Page 1

scoop

Breek de bubbel

Arteveldehogeschool Opleiding Journalistiek Nummer 28 Februari 2018


Scoop is traag. Dit blad wil een spiegel voor de gemaakte keuzes zijn - goede en betwistbare om te leren uit de journalistieke praktijk en te inspireren voor wat komen zal. Terugkijken op een jaar, vooruitblikken op een nieuw. Ons hoofd zit sowieso bij morgen. Een team studenten journalistiek van de Arteveldehogeschool in Gent werkt over een periode van twee maanden aan het jaarlijkse magazine Scoop. Ze focussen op belangrijke journalistieke trends en gebeurtenissen van het afge-

lopen jaar. Daarvoor lieten ze zich onder andere inspireren door Delayed Gratification, een Brits magazine dat vier keer per jaar drie tot zes maanden terugkijkt in de tijd.


EDITO

Koppen met spijkers Tijdens het schrijven van deze Scoop viel het me weer op. Een feit waarvan iedereen zich al heel lang bewust is, maar dat er tijdens het redactieproces nog eens hard ingehamerd werd: we staan voortdurend onder druk van een publiek dat hunkert naar instant gratification. Het is de natuur van heel wat onlinenieuwsmedia dat je nauwelijks de ruimte krijgt om degelijke research te voeren.

Waar de journalist tegels moet lichten en feiten moet checken, dromen we onszelf een publiek dat de minimale moeite opbrengt om verder te kijken dan de streamer en de quote. Maar onze koppen zijn het nieuws en vormen de publieke opinie. Nieuws wordt makkelijk geslikt, zeker als de inhoud strookt met de eigen mening of ideologie.

Alsof die stroomversnelling nog niet ingrijpend genoeg was, wordt de onlinenieuwswereld nu ook voortdurend opgejaagd en aangevuurd door sociale media. Hoewel nieuwsgiganten voor velen nog altijd de voornaamste bron van informatie zijn, haalt een groot deel van het publiek zijn nieuws slechts uit fragmenten of de koppen van socialmediaposts. Op basis van niets meer dan die snippets worden vurige discussies uitgevochten, agenda’s gepusht, volledige wereldbeelden gevormd. Veel mensen hebben niet eens op het artikel geklikt, laat staan het helemaal gelezen, hoe goed onderbouwd of feitelijk het ook moge zijn.

De journalistiek wordt nog elke dag uitgedaagd om zich te schikken naar die clickbaitcultuur, gegijzeld door de tijdsdruk om een stuk zo snel mogelijk de wereld in te sturen en het zo vaak mogelijk gedeeld te krijgen op sociale media. De perfecte SEO-kop schrijven, is een van de meest gekoesterde vaardigheden voor digitale professionals, en dat gaat soms ten koste van de kwetsbare journalistieke evenwichten.

Zo postte de satirische nieuwssite The Science Post in juni 2016 een link met als kop: “Studie: 70% van Facebookgebruikers leest enkel de kop van een artikel alvorens te reageren.” Het artikel zelf was een onbegrijpelijke dummytekst. De ironie kreeg nog een metalaagje toen bleek dat de post 46.000 keer gedeeld werd. Later die maand verschenen nog artikels van onder andere Forbes en The Washington Post met gelijkaardige koppen, gebaseerd op degelijk onderzoek.

Hoewel de stakeholders - adverteerders, politici, en sociale media zelf - ook aan de leiband trekken, hoeven onze nieuwsverhalen er niet onder te lijden. Ook in die realiteit moeten we altijd blijven kiezen voor kwaliteitsvolle stukken. Omdat journalisten het publiek niet moeten geven wat het wil. Een medium dat daar wel aan toegeeft, krijgt het publiek dat het verdient. Kritische lezers zijn dan ook het beste wat ons, journalisten, kan overkomen. Ze dwingen ons, tegen de vraag om snelheid in, de feiten te ontbloten die zich als relevant opdringen. Dááruit zullen altijd goeie koppen blijven komen. Samah Saadi


INHOUD

030 MAART De mediastrategie van Animal Rights en Gaia De overname: wie doet het met wie?

008 Januari

038 APRIL

Stijn De Paepe dicht bij

De Zondag: Paul Cobbaert aan het woord

De bandbreedte van opiniepagina’s

Fotograaf Frederik Buyckx na de award

De spiegel van Luyendijk

018 Februari Tegenkanting tegen psychiatrierapport

050 MEI Altijd de grootste familie Het gevecht tegen nepnieuws

Datadesigner en -journalist Maarten Lambrechts Apache en de Publipartcase

058 JUNI Zelfdoding: feiten worden triggers Pascal Verbeken over Wilfried

4


068 JULI Eenrichtingsverkeer op sociale media De valse start van Sports Late Night

078 AUGUSTUS

104 NOVEMBER

Groeten aan de redactie

Feiten zijn overschat

086 SEPTEMBER

112 DECEMBER

Gebarentaal op televisie

Red het muziekmagazine

Het vlindereffect: de gevolgen van kunstgras

Wat doet de VRT met Facebook Live?

Column: Spoken zien

096 OKTOBER De transfer van het jaar

122 UITSMIJTER Wie is wie op de redactie? Pol Cosmo knipt en plakt

‘Hey!’: jonge chatbot van Het Nieuwsblad

5


6


januari • Stijn De Paepe rijmt • Kunnen opinies fout zijn? • Kunnen we praten?

Achter het beeld

Verloren strijd Fotograaf Jelle Vermeersch “We zijn in het Sacred Stonecamp in North Dakota. De mannen op de foto zijn Sioux-indianen en verbleven al een tijdje in het kamp. Ik stelde De Morgen zelf voor om een reportage te maken over dit onderwerp. Een week lang interviewde en portretteerde ik inwoners uit de verschillende kampen van het Standing Rockreservaat. Zij protesteren al sinds de zomer van 2016 tegen de komst van een oliepijplijn door hun domein.” “Mijn reportage werd begin 2017 gepubliceerd, maar intussen is er veel gebeurd. President Trump heeft na zijn aantreden de pijplijn doorgetrokken, waardoor de Sioux-indianen hun strijd verloren. De kampen die ik bezocht, zijn ondertussen verlaten.” 7


Je suis journaliste Geen beter doelwit dan de journalist voor elk die kwistig buiten potten pist. Een pen wordt sneller uit de hand gegrist dan een pistool. Een woord is zo gewist. Wie zelf gevoel voor toon en ritme mist, schiet plompverloren op de pianist. Stijn De Paepe

“hoe meer tegenwind, hoe beter” Stijn De Paepe is docent aan de lerarenopleiding en dichter. Elke laatste donderdag van januari is het Gedichtendag, maar deze moderne rederijker slaat elke dag aan het rijmen. Hij kruidt de oprit van De Morgen met poëtische spinsels. Een woordkunstenaar met een speelse kwinkslag naar de actualiteit. Of zoals zijn bijnaam luidt: ‘de laatste, nog levende, moderne rederijker’. “Ik was best gecharmeerd door die bijnaam”, vertelt De Paepe met een bescheiden glimlach. “Omdat het mij niet categoriseert tussen die grote literaire poëten. Ik probeer te goochelen met de Nederlandse taal, maar ik ben geen Claus of Campert.” De Paepe is naast dichter ook docent Nederlands en taalvaardigheid aan de opleiding Leraar Kleuteronderwijs van de Arteveldehogeschool. Daar haalt hij ook inspiratie uit. “Ritmisch, rijmend en snedig: dat zijn de basisingrediënten voor literaire kinderpoëzie. Die kwaliteiten probeer ik na te streven in mijn gedichten. En ik wil met dezelfde verwondering als kleine kinderen naar de wereld blijven kijken. Die houding biedt altijd nieuwe ideeën.” “Onconventioneel voor het onderwijs is mijn conflictueuze ingesteldheid. Ik zoek graag de confrontatie op. 8

Hoe meer tegenwind ik voel, hoe meer ik gemotiveerd ben om mensen weerwerk te bieden. Te midden van een pennenstrijd, dat is mijn natuurlijke habitat.” Van zijn lezer verwacht De Paepe ook een down-to-earth mentaliteit en eenzelfde vermogen om te relativeren. ”Sommige critici kunnen hun afkeur niet loskoppelen van hun politieke agenda. Die kritieken laat ik dan ook van mij afglijden.” Met zijn poëzie raakt hij alle uithoeken van de nieuws­actualiteit. Op satirische wijze de beleidsmaker en de oppositie een spiegel voorhouden, dat is De Paepes roeping: “Donald Trump en Bart De Wever kunnen niet elke dag de protagonist zijn in mijn kadertje. Alles wat leeft, is een potentieel onderwerp.” (yd)


#women

sm a

rc h

Peter Casteels @pcasteels 11 jan. 2017

Jago Kosolosky @Jago_Kosolosky 18 jan. 2017

# R IP l uc

c oe n

e

Nu er geen lezersreacties op de site van Knack meer mogelijk zijn, besef je pas wat je mist.

Wie het luidst roept dat kwaliteit online media omhoog moet, is vaak ook de laatste om zich te abonneren.

meest geklikt

meest geklikt in januari op RektoVerso.be Vooruit: waar liep het de jongste jaren mis?

sprekend spraakmakend Vanity Fair Mexico 26/01/2017 Interview Melania Trump

De Vooruit in Gent is een statig gebouw met een imposante geschiedenis. Evelyne Coussens spit heden en verleden uit in een monumentaal dubbelluik voor Rekto:Verso. Het voormalige Gentse kunstencentrum, tegenwoordig een kunstinstelling, ambieert een nieuwe invulling na vijf jaar interne crisis. Een gedetailleerde kijk op hoe dat kon gebeuren, met getuigenissen van artiesten tot personeel. 9


“Een columnist buitengooien is geen censuur” Hoe groot is de bandbreedte van opiniepagina’s?


Niels Verdonck

“By all means necessary.” Dat zinnetje postte Dyab Abou Jahjah op 9 januari op zijn Facebookprofiel toen een Palestijn met zijn bestelwagen inreed op Israëlische militairen. Het was zijn laatste zinnetje als columnist van De Standaard: hij werd er afgeserveerd. Censuur voor sommigen, opluchting bij anderen. Hoe groot is de bandbreedte voor opinies in nieuwsmedia? De visies bij knack.be, De Morgen en De Standaard verschillen.

Hoe ver is te ver?

Die Gedanken sind frei, maar moeten die vrije gedachten ook een plaats krijgen in de media? Wat zorgt ervoor dat opinie X linea recta de vuilbak ingaat en opinie Y gepubliceerd raakt? “Bij knack.be en aanverwante bladen, zoals trends.be hebben we een viertal stelregels”, zegt knack.be-hoofdredacteur Jago Kosolosky. “Geen persoonlijke aanvallen, geen plagiaat, niet aanzetten tot haat of geweld en feiten en meningen heel duidelijk scheiden. In samenspraak met de auteur doen we aanpassingen als bronnen niet duidelijk zijn of als het onderscheid tussen feiten en opinie niet duidelijk is.” Volgens Kosolosky is een goed opiniestuk een tekst waarmee je door middel van feitelijke argumenten mensen probeert te overtuigen van je mening. “De opiniemaker moet elk feit staven.” Bart Eeckhout, opiniërend hoofdredacteur van De Morgen, zou geponeerde stellingen het liefst structureel checken: “Al hebben we daar niet altijd de middelen voor.” En als de claim niet klopt? “Dan krijgt de repliek dezelfde plaats en lengte als het originele stuk om het initiële betoog te ontkrachten.” Carte blanche krijgen de opiniemakers niet, maar de grenzen zijn eerder informeel. “Als je oproept tot geweld, of aanzet tot haat of racisme, dan zet je jezelf wel buiten de debatruimte van De Morgen.” “Een opinie moet uitgaan van een soort autoriteit”, vindt Anni Van Landeghem, chef opinie bij De Standaard. “Autoriteit is niet per se academisch of vanuit een bepaalde functie, een ervaringsdeskundige zijn

kan volstaan.” Columnisten zoekt De Standaard zelf. “Ze moeten in een bepaald thema onderlegd zijn en de lezer op zijn minst niet vervelen. We gaan er au fond van uit dat ze mensen geen dingen aanwrijven.” Voor De Standaard mogen columns best pittig zijn. “Het mag zelfs met de voet vooruit. Maar gratuite uitspraken of ad hominems komen er niet in. Je speelt op de bal en niet op de man.”

Goede pen

Bij knack.be voeren enkele opiniemakers op vaste tijdstippen een betoog, zoals Jean-Marie Dedecker (LDD) bijvoorbeeld. Maar Kosolosky heeft het laatste woord: “Niemand heeft carte blanche, wij kunnen probleemloos zeggen: ‘Dit publiceren we niet’. We hebben natuurlijk als onlinemedium het voordeel dat we geen fysieke plaats moeten vrijhouden, zoals een gedrukt medium.” Ook De Morgen heeft vaste columnisten die (twee) wekelijks het publieke debat voeden. Zij krijgen de vrijheid om te schrijven wat ze interessant vinden: “Dat werkt beter dan op voorhand te veel voorwaarden te stellen”, vindt Eeckhout. “Mensen denken vaak dat wij bijdragen weigeren, maar dat is niet het geval”, stelt Van Landeghem. “Elke dag zoeken we op de redactievergadering naar de best denkbare mix van opinies, vanuit een positieve keuze.” De Standaard spreekt vaak zelf mensen aan om een opinie te schrijven of krijgt die ingestuurd. Maar dat is geen garantie op publicatie. “We kijken vooral hoe 11


“Als ik telkens moet researchen wat een opiniemaker heeft gedaan in zijn leven, dan kan ik niks meer publiceren”

“Er waren al gesprekken geweest met Abou Jahjah over zijn posts op sociale media”

Jago Kosolosky Hoofdredacteur knack.be

Anni Van Landeghem chef opinie De Standaard

waardevol de schrijver is en hoe goed zijn pen is. De opinie moet natuurlijk ook actueel zijn en liefst iets nieuws bijdragen aan een debat. Mijn collega-chef en ik zijn het doorgaans met elkaar eens, maar hij zal weleens een ander stuk beter vinden dan ik. Het is logisch dat er soms enige subjectiviteit meespeelt.”

Of er af en toe personen worden geweigerd? “We publiceren teksten, geen personen”, aldus Kosolosky. “Als ik telkens het verleden van iemand moet uitdiepen, dan kan ik niks meer publiceren.” Knack.be heeft na het ontslag van Abou Jahjah bij De Standaard nog een paar keer met hem samengewerkt. “De teksten voldeden aan de voorwaarden”, zegt Kosolosky. Ook Eeckhout stelt geen veto’s tegen individuen: “Als Abou Jahjah met een interessante opinie komt, publiceer ik die. We hebben hem onlangs nog geïnterviewd.”

Op de beslissing om Jahjah te ontslaan kwam kritiek. Niet het minst van Abou Jahjah zelf. Censuur, vinden sommigen. “Daar ben ik het niet mee eens”, zegt Kosolosky. “De Standaard drukt toch zelf wat ze wil? Ook Eeckhout snapt de beslissing van De Standaard: “Ik kan begrijpen dat je je krant niet wil verbinden aan een naam die slechte publiciteit met zich meebrengt. Het is het recht van redacties om te beslissen met wie ze verder gaan en met wie niet. Toch denk ik dat hoofdredacteur van De Standaard Karel Verhoeven in het geval van Abou Jahjah een bedrijfsbeslissing probeerde te overgieten met een intellectueel sausje. Verhoeven had bij het ontslag aangegeven ‘dat er aan het brede debat grenzen zijn, en dat die voor hem liggen bij het ondersteunen van geweld zonder onderscheid.’”

Van Landeghem wikt haar woorden: “Columnisten zijn geen redacteurs en doen in principe buiten de krant wat ze willen. Toch kan je er niet omheen dat zeker bij vaste columnisten hun gedrag buiten de krant afstraalt op ons. Er waren al gesprekken geweest met Abou Jahjah over zijn posts op sociale media.” Voor die laatste Facebookpost had De Standaard Abou Jahjah altijd verdedigd. “De mensen die niet konden verdragen dat hij voor ons schreef, gaven we systematisch volgend antwoord: lees gewoon zijn stukken, zie hoe redelijk en onderbouwd ze zijn en

Dat betwist Karel Verhoeven: “We namen die beslissing omdat Abou Jahjah een standpunt over geweld innam dat tegen de basiswaarden van de krant indruist. Afscheid nemen van een columnist is geen bedrijfsbeslissing, maar een redactionele beslissing. Het was een zeldzaam geval waarbij communicatie van de columnist buiten de krant niet door de beugel kan voor de krant. Externe ‘druk’ was er al drie jaar, lezers bleven reageren. De abonnees die wilden afhaken, hadden dat intussen al lang gedaan.”

Veto’s

12

probeer vanuit zijn bril te kijken. Als je het op het einde van de rit nog altijd niet eens bent met hem, even goed.”


Op de vraag hoe ver een opinie dan mag gaan, zijn de meningen verdeeld. “Ik ben heel trots dat ons spectrum opinies reikt van Vlaams Belanger Tom Van Grieken tot PVDA’er Peter Mertens”, stelt Kosolosky. De vraag komt vaak: ‘Waarom geef je bepaalde mensen een forum?’ Dat is een non-discussie, vaak ingegeven door het feit dat je het oneens bent met die opinie. Die critici mogen altijd zelf een opinie insturen. Ook vrije tribunes, teksten van studenten, lezers, leerkrachten … kunnen op knack.be.”

“Bij De Morgen is de kans dat iemand binnen de invloedssfeer van Vlaams Belangkringen een vaste column krijgt, onbestaand. Eeckhout: “Ik heb het aan mijn redactie voorgelegd. De meerderheid weigerde en als goeie democraat schik ik mij daarin. Wat ik daar persoonlijk van vind? Als je claimt om echt met een open vizier en geest het debat te voeren, moet je sterk genoeg zijn om alle tegengestelde meningen aan bod te laten komen.” 13


“Slechts een klein percentage van de bevolking wil zich correct informeren.”

©© Eveline Hagenbeek

14


Matthias Depuydt en Eveline Hagenbeek

“#MeToo was een prachtige illustratie van de kracht van de journalistiek” Joris Luyendijk maant zijn collega’s aan tot zelfreflectie

Journalist en antropoloog Joris Luyendijk houdt al twee decennia zijn vakgenoten een spiegel voor. Afgelopen jaar moest hij het hebben over bubbels en liegende politici. “De journalistiek moet drie keer kritischer zijn voor zichzelf dan voor anderen.” Achter een podium in de Vooruit schudden we Joris Luyendijk de hand. De gerenommeerde auteur van Het zijn net mensen en Dit kan niet waar zijn voegde in 2017 het kleine boekje Kunnen we praten toe aan zijn oeuvre. “Ik raakte geïntrigeerd door proteststemmers”, vat hij aan. “Hoe kan iemand een stemhokje binnenwandelen en stemmen voor de PVV van Geert Wilders? Dat proces wou ik begrijpen.” Wat startte met een zelfonderzoek, eindigde in een kritische analyse over politiek en samenleving, en mildheid voor de proteststemmer. In Kunnen we praten overschouwt Luyendijk het politieke toneel van de afgelopen paar jaar: waarom verliezen mensen hun vertrouwen in de traditionele politiek en wat betekent dat voor de toekomst? Op het einde van het boek krijgen de lezers een link om de discussie op een onlineplatform voort te zetten. “Dat was een experiment”, vertelt hij. “Ik wilde zien hoe proteststemmers in gesprek gaan met mensen zoals ik.” Kunnen we praten is

tot slot ook een relaas over de journalistiek van vandaag. “Ik denk niet dat we zullen terugkeren naar de toestand van het tijdperk voor fake news.” We zijn een jaar na de publicatie van Kunnen we praten. Wat zijn de bevindingen van uw online-experiment? Joris Luyendijk: “Het was enorm boeiend. Er was zowel polarisatie als convergentie. De ene verhardde, maakte zich kwaad en begon dingen te zeggen zoals ‘oké, dan zal ik nog een keer uitleggen waarom je fout bent.’ Dat was dan meestal ook het einde van de dialoog. De andere begon meer te luisteren naar wat de proteststemmer te zeggen had.” Wanneer ging het debat de goede kant op? Luyendijk: “Het antwoord op die vraag is tweeledig. Ten eerste realiseerden mensen zich dat een uitspraak zoals ‘grenzen dicht’ best logisch kan zijn voor sommigen. Als je vrachtwagenchauffeur bent, komen er plots duizenden concurrenten het land binnen. Ten tweede ontdekten mensen dat er ook dingen waren die ze met elkaar gemeen hadden. Iemand die voor Wilders’ PVV stemt, kan ook een moeder zijn, een kind hebben … Dat begin van identificatie met elkaar is belangrijk.” 15


“Door het internet zien we vaker mensen die niet in onze bubbel zitten”

“Maar het blijft moeilijk. Mensen zijn van nature heel tribale wezens. Ze willen bij een stam horen en vervolgens, vanuit het perspectief van die stam, hun stamgenoten overtuigen. Alle vormen van discriminatie beginnen bij dat soort groepsvorming. Maar ook het concept van de verzorgingsstaat komt daaruit voort. Voor elkaar zorgen en extra belastingen betalen zodat je mensen kan helpen die je eigenlijk niet kent: dat is precies hetzelfde.” Loopt die stamvorming gelijk met de ondertussen beruchte bubbel? U noemde dat in uw boek hét woord van 2016. Luyendijk: “Inderdaad. Iedereen nam het woord in de mond. Hoogopgeleiden vonden plots dat die filterbubbels (informatieluchtbel veroorzaakt door websitealgoritmes die bepalen welke informatie relevant is voor een gebruiker, nvdr) de oorzaak van alle problemen waren. Ze vonden dat Facebook zijn algoritmes moest aanpassen om ervoor te zorgen dat mensen het niet langer oneens met hen waren. De bubbels zijn er altijd geweest. Maar door de opkomst van het internet worden we steeds meer en meer geconfronteerd met mensen die niet in onze bubbel zitten.” Als u terugkijkt op 2017, wat was voor u dan het woord van het jaar? Luyendijk: (denkt lang na) “Me too, denk ik.” Weinig verrassend, maar waarom acht u het belang ervan zo hoog? Luyendijk: “Het is toch een prachtige illustratie van de kracht van de journalistiek? De onthullingen over Harvey Weinstein kwamen niet in navolging van een politieke kwestie of rechtspraak. Nee, het waren de media die kwamen aanzetten met dat verhaal. Een aantal verkrachters zijn door goede journalistiek ontmaskerd, dat vind ik heel sterk.” 16

“Politici die openlijk liegen, hadden we vroeger enkel in dictaturen”

Zowel in 2016 als 2017 kwam in zowat elk debat over journalistiek fake news ter sprake. Nochtans schreef Tom Naegels, columnist bij De Standaard, dat fake news een non-issue is. Bent u het met hem eens? Luyendijk: “Helemaal niet. De machtigste man ter wereld die zo moedwillig leugens verspreidt, is echt wel iets nieuws. Liegende politici zijn natuurlijk niets nieuws onder de zon. Denk maar aan hoe de Britten en de Amerikanen de invasie van Irak rechtvaardigden door met zogenaamde bewijzen van massavernietigingswapens te zwaaien. Maar toen deden ze er alles aan om te verbergen dat ze logen. Politici die openlijk liegen, hadden we vroeger enkel in dictaturen. Er is echt wel wat veranderd. Bloody hell, kijk eens naar de Britten! Ze hebben voor leugens gestemd, en de mensen die de leugens verspreid hebben, zitten nu op posten zoals Buitenlandse Zaken.” Als leugens in de politiek van alle tijden zijn, hoeven we toch niet te panikeren? Luyendijk: “Nee, maar er is echt wel een verschil met vroeger. De essentie van de scheiding der machten komt in gevaar. Hoe kan een parlement nog controle uitoefenen op een regering als iedereen gewoon de hele dag loopt te liegen? Bewijsbare, feitelijke informatie is een fundament van het democratisch proces. Dat wordt nu onderuit gekegeld.” Maar ondertussen is iedereen zich toch bewust van de problematiek van fake news. We vinden er wel een oplossing voor, toch? Luyendijk: “Daarvoor is het, denk ik, nog te vroeg. Het is afwachten tot een volgende grote crisis in het Westen. In de Russische kantoorgebouwen staat alles al klaar. Fake news is een geopolitiek instrument geworden. Rusland heeft heel goed ingezien dat het de dreiging van de NAVO kan omzeilen door de democratie te raken waar ze het kwetsbaarst is.”


“Goede journalistiek heeft een aantal verkrachters ontmaskerd; dat vind ik heel sterk.”

“Misschien ben ik een pessimist, maar ik denk niet dat we zullen terugkeren naar de toestand van voor fake news. De club rond Corbyn durft het ook al eens te gebruiken. Fake news lijkt niet te verdwijnen en ik denk dat meer en meer mensen het zullen durven gebruiken.” U zei in het verleden al dat de journalistiek in een winterslaap zit. Uw laatste analyses tonen weinig tekenen van verbetering, integendeel. Luyendijk: “Je kan ook sterven tijdens een winterslaap. Merk je niks van.” U klinkt haast cynisch. Luyendijk: “Ik hoop van niet. Als ik cynisch was, zou ik communicatiedirecteur worden. Ieder artikel, ieder boek dat ik schrijf, is een oproep aan de rationele kant van de lezer. Cynisme is als een ziekte. Eens je besmet bent, kun je er niks meer tegen beginnen. Dan is er gewoon te veel gebeurd. Ik hoop dat die dag bij mij nooit komt.”

©© Eveline Hagenbeek

“Als ik cynisch was, werd ik wel communicatiedirecteur”

Karel Verhoeven, hoofdredacteur van De Standaard, noemde u een toonaangevende media- en maatschappijcriticus van de Lage Landen en vroeg u om de krant met regelmaat streng tegen het licht te houden. Waarom vindt u mediakritiek zo belangrijk? Luyendijk: “Ik ben opgeleid als antropoloog en daar ben je vaak bezig met de beeldvorming van mensen. Als je aan antropologen vraagt waarom de wereld er zo beroerd aan toe is, dan zeggen ze soms dat de journalistiek een deel van het probleem is. Ik denk nog steeds vanuit dat perspectief.” “Trouwens, een stevige portie zelfkritiek is gezond voor een journalist. De regering wordt gecontroleerd door het parlement, het parlement wordt verkozen, en de gerechtelijke macht heeft een sterk zelfcontrolerend systeem. De vierde macht zou dat eigenlijk ook moeten hebben. Bovendien zou de journalistiek wel drie keer kritischer moeten zijn voor zichzelf dan voor anderen. Die zelfcontrole moet voldoende garantie bieden om volledig onafhankelijk te blijven werken.” 17


18


februari • De pen van Apache • Het grote psychiatrierapport • Bij de dood van Hans Rosling • Steven Vanden Bussche onthulde Publipart

Achter het beeld

Woonwagenkinderen Foto: Eveline Hagenbeek (student) “De Roma zijn afgelopen jaar deel geworden van het politieke spel in Gent. Het fascineerde me om daar een beeldreportage over te maken, maar het boezemde me ook angst in. Deze twee zusjes vonden het geweldig om gefotografeerd te worden. Ze namen me bij de hand en sleurden me door het woonwagenpark.” “Ik maakte deze foto in het Vossenpark, een speeltuin recht tegenover het woonwagenpark. Stacy, die ondersteboven hangt in een iglo van wilgentakken, heeft de hulp van haar zusje nodig om niet op de grond te vallen.” “Deze kinderen hebben dezelfde dromen als andere kinderen, alleen hebben ze een andere leefwereld. Ze spelen nog buiten en zijn nog niet op jacht naar wifi. Ze dragen luiers tot hun twaalfde, maar willen net zoals elk meisje van die leeftijd een nagelstudio openen.” 19


Luc Pauwels wint De Pen van Apache 2017

FOCUS OP ONDERZOEK

Als voorvechter van stevige onderzoeksjournalistiek kijkt Pauwels tevreden terug op 2017. “Veel media beginnen zich te realiseren dat ze met onderzoeksjournalistiek het verschil kunnen maken”, zegt hij. “Tegen de almaar snellere en meer oppervlakkige nieuwsstroom op internet kan je gewoonweg niet op als klassiek medium. Daarom moet de focus op onderzoek en kwaliteit liggen.” Maar nog te weinig redactiechefs beseffen dat een onderzoek niet altijd nieuws oplevert, vindt Pauwels. “Soms blijkt een onderzoek gewoon niets op te leveren, ondanks alle tijd die je eraan hebt besteed. Je moet je redactiechefs daarvoor waarschuwen. Ze houden er best rekening mee dat het kan mislopen en dat de investering tot niets leidt. Dat mag je niet aangerekend worden. En dan zijn er de deadlines: ‘Hoeveel tijd gaat je dat kosten’, vragen ze dan, ‘we kunnen je maar een beperkt aantal dagen geven.’ Soms weet je dat gewoon niet, omdat je op onbekend terrein komt. Als dat beperkt aantal dagen is opgebruikt, doe ik meestal tussen het andere werk voort. Die hardnekkigheid loont bijna altijd.”

Samenwerking

Ook als onderzoeksjournalist kan je niet onder Donald Trump uit. “Amerikaanse collega’s vertellen me dat de verkiezing van Trump een zegen is geweest voor de onderzoeksjournalistiek”, zegt Pauwels. “Als de president of zijn entourage iets beweert, onderzoeken journalisten nog meer dan vroeger of dat wel klopt.” In eigen land prijst Pauwels vooral de ophefmakende reportages van Pano, en de almaar meer aanwezige internationale samenwerking. “Denk maar aan het 20

©© VRT

VRT-journalist Luc Pauwels won op 7 februari 2017 De Pen van Apache, een prijs voor wie zich verdienstelijk maakte in de strijd voor onderzoeksjournalistiek. Hij bracht onder meer aan het licht dat ook Opel sjoemelde met zijn dieselwagens. “Ik ben nogal een doorbijter.”

onderzoeksconsortium ICIJ, dat in de Paradise Papers internationale belastingontwijking in kaart bracht. Het is goed dat complexe dossiers niet meer alleen door een geïsoleerde sukkelaar onderzocht worden, want het hele onderzoek kan in duigen vallen als hij niet door een bepaald dossier raakt.”

Cijfers

Pauwels zelf hield zich vorig jaar vooral bezig met televisiereportages over gesjoemel met dieselwagens bij Opel en autobezitters die hun roetfilter verwijderen, en te hoge subsidies voor windmolenparken in zee. “Ik ben opgeleid als televisiejournalist”, vertelt hij, “maar ik schrijf ook veel voor de site van VRT NWS. Daarop kan je veel meer uitgebreide rapporten en cijfers kwijt dan op televisie. En met interactieve grafieken kan je een extra dimensie geven aan een onderzoek. Bij de reportage over de illegale verwijdering van de roetfilters kon je bijvoorbeeld per land zien hoeveel auto’s daar vermoedelijk gemanipuleerd waren.” De Pen van Apache is een fijne waardering voor zijn werk, vindt Pauwels. “Soms was het niet makkelijk om mijn verhalen erdoor te krijgen. Het is me wel overkomen dat redactiechefs en hoofdredacteurs dwarslagen. Een paar keer namen ze zelfs publiekelijk afstand van mijn werk. Je voelt je dan wel in de steek gelaten. Maar ik ben nogal een doorbijter.” (ft)


#RIPdic

k br

un

a

Siegfried Bracke @sthbracke 8 feb. 2017

Na de VB-Assad-promotour valt er toch echt niet meer naast te kijken: vtm is een uitstekende openbare omroep. @VRTjournaal @vrtderedactie

Koen Fillet @filletk 3 feb. 2017 Bij jaarlijkse telling aantal politici in #internekeuken komen we uit op nul. Omdat wij graag gasten hebben die iets verrassends vertellen?

#e xi tto m

b

a lt h a

za

r

meest geklikt

meest geklikt in februari op Steps.be Een platte buik in ĂŠĂŠn dag: 10 tips die werken (en zonder crunches!)

sprekend spraakmakend Knack

08/02/2017 Interview Bashar al-Assad

Niemand doet graag buikspieroefeningen, zeker niet als ze geen effect lijken te hebben. Daarom besloot Nina Tack om op zoek te gaan naar alternatieven. Volgens haar is het probleem te wijten aan verkeerde voedingsgewoonten waardoor je een opgeblazen buik krijgt. Ze stelde een lijstje samen met tien tips om dat vervelende buikje voorgoed kwijt te raken. 21


Laura Lauwereys

Tegencampagne stopt journalisten niet Boze telefoons, dreigende mails en een opgejaagd kabinet. Elke goede journalist krijgt vroeg of laat met tegenkanting te maken. Maar toen Femke van Garderen en Sara Vandekerckhove van De Morgen Het grote psychiatrierapport publiceerden op 20 februari 2017, werd er een hele tegencampagne opgezet. Op basis van de berichtgeving over psychiatrie van de afgelopen jaren hadden Vandekerckhove en van Garderen besloten om Het grote psychiatrierapport te maken. “In 2015 had ik een aanvraag ingediend via de Wet openbaarheid van bestuur om alle rapporten van psychiatrische instellingen te verkrijgen. Na de analyse van die rapporten stelden we een expertenpanel samen dat bestond uit drie mannen en drie vrouwen uit alle afdelingen van de psychiatrie”, zegt Sara Vandekerckhove. De ziekenhuizen waren niet tevreden met de interpretaties van de journalistes. “Ze vreesden die rapporten, omdat ze wisten dat bepaalde resultaten slecht zouden 22

zijn. Enkele rapporten waren ook al tien jaar oud. Dat vonden zowel de ziekenhuizen als wij heel vervelend. Maar het waren wel de recentste rapporten.” In het expertenpanel zat iemand van Zorgnet-Icuro, een netwerk van zorgorganisaties. “Zij heeft de resultaten van ons onderzoek eerder gekregen. Een week later waren ze gelekt naar alle ziekenhuizen. Die riepen vervolgens in een tegencampagne, nog voor de publicatie van ons rapport dus, op om positieve verhalen te vertellen.” Zorgnet-Icuro heeft ook toegegeven op zijn site dat het zijn leden heeft opgeroepen voor de publicatie ‘transparant en proactief te communiceren, bezorgd om de collateral damage van een week sectorbashen’. Ook vanuit de politiek was er veel tegenkanting. “Omdat noch Jo Vandeurzen noch Maggie De Block iets te winnen had bij ons rapport, hielden ze bepaalde cijfers achter. Maar ze hadden het kunnen aangrijpen om het beter te doen en bepaalde hervormingen door te duwen.” “Door die tegencampagne zijn we onze reeks begonnen


“Ziekenhuizen riepen voor de publicatie op om positieve verhalen te vertellen”

©© Jonas Lampens

Journaliste Sara Vandekerckhove vastgebonden in een afzonderingsruimte, een foto die gepubliceerd werd in Het grote psychiatrierapport.

“Er is nog nooit zoveel over psychiatrische hulp gepraat”

met een opiniestuk. Dat was oorspronkelijk niet de bedoeling. Het opiniestuk was geschreven vanuit een gevoel van verontwaardiging. We wilden dat iedereen eerst het rapport las vooraleer conclusies te trekken. De hoofdredactie heeft ons de hele tijd gesteund om door te gaan met het plan. Het rapport is er dus gekomen zoals gepland.” Ook na de publicatie ging de storm niet liggen. “Er kwam een golf van reacties op gang, waarin de positieve verhalen evengoed een plek hadden. Ik had de indruk dat er nog nooit zo veel over psychiatrische hulp gepraat is

als tijdens die week. Ons rapport heeft een debat op gang gebracht, en waar er vroeger geen cijfers waren, zijn die er nu wel. Binnen de sector beweegt er nu wat en het zal zeker impact hebben op lange termijn.” “We hebben ons wel de vraag gesteld of we niet minder transparant hadden moeten zijn, zodat het rapport niet vroegtijdig had kunnen uitlekken in de sector. Maar dan zou de kritiek geweest zijn dat er niet voldoende tijd was voor een wederwoord. Ondanks alles zouden we op dezelfde manier te werk gaan”, besluit Sara. 23


Samah Saadi

“Iedere journalist kan aan datajournalistiek doen” Maarten Lambrechts vindt het nieuws in de cijfers

De Zweedse statisticus Hans Rosling begreep de kunst om met data een complex verhaal tot leven te brengen. Zijn video’s met bewegende data zijn vaste prik op scholen. Geen wonder dat datajournalisten de man eerden toen hij op 7 februari overleed. Te vaak blijft datajournalistiek een verhaal van lusteloze grafiekjes, gemaakt door onervaren journalisten en met beperkte budgetten. Freelance datajournalist en datadesigner Maarten Lambrechts daagt de collega’s uit. 24


Maarten Lambrechts: “Journalisten hoeven geen statisticus of programmeur te zijn om aan datajournalistiek te doen”.

“De grafiek het verhaal laten vertellen is een kunst”

Kan de situatie hier veranderen? Lambrechts: “Zeker. Journalisten moeten inzien dat je geen statisticus of programmeur moet zijn om aan

©© Samah Saadi

We zien op het web mooie datavisualisaties verschijnen, maar in Vlaanderen blijven we vaak op onze honger zitten. Wordt er hier wel alles uitgehaald volgens u? Maarten Lambrechts: “Qua visualisatie verschijnt er hier in Vlaanderen niet veel speciaals, en ook op het vlak van dataverhalen blijft er heel wat liggen. Veel journalisten hebben nog niet de reflex een verhaal vanuit een dataperspectief te benaderen. Vaak ontbreekt de tijd of kennis om echt in de data te duiken. Daarom zien we enkel standaardgrafiekjes. Op redacties zoals die van The New York Times of The Washington Post, worden de mooiste en creatiefste projecten gemaakt, die ook echt een verhaal vertellen. Die grotere redacties hebben tijd en ruimte om aan visual journalism te doen. Dat zijn teams van journalisten, die wel wat kennen van design en visualisatie en die zelf hun eigen verhalen zoeken en uitwerken. Dat is de trend van vandaag. Zij gaan nooit grafiekjes maken op vraag van andere journalisten. Onze redacties kunnen al van geluk spreken als er een enkeling gebeten is door data of visualisatie en er wat mee experimenteert. Het blijft eigenlijk iets voor grotere redacties, hoewel ik vind dat iedere journalist de weg van datajournalistiek kan opgaan. Dat gebeurt nog veel te weinig.”

datajournalistiek te doen. Tegenwoordig hebben ze vaak weinig ervaring met, of zelfs schrik van, cijfers. Met een beetje praktische basiskennis Excel kan je al veel verwezenlijken. Dan merk je dat het niet zo moeilijk is en dat er veel potentieel in zit. We hebben nood aan goede voorbeelden, zoals scoops en verhalen met impact, op basis van data. Dat zou het meeste effect hebben, want in de context van veel redacties is het geen strategie om extra te investeren in datajournalistiek. Dat is het probleem nu.” Hoe creatief moet je zijn om aan datavisualisatie te doen? Lambrechts: “Om het skelet van de grafiek te maken, is niet veel creativiteit nodig. Je moet natuurlijk wel weten welk soort grafiek je nodig hebt. De creativiteit ligt voor mij in wat daarna komt: de grafiek het verhaal laten vertellen, in plaats van zomaar de cijfers in een tekstje te gooien en de lezer zelf te laten uitzoeken wat het verhaal is. Dat is een kunst. Daar zijn een paar technieken voor: annotaties, kleur voor opvallende elementen, en zelfs de wisselwerking tussen tekst en grafiek. Bij de beste grafieken gaan functionaliteit en creativiteit hand in hand, zodat ze het verhaal vertellen en mooi zijn om naar te kijken.” 25


“Enkele verhalen met impact kunnen voor een trendbreuk zorgen”

26

Behalve nieuwsredacties maken ook statistiekbureaus dataverhalen. U schreef op uw site dat die bureaus zelf verhalen gaan schrijven om nieuws te maken en budgetten binnen te halen. Is dat problematisch voor de journalistieke betrouwbaarheid? Lambrechts: “Ik denk het niet. Die twee bewegen zich in een soort continuüm. Klassieke statistiekbureaus publiceren droge cijfers, zonder context of interpretatie. Journalisten doen aan storytelling met die data. Nu zie je dat statistiekbureaus zelf vaker verhalen beginnen te schrijven. Het Office for National Statistics in Groot-Brittannië heeft echte datajournalisten in dienst genomen om dat te kunnen doen. Natuurlijk zijn er ook beperkingen. Een nationaal bureau voor statistiek moet objectief en onafhankelijk zijn. Zij kunnen geen cijfers interpreteren zonder dat hun claims worden ondersteund door de wetenschap, terwijl een journalist zelf linken kan leggen of de mening van een expert kan vragen. Ik denk wel dat die statistiekbureaus zelf meer verhalen gaan vertellen omdat ze de droge cijfers op die manier voor meer mensen toegankelijk maken. Ik zou het echter geen datajournalistiek noemen. Journalistiek is ook context geven, uitleggen waarom iets gebeurt. Die meerwaarde moeten wij blijven bieden.”

kende dingen, enzovoort. Pas dan kun je nadenken over de visualisatie. Bij De Tijd (Lambrechts werkte van 2014 tot 2016 bij De Tijd, nvdr) hadden we een klein ploegje, maar het meeste datawerk deed ik alleen. Dan moet je iedereen zijn sterke punten laten uitspelen, weten wat de ander doet, ‘dezelfde taal spreken’. De designer weet bijvoorbeeld hoe ik het datawerk doe, en ik stem mijn werk af op zijn sterktes.”

Stel: er is breaking news en u krijgt er een hele lading cijfermateriaal rond binnen. Hoe gaat u ermee aan de slag? Lambrechts: “De eerste stap is altijd opkuiswerk: kijken welk formaat de data hebben, de kwaliteit en betrouwbaarheid verifiëren, fouten opsporen, andere gegevens bijhalen … Eens dat gedaan is, ga je de verhalen erin zoeken: de hoogste en laagste waarden, heel afwij-

Vaak zie je dat peilingen fout zitten, zoals bij Clinton vs. Trump en de brexit. Tast dat het imago van datajournalistiek aan? “Het imago van datajournalistiek heeft daar zeker een deuk gekregen, maar ik voel mij daardoor niet aangesproken. Voor mij zijn dat twee verschillende dingen. Ik heb nooit voorspellingen gemaakt op basis van data. Dat is een veel moeilijkere discipline waarvoor je serieuze

Wat zijn de meest gemaakte fouten bij datajournalistiek? Lambrechts: “Cherrypicking van cijfers gebeurt vaak. Uit een grote dataset wordt een detail genomen om een punt te maken. Als je het grote plaatje bekijkt, merk je echter dat dat punt niet meer klopt. In visualisatie gebeuren ook dingen die eigenlijk niet zouden mogen, zoals het afknippen van de y-as. Zo worden kleine verschillen uitvergroot. Dat is eigenlijk het visueel bedriegen van de lezer, omdat hij de cijfers fout interpreteert. Je moet dus al goed kijken om het op te merken. Het gebeurt wel minder en minder, omdat meer mensen daar gevoelig voor zijn. In de politieke communicatie en in advertenties worden zulke praktijken regelmatig gebruikt om verhalen op te hangen en kleine verschillen op te blazen.”


“Weinig redacties investeren in datajournalistiek”

statistiek moet gebruiken om zinnige dingen te zeggen over de toekomst. Zo ver reikt mijn statistische kennis ook niet. Ik kijk alleen welk verhaal er in een dataset zit.” U bent geen fan van software die datajournalistiek en visualisatie eenvoudiger maakt, zoals Infogram. Waarom precies? Lambrechts: “Infogram en gelijkaardige tools maken gebruik van bepaalde templates waarin je zelf gegevens invoert, om zo snel mogelijk een visualisatie te maken, zonder te moeten programmeren of instellingen te wijzigen. Infogram heeft veel gebreken: verticale tekst, te veel kleur waardoor je door de bomen het bos niet meer ziet, en andere slechte standaardinstellingen. Die instellingen kan je wel wijzigen, maar de meeste gebruikers gaan zich daar niet mee bezighouden. Dan krijg je grafieken die het verhaal niet optimaal ondersteunen.” “De output van zulke tools is altijd een embedcode van je grafiek, waardoor je afhankelijk bent van dat extern platform, in goede en slechte tijden. Je kan eigenlijk evengoed een statische afbeelding van de grafiek uploaden. Die is in de meeste systemen gemakkelijker te integreren en ze blijft, ook als de tool die je gebruikte de voorwaarden wijzigt. Datawrapper is, volgens mij, de beste tool om snel grafieken te maken zonder te moeten programmeren, zeker voor redacties. De standaardinstellingen zijn beter en je kunt er bijvoorbeeld annotaties en dergelijke op zetten om het oog van de lezer te leiden. Het resultaat is een efficiënte grafiek waarop de lezer de boodschap snel kan zien. Als ik opleidingen geef over datavisualisatie aan journalisten, zit Datawrapper er altijd in.”

Trendalyzer zegt het met ballonnen Trendalyzer is datavisualisatiesoftware, ontwikkeld door de Gapminder Foundation van professor Hans Rosling. Hij visualiseert informatie in een geanimeerd en interactief ballondiagram, zoals hier afgebeeld. Maarten Lambrechts: “Met die geanimeerde datavisualisaties kon Rosling saaie cijfers tot leven brengen. Hij was de eerste die erin slaagde om complexe dataverhalen te vertellen op zo‘n manier dat heel veel mensen ze konden begrijpen.” “In de journalistiek wordt die Trendalyzer niet echt gebruikt. Op veel redacties krijg je snel de opmerking om voorzichtig te zijn met grafieken die verder gaan dan gewone staafjes of lijntjes. Lezers zouden moeite hebben om die te interpreteren, omdat ze het niet gewoon zijn om naar bewegende grafieken te kijken.” 27


Ellen Van Laere

Kleine primeur, grote gevolgen Hoe Het Laatste Nieuws de megafoon zette op het nieuws van Apache

©© Matthias Depuydt

Begin februari 2017 publiceert journalist Steven Vanden Bussche op nieuwssite Apache een artikel over de Publipartcase. De informatie leidt in Gent tot het ontslag van sp.a-schepen Tom Balthazar en dat van N-VA-gemeenteraadslid Siegfried Bracke als bestuurslid bij Telenet. Beide kopmannen mogen hun 28

burgemeestersdroom vergeten. Het nieuws brengt een debat op gang over de mandaten van politici. Of hoe een kleine primeur van een kleine speler tot een van dé nieuwsverhalen van 2017 uitgroeit. Met dank aan Het Laatste Nieuws.


“Apache is een kleine speler, maar groot nieuws vindt sowieso zijn weg”

Vanden Bussche kwam Publipart op het spoor in de nasleep van Publifin: “Na dat schandaal was iedereen op zoek naar alle jaarrekeningen van dochterondernemingen gelinkt aan het netwerk van die intercommunales. Via Publilec kom je uiteindelijk bij Publipart terecht.” De insteek van Vanden Bussches verhaal was het verlies van twee miljoen euro dat Publipart maakte door de val van Optima. In de inleiding van het Publipartartikel stond vermeld dat de bestuurders een forse vergoeding kregen voor een onduidelijk takenpakket. “Maar voor ons was dat niet de grote insteek”, licht Vanden Bussche toe. De zaak kwam pas uitgebreid in de media nadat Het Laatste Nieuws op 11 februari 2017 erover bericht had in zijn weekendeditie. Vanden Bussche herkent het verhaal meteen: “Misschien was het correcter geweest van Het Laatste Nieuws om het niet te presenteren als een volledig eigen onderzoek. Wie als eerste over een zaak bericht, heeft een primeur. Die persoon moet erkend worden wanneer anderen dat verhaal overnemen. Maar ik ga geen achterhoedegevechten voeren. Het kan zijn dat Het Laatste Nieuws op hetzelfde moment met die zaak bezig was.”

Belegd

Opvallend is dat Het Laatste Nieuws de Publipartcase met een andere invalshoek benadert, door meer te focussen op waar er precies belegd werd en door meer aandacht te besteden aan de hoge vergoedingen voor mandaten. Zo speelt de krant volgens Vanden Bussche meer op de man. De andere aanpak heeft er volgens Vanden Bussche voor gezorgd dat de zaak pas na het artikel in de krant groot nieuws werd: “Het Laatste Nieuws is natuurlijk de grootste krant. Zij bracht het artikel prominent in haar weekendeditie. Voor politici is het heel moeilijk om daar niet op te reageren. Al die elementen vormden

“Als journalist ben ik er om de feiten te onderzoeken, niet om aan politiek te doen”

een cocktail die ervoor zorgde dat schepen Balthazar nog diezelfde avond ontslag nam. Ik denk dat de druk te groot werd.” Volgens Vanden Bussche zou de zaak niet anders gelopen zijn als Apache zelf voor meer publiciteit rond het artikel had gezorgd: “Apache is een kleine speler, maar groot nieuws vindt sowieso zijn weg.” Daarnaast had hij ook geen idee dat de zaak zo groot zou worden. “Met het verhaal over het verzwegen verlies van twee miljoen euro wilden we een klein puzzelstukje brengen in het Optimaverhaal. Voor het artikel van Het Laatste Nieuws verscheen, was het al overgenomen door Belga en enkele nieuwssites. De volgende dag verscheen het ook kort in de kranten. Ik dacht dat het daarbij zou blijven en dat het dus zo voorbij zou gaan.”

Gevaar

Vanden Bussche vraagt geen pluimen voor zijn werk rond Publipart, maar vindt het wel een goede zaak als journalisten elkaars werk meer naar waarde zouden schatten: “Als een concurrent een goed verhaal brengt, moet je dat durven erkennen. Dat is toch geen schande. Het wordt vaak vergeten waar iets vandaan komt.” Volgens hem is het dan ook een aandachtspunt voor de volledige journalistieke wereld. “Tenzij je een bron in gevaar brengt, moet je aan je lezers zoveel mogelijk laten zien waar je je informatie vandaan haalt. Dat komt je geloofwaardigheid alleen maar ten goede.” Over de gevolgen van de Publipartcase wil Vanden Bussche zich liever niet uitspreken: “Als journalist ben ik er om de feiten te onderzoeken, niet om aan politiek te doen. Ik ben er niet op uit om koppen te laten rollen. Als een politicus vindt dat hij die beslissing moet nemen door zijn deontologische regels, moet hij die beslissing nemen. Het is niet aan mij om daar commentaar op te geven. Voor mij tellen enkel de feiten.” 29


30


maart • Ruben rijdt de Ronde • Gaia vs. Animal Rights: één strijd? • Stukken reizen van titel naar titel

Achter het beeld

Duivenprobleem Fotograaf Bart Borgerhoff “In opdracht van Het Laatste Nieuws trok ik naar de stad Tongeren. De opdracht? Een foto maken van een duif. De stad kampt al jaren met een duivenprobleem. Die veroorzaken veel overlast op de gebouwen en pleinen in de binnenstad. De stad zocht eerder al manieren om de duiven te weren, zelfs medicatie werd geprobeerd. Maar die pogingen hadden nooit het gewenste effect. Deze keer probeerden ze de duiven te steriliseren met speciaal behandelde maïs die de vruchtbaarheid vermindert.” “Dat deze duif op een luidspreker zit, is geen trucage. Ze zat op dat moment toevallig onder het dak van het gebouw waar de antiekmarkt plaatsvindt en lijkt helemaal geen last te hebben van de maatregelen die de stad Tongeren nam. ” 31


Ruben Van Gucht en ‘Voor de Ronde’:

de eerste Vlaamse Slow TV

Twee dagen voor de jaarlijkse Ronde van Vlaanderen konden wielerjunkies al van de rit genieten. Niet met het gebruikelijke peloton, maar met Sporza-journalist en gelegenheidsfietser Ruben Van Gucht in het zadel. Hij reed in één enkele live-uitzending het volledige parcours af. Het was meteen de intrede van slow TV in Vlaanderen. Slow TV ontstond in 2000 in Noorwegen, met urenlange uitzendingen van treinritten, een brandend haardvuur en verschillende nachtelijke trajecten die te voet of vanop een wagen werden gefilmd, soms op een tapijtje van rustige jazz. Het wat excentrieke genre won snel aan populariteit. Sindsdien werd het concept ook in de rest van Europa gehypet. Het was een kwestie van tijd tot Vlaanderen met het genre begon te experimenteren. Canvas pakt het meteen groots aan. Twaalf uur lang wordt Van Gucht over de volle 260 kilometer van het parcours gevolgd door een handvol camera’s, waarvan één in een helikopter. Op de achtergrond: een wisselend panel commentatoren, fans die langs het traject 32

supporteren of zelfs een eindje meerijden, talrijke steunbetuigingen via sociale media (via de hashtag #VoorDeRonde) en verrassend veel kijkers thuis. Zo goed als een half miljoen Vlamingen keek minstens tien minuten naar de live-uitzending. Voor Canvas is het experiment geslaagd, zegt communicatieverantwoordelijke Anne Stroobants: “Dat was een succes over de hele lijn, vooral op het vlak van kijk- en waarderingscijfers. We hebben er veel uit geleerd op technologisch vlak, want het project gaf ons de kans om een en ander veilig te testen. Zo is de distributie via 4G vlekkeloos verlopen. Die knowhow passen we nu toe op andere projecten.” “Dit voorjaar zijn er nog geen plannen met slow TV”, vult Stroobants aan. “Slow TV kan voor ons bij een speciale gelegenheid, als er iets verrassends en waardevols te vertellen is. Daarnaast is het voor ons zeer belangrijk dat het een innovatief project is, waar we ondertussen technologie kunnen uittesten. Als die gelegenheid zich in de toekomst voordoet, willen we dat zeker opnieuw doen. Maar het zal iets anders zijn dan de Ronde.” (tv)


#RIPchu

ck b

y

e rr

Yves Desmet @yvesd 29 mar. 2017 De man in het venster is niet meer. To be or not to be, het blijft de kwestie. #willycourteaux

nd

Nonkel Sam @nonkelsam 5 mar. 2017 #Voxpop #voetbaljournalistiek in Vlaanderen. ‘En wat vind je ervan dat Mechelen gewonnen heeft?’ ‘Fantastisch he.’ *Terug naar de studio*

#c la sh t u

rk

ije d u

i ts

la

meest geklikt

meest geklikt in maart op WOEF.be Mishandelde beagle wordt luchthavenbrigadier

sprekend spraakmakend De Telegraaf

13/03/2017 Diplomatieke rel Turkije-Nederland

Beagle Murray heeft een nieuwe job gevonden als speurhond op de luchthaven. Na jarenlange mishandeling werd het beestje gered, verzorgd en opgeleid. Murray helpt nu in de misdaadbestrijding op de luchthaven van Atlanta. In de Verenigde Staten worden beagles tegenwoordig steeds vaker ingezet voor speuracties, omdat de honden minder intimiderend overkomen dan bijvoorbeeld Duitse herders. 33


Emma Devos

Animal Rights en Gaia hebben eigen mediastrategieën

Veldactivist beconcurreert studiogast

Hoe groot is het mediabereik van Animal Rights tegenover dat van Gaia? Bram Boriau: “Op het vlak van dierenrechten bellen journalisten spontaan Gaiavoorzitter Michel Vandenbosch vanwege zijn naambekendheid. Gaia heeft de fase van awareness al doorlopen: iedereen kent Gaia. Animal Rights bestaat pas sinds 2015. Het publiek kent de organisatie en haar boodschap net. Daarom zet ze nu vooral in op filmpjes die conflict veroorzaken en de aandacht trekken. Het scoort bij de media door de persoonlijk en emotioneel gebrachte boodschap. Als de Animal Rightsactivisten tijdens interviews die boodschap - dieren hebben ook rechten - blijven herhalen, zullen journalisten en het publiek hun discours onthouden. Volgens mij gaat Animal Rights nog een tijdje blijven inzetten op die undercoverbeelden om zich te onderscheiden. Vlaanderen kan dat aan.” Is Gaia te zacht in vergelijking met Animal Rights? Boriau: “Gaia’s acties waren ook choquerend in het begin. Vandenbosch werd ooit in elkaar geslagen door drie veehandelaars. Zulke acties kan je niet blijven herhalen. Gaia bereikt de media nu op een andere manier. 34

©© Ivan Put

Dierenrechtenorganisatie Animal Rights haalde de media met gruwelijke beelden uit de Vlaamse slachthuissector. Op 23 maart onthulde ze undercoverbeelden van dierenmishandeling in Exportslachthuis Tielt. De beelden waarop varkens schoppen en slagen krijgen of bij volle bewustzijn gekeeld worden, staan in ons geheugen gegrift. Gaia is duidelijk niet meer de enige speler in het veld. Hoe gaan beide dierenrechtenorganisaties om met de media? Bram Boriau, die het communicatiebureau Talking Birds leidt, maakt een vergelijking.

Bram Boriau: “Gaia doet het lobbywerk, Animal Rights het veldwerk.”

De leider, Vandenbosch, is dé expert die spontaan wordt uitgenodigd door de media als het gaat over dierenrechten. Zowat iedereen haatte de man vroeger, maar hij maakte Gaia groot. Als zweeporganisatie kan het heel wat dingen op de agenda plaatsen en kreeg het een grote aanhang. Bovendien is Gaia meer established en heeft het meer sponsors. Het stelt zich dus best conservatiever en zachter op, wil het zijn achterban behouden. Gaia doet het lobbywerk, Animal Rights het veldwerk.” Onderscheiden ze zich genoeg om elk een plaats in de media te kunnen innemen? Boriau: “In interviews uit Vandenbosch zich vreugdevol over de samenwerking met Animal Rights, maar het is hoe dan ook concurrentie. Beide vissen in dezelfde vijver, op zoek naar sponsors. Een mens stort geen honderd euro per maand aan beide organisaties. Ze hebben wel elk hun eigen principes: Animal Rights is veganistisch, Gaia is gematigder. Zo bereikt Animal Rights wel


“Gaia moet opletten dat het niet langs beide uitersten voorbijgestoken wordt” Bram Boriau Communicatie-expert Talking Birds de hardcoreveganisten. Verder focust Animal Rights zich op zichtbare media-acties. Gaia speelt in op een ander soort emotie, heeft zijn mediafocus verlegd. Zo verkoopt het Faux Gras - nep-foie gras - wat snel werd opgepikt door de media. Media-aandacht is er ook tijdens overleg met ministers. Gaia is de lobbymachine die het beleid beïnvloedt, Animal Rights beïnvloedt vaker de media.” “Beide mediastrategieën hebben hun voordelen. Animal Rights slaagt erin om mensen te choqueren met relevante beelden die kwetsen. Gaia doet dat tot op zekere hoogte ook, maar minder scherp. Animal Rights doet wat het moet doen voor een jonge organisatie, geleid door twee mensen. Het domineerde meermaals de media, en dat is sterk. Gaia moet oppassen dat het niet langs beide uitersten voorbijgestoken wordt. Opnieuw extremer en militanter optreden is een optie, maar ook een risico: het kan de achterban afschrikken. Ik vermoed dat die zachtere aanpak beloond is met meer sponsors en aanhangers. Maar als Gaia merkt dat het bedreigd wordt door andere organisaties en denkt soft over te komen, kan het zijn visie aanpassen en terug harder worden. Een zweeppartij houdt andere actoren alert, net als in de politiek. Of dat ook realiteit wordt, zal de tijd uitwijzen.” 35


Niels Verdonck

g Re io na le sp or t

nn Ku en e l ka

n, te e n ws n d ie u po n e s en rr i e C o pin o

ar s pla nn i ng z ie n

Weekend feature opinie

De overnemers Vlaamse titels wisselen stukken uit binnen hun eigen mediagroep om de eigen titel te versterken. Maar zoeken ze ook buiten de groep hun gading? Een summier overzicht van de samenwerkingen, ook buiten lands- of taalgrenzen. 36


t ie u i

t

Correspondenten

Correspondenten

be

pe

rk

ta

an

ta

l

O bu pin i t e ie nl en an d

Wi s

ma infor selen

Geen regelmaat 37


38


april • De dood van de aprilgrap • Fotograaf zonder plan • Politieke primeurs bij de bakker

Achter het beeld

Bloemenmeisje Fotograaf Károly Effenberger “Dit is het Belgische bloemenmeisje Maja Leye. In opdracht van het magazine Bahamontes volgde ik haar afgelopen jaar tijdens de wielerwedstrijd De Brabantse Pijl. Omdat ik wilde voorkomen dat het een clichéfoto werd, bracht ik haar onherkenbaar in beeld.” “Ik maakte de foto op het moment dat ze zich even terugtrok op een rustig plekje. Daarna moest ze weer aan de slag. Zo’n wielerwedstrijd is voor haar erg vermoeiend. Ze staat de hele dag in de spotlights en moet vriendelijk zijn tegen iedereen. Die hele tijd zit ze echt in haar rol.” “Leye werkt professioneel als bloemenmeisje en verdient er dus haar brood mee. Ze is ook vrij bekend, zo kwam ze eerder al in het nieuws nadat wielrenner Peter Sagan in haar billen had geknepen.” 39


In april 2017 werden enkele nieuwe producten gelanceerd. Deze drie berichten verschenen in de media. Slechts één ervan is geen aprilgrap. Vink aan!

ROOKWORSTVLAAI

COCA-COLA PLUS

CHOCOMELCONDOOMS

Keten HEMA is al langer bekend voor zijn restaurants. De eigen keuken en bakkerij produceren regelmatig nieuwe lekkernijen. Nu pakken ze uit met de rookworstvlaai. Het is een hartige vlaai, gevuld met stukjes rookworst, op een dun laagje HEMA-hotdogsaus. De vlaai is afgewerkt met krokante sesamzaadjes.

Dat je met een flesje Coca-Cola Zero of Light geen suiker binnenkrijgt, is bekend. Maar nu lanceert Coca-Cola Japan een variant die je doet afvallen. Het drankje bevat een koolhydraat dat extra vezels doet opnemen. Die nemen op hun beurt vetten op. Wanneer en of Coca-Cola Plus in België gelanceerd wordt, is niet bekend.

Drankmerk Chocomel maakte op zijn Facebookpagina bekend dat het Chocomelcondooms gaat produceren. Het merk verklaart dat er vraag naar was. Vanaf april zijn de condooms te verkrijgen op bestelling via de website van het merk. Ze smaken net zoals het drankje en de verpakking is meteen herkenbaar door het gele omhulsel en het bekende logo.

De stille dood van de 1 aprilgrap Op 1 april durfden de media vroeger al eens hun lezers of kijkers te foppen met een nepbericht. Aandachtige lezers konden die grap vrijwel meteen doorprikken. De rest liet zich vangen. Tegenwoordig vinden we amper nog aprilgrappen terug in de media. De website voor mediaprofessionals Mediafacts meldde op 3 april 2017 dat het Nederlands Dagblad in 2017 als statement tegen het nepnieuws geen valse berichten publiceerde. Kranten zoals Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad en De Gazet Van Antwerpen schrijven naar eigen zeggen al enkele jaren geen aprilgrappen meer. Alleen Het Belang van Limburg zegt dat ze de traditie te mooi vindt om ze los te laten. Hoofdredacteur Ivo Vandekerckhove is de bezieler van de jaarlijkse grap.

Ondanks de dood van de aprilgrap in de media zijn er wel heel wat bedrijven die jaarlijks een aprilvis de wereld insturen. Soms tuimelen onoplettende journalisten in die grappen of melden ze net welke valse berichten de ronde doen. Waakzaamheid geboden, dus. (pv)

Bericht 2 is geen aprilgrap.

40

In 2017 kopte de krant dat alle glasbollen uitgerust werden met elektronische facetogen om sluikstorters te betrappen. In het verleden schakelde de krant op 1 april al Urbanus of Philippe Geubels als gastredacteur in. Ook VRT NWS neemt geen aprilgrappen meer op in zijn nieuwsuitzendingen. Qmusic geeft aan dagelijks grappen te maken: “Die staan los van 1 april”, zegt presentatrice Wine Lauwers.


#g ifg a s s

y rie

Van Cauwelaert @cauwelaert 6 apr. 2017 Zag ik daarnet op het journaal een professor dierenwelzijn?!

# pa

na ma pa

per s

Jan De Meulemeester @JDeMeulemeester 20 apr. 2017 Collega @PVanGompel is vloeibaar geworden! En drinkbaar: hij lanceert een nieuw bier, de onwaarschijnlijk lekkere trippel @francoisbier

meest geklikt

meest geklikt in april op Trends.be Wanneer barst de zeepbel? ‘Eind 2018 moet je zorgen dat je cash hebt in harde valuta’

sprekend spraakmakend Der Spiegel

22/04/2017 Retoriek Trump en Kim Jong-Un

We leven in een wereld die zich graag laat bedriegen, stelt Marc Buelens, professor-emeritus aan de Vlerick Business School. Zeker als het gaat over financiële producten. De crisis van 2007 is ons niet onbekend, maar ook de brexit kan een schokgolf veroorzaken. De zeepbel zal vroeg of laat uiteenspatten.“Eind 2018, of zelfs vroeger, moet je zorgen dat je cash hebt, in harde valuta, en een stukje grond om aardappelen te planten.” 41


Tasha Vermeulen

Fotograaf Frederik Buyckx

“Geen plan hebben is mijn beste plan” Vier jaar nadat hij een World Press Photo Award won, schoot fotograaf Frederik Buyckx weer raak. Hij won op de prestigieuze Sony World Photography Awards de titel ‘Photographer of the Year’. ‘Whiteout’, de reeks sneeuwlandschappen waarmee hij deelnam, illustreert hoe Buyckx evolueert van persfotografie over documentair naar artistiek werk. En vooral: hoe je die drie toch met elkaar kan verzoenen.

bosbranden waren op dat moment en de kracht van de natuur is een thema dat me erg fascineert. Door de hittegolf stonden de heuvels in brand, maar in Albanië hebben ze niet het materiaal om die grote branden te blussen. Er is maar één blushelikopter in het land. Ik fotografeerde er een lange rij mensen die met water doordrenkte oude broeken gebruikten om het vuur uit te slaan. Zie je dat al in Gent gebeuren bij een brand?”

Frederik Buyckx: “Ik heb vrijheid nodig om te kunnen werken, en die heb ik bij journalistiek werk te weinig. Toen ik zeven jaar geleden solliciteerde bij De Standaard, heb ik dat meteen gezegd: ik wil niet tussen tien fotografen op een persevent gaan staan. Bij journalistieke fotografie moet je de feiten objectief rapporteren. Maar zelfs fotobijschriften zijn al te journalistiek voor mij. Ik wil zo weinig mogelijk woorden rond mijn beelden. Beeldredacteur Jan Desloover heeft dat goed begrepen en mij - en veel andere jonge fotografen - veel kansen gegeven. Ooit moest ik samen met een schrijvende journalist naar een streek in Bosnië, waar decennia na de oorlog weer etnische spanningen waren. Toen we dat onderzochten, bleek het nauwelijks wat te zijn: ‘O ja, dat is een uit de hand gelopen caféruzie’. Maar wat sta je dan te fotograferen, eigenlijk? Dan moet je zoeken naar een beeld dat bij het gevraagde thema past, terwijl je het echte leven vergeet te fotograferen. Dat voelde voor mij niet juist aan.”

“De voorbije twee jaar ben ik verschillende keren naar Kirgizië geweest. Dat land trok me al aan voor ik fotograaf werd. Ik had niet echt een plan, en ben uit een provinciestad beginnen liften tot aan de Chinese grens. De chauffeur vertelde dat hij even een pakje moest gaan afgeven in een dorp, een eind van de hoofdweg. Daar aangekomen zag ik kinderen een of andere sport beoefenen op paarden. Ik ben dat beginnen fotograferen, heb nog met veel moeite mijn rugzak opgehaald in de stad, en ben de dag erna teruggekeerd om een week in dat dorpje te blijven, zonder enige kennis van de taal. Dat kan je vooraf niet bedenken, dat scenario. Maar voor mij werkt het zo best. Ik werk het liefst zonder plan. Ik denk dat je authentieker werk maakt als je zonder veel voorbereiding vertrekt.”

“Natuurlijk kan je wel toevallig op nieuws botsen. Ik was deze zomer op vakantie in Albanië. Ik wist dat er 42

“Er heerst in de fotografie een dubbele moraal als het over echtheid gaat. Ik ben erg streng voor mezelf wat fotobewerking betreft. Stofjes op je sensor retoucheren, contrast aanpassen of je beeld in minimale mate bijsnijden, dat kan nog. Elementen uit je foto halen of toevoegen kan niet. Als ik een documentaire maak over


uit: “Horse Head” indianen in het Amazonewoud en ik photoshop wat extra pluimen op hun hoofd, dan is dat bedrog. Maar als een fotograaf zijn beeld in scène zet, en aan die indianen vraagt om een paar pluimen meer in hun haar te steken, heb je de waarheid ook geweld aangedaan. Het is een soort van fotobewerking op voorhand. De waarde van een foto schuilt net in de authenticiteit.”

“Fotowedstrijden brengen me opdrachtgevers van buiten het kleine België”

“Photographer of the Year bij de 2017 Sony World Photography Awards, dat betekende veel voor mij. Ik zit niet bij een agentschap en heb niemand die mijn werk vertegenwoordigt. Dat heeft zo zijn voordelen, maar het maakt me tegelijk moeilijk vindbaar. De meeste media kijken voor hun beelden naar de beeldbanken van agentschappen. Als ze op zoek zijn naar foto’s van Rio de Janeiro dan is de kans klein dat ze op mijn website terechtkomen. Zo ‘n wedstrijd winnen zet je toch internationaal op de kaart. Toen ik in m’n eerste jaar fotografie zat, won masterstudente Bieke Depoorter de Magnum Expression Award. Haar gedrevenheid en het feit dat ze niet snel tevreden is, merk je aan de kwaliteit van haar werk. Wat zij bereikte op zo’n jonge leeftijd gaf mij de moed om ook de wereld in te trekken.” 43


uit: “Pakistan” uit: “Horse Head”

44


uit: “Wolf” uit: “Horse Head”

45


uit: “Wolf” uit: “Horse Head”

46


uit: “Wolf” uit: “Wolf”

47


Zoë Fortie

“Ik haal meer voldoening uit mijn werk bij De Zondag dan bij Knack” Paul Cobbaerts politieke interviews weerklinken in andere media

Toen u op zondag 9 april 2017 een pistoletje bij de bakker ging halen, kon u in De Zondag lezen: “Beke ziet moslims als kiesvee.” Een uitspraak van Zuhal Demir die niet in de bakkerij bleef hangen. Het interview werd opgepikt door andere media, niet voor het eerst en het laatst. De journalist achter die interviews heet Paul Cobbaert (33), politicoloog en communicatiewetenschapper. “Ik laat mijn vrouw bijna altijd nalezen. Politiek zegt haar niets.” U bent na uw studies politieke- en communicatiewetenschappen bij De Zondag beland. Niet meteen het politieke blad bij uitstek? Paul Cobbaert: “Tijdens mijn studies werkte ik voor de Krant van West-Vlaanderen om iets bij te verdienen. Toen ik afstudeerde in 2008 ben ik meteen als zelfstandige begonnen. Begin 2011 kreeg ik de vraag van Lieven Mathys, toen hoofdredacteur van De Zondag, of ik zin had om de politieke katern uit te bouwen. Hij wou elke week minstens één uitgebreid interview. Ik zag dat onmiddellijk zitten. Het was de bedoeling dat De Zondag ook op politiek vlak een smoel kreeg. In 2012 mocht ik bij P-magazine beginnen, later ook bij Knack. Uiteindelijk kreeg ik bij De Zondag de kans om ook sport te brengen, sindsdien werk ik enkel bij De Zondag.” 48

Kan je als politiek wetenschapper voldoening halen door te schrijven voor De Zondag? Cobbaert: “De perceptie leeft misschien dat het prestigieuzer zou zijn om voor een opinieblad te werken. Ik heb dat gedaan bij P-magazine en Knack. Ik deed dat ongelooflijk graag, maar ik haal meer voldoening uit mijn werk bij De Zondag. Op sociale media merk ik dat we echt gelezen worden. P-magazine had een beperkter bereik. Stukken uit De Zondag worden ook veel sneller opgepikt in de andere media.” Hoe komt dat, denk je? Cobbaert: “Om te beginnen zijn we al de enige op


zondag. Je moet natuurlijk ook een goed interview brengen. Verder kijken dan de waan van de dag. Wij worden opgepikt omdat het goede interviews zijn. Politici willen ook wel wat vertellen aan ons. We hebben een oplage van 688.000 exemplaren en volgens de CIM-cijfers 1,5 miljoen lezers. Ik zie ook in mijn mailbox hoeveel politici graag in De Zondag willen staan. Bij het uitwerken van mijn stukken denk ik aan ons brede publiek. Ik wil dat iedereen de interviews kan begrijpen. Ik laat mijn vrouw bijna altijd nalezen - politiek zegt haar niets. Als zij zegt dat ze het allemaal begrepen heeft, dan weet ik dat het goed zit.”

“De Zondag moest ook op politiek vlak een smoel krijgen”

(dat werd het interview waarin ze Wouter Beke verweet ‘moslims als kiesvee te zien’, nvdr). Dan kom je andere dingen te weten. Zo werk ik.” Hoe bereid je een interview voor? Cobbaert: “Ik probeer alles te lezen wat over die persoon verschenen is. Het probleem in de journalistiek is dat er niet altijd tijd is om dat te doen, maar ik probeer die tijd wel uit te trekken. Dan bel ik ook even naar kennissen, om te checken wat een goeie vraag zou zijn. Zo komen nieuwe invalshoeken boven.”

Neerkijken

Waarderen andere kranten en journalisten De Zondag genoeg? Cobbaert: “Vroeger werd er misschien wat neergekeken op de gratis pers, maar dat is nu wel voorbij volgens mij. Ik lig daar niet wakker van. Als ik met andere journalisten spreek, zijn die altijd zeer positief over onze krant.”

Kan u dan gemakkelijk bekende politici strikken? Cobbaert: “In Vlaanderen hebben we daar geen problemen mee, maar in Wallonië wel. Dat komt omdat ze ons daar niet voldoende kennen, denk ik. Sowieso is daar altijd wat terughoudendheid om de Nederlandstalige pers interviews te geven, dat kan ook meespelen. Heel spijtig, ik zou graag premier Michel interviewen, maar dat lukt niet.”

Bij klanten van bakkerijen hoor je soms dat De Zondag een afkooksel van het echte nieuws is. Cobbaert: “Dat is perceptie, omdat De Zondag gratis is. Bij een betalende krant ligt dat anders. Wij brengen inhoud en advertenties fifty-fifty, daar kunnen we niet onderuit. Maar ik denk dat de waardering van de buitenwereld voor onze krant wel goed zit. Er wordt weleens gelachen dat De Zondag een krant is om je patatten op te schillen. Maar het is wel de béste krant om je patatten op te schillen!” (lacht)

Hoe maak je de keuze wie je zal interviewen? Cobbaert: “In het enige blad op zondag wil ik iets brengen wat die week nog niet in het nieuws is geweest. Ik vraag meestal aan politici of we die week de enige krant kunnen blijven aan wie ze een interview geven en dat wordt bijna altijd gerespecteerd. Zo kunnen we nieuws brengen. Toen Zuhal Demir staatssecretaris werd in februari, kwam ze daarmee in alle kranten. Ik wou in De Zondag een uitgebreid interview, maar pas in april

In december 2017 tweette u dat er citaten uit De Zondag worden overgenomen zonder bronvermelding. Cobbaert: “Ja, dat viel mij toen op. In enkele einde­ jaarsinterviews in Humo en Knack viel me op dat heel wat citaten uit interviews van De Zondag kwamen, zonder bronvermelding. Dat is jammer. Wij proberen als krant te groeien. Het is belangrijk dat je dan vermeld wordt. Maar als onze interviews tijdens het jaar worden overgenomen, is dat vaak wél met bronvermelding.”

Michel

49


50


mei • Radio 2 ontkurkt weer een fles • Vechten tegen nepnieuws

Achter het beeld

Iets anders Fotograaf Lieven Van Assche “Filosoof Etienne Vermeersch werd heel katholiek opgevoed, maar volgde na zijn jeugd een uitgesproken vrijzinnig pad. Dat religieuze verleden wilde ik op een natuurlijke manier weergeven, wat me ook gelukt is. De foto moest uniek zijn, iets anders dan de beheerste Vermeersch die we doorgaans te zien krijgen. De professor op rust is chaotischer dan de meeste mensen zouden denken.” “Ik maakte de foto voor de reeks De laatste rechte lijn in Het Nieuwsblad. Daarin blikken een aantal grote namen terug op hun leven. De fotoshoot duurde niet zo lang, na tien minuten had ik voldoende materiaal om aan de slag te gaan. Bij elke fotoshoot heb ik een heel duidelijk doel voor ogen en praat ik veel met de mensen die ik fotografeer. Dan vliegt de tijd voorbij.” 51


Luister je mee?

Alweer de grootste familie

31,84% - Radio 2 (VRT)

Wat is jullie geheim? Jan Knudde: “Onze troef is dat wij voortdurend vernieuwen, maar dat heel geleidelijk doen zodat de luisteraar het niet merkt. Een aflevering van De Madammen van tien jaar geleden lijkt helemaal niet meer op het programma dat ze vandaag maken. Daarnaast hebben we een heel breed publiek. We richten ons niet op één bepaalde doelgroep. Daarvoor is proximiteit heel belangrijk: onze onderwerpen sluiten aan bij de dagelijkse realiteit van de mensen en wij helpen hen die wereld beter te begrijpen. Met onze regionale programma’s bekijken we de wereld vanuit een realiteit die erg dicht bij de luisteraars staat. Een ander belangrijk kenmerk is dat wij een optimistisch uitgangspunt hebben. Dat is niet naïef. De media leggen de focus op negatieve uitschieters en tonen zo een vertekend beeld van de wereld. Wij gaan die uitschieters ook duiden, maar proberen evenveel aandacht te besteden aan zaken die wel goed gaan op kleine schaal.” Zijn er nadelen verbonden aan zo’n sterke marktpositie? Knudde: “Ja. Wij gaan er nooit van uit dat onze positie verworven is. Het blijft elke dag opnieuw timmeren aan de weg en knokken voor die plaats. Wij moeten mee evolueren. Het is niet zo dat de formule die wij nu hebben een garantie is op hetzelfde succes de komende tien jaar. Onze grootte is ook een nadeel, omdat we daardoor een heel divers publiek bereiken. Als er een nieuwe speler zich op een bepaald deel van dat publiek zou richten, maakt hij kans om een deel van onze luisteraars af te snoepen. Ook daar moeten we op letten.”

12,47% - Studio Brussel (VRT)

11,08% - Qmusic

10,20% - MNM (VRT)

Is er de ambitie om het marktaandeel nog groter te maken? Knudde: “Nee, niet echt. Wij bekijken vooral of we de mensen bereiken die we voor ogen hebben. Er zijn ondertussen andere zenders ontstaan die ook een goede programmering hebben. Soms verrast het ons dat we dit aandeel in de huidige markt kunnen behouden. We blijven er wel voor gaan, maar de lat hoeft niet hoger om 35% te halen.” (eh)

7,70% - Radio 1 (VRT)

7,26% - Joe 5,43% - Nostalgie (NL) 2,07% - Klara (VRT) 0,82% - TOP radio 52

Voorspelbaar, maar ook in 2017 was Radio 2 de Vlaamse radiozender met de beste luistercijfers. “We blijven de zender geleidelijk vernieuwen,” zegt netmanager Jan Knudde, “zonder onze eigenheid op te geven. Onze optimistische blik op de wereld is niet naïef maar realistisch.”


#RIProg

erm

oo r

e Frank Van Laeken @FrankVanLaeken 12 mei 2017 Er zou eens iemand een circulatieplan moeten opstellen om wegwijs te kunnen raken in de Gentse rectorverkiezingen. #ugentkiest

Stavros Kelepouris @stavrosklprs 4 mei 2017 ‘Partijen die zagen dat anderen in campagnemodus gaan, dat is toch een beetje als het baltsgedrag van slijkspringers’ #gehoordopderedactie

# pr esi d

e nt m a

cro

n

meest geklikt

meest geklikt in mei op DeTijd.be Carrièrekeuze kraakt of maakt uw pensioen

sprekend spraakmakend Time

29/05/2017 Russische invloed in Witte Huis

Een vrouw die 33 jaar werkloos was, zou een hoger wettelijk pensioen kunnen ontvangen dan haar vriendin die 40 jaar hard heeft gewerkt. Loopbaanjaren staan niet gelijk aan gewerkte jaren. De Tijd grijpt de kans om de ongerijmdheden binnen ons pensioensysteem onder de loep te nemen. Zo blijkt dat de carrièrekeuze een sterke invloed heeft op het pensioen. 53


“De oplossing voor nepnieuws ligt in handen van jou -rnalisten�


Tasha Vermeulen & Tine Verschueren

Fake news was op 3 mei 2017 hét thema van de World Press Freedom Day. Joyce Stroobant van het Center for Journalism Studies UGent wijst in lezingen op de vervagende invulling van het begrip. Voor de journalist die zich moet verdedigen tegen fakenewsbeschuldigingen, heeft ze advies. “Word persoonlijker”, bijvoorbeeld. Maar de journalist is niet de enige met huiswerk. Ooit was journalistiek de meest betrouwbare bron. Nu moeten journalisten zich vaak verdedigen, onder meer tegen de beschuldiging “fake news!”. Hoe komt dat? Joyce Stroobant: “Het publiek stelt enorm hoge eisen. Door individualisering en secularisering willen we meer over ons eigen leven beslissen. Niemand moet ons opleggen wat we wel of niet mogen geloven, en zeker geen God. Bovendien gaan aan politieke beslissingen vaak een resem wetenschappelijke studies vooraf. We eisen evidence based informatie, ook van journalisten. En dan duiken fake nieuwsberichten op in de sociale media. De cijfers zijn duidelijk: het vertrouwen in pers, politiek en wetenschap neemt daardoor af. Verschrikkelijk.” Draait de term fake news dan niet langer over het in vraag stellen van berichtgeving? Stroobant: “De term fake news irriteert me, want hij is een containerbegrip geworden. Hij wordt inderdaad vaak niet meer gebruikt om bepaalde berichtgeving in vraag te stellen, maar als beschuldiging. Premier Charles Michel (MR) verweet vakbonden en oppositie dat ze ‘nepnieuws’ verspreiden over de pensioenhervorming. In het politieke debat betekent zoiets dat de ene de andere beschuldigt van leugens. Uiteraard is het nog veel erger als een president de media begint te beschuldigen van fake news. De term mag dan wel hot zijn, niemand weet nog echt wat hij inhoudt.”

Wat kan een Vlaamse journalist doen om zijn geloofwaardigheid terug te winnen? Stroobant: “Enerzijds is het erg belangrijk dat journalisten een persoonlijke band proberen op te bouwen met de lezer. Journalistiek kan persoonlijker. Door te schrijven over de eigen leefwereld, bijvoorbeeld. De Standaard doet dat via ‘De correspondenten’, waarbij enkele journalisten zich vastbijten in een dossier dat nauw aanleunt bij hun eigen identiteit. Dat is de trend van personal branding. Mensen volgen, in plaats van een merk. Anderzijds moet een journalist ook steevast zijn bronnen aantonen. Transparantie is de nieuwe basis voor het vertrouwen tussen een nieuwsmerk en zijn lezer. De lezer die vertrouwen heeft in een medium zal bereid zijn geld te betalen voor die content. Vooral jongeren beseffen dat gratis nieuws niet volstaat. Zij kunnen vaak pas een abonnement nemen van zodra ze werken. Dat is wel een positief gevolg van nepnieuws, naast het feit dat ik nu meer uitgenodigd word om erover te spreken.” (lacht)

“Een journalist moet altijd zijn bronnen aantonen” Bieden socialemediakanalen zoals Twitter een geschikte omgeving voor nieuws? Stroobant: “Sociale media zijn een marketinginstrument geworden. Er zijn veel potentiële nieuwslezers aanwezig op die kanalen, maar media gebruiken ze als promotiekanalen. Sensationeel nieuws belandt op sociale media onder het mom van clickbait. Zo proberen journalisten ons naar een nieuwsmedium te lokken, ook al willen ze zich eigenlijk niet verlagen tot die techniek. Ze hopen dat lezers zo hun oog laten vallen op andere interessante, maar betalende stukken. Op dat punt hebben ze zich al laten vangen aan de digitalisering en gaat de kwaliteit van het nieuws er automatisch op achteruit. Enkel doorslaggevende, rechtstreekse cijfers 55


“Fake news vereist maatregelen op Europees niveau”

tellen spijtig genoeg nog voor onlineredacties, want die bepalen het belang van wanneer je iets post of met welke titel. Journalistiek moet helemaal niet binnen een kraam passen, maar uitdagen.” Hoe kan het publiek voor fake news behoed worden? Stroobant: “Het publiek, zowel jong als oud, heeft nood aan mediawijsheid of media literacy. Die oudere groep heeft de neiging om bronnen die ze altijd hebben gekend te vertrouwen. Jongeren vertrouwen Google en lukraak de eerste resultaten die daarbij opduiken. Ook de lay-out van een site trekt hen snel over de streep: als het er maar goed uitziet. Universiteiten en overheden moeten initiatieven opstarten die jong en oud leren omgaan met informatie.” Verschillende sociale media werken aan ‘trust indicators’. Die kunnen aantonen of een gedeeld nieuwsbericht van een betrouwbare bron komt. In hoeverre kunnen die fake news terugdringen? Stroobant: “In zekere mate, maar in feite is het een druppel op een hete plaat. Onderzoek naar die trust indicators toont aan dat ze allesbehalve perfect zijn. En als zo’n indicator een artikel aanduidt als onbetrouwbaar, werkt zo’n label mogelijk averechts: mensen blijven nieuwsgierig. Als artikels geen trust-label hebben, ontstaat er twijfel. Moet dit stuk minder kritisch gelezen worden of is het gewoon nog niet gecontroleerd? Sommige overheden zetten een stap in de goede richting. Zo heeft Duitsland sinds kort een wet over het aanzetten tot haat en nepnieuws. Platformen krijgen een dag om gedetecteerd fake news te verwijderen, anders dreigt een boete tot 50 miljoen euro. Duitsland handelt efficiënt door het distributiekanaal rechtstreeks aan te pakken, maar het probleem vereist eigenlijk maatregelen op Europees niveau.” 56

De Vlaamse overheid lanceerde in december met Statistiek Vlaanderen een nieuw netwerk voor openbare statistieken om onpartijdige en kwaliteitsvolle cijfers ter beschikking te stellen. Lijkt u dat efficiënt om fake news en valse cijfers tegen te gaan? Stroobant: “Politici durven soms verkeerde cijfers op tafel te leggen. Niet altijd uit kwade wil, vaak door te weinig dossierkennis. Journalisten zijn er om die cijfers te checken. Dat nieuwe netwerk van Statistiek Vlaanderen kan inderdaad een goed hulpmiddel zijn om cijfers transparant te maken. Zo toont de overheid dat ze eerlijk is tegen de burgers. De mensen kunnen de cijfers dan eenvoudig zelf opzoeken. Maar iemand die betaalt voor een krant, verwacht toch dat dat al voor hem gedaan wordt.” In het wetenschappelijk tijdschrift Intelligence publiceerden enkele psychologen van de Universiteit Gent een studie over de impact van fake news. Een van de bevindingen was dat informatie waarvan we nadien ontdekken dat ze incorrect is, toch een blijvende invloed kan hebben, zelfs bij expliciete ontkrachting. Stroobant: “Soms maakt een journalist een fout. Een correctie kan achteraf, maar die bereikt nooit evenveel mensen. Nepnieuws speelt in op menselijke zwakheden. Lezers willen nieuws dat binnen hun eigen kraam past. Dat heet confirmation bias. Iemand met rechtse opvattingen denkt minder kritisch na als hij een artikel leest over vandalisme door een allochtone jongere. Als nadien een rechtzetting aantoont dat het om een autochtoon blijkt te gaan, is daar minder aandacht voor.


Joyce Stroobant van het Center for Journalism Studies van de UGent: “Journalistiek heeft transparantie en personal branding nodig.”

©© Tasha Vermeulen

Het is angstaanjagend dat we in Europa de zwenk naar rechts maken. Nieuws over Soedanezen die verdrinken aan onze Europese kusten doet ons niets. Maar 50.000 handtekeningen verzamelen om een hond te redden die twaalf kindjes heeft gebeten, is geen probleem. Er is een overaanbod aan informatie. We proberen onszelf daartegen te beschermen door selectief om te gaan met nieuws. Distant suffering laat ons daardoor koud. We zijn informatiemoe geworden.” Hoe ziet u fake news evolueren in 2018 in Vlaanderen? Stroobant: “In Vlaanderen is nepnieuws momenteel geen probleem, maar de gemeenteraadsverkiezingen komen eraan. In 2018 zal de journalistiek dus meer dan ooit politiek nieuws moeten dubbelchecken. Voor mij lijkt de logische eerste stap in Vlaanderen: stop met die clickbait. Maar daar knelt het schoentje: het gaat over geld. We moeten investeren in journalistiek. Er zijn al veel indirecte steunmaatregelen, maar die lijken eerder

bedoeld als steun aan mediabedrijven dan dat het maatregelen zijn die de journalistiek werkelijk beter maken. Zo geeft de federale overheid structurele steun aan de grote mediahuizen via de bedeling van kranten en tijdschriften door bpost. Bovendien wordt disproportioneel weinig geïnvesteerd in nieuwe digitale mediamerken zoals Apache of Charlie Magazine. Het is begrijpelijk dat de federale overheid grote mediabedrijven steunt uit angst voor massale ontslagrondes, maar als je naar de feiten kijkt, lijken de subsidies hun doel gedeeltelijk voorbij te schieten. Je hoort wel vaker nieuws over ontslagrondes bij de mediahuizen en krimpende redacties. Gelukkig hebben we nog een sterke openbare omroep, met een fiks marktaandeel en de nodige middelen. Voor de kwaliteitskranten vormt die onlineberichtgeving helaas directe concurrentie. Hoe dat alles verder zal evolueren, weet ik niet. Ik ben benieuwd wat 2018 zal brengen.” 57


58


juni • Cijferkunde voor podcasts • Pascal Verbeken fileert Wilfried • Zelfdoding: journalistiek met handschoentjes

Achter het beeld

Altijd paraat Fotograaf Boumediene Belbachir “We zijn ergens aan de oostkust van Algerije. De lokale bevolking komt hier tot rust. Voor migranten, vaak tussen 16 en 24 jaar oud, is dit het beginpunt van een lange tocht over de Middellandse Zee om Europa te bereiken. Enkele mannen zijn iets aan het drinken, chillen. Hun blik gericht op de verre kust van Spanje, een plek die hen doet dromen van een beter leven.” “De man in beeld is een local. De golven van de zee brengen hem tot rust. Dat gevoel overheerste bij mij toen ook: sereniteit. Als ik de foto nu bekijk, voel ik dat nog steeds. Dat is wat ik zoek in een beeld.” “Mijn camera zit altijd in mijn zak, altijd paraat. Ik ben het soort fotograaf dat zijn foto’s niet maakt, ik zoek ze op. Het moet écht zijn.” 59


Kranten kiezen niet doordacht voor video “Kranten investeren in videonieuws omdat socialemediaplatformen als Facebook daarnaar vragen. Niet vanuit een redactionele visie.” Dat blijkt uit het Reutersonderzoek ‘investing online video’ bij negentien traditionele nieuwsbedrijven in Duitsland, Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Kranten moeten zich razendsnel aanpassen aan de mobiele revolutie. Nieuwsgebruikers verwachten steeds meer videonieuws wanneer ze op hun smartphones Facebook en andere sociale media openen. Videoformats genereren bovendien meer advertentiegeld. Om die redenen zetten redacties steeds meer in op korte nieuwsvideo’s. Ze doen het niet omdat het binnen de algemene strategie past. De onderzoekers noemen dat een kortetermijnvisie: “De kranten passen technisch hun eigen sites en platformen aan aan die kortevideoformats, zonder dat ze weten waar die snel veranderende digitale wereld naartoe gaat. Dat is een risico.” Opmerkelijk is dat krantenredacties sneller en drastischer kozen voor digitaal vernieuwende videoformats dan omroepen. (zf) 60

Nu ook analytics op podcasts Apple, dat het grootste aanbod podcasts heeft, zal eindelijk data over het luistergedrag vrijgeven. Podcastmakers wachten al lang op die analytics. Die kunnen hen helpen om in te schatten wie hun doelgroep is, hoe lang die blijft luisteren, bij welke stukken die afhaakt ... Ook adverteerders zijn maar al te benieuwd naar meer specifieke luisterdata. Hun wens wordt dan weer niet ingevuld. Apple zal de luisterdata anonimiseren zodat het voorlopig nog niet mogelijk is om specifieke doelgroepen te targetten. Jammer voor de podcastmaker, want voor die specifieke gebruikersdata hebben adverteerders best wel wat geld over. (zf)


# R IP he l

mut

koh

l

Paul Magnette @PaulMagnette 22 jun. 2017

#e xi t m a

y eu

r

Hartelijk dank voor de uitnodiging @PJDeSmedt, binnenkort zal ik ongetwijfeld veel tijd hebben om langs te komen đ&#x;˜‰

JoĂŤl De Ceulaer @jdceulaer 8 jun. 2017 Met @lauwkevdd en @PJDeSmedt heeft de VRT-nieuwsdienst twee absolute toppers in huis. Gaan altijd the extra mile.

meest geklikt

meest geklikt in juni op Charliemag.be No more monkey business

sprekend spraakmakend Charlie Hebdo 07/06/2017 Aanslag Londen

In een Suske en Wiske album verscheen een – zelfs naar stripnormen – erg karikaturale zwarte man. Meer aap dan mens, als je de tekening volgt. Dalilla Hermans moedigt de creatievelingen op sociale media aan om de controversiÍle prent om te zetten naar iets realistisch, onder de hashtag #nomoremonkeybusiness. Hermans bundelt de resultaten in een stuk voor Charlie Magazine. 61


Tine Verschueren

©© Michiel Hendryckx (CC BY-SA 4.0)

Journalist Pascal Verbeken wantrouwt mediagoeroes.

Waals Wilfried charmeert Vlaamse journalist

De wetten van Pascal Toen Pascal Verbeken zijn job bij Humo tien maanden onderbrak om Arm Wallonië te schrijven, ontdekte hij de schoonheid van trage journalistiek. Dat boek brengt hem - traag is mooi - tien jaar later op het spoor van Wilfried, het nieuwe Franstalige 62

magazine over Belgische politiek. “Ik wil schrijven voor Wilfried omdat ik wil weten of die over-hetmuurtje aanpak werkt. Het eerste nummer deed het goed in de verkoop en ik blijf vurig hopen dat het een succes blijft.” Vijf lessen uit een traag blad.


1. De lezer moet het lusten

4. Leer van de meesters

2. Breek de muur

5. Wantrouw goeroes

“Eind 2016 krijg ik een ambitieus voorstel van François Brabant, die me lang geleden interviewde voor Le Vif/L’Express. Zijn plan: een viermaandelijks politiek tijdschrift. Niet evident, want in België is ieder nieuw medium op papier toch trial and error. De lezer moet het lusten. Ik zat elf jaar bij Humo; tot 2005 schaarde een trouw lezerspubliek zich achter het blad. We sloten Humo af op vrijdag, dinsdag lag het in de rekken. Kranten hadden het hele weekend om met dezelfde onderwerpen aan de slag te gaan, om van de digitale media nog te zwijgen. De perceptie groeide dat Humo achterliep op de feiten. Een magazine als Wilfried moet het gevecht om de actuele stukken niet aangaan. Je kan gemakkelijk een jaaroplage in je bagage stoppen en doorbladeren in een strandstoel.”

“Voor media in België is de taalgrens een soort Berlijnse muur. Beide landsdelen zijn doorgaans niet mee met de politieke gang van zaken aan de overkant. Alleen de relletjes en het populisme worden opgepikt. Wilfried onderscheidt zich door over die muur te kijken. Het magazine brengt prominente Vlaamse figuren onder de Waalse aandacht. In Wallonië weten ze niet wie Zuhal Demir is. Wilfried maakt ruimte voor stukken over Vlaanderen. Niet alleen inhoudelijk, ook productioneel. Een vertaler heeft zijn tanden gezet in mijn reportage over de Brusseljaren van Charles Baudelaire. De foto’s bij dat stuk komen van Tim Dirven, een van onze beste reportagefotografen.”

“De trage journalistiek van Wilfried gaat in tegen de tijdsgeest binnen ons vak. Journalistieke opleidingen zijn massarichtingen geworden. Studenten kiezen voor die richting omdat ze niet weten wat ze willen of omdat ze glamour hopen te vinden in het mediawereldje. Die is er helemaal niet. Ik kan die aantrekkingskracht niet goed plaatsen. Journalistiek is geen nine to five, maar in het beste geval five to nine. Je moet dat heel je leven kunnen volhouden. Dan zie je studenten die amper een Nederlandse zin op papier krijgen. Als je niet nieuwsverslaafd of leergierig bent, dan kom je er niet. Studenten moeten boeken verslinden over hoe de meesters in de journalistiek werkten. Een muzikant speelt toch ook vijftig keer hetzelfde nummer om te leren hoe het in elkaar zit?”

“Gedrukte media kunnen vandaag slechts een beperkt publiek bekoren. Fenomenen rond het lezen van kranten en tijdschriften veranderen razendsnel. Ik zat van jongs af aan op redacties, dus ik heb het allemaal zien gebeuren. Ik hoed mij voor goeroes die op conferenties uitleggen hoe het printlandschap van morgen eruit ziet. Het is nu eenmaal een verwarrende tijd. We kunnen hoogstens standhouden en van dag tot dag leven. Dat heb ik ook met mijn carrière gedaan: doen wat me goed lijkt op het moment zelf. Arm Wallonië heeft voor mij de deur naar Wilfried geopend. Ik schrijf momenteel een boek over de Brusselse geschiedenis, weliswaar met een actuele insteek. Geen idee welke deuren dat op termijn zal openen.”

“Alleen bij verkiezingen ontdekken Vlaamse media dat onder Brussel nog een Franstalig deel ligt dat ook iets te zeggen heeft. Die belangstelling zwakt telkens weer af. Je kan wel dromen van een Vlaamse tegenhanger van Wilfried, maar zo’n project kan je alleen tot een goed einde brengen met de juiste mensen. Achter Wilfried staat een sterk duo: hoofdredacteur François Brabant en bladenmaker Quentin Jardon. Maar sterk journalistiek werk is nog geen garantie, dat heeft het literaire Nieuw Wereldtijdschrift uit de jaren tachtig wel bewezen. Een Vlaamse Wilfried moet niet per se, maar waarom zouden de weekendbijlagen van onze kwaliteitskranten niet wekelijks één lang stuk over Brussel of Wallonië kunnen brengen?”

©© Foto Wilfried

3. Weekendbijlagen: ga Waals!

“Wilfried durft als enige over het Vlaamse muurtje te kijken.” 63


64


Phaedra Vergeylen

Trigger warning

“Zelfdoding is niet iets waarover we moeten zwijgen” Juni 2017. In het parlement rijzen vragen over de manier waarop de media bericht hebben over de zelfdoding van een 15-jarige jongen uit Ninove. Het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie had nochtans opgeroepen om niet over deze zaak te communiceren. Berichtgeving over zelfdoding kan immers mensen triggeren tot wanhoopsdaden. “Het is net onze taak om over maatschappelijke fenomenen te berichten”, zegt Dimitri Antonissen, hoofdredacteur van Het Laatste Nieuws. “De beste berichtgeving over zelfdoding is geen berichtgeving”, vindt Lore Vonck, coördinator en voorzitter van Werkgroep Verder. Dat is het Vlaams kenniscentrum inzake preventie en interventie van zelfdoding maar ook het aanspreekpunt voor nabestaanden, bedrijven en media. “Doe je het toch, houd je dan aan de mediarichtlijnen die we samen met experten rond zelfdoding hebben opgesteld.” Het was een goedbedoeld telefoontje van een journaliste dat het medialandschap in juni op stelten zette. Toen op 13 juni een tiener van 15 uit het leven stapte pleegde,

kreeg een journaliste, die liever anoniem wenst te blijven, van de redactie de opdracht om ter plaatse over de wanhoopsdaad te berichten. Ze wilde zich houden aan de richtlijnen rond zelfdoding en belde Vonck op met de vraag over hoe ze de richtlijnen moest interpreteren. Na het telefoontje zagen we in dat we moesten reageren. We verstuurden naar alle redacties een persbericht met het verzoek niet te berichten over de zelfdoding in Ninove. Net te laat, want ondertussen had het nieuws (en ook enkele pijnlijke details) zich al verspreid als een lopend vuurtje.”

Correct gehandeld

Bijzonder aan het verhaal was dat de tiener vlak voor zijn wanhoopsdaad online een naaktfoto van zichzelf had gezien die hij tijdens een sextingconversatie had verstuurd. “Dat was voor ons de belangrijkste aanleiding om over die zaak te schrijven”, zegt Dimitri Antonissen, hoofdredacteur van Het Laatste Nieuws. “Ik geloof dat terughoudendheid nodig is. Dat is ook het enige onderwerp waar er richtlijnen over zijn. Maar over maatschappelijke fenomenen als sexting kunnen we als 65


“De beste berichtgeving over zelfdoding is geen berichtgeving”

journalisten toch niet zwijgen.” Volgens de mediarichtlijnen is het belangrijk te benadrukken dat er niet één, maar meerdere oorzaken spelen, en zo weinig mogelijk details te geven over de zelfmoord. “Dat onderschrijf ik graag. Maar mensen kennen wel de algemene methoden om zelfmoord te plegen. We moeten maatschappelijke fenomenen durven benoemen. Voor mij is zelfs zelfdoding iets waar we over moeten praten.”

Vonck begrijpt dat argument. “Maar dan zie ik liever de aanpak van Knack. Zij hebben helemaal niet over de zelfdoding bericht, maar nadien wel een opiniestuk geschreven over sexting. In dat artikel verwijzen ze kort naar ‘een bepaalde zelfdoding’ waarbij sexting een van de vele oorzaken was. Maar verder gaat het hele stuk over het fenomeen sexting. Dat is toch voldoende?”

Antonissen wordt hierin bijgestaan door Dirk Depover, woordvoerder van Child Focus, de Stichting voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen. “Een zekere terughoudendheid is nodig, maar de journalisten hebben wat mij betreft correct gehandeld. Het is zelfs schadelijk om niet over fenomenen als sexting en de mogelijke gevolgen ervan te berichten.”

Na de berichtgeving ontstond er steeds meer commotie. Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen uitte in het Vlaams Parlement zijn frustratie over de media. Het leidde tot een overleg tussen alle hoofdredacteurs, minister Vandeurzen en de organisaties die rond zelfdoding werken. Antonissen is tevreden met dat overleg. “We voelden begrip en vonden een nieuwe vorm van samenwerking. Uit de waslijst van aanbevelingen zijn vier belangrijke klemtonen gehaald waarin we ons kunnen vinden: de zelfmoordlijn vermelden, overbodige details vermijden, benadrukken dat zelfmoord nooit één oorzaak heeft en een boodschap van hoop brengen.”

Child Focus wijst dagelijks op de risico’s van sociale media: “Sexting duidt op gezond jongerengedrag. Ze sturen in vertrouwen naar elkaar naaktfoto’s. Soms schaadt iemand het vertrouwen waardoor de foto’s publiek worden. Wij willen die risico’s aankaarten. We doen dat aan de hand van toneelstukken, lespakketten op scholen maar ook via de media, uiteraard met respect voor de nabestaanden en de betrokkene.” 66

“Wanneer je toch bericht, doe het dan volgens de mediarichtlijnen”

Waslijst

Wie vindt dat media te ver gaan en de mediarichtlijnen overschrijden, kan bij de Raad voor de Journalistiek een klacht indienen. Zo ver wil Vonck niet gaan. “Ik geloof in


berichten over zelfdoding “Het zou erg zijn dat we niet maatschappelijk kunnen berichten uit angst voor kopieergedrag”

ELF richtlijnen 1. geef juiste informatie 2. geef hoop 3. beperk bereik en hoeveelheid berichtgeving

dialoog. We komen nergens als wij de media aanklagen.” Na de case merkt Vonck zelfs een positieve verandering in de media. Steeds meer journalisten mailen de Werkgroep Verder om hun artikels na te lezen voor publicatie. “Ik zag ondertussen ook dat in de onlineberichtgeving over de zaak in Ninove een aantal details zijn aangepast. Dat geeft me vertrouwen. Wij blijven honderd procent achter onze richtlijnen staan, maar aanvaarden ook dat journalisten het recht hebben om te schrijven wat ze belangrijk achten. Wij zullen er daarnaast wel voor zorgen dat wij ons werk doen”, aldus Vonck. Hoewel de kernpunten nu duidelijker zijn voor de media, blijft de oorspronkelijke lijst van mediarichtlijnen behouden. “De richtlijnen zijn opgesteld in samenwerking met de eenheid voor zelfmoordonderzoek van Universiteit Gent. Voor ons blijven alle richtlijnen relevant en kan de naleving zelfdodingen voorkomen. Dat blijkt trouwens uit wetenschappelijk onderzoek”, voegt Vonck nog toe. De mediarichtlijnen worden jaarlijks geëvalueerd en krijgen een update in 2019. Heb je vragen over zelfdoding? Zelfmoordlijn 1813

4. gebruik de term ‘zelfdoding’ 5. zorg voor omkadering 6. vermijd details 7. vermijd dramatisering 8. respecteer de privacy 9. vermijd foto’s, details van de zelfdoding en de methode 10. plaats geen foto’s van de overledene persoon tenzij toestemming 11. verstrek informatie over hulpverleningsmogelijkheden bron: Werkgroep Verder


68


juli • Freelancer tekent contract • Nieuwsmerken op sociale media • Sports Late Night meets Murphy

Achter het beeld

De keuze Fotograaf Kristof Vadino “De jongen huurt dit huisje in Agadèz, een woestijnstad in Niger, samen met een aantal andere migranten. Er is geen water of elektriciteit. Door Dokters van de Wereld kon ik dat getto betreden.” “Hij komt uit Ghana en zit zonder geld door verschillende grenscontroles. De politie is corrupt, soms slaan de agenten de jongens. Nu staat hij voor een keuze: ofwel keert hij terug, wat een schande zou zijn voor hem en zijn familie, ofwel sprokkelt hij wat geld bijeen om naar Europa te migreren.” “Vroeger kon hij wat bijverdienen in de stad. Maar de EU wil arbeidsmigratie in Afrika aan banden leggen waardoor de economie van Agadèz in het slop zit. De Unie belooft wel compensaties, maar ik heb het daar met eigen ogen gezien: dat is bullshit.” 69


Of toch liever een vast contract?

NieuwE REGELS voor freelancers ©© Damon De Backer

Vakblad De Journalist vulde het julinummer met de nieuwe fiscale regels voor freelancejournalisten. Verschillende interpretaties van de oude wetgeving zorgden er vaak voor dat journalisten zich grotendeels lieten vergoeden voor auteursrechten. Dat was financieel interessanter, aangezien die minder werden belast. Maar de fiscus oordeelde dat het systeem onterecht werd toegepast. Behoorlijk technische materie. Katrin Swartenbroux, the journalist formerly known as FakePlasticRuby, werkte jaren als freelancer voor verschillende titels van Roularta. Hoe kijkt zij naar de aanpassing van het freelancestatuut, nu ze het ruilt voor een vast contract bij De Morgen? “Het is goed dat er eindelijk duidelijke regels zijn rond het factureren voor freelancers. De dubbele interpretatie leidde tot erg trieste situaties. Ik ken collega’s die plots duizenden euro’s achterstallige betalingen moesten afdragen aan de fiscus, omdat hun verdeelsleutel niet juist zat. Die duidelijkheid is er nu, maar de nieuwe regeling zal toch voor veel freelancers uitkomen op een loonsverlaging.” “Het zou al veel helpen als studenten meer informatie krijgen over het leven als freelancer. Lectoren moeten uitleggen wat de Kruispuntbank is en hoeveel een boekhouder kost. Ook de overheid zou jonge zelfstandigen wat meer kunnen ondersteunen. Jong geweld wil zich niet altijd in het keurslijf van een bedrijf persen. Het maakt voor hen niet uit dat ze zeven op zeven moeten werken, want ze willen hun droom waarmaken. Freelancers willen hun vrijheid zelf invullen.” “Op zich is freelancen een mooi concept. Je bepaalt je eigen uren, kiest vaak je eigen onderwerpen en de media waarvoor je wilt schrijven. Startende journalisten hebben soms geen andere keuze dan als freelancer de markt op te gaan. Maar je moet sterk in je schoenen staan. Het blijft knagen dat je weinig zekerheid opbouwt. Ik heb bewust gekozen om te freelancen, maar dat was zeker beïnvloed door de realiteit van het medialandschap.” 70

“als ik morgen over een stoeptegel struikel en mijn pols breek, dan is dat geen ramp” Katrin Swartenbroux.

“In het begin strookte m’n droombeeld van het free­ lancen wel met de realiteit. Het was heel fijn om een nacht door te werken, laat op te staan, te brunchen met vriendinnen en dan pas aan het werk te gaan. Hoe meer verantwoordelijkheden ik kreeg, hoe minder het aanvoelde als freelancen. Uiteindelijk zat ik toch op een redactie te coördineren van negen tot vijf. De euforie vermindert als je beseft hoeveel kosten erbij komen kijken, dat je vooruit moet plannen, een boekhouder moet nemen ... Die dingen kunnen in je gezicht ontploffen.” “Nu ik een vast contract bij De Morgen tekende, kan ik me niet ontdoen van een gevoel van waardering. Het is fijn om te voelen dat een werkgever in jou wil investeren. En als ik morgen over een stoeptegel struikel en mijn pols breek, dan is dat geen ramp.” (nv)


#fiproni

re n

l eie

Renaat Schotte @wielerman 16 jul. 2017 Mijn eerste baas bij de VRT. Je eeuwig dankbaar voor de job, Marc. Sterkte aan familie en vrienden. #ripStasse

Hoofdzaken @dwvdevriese 25 jul. 2017 ’t Is gezonder dat een partijvoorzitter openlijk tekeergaat tegen een journalist dan dat hij achter diens rug de uitgever om ontslag vraagt.

#e xit g

e e r t v ers ni

ck

meest geklikt

meest geklikt in juli op Visie.be Begroting: niet uitgaven, maar ontvangsten zijn het probleem

sprekend spraakmakend The Economist

08/07/2017 Problematisch Duits handelsoverschot

“Traditiegetrouw legt men bij het begrotingsdebat de focus op de uitgaven, terwijl de federale regering veel beter voor fiscale rechtvaardigheid zou kiezen aan de inkomstenzijde”, aldus Visie. De helft van de bedrijven betaalt geen vennootschapsbelasting, volgens de cijfers van de Hoge Raad voor Financiën. Beweging.net, MOC, ACV en CM leggen twaalf voorstellen op tafel om de ontvangsten rechtvaardiger te maken. 71


72


Florus Tack

Posten, zien & zwijgen Sociale media nog te vaak eenrichtingsverkeer voor nieuwsmerken

“Nieuwsmerken beantwoorden te weinig vragen op sociale media”, vindt professor nieuwe media en journalistiek Michaël Opgenhaffen (KU Leuven). “Ze laten daardoor kansen liggen om lezers loyaler te maken.” En nu het algoritme van Facebook alweer wijzigt, herzien nieuwsmerken maar beter hun socialemediastrategie. Wat kan, wat mag, en vooral: wat werkt? Wie in het voorjaar van 2017 wilde reageren op een Facebookpost van Sporza, dacht daar maar beter twee keer over na. Met quotes uit de cultserie Willy’s en Marjetten, moppen - al dan niet met baard - en een dozijn liedjesteksten maakte toenmalig moderator Jochem Maes elke zure reactie genadeloos af. De Sporzamoderator werd even wereldberoemd in digitaal Vlaanderen. Dat een gerespecteerd nieuwsmerk zo ver durfde gaan: dat was nieuw. “Ik vond dat Sporza veel te stijf reageerde”, vertelt Jochem Maes. “Jongeren, die toch het belangrijkste doelpubliek van het sportmerk zijn, spreek je bijvoorbeeld niet aan met ‘u’. Ik wilde weten hoever je als nieuwsmerk kan en mag gaan op sociale media.” Die grens opzoeken deed Maes niet alleen. Want wat voor de één een hilarisch antwoord is, kan voor de ander kwetsend zijn. “Als ik twijfelde of een mopje of een reactie tegen de schenen zou schoppen, overlegde ik eerst even met de eindredactie”, legt de ex-moderator uit. In juni vertrok Maes bij Sporza, omdat hij creatieve uitdaging miste.

Provoceren

De Sporzamoderator liet een frisse wind door het Vlaamse socialemedialandschap waaien. Berichten werden gretig geliket en gedeeld, en veel meer mensen lazen op sporza.be welke ploeg nu weer de meeste ballen in een doel had getrapt. Betekent dat dat andere nieuwsmerken de provocerende strategie-Maes kunnen kopiëren? Zo simpel is het uiteraard niet. Neem bijvoorbeeld VRT NWS, waar net iets meer wordt ingezet op neutraliteit dan bij Sporza. Facebookposts over politiek en economisch nieuws worden droog geformuleerd. Daarover berichten met bijhorende meme: not done. “Sportnieuws roept veel meer emoties op dan ander, hard nieuws”, vertelt Frederik Defossez, socialemediamanager bij VRT NWS. “Mensen zouden helemaal anders naar VRT NWS kijken als we plots de Sporzatoer opgaan.” En dat is de kern van de zaak. De reden waarom de grappen van Jochem Maes succesvol waren bij Sporza, is omdat ze passen bij de identiteit van het merk. Al in 2004 besliste het sportmerk dat het een ‘betrouwbare sportzender wil zijn, waar plaats is voor humor’. Die lijn wilde Maes doortrekken naar de sociale media van Sporza. En ‘die lijn doortrekken’, is essentieel. Om het met een ander voorbeeld te zeggen: als De Morgen verkondigt dat ze als een zalm tegen de stroom wil inzwemmen, moet dat ook te zien zijn op de sociale media van die krant. “Socialemediakanalen van nieuwsmerken zijn een verlengstuk 73


“Nieuwsmerken zijn te vaak meegegaan in de klikdynamiek van sociale media” Jo Caudron CEO Duval Union Consulting

van hun andere kanalen”, zegt Jo Caudron, digitaal strateeg bij Duval Union Consulting. “Daar moeten overal dezelfde regels worden gehanteerd over wat wel en niet kan. Je kan wel zeggen: op sociale media zijn we net iets losser. Maar belangrijk is dat die stijl binnen de merkcode en deontologische code past.”

Dynamiek

Toch zie je steeds meer klassieke media de grenzen opzoeken, merkt professor Opgenhaffen op. “Socialemediamanagers posten berichten die wat op het randje zijn, omdat ze zien dat zulke berichten heel veel likes, commentaren en clicks met zich meebrengen”, legt hij uit. “Maar het is niet omdat een bericht populair is dat de kwaliteit ervan navenant is. Likes en commentaren zeggen niets over de journalistieke waarde van een stuk.”

De opportuniteit ligt volgens Van Peteghem in een unieke identiteit die de eerder luchtige stukken en het harde nieuws met elkaar verbindt. Denk maar aan De Standaard die, volgens socialemediamanager Sylvie Van Ginneken, op elk platform of medium hetzelfde imago wil hebben, maar wel experimenteert met luchtige zestigsecondenfilmpjes.

De grens tussen de eigen journalistieke waarden en de honger naar clicks en likes is dun. Een identiteit bepalen is één ding, een imago creëren een ander. Vandaar dat de bal weleens wordt misgeslagen, vindt Caudron. “De laatste tien jaar zijn te veel nieuwsmerken meegegaan in de klikdynamiek van sociale media”, verduidelijkt hij. “Ze gaan ervan uit dat mensen op sociale media een snelle hap willen. Dat klopt wel, maar het moet daarom niet de taak zijn van die nieuwsmerken om die te serveren.”

Stukken posten op sociale media doen nagenoeg alle nieuwsmerken, reageren op reacties onder die posts niet. Een blik op de Facebookpagina van een willekeurig Vlaams nieuwsmerk leert dat de interactie met lezers veeleer beperkt blijft. Bij VRT NWS maken ze soms een nieuw artikel om antwoord te bieden op veelgestelde vragen, De Morgen en De Standaard beperken de interactie met hun lezers op socialemediakanalen tot antwoorden op pertinente vragen of flagrante onwaarheden weerleggen.

Wat niet wil zeggen dat het uit den boze is voor een kwaliteitskrant om eens een minder diepgaande video te posten. “Het is een illusie om te denken dat er ‘De Standaardlezers’ of ‘De Tijdlezers’ zijn”, vindt Dado Van Peteghem, digitaal strateeg bij Duval Union Consulting. “Mensen zitten heus niet alleen te wachten op kwaliteit. Ze kijken ’s avonds naar Temptation Island en lezen de volgende ochtend een diepgravend artikel over het opblazen van Samen in De Tijd.” 74

“Nieuwsmerken spelen hun eigen identiteit nog niet goed genoeg uit op sociale media”, vindt Van Peteghem. “Het is moeilijk om je te onderscheiden met nieuws”, zegt hij. “Maar elk nieuwsmerk heeft wel iets unieks dat nog veel meer naar voren kan komen op sociale media. Kijk maar naar influencers die met een unieke tone of voice erg populair zijn op sociale media.”

Conversatie

“Sociale media zijn nog te veel pushmedia voor nieuwsaccounts”, zegt Opgenhaffen. “Ze reageren te weinig op hun volgers. Mensen krijgen daardoor het gevoel: dit brengt niet op, dit moet ik niet meer doen.” En dat terwijl vragen als ‘wat vindt u van dit voorstel’ of ‘waar gaat u deze zomer op reis’ schering en inslag zijn bij nieuwsmerken. “Dat doen ze simpelweg om engagement uit te lokken”, weet Opgenhaffen. “Dan verschijnt dat artikel ook in de tijdlijn van vrienden die het nieuwsmerk


“De manier waarop journalisten tweeten, straalt af op hun nieuwsmerk” Michaël Opgenhaffen professor nieuwe media en journalistiek KU Leuven

misschien nog niet volgen. Dat met die vraag weinig of niets gedaan wordt, dateert al van toen nieuwsmerken of journalisten op blogs zaten, maar ook zelden of nooit antwoordden op lezersreacties. Ik vrees dat die eenrichtingsstrategie de gebruiker op lange termijn paradoxaal genoeg passiever maakt.”

Trollentactiek

Dat heeft Facebookbons Mark Zuckerberg uiteraard heel goed begrepen. Sociale media zijn niet bedoeld voor eenrichtingsverkeer, vindt hij, dus krijgen posts waaronder mensen met elkaar discussiëren voortaan meer aandacht in de tijdlijn. En dat betekent dat investeren in die conversatie met lezers heel belangrijk wordt, de komende tijd. “Als nieuwsmerken echt willen inzetten op sociale media, hebben ze mensen nodig die in de reacties duiding geven bij het nieuws en vragen beantwoorden”, zegt Van Peteghem. “Daardoor kan je ook mensen aan je binden: als je als nieuwsmerk altijd een duidelijk antwoord biedt op inhoudelijke vragen, dan zullen mensen terugkeren naar je socialemediapagina.” Nog een voordeel aan interactie met lezers: terrein terugwinnen van trollen. “Ik denk dat het niet-reageren van sommige nieuwsmedia ervoor zorgt dat trollen vrij spel hebben”, meent Jan Seurinck, digitaal strateeg bij adviesbureau WIT. “Neem nu de racistische reacties over Miss België. Als je als medium zegt: die mevrouw heeft een Belgisch paspoort, dus we gaan hier geen discussie voeren, neem je wat wind uit de zeilen van die trollen. En dat kan zonder in te boeten aan objectiviteit.”

Authenticiteit

Evenzeer nieuw in het algoritme van Facebook: meer berichten van personen, minder van bedrijven en organi-

saties. Ook dat zal een impact hebben op de socialemediastrategie van nieuwsmerken: individuele journalisten die een link naar hun artikel posten, en daaronder in discussie gaan met lezers, zullen doeltreffender zijn dan de officiële accounts van nieuwsmerken. Daar zetten veel nieuwsmedia nu al op in. Rudi Vranckx, bijvoorbeeld, heeft eigen socialemediakanalen. Bij De Morgen is Joël De Ceulaer haast een merk op zich, en bij De Correspondent verloopt de communicatie met lezers voornamelijk via persoonlijke nieuwsbrieven. Dat heeft enkele voordelen. Zo communiceren mensen liever met een persoon van vlees en bloed, dan met een account van pakweg een krant. Maar journalisten posten het best niet om het even wat op sociale media. “De manier waarop individuele journalisten tweeten straalt af op het nieuwsmerk waarvoor ze werken”, vertelt Opgenhaffen. “Dat vraagt voorzichtigheid. Het is balanceren op een slappe koord tussen je authenticiteit en geloofwaardigheid, en het gevaar dat je het professionele imago van jezelf én je werkgever beschadigt.” We mogen ons wel niet miskijken op de vele journalistenaccounts, vindt Opgenhaffen. “Mensen die in de journalistiek werken, volgen veel journalisten. Maar de gemiddelde Vlaming volgt hoofdzakelijk nieuwsaccounts. Dat officiële account blijft dus belangrijk.” En wat als een bekend journalist overstapt naar een ander medium? Dan gaan het imago en de schare volgers natuurlijk mee. “Dat hoort erbij, journalisten wisselen nu eenmaal gemakkelijk van werkgever”, vindt Van Peteghem. “Maar net daarom leggen nieuwsmerken hun eieren best niet allemaal in dezelfde mand. De Morgen, bijvoorbeeld, mag niet denken dat ze kunnen leunen op de tweets van Joël De Ceulaer. Ze moeten minstens even actief zijn op hun officiële accounts.” 75


Yannick Deleebeeck

“De wet van Murphy is onverbiddelijk” De publieke groeipijnen van Sports Late Night

Het regende kritiek na het debuut van Sports Late Night, het nieuwe programma op VIER dat de sportverslagen bundelt. Het magazine kampte met technische problemen, wist niet meteen te overtuigen en werd een schietschijf op sociale media. Tot de zomer was het VTM-programma Stadion de vaste afspraak voor de voetballiefhebber. Dit jaar zijn de samenvattingen van de Jupiler Pro League terug te vinden op VIER en op Play Sports, het sportportaal van Telenet. VIER stak zijn ambities niet onder stoelen of banken en wou met het programma Sports Late Night het laatavondslot domineren. Maar al in de eerste uitzending liep het mis, en ook de volgende dagen bleven de fouten zich opstapelen. Een wedstrijdverslag werd twee keer uitgezonden, een reclameblok zat te vroeg in de uitzending, er was hoorbare communicatie tussen de presentator en de regie, het geluid viel weg. Daarnaast was er ook kritiek op de expertise van studiogasten.

Vertraging

“De vele technische problemen bij de start waren het gevolg van een productionele knoop”, verduidelijkt Tom Gemoets, hoofdredacteur van Play Sports en Sports Late Night. “Het programma vertrekt live naar beide kanalen, maar bij VIER zijn de reclameblokken enkele minuten langer. Daardoor wordt er een vertraging van enkele minuten opgebouwd. Op het moment waarop 76

Sports Late Night hervat wordt, moet de regiekamer beslissen waar het fragment van VIER vertrekt. En daar is het misgelopen.” Jurgen Switsers, redactiechef van Sporza herkent de machteloosheid: “Livetelevisie is een complex proces met veel technologie. Je moet je neerleggen bij technisch falen.” Gemoets: “De kijker verwacht dan een verontschuldiging, maar in het geval van Sports Late Night was dat niet mogelijk, want voor de Telenetkijkers was er op dat moment niets aan de hand. Moeilijk. Na de uitzending hebben we de tijd genomen om ons bij de kijker te excuseren en vragen van kijkers en journalisten te beantwoorden om de context te verduidelijken.” In dit geval had de redactie het probleem met de vertraging vooraf kunnen inschatten, maar Gemoets wil liever niemand met de vinger wijzen: “Ons werk is net als voetbal een teamsport waar ieder zijn of haar taak opneemt. Op het einde van de rit ben je als groep verantwoordelijk, ook als het misloopt.” “De wet van Murphy is onverbiddelijk”, voegt Switsers toe. Wij hebben een stroompanne gehad tijdens het wereldkampioenschap wielrennen in 2017. Een perfecte uitzending, maar op twee kilometer van de finish viel het beeld weg. Daar kan je onmogelijk op anticiperen. Nadien neem je voorzorgsmaatregelen, maar je kan nu eenmaal niet alles uitsluiten bij livetelevisie.”


©© SBS Belgium

“Het gevaar bestaat dat er onzekerheid in de ploeg binnensluipt”

Presentatoren Gilles De Coster, Bart Raes en Geert De Vlieger: ervaring helpt om kritiek te plaatsen

Onzekerheid

Sports Late Night werd met die eerste aflevering meteen trending op Twitter. En niet positief natuurlijk. “Allesbehalve fijn”, geeft Gemoets toe. “De redactie van Play Sports levert een inhoudelijk perfect programma, maar wordt dan toch bekritiseerd omdat de weergave niet volgens de norm verloopt. Sommige kijkers en critici verwijten Sports Late Night dat het een nieuw concept is, waarbij de crew nog voeling moet krijgen met sport. Dat klopt niet. Het hele team van Play Sports heeft jaren ervaring met livetelevisie én met sport. Dat helpt om de kritiek te relativeren. Het gevaar is wel dat er na zo’n ge-

val van overmacht onzekerheid komt binnensluipen. Dat gevoel zindert na en dat neem je mee naar huis. Maar tijdens de uitzending mag die tegenslag geen negatieve impact hebben op de flow.” Bart Raes, een van de presentatoren, gaf na de uitzending toe dat de kritiek terecht was. “Uiteindelijk heb je de sociale media niet nodig om te weten wat er misloopt”, zegt Gemoets. “De kijker wil graag een afgewerkt product zien, en dat ging technisch fout. Maar inhoudelijk staan we, volgens mij, nog steeds bijzonder sterk en kan ik de redactie absoluut niets verwijten.” 77


78


augustus • Een dip in de curve • Een journalist als reisgezel

achter het beeld

Boef Fotograaf Wouter Van Vaerenbergh “Wie beter dan Boef om de grote nieuwsthema’s van 2017 in één beeld te vatten? Hij is een nieuw cultureel popfenomeen dat tegelijk past bij en botst met de hedendaagse tijdsgeest. Met zijn recente controversiële uitspraken wordt hij ook op de #MeToo-hoop gegooid.” “Daarnaast toont hij ook duidelijk de breuklijn tussen verschillende generaties. Hij is groot geworden zonder de traditionele media. Door zichzelf te filmen en dat vervolgens op het internet te gooien, heeft hij niemand nodig gehad om met Habiba een monsterhit te scoren. Dat is iets nieuws voor mijn generatie, maar normaal voor de huidige jongeren.” “De fotoshoot moest heel snel gebeuren, maar het was een heel vriendelijke kerel. Ik heb hem later een paar keer zien optreden. Iedereen kent zijn teksten, dat verbaasde me wel. Afgelopen jaar is die Nederlandse hiphop echt doorgebroken.” 79


“Bouwen kan niet zonder obstakels”

VRT NWS na de dip

Nu we niet langer om 19 uur collectief voor de buis zitten, moet de openbare omroep proberen via digitale kanalen een breed publiek te bedienen. Zo hadden de VRT en de Vlaamse overheid de vernieuwing van deredactie.be al ingeschreven in de beheersovereenkomst van 2016. Pas na de zomer van 2016 voegt Brecht Decaestecker zich bij VRT Nieuws als hoofdredacteur digitaal. De lancering van VRT NWS liep een kleine vertraging op, en luidde een stevige dip in de bezoekcijfers in. Hans Van Goethem, woordvoerder van de VRT, benadrukt de noodzaak van een stapsgewijs proces. De eerste testfases van VRT NWS gebeuren dicht bij huis. “In 2016 motiveerden we VRT-medewerkers al om het platform mee te testen”, aldus Van Goethem. “Die usability tests breidden we langzaam uit naar andere groepen, zoals studenten journalistiek. Op een bepaald punt moet je wel de sprong maken naar het grote publiek, zij zijn de ultieme testgroep.” In de laatste week van augustus 2017 is het zo ver: VRT NWS gaat live. “Eigenlijk was de lancering voorzien voor april 2017, het gevolg van een probleem met de leverancier van de technologieafdeling. Dergelijke onverwachte obstakels zijn eigen aan een bouwproces.”

Oud vertrouwd

De lancering van VRT NWS heeft gevolgen voor de bezoekcijfers. In september is het slikken voor de ambitieuze redactie; de twijfels sluipen binnen. Het verkeer afkomstig van Facebook en Google vermindert. Gebruikers die de structuur van deredactie.be gewoon zijn, 80

moeten hun weg nog zoeken in het nieuwe VRT NWS. “De feedback van het grote publiek was even nodig als die van de kleine testgroepen. We wisten dat zij ons nog op kinderziektes zouden wijzen. De lancering van een nieuwe dienst gaat altijd gepaard met een tijdelijke dip. Binnen de ploeg behielden we het vertrouwen dat VRT NWS uiteindelijk wel zou aantrekken. Dan moet je jezelf bewijzen, inhoudelijk én technisch.”

Digitale werf

Drie maanden later heeft VRT NWS zich volledig herpakt. Het platform trekt nu gemiddeld 425.000 unieke bezoekers per dag, terwijl dat er in september ongeveer 378.000 waren. “Je merkt gaandeweg dat die blijvende inzet zich begint te weerspiegelen in de cijfers. Toch gaan we er niet van uit dat VRT NWS nu af is. Het is een dienst die mee blijft evolueren met de gebruikers. We blijven sleutelen aan het platform. Zo streven we nog steeds naar een meer gebruiksvriendelijke manier om video’s aan te bieden.” Volgens Van Goethem doet zo’n getrapt proces wonderen. “VRT NU volgde een gelijkaardig traject: met een kleine testgroep beginnen en dan stapsgewijs naar het grote publiek. Nadien is het een kwestie van bijsturen en toevoegen. We hebben aanvaard dat je de dag van vandaag niet anders te werk kunt gaan. De tijd waarin een product bij wijze van spreken het laboratorium afgewerkt verlaat, is voorbij. Sommige obstakels kun je voorspellen, andere niet. Je moet blijven bijsturen, zodat het elke dag beter draait voor het grote publiek.” (tv)


#a ltr ig h

tc h a

rl o

tt e

sv

lle

i

Paul Cobbaert @PaulCobbaert 8 aug. 2017

Ben ik de enige die dat te makkelijk vindt? Kakken op een triest man die ongewild in een keurslijf zit? Schaf zijn functie dan af. #laurent

Saskia De Coster @saskiadecoster 17 aug. 2017 wat kunnen politici toch stil zijn als hun stem echt belangrijk wordt #charlotteville #geeneieren

# aa n sl a

gb

a rc el

on

a

meest geklikt

meest geklikt in augustus op Doorbraak.be Het C4 van Maarten Boudry

sprekend spraakmakend Stern

24/08/2017 Haat in Amerika t.g.v. Donald Trump

Doorbraak.be analyseert de wens van enkele academici: het ontslag van de Gentse filosoof Maarten Boudry. De standpunten die Boudry inneemt in zijn essay ‘Zinvol geweld’ vallen niet bij iedereen in goede aarde. De Boudrybashers schreeuwen ‘negationisme’, maar Doorbraakauteur Lieve Van den Broeck raadt hen aan het essay eerst te lezen, alvorens ze de filosoof voor de Twitterleeuwen gooien. 81


82


Eveline Hagenbeek

Ook journalisten gaan weleens op vakantie of plannen een weekendje weg. Ze zullen niet snel uit vakantie teruggeroepen worden, maar als ze toevallig in de buurt zijn van waar het nieuws zich afspeelt, krijgt zo‘n vakantie een onverwachte wending.

“Ik wil zijn passie niet afpakken”

“Dat extra jobje heeft onze vakantiesfeer niet verstoord. Hij is daar een paar uur mee bezig geweest en dat was net op het warmste moment van de dag. Iedereen lag wat te rusten”, vertelt Lien. “De kinderen weten wanneer Peter aan het werk is. Hij doet thuis ook veel aan snelle nieuwsverslaggeving waardoor ze hem vaak bezig zien.” Lien heeft er zelf weinig problemen mee. “Mocht hij op reis continu aan het werk zijn, dan zouden wij dat niet leuk vinden. Maar als er iets uitzonderlijks gebeurt, begrijp ik dat. Ik trek dan wel mijn plan en zorg voor de kinderen. Ik weet dat het zijn passie en drive is. Dat wil ik hem niet afnemen. Je zegt tegen een dokter ook niet dat hij iemand niet mag helpen omdat hij op vakantie is.” ©© Lien Braeckevelt

Radiojournalist Peter Decroubele heeft altijd zijn microfoon bij zich. Ook toen hij vorig jaar midden in de extreme hittegolf terechtkwam die Italië teisterde. “Ik had op Facebook gezien dat de VRT getuigenissen zocht. Peter heeft hen opgebeld om te zien of hij iets kon doen”, vertelt Lien Braeckevelt, de echtgenote van Peter.

Vakantiesfeer

Het enige wat ze bij zich hadden, was een microfoon. Maar de VRT wilde ook heel graag een beeldfragment. “We hebben dus ter plaatse moeten improviseren. Peter stond op de binnenkoer, ik heb gefilmd met mijn iPhone en onze vriend Hans, die ook mee was, zat op zijn knieën met de microfoon onder Peter”, legt Lien uit. “We hebben ons daar heel erg mee geamuseerd!” Nieuws speelt een belangrijke rol in het leven van dit gezin. Naast Peter werkt ook Lien in de communicatie. “Wij zijn altijd al veel met nieuws bezig geweest. Ook tijdens onze vakanties. Vroeger, toen er nog geen smartphones waren, zetten wij teletekst op. Dat was toen de snelste manier om het nieuws te overlopen. Nu is dat veranderd. We volgen nu uiteraard alles met de smartphone”, aldus Lien.

Peter en Lien zaten midden in de hittegolf in Toscane 83


“Op het strand wist ik als enige wat er aan de hand was”

“‘Laat op tijd weten waar je naartoe gaat. Dan kunnen we daar wegblijven.’ Dat heb ik vaak gehoord, afgelopen zomer”, lacht Sporzaverslaggever Bert Pitschon. Bij de VRT maken ze graag grapjes over zijn vakanties. Bert heeft al twee keer verslag uitgebracht na een aanslag bij hem in de buurt. Telkens reed een terrorist in op een menigte, 2016 in Nice en 2017 in Barcelona. Bert was met zijn vrouw, Annelies De Keersmaeker, en zijn kinderen op vakantie in Barcelona. Het was toeval dat ze net op de dag van de aanslag in de stad waren. “We zijn twee weken in Catalonië geweest. De tweede week zaten we in Berga, ten noorden van Barcelona. Het was die dag wat slechter weer, dus besloten we naar de stad te gaan. De zus van Annelies, die ook bij de VRT werkt, wist dat we op dat moment daar waren. Dat kwam hen goed uit”, vertelt Bert.

©© Annelies De Keersmaeker

Annelies gaf haar man de belangrijkste spullen en vertrok met de kinderen. “Ik ben met hen naar de zee gegaan. Het verbaasde mij wel dat het gewone leven daar verder ging. Ik wist blijkbaar als enige wat er aan de hand was”, legt ze uit. “We hebben een terrasje gedaan. De jongens kregen een cola en er was een speeltuintje in de buurt, die vonden dat helemaal geweldig. Op de redactie hadden ze een WhatsAppgroep voor breaking news opgericht. Zo kon ik alles volgen en wist ik wat Bert aan het doen was.”

Ervaring

“Toen ze mij het jaar voordien in Frankrijk belden, zag ik dat op het eerste moment niet zitten. We waren daar voor de Ronde van Frankrijk. Dat zijn lange dagen, je zit in die flow en dan word je weggeroepen. Het was even paniek, maar ik had mijn cameraploeg bij me en die hebben mij gerustgesteld”, aldus Bert. “Door die ervaring in Nice, kon ik dit jaar bij de aanslag in Barcelona rustiger verslag doen.”

“‘s Avonds besefte ik pas waar we aan ontsnapt waren” bert pichon 84

“Pas ‘s avonds besefte ik waar we aan ontsnapt waren. Ik bekeek de foto opnieuw die ik naar het thuisfront had verstuurd. Een foto van ons op de Ramblas, een paar uur voor de aanslag. Als we onze wandeling anders hadden gepland, hadden we er misschien middenin gezeten”, sluit Bert af.


“Mijn vertrekkoffertje staat altijd klaar” Voor Jeroen Reygaert, buitenlandspecialist bij de VRT, is het nieuws nooit ver weg. “Vorig jaar in Kreta stonden we bovenop een berg in een godvergeten boerengat toen ik een melding kreeg van de mislukte aanslag in Brussel-Centraal. We hebben dat op de voet kunnen volgen, omdat we daarvoor een communicatiekanaal hebben bij de VRT. Ik kan mijn gsm wel afzetten in de vakantie, maar ik ben niet het type dat zoiets doet”, lacht Jeroen.

“Het gaat wel veranderen als we kinderen hebben” Lies Praet

©© Jeroen Reygaert

Dat nieuws een belangrijke rol speelt in het leven van Jeroen, kan ook zijn verloofde Lies Praet beamen: “Ik kijk elke avond verplicht mee naar het Belgische nieuws en het NOS Journaal. Ik hoef niet te kijken natuurlijk, maar het staat steeds op op de achtergrond.” Tijdens de vakantie vindt ze het wel handig om mee te zijn met wat er gebeurt. “Jeroen krijgt flitsberichten binnen op zijn gsm. Als we op vakantie zijn, zijn we altijd als eerste op de hoogte”, legt Lies uit.

geweest. Ik heb een paar keer iemand anders mee moeten nemen naar een concert. Of ik ben alleen gastvrouw als we vrienden op bezoek hebben. Dat is niet erg”, zegt Lies. “Ik denk wel dat dat gaat veranderen als we kinderen hebben. Ik kan mij voorstellen dat ik harder ga vloeken als ik er opeens alleen voorsta.”

Gentse Feesten

Journalisten hoeven niet ver weg te zijn om gestoord te worden. “Vorig jaar was een heel gekke zomer. Ik ben twee weekends vanop de Gentse Feesten moeten vertrekken”, vertelt Jeroen. “Tijdens het eerste weekend was er de terreuraanval in Nice. Toen zat ik heel de avond op café met een vriend. Ik was naar huis aan het stappen en zag de flitsberichten voorbij komen. Dan weet ik dat ik een telefoontje kan verwachten. Diezelfde avond ben ik vertrokken. De week erna sloeg terreur toe in München. Dan ben ik heel de nacht doorgereden om daar op tijd te zijn. Voor zo’n momenten heb ik altijd een vertrekkoffertje klaar staan.” Lies is er ondertussen al aan gewend dat Jeroen soms plots moet vertrekken. “Het is nog nooit een probleem

Jeroen en Lies tijdens een van hun vakanties in Duitsland 85


86


september • Radiomakers zijn gek • Het nieuws in gebarentaal • Het vlindereffect • Gezocht: journalisten met kleur

Achter het beeld

Maximiliaanpark Foto: Jay Stout (student) “‘s Nachts slapen in dit park vluchtelingen en daklozen. Dat is een groot contrast met de moderne gebouwen op de achtergrond, want enkele torens staan ironisch genoeg leeg.” “Deze foto maakte ik afgelopen herfst voor een project over de vluchtelingen in Brussel. Ik focuste me op de plaatsen die voor vluchtelingen belangrijk zijn: een leslokaal, een gekraakt slaappand, een opvangplek ... Ik wilde met mijn eigen ogen zien hoe het eraan toeging in het Maximiliaanpark.” “Ik bezocht het park overdag. Nabil, een vrijwilliger van een hulporganisatie, trad op als mijn begeleider. Hij was voor de vluchtelingen een bekend gezicht. Zonder iemand als hij is het moeilijk om foto’s te maken, want de vluchtelingen komen niet graag in beeld. De sfeer in het park kan dan snel omslaan.” 87


Radio zoekt het randje op

“‘Video Killed The Radio Star’ zat er volledig naast” ©© VRT

Els Germonpré (VRT)

Peter Van De Veire (MNM)

Twee Q-presentatoren zochten in september zes uur lang geblinddoekt en aan elkaar geketend hun weg door een Ikea. Enkele maanden eerder sprong Linde Merckpoel uit een vliegtuig boven Wachtebeke. Je hoeft geen Orson Welles te zijn om te weten dat radio een gedroomd medium is om stunts uit te halen. “Stunts houden de luisteraar vast aan je radio. Maar over het algemeen is radio nog nooit zo straf geweest als vandaag”, zegt MNM-presentator Peter Van De Veire. “Toen MNM in 2009 van start ging, was onze opdracht duidelijk. We moesten luisteraars aantrekken en houden. Door stunts zorg je voor interactie en hou je je luisteraar vast”, zegt Peter Van De Veire. Hij vergelijkt televisie met een vliegdekschip, weinig wendbaar en geen ruimte voor improvisatie. “Als ik ‘Scream And Shout’ van Emeli Sandé laat horen in mijn ochtendblok, kan ik zonder verpinken dat lied op pauze zetten en keihard door de micro brullen. Dat moet ik in een live televisieshow niet proberen.” Jan Hautekiet, presentator bij Radio 1, sluit zich daarbij aan: “In mijn ochtendprogramma ‘Hautekiet’, voer ik live debatten met experts en luisteraars. Je kan dat format, met die snelheid en interactie, veel moeilijker op televisie brengen.” 88

Jan Hautekiet (Radio 1)

“Toen MTV in 1981 de wereld veroverde, dacht iedereen dat radiozenders hun beste jaren hadden gekend. ‘Video Killed The Radio Star’ was de eerste clip die te zien was. Dat nummer zat er volledig naast”, zegt Van De Veire. Ook de grote rijkdom aan zenders maakt dat presentatoren vaker het randje kunnen opzoeken. Dat zegt Els Germonpré, eindredacteur bij de VRT: “Bij radio weet je heel goed voor wie je radio aan het maken bent. Je hebt een kleinere doelgroep. Je kan moppen maken op MNM die op Radio 1 not done zijn. Die mopjes zijn ook meteen weer weg. Op televisie kan je alles herbekijken.” Maar door de opkomst van sociale media is radio vormelijk een beetje televisie geworden. Dat is net een sterkte, vindt Hautekiet:“De laatste jaren gooien radiozenders bakken content online. Sociale media zijn voor ons een tool om een discussie aan te wakkeren en die levendig te houden.” Ook Van De Veire is zich bewust van de rol die sociale media spelen: “We zorgen er als merk voor dat we op zo veel mogelijk platformen zitten. Zo neem je de mensen die amper naar de radio luisteren ook mee in het verhaal.” (na, zf)


#s la c ht h

ui si

zeg

em

Tom Waes @tomwaes 8 sep. 2017 Ja Donald ... da hedde aan uwe rekker hé slimme! #terugtrekkenuitklimaat­ akkoord @realdonaldtrump

Dimitri Antonissen @gemarkeerd 25 sep. 2017 Laatste van tientallen mails beantwoorden aan lezers. Veel suggesties, terechte opmerkingen en complimenten. Geweldig zo’n betrokkenheid

# R IP h u g hh

e fn

er

meest geklikt

meest geklikt in september op EOS Wetenschap De nieuwe voedingsdriehoek

sprekend spraakmakend Bloomberg Businessweek

25/09/2017 Problemen met sociale media/Facebook

De voedingsdriehoek is aan zijn twintigste verjaardag toe. EOS Wetenschap zet de oude voedingsdriehoek op z’n kop. Of beter: het Vlaams Instituut Gezond Leven (VIGeZ) heeft dat gedaan. Zo kunnen geen misverstanden ontstaan: wat nu in de top staat, is het belangrijkst. Behalve gezondheid en voedingswaarde bepaalt ook de duurzaamheid van het voedingsproduct de plaats in de omgekeerde piramide. 89


Jietse Vandenbussche

“We dromen van een uitgebreid aanbod voor doven” Els Van Themsche coördineert de VRT-redactie Vlaamse Gebarentaal (VGT).

©© Illustratie: Shelsey Pattyn

De letters “VGT” gespeld in het handalfabet van de Vlaamse Gebarentaal.

Orkaan Irma rukt op naar de Verenigde Staten. Vanuit het Emergency Operations Center in Florida geven de autoriteiten live op tv de laatste veiligheidsadviezen. Naast de spreekster staat een niet-gediplomeerde gebarentolk. Hij kraamt live wartaal uit voor de dove en slechthorende kijkers en waarschuwt voor pizza’s en achtergebleven beren. “Onmogelijk op de VRT”, verzekert Els Van Themsche (26), coördinatrice van de VRT-redactie Vlaamse Gebarentaal. “Wij screenen onze tolken.”

90

Dankzij teletekstpagina 888 kunnen doven en slechthorenden via ondertitels genieten van Vlaamse programma’s. Maar het kan nog beter. Televisie met tolken gebarentaal, blijft voor hen de beste optie. De VRT Nieuwsdienst riep in 2011 een Vlaamse Gebarentaal (VGT) redactie in het leven. “De beheersovereenkomst stelt dat de VRT het zevenuurjournaal en Karrewiet moet aanbieden met VGT”, licht Van Themsche toe. “In ons enthousiasme nemen we er extraatjes bij zoals de intrede van de Sint, de toespraken van de koning en De dokter Bea show. We krijgen hiervoor geen extra budget of tijd, we maken die vertalingen in de tijd die we krijgen voor Het Journaal en Karrewiet.”


Grammaticaal perfect

Een VRT-redactie VGT. Dat klinkt groots, maar in werkelijkheid moet een halftijds redactie-eilandje de vertalingen bolwerken. Van Themsche leidt ons rond: “De redactie bestaat uit twee productieassistenten en mezelf. De vertalingen gebeuren door vier freelance dove tolken VGT en vijf freelance horende tolken VGT. Een tolk doet gemiddeld één uitzending per week. Achter een gordijn hebben we een eigen studio, vergelijkbaar met die van het weerbericht.” VGT is de moedertaal van dove tolken, de taal waarmee ze dagelijks communiceren. Horende tolken hebben gebarentaal op latere leeftijd geleerd zoals wij Engels of Frans aanleren. “Karrewiet wordt getolkt door dove tolken”, aldus Van Themsche. “Het is hun moedertaal en we vinden het belangrijk dat het jeugdjournaal grammaticaal perfect is. Dove kinderen zijn vaak nog gebarentaal aan het leren, we mogen hen dus geen fouten aanleren. Karrewiet gaat bovendien niet live. De dove tolken kunnen zich dus schriftelijk voorbereiden. Het zevenuurjournaal wordt getolkt door horende tolken VGT”, verduidelijkt ze. “Het Journaal is een liveprogramma. Soms vallen er last minute onderwerpen weg, of doen er zich tijdens de uitzending nieuwe feiten voor. Ook gesprekken met studiogasten kunnen vooraf niet worden voorbereid. De journaaltolken moeten kunnen horen wat er live gebeurt om goed te kunnen tolken.”

“Met de extraatjes kleuren we nu al buiten de lijntjes” Els Van Themsche

Een werkdag VGT op de VRT 15.30 uur

De productieassistent arriveert en begint met het uittikken van de tekst voor Karrewiet.

16.00 uur

De tolken komen aan en worden geschminkt.

“Grove fouten zoals in Amerika zijn bij ons nog niet voorgevallen”, vertelt Van Themsche trots. “We hebben het volste vertrouwen in onze tolken. Nieuwe tolken worden grondig gescreend. Ze krijgen een opleiding tv-tolken en moeten schermtesten doorstaan. Sommige tolken kunnen niet overweg met de stress van een camera. We werken ook nauw samen met onze doelgroep. Suggesties voor vertalingen zijn welkom, soms polsen we ook naar vertalingen in de Facebookgroepen van de dovengemeenschap.”

16.30 uur

De tolken bereiden zich voor en eventuele extra’s worden vooraf opgenomen.

17.45 uur

Opnames Karrewiet. Die zijn te zien op de website en worden uitgezonden in het daaropvolgend ochtendblok van Ketnet. De productieassistent bedient autocue en camera.

“We worden steeds professioneler”, besluit Van Themsche. “Zo moeten de productieassistenten nu ook gebarentaal beheersen. In het verleden was dat niet het geval en verliep de communicatie met sommige tolken stroef. Als we het aanbod willen uitbreiden, moet er wel eerst meer budget vrijgemaakt worden. Met de extraatjes kleuren we nu al buiten de lijntjes.”

19.00 uur

Vertaling Het Journaal. Wordt live gestreamd op website en herhaald om 20.15 u. op Ketnet.

20.00 uur

Einde van de werkdag

Kruisbestuiving

91


Robin Dekempe

HET VLINDEREFFECT Hoe een vijftig jaar oud idee van een Amerikaanse decaan vandaag het Nederlandse televisiegeld herverdeelt.

Decaan David Chaney van de North Carolina State University benadert begin jaren 60 wetenschappers met de vraag om een alternatief voor gras te ontwikkelen. In 1964 wordt in Rhode Island het eerste lapje kunstgras geboren.

Het artificiële gras wordt in 1966 geïntroduceerd in de sportwereld. Die eer is weggelegd voor de Astrodome in Houston, Texas. Echt gras gedijt toch niet in het droge binnenklimaat van het eerste overdekte stadion ter wereld.

Achttien jaar later maakt het kunstgras zijn intrede in het betaald voetbal. De toenmalige eerstedivisieclub Heracles Almelo legt in 2003 een kunstgrasveld aan in het Polman Stadion in samenspraak met de UEFA. De club promoveert het seizoen erna naar de Eredivisie, de hoogste klasse.

92

Sportteams over de hele wereld volgen het voorbeeld van de Texanen. De Rotterdamse amateurclub Spartaan’20 legt in 1986 het eerste kunstgrasveld aan op Nederlandse bodem. Verschillende voetbalorganisaties komen een kijkje nemen in de Oldegaard.

Zes andere Nederlandse Eredivisieclubs volgen het voorbeeld van Heracles. Ook in de eerste divisie schakelen veel ploegen over op het artificiële gras. Aangezien zo’n veld altijd bespeelbaar is en op lange termijn goedkoper, is de keuze bij de kleinere clubs snel gemaakt. De kunstgrasinvasie in Nederland is een feit.


xxxxx xxxxxx

De intussen opgerichte ‘Werkgroep Kunstgras’ wil op 12 december 2017 een finaal voorstel presenteren. Alle profclubs zijn erin vertegenwoordigd, behalve Ajax, Feyenoord en PSV. De top drie zou door een herziening van de tv-gelden tien miljoen euro mislopen.

De ‘kunstgrasclubs’ in de Eredivisie raken overtuigd door de argumenten van de tegenstanders. Ze pleiten voor een nieuwe verdeel­sleutel van de televisiegelden in Nederland, waardoor ze een natuurgrasveld zouden kunnen aanschaffen.

Algemeen Dagbladcolumnist Sjoerd Mossou hekelt in zijn columns bijna wekelijks het valse gras, dat volgens hem voetballers technisch fnuikt. Op 19 augustus 2017 publiceert de krant een manifest tegen kunstgras, gesteund door een honderdtal kopstukken uit de voetbalwereld.

Na drie maanden houdt de ‘Werkgroep Kunstgras’ op te bestaan, zonder voorstel. Eredivisiedirecteur Swart wil met een totaalpakket de competitie grondig hervormen - de term play-offs duikt op - én de verdeling van de tv-gelden. Dankuwel decaan Chaney.

Begin oktober 2016 ontstaat er in Nederland ophef door een uitzending van het televisieprogramma Zembla. De rubbergranulaatkorrels, die over kunstgrasvelden worden uitgestrooid, bevatten kankerverwekkende stoffen en zijn slecht voor het milieu.

De eerste serieuze kritiek op kunstgras weerklinkt in het jaar 2014. De technisch directeurs van Ajax, Feyenoord en PSV zijn ervan overtuigd dat het nepgras de Nederlandse voetballers doet verzwakken. Ze wijzen op blessures die te wijten zouden zijn aan kunstgras. 93


COLUMN

©© Eveline Hagenbeek

94


Spook Ik ben uw onderwerp. Als jonge, blanke man wordt er veel over me gepraat. Het witte privilege is een spook dat altijd rond me hangt en mijn dromen binnenkomt. Het zegt me dat ik wit ben. Dat komt met voordelen. Het zegt me dat ik een man ben en dat komt eveneens met voordelen. Op school, in de winkel, op straat en later ook op de werkvloer. Ik zou veel kansen krijgen. Kansen die vrouwen of mensen met kleur bewust of onbewust - minder vaak krijgen. Het spook blijkt gelijk te hebben: rapporten bewijzen dat de groep witte mannen systematisch hoger geraakt op de sociale ladder. Als wij al ergens verloren lopen, is het door een nieuw circulatieplan. Maar voor jongens of meisjes met een donkere huidskleur is de hele samenleving een mijnenveld. Ze genieten minder kansen op de arbeidsmarkt, hebben lagere punten op school en krijgen een karrenvracht aan vooroordelen in de plaats. Misschien wéét het spook dat ik journalistiek studeer en houdt het me daarom wakker. De opleidingen journalistiek zijn weinig divers. De journalist van morgen is wit, terwijl de wereld in sneltempo anders kleurt. Twee op de drie jongeren in de steden hebben een migratieachtergrond. Mijn medestudenten? Eén op pakweg twintig. De Vlaamse journalist van vandaag is ook wit, en veelal een blanke, hoogopgeleide man van middelbare leeftijd. Hij - één op drie keer een zij - probeert de wereld te vatten en te verklaren. Dag in dag uit, de feiten, zwart op wit, maar nog steeds wit over zwart. Hoe je het ook draait of keert: dat vertaalt zich in de nieuwsberichtgeving. Steunpunt Media turfde de kleuren in de kranten en journaals, en vond ze overwegend bij negatieve termen. Om een leuk verhaal over Mo Modaal te vinden, moet ik goed zoeken. Bij de faits divers vind ik hem niet en het showbizznieuws biedt ook weinig soelaas, op een occasionele Adil na. Hij staat nochtans te popelen om ook eens zijn zegje te doen in de krant. Zoals mijn Pakistaanse vriend Bilal me onlangs vroeg: “Wanneer mag ik mijn mening eens geven over het Gentse circulatieplan? Of zie ik spoken?” Jay Stout

95


96


oktober • De mediatransfer van het jaar • Chatbots mikken op jongeren

achter het beeld

Lijm Fotograaf Jonas Roosens “In oktober woonde ik nog op de Bisschoppenhoflaan, vlak bij de oprit van het Sportpaleis in Deurne. Ik ging ergens heen, waar precies weet ik niet meer. Ik ga overal naartoe met mijn motor want dan ben ik altijd als eerste ter plaatse. Maar nu wist ik nog niet dat er iets aan de hand was.” “Toen ik met de motor aan de autosnelweg kwam, werd ik door de politie tegengehouden. Zij vertelden me dat ik de baan niet op mocht, omdat die vol lag met lijm. Gelukkig had ik - zoals meestal mijn camera en perskaart bij en ik besloot dus even te gaan kijken. De lading van een vrachtwagen was bij het remmen verschoven en los gekomen, met dit tot gevolg.” “Ik bood een reeks beelden te koop aan bij de kranten via ID/photo agency, het agentschap waar ik als freelancer bij aangesloten ben. Het beeld werd opgepikt door Het Laatste Nieuws en De Tijd.” 97


De transfer van het jaar Op 7 oktober 2017 gaf uitgeverij Roularta zijn aandeel in Medialaan op. Consortiumgenoot De Persgroep kreeg zo Medialaan, de groep achter televisie- en radiozenders zoals VTM en Q2, volledig in handen. In ruil kreeg Roularta een bedrag van 217,5 miljoen euro ĂŠn uitgeverij Mediafin - als het voor die laatste toestemming krijgt van de Belgische Mededingingsautoriteit.

98

217,5 miljoen euro is een smak geld voor een transfer in het medialandschap. Misschien had De Persgroep met 5 miljoen euro extra Neymar kunnen opkopen. Het kostte Paris Saint-Germain (PSG) namelijk 222 miljoen euro om de stervoetbalspeler binnen te halen. (md)


#c a ta lo n

ia

De Kijkcijfers @DeKijkcijfers 24 okt. 2017

#kijkcijfers MA 23/10 Nieuw kijkcijferrecord voor @deafspraaktv met @ bartschols op @canvastv: gisteren 366.532 kijkers (#13 in de lijst).

Jozefien Daelemans @josidaelemans 18 okt. 2017 De voorbije week al te vaak gehoord: - het ligt aan Hollywood - het is een probleem van ‘de andere’ - #notallmen

# w ei ns te

in # m

et o

o

meest geklikt

meest geklikt in oktober op Klasse.be “Geen stress meer in de refter”

sprekend spraakmakend Sport/Voetbalmagazine 11/10/2017 Nainggolan controverse

Klasse nam een kijkje in basisschool Kameleon in Turnhout. Daar staat de middagpauze niet langer in het teken van drukke eetzaalstress, straffen en gemopper. De refter ziet er een pak gezelliger uit, met onder andere statafels en een soepbar. Bovendien mogen de leerlingen zelf kiezen wanneer ze lunchen. Eerst wat babbelen en spelen, of toch meteen eten? Dat kan perfect en de leerkracht is niet langer de gendarme van dienst. 99


“We stonden lang achter op onze grootste concurrent HLN�

100


Ellen Van Laere, Tasha Vermeulen & Tine Verschueren

Digital Manager Pieter De Smet:

“Met ‘Hey!’ blijven jongeren langer hangen” De chatbot van Het Nieuwsblad: goede marketingzet

Chatbots zijn al lang ingeburgerd in de wereld van de klantendienst, maar nu pikken ook nieuwsmedia de technologie op. Zo lanceerde Het Nieuwsblad eind oktober ‘Hey!’. De chatbot zet van maandag tot vrijdag, telkens tussen zeven en elf uur ‘s ochtends, het belangrijkste nieuws en de leukste feiten op een rijtje. Pieter De Smet, Digital Manager bij Het Nieuwsblad, blikt vooruit. Nieuws bereikt ons al via een waaier aan kanalen. Wat is de meerwaarde van een chatbot? Pieter De Smet: “Als krant zoeken we verschillende manieren om ons nieuws over te brengen. Het basisidee was om dagelijks een digitaal overzicht van de belangrijkste nieuwsfeiten te brengen op een vast tijdstip. Bovendien hoopten we iets te kunnen betekenen voor onze jongere consumenten, want zij lezen nieuws niet langer op de klassieke manier. We ontwikkelden vervolgens een prototype dat een drietal artikels met een alert doorstuurde naar een testgroep. Nadien waren we hier niet echt tevreden over, waardoor het idee weer in de koelkast belandde. Een jaar later pikten we het opnieuw op, toen Instagram Stories aan zijn opmars begon. Het plan om nieuws in Stories te gieten, hebben we moeten laten varen. We stuitten op de beperking dat

redacties tekst moeilijk kunnen loslaten. Dus keken we in de richting van nieuwssite Quartz, die tekst in een chatbot verwerkt. Vandaar een chatbot als conversational interface voor ‘Hey!’.” De chatbot zit in de Nieuwsblad-app, terwijl merken doorgaans voor Facebook Messenger kiezen. Is daar een reden voor? De Smet: “Eigenlijk hebben we beide, alleen zit de Messengerbot voorlopig in de koelkast. We hoopten dat meer jongeren de Nieuwsblad-app zouden downloaden en gebruiken als ‘Hey!’ in de app stak. Dat is ook zichtbaar aan de doorklikcijfers, die met 10 à 15% zijn toegenomen. Laten we er geen doekjes om winden: Het Nieuwsblad heeft lang een technische achterstand gehad op onze grootste concurrent Het Laatste Nieuws. We deden te weinig met de Nieuwsblad-app, waardoor het verkeer louter afhankelijk was van onze fans. Als we dan andere nieuwsapps bekeken, stelden we vast dat die er allemaal hetzelfde uitzagen. Enkel grote titels en veel foto’s. We vielen niet op tussen al die apps, dus waarom zou het publiek voor ons kiezen? Dan trek je lezers aan door iets extra te doen. Daarom krijg je nu meteen de rode, zwevende tekstballon van ‘Hey!’ te zien bij het openen van onze app.” 101


“Pure luxe: wanneer wij slapen, zet iemand ‘Hey!’ klaar vanuit Australië”

Zorgt ‘Hey!’ voor een verschil in bereik en respons? De Smet: “‘Hey!’ geeft ons een reden om iedere ochtend nieuws uit te sturen. We verzenden alerts en gebruikers klikken daar graag op. We merken niet alleen dat meer jonge lezers daardoor hun weg vinden naar de app, maar ook dat ze langer blijven hangen. Dat komt ook omdat onze focus op het redactionele werk hoger ligt, we technisch sterker staan en we meer dan ooit inzetten op marketing. Onze collega’s van marketing vroegen ook om eens iets anders te brengen dan het doorsneeverhaal van de ‘vernieuwde Nieuwsblad-app’. Je kan dat niet blijven gebruiken. Door uit te pakken met een vernieuwing als ‘Hey!’, konden we onze consumenten pas echt aanspreken. Eén van die ‘Hey!’-marketingcampagnes bestond uit de bestickerde trams die nu door Gent en Antwerpen rijden.” Wie zorgt er voor de input van de chatbot? De Smet: “Onze laatavondredacteur selecteert enkele artikels die interessant lijken voor ‘Hey!’. Nu volgt de luxe: een werkkracht uit Australië beheert de site ‘s nachts. Zij kan ‘Hey!’ klaarzetten terwijl wij slapen, met eventueel een paar aanpassingen. De vroege shift begint rond vijf uur, de chef checkt de input nog een laatste keer en dan maken we het rond zeven uur beschikbaar.” Chatbots komen soms koud en klinisch over. Hoe zorgen jullie ervoor dat ‘Hey!’ de doelgroep echt aanspreekt? De Smet: “Sommige collega’s vinden het geen ideale techniek, maar smileys werken bijzonder goed bij jongeren. Op Facebook gebruiken we die ook al, want het is luchtige communicatie. Uiteraard moet de chatbot persoonlijker en op maat van de gebruiker. De interface van ‘Hey!’ is snel en simpel opgezet. We wilden eerst testen of het zou werken, voor we het groter zouden aanpakken. Nu het succesvol blijkt, kunnen we ons enthousiasme omzetten in een eerste reeks kleine inno102

vaties. Een persoonlijke begroeting wanneer je de app opent, bijvoorbeeld. Ons recent gebruikersonderzoek geeft goed aan waar onze lezers op zitten te wachten. Bovendien voldoen de resultaten van die bevraging perfect aan de eisen die we aan ‘Hey!’ stellen. De groep beschreef de chatbot met drie woorden: ‘interessant’, ‘grappig’ en ‘informatief’.” Hoe zou ‘Hey!’ er over een jaar kunnen uitzien? De Smet: “Er is zeker vraag naar een uitbreiding van de ‘Hey!’-functie. Het idee is in feite gebaseerd op nieuwsmails, maar anders uitgevoerd. ‘Hey!’ is begonnen als iets tijdelijks tussen zeven en elf uur. Open je het na elf uur, dan krijg je eigenlijk al oud nieuws. Daarnaast is de chatbot slechts vijf dagen actief, omdat er veel manueel werk in kruipt. Je hebt wel de interface en hapklare tekst, maar dat blijft werk voor de redacteurs. ‘Hey!’ uitbreiden naar het weekend is voor mij de topprioriteit.”

Pieter De Smet, digital manager bij Het Nieuwsblad, is tevreden met de resultaten van chatbot ‘Hey!’.


Nieuws via chat-apps 1. De chat-app als extra distributiekanaal

Voorbeeld: NRC NRC heeft een eigen chatbot in Facebook Messenger. Elke ochtend volgt een update met het laatste nieuws of over persoonlijke favoriete onderwerpen.

2. De chat-app met unieke content

Voorbeeld: Quartz’s iPhone app De site Quartz bouwde een volledig eigen app. Nieuwsapps kijken vaak in de richting van deze pionier. Quartz deelt globaal en economisch nieuws, gebruikers kunnen reageren via buttons. Ze sturen kort maar bondig en gebruiken daarbij subtiele GIF’s en emoji’s.

3. Chatten met de redactie

Voorbeeld: NRC over de aanslagen in Brussel op Whatsapp NRC huist ook op Whatsapp. Naar aanleiding van de aanslagen in Brussel, konden lezers via Whatsapp bij de redactie terecht met hun vragen. Later goot NRC de antwoorden op veelgestelde vragen in een artikel.

4. Themagerichte chatbots

Voorbeeld: BBC Politics over brexit Chatbots zijn soms ook tijdelijk, maar kijken dan met volle aandacht naar een bepaald thema. Zo focust BBC Politics zich op de brexit. Binnen Facebook Messenger verstuurt de bot updates over onderhandelingen en recente ontwikkeling 103


104


november • Klachten na #MeToo • Feiten worden overschat

achter het beeld

Bible Belt Fotograaf Sebastian Steveniers “De kunstenaar die de gekruisigde koe in de kerk van Kuttekoven maakte, is een vriend van mij. Ik denk dat hij met zijn beeld niet echt wilde provoceren, al bracht het veel reacties teweeg. De kerk is gelegen in een soort Vlaamse miniversie van de Bible Belt.” “Tegenstanders van de koe sloegen een raam van de kerk stuk, bekladden de muren met hakenkruisen en haalden het beeld zelfs neer. Door de acties kwam het kunstwerk uitgebreid in de media. Vaak met mijn foto.” “Toen ik de kerk bezocht om de foto te maken, was er al een eerste keer ingebroken en brand gesticht. Er waren op dat moment een twintigtal leden van het Katholiek Forum aanwezig om te protesteren. Toen bleef het gelukkig nog bij zingen en bidden.” 105


#MeToo in de Vlaamse mediagroepen Sinds de onthullingen over het seksueel misbruik van Harvey Weinstein beheersten berichten over grensoverschrijdend gedrag het nieuws. Na klachten over Bart De Pauw werd het ook een zaak binnen de Vlaamse media. De laatste maanden bleef het aantal klachten bij de preventiediensten van de grote mediahuizen gelijk of was zelfs een lichte daling merkbaar. Toch kan je daaruit geen lessen trekken over seksueel grensoverschrijdend gedrag. De klachten die binnenkomen bij de preventiediensten gaan ook over andere vormen van machtsmisbruik of pestgedrag. Cijfers per thema werden niet vrijgegeven.

Mediahuis

Bij Mediahuis is de dienst HR best geplaatst om het preventiebeleid toe te lichten. Leen Schops, HR-businesspartner: “Een medewerker die gepest of lastiggevallen wordt op het werk, kan terecht bij een vertrouwenspersoon. Voor elk van de drie locaties waar Mediahuis kantoren heeft, is er zo iemand aangesteld. Die personen zijn verbonden met de interne preventiedienst van Mediahuis. Samen vormen deze twee stappen de eerste fase van het preventieproces.” Bij de vertrouwenspersoon kunnen werknemers informeel hun verhaal kwijt: “Op dat moment gebeurt er nog niets met de gedeelde informatie. Er kunnen wel verdere stappen ondernomen worden als de werknemer dat wil. Dan komen ze terecht in een formeel traject dat geregeld is in de wetgeving rond preventie op het werk.” Op dat moment komen we bij de externe preventiedienst. Die is in België wettelijk verplicht. Schops: “Wij werken samen met Attentia, een externe dienst voor

preventie op het werk. Dat bedrijf heeft psychologen en andere experts in dienst.”

Medialaan

Ook bij Medialaan kunnen personeelsleden bij verschillende vertrouwenspersonen terecht. Stijn Van Den Acker, verantwoordelijke van de afdeling Facilities en Preventie verduidelijkt: “Iedere werknemer weet wie die personen zijn. Daarover communiceren we helder op ons intranet en in onze onthaalbrochures. Gewone werknemers nemen deze functie op zich na het volgen van een speciale opleiding. Afhankelijk van de aard van het probleem nemen ze contact op met HR, een leidinggevende of de preventiedienst. Geval per geval bepalen we dan het beste opvolgtraject.” Ook Medialaan werkt samen met Attentia: “Bij dat bedrijf kunnen we experts inhuren. Die helpen ons bemiddelen bij een probleem. Zij beschikken ook over een arbeidsgeneesheer, waar onze werknemers op consultatie kunnen.” Naar aanleiding van de onthullingen over grensoverschrijdend gedrag namen Mediahuis en Medialaan geen extra maatregelen. Het aantal klachten van medewerkers is sinds de ophef ook niet gestegen. Medialaan geeft aan geen of heel weinig klachten te hebben. Ook bij Mediahuis waren er geen grote veranderingen: “De situatie is grotendeels gelijk gebleven.” Een derde grote mediagroep die we contacteerden, bevestigde zelfs een daling van het aantal klachten. Maar zoals eerder gesteld: daaruit valt niet af te leiden of het aantal klachten over specifiek grensoverschrijdend gedrag gestegen of gedaald is. (evl)

ETOO#METOO#METOO#METOO#METOO#METOO 106


pau

w Lars Bové @ZaakJustitie 5 nov. 2017

In maart dit jaar verzamelden we met onderzoeksjournalisten uit hele wereld in het gebouw van Duitse krant Süddeutsche Zeitung. Om in het geheim te werken aan project “Athena”, wat je nu kent als #paradisepapers! Volg http://www.tijd.be/ paradisepapers

Annelies Beck @anneliesbeck 23 nov. 2017

#RIPcha

rle s

ma n

so

n

O

#b a rt d e

Beste Twitteraars, liefhebbers van taal, bewonderaars van Jan Wauters en #TerZakeTV-kijkers, hartelijk dank voor uw reacties! #GrotePrijsJanWauters #arbeidsvreugde #liefdevoortaal

meest geklikt

meest geklikt in november op MO.be Hoe Zwarte Piet mijn seksleven verpestte

sprekend spraakmakend Playboy

11/2017 Dood Hugh M. Hefner

MO*-columniste Anya Topolski pikte in op de zwartepietendiscussie. Het begint op 6 december 2008, wanneer haar zoontje haar vraagt waarom een van de drie gekleurde kinderen in zijn jaar wordt uitgesloten. Jaren later is het sinterklaasfeest nog altijd een bron voor identiteitsdiscussies. Eentje waarin Topolski zo overtuigend haar stem wil laten horen, dat ze nog amper tijd heeft om te daten. 107


waarom feiten er niet toe doen Diversiteit en rationaliteit worden bedreigd


Erwin Veenstra

Journalisten vertellen het verhaal van vandaag en geven vorm aan dat van morgen. Maar cognitieve valkuilen liggen op de loer. We kunnen feiten maar moeilijk herkennen en erkennen – zelfs niet als we er net over zijn gestruikeld. Niemand is immuun, ook journalisten niet. Maar het kennen van de valkuilen helpt al wat. In november was het een jaar geleden dat Donald Trump werd verkozen. Sindsdien rinkelen de journalistieke alarmbellen met regelmaat. “Rationaliteit wordt bedreigd door emotie, diversiteit door groepsdenken”, schrijft journalist Matthew D’Ancona in zijn boek Post Truth. “Aan de basis van die globale trend ligt een instorting van de waarde van waarheid, vergelijkbaar met het instorten van een valuta of beurskoers.” Nepnieuws, alternatieve feiten, de feitenvrije samenleving en posttruth: zijn dat de nieuwe feiten? Eerder weinig nieuws onder de zon. We zijn nooit goed geweest in het herkennen van feiten en altijd vatbaar voor fabels en foutieve interpretaties. Religieuze leiders weten het, reclamemakers weten het en ook politici weten het: emotie overtuigt meer dan feiten. De geschiedenis zit vol voorbeelden die dat aantonen. Als er sprake is van een trend, dan toch een terugkerende. Krokodillen en kerncentrales Dat emotie overtuigt, blijkt voldoende uit wetenschappelijk onderzoek. In Denying To The Grave; Why Facts Don’t Convince People bundelen doctor in gezondheidswetenschap Sara E. Gorman en haar vader, professor in de neurowetenschap Jack M. Gorman, de belangrijkste onderzoeken rond dat thema. “Onze hersenen zijn geprogrammeerd om sterker te reageren op emotie dan op droge info en statistische analyses”, schrijven ze. “Als ons wordt gevraagd hoe we denken over kernenergie, stellen we ons gemakkelijk beelden voor van atoombommen, paddenstoelwolken en nucleaire meltdowns. Het is moeilijker om eerst de risico’s van andere vormen van energie te bestuderen. Wanneer we dat doen is het resul-

taat verrassend. Dankzij de bijdrage aan luchtvervuiling is energie uit kool en olie verantwoordelijk voor meer ziektes en doden dan kernenergie.” De sterke reactie op emotie heeft een nut, aldus de schrijvers. Emotionele boodschappen zijn eenvoudig en levendig. Ze activeren de meer primitieve delen van ons brein en winnen het van de meer rationele regio’s, wat maakt dat we handelen bij gevaar. “Als de ruimte wordt gevuld met rook is het niet belangrijk om eerst uit te zoeken waar het vandaan komt, of de hoeveelheid rook een gevaar vormt of om te weten waarom rook voor verstikking zorgt. Je verlaat het best gewoon snel die kamer. Dat is ook hoe we op kernenergie reageren, alsof er rook de kamer binnenkomt. We zien de technologie als potentieel gevaarlijk en onze reactie is: uitzetten!” Rookdetector Een al even rokerige analogie wordt gemaakt in het boek Illusies voor Gevorderden, van filosoof Maarten Boudry. Hij beschrijft hoe er twee types onderzoeksfouten bestaan: een foutpositief of een foutnegatief resultaat. Als een rookmelder afgaat terwijl er niets brandt, is dat foutpositief. Wanneer de rookmelder niet luidt bij brand is het foutnegatief – een ernstiger probleem, een rookmelder wordt toch aangeschaft om juist dan te alarmeren. “Wie fouten van het ene type wil vermijden, zal onvermijdelijk meer fouten van het andere type maken”, schrijft Boudry. “Een rookdetector die voldoende gevoelig is om zelfs de kleinste brand op te sporen, zal onvermijdelijk af en toe vals alarm slaan.” Het idee is dat het principe van de rookmelder ook op onze waarneming en redeneervermogen van toepassing is.

“We twisten niet door een verschil in kennis maar een verschil in moraal”

Wanneer we dus denken een krokodil te zien, is vluchten verstandig, zelfs al blijkt het achteraf een opblaaskrokodil te zijn – een foutpositief. In de hedendaagse maatschappij, waar vieze lucht een reëler gevaar is dan krokodillen, komt dat instinct minder van pas. De 109


“Je mening veranderen is een teken van kracht” gevaren van een kerncentrale zijn abstracter dan die van een krokodil of een kamer vol rook. Ze zijn niet te vergelijken, maar we reageren er onterecht hetzelfde op. Over een kerncentrale moet je dus wél eerst goed nadenken.

vangen door allerlei drogredeneringen en overtuigingen van het eigen grote gelijk.” De groep bepaalt Een kleine toegeving doen aan de tegenpartij kan volgens Mersch nuttig zijn. “In het migratiedebat kun je zeggen dat we inderdaad niet iedereen kunnen toelaten. Dat is vrij elementaire logica, België is niet zo groot. Maar zo’n kleine, bijna symbolische toegeving maakt het makkelijker om uiteindelijk tot een vorm van consensus te komen. Het moet ook geen taboe zijn om je mening te veranderen, zeker niet als de feiten veranderen. Ik vind het reden voor trots, een teken van kracht. Je bent bereid jezelf in vraag te stellen en een nieuwe stap te zetten.”

Emotie speelt nog een rol bij het vormen van onze overtuigingen. Sara en Jack Gorman schrijven dat informatie wordt gelinkt aan de stemming van de ontvanger als hij het leest. Als het feit wordt bovengehaald, komt dat gevoel mee boven. Sommige kranten of pseudowetenschappelijke publicaties maken daar gebruik van, bijvoorbeeld door een nare afbeelding van een misvorming bij een artikel over kernenergie te plaatsen. De schrijvers pleiten ervoor dat journalisten beter worden getraind om te begrijpen wat een valide wetenschappelijk debat is.

Binnen groepen ligt meningsverandering gevoelig. Groepsidentiteit is een cruciale factor bij overtuigingen. Feiten aannemen die niet stroken met de groepsovertuiging is lastig. In Denying To The Grave blijkt dat “zodra een groepsidentiteit is gevormd, mensen geneigd zijn zich te conformeren tot de meningen van die groep – zelfs als die duidelijk fout zijn.” Onderzoek naar de rol van groepsidentiteit in het Palestijns-Israëlische conflict laat zien dat deelnemers over het algemeen voor oplossingen van de eigen leiders kiezen. Onderzoekers vermomden daarop voorstellen van de tegenpartij als die van eigen leiders. Het resultaat? Voorstellen van de tegenpartij waren voor velen niet zo’n probleem meer.

Kennis speelt geen rol “Ik dacht: als je mensen een goede cursus statistiek geeft en ze leert een beetje kritisch te denken dan komt het wel goed”, vertelt Ruben Mersch. Hij schreef twee boeken over hoe we redeneren en waarom we daar niet zo goed in zijn (Oogklepdenken en Waarom Iedereen Altijd Gelijk Heeft) en werkt nu aan een handleiding voor meningsverschillen. “In mijn tweede boek wilde ik eigenlijk een aantal thema’s nemen die ik belangrijk vind, zoals klimaatopwarming en migratie, en dan eens uitleggen hoe het zit. Pas toen ik daarover begon te lezen, besefte ik: dat gaat nooit werken. Het heeft geen enkele zin.”

110

©© Foto: Koen Broos

Er wordt vaak gedacht dat intelligentie en kennis bepalend zijn bij overtuigingen, maar dat idee is achterhaald. Uit onderzoek van de Amerikaanse rechtenprofessor Dan Kahan, blijkt dat bij Amerikaanse Democraten de bezorgdheid stijgt naarmate ze meer lezen over klimaatverandering. Bij Republikeinen leidt dezelfde kennis ertoe dat ze zich juist minder zorgen maken. “De basis van onze twisten is geen verschil in kennis, maar een verschil in moraal”, schrijft Mersch daarover. Hij bepleit dat we meer nadenken over ons eigen denken en kritischer naar onszelf kijken. “Ik ben duidelijk een linkse jongen. Maar ik vind dat links zich ook te makkelijk laat

Ruben Mersch: “We laten ons te makkelijk vangen door drogredeneringen en overtuigingen van het eigen grote gelijk”


111


112


december • Is Manu Ruys nog actueel? • 33-45: traag muziekblad • Een jaar Facebook Live op de VRT

achter het beeld

Terug in Niger Fotograaf Kristof Vadino “Jan Desloover, chef beeldredactie bij De Standaard, gaf me de kans om in december nogmaals naar Niger te gaan. Voordien had ik er al een reportage gemaakt voor Dokters van de Wereld. Ditmaal ging ik op pad met journalist Kasper Goethals. We kregen de opdracht om een uitgebreide reportage te maken over het land, wat fantastisch is voor mij als fotograaf. Ik kon de levens van Nigerianen in beeld brengen zonder gebonden te zijn aan bepaalde journalistieke insteken.” “Aan de oever van de Nigerrivier zagen we deze meisjes. Allemaal zusjes, niet ouder dan zestien jaar. Ze waren net hun wasgoed in emmers aan het stoppen. We volgden ze terug naar hun dorp zonder dat ze ook maar even omkeken. Voor hen waren we er niet.” 113


… de erfenis van Manu Ruys “Un journal, c’est un monsieur.” Dat was het credo van Beuve-Méry, stichter en hoofdredacteur van Le Monde, toen de jonge Manu Ruys stage liep bij die krant. De uitspraak past perfect bij de manier waarop Ruys in de jaren 70 en 80 zijn stempel drukte op De Standaard. Vijf citaten* uit de periode waarin hij stopte als schrijvende journalist, en Ruys zich ergerde aan de verschuivende machtsverhoudingen tussen televisie en kranten, tussen journalistiek en marketing. Hoeveel voorspellende uitspraken blijven er overeind? Of welk woord kan je vervangen door ‘sociale media’?

1. “We hebben niet de kwaliteitspers waar we recht op hebben. Dat komt omdat de hoofdredacteurs vandaag niet zozeer aan het hoofd staan van een redactie, maar wel van een business unit. Vroeger had de redactie het laatste woord over de krant. Nu bestaat de tendens dat het management, de aandeelhouders het voor het zeggen hebben. Ze bevoogden de redactie, terwijl ze de krant zelf soms niet eens lezen.” 2. “De krant was belangrijk in het politiek milieu: de lezer was een kiezer. Elke politicus zei: die lezers moeten straks voor mij stemmen, dus moet ik met die krant een relatie opbouwen. De jongste jaren interesseert de politiek zich veel minder voor een krant: ze gebruikt ze minder en ze heeft er ook minder schrik van. Politici spelen nu meer in op de televisie: als je op het scherm verschijnt, bereik je tenslotte 700.000 mensen, met de krant in het beste geval enkele tienduizenden.” 3. “In die tijd bestond een vrij goede verstandhouding onder hoofdredacteurs. Als ik nu mijn jonge collega’s hoor, constateer ik niets dan koelte in de relaties tussen krantenmensen. Om het nog niet te hebben over de verwijdering tussen Nederlands- en Franstalige journalisten.” 4. “Wat we absoluut moeten terugkrijgen is een debatcultuur. (...) Een enkele hoofdredacteur voert nog weleens een nummertje op, maar 's anderendaags valt dat stil. Grondige artikels over maatschappelijke problemen lees je bij ons onvoldoende. In Frankrijk is journalistiek synoniem van polemiek.”

* Bron: De Tijd (interviews uit 1995 en 1997) 114

5. “Die hoofdredacteurs moeten zich in hoge mate bezighouden met commerciële problemen, waar ze zich vroeger niet om moesten bekommeren. Zij hebben dus veel minder tijd voor het zuiver journalistieke werk. (...) Dat wordt een schizofrene situatie: aan de ene kant zijn ze journalist, aan de andere kant manager.” (bw)


# R IP jo h

nny

ha

lly

da

y Mia Doornaert @miadoo 11 dec. 2017 Manu Ruys was een gentleman of the press en een gentleman tout court. Ik herinner me hem met bewondering en genegenheid.

# de w a r m st

ewe

ek

walter pauli @walterpauli 18 dec. 2017 Rik Van Puymbroeck naar @detijd. Fijn voor Rik zelf, goed nieuws voor @detijd, en - naar de bescheiden mening van deze trouwe abonnee een fikse aderlating voor @dm

meest geklikt

meest geklikt in december op Q-Music.be Ed Sheeran zingt ‘Perfect’ duet met Beyoncé

sprekend spraakmakend New York

25/12/2017 Nasleep Orkaan Maria (Puerto Rico)

Ed Sheeran doet de titel van de hit ‘Perfect’ alle eer aan met een nieuwe versie. Hij wist niemand minder dan Beyoncé te strikken voor een hemels duet. De ballad, afkomstig van Eds succesalbum ‘÷’, kreeg dus de toepasselijke benaming ‘Perfect Duet’. De remake had minder dan 24 uur nodig om anderhalf miljoen keer beluisterd te worden. Hoe kan het ook anders, als twee wereldsterren de handen in elkaar slaan? 115


Tine Verschueren

Red het muziekblad met slow journalism Drie jonge wolven lanceren nieuw muziekmagazine 33-45

De meeste grote plannen worden gemaakt op café. Drie collega’s met een niet-journalistieke achtergrond, Gert-Jan De Baets, Anders Vranken en Quinten Cormenier, droomden ervan een muziekmagazine uit te brengen. Op papier dan nog wel. Intussen is de eerste editie van 33-45, vernoemd naar de toerentallen van een platenspeler, een feit. Hoe gek moet je zijn om nog te vertrouwen op je genialiteit? Het is een groter cliché dan het gemiddelde rijmschema van Steve Tielens, maar de Belgische tijdschriftenmarkt krijgt harde klappen. Ondanks de terugval van de meeste Vlaamse tijdschriften, duiken toch af en toe frisse, succesvolle magazines op. Nieuwe pioniers zoals bookzine Charlie Magazine of wielerblad Bahamontes bewijzen dat het nichetijdschrift nog niet ten dode is opgeschreven. Ook aan Waalse kant staan durvers op: politiek tijdschrift Wilfried straalt ambitie uit. De honger naar slow journalism biedt nieuwe kansen voor het nichetijdschrift. 116

Passie boven twijfels Het einde van het gratis muziekmagazine RifRaf werd deels opgevangen door nieuwe muziekblogs. Muziekliefhebbers die hun recensies kraakvers willen, kunnen terecht op het internet - met een link naar de belangrijkste tracks of clips bij de tekst. Toch ontstaat bij drie twintigers - Gert-Jan De Baets, Anders Vranken en Quinten Cormenier - een verlangen naar een minder vluchtig en meer diepgaand muziekblad. “Op café realiseerden we ons dat er nood was aan een tijdloos magazine over muziek. Met 33-45 willen we het verlies van RifRaf niet opvangen, integendeel. Wij gaan een volledig andere richting uit. We hopen dat ons magazine blijft meegaan, en langzaam verhuist van de koffietafel naar een oude boekenkast.” Dat doet het trio door diepgravende content te verenigen met knappe fotografie en vormgeving. Het magazine zal het vierkante formaat van een plaat hebben, met een songtitel die tegelijk de titel en het thema van


De drie kopstukken van 33-45 combineren het project met een voltijdse job en werken dus ‘s avonds laat of in het weekend.

©© Foto: 33-45

Gert-Jan De Baets (25) Content marketing manager bij ‘Condor Technologies’

Anders Vranken (24) Zelfstandig grafisch vormgever en fotograaf bij ‘Anders Fotografie.’

een editie bepaalt. De artikels moeten opgelijst worden in een tracklist op de achterkant. De focus ligt op het ervaren en beleven van muziek: artikels over de invloed van een muze op een artiest, of een analyse van bewust gekozen playlists in winkels. Naarmate het concept van 33-45 de dromen op café begint te overstijgen, neemt de passie het ook over van de twijfels. Stroomversnelling De drie vrienden hebben wel het idee, een voorlopige

Quinten Cormenier (25) Ruimtelijk planner bij streekintercommunale ‘Igemo’

naam en twee artikels, maar ze weten nog niet hoe ze eraan zouden beginnen. Daarom kloppen ze aan bij enkele jonge, maar ervaren spelers uit de magazinewereld, onder wie Oogst en Jazzmozaïek. Maar vooral het gesprek met Bahamontes is een wake-upcall. “In het begin was alles natuurlijk slechts half in orde. Bahamontes benadrukte dat we stapsgewijs ons concept moesten vervolledigen met een visietekst, waarden en normen en een concrete doelgroep. Dat was echt nodig. We zijn toen volledig opnieuw begonnen.” 117


©© Foto: 33-45

“We werkten anderhalf jaar aan de eerste editie; voor de volgende hebben we vier maanden”

118

Het idee raakt in een stroomversnelling als Quinten Cormenier deelneemt aan de tv-quiz Switch. Hij wint tweemaal en vernoemt 33-45 op televisie. “Toen konden we niet anders dan een website op te starten. We moesten het concept tastbaar maken en op de wereld loslaten.” Naast die stress is er ook plaats voor opluchting, want een deel van het prijzengeld kan dienen als startkapitaal.

Het prijzengeld van de tv-quiz is mooi meegenomen, maar om de drukkosten op te vangen, is er crowdfunding nodig. “Een voorverkoop leek ons een waardige beloning. Mensen betaalden 15 euro op voorhand, zodat wij het geld al hadden om de magazines te kunnen drukken.” Ook de merchandise is uitgedacht, van T-shirts en tote bags tot foto’s uit het magazine in klein en groot formaat.

Crowdfunding Ook via andere wegen verwerven de jongens van 33-45 naambekendheid. Op een zomerse feestdag vragen ze met 33-45 enkele platen aan in het middagprogramma De Collega’s op Studio Brussel. Nog geen twintig minuten later krijgen ze een telefoontje van Radio 1. “Zo konden we vlak voor de crowdfunding in de studio gaan zitten om ons verhaal te doen. Dat doet natuurlijk wel iets voor je bereik. Plots hadden we veel meer likes en shares.”

Vier maanden stress Een fysieke redactie hebben ze niet. Toch heeft het trio wel een redactionele werking. Gert-Jan doet de fotografie, Quinten neemt de redactionele plichten op zich en Anders focust op de vormgeving van website en magazine. “Het overkoepelende werk doen we helemaal zelf: de financiën managen, contacten leggen, verkooppunten zoeken, distributie … Uiteraard hebben we schrijvers gezocht voor de journalistieke bagage. Zij


©© Foto: 33-45

“Na het gesprek met de makers van Bahamontes zijn we opnieuw begonnen” werken voorlopig vrijwillig, aangezien de eerste editie volledig op vrijwillige inzet draait. De rekening van het eerste nummer moet kloppen zonder sponsoring. Daarom hebben we nog geen subsidies aangevraagd. Advertenties komen er voorlopig niet in. We willen eerst zien of het zonder werkt. Zo kunnen we nadien een financieel plan uitstippelen.” Voorlopig combineren de jongens achter 33-45 het project met een voltijdse job. “We hebben anderhalf jaar aan de eerste editie gewerkt. Binnen vier maanden moet de tweede editie er liggen. We zijn er al mee bezig, maar het is bijzonder tijdrovend. Doordeweekse vergaderingen zijn altijd ‘s avonds laat en in het weekend spenderen we er ook aanzienlijk wat tijd aan.” Wat extra krachten en een strakke timing houden 33-45 op koers.

Afwachten Ook al raadpleegde 33-45 heel wat ervaringsdeskundigen, toch kan niemand voorspellen of het magazine zal aanslaan. De makers van wielerblad Bahamontes slaagden er niet in om met een gelijkaardige strategie hun voetbalmagazine Puskás leefbaar te maken. Na vijf edities moest het oogstrelende blad er noodgedwongen mee ophouden. Wielrennen werkt, voetbal niet. Maar is slow journalism ook geschikt voor muziek? De jongens van 33-45 liggen er nog niet wakker van. “Het blijft afwachten. Momenteel hebben we geen worst-case scenario. Stel dat 33-45 strandt, dan is het maar zo. We zijn ongelooflijk trots dat we al één editie in handen hebben.”

119


Phaedra Vergeylen

Overleeft als tv-zender in je broekzak? Maart 2016. Twee werknemers van Buzzfeed lieten live voor een enthousiast publiek van een half miljoen kijkers op Facebook een watermeloen ontploffen. Facebook Live was geboren. Sindsdien maken ook de Vlaamse media er gebruik van. Maar hoe biedt Facebook Live een meerwaarde voor journalisten? Nicolas Vlaeminck, socialmediamanager van VRT NWS, is duidelijk: “Je boort een doelgroep aan die je anders niet bereikt.” Facebook Live heeft zijn populariteit te danken aan Buzz­feed. Twee medewerkers bonden live zo veel mogelijk elastiekjes rond een watermeloen tot die ontplofte. Op het toppunt van de uitzending keken maar liefst 800.000 kijkers live mee. Sindsdien wil elke medium hun succes overtreffen. “Het publiek hunkert naar authentieke en frisse video-ervaringen in de plaats van traditionele gemonteerde video’s op sociale media. Mediadiensten moesten zich opnieuw gaan onderscheiden”, zegt Nicolas Vlaeminck, socialmediamanager van VRT. Ook de nieuwskanalen van de VRT gaan soms live op Facebook. “In het begin experimenteerden we met een smartphone, omdat je toen nog geen externe video’s kon toevoegen. Voor onze 120

eerste livevideo volgde onze journalist Tim Verheyden met zijn smartphone een test met een zelfrijdende auto”, vertelt Vlaeminck. “We merkten meteen veel engagement bij het publiek. Een ander voordeel van Facebook Live bleek de unieke inkijk in de interesses van je doelgroep. Dankzij Facebookstatistieken meet je meteen de kijkcijfers. Je ziet wat de kijker interessant vindt, waar hij afhaakt en uitlogt, maar ook wie die kijker is. Daar kan je op inspelen. Zo ontdekten we dat we via Facebook Live veel meer jongeren kunnen bereiken”, aldus Vlaeminck. “We hebben weinig nieuwskanalen die daarin slagen.”

Aan het front

“In het begin van Facebook Live was het ieder voor zich”, zegt Vlaeminck. “Elke mediadienst wou zich onderscheiden.” De VRT zette in op drie pijlers: breaking news brengen, experts inzetten en beelden binnenbrengen in de huiskamer. “Breaking news via Facebook heeft enkele voordelen. We kunnen heel snel live gaan zonder onze televisieprogramma’s te onderbreken. En via externe video’s die we tonen in onze webstudio, kunnen we ook voldoende kwaliteit bieden. Een ander sterk punt van de VRT is dat we over verschillende experts beschikken. Door hen in te zetten, kunnen we de kijker meteen juist informeren. Zo ben ik erg trots op onze live-uitzending


“Dankzij Facebook live bereiken we eindelijk jongeren”

met Rudi Vranckx aan het front in Mosoel. De kijker kon live meekijken aan het front en vragen stellen. Dat is meteen onze derde pijler: inspelen op de mensen thuis, interactie creëren. Dankzij smartphones en digitale toepassingen kunnen we de kijkers rechtstreeks meenemen naar de plaats waar het nieuws zich afspeelt en kunnen ze de vragen stellen waarmee ze zitten. We brengen een debat op gang tussen de mensen onderling. Dat kan op televisie niet”, aldus Vlaeminck. “Facebook Live is een beetje als een tv-zender in je broekzak. Je komt écht bij je publiek binnen.”

Facebookalgoritme

Wanneer een breakingnewsvideo gelanceerd wordt, hebben nieuwsdiensten zoals de VRT de mogelijkheid om notificaties te sturen. Daardoor klikken meer mensen op de video. Dat kan een enorm voordeel lijken, waardoor mediamerken zich erop blindstaren. Vlaeminck nuanceert: “Het is geen goed idee om blindelings achter Facebook aan te hollen. Het blijft een externe speler waarvan we niet afhankelijk mogen zijn. Je weet nooit welk ander medium ineens populairder wordt. We zullen als openbare omroep ook nooit betalen om nieuws op

“Wij zijn van een tweetal live video’s per week teruggevallen op een per week”

Facebook te promoten. Dat doen privébedrijven wel.” “We kunnen bovendien ook niet voorspellen welke keuzes Facebook nog maakt. Daar hebben we geen controle over. Zo weten we niet of we met de actualiteit op Facebook Live nog wel publiek kunnen halen.” Recent liet Facebook weten dat de nieuwsfeeds er binnenkort anders zullen uitzien. Content van bedrijven en uitgevers zal minder snel bovenaan komen in tegenstelling tot posts van vrienden en familie. Die nieuwe strategie kan grote gevolgen hebben voor nieuwsuitgevers die voor hun bekendheid voor een groot deel afhankelijk zijn van Facebook. “Wij voelen nu al dat het aantal likes en comments afneemt”, zegt Vlaeminck. “Bij de lancering van Facebook Live zorgde het algoritme van Facebook ervoor dat Live video’s wel in de streams terechtkwamen. Dat is nu al een heel pak minder en zal met de nieuwe strategie nog verminderen. We zijn ondertussen al van een tweetal livevideo’s per week naar één gegaan. Al heeft dat ook wel te maken met het nieuwsaanbod en de mindere nood aan breaking news.” 121


DE REDACTIE

Tasha Ik bereid mijn vragen en research altijd oldschool voor met pen en papier.

Piet Lang geleden op eBay gescoord: een ‘gouden’ Parker. Mijn lucky pen. Zelfs met andermans initialen ‘G.C.B.’. Matthias Nochtans kan zo’n prul uit mijn zak vallen tijdens het interview. Geen slim idee.

Cindy Parfum zorgt ervoor dat ik minder snel van mijn stuk te brengen ben.

Nanoi Want mijn zelfvertrouwen begint bij een frisse adem.

Ellen Mijn potloodjes laten me nooit in de steek.

Eveline Op mijn horloge hou ik tijdens een interview subtiel de tijd in de gaten.

Samah Muziek is mijn drug. Het kalmeert mij, no matter what.

Phaedra Hoe verder rijden naar het interview, hoe beter. Langer meezingen met de autoradio. Buckle up en uit volle borst! Daan De koffievlek illustreert mijn chaotische manier van werken.

Beau Spreekt voor zich. 122

Florus Geen journalistiek zonder koffie ook bij clichés is de waarheid nooit veraf.


Jay Snap! Met mijn camera schiet ik alles en met mijn pen kan ik ook goed overweg.

Jietse Onderweg naar een interview mij even afzonderen met mijn favoriete muziek. Erwin Superdomme recorder, zonder usb. Er staan nog uren interviews op. Als ik hem kwijtraak sterf ik een beetje.

Laura Ik kan niet zonder mijn voice recorder en toch bezorgt hij me stress: neemt hij op of niet? Zoë Bij stress krijg ik barstende hoofdpijn. Niet zo handig tijdens een interview.

Yannick Tabak voedt mijn creativiteit en geeft me vertrouwen. Meerokers zijn potentiële off-the-recordbronnen.

Robin Mijn bril zet ik op als ik intelligenter wil overkomen. Tijdens het interviewen dus. Emma Mijn agenda is mijn leven: touch it and you’ll die.

Jo Ik kijk zo gulzig dat ik een derde oog nodig heb.

Tine Een voornemen voor 2018: mijn microfoontje eens niet vergeten.

Niels Bij gebrek aan stafkaarten, dan maar digitaal.

Quinten Mijn agenda brengt orde in mijn chaotisch hoofd.

123


Ellen Van Laere & Zoë Fortie

“Voor de tweede bevalling moet je de pijn van de eerste vergeten” Gelegenheidsillustrator Pol Cosmo Grote grafische insecten, willekeurig en onopvallend op gevels in de Gentse binnenstad: straatartiest Pol Cosmo (artiestennaam) werkt graag in de luwte. Kleine poëtische ingrepen, als een artistieke verzetsdaad. Net als bij de vorige editie van Scoop verzorgt hij de illustraties. Niet evident, voor iemand die hoog inzet op artistieke vrijheid. Pol Cosmo: “Vier vijfde van mijn collages is analoog knip- en plakwerk. Thuis heb ik een kast vol boekjes, magazines, reclames, encyclopedieën en losse beelden. Een gigantische collectie, volgens mijn vrouw. Die verzameling is spontaan gegroeid, al help ik graag door af en toe op de rommelmarkt te zoeken naar oude boeken of tijdschriften om thuis kapot te scheuren. Veel leuker om mee te werken dan nieuw materiaal. ” “Als ik begin met een onderwerp, doorblader ik een tiental tijdschriften tot ik iets vind. Dat duurt soms uren, maar het creatieve proces is op die manier veel intenser dan wanneer ik op de computer een beeld samenstel. De beperking die ik mezelf geef, door niet zomaar beelden van het net te plukken, dwingt me om creatief te zijn.” “Na de zoektocht moet ik knippen, puzzelen en lijmen om de beelden in elkaar te doen passen. Daarna scan ik ze in en pas ik digitaal nog kleine dingen aan. Zo 124

verwijder ik lijmvlekken en zorg ik dat de kleuren van de verschillende onderdelen kloppen. De mogelijkheden om achteraf nog aan te passen zijn beperkt. Als jullie als opdrachtgever - nog iets willen veranderen, vloek ik wel. Vaak moet ik gewoon volledig opnieuw beginnen.” “Soms krijg ik enkel een titel, als briefing. Daar een passend beeld bij maken is een grote uitdaging waardoor ik de bal weleens missla. In andere gevallen kan ik vooraf het uitgeschreven artikel lezen. Het nadeel daarvan is dat ik dan erg dicht bij het onderwerp probeer te blijven. Ik hou er niet van als de boodschap erg benadrukt wordt, dat voelt geforceerd aan. De beste beelden komen spontaan. Die illustraties zijn het leukst en voor mij ook vaak het mooist.” “Ik laat bij mijn illustraties graag de nodige interpretatievrijheid. Daarnaast probeer ik ook te zorgen voor een kwinkslag. Als kunstenaar heb je de vrijheid om te doen wat je wil. Het publiek kan vrij oordelen wat het ervan vindt. Illustraties zijn functioneler, ze moeten een bepaald onderwerp ondersteunen. Dat is hard werken. Al daagt het me wel uit om dingen te doen die ik anders niet zou doen. Daarom heb ik een tweede keer ja gezegd toen de vraag van Scoop kwam. Het is zoals kiezen voor kinderen: als je de pijn van de eerste bevalling niet kan vergeten, begin je nooit aan een tweede. En ik was de pijn van de eerste gelukkig net vergeten.”


Ergens in dit blad:

“Ik wou iets contrasterend hebben, iets dat wringt. Het akelige tegenover het roze.”

“Afgelopen jaar werden de beelden bijna door onze strot geramd. Ook als niet-vegetariër hebben we veel moeten verwerken rond dierenrechten.”

“Boeiend dat er soms niet meer wordt afgegaan op feiten, maar op individuele ideologieën. Breek een hoofd open, zo kunnen er nieuwe ideeën in.”

“Vreemd hoe mensen naast elkaar praten. Dat robotachtige nabootsen van menselijke interactie intrigeerde me.” 125


Voetweg66.be Platform van de richting journalistiek aan Arteveldehogeschool

FLOW

denten? rkingen met onze stu Interesse in samenwe hs.be. de el ev rt @a alistiek Mail na ar info.journ

nieuws, in tekst, video of audio, regionaal of over de grenzen

SLOW longreads om in de zetel te lezen

De teloorgang van het valse gras

SHOW

de beste stukken, de mooiste videoportretten Meer Scoop lezen? www.voetweg66.be/ scoop Reageren op Scoop? info.journalistiek @arteveldehs.be Tweet naar @ArteveldeJOU

“Samen zijn wij een goed team” (Francesca is blind, Willy zit in een rolstoel)

Scoop - Vlaams Mediatijdschrift - jaargang 16 - Nr: 28 - Februari 2018 - Redactie: Nanoi Alloo / Yannick Deleebeeck / Matthias Depuydt / Quinten De Cauwer / Daan De Blende / Emma De Vos / Robin Dekempe / Zoë Fortie / Eveline Hagenbeek / Laura Lauwereys / Cindy Monbaillieu / Samah Saadi / Jay Stout / Florus Tack / Ellen Van Laere / Jietse Vandenbussche / Niels Verdonck / Tasha Vermeulen / Phaedra Vergeylen / Tine Verschueren / Erwin Veenstra / Beau Wauters Hoofdredactie: Piet Martens & Jo Valvekens - Begeleidende docenten: An De Meyere / Annelies Vaneechhoutte / Berber Verpoest Vormgeving: Peter Mulders - Illustrator: Pol Cosmo - Verantwoordelijke uitgever: Esther Van Tilburg, Voetweg 66, 9000 Gent Adverteren in Scoop 2019? Dat kan. Mail naar jo.valvekens@arteveldehs.be en we sturen de tarieven. De inkomsten worden gebruikt om met professionele illustratoren en vormgevers te kunnen werken. Mediatijdschrift Scoop is een uitgave van de opleiding Bachelor in de Journalistiek aan de Arteveldehogeschool in Gent. De derdejaarsstudenten maakten dit tijdschrift in het kader van een educatief project. Alle artikels en afbeeldingen hebben daarom een citerend karakter. Dank aan alle Scoopredacteurs, beeldredacteurs, fotografen en taalkundigen voor hun bereidwillige medewerking. De tekstredactie is afgesloten op 31 januari 2018. U las dit blad tot de laatste letter. We hopen dat het uw tijd waard was. Tot volgend jaar!


(advertentie)

Pass ie vo or jo urna listi ek ?

r p e d n i t e h Doe

! k j i ak t

127


#blijvenleren

communicatie en media Postgraduaten: - Digital Content and Journalism - Digital Marketing Communication Bijscholingen en studiedagen www.arteveldehogeschool.be

Scoop - Vlaams mediatijdschrift - februari 2018  

Mediatijdschrift Scoop is een uitgave van de opleiding Bachelor in de Journalistiek aan de Arteveldehogeschool in Gent. De derdejaarsstudent...

Scoop - Vlaams mediatijdschrift - februari 2018  

Mediatijdschrift Scoop is een uitgave van de opleiding Bachelor in de Journalistiek aan de Arteveldehogeschool in Gent. De derdejaarsstudent...

Advertisement