SPORT Bestuur en Management editie 2 & 3 - 2020

Page 1

BESTUUR EN MANAGEMENT INFORMATIEBRON VOOR EEN SUCCESVOLLE SPORTVERENIGING NUMMER 2 & 3 · JAARGANG 22 · JUNI 2020

THEMANUMMER

SPORT & CORONA ANNELIES PLEYTE,

DIRECTEUR SPORT VWS: “IK GELOOF IN HET INNOVERENDE VERMOGEN VAN DE SPORT”

STELLING: WE REDDEN ONS PRIMA! PRAKTISCHE TIPS & VOORBEELDEN STEUNMAATREGELEN VRAGEN & ANTWOORDEN

BEZOEK OOK WWW.SPORT.NL/VOORCLUBS; EEN INITIATIEF VAN DE SPORTBONDEN, NOC*NSF EN SPORT BESTUUR & MANAGEMENT


sportactie Zet jouw club in de spotlights! Nederland gezonder, actiever en sterker maken – dat willen we toch allemaal? Sporten en bewegen zijn nu belangrijker dan ooit. Voor een goede weerstand, een gezonde geest en een sterk lijf. Tegelijkertijd vrezen veel sportclubs voor hun voortbestaan. Tijd voor actie! NOC*NSF en Albert Heijn bundelen de krachten met alle sportclubs van Nederland. Samen willen we meer mensen met plezier laten bewegen én sportclubs sterker, vitaler en toegankelijker maken. Van jong tot oud, van beginner tot ervaren sporter, samen of alleen, met en zonder beperking – iedereen kan mee doen!

Tijd voor actie, doe mee met jouw club!

De sportactie biedt jouw club een unieke kans om mensen te laten kennismaken met jouw sport, de vereniging te promoten en nieuwe leden te werven. Wil jij jouw sportclub in de schijnwerpers zetten? Wil jij laten zien hoe geweldig jouw sport en club zijn en meer leden verwelkomen? Doe dan mee!

De sportactie in het kort • vanaf 10 augustus kunnen clubs sportaanbod invoeren; • van 14 tot en met 27 september, tijdens de NOC*NSF Nationale sportweek is de actieperiode in alle Albert Heijn-winkels; • tot 25 oktober kan er gesport worden bij de deelnemende sportclubs; • NOC*NSF, sportbonden en gemeenten voorzien deelnemende clubs van support, toolkits en promotiemateriaal; • heb je een vraag? Mail naar sportactie@nocnsf.nl . Meld jouw club aan via www.clubbase.nl/sportactie. Daar vind je alle informatie die je nodig hebt.

Hoe aantrekkelijker jouw sportaanbod, hoe meer potentiële nieuwe leden voor jouw club. Wacht niet langer en meld je aan!

clubbase.nl/sportactie #wewinnenveelmetsport


EDITORIAL

EEN PERFECT MOMENT Nu het hard gaat met het versoepelen van de coronamaatregelen, is het goed de balans op te maken voor de sportsector. In dit speciale coronanummer blikken we terug en vooruit, en laten we zien hoe je als sportvereniging zo goed en kwaad als dat gaat de draad weer kunt oppakken. Mét inachtneming van alle regels, vastgelegd in protocollen, die daarbij horen. Directeur Sport van VWS, Annelies Pleyte, vindt het feit dat de sport als eerste ‘open’ ging, een mooie erkenning voor de positie die de sport in onze samenleving inneemt. Naast erkenning zou ik ook willen spreken van gezond verstand. Al snel werd duidelijk dat juist een gebrek aan sport en beweging eraan kan bijdragen dat mensen overlijden aan het coronavirus. Bewegen maakt mensen geestelijk gezonder en fysiek weerbaarder, het kan niet vaak genoeg gezegd worden. Er zal nog lange tijd gepraat worden over de maatregelen die mondiaal zijn genomen om verspreiding van het virus tegen te gaan. Was het ferm genoeg, of juist niet, was het proportioneel? En wat kunnen we ervan leren? Velen hopen op een reset, op een herstel van weeffouten in onze manier van leven. Ik heb daar weinig fiducie in. Neem alleen al het feit dat middenin de crisis, toen wij met zijn allen binnen moesten blijven, duizenden Nederlandse ‘topvarkens’ (die heel veel biggen kunnen werpen) met het vliegtuig van Parijs naar China gingen, om daar de varkensvleesproductie weer op peil te krijgen. Geen haan die ernaar kraaide, terwijl we toch waakzaam zouden moeten zijn als het gaat om onze omgang met de aarde, met wilde en gedomesticeerde dieren. Maar alles draait om geld, zo blijkt, de mondiale economie zal moeten blijven draaien. Als ik toch een haalbaar punt zou moeten noemen, dan is het dat er nu toch meer aandacht komt voor de noodzaak van sporten en bewegen. Beter voorkomen dan genezen, het is zo simpel als wat, toch kiezen we in de praktijk voor de omgekeerde weg; (bijna) al onze aandacht, geld en energie gaan naar curatieve zorg. Wat dat betreft komt het initiatief ‘Bewegen. Het nieuwe normaal’, dat oproept om sport en bewegen in te zetten om een vitale samenleving te creëren, op een perfect moment. Laten we hopen dat het beklijft, ook als we de coronatijd straks proberen te vergeten. Friso Schotanus hoofdredacteur

Heeft u opmerkingen, vragen of suggesties voor Sport, Bestuur en Management? Neem contact op via: friso@schotanusschrijft.nl.

COLOFON Coverfoto: ANP/Bart Hoogveld Een meisje krijgt handgel op het sportpark van RVV Blijdorp in Rotterdam. De kinderen van de club konden begin mei weer trainen, hun ouders mochten niet mee het terrein op. Vrijwilligers in gele hesjes begeleidden de kinderen naar het veld. SPORT Bestuur en Management is een vakblad voor sportbestuurders, sportkader en sportoverheden en verschijnt zes keer per jaar.

Hoofdredactie Friso Schotanus hoofdredactie@sport-bm.nl Eindredactie Joost de Jong Uitgever Michel van Troost, Arko Sports Media Wiersedreef 7 3433 ZX Nieuwegein Tel. 030 707 3000 info@sportsmedia.nl

Advertentieacquisitie Wendy Coppers Tel. 030 707 3000 wendy.coppers@sportsmedia.nl Vormgeving www.ikgraphicdesign.com Fotografie ANP Photo en Shutterstock

Abonnementen Jaarabonnement e 157,50 incl. btw Verenigingsabonnement e 119,50 incl. btw Opzeggingen schriftelijk of per email tot een maand voor het verstrijken van de abonnementsperiode. Copyright Arko Sports Media 2020 ISSN 1389-3130

Druk PreVision, Eindhoven

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  03


Het grote tenboek ingrediën ieuwing in n r e v r o o v ies organisat

“Help, heeft mijn sportorganisatie nog wel bestaansrecht?” “Prikkels tot vernieuwing is precies wat de sportsector nodig heeft. Verplichte kost voor alle bestuurders in de sport” Marianne van Leeuwen, Lid Hoofdbestuur Knwu

Waarom staan we als mens en organisaties zo weinig open voor ontwikkeling en vernieuwing? Het boek “Help, ik moet me ontwikkelen”, geeft hierin inzicht en laat zien dat je vanuit je eigen identiteit met betrouwbare partners moet samenwerken, omdat je in deze samenleving niet alleen staat. Iedereen is tenslotte afhankelijk van elkaar.

Inzicht in ing? vernieuw t boek Bestel he nog! vandaag

www.sportsmedia.nl


INHOUDSOPGAVE

NW IN SAME

ERKING

ME T

L/ SPORT.N UBS VOORCL

VOORWOORD 3

DE STELLING “Wij redden ons ondanks de coronacrisis prima.”

6

SERIE: SPORTWERELD TEGEN CORONA Praktijkvoorbeelden van hoe sport en verenigingen omgaan met de crisis.

10

COVERINTERVIEW 10 Annelies Pleyte, directeur Sport ministerie van VWS.

BESTUURSTAFEL

PRAATJE BIJ PLAATJE Sportverenigingen maken zich (ernstige) zorgen over gevolgen coronacrisis.

DUURZAAMHEID 20 Tips van ‘Sportaccommodatie van het jaar ’ VV Wolfaartsdijk.

VERENIGINGEN STAAN NIET ALLEEN Interview met Richard Kaper, manager Sportparticipatie NOC*NSF: “We doen er alles aan om de clubs door de coronacrisis heen te trekken.”

16

24

AANGEPAST SPORTAANBOD 30 Onderzoek: de buurtsportcoach is in coronatijd een belangrijke verenigingsadviseur.

34

HERSTART JEUGDSPORT In Den Haag zijn de eerste ervaringen opgedaan. Wat kunnen we ervan leren?

40

JURIDISCHE ZAKEN Biedt de cao Sportverenigingen een mogelijkheid om de loonkosten te verlagen?

ACHTERBAN 42 NOC*NSF SPORT SUPPORT Achter de schermen bij de onmisbare vraagbaak in coronatijd. 48

GEMEENTELIJKE OVERHEID Wat kunnen en mogen verenigingen van hun gemeente verwachten?

LOKALE SPEELVELD

52

ALV OP AFSTAND De mogelijkheden voor de digitale, online algemene ledenvergadering.

58

STEUNMAATREGELEN Dick Zeegers, directeur van de Stichting Waarborgfonds Sport, over de borgstelling bij een noodkrediet. Plus: een overzicht van alle financiële steunmaatregelen voor clubs.

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  05


BESTUURSTAFEL

De Stelling

“WIJ REDDEN ONS ONDANKS DE CORONACRISIS PRIMA” DOOR EDDY VEERMAN

De coronacrisis heeft een gat geslagen in de sportbeleving van miljoenen Nederlanders. De effecten waren maandenlang individueel voelbaar, maar worden ze straks voor de verenigingen ook – pijnlijk – zichtbaar? We hielden op prikkelende wijze vinger aan de pols in sportland. Drie verenigingsvoorzitters reageren op de vraag/stelling: wij redden ons ondanks de coronacrisis weer prima. Wie kan zich daarin vinden? En wie niet? Waar lopen ze tegenaan? Wat hopen en vrezen zij de komende maanden, als het gaat om de leden, vrijwilligers, de inkomsten?

“Wij waren op het moment van de uitbraak financieel gezien gelukkig redelijk gezond”, zegt voorzitter Tjeerd Reitsma van TV Woubrugge.

06  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020


Tennisvereniging Woubrugge: “Toen het park op slot ging, hadden we gelukkig een heel goed beeld van de financiële stand van zaken” “Wij waren op het moment van de uitbraak financieel gezien gelukkig redelijk gezond”, zegt Tjeerd Reitsma, voorzitter van tennisvereniging Woubrugge. Die functie bekleedt hij al zeven jaar in het Zuid-Hollandse dorpje. Op het park liggen vier gravelbanen en drie banen met een kunstgras-ondergrond (smashcourt). “Als verenigingsbestuur zijn we heel vlot – op gepaste afstand – bij elkaar gekomen en hebben we meteen maatregelen getroffen om het clubhuis en het park in onderhoud te voorzien, zodat geen achterstand optreedt én we zo weinig mogelijk geld uit geven. Sinds die tijd is het hopen op herstel van wat er gaande is, waarbij de gezondheid van mensen voorop staat. Wij probeerden van meet af aan vinger aan de pols te houden als het gaat om, wat wij noemen, lief en leed.” “We hadden gelukkig, toen het slot erop ging, een heel goed beeld van de financiële stand van zaken en hadden ook niet de gedachte dat het rampzalig voor ons kon worden. Behalve het onderhoud hebben we geanticipeerd op de voorraden in de koelkas-

“WE HEBBEN BESLOTEN DE SPONSORS NOG NIET TE FACTUREREN, MAAR NEMEN EERST CONTACT OP, OM TE VRAGEN HOE HET ZE VERGAAT” TJEERD REITSMA (TV WOUBRUGGE)

ten en gekeken naar de automatische verlichting, alles moest een tandje terug.” “Er kwam een enkele vraag binnen in de trant van ‘ik kan niet tennissen en hoe doen jullie dat met de contributie?’ Verschil ten opzichte van veel andere tennisvereni­ gingen is dat wij op de smashcourtbanen­ ’s winters door kunnen tennissen en onze contributie in de maand januari innen. Er zijn verenigingen die op 1 april heffen en dat verandert de zaak. Ons antwoord op de

vragen was dat het lastig te overzien is hoe het jaar verder gaat verlopen. In het najaar sluiten we het jaar financieel af, dan weten we vast meer en kunnen we tijdens de ALV melden of we iets met de contributie kunnen doen.” Woubrugge heeft 310 leden. “Dat loopt dan tijdens het seizoen soms op tot 350. Contributie is verreweg de grootste inkomstenbron, dan de kantine-opbrengst en dan de sponsorinkomsten. Het tweede viel weg, dat was de grootste zorg van de penningmeester, maar met kostenbesparing op andere vlakken, valt het gelukkig mee. We hebben besloten de sponsors nog niet te factureren, maar nemen eerst contact op, om te vragen hoe het ze vergaat. Als ze in de problemen zitten, hebben ze wel wat anders aan hun hoofd en gelukkig kennen we de eigenaren van het merendeel van de sponsors, dat is het voordeel van een dorp. In een crisis als deze kan er leed zijn voor de vereniging, maar de smart voor het bedrijf en de werknemers is dan veel groter. We gaan nog een aanvraag doen voor de TOGS, dat scheelt weer.” Een groot deel van de volwassen leden is vrijwilliger. “Zo’n vijftig. We doen veel in eigen beheer, dat houdt de kosten voor de vereniging laag. Maar er zit wel een limiet aan, je kunt niet alle taken in hun kruiwagen gooien. We hebben een klein bestuur van vier mensen en proberen de commissies zo autonoom mogelijk te laten opereren. Het is mooi om te merken dat ze zelf met initiatieven komen. De jeugd moet bijvoorbeeld onder toezicht tennissen, dat hebben we ondergebracht bij de trainers, maar de jeugdcommissie is op eigen initiatief op zondagm o rg e n t e n n i s vo o r d e j e u g d g a a n organiseren. Dat zijn mooie ontwikkelingen.”

HV Hellas: “Niemand weet wat er op lange termijn gebeurt” De Laan van Poot in Den Haag is een begrip in handballand. Eredivisionist HV Hellas bestaat 93 jaar en vreest op weg naar de status van eeuwling niet voor zijn bestaansrecht. Voorzitter Gerard de Jonge stelt wel onomwonden dat “de meest spannende tijd gaat aanbreken”. De Jonge, formeel nog korte tijd preses ad-interim, bestuurt niet op anderhalve meter afstand, maar vanaf een slordige twaalfduizend kilometer. Hij verblijft momenteel in Thailand. “Onze privésituatie noopte mijn vrouw en mij om hier mantelzorg te verrichten en corona heeft de flexibiliteit van het reizen lamgeslagen. Ik zou het seizoen afmaken vanwege de verantwoordelijkheid die ik als voorzitter draag. Dit zijn de laatste weken dat ik – weliswaar op afstand – actief ben, dan heb ik het twee jaar gedaan.”

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  07


Het Haagse handbalbolwerk HV Hellas gaat vol vertrouwen richting het eeuwfeest.

De Jonge vindt de stelling dat Hellas zich redt ondanks corona te bout. “Op korte termijn is het antwoord ja. We zijn – nog – niet in extreme problemen gekomen, niet vanuit bestuurlijk oogpunt en financieel hebben we ondanks het volledig wegvallen van bijvoorbeeld de kantine-omzet ook geen drama meegemaakt. Mooi is dat alle leden meedenken: staf en vrijwilligers hebben ja gezegd op de vraag of zij willen afzien van een deel van hun vergoeding, de zaalverhuurder heeft meegedacht, sponsors zijn trouw gebleven, de barcommissie wist de voorraad middels een drive-in alsnog te verkopen.” “Alleen: niemand weet wat er op lange termijn gebeurt. Ik maak me in die zin zorgen, dat we de economische rekening nog niet helemaal gepresenteerd hebben gekregen, laat staan als we een tweede golf van het virus gaan meemaken. Binnen de club werken veel mensen als zzp-er en sommigen staan droog. Voor hen is het met een bijdrage van overheidswege niet vol te houden. Dat gaat effect hebben op je contributie- en sponsor­ inkomsten. Het wordt interessant te zien of

08  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020

“HET WORDT INTERESSANT TE ZIEN OF OVERHEID EN HET BEDRIJFSLEVEN DE KOMENDE JAREN SPORT DAADWERKELIJK GAAN ZIEN ALS MAATSCHAPPELIJK NUT” GERARD DE JONGE (HV HELLAS)

overheid en het bedrijfsleven de komende jaren sport daadwerkelijk gaan zien als toegevoegde waarde, als maatschappelijk nut. Terwijl je natuurlijk als vereniging altijd moet proberen zelf je eigen broek op te houden.” “Bij leden die het lidmaatschap opzeggen, zullen we kijken of we mee kunnen veren als dat financiële redenen heeft. Dat gaat voor Hellas in juli spelen. Wij willen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen en zien wat we kunnen we doen. Voor de korte termijn is de TOGS-bijdrage (een eenmalige tegemoetkoming van 4000 euro, red.) genoten, maar daar win je op de lange termijn de wedstrijd niet mee, dus welke vervolgsteun komt er?” “Qua sponsorinkomsten is er aanvankelijk goed gereageerd, maar dat was in de tijd dat iedereen dacht dat alles op 1 juni voorbij zou zijn. Behalve het juridisch kader kijk ik naar het vrijwilligerskader, blijft dat bestand toereikend? Gelukkig mocht in mei de jeugd weer trainen en naderhand de senioren onder restricties. Maar we hebben absoluut bepaalde activiteiten gemist. Misschien kunnen we dat in de zomervakantie doen, als men-


sen niet met vakantie gaan. Maar je bent steeds afhankelijk van wat de overheid straks gaat openzetten. Daarom zijn er nog veel onzekerheden.” “Leidraad voor het bestuur zal zijn om uit te gaan van wat we nu weten en wat straks mag en daarop te acteren, maar tegelijkertijd een stuk risicomanagement in te bouwen en scenario’s te maken voor ‘wat als?’ Want van het virus zijn we voorlopig nog niet af en we moeten ervan uitgaan dat van overheidswege maatregelen in stand gehouden worden om ons te behoeden voor een tweede golf. Maar we hopen dat we straks in september weer mogen sporten. Juist een teamsport als handbal: het verbindt, brengt mensen samen, houdt mensen fit. De lessen die de crisis ons heeft geleerd: zorg voor elkaar en dat wat minder het ik-ego voorop staat en hygiëne geen sinecure is.”

VV Zwanenburg: “Een van onze grote voordelen is dat we een verenigingsmanager hebben” VV Zwanenburg, de fusieclub ontstaan uit SV Halfweg en RKVV NAS, had net zijn honderdjarig bestaan gevierd met allerlei activiteiten, toen de boel plots stil kwam te liggen. Oos Kesbeke, reeds acht jaar voorzitter van de vereniging met ruim zeshonderd leden, was en bleef positief gestemd. “We hebben wel last van vergrijzing in het dorp en we hadden een daling in het ledenaantal, maar dat stabiliseerde en er was zelfs lichte

“SPONSORS HOUDEN ONS VAAK IN LEVEN, DUS ALS JE WAT TERUG KUNT DOEN, MOET JE DAT ZEKER NIET LATEN” OOS KESBEKE (VV ZWANENBURG)

groei, doordat we hebben ingezet op de jeugd. We willen de kinderen goed leren voetballen en daar ligt een gedegen visie onder, met onder meer het programma ‘train de trainer’.” “En qua bestuur heb ik ook echt een wereldploeg bij elkaar. We mopperen wel eens op elkaar, maar iedereen pakt zijn taak fantastisch op. Ik hang erboven, noem mezelf wel eens ‘de handjesschud-voorzitter’. Er is heel adequaat ingegrepen en met de hedendaagse techniek was er prima te vergaderen. En eerlijk gezegd: wij hebben de beste penningmeester die je als voorzitter kan wensen. Behoudend, we hebben nooit op te grote voet geleefd en daarom waren we financieel hartstikke gezond.”

“Deze coronacrisis scheelt ons echter wel zo’n vijftienduizend euro per maand, als gevolg van de kantine-opbrengsten die we mislopen. Een van onze grote voordelen is nu dat we een verenigingsmanager hebben. Dat kan ik iedereen adviseren. Ik ben trots op de vrijwilligers die we nog hebben, maar die groep wordt wel steeds kleiner, omdat ouders hun kind tegenwoordig brengen en halen. Daarom besloten we een betaalde kracht aan te stellen, die zoveel werk uit handen neemt en hij is er altijd. Dat merk je nu nog meer en daardoor kun je de schade tot een minimum beperken. We hebben daarvoor wel een systeem bedacht, dat je als lid 75 euro bovenop de contributie betaalt, tenzij je een taak verricht als enkele bardiensten, dan krijg je het weer terug. Heel veel mensen die nog geen taak hadden gedaan dit seizoen, zeiden ‘hou het geld, ik ben zo blij met de club’. Hoe mooi is dat.” “Dus wij gaan het – gezien het voorgaande – ondanks corona redden. We hebben hier in de Haarlemmermeer voorzittersoverleg gehad en gelukkig, de meeste clubs blijven overeind. Sommige hele kleine verenigingen hebben het wel zwaar. Als het om sponsors gaat, moet je in mijn ogen langetermijnsamenwerkingen aangaan. Als een sponsor dus nu echt financiële problemen heeft, gaan we een jaar door, maar hoeven ze niet te betalen. Zij houden ons vaak in leven, dus als je wat terug kunt doen, moet je dat zeker niet laten.”

Voorzitter Oos Kesbeke van VV Zwanenburg.

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  09


Sportwereld tegen corona

HELP JE CLUB MET ‘HELP JE CLUPPIE’ DOOR YVONNE DERKSEN (NOC*NSF)

De coronacrisis zorgt voor bizarre taferelen. Competities liggen stil en clubhuizen blijven leeg. Gelukkig ontstaan er binnen de sportwereld ook tal van geweldige initiatieven om in beweging en in contact te blijven, of anderen te helpen. Zoals de webshop ‘Help je Cluppie’.

Robbert Kemperman (linksonder) met drie van zijn mede-initiatiefnemers tussen de kleding van de webshop.

010  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020


Het is een moeilijke periode voor Nederlandse sportclubs en nu, meer dan ooit, luidt het devies ‘alle beetjes helpen’. Gelukkig staan sporters hun favoriete clubs graag bij en wordt hulp van diverse kanten aangeboden. Zo is de webshop Help je Cluppie in het leven geroepen om sportclubs te ondersteunen. Help je Cluppie is een initiatief van tophockeyer Robbert Kemperman, drie vrienden en grafisch vormgever Sophie Polkamp (127-voudig hockeyinternational). Het idee van de webshop is simpel: wanneer je een item koopt, gaat de opbrengst hiervan naar een door jou gekozen club.

Een volwaardige webshop De webshop bestaat pas net, maar dat neemt niet weg dat het een welkom initiatief blijkt. “We hebben het hartstikke druk”, lacht Kemperman. “In de eerste twee weken verkochten we meer dan 2000 truien!” Inmiddels is de webshop alweer een paar weken live en om aan de grote vraag te voldoen is het assortiment al uitgebreid. Behalve sweaters kan je nu ook T-shirts vinden op Help je Cluppie. Kemperman vervolgt: “Eigenlijk runnen we nu gewoon een volwaardige webshop – en dat binnen zo’n korte periode. Het is hard werken, maar het is het waard.” Als een lopend vuurtje De grote groei van de webshop is in eerste instantie vooral te danken aan het netwerk van Kemperman zelf. “Na een paar berichten op social media is het balletje gaan rollen. We hebben al vrij snel best veel publiciteit gekregen van grote mediakanalen, hierna kwamen de eerste bestellingen binnen en sindsdien gaat het hard.” Op social media is nu te zien hoe sporters trots hun net gekochte trui delen met de rest van Nederland. Onder de gedeelde foto’s is vrijwel altijd dezelfde tekst te lezen: koop zelf ook een trui en steun jouw club in deze moeilijke periode. Doordat de foto’s massaal online worden gezet, groeit het bereik gestaag en dat is terug te zien in de bezoekersaantallen van de website. Inmiddels heeft het viertal óók onze buurlanden nieuwsgierig weten te maken. Kemperman legt uit: “Zelfs in België en in Duitsland zijn we gevraagd om Help je Cluppie uit te rollen. We zijn nu bezig om te kijken of we dit op korte termijn kunnen realiseren, maar dat is nog niet zo makkelijk als het lijkt.”

“HET IS HARD WERKEN, MAAR HET IS HET WAARD. ALLE OPBRENGSTEN GAAN RECHTSTREEKS NAAR DE SPORTCLUBS” INITIATIEFNEMER EN TOPHOCKEYER ROBBERT KEMPERMA

Verrassing voor de clubs Zelf verdienen de oprichters niets aan de verkoop van de kleding: “Het is puur voor het goede doel. Alle opbrengsten gaan rechtstreeks naar de sportclubs.” Gelukkig hebben ze, in goede samenwerking met de leverancier, de kosten zo laag mogelijk weten te houden waardoor het grootste gedeelte van de omzet ook daadwerkelijk bij de sportclubs terecht komt. De clubs zélf weten nog van niets: die worden pas ingelicht op het moment dat er een eindbalans is opgemaakt. Wat er daarna met Help je Cluppie gaat gebeuren weet het viertal nog niet: “Voor nu hebben we één duidelijk doel voor ogen en wanneer dat behaald is, mogen we een groot aantal sportclubs blij verrassen. Daarna zien we wel weer!”

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  011


INTERVIEW

Annelies Pleyte, directeur Sport ministerie van VWS

“DAT DE SPORTSECTOR ALS EERSTE OPEN MOCHT, IS EEN ERKENNING VAN HET BELANG VAN SPORT” DOOR FRISO SCHOTANUS

Tijdens de coronacrisis is steeds duidelijker geworden hoe groot het belang is van sport en bewegen voor de samenleving. Terwijl veel ondernemers en maatschappelijke organisaties, groot en klein, zuchten onder de beperkende maatregelen, mocht de sport als eerste ‘open’. Volgens Annelies Pleyte, directeur Sport ministerie van VWS, is dat geen toeval. Herinnert u zich het moment waarop de impact van het coronavirus ook voor de sport duidelijk werd? “In het begin van de coronacrisis dachten we allemaal dat het zo’n vaart niet zou lopen, we bleven met zijn allen toch vrij nuchter onder alle berichten uit het buitenland. Maar toen op zondag 15 maart bekend werd dat de sportlocaties zouden sluiten, wisten we gelijk: dit zal een grote impact hebben. Net als in de rest van de maatschappij ontstond ook binnen de sport heel snel een verantwoordelijkheidsbesef, het idee dat het niet anders kan en dat we ons aan de beperkingen moeten houden. Die solidariteit en begrip vond ik tekenend voor de sportwereld. Maar toen ons allemaal werd opgedragen om binnen te blijven, misten mensen al gauw hun dagelijkse portie beweging. Daardoor zocht iedereen de openbare ruimtes op, waar het al gauw te druk werd. Wij vonden het hartstikke zonde dat ondertussen de hekken van alle sportparken op slot bleven, terwijl dat bij uitstek geschikte locaties zijn waar mensen gecontroleerd kunnen bewegen. Daar zijn beheerders en andere vrijwilligers die kunnen toezien op een goede naleving van de afspraken die je met elkaar maakt. Tegelijkertijd was er wel het besef dat het nu eenmaal even niet kon vanwege de gezondheidsbelangen. Toen het kabinet het besluit nam dat kinderen en jongeren weer mochten sporten, hebben we met NOC*NSF, de gemeentes en de sportverenigingen heel snel de protocollen

012  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020

opgetuigd. Of het RIVM is beïnvloed door ons werk op de directie sport van VWS? Nee, zo werkt het niet. Experts kijken vooral naar de gezondheidsaspecten en wat binnen welke randvoorwaarden wel of niet kan. En zo hoort dat ook in een crisissituatie. En daar reageren wij weer op. Maar dat de sportsector als eerste sector ‘open’ is gegaan, is geen toeval. Dat komt doordat in de politiek en de maatschappij het besef leeft dat sport een enorme toegevoegde waarde heeft voor de samenleving, dat sport hét middel is om de Nederlandse samenleving weer in beweging te krijgen.”

“IN DE POLITIEK EN DE MAATSCHAPPIJ LEEFT HET BESEF LEEFT DAT SPORT HÉT MIDDEL IS OM DE SAMENLEVING WEER IN BEWEGING TE KRIJGEN”

Met de heropening van de sport voor de jeugd, stelde het kabinet ook 110 miljoen euro extra beschikbaar voor sportverenigingen. Hoe zat het met het draagvlak voor die steun? “Daar was een groot draagvlak voor, juist vanwege het besef van de toegevoegde waarde van sport. Als we een beroep willen doen op de unieke infrastructuur die we in Nederland hebben, dan is het logisch dat we daar ook steun aan verlenen. Het ‘Rijksbrede’ pakket dat vanuit Economische en Sociale Zaken werd opgetuigd, denk aan de ondernemingsregelingen (zoals de NOW, TOZO en TOGS), ging voorbij aan een groot deel van de sportverenigingen. Dé manier om ervoor te zorgen dat zij het hoofd boven water konden houden, was met een steunpakket voor de huur, want dat is voor veel clubs de belangrijkste kostenpost. Daarnaast hebben we samen met NOC*NSF en


FOTO: ANP PHOTO

Sportcentrum De Goorn in Noord-Holland verplaatste de fitness-apparatuur naar een tent op de parkeerplaats, goed afgemeten om te voldoen aan de anderhalve meter-regel.

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  013


de VSG (Vereniging Sport en Gemeenten, red.) aan het Mulier Instituut gevraagd om te bekijken wat de langere termijneffecten zijn voor de sport. Met dat rapport in de hand kunnen we kijken of we met het huidige steunpakket de sport voldoende tegemoetkomen, of dat er nog meer nodig is.”

lerwedstrijden die renners virtueel tegen elkaar rijden. Intussen trekken we samen op met NOC*NSF en de VSG, om te kijken naar de wijze waarop men te werk moet gaan als de competities weer van start gaan. Ik zie

FOTO: ANP PHOTO

Is de anderhalve meter-regel wel werkbaar in de sport? Zijn we niet bezig met kunstgrepen die in de praktijk helemaal niet werkbaar zijn? “Dat is veel te smal gedacht. De hele samenleving moet omgaan met het coronavirus en de sport dus ook. In een crisis kan een sectorbelang niet boven een algemeen belang gaan. Het is inderdaad een hele uitdaging, want contact is in de sport vaak onvermijdelijk, denk aan kickboksen, voetbal en tal van andere teamsporten. Het is best een ingewikkelde zoektocht om daar vorm te gaan geven. Tegelijkertijd zie je ook meteen de creativiteit en vindingrijkheid van de sector. Je ziet mooie, alternatieve trainingsvormen ontstaan. Denk ook aan wie-

“WE MOETEN NIET DOORSCHIETEN IN ALLERLEI DOEMSCENARIO’S. IK GELOOF STERK IN HET CREATIEVE EN INNOVERENDE VERMOGEN VAN DE SPORT”

Sport in nieuwe tijden: desinfectiemiddel op het sportcomplex.

014  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020

ook hierbij veel leuke plannen opkomen, zoals het idee van de KNVB om kinderen op de tribunes te zetten bij wedstrijden in het betaald voetbal. Het is lastig om te zeggen waar het allemaal precies naartoe gaat bewegen. Er is nog veel onbekend over het virus maar we leren steeds meer over hoe het virus zich in allerlei omstandigheden gedraagt.”

De sportscholen en kantines mogen per 1 juli toch open. Wat vindt u daarvan? Had dat veel eerder besloten kunnen worden? “Eind juni zal het kabinet bezien – als de situatie het toelaat – of ze eerder open kunnen of niet. Maar nee, zo moet je dat niet zien. Zoals het kabinet steeds zegt, varen we in de mist in deze crisis. We weten simpelweg niet alles. Maar we weten wel steeds meer en dus moet er ruimte zijn voor flexibiliteit in de besluitvorming en dat is precies wat er is gebeurd. Dat is prima. En laten we daar vooral tevreden mee zijn want dat is goed voor de Nederlandse sport!”


Het lijkt soms alsof heel Nederland aan het fietsen, wandelen en hardlopen is. Hebben zij de sportvereniging straks nog wel nodig? “Ik denk niet dat dit een bedreiging is voor de georganiseerde sport, deze activiteiten vervangen uiteindelijk niet het echte verenigingsleven. Het samen trainen, wedstrijden spelen, samen winnen en verliezen, dat sociale aspect vervang je niet zomaar.” Welk sentiment overheerst bij u: geloof in een snel herstel van de oude situatie of de vrees voor het gevaar van een tweede grote uitbraak, met alle destructieve gevolgen van dien? “Ik ben niet zo somber over de toekomst van sport, al is de sportsector natuurlijk wel hard geraakt, net als de rest van de samenleving. Een tweede uitbraak zou het nog veel moeilijker maken natuurlijk. Maar volgens mij moeten we vooral niet doorschieten in allerlei doemscenario’s. Ik geloof sterk in het creatieve en innoverende vermogen van de sport. Ik denk dat we met elkaar goede oplossingen kunnen vinden, ook

“LATEN WIJ ER VOORAL VOOR BLIJVEN ZORGEN DAT SPORT HAAR BELANGRIJKE MAATSCHAPPELIJKE FUNCTIE KAN BLIJVEN VERVULLEN”

“WIJ VONDEN HET HARTSTIKKE ZONDE DAT DE HEKKEN VAN ALLE SPORTPARKEN OP SLOT BLEVEN” als de huidige situatie een tijd zo blijft. Het is vooral belangrijk dat we met elkaar in gesprek blijven over wat er nodig is om ons in deze veranderende omstandigheden staande te houden. Deze coronacrisis onderstreept vooral hoe groot het belang van sport en bewegen is voor onze fysieke en mentale gezondheid. Dat het zorgt voor een weerbare samenleving. Daarom is de timing van het initiatief ‘Bewegen. Het nieuwe normaal’ ook zo goed. Laten we met zijn allen kijken hoe we hierop kunnen doorgaan, hoe we het belang van sport kunnen verankeren in onze samenleving. Met het Sportakkoord, waarin we met onze partners beschreven hoe we zoveel mogelijk mensen in beweging kunnen krijgen, hebben we al stappen gezet op die weg. Vanuit de directie Sport blijven we ons in Den Haag hard maken voor de positie en betekenis van de sport. Het feit dat de sportsector als eerste open mocht is als gezegd een belangrijk teken van de waardering en erkenning. Laten wij er vooral voor blijven zorgen dat sport haar belangrijke maatschappelijke functie kan blijven vervullen.”

Het pamflet ‘Bewegen. Het nieuwe normaal’. “Goede timing”, zegt Annelies Pleyte. “Laten we met zijn allen kijken hoe we hierop kunnen doorgaan.”

HET STEUNFONDS VAN 110 MILJOEN EURO Met de heropening van de sport heeft het kabinet op 1 mei 110 miljoen euro beschikbaar gesteld voor sportverenigingen. Dat geld is opgedeeld in twee delen. Ten eerste gaat 90 miljoen euro naar sportverenigingen door de huur kwijt te schelden over de periode 1 maart tot 1 juni 2020. Met deze maatregel worden ruim 11.000 sportverenigingen ondersteund. Daarnaast gaat 20 miljoen euro naar sportverenigingen met een eigen accommodatie. Deze verenigingen komen vaak niet in aanmerking voor de ‘gewone’ ondernemersregelingen (zoals de NOW- of TOGS-regeling). Per sportvereniging gaat het om een eenmalige tegemoetkoming van maximaal 2500 euro. Zo kunnen verenigingen trainingen voor de jeugd hervatten en activiteiten opzetten voor niet-leden. Aan de hand van onderzoek door het Mulier Instituut, dat is gevraagd om de effecten die de coronacrisis heeft op de gehele sportsector in kaart te brengen, kijkt het kabinet of aanvullende steun nodig is.

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  015


BESTUURSTAFEL

Het Mulier Instituut onderzoekt

SPORTVERENIGINGEN MAKEN ZICH (ERNSTIGE) ZORGEN OVER GEVOLGEN CORONACRISIS DOOR JANINE VAN KALMTHOUT EN RESIE HOEIJMAKERS (MULIER INSTITUUT)

Vier op de tien sportverenigingen in Nederland maken zich (ernstige) zorgen over de gevolgen van de coronacrisis voor de vereniging. Sportverenigingen maken zich met name zorgen over verlies van leden/vrijwilligers en inkomstenderving. Dit blijkt uit onderzoek onder ruim 3.200 sportverenigingen in Nederland naar de gevolgen van de beperkende maatregelen in verband met het coronavirus voor sportverenigingen. De dataverzameling vond plaats van 1 april tot en met 13 april 2020. In deze periode bestond nog veel onduidelijkheid over de duur en inhoud van de maatregelen ter bestrijding van het coronavirus. Hoewel de sportverenigingen weer deels open mogen, betekent dit voor veel verenigingen geen afname van de inkomstenderving en vraagt het vaak een andere inzet van vrijwilligers om de sport binnen de protocollen te organiseren. Ruim vier op de tien verenigingen (45%) verwachten minder nieuwe leden vanwege de coronacrisis (figuur 1). Dit is onder andere een gevolg van wervingsacties die niet door kunnen gaan, zoals scholeninstuiven of open dagen, die naar verwachting normaliter nieuwe leden zouden opleveren en het (tijdelijk) gesloten zijn van de sportaccommodaties. Een vijfde van de verenigingen verwacht dat bestaande leden hun lidmaatschap gaan opzeggen, onder andere doordat leden inmiddels een andere invulling van hun sportavond hebben gevonden en/of vanwege angst voor het virus bij hun type (contact)sport. Vier op de tien verenigingen (42%) verwachten dat hun leden gedurende de coronacrisis lid zullen blijven van de vereniging. Verenigingen rekenen op hun trouwe leden.

Contributie Dat geldt ook voor de doorbetaling van de contributie. Twee derde van de verenigingen (65%) verwacht dat hun leden bereid zijn om de contributie te blijven betalen. Verenigingen lijken wel twijfels te hebben bij het wel of niet innen van sponsorgeld en/of contributie. Drie op de tien verenigingen (28%) verwacht dat sponsoren hun

016  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020

verplichtingen dit jaar gewoon zullen nakomen. Ongeveer een vijfde van de verenigingen (18%) overweegt om (een deel van) de contributie terug te storten of niet te innen omdat leden een tijdje niet hebben kunnen sporten, 14 procent overweegt dit enigszins. Verenigingen zijn wisselend positief over wat het niet of minder samen kunnen sporten en elkaar fysiek treffen, betekent voor de solidariteit en het clubgevoel binnen de vereniging. Sommige verenigingen verwachten dat het clubgevoel vanwege de crisis groter wordt, terwijl andere verenigingen juist het tegendeel verwachten. De coronacrisis lijkt niet meteen zijn weerslag te hebben op de bestuurbaarheid van de vereniging. Eén op de tien verenigingen (9%) geeft aan dat de bestuurbaarheid van de club daadwerkelijk in het gedrang komt doordat bestuurders en/of vrijwilligers niet fysiek met elkaar kunnen (af)spreken (figuur 1). Dit zijn met name de grote (> 250 leden) en middelgrote (101-250 leden) verenigingen. Andere verenigingen geven aan dat de crisis juist een impuls geeft om op creatieve manieren met elkaar in contact te komen. Twee derde van de verenigingen twijfelt niet aan de bestuurbaarheid van de club.

Vrees voor voortbestaan Verenigingen maken zich niet alleen zorgen maar vrezen ook voor hun voortbestaan. Begin april (vier of vijf weken na verplichte sluiting van de sportaccommodaties in Nederland) voelde 6 procent van de verenigingen zich vanwege de beperkende maatregelen ter bestrijding van het coronavirus bedreigd in het voortbestaan (figuur 2). Het aandeel verenigingen dat zich in haar voortbestaan bedreigd voelt, loopt op naarmate de vereniging voor langere tijd gesloten dient te blijven. 4 procent van de ver-

enigingen vreest voor het voortbestaan als de beperkende maatregelen tot langer dan 28 april duren en een derde van de verenigingen (34%) geeft aan dat haar voortbestaan wordt bedreigd als de beperkende maatregelen ter bestrijding van het coronavirus tot langer dan 1 augustus duren. Dit zijn met name verenigingen met een hoge begroting (50.000 euro of meer (o.a. golf, hockey, voetbal), 43%), veldsportverenigingen (o.a. voetbal, hockey, tennis, 42%), zaalsportverenigingen (o.a. judo, basketbal, gymnastiek, 40%), grote verenigingen (> 250 leden, 39%), verenigingen met een eigen kantine (39%) en verenigingen met een eigen accommodatie (39%). Hoewel vier op de tien verenigingen zich op kortere of langere termijn bedreigd voelen in het voortbestaan bij sluiting van de sport­accommodaties, hebben verenigingen over het algemeen veel vertrouwen in de veerkracht van de vereniging om de gevolgen van de coronacrisis te overleven. Twee op de drie verenigingen (67%) geven aan vertrouwen te hebben in de veerkracht van de vereniging (zie figuur 1). Over het algemeen hebben veldsportverenigingen (o.a. voetbal, hockey, tennis, 40%), verenigingen met een hoge begroting (50.000 of meer (o.a. golf, hockey, voetbal), 38%), verenigingen met een eigen accommodatie (37%), verenigingen met een eigen kantine (37%) het minst vertrouwen in de veerkracht van de vereniging. De coronacrisis heeft voor veel verenigingen ingrijpende consequenties, maar tegelijkertijd houden verenigingsbestuurders vertrouwen in de veerkracht van hun vereniging. Meer informatie over dit onderzoek is te vinden op: https://www.mulierinstituut.nl/actueel/zorgen-over-ledenbinding-en-inkomstenderving-bij-sportverenigingen/


Figuur 1. Verwachte gevolgen coronacrisis voor sportverenigingen (percentage sportverenigingen, n=3.256)

20

0 Vanwege de coronacrisis verwachten wij minder nieuwe leden.

40

60

24

19

Vanwege de coronacrisis verwachten wij dat meer bestaandeleden gaan opzeggen.

12 21

28

24

15

64

Ondanks de coronacrisis verwachten we dat onze sponsoren hun verplichtingen dit jaar gewoon na kunnen komen.

14

Onze leden zijn bereid om de contributie te blijven betalen.

12

65

14

53 22

9

15

18

2

67

(Helemaal) niet

Enigszins

2

42

28

16

Wij overwegen om (een deel van) de contributie terug testorten of niet te innen omdat onze leden een tijdje niethebben kunnen sporten. Onze vereniging is voldoende veerkrachtig om de gevolgenvan de coronacrisis te overleven.

9

25

16

7

10

26

36

Doordat bestuurders en/of vrijwilligers niet fysiek met elkaarkunnen (af)spreken komt de bestuurbaarheid van de club in gedrang.

100

45

42

Ik verwacht dat de coronacrisis leidt tot meer solidariteitonder onze leden om zich in te zetten voor de vereniging.

80

(Helemaal) wel

Weet niet/n.v.t.

Bron: Mulier Instituut, mei 2020

Figuur 2. Mate waarin de beperkende maatregelen i.v.m. het coronavirus een bedreiging vormen voor et voortbestaan van de vereniging, uitgesplitst naar kenmerken vereniging (percentage sportverenigingen, n=3.256)

0

Totaal sportverenigingen Begroting tot 10.000 Begroting 10.000 tot 50.000 Begroting 50.000 of meer Klein (≤100 leden) Middel (101-250 leden) Groot (> 250 leden) Zaalsport (o.a. judo, basketbal, gymnastiek) Overig binnensport (o.a. zwemmen, bridge, darts) Veldsport (o.a. voetbal, hockey, tennis) Overig buitensport (o.a. paardensport, wielersport, atletiek, jeu de boules) Eigen kantine Geen eigen kantine Eigen accommodatie Geen eigen accommodatie Ja, op dit moment (1 t/m 13 april)

20

40

4

6

6

3

6

3

5

6

43

5 7

42

55

3

45

12 11

44

39 50

30

6 10

50

30

5

8 11

41

42

39 3

6

49

27

5 7

9 46

40

5

6

10 48

30

2

3

5

47

31

4

6 4

40

39

8

8

43

37

7

11

53

5

100 9

39

2

4

80 47

27

4

7 5

60

34

7 10

Ja, als de sport langer op slot gaat dan 28 april

Nee

Ja, als de sport langer op slot gaat dan 1 augustus

Weet niet/anders

Bron: Mulier Instituut, mei 2020

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  017


Sportwereld tegen corona

GO-SUCCES DANKZIJ INTERNETCOMPETITIE DOOR NICOLE EYSSEN (NOC*NSF)

De coronacrisis zorgt voor bizarre taferelen. Competities liggen stil en clubhuizen blijven leeg. Gelukkig ontstaan er binnen de sportwereld ook tal van geweldige initiatieven om in beweging en in contact te blijven, of anderen te helpen. Bijvoorbeeld hoe de Nederlandse Go Bond zich met een internetcompetitie op de nieuwe tijden voorbereidt.

De Online Go Server heeft ingebouwde mogelijkheden om partijen te analyseren. In besprekingen kan op het bord worden getekend en kunnen markeringen worden geplaatst.

018  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020


Benjamin van der Burgh is bestuurslid Breedtesport bij de Nederlandse Go Bond (NGoB) en schetst hoe alles begon: “In maart werd ons duidelijk dat veel Go-toernooien en de nationale competitie niet door konden gaan. Enkele Go-clubs verplaatsten al snel hun activiteiten naar online Go-servers. Hoewel dit een goede manier was om toch te blijven spelen, miste de sociale component, wat voor veel Go-spelers juist de reden is om hun hobby te blijven beoefenen. Daarop besloten wij in te spelen en samen met Nicole de Beer als organisator hebben we de Nederlandse Internet Go Competitie (NiGC) opgezet. Een schot in de roos!”

In de webapplicatie kunnen deelnemers zien tegen wie ze spelen en het afgesproken speelmoment en de uitslag doorgeven.

“DIT IS ALS HET WARE HET NIEUWE CLUBGEVOEL!” BENJAMIN VAN DER BURGH (NGOB)

In het overzicht is te zien wie wanneer speelt, zodat meegekeken kan worden.

Online club De NiGC is opgezet als meer dan een competitie. Buiten het spelen om worden partijen uitgebreid besproken en veel spelers blijven hangen om met elkaar te kletsen. Het lijkt daadwerkelijk op een Go-club, maar dan online. Dit alles kan door gebruik te maken van Discord, waarop verschillende chat- en spraakkanalen zijn aangemaakt. Zo kan er in tweetallen (tijdens partijen) of in groepen (tijdens besprekingen) gepraat worden. Indeling en planning gaan via een webapplicatie. Partijen worden gespeeld op de Online Go Server (OGS). Van der Burgh is enthousiast: “Tussen de 87 inschrijvingen, erg veel voor een bond met nog geen 600 leden, zitten een aantal beginnende spelers, maar ook Nederlandse expats en Belgen. Hoewel de voertaal Nederlands is, is deelname aan de NiGC voor iedereen toegankelijk én ook nog gratis. Deelnemers kunnen, behalve potjes spelen, bovendien een hoop leren. Ervaren spelers geven vaak live uitleg tijdens partijen. Ook is er dankzij royale sponsoring de mogelijkheid tot online review met een AI (Artificial Intelligence), en bespreekt een Europese professional elke week een partij uitgebreid op video.” Volgend seizoen Inmiddels is de NGoB al bezig met het plannen van het volgende seizoen van de internetcompetitie. Van der Burgh: “Door het gecreëerde clubgevoel en doordat we een breed publiek aanspreken, lijkt het erop dat de NiGC niet alleen in deze periode, maar ook na de coronatijd relevant kan blijven. Dit was een zinvolle investering in een nieuwe vorm, waarin Go-spelers elkaar ontmoeten. Als het ware het nieuwe clubgevoel!”

Discord vormt het sociale hart van de competitie. Hierin maken deelnemers een afspraak met hun tegenstander, worden aankondigingen gedaan en partijen besproken.

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  019


BESTUURSTAFEL

Tips van sportaccommodatie van het Jaar VV Wolfaartsdijk

“BEGIN KLEIN EN ZET DUURZAAMHEID STANDAARD OP DE BESTUURSAGENDA” DOOR MARIEKE DE RUIJTER (NOC*NSF) FOTO’S VV WOLFAARTSDIJK

Een lagere energierekening en een groenere planeet, daar heeft iedere sportclub waarschijnlijk wel oren naar. Maar waar begin je, nu de coronacrisis de sportwereld in zijn greep heeft? We vroegen het Joran de Witte, lid van de commissie duurzaamheid van VV Wolfaartsdijk, de Zeeuwse familieclub die eerder dit jaar de titel ‘Sportaccommodatie van het jaar 2020’ in de wacht sleepte.

De feestelijke opening van de 4D-reclameborden annex zonnepanelen door Feyenoord-icoon John de Wolf (midden).

020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020


Daar stonden de leden van VV Wolfaartsdijk wel even van te kijken op 5 maart van dit jaar. Ze voelden zich een dwerg tussen de grote clubs uit Amsterdam en Rotterdam die ook genomineerd waren voor de titel ‘Sportaccommodatie van het jaar 2020’. En toch ging de Zeeuwse vereniging met de overwinning aan de haal. De jury was vol lof en sprak van ‘de terechte winnaar die op alle vlakken bezig is met duurzaamheid’. En niets is minder waar. Al jaren staat duurzaamheid hoog in het vaandel bij de bescheiden dorpsclub met zo’n 300 leden.

Verlies beperken “In 2014 zijn we voor het eerst met een clubje bijeen gaan zitten”, vertelt Joran de Witte, lid van de commissie duurzaamheid van de Zeeuwse gezelligheidsclub. “Ons uitgangspunt was vooral de vraag hoe we met duurzaamheid de energiekosten voor de club naar beneden konden krijgen. Daar hebben we een plan voor opgesteld.” De club wilde vooral minder afhankelijk wor-

“WE BLIJVEN NATUURLIJK ZUINIGE ZEEUWEN” JORAN DE WITTE, VV WOLFAARTSDIJK

den van kantine-inkomsten en sponsoring. Als leidraad voor het plan werd de ‘Trias energetica’ genomen. Een bekende driestappenstrategie om een energiezuinig ontwerp te maken. “Toen zijn we aan de slag gegaan”, vervolgt De Witte. ‘’We begonnen heel klein. In eerste instantie vooral om energieverliezen te beperken. Bij de bouwmarkt kochten we voor een paar tientjes zo’n energiemeter en zijn alles door gaan meten om een beeld te krijgen van waar al die energiekosten nou

eigenlijk naartoe gaan. Zo kwamen we tot een compleet exceldocument dat mooie inzichten gaf. We realiseerden ons bijvoorbeeld dat de koeling de hele week energie stond te slurpen, terwijl we die maar een paar dagen echt nodig hebben. Die hebben we voorzien van tijdsklokken. Met een paar relatief goedkope maatregelen hebben we er zo voor gezorgd dat er niets meer voor niets aanstaat binnen de accommodatie.” Volgens De Witte bieden de huidige omstandigheden een perfecte aanleiding voor clubs om ook hun energiekosten tegen het licht te houden. “Binnen veel clubs is er juist nu bereidheid tot actie. De competities liggen stil dus is er tijd voor andere zaken. Een goed moment om de energierekening eens uit te pluizen. Helemaal als het nu moeilijk is om het hoofd boven water te houden, is alle directe besparing welkom. Dan moet je proberen om structureel tegen lagere kosten te gaan sporten. Deze eerste stap kost eigenlijk vooral tijd en bijna geen investering in geld.”

Als er gevoetbald wordt reclamebord, op andere momenten energie-opwekker

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  021


Opwekken Toen alle kleine stappen om verliezen te beperken genomen waren, was het tijd voor het grotere werk, vertelt De Witte. “Als tweede stap zijn we aan de slag gegaan om duurzame energie op te gaan wekken. Dankzij een crowdfundingcampagne hebben we een dak vol zonnepanelen kunnen realiseren, zo waren we in één klap energieneutraal.” Intussen wilde VV Wolfaartsdijk de duurzame initiatieven ook graag naar buiten uitstralen. “Een sportpark heeft natuurlijk veel ruimte, maar veel daarvan is onbenut”, aldus De Witte. “Zo kwamen we op het idee van een zogenoemde 4D-boarding. Op het moment dat er wedstrijden gespeeld worden, is dat gewoon een reclamebord zoals er zoveel staan langs sportvelden. Maar op al die andere momenten, kunnen we er duurzame energie mee opwekken door de boarding te kantelen zodat de zonnepanelen hun werk kunnen doen.” Dit duurzame initiatief bracht de club niet alleen nog meer duurzame energie, maar ook nieuwe sponsormogelijkheden. “Voor sponsors is het een mooie kans om hun maatschappelijke kant te laten zien. Zo hebben we een grote woningcoöperatie en Connexxion als sponsor kunnen inlijven. Uiteindelijk is het zelfs gelukt om de unieke boarding volledig te laten sponsoren. Samen met de overstap naar ledveldverlichting gaf dat ons zoveel overcapaciteit dat we van het gas af kunnen.” Zo worden de kleedkamers al niet meer verwarmd door traditionele radiatoren. “Daar werken we nu met infraroodpanelen, die gekoppeld zijn aan een sensor. De kleedkamers worden eigenlijk altijd maar heel even gebruikt om in een paar minuten om te kleden. De panelen geven direct stralingswarmte af als er iemand binnenkomt en zich omkleedt en gaan daarna uit. Op deze manier hebben we weinig verbruik, geen verspilling van warmte en kan de radiator uit.” Of de coronatijd zich ook goed leent voor deze tweede stap in het verduurzamingsproces ligt aan de situatie, denkt De Witte. “Het wisselt natuurlijk per club of je dit nu kunt realiseren. Maar zelfs al heb je geen euro, dan kun je kijken of de gemeente misschien bereid is tot een renteloze lening. Juist nu moeten de schouders eronder.”

“UITEINDELIJK ZIEN WE DUURZAAMHEID ALS VERDIENMODEL. WE ZOEKEN NAAR MOGELIJKHEDEN OM DE OPGEWEKTE ENERGIE ZELF TE VERKOPEN”

Energiezuinige verlichting op het terrein van VV Wolfaartsdijk

022  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020


“VERDUURZAMEN IS DE GEMAKKELIJKSTE WEG OM FINANCIEEL ONAFHANKELIJK TE WORDEN” JORAN DE WITTE, VV WOLFAARTSDIJK

Verdienmodel Als club volledig energieneutraal zijn, een prachtig resultaat natuurlijk. Maar de VV Wolfaartsdijk wil meer. “Uiteindelijk zien we duurzaamheid als verdienmodel. We wekken nu meer stroom op dan we zelf verbruiken. Binnenkort is het uit financieel oogpunt niet meer zo interessant om dat terug te leveren. Daarom zoeken we naar mogelijkheden om de opgewekte energie zelf te verkopen. Bijvoorbeeld via laadpalen voor elektrische auto’s. Bezoekers van het sportpark, mensen uit het dorp of gebruikers van het deelauto-concept waaraan wij als club deelnemen, kunnen die stroom voordelig bij ons afnemen. Zo kunnen we extra verdienen en spelen we in op de grotere behoefte aan individuele mobiliteit vanwege de coronacrisis.” VV Wolfsaartsdijk is nog niet klaar met verduurzamen. Het prijzengeld van de titel ‘Sportaccommodatie van het Jaar 2020’ wordt geïnvesteerd om ook de kantine met infraroodpanelen verwarmen. En ook is de club bezig met het realiseren van een nieuwe versie van de kantelbare boarding. “Dat wordt een boarding met een ledscherm. Dat kunnen we gebruiken als advertentieplatform op de club waarop sponsors laagdrempelig, voor kleine bedragen ruimte kunnen inkopen.” Al die extra inkomsten leiden over een tijdje hopelijk tot een volledig nieuwe accommodatie. Kartrekker Een prachtig resultaat voor deze club. Maar waar begin je als je zelf als club weinig kaas

Namens VV Wolfaartsdijk ontvangt Joran de Witte (rechts) uit handen van Bert van Oostveen (directeur-bestuurder Kenniscentrum Sport & Bewegen) de prijs voor ‘Sportaccommodatie van het jaar 2020’.

SPORTACCOMMODATIE VAN HET JAAR 2020 De branche-award ‘Sportaccommodatie van het Jaar’ werd dit jaar voor het eerst uitgereikt en is een samenwerking tussen Vakbeurs Sportaccommodaties, NOC*NSF, Kenniscentrum Sport & Bewegen, Mulier Instituut en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Iedere sporter is gebaat bij een krachtige sportaccommodatie. Hierin speelt duurzaamheid een sleutelrol. Een duurzame sportaccommodatie is immers toekomstbestendig, is effectief en efficiënt ingericht en creëert optimale sportomstandigheden voor iedereen.

hebt gegeten van verduurzamen en het coronavirus alles op zijn kop heeft gezet? “Je hebt wel een kartrekker nodig”, denk De Witte. “Maar je kunt gewoon zelf aan de slag gaan. Je hebt echt niet gelijk een adviesbedrijf nodig. Ga eerst eens aan de slag om je bestaande energierekening te ontleden. Waar gaan al die kilowatturen naartoe?” De tip van De Witte is dan ook vooral om klein te beginnen. “Maak een plan en zet kleine stapjes. Begin niet gelijk met het grote werk. Verder is het ook slim om duurzaamheid standaard op de bestuursagenda te zetten. Kijk iedere vergadering weer: waar staan we en waar willen we naartoe?

Dat dwingt je als club direct om breder te kijken dan alleen sporttechnische doelen en oog te hebben voor maatschappelijke vraagstukken.” Om als club toekomstbestendig te zijn, is duurzaamheid een must volgens De Witte. “Ik heb zelf kinderen en wil de wereld een beetje mooier achterlaten, dat is een drijfveer. Maar dat zijn de financiën zeker ook. We blijven natuurlijk zuinige Zeeuwen. Helemaal in deze onzekere tijden. Verduurzamen is voor een club de gemakkelijkste weg om financieel onafhankelijk te worden. Dus ik zou bijna willen zeggen dat je als club stom bent als je er niet mee aan de slag gaat.”

“MAAK EEN PLAN EN ZET KLEINE STAPJES. BEGIN NIET GELIJK MET HET GROTE WERK” JORAN DE WITTE, VV WOLFAARTSDIJK

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  023


BESTUURSTAFEL

Manager Sportparticipatie NOC*NSF Richard Kaper

“WE DOEN ER ALLES AAN OM DE CLUBS DOOR DE CORONACRISIS HEEN TE TREKKEN” DOOR TESSA DE WEKKER

Een gekkenhuis wil Richard Kaper het absoluut niet noemen. Maar sinds maart werkt de manager Sportparticipatie en lid van het Centrale Crisis Management Team bij NOC*NSF samen met zijn team hard om de breedtesport in Nederland zo goed mogelijk door de coronacrisis te krijgen. “Net als elke andere brancheorganisatie dat probeert te doen voor de eigen achterban. Wij trekken samen op met alle sportbonden, de VSG, POS (Platform Ondernemende Sportaanbieders, red.) en NL Actief. Zeker in tijden van crisis moeten we echt samen die rol van brancheorganisatie oppakken”, vertelt Richard Kaper. Sinds maart hebben deze partners in sport er alles aan gedaan om sportclubs te ondersteunen, met informatie over maatregelen van het Rijk, door te lobbyen in Den Haag en via het opstellen van protocollen. Een van de hulpmiddelen is de NOC*NSF Support Desk. Een paar maanden voor de uitbraak van het virus is de centrale vraagbaak opgezet, als onderdeel van een ontwikkeling om verenigingsondersteuning door sportbonden meer gezamenlijk aan te pakken. “Corona is de proof of the pudding voor de Support Desk”, zegt Kaper. “Een goede testcase, om te kijken of het zo werkt als we bedacht hadden.” Op pagina 32 lees je alles over de Support Desk.

024  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020

Via de Support Desk krijgt NOC*NSF een goed beeld van de vragen die er leven bij clubs. Met stip op één, sinds het begin van de ‘intelligente lockdown’, staan vragen over financiële kwesties. “De kosten lopen door en de inkomsten vallen weg. Veel clubs maken zich zorgen. Er zijn best wat

regelingen waar clubs voor in aanmerking komen (zie hiervoor het artikel op pagina 44, red.), maar het is voor veel bestuurders van verenigingen best ingewikkeld. Daarom zijn we meteen begonnen met het geven van informatie over alle verschillende regelingen”, zegt Kaper.

LOBBYEN IN DEN HAAG Een deel van de werkzaamheden van Kaper en zijn collega’s bestaat uit lobbyen in Den Haag. “Wat wij doen is zoveel mogelijk mensen in Den Haag voorzien van de juiste feiten en cijfers. En dan moeten we hopen dat die informatie op een goede manier bij het OMT en het kernkabinet terecht komt. Dat doen we via het ministerie van VWS en alle mensen die we in Den Haag kennen.” Een belangrijke partner van NOC*NSF is de directie Sport van het ministerie van VWS. Elk departement voedt het OMT voorafgaand aan de overleggen. Ook de directie Sport doet dat. “Op het gebied van sport is dat de formele onafhankelijke informatiebron voor het OMT. Wij hebben een directe lijn met de directie Sport. Die weegt alle belangen af en maakt vervolgens een keuze welke informatie er door wordt gegeven aan het OMT en het kernkabinet”, legt Kaper uit.


Manager Sportparticipatie van NOC*NSF Richard Kaper.

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  025


Ook is er gelobbyd in Den Haag om de acute financiële nood bij sportverenigingen te ledigen. Dat resulteerde in een steunpakket van 110 miljoen euro vanuit het kabinet, specifiek om sportverengingen te helpen. Dit geld wordt voor het grootste deel gebruikt om de huren voor de maanden maart, april en mei aan de gemeenten te betalen, zodat verenigingen dat niet zelf hoeven te doen. Kaper: “Voor de eerste nood was dit een mooi pakket. Maar de vraag is hoe het vanaf nu gaat.” Clubs hebben immers nog steeds geen inkomsten. Kantines zijn voorlopig nog dicht, entreegeld kan niet geheven worden en sommige sponsors staan zelf op omvallen. “Bovendien hadden met name grotere clubs met een eigen accommodatie weinig aan de regeling”, aldus Kaper.

Vrees voor voortbestaan Uit onderzoek van het Mulier Instituut in opdracht van NOC*NSF blijkt dat vier op de tien sportverenigingen vreest voor het voortbestaan. Een kwart zegt zelfs zonder ondersteuning niet te overleven. Voor de uitbraak van corona maakte één op de tien clubs zich zorgen over de toekomst van de vereniging. De zorgen zijn met name financieel en daarnaast zijn clubs bang voor het verlies van leden en vrijwilligers. Kaper: “Sport heeft een enorm herstellend vermogen, maar de economische klap is nu wel heel groot. Alles herstelt zich uiteindelijk. Maar het heeft tijd nodig. Voor individuele sportverenigingen en andere sportaanbieders kan een tijdelijke dip rampzalige gevolgen hebben. Als je toch al niet zoveel vet op de botten had, of net een grote investering had gedaan, dan kun je door de coronacrisis in grote problemen komen. We doen er al-

8 PLATFORMS ROND VERSCHILLENDE THEMA’S Meteen nadat de sport half maart ‘op slot’ ging, heeft NOC*NSF een aantal platforms opgezet rondom verschillende thema’s. In deze bottom-up platforms zitten vertegenwoordigers van bonden, lokale sportservices en andere afgevaardigden. Regelmatig komen de groepen digitaal bij elkaar. Elke groep wordt gefaciliteerd vanuit NOC*NSF. Bonden en andere participanten delen kennis en documenten met elkaar, zodat zij hun eigen achterban weer snel kunnen voorzien van informatie en ‘best practices’. In maart is gestart met vier platforms: competitieleiders, accommodatiebeheer, verenigingsondersteuning en de ‘anderhalve meter sportsamenleving’. In dit laatste platform zitten zo’n vijftig mensen die zich bezighouden met de vraag hoe sport weer kan. Dit platform heeft bijvoorbeeld het coronaprotocol opgesteld. Momenteel zijn nog eens vier platforms in oprichting: evenementen en competities, sportakkoord en corona, sportpromotie en niet-leden. Kaper: “Bij sportpromotie moet je bijvoorbeeld denken aan de Nationale Sportweek die eraan komt in het najaar. Hoe gaan we die organiseren binnen de kaders die dan gelden? Ook niet-leden zijn een belangrijk thema. Clubs zijn in eerste instantie druk bezig geweest met het aanbod voor eigen leden weer op te starten. Ze hebben het moeilijk met aanbod voor niet-leden.” Daarom gaat NOC*NSF dat de komende tijd actief promoten. Omdat sporten belangrijk is voor iedereen, maar ook om nieuwe leden te werven voor de clubs.

“SPORT HEEFT EEN ENORM HERSTELLEND VERMOGEN, MAAR DE ECONOMISCHE KLAP IS NU WEL HEEL GROOT”

les aan om de sportclubs erdoorheen te trekken. We spreken geregeld met de minister en andere mensen in Den Haag (zie kader, red.).” Twee van de onderwerpen die de afgelopen weken speelden, waren de openstelling van de kantines en de binnensportaccommodaties. Terwijl buitensportverenigingen de trainingen op een aangepaste manier hebben kunnen opstarten, geldt dat voor binnensportclubs niet, hoewel veel clubs creatief zijn en buiten hun leden zo goed mogelijk proberen te bedienen. Kaper: “Dat is een heel groot probleem voor fitnessclubs en andere binnensportclubs.” Op 27 mei maakte het kabinet, na een flinke lobby van de sportbranche, bekend dat binnensportaccommodaties per 1 juli weer open mogen, mits de ontwikkelingen met betrekking tot het coronavirus dat toe laten.

FOTO: ANP PHOTO

Wrang Ook de sportkantines mogen per 1 juli weer open, tot opluchting van veel tennisclubs, golfbanen en andere buitensportclubs. Eerder reageerde NOC*NSF nog teleurgesteld op het feit dat horeca per 1 juni gedeeltelijk weer open mag, maar sportkantines daarbuiten vallen. “Het is erg jammer dat de sportkantines niet gewoon met de horecaopenstelling mee kunnen lopen. Dit is vooral wrang omdat deze buitensportaccommodaties al wel weer open zijn en volop kosten maken zonder dat daar bijvoorbeeld kantine-inkomsten tegenover staan. Dat het OMT zich erover buigt of de sportkantines per 1 juli wel weer open mogen, geeft perspectief, maar de logica waarom de Symbolisch voor zoveel gesloten sportaccommodaties in Nederland: het Wagener Stadion en de velden van hockeyclub Amsterdam.

026  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020


PRAKTISCHE ONDERSTEUNING VOOR SPORTCLUBS sport een maand zou moeten wachten ontbreekt”, zei Gerard Dielessen, algemeen directeur van NOC*NSF eerder. Inmiddels hebben die en andere oproepen effect gehad en mogen sportkantines eerder open dan in eerste instantie het plan was. Omdat de problemen per sport en per club divers zijn, bundelt NOC*NSF de vraagstukken. Kaper: “Er zijn in Nederland 35.000 sportclubs, waarvan 25.000 verenigingen. Iedereen vindt zijn eigen probleem het grootst. Wij kaarten alle problemen die er spelen aan in Den Haag.” Naast de kantines en binnensportaccommodaties gaat het bij de sportkoepel en in sportminnend Den Haag nu vooral om de datum van 1 september. “De grootste vraag is nu: mogen we per 1 september weer zo normaal mogelijk sporten en wedstrijden spelen tegen elkaar? We gaan ervoor om sport zo snel mogelijk weer maximaal back to normal te krijgen, binnen de kaders die de overheid stelt. In Duitsland mag je nu alweer met een vaste groep, een team bijvoorbeeld, alles doen wat normaal ook mocht. Uit- en thuiswedstrijden zouden op die manier prima mogelijk zijn, zonder publiek weliswaar”, zegt Kaper. Zodra de kaders vanuit de overheid waarbinnen sport per 1 september mogelijk is, duidelijk zijn, zal NOC*NSF samen met de andere partners in de sport nieuwe protocollen opstellen. “Maar daarvoor moeten eerst de kaders duidelijk zijn. Tot die tijd heeft het geen zin om de speculeren. Daar zijn we in maart na één dag mee gestopt.”

Sinds de sportclubs half maart werden gesloten, biedt NOC*NSF praktische coronasteun aan clubs en bonden. Op een speciale pagina (https://nocnsf.nl/coronavirus-en-sport) wordt al deze informatie gebundeld. Zo kwam de sportkoepel snel na het bericht dat de sport eind april weer voorzichtig mocht beginnen met opstarten met een coronaprotocol, dat door de bonden naar sport kon worden aangepast. Ook is er een stappenplan voor het opstarten van de verenigingen en een checklist waar clubs allemaal rekening mee moeten houden. Daarnaast kunnen clubs banners, posters en informatieborden downloaden voor communicatie naar hun leden en staan er tientallen veel gestelde vragen op de site, variërend van hoe om te gaan met blessures tijdens de training en financiële vragen tot wat te doen als iemand van de club besmet blijkt met corona en allerlei juridische vraagstukken

SPORTPARTICIPATIE, WEERBAARHEID EN HET IMMUUNSYSTEEM Richard Kaper is bij NOC*NSF manager Sportparticipatie. Zoveel mogelijk Nederlanders laten sporten en bewegen, dat is in het kort zijn missie. De sportparticipatie heeft tijdens de coronacrisis een flinke dreun gekregen. Zeker jeugd sport een stuk minder dan gebruikelijk. “In april sportte nog maar 35 procent van de kinderen tot twaalf jaar werkelijk. Dat is verreweg het laagste percentage in deze eeuw. Daaraan zie je dat met name kinderen heel erg afhankelijk zijn van sportclubs. Zodra die vaste structuur wegvalt, is het voor hen heel moeilijk om te blijven sporten. En ze bewegen daarnaast ook niet. Toen de scholen gesloten waren, hebben ze niet meer buiten gespeeld dan normaal. De tijd die kinderen normaal gesproken op het schoolplein buiten spelen, blijkt thuis niet te compenseren.” Ook volwassenen sporten nu minder dan voorheen. Mensen die normaal een hoge motivatie hebben om te sporten, hebben hun weg wel gevonden door individueel erop uit te gaan, zegt Kaper. “Maar dat geldt lang niet voor iedereen. Mensen missen het sociale van de sportclub. De meeste mensen houden alleen sporten niet lang vol.”

Daarom is het belangrijk om het Nederlandse sportlandschap overeind te houden. “Onze sportinfrastructuur is zo divers en rijk. Er zijn voldoende mogelijkheden voor iedereen om te sporten. Dat moeten we zo houden. We winnen veel met sport, is al lange tijd onze slogan. Dat blijkt nu ook weer. Sport maakt Nederland weerbaarder.” De laatste weken is er in de media steeds meer aandacht voor het belang van sport en bewegen voor een gezond immuunsysteem, samen met goed slapen, weinig stress en gezonde voeding. “In het westen is dat lang onderschat. Maar met een sterk immuunsysteem word je minder ziek. Dat blijkt nu ook met corona. Mensen die niet sporten en bewegen hebben duidelijk het meest last van corona. Ik hoop dat iedereen door corona voelt en ervaart hoe belangrijk sport en bewegen is. Om de boodschap duidelijk te krijgen, helpt zo’n pandemie wel. Dat is heftig misschien, maar we worden nu met onze neus op de feiten gedrukt.”

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  027


Sportwereld tegen corona

HOE VERENIGINGEN OMGAAN MET 1,5 METER AFSTAND DOOR YVONNE DERKSEN (NOC*NSF)

FOTO: REMCO VAN OOSTEROM

De coronacrisis zorgt voor bizarre taferelen. Competities liggen stil en clubhuizen blijven leeg. We hebben even stil moeten zitten, maar inmiddels mogen we mondjesmaat de sport weer oppakken. Maar hoe sport je met anderhalve meter afstand? Verenigingen zijn druk bezig met het zodanig inrichten van hun terrein dat alle protocollen gehandhaafd kunnen worden.

Toezichthouders en een aangepast trainingsaanbod bij HBS Craeyenhout

028  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020


Creatief door beperkingen Rob Buursen is verenigingsmanager van HBS Craeyenhout, een grote sportclub in Den Haag met 2300 leden binnen drie sporten: voetbal, cricket en hockey. “De start was wat ingewikkeld, omdat we de protocollen van drie sportbonden op elkaar moesten afstemmen, maar daarna ging het eigenlijk vrij snel goed.” Inmiddels zijn de leden weer welkom op de club: “Op de wedstrijden na draaien we weer volle bak. Business as usual.” Aan de hand van toezichthouders en een aangepast trainingsaanbod is de club weer open. Het werkt goed, volgens Buursen: “We hebben een groot terrein, dat maakt handhaving gemakkelijker, maar we merken dat de geldende regels gelukkig ook goed in acht worden genomen door bezoekers. Volgens mij weten we allemaal dat we er sneller vanaf zijn wanneer we ons aan de regels houden.” Buursen ziet onverwachte voordelen van de anderhalve meter sport: “Onze trainers zijn er gigantisch creatief van geworden en bedenken steeds nieuwe oefeningen waarmee contact wordt vermeden. Sommige oefeningen blijken zo leuk dat we ze ook na corona gewoon blijven gebruiken. Een ander voordeel is dat we merken dat de kinderen geconcentreerder sporten en in meer vrijheid bewegen nu de ouders niet meer aan de zijlijn staan. Dat brengt niet alleen hen, maar ook de trainers rust.” De protocollen halen wel wat plezier in de training weg, zegt Buursen. “Vooral de kinderen ouder dan twaalf jaar missen de partijtjes die ze normaliter in de training spelen.” En lachend: “De volwassenen missen vooral de derde helft. Dat snap ik ook wel: het verenigingsleven is belangrijk voor de club. We kijken er naar uit om het terras weer te mogen openen. Maar de stemming is erg goed, iedereen is blij dat we weer mogen sporten.” Het gemis van goede gesprekken Dat de sociale kant van de vereniging nog niet is wat het was, merkt ook Sarina van Dalen, voorzitter van handboogschietvereniging OGIO in Eindhoven. “Wij zijn een hechte, kleine club. Bijna een familie. Onze bezoekers komen meestal in dezelfde groepen op dezelfde tijden. Door de afstand die we moeten houden en het ontbreken van een kop koffie missen we de sociale binding. Juist dát is voor veel van onze leden het belangrijkste van deze sport.” Sarina benadrukt: “We zijn weer open en de leden lopen rond, maar het is zeker niet zoals het hoort te zijn.”

“We zijn weer open en de leden lopen rond, maar het is zeker niet zoals het hoort te zijn”, zegt Sarina van Dalen, voorzitter van handboogschietvereniging OGIO.

“HET WAS EVEN ZOEKEN NAAR REGELS DIE IN DE PRAKTIJK OOK DAADWERKELIJK WERKEN” RICHARD KAMPHUIS (MZPC DE REEST)

De club werkt, naast trainingen, met strakke tijdsblokken. Het materieel is naar buiten verplaatst en de deur van de binnenaccommodatie blijft gesloten: “Als het mooi weer is, gaat dat prima. Maar zodra het wat slechter wordt, zul je zien dat de leden minder snel komen en de training weer wordt onderbroken.” De tijdsblokken worden in de gaten gehouden door Van Dalen zelf: “Ik ben nu zeven dagen per week van 12.00 tot 20.00 uur aanwezig op de club. Het is veel werk, maar ik ben een verenigingsgek dus doe het graag!” Van Dalen geeft aan voor- en nadelen te zien in de regels. “Omdat we een individuele sport beoefenen, kunnen we redelijk makkelijk meegaan in de anderhalvemetersamenleving. Maar een deel van de sporters, die bijvoorbeeld in een rolstoel zitten, ervaart problemen met het buitenterrein. Daarnaast moeten onze trainers de nodige afstand bewaren bij leerlingen, wat mogelijk gevaarlijk kan zijn wanneer zij de handboog nog niet onder controle hebben. Ik

vind het erg vervelend dat ik niet iedereen nu een platform kan bieden.”

Een versterkt ‘wij-gevoel’ “Een vereniging hoort juist voor iedereen toegankelijk te zijn en normaal is ons motto: hoe meer hoe beter”, beamen Martijn Schuring en Richard Kamphuis van zwemsportvereniging MZPC de Reest. De vereniging telt ruim 250 leden en zet zich in voor allerlei sporters: jong, oud, met of zonder beperking, recreatief en wedstrijdsport. De club heeft een tijd alle werkzaamheden stil moeten leggen. “Als zwemvereniging hadden we op dat moment nagenoeg geen mogelijkheden om een alternatief aanbod te genereren. Gelukkig mogen we sinds kort weer zwemmen, maar wél met strakke regels”, vertelt Schuring. Met een duidelijke taakverdeling, goede, informele communicatie en heldere afspraken is het aanbod (deels) herpakt. Kamphuis: “Maatregelen bedenken en communiceren is één stap – dat iedereen ze naleeft is een wereld van verschil. Over het algemeen gaat het goed, maar je merkt dat iedereen er zijn eigen invulling aan geeft. Het was even zoeken naar regels die in de praktijk ook daadwerkelijk werken.” Alsnog is de vereniging blij dat de deuren weer geopend zijn. “Veel leden hebben het sporten en de sociale contacten binnen de vereniging gemist. Veel sporters zijn teleurgesteld dat ze het sportseizoen niet op een normale manier kunnen afsluiten, maar je merkt dat het ‘wij-gevoel’ enorm is versterkt nu we weer zijn opgestart. De leden en afdelingen hebben hierdoor juist meer betrokkenheid naar elkaar én naar de vereniging dan voorheen. Ons is duidelijk geworden dat onze vereniging zo sterk was én is dat we deze crisis goed aankunnen en zullen overleven!”

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  029


BESTUURSTAFEL

Sportaanbieders moeten aanbod aanpassen

BUURTSPORTCOACH BELANGRIJKE VERENIGINGSADVISEUR IN CORONATIJD DOOR EVA HEIJNEN EN WIKKE VAN STAM (MULIER INSTITUUT)

De impact van de coronamaatregelen is groot voor sportaanbieders. Vier op de tien sportverenigingen in Nederland maken zich (ernstige) zorgen over de gevolgen van de coronacrisis voor de vereniging, met name over verlies van leden/vrijwilligers en inkomstenderving. Ondertussen mogen sportverenigingen hun leden weer ontvangen, maar gelden er nog steeds regels. Sporten mag alleen buiten en voor mensen ouder dan twaalf jaar alleen op anderhalve meter afstand. Dit betekent dat sportaanbieders hun aanbod moeten aanpassen. Onder deze omstandigheden is de buurtsportcoach van grote waarde: hij adviseert en ondersteunt sportaanbieders in de omgang met deze aanpassingen, wat ook gepromoot wordt door de overheid. Mulier Instituut ging na hoe de rol van buurtsportcoach er in de huidige praktijk uitziet. Focus buurtsportcoach op adviesrol In 96 procent van de gemeenten werken buurtsportcoaches op enige manier samen met sportaanbieders. In heel Nederland gaat dat om 885 FTE. Het werk dat buurtsportcoaches normaal gesproken bij sportaanbieders doen, varieert van het adviseren van het kader tot het bestuur, het vormgeven van een positieve sportcultuur, het promoten van diversiteit en het organiseren van activiteiten voor niet-leden. Sommige ’reguliere’ werkzaamheden zijn helemaal gestopt na het ingaan van de coronamaatregelen (denk aan de promotie en het fysiek aanbieden van activiteiten). Andere werkzaamheden zijn juist nu begonnen (denk aan helpen met onderhoud en schoonmaak van de sportaccommodaties). De adviserende rol van de buurtsportcoach was al belangrijk, maar blijkt nu nog belangrijker te zijn geworden. In sommige gevallen is deze rol als verenigingsadviseur zo belangrijk, dat de uren van de buurtsport-

030  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020

coaches daarvoor zijn uitgebreid. Eén van de door Mulier geïnterviewde werkgevers (zie verantwoording) geeft zelfs aan dat de volledige focus nu op verenigingsondersteuning ligt. Andere werkgevers geven aan dat zij het eerste aanspreekpunt zijn geworden voor sportaanbieders in plaats van de gemeente. Daarbij spelen de buurtsportcoaches ook een rol in het doorsluizen van de informatie van sportbonden en de landelijke organisaties naar sportaanbieders.

Dat laat volgens hen zien hoe belangrijk de rol van de buurtsportcoach is. “Dit [verenigingsondersteuning] is alleen maar belangrijker geworden. We kregen meteen vragen vanuit de verenigingen over wat wel en niet mag en hoe ze [in deze situatie] toch geld binnen kunnen krijgen. De gemeente wil ons gebruiken voor alle vragen die met de nieuwe maatregelen te maken hebben.”

VERENIGINGEN ZIJN DOOR DE CORONAMAATREGELEN ONDERLING GAAN SAMENWERKEN WAAR DAT VOORHEEN NIET MOGELIJK LEEK


Inhoud verenigingsadvisering Advisering werd altijd al gedaan, maar de inhoud van die advisering is anders en heeft nu (anno april 2020) in de meeste gevallen te maken met de consequenties van de coronamaatregelen. Sportaanbieders hebben veel vragen aan buurtsportcoaches op financieel en organisatorisch vlak, zoals ‘Hoe moet ik mijn leden bereiken?’, ‘Wat moet ik doen met het innen van de contributie?’, ‘Hoe krijg ik geld binnen nu veel inkomsten wegvallen?’, ‘Wat mag ik nu wel of wat mag ik nu niet als vereniging [i.h.k.v. coronamaatregelen]?’ of ‘Hoe organiseer ik mijn sportaanbod met anderhalve meter afstand?’. “We delen iedere woensdag goede voorbeelden van hoe sportverenigingen met hun leden in contact kunnen blijven. We proberen daarmee de verbinding te leggen zodat ze van elkaar kunnen leren.”

VRAAG HET UW GEMEENTE! 98 procent van de gemeenten heeft een buurtsportcoach. Heeft uw vereniging nog geen contact met een buurtsportcoach en kunt u wel hulp gebruiken? Vraag het uw gemeente! Wilt u meer informatie over de onderzoeken van het Mulier Instituut over dit thema of uw mening laten horen in ons verenigings- of buurtsportcoachpanel? Laat het dan weten aan Wikke van Stam via w.vanstam@mulierinstituut.nl.

Het is niet zo dat buurtsportcoaches alleen vraaggericht werken met betrekking tot sportaanbieders. Buurtsportcoaches benaderen aanbieders ook proactief, bijvoorbeeld door een telefoontje om te achterhalen waar de sportaanbieder in deze coronacrisis tegenaan loopt. Die proactieve benadering leidt tot warmere banden en dat maakt het makkelijker om ook in de toekomst de adviseursrol te blijven pakken.

Thuissporten versus sporten bij een sportaanbieder Zeker in het begin van de coronamaatregelen, maar ook nu er nog niet op een ‘normale’ manier bij de sportaanbieder gesport kan worden, motiveren buurtsportcoaches mensen om thuis te sporten en bewegen (bijvoorbeeld door middel van online video’s). Een mogelijk gevaar van thuissporten is dat men denkt de sportaanbieder niet

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  031


HET INDIVIDUELE BELANG LEEK MINDER GROOT TE WORDEN IN DE CORONATIJD EN HET GEZAMENLIJKE BELANG WERD MEER BELICHT meer nodig te hebben en mensen hun lidmaatschap opzeggen. Dit is iets waar buurtsportcoaches zich bewust van moeten zijn. Een oplossing kan zijn dat een buurtsportcoach samen met een sportaanbieder op andere locaties (zoals thuis) aanbod realiseert. Dit kan zorgen voor ledenbehoud en wellicht zelfs ledenwerving. “We willen natuurlijk niet dat de promotie van ons uit nu volledig op het thuissporten is, want als wij nu iedereen aan het thuissporten krijgen

en mensen daardoor denken: ‘Ja, die vereniging die heb ik eigenlijk ook niet meer nodig’ dan is dat eigenlijk antireclame voor de vereniging.”

Sporten in de anderhalvemetersamenleving De anderhalvemetersamenleving waar we nu in leven, zorgt ervoor dat sportaanbieders zich moeten aanpassen. Voor sommige sporten (denk aan tennis of hardlopen) levert anderhalve meter minder problemen op dan voor andere sporten (denk aan con-

tact- en teamsporten). Sportaanbieders staan voor de uitdaging om hun aanbod om te vormen naar anderhalve meter afstand. De buurtsportcoach heeft vaak een breder en relevanter netwerk en meer opleiding/ ervaring dan de trainers/bestuurders van sportaanbieders (ook omdat deze trainers en bestuurders vaak vrijwilligers zijn). Daarnaast heeft de buurtsportcoach (meer) uren beschikbaar om zich in te zetten voor sporten bij een sportaanbieder. Daarom kan een buurtsportcoach sportaanbieders vaak goed helpen in deze coronatijd. De buurtsportcoach kan bijvoorbeeld aangepast aanbod organiseren (ook online), advies geven over veiligheid/hygiëne op en rond de sportaccommodaties, helpen bij efficiënt gebruik van de sportaccommodaties, helpen bij vinden/behouden van leden en op de sportaccommodaties aanwezig zijn in de vorm van toezichthouder. Wat we niet moeten vergeten is dat sportaanbieders het op dit moment al heel druk hebben met hun eigen leden. Tijdens de persconferentie op 21 april riep premier Rutte op om zoveel mogelijk niet-leden te betrekken bij de groepstrainingen, zodat zoveel mogelijk kinderen de kans hebben om te kunnen sporten. De oproep van de overheid om niet-leden toe te laten tot de verenigingen is iets wat juist de buurtsportcoaches kunnen oppakken. De buurtsportcoaches hebben de tijd, het netwerk bij meerdere sportverenigingen en kunnen de doelgroep bijvoorbeeld in de wijk werven. Niet-leden laten sporten bij een sportaanbieder is overigens niet alleen vanuit maatschappelijk oogpunt goed, het zou tevens nieuwe aanwas kunnen opleveren. “Ik heb vertrouwen dat buurtsportcoaches heel flexibel en innovatief te werk kunnen gaan. In de sport is het heel gewoon dat als het niet kan zoals het moet, het maar moet zoals het kan. Dat zit ook in het DNA van de buurtsportcoaches.”

SPORTAANBIEDERS HEBBEN VEEL VRAGEN AAN BUURTSPORTCOACHES OP FINANCIEEL EN ORGANISATORISCH VLAK

032  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020


sportaccommodaties mogen op dit moment nog niet open, waardoor binnensportverenigingen noodgedwongen mogelijkheden zoeken om hun aanbod naar buiten te brengen. Een voorbeeld hierin is een turnvereniging die haar activiteiten op het voetbalveld mag aanbieden. Het is nog de vraag in hoeverre deze samenwerkingen worden doorgezet als de coronamaatregelen worden ingetrokken, maar de buurtsportcoaches zouden de verenigingen kunnen helpen om deze samenwerkingen te continueren.

EEN KWART VAN DE VERENIGINGEN (24%) VERWACHT DAT DE BINDING MET DE LEDEN AFNEEMT DOOR DE CORONAMAATREGELEN Impact coronamaatregelen Gezondheid en preventie lijken juist in deze coronatijd nog belangrijker te zijn geworden. Sport kan daarop meeliften. Omdat buurtsportcoaches altijd al bezig zijn met het bevorderen van een gezonde leefstijl, zal dit het werk van de buurtsportcoaches vergemakkelijken en kunnen zij sportaanbieders daarbij betrekken. De coronamaatregelen hebben invloed op het verenigingslandschap in het algemeen. Zo zijn verenigingen onderling gaan samenwerken waar dat voorheen niet mogelijk leek. Het individuele belang leek minder groot te worden in de coronatijd en het gezamenlijke belang werd meer belicht. Zo gaf een werkgever aan dat twee concurrende dansscholen hebben samengewerkt om een openingsdans te filmen voor de alternatieve online Koningsspelen. Een andere werkgever zag in een gemeente een samenwerking ontstaan tussen een fysiotherapeut, sportver-

eniging en gemeentelijke sportbedrijf om de gezondheid van de sporters te verbeteren. Een andere vorm van samenwerking is het delen van de accommodatie. Binnen-

Een kwart van de verenigingen (24%) verwacht dat de binding met de leden afneemt door de coronamaatregelen. Doordat leden elkaar niet meer ontmoeten, gaat de samenhang weg, zo vrezen zij. Een verminderde ledenbinding kan zorgen voor het opzeggen van lidmaatschap en het minder bereid zijn van doorbetalen van contributie/ deelnemersbijdrage, als de coronamaatregelen nog langer aanhouden. Gelukkig is ook een kwart van de verenigingen (26%) positief gestemd. Zij verwachten dat de coronacrisis leidt tot meer solidariteit onder de leden om zich in te zetten voor de vereniging. Verenigingen geven aan dat dit deels komt doordat de vereniging weer meer gewaardeerd wordt. Werkgevers van buurtsportcoaches zien dat sport en bewegen gemist wordt, de fysieke maar juist ook de sociale component daarvan. Dit gemis laat leden zien wat ze normaal hebben en het extra waarderen.

VERANTWOORDING De input voor dit artikel is verkregen uit telefonische interviews met vijftien werkgevers van buurtsportcoaches uit verschillende sectoren en van verschillende grootte (tussen 20 en 28 april 2020), en een digitale vragenlijst onder 164 buurtsportcoaches (april 2020). Alle quotes zijn afkomstig van de werkgevers van de buurtsportcoaches. Dit is aangevuld met data uit: • Van Stam & Heijnen (2020). De impact van de coronamaatregelen op de werkzaamheden van buurtsportcoaches. Utrecht: Mulier Instituut. • Hoeijmakers & Van Kalmthout (2020). Gevolgen coronacrisis voor sportverenigingen. Utrecht: Mulier Instituut. • Pulles et al. (2019). Monitor Brede Regeling Combinatiefuncties 2019. Utrecht: Mulier Instituut. Deze onderzoeken zijn uitgevoerd met steun van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  033


BESTUURSTAFEL

Herstart jeugdsport in Den Haag

“VERENIGINGEN ZIJN VERPLICHT EEN CORONACOÖRDINATOR – EEN COCO – TE BENOEMEN” DOOR RONALD JAS (I.O.V. KENNISCENTRUM SPORT)

Sinds eind april mogen kinderen weer in verenigingsverband of op speciale sportpleinen samen sporten. Gemeenten en verenigingen hebben samen de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat dit veilig en verantwoord gebeurt. In Den Haag zijn de eerste ervaringen opgedaan met het herstarten van de jeugdsport. Wat kunnen we ervan leren? Hans Honders, senior consulent van de stichting Werkgever Sportclubs Den Haag (WSDH), coördineert samen met de gemeente de herstart van jeugdtrainingen van Haagse sportverenigingen die een sportcoördinator hebben. Ook ondersteunt hij aanvragen van verenigingen zonder sportcoördinator. WSDH is werkgever van 40 sportcoördinatoren, die de sportverenigingen ondersteunen en op scholen naschoolse clinics aanbieden. Ook is WSDH werkgever van 25 buurtsportcoaches en streetsportleiders die op 32 pleintjes in de stad – onder andere Krajicek Playgrounds en Cruyff Courts – sportactiviteiten organiseren.

034  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020

Wat is er in Den Haag allemaal al gebeurd? “De gemeente Den Haag heeft allereerst alle 250 sportverenigingen en alle huurders van binnen- en buitensportaccommodaties een brief gestuurd, dat zij de jeugd vanaf 29 april weer mogen laten sporten op hun buitenaccommodaties. Daarbij is aangegeven dat dit alleen mogelijk is door het indienen van specifieke verzoeken via een formulier dat de gemeente daarvoor heeft ontwikkeld. De gemeente wil de aanvragen zo vroeg mogelijk beantwoorden. Na een week had de gemeente al 110 goedkeuringen afgegeven. Verenigingen die nu nog verzoeken willen indienen zijn van harte welkom, er is geen deadline.”

Is het voor verenigingen en andere sportaanbieders niet lastig om die protocollen in te vullen? “Nee, dat is niet lastig, maar verenigingen kunnen ook hun sportcoördinator vragen om te helpen bij het invullen. Als ze geen eigen sportcoördinator hebben, kunnen ze er een benaderen voor hulp. Het gaat in het protocol vooral om de interne afstemming binnen de vereniging: wie wat doet, welke maatregelen er worden genomen om de veiligheid te waarborgen. Denk aan hygiënemaatregelen, looproutes en tijdschema’s, zodat kinderen van verschillende leeftijdscategorieën elkaar niet tegenkomen bij de


wisseling van trainingsgroepen. Als er problemen zijn, kan een sportcoördinator of een gemeentelijke consulent hen ondersteunen. Verenigingen zijn ook verplicht een Coronacoördinator – een zogenoemde Coco – te benoemen. Dat is bij voorkeur niet de sportcoördinator, want die heeft een andere verantwoordelijkheid.”

Waar zijn jullie tegenaan gelopen bij het naar buiten brengen van deze protocollen? “Al snel kregen we natuurlijk vragen van binnensportverenigingen die eventueel bui-

“MET DE STREETSPORTCOACHES HEBBEN WE GEKOZEN OM GEFASEERD TE BEGINNEN MET DRIE AANDACHTSWIJKEN” tenactiviteiten mogen gaan doen. We hebben hier bijvoorbeeld een aanvraag van een boksschooleigenaar die op een buitenaccommodatie les wil geven. Ook zien we dat sommige sportbonden wat meer tijd nodig

hebben gehad om hun reglementen te wijzigen. Soms komen die wijzigingen pas door, als de protocollen al zijn ingevuld. Sportcoördinatoren helpen dan met het aanpassen van de aanvraag, zodat het aan-

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  035


gepaste reglement daarin wordt nageleefd. Met de streetsportcoaches hebben we gekozen om gefaseerd te beginnen met drie aandachtswijken en niet met alles tegelijk. In die wijken heb je andere groepen én geen terrein dat je bijvoorbeeld kunt sluiten voor jongeren van boven de 18 jaar die dagelijks op zo’n pleintje komen chillen. We gaan nu eerst kijken hoe we met groepen jonge kinderen een goede vorm kunnen vinden. Momenteel staan we op elf playgrounds en we willen dat nog uitbreiden naar activiteiten op een playground in elk stadsdeel. En dan heb je natuurlijk nog bijzondere groepen zoals de watersport, roeiers en zeilers, die geen eigen accommodatie hebben maar gebruikmaken van kanalen en de zee. Daar zijn nu geen aparte protocollen voor.”

036  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020

“ZORG ERVOOR DAT DE PROTOCOLLEN NIET TE INGEWIKKELD ZIJN, GEWOON PRAKTISCH”” Welke vragen zijn er zoal gesteld door verenigingen? “Verenigingen hebben vragen gesteld over hoe ze hygiënisch met materialen om kunnen gaan: moet je speelballen die gebruikt worden met de handen regelmatig wassen? Wat doe je met het gezamenlijk gebruik van hockeysticks, rackets en bokshandschoenen van de vereniging? Per sportsoort bekijken we de eventuele verfijning van protocollen in nauwe afstemming met de bond. We merken nu dat op het aspect van veiligheid en EHBO er soms maatregelen moeten worden genomen die niet helemaal aanslui-

ten op het protocol. Bijvoorbeeld: wat doe je als er onweer uitbreekt tijdens een buitentraining? Het protocol schrijft voor dat de kantine of kleedkamers niet gebruikt mogen worden, maar veiligheid gaat wel voor. We zorgen er nu dus ook voor dat de coördinator in dat geval wel de sleutels bij zich heeft en dat de EHBO-spullen altijd klaar staan.”

Hoe verliep het instrueren van de buurtsportcoaches, streetsportleiders en sportcoördinatoren? “We hebben zoveel mogelijk alle medewerkers geïnformeerd met beschikbare docu-


“ZORG ERVOOR DAT DE PROTOCOLLEN NIET TE INGEWIKKELD ZIJN, GEWOON PRAKTISCH” menten van NOC*NSF, sportbonden, RIVM. De uitleg hebben we via Teams gestuurd. De coördinatoren wisselen regelmatig hun bevindingen met elkaar uit in video calls, zodat ze van elkaars ervaringen leren. Het visueel informeren is heel belangrijk, we zien daarvan ook heel leuke voorbeelden. Een korfbalvereniging zette tien corona-instructies in een filmpje voor eigen jeugdleden en deelde dat zodat alle jeugdige leden snel die informatie kunnen opnemen. We hebben zelf als stichting ook een spreekuur ingericht naast bestaande teamoverleggen. Zo kunnen we allerlei nieuwe vragen op tijd opvangen.”

Wat zijn de praktische ervaringen sinds de herstart? “We zien dat er kruisbestuivingen tussen binnensport en buitensport ontstaan: er was bijvoorbeeld een aanvraag van een judovereniging die bij een voetbalvereniging op het veld wilde trainen. Of een voetbalvereniging die een streetsportgroep op haar accommodatie wil laten trainen. Een streetsportleider werkt hierin samen met het jongerenwerk om zoveel mogelijk jeugd uit de wijk bij de voetbalclub te laten sporten. Daarachter zit ook de hoop dat de kinderen doorstromen naar de vereniging. De streetsportgroepen gaan nu meer de verbinding aan met het welzijnsdomein; de jongerenwerkers kunnen nu niets in de jongerencentra doen, en de streetsportcoaches helpen hen in contact komen met hun doelgroep via de activiteiten op de sportpleinen. Zo zie je dus ook nieuwe verbindingen ontstaan.” Wat zal een aandachtspunt worden in de toekomst? “De gemeente denkt na over hoe we de naleving van de protocollen ook op langere termijn kunnen controleren, zonder meteen overal een handhaver te laten posten. Want op den duur worden de regels misschien losser gehanteerd dan we willen. Al is daar nu zeker nog geen aanleiding voor.”

TIPS EN ADVIEZEN VAN HANS HONDERS AAN COLLEGA’S IN HET LAND • In elk geval: zorg ervoor dat de protocollen niet te ingewikkeld zijn, gewoon praktisch, dat begrijpt iedereen en dan krijg je ze ook goed ingevuld terug. • Gemeenten doen er goed aan om snel antwoord te geven op vragen over het protocol. Iedereen wil snel aan de slag en het werkt niet fijn als je een week of langer moet wachten op een antwoord. • Het is daarnaast belangrijk om je buurtsportcoaches en andere begeleiders heel goed en open over hun nieuwe rollen te informeren. Maak duidelijk wat er van hen concreet verwacht wordt. Dat betekent ook dat de voorwaarden om op veilige manieren te werken hen bekend moeten zijn. Je wilt niet dat ze voor verrassingen komen te staan. • Daarom moet je er ook voor zorgen dat alle begeleiders kunnen terugvallen op overleg. Alleen al een praktische vraag: “Wat gebeurt er als ik ziek word?” maakt duidelijk dat je veel moet overdenken voordat je werkelijk aan de slag kunt. • Tot slot nog een tip voor alle streetsportleiders en buurtsportcoaches: ga vooraf in gesprek met medewerkers en betrek elkaar bij het maken van een programma, bespreek de veiligheid van de medewerkers en deelnemers en de wijze hoe hierop toe te zien.

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  037


Sportwereld tegen corona

TRIATLONCLUBS VOL ENTHOUSIASME WEER VOORZICHTIG AAN DE SLAG De coronacrisis zorgt voor bizarre taferelen. Competities liggen stil en clubhuizen blijven leeg. Gelukkig ontstaan er binnen de sportwereld ook tal van geweldige initiatieven om in beweging en in contact te blijven, of anderen te helpen. Zoals in het triatlon. Begin mei mochten de eerste trainingen weer gegeven worden aan jeugd tot en met 18 jaar. Veel clubs pakten die kans met beide handen aan en startten hun trainingen. “Het leverde – behalve natuurlijk de nodige inspanningen om alles van de grond te krijgen – heel veel stralende gezichten op bij

kinderen, ouders en trainers”, zegt Berteke de Jong, coördinator jeugdzaken van de Nederlandse Triathlon Bond (NTB). Vanuit het bondsbureau probeert zij de clubs te ondersteunen bij de herstart. “In maart 2019 hebben we voor de jeugdzaken al een online platform gelanceerd, waarop tot een

Buitentraining bij ZSC Oceanus in speciale vakken die een sporthalvloer simuleren.

038  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020

paar maanden geleden vooral informatie gedeeld werd. Inmiddels is dat platform van grote waarde, omdat de clubs elkaar daar nu weten te vinden en onderling vragen stellen. Ook ervaringen van clubs worden daar gedeeld, en het is mooi om te zien hoe creatief een groot aantal clubs daarin is!”


ZSC Oceanus Een voorbeeld van zo’n creatieve vereniging is Zwemsportclub Oceanus uit Aalsmeer. John Heijsteeg is al sinds 2008 jeugdopleider van de vereniging en hij is sinds enkele weken alweer volop aan het training geven. “En ik zal je vertellen: ik zie heel veel mooie dingen gebeuren!” ZSC Oceanus is volgens Heijsteeg een vereniging die meedoet in de samenleving. De club biedt mogelijkheden voor zwemmen, triatlon, vinzwemmen en waterpolo. “Maar we hebben ook een recreatieafdeling, waar iedereen die zijn zwemdiploma’s heeft gehaald, kan blijven zwemmen om te kijken wat hij of zij het leukst vindt om te doen. En we zetten ons ook in om mensen met een beperking – lichamelijk of geestelijk – mee te laten sporten.” Begin mei mochten eerst de jeugdtrainingen weer gestart worden. Oceanus had niet lang nodig om de herstart samen met het bestuur, zwemafdelingen, de gemeente, Exploitatie Sportaccommodatie Aalmeer (ESA), de trainers en vrijwilligers te organiseren. “We zijn begonnen met ‘landtrainingen’ voor de jeugd, voor verbetering van coördinatie, uithouding, kracht, motoriek en balans. Die geven we volgens het Athletic Skills Model, dat vooral gericht is op veelzijdig bewegen. En dat loopt storm! Vanuit de zwem- en triatlonafdeling hebben we in drie weken tijd 60 à 70 kinderen tussen de 8 en 18 jaar bij deze trainingen. Ik zie nu al een aantal kinderen die in deze korte tijd motorisch zó veel beter geworden zijn! Dat is prachtig om te zien!” De zaterdagtraining voor de jeugd heeft de club ook opengesteld voor de jeugd van Wielervereniging Uithoorn. Behalve de vijftien eigen jeugdleden, komen inmiddels ook zo’n twaalf kinderen van de wielervereniging meedoen. Heijsteeg vindt al die onderlinge verbindingen, die gezocht en gevonden worden nóg zo’n voordeel van de coronatijd. “Niet alleen binnen onze club, maar ook met andere clubs wordt nu samengewerkt! Onze atletiektraining op woensdagavond wordt nu ook bezocht door leden van de zwemafdeling, die mee willen komen doen met de hardlooptraining. Als trainer juich ik dat uiteraard van harte toe!” Locaties Wat de protocollen en locaties betreft hadden we niet veel tijd nodig. “We hadden al snel plannen gemaakt en aanvullende protocollen geschreven en hebben daarmee toestemming gekregen van de gemeente en ESA. We hebben altijd al wel alternatie-

twintig vakken van 4 bij 5 meter ingedeeld. Die gebruiken we voor de trainingen en breiden dat zo nodig uit met wat pilonnen. We hebben een geluidsinstallatie aangeschaft, zodat iedereen goed kan horen wat de trainer zegt en voor de muzikale ondersteuning. En we vragen alle deelnemers om zelf een rugzak mee te nemen met als inhoud drie tennisballen, een springtouw, twee gewichten van een kilo (of bidons gevuld met water), een yogamat of een handdoek. En zo kan iedereen de oefeningen meedoen. Met de vakken simuleer je een sporthalvloer. En wij als trainers wensen ons eigenlijk al sinds vele jaren een ‘anderhalvemetersamenleving’. Want daarmee garandeer je dat iedereen de ruimte heeft om de bewegingen uit te voeren en om aanwijzingen te ontvangen. Ook de atletiekbaan en het middenterrein daarvan zijn perfect te gebruiken voor de trainingsmodellen.”

“NIET ALLEEN BINNEN ONZE CLUB, MAAR OOK MET ANDERE CLUBS WORDT NU SAMENGEWERKT. ALS TRAINER JUICH IK DAT UITERAARD VAN HARTE TOE!” JOHN HEIJSTEEG (ZSC OCEANUS)

ve trainingslocaties benut, en daarvan hebben we in eerste instantie de ‘besloten gebieden’, dus de locaties met een hek eromheen, gezocht. Op de buitenruimte van het buitenzwembad hebben we vervolgens met behulp van de lijnentrekmachine, die we leenden van de voetbalclub, een stuk of

Draaiboek Heijsteeg heeft het draaiboek ‘Fundament is bewegen in Coronatijd’ voor de trainingen inmiddels gedeeld, zowel op het platform van de NTB als binnen de KNZB. “Iedereen wil immers heel graag aan de slag, daar kunnen we elkaar graag bij helpen.” Ook is er contact met andere jeugdopleidingen om kennis te delen. Sinds 24 mei is ook de zwemtraining voor de mensen met een beperking weer gestart. “Dat was even net iets meer voorbereiding, maar we hopen dat we ook de kinderen in een rolstoel weer mee kunnen laten doen tijdens de Skills. Daarvoor maken we dan met behulp van pilonnen wat grotere vakken op de aan het trainingsterrein grenzende weg, waar een ouder dan mee kan komen, zodat ook deze kinderen weer erbij kunnen zijn.” Samen sterk De NTB ziet het enthousiasme van de clubs en de creatieve samenwerkingsvormen als een teken dat corona ook kansen biedt. De Jong: “We proberen de clubs te ondersteunen, hen te adviseren de samenwerking te zoeken en alle leden te laten genieten van elkaars aanbod. En we vragen onze clubs om ook juist nu ‘niet-leden’ op te vangen, mensen die binnen hun eigen sport nog niet aan de slag mogen. Want wat wij in de afgelopen weken hebben gezien, is dat de huidige situatie mensen – besturen, coördinatoren en trainers – en verenigingen en daarmee ook de sporters bij elkaar brengt. Samen sterk!”

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  039


BESTUURSTAFEL

Juridische zaken in coronatijd

“DE SPORT IS EEN KWETSBARE SECTOR DIE OVEREIND BLIJFT DOOR PASSIE” DOOR MARK VAN DER HEIJDEN

Terwijl trainers, coaches en ondersteunend personeel nog lang niet op volle kracht hun werk voor de sportverenigingen kunnen doen, loopt hun loon uiteraard wel door. Biedt de veelgebruikte cao Sportverenigingen de verenigingen een mogelijkheid om de loonkosten te verlagen? Peter van der Aart, hoofd juridische zaken bij Team Sportservice, geeft tekst en uitleg. Peter van der Aart kan zich precies herinneren op welk moment minister-president Mark Rutte de ‘intelligente lockdown’ afkondigde: zondagmiddag 15 maart, rond half 5. Vanaf dat moment kwamen de vragen van sportverenigingen binnen bij Team Sportservice, waar hij hoofd juridische zaken is. Team Sportservice ondersteunt verenigingen bij het werkgeverschap (en voert het lokaal sportbeleid voor gemeenten uit), dus als een vereniging een trainer of stafmedewerker een arbeidscontract wilde aanbieden, wisten zij Van der Aart al te vinden. De problemen waarmee zij nu geconfronteerd werden, waren echter precies het omgekeerde daarvan. “De vragen verschilden per tak van sport. Bij tennis begint op 1 april het buitenseizoen. Zij krijgen op 15 maart te horen dat van tennis voorlopig geen sprake is. De tennisverenigingen hadden vooral de vraag of ze contracten nog kunnen afbreken of aanpassen”, vertelt Van der Aart. “Voor hockeyverenigingen en voetbalclubs was het seizoen al bijna afgelopen. Daar waren de vragen vooral of ze eerder vakantie kunnen opleggen. Gymnastiek heeft weer een heel andere dynamiek. Daar zie je meer vaste dienstverbanden. De verenigingen hadden bijvoorbeeld meer vragen over de NOW-maatregel.”

040  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020

“VERENIGINGEN ZIJN TERUGHOUDEND EN WACHTEN OP VOLGEND SEIZOEN. WANT STEL DAT ER EEN TWEEDE GOLF KOMT” Beperken van schade Van der Aart merkt tevreden op dat veel verenigingen direct in actie komen. “Zij worden geconfronteerd met een ingrijpende wijziging in de situatie. Het beperken van de schade is dan een belangrijke drijfveer. Gelukkig heb ik nog weinig gehoord van verenigingen die zijn gestopt. De solidariteit van sporters met verenigingen heeft een intrinsieke waarde. De contributie wordt nog steeds betaald, waardoor een groot deel van de clubs de vaste lasten nog kan betalen.” Zij kunnen ook gebruikmaken van de tegemoetkomingen die de overheid biedt, constateert Van der Aart. “Daarin hebben de verenigingen al hun weg gevonden. Wel zie je dat de regelingen vooral gericht zijn op ondernemingen en niet op sportverenigingen. Dat schuurt een beetje.”

Hij geeft de tegemoetkoming in loonkosten als voorbeeld. “90 procent van de loonkosten wordt alleen vergoed als een organisatie 100 procent omzetverlies heeft. Voor een café dat moet sluiten is dat duidelijk. Als bij een sportvereniging de horeca-inkomsten wegvallen, is het omzetverlies vaak ongeveer 30 procent, de tegemoetkoming is dan ook naar rato. Voor een binnensportvereniging zonder horeca is er zelfs amper omzetverlies.”

Creatieve oplossingen Een oplossing is in de cao Sportverenigingen evenmin te vinden, vertelt Van der Aart, die tevens namens werkgeversvereniging Netwerk in de Sport de onderhandelingen over deze cao leidt. “De cao is een structurele regeling. Hier hebben we het over een incident, hoe pijnlijk ook. Voor hoe te handelen in crisistijden vinden we daarom in vrijwel geen enkele cao een oplossing.” Wellicht dat het mogelijk is om op grond van een onvoorziene omstandigheid het arbeidscontract te verbreken. “Op basis van wat er in algemene zin in de wet hierover geschreven wordt, kun je ieder contract ter discussie stellen. Redelijkheid en billijkheid moet partijen dan bij elkaar brengen. Maar wat is redelijk en wat is billijk?” Waarschijnlijk zonder dat verenigingen en hun medewerkers zich van die precieze afweging bewust zijn, vinden zij elkaar vaak al. “Dat is het zelfregulerend vermogen van de sport. Werken in de sport hangt nauw samen met de passie voor de sport. Als je het


gezond blijven van de sector als belang erkent, kom je eerder tot creatieve oplossingen in deze crisissituatie. Het gezonde verstand zegeviert.” “Zo zien we bij Team Sportservice nu dat meer onbetaald verlof wordt opgenomen dan ooit, of dat medewerkers afstand doen van een deel van de uren. Voor de meeste seizoensporten loopt het contract op 31 mei of 30 juni af en trainers zeggen dat verenigingen de laatste maanden maar moeten laten zitten. Dat is iets waar de sport trots op mag zijn. Er is geen wetboek voor nodig, alleen gezond verstand. Ten tweede zien we dat er minder dan in andere jaren al contracten worden gesloten voor het nieuwe seizoen. Vaak ligt bij afloop van het contract op 31 mei al een nieuw contract klaar. Dat is nu veel minder. Verenigingen zijn terughoudend en wachten op volgend seizoen. Want stel dat er een tweede golf komt.”

Toekomst Dat laatste is wat Van der Aart betreft ook een les voor de toekomst. “Het verbaast mij nog steeds dat er al acht maanden voor het begin van het seizoen contracten worden getekend. Menigmaal worden we in het voorjaar gebeld: ‘De trainer heeft ook een contract getekend bij een andere vereniging.’ Of: ‘De spelersgroep wil deze trainer niet.’ Als we iets overhouden aan deze crisis, laat het dan zijn dat we later beginnen met contracten, zodat we beter kunnen inspelen op de actualiteit.” Ook raadt hij verenigingen aan gebruik te maken van de mogelijkheden die de cao Sportverenigingen biedt. “Deze biedt meer ruimte voor contracten voor bepaalde tijd dan de wet: zes contracten in maximaal 48 maanden. Maak daar optimaal gebruik van; dat is gerechtvaardigd en te onderbouwen. Zekerheid wordt in de sport per seizoen ingekocht. Dat geldt voor de club en de trainer.” Wat in ieder geval niet kan, is in een arbeidscontract een voorbehoud te maken zodat bij een tweede pandemie het contract kan worden ontbonden. “Dat is een beperking in het arbeidsrecht. Het is in beginsel bijna onmogelijk een ontbindende voorwaarde in een arbeidscontract op te nemen, omdat de wetgever de werknemer rechtszekerheid wil bieden. We moeten ons redden met gezond verstand en zelfregulerend vermogen”, besluit Van der Aart. “De sport is een kwetsbare sector die overeind blijft door passie van de medewerkers en vele vrijwilligers. Dat is uniek in de wereld en daar moeten we blij mee zijn.”

“SOMMIGE TRAINERS ZEGGEN DAT VERENIGINGEN DE LAATSTE MAANDEN MAAR MOETEN LATEN ZITTEN. DAT IS IETS WAAR DE SPORT TROTS OP MAG ZIJN”

Peter van der Aart, hoofd juridische zaken bij Team Sportservice.

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  041


ACHTERBAN

NOC*NSF Sport Support

ONMISBARE VRAAGBAAK IN CORONATIJD DOOR NOC*NSF

Wat mag er nou eigenlijk allemaal wel en niet binnen de geldende coronamaatregelen? En hoe zit het nou precies met die subsidies die het kabinet belooft? NOC*NSF Sport Support beantwoordt alle vragen van sporters, clubs, bonden, gemeenten en andere betrokken en is in deze tijd relevanter dan ooit om sportend Nederland door de coronacrisis te loodsen. “Eigenlijk is het hele gevoel rond NOC*NSF Sport Support in heel korte tijd veranderd van ‘goed dat het er is’ naar ‘het is echt heel erg belangrijk’”, zegt Kim van der Hammen, projectleider Sport Support bij NOC*NSF. “Door de coronacrisis is zowel binnen onze organisatie als daarbuiten duidelijk geworden dat de servicedesk eigenlijk onmisbaar is voor de sportwereld. Richard Kaper, manager Sportparticipatie binnen onze organisatie, beschrijft onze werkzaamheden zelfs als: ‘Een van de meest relevante binnen NOC*NSF.’ Sport Support neemt nu een veel prominentere plaats in dan voor de coronacrisis.” Dat de behoefte aan een sportgerelateerde vraagbaak groot is, blijkt wel uit de cijfers (zie kader). Waar er in de maand februari bijvoorbeeld zo’n 130 vragen binnenkwamen, hebben nu sinds het begin van de coronacrisis half maart al 1914 coronagerelateerde vragen Sport Support bereikt. Sinds half maart is corona hét onderwerp waar vragen over binnenkomen. Individuele sporters, sportclubs, sportbonden, gemeenten en andere sportorganisaties, allemaal pro-

042  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020

beren ze er via Sport Support achter te komen wat de coronamaatregelen voor hen betekenen. “De meeste vragen kwamen tot nu toe van sportclubs, gevolgd door individuele sporters, dat zijn veruit de twee grootste groepen die onze hulp inroepen.”

“HET LEUKE IS DAT CLUBS HEEL CREATIEF WORDEN VAN DE MAATREGELEN” KIM VAN DER HAMMEN (PROJECTLEIDER SPORT SUPPORT)

Creatief Vaak komen dezelfde vragen binnen over wat er wel en niet mag naar aanleiding van de maatregelen (zie kader), maar soms zijn de vragen ook erg specifiek. Van der Hammen: “Het leuke is dat clubs heel creatief worden van de maatregelen. En daar komen dan weer vragen uit. Wat mag er bijvoorbeeld wel en niet als we gaan sporten onder een partytent? En wat zijn de richtlijnen als we een sportkamp gaan organiseren?” Lang voordat iemand ook maar gehoord had van het coronavirus, gaf NOC*NSF Sport Support al antwoord op de vragen van sporters. Van der Hammen: “De aanleiding om de servicedesk te ontwikkelen was de Albert Heijn sportactie in 2017. Daarbij werd heel Nederland uitgedaagd om te ontdekken welke sport bij je past. De actie riep vragen op die beantwoord moesten worden. Zo begonnen we met Sport Support, toen dus nog specifiek voor die actie. En sinds tweeëneenhalf jaar zijn we het jaar rond bereikbaar voor sportgerelateerde vragen. Normaal gesproken krijgen we vooral vragen over bijvoorbeeld de Nationale Sportweek en


Kim van der Hammen, projectleider NOC*NSF Sport Support

NOC*NSF Academie voor Sportkader. Ook helpen we clubs en gemeenten met vragen vanuit het sportakkoord.”

Kanalen Sport Support is op alle mogelijke manieren te bereiken. Van der Hammen: “Het meest maken mensen gebruik van WhatsApp en mail. Een klein gedeelte van de vragen komt binnen via de chatfunctie op de website van NOC*NSF. En dan is er natuurlijk ook nog Facebook en Twitter. Daar beantwoordt het social mediateam van NOC*NSF vragen.” Op vragen die binnenkomen via de chatfunctie probeert het team op werkdagen binnen twee minuten te reageren en op WhatsApp is het streven om doordeweeks binnen twee uur een reactie te versturen. Op de andere kanalen is het doel om de vraagstellers binnen een dag van antwoord te voorzien. “Eigenlijk lukt dat bijna altijd wel. In deze coronatijd zijn we vaak ook in het weekend en tijdens alle feestdagen bereikbaar via WhatsApp. Alleen na een persconferentie, als er nieuwe maatregelen of versoepelingen zijn aangekondigd is het

NOC*NSF SPORT SUPPORT IN CIJFERS Sinds half maart zijn 1914 coronagerelateerde vragen afgehandeld; 50% van de vragen komt binnen via WhatsApp, 40% via sportsupport@nocnsf.nl en 10% via de chatfunctie op NOCNSF.nl; Sportclubs stellen de meeste vragen, op de voet gevolgd door individuele sporters. Heb je ook een vraag voor NOC*NSF Sport Support? Neem contact op via sportsupport@nocnsf.nl of WhatsApp: 06-82488768.

lastiger om iedereen binnen een dag op weg te helpen.” De persconferenties van het kabinet roepen vanzelfsprekend vragen op binnen de sportwereld. Het team van Sport Support probeert zo snel mogelijk boven tafel te krijgen hoe de maatregelen of versoepelingen geïnterpreteerd moeten worden. “Na zo’n persconferentie is het echt rennen geblazen. Intern gaan we dan aan de slag met de sportprotocollen en passen we de FAQ’s op onze website aan. Aan die documenten en onze interne informatie, toetsen we de vragen die

gesteld worden via de servicedesk. Ik heb veel appcontact met het Crisis Management Team van de Nederlandse sport waarin ook een aantal bonden vertegenwoordigd zijn. Ook intern hebben we een groepsapp waar we met collega’s die betrokken zijn overleggen. Binnen NOC*NSF staan we zo dicht bij de besluitvorming dat er altijd wel iemand is die het antwoord op de vraag van een club weet. En zo niet, dan kunnen we het altijd nog voorleggen aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport waar we nauw contact mee hebben in deze tijd.”

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  043


Team De professionele manier waarop Van der Hammen de werkwijze van Sport Support beschrijft doet vermoeden dat NOC*NSF een groot team op de been heeft gebracht om alle vragen van clubs, bonden en andere betrokkenen te beantwoorden. Maar niets blijkt minder waar. “Het team bestaat naast mijzelf uit twee medewerkers en twee stagiairs. Daarnaast zijn we een andere collega aan het inwerken omdat er momenteel zoveel verzoeken binnenkomen. Eigenlijk is het een relatief klein team waarvan niemand fulltime met Sport Support bezig is. We hebben allemaal werkzaamheden die we ernaast oppakken. Met dat kleine team hebben we tot nu toe 1914 tickets over corona opgepakt, maar een ticket staat gelijk aan een individuele vragensteller. Vaak heeft een persoon meerdere vragen. Het aantal vragen dat we verwerkt hebben ligt dus nog veel hoger. En dat zijn alleen de coronagerelateerde vragen. De vragen over andere projecten en programma’s die we voor de coronatijd oppakten komen hier nog bij.”

De coronacrisis heeft NOC*NSF Sport Support niet alleen bij sporters en clubs in het vizier gebracht. Ook de samenwerking met bonden op dit vlak heeft een vlucht genomen. “We hebben een oproep gedaan aan de bij NOC*NSF aangesloten sportbonden om coronavragen, uiteraard kosteloos, bij de servicedesk neer te leggen. Een aantal bonden heeft daar gehoor aan gegeven. Zij sturen hun clubs met coronavragen door naar Sport Support. Vooral voor kleine bonden kunnen we van grote betekenis zijn.”

KNGU Naast bijvoorbeeld de Nederlandse Handboogbond en de Boksbond maakt ook de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie gebruik van NOC*NSF Sport Support. Silvia Bos, landelijk accountmanager bij de KNGU, vertelt over de samenwerking. “We hebben met NOC*NSF afgesproken dat we alle vragen omtrent de subsidieregelingen via hen laten lopen. Als clubs vragen hebben, kunnen ze die direct bij Sport Support neerleg-

“NA ZO’N PERSCONFERENTIE VAN MARK RUTTE IS HET ECHT RENNEN GEBLAZEN”

FOTO: ANP PHOTO

KIM VAN DER HAMMEN (PROJECTLEIDER SPORT SUPPORT)

Premier Mark Rutte en minister van VWS Hugo de Jonge op de persconferentie over de coronamaatregelen op 19 mei.

044  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020

gen. Dit is typisch iets wat ontstaan is dankzij de intensieve samenwerking vanwege de coronacrisis. Voorheen wist ik eigenlijk niet eens dat de servicedesk bestond.” Volgens Bos is het voor gymnastiekverenigingen niet verwarrend dat de bond doorverwijst naar NOC*NSF. “We hebben zelf heel duidelijk op bijvoorbeeld onze website en in nieuwsbrieven gecommuniceerd waar verenigingen moeten zijn met welke vragen. En vervolgens worden wij door Sport Support in de cc meegenomen bij het formuleren van een antwoord. Zodat wij ook goed weten wat er speelt bij onze clubs en welke vragen ze hebben.” Bos is erg tevreden over de diensten van Van der Hammen en haar team. “We krijgen superpositieve reacties van tevreden clubs. Ze laten vooral weten dat ze heel snel en heel netjes te woord worden gestaan. Er komt een duidelijk geformuleerd antwoord zonder moeilijk jargon met eventueel links naar meer nuttige informatie en het verzoek om vooral terug te komen mocht er nog iets onduidelijk zijn.” Ook Bos denkt dat vooral kleine bonden hun voordeel kunnen doen met de diensten van Sport Support. “Vooral bonden die geen of heel weinig accountmanagers hebben, zou ik zeker aanraden om gebruik te maken van Sport Support. Maar ook grotere bonden kunnen er gemak van hebben. Want NOC*NSF zit als organisatie zo dicht op de informatie die onze achterban wil hebben, dat je via die weg gemakkelijk de beste antwoorden boven tafel krijgt.”


FOTO: CÉCILES & FRANKS BACKYARD GYM

Een tien voor service Ook voor instellingen die niet zijn aangesloten bij een sportbond staat Sport Support klaar. Cécile en Frank van Meurs-van de Peppel van Céciles & Franks Backyard Gym (foto boven) in Reek namen contact op met Sport Support omdat ze vragen hadden over materiaalgebruik binnen hun gym. “We vroegen ons af wat de mogelijkheden zijn om mensen te laten sporten met dezelfde materialen. In deze tijd zijn er heel wat regeltjes. En van de gemeente krijg je wel wat hulp, maar toch is alles best aan wat eigen interpretatie onderhevig. Daarom zochten we naar een orgaan dat ons kon helpen bij die interpretatie. En zo kwamen we bij de servicedesk van NOC*NSF terecht.” Die vertelde hen dat het kan, samen sporten met dezelfde materialen. Als de materialen maar goed worden schoongemaakt. “We kregen een helder en duidelijk antwoord dat werd onderbouwd met adviezen van het RIVM. Inmiddels hebben we ons rooster weer volledig in ere kunnen herstellen. We deden al veel buiten. We moeten nu alleen wat strenger zijn op het afstand houden, maar met de markeringen die we hebben uitgezet is dat goed te doen.” Ook zij zijn erg tevreden over Sport Support. “We geven de service een tien. Binnen een uur hadden we een bevredigend antwoord. Dat kom je echt niet overal tegen.” NOC*NSF Sport Support heeft in de coronacrisis de waarde voor de sportwereld bewezen, maar wat als we straks hopelijk deze situatie achter ons kunnen laten? “Ook daar zijn we al volop mee bezig”, zegt Van der Hammen. “Ook na corona willen we mensen zo goed mogelijk helpen met hun sportvragen. Vooral voor kleine bonden kunnen we hopelijk blijvend van grote betekenis zijn. Zij kunnen misschien niet de bezetting garanderen die wij wel bieden.”

“NOC*NSF ZIT ZO DICHT OP DE INFORMATIE DIE ONZE ACHTERBAN WIL HEBBEN, DAT JE VIA DIE WEG GEMAKKELIJK DE BESTE ANTWOORDEN KRIJGT” SILVIA BOS (LANDELIJK ACCOUNTMANAGER KNGU)

MEEST GESTELDE VRAGEN Vanaf de eerste coronamaatregelen, die op 15 maart van dit jaar aangekondigd werden, werd NOC*NSF Sport Support overstelpt met coronagerelateerde vragen. Na iedere versoepeling staken nieuwe kwesties de kop op. Kim van der Hammen, projectleider NOC*NSF Sport Support beschrijft hoe de vragen die de sportwereld had zich ontwikkelden. Persconferentie 15 maart: sport- en fitnessclubs worden gesloten Van der Hammen: “De vraag die iedereen had na deze persconferentie was: mag ik nog wel sporten? Mag ik nog fietsen? Mag ik een rondje hardlopen? Mag ik gewoon gaan vissen? We kregen vooral veel vragen binnen van individuele sporters, omdat het voor clubs heel duidelijk was dat ze gewoon dicht moesten. Met name de vragen over vissen waren lastig omdat die heel sportspecifiek zijn. Dat hebben we via onze accountmanagers afgestemd met de bond om samen tot een goed en duidelijk geformuleerd antwoord richting de sporters te komen.” Persconferentie 21 april: kinderen tot 12 jaar mogen weer sporten. Jongeren tussen 12 en 18 moeten 1,5 meter afstand houden Van der Hammen: “Deze persconferentie leverde veel meer verwarring op. Wat toen echt ‘booming’ was, is de vraag: mogen 12- en 13-jarigen samen sporten? Hierbij kwam het heel erg aan op samenwerking met gemeenten. Zij moeten de maatregelen lokaal handhaven, dus zij beslissen uiteindelijk ook lokaal wat wel en niet kan. Er zijn daarin best wat verschillen per gemeente, dus dat maakte het voor iedereen onduidelijk. Vaak zetten we de vraag dan ook door naar de gemeente in kwestie.” Persconferentie 19 mei: restaurants onder voorwaarde open Van der Hammen: “Dit was misschien wel de meest frustrerende persconferentie voor de Nederlandse sporters en clubs. Restaurants mochten onder voorwaarden open, maar sportkantines nog niet. En ook was er nog steeds geen goed nieuws voor binnensporten. Dat leidde tot grote frustratie. Het vervelende is dat wij die boodschap moeten doorgeven, daar zijn mensen vaak niet blij mee. Gelukkig kunnen we nu de boodschap meegeven dat er vanaf 1 juli meer mogelijk is.”

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  045


Sportwereld tegen corona

ONLINE DRESSUURPROEVEN ZIJN GROOT SUCCES DOOR NICOLE EYSSEN (NOC*NSF)

De coronacrisis zorgt voor bizarre taferelen. Competities liggen stil en clubhuizen blijven leeg. Gelukkig ontstaan er binnen de sportwereld ook tal van initiatieven om in beweging en in contact te blijven, of anderen te helpen. De Koninklijke Hippische Sportbond KNHS lanceerde medio april een nieuw platform: www.paardrijden.nl. Zo kunnen ruiters online dressuurproeven afleggen.

046  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020


Het platform bestaat uit een website en een app: www.paardrijden.nl. Via dit platform kunnen ruiters een video insturen van een dressuurproef die ze thuis opgenomen hebben. Deze wordt beoordeeld door een KNHS-jurylid en vervolgens krijgen ze de beoordeling weer terug. Esther Hendriksen is Hoofd Communicatie, Marketing, Sponsoring & Evenementen bij de KNHS en is trots op het resultaat. “We speelden eigenlijk al langer met het idee, maar tot nu toe is het nooit echt concreet geworden. Nu, door de coronacrisis, kreeg het een hoge prioriteit en hebben we het in drie weken tijd ontwikkeld! Kwestie van snel schakelen, maar het is een schot in de roos.”

Paarden moeten bereden worden De paardensport heeft het bijzonder moeilijk in deze coronatijd. Want paarden moeten in beweging blijven, anders worden ze ziek. “Dus moeten de ruiters de paarden berijden. Maar verder ligt natuurlijk alles stil, er zijn geen wedstrijden, geen rankings. Ruiters nemen normaal gesproken deel aan een proevensysteem, waarbij ze door de uitdagingen die ze krijgen, stapsgewijs beter kunnen worden. Ja, en dat bieden we onze ruiters nu online aan.” Ruiters die zich inschrijven op het platform melden zich aan voor een online event. Ze krijgen dan inschrijftijden toegewezen en een beperkte tijd om vervolgens de video te uploaden. Dit om de kans op fraude te beperken. Maar die kans op fraude valt reuze mee, de ruiters zijn vooral blij met de nieuwe mogelijkheden om dressuurproeven af te leggen. “In de eerste vier weken kregen we al 240.000 views op het platform. In die tijd kregen we 7000 inschrijvingen en hebben we er 220 juryleden aan gekoppeld die de video’s beoordelen.” Betere feedback Mariette Sanders is internationaal jurylid en hoofdopleider binnen de KNHS. Zij was nauw betrokken bij de ontwikkeling van het platform en de pilot. Zij geeft aan dat het ook voor de juryleden een duidelijk voordeel heeft: de juryleden kunnen de video’s veel rustiger bekijken dan tijdens een wedstrijd. “Het protocol, dat het jurylid invult en teruggestuurd wordt aan de ruiter, bevat nu vaak betere educatieve feedback dan de onder tijdsdruk ingevulde protocol-

len van de wedstrijden. We hebben er veel ervaren juryleden bij betrokken en we proberen hen ook goed te ondersteunen.”

Uitbreiden Aan het platform wordt in de komende weken ook een trainingsmodule toegevoegd. Ruiters kunnen een video van hun training insturen en krijgen dan instructie terug van een van onze bondscoaches of ervaren instructeurs. Hendriksen: “Al onze leden, mits ze beschikking hebben over een paard en voldoen aan de richtlijnen van het RIVM, kunnen aan dit platform deelnemen. Competities en wedstrijden mogen we niet op

deze manier organiseren, dat verbiedt het internationale reglement. Maar we zijn erg blij met de positieve respons!” Ook Sanders vindt het platform een prachtige manier om in deze tijden aan ruiters de mogelijkheid te bieden zich verder te blijven verbeteren. “Vooral de minder ervaren ruiters vinden het moeilijk om zonder de dressuurproeven, zonder wedstrijden, zonder doel, te blijven trainen. En de aantallen inschrijvingen laten duidelijk zien dat het aanslaat. Uiteraard zijn we allemaal blij als we weer wedstrijden en competities kunnen hebben, maar het platform zal beslist ook blijven draaien.”

“UITERAARD ZIJN WE ALLEMAAL BLIJ ALS WE WEER WEDSTRIJDEN EN COMPETITIES KUNNEN HEBBEN, MAAR HET PLATFORM ZAL BESLIST BLIJVEN DRAAIEN” INTERNATIONAAL JURYLID MARIETTE SANDER

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  047


ACHTERBAN

De lokale overheid en sport in coronatijd

WAT KUNNEN EN MOGEN VERENIGINGEN VAN HUN GEMEENTE VERWACHTEN? DOOR LEON JANSSEN LOK

Toen premier Rutte op 21 april in zijn persconferentie liet weten dat kinderen en jongeren tot en met 18 jaar vanaf 29 april weer buiten mochten sporten, was dat groot en goed nieuws. Bijna tussen neus en lippen door liet hij ook weten dat gemeenten de regie kregen over de organisatie van het aanbod én dat ook niet-leden van sportverenigingen mee zouden moeten kunnen doen. In de dagen die daarop volgden was het dan ook alle hens aan dek voor de gemeenten om de gedeeltelijke herstart van het sportleven in goede banen te leiden. Maar wat is nu precies de rol van de lokale overheid ten aanzien van sport in deze coronatijd en wat mogen en kunnen verenigingen wel of juist niet van hun gemeente verwachten? Het meest in het oog springend hierin is het protocol Verantwoord Sporten. Het werd in recordtempo opgesteld door Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) - het landelijk platform dat gemeenten ondersteunt op het vlak van sportbeleid, en NOC*NSF, de overkoepelende organisatie van sportbonden. Ook de posters, flyers en signing die op veel sportparken te vinden zijn, komen uit de koker van VSG en NOC*NSF en worden via de gemeenten verspreid. Daarnaast hebben gemeenten natuurlijk een taak op het gebied van handhaving.

Regierol logisch voor gemeenten “Gezien dat laatste is het ook niet zo gek dat de regie bij de gemeenten kwam te liggen”, vertelt Ronald Huijser van VSG. “Gemeenten zijn bovendien vaak eigenaar of exploitant van de sportvoorzieningen. En ook andere trajecten zoals de buurtsportcoachregeling en de ontwikkeling van lokale sportakkoorden, werden de afgelopen jaren al met succes via de gemeenten uitgerold.” Dat de minister-president ook opriep kinderen die geen lid zijn van een sportver-

048  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020

“DOOR DE LOKALE SPORTAKKOORDEN ZIJN ER VEEL VERBINDINGEN GELEGD DIE NU BENUT WORDEN” RONALD HUIJSER (VSG)

eniging zoveel mogelijk te laten meedoen, kwam wel als een verrassing. De bekendmaking van de maatregelen riep vragen op. Niet alleen bij verenigingen die zich zorgen maakten over hoe om te gaan met verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid ten aanzien van niet-leden, maar in algemenere zin ook bij gemeenten. ‘Wat is dat dan precies, de regie voeren? En moeten we zelf iets gaan organiseren, of kunnen we dat anderen laten doen?’

Lokale verschillen Het protocol Verantwoord Sporten kwam dan ook als geroepen voor de gemeenten. Het document kent niet alleen specifieke adviezen voor gemeenten en sportverenigingen, maar ook voor trainers, begeleiders en vrijwilligers, sporters en ouders. “Natuurlijk hebben we wel een verschil in aanpak gezien tussen gemeenten”, zegt Huijser. “Sommigen zijn heel snel opgestart, waar anderen ervoor gekozen hebben om meer te faseren, met bijvoorbeeld eerst reguliere trainingen, dan andere aanbieders en dan de openbare ruimte. Sommige gemeenten wil-


FOTO: ANP PHOTO

Na overleg met de gemeente verplaatste tafeltennisvereniging Unicum uit Geldrop de trainingen naar buiten, op het parkeeerterrein voor de hal.

den alles zoveel mogelijk zelf in de hand houden en vroegen verenigingen om protocollen: hoe willen jullie het gaan doen? Dan toetsen wij dat en geven we al dan niet toestemming.” Er waren echter ook gemeenten die het grotendeels overlieten aan de eigen verantwoordelijkheid van de sport en volstonden met het laten doen van meldingen. Toen bekend werd dat volwassenen vanaf 11 mei ook weer mochten gaan sporten, lieten veel gemeenten de teugels wat vieren, zeker als ze constateerden dat verenigingen hun rol in de praktijk serieus oppakten.

Flexibel en constructief Verenigingen zijn dus afhankelijk van hoe hun gemeente het een en ander geregeld heeft, en in de praktijk loopt dat best prima. Huijser: “Iedereen heeft met gezond verstand invulling gegeven aan de protocollen en richtlijnen die er lagen. Een mooi stukje verantwoord gedrag.” VSG stimuleert en ziet ook dat veel gemeenten flexibel zijn en constructief meedenken met de sportverenigingen. In tijden van crisis wil je nu eenmaal wel eens wat sneller iets door de vingers zien. En er ontstaan ook veel mooie

dingen, vindt Huijser. “Binnensportverenigingen of commerciële sportaanbieders die gebruikmaken van de sportparken, voetbalverenigingen die elkaar helpen en wat te denken van alle creatieve sport- en bewegingsvormen die zijn ontstaan. En als gevolg van de ontwikkeling van de lokale sportakkoorden zijn er veel verbindingen gelegd die nu benut worden.” De sport als voorbeeld van een sector die inventief is en gebruikmaakt van de ruimte die geboden wordt.

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  049


“OP DE AANPASSINGEN VOOR DE BINNENSPORT HEBBEN WE HET PROTOCOL AL AANGEPAST; VANUIT DE SPORT ZIJN WE ER KLAAR VOOR” RONALD HUIJSER (VSG)

Onzekerheid duurt nog even De onzekerheid is nog groot. Want mag de binnensport inderdaad (pas) op 1 september weer van start? En kunnen er in een anderhalvemetersamenleving wel weer competities in de contactsporten gaan plaatsvinden? Huijser: “De kunst is nu om de discipline vast te houden. De communicatie tussen gemeenten en sportverenigingen loopt bijzonder goed, in een hele korte tijd is een enorme brok werk verzet. Met de beoefening van sport en spel is verslapping niet te voorkomen, maar dat is wel een gevaar dat op de loer ligt. Maar goed, ook op de aan-

FOTO: ANP PHOTO

Kwijtschelding van huur? Behalve dat de gemeente handhaaft en wil weten van of zelfs toestemming moet geven voor de organisatie van sportactiviteiten, hebben verenigingen ook een financiële relatie met de lokale overheid. Huur betalen voor een periode waarin de accommodatie niet gebruikt kan worden is al vervelend genoeg, maar wegvallende kantineopbrengsten (in een normaal gesproken juist zo lucratieve periode) en de zorg dat sponsors of leden na de zomer niet meer terugkomen, bezorgt menig penningmeester de nodige kopzorgen. Op 1 mei kwam er bericht van minister Van Rijn dat er een bedrag van € 110 miljoen beschikbaar wordt gesteld om verenigingen te compenseren voor drie maanden huur. Goed nieuws dus, hoewel er nog niet te vroeg gejuicht kan worden, want de regeling moet nog uitgewerkt worden. Er zijn gemeenten die al voor een langere periode de huur kwijtgescholden hebben, maar de meeste houden de boot nog even af en willen eerst zien of het bedrag wel volstaat, zeker nu ook zij het financieel toch al zo zwaar hebben. Ook hiervoor geldt dus dat er per gemeente verschillen kunnen optreden.

Korfbalverenigingen lenen korven uit zodat leden toch thuis kunnen trainen.

050  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020

passingen met betrekking tot de binnensport hebben we het protocol al aangepast; vanuit de sport zijn we er klaar voor.” Gemeenten en verenigingen lijken elkaar dus prima gevonden te hebben, maar dat alles in goede banen verloopt, laat onverlet dat er wel degelijk veel vragen blijven. Langzamerhand mag er steeds meer, maar hoe meer versoepelingen er komen, hoe lastiger het ook lijkt te bepalen wat wel en niet mag. Dat heeft onder andere te maken met de noodverordening, een fenomeen waar de sport tot deze coronacrisis weinig mee te maken had.


Grenzen worden opgezocht Die noodverordening wordt opgesteld door de Veiligheidsregio en moet na elke aankondiging van nieuwe maatregelen door het kabinet aangepast worden. Afgezien van het feit dat dat een paar dagen duurt en dat die overbruggingsperiode soms onduidelijke situaties kan opleveren, kunnen de verordeningen per regio en gemeente verschillen. En omdat iedereen weer zo snel mogelijk zo veel mogelijk wil, worden de grenzen opgezocht. Mogen sportkantines echt niet gelijkgesteld worden met de ‘gewone’ horeca? Kan de bestuurskamer op het voetbalcomplex weer gebruikt worden? En tot wanneer mogen jongeren alleen onder begeleiding sporten? En kunnen nadere richtlijnen van sportbonden (zoals de tennisbond, die aangaf dat ‘dubbelen’ weer mocht) zomaar opgevolgd worden? De antwoorden zijn vaak afhankelijk van de manier waarop de regelgeving lokaal geïnterpreteerd wordt en het blijft dus voorlopig vinger aan de pols houden voor de gemeenten.

“IEDEREEN HEEFT MET GEZOND VERSTAND INVULLING GEGEVEN AAN DE PROTOCOLLEN EN RICHTLIJNEN” RONALD HUIJSER (VSG)

En of het nodig is om dit allemaal zo tot in de puntjes te regelen? Typisch Nederlands zullen sommigen zeggen. De praktijk bewijst vooralsnog het gelijk van de gekozen strategie. Er wordt met bewondering over de sport gesproken, over de voortvarende wijze waarop sportverenigingen met hun vrijwilligersstructuur hun leden – en vaak ook niet-leden – weer aan het sporten hebben gekregen. Het is (voorlopig) niet zoals het in de periode voor 15 maart was, maar er wordt in ieder geval weer gesport, op een verantwoorde manier, en met nauwelijks wanklanken.

INFORMATIE Kijk voor de protocollen bij de sportmogelijkheden: https://sportengemeenten.nl/openstelling-sport-binnenbaden-enverruiming-buitensport-protocollen/ Alle vragen en antwoorden rondom sport & corona op een rijtje https://sportengemeenten.nl/qa-coronavirus-sport-2/ Toch nog vragen? Mail naar info@sportengemeenten.nl.

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  051


LOKALE SPEELVELD

(Corona)nood breekt wet

SPORTBESTUREN KUNNEN DIGITALE ALV HOUDEN DANKZIJ SPOEDWET DOOR HENDRIK MEIJNDERS

In maart en april houden veel sportbonden en -verenigingen normaal gesproken hun jaarlijkse Algemene Leden Vergadering (ALV). Maar door de coronamaatregelen kwamen sportbesturen voor een uitdaging te staan. Technisch gezien is het met een breed aanbod aan online tools niet heel ingewikkeld om een digitaal alternatief op te zetten, op juridisch vlak bestond nog geen rechtsgeldigheid voor een volledig digitale ALV. Dankzij een tijdelijke spoedwet, de COVID-wet, kunnen besturen van verenigingen en sportbonden nu toch digitaal een ALV organiseren óf de ALV met vier maanden uitstellen. Zonder de spoedwet was het al mogelijk om de ALV deels digitaal te houden. Zo doen ze bij de Amsterdamse voetbalvereniging DVVA sinds een aantal jaren real time verslag via Twitter. Een aantal leden beheert op dat moment het clubaccount om de geïnteresseerden buiten de kantine op de hoogte te houden. Daarbij kan het wel slechts gaan om inhoudelijk overleg en kunnen geen besluiten worden genomen. Bij een aantal Nederlandse sportbonden en sportverenigingen was in de statuten al een bepaling opgenomen over het digitaal kunnen stemmen. In de meeste gevallen zit daar de restrictie aan dat het om een stemprocedure tijdens een fysieke vergadering gaat. Bij NOC*NSF zijn maar weinig voorbeelden bekend van sportverenigingen die de statuten en reglementen al zo ver hadden voorbereid op online stemmen.

Spoedwet Het probleem voor veel besturen ontstond doordat de wet voorschrijft dat financiële stukken binnen zes maanden na afloop van het boekjaar goedgekeurd moeten zijn. Het uitstellen van de ALV naar een moment dat het weer mogelijk is om fysiek in vergadering te gaan, was daardoor niet altijd een

optie. Om voor allerlei soorten verenigingen en besturen een oplossing te bieden in deze bijzondere situatie, heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid al vrij snel gewerkt aan spoedwetgeving. Op 21 april nam de Eerste Kamer de spoedwet aan, enkele dagen later trad die Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in werking.

“DE WET DEKT ALLES OP HOOFDLIJNEN, MAAR HOE HET PRECIES MOET? VEEL VERENIGINGEN WORSTELEN MET DE PRAKTISCHE INVULLING” MARJAN OLFERS, BIJZONDER HOOGLERAAR SPORT EN RECHT

052  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020


JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  053


TIPS VOOR DE ONLINE ALV Tips voor meer online bezoek tijdens de ALV. De KNVB zette er eind vorig jaar een aantal op een rij. Toen offline bedoeld, nu ook prima online bruikbaar. 1. Laat leden de agenda (mee)bepalen. Betrek de leden van je vereniging bij de ALV. Doe een oproep op de clubsite, op sociale media, via de mail en in het clubblad, waarin je de leden vraagt onderwerpen voor de ALV aan te dragen. Vergroot de ledenbetrokkenheid. 2. Verstuur ludieke uitnodigingen. Breng de ALV niet alleen onder de aandacht via de clubsite, sociale media, clubblad of lokale krant, maar trek ook op een andere manier aandacht. Je kunt bijvoorbeeld de ouders van jeugdleden bellen of whatsappen om hen zo te attenderen op de bijeenkomst. 3. Nodig online een externe spreker uit. Een buitenstaander, zoals een topsporter of een trainer die vroeger lid was van de club. Dit kan voor een verfrissende blik en nieuwe invalshoeken zorgen. 4. Organiseer een andere activiteit. Leden zullen eerder geneigd zijn de ALV bij te wonen als er ook iets anders georganiseerd is. Denk in de huidige situatie bijvoorbeeld aan een online quiz. 5. Betrek lokale ondernemers en regel met hun hulp een online veiling of loting op dezelfde avond als de ALV. Met een aantal mooie prijzen is de digitale opkomst waarschijnlijk hoger én je kunt de ALV ook via de ondernemers promoten. 6. Vergeet de jeugd niet. Jeugdleden hebben vaak geen stem binnen de club. Een manier om hen toch bij de club te betrekken, is een Algemene Ledenvergadering voor de jeugd organiseren. Ook dit is online goed realiseerbaar. 7. Vergader kort en functioneel. Maak van het tweede deel van de ALV een mooie brainstorm over de toekomst van de vereniging of het activiteitenplan van volgend jaar. Vaak komen hier leuke ideeën uit en zijn er ook direct wat leden die zich aanbieden om er mee aan de slag te gaan.

054  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020


Voorwaarden Bij het opzetten van een volledig digitale ALV gelden binnen de nieuwe tijdelijke spoedwet een aantal voorwaarden: De ALV moet digitaal te volgen zijn voor alle leden via een audio of video livestream. Het indienen van vragen op basis van de agenda kunnen de leden tot 72 uur voorafgaand aan de ALV doen. Deze vragen moeten uiterlijk tijdens de ALV zijn beantwoord en de antwoorden moeten beschikbaar zijn voor alle leden via e-mail of website. Op die manier kunnen leden de antwoorden ook meenemen bij het stemmen. Tijdens de ALV moeten de vragen van leden zo goed mogelijk worden beantwoord, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is. Als een bestuur een digitale vergadering wil houden, moet dit bij de oproep voor de ALV vermeld worden. Mocht de verbinding tijdens de ALV haperen of iemand door andere omstandigheden niet goed kunnen deelnemen aan de digitale ALV, heeft dit geen gevolgen voor de rechtsgeldigheid van de besluitvorming. NOC*NSF heeft een compleet stappenplan opgesteld voor het opzetten van een digitale ALV. Zie: https://nocnsf.nl/sportdeelname/onze-diensten/advies-over-organiseren-algemene-vergadering-tijdens-de-coronacrisis)

Uitstellen ALV Met de spoedwet is ook geregeld dat verenigingen en bonden kunnen kiezen om de ALV uit te stellen binnen de kaders van de wet. De uiterste termijn voor goedkeuring van de financiële stukken wordt dan met vier maanden verlengd. Normaal gesproken moeten de stukken uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar worden goedgekeurd. Die termijn loopt met de spoedwet dus niet af na juni, maar na de laatste dag van oktober. Zo is er dus ook een oplossing voor besturen die er nu niet in slagen de ALV volledig digitaal te organiseren. Zij kunnen later in het jaar alsnog de ALV in de reguliere vorm of digitaal organiseren.

FOTO: ANP PHOTO

Door de COVID-wet is het nu mogelijk geworden voor verenigingen een ALV volledig digitaal te houden. Zonder dat hiervoor statuten hoeven te worden aangepast, kunnen besturen op basis van die wet bepalen dat de ALV in digitale vorm wordt georganiseerd en dat leden ook digitaal moeten stemmen. De wet is op 24 april in werking getreden en heeft terugwerkende kracht tot en met 16 maart 2020. De wet vervalt op 1 september 2020, waarbij ook de mogelijkheid bestaat op verlenging met steeds twee maanden.

Marjan Olfers, bijzonder hoogleraar sport en recht aan de VU in Amsterdam.

MARJAN OLFERS: “JE MIST ONLINE TOCH HET PERSOONLIJKE CONTACT” Marjan Olfers, bijzonder hoogleraar sport en recht aan de VU in Amsterdam: “De invoering van de spoedwet was nodig wat mij betreft, nood breekt nu eenmaal wet. Er was feitelijk geen voorziening voor de verenigingen en clubs, er moest dus wat gebeuren. Nu zijn er een aantal stappen gezet. Het is fijn dat er daardoor juridische grondslag en comfort is. Toch blijven er nog vragen over. De wet dekt alles op hoofdlijnen, maar hoe het precies moet? Veel verenigingen worstelen met de praktische invulling.” “Of de spoedwet ook na 1 september blijvend zou moeten zijn? Dat hangt ervan af. Het lijkt best wel oké, al wil ik daar een heel belangrijke ‘maar’ bij plaatsen. Voor het bespreken van een jaarrekening of het afslaan van een hamerstuk is het natuurlijk een prima optie, zo online. Maar als het gaat om een ALV met 100 aanwezigen, bij een vereniging of club waar sprake is van een bestuurscrisis, dan gaat het wel over personen. Hoor- en wederhoor is dan digitaal lastig uitvoerbaar. Goede leiding is in zo’n geval van groot belang. Ik vind het in zo’n situatie dus veel minder ideaal. Als het over ontslag gaat, moet er gediscussieerd kunnen worden. Dat gaat gewoon moeilijk. Verder mis ik online toch het persoonlijke contact en merk ik nu pas echt dat een ALV niet alleen is om te toetsen, te wetgeven of te besluiten. Het is ook een klankbord, ik zie in hoe belangrijk dat kopje koffie vooraf is. Je start nu meteen, werkt een klinische agenda af en vertrekt. Terwijl juist een vereniging valt of staat met het samenwerken en het verenigen met elkaar. Het enige fijne eraan vind ik dat je mensen af en toe even op mute kan zetten, haha. Verder hou ik het persoonlijk liever bij hoe het altijd is geweest.”

“OF DE SPOEDWET OOK NA 1 SEPTEMBER BLIJVEND ZOU MOETEN ZIJN? HET LIJKT BEST WEL OKÉ, AL WIL IK DAAR EEN HEEL BELANGRIJKE ‘MAAR’ BIJ PLAATSEN” MARJAN OLFERS, BIJZONDER HOOGLERAAR SPORT EN RECHT

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  055


Sportwereld tegen corona

ROTTERDAM SPORTSUPPORT BIEDT CLUBS ANTWOORDEN EN INSPIRATIE DOOR NICOLE EYSSEN (NOC*NSF)

De coronacrisis zorgt voor bizarre taferelen. Competities liggen stil en clubhuizen blijven leeg. Gelukkig ontstaan er binnen de sportwereld ook tal van geweldige initiatieven om in beweging en in contact te blijven, of anderen te helpen. Zoals in Rotterdam, waar verenigingen terechtkunnen bij Rotterdam Sportsupport met al hun vragen, maar ook om inspiratie op te doen. Floor Vierboom is communicatieadviseur bij Rotterdam Sportsupport en schetst de situatie: “Niemand heeft dit in de sport zien aankomen en dan plotseling gebeurt dit, het staat buiten kijf dat het thema ‘corona’ op dit moment het allerbelangrijkste is voor clubs.”

Verenigingen benaderen Rotterdam Sportsupport besloot na het uitbreken van de coronacrisis proactief contact te zoeken met de verenigingen om te vragen hoe het met hen ging en waar ze tegenaan liepen. Vierboom: “Inmiddels hebben onze gebiedscoördinatoren al ruim 160 Rotterdamse verenigingen gesproken en we merken dat clubs dat erg op prijs stellen.” Behalve de proactieve benadering heeft Rotterdam Sportsupport ook een centraal aanspreekpunt ingericht, waar clubs met al hun vragen terechtkunnen. Een stuk of 80 hulpvragen zijn daar inmiddels binnengekomen. “Die variëren van een nadere uitleg van de maatregelen tot aan een financiële noodkreet.” Vierboom is tegelijkertijd blij om te zien hoe veel verenigingen veerkrachtig reageren met allerlei initiatieven om toch iets voor hun leden te blijven betekenen. “Dat blijft toch de kracht van de vereniging, hè! En of het nu je voorraad naar de voedselbank brengen is, of het sturen van een persoonlijk kaartje aan al je leden waarop staat ‘Wij missen jullie ook’ (sv Atomium ‘61), het laat zien hoe belangrijk die clubs voor de samenleving zijn.”

056  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020

“HET IS GOED OM TE ZIEN DAT DE JEUGD ZELF OOK MET ALLERLEI INITIATIEVEN KOMT. ZIJ TRAINEN SAMEN VIA ZOOM” ENRICO STOUT (NIKANTES)

Nikantes Korfbalvereniging Nikantes in Rotterdam wordt op de website van Rotterdam Sportsupport ook als mooi voorbeeld voor anderen genoemd. Zo schreef de voorzitter een ‘Nikantes Corona tussendoortje’: een mooie positieve, transparante en open nieuwsbrief, waarin hij vertelt wat deze coronatijd voor hem, voor de club en voor de leden betekent. De nieuwsbrief doet een

beroep op de saamhorigheid van de leden en brengt iedereen toch een beetje samen. Enrico Stout is secretaris van de club en vult aan: “We plaatsen oude foto’s op Facebook en maken daar een ‘raadactie’ van: weet jij nog in welk jaar dit was? En we hebben een online pubquiz gehouden. Bovendien hebben we de krant gehaald met onze actie om onze niet-officiële zaalkampioenen nu niet fysiek maar digitaal te huldigen. Wat goed is om te zien is dat de jeugd zelf ook met allerlei initiatieven komt. Zij trainen samen via Zoom. We proberen er voor onze leden te zijn, we kunnen nog niet inschatten hoe lang dit gaat duren en wat de gevolgen zijn.”

Vitaliteitsonderzoek Dat beeld bevestigt Vierboom. “Rotterdam Sportsupport doet elk voorjaar een vitaliteitsonderzoek onder de 346 Rotterdamse sportverenigingen en dat doen we ook dit jaar. We hebben enkele vragen over de coronacrisis aan onze vragenlijst toegevoegd. We achterhalen op die manier aan welke ondersteuning clubs behoefte hebben om daar vervolgens zo goed mogelijk op aan te sluiten. Onze ondersteuning richt zich op een grote hoeveelheid aan thema’s: accommodatie, financiën, leden, organisatie, veilig sportklimaat en vrijwilligers. Maar corona raakt al deze thema’s. We gaan kijken hoe we de clubs daar nu én in de toekomst het best mee kunnen helpen.”


JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  057


LOKALE SPEELVELD

Dick Zeegers, directeur Stichting Waarborgfonds Sport

“DE SOCIALE CONTACTEN, DE HUMOR; DAT IS HET UNIQUE SELLING POINT VAN EEN VERENIGING” DOOR HENDRIK MEIJNDERS

Na de uitbraak van het coronavirus, de daarna opgelegde restricties vanuit de overheid en de gederfde inkomsten voor verenigingen, is het bij Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) mogelijk om een borgstelling noodkrediet aan te vragen. Op deze manier kan een eventueel liquiditeitsprobleem worden opgevangen en kan de vereniging een aanvraag bij een bank indienen voor een tijdelijke lening, een zogenoemd noodkrediet. De bank zal een borgstelling aan de vereniging vragen, omdat banken de zekerheid willen dat de lening wel wordt terugbetaald. Voor zo’n borgstelling kan een vereniging bij SWS terecht. Directeur Dick Zeegers vertelt hoe dat er in de praktijk aan toe gaat. Dick Zeegers is sinds 2013 directeur van SWS. Dit is een onafhankelijke stichting die vanaf 1980 actief is in heel Nederland en werd opgericht op initiatief van het ministerie van VWS, NOC*NSF en De Lotto. Dit gebeurde nadat er eind jaren zeventig werd geconstateerd dat sportverenigingen steeds meer moeite hadden om een bancaire lening te krijgen voor de aanleg, de bouw, renovatie of aankoop van een accommodatie. Het belangrijkste doel van SWS is het stimuleren van bezit van kwalitatief goede accommodaties door sportorganisaties. SWS doet dit door borgstellingen te verstrekken aan banken.

Verenigingen kunnen sinds 1 mei een noodkrediet aanvragen bij SWS. Gebeurt dit ook veel? “We hebben tot nu toe nog niet veel toekenningen gedaan, maar er wordt wel regelmatig naar geïnformeerd. We merken dat veel verenigingen bezig zijn met het ‘opmaken van de rekening’. Laten we een golfclub als

058  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020

voorbeeld nemen. Zij hebben in januari de contributie voor het hele jaar geïnd. Vanaf maart kregen ze te maken met een financiële domper. Want de kosten lopen door en het clubhuis bleef gesloten. Ik kan me voorstellen dat als het tekort op blijft lopen, er meer verenigingen willen weten wat er bij

het aanvragen van een noodkrediet komt kijken. Het valt mij nu nog mee in ieder geval. Begin april hebben wij met hulp van het ministerie van VWS de totale schade voor de breedtesport ingeschat op 300 miljoen euro en wij hebben 30 miljoen euro beschikbaar om aan kredieten te verstrekken.

“BEGIN APRIL HEBBEN WIJ MET HULP VAN HET MINISTERIE VAN VWS DE TOTALE SCHADE VOOR DE BREEDTESPORT INGESCHAT OP 300 MILJOEN EURO EN WIJ HEBBEN 30 MILJOEN EURO BESCHIKBAAR OM AAN KREDIETEN TE VERSTREKKEN”


JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  059


Het valt op dat er dit jaar tot nu toe meer reguliere aanvragen voor velden en clubhuizen zijn gedaan dan vorig jaar rond deze tijd. Maar verenigingen kijken wel nóg beter hoe het nu verder moet. Want 100.000 euro lenen, betekent dat er 10.000 euro moet worden afgelost. Investeringen worden om die reden soms ook met minimaal een jaar uitgesteld. De aandacht voor duurzaamheid is in ieder geval vrijwel stil komen te liggen. Er wordt door veel verenigingen gewerkt met verschillende scenario’s, van een reële begroting tot een worst-case scenario. In beide gevallen wordt er goed nagedacht over de gevolgen en die zijn voor iedereen anders. Dat heeft te maken met hoe groot een vereniging is en om welke sport het gaat.”

Kan SWS iedere vereniging bijstaan? “We kunnen iedereen helpen, we zijn er immers voor de verenigingen, maar het blijft belangrijk dat men zich realiseert dat het om een lening gaat. Doordat wij een lage rente kunnen rekenen, helpen wij het mogelijk maken om investeringen te doen. Bij TOGS, de NOW-regeling en de andere initiatieven die door de overheid zijn gestart, gaat het om giften. Ik verwacht dat er vanaf 1 september 2020 weer kan worden opgestart in de breedtesport, maar zie het niet gebeuren dat bijvoorbeeld een topamateurclub in het voetbal dan ook al 1000 toeschouwers kan toelaten. Gelukkig zijn verenigingen inventief en genereren ze echt wel weer wat omzet als er meer wordt toegestaan. Het hangt per vereniging dus ook af van de beschikbare financiële buffer.”

Gezelligheid in Sporthal Beukendal in Soest. Veel clubs komen in de problemen door de al maanden stilliggende kantine-inkomsten.

“EEN VERENIGING MOET ZICH OOK WEL AFVRAGEN OF ZE UITEINDELIJK IN STAAT ZIJN OM HET GELEENDE GELD TERUG TE KUNNEN BETALEN”

Zijn er nu al schrijnende gevallen bij? “Ja, die zitten er helaas tussen, al valt het gelukkig nog mee. Maar verenigingen in de binnensport hebben het natuurlijk nog lastiger gehad. Zo zijn sommige afhankelijk van de verhuur van een sporthal of kantine en dat ligt al maanden stil. Als verenigingen reguliere borgstelling aanvragen bij ons, krijgen ze daar wat voor terug in de vorm van vernieuwing van vastgoed. Maar wanneer ze een noodkrediet aanvragen vanwege een financieel tekort door het Covid19-virus, moet een vereniging zich ook wel afvragen of ze uiteindelijk in staat zijn om het geleende geld terug te kunnen betalen.” Er wordt door SWS geen tarief in rekening gebracht voor het beoordelen en eventueel verstrekken van een noodkrediet. Is dit ooit een punt van twijfel geweest? “Nee. Toen de huidige situatie zich voordeed, hebben wij tegen het ministerie van VWS gezegd dat wij kunnen doen wat we doen, maar wel onder bepaalde voorwaarden. De 10 miljoen euro die wij voor de noodkredieten ter beschikking hebben gekregen, beleggen wij. Daar genereren wij inkomsten uit. Dan kan het niet zo zijn dat we een vereniging in nood gaan vragen om ons geld te betalen om ze te helpen. We gaan die mensen natuurlijk niet verder in de put helpen. Wat het aanvragen van een regulier krediet kost? Daar rekenen wij gemiddeld 1250 euro voor.” Het is een kijkje in de glazen bol, maar toch; hoe kijk jij over een jaar terug op deze huidige situatie? “Ik denk dat we dan aan de andere kant van een breukvlak zitten. Dat we praten in ter-

“Verenigingen in de binnensport hebben het nog lastiger gehad”, zegt Dick Zeegers. “Sommige zijn afhankelijk van de verhuur van een sporthal of kantine en dat ligt al maanden stil.”

060  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020


ALLE FONDSEN EN HULPMAATREGELEN De overheid opende verschillende noodfondsen en maatregelen waar ook verenigingen gebruik van kunnen maken. Eenmalige tegemoetkoming – TOGS Het ministerie van Economische Zaken heeft op 27 maart de regeling ‘tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19’ geopend. Ondernemers en sportverenigingen kunnen via dit loket een eenmalige tegemoetkoming ontvangen als zij hun vaste lasten niet meer kunnen betalen door de maatregelen tegen het coronavirus. De TOGS is een eenmalige tegemoetkoming van 4000 euro die specifiek is voor ondernemers die (grotendeels) dicht moesten van de overheid. Sportverenigingen, sportkantines en leraren vallen door het sluiten van sportaccommodaties ook onder deze regeling. Op de website RVO.nl is alle specifieke informatie te vinden over de TOGS en kun je direct een aanvraag doen. Aanvragen moeten uiterlijk 26 juni binnen zijn.

“VEEL VERENIGINGEN WERKEN MET VERSCHILLENDE SCENARIO’S, VAN EEN REËLE BEGROTING TOT EEN WORSTCASE SCENARIO” men als ‘vanaf toen’ en ‘waar stonden we toen?’ Deze periode is voor altijd een kenmerkend tijdvak. Over een jaar, maar ook over tien jaar en ver daarna. Zoals velen nu zeggen, verwacht ook ik dat deze crisis een aanleiding is om te gaan veranderen. Voor SWS als organisatie overigens niet als het gaat om thuiswerken, want dat doen we hier al veel langer. Daarmee waren we onze tijd blijkbaar ver vooruit, haha. Maar ik moet glimlachen als een 60-jarige bestuurder nu voorstelt om even te Zoomen. Die stroomversnelling gaan we ook terugzien in de sport, denk ik. Dat gaat z’n weerslag hebben, bijvoorbeeld als het gaat om e-sports. Aan de andere kant zie ik de dingen, als er weer meer mag, wel weer doorgaan zoals het hiervoor ging. Mensen missen de vereniging, dat weet ik zeker. En dan misschien niet eens het sporten, dat kunnen ze nu ook individueel doen. Maar ze missen wel de sociale contacten, de humor, het hapje en het drankje. Dat zie ik weer terugkomen zodra het weer kan. Dat is toch het unique selling point van een vereniging.”

Doorbetalen salarissen - NOW-regeling Bij veel verenigingen speelt de vraag of zij de salarissen moeten doorbetalen in deze sportloze periode. Een dergelijke omstandigheid ligt in de risicosfeer van de werkgever. De werkgever zal dus de salarissen moeten blijven betalen van bijvoorbeeld trainers in loondienst of onderhoudspersoneel en kan een werknemer niet dwingen om verlof op te nemen. Wel kan gekeken worden of er tijdelijk andere werkzaamheden zijn die de werknemer kan verrichten. Met de NOW neemt de overheid een fors deel van de loonsom voor haar rekening als bedrijven of verenigingen personeel niet of weinig meer kunnen laten werken. Deze regeling vervangt de eerder aangekondigde regeling werktijdverkorting, ook wel ‘corona-ww’ genoemd. De overheid neemt met deze regeling tot 90 procent van de salarissen van personeel over, tot een maximumbedrag van 9500 euro per persoon per maand. Werkgevers hoeven dan nog maar 10 procent van het loon te betalen. Ook vakantiegeld en pensioen worden meegenomen in de regeling. Zie www.uwv.nl voor meer informatie. Versoepeling Aflossingsregels banken en SWS De uitbraak van het coronavirus zorgt dat veel clubs en verenigingen zich grote zorgen maken over het nakomen van financiële verplichtingen. Om nu alvast een deel van die zorgen weg te nemen, hebben de banken al aangegeven de aflossingen met zes maanden uit te stellen. Ook de Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) heeft toegezegd om de afbouwperiode van de borgstelling te verlengen met een half jaar. De ABN Amro, BNG Bank, ING, Rabobank en Triodos Bank hebben een regeling getroffen waarmee zij hun klanten in het midden- en kleinbedrijf te hulp schieten: voor zakelijke kredieten tot 2,5 miljoen euro kan aflossing voor zes maanden worden opgeschort, mits de bedrijven gezond zijn en niet al met betalingsproblemen kampen. SWS besloot, na overleg met haar arrangementspartners, om de afbouw van de borgstelling óók voor zes maanden op te schorten. Voor veel sportclubs is de financieringslast immers een van de grotere uitgavenposten. Het uitstel van zes maanden geeft ruimte om aanvullende maatregelen te nemen die de vereniging draaiende kunnen houden. Bij het uitstel van de aflossingsregeling van de banken is het goed om te weten dat elke bank weer op een eigen manier omgaat met het uitstel. Bij de ene bank moeten sportverenigingen aangeven als ze geen gebruik willen maken van de regeling en bij de andere werkt het juist andersom. SWS adviseert alle verenigingen daarom om de eigen situatie tijdig in kaart te brengen en om de afspraken af te stemmen met de eigen bank. Rabobank Coöperatief Fonds TeamNL-partner Rabobank wil in deze bijzondere en hectische tijd hulp bieden aan Rabobank-klanten via het Rabobank Coöperatief Fonds voor verenigingen, stichtingen en maatschappelijke initiatieven. Een vereniging die in continuïteitsproblemen dreigt te komen, bijvoorbeeld door het wegvallen van een belangrijk event of activiteit (uitgezonderd zijn zaken als contributie-inkomsten of reguliere horeca-omzet), kan een aanvraag doen.

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  061


Sportwereld tegen corona

DE 5 MEESTGESTELDE VRAGEN DOOR SPORTCLUBS DOOR NICOLE EYSSEN (NOC*NSF)

Nu kinderen t/m 12 jaar en jeugd t/m 18 jaar weer op de vereniging in de buitenlucht mogen sporten, hebben clubs veel vragen over hoe dit verantwoord en veilig kan. Om dit in goede banen te leiden, hebben NOC*NSF, de sportbonden en VSG een sportprotocol opgesteld. Heb je vragen over dat protocol, dan kun je bij NOC*NSF Sportsupport terecht. Daar worden allerlei vragen rondom corona en het sportprotocol gesteld. Hieronder vind je de vijf vragen die sportclubs op dit moment het meest stellen. Vraag 1 In mijn team zitten twaalf- en dertienjarigen. Mogen wij samen trainen? • Kinderen en jongeren krijgen vanaf 29 april meer ruimte voor georganiseerde buitensport- en spel (geen officiële wedstrijden). • Kinderen tot en met 12 jaar kunnen onder begeleiding samen buiten sporten. • Jongeren van 13 tot en met 18 jaar mogen onder begeleiding buiten sporten met elkaar, maar dan met 1,5 meter afstand ertussen. • Gemeenten maken hierover afspraken met sportverenigingen en buurtsportcoaches; er kunnen daardoor verschillen tussen gemeenten ontstaan. In de lokale noodverordeningen staat uitgewerkt hoe elke gemeente hierop handhaaft. De Rijksoverheid heeft de richtlijnen voor de lokale noodverordeningen verstuurd naar de gemeenten. Inmiddels hebben alle gemeente de noodverordeningen aangepast. Advies: vraag bij de coronacoördinator van de gemeente of het sportbedrijf hoe ze hierop gaan handhaven en wat er eventueel wel is toegestaan in de lokale situatie.

062  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020

Vraag 2 Hoe zit het met de verzekeringen/aansprakelijkheid van kinderen die mee komen trainen? Als jeugdleden andere kinderen meenemen naar de training, dan gelden daarvoor in principe dezelfde regels als bij een gewone proeftraining en/of instuif. Normaal gesproken doen nieuwe leden ook een proefles mee bij de huidige trainingen en zijn dan ook verzekerd. Advies: Verenigingen zijn verzekerd via de sportbonden; voor specifieke vragen hierover raden we je aan contact op te nemen met jouw eigen sportbond.

Hoe zit het met de verzekering/aansprakelijkheid in het geval een trainer of lid besmet raakt met corona? Daarop is het antwoord dat het onder de eigen verantwoordelijkheid valt om de afweging te maken training te geven of niet. Want niemand kan garanderen dat iemand niet besmet raakt.

Vraag 3 Hoe moet ik omgaan met blessures tijdens een training? We doen hierbij een beroep op ieders gezond verstand. In het sportprotocol staat

NU KINDEREN T/M 12 JAAR EN JEUGD T/M 18 JAAR WEER OP DE VERENIGING IN DE BUITENLUCHT MOGEN SPORTEN, HEBBEN CLUBS VEEL VRAGEN OVER HOE DIT VERANTWOORD EN VEILIG KAN


TIP Download hier gratis posters en informatieborden met richtlijnen die helpen om je sportclub ‘coronaproof’ te maken (www.nocnsf.nl/sportprotocol).

dat kinderen zoveel mogelijk anderhalve meter afstand dienen te bewaren ten opzichte van de begeleider of trainer. Er bestaat echter natuurlijk altijd het risico dat er iemand geblesseerd raakt. In dat geval raden wij aan wel hulp te verlenen. Hoe er gehandeld dient te worden bij een blessure of calamiteit is natuurlijk afhankelijk van de specifieke situatie. Het Rode Kruis heeft hier tips voor. Het is verstandig om vooraf met de kinderen afspraken te maken over de intensiteit en veiligheid om het risico op blessures zoveel mogelijk te verkleinen. Vraag 4 Mag ik (vanwege mijn leeftijd of werk) training geven? Risicogroepen: Volwassenen die behoren tot de risicogroepen volgens het RIVM (boven de 70 jaar of met onderliggende aandoeningen) of volwassenen met specifieke gezondheidsklachten mogen niet naar sport­ accommodaties komen en dus ook geen trainingen geven. Jeugd: In het sportprotocol staat dat vermenging van de leeftijdsgroepen kinderen t/m 12 jaar en jeugd van 13 t/m 18 jaar op

geen enkel moment is toegestaan. Een uitzondering hierop is dat iemand van 13 t/m 18 jaar wel als trainer voor de groep mag staan bij kinderen t/m 12 jaar. Wel is de trainer ervoor verantwoordelijk dat de jeugd zich aan de maatregelen houdt. Zorgmedewerker: Zorg gaat in deze voor, dus in dat opzicht is het verstandig de trainingen over te laten aan andere trainers. Er zijn echter ook maatregelen opgesteld voor zorgpersoneel. We raden je aan dit na te vragen bij jouw zorginstelling. Als je gewoon buiten de zorginstelling mag functioneren dan kan het wellicht ook in deze groep.

Vraag 5 Wat is de maximale groepsgrootte? In het sportprotocol van NOC*NSF is geen maximale groepsgrootte bepaald. Wel doen we een beroep op ieders gezonde verstand. Zodat daadwerkelijk de anderhalve meter afstand in acht genomen kan worden en kinderen die deelnemen ook aandacht van de trainer kunnen krijgen. Ook zijn er sportspecifieke protocollen waarin de maximale groepsgrootte wel is opgenomen. We raden je dus aan het sportspecifieke protocol van jouw sport bij je sportbond te raadplegen.

ANDERE VRAAG? Heb je een vraag die hier niet tussen staat? Check dan onze uitgebreide FAQ op nocnsf.nl of stel je vraag aan onze supportdesk via sportsupport@nocnsf.nl.

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  063


ADVERTORIAL

CarbonFix: hoe clubs zelf aan de slag kunnen met verduurzaming

“CO2-NEUTRAAL JE SPORTVELD AANLEGGEN? ZET HIER MAAR VAST EEN VINKJE BIJ”

Met het ondertekenen van de Routekaart zijn de ambities uit het Klimaatakkoord van Parijs voor de sportsector concreet gemaakt. NOC*NSF heeft deze ambities al vertaald naar doelstellingen: In 2050 zijn alle sport­ accommodaties CO2-arm, dat betekent een CO2-reductie van 95% ten opzichte van 1990. Daarnaast moet in 2030 een CO2-­ reductie van 49% gerealiseerd zijn. “Met deze doelstellingen willen we vooral inspireren en aanzetten tot actie. Maar de uiteindelijke beslissing ligt bij clubs zelf”, zegt Roland van de Lockant, Projectleider Verduurzaming Sport­accommodaties bij NOC*NSF. Om sportclubs te ondersteunen bij het uitwerken van deze ambities, heeft de sportkoepel een begeleidingstraject opgezet. Het doel van dat stappenplan is om verenigingen bij de hand te nemen in de verduurzaming van de club, legt Van de Lockant uit. “Je had al professionele adviespartijen en initiatieven zoals De Groene Club en Sportstroom in de markt die clubs adviseren. Nu hebben we met het ministerie van VWS en sportbonden een uniforme werkwijze gemaakt. Op die manier weten clubs altijd dat ze een kwalitatief goed en onafhankelijk traject doorlopen, dat gegarandeerd is door NOC*NSF.”

064  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020

FOTO: ANTEA SPORT

In januari van dit jaar is de Routekaart Verduurzaming Sport getekend. Daarmee heeft de sportsector afgesproken dat het een bijdrage gaat leveren aan de doelstellingen uit het Klimaaten Sportakkoord. Een van de pijlers van die verduurzaming ligt op het gebied van CO2-reductie, wat zeker op lokaal niveau bij sportclubs zal moeten gaan gebeuren. Antea Sport heeft hier met CarbonFix een innovatie voor op de markt gebracht om daar letterlijk een steentje aan bij te dragen.

De CO 2-neutraliserende olivijnstenen, die geschikt gemaakt zijn voor veldfundatie.

Wat levert het op? De geselecteerde adviseurs werken allemaal volgens datzelfde stappenplan. “Dat begint met een energiescan waarbij een adviseur door de accommodatie gaat om te zien hoe de situatie eruitziet. Vervolgens maakt de adviseur samen met de club een plan van aanpak. Daarna komt het uitzoeken van de beste deal en de financiering, inclusief het aanvragen van subsidies. De laatste stap is het realiseren en monitoren van alle duurzaamheidsacties.”

Omdat veel sportverenigingen grotendeels draaien op vrijwilligers, is het laagdrempelige karakter van het traject erg belangrijk volgens Van de Lockant. “Je hoeft geen kennis van zaken te hebben. Je wordt volledig meegenomen door het hele verhaal, van scan tot het aanvragen van subsidies. Clubs worden ondersteund en ontzorgd. In het verleden gebeurde het wel eens dat na een energiescan het contact met een club verwaterde. Daarom hebben we dit hele programma van a tot z opgezet, zodat het echt leidt tot actie en duurzame maatregelen.” Wat levert het mijn club op? Die terechte vraag zullen veel bestuurders meteen hebben voor ze een heel traject in gaan. “Met duurzame maatregelen zoals ledverlichting en zonnepanelen heb je gewoon een win-winsituatie. Je ziet met zonnepanelen dat de verlaging van je energierekening groter is dan de afschrijving en de aflossing die je per maand betaalt. Je houdt dus geld over voor de clubkas”, zegt Van de Lockant. Daarnaast ziet hij nog een bijkomende reden om in te stappen: het goede voorbeeld geven door bij te dragen aan een klimaatneutrale samenleving. “Sportclubs staan midden in de samenleving en bereiken heel


veel mensen. Niet iedereen wordt bereikt met het duurzaamheidsverhaal vanuit de overheid. Juist als een maatschappelijke speler als je eigen club zonnepanelen gaat installeren, kan dat inspirerend werken. Die olievlek is een belangrijke spin-off van het programma: inspireren om te verduurzamen.”

Lange termijn Gosewin Bos, directeur van Antea Sport, denkt dat het op lokaal niveau bij sportclubs juist belangrijk is om bij duurzaamheid juist meer naar de langetermijndoelen te kijken. “Als je nu kijkt naar de Routekaart dan is dat met name gebaseerd op de ‘quick wins’. De winst is hoe je de gas- en elektrameter kunt stilzetten. Met ledverlichting gaat de stroommeter langzamer draaien en met zonnepanelen kun je die meter zelfs terugdraaien. Met aardwarmte kan het clubhuis verwarmd worden. Maar dan houdt het op de korte termijn op met de winstpunten.” Met CarbonFix, dat in 2019 de Innovatieprijs Sportaccommodaties won, biedt Antea Sport sportclubs een blik verder in de toekomst door velden CO2-neutraal te maken.

“MET DE CO2-REDUCTIEDOELSTELLINGEN WILLEN WE VOORAL INSPIREREN EN AANZETTEN TOT ACTIE” ROLAND VAN DE LOCKANT (NOC*NSF)

Het idee voor deze innovatie ontstond vanuit de gedacht: een beter milieu begint bij jezelf. “Wij zorgen met de aanleg van sport­ accommodaties voor CO2-belasting. Dat bracht ons op de vraag: wat kunnen wij met onze activiteiten eigenlijk bijdragen aan de CO2-reductie? Het antwoord was CarbonFix.” Het geheim van dat materiaal is het olivijngesteente, dat CO2-neutraliserende eigenschappen heeft. “Wij hebben dat geschikt gemaakt als fundatiemateriaal voor sportvelden. We hebben dat onderdeel gemaakt van onze sportconstructies en ook door KIWA ISA Sport laten keuren.” Voor Antea Sport tot het daadwerkelijke product kwam, heeft het eerst nog onder-

zocht hoeveel CO2-belasting plaatsvindt bij de aanleg of renovatie van een sportcomplex. Die vraag komt namelijk bij elk project waar CarbonFix wordt gebruikt terug. “Daar focussen we steeds op: bij die belasting moet je zoveel materiaal aanbrengen. Dat is de kern van de innovatie, meer is het niet. Dat is vaak zo bij innovaties, maar je moet het wel doen.”

“Je ziet er niks van” Het gaat bij CarbonFix om het neutraliseren van de CO2-uitstoot bij de aanleg of renovatiewerkzaamheden van de velden. Omdat de CarbonFix-laag onder het veld wordt aangebracht, kan het alleen bij nieuwe vel-

JUNI 2020  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  065


den of bij renovatie worden toegepast. “Je ziet er helemaal niks van, want het zit dus onder het veld”, zegt Bos, die daar vaker vragen over krijgt. “Mensen vragen mij ook wel: ‘Werkt het dan wel?’ Dat olivijngesteente hoeft alleen maar in verbinding te staan met lucht en onder het veld heb je dat ook nog.” Bij een duurzame oplossing rijzen snel ook vragen over hoe snel die reductie gaat, merkt Bos. “Dat gaat niet in een jaar. Olivijngesteente neemt de CO2 in tientallen jaren op. Het is niet zo dat het binnen twee jaar geneutraliseerd is.” Dat zijn innovatie niet direct zichtbaar is voor het grote sportpubliek en potentiële klanten in het bijzonder, maakte de Innovatieprijs Sportaccommodatie voor Antea Sport direct interessant. “Toen de call openging hebben we direct gezegd: dit maakt de innovatie een stukje zichtbaarder. Erg gaaf dat we hem hebben gewonnen vorig jaar.” Ondertussen zijn al de eerste Carbon-

066  SPORT BESTUUR EN MANAGEMENT  JUNI 2020

“MET ONS STAPPENPLAN WETEN WETEN CLUBS DAT ZE EEN KWALITATIEF GOED EN ONAFHANKELIJK TRAJECT DOORLOPEN, GEGARANDEERD DOOR NOC*NSF” ROLAND VAN DE LOCKANT (NOC*NSF)

Fix-velden aangelegd bij diverse clubs, waaronder in de gemeente Breda. Antea Sport werkte nauw samen met de gemeente Breda, dat de innovatie al in een vroeg stadium heeft omarmd. Bos hoopt uiteraard

snel meer velden aan te kunnen leggen. “Feitelijk gezien zijn daar oppervlaktes in sportvelden genoeg voor, want er worden heel veel velden gerenoveerd.”

Niet zo soepel Bos constateert dat het van de grond krijgen van zo’n renovatieproject niet bij alle gemeenten zo soepel verloopt als in Breda. “Veel gemeenten hebben duurzaamheid hoog in het vaandel staan, maar dan kan ons product aanbestedingstechnisch niet omdat er geen andere leveranciers zijn. Als we met elkaar de samenleving willen verduurzamen dan moet je ook partijen die innoveren de kans geven. Dat vind ik de doodsteek bij heel veel innovatietrajecten. Dan denk ik: zet je schouders eronder, we gaan dit gewoon doen!” Sportverenigingen in Nederland kunnen daar wat Bos betreft ook een rol in spelen. “Clubs kunnen uitstralen dat ze CO2-reductie belangrijk vinden vanuit de verantwoordelijkheid die ze voelen voor hun eigen toekomst en die van hun jeugdleden. Als ze velden hebben die gerenoveerd moeten worden, kunnen ze gemeenten vragen mee te bewegen en het project gezamenlijk op te pakken. Het is niet zo dat clubs elk jaar hun velden renoveren. Die kans voor een club komt heel zelden voorbij.” Bij een renovatieproject maakt een CarbonFix ook geen groot onderdeel uit van de totale kosten, benadrukt Bos. “We hebben het op een project van 250.000 euro misschien over enkele procenten.” Anders dan bij duurzame maatregelen als zonnepanelen, heeft een club niet direct financieel gewin uit CarbonFix. “Het is vooral dat je uitstraalt dat je duurzaamheid belangrijk vindt.” Dat kan nog veranderen mocht in de toekomst een CO2-taks worden ingevoerd. “Stel je voor dat die er wel komt, dan zou een vereniging kunnen zeggen: dat veld dat we in 2020 hebben gerenoveerd, daar kan een vinkje achter. Die reduceert zichzelf.”


WEBINAR

DONDERDAG 9 JULI 2020, VAN 20.00 TOT 21.30 UUR

Wat besproken wordt in het webinar • zelfregulatie • doelen stellen • feedback • intrinsieke motivatie

Laura Jonker vertelt op een eenvoudige en praktische manier hoe je het beste uit je sporters kunt halen. Er is namelijk niet één weg voor alle sporters, maar een individuele weg per sporter. Het webinar is gebaseerd op het praktische handboek #GOALS met oefeningen hoe je het optimale ontwikkelklimaat creëert.

schrijf nu in! aanmelder .nl/goals &


Executive MBA Sports & Health

Ben jij goud waard Advisory & Development | Graduate School | Life Long Learning

Startdatum

10 september 2020

t +31 85 016 13 00 contact@wagner.nl wagner.nl/mba