Page 1

Samenwerking sport, wetenschap en bedrijfsleven: wat levert het op?

Gouden Standaard ontwikkeld voor vrouwenvoetbal

Dit magazine over sportinnovatie is een uitgave van Arko Sports Media en Sportinnovator

2017/2018

Meer rendement halen uit sportinnovatie

sportinnovator


www.sportinnovator.nl

sportinnovator


Foto: Ministerie van VWS

Voorwoord Beste Sportinnovatoren, De klapschaats, ademende kleding voor sporters of het verbeteren van de afzet bij de loopnummers in de atletiek... het zijn zomaar wat mooie voorbeelden van innovaties in de sport. Vernieuwingen die we danken aan de inspiratie van mensen die echt iets willen verbeteren. Sport speelt een belangrijke rol in ons leven. De één volgt sportwedstrijden op televisie via een eerste en – steeds vaker ook – via een tweede scherm. De ander kiest ervoor een rondje te gaan hardlopen, maar als het even kan wél op het schoeisel voor een topatleet. Als het gaat om innovaties draait Nederland al jaren mee in de top. Zo goed zelfs dat Duitsland onlangs voorbijgestreefd werd op de European Innovation Scoreboard. Nederland staat daar nu op een vierde plek. We gaan er natuurlijk alles aan doen om die toppositie vast te houden! Ook de sport draagt daar flink aan bij.

03

De afgelopen jaren hebben we verspreid over ons land innovatiecentra opgezet waar onderzoekers, ondernemers, overheden en de sport samen kunnen werken aan vernieuwende ideeën. Nu is de tijd rijp om internationaal kansen te zien en te grijpen. Het kabinet zet zich in om Nederlandse innovatieve bedrijven te helpen hun weg naar de rest van de wereld vinden. Dat doen we bijvoorbeeld door deze prominent mee te nemen op handelsmissies. Ook valt er nog veel te winnen bij het analyseren van sportdata. Nederland wil en kan daarin wereldwijd een leidende rol spelen. Daarom gaan wij de komende jaren investeren in het doorontwikkelen van de Sport Data Valley: een online platform waar Nederlandse en Europese sportinnovatoren (meta)data uitwisselen én elkaar kunnen vinden. Een mooi voorbeeld hiervan is de samenwerking van de Universiteit Leiden met MYLAPS om op basis van jouw data te komen tot een voorspelling wanneer je geblesseerd kan raken. Innovaties blijven niet beperkt tot toepassingen in de topsport, ook bij de recreatieve sport worden zij steeds belangrijker. Denk daarbij onder andere aan een hardlooproute in de stad die via ledverlichting wordt aangegeven. Of aan de slimme verlichting van sportvelden en sportkantines.

Angelique Berg Directeur-generaal Volksgezondheid Ministerie van VWS

sportinnovatorXL

Of het nu gaat om het verbeteren van topprestaties of het vernieuwen van gemeentelijke sportvoorzieningen – we hebben de beste kans van slagen als wij samen optrekken en elkaar weten te inspireren. Dat vraagt om interessante ontmoetingen, verhalen en het leggen van contacten. Dus pak die kans en haak aan!


06

06 “Samenwerken, dat is het toverwoord”

Topteam Sport-voorzitter Harry van Dorenmalen over drie jaar Topteam Sport en de toekomst

14 Sportinnovator-centra in kaart

gebracht

04

19 Column Bart Bennema

“Met één druk op de knop”

20 Meer dan de som der delen

Sportinnovatie als gedeelde winst van afzonderlijke belangen

28 Koploper 1: InnoSportLab de Tongelreep

30 Sportinnovator: topsport,

breedtesport & maatschappij

38 Koploper 2: Sportcentrum Papendal – TeamNL Innovation Center

40 Column Annemarie Postma “Een rolstoelbestaan is topsport”

42 Nico van Meeteren:

sportinnovatorXL

inhoud

“Van ego naar eco”

Over delen en samenwerken in de gezondheidssector en de parallellen met sportinnovatie

38 42


47

47 Juweeltjes van sportinnovatie 60 Koploper 3: Amsterdam Institute

of Sport Science

62 Sport Data Valley: delen is

vermenigvuldigen

66 Infographics: facts en figures

72

70 Koploper 4: Sport Data Center 72 Topsport Limburg: innovatieregio voor

sportmaterialen

76 Koploper 5: TU Delft Sports Engineering Institute

76

78 “Niet alleen nemen, ook geven”

Aart Jacobi, Nederlands ambassadeur in Japan, over samenwerken als noodzaak en kans

82 Column Viggo Waas

05

“Omarm het verleden”

In opdracht van ZonMw Verschijningsdatum December 2017 Hoofdredactie Frans Oosterwijk Redactie Maxime de Gooijer, Elsemiek Hoogwout, Linda Jansen, Karlijn de Jonge (eindredactie), Mijke Sluis

Realisatie Arko Sports Media Wiersedreef 7 3433 ZX Nieuwegein Tel 030 707 30 00 info@sportsmedia.nl www.sportsmedia.nl

Journalisten Leo Aquina, Pieter van der Meer, Edward Swier, Roelof Jan Vochteloo Ontwerp/dtp Marco Reijken, Studiorvg www.studiorvg.nl Drukwerk PreVision www.pre-vision.nl

ZonMw is de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek én stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis – om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren.

© 2017 Arko Sports Media Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, in fotokopie of anderszins gereproduceerd door middel van boekdruk, foto-offset, fotokopie, microfilm of welke andere methode dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.

sportinnovatorXL

colofon


“Samenwerken, dat is het toverwoord” 06

Voorzitter Harry van Dorenmalen over drie jaar Topteam Sport en de toekomst

Aan ambitie geen gebrek. Nederland moet, door kennis, data én technologie aan elkaar te koppelen, het meest sportinnovatieve land ter wereld worden. Sport Data Valley zal, zo is de voorspelling van het Topteam Sport, de komende jaren dusdanig veel informatie gaan opleveren dat niet alleen Nederlandse topsporters over de grens nog beter gaan presteren, maar vooral ook sportparticipatie en volksgezondheid zullen toenemen.

sportinnovatorXL

Topteam Sport

 Edward Swier

en ecosysteem, waarbinnen nieuwe samenwerkingen tussen sport, wetenschap, bedrijfsleven en overheid worden gestimuleerd, leidt tot rendabele innovaties in de sport. Er is, in betrekkelijk korte tijd, al het nodige bereikt, door goed samen te werken en informatie uit te wisselen. Maar dat is nog geen reden om achterover te leunen. De komende jaren valt er nog heel veel meer te winnen. Regionale samenwerking én toenemende interesse vanuit het bedrijfsleven in sportinnovatie is daarbij cruciaal. En groot geloof in data. “We gaan naar een data driven economy, dat zal in de sport niet anders zijn.” Harry van Dorenmalen, voorzitter van het Topteam Sport, vindt dat het tijd wordt om nu te oogsten: “We hebben

ruim twee jaar, vooral op de achtergrond, gewerkt aan de infrastructuur met onder andere de subsidies aan Sport­ innovator-centra en aan diverse innovatieve projecten en ideeën. Nu is het tijd dit aan de buitenwereld te laten zien.”

Focus, massa en rendement Vanuit zijn jarenlange ervaring als algemeen directeur van IBM kent Van Dorenmalen het bedrijfsleven als geen ander en is hij gevraagd om het Topteam Sport te leiden, om de ambities van Sportinnovator te vervullen. Een van zijn aandachtsgebieden is dan ook om de link tussen het bedrijfsleven en sportinnovatie te versterken. Maar eerst eens even terug in de tijd. In 2014 kwam minister


FOTO: Sportinnovator

Regionale samenwerking ĂŠn toenemende interesse vanuit het bedrijfsleven in sportinnovatie is cruciaal

sportinnovatorXL

07


FOTO: Sportinnovator

Wat zijn de opbrengsten voor de topsport, breedtesport, maatschappij en economie?

08

sportinnovatorXL

Topteam Sport

WAT IS HET TOPTEAM SPORT? Het Topteam Sport is eind 2014 door voormalig minister Edith Schippers van VWS opgericht om de Kennis- en innovatieagenda sport 2015-2020 voor de komende jaren op te stellen en uit te voeren. De leden van het Topteam zijn afkomstig uit de sectoren bedrijfsleven, wetenschap, sport en overheid.

Edith Schippers van VWS met de opdracht de sportinnovatie in Nederland beter te stroomlijnen. Een door haar gevormd Topteam Sport diende focus, massa en rendement aan te brengen in een tot dan versnipperd landschap. Het eerste resultaat, de Kennis- en innovatieagenda sport 2015-2020, volgde niet veel later. Daarin stonden de plannen voor de periode 2015-2020. Zo’n beetje halverwege die periode is het een ideale gelegenheid om even over de schouder te kijken, en vooral – innovatie richt zich immers ook op de toekomst – vooruit te blikken. SportinnovatorXL geeft, aan de hand van vraaggesprekken als deze en een aantal mooie verhalen over praktijkvoorbeelden, antwoord op een heleboel vragen. Wat zijn de doelstellingen en ambities van Sportinnovator? Hoe verloopt de samenwerking tussen bedrijfsleven, overheden, sport én wetenschap? Wat zijn – op korte en lange termijn – de opbrengsten voor de topsport, breedtesport, maatschappij en economie? Wat

leveren innovaties op het gebied van bewegen de samenleving op? Wat gaat er al hartstikke goed, en waar kan of moet het nog beter? Van Dorenmalen: “Natuurlijk zou het prachtig zijn om hier te roepen dat we met onze aanpak op de volgende Olympische Spelen zes gouden medailles extra gaan winnen. Maar daar draait het in eerste instantie niet om. Sportinnovator wil vooral de samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid, wetenschap én sport stimuleren. Uit deze samenwerking komen nieuwe producten en diensten voort. Innovaties. Waarmee we ook internationaal kunnen scoren. Dat kúnnen medailles zijn, inderdaad.”

Derde fase Voorman Van Dorenmalen van het Topteam Sport benadrukt dat in de Kennis- en innovatieagenda sport 2015-2020 meerdere speerpunten staan, zoals het vergroten van het rendement van kennis en innovatie in de sport, voor zowel de sport zelf als de wetenschap, economie en maatschappij. Dat wordt gerealiseerd via een ‘ecosysteem’ van onder andere Sportinnovatorcentra. Dit netwerk moet, door samenwerking tussen onderzoekers, ondernemers, overheden en sportorganisaties, werken aan rendabele sportinnovaties. Dus met name ideeën die, naast impact in de sport, ook economische en


FOTO: Sportinnovator

WAT IS SPORTINNOVATOR? Het doel van de Kennis- en innovatieagenda sport 2015-2020 is om het rendement van kennis en innovatie in de sport te vergroten: voor de sport maar ook voor de wetenschap, economie en maatschappij. Om dit op te pakken, is het programma ‘Sportinnovator’ opgezet. Sportinnovator wil nieuwe samenwerkingen stimuleren tussen sport, wetenschap, bedrijfsleven en overheid, met als doel rendabele innovaties in de sport te ontwikkelen. Sportinnovator subsidieert daarom Sportinnovator-centra. Dit zijn ontmoetings- en broedplaatsen waar onderzoekers, ondernemers, overheden en sportorganisaties structureel samenwerken aan innovaties. Ook verstrekt Sportinnovator subsidies aan innovatieve projecten en ideeën, die behalve impact in de sport ook (potentieel) economische en maatschappelijke waarde hebben. Via de website Sportinnovator.nl communiceert Sportinnovator over haar activiteiten. Hier is ook de Sport Data Valley te vinden.

09

renmalen: “Samenwerken, dat is het toverwoord. Ook in de Sport Data Valley. Nederland kan excelleren door onderlinge samenwerking, daarmee kunnen we het verschil maken.”

Spreiding Natuurlijk, ook vóór 2015 was er al een zekere infrastructuur. Samenwerking kwam echter meestal op basis van toevalligheden tot stand en wetenschappers en onderzoekers wisten vaak minder goed van elkaar waar ze mee bezig waren. Overheden, sportbonden en ondernemers konden elkaar lastiger vinden. Ondanks de inspanningen gebeurde nog veel zonder einddoel of achtergrond. “Innovaties zijn ook aan inflatie onderhevig. Zoals je een paar jaar geleden over innovaties sprak, heb je het nu over heel andere ontwikkelin-

gen. Als je een paar jaar geleden een aantal sensoren in een stadion ophing en zaken ‘nameette’, was dat heel innovatief. Maar innovaties van nu hebben vooral voorspellend vermogen. Zoals de ontwikkeling van een app die hardloopblessures kan voorspellen en daarmee voorkomen.” Niet alle centra konden daar in eerste instan-

WAT IS SPORT DATA VALLEY? Het doel van dit online platform is sportinnovatoren met elkaar te verbinden. Wanneer zij een profiel aanmaken op www.sportinnovator.nl, kunnen zij exposure creëren voor hun innovatie, nieuwe contacten en ervaringen opdoen en informatie over data uitwisselen.

sportinnovatorXL

maatschappelijke waarde hebben, zijn gestimuleerd. Het Topteam Sport heeft hier subsidies aan toegekend. Dit proces wordt gecoördineerd en uitgevoerd door ZonMw. In de Sport Data Valley kunnen individuen en organisaties informatie over datasets delen. Overheden, sportorganisaties, kennisinstellingen en het bedrijfsleven dienen samen te werken aan een zo uitgebreid mogelijke verzameling data. Dat moet, na analyse, als vanzelf leiden tot innovaties, nieuwe toepassingen en extra verdieping. Een goed voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van de Gouden Standaard in het vrouwenvoetbal. Samenwerking tussen de kennisinstellingen is belangrijk voor het realiseren van innovatie in de sport. De wetenschap pakte de handschoen op en voegde aan de Kennis- en innovatieagenda sport 2015-2020 – na overleg tussen een flink aantal wetenschappers tijdens een studiereis naar Japan – een Wetenschapsagenda toe. Van Dorenmalen: “Beide hebben een aantal speerpunten. De Kennis- en innovatieagenda vliegt innovatie aan vanuit de gedachte van ‘sporters in beweging, sporters in herstel, technologie’. Wetenschappers hebben vooral de focus op ‘beter presteren, een leven lang bewegen, de waarden van sport’. We gaan nu een derde fase in.” In die fase is samenwerking cruciaal. Van Do-


“Sportinnovator wil vooral de samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid, wetenschap én sport stimuleren”

sportinnovatorXL

Topteam Sport

10

tie in mee, veel ‘verbeteringen’ misten een digitale component. “Terwijl juist dat is waar we met vrijwel alle innovaties heen gaan.” Ook de sportbonden zouden hier meer mee moeten doen, is de visie van Van Dorenmalen. Zij hebben niet allemaal een innovatieplan of een innovatiemanager in dienst. “Vaak is dat een budgettaire kwestie, maar wil je echt innoveren, dan moet je er ook voor gaan!” Wie nu op Sportinnovator.nl, het digitale kennisplein, kijkt, ziet in één oogopslag hoe Sportinnovator-centra elkaar nu wel weten te vinden. Er is een behoorlijke spreiding over Nederland. De woorden van Schippers, dat rendement, focus en massa moeten worden bereikt, galmen in de centra voort. Er wordt gezocht naar (kleine) innovaties die grote gevolgen kunnen hebben, in de (top)sport en

de maatschappij. De volksgezondheid is een groot goed. Sportinnovaties kunnen niet alleen die ene sporter medailles opleveren, maar ook hele generaties gezond(er) maken. Van Dorenmalen: “We moeten elkaar helpen, om dingen te bedenken waarmee we – hier en in het buitenland – kunnen schitteren. Mooi voorbeeld vind ik een game via een app die rolstoelgebruikers en ouderen met behulp van een pols- en wielsensor stimuleert meer te bewegen. Of innovaties die kinderen met inzet van technologie stimuleren meer buiten te spelen. Of om een andere vorm van zwemles of bewegingsonderwijs te krijgen. Denk ook aan het Sportenbroodje, ontwikkeld om een goede prestatie te stimuleren en dat vanuit de topsport naar het gewone publiek is overgewaaid.”

Regionale verdieping Van Dorenmalen en zijn Topteam Sport zetten voor de komende tijd, zoals VWS ook nadrukkelijk verlangde, in op focus. Dat betekent dus geen centralisatie, maar regionale verdieping. “We zetten in op regiomodellen, willen op regionaal niveau betere samenwerkingen met het mkb en overheden, en hiermee innovatie stimuleren en organiseren. We steunen bij voorkeur ideeën, projecten en centra waarin regionale bedrijven het voortouw nemen en echt samenwerken. Als ze willen, kunnen ze daarbij rekenen op advies en coaching van het Topteam Sport.”

Inmiddels wordt gewerkt aan de vorming van een aantal regio’s binnen het ecosysteem. Van Dorenmalen: “Ik geloof in de zwaartekracht. Het moet gebeuren in de regio’s. Wij maken de agenda, investeren eenmalig in het digitale platform dat voor iedereen van nut kan zijn en vervolgens verwachten we dat de regio het uitnut, dat er een voortrekker is die in samenwerking met lokale overheden en bedrijven de kar trekt en hierbij samenwerkingen opzoekt met wetenschappers en kennisinstellingen op het specifieke expertisegebied. Met de wetenschap verloopt de samenwerking echt goed. De mensen weten waar het over gaat. Ook vanuit de overheden komt er meer commitment. Maar vanuit de bonden en het bedrijfsleven mag het allemaal nog wel wat sterker worden. Onder andere Friesland Campina en DSM hebben het door, die draaien goed mee. Zo werkt Friesland Campina met andere bedrijven samen in een pressurecooker met als doel nieuwe innovaties op voedingsgebied te ontwikkelen. Maar meer grote en kleine bedrijven moeten hier wat mee gaan doen.” Want wie straks niet tot het ecosysteem behoort, mist de boot. “We willen aansporen tot innoveren, tot samenwerken. Echt, het loont.”

WAT IS DE ROL VAN ZONMW? ZonMw ondersteunt het Topteam Sport bij de uitvoering van haar taken. Ook is zij de partij die de subsidierondes vanuit het programma ‘Sportinnovator’ coördineert en uitvoert.

HET TOPTEAM SPORT OVER HUN DRIJFVEREN EN AMBITIES We spraken met vijf leden van het Topteam Sport over hun relatie met sportinnovatie en stelden ze twee vragen: Wat is de relatie tussen uw functie en het onderwerp sportinnovatie en wat wilt u met Sportinnovator bereiken in uw specifieke sector?


FOTO: TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN

ERIC VAN DER BURG WETHOUDER SPORT VAN GEMEENTE AMSTERDAM “Als wethouder Sport van Amsterdam heb ik mij de afgelopen 7,5 jaar ingezet voor een beter sportklimaat in onze stad. Dat doe ik door te investeren in breedtesport, sportevenementen en sportaccommodaties. Daar horen ook investeringen bij in de topsportaccommodaties als het Sloterparkbad, de Bosbaan, het Wagenerstadion en het Olympisch Stadion. Juist daar zie je wat innovatie kan doen om topsporters nog beter te laten presteren. Bij breedtesportactiviteiten zien we dat het echt helpt als de sport innoveert. Als de voorzieningen beter worden, gaan meer mensen sporten.” “Kennis is heel erg belangrijk. Het is van belang die kennis tussen verschillende (top)sectoren te delen, die kennis te verbreden én direct toepasbaar te maken. Dit alles met als doel dat meer mensen gaan sporten. En dat mensen die al sporten nog meer gaan sporten. Bovendien is het de opzet dat sporters ook béter gaan sporten, waarbij topsporters dan dus nóg beter gaan presteren.”

FOTO: HOLLANDSE HOOGTE

“Als voorzieningen beter worden, gaan meer mensen sporten”

“De topsport kan leren van data en ontwikkelingen in de breedtesport”

11

sportinnovatorXL

AARNOUT BROMBACHER DECAAN VAN DE FACULTEIT INDUSTRIAL DESIGN AAN DE TU EINDHOVEN “In de 25 jaar die ik als hoogleraar aan de Technische Universiteit in Eindhoven werk, heb ik sport, en dan met name de breedtesport, als een dankbaar onderzoeksgebied omarmd. Bewegen, mits op een goede manier, is ongelooflijk belangrijk. Voor de volksgezondheid in het algemeen, voor het individu in het bijzonder. Ik merk dat ook in mijn vrije tijd, waarin ik actief ben als atletiektrainer van mensen met een maatje meer en van een groepje verder gevorderden. Ik merkte dat dataonderzoek in met name de breedtesport een enorm onontgonnen terrein was. We leven echter in een ontzettend boeiende tijd, een tijd vol data-explosies. Als we mensen, bijvoorbeeld tijdens de Marathon van Eindhoven, vragen te participeren, krijgen we enorm veel respons. Na elk onderzoek hebben we weer vijf keer meer data dan bij vorig onderzoek, en dat blijft zich maar vermenigvuldigen. Er is zoveel meer informatie beschikbaar, die moeten we – binnen de privacywetten – goed benutten.’’ “Er is jarenlang vooral gezegd dat de breedtesport kan leren van ontwikkelingen in de topsport, maar door de enorme hoeveelheid data die in de breedtesport verzameld wordt, is het inmiddels zeker ook andersom het geval. Als je één topschaatser test, heb je alleen zijn gegevens, terwijl je bij een marathon de informatie van duizenden lopers kunt verzamelen. Waar topsporters elkaar nauwelijks ontlopen, een enorm homogene populatie zijn, zitten er in die groep marathonlopers veel meer extremen. Die gegevens kunnen ons veel leren, ook over bijvoorbeeld fysieke en emotionele ontwikkelingen onderweg. Uit de gegevens van breedtesporters is voor toppers misschien wel veel meer te leren over voorbereiding en herstelgedrag dan tot nu toe werd gedacht. Nu al komt er veel informatie samen binnen de Sport Data Valley, er ligt een enorme uitdaging om al die data nu ook juist te analyseren en begrijpelijk te maken, voor coaches en hun sporters, voor wetenschappers, de gezondheidszorg en medische wereld.”


FOTO: ANP Photo

12

GERI BONHOF VOORMALIG SCHOOLLEIDER EN BESTUURDER, ADVISEUR OP GEBIED VAN PRAKTIJKGERICHT TOEGEPAST ONDERZOEK “Ik ben in 2015 gevraagd voor het Topteam Sport vanwege mijn kennis van én ervaring met het programmeren van praktijkgericht toegepast onderzoek. Na tien jaar bewegingsonderwijs en een loopbaan als schoolleider werd ik voorzitter van het College van Bestuur van de Hogeschool Utrecht. In die tijd heb ik veel tijd besteed aan de invulling van de lectoraten en de ontwikkeling van praktijkgericht toegepast onderzoek. In het Topteam was dit type onderzoek niet vertegenwoordigd. Zeker op het gebied van sportonderzoek zijn inmiddels veel waardevolle bijdragen geleverd aan kennisontwikkeling en innovatie op het gebied van prestatieverbetering, talentontwikkeling, bevordering van gezondheid en vitaliteit, bewegingsonderwijs en de sociale en maatschappelijke waarde van sport en bewegen.” “Het is belangrijk om ‘focus’ en ‘massa’ aan te brengen in het sporten beweegonderzoek in Nederland. Vanuit het Topteam hebben wij een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de KANS: Kennisagenda Nederlandse Sport. Een brede agenda die interactief tot stand gekomen is, met inbreng van veel onderzoekers. Het is belangrijk samen te werken en versnippering van activiteiten te voorkomen. Inmiddels is ook extra financiering voor onderzoek op het gebied van sport en bewegen beschikbaar én is er een belangrijke plaats ingeruimd in de Nationale Wetenschapsagenda. De komende jaren is de uitdaging meer middelen te verkrijgen voor onderzoek en de ingezette lijn voort te zetten. Daarnaast moet de relatie onderzoek en innovatie versterkt worden. De wijze waarop het netwerk van Sportinnovatie-centra zich ontwikkelt, biedt vele mogelijkheden. Veel aandacht zal moeten uitgaan naar het stimuleren en begeleiden van de vraagarticulatie van sporters, trainers, coaches, sportverenigingen, bedrijfsleven, overheid en de gezondheidszorg.”

“Er zijn veel sectoren in de samenleving waarin sport een rol kan spelen”

sportinnovatorXL

FOTO: COLLEGE PZ

Topteam Sport

“De relatie onderzoek-innovatie moet versterkt worden”

MAURITS HENDRIKS TECHNISCH DIRECTEUR NOC*NSF “In de topsport merken onze sporters en hun begeleiding elke dag hoe klein de verschillen tussen winst en verlies zijn. Met TeamNL gaan we elke dag ergens ter wereld de strijd aan met andere landen. Daarom zijn we steeds op zoek naar waar we het verschil kunnen maken. In die zoektocht kunnen innovaties op velerlei gebied helpen. Of dat nu een shorttrackhelm is die de aerodynamica verbetert, of een hersteldrank die na een inspanning topsporters sneller klaarmaakt voor de volgende training. Als technisch directeur werk ik samen met een groot team aan de ondersteuning van onze sporters en hun staf.” “Nederland heeft een geweldige infrastructuur, met heel veel gemeentelijke en verenigingsgerelateerde sportfaciliteiten. De kracht van sport zien we in het samenbrengen en verbinden van mensen en in het hebben van een actieve leefstijl. Er zijn veel sectoren in de samenleving waarin sport een rol kan spelen. Om dat efficiënt te doen, moeten we op zoek blijven naar vernieuwingen. Onderzoek en innovatie zijn cruciaal. Hoe kun je inspanning en voeding beter op elkaar afstemmen? Is het mogelijk lichtere en stabielere rolstoelen te ontwikkelen? Helpen interactieve gymzalen en speelterreinen kinderen om meer te bewegen? Hoe maken we het leuker voor kinderen? Zowel voor de topsport als voor de breedtesport is er nog heel veel te winnen. Sportinnovator helpt mee deze en andere vragen te beantwoorden, door het bouwen van een netwerk van onderzoek- en innovatiecentra. En door het opzetten van een data-infrastructuur, het platform Sport Data Valley, waar informatie over sportonderzoek en data kan worden gedeeld.”


MARTIN OLDE WEGHUIS MANAGER NEW BUSINESS DEVELOPMENT ROYAL TEN CATE “Sport en bedrijfsleven zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik ben gevraagd voor het Topteam Sport vanuit mijn expertise met onder meer kunstgras, een product dat in de laatste vijftien jaar gezorgd heeft voor een aanmerkelijke ledengroei en hoger rendement van sportaccommodaties; een voetbalveld kan nu per seizoen niet 250 maar 1.500 uur worden ingezet. Wij hebben bij Ten Cate altijd al begrepen dat sport een early adopter van innovaties is. Waar nu veel gesproken wordt over het gebruik van composieten in de vliegtuigindustrie bijvoorbeeld, en we dat met z’n allen een spectaculaire ontwikkeling vinden, doet de sport dat al sinds tijden. De vishengel, de hockeystick en de racefiets zijn al veel langer van carbon. De sport kan als launching customer van tal van producten worden beschouwd.” “Sport is, zeker waar het gaat om de bouw van complexen en dergelijke, in Nederland altijd een subsidiegedreven platform geweest. In een tijd waarin duidelijk is dat subsidies, in tal van sectoren, worden afgebouwd, zullen gelden steeds vaker uit het bedrijfsleven moeten komen. Het is aan ons als Topteam om de link te leggen tussen sport en bedrijfsleven. De vraag vanuit het bedrijfsleven is dan meteen: What’s in it for me? Dat is een logische, terechte vraag, waarop je voor elk product afzonderlijk weer een goed antwoord zult moeten vinden. Het zal betekenen dat je met innovaties moet komen die de massa kunnen bereiken, het is tijd voor meer vraaggestuurde ontwikkelingen. Dat zal ook betekenen dat er innovaties ontstaan die niet alleen nog voor de topsport worden gemaakt. Topsport zou wel nog de launching customer kunnen zijn, maar breedtesport en vooral de gezondheidszorg moeten er ook snel mee aan de slag kunnen. Hoe mooi is het als je een sensor kunt ontwikkelen voor een betere afwikkeling van de voet en de schoen, waar niet alleen de hardloper iets aan heeft, maar vooral ook al die mensen in verzorgingstehuizen?” “Voor wat betreft het traject van het Topteam Sport tot 2020 kan ik zeggen dat we goed op koers liggen. Er is al een aantal belangrijke overwinningen geboekt. Dat wetenschap, sport, bedrijfsleven en overheid inzake sportinnovaties in Nederland alles op elkaar afstemmen, is een belangrijke stap. Wij vechten elkaar de tent niet uit. Daar kunnen ze in andere sectoren nog veel van leren. Sport zou, al zeg ik het zelf, als een blauwdruk voor de nieuwe economie van Nederland kunnen fungeren.”

13

sportinnovatorXL

FOTO: ROYALTEN CATE

“Sport is een early adopter van innovaties”


sportinnovatorXL

Sportinnovator centra

03

08

13

14 12

01 05

11 10 14

04 06 02 15 09

07


10

01 Sailing Innovation Centre 02 Ir. Otten Fieldlab Aangepast Sporten 03 Sport Innovator Centrum Groningen 04 InnoSportLab ’s-Hertogenbosch 05 KNVB Campus

15

06 InnoSportLab Sport & Beweeg! 07 Sport Innovation Centre Topsport Limburg 08 Innovatielab Thialf 09 Sportinnovator-centrum Beweging in het Onderwijs 10 Sportinnovator-centrum Nutritional Status & Health De centra 11 tot en met 15 komen elders in deze uitgave uitgebreid aan het woord.

11 TU Delft Sports Engineering Institute 12 Sport Data Center 13 Amsterdam Institute of Sport Science 14 Papendal TeamNL Innovation Center 15 InnoSportLab de Tongelreep

sportinnovatorXL

Sportinnovator centra

Sportinnovator-centra zijn ontmoetings- en broedplaatsen waar onderzoekers, ondernemers, overheden en sportorganisaties structureel samenwerken aan innovaties die: bijdragen aan de topsport, sportparticipatie en/of een actieve leefstijl; bijdragen aan de kennisbasis voor sport; zorgen voor economisch rendement of maatschappelijke waarde opleveren. In de afgelopen periode zijn vanuit het programma Sportinnovator 15 Sportinnovator-centra gefinancierd. In onderstaand overzicht vind je meer informatie over de centra.


01

Sailing Innovation Centre

03

Het Sailing Innovation Centre (SIC) is een initiatief van NOC*NSF, het Watersportverbond, Technische Universiteit Delft, Vrije Universiteit Amsterdam en de gemeente Den Haag. Het SIC steunt de sportieve ambities van Nederland in de zeilsport en bevordert de belangstelling voor het zeilen en draagt bij aan economische groei door het ondersteunen van bedrijven bij het realiseren van nieuwe en betere producten en diensten. Kortom: meer medailles, meer mensen de zeilsport laten beleven én meer business.

Het Sport Innovator Centrum Groningen richt zich – door middel van innovaties – op het optimaliseren van de bewegingsprestaties in de setting van sport, revalidatie en dagelijks leven. Het centrum is de verbindende schakel tussen kennisinstellingen, de sportpraktijk en de commerciële markt waarbij het faciliteert en stimuleert. Het Sport Innovator Centrum Groningen versterkt de positie van bedrijven door het toevoegen van kennis aan bestaande of nieuwe producten en diensten. Met landelijke sterke partners vormt het Sport Innovator Centrum Groningen een belangrijk onderdeel van het nationale ecosysteem ter bevordering van de Nederlandse bewegingsprestaties.

Contactpersonen: Cees van Bladel; Lenneke de Voogd Hellingweg 11a 2583 DZ Den Haag Zuid-Holland W. www.sailinginnovationcentre.nl T. 070-3063642 E. info@sailinginnovationcentre.nl

16

02

Sportinnovator centra sportinnovatorXL

Contactpersoon: Koen Lemmink Nettelbosje 2 9747 AC Groningen Groningen W. www.sportinnovatorgroningen.nl T. 050-3632699 E. k.a.p.lemmink@umcg.nl

Ir. Otten Fieldlab Aangepast Sporten Het Ir. Otten Fieldlab Aangepast Sporten (FAS), onderdeel van Libra Revalidatie & Audiologie, is een platform voor innovatie en onderzoek op het gebied van aangepast sporten en bewegen. Samen met bedrijven, kennisinstellingen, sportbonden en overheid werkt het centrum aan de ontwikkeling van producten en diensten op het gebied van sport en bewegen voor mensen met een lichamelijke beperking. Dat doet het FAS op twee innovatiegebieden: sport- en beweegstimulering en prestatieverbetering en -monitoring. Contactpersoon: Jan Verberkt Toledolaan 2 5629 CC Eindhoven Noord-Brabant W. www.libranet.nl/fieldlab T. 088-3132889/06-12833219 E. fieldlab@libranet.nl

Sport Innovator Centrum Groningen

04

InnoSportLab ’s-Hertogenbosch Het InnoSportLab in ‘De Plek’ in ’s-Hertogenbosch is hét centrum van innovatie voor de gymnastische sporten in Nederland. Sinds 2016 is het lab een Sportinnovator-centrum. Naast de nationale selecties Turnen Heren en Trampolinespringen Dames en Heren trainen hier zo’n dertig gymnastische disciplines, zowel top- als breedtesport. Het lab werkt internationaal samen met de Europese (UEG) en wereldturnbond (FIG). Ook heeft het lab veel expertise op het gebied van directe feedback, video-aquisitie, -analyse en -verwerking om sporters tijdens hun trainingen en wedstrijden te ondersteunen. Contactpersoon: Maurice Aarts Marathonloop 7A 5235 AA ’s-Hertogenbosch Noord-Brabant W. www.innosportlabs-hertogenbosch.nl T. 073-6111270 E. innosportlabgs@gmail.com


KNVB Campus

07

Sportinnovator-centrum KNVB Campus heeft als doel het Nederlandse voetbal te vernieuwen. Dit gebeurt door in te zetten op onderzoek en innovatie vanuit de sport, wetenschap en bedrijfsleven, met als ultieme droom de beste van de wereld te worden. Kennis die wordt opgedaan wordt ook actief vertaald naar toepassingen voor de breedtesport. Op de KNVB Campus bevindt zich #11, een open innovatiecentrum waar organisaties uit het voetbal, bedrijfsleven en wetenschap actief samenwerken aan innovatie.

Het Sport Innovation Centre Topsport Limburg brengt innovatie en topsport bij elkaar. Het helpt topsporters beter te presteren en het helpt innovatieve bedrijven om hun (sport)innovaties internationaal te promoten. Deze worden vormgegeven in de sportincubator, gevestigd in de sportzone in Sittard-Geleen. De incubator faciliteert bedrijven uit Limburg, Nederland, maar ook internationale bedrijven/ start-ups om hun innovatie via de topsport wereldwijd op de markt te brengen. In dit proces worden topsporters nauw betrokken, zodat ook zij profiteren van de innovatie.

Contactpersoon: Frederike Zwenk Woudenbergseweg 56-58 3707 HX Zeist Utrecht W. www.knvb.nl/campus/innovatie/sportinnovator T. 06-57542995/06-23983739 E. frederike.zwenk@knvb.nl

06

InnoSportLab Sport & Beweeg! InnoSportLab Sport & Beweeg! is een fysieke plek waar de breedtesport centraal staat en in samenwerking met bedrijven en kennisinstellingen wordt gewerkt aan innovatieve producten en diensten voor de breedtesport. InnoSportLab Sport & Beweeg! is een aanjager van innovaties en helpt sporters, ondernemers en wetenschappers hun grenzen te verleggen. Samen dragen ze bij aan een verbeterde sportparticipatie en gezondere levensstijl van alle Nederlanders. Contactpersoon: Harmen Bijsterbosch Oude Bosschebaan 7-11 5624 AA Eindhoven Noord-Brabant W. www.innosportlabsportenbeweeg.nl T. 040-2025697/06-51452410 E. info@innosportlabsportenbeweeg.nl/ harmen@innosportlabsportenbeweeg.nl

Sport Innovation Centre Topsport Limburg

Contactpersoon: Anne Paquay Milaanstraat 120 6135 LH Sittard Limburg W. https://topsportlimburg.nl T. 046-4433839/06-51809597 E. nfo@topsportlimburg.nl/ anne.paquay@topsportlimburg.nl

08

17

Innovatielab Thialf Thialf is het schaatshart van de wereld. Om deze voorsprong te continueren en verder uit te bouwen, is innoveren een must. Innovatielab Thialf zorgt ervoor dat het schaatsen en inlineskaten beter meetbaar, interactiever en toegankelijker worden en vooroplopen in het digitale tijdperk. Hierbij ligt de focus op drie thema’s: verbetering van sportprestaties, verbetering van sportbeleving en het optimaliseren van sportaccommodaties. Innovatielab Thialf is een samenwerking van Thialf, Sportstad Heerenveen en Topsport NOORD, die gezamenlijk investeren in sportinnovaties voor de topsport, breedtesport en fanbeleving. Contactpersoon: Inge Stoter Pim Mulierlaan 1 8443 DA Heerenveen Friesland W. http://innovatielab.thialf.nl T. 0513-637700 E. innovatielab@thialf.nl

sportinnovatorXL

05


09

Sportinnovator-centrum Beweging in het Onderwijs Het Sportinnovator-centrum Bewegen in het Onderwijs is een initiatief van Embedded Fitness en Janssen-Fritsen. Dit centrum is dĂŠ ontmoetings- en broedplaats van onderzoekers, bedrijven, overheden en scholen in het primair en voorgezet onderwijs met als primaire focus de verbetering van (leer)prestaties en beweging van jongeren. Het Sportinnovator-centrum Bewegen in het Onderwijs ontwikkelt innovaties voor het bewegingsonderwijs en nieuwe initiatieven gericht op bewegend leren.

sportinnovatorXL

Sportinnovator centra

18

Contactpersoon: Carla Scholten Berkveld 1 5709 AE Helmond Noord-Brabant W. http://embeddedfitness.nl/bewegen-in-het-onderwijs/ T. 06-53708878 E. info@embeddedfitness.nl

10

Sportinnovator-centrum Nutritional Status & Health Het Sportinnovator-centrum Nutritional Status & Health versnelt hoogwaardig toepasbare kennis en onderbouwde innovaties voor de sport door bundeling van voedingswetenschap, slaapkennis en expertise over gezondheid van (top)sporters. Wetenschap, sportpartners, marktpartijen en zorgpraktijk werken aan onderbouwde concepten in monitoring, advies en innovatieve producten om de voedingsstatus, gezondheid en belastbaarheid te bevorderen. Het centrum heeft de positie en het netwerk om doorontwikkeling voor recreatieve sporters, consumenten en patiĂŤnten te faciliteren. Het Sportinnovator-centrum Nutritional Status & Health is een initiatief van Wageningen University & Research en Ziekenhuis Gelderse Vallei. Contactpersoon: Dr. J. Klein Gunnewiek Ziekenhuis Gelderse Vallei Willy Brandtlaan 10 6716 RP Ede Gelderland T. 0318-433017/0318-435907 E. kleingunnewiek@zgv.nl


COLUMN BART BENNEMA

itius, altius, fortius – sneller, hoger, sterker. Dat streven is het wezen van alle sport. Het zoeken naar nieuwe middelen om de tegenstander te verslaan, ligt ook in dat streven besloten. Betere voeding, betere materialen, nieuwe trainingsmethoden, zijn motor én brandstof van de sportieve wedloop en hebben in de loop der tijd al tot schitterende innovaties geleid. In vergelijking met veel andere sporten is de atletiek nog vooral een strijd van mens tegen mens, van lijf tegen lijf, geest tegen geest. Maar ook daar is een concurrentieslag gaande, een op het gebied van kennis. We weten al veel over het menselijk lichaam, maar er is ook veel dat we niet weten of slechts ten dele, bijvoorbeeld op het gebied van DNA en de hersenen. Voor iemand als ik, die werkt met topatleten, is veel kennis beschikbaar, maar gefragmenteerd. Je hebt hele teams van artsen en fysiotherapeuten nodig om alle informatie bijeen en in kaart te brengen. Vaak is de informatievergaring nogal bewerkelijk, je moet de atleet bevragen met formulieren en vragenlijsten. Gelukkig er is ook

FOTO: ANP PHOTO

veel direct meetbare informatie. Als je wilt weten hoe na een extreme inspanning iemands herstelproces verloopt, kun je de bloedwaarden of hartslag meten. Maar ook dan weet je maar een fractie. Peesherstel bijvoorbeeld kunnen we nog steeds niet goed meten. Daardoor, en omdat er in het lijf zoveel processen tegelijk actief zijn, die met allemaal verschillende meetsystemen gemeten worden – die jij als coach maar moet zien te ontrafelen – weet ik nooit precies of een atleet morgen dezelfde inspanningen aan kan als vandaag. Of waar een blessure vandaan komt. Dat is vaak een hele zoektocht: Waarom raakt een atleet geblesseerd? Wat is er aan de hand, wordt hij overbelast? We hebben bij de Atletiekunie de beste artsen en fysiotherapeuten en ik ken mijn atleten ook goed. Maar toch: Waar is het omslagpunt, wanneer laat je iemand teveel trainen? Als coach die dag in dag uit zijn weg in allerlei data moet zien te vinden, zou ik willen dat er een apparaat of methode ontwikkeld wordt waarin al die lichamelijke en medische meetsystemen samenkomen, zodat ik met één druk op de knop alle informatie krijg die ik wil. Nog beter: dat mijn atleet alleen maar een sensor of iPhone hoeft aan te raken of een druppel bloed hoeft te geven, en alle relevante data

automatisch beschikbaar komen. Wat ik vraag – en niet alleen ik, iedere arts zal dromen van zo’n instrument dat alles meet – is misschien onmogelijk. Misschien ook niet. Misschien komt er ooit een tijd dat een atleet door een elektromagnetisch veld kan stappen of een Star Trek-achtige scan kan laten maken, waardoor ik in één oogopslag weet wat ik wil weten. Zodat ik mijn tijd en energie nog meer kan besteden aan de belangrijkste taak van iedere coach: het talent van de sporter maximaal tot ontwikkeling brengen. Zo’n hightechinstrument zou me echter ook beroven van het genot dat ik beleef aan het oplossen van de trainingstechnische puzzel. Want dat is óók de kunst van het coachen: het fingerspitzengefühl van de vakman, zelf uitzoeken hoe dat prachtige lichaam van de mens functioneert. Ik laat me elke dag graag verrassen door de uitkomsten van mijn trainingen.

19

Bart Bennema (1977) (Atletiekunie) is bondscoach van de Nederlandse meerkamp- en sprintploeg.

sportinnovatorXL

“Iedere arts zal dromen van een instrument dat alles meet”

“Met één druk op de knop”


20

Meer dan de som der delen Sportinnovatie als gedeelde winst van afzonderlijke belangen Bij innovatie is samenwerking noodzakelijk. Sportinnovator brengt sport, wetenschap, bedrijfsleven en overheid samen om voor meer focus, rendement en massa in sportinnovatie te zorgen. Hoe ziet die samenwerking er concreet uit? Drie succesvolle voorbeelden waarbij de verschillende partijen gezamenlijk tot een sportinnovatie kwamen.

sportinnovatorXL

samenwerking

 Pieter van der Meer


Het eindproduct is gedeelde winst in die belangen, maar wat levert het die afzonderlijke partijen op?

Voor de wetenschap geldt sportinnovatie als een gebied waar nieuwe kennis gevalideerd kan worden. Ook levert sportinnovatie weer nieuwe inzichten en data op voor verder onderzoek.

Voor het bedrijfsleven is samenwerking in innovatie interessant omdat innovatieve producten nieuwe markten kunnen aanboren en daarmee kunnen leiden tot economisch rendement. De sport kan daarbij gebruikt worden als living lab om innovaties te testen. De Sprint Coach-app, de Proeftuin op de Noordzee en de samenwerking tussen Thialf en het Sport Science Institute Groningen (SSIG) zijn goede voorbeelden waarin belangen van de vier partners sport, wetenschap, bedrijfsleven en overheid samenkomen. Het eindproduct is gedeelde winst in die belangen, maar wat levert het die afzonderlijke partijen op?

ď ”

sportinnovatorXL

e vier partners in de sportinnovatie hebben ieder een eigen belang bij het zoeken naar samenwerking. Voor topsport gaat het om oplossingen die helpen bij prestatieverbetering om zo meer medailles te halen. Sportbonden en -clubs zoeken voor de breedtesport ook naar manieren om sport laagdrempeliger ĂŠn leuker te maken, zodat meer mensen gaan sporten. Daar zit een gemeenschappelijk belang met de overheid, die op lokaal en landelijk niveau de taak heeft om voor gezonde burgers te zorgen. Behalve het stimuleren van sport gaat het daarbij ook breder om beweegstimulering.

21


01 Sprint Coach App vervangt in Thialf de stopwatch De Sprint Coach App is de vervanger van de handstopwatch voor schaatscoaches. Het is een geavanceerd coachdashboard met meerdere mogelijkheden om tijden live te klokken en vervolgens in een platform op te slaan en te analyseren. Bij dit project werkten de KNSB en Innovatielab Thialf samen met sportmarketingbedrijf Sportunity.

22

Het idee voor een coachdashboard voor het schaatsen kwam bij Roy Mulder vandaan. Als embedded scientist van de KNSB is hij de wetenschappelijke ondersteuner voor alle commerciële schaatsploegen van Nederland. Daarbij merkte hij dat de tijdwaarneming tijdens trainingen beter en nauwkeuriger kan. Jillert Annema, coach van Team Clafis, toonde namens zijn team meteen interesse. Mulder: “Hij laat zijn schaatsers vaak in tweetallen 800 meters rijden. Ga dat maar eens bijhouden met een stopwatch.”

sportinnovatorXL

samenwerking

Gps-ontvangst In het beton onder de ijsvloer liggen meetlussen van MYLAPS, die alleen bij wedstrijden werden gebruikt. De Sprint Coach App maakt het mogelijk dat de data uit die lussen ook beschikbaar zijn voor coaches tijdens trainingen. “Daardoor kunnen we de snelheid van de schaatser op twaalf segmenten meten. Het systeem meet tijd, wij hebben daar afstand aan gekoppeld. Het verschil in binnen- of buitenbocht is daarbij cruciaal, daarom hebben we een optie ingebouwd om aan te geven of het een rondje binnenbaan of buitenbaan is”, legt Mulder uit. “Een systeem met gps, zoals dat buiten gebruikt kan worden, was in het schaatsstadion geen optie”, zegt Inge Stoter van Innovatielab Thialf. “Indoor kon je tot nu toe geen snelheden meten omdat je geen goede gps-ontvangst hebt. Buiten kun je Strava of Runkeeper gebruiken via je mobiel om je snelheden en afstand bij te houden. Binnen heb je dat niet. In het oude Thialf hingen beacons om snelheid te bepalen, maar dat was een dure en arbeidsintensieve oplossing.”

Teruginvesteren Embedded scientist Mulder ziet allerlei mogelijkheden in het coachdashboard voor schaatscoaches in de topsport. “Doordat je zelf het startpunt en de afstand kunt kiezen, kun je alles klokken wat je wilt. Je kunt ook van meerdere rijders tegelijk de rondetijden volgen.” Niet alleen de topsport profiteert van dit project. Stoter ziet een brede doelgroep voor de app. “Nederland telt 17.000 wedstrijdschaatsers en Thialf trekt 45.000 recreatieve schaatsers per jaar. We willen dit product later natuurlijk op meerdere ijsbanen uitzetten, zodat het op meerdere plekken in de wereld ingezet wordt. Uiteindelijk hoop ik dat de Sprint Coach App ook in andere sporten als baanwielren-


nen of indooratletiek gebruikt gaat worden.” Tijdens de ISU World Cup in Thialf Heerenveen merkte Stoter ook interesse bij buitenlandse teams en andere ijsbanen. De opbrengsten uit eventuele verkoop van de app delen de KNSB en Innovatielab Thialf met Sportunity, het sportmarketingbureau dat de app en het platform ontwikkelde. “Het eerste jaar zullen we de inkomsten vooral weer teruginvesteren om de app door te ontwikkelen”, zegt Stoter.

Opendataplatform KNSB, Innovatielab Thialf en Sportunity willen de digitalisatie van het schaatsen graag samen

naar een hoger plan brengen. Stoter: “Samen met Sportunity en KPN gaan we richting de Olympische Spelen van 2022 kijken naar het ‘opendataplatform’. Daarin willen we meerdere variabelen als snelheid, hartslag en video integreren in een platform dat toegankelijk is voor meerdere gebruikers. KPN is daarin betrokken als de expert op het gebied van het delen van data en het veilig opslaan van data. Met de data service-hub zal KPN het onafhankelijke netwerk bieden dat de koppelingen tussen verschillende dataleveranciers, datagebruikers en dataverrijkers mogelijk maakt.” Het opendataplatform bestaat straks uit

meerdere datasets waaronder de snelheid van MYLAPS en bijvoorbeeld video of hartslag. “Die data kunnen door meerdere applicaties worden gebruikt. De Sprint Coach App is daar één van. De wetenschap kan daar ook gebruik van maken, mits de eigenaar van de data dat toestaat. De kennis die daaruit komt kan de data verrijken en zo weer worden doorgesluisd naar de Sprint Coach App of andere gebruikers. Zo kun je producten blijven verbeteren en kennis blijven ontwikkelen. Een geweldige win-winsituatie voor de sport, het bedrijfsleven en de wetenschap!”

23

“Ik hoop dat de Sprint Coach App ook in andere sporten als baanwielrennen of indooratletiek gebruikt gaat worden” Inge Stoter


02 Een testomgeving voor zeilers en bedrijven op zee Het Sailing Innovation Centre in Scheveningen heeft de ambitie om voor het topzeilen een testomgeving te creëren op de Noordzee. Dat is volgens Lenneke de Voogd, manager van het Sportinnovator-centrum, toch iets anders dan voor bijvoorbeeld de collega’s in De Tongelreep met een gecontroleerde omgeving in een zwembad. “Buitengaats heb je geen wifi en geen kabels voor je meetapparatuur. Als je zo’n lab op zee wil opzetten heb je een goed netwerk nodig van 4G en LoRa en een data-infrastructuur met voldoende capaciteit om videobeelden in real time vanuit het gebied op zee naar de wal te kunnen sturen en ook direct naar de coach op het water.”

24

Daar komt nog bij dat alles wat de zeilers doen en hoe de boot presteert, gerelateerd moet worden aan weersomstandigheden, golven en stroming. “Dat zijn heel belangrijke omgevingsfactoren die iets zeggen over het gedrag van de boot en hoe zwaar de training was. Wij willen dus ook continu de gegevens van het weer en de stroming tot onze beschikking hebben.”

sportinnovatorXL

samenwerking

Spilfunctie Voor het Sailing Innovation Centre ligt de noodzaak van de Proeftuin op de Noordzee vooral in de ondersteuning van de olympische zeilploeg in hun training, maar buiten het zeilen is ook interesse. Daar zit volgens De Voogd ook de meerwaarde van het project, in de samenwerking met de maritieme sector. “Wij zien ook in het zeilen dat veel innovaties en technische ontwikkelingen juist uit andere sectoren komen.” Die meerwaarde geldt omgekeerd ook voor de partners KPN, TU Delft, TNO, Svasek, Watersportverbond en Gemeente Den Haag. Het havenkantoor in Scheveningen waar het Nationaal Topsportcentrum zeilen en het Sailing Innovation Centre zijn gevestigd, krijgt een spilfunctie in de Proeftuin op de Noordzee. Op die strategische plek komen de meetgegevens vanaf zee ook binnen. “Het havenkantoor zal een ‘shore supportfunctie’ krijgen voor het veilig coördineren van praktijktesten en demonstraties op het gebied van

complexe maritieme operaties zoals autonoom varen en reddingsacties met de KNRM.”

Geavanceerd Het Sailing Innovation Centre is bezig met het bouwen van de proeftuin. “We zijn in verschillende pilots bezig met live-streaming van beelden van onboard camera’s en ook videoanalysetools. Daarin werkt KPN met ons samen, om de technische uitdagingen te verkennen”, zegt De Voogd. “De komende periode gaan we verder met het opzetten van de fysieke en digitale proeflocatie. We hebben al één meetboei in gebruik voor stroming, maar daar zullen we er nog meer van gaan gebruiken. En KPN gaat alvast een data service-hub inrichten voor ons.” Van de Proeftuin op de Noordzee profiteert de topsport als eerste. “De topzeilers krijgen zo de meest geavanceerde trainingslocatie, uniek in de wereld”, zegt De Voogd. Datawetenschappers van de TU Delft worden daar nauw bij betrokken. “De TU Delft gaat werken aan nieuwe modellen om data te verwerken en visualiseren, ook met virtual reality. Dat levert de wetenschap dus ook weer nieuwe kennis op.” De nieuwe proeftuin maakt het Sailing Innovation Centre tot een unieke, hoogwaardige meet- en testomgeving op zee, zowel voor nationale en internationale (top)zeilers als voor bedrijven in de watersport. “Zo’n lab op zee bestond nog niet”, zegt De Voogd. “Bij veel technologische

ontwikkelingen denken mensen vaak: dat bestaat toch al, maar alles gaat stuk op zee. Het moet superrobuust zijn, waterdicht en zoutbestendig. Wij creëren nu een unieke omgeving om innovaties in de praktijk op zee te testen.”

Economische groei De kracht van het project is volgens De Voogd dat de Proeftuin op de Noordzee een open platform wordt voor veel partijen, met een veilige en gebruiksvriendelijke infrastructuur voor dataverwerking door de verschillende kennisinstellingen, bedrijven en eindgebruikers. “De basisinformatie en data-infrastructuur wordt toegankelijk voor start-ups, mkb en grote bedrijven in de watersport maar ook voor bedrijven in de visserij en offshore dienstverlening.” De Gemeente Den Haag vaart daar ook wel bij, want de afdeling Economische Zaken wil de economische groei stimuleren in het havengebied van Scheveningen. “Samen met ons wil de gemeente stimuleren dat bedrijven hier sneller en effectiever kunnen innoveren. Deze regio wordt hét centrum van maritieme innovatie.”


FOTO: SAILING INNOVATION CENTRE I KLAAS WIERSMA

“Wij zien ook in het zeilen dat veel innovaties en technische ontwikkelingen juist uit andere sectoren komen” Lenneke de Voogd

sportinnovatorXL

25


03 Een noordelijke samenwerking In oktober 2017 tekenden Innovatielab Thialf en het Sport Science Institute Groningen (SSIG) een overeenkomst om de komende vier jaar intensief te gaan samenwerken op het gebied van sportinnovatie. Het SSIG is al een samenwerking tussen de Rijksuniversiteit Groningen, UMC Groningen, de Hanze Hogeschool en de gemeente Groningen aangegaan.

26

Zo ontstaat een brede noordelijke samenwerking. Koen Lemmink, bestuursvoorzitter van het SSIG, vindt het een logische stap. “Als je het hebt over Noord-Nederland dan heb je in Groningen de wetenschappelijke kennis en in Thialf Heerenveen veel expertise op het gebied van schaatsen.”

sportinnovatorXL

samenwerking

Promotieonderzoek Thialf en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) werkten al langer samen, maar dan meer ad hoc op projectbasis. “Ad-hocsamenwerking levert minder op; vaak is dat een project waar een student een aantal maanden aan werkt. Als hij of zij stopt liggen er meestal weer nieuwe vragen; als er dan geen volgende student of groep is die deze vragen oppakt, blijven ze een tijd liggen.” Terwijl innovatie en kennisontwikkeling toch vooral gebaat is bij continuïteit, zegt Lemmink. “Je hebt een structuur nodig. Die bewaken wij vanuit het SSIG, zodat er continu studenten zijn die begeleid worden door docenten en onderzoekers.” Strakkere afspraken en een meer gestructureerde samenwerking moeten vervolgens het innovatieproces gericht versnellen. “We hebben nu een aantal thema’s vastgesteld in een kennis- en innovatieagenda voor met name het schaatsen en het inlineskaten.” Een goed voorbeeld hoe dat in de praktijk werkt, is zichtbaar in het promotieonderzoek van Inge Stoter. Zij staat als manager van het Innovatielab Thialf met twee benen in de noordelijke samenwerking. Thialf gebruikt zij als fieldlab voor haar onderzoek naar talentherkenning, een belangrijk thema bij het Centrum voor Bewegingswetenschappen van de RUG. Bij het

project zijn ook bedrijfseconomen van de RUG betrokken, om modellen te maken om talent te voorspellen. “Dat is de kracht van het SSIG: onze expertise ligt op meerdere domeinen.”

Koppeling Zo ontstaat een sterk kennis- en innovatieblok in de noordelijke regio, zegt Lemmink. “Natuurlijk moeten we die samenwerking ook gaan bewijzen, want wat alleen op papier staat, daar heb je niet zoveel aan.” Vanuit Groningen moet het vooral nieuwe kennis en innovaties gaan opleveren. Naast domeinspecifieke kennis wordt ook datascience steeds relevanter, waar zowel de


sport als het bedrijfsleven veel uit kunnen halen. In Thialf is de infrastructuur nu zo ingericht dat daar structureel data kunnen worden verzameld van schaatsers. “Uit die grote databestanden kun je op termijn ook nieuwe kennis ontwikkelen over optimale training. Dat kunnen we dan weer terugkoppelen aan de top- en breedtesport. Of die informatie vervolgens met telefoonapps, schermen of meetsystemen bij de eindgebruiker komt, gaan we uitvinden. Zeker is in ieder geval dat de koppeling van sportkennis en -data in het schaatsen een onderwerp is waarin we vernieuwend willen zijn.”

Blue-zone Lemmink ziet daar ook een rol voor het bedrijfsleven. “Het ontwikkelen van feedbacksystemen en meetsystemen om eenvoudig data te verzamelen, is niet specifiek iets wat bij een universiteit moet liggen. Zo creëren we ook weer kansen voor de bedrijven die al bij de Sportinnovatorcentra in Groningen en Thialf zijn betrokken.” Behalve schaatsen en ander cyclische sporten wil het nieuwe noordelijke pact ook meer kennis ontwikkelen over de rol van sport en bewegen voor een gezonde leefstijl (healthy ageing). “Het idee is om van Noord-Nederland een man made

blue-zone maken: een gebied waar mensen relatief lang leven en veel gezonde jaren hebben.” Omdat gebieden in Noord-Nederland momenteel worden gekenmerkt door een relatief ongezonde leefstijl, hebben overheden grote interesse mee te werken aan die blue-zone. “De overheid heeft ook de taak om mensen uit hun stoel te krijgen. Wij gaan daar met onze kennis over sport en bewegen aan bijdragen.”

“In Groningen is de wetenschappelijke kennis en in Thialf Heerenveen is veel schaatsexpertise” Koen Lemmink

Links Marc Winters (directeur Thialf) en rechts Koen Lemmink (voorzitter bestuur SSIG) tijdens de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst.

sportinnovatorXL

27


01

koplopers

5 koplopers

Het Sportinnovator-netwerk omvat meerdere innovatiecentra. Vijf ervan worden vanwege hun omvang en uitmuntende prestaties gezien als ‘koplopercentra’. Wat gebeurt er in deze vijf centra, waar ligt hun focus? Een overzicht, per centrum, van activiteiten, projecten en ambities.  Roelof Jan Vochteloo

InnoSportLab De Tongelreep 28

Nationaal Zwemcentrum de Tongelreep in Eindhoven geldt als het epicentrum van de Nederlandse zwemsport. In het hier gevestigde InnoSportLab De Tongelreep werken sport, wetenschap en het bedrijfsleven samen om tot zweminnovaties te komen.

sportinnovatorXL

Koploper

Het lab is gevestigd langs het vierbaanse trainingsbassin, dat uitgerust is met meer dan 25 onderwatercamera’s, vier reguliere camera’s en tal van meet- en analysesystemen. De in Eindhoven ontwikkelde innovaties zijn bedoeld voor top- en wedstrijdzwemmers, en/óf voor recreatieve zwemmers, en/óf voor kinderen die nu of straks op zwemles gaan. “Onze embedded scientists werken dagelijks met de beste zwemmers van Nederland en met onze softwareprogramma’s stellen we hen in staat om beter te starten, zwemmen en keren. Maar we richten ons ook op het groter en attractiever maken van de zwemsport”, zo licht Roald van der Vliet toe. Hij is de manager van het in 2007 opgerichte lab, dat in de gemeente Eindhoven, de provincie Noord-Brabant, de KNZB en Sportinnovator zijn belangrijkste partners heeft.

InnoSportLab De Tongelreep commercieel gegaan. Geld verdienen in plaats van potverteren. We blijven continu verbeteren en vallen niet om bij eventuele tegenslagen. Binnen het lab lopen enkele PhD-studenten rond. Dat moeten er op termijn zes worden en wel op de gebieden biomechanica, fysiologie, mentale aspecten van sport, talentherkenning, vortex dynamica en motorisch leren. Die zes promovendi moeten weer vijftig master- en bachelorstudenten aanvoeren en zo wil het lab op grote schaal kennis vergaren die het kan inzetten voor de zwemsport. Een van de huidige promovendi is Sander Schreven, wiens 3D-bewegingstechnologie door de topzwemmers in gebruik genomen gaat worden. Verder kan het lab rekenen op de diensten van hoogleraar Coördinatiedynamica Peter Beek (VU), die het zwemonderzoek coördineert.”

Wereldleider Het lab streeft ernaar wereldleider te worden op het gebied van zweminnovaties. Van der Vliet: “We werken aan een toekomstbestendig lab, dat wereldwijd gekend wordt als autoriteit op het gebied van sportinnovatie.”

Commercieel InnoSportLab De Tongelreep ontwikkelde en verkocht al een camerasysteem, voert weerstandsmetingen uit voor een grote badpakkenfabrikant, doet validatietesten voor het midden- en kleinbedrijf én helpt start-ups de markt bestormen. Van der Vliet: “Van begin af aan is

INNOSPORTLAB DE TONGELREEP Antoon Coolenlaan 1 5644 RX Eindhoven 040-2381153 r.vandervliet@fieldlabswimming.com www.islt.nl


29

Roald van der Vliet

sportinnovatorXL

“We blijven continu verbeteren en vallen niet om bij eventuele tegenslagen”


Sportinnovator:

sportinnovatorXL

Best practices

30

topsport, breedtesport & maatschappij


Kennis en innovatie kunnen het verschil maken in de sport. Dat geldt voor het behalen van topsportmedailles maar ook voor het vergroten van de sportdeelname en het vitaler maken van Nederland. De sleutelwoorden bij sportinnovatie zijn daarom focus, rendement en massa. Sportinnovator moet het rendement van kennis en innovatie in de sport vergroten, voor de sport zelf, maar ook voor de wetenschap, de economie en de maatschappij. De Gouden Standaard, Pressure Cooker en Heat Laps zijn drie voorbeeldprojecten die het brede palet van innovatie in topsport, breedtesport en maatschappij goed illustreren.

31

 Door: Leo Aquina

sportinnovatorXL

Samenwerking staat binnen dit ecosysteem centraal om op die manier rendabele innovaties in de sport te ontwikkelen


p initiatief van toenmalig minister Schippers werd in 2014 het Topteam Sport opgericht, met leden uit verschillende sectoren, van bedrijfsleven, wetenschap, sport tot overheid. Met Harry van Dorenmalen als voorzitter stelde dit Topteam een Kennis- en innovatieagenda sport 2015-2020 op. Belangrijkste ambitie was het vergroten van het rendement van kennis en innovatie. Om dat concreet vorm te geven, is het programma ‘Sportinnovator’ opgezet, waarin samenhangende programmalijnen worden uitgevoerd.

Sportinnovator-ecosysteem Het doel van het programma is het opzetten van een Sportinnovator-ecosysteem, waarbij nieuwe samenwerkingen worden gestimuleerd tussen sport, wetenschap, bedrijfsleven en overheid. Samenwerking staat binnen dit ecosysteem centraal om op die manier rendabele innovaties in de sport te ontwikkelen. Binnen dit ecosysteem nemen centra, projecten, ideeën en data een prominente plek in. De Sport Data Valley ondersteunt het sport-ecosysteem door kennis en data op te halen, zichtbaar te maken en in te zetten voor het ecosysteem.

Een belangrijk onderdeel binnen het Sportinnovator-ecosysteem is het delen van data

sportinnovatorXL

Best practices

32

Centra Sportinnovator-centra zijn ontmoetings- en broedplaatsen waar onderzoekers, ondernemers, overheden en sportorganisaties structureel samenwerken aan innovaties die: • bijdragen aan de topsport, sportparticipatie en/of een actieve leefstijl; • bijdragen aan de kennisbasis voor sport; • zorgen voor economisch rendement; • maatschappelijke waarde opleveren.

Projecten en ideeën In een Sportinnovator-project wordt een technologische en/of sociale innovatie ontwikkeld en op de markt gebracht. Bij een Sportinnovator-idee gaat het om een concept voor een innovatief

product of innovatieve dienst op het gebied van (top)sport en bewegen. Het Topteam Sport zet in op vernieuwende ideeën in de sport, waarbij wordt gekeken naar ideeën die behalve impact in de sport ook (potentieel) economische en maatschappelijke waarde hebben.

Data Een belangrijk onderdeel binnen het Sportinnovator-ecosysteem is het delen van data. Sport Data Valley is hiervoor hét online platform waarop individuen en organisaties kennis, (meta-) data en technologieën met elkaar kunnen delen. Hierdoor wordt kennis bereikbaar gemaakt, worden organisaties met elkaar verbonden en wordt er exposure gecreëerd voor expertise. Zie www.sportinnovator.nl/sport-data-valley.

Impact Om de middelen van VWS gerichter in te kunnen zetten, zet het Sportinnovator-programma in op impact: kleine innovaties die grote gevolgen kunnen hebben. Binnen het ecosysteem moeten centra, projecten en ideeën de kans krijgen om te excelleren. Daaruit ontstaat ook het rendement van sportinnovaties: de mogelijke toepassing van een idee of project door andere partijen binnen het Sportinnovatorecosysteem. Sportinnovator kijkt nadrukkelijk verder dan innovaties die gouden medailles op de Olympische Spelen voortbrengen. Innovaties op het gebied van breedtesport zijn minstens zo belangrijk. Sportinnovator wil de massa bereiken met innovaties die ook een impact hebben op de volksgezondheid en maatschappij.


best practice PRESSURE COOKER VOEDING

Breipenindustrie “Binnen Sportinnovator zijn diverse sectoren vertegenwoordigd: sport, wetenschap, publieke instellingen en bedrijven”, vertelt Olde Weghuis. “Voor de meeste sectoren is het logisch om mee te doen. De sporter heeft belang bij innovatie om zo medailles te winnen, de wetenschap heeft belang bij onderzoek, maar hoe betrek je het bedrijfsleven? Ik noem de sport wel eens een breipenindustrie. Er zijn zoveel verschillende onderdelen: voeding, kleding, materialen, accommodaties. De sport prikt daar allemaal doorheen, maar je ziet dat veel onderzoek vaak per sector wordt gedaan, in de wetenschap en in het bedrijfsleven. Als je het bedrijfsleven bij sport wil betrekken, moet je dat aan de hand van thema’s doen. Om te bewijzen dat zoiets werkt, hebben we één thema gekozen om mee aan de slag te gaan: voeding.” Samenwerking is de sleutel. Olde Weghuis: “Je ziet in het bedrijfsleven ook een trend dat innovatie en technologie zich zó snel ontwikkelt, dat bedrijven niet meer in staat zijn om álleen een nieuw product in de markt te zetten. Dat gebeurt meestal in grotere verbanden. Voor het thema voeding zijn we dus ook op zoek gegaan

naar zo’n samenwerkingsverband. Met de Stichting Ammon was er in Oost-Nederland al een bestaand samenwerkingsverband op het gebied van innovatie. “Ieder heeft zijn eigen technologie en we werken samen om dat in de markt te zetten”, legt Olde Weghuis uit. Een aantal bedrijven uit die stichting heeft in opdracht van Sportinnovator de koppen bij elkaar gestoken. “Dat hebben we gedaan volgens het Pressure Cookermodel. We onderzoeken in drie sessies wat we op het gebied van voeding samen kunnen doen. Daarbij komen vragen aan de orde als: Wie moet de kar trekken, in wat voor entiteit wordt de nieuwe samenwerking gegoten? Passen de mensen bij elkaar?”

Pindakaas Uit die Pressure Cooker kwam een groep bedrijven die met behulp van twee wetenschappers aan de slag gaan met de ontwikkeling van een duurzaam product. Olde Weghuis: “We hebben de hele waardeketen georganiseerd en keuzes gemaakt. Het product moet duurzaam zijn. We eten al honderd jaar pindakaas, maar sommige nieuwe gezonde drankjes

verdwijnen alweer een jaar na de introductie uit de schappen. Dat laatste is natuurlijk niet de bedoeling. Naast duurzaam moet het product geschikt zijn voor topsporters, breedtesporters en mensen die een gezonde leefstijl nastreven.” Uit de Pressure Cooker kwamen twee ontwikkelroutes. “In de ene route mikken we op endurance uithoudingsvermogen en in de andere route mikken we op herstel. Er bestaan al drankjes die ervoor zorgen dat je een dag na het sporten geen spierpijn meer hebt. Ik heb er wel eens eentje geprobeerd en het was echt smerig. Als het om voeding gaat, moeten mensen het ook lekker vinden. Eten is emotie.” Olde Weghuis verwacht dat het Pressure Cooker Voedingsproject binnen twee jaar leidt tot producten die ook echt in de winkel komen te liggen.

33

“Als je het bedrijfsleven bij sport wil betrekken, moet je dat aan de hand van thema’s doen” Martin Olde Weghuis

sportinnovatorXL

Hoe betrek je het bedrijfsleven bij Sportinnovator? Binnen het Topteam Sport is dat de verantwoordelijkheid van Martin Olde Weghuis. Met het Pressure Cooker Voedingsproject krijgt hij dat voor elkaar. Friesland Campina, AVEBE, Bether, VitaSquare BV en De Vries nutrition solutions werken samen aan innovatieve voedingsproducten voor topsporters, die ook voor breedtesporters en mensen die op een gezonde manier oud willen worden, in te zetten zijn.


best practice GOUDEN STANDAARD Foto: Sportinnovator

“Nederland was op het vrouwen-EK afgelopen zomer natuurlijk de Gouden Standaard, want we hebben gewonnen”, lacht Peter Blangé. Tijdens het toernooi deed de KNVB met behulp van Sportinnovator samen met het Sport Data Center onder de noemer Gouden Standaard geavanceerd data-onderzoek naar de prestaties. De data werd gedeeld met de technische staf van de dames. Belangrijk en leerzaam, maar Blangé wil het aandeel van de Gouden Standaard in de EK-winst vooral niet overdrijven: “De speelsters en de staf hebben het samen, met heel hard werken, bereikt. Daar begint het mee. Tijdens het toernooi heeft het team al wel wat data gekregen, maar daar kon slechts in beperkte mate wat mee gedaan worden. De grotere conclusies en inzichten zijn er pas nu.”

34

sportinnovatorXL

Best practices

Foto: Sportinnovator

Objectiveren Het doel van de Gouden Standaard ging ook veel verder dan het EK vrouwen alleen. Blangé: “We willen de analyse van voetbal objectiveren. Data zijn daarbij een goed hulpmiddel, dat moeten we niet onderschatten. Het helpt feiten boven tafel te krijgen. Je ziet dingen die je met het blote oog niet altijd meteen ziet: onderlinge afstanden, hoe spelers staan bij balverlies. Als je op alle mogelijke terreinen probeert zo goed mogelijk beslagen ten ijs te komen, optimaliseer je de kans op winst.” Met de Gouden Standaard wil de KNVB de ultieme benchmark stellen voor scouting,


ten opzichte van elkaar doen, hoe de samenwerking gaat, hoe de patronen eruitzien en of bepaalde acties leiden tot het gewenste resultaat. Dat kan helpen bij het maken van een tactisch plan en op termijn scouting, training en coaching verbeteren.” Een deel van de data die Gouden Standaard oplevert blijft gesloten. Het betreft spelersdata die op allerlei manieren gevoelig kunnen zijn, bijvoorbeeld als het gaat om de marktwaarde van spelers. Maar het kan er ook om gaan de concurrentie niet wijzer te maken dan zij al is. Een deel van de data zal echter worden gedeeld via Sport Data Valley. Op die manier kunnen anderen meedenken en meewerken aan het optimaliseren van de Gouden Standaard.

Foto: KNVB/Media

training, coaching en opleiding. De insteek is praktijkgericht. “We hebben geen behoefte aan sterk wetenschappelijk ingestoken onderzoek”, zegt Blangé. “We hebben de wetenschap nodig voor het stukje datascience, maar het gaat ons om de praktijk. We werken vraaggestuurd: Wat wil de staf nou eigenlijk écht weten? Vervolgens geven we de wetenschap de ruimte om te kijken wat ze nog meer vinden. Daar kan ook waardevolle informatie uit voortkomen.” Blangé is de spin in het web. “Ik moet de mensen aan elkaar koppelen. De eerste vraag moet altijd zijn: Wat willen de mensen vanuit het voetbal? Daarna komt de vraag: Hoe kunnen de wetenschappers, de datascience-mensen, dat in beeld brengen? En daarna komt het weer terug bij de voetbalmensen. Het bedrijf Qualogy heeft een mooi dashboard gebouwd om alle complexe data inzichtelijk te maken.”

35

Baldata en positiedata

“Als je op alle mogelijke terreinen probeert zo goed mogelijk beslagen ten ijs te komen, optimaliseer je de kans op winst” Peter Blangé

sportinnovatorXL

Welke nieuwe inzichten moet de Gouden Standaard uiteindelijk opleveren? “We bekijken voetbal met wiskundige methoden. Alsof de spelers bewegende deeltjes zijn. Daardoor kunnen we zien wat spelers ten opzichte van elkaar doen. We meten twee verschillende datasets, baldata en positiedata. Daar hebben we een aantal belangrijke vragen bij: Wat doen we in balbezit? En hoe compact staan we bij balbezit van de tegenstander? We kunnen dankzij de data heel goed zien wat spelers


best practice HEATLAPS

sportinnovatorXL

Best practices

36

“Sportinnovator speelt een grote rol bij het over het voetlicht brengen wat de waarde van data is” Steven Vos


Patronen Over data heeft Vos niet te klagen. “Er zijn voor heel Nederland enorm veel parameters aanwezig. Hoe gezond zijn mensen? Wat is de gemiddelde levensverwachting? Op dat soort zaken gaan we op stedelijk niveau inzoomen. We gebruiken cijfers van onder andere het CBS, RIVM en het SCP.” Vos noemt hardlopen als voorbeeldcasus: “Dat is lastig in kaart te brengen omdat

tachtig tot negentig procent van de hardlopers ongebonden loopt. Ze maken geen gebruik van sportaccommodaties. Je weet niet waarom ze bepaalde keuzes maken. Veel hardlopers maken wel gebruik van apps, afhankelijk van leeftijd en ervaring zo’n 45 tot 70 procent. Daarmee krijgen we een hoop inzicht in het gedrag. Wat gebeurt er, waar lopen mensen? Veel in parken, dat is evident, maar ook in andere gebieden waar je het in eerste instantie niet zou verwachten. Dat kunnen we combineren met de informatie die we hebben over de omgeving. We zien bijvoorbeeld dat de verandering van seizoenen grote invloed heeft op looppatronen. In de winter beperken lopers zich meer tot het stedelijk kerngebied. Dat zijn interessante gegevens. Heeft dat bijvoorbeeld te maken met straatverlichting?”

Ledverlichting in park In Eindhoven heeft kennis van dit soort patronen al geleid tot een concreet project in de wijk Eckart. Vos: “Daar ligt een looproute met ledtegeltjes in het park. Met behulp van die ledlampjes worden vier tempi aangegeven die mensen kunnen volgen. Een van de cruciale vragen was: Waarom daar? Er was daar al een groot project op het gebied van energiezuinigheid. Mensen wilden de buurt mooier maken en energiezuiniger. De gedachte was dat meer beweging op straat tot meer sociale controle en veiligheid zou leiden. De looproute was aangelegd in een donker gebied, maar straatlantaarns waren geen optie, want er bleek een beschermde vleermuissoort aan de rand van de vijver

De gedachte was dat meer beweging op straat tot meer sociale controle en veiligheid zou leiden

te zitten. Op basis van de data konden wij aantonen dat er een dalende activiteit was na zonsondergang. Daarom is er nu een speciale lichtmast neergezet met een schaduwkap richting de vijver, waardoor de vleermuizen er geen last van hebben. Die investering was er waarschijnlijk niet gekomen als we niet vanuit de data hadden kunnen onderbouwen dat het een goed idee was. Je kan van alles roepen, maar op deze manier kunnen we het ook echt hard maken.” Toch blijft het lastig om mensen ervan te overtuigen wat de waarde van data en het inzichtelijk maken van die data is. Daarom is Vos blij met de steun van Sportinnovator en de nadruk die er binnen het programma wordt gelegd op de Sport Data Valley. “Sportinnovator speelt een grote rol bij het over het voetlicht brengen wat de waarde van data is”, aldus de wetenschapper.

37

sportinnovatorXL

“We willen kijken naar het recreatief sporten en bewegen in een stad en we ontwikkelen een manier waarmee je als gemeente inzicht krijgt in patronen”, zegt Steven Vos. Als hoogleraar Design and Analysis of Intelligent Systems for Vitality and Leisure Time Sports aan de TU Eindhoven leidt hij de Sportinnovatorshowcase ‘Heatlaps’. “Veel data zijn al voorhanden, maar daar wordt weinig mee gedaan. De ruwe data worden niet omgezet in herkenbare patronen.” En juist aan die herkenbare patronen is veel behoefte. Beleidsmakers, stedenbouwkundigen, maar bijvoorbeeld ook sportverenigingen krijgen op die manier inzicht in de factoren die van invloed zijn op beweegpatronen van mensen. Daarmee wordt het makkelijker gerichte interventies te doen en om zo drempels voor bewegen en sportbeoefening weg te nemen. Binnen de showcase ‘Heatlaps’ werkt de TU Eindhoven samen met de Fontys Hogeschool, de Universiteit Utrecht en de Gemeente Eindhoven. “We zijn in Eindhoven begonnen, maar we willen straks zo’n tien tot vijftien steden in beeld brengen”, aldus Vos.


02

koplopers

Sportcentrum Papendal – TeamNL Innovation Center Mooi gelegen in de Arnhemse bossen bevindt zich ontwikkeld, dat voor atletiekcoaches data uit verschillende Sportcentrum Papendal, het kloppend hart van de meetsystemen samenbrengt in één overzicht en wordt met de Nederlandse sport. Zo’n 550 topsporters van vijftien Haagse Hogeschool gewerkt aan het meten van prestaties binnen rolstoelsporten, door middel van sensoren op de rolstoel. verschillende sportbonden maken hier gebruik van de hoogwaardige faciliteiten van het Centrum voor Topsport en Voeding Onderwijs (CTO) Papendal. Sportcentrum Papendal herbergt een toonaangevend Top-

38

Om deze topsporters zo goed mogelijk te begeleiden in hun topsportcarrière, biedt het CTO ze naast hoogwaardige sportaccommodaties de volgende faciliteiten: huisvestingsmogelijkheden, onderwijsondersteuning, (para)medische voorzieningen, life-skills coaching, begeleiding prestatiegedrag, fysieke training, sportwetenschappelijke ondersteuning en voedingsbegeleiding.

TeamNL Innovation Center

sportinnovatorXL

Koploper

Binnen dit CTO doet het TeamNL Innovation Center aan onderzoek en innovatie op het gebied van sport en voeding. Dit centrum is geen op zichzelf staande organisatie, maar is met zijn activiteiten met alle CTO-programma’s verweven. De onderzoeks- en innovatieprogramma’s op het gebied van sport vallen onder CTO-coördinator Brigitte Muller, terwijl programma-expert Jeroen Wouters verantwoordelijk is voor de voedingskant. “Onze kernactiviteit is het faciliteren van topsport en de praktijksetting is daarbij onze belangrijkste succesfactor”, aldus Muller. Belangrijke partners van Sportcentrum Papendal en het TeamNL Innovation Center zijn Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN), NOC*NSF, de bonden op Papendal, de bonden binnen CTO en de provincie Gelderland. De topsporters van de vijftien verschillende bonden worden ondersteund door embedded scientists. Zij werken in multidisciplinaire teams samen en zijn op de sportvloer dagelijks bezig met het uitvoeren van testen en metingen, het analyseren van data en het terugkoppelen hiervan naar de bonds- en talentcoaches. De wetenschappers helpen de sporters niet alleen beter presteren, maar ontwikkelen ook innovatieve producten. Zo is met verschillende partners een sprintdashboard

sportrestaurant, waarin ook zelfontwikkelde producten als sportkwark, het Sportenbroodje en de sportrepen ‘Goud in je hand’ worden aangeboden. Aangesloten bij het innovatienetwerk Eat2Move ondersteunt Sportcentrum Papendal via zijn TeamNL Innovation Center ook sportdiëtisten bij de voedingskundige begeleiding aan topsporters en doet het onderzoek naar de effecten van voeding en specifieke supplementen of ingrediënten op sportprestaties. Wouters: “Dan gaat het onder andere over de inname van macro- en micronutriënten, de analyse van biomarkers en de effectiviteit van sportdiëtetiek.” Sportcentrum Papendal wil het grootste en meest onderscheidende topsportcentrum van de wereld worden c.q. zijn én blijven. Die ambitie geldt ook voor het TeamNL Innovation Center.

SPORTINNOVATOR Het Sportcentrum Papendal – TeamNL Innovation Center werkt samen met Sport Science Institute Groningen (ondersteuning teamsporten en sensoren rolstoelsporten), Thialf en InnoSportLab De Tongelreep (lange relatie als CTO-partners), KNVB Campus (kennisdeling en gebruikmaken van elkaars apparatuur), TU Delft Sports Engineering Institute (sensoren in rolstoelsporten en meetdiscus) en Elite Sports Health and Nutritional Status (partner CTO voor medische dienstverlening en partner in Eat2Move).

SPORTCENTRUM PAPENDAL – TEAMNL INNOVATION CENTER Papendallaan 9 6816 VD Arnhem 026-4834792 brigitte.muller@papendal.nl www.papendal.nl/topsport


39

Brigitte Muller

sportinnovatorXL

“Onze kernactiviteit is het faciliteren van topsport en de praktijksetting is daarbij onze belangrijkste succesfactor�


“Een rolstoelbestaan = topsport” COLUMN ANNEMARIE POSTMA

sportinnovatorXL

Column

40

e afgelopen jaren heb ik me gespecialiseerd in voeding tegen obesitas, diabetes type 2, hart- en vaatziekten en veroudering. Waarom? Omdat dit de grootste risico’s zijn van een rolstoelgebonden bestaan. Van míjn bestaan dus. Ik zit vanaf mijn elfde in een rolstoel. Daar is het lichaam niet op gebouwd. “Zitten is het nieuwe roken”, hoor je vaak. Nou, dan is altijd in een rolstoel zitten als Max Verstappen die met 330 = kilometer per uur op de vangrails van het circuit afrijdt. Ik wilde dus weten hoe ik zo’n dodemansrit (liefst een beetje fris en fruitig) zou kunnen overleven. Van die speur-, zoek- en studietocht maakte ik een boek: The Sitting Chef. Eigenlijk een handboek voor iedereen die een zittend bestaan leidt, vrijwillig of onvrijwillig. Vooral voor hen die ónvrijwillig teveel (of altijd) zitten, mensen met een beperking dus, was er tot op heden niets. De wereldwijde gezondheidshype is volkomen aan deze groep voorbij gegaan.

Dat is best gek, want in een rolstoel zitten is topsport voor het lichaam. Zo is onder meer de stofwisseling en hormoonhuishouding verstoord. Met als gevolg: overgewicht (ook vaak een enorm ‘verborgen overgewicht’, dus zeer hoge innerlijke vetpercentages), diabetes type 2, hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, ontstekingen, slechte wondgenezing, botontkalking, spieratrofie, dementie, moeheid, depressie en versnelde veroudering. We zijn het als mensen met een beperking allemaal normaal gaan vinden. Tja, dit ‘hoort’ bij ons. Behandelaars zeggen: “Twee kilo per jaar aankomen met een dwarslaesie is normaal”. Dat is natuurlijk je reinste flauwekul. Ik weeg, na 37 jaar zitten, nog altijd vijftig kilo en dat blijft zo. Moet ik daar bewuste keuzes voor maken? Jazeker. Moet ik daar dingen voor laten? Natuurlijk! Ik leef als een topsporter. Nou ja, als een topsporter die ook wijn drinkt. Daar zit het ’m niet in. Waar het wél in zit, heb ik zojuist beschreven in De Complete Dwarslaesie Voedingsgids. Een boek voor iedereen met een rolstoelgebonden bestaan, maar die – net als ik – nergens richtlijnen vond over hoe je zoiets een beetje fatsoenlijk overleeft. En die in het revalidatiecentrum of ziekenhuis op wordt gezadeld met diëtisten die

nog steeds niet verder komen dan zeventiger jaren-adviezen als: “Eet magere kaas”, “Kies halvarine” (ja, echt) en “Verhoog bij herstel je dierlijke eiwitinname naar vier tot vijf keer per dag”. Mijn god, wat een armoede, we weten inmiddels zoveel meer. Als het aankomt op werkelijke wetenschap, dan bestaat er een verrassend robuuste consensus als het gaat om de voeding die ons ziek of juist gezond maakt. Genóeg om onze gezondheid ingrijpend te veranderen, het risico op chronische aandoeningen aanzienlijk te verminderen en onze levensduur te verlengen. En dat weten is dit: een onbewerkt, overwegend (90% of meer) plantaardig eetpatroon met meer gezonde vetten en minder snelle koolhydraten en zetmeelrijke producten, is het meest optimale voedingspatroon voor een gezond gewicht en voor een langere gezonde levensduur. Ik heb net een uitgebreid hart- en vaatonderzoek laten doen. Alles klonk en klopte als een klok, mijn vaatwanden waren brandschoon en soepel – tot ongeloof van de vaatchirurg. Mijn geheim? Geen of nauwelijks dierlijke producten consumeren, de snelle suikers


Foto: Privéfoto

Annemarie Postma (1969) is schrijver, spreker en voedingsexpert met als specialisatie Sedentair gedrag & Voeding. Ze ontwikkelde de ‘Sit Smart’eetmethode en richtte, met een team van medisch specialisten, het AM Lifestyle Medicine Center op, het eerste centrum voor functional medicine in Nederland. Haar meest recente boek is The Sitting Chef, een boek over de gezondheidsrisico’s van overmatig zitten en wat hier met de juiste voeding tegen te doen is. Begin 2018 verschijnt De Complete Dwarslaesie Voedingsgids, voor iedereen met een rolstoelgebonden bestaan. Annemarie is ambassadeur van ‘Fit for Life’, een landelijke leefstijlcampagne voor mensen met een beperking; een initiatief van medisch bedrijf Coloplast.

41

Nu ‘mijn populatie’ nog. Wij krijgen onze gezondheid en energie bepaald niet cadeau, vitaliteit is iets waar we elke dag opnieuw bewust voor moeten kiezen. Laten we dat in hemelsnaam dan ook dóen. Neem zelf de regie. De tijd is voorbij om op anderen te vertrouwen als het om onze gezondheid gaat. De sleutel ligt in jouw eigen handen. Of beter gezegd: op je bord!

sportinnovatorXL

De tijd is voorbij om op anderen te vertrouwen als het om onze gezondheid gaat

en tarwe en granen laten staan en – vanwege mijn inactiviteit en verlies van spierkracht en spiermassa – uiteraard een serieuze calorierestrictie. Een waar topsportdieet eigenlijk, als je bedenkt dat steeds meer topatleten ongeveer precies zo eten. Neem Lionel Messi, Lewis Hamilton. Serena Williams of Novak Djokovic. Ze hebben één ding gemeen: ze zijn vegetarisch, of zelfs veganistisch en eten gluten(tarwe)vrij.


42

“Van ego naar eco”

sportinnovatorXL

gezondheid

Nico van Meeteren over delen en samenwerken in de gezondheidssector en de parallellen met sportinnovatie Nederland is koploper op het gebied van innovaties voor gezondheid en zorg: van een draagbare kunstalvleesklier tot nieuwe datatechnologie. Nico van Meeteren, directeur van het bureau van de Topsector Life Sciences & Health (LSH), over innovatie in de gezondheid en de verkenning van kansen in samenwerking met de sportinnovatiesector.  Pieter van der Meer


FOTO: SHUTTERSTOCK

43

sportinnovatorXL

“Nieuwe innovaties komen meestal door faciliterend beleid van de overheid tot stand”


“De maatschappelijke vraagsturing voor vernieuwing en innovatie neemt steeds meer toe”

44

ico van Meeteren is al zijn hele carrière bij innovatie betrokken. Dat deed hij onder andere bij het UMC Utrecht en bij TNO als Innovatiedirecteur. In 2015 werd hij aangesteld als directeur van het bureau van de Topsector LSH en secretaris-generaal van het Topteam LSH. De Topsector LSH is een van de negen topsectoren die in 2011 door het toenmalige Ministerie van Economische Zaken is aangewezen als focusgebied in het Bedrijfslevenbeleid ‘Naar de top’. Het was en is de taak van het Topteam LSH om partijen bij elkaar te brengen, met als motto: vitale burgers in een gezonde economie. “Wij willen niet alleen dat mensen gezond zijn en blijven, het gaat verder. Gezondheid is een middel om mee te doen in de samenleving en meedoen heeft ook effect op je gezondheid.”

sportinnovatorXL

gezondheid

Faciliterend overheidsbeleid Door zijn ruime ervaring heeft Van Meeteren een goed beeld hoe innovaties in de gezondheidssector tot stand komen. “Dat gebeurt meestal door faciliterend beleid van de overheid. Daarnaast door een goede infrastructuur voor innovatie en kennis en bevlogen experts. In Nederland werken niet voor niets zo’n 60.000 mensen in die innovatie-infrastructuur.” Behalve door faciliterend overheidsbeleid ziet Van Meeteren in de sector nog een andere factor die bepalend is in de totstandkoming van innovatie. “Het komt meer en meer vanuit fondsen en patiëntenorganisaties. De maatschappelijke vraagsturing voor vernieuwing en innovatie neemt steeds meer toe. Dat zie je in de Nationale Wetenschapsagenda, maar ook in het topsectorenbeleid, zeker binnen de LSH-sector. We zien heel veel inzet om samen met het Topteam LSH keuzes te maken over de vraag: Wat moet er samen met patiënten ontwikkeld worden?” Van Meeteren heeft voorbeelden te over waarbij het betrekken van patiënten praktische problemen oplost. “Als we het hebben over harde technologie is de draagbare kunstalvleesklier van en voor diabetici een waardevolle innovatie. Het kan na-

melijk op of aan het lichaam worden gedragen en vergroot zo vrijheid van handelen voor patiënten.” Ook ziet Van Meeteren steeds meer apparatuur die de zorg van ziekenhuizen naar een thuissituatie brengt, zoals thuisbeademing. De volgende stap is de organische technologie. “Dat zal de komende tien tot vijftien jaar de volgende generatie van innovatie worden. We zijn als sector bezig om gekweekte mini-organen te maken en op termijn hele organen van eigen stamcellen. Harde technologie wordt opgevolgd door organische technologie. Daarmee gaan we van compensatie steeds meer richting reparatie: het echt genezen van de mens.”

Maatschappelijk sturing via gezondheidsfondsen Volgens Van Meeteren speelt de drive van gezondheidsfondsen daar een grote rol in. “Die zetten hun energie en geld op dit soort ontwikkelingen.” Daarmee voldoet het triple helix-model, zoals veel sectoren dat kennen bij innovatie, volgens Van Meeteren niet meer. In het triple helix-model werken overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen samen aan innovaties. “In onze gedachte werken wij volgens de quadrupel helix, waarbij de patiënten de maatschappelijke vraag inbrengen en sturing geven via de gezondheidsfondsen. Wij als Topsector LSH helpen die gezondheidsfondsen, kennisinstellingen en bedrijven samen met de overheid om duurzame strategische samenwerkingen op te bouwen.” In de wetenschap – Van Meeteren bekleedt nog een deeltijd leerstoel Fysiotherapie aan de Universiteit Maastricht – merkt hij ook een grote verandering. “Ik kijk met veel respect naar het verleden, waarin we aanwijsbaar goed hebben gefunctioneerd. Maar dat was veelal in competitie met elkaar. Nu vinden we dat niet meer van deze tijd en streven we van competitie tussen ego’s naar complementariteit in een ecosysteem. Van ego naar eco. Deze nieuwe tijd vraagt een andere aanpak mét het betrekken van de eindgebruiker, de patiënt, en het samenwerken van verschillende partijen.”


“Organische technologie zal de komende tien tot vijftien jaar de volgende generatie van innovatie worden�

sportinnovatorXL

45


“Het idee is dat alle data, ongeacht de normering of standaard, met elkaar kunnen communiceren zonder dat ze van hun plek komen”

voor het belletje voor de verpleegkundige? We moeten er naartoe dat activerend beleid in ziekenhuis of zorgopname ook normaal wordt.”

Potentieel goud ritme hun data wel of niet mogen bezoeken. Dit is een totale ommekeer van het internet: dat is echt de grote gamechanger voor de komende tijd.”

Preventie

sportinnovatorXL

gezondheid

46

The Personal Health Train De ontwikkelingen op het gebied van datatechnologie zijn wat Van Meeteren betreft een sprekend voorbeeld van wat de toekomst te bieden heeft, samen met de patiënt. We staan aan de vooravond van een totale omslag van het internet, zegt hij. “Internet gaat in rap tempo van ‘Internet of things’ naar ‘Internet of FAIR Data and services’: het wordt een serviceprovider.” Een uitvinding van de Universiteit Leiden vormt de basis van de innovatie die de Personal Health Train wordt genoemd. “Het idee is dat alle data, ongeacht de normering of standaard, met elkaar kunnen communiceren zonder dat ze van hun plek komen. Data moet nu nog reizen, maar blijft bij de Personal Health Traintechniek bij de persoon zelf. Niet de data reizen, maar de algoritmes passeren datastations van patiënten die zelf besluiten of een algo-

Met Harry van Dorenmalen, voorzitter van het Topteam Sport, sprak Topsector LSH in de persoon van Van Meeteren onlangs ook over deze ontwikkeling. “Daar kunnen we elkaar helpen. Dat geldt niet alleen voor deze sectoren, maar is straks voor alles van belang.” Vanuit de beide Topteams Sport en LSH werden meerdere raakvlakken voor samenwerking onderzocht. “Ik denk dat we niet zozeer van elkaar kunnen leren, maar eerder mét elkaar kunnen leren.” Een voorbeeld waar Van Meeteren mogelijkheden ziet om samen in op te trekken met sportinnovatie, is preventie. De Topsector LSH is een coalitie gestart voor preventie om te kijken hoe in de drie contexten jeugd (scholen), arbeid en zorg (ziekenhuizen) meer activerend beleid kan worden gecreëerd, op zowel fysiek, mentaal en sociaal vlak. “Daar zou sport wellicht goed in mee kunnen. Helpt het bijvoorbeeld om een school dichter bij een sportcomplex te zetten? Zo onderzoeken we dat ook in de arbeidscontext en in ziekenhuizen. Waarom komen 86 procent van de mensen lopend binnen en bewegen ze, zodra ze over de drempel van een ziekenhuis zijn, alleen nog de linkerduim voor de tv-afstandsbediening en de rechterduim

In de sportinnovatiesector ziet Van Meeteren veel positieve ontwikkelingen. “Als ik Harry van Dorenmalen en zijn team was, zou ik heel trots zijn. Sport was initieel geen topsector en toch hebben ze het voor elkaar gekregen om samen met de Directie Sport van het Ministerie van VWS een ecosysteem voor sportinnovatie te maken, een Kennis- & Innovatieagenda Sport op te stellen en een route binnen de Nationale Wetenschapsagenda te bemachtigen. Je ziet binnen dat ecosysteem ook steeds meer samenwerking ontstaan. Dat maakt het voor ons een relevante sector om samenwerking mee te verkennen, een samenwerking die al gaande is.” Zoals eerder gezegd voorziet Van Meeteren vooral kansen op het gebied van preventie. “Dan denk ik dat we potentieel goud in hand hebben voor de gezondheid van onze samenleving. En we kunnen ook economisch rendement genereren door met innovatieve oplossingen de boer op te gaan voor de export. Maatschappelijk willen we dat hier onze burgers voordeel hebben en bedrijven een steviger positie. Het grote verdienmodel ligt bij gebleken succes in het buitenland.” Zie voor meer info over de Personal Health Train www.health-holland.com.

BIO NICO VAN MEETEREN Prof. Dr. Nico van Meeteren is directeur van het bureau van de Topsector Life Sciences & Health en Hoogleraar in Maastricht. Van Meeteren deed eerder fundamenteel een toegepast onderzoek bij het UMC Utrecht (Senior Docent Onderzoeker) en TNO (als Directeur Innovatiegebied Levenslang Gezond). Als innovator (mede)initieerde en inspireerde hij vele innovatieve concepten zoals onder andere ‘Better in, Better out’ en de Proeftuin van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ‘Vitaal Vechtdal’.


sportinnovatorXL

 Roelof Jan Vochteloo

Sportinnovator stimuleert en faciliteert in Nederland sportland tal van prachtige, zinvolle innovaties. Sommigen geven onze topsporters dat slimme duwtje in de rug bij het jagen op een medaille, anderen krijgen juist de niet- en breedtesporters in beweging en/of maken Nederland vitaler. SportinnovatorXL doet een greep uit het aanbod en presenteert zes juweeltjes van sportinnovaties.

47


“Beach Sportpark is een schot in de roos” 48

Een strandlocatie waar breedtesporters betaalbaar en structureel aan beachsport kunnen doen. Dat is het Beach Sportpark, dat in de zomermaanden met topsportlocatie The Hague Beach Stadium verrijst op het strand van Scheveningen.

sportinnovatorXL

juweeltjes

 The Hague Beach Stadium

Met dit Beach Sportpark speelt The Hague Beach Stadium in op de almaar toenemende populariteit van strandsporten. De locatie host jaarlijks meer dan dertig (topsport)evenementen waaronder Mud Masters, Beach Throwdown, The Hague Freestyle en het NK beachvolleybal. In de wetenschap dat er voor breedtesporters nog geen goed geoutilleerde multisportlocatie was, ontstond het idee voor een eigen Beach Sportpark. Dit idee werd ondersteund door Sportinnovator en in de zomer van 2016 voor het eerst tot uitvoering gebracht. In 2017 maakten bijna zesduizend sporters gebruik van het park, dat meer dan vijftien sporten aanbiedt. Joris Gieske, directeur van The Hague Beach Stadium: “Het Beach Sportpark is een schot in de roos. Het stelt ons in staat om particulieren en groepen op een goede en betaalbare manier te laten bewegen en zorgt voor kruisbestuivingen.” In 2018 wordt het park verder geoptimaliseerd en de ambitie is om een plug and play-beachsportpark te ontwikkelen dat overal in Nederland gebruikt kan worden.


“Het Beach Sportpark stelt ons in staat om particulieren en groepen op een goede en betaalbare manier te laten bewegen� Joris Gieske

sportinnovatorXL

49


Smart Rings: Hawk Eye voor het ringenturnen 50

Wat in 2012 werd ontwikkeld om een ringenturner te helpen recht te zwaaien, is uitgegroeid tot een op de grote toernooien gebruikte jureringstool. De Smart Rings Toolbox van InnoSportLab ’s-Hertogenbosch en Janssen-Fritsen werd vorig jaar onderscheiden met de Nationale Sportinnovator Prijs 2016.

sportinnovatorXL

juweeltjes

 InnoSportLab ‘s-Hertogenbosch

Het met krachtsensoren uitgerust ringenstel was in eerste instantie bedoeld om het verschil in kracht op beide ringen te meten en zo scheefzwaaien te voorkomen. Vervolgens kwam het besef dat de tool juryleden kon helpen bij het beoordelen van de houdingstijd van kracht- en houdingselementen in een ringenoefening. Op de EK in 2015 werden de slimme ringen en bijbehorende interface voor het eerst als schaduwsysteem getest en een jaar later golden ze op de EK als officiële jurytool. Maurice Aarts, manager van InnoSportLab ’s-Hertogenbosch: “Eigenlijk is dit het Hawk-Eye-systeem voor het ringenturnen; een technologische ondersteuning met als doel een eerlijkere wedstrijd.” InnoSportLab ’s-Hertogenbosch en Janssen-Fritsen zetten nu in op de implementatie bij WK’s en Olympische Spelen en werken ondertussen aan een consumentenversie van de Smart Rings Toolbox.


“Dit is het Hawk-Eyesysteem voor het ringenturnen� Maurice Aarts

Turner Bram Verhofstad van TeamNL test de Smart Rings in de trainingshal in Den Bosch.

sportinnovatorXL

51


sportinnovatorXL

juweeltjes

52

Hoe meet je makkelijk en snel de kerntemperatuur van een sporter? Het Nijmeegse myTemp BV ontwikkelde samen met de afdeling Fysiologie van het Radboudumc de slikbare sensor myTemp. Deze sensor werkt zo lang deze zich in het lichaam bevindt, is nauwkeurig, betaalbaar en geschikt voor zowel de breedte- als topsporter.

FOTO: SPORTINNOVATOR

Testen in de klimaatkamer van Papendal. FOTO: SPORTINNOVATOR

myTemp meet de kerntemperatuur van (top)sporters

Aanleiding voor de ontwikkeling van myTemp is de onbekendheid van deze parameters en het overlijden van recreatieve sporters tijdens de Vierdaagse Nijmegen (2006) en de Dam tot Damloop (2014). Bij deze ongelukkige sporters werd een hoge temperatuur gemeten en het is mogelijk dat dit ze fataal is geworden. Verder kan kerntemperatuur voor topsporters – naast hartslag en vermogen – een belangrijke indicator worden voor prestatie(verbetering) in extreme weersomstandigheden. Om te kunnen sturen op deze parameter, is data nodig van zowel breedte- als topsporters en met de ontwikkeling van deze slikbare sensor is gehoor gegeven aan de wens van de afdeling Fysiologie van het Radboudumc. myTemp kreeg in 2015 steun van Sportinnovator en maakt momenteel de stap naar de markt. “Sportinnovator heeft ons het platform in de sport en zakelijke support gegeven om van myTemp een succes te maken”, aldus Kjille Hoeben, mede-eigenaar en directeur van myTemp BV.

Clemens Neervoort, de ontwikkelaar van het myTemp-systeem, met capsule.


FOTO: JĂ˜RGEN MELAU / WWW.MELAU.NO

Testen die gedaan zijn bij het olympisch trainingscentrum in Noorwegen.

Kerntemperatuur kan voor topsporters een belangrijke indicator worden voor prestatie(verbetering) in extreme weersomstandigheden

sportinnovatorXL

53


Nauwe samenwerking leidt tot unieke baanfiets 54 Tijdens de Olympische Spelen van 2020 in Tokio rijden de Nederlandse baanwielrenners op hun eigen lichtgewicht en aerodynamische fiets; eentje die is afgestemd op de individuele eigenschappen van de renner, het onderdeel waarvoor hij of zij de baan opgaat én op zijn of haar specifieke wensen. Dit is het gezamenlijke streven van de Koninklijke Nederlandsche Wielren Unie (KNWU), fietsenleverancier KOGA en de TU Delft, die hiermee ‘onze’ baanwielrenners tot nog snellere tijden willen laten komen.

sportinnovatorXL

juweeltjes

 KNWU

Het TU Delft Sports Engineering Institute is vanuit meerdere disciplines betrokken bij de ontwikkeling van de nieuwe baanfiets. Zo richten aerodynamici zich op het verder verlagen van de luchtweerstand en helpen collega-experts bij het creëren van een fiets met optimale stijfheid en een minimaal gewicht. Binnen het instituut wordt al veel onderzoek gedaan naar de stabiliteit en besturing van de fiets en ook die opgedane kennis wordt in dit proces benut. Dr. Daan Bregman, die vanuit het TU Delft Sports Engineering Institute dit project coördineert: “Doordat we in Nederland zo nauw samenwerken met sporters, het bedrijfsleven en verschillende wetenschappelijke experts, kunnen we een unieke fiets ontwikkelen.” Naar verwachting zal de nieuwe baanfiets begin 2019 klaar zijn. Tokio, here we come!


“Door de nauwe samenwerking kunnen we een unieke fiets ontwikkelen�

55

sportinnovatorXL

Daan Bregman


Videooplossing als analysemiddel en sponsorplatform 56

Sponsored Automated Summaries is een betaalbare video-analyseoplossing, ontwikkeld door 360SportsIntelligence. Sporters, coaches en andere liefhebbers kunnen een door vier camera’s opgenomen wedstrijd direct terugkijken en analyseren. Ook krijgen ze automatisch een samenvatting met de hoogtepunten tot hun beschikking.

sportinnovatorXL

juweeltjes

 360SPORTSINTELLIGENCE

De sporters en coaches kunnen deze samenvatting gebruiken om hun toekomstige prestaties te verbeteren, terwijl familie, vrienden en clubgenoten het natuurlijk ook leuk vinden om de actiebeelden te zien. Attentiewaarde betekent sponsorwaarde en dus geldt Sponsored Automated Summaries ook als een extra sponsorplatform, waarmee (amateur)clubs nieuwe geldbronnen kunnen aanboren en zo hun zelfredzaamheid kunnen vergroten. Eenmaal ingesteld werkt het zeer gebruiksvriendelijke Sponsored Automated Summaries automatisch. Het idee van het in Enschede gevestigde 360SportsIntelligence werd in 2015 door Sportinnovator omarmd en is inmiddels uitvoerig getest bij enkele verenigingen. Vanaf de winterstop worden alle huidige en nieuwe klanten gefaseerd uitgerust met deze nieuwe module. Judith van der Zande van 360SportsIntelligence: “Verenigingen reageren nu al zeer enthousiast op de kwaliteit van de samenvatting. Wetende dat het een zelflerend algoritme is zal de kwaliteit alleen nog maar verbeteren.”


57

sportinnovatorXL

Attentiewaarde betekent sponsorwaarde en dus geldt Sponsored Automated Summaries ook als een extra sponsorplatform


sportinnovatorXL

juweeltjes

58

Met games kinderen aan het bewegen krijgen en ze tegelijkertijd laten leren. Dat is het concept van Digigym, een door Sportinnovator bekroond idee van Embedded Fitness. Inactiviteit is een van de belangrijkste oorzaken van overgewicht, dat op zijn beurt zorgt voor hogere zorgkosten, lichamelijke beperkingen, een slechtere kwaliteit van leven en een hogere sterfte. Om die inactiviteit tegen te gaan, worden scholen van hogerhand weliswaar gestimuleerd om meer en kwalitatief betere lessen bewegingsonderwijs aan te bieden, maar in de praktijk blijkt dat veel scholen kampen met een tekort aan financiële middelen, accommodatie en bevoegde leerkrachten. Met de inzet van technologie creëert Embedded Fitness een laagdrempelige oplossing om deze beperkingen te omzeilen en kinderen op school toch meer en beter te laten bewegen. Bij Digigym lokt het digitale schoolbord kinderen van vier tot en met acht jaar meerdere malen per dag uit om spelend leerzaam te bewegen, zowel individueel als klassikaal. Carla Scholten, oprichter en directeur van Embedded Fitness: “Zowel de reken- als trampolinevariant wordt al op scholen gebruikt. De gesensoreerde trampoline blijkt ook uitstekend toepasbaar te zijn in het topturnen, omdat hiermee makkelijk de time of flight kan worden gemeten.”

FOTO: ROBERT VERBOON

Digigym maakt kinderen fit en slim


FOTO: JANSSEN-FRITSEN

FOTO: JANSSEN-FRITSEN

59

sportinnovatorXL

Bij Digigym lokt het digitale schoolbord kinderen uit om spelend leerzaam te bewegen


03

koplopers

Amsterdam Institute of Sport Science Het Amsterdam Institute of Sport Science (AISS) richt zich op praktijkrelevant onderzoek naar prestatieverbetering in de sport, bewegen en gezondheid. Daarnaast organiseert het internationale kenniscentrum jaarlijks meerdere kennisevents, bedoeld om de opgedane kennis bij trainers, coaches en andere experts te krijgen.

60

Het in 2014 opgerichte AISS is een bundeling van negen Amsterdamse krachten: Vrije Universiteit Amsterdam, AMC, VUmc, Universiteit van Amsterdam, Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool Inholland, Topsport Amsterdam, OLVG en Reade. “Van fundamenteel onderzoek, naar praktijkgericht onderzoek en implementatie”, aldus Neal Damen, coördinator van AISS. De dagelijkse leiding is in handen van directeur Cees Vervoorn, tevens lector Topsport & Onderwijs aan de HvA en UvA. Directeur Vitaal is Evert Verhagen (VUmc) en directeur Presteren is Geert Savelsbergh (VU).

sportinnovatorXL

Koploper

Fieldlabs Het AISS-onderzoek vindt overwegend plaats in zogenaamde fieldlabs; fysieke locaties ‘in het veld’ met unieke test- en meetfaciliteiten. Hier worden top- en amateursporters, maar ook patiënten, ter plekke onderzocht en geadviseerd. Daarnaast lopen er binnen AISS erg veel onderzoeksprojecten, waarvan ‘Van Meten naar Weten’ een van de bekendere is. In dit project werken onderzoekers, sportbonden en het bedrijfsleven samen aan een framework, waarin alle datastromen op een logische manier worden opgeslagen en aan de coach en atleten worden getoond. Momenteel ligt er een nieuwe aanvraag om ook gezondheidsmonitoring goed in beeld te krijgen.

Andere eyecatchers zijn onder meer het project ‘Bewegen in Amsterdam met Beacons’, dat Amsterdammers stimuleert om meer te bewegen met de inzet van beacons; zendertjes die informatie zenden naar dichtbijzijnde smartphones. Project ‘FASTBALL’, samen met de TU Delft uitgevoerd, draait om het snel en blessurevrij leren werpen in honkbal. Door middel van wearable technology worden coaches ondersteund in het geven van instructies, die niet alleen de prestaties bevorderen, maar ook het optimale bewegingspatroon van een sporter helpen ontwikkelen. Binnen ‘WHEELS’ ontwikkelen onderzoekers en leefstijlprofessionals een online tool die rolstoelgebruikers met een dwarslaesie of beenamputatie op afstand begeleidt en stimuleert om er een gezonde leefstijl op na te houden.

Amsterdam Performance & Health Center Gezamenlijk werken de AISS-partners toe naar de oprichting van het Amsterdam Performance & Health Center; een fysieke locatie in het VU-kwartier waarin alle expertises samenkomen. Damen: “Het moet een ontmoetingsplek worden waarin onderzoekers, medici, studenten, (top) sporters, bedrijven en start-ups samenwerken aan de oplossingen van de toekomst.” Het streven is om in 2023 zover te zijn en tot die tijd wordt er gekeken naar optimale tussenoplossingen, waarbinnen AISS- en praktijkpartners elkaar makkelijker kunnen ontmoeten en inspireren.

AMSTERDAM INSTITUTE OF SPORT SCIENCE Olympisch Stadion 14 1076 DE Amsterdam 06-53103687 info@aiss.nl www.aiss.nl


61

“Van fundamenteel onderzoek, naar praktijkgericht onderzoek en implementatie� sportinnovatorXL

Neal Damen


Foto: Shutterstock

Sport Data Valley: delen is vermenigvuldigen 62

Van elkaar leren, dat is de basis achter Sport Data Valley. “We zijn een land van boekhouders”, aldus Joost Kok. “We lopen voorop als het gaat om datascience. In de sport zijn de meeste organisaties echter te klein om allemaal zelf een data-wetenschapper in dienst te nemen. Daarom moeten we zorgen voor een infrastructuur waar we kennis bij elkaar brengen, waar mensen en organisaties van elkaar kunnen leren.” Als initiatiefnemer en directeur van het Leiden Centre of Data Science en het Sport Data Center speelt Kok een belangrijke rol bij de Sport Data Valley van Sportinnovator.

sportinnovatorXL

Sport Data Valley

 Leo Aquina


“Als je data hebt en iemand anders kan daar iets bijzonders mee, is dat fantastisch” Zolderkamertje Naast directeur van het Sport Data Center is Kok hoogleraar Informatica en ook hoogleraar Geneeskunde. Als wetenschapper weet hij hoe big data een vlucht kunnen nemen als het

wordt gedeeld. In de wetenschap is het de afgelopen jaren gemeengoed geworden om data te delen. Kok: “Wetenschappers schrijven tegenwoordig niet meer maandenlang eenzaam op een zolderkamertje aan een artikel. Dat is een proces geworden waarbij ze hun ideeën op elkaar loslaten, om op die manier tot diepere inzichten te komen.” Die werkwijze wil Kok met de Sport Data Valley ook in de sport introduceren, met de aantekening dat de sportwereld nog weer net iets anders in elkaar zit dan de wetenschap.

OpenML Kok noemt het platform OpenML als voorbeeld. “Het gaat niet alleen over data, maar ook over methodes. Uiteindelijk wil je ideeën bij elkaar brengen. Als je data hebt en iemand anders kan daar iets bijzonders mee, is dat fantastisch. OpenML is een platform waar mensen datasets kunnen delen, maar ze kunnen er ook nieuwe methodes delen en testen.

sportinnovatorXL

port Data Valley is een idee van het Topteam Sport. Tijdelijk is het beheer en de uitvoering neergelegd bij ZonMW, maar al snel werd duidelijk dat je het bouwen en beheren van een goede infrastructuur moet neerleggen bij een partij met specifieke kennis van datascience. Daarom werd de hulp ingeroepen van een van de Sportinnovator-centra, het Sport Data Center. Kok: “Het Sport Data Center levert expertise en services ten behoeve van sportonderzoek en dat doen we niet alleen voor topsport, maar ook voor breedtesport, aangepast sporten, revalidatie, fraude en integriteit, risicobeheersing en zelfs op het gebied van sporteconomie en sportbeleid. Hoe kun je dat met data ondersteunen?”

63


Foto: sport data valley

Je kan datascience over datascience doen. Er zijn standaarden over hoe je data moet uitwisselen. Vroeger werd er in de geneeskunde ook weinig gedeeld als het om kennis of data ging, maar wetenschappers realiseren zich tegenwoordig dat zij dankzij het delen van data en kennis op een platform als OpenML sneller verder komen. Anderen gaan er niet met jouw idee vandoor, maar maken jouw goede idee nog beter. Daar profiteert uiteindelijk iedereen van.”

Geen database

sportinnovatorXL

Sport Data Valley

64

Joost Kok: “Mensen houden van sport en zijn daarom vaak sneller bereid mee te werken aan data-onderzoek.”

“Anderen gaan er niet met jouw idee vandoor, maar maken jouw goede idee nog beter”

Sport Data Valley beoogt eenzelfde digitale structuur op te zetten voor de sportwereld. “Het is geen database”, benadrukt hij. “Dat misverstand wil ik meteen uit de wereld helpen. We vragen bedrijven niet om al hun data via het platform te delen. Het gaat er vooral om individuen, bedrijven en andere organisaties die zich op wat voor manier dan ook met sportdata bezighouden, met elkaar te verbinden.” In de sportwereld bestaat veel koudwatervrees tegen het delen van kennis. In de topsport willen mensen de concurrentie niet wijzer maken. Kok onderkent de verschillen tussen de sportwereld en de wetenschap. Dat vereist in enkele opzichten een andere aanpak. “Natuurlijk willen topsportorganisaties hun geheimen niet prijsgeven, maar je kunt wel laten zien over welke data je beschikt zonder dat je die data zelf ook meteen vrijgeeft. Met metadata kun je vaak al matchen. Als partijen van elkaar weten wat ze weten, kunnen ze veel beter inschatten of en wat ze voor elkaar kunnen betekenen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat iemand een bepaalde analysesystematiek heeft bedacht voor voetbal, die ook heel geschikt kan zijn voor hockey. Dat hoeft elkaar niet te bijten, in tegendeel. Door die systematiek te delen en er met meer mensen over na te denken, wordt het waarschijnlijk alleen maar beter.”

Eindeloos veel schaatsdata Hoewel het vrijgeven van datasets dus geenszins verplicht is, behoort het wel degelijk tot de mogelijkheden. “Natuurlijk willen we ook graag open datasets”, zegt Kok. Als voorbeeld noemt hij de schaatsbond KNSB, die al enorm veel wedstrijddata open op het internet heeft staan. “Van alle

wedstrijden onder auspiciën van de KNSB, staan de uitslagen in de verschillende leeftijdscategorieën met tussentijden en al online. Dat biedt geweldige mogelijkheden. Voor individuele schaatsers is het leuk omdat zij hun eigen progressie eenvoudig bij kunnen houden, maar voor de schaatsbond zelf, voor de ontwikkeling van het Nederlandse schaatsen en voor de wetenschap biedt het ook alleen maar voordelen. Kok: “Je kunt aan de hand van die data bijvoorbeeld heel goed kijken waar talenten zitten. Daar kun je vervolgens weer allerlei analyses op loslaten. Stel dat je bijvoorbeeld ziet dat kinderen van twaalf jaar in Friesland gemiddeld veel harder rijden dan kinderen van twaalf jaar in Zuid-Holland, dan kun je onderzoeken hoe dat komt, of die lijn na hun twaalfde doorloopt of dat het dan weer gelijktrekt. Je kunt eindeloos veel met die data.” “De meerwaarde van Sport Data Valley is dat je daar alle verschillende smaken hebt. Je kunt alleen metadata delen, je kunt ook een deel van de dataset vrijgeven, of de hele set maar slechts een beperkt deel van de gegevens over die hele set. In de wetenschap hebben we die stap al lang gemaakt.”

Privacy aanjager innovatie Sportdata hebben als voordeel dat ze een positieve uitstraling hebben. Kok: “Mensen houden van sport en zijn daarom vaak sneller bereid mee te werken aan data-onderzoek.” Natuurlijk onderkent de wetenschapper dat privacy daarbij van groot belang is. “Dat kun je bij het delen van data zien als een probleem, maar je kunt het ook zien als een bron van innovatie. Vroeger gooiden we afval in de sloot, totdat we erachter kwamen dat we daarmee ons milieu vervuilden. Daardoor gingen mensen nadenken over manieren om van dat afval af te komen zonder daarbij het milieu te belasten. Ziedaar: innovatie. Op datawetenschappers rust de verantwoordelijkheid zorgvuldig om te gaan met privacy, dus zullen er mensen opstaan die slimme oplossingen bedenken om data te delen zonder privacy te schenden. Overigens is dit een relatief klein probleem, omdat heel veel data eenvoudigweg niet privacygevoelig zijn.” Sportonderzoekers kunnen gebruikmaken van de positieve uitstraling van sportdata, maar het brengt ook de verplichting mee er iets positiefs


WAT IS SPORT DATA VALLEY? Sport Data Valley biedt individuen, bedrijven en organisaties een platform om kennis te delen. Alleen daardoor kunnen nieuwe sportinnovaties ontstaan. Iedereen kan daaraan deelnemen op de website van Sportinnovator. Op het platform staan vijf onderdelen met elkaar in verbinding: personen, organisaties, projecten, datasets en services. Personen kunnen een profiel aanmaken, een visitekaartje voor de rest van de sportinnovatoren. Zij kunnen aangeven bij welke organisaties ze zijn aangesloten en welke data ze met anderen willen delen, in welke projecten ze participeren en welke services zij aanbieden. Universiteiten, hogescholen, bedrijven, overheden en (sport)organisaties kunnen ook op het platform terecht. Organisaties zijn daardoor vindbaar en kunnen contact leggen met andere personen. Personen en organisaties kunnen projecten creëren en andere onderzoekers, professionals en ondernemers uitnodigen om in een onderzoek te participeren. Deze projecten zijn gelinkt aan de persoon, maar ook aan de organisatie waarvoor een persoon werkt. Sport Data Valley faciliteert in het vindbaar maken van datasets op een centrale pek. Eigenaars bepalen zelf wie toegang krijgt tot die datasets en onder welke voorwaarden. Tot slot kunnen organisaties of personen services aanbieden. Dat kan bijvoorbeeld gaan om de koppeling en analyse van databestanden en het archiveren van data op een duurzame manier. Voor meer informatie en het aanmaken van een profiel: www.sportinnovator.nl.

mee te doen. Kok: “Sportinnovator steekt geld in projecten. Daardoor kun je projecten die via Sportinnovator worden gefinancierd ook verplichten om de data die zij genereren in de Sport Data Valley vrij te geven. Dat is in andere sectoren al heel normaal. Als de Hartstichting onderzoek financiert, gelden ook dergelijke voorwaarden. Daar heeft de Hartstichting belang bij, zoals Sportinnovator belang heeft bij zo veel mogelijk vrije data om de sportinnovatie aan te jagen. Het gaat per slot van rekening om publiek geld waarvoor je maatschappelijk verantwoording af moet leggen.”

“Het gaat er vooral om individuen, bedrijven en andere organisaties met elkaar te verbinden”

AARNOUT BROMBACHER OVER SPORT DATA VALLEY Topteamlid Aarnout Brombacher, hoogleraar aan de TU in Eindhoven, is een groot voorstander van kennisdeling in de sport en staat vierkant achter het idee van de Sport Data Valley, niet in de laatste plaats omdat sport een goudmijn is van data die op andere manieren veel moeilijker verkrijgbaar zijn, bijvoorbeeld als het gaat om gezondheid. Als voorbeeld noemt hij de marathon van Eindhoven. “Van dat evenement zijn we met de TU al jarenlang partner. We vergaren elk jaar allerlei data van de deelnemers. We zitten inmiddels op een participatiegraad van tussen de 40 en 45 procent. Zoiets moet je eens gewoon op straat proberen. Als je een willekeurige meneer of mevrouw vraagt of je zijn of haar gezondheidsdata mag hebben, zeggen 99 van de honderd mensen nee. Bij die hardlopers is dat geen enkel probleem. Jammer is wel dat uit die data niet gehaald wordt wat erin zit. We doen er veel te weinig mee. Iedereen zit op een eilandje. Alleen al het transporteren van sportdata vanuit de TU Delft naar de TU Eindhoven en andersom komt in de praktijk niet voor. Op nationaal, en internationaal, niveau biedt de Sport Data Valley een enorme kans.”

65

koplopers. Ook als het gaat om slimme algoritmes zijn we een wereldspeler in de wetenschap.” Die wereldspeler wil Kok ook van Nederland maken als het om sportdata gaat. “Daarvoor hebben we data en metadata nodig van iedereen die in Nederland iets doet met sport en bewegen. Om het vliegwieleffect van big data te realiseren, heb je een bepaalde kritische massa nodig. Dan gaat het niet alleen om de hoeveelheid opgeslagen data, maar ook om de mensen die zich binnen dat netwerk met die data bezighouden. Hoe meer hoe beter, want delen is in dit geval vermenigvuldigen.

Een van de grootste uitdagingen bij het inrichten van de Sport Data Valley, is het standaardiseren van data. Kok: “Als je met verschillende datasets dezelfde funnel analyses wil doen, moeten die sets voldoen aan dezelfde standaarden, bijvoorbeeld als het gaat om opslag. Dan gaat het om vragen als: Hoe label je data? Op dat gebied zetten we in Nederland op dit moment de standaard. Niet alleen op het gebied van dataopslag is Nederland een van de

sportinnovatorXL

Wereldspeler


 Facts en figures Sinds 2015 heeft Sportinnovator 15 centra, 5 projecten en 33 ideeën gefinancierd

sectoren bij Sportinnovator

De 8 sportspeerpunten van het Rijk:

bestaan uit:

31 28 38 3

Sportorganisatie

%

%

66

SPORT EN BEWEGEN IN DE BUURT SPORT EN GEZONDHEID SPORTEN MET EEN BEPERKING VEILIG SPORTEN

Bedrijfsleven (mkb)

EERLIJKE EN SPORTIEVE COMPETITIE TOPSPORT SPORTEVENEMENTEN ONDERZOEK EN VERNIEUWING

Kennisinstelling %

Overheid %

Wie sport of beweegt wekelijks? Percentage dat wekelijks sport en/of beweegt naar levensfase 16-20 jaar

15%

sportinnovatorXL

INFOGRAPHICS

21-35 jaar

18% 23% 28%

51-65 jaar

28%

10

20

Geen sport en bewegen

27% 22%

30

17% 40

Geen sport, wel bewegen

50

30%

22%

21% 35%

0

42%

20%

36-50 jaar

66-80 jaar

25%

60

28%

24%

27%

21%

27%

70

Sport, maar niet bewegen

80

90

Sport en bewegen

100


Totale bevolking twaalf jaar en ouder (in %)

10

5

15

Zwemmen

Voetbal

11,2

9,2

8

4,4

4,3

3,6

3

2014 2016

Paralympische sporten

2,5

2,3

2,2

sportinnovatorXL

Olympsiche sporten 2012

Wielrennen

2010

Hockey

2008

Turnen/gymnastiek

Wandelen (als sport)

5,7

Fietsen (geen wielrennen)

2006

Yoga

22,9 2004

Tennis

20

Trimmen/joggen/hardlopen

2002

Dansen

0

Fitness/conditietraining

Positie op ranglijst

Medaillespiegel 2001 - 2016

Olympische en paralympische sporten

ď‚‘

0

5

10

15

20

25

67

Meest populaire sporten



25


 Facts en figures

Het geschatte risico op een blessure is het grootst bij hardlopen, veldvoetbal, volleybal, hockey en vechtsporten. Gemiddeld aantal blessures tijdens 1.000 uur sporten in 2013 HARDLOPEN

VOETBAL

VOLLEYBAL

5,3 4,3 Beoefenaars

2.100.000

68

Beoefenaars

VECHTSPORTEN

470.000

4,2

Beoefenaars

Beoefenaars

52 %

HOCKEY

4,3

Middelbaar opgeleiden

Lageropgeleiden

35 %

68 % Hogeropgeleiden

 Wie sport wekelijks?

Sportdeelname en opleiding:

infographics

Beoefenaars

1.400.000

470.000

sportinnovatorXL

5,1

280.000

6 10% t o t

Regelmatig bewegen is geassocieerd met 6 tot10% hogere salarisinkomsten.




Wie sport of beweegt wekelijks

63

%

Gemiddeld gezien voldoet 63% van de bevolking van negentien jaar en ouder aan de Beweegnorm. De Beweegnorm, of Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB), houdt voor volwassenen in dat ten minste vijf dagen per week minimaal dertig minuten per dag matig intensief wordt bewogen.

| actieve leefstijl | bewegingsonderwijs | blessurepreventie | breedtesport | gehandicaptensport | jeugd | sportparticipatie | supporterbeleving | talentontwikkeling | topsport | vitaliteit | accommodatie | fysieke training | herstel, slaap, voeding | materiaal | apparatuur | mentale training | sportgezondheidszorg (sportgeneeskunde/fysiotherapie/massage) | techniektraining | innovatie

69

Internationale verschillen in beweeggedrag Hoe vaak sport/beweeg je?

60

50

30

20

10

0 Regelmatig

“Met enige regelmaat” EU28

Zelden

Nooit

Nederland

Bron: Kenniscentrum Sport

sportinnovatorXL

Percentage

40


04

koplopers

Sport Data Center Data, data en nog eens data. Daar draait het om binnen Sport Data Valley het Sport Data Center (SDC). Binnen deze begin 2016 Het SDC gaat de voortrekkersrol nemen in de verdere ontwikkeopgerichte netwerkorganisatie werken de datascience- ling van de Sport Data Valley (SDV), een online platform waarop individuen en organisaties kennis, (meta)data en technologieën disciplines van de Universiteit Leiden (Leiden Centre of Data op het gebied van sport en bewegen met elkaar kunnen delen. Science) en de TU Delft (Delft Data Science) samen met Andere tot de verbeelding sprekende projecten zijn de samende sportwetenschappelijke disciplines van het Amsterdam werkingen die het SDC aanging met het schaatsteam LottoNLInstitute for Sport Science (AISS) en het Sports Engineering Jumbo en de analyse die het in de zomer van 2017 deed van Institute van de TU Delft. het EK vrouwenvoetbal. Hier kwam een gouden standaard uit

70 “Met de nieuwste en beste analysemethoden willen wij meer halen uit data rond sport en bewegen. Onze wetenschappers werken nauw samen met sportteams, overkoepelende organisaties en bedrijven”, zo vertelt Joost Kok. De hoogleraar Data science is de oprichter van het SDC en heeft als rol de partijen bij elkaar te brengen.

De belangrijkste ambitie van het SDC is om Nederland toonaangevend te maken op het gebied van data rondom sport en bewegen. Kok: “Met de Sport Data Valley als drijvende kracht. Met onze uitstekende domeinkennis en dito datascience-onderzoek hebben we als land een uitstekende uitgangspositie.”

SPORTINNOVATOR Binnen het ecosysteem van Sportinnovator pakt het SDC de centrale rol op het gebied van data. Het centrum heeft bijna geen eigen data, maar krijgt die van anderen – waaronder veel Sportinnovator-centra – in bruikleen. Aan die data voegt het SDC zijn waarde toe.

sportinnovatorXL

Koploper

Het SDC doet zijn onderzoek op de vijf thema’s Topsport, Economie en beleid, Aangepast sporten & herstel, Fraudebestrijding & risicobeheersing en Breedtesport. Het laat zijn partners beschikken over Sport Data Experience Labs; fysieke omgevingen waar ze – met eigen data – analyses leren uitvoeren, nieuwe visualisatietechnieken leren kennen en methoden van data-integratie, interpretatie en machine learning leren toepassen. Kok: “Onze partners beschikken hiermee over een high performance-computerinfrastructuur, die de zware rekenkundige bewerkingen op grote datasets aankan op een beveiligde en privacy-respecterende manier.”

voort. Ook de breedtesport profiteert van de onderzoeken van het SDC, getuige bijvoorbeeld een project met MYLAPS over blessurepreventie. Kok: “Onze kracht? Wij bieden hoogwaardige data analytics-omgevingen en services. Daarnaast gaan we met de data aan de slag en de resultaten spreken voor zich.”

SPORT DATA CENTER Niels Bohrweg 1 2333 CA Leiden 071-5277057 info@sportdatacenter.nl www.sportdatacenter.nl


71

“Onze kracht is dat wij hoogwaardige data analytics-omgevingen en services bieden� sportinnovatorXL

Joost Kok


Foto: DSM/Dyneema

sportinnovatorXL

Topsport Limburg

72

Topsport Limburg heeft zich ontwikkeld van een olympisch steunpunt voor de regio tot de spil in het netwerk van Limburgse bedrijven, overheden, universiteiten en de sport


Limburg: innovatieregio voor sportmaterialen  Pieter van der Meer

73

sportinnovatorXL

Sportinnovator-centra vervullen een regionale functie in het betrekken van bedrijven, lokale overheden en kennisinstellingen bij sportinnovatie. Een goed voorbeeld is het Sport Innovation Centre Limburg, waar meer dan meer dan 150Â bedrijven, overheden en universiteiten samenwerken aan innovaties in de sport. De focus in het centrum ligt op sportmaterialen.


FOTO: Wouter Roosenboom

S sportinnovatorXL

Topsport Limburg

74

inds februari 2016 is het Sport Innovation Centre Topsport Limburg erkend als Sportinnovatorcentrum. Deze centra vervullen een belangrijke rol bij het stimuleren van sportinnovatie in de visie van het Topteam Sport. ‘Onderscheiden’ en ‘focus’ zijn voor het Topteam Sport sleutelwoorden in de beoordeling van die centra. Geert Ruigrok, directeur van Topsport Limburg, kwam al snel tot de conclusie dat de focus van het Limburgse Sportinnovatorcentrum op sportmaterialen moest liggen. Met DSM in de achtertuin lijkt het ook logisch om in te zetten op Limburg als regio voor sportmaterialen. “Een goed voorbeeld daarvan is dat DSM de wielerbroek met dyneema heeft ontwikkeld, waardoor Tom Dumoulin na zijn val (en opgave) in de Tour de France van 2016 niet helemaal openlag. DSM wil wereldwijd een hub zijn op het gebied van sport en materialen.”

te creëren voor de jeugd om hun sportieve idealen te verwezenlijken. Daar hebben we partners als DSM, Engie, Seacon, Rabobank en Randstad bij bereid gevonden om ons in te ondersteunen.” Overheden en zorginstellingen waren vanaf het begin ook al partner van Topsport Limburg. Ruigrok zocht alleen nog naar een manier om al die partijen met elkaar te kunnen verbinden. Hij zag het symbolisch al voor zich met de vijf olympische ringen vertegenwoordigd door sport, bedrijfsleven, onderwijs, zorg en overheid. “Als je die ringen zó zet dat sport in het midden staat, verbindt dat alle partijen met elkaar.”

Metamorfose DSM is al sinds 2000 als partner aan Topsport Limburg verbonden. In de tussentijd heeft Topsport Limburg een metamorfose ondergaan. Van een olympisch steunpunt voor de regio heeft het zich ontwikkeld tot de spil in het netwerk van Limburgse bedrijven, overheden, universiteiten en de sport. De missie is volgens Ruigrok nog dezelfde. “Vanaf het begin van Topsport Limburg was ons doel om een omgeving

Léon Klinkers: “Het mkb wordt er nadrukkelijk bij betrokken, zodat heel Limburg van die innovaties kan profiteren.”

Die symboliek kreeg een concrete vorm toen Ruigrok in 2009 bij het IOC-congres in Kopenhagen was. Singapore kreeg tijdens dat congres de eerste Youth Olympic Games toegewezen.

“Daar sprak iemand over een sportecosysteem in Singapore. Daarmee hadden ze de Youth Olympic Games ook toegewezen gekregen. Dat ecosysteem was ontstaan vanuit het idee dat de Formule 1 daar elk jaar kwam, een paar dagen voor lawaai zorgde, en verder had niemand er wat aan. Ze wilden dat duurzamer maken, met een economische spin-off. Toen dacht ik: dat doen wij eigenlijk ook.”

Return on investment Zo ontstond het idee voor een Limburgs sportecosysteem, waarbij nadrukkelijk wordt gekeken hoe partners hun investeringen weer terug kunnen verdienen. “Dat denken in een ecosysteem begon ook steeds meer te leven onder onze partners. Die dachten ook: als ik investeer moet mijn return on investment er wel uit komen.” Innovaties spelen daar een belangrijke rol in, maar dan is wel een andere manier van denken nodig, merkt Ruigrok op. “Wij dachten bij innovatie de verkeerde kant op: we dachten vanuit de topsport om sporters te helpen. We dachten nooit terug naar het bedrijfsleven.” Het terugverdienen van investeringen hoeft niet ingewikkeld te zijn. Als voorbeeld denkt Ruigrok terug aan een partneroverleg waar kanovaarster Eef Haazen aansloot. Zij probeerde zich op dat moment te kwalificeren voor de Olympische Spelen van 2012 in Londen. Gevraagd naar wat ze nodig had, antwoordde ze: “Een goede boot.” Ruigrok: “Ik keek naar DSM en die zeiden meteen: ‘Dat moeten we kunnen maken en dan maken


“Er liggen veel raakvlakken met sport en de innovatieactiviteiten op de vier campussen. Sport is ook sectoroverschrijdend. We proberen daarom te zoeken naar innovaties die vanuit de sport geïnitieerd worden en die breed maatschappelijk inzetbaar zijn. Dan is het extra interessant dat je die vier campussen achter je hebt staan.”

Kennisuitwisseling

Om het innovatienetwerk verder te versterken en uit te breiden, heeft Topsport Limburg begin dit jaar de samenwerking gezocht met Brightlands, de samenbundeling van vier campussen in de regio Limburg. Binnen de Health Campus (Maastricht), de Smart Services Campus (Heerlen), de Chemelot Campus (Sittard-Geleen) en de Greenport Campus (Venlo) werken onderzoekers, studenten en ondernemers samen aan nieuwe oplossingen. “Deze campussen liggen hooguit dertig kilometer van elkaar af”, zegt Léon Klinkers van Brightlands. “Niet alleen de campussen profiteren van de innovaties. Het mkb wordt er nadrukkelijk bij betrokken, zodat heel Limburg van die innovaties kan profiteren.” De ambitie van Topsport Limburg om een wereldspeler op het gebied van sportinnovatie te worden, past daar naadloos bij. Klinkers ziet daarom een grote meerwaarde in een samenwerking met Topsport Limburg, dat van de provincie een sportinnovatie-hub wil maken.

75

sportinnovatorXL

Wereldspeler worden

Geert Ruigrok: “Er liggen veel raakvlakken met sport en de innovatieactiviteiten op de vier campussen. Sport is ook sectoroverschrijdend.”

FOTO: JWouter Roosenboom

we er gelijk de beste boot ter wereld van.’ Later kwamen we erachter dat DSM aan de botenbouwer ook haar harsen verkoopt. Zo hadden ze dus geïnvesteerd en ook al iets terugverdiend.” De sport vaart daar in dat ecosysteemmodel ook goed bij, zegt Ruigrok. “Ondernemers hebben de sport nodig om hun product te testen. Als ze daarvoor betalen, investeren ze ook in de sporters. Het bedrijfsleven betaalt op die manier voor de sport als testomgeving.”

Dat heeft ook een aanzuigende werking op startups. Het Sportinnovator-centrum van Topsport Limburg is daarom in 2017 een zogenaamde incubator gestart. Het doel van dit programma is bedrijven te laten groeien met hun innovatie door ze gebruik te laten maken van de faciliteiten van Topsport Limburg. Een belangrijk onderdeel daarvan is bedrijven n contact te brengen met topsporters. Vanuit Topsport Limburg heeft het centrum toegang tot topsporters in Limburg in allerlei sporten, van wielrennen tot paardensport. Programmamanager Anne Paquay legt uit dat het koppelen van een topsporter aan een bedrijf niet het primaire doel is. “In acht maanden gaan we bedrijven ondersteunen en kennis delen om hun product te vermarkten. Het is niet zo dat een ondernemer hier komt met een idee en dat we ze gaan helpen met de ontwikkeling ervan. Het gaat echt om een product dat al bestaat.” Als Topsport Limburg daar een topsporter aan kan koppelen om het product te testen, is dat dubbele winst. Met DSM als expert op het gebied van materialen, is het programma ook extra interessant voor start-ups buiten Nederland. Daarom werkt Topsport Limburg onder andere samen met incubator Le Tremplin in Parijs en andere programma’s in Schotland, Spanje en Italië. Paquay: “Het doel van die samenwerking is vooral kennisuitwisseling. Een mogelijkheid is ook dat start-ups, gericht op materialen, naar Sittard worden doorgestuurd zodat hun product hier verder wordt ontwikkeld.”


05

koplopers

TU Delft Sports Engineering Institute Om haar sportonderzoek te bundelen en meer bekendheid “We willen zo veel mogelijk kinderen laten bewegen en te geven, lanceerde de TU Delft in september 2014 een richten ons bijvoorbeeld ook op ziekte- en blessurepreveneigen Sports Engineering Institute. Naast het versterken tie. Zulke projecten klinken weliswaar minder aantrekkelijk, maar zijn maatschappelijk gezien natuurlijk erg relevant.” van het sportonderzoek en onderwijs richt dit instituut zich op het verhogen van de sportparticipatie, het voorkomen Internationale ambities van gezondheidsproblemen en het verbeteren van Het TU Delft Sports Engineering Institute wil ook internatopsportprestaties. tionaal een toonaangevend centrum zijn en is al hard op

76

Die doelen worden, onder leiding van hoogleraar biomechanica Frans van der Helm, op multidisciplinaire wijze nagestreefd; binnen het instituut werken zes faculteiten samen op de vijf onderzoeksthema’s Aero- en hydrodynamica, Mensen en materialen, Meten, feedback en simulatie, Stimuleren van sporten en bewegen en Sportinfrastructuur. “Naast de multidisciplinaire aanpak is de goede samenwerking met het bedrijfsleven een van onze sterktes”, aldus dr. Daan Bregman, die dit Delftse geheel samen met Anoek van Vlaardingen coördineert.

Dumoulin

sportinnovatorXL

Koploper

Het TU Delft Sports Engineering Institute staat vooral bekend om zijn aansprekende topsportprojecten. Zo won wielrenner Tom Dumoulin van Team Sunweb dit jaar het eindklassement in de Giro d’Italia in een door de TU Delft ontwikkeld aerodynamisch pak. Momenteel wordt met de KNWU en KOGA gewerkt aan een nieuwe baanfiets voor de Olympische Spelen 2020 in Tokio.

weg om dat te worden. In 2016 was het gastheer van het tweejaarlijkse wereldcongres van de International Sports Engineering Association. Binnen het onderwijs is daarnaast een structurele samenwerking met Engelse en Duitse universiteiten opgezet. Bregman: “We merken dat buitenlandse studenten speciaal naar Delft komen voor onze master Sports Engineering en dat is precies wat we willen.”

SPORTINNOVATOR Het TU Delft Sports Engineering Institute werkt nauw samen met andere Sportinnovator-centra. Met AISS lopen meerdere onderzoeksproject op het gebied van schaatsen, honkbal, roeien, zwemmen en aangepaste sporten. Het instituut is een van de founding partners van het Sport Data Center. De TU Delft heeft een belangrijke rol gespeeld in de totstandkoming van het Sailing Innovation Centre, waarbij het nog steeds betrokken is. Tot slot heeft het TU Delft Sports Engineering Institute gedeelde projecten met nagenoeg alle andere Sportinnovatorcentra, waaronder Innovatielab Thialf, Sportcentrum Papendal – TeamNL Innovation Center en de KNVB Campus.

Ook de Delftse inzet op het gebied van breedtesport mag niet onbelicht blijven. Vorig jaar ontving de TU Delft de ‘Nationale Sportinnovator Prijs voor het beste sportinnovatie-idee’ voor een samen met Gazelle te bouwen fiets, die vallende fietsers rechtop houdt. Verder telt de universiteit onder andere een speeltuin om nieuwe speeltoestellen te testen. Bregman:

TU DELFT SPORTS ENGINEERING INSTITUTE Mekelweg 4 2628 CD Delft 015-2789139 sportsengineering@tudelft.nl www.sportsengineering.tudelft.nl


77

“We willen zo veel mogelijk kinderen laten bewegen en richten ons ook op ziekteen blessurepreventie� sportinnovatorXL

Daan Bregman


“Niet alleen nemen, ook geven” Aart Jacobi, Nederlands ambassadeur in Japan, over samenwerken als noodzaak en kans

78

Als ambassadeur Aart Jacobi (62) het gesprek met een bevriende mogendheid op gang moet brengen, gaat het al snel over sport. Sport verenigt, sport verbroedert. Ook in de diplomatieke wereld. Niets lekkerders, ook in Japan, om het ijs te breken met smalltalk. Over hoe goed Lionel Messi de avond ervoor weer eens was. Of over honkbal.

sportinnovatorXL

Interview

 Edward Swier  Nederlandse ambassade Japan

onkbal is dé sport in Japan, misschien nog populairder dan voetbal. Jacobi volgt de Japanse honkbalcompetitie met grote belangstelling. Uit interesse, als sportliefhebber, maar ook vanwege zijn professie. “Ik vind sport fantastisch. Ontspannend én inspirerend.” Jacobi volgt het tennis, wielrennen en de Engelse, Spaanse, Japanse én Nederlandse voetbalcompetitie. Hij kent bovendien de beste honkbalpitchers, kan vol enthousiasme vertellen over het dubbelspel dat vorige week de Japanse competitietopper besliste. Maar Jacobi weet meer. Komt hij met Japanners in gesprek over honkbal, dan wekt hij direct interesse als hij refereert aan het onderzoek Fastball van de VU en TU Delft. “Bij ons in Nederland wordt onderzoek gedaan hoe je snel én blessurevrij kunt leren gooien”, vertelt hij zijn gezelschap dan. “Zeker als je kunt vertellen dat niet enkele pitchers worden gevolgd, maar misschien wel tweehonderd jonge werpers, heb je bij iedereen een luisterend oor. Die data, die feitelijk over blessurevrij pitchen gaan, daar zijn ze hier in Japan ook enorm in geïnteresseerd. Dat is gewilde kennis, die heel wat waard is.”

Japan 2020: meest duurzame en innovatieve Spelen ooit Japan en Nederland; ze hebben meer gemeen dan je op het eerste gezicht zou denken. “We zijn beide landen waar topsport op een hoog niveau staat, je zou kunnen zeggen dat we topsportlanden zijn. We delen met Japan onze liefde en interesse voor sporten als turnen, judo en schaatsen. En honkbal is in Nederland dan niet zo populair als in Japan, we spelen in die sport internationaal ook een grote rol.’’ Met de Olympische Spelen in Tokio in het verschiet, zomer 2020 is het al zover, is een samenwerking tussen Nederland en Japan op gang gekomen. Zowel in 2015 als 2016 bezocht een Nederlandse delegatie Azië. Een groep sportwetenschappers onder aanvoering van Cees Vervoorn van Amsterdam Institute of Sports Science debatteerde met Japanse collega’s over de toekomst. Voormalig minister Edith Schippers tekende vorig jaar een overeenkomst met het Japanse ministerie van Onderwijs, Sportwetenschappen en Technologie. Een memorandum tussen de Universiteit van


79

sportinnovatorXL

De komende jaren zullen sportinnovaties in Nederland nadrukkelijker vanuit een internationaal belang ĂŠn perspectief worden belicht


sportinnovatorXL

Interview

80

“Uit de enorme hoeveelheden data kun je enorm interessante dingen leren. Over top- én breedtesport”

Tsukuba en hun collega’s uit Utrecht en Eindhoven moet leiden tot innovaties waar zowel topsport, breedtesport als gehandicaptensport in Nederland en Japan van kunnen profiteren. Beide landen zijn ambitieus. Japan wil in 2020 de meest duurzame én meest innovatieve Spelen ooit organiseren. De ambitie van het Topteam Sport en Sportinnovator luidt: van Nederland het meest sportinnovatieve land ter wereld maken. Daar wordt in Nederland zelf hard aan gewerkt, bovendien wordt gezocht naar internationale verbinding. Een aantal Sportinnovator-centra, zoals Topsport Limburg, heeft al een belangrijke internationale focus. De komende jaren zullen sportinnovaties in Nederland nadrukkelijker vanuit een internationaal belang én perspectief worden belicht. Het uitwisselen van kennis en ervaring op het gebied van sport en innovatie tussen, in dit geval, Japan en Nederland, is voor beide landen een win-winsituatie. Nederlandse bedrijven, instellingen, universiteiten, maar natuurlijk ook de gezondheidszorg en sportwereld kunnen hiervan profiteren. Samenwerken, het is een kwestie van geven. En zo nu en dan nemen. “Je kunt niet alleen maar nemen, maar moet ook wat te bieden hebben”, aldus Jacobi. Hij ziet samenwerking als de enige manier om gezamenlijk vooruit te komen. “Ik geloof er niet in dat je in de huidige samenleving dingen voor jezelf houdt. Dan houd je het niet lang vol. Het lukt je ook niet om sport op die manier te beleven. Samenwerking is onontbeerlijk.” Wie samenwerkt heeft kans om gezamenlijk te stijgen op de medailleladder tijdens Olympische Spelen én kan breedtesport stimuleren en de volksgezondheid in beide landen verbeteren.

Do’s-and-don’ts Een voorbeeld. Jacobi: “Nederland staat in Japan bekend als innovatief, vooral ook op het gebied van de gehandicaptensport. Bij de laatste Paralympics scoorde Japan best goed, maar er zat geen enkele gouden plak bij. Nederland doet het daar, hoewel we een stuk kleiner zijn, veel beter. In Japan zijn ze erg geïnteresseerd in de Nederlandse structuur.” Inmiddels begrijpen ze in Japan – Esther Vergeer hielp daar bij een werkbezoek een handje aan mee – ook dat je gehandicaptensport moet integreren in het reguliere aanbod. In een aantal voorsteden van Tokio wordt daar dankzij Nederlandse hulp al een begin mee gemaakt. “Tot op heden zijn het in Japan altijd twee gescheiden werelden geweest. Japan heeft op dit terrein echt nog wel een eindje te gaan en ik denk dat de Nederlanders hier behulpzaam kunnen zijn.” Om de positie van Sportinnovator en het Topteam Sport in de wereld uit te kunnen dragen én te versterken, bezoekt Jacobi bij een verblijf in Nederland altijd één of meerdere innovatieve initiatieven in Nederland. Op Papendal, waar hij op de overdekte sprintbaan Dafne Schippers aan het werk heeft gezien, het innovatieve Pieter van den Hoogenband Zwembad in Eindhoven, of het werkterrein van Cees Vervoorn in Amsterdam – Jacobi steekt overal en altijd weer wat van op. “Uit de enorme hoeveelheden data kun je enorm interessante dingen leren. Over top- én breedtesport. De studies naar gezonde (sport)voeding zijn bijvoorbeeld ook machtig interessant.” Samenwerken met Japanners vraagt geduld. Jacobi kan Nederlandse bedrijven, onderzoekers, universiteiten en sporters als geen ander


“Ik geloof er niet in dat je in de huidige samenleving dingen voor jezelf houdt”

als Nederland naar het beste streven, maar niet vergeten dat andere landen ook niet stilzitten.” En juist daarom ook is het zo’n mooi streven om op het terrein van innovatie niet alleen te concurreren met andere naties, maar vooral ook de samenwerking te zoeken en te profiteren van elkaars kennis. “Een simpel voorbeeld: de autoindustrie in Japan is groot. Maar de kennis om

wegwijs maken, kent de do’s-and-don’ts. “Samenwerking met Japanners is niet makkelijk tot stand te brengen. Het vergt tijd, de Japanner wil er altijd goed en lang over nadenken. Waar wij kunnen zeggen ‘dat klinkt als een goed idee, laten we het doen’, gaat daar in Japan altijd meer tijd overheen. Maar heeft de Japanner eenmaal besloten dat hij iets gaat doen, dan is er enorme toewijding. Dat geldt op elk terrein, ook binnen de sport of op economisch gebied. Japanners zijn zeer betrouwbaar, ze doen wat ze beloven en zijn erg serieus. Dat is soms weleens lastig, wij denken vaak dat als het allemaal iets losser zou zijn, sommige zaken ook makkelijker gaan.”

81

“Samen maken we elkaar sterker” auto’s zonder bestuurder netjes achter elkaar te laten rijden, die zit weer – beter dan waar ook – bij TNO. DSM en het Holst Centre in Eindhoven hebben ook waardevolle kennis in huis. Informatie die ook voor gerenommeerde sportmerken als Asics en Mizuno interessant kan zijn. Op het gebied van beveiliging van de kritieke infrastructuur is, op weg naar de Spelen van 2020, al een samenwerking op gang gekomen. Een consortium van acht Nederlandse partijen gaat de Japanse industrie helpen met hun cybersecurity. Uitwisseling van kennis is waardevol, voor beide landen.” “Sportaccommodaties, sportvoeding, sportkleding, gehandicaptensport, (cyber)security; dat zijn thema’s die hier in Japan, met de Spelen aanstaande, een belangrijke rol spe-

len. Japan wil in 2020 laten zien wat het kan, bedrijven willen niets liever. Maar, ze kunnen dat niet alleen. Nederland kan daarin een rol spelen. Samen maken we elkaar sterker.”

sportinnovatorXL

Jacobi kan overigens berichten dat Nederland er in Japan goed opstaat. “Met een relatief kleine bevolking van 17 miljoen mensen presteren wij als Nederland op sportgebied feitelijk boven onze macht. We scoren beter dan je op basis van de statistieken zou mogen verwachten. Dat is mooi. En dat komt ook zeker omdat ons ambitieniveau hoog ligt. Toch heeft dat ook een keerzijde. Waar andere landen bewondering hebben voor de Nederlandse prestaties, worden die in eigen land weleens onderschat. We zijn erg kritisch op onszelf. Als je dan een keer minder medailles behaalt dan de keer ervoor, zijn er mensen die het woord ‘mislukt’ in de mond nemen. Dat vind ik niet terecht. We moeten


COLUMN VIGGO WAAS

“Omarm het verleden” BN’ers op een eiland zonder eten, BN’ers die elkaar op de borst kloppen.

k kijk naar ‘De schreeuw’ van Edvard Munch. Dat figuurtje op het schilderij. Kijk het schreeuwt. Handjes naast het hoofd, mond open. Innovatie!!!! We komen tekort, we lopen achter, we moeten meer bewegen, gezonder leven vooral.

“Dat figuurtje op dat schilderij van Munch schreeuwt: breng de kinderen terug naar de straat”

sportinnovatorXL

column

82

Opdat we gelukkiger worden, in betere conditie en nog ouder. En vooral: Hoe krijgen we onze kinderen weer aan het spelen en sporten? Alles moet anders. Maar waarom vernieuwen? Ik zeg: omarm het verleden, vernieuwing is juist teruggaan in de tijd. Naar de jaren zestig en zeventig, misschien een stukje jaren tachtig. Pak de mobiele telefoons van elkaar en van je kinderen af. De tablets en de computers gaan op de bon. Een uur per dag op een beeldscherm is ruim voldoende en dan gaan ze weer terug in het dressoir. Draai dat dressoir op slot en doe de sleutel in je boudoir. Breng televisie weer terug naar twee tv-kanalen: Nederland 1 en 2. Hoeven we niet meer te kijken naar Gordon en Joling, Voetbal Inside, naakte BN’ers op een strand, BN’ers in een kano op een rivier,

Dat figuurtje op dat schilderij van Munch schreeuwt: breng de kinderen terug naar de straat, hang om de tien lantaarnpalen een netje ballen op. Voetballen, basketballen, volleyballen, handballen. Hamer spijkers aan de muren in de steden en dorpen, hang daar tennisrackets en badmintonrackets aan. Maak van portieken weer doeltjes, leg jassen op veldjes als doeltjes, teken doeltjes op blinde muren, span lijnen tussen bomen in parken en op pleintjes, om te kunnen volleyballen en badmintonnen. Teken met krijt tennisveldjes op de grond, bevestig basketbalringen aan muren door stad en land. Leg slagbalveldjes uit. Nodig kinderen, nodig jezelf, weer uit om te spelen en te sporten. Maar dan gaan we verder. Dan gaan we wel innoveren. Per buurt zetten we een scout neer die talenten opspoort. Die spoort ze aan om de sport te gaan beoefenen waarin ze uitblinken. Maar niet iedereen hoeft topsporter te worden. Ze mogen ook voor hun lol sporten. Die scout werkt trouwens nauw samen met de gymnastiekleraren van de scholen uit de buurt want die ziet in die twee uur bewegingsonderwijs ook waar het talent of de behoefte van

het kind ligt. Op de sportverenigingen heb je de professionals, daar wordt eventueel verder geselecteerd. Let op! Kinderen blijven op de fiets naar die sportvereniging gaan. Ze worden niet met de auto of met een busje gebracht. Ook niet als het regent. Regenpak aan en gaan! Als ze terugkomen van de vereniging wordt er samen gegeten aan tafel. Er is namelijk gekookt. Behalve op zondag, want dan wordt er Chinees gehaald of patat en wordt er met elkaar aan tafel gepraat. Ouders voeden kinderen op. En de kinderen zijn zo moe dat ze na tv-kijken of huiswerk maken het bed in willen. Daar worden ze voorgelezen of ze lezen zelf een boek. En dan vallen ze doodmoe in slaap en dromen ze van het maken van die ene beslissende actie, in welke sport dan ook. Viggo Waas (1962) is cabaretier, gymdocent en doorliep de hele jeugdopleiding bij Ajax.


www.sportinnovator.nl

sportinnovator


Samenwerking sport, wetenschap en bedrijfsleven: wat levert het op?

Gouden Standaard ontwikkeld voor vrouwenvoetbal

Dit magazine over sportinnovatie is een uitgave van Arko Sports Media en Sportinnovator

2017/2018

Meer rendement halen uit sportinnovatie

sportinnovator

Sportinnovatorxl  
Sportinnovatorxl