Page 9

De open dag die Jacob Derwig op zijn zeventiende in Maastricht bezocht, was zo intimiderend dat hij afzag van zijn jongensdroom om iets met toneel te doen. “Er was een presentatie van leerlingen die daar toen op school zaten. Eén daarvan was de bloedmooie Jeroen Willems. Een superacteur, die verschrikkelijk goed speelde. De sfeer was zo hyper en artistiek en ik vond iedereen, en dan vooral hem, zo goed, dat ik dacht: dit kan ik helemaal niet.” Het was eigenlijk uit angst dat Derwig andere dingen ging doen. Hij was derdejaars theaterwetenschap in Utrecht toen hij voor het eerst iets van De Trust, een toneelgroep opgericht door regisseur Theu Boermans, zag. “Theu had net twee klassen van de toneelschool in Arnhem lesgegeven waarmee hij een voorstelling had gemaakt. Ik vond het zo waanzinnig wat ze deden. Toen durfde ik wel naar de toneelschool, maar ik wilde alleen naar die waar De Trust op school had gezeten. Toen ik auditie deed werd ik meteen aangenomen. De richting werd heel duidelijk aangegeven.” Derwig had les in een gebouw aan de Hommelseweg in Arnhem. “Daar moet je je echt iets heel romantisch bij voorstellen. Alle leerlingen van de toneelschool hadden de sleutel. Het gebouw was zeven dagen per week van ons. Dat gaf een enorm vrij gevoel, wat ervoor zorgde dat je niet alleen bezig was met je rol en wat je tijdens de lessen moest doen, maar ook met vragen als: wat wil ik hiermee, wat is mijn smaak en wat wil ik nog meer spelen? Het was echt een beetje als de televisieserie Fame, maar dan serieuzer.” Derwig werd niet alleen opgeleid tot toneelspeler, maar ook tot maker. “Je werd je ervan bewust dat toneelspelen ook in gesprek gaan is.” Derwig pakt de menukaart die voor hem ligt. “We kunnen het zo spelen, maar het is ook super interessant,” hij draait de menukaart om, “om het zo te doen. En waarom kom ik hier van links op en niet van rechts?”

Jacob Derwig denkt niet dat hij zo ver was gekomen zonder opleiding. “Ik had drie jaar wat gerommeld bij theaterwetenschap, dus ik had al een beetje een idee hoe het moest, maar op school werd me meteen duidelijk gemaakt dat ik het essentiële nog helemaal niet kon. Ik voelde mij twee maanden de koning en ben daarna twee jaar ongelooflijk aan het zoeken geweest. Je leert iets over je stem, over lichaamsbeheersing en inleving. Dat zijn allemaal deelgebieden, maar hoe breng je die bij elkaar? Pas de laatste anderhalf jaar vielen de puzzelstukjes weer in elkaar.” Er waren een paar docenten die niet snel tevreden waren. Sommigen zag hij vier jaar lang elke week, zoals de toenmalige studieleider Anne Buurma. “Die zag al snel: die Jacob die kan wel wat, maar dat is niet genoeg, dus die breken we een beetje af. En zo bleef ik doorzoeken, tot ik voelde: dáár gaat het om. In mijn geval ging dat over kwetsbaarheid, openstaan op het toneel. Of je ontvankelijk bent voor wat je tegenspeler doet, wat je hoort, ziet en ruikt op het toneel. Als je van tevoren al precies weet hoe je het gaat doen, dan sta je niet open. Het is misschien wel het moeilijkste wat er is, maar nu is het één van mijn grootste krachten. Daar was ik niet achter gekomen als die paar docenten, en dan met name Anne, me niet eindeloos bezig hadden gehouden.”

begeleiding van Matthias de Koning. “Dat stuk hebben we toen nogal vrij vertaald en bewerkt. Of het een succes was weet ik niet, in die termen dachten we toen nog niet. We maakten bijzondere dingen, maar succes was er pas als het gezien werd door Amsterdam, waar het allemaal gebeurde. Als er regisseurs waren die zeiden: die acteur wil ik hebben. We hebben de voorstelling een paar keer gespeeld in Amsterdam, maar het was zo anders. Arnhem was nogal afgesloten van de rest van Nederland. Daardoor was het beschermd en veilig, een goede plek om te leren. Al hoop ik dat het nu anders is. Het is inmiddels veel moeilijker om zelf een gezelschap op te richten, er lopen zoveel acteurs rond dat je álle mogelijkheden van het wereldje moet benutten. Daar wisten wij helemaal niets van.”

“Pas de laatste anderhalf jaar vielen de puzzelstukjes weer in elkaar”

Zijn studietijd was soms een zware tijd. “Ik denk dat al mijn klasgenoten zware periodes hebben gehad, omdat ze niet wisten waar ze het zoeken moesten. Het is een heel eenzame zoektocht soms. Dit klinkt zweverig, maar je bent je eigen instrument. Het is niet dat je een viool pakt en deze onder de knie probeert te krijgen, nee je moet jezelf onder de knie krijgen. Je hebt je eigen emoties nodig om die je personage te laten beleven. Ik moet boos worden, anders wordt mijn personage niet boos en dan heb je nog duizenden andere emoties. Dat was best zwaar.”

Derwig verhuisde na zijn afstuderen meteen naar Amsterdam en had helemaal geen last van een zwart gat. “Integendeel, nog voor ik van school was, had ik al drie contracten op zak. Ik heb denk ik vier weken een uitkering gekregen en daarna nooit meer. Ik had het geluk dat ik door Boermans gevraagd werd of ik na school bij De Trust wilde komen spelen. Na één jaar mocht ik me vast aansluiten bij De Trust. Dat was echt een droom die uitkwam. Het gezelschap dat me naar Arnhem had gebracht, wilde mij. Daarnaast heb ik met mensen van het jaar onder mij een gezelschap opgericht, ‘t Barre Land. Met vijf man timmerden we flink aan de

Hij studeerde af met Maria Stuart, een stuk van Friedrich von Schiller onder

weg. Het gaf me een goed gevoel dat ik er niet alleen voor stond. Ik zat uiteindelijk veertien jaar bij dat theatercollectief.”

ArtEZ finals 2014 magazine

9

ArtEZ finals 2014 magazine  

Maak kennis met de nieuwe generatie kunstenaars in het ArtEZ finals 2014 magazine met veertig pagina's afstudeerwerk.

ArtEZ finals 2014 magazine  

Maak kennis met de nieuwe generatie kunstenaars in het ArtEZ finals 2014 magazine met veertig pagina's afstudeerwerk.