haarlem n oord des ­morgens v oor zes uu r.’

Verraad

Een anoniem verradersbriefje uit het archief van het Neder­ lands Instituut voor Oorlogs­ documentatie.

Het verraad van de onderduikers in het achterhuis is helaas geen uitzondering. Volgens schattingen zijn er van de 28.000 joodse onderduikers ongeveer 9.000 ­ontdekt en gearresteerd. Vaak was er verraad in het spel. De nazi’s gaven verraders een beloning. Eerst kreeg iemand 7,50 ­gulden per ontdekte joodse onderduiker, maar later liep dat bedrag op naar 40 gulden, ongeveer een gemiddeld weekloon. Het waren niet alleen ‘beroepsverraders’ maar ook gewone burgers die joden verraadden. Soms voor de ­beloning, maar soms ook omdat ze joden haatten of uit plichtsgevoel. Er werden overigens niet alleen joodse onderduikers verraden. Talloze mensen schreven anonieme briefjes of belden de politie op om iemand te verklikken die niet in Duitsland wilde gaan werken of iemand die in het verzet zat of iemand die stiekem een radio had.

Bron: David Barnouw en Gerrold van der Stroom, Wie verraadde Anne Frank? (NIOD, Amsterdam, 2003)

10


­­

Het lot van de acht onder­duikers Na de arrestatie worden de acht onderduikers en de twee m ­ annelijke helpers direct naar het gebouw van de Duitse p ­ olitie gebracht. Het gebouw van de Sicherheitsdienst ­(Duitse politie) in de Euterpestraat.

Z

ij worden verhoord. Silberbauer wil erachter komen of zij nog andere adressen kennen waar onderduikers zitten. Allen zwijgen. Na een nacht in de cel worden de onderduikers overgebracht naar de gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam. Op 8 augustus 1944 worden de onderduikers uit hun cellen gehaald en naar het Centraal Station van Amsterdam gebracht. Een trein staat klaar. Bestemming: doorgangskamp Westerbork. ‘We reden in een echte reizigerswagon! Dat men de deur op slot deed kon ons niet veel schelen.We waren nog éénmaal samen. We hadden ook nog wat brood bij ons.We wisten waar we heen gingen, maar toch was het alsof we nog eenmaal tezamen op reis waren, alsof we een uitstapje maakten en we waren eigen‑ lijk opgewekt. Opgewekt tenminste wanneer ik deze reis verge‑ lijk met onze volgende reis. (…) Anne was niet van het raam weg te krijgen. Buiten was het zomer. Daar waren weilanden en gemaaide korenvelden. Dorpen vlogen voorbij. De telefoon­ draden naast de spoorbaan deinden op en neer langs het raam. Voor ons betekende dat alles de vrijheid.’

Het Centraal ­Station in Amsterdam  (1939).

Otto Frank, Het korte leven van Anne Frank

11


Het bord op de trein die heen en weer reed tussen kamp Westerbork en het concen­ tratie- en vernietigingskamp Auschwitz. De acht onderduikers moeten op 3 sep­ tember 1944 mee met het laatste transport naar Auschwitz.

Joden uit Hongarije op het perro n van Auschwitz-Birkenau, eind mei/begin juni 1944.

Joodse kinderen in Kamp Westerbork, rond 1943.

‘In het kamp moesten we weliswaar allemaal werken, maar ’s avonds waren we vrij en konden we bij elkaar zijn.Vooral voor de kinderen was het in zekere zin een opluchting niet l­anger opgesloten te zijn en met andere mensen te kunnen ­praten.Wij ouderen vreesden evenwel toch naar de beruchte ver­­nie­tigingskampen in Polen te worden gedeporteerd.’

‘Met een scherpe blik kijkt de officier ons aan, zegt niets, wijst alleen naar rechts. Gelukkig worden wij de goede kant uitge‑ stuurd. Hen die de andere kant uitgingen, zoals oudere mensen, alle kinderen met hun moeders of begeleiders, hebben we nooit teruggezien, zij werden onmiddellijk naar de gaskamer gebracht.’

Otto Frank

Rosa de Winter-Levy, Aan de gaskamer ontstnapt!

‘Op 2 september werd ons gezegd: morgenvroeg vertrekken ­duizend man.Wij hoorden erbij, de Franks, de Van Pels, meneer Pfeffer, allemaal mensen die ik kende.’

De mannen en vrouwen uit het achterhuis worden naar rechts gestuurd, de ‘goede kant’ betekent dwangarbeid…

Rosa de Winter, Het korte leven van Anne Frank

‘Heel velen, ook de meisjes Frank, sliepen tegen de moeder of tegen de vader aan, alles en iedereen was doodmoe.’

Bronnen • Anne Franks Vater: Ich will Versöhnung, in: Welt am Sonntag, 4 februari 1979 • Anne Frank Huis: Een museum met een verhaal (Anne Frank Stichting, Amsterdam 1999) • Willy Lindwer, De laatste zeven maanden van Anne Frank. Het ongeschreven laatste hoofdstuk van het Dagboek (heruitgave: Just Publishers, Hilversum 2008) • Ernst Schnabel, Anne Frank haar laatste levensmaanden, in: Het korte leven van Anne Frank. Het dagboek Het Achterhuis, verhalen, haar laatste levensmaanden (Contact, Amsterdam 1970) • Rosa de Winter-Levy, Aan de gaskamer ontsnapt! Het satanswerk van de S.S. (C. Misset, Doetinchem 1945) • Anne Frank Archieven (Anne Frank Stichting)

Lenie de Jong-van Naarden, De laatste zeven maanden (2008)

‘’s Nachts, ongeveer twee uur, stopt de trein.We horen lopen, praten, schreeuwen.Wij roepen om water en lucht, de deuren worden geopend, jongens in blauw-grijs gestreepte gevangenis‑ kleren met platte petten en grote knuppels in hun handen, schreeuwen: “Aussteigen, schnell, schneller.” (…) De SS-officieren staan voor ons met zwepen in de hand, grote honden naast zich. Felle schijnwerpers op ons gericht, het is net daglicht.’ Rosa de Winter-Levy, Aan de gaskamer ontstnapt!

Op het perron van Auschwitz-Birkenau worden mannen en vrouwen van elkaar gescheiden. Een nazi-arts beoordeelt de gevangenen.

12


­­ Hermann van Pels

Margot en Anne Frank

Hermann van Pels is de eerste van de acht onderduikers die sterft. Na een aantal weken werken, wordt hij vermoord in de gaskamer, vermoedelijk al in oktober 1944. ‘Ik zal nooit het moment vergeten dat de zeventienjarige Peter van Pels en ik een groep geselecteerde mannen zagen. Onder hen was Peters vader. Ze werden afgemarcheerd.’

In oktober worden Margot en Anne Frank van AuschwitzBirkenau naar Bergen-Belsen gedeporteerd. Door de slechte hygiënische omstandigheden en gebrek aan voedsel en medicijnen worden zij ziek, ernstig ziek. In maart 1945, een paar weken voor de bevrijding, sterft eerst Margot, kort daarna Anne. ‘De meisjes Frank waren al sterk vermagerd, zagen er vreselijk uit, hadden kibbelpartijtjes door hun ziekte, want dat ze tyfus hadden was duidelijk, want dat her‑ kende je. (…) Ze hadden de meest ongunstige plaatsen van de barak, beneden bij de deur, die constant open en dicht ging. Je hoorde ze aldoor schreeuwen:“Deur dicht, deur dicht”, en dat geluid werd iedere dag een beetje zwakker. Je zag ze werkelijk doodgaan…’

Otto Frank

Fritz Pfeffer Eind oktober wordt Fritz Pfeffer geselecteerd voor een transport. De nazi’s brengen hem naar het kamp Neuengamme, bij Hamburg in Duitsland. Hij sterft daar van uitputting en ziekte op 20 december 1944.

Rachel van Amerongen-Frankfoorder

Edith Frank In januari 1945 is het bitterkoud in Auschwitz-Birkenau. ‘Edith wordt ziek, heeft hoge koorts’, noteert Rosa de ­Winter-Levy. Met 41 graden belandt zij in de ziekenbarak. Rosa verliest haar uit het oog, maar als zij ook in de ziekenbarak terecht komt, ziet zij Edith weer. ‘Op een morgen komen nieuwe patiënten binnen. Ineens herken ik Edith, zij komt uit een andere ziekenafdeling. Zij is nog maar een schim. Enkele dagen nadien sterft zij, totaal uitgeput.’

Auguste van Pels Eind november 1944 moet Auguste van Pels weg uit Auschwitz-Birkenau. Zij wordt naar kamp Bergen-Belsen gedeporteerd waar zij Anne en Margot weer ziet. Een paar maanden later, vermoedelijk in februari, wordt zij met een groep gevangenen weggevoerd. Eerst naar Raguhn en daarna verder naar Theresienstadt.Tijdens die laatste reis wordt zij op gruwelijke wijze vermoord. Volgens een ooggetuige gooien bewakers haar voor de trein.

Peter van Pels Als in januari 1945 het Russische leger steeds dichterbij Ausch­witz komt, dwingen de bewakers de gevangenen die nog kunnen lopen om het kamp te verlaten. Otto Frank is ernstig verzwakt en ligt in een ziekenbarak. Hij probeert Peter van Pels over te halen om zich daar te verbergen, maar dat durft Peter niet. Veel gevangenen gaan er van uit dat ­diegenen die achterblijven zonder pardon zullen worden doodgeschoten. Peter gaat mee met een zogenaamde ‘dodenmars’. Zijn barre tocht eindigt eind januari in het kamp ­Mauthausen in Oostenrijk. Daar sterft hij op 5 mei 1945.

Otto Frank Op 27 januari 1945 bevrijden Russische soldaten het concentratiekamp Auschwitz. Otto is een van de 7.650 over­ levenden die zij daar aantreffen. Na een lange reis via Odessa (Oekraïne) en Marseille (Frankrijk) is Otto op 3 juni 1945 weer in Amsterdam, tien maanden na de arrestatie… Tijdens die reis heeft hij Rosa de Winter ontmoet. Zij heeft hem verteld dat zijn Edith in Auschwitz-Birkenau gestorven is. Otto heeft nog hoop dat Anne en Margot nog leven. Aan zijn achternicht Milly Stanfield schrijft hij op 7 juli: ‘Het feit van de dood van Edith moet ik accepteren, maar ik hoop nog steeds mijn kinderen te vinden. Dat is alles waar ik op dit moment voor leef. Ik zweef tussen hoop en vrees…’

Otto Frank met de helpers, oktober 1945. Van links naar rechts: Miep Gies, Johannes Kleiman, Otto Frank, Victor Kugler en Bep Voskuijl.

13


Otto Frank op de zolder van het achterhuis, enkele uren voordat de schuil­ plaats officieel wordt geopend als museum, 3 mei 1960. De rest van zijn leven staat volledig in het teken van het dagboek van zijn dochter Anne. © Arnold Newman

14


‘Een heel andere Anne’

Otto Frank over zijn dochter en haar dag-­ boek

In juni 1945 is Otto Frank weer in Amsterdam. Hij weet dan al dat zijn vrouw in AuschwitzBirkenau gestorven is, maar hoopt dat Margot en Anne nog leven… Jaren later heeft hij in een toespraak nauwkeurig beschreven hoe hij achter de bittere waarheid kwam en wat er door hem heen ging toen hij Annes dagboek voor de eerste keer las. ‘Langzamerhand kwamen groepjes overlevenden terug uit verschillende kampen, en van hen trachtte ik iets over Margot en Anne aan de weet te komen. Uiteindelijk vond ik twee zusters die gelijk met hen in Bergen-Belsen hadden gezeten en die me dan over de laatste, dodelijke ziekte van mijn kinderen vertelden. ­Beiden waren door ontberingen zo verzwakt dat ze aan de daar heersende tyfus ten prooi waren gevallen. Mijn vrienden, die samen met mij hoop hadden gekoesterd, rouwden nu met mij.’

ernaar toen ze zich een vogel in een kooi voelde. Alleen al de gedachte aan de vrije natuur troostte haar. Al die gevoelens had ze echter vóór zich gehouden.’

‘Ze had zelfs spijt…’ ‘Ik was heel bedroefd te lezen hoe hard Anne soms over haar moeder schreef. In haar woede over een of andere onenigheid, liet ze haar gevoelens zonder enige terughouding de vrije loop. Het deed me pijn te zien hoe vaak Anne de bedoelingen van haar moeder verkeerd had beoordeeld. In elk geval was het een opluchting voor me om in latere notities te lezen dat Anne inzag dat het ook aan haar had gelegen, dat zij en haar moeder elkaar zo vaak niet konden verdragen. Zij had zelfs spijt van wat zij daarover geschreven had.’

‘Een openbaring’ ‘Na enige tijd vertelde Miep mij dat zij tussen de boeken en papieren die op de vloer waren achtergebleven, nadat de Duitsers onze schuilplaats hadden ontruimd, Annes dagboeken had gevonden en mee naar huis had genomen. Ze had ze niet gelezen, omdat zij gehoopt had ze op een dag aan Anne te kunnen teruggeven. Maar nu gaf zij ze aan mij. Langzaam begon ik te lezen, slechts enkele bladzijden per dag, meer was mij onmogelijk omdat ik door pijnlijke herinneringen werd overmand. Het was een openbaring voor mij.’

‘Een belangrijk menselijk document’ ‘Het duurde maanden voor ik weer aan een normaal leven zonder mijn beminden kon wennen. Langzamerhand nam ik weer contact op met vroegere vrienden, die eveneens ondergedoken waren geweest en het overleefd hadden. Die waren bijzonder geïnteresseerd in Annes aantekeningen, omdat zij immers een soortgelijk leven hadden geleid. Zij wezen me toen op nog een ander gezichtspunt, namelijk op de literaire en historische waarde van het dagboek. Hun mening was dat ik geen recht had dit als een persoonlijke nalatenschap te beschouwen omdat het een belangrijk menselijk document was. Eerst stuitte de gedachte aan een publicatie mij erg tegen de borst, maar langzamerhand zag ik in dat zij gelijk hadden.’

‘De diepte van haar gedachten’ ‘Uit deze beschreven bladzijden kwam er voor mij een heel andere Anne aan het licht dan het kind dat ik verloren had. Ik had geen idee gehad van de diepte van haar gedachten en gevoelens. Ik moest mezelf bekennen dat ik niet geweten had wat zich in haar geest had afgespeeld. Ik had me nooit kunnen indenken hoe intensief Anne zich met het probleem en de betekenis van het Joodse lijden door de eeuwen heen had beziggehouden en hoeveel kracht zij putte uit haar geloof in God. Ik herinner me dat Anne nooit bijzondere aandacht had betoond als wij joodse feestdagen vierden of meneer Pfeffer de vrijdagavondgebeden uitsprak. Ze stond er dan stilletjes bij. Ik geloof dat de religieuze vormen van het jodendom weinig voor haar betekend hebben, maar de ethiek van de leer wel degelijk.’

• Otto Frank geeft het dagboek van Anne uit onder de titel ‘Het Achterhuis’ • In Nederland verschijnt ‘Het Achterhuis’ op 25 juni 1947 • ‘Het Achterhuis’ is vertaald in meer dan 70 talen • Op 3 mei 1960 wordt de geheime schuilplaats ­officieel geopend als museum • Otto Frank sterft op 91-jarige leeftijd, op 19 augustus 1980

‘Een vogel in een kooi’ ‘Hoe kon ik weten hoeveel het voor Anne betekende een stukje blauwe lucht te zien, de meeuwen in hun vlucht te volgen en hoe belangrijk de kastanjeboom was, als ik bedenk dat zij zich nooit voor de natuur had geïnteresseerd. Maar ze verlangde 15


De meeste plaatjes die Anne op de wanden plakte zijn bewaard gebleven. Ze zijn zorgvuldig gerestaureerd en er zit nu glas voor om ze te beschermen. De plaatjes vertellen een verhaal over Annes dromen (zie pagina 4 – 5).

Het Anne Frank Huis Annes kamer – in het museum

‘Nadat het Anne Frank Huis was gerestaureerd, vroegen ze mij of de kamers weer moesten worden gemeubileerd. Maar ik antwoordde: “Neen.” Tijdens de oorlog is alles eruit gehaald en ik wil het zo laten.’ Otto Frank in Het Vrije Volk, 24 mei 1962

Om toch een indruk te kunnen geven hoe de schuilplaats er uitzag tijdens de onderduik, is er online een ingericht onderduikpand. Bekijk deze virtuele schuilplaats (vanaf april 2010) op: www.annefrank.org. U vindt daar ook meer informatie over de partnerorganisaties in diverse landen en over de educatieve activiteiten van de Anne Frank Stichting.

Meer dan twee jaar sliep Anne hier.

Het Anne Frank Huis is een aantal jaren geleden tijdelijk ingericht op basis van Annes dagboek en getuigenissen van o.a. Miep Gies. De foto’s die toen gemaakt zijn vormden een goede basis voor het maken van de virtuele schuilplaats.

Ook de andere ruimtes in het pand kunnen natuurlijk bekeken worden…

In elke ruimte worden de belang­rijkste verhalen uit de onderduik verteld.

Annes kamer – virtueel

Colofon Uitgave en productie Anne Frank Stichting Samenstelling en redactie Piet van Ledden, Menno Metselaar Vormgeving Atelier van GOG, www.ateliervangog.nl Druk Rijser Grafische Communicatie Op de omslag Anne Frank, 1941

Foto’s AFF, Basel/AFS, Amsterdam; AFS/Allard Boven­ berg; AFS/Bert Muller; Aviodrome Luchtfotografie Lely­ stad; Maria Austria Instituut; Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD); Beeldbank WO2 – NIOD – DiaArchief Mr. A. Hustinx, NIOD/Erven H.J. Wijnne; NIOD/L. van Nobelen-Riezouw; Robert Capa/Imperial War Museum; Robert Capa/Magnum Photos/Hollandse Hoogte; Ullstein Bild/W. Frentz; United States Holocaust Memorial Museum; Yad Vashem/Auschwitz Album.

© Foto’s familie Frank ANNE FRANK-Fonds, Basel, Zwitserland/Anne Frank Stichting, Amsterdam, Nederland © Teksten Anne Frank en Otto Frank ANNE FRANKFonds, Basel, Zwitserland © Anne Frank Stichting, 2010


Anne's wereld